Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 JUNI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast, betreffende de loonvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 30 juli 1999 onder het nummer 51804/COF/204).
Titre
30 JUIN 1999. - Convention collective de travail du 30 juin 1999, conclue au sein de la Commission paritaire pour employés des carrières de porphyre du canton de Lessines, de Bierghes-lez-Hal et de Quenast, relative aux conditions de rémunérations (Convention enregistrée le 30 juillet 1999 sous le numéro 51804/COF/204).
Dokumentinformationen
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast.
  Zij is toepasselijk op alle bedienden van de porfiergroeven en mag geen afbreuk doen aan verworven toestanden.
  Onder "bedienden" worden de mannelijke en de vrouwelijke bedienden verstaan.
Article 1. La présente convention collective de travail est applicable aux employeurs et employés des entreprises ressortissant à la Commission paritaire pour employés des carrières de porphyre du canton de Lessines, de Bierghes-lez-Hal et de Quenast.
  Elle est applicable à l'ensemble des employés des carrières de porphyre et ne peut porter préjudice aux situations acquises.
  Par "employés", on entend les employés et les employées.
HOOFDSTUK II. - Beroepenclassificatie.
CHAPITRE II. - Classification professionnelle.
Art.2. De functies van de bedienden worden gerangschikt volgens de hieronder omschreven algemene criteria :
  A. Administratieve bedienden
  Eerste categorie - hulppersoneel - normale aanvangsleeftijd : 21 jaar
  Omschrijving :
  Bedienden wier functie wordt gekenmerkt door :
  a) verworven kennis die overeenstemt met het programma van het lager onderwijs en die voldoende is om de functies van het laagste niveau uit te oefenen welke door de wet of de rechtspraak worden erkend als functies van intellectuele aard;
  b) de correcte uitvoering van eenvoudig werk van bijkomende aard.
  Voorbeelden :
  - conciërge of portier;
  - deurwachter;
  - bediende voor de correspondentie (het openen, eenvoudig sorteren, in een omslag steken);
  - bediende die de adresseermachines (stempelen en drukken van adresplaten) en de polycopieermachine bedient (met uitzondering van de insteller van offsetmachine);
  - bediende voor het klassement;
  - blauwdrukker;
  - uitraper van ponskaarten (bediende die de steekkaarten uitzoekt zonder de hulp van welke machines dan ook);
  - niet-ervaren bediende die de verschillende kantoor- of mechanografische machines begint te bedienen;
  - beginnende comptometerbediende;
  - beginnende operateur;
  - bediende-hulpmagazijnier en hulpbediende voor de goederenreceptie (bijkomstig administratief werk);
  - copietypist;
  - bediende die hoofdzakelijk eenvoudig schrijf- en cijferwerk verricht, die opsommingen registreert, staten opmaakt of andere elementaire werkzaamheden van hetzelfde niveau verricht, zonder dat hij enige interpretatie geeft.
  Tweede categorie - klerk - normale aanvangsleeftijd : 21 jaar
  Omschrijving :
  Bedienden wier functie wordt gekenmerkt door :
  a) hetzij door onderwijs, hetzij door de praktijk opgedane kennis die overeenstemt met die welke wordt verworven na volledige studies van de 4e graad of na de eerste drie jaren van het middelbaar onderwijs;
  b) de uitvoering van weinig afwisselend gewoon werk, waarvoor de verantwoordelijkheid beperkt is door een rechtstreekse en permanente controle;
  c) een beperkte leertijd om in een bepaald werk bedreven te worden.
  Voorbeelden :
  - ponser, verificateur, hulpbediener van statistiekmachines;
  - mechanograaf die bedreven is in het werk op Elliott-Fischer, Burroughs of gelijkwaardige machines met een volledig klavier;
  - ervaren comptometerbediende;
  - magazijnbediende;
  - stockbediende (magazijnen, opslagplaatsen, reserves), belast met administratieve werkzaamheden voor magazijnen waar voorraden of afgewerkte produkten opgeslagen zijn, met uitzondering van de boekhoudkundige toewijzing;
  - ervaren typist die keurig werk aflevert zonder spelfouten;
  - niet-ervaren stenotypist die in de functie begint;
  - klerk die belast is met eenvoudig schrijf- en rekenwerk, en met het registreren van opsommingen en het opmaken van staten of andere bijkomstige werkzaamheden van hetzelfde niveau die enige oordeelkunde vereisen en die onder rechtstreeks toezicht worden uitgeoefend;
  - telefonist voor een dienst waar er voltijds moet worden gewerkt;
  - hulpbediende voor de lonen (onder toezicht);
  - bediende voor de boekhouding (registratie van boekhoudkundige gegevens zonder vaststelling van de toewijzing ervan);
  - bediende-facturist : bediende die gewone facturen opmaakt, zonder verantwoordelijk te zijn voor speciale clausules;
  - bediende die te verzenden documenten opstelt, zonder te moeten opzoeken welke fiscale rechten of douanerechten moeten worden toegepast;
  - bediende die een kleine hulpkas houdt waaruit geringe betalingen worden verricht.
  Derde categorie : geschoolde klerk - normale aanvangsleeftijd : 21 jaar
  Omschrijving :
  Bedienden wier functie wordt gekenmerkt door :
  a) een praktische vorming die overeenstemt met die welke wordt verkregen, hetzij na volledige middelbare studies, hetzij na middelbare studies van de lagere graad, aangevuld door gespecialiseerde vakstudies of door een beroepsopleiding die wordt verworven door stages of door de uitoefening van andere gelijke of gelijkaardige betrekkingen;
  b) het zelfstandig uitvoeren van afwisselend werk, dat gewoonlijk initiatief en redeneervermogen vereist van degene die het uitvoert en die ervoor verantwoordelijk is.
  Voorbeelden :
  - bediende van statistiekmachines;
  - mechanograaf die bedreven is in het werk op Elliot-Fischer, Burroughs of gelijkaardige machines met een volledig klavier en die bovendien goed de grondbeginselen van industriële of commerciële boekhouding kent;
  - bediende die verantwoordelijk is voor het magazijn, de voorraad, de reserve en de opslagplaats;
  - typist die belast is met een secretariaat;
  - ervaren stenotypist die in staat is om in steno 80 tot 100 woorden per minuut op te nemen, 40 woorden per minuut te typen, om keurig werk af te leveren;
  - bediende die belast is met de berekening van de lonen en/of wedden;
  - hulpboekhouder die ermee belast is om aan de hand van boekhoudkundige basisbescheiden een gedeelte van de boekhouding of van de gewone geschreven stukken samen te stellen dat evenwel een homogeen geheel moet uitmaken met het oog op de voorbereiding van de centralisatie, onafgezien van het feit dat deze werkzaamheden manueel dan wel met de machine worden verricht;
  - facturist die belast is met het opmaken van omslachtige facturen, wat onder meer opmetingen, inhoudsbepalingen, omzettingen van waarden, vreemde maten en gewichten, enz. behelst;
  - kassier die werkt onder leiding van een hoofdkassier of een chef;
  - tweetalig vertaler die gewone teksten vertaalt.
  Vierde categorie - hooggeschoold klerk - normale aanvangsleeftijd : 25 jaar
  Omschrijving :
  Bedienden wier functie wordt gekenmerkt door :
  a) een opleiding die overeenstemt met die welke wordt verkregen na volledige middelbare studies en gespecialiseerde vakstudies van hetzelfde niveau, of een praktische opleiding die verworven wordt door stages of door de uitoefening van gelijke of gelijkaardige betrekkingen;
  b) een beperkte tijd om zich in te werken;
  c) meer gevarieerd werk dat autonoom wordt uitgevoerd en dat van degene die het uitvoert meer dan gemiddelde beroepsbekwaamheid, initiatief en verantwoordelijkheidsbesef vergt;
  d) de mogelijkheid om :
  - alle mindere werkzaamheden van zijn specialiteit uit te voeren;
  - alle elementen te verzamelen voor het werk dat hem wordt toevertrouwd, hierbij eventueel geholpen door de bedienden van de voorgaande categorieën.
  Voorbeelden :
  - monitor-mechanograaf;
  - steno-typist-secretaris die op directieniveau zorgt voor het secretariaat;
  - bediende die verantwoordelijk is voor de toepassing van alle regelingen van salariële en/of sociale aard;
  - boekhouder, met name een bediende die ermee belast is alle verrichtingen boekhoudkundig vast te leggen en samen te brengen met het oog op het opmaken van de algemene balansen die aan de vooruitzichten, de balansen en resultaten voorafgaan;
  - hoofdkassier die beantwoordt aan de criteria b) en c) van de vierde categorie en die een belangrijke kas beheert;
  - hoofdbediende voor het verkeer die belast is met de betrekkingen met de verschillende vervoerondernemers in verband met de binnenkomende of uitgaande goederen (meer bepaald het toezicht op het laden, het lossen en het gebruik van het transportmaterieel, de vaststelling van de geschillen, de tekorten en de averijen).
  B. Technische bedienden
  Eerste categorie : normale aanvangsleeftijd : 21 jaar
  - beginnend tekenaar;
  - calqueur;
  - beginnend laborant.
  Tweede categorie : normale aanvangsleeftijd : 22 jaar
  - detailtekenaar;
  - meestergast werkplaats 1e groep : grondwerk, weging, schieten;
  - meestergast werkplaats 1e groep;
  - meestergast breken 1e groep;
  - meestergast onderhoud 1e groep;
  - meestergast elektrische dienst 1e groep;
  - meestergast "bekleding" 1e groep;
  - meestergast laborant 1e groep;
  - technische dienst, magazijnen, werkplaats, enz.
  Derde categorie : normale aanvangsleeftijd : 23 jaar
  - uitvoeringstekenaar;
  - meestergast 2e groep : groeve, verzending, "bekleding", onderhoud en rollend materieel;
  - meestergast groeve 2e groep;
  - meestergast breken 2e groep;
  - meestergast voorbereidende werken 2e groep;
  - meestergast beton 2e groep.
  Vierde categorie : normale aanvangsleeftijd : 26 jaar
  - gemengd tekenaar;
  - meestergast-chef breken;
  - meestergast-chef elektricien;
  - meestergast-chef garage;
  - meestergast-chef "bekleding";
  - meestergast-chef werkplaats.
  Vijfde categorie : normale aanvangsleeftijd : 30 jaar
  - studietekenaars;
  - chef van de diensten werken;
  - en, volgens het belang van de diensten :
  - chef-werkplaats;
  - chef-groeve;
  - chef-breken;
  - chef-elektricien.
  Algemene opmerkingen :
  1. Het fundamentele criterium dat in aanmerking moet worden genomen om een bediende te rangschikken in een van de categorieën van deze classificatie is de werkelijk uitgeoefende functie.
  Het begrip volbrachte studies, die voor elke categorie worden aangegeven, wordt als beoordelingselement slechts in aanmerking genomen bij het begin van de loopbaan en bij gebrek aan de andere elementen van het algemene criterium voor elk van de categorieën.
  Het spreekt vanzelf dat de bediende die op dit ogenblik een functie uitoefent die behoort tot een van de hierboven omschreven categorieën moet worden opgenomen in deze categorie, zonder dat er rekening wordt gehouden met het criterium geschooldheid.
  2. Voor elk niveau wordt een normaal vereiste opleiding aangegeven, die werd geconcretiseerd door een bepaald diploma. Het spreekt vanzelf dat er door de ervaring of door het volgen van aanvullende beroepscursussen of van een andere opleidingsmethode een gelijkwaardige kennis kan worden verworven.
  3. De hierboven opgesomde voorbeelden zijn niet limitatief. Zij kunnen dienen als richtsnoer om bij vergelijking sommige functies te rangschikken die niet in de tekst worden aangegeven en om aldus alle bedienden te rangschikken, ondanks de verschillende benamingen die in diverse ondernemingen worden gebruikt.
Art.2. Les fonctions des employés sont classées suivant les critères généraux définis ci-dessous :
  A. Employés administratifs
  Première catégorie - personnel auxiliaire - âge de départ normal : 21 ans
  Définition :
  Employés dont la fonction est caractérisée par :
  a) l'assimilation de connaissances correspondant au programme de l'enseignement primaire et suffisantes pour exercer les fonctions du niveau le moins élevé parmi celles reconnues par la loi ou la jurisprudence comme étant d'ordre intellectuel;
  b) l'exécution correcte d'un travail simple d'ordre secondaire.
  Exemples :
  - concierge ou portier;
  - huissier;
  - employé au courrier (ouverture, tri élémentaire, mise sous pli);
  - employé aux machines à adresser (estampage et impression de plaques adresses), à polycopier (préparateur de machine offset exclu);
  - employé au classement;
  - trieur de bleus;
  - extracteur de cartes perforées (employé retirant des fiches sans l'aide d'aucune machine);
  - employé non expérimenté débutant aux diverses machines de bureau ou de mécanographie;
  - comptométreur débutant;
  - opérateur débutant;
  - employé aide-magasinier et employé aide-réceptionniste (travaux administratifs auxiliaires);
  - dactylo-copiste;
  - employé aux écritures exécutant en ordre principal des travaux simples d'écriture, de chiffrage, d'enregistrement de relevés, d'établissements d'états ou autres travaux élémentaires du même niveau, sans interprétation.
  Deuxième catégorie - commis - âge de départ : 21 ans
  Définition :
  Employés dont la fonction est caractérisée par :
  a) l'assimilation, soit par l'enseignement, soit par la pratique, de connaissances équivalentes à celles que donnent les études complètes du 4e degré ou les trois premières années du degré moyen;
  b) l'exécution de travaux simples peu diversifiés, dont la responsabilité est limitée par un contrôle direct et constant;
  c) un temps limité d'assimilation permettant d'acquérir de la dextérité dans un travail déterminé.
  Exemples :
  - perforateur, vérificateur, aide-opérateur aux machines à statistiques;
  - mécanographe ayant l'expérience des machines Elliot-Fischer, Burroughs ou similaires, à clavier complet;
  - comptométreur expérimenté;
  - employé magasinier;
  - employé au stock (magasins, entrepôts, réserves), travaux administratifs des magasins d'approvisionnement ou de produits finis sans imputation comptable;
  - dactylographe expérimenté dont le travail est bien présenté et l'orthographe correcte;
  - sténodactylo non expérimenté qui débute dans la fonction;
  - commis aux écritures chargés de travaux simples de rédaction, de calcul, d'enregistrement de relevés, d'établissements d'états ou autres travaux secondaires d'un même niveau comportant l'exercice d'un certain jugement et effectués sous contrôle direct;
  - téléphoniste préposé à un service nécessitant une occupation à temps plein;
  - employé auxiliaire aux salaires (sous contrôle);
  - employé de comptabilité (enregistrement d'éléments comptables sans détermination d'imputation);
  - employé facturiste : employé qui établit des factures courantes sans responsabilité de clauses spéciales;
  - employé établissant des documents d'expédition sans recherche des droits fiscaux et de douane applicables;
  - employé de petite caisse auxiliaire effectuant de menus paiements.
  Troisième catégorie : commis qualifié - âge de départ normal : 21 ans
  Définition :
  Employés dont la fonction est caractérisée par :
  a) une formation pratique équivalant à celle que donnent, soit les études moyennes complètes, soit les études moyennes du degré inférieur complétées par des études professionnelles spécialisées ou l'acquisition d'une formation professionnelle, par des stages ou l'exercice d'autres emplois identiques ou similaires;
  b) un travail d'exécution autonome, diversifié, exigeant habituellement de l'initiative et du raisonnement de la part de celui qui l'exécute, et comportant la responsabilité de son exécution.
  Exemples :
  - opérateur de machines à statistiques;
  - mécanographe ayant l'expérience des machines Elliot-Fischer, Burroughs ou similaires, à clavier complet, et possédant, en outre, de bonnes notions de comptabilité industrielle ou commerciale;
  - employé responsable de magasin, de stock, de réserve et d'entrepôt;
  - dactylo chargé d'un secrétariat;
  - sténodactylo expérimenté capable de prendre en sténo 80 à 100 mots/minute, et de dactylographier 40 mots/minute avec présentation correcte du travail;
  - employé chargé du calcul des salaires et/ou des appointements;
  - aide-comptable chargé de composer au moyen de pièces comptables de départ une partie de la comptabilité ou des écritures courantes représentant néanmoins un ensemble homogène préalable à la centralisation, que ces travaux soient effectués à la main ou à la machine;
  - facturiste chargé de la confection de factures hors série, comportant notamment des mesurages, cubages, conversions en valeurs, mesures et poids étrangers, etc.;
  - caissier opérant sous la direction d'un caissier principal ou d'un chef;
  - traducteur bilingue de textes courants.
  Quatrième catégorie - commis surqualifié - âge de départ normal : 25 ans
  Définition :
  Employés dont la fonction est caractérisée par :
  a) une formation équivalente à celle que donnent les études moyennes complètes et des études professionnelles spécialisées d'un même niveau, ou encore l'acquisition d'une formation pratique par des stages ou par l'exercice d'emplois identiques ou similaires;
  b) un temps limité d'assimilation;
  c) un travail autonome plus diversifié, demandant de la part de celui qui l'exécute, une valeur professionnelle au-dessus de la moyenne, de l'initiative, le sens des responsabilités;
  d) la possibilité :
  - d'exécuter tous les travaux inférieurs de sa spécialité;
  - de rassembler tous les éléments de travaux qui lui sont confiés, aidé éventuellement des employés des échelons précédents.
  Exemples :
  - moniteur-mécanographe;
  - sténodactylo secrétaire assurant un secrétariat à un échelon de direction;
  - employé ayant la responsabilité de la mise en application de toute disposition d'ordre salarial et/ou social;
  - comptable, c'est-à-dire employé chargé de traduire en comptabilité toutes opérations, de les assembler pour établir les balances préalables aux prévisions, bilans et résultats;
  - caissier principal répondant aux critères b) et c) de la quatrième catégorie et gérant une caisse importante;
  - employé principal du mouvement chargé des rapports avec les différents transporteurs pour l'entrée ou la sortie des marchandises (notamment la surveillance du chargement, du déchargement et de l'emploi du matériel de transport, la constatation des litiges, les manquants et avaries).
  B. Employés techniques
  Première catégorie : âge de départ normal : 21 ans
  - dessinateur débutant;
  - calqueur;
  - laborant débutant.
  Deuxième catégorie : âge de départ normal : 22 ans
  - dessinateur détaillant;
  - contremaître 1er groupe : terrassement, pesage, minage;
  - contremaître atelier 1er groupe;
  - contremaître concassage 1er groupe;
  - contremaître entretien 1er groupe;
  - contremaître service électrique 1er groupe;
  - contremaître enrobage 1er groupe;
  - contremaître laborant 1er groupe;
  - service technique magasins, atelier, etc.
  Troisième catégorie : âge de départ normal : 23 ans
  - dessinateur d'exécution;
  - contremaître 2e groupe : carrière, expédition, enrobage, entretien et matériel roulant;
  - contremaître carrière 2e groupe;
  - contremaître concassage 2e groupe;
  - contremaître travaux préparatoires 2e groupe;
  - contremaître béton 2e groupe.
  Quatrième catégorie : âge de départ normal : 26 ans
  - dessinateur mixte;
  - contremaître chef concassage;
  - contremaître chef électricien;
  - contremaître chef garage;
  - contremaître chef enrobage;
  - contremaître chef atelier.
  Cinquième catégorie : âge de départ normal : 30 ans
  - dessinateur d'études;
  - chef des services des travaux;
  - et selon l'importance des services :
  - chef d'atelier;
  - chef de carrière;
  - chef concassage;
  - chef électricien.
  Remarques générales :
  1. Le critère fondamental à prendre en considération pour classer un employé dans l'une des catégories de la présente classification est la fonction effectivement exercée.
  La notion des études accomplies indiquées pour chaque catégorie n'intervient que comme élément d'appréciation au début de la carrière et en l'absence des autres facteurs composant le critère général de chacune des catégories.
  Il est entendu que l'employé exerçant actuellement une fonction appartenant à l'une des catégories définies ci-dessus doit être inclu dans la catégorie sans tenir compte du critère de l'écolage.
  2. Pour chaque échelon, il est indiqué un niveau de formation normalement requis, qui a été concrétisé par un diplôme déterminé. Il est entendu que des connaissances équivalentes peuvent être acquises par l'expérience, la fréquentation de cours professionnels complémentaires ou toute autre méthode de formation.
  3. Les exemples énumérés ci-dessus ne sont pas limitatifs. Ils peuvent servir d'orientation pour classer par comparaison certaines fonctions qui ne sont pas indiquées dans le texte, en permettant ainsi de classer tous les employés malgré la diversité des appellations en usage dans les différentes entreprises.
HOOFDSTUK III. - Loonschalen.
CHAPITRE III. - Barèmes.
Art. 3. A. Bedienden van 21 jaar en ouder :
  Aanvangsminima van de categorieën :
  De wedden, zowel wat het administratief als technisch personeel betreft worden vastgesteld als volgt op 1 januari 1999, rekening houdend met een loonsverhoging van 2 pct. De aldus aangepaste wedden (basis 100) zoals die worden bepaald in de tabellen I en II stemmen overeen met het viermaandelijks indexcijfer 121,65 van de maand oktober 1998.
  Op 1 januari 1999, worden de effectieve wedden met 2,15 pct. verhoogd (maandelijkse brutowedden).
Art. 3. A. Employés de 21 ans et plus :
  Minima de départ des catégories :
  Les appointements, aussi bien du personnel administratif que technique, sont fixés comme suit au 1er janvier 1999, compte tenu d'une augmentation salariale de 2 p.c. Les appointements adaptés (base 100) conformément aux tableaux I et II correspondent à l'indice quadrimestriel 121,65 d'octobre 1998.
  Au 1er janvier 1999, les salaires effectifs sont augmentés de 2,15 p.c. (rémunération mensuelle brute).
                              Technisch personeel
   op 1 janua-     Cat. 1      Cat. 2      Cat. 3      Cat. 4      Cat. 5
     ri 1999        BEF         BEF         BEF         BEF         BEF
     21 jaar       63 898
     22 jaar       63 898      68 091
     23 jaar       63 898      68 748      71 760
     24 jaar       63 898      69 410      73 808
     25 jaar       63 898      70 082      74 764
     26 jaar       63 898      70 751      75 750      77 753
     27 jaar       63 898      71 421      76 752      78 876
     28 jaar       63 898      72 098      77 753      80 005
     29 jaar       63 898      72 810      78 775      81 128
     30 jaar       63 898      73 523      79 800      82 256      88 109
     31 jaar       63 898      74 241      80 823      83 373      89 696
     32 jaar                   74 960      81 839      84 511      91 284
     33 jaar                   75 450      82 874      85 631      92 874
     34 jaar                   75 954      83 510      86 762      94 461
     35 jaar                   76 455      84 150      87 889      96 050
     36 jaar                   76 954      84 791      89 064      97 639
     37 jaar                   77 459      85 431      90 011      99 229
     38 jaar                   77 954      86 069      90 961     100 813
     39 jaar                   78 470      86 702      91 922     102 402
     40 jaar                   78 981      87 345      92 874     103 994
     41 jaar                   79 493      88 004      93 831     105 318
     42 jaar                   80 005      88 659      94 785     106 639
     43 jaar                   80 264      89 327      95 728     107 965
     44 jaar                   80 522      89 585      96 686     109 288
     45 jaar                               89 847      97 639     110 615
     46 jaar                                           98 594     111 943
     47 jaar                                           98 853     113 264
     48 jaar                                           99 114     114 591
     49 jaar                                                      115 915
     50 jaar                                                      117 234
                          Administratief personeel
   op 1 janua-      Cat. 1         Cat. 2         Cat. 3        Cat. 4
     ri 1999         BEF             BEF            BEF          BEF
     21 jaar        63 480         65 564         67 931
     22 jaar        63 480         66 192         68 812
     23 jaar        63 480         67 183         69 693
     24 jaar        63 480         67 433         70 582
     25 jaar        63 480         68 091         71 487         74 764
     26 jaar        63 480         68 748         72 379         76 506
     27 jaar        63 480         69 410         73 326         78 265
     28 jaar        63 480         70 082         74 285         80 055
     29 jaar        63 480         70 761         75 253         81 839
     30 jaar        63 480         71 421         76 255         83 632
     31 jaar        63 480         72 098         77 252         85 431
     32 jaar        63 480         72 576         78 139         87 221
     33 jaar        63 480         73 052         79 030         89 067
     34 jaar                       73 522         79 928         90 918
     35 jaar                       74 003         80 823         92 768
     36 jaar                       74 480         81 719         93 831
     37 jaar                       74 960         82 607         95 223
     38 jaar                       75 450         83 510         95 949
     39 jaar                       75 954         84 404         97 006
     40 jaar                       76 455         85 297         98 061
     41 jaar                       76 961         86 199         99 122
     42 jaar                       77 217         86 457         99 952
     43 jaar                       77 470         86 718         101 241
     44 jaar                                                     102 301
     45 jaar                                                     103 361
     46 jaar                                                     103 620
     47 jaar                                                     103 881
                           Personnel technique
  au 1er jan-     Cat. 1      Cat. 2      Cat. 3      Cat. 4      Cat. 5
   vier 1999       BEF         BEF         BEF         BEF         BEF
     21 ans       63 898
     22 ans       63 898      68 091
     23 ans       63 898      68 748      71 760
     24 ans       63 898      69 410      73 808
     25 ans       63 898      70 082      74 764
     26 ans       63 898      70 751      75 750      77 753
     27 ans       63 898      71 421      76 752      78 876
     28 ans       63 898      72 098      77 753      80 005
     29 ans       63 898      72 810      78 775      81 128
     30 ans       63 898      73 523      79 800      82 256      88 109
     31 ans       63 898      74 241      80 823      83 373      89 696
     32 ans                   74 960      81 839      84 511      91 284
     33 ans                   75 450      82 874      85 631      92 874
     34 ans                   75 954      83 510      86 762      94 461
     35 ans                   76 455      84 150      87 889      96 050
     36 ans                   76 954      84 791      89 064      97 639
     37 ans                   77 459      85 431      90 011      99 229
     38 ans                   77 954      86 069      90 961     100 813
     39 ans                   78 470      86 702      91 922     102 402
     40 ans                   78 981      87 345      92 874     103 994
     41 ans                   79 493      88 004      93 831     105 318
     42 ans                   80 005      88 659      94 785     106 639
     43 ans                   80 264      89 327      95 728     107 965
     44 ans                   80 522      89 585      96 686     109 288
     45 ans                               89 847      97 639     110 615
     46 ans                                           98 594     111 943
     47 ans                                           98 853     113 264
     48 ans                                           99 114     114 591
     49 ans                                                      115 915
     50 ans                                                      117 234
                         Personnel administratif
  au 1er jan-      Cat. 1         Cat. 2         Cat. 3         Cat. 4
   vier 1999        BEF            BEF            BEF            BEF
     21 ans        63 480         65 564         67 931
     22 ans        63 480         66 192         68 812
     23 ans        63 480         67 183         69 693
     24 ans        63 480         67 433         70 582
     25 ans        63 480         68 091         71 487         74 764
     26 ans        63 480         68 748         72 379         76 506
     27 ans        63 480         69 410         73 326         78 265
     28 ans        63 480         70 082         74 285         80 055
     29 ans        63 480         70 761         75 253         81 839
     30 ans        63 480         71 421         76 255         83 632
     31 ans        63 480         72 098         77 252         85 431
     32 ans        63 480         72 576         78 139         87 221
     33 ans        63 480         73 052         79 030         89 067
     34 ans                       73 522         79 928         90 918
     35 ans                       74 003         80 823         92 768
     36 ans                       74 480         81 719         93 831
     37 ans                       74 960         82 607         95 223
     38 ans                       75 450         83 510         95 949
     39 ans                       75 954         84 404         97 006
     40 ans                       76 455         85 297         98 061
     41 ans                       76 961         86 199         99 122
     42 ans                       77 217         86 457         99 952
     43 ans                       77 470         86 718         101 241
     44 ans                                                     102 301
     45 ans                                                     103 361
     46 ans                                                     103 620
     47 ans                                                     103 881
Art. 4. De minimum loonschalen van de jonge bedienden worden vastgesteld op de hierna volgende percentages, toegepast op het referteloon van de bedienden van 21 jaar en ouder van de categorie waartoe zij behoren, rekening houdend met de leeftijd :
Art. 4. Les barèmes minimums des jeunes employés mineurs d'âge sont fixés aux pourcentages suivants, appliqués sur le salaire de référence des employés de 21 ans et plus de la catégorie à laquelle ils appartiennent, en fonction de l'âge :
  Leeftijd     pct.
     18         85
     19         90
     20         95
  Age     p.c.
  18       85
  19       90
  20       95
Art.5. De bedienden die in een onderneming in dienst worden genomen om verschillende functies uit te oefenen, worden betaald volgens de best betaalde functie.
  De voorwaarden waaronder zij in dienst worden genomen, moeten bij de indiensttreding worden gepreciseerd.
Art.5. Les employés engagés dans un établissement en vue de remplir plusieurs fonctions sont rétribués selon la fonction la mieux rémunérée.
  Les conditions dans lesquelles ils sont engagés doivent être précisées lors de l'entrée en service.
D. Vergoeding voor reiskosten.
D. Indemnité de déplacement.
Art.6. Er wordt een jaarlijkse vergoeding voor reiskosten toegekend, overeenkomstig de wettelijke bepalingen terzake.
Art.6. Une indemnité annuelle de déplacement est octroyée conformément aux dispositions légales en la matière.
Art. 6bis. Vervoerskosten
  Een bedrag van 3 750 BEF per jaar is betaald ten laatste op 15 augustus van het refertejaar.
Art. 6bis. Frais de transport
  Un montant de 3 750 BEF l'an est payé au plus tard pour le 15 août de l'année de référence.
HOOFDSTUK IV. - Ploegenpremie.
CHAPITRE IV. - Prime de pause.
Art.7. Aan de bedienden die in ploegen werken wordt er een premie toegekend waarvan het bedrag forfaitair is.
  Deze premie is ten minste gelijk aan die van de werklieden en wordt maandelijks betaald.
Art.7. Une prime d'un montant forfaitaire est octroyée aux employés qui travaillent en équipes.
  Cette prime est au moins équivalente à celle des ouvriers et est payée mensuellement.
HOOFDSTUK V. - Eindejaarspremie.
CHAPITRE V. - Prime de fin d'année.
Art.8. Aan alle bedienden die op 31 december deel uitmaken van het personeel wordt een eindejaarspremie toegekend die gelijk is aan de normale brutowedde van de laatste maand van het jaar.
  De bediende die in de loop van het jaar wordt gepensioneerd of bruggepensioneerd of die wordt ontslagen, behalve om dringende redenen, behoudt zijn recht op de eindejaarspremie (prorata temporis).
  De bediende die in de loop van het jaar in dienst wordt genomen, heeft recht op de eindejaarspremie naar verhouding van het aantal gewerkte maanden.
  De arbeider die een bediende wordt, kan worden gelijkgesteld met een bediende, maar de premies die volgens de regelingen van de arbeiders en van de bedienden voor dezelfde periode worden toegekend, worden nooit samengevoegd.
  De regels inzake de gelijkstelling die voorheen in de ondernemingen toepasselijk waren, blijven toepasselijk, wat betreft de toekenning van de eindejaarspremie in geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst.
  De eindejaarspremie wordt uitbetaald in december of op de gewone betaaldatum van de wedden.
Art.8. Une prime de fin d'année égale à l'appointement brut normal du dernier mois de l'année est accordée à tous les employés faisant partie du personnel au 31 décembre.
  L'employé pensionné, prépensionné ou licencié, sauf pour motif grave, au cours de l'année conserve son droit à la prime de fin d'année (prorata temporis).
  L'employé engagé en cours d'année à droit à la prime de fin d'année proportionnellement au nombre de mois prestés.
  L'ouvrier devenant employé peut être assimilé à un employé mais il n'y a jamais cumul des primes dans les régimes ouvrier et employé pour la même période.
  Les règles d'assimilation précédemment en usage dans les entreprises restent d'application en ce qui concerne l'octroi de la prime de fin d'année en cas de suspension du contrat de travail.
  La prime de fin d'année est payée en décembre ou à la date habituelle de paiement des barèmes.
HOOFDSTUK VI. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
CHAPITRE VI. - Liaison des salaires à l'indice des prix à la consommation.
Art.9. De bij deze collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde lonen en wedden worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat maandelijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen, worden de lonen en wedden viermaal per jaar aangepast, met name op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober, en worden zij tegenover het indexcijfer van oktober 1998 geplaatst.
  Het referte-indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen voor de koppeling van de lonen en wedden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen is het indexcijfer van de laatste maand van het vorige kalenderkwartaal.
  Indien het indexcijfer van de 2e maand van het vorige kwartaal evenwel 1,5 pct. hoger ligt dan het indexcijfer van de laatste maand van het betrokken kwartaal, wordt het indexcijfer van de 2e maand het referte-indexcijfer.
Art.9. Les salaires et appointements fixés par la présente convention collective de travail sont rattachés à l'indice des prix à la consommation établi mensuellement par le Ministère des Affaires économiques et publié au Moniteur belge.
  Sans préjudice des dispositions légales et réglementaires, les adaptations des salaires et appointements se font quatre fois par an, au 1er janvier, au 1er avril, au 1er juillet et au 1er octobre et sont mises en regard de l'indice d'octobre 1998.
  L'indice de référence à prendre en considération pour la liaison des salaires et appointements à l'indice des prix à la consommation est l'indice du dernier mois du trimestre civil précédent.
  Cependant si l'indice du 2e mois du trimestre précédent dépasse de 1,5 p.c. celui du dernier mois du même trimestre considéré, alors c'est cet indice du 2e mois qui devient l'indice de référence.
HOOFDSTUK VII. - Loopbaanonderbreking.
CHAPITRE VII. - Interruption de carrière.
Art.10. De loopbaanonderbreking waarin het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, tot wijziging van afdeling 5 van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 sociale bepalingen voorziet, moet ten minste drie maanden op voorhand bij de werkgever worden aangevraagd.
Art.10. L'interruption de carrière prévue par l'arrêté royal n° 424 du 1er août 1986, modifiant la section 5 du chapitre IV de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, doit être demandée à l'employeur au moins trois mois à l'avance.
Art.11. De halftijdse loopbaanonderbreking op 50 jaar wordt toegekend voor zover deze per paar en per zetel gebeurt.
  Over de financiële voordelen zal per onderneming en per geval worden onderhandeld.
Art.11. L'interruption de carrière à mi-temps à 50 ans est octroyée pour autant que celle-ci s'effectue par paire et par siège.
  Les avantages financiers seront négociés par entreprise, au cas par cas.
HOOFDSTUK VIII. - Arbeidstijdverkorting.
CHAPITRE VIII. - Réduction du temps de travail.
Art.12. De werkelijke arbeidsduur wordt op 37 uren gebracht. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart 1971, wordt de arbeidstijdverkorting toegepast in de vorm van inhaalrustdagen of van een vermindering van de arbeidsprestaties volgens de modaliteiten die overeengekomen worden op het niveau van de ondernemingen.
Art.12. La durée hebdomadaire du travail reste fixée à 37 heures. Sans préjudice des dispositions de la loi sur le travail du 16 mars 1971, la réduction du temps de travail est appliquée sous forme de journées de repos compensatoires ou de réduction des prestations hebdomadaires selon des modalités convenues au plan des entreprises.
HOOFDSTUK IX. - Gelijke kansen.
CHAPITRE IX. - Egalité des chances.
Art.13. Bij toepassing van het koninklijk besluit van 14 juli 1987 houdende maatregelen ter bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de privaatsector, verbinden de ondernemingen er zich toe programma's inzake positieve acties uit te werken teneinde de feitelijke ongelijkheden die de kansen van de vrouwen nadelig beïnvloeden op te heffen.
  De wijzen van toepassing zullen worden bepaald in de ondernemingen.
Art.13. En application de l'arrêté royal du 14 juillet 1987 portant des mesures en vue de la promotion de l'égalité des chances entre les hommes et les femmes dans le secteur privé, les entreprises s'engagent à élaborer des programmes d'actions positives en vue d'éliminer les inégalités de fait qui affecteraient les chances des femmes.
  Les modalités d'application seront déterminées au sein des entreprises.
HOOFDSTUK X. - Gelijkaardige voordelen.
CHAPITRE X. - Avantages équivalents.
Art.14. Voor de toepassing van de artikelen 4, 7, 7bis, 8 en 9, mogen de bovenvermelde bepalingen op het niveau van de ondernemingen worden vervangen door voordelen die ten minste gelijkaardig zijn, en dit met de instemming van de ondernemingsraad of, bij gebrek ervan, van de vakbondsafvaardiging.
Art.14. Pour l'application des articles 4, 7, 7bis, 8 et 9, les dispositions ci-avant peuvent être remplacées au niveau des entreprises par des avantages au moins équivalents avec l'accord du conseil d'entreprise ou, à défaut de la délégation syndicale.
HOOFDSTUK XI. - Vastheid van betrekking en tewerkstellingsvolume.
CHAPITRE XI. - Sécurité d'emploi et volume de l'emploi.
Art.15. Het behoud van het tewerkstellingsvolume in de ondernemingen kan niet verzekerd worden.
  In geval van moeilijkheden, zal over elke afvloeiing van personeel paritair worden overlegd met de vakbondsafvaardiging en de ondernemingsraad.
  De verschillende oplossingen zouden kunnen worden overwogen, in het bijzonder het onderzoek van het plan Vande Lanotte.
Art.15. Le maintien du volume de l'emploi dans les entreprises ne peut être garanti.
  En cas de problème, tout dégagement de personnel fera l'objet d'une concertation paritaire avec la délégation syndicale et le conseil d'entreprise.
  Les différentes solutions pourraient être envisagées, notamment l'examen du plan Vande Lanotte.
HOOFDSTUK XII. - Herstructurering.
CHAPITRE XII. - Restructuration.
Art.16. In geval van herstructurering zullen de modaliteiten per geval worden besproken.
Art.16. En cas de restructuration, la discussion des modalités sera réglée au cas par cas.
HOOFDSTUK XIII. - Premie voor zaterdagarbeid.
CHAPITRE XIII. - Prime du samedi.
Art.17. De bedienden genieten een premie die minstens gelijk is aan die welke wordt toegekend aan de werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen en de kwartsietgroeven in Waals-Brabant, zoals vastgesteld in artikel 26 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden.
Art.17. Les employés bénéficient d'une prime au moins équivalente à celle octroyée aux ouvriers des entreprises relevant de la Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières de porphyre de la province de Hainaut et des carrières de quartzite du Brabant wallon, comme fixé à l'article 26 de la convention collective de travail du 30 juin 1999 fixant les conditions de travail.
HOOFDSTUK XIV. - Bijkomende verlofdagen.
CHAPITRE XIV. - Jours de congé complémentaires.
Art.18. Vanaf 1995, worden jaarlijks minimaal twee bijkomende verlofdagen toegekend aan de bedienden bovenop het wettelijk verlof en het recuperatieverlof.
Art.18. Dès 1995, il est octroyé annuellement deux jours de congés complémentaires minimum aux employés, en plus des congés légaux et des congés de récupération.
HOOFDSTUK XV. - Syndicale premie.
CHAPITRE XV. - Prime syndicale.
Art.19. Een jaarpremie van 2 000 BEF wordt enkel aan de gesyndiceerde bedienden toegekend.
Art.19. Une prime annuelle d'un montant de 2 000 BEF est accordée aux seuls employés syndiqués.
Art.20. De premie is betaalbaar op het einde van februari van elk jaar voor de 12 voorbije maanden, op voorwaarde dat de bediende op 28 februari van het jaar ingeschreven is in de onderneming en dat hij sinds 1 maart van de voorbije 12 maanden de vakbondsbijdragen heeft betaald.
Art.20. La prime est payable fin février de chaque année pour les 12 mois écoulés, pour autant que l'employé soit inscrit dans l'entreprise au 28 février de l'année et qu'il soit en règle de cotisation depuis le 1er mars des 12 mois écoulés.
Art.21. Op verzoek van een organisatie die deze overeenkomst heeft ondertekend, houdt een door het paritair comité aangewezen persoon toezicht op de aansluiting van de rechthebbenden bij een vakbond voor een of verschillende exploitaties en bepaalt de bedragen van de premies die moeten worden betaald aan elk van de vakorganisaties die representatief zijn voor de bedienden.
Art.21. A la demande d'une organisation signataire de la présente convention, un mandataire désigné par la commission paritaire effectue le contrôle de l'affiliation des ayants-droits pour un ou plusieurs sièges d'exploitation et indique les montants des primes à payer à chacune des organisations syndicales représentatives des employés.
HOOFDSTUK XVI. - Geschenkencheque.
CHAPITRE XVI. - Chèque cadeau.
Art.22. Een geschenkcheque of een gelijkaardige formule van een bedrag van 1 000 BEF is toegekend in december 2000.
Art.22. Un chèque cadeau ou une formule équivalente d'un montant de 1 000 BEF est octroyé en décembre 2000.
HOOFDSTUK XVII. - Wettelijk kader.
CHAPITRE XVII. - Cadre légal.
Art.23. De bepalingen van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst houden rekening met de maatregelen voorzien in de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
Art.23. Les dispositions de la présente convention collective de travail tiennent compte des mesures reprises dans la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
HOOFDSTUK XVIII. - Geldigheidsduur van de overeenkomst.
CHAPITRE XVIII. - Validité de la convention.
Art. 24. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 november 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-11-21/42%%)
  De Minister van Werkgelegenheid
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 24. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et cesse de produire ses effets le 31 décembre 2000.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 21 novembre 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-11-21/42%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.