Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 AUGUSTUS 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 augustus 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid, betreffende de arbeidsvoorwaarden voor bedienden uit de kunststofverwerkende nijverheid in de provincie West-Vlaanderen (Overeenkomst geregistreerd op 1 december 1999 onder het nummer 53097/CO/207).
Titre
3 AOUT 1999. - Convention collective de travail du 3 août 1999, conclue au sein de la Commission paritaire pour employés de l'industrie chimique, relative aux conditions de travail pour employés de l'industrie transformatrice de matières plastiques de la province de Flandre occidentale (Convention enregistrée le 1er décembre 1999 sous le numéro 53097/CO/207).
Dokumentinformationen
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 8 december 1998 en van het nationaal sectoraal akkoord 1999-2000 betreffende loonkosten ontwikkeling, permanente vorming en tewerkstelling voor bedienden uit de scheikundige nijverheid van 8 maart 1999.
Article 1. La présente convention collective de travail est conclue en exécution de l'accord interprofessionnel du 8 décembre 1998 et de l'accord sectoriel national 1999-2000 du 8 mars 1999 pour les employés de l'industrie chimique relatif à l'évolution du coût salarial, à la formation permanente et à l'emploi.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE II. - Champ d'application.
Art.2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de baremieke bedienden in de ondernemingen gelegen in de provincie West-Vlaanderen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid uit hoofde van hun bedrijvigheid inzake verwerking van kunststof.
Art.2. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux employés barémisés des entreprises qui sont établies dans la province de Flandre occidentale et qui ressortissent à la Commission paritaire pour employés de l'industrie chimique du chef de leur activité en matière de transformation de matières plastiques.
HOOFDSTUK III. - Geldigheidsduur.
CHAPITRE III. - Durée de validité.
Art.3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 1999 en houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2001, met uitzondering van artikel 5 § 1 dat geldig is van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 en artikel 5 § 2 dat geldig is van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2000.
Art.3. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er juillet 1999 et cesse d'être en vigueur le 30 juin 2001, à l'exception de l'article 5 § 1er qui est valable du 1er janvier 2000 au 31 décembre 2001 et de l'article 5 § 2 qui est valable du 1er janvier 1999 au 31 décembre 2000.
HOOFDSTUK IV. - Werkzekerheid.
CHAPITRE IV. - Sécurité d'emploi.
Art.4. De werkgevers zullen tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst de gevoerde tewerkstellingspolitiek verderzetten. Ingeval van ontslagen wegens economische redenen zal informatie verstrekt worden aan de syndicale afvaardiging, of bij ontstentenis ervan aan de ondernemingsraad, of bij ontstentenis ervan aan het comité voor preventie en bescherming. Bij deze gelegenheid zullen mogelijke alternatieven om ontslagen te vermijden besproken worden.
Art.4. Les employeurs poursuivront pendant la durée de la présente convention collective de travail la politique pour l'emploi menée jusqu'à présent. Dans le cas de licenciements pour raisons économiques, information sera donnée à la délégation syndicale, ou, à défaut, au conseil d'entreprise, ou, à défaut, au comité pour la prévention et la protection. A cette occasion, d'éventuelles alternatives seront discutées afin d'éviter des licenciements.
HOOFDSTUK V. - Brugpensioen - Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad.
CHAPITRE V. - Prépension - Convention collective de travail n° 17 du Conseil national du travail.
Art.5. § 1. Voor de periode gaande van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 wordt de mogelijkheid om met brugpensioen te gaan aan de voorwaarden van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, verlengd en beperkt tot de bedienden die, tijdens hogervermelde periode 58 jaar en meer worden. Dit artikel is slechts geldig voor zover de huidige nationale regelingen van kracht blijven.
  § 2. In toepassing van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op 4 mei 1999 in de schoot van het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid en voor de periode beperkt tussen 1 januari 1999 en 31 december 2000, wordt de brugpensioenregeling, zoals voorzien in hogervermelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, uitgebreid tot de bedienden die :
  1° de leeftijd van 56 jaar of meer hebben bereikt of zullen bereiken uiterlijk op 31 december 2000;
  2° voldoen aan de terzake geldende voorwaarden voorzien in Hoofdstuk III, Afdeling IV, Onderafdeling 3 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid en houdende diverse bepalingen : bijgevolg zullen de betrokken bedienden een beroepsverleden als loontrekkende van 33 jaar moeten kunnen rechtvaardigen evenals minstens 20 jaar gewerkt te hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 gesloten op 23 maart 1990 in de Nationale Arbeidsraad.
  De procedures en modaliteiten terzake zijn deze die door hogervermelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 en door hoger vermelde sectorale collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op 4 mei 1999, voorzien zijn.
Art.5. § 1er. Pour la période allant du 1er janvier 2000 jusqu'au 31 décembre 2001, la possibilité de prendre la prépension aux conditions de la convention collective de travail n° 17 est prorogée, et limitée aux employés qui, pendant la période susmentionnée, ont atteint l'âge de 58 ans ou plus. Cet article n'est valable qu'à condition que les dispositions nationales actuelles restent en vigueur.
  § 2. En application de la convention collective de travail sectorielle conclue le 4 mai 1999 en Commission paritaire pour employés de l'industrie chimique et pour une période limitée du 1er janvier 1999 au 31 décembre 2000, le régime de prépension prévu par la convention collective de travail n° 17 précitée est étendu aux employés qui :
  1° ont atteint l'âge de 56 ans ou plus, ou l'atteindront au plus tard le 31 décembre 2000;
  2° satisfont aux conditions prévues en la matière par le Chapitre III, Section IV, Sous-section 3 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi et portant des dispositions diverses : en conséquence, les employés concernés devront pouvoir justifier de 33 ans de carrière professionnelle comme salarié et avoir travaillé au moins 20 ans dans un régime de travail tel que défini à l'article 1er de la convention collective de travail n° 46 conclue le 23 mars 1990 au Conseil national du travail.
  Les procédures et modalités en la matière sont celles prévues par la convention collective de travail n° 17 précitée et par la convention collective de travail sectorielle précitée conclue le 4 mai 1999.
HOOFDSTUK VI. - Maatregelen inzake tewerkstelling/vorming.
CHAPITRE VI. - Mesures concernant l'emploi/la formation.
Art.6. § 1. Voor de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt het recht op volledige of halftijdse loopbaanonderbreking voor familiale redenen, binnen de wettelijke bepalingen, toegekend naar rato van maximum 3 pct. van het bediendenbestand van de onderneming.
  § 2. Voor de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt het recht op halftijdse loopbaanonderbreking toegekend vanaf de leeftijd van 50 jaar en dit bovenop hetgeen bepaald is in § 1.
  § 3. Voor de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt de mogelijkheid voorzien tot het opnemen van een halftijdse loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar en mits de toekenning van een bruto bestaanszekerheidsvergoeding van 5 000 BEF per maand ten laste van de werkgever. Deze vergoeding wordt betaald tot op het ogenblik van het bereiken van de leeftijd van 60 jaar.
  § 4. Voor de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt het recht op halftijdse arbeid met verhoudingsgewijs behoud van inkomen toegekend naar rato van maximum 3 pct. van het bediendenbestand.
  § 5. De invoering van de maatregelen voorzien in bovenvermelde paragrafen mag geen verstoring van de arbeidsorganisatie met zich meebrengen en dient rekening te houden met de mogelijkheden tot vervanging.
  § 6. Voor de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt een inspanning voor vorming gedaan met als streefdoel 1,1 pct. van de loonmassa voor het geheel van de betrokken ondernemingen. Er wordt zowel voor de interne als voor de externe beroepsopleiding gestreefd naar de mogelijkheid om dit voor alle categorieën van het bediendenpersoneel te voorzien. Er wordt een jaarlijkse evaluatie en mededeling van de vooruitzichten voorzien in de ondernemingsraad of bij ontstentenis met de syndicale afvaardiging.
Art.6. § 1er. Pour la durée de la présente convention collective de travail est instauré, dans le cadre des dispositions légales, à concurrence de maximum 3 p.c. de l'effectif employé, le droit à l'interruption complète ou à mi-temps de la carrière pour raisons familiales.
  § 2. Pour la durée de la présente convention collective de travail est instauré le droit à l'interruption à mi-temps de la carrière à partir de l'âge de 50 ans, et ce en plus de ce qui est déterminé au § 1er.
  § 3. Pour la durée de la présente convention collective de travail est prévue la possibilité d'interruption à mi-temps de la carrière à partir de l'âge de 55 ans, et ce moyennant l'attribution d'une indemnité de sécurité d'existence brute de 5 000 BEF par mois à charge de l'employeur. Cette indemnité est payée jusqu'à l'âge de 60 ans.
  § 4. Pour la durée de la présente convention collective de travail est instauré, à concurrence de maximum 3 p.c. de l'effectif employé, le droit au travail à mi-temps, avec maintien proportionnel du revenu.
  § 5. L'introduction des mesures prévues aux paragraphes précédents ne peut entraîner de perturbation dans l'organisation du travail et doit tenir compte des possibilités de remplacement.
  § 6. Pour la durée de la présente convention collective de travail est consenti un effort pour la formation dans le but d'atteindre 1,1 p.c. de la masse salariale pour l'ensemble des entreprises concernées. Il est, tant pour la formation professionnelle interne que pour la formation professionnelle externe, tendu vers la possibilité d'en prévoir pour toutes les catégories du personnel employé. Est prévue une évaluation annuelle et une communication des perspectives au conseil d'entreprise, ou, à défaut, à la délégation syndicale.
HOOFDSTUK VII. - Koopkracht.
CHAPITRE VII. - Pouvoir d'achat.
Art.7. § 1. Er wordt een verhoging van de maandwedde toegepast van 1,25 pct. in 1999 en van 1,25 pct. in 2000.
  § 2. Deze verhogingen worden toegepast op de datum die gebruikelijk is in de onderneming of bij gebrek aan een vast gebruik, per 1 oktober 1999 voor het jaar 1999 en per 1 juli 2000 voor het jaar 2000.
  § 3. Weddeverhogingen die reeds in 1999 werden toegekend of die voor het jaar 2000 voor 1 juli 2000 worden betaald, worden beschouwd als voorafbetaling en komen in mindering van hoger vermelde verhogingen.
  § 4. Weddeverhogingen die enkel steunen op de verplichting om het minimumbarema van de scheikundige nijverheid te eerbiedigen, komen niet in mindering van de in § 1 vermelde bedragen.
  § 5. De weddeverhoging, zoals bepaald door artikel 6 van het nationaal sectoraal akkoord van 8 maart 1999, wordt door de weddeverhoging voorzien in § 1 vervangen.
Art.7. § 1er. Une augmentation de l'appointement mensuel de 1,25 p.c. en 1999 et de 1,25 p.c. en 2000 est appliquée.
  § 2. Ces augmentations sont appliquées à la date habituelle dans l'entreprise ou, à défaut d'un usage fixe, à partir du 1er octobre 1999 pour l'année 1999 et à partir du 1er juillet 2000 pour l'année 2000.
  § 3. Les augmentations d'appointements qui ont déjà été octroyées en 1999 ou qui sont payées avant le 1er juillet 2000 pour l'année 2000, sont considérées comme une avance et viennent en déduction des augmentations précitées.
  § 4. Les augmentations d'appointements qui reposent seulement sur l'obligation de respecter le barème minimum de l'industrie chimique ne viennent pas en déduction des montants mentionnés au § 1er.
  § 5. L'augmentation d'appointements définie à l'article 6 de l'accord national sectoriel du 8 mars 1999 est remplacée par l'augmentation d'appointements prévue au § 1er.
HOOFDSTUK VIII. - Anciënniteitsverlof.
CHAPITRE VIII. - Congé d'ancienneté.
Art.8. Als voorafname op een eventueel toekomstige arbeidsduurverkorting onder welke vorm ook, wordt er ter vervanging van de bestaande betaalde vrije dag na 15 jaar anciënniteit in de onderneming, één betaalde vrije dag toegekend per kalenderjaar aan de bedienden vanaf 10 jaar anciënniteit in de onderneming, en blijft de bijkomende betaalde vrije dag toegekend per kalenderjaar aan de bedienden vanaf 20 jaar anciënniteit in de onderneming van toepassing (totaal, maximum 2 betaalde vrije dagen per kalenderjaar).
  Deze dag wordt in mindering gebracht van reeds bestaande gelijkaardige voordelen.
Art.8. A valoir sur toute réduction éventuelle future de la durée du travail, sous quelque forme que ce soit, il est accordé, en remplacement du jour de congé payé existant après 15 ans d'ancienneté dans l'entreprise, un jour de congé payé par année civile aux employés ayant 10 ans d'ancienneté dans l'entreprise; le jour de congé payé supplémentaire accordé par année civile aux employés ayant 20 ans d'ancienneté dans l'entreprise demeure d'application (au total, maximum 2 jours de congé payés par année civile).
  Ce jour est porté en déduction des avantages équivalents déjà existants.
HOOFDSTUK IX. - Klein verlet.
CHAPITRE IX. - Petit chômage.
Art.9. Voortaan zullen vanaf 1 juli 1999 voor de regeling van klein verlet de samenwonenden gelijkgesteld worden met gehuwden mits voorlegging van een attest van samenwonenden, afgeleverd door de gemeente van de woonplaats.
Art.9. Désormais, les cohabitants seront, à partir du 1er juillet 1999, assimilés aux mariés pour le règlement du petit chômage, et ce moyennant la fourniture d'une attestation de cohabitants, délivrée par la commune du domicile.
HOOFDSTUK X. - Uitzendarbeid.
CHAPITRE X. - Travail intérimaire.
Art.10. Onverminderd de wettelijke bepalingen terzake, wordt de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging driemaandelijks ingelicht over de tewerkstelling van uitzendkrachten, beoogd door hoofdstuk II van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, welke in hoofdzaak hoofdarbeid verrichten.
  De te verstrekken informatie betreft volgende punten :
  - het aantal uitzendkrachten per afdeling;
  - de reden van tewerkstelling;
  - de opdeling van het aantal uitzendkrachten in de onderneming volgens ononderbroken tewerkstellingsduur in de onderneming volgens het volgende schema : minder dan drie maanden, tussen drie en zes maanden, tussen zes en twaalf maanden, tussen twaalf en achttien maanden, en vanaf achttien maanden en meer.
Art.10. Sans préjudice des dispositions légales en la matière, le conseil d'entreprise, ou à défaut, la délégation syndicale, sera informé chaque trimestre concernant le travail intérimaire, tels que visés par le chapitre II de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, dont l'activité est principalement intellectuelle.
  L'information à fournir comporte les points suivants :
  - le nombre d'intérimaires par section;
  - la raison invoquée pour leur emploi;
  - la répartition du nombre d'intérimaires dans l'entreprise par durée d'occupation ininterrompue dans l'entreprise selon le schéma suivant : moins de trois mois, entre trois et six mois, entre six et douze mois, entre douze et dix-huit mois, et à partir de dix-huit mois et plus.
HOOFDSTUK XI. - Bestaande overeenkomsten en sociale vrede.
CHAPITRE XI. - Conventions existantes et paix sociale.
Art. 11. Voor zover deze collectieve arbeidsovereenkomst de bestaande overeenkomsten niet wijzigt blijven deze behouden. De sociale vrede blijft gewaarborgd.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 mei 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-05-10/70%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 11. Pour autant que la présente convention collective de travail ne modifie pas les avantages existants, ceux-ci sont maintenus. La paix sociale demeure garantie.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 10 mai 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-05-10/70%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.