Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant.
Met "werknemers" worden de werklieden en werksters bedoeld.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 JUNI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 30 juli 1999 onder het nummer 51807/COF/102.03).
Titre
30 JUIN 1999. - Convention collective de travail du 30 juin 1999, conclue au sein de la Sous-commission paritaire des carrières de porphyre de la province de Hainaut et des carrières de quartzite du Brabant wallon, relative aux conditions de travail (Convention enregistrée le 30 juillet 1999 sous le numéro 51807/COF/102.03).
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
HOOFDSTUK II. - Koppeling van de lonen en premi...
De loons chommelingen worden bereke...
Art.11. De hierboven in de artikelen 8 tot 10 o...
Art.12. a) Iedere werknemer die minimum 10 jaar...
Art.16. Vanaf 1 januari 1999 wordt er in het ge...
Art.17. Vanaf 1 januari 1999 wanneer een werkne...
Art.20. Wanneer er in twee ploegen wordt gewerk...
Art.23. Voor de verschuivingen van de arbeidsti...
Art.24. De vergoeding voor het afdalen en het b...
Art.25. De werknemer die in ploegen werkt en ov...
Art.26. Vanaf 1 januari 1999 geven de arbeidspr...
Art.31. De in de artikelen 27 tot 30 bedoelde p...
Art.32. De directies van de ondernemingen besli...
Art.33. De toepassing van het koninklijk beslui...
Art.34. Ter gelegenheid van de plaatselijke ker...
Art.35. Een premie voor het schoolgaan die geli...
Art.36. De werkgevers leveren een paar veilighe...
Art.37. De wekelijkse arbeidsduur bedraagt 37 uur.
Art.43. Op verzoek van een organisatie die de o...
Art.44. Met het oog op het verstrekken van een ...
HOOFDSTUK XXII. - Vastheid van betrekking en te...
Art.45. Ingeval dit absoluut noodzakelijk is, z...
Art.46. Deze overeenkomst houdt voor de partije...
Art.49. De betaling van de in artikel 47 bedoel...
Art.51. De terugbetaling geschiedt ten minste m...
Art.52. De verschillende partijen verklaren voo...
Art.53. Een eenmalige bijscholingspremie van 4 ...
Art.54. Ieder jaar, op 1 mei wordt een terugker...
Art.55. Bij afwijking van de bepalingen van art...
Art.56. De functieclassificatie zal tijdens de ...
Art.57. De bepalingen van de huidige collectiev...
Art.58. Dit artikel is gesloten in toepassing v...
Art.59. De "3 pct. RVA-stagiairs" zullen nagele...
Inhoud
CHAPITRE I. - Champ d'application.
CHAPITRE II. - Liaison des salaires à l'indice ...
Les variations de salaires sont cal...
Art.11. Les dispositions reprises ci-dessus aux...
Art.12. a) Tout travailleur comptant au minimum...
Art.16. A partir du 1er janvier 1999, en cas de...
Art.17. A partir du 1er janvier 1999, lorsque, ...
Art.20. Lorsque le travail s'effectue en deux é...
Art.23. Les décalages d'horaire demandés par le...
Art.24. L'indemnité de descente et de remonte e...
Art.25. Le travailleur travaillant en équipes e...
Art.26. A partir du 1er janvier 1999, les prest...
Art.31. La prime visée aux articles 27 à 30 ci-...
Art.32. Les directions d'entreprises décident s...
Art.33. L'application de l'arrêté royal du 28 a...
Art.34. A l'occasion des kermesses locales, il ...
Art.35. Une prime de scolarité égale à une augm...
Art.36. Les employeurs délivrent une paire de c...
Art.37. La durée hebdomadaire du travail est de...
Art.43. A la demande d'une organisation signata...
Art.44. En vue d'assurer une formation syndical...
CHAPITRE XXII. - Sécurité d'emploi et volume de...
Art.45. En cas de nécessité absolue, il ne sera...
Art.46. Les parties s'engagent à maintenir la p...
Art.49. Le paiement de la prime visée à l'artic...
Art.51. Le remboursement s'effectue au moins me...
Art.52. Les diverses parties se déclarent favor...
Art.53. Une prime de recyclage unique et non ré...
Art.54. Chaque année, au 1er mai , une prime ré...
Art.55. Par dérogation aux dispositions de l'ar...
Art.56. La classification des fonctions fera l'...
Art.57. Les dispositions de la présente convent...
Art.58. Le présent article est conclu en applic...
Art.59. Il y aura respect des 3 p.c. de stagiai...
Tekst (95)
Texte (95)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail est applicable aux employeurs et aux travailleurs des entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire des carrières de porphyre de la province de Hainaut et des carrières de quartzite du Brabant wallon.
Par "travailleurs" on entend les ouvriers et les ouvrières.
Par "travailleurs" on entend les ouvriers et les ouvrières.
Art.2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel de vroegere bestaande bepalingen aan te passen en te coördineren.
Art.2. La présente convention collective de travail a pour objet d'actualiser et de coordonner les dispositions antérieures existantes.
HOOFDSTUK II. - Koppeling van de lonen en premies aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
CHAPITRE II. - Liaison des salaires à l'indice des prix à la consommation.
Art.3. a) Het op 1 januari 1999 toegepaste indexcijfer is 102,38.
b) Een loonsverhoging van 9 BEF per uur is toegekend vanaf 1 januari 1999, in een arbeidstijdregeling van 40 uren/week.
c) De loonperequatie zal worden toegepast in het bekken van Lessen en Bierk, wat betekend een loonsverhoging van 9,23 BEF per uur vanaf 1 januari 1999, in een arbeidstijdregeling van 39 uren/week.
b) Een loonsverhoging van 9 BEF per uur is toegekend vanaf 1 januari 1999, in een arbeidstijdregeling van 40 uren/week.
c) De loonperequatie zal worden toegepast in het bekken van Lessen en Bierk, wat betekend een loonsverhoging van 9,23 BEF per uur vanaf 1 januari 1999, in een arbeidstijdregeling van 39 uren/week.
Art.3. a) L'indice appliqué au 1er janvier 1999 est de 102,38.
b) Une augmentation salariale de 9 BEF l'heure est appliquée à partir du 1er janvier 1999, en régime de travail de 40 heures/semaine.
c) La péréquation salariale sera appliquée dans le bassin de Lessines et de Bierghes, ce qui signifie une augmentation salariale de 9,23 BEF l'heure au 1er janvier 1999, en régime de travail de 39 heures/semaine.
b) Une augmentation salariale de 9 BEF l'heure est appliquée à partir du 1er janvier 1999, en régime de travail de 40 heures/semaine.
c) La péréquation salariale sera appliquée dans le bassin de Lessines et de Bierghes, ce qui signifie une augmentation salariale de 9,23 BEF l'heure au 1er janvier 1999, en régime de travail de 39 heures/semaine.
Art.4. De uurlonen en de in de artikelen 13, 14, 16, 17, 18, 19, 21 en 24 bedoelde premies en vergoedingen stemmen overeen met de reeks van de indexcijfers 102,38 tot 103,40 op 1 januari 1999.
Art.4. Les salaires horaires, les primes et indemnités visées aux articles 13, 14, 16, 17, 18, 19, 21 et 24 sont exprimés dans la tranche d'indice 102,38 à 103,40 au 1er janvier 1999.
Art. 5. De lonen en premies veranderen naargelang van het indexcijfer dat betrekking heeft op de vorige maand, en dit per reeks van 1 pct., overeenkomstig de onderstaande tabel die wordt vermeld bij wijze van voorbeeld en die niet beperkend is, en waarbij de indexcijfers worden vastgesteld die een loonschommeling met zich meebrengen.
Art. 5. Les salaires et les primes varient en fonction de l'indice se rapportant au mois précédent, tant à la hausse qu'à la baisse, par tranche de 1 p.c., conformément au tableau ci-dessous, donné à titre exemplatif et non limitatif, fixant les indices entraînant une variation de salaire.
Indexcijfers Indexcijfers
die de daling aanduiden die de stijging aanduiden
102,37 103,40
103,39 104,43
104,42 105,47
105,46 106,52
enz. enz.
die de daling aanduiden die de stijging aanduiden
102,37 103,40
103,39 104,43
104,42 105,47
105,46 106,52
enz. enz.
Indices Indices
determinant la baisse determinant la hausse
102,37 103,40
103,39 104,43
104,42 105,47
105,46 106,52
etc. etc.
determinant la baisse determinant la hausse
102,37 103,40
103,39 104,43
104,42 105,47
105,46 106,52
etc. etc.
De loons chommelingen worden berekend op het laatste loon dat werd betaald op het ogenblik van de publicatie van het indexcijfer dat de schommelingen met zich brengt en zijn toepasselijk vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarop dit indexcijfer betrekking heeft.
Indien de derde indexsprong niet bereikt wordt op 15 december 2000 zal een netto compenserende premie van 2 000 BEF toegekend worden op die datum.
Indien de derde indexsprong niet bereikt wordt op 15 december 2000 zal een netto compenserende premie van 2 000 BEF toegekend worden op die datum.
Les variations de salaires sont calculées sur le dernier salaire payé au moment de la publication de l'indice entraînant des variations et sont applicables à partir du premier jour du mois suivant celui auquel se rapporte cet indice.
Si le troisième saut d'index n'est pas atteint au 15 décembre 2000, une prime nette compensatoire de 2 000 BEF sera octroyée à la date précitée.
Si le troisième saut d'index n'est pas atteint au 15 décembre 2000, une prime nette compensatoire de 2 000 BEF sera octroyée à la date précitée.
De loons chommelingen worden berekend op het laatste loon dat werd betaald op het ogenblik van de publicatie van het indexcijfer dat de schommelingen met zich brengt en zijn toepasselijk vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarop dit indexcijfer betrekking heeft.
Les variations de salaires sont calculées sur le dernier salaire payé au moment de la publication de l'indice entraînant des variations et sont applicables à partir du premier jour du mois suivant celui auquel se rapporte cet indice.
Art. 6. Het loon van de werknemers die minder dan 21 jaar oud zijn wordt vastgesteld op het hierna volgende percentage van het loon van de werknemers van dezelfde beroepencategorie :
Art. 6. Le salaire des travailleurs de moins de 21 ans est fixé au pourcentage ci-après du salaire des travailleurs de la même catégorie professionnelle :
vanaf 18 jaar : 85 pct.
vanaf 19 jaar : 90 pct.
vanaf 20 jaar : 100 pct.
vanaf 19 jaar : 90 pct.
vanaf 20 jaar : 100 pct.
a partir de 18 ans : 85 p.c.
a partir de 19 ans : 90 p.c.
a partir de 20 ans : 100 p.c.
a partir de 19 ans : 90 p.c.
a partir de 20 ans : 100 p.c.
Art.6. Het loon van de werknemers die minder dan 21 jaar oud zijn wordt vastgesteld op het hierna volgende percentage van het loon van de werknemers van dezelfde beroepencategorie : vanaf 18 jaar : 85 pct. vanaf 19 jaar : 90 pct. vanaf 20 jaar : 100 pct.
Art.6. Le salaire des travailleurs de moins de 21 ans est fixé au pourcentage ci-après du salaire des travailleurs de la même catégorie professionnelle : a partir de 18 ans : 85 p.c. a partir de 19 ans : 90 p.c. a partir de 20 ans : 100 p.c.
Art. 8. De werkman die tijdelijk of occasioneel moet werken in een lagere categorie behoudt het recht op zijn gewoon loon of eventueel op het gemiddelde van het loon voor stukwerk dat werd verricht tijdens deze periode door de groep of afdeling waaraan hij was verbonden.
Art. 8. Le travailleur appelé à travailler momentanément ou occasionnellement dans une catégorie de salaire inférieur conserve le droit à sa rémunération habituelle, ou éventuellement à la moyenne du salaire aux pièces réalisées pendant cette période par le groupe ou la section où il était affecté.
Art.8. De werkman die tijdelijk of occasioneel moet werken in een lagere categorie behoudt het recht op zijn gewoon loon of eventueel op het gemiddelde van het loon voor stukwerk dat werd verricht tijdens deze periode door de groep of afdeling waaraan hij was verbonden.
Art.8. Le travailleur appelé à travailler momentanément ou occasionnellement dans une catégorie de salaire inférieur conserve le droit à sa rémunération habituelle, ou éventuellement à la moyenne du salaire aux pièces réalisées pendant cette période par le groupe ou la section où il était affecté.
Art. 10. Indien de overgeplaatste werknemer om welke reden ook moet blijven werken in zijn nieuwe functie, wordt hij 14 dagen vooraf ingelicht over deze beslissing; bij het verstrijken van deze termijn wordt hij betaald tegen het loon voor de functie die hij uitoefent.
Art. 10. Si le travailleur déplacé est appelé pour un motif quelconque à devoir rester à son nouveau poste de travail, il est avisé de cette décision 14 jours à l'avance; à l'expiration de ce délai, il est payé au salaire afférent à la fonction qu'il occupe.
Art. 11. De hierboven in de artikelen 8 tot 10 opgenomen bepalingen hebben geen betrekking op :
1) de overplaatsingen waarover de twee partijen vooraf zijn overeengekomen, noch op de bijkomstige werkzaamheden die worden uitgevoerd door sommige categorieën van werknemers die stukwerk verrichten en waarover er overeengekomen uurlonen worden betaald;
2) de gevallen van werknemers die gewoonlijk twee of meer beroepen uitoefenen en aan wie normaal verschillende bedragen worden betaald.
Voorbeeld : werknemer van de "dienst beton", die occasioneel aan het werk wordt gezet in de productie.
1) de overplaatsingen waarover de twee partijen vooraf zijn overeengekomen, noch op de bijkomstige werkzaamheden die worden uitgevoerd door sommige categorieën van werknemers die stukwerk verrichten en waarover er overeengekomen uurlonen worden betaald;
2) de gevallen van werknemers die gewoonlijk twee of meer beroepen uitoefenen en aan wie normaal verschillende bedragen worden betaald.
Voorbeeld : werknemer van de "dienst beton", die occasioneel aan het werk wordt gezet in de productie.
Art. 11. Les dispositions reprises ci-dessus aux articles 8 à 10 ne concernent pas :
1) Les mutations qui font l'objet d'un accord préalable entre les deux parties, ni les travaux accessoires exécutés par certaines catégories de travailleurs aux pièces, travaux rétribués à des salaires horaires convenus;
2) les cas des travailleurs exerçant habituellement deux ou plusieurs professions et qui sont payés normalement à des taux différents.
Exemple : travailleur du "service béton", préposé et affecté occasionnellement à des travaux de production.
1) Les mutations qui font l'objet d'un accord préalable entre les deux parties, ni les travaux accessoires exécutés par certaines catégories de travailleurs aux pièces, travaux rétribués à des salaires horaires convenus;
2) les cas des travailleurs exerçant habituellement deux ou plusieurs professions et qui sont payés normalement à des taux différents.
Exemple : travailleur du "service béton", préposé et affecté occasionnellement à des travaux de production.
Art.11. De hierboven in de artikelen 8 tot 10 opgenomen bepalingen hebben geen betrekking op :
Art.11. Les dispositions reprises ci-dessus aux articles 8 à 10 ne concernent pas :
Art. 12. a) Iedere werknemer die minimum 10 jaar nachtarbeid heeft verricht, kan zijn overplaatsing naar een dagfunctie vragen, met behoud van het loon van de nieuwe functie.
b) De aanvragen tot mutatie van werknemers uit de sector die minstens 10 jaar nachtarbeid doen gelden zullen, geval per geval, gunstig onderzocht worden, rekening houdend met de vereisten van de bedrijfsorganisatie.
c) In geval van niet-akkoord zullen de sociale partners, vertegenwoordigd in dit paritair subcomité uitgenodigd worden.
b) De aanvragen tot mutatie van werknemers uit de sector die minstens 10 jaar nachtarbeid doen gelden zullen, geval per geval, gunstig onderzocht worden, rekening houdend met de vereisten van de bedrijfsorganisatie.
c) In geval van niet-akkoord zullen de sociale partners, vertegenwoordigd in dit paritair subcomité uitgenodigd worden.
Art. 12. a) Tout travailleur comptant au minimum 10 ans de prestation de nuit, peut demander sa mutation vers une fonction de jour avec le salaire de la nouvelle fonction.
b) Les demandes de mutation des travailleurs du secteur présentant au moins 10 ans de travail de nuit seront examinées favorablement, cas par cas, tout en tenant compte des impératifs d'organisation de l'entreprise.
c) En cas de non accord, les partenaires sociaux représentés en la présente sous-commission paritaire seront convoqués.
b) Les demandes de mutation des travailleurs du secteur présentant au moins 10 ans de travail de nuit seront examinées favorablement, cas par cas, tout en tenant compte des impératifs d'organisation de l'entreprise.
c) En cas de non accord, les partenaires sociaux représentés en la présente sous-commission paritaire seront convoqués.
Art.12. a) Iedere werknemer die minimum 10 jaar nachtarbeid heeft verricht, kan zijn overplaatsing naar een dagfunctie vragen, met behoud van het loon van de nieuwe functie.
Art.12. a) Tout travailleur comptant au minimum 10 ans de prestation de nuit, peut demander sa mutation vers une fonction de jour avec le salaire de la nouvelle fonction.
Art. 13. Vanaf 1 januari 1999 wordt er een nachtpremie van 65,62 BEF per uur betaald voor arbeidsprestaties die worden verricht tussen 16 uur en 6 uur voor de nacht van zaterdag op zondag en tussen 20 uur en 6 uur voor de overige nachten.
De toepassing van de nachtpremies voor de uren die als overuren door de nachtploeg na 6 uur in de ochtend worden verricht, wordt gehandhaafd.
De toepassing van de nachtpremies voor de uren die als overuren door de nachtploeg na 6 uur in de ochtend worden verricht, wordt gehandhaafd.
Art. 13. A partir du 1er janvier 1999, une prime de nuit d'un montant horaire de 65,62 BEF est payée pour les heures prestées entre 16 heures et 6 heures pour la nuit du samedi au dimanche et entre 20 heures et 6 heures pour les autres nuits.
La prime de nuit reste appliquée pour les heures prestées en heures supplémentaires par l'équipe de nuit au-delà de 6 heures du matin.
La prime de nuit reste appliquée pour les heures prestées en heures supplémentaires par l'équipe de nuit au-delà de 6 heures du matin.
Art.13. Vanaf 1 januari 1999 wordt er een nachtpremie van 65,62 BEF per uur betaald voor arbeidsprestaties die worden verricht tussen 16 uur en 6 uur voor de nacht van zaterdag op zondag en tussen 20 uur en 6 uur voor de overige nachten.
De toepassing van de nachtpremies voor de uren die als overuren door de nachtploeg na 6 uur in de ochtend worden verricht, wordt gehandhaafd.
De toepassing van de nachtpremies voor de uren die als overuren door de nachtploeg na 6 uur in de ochtend worden verricht, wordt gehandhaafd.
Art.13. A partir du 1er janvier 1999, une prime de nuit d'un montant horaire de 65,62 BEF est payée pour les heures prestées entre 16 heures et 6 heures pour la nuit du samedi au dimanche et entre 20 heures et 6 heures pour les autres nuits.
La prime de nuit reste appliquée pour les heures prestées en heures supplémentaires par l'équipe de nuit au-delà de 6 heures du matin.
La prime de nuit reste appliquée pour les heures prestées en heures supplémentaires par l'équipe de nuit au-delà de 6 heures du matin.
Art.14. Vanaf 1 januari 1999 wordt er voor arbeid in een verschoven arbeidstijdregeling, een premie betaald van 20,32 BEF per uur voor de uren arbeid verricht tussen 6 uur en 6.30 uur en tussen 17.30 uur en 20 uur, alsmede voor zaterdagarbeid verricht tussen 13.30 uur en 16 uur, zonder afbreuk te doen aan de wetten op de arbeidsduur, de zondagsrust en de feestdagen.
Art.14. A partir du 1er janvier 1999, une prime d'horaire décalé d'un montant horaire de 20,32 BEF est payée pour les heures prestées entre 6 heures et 6.30 heures et entre 17.30 heures et 20 heures, ainsi que le samedi entre 13.30 heures et 16 heures, sans préjudice des lois sur la durée du travail, le repos du dimanche et les jours fériés.
Art.15. De in de artikelen 13 en 14 bedoelde premies worden verhoogd zoals het hoofdloon voor de gewerkte overuren. Zij zijn echter niet toepasselijk voor de uren tijdens welke er wordt gewerkt om voorbereidende en bijkomende arbeid te verrichten.
Art.15. Les primes visées aux articles 13 et 14 sont majorées comme le salaire principal pour les heures supplémentaires prestées. Elles ne s'appliquent cependant pas aux heures prestées pour travaux préparatoires et complémentaires.
Art.16. Vanaf 1 januari 1999 wordt er in het geval van een verschoven arbeidstijdregeling, een waarborg toegekend van 109,36 BEF per dag voor elke arbeidstijdregeling die niet begrepen is tussen 6.30 uur en 17.30 uur.
Art.16. A partir du 1er janvier 1999, en cas de décalage d'horaire, une garantie de 109,36 BEF par jour est octroyée pour tout horaire non compris entre 6.30 heures et 17.30 heures.
Art. 17. Vanaf 1 januari 1999 wanneer een werknemer uitzonderlijk wordt gevraagd te werken volgens een ongewone arbeidstijdregeling, wordt er hem voor deze dag een uitkering voor wijziging in de arbeidstijdregeling van 109,36 BEF toegekend.
Art. 17. A partir du 1er janvier 1999, lorsque, exceptionnellement, un travailleur est appelé à des prestations selon un horaire inhabituel, il lui est alloué, pour ce jour, une indemnité de changement d'horaire de 109,36 BEF.
Art.17. Vanaf 1 januari 1999 wanneer een werknemer uitzonderlijk wordt gevraagd te werken volgens een ongewone arbeidstijdregeling, wordt er hem voor deze dag een uitkering voor wijziging in de arbeidstijdregeling van 109,36 BEF toegekend.
Art.17. A partir du 1er janvier 1999, lorsque, exceptionnellement, un travailleur est appelé à des prestations selon un horaire inhabituel, il lui est alloué, pour ce jour, une indemnité de changement d'horaire de 109,36 BEF.
Art. 18. Voor de uren ploegenarbeid tussen 5 uur en 21 uur waarbij de arbeidstijdregeling wordt verschoven ten opzichte van de normale arbeidstijdregeling wordt er een bijslag betaald van 13,62 BEF per uur.
Art. 18. Les heures comprises entre 5 heures et 21 heures pour le travail par équipe entraînant des décalages d'horaire par rapport à l'horaire normal sont rétribuées avec un supplément horaire de 13,62 BEF.
Art.18. Voor de uren ploegenarbeid tussen 5 uur en 21 uur waarbij de arbeidstijdregeling wordt verschoven ten opzichte van de normale arbeidstijdregeling wordt er een bijslag betaald van 13,62 BEF per uur.
Art.18. Les heures comprises entre 5 heures et 21 heures pour le travail par équipe entraînant des décalages d'horaire par rapport à l'horaire normal sont rétribuées avec un supplément horaire de 13,62 BEF.
Art. 20. Wanneer er in twee ploegen wordt gewerkt, beschikken de werknemers altijd over een arbeidsonderbreking om hun maaltijden te nemen.
De werknemers die voorbereidende werkzaamheden uitvoeren in de gemechaniseerde groeven en bij het breken, mogen evenwel uitzonderlijk hun maaltijd nemen tijdens de werkuren.
De werknemers die voorbereidende werkzaamheden uitvoeren in de gemechaniseerde groeven en bij het breken, mogen evenwel uitzonderlijk hun maaltijd nemen tijdens de werkuren.
Art. 20. Lorsque le travail s'effectue en deux équipes, les travailleurs disposent toujours d'un arrêt de travail pour prendre leur repas.
Cependant, par exception, les travailleurs occupés aux travaux préparatoires à la carrière mécanisée et au concassage prendront leur repas pendant les heures de prestation.
Cependant, par exception, les travailleurs occupés aux travaux préparatoires à la carrière mécanisée et au concassage prendront leur repas pendant les heures de prestation.
Art.20. Wanneer er in twee ploegen wordt gewerkt, beschikken de werknemers altijd over een arbeidsonderbreking om hun maaltijden te nemen.
Art.20. Lorsque le travail s'effectue en deux équipes, les travailleurs disposent toujours d'un arrêt de travail pour prendre leur repas.
Art. 21. Voor de door de directie gevraagde verschuivingen van de arbeidstijdregeling ten opzichte van de normale uren, waarbij er vóór 7 uur en na 18 uur moet worden gewerkt, wordt er voor alle gewerkte uren een premie uitbetaald die gelijk is aan de ploegenpremie.
Art. 21. Les décalages d'horaire par rapport aux heures normales demandées par la direction et entraînant des prestations avant 7 heures et après 18 heures, donnent lieu au paiement d'une prime équivalente à la prime d'équipe et ce, pour toutes les heures de prestation.
Art.21. Voor de door de directie gevraagde verschuivingen van de arbeidstijdregeling ten opzichte van de normale uren, waarbij er vóór 7 uur en na 18 uur moet worden gewerkt, wordt er voor alle gewerkte uren een premie uitbetaald die gelijk is aan de ploegenpremie.
Art.21. Les décalages d'horaire par rapport aux heures normales demandées par la direction et entraînant des prestations avant 7 heures et après 18 heures, donnent lieu au paiement d'une prime équivalente à la prime d'équipe et ce, pour toutes les heures de prestation.
Art.22. Voor de verschuivingen van de arbeidstijdregeling waarbij er niet moet worden gewerkt buiten de uren die begrepen zijn tussen 7 uur en 18 uur wordt deze premie niet uitbetaald.
Art.22. Les décalages d'horaire n'entraînant pas de prestations en dehors des heures comprises entre 7 heures et 18 heures ne donnent pas lieu au paiement de cette prime.
Art.23. Voor de verschuivingen van de arbeidstijdregeling die worden aangevraagd door de werknemers wordt de premie niet uitbetaald.
Art.23. Les décalages d'horaire demandés par les travailleurs ne donnent pas lieu au paiement de la prime.
Art. 24. De vergoeding voor het afdalen en het bovenkomen wordt vastgesteld op 6,21 BEF per gewerkt uur.
Art. 24. L'indemnité de descente et de remonte est fixée à 6,21 BEF par heure prestée.
Art.24. De vergoeding voor het afdalen en het bovenkomen wordt vastgesteld op 6,21 BEF per gewerkt uur.
Art.24. L'indemnité de descente et de remonte est fixée à 6,21 BEF par heure prestée.
Art. 25. De werknemer die in ploegen werkt en overuren maakt, geniet de wettelijke bijslag die wordt berekend op het totaal van zijn gewoon loon en van de ploegenpremie.
Art. 25. Le travailleur travaillant en équipes et effectuant des heures supplémentaires bénéficie du supplément légal calculé sur le total de son salaire habituel et de la prime d'équipe.
Art.25. De werknemer die in ploegen werkt en overuren maakt, geniet de wettelijke bijslag die wordt berekend op het totaal van zijn gewoon loon en van de ploegenpremie.
Art.25. Le travailleur travaillant en équipes et effectuant des heures supplémentaires bénéficie du supplément légal calculé sur le total de son salaire habituel et de la prime d'équipe.
Art. 26. Vanaf 1 januari 1999 geven de arbeidsprestaties op zaterdag recht op een overloon van 159,24 BEF per uur (rekening houdend met het uurverschil).
Deze premie wordt gelijkgesteld voor het kort verzuim, in de zin van artikel 33 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Er wordt eveneens, prorata temporis, rekening mee gehouden voor de eindejaarspremie.
Voor het centrum te Quenast werd het aantal werknemers van de zaterdagploeg van 6 op 8 gebracht vanaf 1 januari 1989.
Deze premie wordt gelijkgesteld voor het kort verzuim, in de zin van artikel 33 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Er wordt eveneens, prorata temporis, rekening mee gehouden voor de eindejaarspremie.
Voor het centrum te Quenast werd het aantal werknemers van de zaterdagploeg van 6 op 8 gebracht vanaf 1 januari 1989.
Art. 26. A partir du 1er janvier 1999, les prestations du samedi donnent droit à un sursalaire de 159,24 BEF de l'heure (y compris le décalage horaire).
Il y a assimilation de cette prime pour les petits chômages, au sens de l'article 33 de la présente convention collective de travail.
De même, il y a comptabilisation pour la prime de fin d'année, au prorata temporis.
Pour le centre de Quenast l'équipe du samedi a été portée de 6 à 8 travailleurs à partir du 1er janvier 1989.
Il y a assimilation de cette prime pour les petits chômages, au sens de l'article 33 de la présente convention collective de travail.
De même, il y a comptabilisation pour la prime de fin d'année, au prorata temporis.
Pour le centre de Quenast l'équipe du samedi a été portée de 6 à 8 travailleurs à partir du 1er janvier 1989.
Art.26. Vanaf 1 januari 1999 geven de arbeidsprestaties op zaterdag recht op een overloon van 159,24 BEF per uur (rekening houdend met het uurverschil).
Art.26. A partir du 1er janvier 1999, les prestations du samedi donnent droit à un sursalaire de 159,24 BEF de l'heure (y compris le décalage horaire).
Art. 27. Voor elke dag werkloosheid waarover de werkgever beslist, met inbegrip van de werkloosheid van economische aard, wordt een aanvullende werkloosheidsuitkering toegekend, waarvan de toekenningsvoorwaarden dezelfde zijn als die van de werkloosheidsuitkeringen.
Art. 27. Une indemnité complémentaire de chômage, dont les conditions d'octroi sont identiques à celles des allocations de chômage, est allouée pour chaque jour de chômage décidé par l'employeur, y compris le chômage d'origine économique.
Art.27. Voor elke dag werkloosheid waarover de werkgever beslist, met inbegrip van de werkloosheid van economische aard, wordt een aanvullende werkloosheidsuitkering toegekend, waarvan de toekenningsvoorwaarden dezelfde zijn als die van de werkloosheidsuitkeringen.
Art. 28. Un plafond de 100 jours d'indemnisation par année civile et par travailleur est à respecter avec pool par entreprise. Si un plafond est atteint, les employeurs sont d'accord pour revoir la situation avec les délégations syndicales.
Art.28. Er wordt een plafond van 100 dagen vergoeding per kalenderjaar en per werknemer in acht genomen, met pool per onderneming. Als er een plafond is bereikt gaan de werkgevers ermee akkoord om de toestand te herzien met de vakbondsafvaardigingen.
Art.28. Un plafond de 100 jours d'indemnisation par année civile et par travailleur est à respecter avec pool par entreprise. Si un plafond est atteint, les employeurs sont d'accord pour revoir la situation avec les délégations syndicales.
Art. 30. De uitkering is slechts verschuldigd voor zover de werknemer zich aanmeldt op het werk bij de werkhervatting en hij minstens drie maanden in dienst is in de sector op het ogenblik van de onderbreking waarvoor de vergoeding wordt uitbetaald.
Art. 30. L'indemnité n'est due que pour autant que le travailleur se présente au travail lors de la reprise du travail et qu'il soit en service dans le secteur depuis trois mois au moins au moment de l'arrêt donnant lieu à l'indemnisation.
Art.30. De uitkering is slechts verschuldigd voor zover de werknemer zich aanmeldt op het werk bij de werkhervatting en hij minstens drie maanden in dienst is in de sector op het ogenblik van de onderbreking waarvoor de vergoeding wordt uitbetaald.
Art.30. L'indemnité n'est due que pour autant que le travailleur se présente au travail lors de la reprise du travail et qu'il soit en service dans le secteur depuis trois mois au moins au moment de l'arrêt donnant lieu à l'indemnisation.
Art.31. De in de artikelen 27 tot 30 bedoelde premie wordt eveneens toegekend aan de werknemers die worden ontslagen om een economische reden en dit voor de duur van de werkloosheid en gedurende maximaal 100 dagen.
Art.31. La prime visée aux articles 27 à 30 ci-dessus est accordée également aux travailleurs licenciés pour raison économique, pour la durée du chômage et durant 100 jours maximum.
Art. 32. De directies van de ondernemingen beslissen of het past de productie stop te zetten en de werkloosheid in te voeren. De werkloosheid wordt geregeld in dagen volledige arbeidsonderbreking.
De wijze waarop de werkloosheid wordt georganiseerd wordt bovendien vooraf besproken en bijgewerkt met de vertegenwoordigers van de werknemers, met inbegrip van de vakbondsvrijgestelden.
Voor de verzending wordt in ieder geval gezorgd tijdens de dagen van arbeidsonderbreking.
De wijze waarop de werkloosheid wordt georganiseerd wordt bovendien vooraf besproken en bijgewerkt met de vertegenwoordigers van de werknemers, met inbegrip van de vakbondsvrijgestelden.
Voor de verzending wordt in ieder geval gezorgd tijdens de dagen van arbeidsonderbreking.
Art. 32. Les directions d'entreprises décident s'il y a lieu d'arrêter la production et de mettre en chômage. Le chômage est organisé par jours d'arrêt complet.
Les modalités de chômage sont en outre préalablement discutées et mises au point avec les représentants des travailleurs, y compris les permanents syndicaux.
De toute manière, les expéditions sont assurées pendant les jours d'arrêt.
Les modalités de chômage sont en outre préalablement discutées et mises au point avec les représentants des travailleurs, y compris les permanents syndicaux.
De toute manière, les expéditions sont assurées pendant les jours d'arrêt.
Art.32. De directies van de ondernemingen beslissen of het past de productie stop te zetten en de werkloosheid in te voeren. De werkloosheid wordt geregeld in dagen volledige arbeidsonderbreking.
Art.32. Les directions d'entreprises décident s'il y a lieu d'arrêter la production et de mettre en chômage. Le chômage est organisé par jours d'arrêt complet.
Art. 33. De toepassing van het koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, wordt uitgebreid tot de samenwonenden.
Art. 33. L'application de l'arrêté royal du 28 août 1963 relatif au maintien de la rémunération normale des ouvriers, des employés et des travailleurs engagés pour le service des bâtiments de navigation intérieure, pour les jours d'absence à l'occasion d'événements familiaux ou en vue de l'accomplissement d'obligations civiques ou de missions civiles, est étendue aux cohabitants.
Art.33. De toepassing van het koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, wordt uitgebreid tot de samenwonenden.
Art.33. L'application de l'arrêté royal du 28 août 1963 relatif au maintien de la rémunération normale des ouvriers, des employés et des travailleurs engagés pour le service des bâtiments de navigation intérieure, pour les jours d'absence à l'occasion d'événements familiaux ou en vue de l'accomplissement d'obligations civiques ou de missions civiles, est étendue aux cohabitants.
Art. 34. Ter gelegenheid van de plaatselijke kermissen, worden er twee betaalde dagen toegekend, op de volgende manier :
- te Bierk : 1 betaalde kermisdag en 1 bijkomende dag;
- te Lessen ( Carrières-Unies de Porphyre) : 2 dagen (in mei en augustus), waarvan 1 betaalde dag in mei en de 2e dag niet betaald. De 3e dag kan de werknemer aan zijn keuze nemen;
- te Lessen (Hermitage) en te Quenast : 2 betaalde dagen voor de plaatselijke kermissen.
- te Bierk : 1 betaalde kermisdag en 1 bijkomende dag;
- te Lessen ( Carrières-Unies de Porphyre) : 2 dagen (in mei en augustus), waarvan 1 betaalde dag in mei en de 2e dag niet betaald. De 3e dag kan de werknemer aan zijn keuze nemen;
- te Lessen (Hermitage) en te Quenast : 2 betaalde dagen voor de plaatselijke kermissen.
Art. 34. A l'occasion des kermesses locales, il est octroyé deux jours payés, de la manière suivante :
- à Bierghes : 1 jour de kermesse payé et 1 jour complémentaire;
- à Lessines (Carrières-Unies de Porphyre) : 2 jours (en mai et en août), dont 1 jour payé en mai et le 2e jour non payé. Le 3e jour est pris librement par le travailleur;
- à Lessines (Hermitage) et à Quenast : 2 jours payés pour les kermesses locales.
- à Bierghes : 1 jour de kermesse payé et 1 jour complémentaire;
- à Lessines (Carrières-Unies de Porphyre) : 2 jours (en mai et en août), dont 1 jour payé en mai et le 2e jour non payé. Le 3e jour est pris librement par le travailleur;
- à Lessines (Hermitage) et à Quenast : 2 jours payés pour les kermesses locales.
Art.34. Ter gelegenheid van de plaatselijke kermissen, worden er twee betaalde dagen toegekend, op de volgende manier :
Art.34. A l'occasion des kermesses locales, il est octroyé deux jours payés, de la manière suivante :
Art. 35. Een premie voor het schoolgaan die gelijk is aan een verhoging met 3 pct. van het basisloon wordt toegekend aan de jongere werknemers die cursussen volgen in een erkende beroepsschool, en wel onder de volgende voorwaarden :
1. de cursussen zijn bestemd om de jongeren in hun beroep te vervolmaken;
2. er is een getuigschrift of een bewijs nodig waaruit moet blijken dat zij geslaagd zijn voor de eindexamens;
3. de cursussen worden gevolgd met de toestemming van de directie van de onderneming.
1. de cursussen zijn bestemd om de jongeren in hun beroep te vervolmaken;
2. er is een getuigschrift of een bewijs nodig waaruit moet blijken dat zij geslaagd zijn voor de eindexamens;
3. de cursussen worden gevolgd met de toestemming van de directie van de onderneming.
Art. 35. Une prime de scolarité égale à une augmentation de 3 p.c. du salaire de base est alloué dans les conditions suivantes aux jeunes travailleurs suivant les cours d'une école professionnelle agréée :
1. les cours sont destinés à perfectionner les jeunes gens dans leur métier;
2. un certificat ou une attestation doit prouver la réussite des examens de fin d'année;
3. les cours sont suivis avec l'accord de la direction de l'entreprise.
1. les cours sont destinés à perfectionner les jeunes gens dans leur métier;
2. un certificat ou une attestation doit prouver la réussite des examens de fin d'année;
3. les cours sont suivis avec l'accord de la direction de l'entreprise.
Art.35. Een premie voor het schoolgaan die gelijk is aan een verhoging met 3 pct. van het basisloon wordt toegekend aan de jongere werknemers die cursussen volgen in een erkende beroepsschool, en wel onder de volgende voorwaarden :
Art.35. Une prime de scolarité égale à une augmentation de 3 p.c. du salaire de base est alloué dans les conditions suivantes aux jeunes travailleurs suivant les cours d'une école professionnelle agréée :
Art. 36. De werkgevers leveren een paar veiligheidsschoenen aan alle werknemers; in principe wordt er een paar schoenen toegekend per periode van twaalf maanden.
Er wordt evenwel een ander paar schoenen kosteloos toegekend aan de werknemers die bewijzen dat hun eerste paar versleten is.
Er wordt evenwel een ander paar schoenen kosteloos toegekend aan de werknemers die bewijzen dat hun eerste paar versleten is.
Art. 36. Les employeurs délivrent une paire de chaussures de sécurité à tous les travailleurs; en principe, il est octroyé une paire de chaussures par période de douze mois.
Toutefois, d'autres paires de chaussures sont données gratuitement aux travailleurs qui justifient de l'usure de leur première paire.
Toutefois, d'autres paires de chaussures sont données gratuitement aux travailleurs qui justifient de l'usure de leur première paire.
Art.36. De werkgevers leveren een paar veiligheidsschoenen aan alle werknemers; in principe wordt er een paar schoenen toegekend per periode van twaalf maanden.
Art.36. Les employeurs délivrent une paire de chaussures de sécurité à tous les travailleurs; en principe, il est octroyé une paire de chaussures par période de douze mois.
Art. 37. De wekelijkse arbeidsduur bedraagt 37 uur.
De wijzen van toepassing worden vastgesteld op het niveau van de ondernemingen.
Met arbeidsprestaties worden gelijkgesteld : de uren kort verzuim, de feestdagen, de dagen vakbondsopleiding en sociale promotie, economische werkloosheid, gewaarborgd weekloon voor arbeidsongeschiktheid in geval van ziekte of van arbeidsongeval, alsmede de inhaalrustdagen.
De inhaalrustdagen worden slechts beloond op het ogenblik dat ze werkelijk worden genomen.
De programmatie van de inhaalrustdagen zal worden opgesteld door de ondernemingsraden of, bij gebrek hieraan, samen met de vakbondsafvaardigingen.
De wijzen van toepassing worden vastgesteld op het niveau van de ondernemingen.
Met arbeidsprestaties worden gelijkgesteld : de uren kort verzuim, de feestdagen, de dagen vakbondsopleiding en sociale promotie, economische werkloosheid, gewaarborgd weekloon voor arbeidsongeschiktheid in geval van ziekte of van arbeidsongeval, alsmede de inhaalrustdagen.
De inhaalrustdagen worden slechts beloond op het ogenblik dat ze werkelijk worden genomen.
De programmatie van de inhaalrustdagen zal worden opgesteld door de ondernemingsraden of, bij gebrek hieraan, samen met de vakbondsafvaardigingen.
Art. 37. La durée hebdomadaire du travail est de 37 heures.
Les modalités d'application sont fixées au niveau des entreprises.
Sont assimilées à des prestations : les heures correspondant aux petits chômages, aux jours fériés, aux jours de formation syndicale et de promotion sociale, de chômage économique, de salaire hebdomadaire garanti pour incapacité de travail en cas de maladie ou d'accident du travail ainsi que les jours de repos compensatoires.
La rémunération des jours de repos compensatoires ne s'effectue qu'à l'occasion de leur prise effective.
La programmation des repos compensatoires sera établies par les conseils d'entreprises ou à défaut avec les délégations syndicales.
Les modalités d'application sont fixées au niveau des entreprises.
Sont assimilées à des prestations : les heures correspondant aux petits chômages, aux jours fériés, aux jours de formation syndicale et de promotion sociale, de chômage économique, de salaire hebdomadaire garanti pour incapacité de travail en cas de maladie ou d'accident du travail ainsi que les jours de repos compensatoires.
La rémunération des jours de repos compensatoires ne s'effectue qu'à l'occasion de leur prise effective.
La programmation des repos compensatoires sera établies par les conseils d'entreprises ou à défaut avec les délégations syndicales.
Art.37. De wekelijkse arbeidsduur bedraagt 37 uur.
Art.37. La durée hebdomadaire du travail est de 37 heures.
Art. 38. Er wordt een jaarlijkse premie die uitsluitend bestemd is voor de georganiseerde werknemers gefinancierd door de betaling van een bedrag van 4 000 BEF /jaar vanaf 1999 per werknemer die is aangesloten bij de representatieve vakorganisaties van werknemers, voor zover de op 1 maart 2000 betaalde vakbondsbijdragen minimaal 450 BEF per maand voor de volwassen werknemers bedragen, behalve voor de bruggepensioneerden voor wie het minimum is vastgesteld op 390 BEF.
Art. 38. Une prime annuelle réservée aux seuls travailleurs syndiqués est financée par le paiement d'un montant de 4 000 BEF/an à partir de 1999 par travailleur affilié aux organisations syndicales représentatives des travailleurs, pour autant que les cotisations syndicales payées au 1er mars 2000 atteignent un minimum de 450 BEF par mois à l'âge adulte, sauf pour les prépensionnés où le minimum est fixé à 390 BEF.
Art.38. Er wordt een jaarlijkse premie die uitsluitend bestemd is voor de georganiseerde werknemers gefinancierd door de betaling van een bedrag van 4 000 BEF /jaar vanaf 1999 per werknemer die is aangesloten bij de representatieve vakorganisaties van werknemers, voor zover de op 1 maart 2000 betaalde vakbondsbijdragen minimaal 450 BEF per maand voor de volwassen werknemers bedragen, behalve voor de bruggepensioneerden voor wie het minimum is vastgesteld op 390 BEF.
Art.38. Une prime annuelle réservée aux seuls travailleurs syndiqués est financée par le paiement d'un montant de 4 000 BEF/an à partir de 1999 par travailleur affilié aux organisations syndicales représentatives des travailleurs, pour autant que les cotisations syndicales payées au 1er mars 2000 atteignent un minimum de 450 BEF par mois à l'âge adulte, sauf pour les prépensionnés où le minimum est fixé à 390 BEF.
Art. 40. De wijzen van toepassing van de in artikel 38 omschreven premie worden als volgt vastgesteld :
Om recht te hebben op het totaal bedrag van de premie :
1. moet de werknemer op 28 februari van het jaar ingeschreven zijn in de onderneming;
2. moet de werknemer ten minste één dag hebben gewerkt tussen 1 maart van het voorbije jaar en 28 februari van het lopende jaar;
3. moet de werknemer sinds 1 maart van de voorbije 12 maanden de vakbondsbijdragen hebben betaald.
Om recht te hebben op het totaal bedrag van de premie :
1. moet de werknemer op 28 februari van het jaar ingeschreven zijn in de onderneming;
2. moet de werknemer ten minste één dag hebben gewerkt tussen 1 maart van het voorbije jaar en 28 februari van het lopende jaar;
3. moet de werknemer sinds 1 maart van de voorbije 12 maanden de vakbondsbijdragen hebben betaald.
Art. 40. Les modalités d'application de la prime définie à l'article 38 sont fixées comme suit :
Pour avoir droit à la totalité de la prime :
1. le travailleur doit être inscrit à l'entreprise au 28 février de l'année;
2. le travailleur doit avoir presté au moins un jour entre le 1er mars de l'année écoulée et le 28 février de l'année en cours;
3. le travailleur doit être en règle de cotisation syndicale depuis le 1er mars des 12 mois écoulés.
Pour avoir droit à la totalité de la prime :
1. le travailleur doit être inscrit à l'entreprise au 28 février de l'année;
2. le travailleur doit avoir presté au moins un jour entre le 1er mars de l'année écoulée et le 28 février de l'année en cours;
3. le travailleur doit être en règle de cotisation syndicale depuis le 1er mars des 12 mois écoulés.
Art.40. De wijzen van toepassing van de in artikel 38 omschreven premie worden als volgt vastgesteld :
Om recht te hebben op het totaal bedrag van de premie :
1. moet de werknemer op 28 februari van het jaar ingeschreven zijn in de onderneming;
2. moet de werknemer ten minste één dag hebben gewerkt tussen 1 maart van het voorbije jaar en 28 februari van het lopende jaar;
3. moet de werknemer sinds 1 maart van de voorbije 12 maanden de vakbondsbijdragen hebben betaald.
Om recht te hebben op het totaal bedrag van de premie :
1. moet de werknemer op 28 februari van het jaar ingeschreven zijn in de onderneming;
2. moet de werknemer ten minste één dag hebben gewerkt tussen 1 maart van het voorbije jaar en 28 februari van het lopende jaar;
3. moet de werknemer sinds 1 maart van de voorbije 12 maanden de vakbondsbijdragen hebben betaald.
Art.40. Les modalités d'application de la prime définie à l'article 38 sont fixées comme suit :
Pour avoir droit à la totalité de la prime :
1. le travailleur doit être inscrit à l'entreprise au 28 février de l'année;
2. le travailleur doit avoir presté au moins un jour entre le 1er mars de l'année écoulée et le 28 février de l'année en cours;
3. le travailleur doit être en règle de cotisation syndicale depuis le 1er mars des 12 mois écoulés.
Pour avoir droit à la totalité de la prime :
1. le travailleur doit être inscrit à l'entreprise au 28 février de l'année;
2. le travailleur doit avoir presté au moins un jour entre le 1er mars de l'année écoulée et le 28 février de l'année en cours;
3. le travailleur doit être en règle de cotisation syndicale depuis le 1er mars des 12 mois écoulés.
Art. 42. De premie wordt betaald naar rata van één twaalfde per maand of gedeelte van een maand aanwezigheid aan de werknemers die in de loop van het refertedienstjaar :
1. in dienst zijn getreden in de onderneming;
2. gepensioneerd zijn;
3. overleden zijn (hun rechtverkrijgenden genieten de voordelen);
4. zijn overgegaan van de arbeiderscategorie naar de bediendencategorie;
5. de onderneming hebben verlaten, behalve in geval van dringende reden. De werknemers die vrijwillig zijn weggegaan moeten ten minste drie maanden aanwezigheid in de sector hebben.
1. in dienst zijn getreden in de onderneming;
2. gepensioneerd zijn;
3. overleden zijn (hun rechtverkrijgenden genieten de voordelen);
4. zijn overgegaan van de arbeiderscategorie naar de bediendencategorie;
5. de onderneming hebben verlaten, behalve in geval van dringende reden. De werknemers die vrijwillig zijn weggegaan moeten ten minste drie maanden aanwezigheid in de sector hebben.
Art. 42. La prime est payée à raison d'un douzième par mois ou fraction de mois de présence, aux travailleurs qui, dans le cours de l'exercice de référence :
1. sont entrés dans l'entreprise;
2. sont pensionnés;
3. sont décédés (leurs ayants droit bénéficient des avantages);
4. sont passés de la catégorie "ouvrier" à la catégorie "employé";
5. sont sortis de l'entreprise sauf en cas de motif grave. Les travailleurs sortis volontairement doivent avoir trois mois minimum de présence au sein du secteur.
1. sont entrés dans l'entreprise;
2. sont pensionnés;
3. sont décédés (leurs ayants droit bénéficient des avantages);
4. sont passés de la catégorie "ouvrier" à la catégorie "employé";
5. sont sortis de l'entreprise sauf en cas de motif grave. Les travailleurs sortis volontairement doivent avoir trois mois minimum de présence au sein du secteur.
Art.42. De premie wordt betaald naar rata van één twaalfde per maand of gedeelte van een maand aanwezigheid aan de werknemers die in de loop van het refertedienstjaar :
1. in dienst zijn getreden in de onderneming;
2. gepensioneerd zijn;
3. overleden zijn (hun rechtverkrijgenden genieten de voordelen);
4. zijn overgegaan van de arbeiderscategorie naar de bediendencategorie;
5. de onderneming hebben verlaten, behalve in geval van dringende reden. De werknemers die vrijwillig zijn weggegaan moeten ten minste drie maanden aanwezigheid in de sector hebben.
1. in dienst zijn getreden in de onderneming;
2. gepensioneerd zijn;
3. overleden zijn (hun rechtverkrijgenden genieten de voordelen);
4. zijn overgegaan van de arbeiderscategorie naar de bediendencategorie;
5. de onderneming hebben verlaten, behalve in geval van dringende reden. De werknemers die vrijwillig zijn weggegaan moeten ten minste drie maanden aanwezigheid in de sector hebben.
Art.42. La prime est payée à raison d'un douzième par mois ou fraction de mois de présence, aux travailleurs qui, dans le cours de l'exercice de référence :
1. sont entrés dans l'entreprise;
2. sont pensionnés;
3. sont décédés (leurs ayants droit bénéficient des avantages);
4. sont passés de la catégorie "ouvrier" à la catégorie "employé";
5. sont sortis de l'entreprise sauf en cas de motif grave. Les travailleurs sortis volontairement doivent avoir trois mois minimum de présence au sein du secteur.
1. sont entrés dans l'entreprise;
2. sont pensionnés;
3. sont décédés (leurs ayants droit bénéficient des avantages);
4. sont passés de la catégorie "ouvrier" à la catégorie "employé";
5. sont sortis de l'entreprise sauf en cas de motif grave. Les travailleurs sortis volontairement doivent avoir trois mois minimum de présence au sein du secteur.
Art.43. Op verzoek van een organisatie die de overeenkomst heeft ondertekend, houdt een door het paritair subcomité aangewezen persoon toezicht op de aansluiting van de rechthebbenden bij een vakbond voor een of verschillende exploitaties en bepaalt de bedragen van de premies die moeten worden betaald aan elk van de vakorganisaties die representatief zijn voor de werknemers.
Art.43. A la demande d'une organisation signataire de la convention, un mandataire désigné à cet effet par la sous-commission paritaire effectue le contrôle de l'affiliation des ayants droit pour un ou plusieurs sièges d'exploitation et indique les montants des primes à payer à chacune des organisations syndicales représentatives des travailleurs.
Art. 44. Met het oog op het verstrekken van een aangepaste vakbondsopleiding wordt er een werkgeversbijdrage van 0,15 BEF per werkelijk gewerkt of hiermee gelijkgesteld uur gestort in het sociaal fonds.
Het totaal bedrag van de ontvangsten wordt per kwartaal verdeeld onder de vakorganisaties naar rata van de bedragen van de premies aan de georganiseerden die werden gestort aan elk van deze vakorganisaties voor het vorige dienstjaar.
Het totaal bedrag van de ontvangsten wordt per kwartaal verdeeld onder de vakorganisaties naar rata van de bedragen van de premies aan de georganiseerden die werden gestort aan elk van deze vakorganisaties voor het vorige dienstjaar.
Art. 44. En vue d'assurer une formation syndicale adéquate, une contribution patronale de 0,15 BEF par heure effectivement prestée ou assimilée est versée au fonds social.
Le montant total des recettes est réparti trimestriellement entre les organisations syndicales au prorata des montants des primes syndicales versées à chacune d'entre-elles pour l'exercice précédent.
Le montant total des recettes est réparti trimestriellement entre les organisations syndicales au prorata des montants des primes syndicales versées à chacune d'entre-elles pour l'exercice précédent.
Art.44. Met het oog op het verstrekken van een aangepaste vakbondsopleiding wordt er een werkgeversbijdrage van 0,15 BEF per werkelijk gewerkt of hiermee gelijkgesteld uur gestort in het sociaal fonds.
Art.44. En vue d'assurer une formation syndicale adéquate, une contribution patronale de 0,15 BEF par heure effectivement prestée ou assimilée est versée au fonds social.
HOOFDSTUK XXII. - Vastheid van betrekking en tewerkstellingsvolume Arbeidsvrede - Jaarlijkse premie.
CHAPITRE XXII. - Sécurité d'emploi et volume de l'emploi.
Art. 45. Ingeval dit absoluut noodzakelijk is, zal er slechts gedeeltelijke werkloosheid worden ingevoerd na overleg met de ondernemingsraden en de vakbondsafgevaardigden, met inbegrip van de vakbondsvrijgestelden.
Dit overleg zal tot doel hebben de beurtregeling en de frequentie van de werkloosheid zo vast te stellen dat de individuele weerslag ervan zo weinig mogelijk nadelig is voor de werknemers.
De arbeidsvolumewaarborg wordt toegekend.
Over alle problemen betreffende het behoud van het tewerkstellingsvolume in de ondernemingen zal op paritair niveau voortdurend overleg worden gepleegd, met name in de ondernemingsraden en met de vakbondsafgevaardigden.
In geval van herstructurering zullen de eventuele afvloeiingen bij voorkeur geschieden door middel van brugpensionering.
Dit overleg zal tot doel hebben de beurtregeling en de frequentie van de werkloosheid zo vast te stellen dat de individuele weerslag ervan zo weinig mogelijk nadelig is voor de werknemers.
De arbeidsvolumewaarborg wordt toegekend.
Over alle problemen betreffende het behoud van het tewerkstellingsvolume in de ondernemingen zal op paritair niveau voortdurend overleg worden gepleegd, met name in de ondernemingsraden en met de vakbondsafgevaardigden.
In geval van herstructurering zullen de eventuele afvloeiingen bij voorkeur geschieden door middel van brugpensionering.
Art. 45. En cas de nécessité absolue, il ne sera instauré de chômage partiel qu'après concertation avec les conseils d'entreprises et les délégations syndicales, y compris les permanents syndicaux.
Ces concertations auront pour objet d'établir le roulement et la fréquence du chômage de manière telle que son impact individuel soit le moins dommageable possible pour les travailleurs.
La garantie du volume de l'emploi est accordée.
Tous les problèmes relatifs au maintien du volume de l'emploi dans les entreprises feront l'objet d'une concertation paritaire permanente au sein des conseils d'entreprises et avec les délégations syndicales.
En cas de restructuration, les éventuels dégagements se feront en priorité par le système de prépension.
Ces concertations auront pour objet d'établir le roulement et la fréquence du chômage de manière telle que son impact individuel soit le moins dommageable possible pour les travailleurs.
La garantie du volume de l'emploi est accordée.
Tous les problèmes relatifs au maintien du volume de l'emploi dans les entreprises feront l'objet d'une concertation paritaire permanente au sein des conseils d'entreprises et avec les délégations syndicales.
En cas de restructuration, les éventuels dégagements se feront en priorité par le système de prépension.
Art.45. Ingeval dit absoluut noodzakelijk is, zal er slechts gedeeltelijke werkloosheid worden ingevoerd na overleg met de ondernemingsraden en de vakbondsafgevaardigden, met inbegrip van de vakbondsvrijgestelden.
Art.45. En cas de nécessité absolue, il ne sera instauré de chômage partiel qu'après concertation avec les conseils d'entreprises et les délégations syndicales, y compris les permanents syndicaux.
Art. 46. Deze overeenkomst houdt voor de partijen de verbintenis in de arbeidsvrede te handhaven tijdens de duur ervan.
Art. 46. Les parties s'engagent à maintenir la paix sociale durant la durée de la présente convention collective de travail.
Art.46. Deze overeenkomst houdt voor de partijen de verbintenis in de arbeidsvrede te handhaven tijdens de duur ervan.
Art.46. Les parties s'engagent à maintenir la paix sociale durant la durée de la présente convention collective de travail.
Art. 47. Voor de jaren 1999 en 2000 wordt een eindejaarspremie betaald aan alle werknemers die voldoen aan de in artikel 48 opgesomde voorwaarden.
Deze premie is gelijk aan 173 uren individueel loon voor Quenast en aan 168,7 uren voor Bierk en Lessen.
Het in aanmerking te nemen uurloon voor 1999 is dat van 1 november 1999 en voor 2000 dat van 1 november 2000.
Deze premie is gelijk aan 173 uren individueel loon voor Quenast en aan 168,7 uren voor Bierk en Lessen.
Het in aanmerking te nemen uurloon voor 1999 is dat van 1 november 1999 en voor 2000 dat van 1 november 2000.
Art. 47. Pour les années 1999 et 2000, une prime de fin d'année est payée à tous les travailleurs qui se trouvent dans les conditions énumérées à l'article 48.
Cette prime est égale à 173 heures du salaire individuel pour Quenast et à 168,7 heures pour Bierghes et Lessines.
Le salaire horaire à prendre en considération est celui du 1er novembre 1999 pour l'année 1999 et celui du 1er novembre 2000 pour l'année 2000.
Cette prime est égale à 173 heures du salaire individuel pour Quenast et à 168,7 heures pour Bierghes et Lessines.
Le salaire horaire à prendre en considération est celui du 1er novembre 1999 pour l'année 1999 et celui du 1er novembre 2000 pour l'année 2000.
Art. 48. A. De in artikel 47 bedoelde premie wordt onder de volgende voorwaarden betaald aan alle werknemers van de onderneming :
1. de geoorloofde gevallen van afwezigheid andere dan ziekte, de afwezigheden in geval van jaarlijkse vakantie, het kort verzuim, de vakbondsopleiding, wegens een verwonding op het werk of op de weg naar het werk, wegens een beroepsziekte, in geval van educatief verlof en iedere door de wet geoorloofde afwezigheid geven geen recht op een premievermindering;
2. de werkloosheidsperiodes van 100 dagen in de regeling van 5 dagen geven geen recht tot enige vermindering van de premie;
3. voor iedere andere afwezigheid brengt elk volledig gedeelte van 66 dagen het verlies van 1/4 van de jaarlijkse premie mee. Voor de werknemers waarvan de jaarlijkse premie het vorige jaar werd verminderd, brengt elk volledig gedeelte van 22 dagen het verlies van 1/12 van de premie mee.
Alle jaren anciënniteit boven de 10 jaar in de porfiersector geven aanleiding tot de neutralisatie van 5 dagen afwezigheid wegens ziekte bij de berekening van de eindejaarspremie.
A. De gepensioneerden, de bruggepensioneerden, de militairen en de rechtverkrijgenden van overledenen ontvangen 1/4 van de premies per gewerkt of begonnen kwartaal.
B. De personen die ontslagen zijn om dringende redenen zijn uitgesloten van de aanspraak op de premies.
C. De personen die ontslagen zijn om economische redenen genieten dezelfde voordelen als de gepensioneerden, de militairen en de rechtverkrijgenden van overledenen.
D. De werknemers die de onderneming vrijwillig verlaten, ontvangen 1/12 van de premies per volledige maand en de begonnen maand wordt als een volledige maand betaald. Om aanspraak te maken op deze bepaling, moeten de werknemers minstens 6 maanden ingeschreven zijn in het personeelsregister, wat erop neerkomt dat zij een anciënniteit van 6 maanden moeten hebben in een van de ondernemingen die ressorteren onder het paritair subcomité.
E. De werknemers die in de loop van het jaar in dienst worden genomen en die ten minste drie maanden anciënniteit hebben, ontvangen 1/12 van de premie per volledige maand.
1. de geoorloofde gevallen van afwezigheid andere dan ziekte, de afwezigheden in geval van jaarlijkse vakantie, het kort verzuim, de vakbondsopleiding, wegens een verwonding op het werk of op de weg naar het werk, wegens een beroepsziekte, in geval van educatief verlof en iedere door de wet geoorloofde afwezigheid geven geen recht op een premievermindering;
2. de werkloosheidsperiodes van 100 dagen in de regeling van 5 dagen geven geen recht tot enige vermindering van de premie;
3. voor iedere andere afwezigheid brengt elk volledig gedeelte van 66 dagen het verlies van 1/4 van de jaarlijkse premie mee. Voor de werknemers waarvan de jaarlijkse premie het vorige jaar werd verminderd, brengt elk volledig gedeelte van 22 dagen het verlies van 1/12 van de premie mee.
Alle jaren anciënniteit boven de 10 jaar in de porfiersector geven aanleiding tot de neutralisatie van 5 dagen afwezigheid wegens ziekte bij de berekening van de eindejaarspremie.
A. De gepensioneerden, de bruggepensioneerden, de militairen en de rechtverkrijgenden van overledenen ontvangen 1/4 van de premies per gewerkt of begonnen kwartaal.
B. De personen die ontslagen zijn om dringende redenen zijn uitgesloten van de aanspraak op de premies.
C. De personen die ontslagen zijn om economische redenen genieten dezelfde voordelen als de gepensioneerden, de militairen en de rechtverkrijgenden van overledenen.
D. De werknemers die de onderneming vrijwillig verlaten, ontvangen 1/12 van de premies per volledige maand en de begonnen maand wordt als een volledige maand betaald. Om aanspraak te maken op deze bepaling, moeten de werknemers minstens 6 maanden ingeschreven zijn in het personeelsregister, wat erop neerkomt dat zij een anciënniteit van 6 maanden moeten hebben in een van de ondernemingen die ressorteren onder het paritair subcomité.
E. De werknemers die in de loop van het jaar in dienst worden genomen en die ten minste drie maanden anciënniteit hebben, ontvangen 1/12 van de premie per volledige maand.
Art. 48. A. La prime visée à l'article 47 est payée à tous les travailleurs de l'entreprise aux conditions suivantes :
1. les absences justifiées autres que pour maladie, les absences pour vacances annuelles, pour "petits chômages", pour formation syndicale, pour blessure au travail ou sur le chemin du travail, pour maladie professionnelle, congé éducation et toutes les absences autorisées par la loi ne donnent lieu à aucune réduction de la prime;
2. les périodes de chômage à concurrence de 100 jours en régime de 5 jours ne donnent lieu à aucune réduction de la prime;
3. pour toute autre absence, chaque tranche complète de 66 jours fait perdre 1/4 de la prime annuelle. Pour les travailleurs qui ont eu leur prime annuelle diminuée l'année précédente, chaque tranche complète de 22 jours fait perdre 1/12 de la prime.
Toutes les années d'ancienneté au-delà de 10 ans, prestées dans le secteur du porphyre, neutralisent 5 jours d'absence pour maladie dans le calcul de la prime de fin d'année.
A. Les pensionnés, les prépensionnés, les militaires et ayants droits de décédés touchent 1/4 des primes, par trimestre presté ou commencé.
B. Sont exclus du bénéfice des primes, les licenciés pour faute grave.
C. Les licenciés pour motif économique bénéficient des mêmes avantages que les pensionnés, militaires et ayants droit de décédés.
D. Les travailleurs qui quittent volontairement l'entreprise reçoivent 1/12 des primes par mois complet, le mois commencé est payé pour un mois complet. Pour bénéficier de cette disposition, les travailleurs doivent être inscrits au registre du personnel 6 mois au moins, c'est-à-dire avoir une ancienneté de 6 mois dans une des entreprises relevant du champ de compétence de la sous-commission paritaire.
E. Les travailleurs embauchés au cours de l'année et ayant au moins trois mois d'ancienneté, reçoivent 1/12 de la prime par mois complet.
1. les absences justifiées autres que pour maladie, les absences pour vacances annuelles, pour "petits chômages", pour formation syndicale, pour blessure au travail ou sur le chemin du travail, pour maladie professionnelle, congé éducation et toutes les absences autorisées par la loi ne donnent lieu à aucune réduction de la prime;
2. les périodes de chômage à concurrence de 100 jours en régime de 5 jours ne donnent lieu à aucune réduction de la prime;
3. pour toute autre absence, chaque tranche complète de 66 jours fait perdre 1/4 de la prime annuelle. Pour les travailleurs qui ont eu leur prime annuelle diminuée l'année précédente, chaque tranche complète de 22 jours fait perdre 1/12 de la prime.
Toutes les années d'ancienneté au-delà de 10 ans, prestées dans le secteur du porphyre, neutralisent 5 jours d'absence pour maladie dans le calcul de la prime de fin d'année.
A. Les pensionnés, les prépensionnés, les militaires et ayants droits de décédés touchent 1/4 des primes, par trimestre presté ou commencé.
B. Sont exclus du bénéfice des primes, les licenciés pour faute grave.
C. Les licenciés pour motif économique bénéficient des mêmes avantages que les pensionnés, militaires et ayants droit de décédés.
D. Les travailleurs qui quittent volontairement l'entreprise reçoivent 1/12 des primes par mois complet, le mois commencé est payé pour un mois complet. Pour bénéficier de cette disposition, les travailleurs doivent être inscrits au registre du personnel 6 mois au moins, c'est-à-dire avoir une ancienneté de 6 mois dans une des entreprises relevant du champ de compétence de la sous-commission paritaire.
E. Les travailleurs embauchés au cours de l'année et ayant au moins trois mois d'ancienneté, reçoivent 1/12 de la prime par mois complet.
Art.48. A. De in artikel 47 bedoelde premie wordt onder de volgende voorwaarden betaald aan alle werknemers van de onderneming :
1. de geoorloofde gevallen van afwezigheid andere dan ziekte, de afwezigheden in geval van jaarlijkse vakantie, het kort verzuim, de vakbondsopleiding, wegens een verwonding op het werk of op de weg naar het werk, wegens een beroepsziekte, in geval van educatief verlof en iedere door de wet geoorloofde afwezigheid geven geen recht op een premievermindering;
2. de werkloosheidsperiodes van 100 dagen in de regeling van 5 dagen geven geen recht tot enige vermindering van de premie;
3. voor iedere andere afwezigheid brengt elk volledig gedeelte van 66 dagen het verlies van 1/4 van de jaarlijkse premie mee. Voor de werknemers waarvan de jaarlijkse premie het vorige jaar werd verminderd, brengt elk volledig gedeelte van 22 dagen het verlies van 1/12 van de premie mee.
Alle jaren anciënniteit boven de 10 jaar in de porfiersector geven aanleiding tot de neutralisatie van 5 dagen afwezigheid wegens ziekte bij de berekening van de eindejaarspremie.
A. De gepensioneerden, de bruggepensioneerden, de militairen en de rechtverkrijgenden van overledenen ontvangen 1/4 van de premies per gewerkt of begonnen kwartaal.
B. De personen die ontslagen zijn om dringende redenen zijn uitgesloten van de aanspraak op de premies.
C. De personen die ontslagen zijn om economische redenen genieten dezelfde voordelen als de gepensioneerden, de militairen en de rechtverkrijgenden van overledenen.
D. De werknemers die de onderneming vrijwillig verlaten, ontvangen 1/12 van de premies per volledige maand en de begonnen maand wordt als een volledige maand betaald. Om aanspraak te maken op deze bepaling, moeten de werknemers minstens 6 maanden ingeschreven zijn in het personeelsregister, wat erop neerkomt dat zij een anciënniteit van 6 maanden moeten hebben in een van de ondernemingen die ressorteren onder het paritair subcomité.
E. De werknemers die in de loop van het jaar in dienst worden genomen en die ten minste drie maanden anciënniteit hebben, ontvangen 1/12 van de premie per volledige maand.
1. de geoorloofde gevallen van afwezigheid andere dan ziekte, de afwezigheden in geval van jaarlijkse vakantie, het kort verzuim, de vakbondsopleiding, wegens een verwonding op het werk of op de weg naar het werk, wegens een beroepsziekte, in geval van educatief verlof en iedere door de wet geoorloofde afwezigheid geven geen recht op een premievermindering;
2. de werkloosheidsperiodes van 100 dagen in de regeling van 5 dagen geven geen recht tot enige vermindering van de premie;
3. voor iedere andere afwezigheid brengt elk volledig gedeelte van 66 dagen het verlies van 1/4 van de jaarlijkse premie mee. Voor de werknemers waarvan de jaarlijkse premie het vorige jaar werd verminderd, brengt elk volledig gedeelte van 22 dagen het verlies van 1/12 van de premie mee.
Alle jaren anciënniteit boven de 10 jaar in de porfiersector geven aanleiding tot de neutralisatie van 5 dagen afwezigheid wegens ziekte bij de berekening van de eindejaarspremie.
A. De gepensioneerden, de bruggepensioneerden, de militairen en de rechtverkrijgenden van overledenen ontvangen 1/4 van de premies per gewerkt of begonnen kwartaal.
B. De personen die ontslagen zijn om dringende redenen zijn uitgesloten van de aanspraak op de premies.
C. De personen die ontslagen zijn om economische redenen genieten dezelfde voordelen als de gepensioneerden, de militairen en de rechtverkrijgenden van overledenen.
D. De werknemers die de onderneming vrijwillig verlaten, ontvangen 1/12 van de premies per volledige maand en de begonnen maand wordt als een volledige maand betaald. Om aanspraak te maken op deze bepaling, moeten de werknemers minstens 6 maanden ingeschreven zijn in het personeelsregister, wat erop neerkomt dat zij een anciënniteit van 6 maanden moeten hebben in een van de ondernemingen die ressorteren onder het paritair subcomité.
E. De werknemers die in de loop van het jaar in dienst worden genomen en die ten minste drie maanden anciënniteit hebben, ontvangen 1/12 van de premie per volledige maand.
Art.48. A. La prime visée à l'article 47 est payée à tous les travailleurs de l'entreprise aux conditions suivantes :
1. les absences justifiées autres que pour maladie, les absences pour vacances annuelles, pour "petits chômages", pour formation syndicale, pour blessure au travail ou sur le chemin du travail, pour maladie professionnelle, congé éducation et toutes les absences autorisées par la loi ne donnent lieu à aucune réduction de la prime;
2. les périodes de chômage à concurrence de 100 jours en régime de 5 jours ne donnent lieu à aucune réduction de la prime;
3. pour toute autre absence, chaque tranche complète de 66 jours fait perdre 1/4 de la prime annuelle. Pour les travailleurs qui ont eu leur prime annuelle diminuée l'année précédente, chaque tranche complète de 22 jours fait perdre 1/12 de la prime.
Toutes les années d'ancienneté au-delà de 10 ans, prestées dans le secteur du porphyre, neutralisent 5 jours d'absence pour maladie dans le calcul de la prime de fin d'année.
A. Les pensionnés, les prépensionnés, les militaires et ayants droits de décédés touchent 1/4 des primes, par trimestre presté ou commencé.
B. Sont exclus du bénéfice des primes, les licenciés pour faute grave.
C. Les licenciés pour motif économique bénéficient des mêmes avantages que les pensionnés, militaires et ayants droit de décédés.
D. Les travailleurs qui quittent volontairement l'entreprise reçoivent 1/12 des primes par mois complet, le mois commencé est payé pour un mois complet. Pour bénéficier de cette disposition, les travailleurs doivent être inscrits au registre du personnel 6 mois au moins, c'est-à-dire avoir une ancienneté de 6 mois dans une des entreprises relevant du champ de compétence de la sous-commission paritaire.
E. Les travailleurs embauchés au cours de l'année et ayant au moins trois mois d'ancienneté, reçoivent 1/12 de la prime par mois complet.
1. les absences justifiées autres que pour maladie, les absences pour vacances annuelles, pour "petits chômages", pour formation syndicale, pour blessure au travail ou sur le chemin du travail, pour maladie professionnelle, congé éducation et toutes les absences autorisées par la loi ne donnent lieu à aucune réduction de la prime;
2. les périodes de chômage à concurrence de 100 jours en régime de 5 jours ne donnent lieu à aucune réduction de la prime;
3. pour toute autre absence, chaque tranche complète de 66 jours fait perdre 1/4 de la prime annuelle. Pour les travailleurs qui ont eu leur prime annuelle diminuée l'année précédente, chaque tranche complète de 22 jours fait perdre 1/12 de la prime.
Toutes les années d'ancienneté au-delà de 10 ans, prestées dans le secteur du porphyre, neutralisent 5 jours d'absence pour maladie dans le calcul de la prime de fin d'année.
A. Les pensionnés, les prépensionnés, les militaires et ayants droits de décédés touchent 1/4 des primes, par trimestre presté ou commencé.
B. Sont exclus du bénéfice des primes, les licenciés pour faute grave.
C. Les licenciés pour motif économique bénéficient des mêmes avantages que les pensionnés, militaires et ayants droit de décédés.
D. Les travailleurs qui quittent volontairement l'entreprise reçoivent 1/12 des primes par mois complet, le mois commencé est payé pour un mois complet. Pour bénéficier de cette disposition, les travailleurs doivent être inscrits au registre du personnel 6 mois au moins, c'est-à-dire avoir une ancienneté de 6 mois dans une des entreprises relevant du champ de compétence de la sous-commission paritaire.
E. Les travailleurs embauchés au cours de l'année et ayant au moins trois mois d'ancienneté, reçoivent 1/12 de la prime par mois complet.
Art.49. De betaling van de in artikel 47 bedoelde premie heeft uiterlijk plaats op het ogenblik van de betaling dat het dichtst bij Kerstmis ligt.
Art.49. Le paiement de la prime visée à l'article 47 a lieu au plus tard lors du paiement le plus rapproché de la Noël.
Art. 50. Onverminderd de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19quinquies gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 22 december 1992, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19ter van 5 maart 1991 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19 van 26 maart 1975 betreffende de financiële bijdrage van de werkgever in de prijs van het vervoer van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 februari 1993, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 maart 1993 en het koninklijk besluit van 3 februari 1997 houdende vaststelling van het bedrag van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden (Belgisch Staatsblad van 20 februari 1997), ontvangen de werklieden, ongeacht het vervoermiddel dat zij gebruiken, een bedrag gelijk aan minstens 50 pct. van de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement 2e klasse (treinkaart) voor de afstand afgelegd langs de weg, tussen de woonplaats en de werkplaats.
Art. 50. Sans préjudice de l'application de la convention collective de travail n° 19quinquies, conclue le 22 décembre 1992 au sein du Conseil national du travail, modifiant la convention collective de travail n° 19 ter du 5 mars 1991 remplaçant la convention collective de travail n° 19 du 26 mars 1975 concernant l'intervention financière de l'employeur dans le prix des transports des travailleurs, rendue obligatoire par arrêté royal du 11 février 1993, publié au moniteur belge du 19 mars 1993 et de l'arrêté royal du 3 février 1997 portant fixation du montant de l'intervention des employeurs dans la perte subie par la Société nationale des chemins de fer belge par l'émission d'abonnement pour ouvriers et employés (Moniteur belge du 20 février 1997), les ouvriers reçoivent, quel que soit le moyen de transport utilisé, l'équivalent de 50 p.c. au moins du prix de la carte train assimilée à l'abonnement social de 2e classe (carte train) pour la distance parcourue par la route entre le domicile et le lieu de travail.
Art.50. Onverminderd de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19quinquies gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 22 december 1992, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19ter van 5 maart 1991 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19 van 26 maart 1975 betreffende de financiële bijdrage van de werkgever in de prijs van het vervoer van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 februari 1993, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 maart 1993 en het koninklijk besluit van 3 februari 1997 houdende vaststelling van het bedrag van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden (Belgisch Staatsblad van 20 februari 1997), ontvangen de werklieden, ongeacht het vervoermiddel dat zij gebruiken, een bedrag gelijk aan minstens 50 pct. van de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement 2e klasse (treinkaart) voor de afstand afgelegd langs de weg, tussen de woonplaats en de werkplaats.
Art.50. Sans préjudice de l'application de la convention collective de travail n° 19quinquies, conclue le 22 décembre 1992 au sein du Conseil national du travail, modifiant la convention collective de travail n° 19 ter du 5 mars 1991 remplaçant la convention collective de travail n° 19 du 26 mars 1975 concernant l'intervention financière de l'employeur dans le prix des transports des travailleurs, rendue obligatoire par arrêté royal du 11 février 1993, publié au moniteur belge du 19 mars 1993 et de l'arrêté royal du 3 février 1997 portant fixation du montant de l'intervention des employeurs dans la perte subie par la Société nationale des chemins de fer belge par l'émission d'abonnement pour ouvriers et employés (Moniteur belge du 20 février 1997), les ouvriers reçoivent, quel que soit le moyen de transport utilisé, l'équivalent de 50 p.c. au moins du prix de la carte train assimilée à l'abonnement social de 2e classe (carte train) pour la distance parcourue par la route entre le domicile et le lieu de travail.
Art.51. De terugbetaling geschiedt ten minste maandelijks.
Art.51. Le remboursement s'effectue au moins mensuellement.
Art. 52. De verschillende partijen verklaren voorstander te zijn van de naleving van de wetgeving door middel van arbeidsovereenkomsten met een maximumduur van drie maanden.
Na afloop van deze periode wordt er in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
De ondernemingsraden van de verschillende ondernemingen zullen regelmatig geïnformeerd worden.
Na afloop van deze periode wordt er in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
De ondernemingsraden van de verschillende ondernemingen zullen regelmatig geïnformeerd worden.
Art. 52. Les diverses parties se déclarent favorables au respect de la législation, avec des contrats d'une durée maximale de trois mois.
Au-delà de cette période, il y a engagement sous forme de contrat de travail à durée déterminée.
Une information régulière sera fournie aux conseils d'entreprise des diverses entreprises.
Au-delà de cette période, il y a engagement sous forme de contrat de travail à durée déterminée.
Une information régulière sera fournie aux conseils d'entreprise des diverses entreprises.
Art.52. De verschillende partijen verklaren voorstander te zijn van de naleving van de wetgeving door middel van arbeidsovereenkomsten met een maximumduur van drie maanden.
Art.52. Les diverses parties se déclarent favorables au respect de la législation, avec des contrats d'une durée maximale de trois mois.
Art. 53. Een eenmalige bijscholingspremie van 4 000 BEF netto wordt betaald in de loop van de maand mei 1999.
Art. 53. Une prime de recyclage unique et non récurrente de 4 000 BEF net est payée dans le courant du mois de mai 1999.
Art.53. Een eenmalige bijscholingspremie van 4 000 BEF netto wordt betaald in de loop van de maand mei 1999.
Art.53. Une prime de recyclage unique et non récurrente de 4 000 BEF net est payée dans le courant du mois de mai 1999.
Art. 54. Ieder jaar, op 1 mei wordt een terugkerende premie van 3 750 BEF netto betaald, prorata temporis, aan het werkend personeel.
Art. 54. Chaque année, au 1er mai , une prime récurrente de 3 750 BEF net sera payée, prorata temporis, au personnel actif.
Art.54. Ieder jaar, op 1 mei wordt een terugkerende premie van 3 750 BEF netto betaald, prorata temporis, aan het werkend personeel.
Art.54. Chaque année, au 1er mai , une prime récurrente de 3 750 BEF net sera payée, prorata temporis, au personnel actif.
Art. 55. Bij afwijking van de bepalingen van artikel 59 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt de opzeggingstermijn vastgesteld op :
- 56 dagen voor de werknemers die minstens 10 jaar dienst in de sector hebben;
- 84 dagen voor de werknemers die ten minste 20 jaar of langer dienst in de sector hebben.
Voor de bruggepensioneerden, is er toepassing van de wettelijke opzeggingstermijnen.
De personen die tussen 1 januari 1999 en 1 mei 1999 in brugpensioen zouden treden, hebben recht op de premies van 4 000 BEF en van 3 750 BEF voorzien in de artikelen 53 en 54 van deze overeenkomst.
- 56 dagen voor de werknemers die minstens 10 jaar dienst in de sector hebben;
- 84 dagen voor de werknemers die ten minste 20 jaar of langer dienst in de sector hebben.
Voor de bruggepensioneerden, is er toepassing van de wettelijke opzeggingstermijnen.
De personen die tussen 1 januari 1999 en 1 mei 1999 in brugpensioen zouden treden, hebben recht op de premies van 4 000 BEF en van 3 750 BEF voorzien in de artikelen 53 en 54 van deze overeenkomst.
Art. 55. Par dérogation aux dispositions de l'article 59 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, le délai de préavis est fixé à :
- 56 jours pour les ouvriers ayant au moins 10 ans d'ancienneté dans le secteur;
- 84 jours pour les ouvriers ayant une ancienneté supérieure ou égale à 20 ans dans le secteur.
Pour les prépensionnés, il y a application du préavis légal.
Les personnes qui seraient prépensionnées entre le 1er janvier 1999 et le 1er mai 1999 recevront la prime de 4 000 BEF et de 3 750 BEF prévue aux articles 53 et 54 de la présente convention.
- 56 jours pour les ouvriers ayant au moins 10 ans d'ancienneté dans le secteur;
- 84 jours pour les ouvriers ayant une ancienneté supérieure ou égale à 20 ans dans le secteur.
Pour les prépensionnés, il y a application du préavis légal.
Les personnes qui seraient prépensionnées entre le 1er janvier 1999 et le 1er mai 1999 recevront la prime de 4 000 BEF et de 3 750 BEF prévue aux articles 53 et 54 de la présente convention.
Art.55. Bij afwijking van de bepalingen van artikel 59 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt de opzeggingstermijn vastgesteld op :
Art.55. Par dérogation aux dispositions de l'article 59 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, le délai de préavis est fixé à :
Art. 56. De functieclassificatie zal tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden onderzocht op het niveau van de diverse zetels van de verschillende ondernemingen.
Art. 56. La classification des fonctions fera l'objet, durant la présente convention collective de travail, d'un examen au niveau des divers sièges des diverses entreprises.
Art.56. De functieclassificatie zal tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden onderzocht op het niveau van de diverse zetels van de verschillende ondernemingen.
Art.56. La classification des fonctions fera l'objet, durant la présente convention collective de travail, d'un examen au niveau des divers sièges des diverses entreprises.
Art. 57. De bepalingen van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst houden rekening met de maatregelen voorzien in de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
Art. 57. Les dispositions de la présente convention collective de travail tiennent compte des mesures reprises dans la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
Art.57. De bepalingen van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst houden rekening met de maatregelen voorzien in de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
Art.57. Les dispositions de la présente convention collective de travail tiennent compte des mesures reprises dans la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses.
Art. 58. Dit artikel is gesloten in toepassing van het interprofessioneel akkoord getekend op 8 december 1998.
Er zal minimum 1,40 pct. van de loonmassa aangewend worden aan een nader te bepalen opleidingssysteem.
De inspanningen inzake opleiding zullen voortgezet en geïntensifieerd worden in samenwerking met de sociale partners.
Er zal minimum 1,40 pct. van de loonmassa aangewend worden aan een nader te bepalen opleidingssysteem.
De inspanningen inzake opleiding zullen voortgezet en geïntensifieerd worden in samenwerking met de sociale partners.
Art. 58. Le présent article est conclu en application de l'accord interprofessionnel signé le 8 décembre 1998.
Il y aura affectation d'au moins 1,40 p.c. de la masse salariale à un système de formation à déterminer.
Il y aura poursuite et intensification, en collaboration avec les partenaires sociaux, des efforts en matière d'apprentissage.
Il y aura affectation d'au moins 1,40 p.c. de la masse salariale à un système de formation à déterminer.
Il y aura poursuite et intensification, en collaboration avec les partenaires sociaux, des efforts en matière d'apprentissage.
Art.58. Dit artikel is gesloten in toepassing van het interprofessioneel akkoord getekend op 8 december 1998.
Art.58. Le présent article est conclu en application de l'accord interprofessionnel signé le 8 décembre 1998.
Art. 59. De "3 pct. RVA-stagiairs" zullen nageleefd worden overeenkomstig de wettelijke verplichtingen.
Art. 59. Il y aura respect des 3 p.c. de stagiaires ONEm, conformément aux dispositions légales.
Art.59. De "3 pct. RVA-stagiairs" zullen nageleefd worden overeenkomstig de wettelijke verplichtingen.
Art.59. Il y aura respect des 3 p.c. de stagiaires ONEm, conformément aux dispositions légales.
Art. 60. a) Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999 en treedt buiten werking op 31 december 2000.
b) Er mogen voor de werkliedencategorieën geen eisen worden gesteld, behoudens wijzigingen van de arbeidsmethodes en -voorwaarden.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-11-28/41%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
b) Er mogen voor de werkliedencategorieën geen eisen worden gesteld, behoudens wijzigingen van de arbeidsmethodes en -voorwaarden.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-11-28/41%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 60. a) La présente convention collective de travail produit ses effets le 1er janvier 1999 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2000.
b) Des revendications pour les catégories d'ouvriers, sauf modifications des méthodes et conditions de travail ne seront pas posées.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 28 novembre 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-11-28/41%%)
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.
b) Des revendications pour les catégories d'ouvriers, sauf modifications des méthodes et conditions de travail ne seront pas posées.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 28 novembre 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-11-28/41%%)
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.