Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 NOVEMBER 2000. - Beslissing van 21 november 2000 van het Paritair Subcomité voor de steenbakkerij van de provincie Antwerpen betreffende de vaststelling van de vakantiedata voor het jaar 2001.
Titre
21 NOVEMBRE 2000. - Décision du 21 novembre 2000 de la Sous-commission paritaire de l'industrie des briques de la province d'Anvers, concernant la fixation des dates de vacances pour l'année 2001.
Dokumentinformationen
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Onderhavige beslissing werd genomen door de volgende organisaties :
  ACV Bouw en Industrie, op voornoemde zitting vertegenwoordigd door de heren I. Himpe, V. Milan, R. Van Genechten en J. Daerden.
  Algemene Centrale van het Algemeen Belgisch Vakverbond, op voornoemde zitting vertegenwoordigd door de heer R. Geybels.
  Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België, op voornoemde zitting vertegenwoordigd door de heer L. De Groote.
  Belgische Baksteenfederatie V.Z.W., op voornoemde zitting vertegenwoordigd door de heren T. Castermans, J. Deschuyter, R. Lauwers, J. Van den Bossche en K. Wuyts.
Article 1. La présente décision a été prise par les organisations suivantes :
  CSC. Bâtiment et Industrie, représentée à la séance précitée par MM. I. Himpe, V. Milan, R. Van Genechten et J. Daerden.
  Centrale générale de la Fédération Générale du Travail de Belgique, représentée à la séance précitée par M. R. Geybels.
  Centrale Générale des Syndicats Libéraux de Belgique, représentée à la séance précitée par M. L. De Groote.
  Fédération belge des briques A.S.B.L., représentée à la séance précitée par MM. T. Castermans, J. Deschuyter, R. Lauwers, J. Van den Bossche et K. Wuyts.
Art.2. Deze beslissing is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen gelegen in de gerechtelijke kantons Boom en Kontich.
Art.2. Cette décision est applicable aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises situées dans les cantons judiciaires de Boom et Kontich.
Art.3. Voor de werklieden en werksters wordt de hoofdvakantie als volgt vastgesteld :
  1° aan de stokers van continu-ovens wordt een ononderbroken vakantieperiode toegestaan met een minimum van eenentwintig of tweeëntwintig kalenderdagen, naargelang de vakantieperiode al dan niet een betaalde wettelijke feestdag omvat, in de periode van 1 mei 2001 tot 31 oktober 2001, op in gemeen overleg vastgestelde data tussen de betrokkenen en de werkgever;
  2° voor alle andere werklieden en werksters wordt een ononderbroken vakantieperiode toegestaan, met een minimum van eenentwintig of tweeëntwintig kalenderdagen, naargelang deze vakantieperiode al dan niet 21 juli of 15 augustus omvat, in de periode van 15 juni 2001 tot en met 31 augustus 2001.
  In elke onderneming kunnen, door de ondernemingsraad, of bij ontstentenis daarvan, in akkoord met de syndicale afvaardiging, of bij ontstentenis van deze laatste in gemeen overleg tussen de betrokkenen en de werkgever de data van deze ononderbroken vakantie collectief vastgesteld worden, ofwel voor het ganse personeel, ofwel in twee of drie beurten, telkens voor een gedeelte van het personeel.
Art.3. Les vacances principales des ouvriers et des ouvrières sont fixées comme suit :
  1° il est accordé aux chauffeurs de fours continus, une période de vacances ininterrompues de vingt-et-un ou vingt-deux jours minimum, suivant que la période de vacances comprend ou non un jour férié légal payé, au cours de la période du 1er mai 2001 au 31 octobre 2001, à des dates fixées de commun accord entre les intéressés et l'employeur;
  2° il est accordé à tous les autres ouvriers et ouvrières, une période de vacances ininterrompues de vingt-et-un ou vingt-deux jours minimum selon que cette période comprend ou non le 21 juillet ou le 15 août, au cours de la période du 15 juin 2001 au 31 août 2001 inclus.
  Dans chaque entreprise, il est permis de fixer collectivement les dates de ces vacances ininterrompues en conseil d'entreprise, ou à défaut de celui-ci en accord avec la délégation syndicale, ou à défaut de cette dernière, de commun accord entre les intéressés et l'employeur, soit pour tout le personnel, soit en deux ou trois périodes chacune pour une partie du personnel.
Art.4. In afwijking van artikel 3, zal volgende vakantieregeling worden toegepast :
  - bij de Steenbakkerij Damman te NIEL, NV Steenfabrieken Desimpel met vestigingen in Niel en Terhagen en bij de N.V. Syndikaat Machiensteen te Rumst : in de periode van 11 juni 2001 tot en met 30 september 2001.
Art.4. Par dérogation à l'article 3, le régime de vacances suivant sera appliqué :
  - à la briqueterie Damman S.A. à Niel, NV Steenfabrieken Desimpel et entreprises situées à Niel et Terhagen et à la S.A. Syndikaat Machiensteen à Rumst : au cours de la période du 11 juin 2001 au 30 septembre 2001 inclus.
Art.5. Onverminderd de bepalingen van artikel 3, worden de overige vakantiedagen, waarop de werknemers nog recht hebben, op in gemeen overleg vastgestelde data tussen de betrokkenen en de werkgever, toegekend tussen 1 januari en 31 december 2001.
  De data van deze vakantiedagen kunnen collectief vastgesteld worden door de ondernemingsraad, of bij ontstentenis daarvan, in akkoord met de syndicale afvaardiging, of bij ontstentenis van deze laatste, bij akkoord tussen de werkgever en de betrokken werklieden en werksters.
Art.5. Sans préjudice des dispositions de l'article 3, les autres jours de vacances auxquels les travailleurs ont droit, sont octroyés entre le 1er janvier et le 31 décembre 2001 à des dates fixées de commun accord entre les intéressés et l'employeur.
  Les dates de ces jours de vacances peuvent être fixées collectivement par le conseil d'entreprise ou, à défaut de celui-ci, en accord avec la délégation syndicale, ou à défaut de cette dernière, par accord entre l'employeur et les ouvriers et ouvrières intéressés.
Art.6. Bij het vaststellen van de data van de resterende vakantiedagen, zal er over gewaakt worden dat de produktiecapaciteit van de onderneming niet in het gedrang komt, ondermeer door bedoelde vakantiedagen te splitsen en te spreiden over het gehele jaar, door de vakantie te verlenen in de stille perioden ter gelegenheid van bruggen, plaatselijke of andere feesten, hierbij telkens met inachtneming van de particuliere toestand van de onderneming en de aard van de produktiemethoden.
Art.6. En ce qui concerne les dates des jours de vacances restants, elles seront fixées en veillant à ce que la capacité de production de l'entreprise ne soit pas compromise, notamment en scindant et en étalant ces jours de vacances sur toute l'année et en les accordant pendant les périodes creuses, à l'occasion de ponts ou fêtes locales et autres, compte tenu de la situation particulière de l'entreprise et du genre des méthodes de production.
Art.7. De overeenkomstig artikel 3, 2° vastgestelde periode van collectief verlof wordt aan de werklieden en werksters bekendgemaakt door aanplakking in de onderneming vóór 31 december 2000.
  In geval van vaststelling van collectief verlof in twee of drie beurten, wordt deze aanplakking, voor elke verlofbeurt, aangevuld met de naamlijst van de betrokken werklieden en werksters.
  Indien, overeenkomstig artikel 5, tweede lid, in de onderneming de overige vakantiedagen collectief worden vastgesteld, worden deze eveneens aan de werklieden en werksters bekendgemaakt door aanplakking in de onderneming vóór 31 december 2000.
Art.7. La période de vacances collectives, fixée conformément à l'article 3, 2° est portée à la connaissance des ouvriers et ouvrières sous forme d'affichage dans l'entreprise avant le 31 décembre 2000.
  Si les vacances sont fixées collectivement en deux ou trois périodes, cet affichage mentionne pour chaque période de vacances, la liste nominative des ouvriers et ouvrières intéressés.
  Si, conformément à l'article 5, alinéa 2, les jours de vacances restant dus sont octroyés collectivement, les ouvriers et les ouvrières en sont également informés par affichage dans l'entreprise avant le 31 décembre 2000.
Art.8. Uiterlijk op 31 december 2000 dient de werkgever afschrift over te maken van de in toepassing van vorig artikel aangeplakte kennisgevingen aan de Voorzitter van het Paritair Subcomité, die hiervan mededeling doet aan de organisaties vertegenwoordigd in het Paritair Subcomité voor de steenbakkerij van de provincie Antwerpen vóór 15 januari 2001.
Art.8. Pour le 31 décembre 2000 au plus tard, l'employeur est tenu de faire parvenir la copie des informations qu'il a affichées en application de l'article précédent, au Président de la Sous-commission paritaire, qui en donnera communication aux organisations représentées au sein de la Sous-commission paritaire de l'industrie des briques de la province d'Anvers avant le 15 janvier 2001.
Art.9. In geval van vaststelling van collectief verlof in twee of drie beurten, dient de werkgever de definitieve naamlijst van de werklieden en werksters voor elke verlofbeurt over te maken uiterlijk op 1 juni 2001 aan de Voorzitter van het Paritair Subcomité voor de steenbakkerij van de provincie Antwerpen, die hiervan mededeling doet aan de in artikel 8 voornoemde organisaties uiterlijk op 15 juni 2001.
Art.9. Si les vacances sont fixées collectivement en deux ou trois périodes, l'employeur est tenu de faire parvenir pour le 1er juin 2001 au plus tard, la liste nominative définitive des ouvriers et ouvrières pour chaque période de vacances, au Président de la Sous-commission paritaire de l'industrie des briques de la province d'Anvers, qui en donnera communication pour le 15 juin 2001 au plus tard, aux organisations visées à l'article 8.
Art. 10. Deze beslissing is van toepassing voor de vakantie te nemen in 2001.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 februari 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-02-05/42%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Sociale Zaken,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 10. La présente décision est d'application pour les vacances à prendre en 2001.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 5 février2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-02-05/42%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre des Affaires sociales,
  F. VANDENBROUCKE.