Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 JANUARI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 januari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende het brugpensioen in 1999 en 2000 in de suikernijverheid en haar bijproducten (Overeenkomst geregistreerd op 9 maart 1999 onder het nummer 50222/CO/118.06). (NOTA : De wijzigingen van deze CAO, gepubliceerd vanaf 1 juli 2002, zijn niet meer opgenomen in deze tekst).
Titre
14 JANVIER 1999. - Convention collective de travail du 14 janvier 1999, conclue au sein de la Commission paritaire de l'industrie alimentaire, relative à la prépension en 1999 et 2000 dans l'industrie du sucre et de ses dérivés (Convention enregistrée le 9 mars 1999 sous le numéro 50222/CO/118.06). (NOTE : Les modifications de cette CCT publiées à partir du 1er juillet 2002 ne sont pas intégrées à ce texte).
Dokumentinformationen
Tekst (12)
Texte (12)
Toepassingsgebied.
Champ d'application.
Artikel 1. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders van de suikerfabrieken, de raffinaderijen, de invertsuiker, het citroenzuur, de kandijfabrieken, de gistfabrieken en de distilleerderijen.
  § 2. Met "arbeiders" worden de mannelijke en de vrouwelijke arbeiders bedoeld.
Article 1. § 1er. La présente convention collective de travail est applicable aux employeurs et aux ouvriers de l'industrie des sucreries et raffineries de sucre, fabriques de sucres invertis et d'acide citrique, candiseries, levureries et distilleries.
  § 2. Par "ouvriers" on entend ouvriers masculins et féminins.
Ontslag.
Licenciement.
Art.2. § 1. De aanvullende vergoeding, ingesteld in het raam van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, wordt toegekend aan de arbeiders die worden ontslagen om een andere reden dan om een dringende reden en die voldoen aan de hier verder vermelde voorwaarden.
  § 2. Onder voorbehoud van de bepalingen van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 kan het ontslag dat aanleiding geeft tot het statuut van bruggepensioneerde het gevolg zijn van een initiatief van de werkgever en/of van de arbeider.
  Deze regeling geldt niet voor de ondernemingen die minder dan tien werknemers tewerkstellen waar het initiatief uitsluitend uitgaat van de werkgever. Voor wat betreft het ontslag in het kader van artikel 3, § 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst zullen partijen hierbij rekening houden met de arbeidsorganisatorische omstandigheden.
  § 3. Het ontslag met het oog op brugpensioen moet plaatshebben tussen 1 januari 1999 en 31 december 2000.
  § 4. De betrokken arbeider moet het bewijs leveren van zijn recht op werkloosheidsuitkeringen.
Art.2. § 1er. L'indemnité complémentaire, instaurée dans le cadre de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974, conclue au sein du Conseil national du Travail, instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés en cas de licenciement, est octroyée aux travailleurs qui ont été licenciés pour une autre raison que la faute grave et qui satisfont aux conditions mentionnées ci-dessous.
  § 2. Sans préjudice des dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, le licenciement qui donne lieu au statut de prépensionné peut être la conséquence d'une initiative de l'employeur et/ou du travailleur.
  Cette réglementation n'est pas valable pour les entreprises occupant moins de 10 travailleurs où l'initiative émane exclusivement de l'employeur. En ce qui concerne le licenciement dans le cadre de l'article 3, § 2 de la présente convention collective de travail, les parties tiendront compte de l'organisation et des circonstances du travail.
  § 3. Le licenciement ayant en vue la prépension, doit avoir lieu entre le 1er janvier 1999 et le 31 décembre 2000.
  § 4. L'ouvrier concerné doit fournir la preuve de son droit aux allocations de chômage.
Leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden.
Conditions d'âge et d'ancienneté.
Art.3. § 1. De leeftijdsvoorwaarde van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 wordt verlaagd tot 58 jaar voor zover de betrokkene voldoet aan de wettelijke voorwaarde van 25 dienstjaren als loontrekkende.
  § 2. De leeftijdsvoorwaarde van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 wordt verlaagd tot 56 jaar voor zover de betrokkene voldoet aan de wettelijke voorwaarde van 33 dienstjaren als loontrekkende waarvan :
  - minstens 20 jaar in een arbeidsregeling zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990, gesloten in de Nationale Arbeidsraad betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met nachtprestaties;
  - en minstens 10 jaar bij de laatste werkgever of in de sector van de voedingsindustrie.
  § 3. De vermelde leeftijdsvoorwaarden moeten vervuld zijn in de periode tussen 1 januari 1999 en 31 december 2000 en op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  § 4. De vermelde anciënniteitsvoorwaarden moeten vervuld zijn op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Art.3. § 1er. La condition d'âge de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée est abaissée à 58 ans pour autant que la personne concernée réponde à la condition légale de 25 ans de service en tant que salarié.
  § 2. La condition d'âge de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée est abaissée à 56 ans pour autant que la personne concernée réponde à la condition légale de 33 ans de service en tant que salarié dont :
  - minimum 20 ans dans un régime de travail tel que prévu à l'article 1er de la convention collective de travail n° 46 du 23 mars 1990, conclue au sein du Conseil national du Travail relative aux mesures d'encadrement du travail en équipes comportant des prestations de nuit ainsi que d'autres formes de travail comportant des prestations de nuit;
  - et minimum 10 ans chez l'ancien employeur ou dans le secteur de l'industrie alimentaire.
  § 3. Les conditions d'âge mentionnées doivent être remplies dans la période entre le 1er janvier 1999 et le 31 décembre 2000 ainsi qu'au moment de la fin du contrat.
  § 4. Les conditions d'ancienneté mentionnées doivent être remplies au moment de la fin du contrat de travail.
Aanvullende vergoeding en bijzondere maandelijkse werkgeversbijdragen.
Indemnité complémentaire et cotisations spéciales mensuelles patronales.
Art.4. De betaling van de aanvullende vergoeding zoals bepaald in voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 evenals de bijzondere maandelijkse werkgeversbijdragen per bruggepensioneerde zijn verschuldigd door de werkgever.
Art.4. Le paiement de l'indemnité complémentaire tel que prévu dans la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 précitée et les cotisations spéciales mensuelles patronales par prépensionné sont dus par l'employeur.
Vervangingsverplichting.
Obligation de remplacement.
Art.5. § 1. Overeenkomstig de wettelijke bepalingen is de vervanging van de bruggepensioneerde verplicht.
  § 2. De vervanging van de bruggepensioneerde die werd ontslagen in het kader van artikel 3, § 2 zal in principe gebeuren door een arbeider. De afwijking op deze bepaling wordt toegelicht voor de ondernemingsraad.
Art.5. § 1er. Conformément aux dispositions légales, le remplacement des prépensionnés est obligatoire.
  § 2. Le remplacement d'un prépensionné qui a été licencié dans le cadre de l'article 3, § 2 sera en principe effectué par un ouvrier. La dérogation à cette disposition est communiquée au conseil d'entreprise.
Geldigheidsduur.
Durée de validité.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor bepaalde duur. Zij treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.
  Zij vervangt vanaf 1 januari 1999 de collectieve arbeidsovereenkomst inzake het brugpensioen van 25 juni 1997, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 oktober 1998 (Belgisch Staatsblad van 5 december 1998).
  Het artikel 3, § 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst geldt echter op voorwaarde dat de regelingen inzake het brugpensioen vanaf 56 jaar, bepaald in het interprofessioneel akkoord 1999-2000, in de regelgeving worden opgenomen.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 mei 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-05-10/42%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 6. Cette convention collective de travail est conclue pour une durée déterminée. Elle entre en vigueur le 1er janvier 1999 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2000.
  A partir du 1er janvier 1999, elle remplace la convention collective de travail relative à la prépension du 25 juin 1997, rendue obligatoire par arrêté royal du 8 octobre 1998 (Moniteur belge du 5 décembre 1998).
  L'article 3, § 2 de la présente convention collective de travail est valable uniquement à condition que les réglementations au sujet de la prépension à partir de 56 ans, déterminées dans l'accord interprofessionnel 1999-2000, soient reprises dans la réglementation.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 10 mai 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-05-10/42%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.