Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 JULI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juli 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, ter uitvoering van de peterschapsregeling (Overeenkomst geregistreerd op 29 januari 1998 onder het nummer 46984/CO/124). (NOTA : De wijzigingen van deze CAO, gepubliceerd vanaf 1 juli 2002, zijn niet meer opgenomen in deze tekst).
Titre
18 JUILLET 1997. - Convention collective de travail du 18 juillet 1997, conclue au sein de la Commission paritaire de la construction, portant exécution du régime de parrainage (Convention enregistrée le 29 janvier 1998 sous le numéro 46984/CO/124). (NOTE : Les modifications de cette CCT publiées à partir du 1er juillet 2002 ne sont pas intégrées à ce texte).
Dokumentinformationen
Tekst (38)
Texte (38)
Afdeling 1. - Toepassingsgebied.
Section 1. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren.
  Onder " arbeiders " wordt verstaan : de arbeiders en de arbeidsters.
Article 1. La présente convention collective de travail est applicable aux employeurs et aux ouvriers des entreprises qui ressortissent à la Commission paritaire de la construction.
  Par " ouvriers ", on entend : les ouvriers et les ouvrières.
Art.2. Deze overeenkomst wordt gesloten ter uitvoering van titel II - hoofdstuk I - afdeling 2 - peterschapsregeling - van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 tot organisatie van de regelingen ter bevordering van de tewerkstelling in 1997-1998, hierna kader-collectieve arbeidsovereenkomst genoemd.
Art.2. La présente convention est conclue en exécution du titre II - chapitre I - section 2 - régime du parrainage - de la convention collective de travail du 15 mai 1997 portant organisation des régimes de promotion de l'emploi pour les années 1997-1998, ci-après dénommé : convention-cadre.
Art.3. De jonge afgestudeerde van het bouwonderwijs bedoeld in artikel 25 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst hierna de jonge arbeider genoemd :
  1° moet in het bezit zijn van één van de volgende kwalificatiegetuigschriften uit het voltijds dagonderwijs :
  - een kwalificatiegetuigschrift van een kwalificatietechniek van het Buitengewoon Onderwijs, erkend door het Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid (F.V.B.);
  - een kwalificatiegetuigschrift van een studierichting van het Beroepssecundair Onderwijs, erkend door het F.V.B.;
  - een diploma van een studierichting van het Technisch Secundair Onderwijs, erkend door het F.V.B..
  2° mag niet als arbeider tewerkgesteld zijn geweest in een onderneming bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst gedurende een periode van meer dan 6 maanden;
  3° mag niet ouder zijn dan 21 jaar bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst bedoeld in artikel 25 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst.
  De raad van bestuur van het F.V.B. kan voor jonge arbeiders die niet ouder dan 23 jaar zijn, afwijken van de in artikel 3, 3° van deze overeenkomst vastgestelde leeftijdsgrens.
Art.3. Le jeune diplômé de l'enseignement construction visé à l'article 25 de la convention-cadre, ci-après dénommé le jeune travailleur :
  1° doit être détenteur d'un des certificats de qualification suivants de l'enseignement de jour à temps plein :
  - un certificat de qualification pour une finalité de l'enseignement spécial reconnue par le Fonds de formation de la construction (F.F.C.);
  - un certificat de qualification d'une option de base groupée de l'enseignement professionnel reconnue par le F.F.C.;
  - un diplôme d'une option de base groupée de l'enseignement technique de qualification reconnue par le F.F.C.
  2° ne peut pas avoir été occupé en qualité d'ouvrier dans une entreprise visée à l'article 1er de la présente convention pendant une période qui excède 6 mois;
  3° ne peut pas être âgé de plus de 21 ans au moment de la conclusion du contrat de travail visé à l'article 25 de la convention-cadre.
  Le conseil d'administration du F.F.C. peut déroger à la limite d'âge visée à l'article 3, 3° de la présente convention en faveur des jeunes travailleurs qui ne sont pas âgés de plus de 23 ans.
Art.4. De jongere die met succes een leertijd heeft beëindigd in een onderneming bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst wordt gelijkgesteld met de jonge arbeider bedoeld in artikel 3 van deze overeenkomst voorzover hij voldoet aan de door de raad van bestuur van het F.V.B. vastgestelde voorwaarden.
Art.4. Le jeune qui a terminé avec succès un apprentissage dans une entreprise visée à l'article 1er de la présente convention est assimilé au jeune travailleur visé à l'article 3 de la présente convention, pour autant qu'il satisfasse aux conditions déterminées par le conseil d'administration du F.F.C.
Afdeling 2. - Bijzondere toepassingsvoorwaarden van de regeling.
Section 2. - Conditions particulières d'application du régime.
Art.5. Bij toepassing van artikel 28 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst bevat het peterschapsbeding, dat moet opgenomen zijn in de bij artikel 25 van dezelfde kader-collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeidsovereenkomst :
  1° de vermelding dat de arbeidsovereenkomst gedurende de eerste twaalf maanden van haar uitvoering onderworpen is aan de toepassing van de peterschapsregeling, bepaald door de kader-collectieve arbeidsovereenkomst en door deze collectieve arbeidsovereenkomst;
  2° de verbintenis van de ondertekenaars van de arbeidsovereenkomst de regels en verplichtingen, bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomsten vermeld in het 1° hierboven en in de bijlagen bij de arbeidsovereenkomst, in acht te nemen;
  3° de vermelding van het uurloon van de jonge arbeider, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 31, 1° van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst.
Art.5. En application de l'article 28 de la convention-cadre, la clause de parrainage, dont le contrat de travail visé à l'article 25 de la même convention-cadre doit être assorti, comporte les mentions suivantes :
  1° l'indication selon laquelle le contrat de travail est soumis, durant les douze premiers mois de son exécution, à l'application du régime du parrainage déterminé par la convention-cadre et par la présente convention collective de travail;
  2° l'engagement des parties signataires du contrat de travail de respecter les règles et obligations déterminées par les conventions collectives de travail citées au 1° ci-dessus et par l'annexe jointe au contrat de travail;
  3° l'indication du salaire horaire du jeune travailleur, établi conformément aux dispositions de l'article 31, 1° de la convention-cadre.
Art.6. De bijlage bij de arbeidsovereenkomst bedoeld in artikel 28, lid 2 en 3 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst bevat ten minste de volgende vermeldingen :
  - de identiteit van de werkgever en de jonge arbeider die de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 25 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst, ondertekenen;
  - de identiteit van de peter van de jonge arbeider;
  - de verplichtingen van de werkgever en van de jonge arbeider, bepaald in artikel 29 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst;
  - de verplichtingen van de peter bepaald in artikel 27 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst en in artikel 10 van deze overeenkomst;
  - de belangrijkste toepassingsmodaliteiten van de peterschapsregeling, met inbegrip van de opdrachten van het F.V.B.;
  - de modaliteiten voor de toekenning en de betaling van de peterschapspremie bepaald in afdeling 5 van deze overeenkomst.
  De raad van bestuur van het F.V.B. stelt het model op van de in artikel 6, lid 1 bedoelde bijlage.
  Dit model is bij de tekst van deze overeenkomst gevoegd.
Art.6. L'annexe au contrat de travail visée à l'article 28, alinéa 2 et 3 de la convention-cadre comporte au moins les mentions suivantes :
  - l'identité de l'employeur et du jeune travailleur signataires du contrat de travail visé à l'article 25 de la convention-cadre;
  - l'identité du parrain du jeune ouvrier;
  - les obligations de l'employeur et du jeune ouvrier définies par l'article 29 de la convention-cadre;
  - les obligations du parrain déterminées par l'article 27 de la convention-cadre et par l'article 10 de la présente convention;
  - les principales modalités d'application du régime du parrainage, en ce compris les missions du F.F.C.;
  - les modalités d'octroi et de paiement de la prime de parrainage déterminées par la section 5 de la présente convention.
  Le conseil d'administration du F.F.C. établit le modèle de l'annexe visée à l'article 6, alinéa 1.
  Ce modèle est joint au texte de la présente convention.
Art.7. Naar analogie van artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 september 1972 (Belgisch Staatsblad van 25 november 1972) raadpleegt de werkgever de vakbondsafvaardiging over de toepassingsmodaliteiten van de peterschapsregeling in de onderneming.
Art.7. Par analogie à l'article 8 de la convention collective de travail n° 9 du 9 mars 1972, coordonnant les accords nationaux et les conventions collectives de travail relatifs aux conseils d'entreprise conclue au sein du Conseil national du travail et rendue obligatoire par l'arrêté royal du 18 septembre 1972 (Moniteur belge du 25 novembre 1972), l'employeur consulte la délégation syndicale sur les modalités d'application du régime du parrainage dans l'entreprise.
Afdeling 3. - Voorwaarden en modaliteiten voor de uitoefening van de functie van peter.
Section 3. - Conditions et modalités d'exercice de la fonction de parrain.
Art.8. Ter uitvoering van artikel 27, lid 2 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst moet de geschoolde arbeider van de onderneming die optreedt als peter van de jonge arbeider voldoen aan de volgende voorwaarden :
  - ten minste 25 jaar oud zijn;
  - ten minste 7 jaar beroepservaring hebben;
  - erkend zijn door het F.V.B., op voorlegging van een inlichtingenblad waarvan de inhoud door het fonds wordt vastgesteld.
  De raad van bestuur van het F.V.B. spreekt zich uit over de gemotiveerde aanvragen om vrijstelling van de toepassing van de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden bepaald in lid 1 van dit artikel.
Art.8. En exécution de l'article 27, alinéa 2 de la convention-cadre, l'ouvrier qualifié de l'entreprise, qui agit en qualité de parrain du jeune travailleur, doit satisfaire aux conditions suivantes :
  - être âgé d'au moins 25 ans;
  - disposer d'une expérience professionnelle d'au moins 7 années;
  - être agréé par le Fonds de formation de la construction, sur présentation d'une feuille de renseignements, dont le contenu est établi par le F.F.C.
  Le conseil d'administration du F.F.C. se prononce sur les demandes motivées de dispense de l'application des conditions d'âge et d'ancienneté déterminées à l'alinéa 1er de cet article.
Art.9. De bij artikel 1 van deze overeenkomst bedoelde werkgever, die voldoet aan de voorwaarden, bepaald in artikel 8, kan de functie van peter van de jonge arbeider op zich nemen ingeval :
  - de onderneming geen geschoolde arbeider heeft die voldoet aan de voorwaarden van artikel 8 of die de functie van peter op zich wenst te nemen;
  - de jonge arbeider de eerste werknemer van de onderneming is.
Art.9. L'employeur visé à l'article 1er de la présente convention, qui satisfait aux conditions déterminées par l'article 8, peut exercer la fonction de parrain du jeune travailleur dans les cas où :
  - l'entreprise ne compte pas de travailleur qualifié satisfaisant aux conditions de l'article 8 ou désireux d'exercer la fonction de parrain;
  - le jeune travailleur est le premier travailleur occupé dans l'entreprise.
Art.10. Bij toepassing van artikel 27 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst is de in artikel 8 van deze overeenkomst bedoelde peter verplicht alle noodzakelijke initiatieven te nemen voor de praktische opleiding van de jonge arbeider waarvoor hij instaat.
  De initiatieven die de peter neemt, moeten de jonge arbeider in staat stellen na afloop van de peterschapsperiode zijn beroep autonoom uit te oefenen met dezelfde bekwaamheid en hetzelfde rendement als een geschoolde arbeider van de eerste graad.
Art.10. En application de l'article 27 de la convention-cadre, le parrain visé à l'article 8 de la présente convention, est tenu de développer toutes les actions nécessaires à la formation pratique du jeune travailleur dont il a la responsabilité.
  Les actions entreprises par le parrain ont pour objet de permettre au jeune travailleur, parvenu au terme de la période de parrainage, d'exercer son métier de manière autonome et selon les niveaux de compétence et de rendement d'un travailleur qualifié du premier échelon.
Art.11. De werkgever ziet erop toe dat de peter op dezelfde arbeidsplaats wordt tewerkgesteld als de jonge arbeider waarvoor hij instaat.
Art.11. L'employeur veille à ce que le parrain soit occupé sur le même lieu de travail que le jeune travailleur dont il a la responsabilité.
Afdeling 4. - Organisatie van de aanvullende theoretische opleiding.
Section 4. - Organisation de la formation théorique complémentaire.
Art.12. De aanvullende theoretische opleiding bedoeld in artikel 29 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstrekt in een opleidingscentrum dat is erkend door het F.V.B. Binnen de grenzen, bepaald in artikel 30 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst, wordt de duur van de aanvullende theoretische opleiding bij overeenkomst tussen het F.V.B. en de werkgever vastgesteld.
Art.12. La formation théorique complémentaire visée à l'article 29 de la convention-cadre est dispensée dans un centre de formation agréé par le F.F.C. La durée de formation théorique complémentaire est établie, dans les limites déterminées par l'article 30 de la convention-cadre, par un accord conclue entre le F.F.C. et l'employeur.
Art.13. Uiterlijk op het einde van de 7e maand van de peterschapsperiode stuurt de werkgever het F.V.B. een voorstel van opleidingsprogramma dat is opgesteld op basis van de theoretische kennis die de jonge arbeider moet verwerven of vergroten voor de uitoefening van zijn beroep in de onderneming.
  Het F.V.B. spreekt zich uit over de voorstellen bedoeld in lid 1 van dit artikel, stelt het definitieve opleidingsprogramma vast en coördineert de activiteiten met betrekking tot de organisatie van de theoretische opleiding.
  De theoretische opleiding wordt verstrekt uiterlijk in de 10de maand van de peterschapsperiode.
Art.13. L'employeur communique au F.F.C., au plus tard à la fin du 7e mois de la période de parrainage, une proposition de programme de formation établie en fonction des connaissances théoriques que le jeune travailleur doit assimiler ou approfondir pour l'exercice de son métier dans l'entreprise.
  Le F.F.C. se prononce sur les propositions visées à l'alinéa 1er de cet article, établit le programme de formation définitif et coordonne les actions relatives à l'organisation de la formation théorique.
  La formation théorique est dispensée, au plus tard, dans le courant du 10ème mois de la période de parrainage.
Art.14. Het F.V.B. betaalt de werkgever het loon en de daarop berekende sociale lasten terug die overeenstemmen met de uren waarop de jonge arbeider de aanvullende theoretische opleiding heeft gevolgd die werd georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 12 en 13 van deze overeenkomst.
  De in lid 1 van dit artikel bedoelde terugbetaling leidt tot een indeplaatsstelling van het F.V.B. voor de uitoefening van de rechten die de werkgever kan doen gelden ten aanzien van het stelsel van het betaald educatief verlof.
  De werkgevers die schuldenaar zijn van het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de Werklieden uit het Bouwbedrijf", met inbegrip van het stelsel van de weerverlet- en getrouwheidszegels, komen niet in aanmerking voor de regeling van terugbetaling/indeplaatsstelling bepaald in dit artikel.
Art.14. Le F.F.C. rembourse à l'employeur le salaire et les charges sociales y afférentes qui correspondent aux heures pendant lesquelles le jeune travailleur a suivi la formation théorique complémentaire organisée conformément aux dispositions des articles 12 et 13 de la présente convention.
  Le remboursement visé à l'alinéa 1er de cet article entraîne subrogation au profit du F.F.C. pour l'exercice des droits que l'employeur peut faire valoir à l'égard du régime du congé-éducation payé.
  Les employeurs qui sont débiteurs envers le "Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction", en ce compris le régime des timbres fidélité et intempéries, ne peuvent pas bénéficier du régime de remboursement-subrogation déterminé par le présent article.
Afdeling 5. - Toekenning van de peterschapspremie.
Section 5. - Octroi de la prime de parrainage.
Art.15. In deze afdeling worden de bedragen en de modaliteiten bepaald voor de toekenning en de betaling van de peterschapspremie bedoeld in artikel 31 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst.
  Deze peterschapspremie wordt toegekend binnen de grenzen van het budgettaire beschikbare van het F.V.B.
Art.15. La présente section détermine les montants et les modalités d'octroi et de paiement de la prime de parrainage visée à l'article 31 de la convention-cadre.
  Cette prime de parrainage est payée dans les limites des disponibilités budgétaires du F.F.C.
Art.16. Voor de vaststelling van het bedrag van de peterschapspremie gaat men ervan uit dat de jonge arbeiders, ongeacht het aantal in de onderneming aangeduide peters, onder de verantwoordelijkheid van één enkele peter worden geplaatst per groep van drie jonge arbeiders.
  De raad van bestuur van het F.V.B. kan afwijken van de regel in lid 1 van dit artikel indien de werkgever bewijst dat de aanstelling van meer peters dan de verhouding bepaald in lid 1 van dit artikel verantwoord is, hetzij :
  - door de uiteenlopende beroepen die de jonge arbeiders uitoefenen;
  - door de verschillende arbeidsplaatsen waar jonge arbeiders met hetzelfde beroep worden tewerkgesteld.
Art.16. Pour la détermination du montant de la prime de parrainage, les jeunes travailleurs sont, nonobstant le nombre de parrains désignés dans l'entreprise, réputés être placés sous la responsabilité d'un seul parrain par groupe de trois jeunes travailleurs.
  Le conseil d'administration du F.F.C. peut déroger à la règle de l'alinéa 1er de cet article dans les cas où l'employeur établit que la désignation d'un nombre de parrains plus élevé que le rapport visé à l'alinéa 1er de cet article est justifié, soit :
  - par la différence des métiers exercés par les jeunes travailleurs;
  - par la diversité des lieux de travail où sont occupés des jeunes travailleurs exerçant le même métier.
Art.17. Wanneer één peter instaat voor de begeleiding en de opleiding van verschillende jonge arbeiders in de onderneming, wordt het bedrag van de jaarlijkse peterschapspremie als volgt vastgesteld :
  - 100 000 BEF voor de eerste jonge arbeider;
  - 80 000 BEF voor de tweede jonge arbeider;
  - 60 000 BEF vanaf de derde jonge arbeider.
Art.17. Lorsqu'un parrain assure l'encadrement et la formation de plusieurs jeunes travailleurs dans l'entreprise, le montant de la prime annuelle de parrainage est établi comme suit :
  - 100 000 BEF pour le premier jeune travailleur;
  - 80 000 BEF pour le deuxième jeune travailleur;
  - 60 000 BEF à partir du troisième jeune travailleur.
Art.18. Het maximum aantal peterschapspremies waarop de werkgever tijdens eenzelfde peterschapsperiode aanspraak kan maken, is vastgesteld op :
  - 2 premies in ondernemingen met minder dan 10 werknemers;
  - 3 premies in ondernemingen met 10 tot 20 werknemers;
  - 15 pct. van het totaal aantal arbeiders in ondernemingen met meer dan 20 werknemers, met een maximum van 15 premies.
  Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel wordt het aantal werknemers vastgesteld op basis van het aantal in het personeelsregister ingeschreven werknemers bij de indiensttreding van de eerste jonge arbeider.
Art.18. Le nombre maximum de primes de parrainage auxquelles un employeur peut prétendre au cours d'une même période de parrainage est fixé à :
  - 2 primes dans les entreprises de moins de 10 travailleurs;
  - 3 primes dans les entreprises de 10 à 20 travailleurs;
  - 15 p.c. du nombre total d'ouvriers dans les entreprises de plus de 20 travailleurs, avec un nombre maximum de 15 primes.
  Pour l'application de l'alinéa 1er de cet article, le nombre de travailleurs est déterminé en fonction du nombre de travailleurs inscrits dans le registre du personnel au moment de l'entrée en service du premier jeune travailleur.
Art.19. De jaarlijkse peterschapspremie wordt in vier keer uitbetaald op de tijdstippen bepaald in de bijlage bij de arbeidsovereenkomst die wordt omschreven in artikel 6 van deze overeenkomst.
  Bij voortijdig vertrek van de jonge arbeider, wordt het bedrag van de jaarlijkse premie berekend op basis van het aantal maanden aanwezigheid van de jonge arbeider in de onderneming.
  Indien de begeleiding van de jonge arbeider in de onderneming negatief wordt geëvalueerd, kan de raad van bestuur van het F.V.B. de betaling van de jaarlijkse peterschapspremie opschorten.
Art.19. La prime annuelle de parrainage est payée en quatre tranches aux époques fixées dans l'annexe au contrat de travail définie par l'article 6 de la présente convention.
  En cas de départ anticipé du jeune travailleur, le montant de la prime annuelle est calculé en fonction du nombre de mois de présence du jeune travailleur dans l'entreprise.
  En cas d'évaluation négative de l'accompagnement du jeune travailleur dans l'entreprise, le conseil d'administration du F.F.C. peut interrompre le paiement de la prime annuelle de parrainage.
Art.20. Deze afdeling is niet van toepassing op de peterschapsregeling die wordt georganiseerd in het raam van de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de jonge arbeider bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst, behalve indien de jonge arbeider aangeworven wordt door een andere onderneming dan deze waar hij zijn leertijd met vrucht heeft beëindigd.
Art.20. La présente section n'est pas applicable au régime du parrainage organisé dans le cadre du contrat de travail conclu entre l'employeur et le jeune travailleur visé à l'article 4 de la présente convention, sauf si ce jeune travailleur est engagé dans une autre entreprise que celle où il a terminé avec succès son apprentissage.
Afdeling 6. - Specifieke regels voor het peterschap in het raam van de beroepsopleiding van jongeren voor restauratieberoepen in de bouw.
Section 6. - Des règles spécifiques au parrainage dans le cadre de la formation professionnelle des jeunes aux métier de la restauration dans la construction.
Art.21. De regeling voor beroepsopleiding die door deze afdeling wordt ingesteld, hierna "regeling peterschap-restauratie" genoemd, heeft tot doel de jonge arbeiders bedoeld in artikel 24 van deze overeenkomst in staat te stellen de specifieke kennis te verwerven voor de uitoefening van een restauratieberoep in een onderneming die voldoet aan de in artikel 23 van deze overeenkomst bepaalde eisen.
Art.21. Le régime de formation professionnelle organisé par la présente section, ci-après dénommé "le régime de parrainage-restauration", a pour objectif de permettre aux jeunes travailleurs visés à l'article 24 de la présente convention d'acquérir les connaissances spécifiques à l'exercice d'un métier de la restauration pratiqué dans une entreprise répondant aux exigences prévues par l'article 23 de la présente convention.
Art.22. Voor de toepassing van deze afdeling verstaat men onder "restauratiewerken", de werken van instandhouding of herstel aan een beschermd monument of een waardevol gebouw, die nodig zijn om de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of sociaal-culturele waarde ervan te bewaren.
  De bij lid 1 van dit artikel bedoelde restauratiewerken moeten één van de volgende kenmerken vertonen :
  - het herstellen, restaureren of consolideren, volgens ambachtelijke restauratietechnieken, van de nog aanwezige waardevolle elementen van het monument of het bouwwerk;
  - het opnieuw aanbrengen in het monument of het bouwwerk van niet meer aanwezige waardevolle elementen, voor zover voldoende materiële gegevens of iconografisch materiaal aanwezig zijn om een wetenschappelijk verantwoorde reconstructie, volgens ambachtelijke uitvoeringstechnieken, mogelijk te maken en voorzover de reconstructie vereist is om een storende leemte op te vullen;
  - het behandelen van waardevolle elementen van het monument of het bouwwerk onder meer door reiniging, hydrofuge, verharding, houtworm- en zwambestrijding.
Art.22. Pour l'application de la section, on entend par "travaux de restauration", les travaux de conservation ou de réparation apportés à un monument classé ou à un édifice de valeur, qui sont nécessaires à la préservation de l'intérêt artistique, scientifique, historique, folklorique, archéologico-industriel ou socioculturel de ce bâtiment ou de cet édifice.
  Les travaux de restauration visés à l'alinéa 1er de cet article doivent présenter l'une des caractéristiques suivantes :
  - la réparation, la restauration ou la consolidation, selon des techniques de restauration artisanales, des éléments de valeur subsistants du monument ou de l'édifice;
  - la réincorporation, dans le monument ou l'édifice, d'éléments de valeur disparus, pour autant qu'il y ait suffisamment de données matérielles ou de matériaux iconographiques permettant une reconstitution scientifique, selon des techniques d'exécution artisanales, et que la reconstitution s'impose afin de combler une lacune fâcheuse;
  - le traitement des éléments de valeur du monument ou de l'édifice, notamment par le nettoyage, l'hydrofugation, le durcissement, l'élimination des xylophages et des champignons.
Art.23. Om de regeling peterschap-restauratie te mogen toepassen, moet de werkgever voldoen aan de volgende eisen :
  - houder zijn van een erkenning in minstens één van de subcategorieën D21, D23 of D24;
  - aan de hand van bewijskrachtige documenten aantonen dat tijdens de in artikel 26 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde periode, de onderneming minstens één restauratiewerk bedoeld in artikel 22 van deze overeenkomst zal uitvoeren;
  - de bij artikel 24 van deze overeenkomst bedoelde jonge arbeiders tewerkstellen bij de uitvoering van de in artikel 22 van deze overeenkomst bedoelde restauratiewerken tijdens de gehele periode bedoeld in artikel 26 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst.
Art.23. Pour pouvoir appliquer le régime de parrainage-restauration, l'employeur doit répondre aux exigences suivantes :
  - être titulaire d'une agréation dans au moins l'une des sous-catégories D21, D23 ou D24;
  - établir, au moyen de documents probants, que, pendant la période visée à l'article 26 de la convention-cadre, l'entreprise exécutera au moins un travail de restauration visé à l'article 22 de la présente convention;
  - occuper les jeunes travailleurs visés à l'article 24 de la présente convention à l'exécution de travaux de restauration visés à l'article 22 de la présente convention durant toute la période visée à l'article 26 de la convention-cadre.
Art.24. De jonge afgestudeerde van het bouwonderwijs bedoeld in artikel 25 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst :
  1° moet in het bezit zijn van één van de volgende kwalificatiegetuigschriften uit het voltijds dagonderwijs :
  - een kwalificatiegetuigschrift van een kwalificatietechniek van het Buitengewoon Onderwijs, erkend door het F.V.B.;
  - een kwalificatiegetuigschrift van een studierichting van het Beroepssecundair Onderwijs, erkend door het F.V.B.;
  - een diploma van een studierichting van het Technisch Secundair Onderwijs, erkend door het F.V.B.;
  - een diploma van het kunstonderwijs.
  2° mag niet als arbeider tewerkgesteld zijn geweest in een onderneming bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst gedurende een periode van meer dan 6 maanden;
  3° mag niet ouder zijn dan 23 jaar.
Art.24. Le jeune diplômé de l'enseignement construction visé à l'article 25 de la convention-cadre :
  1° doit être détenteur d'un des certificats de qualification suivants de l'enseignement de jour à temps plein :
  - un certificat de qualification pour une finalité de l'enseignement spécial reconnue par le F.F.C.;
  - un certificat de qualification d'une option de base groupée de l'enseignement professionnel reconnue par le F.F.C.;
  - un diplôme d'une option de base groupée de l'enseignement technique de qualification reconnue par le F.F.C.;
  - un diplôme de l'enseignement artistique.
  2° ne pas avoir été occupé en qualité d'ouvrier dans une entreprise visée à l'article 1er de la présente convention pendant une période qui excède 6 mois;
  3° ne peut pas être âgé de plus de 23 ans.
Art.25. In afwijking van artikel 9 mag de werkgever niet optreden als peter van de jonge werknemer.
Art.25. Par dérogation à l'article 9, l'employeur ne peut pas exercer la fonction du parrain du jeune travailleur.
Art.26. In afwijking van artikel 30 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst, heeft de aanvullende theoretische opleiding een maximale duur van 180 uren.
Art.26. Par dérogation à l'article 30 de la convention-cadre, la formation théorique complémentaire à une durée maximale de 180 heures.
Afdeling 7. - Slotbepalingen.
Section 7. - Dispositions finales.
Art.27. De terugbetaling van de bestaanszekerheidsbijdrage bedoeld in artikel 31, 2° van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst is een forfaitaire terugbetaling ten belope van 18 000 BEF per kwartaal.
  De raad van bestuur van het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de Werklieden uit het Bouwbedrijf" bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de forfaitaire terugbetaling bedoeld in lid 1.
Art.27. Le remboursement de la cotisation de sécurité d'existence visé à l'article 31, 2° de la convention-cadre est un remboursement forfaitaire dont le montant est égal à 18 000 BEF par trimestre.
  Le conseil d'administration du "Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction" détermine les modalités d'application du remboursement forfaitaire visé à l'alinéa 1.
Art.28. Teneinde het stelsel van betaald educatief verlof van toepassing te maken, gaat het F.V.B, onder voorbehoud van bekrachtiging door het paritair comité, over tot de erkenning van de theoretische opleidingen die worden georganiseerd ter uitvoering van de afdelingen 4 en 6 van deze overeenkomst.
Art.28. Sous réserve de ratification par la Commission paritaire de la construction, le F.F.C. procède à la reconnaissance des formations théoriques organisées en exécution des sections 4 et 6 de la présente convention, en vue de l'application du régime du congé-éducation payé.
Art.29. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1997 en treedt buiten werking op 31 december 1998.
  Deze overeenkomst blijft echter van toepassing tijdens de gehele peterschapsperiode die werd vastgesteld in de in artikel 25 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeidsovereenkomst die voor 31 december 1998 werden gesloten.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-11-28/53%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
Art.29. La présente convention collective de travail produit ses effets le 1er juillet 1997 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 1998.
  La présente convention reste toutefois d'application durant toute la période de parrainage déterminée dans les contrats de travail visés à l'article 25 de la convention-cadre, qui ont été conclu avant le 31 décembre 1998.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 28 novembre 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-11-28/53%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Arbeidsovereenkomst voor werklieden met peterschapsbeding.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 01-02-2002, p. 3482).
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2001.
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. N. Contrat de travail pour ouvrier avec clause de parrainage.
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 01-02-2002, p. 3483).
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 28 novembre 2001.
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.