Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 JUNI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende het kort verzuim (Overeenkomst geregistreerd op 8 oktober 1999 onder het nummer 52520/CO/149.04). (NOTA : De wijzigingen van deze CAO, gepubliceerd vanaf 1 juli 2002, zijn niet meer opgenomen in deze tekst)
Titre
10 JUIN 1999. - Convention collective de travail du 10 juin 1999, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour le commerce du métal, relative au petit chômage (Convention enregistrée le 8 octobre 1999 sous le numéro 52520/CO/149.04). (NOTE : Les modifications de cette CCT, publiées à partir du 1er juillet 2002, ne sont plus intégrées à ce texte)
Dokumentinformationen
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers, op de werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel.
  Voor de toepassing van dit akkoord wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden en werksters.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs, ouvriers et ouvrières des entreprises relevant de la compétence de la Sous-commission paritaire pour le commerce du métal.
  Pour l'application du présent accord, on entend par "ouvriers" les ouvriers et ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Voorwerp.
CHAPITRE II. - Objet.
Art.2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in toepassing van :
  1. het koninklijk besluit betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke plichten of van burgerlijke opdrachten van 28 augustus 1963 (Belgisch Staatsblad van 11 september 1963) en alle latere wijzigingen;
  2. het koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het behoud van het normale loon van de werknemers voor de afwezigheidsdagen ter gelegenheid van bepaalde gebeurtenissen van 3 december 1974 (Belgisch Staatsblad van 23 januari 1975);
  3. de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 februari 1999 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het behoud van het normaal loon van de werknemers voor de afwezigheidsdagen ter gelegenheid van het overlijden van overgrootouders en achterkleinkinderen.
Art.2. La présente convention collective de travail est conclue en exécution de :
  1. l'arrêté royal relatif au maintien de la rémunération normale des ouvriers, des travailleurs domestiques, des employés et des travailleurs engagés pour le service des bâtiments de navigation intérieure pour les jours d'absence à l'occasion d'événements familiaux ou en vue de l'accomplissement d'obligations civiques ou de missions civiles du 28 août 1963 (Moniteur belge du 11 septembre 1963) et toute modification ultérieure;
  2. l'arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 24 octobre 1994, conclue au sein du Conseil national du travail, concernant le maintien de la rémunération normale de travailleurs pour les jours d'absence à l'occasion de certains événements familiaux du 3 décembre 1974 (Moniteur belge du 23 janvier 1975);
  3. la convention collective de travail du 10 février 1999 conclue au sein du Conseil national du travail, concernant le maintien de la rémunération normale des travailleurs pour les jours d'absence à l'occasion du décès d'arrière-grands-parents et d'arrière-petits-enfants.
HOOFDSTUK III. - Vervanging van collectieve arbeidsovereenkomsten.
CHAPITRE III. - Remplacement de conventions collectives de travail.
Art.3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 1991, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende het kort verzuim, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 28 november 1991 (Belgisch Staatsblad van 23 januari 1992).
Art.3. La présente convention collective de travail remplace la convention collective de travail du 13 mars 1991, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour le commerce du métal relative aux petits chômages, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 28 novembre 1991 (Moniteur belge du 23 janvier 1992).
HOOFDSTUK IV. - Reden en duur van de afwezigheid.
CHAPITRE IV. - Motif et durée de l'absence.
Art.4. Ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten die hierna opgesomd zijn, hebben in de in artikel 1 bedoelde werklieden het recht met behoud van hun normaal loon, van het werk afwezig te zijn voor een als volgt bepaalde duur :
  1. Huwelijk van de werkman : drie dagen te kiezen door de betrokkene.
  2. Huwelijk van een kind van de werkman of van zijn echtgeno(o)t(e), van een regelmatig door hem opgevoed kind, van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de grootmoeder, grootvader, moeder, vader, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder, van een kleinkind van de werkman, van de schoonbroeder of de schoonzuster van de echtgeno(o)t(e) van de werkman en van gelijk welk ander familielid wonend onder hetzelfde dak als dat van de werkman : de dag van het huwelijk.
  3. Priesterwijding of intrede in het klooster van een kind van de werkman of van zijn echtgeno(o)t(e), van een regelmatig door hem opgevoed kind, van een kleinkind, van een broer, zuster, schoonbroer of schoonzuster van de werkman, van een schoonbroer of een schoonzuster van de echtgeno(o)t(e) van de werkman alsmede van gelijk welk andere bloedverwant wonend onder hetzelfde dak als dat van de werkman : de dag van de plechtigheid.
  4. Geboorte van een door de werkman erkend kind : drie dagen voor de werkman te kiezen tijdens de twaalf kalenderdagen te rekenen vanaf de dag der bevalling.
  5. Overlijden van de echtgenoot of echtgenote van een kind van de werkman of van zijn echtgeno(o)t(e), van een door de werkman opgevoed kind, van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder of stiefmoeder van de werkman : drie dagen door de werkman te kiezen tijdens de periode die begint met de dag welke het overlijden voorafgaat en eindigt de dag die op de begrafenis volgt.
  6. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de grootvader, de overgrootvader, de grootmoeder, de overgrootmoeder van een kleinkind, een achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter, die bij de werkman inwoont, twee dagen door de werkman te kiezen in de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis.
  7. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de grootvader, overgrootvader, de grootmoeder, de overgrootmoeder van een kleinkind, een achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die niet bij de werkman inwoont : de dag van de begrafenis.
  8. Overlijden van gelijk welke bloedverwant wonend onder hetzelfde dak als dat van de werkman, van de voogd(es) van de minderjarige werkman of van het minderjarig kind voor wie de werkman als voogd optreedt : de dag van de begrafenis.
  9. Plechtige communie van een wettig, gewettigd aangenomen of natuurlijk erkend kind van de werkman of van zijn echtgeno(o)t(e) of van een regelmatig door de werkman opgevoed kind : één dag te kiezen door de werkman.
  10. Deelneming van een wettig, gewettigd, aangenomen of natuurlijk kind van de werkman of van zijn echtgeno(o)t(e) of van een regelmatig door de werkman opgevoed kind aan het feest van de "vrijzinnige jeugd" daar waar dat feest plaatsheeft : één dag te kiezen door de werkman.
  11. Verblijf van de dienstplichtige werkman in een rekruterings- en selectiecentrum of in een militair hospitaal ten gevolge van zijn verblijf in een rekruterings- en selectiecentrum : de nodige tijd met een maximum van drie dagen.
  12. Deelneming aan een officieel bijeengeroepen bijeenkomst van de familieraad : de nodige tijd met een maximum van één dag.
  13. Deelneming aan een jury, oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank : de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.
  14. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen : de nodige tijd.
  15. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdbureau voor stemopneming bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen : de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.
  16. Uitoefening van het ambt van bijzitter in één van de hoofdbureaus bij de verkiezingen van het Europees parlement : de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.
  17. Het onthaal van een kind in het gezin van de werkman in het kader van een adoptie : drie dagen naar keuze van de werkman in de maand volgend op de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werkman zijn verblijfplaats heeft, als deel uitmakend van zijn gezin.
  18. Verblijf van de werknemer-gewetensbezwaarde op de administratieve gezondheidsdienst of in één van de verplegingsinrichtingen, die overeenkomstig de wetgeving houdende het statuut van de gewetensbezwaarden door de Koning zijn aangewezen : de nodige tijd met een maximum van drie dagen.
Art.4. A l'occasion d'événements familiaux ou en vue de l'accomplissement d'obligations civiques ou de missions civiles énumérés ci-après, les ouvriers visés à l'article 1er ont le droit de s'absenter du travail, avec maintien de leur rémunération normale pour une durée fixée comme suit :
  1. Mariage de l'ouvrier : trois jours, à choisir par l'intéressé.
  2. Mariage d'un enfant de l'ouvrier ou de son conjoint, d'un enfant régulièrement élevé par l'ouvrier, d'un frère, d'une soeur, d'un beau-frère, d'une belle-soeur, du père, de la mère, d'un grand-père ou d'une grand-mère, du beau-père, du second mari de la mère, de la belle-mère, de la seconde femme du père, d'un petit-enfant de l'ouvrier, du beau-frère ou de la belle-soeur du conjoint de l'ouvrier et de tout autre parent vivant sous le même toit que l'ouvrier : le jour du mariage.
  3. Ordination ou entrée au couvent d'un enfant de l'ouvrier ou de son conjoint, d'un enfant régulièrement élevé par l'ouvrier, d'un petit-enfant, d'un frère, d'une soeur, d'un beau-frère, d'une belle-soeur de l'ouvrier, d'un beau-frère ou d'une belle-soeur du conjoint de l'ouvrier et de tout autre parent vivant sous le même toit que celui de l'ouvrier : le jour de la cérémonie.
  4. Naissance d'un enfant reconnu par l'ouvrier : trois jours à choisir par l'ouvrier dans les douze jours civils à partir du jour de l'accouchement.
  5. Décès du conjoint, d'un enfant de l'ouvrier ou de son conjoint, d'un enfant élevé par l'ouvrier, du père, de la mère, du beau-père, du second mari de la mère, de la belle-mère ou de la seconde femme du père de l'ouvrier : trois jours à choisir par l'ouvrier dans la période commençant la veille du jour du décès et finissant le lendemain du jour des funérailles.
  6. Décès d'un frère, d'une soeur, d'un beau-frère, d'une belle-soeur, du grand-père, de l'arrière-grand-père, de la grand-mère, de l'arrière-grand-mère, d'un petit enfant, d'un arrière-petit-enfant, d'un gendre ou d'une bru habitant chez l'ouvrier : deux jours à choisir par l'ouvrier dans la période commençant le jour du décès et finissant le jour des funérailles.
  7. Décès d'un frère, d'une soeur, d'un beau-frère, d'une belle-soeur, du grand-père, de l'arrière-grand-père, de la grand-mère, de l'arrière-grand-mère, d'un petit-enfant, d'un arrière-petit-enfant, d'un gendre ou d'une bru n'habitant pas chez l'ouvrier : le jour des funérailles.
  8. Décès de tout autre parent vivant sous le même toit que celui de l'ouvrier, du tuteur ou de la tutrice de l'ouvrier mineur d'âge ou de l'enfant mineur dont l'ouvrier est tuteur : le jour des funérailles.
  9. Communion solennelle d'un enfant légitime, légitimé, adopté ou naturel reconnu de l'ouvrier ou de son conjoint ou d'un enfant régulièrement élevé par l'ouvrier : un jour à choisir par l'ouvrier.
  10. Participation d'un enfant légitime, légitimé, adopté ou naturel reconnu de l'ouvrier ou de son conjoint, ou d'un enfant régulièrement élevé par l'ouvrier à la fête de la "jeunesse laïque", là où elle est organisée : un jour à choisir par l'ouvrier.
  11. Séjour de l'ouvrier milicien dans un centre de recrutement et de sélection ou dans un hôpital militaire à la suite de son passage dans un centre de recrutement et de sélection : le temps nécessaire avec un maximum de trois jours.
  12. Participation à une réunion d'un conseil de famille convoqué officiellement : le temps nécessaire avec un maximum d'un jour.
  13. Participation à un jury, convocation comme témoin devant les tribunaux ou comparution personnelle ordonnée par la juridiction du travail : le temps nécessaire avec un maximum de cinq jours.
  14. Exercice des fonctions d'assesseur d'un bureau principal ou d'un bureau unique de vote, lors des élections législatives, provinciales et communales : le temps nécessaire.
  15. Exercice des fonctions d'assesseur d'un bureau principal de dépouillement lors des élections législatives, provinciales et communales : le temps nécessaire avec un maximum de cinq jours.
  16. Exercice des fonctions d'assesseur d'un des bureaux principaux lors de l'élection du Parlement européen : le temps nécessaire avec un maximum de cinq jours.
  17. Accueil d'un enfant dans la famille du travailleur dans le cadre d'une adoption : trois jours à choisir dans le mois qui suit l'inscription de l'enfant dans le registre de la population ou dans le registre des étrangers de sa commune de résidence comme faisant partie de son ménage.
  18. Séjour du travailleur objecteur de conscience au Service de santé administratif ou dans un des établissements hospitaliers désignés par le Roi, conformément à la législation portant sur le statut des objecteurs de conscience : le temps nécessaire avec un maximum de trois jours.
Art.5. § 1. Voor de toepassing van artikel 4, § 2, artikel 4, § 3 en artikel 4, § 5, wordt het aangenomen of natuurlijk kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind.
  § 2. Voor de toepassing van artikel 4, § 6, en artikel 4, § 7, worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader, overgrootvader, de grootmoeder en de overgrootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de werkman gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader, de overgrootvader, de grootmoeder en de overgrootmoeder van de werkman.
Art.5. § 1er. L'enfant adoptif ou naturel est assimilé à l'enfant légitime ou légitimé pour l'application de l'article 4, § 2, article 4, § 3 et article 4, § 5,
  § 2. Le beau-frère, la belle-soeur, le grand-père de l'arrière-grand-père, la grand-mère, et l'arrière-grand-mère du conjoint de l'ouvrier sont assimilés au beau-frère, à la belle-soeur, au grand-père, à l'arrière grand-père, la grande et l'arrière-grand-mère de l'ouvrier pour l'application de l'article 4, § 6 et l'article 4, § 7.
Art.6. Voor de toepassing van de bepalingen van artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt de persoon, die samenwoont met de werkman en van zijn gezin deel uitmaakt, gelijkgesteld met de echtgenote of echtgenoot.
Art.6. Pour l'application des dispositions de l'article 4 de la présente convention collective de travail, la personne cohabitant avec l'ouvrier et faisant partie de son ménage est assimilée au conjoint ou à la conjointe.
Art.7. Voor de toepassing van artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden alleen als "afwezigheidsdagen" beschouwd de gewone werkdagen waarvoor de werkman aanspraak had mogen maken op het loon, indien hij door de redenen voorzien bij hetzelfde artikel 4 niet belet was geweest te werken.
  Het normaal loon wordt berekend met inachtneming van de besluiten genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
Art.7. Pour l'application de l'article 4 de la présente convention collective de travail, seules les journées d'activité habituelle pour lesquelles l'ouvrier aurait pu prétendre au salaire s'il ne s'était pas trouvé dans l'impossibilité de travailler pour les motifs prévus au même article 4, sont considérées comme "jours d'absence".
  Le salaire normal se calcule d'après les arrêtés pris en exécution de l'arrêté royal du 18 avril 1974 déterminant les modalités générales d'exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés.
HOOFDSTUK V. - Duur en opzegging.
CHAPITRE V. - Durée et dénonciation.
Art. 8. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 10 juni 1999 en is gesloten voor onbepaalde duur.
  Zij kan door één van de partijen opgezegd worden mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel en aan de ondertekenende organisaties.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-05-31/04%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 8. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 10 juin 1999 et est valable pour une durée indéterminée.
  Elle peut être dénoncée par une des parties moyennant un préavis de trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste adressée au président de la Sous-commission paritaire pour le commerce du métal ainsi qu'à toutes les parties signataires.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 31 mai 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-05-31/04%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.