Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 JULI 2002. - Koninklijk besluit tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-08-2002 en tekstbijwerking tot 19-07-2017)
Titre
10 JUILLET 2002. - Arrêté royal accordant une prime Copernic à certains agents des administrations de l'Etat. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-08-2002 et mise à jour au 19-07-2017)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. <KB 2003-05-07/31, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 23-05-2003> Dit besluit is van toepassing op de statutaire en contractuele personeelsleden van de niveaus D (of 4 of 3), C (of 2), B (of 2+) en 1 (of A), met uitsluiting van de houders van een managementfunctie of een staffunctie, die behoren :
  1° [1 ...]1
  2° tot de volgende instellingen van openbaar nut :
  - het Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers;
  - het Belgisch instituut voor postdiensten en telecommunicatie;
  - de Belgische dienst voor Buitenlandse Handel;
  - [1 ...]1.
  
Article 1er. <AR 2003-05-07/31, art. 1, 002; En vigueur : 23-05-2003> Sont soumis au présent arrêté, les membres du personnel statutaires et contractuels des niveaux D ( ou 4 ou 3), C (ou 2), B (ou 2+) et 1 (ou A), à l'exclusion des titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement, appartenant :
  1° [1 ...]1
  2° aux organismes d'intérêt public suivants :
  - l'Agence fédérale d'accueil des demandeurs d'asile;
  - l'Institut belge des services postaux et des télécommunications;
  - l'Office belge du Commerce extérieur;
  - [1 ...]1.
  
Art. 2. (Een Copernicuspremie wordt toegekend, vanaf het jaar vermeld in kolom 1 van de onderstaande tabel, aan de personeelsleden die behoren tot het niveau hier tegenover vermeld in kolom 2 van dezelfde tabel.
Art. 2. (Une prime Copernic est octroyée à partir de l'année indiquée à la colonne 1 du tableau ci-dessous, aux membres du personnel appartenant au niveau repris en regard dans la colonne 2 du même tableau.
   1                 2                 3
  jaar             niveau              %
   -                 -                 -
  2002          D (of 4 of 3)         92 %
                C (of 2)
  2003          B (of 2+)             92 %
                1                     80 %
  2005          A (of 1)              92 %
    1                  2                 3
  annee              niveau              %
    -                  -                 -
   2002           D (ou 4 of 3)         92 %
                  C (ou 2)
   2003           B (ou 2+)             92 %
                  1                     80 %
   2005           A (ou 1)              92 %
  Het bedrag van de Copernicuspremie is gelijk aan het verschil tussen :
  a) het brutobedrag van het vakantiegeld betaald in het jaar van de uitbetaling van de premie, overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's Lands algemeen bestuur;
  b) een bedrag gelijk aan het percentage, zoals opgenomen in kolom 3 van de bovenstaande tabel, van een twaalfde van de jaarwedde(n), verbonden aan de index der consumptieprijzen, die de wedde(n) bepaalt (bepalen) die voor de maand maart van het jaar van de uitbetaling van de premie verschuldigd is (zijn).) <KB 2003-05-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 23-05-2003>
  Dit percentage wordt berekend op de wedde(n) die verschuldigd zou(den) zijn geweest voor de beschouwde maand, wanneer het personeelslid voor die maand geen enkele wedde of slechts een beperkte wedde heeft genoten.
  Onder jaarwedde verstaat men de wedde, het loon, de gewaarborgde bezoldiging, de vergoeding of de toelage die in de plaats van de wedde of het loon komt, met inbegrip in voorkomend geval van de haard- of standplaatstoelage (en de premie voor competentieontwikkeling). <KB 2006-11-22/35, art. 50, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  De ambtenaren bevorderd door overgang naar het hogere niveau (...), tijdens de referentieperiode, krijgen eveneens de premie, berekend op de laatst verschuldigde wedde in het oorspronkelijke niveau, overeenkomstig de prestaties geleverd in dit niveau. <KB 2003-05-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 23-05-2003>
  (Voor de eerste uitbetaling van de premie aan de personeelsleden van de niveaus B en 1 in 2003, worden de prestaties in aanmerking genomen die gedurende het jaar 2002 werden verricht, in de niveaus C (of 2), B (of 2+) of 1, in de hoedanigheid van vastbenoemd ambtenaar, stagiair en/of contractueel personeelslid.) <KB 2003-05-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 23-05-2003>
  Le montant de la prime Copernic est égal à la différence entre :
  a) le montant du pécule de vacances brut liquidé l'année de paiement de la prime, conformément à l'article 4 de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume;
  b) un montant égal au pourcentage, tel que repris dans la colonne 3 du tableau ci-dessus, d'un douzième du ou des traitement(s) annuel(s), lié(s) à l'indice des prix à la consommation, qui détermine(nt) le ou les traitement(s) du(s) pour le mois de mars de l'année de paiement de la prime.) <AR 2003-05-07/31, art. 2, 002; En vigueur : 23-05-2003>
  Ce pourcentage se calcule sur le ou les traitement(s) qui aurai(en)t été du(s) pour le mois considéré, lorsque l'agent n'a bénéficié pour le mois considéré d'aucun traitement ou seulement d'un traitement réduit.
  Par traitement annuel, on entend le traitement, le salaire, la rétribution garantie, l'indemnité ou l'allocation tenant lieu de traitement ou de salaire, y compris le cas échéant l'allocation de foyer ou l'allocation de résidence (et la prime de développement des compétences). <AR 2006-11-22/35, art. 50, 005; En vigueur : 01-01-2007>
  Les agents promus par accession au niveau supérieur (...), au cours de la période de référence, perçoivent également la prime, calculée sur le dernier traitement dû dans le niveau d'origine, en fonction des prestations effectuées dans ce niveau. <AR 2003-05-07/31, art. 2, 002; En vigueur : 23-05-2003>
  (Pour le premier paiement de la prime aux membres du personnel des niveaux B et 1 en 2003, sont prises en considération les prestations effectuées durant l'année 2002, dans les niveaux C (ou 2), B (ou 2+) ou 1, en qualité d'agent nommé à titre définitif, stagiaire et/ou de membre du personnel contractuel.) <AR 2003-05-07/31, art. 2, 002; En vigueur : 23-05-2003>
  Het bedrag van de Copernicuspremie is gelijk aan het verschil tussen :
  a) het brutobedrag van het vakantiegeld betaald in het jaar van de uitbetaling van de premie, overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's Lands algemeen bestuur;
  b) een bedrag gelijk aan het percentage, zoals opgenomen in kolom 3 van de bovenstaande tabel, van een twaalfde van de jaarwedde(n), verbonden aan de index der consumptieprijzen, die de wedde(n) bepaalt (bepalen) die voor de maand maart van het jaar van de uitbetaling van de premie verschuldigd is (zijn).) <KB 2003-05-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 23-05-2003>
  Dit percentage wordt berekend op de wedde(n) die verschuldigd zou(den) zijn geweest voor de beschouwde maand, wanneer het personeelslid voor die maand geen enkele wedde of slechts een beperkte wedde heeft genoten.
  Onder jaarwedde verstaat men de wedde, het loon, de gewaarborgde bezoldiging, de vergoeding of de toelage die in de plaats van de wedde of het loon komt, met inbegrip in voorkomend geval van de haard- of standplaatstoelage (en de premie voor competentieontwikkeling). <KB 2006-11-22/35, art. 50, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  De ambtenaren bevorderd door overgang naar het hogere niveau (...), tijdens de referentieperiode, krijgen eveneens de premie, berekend op de laatst verschuldigde wedde in het oorspronkelijke niveau, overeenkomstig de prestaties geleverd in dit niveau. <KB 2003-05-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 23-05-2003>
  (Voor de eerste uitbetaling van de premie aan de personeelsleden van de niveaus B en 1 in 2003, worden de prestaties in aanmerking genomen die gedurende het jaar 2002 werden verricht, in de niveaus C (of 2), B (of 2+) of 1, in de hoedanigheid van vastbenoemd ambtenaar, stagiair en/of contractueel personeelslid.) <KB 2003-05-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 23-05-2003>
  Le montant de la prime Copernic est égal à la différence entre :
  a) le montant du pécule de vacances brut liquidé l'année de paiement de la prime, conformément à l'article 4 de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume;
  b) un montant égal au pourcentage, tel que repris dans la colonne 3 du tableau ci-dessus, d'un douzième du ou des traitement(s) annuel(s), lié(s) à l'indice des prix à la consommation, qui détermine(nt) le ou les traitement(s) du(s) pour le mois de mars de l'année de paiement de la prime.) <AR 2003-05-07/31, art. 2, 002; En vigueur : 23-05-2003>
  Ce pourcentage se calcule sur le ou les traitement(s) qui aurai(en)t été du(s) pour le mois considéré, lorsque l'agent n'a bénéficié pour le mois considéré d'aucun traitement ou seulement d'un traitement réduit.
  Par traitement annuel, on entend le traitement, le salaire, la rétribution garantie, l'indemnité ou l'allocation tenant lieu de traitement ou de salaire, y compris le cas échéant l'allocation de foyer ou l'allocation de résidence (et la prime de développement des compétences). <AR 2006-11-22/35, art. 50, 005; En vigueur : 01-01-2007>
  Les agents promus par accession au niveau supérieur (...), au cours de la période de référence, perçoivent également la prime, calculée sur le dernier traitement dû dans le niveau d'origine, en fonction des prestations effectuées dans ce niveau. <AR 2003-05-07/31, art. 2, 002; En vigueur : 23-05-2003>
  (Pour le premier paiement de la prime aux membres du personnel des niveaux B et 1 en 2003, sont prises en considération les prestations effectuées durant l'année 2002, dans les niveaux C (ou 2), B (ou 2+) ou 1, en qualité d'agent nommé à titre définitif, stagiaire et/ou de membre du personnel contractuel.) <AR 2003-05-07/31, art. 2, 002; En vigueur : 23-05-2003>
Art. 4. § 1. In afwijking van artikel 3, § 2, worden voor de berekening van de premie in aanmerking genomen de periodes waarin het personeelslid gedurende het referentiejaar :
  a) zijn functies opgeschort heeft wegens de verplichtingen die hem opgelegd zijn krachtens de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht;
  b) een ouderschapsverlof genoten heeft;
  c) afwezig geweest is ingevolge een verlof of een arbeidsonderbreking zoals vermeld in de artikelen 39 en 42 tot 43bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 of in artikel 18, tweede lid, van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de arbeidstijd.
  § 2. Voor de berekening van de premie wordt eveneens in aanmerking genomen de periode gaande van 1 januari van het referentiejaar tot de dag welke de datum voorafgaat waarop het personeelslid die hoedanigheid heeft verkregen, op voorwaarde :
  1° minder dan 25 jaar oud te zijn op het einde van het referentiejaar;
  2° uiterlijk in dienst te zijn getreden op de laatste werkdag van de vier maanden volgend op :
  a) hetzij de datum waarop het personeelslid de inrichting heeft verlaten waarin het zijn studiën heeft gedaan onder de voorwaarden bepaald in artikel 62 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders;
  b) hetzij de datum waarop de leerovereenkomst een einde heeft genomen.
  Het personeelslid moet het bewijs leveren dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet. Bedoeld bewijs kan door alle rechtsmiddelen worden geleverd, getuigen inbegrepen.
Art. 4. § 1. Par dérogation à l'article 3, § 2, sont prises en considération pour le calcul de la prime, les périodes pendant lesquelles au cours de l'année de référence, le membre du personnel :
  a) a suspendu ses fonctions à cause des obligations lui incombant en vertu de la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées;
  b) a bénéficié d'un congé parental;
  c) a été absent suite à un congé ou à une interruption de travail visés aux articles 39 et 42 à 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail ou à l'article 18, alinéa 2, de la loi du 14 décembre 2000 fixant certains aspects de l'aménagement du temps de travail.
  § 2. Est également prise en considération pour le calcul de la prime, la période allant du 1er janvier de l'année de référence jusqu'au jour précédant celui auquel le membre du personnel a acquis cette qualité, à condition :
  1° d'être âgé de moins de 25 ans à la fin de l'année de référence;
  2° d'être entré en fonction au plus tard le dernier jour ouvrable de la période de quatre mois qui suit :
  a) soit la date à laquelle le membre du personnel a quitté l'établissement où il a effectué ses études dans les conditions prévues à l'article 62 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés;
  b) soit la date à laquelle le contrat d'apprentissage a pris fin.
  Le membre du personnel doit faire la preuve qu'il réunit les conditions requises. Cette preuve peut être fournie par toutes voies de droit, témoins y compris.
Art.4. § 1. In afwijking van artikel 3, § 2, worden voor de berekening van de premie in aanmerking genomen de periodes waarin het personeelslid gedurende het referentiejaar :
  a) zijn functies opgeschort heeft wegens de verplichtingen die hem opgelegd zijn krachtens de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht;
  b) een ouderschapsverlof genoten heeft;
  c) afwezig geweest is ingevolge een verlof of een arbeidsonderbreking zoals vermeld in de artikelen 39 en 42 tot 43bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 of in artikel 18, tweede lid, van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de arbeidstijd.
  § 2. Voor de berekening van de premie wordt eveneens in aanmerking genomen de periode gaande van 1 januari van het referentiejaar tot de dag welke de datum voorafgaat waarop het personeelslid die hoedanigheid heeft verkregen, op voorwaarde :
  1° minder dan 25 jaar oud te zijn op het einde van het referentiejaar;
  2° uiterlijk in dienst te zijn getreden op de laatste werkdag van de vier maanden volgend op :
  a) hetzij de datum waarop het personeelslid de inrichting heeft verlaten waarin het zijn studiën heeft gedaan onder de voorwaarden bepaald in artikel 62 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders;
  b) hetzij de datum waarop de leerovereenkomst een einde heeft genomen.
  Het personeelslid moet het bewijs leveren dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet. Bedoeld bewijs kan door alle rechtsmiddelen worden geleverd, getuigen inbegrepen.
Art.4. § 1. Par dérogation à l'article 3, § 2, sont prises en considération pour le calcul de la prime, les périodes pendant lesquelles au cours de l'année de référence, le membre du personnel :
  a) a suspendu ses fonctions à cause des obligations lui incombant en vertu de la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées;
  b) a bénéficié d'un congé parental;
  c) a été absent suite à un congé ou à une interruption de travail visés aux articles 39 et 42 à 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail ou à l'article 18, alinéa 2, de la loi du 14 décembre 2000 fixant certains aspects de l'aménagement du temps de travail.
  § 2. Est également prise en considération pour le calcul de la prime, la période allant du 1er janvier de l'année de référence jusqu'au jour précédant celui auquel le membre du personnel a acquis cette qualité, à condition :
  1° d'être âgé de moins de 25 ans à la fin de l'année de référence;
  2° d'être entré en fonction au plus tard le dernier jour ouvrable de la période de quatre mois qui suit :
  a) soit la date à laquelle le membre du personnel a quitté l'établissement où il a effectué ses études dans les conditions prévues à l'article 62 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés;
  b) soit la date à laquelle le contrat d'apprentissage a pris fin.
  Le membre du personnel doit faire la preuve qu'il réunit les conditions requises. Cette preuve peut être fournie par toutes voies de droit, témoins y compris.
Art.5. De Copernicuspremie wordt uitbetaald tussen 1 mei en 30 juni, samen met het vakantiegeld.
  In afwijking van de in vorige lid omschreven regel, wordt de premie uitbetaald tijdens de maand volgend op de datum waarop het personeelslid de leeftijdsgrens bereikt of op de datum van overlijden, van ontslagneming, van afdanking of van afzetting van de belanghebbende.
  Voor de toepassing van het vorige lid wordt de premie berekend rekening houdend met het percentage en de eventuele inhouding welke op de beschouwde datum gelden; het percentage wordt toegepast op de jaarwedde die als basis dient voor de berekening van de wedde welke het personeelslid op die datum geniet.
  Wanneer het personeelslid functies heeft uitgeoefend in twee of meerdere diensten, zoals bedoeld in artikel 1, tijdens de referentieperiode, dan valt de betaling van de premie ten laste van elk van deze diensten, overeenkomstig de prestaties die aldaar zijn geleverd.
Art.5. La prime Copernic est liquidée entre le 1er mai et le 30 juin, en même temps que le pécule de vacances.
  Par dérogation à la règle énoncée à l'alinéa précédent, la prime est payée dans le courant du mois qui suit la date de la mise à la retraite, du décès, de la démission, du licenciement ou de la révocation de l'intéressé.
  Pour l'application de l'alinéa précédent, la prime est calculée compte tenu du pourcentage et de la retenue éventuelle en vigueur à la date considérée; le pourcentage est appliqué au traitement annuel qui sert de base au calcul du traitement dont bénéficie le membre du personnel à la même date.
  Si le membre du personnel a exercé ses fonctions dans deux ou plusieurs services visés à l'article 1 au cours de la période de référence, le paiement de la prime incombe à chacun de ces services, à concurrence des prestations qui y ont été effectuées.
Art. 8. Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 10 juli 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Begroting,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
  F. VANDENBROUCKE
  De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare besturen,
  L. VAN DEN BOSSCHE
Art. 8. Nos Ministres et Nos Secrétaires d'Etat sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 10 juillet 2002.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre du Budget,
  J. VANDE LANOTTE
  Le Ministre des Affaires sociales et des Pensions,
  F. VANDENBROUCKE
  Le Ministre de la Fonction publique et de la Modernisation de l'administration,
  L. VAN DEN BOSSCHE