Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 DECEMBER 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, betreffende bijkomende voordelen (Overeenkomst geregistreerd op 5 april 2000 onder het nummer 54561/CO/127.02).
Titre
1 DECEMBRE 1999. - Convention collective de travail du 1er décembre 1999, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour le commerce de combustibles de la Flandre orientale, relative aux avantages supplémentaires (Convention enregistrée le 5 avril 2000 sous le numéro 54561/CO/127.02).
Dokumentinformationen
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen.
  Worden als "arbeiders" beschouwd de werklieden en werksters.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers des entreprises qui ressortissent à la Sous-commission paritaire pour le commerce de combustibles de la Flandre orientale.
  Par "ouvriers", on entend les ouvriers et ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Vergoeding bij sluiting van onderneming.
CHAPITRE II. - Indemnité en cas de fermeture d'entreprises.
Art.2. De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeiders hebben recht op een vergoeding in geval van sluiting van onderneming.
Art.2. Les ouvriers visés à l'article 1er de la présente convention collective de travail ont droit à une indemnité en cas de fermeture d'entreprises.
HOOFDSTUK III. - Tussenkomst in de kosten bij overlijden.
CHAPITRE III. - Intervention dans les frais occasionnés par un décès.
Art.3. Aan de rechtverkrijgende van een overleden arbeider, zoals bepaald in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt een tussenkomst in de kosten bij overlijden bepaald.
Art.3. Une intervention dans les frais occasionnés par un décès est payée aux ayants droit d'un ouvrier décédé, visé à l'article 1er de la présente convention collective de travail.
Toekenningsmodaliteiten.
Modalités d'octroi.
Art.4. Deze tussenkomst in de kosten bij overlijden wordt betaald door "K.A.B.O.V." het Kompensatiefonds voor de Arbeiders uit de Brandstoffenhandel van de provincie Oost-Vlaanderen.
  De persoon die het bewijs levert dat hij de begrafeniskosten heeft gedragen van een in de loop van het jaar overleden arbeider bedoeld in artikel 1 heeft recht op een tussenkomst in de kosten bij overlijden, op voorwaarde dat de overleden arbeider gedurende tenminste 5 jaar in het bezit is geweest van een loonboek uitgereikt door het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen en het nog steeds was op het ogenblik van het overlijden.
Art.4. Cette intervention dans les frais occasionnés par un décès est payée par le "K.A.B.O.V.", le "Kompensatiefonds voor de Arbeiders uit de Brandstoffenhandel van de provincie Oost-Vlaanderen".
  La personne qui apporte la preuve qu'elle a supporté les frais funéraires pour un ouvrier visé à l'article 1er qui est décédé dans le courant de l'année a droit à une allocation de décès, à condition que l'ouvrier décédé ait été en possession pendant au moins cinq ans d'un carnet de salaire délivré par la Sous-commission paritaire pour le commerce de combustibles de la Flandre orientale et qu'il le fût encore au moment du décès.
Bedrag.
Montant.
Art.5. Het bedrag van de tussenkomst in de kosten bij overlijden bedraagt 5 000 BEF.
Art.5. Le montant de l'allocation de décès s'élève à 5 000 BEF.
Uitkeringsmodaliteiten.
Modalités de liquidation.
Art.6. Dit bedrag wordt uitgekeerd door het Kompensatiefonds voor de Arbeiders uit de Brandstoffenhandel van de provincie Oost-Vlaanderen (K.A.B.O.V.) op de dag van voorlegging van het bewijs bedoeld in artikel 4.
Art.6. Ce montant est liquidé par le "Kompensatiefonds voor de Arbeiders uit de Brandstoffenhandel van de provincie Oost-Vlaanderen (K.A.B.O.V.)" le jour où est apportée la preuve visée à l'article 4.
HOOFDSTUK IV. - Getrouwheidspremie bij pensionering.
CHAPITRE IV. - Prime de fidélité en cas de mise à la retraite.
Art.7. De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeiders hebben recht op een getrouwheidspremie bij pensionering.
Art.7. Les ouvriers visés à l'article 1er de la présente convention collective de travail ont droit à une prime de fidélité en cas de mise à la retraite.
Art.8. De getrouwheidspremie bij pensionering wordt uitgekeerd uiterlijk op de dag van de pensionering, door de individuele werkgever, die de arbeider als laatste heeft tewerkgesteld.
Art.8. La prime de fidélité en cas de mise à la retraite est liquidée au plus tard le jour de la mise à la retraite par l'employeur individuel qui a occupé l'ouvrier en dernier lieu.
Toekenningsmodaliteiten.
Modalités d'octroi.
Art.9. De in artikel 1 bedoelde arbeiders die op pensioen gaan, het vervroegd pensioen of brugpensioen inbegrepen, hebben recht op een getrouwheidspremie bij pensionering mits zij de volgende voorwaarden vervullen :
  1° minimum 58 jaar zijn;
  2° de laatste tien jaar voor de pensionering of brugpensionering in het bezit geweest zijn van een loonboek;
  3° in de laatste tien jaar voor de pensionering of brugpensionering gemiddeld honderd en tien gepresteerde dagen hebben op jaarbasis, inclusief dagen van een arbeidsongeval.
Art.9. Les ouvriers visés à l'article 1er qui sont mis à la retraite, la retraite anticipée et la prépension incluses, ont droit à une prime de fidélité en cas de mise à la retraite, à condition qu'ils remplissent les conditions suivantes :
  1° être âgés d'au moins 58 ans;
  2° avoir été en possession d'un carnet de salaire les dix dernières années précédant la mise à la retraite ou la prépension;
  3° compter les dix dernières années précédant la mise à la retraite ou la prépension une moyenne de cent dix jours de prestations sur une base annuelle, compte tenu des journées d'absence résultant d'un accident de travail.
Uitkeringsmodaliteiten.
Modalités de liquidation.
Art.10. Het bedrag van de getrouwheidspremie bij pensionering bedraagt vier weken loon berekend op het uurloon van de laatst gepresteerde dag.
Art.10. Le montant de cette prime de fidélité en cas de mise à la retraite comporte quatre semaines de salaire, calculé sur base du salaire horaire du dernier jour des prestations.
HOOFDSTUK V. - Slotbepaling.
CHAPITRE V. - Disposition finale.
Art. 11. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2000 en is gesloten voor onbepaalde duur. Ze vervangt de bepalingen van de artikelen 16, 17 en 18 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 1996, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 23 juni 1998 (Belgisch Staatsblad van 27 augustus 1998) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 1996, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, betreffende de tussenkomst bij overlijden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22 december 1997 (Belgisch Staatsblad van 27 augustus 1998) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 1996, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, betreffende de getrouwheidspremie bij pensionering, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 23 december 1997 (Belgisch Staatsblad van 13 mei 1998).
  Ze kan door elk van de partijen worden opgezegd mits naleving van een opzegtermijn van drie (3) maanden te rekenen vanaf de datum van de verzending van de opzegging. Deze opzegging geschiedt bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 juli 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-07-04/73%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 11. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 2000 et est conclue pour une durée indéterminée. Elle remplace les articles 16, 17 et 18 de la convention collective de travail du 18 décembre 1996, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour le commerce de combustibles de la Flandre orientale, fixant les conditions de travail et de rémunération, rendue obligatoire par arrêté royal du 23 juin 1998 (Moniteur belge du 27 août 1998) et la convention collective de travail du 18 décembre 1996, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour le commerce de combustibles de la Flandre orientale, relative à l'allocation de décès, rendue obligatoire par arrêté royal du 22 décembre 1997 (Moniteur belge du 27 août 1998) et la convention collective de travail du 18 décembre 1996, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour le commerce de combustibles de la Flandre orientale, relative à la prime de fidélité en cas de mise à la retraite, rendue obligatoire par arrêté royal du 23 décembre 1997 (Moniteur belge du 13 mai 1998).
  Elle peut être dénoncée par chacune des parties moyennant le respect d'un préavis de trois (3) mois, à dater du premier jour du mois suivant la date d'envoi de la dénonciation. Cette dénonciation se fait par lettre recommandée à la poste adressée au président de la Sous-commission paritaire pour le commerce de combustibles de la Flandre orientale.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 4 juillet 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-07-04/73%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.