Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 JUNI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters (Overeenkomst geregistreerd op 28 januari 2000 onder het nummer 53749/CO/128.03).
Titre
9 JUIN 1997. - Convention collective de travail du 9 juin 1997, conclue au sein de la Sous-commission paritaire de la maroquinerie, relative aux conditions de travail des ouvriers et ouvrières (Convention enregistrée le 28 janvier 2000 sous le numéro 53749/CO/128.03).
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Toepassingsgebied.
Classificatie van de functies.
Lonen.
Art.6. De jonge werklieden die houder zijn van ...
Art.7. De stuk- of premielonen worden vastgeste...
Art.8. De werklieden genieten van een getrouwhe...
Art.10. Al de wijzigingen welke aan de lonen wo...
Art.18. De uitkeringen voor bestaanszekerheid w...
Art.21. Indien bedrijven in moeilijke economisc...
Art.25. Onverminderd de bepalingen van deze col...
Inhoud
Classification des fonctions.
Salaires.
Art.6. Les jeunes ouvriers qui sont en possessi...
Art.7. Les salaires à la pièce ou à la prime so...
Art.8. Les ouvriers bénéficient d'une prime de ...
Art.10. Toutes les modifications apportées aux ...
Art.18. Les allocations de sécurité d'existence...
Art.21. Si des entreprises connaissent des circ...
Art.25. Sans préjudice des dispositions de la p...
Tekst (36)
Texte (35)
Toepassingsgebied.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers des entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire de la maroquinerie.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de ondernemingen welke onder het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk ressorteren.
Classification des fonctions.
Classificatie van de functies.
Art.2. La classification des fonctions est fixée comme suit :
Art.2. De classificatie van de functies wordt als volgt vastgesteld :
Salaires.
Lonen.
Art. 3. Les salaires horaires minimums sont fixés comme suit au 1er avril 1997 pour un régime de travail de 38 heures :
Art. 3. De minimumuurlonen worden op 1 april 1997 als volgt vastgesteld in een arbeidstijdregeling van 38 uur per week :
Art. 4. Les salaires horaires minimums des ouvriers mineurs d'âge sont fixés aux pourcentages suivants des salaires définis à l'article 3 :
Categorieen BEF
1 334,40
2 313,60
3 303,55
4 293,35
5 282,95
6 272,75
1 334,40
2 313,60
3 303,55
4 293,35
5 282,95
6 272,75
Ages Pourcentages
16 ans 60 p.c.
16 1/2 ans 65 p.c.
17 ans 70 p.c.
17 1/2 ans 75 p.c.
18 ans 80 p.c.
18 1/2 ans 85 p.c.
19 ans 90 p.c.
19 1/2 ans 95 p.c.
20 ans 100 p.c.
16 ans 60 p.c.
16 1/2 ans 65 p.c.
17 ans 70 p.c.
17 1/2 ans 75 p.c.
18 ans 80 p.c.
18 1/2 ans 85 p.c.
19 ans 90 p.c.
19 1/2 ans 95 p.c.
20 ans 100 p.c.
De minimumuurlonen en de werkelijk betaalde uurlonen worden verhoogd met 3 BEF op 1 juni 1997 en met 2 BEF op 1 februari 1998.
-
Art. 4. De minimumuurlonen van de minderjarige werklieden worden aan de volgende percentages van de bij artikel 3 bepaalde lonen vastgesteld :
Art.4. Les salaires horaires minimums des ouvriers mineurs d'âge sont fixés aux pourcentages suivants des salaires définis à l'article 3 : Ages Pourcentages 16 ans 60 p.c. 16 1/2 ans 65 p.c. 17 ans 70 p.c. 17 1/2 ans 75 p.c. 18 ans 80 p.c. 18 1/2 ans 85 p.c. 19 ans 90 p.c. 19 1/2 ans 95 p.c. 20 ans 100 p.c.
Leeftijden Percentages
Änderungen
16 jaar 60 pct.
16 1/2 jaar 65 pct.
17 jaar 70 pct.
17 1/2 jaar 75 pct.
18 jaar 80 pct.
18 1/2 jaar 85 pct.
19 jaar 90 pct.
19 1/2 jaar 95 pct.
20 jaar 100 pct.
----------------------------------
-
Art.4. De minimumuurlonen van de minderjarige werklieden worden aan de volgende percentages van de bij artikel 3 bepaalde lonen vastgesteld : Leeftijden Percentages
Änderungen
16 jaar 60 pct. 16 1/2 jaar 65 pct. 17 jaar 70 pct. 17 1/2 jaar 75 pct. 18 jaar 80 pct. 18 1/2 jaar 85 pct. 19 jaar 90 pct. 19 1/2 jaar 95 pct. 20 jaar 100 pct. ----------------------------------
Art.5. Les travailleurs à domicile, travaillant soit à l'heure, soit à la pièce, ont droit, suivant leur âge et la catégorie à laquelle ils appartiennent, aux salaires horaires minimums ci-dessus, majorés de 10 p.c.
Art. 6. De jonge werklieden die houder zijn van een einddiploma dat is uitgereikt door een vakschool voor marokijnwerk of die avondschool volgen, hebben recht op het loon van die welke één jaar ouder zijn dan zij.
Art.6. Les jeunes ouvriers qui sont en possession d'un diplôme délivré par une école professionnelle de la maroquinerie ou qui fréquentent les cours du soir ont droit au salaire de leurs aînés d'un an.
Art.6. De jonge werklieden die houder zijn van een einddiploma dat is uitgereikt door een vakschool voor marokijnwerk of die avondschool volgen, hebben recht op het loon van die welke één jaar ouder zijn dan zij.
Art. 7. Les salaires à la pièce ou à la prime sont établis sur la base de la production par heure de travail et ne peuvent être inférieurs aux salaires prévus à l'article 3, majorés de 10 p.c.
Art. 7. De stuk- of premielonen worden vastgesteld op grond van de produktie per uur arbeid en mogen niet lager zijn dan de bij artikel 3 vastgestelde lonen, verhoogd met 10 pct.
Art.7. Les salaires à la pièce ou à la prime sont établis sur la base de la production par heure de travail et ne peuvent être inférieurs aux salaires prévus à l'article 3, majorés de 10 p.c.
Art.7. De stuk- of premielonen worden vastgesteld op grond van de produktie per uur arbeid en mogen niet lager zijn dan de bij artikel 3 vastgestelde lonen, verhoogd met 10 pct.
Art. 8. Les ouvriers bénéficient d'une prime de fidélité de cinquante centimes par heure par dix années de présence dans la même entreprise.
Art. 8. De werklieden genieten van een getrouwheidspremie van vijftig centiemen per uur per tien jaar aanwezigheid in dezelfde onderneming.
Art.8. Les ouvriers bénéficient d'une prime de fidélité de cinquante centimes par heure par dix années de présence dans la même entreprise.
Art.8. De werklieden genieten van een getrouwheidspremie van vijftig centiemen per uur per tien jaar aanwezigheid in dezelfde onderneming.
Art. 9. Les salaires sont majorés de 10 p.c. lorsque le travail est organisé par équipes. Le travail à mi-temps des ouvriers n'est pas considéré comme travail en équipes.
Art. 9. De lonen worden met 10 pct. verhoogd wanneer het werk met ploegen wordt verricht. De arbeid met halve dagtaak van de werklieden wordt niet als ploegenarbeid beschouwd.
Art.9. Les salaires sont majorés de 10 p.c. lorsque le travail est organisé par équipes. Le travail à mi-temps des ouvriers n'est pas considéré comme travail en équipes.
Art.9. De lonen worden met 10 pct. verhoogd wanneer het werk met ploegen wordt verricht. De arbeid met halve dagtaak van de werklieden wordt niet als ploegenarbeid beschouwd.
Art.10. Toutes les modifications apportées aux salaires sont appliquées à l'ouverture de la première période de compte qui suit la date indiquée.
Art.10. Al de wijzigingen welke aan de lonen worden aangebracht, worden toegepast bij de aanvang van de eerste periode van afrekening welke op de vastgestelde datum volgt.
Art. 11. Les dispositions en matière de sécurité d'existence s'appliquent également aux travailleurs à domicile. Ils ne s'appliquent pas aux ouvriers n'ayant pas une année de travail dans la même entreprise ni à ceux liés par un contrat de travail prévoyant une clause d'essai, pour une durée déterminée ou par un contrat de remplacement d'un ouvrier malade ou appelé sous les armes.
Art. 11. De beschikkingen inzake bestaanszekerheid zijn ook van toepassing op de huisarbeiders. Zij zijn niet van toepassing op de werklieden die geen jaar dienst hebben in dezelfde onderneming of op degenen die zijn verbonden door een arbeidsovereenkomst met een beding van proeftijd, voor een bepaalde tijd of door een overeenkomst ter vervanging van een zieke of onder de wapens geroepen werkman.
Art.11. Les dispositions en matière de sécurité d'existence s'appliquent également aux travailleurs à domicile. Ils ne s'appliquent pas aux ouvriers n'ayant pas une année de travail dans la même entreprise ni à ceux liés par un contrat de travail prévoyant une clause d'essai, pour une durée déterminée ou par un contrat de remplacement d'un ouvrier malade ou appelé sous les armes.
Art.11. De beschikkingen inzake bestaanszekerheid zijn ook van toepassing op de huisarbeiders. Zij zijn niet van toepassing op de werklieden die geen jaar dienst hebben in dezelfde onderneming of op degenen die zijn verbonden door een arbeidsovereenkomst met een beding van proeftijd, voor een bepaalde tijd of door een overeenkomst ter vervanging van een zieke of onder de wapens geroepen werkman.
Art. 13. Lorsqu'il n'est pas possible d'éviter le chômage, les employeurs instaurent un système de mise en chômage par roulement ou par groupe en tenant compte de l'assiduité de chaque ouvrier intéressé.
Art. 13. Wanneer het onmogelijk is werkloosheid te voorkomen, voeren de werkgevers een werkloosheidsstelsel met beurtregeling of per groep in, rekening houdend met de regelmatige aanwezigheid van iedere betrokken werkman.
Art. 14. Les ouvriers mis en chômage partiel ont droit à une allocation de sécurité d'existence, à charge de l'employeur, par journée de chômage.
Cette allocation n'est pas due lorsque le chômage résulte du fait d'un cas de force majeure.
Cette allocation n'est pas due lorsque le chômage résulte du fait d'un cas de force majeure.
Art. 14. De gedeeltelijke werkloos gestelde werklieden hebben ten laste van de werkgever recht op een bestaanszekerheidsuitkering per dag werkloosheid.
Deze uitkering is niet verschuldigd wanneer de werkloosheid te wijten is aan een geval van overmacht.
Deze uitkering is niet verschuldigd wanneer de werkloosheid te wijten is aan een geval van overmacht.
Art.14. Les ouvriers mis en chômage partiel ont droit à une allocation de sécurité d'existence, à charge de l'employeur, par journée de chômage.
Cette allocation n'est pas due lorsque le chômage résulte du fait d'un cas de force majeure.
Cette allocation n'est pas due lorsque le chômage résulte du fait d'un cas de force majeure.
Art.14. De gedeeltelijke werkloos gestelde werklieden hebben ten laste van de werkgever recht op een bestaanszekerheidsuitkering per dag werkloosheid.
Deze uitkering is niet verschuldigd wanneer de werkloosheid te wijten is aan een geval van overmacht.
Deze uitkering is niet verschuldigd wanneer de werkloosheid te wijten is aan een geval van overmacht.
Art. 16. En cas de chômage temporaire, la totalité des ouvriers/ouvrières a droit à une indemnité de sécurité d'existence pendant un nombre déterminé de jours par année civile, qui - par souci de solidarité - est collectivisé, mais moyennant la constitution d'un pool et tout en sauvegardant le droit pour chacun et ce également en fin d'année si un ouvrier devenait à ce moment-là pour la première fois chômeur temporaire, comme suit jusqu'à épuisement au niveau de l'entreprise :
- 66 jours au maximum x nombre de travailleurs en service au 1er janvier de l'année civile.
- 66 jours au maximum x nombre de travailleurs en service au 1er janvier de l'année civile.
Art. 16. In geval van tijdelijke werkloosheid heeft de totaliteit van de arbeiders/arbeidsters recht op bestaanszekerheidsvergoeding gedurende een aantal dagen per kalenderjaar dat - uit solidariteitsoverwegingen - wordt gecollectiviseerd, doch in poolvorming en met vrijwaring van het recht voor iedereen, ook op het einde van het jaar indien een werkman dan ook voor het eerst tijdelijk werkloos zou worden, tot uitputting als volgt op het vlak van de onderneming :
- 66 dagen maximum x het aantal werknemers in dienst op 1 januari van het kalenderjaar.
- 66 dagen maximum x het aantal werknemers in dienst op 1 januari van het kalenderjaar.
Art.16. En cas de chômage temporaire, la totalité des ouvriers/ouvrières a droit à une indemnité de sécurité d'existence pendant un nombre déterminé de jours par année civile, qui - par souci de solidarité - est collectivisé, mais moyennant la constitution d'un pool et tout en sauvegardant le droit pour chacun et ce également en fin d'année si un ouvrier devenait à ce moment-là pour la première fois chômeur temporaire, comme suit jusqu'à épuisement au niveau de l'entreprise :
- 66 jours au maximum x nombre de travailleurs en service au 1er janvier de l'année civile.
- 66 jours au maximum x nombre de travailleurs en service au 1er janvier de l'année civile.
Art.16. In geval van tijdelijke werkloosheid heeft de totaliteit van de arbeiders/arbeidsters recht op bestaanszekerheidsvergoeding gedurende een aantal dagen per kalenderjaar dat - uit solidariteitsoverwegingen - wordt gecollectiviseerd, doch in poolvorming en met vrijwaring van het recht voor iedereen, ook op het einde van het jaar indien een werkman dan ook voor het eerst tijdelijk werkloos zou worden, tot uitputting als volgt op het vlak van de onderneming :
- 66 dagen maximum x het aantal werknemers in dienst op 1 januari van het kalenderjaar.
- 66 dagen maximum x het aantal werknemers in dienst op 1 januari van het kalenderjaar.
Art.17. L'employeur a le droit, avant de mettre un ou plusieurs ouvriers en chômage, de leur proposer leur transfert dans une autre section de l'entreprise, moyennant le maintien du salaire habituel pendant la période de chômage, laquelle ne peut excéder trois mois. Après cette période de trois mois, les ouvriers sont payés au salaire conventionnel correspondant à leur nouvelle fonction. Si les ouvriers refusent ce transfert, ils ne bénéficient pas de l'allocation prévue aux articles 14 et 15.
Art.17. De werkgever heeft het recht alvorens een of meer werklieden werkloos te stellen, hen voor te stellen naar een andere afdeling van de onderneming over te gaan, met het behoud van het gewoon loon gedurende de werkloosheidsperiode, welke geen drie maanden mag overschrijden. Na deze periode van drie maanden, worden de werklieden betaald tegen het regelingsloon dat met hun nieuw werk overeenstemt. Indien de werklieden deze overplaatsing weigeren, genieten zij de in de artikelen 14 en 15 bedoelde uitkering niet.
Art.18. Les allocations de sécurité d'existence sont payées au jour habituel de paie.
Art.18. De uitkeringen voor bestaanszekerheid worden op de gebruikelijke betaaldag uitbetaald.
Art. 19. Les problèmes du niveau de la stabilité et de la sécurité de l'emploi dans les entreprises qui ressortissent à la Sous-commission paritaire de la maroquinerie, font l'objet des préoccupations patronales et syndicales à tous les niveaux.
Art. 19. De problemen inzake de stand van de werkgelegenheid en de vastheid van betrekking in de ondernemingen welke onder het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk ressorteren, zijn het voorwerp van de bezorgdheid van de werkgevers en de vakorganisaties op alle niveaus.
Art. 20. Considérant que, dans la situation économique présente, le problème de l'emploi constitue une préoccupation prioritaire, affirmant la volonté commune de suivre une politique de l'emploi qui réponde à cette préoccupation, les employeurs, ressortissant à la Sous-commission paritaire de la maroquinerie, s'engagent :
- à ne procéder à la fermeture d'entreprises qu'après épuisement de tous les autres moyens;
- à ne procéder à des licenciements collectifs de membres du personnel pour des raisons conjoncturelles qu'après épuisement de tous les autres moyens;
- à veiller, dans le cas où ces mesures ne pourraient être évitées, au respect des obligations légales et conventionnelles nationales et sectorielles.
- à ne procéder à la fermeture d'entreprises qu'après épuisement de tous les autres moyens;
- à ne procéder à des licenciements collectifs de membres du personnel pour des raisons conjoncturelles qu'après épuisement de tous les autres moyens;
- à veiller, dans le cas où ces mesures ne pourraient être évitées, au respect des obligations légales et conventionnelles nationales et sectorielles.
Art. 20. Overwegende dat in de huidige economische toestand, het probleem van de tewerkstelling een prioritaire bezorgdheid is, de gemeenschappelijke wil bevestigend om inzake de tewerkstelling een beleid te voeren dat beantwoordt aan deze bezorgdheid, verbinden de werkgevers, die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk, zich ertoe :
- niet over te gaan tot sluiting van ondernemingen tenzij na uitputting van alle andere middelen;
- niet over te gaan tot collectieve ontslagen van personeelsleden om conjuncturele redenen tenzij na uitputting van alle andere middelen;
- ingeval deze maatregelen niet kunnen worden vermeden, te waken over het naleven van de wettelijke en bedongen verplichtingen op nationaal niveau en op het niveau van de sector.
- niet over te gaan tot sluiting van ondernemingen tenzij na uitputting van alle andere middelen;
- niet over te gaan tot collectieve ontslagen van personeelsleden om conjuncturele redenen tenzij na uitputting van alle andere middelen;
- ingeval deze maatregelen niet kunnen worden vermeden, te waken over het naleven van de wettelijke en bedongen verplichtingen op nationaal niveau en op het niveau van de sector.
Art.20. Considérant que, dans la situation économique présente, le problème de l'emploi constitue une préoccupation prioritaire, affirmant la volonté commune de suivre une politique de l'emploi qui réponde à cette préoccupation, les employeurs, ressortissant à la Sous-commission paritaire de la maroquinerie, s'engagent :
- à ne procéder à la fermeture d'entreprises qu'après épuisement de tous les autres moyens;
- à ne procéder à des licenciements collectifs de membres du personnel pour des raisons conjoncturelles qu'après épuisement de tous les autres moyens;
- à veiller, dans le cas où ces mesures ne pourraient être évitées, au respect des obligations légales et conventionnelles nationales et sectorielles.
- à ne procéder à la fermeture d'entreprises qu'après épuisement de tous les autres moyens;
- à ne procéder à des licenciements collectifs de membres du personnel pour des raisons conjoncturelles qu'après épuisement de tous les autres moyens;
- à veiller, dans le cas où ces mesures ne pourraient être évitées, au respect des obligations légales et conventionnelles nationales et sectorielles.
Art.20. Overwegende dat in de huidige economische toestand, het probleem van de tewerkstelling een prioritaire bezorgdheid is, de gemeenschappelijke wil bevestigend om inzake de tewerkstelling een beleid te voeren dat beantwoordt aan deze bezorgdheid, verbinden de werkgevers, die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk, zich ertoe :
Art.21. Si des entreprises connaissent des circonstances économiques difficiles et qu'elles doivent procéder à des licenciements, il y a lieu d'en informer le conseil d'entreprise, à défaut de ce dernier, la délégation syndicale.
Art.21. Indien bedrijven in moeilijke economische omstandigheden verkeren en dienen over te gaan tot afdankingen, dient dit meegedeeld te worden aan de ondernemingsraad, bij ontstentenis hiervan aan de syndicale delegatie.
Art. 22. Les ouvriers et travailleurs à domicile réguliers liés au moins douze mois par un contrat de travail, ont droit à une prime de fin d'année égale à 120 fois le salaire horaire minimum de leur catégorie, gagné au cours du mois de novembre, selon le salaire horaire péréquaté sur la base de la semaine de 38 heures.
Art. 22. De werklieden en regelmatige huisarbeiders die minstens twaalf maanden door een arbeidsovereenkomst zijn gebonden, hebben recht op een eindejaarspremie gelijk aan 120 maal het minimum-uurloon van hun categorie, verdiend in de loop van de maand november, volgens het geperekwateerde uurloon op basis van de 38-urenweek.
Art. 23. Le montant de la prime de fin d'année des ouvriers entrés ou sortis dans le courant de l'année, à l'exception de ceux licenciés pour motifs graves, est égal à autant de fois un douzième du montant fixé à l'article 22 qu'ils comptent de mois de service dans l'entreprise pendant cette année.
En cas d'engagement avant le 16 du mois, ce mois est assimilé à un mois complet d'occupation.
Le mois au cours duquel le contrat de travail prend fin est assimilé à un mois complet d'occupation, pour autant que le contrat prenne fin après le 15 du mois.
Les mois suivants sont non assimilés à des prestations effectives :
a) les absences de plus de 12 mois dues à une maladie professionnelle, un accident de travail ou un accident survenu sur le chemin du domicile au lieu de travail ou vice versa;
b) les absences de plus de 6 mois résultant d'une maladie ou d'un repos d'accouchement;
c) les périodes d'interruption de carrière complète.
En cas d'engagement avant le 16 du mois, ce mois est assimilé à un mois complet d'occupation.
Le mois au cours duquel le contrat de travail prend fin est assimilé à un mois complet d'occupation, pour autant que le contrat prenne fin après le 15 du mois.
Les mois suivants sont non assimilés à des prestations effectives :
a) les absences de plus de 12 mois dues à une maladie professionnelle, un accident de travail ou un accident survenu sur le chemin du domicile au lieu de travail ou vice versa;
b) les absences de plus de 6 mois résultant d'une maladie ou d'un repos d'accouchement;
c) les périodes d'interruption de carrière complète.
Art. 23. Het bedrag van de eindejaarspremie van de werklieden die in de loop van het jaar in of uit dienst treden, uitgezonderd degenen die om dringende redenen zijn ontslagen, is gelijk aan zoveel maal één twaalfde van het in artikel 22 vastgestelde bedrag als zij gedurende dat jaar maanden dienst in de onderneming tellen.
In geval van aanwerving vóór de 16e van de maand, wordt deze maand gelijkgesteld met een volledige maand tewerkstelling.
De maand tijdens dewelke de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, wordt gelijkgesteld met een volledige maand tewerkstelling, voor zover de overeenkomst eindigt na de 15e van de maand.
De volgende maanden worden niet gelijkgesteld met werkelijke arbeid :
a) de afwezigheden van meer dan 12 maanden te wijten aan een beroepsziekte, een arbeidsongeval of ongeval overkomen op de weg naar of van het werk;
b) de afwezigheden van meer dan 6 maanden wegens ziekte of zwangerschapsverlof;
c) de perioden van volledige loopbaanonderbreking.
In geval van aanwerving vóór de 16e van de maand, wordt deze maand gelijkgesteld met een volledige maand tewerkstelling.
De maand tijdens dewelke de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, wordt gelijkgesteld met een volledige maand tewerkstelling, voor zover de overeenkomst eindigt na de 15e van de maand.
De volgende maanden worden niet gelijkgesteld met werkelijke arbeid :
a) de afwezigheden van meer dan 12 maanden te wijten aan een beroepsziekte, een arbeidsongeval of ongeval overkomen op de weg naar of van het werk;
b) de afwezigheden van meer dan 6 maanden wegens ziekte of zwangerschapsverlof;
c) de perioden van volledige loopbaanonderbreking.
Art.23. Le montant de la prime de fin d'année des ouvriers entrés ou sortis dans le courant de l'année, à l'exception de ceux licenciés pour motifs graves, est égal à autant de fois un douzième du montant fixé à l'article 22 qu'ils comptent de mois de service dans l'entreprise pendant cette année.
En cas d'engagement avant le 16 du mois, ce mois est assimilé à un mois complet d'occupation.
Le mois au cours duquel le contrat de travail prend fin est assimilé à un mois complet d'occupation, pour autant que le contrat prenne fin après le 15 du mois.
Les mois suivants sont non assimilés à des prestations effectives :
a) les absences de plus de 12 mois dues à une maladie professionnelle, un accident de travail ou un accident survenu sur le chemin du domicile au lieu de travail ou vice versa;
b) les absences de plus de 6 mois résultant d'une maladie ou d'un repos d'accouchement;
c) les périodes d'interruption de carrière complète.
En cas d'engagement avant le 16 du mois, ce mois est assimilé à un mois complet d'occupation.
Le mois au cours duquel le contrat de travail prend fin est assimilé à un mois complet d'occupation, pour autant que le contrat prenne fin après le 15 du mois.
Les mois suivants sont non assimilés à des prestations effectives :
a) les absences de plus de 12 mois dues à une maladie professionnelle, un accident de travail ou un accident survenu sur le chemin du domicile au lieu de travail ou vice versa;
b) les absences de plus de 6 mois résultant d'une maladie ou d'un repos d'accouchement;
c) les périodes d'interruption de carrière complète.
Art.23. Het bedrag van de eindejaarspremie van de werklieden die in de loop van het jaar in of uit dienst treden, uitgezonderd degenen die om dringende redenen zijn ontslagen, is gelijk aan zoveel maal één twaalfde van het in artikel 22 vastgestelde bedrag als zij gedurende dat jaar maanden dienst in de onderneming tellen.
In geval van aanwerving vóór de 16e van de maand, wordt deze maand gelijkgesteld met een volledige maand tewerkstelling.
De maand tijdens dewelke de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, wordt gelijkgesteld met een volledige maand tewerkstelling, voor zover de overeenkomst eindigt na de 15e van de maand.
De volgende maanden worden niet gelijkgesteld met werkelijke arbeid :
a) de afwezigheden van meer dan 12 maanden te wijten aan een beroepsziekte, een arbeidsongeval of ongeval overkomen op de weg naar of van het werk;
b) de afwezigheden van meer dan 6 maanden wegens ziekte of zwangerschapsverlof;
c) de perioden van volledige loopbaanonderbreking.
In geval van aanwerving vóór de 16e van de maand, wordt deze maand gelijkgesteld met een volledige maand tewerkstelling.
De maand tijdens dewelke de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, wordt gelijkgesteld met een volledige maand tewerkstelling, voor zover de overeenkomst eindigt na de 15e van de maand.
De volgende maanden worden niet gelijkgesteld met werkelijke arbeid :
a) de afwezigheden van meer dan 12 maanden te wijten aan een beroepsziekte, een arbeidsongeval of ongeval overkomen op de weg naar of van het werk;
b) de afwezigheden van meer dan 6 maanden wegens ziekte of zwangerschapsverlof;
c) de perioden van volledige loopbaanonderbreking.
Art. 25. Sans préjudice des dispositions de la présente convention collective de travail, les conditions de salaire et de travail plus favorables, prévues par des conventions conclues au niveau local et/ou régional, sont maintenues.
Art. 25. Onverminderd de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, blijven de gunstigere loon- en arbeidsvoorwaarden welke zijn voorzien in overeenkomsten welke op lokaal en/of gewestelijk niveau zijn gesloten, behouden.
Art.25. Sans préjudice des dispositions de la présente convention collective de travail, les conditions de salaire et de travail plus favorables, prévues par des conventions conclues au niveau local et/ou régional, sont maintenues.
Art.25. Onverminderd de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, blijven de gunstigere loon- en arbeidsvoorwaarden welke zijn voorzien in overeenkomsten welke op lokaal en/of gewestelijk niveau zijn gesloten, behouden.
Art. 26. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1997 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 1998.
Art. 26. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 mei 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-05-10/74%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 mei 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-05-10/74%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
-