Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 NOVEMBER 2000. - Beslissing van 7 november 2000 van het Paritair Subcomité voor de cementagglomeraten betreffende de vaststelling van de vakantiedata voor het jaar 2001.
Titre
7 NOVEMBRE 2000. - Décision du 7 novembre 2000 de la Sous-commission paritaire pour les agglomérés à base de ciment concernant la fixation des dates de vacances pour l'année 2001.
Dokumentinformationen
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. Deze beslissing is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen van cementagglomeraten, die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de cementagglomeraten.
Article 1. La présente décision s'applique aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises d'agglomérés de ciment ressortissant à la Sous-commission paritaire pour les agglomérés à base de ciment.
Art.2. Volgende collectieve vakantiedata worden in 2001 verplichtend gesteld :
  van 9 juli tot 27 juli 2001 (met inbegrip van beide data);
  maandag 30 april 2001;
  vrijdag 25 mei 2001;
  vrijdag 2 november 2001.
Art.2. Des vacances collectives sont obligatoirement fixées aux dates suivantes en 2001 :
  du 9 juillet au 27 juillet 2001 (ces deux dates incluses);
  le lundi 30 avril 2001;
  le vendredi 25 mai 2001;
  le vendredi 2 novembre 2001.
Art.3. Met het akkoord van het ondernemingshoofd enerzijds, en dit van de ondernemingsraad, bij ontstentenis, van de syndicale afvaardiging of bij ontstentenis, van de meerderheid van de betrokken arbeiders en arbeidsters, anderzijds, kunnen bijkomende collectieve vakantiedagen in de schoot van de onderneming beslist worden.
Art.3. Avec l'accord du chef d'entreprise d'une part et celui du conseil d'entreprise, à défaut, de la délégation syndicale, ou à défaut, de la majorité des ouvriers et ouvrières intéressés, d'autre part, des journées supplémentaires de vacances collectives peuvent être décidées au sein de l'entreprise.
Art. 4. Afwijkingen van de data, vastgesteld in artikel 2 kunnen toegestaan worden door een beperkt comité, ingesteld door het Paritair Subcomité.
  De ondernemingen die dergelijke afwijking wensen te bekomen, hetzij voor het geheel van het personeel, hetzij voor een gedeelte ervan, moeten het akkoord van het betrokken personeel bekomen en hun aanvraag vóór 15 mei 2001 indienen bij de patronale organisatie die gelast is deze aanhangig te maken bij het comité, waarvan sprake in het vorig lid.
  De aanvraag moet volgende inlichtingen bevatten :
  - de data die de te vervangen data vervangen;
  - de reden van de vervanging;
  - ingeval het een deel van het personeel betreft, de namen van de betrokkenen;
  - een kopie van het ondertekend advies van de ondernemingsraad, bij ontstentenis van de syndicale afvaardiging, bij ontstentenis van de meerderheid van de betrokken arbeiders en arbeidsters zoals bepaald in art. 3.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 februari 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-02-05/43%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Sociale Zaken,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 4. Des dérogations aux dates fixées à l'article 2 peuvent être accordées par un comité restreint institué par la Sous-commission paritaire.
  Les entreprises qui souhaitent pareille dérogation, soit pour l'ensemble de leur personnel, soit pour une partie, doivent obtenir l'accord du personnel intéressé et introduire, avant le 15 mai 2001, leur demande auprès de l'organisation patronale qui se charge d'en saisir le comité dont question à l'alinéa précédent.
  La demande doit comporter les renseignements suivants :
  - les dates qui remplaceront celles qui seraient à remplacer;
  - la raison du remplacement;
  - au cas où il s'agit d'une partie du personnel, le nom des intéressés;
  - une copie de l'avis signé du Conseil d'Entreprise, à défaut de la délégation syndicale, à défaut de la majorité des ouvriers et ouvrières concernés, comme prévu à l'art. 3.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 5 février 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-02-05/43%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre des Affaires sociales,
  F. VANDENBROUCKE.