Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 DECEMBER 2001. - Wet houdende de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2002. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-07-2002 en tekstbijwerking tot 23-08-2002)
Titre
24 DECEMBRE 2001. - Loi contenant le Budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2002. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-07-2002 et mise à jour au 23-08-2002)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK 2. - Bijzondere bepalingen der depart...
Sectie 02. - FOD Kanselarij en Algemene Diensten.
Sectie 04. - FOD Personeel en Organisatie.
Sectie 05. - FOD Informatie- en Communicatietec...
Sectie 11. - Diensten van de Eerste Minister.
Sectie 12. - Ministerie van Justitie.
Sectie 13. - Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Sectie 14. - Ministerie van Buitenlandse Zaken ...
Sectie 15. - Internationale Samenwerking.
Sectie 16. - Ministerie van Landsverdediging.
Sectie 17. - Federale politie en geïntegreerde ...
Sectie 18. - Ministerie van Financiën.
Sectie 19. - Ministerie van Ambtenarenzaken.
Sectie 21. - Pensioenen.
Sectie 23. - Ministerie van Tewerkstelling en A...
Sectie 26. - Ministerie van Sociale Zaken,.
Volksgezondheid en Leefmilieu.
Sectie 31. - Ministerie van Middenstand en Land...
Sectie 32. - Ministerie van Economische Zaken.
Sectie 33. - Ministerie van Verkeer en Infrastr...
Sectie 52. - Financiering van de Europese Unie.
HOOFDSTUK 3. - Terugbetalings- en toewijzingsfo...
HOOFDSTUK 4. - Staatsdiensten met afzonderlijk ...
HOOFDSTUK 5. - Staatsbedrijven.
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE 1. - Dispositions générales.
CHAPITRE 2. - Dispositions particulières des dé...
Section 02. - SPF Chancellerie et Services géné...
Section 04. - SPF Personnel et Organisation.
Section 05. - SPF Technologie de l'Information ...
Section 11. - Services du Premier Ministre.
Section 12. - Ministère de la Justice.
Section 13. - Ministère de l'Intérieur.
Section 14. - Ministère des Affaires étrangères...
Section 15. - Coopération Internationale.
Section 16. - Ministère de la Défense nationale.
Section 17. - Police fédérale et fonctionnement...
Section 18. - Ministère des Finances.
Section 19. - Ministère de la Fonction publique.
Section 21. - Pensions.
Section 23. - Ministère de l'Emploi et du Travail.
Section 26. - Ministère des Affaires sociales, ...
Section 31. - Ministère des Classes moyennes et...
Section 32. - Ministère des Affaires économiques.
Section 33. - Ministère des Communications et d...
Section 51. - Dette publique.
Section 52. - Financement de l'Union européenne.
CHAPITRE 3. - Fonds de restitution et d'attribu...
CHAPITRE 4. - Services de l'Etat à gestion sépa...
CHAPITRE 5. - Entreprises d'Etat.
ANNEXES.
Tekst (252)
Texte (252)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE 1. - Dispositions générales.
Artikel 1.01.1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, 3° van de Grondwet.
Article 1.01.1. La présente loi règle une matière visée à l'article 74, 3° de la Constitution.
Art. 1.01.2. De Algemene Uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2002 wordt goedgekeurd :
1° wat betreft de kredieten ingeschreven voor de dotaties, overeenkomstig de desbetreffende bij deze wet gevoegde tabel;
2° wat betreft de kredieten per programma, overeenkomstig de totalen van de programma's zoals vermeld in de bij deze wet gevoegde begrotingen per sectie en per basisallocatie.
De totalen van de kredieten per sectie van de begroting worden weergegeven in de navolgende synthesetabel.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 17-07-2002, p. 31690-31692).
1° wat betreft de kredieten ingeschreven voor de dotaties, overeenkomstig de desbetreffende bij deze wet gevoegde tabel;
2° wat betreft de kredieten per programma, overeenkomstig de totalen van de programma's zoals vermeld in de bij deze wet gevoegde begrotingen per sectie en per basisallocatie.
De totalen van de kredieten per sectie van de begroting worden weergegeven in de navolgende synthesetabel.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 17-07-2002, p. 31690-31692).
Art. 1.01.2. Le Budget général des dépenses de l'année budgétaire 2002 est approuvé :
1° en ce qui concerne les crédits prévus pour les dotations, conformément au tableau y afférent annexé à la présente loi;
2° en ce qui concerne les crédits par programme, conformément aux totaux des programmes figurant dans les budgets par section et par allocation de base, annexés à la présente loi.
Les totaux des crédits par section du budget sont reproduits dans le tableau de synthèse qui figure ci-après.
(Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 17-07-2002, p. 31690-31692).
1° en ce qui concerne les crédits prévus pour les dotations, conformément au tableau y afférent annexé à la présente loi;
2° en ce qui concerne les crédits par programme, conformément aux totaux des programmes figurant dans les budgets par section et par allocation de base, annexés à la présente loi.
Les totaux des crédits par section du budget sont reproduits dans le tableau de synthèse qui figure ci-après.
(Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 17-07-2002, p. 31690-31692).
Art. 1.01.3. § 1 De kredieten voor de programma's die betrekking hebben op de werkingskosten van de administraties - bestaansmiddelenprogramma's genoemd - behelzen :
1. De bezoldigingen en allerhande toelagen van het actief en ter beschikking gesteld personeel, de bezoldigingen of lonen van het hulppersoneel, de toelagen voor hogere en bijzondere functies, de tussenkomst in de abonnementen op het gemeenschappelijk vervoer, de vergoedingen voor arbeidsongevallen - inbegrepen de uitkering van deze vergoedingen aan leden van de familie van het slachtoffer in geval van overlijden - alsook de verminderde bezoldigingen of lonen van het tijdelijk of hulppersoneel, in dienst door werkongeval getroffen.
2. Bestendige uitgaven voor aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten :
- Erelonen van advocaten en geneesheren - Gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken - Presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen - Bezoldigingen van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden;
- Verbruiksuitgaven met betrekking tot het bezetten van de lokalen - met inbegrip van de uitgaven voor energieverbruik " stookolie, gas, benzine, elektriciteit, kolen " - en uitgaven voor onderhoud. - Bureaukosten, vervoer, belastingen, retributies, publicaties van het departement, beroepsscholing, kleding en andere kleine bestuursuitgaven;
- Allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor werkelijke lasten en materiële schade, de vervoerskosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het departement die zich naar het buitenland begeven.
3. Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica.
4. Uitgaven voor uitzonderlijke aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten, waaronder werken en leveringen voor de inrichting van nieuwe lokalen en de verhuiskosten.
5. Huur van onroerende goederen en daarmee verband houdende belastingen van de verschillende diensten van het departement, betaald zonder de tussenkomst van de Regie der Gebouwen.
6. Andere uitgaven met betrekking tot de werking van de diensten waarvan de gedetailleerde omschrijving in de bestaansmiddelenprogramma's wordt weergegeven.
7. Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen : machines, meubilair, materieel en vervoermiddelen te land.
8. Investeringsuitgaven inzake de informatica.
§ 2. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen " 11 03 - Vast en stagedoend statutair personeel " en " 11 04 - Ander dan statutair personeel ", binnen eenzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden.
§ 3. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica (12.04) en tot de investeringsuitgaven inzake informatica (74.04) over de verschillende secties van de Algemene Uitgavenbegroting onder elkaar herverdeeld worden op gezamenlijke voordracht van de Minister bevoegd voor de modernisering van de openbare besturen en de ordonnancerende Minister en na voorafgaand akkoord van de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft.
1. De bezoldigingen en allerhande toelagen van het actief en ter beschikking gesteld personeel, de bezoldigingen of lonen van het hulppersoneel, de toelagen voor hogere en bijzondere functies, de tussenkomst in de abonnementen op het gemeenschappelijk vervoer, de vergoedingen voor arbeidsongevallen - inbegrepen de uitkering van deze vergoedingen aan leden van de familie van het slachtoffer in geval van overlijden - alsook de verminderde bezoldigingen of lonen van het tijdelijk of hulppersoneel, in dienst door werkongeval getroffen.
2. Bestendige uitgaven voor aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten :
- Erelonen van advocaten en geneesheren - Gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken - Presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen - Bezoldigingen van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden;
- Verbruiksuitgaven met betrekking tot het bezetten van de lokalen - met inbegrip van de uitgaven voor energieverbruik " stookolie, gas, benzine, elektriciteit, kolen " - en uitgaven voor onderhoud. - Bureaukosten, vervoer, belastingen, retributies, publicaties van het departement, beroepsscholing, kleding en andere kleine bestuursuitgaven;
- Allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor werkelijke lasten en materiële schade, de vervoerskosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het departement die zich naar het buitenland begeven.
3. Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica.
4. Uitgaven voor uitzonderlijke aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten, waaronder werken en leveringen voor de inrichting van nieuwe lokalen en de verhuiskosten.
5. Huur van onroerende goederen en daarmee verband houdende belastingen van de verschillende diensten van het departement, betaald zonder de tussenkomst van de Regie der Gebouwen.
6. Andere uitgaven met betrekking tot de werking van de diensten waarvan de gedetailleerde omschrijving in de bestaansmiddelenprogramma's wordt weergegeven.
7. Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen : machines, meubilair, materieel en vervoermiddelen te land.
8. Investeringsuitgaven inzake de informatica.
§ 2. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen " 11 03 - Vast en stagedoend statutair personeel " en " 11 04 - Ander dan statutair personeel ", binnen eenzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden.
§ 3. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica (12.04) en tot de investeringsuitgaven inzake informatica (74.04) over de verschillende secties van de Algemene Uitgavenbegroting onder elkaar herverdeeld worden op gezamenlijke voordracht van de Minister bevoegd voor de modernisering van de openbare besturen en de ordonnancerende Minister en na voorafgaand akkoord van de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft.
Art. 1.01.3. § 1er. Les crédits afférents aux programmes se rapportant aux frais de fonctionnement des administrations - appelés programmes de subsistance - comportent :
1. Les rémunérations et allocations généralement quelconques du personnel actif et en disponibilité, les rémunérations ou salaires du personnel auxiliaire, les allocations pour fonctions supérieures et pour fonctions spéciales, l'intervention dans les abonnements au transport en commun, les indemnités pour accidents du travail - en ce compris le paiement de ces indemnités à des membres de la famille de la victime en cas de décès - ainsi que les rémunérations ou salaires réduits du personnel temporaire ou auxiliaire, accidenté en service.
2. Dépenses permanentes pour achats de biens non durables et de services :
- Honoraires des avocats et des médecins - Frais de justice en matière d'affaires civiles, administratives et pénales - Jetons de présence, frais de route et de séjour des personnes étrangères aux administrations de l'Etat - Rémunérations d'experts étrangers à l'Administration et prestations de tiers;
- Dépenses de consommation relatives à l'occupation des locaux - y compris les dépenses de consommation énergétique " mazout, gaz, essence, électricité, charbon " - et dépenses d'entretien. - Frais de bureau, transport, impôts, rétributions, publications du département, formation professionnelle, habillement et autres menues dépenses d'administration;
- Indemnités généralement quelconques au personnel de l'Etat pour charges réelles et dégâts matériels, frais de transport afférents aux voyages de service et primes d'assurances des délégués du département se rendant à l'étranger.
3. Dépenses diverses de fonctionnement relatives à l'informatique.
4. Dépenses exceptionnelles pour achats de biens non durables et de services, tels que les travaux et fournitures pour l'aménagement de nouveaux locaux et les frais de déménagement.
5. Loyers des biens immobiliers et les impôts y afférents des divers services du département, payés sans l'intervention de la Régie des Bâtiments.
6. Autres dépenses relatives au fonctionnement des services dont la description détaillée est fournie dans les programmes de subsistance.
7. Dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables : machines, mobilier, matériel et moyens de transport terrestre.
8. Dépenses d'investissement relatives à l'informatique.
§ 2. - Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les allocations de base relatives aux rémunérations et allocations généralement quelconques " 11 03 - Personnel statutaire définitif et stagiaire " et " 11 04 - Personnel autre que statutaire ", peuvent être redistribuées uniquement entre elles au sein d'une même section du budget.
§ 3. - Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les allocations de base concernant les dépenses diverses de fonctionnement relatives à l'informatique (12.04) et celles concernant les dépenses d'investissement relatives à l'informatique (74.04) peuvent être redistribuées entre elles au sein des différentes sections du Budget général des dépenses, sur proposition conjointe du Ministre compétent pour la modernisation des administrations publiques et du Ministre ordonnateur et après accord préalable du Ministre qui a le Budget dans ses attributions.
1. Les rémunérations et allocations généralement quelconques du personnel actif et en disponibilité, les rémunérations ou salaires du personnel auxiliaire, les allocations pour fonctions supérieures et pour fonctions spéciales, l'intervention dans les abonnements au transport en commun, les indemnités pour accidents du travail - en ce compris le paiement de ces indemnités à des membres de la famille de la victime en cas de décès - ainsi que les rémunérations ou salaires réduits du personnel temporaire ou auxiliaire, accidenté en service.
2. Dépenses permanentes pour achats de biens non durables et de services :
- Honoraires des avocats et des médecins - Frais de justice en matière d'affaires civiles, administratives et pénales - Jetons de présence, frais de route et de séjour des personnes étrangères aux administrations de l'Etat - Rémunérations d'experts étrangers à l'Administration et prestations de tiers;
- Dépenses de consommation relatives à l'occupation des locaux - y compris les dépenses de consommation énergétique " mazout, gaz, essence, électricité, charbon " - et dépenses d'entretien. - Frais de bureau, transport, impôts, rétributions, publications du département, formation professionnelle, habillement et autres menues dépenses d'administration;
- Indemnités généralement quelconques au personnel de l'Etat pour charges réelles et dégâts matériels, frais de transport afférents aux voyages de service et primes d'assurances des délégués du département se rendant à l'étranger.
3. Dépenses diverses de fonctionnement relatives à l'informatique.
4. Dépenses exceptionnelles pour achats de biens non durables et de services, tels que les travaux et fournitures pour l'aménagement de nouveaux locaux et les frais de déménagement.
5. Loyers des biens immobiliers et les impôts y afférents des divers services du département, payés sans l'intervention de la Régie des Bâtiments.
6. Autres dépenses relatives au fonctionnement des services dont la description détaillée est fournie dans les programmes de subsistance.
7. Dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables : machines, mobilier, matériel et moyens de transport terrestre.
8. Dépenses d'investissement relatives à l'informatique.
§ 2. - Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les allocations de base relatives aux rémunérations et allocations généralement quelconques " 11 03 - Personnel statutaire définitif et stagiaire " et " 11 04 - Personnel autre que statutaire ", peuvent être redistribuées uniquement entre elles au sein d'une même section du budget.
§ 3. - Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les allocations de base concernant les dépenses diverses de fonctionnement relatives à l'informatique (12.04) et celles concernant les dépenses d'investissement relatives à l'informatique (74.04) peuvent être redistribuées entre elles au sein des différentes sections du Budget général des dépenses, sur proposition conjointe du Ministre compétent pour la modernisation des administrations publiques et du Ministre ordonnateur et après accord préalable du Ministre qui a le Budget dans ses attributions.
Art. 1.01.4. In afwijking van artikel 40 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, gebeurt de betaling van de geboortetoelagen en van de vergoedingen voor begrafeniskosten overeenkomstig de regelen bepaald in artikel 41, 1ste lid, van dezelfde wetten.
Art. 1.01.4. Par dérogation à l'article 40 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le paiement des allocations de naissance et des indemnités pour frais funéraires, s'effectue conformément aux règles prévues à l'article 41, alinéa 1er, des mêmes lois.
Art. 1.01.5. Ten behoeve van de bestellingen die worden gedaan door toedoen van het Federaal Aankoopbureau, mogen provisionele stortingen worden uitgevoerd ten bate van de begroting van die instelling door middel van ordonnanties van betaling door overschrijving in de schrifturen van de Thesaurie.
Art. 1.01.5. Pour les commandes passées par le Bureau fédéral d'achats, des versements provisionnels peuvent être effectués au profit du budget de cet organisme au moyen d'ordonnances de paiement par virement dans les écritures de la Trésorerie.
Art. 1.01.6. Machtiging wordt verleend provisies toe te staan aan advocaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van de Staat optreden.
Art. 1.01.6. Des provisions peuvent être allouées aux avocats, aux experts et aux huissiers de justice agissant pour le compte de l'Etat.
Art. 1.01.7. In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij onderhavige wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot :
- erelonen van advocaten en geneesheren;
- gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken;
- presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen;
- bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden (met inbegrip van de provisionele voorschotten);
- allerhande schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn verantwoordelijkheid ten overstaan van door zijn organen en door zijn bedienden gepleegde daden;
- bedragen verschuldigd aan de controleorganen van de Staat bij en voor rekening van instellingen van openbaar nut.
- erelonen van advocaten en geneesheren;
- gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken;
- presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen;
- bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden (met inbegrip van de provisionele voorschotten);
- allerhande schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn verantwoordelijkheid ten overstaan van door zijn organen en door zijn bedienden gepleegde daden;
- bedragen verschuldigd aan de controleorganen van de Staat bij en voor rekening van instellingen van openbaar nut.
Art. 1.01.7. Par dérogation aux articles 5 et 34 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, des créances d'années antérieures peuvent être apurées à charge des crédits ouverts par la présente loi et relatives aux :
- honoraires d'avocats et de médecins;
- frais de justice en matière d'affaires civiles, administratives et pénales;
- jetons de présence, frais de route et de séjour des personnes étrangères aux Administrations de l'Etat;
- rémunération d'experts étrangers à l'Administration et prestations de tiers (y compris les avances provisionnelles);
- indemnités diverses à des tiers devant découler de l'engagement de la responsabilité de l'Etat à l'égard d'actes commis par ses organes et ses préposés;
- sommes dues aux organes de contrôle auprès et pour le compte des organismes d'intérêt public.
- honoraires d'avocats et de médecins;
- frais de justice en matière d'affaires civiles, administratives et pénales;
- jetons de présence, frais de route et de séjour des personnes étrangères aux Administrations de l'Etat;
- rémunération d'experts étrangers à l'Administration et prestations de tiers (y compris les avances provisionnelles);
- indemnités diverses à des tiers devant découler de l'engagement de la responsabilité de l'Etat à l'égard d'actes commis par ses organes et ses préposés;
- sommes dues aux organes de contrôle auprès et pour le compte des organismes d'intérêt public.
Art. 1.01.8. De Schatkist mag voorschotten toekennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot een rekening " Bezoldigingen en andere vaste uitgaven voor het gesubsidieerd contractueel personeel " (artikelen 93 tot 101 van de Programmawet van 30 december 1988) van de sectie " Ordeverrichtingen van de Diensten van de Schatkist ", een debettoestand veroorzaken.
Art. 1.01.8. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives à un compte " Rémunérations et autres dépenses fixes pour le personnel contractuel subventionné " (articles 93 à 101 de la Loi-programme du 30 décembre 1988) de la section " Opérations d'ordre de Trésorerie ", créent une position débitrice.
Art. 1.01.10. In afwijking van artikel 28, eerste lid, van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden de uitgaven van de opgerichte federale overheidsdiensten (FOD's) en programmatorische overheidsdiensten (POD's) in het kader van de Copernicushervorming aangerekend op de meest geëigende programma's van de huidige secties van de algemene uitgavenbegroting.
Art. 1.01.10. Par dérogation à l'article 28, alinéa 1er, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les dépenses des services publics fédéraux (SPF) et des services publics programmatoires (SPP), créés dans le cadre de la réforme Copernic, sont imputées aux programmes les plus adéquats des sections actuelles du budget général des dépenses.
Art. 1.01.11. In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties van de diverse programma's ingeschreven in een organisatieafdeling met betrekking tot de beleidsorganen van een federale overheidsdienst (FOD), binnen diezelfde organisatieafdeling onder elkaar worden herverdeeld.
Art. 1.01.11. Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les allocations de base des divers programmes inscrits sous une division organique concernant les organes stratégiques d'un service public fédéral (SPF), peuvent être redistribuées entre elles au sein de cette même division organique.
HOOFDSTUK 2. - Bijzondere bepalingen der departementen.
CHAPITRE 2. - Dispositions particulières des départements.
Sectie 02. - FOD Kanselarij en Algemene Diensten.
Section 02. - SPF Chancellerie et Services généraux.
Art. 2.02.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden :
- tot een maximumbedrag van 370.000 EUR aan de buitengewoon rekenplichtige van de FOD Kanselarij en Algemene Diensten;
- tot een maximumbedrag van 25.000 EUR aan de buitengewoon rekenplichtige van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 2.500 EUR.
- tot een maximumbedrag van 370.000 EUR aan de buitengewoon rekenplichtige van de FOD Kanselarij en Algemene Diensten;
- tot een maximumbedrag van 25.000 EUR aan de buitengewoon rekenplichtige van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 2.500 EUR.
Art. 2.02.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds peuvent être consenties :
- pour un montant maximum de 370.000 EUR, au comptable extraordinaire du SPF Chancellerie et Services généraux;
- pour un montant maximum de 25.000 EUR, au comptable extraordinaire de la Commission nationale permanente du pacte culturel.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires peuvent effectuer le paiement de créances de toute nature, y compris l'achat de biens meubles patrimoniaux, ne dépassant pas 2.500 EUR.
- pour un montant maximum de 370.000 EUR, au comptable extraordinaire du SPF Chancellerie et Services généraux;
- pour un montant maximum de 25.000 EUR, au comptable extraordinaire de la Commission nationale permanente du pacte culturel.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires peuvent effectuer le paiement de créances de toute nature, y compris l'achat de biens meubles patrimoniaux, ne dépassant pas 2.500 EUR.
Art. 2.02.2. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen opeenvolgende geldvoorschotten van ten hoogste 2.500 EUR toegestaan worden aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard.
Art. 2.02.2. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds successives d'un montant ne dépassant pas 2.500 EUR peuvent être consenties au comptable chargé de la liquidation des secours et allocations à caractère social.
Art. 2.02.3. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/2 - SOCIALE TUSSENKOMSTEN
1. Toelage aan de Belgische Stichting van de Roeping.
2. Toelage aan de Europese Beweging - België.
3. Dotatie Vakbondspremies.
PROGRAMMA 41 - EXTERNE COMMUNICATIE
1. Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst - F.V.D.
2. Dotatie aan het Internationaal Perscentrum (IPC - Résidence Palace).
3. Toelage aan het Belgisch pers-telegraafagentschap BELGA.
PROGRAMMA 40/2 - SOCIALE TUSSENKOMSTEN
1. Toelage aan de Belgische Stichting van de Roeping.
2. Toelage aan de Europese Beweging - België.
3. Dotatie Vakbondspremies.
PROGRAMMA 41 - EXTERNE COMMUNICATIE
1. Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst - F.V.D.
2. Dotatie aan het Internationaal Perscentrum (IPC - Résidence Palace).
3. Toelage aan het Belgisch pers-telegraafagentschap BELGA.
Art. 2.02.3. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes peuvent être accordées :
PROGRAMME 40/2 - INTERVENTIONS SOCIALES
1. Subvention à la Fondation belge de la vocation.
2. Subvention au Mouvement européen - Belgique.
3. Dotation Primes syndicales.
PROGRAMME 41 - COMMUNICATION EXTERNE
1. Subvention au Service fédéral belge d'Information - S.F.I.
2. Dotation au Centre international de Presse (IPC - Résidence Palace).
3. Subvention à l'agence télégraphique belge de presse BELGA.
PROGRAMME 40/2 - INTERVENTIONS SOCIALES
1. Subvention à la Fondation belge de la vocation.
2. Subvention au Mouvement européen - Belgique.
3. Dotation Primes syndicales.
PROGRAMME 41 - COMMUNICATION EXTERNE
1. Subvention au Service fédéral belge d'Information - S.F.I.
2. Dotation au Centre international de Presse (IPC - Résidence Palace).
3. Subvention à l'agence télégraphique belge de presse BELGA.
Art. 2.02.4. In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen alle uitgaven van de FOD Kanselarij en Algemene Diensten met betrekking tot schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van de verantwoordelijkheid, aangerekend worden op de B.A. 01.34.02 van de organisatieafdeling 40 - Kanselarij.
Art. 2.02.4. Par dérogation aux articles 12 et 14 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, l'ensemble des dépenses du SPF Chancellerie et Services généraux relatives aux indemnités à des tiers devant découler de l'engagement de la responsabilité de l'Etat, peuvent être imputées sur l'A.B. 01.34.02 de la division organique 40 - Chancellerie.
Art. 2.02.5. De Eerste Minister is gemachtigd om, in het belang van de Schatkist en mits naleving van de wetgeving op de overheidsopdrachten, ruilovereenkomsten af te sluiten teneinde de vernieuwing van de FEDENET-uitrustingen te bevorderen.
Art. 2.02.5. Le Premier Ministre est autorisé à passer, dans l'intérêt du Trésor et à condition que la législation sur les marchés publics soit respectée, des conventions d'échange pour favoriser le renouvellement des équipements FEDENET.
Art. 2.02.6. In afwachting van de integratie van de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (FVD) in de FOD Kanselarij en Algemene Diensten, wordt aan de FVD toegestaan een bedrijfsfonds van maximaal 744.000 EUR aan te houden.
Dit bedrijfsfonds wordt samengesteld uit :
a) de subsidie-overschotten en de saldi van de voorschotten van de programma-opdrachten;
b) de eigen inkomsten.
Dit bedrijfsfonds wordt samengesteld uit :
a) de subsidie-overschotten en de saldi van de voorschotten van de programma-opdrachten;
b) de eigen inkomsten.
Art. 2.02.6. En attendant l'intégration du Service fédéral belge d'Information (S.F.I.) dans le SPF Chancellerie et Services généraux, le S.F.I. est autorisé à disposer d'un fonds de roulement n'excédant pas 744.000 EUR.
Ce fonds de roulement est constitué à partir :
a) des excédents de subsides et des soldes des avances des missions-programmes;
b) des recettes propres.
Ce fonds de roulement est constitué à partir :
a) des excédents de subsides et des soldes des avances des missions-programmes;
b) des recettes propres.
Art. 2.02.7. Binnen de perken van de kredieten ingeschreven in het programma 40/1 " FEDENET " mogen - naast de recurrente werkingskosten en de investeringen - ook allerhande uitgaven vereffend worden die verband houden met gepresteerde diensten en met de installatie en het onderhoud van software en hardware bij de diverse diensten-gebruikers die aangesloten zijn op het Fedenet.
Art. 2.02.7. Dans les limites des crédits inscrits au programme 40/1 " FEDENET ", peuvent également être réglées - outre les frais de fonctionnement récurrents et les investissements - des dépenses de toute nature relatives à des services prestés, ainsi qu'à l'installation et la maintenance du logiciel et du matériel des différents services-utilisateurs raccordés au réseau Fedenet.
Art. 2.02.8. In afwijking van artikel 1.01.3, § 2, van deze wet mogen alle kredieten van het programma 41/0 - " Externe communicatie " bij wijze van herverdeling van basisallocaties onderling herschikt worden, met inbegrip van de personeelskredieten (41.01.11.03 en 11.04).
Art. 2.02.8. Par dérogation à l'article 1.01.3, § 2, de la présente loi, il peut être procédé à une ventilation de l'ensemble des allocations de base du programme 41/0 - " Communication externe ", y compris les crédits de personnel (41.01.11.03 et 11.04).
Sectie 04. - FOD Personeel en Organisatie.
Section 04. - SPF Personnel et Organisation.
Art. 2.04.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald :
1) de uitgaven van sociale aard;
2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten.
Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald :
1) de uitgaven van sociale aard;
2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten.
Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.
Art. 2.04.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 250.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires des services et institutions dont les dépenses sont inscrites dans cette section.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 5.500 EUR, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités et allocations de toute nature allouées sur le budget.
Peuvent être payés au moyen de ces avances quels qu'en soient les montants :
1) les dépenses à caractère social;
2) les frais pour missions à l'étranger et pour l'affranchissement de la correspondance, ainsi que les avances y relatives.
Les comptables extraordinaires chargés du paiement de frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir des avances aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 5.500 EUR, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités et allocations de toute nature allouées sur le budget.
Peuvent être payés au moyen de ces avances quels qu'en soient les montants :
1) les dépenses à caractère social;
2) les frais pour missions à l'étranger et pour l'affranchissement de la correspondance, ainsi que les avances y relatives.
Les comptables extraordinaires chargés du paiement de frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir des avances aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger.
Art. 2.04.2. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/0 - BESTAANSMIDDELEN- PROGRAMMA
Toelage aan de V.Z.W. Sociale Dienst van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie.
PROGRAMMA 53/1 - VORMING VAN AMBTENAREN
1° Bijdrage aan het Internationaal Instituut voor Bestuurswetenschappen;
2° Bijdrage aan het Europees Instituut voor Bestuurskunde te Maastricht;
3° Tegemoetkoming voor vormingsactiviteiten georganiseerd door de representatieve vakorganisaties.
PROGRAMMA 40/0 - BESTAANSMIDDELEN- PROGRAMMA
Toelage aan de V.Z.W. Sociale Dienst van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie.
PROGRAMMA 53/1 - VORMING VAN AMBTENAREN
1° Bijdrage aan het Internationaal Instituut voor Bestuurswetenschappen;
2° Bijdrage aan het Europees Instituut voor Bestuurskunde te Maastricht;
3° Tegemoetkoming voor vormingsactiviteiten georganiseerd door de representatieve vakorganisaties.
Art. 2.04.2. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes peuvent être accordées :
PROGRAMME 40/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
Subside à l'A.S.B.L. Service social du Service public fédéral Personnel et Organisation.
PROGRAMME 53/1 - FORMATION DES FONCTIONNAIRES
1° Cotisation à l'Institut international des Sciences administratives;
2° Cotisation à l'Institut européen d'administration publique à Maastricht;
3° Intervention en faveur d'activités de formation organisées par les organisations syndicales représentatives.
PROGRAMME 40/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
Subside à l'A.S.B.L. Service social du Service public fédéral Personnel et Organisation.
PROGRAMME 53/1 - FORMATION DES FONCTIONNAIRES
1° Cotisation à l'Institut international des Sciences administratives;
2° Cotisation à l'Institut européen d'administration publique à Maastricht;
3° Intervention en faveur d'activités de formation organisées par les organisations syndicales représentatives.
Art. 2.04.3. Het provisioneel krediet ingeschreven onder het programma 53/2 - Provisionele kredieten en bestemd tot dekking van alle uitgaven verbonden aan de opleidingsactiviteiten mag, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit voorgedragen door de Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen.
Art. 2.04.3. Le crédit provisionnel inscrit au programme 53/2 - Crédits provisionnels et destiné à couvrir des dépenses de toute nature liées aux activités de formation, peut être réparti selon les besoins, entre les programmes appropriés des budgets des différents départements, par la voie d'un arrêté royal proposé par le Ministre de la Fonction publique et de la Modernisations de l'administration.
Art. 2.04.4. In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen alle uitgaven van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie met betrekking tot schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn aansprakelijkheid, met uitzondering van die van het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), aangerekend worden op de B.A. 03.34.01 van de organisatie-afdeling 40 - Directiecomité en Algemene Diensten.
Art. 2.04.4. Par dérogation aux articles 12 et 14 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, l'ensemble des dépenses du Service public fédéral Personnel et Organisation relatives aux indemnités à des tiers devant découler de l'engagement de la responsabilité de l'Etat, à l'exception de celles du Bureau de sélection de l'Administration fédérale (SELOR), peuvent être imputées à l'A.B. 03.34.01 de la division organique 40 - Comité de Direction et Services généraux.
Art. 2.04.5. De thesaurierekening waarop de bezoldigingen en allerhande toelagen voor het vast- en stagedoend statutair personeel en voor het contractueel personeel van het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), Staatsdienst met afzonderlijk beheer, worden aangerekend, mag een debetsaldo vertonen.
Art. 2.04.5. Le compte de trésorerie sur lequel sont imputées les rémunérations et diverses allocations pour le personnel statutaire définitif et stagiaire et le personnel contractuel du Bureau de sélection de l'Administration fédérale (SELOR), service de l'Etat à gestion séparée, peut présenter un solde débiteur.
Art. 2.04.6. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de rekeningen van het Federaal Aankoopbureau, Staatsdienst met afzonderlijk beheer, die het voorwerp uitmaakt van het artikel 63.01.A, zich in debettoestand zullen bevinden. De debettoestand mag 5.000.000 EUR niet overschrijden.
Art. 2.04.6. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les comptes du Bureau fédéral d'Achats, service de l'Etat à gestion séparée, qui fait l'objet de l'article 63.01.A, se trouveront en position débitrice. Cette position débitrice ne pourra pas dépasser le montant de 5.000.000 EUR.
Art. 2.04.7. Het provisioneel krediet ingeschreven onder het programma 40/3 - Provisionele kredieten, en bestemd tot dekking van de uitgaven verbonden aan de toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten mag, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften verdeeld worden over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit.
Art. 2.04.7. Le crédit provisionnel inscrit au programme 40/3 - Crédits provisionnels, et destiné à couvrir les dépenses liées à l'octroi d'une allocation aux membres du personnel chargés du développement de projets au sein de certains services publics, peut, après accord du Ministre du Budget, être réparti selon les besoins, par voie d'arrêté royal, entre les programmes appropriés des budgets des différents départements.
Art. 2.04.8. In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de uitgaven van de organisatie-afdelingen 40 en 52 van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie met betrekking tot de huurlasten van het gebouw in de Wetstraat 51, te Brussel, aangerekend worden op de basisallocatie 02.12.01 van de organisatie-afdeling 40 - Directiecomité en Algemene Diensten.
Art. 2.04.8. Par dérogation aux articles 12 et 14 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les dépenses des divisions organiques 40 et 52 du Service public fédéral Personnel et Organisation relatives aux charges locatives du bâtiment situé au 51, rue de la Loi à Bruxelles, peuvent être imputées à l'allocation de base 02.12.01 de la division organique 40 - Comité de Direction et Services généraux.
Sectie 05. - FOD Informatie- en Communicatietechnologie.
Section 05. - SPF Technologie de l'Information et de la Communication.
Art. 2.05.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald :
1) de uitgaven van sociale aard;
2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten.
Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald :
1) de uitgaven van sociale aard;
2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten.
Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.
Art. 2.05.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 250.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires des services et institutions dont les dépenses sont inscrites dans cette section.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 5.500 EUR, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités et allocations de toute nature allouées sur le budget.
Peuvent être payés au moyen de ces avances quels qu'en soient les montants :
1) les dépenses à caractère social;,2) les frais pour missions à l'étranger et pour l'affranchissement de la correspondance, ainsi que les avances y relatives.
Les comptables extraordinaires chargés du paiement de frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir des avances aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 5.500 EUR, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités et allocations de toute nature allouées sur le budget.
Peuvent être payés au moyen de ces avances quels qu'en soient les montants :
1) les dépenses à caractère social;,2) les frais pour missions à l'étranger et pour l'affranchissement de la correspondance, ainsi que les avances y relatives.
Les comptables extraordinaires chargés du paiement de frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir des avances aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger.
Art. 2.05.2. In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen " 11.03 - Vast en stagedoend personeel " en " 11.04 - Ander dan statutair personeel " evenals de basisallocatie " 12.20 - Contracten voor het leveren van diensten door de v.z.w. Maatschappij voor Mecanografie (MVM) " binnen het programma 56/0 onder en uitsluitend onder elkaar worden herverdeeld.
Art. 2.05.2. Par dérogation à l'article 1-01-3, § 2, de la présente loi, les allocations de base relatives aux rémunérations et allocations généralement quelconques " 11.03 - Personnel statutaire définitif et stagiaire " et " 11.04 - Personnel autre que statutaire ", ainsi que l'allocation de base " 12.20 - Contrats pour la prestation de services par l'A.S.B.L. Société mécanographique pour l'application des lois sociales (SMALS) " peuvent être redistribuées uniquement entre elles au sein du programme 56/0.
Sectie 11. - Diensten van de Eerste Minister.
Section 11. - Services du Premier Ministre.
Art. 2.11.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden tot een maximumbedrag van 370.000 EUR aan de buitengewoon rekenplichtige van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (D.W.T.C.) en aan de buitengewoon rekenplichtigen van de instellingen die ervan afhangen.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen van de DWTC schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 5.500 EUR.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen van de DWTC schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 5.500 EUR.
Art. 2.11.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds peuvent être consenties pour un montant maximum de 370.000 EUR, au comptable extraordinaire des Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles (S.S.T.C.) et aux comptables extraordinaires des institutions qui en relèvent.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires des SSTC peuvent effectuer le paiement de créances de toute nature, y compris l'achat de biens meubles patrimoniaux, ne dépassant pas 5.500 EUR.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires des SSTC peuvent effectuer le paiement de créances de toute nature, y compris l'achat de biens meubles patrimoniaux, ne dépassant pas 5.500 EUR.
Art. 2.11.2. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen opeenvolgende geldvoorschotten van ten hoogste 2.500 EUR toegestaan worden aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard.
Art. 2.11.2. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds successives d'un montant ne dépassant pas 2.500 EUR peuvent être consenties au comptable chargé de la liquidation des secours et allocations à caractère social.
Art. 2.11.3. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 60/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelage aan de sociale dienst van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden.
PROGRAMMA 60/1 - ONDERZOEK EN ONTWIKKELING OP NATIONAAL VLAK
1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor O & O op nationaal vlak.
2. Financiering van de interuniversitaire attractiepolen.
3. Financiering van de technologische attractiepolen.
4. Financiering van studies, onderzoek en opdrachten voor derden.
5. Toelage aan de Academia Belgica te Rome.
6. Toelage aan het patrimonium van de Academie voor Overzeese Wetenschappen.
7. Toelage aan de nationale Commissies die onder de gezamenlijke auspiciën geplaatst zijn van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België en de " Academie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique ".
8. Financiering van de operationele centra van de D.W.T.C.
9. Toelage bestemd voor de aanwerving van bijkomende onderzoekers in de universiteiten en de federale wetenschappelijke instellingen in het kader van de maatregelen voor de ondersteuning van het onderzoekbeleid dat deel uitmaakt van het meerjarenplan voor de werkgelegenheid.
10. Dekken van de O & O-uitgaven van de vliegtuigen in het kader van Airbus.
11. Dotatie aan de Dienst voor wetenschappelijke en technische informatie (D.W.T.I.).
12. Dotatie aan het Belgisch telematicanetwerk " Belnet ".
13. Financiering van de wetenschappelijke ondersteuning van het federale drugsbeleid.
14. Financiering van het programma voor de terugkeer van het Belgisch wetenschappelijke kunnen.
PROGRAMMA 60/2 - ONDERZOEK EN ONTWIKKELING OP INTERNATIONAAL VLAK
1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor O & O op internationaal vlak.
2. Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart Agentschap.
3. Belgische deelname aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten (buiten ESA).
4. Toelagen aan de intergouvernementele organisaties voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.
5. Toelagen aan de internationale organisaties, groeperingen en centra voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.
6. Deelname van België aan internationale activiteiten inzake wetenschapsbeleid.
7. Belgische bijdrage aan het Eureka-Secretariaat " Technologie ".
PROGRAMMA 60/3 - FEDERALE WETENSCHAPPELIJKE INRICHTINGEN EN DAARMEE GELIJKGESTELDE INSTELLINGEN
1. Dotaties aan de federale wetenschappelijke instellingen die afhangen van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek.
2. Toelage aan het Studie- en Documentatiecentrum -" Oorlog en Hedendaagse Maatschappij ".
3. Financiering van de O & O-acties van de federale wetenschappelijke instellingen.
4. Specifieke dotatie aan de federale wetenschappelijke instellingen.
5. Aanvullende dotatie aan het Algemeen Rijksarchief voor het personeel van de nieuwe opslagplaats te Leuven.
6. Steun aan de tijdelijke tentoonstellingen van de federale wetenschappelijke instellingen.
7. Aanvullende dotatie aan de Koninklijke Sterrenwacht van België voor de valorisatie van het planetarium.
8. Aanvullende dotatie aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika voor de beveiliging van de collecties.
9. Aanvullende dotatie aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België voor de werking van de nieuwe zalen.
PROGRAMMA 60/4 - ONDERWIJS-VORMING; EDUCATIEVE ACTIVITEITEN
1. Toelage aan het Europa College (Brugge).
2. Toelage aan de Stichting Biermans-Lapôtre (Parijs).
3. Uitzonderlijke toelage aan de Stichting Biermans-Lapôtre voor het dekken van de terugbetaling van de lening.
4. Toelage aan het Europees Universitair Instituut (Firenze) : bijdragen en beurzen Belgische studenten.
5. Toelagen aan de Universitaire Stichting.
6. Toelage aan de " Belgian-American Educational Foundation ".
PROGRAMMA 61/1 - GEMEENSCHAPPELIJKE CULTURELE ACTIVITEITEN
1. Dotatie aan de Nationale Dienst voor Congressen.
2. Toelage aan de Federatie van de Vrienden van de Belgische Musea en andere verenigingen voor culturele ondersteuning.
3. Toelage aan het Museum van het Kind.
4. Toelage aan de Filharmonische Vereniging van Brussel.
5. Toelage aan het Belgische Centrum voor Muziekdocumentatie (CEBEDEM).
6. Toelage aan de concertverenigingen die voldoen aan de criteria vastgesteld door het koninklijk besluit van 20 januari 1956 tot regeling van de toelagen aan de concertverenigingen.
7. Toelage aan de v.z.w. " Decentralisatie van de Klassieke en Hedendaagse Films ".
8. Toelage aan de Muziekkapel " Koningin Elisabeth ".
9. Toelage aan de Vereniging voor tentoonstellingen van het Paleis voor Schone Kunsten.
10. Internationale wedstrijd Koningin Elisabeth - Prijs van de Regering.
11. Archieven voor historische films en actualiteitsbeelden.
12. Toelage aan de v.z.w. " Jonge Filharmonie ".
13. Kosten met betrekking tot de promotie van de muziek.
14. Kosten met betrekking tot de openstelling voor het publiek van het Koninklijk Paleis.
15. Financiering van de bibliotheek van het Koninklijk Muziekconservatorium.
16. Toelage aan het Koninklijk Filmarchief.
17. Toelage aan de " Fundation Europalia International ".
18. Toelage aan het Filmmuseum.
PROGRAMMA 61/2 - BUITENLANDSE BETREKKINGEN
1. Toelagen aan internationale instellingen voor de Jeugd.
2. Belgische bijdrage aan de financiering van de " Commission for Educational Exchanges USA, Belgium, Luxemburg ".
3. Toelage aan het Secretariaat Internationale Federatie der verenigingen " Jeugd en Muziek ".
4. Diverse internationale toelagen en bijdragen.
5. Belgische bijdrage aan de UNESCO.
6. Toelage aan het internationaal studiecentrum voor het behoud en de restauratie van cultuurgoederen (I.C.C.R.O.M.).
7. Aankoop van publicaties en kunstwerken voor culturele promotie in het buitenland.
PROGRAMMA 61/3 - NATIONALE CULTURELE INSTELLINGEN
1.Toelage aan de N.V. Paleis voor Schone Kunsten.
2. Toelage aan de Koninklijke Muntschouwburg.
3. Toelage aan het Nationaal Orkest van België.
PROGRAMMA 61/4 - ONDERWIJS-VORMING (buiten Wetenschapsbeleid) EN SCHOOLINVESTERINGEN
Toelage aan de Internationale school SHAPE.
PROGRAMMA 60/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelage aan de sociale dienst van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden.
PROGRAMMA 60/1 - ONDERZOEK EN ONTWIKKELING OP NATIONAAL VLAK
1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor O & O op nationaal vlak.
2. Financiering van de interuniversitaire attractiepolen.
3. Financiering van de technologische attractiepolen.
4. Financiering van studies, onderzoek en opdrachten voor derden.
5. Toelage aan de Academia Belgica te Rome.
6. Toelage aan het patrimonium van de Academie voor Overzeese Wetenschappen.
7. Toelage aan de nationale Commissies die onder de gezamenlijke auspiciën geplaatst zijn van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België en de " Academie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique ".
8. Financiering van de operationele centra van de D.W.T.C.
9. Toelage bestemd voor de aanwerving van bijkomende onderzoekers in de universiteiten en de federale wetenschappelijke instellingen in het kader van de maatregelen voor de ondersteuning van het onderzoekbeleid dat deel uitmaakt van het meerjarenplan voor de werkgelegenheid.
10. Dekken van de O & O-uitgaven van de vliegtuigen in het kader van Airbus.
11. Dotatie aan de Dienst voor wetenschappelijke en technische informatie (D.W.T.I.).
12. Dotatie aan het Belgisch telematicanetwerk " Belnet ".
13. Financiering van de wetenschappelijke ondersteuning van het federale drugsbeleid.
14. Financiering van het programma voor de terugkeer van het Belgisch wetenschappelijke kunnen.
PROGRAMMA 60/2 - ONDERZOEK EN ONTWIKKELING OP INTERNATIONAAL VLAK
1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor O & O op internationaal vlak.
2. Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart Agentschap.
3. Belgische deelname aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten (buiten ESA).
4. Toelagen aan de intergouvernementele organisaties voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.
5. Toelagen aan de internationale organisaties, groeperingen en centra voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.
6. Deelname van België aan internationale activiteiten inzake wetenschapsbeleid.
7. Belgische bijdrage aan het Eureka-Secretariaat " Technologie ".
PROGRAMMA 60/3 - FEDERALE WETENSCHAPPELIJKE INRICHTINGEN EN DAARMEE GELIJKGESTELDE INSTELLINGEN
1. Dotaties aan de federale wetenschappelijke instellingen die afhangen van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek.
2. Toelage aan het Studie- en Documentatiecentrum -" Oorlog en Hedendaagse Maatschappij ".
3. Financiering van de O & O-acties van de federale wetenschappelijke instellingen.
4. Specifieke dotatie aan de federale wetenschappelijke instellingen.
5. Aanvullende dotatie aan het Algemeen Rijksarchief voor het personeel van de nieuwe opslagplaats te Leuven.
6. Steun aan de tijdelijke tentoonstellingen van de federale wetenschappelijke instellingen.
7. Aanvullende dotatie aan de Koninklijke Sterrenwacht van België voor de valorisatie van het planetarium.
8. Aanvullende dotatie aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika voor de beveiliging van de collecties.
9. Aanvullende dotatie aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België voor de werking van de nieuwe zalen.
PROGRAMMA 60/4 - ONDERWIJS-VORMING; EDUCATIEVE ACTIVITEITEN
1. Toelage aan het Europa College (Brugge).
2. Toelage aan de Stichting Biermans-Lapôtre (Parijs).
3. Uitzonderlijke toelage aan de Stichting Biermans-Lapôtre voor het dekken van de terugbetaling van de lening.
4. Toelage aan het Europees Universitair Instituut (Firenze) : bijdragen en beurzen Belgische studenten.
5. Toelagen aan de Universitaire Stichting.
6. Toelage aan de " Belgian-American Educational Foundation ".
PROGRAMMA 61/1 - GEMEENSCHAPPELIJKE CULTURELE ACTIVITEITEN
1. Dotatie aan de Nationale Dienst voor Congressen.
2. Toelage aan de Federatie van de Vrienden van de Belgische Musea en andere verenigingen voor culturele ondersteuning.
3. Toelage aan het Museum van het Kind.
4. Toelage aan de Filharmonische Vereniging van Brussel.
5. Toelage aan het Belgische Centrum voor Muziekdocumentatie (CEBEDEM).
6. Toelage aan de concertverenigingen die voldoen aan de criteria vastgesteld door het koninklijk besluit van 20 januari 1956 tot regeling van de toelagen aan de concertverenigingen.
7. Toelage aan de v.z.w. " Decentralisatie van de Klassieke en Hedendaagse Films ".
8. Toelage aan de Muziekkapel " Koningin Elisabeth ".
9. Toelage aan de Vereniging voor tentoonstellingen van het Paleis voor Schone Kunsten.
10. Internationale wedstrijd Koningin Elisabeth - Prijs van de Regering.
11. Archieven voor historische films en actualiteitsbeelden.
12. Toelage aan de v.z.w. " Jonge Filharmonie ".
13. Kosten met betrekking tot de promotie van de muziek.
14. Kosten met betrekking tot de openstelling voor het publiek van het Koninklijk Paleis.
15. Financiering van de bibliotheek van het Koninklijk Muziekconservatorium.
16. Toelage aan het Koninklijk Filmarchief.
17. Toelage aan de " Fundation Europalia International ".
18. Toelage aan het Filmmuseum.
PROGRAMMA 61/2 - BUITENLANDSE BETREKKINGEN
1. Toelagen aan internationale instellingen voor de Jeugd.
2. Belgische bijdrage aan de financiering van de " Commission for Educational Exchanges USA, Belgium, Luxemburg ".
3. Toelage aan het Secretariaat Internationale Federatie der verenigingen " Jeugd en Muziek ".
4. Diverse internationale toelagen en bijdragen.
5. Belgische bijdrage aan de UNESCO.
6. Toelage aan het internationaal studiecentrum voor het behoud en de restauratie van cultuurgoederen (I.C.C.R.O.M.).
7. Aankoop van publicaties en kunstwerken voor culturele promotie in het buitenland.
PROGRAMMA 61/3 - NATIONALE CULTURELE INSTELLINGEN
1.Toelage aan de N.V. Paleis voor Schone Kunsten.
2. Toelage aan de Koninklijke Muntschouwburg.
3. Toelage aan het Nationaal Orkest van België.
PROGRAMMA 61/4 - ONDERWIJS-VORMING (buiten Wetenschapsbeleid) EN SCHOOLINVESTERINGEN
Toelage aan de Internationale school SHAPE.
Art. 2.11.3. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes peuvent être accordées :
PROGRAMME 60/0 - SUBSISTANCE
Subvention au service social des Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles.
PROGRAMME 60/1 - RECHERCHE ET DEVELOPPEMENT DANS LE CADRE NATIONAL
1. Financement des programmes d'impulsions gouvernementales de R-D dans le cadre national.
2. Financement des pôles d'attraction interuniversitaires.
3. Financement des pôles d'attraction technologiques.
4. Financement d'études, de recherches et de missions pour compte de tiers.
5. Subvention à l'Academia Belgica à Rome.
6. Subvention au patrimoine de l'Académie des Sciences d'Outre-Mer.
7. Subvention aux Commissions nationales placées sous les auspices conjointes de l'Académie des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique et de la " Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België ".
8. Financement des centres opérationnels des S.S.T.C.
9. Subvention destinée au recrutement de chercheurs supplémentaires au sein des universités et des établissements scientifiques fédéraux dans le cadre des mesures de soutien de la politique de recherche inscrite dans le plan pluriannuel pour l'emploi.
10. Couverture des dépenses de R - D des avions de la filière Airbus.
11. Dotation au Service d'information scientifique et technique (S.I.S.T.).
12. Dotation au réseau télématique belge " Belnet ".
13. Financement de l'appui scientifique à la politique fédérale en matière de drogue.
14. Financement du programme de retour de la compétence scientifique belge.
PROGRAMME 60/2 - RECHERCHE ET DEVELOPPEMENT DANS LE CADRE INTERNATIONAL
1. Financement des programmes d'impulsions gouvernementales de R-D dans le cadre international.
2. Participation belge aux activités de l'Agence spatiale européenne.
3. Participation belge aux projets spatiaux bilatéraux ou multilatéraux (hors ASE).
4. Subventions aux organisations intergouvernementales de recherche et de service public scientifique.
5. Subventions aux organisations, groupements et centres internationaux de recherche et de service public scientifique.
6. Participation belge aux activités internationales de politique scientifique.
7 Contribution belge au Secrétariat Eureka " Technologie ".
PROGRAMME 60/3 - ETABLISSEMENTS SCIENTIFIQUES FEDERAUX ET ASSIMILES
1. Dotations aux établissements scientifiques fédéraux relevant du Ministre de la Recherche scientifique.
2. Subvention au Centre d'étude et de documentation " Guerre et sociétés contemporaines ".
3. Financement des actions de R & D des Etablissements scientifiques fédéraux.
4. Dotation spécifique aux établissements scientifiques fédéraux.
5. Dotation complémentaire aux Archives générales du Royaume pour le personnel du nouveau dépôt à Louvain.
6. Appui aux expositions temporaires des établissements scientifiques fédéraux.
7. Dotation complémentaire à l'Observatoire royal de Belgique pour la valorisation du planétarium.
8. Dotation complémentaire au Musée royal de l'Afrique centrale pour la mise en sûreté des collections.
9. Dotation complémentaire aux Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique pour le fonctionnement des nouveaux locaux.
PROGRAMME 60/4 - ENSEIGNEMENT-FORMATION; ACTIVITES EDUCATIVES
1. Subvention au Collège d'Europe (Bruges).
2. Subvention à la Fondation Biermans-Lapôtre (Paris).
3. Subvention exceptionnelle à la Fondation Biermans-Lapôtre en vue de la couverture du remboursement de l'emprunt.
4. Subvention à l'Institut universitaire européen (Florence) : contributions et bourses des étudiants belges.
5. Subventions à la Fondation universitaire.
6. Subvention à la " Belgian-American Educational Foundation ".
PROGRAMME 61/1 - ACTIVITES CULTURELLES COMMUNES
1. Dotation au Service national de Congrès.
2. Subvention à la Fédération des amis des musées de Belgique et aux autres associations de soutien culturel.
3. Subvention au Musée de l'enfant.
4. Subvention à la Société philharmonique de Bruxelles.
5. Subvention au Centre belge de documentation musicale (CEBEDEM).
6. Subvention aux associations de concerts répondant aux critères fixés par l'arrêté royal du 20 janvier 1956 déterminant les conditions d'octroi de subventions aux associations de concerts.
7. Subvention à l'a.s.b.l. " Décentralisation des films classiques et contemporains ".
8. Subvention à la Chapelle musicale " Reine Elisabeth ".
9. Subvention à la Société des expositions du Palais des Beaux-Arts.
10. Concours international Reine Elisabeth - Prix du Gouvernement.
11. Archives cinématographiques d'histoire et d'actualité.
12. Subvention à l'a.s.b.l. " Jeune Philharmonie ".
13. Frais relatifs à la promotion de la musique.
14. Frais relatifs à l'ouverture du Palais royal au public.
15. Financement de la bibliothèque du Conservatoire royal de Musique.
16. Subvention à la Cinémathèque royale.
17. Subvention à la " Fundation Europalia International ".
18. Subvention au Musée du Cinéma.
PROGRAMME 61/2 - RELATIONS EXTERIEURES
1. Subventions aux organismes internationaux de Jeunesse.
2. Contribution belge au financement de la " Commission for Educational Exchanges USA, Belgium, Luxemburg ".
3. Subvention au Secrétariat de la Fédération internationale des Jeunesses musicales.
4. Subventions et cotisations internationales diverses.
5. Contribution belge à l'UNESCO.
6. Subvention au centre international d'études pour la conservation et la restauration des biens culturels (I.C.C.R.O.M.).
7. Achats de publications et d'oeuvres d'art pour la promotion culturelle à l'étranger.
PROGRAMME 61/3 - INSTITUTIONS CULTURELLES NATIONALES
1. Subvention à la S.A. Palais des Beaux-Arts.
2. Subvention au Théâtre royal de la Monnaie.
3. Subvention à l'Orchestre national de Belgique.
PROGRAMME 61/4 - ENSEIGNEMENT-FORMATION (hors Politique scientifique) ET INVESTISSEMENTS SCOLAIRES
Subvention à l'Ecole internationale SHAPE.
PROGRAMME 60/0 - SUBSISTANCE
Subvention au service social des Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles.
PROGRAMME 60/1 - RECHERCHE ET DEVELOPPEMENT DANS LE CADRE NATIONAL
1. Financement des programmes d'impulsions gouvernementales de R-D dans le cadre national.
2. Financement des pôles d'attraction interuniversitaires.
3. Financement des pôles d'attraction technologiques.
4. Financement d'études, de recherches et de missions pour compte de tiers.
5. Subvention à l'Academia Belgica à Rome.
6. Subvention au patrimoine de l'Académie des Sciences d'Outre-Mer.
7. Subvention aux Commissions nationales placées sous les auspices conjointes de l'Académie des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique et de la " Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België ".
8. Financement des centres opérationnels des S.S.T.C.
9. Subvention destinée au recrutement de chercheurs supplémentaires au sein des universités et des établissements scientifiques fédéraux dans le cadre des mesures de soutien de la politique de recherche inscrite dans le plan pluriannuel pour l'emploi.
10. Couverture des dépenses de R - D des avions de la filière Airbus.
11. Dotation au Service d'information scientifique et technique (S.I.S.T.).
12. Dotation au réseau télématique belge " Belnet ".
13. Financement de l'appui scientifique à la politique fédérale en matière de drogue.
14. Financement du programme de retour de la compétence scientifique belge.
PROGRAMME 60/2 - RECHERCHE ET DEVELOPPEMENT DANS LE CADRE INTERNATIONAL
1. Financement des programmes d'impulsions gouvernementales de R-D dans le cadre international.
2. Participation belge aux activités de l'Agence spatiale européenne.
3. Participation belge aux projets spatiaux bilatéraux ou multilatéraux (hors ASE).
4. Subventions aux organisations intergouvernementales de recherche et de service public scientifique.
5. Subventions aux organisations, groupements et centres internationaux de recherche et de service public scientifique.
6. Participation belge aux activités internationales de politique scientifique.
7 Contribution belge au Secrétariat Eureka " Technologie ".
PROGRAMME 60/3 - ETABLISSEMENTS SCIENTIFIQUES FEDERAUX ET ASSIMILES
1. Dotations aux établissements scientifiques fédéraux relevant du Ministre de la Recherche scientifique.
2. Subvention au Centre d'étude et de documentation " Guerre et sociétés contemporaines ".
3. Financement des actions de R & D des Etablissements scientifiques fédéraux.
4. Dotation spécifique aux établissements scientifiques fédéraux.
5. Dotation complémentaire aux Archives générales du Royaume pour le personnel du nouveau dépôt à Louvain.
6. Appui aux expositions temporaires des établissements scientifiques fédéraux.
7. Dotation complémentaire à l'Observatoire royal de Belgique pour la valorisation du planétarium.
8. Dotation complémentaire au Musée royal de l'Afrique centrale pour la mise en sûreté des collections.
9. Dotation complémentaire aux Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique pour le fonctionnement des nouveaux locaux.
PROGRAMME 60/4 - ENSEIGNEMENT-FORMATION; ACTIVITES EDUCATIVES
1. Subvention au Collège d'Europe (Bruges).
2. Subvention à la Fondation Biermans-Lapôtre (Paris).
3. Subvention exceptionnelle à la Fondation Biermans-Lapôtre en vue de la couverture du remboursement de l'emprunt.
4. Subvention à l'Institut universitaire européen (Florence) : contributions et bourses des étudiants belges.
5. Subventions à la Fondation universitaire.
6. Subvention à la " Belgian-American Educational Foundation ".
PROGRAMME 61/1 - ACTIVITES CULTURELLES COMMUNES
1. Dotation au Service national de Congrès.
2. Subvention à la Fédération des amis des musées de Belgique et aux autres associations de soutien culturel.
3. Subvention au Musée de l'enfant.
4. Subvention à la Société philharmonique de Bruxelles.
5. Subvention au Centre belge de documentation musicale (CEBEDEM).
6. Subvention aux associations de concerts répondant aux critères fixés par l'arrêté royal du 20 janvier 1956 déterminant les conditions d'octroi de subventions aux associations de concerts.
7. Subvention à l'a.s.b.l. " Décentralisation des films classiques et contemporains ".
8. Subvention à la Chapelle musicale " Reine Elisabeth ".
9. Subvention à la Société des expositions du Palais des Beaux-Arts.
10. Concours international Reine Elisabeth - Prix du Gouvernement.
11. Archives cinématographiques d'histoire et d'actualité.
12. Subvention à l'a.s.b.l. " Jeune Philharmonie ".
13. Frais relatifs à la promotion de la musique.
14. Frais relatifs à l'ouverture du Palais royal au public.
15. Financement de la bibliothèque du Conservatoire royal de Musique.
16. Subvention à la Cinémathèque royale.
17. Subvention à la " Fundation Europalia International ".
18. Subvention au Musée du Cinéma.
PROGRAMME 61/2 - RELATIONS EXTERIEURES
1. Subventions aux organismes internationaux de Jeunesse.
2. Contribution belge au financement de la " Commission for Educational Exchanges USA, Belgium, Luxemburg ".
3. Subvention au Secrétariat de la Fédération internationale des Jeunesses musicales.
4. Subventions et cotisations internationales diverses.
5. Contribution belge à l'UNESCO.
6. Subvention au centre international d'études pour la conservation et la restauration des biens culturels (I.C.C.R.O.M.).
7. Achats de publications et d'oeuvres d'art pour la promotion culturelle à l'étranger.
PROGRAMME 61/3 - INSTITUTIONS CULTURELLES NATIONALES
1. Subvention à la S.A. Palais des Beaux-Arts.
2. Subvention au Théâtre royal de la Monnaie.
3. Subvention à l'Orchestre national de Belgique.
PROGRAMME 61/4 - ENSEIGNEMENT-FORMATION (hors Politique scientifique) ET INVESTISSEMENTS SCOLAIRES
Subvention à l'Ecole internationale SHAPE.
Art. 2.11.4. In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij deze wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot :
- de Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart Agentschap (programma 60/2);
- de Belgische bijdrage in de werkingskosten van de Eureka-secretariaten (" technologie " en audiovisueel) (programma 60/2);
- uitgaven van alle aard betreffende de geschillen van de lasten van het verleden Onderwijs/Education nationale (programma 61/5);
- regularisatie-ordonnanceringen ten gevolge van de tarifering van bankkosten of van wisselkoerswijzigingen tussen het ogenblik van de aanvraag tot betaling en de effectieve betaling.
- de Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart Agentschap (programma 60/2);
- de Belgische bijdrage in de werkingskosten van de Eureka-secretariaten (" technologie " en audiovisueel) (programma 60/2);
- uitgaven van alle aard betreffende de geschillen van de lasten van het verleden Onderwijs/Education nationale (programma 61/5);
- regularisatie-ordonnanceringen ten gevolge van de tarifering van bankkosten of van wisselkoerswijzigingen tussen het ogenblik van de aanvraag tot betaling en de effectieve betaling.
Art. 2.11.4. Par dérogation aux articles 5 et 34 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, des créances d'années antérieures peuvent être apurées à charge des crédits ouverts par la présente loi relatives aux :
- participation belge aux activités de l'Agence spatiale européenne (programme 60/2);
- participation belge dans les frais de fonctionnement des secrétariats Eureka (" technologie " et audiovisuel) (programme 60/2);
- dépenses de toute nature relatives aux contentieux des charges du passé Education nationale/Onderwijs (programme 61/5);
- ordonnances de régularisation faisant suite à la tarification de frais bancaires ou à des modifications de taux de change entre le moment de la demande de mise en paiement et le paiement effectif.
- participation belge aux activités de l'Agence spatiale européenne (programme 60/2);
- participation belge dans les frais de fonctionnement des secrétariats Eureka (" technologie " et audiovisuel) (programme 60/2);
- dépenses de toute nature relatives aux contentieux des charges du passé Education nationale/Onderwijs (programme 61/5);
- ordonnances de régularisation faisant suite à la tarification de frais bancaires ou à des modifications de taux de change entre le moment de la demande de mise en paiement et le paiement effectif.
Art. 2.11.5. Bij beslissing van de Ministerraad worden de vastleggingskredieten bestemd voor de volgende uitgaven :
- regeringsinitiatieven voor O & O op nationaal vlak (programma 60/1);
- interuniversitaire attractiepolen (programma 60/1);
- technologische attractiepolen (programma 60/1);
- dekken van de O & O-uitgaven van de vliegtuigen van de Airbus-groep (programma 60/1);
- Belgische deelname aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten buiten ESA (programma 60/2).
- regeringsinitiatieven voor O & O op nationaal vlak (programma 60/1);
- interuniversitaire attractiepolen (programma 60/1);
- technologische attractiepolen (programma 60/1);
- dekken van de O & O-uitgaven van de vliegtuigen van de Airbus-groep (programma 60/1);
- Belgische deelname aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten buiten ESA (programma 60/2).
Art. 2.11.5. Les crédits d'engagement pour les dépenses suivantes sont affectés par décision du Conseil des Ministres :
- impulsions gouvernementales de R-D dans le cadre national (programme 60/1);
- pôles d'attraction interuniversitaires (programme 60/1);
- pôles d'attraction technologiques (programme 60/1);
- couverture des dépenses de R-D des avions de la filière Airbus (programme 60/1);
- participation belge aux projets spatiaux bilatéraux ou multilatéraux hors ASE (programme 60/2).
- impulsions gouvernementales de R-D dans le cadre national (programme 60/1);
- pôles d'attraction interuniversitaires (programme 60/1);
- pôles d'attraction technologiques (programme 60/1);
- couverture des dépenses de R-D des avions de la filière Airbus (programme 60/1);
- participation belge aux projets spatiaux bilatéraux ou multilatéraux hors ASE (programme 60/2).
Art. 2.11.6. De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek is gemachtigd om, conform de door België aangegane verbintenissen, ter aanvulling van de Belgische bijdrage aan de begroting van het EUREKA Secretariaat " Technologie ", ten laste van zijn begroting de huur en de kosten ten laste van de huurder (met inbegrip van de elektriciteits- en verwarmingsuitgaven) te dragen van het EUREKA Secretariaat " Technologie " en de helft van de huur van het EUREKA Secretariaat AUDIOVISUEEL, alsook om aan de genoemde secretariaten het bedrag terug te betalen van de door hen betaalde belasting op de toegevoegde waarde voor elke uitgave die zij gedaan hebben en van de roerende voorheffing op de interesten die zij ontvangen hebben.
Art. 2.11.6. En complément à la contribution belge au budget du Secrétariat EUREKA " Technologie ", le Ministre de la Recherche scientifique est autorisé, conformément aux engagements souscrits par la Belgique, à supporter, à charge de son budget, les frais de loyer et les charges locatives (y compris les dépenses d'électricité et de chauffage) du Secrétariat EUREKA " Technologie " et la moitié des frais de loyer du Secrétariat EUREKA AUDIOVISUEL, ainsi qu'à rembourser aux dits Secrétariats le montant de la taxe sur la valeur ajoutée payée par eux pour toute dépense qu'ils ont encourue et du précompte mobilier sur les intérêts qu'ils ont perçus.
Art. 2.11.7. De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek is, overeenkomstig de eenparige verbintenissen van de lidstaten van het Europees Ruimtevaartagentschap, gemachtigd af te zien van het invorderen van de nationale rechten en belastingen die toepasselijk zijn op de prijs van werken en leveringen uitgevoerd in België voor die organisatie en waarvan de betaling in nationale munt of in EURO ten laste van zijn begroting werd voorgeschoten; hij is eveneens gemachtigd aan die organisatie, ter aanvulling van de Belgische bijdrage, het bedrag terug te betalen van de nationale rechten en belastingen die voornoemd Agentschap eventueel voor dergelijke werken of leveringen heeft betaald in nationale munt of in EURO.
Art. 2.11.7. Le Ministre de la Recherche scientifique est autorisé à renoncer, conformément aux engagements unanimes des pays membres de l'Agence spatiale européenne, à la récupération des droits et taxes nationaux frappant le prix des travaux et fournitures effectués en Belgique pour cette organisation et dont le paiement en monnaie nationale ou en EURO a été avancé à charge de son budget, et à rembourser à cette organisation en complément à la contribution belge, le montant des droits et taxes nationaux éventuels payé en monnaie nationale ou en EURO par la susdite Agence pour pareils travaux ou fournitures.
Art. 2.11.8. In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 en van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, mogen de kredieten van de basisallocaties 60.11.11.16, 60.11.11.17, 60.21.11.18 en 61.11.41.16 door middel van herverdelingen van basisallocaties, overgedragen worden naar basisallocatie 60.01.11.03 voor de bedragen die overeenstemmen met de bezoldigingen van de contractuele betrekkingen die worden omgezet in statutaire betrekkingen.
Art. 2.11.8. Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991 et à l'article 1-01-3, § 2, de la présente loi, les crédits des allocations de base 60.11.11.16, 60.11.11.17, 60.21.11.18 et 61.11.41.16 peuvent être, au moyen de redistributions d'allocations de base, transférés vers l'allocation de base 60.01.11.03 à concurrence des montants correspondant aux rémunérations des postes de travail contractuels transformés en emplois statutaires.
Art. 2.11.9. In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 mogen de kredieten van de basisallocaties 60.11.11.16, 60.11.11.17 en 60.21.11.18 door middel van herverdelingen van basisallocaties onderling overgedragen worden.
Art. 2.11.9. Par dérogation à l'articles 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les crédits des allocations de base 60.11.11.16, 60.11.11.17 et 60.21.11.18 peuvent être, au moyen de redistributions d'allocations de base, transférés entre eux.
Art. 2.11.10. De kredieten van programma 5 van afdeling 61 (Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden - Deel Onderwijs en Cultuur) mogen aangewend worden voor de betaling van het ereloon van de advocaten die de Staat vertegenwoordigen in de geschillen in verband met de " lasten van het verleden " van de voormalige ministeries van Onderwijs/Education nationale.
Art. 2.11.10. Les crédits du programme 5 de la division 61 (Services fedéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles - Partie Education et Culture) peuvent être utilisés pour payer les honoraires d'avocats représentant l'Etat dans les litiges liés aux " charges du passé " des ex-ministères de l'Education nationale/Onderwijs.
Art. 2.11.11. In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, kunnen kredieten van de basisallocaties 11.60.31.41.10, 11.60.31.41.11, 11.60.32.41.13, 11.60.32.41.14, 11.60.32.41.15, 11.60.32.41.16, 11.60.33.41.17, 11.60.33.41.18, 11.60.34.41.19, 11.60.34.41.20 en 11.60.35.41.21 door middel van herverdeling van basisallocaties overgedragen worden naar de basisallocaties 11.60.30.11.03 en 11.60.30.11.04, voor de bedragen die overeenstemmen met de bezoldigingen van de toegestane statutaire betrekkingen bij de federale wetenschappelijke instellingen die afhangen van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek.
Art. 2.11.11. Par derogation a l'article 1-01-3, § 2, de la présente loi, les crédits des allocations de base 11.60.31.41.10, 11.60.31.41.11, 11.60.32.41.13, 11.60.32.41.14, 11.60.32.41.15, 11.60.32.41.16, 11.60.33.41.17, 11.60.33.41.18, 11.60.34.41.19, 11.60.34.41.20 et 11.60.35.41.21 peuvent être, au moyen de redistributions d'allocation de base, transférés vers les allocations de base 11.60.30.11.03 et 11.60.30.11.04 à concurrence des montants correspondants aux rémunérations des emplois statutaires autorisés dans les établissements scientifiques fédéraux relevant du Ministre de la Recherche scientifique.
Sectie 12. - Ministerie van Justitie.
Section 12. - Ministère de la Justice.
Art. 2.12.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen :
a) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 12.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden en de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat;
b) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 875.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Algemene boekhouding belast met de betaling van forfaitaire vergoedingen aan de leden van de Veiligheid van de Staat en van de Justitiehuizen;
c) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 EUR worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement belast met de betaling van de hulpgelden aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden toegekend door de Commissie ad hoc.
Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen.
a) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 12.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden en de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat;
b) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 875.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Algemene boekhouding belast met de betaling van forfaitaire vergoedingen aan de leden van de Veiligheid van de Staat en van de Justitiehuizen;
c) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 EUR worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement belast met de betaling van de hulpgelden aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden toegekend door de Commissie ad hoc.
Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen.
Art. 2.12.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes :
a) des avances de fonds d'un montant maximum de 2.500.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département. Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires du Département sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 12.500 EUR, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités de toute nature allouées sur le budget et les frais encourus lorsque la responsabilité civile de l'Etat est engagée;
b) des avances de fonds d'un montant maximum de 875.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires de la Comptabilité générale chargés du paiement des indemnités forfaitaires aux membres de la Sûreté de l'Etat et des Maisons de Justice;
c) des avances de fonds d'un montant maximum de 2.500.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du département chargés du paiement d'aides aux victimes d'actes intentionnels de violence octroyées par la Commission ad hoc.
Les comptables extraordinaires du Département chargés du paiement des avances sur frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger les avances nécessaires.
a) des avances de fonds d'un montant maximum de 2.500.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département. Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires du Département sont autorisés à payer tous les frais de service n'excédant pas 12.500 EUR, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles de même que les indemnités de toute nature allouées sur le budget et les frais encourus lorsque la responsabilité civile de l'Etat est engagée;
b) des avances de fonds d'un montant maximum de 875.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires de la Comptabilité générale chargés du paiement des indemnités forfaitaires aux membres de la Sûreté de l'Etat et des Maisons de Justice;
c) des avances de fonds d'un montant maximum de 2.500.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du département chargés du paiement d'aides aux victimes d'actes intentionnels de violence octroyées par la Commission ad hoc.
Les comptables extraordinaires du Département chargés du paiement des avances sur frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger les avances nécessaires.
Art. 2.12.2. Er kunnen kredietopeningen verleend worden aan :
a) de Dienst Gerechtskosten in Strafzaken voor de betaling van de staten van honoraria van gerechtelijke deskundigen en gerechtsdeurwaarders en alle andere gerechtskosten met inbegrip van de schuldvorderingen m.b.t. de internationale gerechtelijke samenwerking;
b) het Directoraat-Generaal Strafinrichtingen, voor de betaling van de dringende uitgaven betreffende :
- de voeding en het onderhoud van de gedetineerden en geïnterneerden;
- het water- en energieverbruik en aanverwante belastingen, en de telefoonrekeningen.
a) de Dienst Gerechtskosten in Strafzaken voor de betaling van de staten van honoraria van gerechtelijke deskundigen en gerechtsdeurwaarders en alle andere gerechtskosten met inbegrip van de schuldvorderingen m.b.t. de internationale gerechtelijke samenwerking;
b) het Directoraat-Generaal Strafinrichtingen, voor de betaling van de dringende uitgaven betreffende :
- de voeding en het onderhoud van de gedetineerden en geïnterneerden;
- het water- en energieverbruik en aanverwante belastingen, en de telefoonrekeningen.
Art. 2.12.2. Des ouvertures de crédits peuvent être consenties :
a) au Service des Frais de Justice en matière pénale destinés au paiement des états d'honoraires des experts judiciaires et des huissiers de justice ainsi que tous les autres frais de justice y compris les déclarations de créance relatives à la coopération judiciaire internationale;
b) à la Direction générale des Etablissements pénitentiaires destinés au paiement des dépenses urgentes relatives à :
- la nourriture et à l'entretien des détenus et internés;
- la consommation d'énergie, d'eau et taxes annexes, et aux factures de téléphone.
a) au Service des Frais de Justice en matière pénale destinés au paiement des états d'honoraires des experts judiciaires et des huissiers de justice ainsi que tous les autres frais de justice y compris les déclarations de créance relatives à la coopération judiciaire internationale;
b) à la Direction générale des Etablissements pénitentiaires destinés au paiement des dépenses urgentes relatives à :
- la nourriture et à l'entretien des détenus et internés;
- la consommation d'énergie, d'eau et taxes annexes, et aux factures de téléphone.
Art. 2.12.3. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, kunnen geldvoorschotten toegestaan worden binnen de bij artikel 2.12.1 van deze wet vastgestelde perken, met het oog op de uitbetaling van hulpgelden en toelagen met sociaal karakter, alsmede van toelagen ten gunste van de cultuur- en sportkringen opgericht onder het personeel van het Ministerie van Justitie.
De terugvordering van de voorschotten onder de vorm van lening toegekend aan de personeelsleden, kan, in voorkomend geval, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 23, 4°, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.
De terugvordering van de voorschotten onder de vorm van lening toegekend aan de personeelsleden, kan, in voorkomend geval, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 23, 4°, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.
Art. 2.12.3. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds peuvent être consenties, dans les limites fixées par l'article 2.12.1 de la présente loi, en vue du paiement des secours et allocations à caractère social, ainsi que des allocations en faveur des cercles culturels et sportifs créés parmi le personnel du Ministère de la Justice.
Le recouvrement des avances faites aux membres du personnel sous forme de prêt, peut, le cas échéant, être effectué conformément à l'article 23, 4°, de la loi du 12 avril 1965 relative à la protection du salaire des travailleurs.
Le recouvrement des avances faites aux membres du personnel sous forme de prêt, peut, le cas échéant, être effectué conformément à l'article 23, 4°, de la loi du 12 avril 1965 relative à la protection du salaire des travailleurs.
Art. 2.12.4. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hierna volgende gevallen :
1) Gerechtskosten in criminele, correctionele en politiezaken (de kosten voor vervoer van de naar de grens gebrachte vreemdelingen worden met de gerechtskosten gelijkgesteld en volgens dezelfde tarieven vereffend). Kosten van betekening van de uitzettingsbesluiten. Vergoedingen in de bij artikel 447 van het Wetboek van strafvordering en in de wet op de voorlopige hechtenis voorziene gevallen. Vergoeding van schade bij een gerechtelijk optreden geleden. Kosten voortvloeiend uit de toepassing van de wet betreffende de gerechtelijke bijstand en de toelating om kosteloos te procederen (wet van 10 oktober 1967). Kosten voortvloeiend uit de internationale gerechtelijke samenwerking (progr. 56/0).
2) Vergoedingen uit te keren aan de provincies en gemeenten (art. 77 tot 81 van de wet van 14 februari 1961) (progr. 56/0).
3) Aandeel van België in de werkingskosten van Europol en van het " Schengen Information System " (progr. 58/2).
1) Gerechtskosten in criminele, correctionele en politiezaken (de kosten voor vervoer van de naar de grens gebrachte vreemdelingen worden met de gerechtskosten gelijkgesteld en volgens dezelfde tarieven vereffend). Kosten van betekening van de uitzettingsbesluiten. Vergoedingen in de bij artikel 447 van het Wetboek van strafvordering en in de wet op de voorlopige hechtenis voorziene gevallen. Vergoeding van schade bij een gerechtelijk optreden geleden. Kosten voortvloeiend uit de toepassing van de wet betreffende de gerechtelijke bijstand en de toelating om kosteloos te procederen (wet van 10 oktober 1967). Kosten voortvloeiend uit de internationale gerechtelijke samenwerking (progr. 56/0).
2) Vergoedingen uit te keren aan de provincies en gemeenten (art. 77 tot 81 van de wet van 14 februari 1961) (progr. 56/0).
3) Aandeel van België in de werkingskosten van Europol en van het " Schengen Information System " (progr. 58/2).
Art. 2.12.4. Des dépenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants :
1) Frais de justice en matière criminelle, correctionnelle et de police (les frais de transport des étrangers conduits à la frontière sont assimilés aux frais de justice et liquidés d'après les mêmes tarifs). Frais de signification des arrêtés d'expulsion. Indemnités dans les cas prévus par l'article 447 du Code d'instruction criminelle et par la loi sur la détention préventive. Réparation des dommages subis à l'occasion d'une action judiciaire. Frais résultant de l'application de la loi sur l'assistance judiciaire et la procédure gratuite (loi du 10 octobre 1967). Frais découlant de la coopération judiciaire internationale (progr. 56/0).
2) Indemnités à accorder aux provinces et communes (art. 77 à 81 de la loi du 14 février 1961) (progr. 56/0).
3) Quote-part de la Belgique dans les frais de fonctionnement d'Europol et du " Schengen Information System " (progr. 58/2).
1) Frais de justice en matière criminelle, correctionnelle et de police (les frais de transport des étrangers conduits à la frontière sont assimilés aux frais de justice et liquidés d'après les mêmes tarifs). Frais de signification des arrêtés d'expulsion. Indemnités dans les cas prévus par l'article 447 du Code d'instruction criminelle et par la loi sur la détention préventive. Réparation des dommages subis à l'occasion d'une action judiciaire. Frais résultant de l'application de la loi sur l'assistance judiciaire et la procédure gratuite (loi du 10 octobre 1967). Frais découlant de la coopération judiciaire internationale (progr. 56/0).
2) Indemnités à accorder aux provinces et communes (art. 77 à 81 de la loi du 14 février 1961) (progr. 56/0).
3) Quote-part de la Belgique dans les frais de fonctionnement d'Europol et du " Schengen Information System " (progr. 58/2).
Art. 2.12.5. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/3 - STUDIES EN DOCUMENTATIE
1) Toelagen aan publicaties en aan wetenschappelijke instellingen.
2) Toelage aan de v.z.w. " Geschillencommissie Reizen ".
3) Toelage aan de Instelling van Openbaar Nut " Belgisch Comité voor UNICEF ".
4) Toelage aan de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen en de " Coordination des ONG pour les droits de l'enfant ".
(4) Toelage aan de Instelling van Openbaar Nut " Belgisch Comité voor UNICEF ".) <W 2002-07-12/32, art. 2.12.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 40/4 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
Deelneming van België in de werkingskosten van internationale instellingen.
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelagen aan organismen belast met de therapeutische begeleiding van de daders van seksuele misdrijven.
PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelagen voor het gebruik door de gerechtelijke diensten van de bibliotheken van de balies in sommige gerechtsgebouwen.
PROGRAMMA 56/2 - JUSTITIEHUIZEN
Toelagen aan organismen voor het organiseren van activiteiten van dienstverlening en vorming in het kader van een gerechtelijke procedure, herstelbemiddeling, begeleiding van het omgangsrecht en justitiële slachtofferzorg.
PROGRAMMA 58/2 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
Aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie voor de Criminele Politie te Lyon, de Europese politiedienst te Den Haag en het " Schengen Information System " te Straatsburg.
PROGRAMMA 59/2 - BESTAANSMIDDELEN
Toelage voor de erkenning van de islamitische eredienst.
PROGRAMMA 40/3 - STUDIES EN DOCUMENTATIE
1) Toelagen aan publicaties en aan wetenschappelijke instellingen.
2) Toelage aan de v.z.w. " Geschillencommissie Reizen ".
3) Toelage aan de Instelling van Openbaar Nut " Belgisch Comité voor UNICEF ".
4) Toelage aan de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen en de " Coordination des ONG pour les droits de l'enfant ".
(4) Toelage aan de Instelling van Openbaar Nut " Belgisch Comité voor UNICEF ".) <W 2002-07-12/32, art. 2.12.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 40/4 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
Deelneming van België in de werkingskosten van internationale instellingen.
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelagen aan organismen belast met de therapeutische begeleiding van de daders van seksuele misdrijven.
PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelagen voor het gebruik door de gerechtelijke diensten van de bibliotheken van de balies in sommige gerechtsgebouwen.
PROGRAMMA 56/2 - JUSTITIEHUIZEN
Toelagen aan organismen voor het organiseren van activiteiten van dienstverlening en vorming in het kader van een gerechtelijke procedure, herstelbemiddeling, begeleiding van het omgangsrecht en justitiële slachtofferzorg.
PROGRAMMA 58/2 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
Aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie voor de Criminele Politie te Lyon, de Europese politiedienst te Den Haag en het " Schengen Information System " te Straatsburg.
PROGRAMMA 59/2 - BESTAANSMIDDELEN
Toelage voor de erkenning van de islamitische eredienst.
Art. 2.12.5. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes peuvent être accordées :
PROGRAMME 40/3 - ETUDES ET DOCUMENTATION
1) Subventions à des publications et à des institutions scientifiques.
2) Subvention à l'a.s.b.l. " Commission Litiges Voyages ".
3) Subvention à l'Organisme d'Utilité publique " Comité belge pour l'UNICEF ".
4) Subvention au " Kinderrechtencoalitie Vlaanderen " et à la " Coordination des ONG pur les droits de l'enfant ".
(4) Subvention à l'Organisme d'Utilité publique " Comité belge pour l'UNICEF ".) <L 2002-07-12/32, art. 2.12.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 40/4 - COLLABORATION INTERNATIONALE
Intervention de la Belgique dans les frais de fonctionnement d'organismes internationaux.
PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE
Subsides à des organismes chargés de l'accompagnement thérapeutique des auteurs d'agressions sexuelles.
PROGRAMME 56/0 - SUBSISTANCE
Subsides pour l'utilisation par les services judiciaires des bibliothèques des barreaux dans certains palais de justice.
PROGRAMME 56/2 - MAISONS DE JUSTICE
Subsides à des organismes alloués en vue de l'organisation de travaux d'intérêt général et d'activités de formation dans le cadre d'une procédure judiciaire, d'une médiation réparatrice, de l'accompagnement du droit de visite et l'assistance judiciaire des victimes.
PROGRAMME 58/2 - COLLABORATION INTERNATIONALE
Quote-part de la Belgique dans les frais de fonctionnement de l'Organisation internationale de Police criminelle à Lyon, du service de police européen a La Haye et du " Schengen Information System " a Strasbourg.
PROGRAMME 59/2 - SUBSISTANCE
Subvention pour la reconnaissance du culte islamique.
PROGRAMME 40/3 - ETUDES ET DOCUMENTATION
1) Subventions à des publications et à des institutions scientifiques.
2) Subvention à l'a.s.b.l. " Commission Litiges Voyages ".
3) Subvention à l'Organisme d'Utilité publique " Comité belge pour l'UNICEF ".
4) Subvention au " Kinderrechtencoalitie Vlaanderen " et à la " Coordination des ONG pur les droits de l'enfant ".
(4) Subvention à l'Organisme d'Utilité publique " Comité belge pour l'UNICEF ".) <L 2002-07-12/32, art. 2.12.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 40/4 - COLLABORATION INTERNATIONALE
Intervention de la Belgique dans les frais de fonctionnement d'organismes internationaux.
PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE
Subsides à des organismes chargés de l'accompagnement thérapeutique des auteurs d'agressions sexuelles.
PROGRAMME 56/0 - SUBSISTANCE
Subsides pour l'utilisation par les services judiciaires des bibliothèques des barreaux dans certains palais de justice.
PROGRAMME 56/2 - MAISONS DE JUSTICE
Subsides à des organismes alloués en vue de l'organisation de travaux d'intérêt général et d'activités de formation dans le cadre d'une procédure judiciaire, d'une médiation réparatrice, de l'accompagnement du droit de visite et l'assistance judiciaire des victimes.
PROGRAMME 58/2 - COLLABORATION INTERNATIONALE
Quote-part de la Belgique dans les frais de fonctionnement de l'Organisation internationale de Police criminelle à Lyon, du service de police européen a La Haye et du " Schengen Information System " a Strasbourg.
PROGRAMME 59/2 - SUBSISTANCE
Subvention pour la reconnaissance du culte islamique.
Art. 2.12.6. In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen herverdelingen worden doorgevoerd van de basisallocatie 56 31 1201 naar de basisallocatie 56 03 1240.
Art. 2.12.6. Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, des reventilations peuvent être opérées de l'allocation de base 56 31 1201 vers l'allocation de base 56 03 1240.
Sectie 13. - Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Section 13. - Ministère de l'Intérieur.
Art. 2.13.1. In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 371.840 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard welke bij aanrekening op de begroting zullen worden verleend evenals de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen tot en met 6.197 EUR betalen.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden bestreden :
1) de uitgaven van sociale aard;
2) de uitgaven in verband met de opleiding en het aanwenden van het voltijds en niet-voltijds personeel van de Civiele Bescherming;
3) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten; aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren;
4) alle werkingskosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard van de Provinciale Gouvernementen, met uitzondering van de uitgaven voor aankoop van duurzame roerende goederen, binnen de perken van de basisallocaties van het programma 58/0;
5) alle uitgaven van het programma 55/0 voor de kosten van repatriëring en verwijdering van ongewenst geachte personen.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard welke bij aanrekening op de begroting zullen worden verleend evenals de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen tot en met 6.197 EUR betalen.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden bestreden :
1) de uitgaven van sociale aard;
2) de uitgaven in verband met de opleiding en het aanwenden van het voltijds en niet-voltijds personeel van de Civiele Bescherming;
3) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten; aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren;
4) alle werkingskosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard van de Provinciale Gouvernementen, met uitzondering van de uitgaven voor aankoop van duurzame roerende goederen, binnen de perken van de basisallocaties van het programma 58/0;
5) alle uitgaven van het programma 55/0 voor de kosten van repatriëring en verwijdering van ongewenst geachte personen.
Art. 2.13.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 371.840 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires des services et institutions dont les dépenses sont inscrites dans la présente section.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires sont autorisés à payer tous les frais de service, les indemnités et allocations de toute nature alloués sur le budget ainsi que les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles n'excédant pas 6.197 EUR.
Peuvent être payés au moyen de ces avances, quels qu'en soient les montants :
1) les dépenses à caractère social;
2) les dépenses relatives à la formation et à l'occupation de personnel à temps plein et a temps réduit de la Protection civile;
3) les frais pour missions à l'étranger et pour l'affranchissement de la correspondance, ainsi que les avances y relatives; les comptables extraordinaires chargés du paiement de frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir des avances aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger;
4) toutes les dépenses de fonctionnement ainsi que les indemnités et les allocations de toute nature des gouvernements provinciaux dans les limites des allocations de base du programme 58/0, à l'exception des dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables;
5) toutes les dépenses du programme 55/0 pour les frais de rapatriement et d'éloignement de personnes jugées indésirables.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires sont autorisés à payer tous les frais de service, les indemnités et allocations de toute nature alloués sur le budget ainsi que les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, mazout et carburant pour voitures automobiles n'excédant pas 6.197 EUR.
Peuvent être payés au moyen de ces avances, quels qu'en soient les montants :
1) les dépenses à caractère social;
2) les dépenses relatives à la formation et à l'occupation de personnel à temps plein et a temps réduit de la Protection civile;
3) les frais pour missions à l'étranger et pour l'affranchissement de la correspondance, ainsi que les avances y relatives; les comptables extraordinaires chargés du paiement de frais de mission à l'étranger sont autorisés à consentir des avances aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger;
4) toutes les dépenses de fonctionnement ainsi que les indemnités et les allocations de toute nature des gouvernements provinciaux dans les limites des allocations de base du programme 58/0, à l'exception des dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables;
5) toutes les dépenses du programme 55/0 pour les frais de rapatriement et d'éloignement de personnes jugées indésirables.
Art. 2.13.2. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
1) Verkiezingsuitgaven.
2) Militaire begraafplaatsen.
3) Uitgaven betreffende de terugbetaling aan de gemeenten van de wedden van het personeel van de hulpcentra " 100 ".
1) Verkiezingsuitgaven.
2) Militaire begraafplaatsen.
3) Uitgaven betreffende de terugbetaling aan de gemeenten van de wedden van het personeel van de hulpcentra " 100 ".
Art. 2.13.2. Les depenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants :
1) Dépenses électorales.
2) Sépultures militaires.
3) Dépenses relatives au remboursement aux communes des traitements du personnel des centres de secours " 100 ".
1) Dépenses électorales.
2) Sépultures militaires.
3) Dépenses relatives au remboursement aux communes des traitements du personnel des centres de secours " 100 ".
Art. 2.13.3. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/1 - PROTOCOL
1° Toelagen aan hen die daden van moed hebben verricht en daarbij het slachtoffer van hun offervaardigheid zijn geworden of aan rechthebbenden van helden die door hun moedige daad het leven verloren hebben of aan de klaarblijkelijke gevolgen ervan bezweken zijn, ook voor vergoedingen voor begrafeniskosten.
2° Vriendenkring van de overlevenden van Breendonk.
3° Comité van de Vlam.
4° Comité van het monument van Koning Albert aan de IJzer.
5° Toelage aan de Vereniging tot Bevordering van Brussel als tussenkomst in de kosten voor inrichting van feestelijkheden in de Warande ter gelegenheid van het jaarlijks Nationaal Feest.
PROGRAMMA 51/7 - MILITAIRE BEGRAAFPLAATSEN
Toelage aan de organisatie belast met de restauratie van het museum van het kamp Auschwitz-Birkenau te Oswiecim.
PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
1° Toelage aan een opleidingsraad voor de brandweerdiensten.
2° Bijdrage in de kosten van voorlichting, documentatie en public relations inzake civiele bescherming.
PROGRAMMA 54/2 - ALGEMENE INSPECTIE VAN DE UITRUSTING
1° Toelage aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aan intercommunales en aan de gemeenten voor het aankopen van bijzonder materieel voor de brandweerdiensten.
2° Toelagen aan de gemeenten voor de behoeften van de brandweerdiensten met het oog op de informatisering van de statistieken.
3° Bijdrage ten voordele van de brandweerdiensten in de kosten van informatiecampagnes voor brandvoorkoming, steun aan lokale initiatieven.
4° Bijdrage in de recyclagecursussen voor de officieren van de brandweerdiensten.
PROGRAMMA 54/6 - DIRECTIE VAN DE LOGISTIEK
1° Koninklijke vereniging der brandweerkorpsen van België en Nationaal Fonds voor hulpverlening aan brandweerlieden.
2° Opleidingscentra voor brandweerlieden.
3° Bijdrage in de kosten van laboratoria belast met onderzoekingen betreffende brandvoorkoming.
4° Bijdrage in de realisatie van het " Euroclasses-systeem " voor reactie bij brand.
PROGRAMMA 55/0 - BESTAANSMIDDELEN
Subsidies van de Dienst Vreemdelingenzaken voor internationale organisaties die activiteiten uitoefenen met betrekking tot de vreemdelingenpolitiek.
PROGRAMMA 56/1 - ALGEMENE ADMINISTRATIEVE POLITIE OPLEIDING, PREVENTIE EN UITRUSTING
1° Tussenkomst van de Staat in de uitgaven voor initiatieven voor de bevordering van de contacten van de politiediensten met de bevolking.
2° Verwezenlijking van uitgaven op het vlak van politie en criminaliteitspreventie, onder andere voor de verwezenlijking of verwerving van infrastructuren, uitrusting, materieel of software voor collectief gebruik en voor de financiering van campagnes en studieopdrachten.
3° Betoelaging van Belgische universiteiten of andere instellingen, betrokken bij de studie of beheersing van de criminaliteit, van publieke of private initiatieven inzake criminaliteitspreventie, inzonderheid voetbalvandalisme, geïntegreerde initiatieven van lokale criminaliteit en onderzoek naar het voorkomen van bepaalde criminele fenomenen.
4° Toelage aan de N.V ASTRID ter dekking van de werkingskosten. van de gemeenschappelijke infrastructuur.
5° Een toelage aan V.Z.W.'s en andere organisaties als tussenkomst in de organisatiekosten van het opstellen van cursussen teneinde de aandacht voor het omgaan met migranten te integreren in de navorming van het politiepersoneel.
PROGRAMMA 59/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
Toelage aan de " Association des Conseils d'Etat et des Juridictions administratives suprêmes de l'Union européenne ".
PROGRAMMA 40/1 - PROTOCOL
1° Toelagen aan hen die daden van moed hebben verricht en daarbij het slachtoffer van hun offervaardigheid zijn geworden of aan rechthebbenden van helden die door hun moedige daad het leven verloren hebben of aan de klaarblijkelijke gevolgen ervan bezweken zijn, ook voor vergoedingen voor begrafeniskosten.
2° Vriendenkring van de overlevenden van Breendonk.
3° Comité van de Vlam.
4° Comité van het monument van Koning Albert aan de IJzer.
5° Toelage aan de Vereniging tot Bevordering van Brussel als tussenkomst in de kosten voor inrichting van feestelijkheden in de Warande ter gelegenheid van het jaarlijks Nationaal Feest.
PROGRAMMA 51/7 - MILITAIRE BEGRAAFPLAATSEN
Toelage aan de organisatie belast met de restauratie van het museum van het kamp Auschwitz-Birkenau te Oswiecim.
PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
1° Toelage aan een opleidingsraad voor de brandweerdiensten.
2° Bijdrage in de kosten van voorlichting, documentatie en public relations inzake civiele bescherming.
PROGRAMMA 54/2 - ALGEMENE INSPECTIE VAN DE UITRUSTING
1° Toelage aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aan intercommunales en aan de gemeenten voor het aankopen van bijzonder materieel voor de brandweerdiensten.
2° Toelagen aan de gemeenten voor de behoeften van de brandweerdiensten met het oog op de informatisering van de statistieken.
3° Bijdrage ten voordele van de brandweerdiensten in de kosten van informatiecampagnes voor brandvoorkoming, steun aan lokale initiatieven.
4° Bijdrage in de recyclagecursussen voor de officieren van de brandweerdiensten.
PROGRAMMA 54/6 - DIRECTIE VAN DE LOGISTIEK
1° Koninklijke vereniging der brandweerkorpsen van België en Nationaal Fonds voor hulpverlening aan brandweerlieden.
2° Opleidingscentra voor brandweerlieden.
3° Bijdrage in de kosten van laboratoria belast met onderzoekingen betreffende brandvoorkoming.
4° Bijdrage in de realisatie van het " Euroclasses-systeem " voor reactie bij brand.
PROGRAMMA 55/0 - BESTAANSMIDDELEN
Subsidies van de Dienst Vreemdelingenzaken voor internationale organisaties die activiteiten uitoefenen met betrekking tot de vreemdelingenpolitiek.
PROGRAMMA 56/1 - ALGEMENE ADMINISTRATIEVE POLITIE OPLEIDING, PREVENTIE EN UITRUSTING
1° Tussenkomst van de Staat in de uitgaven voor initiatieven voor de bevordering van de contacten van de politiediensten met de bevolking.
2° Verwezenlijking van uitgaven op het vlak van politie en criminaliteitspreventie, onder andere voor de verwezenlijking of verwerving van infrastructuren, uitrusting, materieel of software voor collectief gebruik en voor de financiering van campagnes en studieopdrachten.
3° Betoelaging van Belgische universiteiten of andere instellingen, betrokken bij de studie of beheersing van de criminaliteit, van publieke of private initiatieven inzake criminaliteitspreventie, inzonderheid voetbalvandalisme, geïntegreerde initiatieven van lokale criminaliteit en onderzoek naar het voorkomen van bepaalde criminele fenomenen.
4° Toelage aan de N.V ASTRID ter dekking van de werkingskosten. van de gemeenschappelijke infrastructuur.
5° Een toelage aan V.Z.W.'s en andere organisaties als tussenkomst in de organisatiekosten van het opstellen van cursussen teneinde de aandacht voor het omgaan met migranten te integreren in de navorming van het politiepersoneel.
PROGRAMMA 59/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
Toelage aan de " Association des Conseils d'Etat et des Juridictions administratives suprêmes de l'Union européenne ".
Art. 2.13.3. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions suivantes peuvent être accordées :
PROGRAMME 40/1 - PROTOCOLE
1° Allocations en faveur d'auteurs d'actes de courage, victimes de leur dévouement ou des ayants droit des héros qui ont perdu la vie en accomplissant pareils actes ou des suites évidentes de ces actes, ainsi que pour des indemnités pour frais funéraires.
2° Amicale des rescapés de Breendonk.
3° Comité de la Flamme.
4° Comité du monument du Roi Albert à l'Yser.
5° Subside au Syndicat d'Initiative et de Promotion de Bruxelles, comme intervention dans les frais des festivités organisées chaque année dans le Parc de Bruxelles à l'occasion de la Fête nationale.
PROGRAMME 51/7 - CIMETIERES MILITAIRES
Subvention à l'organisation chargée de la restauration du musée du camp Auschwitz-Birkenau à Oswiecim.
PROGRAMME 54/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
1° Subvention au Conseil de formation pour les services d'incendie.
2° Intervention dans les frais d'information, de documentation et de relations publiques en matière de protection civile.
PROGRAMME 54/2 - INSPECTION GENERALE DE L'EQUIPEMENT
1° Subvention à la Région de Bruxelles-Capitale, aux communes, et intercommunales pour l'achat de matériel spécial pour les services d'incendie.
2° Subsides aux communes pour le besoin des services d'incendie en vue de l'informatisation des statistiques.
3° Intervention au profit des services d'incendie dans les frais de campagnes d'information de prévention d'incendie, soutien des initiatives locales.
4° Intervention dans les cours de recyclage spécialisés pour les officiers de services d'incendie.
PROGRAMME 54/6 - DIRECTION DE LA LOGISTIQUE
1° Fédération royale des corps de sapeurs-pompiers de Belgique et Caisse nationale d'entraide des sapeurs-pompiers.
2° Centres de formation de sapeurs-pompiers.
3° Intervention dans les frais de laboratoires effectuant des recherches relatives à la prévention en matière d'incendie.
4° Contribution à la réalisation d'un " système Euroclasses " en matière de réaction au feu.
PROGRAMME 55/0 - SUBSISTANCE
Subventions de l'Office des Etrangers auprès d'organisations internationales exerçant une activité en rapport avec la politique des étrangers.
PROGRAMME 56/1 - POLICE ADMINISTRATIVE GENERALE FORMATION, PREVENTION ET EQUIPEMENT
1° Intervention de l'Etat dans les dépenses pour les initiatives destinées à promouvoir les contacts des services de police avec le public.
2° Réalisation de dépenses, dans le domaine de la police et de la prévention de la criminalité, entre autres pour la réalisation ou l'acquisition d'infrastructures, d'équipements, de matériel et de logiciels à usage commun et pour le financement des campagnes et des frais d'études.
3° Subvention à accorder aux universités belges ou autres organismes, concernés par l'étude ou le contrôle de la criminalité, des initiatives publiques ou privées en matière de prévention de la criminalité, notamment du hooliganisme, des initiatives intégrées de criminalité locale et par l'enquête concernant la présence de certains phénomènes criminels.
4° Subside à la S.A. ASTRID destiné à couvrir les frais de fonctionnement de l'infrastructure commune.
5° Une allocation destinée à des A.S.B.L. et autres organisations comme intervention dans les frais d'organisation relatifs à la rédaction de cours ayant pour but d'intégrer dans la formation continue du personnel de police une formation sur les relations avec les immigrés.
PROGRAMME 59/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
Subside octroyé à l'Association des Conseils d'Etat et des Juridictions administratives suprêmes de l'Union européenne ".
PROGRAMME 40/1 - PROTOCOLE
1° Allocations en faveur d'auteurs d'actes de courage, victimes de leur dévouement ou des ayants droit des héros qui ont perdu la vie en accomplissant pareils actes ou des suites évidentes de ces actes, ainsi que pour des indemnités pour frais funéraires.
2° Amicale des rescapés de Breendonk.
3° Comité de la Flamme.
4° Comité du monument du Roi Albert à l'Yser.
5° Subside au Syndicat d'Initiative et de Promotion de Bruxelles, comme intervention dans les frais des festivités organisées chaque année dans le Parc de Bruxelles à l'occasion de la Fête nationale.
PROGRAMME 51/7 - CIMETIERES MILITAIRES
Subvention à l'organisation chargée de la restauration du musée du camp Auschwitz-Birkenau à Oswiecim.
PROGRAMME 54/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
1° Subvention au Conseil de formation pour les services d'incendie.
2° Intervention dans les frais d'information, de documentation et de relations publiques en matière de protection civile.
PROGRAMME 54/2 - INSPECTION GENERALE DE L'EQUIPEMENT
1° Subvention à la Région de Bruxelles-Capitale, aux communes, et intercommunales pour l'achat de matériel spécial pour les services d'incendie.
2° Subsides aux communes pour le besoin des services d'incendie en vue de l'informatisation des statistiques.
3° Intervention au profit des services d'incendie dans les frais de campagnes d'information de prévention d'incendie, soutien des initiatives locales.
4° Intervention dans les cours de recyclage spécialisés pour les officiers de services d'incendie.
PROGRAMME 54/6 - DIRECTION DE LA LOGISTIQUE
1° Fédération royale des corps de sapeurs-pompiers de Belgique et Caisse nationale d'entraide des sapeurs-pompiers.
2° Centres de formation de sapeurs-pompiers.
3° Intervention dans les frais de laboratoires effectuant des recherches relatives à la prévention en matière d'incendie.
4° Contribution à la réalisation d'un " système Euroclasses " en matière de réaction au feu.
PROGRAMME 55/0 - SUBSISTANCE
Subventions de l'Office des Etrangers auprès d'organisations internationales exerçant une activité en rapport avec la politique des étrangers.
PROGRAMME 56/1 - POLICE ADMINISTRATIVE GENERALE FORMATION, PREVENTION ET EQUIPEMENT
1° Intervention de l'Etat dans les dépenses pour les initiatives destinées à promouvoir les contacts des services de police avec le public.
2° Réalisation de dépenses, dans le domaine de la police et de la prévention de la criminalité, entre autres pour la réalisation ou l'acquisition d'infrastructures, d'équipements, de matériel et de logiciels à usage commun et pour le financement des campagnes et des frais d'études.
3° Subvention à accorder aux universités belges ou autres organismes, concernés par l'étude ou le contrôle de la criminalité, des initiatives publiques ou privées en matière de prévention de la criminalité, notamment du hooliganisme, des initiatives intégrées de criminalité locale et par l'enquête concernant la présence de certains phénomènes criminels.
4° Subside à la S.A. ASTRID destiné à couvrir les frais de fonctionnement de l'infrastructure commune.
5° Une allocation destinée à des A.S.B.L. et autres organisations comme intervention dans les frais d'organisation relatifs à la rédaction de cours ayant pour but d'intégrer dans la formation continue du personnel de police une formation sur les relations avec les immigrés.
PROGRAMME 59/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
Subside octroyé à l'Association des Conseils d'Etat et des Juridictions administratives suprêmes de l'Union européenne ".
Art. 2.13.4. De bedragen die voor de jaren 1996 en 1997 teruggevorderd moeten worden van de lokale overheden die gebruik maken van de diensten van een gewestelijke ontvanger krachtens het samenwerkingsakkoord betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van inhouding van de bijdrage in die kosten, afgesloten te Brussel op 9 december 1997 tussen de Federale Overheid, de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest, worden onttrokken aan de toepassing van de bepalingen van de vijfjarige verjaring.
Art. 2.13.4. Les montants à récupérer, pour les années 1996 et 1997, auprès des pouvoirs locaux qui utilisent les services d'un receveur régional en vertu de l'accord de coopération concernant le mode de répartition des frais des receveurs regionaux et le mode de prélèvement de la contribution dans ces frais, conclu à Bruxelles le 9 décembre 1997 entre l'Etat fédéral, la Communauté flamande et la région wallonne, sont soustraits à l'application des dispositions de la prescription quinquennale.
Art. 2.13.5. De Minister van Binnenlandse Zaken wordt gemachtigd fondsen op te nemen op het specifieke begrotingsartikel, voorzien in artikel 1, § 2quater , 2e lid van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd door de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, die bestemd zijn voor de coördinatie en voor de supralokale acties in de domeinen bedoeld in artikel 69 van bovenvermelde wet van 30 maart 1994.
Deze fondsen worden gestort aan de buitengewone rekenplichtige van het Vast Secretariaat voor het preventiebeleid, die verantwoording over de aanwending ervan verstrekt bij het Rekenhof.
Deze fondsen worden gestort aan de buitengewone rekenplichtige van het Vast Secretariaat voor het preventiebeleid, die verantwoording over de aanwending ervan verstrekt bij het Rekenhof.
Art. 2.13.5. Le Ministre de l'Intérieur est autorisé à prélever sur l'article budgétaire spécifique prévu à l'article 1er, § 2quater , alinéa 2 de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, tel que modifié par la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, les fonds destinés à la coordination et aux actions supralocales dans les domaines visés à l'article 69 de la loi du 30 mars 1994 précitée.
Ces fonds sont versés au comptable extraordinaire du Secretariat permanent à la politique de prévention, qui justifie de leur emploi auprès de la Cour des comptes.
Ces fonds sont versés au comptable extraordinaire du Secretariat permanent à la politique de prévention, qui justifie de leur emploi auprès de la Cour des comptes.
Art. 2.13.6. De openstaande schuldvorderingen die op 31 december 2000 nog op de basisallocaties 56/10.63.08 en 56/13.63.07 van de sectie 13 " Ministerie van Binnenlandse Zaken " zullen voorkomen mogen geordonnanceerd worden op de ordonnanceringskredieten van de basisallocaties 90/15.63.08 en 90/26.63.07 van de sectie 17 " Federale politie en geïntegreerde werking ".
Art. 2.13.6. Les créances en souffrance au 31 décembre 2000 sur les allocations de base 56/10.63.08 et 56/13.63.07 de la section 13 " Ministère de l'Intérieur ", pourront être ordonnancées sur les crédits d'ordonnancement des allocations de base 90/15.63.08 et 90/26.63.07 de la section 17 " Police fédérale et fonctionnement intégré ".
Sectie 14. - Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel.
Section 14. - Ministère des Affaires étrangères et du Commerce extérieur.
Art. 2.14.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen achtereenvolgende geldvoorschotten worden toegestaan van hoogstens 10.000 EUR, die later zullen worden verantwoord, aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en uitgaven van sociale aard.
Art. 2.14.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds successives d'un montant ne dépassant pas 10.000 EUR, dont il sera justifié ultérieurement, peuvent être consenties au comptable chargé de la liquidation des secours et des dépenses à caractère social.
Art. 2.14.2. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 750.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Directie Begroting en Comptabiliteit en 375.000 EUR aan de andere buitengewone rekenplichtigen van het Departement.
De buitengewone rekenplichtigen van het Departement worden gemachtigd om door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 5.500 EUR niet te boven gaan.
De buitengewone rekenplichtigen van het Departement worden gemachtigd om door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 5.500 EUR niet te boven gaan.
Art. 2.14.2. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 750.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires de la Direction du Budget et de la Comptabilité et de 375.000 EUR aux autres comptables extraordinaires du Département.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires du Département sont autorisés à payer des créances ne dépassant pas 5.500 EUR.
Au moyen de ces avances, les comptables extraordinaires du Département sont autorisés à payer des créances ne dépassant pas 5.500 EUR.
Art. 2.14.3. De verplaatsingskosten van de agenten van de carrières van de Buitenlandse Dienst en van de Kanselarij worden, voor elk geval, bij ministerieel besluit vastgesteld.
Art. 2.14.3. Les frais de déplacements des agents des carrières du Service extérieur et de Chancellerie sont déterminés, dans chaque cas, par un arrêté ministériel.
Art. 2.14.4. De kredieten opgenomen in het programma 41/0 (B.A. 41.03.03.50) zijn bestemd om bestendige werkingsfondsen samen te stellen ten einde aan de ambtenaren van het departement voorschotten toe te kennen op kosten voor zendingen naar het buitenland en op kosten voor overplaatsingen en verloven van het overgeplaatste personeel. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten.
De kredieten opgenomen in het programma 42/0 (B.A. 42.04.03.50) zijn bestemd voor de samenstelling van bestendige werkingsfondsen die de betaling verzekeren van uitgaven in verband met de werkingskosten van de Belgische diplomatieke en consulaire posten en van de vaste vertegenwoordigingen bij de internationale organismen. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten. De Schatkist wordt eveneens gemachtigd die buitenlandse werkingsfondsen voor hetzelfde doel en mits naleving van dezelfde budgettaire regularisatieprocedure weer samen te stellen.
De kredieten opgenomen in het programma 42/0 (B.A. 42.04.03.50) zijn bestemd voor de samenstelling van bestendige werkingsfondsen die de betaling verzekeren van uitgaven in verband met de werkingskosten van de Belgische diplomatieke en consulaire posten en van de vaste vertegenwoordigingen bij de internationale organismen. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten. De Schatkist wordt eveneens gemachtigd die buitenlandse werkingsfondsen voor hetzelfde doel en mits naleving van dezelfde budgettaire regularisatieprocedure weer samen te stellen.
Art. 2.14.4. Les crédits inscrits au programme 41/0 (A.B. 41.03.03.50) sont destinés à constituer des fonds de roulement permanents afin d'accorder aux fonctionnaires du département des avances sur leurs frais de missions à l'étranger et sur les frais liés aux mutations et retours en congés du personnel déplacé. Les dépenses liquidées sur ces avances sont régularisées par imputation sur les crédits budgétaires prevus à cet effet.
Les crédits inscrits au programme 42/0 (A.B. 42.04.03.50) sont destinés à constituer des fonds de roulement permanents qui assurent le paiement des dépenses relatives aux frais de fonctionnement des postes diplomatiques et consulaires belges et des représentations permanentes auprès d'organismes internationaux. Les dépenses faites sur ces avances sont régularisées par imputation sur les crédits budgétaires prévus à cet effet. Dans le même but et moyennant l'application de la même procédure de régularisation budgétaire, le Trésor est également autorisé à reconstituer ces fonds de roulement à l'étranger.
Les crédits inscrits au programme 42/0 (A.B. 42.04.03.50) sont destinés à constituer des fonds de roulement permanents qui assurent le paiement des dépenses relatives aux frais de fonctionnement des postes diplomatiques et consulaires belges et des représentations permanentes auprès d'organismes internationaux. Les dépenses faites sur ces avances sont régularisées par imputation sur les crédits budgétaires prévus à cet effet. Dans le même but et moyennant l'application de la même procédure de régularisation budgétaire, le Trésor est également autorisé à reconstituer ces fonds de roulement à l'étranger.
Art. 2.14.5. <W 2002-07-12/32, art. 2.14.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002> De uitgaven verricht in de loop van de vorige begrotingsjaren door de diplomatieke en consulaire posten en de vaste vertegenwoordigingen en waarvan de regularisatie a posteriori gebeurt mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopende jaar.
Art. 2.14.5. <L 2002-07-12/32, art. 2.14.1; En vigueur : 23-08-2002> Les dépenses, dont la régularisation intervient a posteriori, effectuées dans les postes diplomatiques et consulaires et dans les représentations permanentes au cours des années budgétaires précédentes peuvent être imputées sur les crédits de l'année en cours.
Art. 2.14.6. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen en bijdragen worden toegekend :
PROGRAMMA 41/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
Toelage bestemd om de werking van de crèche opgestart in het departement te bekostigen.
PROGRAMMA 41/6 - STUDIES EN DOCUMENTATIE
1) Bijdrage van België in de installatie- en werkingskosten van een Internationaal Centrum voor de Pers te Brussel.
2) Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (F.V.D.).
PROGRAMMA 41/7 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
1) Toelagen aan organismen of verenigingen die activiteiten hebben met een internationaal karakter.
2) Toelage aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen.
3) Toelage aan de Stichting Europalia.
PROGRAMMA 51/1 - BUITENLANDSE HANDEL
1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.
2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
3) Toelage aan de " Asia-Europe Foundation ".
4) Toelagen ter bevordering van de export.
5) Toelagen betreffende de economische expansie en de regionale reconversie.
PROGRAMMA 51/2 - BILATERALE ACTIEPROGRAMMA'S
Toelagen m.b.t. verrichtingen in het raam van de politiek van bilaterale actieprogramma's.
PROGRAMMA 52/1 - INTERNATIONALE INSTELLINGEN
Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
PROGRAMMA 52/2 - HUMANITAIRE HULP
Toelagen bestemd voor instellingen die de bescherming der vluchtelingen tot doel hebben.
PROGRAMMA 53/1 - BUITENLANDS BELEID
1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.
2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
3) Programma's van de West-Europese Unie (WEU) met betrekking tot de verwerving van militaire observatiesatellieten met als doel beveiliging.
4) Bevordering van internationale uitwisseling van jongeren en initiatieven tot initiatie in de internationale politiek.
PROGRAMMA 53/2 - WETENSCHAPSBELEID
1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.
2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
PROGRAMMA 53/4 - HUMANITAIRE HULP
1) Toelage aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis.
2) Aandeel in de werking van de Verenigde Naties ten voordele van de Arabische vluchtelingen uit Palestina.
PROGRAMMA 55/1 - INFORMATIE OVER EUROPA
Toelagen ten gunste van de Europese integratie.
PROGRAMMA 41/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
Toelage bestemd om de werking van de crèche opgestart in het departement te bekostigen.
PROGRAMMA 41/6 - STUDIES EN DOCUMENTATIE
1) Bijdrage van België in de installatie- en werkingskosten van een Internationaal Centrum voor de Pers te Brussel.
2) Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (F.V.D.).
PROGRAMMA 41/7 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
1) Toelagen aan organismen of verenigingen die activiteiten hebben met een internationaal karakter.
2) Toelage aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen.
3) Toelage aan de Stichting Europalia.
PROGRAMMA 51/1 - BUITENLANDSE HANDEL
1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.
2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
3) Toelage aan de " Asia-Europe Foundation ".
4) Toelagen ter bevordering van de export.
5) Toelagen betreffende de economische expansie en de regionale reconversie.
PROGRAMMA 51/2 - BILATERALE ACTIEPROGRAMMA'S
Toelagen m.b.t. verrichtingen in het raam van de politiek van bilaterale actieprogramma's.
PROGRAMMA 52/1 - INTERNATIONALE INSTELLINGEN
Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
PROGRAMMA 52/2 - HUMANITAIRE HULP
Toelagen bestemd voor instellingen die de bescherming der vluchtelingen tot doel hebben.
PROGRAMMA 53/1 - BUITENLANDS BELEID
1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.
2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
3) Programma's van de West-Europese Unie (WEU) met betrekking tot de verwerving van militaire observatiesatellieten met als doel beveiliging.
4) Bevordering van internationale uitwisseling van jongeren en initiatieven tot initiatie in de internationale politiek.
PROGRAMMA 53/2 - WETENSCHAPSBELEID
1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.
2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
PROGRAMMA 53/4 - HUMANITAIRE HULP
1) Toelage aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis.
2) Aandeel in de werking van de Verenigde Naties ten voordele van de Arabische vluchtelingen uit Palestina.
PROGRAMMA 55/1 - INFORMATIE OVER EUROPA
Toelagen ten gunste van de Europese integratie.
Art. 2.14.6. Dans les limites des allocations de base concernées, les subventions et contributions suivantes peuvent être accordées :
PROGRAMME 41/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
Subside destiné à assurer le fonctionnement de la crèche créée au sein du département
PROGRAMME 41/6 - ETUDES ET DOCUMENTATION
1) Contribution de la Belgique dans les frais d'installation et de fonctionnement du Centre international de Presse à Bruxelles.
2) Subside au Service fédéral belge d'Information (S.F.I.).
PROGRAMME 41/7 - COLLABORATION INTERNATIONALE
1) Subsides à des organismes ou associations ayant des activités à caractère international.
2) Subside à l'Institut royal des Relations internationales.
3) Subside à la Fondation Europalia.
PROGRAMME 51/1 - COMMERCE EXTERIEUR
1) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis dans le pays.
2) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis en dehors du pays.
3) Subside à " l'Asia-Europe Foundation ".
4) Subsides en vue d'assurer la promotion des exportations.
5) Subventions relatives à l'expansion économique et à la reconversion régionale.
PROGRAMME 51/2 - PROGRAMMES D'ACTIONS BILATERAUX
Subventions concernant des opérations dans le cadre de la politique de programmes d'actions bilatéraux.
PROGRAMME 52/1 - ORGANISMES INTERNATIONAUX
Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis en dehors du pays.
PROGRAMME 52/2 - AIDE HUMANITAIRE
Subventions destinées aux institutions ayant pour objet la protection des réfugiés.
PROGRAMME 53/1 - POLITIQUE ETRANGERE
1) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis dans le pays.
2) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis en dehors du pays.
3) Programmes de l'Union européenne occidentale (UEO) relatifs à l'acquisition de satellites militaires d'observation à des fins de sécurité.
4) Promotion d'échanges internationaux de jeunes et initiatives d'initiation à la politique internationale.
PROGRAMME 53/2 - POLITIQUE SCIENTIFIQUE
1) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis dans le pays.
2) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis en dehors du pays.
PROGRAMME 53/4 - AIDE HUMANITAIRE
1) Subside au Comité international de la Croix Rouge.
2) Participation à l'action des Nations Unies en faveur des réfugiés arabes de Palestine.
PROGRAMME 55/1 - INFORMATION AU SUJET DE L'EUROPE
Subsides en faveur de l'intégration européenne.
PROGRAMME 41/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
Subside destiné à assurer le fonctionnement de la crèche créée au sein du département
PROGRAMME 41/6 - ETUDES ET DOCUMENTATION
1) Contribution de la Belgique dans les frais d'installation et de fonctionnement du Centre international de Presse à Bruxelles.
2) Subside au Service fédéral belge d'Information (S.F.I.).
PROGRAMME 41/7 - COLLABORATION INTERNATIONALE
1) Subsides à des organismes ou associations ayant des activités à caractère international.
2) Subside à l'Institut royal des Relations internationales.
3) Subside à la Fondation Europalia.
PROGRAMME 51/1 - COMMERCE EXTERIEUR
1) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis dans le pays.
2) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis en dehors du pays.
3) Subside à " l'Asia-Europe Foundation ".
4) Subsides en vue d'assurer la promotion des exportations.
5) Subventions relatives à l'expansion économique et à la reconversion régionale.
PROGRAMME 51/2 - PROGRAMMES D'ACTIONS BILATERAUX
Subventions concernant des opérations dans le cadre de la politique de programmes d'actions bilatéraux.
PROGRAMME 52/1 - ORGANISMES INTERNATIONAUX
Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis en dehors du pays.
PROGRAMME 52/2 - AIDE HUMANITAIRE
Subventions destinées aux institutions ayant pour objet la protection des réfugiés.
PROGRAMME 53/1 - POLITIQUE ETRANGERE
1) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis dans le pays.
2) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis en dehors du pays.
3) Programmes de l'Union européenne occidentale (UEO) relatifs à l'acquisition de satellites militaires d'observation à des fins de sécurité.
4) Promotion d'échanges internationaux de jeunes et initiatives d'initiation à la politique internationale.
PROGRAMME 53/2 - POLITIQUE SCIENTIFIQUE
1) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis dans le pays.
2) Contributions de la Belgique à des organismes internationaux établis en dehors du pays.
PROGRAMME 53/4 - AIDE HUMANITAIRE
1) Subside au Comité international de la Croix Rouge.
2) Participation à l'action des Nations Unies en faveur des réfugiés arabes de Palestine.
PROGRAMME 55/1 - INFORMATION AU SUJET DE L'EUROPE
Subsides en faveur de l'intégration européenne.
Art. 2.14.7. Binnen de perken van de betrokken basisallocatie, in het programma 52/2 " Humanitaire Hulp ", kunnen, mits voorafgaand akkoord van de Ministerraad, uitgaven van allerlei aard gedaan worden als tegemoetkomingen van België in de acties ten voordele van slachtoffers van ernstige natuurrampen.
Art. 2.14.7. Dans la limite de l'allocation de base concernée, au programme 52/2 Aide humanitaire, des dépenses de toute nature peuvent être faites, moyennant accord préalable du Conseil des Ministres, à titre d'interventions de la Belgique dans les actions en faveur de victimes de catastrophes naturelles graves.
Art. 2.14.8. Binnen de perken van de betrokken basisallocatie, in het programma 53/4 " Humanitaire Hulp ", kunnen, mits voorafgaand akkoord van de Ministerraad, uitgaven van allerlei aard gedaan worden als tegemoetkomingen en initiatieven van België in de acties
- van preventieve diplomatie, vredeshandhaving en aanmoediging van de democratie die zich laten inschrijven in het kader van de internationale politiek;
- ten voordele van bevolkingen, slachtoffers van conflicten;
- met betrekking tot het respect van de mensenrechten en de versterking van de rechtsstaat.
- van preventieve diplomatie, vredeshandhaving en aanmoediging van de democratie die zich laten inschrijven in het kader van de internationale politiek;
- ten voordele van bevolkingen, slachtoffers van conflicten;
- met betrekking tot het respect van de mensenrechten en de versterking van de rechtsstaat.
Art. 2.14.8. Dans la limite de l'allocation de base concernée, au programme 53/4 " Aide humanitaire ", des dépenses de toute nature peuvent être faites, moyennant accord préalable du Conseil des Ministres, à titre d'interventions et initiatives de la Belgique dans les actions
- de diplomatie préventive, de maintien de la paix, de promotion de la démocratie s'inscrivant dans le cadre de la politique internationale;
- en faveur de populations victimes des conflits;
- relatives au respect des droits de l'homme et à la consolidation de l'état de droit.
- de diplomatie préventive, de maintien de la paix, de promotion de la démocratie s'inscrivant dans le cadre de la politique internationale;
- en faveur de populations victimes des conflits;
- relatives au respect des droits de l'homme et à la consolidation de l'état de droit.
Sectie 15. - Internationale Samenwerking.
Section 15. - Coopération Internationale.
Art. 2.15.1. De uitgaven vereffend ten laste van het bestendig werkingsfonds, bevoorraad in 1996 door basisallocatie 54.09.03.50, worden zonder uitstel geregulariseerd door aanrekening op de begrotingskredieten van de volgende basisallocaties: 54.02.12.01, 54.02.12.02, 54.03.35.53, 54.04.12.27, 54.04.12.28, 54.11.35.11, 54.14.54.42, 54.35.35.11, 54.40.35.50 en 54.43.35.21.
Art. 2.15.1. Les dépenses liquidées à charge du fonds de roulement permanent, approvisionné en 1996 par l'allocation de base 54.09.03.50, sont régularisées sans retard par imputation sur les crédits budgétaires des allocations de base suivantes : 54.02.12.01, 54.02.12.02, 54.03.35.53, 54.04.12.27, 54.04.12.28, 54.11.35.11, 54.14.54.42, 54.35.35.11, 54.40.35.50 et 54.43.35.21.
Art. 2.15.2. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
1) Terugbetaling van kosten voor geneeskundige zorgen verleend in Europa aan de Belgische en Luxemburgse missionarissen van Afrika (progr. 54/2).
2) Uitgaven met betrekking tot de opleiding in België van stagiairs van lage-inkomenslanden en uitgaven met betrekking tot de maatschappelijke en culturele hulp (progr. 54/1 en 54/2).
3) Uitgaven verricht door de rekenplichtigen in het buitenland en te regulariseren a posteriori.
1) Terugbetaling van kosten voor geneeskundige zorgen verleend in Europa aan de Belgische en Luxemburgse missionarissen van Afrika (progr. 54/2).
2) Uitgaven met betrekking tot de opleiding in België van stagiairs van lage-inkomenslanden en uitgaven met betrekking tot de maatschappelijke en culturele hulp (progr. 54/1 en 54/2).
3) Uitgaven verricht door de rekenplichtigen in het buitenland en te regulariseren a posteriori.
Art. 2.15.2. Des dépenses relatives à des créances pour années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante, dans les cas suivants :
1) Remboursement des frais de soins médicaux dispensés en Europe aux missionnaires belges et luxembourgeois d'Afrique (progr. 54/2).
2) Dépenses relatives à la formation en Belgique de stagiaires de pays à faible revenu, et dépenses relatives à l'aide à caractère social et culturel (progr. 54/1 et 54/2).
3) Dépenses effectuées par les comptables à l'étranger et à régulariser a posteriori.
1) Remboursement des frais de soins médicaux dispensés en Europe aux missionnaires belges et luxembourgeois d'Afrique (progr. 54/2).
2) Dépenses relatives à la formation en Belgique de stagiaires de pays à faible revenu, et dépenses relatives à l'aide à caractère social et culturel (progr. 54/1 et 54/2).
3) Dépenses effectuées par les comptables à l'étranger et à régulariser a posteriori.
Art. 2.15.3. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 EUR elk, per geopende postchequerekening, verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement.
Deze buitengewone rekenplichtigen worden gemachtigd door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 2.500 EUR niet te boven gaan.
Deze buitengewone rekenplichtigen worden gemachtigd door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 2.500 EUR niet te boven gaan.
Art. 2.15.3. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds d'un montant maximum de 250.000 EUR chacune, par compte chèques postaux ouvert, peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du département.
Au moyen de ces avances, ces comptables extraordinaires sont autorisés à payer des créances ne dépassant pas 2.500 EUR.
Au moyen de ces avances, ces comptables extraordinaires sont autorisés à payer des créances ne dépassant pas 2.500 EUR.
Art. 2.15.4. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen of uitkeringen worden toegekend :
PROGRAMMA 54/1 - GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING
1) Uitgaven van allerlei aard verbonden aan de programma's van stagebeurzen en van studiebeurzen in België en in het buitenland ten gunste van onderhorigen van lage-inkomenslanden.
2) Verlichting van de schulden van de lage-inkomenslanden.
3) Financiële bijdragen aan kleinschalige interventies.
PROGRAMMA 54/2 - NIET- GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING
1) Subsidies aan personen en aan niet-gouvernementele organisaties voor het uitvoeren van een stage door jonge werkzoekenden in erkende samenwerkingsprojecten.
2) Subsidies aan de niet-gouvernementele organisaties voor de financiering van de uitvoering, het beheer en de evaluatie van de NGO-programma's, met uitzondering van activiteiten inzake preventie, noodhulp en hulp voor rehabilitatie, voedselhulp, de uitzending van jonge werkzoekenden en de conflictpreventie, die ten laste van de aangepaste basisallocaties betoelaagd zullen worden, en van acties uitgevoerd in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds.
3) Subsidies aan de " Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand " (VVOB) en aan de " Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'Etranger " (APEFE).
4) Subsidies aan Belgische wetenschappelijke instellingen en onderzoekscentra voor de verwezenlijking van projecten, onderzoeks- en vormingsprogramma's en congressen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.
5) Tussenkomsten met betrekking tot de eigen initiatieven van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.
6) Subsidies voor de eigen initiatieven van het Instituut voor Tropische Geneeskunde.
7) Subsidies aan het European Center for Development Policy Management.
8) Subsidies aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de " Conseil interuniversitaire francophone " en de universitaire instellingen voor de financiering van beurzen, opleidingskosten, institutionele samenwerking, eigen-initiatiefprojecten en noord-acties.
9) Subsidiëring van groepsstages georganiseerd op initiatief van privaatrechtelijke organisaties.
10) Subsidiëring van samenwerkingsacties van Belgische gedecentraliseerde besturen.
11) Subsidiëring van sociale en culturele hulp aan studenten en stagiairs uit lage-inkomenslanden.
12) Subsidiëring van programma's " migratie en ontwikkeling ".
PROGRAMMA 54/3 - MULTILATERALE SAMENWERKING
1) Subsidies aan organisaties met een internationale bestemming en van plurisectoriële aard zoals voorzien ten laste van de basisallocaties 54.31.35.01 en 54.31.35.02 : vrijwillige bijdragen aan ontwikkelingsprogramma's en fondsen van de Verenigde Naties, aan gespecialiseerde instellingen van de Verenigde Naties, aan aanverwante programma's van de Verenigde Naties en aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis en aan het " Global Health and Aids Fund ".
2) Deelneming aan onderzoeksprogramma's inzake landbouw, op touw gezet door internationale en regionale organisaties ten voordele van de lage-inkomenslanden en aan ondersteunende activiteiten.
3) Geldelijke bijdragen aan ontwikkelingsbanken en garantiefondsen.
4) (Geldelijke bijdragen met betrekking tot het Verdrag inzake biologische diversiteit, met inbegrip van het " Global Environment Facility ", aan het Secretariaat van het Verdrag ter Beschrijding van de Desertificatie, aan de Wereldgezondheidsorganisatie en aan diverse milieuverdragen.) <W 2002-07-12/32, art. 2.15.2, Inwerkingtreding : 23-08-2002>
5) Geldelijke bijdragen aan het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling.
6) Subsidies voor de aanwerving van multilateraal samenwerkingspersoneel.
PROGRAMMA 54/4 - BIJZONDERE INTERVENTIES
1) Subsidies van allerlei aard in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds, opgericht bij wet.
2) Subsidies voor conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten. De kredieten voorzien op BA 54.41.35.23 moeten het departement toelaten projecten inzake mensenrechten, democratisering, conflictpreventie, vredesopbouw en ontwikkeling rechtstreeks of via de BTC op te zetten, of subsidies terzake toe te kennen aan Belgische erkende niet-gouvernementele organisaties en aan verenigingen, aan lokale organisaties en instellingen en aan organisaties met een internationale bestemming.
3) Subsidies aan lokale niet-gouvernementele organisaties.
4) Subsidies voor urgentiehulp (preventie, noodhulp en rehabilitatie), voor humanitaire acties en voor voedselhulp.
5) Subsidies voor de vorming van kandidaten en medewerkers aan samenwerkingsacties.
6) Subsidies voor informatie over het beleid en voor sensibilisering door derden inzake noord-zuid relaties, internationale samenwerking en interculturele verdraagzaamheid.
7) Subsidies voor organisatie van en deelname aan vergaderingen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.
8) Subsidies bestemd voor de bevordering van de private sector in de lage-inkomenslanden en van de eerlijke handel.
PROGRAMMA 54/1 - GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING
1) Uitgaven van allerlei aard verbonden aan de programma's van stagebeurzen en van studiebeurzen in België en in het buitenland ten gunste van onderhorigen van lage-inkomenslanden.
2) Verlichting van de schulden van de lage-inkomenslanden.
3) Financiële bijdragen aan kleinschalige interventies.
PROGRAMMA 54/2 - NIET- GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING
1) Subsidies aan personen en aan niet-gouvernementele organisaties voor het uitvoeren van een stage door jonge werkzoekenden in erkende samenwerkingsprojecten.
2) Subsidies aan de niet-gouvernementele organisaties voor de financiering van de uitvoering, het beheer en de evaluatie van de NGO-programma's, met uitzondering van activiteiten inzake preventie, noodhulp en hulp voor rehabilitatie, voedselhulp, de uitzending van jonge werkzoekenden en de conflictpreventie, die ten laste van de aangepaste basisallocaties betoelaagd zullen worden, en van acties uitgevoerd in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds.
3) Subsidies aan de " Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand " (VVOB) en aan de " Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'Etranger " (APEFE).
4) Subsidies aan Belgische wetenschappelijke instellingen en onderzoekscentra voor de verwezenlijking van projecten, onderzoeks- en vormingsprogramma's en congressen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.
5) Tussenkomsten met betrekking tot de eigen initiatieven van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.
6) Subsidies voor de eigen initiatieven van het Instituut voor Tropische Geneeskunde.
7) Subsidies aan het European Center for Development Policy Management.
8) Subsidies aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de " Conseil interuniversitaire francophone " en de universitaire instellingen voor de financiering van beurzen, opleidingskosten, institutionele samenwerking, eigen-initiatiefprojecten en noord-acties.
9) Subsidiëring van groepsstages georganiseerd op initiatief van privaatrechtelijke organisaties.
10) Subsidiëring van samenwerkingsacties van Belgische gedecentraliseerde besturen.
11) Subsidiëring van sociale en culturele hulp aan studenten en stagiairs uit lage-inkomenslanden.
12) Subsidiëring van programma's " migratie en ontwikkeling ".
PROGRAMMA 54/3 - MULTILATERALE SAMENWERKING
1) Subsidies aan organisaties met een internationale bestemming en van plurisectoriële aard zoals voorzien ten laste van de basisallocaties 54.31.35.01 en 54.31.35.02 : vrijwillige bijdragen aan ontwikkelingsprogramma's en fondsen van de Verenigde Naties, aan gespecialiseerde instellingen van de Verenigde Naties, aan aanverwante programma's van de Verenigde Naties en aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis en aan het " Global Health and Aids Fund ".
2) Deelneming aan onderzoeksprogramma's inzake landbouw, op touw gezet door internationale en regionale organisaties ten voordele van de lage-inkomenslanden en aan ondersteunende activiteiten.
3) Geldelijke bijdragen aan ontwikkelingsbanken en garantiefondsen.
4) (Geldelijke bijdragen met betrekking tot het Verdrag inzake biologische diversiteit, met inbegrip van het " Global Environment Facility ", aan het Secretariaat van het Verdrag ter Beschrijding van de Desertificatie, aan de Wereldgezondheidsorganisatie en aan diverse milieuverdragen.) <W 2002-07-12/32, art. 2.15.2, Inwerkingtreding : 23-08-2002>
5) Geldelijke bijdragen aan het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling.
6) Subsidies voor de aanwerving van multilateraal samenwerkingspersoneel.
PROGRAMMA 54/4 - BIJZONDERE INTERVENTIES
1) Subsidies van allerlei aard in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds, opgericht bij wet.
2) Subsidies voor conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten. De kredieten voorzien op BA 54.41.35.23 moeten het departement toelaten projecten inzake mensenrechten, democratisering, conflictpreventie, vredesopbouw en ontwikkeling rechtstreeks of via de BTC op te zetten, of subsidies terzake toe te kennen aan Belgische erkende niet-gouvernementele organisaties en aan verenigingen, aan lokale organisaties en instellingen en aan organisaties met een internationale bestemming.
3) Subsidies aan lokale niet-gouvernementele organisaties.
4) Subsidies voor urgentiehulp (preventie, noodhulp en rehabilitatie), voor humanitaire acties en voor voedselhulp.
5) Subsidies voor de vorming van kandidaten en medewerkers aan samenwerkingsacties.
6) Subsidies voor informatie over het beleid en voor sensibilisering door derden inzake noord-zuid relaties, internationale samenwerking en interculturele verdraagzaamheid.
7) Subsidies voor organisatie van en deelname aan vergaderingen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.
8) Subsidies bestemd voor de bevordering van de private sector in de lage-inkomenslanden en van de eerlijke handel.
Art. 2.15.4. Dans les limites des allocations de base concernées, des subventions ou allocations peuvent être accordées pour couvrir les dépenses suivantes :
PROGRAMME 54/1 - COOPERATION GOUVERNEMENTALE
1) Dépenses de toute nature liées aux programmes de bourses de stage et d'études en Belgique et à l'étranger en faveur de ressortissants de pays à faible revenu.
2) Allégement de la dette des pays à faible revenu.
3) Contributions financières à des interventions de petite taille.
PROGRAMME 54/2 - COOPERATION NON GOUVERNEMENTALE
1) Subventions aux personnes et aux organisations non gouvernementales relatives à la réalisation d'un stage par des jeunes demandeurs d'emploi dans des projets de coopération agréés.
2) Subventions aux organisations non gouvernementales, pour le financement de l'exécution, de la gestion et de l'évaluation des programmes des ONG à l'exception des activités de prévention, de secours et de réhabilitation, d'aide alimentaire, d'envoi de jeunes demandeurs d'emploi et de prévention des conflits, qui seront subventionnées à charge des allocations de base ad hoc, et des actions exécutées dans le cadre du Fonds belge de Survie.
3) Subventions au " Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand " (VVOB) et à l' " Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'Etranger " (APEFE).
4) Subventions à des institutions belges scientifiques et des centres de recherche pour la réalisation de projets, de programmes de recherche et de formation et de congrès dans le domaine de la cooperation avec les pays à faible revenu.
5) Interventions relatives aux initiatives propres du Musée royal de l'Afrique centrale.
6) Subventions pour les initiatives propres de l'Institut de Médecine tropicale.
7) Subventions au Centre européen de gestion des Politiques de Développement.
8) Subventions au " Vlaamse Interuniversitaire Raad ", au Conseil interuniversitaire francophone et aux institutions universitaires pour le financement des bourses, des frais de formation, de la coopération institutionnelle, des initiatives propres et des actions-nord.
9) Subventionnement de stages groupés organisés à l'initiative d'organismes de droit privé.
10) Subventionnement des actions de coopération des gouvernements belges décentralisés.
11) Subventionnement de l'aide sociale et culturelle aux étudiants et stagiaires des pays à faible revenu.
12) Subventionnement de programmes " migration et développement ".
PROGRAMME 54/3 - COOPERATION MULTILATERALE
1) Subventions aux organisations à vocation internationale et à caractère plurisectoriel telles que prévues à charge des allocations de base 54.31.35.01 et 54.31.35.02 : contributions volontaires aux programmes de développement et fonds des Nations Unies, aux organisations spécialisées des Nations Unies, aux programmes connexes des Nations Unies et au Comité international de la Croix Rouge et au " Global Health and Aids Fund ".
2) Participation aux programmes de recherche, en matière d'agronomie, mis en oeuvre par les organisations internationales et régionales en faveur des pays à faible revenu et aux activités de soutien.
3) Contributions financières à des banques de développement et aux fonds de garantie.
4) (Contributions financières découlant de la Convention relative à la diversité biologique, y compris le " Global Environment Facility ", au Secrétariat de la Convention de Lutte contre la Désertification, à l'Organisation Mondiale de la Santé et à divers traités relatifs à l'environnement.) <L 2002-07-12/32, art. 2.15.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
5) Contributions financières au Fonds international pour le Développement agricole.
6) Subventionnement pour le recrutement de personnel de coopération multilatérale.
PROGRAMME 54/4 - INTERVENTIONS SPECIALES
1) Subventions de toutes natures dans le cadre du Fonds belge de Survie, établi par loi.
2) Subventions pour la prévention de conflits, la reconstruction de paix et les droits de l'homme. Les crédits prévus à l'AB 54.41.35.23 permettront au département de mener, directement ou via la CTB, des projets en matière de droits de l'homme, de démocratisation, de prévention de conflits, de construction de la paix et de développement, ou d'accorder des subventions y relatives à des organisations non gouvernementales agréées et à des associations belges, à des organisations et des institutions locales et à des organisations à vocation internationale.
3) Subventions à des organisations non gouvernementales locales.
4) Subventions pour l'aide d'urgence (de prévention, de secours et de réhabilitation), pour des actions humanitaires et pour l'aide alimentaire.
5) Subventions pour la formation des candidats et des participants à des actions de coopération.
6) Subventions pour l'information relative à la politique et pour la sensibilisation par des tiers aux relations nord-sud, à la coopération internationale et à la tolérance interculturelle.
7) Subventions pour l'organisation et la participation à des réunions concernant la coopération avec les pays à faible revenu.
8) Subventions destinées à promouvoir le secteur privé dans les pays à faible revenu et le commerce équitable.
PROGRAMME 54/1 - COOPERATION GOUVERNEMENTALE
1) Dépenses de toute nature liées aux programmes de bourses de stage et d'études en Belgique et à l'étranger en faveur de ressortissants de pays à faible revenu.
2) Allégement de la dette des pays à faible revenu.
3) Contributions financières à des interventions de petite taille.
PROGRAMME 54/2 - COOPERATION NON GOUVERNEMENTALE
1) Subventions aux personnes et aux organisations non gouvernementales relatives à la réalisation d'un stage par des jeunes demandeurs d'emploi dans des projets de coopération agréés.
2) Subventions aux organisations non gouvernementales, pour le financement de l'exécution, de la gestion et de l'évaluation des programmes des ONG à l'exception des activités de prévention, de secours et de réhabilitation, d'aide alimentaire, d'envoi de jeunes demandeurs d'emploi et de prévention des conflits, qui seront subventionnées à charge des allocations de base ad hoc, et des actions exécutées dans le cadre du Fonds belge de Survie.
3) Subventions au " Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand " (VVOB) et à l' " Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'Etranger " (APEFE).
4) Subventions à des institutions belges scientifiques et des centres de recherche pour la réalisation de projets, de programmes de recherche et de formation et de congrès dans le domaine de la cooperation avec les pays à faible revenu.
5) Interventions relatives aux initiatives propres du Musée royal de l'Afrique centrale.
6) Subventions pour les initiatives propres de l'Institut de Médecine tropicale.
7) Subventions au Centre européen de gestion des Politiques de Développement.
8) Subventions au " Vlaamse Interuniversitaire Raad ", au Conseil interuniversitaire francophone et aux institutions universitaires pour le financement des bourses, des frais de formation, de la coopération institutionnelle, des initiatives propres et des actions-nord.
9) Subventionnement de stages groupés organisés à l'initiative d'organismes de droit privé.
10) Subventionnement des actions de coopération des gouvernements belges décentralisés.
11) Subventionnement de l'aide sociale et culturelle aux étudiants et stagiaires des pays à faible revenu.
12) Subventionnement de programmes " migration et développement ".
PROGRAMME 54/3 - COOPERATION MULTILATERALE
1) Subventions aux organisations à vocation internationale et à caractère plurisectoriel telles que prévues à charge des allocations de base 54.31.35.01 et 54.31.35.02 : contributions volontaires aux programmes de développement et fonds des Nations Unies, aux organisations spécialisées des Nations Unies, aux programmes connexes des Nations Unies et au Comité international de la Croix Rouge et au " Global Health and Aids Fund ".
2) Participation aux programmes de recherche, en matière d'agronomie, mis en oeuvre par les organisations internationales et régionales en faveur des pays à faible revenu et aux activités de soutien.
3) Contributions financières à des banques de développement et aux fonds de garantie.
4) (Contributions financières découlant de la Convention relative à la diversité biologique, y compris le " Global Environment Facility ", au Secrétariat de la Convention de Lutte contre la Désertification, à l'Organisation Mondiale de la Santé et à divers traités relatifs à l'environnement.) <L 2002-07-12/32, art. 2.15.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
5) Contributions financières au Fonds international pour le Développement agricole.
6) Subventionnement pour le recrutement de personnel de coopération multilatérale.
PROGRAMME 54/4 - INTERVENTIONS SPECIALES
1) Subventions de toutes natures dans le cadre du Fonds belge de Survie, établi par loi.
2) Subventions pour la prévention de conflits, la reconstruction de paix et les droits de l'homme. Les crédits prévus à l'AB 54.41.35.23 permettront au département de mener, directement ou via la CTB, des projets en matière de droits de l'homme, de démocratisation, de prévention de conflits, de construction de la paix et de développement, ou d'accorder des subventions y relatives à des organisations non gouvernementales agréées et à des associations belges, à des organisations et des institutions locales et à des organisations à vocation internationale.
3) Subventions à des organisations non gouvernementales locales.
4) Subventions pour l'aide d'urgence (de prévention, de secours et de réhabilitation), pour des actions humanitaires et pour l'aide alimentaire.
5) Subventions pour la formation des candidats et des participants à des actions de coopération.
6) Subventions pour l'information relative à la politique et pour la sensibilisation par des tiers aux relations nord-sud, à la coopération internationale et à la tolérance interculturelle.
7) Subventions pour l'organisation et la participation à des réunions concernant la coopération avec les pays à faible revenu.
8) Subventions destinées à promouvoir le secteur privé dans les pays à faible revenu et le commerce équitable.
Art. 2.15.5. Voor het jaar 2002 beschikt het Belgisch Overlevingsfonds (B.A. 54.40.35.50) over een vastleggingsmachtiging van 33.000.000 EUR.
Elke verbintenis aan te gaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur der vastleggingen en aan het Rekenhof.
Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die eensdeels het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderdeels het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar.
Elke verbintenis aan te gaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur der vastleggingen en aan het Rekenhof.
Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die eensdeels het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderdeels het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar.
Art. 2.15.5. Pour l'année 2002, le Fonds belge de Survie (A.B. 54.40.35.50) dispose d'une autorisation d'engagement de 33.000.000 EUR.
Tout engagement à prendre, en vertu de cet article, est soumis au visa du contrôleur des engagements et à la Cour des comptes.
Avant le dix de chaque mois, le contrôleur des engagements transmet à la Cour des comptes, avec les documents justificatifs un relevé établi en trois exemplaires et mentionnant, d'une part le montant des engagements visés au cours du mois ecoulé et, d'autre part, le montant des engagements visés depuis le début de l'année.
Tout engagement à prendre, en vertu de cet article, est soumis au visa du contrôleur des engagements et à la Cour des comptes.
Avant le dix de chaque mois, le contrôleur des engagements transmet à la Cour des comptes, avec les documents justificatifs un relevé établi en trois exemplaires et mentionnant, d'une part le montant des engagements visés au cours du mois ecoulé et, d'autre part, le montant des engagements visés depuis le début de l'année.
Art. 2.15.6. Een deel van het krediet ingeschreven onder het programma 54/4 - Bijzondere interventies - van de sectie 15 - Internationale Samenwerking, mag worden getransfereerd naar de passende basisallocatie van de sectie 14 - Ministerie van Buitenlandse Zaken, door middel van een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken en van het Regeringslid bevoegd voor Internationale Samenwerking.
Art. 2.15.6. Une partie du crédit inscrit dans le programme 54/4 - Interventions spéciales - de la section 15 - Coopération internationale, peut être transférée à l'allocation de base appropriée de la section 14 - Ministère des Affaires étrangères, par voie d'arrêté royal, délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition du Ministre des Affaires étrangères et du Membre du Gouvernement qui a la Coopération internationale dans ses attributions.
Art. 2.15.7. Het krediet voorzien op de basisallocatie 54.34.84.08 zal worden overgeschreven door het Regeringslid bevoegd voor Internationale Samenwerking of door zijn gedelegeerde ordonnateur op een thesaurierekening waarover de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde ordonnateur beschikt.
Art. 2.15.7. Le crédit prévu à charge de l'allocation de base 54.34.84.08 sera viré par le Membre du Gouvernement qui a la Coopération internationale dans ses attributions ou par son ordonnateur délégué sur un compte de trésorerie géré par le Ministre des Finances ou par son ordonnateur délégué.
Art. 2.15.8. Subsidies of tussenkomsten die, in het kader van een meerjarig programma, toegekend worden aan een indirecte actor, dienen gerechtvaardigd te worden op de datum voorzien in de desbetreffende besluiten of overeenkomsten. Het niet-gebruikte saldo van een dergelijke jaarlijkse subsidie, toegekend ten laste van een vorig begrotingsjaar, kan in mindering gebracht worden van de subsidie, die wordt toegestaan aan dezelfde indirecte actor, ten laste van het huidig begrotingsjaar.
Het goedgekeurde actieplan of jaarprogramma van het nieuwe begrotingsjaar zal dan ook gefinancierd worden met nieuwe, vast te leggen middelen en met middelen waarover de indirecte actor nog beschikt ingevolge niet uitgevoerde bestedingen in het kader van vorige actieplannen of jaarprogramma's.
Dit artikel is van toepassing op volgende basisallocaties: 54.20.35.70, 54.20.54.62, 54.21.35.65, 54.21.35.66, 54.22.33.32, 54.22.33.33, 54.23.45.01, 54.23.45.02, 54.24.45.52, 54.24.45.53, 54.24.45.54, 54.25.45.52, 54.25.45.53, 54.25.45.54 en 54.40.35.50.
Het goedgekeurde actieplan of jaarprogramma van het nieuwe begrotingsjaar zal dan ook gefinancierd worden met nieuwe, vast te leggen middelen en met middelen waarover de indirecte actor nog beschikt ingevolge niet uitgevoerde bestedingen in het kader van vorige actieplannen of jaarprogramma's.
Dit artikel is van toepassing op volgende basisallocaties: 54.20.35.70, 54.20.54.62, 54.21.35.65, 54.21.35.66, 54.22.33.32, 54.22.33.33, 54.23.45.01, 54.23.45.02, 54.24.45.52, 54.24.45.53, 54.24.45.54, 54.25.45.52, 54.25.45.53, 54.25.45.54 en 54.40.35.50.
Art. 2.15.8. Des subventions ou des allocations attribuées à un acteur indirect, dans le cadre d'un programme pluriannuel, devront être justifiées à la date prévue dans les arrêtés ou les conventions y relatifs. Le solde non-utilisé d'une telle subvention annuelle, attribuée a charge d'une année budgétaire antérieure, peut être déduit de la subvention allouée à charge de la présente année budgétaire au même acteur indirect.
Dès lors, le plan d'action ou le programme annuel approuvé pour l'année budgétaire nouvelle sera financé avec des moyens nouveaux à engager, et avec des moyens dont dispose encore l'acteur indirect, suite aux montants non-utilisés dans le cadre des plans d'action ou des programmes annuels antérieurs.
Cet article concerne les allocations de base suivantes: 54.20.35.70, 54.20.54.62, 54.21.35.65, 54.21.35.66, 54.22.33.32, 54.22.33.33, 54.23.45.01, 54.23.45.02, 54.24.45.52, 54.24.45.53, 54.24.45.54, 54.25.45.52, 54.25.45.53, 54.25.45.54 et 54.40.35.50.
Dès lors, le plan d'action ou le programme annuel approuvé pour l'année budgétaire nouvelle sera financé avec des moyens nouveaux à engager, et avec des moyens dont dispose encore l'acteur indirect, suite aux montants non-utilisés dans le cadre des plans d'action ou des programmes annuels antérieurs.
Cet article concerne les allocations de base suivantes: 54.20.35.70, 54.20.54.62, 54.21.35.65, 54.21.35.66, 54.22.33.32, 54.22.33.33, 54.23.45.01, 54.23.45.02, 54.24.45.52, 54.24.45.53, 54.24.45.54, 54.25.45.52, 54.25.45.53, 54.25.45.54 et 54.40.35.50.
Sectie 16. - Ministerie van Landsverdediging.
Section 16. - Ministère de la Défense nationale.
Art. 2.16.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 20.000 EUR aan de buitengewone rekenplichtigen verleend worden met het oog op de uitbetaling van uitgaven die 2.500 EUR niet overschrijden.
Art. 2.16.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 20.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires, à l'effet de payer des dépenses n'excédant pas 2.500 EUR.
Art. 2.16.2. In afwijking van artikel 41 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de vaste uitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel van het Ministerie van Landsverdediging het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening.
Mogen eveneens het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening zoals de vaste uitgaven : de vergoedingen voor begrafeniskosten, het kraamgeld alsmede de uitgaven voortvloeiend uit operaties en luchtreizen in het buitenland, lange zeereizen of uit de onmiddellijk te treffen maatregelen bij grond-, lucht- en zeeongeval, welk ook het bedrag van deze uitgaven weze.
Mogen eveneens het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening zoals de vaste uitgaven : de vergoedingen voor begrafeniskosten, het kraamgeld alsmede de uitgaven voortvloeiend uit operaties en luchtreizen in het buitenland, lange zeereizen of uit de onmiddellijk te treffen maatregelen bij grond-, lucht- en zeeongeval, welk ook het bedrag van deze uitgaven weze.
Art. 2.16.2. Par dérogation à l'article 41 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les dépenses fixes se rapportant au personnel civil du Ministère de la Défense nationale peuvent faire l'objet d'ordonnances d'ouverture de crédit.
Peuvent également faire l'objet d'ordonnances d'ouverture de crédit au même titre que les dépenses fixes : les indemnités pour frais funéraires, les allocations de naissance ainsi que les dépenses résultant d'opérations et de voyages aériens à l'étranger, de croisières au long cours ou des mesures à prendre immédiatement en cas d'accident terrestre, aérien et naval, quel que soit le montant de ces dépenses.
Peuvent également faire l'objet d'ordonnances d'ouverture de crédit au même titre que les dépenses fixes : les indemnités pour frais funéraires, les allocations de naissance ainsi que les dépenses résultant d'opérations et de voyages aériens à l'étranger, de croisières au long cours ou des mesures à prendre immédiatement en cas d'accident terrestre, aérien et naval, quel que soit le montant de ces dépenses.
Art. 2.16.3. <W 2002-07-12/32, art. 2.16.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002> Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : de bijdragen aan internationale organismen opeisbaar ten gevolge van internationale akkoorden, de bestellingen en leveringen en prestaties gedaan bij buitenlandse regeringen of bij productieorganen en logistieke instellingen van de NAVO, alsmede de uitbetaling van de vergoedingen voor arbeidsongevallen en van de vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor materiële schade.
Art. 2.16.3. <L 2002-07-12/32, art. 2.16.1, 002; En vigueur : 23-08-2002> Des depenses relatives à des créances d'années antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants : les contributions aux organismes internationaux exigibles en vertu d'accords internationaux, les commandes de fournitures et prestations passées à des gouvernements étrangers et aux organismes de production et de logistique de l'OTAN ainsi que le paiement des indemnités pour accidents du travail et des indemnités au personnel de l'Etat pour dégâts matériels.
Art. 2.16.4. In afwijking van de bepalingen van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd om, in het kader zowel van de technische samenwerking en van de dringende hulpverlening aan derde landen, als van de onderlinge hulpverlening bepaald door artikel 3 van het Noordatlantisch Verdrag kosteloos over te gaan tot dienstverleningen en/of afstand van materieel en/of goederen uit de voorraden van de Krijgsmacht aan de landen waaraan een bijstand wordt verleend.
Art. 2.16.4. Par dérogation aux dispositions de l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de la Défense est autorisé, tant dans le cadre de la coopération technique et de l'aide d'urgence à des pays tiers, que dans celui de l'assistance mutuelle prévue à l'article 3 du Traité de l'Atlantique Nord, à procéder à titre gracieux à des prestations de service et/ou à céder du matériel et/ou des matières provenant des stocks des Forces armées aux pays auxquels une assistance est accordée.
Art. 2.16.5. De Minister van Landsverdediging is ertoe gemachtigd provisionele voorschotten uit te betalen op : a) de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade geleden door leden van het personeel of door derden;
b) de uitgaven in verband met de kosten voor verpleging in burgerinstellingen, met behandeling van lange duur en met de leveringen van farmaceutische producten door de burgerofficina's;
c) de kosten voor het gebruik van vreemde installaties.
b) de uitgaven in verband met de kosten voor verpleging in burgerinstellingen, met behandeling van lange duur en met de leveringen van farmaceutische producten door de burgerofficina's;
c) de kosten voor het gebruik van vreemde installaties.
Art. 2.16.5. Le Ministre de la Défense est autorisé à liquider des avances provisionnelles sur : a) l'indemnisation à charge de l'Etat du chef des dommages subis par des membres du personnel ou par des tiers;
b) les dépenses relatives aux frais d'hospitalisation dans des établissements civils, aux traitements de longue durée et aux fournitures de produits pharmaceutiques par les officines civiles;
c) les frais d'utilisation d'installations étrangères.
b) les dépenses relatives aux frais d'hospitalisation dans des établissements civils, aux traitements de longue durée et aux fournitures de produits pharmaceutiques par les officines civiles;
c) les frais d'utilisation d'installations étrangères.
Art. 2.16.6. De fondsen nodig voor de betaling van de uitgaven betreffende de door het Ministerie van Landsverdediging in de Verenigde Staten van Amerika en in Canada te sluiten kopen mogen door middel van ordonnantiën van kredietopening bekomen worden. Deze opdrachten mogen via de onderhandelingsprocedure gesloten worden.
Deze fondsen mogen, ook na het verstrijken van het begrotingsjaar, aangewend worden voor het aanrekenen van de uitgaven die uit de voornoemde contracten voortvloeien.
Het overschot aan fondsen wordt in de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening, houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft overgelegd.
Mogen eveneens volgens de onderhandelingsprocedure aangegaan worden, de met de instellingen van het NAVO-Bevoorradings- en Herstellingssysteem (NAVO-Bevoorradings- en Herstellingsagentschap en zijn ondergeschikte afdelingen), gesloten kopen, evenals deze gesloten met een lidstaat van de NAVO, in het kader van een internationaal akkoord, dat de bevoorrading in wisselstukken, het onderhoud of het in goede staat houden van het ingezet materiaal tot doel heeft.
In geval van uitwisselingsprogramma's zal de financiële verrekening geschieden, hetzij op het ogenblik van de beëindigen van de overeenkomst, hetzij na een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de partijen. Het gebeurlijk saldo zal ofwel worden aangerekend op de begroting van Landsverdediging, of op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor wedergebruik van de ontvangsten voortvloeiend uit de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren en munitie.
Deze fondsen mogen, ook na het verstrijken van het begrotingsjaar, aangewend worden voor het aanrekenen van de uitgaven die uit de voornoemde contracten voortvloeien.
Het overschot aan fondsen wordt in de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening, houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft overgelegd.
Mogen eveneens volgens de onderhandelingsprocedure aangegaan worden, de met de instellingen van het NAVO-Bevoorradings- en Herstellingssysteem (NAVO-Bevoorradings- en Herstellingsagentschap en zijn ondergeschikte afdelingen), gesloten kopen, evenals deze gesloten met een lidstaat van de NAVO, in het kader van een internationaal akkoord, dat de bevoorrading in wisselstukken, het onderhoud of het in goede staat houden van het ingezet materiaal tot doel heeft.
In geval van uitwisselingsprogramma's zal de financiële verrekening geschieden, hetzij op het ogenblik van de beëindigen van de overeenkomst, hetzij na een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de partijen. Het gebeurlijk saldo zal ofwel worden aangerekend op de begroting van Landsverdediging, of op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor wedergebruik van de ontvangsten voortvloeiend uit de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren en munitie.
Art. 2.16.6. Les fonds nécessaires au paiement des dépenses relatives aux marchés a passer par le Ministère de la Défense nationale aux Etats-Unis d'Amérique et au Canada peuvent être obtenus au moyen d'ordonnances d'ouverture de crédit. Ces marchés peuvent être conclus selon la procédure négociée.
Ces fonds peuvent être utilisés également à l'issue de l'année budgétaire pour imputer les dépenses résultant des contrats précités.
Les fonds excédentaires sont reversés au Trésor dès que le comptable concerné a soumis à la Cour des comptes le compte de gestion comportant le décompte final des contrats pour lesquels ces fonds ont été alloués.
Peuvent également être conclus selon la procédure négociée, les marchés et les accords d'échange passés par les organismes du Système OTAN d'Approvisionnement et de Réparation (Agence OTAN d'Approvisionnement et de Réparation et ses organismes subordonnés), ainsi que les marches passés avec un pays membre de l'OTAN, agissant dans le cadre d'un accord international ayant comme objectif l'approvisionnement en pièces détachées, l'entretien ou la maintenance du matériel mis en oeuvre.
Le règlement financier de ces opérations pourra être exécuté par voie de compensation, soit lorsque la convention aura cessé ses effets, soit à l'expiration d'un délai convenu, soit par la commune volonté des parties en cause. Le solde éventuel sera imputé au budget de la Défense, ou au profit du fonds budgétaire de remploi des recettes provenant de l'aliénation de matériel, de matières ou de munitions excédentaires.
Ces fonds peuvent être utilisés également à l'issue de l'année budgétaire pour imputer les dépenses résultant des contrats précités.
Les fonds excédentaires sont reversés au Trésor dès que le comptable concerné a soumis à la Cour des comptes le compte de gestion comportant le décompte final des contrats pour lesquels ces fonds ont été alloués.
Peuvent également être conclus selon la procédure négociée, les marchés et les accords d'échange passés par les organismes du Système OTAN d'Approvisionnement et de Réparation (Agence OTAN d'Approvisionnement et de Réparation et ses organismes subordonnés), ainsi que les marches passés avec un pays membre de l'OTAN, agissant dans le cadre d'un accord international ayant comme objectif l'approvisionnement en pièces détachées, l'entretien ou la maintenance du matériel mis en oeuvre.
Le règlement financier de ces opérations pourra être exécuté par voie de compensation, soit lorsque la convention aura cessé ses effets, soit à l'expiration d'un délai convenu, soit par la commune volonté des parties en cause. Le solde éventuel sera imputé au budget de la Défense, ou au profit du fonds budgétaire de remploi des recettes provenant de l'aliénation de matériel, de matières ou de munitions excédentaires.
Art. 2.16.7. De Minister van Landsverdediging is uitsluitend bevoegd om beslissingen te nemen ter beslechting van de geschillen gerezen bij de keuring van de leveranties ingevolge de overeenkomsten gesloten door het Ministerie van Landsverdediging :
a) in de Verenigde Staten van Amerika, in Canada, met het NAVO-Bevoorradings- en Herstellingsagentschap en zijn ondergeschikte afdelingen;
b) met de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ingevolge het logistiek akkoord inzake de bevoorrading in onderdelen en andere uitrusting voor CVRT;
c) met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland ingevolge het akkoord betreffende de bevoorrading in onderdelen voor het wapensysteem LEOPARD en de ervan afgeleide versies.
a) in de Verenigde Staten van Amerika, in Canada, met het NAVO-Bevoorradings- en Herstellingsagentschap en zijn ondergeschikte afdelingen;
b) met de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ingevolge het logistiek akkoord inzake de bevoorrading in onderdelen en andere uitrusting voor CVRT;
c) met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland ingevolge het akkoord betreffende de bevoorrading in onderdelen voor het wapensysteem LEOPARD en de ervan afgeleide versies.
Art. 2.16.7. Relève de la décision exclusive du Ministre de la Défense nationale la résolution des litiges constatés lors de la réception des fournitures résultant de marchés passés par le Ministère de la Défense nationale :
a) aux Etats-Unis d'Amérique, au Canada, avec l'Agence OTAN d'Approvisionnement et de Réparation et ses organismes subordonnés;
b) avec le Gouvernement du Royaume-Uni de Grande Bretagne et d'Irlande du Nord, par suite de l'accord logistique en matière d'approvisionnement en pièces de rechange et autre équipement pour CVRT;
c) avec le Gouvernement de la République fédérale d'Allemagne, par suite de l'accord concernant l'approvisionnement en pièces de rechange pour le système d'arme LEOPARD et ses versions dérivées.
a) aux Etats-Unis d'Amérique, au Canada, avec l'Agence OTAN d'Approvisionnement et de Réparation et ses organismes subordonnés;
b) avec le Gouvernement du Royaume-Uni de Grande Bretagne et d'Irlande du Nord, par suite de l'accord logistique en matière d'approvisionnement en pièces de rechange et autre équipement pour CVRT;
c) avec le Gouvernement de la République fédérale d'Allemagne, par suite de l'accord concernant l'approvisionnement en pièces de rechange pour le système d'arme LEOPARD et ses versions dérivées.
Art. 2.16.8. De in Duitsland te verwezenlijken uitgaven mogen geschieden overeenkomstig de in de Bondsrepubliek geldende regels en het voorwerp uitmaken van ordonnantiën van kredietopening, welk ook het bedrag ervan moge wezen.
De op deze wijze verkregen fondsen mogen, ook na het verstrijken van het begrotingsjaar, aangewend worden voor het aanrekenen van de voornoemde uitgaven.
Het overschot aan fondsen wordt in de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft overgelegd.
De op deze wijze verkregen fondsen mogen, ook na het verstrijken van het begrotingsjaar, aangewend worden voor het aanrekenen van de voornoemde uitgaven.
Het overschot aan fondsen wordt in de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft overgelegd.
Art. 2.16.8. Les dépenses à réaliser en Allemagne peuvent être effectuées conformément aux règles en vigueur dans la République fédérale et faire l'objet d'ordonnances d'ouverture de credit, quel que soit leur montant.
Les fonds ainsi obtenus peuvent être utilisés également à l'issue de l'année budgétaire pour imputer les dépenses précitées.
Les fonds excédentaires sont reversés au Trésor dès que le comptable concerné a soumis à la Cour des comptes le compte de gestion comportant le décompte final des contrats pour lesquels ces fonds ont été alloués.
Les fonds ainsi obtenus peuvent être utilisés également à l'issue de l'année budgétaire pour imputer les dépenses précitées.
Les fonds excédentaires sont reversés au Trésor dès que le comptable concerné a soumis à la Cour des comptes le compte de gestion comportant le décompte final des contrats pour lesquels ces fonds ont été alloués.
Art. 2.16.9. Wat de overeenkomsten betreft die het voorwerp zijn van vereffeningen voor rekening van de NAVO-infrastructuur, dienen de inschrijvingen of offertes, al naargelang van het type van de overeenkomst, vergeleken te worden zonder rekening te houden met de belasting op de toegevoegde waarde en de douanerechten toegepast in de landen van de Europese Unie.
Art. 2.16.9. Pour les marchés faisant l'objet de liquidations pour compte de l'infrastructure OTAN, les soumissions ou les offres, suivant le type de marché, seront comparées sans tenir compte ni de la taxe sur la valeur ajoutée, ni des droits de douane appliqués dans les pays de l'Union européenne.
Art. 2.16.10. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 90/3 - SOCIALE HULP, HUISVESTING EN CULTUUR
1. Burgerlijke Sociale Dienst.
2. Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (CDSCA).
PROGRAMMA 90/4 - NATIONALE ERKENNING
1. V.Z.W. " Luchtcadetten van België ".
2. Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveofficieren.
3. Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveonderofficieren.
4. V.Z.W. " Nationaal Centrum voor Parachutisme ".
5. V.Z.W. " Tank Museum ".
6. V.Z.W. " Brussels Air Museum Foundation ".
7. V.Z.W. " De Vrienden van de Sectie Marine van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis ".
8. V.Z.W. " De Vrienden van de Muziekkapel van de Gidsen ".
9. V.Z.W. " Belgian Air Force Symphonic Band Foundation ".
(10. 10. V.Z.W. " Marinecadetten van België ".) <W 2002-07-12/32, art. 2.16.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 90/3 - SOCIALE HULP, HUISVESTING EN CULTUUR
1. Burgerlijke Sociale Dienst.
2. Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (CDSCA).
PROGRAMMA 90/4 - NATIONALE ERKENNING
1. V.Z.W. " Luchtcadetten van België ".
2. Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveofficieren.
3. Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveonderofficieren.
4. V.Z.W. " Nationaal Centrum voor Parachutisme ".
5. V.Z.W. " Tank Museum ".
6. V.Z.W. " Brussels Air Museum Foundation ".
7. V.Z.W. " De Vrienden van de Sectie Marine van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis ".
8. V.Z.W. " De Vrienden van de Muziekkapel van de Gidsen ".
9. V.Z.W. " Belgian Air Force Symphonic Band Foundation ".
(10. 10. V.Z.W. " Marinecadetten van België ".) <W 2002-07-12/32, art. 2.16.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. 2.16.10. Dans les limites des crédits inscrits pour les allocations de base concernées, les subventions suivantes peuvent être accordées :
PROGRAMME 90/3 - AIDE SOCIALE,
LOGEMENT ET CULTURE
1. Service social civil.
2. Office central d'Action sociale et culturelle (OCASC).
PROGRAMME 90/4 - RECONNAISSANCE NATIONALE
1. A.S.B.L. " Cadets de l'Air de Belgique ".
2. Union royale nationale des Officiers de Réserve.
3. Union royale nationale des Sous-Officiers de Réserve.
4. A.S.B.L. " Centre national de Parachutisme ".
5. A.S.B.L. " Tank Museum ".
6. A.S.B.L. " Brussels Air Museum Foundation ".
7. A.S.B.L. " Les Amis de la Section Marine du Musée royal de l'Armée et d'Histoire militaire ".
8. A.S.B.L. " Les Amis de la Musique des Guides ".
9. A.S.B.L. " Belgian Air Force Symphonic Band Foundation ".
(10. A.S.B.L. " Cadets de la Marine de Belgique ".) <L 2002-07-12/32, art. 2.16.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 90/3 - AIDE SOCIALE,
LOGEMENT ET CULTURE
1. Service social civil.
2. Office central d'Action sociale et culturelle (OCASC).
PROGRAMME 90/4 - RECONNAISSANCE NATIONALE
1. A.S.B.L. " Cadets de l'Air de Belgique ".
2. Union royale nationale des Officiers de Réserve.
3. Union royale nationale des Sous-Officiers de Réserve.
4. A.S.B.L. " Centre national de Parachutisme ".
5. A.S.B.L. " Tank Museum ".
6. A.S.B.L. " Brussels Air Museum Foundation ".
7. A.S.B.L. " Les Amis de la Section Marine du Musée royal de l'Armée et d'Histoire militaire ".
8. A.S.B.L. " Les Amis de la Musique des Guides ".
9. A.S.B.L. " Belgian Air Force Symphonic Band Foundation ".
(10. A.S.B.L. " Cadets de la Marine de Belgique ".) <L 2002-07-12/32, art. 2.16.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.16.11. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening 87.07.01.25.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde " - Rekening-courant van de betalings- en terugbetalingsverrichtingen van bezoldigingen voor rekening van andere departementen of diensten, van buitenlandse of internationale instellingen, of van andere derden - een debetstand van deze rekening veroorzaken.
Art. 2.16.11. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives au compte 87.07.01.25.B de la section " Opérations d'ordre de la Tresorerie " - Compte courant des opérations de paiement et de remboursement de rémunérations pour compte d'autres départements ou services, d'organismes étrangers ou internationaux, ou d'autres tiers - créent une position débitrice de ce compte.
Art. 2.16.12. De voor orde verrichte ontvangsten en uitgaven in het kader van verdragen en internationale en nationale akkoorden zullen geboekt worden op de rekening 82.04.01.68.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ".
Deze rekening mag een debetsaldo vertonen gedurende een periode van maximum zes maanden.
De wetgeving inzake overheidsopdrachten en de daarbij horende delegaties zijn van toepassing op de uitgavenverrichtingen.
Tevens worden deze verrichtingen onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
Deze rekening mag een debetsaldo vertonen gedurende een periode van maximum zes maanden.
De wetgeving inzake overheidsopdrachten en de daarbij horende delegaties zijn van toepassing op de uitgavenverrichtingen.
Tevens worden deze verrichtingen onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
Art. 2.16.12. Les opérations de recettes et de dépenses pour ordre effectuées dans le cadre de traités ou accords internationaux et nationaux seront réalisées au moyen du compte 82.04.01.68.B de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ".
Ce compte peut présenter un solde débiteur pendant une période de maximum six mois.
La législation des marchés au nom de l'Etat ainsi que le système de délégation correspondant sont d'application aux opérations de dépenses.
Ces dernières sont soumises, préalablement à tout engagement juridique, à l'avis de l'Inspecteur des Finances conformément aux dispositions des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'au visa de la Cour des comptes au sens de l'article 14 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
Ce compte peut présenter un solde débiteur pendant une période de maximum six mois.
La législation des marchés au nom de l'Etat ainsi que le système de délégation correspondant sont d'application aux opérations de dépenses.
Ces dernières sont soumises, préalablement à tout engagement juridique, à l'avis de l'Inspecteur des Finances conformément aux dispositions des articles 14 et 15 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'au visa de la Cour des comptes au sens de l'article 14 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
Art. 2.16.13. De Minister van Landsverdediging is gemachtigd ten belope van 3.718.000 EUR de ontvangsten aan te wenden die voortvloeien uit de interesttegoeden opgebracht door uitstaande voorschotten bij de " Federal Reserve Bank of New York " in het kader van de overheidsopdrachten nopens de levering van vliegtuigen, logistieke steun, grondinstallaties en bijkomende kosten voor het geheel van de F-16 vloot.
Deze interesttegoeden zullen aangerekend worden op de rekening 87.07.03.27C van de Sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ". Ze zullen aangewend worden tot dekking van de uitgaven voortvloeiend uit de bovenvermelde overheidsopdrachten.
Deze interesttegoeden zullen aangerekend worden op de rekening 87.07.03.27C van de Sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ". Ze zullen aangewend worden tot dekking van de uitgaven voortvloeiend uit de bovenvermelde overheidsopdrachten.
Art. 2.16.13. Le Ministre de la Défense est autorisé à utiliser, à concurrence de 3.718.000 EUR, les recettes provenant des intérêts génerés par les avances déposées auprès de la " Federal Reserve Bank of New York " dans le cadre des marchés relatifs à la fourniture des avions, du support logistique, des installations au sol et aux frais connexes pour l'ensemble de la flotte F-16.
Ces intérêts seront imputés au compte 87.07.03.27C de la Section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ". Ils y seront utilisés en couverture des dépenses résultant des marchés précités.
Ces intérêts seront imputés au compte 87.07.03.27C de la Section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ". Ils y seront utilisés en couverture des dépenses résultant des marchés précités.
Art. 2.16.14. In afwijking van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, is de Minister van Landsverdediging gemachtigd het meubilair dat ter beschikking is gesteld van de gezinnen gehuisvest in woningen beheerd door de Belgische militaire overheid in Duitsland, te laten verkopen. Dit meubilair zal ter plaatse door deze overheid verkocht worden aan de betrokken gezinnen, die als gevolg van de herstructurering van de Krijgsmacht naar België terugkeren.
De opbrengst van deze verkoop zal aangerekend worden op de Rijksmiddelenbegroting tot dekking van de algemene behoeften van de Schatkist.
De opbrengst van deze verkoop zal aangerekend worden op de Rijksmiddelenbegroting tot dekking van de algemene behoeften van de Schatkist.
Art. 2.16.14. Par dérogation à l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de la Défense est autorisé à faire vendre le mobilier mis à la disposition des familles occupant les logements gérés par l'autorité militaire belge en Allemagne. Ce mobilier sera vendu sur place par ladite autorité aux familles concernées qui, par suite de la restructuration des Forces armées rentreront en Belgique.
Le produit de cette vente sera imputé au Budget des Voies et Moyens en couverture des besoins généraux du Trésor.
Le produit de cette vente sera imputé au Budget des Voies et Moyens en couverture des besoins généraux du Trésor.
Art. 2.16.15. Behoudens de gevallen waarin het beroep op de Krijgsmacht krachtens de wet is geregeld, mogen eenheden worden ingezet in het kader van tegen betaling uitgevoerde prestaties van openbaar nut, met humanitair of cultureel oogmerk, of inzake hulp aan de natie.
In afwijking van de voorgaande paragraaf, zullen de prestaties die uitgevoerd worden ten voordele van de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap (CDSCA) evenals deze ten voordele van verscheidene publieke instanties behorende tot de burgerlijke dienst, die tengevolge van de definitieve terugtrekking van de Krijgsmacht uit Duitsland hun bezittingen dienen te repatriëren gratis uitgevoerd worden.
(In afwijking van het artikel 28 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, kunnen de prestaties die uitgevoerd worden ten voordele van publieke instanties gratis uitgevoerd worden. De Minister van Defensie wordt belast met de uitvoeringsmodaliteiten van deze vrijstelling.) <W 2002-07-12/32, art. 2.16.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
In afwijking van de voorgaande paragraaf, zullen de prestaties die uitgevoerd worden ten voordele van de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap (CDSCA) evenals deze ten voordele van verscheidene publieke instanties behorende tot de burgerlijke dienst, die tengevolge van de definitieve terugtrekking van de Krijgsmacht uit Duitsland hun bezittingen dienen te repatriëren gratis uitgevoerd worden.
(In afwijking van het artikel 28 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, kunnen de prestaties die uitgevoerd worden ten voordele van publieke instanties gratis uitgevoerd worden. De Minister van Defensie wordt belast met de uitvoeringsmodaliteiten van deze vrijstelling.) <W 2002-07-12/32, art. 2.16.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. 2.16.15. Hormis les cas où il est fait appel aux Forces armées en vertu de la loi, des unités peuvent être affectées à des prestations d'utilité publique, ayant un but culturel ou humanitaire, ou d'aide à la Nation, effectuées contre paiement.
Par dérogation au paragraphe précedent, les prestations effectuées au profit de l'Office central d'Action sociale et culturelle au profit des membres de la communauté militaire (OCASC) ainsi qu'à divers organismes publics appartenant à l'élément civil en vue d'assurer le repatriement de leur patrimoine, suite au retrait définitif des Forces armées en Allemagne, sont effectuées à titre gracieux.
(Par dérogation à l'article 28 des lois coordonnées sur la comptabilite de l'Etat, les prestations effectuées au profit des organismes d'intérêt public peuvent être effectuées à titre gracieux. Le Ministre de la Défense est chargé de fixer les modalités de cette gratuité.) <L 2002-07-12/32, art. 2.16.3, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Par dérogation au paragraphe précedent, les prestations effectuées au profit de l'Office central d'Action sociale et culturelle au profit des membres de la communauté militaire (OCASC) ainsi qu'à divers organismes publics appartenant à l'élément civil en vue d'assurer le repatriement de leur patrimoine, suite au retrait définitif des Forces armées en Allemagne, sont effectuées à titre gracieux.
(Par dérogation à l'article 28 des lois coordonnées sur la comptabilite de l'Etat, les prestations effectuées au profit des organismes d'intérêt public peuvent être effectuées à titre gracieux. Le Ministre de la Défense est chargé de fixer les modalités de cette gratuité.) <L 2002-07-12/32, art. 2.16.3, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.16.16. De Centrale Dienst voor Sociale en Culturele actie ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap (CDSCA) wordt gemachtigd de opdrachten die voorzien zijn in artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 januari 1978, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 december 1998, tot vaststelling van de taak en tot regeling van de organisatie en de werkwijze van dit organisme te verzekeren ten gunste van de personeelsleden van de Federale Politie.
De personeelsleden van Landsverdediging, die in toepassing van artikel 11, § 2, van de wet van 10 april 1973, houdende oprichting van de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (CDSCA) ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap, ter beschikking zijn gesteld van CDSCA, blijven ten laste van de begroting van Landsverdediging.
De personeelsleden van Landsverdediging, die in toepassing van artikel 11, § 2, van de wet van 10 april 1973, houdende oprichting van de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (CDSCA) ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap, ter beschikking zijn gesteld van CDSCA, blijven ten laste van de begroting van Landsverdediging.
Art. 2.16.16. L'Office central d'Action sociale et culturelle au profit des membres de la communauté militaire (OCASC) est autorisé à assurer les missions telles que prévues à l'article 1er de l'arreté royal du 10 janvier 1978, modifié par l'arrêté royal du 7 décembre 1998, déterminant la mission et réglant l'organisation et le fonctionnement de cet organisme, au profit des membres du personnel de la Police fédérale.
Les membres du personnel de la Défense nationale qui, en application de l'article 11, § 2, de la loi du 10 avril 1973 portant création de l'Office central d'Action sociale et culturelle (OCASC) au profit des membres de la communauté militaire, sont mis à la disposition de l'OCASC, restent à la charge du budget de la Défense nationale.
Les membres du personnel de la Défense nationale qui, en application de l'article 11, § 2, de la loi du 10 avril 1973 portant création de l'Office central d'Action sociale et culturelle (OCASC) au profit des membres de la communauté militaire, sont mis à la disposition de l'OCASC, restent à la charge du budget de la Défense nationale.
Art. 2.16.17. <W 2002-07-12/32, art. 2.16.4, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
De bezwaarde saldi op 31 december 2001 van de rekeningen 87.07.04.28 B, 87.07.06.30 B, 87.07.09.33 B, 87.07.10.34 B en 87.07.12.3 6 A van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" moeten overgedragen worden op de respectievelijke begrotingsfondsen.
Om de continuïteit van de dienst te verzekeren zullen gedurende de overgangsfase, de opeisbare schuldvorderingen na 1 januari 2002 kunnen betaald worden ten laste van de bedoelde rekeningen van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde".
De bezwaarde saldi op 31 december 2001 van de rekeningen 87.07.04.28 B, 87.07.06.30 B, 87.07.09.33 B, 87.07.10.34 B en 87.07.12.3 6 A van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" moeten overgedragen worden op de respectievelijke begrotingsfondsen.
Om de continuïteit van de dienst te verzekeren zullen gedurende de overgangsfase, de opeisbare schuldvorderingen na 1 januari 2002 kunnen betaald worden ten laste van de bedoelde rekeningen van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde".
Art. 2.16.17. Par dérogation aux dispositions de l'article 28, 2e alinéa, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de la Défense est autorisé, à valoriser les prestations fournies à la Police fédérale, à l'exception de celles ayant trait au personnel mis de façon permanente à la disposition de cette dernière, et à indemniser les prestations fournies par la police fédérale, sur base des coûts supplémentaires occasionnés.
Hormis les prestations occasionnelles, la couverture financière des prestations dont le volume est connu a priori fait l'objet d'une mise à disposition de crédits dont le montant est déterminé par l'estimation des prestations à réaliser et le décompte de celles réellement effectuées antérieurement.
Hormis les prestations occasionnelles, la couverture financière des prestations dont le volume est connu a priori fait l'objet d'une mise à disposition de crédits dont le montant est déterminé par l'estimation des prestations à réaliser et le décompte de celles réellement effectuées antérieurement.
Art. 2.16.18. De Minister van Landsverdediging is gemachtigd, met vreemde landen overeenkomsten te sluiten tot wederzijdse dienstverlening, in het kader van een internationale integratie van de Krijgsmacht of ter voorziening in dringende behoeften.
De financiële regeling van deze wederzijdse operaties kan bij wijze van verrekening geschieden hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het gebeurlijk saldo zal worden aangerekend ofwel op de begroting van Landsverdediging, ofwel op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor prestaties tegen betaling.
De Minister van Landsverdediging is uiteindelijk gemachtigd, om, inzake materieel, waren, wapens en munitie, met andere departementen, Belgische of vreemde bedrijven en derde landen overeenkomsten van wederzijdse overdracht, ruil en lening te sluiten mits op die wijze de vernieuwing van de voor de Krijgsmacht bruikbare voorraden te bevorderen.
De financiële regeling van deze wederzijdse operaties kan bij wijze van verrekening geschieden hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het gebeurlijk saldo zal worden aangerekend ofwel op de begroting van Landsverdediging, ofwel op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor prestaties tegen betaling.
De Minister van Landsverdediging is uiteindelijk gemachtigd, om, inzake materieel, waren, wapens en munitie, met andere departementen, Belgische of vreemde bedrijven en derde landen overeenkomsten van wederzijdse overdracht, ruil en lening te sluiten mits op die wijze de vernieuwing van de voor de Krijgsmacht bruikbare voorraden te bevorderen.
Art. 2.16.18. Le Ministre de la Défense est autorisé, dans le cadre d'une intégration internationale des Forces armées, ou en vue de parer à des cas d'urgence, à conclure avec des pays étrangers des conventions de prestations réciproques de services.
Le règlement financier de ces opérations pourra être effectué par voie de compensation, soit lorsque la convention aura cessé ses effets, soit à l'expiration d'un délai convenu, soit par la commune volonté des parties en cause. Le solde éventuel fera l'objet d'une imputation, soit au Budget de la Défense nationale, soit au Budget des Voies et Moyens au profit du fonds budgétaire pour prestations contre paiement.
Le Ministre de la Défense est enfin autorisé, en ce qui concerne les matériels, les matières, les armes et les munitions à passer des conventions de cessions réciproques, d'échange et de prêt avec d'autres départements, des entreprises belges ou étrangères et des pays tiers pour autant que soit favorisé de cette façon le renouvellement des stocks utiles aux Forces armées.
Le règlement financier de ces opérations pourra être effectué par voie de compensation, soit lorsque la convention aura cessé ses effets, soit à l'expiration d'un délai convenu, soit par la commune volonté des parties en cause. Le solde éventuel fera l'objet d'une imputation, soit au Budget de la Défense nationale, soit au Budget des Voies et Moyens au profit du fonds budgétaire pour prestations contre paiement.
Le Ministre de la Défense est enfin autorisé, en ce qui concerne les matériels, les matières, les armes et les munitions à passer des conventions de cessions réciproques, d'échange et de prêt avec d'autres départements, des entreprises belges ou étrangères et des pays tiers pour autant que soit favorisé de cette façon le renouvellement des stocks utiles aux Forces armées.
Art. 2.16.19. De Minister van Landsverdediging of de door hem gedelegeerde ordonnateur wordt gemachtigd om, de onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen bestemd om terug te geven ten gevolge van de herstructurering, die rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek Duitsland of van een Land en die de krijgsmacht of de civiele dienst voor gebruik ter beschikking zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk terug te geven, en om de financiële weerslag van deze teruggave te bepalen na onderhandelingen met de Staat van verblijf.
De netto financiële tegenwaarde van deze overdrachten bepaald volgens artikel 52 van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten en het Protocol van ondertekening bij deze Aanvullende Overeenkomst, ondertekend op 3 augustus 1959 te Bonn, en goedgekeurd bij de wet van 6 mei 1963, zal het voorwerp zijn van een globale afrekening op het einde van de afstand van alle betrokken onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen.
Tussentijdse betalingen vanwege de Duitse Bondsrepubliek mogen geschieden.
(Het gebeurlijk saldo en/of de tussentijdse betalingen zal/zullen worden aanger ekend ofwel op de begroting van de betrokken departementen of instellingen van openbaar nut, ofwel op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van de rekening 87.07.10.34 B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" om, na afrekening met de vorenvermelde organismen, aangewend te worden tot dekking van uitgaven voortvloeiend uit infrastructuur- en/of saneringswerken aan de door de Krijgsmacht beheerde domeinen in België en/of Duitsland, of die het gevolg zijn van de teruggavehandelingen.) <W 2002-07-12/32, art. 2.16.5, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
De netto financiële tegenwaarde van deze overdrachten bepaald volgens artikel 52 van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten en het Protocol van ondertekening bij deze Aanvullende Overeenkomst, ondertekend op 3 augustus 1959 te Bonn, en goedgekeurd bij de wet van 6 mei 1963, zal het voorwerp zijn van een globale afrekening op het einde van de afstand van alle betrokken onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen.
Tussentijdse betalingen vanwege de Duitse Bondsrepubliek mogen geschieden.
(Het gebeurlijk saldo en/of de tussentijdse betalingen zal/zullen worden aanger ekend ofwel op de begroting van de betrokken departementen of instellingen van openbaar nut, ofwel op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van de rekening 87.07.10.34 B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" om, na afrekening met de vorenvermelde organismen, aangewend te worden tot dekking van uitgaven voortvloeiend uit infrastructuur- en/of saneringswerken aan de door de Krijgsmacht beheerde domeinen in België en/of Duitsland, of die het gevolg zijn van de teruggavehandelingen.) <W 2002-07-12/32, art. 2.16.5, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. 2.16.19. Le Ministre de la Défense ou l'ordonnateur délégué par lui est autorisé, à restituer, en totalité ou en partie, les biens immobiliers ou d'autres biens destinés à être restitués suite à la restructuration, qui appartiennent à la République fédérale d'Allemagne ou à un Land et qui ont été mis à la disposition de la force ou de l'élément civil pour usage, et de déterminer les répercussions financières de ces restitutions après négociation avec l'Etat de séjour.
La contrepartie financière nette de ces restitutions, déterminée sur la base de l'article 52 de l'Accord complétant la Convention entre les Etats Parties au Traité de l'Atlantique Nord sur le statut de leurs forces, en ce qui concerne les forces étrangères stationnées en République fédérale d'Allemagne et le Protocole de signature à l'Accord complémentaire, signés à Bonn le 3 août 1959 et approuvées par la loi du 6 mai 1963, fera l'objet d'un décompte global à l'issue de la restitution de tous les biens immobiliers ou autres biens concernés.
Des paiements partiels peuvent être effectués par la République fédérale d'Allemagne.
(Le solde éventuel et/ou les paiements partiels fera/feront l'objet d'une imputation soit au budget des départements et organismes d'intérêt public concernés, soit au Budget des Voies et Moyens au profit du compte d'ordre de la trésorerie 87.07.10.34 B pour, après décompte avec les organismes ci-avant, y être utilisé en couverture de dépenses résultant de travaux d'infrastructure et/ou d'assainissement aux domaines en Belgique et/ou Allemagne, gérés par les Forces armées ou lesquels sont connexes aux opérations de restitution.) <L 2002-07-12/32, art. 2.16.5, 002; En vigueur : 23-08-2002>
La contrepartie financière nette de ces restitutions, déterminée sur la base de l'article 52 de l'Accord complétant la Convention entre les Etats Parties au Traité de l'Atlantique Nord sur le statut de leurs forces, en ce qui concerne les forces étrangères stationnées en République fédérale d'Allemagne et le Protocole de signature à l'Accord complémentaire, signés à Bonn le 3 août 1959 et approuvées par la loi du 6 mai 1963, fera l'objet d'un décompte global à l'issue de la restitution de tous les biens immobiliers ou autres biens concernés.
Des paiements partiels peuvent être effectués par la République fédérale d'Allemagne.
(Le solde éventuel et/ou les paiements partiels fera/feront l'objet d'une imputation soit au budget des départements et organismes d'intérêt public concernés, soit au Budget des Voies et Moyens au profit du compte d'ordre de la trésorerie 87.07.10.34 B pour, après décompte avec les organismes ci-avant, y être utilisé en couverture de dépenses résultant de travaux d'infrastructure et/ou d'assainissement aux domaines en Belgique et/ou Allemagne, gérés par les Forces armées ou lesquels sont connexes aux opérations de restitution.) <L 2002-07-12/32, art. 2.16.5, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.16.20. De Minister van Landsverdediging is gemachtigd personeel in steun ter beschikking te stellen van de Burgerlijke sociale dienst.
Art. 2.16.20. Le Ministre de la Défense est autorisé à mettre du personnel en soutien à disposition du Service social civil.
Art. 2.16.21. De tijdens de operaties in het buitenland te verwezenlijken uitgaven met een hoogdringend karakter mogen geschieden in het kader van opdrachten die via de onderhandelingsprocedure mogen worden gegund. De beginselen van de wetgeving op de overheidsopdrachten zullen toegepast worden voor het afsluiten van voornoemde opdrachten, tenzij de plaatselijke omstandigheden dit niet toelaten.
Art. 2.16.21. Les dépenses à caractère très urgent à réaliser lors des opérations à l'étranger peuvent être exécutees dans le cadre des marchés pouvant être adjugés selon la procédure negociée. Les principes de base de la législation sur les marchés publics seront appliqués pour la conclusion des marchés précités à moins que les circonstances locales ne le permettent pas.
Art. 2.16.22. In afwijking van artikel 106 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, zijn definitief verworven door hen die ze hebben ontvangen, de bedragen ten onrechte betaald door het Ministerie van Landsverdediging vóór 1 januari 1998 voor toelagen waarvan de berekening verbonden is aan de jaarlijkse brutobezoldiging van de rechthebbende, voorzover de onrechtmatige betalingen het resultaat zijn van de toepassing van een foutieve berekeningsformule.
Art. 2.16.22. Par dérogation à l'article 106 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, sont définitivement acquises à ceux qui les ont perçues, les sommes payées indûment par le Ministère de la Défense nationale avant le 1 janvier 1998 pour les allocations dont le calcul est lié au traitement annuel brut du bénéficiaire pour autant que les paiements indus résultent de l'application d'une formule de calcul erronée.
Art. 2.16.23. De Minister van Landsverdediging wordt gemachtigd om, mits akkoord van de Minister van Begroting en door middel van een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, binnen de perken van de kredieten van de Sectie 16 - Landsverdediging, transfers te verrichten ten voordele van het programma 16-50-5, " Inzet ", teneinde het hoofd te bieden aan de specifieke noden verbonden aan de humanitaire en vredesondersteunende operaties.
Deze krediettransfers zullen zonder verwijl meegedeeld worden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof.
Deze krediettransfers zullen zonder verwijl meegedeeld worden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof.
Art. 2.16.23. Le Ministre de la Défense nationale est autorisé, moyennant l'accord du Ministre du Budget et par voie d'arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, dans les limites des crédits de la Section 16 - Défense nationale, de procéder à des transferts au profit du programme 16-50-5, " Mise en oeuvre ", afin de faire face aux besoins spécifiques liés aux opérations humanitaires et de soutien de la paix.
Ces transferts de crédits seront communiqués sans délai à la Chambre des représentants et à la Cour des comptes.
Ces transferts de crédits seront communiqués sans délai à la Chambre des représentants et à la Cour des comptes.
Art. 2.16.24. Het interdepartementaal provisioneel krediet ingeschreven in het programma 50/6 (BA 01.01) - interdepartementaal provisioneel krediet bestemd om de uitgaven van allerhande aard betreffende de specifieke maatregelen voor de verjonging van de Strijdkrachten te dekken - mag, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit en met akkoord van de Minister van Begroting.
Art. 2.16.24. Le crédit provisionnel interdépartemental inscrit au programme 50/6 (A.B. 01.01) - crédit provisionnel interdépartemental destiné à couvrir les dépenses de toute nature relatives aux mesures spécifiques de rajeunissement des Forces armées - peut être réparti, selon les besoins, entre les programmes appropriés des budgets des différents départements par voie d'arrêté royal et avec l'accord du Ministre du Budget.
Art. 2.16.25. In afwijking van de bepalingen van artikel 28, 2e lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de minister van Landsverdediging er toe gemachtigd met andere publieke instanties overeenkomsten af te sluiten voor het leveren van wederzijdse prestaties. De financiële regeling ervan zal bij wijze van verrekening geschieden, hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het gebeurlijk saldo zal ofwel in natura gecompenseerd worden ofwel worden aangerekend op de begroting van Landsverdediging (Algemene Uitgavenbegroting), of op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor prestaties tegen betaling.
Art. 2.16.25. Par dérogation aux dispositions de l'article 28, 2e alinéa, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le ministre de la Défense est autorisé à conclure des accords avec d'autres instances publiques dans le cadre de la fourniture de prestations réciproques. Le règlement financier de ces opérations pourra être exécuté par voie de compensation, soit lorsque la convention aura cessé ses effets, soit à l'expiration d'un délai convenu, soit par le commune volonté des parties en cause. Le solde éventuel fera l'objet soit d'une compensation en nature soit d'une imputation au budget de la Défense (Budget général des Dépenses), ou au Budget des Voies et Moyens au profit du fonds budgétaire pour prestations contre paiement.
Art. 2.16.26. In afwijking van de bepalingen van artikel 28, 2e lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de minister van Landsverdediging er toe gemachtigd door middel van een gezamenlijke financiering door het Koninkrijk België en het Groot-Hertogdom Luxemburg een strategisch transportschip aan te schaffen.
In afwijking van de bepalingen van artikel 19 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige werken-, leveringen- en dienstenopdrachten, wordt de minister van Landsverdediging er toe gemachtigd één enkele opdracht, die conform de bepalingen van voormelde wet van 24 december 1993 wordt gegund, af te sluiten, met als doel de gezamenlijke aankoop van een strategisch transportschip met het Groot-Hertogdom Luxemburg, dat hem hiertoe mandateert.
De uitgavenverrichtingen in het kader van deze opdracht worden onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
In afwijking van de bepalingen van artikel 19 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige werken-, leveringen- en dienstenopdrachten, wordt de minister van Landsverdediging er toe gemachtigd één enkele opdracht, die conform de bepalingen van voormelde wet van 24 december 1993 wordt gegund, af te sluiten, met als doel de gezamenlijke aankoop van een strategisch transportschip met het Groot-Hertogdom Luxemburg, dat hem hiertoe mandateert.
De uitgavenverrichtingen in het kader van deze opdracht worden onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
Art. 2.16.26. Par dérogation aux dispositions de l'article 28, 2e alinéa, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le ministre de la Défense est autorise à acquérir un navire de transport stratégique au moyen d'une participation financière conjointe du Royaume de Belgique et du Grand-Duché de Luxembourg.
Par dérogation aux dispositions de l'article 19 de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, le ministre de la Défense est autorisé à conclure un marché unique, attribué en conformité avec les dispositions de la loi du 24 décembre 1993 susmentionnée et visant à l'acquisition conjointe d'un navire de transport stratégique avec le Grand-Duché de Luxembourg qui le mandate à cet effet.
Les opérations de dépenses dans le cadre de ce marché sont soumises, préalablement à tout engagement juridique, à l'avis de l'Inspecteur des Finances conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'au visa de la Cour des comptes au sens de l'article 14 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
Par dérogation aux dispositions de l'article 19 de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, le ministre de la Défense est autorisé à conclure un marché unique, attribué en conformité avec les dispositions de la loi du 24 décembre 1993 susmentionnée et visant à l'acquisition conjointe d'un navire de transport stratégique avec le Grand-Duché de Luxembourg qui le mandate à cet effet.
Les opérations de dépenses dans le cadre de ce marché sont soumises, préalablement à tout engagement juridique, à l'avis de l'Inspecteur des Finances conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'au visa de la Cour des comptes au sens de l'article 14 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
Art. 2.16.27. De saldi van de ontvangsten op 31 december 2001 van de rekeningen 87.07.04.28.B, 87.07.10.34.B en 87.07.06.30.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde " zullen overgedragen worden op de respectievelijke begrotingsfondsen opgericht met art 41 van de programmawet van 19 juli voor het begrotingsjaar 2001.
Om de continuiteit van de dienst te verzekeren zullen gedurende de overgangsfase, de opeisbare schuldvorderingen na 1 januari 2002 kunnen betaald worden ten laste van de bedoelde rekeningen van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ", binnen de perken van de op deze rekeningen gerealiseerde ontvangsten, ten belope van :
- 8.870.000 EUR voor de rekening 87.07.04.28.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ".
- 23.830.000 EUR voor de rekening 87.07.06.30.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ".
- 1.380.000 EUR voor de rekening 87.07.10.34.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ".
Om de continuiteit van de dienst te verzekeren zullen gedurende de overgangsfase, de opeisbare schuldvorderingen na 1 januari 2002 kunnen betaald worden ten laste van de bedoelde rekeningen van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ", binnen de perken van de op deze rekeningen gerealiseerde ontvangsten, ten belope van :
- 8.870.000 EUR voor de rekening 87.07.04.28.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ".
- 23.830.000 EUR voor de rekening 87.07.06.30.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ".
- 1.380.000 EUR voor de rekening 87.07.10.34.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde ".
Art. 2.16.27. <L 2002-07-12/32, art. 2.16.4, 002; En vigueur : 23-08-2002> Les soldes affectés au 31 décembre 2001 des comptes 87.07.04.28 B, 87.07.06.30 B, 87.07.09.33 B, 87.07.10.34 B et 87.07.12.36 A de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie" doivent être transférés aux fonds budgétaires respectifs.
Pour garantir la continuité du service pendant la phase transitoire, les créances exigibles pourront être payées après le 1 janvier 2002 à charge de ces comptes de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie"4.28.B de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ".
- 23.830.000 EUR pour le compte 87.07.06.30.B de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ".
- 1.320.000 EUR pour le compte 87.07.10.34.B de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ".
Pour garantir la continuité du service pendant la phase transitoire, les créances exigibles pourront être payées après le 1 janvier 2002 à charge de ces comptes de la section "Opérations d'ordre de la Trésorerie"4.28.B de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ".
- 23.830.000 EUR pour le compte 87.07.06.30.B de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ".
- 1.320.000 EUR pour le compte 87.07.10.34.B de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie ".
Sectie 17. - Federale politie en geïntegreerde werking.
Section 17. - Police fédérale et fonctionnement intégré.
Art. 2.17.1. De Minister van Binnenlandse Zaken is ertoe gemachtigd op de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade, geleden door leden van het personeel of door derden, provisionele voorschotten te betalen
Art. 2.17.1. Le Ministre de l'Intérieur est autorisé à liquider des avances provisionnelles sur l'indemnisation à charge de l'Etat du chef de dommages subis par des membres du personnel ou par des tiers.
Art. 2.17.2. De vergoedingen voor begrafeniskosten, alsmede het kraamgeld, mogen het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening zoals de vaste uitgaven.
Art. 2.17.2. Les indemnités pour frais funéraires, ainsi que les allocations de naissance, peuvent faire l'objet d'ordonnances d'ouverture de crédit au même titre que les dépenses fixes.
Art. 2.17.3. De kosten voor verpleging in het buitenland mogen bij wijze van provisie worden betaald.
Art. 2.17.3. Les frais pour soins de santé à l'étranger peuvent être payés au moyen de provisions.
Art. 2.17.4. Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kan de volgende toelage toegekend worden :
PROGRAMMA 44/1 - COORDINATIE EN WERKING
- aan de v.z.w. " Sociale Dienst van de geïntegreerde politie " : aandeel ten laste genomen van de begroting als bijdrage in de personeelsuitgaven, in de algemene werkingsuitgaven en in de uitgaven voor interventies;
- aan het Centrum voor Politiestudies.
PROGRAMMA 90/1 - FEDERALE DOTATIE
- aan de meergemeentepolitiezones en aan de gemeenten: bijdrage van de Federale overheid in de personeels-, de werkings- en de investeringsuitgaven, in de meerkost voortvloeiend uit de stijging van de patronale bijdragen en in de initiatieven tot aanmoediging van de mobiliteit van boventallige ex-rijkswachters naar zones met een tekort aan politieambtenaren;
- aan bepaalde gemeenten : bijdrage van de Federale overheid in de kost van het burgerpersoneel van het politieluik in de veiligheidscontracten;
- aan bepaalde gemeenten : bijdrage van de federale overheid in de kost van de supralokale investeringen;
PROGRAMMA 90/2 - FEDERALE STEUN
- aan de v.z.w. " Sociale Dienst van de geïntegreerde politie " : aandeel ten laste genomen van de begroting als bijdrage in de personeelsuitgaven, in de algemene werkingsuitgaven en in de uitgaven voor interventies;
- aan de erkende politiescholen, trainings- en opleidingscentra en aan universitaire instellingen, voor bijscholings- en specialiteitscycli die er ten behoeve van politieofficieren worden ingericht;
- aan bepaalde gemeenten : bijdrage van de federale Overheid in de financiering van de projecten tot stimulering van de aanwerving van allochtonen in de lokale politie;
- aan bepaalde meergemeentepolitiezones en gemeenten : bijdrage van de federale Overheid in de financiering van de werkingskosten aangegaan voor het instandhouden van 101-centrales;
- aan bepaalde meergemeentepolitiezones en gemeenten : bijdrage van de federale Overheid in de investeringsuitgaven met het oog op het bereiken van de vereiste basisconfiguratie, bepaald bij de doorlichting van de informatiemiddelen van de politiezones.
(- aan de V.Z.W. " Fonds Sociale Solidariteit bij de Politiediensten " (FSSPol) : het bedrag ten laste genomen van de begroting ter terugbetaling van de interventies die, in de periode tussen 1 juli 2001 en het ogenblik van de oprichting van de Sociale Dienst en op vraag van de directie sociale aangelegenheden van de Algemene Directie van het personeelsbeheer van de federale politie, door de V.Z.W. gedaan worden, ten voordele van de personeelsleden van de geïntegreerde politie;
- aan verschillende V.Z.W.'s die de integratie van de lokale en federale politie bevorderen : tussenkomst van de federale overheid in de financiering van hun projecten.) <W 2002-07-12/32, art. 2.17.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 44/1 - COORDINATIE EN WERKING
- aan de v.z.w. " Sociale Dienst van de geïntegreerde politie " : aandeel ten laste genomen van de begroting als bijdrage in de personeelsuitgaven, in de algemene werkingsuitgaven en in de uitgaven voor interventies;
- aan het Centrum voor Politiestudies.
PROGRAMMA 90/1 - FEDERALE DOTATIE
- aan de meergemeentepolitiezones en aan de gemeenten: bijdrage van de Federale overheid in de personeels-, de werkings- en de investeringsuitgaven, in de meerkost voortvloeiend uit de stijging van de patronale bijdragen en in de initiatieven tot aanmoediging van de mobiliteit van boventallige ex-rijkswachters naar zones met een tekort aan politieambtenaren;
- aan bepaalde gemeenten : bijdrage van de Federale overheid in de kost van het burgerpersoneel van het politieluik in de veiligheidscontracten;
- aan bepaalde gemeenten : bijdrage van de federale overheid in de kost van de supralokale investeringen;
PROGRAMMA 90/2 - FEDERALE STEUN
- aan de v.z.w. " Sociale Dienst van de geïntegreerde politie " : aandeel ten laste genomen van de begroting als bijdrage in de personeelsuitgaven, in de algemene werkingsuitgaven en in de uitgaven voor interventies;
- aan de erkende politiescholen, trainings- en opleidingscentra en aan universitaire instellingen, voor bijscholings- en specialiteitscycli die er ten behoeve van politieofficieren worden ingericht;
- aan bepaalde gemeenten : bijdrage van de federale Overheid in de financiering van de projecten tot stimulering van de aanwerving van allochtonen in de lokale politie;
- aan bepaalde meergemeentepolitiezones en gemeenten : bijdrage van de federale Overheid in de financiering van de werkingskosten aangegaan voor het instandhouden van 101-centrales;
- aan bepaalde meergemeentepolitiezones en gemeenten : bijdrage van de federale Overheid in de investeringsuitgaven met het oog op het bereiken van de vereiste basisconfiguratie, bepaald bij de doorlichting van de informatiemiddelen van de politiezones.
(- aan de V.Z.W. " Fonds Sociale Solidariteit bij de Politiediensten " (FSSPol) : het bedrag ten laste genomen van de begroting ter terugbetaling van de interventies die, in de periode tussen 1 juli 2001 en het ogenblik van de oprichting van de Sociale Dienst en op vraag van de directie sociale aangelegenheden van de Algemene Directie van het personeelsbeheer van de federale politie, door de V.Z.W. gedaan worden, ten voordele van de personeelsleden van de geïntegreerde politie;
- aan verschillende V.Z.W.'s die de integratie van de lokale en federale politie bevorderen : tussenkomst van de federale overheid in de financiering van hun projecten.) <W 2002-07-12/32, art. 2.17.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. 2.17.4. Dans les limites de l'allocation de base concernée, la subvention suivante peut être accordée :
PROGRAMME 44/1 - COORDINATION ET FONCTIONNEMENT
- à l'a.s.b.l. " Service social de la Police intégrée " : quote-part prise à charge du budget comme contribution dans les dépenses de personnel, les dépenses générales de fonctionnement et les dépenses d'intervention;
- au Centre d'Etudes de Police.
PROGRAMME 90/1 - DOTATION FEDERALE
- aux zones de police pluricommunales et aux communes: contribution de l'Etat fédéral dans les dépenses de personnel, de fonctionnement et d'investissement de la police locale, dans le coût supplémentaire découlant de l'augmentation des cotisations patronales et dans les initiatives pour l'encouragement de la mobilité d'ex-gendarmes en surnombre vers des zones déficitaires en fonctionnaires de police;
- à certaines communes : contribution de l'Etat fédéral dans le coût du personnel civil pour le volet policier des contrats de sécurité.
- à certaines communes : contribution de l'Etat fédéral dans le coût des investissements de nature supralocale.
PROGRAMME 90/2 - APPUI FEDERAL
- à l'a.s.b.l. " Service social de la Police intégrée " : quote-part prise à charge du budget comme contribution dans les dépenses de personnel, les dépenses générales de fonctionnement et les dépenses d'intervention.
- aux écoles et centres d'entraînement et de formation agréés et aux organismes universitaires, pour des cycles de recyclage et de spécialisation qui y sont organisés en faveur des officiers de police;
- à certaines communes : contribution de l'Etat fédéral dans le financement de projets afin de stimuler le recrutement d'allochtones dans la police locale;
- à certaines zones de police pluricommunales et communes : contribution de l'Etat fédéral dans le financement des coûts de fonctionnement encourus pour le maintien des centrales 101;
- à certaines zones de police pluricommunales et communes : contribution de l'Etat fédéral dans les dépenses d'investissements afin d'atteindre la configuration de base requise, déterminée lors de la radioscopie des moyens informatiques des zones de police.
(- à l'A.S.B.L. " Fonds de Solidarité sociale des Services de Police " (FSSPol) : le montant pris à charge du budget, en remboursement des interventions réalisées par l'A.S.B.L., pendant la période du 1 juillet 2001 et le montant de la création du Service social au profit des membres de la police intégrée, à la demande de la direction des affaires sociales de la Direction générale des ressources humaines de la police fédérale;
- à diverses A.S.B.L. qui favorisent l'intégration des polices locale et fédérale : intervention de l'autorité fédérale dans le financement de leurs projets.) <L 2002-07-12/32, art. 2.17.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 44/1 - COORDINATION ET FONCTIONNEMENT
- à l'a.s.b.l. " Service social de la Police intégrée " : quote-part prise à charge du budget comme contribution dans les dépenses de personnel, les dépenses générales de fonctionnement et les dépenses d'intervention;
- au Centre d'Etudes de Police.
PROGRAMME 90/1 - DOTATION FEDERALE
- aux zones de police pluricommunales et aux communes: contribution de l'Etat fédéral dans les dépenses de personnel, de fonctionnement et d'investissement de la police locale, dans le coût supplémentaire découlant de l'augmentation des cotisations patronales et dans les initiatives pour l'encouragement de la mobilité d'ex-gendarmes en surnombre vers des zones déficitaires en fonctionnaires de police;
- à certaines communes : contribution de l'Etat fédéral dans le coût du personnel civil pour le volet policier des contrats de sécurité.
- à certaines communes : contribution de l'Etat fédéral dans le coût des investissements de nature supralocale.
PROGRAMME 90/2 - APPUI FEDERAL
- à l'a.s.b.l. " Service social de la Police intégrée " : quote-part prise à charge du budget comme contribution dans les dépenses de personnel, les dépenses générales de fonctionnement et les dépenses d'intervention.
- aux écoles et centres d'entraînement et de formation agréés et aux organismes universitaires, pour des cycles de recyclage et de spécialisation qui y sont organisés en faveur des officiers de police;
- à certaines communes : contribution de l'Etat fédéral dans le financement de projets afin de stimuler le recrutement d'allochtones dans la police locale;
- à certaines zones de police pluricommunales et communes : contribution de l'Etat fédéral dans le financement des coûts de fonctionnement encourus pour le maintien des centrales 101;
- à certaines zones de police pluricommunales et communes : contribution de l'Etat fédéral dans les dépenses d'investissements afin d'atteindre la configuration de base requise, déterminée lors de la radioscopie des moyens informatiques des zones de police.
(- à l'A.S.B.L. " Fonds de Solidarité sociale des Services de Police " (FSSPol) : le montant pris à charge du budget, en remboursement des interventions réalisées par l'A.S.B.L., pendant la période du 1 juillet 2001 et le montant de la création du Service social au profit des membres de la police intégrée, à la demande de la direction des affaires sociales de la Direction générale des ressources humaines de la police fédérale;
- à diverses A.S.B.L. qui favorisent l'intégration des polices locale et fédérale : intervention de l'autorité fédérale dans le financement de leurs projets.) <L 2002-07-12/32, art. 2.17.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.17.5. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
1. de uitbetaling van de vergoedingen voor arbeidsongevallen;
2. de vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor materiële schade;
3. de leveringen gedaan door burger- of aangenomen apothekers alsmede voor tand- of heelkundige prothesen.
1. de uitbetaling van de vergoedingen voor arbeidsongevallen;
2. de vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor materiële schade;
3. de leveringen gedaan door burger- of aangenomen apothekers alsmede voor tand- of heelkundige prothesen.
Art. 2.17.5. Des dépenses relatives à des créances d'annees antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants :
1. le paiement des indemnités pour accidents du travail;
2. les indemnités au personnel de l'Etat pour dégâts matériels;
3. les fournitures effectuées par les pharmaciens civils ou agreés et pour les prothèses dentaires et chirurgicales.
1. le paiement des indemnités pour accidents du travail;
2. les indemnités au personnel de l'Etat pour dégâts matériels;
3. les fournitures effectuées par les pharmaciens civils ou agreés et pour les prothèses dentaires et chirurgicales.
Art. 2.17.6. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening 87.07.50.00.B van de sectie " Thesaurieverrichtingen voor orde " - Rekening-courant van de betalings- en terugbetalingsverrichtingen van bezoldigingen voor rekening van andere departementen of diensten, van buitenlandse of internationale instellingen, of van andere derden - een debetstand van deze rekening veroorzaken.
Art. 2.17.6. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives au compte 87.07.50.00.B de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie " - Compte courant des opérations de paiement et de remboursement de rémunérations pour compte d'autres départements ou services, d'organismes étrangers ou internationaux, ou d'autres tiers - créent une position débitrice de ce compte.
Art. 2.17.7. In afwijking van de bepalingen van artikel 28, alinea 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de minister van Binnenlandse Zaken gemachtigd om gedurende de periode tijdens dewelke Landsverdediging en de Federale Politie hun wederzijdse steun moeten voortzetten, de aan Landsverdediging geleverde prestaties te valoriseren en de van Landsverdediging ontvangen prestaties te vergoeden op basis van de meerkosten.
In voorkomend geval zullen de door Landsverdediging verschuldigde sommen worden gestort op de Rijksmiddelenbegroting met bestemming het organiek begrotingsfonds 17-1 " Fonds voor prestaties tegen betaling ".
Indien door de Federale Politie bedragen verschuldigd zijn die voortvloeien uit occasionele prestaties, dan zullen de uitgaven worden aangerekend op de begroting van de Federale Politie.
In het andere geval zullen de prestaties aan Landsverdediging vergoed worden door middel van het ter beschikking stellen van kredieten, waarvan het bedrag wordt bepaald door een raming van de meerkosten voor Landsverdediging van de te leveren prestaties, verhoogd of verminderd met het saldo van de afrekening van de vroeger werkelijk geleverde prestaties.
In voorkomend geval zullen de door Landsverdediging verschuldigde sommen worden gestort op de Rijksmiddelenbegroting met bestemming het organiek begrotingsfonds 17-1 " Fonds voor prestaties tegen betaling ".
Indien door de Federale Politie bedragen verschuldigd zijn die voortvloeien uit occasionele prestaties, dan zullen de uitgaven worden aangerekend op de begroting van de Federale Politie.
In het andere geval zullen de prestaties aan Landsverdediging vergoed worden door middel van het ter beschikking stellen van kredieten, waarvan het bedrag wordt bepaald door een raming van de meerkosten voor Landsverdediging van de te leveren prestaties, verhoogd of verminderd met het saldo van de afrekening van de vroeger werkelijk geleverde prestaties.
Art. 2.17.7. Par dérogation aux dispositions de l'article 28, 2ème alinéa des lois sur la comptabilité de l'Etat coordonnées le 17 juillet 1991, le ministre de l'Intérieur est autorisé, pendant la période durant laquelle la Défense nationale et la Police fédérale doivent prolonger leur appui réciproque, à valoriser les prestations fournies à la Défense nationale et à indemniser la Défense nationale pour les prestations reçues sur base des coûts supplémentaires.
Le cas échéant, les sommes dues par la Défense nationale seront versées au Budget des Voies et Moyens avec pour destination le fonds budgétaire organique 17-1 " Fonds pour prestations contre paiement ".
Si des sommes sont dues par la Police fédérale et que celles-ci découlent de prestations occasionnelles, les dépenses seront alors imputées sur le budget de la Police fédérale.
Dans le cas contraire, les prestations seront rémunérées à la Défense nationale au moyen de la mise à disposition de crédits dont le montant est déterminé sur base d'une estimation du coût supplémentaire pour la Défense nationale des prestations a fournir, majoré ou diminué du solde du décompte des prestations réellement effectuées antérieurement.
Le cas échéant, les sommes dues par la Défense nationale seront versées au Budget des Voies et Moyens avec pour destination le fonds budgétaire organique 17-1 " Fonds pour prestations contre paiement ".
Si des sommes sont dues par la Police fédérale et que celles-ci découlent de prestations occasionnelles, les dépenses seront alors imputées sur le budget de la Police fédérale.
Dans le cas contraire, les prestations seront rémunérées à la Défense nationale au moyen de la mise à disposition de crédits dont le montant est déterminé sur base d'une estimation du coût supplémentaire pour la Défense nationale des prestations a fournir, majoré ou diminué du solde du décompte des prestations réellement effectuées antérieurement.
Art. 2.17.8. De minister van Binnenlandse Zaken is ertoe gemachtigd, in het kader van een rationeel gebruik van overtollige voorraden, met de Minister van Landsverdediging overeenkomsten te sluiten tot wederzijdse overdracht van materieel, waren, munitie of dienstverlening.
De financiële regeling van deze wederzijdse operaties kan bij wijze van verrekening geschieden.
Het gebeurlijk saldo zal ofwel worden aangerekend op de Begroting van de Federale Politie, ofwel worden gestort op de Rijksmiddelenbegroting met bestemming het organiek begrotingsfonds 17-1 " Fonds voor prestaties tegen betaling ".
De financiële regeling van deze wederzijdse operaties kan bij wijze van verrekening geschieden.
Het gebeurlijk saldo zal ofwel worden aangerekend op de Begroting van de Federale Politie, ofwel worden gestort op de Rijksmiddelenbegroting met bestemming het organiek begrotingsfonds 17-1 " Fonds voor prestaties tegen betaling ".
Art. 2.17.8. Le ministre de l'Intérieur est autorisé, dans le cadre de l'utilisation rationnelle de stocks excédentaires, à conclure avec le Ministre de la Défense nationale des conventions de cessions réciproques de matériel, matières et munitions ou de prestations de services.
Le règlement financier de ces opérations réciproques pourra être effectué par voie de compensation.
Le solde éventuel sera soit imputé sur le Budget de la Police fédérale, soit versé au Budget des Voies et Moyens à destination au fonds budgétaire organique 17-1 " Fonds pour prestations contre paiement ".
Le règlement financier de ces opérations réciproques pourra être effectué par voie de compensation.
Le solde éventuel sera soit imputé sur le Budget de la Police fédérale, soit versé au Budget des Voies et Moyens à destination au fonds budgétaire organique 17-1 " Fonds pour prestations contre paiement ".
Art. 2.17.9. De uitgaven te verwezenlijken door de liaisonofficieren van de Federale Politie met standplaats in het buitenland mogen geschieden overeenkomstig de in elk land geldende regelen en zij mogen, ongeacht het bedrag, betaald worden op fondsen bekomen op kredietopening.
In afwijking van de bepalingen van de artikelen 3, 28 en 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de ter beschikking van een verbindingsofficier gestelde voorwerpen die buiten dienst worden geplaatst, door hem via de onderhandelingsprocedure en volgens de in elk land geldende regels worden verkocht.
Op dezelfde wijze mag ook worden gehandeld met het materieel en de goederen die in voorraad zijn op het ogenblik dat een vertegenwoordiging van de Federale Politie in het buitenland definitief wordt opgeheven, tenzij de betrokken voorraden, kosteloos of mits gelijkwaardige compensatie door de ontvangende partij, kunnen worden afgestaan aan de diensten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
In de gevallen waarin tot verkoop ter plaatse wordt overgegaan, zal de opbrengst ervan gestort worden op de Rijksmiddelenbegroting.
Indien evenwel het materieel kan worden overgelaten aan de leverancier van nieuwe gelijkaardige goederen, mag er compensatie worden doorgevoerd tussen de waarde van de afgestane goederen en het voor de nieuwe goederen gefactureerde bedrag.
In afwijking van de bepalingen van de artikelen 3, 28 en 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de ter beschikking van een verbindingsofficier gestelde voorwerpen die buiten dienst worden geplaatst, door hem via de onderhandelingsprocedure en volgens de in elk land geldende regels worden verkocht.
Op dezelfde wijze mag ook worden gehandeld met het materieel en de goederen die in voorraad zijn op het ogenblik dat een vertegenwoordiging van de Federale Politie in het buitenland definitief wordt opgeheven, tenzij de betrokken voorraden, kosteloos of mits gelijkwaardige compensatie door de ontvangende partij, kunnen worden afgestaan aan de diensten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
In de gevallen waarin tot verkoop ter plaatse wordt overgegaan, zal de opbrengst ervan gestort worden op de Rijksmiddelenbegroting.
Indien evenwel het materieel kan worden overgelaten aan de leverancier van nieuwe gelijkaardige goederen, mag er compensatie worden doorgevoerd tussen de waarde van de afgestane goederen en het voor de nieuwe goederen gefactureerde bedrag.
Art. 2.17.9. Les dépenses à effectuer par les officiers de liaison de la Police fédérale qui sont en poste à l'étranger peuvent être effectuées conformément aux règles en vigueur dans les pays concernés et elles peuvent être liquidées sur des fonds obtenus par ordonnance d'ouverture de crédits, quels qu'en soient les montants.
Par dérogation aux dispositions des articles 3, 28 et 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les biens mis à disposition d'un officier de liaison, et qui sont mis hors service, peuvent être vendus par lui selon la procédure négociée et selon les règles en vigueur dans chaque pays.
Il peut être procédé de la même manière pour le matériel et les biens en stock au moment où une représentation de la Police fédérale à l'étranger est définitivement levée, à moins que les stocks concernés ne puissent être cédés, gratuitement ou sous la condition de compensation équivalente par la partie recevante, aux services du Ministère des Affaires étrangères.
Dans les cas où il est procédé a une vente sur place, le produit en sera versé au Budget des Voies et Moyens.
Néanmoins, si le matériel peut être remis au fournisseur de nouveaux biens similaires, une compensation peut être opérée par soustraction de la valeur des biens aliénés de la somme facturée pour l'achat du nouveau matériel.
Par dérogation aux dispositions des articles 3, 28 et 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les biens mis à disposition d'un officier de liaison, et qui sont mis hors service, peuvent être vendus par lui selon la procédure négociée et selon les règles en vigueur dans chaque pays.
Il peut être procédé de la même manière pour le matériel et les biens en stock au moment où une représentation de la Police fédérale à l'étranger est définitivement levée, à moins que les stocks concernés ne puissent être cédés, gratuitement ou sous la condition de compensation équivalente par la partie recevante, aux services du Ministère des Affaires étrangères.
Dans les cas où il est procédé a une vente sur place, le produit en sera versé au Budget des Voies et Moyens.
Néanmoins, si le matériel peut être remis au fournisseur de nouveaux biens similaires, une compensation peut être opérée par soustraction de la valeur des biens aliénés de la somme facturée pour l'achat du nouveau matériel.
Art. 2.17.10. In afwijking van de bepalingen van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Binnenlandse Zaken of de door hem gedelegeerde ordonnateur, gemachtigd :
§ 1. Onder voorwaarde dat de principes vervat in de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden nageleefd, materieel, dat overtollig, economisch afgeschreven of technologisch verouderd is, alsmede afvalprodukten, te vervreemden.
De vervreemding kan plaatsgrijpen in het raam van volgende verbintenissen :
a) een overheidsopdracht voor werken of diensten waarbij de producten die het voorwerp uitmaken van de opdracht of die voortkomen uit de uitvoering ervan, aan de co-contractant worden afgestaan ter gehele of gedeeltelijke betaling van de door hem geleverde prestaties;
b) een ruilovereenkomst inzake materieel, waren, wapens en munitie met het oog op de verwerving van gelijkaardige goederen.
In deze gevallen zal het eventueel positief saldo van de verrichtingen vermeld in de overeenkomst tot regeling van deze vervreemdingen, worden aangerekend op de Rijksmiddelenbegroting ten voordele van het organiek begrotingsfonds 17-1 " Fonds voor prestaties tegen betaling ", terwijl het eventueel negatief saldo zal worden aangerekend ten laste van de begroting van de Federale Politie;
§ 2. Overtollig materieel, dieren en/of goederen kosteloos af te staan :
a) hetzij aan derde landen in het raam van de hulpverlening, waarbij tevens beperkte diensten in verband daarmee aan deze landen kunnen geleverd worden;
b) hetzij aan organieke diensten van Binnenlandse Zaken, met het oog op de optimale aanwending van de middelen binnen het departement.
§ 1. Onder voorwaarde dat de principes vervat in de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden nageleefd, materieel, dat overtollig, economisch afgeschreven of technologisch verouderd is, alsmede afvalprodukten, te vervreemden.
De vervreemding kan plaatsgrijpen in het raam van volgende verbintenissen :
a) een overheidsopdracht voor werken of diensten waarbij de producten die het voorwerp uitmaken van de opdracht of die voortkomen uit de uitvoering ervan, aan de co-contractant worden afgestaan ter gehele of gedeeltelijke betaling van de door hem geleverde prestaties;
b) een ruilovereenkomst inzake materieel, waren, wapens en munitie met het oog op de verwerving van gelijkaardige goederen.
In deze gevallen zal het eventueel positief saldo van de verrichtingen vermeld in de overeenkomst tot regeling van deze vervreemdingen, worden aangerekend op de Rijksmiddelenbegroting ten voordele van het organiek begrotingsfonds 17-1 " Fonds voor prestaties tegen betaling ", terwijl het eventueel negatief saldo zal worden aangerekend ten laste van de begroting van de Federale Politie;
§ 2. Overtollig materieel, dieren en/of goederen kosteloos af te staan :
a) hetzij aan derde landen in het raam van de hulpverlening, waarbij tevens beperkte diensten in verband daarmee aan deze landen kunnen geleverd worden;
b) hetzij aan organieke diensten van Binnenlandse Zaken, met het oog op de optimale aanwending van de middelen binnen het departement.
Art. 2.17.10. Par dérogation aux dispositions de l'article 143 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Ministre de l'Intérieur ou l'ordonnateur délégué par lui, est autorisé :
§ 1er. A condition que les principes de la législation en matière de marchés publics soient respectés, à aliéner du matériel excédentaire, économiquement amorti ou technologiquement obsolète ainsi que des déchets.
L'aliénation peut prendre les formes suivantes :
a) un marché pour travaux ou services où les produits qui font l'objet du contrat ou qui proviennent de son exécution, sont cédés au cocontractant en guise de paiement pour les prestations fournies par lui;
b) une convention d'échange concernant du matériel, des biens, des armes et munitions dans le but d'acquérir des biens similaires.
Dans ces cas le solde positif éventuel des opérations mentionnées dans la convention ayant pour objet l'exécution de ces aliénations sera imputé au Budget des Voies et Moyens au profit le fonds budgétaire organique 17-1 " Fonds pour prestations contre paiement "; le solde négatif éventuel sera quant à lui imputé à charge du budget de la Police fédérale;
§ 2. A céder à titre gratuit du matériel excédentaire, des animaux et/ou des biens :
a) soit à des pays tiers dans le cadre du pret d'assistance, de même qu'à procéder à des prestations de service limitées liées à ces cessions;
b) soit à des services organiques de l'Intérieur, en vue de l'utilisation optimale des moyens au sein du département.
§ 1er. A condition que les principes de la législation en matière de marchés publics soient respectés, à aliéner du matériel excédentaire, économiquement amorti ou technologiquement obsolète ainsi que des déchets.
L'aliénation peut prendre les formes suivantes :
a) un marché pour travaux ou services où les produits qui font l'objet du contrat ou qui proviennent de son exécution, sont cédés au cocontractant en guise de paiement pour les prestations fournies par lui;
b) une convention d'échange concernant du matériel, des biens, des armes et munitions dans le but d'acquérir des biens similaires.
Dans ces cas le solde positif éventuel des opérations mentionnées dans la convention ayant pour objet l'exécution de ces aliénations sera imputé au Budget des Voies et Moyens au profit le fonds budgétaire organique 17-1 " Fonds pour prestations contre paiement "; le solde négatif éventuel sera quant à lui imputé à charge du budget de la Police fédérale;
§ 2. A céder à titre gratuit du matériel excédentaire, des animaux et/ou des biens :
a) soit à des pays tiers dans le cadre du pret d'assistance, de même qu'à procéder à des prestations de service limitées liées à ces cessions;
b) soit à des services organiques de l'Intérieur, en vue de l'utilisation optimale des moyens au sein du département.
Art. 2.17.11. Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid tot herverdeling van de personeelskredieten volgens de modaliteiten bepaald in Art. 1-01-3, § 2, van de Algemene Uitgavenbegroting, wordt de Minister van Binnenlandse Zaken gemachtigd om, mits akkoord van de minister van Begroting, binnen de perken van de kredieten van de Sectie 17 - Federale politie en geïntegreerde werking, transfers te verrichten tussen de verschillende organisatieafdelingen en programma's, teneinde het hoofd te kunnen bieden aan de specifieke noden verbonden aan de implementatie van " de geïntegreerde politie op twee niveaus ".
Deze transfers zullen zonder verwijl medegedeeld worden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof.
Deze transfers zullen zonder verwijl medegedeeld worden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof.
Art. 2.17.11. Sans porter préjudice à la possibilité de redistribution des crédits de personnel d'après les modalités prévues à l'Art. 1-01-3, § 2, du Budget général des Dépenses, le Ministre de l'Intérieur est autorisé, moyennant l'accord du ministre du Budget, dans les limites des crédits de la Section 17 - Police fédérale et fonctionnement intégré, à procéder à des transferts entre les différents divisions organiques et programmes, afin de faire face aux besoins spécifiques liés à l'implémentation de " la police intégrée a deux niveaux ".
Ces redistributions seront communiquées sans délai à la Chambre des représentants et à la Cour des Comptes.
Ces redistributions seront communiquées sans délai à la Chambre des représentants et à la Cour des Comptes.
Art. 2.17.12. Het " Kleding- en toerustingsfonds van de rijkswacht ", ingericht met toepassing van Art. 70 van de wet op de rijkswacht van 2 december 1957 en van Art. 17 van het koninklijk besluit van 14 maart 1963 houdende de inrichting van de inwendige dienst, wordt ontbonden.
De federale politie mag uit de stock aan basisuitrusting de stukken die haar nuttig zijn aankopen ten laste van de begroting en na gunstig advies van de Inspectie van Financiën.
Het saldo van de stock zal worden overgedragen aan de nog op te richten v.z.w. " Sociale Dienst van de geïntegreerde politie ".
Het toetredingsgeld zal aan de leden van het fonds worden terugbetaald.
Het resterende saldo aan liquiditeiten mag daarna verdeeld worden tussen het begrotingsfonds 17.2 - " Levering van kledij en uitrusting tegen betaling aan het personeel van de politiediensten " en de bovenvermelde v.z.w. in de verhouding 50/50.
De federale politie mag uit de stock aan basisuitrusting de stukken die haar nuttig zijn aankopen ten laste van de begroting en na gunstig advies van de Inspectie van Financiën.
Het saldo van de stock zal worden overgedragen aan de nog op te richten v.z.w. " Sociale Dienst van de geïntegreerde politie ".
Het toetredingsgeld zal aan de leden van het fonds worden terugbetaald.
Het resterende saldo aan liquiditeiten mag daarna verdeeld worden tussen het begrotingsfonds 17.2 - " Levering van kledij en uitrusting tegen betaling aan het personeel van de politiediensten " en de bovenvermelde v.z.w. in de verhouding 50/50.
Art. 2.17.12. La " Masse d'habillement et d'équipement de la gendarmerie ", organisée en exécution de l'Art. 70 de la loi du 2 décembre 1957 sur la gendarmerie et de l'Art. 17 de l'arrêté royal du 14 mars 1963 portant organisation du service intérieur, est dissoute.
La police fédérale peut acheter les pièces du stock d'équipement de base qui lui sont utiles à charge du budget et après avis favorable de l'Inspection des Finances.
Le solde du stock sera transféré à l'a.s.b.l. " Service social de la Police intégrée " encore à créer.
Les cotisations seront remboursées aux membres du fonds.
Le solde des liquidités sera ensuite réparti entre le fonds budgétaire 17.2 - " Livraison d'habillement et d'équipement contre paiement au personnel des services de police " et l'a.s.b.l. susvisée dans la proportion 50/50.
La police fédérale peut acheter les pièces du stock d'équipement de base qui lui sont utiles à charge du budget et après avis favorable de l'Inspection des Finances.
Le solde du stock sera transféré à l'a.s.b.l. " Service social de la Police intégrée " encore à créer.
Les cotisations seront remboursées aux membres du fonds.
Le solde des liquidités sera ensuite réparti entre le fonds budgétaire 17.2 - " Livraison d'habillement et d'équipement contre paiement au personnel des services de police " et l'a.s.b.l. susvisée dans la proportion 50/50.
Art. 2.17.13. Het provisioneel krediet, ingeschreven onder het programma 40/4 " Eurotransporten " en bestemd tot dekking van de uitgaven van alle aard verbonden aan de geldtransporten in het raam van de invoering van de euro, mag, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften worden verdeeld over de passende programma's van de Sectie 17 door middel van een koninklijk besluit voorgedragen door de Minister van Binnenlandse Zaken.
Art. 2.17.13. Le crédit provisionnel, inscrit au programme 40/4 " Transports euro " et destiné à couvrir les dépenses de toute nature liées aux transports de fonds dans le cadre de l'introduction de l'euro, peut, après l'accord du Ministre du Budget, être réparti selon les besoins entre les programmes appropriés de la Section 17 par la voie d'un arrêté royal propose par le Ministre de l'Intérieur.
Sectie 18. - Ministerie van Financiën.
Section 18. - Ministère des Finances.
Art. 2.18.1. § 1. In afwijking van het gewijzigd artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten worden toegestaan :
1) aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat belast met de betaling van de uitgaven inzake schoonmaak en onderhoud van lokalen, meubilair, materieel en machines, tot een maximumbedrag van 4.000.000 EUR;
2) aan de overige buitengewone rekenplichtigen van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat tot een maximumbedrag van 2.500.000 EUR;
3) aan de buitengewone rekenplichtige van het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen tot een maximumbedrag van 2.000.000 EUR;
4) aan de buitengewone rekenplichtige van de Sociale Dienst en aan de buitengewone rekenplichtigen van de fiscale administraties in de buitendiensten tot een maximumbedrag van 700.000 EUR;
5) aan de buitengewone rekenplichtigen van de Algemene Inspectie van de Staatsschuld tot een maximumbedrag van 20.000 EUR.
§ 2. De buitengewone rekenplichtigen van de fiscale administraties in de buitendiensten mogen door middel van geldvoorschotten alle dienstkosten betalen tot en met 6.250 EUR, evenals de vergoedingen van alle aard en, ongeacht het bedrag, de kosten van onderhoud en schoonmaak, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, telefax, stookolie en brandstof voor autovoertuigen.
§ 3. De terzake bevoegde buitengewone rekenplichtigen van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat mogen, door middel van geldvoorschotten, alle dienstkosten betalen tot en met 12.500 EUR, evenals de vergoedingen van alle aard, en, ongeacht het bedrag, de kosten van onderhoud en schoonmaak, de werkingskosten van de ministeriële kabinetten, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, telefax, datatransmissie, stookolie en brandstof voor autovoertuigen.
§ 4. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, belast met de betaling van de bezoldigingen en de terugbetaling van kosten van de controle-organen van de Staat bij de instellingen van openbaar nut, wordt toelating gegeven om deze uitgaven te verrichten door middel van geldvoorschotten.
§ 5. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat belast met de betaling van de kosten voor opdrachten in het buitenland, wordt toelating gegeven om de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren belast met een opdracht in het buitenland.
§ 6. Aan de buitengewone rekenplichtige van het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen wordt toelating gegeven om alle uitgaven van het Kledingfonds te betalen, ongeacht het bedrag.
§ 7. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Sociale Dienst wordt toelating gegeven om hulpgelden en toelagen van sociale aard te betalen, ongeacht het bedrag.
§ 8. De gewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, belast met de rekening " diverse ontvangsten ", wordt gemachtigd om uitgaven te verrichten, uitsluitend in het kader en ten belope van de bedragen van de op deze rekening door de Europese Unie of andere internationale instellingen geprefinancierde programma's.
De betrokken facturen en schuldvorderingen dienen, voorafgaand aan de betaling, goedgekeurd te worden door de gedelegeerd ordonnateur van het Algemeen Secretariaat.
1) aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat belast met de betaling van de uitgaven inzake schoonmaak en onderhoud van lokalen, meubilair, materieel en machines, tot een maximumbedrag van 4.000.000 EUR;
2) aan de overige buitengewone rekenplichtigen van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat tot een maximumbedrag van 2.500.000 EUR;
3) aan de buitengewone rekenplichtige van het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen tot een maximumbedrag van 2.000.000 EUR;
4) aan de buitengewone rekenplichtige van de Sociale Dienst en aan de buitengewone rekenplichtigen van de fiscale administraties in de buitendiensten tot een maximumbedrag van 700.000 EUR;
5) aan de buitengewone rekenplichtigen van de Algemene Inspectie van de Staatsschuld tot een maximumbedrag van 20.000 EUR.
§ 2. De buitengewone rekenplichtigen van de fiscale administraties in de buitendiensten mogen door middel van geldvoorschotten alle dienstkosten betalen tot en met 6.250 EUR, evenals de vergoedingen van alle aard en, ongeacht het bedrag, de kosten van onderhoud en schoonmaak, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, telefax, stookolie en brandstof voor autovoertuigen.
§ 3. De terzake bevoegde buitengewone rekenplichtigen van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat mogen, door middel van geldvoorschotten, alle dienstkosten betalen tot en met 12.500 EUR, evenals de vergoedingen van alle aard, en, ongeacht het bedrag, de kosten van onderhoud en schoonmaak, de werkingskosten van de ministeriële kabinetten, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, telefax, datatransmissie, stookolie en brandstof voor autovoertuigen.
§ 4. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, belast met de betaling van de bezoldigingen en de terugbetaling van kosten van de controle-organen van de Staat bij de instellingen van openbaar nut, wordt toelating gegeven om deze uitgaven te verrichten door middel van geldvoorschotten.
§ 5. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat belast met de betaling van de kosten voor opdrachten in het buitenland, wordt toelating gegeven om de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren belast met een opdracht in het buitenland.
§ 6. Aan de buitengewone rekenplichtige van het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen wordt toelating gegeven om alle uitgaven van het Kledingfonds te betalen, ongeacht het bedrag.
§ 7. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Sociale Dienst wordt toelating gegeven om hulpgelden en toelagen van sociale aard te betalen, ongeacht het bedrag.
§ 8. De gewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, belast met de rekening " diverse ontvangsten ", wordt gemachtigd om uitgaven te verrichten, uitsluitend in het kader en ten belope van de bedragen van de op deze rekening door de Europese Unie of andere internationale instellingen geprefinancierde programma's.
De betrokken facturen en schuldvorderingen dienen, voorafgaand aan de betaling, goedgekeurd te worden door de gedelegeerd ordonnateur van het Algemeen Secretariaat.
Art. 2.18.1. § 1er. Par dérogation à l'article 15 modifié de la loi du 29 octobre 1846 relative a l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds peuvent être consenties :
1) au comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général chargé du paiement des frais de nettoyage et d'entretien de locaux, mobilier, matériel et machines, pour un montant maximum de 4.000.000 EUR;
2) aux autres comptables extraordinaires de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général, pour un montant maximum de 2.500.000 EUR;
3) au comptable extraordinaire de la Masse d'Habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises, pour un montant maximum de 2.000.000 EUR;
4) au comptable extraordinaire du Service social et aux comptables extraordinaires des administrations fiscales en province, pour un montant maximum de 700.000 EUR;
5) aux comptables extraordinaires de l'Inspection générale de la Dette publique, pour un montant maximum de 20.000 EUR.
§ 2. Les comptables extraordinaires des administrations fiscales en province sont autorisés à payer, au moyen d'avances de fonds, tous les frais de service n'excédant pas 6.250 EUR, les indemnités de toute nature ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais d'entretien et de nettoyage, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, teléphone, téléfax, mazout et carburant pour voitures automobiles.
§ 3. Les comptables extraordinaires de la Direction Comptabilite et Budget du Secrétariat général compétents en la matière sont autorisés à payer, au moyen d'avances de fonds, tous les frais de service n'excédant pas 12.500 EUR, les indemnités de toute nature ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais d'entretien et de nettoyage, les frais de fonctionnement des cabinets ministériels, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, téléfax, transmission des données, mazout et carburant pour voitures automobiles.
§ 4. Le comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général chargé du paiement des rémunérations et du remboursement des frais des organes de contrôle de l'Etat auprès des organismes d'intérêt public, est autorisé à payer ces dépenses au moyen d'avances de fonds.
§ 5. Au comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secretariat général, chargé du paiement des frais de mission à l'étranger, autorisation est donnée de consentir aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger les avances nécessaires.
§ 6. Au comptable extraordinaire de la Masse d'Habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises, autorisation est donnée de payer toutes les dépenses de la Masse d'Habillement, quels qu'en soient les montants.
§ 7. Au comptable extraordinaire du Service social, autorisation est donnée de payer les secours et les allocations à caractère social, quels qu'en soient les montants.
§ 8. Le comptable ordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général, chargé du compte " recettes diverses ", est autorisé à effectuer des dépenses, exclusivement dans le cadre et dans les limites financières des programmes préfinancés sur ce compte par l'Union européenne ou d'autres organismes internationaux.
Préalablement à leur mise en paiement, les factures et déclarations de créance relatives à ces programmes doivent être revêtues du visa de l'ordonnateur délégué du Secrétariat général.
1) au comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général chargé du paiement des frais de nettoyage et d'entretien de locaux, mobilier, matériel et machines, pour un montant maximum de 4.000.000 EUR;
2) aux autres comptables extraordinaires de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général, pour un montant maximum de 2.500.000 EUR;
3) au comptable extraordinaire de la Masse d'Habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises, pour un montant maximum de 2.000.000 EUR;
4) au comptable extraordinaire du Service social et aux comptables extraordinaires des administrations fiscales en province, pour un montant maximum de 700.000 EUR;
5) aux comptables extraordinaires de l'Inspection générale de la Dette publique, pour un montant maximum de 20.000 EUR.
§ 2. Les comptables extraordinaires des administrations fiscales en province sont autorisés à payer, au moyen d'avances de fonds, tous les frais de service n'excédant pas 6.250 EUR, les indemnités de toute nature ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais d'entretien et de nettoyage, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, teléphone, téléfax, mazout et carburant pour voitures automobiles.
§ 3. Les comptables extraordinaires de la Direction Comptabilite et Budget du Secrétariat général compétents en la matière sont autorisés à payer, au moyen d'avances de fonds, tous les frais de service n'excédant pas 12.500 EUR, les indemnités de toute nature ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais d'entretien et de nettoyage, les frais de fonctionnement des cabinets ministériels, les frais de consommation d'eau, gaz, électricité, téléphone, téléfax, transmission des données, mazout et carburant pour voitures automobiles.
§ 4. Le comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général chargé du paiement des rémunérations et du remboursement des frais des organes de contrôle de l'Etat auprès des organismes d'intérêt public, est autorisé à payer ces dépenses au moyen d'avances de fonds.
§ 5. Au comptable extraordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secretariat général, chargé du paiement des frais de mission à l'étranger, autorisation est donnée de consentir aux fonctionnaires envoyés en mission à l'étranger les avances nécessaires.
§ 6. Au comptable extraordinaire de la Masse d'Habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises, autorisation est donnée de payer toutes les dépenses de la Masse d'Habillement, quels qu'en soient les montants.
§ 7. Au comptable extraordinaire du Service social, autorisation est donnée de payer les secours et les allocations à caractère social, quels qu'en soient les montants.
§ 8. Le comptable ordinaire de la Direction Comptabilité et Budget du Secrétariat général, chargé du compte " recettes diverses ", est autorisé à effectuer des dépenses, exclusivement dans le cadre et dans les limites financières des programmes préfinancés sur ce compte par l'Union européenne ou d'autres organismes internationaux.
Préalablement à leur mise en paiement, les factures et déclarations de créance relatives à ces programmes doivent être revêtues du visa de l'ordonnateur délégué du Secrétariat général.
Art. 2.18.2. De Minister van Financiën kan leningen en hulp verstrekken aan personeelsleden in actieve dienst, aan gewezen personeelsleden, gepensioneerd of niet, aan de rechthebbenden van de personeelsleden van Financiën en aan hun familieleden. Hij kan toelagen verlenen aan de verenigingen van personeelsleden en aan de bestaande en nog op te richten ontmoetingscentra van het personeel van Financiën.
Art. 2.18.2. Le Ministre des Finances peut consentir des prêts et de l'aide aux agents du Département en service actif, aux anciens agents, pensionnés ou non, aux ayants droit d'agents des Finances et aux membres de leur famille. Il peut octroyer des subventions à des associations d'agents du Département et aux centres de rencontre existants et à créer du personnel du Ministère des Finances.
Art. 2.18.3. In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij deze wet geopende kredieten, facturen en schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot :
- vaste uitgaven aan te rekenen op de basisallocatie 11.04 ter regularisatie van de orderekening 87.10.18.51 bij de Administratie der thesaurie i.v.m. bezoldigingen van gesubsidieerde contractuelen;
- het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen;
- leveringen waarvan de verbintenis aangegaan werd door het Federaal Aankoopbureau en die aan te rekenen zijn op de basisallocaties 12.01 of 74.01 van een bestaansmiddelenprogramma;
- werken, leveringen en diensten, die voortvloeien uit verbintenissen aangegaan door bemiddeling van de Regie der Gebouwen;
- de terugbetaling aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van de factuur 110/1140/60092 van 11 mei 2001 ten bedrage van 16.643 EUR met betrekking tot wedde-uitgaven voor het jaar 2000;
- de terugbetaling van de budgettaire kost van de personeelsleden van de Dienst Kijk- en Luistergeld ter beschikking gesteld bij het Ministerie van Financiën.
- vaste uitgaven aan te rekenen op de basisallocatie 11.04 ter regularisatie van de orderekening 87.10.18.51 bij de Administratie der thesaurie i.v.m. bezoldigingen van gesubsidieerde contractuelen;
- het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen;
- leveringen waarvan de verbintenis aangegaan werd door het Federaal Aankoopbureau en die aan te rekenen zijn op de basisallocaties 12.01 of 74.01 van een bestaansmiddelenprogramma;
- werken, leveringen en diensten, die voortvloeien uit verbintenissen aangegaan door bemiddeling van de Regie der Gebouwen;
- de terugbetaling aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van de factuur 110/1140/60092 van 11 mei 2001 ten bedrage van 16.643 EUR met betrekking tot wedde-uitgaven voor het jaar 2000;
- de terugbetaling van de budgettaire kost van de personeelsleden van de Dienst Kijk- en Luistergeld ter beschikking gesteld bij het Ministerie van Financiën.
Art. 2.18.3. Par dérogation aux articles 5 et 34 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les crédits ouverts par la présente loi pourront être utilisés pour l'apurement des factures et déclarations de créance d'années antérieures concernant :
- les dépenses fixes à imputer sur l'allocation de base 11.04 en régularisation du compte d'ordre 87.10.18.51 de l'Administration de la trésorerie relatif aux rémunérations des contractuels subventionnés;
- la Masse d'Habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises;
- les fournitures résultant d'engagements conclus à l'intervention du Bureau fédéral d'Achat et qui doivent être imputées sur les allocations de base 12.01 ou 74.01 d'un programme de subsistance;
- les travaux, fournitures et services résultant d'engagements conclus à l'intervention de la Régie des Bâtiments;
- le remboursement au Ministère de la Communauté flamande de la facture 110/1140/60092 du 11 mai 2001 relative aux dépenses de traitement pour l'année 2000, à concurrence de 16.643 EUR;
- le remboursement du coût budgétaire des membres du personnel du Service de la redevance radio-T.V. mis à disposition du Ministère des Finances.
- les dépenses fixes à imputer sur l'allocation de base 11.04 en régularisation du compte d'ordre 87.10.18.51 de l'Administration de la trésorerie relatif aux rémunérations des contractuels subventionnés;
- la Masse d'Habillement du personnel de l'Administration des douanes et accises;
- les fournitures résultant d'engagements conclus à l'intervention du Bureau fédéral d'Achat et qui doivent être imputées sur les allocations de base 12.01 ou 74.01 d'un programme de subsistance;
- les travaux, fournitures et services résultant d'engagements conclus à l'intervention de la Régie des Bâtiments;
- le remboursement au Ministère de la Communauté flamande de la facture 110/1140/60092 du 11 mai 2001 relative aux dépenses de traitement pour l'année 2000, à concurrence de 16.643 EUR;
- le remboursement du coût budgétaire des membres du personnel du Service de la redevance radio-T.V. mis à disposition du Ministère des Finances.
Art. 2.18.4. In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet mag de basisallocatie met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen " 80.61.11.09 - Personeel van de Administratie der douane en accijnzen gebezigd door andere Administraties van het Ministerie van Financiën en andere ministeries en openbare diensten " herverdeeld worden naar of van de basisallocatie " 80.61.11.03 - Vast en stagedoend statutair personeel ".
Art. 2.18.4. Par derogation à l'article 1-01-3, § 2 de la présente loi, l'allocation de base relative aux rémunérations et allocations généralement quelconques " 80.61.11.09 - Personnel de l'Administration des douanes et accises mis à la disposition d'autres administrations du Ministère des Finances et d'autres ministeres et services publics " peut être redistribuée vers ou à partir de l'allocation de base " 80.61.11.03 - Personnel statutaire définitif et stagiaire ".
Art. 2.18.5. In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties 12.01 - Bestendige uitgaven voor de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten, van de organisatie-afdelingen 40, 50 en 80 van de sectie 18 - Financiën, onder elkaar worden herverdeeld, op voordracht van de Minister van Financiën en na voorafgaand akkoord van de Minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft.
Art. 2.18.5. Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les allocations de base 12.01 - Dépenses permanentes pour achats de biens non durables et de services, des divisions organiques 40, 50 et 80 de la section 18 - Finances, peuvent être redistribuées entre elles, sur proposition du Ministre des Finances et après accord préalable du Ministre qui a le budget dans ses attributions.
Art. 2.18.6. De Minister van Financiën wordt gemachtigd om, naargelang van de behoeften, een gedeelte van de niet-fiscale ontvangsten met betrekking tot de opbrengst inzake domeinen aan te wenden voor de terugbetaling van de desbetreffende ten onrechte geïnde bedragen, met inbegrip van kosten en intresten.
In afwijking van de artikelen 3 en 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 wordt daartoe een terugbetalingsfonds 66.05 C geopend zoals bepaald in artikel 37 van voornoemde wetten.
In afwijking van de artikelen 3 en 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 wordt daartoe een terugbetalingsfonds 66.05 C geopend zoals bepaald in artikel 37 van voornoemde wetten.
Art. 2.18.6. Le Ministre des Finances est autorisé à prélever, au fur et à mesure des besoins, une partie des recettes non fiscales en matière de produit des domaines pour l'affecter au remboursement desdites recettes indûment perçues, y compris les frais et intérêts.
Par dérogation aux articles 3 et 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, un fonds de restitution 66.05 C est ouvert selon les dispositions prévues à l'article 37 des lois précitées.
Par dérogation aux articles 3 et 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, un fonds de restitution 66.05 C est ouvert selon les dispositions prévues à l'article 37 des lois précitées.
Art. 2.18.7. De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan voor dringende betalingen, die voortvloeien uit de verplichtingen van België op het vlak van haar deelneming in internationale financiële instellingen, en die verricht worden door de diensten van de Thesaurie belast met de internationale betrekkingen.
Art. 2.18.7. Le Ministre des Finances peut consentir des avances pour les paiements urgents qui résultent d'obligations de la Belgique dans le cadre de sa participation aux institutions financières internationales et qui sont adressés aux services de la Trésorerie chargés des relations internationales.
Art. 2.18.8. § 1. Voor het jaar 2002 wordt machtiging verleend een programma voor leningen aan vreemde Staten te onderhandelen ten belope van 30.370.000 EUR.
Rekening houdend met de budgettaire mogelijkheden wordt het leningsprogramma goedgekeurd door de Ministerraad. Het vermeldt de prioritair te realiseren leningen evenals de prioritaire vervangingsleningen in de vorm van een meerjarenprogramma.
De vervangingsleningen kunnen te allen tijde in de plaats treden van initieel te realiseren leningen die geschrapt worden.
De controleur van de vastleggingen boekt de realisaties en de vervanging van leningen van een programma.
§ 2. De leningen aan vreemde Staten worden door de controleur van de vastleggingen vastgelegd vóór de notificatie van het leningsakkoord, op het ogenblik dat de Minister van Financiën door de ondertekening van een volmacht of van het leningsakkoord zelf zijn goedkeuring geeft over de toe te kennen lening.
De daartoe aan te wenden kredieten zijn vastleggingskredieten overeenkomstig artikel 7, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
§ 3. De betaling van de leningen gebeurt middels ordonnanceringskredieten overeenkomstig voormeld artikel 7, § 2.
Rekening houdend met de budgettaire mogelijkheden wordt het leningsprogramma goedgekeurd door de Ministerraad. Het vermeldt de prioritair te realiseren leningen evenals de prioritaire vervangingsleningen in de vorm van een meerjarenprogramma.
De vervangingsleningen kunnen te allen tijde in de plaats treden van initieel te realiseren leningen die geschrapt worden.
De controleur van de vastleggingen boekt de realisaties en de vervanging van leningen van een programma.
§ 2. De leningen aan vreemde Staten worden door de controleur van de vastleggingen vastgelegd vóór de notificatie van het leningsakkoord, op het ogenblik dat de Minister van Financiën door de ondertekening van een volmacht of van het leningsakkoord zelf zijn goedkeuring geeft over de toe te kennen lening.
De daartoe aan te wenden kredieten zijn vastleggingskredieten overeenkomstig artikel 7, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
§ 3. De betaling van de leningen gebeurt middels ordonnanceringskredieten overeenkomstig voormeld artikel 7, § 2.
Art. 2.18.8. § 1er. Pour l'année 2002, un programme de prêts à des Etats étrangers peut être négocié à concurrence de 30.370.000 EUR.
Compte tenu des moyens budgetaires prévus à cet effet, le programme de prêts doit être approuvé par le Conseil des Ministres. Il fait mention, d'une part, des prêts à réaliser en priorite et, d'autre part, des prêts prioritaires de remplacement sous forme d'un programme pluriannuel.
Les prêts de remplacement peuvent se substituer à tout moment aux prêts initialement prévus qui sont supprimés.
Le contrôleur des engagements comptabilise les réalisations et les remplacements des prêts d'un programme.
§ 2. Les prêts à des Etats étrangers sont engagés par le contrôleur des engagements préalablement à la notification de l'accord de prêt, au moment où le Ministre des Finances marque son accord sur le prêt à consentir en signant une procuration ou l'accord de prêt.
Les crédits destinés à cette fin sont des crédits d'engagement au sens de l'article 7, § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
§ 3. Les crédits destinés au paiement de ces prêts sont des crédits d'ordonnancement au sens de l'article 7, § 2, précité.
Compte tenu des moyens budgetaires prévus à cet effet, le programme de prêts doit être approuvé par le Conseil des Ministres. Il fait mention, d'une part, des prêts à réaliser en priorite et, d'autre part, des prêts prioritaires de remplacement sous forme d'un programme pluriannuel.
Les prêts de remplacement peuvent se substituer à tout moment aux prêts initialement prévus qui sont supprimés.
Le contrôleur des engagements comptabilise les réalisations et les remplacements des prêts d'un programme.
§ 2. Les prêts à des Etats étrangers sont engagés par le contrôleur des engagements préalablement à la notification de l'accord de prêt, au moment où le Ministre des Finances marque son accord sur le prêt à consentir en signant une procuration ou l'accord de prêt.
Les crédits destinés à cette fin sont des crédits d'engagement au sens de l'article 7, § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
§ 3. Les crédits destinés au paiement de ces prêts sont des crédits d'ordonnancement au sens de l'article 7, § 2, précité.
Art. 2.18.9. De Minister van Financiën wordt gemachtigd om, naargelang van de behoeften, een gedeelte van de niet-fiscale ontvangsten inzake het te gelde maken van activa van het Rijk, aan te wenden voor de uitgaven voor commissielonen die eigen zijn aan de totstandkoming van de overdracht van eigendomstitels.
Art. 2.18.9. Le Ministre des Finances est autorisé à prélever, au fur et à mesure des besoins, une partie des recettes non fiscales en provenance de la vente des actifs de l'Etat pour l'affecter aux dépenses relatives aux commissions de vente afférentes à la réalisation de la transmission des titres de propriété.
Art. 2.18.10. Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kan de volgende bijdrage worden toegekend :
PROGRAMMA 61/1 - INTERNATIONALE FINANCIELE BETREKKINGEN
Financiering van de Belgische bijdrage aan het " Tchernobyl Shelter Implementation Plan (SIP) ".
PROGRAMMA 61/1 - INTERNATIONALE FINANCIELE BETREKKINGEN
Financiering van de Belgische bijdrage aan het " Tchernobyl Shelter Implementation Plan (SIP) ".
Art. 2.18.10. Dans les limites de l'allocation de base concernée, la contribution suivante peut être accordée :
PROGRAMME 61/1 - RELATIONS FINANCIERES INTERNATIONALES
Financement de la participation de la Belgique au " Tchernobyl Shelter Implementation Plan (SIP) ".
PROGRAMME 61/1 - RELATIONS FINANCIERES INTERNATIONALES
Financement de la participation de la Belgique au " Tchernobyl Shelter Implementation Plan (SIP) ".
Art. 2.18.11. De hieronder vermelde betaalstukken worden ontheven van de vijfjarige verjaring. Ze worden opnieuw opeisbaar en betaalbaar gedurende het jaar dat volgt op de dag van het van kracht worden van deze wet.
Deze van de verjaring ontheven betaalstukken kunnen enkel het voorwerp uitmaken van een vordering tot verwijlinteresten, in de mate dat de betaling ervan plaats vond na de zestigste dag die volgt op het opnieuw indienen ervan. De betalingstermijn van zestig dagen vat ten vroegste aan op de dag van het van kracht worden van deze wet.
De uitgaven verbonden aan deze van verjaring ontheven betaalstukken worden aangerekend op de begrotingsmiddelen van het lopend begrotingsjaar van de basisallocatie 18.61.06.16.01.
Deze van de verjaring ontheven betaalstukken kunnen enkel het voorwerp uitmaken van een vordering tot verwijlinteresten, in de mate dat de betaling ervan plaats vond na de zestigste dag die volgt op het opnieuw indienen ervan. De betalingstermijn van zestig dagen vat ten vroegste aan op de dag van het van kracht worden van deze wet.
De uitgaven verbonden aan deze van verjaring ontheven betaalstukken worden aangerekend op de begrotingsmiddelen van het lopend begrotingsjaar van de basisallocatie 18.61.06.16.01.
Art. 2.18.11. Sont relevés de la prescription quinquennale, les titres de paiements désignés ci-après. Ils seront de nouveau exigibles et payables durant l'année suivant la date de l'entrée en vigueur de la présente loi.
Ces titres de paiement relevés de la prescription ne peuvent faire l'objet d'une créance d'intérêts de retard pour autant que leur paiement ait eu lieu après le soixantième jour suivant leur nouvelle introduction. Le délai de paiement de soixante jours est compté au plus tôt à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
Les dépenses causées par ces titres de paiement relevés de la prescription sont imputables aux moyens budgétaires de l'allocation de base 18.61.06.16.01.
Ces titres de paiement relevés de la prescription ne peuvent faire l'objet d'une créance d'intérêts de retard pour autant que leur paiement ait eu lieu après le soixantième jour suivant leur nouvelle introduction. Le délai de paiement de soixante jours est compté au plus tôt à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
Les dépenses causées par ces titres de paiement relevés de la prescription sont imputables aux moyens budgétaires de l'allocation de base 18.61.06.16.01.
Begunstigde Jaar van Bedrag
uitgifte (in EUR)
DESMET Geert 1993 755
BOLLEN Ernest 1989 44
GEVERS Jean-Marie 1990 453
VRANCKEN Jose - DEBOES Alida 1993 173
VANDEWALLE Geert - TAVEIRNE Sophie 1992 507
DE KNOP Peter - DE BOCK Manuela 1995 769
BONNE Nancy 1995 362
MIRAPALHETA Felipe 1992 201
WILGAUT Michel 1995 105
NULENS Erik 1993 882
BAERT Peter - VERCAMMEN Ingrid 1995 246
uitgifte (in EUR)
DESMET Geert 1993 755
BOLLEN Ernest 1989 44
GEVERS Jean-Marie 1990 453
VRANCKEN Jose - DEBOES Alida 1993 173
VANDEWALLE Geert - TAVEIRNE Sophie 1992 507
DE KNOP Peter - DE BOCK Manuela 1995 769
BONNE Nancy 1995 362
MIRAPALHETA Felipe 1992 201
WILGAUT Michel 1995 105
NULENS Erik 1993 882
BAERT Peter - VERCAMMEN Ingrid 1995 246
Beneficiaire Annee Montant
d'emission (en EUR)
DESMET Geert 1993 755
BOLLEN Ernest 1989 44
GEVERS Jean-Marie 1990 453
VRANCKEN Jose - DEBOES Alida 1993 173
VANDEWALLE Geert - TAVEIRNE Sophie 1992 507
DE KNOP Peter - DE BOCK Manuela 1995 769
BONNE Nancy 1995 362
MIRAPALHETA Felipe 1992 201
WILGAUT Michel 1995 105
NULENS Erik 1993 882
BAERT Peter - VERCAMMEN Ingrid 1995 246
d'emission (en EUR)
DESMET Geert 1993 755
BOLLEN Ernest 1989 44
GEVERS Jean-Marie 1990 453
VRANCKEN Jose - DEBOES Alida 1993 173
VANDEWALLE Geert - TAVEIRNE Sophie 1992 507
DE KNOP Peter - DE BOCK Manuela 1995 769
BONNE Nancy 1995 362
MIRAPALHETA Felipe 1992 201
WILGAUT Michel 1995 105
NULENS Erik 1993 882
BAERT Peter - VERCAMMEN Ingrid 1995 246
Art. 2.18.12. De provisionele kredieten ingeschreven op het programma 60/1 mogen, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijk besluit.
Art. 2.18.12. Les crédits provisionnels inscrits sous le programme 60/1 peuvent, après accord du Ministre du Budget, être répartis selon les besoins, par voie d'arrêté royal, entre les programmes appropriés des budgets des départements concernés.
Sectie 19. - Ministerie van Ambtenarenzaken.
Section 19. - Ministère de la Fonction publique.
Art. 2.19.1. De bij deze wet gevoegde begroting van de Regie der Gebouwen voor het jaar 2002 wordt goedgekeurd.
Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 1.011.012.484 EUR en voor de uitgaven 1.060.926.457 EUR, waarvan 49.913.973 EUR overgedragen van vorige begrotingsjaren en exclusief de ontvangsten en uitgaven veroorzaakt door schulden wegens huurkoop en analoge verrichtingen, die geraamd worden op 65.098.988 EUR.
De begroting bevat, bij de uitgaven, vastleggingskredieten voor een bedrag van 166.096.224 EUR. De ontvangsten en uitgaven voor orde worden geschat op 493.252.500 EUR.
Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 1.011.012.484 EUR en voor de uitgaven 1.060.926.457 EUR, waarvan 49.913.973 EUR overgedragen van vorige begrotingsjaren en exclusief de ontvangsten en uitgaven veroorzaakt door schulden wegens huurkoop en analoge verrichtingen, die geraamd worden op 65.098.988 EUR.
De begroting bevat, bij de uitgaven, vastleggingskredieten voor een bedrag van 166.096.224 EUR. De ontvangsten en uitgaven voor orde worden geschat op 493.252.500 EUR.
Art. 2.19.1. Est approuve le budget de la Régie des bâtiments pour l'année 2002, annexé à la présente loi.
Ce budget s'élève pour les recettes à 1.011.012.484 EUR et pour les dépenses à 1.060.926.457 EUR, dont 49.913.973 EUR reportés des années budgétaires antérieures et non compris les recettes et les dépenses résultant de dettes dues à des locations-vente et à des opérations analogues qui sont estimées à 65.098.988 EUR.
Il comporte, en dépenses, des crédits d'engagement pour un montant de 166.096.224 EUR. Les recettes et les dépenses pour ordre sont évaluées à 493.252.500 EUR
Ce budget s'élève pour les recettes à 1.011.012.484 EUR et pour les dépenses à 1.060.926.457 EUR, dont 49.913.973 EUR reportés des années budgétaires antérieures et non compris les recettes et les dépenses résultant de dettes dues à des locations-vente et à des opérations analogues qui sont estimées à 65.098.988 EUR.
Il comporte, en dépenses, des crédits d'engagement pour un montant de 166.096.224 EUR. Les recettes et les dépenses pour ordre sont évaluées à 493.252.500 EUR
Art. 2.19.2. <W 2002-07-12/32, art. 2.19.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002> De Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd buiten het bedrag van de vastleggingskredieten van de investerings-programma's, ingeschreven op de artikels 533.01, 533.03, 533.04, 533.10, 533.11, 533.12, 533.13, 533.14, 536.02 en 536.11 van de begroting van de Regie der Gebouwen, verbintenissen tot huurkoop en analoge verrichtingen aan te gaan (met inbegrip van investeringen verricht door derden in het kader van privé-financieringsinitiatieven of huurcontracten op lange termijn met de bedoeling onroerende goederen ter beschikking te stellen van de overheid).
Het bedrag van deze verrichtingen wordt in 2002 beperkt tot 143.032.114 euro, bestemd voor de volgende projecten :
Ittre, nieuwe gevangenis : 5.180.844
Kortrijk, nieuw gerechtsgebouw : 2.025.816
Leuven, Philipstoren : 2.895.965
Hasselt, nieuwe gevangenis : 10.376.924
Nijvel, uitbreiding gevangenis : 11.155.209
Bergen, nieuw gerechtsgebouw : 47.000.000
Luik, nieuw gerechtshof : 67.397.356
Bovendien wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om een promotieovereenkomst af te sluiten voor de oprichting van een nieuw gerechtshof in Gent voor een bedrag van 100.000.000 euro.leggingskredieten van het investeringsprogramma, ingeschreven op de artikelen 533.01, 533.03, 533.04, 533.10, 533.11, 533.12, 533.13, 533.14, 536.02 en 536.11 van de bij deze wet gevoegde begroting van de Regie der Gebouwen, verbintenissen tot huurkoop en analoge verrichtingen aan te gaan (met inbegrip van investeringen verricht door derden in het kader van privé-financieringsinitiatieven of huurcontracten op lange termijn met de bedoeling onroerende goederen ter beschikking te stellen van de overheid). Het bedrag van deze verrichtingen wordt in 2002 beperkt tot 44.000.000 EUR, bestemd voor de oprichting van een nieuw gerechtshof in Bergen.
Het bedrag van deze verrichtingen wordt in 2002 beperkt tot 143.032.114 euro, bestemd voor de volgende projecten :
Ittre, nieuwe gevangenis : 5.180.844
Kortrijk, nieuw gerechtsgebouw : 2.025.816
Leuven, Philipstoren : 2.895.965
Hasselt, nieuwe gevangenis : 10.376.924
Nijvel, uitbreiding gevangenis : 11.155.209
Bergen, nieuw gerechtsgebouw : 47.000.000
Luik, nieuw gerechtshof : 67.397.356
Bovendien wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om een promotieovereenkomst af te sluiten voor de oprichting van een nieuw gerechtshof in Gent voor een bedrag van 100.000.000 euro.leggingskredieten van het investeringsprogramma, ingeschreven op de artikelen 533.01, 533.03, 533.04, 533.10, 533.11, 533.12, 533.13, 533.14, 536.02 en 536.11 van de bij deze wet gevoegde begroting van de Regie der Gebouwen, verbintenissen tot huurkoop en analoge verrichtingen aan te gaan (met inbegrip van investeringen verricht door derden in het kader van privé-financieringsinitiatieven of huurcontracten op lange termijn met de bedoeling onroerende goederen ter beschikking te stellen van de overheid). Het bedrag van deze verrichtingen wordt in 2002 beperkt tot 44.000.000 EUR, bestemd voor de oprichting van een nieuw gerechtshof in Bergen.
Art. 2.19.2. <L 2002-07-12/32, art. 2.19.1; En vigueur : 23-08-2002> Le Ministre qui a la Régie des bâtiments dans ses attributions est autorisé à contracter, en dehors du montant des crédits d'engagement des programmes d'investissement, inscrits aux articles 533.01, 533.03, 533.04, 533.10, 533.11, 533.12, 533.13, 533.14, 536.02 et 536.11 du budget de la Régie des bâtiments, des obligations de location-vente et d'opérations analogues (y compris des investissements réalisés par des tiers dans le cadre d'initiatives privees de financement ou de contrats de location à long terme en vue de la mise à disposition de biens immeubles à l'usage des pouvoirs publics).
Le montant de ces opérations est limité pour 2002 à 143.032.114 euros, destiné aux projets suivants :
Ittre, nouvelle prison : 5.180.844
Courtrai, nouveau bâtiment judiciaire : 2.025.816
Louvain : Tour Philips : 2.895.965
Hasselt, nouvelle prison : 10.376.924
Nivelles, extension prison : 11.155.209
Mons, nouveau bâtiment judiciaire : 47.000.000
Liège, nouvelle Cour de Justice : 67.397.356
En outre, la Régie des bâtiments est autorisée à contracter un marché de promotion en vue de la construction d'un nouveau palais de Justice à Gand pour un montant de 100.000.000 d'euros.
Le montant de ces opérations est limité pour 2002 à 143.032.114 euros, destiné aux projets suivants :
Ittre, nouvelle prison : 5.180.844
Courtrai, nouveau bâtiment judiciaire : 2.025.816
Louvain : Tour Philips : 2.895.965
Hasselt, nouvelle prison : 10.376.924
Nivelles, extension prison : 11.155.209
Mons, nouveau bâtiment judiciaire : 47.000.000
Liège, nouvelle Cour de Justice : 67.397.356
En outre, la Régie des bâtiments est autorisée à contracter un marché de promotion en vue de la construction d'un nouveau palais de Justice à Gand pour un montant de 100.000.000 d'euros.
Art. 2.19.3. De Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd ten laste van de begroting van de Regie der Gebouwen de uitgaven vast te leggen en te ordonnanceren die voortvloeien uit het water- en elektriciteitsverbruik en de verwarming van het domein van Argenteuil, de koninklijke paleizen van Brussel en Laken en de huisbewaarderswoning te Marche-les-Dames.
Art. 2.19.3. Le Ministre qui a la Régie des bâtiments dans ses attributions est autorisé à engager et ordonnancer, à charge du budget de la Régie des bâtiments, les dépenses découlant de la consommation d'eau, d'électricité et du chauffage du domaine d'Argenteuil, des palais royaux de Bruxelles et Laeken et de la conciergerie à Marche-les-Dames.
Art. 2.19.4. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd uitgaven te betalen voor de eerste inrichtingswerken in gebouwen die door haar gehuurd worden ten behoeve van Staatsdiensten, van door de Staat beheerde openbare diensten en van door de Staat bezoldigd personeel.
Te dien einde int de Regie der Gebouwen provisionele voorschotten van de bezettende departementen, voorafgaand aan de betaling van deze uitgaven. De Regie der Gebouwen mag voor haar administratiekosten de vergoeding aanrekenen die voorzien werd door het Ministerieel Begrotingscomité van 5 februari 1976.
Te dien einde int de Regie der Gebouwen provisionele voorschotten van de bezettende departementen, voorafgaand aan de betaling van deze uitgaven. De Regie der Gebouwen mag voor haar administratiekosten de vergoeding aanrekenen die voorzien werd door het Ministerieel Begrotingscomité van 5 februari 1976.
Art. 2.19.4. La Régie des batiments est autorisée à effectuer des dépenses pour les frais de première installation dans des bâtiments loués par elle à l'usage des services de l'Etat, des services publics gérés par l'Etat et du personnel rétribué par l'Etat.
La Régie des bâtiments perçoit à cette fin, préalablement au paiement des dépenses, des avances provisionnelles de la part des départements occupants. Pour les frais d'administration qu'elle supportera, la Régie des bâtiments pourra porter en compte la redevance fixée par le Comité ministériel du Budget du 5 février 1976.
La Régie des bâtiments perçoit à cette fin, préalablement au paiement des dépenses, des avances provisionnelles de la part des départements occupants. Pour les frais d'administration qu'elle supportera, la Régie des bâtiments pourra porter en compte la redevance fixée par le Comité ministériel du Budget du 5 février 1976.
Art. 2.19.5. § 1. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd uitgaven te betalen, van welke aard ook, die noodzakelijk zijn voor de werking van bepaalde gebouwen waarin meerdere bezetters gehuisvest zijn maar die, met het oog op een doeltreffend beheer, als entiteiten beschouwd worden (b.v. de Rijksadministratieve centra te Brussel en Antwerpen en de complexen " Résidence Palace " en " Halfeeuwfeestpaleis " te Brussel).
§ 2. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd het bedrag van deze uitgaven te recupereren van de bezetters van de betrokken gebouwen.
Te dien einde int de Regie provisionele voorschotten van deze bezetters vóór de betaling van de uitgaven.
§ 2. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd het bedrag van deze uitgaven te recupereren van de bezetters van de betrokken gebouwen.
Te dien einde int de Regie provisionele voorschotten van deze bezetters vóór de betaling van de uitgaven.
Art. 2.19.5. § 1er. La Régie des bâtiments est autorisée à effectuer des dépenses, quelle qu'en soit la nature, nécessaires au fonctionnement de certains bâtiments à plusieurs occupants mais considérés comme entités en vue de leur gestion efficace (par ex. les centres administratifs de l'Etat à Bruxelles et à Anvers ainsi que les complexes " Résidence Palace " et " Cinquantenaire " à Bruxelles).
§ 2. La Régie des bâtiments est autorisée à récupérer le montant de ces dépenses à la charge des occupants des bâtiments en question.
La Régie perçoit à cette fin, préalablement au paiement des depenses, des avances provisionnelles de la part de ces occupants.
§ 2. La Régie des bâtiments est autorisée à récupérer le montant de ces dépenses à la charge des occupants des bâtiments en question.
La Régie perçoit à cette fin, préalablement au paiement des depenses, des avances provisionnelles de la part de ces occupants.
Art. 2.19.6. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd om uitgaven ten laste te nemen voor de huurlasten van de ministeriële kabinetten die gehuisvest zijn in Rijksgebouwen of in gehuurde gebouwen, los van hun administratie. Deze uitgaven worden voor de Rijksgebouwen beperkt tot 50.000 EUR per kabinet en voor de gehuurde gebouwen tot 100.000 EUR per kabinet. De Minister van Begroting en de Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen bepalen in gezamenlijk overleg de richtlijnen voor de verdeling en het gebruik van dit krediet.
Onder huurlasten dient uitsluitend te worden verstaan : onderhoudskosten van centrale verwarming en airconditioning, kosten voor het reinigen van ramen, onderhoudskosten van telefooninstallaties en -centrales, van liften en andere hefinstallaties, van elektrische en veiligheidsinstallaties, van gemeenschappelijke ruimtes (alleen indien het gebouw ook bezet wordt door privé-huurders), van grasperken, parken en tuinen, beheerskosten (alleen indien het gebouw ook bezet wordt door privé-huurders), gewesttaksen en de installatie van veiligheidsapparatuur.
Onder huurlasten dient uitsluitend te worden verstaan : onderhoudskosten van centrale verwarming en airconditioning, kosten voor het reinigen van ramen, onderhoudskosten van telefooninstallaties en -centrales, van liften en andere hefinstallaties, van elektrische en veiligheidsinstallaties, van gemeenschappelijke ruimtes (alleen indien het gebouw ook bezet wordt door privé-huurders), van grasperken, parken en tuinen, beheerskosten (alleen indien het gebouw ook bezet wordt door privé-huurders), gewesttaksen en de installatie van veiligheidsapparatuur.
Art. 2.19.6. La Régie des bâtiments est autorisée à prendre en charge les dépenses relatives aux charges locatives des cabinets ministériels logés dans des bâtiments de l'Etat ou dans des bâtiments loués et qui ne cohabitent pas avec leur administration. Le montant de ces dépenses est limité à 50.000 EUR par cabinet pour les bâtiments de l'Etat et à 100.000 EUR pour les bâtiments loués. Les directives en vue de la répartition et de l'utilisation de ce crédit sont fixées de concert par le Ministre du Budget et le Ministre qui a la Régie des bâtiments dans ses attributions.
Doivent uniquement être considérés comme charges locatives : les frais d'entretien de chauffage central et de conditionnement d'air, les frais pour lavage de vitres, les frais d'entretien d'installations et de centraux téléphoniques, des ascenseurs et d'autres installations de levage, des installations électriques et de sécurité, des parties communes (uniquement lorsque le bâtiment est également occupé par les locataires privés), des pelouses, des parcs et des jardins, les frais de gestion (uniquement lorsque le bâtiment est également occupé par des locataires privés), les taxes régionales et l'installation des appareils de sécurité.
Doivent uniquement être considérés comme charges locatives : les frais d'entretien de chauffage central et de conditionnement d'air, les frais pour lavage de vitres, les frais d'entretien d'installations et de centraux téléphoniques, des ascenseurs et d'autres installations de levage, des installations électriques et de sécurité, des parties communes (uniquement lorsque le bâtiment est également occupé par les locataires privés), des pelouses, des parcs et des jardins, les frais de gestion (uniquement lorsque le bâtiment est également occupé par des locataires privés), les taxes régionales et l'installation des appareils de sécurité.
Art. 2.19.7. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd tot het bedrag van de werkelijke ontvangsten te putten uit de opbrengst van de verkoop van onroerende goederen en andere onroerende verrichtingen. De opbrengst van deze verrichtingen zal gestort worden in het Financieringsfonds dat geopend werd krachtens artikel 335, § 2, van de programmawet van 22 december 1989.
De op het einde van het begrotingsjaar niet gebruikte gelden van het Financieringsfonds worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen en worden gevoegd bij de eigen ontvangsten van dat jaar.
De op het einde van het begrotingsjaar niet gebruikte gelden van het Financieringsfonds worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen en worden gevoegd bij de eigen ontvangsten van dat jaar.
Art. 2.19.7. La Régie des bâtiments est autorisée à utiliser à concurrence des recettes effectivement opérées, le produit de la vente de biens immobiliers et d'autres opérations immobilières. Le produit de ces operations sera verse au Fonds de Financement créé en vertu de l'article 335, § 2, de la loi-programme du 22 décembre 1989.
Les disponibilités du Fonds de Financement non utilisées à la fin d'une année budgétaire sont reportées à l'année budgétaire suivante où elles se confondent avec les recettes propres à cette dernière.
Les disponibilités du Fonds de Financement non utilisées à la fin d'une année budgétaire sont reportées à l'année budgétaire suivante où elles se confondent avec les recettes propres à cette dernière.
Art. 2.19.8. In afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd financieel bij te dragen tot de herstellingswerken aan het gebouw van de " ACADEMIA BELGICA " te Rome.
Art. 2.19.8. Par dérogation à l'article 2 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des batiments, la Regie des bâtiments est autorisée à apporter une contribution financière dans les travaux de réparation du bâtiment de l' " ACADEMIA BELGICA " à Rome.
Art. 2.19.9. In afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om haar medewerking te verlenen aan het toezicht op de werken voor de infrastructuur van de nieuwe provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. Zij zal daarvoor de vergoeding aanrekenen die bepaald werd door het Ministerieel Begrotingscomité van 5 februari 1976.
Art. 2.19.9. Par dérogation a l'article 2 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des bâtiments, la Régie des bâtiments est autorisée à prêter son concours à la supervision des travaux d'infrastructure pour les besoins des nouvelles provinces du Brabant flamand et du Brabant wallon. Pour son concours, elle portera en compte la redevance fixée par le Comité ministériel du Budget du 5 février 1976.
Art. 2.19.10. In afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen belast met de realisatie van de studies en het beheer en de controle van de renovatiewerken aan het Huis van de Belgische studenten te Parijs (Stichting Biermans-Lapôtre), binnen de globale voorziene enveloppe van 7.684.699 EUR, inbegrepen 2.478.935 EUR die bijgedragen wordt door het Groothertogdom Luxemburg.
Art. 2.19.10. Par dérogation à l'article 2 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Regie des bâtiments, la Régie des bâtiments est chargée de la réalisation des études et de la gestion et du contrôle des travaux de rénovation à la Maison des Etudiants belges à Paris (Fondation Biermans-Lapôtre), dans les limites de l'enveloppe globale prévue de 7.684.699 EUR, en ce compris 2.478.935 EUR apportés par le grand-duché du Luxembourg.
Art. 2.19.11. In afwijking van artikels 19 en 20 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om uitgaven te verrichten voor het uitvoeren van gewone en buitengewone onderhoudswerken, studies en diverse andere werken in welbepaalde gebouwen die geen eigendom zijn van de Staat, indien deze uitgaven door contracten, conventies of andere overeenkomsten expliciet ten laste van de Regie der Gebouwen gelegd worden.
Art. 2.19.11. Par dérogation aux articles 19 et 20 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des bâtiments, la Régie des bâtiments est autorisée à effectuer des dépenses pour l'exécution de travaux d'entretien ordinaire et extraordinaire, d'études et d'autres travaux divers dans certains immeubles bien définis qui ne sont pas propriété de l'Etat, lorsque ces dépenses sont explicitement mises à la charge de la Régie des bâtiments par des contrats, des conventions ou d'autres accords.
Art. 2.19.12. In afwachting van een definitieve regeling in het kader van de politiehervorming met betrekking tot de huisvesting van de plaatselijke politiediensten, wordt de Regie der Gebouwen ertoe gemachtigd, in afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971, staatsgebouwen geheel of gedeeltelijk een bestemming te geven ten behoeve van de plaatselijke politiediensten, zonder dat hiertoe telkens een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit is vereist. De terbeschikkingstelling ten behoeve van de lokale politiediensten dient gratis te gebeuren, op precaire basis en mits een schriftelijke overeenkomst tussen de Regie der Gebouwen en de gemeente. Vanaf de terbeschikkingstelling dient de gemeente alle eigenaarslasten en alle kosten die verband houden met de eigendom van het ter beschikking gestelde gebouw volledig ten laste te nemen.
Art. 2.19.12. En attendant qu'un règlement définitif de l'hébergement des services policiers locaux, dans le cadre de la réforme policière, soit prise, la Régie des bâtiments est autorisée, par dérogation à l'article 2 de la loi du 1er avril 1971, à donner aux bâtiments de l'Etat une affectation en totalité ou en partie pour les besoins des services policiers locaux, sans qu'un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres soit nécessaire dans chaque cas. La mise à disposition pour les besoins des services policiers locaux doit s'effectuer gratuitement, précairement et moyennant une convention écrite entre la Régie des bâtiments et la commune. A partir du moment de la mise à disposition, la commune doit prendre en charge toutes les charges du propriétaire ainsi que tous les frais liés à la propriété de l'immeuble mis à la disposition.
Art. 2.19.13. De Regie der Gebouwen wordt belast met de uitvoering van de studies en de controle van de werken voor de oprichting van de vier vleugels van het zogenaamde " gebouw Z " van de NAVO (NACISA). Zij mag daarvoor de sommen aanwenden afkomstig van de verkoop van het terrein gelegen naast het huidig NAVO-hoofdkwartier te Evere, evenals de sommen voorzien voor dit project in het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de sommen ertoe voorzien door de NAVO.
Art. 2.19.13. La Régie des bâtiments est chargée de la gestion des études et du contrôle des travaux de construction des quatre ailes du bâtiment nommé " Z " de l'OTAN (NACISA). Elle est autorisée à y affecter les sommes provenant de la vente du terrain situé à proximité du quartier général actuel de l'OTAN à Evere ainsi que les sommes prévues pour ce projet dans l'Accord de Coopération du 15 septembre 1993 entre l'Etat fédéral et la Région de Bruxelles-Capitale et les sommes y affectées par l'OTAN.
Art. 2.19.14. In afwijking van artikel 335, § 4, van de programmawet van 22 december 1989, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om de opbrengst van de verkoop van gebouwen, bestemd voor renovatie en/of wederinhuring, ten belope van het door de Ministerraad te bepalen bedrag te storten in de Schatkist.
Art. 2.19.14. Par dérogation à l'article 335, § 4, de la loi programme du 22 décembre 1989, la Régie des bâtiments est autorisée à verser au Trésor le produit des ventes d'immeubles destinés à la renovation et/ou à la reprise en location, à concurrence du montant décidé par le Conseil des Ministres.
Art. 2.19.15. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd uitgaven te verrichten voor de beveiliging van de koninklijke domeinen Belvédère, Stuyvenberg, Ciergnon en Châteauneuf.
Art. 2.19.15. La Régie des bâtiments est autorisée à effectuer des dépenses pour la sécurisation des domaines royaux Belvédère, Stuyvenberg, Ciergnon et Châteauneuf.
Art. 2.19.16. De uitstaande schulden en schuldvorderingen van de Regie der Gebouwen ten opzichte van de federale administraties worden gecompenseerd ten belope van het bedrag van de op 31 december 2000 uitstaande schulden.
Het surplus van de schuldvorderingen van de Regie der Gebouwen ten opzichte van de federale administraties, zijnde een bedrag van 9.208.953,77 EUR, wordt als oninvorderbaar geboekt.
De Minister van Financiën en de Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties belast met Middenstand brengen de comptabiliteit in overeenstemming met de voorgaande bepalingen.
Het surplus van de schuldvorderingen van de Regie der Gebouwen ten opzichte van de federale administraties, zijnde een bedrag van 9.208.953,77 EUR, wordt als oninvorderbaar geboekt.
De Minister van Financiën en de Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties belast met Middenstand brengen de comptabiliteit in overeenstemming met de voorgaande bepalingen.
Art. 2.19.16. Les dettes exigibles et les créances de la Régie des bâtiments à l'égard des administrations fédérales seront compensées à concurrence du montant des dettes exigibles à la date du 31 décembre 2000.
Le surplus des créances de la Régie des bâtiments à l'égard des administrations fédérales, soit un montant de 9.208.953,77 EUR, sera comptabilisé comme créance irrécouvrable.
Le Ministre des Finances et le Ministre des Télécommunications et des Entreprises et Participations publiques, chargé des Classes moyennes, mettent leurs comptabilités en concordance avec les dispositions reprises ci-avant.
Le surplus des créances de la Régie des bâtiments à l'égard des administrations fédérales, soit un montant de 9.208.953,77 EUR, sera comptabilisé comme créance irrécouvrable.
Le Ministre des Finances et le Ministre des Télécommunications et des Entreprises et Participations publiques, chargé des Classes moyennes, mettent leurs comptabilités en concordance avec les dispositions reprises ci-avant.
Art. 2.19.17. In afwijking van artikel 34, tweede lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden de nog beschikbare saldi op 31 december 2001 van de niet-gesplitste kredieten van het begrotingsjaar 2000 ingeschreven op de basisallocatie 10.12.52 van het programma 40/1 en op de basisallocatie 11.12.51 van het programma 53/1 van de Sectie 19 - ministerie van Ambtenarenzaken, overgedragen naar het jaar 2002 en mogen vanaf het begin van dat jaar worden aangewend om elke uitgave te ordonnanceren die tijdens het begrotingsjaar 2000 werd vastgelegd ten laste van dezelfde basisallocaties.
Art. 2.19.17. Par dérogation à l'article 34, alinéa 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les soldes encore disponibles au 31 décembre 2001 des crédits non dissociés de l'année budgétaire 2000, inscrits à l'allocation de base 11.12.52 du programme 40/1 et à l'allocation de base 11.12.51 du programme 53/1 de la Section 19 - ministère de la Fonction publique - sont reportés à l'année 2002 et peuvent être utilisés dus le commencement de cette année pour ordonnancer toute dépense engagée pendant l'année budgétaire 2000, à charge de ces mêmes allocations de base.
Sectie 21. - Pensioenen.
Section 21. - Pensions.
Art. 2.21.1. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar of in voorkomend geval op de kredieten van de organieke fondsen in de hiernavolgende gevallen :
1) Burgerlijke, kerkelijke en militaire pensioenen :
- Rustpensioenen, voorschotten op deze pensioenen en aanverwante voordelen :
. aan het personeel van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, van De Post, van de Regie voor Maritiem Transport, van het Rijks- en Gemeenschapsonderwijs, van de magistraten en de pleitbezorgers;
. aan de bedienaars van de erediensten;
. aan het personeel van leger en rijkswacht;
. aan de gewezen leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika;
. aan het personeel van het provinciaal, gemeentelijk en vrij gesubsidieerd onderwijs.
- Overlevingspensioenen en -renten, voorschotten op deze pensioenen of renten en aanverwante voordelen aan de rechthebbenden van de gewezen personeelsleden van de kaders in Afrika.
- Overdrachten van bijdragen door de Staat te verrichten in toepassing van de wet van 5 augustus 1968 tot vaststelling van een zeker verband tussen de pensioenstelsels van de openbare sector en die van de privé-sector; terugbetalingen van ten onrechte geïnde overdrachten.
- Overdrachten van pensioenbedragen aan de Europese Gemeenschap in toepassing van de wet van 21 mei 1991 tot vaststelling van een zeker verband tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht.
- Als pensioen geldende hulpgelden.
- Kinderbijslagen aan de gewezen leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika.
- Bedragen ter beschikking te stellen van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers om het hem mogelijk te maken, in uitvoering van artikel 101, 2° tot 4°, van de teksten der wet van 4 augustus 1930 betreffende de gezinsvergoeding voor loontrekkenden, voor rekening van het Rijk de uitbetalingen te verzekeren van de kinderbijslag betreffende het lopend jaar en de voorgaande jaren alsook de dekking van de bestuurskosten van deze uitbetaling met inbegrip van de verzendingskosten van de postassignaties.
2) Oorlogspensioenen en -renten :
- Invaliditeitspensioenen van de militairen uit vredestijd en hun rechthebbenden. Renten verbonden aan de nationale orden.
- Renten voor het lichamelijk leed overkomen aan de burgerlijke en militaire personeelsleden van de Technische Samenwerking naar aanleiding of tengevolge van onlusten, oproer of burgeroorlog.
- Vergoedingspensioenen aan de militaire invaliden van vredestijd en gelijkgestelden alsmede aan hun rechthebbenden.
- Pensioenen, toelagen en renten toegekend aan de militaire slachtoffers van de oorlog 1914-1918 en aan hun rechthebbenden.
- Pensioenen, toelagen en renten toegekend aan de militaire slachtoffers van de oorlog 1940-1945 of ermede gelijkgestelden, alsook aan de rechthebbenden van deze personen.
- Renten aan de verplicht ingelijfden bij het Duitse leger.
- Renten, vergoedingen, voorschotten op renten en vergoedingen, alsmede verwijlinteresten aan de slachtoffers van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte in de overheidssector alsook aan hun rechthebbenden.
- Kinderbijslagen aan de grootinvaliden en aan de weduwen van militairen van vredestijd.
- Kinderbijslagen aan de grootinvaliden en aan de weduwen van de oorlog 1940-1945.
- Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de uitkering te verzekeren van de pensioenen, renten, toelagen en vergoedingen voor burgerlijke oorlogsslachtoffers van 1914-1918 en van hun rechthebbenden.
- Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de uitkering te verzekeren van de pensioenen, renten, toelagen en vergoedingen voor burgerlijke oorlogsslachtoffers van 1940-1945 en van hun rechthebbenden.
- Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de toepassing te verzekeren van de wet van 6 juli 1964 waarbij de toepassing van de wetten betreffende de herstelpensioenen van de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden wordt uitgebreid tot de gevolgen van sommige feiten die zich hebben voorgedaan op het grondgebied van Kongo (Kinshasa), van Rwanda en van Burundi.
- Renten toegekend aan de zeevissers voor in oorlogstijd bewezen diensten.
- Uitvoering van het Belgisch-Duits akkoord van 21 september 1962 betreffende de vergoeding van de oorlogsslachtoffers.
3) Sociale pensioenen :
- Dotatie aan de Rijksdienst voor pensioenen met het oog op de financiering van de uitgaven voortvloeiend uit de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden en uit de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.
1) Burgerlijke, kerkelijke en militaire pensioenen :
- Rustpensioenen, voorschotten op deze pensioenen en aanverwante voordelen :
. aan het personeel van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, van De Post, van de Regie voor Maritiem Transport, van het Rijks- en Gemeenschapsonderwijs, van de magistraten en de pleitbezorgers;
. aan de bedienaars van de erediensten;
. aan het personeel van leger en rijkswacht;
. aan de gewezen leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika;
. aan het personeel van het provinciaal, gemeentelijk en vrij gesubsidieerd onderwijs.
- Overlevingspensioenen en -renten, voorschotten op deze pensioenen of renten en aanverwante voordelen aan de rechthebbenden van de gewezen personeelsleden van de kaders in Afrika.
- Overdrachten van bijdragen door de Staat te verrichten in toepassing van de wet van 5 augustus 1968 tot vaststelling van een zeker verband tussen de pensioenstelsels van de openbare sector en die van de privé-sector; terugbetalingen van ten onrechte geïnde overdrachten.
- Overdrachten van pensioenbedragen aan de Europese Gemeenschap in toepassing van de wet van 21 mei 1991 tot vaststelling van een zeker verband tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht.
- Als pensioen geldende hulpgelden.
- Kinderbijslagen aan de gewezen leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika.
- Bedragen ter beschikking te stellen van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers om het hem mogelijk te maken, in uitvoering van artikel 101, 2° tot 4°, van de teksten der wet van 4 augustus 1930 betreffende de gezinsvergoeding voor loontrekkenden, voor rekening van het Rijk de uitbetalingen te verzekeren van de kinderbijslag betreffende het lopend jaar en de voorgaande jaren alsook de dekking van de bestuurskosten van deze uitbetaling met inbegrip van de verzendingskosten van de postassignaties.
2) Oorlogspensioenen en -renten :
- Invaliditeitspensioenen van de militairen uit vredestijd en hun rechthebbenden. Renten verbonden aan de nationale orden.
- Renten voor het lichamelijk leed overkomen aan de burgerlijke en militaire personeelsleden van de Technische Samenwerking naar aanleiding of tengevolge van onlusten, oproer of burgeroorlog.
- Vergoedingspensioenen aan de militaire invaliden van vredestijd en gelijkgestelden alsmede aan hun rechthebbenden.
- Pensioenen, toelagen en renten toegekend aan de militaire slachtoffers van de oorlog 1914-1918 en aan hun rechthebbenden.
- Pensioenen, toelagen en renten toegekend aan de militaire slachtoffers van de oorlog 1940-1945 of ermede gelijkgestelden, alsook aan de rechthebbenden van deze personen.
- Renten aan de verplicht ingelijfden bij het Duitse leger.
- Renten, vergoedingen, voorschotten op renten en vergoedingen, alsmede verwijlinteresten aan de slachtoffers van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte in de overheidssector alsook aan hun rechthebbenden.
- Kinderbijslagen aan de grootinvaliden en aan de weduwen van militairen van vredestijd.
- Kinderbijslagen aan de grootinvaliden en aan de weduwen van de oorlog 1940-1945.
- Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de uitkering te verzekeren van de pensioenen, renten, toelagen en vergoedingen voor burgerlijke oorlogsslachtoffers van 1914-1918 en van hun rechthebbenden.
- Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de uitkering te verzekeren van de pensioenen, renten, toelagen en vergoedingen voor burgerlijke oorlogsslachtoffers van 1940-1945 en van hun rechthebbenden.
- Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de toepassing te verzekeren van de wet van 6 juli 1964 waarbij de toepassing van de wetten betreffende de herstelpensioenen van de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden wordt uitgebreid tot de gevolgen van sommige feiten die zich hebben voorgedaan op het grondgebied van Kongo (Kinshasa), van Rwanda en van Burundi.
- Renten toegekend aan de zeevissers voor in oorlogstijd bewezen diensten.
- Uitvoering van het Belgisch-Duits akkoord van 21 september 1962 betreffende de vergoeding van de oorlogsslachtoffers.
3) Sociale pensioenen :
- Dotatie aan de Rijksdienst voor pensioenen met het oog op de financiering van de uitgaven voortvloeiend uit de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden en uit de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.
Art. 2.21.1. Les dépenses relatives à des créances d'annees antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante ou, le cas échéant, sur les crédits des fonds organiques dans les cas suivants :
1) Pensions civiles, ecclésiastiques et militaires :
- Pensions de retraite, avances sur ces pensions et prestations annexes :
. au personnel de l'Etat, des Régions, des Communautés, de La Poste, de la Régie des transports maritimes et de l'enseignement de l'Etat et des Communautés, des magistrats et avoués;
. aux ministres des cultes;
. au personnel de l'armee et de la gendarmerie;
. aux anciens membres du personnel de carrière des cadres d'Afrique;
. au personnel de l'enseignement provincial, communal et libre subventionné.
- Pensions et rentes de survie, avances sur ces pensions et prestations annexes aux ayants droit de l'ancien personnel de carrière des cadres d'Afrique.
- Transferts de cotisations à effectuer par l'Etat en application de la loi du 5 août 1968 établissant certaines relations entre les régimes de pension du secteur public et ceux du secteur privé; remboursements de transferts perçus indûment.
- Transferts à la Communauté européenne des montants de pension en application de la loi du 21 mai 1991 établissant certaines relations entre des régimes belges de pensions et ceux d'institutions de droit international public.
- Secours tenant lieu de pension.
- Allocations familiales aux anciens membres du personnel de carrière des cadres d'Afrique.
- Sommes à mettre à la disposition de l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés en vue de lui permettre d'assurer pour compte de l'Etat, en exécution de l'article 101, 2° à 4°, des textes de la loi du 4 août 1930 sur les allocations familiales aux salariés, le paiement des allocations afférentes à l'année en cours et aux années antérieures ainsi que la couverture des frais d'administration afférents à ce paiement, y compris les frais d'envoi des assignations postales.
2) Pensions et rentes de guerre :
- Pensions des militaires invalides du temps de paix et de leurs ayants droit. Rentes dans les ordres nationaux.
- Rentes pour des dommages physiques subis par les membres du personnel civil et militaire de la Coopération technique lors de troubles et émeutes ou guerre civile.
- Pensions de réparation aux militaires invalides du temps de paix et assimilés ainsi qu'à leurs ayants droit.
- Pensions, allocations et rentes attribuées aux victimes militaires de la guerre 1914-1918 et à leurs ayants droit.
- Pensions, allocations et rentes attribuées aux victimes militaires de la guerre 1940-1945 ou assimilées ainsi qu'aux ayants droit de ces personnes.
- Rentes aux incorporés de force dans l'armée allemande.
- Rentes, indemnités, avances sur rentes et indemnités ainsi qu'intérêts de retard aux victimes d'un accident du travail, d'un accident sur le chemin du travail ou d'une maladie professionnelle dans le secteur public ainsi qu'à leurs ayants droit.
- Allocations familiales aux grands invalides et aux veuves des militaires du temps de paix.
- Allocations familiales aux grands invalides et aux veuves de la guerre 1940-1945.
- Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationale des pensions de la guerre pour assurer le paiement des pensions, rentes, allocations et indemnités des victimes civiles de la guerre 1914-1918 et de leurs ayants droit.
- Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationale des pensions de la guerre pour assurer le paiement des pensions, rentes, allocations et indemnités des victimes civiles de la guerre 1940-1945 et de leurs ayants droit.
- Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationale des pensions de la guerre en vue d'assurer l'exécution de la loi du 6 juillet 1964 étendant l'application des lois relatives aux pensions de dedommagement des victimes civiles de la guerre 1940-1945 et de leurs ayants droit aux conséquences de certains faits survenus sur le territoire du Congo (Kinshasa), du Rwanda et du Burundi.
- Rentes en faveur des pêcheurs marins pour services rendus en temps de guerre.
- Exécution de l'accord belgo-allemand du 21 septembre 1962 relatif à l'indemnisation des victimes de la guerre.
3) Pensions sociales :
- Dotation à l'Office national des pensions en vue du financement des dépenses découlant de la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées et de la loi du 22 mars 2001 instaurant la garantie de revenus aux personnes âgées.
1) Pensions civiles, ecclésiastiques et militaires :
- Pensions de retraite, avances sur ces pensions et prestations annexes :
. au personnel de l'Etat, des Régions, des Communautés, de La Poste, de la Régie des transports maritimes et de l'enseignement de l'Etat et des Communautés, des magistrats et avoués;
. aux ministres des cultes;
. au personnel de l'armee et de la gendarmerie;
. aux anciens membres du personnel de carrière des cadres d'Afrique;
. au personnel de l'enseignement provincial, communal et libre subventionné.
- Pensions et rentes de survie, avances sur ces pensions et prestations annexes aux ayants droit de l'ancien personnel de carrière des cadres d'Afrique.
- Transferts de cotisations à effectuer par l'Etat en application de la loi du 5 août 1968 établissant certaines relations entre les régimes de pension du secteur public et ceux du secteur privé; remboursements de transferts perçus indûment.
- Transferts à la Communauté européenne des montants de pension en application de la loi du 21 mai 1991 établissant certaines relations entre des régimes belges de pensions et ceux d'institutions de droit international public.
- Secours tenant lieu de pension.
- Allocations familiales aux anciens membres du personnel de carrière des cadres d'Afrique.
- Sommes à mettre à la disposition de l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés en vue de lui permettre d'assurer pour compte de l'Etat, en exécution de l'article 101, 2° à 4°, des textes de la loi du 4 août 1930 sur les allocations familiales aux salariés, le paiement des allocations afférentes à l'année en cours et aux années antérieures ainsi que la couverture des frais d'administration afférents à ce paiement, y compris les frais d'envoi des assignations postales.
2) Pensions et rentes de guerre :
- Pensions des militaires invalides du temps de paix et de leurs ayants droit. Rentes dans les ordres nationaux.
- Rentes pour des dommages physiques subis par les membres du personnel civil et militaire de la Coopération technique lors de troubles et émeutes ou guerre civile.
- Pensions de réparation aux militaires invalides du temps de paix et assimilés ainsi qu'à leurs ayants droit.
- Pensions, allocations et rentes attribuées aux victimes militaires de la guerre 1914-1918 et à leurs ayants droit.
- Pensions, allocations et rentes attribuées aux victimes militaires de la guerre 1940-1945 ou assimilées ainsi qu'aux ayants droit de ces personnes.
- Rentes aux incorporés de force dans l'armée allemande.
- Rentes, indemnités, avances sur rentes et indemnités ainsi qu'intérêts de retard aux victimes d'un accident du travail, d'un accident sur le chemin du travail ou d'une maladie professionnelle dans le secteur public ainsi qu'à leurs ayants droit.
- Allocations familiales aux grands invalides et aux veuves des militaires du temps de paix.
- Allocations familiales aux grands invalides et aux veuves de la guerre 1940-1945.
- Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationale des pensions de la guerre pour assurer le paiement des pensions, rentes, allocations et indemnités des victimes civiles de la guerre 1914-1918 et de leurs ayants droit.
- Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationale des pensions de la guerre pour assurer le paiement des pensions, rentes, allocations et indemnités des victimes civiles de la guerre 1940-1945 et de leurs ayants droit.
- Sommes à mettre à la disposition de la Caisse nationale des pensions de la guerre en vue d'assurer l'exécution de la loi du 6 juillet 1964 étendant l'application des lois relatives aux pensions de dedommagement des victimes civiles de la guerre 1940-1945 et de leurs ayants droit aux conséquences de certains faits survenus sur le territoire du Congo (Kinshasa), du Rwanda et du Burundi.
- Rentes en faveur des pêcheurs marins pour services rendus en temps de guerre.
- Exécution de l'accord belgo-allemand du 21 septembre 1962 relatif à l'indemnisation des victimes de la guerre.
3) Pensions sociales :
- Dotation à l'Office national des pensions en vue du financement des dépenses découlant de la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées et de la loi du 22 mars 2001 instaurant la garantie de revenus aux personnes âgées.
Art. 2.21.2. De volgende uitgaven mogen vereffend worden bij middel van geldvoorschotten waarvan het maximumbedrag een derde van de kredieten toegekend aan elk ordonnancerend ministerie, niet mag overschrijden.
De uitgaven op de kredieten met betrekking tot :
- Voorlopige militaire pensioenen, hulpgelden, renten en diverse toelagen;
- Hulpgelden toegekend bij ontstentenis van pensioen aan gewezen magistraten, ambtenaren, beambten, personeelsleden zonder benoeming of loontrekkenden uit de tijdelijke of de vaste kaders evenals aan gewezen leden van het hulppersoneel, aan hun weduwen of aan de leden van hun gezin, die in benarde toestand verkeren en waarvan zij de steun waren, om het even of er alimentatieplicht of niet bestond;
- Hulpgelden toegekend in uitzonderlijke omstandigheden aan die personen die slechts een pensioen of een als pensioen geldend wachtgeld van gering bedrag hebben bij toepassing van artikel 29 van het koninklijk besluit van 30 maart 1939 betreffende de terbeschikkingstelling van het Rijkspersoneel (met inbegrip in voorkomend geval van de toekenning aan de rechthebbenden van een compensatievergoeding gelijk aan het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van het overlevingspensioen en het pensioen, of van het voorschot toegekend aan de rechthebbende van de overleden militair of het oorlogsslachtoffer en de 75 % activiteitswedde waarvan het overleden personeelslid normaal het genot zou gehad hebben en van een compensatievergoeding aan de gewezen personeelsleden van de Identificatiedienst van de Brusselse agglomeratie en aan hun rechthebbenden gelijk aan het verschil tussen het rust- of het overlevingspensioen toegekend door de Rijksdienst voor Pensioenen) :
- Justitie
- Binnenlandse Zaken
- Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- Middenstand en Landbouw
- Economische Zaken
- Tewerkstelling en Arbeid
- Sociale Zaken
- Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden en ex-Ministeries van Onderwijs/Education.
De hulpgelden, toegekend als aanvulling van een gering pensioen of wachtwedde, zullen maandelijks uitbetaald worden. Alleen de vereffening van de eerste termijn zal geschieden mits voorafgaand visum van het Rekenhof op overlegging van het koninklijk of ministerieel toekenningsbesluit.
De uitgaven op de kredieten met betrekking tot :
- Voorlopige militaire pensioenen, hulpgelden, renten en diverse toelagen;
- Hulpgelden toegekend bij ontstentenis van pensioen aan gewezen magistraten, ambtenaren, beambten, personeelsleden zonder benoeming of loontrekkenden uit de tijdelijke of de vaste kaders evenals aan gewezen leden van het hulppersoneel, aan hun weduwen of aan de leden van hun gezin, die in benarde toestand verkeren en waarvan zij de steun waren, om het even of er alimentatieplicht of niet bestond;
- Hulpgelden toegekend in uitzonderlijke omstandigheden aan die personen die slechts een pensioen of een als pensioen geldend wachtgeld van gering bedrag hebben bij toepassing van artikel 29 van het koninklijk besluit van 30 maart 1939 betreffende de terbeschikkingstelling van het Rijkspersoneel (met inbegrip in voorkomend geval van de toekenning aan de rechthebbenden van een compensatievergoeding gelijk aan het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van het overlevingspensioen en het pensioen, of van het voorschot toegekend aan de rechthebbende van de overleden militair of het oorlogsslachtoffer en de 75 % activiteitswedde waarvan het overleden personeelslid normaal het genot zou gehad hebben en van een compensatievergoeding aan de gewezen personeelsleden van de Identificatiedienst van de Brusselse agglomeratie en aan hun rechthebbenden gelijk aan het verschil tussen het rust- of het overlevingspensioen toegekend door de Rijksdienst voor Pensioenen) :
- Justitie
- Binnenlandse Zaken
- Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- Middenstand en Landbouw
- Economische Zaken
- Tewerkstelling en Arbeid
- Sociale Zaken
- Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden en ex-Ministeries van Onderwijs/Education.
De hulpgelden, toegekend als aanvulling van een gering pensioen of wachtwedde, zullen maandelijks uitbetaald worden. Alleen de vereffening van de eerste termijn zal geschieden mits voorafgaand visum van het Rekenhof op overlegging van het koninklijk of ministerieel toekenningsbesluit.
Art. 2.21.2. Les depenses suivantes peuvent être liquidées à charge d'avances de fonds dont le montant maximum ne peut excéder le tiers des crédits alloués a chacun des ministères ordonnateurs.
Les dépenses à imputer sur les crédits relatifs aux :
- Pensions militaires provisoires, rentes et subsides divers;
- Secours alloues à défaut de pension à d'anciens magistrats, fonctionnaires, employés, agents sans nomination ou salariés des cadres temporaires et définitifs ainsi qu'aux anciens membres du personnel auxiliaire, à leurs veuves ou aux membres de leur famille qui se trouvent dans une situation malheureuse et dont ils étaient le soutien, qu'il y ait obligation alimentaire ou non;
- Secours alloués, dans des circonstances exceptionnelles, à celles de ces personnes qui n'ont qu'une pension ou un traitement de disponibilité minime, tenant lieu de pension, par application de l'article 29 de l'arrêté royal du 30 mars 1939 relatif à la mise en disponibilité des agents de l'Etat (y compris éventuellement l'octroi aux ayants droit d'une allocation compensatoire égale à la différence entre le montant cumulé de la pension de survie et de la pension ou de l'avance allouée au titre d'ayant droit de militaire decédé ou de victime de guerre et les 75 % du traitement d'activité dont l'agent décédé aurait bénéficié normalement et d'une allocation compensatoire aux anciens membres du personnel de l'Office d'Identification de l'agglomération bruxelloise et à leurs ayants droit, égale à la différence entre la pension de retraite ou de survie accordée au personnel de l'Etat et la pension de retraite ou de survie leur allouée par l'Office national des pensions) :
- Justice
- Intérieur
- Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement
- Classes moyennes et Agriculture,- Affaires économiques
- Emploi et Travail
- Affaires sociales
- Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles et ex-Ministères de l'Education/Onderwijs.
Les secours alloués à titre de complément à une pension ou un traitement de disponibilité minime seront payés par mensualités. Seule, la liquidation du premier terme s'effectuera sur visa préalable de la Cour des comptes, au vu de l'arrêté royal ou de l'arrêté ministériel d'allocation.
Les dépenses à imputer sur les crédits relatifs aux :
- Pensions militaires provisoires, rentes et subsides divers;
- Secours alloues à défaut de pension à d'anciens magistrats, fonctionnaires, employés, agents sans nomination ou salariés des cadres temporaires et définitifs ainsi qu'aux anciens membres du personnel auxiliaire, à leurs veuves ou aux membres de leur famille qui se trouvent dans une situation malheureuse et dont ils étaient le soutien, qu'il y ait obligation alimentaire ou non;
- Secours alloués, dans des circonstances exceptionnelles, à celles de ces personnes qui n'ont qu'une pension ou un traitement de disponibilité minime, tenant lieu de pension, par application de l'article 29 de l'arrêté royal du 30 mars 1939 relatif à la mise en disponibilité des agents de l'Etat (y compris éventuellement l'octroi aux ayants droit d'une allocation compensatoire égale à la différence entre le montant cumulé de la pension de survie et de la pension ou de l'avance allouée au titre d'ayant droit de militaire decédé ou de victime de guerre et les 75 % du traitement d'activité dont l'agent décédé aurait bénéficié normalement et d'une allocation compensatoire aux anciens membres du personnel de l'Office d'Identification de l'agglomération bruxelloise et à leurs ayants droit, égale à la différence entre la pension de retraite ou de survie accordée au personnel de l'Etat et la pension de retraite ou de survie leur allouée par l'Office national des pensions) :
- Justice
- Intérieur
- Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement
- Classes moyennes et Agriculture,- Affaires économiques
- Emploi et Travail
- Affaires sociales
- Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles et ex-Ministères de l'Education/Onderwijs.
Les secours alloués à titre de complément à une pension ou un traitement de disponibilité minime seront payés par mensualités. Seule, la liquidation du premier terme s'effectuera sur visa préalable de la Cour des comptes, au vu de l'arrêté royal ou de l'arrêté ministériel d'allocation.
Art. 2.21.3. In toepassing van artikel 61 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, wordt het overschot van de opbrengst van de persoonlijke bijdrage voor de financiering van de overlevingspensioenen geregistreerd bij het Fonds voor Overlevingspensioenen (organiek fonds van programma 1 van afdeling 51), aangewend voor de financiering van de uitgaven inzake de rustpensioenen van het Rijkspersoneel, van het leger, van de rijkswacht en van het onderwijs.
Dit overschot wordt geschat op (89.000 duizend EUR) voor het begrotingsjaar 2002. <W 2002-07-12/32, art. 2.21.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Dit overschot wordt geschat op (89.000 duizend EUR) voor het begrotingsjaar 2002. <W 2002-07-12/32, art. 2.21.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. 2.21.3. En application de l'article 61 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pension, l'excédent du produit de la contribution personnelle au financement des pensions de survie enregistre au Fonds des pensions de survie (fonds organique du programme 1 de la division 51) est affecté au financement des dépenses en matière de pensions de retraite du personnel de l'Etat, de l'armée, de la gendarmerie et de l'enseignement.
Cet excédent est estimé à (89.000 milliers d'euros) pour l'année budgétaire 2002. <L 2002-07-12/32, art. 2.21.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Cet excédent est estimé à (89.000 milliers d'euros) pour l'année budgétaire 2002. <L 2002-07-12/32, art. 2.21.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.21.4. De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten te verlenen indien de lopende rekeningen van de Schatkistverrichtingen 80.07.02.00.B (toelagen in verband met arbeidsongevallen voor het personeel van sommige instellingen van openbaar nut), 82.01.02.60.B (pensioenen van het gemeentepersoneel - Gemeenschappelijk regime), 82.01.03.61.B (pensioenen voor het gemeentepersoneel - stelsel van de nieuw aangeslotenen) en 82.02.05.66.B (pensioenen ten laste van de verschillende machten of instellingen die een conventie met de Belgische Staat hebben afgesloten) zich in debettoestand bevinden.
Art. 2.21.4. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les comptes courants des opérations de Trésorerie 80.07.02.00.B (indemnisation en matière d'accidents du travail pour le personnel de certains organismes d'intérêt public), 82.01.02.60.B (pensions du personnel communal - Régime commun), 82.01.03.61.B (pensions du personnel communal - régime des nouveaux affiliés) et 82.02.05.66.B (pensions à charge de différents pouvoirs ou organismes qui ont conclu une convention avec l'Etat belge) se trouvent en position débitrice.
Art. 2.21.5. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen, wanneer de rekening van het fonds " Pool der parastatalen " (organiek fonds van programma 5 van de afdeling 51), zich in debettoestand bevindt.
Art. 2.21.5. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque le compte du Fonds " Pool des parastataux " (fonds organique du programme 5 de la division 51) se trouve en position débitrice.
Art. 2.21.6. De vereffening van de begrafenisvergoedingen ten laste van de basisallocatie 34.25 van afdeling 51 toegekend in toepassing van artikel 6 van de wet van 30 april 1958, ten gunste van de rechthebbenden van de gepensioneerde Rijksambtenaren, gebeurt op fondsvoorschotten overeenkomstig artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. In afwijking van voormelde wet van 29 oktober 1846 mag het voorschot maximum 991.600 EUR bedragen.
Art. 2.21.6. La liquidation des indemnités de funérailles à charge de l'allocation de base 34.25 de la division 51, accordées en vertu de l'article 6 de la loi du 30 avril 1958 aux ayants droit de pensionnés de l'Etat, a lieu sur avances de fonds conformément à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes. Par dérogation à la loi du 29 octobre 1846 précitée, le montant de chacune de ces avances peut atteindre au maximum 991.600 EUR.
Art. 2.21.7. De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan op de vergoeding bedoeld bij artikel 6 van de wet van 30 april 1958 tot instelling van een begrafenisvergoeding ten gunste van de rechthebbenden van gepensioneerde Rijksambtenaren.
Art. 2.21.7. Le Ministre des Finances peut consentir des avances à valoir sur l'indemnité prévue par l'article 6 de la loi du 30 avril 1958 instituant une indemnité de funérailles en faveur des ayants droit de pensionnés de l'Etat.
Art. 2.21.8. De orderekening van de thesaurie waarop de lasten van de nieuwe rust- en overlevingspensioenen van de diensten van de geïntegreerde politie vanaf 1 april 2001 worden aangerekend, mag een debetsaldo ten belope van 130.000 EUR vertonen.
Art. 2.21.8. Le compte d'ordre de trésorerie sur lequel sont imputées les charges des nouvelles pensions de retraite et de survie de la police intégrée à partir du 1er avril 2001, peut présenter un solde débiteur à concurrence de 130.000 EUR.
Sectie 23. - Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
Section 23. - Ministère de l'Emploi et du Travail.
Art. 2.23.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten worden verleend :
1) tot een maximumbedrag van 18.600 EUR, aan de rekenplichtigen van het Departement, andere dan die bedoeld onder 2, 3, 4, 5, 6 en 7 hierna, die gemachtigd worden, door middel van deze voorschotten, uitgaven te betalen welke 2.500 EUR niet overschrijden;
2) tot een maximumbedrag van 12.400 EUR, aan de rekenplichtige van de Sociale Dienst, die gemachtigd wordt, door middel van deze voorschotten, uitgaven te vereffenen, voorzien voor de sociale acties in het programma 40/0 - " Secretariaat-generaal en algemene administratieve diensten - bestaansmiddelen ", en welke ook het bedrag ervan weze;
3) tot een maximumbedrag van 372.000 EUR, aan de rekenplichtige van het Departement Algemene Administratieve Diensten, met het oog op de uitbetaling - eventueel door middel van voorschotten - van de schuldvorderingen die 5.500 EUR, exclusief BTW, niet overschrijden, en wat ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit en de kosten van telefoon;
4) tot een maximumbedrag van 310.000 EUR, aan de rekenplichtige belast met het financieren van opdrachten, die gemachtigd wordt de nodige voorschotten ter beschikking te stellen van de personen belast met een opdracht in het buitenland; deze voorschotten zullen onder andere dienen om forfaitair hun geringe uitgaven te betalen;
5) tot een maximumbedrag van 99.200 EUR aan de rekenplichtige van de Dienst sociale bilaterale samenwerking, die gemachtigd wordt de schuldvorderingen te betalen met betrekking tot de delegaties die, in het kader van de sociale bilaterale samenwerking, in België verblijven, alsook de forfaitaire vergoedingen toegekend aan deze delegaties en aan het personeel van het departement en van openbare instellingen die hen vergezellen;
6) (Tot een maximumbedrag van 120.000 euro aan de rekenplichtige van de Administratie van de inspectie van de sociale wetten, die gemachtigd wordt door middel van deze voorschotten, tot het betalen van de bedragen nodig voor de interne frankering van de verzendingen van het hoofdbestuur en de buitendiensten.) <W 2002-07-12/32, art. 2.23.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
7) tot een maximumbedrag van 74.400 EUR aan de rekenplichtigen belast met het verrichten van uitgaven in het kader van het activiteitenprogramma 40/6 - Federale Belgische publieke bijdrage aan het Europees Sociaal Fonds-, wat ook het bedrag van deze uitgaven moge zijn.
1) tot een maximumbedrag van 18.600 EUR, aan de rekenplichtigen van het Departement, andere dan die bedoeld onder 2, 3, 4, 5, 6 en 7 hierna, die gemachtigd worden, door middel van deze voorschotten, uitgaven te betalen welke 2.500 EUR niet overschrijden;
2) tot een maximumbedrag van 12.400 EUR, aan de rekenplichtige van de Sociale Dienst, die gemachtigd wordt, door middel van deze voorschotten, uitgaven te vereffenen, voorzien voor de sociale acties in het programma 40/0 - " Secretariaat-generaal en algemene administratieve diensten - bestaansmiddelen ", en welke ook het bedrag ervan weze;
3) tot een maximumbedrag van 372.000 EUR, aan de rekenplichtige van het Departement Algemene Administratieve Diensten, met het oog op de uitbetaling - eventueel door middel van voorschotten - van de schuldvorderingen die 5.500 EUR, exclusief BTW, niet overschrijden, en wat ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit en de kosten van telefoon;
4) tot een maximumbedrag van 310.000 EUR, aan de rekenplichtige belast met het financieren van opdrachten, die gemachtigd wordt de nodige voorschotten ter beschikking te stellen van de personen belast met een opdracht in het buitenland; deze voorschotten zullen onder andere dienen om forfaitair hun geringe uitgaven te betalen;
5) tot een maximumbedrag van 99.200 EUR aan de rekenplichtige van de Dienst sociale bilaterale samenwerking, die gemachtigd wordt de schuldvorderingen te betalen met betrekking tot de delegaties die, in het kader van de sociale bilaterale samenwerking, in België verblijven, alsook de forfaitaire vergoedingen toegekend aan deze delegaties en aan het personeel van het departement en van openbare instellingen die hen vergezellen;
6) (Tot een maximumbedrag van 120.000 euro aan de rekenplichtige van de Administratie van de inspectie van de sociale wetten, die gemachtigd wordt door middel van deze voorschotten, tot het betalen van de bedragen nodig voor de interne frankering van de verzendingen van het hoofdbestuur en de buitendiensten.) <W 2002-07-12/32, art. 2.23.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
7) tot een maximumbedrag van 74.400 EUR aan de rekenplichtigen belast met het verrichten van uitgaven in het kader van het activiteitenprogramma 40/6 - Federale Belgische publieke bijdrage aan het Europees Sociaal Fonds-, wat ook het bedrag van deze uitgaven moge zijn.
Art. 2.23.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, peuvent être consenties des avances de fonds :
1) d'un montant maximum de 18.600 EUR, aux comptables du Département, autres que ceux visés aux 2,3, 4, 5, 6 et 7 ci-après, qui sont autorisés à payer, au moyen de ces avances, les dépenses n'excédant pas 2.500 EUR;
2) d'un montant maximum de 12.400 EUR, au comptable du Service social qui est autorisé à liquider, au moyen de ces avances, les dépenses, quel qu'en soit le montant, prévues pour les actions sociales dans le programme 40/0 - " Secrétariat genéral et services administratifs généraux - subsistance ";
3) d'un montant maximum de 372.000 EUR, au comptable du Département - Services administratifs généraux, à l'effet de payer - éventuellement au moyen d'avances - les créances n'excédant pas 5.500 EUR, hors T.V.A., ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, de gaz et d'électricité et les frais de téléphone;
4) d'un montant maximum de 310.000 EUR, au comptable charge de financer les missions, qui est autorisé à mettre les avances nécessaires à la disposition des personnes chargées d'une mission à l'étranger; ces avances serviront, entre autres, à payer forfaitairement leurs menues dépenses;
5) d'un montant maximum de 99.200 EUR au comptable du Service de la collaboration sociale bilatérale qui est autorisé a payer les déclarations de créance relatives aux délégations séjournant en Belgique dans le cadre de la collaboration sociale bilatérale, ainsi que les indemnités forfaitaires accordées aux délégations et au personnel du département et des organismes d'intérêt public soumis à sa tutelle qui les accompagne;
6) (D'un montant maximum de 120.000 euros au comptable de l'Administration de l'inspection des lois sociales qui est autorisé à payer, au moyen de ces avances, les montants nécessaires pour l'affranchissement interne des envois de l'Administration centrale et des services extérieurs;) <L 2002-07-12/32, art. 2.23.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
7) d'un montant maximum de 74.400 EUR aux comptables chargés d'effectuer des dépenses dans le cadre du programme d'activités 40/6 - Contribution fédérale publique belge au Fonds social européen -, quelqu'en soit le montant.
1) d'un montant maximum de 18.600 EUR, aux comptables du Département, autres que ceux visés aux 2,3, 4, 5, 6 et 7 ci-après, qui sont autorisés à payer, au moyen de ces avances, les dépenses n'excédant pas 2.500 EUR;
2) d'un montant maximum de 12.400 EUR, au comptable du Service social qui est autorisé à liquider, au moyen de ces avances, les dépenses, quel qu'en soit le montant, prévues pour les actions sociales dans le programme 40/0 - " Secrétariat genéral et services administratifs généraux - subsistance ";
3) d'un montant maximum de 372.000 EUR, au comptable du Département - Services administratifs généraux, à l'effet de payer - éventuellement au moyen d'avances - les créances n'excédant pas 5.500 EUR, hors T.V.A., ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, de gaz et d'électricité et les frais de téléphone;
4) d'un montant maximum de 310.000 EUR, au comptable charge de financer les missions, qui est autorisé à mettre les avances nécessaires à la disposition des personnes chargées d'une mission à l'étranger; ces avances serviront, entre autres, à payer forfaitairement leurs menues dépenses;
5) d'un montant maximum de 99.200 EUR au comptable du Service de la collaboration sociale bilatérale qui est autorisé a payer les déclarations de créance relatives aux délégations séjournant en Belgique dans le cadre de la collaboration sociale bilatérale, ainsi que les indemnités forfaitaires accordées aux délégations et au personnel du département et des organismes d'intérêt public soumis à sa tutelle qui les accompagne;
6) (D'un montant maximum de 120.000 euros au comptable de l'Administration de l'inspection des lois sociales qui est autorisé à payer, au moyen de ces avances, les montants nécessaires pour l'affranchissement interne des envois de l'Administration centrale et des services extérieurs;) <L 2002-07-12/32, art. 2.23.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
7) d'un montant maximum de 74.400 EUR aux comptables chargés d'effectuer des dépenses dans le cadre du programme d'activités 40/6 - Contribution fédérale publique belge au Fonds social européen -, quelqu'en soit le montant.
Art. 2.23.2. Ten behoeve van de uitgaven van het organiek begrotingsfonds " Belgisch Europees Sociaal Fonds " (programma 56/9) kunnen aan de bevoegde rekenplichtige geldvoorschotten toegekend worden, zoals bedoeld bij artikel 15, 2°, van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. Deze voorschotten zijn elk afzonderlijk aan geen maximumbedrag onderworpen, behalve wat de programmatie 1994-1999 betreft, waarvoor zij de beschikbare variabele kredieten niet mogen overschrijden.
Art. 2.23.2. Des avances de fonds telles que visées à l'article 15, 2° de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des Comptes, peuvent être consenties au comptable competent pour les besoins de dépenses du fonds organique " Fonds social européen belge " (programme 56/9). Aucune de ces avances n'est soumise à un montant maximum, sauf en ce qui concerne la programmation 1994-1999, pour laquelle elles ne peuvent pas dépasser les crédits variables disponibles
Art. 2.23.3. Binnen de perken van de desbetreffende basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/0 - SECRETARIAAT-GENERAAL EN ALGEMENE ADMINISTRATIEVE DIENSTEN
BESTAANSMIDDELEN
1) Toelage aan de Personeelsvereniging van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
2) Toelage aan de v.z.w. Kinderopvang van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
PROGRAMMA 40/1 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
- Deelneming aan het programma voor de uitwisseling van sociale werkers der Verenigde Naties.
- (Toelage aan de Internationale Arbeidsorganisatie ten titel van vrijwillige bijdrage van de Belgische regering voor een programma of een specifieke actie in de domeinen van kinderarbeid, of bevordering van de werkgelegenheid, of van de sociale dialoog en het collectief overleg, of de arbeidsadministratie, of de sociale bescherming en de sociale economie.) <W 2002-07-12/32, art. 2.23.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
- Deelneming in de uitvoering van de initiatieven betreffende de bilaterale sociale samenwerking opgezet door de Internationale Arbeidsorganisatie of met een derde land.
- Subsidies aan internationale organisaties (IAB, Raad van Europa, Europese organisaties,...), aan erkende of geaggregeerde niet-gouvernementele organisaties, aan Belgische onderzoeksinstituten.
(Financiële bijdragen aan tussenkomsten van kleine omvang via de N.V. Belgische Technische Coöperatie.) <W 2002-07-12/32, art. 2.23.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 40/2 - STUDIES
- Verlenen van toelagen ter aanmoediging van activiteiten in het raam van de opdrachten van het Departement.
PROGRAMMA 40/5 - GELIJKE KANSEN VOOR VROUWEN EN MANNEN
1) Subsidies aan organisaties die (mede) als doelstelling hebben gelijke kansen tussen vrouwen en mannen te bevorderen, voor projecten die gericht zijn op :
- verandering van situaties waarin sprake is van een onrechtvaardig verschil in behandeling tussen mannen en vrouwen;
- verandering in maatschappelijke structuren en verhoudingen die belemmeringen en/of achterstanden ten opzichte van vrouwen veroorzaken;
- een mentaliteitsverandering ten aanzien van het traditioneel man-vrouw rollenpatroon;
- de bewustwording van de vrouw en/of groepen van vrouwen ten opzichte van de rol en de positie van de vrouw, en het stimuleren van de maatschappelijke participatie van de vrouw;
- een fundamentele reflexie betreffende de man-vrouw verhoudingen, resulterend in veranderingsstrategieën.
2) Subsidie aan de v.z.w. Centrum voor Vrouwen " DE AMAZONE ", met inbegrip van de tussenkomst ten gunste van de v.z.w. Archiefcentrum voor Vrouwengeschiedenis en de huur aan de Regie der Gebouwen.
3) Subsidie aan de v.z.w. " Sophia ".
4) Subsidie aan de " Conseil des Femmes francophones de Belgique " a.s.b.l.
5) Subsidie aan de Nederlandstalige Vrouwenraad v.z.w..
PROGRAMMA 40/6 - FEDERALE BELGISCHE PUBLIEKE BIJDRAGE AAN HET EUROPEES SOCIAAL FONDS
- Verlenen van subsidies aan private instellingen.
- Verlenen van subsidies aan publieke instellingen.
PROGRAMMA 40/9 - STEUN AAN ONTHAALCENTRA
- Verlenen van een subsidie aan drie onthaalcentra gespecialiseerd inzake de strijd tegen de mensenhandel, met name :
- centrum Sürya
- centrum Pag-Asa
- centrum Payoke.
PROGRAMMA 51/1 - SOCIAAL OVERLEG
EN SOCIALE BEMIDDELING
- Toelage aan de Nationale Arbeidsraad.
PROGRAMMA 52/1 - ACTIES TEN GUNSTE VAN DE SOCIALE, MORELE EN INTELLECTUELE PROMOTIE VAN DE WERKNEMERS
1) Allerlei uitgaven in verband met de toekenning van de prijzen van de Hoge Raad voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen en van de Administratie van de arbeidsveiligheid.
2) Toelage aan het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid.
3) Toelage aan het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden.
4) Toelage aan de representatieve werknemersorganisaties bedoeld bij artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
5) Subsidies aan private organisaties teneinde de activiteiten te ondersteunen die de doelstelling van de humanisering van de arbeid nastreven.
6) Subsidies aan publieke organisaties teneinde de activiteiten te ondersteunen die de doelstelling van de humanisering van de arbeid nastreven.
PROGRAMMA 54/1 - CONTROLE, REGLEMENTERING EN AANMOEDIGING VAN DE ARBEIDSVEILIGHEID
- Toelage aan de Vereniging van diensthoofden voor veiligheid en hygiëne van België.
PROGRAMMA 55/1 - REGLEMENTERING EN CONTROLE - AANMOEDIGING VAN DE HYGIENE IN DE WERKPLAATSEN EN VAN DE GEZONDHEID DER WERKNEMERS
- Verlenen van financiële hulp aan de wetenschappelijke verenigingen voor arbeidsgeneeskunde en aan de beroepsorganisaties van de arbeidsgeneesheren voor hun werking, studievergaderingen, onderzoeken en publicaties in het raam van de gezondheidspolitiek ten bate van de werknemers en ter behartiging van de arbeidsgeneeskunde.
PROGRAMMA 56/3 - BRUGPENSIOENEN
1) Toelage aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van de ondernemingen ontslagen werknemers om de uitgaven te dekken voor het toekennen van een aanvullende vergoeding aan bruggepensioneerde werknemers in 1993 van de douane- en expeditiekantoren.
2) Toelage aan het Fonds voor Bestaanszekerheid van de sector van de Koopvaardij teneinde aanvullende uitkeringen te betalen aan de bruggepensioneerden van de sector.
PROGRAMMA 40/0 - SECRETARIAAT-GENERAAL EN ALGEMENE ADMINISTRATIEVE DIENSTEN
BESTAANSMIDDELEN
1) Toelage aan de Personeelsvereniging van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
2) Toelage aan de v.z.w. Kinderopvang van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
PROGRAMMA 40/1 - INTERNATIONALE SAMENWERKING
- Deelneming aan het programma voor de uitwisseling van sociale werkers der Verenigde Naties.
- (Toelage aan de Internationale Arbeidsorganisatie ten titel van vrijwillige bijdrage van de Belgische regering voor een programma of een specifieke actie in de domeinen van kinderarbeid, of bevordering van de werkgelegenheid, of van de sociale dialoog en het collectief overleg, of de arbeidsadministratie, of de sociale bescherming en de sociale economie.) <W 2002-07-12/32, art. 2.23.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
- Deelneming in de uitvoering van de initiatieven betreffende de bilaterale sociale samenwerking opgezet door de Internationale Arbeidsorganisatie of met een derde land.
- Subsidies aan internationale organisaties (IAB, Raad van Europa, Europese organisaties,...), aan erkende of geaggregeerde niet-gouvernementele organisaties, aan Belgische onderzoeksinstituten.
(Financiële bijdragen aan tussenkomsten van kleine omvang via de N.V. Belgische Technische Coöperatie.) <W 2002-07-12/32, art. 2.23.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 40/2 - STUDIES
- Verlenen van toelagen ter aanmoediging van activiteiten in het raam van de opdrachten van het Departement.
PROGRAMMA 40/5 - GELIJKE KANSEN VOOR VROUWEN EN MANNEN
1) Subsidies aan organisaties die (mede) als doelstelling hebben gelijke kansen tussen vrouwen en mannen te bevorderen, voor projecten die gericht zijn op :
- verandering van situaties waarin sprake is van een onrechtvaardig verschil in behandeling tussen mannen en vrouwen;
- verandering in maatschappelijke structuren en verhoudingen die belemmeringen en/of achterstanden ten opzichte van vrouwen veroorzaken;
- een mentaliteitsverandering ten aanzien van het traditioneel man-vrouw rollenpatroon;
- de bewustwording van de vrouw en/of groepen van vrouwen ten opzichte van de rol en de positie van de vrouw, en het stimuleren van de maatschappelijke participatie van de vrouw;
- een fundamentele reflexie betreffende de man-vrouw verhoudingen, resulterend in veranderingsstrategieën.
2) Subsidie aan de v.z.w. Centrum voor Vrouwen " DE AMAZONE ", met inbegrip van de tussenkomst ten gunste van de v.z.w. Archiefcentrum voor Vrouwengeschiedenis en de huur aan de Regie der Gebouwen.
3) Subsidie aan de v.z.w. " Sophia ".
4) Subsidie aan de " Conseil des Femmes francophones de Belgique " a.s.b.l.
5) Subsidie aan de Nederlandstalige Vrouwenraad v.z.w..
PROGRAMMA 40/6 - FEDERALE BELGISCHE PUBLIEKE BIJDRAGE AAN HET EUROPEES SOCIAAL FONDS
- Verlenen van subsidies aan private instellingen.
- Verlenen van subsidies aan publieke instellingen.
PROGRAMMA 40/9 - STEUN AAN ONTHAALCENTRA
- Verlenen van een subsidie aan drie onthaalcentra gespecialiseerd inzake de strijd tegen de mensenhandel, met name :
- centrum Sürya
- centrum Pag-Asa
- centrum Payoke.
PROGRAMMA 51/1 - SOCIAAL OVERLEG
EN SOCIALE BEMIDDELING
- Toelage aan de Nationale Arbeidsraad.
PROGRAMMA 52/1 - ACTIES TEN GUNSTE VAN DE SOCIALE, MORELE EN INTELLECTUELE PROMOTIE VAN DE WERKNEMERS
1) Allerlei uitgaven in verband met de toekenning van de prijzen van de Hoge Raad voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen en van de Administratie van de arbeidsveiligheid.
2) Toelage aan het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid.
3) Toelage aan het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden.
4) Toelage aan de representatieve werknemersorganisaties bedoeld bij artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
5) Subsidies aan private organisaties teneinde de activiteiten te ondersteunen die de doelstelling van de humanisering van de arbeid nastreven.
6) Subsidies aan publieke organisaties teneinde de activiteiten te ondersteunen die de doelstelling van de humanisering van de arbeid nastreven.
PROGRAMMA 54/1 - CONTROLE, REGLEMENTERING EN AANMOEDIGING VAN DE ARBEIDSVEILIGHEID
- Toelage aan de Vereniging van diensthoofden voor veiligheid en hygiëne van België.
PROGRAMMA 55/1 - REGLEMENTERING EN CONTROLE - AANMOEDIGING VAN DE HYGIENE IN DE WERKPLAATSEN EN VAN DE GEZONDHEID DER WERKNEMERS
- Verlenen van financiële hulp aan de wetenschappelijke verenigingen voor arbeidsgeneeskunde en aan de beroepsorganisaties van de arbeidsgeneesheren voor hun werking, studievergaderingen, onderzoeken en publicaties in het raam van de gezondheidspolitiek ten bate van de werknemers en ter behartiging van de arbeidsgeneeskunde.
PROGRAMMA 56/3 - BRUGPENSIOENEN
1) Toelage aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van de ondernemingen ontslagen werknemers om de uitgaven te dekken voor het toekennen van een aanvullende vergoeding aan bruggepensioneerde werknemers in 1993 van de douane- en expeditiekantoren.
2) Toelage aan het Fonds voor Bestaanszekerheid van de sector van de Koopvaardij teneinde aanvullende uitkeringen te betalen aan de bruggepensioneerden van de sector.
Art. 2.23.3. Dans les limites des allocations de base concernées, les subsides suivants peuvent être accordés :
PROGRAMME 40/0 - SECRETARIAT GENERAL ET SERVICES ADMINISTRATIFS GENERAUX SUBSISTANCE
1) Subside en faveur de l'Association du Personnel du Ministère de l'Emploi et du Travail.
2) Subside en faveur de l'a.s.b.l. Garderie d'Enfants du Ministère de l'Emploi et du Travail.
PROGRAMME 40/1 - COLLABORATION INTERNATIONALE
- Participation au programme d'échange de travailleurs sociaux des Nations Unies.
- (Subvention à l'Organisation internationale du travail à titre de contribution volontaire du gouvernement belge pour un programme ou une action spécifique dans les domaines, soit du travail des enfants, soit de la promotion de l'emploi, soit du dialogue social et de la négociation collective, soit de l'administration du travail, soit de la protection sociale ou de l'économie sociale.) <L 2002-07-12/32, art. 2.23.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
- Participation dans l'exécution des initiatives en matière de collaboration sociale bilatérale mises sur pied par l'Organisation internationale du Travail ou avec un pays tiers.
- Subsides à des organisations internationales (BIT, Conseil de l'Europe, Organisations européennes,...), à des organisations non gouvernementales reconnues ou agréées, à des instituts de recherche belges.
(- Contributions financières à des interventions de petite taille via la S.A. Coopération technique belge.) <L 2002-07-12/32, art. 2.23.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 40/2 - ETUDES
- Attribution de subsides à titre d'encouragement d'activités dans le cadre des missions du Département.
PROGRAMME 40/5 - EGALITE DES CHANCES ENTRE FEMMES ET HOMMES
1) Subsides aux organisations qui ont (entre autres) comme objectif de promouvoir l'émancipation sociale de la femme, pour des projets axés sur :
- le changement de situations dans lesquelles il est question d'une différence de traitement injustifiée entre l'homme et la femme;
- le changement de structures et de rapports sociaux qui sont à la base d'obstacles et/ou de retards pour les femmes;
- un changement de mentalité à l'égard du schéma traditionnel dévolu à l'homme et à la femme;
- la prise de conscience de la femme et/ou de groupes de femmes à l'égard du rôle et de la position de la femme et la stimulation de la participation sociale de la femme;
- une réflexion fondamentale sur les rapports hommes-femmes, débouchant sur des stratégies de changement.
2) Subside à l'a.s.b.l. Centre des Femmes " L'AMAZONE ", y compris l'intervention en faveur de l'a.s.b.l. Centre d'Archives pour l'Histoire des Femmes et le Loyer à la Régie des Bâtiments.
3) Subside à l'a.s.b.l. " Sophia ".
4) Subside au Conseil des Femmes francophones de Belgique a.s.b.l.
5) Subside au " Nederlandstalige Vrouwenraad v.z.w ".
PROGRAMME 40/6 - CONTRIBUTION FEDERALE PUBLIQUE BELGE AU FONDS SOCIAL EUROPEEN
- Attribution de subsides à des organismes privés.
- Attribution de subsides à des organismes publics.
PROGRAMME 40/9 - SOUTIEN A DES CENTRES D'ACCUEIL
- Attribution d'un subside aux trois centres d'accueil spécialisés en matière de lutte contre la traite des êtres humains, c'est-à-dire :
- centre Sürya
- centre Pag-Asa
- centre Payoke.
PROGRAMME 51/1 - CONCERTATION ET CONCILIATION SOCIALES
- Subside au Conseil national du travail.
PROGRAMME 52/1 - ACTIONS EN FAVEUR DE LA PROMOTION SOCIALE, MORALE ET INTELLECTUELLE DES TRAVAILLEURS
1) Dépenses de toute nature afférentes à l'attribution des prix du Conseil supérieur de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail et de l'Administration de la sécurité du travail.
2) Subside à l'Institut royal des Elites du Travail.
3) Subside à l'Institut national de recherche sur les conditions de travail.
4) Subvention aux organisations représentatives des travailleurs visées à l'article 3 de la loi du 5 décembre 1968 relative aux conventions collectives de travail et aux commissions paritaires.
5) Subsides à des organismes privés afin de soutenir des activités qui poursuivent l'objectif d'humaniser le travail.
6) Subsides à des organismes publics afin de soutenir des activités qui poursuivent l'objectif d'humaniser le travail.
PROGRAMME 54/1 - CONTROLE, REGLEMENTATION ET ENCOURAGEMENT DE LA SECURITE DU TRAVAIL
- Subside en faveur de l'Association des chefs de service de sécurité et d'hygiène de Belgique.
PROGRAMME 55/1 - REGLEMENTATION ET CONTROLE - ENCOURAGEMENT DE L'HYGIENE DES LIEUX DE TRAVAIL ET DE LA SANTE DES TRAVAILLEURS
- Octroi d'aide financière aux sociétés scientifiques de médecine du travail et aux organisations professionnelles des médecins du travail pour leur fonctionnement, leurs journées d'études, leurs recherches et publications dans le cadre d'une politique de santé des travailleurs et de la gestion de la médecine du travail.
PROGRAMME 56/3 - PREPENSIONS
1) Subvention au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises afin de couvrir les dépenses inhérentes a une indemnité complémentaire aux travailleurs prépensionnés en 1993 des agences en douane et des bureaux d'expédition.
2) Subvention au Fonds de Sécurité d'existence du secteur de la marine marchande pour payer les allocations complémentaires des prépensionnes du secteur.
PROGRAMME 40/0 - SECRETARIAT GENERAL ET SERVICES ADMINISTRATIFS GENERAUX SUBSISTANCE
1) Subside en faveur de l'Association du Personnel du Ministère de l'Emploi et du Travail.
2) Subside en faveur de l'a.s.b.l. Garderie d'Enfants du Ministère de l'Emploi et du Travail.
PROGRAMME 40/1 - COLLABORATION INTERNATIONALE
- Participation au programme d'échange de travailleurs sociaux des Nations Unies.
- (Subvention à l'Organisation internationale du travail à titre de contribution volontaire du gouvernement belge pour un programme ou une action spécifique dans les domaines, soit du travail des enfants, soit de la promotion de l'emploi, soit du dialogue social et de la négociation collective, soit de l'administration du travail, soit de la protection sociale ou de l'économie sociale.) <L 2002-07-12/32, art. 2.23.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
- Participation dans l'exécution des initiatives en matière de collaboration sociale bilatérale mises sur pied par l'Organisation internationale du Travail ou avec un pays tiers.
- Subsides à des organisations internationales (BIT, Conseil de l'Europe, Organisations européennes,...), à des organisations non gouvernementales reconnues ou agréées, à des instituts de recherche belges.
(- Contributions financières à des interventions de petite taille via la S.A. Coopération technique belge.) <L 2002-07-12/32, art. 2.23.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 40/2 - ETUDES
- Attribution de subsides à titre d'encouragement d'activités dans le cadre des missions du Département.
PROGRAMME 40/5 - EGALITE DES CHANCES ENTRE FEMMES ET HOMMES
1) Subsides aux organisations qui ont (entre autres) comme objectif de promouvoir l'émancipation sociale de la femme, pour des projets axés sur :
- le changement de situations dans lesquelles il est question d'une différence de traitement injustifiée entre l'homme et la femme;
- le changement de structures et de rapports sociaux qui sont à la base d'obstacles et/ou de retards pour les femmes;
- un changement de mentalité à l'égard du schéma traditionnel dévolu à l'homme et à la femme;
- la prise de conscience de la femme et/ou de groupes de femmes à l'égard du rôle et de la position de la femme et la stimulation de la participation sociale de la femme;
- une réflexion fondamentale sur les rapports hommes-femmes, débouchant sur des stratégies de changement.
2) Subside à l'a.s.b.l. Centre des Femmes " L'AMAZONE ", y compris l'intervention en faveur de l'a.s.b.l. Centre d'Archives pour l'Histoire des Femmes et le Loyer à la Régie des Bâtiments.
3) Subside à l'a.s.b.l. " Sophia ".
4) Subside au Conseil des Femmes francophones de Belgique a.s.b.l.
5) Subside au " Nederlandstalige Vrouwenraad v.z.w ".
PROGRAMME 40/6 - CONTRIBUTION FEDERALE PUBLIQUE BELGE AU FONDS SOCIAL EUROPEEN
- Attribution de subsides à des organismes privés.
- Attribution de subsides à des organismes publics.
PROGRAMME 40/9 - SOUTIEN A DES CENTRES D'ACCUEIL
- Attribution d'un subside aux trois centres d'accueil spécialisés en matière de lutte contre la traite des êtres humains, c'est-à-dire :
- centre Sürya
- centre Pag-Asa
- centre Payoke.
PROGRAMME 51/1 - CONCERTATION ET CONCILIATION SOCIALES
- Subside au Conseil national du travail.
PROGRAMME 52/1 - ACTIONS EN FAVEUR DE LA PROMOTION SOCIALE, MORALE ET INTELLECTUELLE DES TRAVAILLEURS
1) Dépenses de toute nature afférentes à l'attribution des prix du Conseil supérieur de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail et de l'Administration de la sécurité du travail.
2) Subside à l'Institut royal des Elites du Travail.
3) Subside à l'Institut national de recherche sur les conditions de travail.
4) Subvention aux organisations représentatives des travailleurs visées à l'article 3 de la loi du 5 décembre 1968 relative aux conventions collectives de travail et aux commissions paritaires.
5) Subsides à des organismes privés afin de soutenir des activités qui poursuivent l'objectif d'humaniser le travail.
6) Subsides à des organismes publics afin de soutenir des activités qui poursuivent l'objectif d'humaniser le travail.
PROGRAMME 54/1 - CONTROLE, REGLEMENTATION ET ENCOURAGEMENT DE LA SECURITE DU TRAVAIL
- Subside en faveur de l'Association des chefs de service de sécurité et d'hygiène de Belgique.
PROGRAMME 55/1 - REGLEMENTATION ET CONTROLE - ENCOURAGEMENT DE L'HYGIENE DES LIEUX DE TRAVAIL ET DE LA SANTE DES TRAVAILLEURS
- Octroi d'aide financière aux sociétés scientifiques de médecine du travail et aux organisations professionnelles des médecins du travail pour leur fonctionnement, leurs journées d'études, leurs recherches et publications dans le cadre d'une politique de santé des travailleurs et de la gestion de la médecine du travail.
PROGRAMME 56/3 - PREPENSIONS
1) Subvention au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises afin de couvrir les dépenses inhérentes a une indemnité complémentaire aux travailleurs prépensionnés en 1993 des agences en douane et des bureaux d'expédition.
2) Subvention au Fonds de Sécurité d'existence du secteur de la marine marchande pour payer les allocations complémentaires des prépensionnes du secteur.
Art. 2.23.4. (Opgeheven) <W 2002-07-12/32, art. 2.23.3, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot vrijwaring van het concurrentievermogen - Hoofdstuk III - art. 5 tot en met 7, mogen voorschotten worden betaald ten bedrage van 80 % van het bedrag van de financiële tussenkomsten die te betalen zijn voor begeleidingsacties in het kader van de uitvoering van het Begeleidingsplan.
Art. 2.23.4. (Abrogé) <2002-07-12/32, art. 2.23.3, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.23.5. Forfaitaire vergoedingen kunnen worden toegekend aan de leden van de delegaties die in België verblijven in het kader van de bilaterale sociale samenwerking evenals aan het personeel van het Departement en van de instellingen van openbaar nut die onder zijn voogdij staan, dat hen vergezelt, teneinde hun geringe uitgaven te dekken.
Tot een door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid vastgesteld bedrag kunnen de betrokken sociale partners een terugbetaling bekomen van de theoretische en praktische vormingen die ze organiseren in het kader van de bilaterale sociale samenwerking.
Tot een door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid vastgesteld bedrag kunnen de betrokken sociale partners een terugbetaling bekomen van de theoretische en praktische vormingen die ze organiseren in het kader van de bilaterale sociale samenwerking.
Art. 2.23.5. Des indemnités forfaitaires peuvent être accordées aux membres des délégations qui séjournent en Belgique dans le cadre de la collaboration sociale bilatérale ainsi qu'au personnel du Département et des organismes d'intérêt public soumis à sa tutelle qui les accompagne, pour couvrir leurs menues dépenses.
A concurrence d'un montant fixé par le Ministre de l'Emploi et du Travail, les partenaires sociaux désignés par celui-ci peuvent obtenir le remboursement des formations théoriques et pratiques qu'ils organisent dans le cadre de la collaboration sociale bilatérale.
A concurrence d'un montant fixé par le Ministre de l'Emploi et du Travail, les partenaires sociaux désignés par celui-ci peuvent obtenir le remboursement des formations théoriques et pratiques qu'ils organisent dans le cadre de la collaboration sociale bilatérale.
Art. 2.23.6. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening wordt gemachtigd gedurende het lopende begrotingsjaar, het beschikbare saldo van vorige jaren te gebruiken om de uitgaven te dekken inherent aan de betaling van de wachtgelden aan de werknemers die getroffen worden door sommige sluitingen van ondernemingen en van vertrekpremies aan ontslagen werknemers van steenkoolmijnen (BA 56/60 42.13).
Art. 2.23.6. L'Office national de l'Emploi est autorisé à utiliser, durant l'année budgétaire courante, le solde disponible des années antérieures pour couvrir les dépenses inhérentes au paiement des indemnités d'attente aux travailleurs victimes de certaines fermetures d'entreprises et des primes de départ aux travailleurs licenciés des charbonnages (A.B. 56/60 42.13).
Art. 2.23.7. In afwijking van het artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt het organiek fonds " Belgisch Europees Sociaal Fonds " gemachtigd een debettoestand te vertonen in vastlegging en in ordonnancering, welke het bedrag van 7.436.000 EUR niet mag overschrijden.
Art. 2.23.7. Par dérogation à l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Fonds organique " Fonds social européen belge " est autorisé à présenter en engagement et en ordonnancement une position débitrice, qui ne peut dépasser le montant de 7.436.000 EUR.
Art. 2.23.8. Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting van het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2002. Deze begroting beloopt 971.000 EUR voor de ontvangsten en 971.000 EUR voor de uitgaven.
Art. 2.23.8. Est approuvé le budget de l'Institut national de Recherche sur les Conditions de Travail pour l'année budgetaire 2002 annexé à la présente loi. Ce budget s'élève à 971.000 EUR pour les recettes et à 971.000 EUR pour les dépenses.
Sectie 26. - Ministerie van Sociale Zaken,.
Section 26. - Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement.
Volksgezondheid en Leefmilieu.
Art. 2.26.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 744.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du département, à l'effet de payer les créances concernant tous les frais de service, les indemnités et allocations de toute nature n'excédant pas 7.000 EUR, ainsi que, quels qu'en soient les montants, les frais de consommation d'eau, de gaz et d'électricité, les frais de téléphone, les frais d'affranchissement et les frais de consommation de mazout et de carburant pour voitures automobiles, de même que les avances consenties aux fonctionnaires et experts chargés de missions.
Art. 2.26.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximum bedrag van 744.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement, met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen aangaande alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard die 7.000 EUR niet overschrijden, en welk ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, de kosten van telefoon, portokosten en de verbruikskosten van stookolie en brandstof van autovoertuigen, alsmede de voorschotten verleend aan ambtenaren en experten belast met opdrachten.
Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren van de Eetwareninspectie voor het nemen van monsters. Deze voorschotten zijn beperkt tot een bedrag van 2.000 EUR.
Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 3.000 EUR bedragen.
De betaling van de erelonen van experten uit het buitenland en van de kosten voortspruitend uit regelingen met vreemde landen, mag eveneens per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij.
Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren van de Eetwareninspectie voor het nemen van monsters. Deze voorschotten zijn beperkt tot een bedrag van 2.000 EUR.
Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 3.000 EUR bedragen.
De betaling van de erelonen van experten uit het buitenland en van de kosten voortspruitend uit regelingen met vreemde landen, mag eveneens per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij.
Art. 2.26.2. Les dépenses de toute nature à l'occasion de soins à donner aux bénéficiaires de la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public, peuvent se faire par avance de fonds, quel qu'en soit le montant, dans les limites du tarif visé à l'article 4 de l'arrêté royal du 24 janvier 1969.
Art. 2.26.2. De uitgaven van alle aard tot verzorging van de rechthebbenden bedoeld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, mogen per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij, en zulks binnen de perken van het tarief bedoeld bij artikel 4 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969.
Art. 2.26.3. Des dépenses relatives à des créances d'années budgétaires antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans les cas suivants :
- Depenses relatives aux jetons de présence et aux indemnités pour frais de parcours et de séjour attribués aux présidents et membres des conseils et commissions installés au sein du département.
- Frais divers (charges locatives, personnel, dépenses de consommation,...) afférents au fonctionnement des cabinets ministériels.
PROGRAMME 53/1 - HOSPITALISATIONS
Intervention de l'Etat dans les charges résultant de la gestion des hôpitaux, à l'exclusion des suppléments prévus en faveur des hôpitaux universitaires.
Intervention de l'Etat dans le prix de la journée d'entretien des hôpitaux universitaires, prévue par l'article 102 de la loi du 23 décembre 1963 sur les hôpitaux, et dans les frais de prestations fournies par le staff médical des hôpitaux universitaires qui ne donnent pas lieu à une intervention des organismes assureurs.
Intervention de l'Etat dans le prix d'hébergement des maisons de soins psychiatriques et des habitations protégées.
PROGRAMME 53/2 - AIDE MEDICALE URGENTE
Les dépenses relatives aux courses inutiles.
PROGRAMME 53/3 - ART DE GUERIR
Les dépenses relatives à la réalisation et la diffusion des " Folia Diagnostica ".
(PROGRAMME 54/1 - INSPECTION DES DENREES ALIMENTAIRES.
Dépenses pour des frais d'analyses de laboratoire sur des crédits de 2002 et des crédits reportés de 2001.) <L 2002-07-12/32, art. 2.26.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 55/1 - SECURITE D'EXISTENCE
Intervention de l'Etat en matière de minimum sociovital.
Paiement des soins médicaux donnés en Belgique aux victimes des incidents du Heysel survenus le 29 mai 1985 à partir de 19 h 15, c'est-à-dire le coût des soins prodigués par des hôpitaux, cliniques ou cabinets médicaux, le paiement du coût du transport des victimes de ces incidents en Belgique, ainsi que le paiement des frais de funérailles limités au montant maximum remboursé par l'INAMI et tout autre paiement qui serait exigé de l'Etat belge dans le cadre des relations bilatérales entre les pays concernés et à l'appui de traités internationaux et accords bilatéraux.
Subsides aux CPAS en matière de pension alimentaire pour enfants.
PROGRAMME 55/2 - HANDICAPES
Paiement aux handicapés, en application de la loi du 27 février 1987, des termes d'allocations dont le droit a été reconnu au cours des années antérieures et qui, pour l'une ou l'autre cause, n'ont pu être liquidés à charge des crédits prévus pour ces années budgétaires.
PROGRAMME 55/3 - ACCUEIL REFUGIES
Paiement des charges afférentes aux secours de toute nature aux indigents, aux candidats réfugiés et réfugiés reconnus. Frais divers (charges locatives, personnel, dépenses de consommation, etc.) afférents aux fonctionnements de l'accueil centralisé de candidats réfugiés politiques.
PROGRAMME 56/1 - GESTION MEDICALE DU PERSONNEL DES SERVICES PUBLICS
Dépenses de toute nature à l'occasion de soins à donner aux bénéficiaires de la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public.
- Depenses relatives aux jetons de présence et aux indemnités pour frais de parcours et de séjour attribués aux présidents et membres des conseils et commissions installés au sein du département.
- Frais divers (charges locatives, personnel, dépenses de consommation,...) afférents au fonctionnement des cabinets ministériels.
PROGRAMME 53/1 - HOSPITALISATIONS
Intervention de l'Etat dans les charges résultant de la gestion des hôpitaux, à l'exclusion des suppléments prévus en faveur des hôpitaux universitaires.
Intervention de l'Etat dans le prix de la journée d'entretien des hôpitaux universitaires, prévue par l'article 102 de la loi du 23 décembre 1963 sur les hôpitaux, et dans les frais de prestations fournies par le staff médical des hôpitaux universitaires qui ne donnent pas lieu à une intervention des organismes assureurs.
Intervention de l'Etat dans le prix d'hébergement des maisons de soins psychiatriques et des habitations protégées.
PROGRAMME 53/2 - AIDE MEDICALE URGENTE
Les dépenses relatives aux courses inutiles.
PROGRAMME 53/3 - ART DE GUERIR
Les dépenses relatives à la réalisation et la diffusion des " Folia Diagnostica ".
(PROGRAMME 54/1 - INSPECTION DES DENREES ALIMENTAIRES.
Dépenses pour des frais d'analyses de laboratoire sur des crédits de 2002 et des crédits reportés de 2001.) <L 2002-07-12/32, art. 2.26.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 55/1 - SECURITE D'EXISTENCE
Intervention de l'Etat en matière de minimum sociovital.
Paiement des soins médicaux donnés en Belgique aux victimes des incidents du Heysel survenus le 29 mai 1985 à partir de 19 h 15, c'est-à-dire le coût des soins prodigués par des hôpitaux, cliniques ou cabinets médicaux, le paiement du coût du transport des victimes de ces incidents en Belgique, ainsi que le paiement des frais de funérailles limités au montant maximum remboursé par l'INAMI et tout autre paiement qui serait exigé de l'Etat belge dans le cadre des relations bilatérales entre les pays concernés et à l'appui de traités internationaux et accords bilatéraux.
Subsides aux CPAS en matière de pension alimentaire pour enfants.
PROGRAMME 55/2 - HANDICAPES
Paiement aux handicapés, en application de la loi du 27 février 1987, des termes d'allocations dont le droit a été reconnu au cours des années antérieures et qui, pour l'une ou l'autre cause, n'ont pu être liquidés à charge des crédits prévus pour ces années budgétaires.
PROGRAMME 55/3 - ACCUEIL REFUGIES
Paiement des charges afférentes aux secours de toute nature aux indigents, aux candidats réfugiés et réfugiés reconnus. Frais divers (charges locatives, personnel, dépenses de consommation, etc.) afférents aux fonctionnements de l'accueil centralisé de candidats réfugiés politiques.
PROGRAMME 56/1 - GESTION MEDICALE DU PERSONNEL DES SERVICES PUBLICS
Dépenses de toute nature à l'occasion de soins à donner aux bénéficiaires de la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public.
Art. 2.26.3. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen :
- Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbruiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de Ministeriële kabinetten;
- Uitgaven met betrekking tot de presentiegelden en vergoedingen voor reis- en verblijfkosten toegekend aan de voorzitters en de leden van de Raden en Commissies ingesteld bij het departement.
PROGRAMMA 53/1 - HOSPITALISATIES
Staatstussenkomst in de lasten die uit het beheer der ziekenhuizen voortspruiten, met uitsluiting van de ten gunste van de universitaire ziekenhuizen voorziene supplementen.
Staatstussenkomst in de prijs per dag verpleging in de Universitaire ziekenhuizen, ingevolge de toepassing van artikel 102 van de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen en in de kosten van de prestaties geleverd door de geneeskundige staf van de universitaire ziekenhuizen welke geen aanleiding geven tot tussenkomst van de verzekeringsorganismen.
Staatstussenkomst in de verblijfsprijs van de psychiatrische verzorgingstehuizen en het beschut wonen.
PROGRAMMA 53/2 - DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULP
Uitgaven met betrekking tot de nutteloze ritten.
PROGRAMMA 53/3 - GENEESKUNDEPRAKTIJK
De uitgaven in verband met de realisatie en verspreiding van de " Folia Diagnostica ".
(PROGRAMMA 54/1 - EETWARENINSPECTIE.
Uitgaven voor laboratoria-analysekosten op kredieten van 2002 en overgedragen kredieten van 2001.) <W 2002-07-12/32, art. 2.26.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 55/1 - BESTAANSZEKERHEID
Staatstussenkomst inzake sociaal levensminimum.
Betaling van medische zorgen verstrekt in België aan de slachtoffers van de incidenten van de Heizel van 29 mei 1985 vanaf 19 u 15, dit betekent de kosten van geneeskundige zorgen verstrekt door hospitalen, klinieken en via privé-consultaties, de betaling van vervoerskosten in België van de slachtoffers, evenals de betaling van de begrafeniskosten beperkt tot het maximumbedrag door het RIZIV terugbetaald, en iedere andere betaling van de Belgische Staat geëist in het kader van de bilaterale akkoorden.
Toelagen aan OCMW's inzake onderhoudsgeld voor kinderen.
PROGRAMMA 55/2 - GEHANDICAPTEN
Betaling aan de gehandicapten bij toepassing van de wet van 27 februari 1987 van de vergoedingstermijnen waarvan het recht in de loop van de voorgaande jaren werd erkend en die, om de een of andere reden, ten laste van de voor deze begrotingsjaren uitgetrokken kredieten, niet konden worden vereffend.
PROGRAMMA 55/3 - OPVANG VLUCHTELINGEN
Betaling van de lasten betreffende steun van alle aard, toegekend aan de behoeftigen, de kandidaat vluchtelingen en erkende vluchtelingen. Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbruiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de gecentraliseerd opvang van kandidaat politieke vluchtelingen.
PROGRAMMA 56/1 - MEDISCH BEHEER DER OPENBARE DIENSTEN
Uitgaven van alle aard tot verzorging van de rechthebbenden bedoeld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten in de overheidssector.
- Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbruiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de Ministeriële kabinetten;
- Uitgaven met betrekking tot de presentiegelden en vergoedingen voor reis- en verblijfkosten toegekend aan de voorzitters en de leden van de Raden en Commissies ingesteld bij het departement.
PROGRAMMA 53/1 - HOSPITALISATIES
Staatstussenkomst in de lasten die uit het beheer der ziekenhuizen voortspruiten, met uitsluiting van de ten gunste van de universitaire ziekenhuizen voorziene supplementen.
Staatstussenkomst in de prijs per dag verpleging in de Universitaire ziekenhuizen, ingevolge de toepassing van artikel 102 van de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen en in de kosten van de prestaties geleverd door de geneeskundige staf van de universitaire ziekenhuizen welke geen aanleiding geven tot tussenkomst van de verzekeringsorganismen.
Staatstussenkomst in de verblijfsprijs van de psychiatrische verzorgingstehuizen en het beschut wonen.
PROGRAMMA 53/2 - DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULP
Uitgaven met betrekking tot de nutteloze ritten.
PROGRAMMA 53/3 - GENEESKUNDEPRAKTIJK
De uitgaven in verband met de realisatie en verspreiding van de " Folia Diagnostica ".
(PROGRAMMA 54/1 - EETWARENINSPECTIE.
Uitgaven voor laboratoria-analysekosten op kredieten van 2002 en overgedragen kredieten van 2001.) <W 2002-07-12/32, art. 2.26.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 55/1 - BESTAANSZEKERHEID
Staatstussenkomst inzake sociaal levensminimum.
Betaling van medische zorgen verstrekt in België aan de slachtoffers van de incidenten van de Heizel van 29 mei 1985 vanaf 19 u 15, dit betekent de kosten van geneeskundige zorgen verstrekt door hospitalen, klinieken en via privé-consultaties, de betaling van vervoerskosten in België van de slachtoffers, evenals de betaling van de begrafeniskosten beperkt tot het maximumbedrag door het RIZIV terugbetaald, en iedere andere betaling van de Belgische Staat geëist in het kader van de bilaterale akkoorden.
Toelagen aan OCMW's inzake onderhoudsgeld voor kinderen.
PROGRAMMA 55/2 - GEHANDICAPTEN
Betaling aan de gehandicapten bij toepassing van de wet van 27 februari 1987 van de vergoedingstermijnen waarvan het recht in de loop van de voorgaande jaren werd erkend en die, om de een of andere reden, ten laste van de voor deze begrotingsjaren uitgetrokken kredieten, niet konden worden vereffend.
PROGRAMMA 55/3 - OPVANG VLUCHTELINGEN
Betaling van de lasten betreffende steun van alle aard, toegekend aan de behoeftigen, de kandidaat vluchtelingen en erkende vluchtelingen. Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbruiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de gecentraliseerd opvang van kandidaat politieke vluchtelingen.
PROGRAMMA 56/1 - MEDISCH BEHEER DER OPENBARE DIENSTEN
Uitgaven van alle aard tot verzorging van de rechthebbenden bedoeld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten in de overheidssector.
Art. 2.26.4. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives au compte 87.02.05.14 B - Operations d'ordre de la Trésorerie - Fonds remis au Trésor pour le service financier des rentes, pensions ou allocations au profit de personnes résidant en Belgique et bénéficiant, conformément aux accords internationaux intervenus, d'avantages octroyés par des législations sociales étrangères - créent une position débitrice de ce compte.
Art. 2.26.4. De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen in verband met de rekening 87.02.05.14 B van de Ordeverrichtingen van de Thesaurie - Aan de Schatkist overgemaakte gelden voor de uitkering van renten, pensioenen of tegemoetkomingen aan in België verblijvende personen die, overeenkomstig de gesloten internationale akkoorden, gerechtigd zijn op de voordelen van buitenlandse sociale wetgevingen - een debettoestand van deze rekening veroorzaken.
Art. 2.26.5. Les crédits pour dépenses diverses du service social pourront être utilisés sous forme de subvention à l'a.s.b.l. " Service social du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement ".
Art. 2.26.5. De kredieten voor allerhande uitgaven van de Sociale Dienst zullen mogen aangewend worden in de vorm van een toelage aan de v.z.w. " Sociale Dienst van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu ".
Art. 2.26.6. Dans les limites des allocations de base concernées, les subsides suivants peuvent être octroyés :
PROGRAMME 40/1 - RELATIONS INTERNATIONALES EN MATIERE DE RECHERCHE, DE FORMATION ET PARTICIPATION A DES ORGANISMES INTERNATIONAUX
Contributions de membres à des organisations internationales dans le domaine de la santé publique.
Contributions destinées à financer directement des réunions en Belgique, d'experts d'organisations internationales sur des sujets de santé publique et d'environnement.
PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE ADMINISTRATION INFORMATION ET ETUDES
Subventions forfaitaires aux organismes, institutions, associations et groupements qui par l'étude, l'information ou d'autres activités d'ordre social, contribuent à la promotion du progrès social.
Subventions dans le cadre d'études, de recherches, de journées d'etude, de participations, de diverses interventions, de l'information et de la propagande au sujet des différentes branches de la sécurité sociale.
PROGRAMME 52/0 - SUBSISTANCE ADMINISTRATION DE LA SECURITE SOCIALE
Cotisation de membres à l'Association internationale de la sécurité sociale.
PROGRAMME 53/2 - AIDE MEDICALE URGENTE
Subsides relatifs à l'aide médicale urgente, et subsides dans le cadre de la formation des ambulanciers.
Subside à la Croix Rouge de Belgique, relatif à l'aide médicale urgente.
PROGRAMME 53/3 - ORGANISATION ART DE GUERIR
Subsides à des organismes prophylactiques et sanitaires à titre d'intervention dans les journées d'étude relatives au domaine de l'art de guérir.
Subsides à la réalisation et la diffusion des Folia Diagnostica.
Subsides aux centres de médecine de famille.
Subsides aux médecins généralistes et aux pratiques de groupes, concernant la modernisation de la pratique médicale.
(Subside à deux organisations représentatives de médecine générale.) <L 2002-07-12/32, art. 2.26.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 53/4 - PROPHYLAXIE
Recherche scientifique fondamentale et échange international de données en matière de développements et de problemes récents dans le domaine de la prophylaxie et de l'hygiène.
PROGRAMME 53/6 - PREVENTION MEDICO-SOCIALE
Subsides à l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de journées d'étude et de diffusion d'informations en matière de santé publique.
Subsides au financement de la tenue du Registre national du Cancer par l'OEuvre belge contre le Cancer.
PROGRAMME 54/1 - INSPECTION DES DENREES ALIMENTAIRES
Recherche scientifique fondamentale et échange international de données en matière de developpements et de problèmes récents dans le domaine de l'hygiène des denrées alimentaires.
Subsides en vue de promouvoir la politique en matière de réglementation des denrées alimentaires et/ou de l'inspection des denrées alimentaires.
PROGRAMME 54/2 - SURVEILLANCE COMMERCIALISATION MEDICAMENTS
Recherche scientifique fondamentale et échange international de données en matière de développements et de problèmes récents dans le domaine de la pharmacie.
PROGRAMME 54/8- BIEN-ETRE ANIMAL
Subsides à des organisations actives dans le domaine du bien-être animal.
PROGRAMME 55/1 - SECURITE D'EXISTENCE
Subsides aux centres publics d'aide sociale et associations de CPAS, de présidents, de secrétaires et d'assistants sociaux de CPAS.
Subsides aux organisations privées qui mènent une action spécifique en faveur des plus démunis (Mouvement Quart-Monde, Mouvement des Personnes avec Enfants et Bas Revenus, Ateliers sociaux/Entreprises d'Apprentissage professionnel, etc.).
Subsides aux organisations qui participent à la distribution d'aliments dans le cadre de l'aide alimentaire de l'U.E.
Subsides à l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de journées d'études, de recherche et de diffusion d'informations sur les problèmes relatifs à la pauvreté (causes, conséquences, moyens d'y remédier).
PROGRAMME 55/3 - ACCUEIL DES REFUGIES
Subsides aux organisations qui soutiennent le premier accueil et la répartition des réfugiés et les victimes de la traite des êtres humains.
PROGRAMME 55/4 - ECONOMIE SOCIALE
Subsides relatifs au soutien d'initiatives d'organisations et d'institutions actives dans le cadre de l'économie sociale.
Subsides dans le cadre du programme " projets d'économie sociale dans le circuit économique normal ".
Primes de conseil dans le cadre de " l'audit social ".
Subsides concernant le soutien d'initiatives dans le cadre de l'Economie sociale et les projets du FSE.
PROGRAMME 55/5 - POLITIQUE DES GRANDES VILLES
1) Crédits en vue d'attribuer des subsides à différentes associations pour réaliser des initiatives dans le domaine de l'intégration sociale, de la lutte contre la pauvreté et de la promotion de l'économie sociale.
2) Transferts à la Régie des Bâtiments en vue de travaux d'entretien des bâtiments entrepris dans le cadre des programmes de revitalisation des quartiers en crise.
3) Crédits destinés à des pouvoirs locaux en vue d'attribuer des subsides dans le cadre d'initiatives locales prises en matière d'intégration sociale, de sécurité, d'emploi, de lutte contre la pauvreté, de promotion de l'économie sociale et d'amélioration des conditions de vie.
4) Transfert aux communes en vue de permettre la formation, l'encadrement et l'emploi des membres du personnel, affectés à des programmes de revitalisation de quartiers en crise.
5) Transfert à la Régie des Bâtiments en vue de travaux de construction de bâtiments entrepris dans le cadre de programmes de revitalisation des quartiers en crise.
6) Transferts à des pouvoirs locaux en vue d'encourager des investissements répondant à des priorités établies en matière de revitalisation des quartiers en crise.
7) Crédits en vue d'attribuer des subsides à des associations sans but lucratif ou des institutions publiques en vue de soutenir l'organisation par ces associations ou institutions de conférences, colloques ou autres manifestations traitant de la politique des grandes villes.
PROGRAMME 58/1 - POLITIQUE DE L'ENVIRONNEMENT
Subsides à la collaboration scientifique avec certaines institutions en matière de surveillance radiologique du territoire, de lutte contre la pollution, et de la sécurité des industries à risque.
Subsides à la collaboration scientifique en matière de transport transfrontalier des déchets industriels.
Soutien/subsides à des associations/organisations nationales et internationales actives dans le domaine de l'environnement : subventions à des initiatives ayant trait à des colloques et des campagnes de sensibilisation, à des journées d'études et à la diffusion d'informations concernant la sensibilisation à des problèmes environnementaux; à la collaboration scientifique avec certaines institutions/organisations + financement structurel de la plate-forme ONG composée des 4 organismes coordinateurs des ONG belges pour l'environnement, en tant que point de contact pour leurs membres sur le plan de la coordination de la politique environnementale fédérale, internationale et européenne (BBL/BRAL/I.E.B/I.E.W)
PROGRAMME 59/1 - VICTIMES DE LA GUERRE
Subsides pour soutenir l'action sociale de certaines fédérations et oeuvres en faveur des victimes de la guerre et de leurs ayants droit.
PROGRAMME 60/1 - RESEARCH DEVELOPMENT NATIONAL
Financement du Registre national de recherche génétique par le " Centrum voor Menselijke Erfelijkheid " de la K.U.L.
Financement de la poursuite de la recherche scientifique concernant l'action de médicaments contre le SIDA.
Subsides à des organismes prophylactiques et sanitaires à titre d'intervention dans des journées d'étude relatives à la politique hospitalière.
Subsides aux études prospectives des phénomènes allergiques chez les nouveau-nés.
Subsides à l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de la médecine sociale, plus particulièrement des initiatives concernant le cancer, la génétique, le syndrome du SIDA et la problématique des handicapés conformément à la loi du 8 août 1980, art. 5, § 1er, 2°.
Subside national au Fonds de la recherche scientifique médicale.
Recherche scientifique fondamentale et échange international de données en matière de développements et de problèmes récents dans le domaine de la prophylaxie, de l'hygiène, de l'hygiène des denrées alimentaires et de la pharmacie.
Subsides à l'a.s.b.l. " NUBEL " comme intervention pour l'élaboration de la table belge de composition des aliments.
Subsides au CRIOC.
PROGRAMME 60/2 - RESEARCH DEVELOPMENT INTERNATIONAL
Contributions de membres à des organisations internationales dans le domaine de la santé publique et de l'environnement.
Contributions destinées à financer des réunions d'experts d'organisations internationales sur des sujets de santé publique et d'environnement (pro memorie).
PROGRAMME 60/3 - INSTITUT SCIENTIFIQUE DE LA SANTE PUBLIQUE - LOUIS PASTEUR (ANC. INSTITUT D'HYGIENE ET D'EPIDEMIOLOGIE)
Subsides octroyés par l'IHE pour des enquêtes ou des recherches exécutées pour ou en collaboration avec l'IHE, dans le cadre des contrats ou conventions conclus avec les centres universitaires, d'autres établissements scientifiques, des établissements d'intérêt public ou des services d'étude.
PROGRAMME 60/4 - INSTITUT SCIENTIFIQUE DE LA SANTE PUBLIQUE - LOUIS PASTEUR (ANC. INSTITUT PASTEUR)
Subsides octroyes par l'Institut Pasteur pour des enquêtes ou des recherches exécutées pour ou en collaboration avec l'Institut Pasteur, dans le cadre des contrats ou conventions conclus avec les centres universitaires, d'autres établissements scientifiques, des établissements d'intérêt public ou des services d'étude.
PROGRAMME 40/1 - RELATIONS INTERNATIONALES EN MATIERE DE RECHERCHE, DE FORMATION ET PARTICIPATION A DES ORGANISMES INTERNATIONAUX
Contributions de membres à des organisations internationales dans le domaine de la santé publique.
Contributions destinées à financer directement des réunions en Belgique, d'experts d'organisations internationales sur des sujets de santé publique et d'environnement.
PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE ADMINISTRATION INFORMATION ET ETUDES
Subventions forfaitaires aux organismes, institutions, associations et groupements qui par l'étude, l'information ou d'autres activités d'ordre social, contribuent à la promotion du progrès social.
Subventions dans le cadre d'études, de recherches, de journées d'etude, de participations, de diverses interventions, de l'information et de la propagande au sujet des différentes branches de la sécurité sociale.
PROGRAMME 52/0 - SUBSISTANCE ADMINISTRATION DE LA SECURITE SOCIALE
Cotisation de membres à l'Association internationale de la sécurité sociale.
PROGRAMME 53/2 - AIDE MEDICALE URGENTE
Subsides relatifs à l'aide médicale urgente, et subsides dans le cadre de la formation des ambulanciers.
Subside à la Croix Rouge de Belgique, relatif à l'aide médicale urgente.
PROGRAMME 53/3 - ORGANISATION ART DE GUERIR
Subsides à des organismes prophylactiques et sanitaires à titre d'intervention dans les journées d'étude relatives au domaine de l'art de guérir.
Subsides à la réalisation et la diffusion des Folia Diagnostica.
Subsides aux centres de médecine de famille.
Subsides aux médecins généralistes et aux pratiques de groupes, concernant la modernisation de la pratique médicale.
(Subside à deux organisations représentatives de médecine générale.) <L 2002-07-12/32, art. 2.26.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 53/4 - PROPHYLAXIE
Recherche scientifique fondamentale et échange international de données en matière de développements et de problemes récents dans le domaine de la prophylaxie et de l'hygiène.
PROGRAMME 53/6 - PREVENTION MEDICO-SOCIALE
Subsides à l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de journées d'étude et de diffusion d'informations en matière de santé publique.
Subsides au financement de la tenue du Registre national du Cancer par l'OEuvre belge contre le Cancer.
PROGRAMME 54/1 - INSPECTION DES DENREES ALIMENTAIRES
Recherche scientifique fondamentale et échange international de données en matière de developpements et de problèmes récents dans le domaine de l'hygiène des denrées alimentaires.
Subsides en vue de promouvoir la politique en matière de réglementation des denrées alimentaires et/ou de l'inspection des denrées alimentaires.
PROGRAMME 54/2 - SURVEILLANCE COMMERCIALISATION MEDICAMENTS
Recherche scientifique fondamentale et échange international de données en matière de développements et de problèmes récents dans le domaine de la pharmacie.
PROGRAMME 54/8- BIEN-ETRE ANIMAL
Subsides à des organisations actives dans le domaine du bien-être animal.
PROGRAMME 55/1 - SECURITE D'EXISTENCE
Subsides aux centres publics d'aide sociale et associations de CPAS, de présidents, de secrétaires et d'assistants sociaux de CPAS.
Subsides aux organisations privées qui mènent une action spécifique en faveur des plus démunis (Mouvement Quart-Monde, Mouvement des Personnes avec Enfants et Bas Revenus, Ateliers sociaux/Entreprises d'Apprentissage professionnel, etc.).
Subsides aux organisations qui participent à la distribution d'aliments dans le cadre de l'aide alimentaire de l'U.E.
Subsides à l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de journées d'études, de recherche et de diffusion d'informations sur les problèmes relatifs à la pauvreté (causes, conséquences, moyens d'y remédier).
PROGRAMME 55/3 - ACCUEIL DES REFUGIES
Subsides aux organisations qui soutiennent le premier accueil et la répartition des réfugiés et les victimes de la traite des êtres humains.
PROGRAMME 55/4 - ECONOMIE SOCIALE
Subsides relatifs au soutien d'initiatives d'organisations et d'institutions actives dans le cadre de l'économie sociale.
Subsides dans le cadre du programme " projets d'économie sociale dans le circuit économique normal ".
Primes de conseil dans le cadre de " l'audit social ".
Subsides concernant le soutien d'initiatives dans le cadre de l'Economie sociale et les projets du FSE.
PROGRAMME 55/5 - POLITIQUE DES GRANDES VILLES
1) Crédits en vue d'attribuer des subsides à différentes associations pour réaliser des initiatives dans le domaine de l'intégration sociale, de la lutte contre la pauvreté et de la promotion de l'économie sociale.
2) Transferts à la Régie des Bâtiments en vue de travaux d'entretien des bâtiments entrepris dans le cadre des programmes de revitalisation des quartiers en crise.
3) Crédits destinés à des pouvoirs locaux en vue d'attribuer des subsides dans le cadre d'initiatives locales prises en matière d'intégration sociale, de sécurité, d'emploi, de lutte contre la pauvreté, de promotion de l'économie sociale et d'amélioration des conditions de vie.
4) Transfert aux communes en vue de permettre la formation, l'encadrement et l'emploi des membres du personnel, affectés à des programmes de revitalisation de quartiers en crise.
5) Transfert à la Régie des Bâtiments en vue de travaux de construction de bâtiments entrepris dans le cadre de programmes de revitalisation des quartiers en crise.
6) Transferts à des pouvoirs locaux en vue d'encourager des investissements répondant à des priorités établies en matière de revitalisation des quartiers en crise.
7) Crédits en vue d'attribuer des subsides à des associations sans but lucratif ou des institutions publiques en vue de soutenir l'organisation par ces associations ou institutions de conférences, colloques ou autres manifestations traitant de la politique des grandes villes.
PROGRAMME 58/1 - POLITIQUE DE L'ENVIRONNEMENT
Subsides à la collaboration scientifique avec certaines institutions en matière de surveillance radiologique du territoire, de lutte contre la pollution, et de la sécurité des industries à risque.
Subsides à la collaboration scientifique en matière de transport transfrontalier des déchets industriels.
Soutien/subsides à des associations/organisations nationales et internationales actives dans le domaine de l'environnement : subventions à des initiatives ayant trait à des colloques et des campagnes de sensibilisation, à des journées d'études et à la diffusion d'informations concernant la sensibilisation à des problèmes environnementaux; à la collaboration scientifique avec certaines institutions/organisations + financement structurel de la plate-forme ONG composée des 4 organismes coordinateurs des ONG belges pour l'environnement, en tant que point de contact pour leurs membres sur le plan de la coordination de la politique environnementale fédérale, internationale et européenne (BBL/BRAL/I.E.B/I.E.W)
PROGRAMME 59/1 - VICTIMES DE LA GUERRE
Subsides pour soutenir l'action sociale de certaines fédérations et oeuvres en faveur des victimes de la guerre et de leurs ayants droit.
PROGRAMME 60/1 - RESEARCH DEVELOPMENT NATIONAL
Financement du Registre national de recherche génétique par le " Centrum voor Menselijke Erfelijkheid " de la K.U.L.
Financement de la poursuite de la recherche scientifique concernant l'action de médicaments contre le SIDA.
Subsides à des organismes prophylactiques et sanitaires à titre d'intervention dans des journées d'étude relatives à la politique hospitalière.
Subsides aux études prospectives des phénomènes allergiques chez les nouveau-nés.
Subsides à l'encouragement d'initiatives prises dans le cadre de la médecine sociale, plus particulièrement des initiatives concernant le cancer, la génétique, le syndrome du SIDA et la problématique des handicapés conformément à la loi du 8 août 1980, art. 5, § 1er, 2°.
Subside national au Fonds de la recherche scientifique médicale.
Recherche scientifique fondamentale et échange international de données en matière de développements et de problèmes récents dans le domaine de la prophylaxie, de l'hygiène, de l'hygiène des denrées alimentaires et de la pharmacie.
Subsides à l'a.s.b.l. " NUBEL " comme intervention pour l'élaboration de la table belge de composition des aliments.
Subsides au CRIOC.
PROGRAMME 60/2 - RESEARCH DEVELOPMENT INTERNATIONAL
Contributions de membres à des organisations internationales dans le domaine de la santé publique et de l'environnement.
Contributions destinées à financer des réunions d'experts d'organisations internationales sur des sujets de santé publique et d'environnement (pro memorie).
PROGRAMME 60/3 - INSTITUT SCIENTIFIQUE DE LA SANTE PUBLIQUE - LOUIS PASTEUR (ANC. INSTITUT D'HYGIENE ET D'EPIDEMIOLOGIE)
Subsides octroyés par l'IHE pour des enquêtes ou des recherches exécutées pour ou en collaboration avec l'IHE, dans le cadre des contrats ou conventions conclus avec les centres universitaires, d'autres établissements scientifiques, des établissements d'intérêt public ou des services d'étude.
PROGRAMME 60/4 - INSTITUT SCIENTIFIQUE DE LA SANTE PUBLIQUE - LOUIS PASTEUR (ANC. INSTITUT PASTEUR)
Subsides octroyes par l'Institut Pasteur pour des enquêtes ou des recherches exécutées pour ou en collaboration avec l'Institut Pasteur, dans le cadre des contrats ou conventions conclus avec les centres universitaires, d'autres établissements scientifiques, des établissements d'intérêt public ou des services d'étude.
Art. 2.26.6. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/1 - INTERNATIONALE BETREKKINGEN INZAKE ONDERZOEK, VORMING EN BIJDRAGEN AAN INTERNATIONALE ORGANISMEN
Lidmaatschapsbijdragen aan internationale organisaties in het domein van de volksgezondheid.
Bijdragen bedoeld om vergaderingen in België tussen experten van internationale organisaties over onderwerpen van volksgezondheid en leefmilieu rechtstreeks te financieren.
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN VAN HET BESTUUR INFORMATIE EN STUDIEN
Forfaitaire toelagen aan organismen, instellingen, verenigingen en groeperingen die door de studie, de informatie of door andere activiteiten van sociale aard deelnemen aan de bevordering van de sociale vooruitgang.
Toelagen voor studies, onderzoeken, studiedagen, deelnemingen, diverse tussenkomsten, informatie en propaganda betreffende de verschillende takken van de sociale zekerheid.
PROGRAMMA 52/0 - BESTAANSMIDDELEN VAN HET BESTUUR VAN DE SOCIALE ZEKERHEID
Lidmaatschapsbijdrage aan de Internationale Vereniging inzake sociale zekerheid (Association internationale de la sécurité sociale).
PROGRAMMA 53/2 - DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULP
Toelagen inzake dringende geneeskundige hulpverlening, alsmede toelagen in het kader van de opleiding van ambulanciers.
Toelage aan het Rode Kruis van België inzake dringende geneeskundige hulpverlening.
PROGRAMMA 53/3 - ORGANISATIE GENEESKUNDEPRAKTIJK
Toelagen aan profylactische en sanitaire organismen als tussenkomst in studiedagen op het vlak van de geneeskundepraktijk.
Toelagen voor de realisatie en verspreiding van de Folia Diagnostica.
Toelagen aan de centra voor huisartsengeneeskunde.
Toelagen aan huisartsen en aan groepspraktijken, betreffende de modernisering van de medische praktijk.
(Toelage aan twee representatieve wetenschappelijke huisartsenverenigingen.) <W 2002-07-12/32, art. 2.26.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 53/4 - PROFYLAXIS
Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van profylaxis en hygiëne.
PROGRAMMA 53/6 - MEDISCH-SOCIALE VOORZORG
Toelagen voor het aanmoedigen van initiatieven genomen in verband met studiedagen en informatieverspreiding aangaande volksgezondheid.
Toelagen voor de financiering van het bijhouden van het nationaal kankerregister door het Belgisch Werk tegen de Kanker.
PROGRAMMA 54/1 - INSPECTIE VAN VOEDINGSMIDDELEN
Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van de levensmiddelenhygiëne.
Toelagen ter ondersteuning van het beleid op vlak van eetwarenreglementering en/of eetwareninspectie.
PROGRAMMA 54/2 - TOEZICHT OP DE COMMERCIALISERING VAN GENEESMIDDELEN
Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van de farmacie.
PROGRAMMA 54/8 - DIERENWELZIJN
De toelagen mogen worden toegekend aan de dierenwelzijnorganisaties die zich actief bezighouden met het dierenwelzijn.
PROGRAMMA 55/1 - BESTAANSZEKERHEID
Toelagen aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn en verenigingen van O.C.M.W.'s van O.C.M.W.-voorzitters, -secretarissen en maatschappelijk werkers.
Toelagen aan particuliere organisaties die zich specifiek inzetten voor de meest kansarmen (Vierde Wereldbeweging, Beweging van Mensen met Kinderen en Laag Inkomen, Sociale Werkplaatsen/Entreprises d'Apprentissage professionnel, enz.).
Toelagen aan organisaties die betrokken zijn bij de voedselbedeling in het raam van de E.U.-voedselhulp.
Subsidies ter aanmoediging van initiatieven genomen in het kader van studiedagen, onderzoek, en informatieverspreiding in verband met de problemen aangaande de armoede (oorzaken, gevolgen, middelen om eraan te verhelpen).
PROGRAMMA 55/3 - OPVANG VLUCHTELINGEN
Toelagen aan organisaties die een bijdrage leveren tot ondersteuning van de eerste opvang en spreiding van vluchtelingen.
PROGRAMMA 55/4 - SOCIALE ECONOMIE
Subsidies met betrekking tot de ondersteuning van initiatieven van organisaties en instellingen werkzaam in het kader van de sociale economie.
Toelagen in het kader van een impulsprogramma " sociale economie-projecten in het normaal economisch circuit ".
Adviespremies in het kader van " social auditing ".
Subsidies met betrekking tot de ondersteuning van initiatieven in het kader van de sociale economie en ESF-projecten.
PROGRAMMA 55/5 - GROOTSTEDENBELEID
1) Kredieten bestemd om subsidies te geven aan verschillende verenigingen om initiatieven te realiseren op het gebied van sociale integratie, de strijd tegen armoede en de promotie van de sociale economie.
2) Overdracht naar de Regie der Gebouwen met het oog op onderhoudswerken aan gebouwen in het raam van de programma's tot herwaardering van de crisiswijken.
3) Kredieten bestemd voor lokale besturen om subsidies te geven in het kader van lokale initiatieven inzake sociale integratie, veiligheid, werkgelegenheid, de strijd tegen armoede, de promotie van sociale economie en de verbetering van de levensomstandigheden.
4) Overdracht aan de gemeenten om de vorming, de omkadering en de tewerkstelling van personeelsleden geaffecteerd aan programma's ter heropleving van crisiswijken toe te laten.
5) Overdracht naar de Regie der Gebouwen met het oog op bouwprojecten in het raam van de programma's tot herwaardering van de crisiswijken.
6) Transfers aan lokale besturen om investeringen aan te moedigen, die beantwoorden aan prioriteiten vastgesteld inzake de heropleving van de crisiswijken.
7) Kredieten bestemd om subsidies te geven aan verenigingen zonder winstoogmerk of instellingen van openbaar nut voor conferenties, colloquia of andere manifestaties m.b.t. het grootstedenbeleid.
PROGRAMMA 58/1 - LEEFMILIEUBELEID
Toelagen voor de wetenschappelijke samenwerking met bepaalde instellingen aangaande het radiologisch toezicht op het grondgebied, de strijd tegen de vervuiling, en de veiligheid bij de risico-industrieën.
Toelagen voor de wetenschappelijke samenwerking aangaande het grensoverschrijdend transport van industriële afvalstoffen.
Steunverlening/subsidies aan nationale en internationale verenigingen/organisaties m.b.t. het leefmilieu : toelagen voor initiatieven m.b.t colloquia en bewustmakingscampagnes, in verband met studiedagen en informatieverspreiding aangaande de sensibilisering van de problemen omtrent het leefmilieu, voor de wetenschappelijke samenwerking met bepaalde internationale instellingen/organisaties +structurele financiering van het NGO-platform bestaande uit de 4 Belgische NGO-koepels voor het leefmilieu, als contactpunt voor hun leden op het vlak van de coördinatie van het federaal, internationaal en Europees milieubeleid (BBL/BRAL/I.E.B/I.E.W)
PROGRAMMA 59/1 - OORLOGSGETROFFENEN
Toelagen ter ondersteuning van de sociale actie van bepaalde federaties en werken ten gunste van de oorlogsslachtoffers en hun rechthebbenden.
PROGRAMMA 60/1 - RESEARCH DEVELOPMENT NATIONAL
Financieren van het Nationaal Register voor Genetisch Onderzoek door het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid van de K.U.L.
Financieren van het voortzetten van het wetenschappelijk onderzoek naar de werking van geneesmiddelen tegen AIDS.
Toelagen aan profylactische en sanitaire organismen als tussenkomst in studiedagen met betrekking tot het ziekenhuisbeleid.
Subsidies aan de prospectieve studies naar allergische verschijnselen bij pasgeborenen.
Subsidies ter aanmoediging van initiatieven genomen in het kader van de Sociale Geneeskunde, zoals daar zijn initiatieven betreffende de kanker, de genetica, het AIDS-syndroom en de gehandicaptenproblematiek overeenkomstig de wet van 8 augustus 1980, artikel 5, § 1, 2°.
Nationale toelage aan het Fonds voor geneeskundig wetenschappelijk onderzoek.
Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van profylaxis, hygiëne, levensmiddelenhygiëne en farmacie.
Toelagen aan de v.z.w. " NUBEL " als tussenkomst voor het opstellen van de Belgische voedingsmiddelentabel.
Subsidies aan OIVO.
PROGRAMMA 60/2 - RESEARCH DEVELOPMENT INTERNATIONAL
Lidmaatschapsbijdragen aan internationale organisaties in het domein van volksgezondheid en leefmilieu.
Bijdragen bedoeld om vergaderingen tussen experten van internationale organisaties over onderwerpen van volksgezondheid en van leefmilieu te financieren (pro memorie).
PROGRAMMA 60/3 - WETENSCHAPPELIJKE INSTELLING VOLKSGEZONDHEID - LOUIS PASTEUR (VOOR. INSTITUUT VOOR HYGIENE EN EPIDEMIOLOGIE)
Toelagen in het kader van contracten of conventies gesloten met universitaire centra, andere wetenschappelijke instellingen, instellingen van openbaar nut of studiediensten, verleend door het IHE om onderzoeken of enquêtes voor, of in samenwerking met, het IHE uit te voeren.
PROGRAMMA 60/4 - WETENSCHAPPELIJKE INSTELLING VOLKSGEZONDHEID - LOUIS PASTEUR (VOOR. INSTITUUT PASTEUR)
Toelagen in het kader van contracten of conventies gesloten met universitaire centra, andere wetenschappelijke instellingen, instellingen van openbaar nut of studiediensten, verleend door het Instituut Pasteur om onderzoeken of enquêtes voor, of in samenwerking met, het Instituut Pasteur uit te voeren.
PROGRAMMA 40/1 - INTERNATIONALE BETREKKINGEN INZAKE ONDERZOEK, VORMING EN BIJDRAGEN AAN INTERNATIONALE ORGANISMEN
Lidmaatschapsbijdragen aan internationale organisaties in het domein van de volksgezondheid.
Bijdragen bedoeld om vergaderingen in België tussen experten van internationale organisaties over onderwerpen van volksgezondheid en leefmilieu rechtstreeks te financieren.
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN VAN HET BESTUUR INFORMATIE EN STUDIEN
Forfaitaire toelagen aan organismen, instellingen, verenigingen en groeperingen die door de studie, de informatie of door andere activiteiten van sociale aard deelnemen aan de bevordering van de sociale vooruitgang.
Toelagen voor studies, onderzoeken, studiedagen, deelnemingen, diverse tussenkomsten, informatie en propaganda betreffende de verschillende takken van de sociale zekerheid.
PROGRAMMA 52/0 - BESTAANSMIDDELEN VAN HET BESTUUR VAN DE SOCIALE ZEKERHEID
Lidmaatschapsbijdrage aan de Internationale Vereniging inzake sociale zekerheid (Association internationale de la sécurité sociale).
PROGRAMMA 53/2 - DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULP
Toelagen inzake dringende geneeskundige hulpverlening, alsmede toelagen in het kader van de opleiding van ambulanciers.
Toelage aan het Rode Kruis van België inzake dringende geneeskundige hulpverlening.
PROGRAMMA 53/3 - ORGANISATIE GENEESKUNDEPRAKTIJK
Toelagen aan profylactische en sanitaire organismen als tussenkomst in studiedagen op het vlak van de geneeskundepraktijk.
Toelagen voor de realisatie en verspreiding van de Folia Diagnostica.
Toelagen aan de centra voor huisartsengeneeskunde.
Toelagen aan huisartsen en aan groepspraktijken, betreffende de modernisering van de medische praktijk.
(Toelage aan twee representatieve wetenschappelijke huisartsenverenigingen.) <W 2002-07-12/32, art. 2.26.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 53/4 - PROFYLAXIS
Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van profylaxis en hygiëne.
PROGRAMMA 53/6 - MEDISCH-SOCIALE VOORZORG
Toelagen voor het aanmoedigen van initiatieven genomen in verband met studiedagen en informatieverspreiding aangaande volksgezondheid.
Toelagen voor de financiering van het bijhouden van het nationaal kankerregister door het Belgisch Werk tegen de Kanker.
PROGRAMMA 54/1 - INSPECTIE VAN VOEDINGSMIDDELEN
Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van de levensmiddelenhygiëne.
Toelagen ter ondersteuning van het beleid op vlak van eetwarenreglementering en/of eetwareninspectie.
PROGRAMMA 54/2 - TOEZICHT OP DE COMMERCIALISERING VAN GENEESMIDDELEN
Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van de farmacie.
PROGRAMMA 54/8 - DIERENWELZIJN
De toelagen mogen worden toegekend aan de dierenwelzijnorganisaties die zich actief bezighouden met het dierenwelzijn.
PROGRAMMA 55/1 - BESTAANSZEKERHEID
Toelagen aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn en verenigingen van O.C.M.W.'s van O.C.M.W.-voorzitters, -secretarissen en maatschappelijk werkers.
Toelagen aan particuliere organisaties die zich specifiek inzetten voor de meest kansarmen (Vierde Wereldbeweging, Beweging van Mensen met Kinderen en Laag Inkomen, Sociale Werkplaatsen/Entreprises d'Apprentissage professionnel, enz.).
Toelagen aan organisaties die betrokken zijn bij de voedselbedeling in het raam van de E.U.-voedselhulp.
Subsidies ter aanmoediging van initiatieven genomen in het kader van studiedagen, onderzoek, en informatieverspreiding in verband met de problemen aangaande de armoede (oorzaken, gevolgen, middelen om eraan te verhelpen).
PROGRAMMA 55/3 - OPVANG VLUCHTELINGEN
Toelagen aan organisaties die een bijdrage leveren tot ondersteuning van de eerste opvang en spreiding van vluchtelingen.
PROGRAMMA 55/4 - SOCIALE ECONOMIE
Subsidies met betrekking tot de ondersteuning van initiatieven van organisaties en instellingen werkzaam in het kader van de sociale economie.
Toelagen in het kader van een impulsprogramma " sociale economie-projecten in het normaal economisch circuit ".
Adviespremies in het kader van " social auditing ".
Subsidies met betrekking tot de ondersteuning van initiatieven in het kader van de sociale economie en ESF-projecten.
PROGRAMMA 55/5 - GROOTSTEDENBELEID
1) Kredieten bestemd om subsidies te geven aan verschillende verenigingen om initiatieven te realiseren op het gebied van sociale integratie, de strijd tegen armoede en de promotie van de sociale economie.
2) Overdracht naar de Regie der Gebouwen met het oog op onderhoudswerken aan gebouwen in het raam van de programma's tot herwaardering van de crisiswijken.
3) Kredieten bestemd voor lokale besturen om subsidies te geven in het kader van lokale initiatieven inzake sociale integratie, veiligheid, werkgelegenheid, de strijd tegen armoede, de promotie van sociale economie en de verbetering van de levensomstandigheden.
4) Overdracht aan de gemeenten om de vorming, de omkadering en de tewerkstelling van personeelsleden geaffecteerd aan programma's ter heropleving van crisiswijken toe te laten.
5) Overdracht naar de Regie der Gebouwen met het oog op bouwprojecten in het raam van de programma's tot herwaardering van de crisiswijken.
6) Transfers aan lokale besturen om investeringen aan te moedigen, die beantwoorden aan prioriteiten vastgesteld inzake de heropleving van de crisiswijken.
7) Kredieten bestemd om subsidies te geven aan verenigingen zonder winstoogmerk of instellingen van openbaar nut voor conferenties, colloquia of andere manifestaties m.b.t. het grootstedenbeleid.
PROGRAMMA 58/1 - LEEFMILIEUBELEID
Toelagen voor de wetenschappelijke samenwerking met bepaalde instellingen aangaande het radiologisch toezicht op het grondgebied, de strijd tegen de vervuiling, en de veiligheid bij de risico-industrieën.
Toelagen voor de wetenschappelijke samenwerking aangaande het grensoverschrijdend transport van industriële afvalstoffen.
Steunverlening/subsidies aan nationale en internationale verenigingen/organisaties m.b.t. het leefmilieu : toelagen voor initiatieven m.b.t colloquia en bewustmakingscampagnes, in verband met studiedagen en informatieverspreiding aangaande de sensibilisering van de problemen omtrent het leefmilieu, voor de wetenschappelijke samenwerking met bepaalde internationale instellingen/organisaties +structurele financiering van het NGO-platform bestaande uit de 4 Belgische NGO-koepels voor het leefmilieu, als contactpunt voor hun leden op het vlak van de coördinatie van het federaal, internationaal en Europees milieubeleid (BBL/BRAL/I.E.B/I.E.W)
PROGRAMMA 59/1 - OORLOGSGETROFFENEN
Toelagen ter ondersteuning van de sociale actie van bepaalde federaties en werken ten gunste van de oorlogsslachtoffers en hun rechthebbenden.
PROGRAMMA 60/1 - RESEARCH DEVELOPMENT NATIONAL
Financieren van het Nationaal Register voor Genetisch Onderzoek door het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid van de K.U.L.
Financieren van het voortzetten van het wetenschappelijk onderzoek naar de werking van geneesmiddelen tegen AIDS.
Toelagen aan profylactische en sanitaire organismen als tussenkomst in studiedagen met betrekking tot het ziekenhuisbeleid.
Subsidies aan de prospectieve studies naar allergische verschijnselen bij pasgeborenen.
Subsidies ter aanmoediging van initiatieven genomen in het kader van de Sociale Geneeskunde, zoals daar zijn initiatieven betreffende de kanker, de genetica, het AIDS-syndroom en de gehandicaptenproblematiek overeenkomstig de wet van 8 augustus 1980, artikel 5, § 1, 2°.
Nationale toelage aan het Fonds voor geneeskundig wetenschappelijk onderzoek.
Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van profylaxis, hygiëne, levensmiddelenhygiëne en farmacie.
Toelagen aan de v.z.w. " NUBEL " als tussenkomst voor het opstellen van de Belgische voedingsmiddelentabel.
Subsidies aan OIVO.
PROGRAMMA 60/2 - RESEARCH DEVELOPMENT INTERNATIONAL
Lidmaatschapsbijdragen aan internationale organisaties in het domein van volksgezondheid en leefmilieu.
Bijdragen bedoeld om vergaderingen tussen experten van internationale organisaties over onderwerpen van volksgezondheid en van leefmilieu te financieren (pro memorie).
PROGRAMMA 60/3 - WETENSCHAPPELIJKE INSTELLING VOLKSGEZONDHEID - LOUIS PASTEUR (VOOR. INSTITUUT VOOR HYGIENE EN EPIDEMIOLOGIE)
Toelagen in het kader van contracten of conventies gesloten met universitaire centra, andere wetenschappelijke instellingen, instellingen van openbaar nut of studiediensten, verleend door het IHE om onderzoeken of enquêtes voor, of in samenwerking met, het IHE uit te voeren.
PROGRAMMA 60/4 - WETENSCHAPPELIJKE INSTELLING VOLKSGEZONDHEID - LOUIS PASTEUR (VOOR. INSTITUUT PASTEUR)
Toelagen in het kader van contracten of conventies gesloten met universitaire centra, andere wetenschappelijke instellingen, instellingen van openbaar nut of studiediensten, verleend door het Instituut Pasteur om onderzoeken of enquêtes voor, of in samenwerking met, het Instituut Pasteur uit te voeren.
Art. 2.26.7. Les paiements à charge des crédits variables du programme 54/2 - activités 3, 4 et 5, pour l'application de la loi sur les médicaments (loi du 5 janvier 1976, art. 152), peuvent se faire par avance de fonds.
A cette fin, et par derogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 248.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département désignés à cet effet en vue de payer les créances n'excédant pas 3.000 EUR.
A cette fin, et par derogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 248.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département désignés à cet effet en vue de payer les créances n'excédant pas 3.000 EUR.
Art. 2.26.7. De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 54/2 - activiteiten 3, 4 en 5, voor toepassing van de wet op de geneesmiddelen (wet van 5 januari 1976, art. 152), mogen per geldvoorschot gebeuren.
In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 248.000 EUR worden verleend aan de hiervoor aangestelde buitengewone rekenplichtigen van het Departement met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die niet meer dan 3.000 EUR bedragen.
In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 248.000 EUR worden verleend aan de hiervoor aangestelde buitengewone rekenplichtigen van het Departement met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die niet meer dan 3.000 EUR bedragen.
Art. 2.26.8. Les montants trop perçus versés aux C.P.A.S. au cours des années précédentes dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les Centre publics d'aide sociale et de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, peuvent être considérés pour l'exercice 2002 comme des avances pour l'année en cours.
Art. 2.26.8. De in de voorgaande jaren aan de O.C.M.W.'s teveel uitgekeerde bedragen in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de Openbare Centra voor Maatschappelijke Welzijn en de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, kunnen voor het begrotingsjaar 2002 verrekend worden als voorschotten voor het lopend jaar.
Art. 2.26.9. Les dépenses relatives à des créances d'années antérieures dans le cadre de l'arrêté royal du 22 août 1989 réglant l'intervention de l'Etat en matière d'avances sur pensions alimentaires et de recouvrement de ces pensions peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante.
Dans le même cadre, les montants trop versés aux CPAS au cours des années précédentes, peuvent être considérés pour l'exercice 2002 comme des avances pour l'année en cours.
Dans le même cadre, les montants trop versés aux CPAS au cours des années précédentes, peuvent être considérés pour l'exercice 2002 comme des avances pour l'année en cours.
Art. 2.26.9. De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren in het kader van het koninklijk besluit van 22 augustus 1989 tot regeling van de staatstussenkomst inzake voorschotten op en invordering van onderhoudsgelden mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar.
De in hetzelfde kader tijdens de voorgaande jaren aan de O.C.M.W.'s teveel uitgekeerde bedragen kunnen voor het begrotingsjaar 2002 gerekend worden als voorschotten op het lopend jaar.
De in hetzelfde kader tijdens de voorgaande jaren aan de O.C.M.W.'s teveel uitgekeerde bedragen kunnen voor het begrotingsjaar 2002 gerekend worden als voorschotten op het lopend jaar.
Art. 2.26.10. Les dépenses relatives à des créances d'années antérieures dans le cadre de l'intervention de l'Etat pour maisons de soins psychiatriques et maisons protégées agréées peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante.
Art. 2.26.10. De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren in het kader van de Staatstussenkomst voor de psychiatrische verzorgingstehuizen en de erkende instellingen voor beschermd wonen mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar.
Art. 2.26.11. Est approuvé le budget de l'Agence fédérale d'accueil des demandeurs d'asile pour l'année 2002, annexé à la présente loi.
Ce budget s'élève pour les recettes à (124.000 EUR) et pour les dépenses à (124.000 EUR). <L 2002-07-12/32, art. 2.26.3, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Ce budget s'élève pour les recettes à (124.000 EUR) et pour les dépenses à (124.000 EUR). <L 2002-07-12/32, art. 2.26.3, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.26.11. Goedgekeurd wordt de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 2002 van het Federaal Agentschap voor de Opvang van asielzoekers.
Deze begroting beloopt (124.000 EUR) voor de ontvangsten en (124.000) EUR voor de uitgaven. <W 2002-07-12/32, art. 2.26.3, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Deze begroting beloopt (124.000 EUR) voor de ontvangsten en (124.000) EUR voor de uitgaven. <W 2002-07-12/32, art. 2.26.3, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. 2.26.12. Est approuvé le budget de l'Agence fédérale pour la Securité de la Chaîne alimentaire pour l'année 2002, annexé à la présente loi.
Ce budget s'élève pour les recettes à (95.719.000 EUR) et pour les dépenses à (97.760.000 EUR) en attente de l'exécution de l'accord du Lambermont. <L 2002-07-12/32, art. 2.26.4, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Ce budget s'élève pour les recettes à (95.719.000 EUR) et pour les dépenses à (97.760.000 EUR) en attente de l'exécution de l'accord du Lambermont. <L 2002-07-12/32, art. 2.26.4, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.26.12. Goedgekeurd wordt de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 2002 van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Deze begroting beloopt (95.719.000 EUR) voor de ontvangsten en (97.760.000 EUR) voor de uitgaven, in afwachting van de verdere uitvoering van de Lambermontakkoorden. <W 2002-07-12/32, art. 2.26.4, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Deze begroting beloopt (95.719.000 EUR) voor de ontvangsten en (97.760.000 EUR) voor de uitgaven, in afwachting van de verdere uitvoering van de Lambermontakkoorden. <W 2002-07-12/32, art. 2.26.4, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. 2.26.13. Par dérogation à l'article 45, § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les recettes du fonds organique " Financement du contrôle des assureurs-loi " (programme 26.52.4) sont désaffectées à concurrence des dépenses effectuées par l'Etat pour le compte du fonds organique à charge de crédits autres que les crédits variables.
Art. 2.26.13. In afwijking van artikel 45, § 2, van de wetten op het Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden de ontvangsten van het organiek fonds " Financiering van de controle van de wetsverzekeraars " (programma 26.52.4) gedesaffecteerd ten belope van de uitgaven die door de Staat werden gedaan voor rekening van het organiek fonds ten laste van andere dan variabele kredieten.
Art. 2.26.14. Il est créé une nouvelle cellule " surveillance médicale et évaluation " afin de répondre éventuellement à des questions du public ou de professionnels et de prendre des mesures en cas de crise relative à la santé publique. En cas de crise, cette AB 53/33.1201 peut être majorée par le transfert de moyens provenant des autres allocations de base " 12.01 " par la voie d'un arrêté royal de transfert.
Art. 2.26.14. Er wordt een cel " medisch toezicht en evaluatie " opgericht teneinde te kunnen beantwoorden aan de vragen van de bevolking of de professionelen en de nodige maatregelen te kunnen nemen in geval van crisis. De basisallocatie 53/33.1201 kan in geval van ramp verhoogd worden door herverdeling van kredieten " 12.01 " via een koninklijk besluit.
Art. 2.26.15. Une allocation de base 61.30 est creée dans le programme 54/4 qui autorise le transfert des crédits nécessaires à partir des budgets des services qui vont faire partie de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
Art. 2.26.15. Er wordt een basisallocatie 61.30 ingevoegd in het programma 54/4 dat toelaat de nodige kredieten over te hevelen van de diensten die zullen deel uitmaken van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Art. 2.26.16. Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Le solde disponible des années antérieures dans le cadre de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale, peut être utilisé pour couvrir les dépenses inhérentes à l'année budgétaire courante.
Art. 2.26.16. Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.
Art. 2.26.17. Par dérogation à l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le fonds organique " Fonds d'économie sociale " est autorisé à présenter une position débitrice qui ne peut dépasser en engagement et en ordonnancement le montant global de 8.924.000 EUR.
Art. 2.26.17. In afwijking van het artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt het organiek fonds " Fonds voor de Sociale Economie " gemachtigd een debettoestand te vertonen welke het bedrag van 8.924.000 EUR niet mag overschrijden in vastleggingen noch in ordonnanceringen.
Art. 2.26.18. Par dérogation à l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le fonds organique " Fonds européen pour Réfugiés " est autorisé à présenter une position débitrice, qui ne peut depasser en engagement et en ordonnancement le montant de 1.859.000 EUR.
Art. 2.26.18. In afwijking van het artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt het organiek fonds " Europees Vluchtelingenfonds " gemachtigd een debettoestand te vertonen welke het bedrag van 1.859.000 EUR niet mag overschrijden in vastleggingen noch in ordonnanceringen.
Art. 2.26.19. Moyennant l'accord du Ministre du Budget, le crédit provisionnel inscrits à la division organique 53 - 9 peuvent être répartis par arrêté royal entre les programmes appropriés en fonction des besoins.
Art. 2.26.19. Het provisioneel krediet ingeschreven op de organisatieafdeling 53 mag, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's door middel van een koninklijk besluit.
Art. 2.26.20. Par dérogation à l'article 1-01-3, § 2 de la présente loi, dans les programmes 40/0, 41/1, 51/0, 54/1, 54/2 en 60/1, les allocations de base relatives aux rémunérations et allocations généralement quelconques " 1103 - Personnel statutaire définitif et stagiaire " et " 1104 - Personnel autre que statutaire " et les autres allocations de base de ces programmes peuvent être redistribuées entre elles.
Art. 2.26.20. In afwijking van artikel 1-01-3, § 2 van deze wet, mogen binnen de programma's 40/0, 40/1, 51/0, 54/1, 54/2 en 60/1 de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen " 11 03 - Vast en stagedoend statutair personeel " en " 11 04 - Ander dan statutair personeel " en de andere basisallocaties van deze programma's onder elkaar herverdeeld worden.
Art. 2.26.21. Les dépenses afférentes à des créances en cours à charge des crédits non dissociés des allocations de base 26.55.52.4320 et 26.55.52.6320 de l'année budgétaire 2000 peuvent être imputées sur les crédits d'ordonnancement de l'A.B. 26.55.52.4322 de l'année courante.
Une autorisation d'engagement à concurrence de 992.000 EUR est accordée à charge du programme d'activité 55/5 - Politique des grandes villes, afin d'assurer le maintien des engagements existants ou susceptibles de tomber en annulation au 31 décembre 2001.
Une autorisation d'engagement à concurrence de 992.000 EUR est accordée à charge du programme d'activité 55/5 - Politique des grandes villes, afin d'assurer le maintien des engagements existants ou susceptibles de tomber en annulation au 31 décembre 2001.
Art. 2.26.21. Uitgaven met betrekking tot openstaande schuldvorderingen op de niet-gesplitste basisallocaties 26.55.52.4320 en 26.55.52.6320 van het begrotingsjaar 2000 mogen aangerekend worden op de ordonnanceringskredieten van de basisallocatie 26.55.52.4322 van het lopend jaar.
Ten laste van het activiteitenprogramma 55/5 - Grootstedenbeleid wordt een vastleggingsmachtiging toegestaan ten belope van 992.000 EUR uit hoofde van de regularisatie van de uitstaande of in annulatie vallende vastleggingen op 31 december 2001.
Ten laste van het activiteitenprogramma 55/5 - Grootstedenbeleid wordt een vastleggingsmachtiging toegestaan ten belope van 992.000 EUR uit hoofde van de regularisatie van de uitstaande of in annulatie vallende vastleggingen op 31 december 2001.
Art. 2.26.22. Pour l'année budgétaire 2002, l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire est dispensée du paiement des cotisations en matière de pensions (parastataux) pour le personnel transféré des ministères
Art. 2.26.22. Het Federaal Agentschap voor Veiligheid van de Voedselketen wordt voor het begrotingsjaar 2002 vrijgesteld van het betalen van pensioenbijdragen (parastatalen) voor de overgedragen ambtenaren van de ministeries.
Art. 2.26.23. Une A.B. 33.10 est créée dans le programme 53/7 qui autorise le transfert de crédits vers les centres de transfusion sanguines pour le financement des NAT-tests dans le cadre de la politique de dépistage des virus HIV et HCV par le NAT-test
Art. 2.26.23. Een BA 33.10 wordt in het programma 53/7 ingevoegd zodat een overdracht van kredieten naar de bloedtransfusiecentra voor de financiering van de NAT-testen, in het kader van het opsporingsbeleid van HIV en HCVvirussen door midden van NAT-test wordt toegelaten
Section 31. - Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture.
Sectie 31. - Ministerie van Middenstand en Landbouw.
Art. 2.31.1. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds peuvent être consenties :
Art. 2.31.1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden :
- tot een maximumbedrag van 1.500.000 EUR aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Logistiek en de buitengewone rekenplichtige verantwoordelijk voor de kredieten van het GBCS;
- tot een maximumbedrag van 1.000.000 EUR aan de buitengewone rekenplichtige van de Wetenschappelijke Rijksinstellingen;
- tot een maximumbedrag van 750.000 EUR aan de andere buitengewone rekenplichtigen van het Departement.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen schuldvorderingen betalen die 5.000 EUR niet overschrijden (voor wat betreft de buitengewone rekenplichtige verantwoordelijk voor het GBCS mogen ze de 37.500 EUR niet overschrijden), alsmede ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, de kosten van frankering met de machine, de kosten van telefoon en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden, de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat en de staatssteun ten gunste van de door het personeel van het Departement bezochte restaurants en refters, bedoeld bij deze wet.
Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen.
- tot een maximumbedrag van 1.500.000 EUR aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Logistiek en de buitengewone rekenplichtige verantwoordelijk voor de kredieten van het GBCS;
- tot een maximumbedrag van 1.000.000 EUR aan de buitengewone rekenplichtige van de Wetenschappelijke Rijksinstellingen;
- tot een maximumbedrag van 750.000 EUR aan de andere buitengewone rekenplichtigen van het Departement.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen schuldvorderingen betalen die 5.000 EUR niet overschrijden (voor wat betreft de buitengewone rekenplichtige verantwoordelijk voor het GBCS mogen ze de 37.500 EUR niet overschrijden), alsmede ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, de kosten van frankering met de machine, de kosten van telefoon en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden, de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat en de staatssteun ten gunste van de door het personeel van het Departement bezochte restaurants en refters, bedoeld bij deze wet.
Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen.
Art. 2.31.2. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, le comptable chargé de la liquidation des secours et allocations à caractère social peut recevoir des avances de fonds successives d'un montant ne dépassant pas 12.500 EUR, dont il sera justifié ultérieurement.
Art. 2.31.2. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag de rekenplichtige belast met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard, achtereenvolgende geldvoorschotten van hoogstens 12.500 EUR ontvangen, die later zullen worden verantwoord.
Art. 2.31.3. Les paiements à charge des crédits variables du programme 54/2 " Actions du Fonds pour la production et la protection des végétaux et des produits végétaux " peuvent se faire par avances de fonds.
A cette fin, et par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds d'un montant maximum de 125.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département désignés a l'effet de payer les créances n'excédant pas 5.000 EUR, ainsi que, quel qu'en soit le montant, les créances relatives à la protection des obtentions végétales.
A cette fin, et par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds d'un montant maximum de 125.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département désignés a l'effet de payer les créances n'excédant pas 5.000 EUR, ainsi que, quel qu'en soit le montant, les créances relatives à la protection des obtentions végétales.
Art. 2.31.3. De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 54/2 " Acties van het Fonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten ", mogen per geldvoorschot gebeuren.
In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 125.000 EUR worden verleend aan de hiervoor aangestelde buitengewone rekenplichtigen van het Departement met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die 5.000 EUR niet overschrijden, alsmede, ongeacht het bedrag, de schuldvorderingen met betrekking tot de bescherming van kweekprodukten.
In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 125.000 EUR worden verleend aan de hiervoor aangestelde buitengewone rekenplichtigen van het Departement met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die 5.000 EUR niet overschrijden, alsmede, ongeacht het bedrag, de schuldvorderingen met betrekking tot de bescherming van kweekprodukten.
Art. 2.31.4. Des avances de fonds telles que visées à l'article 15, 2° de la loi du 29 octobre 1846 sur l'organisation de la Cour des comptes, peuvent être consenties au comptable extraordinaire compétent pour les besoins des dépenses du fonds organique " Fonds des matières premières " (programme 54/1). Chacune de ces avances ne peut dépasser les 125.000 EUR.
Art. 2.31.4. Ten behoeve van de uitgaven van het organiek begrotingsfonds " Fonds voor de grondstoffen " (programma 54/1) kunnen aan de bevoegde buitengewone rekenplichtige geldvoorschotten toegekend worden, zoals bedoeld bij artikel 15, 2°, van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. Deze voorschotten mogen elk afzonderlijk de 125.000 EUR niet overschrijden.
Art. 2.31.5. Le Ministre ou le Secrétaire d'Etat ayant l'Agriculture dans ses attributions est autorisé à prélever trimestriellement les recettes éventuelles résultant du préfinancement de subventions des intérêts pour les affecter aux dépenses faites en exécution de l'article 3, 2° de la loi du 15 février 1961 portant création d'un Fonds d'investissement agricole.
Art. 2.31.5. De Minister of Staatssecretaris die de Landbouw in zijn bevoegdheid heeft, wordt gemachtigd om eventuele ontvangsten, die voortvloeien uit de prefinanciering van de rentetoelagen trimestrieel aan te wenden voor de uitgaven gedaan in uitvoering van het artikel 3, 2° van de wet van 15 februari 1961 houdende oprichting van een Landbouwinvesteringsfonds.
Art. 2.31.6. Dans les limites des allocations de base concernées, les subsides suivants peuvent être octroyés :
PROGRAMME 40/1 - SUBSISTANCE : AIDE GENERALE AUX DIFFERENTES ADMINISTRATIONS FONCTIONNELLES
- Cotisations à des associations nationales.
- Cotisation à la Fondation des Relations publiques pour l'Agriculture (AGRINFO).
PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE
- Subventions octroyées à des organismes, institutions et personnes s'occupant, sur le plan national, de recherche appliquée, d'études d'information et de représentation au profit des indépendants et des petites et moyennes entreprises.
- Subventions à la recherche appliquée dans le secteur des P.M.E.
PROGRAMME 52/3 - POLITIQUE STRUCTURELLE
ET PECHE MARITIME
- Primes pour la tenue, par les armateurs, d'une comptabilité du rendement de la pêche maritime.
PROGRAMME 54/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
- Cotisation à ou part d'intervention dans les frais de fonctionnement d'organisations internationales à l'étranger.
PROGRAMME 54/2 - ACTIONS DU FONDS POUR LA PRODUCTION ET LA PROTECTION DES VEGETAUX ET DES PRODUITS VEGETAUX
- Cotisation à ou part d'intervention dans les frais de fonctionnement d'organisations internationales à l'étranger.
PROGRAMME 55/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
- Cotisation à ou part d'intervention dans les frais de fonctionnement d'organisations internationales à l'étranger.
PROGRAMME 55/2 - ACTIONS DU FONDS DE LA SANTE ET DE LA PRODUCTION DES ANIMAUX
- Subvention au Comité belge de la Fédération internationale de laiterie.
PROGRAMME 56/1 - R. & D. DANS LE CADRE NATIONAL - PROBLEMES URGENTS, RECHERCHES CONTRACTUELLES ET VULGARISATION
- Subventions à des recherches scientifiques et techniques à finalité agricole.
- Droits de participation et d'affiliation à des sociétés nationales à caractère scientifique.
- Indemnisation de pertes subies lors de recherches.
PROGRAMME 56/2 - R. & D. DANS LE CADRE INTERNATIONAL. REUNIONS D'ETUDE ET COLLABORATION INTERNATIONALE
- Cotisation à ou part d'intervention dans les frais de fonctionnement d'organisations internationales à l'étranger.
PROGRAMME 56/4 - ACTIONS DE DEVELOPPEMENT ET DE VULGARISATION
1. Subventions aux 10 chambres provinciales de l'agriculture et aux 115 comices agricoles.
2. Subventions dans l'intérêt de l'agriculture et de l'horticulture.
a . Subventions aux associations horticoles :
- Organisation fruitière belge;
- Nationale Vakgroep Fruit.
b . Subventions pour les associations et manifestations agricoles et horticoles suivantes :
- Exposition nationale des fraises - Association des cultivateurs de fraises;
- Biennale internationale du Witloof;
- Société royale linnéenne et de Flore;
- Journée du monde rural;
- UPAF (assemblée générale);
- Concours national de labour;
- Prix du Ministre;
- Autres manifestations et actions dans l'intérêt du développement de l'agriculture et/ou l'horticulture.
3. Subventions aux jardins d'essais et aux centres d'essais horticoles reconnus.
4. Subventions aux centres agricoles pour assurer la mise en oeuvre adéquate des programmes de développement des grandes cultures.
PROGRAMME 40/1 - SUBSISTANCE : AIDE GENERALE AUX DIFFERENTES ADMINISTRATIONS FONCTIONNELLES
- Cotisations à des associations nationales.
- Cotisation à la Fondation des Relations publiques pour l'Agriculture (AGRINFO).
PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE
- Subventions octroyées à des organismes, institutions et personnes s'occupant, sur le plan national, de recherche appliquée, d'études d'information et de représentation au profit des indépendants et des petites et moyennes entreprises.
- Subventions à la recherche appliquée dans le secteur des P.M.E.
PROGRAMME 52/3 - POLITIQUE STRUCTURELLE
ET PECHE MARITIME
- Primes pour la tenue, par les armateurs, d'une comptabilité du rendement de la pêche maritime.
PROGRAMME 54/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
- Cotisation à ou part d'intervention dans les frais de fonctionnement d'organisations internationales à l'étranger.
PROGRAMME 54/2 - ACTIONS DU FONDS POUR LA PRODUCTION ET LA PROTECTION DES VEGETAUX ET DES PRODUITS VEGETAUX
- Cotisation à ou part d'intervention dans les frais de fonctionnement d'organisations internationales à l'étranger.
PROGRAMME 55/0 - PROGRAMME DE SUBSISTANCE
- Cotisation à ou part d'intervention dans les frais de fonctionnement d'organisations internationales à l'étranger.
PROGRAMME 55/2 - ACTIONS DU FONDS DE LA SANTE ET DE LA PRODUCTION DES ANIMAUX
- Subvention au Comité belge de la Fédération internationale de laiterie.
PROGRAMME 56/1 - R. & D. DANS LE CADRE NATIONAL - PROBLEMES URGENTS, RECHERCHES CONTRACTUELLES ET VULGARISATION
- Subventions à des recherches scientifiques et techniques à finalité agricole.
- Droits de participation et d'affiliation à des sociétés nationales à caractère scientifique.
- Indemnisation de pertes subies lors de recherches.
PROGRAMME 56/2 - R. & D. DANS LE CADRE INTERNATIONAL. REUNIONS D'ETUDE ET COLLABORATION INTERNATIONALE
- Cotisation à ou part d'intervention dans les frais de fonctionnement d'organisations internationales à l'étranger.
PROGRAMME 56/4 - ACTIONS DE DEVELOPPEMENT ET DE VULGARISATION
1. Subventions aux 10 chambres provinciales de l'agriculture et aux 115 comices agricoles.
2. Subventions dans l'intérêt de l'agriculture et de l'horticulture.
a . Subventions aux associations horticoles :
- Organisation fruitière belge;
- Nationale Vakgroep Fruit.
b . Subventions pour les associations et manifestations agricoles et horticoles suivantes :
- Exposition nationale des fraises - Association des cultivateurs de fraises;
- Biennale internationale du Witloof;
- Société royale linnéenne et de Flore;
- Journée du monde rural;
- UPAF (assemblée générale);
- Concours national de labour;
- Prix du Ministre;
- Autres manifestations et actions dans l'intérêt du développement de l'agriculture et/ou l'horticulture.
3. Subventions aux jardins d'essais et aux centres d'essais horticoles reconnus.
4. Subventions aux centres agricoles pour assurer la mise en oeuvre adéquate des programmes de développement des grandes cultures.
Art. 2.31.6. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties mogen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/1 - BESTAANSMIDDELEN : ALGEMENE STEUN AAN DE VERSCHILLENDE FUNCTIONELE BESTUREN
- Bijdragen aan nationale verenigingen.
- Bijdrage aan de Stichting Public Relations voor Landbouw (AGRINFO).
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN
- Toelagen toegekend aan organismen, instellingen en personen die zich, op nationaal vlak, bezighouden met toegepast onderzoek, studies, voorlichting en vertegenwoordiging ten gunste van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen.
- Toelagen aan toegepast onderzoek voor de sector K.M.O.'s.
PROGRAMMA 52/3 - STRUCTUURBELEID EN ZEEVISSERIJ
- Premies voor het houden, door de reders, van een boekhouding waaruit het rendement van hun vangsten blijkt.
PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
- Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.
PROGRAMMA 54/2 - ACTIES VAN HET FONDS VOOR DE PRODUCTIE EN DE BESCHERMING VAN PLANTEN EN PLANTAARDIGE PRODUCTEN
- Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.
PROGRAMMA 55/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
- Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.
PROGRAMMA 55/2 - ACTIES VAN HET FONDS
VOOR DE GEZONDHEID EN DE PRODUKTIE VAN DE DIEREN
- Toelage voor het Belgisch Comité der Internationale Zuivelfederatie.
PROGRAMMA 56/1 - R. & D. OP NATIONAAL VLAK. - DRINGENDE PROBLEMEN, CONTRACTUEEL ONDERZOEK EN VULGARISATIE
- Toelagen aan wetenschappelijk en technisch onderzoek met landbouwkundig doel.
- Bijdragen voor deelneming aan de aansluiting bij nationale verenigingen met wetenschappelijk karakter.
- Vergoedingen voor verliezen ten gevolge van proefnemingen.
PROGRAMMA 56/2 - R. & D. OP INTERNATIONAAL VLAK. STUDIEVERGADERINGEN EN INTERNATIONALE SAMENWERKING
- Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.
PROGRAMMA 56/4 - ACTIES ONTWIKKELING
EN VOORLICHTING
1. Toelagen aan de 10 provinciale landbouwkamers en aan de 115 landbouwcomicen.
2. Toelagen in het belang van de land- en tuinbouw.
a . Toelagen aan tuinbouwverenigingen :
- Belgische Fruittelersorganisatie;
- Nationale Vakgroep Fruit.
b . Toelagen aan volgende verenigingen en land- en tuinbouwmanifestaties :
- Nationale aardbeiententoonstelling - Verbond aardbeitelers;
- Internationale Witloofdagen.
- " Société Royale Linnéenne et de Flore ";
- " Journée du monde rural ";
- " UPAF (assemblée générale) ";
- Nationaal ploegkampioenschap;
- Prijs van de Minister;
- Andere manifestaties en acties in het belang van de ontwikkeling van de landbouw en/of tuinbouw.
3. Toelagen aan de erkende tuinbouwproeftuinen en -centra.
4. Toelagen aan landbouwcentra voor het uitvoeren van programma's voor ontwikkeling van de akkerbouw.
PROGRAMMA 40/1 - BESTAANSMIDDELEN : ALGEMENE STEUN AAN DE VERSCHILLENDE FUNCTIONELE BESTUREN
- Bijdragen aan nationale verenigingen.
- Bijdrage aan de Stichting Public Relations voor Landbouw (AGRINFO).
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN
- Toelagen toegekend aan organismen, instellingen en personen die zich, op nationaal vlak, bezighouden met toegepast onderzoek, studies, voorlichting en vertegenwoordiging ten gunste van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen.
- Toelagen aan toegepast onderzoek voor de sector K.M.O.'s.
PROGRAMMA 52/3 - STRUCTUURBELEID EN ZEEVISSERIJ
- Premies voor het houden, door de reders, van een boekhouding waaruit het rendement van hun vangsten blijkt.
PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
- Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.
PROGRAMMA 54/2 - ACTIES VAN HET FONDS VOOR DE PRODUCTIE EN DE BESCHERMING VAN PLANTEN EN PLANTAARDIGE PRODUCTEN
- Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.
PROGRAMMA 55/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA
- Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.
PROGRAMMA 55/2 - ACTIES VAN HET FONDS
VOOR DE GEZONDHEID EN DE PRODUKTIE VAN DE DIEREN
- Toelage voor het Belgisch Comité der Internationale Zuivelfederatie.
PROGRAMMA 56/1 - R. & D. OP NATIONAAL VLAK. - DRINGENDE PROBLEMEN, CONTRACTUEEL ONDERZOEK EN VULGARISATIE
- Toelagen aan wetenschappelijk en technisch onderzoek met landbouwkundig doel.
- Bijdragen voor deelneming aan de aansluiting bij nationale verenigingen met wetenschappelijk karakter.
- Vergoedingen voor verliezen ten gevolge van proefnemingen.
PROGRAMMA 56/2 - R. & D. OP INTERNATIONAAL VLAK. STUDIEVERGADERINGEN EN INTERNATIONALE SAMENWERKING
- Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.
PROGRAMMA 56/4 - ACTIES ONTWIKKELING
EN VOORLICHTING
1. Toelagen aan de 10 provinciale landbouwkamers en aan de 115 landbouwcomicen.
2. Toelagen in het belang van de land- en tuinbouw.
a . Toelagen aan tuinbouwverenigingen :
- Belgische Fruittelersorganisatie;
- Nationale Vakgroep Fruit.
b . Toelagen aan volgende verenigingen en land- en tuinbouwmanifestaties :
- Nationale aardbeiententoonstelling - Verbond aardbeitelers;
- Internationale Witloofdagen.
- " Société Royale Linnéenne et de Flore ";
- " Journée du monde rural ";
- " UPAF (assemblée générale) ";
- Nationaal ploegkampioenschap;
- Prijs van de Minister;
- Andere manifestaties en acties in het belang van de ontwikkeling van de landbouw en/of tuinbouw.
3. Toelagen aan de erkende tuinbouwproeftuinen en -centra.
4. Toelagen aan landbouwcentra voor het uitvoeren van programma's voor ontwikkeling van de akkerbouw.
Art. 2.31.7. Par dérogation à l'article 14 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, il peut être disposé directement de l'avoir du fonds organique " Fonds agricole " (programme 52/2) par l'intervention du Ministre des Finances.
Art. 2.31.7. In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds " Landbouwfonds " (programma 52/2) door tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.
Art. 2.31.8. Par dérogation à l'article 14 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, il peut être disposé de l'avoir du fonds organique " Fonds pour la production et la protection des végétaux et des produits végétaux " (programme 54/2) par l'intervention du Ministre des Finances.
Art. 2.31.8. In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds " Fonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten " (programma 54/2) door tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.
Art. 2.31.9. Par dérogation à l'article 14 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, il peut être disposé de l'avoir du fonds organique " Fonds de la Santé et de la Production des animaux " (programme 55/2) par l'intervention du Ministre des Finances.
Art. 2.31.9. In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds " Fonds van de gezondheid en de productie van de dieren " (programma 55/2) door tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.
Art. 2.31.10. Par dérogation à l'article 45, § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991 et à l'article 82 de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977, les recettes du " Fonds des matières premières " (programme 54/1) sont désaffectées à concurrence d'un montant de 12.500 EUR qui s'ajoute aux ressources générales du Trésor.
Art. 2.31.10. In afwijking van artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, en van artikel 82 van de wet van 24 december 1976 betreffende de begrotingsvoorstellen 1976-1977, worden de ontvangsten van het " Fonds voor de grondstoffen " (programma 54/1) van bestemming veranderd ten belope van een bedrag van 12.500 EUR dat gevoegd wordt bij de algemene middelen van de Schatkist.
Art. 2.31.11. Il est prévu au programme 52/0 des avances permanentes en vue du paiement de dépenses incombant à l'Etat soldées à l'intervention d'agents des services à l'étranger.
Ces avances permanentes sont destinées à assurer le paiement de dépenses dont la régularisation intervient a posteriori, et ce, dans la limite des crédits budgétaires existants.
Ces avances permanentes sont destinées à assurer le paiement de dépenses dont la régularisation intervient a posteriori, et ce, dans la limite des crédits budgétaires existants.
Art. 2.31.11. In het programma 52/0 worden bestendige voorschotten voorzien met het oog op de betaling van uitgaven ten laste van de Staat vereffend door tussenkomst van ambtenaren van de diensten in het buitenland.
Deze bestendige voorschotten zijn bestemd om, binnen de perken van de bestaande budgettaire kredieten, de betaling te verzekeren van de uitgaven waarvan de regularisatie a posteriori gebeurt.
Deze bestendige voorschotten zijn bestemd om, binnen de perken van de bestaande budgettaire kredieten, de betaling te verzekeren van de uitgaven waarvan de regularisatie a posteriori gebeurt.
Art. 2.31.12. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives à un compte " Fonds des quotas " de la section " Opérations d'ordre de la Trésorerie " créent une position débitrice.
Art. 2.31.12. De Schatkist mag voorschotten toekennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot een rekening " Quotumfonds " van de sectie " Ordeverrichtingen van de Thesaurie " een debetpositie veroorzaken.
Art. 2.31.13. Par dérogation à l'article 45, § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, une partie des réserves du " Fonds d'indemnisation d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine " (programme 31.55.3) peut être affectée au " Fonds des matières premières " (programme 31.54.1) et au " Fonds de la Santé et de la Production des Animaux " (programme 31.55.2).
Art. 2.31.13. In afwijking van artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kan een deel van de reserves van het " Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis " (programma 31.55.3) toegewezen worden aan het " Fonds voor de grondstoffen " (programma 31.54.1) en aan het " Fonds voor de gezondheid en de productie van de dieren " (programma 31.55.2).
Art. 2.31.14. Par dérogation à l'article 45 § 2, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les recettes du fonds organique " Fonds d'indemnisation d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine " (programme 31.55.3) peuvent être affectées au fonds organique " Fonds de la Santé et de la Production des Animaux " (programme 31.55.2) pour un montant maximum de 8,5 millions d'EUR.
Art. 2.31.14. In afwijking van artikel 45 § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kunnen de ontvangsten van het organiek fonds " Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis " (programma 31.55.3) toegewezen worden aan het organiek fonds " Fonds voor de gezondheid en de productie van de dieren " (programma 31.55.2) tot een maximumbedrag van 8,5 miljoen EUR.
Art. 2.31.15. Les payements des engagements pour 2001 qui concernent les compétences qui sont attribuées aux Régions et aux Communautés par la loi spéciale du 13 juillet 2001 portant refinancement des Communautés et extension des compétences fiscales des Régions et qui sont fixés après le 31.12.2001 (conformément à l'article 39 de cette loi spéciale) peuvent faire l'objet d'une imputation aux crédits de la division organique 58 " matière régionalisée ".
Art. 2.31.15. De betalingen van de vastleggingen 2001 die betrekking hebben op bevoegdheden die aan de Gewesten en de Gemeenschappen zijn toegekend door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de Gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de Gewesten en die vastgesteld zijn na 31.12.2001 (conform artikel 39 van deze bijzondere wet) kunnen worden aangerekend op de kredieten van de organisatieafdeling 58 " geregionaliseerde materie ".
Art. 2.31.16. Sans porter préjudice à la possibilité de redistribution des crédits de personnel prévues à l'article 1-01-3, § 2, du Budget général des Dépenses, le Ministre chargé de l'Agriculture est autorisé, moyennant l'accord du Ministre du Budget, dans les limites des crédits précisés aux articles 20, 21 et 23 de la loi spéciale du 13 juillet 2001 portant refinancement des Communautés et extension des compétences fiscales des Régions à procéder à des transferts entre les différentes divisions organiques et programmes, afin de faire face aux besoins spécifiques liés à la régionalisation du département.
Art. 2.31.16. Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid tot herverdeling van de personeelskredieten, volgens de modaliteiten bepaald in artikel 1-03-3, § 2, van de Algemene Uitgavenbegroting wordt de Minister belast met Landbouw, gemachtigd, mits het akkoord van de Minister van Begroting wordt verleend, binnen de perken van de kredieten vermeld in de artikelen 20, 21 en 23 van de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de Gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de Gewesten transfers te verrichten tussen de verschillende organisatieafdelingen en programma's teneinde het hoofd te kunnen bieden aan de specifieke noden verbonden aan de regionalisering van het departement.
Art. 2.31.17. Par dérogation à la législation en vigueur pour les fonds organiques qui se trouvent dans le budget de la section 31 Classes moyennes et Agriculture, les Régions peuvent verser des montants en faveur de ces fonds. Ces recettes peuvent être utilisées pour couvrir des dépenses qui se rapportent aux compétences attribuées aux Régions comme définies dans la loi spéciale du 13 juillet 2001 portant refinancement des Communautés et extension des compétences fiscales des Régions.
Art. 2.31.17. In afwijking van de vigerende wetgeving die geldt voor de organieke fondsen die voorkomen in de begroting van de sectie 31 Middenstand en Landbouw kunnen de Gewesten bedragen storten ten gunste van deze fondsen. Deze ontvangsten kunnen aangewend worden om uitgaven te dekken die betrekking hebben op de bevoegdheden toegewezen aan de Gewesten zoals bepaald in de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de Gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de Gewesten.
Section 32. - Ministère des Affaires économiques.
Sectie 32. - Ministerie van Economische Zaken.
Art. 2.32.1. § 1er. Par dérogation à l'article 15 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, des avances de fonds d'un montant maximum de 1.250.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Département.
Art. 2.32.1. § 1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 1.250.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 5.500 EUR betalen, alsmede de vergoedingen van alle aard welke op de begroting verleend worden.
Aan de buitengewone rekenplichtige van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen, zelfs indien deze voorschotten 5.500 EUR overtreffen.
Aan de bevoegde buitengewone rekenplichtigen, aangeduid in het kader van de deelneming van België aan internationale tentoonstellingen, mogen geldvoorschotten worden verleend tot op het niveau van de hiertoe voorziene begrotingskredieten en tot op het niveau van de hiertoe beschikbare variabele kredieten op het Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen.
§ 2. Aan de door de Minister aangeduide Penningmeesters bij de Internationale Tentoonstellingen mogen, binnen de begrotingskredieten, met het oog op het verrichten van uitgaven, voorschotten ter beschikking worden gesteld onder het toezicht van de Minister of zijn afgevaardigde mits latere rechtvaardiging door het Departement.
De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 62/2 (Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen) mogen, ongeacht het bedrag, per geldvoorschot gebeuren.
Het saldo dat deze voorschotten zouden laten op 31 december van het jaar 2001 mag worden gebruikt voor de behoeften van het jaar 2002.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 5.500 EUR betalen, alsmede de vergoedingen van alle aard welke op de begroting verleend worden.
Aan de buitengewone rekenplichtige van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen, zelfs indien deze voorschotten 5.500 EUR overtreffen.
Aan de bevoegde buitengewone rekenplichtigen, aangeduid in het kader van de deelneming van België aan internationale tentoonstellingen, mogen geldvoorschotten worden verleend tot op het niveau van de hiertoe voorziene begrotingskredieten en tot op het niveau van de hiertoe beschikbare variabele kredieten op het Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen.
§ 2. Aan de door de Minister aangeduide Penningmeesters bij de Internationale Tentoonstellingen mogen, binnen de begrotingskredieten, met het oog op het verrichten van uitgaven, voorschotten ter beschikking worden gesteld onder het toezicht van de Minister of zijn afgevaardigde mits latere rechtvaardiging door het Departement.
De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 62/2 (Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen) mogen, ongeacht het bedrag, per geldvoorschot gebeuren.
Het saldo dat deze voorschotten zouden laten op 31 december van het jaar 2001 mag worden gebruikt voor de behoeften van het jaar 2002.
Art. 2.32.2. Les dépenses relatives à des créances d'années anterieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante en ce qui concerne les subventions au personnel des charbonnages touché par les mesures de fermeture.
Art. 2.32.2. De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in verband met de toelagen aan het personeel van de steenkolenmijnen door mijnsluitingen getroffen.
Art. 2.32.3. Est approuvé le budget du Bureau fédéral du Plan pour l'année 2002 annexé à la présente loi.
Ce budget s'élève pour les recettes à 8.545.000 EUR et pour les dépenses à 8.545.000 EUR.
Ce budget s'élève pour les recettes à 8.545.000 EUR et pour les dépenses à 8.545.000 EUR.
Art. 2.32.3. Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 2002 van het Federaal Planbureau.
Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 8.545.000 EUR en voor de uitgaven 8.545.000 EUR.
Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 8.545.000 EUR en voor de uitgaven 8.545.000 EUR.
Art. 2.32.4. Dans les limites des allocations de base concernées, les subsides suivants peuvent être octroyés :
PROGRAMME 40/1 - INSTITUT POUR LES COMPTES NATIONAUX
Dotation à l'Institut pour les Comptes nationaux (ICN).
PROGRAMME 41/1 - AIDE A TOUS LES DEPARTEMENTS
Dépenses diverses de service social, autres que les achats de biens patrimoniaux.
PROGRAMME 41/3 - SUBVENTIONS A DES ORGANISMES EXTERNES
1) Subvention à l'a.s.b.l. Belgian Bioindustries Association (B.B.A.).
2) Intervention dans les frais de publication de rapports et d'études ainsi que dans les frais d'organisation de congrès et de colloques.
3) Subvention au bureau permanent de la Commission internationale permanente (C.I.P.) pour l'épreuve des armes à feu portatives.
PROGRAMME 50/1 - CHARBONNAGE
Subventions au personnel des charbonnages touché par des mesures de fermeture.
PROGRAMME 60/1 - BUREAU FEDERAL DU PLAN
Dotation au Bureau fédéral du Plan.
PROGRAMME 61/2 - AMELIORATION DES CONDITIONS DE VIE ET DE SECURITE DE LA POPULATION, NOTAMMENT PAR LA TRANSPOSITION DE DIRECTIVES EUROPEENNES
Information de la population relative aux dossiers énergétiques et gestion administrative de ces dossiers.
PROGRAMME 61/3 - FINANCEMENT DU PASSIF NUCLEAIRE
1) Financement de l'organisme public O.N.D.R.A.F.
2) Dotation au Centre d'Etude de l'Energie nucléaire (C.E.N.) pour le financement du passif social.
3) Dotations à l'O.N.D.R.A.F. pour le Fonds de Financement du Passif nucléaire.
PROGRAMME 61/5 - ACTIONS EN MATIERE DE DEVELOPPEMENT DURABLE
Actions en matière de développement durable.
PROGRAMME 62/1 - PROTECTION DU DROIT A LA CONSOMATION
1) Subvention au Centre de Recherche et d'Information des Organisations de Consommateurs (C.R.I.O.C.).
2) Subvention à l'a.s.b.l. " Commission des Litiges Voyages ".
3) Dépenses généralement quelconques en matière d'information des consommateurs.
PROGRAMME 62/2 - DISTRIBUTION ET EXPOSITIONS
1) Subvention au Comité belge de la Distribution.
2) Manifestations économiques (arrêté royal du 9 avril 1962) tant en Belgique qu'à l'étranger (participations, interventions diverses, achat ou location de matériel).
3) Subvention au Bureau international des Expositions à Paris.
PROGRAMME 62/4 - INFORMATION DU CONSOMMATEUR EN MATIERE DE CONSOMMATION
Dépenses généralement quelconques en matière d'information des consommateurs en vue de la protection de la consommation.
PROGRAMME 65/1 - APPLICATION DU SYSTEME FEDERAL D'ACCREDITATION ET DE CERTIFICATION
Subvention à des associations internationales actives dans le domaine de la certification et de l'accréditation.
(PROGRAMME 65/5 - FINANCEMENT DE PROJETS EUROPEENS DANS LE CADRE DE LA PROTECTION DES CONSOMMATEURS ET DE SURVEILLANCE.
1. Contribution au Centre européen des consommateurs (Euroloket).
2. Contribution au Internetsupported Communication System for Market Surveillance (ICSMS).) <L 2002-07-12/32, art. 2.32.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 67/1 - PARTICIPATION AUX ACTIVITES DES ASSOCIATIONS STATISTIQUES
1) Subvention à l'Institut international de Statistique à La Haye.
2) Subvention à la Société belge de Démographie.
3) Subvention à la Société belge de Statistique.
PROGRAMME 70/1 - R. & D. AU PLAN NATIONAL
1) Etudes et recherches dans le domaine de l'énergie en relais du programme national R & D-Energie.
2) Subvention à l'Institut interuniversitaire des Sciences nucléaires (I.I.S.N.).
3) Subvention aux Centres collectifs.
4) Actions spécifiques des Centres collectifs en faveur des petites et moyennes entreprises.
PROGRAMME 70/2 - R. & D. AU PLAN INTERNATIONAL
1) Recherches dans le domaine de la fusion et recherches connexes.
2) Subvention à l'Institut international du Froid (I.I.F.).
3) Contribution de la Belgique aux programmes R. & D. dans le domaine de l'Energie.
4) Charges incombant à l'Etat belge en vertu de sa participation à l'entreprise commune " Joint European Torus ".
5) Aide economique aux pays de l'Europe de l'Est.
6) Cotisation de la Belgique au Centre européen de Recherche nucléaire (C.E.R.N.) à Genève.
7) Aide à la Fédération russe pour la conversion de plutonium provenant du démantèlement d'armes nucléaires en combustible propre aux réacteurs civils.
PROGRAMME 70/3 - DOTATIONS AUX ETABLISSEMENTS SCIENTIFIQUES DE L'ETAT ASSIMILES
1) Subvention à l'Institut de Radio-Eléments (I.R.E.).
2) Subvention pour investissements à l'Institut de Radio-Eléments (I.R.E.).
3) Subvention au Centre d'étude de l'Energie nucléaire (C.E.N.).
4) Subvention pour investissements exceptionnels à effectuer par le Centre d'Etude de l'Energie nucléaire (C.E.N.).
5) Subvention à l'Institut de Radio-Eléments (I.R.E.) pour frais de fonctionnement spécifiques.
PROGRAMME 70/5 - ETUDES ET RECHERCHES SUR LES PROBLEMES DE STRUCTURES GEOLOGIQUES PROFONDES
Subvention aux organismes géologiques internationaux.
PROGRAMME 70/6 - APPLICATION DE LA LEGISLATION SUR POIDS ET MESURES
1) Subvention à l'Institut belge de Normalisation (I.B.N.).
2) Subvention aux organismes métrologiques internationaux.
PROGRAMME 70/7 - PROTECTION DU DROIT DE PROPRIETE INTELLECTUELLE
1) Cotisation de la Belgique à l'Organisation mondiale de la Propriété intellectuelle a Genève.
2) Charges incombant à la Belgique envers l'Office européen des Brevets à Munich : ajustement fiscal des pensions.
PROGRAMME 40/1 - INSTITUT POUR LES COMPTES NATIONAUX
Dotation à l'Institut pour les Comptes nationaux (ICN).
PROGRAMME 41/1 - AIDE A TOUS LES DEPARTEMENTS
Dépenses diverses de service social, autres que les achats de biens patrimoniaux.
PROGRAMME 41/3 - SUBVENTIONS A DES ORGANISMES EXTERNES
1) Subvention à l'a.s.b.l. Belgian Bioindustries Association (B.B.A.).
2) Intervention dans les frais de publication de rapports et d'études ainsi que dans les frais d'organisation de congrès et de colloques.
3) Subvention au bureau permanent de la Commission internationale permanente (C.I.P.) pour l'épreuve des armes à feu portatives.
PROGRAMME 50/1 - CHARBONNAGE
Subventions au personnel des charbonnages touché par des mesures de fermeture.
PROGRAMME 60/1 - BUREAU FEDERAL DU PLAN
Dotation au Bureau fédéral du Plan.
PROGRAMME 61/2 - AMELIORATION DES CONDITIONS DE VIE ET DE SECURITE DE LA POPULATION, NOTAMMENT PAR LA TRANSPOSITION DE DIRECTIVES EUROPEENNES
Information de la population relative aux dossiers énergétiques et gestion administrative de ces dossiers.
PROGRAMME 61/3 - FINANCEMENT DU PASSIF NUCLEAIRE
1) Financement de l'organisme public O.N.D.R.A.F.
2) Dotation au Centre d'Etude de l'Energie nucléaire (C.E.N.) pour le financement du passif social.
3) Dotations à l'O.N.D.R.A.F. pour le Fonds de Financement du Passif nucléaire.
PROGRAMME 61/5 - ACTIONS EN MATIERE DE DEVELOPPEMENT DURABLE
Actions en matière de développement durable.
PROGRAMME 62/1 - PROTECTION DU DROIT A LA CONSOMATION
1) Subvention au Centre de Recherche et d'Information des Organisations de Consommateurs (C.R.I.O.C.).
2) Subvention à l'a.s.b.l. " Commission des Litiges Voyages ".
3) Dépenses généralement quelconques en matière d'information des consommateurs.
PROGRAMME 62/2 - DISTRIBUTION ET EXPOSITIONS
1) Subvention au Comité belge de la Distribution.
2) Manifestations économiques (arrêté royal du 9 avril 1962) tant en Belgique qu'à l'étranger (participations, interventions diverses, achat ou location de matériel).
3) Subvention au Bureau international des Expositions à Paris.
PROGRAMME 62/4 - INFORMATION DU CONSOMMATEUR EN MATIERE DE CONSOMMATION
Dépenses généralement quelconques en matière d'information des consommateurs en vue de la protection de la consommation.
PROGRAMME 65/1 - APPLICATION DU SYSTEME FEDERAL D'ACCREDITATION ET DE CERTIFICATION
Subvention à des associations internationales actives dans le domaine de la certification et de l'accréditation.
(PROGRAMME 65/5 - FINANCEMENT DE PROJETS EUROPEENS DANS LE CADRE DE LA PROTECTION DES CONSOMMATEURS ET DE SURVEILLANCE.
1. Contribution au Centre européen des consommateurs (Euroloket).
2. Contribution au Internetsupported Communication System for Market Surveillance (ICSMS).) <L 2002-07-12/32, art. 2.32.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 67/1 - PARTICIPATION AUX ACTIVITES DES ASSOCIATIONS STATISTIQUES
1) Subvention à l'Institut international de Statistique à La Haye.
2) Subvention à la Société belge de Démographie.
3) Subvention à la Société belge de Statistique.
PROGRAMME 70/1 - R. & D. AU PLAN NATIONAL
1) Etudes et recherches dans le domaine de l'énergie en relais du programme national R & D-Energie.
2) Subvention à l'Institut interuniversitaire des Sciences nucléaires (I.I.S.N.).
3) Subvention aux Centres collectifs.
4) Actions spécifiques des Centres collectifs en faveur des petites et moyennes entreprises.
PROGRAMME 70/2 - R. & D. AU PLAN INTERNATIONAL
1) Recherches dans le domaine de la fusion et recherches connexes.
2) Subvention à l'Institut international du Froid (I.I.F.).
3) Contribution de la Belgique aux programmes R. & D. dans le domaine de l'Energie.
4) Charges incombant à l'Etat belge en vertu de sa participation à l'entreprise commune " Joint European Torus ".
5) Aide economique aux pays de l'Europe de l'Est.
6) Cotisation de la Belgique au Centre européen de Recherche nucléaire (C.E.R.N.) à Genève.
7) Aide à la Fédération russe pour la conversion de plutonium provenant du démantèlement d'armes nucléaires en combustible propre aux réacteurs civils.
PROGRAMME 70/3 - DOTATIONS AUX ETABLISSEMENTS SCIENTIFIQUES DE L'ETAT ASSIMILES
1) Subvention à l'Institut de Radio-Eléments (I.R.E.).
2) Subvention pour investissements à l'Institut de Radio-Eléments (I.R.E.).
3) Subvention au Centre d'étude de l'Energie nucléaire (C.E.N.).
4) Subvention pour investissements exceptionnels à effectuer par le Centre d'Etude de l'Energie nucléaire (C.E.N.).
5) Subvention à l'Institut de Radio-Eléments (I.R.E.) pour frais de fonctionnement spécifiques.
PROGRAMME 70/5 - ETUDES ET RECHERCHES SUR LES PROBLEMES DE STRUCTURES GEOLOGIQUES PROFONDES
Subvention aux organismes géologiques internationaux.
PROGRAMME 70/6 - APPLICATION DE LA LEGISLATION SUR POIDS ET MESURES
1) Subvention à l'Institut belge de Normalisation (I.B.N.).
2) Subvention aux organismes métrologiques internationaux.
PROGRAMME 70/7 - PROTECTION DU DROIT DE PROPRIETE INTELLECTUELLE
1) Cotisation de la Belgique à l'Organisation mondiale de la Propriété intellectuelle a Genève.
2) Charges incombant à la Belgique envers l'Office européen des Brevets à Munich : ajustement fiscal des pensions.
Art. 2.32.4. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, mogen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/1 - INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN
Dotatie aan het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR).
PROGRAMMA 41/1 - DIENSTVERLENING VOOR ALLE DEPARTEMENTEN
Allerhande uitgaven voor maatschappelijk dienstbetoon, andere dan aankoop van vermogensgoederen.
PROGRAMMA 41/3 - TOELAGEN AAN EXTERNE ORGANISMEN
1) Subsidie aan de v.z.w. Belgian Bioindustries Association (B.B.A.).
2) Tussenkomst in de publicatiekosten van verslagen en studies, evenals in de organisatiekosten van congressen en colloquia.
3) Subsidie aan het Vast Bureau van de Vaste Internationale Commissie (V.I.C.) ter beproeving van de draagbare vuurwapens.
PROGRAMMA 50/1 - KOLENMIJNEN
Toelagen aan het personeel van de Steenkolenmijnen door mijnsluitingen getroffen.
PROGRAMMA 60/1 - FEDERAAL PLANBUREAU
Dotatie aan het Federaal Planbureau.
PROGRAMMA 61/2 - VERBETERING VAN DE LEVENSOMSTANDIGHEDEN EN VAN DE VEILIGHEID VAN DE BEVOLKING, MET NAME DOOR DE OMZETTING VAN EUROPESE RICHTLIJNEN
Informatie van de bevolking inzake energiedossiers en administratief beheer van deze dossiers.
PROGRAMMA 61/3 - FINANCIERING VAN HET NUCLEAIR PASSIEF
1) Financiering van het openbaar organisme N.I.R.A.S.
2) Dotatie aan het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.) voor de financiering van het passief.
3) Dotaties aan de N.I.R.A.S. voor het Fonds voor de Financiering van het Nucleair Passief.
PROGRAMMA 61/5 - ACTIES OP HET VLAK VAN DUURZAME ONTWIKKELING
Acties op het vlak van duurzame ontwikkeling.
PROGRAMMA 62/1 - BESCHERMING VAN HET CONSUMENTENRECHT
1) Subsidie aan het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (O.I.V.O.).
2) Subsidie aan de v.z.w. " Geschillencommissie Reizen ".
3) Allerhande uitgaven met het oog op de voorlichting van de verbruikers.
PROGRAMMA 62/2 - DISTRIBUTIE EN TENTOONSTELLINGEN
1) Subsidie aan het Belgisch Comité voor de Distributie.
2) Economische manifestaties (koninklijk besluit van 9 april 1962) zowel in België als in het buitenland (deelnemingen, verschillende tegemoetkomingen, aankoop of huur van materieel).
3) Subsidie aan het Internationaal Bureau voor Tentoonstellingen te Parijs.
PROGRAMMA 62/4 - VOORLICHTING VAN DE VERBRUIKERS INZAKE CONSUMENTENZAKEN
Allerhande uitgaven met het oog op de voorlichting van de verbruikers inzake consumentenzaken.
PROGRAMMA 65/1 - TOEPASSING VAN HET FEDERAAL ACCREDITATIE- EN CERTIFICATIESYSTEEM
Subsidie aan internationale verenigingen actief op het gebied van certificatie en accreditatie.
(PROGRAMMA 65/5 - FINANCIERING VAN EUROPESE PROJECTEN IN HET KADER VAN DE CONSUMENTENBESCHERMING EN MARKTCONTROLE.
1. Bijdrage aan het Europees Verbruikscentrum (Euroloket).
2. Bijdrage aan het Internetsupported Communication System for Market Surveillance (ICSMS).) <W 2002-07-12/32, art. 2.32.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 67/1 - DEELNEMING IN DE WERKING VAN STATISTISCHE VERENIGINGEN
1) Subsidie aan het Internationaal Instituut voor de Statistiek te Den Haag.
2) Subsidie aan de Belgische Vereniging voor Demografie.
3) Subsidie aan de Belgische Vereniging voor Statistiek.
PROGRAMMA 70/1 - R. & D. OP NATIONAAL VLAK
1) Studies en onderzoeken op het gebied van energie als voortzetting van het nationaal R & D-Energieprogramma.
2) Subsidie aan het Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen (I.I.K.W.).
3) Subsidie aan de Collectieve Centra.
4) Specifieke acties van de Collectieve Centra ten gunste van de kleine en middelgrote ondernemingen.
PROGRAMMA 70/2 - R. & D. OP INTERNATIONAAL VLAK
1) Onderzoek op het vlak van de fusie en aanverwant onderzoek.
2) Subsidie aan de Internationale Vereniging voor Koeltechniek (I.V.K.).
3) Bijdrage van België aan de R. & D.-programma's op het gebied van de Energie.
4) Lasten opgelegd aan de Belgische Staat krachtens zijn deelneming aan de gemeenschappelijke onderneming " Joint European Torus ".
5) Economische steun aan de Oosteuropese landen.
6) Bijdrage van België aan het Europees Centrum voor Kernonderzoek (E.C.K.O.) te Genève.
7) Hulp aan de Russische Federatie voor de omzetting van plutonium, afkomstig van de ontmanteling van kernwapens, in splijtstof geschikt voor civiele reactoren.
PROGRAMMA 70/3 - DOTATIES AAN WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN VAN DE STAAT EN GELIJKGESTELDE EN VERBONDEN INSTELLINGEN
1) Subsidie aan het Instituut voor Radio-Elementen (I.R.E.).
2) Subsidie voor investeringen aan het Instituut voor Radio-Elementen (I.R.E.).
3) Subsidie aan het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.).
4) Subsidie voor buitengewone investeringen te verrichten door het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.).
5) Subsidie voor bijzondere werkingskosten aan het Instituut voor Radio-Elementen (I.R.E.).
PROGRAMMA 70/5 - STUDIES EN ONDERZOEKINGEN OVER DE PROBLEMEN VAN DIEPE GEOLOGISCHE STRUCTUREN
Subsidie aan internationale geologische instellingen.
PROGRAMMA 70/6 - TOEPASSING VAN DE WETGEVING AANGAANDE MATEN EN GEWICHTEN
1) Subsidie aan het Belgisch Instituut voor Normalisatie (B.I.N.).
2) Subsidie aan internationale meteorologische instellingen.
PROGRAMMA 70/7 - BESCHERMING INTELLECTUEEL EIGENDOMSRECHT
1) Bijdrage van België aan de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom te Genève.
2) Lasten gedragen door België verschuldigd aan het Europese Octrooienbureau te München : fiscale aanpassing van de pensioenen.
PROGRAMMA 40/1 - INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN
Dotatie aan het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR).
PROGRAMMA 41/1 - DIENSTVERLENING VOOR ALLE DEPARTEMENTEN
Allerhande uitgaven voor maatschappelijk dienstbetoon, andere dan aankoop van vermogensgoederen.
PROGRAMMA 41/3 - TOELAGEN AAN EXTERNE ORGANISMEN
1) Subsidie aan de v.z.w. Belgian Bioindustries Association (B.B.A.).
2) Tussenkomst in de publicatiekosten van verslagen en studies, evenals in de organisatiekosten van congressen en colloquia.
3) Subsidie aan het Vast Bureau van de Vaste Internationale Commissie (V.I.C.) ter beproeving van de draagbare vuurwapens.
PROGRAMMA 50/1 - KOLENMIJNEN
Toelagen aan het personeel van de Steenkolenmijnen door mijnsluitingen getroffen.
PROGRAMMA 60/1 - FEDERAAL PLANBUREAU
Dotatie aan het Federaal Planbureau.
PROGRAMMA 61/2 - VERBETERING VAN DE LEVENSOMSTANDIGHEDEN EN VAN DE VEILIGHEID VAN DE BEVOLKING, MET NAME DOOR DE OMZETTING VAN EUROPESE RICHTLIJNEN
Informatie van de bevolking inzake energiedossiers en administratief beheer van deze dossiers.
PROGRAMMA 61/3 - FINANCIERING VAN HET NUCLEAIR PASSIEF
1) Financiering van het openbaar organisme N.I.R.A.S.
2) Dotatie aan het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.) voor de financiering van het passief.
3) Dotaties aan de N.I.R.A.S. voor het Fonds voor de Financiering van het Nucleair Passief.
PROGRAMMA 61/5 - ACTIES OP HET VLAK VAN DUURZAME ONTWIKKELING
Acties op het vlak van duurzame ontwikkeling.
PROGRAMMA 62/1 - BESCHERMING VAN HET CONSUMENTENRECHT
1) Subsidie aan het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (O.I.V.O.).
2) Subsidie aan de v.z.w. " Geschillencommissie Reizen ".
3) Allerhande uitgaven met het oog op de voorlichting van de verbruikers.
PROGRAMMA 62/2 - DISTRIBUTIE EN TENTOONSTELLINGEN
1) Subsidie aan het Belgisch Comité voor de Distributie.
2) Economische manifestaties (koninklijk besluit van 9 april 1962) zowel in België als in het buitenland (deelnemingen, verschillende tegemoetkomingen, aankoop of huur van materieel).
3) Subsidie aan het Internationaal Bureau voor Tentoonstellingen te Parijs.
PROGRAMMA 62/4 - VOORLICHTING VAN DE VERBRUIKERS INZAKE CONSUMENTENZAKEN
Allerhande uitgaven met het oog op de voorlichting van de verbruikers inzake consumentenzaken.
PROGRAMMA 65/1 - TOEPASSING VAN HET FEDERAAL ACCREDITATIE- EN CERTIFICATIESYSTEEM
Subsidie aan internationale verenigingen actief op het gebied van certificatie en accreditatie.
(PROGRAMMA 65/5 - FINANCIERING VAN EUROPESE PROJECTEN IN HET KADER VAN DE CONSUMENTENBESCHERMING EN MARKTCONTROLE.
1. Bijdrage aan het Europees Verbruikscentrum (Euroloket).
2. Bijdrage aan het Internetsupported Communication System for Market Surveillance (ICSMS).) <W 2002-07-12/32, art. 2.32.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 67/1 - DEELNEMING IN DE WERKING VAN STATISTISCHE VERENIGINGEN
1) Subsidie aan het Internationaal Instituut voor de Statistiek te Den Haag.
2) Subsidie aan de Belgische Vereniging voor Demografie.
3) Subsidie aan de Belgische Vereniging voor Statistiek.
PROGRAMMA 70/1 - R. & D. OP NATIONAAL VLAK
1) Studies en onderzoeken op het gebied van energie als voortzetting van het nationaal R & D-Energieprogramma.
2) Subsidie aan het Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen (I.I.K.W.).
3) Subsidie aan de Collectieve Centra.
4) Specifieke acties van de Collectieve Centra ten gunste van de kleine en middelgrote ondernemingen.
PROGRAMMA 70/2 - R. & D. OP INTERNATIONAAL VLAK
1) Onderzoek op het vlak van de fusie en aanverwant onderzoek.
2) Subsidie aan de Internationale Vereniging voor Koeltechniek (I.V.K.).
3) Bijdrage van België aan de R. & D.-programma's op het gebied van de Energie.
4) Lasten opgelegd aan de Belgische Staat krachtens zijn deelneming aan de gemeenschappelijke onderneming " Joint European Torus ".
5) Economische steun aan de Oosteuropese landen.
6) Bijdrage van België aan het Europees Centrum voor Kernonderzoek (E.C.K.O.) te Genève.
7) Hulp aan de Russische Federatie voor de omzetting van plutonium, afkomstig van de ontmanteling van kernwapens, in splijtstof geschikt voor civiele reactoren.
PROGRAMMA 70/3 - DOTATIES AAN WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN VAN DE STAAT EN GELIJKGESTELDE EN VERBONDEN INSTELLINGEN
1) Subsidie aan het Instituut voor Radio-Elementen (I.R.E.).
2) Subsidie voor investeringen aan het Instituut voor Radio-Elementen (I.R.E.).
3) Subsidie aan het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.).
4) Subsidie voor buitengewone investeringen te verrichten door het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.).
5) Subsidie voor bijzondere werkingskosten aan het Instituut voor Radio-Elementen (I.R.E.).
PROGRAMMA 70/5 - STUDIES EN ONDERZOEKINGEN OVER DE PROBLEMEN VAN DIEPE GEOLOGISCHE STRUCTUREN
Subsidie aan internationale geologische instellingen.
PROGRAMMA 70/6 - TOEPASSING VAN DE WETGEVING AANGAANDE MATEN EN GEWICHTEN
1) Subsidie aan het Belgisch Instituut voor Normalisatie (B.I.N.).
2) Subsidie aan internationale meteorologische instellingen.
PROGRAMMA 70/7 - BESCHERMING INTELLECTUEEL EIGENDOMSRECHT
1) Bijdrage van België aan de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom te Genève.
2) Lasten gedragen door België verschuldigd aan het Europese Octrooienbureau te München : fiscale aanpassing van de pensioenen.
Art. 2.32.5. Par dérogation aux articles 55 à 58 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, l'a.s.b.l. Service social est autorisée à constituer un fonds de roulement à concurrence de 160.000 EUR.
Art. 2.32.5. In afwijking van de artikels 55 tot 58 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de v.z.w. Sociale Dienst gemachtigd een bedrijfskapitaal samen te stellen ten belope van 160.000 EUR.
Section 33. - Ministère des Communications et de l'Infrastructure.
Sectie 33. - Ministerie van Verkeer en Infrastructuur.
Art. 2.33.1. § 1er. Par dérogation à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, des avances de fonds peuvent être consenties aux comptables extraordinaires des services qui font partie du Ministère des Communications et de l'Infrastructure pour un montant maximum de 175.000 EUR à l'effet de payer les créances qui ne dépassent pas 2.500 EUR concernant :
Art. 2.33.1. § 1. In afwijking van artikel 15 van de organieke wet op het Rekenhof van 29 oktober 1846, mogen aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten die behoren tot het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur geldvoorschotten worden verleend tot een maximumbedrag van 175.000 EUR met het oog op de betaling van schuldvorderingen die de 2.500 EUR niet overschrijden en die verband houden met :
- de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten;
- de aankoop van roerende vermogensgoederen;
- de erelonen van advocaten en geneesheren en de bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden alsmede de hen verschuldigde presentiegelden, reis- en verblijfskosten;
- de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, telefoonkosten en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen;
- schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit de verantwoordelijkheid van de Staat;
- allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel en het Personeel van het Kabinet voor werkelijke lasten en materiële schade evenals de vervoerkosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het Departement die zich naar het buitenland begeven, met inbegrip van de bijdrage van de Staat-werkgever in de prijs van de sociale abonnementen.
Evenwel kunnen de rekenplichtigen van de Dienst Financiën en van de Dienst Logistiek van de Algemene Diensten over geldvoorschotten voor een maximumbedrag van 322.000 EUR beschikken met het oog op de betaling van de hierbovenvermelde schuldvorderingen.
Bovendien kunnen de rekenplichtigen van de Dienst Financiën van de Algemene Diensten over geldvoorschotten voor een maximumbedrag van 75.000 EUR beschikken voor het betalen van schuldvorderingen die 2.500 EUR niet overschrijden en die verband houden met :
- allerhande hulpgelden en toelagen van sociale aard ten bate van de op rust gestelde personeelsleden, gewezen personeelsleden en rechthebbenden voor geheel het Departement;
- speciale tegemoetkomingen aan sommige categorieën van slachtoffers van arbeidsongevallen.
Door middel van geldvoorschotten mogen deze buitengewone rekenplichtigen uitgaven betalen welke 2.500 EUR niet overschrijden; de rekenplichtigen mogen echter telefoon- en postuitgaven betalen tot 5.000 EUR.
§ 2. De rekenplichtigen van de Dienst Financiën worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 2.500 EUR bedragen.
- de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten;
- de aankoop van roerende vermogensgoederen;
- de erelonen van advocaten en geneesheren en de bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden alsmede de hen verschuldigde presentiegelden, reis- en verblijfskosten;
- de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, telefoonkosten en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen;
- schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit de verantwoordelijkheid van de Staat;
- allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel en het Personeel van het Kabinet voor werkelijke lasten en materiële schade evenals de vervoerkosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het Departement die zich naar het buitenland begeven, met inbegrip van de bijdrage van de Staat-werkgever in de prijs van de sociale abonnementen.
Evenwel kunnen de rekenplichtigen van de Dienst Financiën en van de Dienst Logistiek van de Algemene Diensten over geldvoorschotten voor een maximumbedrag van 322.000 EUR beschikken met het oog op de betaling van de hierbovenvermelde schuldvorderingen.
Bovendien kunnen de rekenplichtigen van de Dienst Financiën van de Algemene Diensten over geldvoorschotten voor een maximumbedrag van 75.000 EUR beschikken voor het betalen van schuldvorderingen die 2.500 EUR niet overschrijden en die verband houden met :
- allerhande hulpgelden en toelagen van sociale aard ten bate van de op rust gestelde personeelsleden, gewezen personeelsleden en rechthebbenden voor geheel het Departement;
- speciale tegemoetkomingen aan sommige categorieën van slachtoffers van arbeidsongevallen.
Door middel van geldvoorschotten mogen deze buitengewone rekenplichtigen uitgaven betalen welke 2.500 EUR niet overschrijden; de rekenplichtigen mogen echter telefoon- en postuitgaven betalen tot 5.000 EUR.
§ 2. De rekenplichtigen van de Dienst Financiën worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 2.500 EUR bedragen.
Art. 2.33.2. Par dérogation aux dispositions des articles 5 et 34 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat, peuvent être utilisés pour le paiement de dépenses créées au cours d'années budgétaires anterieures, les crédits non dissociés suivants relatifs :
1) a la rémunération des membres du Cabinet et spécialement le remboursement des traitements aux administrations et institutions d'origine;
2) aux charges de personnel de la S.N.C.B. placé sous l'autorité de l'Administration du Transport Terrestre;
3) aux frais de fonctionnement du service de l'Administration de la Circulation routière et de l'Infrastructure chargé de l'application de la réglementation sur le permis de conduire et du remboursement aux communes de frais relatifs à la délivrance des permis;
4) à la participation de la Belgique dans les frais de fonctionnement de l'Organisation internationale de l'Aviation civile et de la Commission européenne pour l'Aviation civile;
5) à la contribution de la Belgique à l'Organisation maritime intergouvernementale;
6) à la participation de la Belgique résultant de l'organisation d'un service de patrouille pour l'observation des icebergs dans l'Océan Atlantique Nord;
7) à la part contributive de la Belgique dans les dépenses de l'Office central des Transports internationaux par chemin de fer, à Bern;
8) aux montants à payer à la S.N.C.B. dans le cadre du Plan Rosetta.
1) a la rémunération des membres du Cabinet et spécialement le remboursement des traitements aux administrations et institutions d'origine;
2) aux charges de personnel de la S.N.C.B. placé sous l'autorité de l'Administration du Transport Terrestre;
3) aux frais de fonctionnement du service de l'Administration de la Circulation routière et de l'Infrastructure chargé de l'application de la réglementation sur le permis de conduire et du remboursement aux communes de frais relatifs à la délivrance des permis;
4) à la participation de la Belgique dans les frais de fonctionnement de l'Organisation internationale de l'Aviation civile et de la Commission européenne pour l'Aviation civile;
5) à la contribution de la Belgique à l'Organisation maritime intergouvernementale;
6) à la participation de la Belgique résultant de l'organisation d'un service de patrouille pour l'observation des icebergs dans l'Océan Atlantique Nord;
7) à la part contributive de la Belgique dans les dépenses de l'Office central des Transports internationaux par chemin de fer, à Bern;
8) aux montants à payer à la S.N.C.B. dans le cadre du Plan Rosetta.
Art. 2.33.2. Bij afwijking van de beschikkingen van de artikelen 5 en 34 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, mogen worden aangewend tot het vereffenen van uitgaven ontstaan tijdens vroegere begrotingsjaren, volgende niet-gesplitste kredieten met betrekking tot :
1) de bezoldiging van de kabinetsleden en inzonderheid de terugbetaling van de wedden aan de besturen en instellingen van oorsprong;
2) de lasten van het personeel van de N.M.B.S. onder de bevoegdheid van het Bestuur van het Vervoer te Land geplaatst;
3) de werkingskosten van de dienst, bij het Bestuur van Wegverkeer en Infrastructuur belast met de toepassing van de reglementering betreffende het rijbewijs en de terugbetaling aan de gemeenten van de kosten betreffende de uitdeling van de bewijzen;
4) het aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie van de Burgerlijke Luchtvaart en van de Europese Commissie voor de Burgerlijke Luchtvaart;
5) de bijdrage van België aan de Intergouvernementele maritieme organisatie;
6) het aandeel van België voortspruitend uit het organiseren van een patrouilledienst voor de waarneming van ijsbergen in de Noord-Atlantische Oceaan;
7) het aandeel van België in de uitgaven van het Centraal Bureau voor het Internationaal Vervoer per spoorweg, te Bern;
8) bedragen die in het kader van het Rosettaplan aan de N.M.B.S. dienen betaald te worden.
1) de bezoldiging van de kabinetsleden en inzonderheid de terugbetaling van de wedden aan de besturen en instellingen van oorsprong;
2) de lasten van het personeel van de N.M.B.S. onder de bevoegdheid van het Bestuur van het Vervoer te Land geplaatst;
3) de werkingskosten van de dienst, bij het Bestuur van Wegverkeer en Infrastructuur belast met de toepassing van de reglementering betreffende het rijbewijs en de terugbetaling aan de gemeenten van de kosten betreffende de uitdeling van de bewijzen;
4) het aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie van de Burgerlijke Luchtvaart en van de Europese Commissie voor de Burgerlijke Luchtvaart;
5) de bijdrage van België aan de Intergouvernementele maritieme organisatie;
6) het aandeel van België voortspruitend uit het organiseren van een patrouilledienst voor de waarneming van ijsbergen in de Noord-Atlantische Oceaan;
7) het aandeel van België in de uitgaven van het Centraal Bureau voor het Internationaal Vervoer per spoorweg, te Bern;
8) bedragen die in het kader van het Rosettaplan aan de N.M.B.S. dienen betaald te worden.
Art. 2.33.3. Le Ministre de la Mobilité et des Transports est autorisé à accorder des indemnités ou des secours dans les conditions qu'il déterminera, à d'anciens agents pensionnés ou non par suite d'accident en service ou d'accident du travail ou pour raisons de santé, a l'effet de ne pas les traiter moins favorablement que les ouvriers se trouvant dans des conditions semblables, et ce nonobstant les dispositions de la loi du 21 juillet 1844 sur les pensions civiles.
Art. 2.33.3. De Minister van Mobiliteit en Vervoer wordt ertoe gemachtigd vergoedingen of hulpgelden te verlenen onder voorwaarden die hij zal vaststellen, aan gewezen personeelsleden al of niet gepensioneerd ten gevolge van dienst- of arbeidsongeval of om gezondheidsredenen, om deze niet minder gunstig te behandelen dan de werklieden die zich in gelijkaardige voorwaarden bevinden, en zulks niettegenstaande de bepalingen van de wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke pensioenen.
Art. 2.33.4. Dans les limites des allocations de base concernees, les subventions suivantes peuvent être accordées :
PROGRAMME 40/1 - ETUDES ET ACTIONS EN MATIERE DE MOBILITE, TRANSPORT ET GESTION INTERNE
- Subsides en matière de mobilité et de transport.
- Subsides au Conseil supérieur de la sécurité dans les transports.
- Subsides dans le cadre du plan de gestion de la mobilité.
- Subside à l'Institut fédéral de la Mobilité.
(- Subside à l'Institut belge de la Sécurité routière.) <L 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 41/0 - SUBSISTANCE
Subside à l'a.s.b.l. Service social du Ministère des Communications et de l'Infrastructure.
PROGRAMME 41/5 - ENTREPRISES PUBLIQUES
Subside à l'a.s.b.l. " Support à la cellule d'emploi Sabena ".
(Subside à l'A.S.B.L. " Support à la Cellule d'Emploi Sabena ")
PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE
Subsides dans le cadre de la politique de promotion de la mobilité durable.
PROGRAMME 51/1 - TRANSPORT FERROVIAIRE
1) Subsides dans le cadre du financement de mesures en faveur de la promotion du transport public.
2) Subside au conseil consultatif des usagers.
3) Subsides dans le cadre des investissements et frais d'établissement de l'intégration tarifaire.
4) Subsides dans le cadre du Plan Rosetta.
PROGRAMME 51/2 - NAVIGATION INTERIEURE
Mesures d'accompagnement en faveur de la batellerie.
PROGRAMME 52/1 - REGULATION DU TRAFIC AERIEN ET COOPERATION INTERNATIONALE
1) Association pour l'établissement de la navigabilité des aéronefs (JAA-Hoofddorp) du fait de la qualité de membre de la Belgique de cette organisation internationale.
2) Stations Météo Montréal : participation de la Belgique dans les frais des stations météorologiques et de sécurité dans l'Océan Atlantique Nord.
3) Organisation internationale de l'Aviation civile (OACI Montréal), Commission européenne pour l'Aviation civile (CEAC Montréal), Fonds de sécurité de l'Aviation, participation de la Belgique dans les frais de fonctionnement.
PROGRAMME 52/3 - RECHERCHE SCIENTIFIQUE
" Institut Von Karman de dynamique des Fluides " : participation de l'Etat dans les dépenses de personnel et les dépenses d'ordre général, dans les frais de fonctionnement et d'équipement de l'Institut, dans les dépenses de restauration, d'entretien et d'adaptation des bâtiments de l'Institut.
PROGRAMME 52/5 - FONDS POUR LE FINANCEMENT ET L'AMELIORATION DES MOYENS DE CONTROLE, D'INSPECTION ET D'ENQUETE ET DES PROGRAMMES DE PREVENTION DE L'AERONAUTIQUE
Contributions à des organisations internationales dans le cadre de la navigation aérienne.
(Allocations uniques à certains pilotes chômeurs indemnisés.) <L 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 53/2 - MARINE MARCHANDE
1) " Association internationale de Signalisation maritime " du chef de la qualité de membre de la Belgique de cette organisation.
2) Secrétariat pour le système d'information dans le cadre du Mémorandum d'Entente de Paris concernant le contrôle des bateaux par l'Etat du Port : contribution de la Belgique dans les frais de fonctionnement.
3) Réseau d'information européen " HAZMAT ".
4) Organisation maritime intergouvernementale (O.M.I. Londres).
5) Service de patrouille pour l'observation des icebergs dans l'Atlantique Nord.
6) Association permanente internationale des congrès de la navigation.
PROGRAMME 56/0 - SUBSISTANCE
1) Association belge pour l'Etude, l'Essai et l'Emploi des Matériaux.
2) Association permanente internationale des congrès de la route.
3) Organisation d'expositions, de conférences et de travaux et concours.
PROGRAMME 56/2 - TRAVAUX A FINANCEMENT FEDERAL
1) Subvention pour la rénovation de l'Atomium.
2) Interventions en matière d'informations et de propagande.
(3) Subside à Bruxelles 2000.
4) Subside au Musée de l'Architecture.) <L 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 56/3 - PRESCRIPTIONS ET AGREMENTS TECHNIQUES RELATIFS A LA CONSTRUCTION
1) European Organisation for technical Approval (EOTA).
2) Contribution à l'Union européenne pour l'Agrément technique dans la Construction (UEAtc).
PROGRAMME 56/4 - ORGANISATION ET SECURITE DU TRANSPORT PRIVE PAR ROUTE
Subventions aux organismes ou institutions dans le cadre d'actions ou de journées d'études en rapport avec la sécurité routière.
PROGRAMME 56/5 - Unit RER
Subventions en matière de Réseau express régional.
PROGRAMME 57/0 - CELLULE PERMANENTE CHARGEE DE LA GESTION DU CADRE ORGANIQUE DISTINCT DU MINISTERE DES COMMUNICATIONS ET DE L'INFRASTRUCTURE
Subside à l'A.S.B.L. Service Social du Ministère des Communications et de l'Infrastructure.
PROGRAMME 40/1 - ETUDES ET ACTIONS EN MATIERE DE MOBILITE, TRANSPORT ET GESTION INTERNE
- Subsides en matière de mobilité et de transport.
- Subsides au Conseil supérieur de la sécurité dans les transports.
- Subsides dans le cadre du plan de gestion de la mobilité.
- Subside à l'Institut fédéral de la Mobilité.
(- Subside à l'Institut belge de la Sécurité routière.) <L 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 41/0 - SUBSISTANCE
Subside à l'a.s.b.l. Service social du Ministère des Communications et de l'Infrastructure.
PROGRAMME 41/5 - ENTREPRISES PUBLIQUES
Subside à l'a.s.b.l. " Support à la cellule d'emploi Sabena ".
(Subside à l'A.S.B.L. " Support à la Cellule d'Emploi Sabena ")
PROGRAMME 51/0 - SUBSISTANCE
Subsides dans le cadre de la politique de promotion de la mobilité durable.
PROGRAMME 51/1 - TRANSPORT FERROVIAIRE
1) Subsides dans le cadre du financement de mesures en faveur de la promotion du transport public.
2) Subside au conseil consultatif des usagers.
3) Subsides dans le cadre des investissements et frais d'établissement de l'intégration tarifaire.
4) Subsides dans le cadre du Plan Rosetta.
PROGRAMME 51/2 - NAVIGATION INTERIEURE
Mesures d'accompagnement en faveur de la batellerie.
PROGRAMME 52/1 - REGULATION DU TRAFIC AERIEN ET COOPERATION INTERNATIONALE
1) Association pour l'établissement de la navigabilité des aéronefs (JAA-Hoofddorp) du fait de la qualité de membre de la Belgique de cette organisation internationale.
2) Stations Météo Montréal : participation de la Belgique dans les frais des stations météorologiques et de sécurité dans l'Océan Atlantique Nord.
3) Organisation internationale de l'Aviation civile (OACI Montréal), Commission européenne pour l'Aviation civile (CEAC Montréal), Fonds de sécurité de l'Aviation, participation de la Belgique dans les frais de fonctionnement.
PROGRAMME 52/3 - RECHERCHE SCIENTIFIQUE
" Institut Von Karman de dynamique des Fluides " : participation de l'Etat dans les dépenses de personnel et les dépenses d'ordre général, dans les frais de fonctionnement et d'équipement de l'Institut, dans les dépenses de restauration, d'entretien et d'adaptation des bâtiments de l'Institut.
PROGRAMME 52/5 - FONDS POUR LE FINANCEMENT ET L'AMELIORATION DES MOYENS DE CONTROLE, D'INSPECTION ET D'ENQUETE ET DES PROGRAMMES DE PREVENTION DE L'AERONAUTIQUE
Contributions à des organisations internationales dans le cadre de la navigation aérienne.
(Allocations uniques à certains pilotes chômeurs indemnisés.) <L 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 53/2 - MARINE MARCHANDE
1) " Association internationale de Signalisation maritime " du chef de la qualité de membre de la Belgique de cette organisation.
2) Secrétariat pour le système d'information dans le cadre du Mémorandum d'Entente de Paris concernant le contrôle des bateaux par l'Etat du Port : contribution de la Belgique dans les frais de fonctionnement.
3) Réseau d'information européen " HAZMAT ".
4) Organisation maritime intergouvernementale (O.M.I. Londres).
5) Service de patrouille pour l'observation des icebergs dans l'Atlantique Nord.
6) Association permanente internationale des congrès de la navigation.
PROGRAMME 56/0 - SUBSISTANCE
1) Association belge pour l'Etude, l'Essai et l'Emploi des Matériaux.
2) Association permanente internationale des congrès de la route.
3) Organisation d'expositions, de conférences et de travaux et concours.
PROGRAMME 56/2 - TRAVAUX A FINANCEMENT FEDERAL
1) Subvention pour la rénovation de l'Atomium.
2) Interventions en matière d'informations et de propagande.
(3) Subside à Bruxelles 2000.
4) Subside au Musée de l'Architecture.) <L 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; En vigueur : 23-08-2002>
PROGRAMME 56/3 - PRESCRIPTIONS ET AGREMENTS TECHNIQUES RELATIFS A LA CONSTRUCTION
1) European Organisation for technical Approval (EOTA).
2) Contribution à l'Union européenne pour l'Agrément technique dans la Construction (UEAtc).
PROGRAMME 56/4 - ORGANISATION ET SECURITE DU TRANSPORT PRIVE PAR ROUTE
Subventions aux organismes ou institutions dans le cadre d'actions ou de journées d'études en rapport avec la sécurité routière.
PROGRAMME 56/5 - Unit RER
Subventions en matière de Réseau express régional.
PROGRAMME 57/0 - CELLULE PERMANENTE CHARGEE DE LA GESTION DU CADRE ORGANIQUE DISTINCT DU MINISTERE DES COMMUNICATIONS ET DE L'INFRASTRUCTURE
Subside à l'A.S.B.L. Service Social du Ministère des Communications et de l'Infrastructure.
Art. 2.33.4. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend :
PROGRAMMA 40/1 - STUDIES EN ACTIES INZAKE MOBILITEIT, VERVOER EN INTERN BEHEER
- Toelagen inzake mobiliteit en vervoer.
- Toelage aan de Hoge Raad voor Transportveiligheid.
- Toelage betreffende het mobiliteitsbeheerplan.
- Toelage aan het Federaal Instituut voor Mobiliteit.
(- toelage aan het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid.) <W 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 41/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelage aan de v.z.w. Sociale Dienst van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur.
PROGRAMMA 41/5 - OVERHEIDSBEDRIJVEN
Subsidie aan de v.z.w. opgericht ter ondersteuning van de tewerkstellingscel voor Sabenapersoneel.
(Toelage aan de V.Z.W. " Ondersteuning Tewerkstellingscel Sabena ".)
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelagen in het kader van het promotiebeleid voor duurzame mobiliteit.
PROGRAMMA 51/1 - SPOORWEGVERVOER
1) Toelagen in het kader van de financiering van maatregelen ter bevordering van het openbaar vervoer.
2) Toelage aan de adviesraad voor gebruikers.
3) Bijdragen in het kader van de investeringen verbonden aan de tariefintegratie.
4) Toelagen in het kader van het Rosettaplan.
PROGRAMMA 51/2 - BINNENVAART
Begeleidingsmaatregelen ten voordele van de Binnenscheepvaart.
PROGRAMMA 52/1 - REGELING VAN HET LUCHTVERKEER EN INTERNATIONALE SAMENWERKING
1) Vereniging tot het vaststellen van luchtwaardigheid van luchtvaartuigen (JAA-Hoofddorp) uit hoofde van het Belgisch lidmaatschap van deze internationale instelling.
2) Meteostations Montréal : aandeel van België in de exploitatiekosten van de meteorologische en veiligheidstations in de Noordatlantische oceaan.
3) Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (OACI Montréal), Europese Commissie voor de Burgerluchtvaart (ECBL Montréal), ICAO beveiligingsfonds, aandeel van België in de werkingskosten.
PROGRAMMA 52/3 - WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
" Von Karman Instituut voor stromingsdynamica " : aandeel van de staat in de personeelsuitgaven en de uitgaven van algemene aard, in de werkings- en uitrustingskosten van het Instituut, in de restauratie, de onderhoudsuitgaven en de aanpassingswerken aan de gebouwen van het Instituut.
PROGRAMMA 52/5 - FONDS VOOR DE FINANCIERING EN DE VERBETERING VAN DE CONTROLE-, INSPECTIE- EN ONDERZOEKSMIDDELEN EN VAN DE PREVENTIEPROGRAMMA'S VAN DE LUCHTVAART
Bijdragen aan internationale organisaties betreffende de luchtvaart.
(PROGRAMMA 52/6 - FINANCIELE TUSSENKOMSTEN INGEVOLGE DE CRISIS IN DE LUCHTVAARTSECTOR.
Eenmalige toelagen aan sommige uitkeringsgerechtigde werkloze piloten.) <W 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 53/2 - KOOPVAARDIJ
1) " Association internationale de Signalisation maritime " uit hoofde van het Belgisch lidmaatschap van deze instelling.
2) Secretariaat voor het informatiesysteem in het kader van het Memorandum van overeenstemming van Parijs houdende controle van de schepen door de havenstaat : bijdrage van België in de werkingskosten.
3) Europees informatienetwerk " HAZMAT ".
4) Intergouvernementele Maritieme Organisatie (I.M.O. Londen).
5) Patrouillediensten voor de waarneming van ijsbergen in de Noord-Atlantische Oceaan.
6) Internationale Permanente Vereniging voor Scheepvaartcongressen.
PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN
1) Belgische Vereniging tot de Studie, de Beproeving en het Gebruik van Materialen.
2) Internationale permanente vereniging voor wegencongressen.
3) Houden van tentoonstellingen en conferenties alsmede werkzaamheden en prijsvragen.
PROGRAMMA 56/2 - WERKEN MET FEDERALE FINANCIERING
1) Tussenkomst in de restauratie van het Atomium.
2) Tussenkomst inzake informatie en propaganda.
(3) Toelage aan Brussel 2000.
4) Toelage aan het Museum van de Architectuur.) <W 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 56/3 - BOUWTECHNISCHE VOORSCHRIFTEN EN GOEDKEURINGEN
1) European Organisation for technical Approval (EOTA).
2) Bijdrage aan de Europese Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (Eutgb).
PROGRAMMA 56/4 - ORGANISATIE EN VEILIGHEID VAN HET PRIVE-WEGVERVOER
Toelagen aan organisaties of instellingen in het kader van acties of studiedagen met betrekking tot de verkeersveiligheid.
PROGRAMMA 56/5 - GEN unit
Toelagen inzake het gewestelijk Express Net.
PROGRAMMA 57/0 - PERMANENTE CEL BELAST MET HET BEHEER VAN DE AFZONDERLIJKE PERSONEELSFORMATIE VAN HET MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
Toelage aan de v.z.w. Sociale Dienst van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur.
PROGRAMMA 40/1 - STUDIES EN ACTIES INZAKE MOBILITEIT, VERVOER EN INTERN BEHEER
- Toelagen inzake mobiliteit en vervoer.
- Toelage aan de Hoge Raad voor Transportveiligheid.
- Toelage betreffende het mobiliteitsbeheerplan.
- Toelage aan het Federaal Instituut voor Mobiliteit.
(- toelage aan het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid.) <W 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 41/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelage aan de v.z.w. Sociale Dienst van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur.
PROGRAMMA 41/5 - OVERHEIDSBEDRIJVEN
Subsidie aan de v.z.w. opgericht ter ondersteuning van de tewerkstellingscel voor Sabenapersoneel.
(Toelage aan de V.Z.W. " Ondersteuning Tewerkstellingscel Sabena ".)
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN
Toelagen in het kader van het promotiebeleid voor duurzame mobiliteit.
PROGRAMMA 51/1 - SPOORWEGVERVOER
1) Toelagen in het kader van de financiering van maatregelen ter bevordering van het openbaar vervoer.
2) Toelage aan de adviesraad voor gebruikers.
3) Bijdragen in het kader van de investeringen verbonden aan de tariefintegratie.
4) Toelagen in het kader van het Rosettaplan.
PROGRAMMA 51/2 - BINNENVAART
Begeleidingsmaatregelen ten voordele van de Binnenscheepvaart.
PROGRAMMA 52/1 - REGELING VAN HET LUCHTVERKEER EN INTERNATIONALE SAMENWERKING
1) Vereniging tot het vaststellen van luchtwaardigheid van luchtvaartuigen (JAA-Hoofddorp) uit hoofde van het Belgisch lidmaatschap van deze internationale instelling.
2) Meteostations Montréal : aandeel van België in de exploitatiekosten van de meteorologische en veiligheidstations in de Noordatlantische oceaan.
3) Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (OACI Montréal), Europese Commissie voor de Burgerluchtvaart (ECBL Montréal), ICAO beveiligingsfonds, aandeel van België in de werkingskosten.
PROGRAMMA 52/3 - WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
" Von Karman Instituut voor stromingsdynamica " : aandeel van de staat in de personeelsuitgaven en de uitgaven van algemene aard, in de werkings- en uitrustingskosten van het Instituut, in de restauratie, de onderhoudsuitgaven en de aanpassingswerken aan de gebouwen van het Instituut.
PROGRAMMA 52/5 - FONDS VOOR DE FINANCIERING EN DE VERBETERING VAN DE CONTROLE-, INSPECTIE- EN ONDERZOEKSMIDDELEN EN VAN DE PREVENTIEPROGRAMMA'S VAN DE LUCHTVAART
Bijdragen aan internationale organisaties betreffende de luchtvaart.
(PROGRAMMA 52/6 - FINANCIELE TUSSENKOMSTEN INGEVOLGE DE CRISIS IN DE LUCHTVAARTSECTOR.
Eenmalige toelagen aan sommige uitkeringsgerechtigde werkloze piloten.) <W 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 53/2 - KOOPVAARDIJ
1) " Association internationale de Signalisation maritime " uit hoofde van het Belgisch lidmaatschap van deze instelling.
2) Secretariaat voor het informatiesysteem in het kader van het Memorandum van overeenstemming van Parijs houdende controle van de schepen door de havenstaat : bijdrage van België in de werkingskosten.
3) Europees informatienetwerk " HAZMAT ".
4) Intergouvernementele Maritieme Organisatie (I.M.O. Londen).
5) Patrouillediensten voor de waarneming van ijsbergen in de Noord-Atlantische Oceaan.
6) Internationale Permanente Vereniging voor Scheepvaartcongressen.
PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN
1) Belgische Vereniging tot de Studie, de Beproeving en het Gebruik van Materialen.
2) Internationale permanente vereniging voor wegencongressen.
3) Houden van tentoonstellingen en conferenties alsmede werkzaamheden en prijsvragen.
PROGRAMMA 56/2 - WERKEN MET FEDERALE FINANCIERING
1) Tussenkomst in de restauratie van het Atomium.
2) Tussenkomst inzake informatie en propaganda.
(3) Toelage aan Brussel 2000.
4) Toelage aan het Museum van de Architectuur.) <W 2002-07-12/32, art. 2.33.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
PROGRAMMA 56/3 - BOUWTECHNISCHE VOORSCHRIFTEN EN GOEDKEURINGEN
1) European Organisation for technical Approval (EOTA).
2) Bijdrage aan de Europese Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (Eutgb).
PROGRAMMA 56/4 - ORGANISATIE EN VEILIGHEID VAN HET PRIVE-WEGVERVOER
Toelagen aan organisaties of instellingen in het kader van acties of studiedagen met betrekking tot de verkeersveiligheid.
PROGRAMMA 56/5 - GEN unit
Toelagen inzake het gewestelijk Express Net.
PROGRAMMA 57/0 - PERMANENTE CEL BELAST MET HET BEHEER VAN DE AFZONDERLIJKE PERSONEELSFORMATIE VAN HET MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
Toelage aan de v.z.w. Sociale Dienst van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur.
Art. 2.33.5. § 1er. La partie des recettes perçues par l'Administration de l'Aéronautique en 2002 dépassant le montant de 2.479.000 EUR, est affectee au Fonds pour le Financement et l'Amélioration des Moyens de Contrôle, d'Inspection et d'enquête et des Programmes de Prévention de l'Aéronautique, repris au programme 33.52.5.
§ 2. - Le Fonds mentionné au § 1er peut présenter un solde débiteur maximum de 1.239.500 EUR.
§ 2. - Le Fonds mentionné au § 1er peut présenter un solde débiteur maximum de 1.239.500 EUR.
Art. 2.33.5. § 1. Het gedeelte van de ontvangsten in 2002 van het Bestuur van de Luchtvaart, dat hoger is dan 2.479.000 EUR, wordt toegewezen aan het Fonds voor de Financiering en de Verbetering van de Controle-, Inspectie- en onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart, opgenomen in programma 33.52.5.
§ 2. - Het Fonds vermeld in § 1 kan een debetsaldo van maximaal 1.239.500 EUR vertonen.
§ 2. - Het Fonds vermeld in § 1 kan een debetsaldo van maximaal 1.239.500 EUR vertonen.
Art. 2.33.6. § 1er. Le montant de 76.401.000 EUR prélevé sur le produit de l'impôt des personnes physiques pour être affecté au Fonds de Financement du Role International et de la Fonction de Capitale de Bruxelles en exécution de l'article 3 de la loi du 10 août 2001 créant ledit fonds, est augmenté de 9.916.000 EUR pour l'année budgétaire 2002 (programme 33.56.2).
§ 2. - Le Fonds mentionné au § 1er peut présenter un solde débiteur maximum de 30 millions EUR.
§ 2. - Le Fonds mentionné au § 1er peut présenter un solde débiteur maximum de 30 millions EUR.
Art. 2.33.6. § 1. Het bedrag van 76.401.000 EUR voorafgenomen op de opbrengst van de personenbelasting om aan het Fonds ter Financiering van de Internationale Rol en de Hoofdstedelijke Functie van Brussel toegewezen te worden, in uitvoering van artikel 3 van de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van bedoeld fonds, wordt voor het begrotingsjaar 2002 met 9.916.000 EUR verhoogd (programma 33.56.2).
§ 2. - Het fonds vermeld in § 1 kan een debetsaldo van maximaal 30 miljoen EUR vertonen.
§ 2. - Het fonds vermeld in § 1 kan een debetsaldo van maximaal 30 miljoen EUR vertonen.
Art. 2.33.7. Un prélèvement sur le produit de l'impot des personnes physiques à concurrence de (12.395.000 EUR) est affecté au Fonds de financement du rôle international et de la fonction de capitale de Bruxelles pour l'année budgétaire 2002 (programme 33.56.22). <L 2002-07-12/32, art. 2.33.2, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Art. 2.33.7. Een voorafname op de opbrengst van de personeelsbelasting ten bedrage van (12.395.000 EUR) wordt toegewezen aan het Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel, voor het begrotingsjaar 2002 (programma 33.56.22). <W 2002-07-12/32, art. 2.33.2, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. 2.33.8. Des avances de fonds telles que visées à l'article 15 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846 d'un montant maximal de 75.000 EUR, peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du département désignés en vue de payer les créances n'excédant pas 2.500 EUR à charge des crédits variables de personnel et de fonctionnement inscrits au programme 33.52.5 - " Fonds pour le Financement et l'Amélioration des Moyens de Contrôle, d'Inspection et d'enquête et des Programmes de Prévention de l'Aéronautique " et au programme 33.56.2 - " Fonds de Financement du Rôle international et de la Fonction de Capitale de Bruxelles ".
Les créances concernées ont trait à :
- l'achat de biens non durables et de services;
- l'achat de biens patrimoniaux;
- les honoraires d'avocats et de médecins, la rémunération d'experts étrangers à l'administration, les prestations de tiers de même que les jetons de présence qui leur sont dus, les frais de route et de séjour;
- les dépenses de consommation d'eau, de gaz et d'électricité, les frais de téléphone, les dépenses de consommation de mazout et de carburant pour les véhicules;
- les indemnites diverses au personnel de l'Etat pour charges réelles et dommages matériels, les frais de transport concernant les déplacements de service, les primes d'assurance des délégues du département qui se rendent à l'étranger, l'intervention de l'Etat - employeur dans le prix de l'abonnement social.
De même, de telles avances de fonds d'un montant maximum de 75.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Service des Finances afin de pouvoir accorder les avances nécessaires, même au delà de 2.500 EUR, aux fonctionnaires et experts envoyés en mission à l'étranger.
Les créances concernées ont trait à :
- l'achat de biens non durables et de services;
- l'achat de biens patrimoniaux;
- les honoraires d'avocats et de médecins, la rémunération d'experts étrangers à l'administration, les prestations de tiers de même que les jetons de présence qui leur sont dus, les frais de route et de séjour;
- les dépenses de consommation d'eau, de gaz et d'électricité, les frais de téléphone, les dépenses de consommation de mazout et de carburant pour les véhicules;
- les indemnites diverses au personnel de l'Etat pour charges réelles et dommages matériels, les frais de transport concernant les déplacements de service, les primes d'assurance des délégues du département qui se rendent à l'étranger, l'intervention de l'Etat - employeur dans le prix de l'abonnement social.
De même, de telles avances de fonds d'un montant maximum de 75.000 EUR peuvent être consenties aux comptables extraordinaires du Service des Finances afin de pouvoir accorder les avances nécessaires, même au delà de 2.500 EUR, aux fonctionnaires et experts envoyés en mission à l'étranger.
Art. 2.33.8. Geldvoorschotten zoals bedoeld in artikel 15 van de organieke wet op het Rekenhof van 29 oktober 1846, mogen aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement die aangeduid werden om geldvoorschotten te ontvangen tot een maximumbedrag van 75.000 EUR worden toegekend, met het oog op de betaling van schuldvorderingen die de 2.500 EUR niet overschrijden, ten laste van variabele personeels- en werkingskredieten, ingeschreven in het programma 33.52.5 - " Fonds voor de Financiering en de Verbetering van de Controle-, Inspectie- en onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart " alsmede in het programma 33.56.2 - " Fonds ter Financiering van de Internationale Rol en de Hoofdstedelijke Functie van Brussel ".
De verbandhoudende schuldvorderingen betreffen :
- de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten;
- de aankoop van roerende vermogensgoederen;
- de erelonen van advocaten en geneesheren en de bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden alsmede de hen verschuldigde presentiegelden, reis- en verblijfkosten;
- de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, telefoonkosten en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen;
- allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel en het Personeel van het Kabinet voor werkelijke lasten en materiële schade evenals de vervoerkosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het Departement die zich naar het buitenland begeven, met inbegrip van de bijdrage van de Staatswerkgever in de prijs van de sociale abonnementen.
Dergelijke geldvoorschotten kunnen voor een maximumbedrag van 75.000 EUR worden toegekend aan de buitengewone rekenplichtigen van de Dienst Financiën met het oog op het toekennen van de nodige voorschotten, zelfs boven de 2.500 EUR, aan ambtenaren die op buitenlandse zending gestuurd worden.
De verbandhoudende schuldvorderingen betreffen :
- de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten;
- de aankoop van roerende vermogensgoederen;
- de erelonen van advocaten en geneesheren en de bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden alsmede de hen verschuldigde presentiegelden, reis- en verblijfkosten;
- de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, telefoonkosten en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen;
- allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel en het Personeel van het Kabinet voor werkelijke lasten en materiële schade evenals de vervoerkosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het Departement die zich naar het buitenland begeven, met inbegrip van de bijdrage van de Staatswerkgever in de prijs van de sociale abonnementen.
Dergelijke geldvoorschotten kunnen voor een maximumbedrag van 75.000 EUR worden toegekend aan de buitengewone rekenplichtigen van de Dienst Financiën met het oog op het toekennen van de nodige voorschotten, zelfs boven de 2.500 EUR, aan ambtenaren die op buitenlandse zending gestuurd worden.
Art. 2.33.9. <L 2002-07-12/32, art. 2.33.3, 002; En vigueur : 23-08-2002> Est approuvé le budget de l'Institut belge des Services postaux et des Télécommunications de l'année 2002 annexé à la présente loi.
Ce budget s'élève pour les recettes à 33.400.000 euros et pour les dépenses à 37.815.000 euros.
Il comporte en dépenses des crédits d'engagement pour un montant de 1.172.000 euros.
Les recettes pour ordre sont évaluées à 7.750.000 euros et les dépenses pour ordre à 7.750.000 euros.
Le budget du service de médiation s'élève pour les recettes à 1.153.000 euros et pour les dépenses à 1.561.000 euros.
Ce budget s'élève pour les recettes à 33.400.000 euros et pour les dépenses à 37.815.000 euros.
Il comporte en dépenses des crédits d'engagement pour un montant de 1.172.000 euros.
Les recettes pour ordre sont évaluées à 7.750.000 euros et les dépenses pour ordre à 7.750.000 euros.
Le budget du service de médiation s'élève pour les recettes à 1.153.000 euros et pour les dépenses à 1.561.000 euros.
Art. 2.33.9. Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie voor het jaar 2002.
Section 51. - Dette publique.
Art. 2.51.1. In afwijking van het artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de oprichting van het Rekenhof, mag door de Minister van Financiën rechtstreeks beschikt worden over het tegoed van het begrotingsfonds " Afnamen van leningsopbrengsten bestemd tot dekking van :
1° de uitgevoerde uitgaven in het kader van beheersverrichtingen van de Rijksschuld;
2° de vervroegde terugbetalingen;
3° de betalingen als gevolg van wisselkoersschommelingen.
1° de uitgevoerde uitgaven in het kader van beheersverrichtingen van de Rijksschuld;
2° de vervroegde terugbetalingen;
3° de betalingen als gevolg van wisselkoersschommelingen.
Art. 2.51.1. Par dérogation à l'article 14 de la loi organique de la Cour des comptes du 29 octobre 1846, il peut être disposé directement par le Ministre des Finances de l'avoir du fonds budgétaire " Prélèvements sur produit d'emprunts destinés à couvrir :
1° les dépenses effectuées dans le cadre d'opérations de gestion de la dette publique;
2° les remboursements effectués par anticipation;
3° les décaissements résultant des fluctuations des cours de change.
1° les dépenses effectuées dans le cadre d'opérations de gestion de la dette publique;
2° les remboursements effectués par anticipation;
3° les décaissements résultant des fluctuations des cours de change.
Art. 2.51.2. Binnen de perken van de begrotingskredieten en op voorwaarde dat er een latere regularisatie plaatsvindt, wordt de Minister van Financiën ertoe gemachtigd door middel van voorschotten alle uitgaven te betalen die in deze sectie van de begroting ingeschreven zijn, met uitzondering van de volgende basisallocaties :
- 45.40.11.10 " Loonkosten in verband met de uitgifte van leningen ";
- 45.40.12.21 " Andere kosten dan de financiële kosten verbonden aan de werking van de Rijksschuld ";
- 45.40.12.04 " Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica ";
- 45.40.74.01 " Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen ";
- 45.40.74.04 " Investeringsuitgaven inzake de informatica ";
- 45.30.41.02 " Allerhande uitgaven met betrekking tot de oprichting en de werking van het Zilverfonds ".
- 45.40.11.10 " Loonkosten in verband met de uitgifte van leningen ";
- 45.40.12.21 " Andere kosten dan de financiële kosten verbonden aan de werking van de Rijksschuld ";
- 45.40.12.04 " Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica ";
- 45.40.74.01 " Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen ";
- 45.40.74.04 " Investeringsuitgaven inzake de informatica ";
- 45.30.41.02 " Allerhande uitgaven met betrekking tot de oprichting en de werking van het Zilverfonds ".
Art. 2.51.2. Le Ministre des Finances est autorisé à payer par avances, dans la limite des crédits budgétaires et à charge de régularisation ultérieure, toutes les dépenses inscrites à la présente section du budget, à l'exception des allocations de base suivantes :
- 45.40.11.10 " Salaires relatifs à l'émission d'emprunts ";
- 45.40.12.21 " Frais autres que frais financiers, liés à l'activité du Service de la dette publique ";
- 45.40.12.04 " Dépenses diverses de fonctionnement relatives à l'informatique ";
- 45.40.74.01 " Dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables ";
- 45.40.74.04 " Dépenses d'investissement relatives à l'informatique ";
- 45.30.41.02 " Dépenses diverses découlant de la création et du fonctionnement du Fonds de vieillissement ".
- 45.40.11.10 " Salaires relatifs à l'émission d'emprunts ";
- 45.40.12.21 " Frais autres que frais financiers, liés à l'activité du Service de la dette publique ";
- 45.40.12.04 " Dépenses diverses de fonctionnement relatives à l'informatique ";
- 45.40.74.01 " Dépenses pour l'acquisition de biens meubles durables ";
- 45.40.74.04 " Dépenses d'investissement relatives à l'informatique ";
- 45.30.41.02 " Dépenses diverses découlant de la création et du fonctionnement du Fonds de vieillissement ".
Art. 2.51.3. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer door transacties van titels van de Belgische Staat verwijzend naar artikel 89 van het koninklijk besluit in uitvoering van het Wetboek van de inkomensbelastingen, de teruggave van de roerende voorheffing, op voorhand verricht door de Staat ten voordele van de niet-residentiële spaarders, een debetstand creëert van de rekening 84.01.02.78.B " Rentetermijnen " van de sectie " Ordeverrichtingen van de Thesaurie ".
Art. 2.51.3. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque, à la suite de transactions sur titres de l'Etat belge visés à l'article 89 de l'arrêté royal d'exécution du Code des impôts sur les revenus, la restitution du précompte mobilier, effectuée anticipativement par l'Etat au bénéfice des épargnants non résidents, crée une position débitrice du compte 84.01.02.78.B " Arrérages de Rentes " de la section " Opérations d'ordre de Trésorerie ".
Art. 2.51.4. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot de rekening 84.01.01.77.B - Dotaties ter beschikking te stellen van de Amortisatiekas - een debetstand van deze rekening veroorzaken.
Art. 2.51.4. Le Trésor est autorisé à consentir des avances lorsque les opérations relatives au compte 84.01.01.77.B - Dotations à mettre à la disposition de la Caisse d'Amortissement - créent une position débitrice de ce compte.
Art. 2.51.5. <W 2002-07-12/32, art. 2.51.1, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002> De uitgiftepremies die betrekking hebben op de lineaire obligaties uitgegeven vóór 31 december 2001, geboekt op de thesaurierekening 10.65.01.06 en, in functie van de looptijd van de betrokken leningen, prorata temporis verdeeld per begrotingsjaar, worden respectievelijk aangewend voor de betaling van budgettaire interestuitgaven van de rijksschuld of ten laste gelegd van de begroting, bovenop de interestuitgaven, naargelang zij een winst of een verlies vormen voor de Schatkist.rokken leningen.
Bij iedere interestvervaldag wordt het prorata temporis verdeelde gecumuleerde bedrag van de betrokken premies ofwel aangewend voor de betaling van budgettaire interestuitgaven van de openbare schuld ofwel als uitgave geboekt ten laste van begrotingskredieten voor de betaling van interesten, naargelang dit bedrag voor de Schatkist een winst of een verlies betekent.
Bij iedere interestvervaldag wordt het prorata temporis verdeelde gecumuleerde bedrag van de betrokken premies ofwel aangewend voor de betaling van budgettaire interestuitgaven van de openbare schuld ofwel als uitgave geboekt ten laste van begrotingskredieten voor de betaling van interesten, naargelang dit bedrag voor de Schatkist een winst of een verlies betekent.
Art. 2.51.5. <L 2002-07-12/32, art. 2.51.1, 002; En vigueur : 23-08-2002> Les primes d'émission afférentes aux obligations linéaires émises avant le 31 décembre 2001, comptabilisées sur le compte de trésorerie 10.65.01.06 et fractionnées par année budgétaire, prorata temporis en fonction de la durée des emprunts qui les ont générées, sont respectivement affectées aux dépenses budgétaires d'intérêt de la dette publique ou portées à charge du budget, complémentairement aux dépenses d'intérêt, selon qu'elles constituent un gain ou une perte pour le Trésor.insi qu'aux opérations d'échanges de titres de la dette publique en franc belge et en euro sont comptabilisées, selon le cas en recette ou en dépense, sur un compte de trésorerie ouvert à cette fin. Ces primes sont ensuite ventilées prorata temporis par échéance d'intérêt sur la durée restant à courir des emprunts qui les ont générées.
A chaque échéance d'intérêt, le montant cumulé des primes reparties prorata temporis qui se rattache à cette echéance est respectivement affecté aux dépenses budgétaires d'intérêt de la dette publique ou porté en dépense à charge des crédits budgétaires d'intérêt, selon que ce montant constitue un gain ou une perte pour le Trésor.
A chaque échéance d'intérêt, le montant cumulé des primes reparties prorata temporis qui se rattache à cette echéance est respectivement affecté aux dépenses budgétaires d'intérêt de la dette publique ou porté en dépense à charge des crédits budgétaires d'intérêt, selon que ce montant constitue un gain ou une perte pour le Trésor.
Art. 2.51.6. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in het geval van de kredieten voor de instellingen in de sector van persoonsgebonden materies die in het Brussels Gewest tot de bevoegdheid van het Nationaal Parlement en de Nationale Regering behoren (programma 43/1).
Art. 2.51.6. Des dépenses relatives à des créances d'années budgétaires antérieures peuvent être imputées sur les crédits de l'année courante dans le cas des crédits pour les établissements dans le secteur des matières personnalisables qui relèvent dans la région bruxelloise de la compétence du Parlement national et du Gouvernement national (programme 43/1).
Art. 2.51.8. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 11 en 12 van de Overeenkomst van 6 februari 1965 voor de regeling van de aangelegenheden betreffende de openbare schuld en de portefeuille van de Kolonie Belgisch-Kongo, afgesloten tussen het Koninkrijk België en de Democratische Republiek Kongo, goedgekeurd door de wet van 23 april 1965, en in afwijking van de bepalingen van artikel 7 van de wet van 5 januari 1977 houdende uitgifte van een tweede tranche van de lening van het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer, kunnen de Minister van Begroting, de Minister van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken gezamenlijk beslissen om aan het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer een dotatie te storten waarvan zij het bedrag alsook de uitvoeringsmodaliteiten zullen bepalen.
De dotatie waarvan sprake is in het vorige lid kan eveneens gebruikt worden in uitvoering van het koninklijk besluit van 20 december 1996 betreffende de tussenkomst van het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer bij de betaling van de vergoedingen verschuldigd door de Belgische Staat ter uitvoering van de bepalingen van het " Protocol houdende regeling van de vergoeding van gezaïriseerde goederen die aan Belgische onderdanen hebben toebehoord en de daarop betrekking hebbende uitwisselingen van brieven " bij toepassing van de artikelen 2, § 1, en 3, § 1, 1°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, ondanks het artikel 4 van dit besluit.
De dotatie waarvan sprake is in het vorige lid kan eveneens gebruikt worden in uitvoering van het koninklijk besluit van 20 december 1996 betreffende de tussenkomst van het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer bij de betaling van de vergoedingen verschuldigd door de Belgische Staat ter uitvoering van de bepalingen van het " Protocol houdende regeling van de vergoeding van gezaïriseerde goederen die aan Belgische onderdanen hebben toebehoord en de daarop betrekking hebbende uitwisselingen van brieven " bij toepassing van de artikelen 2, § 1, en 3, § 1, 1°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, ondanks het artikel 4 van dit besluit.
Art. 2.51.8. Par dérogation aux dispositions des articles 11 et 12 de la Convention du 6 février 1965 pour le règlement des questions relatives à la Dette publique et au portefeuille de la Colonie du Congo belge conclue entre le Royaume de Belgique et la République démocratique du Congo, approuvée par la loi du 23 avril 1965, et par dérogation aux dispositions de l'article 7 de la loi du 5 janvier 1977 portant émission d'une deuxième tranche d'emprunt du Fonds belgo-congolais d'Amortissement et de Gestion, le Ministre du Budget, le Ministre des Finances et le Ministre des Affaires étrangères peuvent décider conjointement de verser au Fonds belgo-congolais d'Amortissement et de Gestion une dotation dont ils détermineront le montant ainsi que les modalités d'exécution.
La dotation visée à l'alinéa précédent peut être également utilisée en exécution de l'arrêté royal du 20 décembre 1996 relatif à l'intervention du Fonds belgo-congolais d'Amortissement et de Gestion dans le paiement des indemnités dues par l'Etat belge en execution des dispositions du " Protocole portant règlement de l'indemnisation des biens zaïrianisés ayant appartenu à des personnes physiques belges et échanges de lettres y relatifs " en application des articles 2, § 1er, et 3, § 1er, 1° de la loi du 26 juillet 1996, visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, nonobstant l'article 4 dudit arrêté.
La dotation visée à l'alinéa précédent peut être également utilisée en exécution de l'arrêté royal du 20 décembre 1996 relatif à l'intervention du Fonds belgo-congolais d'Amortissement et de Gestion dans le paiement des indemnités dues par l'Etat belge en execution des dispositions du " Protocole portant règlement de l'indemnisation des biens zaïrianisés ayant appartenu à des personnes physiques belges et échanges de lettres y relatifs " en application des articles 2, § 1er, et 3, § 1er, 1° de la loi du 26 juillet 1996, visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, nonobstant l'article 4 dudit arrêté.
Art. 2.51.9. In het kader van de deelneming van de Belgische Staat in een vennootschap met als belangrijkste maatschappelijk doel de exploitatie van een elektronisch tradingsysteem voor de effecten van de Belgische staatsschuld en hun afgeleide producten, wordt de Minister van Financiën gemachtigd om, binnen de perken van de begrotingskredieten en op voorwaarde van een latere regularisatie, via voorschotten de uitgaven te betalen betreffende de deelneming en de terugkopen of verkopen van deelbewijzen, alsook de uitgaven betreffende de eventueel hieraan verbonden kosten. De bedoelde uitgaven evenals de eventuele ontvangsten verbonden aan de recuperatie van goedgekeurde voorschotten worden geboekt op een specifieke thesaurierekening. Het bedrag van de uitgaven, in voorkomend geval vastgelegd na aftrek van hiermee samenhangende compenserende ontvangsten, zal naargelang het geval ten laste worden genomen van de basisallocatie 45.40.81.11 of ten laste van de basisallocatie 45.10.12.06 van de sectie 51 " Rijksschuld " van de huidige begroting.
Art. 2.51.9. Dans le cadre de la participation de l'Etat belge dans une société ayant pour objet social principal l'exploitation d'un système électronique de trading des titres de la dette de l'Etat belge et de leurs dérivés, le Ministre des Finances est autorisé à payer par avances, dans la limite des crédits budgétaires et à charge de régularisation ultérieure, les dépenses relatives à la prise de participation et aux rachats ou reventes des titres ainsi que les dépenses relatives aux frais éventuels qui y sont liés. Les dépenses susvisées de même que les recettes éventuelles afférentes aux récupérations des avances consenties sont comptabilisées sur un compte de trésorerie spécifique. Le montant des dépenses, établi le cas échéant après déduction des recettes compensatoires qui s'y rapportent, sera porté selon le cas à charge de l'allocation de base 45.40.81.11 ou à charge de l'allocation de base 45.10.12.06 de la section 51 " Dette publique " du présent budget.
Art. 2.51.10. In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen op verzoek van de Minister van Financiën en met het akkoord van de Minister van Begroting, alle kredieten ingeschreven op de verschillende programma's van deze sectie van de begroting door middel van herverdelingen van basisallocaties overgedragen worden naar andere programma's van dezelfde begrotingssectie.
Art. 2.51.10. Par dérogation à l'article 15 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, tous les crédits inscrits aux différents programmes de la présente section du budget peuvent, à la demande du Ministre des Finances et avec l'accord du Ministre du Budget, être transférés par voie de redistributions d'allocations de base vers d'autres programmes de la même section du budget.
Sectie 52. - Financiering van de Europese Unie.
Section 52. - Financement de l'Union européenne.
Art. 2.52.1. De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan voor de dringende betalingen, die voortvloeien uit de verplichtingen van België op het Europees vlak, en die verricht worden door de diensten van de Thesaurie belast met de Europese aangelegenheden.
Art. 2.52.1. Le Ministre des Finances peut consentir des avances pour les paiements urgents qui résultent des obligations de la Belgique au niveau européen et qui sont adressés aux services de la Trésorerie chargés des affaires européennes.
HOOFDSTUK 3. - Terugbetalings- en toewijzingsfondsen.
CHAPITRE 3. - Fonds de restitution et d'attribution.
Art. 3.01.1. De verrichtingen tijdens het begrotingsjaar 2002 op de fondsen bedoeld bij de artikelen 37 en 38 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden geraamd op de sommen vermeld tegenover elk van hen in de bij deze wet gevoegde tabellen.
Art. 3.01.1. Les opérations pendant l'année budgétaire 2002 sur les fonds visés aux articles 37 et 38 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, sont estimées aux sommes mentionnées en regard de chacun d'eux dans les tableaux, annexés à la présente loi.
Art. 3.01.2. De wijze van beschikking over het tegoed van elk der fondsen vermeld in de bij deze wet gevoegde tabellen, wordt aangeduid naast het nummer van het artikel dat betrekking heeft op elk dezer :
- de fondsen waarvan de uitgaven aan het voorafgaand visum van het Rekenhof worden voorgelegd, worden door de letter A aangeduid;
- de fondsen en rekeningen waarop door tussenkomst van de Minister van Financiën wordt beschikt, worden aangeduid door de letter B;
- de fondsen en rekeningen waarop rechtstreeks wordt beschikt door de rekenplichtigen die de ontvangsten hebben gedaan, worden door de letter C aangeduid.
- de fondsen waarvan de uitgaven aan het voorafgaand visum van het Rekenhof worden voorgelegd, worden door de letter A aangeduid;
- de fondsen en rekeningen waarop door tussenkomst van de Minister van Financiën wordt beschikt, worden aangeduid door de letter B;
- de fondsen en rekeningen waarop rechtstreeks wordt beschikt door de rekenplichtigen die de ontvangsten hebben gedaan, worden door de letter C aangeduid.
Art. 3.01.2. Le mode de disposition de l'avoir de chacun des fonds mentionnés dans les tableaux, annexés à la présente loi, est indiqué à côté du numéro de l'article se rapportant à chacun d'eux :
- les fonds, dont les dépenses sont soumises au visa préalable de la Cour des comptes, sont indiqués par la lettre A;
- les fonds et comptes, dont il est disposé par l'intervention du Ministre des Finances, sont indiqués par la lettre B;
- les fonds et comptes, dont il est disposé directement par les comptables qui ont effectué les recettes, sont indiqués par la lettre C.
- les fonds, dont les dépenses sont soumises au visa préalable de la Cour des comptes, sont indiqués par la lettre A;
- les fonds et comptes, dont il est disposé par l'intervention du Ministre des Finances, sont indiqués par la lettre B;
- les fonds et comptes, dont il est disposé directement par les comptables qui ont effectué les recettes, sont indiqués par la lettre C.
HOOFDSTUK 4. - Staatsdiensten met afzonderlijk beheer.
CHAPITRE 4. - Services de l'Etat à gestion séparée.
Art. 4.01.1. De verrichtingen gedurende het begrotingsjaar 2002 van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer worden geraamd op de sommen vermeld in hun respectieve begrotingen gevoegd bij deze wet.
De begroting voor het begrotingsjaar 2001 van het Muntfonds wordt herraamd op de sommen vermeld in de begroting gevoegd bij deze wet.
De begroting voor het begrotingsjaar 2001 van het Muntfonds wordt herraamd op de sommen vermeld in de begroting gevoegd bij deze wet.
Art. 4.01.1. Les opérations pendant l'année budgétaire 2002 des services de l'Etat à gestion séparée sont estimées aux sommes mentionnées dans leurs budgets respectifs, annexés à la présente loi.
Le budget pour l'année budgétaire 2001 du Fonds monétaire est réestimé aux sommes mentionnées dans le budget annexé à la présente loi.
Le budget pour l'année budgétaire 2001 du Fonds monétaire est réestimé aux sommes mentionnées dans le budget annexé à la présente loi.
Art. 4.01.2. De wijze van betaling van de uitgaven van elk van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer vermeld in de bij deze wet gevoegde tabellen, wordt aangeduid naast het nummer van het artikel dat betrekking heeft op elk van hen :
- de diensten waarvan de uitgaven aan het voorafgaand visum van het Rekenhof worden voorgelegd, worden door de letter A aangeduid;
- de diensten waarvan de uitgaven gedaan worden door tussenkomst van de Minister van Financiën worden aangeduid door de letter B;
- de diensten waarvan de uitgaven rechtstreeks worden gedaan door de rekenplichtigen die de ontvangsten hebben gedaan, worden door de letter C aangeduid.
- de diensten waarvan de uitgaven aan het voorafgaand visum van het Rekenhof worden voorgelegd, worden door de letter A aangeduid;
- de diensten waarvan de uitgaven gedaan worden door tussenkomst van de Minister van Financiën worden aangeduid door de letter B;
- de diensten waarvan de uitgaven rechtstreeks worden gedaan door de rekenplichtigen die de ontvangsten hebben gedaan, worden door de letter C aangeduid.
Art. 4.01.2. Le mode de paiement des dépenses de chacun des Services de l'Etat à gestion séparée, repris aux tableaux annexés à la présente loi, est indiqué à côté du numéro de l'article se rapportant à chacun d'eux :
- les services, dont les dépenses sont soumises au visa préalable de la Cour des comptes, sont indiqués par la lettre A;
- les services, dont les dépenses sont effectuées par l'intervention du Ministre des Finances, sont indiqués par la lettre B;
- les services, dont les dépenses sont effectuées directement par les comptables qui ont effectué les recettes, sont indiqués par la lettre C.
- les services, dont les dépenses sont soumises au visa préalable de la Cour des comptes, sont indiqués par la lettre A;
- les services, dont les dépenses sont effectuées par l'intervention du Ministre des Finances, sont indiqués par la lettre B;
- les services, dont les dépenses sont effectuées directement par les comptables qui ont effectué les recettes, sont indiqués par la lettre C.
Art. 4.01.3. In afwijking van artikel 16 van de wet van 28 juni 1989 houdende wijziging van de wet van 28 juni 1963 houdende wijziging en aanvulling van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, zijn de bepalingen van de artikelen 1 en 5 van diezelfde wet niet van toepassing gedurende het begrotingsjaar 2002 ten aanzien van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer, die geen wettelijke basis hebben en waarvan de verrichtingen zijn geraamd in de bij deze wet gevoegde begrotingstabellen.
Art. 4.01.3. Par dérogation à l'article 16 de la loi du 28 juin 1989 modifiant la loi du 28 juin 1963 modifiant et complétant les lois sur la comptabilité de l'Etat, les dispositions des articles 1er et 5 de cette même loi ne sont pas d'application pendant l'année budgétaire 2002 à l'égard des Services de l'Etat à gestion séparée qui n'ont pas de base légale et dont l'estimation des opérations est reprise aux tableaux budgétaires, annexés à la présente loi.
HOOFDSTUK 5. - Staatsbedrijven.
CHAPITRE 5. - Entreprises d'Etat.
Art. 5.01.1. De begroting voor het begrotingsjaar 2002 van het Staatsbedrijf " De Koninklijke Munt van België ", toegevoegd aan deze wet, wordt goedgekeurd.
De ontvangsten worden geraamd op 38.505.952 EUR en de uitgaven op 50.032.764 EUR.
De ontvangsten voor orde worden geraamd op 21.584.537 EUR en de uitgaven voor orde op 21.587.064 EUR.
De derde aanpassing van de begroting 2001 van de Koninklijke Munt van België wordt eveneens goedgekeurd. Na deze aanpassing worden de ontvangsten voor het begrotingsjaar 2001 geraamd op 46.828.475 EUR en de uitgaven op 36.009.088 EUR.
De ontvangsten voor orde worden geraamd op 5.509.434 EUR en de uitgaven voor orde op 5.638.338 EUR.
De ontvangsten worden geraamd op 38.505.952 EUR en de uitgaven op 50.032.764 EUR.
De ontvangsten voor orde worden geraamd op 21.584.537 EUR en de uitgaven voor orde op 21.587.064 EUR.
De derde aanpassing van de begroting 2001 van de Koninklijke Munt van België wordt eveneens goedgekeurd. Na deze aanpassing worden de ontvangsten voor het begrotingsjaar 2001 geraamd op 46.828.475 EUR en de uitgaven op 36.009.088 EUR.
De ontvangsten voor orde worden geraamd op 5.509.434 EUR en de uitgaven voor orde op 5.638.338 EUR.
Art. 5.01.1. Le budget pour l'année budgétaire 2002 de l'entreprise d'Etat " La Monnaie Royale de Belgique ", annexé à la presente loi, est approuvé.
Les recettes sont estimées à 38.505.952 EUR et les dépenses à 50.032.764 EUR.
Les recettes pour ordre sont évaluées à 21.584.537 EUR et les dépenses pour ordre à 21.587.064 EUR.
Est également approuvé le troisième ajustement du budget 2001 de la Monnaie royale de Belgique. Après cet ajustement, les recettes pour l'année budgétaire 2001 sont estimées à 46.828.475 EUR et les dépenses à 36.009.088 EUR.
Les recettes pour ordre sont évaluées à 5.509.434 EUR et les dépenses pour ordre à 5.638.338 EUR.
Les recettes sont estimées à 38.505.952 EUR et les dépenses à 50.032.764 EUR.
Les recettes pour ordre sont évaluées à 21.584.537 EUR et les dépenses pour ordre à 21.587.064 EUR.
Est également approuvé le troisième ajustement du budget 2001 de la Monnaie royale de Belgique. Après cet ajustement, les recettes pour l'année budgétaire 2001 sont estimées à 46.828.475 EUR et les dépenses à 36.009.088 EUR.
Les recettes pour ordre sont évaluées à 5.509.434 EUR et les dépenses pour ordre à 5.638.338 EUR.
Art. 5.01.2. In afwijking van het artikel 112 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden de uitgaven wegens levering van goederen of diensten aangerekend op de begroting van het jaar waarin de factuur is gedateerd.
Art. 5.01.2. Par dérogation à l'article 112 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, les dépenses résultant de la fourniture de biens ou de services sont imputées au budget de l'année au cours de laquelle la facture est datée.
Art. 5.01.3. In afwijking van het artikel 114 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mag de begroting van de kapitaalverrichtingen niet-limitatieve kredieten bevatten. Deze worden als zodanig in de tekst van het krediet vermeld. Deze mogelijkheid is beperkt tot de aflossingen en uitkeringen (artikelen 91.11 tot en met 94.11 van de begroting van de Koninklijke Munt van België).
Art. 5.01.3. Par dérogation a l'article 114 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le budget des opérations de capital peut comporter des crédits non limitatifs. Dans ce cas, le libellé le mentionne. Cette possibilité est limitée aux remboursements et versements (articles 91.11 à 94.11 du budget de la Monnaie royale de Belgique).
Art. 5.01.4. De Koninklijke Munt van België wordt in 2002 gemachtigd om geldstukken of medailles te schenken, tot een maximumbedrag van 14.873,61 EUR.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 24 december 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Begroting,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
Voor de Minister van Justitie, afwezig :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 24 december 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Begroting,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
Voor de Minister van Justitie, afwezig :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Art. 5.01.4. La Monnaie royale de Belgique est autorisée en 2002 à offrir des pièces de monnaies ou des médailles pour un montant maximum de 14.873,61 EUR.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 24 décembre 2001.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
G. VERHOFSTADT
Le Ministre du Budget,
J. VANDE LANOTTE
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Scellé du sceau de l'Etat :
Pour le Ministre de la Justice, absent,
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 24 décembre 2001.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
G. VERHOFSTADT
Le Ministre du Budget,
J. VANDE LANOTTE
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Scellé du sceau de l'Etat :
Pour le Ministre de la Justice, absent,
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. (Tabellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 17-07-2002, p. 31753-32280).
Gewijzigd door :
<W 2002-07-12/32, art. N3, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Gewijzigd door :
<W 2002-07-12/32, art. N3, 002; Inwerkingtreding : 23-08-2002>
Art. N. (Tableaux non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 17-07-2002, p. 31753-32280).
Modifié par :
<L 2002-07-12/32, art. N3, 002; En vigueur : 23-08-2002>
Modifié par :
<L 2002-07-12/32, art. N3, 002; En vigueur : 23-08-2002>