Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 AUGUSTUS 2002. - Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-09-2002 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)
Titre
2 AOUT 2002. - Loi relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-09-2002 et mise à jour au 28-04-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (241)
Texte (241)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° [" financieel instrument " : [26 elke instrument dat tot één van de volgende categorieën behoort, met inbegrip van dergelijke instrumenten die worden uitgegeven door middel van distributed ledger-technologie in de zin van artikel 2, 1), van Verordening 2022/858]26 :
  a) effecten, als omschreven in het 31°;
  b) geldmarktinstrumenten, als omschreven in het 32°;
  c) rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;
  d) opties, futures, swaps, rentetermijn-contracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op effecten, valuta, rentevoeten of rendementen, [14 emissierechten,]14 of andere afgeleide instrumenten, financiële indexen of maatstaven en die kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële aflevering of in contanten;
  e) opties, futures, swaps, [14 termijncontracten]14 en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en in contanten moeten of mogen worden afgewikkeld naar keuze van één van de partijen (tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft);
  f) opties, futures, swaps en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering, mits zij worden verhandeld op [14 een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF, met uitzondering van voor de groothandel bestemde energieproducten die zijn verhandeld op een OTF die door middel van materiële levering moeten worden afgewikkeld]14;
  g) andere, niet in f) vermelde opties, futures, swaps, termijncontracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen, die kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering en niet voor commerciële doeleinden bestemd zijn, en die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten hebben [14 ...]14;
  h) afgeleide instrumenten voor de overdracht van het kredietrisico;
  i) financiële contracten ter verrekening van verschillen ("contracts for differences");
  j) opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten met betrekking tot klimaatvariabelen, vrachttarieven [14 ...]14, inflatiepercentages of andere officiële economische statistieken, en die contant moeten, of, op verzoek van één der partijen, kunnen worden afgewikkeld (tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft), alsmede andere derivatencontracten met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen, indices en maatregelen dan die vermeld in het 1° die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten bezitten, [14 waarbij inzonderheid in aanmerking wordt genomen of zij op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF worden verhandeld]14;] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  k) [14 emissierechten;]14
  [14 l) andere waarden of rechten aangeduid door de Koning op advies van de FSMA en de Bank, in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst;]14
  2° [11 "geaccepteerde marktpraktijk" : een specifieke marktpraktijk die door de bevoegde autoriteit van een lidstaat in overeenstemming met artikel 13 van Verordening 596/2014 is geaccepteerd;]11
  [16 2° /1 "handelsplatform": een handelsplatform als gedefinieerd in artikel 3, 5°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  3° [16 "gereglementeerde markt": een gereglementeerde markt als gedefinieerd in artikel 3, 7°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  4° [16 "multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF)": een MTF als gedefinieerd in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  5° [16 "Belgische gereglementeerde markt": een Belgische gereglementeerde markt als gedefinieerd in artikel 3, 8°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  6° [16 "gereglementeerde markt uit een andere lidstaat": een gereglementeerde markt uit een andere lidstaat, als gedefinieerd in artikel 3, 9°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  [16 6° /1 "georganiseerde handelsfaciliteit" of "OTF" ("organised trading facility"): een OTF als gedefinieerd in artikel 3, 13°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  7° [16 "marktexploitant": een marktexploitant als gedefinieerd in artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  8° [16 "systematische internaliseerder": een systematische internaliseerder als gedefinieerd in artikel 3, 29°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  9° "financiële tussenpersoon" : elke persoon van wie het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten;
  10° "gekwalificeerde tussenpersoon" : elke financiële tussenpersoon die tot één van de volgende categorieën behoort :
  a) de kredietinstellingen naar Belgisch recht die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld [8 in artikel 14 van de [12 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]12;]8
  b) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig [8 artikel 312 of 313]8 van dezelfde wet;
  c) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig [8 artikel 333]8 van dezelfde wet;
  d) [de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die over een vergunning als beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken;] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 7°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  e) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 110 van dezelfde wet, met inbegrip van natuurlijke personen van wie de Staat van herkomst het verstrekken van beleggingsdiensten in de hoedanigheid van natuurlijke persoon toelaat;
  f) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 111 van dezelfde wet;
  g) [...] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 8°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  h) de Europese Centrale Bank, de [2 Bank]2 en de andere centrale banken van de Lidstaten van de Europese Economische Ruimte, onverminderd de toepassing van artikel 108 van het Verdrag tot oprichting van de [7 Europese Unie]7;
  i) de andere financiële tussenpersonen aangeduid door de Koning op advies van de [[4 FSMA]4], in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [22 10° /1 "lidstaat": een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER);]22
  11° (" lidstaat van herkomst " :
  a) in het geval van een beleggingsonderneming :
  i) indien de beleggingsonderneming een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar deze persoon zijn hoofdkantoor heeft;
  ii) indien de beleggingsonderneming een rechtspersoon is, de lidstaat waar haar statutaire zetel is gelegen;
  iii) indien de beleggingsonderneming overeenkomstig haar nationale wetgeving geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar haar hoofdkantoor is gelegen;
  b) [16 ...]16
  12° "derde Staat" : elke Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte;
  13° (" lidstaat van ontvangst " : de lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar de beleggingsonderneming een bijkantoor heeft of diensten en/of activiteiten verricht [16 ...]16) <KB 2007-04-27/85, art. 2, 10°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  14° [15 "voorwetenschap": informatie in de zin van artikel 7, leden 1 tot 4, van Verordening 596/2014;]15
  15° (" limietorder " : een order om een financieel instrument tegen de opgegeven limietkoers of een betere koers en voor een gespecificeerde omvang te kopen of te verkopen;) <KB 2007-04-27/85, art. 2, 11°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  16° [9 "centrale tegenpartij" : een centrale tegenpartij als gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Verordering (EU) Nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters;]9
  17° [18 ...]18
  18° "open raadpleging" : de procedure volgens welke de inhoud van een besluit of een reglement dat de Koning, de minister, (of de [4 FSMA]4 overweegt te nemen, vooraf door de betrokken overheid wordt toegelicht in een consultatieve nota die wordt gepubliceerd op de Internetsite van het Ministerie van Financiën, (of van de [4 FSMA]4, naargelang van het geval, met uitnodiging aan de belanghebbende partijen om hun eventuele commentaar mede te delen binnen de termijn aangegeven in de nota; <KB 2003-03-25/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  19° "minister" : behoudens bijzondere bepalingen, de Minister van Financiën (...); <KB 2003-03-25/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  20° "[2 Bank]2" : de Nationale Bank van België;
  [3 20°bis " de organieke wet van de Bank " : de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;]3
  21° [6 " FSMA " : Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, in het Duits " Autorität Finanzielle Dienste und Märkte " en in het Engels " Financial Services and Markets Authority ";]6
  22° [15 "emittent": een uitgevende instelling in de zin van artikel 3, lid 1, punt 21, van Verordening 596/2014;]15
  23° [15 spotcontract voor grondstoffen": een spotcontract voor grondstoffen als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt 15, van Verordening 596/2014;]15
  24° [15 voor de groothandel bestemd energieproduct": een voor de groothandel bestemd energieproduct in de zin van artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie;]15
  25° [14 "emissierecht": een emissierecht bestaande uit eenheden waarvan is vastgesteld dat deze in overeenstemming zijn met de vereisten van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (emissiehandelssysteem);]14
  26° " distributiekanalen " : kanalen waarlangs informatie openbaar wordt of kan worden; " informatie die openbaar kan worden " : informatie waartoe een groot aantal personen toegang hebben.) <KB 2005-08-24/42, art. 2, 3°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  [27 ° " cliënt " : iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wie een beleggingsonderneming of kredietinstelling beleggingsdiensten en/of nevendiensten verricht [6 alsook iedere natuurlijke of rechtspersoon die de afnemer is van andere financiële diensten of van financiële producten als bedoeld in de betrokken bepaling]6;
  28° " professionele cliënt " : een cliënt die voldoet aan de criteria bepaald door de Koning [3 op advies van de FSMA en de Bank]3;
  29° " niet-professionele cliënt " : een cliënt die niet als een professionele cliënt wordt behandeld;
  30° " in aanmerking komende tegenpartijen " : door de Koning op advies van de [4 FSMA]4 bepaalde personen;
  31° " effecten " : alle categorieën op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren, betaalinstrumenten uitgezonderd, zoals :
  a) aandelen in vennootschappen en andere met aandelen in vennootschappen, partnerships of andere entiteiten gelijk te stellen waardepapieren, alsmede aandelencertificaten;
  b) obligaties en andere schuldinstrumenten, alsmede certificaten betreffende dergelijke effecten;
  c) alle andere waardepapieren die het recht verlenen die effecten te verwerven of te verkopen of die aanleiding geven tot een afwikkeling in contanten waarvan het bedrag wordt bepaald op grond van effecten, valuta's, rentevoeten of rendementen, grondstoffenprijzen of andere indexen of maatstaven;
  32° " geldmarktinstrumenten " : alle categorieën instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, zoals schatkistpapier, depositocertificaten en commercial paper, betaalinstrumenten uitgezonderd;
  [16 32/1° "representatieve certificaten" (depositary receipts): representatieve certificaten als gedefinieerd in artikel 3, 18°, van de wet van 21 november 2017 ;]16
  33° [16 "bevoegde autoriteit": de FSMA of de autoriteit die elke lidstaat met toepassing van artikel 67 van Richtlijn 2014/65/EU aanwijst, tenzij in de Richtlijn anders is gespecificeerd;]16
  34° " kredietinstelling " : iedere instelling [8 bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de [12 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]12;]8
  35° " [10 beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging]10 " : een beheervennootschap in de zin van [5 [10 artikel 3, 12°,]10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles]5;
  [10 35° /1 "beheervennootschap van AICB's" : een beheervennootschap in de zin van artikel 3, 12°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;]10
  [14 36° "Richtlijn 2014/65/EU": Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende marken voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;
   37° "Verordening 600/2014": Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;]14

  38° [16 "Gedelegeerde verordening 2017/565: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn;]16
  [16 38/1° Gedelegeerde richtlijn 2017/593: Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593 van de Commissie van 7 april 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het vrijwaren van financiële instrumenten en geldmiddelen die aan cliënten toebehoren, productgovernanceverplichtingen en de regels die van toepassing zijn op het betalen of het ontvangen van provisies, commissies en geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen;]16
  [3 39° [6 " financiële producten " : spaar-, beleggings-, of verzekeringsproducten;]6 ]3
   [3 40° [6 " financiële diensten " : diensten die verband houden met een of meerdere financiële producten;]6 ]3
  [24 40° /1 "virtuele munt": een digitale weergave van waarde die niet door een centrale bank of een overheid wordt uitgegeven of ge-garandeerd, die niet noodzakelijk aan een wettelijk vastgestelde valuta is gekoppeld en die niet de juridische status van valuta of geld heeft, maar die door natuurlijke of rechtspersonen als ruilmiddel wordt aanvaard en die elektronisch kan worden overgedragen, opgeslagen en verhandeld;]24
   [1 41° [8 "de wet van 25 april 2014" : [25 de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen]25;]8 ]1
  [16 41° /1 "de wet van 21 november 2017 ": de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU;]16
  [25 41° /2 "de wet van 20 juli 2022": de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen;]25
  [6 42° " spaarrekening " : een rekening waarmee gelddeposito's in ontvangst worden genomen door de kredietinstellingen als bedoeld in [20 artikel 28, eerste lid, 1°, van de wet van 11 juli 2018 2018 op de aanbieding aan het publiek en van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt]20, met uitzondering van de betaalrekeningen in de zin van artikel 2, 8°, van de wet van 10 december 2009 betreffende de betalingsdiensten.
   43° " ESMA " : de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (European Securities and Markets Authority) als opgericht door de Europese Verordening nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010;
   44° " EBA " : de Europese Bankautoriteit, (European Banking Authority) als opgericht door de Europese Verordening nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010;
   45° " EIOPA " : de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (European Insurance and Occupational Pensions Authority) als opgericht door de Europese Verordening nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010;]6

  [9 46° "Verordering 648/2012" : Verordering (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters;
   47° "financiële tegenpartij" : een onderneming als gedefinieerd in artikel 2, punt 8), van Verordering 648/2012 [17 of in artikel 3, punt 3), van Verordening 2015/2365]17;
   48° "niet-financiële tegenpartij" : een onderneming als gedefinieerd in artikel 2, punt 9), van Verordering 648/2012 [17 of in artikel 3, punt 4), van Verordening 2015/2365]17;]9

  [11 49° "Verordening 596/2014" : verordening (EU) Nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie.]11
  [12 [13 50°]13 wet van 25 oktober 2016 : wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;]12
  [13 51° "verordening 1286/2014": verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's);
   52° "PRIIP": een product zoals gedefinieerd in artikel 4.3 van de verordening 1286/2014.]13

  [15 53° "Richtlijn 2014/57/EU": Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik (richtlijn marktmisbruik);
   54° "Richtlijn (EU) 2015/2392": Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2015/2392 van de Commissie van 17 december 2015 bij Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de melding van daadwerkelijke of potentiële inbreuken op deze verordening aan de bevoegde autoriteiten;
   55° "Verordening 1031/2010": Verordening (EU) Nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap;
  [19 55° /1 "Verordening 2017/2402": Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012;]19
   56° "terugkoopprogramma": een terugkoopprogramma in de zin van artikel 3, lid 1, punt 17, van Verordening 596/2014;
   57° "stabilisatie": stabilisatie in de zin van artikel 3, lid 2, punt d), van Verordening 596/2014;]15

  [16 58° "koppelverkoop": het aanbieden van een beleggingsdienst samen met een andere dienst of een ander product als onderdeel van een pakket of als voorwaarde waarvan de overeenkomst of het pakket afhankelijk is gesteld;
   59° [23 "landbouwgrondstoffenderivaten": derivatencontracten met betrekking tot producten die zijn opgesomd in artikel 1 van, en bijlage I, delen I tot XX en XXIV/1, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, alsook met betrekking tot producten die zijn vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten;]23
   60° "duurzame drager": ieder hulpmiddel:
   a) dat een cliënt in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze achteraf gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd; en
   b) waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd.]16

  [17 61° "centrale effectenbewaarinstelling" ("contrat") : een centrale effectenbewaarinstelling als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) Nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012;]17
  [17 62° "Verordening 909/2014" : Verordening (EU) Nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012;]17
  [17 63° "afwikkeling" : de voltooiing van een effectentransactie, als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 7), van Verordening 909/2014;]17
  [17 64° "afwikkelingssysteem" : een systeem als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 10), van Verordening 909/2014;]17
  [17 65° "Verordening 2015/2365" : Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;]17
  [17 66° "instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen" : de in artikel 36/26/1, §§ 4 en 5 van de organieke wet van de Bank bedoelde instellingen;]17
  [17 67° "depositobanken" : de in artikel 36/26/1, § 6, van de organieke wet van de Bank bedoelde kredietinstellingen;]17
  [17 68° "Verordening 2016/679" : Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);]17
  [19 69° "Verordening 2016/1011": Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014;
   70° "benchmark": een benchmark in de zin van artikel 3, lid 1, 3), van Verordening 2016/1011";
   71° "benchmarkbeheerder": een beheerder in de zin van artikel 3, lid 1, 6), van Verordening 2016/1011;
   72° "transactieregister": een transactieregister in de zin van artikel 2, 2), van Verordening 648/2012".]19

  [21 73° "Verordening 2019/2088": de Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over de duurzaamheid in de financiëledienstensector;]21
  [22 73° "Verordening 575/2013": Verordening (EU) Nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;]22
  [21 74° "Verordening 2020/852": de Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088.]21
  [22 74° "achtergesteld in aanmerking komend passief": een in aanmerking komend passief dat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 72bis van Verordening 575/2013, met uitzondering van artikel 72bis, lid 1, punt b), en artikel 72ter, leden 3 tot 5, van die Verordening;]22
  [22 75° "aanvullend-tier 1-instrumenten": de instrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, lid 1, van Verordening 575/2013;]22
  [22 76° "tier 2-instrumenten": de instrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 63 van Verordening 575/2013;]22
  [23 77° "make-whole-clausule": een bepaling die tot doel heeft de belegger te beschermen door ervoor te zorgen dat, in geval van vervroegde aflossing van een obligatie, de emittent aan de houder van de obligatie een bedrag moet betalen dat gelijk is aan de som van de netto contante waarde van de resterende couponbetalingen die tot de vervaldatum worden verwacht, en de hoofdsom van de af te lossen obligatie;
   78° "elektronische vorm": elke andere duurzame drager dan papier;
   79° "wissel van financiële instrumenten": het verkopen van een financieel instrument en het kopen van een ander financieel instrument of het uitoefenen van een recht om een wijziging aan te brengen met betrekking tot een bestaand financieel instrument;]23

  [24 80° "CDZ": Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen als bedoeld in artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;]24
  [25 81° "Verordening 2019/1238": Verordening (EU) 2019/1238 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP);
   82° "PEPP": pan-Europees persoonlijk pensioenproduct, zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van Verordening 2019/1238;
   83° "GTM-verordening": Verordening (EU) Nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen;]25

  [26 84° Verordening (EU) 2022/858": Verordening (EU) 2022/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende een proefregeling voor marktinfrastructuren op basis van distributed ledger-technologie en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 909/2014 en Richtlijn 2014/65/EU;]26
  [27 85° Richtlijn 2013/34/EU: Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;
   86° Gedelegeerde Verordening 2021/2178: Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie van 6 juli 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad door vaststelling van de inhoud en de presentatie van door aan artikel 19bis of artikel 29bis van Richtlijn 2013/34/EU onderworpen ondernemingen te rapporteren informatie betreffende ecologisch duurzame economische activiteiten en door vaststelling van de methode om aan deze rapportageverplichting te voldoen;
   87° duurzaamheidsinformatie: de informatie over duurzaamheidsaspecten die de vennootschappen moeten publiceren overeenkomstig de artikelen 3:6/3, 3:6/4 of 3:6/5, naargelang het geval, 3:6/8 en 3:6/9 of 3:32/2, 3:32/3 et 3:32/6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of overeenkomstig de bepalingen van hun nationale wetgeving tot omzetting van de artikelen 19bis, 29bis en 29quinquies van Richtlijn 2013/34/EU;
   88° ESAP-verordening: Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek beschikbare informatie;
   89° centraal toegangspunt (ESAP): het krachtens de ESAP-verordening vastgesteld Europees centraal toegangspunt;]27

  [28 90° Verordening 2022/2554: Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011;
   91° Verordening 2023/2631: Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties.]28

  (Voor de toepassing van deze wet worden de volgende begrippen verstaan in dezelfde zin als in de [12 wet van 25 oktober 2016]12 :
  1° beleggingsonderneming;
  2° beleggingsdiensten en activiteiten;
  3° nevendiensten;
  4° beleggingsadvies;
  5° uitvoering van orders voor rekening van cliënten;
  6° handelen voor eigen rekening;
  7° market maker;
  8° vermogensbeheer;
  9° verbonden agent;
  10° bijkantoor;
  11° gekwalificeerde deelneming;
  12° moederonderneming;
  13° dochteronderneming;
  14° controle;
  15° nauwe banden;) <KB 2007-04-27/85, art. 4, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  [16 16° gestructureerd deposito.]16
  

Änderungen

Art.2. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par :
  1° [instrument financier " : [26 tout instrument appartenant à l'une des catégories suivantes, y compris lorsque de tels instruments sont émis au moyen de la technologie des registres distribués au sens de l'article 2, 1), du Règlement (UE) 2022/858]26 :
  a) les valeurs mobilières, telles que définies au 31°;
  b) les instruments du marché monétaire, tels que définis au 32°;
  c) les parts d'organismes de placement collectif;
  d) les contrats d'option, [14 contrats à terme ferme (futures)]14, contrats d'échange, accords de taux futurs et tous autres contrats dérivés relatifs à des valeurs mobilières, des monnaies, des taux d'intérêt ou des rendements [14 , des quotas d'émission]14 ou autres instruments dérivés, indices financiers ou mesures financières qui peuvent être réglés par une livraison physique ou en espèces;
  e) les contrats d'option, [14 contrats à terme ferme (futures)]14, contrats d'échange, [14 contrats à terme ferme (forwards)]14 et tous autres contrats dérivés relatifs à des matières premières qui doivent être réglés en espèces ou peuvent être réglés en espèces à la demande d'une des parties (autrement qu'en cas de défaillance ou d'autre incident provoquant la résiliation);
  f) les contrats d'option, [14 contrats à terme ferme (futures)]14, contrats d'échange et tout autre contrat dérivé relatif à des matières premières qui peuvent être réglés par livraison physique, à condition qu'ils soient négociés sur [14 un marché réglementé, un MTF ou un OTF, à l'exception des produits énergétiques de gros qui sont négociés sur un OTF et qui doivent être réglés par livraison physique]14;
  g) les contrats d'option, [14 contrats à terme ferme (futures)]14, contrats d'échange, contrats à terme ferme (forwards) et tous autres contrats dérivés relatifs à des matières premières qui peuvent être réglés par livraison physique, non mentionnés par ailleurs au point f) et non destinés à des fins commerciales, qui présentent les caractéristiques d'autres instruments financiers dérivés [14 ...]14;
  h) les instruments dérivés servant au transfert du risque de crédit;
  i) les contrats financiers pour différences (financial contracts for differences);
  j) les contrats d'option, [14 contrats à terme ferme (futures)]14, contrats d'échange, accords de taux futurs et tous autres contrats dérivés relatifs à des variables climatiques, à des tarifs de fret, [14 ...]14 ou à des taux d'inflation ou d'autres statistiques économiques officielles qui doivent être réglés en espèces ou peuvent être réglés en espèces à la demande d'une des parties (autrement qu'en cas de défaillance ou d'autre incident provoquant la résiliation), de même que tous autres contrats dérivés concernant des actifs, des droits, des obligations, des indices et des mesures non mentionnés par ailleurs au 1°, qui présentent les caractéristiques d'autres instruments financiers dérivés [14 en tenant compte de ce que, notamment, ils sont négociés sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF]14;] <AR 2007-04-27/85, art. 2, 1°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  k) [14 les quotas d'émission;]14
  [14 l) les autres valeurs ou droits désignés par le Roi sur avis de la FSMA et de la Banque, le cas échéant pour l'application des dispositions qu'Il indique;]14
  2° [11 "pratique de marché admise" : une pratique de marché spécifique qui est admise par l'autorité compétente d'un Etat membre conformément à l'article 13 du règlement 596/2014;]11
  [16 2° /1 "plateforme de négociation": une plateforme de négociation, telle que définie à l'article 3, 5°, de la loi du 21 novembre 2017 ;]16
  3° [16 "marché réglementé": un marché réglementé tel que défini à l'article 3, 7°, de la loi du 21 novembre 2017 ;]16
  4° [16 "système multilatéral de négociation (Multilateral trading facility - MTF)": un MTF tel que défini à l'article 3, 10°, de la loi 21 novembre 2017 ;]16
  5° [16 "marché réglementé belge": un marché réglementé belge tel que défini à l'article 3, 8°, de la loi du 21 novembre 2017 ;]16
  6° [16 "marché réglementé d'un autre Etat membre": un marché réglementé d'un autre Etat membre, tel que défini à l'article 3, 9°, de la loi du 21 novembre 2017 ;]16
  [16 6° /1 "système organisé de négociation" ou "OTF" ("organised trading facility"): un OTF, tel que défini à l'article 3, 13°, de la loi du 21 novembre 2017 ;]16
  7° [16 "opérateur de marché": un opérateur de marché tel que défini à l'article 3, 3°, de la loi du 21 novembre 2017 ;]16
  8° [16 "internalisateur systématique": un internalisateur systématique tel que défini à l'article 3, 29°, la loi du 21 novembre 2017 ;]16
  9° "intermédiaire financier" : toute personne qui a pour activité habituelle de fournir des services d'investissement à titre professionnel;
  10° "intermédiaire qualifié" : tout intermédiaire financier appartenant à l'une des catégories suivantes :
  a) les établissements de crédit de droit belge inscrits sur la liste visée [8 à l'article 14 de la [12 loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse]12;]8
  b) les établissements de crédit dont l'Etat d'origine est un autre Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont autorisés à fournir des services d'investissement en Belgique conformément [8 à l'article 312 ou 313]8 de la même loi;
  c) les établissements de crédit dont l'Etat d'origine est un Etat tiers et qui sont autorisés à fournir des services d'investissement en Belgique conformément [8 à l'article 333]8 de la même loi;
  d) [les entreprises d'investissement de droit belge agréées en qualité de société de bourse ou de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;] <AR 2007-04-27/85, art. 2, 7°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  e) les entreprises d'investissement dont l'Etat d'origine est un autre Etat membre de l'Espace économique européen et qui sont autorisées à fournir des services d'investissement en Belgique en vertu de l'article 110 de la même loi, y compris des personnes physiques dont l'Etat d'origine admet la prestation de services d'investissement en tant que personne physique;
  f) les entreprises d'investissement dont l'Etat d'origine est un Etat tiers et qui sont autorisées à fournir des services d'investissement en Belgique en vertu de l'article 111 de la même loi;
  g) [...]; <AR 2007-04-27/85, art. 2, 8°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  h) la Banque centrale européenne, la [2 Banque]2 et les autres banques centrales des Etats membres de l'Espace économique européen, sans préjudice de l'application de l'article 108 du Traité instituant [7 l'Union européenne]7;
  i) les autres intermédiaires financiers désignés par le Roi sur avis de la [[4 FSMA]4], le cas échéant pour l'application des dispositions qu'Il indique; <AR 2003-03-25/34 art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  [22 10° /1 "Etat membre" : un Etat partie à l'Accord sur l'Espace économique européen (EEE)]22
  11° [" Etat membre d'origine " :
  a) dans le cas d'une entreprise d'investissement :
  i) s'il s'agit d'une personne physique, l'Etat membre où son administration centrale est située;
  ii) s'il s'agit d'une personne morale, l'Etat membre où son siège statutaire est situé;
  iii) si, conformément à son droit national, elle n'a pas de siège statutaire, l'Etat membre où son administration centrale est située;
  b) [16 ...]16
  12° "Etat tiers" : tout Etat qui n'est pas membre de l'Espace économique européen;
  13° [" Etat membre d'accueil " : l'Etat membre, autre que l'Etat membre d'origine, dans lequel une entreprise d'investissement a une succursale ou fournit des services et/ou exerce des activités [16 ...]16;] <AR 2007-04-27/85, art. 2, 10°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  14° [15 "information privilégiée": toute information au sens de l'article 7, paragraphes 1er à 4, du Règlement 596/2014;]15
  15° [" ordre à cours limité " : l'ordre d'acheter ou de vendre un instrument financier à la limite de prix spécifiée ou plus avantageusement et pour une quantité précisée;] <AR 2007-04-27/85, art. 2, 11°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  16° [9 "contrepartie centrale" : une contrepartie centrale telle que définie à l'article 2, 1), du Règlement (UE) n° 648/2012 du Parlement Européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés de gré à gré, les contreparties centrales et les référentiels centraux;]9
  17° [18 ...]18
  18° "consultation ouverte" : la procédure par laquelle le contenu d'un arrêté ou d'un règlement que le Roi, le ministre, [ou la [4 FSMA]4] envisage de prendre est préalablement exposé par l'autorité concernée dans une note consultative qui est publiée sur le site Internet du Ministère des Finances [ou de la [4 FSMA]4], selon le cas, avec invitation aux parties intéressées de soumettre leurs commentaires éventuels dans le délai défini dans la note; <AR 2003-03-25/34, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  19° "ministre" : sous réserve de dispositions spécifiques, le Ministre des Finances [...]; <AR 2003-03-25/34, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  20° "[2 Banque]2" : la Banque Nationale de Belgique;
  [3 20°bis " loi organique de la Banque " : la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique;]3
  21° [6 21° " FSMA " : l'Autorité des services et marchés financiers, en allemand " Autorität Finanzielle Dienste und Märkte " et en anglais " Financial Services and Markets Authority ";]6
  [22 ° [15 "émetteur": un émetteur au sens de l'article 3, paragraphe 1, point 21), du Règlement 596/2014;]15
  23° [15 23° "contrat au comptant sur matières premières": un contrat au comptant sur matières premières au sens de l'article 3, paragraphe 1, point 15), du Règlement 596/2014;]15
  24° [15 24° "produit énergétique de gros": un produit énergétique de gros visé à l'article 2, point 4), du Règlement (UE) n° 1227/2011 du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2011 concernant l'intégrité et la transparence du marché de gros de l'énergie;]15
  25° [14 "quota d'émission": un quota d'émission composé de toutes les unités reconnues conformes aux exigences de la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la Directive 96/61/CE du Conseil (système d'échange de droits d'émission);]14
  26° " canaux de distribution " : les canaux par lesquels l'information est rendue publique ou est susceptible de l'être, et " information susceptible d'être rendue publique " : toute information à laquelle ont accès un grand nombre de personnes.] <AR 2005-08-24/42, art. 2, 3°, 016; En vigueur : 19-09-2005>
  [2 7° " client " : toute personne physique ou morale à qui une entreprise d'investissement ou un établissement de crédit fournit des services d'investissement et/ou des services auxiliaires [6 , ainsi que toute personne physique ou morale qui utilise d'autres services financiers ou des produits financiers visés dans la disposition concernée]6;
  28° " client professionnel " : tout client respectant les critères définis par le Roi [3 sur avis de la FSMA et de la Banque]3;
  29° " client de détail " : un client qui n'est pas traité comme un client professionnel;
  30° " contreparties éligibles " : les personnes déterminées par le Roi sur avis de la [4 FSMA]4;
  31° " valeurs mobilières " : les catégories de titres négociables sur le marché des capitaux (à l'exception des instruments de paiement), telles que :
  a) les actions de sociétés et autres titres équivalents à des actions de sociétés, de sociétés de type partnership ou d'autres entités, ainsi que les certificats représentatifs d'actions;
  b) les obligations et les autres titres de créance, y compris les certificats concernant de tels titres;
  c) toute autre valeur donnant le droit d'acquérir ou de vendre de telles valeurs ou donnant lieu à un règlement en espèces, fixé par référence à des valeurs mobilières, à une monnaie, à un taux d'intérêt ou rendement, aux matières premières ou à d'autres indices ou mesures;
  32° " instruments du marché monétaire " : les catégories d'instruments habituellement négociées sur le marché monétaire, telles que les bons du Trésor, les certificats de dépôt et les effets de commerce (à l'exclusion des instruments de paiement);
  [16 32/1° "certificats représentatifs" (depositary receipts): des certificats représentatifs tel que définis à l'article 3, 18° de la loi du 21 novembre 2017 ;]16
  33° [16 "autorité compétente": la FSMA ou l'autorité désignée par chaque Etat membre en application de l'article 67 de la Directive 2014/65/UE, sauf indication contraire contenue dans la Directive;]16
  34° " établissement de crédit " : tout établissement [8 visé au Livre II et aux Titres Ier et II du Livre III de [12 loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse]12;]8
  35° " société de gestion [10 d'organismes de placement collectif]10 " : une société de gestion au sens [5 [10 de l'article 3, 12°]10 de la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement]5;
  [10 35° /1 "société de gestion d'OPCA" : une société de gestion au sens de l'article 3, 12° de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs à leurs gestionnaires;]10
  [14 36° "la Directive 2014/65/UE": la Directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la Directive 2002/92/CE et la Directive 2011/61/UE;
   37° "le Règlement 600/2014": le Règlement (UE) n° 600/2014 du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012;]14

  38° [16 "Règlement délégué 2017/565: le Règlement délégué (UE) 2017/565 de la Commission du 25 avril 2016 complétant la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles et les conditions d'exercice applicables aux entreprises d'investissement et la définition de certains termes aux fins de ladite directive;]16
  [16 38/1° "Directive déléguée 2017/593": la Directive déléguée (UE) 2017/593 de la Commission du 7 avril 2016 complétant la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne la sauvegarde des instruments financiers et des fonds des clients, les obligations applicables en matière de gouvernance des produits et les règles régissant l'octroi ou la perception de droits, de commissions ou de tout autre avantage pécuniaire ou non pécuniaire;]16
  [3 39° [6 " produits financiers " : les produits d'épargne, d'investissement ou d'assurance;]6 ]3
  [3 40° [6 " services financiers " : les services qui ont trait à un ou plusieurs produits financiers;]6 ]3
  [24 40° /1 "monnaie virtuelle" : représentations numériques d'une valeur qui ne sont émises ou garanties ni par une banque centrale ni par une autorité publique, qui ne sont pas nécessairement liées non plus à une monnaie établie légalement et qui ne possèdent pas le statut juridique de monnaie ou d'argent, mais qui sont acceptées comme moyen d'échange par des personnes physiques ou morales et qui peuvent être transférées, stockées et échangées par voie électronique;]2
4
   [1 41° [8 "la loi du 25 avril 2014" : [25 la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit]25;]8]1
  [16 41° /1 "la loi du 21 novembre 2017 ": la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE;]16
  [25 41° /2 "la loi du 20 juillet 2022": la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse et portant dispositions diverses;]25
  [6 42° " compte d'épargne " : un compte matérialisant la réception de dépôts d'argent par des établissements de crédit visés à [20 l'article 28, alinéa 1er, 1°, de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés]20, à l'exclusion des comptes de paiement au sens de l'article 2, 8°, de la loi du 10 décembre 2009 relative aux services de paiement;
   43° " ESMA " : l'Autorité européenne des marchés financiers (European Securities and Markets Authority) telle qu'établie par le Règlement européen n° 1095/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010;
   44° " EBA " : l'Autorité bancaire européenne (European Banking Authority) telle qu'établie par le Règlement européen n° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010;
   45° " EIOPA " : l'Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles (European Insurance and Occupational Pensions Authority) telle qu'établie par le Règlement européen n° 1094/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010;]6

  [9 46° "le Règlement 648/2012" : le Règlement (UE) N° 648/2012 du Parlement Européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés de gré à gré, les contreparties centrales et les référentiels centraux;
   47° "contrepartie financière" : une entreprise telle que définie à l'article 2, 8) du Règlement 648/2012 [17 ou à l'article 3, 3) du Règlement 2015/2365]17;
   48° "contrepartie non financière" : une entreprise telle que définie à l'article 2, 9) du Règlement 648/2012 [17 ou à l'article 3, 4) du Règlement 2015/2365]17;]9

  [11 49° "le règlement 596/2014" : le règlement (UE) n° 596/2014 du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;]11
  [12 [13 50°]13 loi du 25 octobre 2016 : la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;]12
  [13 51° "le règlement 1286/2014": le règlement (UE) n° 1286/2014 du Parlement européen et du Conseil du 26 novembre 2014 sur les documents d'informations clés relatifs aux produits d'investissement packagés de détail et fondés sur l'assurance;
   52° "PRIIP": un produit tel que défini à l'article 4.3 du règlement 1286/2014;]13

  [15 53° "la Directive 2014/57/UE": la Directive 2014/57/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 relative aux sanctions pénales applicables aux abus de marché (directive relative aux abus de marché);
   54° "la Directive (UE) 2015/2392": la Directive d'exécution (UE) 2015/2392 de la Commission du 17 décembre 2015 relative au Règlement (UE) n° 596/2014 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne le signalement aux autorités compétentes des violations potentielles ou réelles dudit règlement;
   55° "le Règlement 1031/2010": le Règlement (UE) n° 1031/2010 de la Commission du 12 novembre 2010 relatif au calendrier, à la gestion et aux autres aspects de la mise aux enchères des quotas d'émission de gaz à effet de serre conformément à la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil établissant un système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre dans la Communauté;
  [19 55° /1 "règlement 2017/2402" : le Règlement (UE) 2017/2402 du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2017 créant un cadre général pour la titrisation ainsi qu'un cadre spécifique pour les titrisations simples, transparentes et standardisées, et modifiant les directives 2009/65/CE, 2009/138/CE et 2011/61/UE et les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE) n° 648/2012 ;]19
   56° "programme de rachat": un programme de rachat au sens de l'article 3, paragraphe 1er, point 17), du Règlement 596/2014;
   57° "stabilisation": une stabilisation au sens de l'article 3, paragraphe 2, point d), du Règlement 596/2014;]15

  [16 58° "vente croisée": le fait de proposer un service d'investissement avec un autre service ou produit dans le cadre d'une offre groupée ou comme condition à l'obtention de l'accord ou de l'offre groupée;
   59° [23 "instruments dérivés sur matières premières agricoles": les contrats dérivés portant sur des produits énumérés à l'article 1er et à l'annexe I, parties I à XX et XXIV/1, du Règlement (UE) n° 1308/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 portant organisation commune des marchés des produits agricoles, ainsi que sur des produits énumérés à l'annexe I du règlement (UE) n° 1379/2013 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2013 portant organisation commune des marchés dans le secteur des produits de la pêche et de l'aquaculture ;]23
   60° "support durable": un instrument:
   a) permettant à un client de stocker des informations qui lui sont adressées personnellement d'une manière permettant de s'y reporter aisément à l'avenir pendant un laps de temps adapté aux fins auxquelles les informations sont destinées; et
   b) permettant la reproduction à l'identique des informations stockées.]16

  [17 61° "dépositaire central de titres" ("CSD") : un dépositaire central de titres tel que défini à l'article 2, paragraphe 1er, 1) du Règlement (UE) n° 909/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 concernant l'amélioration du règlement de titres dans l'Union européenne et les dépositaires centraux de titres et modifiant les directives 98/26/CE et 2014/65/UE et le règlement (UE) n° 236/2012]17
  [17 62° "le Règlement 909/2014" : le Règlement (UE) n° 909/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 concernant l'amélioration du règlement de titres dans l'Union européenne et les dépositaires centraux de titres et modifiant les directives 98/26/CE et 2014/65/UE et le règlement (UE) n° 236/2012;]17
   [17 63° "règlement" : le dénouement d'une transaction sur titres, tel que défini à l'article 2, paragraphe 1er, 7) du règlement 909/2014;]17
  [17 64° "système de règlement" : un système de règlement de titres tel que défini à l'article 2, paragraphe 1er, 10) du règlement 909/2014;]17
  [17 65° "le Règlement 2015/2365" : le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012;]17
  [17 66° "organismes de support des dépositaires centraux de titres" : les organismes visés à l'article 36/26/1, §§ 4 et 5 de la loi organique de la Banque;]17
  [17 67° "banques dépositaires" : les établissements de crédit visés à l'article 36/26/1, § 6, de la loi organique de la Banque;]17
   [17 68° "le Règlement 2016/679" : le Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données);]17
  [19 69° "règlement 2016/1011" : le Règlement (UE) 2016/1011 du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2016 concernant les indices utilisés comme indices de référence dans le cadre d'instruments et de contrats financiers ou pour mesurer la performance de fonds d'investissement et modifiant les directives 2008/48/CE et 2014/17/UE et le règlement (UE) n° 596/2014 ;
   70° "indice de référence" : un indice de référence au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 3), du règlement 2016/1011 ;
   71° "administrateur d'indices de référence": un administrateur au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 6), du règlement 2016/1011 ;
   72° "référentiel central" : un référentiel central au sens de l'article 2, 2) du Règlement 648/2012".]19

  [21 73° "Règlement 2019/2088": Règlement (UE) 2019/2088 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 sur la publication d'informations en matière de durabilité dans le secteur des services financiers;]21
  [22 73° "le Règlement 575/2013" : le Règlement (UE) N° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit et aux entreprises d'investissement et modifiant le règlement (UE) no 648/2012 ;]22

  [21 74° "Règlement 2020/852": Règlement (UE) 2020/852 du Parlement européen et du Conseil du 18 juin 2020 sur l'établissement d'un cadre visant à favoriser les investissements durables et modifiant le règlement (UE) 2019/2088.]21
  [22 74° "engagement éligible subordonné": un engagement éligible qui satisfait à toutes les conditions énoncées à l'article 72bis du Règlement 575/2013, à l'exception de l'article 72bis, paragraphe 1er, point b), et de l'article 72ter, paragraphes 3 à 5, de ce règlement;]22
  [22 75° "instruments de fonds propres additionnels de catégorie 1": les instruments qui remplissent les conditions de l'article 52, paragraphe 1er, du Règlement 575/2013 ;]22
  [22 76° "instruments de fonds propres de catégorie 2" : les instruments qui remplissent les conditions de l'article 63 du Règlement 575/2013;]22
  [23 77° "clause de remboursement make-whole": une clause qui vise à protéger les investisseurs en veillant à ce que, en cas de remboursement anticipé d'une obligation, l'émetteur soit tenu de verser à l'investisseur détenant l'obligation un montant égal à la somme de la valeur actuelle nette des paiements de coupons restants attendus jusqu'à la date d'échéance et du montant principal de l'obligation à rembourser ;
   78° "format électronique": tout support durable autre que le papier ;
   79° "changement d'instruments financiers": la vente d'un instrument financier et l'achat d'un autre instrument financier, ou l'exercice du droit d'apporter un changement en ce qui concerne un instrument financier existant]23
;
  [24 80° "OCM" : l'Office de contrôle des mutualités et des unions nationales de mutualités visé à l'article 49 de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;]24
  [25 81° "Règlement 2019/1238": Règlement (UE) 2019/1238 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 relatif à un produit paneuropéen d'épargne-retraite individuelle (PEPP) ;
   82° "PEPP": produit paneuropéen d'épargne-retraite individuelle tel que défini à l'article 2, 2° du Règlement 2019/1238 ;
   83° "Règlement MSU": Règlement (UE) n° 1024/2013 du Conseil du 15 octobre 2013 confiant à la Banque centrale européenne des missions spécifiques ayant trait aux politiques en matière de surveillance prudentielle des établissements de crédit;]25

  [26 84° "Règlement (UE) 2022/858": le Règlement (UE) 2022/858 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2022 sur un régime pilote pour les infrastructures de marché reposant sur la technologie des registres distribués, et modifiant les règlements (UE) n° 600/2014 et (UE) n° 909/2014 et la directive 2014/65/UE;]26
  [27 85° directive 2013/34/UE: la directive 2013/34/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 relative aux états financiers annuels, aux états financiers consolidés et aux rapports y afférents de certaines formes d'entreprises, modifiant la directive 2006/43/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant les directives 78/660/CEE et 83/349/CEE du Conseil;
   86° règlement délégué 2021/2178: le règlement délégué (UE) 2021/2178 de la Commission du 6 juillet 2021 complétant le règlement (UE) 2020/852 du Parlement européen et du Conseil par des précisions concernant le contenu et la présentation des informations que doivent publier les entreprises soumises à l'article 19bis ou à l'article 29bis de la directive 2013/34/UE sur leurs activités économiques durables sur le plan environnemental, ainsi que la méthode à suivre pour se conformer à cette obligation d'information;
   87° information en matière de durabilité: les informations liées aux questions de durabilité que les sociétés doivent publier conformément aux articles 3:6/3, 3:6/4 ou 3:6/5, selon le cas, 3:6/8 et 3:6/9 ou 3:32/2, 3:32/3 et 3:32/6 du Code des sociétés et des associations ou conformément aux dispositions de leur législation nationale visant à transposer les articles 19bis, 29bis en 29quinquies de la directive 2013/34/UE;
   88° règlement ESAP: le règlement (UE) 2023/2859 du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2023 établissant un point d'accès unique européen fournissant un accès centralisé aux informations publiées utiles pour les services financiers, les marchés des capitaux et la durabilité;
   89° point d'accès unique (ESAP): le point d'accès unique européen établi en vertu du règlement ESAP;]27

  [28 90° règlement 2022/2554: le règlement (UE) 2022/2554 du Parlement européen et du Conseil du 14 décembre 2022 sur la résilience opérationnelle numérique du secteur financier et modifiant les règlements (CE) n° 1060/2009, (UE) n° 648/2012, (UE) n° 600/2014, (UE) n° 909/2014 et (UE) 2016/1011 ;
   91° règlement 2023/2631: le règlement (UE) 2023/2631 du Parlement européen et du Conseil du 22 novembre 2023 sur les obligations vertes européennes et la publication facultative d'informations pour les obligations commercialisées en tant qu'obligations durables sur le plan environnemental et pour les obligations liées à la durabilité.]28

  [Pour l'application de la présente loi, les notions suivantes sont à comprendre au sens de la définition qui en est donnée dans la [12 loi du 25 octobre 2016]12 :
  1° entreprise d'investissement;
  2° services et activités d'investissement;
  3° services auxiliaires;
  4° conseil en investissement;
  5° exécution d'ordres pour le compte de clients;
  6° négociation pour compte propre;
  7° teneur de marché;
  8° gestion de portefeuille;
  9° agent lié;
  10° succursale;
  11° participation qualifiée;
  12° entreprise mère;
  13° filiale;
  14° contrôle;
  15° liens étroits;]
  [16 16° dépôt structuré.]16 <AR 2007-04-27/85, art. 4, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  

Änderungen

Art. 2/1. [1 Elke verwijzing naar deze wet, naar de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of naar een van hun bepalingen, alsook elke verwijzing naar de in deze wet bedoelde Europese richtlijnen of verordeningen, of naar een van hun bepalingen, omvat, in voorkomend geval, ook een verwijzing naar de bepalingen van de gedelegeerde handelingen en van de technische regulerings- of uitvoeringsnormen die de Commissie heeft vastgesteld ter uitvoering van de Europese richtlijnen of verordeningen die door deze wet of door de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen worden omgezet of ten uitvoer gelegd, dan wel door de betrokken verwijzing worden geviseerd.]1
  
Art. 2/1. [1 Toute référence à la présente loi, aux arrêtés et règlements pris pour son exécution, ou à l'une des leurs dispositions, ainsi que toute référence à des directives ou règlements européens visés dans la présente loi, ou à l'une de leurs dispositions, incluent également, le cas échéant, une référence aux dispositions des actes délégués et des normes techniques de réglementation ou d'exécution adoptés par la Commission en exécution des directives ou règlements européens transposés ou mis en oeuvre par la présente loi ou par les arrêtés et règlements pris pour son exécution, ou visés par la référence concernée.]1
  
HOOFDSTUK II. - [Markten en transacties in financiële instrumenten] [1 en gedragsregels]1
CHAPITRE II. - [Marchés d'instruments financiers et transactions sur instruments financiers] [1 , et règles de conduite]1
Afdeling 1. - Gereglementeerde markten.
Section 1. - Marchés réglementés.
Art.10. <W 2007-05-02/31, art. 42, 029; Inwerkingtreding : 01-01-2008> § 1. [5 ...]5
  § 2. Op advies van de [2 FSMA]2 bepaalt de Koning :
  1° de verplichtingen van de in § 3 bedoelde [6 emittenten van effecten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt,]6 en in voorkomend geval van elke andere persoon die zonder toestemming van de emittent de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt heeft aangevraagd, op het gebied van informatieverstrekking aan het publiek :
  a) periodiek over hun activiteiten en resultaten;
  b) [6 onverwijld over rechtstreekse of onrechtstreekse wijzigingen in de rechten verbonden aan de effecten of aan daarvan afgeleide financiële instrumenten;]6
  2° [6 de andere verplichtingen van de emittenten of andere personen bedoeld in 1° ten aanzien van de houders van effecten specifiek omwille van de toelating van deze effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, inzonderheid met het oog op een gelijke behandeling van de houders die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, en om hen toe te laten de rechten verbonden aan de betrokken effecten uit te oefenen;]6
  3° de mogelijkheden van de in 1° bedoelde emittenten ten aanzien van de [6 houders van effecten]6 op het vlak van de toezending van informatie langs elektronische weg en, in bijzondere gevallen, de bepaling van de vergaderplaats van de algemene vergadering;
  4° [6 de specifieke verplichtingen van de in 1° bedoelde emittenten inzake financiële en aanverwante informatieverstrekking aan het publiek;]6
  [10 4° bis de specifieke verplichtingen van de in 1° bedoelde emittenten inzake de aan het publiek te verstrekken duurzaamheidsinformatie;]10
  5° de nadere regels en termijnen voor de openbaarmaking, voor de overmaking aan de [2 FSMA]2 en voor de opslag van de in 1° en 2° bedoelde informatie, met inbegrip van de minimumnormen waaraan het of de opslagmechanismen moeten voldoen;
  6° onverminderd de artikelen 33 en volgende, de regels inzake het toezicht, inclusief de bevoegdheden en mogelijke maatregelen, van de [2 FSMA]2 op de naleving van [6 het derde, het vierde en het zesde lid]6 [10 , op de met toepassing van dit lid, 1° tot 5°, vastgestelde regels, alsook op de informatieverplichtingen vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van Verordening 2020/852 en met name overeenkomstig de specificaties bepaald in Gedelegeerde Verordening 2021/2178]10, en inzonderheid de voorwaarden tegen welke de [2 FSMA]2, wanneer een emittent of andere persoon bedoeld in 1° in gebreke blijft :
  a) zelf op kosten van de emittent of van deze andere persoon bepaalde informatie kan bekendmaken; of
  b) zelf kan openbaar maken dat de emittent of deze andere persoon niet aan zijn verplichtingen voldoet;
  [10 7° de modaliteiten voor de overdracht, door de FSMA aan ESMA, van de informatie die Hij bepaalt, om deze toegankelijk te maken op het centraal toegangspunt (ESAP).]10
  De bepalingen vastgesteld ter uitvoering van het eerste lid, 4°, doen geen afbreuk aan de verordenende bevoegdheden toegekend aan de ministers bevoegd voor de Economie, de Justitie en de Middenstand, noch aan de adviesbevoegdheid van de Commissie voor boekhoudkundige normen.
  [6 Wanneer hun effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten,]6 maken [7 emittenten als bedoeld in § 3]7 [7 de informatie bedoeld in het eerste lid en voorwetenschap]7 openbaar in het Nederlands of in het Frans, met naleving van de eventueel geldende Belgische rechtsregels, of, als die regels niet van toepassing zijn, in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
  [6 Wanneer geen effecten van de emittent tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten,]6 of wanneer uitsluitend schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste [3 100 000 euro]3 tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, maken emittenten als bedoeld in § 3 [7 de informatie bedoeld in het eerste lid en voorwetenschap]7, in afwijking van het voorgaande lid, openbaar in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
  [3 De in het vorige lid bedoelde afwijking is ook van toepassing op schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50 000 euro en die al vóór 31 december 2010 tot de verhandeling op een gereglementeerde markt waren toegelaten, zulks voor de looptijd van deze schuldinstrumenten.]3
  [6 Wanneer effecten zonder toestemming van de emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten,]6 rusten de verplichtingen uit hoofde van het derde en het vierde lid niet op de emittent, maar op de persoon die zonder toestemming van de emittent om toelating tot de verhandeling heeft verzocht.
  § 3. [6 De emittenten bedoeld in § 2, eerste lid, 1°, zijn :
   1° ingeval het gaat om emittenten van aandelen dan wel om emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1 000 euro :
   a) emittenten met statutaire zetel in België; of
   b) emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die België als lidstaat van herkomst hebben gekozen uit de lidstaten waar hun effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten;
   2° voor emittenten die niet onder 1° vallen, de emittenten die België als lidstaat van herkomst hebben gekozen uit de lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar zij in voorkomend geval hun statutaire zetel hebben en de lidstaten waar hun effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, met dien verstande dat de emittent slechts één van die lidstaten als lidstaat van herkomst mag kiezen;
   3° emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is overeenkomstig § 3bis.
   Voor een emittent als bedoeld in het eerste lid, 1°, b), die België als lidstaat van herkomst heeft gekozen, blijft België de lidstaat van herkomst, tenzij zijn effecten niet meer tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten en hij een andere lidstaat van herkomst heeft gekozen uit de andere lidstaten waar zijn effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en deze keuze openbaar heeft gemaakt en langs elektronische weg ter kennis gebracht van de FSMA.
   Voor een emittent als bedoeld in het eerste lid, 2°, die België als lidstaat van herkomst heeft gekozen, blijft deze keuze ten minste drie jaar geldig, tenzij :
   1° wanneer zijn effecten niet langer tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten; of
   2° wanneer zijn effecten in de loop van de periode van drie jaar niet meer tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten en hij een andere lidstaat van herkomst heeft gekozen uit de andere lidstaten waar zijn effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en, in voorkomend geval, de lidstaat waar de emittent zijn statutaire zetel heeft en deze keuze heeft openbaar gemaakt en ter kennis gebracht van de FSMA; of
   3° wanneer de emittent in de loop van de periode van drie jaar onder het toepassingsgebied van het eerste lid, 1°, komt te vallen en ingevolge hiervan een andere lidstaat van herkomst heeft toegewezen gekregen of gekozen en die informatie heeft openbaar gemaakt en langs elektronische weg ter kennis gebracht van de FSMA.]6

  [6 § 3bis. Voor emittenten waarvan effecten, al dan niet uitsluitend, zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt die niet tot openbaarmaking van hun lidstaat van herkomst overgaan binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop hun effecten voor het eerst tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, zal, tot op het moment dat zij één enkele lidstaat van herkomst hebben gekozen en deze keuze hebben openbaar gemaakt :
   (i) België de lidstaat van herkomst zijn wanneer de effecten uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten;
   (ii) België één van de lidstaten van herkomst zijn, wanneer de effecten niet uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten.]6

  § 4. Voor de toepassing van § 2, vierde lid, en [6 § 3, eerste lid, 1°]6, wordt verstaan onder "schuldinstrumenten" : obligaties en andere verhandelbare schuldinstrumenten, met uitzondering van effecten die met aandelen gelijk te stellen zijn of die door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten recht geven tot het verkrijgen van aandelen of met aandelen gelijk te stellen effecten.
  Voor de toepassing van § 2, vierde lid, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste [3 100 000 euro]3 wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op de uitgiftedatum gelijk is aan ten minste [3 100 000 euro]3.
  [3 Voor de toepassing van § 2, vijfde lid, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van tenminste 50 000 euro wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op die uitgiftedatum gelijk is aan ten minste 50 000 euro. ]3
  Voor de toepassing van [6 § 3, eerste lid, 1°]6, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op de uitgiftedatum minder dan 1.000 euro is, of nagenoeg gelijk is aan 1.000 euro.
  [6 Voor de toepassing van § 3 kan de Koning op advies van de FSMA de procedure vaststellen volgens welke een emittent zijn lidstaat van herkomst openbaar maakt en ter kennis brengt van de toezichthouders van de betrokken lidstaten.]6
  [6 Voor doeleinden van het toezicht op de naleving van dit artikel en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, met inbegrip van het opleggen van maatregelen en sancties voor een inbreuk, worden in de bepalingen van deze wet ook geregistreerde ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid en trusts begrepen onder de verwijzingen naar personen of naar rechtspersonen.]6
  § 5. [6 Op advies van de FSMA kan de Koning voor andere emittenten dan die bedoeld in § 3 waarvan effecten al dan niet uitsluitend zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt :
   1° regels bepalen voor de kennisgeving aan de FSMA van de lidstaat van herkomst in de zin van Richtlijn 2004/109/EG;
   2° regels bepalen voor de samenwerking van de FSMA met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst;
   3° bepalen onder welke voorwaarden de FSMA bewarende maatregelen kan nemen;
   4° bepalen welke bewarende maatregelen de FSMA inzonderheid kan nemen.]6

  De informatie betreffende de in het eerste lid bedoelde emittenten wordt openbaar gemaakt in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
  Op advies van de [2 FSMA]2 kan de Koning de regels inzake openbaarmaking en overmaking aan de [2 FSMA]2 vastgesteld voor informatie betreffende de emittenten bedoeld in § 3 geheel of gedeeltelijk toepasselijk maken voor informatie betreffende andere emittenten dan die bedoeld in § 3 [6 waarvan effecten uitsluitend zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt]6 en die moet worden openbaar gemaakt uit hoofde van de nationale wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2004/109/EG.
  [6 § 5bis. Op advies van de FSMA kan de Koning voor andere emittenten dan die bedoeld in § 3 waarvan de statutaire zetel in België gelegen is maar waarvan effecten uitsluitend tot de verhandeling op een of meer buitenlandse gereglementeerde markten zijn toegelaten, regels bepalen voor de kennisgeving aan de FSMA van de lidstaat van herkomst in de zin van Richtlijn 2004/109/EG.]6
  § 6. Op advies van de [2 FSMA]2 kan de Koning, in voorkomend geval onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de toepassing van dit artikel geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot en sommige bepalingen van de met toepassing ervan getroffen besluiten geheel of gedeeltelijk toepasselijk maken op emittenten waarvan financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of daarop worden verhandeld. De Koning kan daarbij de regels van dit artikel of van de met toepassing ervan getroffen besluiten aanpassen aan de specificiteit van de betrokken MTF.
  De Koning kan bij de uitoefening van deze machtiging, in voorkomend geval, regels bepalen voor bepaalde types van emittenten, voor bepaalde types van MTF's of voor door Hem aangeduide MTF's.
  § 7. Op advies van de [2 FSMA]2 kan de Koning bepalen dat een emittent naar Belgisch recht waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bepaalde inlichtingen, die inzonderheid betrekking hebben op zijn bescherming tegen een openbaar overnamebod, moet bekend maken in zijn jaarverslag bedoeld [10 in de artikelen 3:5 en 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]10 en dat het bestuursorgaan van de betrokken vennootschap dienaangaande een toelichtend verslag voorlegt aan de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.
  § 8. [4 Het openbaar ministerie stelt de FSMA in kennis van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader [9 van een procedure van gerechtelijke reorganisatie]9 met betrekking tot een emittent waarvan financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt.
   De griffier van de [8 ondernemingsrechtbank]8 stelt de FSMA zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uren in kennis van elke indiening van een verzoekschrift tot aanvraag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door een emittent als bedoeld in het eerste lid, van elke beslissing tot faillietverklaring die de rechtbank neemt met betrekking tot zo een emittent, van elke beslissing die de voorzitter van de rechtbank met betrekking tot zo een emittent neemt in het kader van artikel [9 XX.32, § 1, van het Wetboek van economisch recht]9 en van elke beslissing die de rechtbank op verslag van de gedelegeerd rechter of op verzoek of dagvaarding van het openbaar ministerie met betrekking tot zo een emittent neemt in het kader [9 van een procedure van gerechtelijke reorganisatie]9.
   Het eerste en het tweede lid laten de verplichtingen van de emittenten inzake informatieverstrekking aan het publiek onverlet.]4

  
Art.10. <L 2007-05-02/31, art. 42, 029; En vigueur : 01-01-2008> § 1er. [5 ...]5
  § 2. Le Roi, sur avis de la [2 FSMA]2, définit :
  1° les obligations qui incombent aux [6 émetteurs de valeurs mobilières admises à la négociation sur un marché réglementé]6 vises au § 3 ainsi que, le cas échéant, à toute autre personne qui, sans autorisation de l'émetteur, a demandé l'admission à la négociation sur un marché réglementé, en matière d'informations à fournir au public :
  a) de manière périodique sur leurs activités et résultats;
  b) [6 sans délai, quant aux modifications directes et indirectes des droits liés aux valeurs mobilières ou aux instruments financiers qui en sont dérivés;]6
  2° [6 les autres obligations des émetteurs ou des autres personnes visés au 1°, à l'égard des détenteurs de valeurs mobilières, en raison, spécifiquement, de l'admission de ces valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, notamment en vue d'assurer un traitement égal des détenteurs qui se trouvent dans des conditions identiques et de leur permettre d'exercer les droits conférés par les valeurs mobilières en question;]6
  3° les possibilités des émetteurs visés au 1° à l'égard des [6 détenteurs de valeurs mobilières]6 en matière d'envoi des informations par voie électronique et, dans des cas particuliers, de détermination du lieu de réunion de l'assemblée générale;
  4° [6 les obligations spécifiques qui incombent aux émetteurs visés au 1° sur le plan de l'information financière à fournir au public, ainsi que sur le plan de l'information similaire à l'information financière à fournir au public;]6
  [10 4° bis les obligations spécifiques qui incombent aux émetteurs visés au 1° sur le plan de l'information en matière de durabilité à fournir au public;]10
  5° les modalités et délais de publication, de transmission a la [2 FSMA]2 et de stockage des informations visées aux 1° et 2°, en ce compris les normes minimales auxquelles doivent répondre le ou les mécanismes de stockage;
  6° sans préjudice des articles 33 et suivants, les règles relatives au contrôle par la [2 FSMA]2 - en ce compris les pouvoirs et les mesures possibles - du respect des [6 alinéas 3, 4 et 6]6 [10 , des règles arrêtées en application du présent alinéa, 1° à 5°, ainsi que des obligations d'informations établies conformément à l'article 8 du Règlement 2020/852, et notamment aux spécifications prévues dans le règlement délégué 2021/2178]10, et notamment les conditions dans lesquelles, en cas de défaut d'un émetteur ou d'une autre personne visés au 1°, la [2 FSMA]2 peut :
  a) elle-même procéder, aux frais de l'émetteur ou de cette autre personne, à la publication de certaines informations; ou
  b) elle-même rendre public que l'émetteur ou cette autre personne ne remplit pas ses obligations;
  [10 7° les modalités de transfert, par la FSMA à l'ESMA, des informations qu'Il détermine, en vue de les rendre accessibles sur le point d'accès unique (ESAP).]10
  Les dispositions arrêtées en exécution de l'alinéa 1er, 4°, ne portent pas préjudice aux compétences réglementaires dévolues aux ministres ayant dans leurs attributions l'Economie, la Justice et les Classes moyennes, ni à la compétence d'avis de la Commission des normes comptables.
  [6 Si leurs valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé belge,]6 [7 les émetteurs visés au § 3]7 publient [7 les informations visées à l'alinéa 1er et les informations privilégiées]7 en français ou en néerlandais, dans le respect des règles de droit belge éventuellement en vigueur, ou, si ces règles ne sont pas applicables, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
  [6 Si leurs valeurs mobilières ne sont pas admises à la négociation sur un marché réglementé belge,]6 ou si seuls des titres de créance d'une valeur nominale unitaire d'au moins [3 100 000 euros]3 sont admis à la négociation sur un marché réglementé, les émetteurs vises au § 3 publient [7 les informations visées à l'alinéa 1er et les informations privilégiées]7, par dérogation à l'alinéa précédent, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
  [3 La dérogation visée à l'alinéa précédent s'applique également aux titres de créance d'une valeur nominale unitaire d'au moins 50 000 euros qui étaient déjà admis à la négociation sur un marché réglementé avant le 31 décembre 2010, et ce pour la durée de ces titres de créance.]3
  [6 Lorsque des valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé sans l'autorisation de l'émetteur,]6 les obligations prévues aux alinéas 3 et 4 incombent non pas à l'émetteur, mais à la personne qui a demandé cette admission sans l'autorisation de l'émetteur.
  § 3. [6 Les émetteurs visés au § 2, alinéa 1er, 1°, sont :
   1° s'il s'agit d'émetteurs d'actions ou d'émetteurs de titres de créance d'une valeur nominale unitaire inférieure à 1 000 euros :
   a) des émetteurs ayant leur siège statutaire en Belgique; ou
   b) des émetteurs qui ont leur siège statutaire dans un Etat non membre de l'Espace économique européen et qui ont choisi la Belgique comme Etat membre d'origine parmi les Etats membres dans lesquels leurs valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé;
   2° pour les émetteurs ne relevant pas du 1°, les émetteurs qui ont choisi la Belgique comme Etat membre d'origine entre l'Etat membre de l'Espace économique européen où ils ont le cas échéant leur siège statutaire et les Etats membres dans lesquels leurs valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé, étant entendu que l'émetteur ne peut choisir qu'un seul de ces Etats membres comme Etat membre d'origine;
   3° les émetteurs dont la Belgique est l'Etat membre d'origine conformément au § 3bis.
   Pour un émetteur visé à l'alinéa 1er, 1°, b), qui a choisi la Belgique comme Etat membre d'origine, la Belgique reste l'Etat membre d'origine, sauf si ses valeurs mobilières ne sont plus admises à la négociation sur un marché réglementé belge et qu'il a choisi un autre Etat membre d'origine parmi les autres Etats membres dans lesquels ses valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé, qu'il a rendu ce choix public et qu'il l'a communiqué, par voie électronique, à la FSMA.
   Pour un émetteur visé à l'alinéa 1er, 2°, qui a choisi la Belgique comme Etat membre d'origine, ce choix demeure valable au moins trois ans, sauf :
   1° si ses valeurs mobilières ne sont plus admises à la négociation sur un marché réglementé; ou
   2° si, au cours de cette période de trois ans, ses valeurs mobilières ne sont plus admises à la négociation sur un marché réglementé belge et qu'il a choisi un autre Etat membre d'origine parmi les autres Etats membres dans lesquels ses valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé et, le cas échéant, l'Etat membre dans lequel il a son siège statutaire, qu'il a rendu ce choix public et qu'il l'a communiqué à la FSMA; ou
   3° si, au cours de cette période de trois ans, l'émetteur est entré dans le champ d'application de l'alinéa 1er, 1°, et, à la suite de ce changement, s'est vu attribuer ou a choisi un autre Etat membre d'origine, qu'il a rendu cette information publique et qu'il l'a communiquée, par voie électronique, à la FSMA.]6

  [6 § 3bis. Pour les émetteurs dont les valeurs mobilières sont, exclusivement ou non, admises à la négociation sur un marché réglementé belge et qui ne rendent pas public le choix de leur Etat membre d'origine dans un délai de trois mois à compter de la date à laquelle leurs valeurs mobilières ont été admises pour la première fois à la négociation sur un marché réglementé, la Belgique sera, jusqu'au moment où ils auront choisi un Etat membre d'origine unique et rendu ce choix public :
   (i) l'Etat membre d'origine si les valeurs mobilières sont exclusivement admises à la négociation sur un marché réglementé belge;
   (ii) l'un des Etats membres d'origine si les valeurs mobilières ne sont pas exclusivement admises à la négociation sur un marché réglementé belge.]6

  § 4. Pour l'application du § 2, alinéa 4, et du [6 § 3, alinéa 1er, 1°]6, il y a lieu d'entendre par "titres de créance" : les obligations et autres formes de créances titrisées négociables, à l'exception des titres équivalents à des actions ou qui, à la suite de leur conversion ou de l'exercice des droits qu'ils confèrent, donnent le droit d'acquérir des actions ou des titres équivalents à des actions.
  Pour l'application du § 2, alinéa 4, les titres de créance libellés dans une monnaie autre que l'euro sont assimilés à des titres de créance d'une valeur nominale unitaire d'au moins [3 100 000 euros]3 lorsque la contre-valeur de la valeur nominale unitaire a la date d'émission est équivalente à au moins [3 100 000 euros]3.
  [3 Pour l'application du § 2, alinéa 5, les titres de créance libellés dans une monnaie autre que l'euro sont assimilés à des titres de créance d'une valeur nominale unitaire d'au moins 50 000 euros lorsque la contre-valeur de la valeur nominale unitaire à la date d'émission est équivalente à au moins 50 000 euros.]3
  Pour l'application du [6 § 3, alinéa 1er, 1°]6, les titres de créance libellés dans une monnaie autre que l'euro sont assimilés à des titres de créance d'une valeur nominale unitaire inférieure à 1.000 euros lorsque la contre-valeur de la valeur nominale unitaire à la date d'émission est inférieure ou presque équivalente à 1.000 euros.
  [6 Pour l'application du § 3, le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir la procédure selon laquelle un émetteur rend publique l'identité de son Etat membre d'origine et communique celle-ci aux autorités de contrôle des Etats membres concernés.]6
  [6 Aux fins du contrôle du respect du présent article et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, en ce compris la prise de mesures et sanctions en cas d'infraction, les références faites dans les dispositions de la présente loi aux personnes ou aux personnes morales s'entendent comme couvrant également les entreprises enregistrées sans personnalité juridique et les trusts.]6
  § 5. [6 Le Roi, sur avis de la FSMA, peut, pour d'autres émetteurs que ceux visés au § 3 dont les valeurs mobilières sont, exclusivement ou non, admises à la négociation sur un marché réglementé belge :
   1° arrêter des règles concernant la communication à la FSMA de l'identité de l'Etat membre d'origine au sens de la directive 2004/109/CE;
   2° arrêter des règles portant sur la coopération de la FSMA avec l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine;
   3° préciser les conditions dans lesquelles la FSMA peut prendre des mesures conservatoires;
   4° déterminer les mesures conservatoires que la FSMA peut plus particulièrement prendre.]6

  Les informations relatives aux émetteurs visés à l'alinéa 1er sont publiées en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
  Le Roi, sur avis de la [2 FSMA]2, peut rendre les règles en matière de publication et de transmission à la [2 FSMA]2 prévues pour les informations relatives aux émetteurs visés au § 3, applicables en tout ou en partie aux informations qui concernent d'autres émetteurs que ceux visés au § 3 [6 dont les valeurs mobilières sont exclusivement admises à la négociation sur un marché réglementé belge]6 et qui doivent être publiées en vertu de la législation nationale adoptée aux fins de la transposition de la directive 2004/109/CE.
  [6 § 5bis. Le Roi, sur avis de la FSMA, peut, pour d'autres émetteurs que ceux visés au § 3 dont le siège statutaire est établi en Belgique mais dont les valeurs mobilières sont exclusivement admises à la négociation sur un ou plusieurs marchés réglementés étrangers, arrêter des règles concernant la communication à la FSMA de l'identité de l'Etat membre d'origine au sens de la directive 2004/109/CE.]6
  § 6. Sur avis de la [2 FSMA]2, le Roi peut, le cas échéant aux conditions qu'Il définit, étendre en tout ou en partie l'application du présent article et rendre certaines dispositions des arrêtés pris en exécution du présent article applicables en tout ou en partie aux émetteurs dont les instruments financiers sont admis à la négociation sur un MTF ou y sont négociés. Le Roi peut, dans ce cadre, adapter les règles du présent article ou des arrêtés pris pour son exécution, en fonction des spécificités du MTF concerné.
  Le cas échéant, le Roi peut, dans l'exercice de cette habilitation, définir des règles pour certains types d'émetteurs, pour certains types de MTF ou pour les MTF déterminés qu'Il désigne.
  § 7. Le Roi peut, sur avis de la [2 FSMA]2, prévoir qu'un émetteur de droit belge dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un marché réglementé, est tenu de rendre publiques certaines informations, concernant notamment les mécanismes de défense mis en place contre une offre publique d'acquisition, dans son rapport annuel visé [10 aux articles 3:5 et 3:32 du Code des sociétés et des associations]10, et que l'organe d'administration de la société concernée présente à ce sujet un rapport explicatif à l'assemblée générale annuelle des actionnaires.
  § 8. [4 Le ministère public informe la FSMA de toute citation qu'il lance, en vue d'une déclaration de faillite ou dans le cadre [9 d'une procédure en réorganisation judiciaire]9, à l'égard d'un émetteur dont les instruments financiers sont admis à la négociation sur un marché réglementé belge ou étranger.
   Le greffier du [8 tribunal de l'entreprise]8 informe la FSMA, le plus rapidement possible et au plus tard dans les vingt-quatre heures, de toute requête visant l'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire déposée par un émetteur visé à l'alinéa 1er, de toute décision de déclaration de faillite prise par le tribunal à l'égard d'un tel émetteur, de toute décision prise par le président du tribunal à l'égard d'un tel émetteur dans le cadre de l'article [9 XX.32, § 1er, du Code de droit économique]9, et de toute décision prise par le tribunal sur rapport du juge délégué ou sur requête ou citation du ministère public à l'égard d'un tel émetteur dans le cadre [9 d'une procédure en réorganisation judiciaire]9.
   Les alinéas 1er et 2 ne portent pas préjudice aux obligations des émetteurs en matière d'informations à fournir au public.]4

  
Afdeling 2.
Section 2.
Afdeling 3.
Section 3.
Afdeling 4.
Section 4.
Afdeling 5. - Effectenmakelaars
Section 5. - Agents de change.
Afdeling 5bis. [1 Codificatie van in België uitgegeven financiële instrumenten]1
Section 5bis. [1 Codification des instruments fianciers émis en Belgique]1
Art. 21bis. [1 De Minister van Financiën duidt de instelling aan die ermee wordt belast de codificatie van de in België uitgegeven financiële instrumenten te verzekeren.
   Elke wettelijke of reglementaire bepaling die rechtstreeks of onrechtstreeks verwijst naar de instelling die ermee wordt belast de codificatie van de in België uitgegeven financiële instrumenten te verzekeren, moet worden verstaan als verwijzend naar de in het vorige lid bedoelde instelling. Deze instelling volgt van rechtswege elke andere instelling op waarnaar eventueel wordt verwezen.]1

  
Art. 21bis. [1 Le Ministre des Finances désigne l'organisme chargé d'assurer l'activité de codification des instruments financiers émis en Belgique.
   Toute disposition légale ou réglementaire faisant directement ou indirectement référence à l'organisme chargé d'assurer l'activité de codification des instruments financiers émis en Belgique doit être entendue comme faisant référence à l'organisme visé à l'alinéa précédent. Celui-ci succède de plein droit à tout autre organisme auquel il est éventuellement fait référence.]1

  
Afdeling 6. [1 Centrale effectenbewaarinstellingen en centrale tegenpartijen - Bepalingen over het toezicht op de financiële en niet-financiële tegenpartijen krachtens Verordeningen 648/2012 en 2015/2365 en bepalingen over effectenafwikkeling krachtens Verordening 909/2014]1.
Section 6. [1 Dépositaires centraux de titres et contreparties centrales - Dispositions relatives au contrôle des contreparties financières et non financières en vertu des Règlements 648/2012 et 2015/2365 et dispositions relatives au règlement de titres en vertu du Règlement 909/2014"]1
Art.22. [1 § 1. Wanneer de Bank een vergunning verleent aan een centrale tegenpartij overeenkomstig artikel 36/25, § 3, van de organieke wet van de Bank, stelt zij de FSMA in het bezit van de informatie als bedoeld in artikel 17, lid 2, van Verordering 648/2012 die nuttig is voor de uitoefening van haar bevoegdheden, en stelt zij haar in kennis van alle daarin aangebrachte wijzigingen die haar later zouden worden meegedeeld.
   § 2. Het advies van de FSMA als bedoeld in artikel 36/25, § 3, van de organieke wet van de Bank heeft betrekking op :
   a) het passend karakter van de organisatie van de centrale tegenpartij, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 1° en 3°, en § 2;
   b) het passend karakter van het integriteitsbeleid van de centrale tegenpartij, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 1° en 3°, en § 2;
   c) de professionele betrouwbaarheid van de natuurlijke personen die lid zijn van het wettelijk bestuursorgaan van de centrale tegenpartij, van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de natuurlijke personen die belast zijn met de effectieve leiding, indien zij voor het eerst voor een dergelijke functie worden voorgedragen bij een financiële onderneming die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998 onder het toezicht staan van de Bank.
   De FSMA verstrekt haar advies uiterlijk binnen een maand na ontvangst van de adviesaanvraag, op grond van de informatie als bedoeld in het eerste paragraaf. Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als positief advies.
   Indien de Bank geen rekening houdt met het advies van de FSMA over de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden, wordt dat met de redenen voor de afwijking vermeld in de motivering van de beslissing over de vergunningsaanvraag. Het advies van de FSMA over de punten a) en b) van het eerste lid, wordt bij de kennisgeving van de beslissing over de vergunningsaanvraag gevoegd als bedoeld in artikel 17, lid 2, van Verordering 648/2012.
   § 3. De FSMA neemt deel aan het college als bedoeld in artikel 18 van Verordering 648/2012. Het advies dat binnen het college wordt verstrekt doet geen afbreuk aan de adviesbevoegdheid van de FSMA krachtens artikel 36/25, § 3 van de organieke wet van de Bank.
   § 4. De FSMA is op basis van haar bevoegdheden betrokken bij de toetsing en de evaluatie als bedoeld in artikel 21 van Verordering 648/2012.
   § 5. De FSMA houdt op basis van haar bevoegdheden toezicht op de in België gevestigde centrale tegenpartijen. Onverminderd de bevoegdheden waarover de Bank beschikt krachtens artikel 36/25, § 4, van de organieke wet van de Bank, ziet de FSMA in het bijzonder toe op de naleving door de in België gevestigde centrale tegenpartijen, van artikel 33 van Hoofdstuk I van Titel IV van Verordering 648/2012, van Hoofdstuk II van Titel IV van Verordering 648/2012 en van artikel 48 van Verordering 648/2012, in de mate dat de bescherming van de activa en posities van de clearingleden en van de cliënten betrokken is.
   § 6. Overeenkomstig artikel 29, lid 3, van Verordering 648/2012, stelt een centrale tegenpartij de informatie als bedoeld in lid 1 en 2 van het voornoemde artikel 29 ter beschikking van de FSMA indien deze laatste daarom verzoekt.
   § 7. Wanneer een centrale tegenpartij de Bank in kennis stelt van een wijziging in haar management, overeenkomstig artikel 31, lid 1, van Verordering 648/2012, raadpleegt de Bank de FSMA om haar in staat te stellen de professionele betrouwbaarheid te beoordelen van de leden van het wettelijk bestuursorgaan van de centrale tegenpartij, en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen die belast zijn met de effectieve leiding, indien zij voor het eerst voor een dergelijke functie worden voorgedragen bij een financiële onderneming die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998 onder het toezicht staan van de Bank.]1

  
Art.22. [1 § 1er. Lorsqu'elle agrée une contrepartie centrale conformément à l'article 36/25, § 3, de la loi organique de la Banque, cette dernière met à disposition de la FSMA les informations visées à l'article 17, paragraphe 2 du Règlement 648/2012 qui sont utiles pour l'exercice de ses compétences ainsi que toute modification apportée à ces informations qui lui seraient ultérieurement communiquées.
   § 2. L'avis de la FSMA visé à l'article 36/25, § 3, de la loi organique de la Banque porte sur :
   a) le caractère adéquat de l'organisation de la contrepartie centrale, sous l'angle du respect des règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 1° et 3°, et § 2;
   b) le caractère adéquat de la politique d'intégrité de la contrepartie centrale, sous l'angle du respect des règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 1° et 3°, et § 2;
   c) l'honorabilité professionnelle des personnes physiques appelées à être membres de l'organe légal d'administration de la contrepartie centrale, du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, des personnes physiques appelées à être chargées de la direction effective, si ces personnes sont proposées pour la première fois pour une telle fonction dans une entreprise financière contrôlée par la Banque par application de l'article 36/2 de la loi du 22 février 1998.
   La FSMA rend son avis au plus tard dans le mois de la réception de la demande d'avis sur la base des informations visées au paragraphe 1er. L'absence d'avis dans ce délai est considérée comme un avis positif.
   Si la Banque ne tient pas compte de l'avis de la FSMA sur les questions susvisées à l'alinéa 1er, elle en fait état et en mentionne les raisons dans la motivation de la décision relative à la demande d'agrément. L'avis de la FSMA relatifs aux points a) et b) de l'alinéa 1er est joint à la notification de la décision relative à la demande d'agrément visée à l'article 17, paragraphe 2 du Règlement 648/2012.
   § 3. La FSMA participe au collège visé à l'article 18 du Règlement 648/2012. L'avis rendu au sein du collège ne porte pas préjudice à la compétence d'avis de la FSMA en vertu de l'article 36/25, § 3, de la loi organique de la Banque.
   § 4. La FSMA est associée sous l'angle de ses compétences au réexamen et à l'évaluation visée à l'article 21 du Règlement 648/2012.
   § 5. La FSMA contrôle et surveille sous l'angle de ses compétences les contreparties centrales établies en Belgique. En particulier, sans préjudice des compétences de la Banque en vertu de l'article 36/25, § 4 de la loi organique de la Banque, la FSMA veille au respect par les contreparties centrales établies en Belgique de l'article 33 du Chapitre I du Titre IV du Règlement 648/2012, du Chapitre II du Titre IV du Règlement 648/2012 ainsi que de l'article 48 du Règlement 648/2012 dans la mesure où la protection des actifs et positions des membres compensateurs et des clients est concernée.
   § 6. Conformément à l'article 29, paragraphe 3, du Règlement 648/2012, une contrepartie centrale met à la disposition de la FSMA, sur demande, les informations visées aux paragraphes 1 et 2 de l'article 29 précité.
   § 7. Lorsqu'une contrepartie centrale informe la Banque d'un changement au niveau de ses instances dirigeantes conformément à l'article 31, paragraphe 1er du Règlement 648/2012, la Banque consulte la FSMA afin de lui permettre d'évaluer l'honorabilité professionnelle des membres de l'organe légal d'administration de la contrepartie centrale et des membres du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, des personnes chargées de la direction effective, si ces personnes sont proposées pour la première fois pour une telle fonction dans une entreprise financière contrôlée par la Banque par application de l'article 36/2 de la loi du 22 février 1998.]1

  
Art. 22bis. [1 § 1. De FSMA is bevoegd om toe te zien op de naleving van Titel II van Verordering 648/2012 [3 en van de artikelen 4 en 15 van Verordening 2015/2365]3 door de financiële en niet-financiële tegenpartijen die niet onder het toezicht staan van de Bank krachtens artikel 36/25bis van de organieke wet van de Bank [5 , of van de CDZ krachtens de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen]5.]1
  [2 Onverminderd paragrafen 2 en 3 kan de FSMA de bedrijfsrevisoren die in het openbaar register van het Instituut van de bedrijfsrevisoren zijn ingeschreven, om bijstand vragen bij de uitvoering van haar opdracht als bedoeld in het eerste lid [3 in verband met de naleving van Titel II van Verordening 648/2012]3, inclusief bij de identificatie van de niet-financiële tegenpartijen die aan de bepalingen van Verordening 648/2012 zijn onderworpen.]2
  [2 § 2. [4 Onverminderd artikel 34, § 1, 1°, c), bezorgen de commissarissen belast met de controle van de jaarrekening van de niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de in het tweede lid bedoelde criteria, haar, op kosten van die ondernemingen, bijzondere verslagen over de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit Verordening 648/2012.
   De FSMA bepaalt bij reglement:
   1° de gevallen waarin de verplichting geldt om haar voornoemde bijzondere verslagen te bezorgen;
   2° de frequentie waarmee haar die bijzondere verslagen moeten worden bezorgd; en
   3° de gevallen waarin die frequentie, in voorkomend geval, kan worden verlaagd of verhoogd, overeenkomstig een risicogebaseerde benadering. Het reglement houdt daarbij onder meer rekening met de omvang van de derivatenactiviteiten van de niet-financiële tegenpartij, het risicoprofiel van die activiteiten, het bestaan van door de commissaris of de FSMA in een vorig boekjaar vastgestelde inbreuken of geformuleerde opmerkingen, de benoeming van een nieuwe commissaris of het feit dat het om een niet-financiële tegenpartij gaat die voor het eerst aan een van voornoemde criteria voldoet, waardoor de verplichting geldt om de FSMA bijzondere verslagen te bezorgen, of waarvan de organisatie een belangrijke verandering heeft ondergaan.]4

   De commissarissen bezorgen de leiders van de niet-financiële tegenpartijen de verslagen die zij conform deze paragraaf aan de FSMA overleggen.
   De in dit artikel geviseerde reglementen worden genomen conform artikel 64.]2

  [2 § 3. De bedrijfsrevisoren die, bij de uitoefening van hun werkzaamheden als commissaris bij niet-financiële tegenpartijen die onder het toezicht van de FSMA staan [6 overeenkomstig de artikelen 3:58 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]6, kennis krijgen van beslissingen of feiten die op een overtreding van de bepalingen van Verordening 648/2012 kunnen wijzen, informeren de leiders van de betrokken niet-financiële tegenpartij daarvan op omstandige wijze. Indien de niet-financiële tegenpartij binnen drie maanden na voornoemde informatieverstrekking niet de nodige maatregelen heeft genomen om zich aan de betrokken regels te conformeren, brengen de bedrijfsrevisoren op eigen initiatief de FSMA schriftelijk op de hoogte.
   Tegen bedrijfsrevisoren die de FSMA de in het vorige lid bedoelde informatie te goeder trouw hebben verstrekt, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.]2

  [3 § 4. Voor de uitoefening van de in paragraaf 1 bedoelde opdracht kan de FSMA :
   1° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34 en 35 uitoefenen ten aanzien van alle natuurlijke of rechtspersonen;
   2° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79 tot 85 uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen bedoelde modaliteiten;
   De bepalingen van de artikelen 36, 36bis en 37 van deze wet zijn van toepassing in geval van niet-naleving van de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit Verordening 648/2012 en Verordening 2015/2365, en uit de bepalingen die op grond van of ter uitvoering van die verordeningen zijn vastgesteld, evenals in geval van inbreuk op de door de FSMA krachtens deze verordeningen genomen maatregelen, door de financiële en niet-financiële tegenpartijen die onder het toezicht van de FSMA staan krachtens paragraaf 1.]3

  
Art. 22bis. [1 § 1. La FSMA est compétente pour veiller au respect du Titre II du Règlement 648/2012 [3 et des articles 4 et 15 du Règlement 2015/2365]3 par les contreparties financières et non financières qui ne relèvent pas du contrôle de la Banque en vertu de l'article 36/25bis de la loi organique de la Banque [5 ni de celui de l'OCM conformément à la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités]5.]1
   [2 Sans préjudice des paragraphes 2 et 3, la FSMA peut, pour l'exercice de sa mission visée à l'alinéa 1er [3 relative au respect du Titre II du Règlement 648/2012]3, demander l'assistance des réviseurs d'entreprises inscrits au registre public de l'Institut des Réviseurs d'Entreprises, en ce compris pour identifier les contreparties non financières soumises aux dispositions du Règlement 648/2012.]2
   [2 § 2. [4 Sans préjudice de l'article 34, § 1er, 1°, c), les commissaires chargés du contrôle des états financiers des contreparties non financières qui répondent aux critères visés à l'alinéa 2, lui remettent, aux frais de ces entreprises, des rapports spéciaux sur le respect des obligations issues du Règlement 648/2012.
   La FSMA définit, par règlement :
   1° les cas dans lesquels l'obligation de remettre les rapports spéciaux précités s'applique;
   2° la fréquence de ces rapports spéciaux; et
   3° les cas dans lesquels la fréquence des rapports peut le cas échéant être réduite ou augmentée, conformément à une approche basée sur les risques. A cet égard, le règlement prend notamment en compte l'importance de l'activité en dérivés de la contrepartie non-financière, du profil de risque de cette activité, l'existence de manquements constatés ou de remarques formulées par le commissaire ou la FSMA au cours d'un exercice précédent, la désignation d'un nouveau commissaire ou le fait qu'il s'agisse d'une contrepartie non-financière qui est soumise pour la première fois aux dispositions du Règlement 648/2012 ou dont l'organisation a connu un changement significatif.]4

   Les commissaires communiquent aux dirigeants des contreparties non financières les rapports qu'ils adressent à la FSMA conformément au présent paragraphe.
   Les règlements visés au présent article sont pris conformément à l'article 64.]2

   [2 § 3. Les réviseurs d'entreprises qui, dans l'exercice de leurs fonctions de commissaire auprès de contreparties non financières qui relèvent du contrôle de la FSMA [6 conformément aux articles 3:58 et suivants du Code des sociétés et des associations]6, constatent des décisions ou des faits qui peuvent constituer une violation des dispositions du Règlement 648/2012, en informent de manière circonstanciée les dirigeants de la contrepartie non financière. Si dans un délai de trois mois à dater de cette information, la contrepartie non financière ne prend pas les mesures nécessaires pour se conformer aux règles concernées, les réviseurs d'entreprises en informent d'initiative, par écrit, la FSMA.
   Aucune action civile, pénale ou disciplinaire ne peut être intentée ni aucune sanction disciplinaire prononcée contre les réviseurs d'entreprises qui ont transmis de bonne foi à la FSMA une information visée à l'alinéa précédent.]2

  [3 § 4. Aux fins de s'acquitter des missions visées au paragraphe 1er, la FSMA peut :
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 à l'égard de toutes personnes physiques ou morales;
   2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85 selon les modalités prévues par ces articles;
   Les dispositions des articles 36, 36bis et 37 de la présente loi sont applicables en cas de non-respect des obligations et interdictions qui découlent du Règlement 648/2012 et du Règlement 2015/2365 et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ceux-ci, ainsi qu'en cas d'infraction aux mesures prises par la FSMA en vertu de ceux-ci par les contreparties financières et non financières qui relèvent du contrôle de la FSMA en vertu du paragraphe 1er.]3

  
Art. 22quater. [1 De FSMA is bevoegd voor de uitvoering van de specifieke toezichtstaken die ESMA kan delegeren overeenkomstig artikel 74 van Verordering 648/2012 [2 en artikel 9, lid 1, van Verordening 2015/2365]2.]1
  
Art. 22quater. [1 La FSMA est compétente pour exécuter les tâches spécifiques de surveillance que peut déléguer l'ESMA conformément à l'article 74 du Règlement 648/201 [2 et à l'article 9, § 1er du Règlement 2015/2365]2].-1
  
Art. 23bis. [1 § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de Bank krachtens de artikelen 8 en 36/26/1 van de organieke wet van de Bank en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, houdt de FSMA toezicht op de in België gevestigde centrale effectenbewaarinstellingen, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, 1°, en vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de deelnemers en hun cliënten moeten waarborgen.
   Handelend vanuit het oogpunt van deze bevoegdheden, houdt de FSMA toezicht op de naleving door de in België gevestigde centrale effectenbewaarinstellingen van de artikelen 26, lid 3, 29, 32 tot 35, 38, 49 en 53, van Verordening 909/2014.
   § 2. De Bank stelt de gegevens bedoeld in artikel 17, lid 2, van Verordening 909/2014 en de eventuele wijzigingen daarin ter beschikking van de FSMA, om haar in staat te stellen de in paragraaf 1 bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.
   § 3. Bij de vergunningverlening aan een centrale effectenbewaarinstelling overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van Verordening 909/2014, wint de Bank het advies in van de FSMA.
   De Bank wint het advies van de FSMA ook in wanneer zij in kennis wordt gesteld van wijzigingen die van invloed zijn op de naleving van de vergunningsvoorwaarden overeenkomstig artikel 16, lid 4, van Verordening 909/2014, en wanneer zij overgaat tot de in artikel 22 van Verordening 909/2014 bedoelde toetsing en evaluatie.
   Het advies van de FSMA betreft de aspecten die onder haar bevoegdheden vallen zoals bepaalt in de eerste paragraaf, en vanuit dat oogpunt met name het passend karakter van de organisatie van de centrale effectenbewaarinstelling, en de door de centrale effectenbewaarinstelling uitgewerkte beleidslijnen en procedures om zich te conformeren aan Verordening 909/2014.
   Het advies van de FSMA betreft ook de professionele betrouwbaarheid van de natuurlijke personen die lid zijn van het wettelijk bestuursorgaan van de centrale effectenbewaarinstelling, van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de natuurlijke personen die belast zijn met de effectieve leiding, indien zij voor het eerst voor een dergelijke functie worden voorgedragen bij een financiële onderneming die, met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998, onder het toezicht van de Bank staat.
   § 4. De Bank raadpleegt de FSMA eveneens, overeenkomstig paragraaf 3 wanneer zij een vergunningsaanvraag ontvangt in verband met een uitbreiding van activiteiten of een uitbesteding van een kerndienst aan een derde overeenkomstig artikel 19 van Verordening 909/2014.
   Wanneer de aanvraag tot uitbreiding van activiteiten ertoe strekt een interoperabele koppeling in te stellen, inclusief die met de centrale bewaarinstellingen van derde landen, betreft het advies van de FSMA de risico's die deze koppeling zou kunnen inhouden voor de soepele en ordelijke werking van de financiële markten in de zin van artikel 19, lid 4, van Verordening 909/2014.
   § 5. De FSMA verstrekt haar advies uiterlijk binnen dezelfde termijn als die voorgeschreven door artikel 17, lid 4, van Verordening 909/2014 voor de betrokken autoriteiten. Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als positief advies.
   Indien de Bank geen rekening houdt met het advies van de FSMA, wordt dat met de redenen voor de afwijking vermeld in de motivering van haar beslissing over de vergunningsaanvraag. Met uitzondering van het advies als bedoeld in paragraaf 3, vierde lid, wordt het advies van de FSMA bij de kennisgeving van de beslissing over de vergunningsaanvraag als bedoeld in artikel 17, lid 8, of artikel 19, lid 2, van Verordening 909/2014 gevoegd.
   § 6. De Bank wint het advies van de FSMA ook in, volgens dezelfde modaliteiten als vermeld in de vorige paragrafen, wanneer zij voornemens is om de vergunning van een centrale effectenbewaarinstelling in te trekken overeenkomstig artikel 20 van Verordening 909/2014.
   § 7. Wanneer een centrale effectenbewaarinstelling die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de EER, voornemens is in België een bijkantoor te openen, of de in de punten 1 en 2 van Afdeling A van de Bijlage bij Verordening 909/2014 bedoelde diensten te verrichten, met betrekking tot financiële instrumenten waarvan de uitgifte door het Belgisch recht wordt beheerst, stelt de Bank de gegevens bedoeld in artikel 23, lid 3, van Verordening 909/2014 en de eventuele wijzigingen daarin ter beschikking van de FSMA, om haar in staat te stellen de in de vorige paragrafen omschreven bevoegdheden uit te oefenen.
   Overeenkomstig artikel 23, lid 6, a), van Verordening 909/2014 wint de Bank het advies van de FSMA in voor de goedkeuring van de in artikel 23, lid 3, e), van diezelfde Verordening bedoelde toelichting.
   § 8. Wanneer een centrale effectenbewaarinstelling die ressorteert onder het recht van een derde Staat, voornemens is in België een bijkantoor te openen, of de in de punten 1 en 2 van Afdeling A van de Bijlage bij Verordening 909/2014 bedoelde diensten te verrichten, met betrekking tot financiële instrumenten waarvan de uitgifte door het Belgisch recht wordt beheerst, stelt de Bank de gegevens bedoeld in artikel 25, lid 6, van Verordening 909/2014 en de eventuele wijzigingen daarin ter beschikking van de FSMA, om haar in staat te stellen de in de vorige paragrafen omschreven bevoegdheden uit te oefenen.
   Overeenkomstig artikel 25, lid 6, derde alinea, van Verordening 909/2014 wint de Bank het advies van de FSMA in voor de evaluatie van de in artikel 25, lid 4, d), van diezelfde Verordening bedoelde bepalingen.
   § 9. De FSMA is bevoegd om toe te zien op de naleving van de artikelen 3, lid 1 en lid 2, eerste alinea, 5, lid 2, en 6, leden 1 en 2, van Titel II van Verordening 909/2014.
   Onverminderd de bevoegdheden van de Bank is de FSMA ook bevoegd om toe te zien op de naleving van de artikelen 6, leden 3 en 4, en 7, van Titel II van Verordening 909/2014."
   § 10. Voor de uitoefening van de in dit artikel bedoelde opdrachten, kan de FSMA :
   1° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34 en 35 uitoefenen ten aanzien van alle natuurlijke of rechtspersonen;
   2° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79 tot 85 uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen bedoelde modaliteiten.
   De bepalingen van de artikelen 36, 36bis en 37 van deze wet zijn van toepassing in geval van niet-naleving van de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit Verordening 909/2014, en uit de bepalingen die op grond van of ter uitvoering van die verordening zijn vastgesteld, evenals in geval van inbreuk op de door de FSMA krachtens die verordening genomen maatregelen. ]1

  
Art. 23bis. [1 § 1er. Sans préjudice des compétences de la Banque en vertu des articles 8 et 36/26/1 de la loi organique de la Banque et des arrêtés pris pour son exécution, la FSMA contrôle et surveille les dépositaires centraux de titres établis en Belgique, sous l'angle du respect des règles visées à l'article 45, § 1er, 1°, et sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des participants et de leurs clients.
   Sous cet angle, la FSMA veille au respect par les dépositaires centraux de titres établis en Belgique des articles 26, paragraphe 3, 29, 32 à 35, 38, 49 et 53 du Règlement 909/2014.
   § 2. La Banque met à la disposition de la FSMA les informations visées à l'article 17, paragraphe 2 du Règlement 909/2014, de manière à lui permettre d'exercer ses compétences visées au paragraphe 1er, ainsi que toutes modifications apportées à ces informations.
   § 3. Lorsqu'elle agrée un dépositaire central de titres conformément aux articles 16 et 17 du Règlement 909/2014, la Banque recueille l'avis de la FSMA.
   La Banque recueille également l'avis de la FSMA lorsqu'elle est informée de modifications ayant une incidence sur le respect des conditions régissant l'agrément conformément à l'article 16, paragraphe 4 du règlement 909/2014 et lorsqu'elle procède au réexamen et à l'évaluation visés à l'article 22 du Règlement 909/2014.
   L'avis de la FSMA porte sur les aspects relevant de ses compétences telles que définies au paragraphe 1er et notamment, sous cet angle, sur le caractère adéquat de l'organisation du dépositaire central de titres, et sur les politiques et les procédures adoptées par le dépositaire central de titres, pour se conformer au Règlement 909/2014.
   L'avis de la FSMA porte également sur l'honorabilité professionnelle des personnes physiques appelées à être membres de l'organe légal d'administration du dépositaire central de titres, du comité de direction ou, en l'absence de comité de direction, des personnes physiques appelées à être chargées de la direction effective, si ces personnes sont proposées pour la première fois pour une telle fonction dans une entreprise financière contrôlée par la Banque par application de l'article 36/2 de la loi du 22 février 1998.
   § 4. La Banque consulte également la FSMA conformément au paragraphe 3 lorsqu'elle est saisie d'une demande d'agrément d'une extension d'activités ou d'une externalisation d'un service de base auprès d'un tiers conformément à l'article 19 du Règlement 909/2014.
   Lorsque la demande d'extension des activités vise à la mise en place d'un lien interopérable, y compris avec des dépositaires centraux de pays tiers, l'avis de la FSMA porte sur la menace que ce lien serait susceptible de représenter pour le fonctionnement harmonieux et ordonné des marchés financiers au sens de l'article 19, paragraphe 4 du Règlement 909/2014.
   § 5. La FSMA rend son avis au plus tard dans le même délai que celui prescrit à l'article 17, paragraphe 4 du Règlement 909/2014 pour les autorités concernées. L'absence d'avis dans ce délai est considérée comme un avis positif.
   Si la Banque ne tient pas compte de l'avis de la FSMA, elle en fait état et en mentionne les raisons dans la motivation de la décision relative à la demande d'agrément. A l'exception de l'avis visé au paragraphe 3, alinéa 4, l'avis de la FSMA est joint à la notification de la décision relative à la demande d'agrément visée à l'article 17, paragraphe 8 ou à l'article 19, paragraphe 2 du Règlement 909/2014.
   § 6. La Banque recueille également l'avis de la FSMA, selon les mêmes modalités que celles décrites dans les paragraphes précédents, lorsqu'elle a l'intention de retirer l'agrément d'un dépositaire central de titres conformément à l'article 20 du Règlement 909/2014.
   § 7. Lorsqu'un dépositaire central de titres relevant du droit d'un autre Etat membre de l'EEE envisage d'établir une succursale en Belgique, ou de fournir les services visés à la Section A, points 1 et 2 de l'annexe du Règlement 909/2014, portant sur des instruments financiers constitués en vertu du droit belge, la Banque met à la disposition de la FSMA les informations visées à l'article 23, paragraphe 3 du Règlement 909/2014, de manière à lui permettre d'exercer ses compétences décrites dans les paragraphes précédents, ainsi que toute modification apportée à ces informations.
   Conformément à l'article 23, paragraphe 6, point a) du Règlement 909/2014, la Banque recueille l'avis de la FSMA pour l'approbation de l'évaluation visée à l'article 23, paragraphe 3, point e) de ce même règlement.
   § 8. Lorsqu'un dépositaire central de titres relevant du droit d'un Etat tiers envisage d'établir une succursale en Belgique, ou de fournir les services visés à la Section A, points 1 et 2 de l'annexe du Règlement 909/2014, portant sur des instruments financiers constitués en vertu du droit belge, la Banque met à la disposition de la FSMA les informations visées à l'article 25, paragraphe 6 du Règlement 909/2014, de manière à lui permettre d'exercer ses compétences décrites dans les paragraphes précédents, ainsi que toute modification apportée à ces informations.
   Conformément à l'article 25, paragraphe 6, alinéa 3 du Règlement 909/2014, la Banque recueille l'avis de la FSMA pour l'évaluation du respect des dispositions visées à l'article 25, paragraphe 4, point d) de ce même règlement.
   § 9. La FSMA est compétente pour veiller au respect des articles 3, §§ 1er et 2, alinéa 1er, 5, §§ 2 et 6, §§ 1er et 2 du Titre II du Règlement 909/2014.
   Sans préjudice des compétences de la Banque, la FSMA est également compétente pour veiller au respect des articles 6, §§ 3 et 4, et 7 du Titre II du Règlement 909/2014."
   § 10. Aux fins de s'acquitter des missions visées dans le présent article, la FSMA peut :
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 à l'égard de toutes personnes physiques ou morales;
   2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85 selon les modalités prévues par ces articles;
   Les dispositions des articles 36, 36bis et 37 de la présente loi sont applicables en cas de non-respect des obligations et interdictions qui découlent du Règlement 909/2014, des dispositions prises sur la base ou en exécution de celui-ci, ainsi qu'en cas d'infraction aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement. ]1

  
Art. 23ter. [1 Onverminderd de bevoegdheden van de Bank krachtens artikel 36/26/1, §§ 5 en 6, van de organieke wet van de Bank en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, houdt de FSMA toezicht op de instellingen die ondersteuning verlenen aan de in België gevestigde centrale effectenbewaarinstellingen en aan de depositobanken, vanuit het oogpunt van haar bevoegdheden als bedoeld in artikel 45, § 1, 1°, en vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de deelnemers en hun cliënten moeten waarborgen.
   De Bank beslist over de vergunningsaanvragen van de instellingen die ondersteuning verlenen aan de centrale effectenbewaarinstellingen en de depositobanken, op advies van de FSMA.
   Op advies van de Bank en de FSMA preciseert de Koning de vergunnings- en bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden voor de instellingen die ondersteuning verlenen aan de centrale effectenbewaarinstellingen en de depositobanken, die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen, alsook de draagwijdte van het in het vorige lid bedoelde advies van de FSMA.]1

  
Art. 23ter. [1 Sans préjudice des compétences de la Banque en vertu de l'article 36/26/1, §§ 5 et 6 de la loi organique de la Banque et des arrêtés pris pour son exécution, la FSMA contrôle et surveille les organismes de support des dépositaires centraux de titres et les banques dépositaires établis en Belgique, sous l'angle de ses compétences visées à l'article 45, § 1er, 1°, et sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des participants et de leurs clients.
   La Banque se prononce sur les demandes d'agrément des organismes de support des dépositaires centraux de titres et des banques dépositaires sur avis de la FSMA.
   Sur avis de la Banque et de la FSMA, le Roi précise les conditions d'agrément et les conditions d'exercice de l'activité des organismes de support des dépositaires centraux de titres et des banques dépositaires qui relèvent de la compétence de la FSMA, ainsi que la portée de l'avis de la FSMA tel que visé à l'alinéa précédent.]1

  
Art. 23quater. [1 (oud art. 23bis)]1 § 1. [4 Onverminderd Titel III, IV of V van Verordening 648/2012, hebben de beleggingsondernemingen en kredietinstellingen uit andere lidstaten het recht om in België, rechtstreeks of onrechtstreeks, toegang te krijgen tot [5 afwikkelings]5- en [5 afwikkelingsystemen]5, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen, voor de afhandeling van transacties in financiële instrumenten of het treffen van regelingen daarvoor. De rechtstreekse en onrechtstreekse toegang van deze beleggingsondernemingen en kredietinstellingen tot dergelijke [5 systemen]5 is onderworpen aan dezelfde niet-discriminerende, transparante en objectieve zakelijke criteria als die welke voor Belgische leden of deelnemers gelden, en slaat op alle transacties ongeacht of zij op een in België gevestigd handelsplatform zijn uitgevoerd.]4
  § 2. De Belgische gereglementeerde markt verleent alle leden of deelnemers het recht het systeem aan te wijzen voor de [5 afwikkeling]5 van de op de betrokken gereglementeerde markt verrichte transacties in financiële instrumenten, mits er zodanige koppelingen en voorzieningen tussen het aangewezen [5 afwikkelingsysteem ]5 systeem en enigerlei andere systemen en faciliteiten bestaan dat de efficiënte en economische afwikkeling van de transactie in kwestie gegarandeerd is.
  De [2 FSMA]2 mag de gebruikmaking van dergelijk systeem niet verbieden tenzij ze objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de technische voorwaarden voor de vereffening van op de betrokken gereglementeerde markt uitgevoerde transacties via een ander vereffeningsysteem dan datgene dat door de gereglementeerde markt is aangewezen, een goede en ordelijke werking van de financiële markten in gevaar brengen.
  Deze beoordeling door de [2 FSMA]2 doet niet af aan de bevoegdheden van de nationale centrale banken als toezichthouders [6 op afwikkelingssystemen]6 of van andere op zulke systemen toezichthoudende autoriteiten. Bij de uitoefening van haar voornoemde bevoegdheden houdt de [2 FSMA]2 op passende wijze rekening met het reeds door andere autoriteiten uitgeoefende toezicht.
  [4 ...]4
  § 3. [5 Onverminderd Titel III, IV en V van Verordening 648/2012 is het Belgische beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en marktexploitanten die een MTF of een gereglementeerde markt exploiteren toegelaten passende afspraken te maken met afwikkelingssystemen en verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen, uit een andere lidstaat met het oog op de afwikkeling en/of de verrekening van sommige of alle transacties die leden of deelnemers door tussenkomst van hun systemen hebben uitgevoerd.
   Onverminderd Titel III, IV en V van Verordening 648/2012 mag de FSMA de gebruikmaking van afwikkelingssystemen of het beroep op verrekeningsinstellingen met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen uit andere lidstaten niet verbieden, tenzij zij objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat zulks noodzakelijk is om de ordelijke werking van die MTF of gereglementeerde markt te handhaven, rekening houdend met de in paragraaf 2 bepaalde voorwaarden voor afwikkelingssystemen.
   Bij de uitoefening van deze bevoegdheid houdt de FSMA op passende wijze rekening met het toezicht dat reeds op deze systemen wordt uitgeoefend door de nationale centrale banken als toezichthouders op afwikkelings- en verrekeningssystemen of door andere toezichthoudende autoriteiten die bevoegd zijn voor dergelijke systemen.]5

  § 4. [5 Het is Belgische gereglementeerde markten toegestaan om passende afspraken te maken met afwikkelingssystemen of verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen, uit een andere lidstaat met het oog op de afwikkeling en/of de verrekening van sommige of alle transacties die marktdeelnemers door tussenkomst van hun systemen hebben uitgevoerd.
   De FSMA mag de gebruikmaking van afwikkelingssystemen of het beroep op verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen, uit een andere lidstaat niet verbieden, tenzij zij objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat dit noodzakelijk is om de ordelijke werking van die gereglementeerde markt te handhaven, rekening houdend met de in paragraaf 2 bepaalde voorwaarden voor afwikkelingssystemen.
   Bij de uitoefening van deze bevoegdheid houdt de FSMA op passende wijze rekening met het toezicht dat reeds op deze systemen wordt uitgeoefend door de nationale centrale banken als toezichthouders op afwikkelings- en verrekeningssystemen of door andere toezichthoudende autoriteiten die bevoegd zijn voor dergelijke systemen.
   Dit artikel is noch van toepassing op de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, noch op andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn.]5

  
Art. 23quater. [1 (ancien art. 23bis.]1 § 1er. [4 Sans préjudice des Titres III, IV ou V du Règlement 648/2012, les entreprises d'investissement et les établissements de crédit d'autres Etats membres ont le droit d'accéder en Belgique, directement et indirectement, aux systèmes de [5 règlement]5 et de compensation, en ce compris les systèmes de contrepartie centrale, aux fins du dénouement ou de l'organisation du dénouement de transactions sur instruments financiers. L'accès direct et indirect desdites entreprises d'investissement et desdits établissements de crédit à ces [5 règlement]5 est soumis aux mêmes critères non discriminatoires, transparents et objectifs que ceux qui s'appliquent aux membres ou aux participants belges et porte sur toutes les transactions, que celles-ci soient effectuées ou non sur une plateforme de négociation établie en Belgique.]4
  § 2. Tout marché réglementé belge offre à tous ses membres ou à tous ses participants le droit de désigner le système de liquidation des transactions sur instruments financiers effectuées sur ledit marché, sous réserve de la mise en place de dispositifs et de liens entre le système de liquidation désigné et tout autre système ou facilité nécessaires pour assurer le règlement efficace et économique des transactions en question.
  La [2 FSMA]2 ne peut interdire le recours à un tel système sauf si elle a des raisons claires et démontrables d'estimer que les conditions techniques de liquidation des transactions conclues sur ce marché réglementé via un autre système de liquidation que celui que le marché réglementé a désigné, sont de nature à compromettre le fonctionnement harmonieux et ordonné des marchés financiers.
  Cette appréciation de la [2 FSMA]2 est sans préjudice des compétences des banques centrales nationales dans leur rôle de supervision des systèmes de liquidation ou de celles d'autres autorités chargées de la surveillance de ces systèmes. Dans l'exercice de ses compétences précitées, la [2 FSMA]2 tient compte de manière adéquate de la supervision et/ou de la surveillance déjà exercées par d'autres autorités.
  [4 ...]4
  § 3. [5 . Sans préjudice des Titres III, IV et V du Règlement 648/2012, les entreprises d'investissement, les établissements de crédit et les opérateurs de marché belges exploitant un MTF ou un marché réglementé sont autorisés à convenir avec des systèmes de règlement ou des organismes de compensation, en ce compris des systèmes de contrepartie centrale, d'un autre Etat membre de mécanismes appropriés afin d'organiser le règlement et/ou la compensation de tout ou partie des transactions conclues par leurs membres ou participants dans le cadre de leurs systèmes.
   Sans préjudice des Titres III, IV et V du Règlement 648/2012, la FSMA ne peut interdire le recours à des systèmes de règlement ou à des organismes de compensation, en ce compris des systèmes de contrepartie centrale, d'un autre Etat membre, sauf si elle a des raisons claires et démontrables d'estimer que cette interdiction est nécessaire pour préserver le fonctionnement ordonné du MTF ou du marché réglementé et compte tenu des conditions imposées aux systèmes de règlement fixées au paragraphe 2.
   Dans l'exercice de cette compétence, la FSMA tient compte de manière adéquate de la supervision et/ou de la surveillance de ces systèmes déjà exercées par les banques centrales nationales en tant que superviseurs des systèmes de règlement et de compensation ou par d'autres autorités de surveillance compétentes concernant ces systèmes]5

  § 4. [5 § 4. Les marchés réglementés belges sont autorisés à convenir avec des systèmes de règlement ou des organismes de compensation, en ce compris des systèmes de contrepartie centrale, d'un autre Etat membre de mécanismes appropriés afin d'organiser la compensation et/ou le règlement de tout ou partie des transactions conclues par leurs participants dans le cadre de leurs systèmes.
   La FSMA ne peut interdire le recours à des systèmes de règlement ou à des organismes de compensation, en ce compris des systèmes de contrepartie centrale, d'un autre Etat membre, sauf si elle a des raisons claires et démontrables d'estimer que cette interdiction est nécessaire pour préserver le fonctionnement ordonné du marché réglementé et compte tenu des conditions imposées aux systèmes de règlement au paragraphe 2.
   Dans l'exercice de cette compétence, la FSMA tient compte de manière adéquate de la supervision et/ou de la surveillance de ces systèmes déjà exercées par les banques centrales nationales en tant que superviseurs de ces systèmes de règlement et de compensation ou par d'autres autorités de surveillance compétentes concernant ces systèmes.
   Le présent article n'est pas applicable aux membres du système européen de banques centrales, aux autres organismes nationaux à vocation similaire, ni aux autres organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou intervenant dans cette gestion.]5
.
  
Afdeling 7. - Transacties in financiële instrumenten en [1 ...]1 gedragsregels.
Section 7. - Transactions sur instruments financiers et règles de conduite [1 ...]1.
Onderafdeling 1. [1 - Beroep op een gekwalificeerde tussenpersoon]1
Sous-section 1re. [1 - Recours à un intermédiaire qualifié]1
Art.24. De in België gevestigde beleggers moeten voor hun transacties in financiële instrumenten die zijn uitgegeven door ondernemingen en organismen naar Belgisch recht en zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, een beroep doen op een gekwalificeerde tussenpersoon.
  Het eerste lid is niet van toepassing :
  1° op occasionele verrichtingen tussen particulieren;
  2° op overdrachten van financiële instrumenten waaraan ten minste 10 procent van de stemrechten van de betrokken onderneming of het betrokken organisme zijn verbonden;
  3° op overdrachten van stemrechtverlenende financiële instrumenten tussen ondernemingen waartussen nauwe banden bestaan;
  4° op verrichtingen tussen compartimenten van eenzelfde instelling voor collectieve belegging bedoeld in boek III van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten.
  Op advies van de [1 FSMA]1 kan de Koning de professionele beleggers uit het toepassingsgebied van het eerste lid sluiten, in voorkomend geval onder de voorwaarden en binnen de grenzen die Hij bepaalt.
  
Art.24. Les investisseurs établis en Belgique sont tenus d'effectuer leurs transactions sur instruments financiers émis par des entreprises et organismes de droit belge et admis aux négociations sur un marché réglementé belge à l'intervention d'un intermédiaire qualifié.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas :
  1° aux opérations occasionnelles entre particuliers;
  2° aux cessions d'instruments financiers conférant au moins 10 pour cent des droits de vote de l'entreprise ou de l'organisme en cause;
  3° aux cessions d'instruments financiers conférant des droits de vote entre entreprises entre lesquelles il existe des liens étroits;
  4° aux opérations entre compartiments d'un même organisme de placement collectif visé au livre III de la loi du 4 décembre 1990 relative aux opérations financières et aux marchés financiers.
  Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, peut exclure les investisseurs professionnels du champ d'application de l'alinéa 1er, le cas échéant aux conditions et dans les limites qu'Il définit. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  
Onderafdeling 2. [1 Marktmisbruik]1
Sous-section 2. [1 - Abus de marché]1
Art.25. § 1. [7 De FSMA staat in voor de taken als bevoegde autoriteit waarvan sprake in de Verordening 596/2014 en ziet toe op de naleving van deze verordening en van de bepalingen genomen op basis of in uitvoering van deze verordening.
   Voor de uitoefening van deze opdracht kan de FSMA :
   1° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34 en 35 uitoefenen;
   2° de maatregelen en sancties bedoeld in de artikelen 36 en 36bis opleggen;
   3° de bevoegdheden bedoeld in de [8 artikelen 79 tot 85bis]8 uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen voorziene modaliteiten;
   4° aan iedere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor een inbreuk op de artikelen 14 tot 20 van Verordening 596/2014, een tijdelijk verbod opleggen om te handelen voor eigen rekening.]7

  [10 De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de op grond van het tweede lid, 3°, opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd.]10
  § 2. [7 In afwijking van artikel 19, lid 3, eerste en tweede alinea, van Verordening 596/2014 worden de overeenkomstig lid 1 van voornoemd artikel gemelde transacties openbaar gemaakt door de FSMA op haar website. Indien emittenten, deelnemers aan een emissierechtenmarkt of andere entiteiten als bedoeld in artikel 19, lid 10, van Verordening 596/2014 er niettemin voor opteren om de aan hen gemelde transacties ook zelf openbaar te maken, moeten ze wel de vereisten naleven van artikel 19, lid 3, eerste en tweede alinea, van Verordening 596/2014.]7
  [7 ...]7
  [2 [7 § 3.]7 [7 Onverminderd de toepassing van Verordening 596/2014]7 is het eenieder verboden informatie of geruchten te verspreiden, via de media, het internet of om het even welk ander kanaal, die onjuiste of misleidende signalen geven of kunnen geven over de toestand, inzonderheid de financiële toestand, van een kredietinstelling, verzekeringsonderneming, beleggingsonderneming of [9 centrale effectenbewaarinstelling, instelling die ondersteuning verleent aan een dergelijke centrale effectenbewaarinstelling of depositobank]9, die van aard zijn haar financiële stabiliteit in het gedrang te brengen, terwijl de betrokken persoon wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was. "
   Wat de journalisten betreft die in hun beroepshoedanigheid handelen, wordt elke eventuele tekortkoming, met name op het vlak van de verificatie van informatie, beoordeeld in het licht van de voor dat beroep geldende deontologische reglementeringen of verplichtingen.]2

  [7 ...]7
  
Art.25. § 1er. [7 La FSMA assume les missions dévolues à toute autorité compétente par le règlement 596/2014 et veille au respect de ce règlement et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
   Aux fins de s'acquitter de ces missions, la FSMA peut :
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35;
   2° prendre les mesures et sanctions visées aux articles 36 et 36bis;
   3° exercer les pouvoirs visés aux [8 articles 79 à 85bis]8 selon les modalités prévues par ces articles;
   4° imposer à toute personne physique dont la responsabilité est engagée dans une infraction commise aux articles 14 à 20 du règlement 596/2014, l'interdiction provisoire de négocier pour compte propre.]7

  [10 Les dispositions des articles 36 et 37 sont applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'alinéa 2, 3°.]10
  § 2. [7 Par dérogation à l'article 19, paragraphe 3, premier et deuxième alinéas, du règlement 596/2014, les transactions notifiées conformément au paragraphe 1 dudit article sont rendues publiques par la FSMA sur son site web. Si les émetteurs, les participants au marché des quotas d'émission ou les autres entités visées à l'article 19, paragraphe 10, du règlement 596/2014 choisissent néanmoins de procéder eux aussi à la publication des transactions qui leur sont notifiées, ils sont tenus de respecter les exigences prévues par l'article 19, paragraphe 3, premier et deuxième alinéas, du règlement 596/2014.]7
  [7 ...]7
  [2 [7 § 3.]7 [7 Sans préjudice de l'application du règlement 596/2014, il est]7 interdit à toute personne de diffuser des informations ou des rumeurs, par l'intermédiaire des médias, via l'Internet ou par tout autre moyen, qui donnent ou sont susceptibles de donner des indications fausses ou trompeuses sur la situation, notamment financière, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurances, d'une entreprise d'investissement ou d'un [9 dépositaire central de titres, d'un organisme de support d'un tel dépositaire ou d'une banque dépositaire]9, de nature à porter atteinte à sa stabilité financière, alors qu'elle savait ou aurait dû savoir que les informations étaient fausses ou trompeuses.
   Dans le cas de journalistes agissant dans le cadre de leur profession, l'appréciation d'un éventuel manquement, notamment en ce qui concerne la vérification d'une information, s'effectue au regard des réglementations ou obligations déontologiques applicables à cette profession.]2

  [7 ...]7
  
Onderafdeling 3. [1 Gedragsregels]1
Sous-section 3. [1 - Règles de conduite]1
Art.26. <KB 2007-04-27/85, art. 21, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007> Zijn onderworpen aan de door en krachtens [6 de artikelen 27 tot 28bis]6 bepaalde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden :
  1° de Belgische kredietinstellingen en beleggingsondernemingen [1 met uitzondering voor wat de bijkantoren betreft die zij gevestigd hebben in een andere lidstaat van de EER]1 [6 . Artikel 27, § 2, tweede lid, § 3, tweede lid en § 10, is echter wel van toepassing op deze bijkantoren]6;
  2° [6 met uitzondering van artikel 27, § 2, tweede lid, § 3, tweede lid en § 10,]6 de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die onder het recht van een lidstaat van de EER ressorteren, voor hun transacties op het Belgisch grondgebied;
  3° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen;
  4° [6 met uitzondering van de ondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land dat bij ESMA geregistreerd is conform artikel 46 tot 49 van Verordening 600/2014,]6 de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen die rechtsgeldig diensten in België verstrekken, voor hun transacties op het Belgisch grondgebied;
  5° de in België gevestigde beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, voor hun beleggingsdiensten als bedoeld in [3 artikel 3, 23° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles]3;
  [5 6° de in België gevestigde beheervennootschappen van AICB's, voor hun beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 3, 43°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders.]5
  [7 ...]7
  [1 De in het eerste lid vermelde personen [7 ...]7 worden in deze onderafdeling aangeduid als " de gereglementeerde ondernemingen ".]1
  Volgens door de Koning op advies van de [2 FSMA]2 nader bepaalde regels, mogen de voornoemde gereglementeerde ondernemingen wanneer zij orders voor rekening van cliënten uitvoeren en/of voor eigen rekening handelen en/of orders ontvangen en doorgeven, transacties met of tussen in aanmerking komende tegenpartijen tot stand brengen of sluiten zonder [9 dat zij ertoe gehouden zijn met betrekking tot deze transacties of met betrekking tot rechtstreeks met deze transacties verband houdende nevendiensten de verplichtingen bepaald door en krachtens de artikelen 27, § 1, § 2, eerste lid, en § 3, eerste lid, en §§ 5 tot 9, 27bis, §§ 1 tot 7, 27ter, §§ 1 tot 3, 5 tot 8, 27quater, § 1, en 28 na te komen]9.
  [6 De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder "in aanmerking komende tegenpartijen".
   In hun relatie met in aanmerking komende tegenpartijen handelen gereglementeerde ondernemingen op loyale, billijke en professionele wijze en communiceren zij op een wijze die correct, duidelijk en niet misleidend is, rekening houdend met de aard van de in aanmerking komende tegenpartij en haar activiteiten.]6

  [6 ...]6
  De in [6 artikelen 27 tot 28bis]6 bepaalde regels zijn niet van toepassing op de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, alsmede andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn.
  [6 De artikelen 27 tot 27quater, en het zevende tot negende lid van dit artikel zijn eveneens van toepassing op de gereglementeerde ondernemingen waneer deze verkopen verrichten of of advies verstrekken aan cliënten in verband met gestructureerde deposito's.]6
  [8 Voor de toepassing van het eerste lid, 1° en 2° :
   - worden de verbonden agenten die in een andere lidstaat van de EER zijn gevestigd en op wie de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht een beroep doen, gelijkgesteld met een in die andere lidstaat gevestigd bijkantoor;
   - worden de verbonden agenten die in België zijn gevestigd en op wie de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen naar het recht van een andere lidstaat van de EER een beroep doen, gelijkgesteld met een in België gevestigd bijkantoor.]8

  
Art.26. <AR 2007-04-27/85, art. 21, 028; En vigueur : 01-11-2007> Sont soumis aux conditions d'exercice de l'activité prévues par et en vertu des [6 articles 27 à 28bis]6 :
  1° les établissements de crédit et les entreprises d'investissement de droit belge [1 sauf pour ce qui est des succursales qu'ils ont établies dans un autre Etat membre de l'EEE]1 [6 . L'article 27, § 2, alinéa 2, § 3, alinéa 2, et § 10, est toutefois applicable à ces succursales]6;
  2° [6 à l'exception de l'article 27, § 2, alinéa 2, § 3, alinéa 2, et § 10,]6 les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un Etat membre de l'EEE, pour ce qui est de leurs transactions effectuées sur le territoire belge;
  3° les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'Etats tiers;
  4° [6 à l'exception des entreprises relevant du droit d'un Etat tiers enregistrées auprès de l'ESMA conformément aux articles 46 à 49 du Règlement 600/2014,]6 les établissements de crédit et les entreprises d'investissement qui relèvent du droit d'Etats tiers et qui sont légalement autorisés à fournir des services en Belgique, pour ce qui est de leurs transactions effectuées sur le territoire belge;
  5° les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif établies en Belgique, pour ce qui est de leurs services d'investissement tels que visés à l'[3 article 3, 23° de la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement]3;
  [5 6° les sociétés de gestion d'OPCA établies en Belgique, pour ce qui est de leurs services d'investissement tels que visés à l'article 3, 43° de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires.]5
  [7 ...]7
  [1 Les personnes mentionnées à l'alinéa 1er [7 ...]7 sont, dans la présente sous-section, désignées par le vocable " entreprises réglementées ".]1
  Selon les règles précisées par le Roi sur avis de la [2 FSMA]2, les entreprises réglementées précitées sont autorisées, lorsqu'elles exécutent des ordres pour le compte de clients et/ou négocient pour compte propre et/ou reçoivent et transmettent des ordres, à susciter des transactions entre des contreparties éligibles ou à conclure des transactions avec ces contreparties sans devoir se conformer aux obligations prévues [9 par et en vertu des articles 27, § 1er, § 2, alinéa 1er, et § 3, alinéa 1er, et §§ 5 à 9, 27bis, §§ 1er à 7, 27ter, §§ 1er à 3, 5 à 8, 27quater, § 1er et 28, en ce qui concerne lesdites transactions ou tout service auxiliaire directement lié à ces transactions]9.
  [6 Le Roi définit ce qu'il y a lieu d'entendre par "contreparties éligibles".
   Dans leur relation avec les contreparties éligibles, les entreprises réglementées agissent d'une manière honnête, équitable et professionnelle et communiquent d'une façon correcte, claire et non trompeuse, compte tenu de la nature de la contrepartie éligible et de ses activités.]6

  [6 ...]6
  Les règles prévues par les [6 articles 27 à 28bis]6 ne sont pas applicables aux membres du système européen de banques centrales, aux autres organismes nationaux à vocation similaire, ni aux autres organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou intervenant dans cette gestion.
  [6 Les articles 27 à 27quater, et les alinéas 7 à 9 du présent article s'appliquent également aux entreprises réglementées lorsqu'elles commercialisent des dépôts structurés ou fournissent des conseils sur de tels dépôts à des clients.]6
  [8 Pour les besoins de l'alinéa 1er, 1° et 2° :
   - les agents liés établis dans un autre Etat membre de l'EEE et auxquels recourent des établissements de crédit ou des entreprises d'investissement de droit belge, sont assimilés à une succursale établie dans cet autre Etat membre;
   - Les agents liés établis en Belgique et auxquels recourent des établissements de crédit et des entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre de l'EEE, sont assimilés à une succursale établie en Belgique.]8

  
Art.27. [1 § 1. Bij het aanbieden of verstrekken van financiële producten of diensten of, in voorkomend geval, nevendiensten, zetten de gereglementeerde ondernemingen zich op loyale, billijke en professionele wijze in voor de belangen van hun cliënten, en op een manier die bevorderlijk is voor de integriteit van de markt. Bij het aanbieden of verstrekken van beleggingsdiensten of, in voorkomend geval, nevendiensten, nemen zij inzonderheid de in de paragrafen 2 tot en met 10 en de artikelen 27bis tot 27quater neergelegde gedragsregels in acht.
   § 2. Gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten ontwikkelen voor verkoop aan cliënten, zorgen ervoor dat deze zo ontworpen zijn dat zij voldoen aan de wensen van een geïdentificeerde doelgroep van eindcliënten binnen de betrokken categorie van cliënten, en dat de strategie voor de distributie van de financiële instrumenten op de geïdentificeerde doelgroep is afgestemd, en gereglementeerde ondernemingen ondernemen redelijke stappen om ervoor te zorgen dat het financieel instrument wordt gedistribueerd aan de geïdentificeerde doelgroep.
   Gereglementeerde ondernemingen die financiële instrumenten ontwikkelen, verstrekken aan alle distributeurs adequate informatie over het financieel instrument en het productgoedkeuringsproces, met inbegrip van de geïdentificeerde doelgroep van het financieel instrument.
   § 3. Gereglementeerde ondernemingen begrijpen de financiële instrumenten die zij aanbieden of aanbevelen, beoordelen of de financiële instrumenten voldoen aan de behoeften van de cliënten aan wie zij beleggingsdiensten aanbieden, waarbij zij rekening houden met de geïdentificeerde doelgroep van eindcliënten als bedoeld in artikel 26/1 van de wet van 25 oktober 2016 en artikel 65/2 van de wet van 25 april 2014, en zorgen ervoor dat de financiële instrumenten uitsluitend worden aangeboden of aanbevolen als dit in het belang van de cliënt is.
   Gereglementeerde ondernemingen toetsen ook regelmatig de financiële instrumenten die zij aanbieden of in de handel brengen, waarbij zij rekening houden met alle gebeurtenissen die materiële gevolgen kunnen hebben voor het potentiële risico voor de geïdentificeerde doelgroep, om ten minste te beoordelen of het financieel instrument aan de behoeften van de geïdentificeerde doelgroep blijft beantwoorden, en of de geplande distributiestrategie passend blijft.
  [2 § 3/1. De gereglementeerde ondernemingen worden vrijgesteld van de vereisten van paragrafen 2 en 3 indien de beleggingsdienst die zij verlenen, betrekking heeft op obligaties zonder andere ingebedde derivaten dan een make-whole-clausule, of indien de financiële instrumenten uitsluitend onder in aanmerking komende tegenpartijen als bepaald ter uitvoering van artikel 26, achtste lid, worden verhandeld of verspreid.]2
   § 4. Gereglementeerde ondernemingen nemen alle passende maatregelen om belangenconflicten te identificeren en te voorkomen of te beheersen die zich bij het verlenen van beleggingsdiensten en nevendiensten of combinaties daarvan voordoen tussen henzelf, met inbegrip van hun bestuurders, hun effectieve leiders, hun werknemers en hun verbonden agenten, of een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks met hen verbonden is door een zeggenschapsband, en hun cliënten of tussen hun cliënten onderling, waaronder ook de belangenconflicten die worden veroorzaakt door de ontvangst van inducements van derden of door de beloning door en andere aanmoedigingsregelingen van de gereglementeerde ondernemingen zelf.
   Indien de organisatorische of administratieve regelingen die een gereglementeerde onderneming heeft getroffen om te voorkomen dat belangenconflicten de belangen van haar cliënten schaden, ontoereikend zijn om redelijkerwijs te mogen aannemen dat het risico dat de belangen van de cliënten worden geschaad, zal worden voorkomen, maakt de gereglementeerde onderneming op heldere wijze de algemene aard en/of de bronnen van de belangenconflicten, alsook de getroffen maatregelen om dit risico te beperken, aan de cliënt bekend alvorens voor zijn rekening zaken te doen.
   Die bekendmaking aan de cliënten moet op een duurzame drager worden gedaan.
   Zij bevat voldoende details, rekening houdend met de aard van de cliënt, om deze in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen over de dienst in verband waarmee het belangenconflict zich voordoet.
   § 5. Indien een gereglementeerde onderneming aan de cliënt meedeelt dat beleggingsadvies op onafhankelijke basis wordt verstrekt, geldt het volgende:
   1° zij beoordeelt een voldoende groot aantal op de markt verkrijgbare financiële instrumenten die voldoende divers moeten zijn wat type en emittenten of productaanbieders betreft, om ervoor te zorgen dat de beleggingsdoelstellingen van de cliënt naar behoren kunnen worden gerealiseerd, en die niet beperkt mogen zijn tot financiële instrumenten die worden uitgegeven of verstrekt:
   a) door de gereglementeerde onderneming zelf of door entiteiten die nauwe banden met haar hebben; of
   b) door andere entiteiten waarmee de gereglementeerde onderneming in een zodanig nauw juridisch of economisch verband staat, zoals een contractueel verband, dat het risico bestaat dat dit afbreuk doet aan de onafhankelijke basis van het verstrekte advies;
   2° met betrekking tot de dienstverlening aan cliënten aanvaardt en behoudt de gereglementeerde onderneming geen provisies, commissies of geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen die worden betaald of verstrekt door een derde partij of een persoon die voor rekening van een derde partij handelt. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen die de kwaliteit van de aan de cliënt geboden dienst kunnen verhogen en die van zodanige omvang en aard zijn dat zij niet kunnen worden geacht afbreuk te doen aan de voor de gereglementeerde onderneming geldende verplichting om in het belang van de cliënt te handelen, kunnen worden aanvaard op voorwaarde dat zij duidelijk aan de cliënt worden bekendgemaakt.
   § 6. Bij het verrichten van vermogensbeheer aanvaardt en behoudt de gereglementeerde onderneming met betrekking tot de dienstverlening aan cliënten geen provisies, commissies of geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen die worden betaald of verstrekt door een derde partij of een persoon die voor rekening van een derde partij handelt. Kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen die de kwaliteit van de aan de cliënt geboden dienst kunnen verhogen en die van zodanige omvang en aard zijn dat zij niet kunnen worden geacht afbreuk te doen aan de voor de gereglementeerde onderneming geldende verplichting om in het belang van de cliënt te handelen, kunnen worden aanvaard op voorwaarde dat zij duidelijk aan de cliënt worden bekendgemaakt.
   § 7. Gereglementeerde ondernemingen voldoen niet aan hun verplichtingen overeenkomstig paragrafen 1 en 4 indien zij een provisie of commissie betalen of ontvangen, dan wel een niet-geldelijke tegemoetkoming betalen of ontvangen in verband met het verlenen van een beleggingsdienst of een nevendienst, aan of van een andere partij dan de cliënt of een persoon die voor rekening van de cliënt handelt, tenzij de betaling of de tegemoetkoming:
   1° bedoeld is om de kwaliteit van de aan de cliënt verleende dienst te verbeteren; en
   2° geen afbreuk doet aan de voor gereglementeerde ondernemingen geldende verplichting om zich op eerlijke, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van haar cliënten.
   Vóór het verlenen van de desbetreffende beleggings- of nevendienst moet aan de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling worden gedaan van het bestaan, de aard en het bedrag van de betaling of de tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid of, wanneer het bedrag niet kan worden achterhaald, van de berekeningswijze van dit bedrag. Indien van toepassing, brengt de gereglementeerde onderneming de cliënt ook op de hoogte van mechanismen voor het doorgeven aan de cliënt van de provisie, de commissie, de geldelijke of de niet-geldelijke tegemoetkoming ontvangen in het kader van het verlenen van de beleggings- of nevendienst.
   De betaling of de tegemoetkoming die het verlenen van beleggingsdiensten mogelijk maakt of daarvoor noodzakelijk is, zoals het bewaarloon, de afwikkelings- en beursvergoedingen, de wettelijke heffingen en de juridische kosten, en die naar hun aard niet onverenigbaar zijn met de voor de gereglementeerde onderneming geldende verplichting om zich op eerlijke, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van haar cliënten, is niet onderworpen aan de in het eerste lid vermelde vereisten.
   De Koning bepaalt, op advies van de FSMA en na open raadpleging, nadere regels ter uitvoering van de in dit paragraaf bedoelde regel, inzonderheid om de uit Richtlijn 2014/65/EU en Gedelegeerde richtlijn 2017/593 voortvloeiende verplichtingen na te leven.
   De Koning kan inzonderheid de kleine niet-geldelijke tegemoetkomingen bepalen die de kwaliteit van de aan de cliënt geboden dienst verhogen, en die, rekening houdend met de totale hoeveelheid van door een entiteit of een groep van entiteiten verleende voordelen, van dien aard en omvang zijn dat het onwaarschijnlijk is dat hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de naleving door de gereglementeerde onderneming van de voor haar geldende verplichting om in het belang van de cliënt te handelen.
   § 8. Een gereglementeerde onderneming die cliënten beleggingsdiensten verleent, zorgt ervoor dat zij de prestaties van haar personeel niet zodanig beloont of beoordeelt dat er conflicten ontstaan met de voor haar geldende verplichting om in het belang van haar cliënten te handelen. Met name hanteert zij op beloningsgebied, op het gebied van verkoopdoelen of op een ander gebied geen regeling die haar personeel ertoe kan aanzetten een niet-professionele cliënt een bepaald financieel instrument aan te bevelen, terwijl de gereglementeerde onderneming een ander financieel instrument zou kunnen aanbieden dat beter aan de behoeften van de desbetreffende cliënt zou voldoen.
   § 9. Indien een beleggingsdienst samen met een andere dienst of een ander product wordt aangeboden als onderdeel van een pakket of als voorwaarde waarvan de overeenkomst of dat pakket afhankelijk wordt gesteld, deelt de gereglementeerde onderneming aan de cliënt mee of het mogelijk is de verschillende componenten afzonderlijk te kopen en voorziet zij in een apart bewijsstuk van de kosten van elke component.
   Indien de kans bestaat dat de risico's die voortvloeien uit een aan een niet-professionele cliënt aangeboden overeenkomst of aangeboden pakket, verschillen van de risico's die aan de verschillende componenten afzonderlijk verbonden zijn, geeft de gereglementeerde onderneming een adequate beschrijving van de verschillende componenten van de overeenkomst of het pakket en van de wijze waarop de interactie ervan de risico's wijzigt.
   De Koning kan, op advies van de FSMA, een niet-exhaustieve lijst opstellen van koppelverkopen die een inbreuk kunnen vormen op de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit het Europese recht, met name uit Richtlijn 2005/29/EEG betreffende oneerlijke handelspraktijken.
   § 10. Met niet-professionele cliënten worden door een gereglementeerde onderneming geen financiëlezekerheidsovereenkomsten gesloten die leiden tot overdracht met als doel om huidige of toekomstige, dan wel feitelijke, voorwaardelijke of potentiële verplichtingen van cliënten te waarborgen of op een andere manier af te dekken.]1

  [2 § 11. De verstrekking van onderzoek door derden aan gereglementeerde ondernemingen die vermogensbeheerdiensten of andere beleggings- of nevendiensten aan cliënten verlenen, wordt geacht te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van paragraaf 1 indien:
   a) de gereglementeerde onderneming en de verstrekker van het onderzoek vóór de verstrekking van de uitvoerende of de onderzoeksdienst een overeenkomst hebben gesloten waarin het deel van de gecombineerde lasten of gezamenlijke betalingen voor uitvoerende diensten en onderzoek wordt vermeld dat betrekking heeft op onderzoek;
   b) de gereglementeerde onderneming haar cliënten informeert over de gezamenlijke betalingen voor uitvoerende diensten en onderzoek aan derde verstrekkers van onderzoek; en
   c) het onderzoek waarvoor de gecombineerde lasten gelden of de gezamenlijke betaling wordt verricht, betrekking heeft op emittenten van wie de marktkapitalisatie gedurende de periode van 36 maanden voorafgaand aan de verrichting van het onderzoek niet hoger was dan 1 miljard euro, op basis van de eindejaarskoersen voor de jaren waarin zij genoteerd zijn of waren, of uitgedrukt in eigen vermogen voor de boekjaren waarin zij niet genoteerd zijn of waren.
   Voor de toepassing van deze paragraaf wordt "onderzoek" begrepen als onderzoeksmateriaal of -diensten met betrekking tot een of meer financiële instrumenten of andere activa, of emittenten of potentiële emittenten van financiële instrumenten, of als onderzoeksmateriaal of -diensten die nauw verband houden met een specifieke bedrijfssector of markt zodat hiermee wordt bijgedragen tot de opinievorming over financiële instrumenten, activa of emittenten binnen die bedrijfssector of markt.
   Onderzoek omvat ook materiaal of diensten die een expliciete of impliciete aanbeveling of suggestie inhouden voor een beleggingsstrategie, en gefundeerd advies bieden over de huidige of toekomstige waarde of prijs van financiële instrumenten of activa; het kan ook analyses en originele inzichten bevatten en tot conclusies komen op basis van nieuwe of bestaande informatie die bruikbaar is voor de inhoudelijke ondersteuning van de beleggingsstrategie, en die van belang is alsook in staat is om waarde toe te voegen aan de beslissingen van de gereglementeerde onderneming namens de cliënten die dit onderzoek vergoeden.]2

  
Art.27. [1 § 1er. Lorsqu'elles offrent ou fournissent des produits ou services financiers, ou, le cas échéant, des services auxiliaires, les entreprises réglementées veillent à agir d'une manière honnête, équitable et professionnelle qui serve au mieux les intérêts de leurs clients et d'une manière qui favorisent l'intégrité du marché. Lors de l'offre ou de la fourniture de services d'investissement, ou, le cas échéant, de services auxiliaires, elles se conforment en particulier aux règles de conduite énoncées aux paragraphes 2 à 10 et aux articles 27bis à 27quater.
   § 2. Les entreprises réglementées qui conçoivent des instruments financiers destinés à la vente aux clients veillent à ce que lesdits instruments financiers soient conçus de façon à répondre aux besoins d'un marché cible défini de clients finaux à l'intérieur de la catégorie de clients concernée, et que la stratégie de distribution des instruments financiers soit compatible avec le marché cible défini, et les entreprises réglementées prennent des mesures raisonnables qui garantissent que l'instrument financier soit distribué auprès du marché cible défini.
   Toute entreprise réglementée qui conçoit des instruments financiers met à la disposition de tout distributeur tous les renseignements utiles sur l'instrument financier et sur le processus de validation du produit, y compris le marché cible défini de l'instrument financier.
   § 3. Toute entreprise réglementée comprend les instruments financiers qu'elle propose ou recommande, évalue la compatibilité des instruments financiers avec les besoins des clients auxquels elle fournit des services d'investissement, compte tenu, notamment, du marché cible défini de clients finaux visé à l'article 26/1 de la loi du 25 octobre 2016 et à l'article 65/2 de la loi du 25 avril 2014 et veille à ce que les instruments financiers ne soient proposés ou recommandés que lorsque cela sert les intérêts du client.
   Les entreprises réglementées examinent aussi régulièrement les instruments financiers qu'elles proposent ou commercialisent, en tenant compte de tout événement qui pourrait influer sensiblement sur le risque potentiel pesant sur le marché cible défini, afin d'évaluer au minimum si l'instrument financier continue de correspondre aux besoins du marché cible défini et si la stratégie de distribution prévue demeure appropriée.
  [2 § 3/1. Les entreprises réglementées sont exemptées des obligations énoncées aux paragraphes 2 et 3 lorsque le service d'investissement qu'elles fournissent porte sur des obligations qui n'incorporent pas d'instrument dérivé autre qu'une "clause de remboursement make-whole" ou lorsque les instruments financiers sont commercialisés exclusivement pour des contreparties éligibles, telles que définies en exécution de l'article 26, alinéa 8 ou distribués exclusivement à des contreparties éligibles.]2
   § 4. Les entreprises réglementées prennent toute mesure appropriée raisonnable pour identifier et éviter ou gérer les conflits d'intérêts se posant entre elles-mêmes, y compris leurs administrateurs, leurs dirigeants effectifs, leurs salariés et leurs agents liés, ou toute personne directement ou indirectement liée à elles par une relation de contrôle, et leurs clients, ou entre leurs clients entre eux, lors de la prestation de tout service d'investissement et de tout service auxiliaire ou d'une combinaison de ces services, y compris ceux découlant de la perception d'incitations en provenance de tiers ou de la structure de rémunération et d'autres structures incitatives propres à l'entreprise réglementée.
   Lorsque les dispositions organisationnelles ou administratives prises par une entreprise réglementée pour empêcher que des conflits d'intérêts ne portent atteinte aux intérêts de ses clients, ne suffisent pas à garantir, avec une certitude raisonnable, que les risques de porter atteinte aux intérêts des clients seront évités, l'entreprise informe clairement ceux-ci, avant d'agir en leur nom, de la nature générale et/ou de la source de ces conflits d'intérêts, ainsi que des mesures prises pour atténuer ces risques.
   Cette information aux clients doit être fournie sur un support durable.
   Cette information comporte des détails suffisants, compte tenu de la nature du client, pour permettre à ce dernier de prendre une décision en connaissance de cause au sujet du service dans le cadre duquel apparaît le conflit d'intérêts.
   § 5. Lorsqu'une entreprise réglementée informe le client que les conseils en investissement sont fournis de manière indépendante:
   1° elle évalue un éventail suffisant d'instruments financiers disponibles sur le marché, qui doivent être suffisamment diversifiés quant à leur type et à leurs émetteurs, ou à leurs fournisseurs, pour garantir que les objectifs d'investissement du client puissent être atteints de manière appropriée, et ne doivent pas se limiter aux instruments financiers émis ou fournis par:
   a) l'entreprise réglementée elle-même ou par des entités ayant des liens étroits avec elle; ou
   b) d'autres entités avec lesquelles l'entreprise réglementée a des relations juridiques ou économiques, telles que des relations contractuelles, si étroites qu'elles présentent le risque de nuire à l'indépendance du conseil fourni;
   2° elle n'accepte pas, en les conservant des droits, commissions ou autres avantages monétaires ou non monétaires en rapport avec la fourniture du service aux clients, versés ou fournis par un tiers ou par une personne agissant pour le compte d'un tiers. Peuvent être acceptés les avantages non monétaires mineurs qui sont susceptibles d'améliorer la qualité du service fourni à un client et dont la grandeur et la nature sont telles qu'ils ne peuvent pas être considérés comme empêchant le respect par l'entreprise réglementée de son devoir d'agir au mieux des intérêts du client, à condition d'être clairement signalés au client.
   § 6. Lorsqu'elle fournit des services de gestion de portefeuille, l'entreprise réglementée n'accepte pas, en les conservant, des droits, commissions ou autres avantages monétaires ou non monétaires en rapport avec la fourniture du service aux clients, versés ou fournis par un tiers ou par une personne agissant pour le compte d'un tiers. Peuvent être acceptés les avantages non monétaires mineurs qui sont susceptibles d'améliorer la qualité du service fourni à un client et dont la grandeur et la nature sont telles qu'ils ne peuvent pas être considérés comme empêchant le respect par l'entreprise réglementée de son devoir d'agir au mieux des intérêts du client, à condition d'être clairement signalés au client.
   § 7. Les entreprises réglementées ne remplissent pas leurs obligations au titre des paragraphes 1er et 4 lorsqu'elles versent ou reçoivent une rémunération ou une commission, ou fournissent ou reçoivent un avantage non pécuniaire en liaison avec la prestation d'un service d'investissement ou d'un service auxiliaire, à ou par toute partie, à l'exclusion du client ou de la personne agissant au nom du client, à moins que le paiement ou l'avantage:
   1° ait pour objet d'améliorer la qualité du service concerné au client; et
   2° ne nuise pas au respect de l'obligation de l'entreprise réglementée d'agir d'une manière honnête, équitable et professionnelle au mieux des intérêts de ses clients.
   Le client est clairement informé de l'existence, de la nature et du montant du paiement ou de l'avantage visé au premier alinéa, ou lorsque ce montant ne peut être établi, de son mode de calcul d'une manière complète, exacte et compréhensible avant que le service d'investissement ou le service auxiliaire concerné ne soit fourni. Le cas échéant, l'entreprise réglementée informe également le client sur les mécanismes de transfert au client de la rémunération, de la commission et de l'avantage pécuniaire ou non pécuniaire reçus en liaison avec la prestation du service d'investissement ou du service auxiliaire.
   Le paiement ou l'avantage qui permet la prestation de services d'investissement ou est nécessaire à cette prestation, tels que les droits de garde, les commissions de change et de règlement, les taxes réglementaires et les frais de procédure, et qui ne peut par nature occasionner de conflit avec l'obligation qui incombe à l'entreprise réglementée d'agir d'une manière honnête, équitable et professionnelle au mieux des intérêts de ses clients n'est pas soumis aux exigences énoncées au premier alinéa.
   Le Roi, sur avis de la FSMA et après consultation ouverte, précise les modalités d'exécution de la règle visée au présent paragraphe, notamment aux fins de satisfaire aux obligations découlant de la Directive 2014/65/UE et de la Directive déléguée 2017/593.
   Le Roi peut notamment définir quels avantages non pécuniaires mineurs peuvent améliorer la qualité du service fourni à un client et, eu égard au niveau global des avantages fournis par une entité ou un groupe d'entités, sont d'une ampleur et d'une nature telles qu'ils sont peu susceptibles d'empêcher l'entreprise réglementée de se conformer à son obligation d'agir dans le meilleur intérêt du client.
   § 8. Une entreprise réglementée qui fournit des services d'investissement à des clients veille à ne pas rémunérer ni évaluer les résultats de ses employés d'une façon qui aille à l'encontre de son obligation d'agir au mieux des intérêts de ses clients. En particulier, elle ne prend aucune disposition sous forme de rémunération, d'objectifs de vente ou autre qui pourrait encourager les employés à recommander un instrument financier particulier à un client de détail alors que l'entreprise réglementée pourrait proposer un autre instrument financier correspondant mieux aux besoins de ce client.
   § 9. Lorsqu'un service d'investissement est proposé avec un autre service ou produit dans le cadre d'une offre groupée ou comme condition à l'obtention de l'accord ou de l'offre groupée, l'entreprise réglementée indique au client s'il est possible d'acheter séparément les différents éléments et fournit des justificatifs séparés des coûts et frais inhérents à chaque élément.
   Lorsque les risques résultant d'un tel accord ou d'une telle offre groupée proposés à un client de détail sont susceptibles d'être différents de ceux associés aux différents éléments pris séparément, l'entreprise réglementée fournit une description appropriée des différents éléments de l'accord ou de l'offre groupée et expose comment l'interaction modifie le risque.
   Le Roi peut établir, sur avis de la FSMA, une liste non exhaustive de pratiques de ventes croisées qui sont susceptibles de constituer une infraction à des obligations légales issues du droit européen, notamment la Directive 2005/29/CEE relative aux pratiques commerciales déloyales.
   § 10. Une entreprise réglementée ne conclut pas de contrats de garantie financière avec transfert de propriété avec des clients de détail en vue de garantir leurs obligations présentes ou futures, réelles, conditionnelles ou potentielles, ou de les couvrir d'une autre manière.]1

  [2 § 11. La fourniture de recherche par des tiers à des entreprises réglementées qui fournissent des services de gestion de portefeuille ou d'autres services d'investissement ou services auxiliaires à des clients est considérée comme remplissant les obligations prévues au paragraphe 1er si :
   a) avant la fourniture des services d'exécution ou de la recherche, un accord a été conclu entre l'entreprise réglementée et le prestataire de recherche, précisant quelle partie des frais combinés ou des paiements conjoints pour les services d'exécution et la recherche est imputable à la recherche ;
   b) l'entreprise réglementée informe ses clients des paiements conjoints pour les services d'exécution et la recherche effectués aux prestataires tiers de recherche ; et
   c) la recherche pour laquelle les frais combinés ou le paiement conjoint sont effectués concerne des émetteurs dont la capitalisation boursière, pour la période de trente-six mois précédant la fourniture de la recherche, n'a pas dépassé 1 milliard d'euros, sur la base des cotations de fin d'exercice pour les exercices où ils sont ou étaient cotés ou sur la base des capitaux propres pour les exercices où ils ne sont ou n'étaient pas cotés.
   Aux fins du présent paragraphe, la "recherche" s'entend comme désignant du matériel ou des services de recherche concernant un ou plusieurs instruments financiers ou autres actifs ou les émetteurs ou émetteurs potentiels d'instruments financiers, ou du matériel ou des services de recherche étroitement liés à un secteur ou un marché spécifique de manière telle qu'ils permettent de se former une opinion sur les instruments financiers, les actifs ou les émetteurs de ce secteur ou de ce marché.
   La recherche couvre également le matériel ou les services qui recommandent ou suggèrent, explicitement ou implicitement, une stratégie d'investissement et formulent un avis étayé sur la valeur ou le prix actuel(le) ou futur(e) des instruments financiers ou des actifs ou, autrement, contiennent une analyse et des éclairages originaux et formulent des conclusions sur la base d'informations existantes ou nouvelles pouvant servir à guider une stratégie d'investissement et pouvant, par leur pertinence, apporter une valeur ajoutée aux décisions prises par l'entreprise réglementée pour le compte de clients auxquels ces travaux de recherche sont facturés.]2

  
Art. 27bis. [1 § 1. Bij het aanbieden of verstrekken van financiële producten of diensten moet alle door de gereglementeerde onderneming aan cliënten of potentiële cliënten verstrekte informatie, met inbegrip van publicitaire mededelingen, correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Publicitaire mededelingen moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn.
   § 2. Aan de cliënten of potentiële cliënten wordt tijdig passende informatie verstrekt over de gereglementeerde onderneming en haar diensten, de financiële instrumenten en de voorgestelde beleggingsstrategieën, de plaatsen van uitvoering en alle kosten en bijbehorende lasten.
   § 3. Bij het verstrekken van beleggingsadvies moet de gereglementeerde onderneming geruime tijd vóór het advies wordt verstrekt, aan de cliënt laten weten:
   1° of het advies al dan niet op onafhankelijke basis wordt verstrekt;
   2° of het advies op een brede dan wel beperktere analyse van verschillende soorten financiële instrumenten is gebaseerd en, in het bijzonder, of het gamma beperkt is tot financiële instrumenten die worden uitgegeven of verstrekt door entiteiten die nauwe banden met de gereglementeerde onderneming hebben of er in een ander juridisch of economisch verband mee staan, zoals een contractueel verband, dat zo nauw is dat het risico bestaat dat dit afbreuk doet aan de onafhankelijke basis van het verstrekte advies;
   3° of de gereglementeerde onderneming de cliënt een periodieke beoordeling verstrekt van de geschiktheid van de financiële instrumenten die zij hem heeft aanbevolen.
   § 4. De informatie over de financiële instrumenten en de voorgestelde beleggingsstrategieën omvatten passende toelichtingen en waarschuwingen over de risico's die aan beleggingen in deze instrumenten of aan bepaalde beleggingsstrategieën zijn verbonden, en verduidelijken of het financiële instrument bestemd is voor niet-professionele of professionele cliënten, rekening houdend met de geïdentificeerde doelgroep overeenkomstig artikel 27, § 2.
   § 5. De informatie over alle kosten en bijbehorende lasten betreft zowel beleggings- als nevendiensten, waaronder ook de kosten voor advies en, in voorkomend geval, de kosten van de financiële instrumenten die aan de cliënt worden aanbevolen of aangeboden, en de manier waarop de cliënt deze kan betalen, met inbegrip van eventuele betalingen door derden.
   De informatie over alle kosten en lasten, met inbegrip van kosten en lasten in verband met de beleggingsdienst en het financiële instrument, die niet het gevolg zijn van de ontwikkeling van onderliggende marktrisico's, worden samengevoegd zodat de cliënt inzicht krijgt in de totale kosten, alsook in het cumulatieve effect op het rendement op de belegging, en omvat, indien de cliënt hierom verzoekt, een puntsgewijze uitsplitsing. Indien van toepassing, wordt dergelijke informatie regelmatig en ten minste jaarlijks aan de cliënt verstrekt, tijdens de looptijd van de belegging.
  [2 Indien de overeenkomst tot koop of verkoop van een financieel instrument met behulp van een techniek voor communicatie op afstand wordt gesloten die verhindert dat de informatie over kosten en lasten vooraf wordt verstrekt, mag de gereglementeerde onderneming de informatie over kosten en lasten zonder onnodige vertraging na het sluiten van de transactie verstrekken in elektronische vorm of op papier, indien een niet-professionele cliënt daarom heeft verzocht, mits aan de twee volgende voorwaarden is voldaan:
   a) de cliënt heeft ermee ingestemd de informatie zonder onnodige vertraging na het sluiten van de transactie te ontvangen;
   b) de gereglementeerde onderneming heeft de cliënt de mogelijkheid geboden het sluiten van de transactie uit te stellen totdat de cliënt de informatie heeft ontvangen.
   Naast de vereisten van het vorige lid is de gereglementeerde onderneming verplicht de cliënt de mogelijkheid te bieden de informatie over kosten en lasten vóór het sluiten van de transactie telefonisch te ontvangen.
   De vereisten van deze paragraaf zijn niet van toepassing op andere aan professionele cliënten verleende diensten dan beleggingsadvies en vermogensbeheer.]2

   § 6. De in paragrafen 2 tot 5 en in artikel 27, § 7, bedoelde informatie wordt in een begrijpelijke vorm en op zodanige wijze verstrekt dat cliënten of potentiële cliënten redelijkerwijs in staat zijn de aard en de risico's van de aangeboden beleggingsdienst en van de specifiek aangeboden categorie van financieel instrument te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen. Deze informatie mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
   § 7. Indien een beleggingsdienst wordt aangeboden als onderdeel van een financieel product dat reeds onder andere bepalingen van het recht van de Europese Unie betreffende kredietinstellingen en consumentenkredieten inzake informatievereisten ressorteert, zijn de verplichtingen van paragrafen 1 tot 6 niet eveneens van toepassing op deze dienst.
   § 8. Een gereglementeerde onderneming stelt nieuwe en bestaande cliënten ervan in kennis dat elektronische communicatie of telefoongesprekken tussen de gereglementeerde onderneming en haar cliënten die leiden of kunnen leiden tot transacties, zullen worden opgenomen overeenkomstig artikel 26, § 5, van de wet van 25 oktober 2016 en artikel 64 van de wet van 25 april 2014.
   Een dergelijke kennisgeving kan eenmaal worden verstrekt, vóór het verlenen van beleggingsdiensten aan nieuwe en bestaande cliënten.
   Een gereglementeerde onderneming verleent geen telefonische beleggingsdiensten aan en verricht geen telefonische beleggingsactiviteiten met betrekking tot het ontvangen, doorgeven of uitvoeren van orders van cliënten die er vooraf niet van in kennis zijn gesteld dat hun elektronische communicatie of telefoongesprekken worden opgenomen.
   Gegevens die overeenkomstig artikel 26, § 5, van de wet van 25 oktober 2016 en artikel 64 van de wet van 25 april 2014 zijn opgenomen, worden op verzoek aan de betrokken cliënten verstrekt.]1

  [2 § 9. De gereglementeerde ondernemingen verstrekken [3 alle op grond van de bepalingen van de onderafdeling 3 van de afdeling 7 van het Hoofdstuk II van deze wet te verstrekken informatie]3 aan cliënten of potentiële cliënten in elektronische vorm, behalve wanneer de cliënt of potentiële cliënt een niet-professionele cliënt of potentiële niet-professionele cliënt is die heeft verzocht om de informatie op papier te ontvangen, in welk geval die informatie op papier en kosteloos wordt verstrekt.
   De gereglementeerde ondernemingen delen niet-professionele cliënten of potentiële niet-professionele cliënten mee dat zij de mogelijkheid hebben de informatie op papier te ontvangen.
   De gereglementeerde ondernemingen delen de bestaande niet-professionele cliënten die de op grond van dit artikel te verstrekken informatie op papier ontvangen, mee dat zij die informatie in elektronische vorm zullen ontvangen, ten minste acht weken voordat die informatie in elektronische vorm zal worden verzonden. De gereglementeerde ondernemingen delen die bestaande niet-professionele cliënten mee dat zij de keuze hebben om hetzij de informatie op papier te blijven ontvangen, hetzij over te stappen op informatie in elektronische vorm. De gereglementeerde ondernemingen delen de bestaande niet-professionele cliënten ook mee dat een automatische overstap naar de elektronische vorm zal plaatsvinden indien zij niet binnen die termijn van acht weken hebben verzocht om de informatie op papier te blijven ontvangen. Dit hoeft niet te worden meegedeeld aan de bestaande niet-professionele cliënten die de op grond van dit artikel te verstrekken informatie reeds in elektronische vorm ontvangen.]2

  
Art. 27bis. [1 § 1er. Lors de l'offre ou de la fourniture de produits ou services financiers, toutes les informations, y compris publicitaires, adressées par l'entreprise réglementée à des clients ou à des clients potentiels, sont correctes, claires et non trompeuses. Les informations publicitaires sont clairement identifiables en tant que telles.
   § 2. Des informations appropriées sont communiquées en temps utile aux clients ou aux clients potentiels sur l'entreprise réglementée et ses services, les instruments financiers et les stratégies d'investissement proposées, les plateformes d'exécution et tous les coûts et frais liés.
   § 3. Lorsque des conseils en investissement sont fournis, l'entreprise réglementée doit indiquer au client, en temps utile avant la fourniture des conseils en investissement:
   1° si les conseils sont fournis de manière indépendante;
   2° s'ils reposent sur une analyse large ou plus restreinte de différents types d'instruments financiers et, en particulier, si l'éventail se limite aux instruments financiers émis ou proposés par des entités ayant des liens étroits avec l'entreprise réglementée ou toute autre relation juridique ou économique, telle qu'une relation contractuelle, si étroite qu'elle présente le risque de nuire à l'indépendance du conseil fourni;
   3° si l'entreprise réglementée fournit au client une évaluation périodique du caractère approprié des instruments financiers qui lui sont recommandés.
   § 4. Les informations sur les instruments financiers et les stratégies d'investissement proposées doivent inclure des orientations et des mises en garde appropriées sur les risques inhérents à l'investissement dans ces instruments ou à certaines stratégies d'investissement et en précisant si l'instrument financier est destiné à des clients de détail ou à des clients professionnels, compte tenu du marché cible défini conformément à l'article 27, § 2.
   § 5. Les informations sur tous les coûts et frais liés doivent inclure des informations relatives aux services d'investissement et aux services auxiliaires, y compris le coût des conseils, s'il y a lieu, le coût des instruments financiers recommandés au client ou commercialisés auprès du client et la manière dont le client peut s'en acquitter, ce qui comprend également tout paiement par des tiers.
   Les informations relatives à l'ensemble des coûts et frais, y compris les coûts et frais liés au service d'investissement et à l'instrument financier, qui ne sont pas causés par la survenance d'un risque du marché sous-jacent, sont totalisées afin de permettre au client de saisir le coût total, ainsi que l'effet cumulé sur le retour sur investissement, et, si le client le demande, une ventilation par poste est fournie. Le cas échéant, ces informations sont fournies au client régulièrement, au minimum chaque année, pendant la durée de vie de l'investissement.
  [2 Lorsque l'accord d'achat ou de vente d'un instrument financier est conclu en utilisant un moyen de communication à distance empêchant la communication préalable des informations sur les coûts et frais, l'entreprise réglementée peut fournir les informations sur les coûts et frais soit au format électronique, soit sur papier, lorsque le client de détail le demande, sans retard injustifié après la conclusion de la transaction, à condition que les deux conditions suivantes soient respectées :
   a) le client a consenti à recevoir ces informations sans retard injustifié après la conclusion de la transaction ;
   b) l'entreprise réglementée a donné au client la possibilité de retarder la conclusion de la transaction jusqu'à ce qu'il ait reçu ces informations.
   Outre les exigences prévues à l'alinéa précédent, l'entreprise réglementée est tenue de donner au client la possibilité de recevoir les informations sur les coûts et frais par téléphone avant la conclusion de la transaction.
   Les exigences énoncées au présent paragraphe ne s'appliquent pas aux services fournis à des clients professionnels sauf s'il s'agit de conseils en investissement et de gestion de portefeuille.]2

   § 6. Les informations visées aux paragraphes 2 à 5 et à l'article 27, § 7, sont fournies sous une forme compréhensible de manière à ce que les clients ou clients potentiels puissent raisonnablement comprendre la nature du service d'investissement et du type spécifique d'instrument financier proposé ainsi que les risques y afférents et, par conséquent, de prendre des décisions en matière d'investissement en connaissance de cause. Ces informations peuvent être fournies sous une forme standardisée.
   § 7. Dans les cas où un service d'investissement est proposé dans le cadre d'un produit financier qui est déjà soumis à d'autres dispositions du droit de l'Union européenne relatives aux établissements de crédit et aux crédits à la consommation concernant les exigences en matière d'information, ce service n'est pas en plus soumis aux obligations énoncées aux paragraphes 1er à 6.
   § 8. Une entreprise réglementée notifie aux nouveaux clients et aux clients existants que les communications électroniques ou conversations téléphoniques entre l'entreprise réglementée et ses clients qui donnent lieu ou sont susceptibles de donner lieu à des transactions, seront enregistrées conformément à l'article 26, § 5, de la loi du 25 octobre 2016 et à l'article 64 de la loi du 25 avril 2014.
   Cette notification peut être faite une seule fois, avant la fourniture de services d'investissement à de nouveaux clients ou à des clients existants.
   Une entreprise réglementée ne fournit pas par téléphone de services et d'activités d'investissement à des clients qui n'ont pas été informés à l'avance du fait que leurs communications électroniques ou conversations téléphoniques sont enregistrées, lorsque ces services et activités d'investissement concernent la réception, la transmission et l'exécution d'ordres de clients.
   Les enregistrements conservés conformément à l'article 26, § 5, de la loi du 25 octobre 2016 et à l'article 64 de la loi du 25 avril 2014 sont transmis aux clients concernés, à leur demande.]1

  [2 § 9. Les entreprises réglementées fournissent [3 toutes les informations que les dispositions de la sous-section 3 de la section 7 du Chapitre II de la présente loi requièrent de fournir]3 aux clients ou aux clients potentiels au format électronique, sauf si le client ou le client potentiel est un client de détail existant ou potentiel qui a demandé de recevoir ces informations sur papier, auquel cas ces informations lui sont fournies sur papier, gratuitement.
   Les entreprises réglementées informent les clients de détail existants ou potentiels qu'ils ont la possibilité de recevoir les informations sur papier.
   Les entreprises réglementées informent leurs clients de détail existants qui reçoivent sur papier les informations que le présent article requiert de fournir, du fait qu'ils recevront ces informations au format électronique, au moins huit semaines avant l'envoi de ces informations au format électronique. Les entreprises réglementées informent les clients de détail existants qu'ils ont le choix soit de continuer à recevoir les informations sur papier, soit de les recevoir au format électronique. Les entreprises réglementées informent également leurs clients de détail existants que ces informations leur seront automatiquement envoyées au format électronique si, dans ce délai de huit semaines, ils ne demandent pas à continuer de les recevoir sur papier. Il n'y a pas lieu d'informer les clients de détail existants qui reçoivent déjà au format électronique les informations que le présent article requiert de fournir.]2

  
Art. 27ter. [1 § 1. Gereglementeerde ondernemingen waarborgen en tonen op verzoek van de FSMA aan dat de natuurlijke personen die beleggingsadvies of informatie over financiële instrumenten verstrekken, of beleggingsdiensten of nevendiensten aan cliënten verlenen voor rekening van de onderneming, over de nodige kennis en bekwaamheid beschikken om hun verplichtingen overeenkomstig dit artikel, de artikelen 27 en 27bis en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen na te komen. De Koning bepaalt de criteria voor de beoordeling van die kennis en bekwaamheid.
   § 2. Bij het verstrekken van beleggingsadvies of het verrichten van vermogensbeheer, wint de gereglementeerde onderneming bij de cliënt of de potentiële cliënt de nodige informatie in over zijn kennis en ervaring op beleggingsgebied met betrekking tot het specifieke soort product of dienst, zijn financiële situatie, met inbegrip van zijn vermogen om verliezen te dragen, en zijn beleggingsdoelstellingen, met inbegrip van zijn risicotolerantie, teneinde de cliënt of potentiële cliënt de voor hem geschikte beleggingsdiensten en financiële instrumenten te kunnen aanbevelen, of voor hem geschikt vermogensbeheer te verstrekken, die met name stroken met zijn risicotolerantie en zijn vermogen om verliezen te dragen.
   Wanneer een gereglementeerde onderneming beleggingsadvies verstrekt waarbij een gebundeld pakket van diensten of producten wordt aanbevolen in de zin van artikel 27, § 9, gaat zij na of de gehele bundel passend is.
  [4 Bij het verstrekken van beleggingsadvies of het verrichten van vermogensbeheer waarbij tussen financiële instrumenten wordt gewisseld, winnen de gereglementeerde ondernemingen de nodige informatie in met betrekking tot de investering van de cliënt en analyseren zij de kosten en baten van de wissel van financiële instrumenten. Bij het verstrekken van beleggingsadvies delen de gereglementeerde ondernemingen de cliënt mee of de baten van de wissel van financiële instrumenten al dan niet groter zijn dan de kosten daarvan.
   De vereisten van het vorige lid zijn niet van toepassing op diensten die aan professionele cliënten worden verleend, tenzij die cliënten de gereglementeerde onderneming in elektronische vorm of op papier meedelen dat zij gebruik wensen te maken van de rechten waarin deze bepalingen voorzien. De gereglementeerde ondernemingen houden een register bij van dergelijke communicatie met cliënten.]4

   § 3. De gereglementeerde onderneming die andere dan de in paragraaf 2 bedoelde beleggingsdiensten verricht, wint bij de cliënt of de potentiële cliënt informatie in over zijn ervaring en kennis op beleggingsgebied met betrekking tot het specifieke soort van aangeboden of verlangde product of dienst, zodat zij kan beoordelen of het aangeboden product of de te verrichten beleggingsdienst passend is voor de cliënt.
   Wanneer een bundel van diensten of producten wordt overwogen overeenkomstig artikel 27, § 9, wordt bij de beoordeling nagegaan of het gehele gebundelde pakket passend is.
   Indien de gereglementeerde onderneming op grond van de op grond van het eerste lid ontvangen informatie oordeelt dat het product of de dienst niet passend is voor de cliënt of de potentiële cliënt, waarschuwt zij de cliënt of de potentiële cliënt. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
   Wanneer de cliënt of de potentiële cliënt de in de eerste lid bedoelde informatie over zijn ervaring en kennis niet verstrekt, of wanneer hij onvoldoende informatie over zijn ervaring en kennis verstrekt, waarschuwt de gereglementeerde onderneming hem dat zij om die reden niet kan vaststellen of de aangeboden dienst of het aangeboden product passend voor hem is. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
   § 4. Gereglementeerde ondernemingen die, via een andere gereglementeerde onderneming, de instructie krijgen om beleggingsdiensten of nevendiensten voor rekening van een cliënt te verlenen, kunnen afgaan op op de cliëntgegevens die hun worden verstrekt door de gereglementeerde ondernemingen die de instructie doorgeven. De gereglementeerde onderneming die de instructie doorgeeft, blijft verantwoordelijk voor de volledigheid en de juistheid van de verstrekte gegevens.
   De gereglementeerde onderneming die op deze wijze de instructie krijgt om diensten te verlenen voor rekening van een cliënt, mag ook afgaan op eventuele aanbevelingen met betrekking tot de dienst of de transactie die door een andere beleggingsonderneming aan de cliënt zijn gedaan. De gereglementeerde onderneming die de instructie doorgeeft, blijft verantwoordelijk voor de geschiktheid van de aan de betrokken cliënt verstrekte aanbevelingen of adviezen.
   De gereglementeerde onderneming die, via een andere gereglementeerde onderneming, instructies of orders van een cliënt ontvangt, blijft verantwoordelijk voor het op basis van voornoemde gegevens of aanbevelingen verlenen van de dienst of sluiten van de transactie in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van deze wet.
   § 5. Wanneer gereglementeerde ondernemingen beleggingsdiensten verrichten die slechts bestaan in het uitvoeren van orders van cliënten en/of het ontvangen en doorgeven van deze orders, met of zonder nevendiensten, met uitzondering van het verstrekken van kredieten of leningen als bedoeld in artikel 2, 2°, 2, van de wet van 25 oktober 2016, die geen bestaande kredietlimieten van leningen, rekeningen-courant en rekening-courantkredieten van cliënten omvatten, mogen zij die beleggingsdiensten voor hun cliënten verrichten zonder de in paragraaf 3 bedoelde informatie te hoeven inwinnen of de aldaar bedoelde beoordeling te hoeven doen wanneer aan alle hieronder vermelde voorwaarden is voldaan:
   1° de diensten houden verband met de volgende financiële instrumenten:
   a) tot de handel op een gereglementeerde markt of op een gelijkwaardige markt van een derde land of op een MTF toegelaten aandelen, indien het aandelen in vennootschappen betreft, met uitzondering van rechten van deelneming in AICB en aandelen die een derivaat behelzen;
   b) tot de handel op een gereglementeerde markt of op een gelijkwaardige markt van een derde land of op een MTF toegelaten obligaties en andere schuldinstrumenten, met uitzondering van deze die een derivaat behelzen of een structuur hebben die het voor de cliënt moeilijk maakt te begrijpen welk risico eraan verbonden is;
   c) geldmarktinstrumenten, met uitzondering van deze die een derivaat behelzen of een structuur hebben die het voor de cliënt moeilijk maakt te begrijpen welk risico eraan verbonden is;
   d) aandelen of rechten van deelneming in ICB's die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG als bedoeld in artikel 3, 8°, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, met uitzondering van de in artikel 36, lid 1, alinea 2, van Verordening (EU) nr. 583/2010 bedoelde gestructureerde ICB's;
   e) gestructureerde deposito's, met uitzondering van deposito's met een structuur die het voor de cliënt moeilijk maakt het rendementsrisico of de kosten voor het vervroegd uitstappen in te schatten;
   f) andere niet-complexe financiële instrumenten voor de toepassing van deze paragraaf.
   Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een markt van een derde land geacht gelijkwaardig te zijn aan een gereglementeerde markt, indien aan de vereisten en de procedure [3 als bedoeld in artikel 25, lid 4, a), alinea 2, van richtlijn 2014/65/EU]3 is voldaan;
   2° de dienst wordt verricht op initiatief van de cliënt of de potentiële cliënt;
   3° de cliënt of de potentiële cliënt is er duidelijk van in kennis gesteld dat de gereglementeerde onderneming bij het verrichten van deze dienst niet verplicht is de passendheid van het aangeboden financiële instrument of van de te verrichten of aangeboden dienst te beoordelen en dat hij derhalve niet de bescherming van de toepasselijke gedragsregels geniet; deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt;
   4° de gereglementeerde onderneming komt de in artikel 27, § 4, bedoelde belangenconflictenregeling na.
   § 6. De gereglementeerde onderneming legt een dossier aan met de tussen de onderneming en de cliënt overeengekomen documenten, waarin de rechten en plichten van beide partijen worden beschreven, alsook de overige voorwaarden waarop de onderneming diensten voor de cliënt zal verrichten.
   De rechten en plichten van beide partijen bij de overeenkomst kunnen worden opgenomen door middel van verwijzing naar andere documenten of wetteksten.
   § 7. De gereglementeerde onderneming verstrekt haar cliënt deugdelijke rapporten over de dienst die zij hem verleent, op een duurzame drager. Deze rapporten bevatten periodieke mededelingen aan cliënten, rekening houdend met het type en de complexiteit van de betrokken financiële instrumenten en de aard van de aan de cliënt verleende dienst, alsook, in voorkomend geval, de kosten van de transacties en de diensten die voor rekening van de cliënt werden verricht of verleend.
   Bij het verlenen van beleggingsadvies, verstrekt de gereglementeerde onderneming aan de cliënt, vóór het verrichten van de transactie, een geschiktheidsverklaring op een duurzame drager, waarin het verleende advies wordt gespecificeerd en wordt verduidelijkt hoe dat advies aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele cliënt beantwoordt.
   Indien de overeenkomst tot aankoop of verkoop van een financieel instrument wordt gesloten door middel van een techniek voor communicatie op afstand die de voorafgaande verstrekking van de geschiktheidsverklaring belet, verstrekt de gereglementeerde onderneming de [2 ...]2 geschiktheidsverklaring op een [2 duurzame gegevensdrager]2 onmiddellijk nadat de cliënt door een overeenkomst is gebonden, indien aan beide onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
   1° de cliënt heeft ingestemd met de ontvangst van de geschiktheidsverklaring zonder onnodige vertraging na het sluiten van de transactie; en
   2° de gereglementeerde onderneming heeft de cliënt de mogelijkheid geboden de transactie uit te stellen zodat hij de geschiktheidsverklaring vooraf kan ontvangen.
   Indien een gereglementeerde onderneming vermogensbeheerdiensten verricht of de cliënt ervan op de hoogte heeft gebracht dat zij een periodieke geschiktheidsbeoordeling zal uitvoeren, bevat het periodieke rapport een bijgewerkte verklaring van de manier waarop de belegging beantwoordt aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele cliënt.
  [4 De vereisten van deze paragraaf zijn niet van toepassing op diensten die aan professionele cliënten worden verleend, tenzij die cliënten de gereglementeerde onderneming in elektronische vorm of op papier meedelen dat zij gebruik wensen te maken van de rechten waarin deze bepalingen voorzien. De gereglementeerde ondernemingen houden een register bij van dergelijke communicatie met hun cliënten.]4
   § 8. Indien in een hypothecaire kredietovereenkomst, waarvoor de bepalingen over de beoordeling van de kredietwaardigheid van consumenten als vastgesteld in Boek VII van het Wetboek van economisch recht gelden, als absolute voorwaarde wordt gesteld dat aan diezelfde consument een beleggingsdienst wordt verleend in verband met specifiek uitgegeven hypothecaire obligaties die de financiering van de hypothecaire kredietovereenkomst moet veiligstellen en waaraan identieke voorwaarden zijn verbonden als aan die hypothecaire kredietovereenkomst, opdat de lening kan worden terugbetaald, geherfinancierd of afgelost, is deze dienst niet onderworpen aan de in dit artikel gestelde verplichtingen.]1

  
Art. 27ter. [1 § 1er. Les entreprises réglementées s'assurent et démontrent à la FSMA sur demande, que les personnes physiques fournissant des conseils en investissement ou des informations sur des instruments financiers, des services d'investissement ou des services auxiliaires à des clients pour le compte de l'entreprise disposent des connaissances et des compétences nécessaires pour respecter leurs obligations au titre du présent article, des articles 27 et 27bis et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution. Le Roi fixe les critères utilisés pour évaluer ces connaissances et ces compétences.
   § 2. Lorsqu'elle fournit du conseil en investissement ou des services de gestion de portefeuille, l'entreprise réglementée se procure auprès du client ou du client potentiel les informations nécessaires concernant ses connaissances et son expérience en matière d'investissement en rapport avec le type spécifique de produit ou de service, sa situation financière, y compris sa capacité à subir des pertes, et ses objectifs d'investissement, y compris sa tolérance au risque, de manière à pouvoir lui recommander les services d'investissement et les instruments financiers adéquats ou de lui fournir les services de gestion de portefeuille adéquats, notamment par rapport à sa tolérance au risque et à sa capacité de subir des pertes.
   Lorsqu'une entreprise réglementée fournit des conseils en investissement recommandant une offre groupée de services ou de produits au sens de l'article 27 § 9, elle s'assure que l'offre groupée dans son ensemble convienne.
  [4 Lorsqu'elles fournissent des conseils en investissement ou des services de gestion de portefeuille qui impliquent un changement d'instruments financiers, les entreprises réglementées obtiennent les informations nécessaires sur l'investissement du client et analysent les coûts et avantages du changement d'instruments financiers. Lorsqu'elles fournissent des conseils en investissement, les entreprises réglementées indiquent au client si les avantages liés à un changement d'instruments financiers sont ou non supérieurs aux coûts liés à un tel changement.
   Les exigences énoncées à l'alinéa précédent ne s'appliquent pas aux services fournis à des clients professionnels, sauf si ces clients informent l'entreprise réglementée, soit au format électronique, soit sur papier, qu'ils souhaitent bénéficier des droits qui y sont prévus. Les entreprises réglementées conservent un enregistrement de telles communications avec leurs clients.]4

   § 3. L'entreprise réglementée qui fournit des services d'investissement autres que ceux visés au paragraphe 2, demande au client ou au client potentiel de donner des informations sur ses connaissances et sur son expérience en matière d'investissement en rapport avec le type spécifique de produit ou de service proposé ou demandé, pour être en mesure de déterminer si le service ou le produit d'investissement envisagé est approprié pour le client.
   Lorsqu'une offre groupée de services ou de produits est envisagée conformément à l'article 27, § 9, l'évaluation porte sur le caractère approprié de l'offre groupée dans son ensemble.
   Si l'entreprise réglementée estime, sur la base des informations reçues conformément à l'alinéa 1er, que le produit ou le service n'est pas approprié pour le client ou le client potentiel, elle l'en avertit. Cet avertissement peut être transmis sous une forme standardisée.
   Si le client ou le client potentiel ne fournit pas les informations sur ses connaissances et son expérience visées à l'alinéa 1er, ou si les informations fournies sont insuffisantes, l'entreprise réglementée avertit le client ou le client potentiel qu'elle ne peut pas déterminer, pour cette raison, si le service ou le produit envisagé est approprié pour lui. Cet avertissement peut être transmis sous une forme standardisée.
   § 4. Toute entreprise réglementée recevant, par l'intermédiaire d'une autre entreprise réglementée, l'instruction de fournir des services d'investissement ou des services auxiliaires pour le compte d'un client, peut se fonder sur les informations relatives à ce client communiquées par cette dernière entreprise. L'entreprise réglementée ayant transmis l'instruction demeure responsable de l'exhaustivité et de l'exactitude des informations transmises.
   L'entreprise réglementée qui reçoit de cette manière l'instruction de fournir des services pour le compte d'un client peut également se fonder sur toute recommandation afférente au service ou à la transaction en question donnée au client par une autre entreprise réglementée. L'entreprise réglementée qui a transmis l'instruction demeure responsable du caractère adéquat des recommandations ou conseils fournis au client concerné.
   L'entreprise réglementée qui reçoit l'instruction ou l'ordre d'un client par l'intermédiaire d'une autre entreprise réglementée demeure responsable de la prestation du service ou de l'exécution de la transaction en question, sur la base des informations ou des recommandations susmentionnées, conformément aux dispositions pertinentes de la présente loi.
   § 5. Lorsque les entreprises réglementées fournissent des services d'investissement qui comprennent uniquement l'exécution et/ou la réception et la transmission d'ordres de clients, avec ou sans services auxiliaires, à l'exclusion de l'octroi des crédits ou des prêts visés à l'article 2, 2°, 2, de la loi du 25 octobre 2016, dans le cadre desquels les limites existantes concernant les prêts, les comptes courants et les découverts pour les clients ne s'appliquent pas, elles peuvent fournir ces services d'investissement à leurs clients sans devoir demander les informations ni procéder à l'évaluation visées au paragraphe 3, si toutes les conditions suivantes sont remplies:
   1° les services portent sur l'un des instruments financiers suivants:
   a) des actions admises à la négociation sur un marché réglementé ou sur un marché équivalent d'un pays tiers, ou sur un MTF, s'il s'agit d'actions de sociétés, à l'exclusion des parts d'OPCA et des actions incorporant un instrument dérivé;
   b) des obligations et autres titres de créance admis à la négociation sur un marché réglementé ou sur un marché équivalent d'un pays tiers, ou sur un MTF, à l'exclusion de ceux incorporant un instrument dérivé ou présentant une structure qui rend la compréhension du risque encouru difficile pour le client;
   c) des instruments du marché monétaire, à l'exclusion de ceux incorporant un instrument dérivé ou présentant une structure qui rend la compréhension du risque encouru difficile pour le client;
   d) des actions ou parts d'OPC qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE visés à l'article 3, 8°, de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, à l'exclusion des OPC structurés au sens de l'article 36, paragraphe 1, alinéa 2, du Règlement (UE) n° 583/2010;
   e) des dépôts structurés, à l'exclusion de ceux incorporant une structure qui rend la compréhension du risque encouru concernant le rendement ou le coût de sortie du produit avant terme difficile pour le client;
   f) d'autres instruments financiers non complexes aux fins du présent paragraphe.
   Aux fins du présent paragraphe, un marché d'un pays tiers est considéré comme équivalent à un marché réglementé, si les exigences et la procédure [3 visées à l'article 25, § 4, a), alinéa 2 de la directive 2014/65/UE]3 sont respectées;
   2° le service est fourni à l'initiative du client ou du client potentiel;
   3° le client ou le client potentiel a été clairement informé que, lors de la fourniture de ce service, l'entreprise réglementée n'est pas tenue d'évaluer si l'instrument financier ou le service fourni ou proposé est approprié et que par conséquent, il ne bénéficie pas de la protection correspondante des règles de conduite pertinentes; cet avertissement peut être transmis sous une forme standardisée;
   4° l'entreprise réglementée respecte les règles en matière de conflits d'intérêts, prévues à l'article 27, § 4.
   § 6. L'entreprise réglementée constitue un dossier incluant le ou les documents conclus par l'entreprise et le client, où sont énoncés les droits et les obligations des parties ainsi que les autres conditions auxquelles l'entreprise fournit des services au client.
   Les droits et les obligations des parties à la convention peuvent être incorporés par référence à d'autres documents ou textes juridiques.
   § 7. L'entreprise réglementée fournit à ses clients, sur un support durable, des rapports adéquats sur le service qu'elle leur fournit. Ces rapports incluent des communications périodiques aux clients, en fonction du type et de la complexité des instruments financiers concernés ainsi que de la nature du service fourni aux clients, et comprennent, lorsqu'il y a lieu, les coûts liés aux transactions effectuées et aux services fournis au nom du client.
   Lorsqu'elle fournit des conseils en investissement, l'entreprise réglementée remet au client, avant que la transaction ne soit effectuée, une déclaration d'adéquation sur un support durable, précisant les conseils prodigués et de quelle manière ceux-ci répondent aux préférences, aux objectifs et aux autres caractéristiques du client de détail.
   Lorsque l'accord d'achat ou de vente d'un instrument financier est conclu en utilisant un moyen de communication à distance qui ne permet pas la transmission préalable de la déclaration d'adéquation, l'entreprise réglementée peut fournir la déclaration [2 ...]2 d'adéquation sur un support durable immédiatement après que le client soit lié par un accord, sous réserve que les conditions suivantes soient réunies:
   1° le client a consenti à recevoir la déclaration d'adéquation sans délai excessif après la conclusion de la transaction; et
   2° l'entreprise réglementée a donné au client la possibilité de retarder la transaction afin qu'il puisse recevoir au préalable la déclaration d'adéquation.
   Lorsqu'une entreprise réglementée fournit des services de gestion de portefeuille ou a informé le client qu'elle procéderait à une évaluation périodique de l'adéquation, le rapport périodique comporte une déclaration mise à jour sur la manière dont l'investissement répond aux préférences, aux objectifs et aux autres caractéristiques du client de détail.
  [4 Les exigences énoncées dans le présent paragraphe ne s'appliquent pas aux services fournis à des clients professionnels, sauf si ces clients informent l'entreprise réglementée, soit au format électronique, soit sur papier, qu'ils souhaitent bénéficier des droits qui y sont prévus. Les entreprises réglementées conservent un enregistrement de telles communications avec leurs clients.]4
   § 8. Si un contrat de crédit hypothécaire qui est soumis aux dispositions relatives à l'évaluation de la solvabilité des consommateurs figurant dans le Livre VII du Code de droit économique prévoit comme condition préalable la fourniture au même consommateur d'un service d'investissement se rapportant à des obligations hypothécaires émises spécifiquement pour obtenir le financement du contrat de crédit hypothécaire et assorties de conditions identiques à celui-ci, afin que le prêt soit remboursable, refinancé ou amorti, ce service n'est pas soumis aux obligations énoncées au présent article.]1

  
Art. 27quater. [1 § 1. De gereglementeerde ondernemingen met een vergunning om orders voor rekening van cliënten uit te voeren, passen procedures en regelingen toe die een onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders van cliënten garanderen ten opzichte van orders van andere cliënten of de handelsposities van de gereglementeerde onderneming.
   Deze procedures of regelingen moeten een gereglementeerde onderneming in staat stellen om overigens vergelijkbare orders van cliënten in de volgorde van het tijdstip van ontvangst uit te voeren.
   § 2. In het geval van een limietorder van een cliënt inzake tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten, of op een handelsplatform verhandelde aandelen dat niet onmiddellijk wordt uitgevoerd onder de heersende marktomstandigheden, nemen de gereglementeerde ondernemingen, tenzij de cliënt uitdrukkelijk andere instructies geeft, maatregelen om tot een zo spoedig mogelijke uitvoering van dat order bij te dragen, door het bewuste limietorder van de cliënt onmiddellijk op zodanige wijze openbaar te maken dat andere marktdeelnemers er gemakkelijk toegang toe kunnen krijgen.
   De gereglementeerde ondernemingen zijn vrijgesteld van de in het eerste lid bedoelde verplichting in het geval van limietorders die van aanzienlijke omvang zijn in verhouding tot de normale marktomvang overeenkomstig artikel 4 van Verordening 600/2014, tenzij de FMSA daarover anders beslist.]1

  
Art. 27quater. [1 § 1er. Les entreprises réglementées agréées pour exécuter des ordres pour le compte de clients appliquent des procédures et des dispositions garantissant l'exécution rapide, équitable et efficace de ces ordres par rapport à d'autres ordres de clients ou à leurs propres positions de négociation.
   Ces procédures ou dispositions prévoient l'exécution des ordres de clients, par ailleurs comparables, en fonction de la date de leur réception par l'entreprise réglementée.
   § 2. Dans le cas d'un ordre à cours limité qui est passé par un client concernant des actions admises à la négociation sur un marché réglementé ou négociées sur une plateforme de négociation et qui n'est pas exécuté immédiatement dans les conditions prévalant sur le marché, les entreprises réglementées prennent, sauf si le client donne expressément l'instruction contraire, des mesures visant à faciliter l'exécution la plus rapide possible de cet ordre, en le rendant immédiatement public sous une forme aisément accessible aux autres participants du marché.
   Les entreprises réglementées sont exemptées de l'obligation prévue à l'alinéa 1er dans le cas d'ordres à cours limité portant sur une taille inhabituellement élevée, conformément aux règles prévues en la matière par l'article 4 du Règlement 600/2014, à moins que la FSMA n'en décide autrement.]1

  
Art.28. [1 § 1. In het kader van de op haar toepasselijke bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden neemt de gereglementeerde onderneming bij het uitvoeren van orders, overeenkomstig de bepalingen van paragrafen 2 tot 8, alle toereikende maatregelen om het best mogelijke resultaat voor haar cliënten te behalen, rekening houdend met de prijs, de kosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, de omvang, de aard van het order en alle andere voor de uitvoering van het order relevante aspecten. In geval van een specifieke instructie van de cliënt is de gereglementeerde onderneming evenwel verplicht het order volgens die specifieke instructie uit te voeren.
   Wanneer een gereglementeerde onderneming een order voor rekening van een niet-professionele cliënt uitvoert, wordt voor de bepaling van het best mogelijke resultaat uitgegaan van de totale tegenprestatie, die bestaat uit de prijs van het financiële instrument en de uitvoeringskosten, die alle uitgaven omvatten die ten laste komen van de cliënt en rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het order, zoals vergoedingen eigen aan de plaats van uitvoering, clearing- en afwikkelingsvergoedingen en alle andere vergoedingen die worden betaald aan derden die bij de uitvoering van het order zijn betrokken.
   Om een optimale uitvoering in overeenstemming met het eerste lid te realiseren wanneer er meer dan één concurrerende plaats van uitvoering is om een order voor een financieel instrument uit te voeren, worden de resultaten die voor de cliënt zouden worden behaald bij de uitvoering van het order op elk van de in het uitvoeringsbeleid van de gereglementeerde onderneming genoemde plaatsen van uitvoering die dit order kunnen uitvoeren, geanalyseerd en vergeleken; in deze analyse moet rekening worden gehouden met de eigen provisies van de gereglementeerde onderneming en de kosten voor de uitvoering van het order op elk van de in aanmerking komende plaatsen van uitvoering.
   § 2. Een gereglementeerde onderneming ontvangt geen beloning, korting of niet-geldelijke tegemoetkoming voor de routering van orders van cliënten naar een bepaald handelsplatform of een bepaalde plaats van uitvoering, wat in strijd zou zijn met de vereisten inzake belangenconflicten of inducements zoals bepaald in paragraaf 1, alsook in de artikelen 27 en 27bis van deze wet, artikel 26, § 2, van de wet van 25 oktober 2016 en artikel 42 van de wet van 25 april 2014.
   § 3. Voor financiële instrumenten die onder de handelsverplichting opgenomen in de artikelen 23 en 28 van Verordening 600/2014 vallen, maakt elk handelsplatform en elke beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling en, voor de andere financiële instrumenten, elke plaats van uitvoering ten minste jaarlijks kosteloos gegevens over de kwaliteit van de uitvoering van transacties op de betrokken plaats openbaar, en deelt de gereglementeerde onderneming, na de uitvoering van een transactie voor rekening van een cliënt, aan die cliënt mee waar het order werd uitgevoerd. Die periodieke rapporten bevatten bijzonderheden over de prijs, de kosten, de snelheid en de waarschijnlijkheid van uitvoering met betrekking tot individuele financiële instrumenten.
   § 4. De gereglementeerde onderneming bepaalt en handhaaft doeltreffende regelingen om aan paragraaf 1 te voldoen. Zij bepaalt en past inzonderheid een beleid inzake orderuitvoering toe dat haar in staat stelt om voor de orders van haar cliënten het best mogelijke resultaat te behalen overeenkomstig het bepaalde in voornoemde paragraaf.
   § 5. Het orderuitvoeringsbeleid omvat voor elke klasse van financiële instrumenten, informatie over de verschillende plaatsen waarop de gereglementeerde onderneming de orders van haar cliënten uitvoert en de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering beïnvloeden. Het omvat ten minste de plaatsen van uitvoering die de gereglementeerde onderneming in staat stellen om consistent het best mogelijke resultaat voor de uitvoering van orders van cliënten te behalen.
   De gereglementeerde onderneming verstrekt haar cliënten deugdelijke informatie over haar orderuitvoeringsbeleid. In die informatie wordt duidelijk, voldoende nauwkeurig en op een voor de cliënten gemakkelijk te begrijpen wijze uitgelegd hoe gereglementeerde ondernemingen de orders voor hun cliënten zullen uitvoeren. De gereglementeerde onderneming verkrijgt vooraf de instemming van haar cliënten met haar orderuitvoeringsbeleid.
   Wanneer het orderuitvoeringsbeleid voorziet in de mogelijkheid om orders van cliënten buiten een handelsplatform uit te voeren, brengt de gereglementeerde onderneming met name haar cliënten van deze mogelijkheid op de hoogte. De gereglementeerde onderneming heeft de uitdrukkelijke toestemming van haar cliënten nodig alvorens hun orders buiten een handelsplatform uit te voeren. De gereglementeerde onderneming kan deze toestemming hetzij in de vorm van een algemene overeenkomst, hetzij met betrekking tot afzonderlijke transacties verkrijgen.
   § 6. De gereglementeerde onderneming die orders van cliënten uitvoert, stelt jaarlijks voor elke categorie financiële instrumenten een overzicht op van de belangrijkste vijf plaatsen van uitvoering in termen van handelsvolumes waar zij tijdens het voorgaande jaar orders van cliënten heeft uitgevoerd, en maakt dat overzicht alsook informatie over de kwaliteit van de uitvoering openbaar.
   § 7. De gereglementeerde onderneming die orders van cliënten uitvoert, houdt toezicht op de doeltreffendheid van haar regelingen en beleid voor orderuitvoering om, in voorkomend geval, mogelijke tekortkomingen te achterhalen en recht te zetten. Zij gaat inzonderheid op gezette tijden na of de in het orderuitvoeringsbeleid opgenomen handelsplatformen tot het best mogelijke resultaat voor de cliënt leiden dan wel of zij haar uitvoeringsregelingen moet wijzigen, rekening houdend met, onder andere, de op grond van paragrafen 3 en 6 gepubliceerde informatie. De gereglementeerde onderneming geeft de cliënten met wie zij een doorlopende cliëntenrelatie heeft, kennis van wezenlijke wijzigingen in haar orderuitvoeringsregelingen of haar orderuitvoeringsbeleid.
   § 8. De gereglementeerde onderneming toont haar cliënten desgevraagd aan dat zij hun orders heeft uitgevoerd in overeenstemming met haar orderuitvoeringsbeleid. Zij kan desgevraagd aan de FSMA aantonen dit artikel te hebben nageleefd.]1

  
Art.28. [1 § 1er. Dans le cadre des conditions d'exercice de l'activité qui lui sont applicables, l'entreprise réglementée prend, conformément aux dispositions des paragraphes 2 à 8, toutes les mesures suffisantes pour obtenir, lors de l'exécution des ordres, le meilleur résultat possible pour ses clients compte tenu du prix, du coût, de la rapidité, de la probabilité de l'exécution et du règlement, de la taille, de la nature de l'ordre ou de toute autre considération relative à l'exécution de l'ordre. Néanmoins, chaque fois qu'il existe une instruction spécifique donnée par les clients, l'entreprise réglementée exécute l'ordre en suivant cette instruction.
   Lorsqu'une entreprise réglementée exécute un ordre au nom d'un client de détail, le meilleur résultat possible est déterminé sur la base du prix total, représentant le prix de l'instrument financier et les coûts liés à l'exécution, lesquels incluent toutes les dépenses exposées par le client directement liées à l'exécution de l'ordre, y compris les frais propres au lieu d'exécution, les frais de compensation et de règlement et tous les autres frais éventuellement payés à des tiers ayant participé à l'exécution de l'ordre.
   En vue d'assurer le meilleur résultat possible conformément au premier alinéa lorsque plusieurs lieux d'exécution concurrents sont en mesure d'exécuter un ordre concernant un instrument financier, il convient d'évaluer et de comparer les résultats qui seraient obtenus pour le client en exécutant l'ordre sur chacun des lieux d'exécution sélectionnés par la politique d'exécution des ordres de l'entreprise réglementée qui sont en mesure d'exécuter cet ordre; dans cette évaluation, il y a lieu de prendre en compte les commissions propres à l'entreprise réglementée et les coûts pour l'exécution de l'ordre sur chacun des lieux d'exécution éligibles.
   § 2. Une entreprise réglementée ne reçoit aucune rémunération, aucune remise ou aucun avantage non pécuniaire pour l'acheminement d'ordres de clients vers une plateforme de négociation ou d'exécution particulière qui serait en violation des exigences relatives aux conflits d'intérêts ou aux incitations prévues au paragraphe 1er, ainsi qu'aux articles 27 et 27bis de la présente loi, à l'article 26, § 2, de la loi du 25 octobre 2016 et à l'article 42 de la loi du 25 avril 2014.
   § 3. Pour les instruments financiers soumis à l'obligation de négociation visée aux articles 23 et 28 du Règlement 600/2014, chaque plateforme de négociation et internalisateur systématique, et, pour les autres instruments financiers, chaque plateforme d'exécution met à la disposition du public, sans frais, les données relatives à la qualité d'exécution des transactions sur cette plateforme au moins une fois par an et à la suite de l'exécution d'une transaction pour le compte d'un client, l'entreprise réglementée précise au client où l'ordre a été exécuté. Ces rapports périodiques incluent des informations détaillées sur le prix, les coûts, la rapidité et la probabilité d'exécution pour les différents instruments financiers.
   § 4. L'entreprise réglementée établit et met en oeuvre des dispositions efficaces pour se conformer au paragraphe 1er. Elle établit et met en oeuvre notamment une politique d'exécution des ordres lui permettant d'obtenir, pour les ordres de ses clients, le meilleur résultat possible conformément au paragraphe précité.
   § 5. La politique d'exécution des ordres inclut, en ce qui concerne chaque catégorie d'instruments financiers, des informations sur les différentes plates-formes sur lesquelles l'entreprise réglementée exécute les ordres de ses clients et les facteurs influençant le choix de la plateforme d'exécution. Elle inclut au moins les plates-formes qui permettent à l'entreprise réglementée d'obtenir, avec régularité, le meilleur résultat possible pour l'exécution des ordres des clients.
   L'entreprise réglementée fournit des informations appropriées à ses clients sur sa politique d'exécution des ordres. Ces informations expliquent clairement, de manière suffisamment détaillée et facilement compréhensible par les clients, comment les ordres seront exécutés par l'entreprise réglementée pour son client. L'entreprise réglementée doit obtenir le consentement préalable de ses clients sur la politique d'exécution en question.
   Lorsque la politique d'exécution des ordres prévoit que les ordres des clients peuvent être exécutés en dehors d'une plateforme de négociation, l'entreprise réglementée informe notamment ses clients de cette possibilité. L'entreprise réglementée doit obtenir le consentement préalable exprès de ses clients avant de procéder à l'exécution de leurs ordres en dehors d'une plateforme de négociation. L'entreprise réglementée peut obtenir ce consentement soit sous la forme d'un accord général, soit pour des transactions déterminées.
   § 6. L'entreprise réglementée qui exécute des ordres de clients établit et publie une fois par an, pour chaque catégorie d'instruments financiers, le classement des cinq premières plates-formes d'exécution sur le plan des volumes de négociation sur lesquelles elles ont exécuté des ordres de clients au cours de l'année précédente et des informations synthétiques sur la qualité d'exécution obtenue.
   § 7. L'entreprise réglementée qui exécute des ordres de clients surveille l'efficacité de ses dispositions en matière d'exécution des ordres et de sa politique en la matière afin d'en déceler les lacunes et d'y remédier le cas échéant. En particulier, l'entreprise réglementée évalue régulièrement si les plates-formes d'exécution prévues dans sa politique d'exécution des ordres permettent d'obtenir le meilleur résultat possible pour le client ou si elle doit procéder à des modifications de ses dispositions en matière d'exécution, compte tenu notamment des informations publiées en application des paragraphes 3 et 6. L'entreprise réglementée notifie aux clients avec lesquels elle a une relation suivie toute modification importante de ses dispositions en matière d'exécution des ordres ou de sa politique en la matière.
   § 8. L'entreprise réglementée démontre à ses clients, à leur demande, qu'elle a exécuté leurs ordres conformément à la politique d'exécution de l'entreprise. Elle le démontre également à la FSMA, à sa demande.]1

  
Art. 28bis. [1 De gereglementeerde ondernemingen vereffenen hun transacties in vervangbare financiële instrumenten die tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, onderling langs girale weg.]1
  
Art. 28bis. [1 Les entreprises réglementées liquident entre elles par voie scripturale leurs transactions portant sur des instruments financiers fongibles qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé belge.]1
  
Art. 28ter. [1 § 1. Met dit artikel worden de kredietinstellingen bedoeld als vermeld in artikel 26, eerste lid, alsook de kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een lidstaat van de EER en die in het kader van het vrij verrichten van diensten hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen.
  [2 § 1/1. [3 De artikelen 27, § 1, eerste zin, en 27bis, § 1, zijn van toepassing op de kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een lidstaat van de EER en die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen in het kader van het vrij verrichten van diensten, ingeval zij spaarrekeningen commercialiseren op het Belgische grondgebied.]3]2
   § 2. Als een kredietinstelling een spaarrekening voorstelt als zijnde een spaardeposito dat in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 21, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, moet zij de criteria in acht nemen die zijn vastgesteld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 [3 of, voor de spaardeposito's die zijn ontvangen door kredietinstellingen die in een andere lidstaat van de EER zijn gevestigd, de analoge criteria die zijn vastgesteld door de gelijkwaardige bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat]3.
   § 3. Teneinde een loyale, billijke en professionele behandeling van de spaarders te stimuleren, kan de Koning regels uitvaardigen ter bevordering van de transparantie en vergelijkbaarheid van de spaarrekeningen die op het Belgische grondgebied worden gecommercialiseerd. In dit kader kan de Koning met name bepalingen treffen met betrekking tot de omvang van het aanbod van spaarrekeningen die in aanmerking komen voor de toepassing van artikel 21, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, alsook met betrekking tot de voorwaarden die een kredietinstelling mag verbinden aan het aanbieden van een spaarrekening.
   § 4. De Koning kan eveneens regels vaststellen aangaande de inhoud en de voorstellingswijze van reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op een spaarrekening bij een financiële instelling.
   § 5. Voor de toepassing van dit artikel dient onder " spaarder " te worden verstaan : de houders van een spaarrekening dan wel de natuurlijke of rechtspersonen die een contract wensen aan te gaan voor het openen van een spaarrekening en die geen professionele cliënt zijn in de zin van artikel 2, 28°.]1

  
Art. 28ter. [1 § 1er. Sont visés par le présent article, les établissements de crédit mentionnés à l'article 26, alinéa 1er, ainsi que les établissements de crédit relevant du droit d'un Etat membre de l'EEE, autorisés à exercer leurs activités en Belgique en libre prestation de services.
  [2 § 1/1. [3 Les articles 27, § 1er, première phrase, et 27bis, § 1er s'appliquent aux établissements de crédit relevant du droit d'un Etat membre de l'EEE, autorisés à exercer leurs activités en Belgique en libre prestation de services, lorsqu'ils commercialisent des comptes d'épargne sur le territoire belge.]3]2
   § 2. Lorsqu'un établissement de crédit présente un compte d'épargne comme étant un dépôt d'épargne bénéficiant de l'application de l'article 21, 5°, du Code des impôts sur les revenus 1992, il doit respecter les critères énoncés à l'article 2 de l'arrêté royal du 27 août 1993 d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992 [3 ou, pour les dépôts d'épargne reçus par des établissements de crédit établis dans un autre Etat membre de l'EEE, les critères analogues définis par les autorités similaires compétentes de l'autre Etat membre]3.
   § 3. Afin de promouvoir le traitement honnête, équitable et professionnel des épargnants, le Roi peut édicter des règles visant à favoriser la transparence et la comparabilité des comptes d'épargne commercialisés sur le territoire belge. Dans ce cadre, le Roi peut notamment prendre des dispositions réglementant l'étendue de l'offre de comptes d'épargne bénéficiant de l'application de l'article 21, 5°, du Code des impôts sur les revenus 1992, et les conditions auxquelles un établissement de crédit peut soumettre l'offre d'un compte d'épargne.
   § 4. Le Roi peut également fixer des règles concernant le contenu et le mode de présentation des communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à un compte d'épargne ouvert auprès d'un établissement financier.
   § 5. Pour l'application du présent article, il y a lieu d'entendre par " épargnants " les titulaires d'un compte d'épargne, ou les personnes physiques ou morales qui souhaitent conclure un contrat d'ouverture de compte d'épargne, et qui ne sont pas des clients professionnels au sens de l'article 2, 28°.]1

  
Art. 28quater. [1 De Koning kan, na advies van de FSMA en de BNB, bepalen welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de beleggingsondernemingen die ten aanzien van professionele cliënten, actief zijn in het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten waarbij deze activiteit gericht is op het met elkaar in contact brengen van deze professionele cliënten waardoor er tussen hen een verrichting tot stand kan komen.
   Dit besluit kan inzonderheid de gedragsregels en onverenigbaarheidsregels bepalen die van toepassing zijn op deze ondernemingen evenals de regels voor de administratieve en boekhoudkundige verwerking van deze verrichtingen.]1

  
Art. 28quater. [1 Le Roi peut, sur avis de la FSMA et de la BNB, déterminer les obligations et interdictions applicables aux entreprises d'investissement qui exercent pour des clients professionnels des activités de réception et transmission d'ordres portant sur un ou plusieurs instruments financiers lorsque cette activité porte sur la mise en rapport de ces clients professionnels permettant ainsi la réalisation entre eux d'une opération.
   Le présent arrêté peut déterminer notamment les règles de conduite et les règles d'incompatibilité applicables à ces entreprises, ainsi que les règles en matière de traitement administratif et comptable de ces opérations.]1

  
Art.29. Op advies van de [2 FSMA]2 en na open raadpleging kan de Koning : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° gedragsregels bepalen die de bieders moeten naleven bij de berichtgeving over en de uitvoering van openbare aanbiedingen tot verkoop van of inschrijving op financiële instrumenten in België, al dan niet in combinatie met de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;
  2° gedragsregels bepalen die de financiële tussenpersonen moeten in acht nemen wanneer zij tussenkomen in de verrichtingen bedoeld in 1° in de hoedanigheid van lead manager of lid van een syndicaat tot vaste overname of plaatsing;
  3° [5 ...]5
  (4° volgens de nadere regels die Hij bepaalt, de overdraagbaarheid beperken van financiële instrumenten die zijn verworven buiten het kader van een openbare aanbieding tot verkoop of inschrijving, onder de voorwaarden die Hij vastlegt, en voor een periode die Hij bepaalt en die voorafgaat aan de eerste toelating van die instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of een Belgische MTF.) <W 2007-05-02/31, art. 45, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  [1 5° regels bepalen die marktdeelnemers moeten naleven bij de handel in financiële instrumenten [5 die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgisch handelsplatform, of waarvan de toelating tot de verhandeling op dergelijk handelsplatform wordt aangevraagd]5, ter verbetering van de transparantie en de goede werking van de financiële markten, waarbij Hij rekening kan houden met de stand van de harmonisatie van de betrokken reglementering binnen de [4 Europese Unie]4.]1 [3 Deze regels kunnen betrekking hebben op de verhandeling van deze financiële instrumenten zowel op de betrokken markt als daarbuiten alsook op de verhandeling, ongeacht waar deze plaatsvindt, van financiële instrumenten waarvan de waarde afhankelijk is van deze financiële instrumenten of die betrekking hebben op de emittent van deze financiële instrumenten of op een met de emittent verbonden vennootschap. Deze regels kunnen ook betrekking hebben op de posities die verband houden met een of meerdere van voornoemde financiële instrumenten.]3
  
Art.29. Le Roi, sur avis de la [2 FSMA]2 et après consultation ouverte, peut : <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  1° arreter des règles de conduite que les offrants doivent respecter dans l'information et la mise en oeuvre d'offres en vente ou en souscription publiques d'instruments financiers en Belgique, accompagnées ou non de l'admission de ces instruments aux négociations sur un marché réglementé belge;
  2° arrêter des règles de conduite à observer par les intermédiaires financiers lorsqu'ils interviennent dans des opérations visées au 1° en qualité de chef de file ou de membre d'un syndicat de prise ferme ou de placement;
  3° [5 ...]5
  (4° limiter, selon les modalités qu'Il détermine, la cessibilité d'instruments financiers acquis en dehors d'une offre en vente ou en souscription publique, à des conditions qu'Il détermine et au cours d'une période qu'Il détermine qui précède leur première admission à la négociation sur un marché réglementé belge ou sur un MTF belge.) <L 2007-05-02/31, art. 45, 029; En vigueur : 22-06-2007>
  [1 5° arrêter des règles que les participants du marché doivent respecter lors de la négociation d'instruments financiers [5 admis aux négociations sur une plateforme de négociation belge ou faisant l'objet d'une demande d'admission aux négociations sur une telle plateforme de négociation]5, en vue d'améliorer la transparence et le bon fonctionnement des marchés financiers, ce pour quoi Il peut tenir compte de l'état d'avancement de l'harmonisation de la réglementation en question au sein de [4 l'Union européenne]4.]1 [3 Ces règles peuvent porter sur la négociation des instruments financiers susvisés tant sur le marché concerné qu'en dehors de ce marché, ainsi que sur la négociation, à quelque endroit que ce soit, d'instruments financiers dont la valeur dépend desdits instruments financiers ou qui ont trait à l'émetteur de ces instruments financiers ou à une société liée à l'émetteur. Ces règles peuvent également porter sur les positions relatives à un ou plusieurs des instruments financiers précités.]3
  
Art. 29bis. [1 § 1. Onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald bij reglement, legt de FSMA voor die financiële instrumenten waarvan de onderliggende waarde bestaat uit voedselgrondstoffen en die verhandeld worden op een gereglementeerde markt of een MTF, de regels vast inzake de limieten op posities in financiële instrumenten die een persoon mag bezitten en bepaalt ze afwijkingen op deze regels, in het bijzonder wanneer de betrokken posities werden aangegaan ter dekking. Hierbij kan de FSMA rekening houden met de staat van de vooruitgang van de harmonisatie van de betrokken regelgeving in de Europese Unie.
   § 2. Dit reglement bepaalt eveneens de gevallen waarin de in België gevestigde financiële tussenpersonen en andere bij reglement aangeduide personen de FSMA kennis geven van de posities in instrumenten bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de modaliteiten en de periodiciteit van deze kennisgeving.
   § 3. [2 Voor de toepassing van dit artikel dient onder "voedselgrondstof" te worden verstaan een primaire grondstof, die al dan niet na verdere bewerking, bestemd is voor menselijke consumptie.]2
   § 4. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de FSMA de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit Europeesrechtelijke regels en die betrekking hebben op de regels inzake van grondstoffen afgeleide financiële instrumenten, inzonderheid op het gebied van definities, positielimieten, rapportering, positiemanagement, productinterventie, toezicht en internationale samenwerking van de FSMA.
   De krachtens dit artikel genomen besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen, opheffen of coördineren, met inbegrip van het bepalen van de toepasselijke maatregelen, administratieve sancties en straffen bij niet-naleving van de regels.
   De krachtens dit artikel genomen besluiten worden van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet worden bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot op de datum van inwerkingtreding van de koninklijke besluiten.]1

  
Art. 29bis. [1 § 1er. Dans les conditions et selon des modalités fixées par règlement, la FSMA détermine les règles portant sur les limites aux positions sur instruments financiers dont le sous-jacent est constitué par des denrées alimentaires, négociés sur un marché réglementé ou un MTF, qu'une personne est autorisée à détenir, et fixe des dérogations à ces règles, notamment lorsque les positions en cause ont été constituées à des fins de couverture, ce pour quoi elle peut tenir compte de l'état d'avancement de l'harmonisation de la réglementation en question au sein de l'Union européenne.
   § 2. Ce règlement détermine également les cas dans lesquels les intermédiaires financiers établis en Belgique et les autres personnes désignées par les règlements de la FSMA déclarent les positions dans les instruments visés à l'alinéa 1er, y compris les modalités et la fréquence de cette notification.
   § 3. [2 Pour l'application du présent article, la notion de "denrée alimentaire" vise une matière première, qui, le cas échéant après traitement, est destinée à la consommation humaine.]2
   § 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, pris sur avis de la FSMA prendre les mesures nécessaires à la transposition des dispositions obligatoires découlant du droit communautaire et qui portent sur les règles en matière d'instruments financiers dérivés sur matières premières, notamment concernant les définitions, les limites aux positions, le rapportage, la gestion de positions, l'intervention sur les produits, le contrôle et la coopération internationale de la FSMA.
   Les arrêtés pris en vertu du présent article peuvent modifier, compléter, remplacer, abroger ou coordonner les dispositions législatives existantes, en ce compris la détermination des mesures, sanctions administratives et peines applicables en cas de non-respect des règles.
   Les arrêtés pris en vertu du présent article sont abrogés de plein droit s'ils n'ont pas été confirmés par la loi dans les vingt-quatre mois de leur date d'entrée en vigueur. La confirmation rétroagit à la date d'entrée en vigueur des arrêtés royaux.]1

  
Art.30. De [1 FSMA]1 kan : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° in individuele gevallen, en mits passende, regelmatige en niet nominatieve bekendmaking van het gevolgde afwijkingsbeleid, afwijkingen toestaan van de (voorschriften bepaald door of krachtens de artikelen 26 tot 29), indien zij van oordeel is dat de betrokken bepalingen niet zijn afgestemd op de activiteiten of de toestand van de betrokken financiële tussenpersoon, emittent of bieder en op voorwaarde dat deze tussenpersoon, emittent of bieder passende alternatieve maatregelen neemt die een gelijkwaardige bescherming van de belangen van de beleggers en de marktintegriteit bieden; <KB 2007-04-27/85, art. 25, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  2° bij reglement, op basis van de beste praktijken op de internationale financiële markten, de voorwaarden bepalen waaronder courante marktpraktijken, inzonderheid inzake koersstabilisatie, verrichtingen die ertoe strekken de liquiditeit van een financieel instrument te verzekeren, communicaties met financiële analisten, programma's van inkoop van eigen aandelen en het onderzoek van informatie met het oog op de verwerving van deelnemingen in beursgenoteerde vennootschappen, al dan niet een inbreuk vormen op de (voorschriften bepaald door of krachtens de artikelen 26 tot 29); <KB 2007-04-27/85, art. 25, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  3° [2 in overeenstemming met artikel 13 van Verordening 596/2014 en de bepalingen genomen op basis of in uitvoering van dit artikel, bij reglement geaccepteerde marktpraktijken vaststellen.]2
  
Art.30. La [1 FSMA]1 peut : <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  1° dans des cas individuels, et moyennant publicité adéquate, régulière et non nominative de la politique de dérogation suivie, accorder des dérogations (aux dispositions prévues par ou en vertu des articles 26 à 29), si elle estime que les dispositions en question sont inadaptées aux activités ou à la situation de l'intermédiaire financier, de l'émetteur ou de l'offrant concerné et à condition que cet intermédiaire, émetteur ou offrant mette en oeuvre des mesures alternatives adéquates qui assurent un niveau de protection équivalent des intérêts des investisseurs et de l'intégrité du marché; <AR 2007-04-27/85, art. 25, 1°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  2° par voie de règlement, définir, sur la base des meilleures pratiques des marchés financiers internationaux, les conditions dans lesquelles des pratiques courantes dans le marché, notamment en matière de stabilisation de cours, d'opérations visant à assurer la liquidité d'un instrument financier, de communications avec des analystes financiers, de programmes de rachat de titres et d'examen d'informations en vue de l'acquisition de participations dans des sociétés cotées, sont constitutives ou non d'une infraction (aux dispositions prévues par ou en vertu des articles 26 à 29); <AR 2007-04-27/85, art. 25, 2°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  3° [2 par voie de règlement, établir les pratiques de marché admises, conformément à l'article 13 du règlement 596/2014 et aux dispositions prises sur la base ou en exécution de cet article.]2
  
Art. 30bis. [1 [2 Onverminderd de artikelen 39 tot 43 van Verordening 600/2014, op advies van de raad van toezicht]2 en na minstens een maand op voorhand de [3 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]3, opgericht bij [3 koninklijk besluit 13 december 2017 houdende oprichting van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik binnen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en tot opheffing van de Commissie voor Milieu-etikettering en milieureclame]3, om advies te hebben verzocht, kan het directiecomité van de FSMA, onverminderd de bevoegdheden van de minister die de Economie onder zijn bevoegdheden heeft, reglementen bepalen die, rekening houdend met de belangen van de afnemers van financiële producten of diensten [4 , of van virtuele munten]4 :
   1° een verbod dan wel beperkende voorwaarden opleggen op de commercialisering of bepaalde vormen van commercialisering aan niet-professionele cliënten van financiële producten of van bepaalde categorieën van financiële producten;
  [4 1° /1 beperkende voorwaarden opleggen op de commercialisering of bepaalde vormen van commercialisering, aan niet-professionele cliënten, van virtuele munten of van bepaalde categorieën van virtuele munten;]4
   2° via de verplichte vermelding van een label of anderszins, de transparantie bevorderen van dergelijke producten, van bepaalde categorieën van dergelijke producten of van de risico's, prijzen, vergoedingen en kosten ervan;
   3° een referentie-vragenlijst voor het bepalen van het beleggersprofiel voor afnemers van financiële producten aanbevelen.
   Voor doeleinden van dit artikel wordt onder commercialisering verstaan : het voorstellen van het product [4 of van de munt]4, ongeacht de wijze waarop dit gebeurt, om de cliënt of potentiële cliënt aan te zetten tot aankoop van, inschrijving op, toetreding tot, aanvaarding van, ondertekening van of opening van het betrokken product [4 of van de munt]4.
   Artikel 64, derde lid, is van toepassing op deze reglementen.]1

  
Art. 30bis. [1 [2 Sans préjudice des articles 39 à 43 du Règlement 600/2014, sur avis du conseil de surveillance]2 et après avoir sollicité au moins un mois à l'avance l'avis [3 de la Commission consultative spéciale Consommation ]3, créé par l'[3 [arrêté royal du 13 décembre 2017 portant création de la Commission consultative spéciale Consommation au sein du Conseil central de l'économie et portant suppression de la Commission pour l'étiquetage et la publicité écologiques]3, le comité de direction de la FSMA peut, sans préjudice des compétences dévolues au ministre ayant l'Economie dans ses attributions, arrêter des règlements qui, tenant compte des intérêts des utilisateurs de produits ou services financiers [4 , ou monnaies virtuelles]4 :
   1° interdisent ou subordonnent à des conditions restrictives la commercialisation ou certaines formes de commercialisation, auprès des clients de détail, de produits financiers ou de certaines catégories de produits financiers;
  [4 1° /1 subordonnent à des conditions restrictives la commercialisation ou certaines formes de commercialisation, auprès des clients de détail, de monnaies virtuelles, ou de certaines catégories d'entre elles ;]4
   2° favorisent, en prévoyant la mention obligatoire d'un label ou de toute autre façon, la transparence de tels produits, de certaines catégories de tels produits ou des risques, des prix, des rémunérations et des frais liés à de tels produits;
   3° recommandent un questionnaire de référence pour définir le profil d'investisseur des utilisateurs de produits financiers.
   Pour l'application du présent article, il y a lieu d'entendre par " commercialisation " la présentation du produit [4 ou de la monnaie]4, de quelque manière que ce soit, en vue d'inciter le client ou le client potentiel à acheter, à souscrire, à adhérer à, à accepter, à signer ou à ouvrir le produit [4 ou la monnaie]4 concerné.
   L'article 64, alinéa 3, est applicable à ces règlements.]1

  
Art. 30ter. [1 § 1. Onverminderd het gemeen recht en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de afnemer van financiële producten of diensten, wordt, indien een persoon bedoeld in het tweede lid naar aanleiding van een financiële verrichting gedefinieerd in paragraaf 2 een inbreuk pleegt op één of meer bepalingen opgenomen in paragraaf 3 en de betrokken afnemer van financiële producten of diensten ingevolge deze verrichting schade leidt, de betrokken verrichting, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van de inbreuk.
   De in het eerste lid vernoemde personen zijn :
   1° de in artikel 26, eerste lid, bedoelde personen alsook de [3 bemiddelaars in bank- en beleggingsdiensten]3;
   2° de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, wat hun beleggingsdiensten betreft die onder artikel 6, lid 3 van Richtlijn 2009/65/EG vallen, die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten;
   3° onverminderd het 1° en 2° en uitsluitend ten behoeve van § 3, 3° van het onderhavige artikel, de kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen in het kader van het vrij verrichten van diensten, wanneer zij spaarrekeningen commercialiseren op Belgisch grondgebied;
   4° [4 de verzekeringsdistributeurs.]4
   § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 verwijst " verrichting ", naargelang van het geval, naar, in de meest ruime zin van het woord, de aankoop van, de verkoop van, de inschrijving op, de lening van, de uitoefening van, de plaatsing van, de ruil van, de terugbetaling van, het houden van, het aanbieden of verstrekken van een bepaald financieel product of een bepaalde financiële dienst.
   § 3. Het in paragraaf 1 vastgestelde vermoeden is van toepassing ingeval de volgende wettelijke bepalingen worden overtreden :
   1° [4 de artikelen 27, § 3, eerste lid, § 4, tweede tot vierde lid, en § 9, 27bis, §§ 1 tot 6, en 27ter, §§ 2, 3, 5, 6 en 7, tweede en derde lid, als gepreciseerd in de artikelen 33, 34, 44 tot 52, 53, §§ 2 en 3, 54 tot 58 van de Gedelegeerde Verordening 2017/565;]4
   2° [3 artikel 28ter, § 1/1 van de wet van 2 augustus 2002, uitsluitend wat de verwijzingen in dit artikel betreft naar de bepalingen van artikel 27bis, § 1, [4 als gepreciseerd in artikel 44 van de Gedelegeerde Verordening 2017/565]4, en met uitsluiting van de bepalingen van artikel 27, § 1;]3
   3° in geval van een beleggingsonderneming die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam is zonder er een bijkantoor te vestigen, de wettelijke bepalingen van de lidstaat van herkomst [4 waarmee de artikelen 23, leden 2 en 3, 24, lid 2, alinea 1, leden 3 tot 5 en 11, artikel 25, leden 2 tot 5 en 6, alinea's 2 en 3 van Richtlijn 2014/65/EU worden omgezet, zoals uitgevoerd door de paragraaf 4, 2°, bedoelde bepalingen, als gepreciseerd in de artikelen 33, 34, 44 tot 52, 53, leden 2 en 3, 54 tot 58 van de Gedelegeerde Verordening 2017/565]4;
  [4 3° /1 in geval van een verzekeringsdistributeur onder Belgisch recht, van een verzekeringsdistributeur die ressorteert onder het recht van een derde land of van een verzekeringsdistributeur onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die in België werkzaam is via een bijkantoor, de artikelen 258, § 2, 279, § 2, en 280, 281, § 1, i), en § 2, i), 283, §§ 1 tot 6 en §§ 8 tot 11, 284, 286, 288, § 4, 290, 295, §§ 1 tot 3 en 296 van de wet van 4 april 2014;]4
  [4 3° /2 in geval van een verzekeringsdistributeur onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die in België werkzaam is zonder er een bijkantoor te vestigen, de wettelijke bepalingen van de lidstaat van herkomst waarmee de artikelen 1, lid 4; 17, lid 2; 18, a), i) en b), i); 19; 20; 24; 28, lid 2; 29, lid 1 en 30, met uitzondering van lid 5, alinea 1, van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van informatievereisten en gedragsregels die van toepassing zijn op de distributie van verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten worden omgezet, alsook de artikelen 258, lid 2, (iv), 280, 283, § 6, 284, § 3, 288, lid 4, en 290 van de wet van 4 april 2014;
   3° /3 voor alle in België werkzame verzekeringsdistributeurs, de artikelen 6, § 2, en 9 tot 17 van de gedelegeerde verordening (EU) 2017/2359 van de Commissie van 21 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2016/97;]4

   4° de door de Koning krachtens paragraaf 4 aangeduide bepalingen.
   § 4. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de ministerraad,
   1° geeft de Koning de bepalingen aan van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van [3 de artikelen 28ter, 30bis en 45, § 2, van deze wet [4 en van de artikelen 286, § 7, en 290, § 2, van de wet van 4 april 2014]4]3 en van artikel 14 van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, waarvan de overtreding door de in § 1, tweede lid, bedoelde personen eveneens leidt tot de toepassing van § 1;
   2° [4 kan de Koning de in § 3, 2°, bedoelde bepalingen aanvullen]4 met alle of een deel van de bepalingen van [3 Richtlijn 2014/65/EU en de Gedelegeerde Richtlijn 2017/593]3.
   § 5. Dit artikel is van toepassing voor zover de in paragraaf 2, bedoelde handeling na de inwerkingtreding van deze wet is gesteld.
   De schending van de bepalingen bedoeld in paragraaf 3 kan voor de toepassing van dit artikel slechts worden ingeroepen gedurende een periode van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de betrokken afnemer van financiële producten en diensten kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan, en kan in geen geval meer worden ingeroepen na het verstrijken van een periode van twintig jaar vanaf de dag volgend op die waarop de betrokken schending zich heeft voorgedaan.]1

  
Art. 30ter. [1 § 1er. Sans préjudice du droit commun et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'utilisateur de produits et services financiers, au cas où une personne visée à l'alinéa 2 commet, à l'occasion d'une opération financière définie au paragraphe 2, un manquement à une ou plusieurs dispositions énumérées au paragraphe 3 et que l'utilisateur de produits ou services financiers concerné subit un dommage suite à celle-ci, l'opération concernée est, sauf preuve contraire, présumée résulter du manquement.
   Les personnes visées à l'alinéa 1er sont :
   1° les personnes visées à l'article 26, alinéa 1er, ainsi que les [3 intermédiaires en services bancaires]3 et en services d'investissement;
   2° les établissements de crédit, les entreprises d'investissement et les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, pour ce qui est de leurs services d'investissement relevant de l'article 6, paragraphe 3 de la Directive 2009/65/CE, relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et qui exercent leurs activités en Belgique sous le couvert de la libre prestation de services;
   3° sans préjudice des 1° et 2° et aux fins du paragraphe 3, 3° du présent article uniquement, les établissements de crédit relevant du droit d'un Etat membre de l'Espace économique européen, autorisés à exercer leurs activités en Belgique en libre prestation de services, lorsqu'ils commercialisent des comptes d'épargne sur le territoire belge;
   4° [4 les distributeurs de produits d'assurance]4.
   § 2. Pour l'application du paragraphe 1er, on entend par " opération ", selon le cas, au sens le plus large du terme, l'achat, la vente, la souscription, le prêt, l'exercice, le placement, l'échange, le remboursement, la détention, la fourniture ou la prestation d'un produit ou d'un service financier donné.
   § 3. La présomption établie au paragraphe 1er est applicable en cas de violation des dispositions légales suivantes :
   1° [4 les articles 27, § 3, alinéa 1er, § 4, alinéas 2 à 4, et § 9, 27bis, §§ 1er à 6, et 27ter, §§ 2, 3, 5, 6 et 7, alinéas 2 et 3, tels que précisés par les articles 33, 34, 44 à 52, 53, §§ 2 et 3, 54 à 58 du Règlement délégué 2017/565;]4
   2° [3 l'article 28ter, § 1/1 de la loi du 2 août 2002, uniquement en ce que cet article renvoie aux dispositions de l'article 27bis, § 1er, [4 telles que précisées par l'article 44 du Règlement délégué 2017/565]4, et à l'exclusion de celles de l'article 27, § 1er;]3
   3° dans le cas d'une entreprise d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et exerçant ses activités en Belgique sans y établir de succursales, les dispositions légales de l'Etat membre d'origine [4 transposant les articles 23, paragraphes 2 et 3, 24, paragraphe 2, alinéa 1er, paragraphes 3 à 5 et 11, l'article 25, paragraphes 2 à 5 et 6, alinéas 2 et 3 de la Directive 2014/65/UE, tels que précisés par les articles 33, 34, 44 à 52, 53, paragraphes 2 et 3, 54 à 58 du Règlement délégué 2017/565]4 ;
  [4 3° /1 dans le cas d'un distributeur de produits d'assurance de droit belge, d'un distributeur de produits d'assurance relevant du droit d'un Etat tiers ou d'un distributeur de produits d'assurance relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et exerçant ses activités en Belgique par le biais d'une succursale, les articles 258, § 2, 279, § 2, 280, 281, § 1er, i), et § 2, i), 283, §§ 1er à 6 et §§ 8 à 11, 284, 286, 288, § 4, 290, 295, §§ 1er à 3 et 296 de la loi du 4 avril 2014;]4
  [4 3° /2 dans le cas d'un distributeur de produits d'assurance relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et exerçant ses activités en Belgique sans y établir de succursale, les dispositions légales de l'Etat membre d'origine transposant les articles 1, § 4; 17, § 2; 18, a), i) et b), i); 19; 20; 24; 28, § 2; 29, § 1er, et 30, à l'exception de son paragraphe 5, alinéa 1er de la directive (UE) 2016/97 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences en matière d'information et les règles de conduite applicables à la distribution de produits d'investissement fondés sur l'assurance, ainsi que les articles 258, § 2, (iv), 280, 283, § 6, 284, § 3, 288, § 4, et 290 de la loi du 4 avril 2014;
   3° /3 pour tous les distributeurs de produits d'assurance exerçant des activités en Belgique, les articles 6, § 2, et 9 à 17 du règlement délégué (UE) 2017/2359 de la Commission du 21 septembre 2017 complétant la directive (UE) 2016/97;]4

   4° les dispositions désignées par le Roi en application du paragraphe 4.
   § 4. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres,
   1° le Roi désigne les dispositions des arrêtés et règlements pris en application [3 des articles 28ter, 30bis et 45, § 2, de la présente loi [4 et des articles 286, § 7, et 290, § 2, de la loi du 4 avril 2014]4]3 et de l'article 14 de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers dont la violation par les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 2, donnent également lieu à l'application du paragraphe 1er;
   2° le Roi [4 peut compléter]4 les dispositions visées au paragraphe 3, 2°, par tout ou partie des dispositions [3 de la Directive 2014/65/UE et de la Directive déléguée 2017/593]3.
   § 5. Le présent article s'applique pour autant que l'acte concerné visé au paragraphe 2 se soit produit après l'entrée en vigueur de la présente loi.
   Une violation des dispositions légales visées au paragraphe 3 ne peut être invoquée aux fins du présent article que pendant un délai de cinq ans à compter du moment où l'utilisateur de produits et services financiers concerné a eu connaissance du dommage ou de son aggravation, et ne peut en tous les cas plus être invoquée au-delà d'une période de vingt ans à partir du jour qui suit celui où s'est produite la violation concernée.]1

  
Art. 30quater. [1 Onverminderd de regels die van toepassing zijn op het grondgebied van een andere lidstaat, zijn alle verkopen en andere overdrachten onder levenden, om niet of onder bezwarende titel, aan niet-professionele cliënten, van achtergestelde in aanmerking komende passiva, van aanvullend-tier 1-instrumenten of van tier 2-instrumenten met een minimumdenominatiebedrag van minder dan 100 000 euro, op het Belgisch grondgebied of vanuit België verboden.]1
  
Art. 30quater. [1 Sans préjudice des règles applicables sur le territoire d'un autre Etat membre, sont interdits, sur le territoire belge ou au départ de la Belgique, toutes ventes et autres transferts entre vifs, à titre gratuit ou onéreux, à des clients de détail, d'engagements éligibles subordonnés, d'instruments de fonds propres additionnels de catégorie 1 ou d'instruments de fonds propres de catégorie 2 dont le montant nominal minimal est inférieur à 100 000 euros.]1
  
Onderafdeling 4. - [1 Voorrecht van de gekwalificeerde tussenpersonen en van de [2 centrale effectenbewaarinstellingen]2 en spelexceptie.]1
Sous-section 4. - [1 Privilège des intermédiaires qualifiés et des [2 dépositaires centraux de titres]2, et exception de jeu.]1
Art.31. § 1. De gekwalificeerde tussenpersonen hebben een voorrecht (van dezelfde rang als dat van de pandhoudende schuldeiser,) op de financiële instrumenten, gelden en deviezen : <W 2004-12-15/39, art. 30, 012; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  1° die hun door hun cliënten zijn overhandigd om de dekking te vormen voor de uitvoering van transacties in financiële instrumenten, voor inschrijvingen op financiële instrumenten of voor termijnverrichtingen op deviezen;
  2° die zij houden ingevolge de uitvoering van transacties in financiële instrumenten of van termijnverrichtingen op deviezen of ingevolge de hun opgedragen [4 afwikkelingen]4 van transacties in financiële instrumenten, van inschrijvingen op financiële instrumenten of van termijnverrichtingen op deviezen die door hun cliënten rechtstreeks zijn verricht. Dit voorrecht waarborgt elke schuldvordering van de gekwalificeerde tussenpersoon ontstaan naar aanleiding van deze transacties, verrichtingen of vereffeningen bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de schuldvorderingen ontstaan uit leningen of voorschotten.
  § 2. [4 De centrale effectenbewaarinstellingen hebben een voorrecht op de financiële instrumenten, gelden, deviezen en andere rechten die zij op een rekening aanhouden als eigen tegoed van een deelnemer in het afwikkelingssysteem dat zij beheren. Dit voorrecht waarborgt elke vordering van de instelling op de deelnemer die is ontstaan naar aanleiding van de afwikkeling van inschrijvingen op financiële instrumenten of van transacties in financiële instrumenten of termijnverrichtingen op deviezen, met inbegrip van de schuldvorderingen ontstaan uit leningen of voorschotten. Dezelfde instellingen hebben eveneens een voorrecht op de financiële instrumenten, gelden, deviezen en andere rechten die zij op een rekening aanhouden als tegoed van cliënten van een deelnemer in het afwikkelingssysteem dat zij beheren. Dit voorrecht waarborgt uitsluitend de vorderingen van de instelling op de deelnemer die zijn ontstaan naar aanleiding van de afwikkeling van inschrijvingen op financiële instrumenten of van transacties in financiële instrumenten of termijnverrichtingen op deviezen uitgevoerd door de deelnemer voor rekening van cliënten, met inbegrip van de schuldvorderingen ontstaan uit leningen of voorschotten.]4
  § 3. De onderwerping van financiële instrumenten aan het stelsel van vervangbaarheid belet de uitoefening van de voorrechten bedoeld in §§ 1 en 2 niet.
  § 4. Onverminderd de meer specifieke bepalingen eigen aan de gereglementeerde markten die bij of krachtens de wet zijn vastgesteld, zijn de gekwalificeerde tussenpersonen [2 en de [4 centrale effectenbewaarinstellingen]4]2 gemachtigd om, bij gebreke van betaling van de schuldvorderingen gewaarborgd door het door de §§ 1 en 2 bepaalde voorrecht, van rechtswege, zonder ingebrekestelling en zonder voorafgaandelijke gerechtelijke beslissing, over te gaan :
  1° tot de tegeldemaking van financiële instrumenten en termijnverrichtingen op deviezen waarop dit voorrecht slaat;
  2° tot de schuldvergelijking van iedere schuldvordering op hun cliënten of deelnemers met de op een rekening geplaatste gelden of deviezen die onderworpen zijn aan hetzelfde voorrecht;
  3° tot de uitoefening, in de plaats van de titularis, van de andere rechten bedoeld in § 2.
  De tegeldemaking van de in het eerste lid, 1°, bedoelde financiële instrumenten en termijnverrichtingen op deviezen dient te gebeuren tegen de meest voordelige prijs en binnen de kortst mogelijke termijnen, rekening houdend met het volume van de transacties of verrichtingen. Het recht van tegeldemaking bedoeld in het eerste lid, 1°, laat eveneens toe tot de sluiting over te gaan van open posities ingevolge de verkoop of aankoop van een optie of futurescontract of ingevolge de uitvoering van een termijnverrichting op deviezen.
  De opbrengst van de tegeldemaking van de financiële instrumenten en de termijnverrichtingen op deviezen bedoeld in het eerste lid, 1°, en de opbrengst voortkomend uit de uitoefening van de andere in het eerste lid, 3°, bedoelde rechten worden toegerekend, overeenkomstig artikel [5 5.210]5 van het Burgerlijk Wetboek, op de schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten van de gekwalificeerde tussenpersoon [2 [4 of de centrale effectenbewaarinstelling]4]2 die het voorrecht uitoefent, na uitvoering van de schuldvergelijking bedoeld in het eerste lid, 2°. Het eventuele saldo in het voordeel van de cliënt of de deelnemer wordt zo spoedig mogelijk aan de rechthebbende teruggegeven, onder voorbehoud van elk ander recht dat de gekwalificeerde tussenpersoon [2 of de vereffeningsinstelling]2 op dit saldo kan laten gelden.
  De uitoefening van de rechten toegekend aan de gekwalificeerde tussenpersonen of [2 [4 de centrale effectenbewaarinstellingen]4]2 krachtens deze paragraaf wordt niet geschorst door het faillissement, [1 de gerechtelijke reorganisatie]1 of de collectieve schuldenregeling van de cliënt of de deelnemer, noch doordat zich enig ander geval van samenloop tussen zijn schuldeisers voordoet.
  § 5. (Voor het plaatsen van financiële instrumenten door een financiële tussenpersoon op een rekening bij een gekwalificeerde tussenpersoon of bij een instelling als bedoeld in § 1 of § 2, waardoor deze instrumenten worden onderworpen aan het voorrecht van deze tussenpersoon of instelling, is de toestemming van de cliënt vereist als bedoeld in [6 artikel 65, §§ 1 en 2, van de wet van 25 april 2014 en in artikel 69, § 2, eerste en tweede lid van de wet van 20 juli 2022]6). Deze bepaling doet geen afbreuk aan rechten die derden te goeder trouw op de financiële instrumenten hebben verworven. <KB 2007-04-27/85, art. 26, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  
Art.31. § 1er. Les intermédiaires qualifiés ont un privilège (, de même rang que celui du créancier gagiste,) sur les instruments financiers, fonds et devises : <L 2004-12-15/39, art. 30, 012; En vigueur : 01-02-2005>
  1° qui leur ont été remis par leurs clients en vue de constituer la couverture destinée à garantir l'exécution des transactions sur instruments financiers, la souscription d'instruments financiers ou des opérations à terme sur devises;
  2° qu'ils détiennent à la suite de l'exécution de transactions sur instruments financiers ou d'opérations à terme sur devises ou à la suite [4 du règlement]4 dont ils sont chargés de transactions sur instruments financiers, de souscriptions d'instruments financiers ou d'opérations à terme sur devises qui sont effectuées directement par leurs clients. Ce privilège garantit toute créance de l'intermédiaire qualifié née à l'occasion de ces transactions, opérations ou [4 règlements]4 visées à l'alinéa 1er, y compris les créances nées de prêts ou d'avances.
  § 2. [4 Les dépositaires centraux de titres ont un privilège sur les instruments financiers, fonds, devises et autres droits qu'ils détiennent en compte comme avoir propre d'un participant dans le système de règlement qu'ils gèrent. Ce privilège garantit toute créance du dépositaire sur le participant née à l'occasion du règlement de souscriptions d'instruments financiers ou de transactions sur instruments financiers ou d'opérations à terme sur devises, y compris les créances nées de prêts ou d'avances. Les mêmes dépositaires ont également un privilège sur les instruments financiers, fonds, devises et autres droits qu'ils détiennent en compte comme avoir des clients d'un participant dans le système de règlement qu'ils gèrent. Ce privilège garantit exclusivement les créances du dépositaire sur le participant nées à l'occasion du règlement de souscriptions d'instruments financiers ou de transactions sur instruments financiers ou d'opérations à terme sur devises réalisées par le participant pour compte de clients, y compris les créances nées de prêts ou d'avances.]4
  § 3. La soumission d'instruments financiers à un régime de fongibilité ne fait pas obstacle à l'exercice des privilèges visés aux §§ 1er et 2.
  § 4. Sans préjudice des dispositions plus spécifiques propres aux marchés réglementés prévues par ou en vertu de la loi, les intermédiaires qualifiés [2 et les [4 dépositaires centraux de titres]4]2 sont autorisés, en cas de défaut de paiement des créances garanties par le privilège prévu aux §§ 1er et 2, à procéder de plein droit, sans mise en demeure et sans décision judiciaire préalable :
  1° à la réalisation d'instruments financiers et d'opérations à terme sur devises faisant l'objet de ce privilège;
  2° à la compensation de toute créance sur leurs clients ou participants avec les espèces ou devises en compte qui sont soumises au même privilège;
  3° à l'exercice, en lieu et place du titulaire, des autres droits visés au § 2.
  La réalisation des instruments financiers et des opérations à terme sur devises visés à l'alinéa 1er, 1°, doit avoir lieu au prix le plus avantageux et dans les plus brefs délais possibles, compte tenu du volume des transactions ou des opérations. Le droit de réalisation visé à l'alinéa 1er, 1°, permet également de clôturer les positions ouvertes à la suite de la vente ou de l'achat d'une option et d'un contrat de futures ou à la suite de l'exécution d'une opération à terme sur devises.
  Le produit de la réalisation des instruments financiers et opérations à terme sur devises visés à l'alinéa 1er, 1°, et le produit provenant de l'exercice des autres droits visés à l'alinéa 1er, 3°, sont imputés, conformément à l'article [5 5.210]5 du Code civil, sur la créance en principal, intérêts et frais de l'intermédiaire qualifié ou [4 du dépositaire central de titres]4 qui exerce le privilège, après exercice de la compensation visée à l'alinéa 1er, 2°. Le solde éventuel en faveur du client ou du participant sera restitué dans les plus brefs délais à l'ayant-droit, sous réserve de tout autre droit que l'intermédiaire qualifié ou [4 le dépositaire central de titres]4eut faire valoir sur ce solde.
  L'exercice des droits conférés aux intermédiaires qualifiés et [2 aux[4 dépositaires centraux de titres.]4]2 en vertu du présent paragraphe n'est pas suspendu par la faillite, [1 la réorganisation judiciaire]1 ou le règlement collectif des dettes du client ou du participant, ni par la survenance de toute autre situation de concours entre créanciers de celui-ci.
  § 5. (Le placement par un intermédiaire financier d'instruments financiers sur un compte auprès d'un intermédiaire qualifié ou auprès d'un organisme visé au § 1er ou § 2 ayant pour effet de soumettre ces instruments au privilège de ces derniers requiert l'autorisation du client prévue par [6 l'article 65, §§ 1er et 2, de la loi du 25 avril 2014 et par l'article 69, § 2, alinéas 1er et 2, de la loi du 20 juillet 2022]6.) Cette disposition ne porte pas atteinte aux droits que les tiers ont acquis de bonne foi sur les instruments financiers. <AR 2007-04-27/85, art. 26, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  
Art.32. Artikel 1965 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de transacties in financiële instrumenten die op een gereglementeerde markt of op enige andere markt voor financiële instrumenten aangeduid door de Koning op advies van de [1 FSMA]1, worden uitgevoerd met tussenkomst van een gekwalificeerde tussenpersoon of met een dergelijke tussenpersoon als tegenpartij, zelfs indien deze transacties worden vereffend door betaling van het prijsverschil. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.32. L'article 1965 du Code civil n'est pas applicable aux transactions sur instruments financiers qui sont réalisées sur un marché réglementé ou sur tout autre marché d'instruments financiers désigné par le Roi sur avis de la [1 FSMA]1, à l'intervention d'un intermédiaire qualifié ou avec un tel intermédiaire comme contrepartie, même si ces transactions sont liquidées par le paiement de la différence du prix. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  
Afdeling 8. - Toezicht door de [1 FSMA]1.
Section 8. - Contrôle par la [1 FSMA]1.
Art.33. De [[2 FSMA]2] ziet toe op de toepassing van de bepalingen [5 als bedoeld in dit hoofdstuk of in de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen]5]3, [1 onverminderd de bevoegdheden toegekend aan de Bank [4 bij de artikelen 8, 12bis, 36/25 en 36/26 van de organieke wet van de Bank]4]1 [6 en aan de CDZ bij de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen]6. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.33. La [[2 FSMA]2] contrôle l'application des dispositions [3 [5 visées dans le présent chapitre ou dans les arrêtés et règlements pris pour son exécution]5]3, [1 sans préjudice des compétences dévolues à la Banque [4 par les articles 8, 12bis, 36/25 et 36/26 de la loi organique de la Banque]4]1 [6 et de celles dévolues à l'OCM par la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités]6. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.34. <W 2007-05-02/31, art. 46, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht bedoeld in artikel 33 of om tegemoet te komen aan verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, beschikt de [2 FSMA]2
  1° ten aanzien van de financiële tussenpersonen [3 of andere aan de betrokken regels onderworpen natuurlijke personen of rechtspersonen]3 , [5 leden van een Belgisch handelsplatform]5, [1 markthouders als bedoeld in artikel 16 van het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten,]1 [6 marktexploitanten en kredietinstellingen en belegggingsondernemingen die een MTF of een OTF exploiteren]6, [4 centrale tegenpartijen, [7 centrale effectenbewaarinstellingen, instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen, depositobanken]7 en emittenten van financiële instrumenten over de volgende bevoegdheden :
  a) zij kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen, met inbegrip van informatie en documenten die betrekking hebben op de relaties tussen de tussenpersoon en een bepaalde cliënt [5 en bestaande opnames van telefoongesprekken, elektronische communicatie en overzichten van dataverkeer]5;
  b) zij kan ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem;
  c) zij kan de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen [8 of de assurance van de duurzaamheidsinformatie]8 belaste personen van deze entiteiten, op kosten van deze entiteiten, om bijzondere verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen; daarnaast kan zij commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen [8 of de assurance van de duurzaamheidsinformatie]8 belaste personen van emittenten van financiële instrumenten, op kosten van deze emittenten, periodieke verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen;
  d) wanneer deze entiteiten in België gevestigd zijn, kan de [2 FSMA]2 vereisen dat zij haar alle nuttige informatie en documenten bezorgen met betrekking tot ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep en in het buitenland zijn gevestigd;
  2° ten aanzien van de bedrijfsleiding van emittenten van financiële instrumenten, de personen die onder de controle van emittenten van financiële instrumenten staan of die controle uitoefenen over emittenten van financiële instrumenten, de personen die zonder toestemming van een emittent om toelating van zijn financiële instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt [6 , een MTF of een OTF]6 hebben verzocht, alsook de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen [8 of de assurance van de duurzaamheidsinformatie]8 van deze emittenten belaste personen, over de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen bezorgen;
  3° ten aanzien van emittenten van financiële instrumenten over de bevoegdheid om te bevelen de onder 1°, a), bedoelde informatie aan het publiek openbaar te maken op de wijze en binnen de termijnen die zij bepaalt
  § 2. [6 ...]6
  § 3. De [2 FSMA]2 kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen door leden op afstand van een Belgische gereglementeerde markt die in de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, of bij hen ter plaatse inspecties en expertises verrichten. Wanneer zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, stelt de [2 FSMA]2 de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst hiervan op de hoogte.
  De bevoegde autoriteiten van buitenlandse gereglementeerde markten hebben ten aanzien van in België gevestigde leden op afstand van die markten de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen meedelen, of om bij hen ter plaatse inspecties en expertises te verrichten. Wanneer zij van deze bevoegdheid gebruik maken, stellen zij de [2 FSMA]2 hiervan op de hoogte.
  § 4. Marktondernemingen, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen verschaffen de [2 FSMA]2 continue toegang tot de informaticasystemen die de verhandeling van financiële instrumenten mogelijk maken [5 op de handelsplatformen]5 die onder het toezicht van de [2 FSMA]2 ressorteren.
  Onverminderd § 1 kan de [2 FSMA]2 [4 centrale tegenpartijen, [7 centrale effectenbewaarinstellingen, instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen en depositobanken]7, verzoeken om haar periodiek informatie te verschaffen over transacties in financiële instrumenten die toegelaten zijn tot verhandeling [5 op de handelsplatformen]5 die onder het toezicht van de [2 FSMA]2 ressorteren, ongeacht of deze transacties op de betrokken markt of handelsfaciliteit zijn uitgevoerd of daarbuiten.
  
Art.34. <L 2007-05-02/31, art. 46, 029; En vigueur : 22-06-2007> § 1er. Pour exercer sa mission de contrôle visée à l'article 33 ou pour répondre aux demandes de coopération émanant d'autorités compétentes au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, la [2 FSMA]2 dispose,
  1° à l'égard des intermédiaires financiers [3 ou des autres personnes physiques ou morales soumises aux règles concernées]3, des [5 membres d'une plateforme de négociation belge", et les mots "des entreprises de marché, des MTF" sont remplacés par les mots [6 des opérateurs de marché et des établissements de crédit et entreprises d'investissement exploitant un MTF ou un OTF]6]5, [1 des teneurs de marché visés à l'article 16 de l'arrêté royal du 20 décembre 2007 relatif aux obligations linéaires, aux titres scindés et aux certificats de trésorerie,]1 des entreprises de marché, des MTF, [4 des contreparties centrales, des [7 dépositaires centraux de titres, des organismes de support des dépositaires centraux de titres, des banques dépositaires]7]4, des organismes assimiles à des organismes de liquidation et des émetteurs d'instruments financiers, des pouvoirs suivants :
  a) elle peut se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, y compris sur les relations entre l'intermédiaire et un client détermine [5 , ainsi que les enregistrements existants des conversations téléphoniques, des communications électroniques et des données relatives au trafic]5;
  b) elle peut procéder à des inspections et expertises sur place, prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et avoir accès à tout système informatique;
  c) elle peut demander aux commissaires ou aux personnes chargées du contrôle des états financiers [8 ou de l'assurance de l'information en matière de durabilité]8 de ces entités, de lui remettre, aux frais de ces entités, des rapports spéciaux sur les sujets qu'elle détermine; elle peut, en outre, demander aux commissaires ou aux personnes chargées du contrôle des états financiers [8 ou de l'assurance de l'information en matière de durabilité]8 d'émetteurs d'instruments financiers, de lui remettre, aux frais de ces émetteurs, des rapports périodiques sur les sujets qu'elle détermine;
  d) elle peut exiger de ces entités, lorsque celles-ci sont établies en Belgique, qu'elles lui fournissent toute information et tout document utiles relatifs à des entreprises qui font partie du même groupe et sont établies à l'étranger;
  2° à l'égard des dirigeants d'émetteurs d'instruments financiers, des personnes qui sont contrôlées par des émetteurs d'instruments financiers ou qui contrôlent des émetteurs d'instruments financiers, des personnes qui, sans l'autorisation de l'émetteur, ont demandé l'admission de ses instruments financiers à la négociation sur un marché réglementé [6 ou sur un MTF ou un OTF]6 ainsi qu'à l'égard des commissaires ou des personnes chargées du contrôle des états financiers [8 ou de l'assurance de l'information en matière de durabilité]8 de ces émetteurs, du pouvoir de se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit;
  3° à l'égard des émetteurs d'instruments financiers, du pouvoir d'ordonner de rendre publiques les informations visées au 1°, a), selon les modalités et dans les délais qu'elle détermine.
  § 2. [6 ...]6
  § 3. La [2 FSMA]2 peut se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, par les membres à distance d'un marché réglementé belge qui sont établis dans l'Espace économique européen, ou procéder auprès d'eux a des inspections et expertises sur place. Lorsqu'elle fait usage de ce pouvoir, la [2 FSMA]2 en informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine.
  Les autorités compétentes des marchés réglementés étrangers peuvent se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, par les membres à distance de ces marchés qui sont établis en Belgique, ou procéder auprès d'eux à des inspections et expertises sur place. Lorsqu'elles font usage de ce pouvoir, les autorités en question en informent la [2 FSMA]2.
  § 4. Les entreprises de marché, les entreprises d'investissement et les établissements de crédit donnent à la [2 FSMA]2 un accès permanent aux systèmes informatiques qui permettent la négociation d'instruments financiers [5 sur les plateformes de négociation]5 fonctionnant sous la surveillance de la [2 FSMA]2.
  Sans préjudice du § 1er, la [2 FSMA]2 peut demander [4 aux contreparties centrales, aux [7 dépositaires centraux de titres, aux organismes de support des dépositaires centraux de titres et aux banques dépositaires]7, de lui fournir périodiquement des informations concernant les transactions portant sur des instruments financiers admis à la négociation [5 sur les plateformes de négociation]5 fonctionnant sous la surveillance de la [2 FSMA]2, que ces transactions aient été exécutées sur le marché ou le système de négociation concerné ou en dehors de celui-ci.
  
Art.35. <W 2007-05-02/31, art. 47, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. De [2 FSMA]2 heeft ten aanzien van elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen meedelen en toegang te verkrijgen tot elk document, in welke vorm ook, voor de volgende doeleinden :
  1° [1 om haar toezichtsopdracht bedoeld in artikel 33 uit te oefenen, om toe te zien op de naleving van de artikelen 39 en 40, en om te verifiëren [3 of er geen inbreuk is als bedoeld in artikel 86bis]3 ;]1
  2° om tegemoet te komen aan verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°.
  [3 3° om tegemoet te komen aan verzoeken om informatie vanwege de ESMA, de EIOPA, de EBA en het Europees Comité voor systeemrisico's.]3
  [4 Voor de uitoefening van haar toezicht op de bepalingen van Verordening 596/2014 en Verordening 600/2014 en de bepalingen ter omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, of wanneer zij daartoe wordt verzocht door een in het eerste lid, 2° of 3°, bedoelde autoriteit, kan de FSMA bij elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon elke informatie en elk document opvragen betreffende de omvang en het doel van een via een grondstoffenderivaat ingenomen positie of aangegaan risico en betreffende enigerlei activa of verplichtingen op de onderliggende markt, en verslagen opvragen over deze transacties.]4
  [5 Voor de uitoefening van haar toezicht op de naleving van de bepalingen van Verordening 2016/1011 of wanneer zij een verzoek ontvangt van een autoriteit als bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°, kan de FSMA van de contribuanten die actief zijn op de betrokken spotmarkten inlichtingen vorderen over de grondstoffenbenchmarks, indien van toepassing overeenkomstig genormaliseerde indelingen en verslagen van transacties. De FSMA kan ook directe toegang vorderen tot de systemen van de betrokken marktexploitanten.]5
  § 2. De [2 FSMA]2 kan de gerechtelijke overheden verzoeken alle informatie en documenten te verzamelen die nuttig worden geacht voor de in § 1 bedoelde doeleinden. De gerechtelijke overheden delen deze informatie en documenten mee aan de [2 FSMA]2, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot hangende gerechtelijke procedures niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal.
  De bevoegde procureur-generaal kan weigeren om gevolg te geven aan het in het eerste lid bedoelde verzoek wanneer reeds een gerechtelijke procedure is ingesteld wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen of wanneer zij reeds definitief wegens dezelfde feiten werden veroordeeld.
  § 3. De financiële tussenpersonen mogen geen verrichtingen in financiële instrumenten uitvoeren voor rekening van of op verzoek van een persoon zonder deze erover te hebben ingelicht dat zij pas kunnen tussenkomen als zij toestemming hebben om de identiteit van die persoon kenbaar te maken aan de [2 FSMA]2 en aan de bevoegde autoriteiten van de buitenlandse gereglementeerde markten waarvan zij lid op afstand zijn.
  
Art.35. <L 2007-05-02/31, art. 47, 029; En vigueur : 22-06-2007> § 1er. La [2 FSMA]2 dispose à l'égard de toute personne physique et de toute personne morale le pouvoir de se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, et d'avoir accès à tout document, sous quelque forme que ce soit, aux fins suivantes :
  1° [1 exercer sa mission de contrôle visée à l'article 33, veiller au respect des articles 39 et 40, et vérifier [3 s'il n'y a pas d'infraction telle que visée à l'article 86bis]3;]1
  2° répondre aux demandes de coopération émanant d'autorités compétentes au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°;
  [3 3° répondre aux demandes d'informations émanant de l'ESMA, de l'EIOPA, de l'EBA et du Comité européen du risque systémique.]3
  [4 Aux fins de l'exercice de son contrôle du respect des dispositions du règlement 596/2014 et du règlement 600/2014 ainsi que des dispositions visant à transposer la directive 2014/65/UE, ou lorsque la demande lui en est faite par une autorité visée à l'alinéa 1er, 2° ou 3°, la FSMA peut se faire communiquer, par toute personne physique ou morale, toute information et tout document concernant le volume et la finalité d'une position ou d'une exposition prise par le biais d'un instrument dérivé sur matières premières et concernant tout actif ou passif sur le marché sous-jacent, et demander à la personne en question des rapports sur ces transactions.]4
  [5 Aux fins de l'exercice de son contrôle du respect des dispositions du règlement 2016/1011 ou lorsqu'une demande lui a été faite par une autorité visée à l'alinéa 1er, 2° ou 3°, la FSMA peut se faire communiquer, par des contributeurs opérant sur les marchés au comptant concernés, toute information concernant des indices de référence de matières premières, le cas échéant selon des formats et des rapports de transaction standard. La FSMA peut également accéder directement aux systèmes des opérateurs de marché concernés.]5
  § 2. La [2 FSMA]2 peut demander aux autorités judiciaires de récolter toute information et tout document jugé utile aux fins mentionnées au § 1er. Les autorités judiciaires transmettent à la [2 FSMA]2 ces informations et documents, sous réserve que les informations et documents relatifs à des procédures judiciaires pendantes ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du procureur général.
  Le procureur général compétent peut refuser de donner suite à la demande visée à l'alinéa 1er lorsqu'une procédure judiciaire est déjà engagée pour les mêmes faits et contre les mêmes personnes ou lorsque celles-ci ont déjà été définitivement jugées pour les mêmes faits.
  § 3. Les intermédiaires financiers ne peuvent exécuter des opérations sur instruments financiers pour le compte ou à la demande d'une personne sans avoir informé celle-ci que leur intervention est subordonnée à l'autorisation de dévoiler l'identité de cette personne à la [2 FSMA]2 ainsi qu'aux autorités compétentes des marches réglementés étrangers dont ils sont membres à distance.
  
Art.36. § 1. [5 Wanneer de FSMA een inbreuk vaststelt op de bepalingen bedoeld in dit hoofdstuk of de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, kan zij de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon bevelen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen alsook, desgevallend, om af te zien van herhaling van de gedraging die een inbreuk vormt. De FSMA kan ook elke natuurlijke of rechtspersoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid, bevelen om een rechtzetting te publiceren.]5
  Onverminderd de overige maatregelen bepaald door de wet, kan de [[2 FSMA]2], indien de persoon tot wie zij een bevel heeft gericht met toepassing van het eerste lid, in gebreke blijft bij afloop van de hem opgelegde termijn, en op voorwaarde dat die persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° [5 een waarschuwing bekendmaken waarin de verantwoordelijke persoon en de aard van de inbreuk worden genoemd of een rechtzetting publiceren van de onjuiste of misleidende openbaar gemaakte informatie;]5
  2° [5 de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden;]5
  3° [8 ...]8
  In spoedeisende gevallen kan de [[2 FSMA]2] de maatregelen bedoeld in het tweede lid, 1° [8 ...]8, nemen zonder voorafgaand bevel met toepassing van het eerste lid, mits de persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden. [5 Ook wanneer er geen duidelijk identificeerbare voor de inbreuk of de publicatie of verspreiding van onjuiste of misleidende informatie verantwoordelijke persoon is, kan de FSMA zonder voorafgaand bevel een waarschuwing bekendmaken waarin desgevallend de aard van de inbreuk wordt genoemd of een rechtzetting publiceren van de onjuiste of misleidende openbaar gemaakte informatie.]5 <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [6 De FSMA kan de persoon aan wie zij een bevel richt met toepassing van het eerste lid, bovendien verbieden om een financieel product op het Belgisch grondgebied te commercialiseren of te commercialiseren onder bepaalde vormen, of kan de persoon bevelen om de commercialisering of bepaalde vormen van de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied op te schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn nageleefd. Het verbod of bevel tot opschorting van de commercialisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering via alle of een deel van de personen op wie de persoon, aan wie de FSMA het bevel richt, een beroep doet voor de commercialisering. De persoon aan wie het bevel is gericht, moet dit verbod of deze opschorting van de commercialisering onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie hij een beroep doet voor de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied en tot wie het verbod of de opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. In het belang van de afnemers van financiële producten en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar maken. Het verbod of de opschorting van de commercialisering wordt door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat dat de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen zijn nageleefd.]6
  § 2. [5 Onverminderd de overige maatregelen bepaald door de wet, kan de FSMA, indien zij overeenkomstig de artikelen 70 tot 72 een inbreuk vaststelt op de bepalingen bedoeld in dit hoofdstuk of de besluiten of reglementen genomen ter uitvoering ervan, aan de overtreder een administratieve geldboete opleggen die niet meer mag bedragen dan 2 500 000 euro voor hetzelfde feit of geheel van feiten. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het drievoud van deze winst of dit verlies.
   In afwijking van het eerste lid, gelden volgende maximumbedragen :
   1° in geval van een inbreuk op de bepalingen van artikel 10, § 2, § 5, § 5bis, § 6 of § 7, of de besluiten of reglementen genomen ter uitvoering ervan : voor natuurlijke personen, 2 000 000 euro, en, voor rechtspersonen, 10 000 000 euro of, indien dit hoger is, vijf procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;
   2° in geval van een inbreuk op de artikelen 14 of 15 van de Verordening 596/2014, of de bepalingen genomen op basis of in uitvoering ervan : voor natuurlijke personen, 5 000 000 euro, en, voor rechtspersonen, 15 000 000 euro of, indien dit hoger is, vijftien procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het drievoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;
   3° in geval van een inbreuk op de artikelen 16 of 17 van de Verordening 596/2014, of de bepalingen genomen op basis of in uitvoering ervan : voor natuurlijke personen, 1 000 000 euro, en, voor rechtspersonen, 2 500 000 euro of, indien dit hoger is, twee procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het drievoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;
   4° in geval van een inbreuk op de artikelen 18, 19 of 20 van de Verordening 596/2014, of de bepalingen genomen op basis of in uitvoering ervan : voor natuurlijke personen, 500 000 euro en, voor rechtspersonen, 1 000 000 euro. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het drievoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;
  [6 5° in geval van een inbreuk op de verordening 1286/2014 of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan of op artikel 37sexies, §§ 2 en 3, of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan: voor natuurlijke personen, 700.000 euro, en, voor rechtspersonen, 5.000.000 euro of, indien dit hoger is, drie procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;]6
  [8 6° in geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening 600/2014, op de bepalingen van deze wet tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU of op de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze verordening of deze bepalingen: voor natuurlijke personen 5 000 000 euro, en voor rechtspersonen 5 000 000 euro of, indien dit hoger is, tien procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.]8
  [9 7° in geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening 909/2014 of op de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan : voor natuurlijke personen, 5 000 000 euro, en, voor rechtspersonen, 20 000 000 euro of, indien dit hoger is, tien procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het dubbele van het bedrag van deze winst of dit verlies;]9
  [9 8° in geval van een inbreuk op de artikelen 4 en 15 van Verordening 2015/2365 of op de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan : voor natuurlijke personen, 5 000 000 euro, en, voor rechtspersonen, 5 000 000 euro in geval van een inbreuk op artikel 4 van de Verordening en 15 000 000 euro in geval van een inbreuk op artikel 15 van de Verordening, of, indien dit hoger is, tien procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het drievoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;]9
  [10 9° in geval van een inbreuk op de artikelen 4 tot 10, 11, lid 1, punten a), b), c) of e), lid 2 of lid 3, 12 tot 16, 21, 23 tot 29 of 34 van Verordening 2016/1011 of op de bepalingen die op basis of ter uitvoering van die artikelen zijn genomen: voor natuurlijke personen, 500 000 euro, en, voor rechtspersonen, 1 000 000 euro, of, indien dit hoger is, tien procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het drievoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;
   10° in geval van een inbreuk op artikel 11, lid 1, punt d), of lid 4, van Verordening 2016/1011 of op de bepalingen die op grond of ter uitvoering van dat artikel zijn genomen: voor natuurlijke personen, 100 000 euro, en, voor rechtspersonen, 250 000 euro, of, indien dit hoger is, twee procent van de totale jaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het drievoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;
   "11° in geval van een inbreuk op de artikelen 5 tot 9 of 17 tot 28 van Verordening 2017/2402, of de op grond of ter uitvoering van deze artikelen genomen bepalingen: voor natuurlijke personen 5 000 000 euro en voor rechtspersonen 5 000 000 euro of tien procent van de totale nettojaaromzet. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies;]10

  [11 12° in geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening 2019/1238 waarvoor de FSMA als bevoegde autoriteit is aangesteld overeenkomstig artikel 37nonies, of op de bepalingen genomen op grond of ter uitvoering ervan: voor natuurlijke personen, 700.000 euro, en, voor rechtspersonen, 5.000.000 euro of tien procent van de totale nettojaaromzet. Wanneer de inbreuk de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het dubbele van het bedrag van deze winst of dit verlies.]11
   Voor de toepassing van het tweede lid wordt de totale jaaromzet bepaald op grond van de meest recente door de raad van bestuur of het bestuursorgaan opgestelde jaarrekening. Indien de betrokken rechtspersoon geen omzet realiseert, wordt onder totale jaaromzet begrepen de met omzet corresponderende soort inkomsten, hetzij overeenkomstig de toepasselijke Europese jaarrekeningenrichtlijnen hetzij, indien die niet van toepassing zijn op de betrokken rechtspersoon, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de rechtspersoon gevestigd is. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, dan wordt onder totale jaaromzet begrepen de totale jaaromzet op grond van de meest recente door de raad van bestuur of het bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde geconsolideerde jaarrekening.
   In geval van een inbreuk op de bepalingen bedoeld in [10 het tweede lid, 1°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° of 11°]10, kan de FSMA, als de overtreder een rechtspersoon is, ook een administratieve geldboete opleggen aan een of meer leden van het leidinggevende, bestuurs- of toezichthoudende orgaan en aan elke andere persoon belast met de effectieve leiding van de rechtspersoon.]5

  [6 Wanneer de FSMA een of meerdere bestuursrechtelijke sancties of maatregelen heeft opgelegd in geval van een inbreuk op de artikelen van de verordening 1286/2014 of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan of op artikel 37sexies, §§ 2 en 3, of de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering ervan, kan zij tot de betrokken retailbelegger een directe mededeling richten waarin hem informatie over de bestuursrechtelijke sanctie of maatregel wordt gegeven en hem wordt meegedeeld waar klachten of schadevorderingen kunnen worden ingediend, dan wel de persoon die het PRIIP ontwikkelt, verkoopt of er advies over geeft, ertoe verplichten om die directe mededeling tot de betrokken retailbelegger te richten.]6
  [7 In geval van een inbreuk op de bepalingen bedoeld in het tweede lid, 2°, in hoofde van een rechtspersoon, kan de FSMA op cumulatieve wijze een administratieve geldboete opleggen aan de rechtspersoon en aan de natuurlijke persoon die de inbreuk heeft gepleegd voor rekening van de rechtspersoon en aan elke andere natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 8, lid 5, of in artikel 12, lid 4, van Verordening 596/2014.]7
  
Art.36. § 1er. [5 Lorsque la FSMA constate une infraction aux dispositions visées dans le présent chapitre ou dans les arrêtés et règlements pris pour son exécution, elle peut enjoindre à la personne responsable de l'infraction de remédier à la situation constatée dans le délai que la FSMA détermine et, le cas échéant, de s'abstenir de réitérer le comportement constitutif d'une infraction. La FSMA peut également enjoindre à toute personne physique ou morale ayant publié ou diffusé des informations fausses ou trompeuses de publier un communiqué rectificatif.]5
  Sans préjudice des autres mesures prévues par la loi, si la personne à laquelle elle a adressé une injonction en application de l'alinéa 1er reste en défaut à l'expiration du délai qui lui a été imparti, la [[2 FSMA]2] peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens : <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  1° [5 publier un avertissement indiquant l'identité de la personne responsable de l'infraction et la nature de celle-ci ou publier un communiqué rectifiant des informations fausses ou trompeuses qui ont été divulguées;]5
  2° [5 imposer le paiement d'une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de l'injonction, supérieure à 50 000 euros, ni, au total, excéder 2 500 000 euros;]5
  3° [8 ...]8
  Dans les cas urgents, la [[2 FSMA]2] peut prendre les mesures visées à l'alinéa 2, 1° [8 ...]8, sans injonction préalable en application de l'alinéa 1er, la personne ayant pu faire valoir ses moyens. [5 Dans le cas également où la personne responsable de l'infraction ou de la publication ou diffusion d'informations fausses ou trompeuses n'est pas clairement identifiable, la FSMA peut, sans injonction préalable, publier un avertissement indiquant, le cas échéant, la nature de l'infraction ou publier un communiqué rectifiant les informations fausses ou trompeuses qui ont été divulguées.]5
  [6 La FSMA peut en outre interdire à la personne à laquelle elle adresse une injonction en application de l'alinéa 1er de commercialiser un produit financier ou de le commercialiser sous certaines formes sur le territoire belge ou enjoindre à cette personne de suspendre la commercialisation ou certaines formes de commercialisation du produit financier concerné sur le territoire belge aussi longtemps que les dispositions légales ou réglementaires en question ne sont pas respectées. L'interdiction ou l'injonction de suspension de la commercialisation peut s'étendre à la commercialisation via l'ensemble ou une partie des personnes auxquelles la personne à laquelle l'injonction de la FSMA est adressée, fait appel en vue de la commercialisation. La personne à laquelle l'injonction est adressée, a l'obligation de communiquer immédiatement cette interdiction ou suspension de la commercialisation à toutes les personnes auxquelles elle fait appel en vue de la commercialisation du produit financier en question sur le territoire belge et auxquelles l'interdiction ou la suspension de la commercialisation s'étend. Dans l'intérêt des utilisateurs de produits et services financiers, la FSMA peut rendre cette décision publique. L'interdiction ou la suspension de la commercialisation est levée par la FSMA lorsqu'il est établi que les dispositions légales ou réglementaires concernées sont désormais respectées;]6
  [9 7° en cas d'infraction aux dispositions du Règlement 909/2104 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement : s'agissant de personnes physiques, 5 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 20 000 000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, dix pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte;]9
  § 2. [5 Sans préjudice des autres mesures prévues par la loi, lorsque, conformément aux articles 70 à 72, elle constate une infraction aux dispositions visées dans le présent chapitre ou dans les arrêtés et règlements pris pour son exécution, la FSMA peut infliger au contrevenant une amende administrative qui ne peut être supérieure à 2 500 000 euros pour le même fait ou pour le même ensemble de faits. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au triple du montant de ce profit ou de cette perte.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les montants maximums suivants sont d'application :
   1° en cas d'infraction aux dispositions de l'article 10, § 2, § 5, § 5bis, § 6 ou § 7, ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution : s'agissant de personnes physiques, 2 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 10 000 000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, cinq pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte;
   2° en cas d'infraction aux articles 14 ou 15 du règlement 596/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces articles : s'agissant de personnes physiques, 5 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 15 000 000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, quinze pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au triple du montant de ce profit ou de cette perte;
   3° en cas d'infraction aux articles 16 ou 17 du règlement 596/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces articles : s'agissant de personnes physiques, 1 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 2 500 000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, deux pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au triple du montant de ce profit ou de cette perte;
   4° en cas d'infraction aux articles 18, 19 ou 20 du règlement 596/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces articles : s'agissant de personnes physiques, 500 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 1 000 000 euros. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au triple du montant de ce profit ou de cette perte;
  [6 5° en cas d'infraction au règlement 1286/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ses articles ou en cas d'infraction à l'article 37sexies, §§ 2 et 3 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes: s'agissant de personnes physiques, 700.000 euros et, s'agissant de personnes morales, 5.000.000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, trois pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte;]6
  [8 6° en cas d'infraction aux dispositions du Règlement 600/2014, aux dispositions de la présente loi prises en vue de la transposition de la Directive 2014/65/UE ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou de ces dispositions: s'agissant de personnes physiques, 5 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 5 000 000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, dix pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte;]8
  [9 en cas d'infraction aux articles 4 et 15 du Règlement 2015/2365 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces articles : s'agissant de personnes physiques, 5 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 5 000 000 euros en cas d'infraction à l'article 4 du règlement et 15 000 000 euros en cas d'infraction à l'article 15 du règlement, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, dix pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au triple du montant de ce profit ou de cette perte;]9
  [10 9° en cas d'infraction aux articles 4 à 10, 11, § 1er, points a), b), c) ou e), §§ 2 ou 3, 12 à 16, 21, 23 à 29 ou 34 du règlement 2016/1011 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces articles : s'agissant de personnes physiques, 500 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 1 000 000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, dix pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au triple du montant de ce profit ou de cette perte ;
   10° en cas d'infraction à l'article 11, § 1er, point d) ou § 4, du règlement 2016/1011 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de cet article : s'agissant de personnes physiques, 100 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 250 000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, deux pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au triple du montant de ce profit ou de cette perte ;
   11° en cas d'infraction aux articles 5 à 9 ou 17 à 28 du règlement 2017/2402, ou des dispositions prises sur la base ou en exécution desdits articles : s'agissant de personnes physiques, 5 000 000 euros et, s'agissant de personnes morales, 5 000 000 euros ou dix pour cent du chiffre d'affaire annuel net total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte;]10

  [11 12° en cas d'infraction aux dispositions du Règlement 2019/1238 pour lesquelles la FSMA est désignée comme autorité compétente conformément à l'article 37nonies, ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution desdites dispositions: s'agissant de personnes physiques, 700.000 euros et, s'agissant de personnes morales, 5.000.000 euros ou dix pour cent du chiffre d'affaires annuel net total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.]11
   Pour l'application de l'alinéa 2, le chiffre d'affaires annuel total est déterminé sur la base des derniers comptes annuels établis par le conseil d'administration ou l'organe d'administration. Si la personne morale concernée ne réalise pas de chiffre d'affaires, il y a lieu d'entendre par "chiffre d'affaires annuel total" le type de revenus correspondant au chiffre d'affaires, soit conformément aux directives comptables européennes pertinentes, soit, si celles-ci ne sont pas applicables à la personne morale concernée, conformément au droit interne de l'Etat membre dans lequel la personne morale a son siège statutaire. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale d'une entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes consolidés, il y a lieu d'entendre par "chiffre d'affaires annuel total" le chiffre d'affaires annuel total tel qu'il ressort des derniers comptes consolidés établis par le conseil d'administration ou l'organe d'administration de l'entreprise mère ultime.
   En cas d'infraction aux dispositions visées à [10 alinéa 2, 1°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° ou 11°]10, la FSMA peut, si le contrevenant est une personne morale, infliger également une amende administrative à un ou plusieurs membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance et à toute autre personne chargée de la direction effective de la personne morale.]5

  [6 Lorsqu'elle a imposé une ou plusieurs sanctions ou mesures administratives en cas d'infraction aux articles du règlement 1286/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ses articles ou en cas d'infraction à l'article 37sexies, §§ 2 et 3 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes, la FSMA peut adresser à l'investisseur de détail concerné, ou lui faire adresser par l'initiateur du PRIIP ou par la personne qui fournit des conseils au sujet de ce produit ou qui le vend, une communication directe contenant des informations sur la sanction ou mesure administrative et indiquant où l'investisseur peut introduire une réclamation ou une demande de réparation.]6
  [7 En cas d'infraction aux dispositions visées à l'alinéa 2, 2°, dans le chef d'une personne morale, la FSMA peut, de manière cumulative, infliger une amende administrative à la personne morale et à la personne physique qui a commis l'infraction pour le compte de la personne morale ainsi qu'à toute autre personne physique visée à l'article 8, paragraphe 5, ou à l'article 12, paragraphe 4, du Règlement 596/2014.]7
  
Art. 36bis. [1 § 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een gereglementeerde onderneming bedoeld in [4 artikel 26, eerste lid, 1°, 3°, 5° en 6°]4, [3 ...]3 een verzekeringsonderneming [7 , een centrale effectenbewaarinstelling, een instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling, een depositobank]7 [8 , een benchmarkbeheerder]8 [3 of een centrale tegenpartij]3 de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, ernstig overtreedt waardoor de belangen van de betrokkenen [5 of de ordelijke werking van de financiële markten]5 worden geschaad of wanneer de organisatie van de onderneming ernstige leemten vertoont waardoor de naleving van deze regels niet kan worden verzekerd, kan de FSMA, onverminderd artikel 36, de termijn vaststellen waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
   Indien de in het eerste lid bedoelde onderneming een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming [3 , een centrale tegenpartij]3 of een beursvennootschap is, stelt de FSMA de Bank in kennis van de feiten die in hoofde van de betrokken onderneming zijn vastgesteld.
   § 2. Indien de toestand na afloop van deze termijn niet is verholpen, kan de FSMA :
   1° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de onderneming geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden. In het bijzonder kan zij de onderneming verbieden nog langer bepaalde beleggingsdiensten, bankdiensten [3 , centrale tegenpartijdiensten]3 [7 , diensten van een centrale effectenbewaarinstelling, van een instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling, of van een depositobank]7 [8 , benchmarkbeheerdiensten]8 of verzekeringsdiensten aan haar cliënteel aan te bieden, dan wel deze diensten nog langer betrekking te laten hebben op [2 bepaalde categorieën van financiële producten]2.
   De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de onderneming of voor derden voortvloeit.
   Indien de FSMA de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
   2° de vervanging gelasten van de betrokken bestuurders of zaakvoerders van de onderneming binnen de termijn die zij, wat de kredietinstellingen, beursvennootschappen [3 , centrale tegenpartijen]3 [7 een centrale tegenpartij" en de woorden "of een beursvennootschap]7 en verzekeringsondernemingen betreft, bepaalt na raadpleging van de Bank. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
   3° ingeval een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming [3 , een centrale tegenpartij]3 [7 , centrale effectenbewaarinstelling, instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling, depositobank]7 of een beursvennootschap de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, op ernstige en stelselmatige wijze overtreedt, de Bank verzoeken om de vergunning te herroepen [5 of om de Europese Centrale Bank overeenkomstig artikel 236, § 6, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, te verzoeken de vergunning te herroepen,]5 of, indien het een andere onderneming betreft die onder haar toezicht staat, de vergunning [8 of, indien het een geregistreerd benchmarkbeheerder betreft, de registratie]8 zelf herroepen.
   § 3. Alvorens ten aanzien van een kredietinstelling, beursvennootschap [3 , centrale tegenpartij]3 of verzekeringsonderneming maatregelen te treffen met toepassing van § 2, 1° en 2°, stelt de FSMA de Bank in kennis van de maatregelen die zij voornemens is te treffen.
   Vanaf de ontvangst van deze kennisgeving beschikt de Bank over een termijn van tien dagen om zich te verzetten tegen de voorgenomen maatregelen. De Bank kan zich enkel tegen de voorgenomen maatregelen verzetten indien deze van aard zijn de stabiliteit van het financiële stelsel in het gedrang te brengen of indien de FSMA zich voorneemt het bedrijf van de onderneming geheel te schorsen dan wel te verbieden. Na verloop van de termijn van tien dagen wordt de Bank geacht zich niet tegen de voorgenomen maatregelen te verzetten.
   De Bank motiveert de beslissing waarbij zij zich verzet tegen de voorgenomen maatregelen en deelt deze mee aan de FSMA met alle dienstige middelen. De Bank bepaalt de termijn gedurende dewelke de voorgenomen maatregelen niet kunnen worden uitgevoerd, zonder dat deze termijn meer dan 30 dagen mag bedragen. Deze termijn kan worden verlengd mits akkoord van de FSMA.
   Bij gebrek aan een akkoord tussen de Bank en de FSMA stelt de Bank de FSMA voor het verstrijken van de termijn in kennis van het opstarten van de arbitrageprocedure bedoeld in § 4.
   Indien de Bank geen gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in het tweede of vierde lid of indien het arbitragecollege beslist dat de door de FSMA voorgenomen maatregelen de financiële stabiliteit niet in het gedrang brengen, kan de FSMA de betrokken maatregelen treffen in toepassing van § 2.
   § 4. De Bank stelt de arbitrageprocedure in werking door de FSMA hiervan formeel in kennis te stellen. In de kennisgeving vermeldt zij de persoon die zij aanduidt om te zetelen in het arbitragecollege.
   Binnen de vijf werkdagen na ontvangst van deze kennisgeving brengt de FSMA de Bank en de door de Bank aangeduide persoon op haar beurt op de hoogte van de persoon die zij aanduidt om te zetelen in het arbitragecollege.
   Beide aangeduide personen kiezen gezamenlijk binnen de vijf werkdagen een derde persoon om te zetelen in het arbitragecollege. Zij brengen de Bank en de FSMA hiervan op de hoogte.
   De leden van het arbitragecollege bezitten de nodige kennis en ervaring, zowel wat het prudentiële toezicht betreft als wat de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, betreft. Zij mogen niet in een situatie verkeren waarbij zij een persoonlijk of vermogensrechtelijk belang hebben in de betrokken onderneming.
   Zij mogen geen personeelslid of lid van een orgaan van de Bank of de FSMA zijn.
   Binnen de twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving bedoeld in het derde lid kunnen de Bank en de FSMA een aangeduid lid van het arbitragecollege wraken voor zover er ernstige aanwijzingen zijn dat de betrokken persoon niet aan de bovenvermelde voorwaarden beantwoordt.
   In dergelijk geval wordt er binnen de vijf werkdagen een nieuw lid aangeduid volgens de bovenvermelde procedure.
   Het arbitragecollege beslist binnen de maand nadat het volledig samengesteld is.
   De beslissingen van het arbitragecollege zijn bindend en niet vatbaar voor beroep.
   De kosten van de arbitrageprocedure maken deel uit van de werkingskosten van de Bank en de FSMA, telkens ten belope van de helft.
   De modaliteiten, de werking, de vergoedingen van de leden, en de procedures van het arbitragecollege worden bepaald in een protocol dat door de Bank en de FSMA daartoe wordt afgesloten.
   Artikel 74 is van toepassing op de arbiters wat de informatie betreft waarvan zij kennis hebben genomen in het kader van hun opdracht.
   § 5. De Bank kan maar weigeren gevolg te geven aan het conform § 2, 3° geformuleerde verzoek van de FSMA om [5 de vergunning te herroepen of de Europese Centrale Bank te verzoeken de vergunning te herroepen]5, indien die herroeping de stabiliteit van het financiële stelsel in het gedrang kan brengen. De Bank motiveert haar beslissing om geen gevolg te geven aan het verzoek van de FSMA en brengt die beslissing ter kennis van de FSMA binnen vijf dagen. De FSMA kan bij de Minister beroep aantekenen tegen de beslissing van de Bank binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de ontvangst ervan. Zij stelt de Bank hiervan in kennis. De Minister beslist binnen een maand te rekenen vanaf de ontvangst van het dossier. Hij brengt zijn gemotiveerde beslissing ter kennis van de FSMA en de Bank, binnen een termijn van acht dagen.]1

  [6 § 6. Als deze maatregelen zijn genomen ingevolge een overtreding van de verplichtingen die zijn opgelegd door Verordening 600/2014, door deze wet voor de omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, of door bepalingen die zijn genomen op grond van of ter uitvoering van deze verordening of deze bepalingen, publiceert de FSMA de genomen maatregelen als bedoeld in paragraaf 2 conform artikel 72, § 3, vierde tot zevende lid, van deze wet.
  [8 ...]8]6

  [9 § 7. Dit artikel is ook van toepassing wanneer een verzekeringstussenpersoon als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I) de regels als bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, waarop de FSMA-toezicht houdt, ernstig overtreedt en zo de ordelijke werking van de financiële markten schaadt. In dat geval worden de verwijzingen naar de herroeping van de vergunning in § 2, 3°, en in § 5, geacht te verwijzen naar de schrapping van de inschrijving.
   Voor de toepassing van dit artikel op de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, en op de verzekerings-tussenpersonen als bedoeld in het vorige lid, dient "CDZ" te worden gelezen in plaats van "Bank"]9

  
Art. 36bis. [1 § 1er. Lorsque la FSMA constate qu'une entreprise réglementée visée à [4 l'article 26, alinéa 1er, 1°, 3°, 5° et 6°]4, [3 ...]3 une entreprise d'assurances [7 un dépositaire central de titres, un organisme de support d'un dépositaire central de titres, une banque dépositaire]7 [8 , un administrateur d'indices de référence]8 [3 ou une contrepartie centrale]3 freint gravement les règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, ou § 2, et porte de la sorte atteinte aux intérêts des parties intéressées [5 ou au fonctionnement ordonné des marchés financiers]5, ou que l'organisation de l'entreprise présente des lacunes graves susceptibles de compromettre le respect de ces règles, elle peut, sans préjudice de l'article 36, fixer le délai dans lequel il doit être remédié à la situation constatée.
   Si l'entreprise visée à l'alinéa 1er est un établissement de crédit, une entreprise d'assurances [7 un dépositaire central de titres, un organisme de support d'un dépositaire central de titres, une banque dépositaire]7 [3 , une contrepartie centrale]3 ou une société de bourse, la FSMA informe la Banque des faits qu'elle a constatés dans le chef de l'entreprise concernée.
   § 2. Si, au terme du délai susvisé, il n'a pas été remédié à la situation, la FSMA peut :
   1° suspendre pour la durée qu'elle détermine l'exercice direct ou indirect de tout ou partie de l'activité de l'entreprise ou interdire cet exercice. Elle peut en particulier interdire à l'entreprise de continuer à proposer certains services d'investissement, services bancaires [3 , services de contrepartie centrale]3 [7 services de dépositaire central de titres, d'organisme de support d'un dépositaire central de titres ou de banque dépositaire]7 [8 , services d'administrateur d'indices de référence]8 ou services d'assurance à ses clients ou lui interdire de continuer à faire porter ces services sur [2 certaines catégories de produits financiers]2.
   Les membres des organes d'administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions en violation de la suspension ou de l'interdiction, sont responsables solidairement du préjudice qui en est résulté pour l'entreprise ou les tiers.
   Si la FSMA a publié la suspension ou l'interdiction au Moniteur belge, les actes et décisions intervenus à l'encontre de celle-ci sont nuls.
   2° enjoindre le remplacement des administrateurs ou gérants concernés de l'entreprise, dans le délai qu'elle détermine, s'agissant d'un établissement de crédit, d'une société de bourse [3 , d'une contrepartie centrale]3 [7 , d'un dépositaire central de titres, d'un organisme de support d'un dépositaire central de titres, d'une banque dépositaire]7 ou d'une entreprise d'assurances, après avoir consulté la Banque. La FSMA publie sa décision au Moniteur belge.
   3° en cas d'infraction grave et systématique aux règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, ou § 2, demander à la Banque, s'il s'agit d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurances [3 , d'une contrepartie centrale]3 [7 , d'un dépositaire central de titres, d'un organisme de support d'un dépositaire central de titres]7 ou d'une société de bourse, de révoquer l'agrément [5 ou de demander à la Banque centrale européenne de révoquer l'agrément, conformément à l'article 236, § 6, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse]5, ou révoquer elle-même l'agrément s'il s'agit d'une autre entreprise soumise à son contrôle [8 , ou l'enregistrement dans le cas d'un administrateur d'indices de référence enregistré]8.
   § 3. Avant de prendre des mesures à l'encontre d'un établissement de crédit, d'une société de bourse [3 , d'une contrepartie centrale]3 [7 , d'un dépositaire central de titres, d'un organisme de support d'un dépositaire central de titres, d'une banque dépositaire]7 ou d'une entreprise d'assurances en application du § 2, 1° et 2°, la FSMA informe la Banque des mesures qu'elle envisage de prendre.
   A compter de la réception de cette information, la Banque dispose d'un délai de dix jours pour s'opposer aux mesures envisagées. La Banque ne peut s'opposer aux mesures envisagées que si celles-ci sont de nature à compromettre la stabilité du système financier ou si la FSMA a l'intention de suspendre ou d'interdire entièrement l'exercice de l'activité de l'entreprise. A l'expiration du délai de dix jours, la Banque est réputée ne pas s'opposer aux mesures envisagées.
   La Banque motive sa décision de s'opposer aux mesures envisagées et la communique à la FSMA par tous les moyens utiles. La Banque détermine le délai durant lequel les mesures envisagées ne peuvent être exécutées, sans que ce délai puisse excéder 30 jours. Ce délai peut être prolongé moyennant l'assentiment de la FSMA.
   A défaut d'accord entre la Banque et la FSMA, la Banque informe la FSMA, avant l'expiration du délai précité, de la mise en place de la procédure d'arbitrage visée au § 4.
   Si la Banque ne fait pas usage de la possibilité prévue à l'alinéa 2 ou à l'alinéa 4, ou si le collège d'arbitrage estime que les mesures envisagées par la FSMA ne portent pas atteinte à la stabilité financière, la FSMA peut prendre les mesures envisagées en application du § 2.
   § 4. La Banque ouvre la procédure d'arbitrage en la notifiant formellement à la FSMA. Elle mentionne, dans cette notification, le nom de la personne qu'elle a désignée pour siéger au sein du collège d'arbitrage.
   Dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de la réception de cette notification, la FSMA informe à son tour la Banque et la personne désignée par la Banque du nom de la personne qu'elle a désignée pour siéger au sein du collège d'arbitrage.
   Les deux personnes désignées choisissent conjointement, dans un délai de cinq jours ouvrables, une troisième personne appelée à siéger au sein du collège d'arbitrage. Elles informent la Banque et la FSMA de leur choix.
   Les membres du collège d'arbitrage possèdent les connaissances et l'expertise nécessaires, tant en ce qui concerne le contrôle prudentiel qu'en ce qui concerne les règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2. Ils ne peuvent avoir un intérêt personnel ou un intérêt de nature patrimoniale dans l'entreprise concernée.
   Ils ne peuvent faire partie ni du personnel ni d'un organe de la Banque ou de la FSMA.
   La Banque et la FSMA peuvent, dans un délai de deux jours ouvrables à compter de la réception de l'information visée à l'alinéa 3, récuser un membre du collège d'arbitrage, tel que désigné, pour autant qu'il existe des indices sérieux que la personne concernée ne répond pas aux conditions précitées.
   Dans ce cas, il est procédé, dans les cinq jours ouvrables, à la désignation d'un nouveau membre selon la procédure précitée.
   Le collège d'arbitrage statue dans un délai d'un mois à compter du moment où il est pleinement constitué.
   Les décisions du collège d'arbitrage sont contraignantes et non susceptibles de recours.
   Les frais de la procédure d'arbitrage font partie des frais de fonctionnement de la Banque et de la FSMA, auxquels ils sont imputés à parts égales.
   Les modalités, le fonctionnement, la rémunération des membres et les procédures du collège d'arbitrage sont déterminés dans un protocole conclu à cet effet par la Banque et la FSMA.
   L'article 74 est applicable aux arbitres en ce qui concerne les informations dont ils ont eu connaissance dans le cadre de leurs fonctions.
   § 5. La Banque ne peut refuser de donner suite à la demande de la FSMA, formulée conformément au § 2, 3°, [5 de révoquer l'agrément ou de demander à la Banque centrale européenne de révoquer l'agrément]5, que si la révocation envisagée est de nature à compromettre la stabilité du système financier. La Banque motive sa décision de ne pas donner suite à la demande de la FSMA et la notifie à la FSMA dans les cinq jours. La FSMA peut faire appel de la décision de la Banque auprès du Ministre dans les quinze jours suivant réception de celle-ci. Elle en informe la Banque. Le Ministre statue dans un délai d'un mois à compter de la réception du dossier. Il porte sa décision motivée à la connaissance de la FSMA et de la Banque dans les huit jours.]1

  [6 § 6. Lorsque ces mesures sont adoptées pour violation des obligations prévues par le Règlement 600/2014, par la présente loi en vue de la transposition de la Directive 2014/65/UE, ou par des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou de ces dispositions, la FSMA publie l'adoption des mesures visées au paragraphe 2 conformément à l'article 72, § 3, alinéas 4 à 7, de la présente loi.
  [8 ...]8]6

  [9 § 7. Le présent article est également applicable lorsqu'un intermédiaire d'assurances visé à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière d'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I) enfreint gravement les règles visées à l'article 45, § 1er, al. 1er, 3°, ou au § 2 dont la FSMA contrôle le respect et porte de la sorte atteinte au fonctionnement ordonné des marchés financiers. Dans ce cas, les références à la révocation de l'agrément au paragraphe 2, 3°, et au paragraphe 5, s'entendent comme visant la radiation de l'inscription.
   Pour l'application du présent article aux sociétés mutualistes visées au 43bis, § 5, et 70, §§ 6 et 7, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités ainsi qu'aux intermédiaires d'assurances visés à l'alinéa précédent, il y a lieu de lire "OCM" au lieu de "Banque".]9

  
Art.37. De dwangsommen en geldboeten opgelegd met toepassing van artikel 36, §§ 1 of 2, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
Art.37. Les astreintes et amendes imposées en application de l'article 36, §§ 1er ou 2, sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines.
Art. 37bis. [1 De FSMA oefent de taken uit die Verordening 600/2014 toevertrouwt aan de bevoegde overheid en waakt over de naleving van deze Verordening en de op grond of ter uitvoering ervan genomen bepalingen.
   Voor de uitoefening van deze opdracht kan de FSMA:
   1° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34 en 35 uitoefenen;
   2° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79 tot 85bis uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen voorziene modaliteiten.
   De FSMA kan ook het in de markt brengen of de verkoop van financiële instrumenten of gestructureerde deposito's schorsen of de maatregelen nemen als vastgelegd in artikel 42 van Verordening 600/2014 als voldaan is aan de voorwaarden van dat artikel.
   De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit deze verordening en uit de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze verordening, evenals bij inbreuken op de maatregelen [2 genomen door de FSMA, ESMA, EIOPA of EBA krachtens deze verordening]2 of haar uitvoeringsbepalingen.]1
[2 De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn ook van toepassing ingeval de op grond van het tweede lid, 2°, opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd.]2
  
Art. 37bis. [1 La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le Règlement 600/2014 et veille au respect de ce règlement et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
   Aux fins de s'acquitter de ces missions, la FSMA peut:
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35;
   2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis selon les modalités prévues par ces articles.
   La FSMA peut également suspendre la commercialisation ou la vente d'instruments financiers ou de dépôts structurés ou prendre les mesures définies à l'article 42 du Règlement 600/2014 lorsque les conditions prescrites dans cette disposition sont remplies.
   Les articles 36 et 37 sont applicables en cas d'infraction aux obligations et interdictions qui découlent du règlement précité et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement, ainsi qu'en cas d'infraction aux mesures [2 prises par la FSMA, l'ESMA, l'EIOPA ou l'EBA en vertu de ce règlement]2 ou de ses dispositions d'exécution.]1
[2 Les dispositions des articles 36 et 37 sont également applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'alinéa 2, 2°.]2
  
Art. 37ter. [1 De FSMA staat in voor de taken als bevoegde autoriteit waarvan sprake in de Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps en ziet toe op de naleving van deze verordening en van de bepalingen genomen op basis of in uitvoering van deze verordening.
   De krachtens de artikelen 5 tot 8 van de verordening aan de FSMA te verrichten meldingen gebeuren op de door de FSMA bepaalde en op haar website bekendgemaakte wijze.
   De FSMA kan de maatregelen nemen en de bevoegdheden uitoefenen waarin deze verordening, inzonderheid in de artikelen 13.3, 14.2, 17, 18 tot 23 en 37, voorziet voor de bevoegde autoriteit. Wanneer deze maatregelen of bevoegheden betrekking hebben op overheidsschuldinstrumenten, handelt de FSMA evenwel op eensluidend advies van de Minister die binnen de betrokken overheid bevoegd is voor financiën of van het Agentschap van de Schuld of de andere voor de betrokken overheidsschuldinstrumenten bevoegde administratie.
   Voor de uitoefening van deze opdracht kan de FSMA :
   1° [2 de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34 en 35 uitoefenen ten aanzien van alle natuurlijke of rechtspersonen;]2
   2° [2 de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79 tot 85bis uitoefenen overeenkomstig de nadere bepalingen in die artikelen]2.
   Onverminderd het vierde lid, heeft de FSMA in individuele gevallen de bevoegdheid om van een natuurlijke of rechtspersoon die een kredietverzuimswaptransactie aangaat, te eisen om het volgende te verstrekken :
   1° een toelichting van het doel van de transactie, en meer bepaald of het oogmerk risicoafdekking, dan wel een ander oogmerk, is;
   2° de gegevens ter staving van het onderliggende risico indien de transactie op risicoafdekking gericht is.
   De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit deze verordening en uit de bepalingen genomen op basis of in uitvoering van deze verordening, evenals bij inbreuken op de maatregelen genomen door de FSMA krachtens deze verordening.]1
[2 De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn ook van toepassing ingeval de op grond van het vierde lid, 2°, opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd.]2
  
Art. 37ter. [1 La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le Règlement (UE) n° 236/2012 du Parlement européen et du Conseil du 14 mars 2012 sur la vente à découvert et certains aspects des contrats d'échange sur risque de crédit, et veille au respect de ce règlement et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
   Les notifications à adresser à la FSMA en vertu des articles 5 à 8 du règlement s'effectuent selon les modalités que la FSMA détermine et rend publiques sur son site web.
   La FSMA peut prendre les mesures et exercer les pouvoirs qui, aux termes de ce règlement, en particulier de ses articles 13.3, 14.2, 17, 18 à 23 et 37, relèvent des prérogatives de l'autorité compétente. Lorsque ces mesures ou pouvoirs ont trait à des titres de la dette souveraine, la FSMA agit toutefois sur avis conforme du ministre qui, au sein de l'autorité concernée, a les Finances dans ses attributions, ou sur avis conforme de l'Agence de la dette ou de l'autre administration compétente pour les titres de la dette souveraine concernés.
   Aux fins de s'acquitter de ces missions, la FSMA peut :
   1° [2 exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 à l'égard de toute personne physique ou morale;]2
   2° [2 exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis selon les modalités prévues par ces articles.]2
   Sans préjudice de l'alinéa 4, la FSMA est habilitée à exiger, dans certains cas, de la personne physique ou morale qui conclut un contrat d'échange sur risque de crédit qu'elle lui fournisse :
   1° une explication quant à l'objet de la transaction, en indiquant si celle-ci vise à couvrir un risque ou poursuit un autre objectif;
   2° les informations précisant le risque sous-jacent, lorsque la transaction est effectuée à des fins de couverture.
   Les articles 36 et 37 sont applicables en cas d'infraction aux obligations et interdictions qui découlent du règlement précité et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement, ainsi qu'en cas d'infraction aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement.]1
[2 Les dispositions des articles 36 et 37 sont également applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'alinéa 4, 2°.]2
  
Art. 37quater. [1 De FSMA neemt de taken waar die aan de bevoegde autoriteiten zijn opgedragen door Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus.]1
  
Art. 37quater. [1 La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le Règlement (CE) n° 1060/2009 du Parlement européen et du Conseil du 16 septembre 2009 sur les agences de notation de crédit.]1
  
Art. 37quinquies. [1 De FSMA staat in voor de taken die aan de bevoegde autoriteit worden toevertrouwd door Verordening 2016/1011 en ziet toe op de naleving van die Verordening en van de op basis of ter uitvoering ervan genomen bepalingen.
   Voor de uitoefening van deze taken kan de FSMA:
   1° de in de artikelen 34 en 35 bedoelde bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van alle natuurlijke of rechtspersonen;
   2° de in de artikelen 79 tot 85bis bedoelde bevoegdheden uitoefenen overeenkomstig de nadere bepalingen in die artikelen;
   3° de natuurlijke personen die verantwoordelijk worden gehouden voor een inbreuk op de bepalingen van Verordening 2016/1011 tijdelijk verbieden om leidinggevende functies uit te oefenen bij benchmarkbeheerders of onder toezicht staande contribuanten in de zin van deze Verordening.
   De FSMA kan ook alle noodzakelijke maatregelen nemen om te waarborgen dat het publiek juist wordt geïnformeerd over de het aanbieden van benchmarks, inclusief het opdragen van een verklaring tot correctie of het corrigeren van vorige input voor of cijfers van de benchmark aan de relevante benchmarkbeheerder of de persoon die de benchmark heeft bekendgemaakt of verspreid, of aan beide.
   De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de in het eerste lid bedoelde Verordening, de op basis of ter uitvoering van die Verordening genomen bepalingen, alsook de krachtens die Verordening of haar uitvoeringsbepalingen door de FSMA genomen maatregelen niet worden nageleefd. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn ook van toepassing ingeval de op grond van het tweede lid, 2°, opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd.]1

  
Art. 37quinquies. [1 La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le règlement 2016/1011 et veille au respect de ce règlement et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
   Aux fins de s'acquitter de ces missions, la FSMA peut :
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 à l'égard de toute personne physique ou morale ;
   2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis selon les modalités prévues par ces articles ;
   3° interdire provisoirement à toute personne physique tenue pour responsable d'une infraction aux dispositions du règlement 2016/1011, d'exercer des fonctions de direction auprès d'administrateurs d'indices de référence ou de contributeurs surveillés au sens du même règlement.
   La FSMA peut également prendre toutes les mesures nécessaires pour garantir que le public dispose d'une information correcte sur la fourniture d'un indice de référence, y compris en exigeant de l'administrateur d'indices de référence concerné ou de la personne qui a publié ou diffusé l'indice de référence, ou des deux, qu'ils publient un rectificatif relatif à des contributions antérieures audit indice ou des valeurs antérieures de l'indice de référence.
   Les articles 36 et 37 sont applicables en cas d'infraction au règlement visé à l'alinéa 1er, aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement, ainsi qu'en cas d'infraction aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement ou de ses dispositions d'exécution. Les dispositions des articles 36 et 37 sont également applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'alinéa 2, 2°.]1

  
Art. 37sexies. [1 § 1. De FSMA staat in voor de taken als bevoegde autoriteit waarvan sprake in de verordening 1286/2014 en ziet toe op de naleving van deze verordening en van de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze verordening.
   § 2. Ingeval de PRIIP wordt verhandeld in België, verstrekt de PRIIP-ontwikkelaar of de persoon die de PRIIP verkoopt, het essentiële-informatiedocument vooraf aan de FSMA. De Koning kan, op advies van de FSMA, regels vaststellen die ertoe strekken om te verduidelijken wie verplicht is om tot die verstrekking over te gaan, met name wanneer de verplichting om het essentiële-informatiedocument te verstrekken op verschillende personen kan rusten, alsook binnen welke termijn en volgens welke modaliteiten dat dient te gebeuren. De Koning kan in het bijzonder een specifieke termijn voorzien voor de PRIIP's waarvan de verhandeling in België lopende is op de datum waarop de verordening 1286/2014 van toepassing wordt.
   De verplichting opgenomen in het eerste lid is niet van toepassing indien de verhandeling betrekking heeft op:
   1° een financieel instrument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, d), e), f), g), h), i) of j), dat toegelaten is tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit;
   2° [3 een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, waarvan de aanbieding
   a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is gericht;
   b) aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen in België is gericht die geen gekwalificeerde beleggers zijn;
   c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euro;
   d) is gericht aan beleggers die bij elke afzonderlijke aanbieding effecten aankopen voor een totale tegenwaarde van ten minste 100 000 euro per belegger;]3

   3° [3 een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers aan het publiek wordt aangeboden als bedoeld in artikel 4, 2°, van dezelfde wet;]3
   4° [3 een effect als bedoeld in artikel 2, a), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit aan het publiek wordt aangeboden in België in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.]3
   Op advies van de FSMA kan de Koning bijkomende uitzonderingen bepalen waarin de verplichting opgenomen in het eerste lid niet moet nageleefd worden, rekening houdend met de evolutie van de financiële markten, de evolutie van de internationale regelgeving of de verworven ervaring bij de tenuitvoerlegging van de verordening 1286/2014.
   § 3. Om de transparantie van de financiële producten te bevorderen, kan de Koning, op advies van de FSMA, een soortgelijke regeling als de door verordening 1286/2014 en dit artikel ingevoerde regeling vaststellen voor financiële producten die niet door die verordening worden bedoeld, met name met betrekking tot de aard, de kenmerken, de risico's, de prestaties, en de kosten en lasten van de financiële producten.
   § 4. Voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van of bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 kan de FSMA:
   1° de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34, § 1, en 35 uitoefenen ten aanzien van iedere natuurlijke en rechtspersoon;
   2° [2 de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 79 tot 85bis uitoefenen overeenkomstig de in de nadere bepalingen in die artikelen.]2
   De artikelen 36 [2 ...]2 en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de in de eerste paragraaf vermelde verordening, de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze verordening of op maatregelen genomen door de FSMA krachtens deze verordening of haar uitvoeringsbepalingen. Zij zijn ook van toepassing bij inbreuken op paragrafen 2 en 3 en op de maatregelen genomen op basis of ter uitvoering van deze paragrafen.]1
[2 De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn ook van toepassing ingeval de op grond van het eerste lid, 2°, opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd.]2
  
Art. 37sexies. [1 § 1er. La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le règlement 1286/2014 et veille au respect de ce règlement et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
   § 2. Dans le cas où le PRIIP est commercialisé en Belgique, l'initiateur de ce produit ou la personne qui vend ce produit notifie préalablement le document d'informations clés à la FSMA. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, prévoir des règles visant à préciser sur qui repose l'obligation de notification notamment lorsque l'obligation de notifier le document d'informations clés est susceptible de reposer sur plusieurs personnes, ainsi que le délai et les modalités selon lesquelles cette notification doit être réalisée. Le Roi peut notamment prévoir un délai spécifique pour les PRIIP's dont la commercialisation en Belgique est en cours à la date à partir de laquelle le règlement 1286/2014 sera applicable.
   L'obligation prévue à l'alinéa 1er n'est pas applicable si la commercialisation porte sur:
   1° un instrument financier visé à l'article 2, alinéa 1er, 1°, d), e), f), g), h), i) ou j), qui est admis à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation;
   2° [3 un instrument de placement visé à l'article 3 de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, dont l'offre
   a) est adressée uniquement aux investisseurs qualifiés;
   b) est adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, en Belgique;
   c) porte sur sur des instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s'élève au moins à 100 000 euros;
   d) est adressée à des investisseurs qui acquièrent ces valeurs pour un montant total d'au moins 100 000 euros par investisseur et par offre distincte;]3

   3° [3 un instrument de placement visé à l'article 3 de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, au sens de l'article 4, 2°, de la même loi;]3
   4° [3 une valeur mobilière visée à l'article 2, a) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, qui fait l'objet, uniquement à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation, d'une offre au public en Belgique au sens de l'article 4, 2° de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.]3
   Le Roi peut, sur avis de la FSMA, prévoir des exceptions supplémentaires au respect de l'obligation prévue à l'alinéa 1er, en tenant compte de l'évolution des marchés financiers ou de l'évolution de la réglementation internationale ou de l'expérience acquise dans la mise en oeuvre du règlement 1286/2014.
   § 3. Afin de promouvoir la transparence des produits financiers, le Roi peut, sur avis de la FSMA, fixer un régime analogue à celui mis en oeuvre par le règlement 1286/2014 et le présent article pour des produits financiers non visés par le même règlement, notamment en ce qui concerne la nature, les caractéristiques, les risques, les performances, ainsi que les coûts et frais du produit financier.
   § 4. Aux fins d'assurer le contrôle du respect des dispositions prévues par ou visées aux paragraphes 1er à 3, la FSMA peut:
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34, § 1er, et 35 à l'égard de toute personne physique ou morale;
   2° [2 exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis selon les modalités prévues par ces articles.]2
   Les articles 36 [2 ...]2 et 37 sont applicables en cas d'infraction au règlement visé au paragraphe 1er, aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement ou de ses dispositions d'exécution. Ils sont également applicables en cas d'infraction aux paragraphes 2 et 3 ainsi qu'aux mesures prises sur la base ou en exécution de ces paragraphes.]1
[2 Les dispositions des articles 36 et 37 sont également applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'alinéa 1er, 2°.]2
  
Art. 37septies. [1 § 1. De FSMA oefent de volgende taken uit die Verordening 2017/2402 aan de bevoegde autoriteit toevertrouwt:
   1° de taken als bedoeld in artikel 29, lid 1, 2 en 3, van Verordening 2017/2402, met betrekking tot de beheerders van AICB's, de instellingen voor collectieve belegging en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
   2° de taken als bedoeld in artikel 29, lid 4 en 5, van Verordening 2017/2402, met uitzondering van deze die betrekking heeft op het toezicht op de naleving van artikel 28 van voormelde verordening, voor wat betreft:
   a) de entiteiten die onder haar bevoegdheid vallen conform artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, met uitzondering van de entiteiten die ook onder de prudentiële toezichtsbevoegdheid vallen van de Bank conform artikel 36/2, § 3, 2°, a), van de organieke wet van de Bank, of van de Europese Centrale Bank conform de GTM-Verordening;
   b) de entiteiten die genoteerde vennootschappen zijn in de zin van artikel 1:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met uitzondering van de entiteiten die onder de toezichtsbevoegdheid vallen van de Bank conform artikel 36/2, § 3, 2°, van de organieke wet van de Bank, of van de Europese Centrale Bank conform de GTM-Verordening;
   c) de entiteiten die niet bedoeld zijn in de bepaling onder a), b) of onder artikel 36/2, § 3, 2°, van de organieke wet van de Bank maar die deel uitmaken van de consolidatiekring van de onder a) bedoelde entiteiten;
   3° de taken als bedoeld in artikel 29, lid 5, van Verordening 2017/2402, om toe te zien op de naleving van artikel 28 van diezelfde Verordening;
   4° het toezicht op de naleving van artikel 3 van Verordening 2017/2402;
   5° het toezicht op de naleving door de initiators van hun verplichtingen uit hoofde van hoofdstuk II en de artikelen 18 en 19 van verordening 2023/2631.";
   § 1/1. Voor de uitoefening van de in paragraaf 1 bedoelde taken kan de FSMA:
   1° de in de artikelen 34 en 35 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;
   2° de in de artikelen 79 tot 85bis bedoelde bevoegdheden uitoefenen conform de regels vervat in die artikelen.";
   § 2. De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing wanneer een entiteit die, conform paragraaf 1, onder het toezicht van de FSMA staat, een inbreuk pleegt op de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit Verordening 2017/2402 of uit de op grond of ter uitvoering van die artikelen genomen bepalingen, die op haar van toepassing zijn, alsook wanneer een inbreuk wordt gepleegd op de maatregelen die de FSMA krachtens die Verordening of haar uitvoeringsbepalingen heeft genomen. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn ook van toepassing bij niet-naleving van de krachtens paragraaf 1/1 opgelegde verplichtingen of maatregelen.]1

  
Art. 37septies. [1 § 1er. La FSMA assume les missions suivantes dévolues à l'autorité compétente par le règlement 2017/2402 :
   1° les missions visées à l'article 29, paragraphes 1er, 2 et 3, du règlement 2017/2402 en ce qui concerne les gestionnaires d'OPCA, les organismes de placement collectif et les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, les institutions de retraite professionnelle et les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ;
   2° les missions visées à l'article 29, paragraphes 4 et 5, du règlement 2017/2402, à l'exception de celle qui concerne le contrôle du respect de l'article 28 dudit règlement, en ce qui concerne :
   a) les entités qui relèvent du contrôle de la FSMA conformément à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2°, à l'exclusion de celles qui relèvent également des compétences de contrôle prudentiel de la Banque conformément à l'article 36/2, § 3, 2°, a), de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au règlement MSU ;
   b) les entités qui sont des sociétés cotées au sens de l'article 1:11 du Code des sociétés et des associations, à l'exclusion de celles qui relèvent des compétences de contrôle de la Banque conformément à l'article 36/2, § 3, 2°, de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au règlement MSU ;
   c) les entités qui ne sont pas visées au a), au b) ou à l'article 36/2, § 3, 2°, de la loi organique de la Banque mais qui font partie du périmètre de consolidation des entités visées au a) ;
   3° les missions visées à l'article 29, paragraphe 5 du règlement 2017/2402 pour veiller au respect de l'article 28 de ce même règlement ;
   4° le contrôle du respect de l'article 3 du règlement 2017/2402 ;
   5° le contrôle du respect par les initiateurs des obligations qui leur incombent en vertu du chapitre II et des articles 18 et 19 du règlement 2023/2631." ;
   § 1er/1. Aux fins des missions visées au paragraphe 1er, la FSMA peut :
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 ;
   2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis selon les modalités prévues par ces articles." ;
   § 2. Les articles 36 et 37 sont applicables au cas où une entité soumise au contrôle de la FSMA, conformément au paragraphe 1er, enfreint les obligations et interdictions qui découlent du règlement 2017/2402 ou des dispositions prises sur la base ou en exécution desdits articles, qui lui sont applicables, ainsi qu'en cas d'infraction aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement ou de ses dispositions d'exécution. Les dispositions des articles 36 et 37 sont également applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu du paragraphe 1/1.]1

  
Art. 37octies. [1 De FSMA oefent de taken uit die Verordening 2019/2088 en Verordening 2020/852 aan de bevoegde overheid toevertrouwen. In die hoedanigheid ziet zij toe op de naleving van de bepalingen van Verordening 2019/2088 en van de artikelen 5 tot en met 7 van Verordening 2020/852, alsook van de op grond van of krachtens deze Verordeningen en bepalingen vastgestelde bepalingen, door de financiëlemarktdeelnemers en financieel adviseurs die, overeenkomstig artikel 45, aan haar toezicht zijn onderworpen.
  [2 De FSMA is ook bevoegd voor het toezicht op de naleving van artikel 8 van Verordening 2020/852 door de in artikel 10, § 2, eerste lid, 1°, bedoelde emittenten.]2
   Voor de uitoefening van deze opdracht kan de FSMA:
   1° de in de artikelen 34 en 35 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;
   2° de in de artikelen 79 tot 85bis bedoelde bevoegdheden uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen voorziene modaliteiten.
   De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit voornoemde Verordeningen en uit de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van die Verordeningen, alsook bij inbreuken op de verplichtingen of maatregelen die krachtens het tweede lid, 2°, zijn opgelegd.]1

  
Art. 37octies. [1 La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le Règlement 2019/2088 et le Règlement 2020/852. En cette qualité, elle veille au respect des dispositions du Règlement 2019/2088 et des articles 5 à 7 du Règlement 2020/852, ainsi que des dispositions prises sur la base ou en exécution de ces règlements et dispositions, par les acteurs des marchés financiers et les conseillers financiers soumis à son contrôle conformément à l'article 45.
  [2 La FSMA est également compétente pour veiller au respect de l'article 8 du Règlement 2020/852, par les émetteurs visés à l'article 10, § 2, alinéa 1er, 1°.]2
   Aux fins de s'acquitter de ces missions, la FSMA peut :
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35;
   2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis selon les modalités prévues par ces articles.
   Les articles 36 et 37 sont applicables en cas d'infraction aux obligations et interdictions qui découlent des règlements précités et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ces règlements, ainsi qu'en cas d'infraction aux obligations ou mesures imposées en vertu de l'alinéa 2, 2°.]1

  
Art. 37nonies. [1 § 1. De FSMA oefent de taken uit die Verordening 2019/1238 aan de bevoegde overheid toevertrouwt, en ziet toe op de naleving van die Verordening en van de op grond van of krachtens die Verordening vastgestelde bepalingen.
   § 2. Voor de uitoefening van deze opdrachten kan de FSMA:
   1° de in de artikelen 34 en 35 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;
   2° de in de artikelen 79 tot 85bis bedoelde bevoegdheden uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen voorziene nadere regels.
   De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de bepalingen van de in paragraaf 1 bedoelde Verordening, op de bepalingen die op grond van of krachtens die Verordening zijn vastgesteld, of op de maatregelen die de FSMA krachtens die Verordening of de uitvoeringsbepalingen ervan heeft genomen. Zij zijn ook van toepassing bij niet-naleving van de verplichtingen of de maatregelen die krachtens het eerste lid, 2°, zijn opgelegd.".
   § 3. De FSMA oefent haar in paragraaf 1 gedefinieerde toezichtsbevoegdheden op eensluidend advies van de Bank uit.
   De in het eerste lid bedoelde eensluidende adviezen van de Bank hebben betrekking op de naleving van de bepalingen van Verordening 2019/1238, vanuit het oogpunt van de prudentiële toezichtsbevoegdheden van de Bank conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of die van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening.
   § 4. De FSMA spreekt zich, op eensluidend advies van de Bank, uit over de registratieaanvraag van een PEPP ingediend door een in artikel 6, lid 1, a), b) of d), van Verordening 2019/1238 bedoelde kredietinstelling, verzekeringsonderneming of beursvennootschap.
   Het eensluidend advies van de Bank heeft in dit geval betrekking op de conformiteit van de registratieaanvraag met de bepalingen van Verordening 2019/1238, vanuit het oogpunt van de prudentiële toezichtsbevoegdheden van de Bank conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of die van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening.
   De FSMA bezorgt de Bank de registratieaanvraag en de elementen van die aanvraag, bedoeld in artikel 6, lid 2, van Verordening 2019/1238, die onder de prudentiële toezichtsbevoegdheden van de Bank vallen conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of die van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening. De Bank verwittigt de FSMA binnen een termijn van maximum 5 dagen als zij vaststelt dat de registratieaanvraag niet volledig is.
   De Bank bezorgt de FSMA haar eensluidend advies binnen een maand vanaf de ontvangst van de volledige registratieaanvraag.
   Als binnen voornoemde termijn van een maand geen eensluidend advies wordt verstrekt, wordt dat beschouwd als een advies tot weigering van de registratie van het betrokken PEPP.
   Vóór voornoemde termijn van een maand verstrijkt, kan de Bank de FSMA er van op de hoogte brengen dat zij haar advies uiterlijk binnen 15 dagen na het verstrijken van voornoemde termijn zal verstrekken.
   De FSMA volgt het eensluidend advies van de Bank en vermeldt dat in haar beslissing over de registratieaanvraag. Het advies van de Bank wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing van de FSMA aan EIOPA en aan de PEPP-aanbieder die de aanvraag heeft ingediend.
   De FSMA brengt alle latere wijzigingen van de in het derde lid bedoelde elementen ter kennis van de Bank. In voorkomend geval, bezorgt de Bank de FSMA een nieuw eensluidend advies over de conformiteit van de in die documenten aangebrachte wijzigingen met de bepalingen van Verordening 2019/1238, volgens de regels bepaald in het tweede tot zesde lid. De FSMA volgt het eensluidend advies van de Bank.
   § 5. De in artikel 40, lid 1 tot 5, van Verordening 2019/1238 bedoelde informatie aan de bevoegde nationale autoriteiten wordt aan de Bank verstrekt wanneer de betrokken PEPP-aanbieders kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen of beursvennootschappen zijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, a), b) of d), van Verordening 2019/1238. De Bank controleert dat alle vereiste informatie haar conform voornoemd artikel 40, lid 1 tot 5 is verstrekt. De Bank verstrekt de in artikel 40, lid 5, van Verordening 2019/1238 bedoelde informatie aan de FSMA. De FSMA verstrekt die informatie aan EIOPA overeenkomstig artikel 40, lid 5, alinea 2, van Verordening 2019/1238. De overige informatie die aan de Bank wordt verstrekt, wordt ter beschikking gesteld van de FSMA, als zij daarom verzoekt.
   Met uitzondering van de informatie die moet worden verstrekt door de in het eerste lid bedoelde kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beursvennootschappen die vallen onder het prudentieel toezicht van de Bank conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of dat van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening, kan de FSMA, bij reglement bedoeld in artikel 64, de aard, de reikwijdte en het model van de in artikel 40, lid 1, van Verordening 2019/1238 bedoelde informatie vaststellen die zij voornemens is van de PEPP-aanbieders te eisen met van tevoren bepaalde tussenpozen, in van tevoren bepaalde gevallen of bij onderzoeken naar de situatie van een PEPP-aanbieder.
   Voor de informatie die moet worden verstrekt door de in het eerste lid bedoelde kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beursvennootschappen die vallen onder het prudentieel toezicht van de Bank conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of dat van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening, kunnen die modaliteiten worden verduidelijkt bij door een de Bank vastgesteld reglement conform artikel 12bis, § 2, van de organieke wet van de Bank.
   De FSMA en de Bank plegen onderling overleg bij de opstelling van de in de vorige twee leden bedoelde reglementen.
   § 6. De FSMA haalt, op vraag van de Bank, de registratie door van een PEPP die wordt aangeboden door een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beursvennootschap bedoeld in artikel 6, lid 1, a), b) of d), van Verordening 2019/1238, als de Bank van oordeel is dat aan de voorwaarden van artikel 8, lid 1, van Verordening 2019/1238 is voldaan met betrekking tot de aspecten die vallen onder het prudentieel toezicht van de Bank overeenkomstig artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of dat van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening.
   Wanneer EIOPA de FSMA, overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Verordening 2019/1238, vraagt om na te gaan of er sprake is van omstandigheden die de doorhaling rechtvaardigen van de registratie van een PEPP die wordt aangeboden door een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beursvennootschap als bedoeld in artikel 6, lid 1, a), b) of d), van Verordening 2019/1238, dient de FSMA haar bevindingen in bij EIOPA, op eensluidend advies van de Bank in verband met de aspecten die vallen onder het prudentieel toezicht van de Bank overeenkomstig artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of dat van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening.
   § 7. De FSMA kan de bevoegdheden uitoefenen waarin, krachtens artikel 63 van Verordening 2019/1238, voor de bevoegde autoriteiten wordt voorzien.
   Op vraag van de Bank verbiedt of beperkt de FSMA het op de markt brengen of distribueren van een PEPP overeenkomstig artikel 63, eerste lid, a), van Verordening 2019/1238, als er volgens de Bank redelijke gronden zijn om aan te nemen dat het PEPP een risico vormt voor de stabiliteit van het Belgische financiële stelsel of een deel daarvan.]1

  
Art. 37nonies. [1 § 1er. La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le Règlement 2019/1238 et veille au respect de ce règlement et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
   § 2. Aux fins de s'acquitter de ces missions, la FSMA peut :
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 ;
   2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis selon les modalités prévues par ces articles.
   Les articles 36 et 37 sont applicables en cas d'infraction aux dispositions du règlement visé au paragraphe 1er, aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement ou aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement ou de ses dispositions d'exécution. Ils sont également applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'alinéa 1er, 2°.
   § 3. La FSMA exerce ses missions de contrôle définies au paragraphe 1er, sur avis conforme de la Banque.
   Les avis conformes de la Banque visés à l'alinéa 1er portent sur le respect des dispositions du Règlement 2019/1238, sous l'angle des compétences de contrôle prudentiel de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au Règlement MSU.
   § 4. La FSMA se prononce sur la demande d'enregistrement d'un PEPP émanant d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurance ou d'une société de bourse visés à l'article 6, paragraphe 1er, a), b) ou d) du Règlement 2019/1238, sur avis conforme de la Banque.
   L'avis conforme de la Banque porte, dans ce cas, sur la conformité de la demande d'enregistrement avec les dispositions du Règlement 2019/1238, sous l'angle des compétences de contrôle prudentiel de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au Règlement MSU.
   La FSMA communique à la Banque la demande d'enregistrement et les éléments de cette demande, visés à l'article 6, § 2 du Règlement 2019/1238, qui relèvent des compétences de contrôle prudentiel de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au Règlement MSU. La Banque avertit la FSMA, dans un délai maximum de 5 jours, si elle constate que la demande d'enregistrement n'est pas complète.
   La Banque communique son avis conforme à la FSMA dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande d'enregistrement complète.
   L'absence d'avis conforme dans le délai susmentionné d'un mois est considérée comme un avis de refus d'enregistrement du PEPP concerné.
   Avant l'expiration du délai d'un mois précité, la Banque peut informer la FSMA qu'elle communiquera son avis au plus tard dans les 15 jours qui suivent l'expiration dudit délai.
   La FSMA suit l'avis conforme de la Banque et en fait état dans sa décision sur la demande d'enregistrement. L'avis de la Banque est jointe à la notification de la décision de la FSMA à l'EIOPA et au fournisseur de PEPP demandeur.
   La FSMA communique à la Banque toute modification ultérieure des éléments visés à l'alinéa 3. Le cas échéant, la Banque communique un nouvel avis conforme à la FSMA sur la conformité des modifications apportées à ces documents, avec les dispositions du Règlement 2019/1238, selon les modalités définies aux alinéas 2 à 6. La FSMA suit l'avis conforme de la Banque.
   § 5. Les informations aux autorités compétentes nationales, prévues à l'article 40, §§ 1 à 5, du Règlement 2019/1238, sont fournies à la Banque lorsque les fournisseurs de PEPP concernés sont des établissements de crédit, des entreprises d'assurance ou des sociétés de bourse visés à l'article 6, paragraphe 1er, a), b) ou d), du Règlement 2019/1238. La Banque vérifie que toutes les informations requises lui ont été communiquées conformément à l'article 40, §§ 1 à 5, précité. La Banque transmet à la FSMA les informations visées à l'article 40, § 5 du Règlement 2019/1238. Ces informations sont transmises par la FSMA à l'EIOPA conformément à l'article 40, § 5, alinéa 2, du Règlement 2019/1238. Les autres informations fournies à la Banque sont mises à la disposition de la FSMA, à sa demande.
   A l'exception des informations exigées des établissements de crédit, des entreprises d'assurance et des sociétés de bourse visées à l'alinéa 1er, et qui relèvent du contrôle prudentiel de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au Règlement MSU, la FSMA peut définir, par voie de règlement pris en vertu de l'article 64, la nature, la portée et le format des informations visées à l'article 40, § 1er, du Règlement 2019/1238 dont elle entend exiger la communication de la part des fournisseurs de PEPP à des intervalles prédéfinis, lorsque des événements prédéfinis se produisent ou lors d'enquêtes concernant la situation d'un fournisseur de PEPP.
   Pour les informations exigées des établissements de crédit, des entreprises d'assurance et des sociétés de bourse visées à l'alinéa 1er, et relevant du contrôle prudentiel de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au Règlement MSU, ces modalités peuvent être précisées dans un règlement adopté par la Banque, conformément à l'article 12bis, § 2 de la loi organique de la Banque.
   La FSMA et la Banque se concertent lors de l'élaboration des règlements visés aux deux alinéas précédents.
   § 6. La FSMA radie l'enregistrement d'un PEPP fourni par un établissement de crédit, une entreprise d'assurance ou une société de bourse visés à l'article 6, paragraphe 1er, a), b) ou d), du Règlement 2019/1238, à la demande de la Banque, lorsque cette dernière estime que les conditions de l'article 8, § 1er du Règlement 2019/1238 sont remplies sur les aspects qui relèvent du contrôle prudentiel de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au Règlement MSU.
   Lorsque l'EIOPA demande à la FSMA, conformément à l'article 8, § 6, du Règlement 2019/1238 de vérifier l'existence de circonstances susceptibles de justifier la radiation d'un PEPP fourni par un établissement de crédit, une entreprise d'assurance ou une société de bourse visés à l'article 6, paragraphe 1er, a), b) ou d), du Règlement 2019/1238, la FSMA soumet ses conclusions à l'EIOPA, sur avis conforme de la Banque sur les aspects qui relèvent du contrôle prudentiel de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au Règlement MSU.
   § 7. La FSMA peut exercer les pouvoirs qui, aux termes de l'article 63 du Règlement 2019/1238, relèvent des prérogatives des autorités compétentes.
   La FSMA, à la demande de la Banque, interdit ou restreint la commercialisation ou la distribution d'un PEPP conformément à l'article 63, paragraphe 1er, a), du Règlement 2019/1238, lorsque, selon la Banque, il existe des motifs raisonnables de penser que le PEPP présente un risque pour la stabilité de tout ou partie du système financier belge.]1

  
Art. 37decies. [1 § 1. De FSMA oefent de taken uit die de Verordening 2022/858 aan de bevoegde autoriteit toevertrouwt, in de mate en volgens de bepalingen van de artikelen 96 tot 113 van de wet van ... houdende diverse financiële bepalingen.
   In die hoedanigheid ziet zij toe op de naleving van de Verordening 2022/858 en van de op grond van of krachtens die Verordening vastgestelde bepalingen.
   § 2. Voor de uitoefening van deze opdrachten kan de FSMA:
   1° de in de artikelen 34 en 35 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;
   2° de in de artikelen 79 tot 85bis bedoelde bevoegdheden uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen voorziene modaliteiten.
   De artikelen 36, 36bis en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de bepalingen van Verordening 2022/858, op de bepalingen die op grond van of krachtens die Verordening zijn vastgesteld, of op de maatregelen die de FSMA krachtens die Verordening of de uitvoeringsbepalingen ervan heeft genomen.]1

  
Art. 37decies. [1 § 1er. La FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par le règlement 2022/858, dans la mesure et selon les dispositions des articles 96 à 113 de la loi du ... portant des dispositions financières diverses.
   En cette qualité, elle veille au respect des dispositions du règlement 2022/858 et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ce règlement.
   § 2. Aux fins de s'acquitter de ces missions, la FSMA peut :
   1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 ;
   2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis selon les modalités prévues par ces articles.
   Les articles 36, 36bis et 37 sont applicables en cas d'infraction aux dispositions du règlement 2022/858, aux dispositions prises sur la base ou en exécution de celui-ci ou aux mesures prises par la FSMA en vertu de ce règlement ou de ses dispositions d'exécution.]1

  
Art.37undecies. [1 § 1. Conform artikel 46 van Verordening 2022/2554 staat de FSMA als bevoegde autoriteit in voor de taken waarvan sprake in die Verordening, en dit ten aanzien van:
   1° de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
   2° de handelsplatformen en hun exploitanten;
   3° de aanbieders van datarapporteringsdiensten in het geval als bedoeld in de gedelegeerde handelingen die de Commissie krachtens artikel 2, lid 3, van Verordening 600/2014 heeft vastgesteld;
   4° de door de FSMA erkende beheerders van AICB's;
   5° de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de beleggingsvennootschappen die geen beheervennootschap hebben aangesteld;
   6° de verzekeringstussenpersonen, de herverzekeringstussenpersonen en de nevenverzekeringstussenpersonen die verplicht bij de FSMA moeten zijn ingeschreven;
   7° de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
   8° de crowdfundingdienstverleners.
   In die hoedanigheid ziet zij toe op de naleving van de bepalingen van Verordening 2022/2554, en van de op grond van of ter uitvoering van die Verordening vastgestelde bepalingen.
   § 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn van toepassing onverminderd de bevoegdheden van de Bank indien een van de betrokken instellingen een ander statuut heeft op grond waarvan zij ook aan het toezicht van de Bank is onderworpen.
   Wanneer een in paragraaf 1 bedoelde instelling echter een ander statuut heeft op grond waarvan zij ook aan het toezicht van de Bank is onderworpen, is laatstgenoemde belast met de uitoefening van de in artikel 19, paragraaf 1, tweede lid, van Verordening 2022/2554 bedoelde functies en taken.
   § 3. Voor de uitoefening van haar taken beschikt de FSMA over de bevoegdheden die haar, met betrekking tot de in paragraaf 1 bedoelde personen, zijn toevertrouwd krachtens de bijzondere wetgevingen waaraan deze zijn onderworpen, en krachtens de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 79 tot 86.
   Artikelen 36 en 37 zijn van toepassing in geval van een inbreuk op de krachtens de artikelen 79 tot 86 opgelegde verplichtingen of maatregelen.
   § 4. De FSMA bezorgt onverwijld aan het nationale CSIRT bedoeld in artikel 8, 45°, van de wet van 26 april 2024 tot vaststelling van een kader voor de cyberbeveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid, de in artikel 19, lid 4, van Verordening 2022/2554 bedoelde kennisgevingen en verslagen die zij van in artikel 3, § 1 of § 3, van voornoemde wet bedoelde entiteiten ontvangt.
   De FSMA kan in voorkomend geval ook andere informatie die zij in verband met de uitvoering van Verordening 2022/2554 ontvangt, aan het nationale CSIRT bezorgen.
   De FSMA kan een protocol sluiten met de Bank, en het nationale CSIRT, met het oog op de uitvoering van Verordening 2022/2554 en in het bijzonder om de praktische modaliteiten voor deze uitwisseling van informatie vast te stellen.
   § 5. Voor zover dit strikt noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in paragraaf 1 en mits akkoord van de Bank, kan de FSMA haar verzoeken om in haar naam en voor haar rekening één of meer van de bevoegdheden bedoeld in paragraaf 3 uit te oefenen ten aanzien van één van de entiteiten bedoeld in paragraaf 1.
   De FSMA behoudt haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit ondanks het gebruik van dit mechanisme.
   De gevallen waarin gebruik kan worden gemaakt van het in lid 1 bedoelde mechanisme en de modaliteiten daarvoor, met inbegrip van de vaststelling van de vergoeding van de kosten en uitgaven van de Bank, worden bepaald door een protocol dat wordt gesloten tussen de FSMA en de Bank.]1

  
Art.37undecies. [1 § 1er. Conformément à l'article 46 du règlement 2022/2554, la FSMA assume les missions dévolues à l'autorité compétente par ledit règlement en ce qui concerne :
   1° les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ;
   2° les plateformes de négociation et leurs opérateurs ;
   3° les prestataires de services de communication de données dans le cas visé dans les actes délégués adoptés par la Commission en vertu de l'article 2, paragraphe 3, du règlement 600/2014 ;
   4° les gestionnaires d'OPCA agréés par la FSMA ;
   5° les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et les sociétés d'investissement qui n'ont pas désigné de société de gestion ;
   6° les intermédiaires d'assurance, les intermédiaires de réassurance et les intermédiaires d'assurance à titre accessoire soumis à l'obligation d'être inscrits auprès de la FSMA ;
   7° les institutions de retraite professionnelles ;
   8° les prestataires de services de financement participatif.
   En cette qualité, elle veille au respect des dispositions du règlement 2022/2554, ainsi que des dispositions prises sur la base ou en exécution de celui-ci.
   § 2. Les dispositions du paragraphe 1er s'appliquent sans préjudice des compétences de la Banque au cas où l'un des établissements concernés dispose d'un autre statut en vertu duquel il est également soumis à la surveillance de celle-ci.
   Toutefois, lorsqu'un des établissements visés au paragraphe 1er dispose d'un autre statut en vertu duquel il est également soumis à la surveillance de la Banque, cette dernière est chargée d'exercer les fonctions et missions visées à l'article 19, paragraphe 1er, alinéa 2, du règlement 2022/2554.
   § 3. Aux fins de s'acquitter de ses missions, la FSMA dispose des pouvoirs qui lui sont conférés, en ce qui concerne les personnes visées au paragraphe 1er, en vertu des législations particulières auxquelles elles sont soumises ainsi que des pouvoirs visés aux articles 79 à 86.
   Les articles 36 et 37 s'appliquent en cas d'infraction aux obligations ou mesures imposées en vertu des articles 79 à 86.
   § 4. La FSMA transmet sans délai au CSIRT national visé à l'article 8, 45°, de la loi du 26 avril 2024 établissant un cadre pour la cybersécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique les notifications et rapports visés à l'article 19, paragraphe 4, du règlement 2022/2554 reçus d'entités reprises à l'article 3, § 1er ou § 3, de ladite loi.
   Le cas échéant, la FSMA peut également transmettre au CSIRT national les autres informations reçues dans le cadre de l'exécution du règlement 2022/2554.
   La FSMA peut conclure un protocole avec la Banque et le CSIRT national, pour les besoins de l'exécution du règlement 2022/2554 et en particulier afin de déterminer les modalités pratiques de ces échanges d'informations.
   § 5. Dans la mesure où cela est strictement nécessaire à l'exercice des compétences visées au paragraphe 1er et moyennant l'accord de la Banque, la FSMA peut demander à cette dernière d'exercer en son nom et pour son compte un ou plusieurs des pouvoirs visés au paragraphe 3 à l'égard d'une des entités visées au paragraphe 1er.
   La FSMA conserve sa qualité d'autorité compétente nonobstant tout usage de ce mécanisme.
   Les cas dans lesquels il peut être fait usage du mécanisme visé à l'alinéa 1er ainsi que les modalités de ce dernier, y inclus la détermination de l'indemnisation des coûts et frais encourus par la Banque, sont déterminés par un protocole conclu entre la FSMA et la Banque.]1

  
Afdeling 9. - Strafsancties.
Section 9. - Sanctions pénales.
Art.38. Worden schuldig bevonden aan oplichting en gestraft met de straffen bepaald in artikel 496 van het Strafwetboek, zij die, door misbruik te maken van de zwakheid of onwetendheid van anderen, transacties in financiële instrumenten uitvoeren tegen een prijs of onder voorwaarden die klaarblijkelijk niet in verhouding staan tot de reële waarde van deze instrumenten.
Art.38. Sont coupables d'escroquerie et punis des peines prévues à l'article 496 du Code pénal, ceux qui, abusant de la faiblesse ou de l'ignorance d'autrui, procèdent à des transactions sur instruments financiers à un prix ou à des conditions manifestement hors de proportion avec la valeur réelle de ces instruments.
Art.39. [1 § 1. Worden gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot vier jaar en met een geldboete van 300 euro tot 10.000 euro, zij die opzettelijk:
   1° een transactie zijn aangegaan, een handelsorder hebben geplaatst, of elke andere gedraging hebben gesteld, die:
   a) daadwerkelijk of waarschijnlijk onjuiste of misleidende signalen geeft met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van een financieel instrument of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen; of
   b) de koers van een of meer financiële instrumenten of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen daadwerkelijk of waarschijnlijk op een abnormaal of kunstmatig niveau houdt,
   tenzij de persoon die de transactie is aangegaan, het handelsorder heeft geplaatst of de andere gedraging heeft gesteld, aantoont dat de transactie, het handelsorder of de gedraging om rechtmatige redenen werd verricht en in overeenstemming is met een geaccepteerde marktpraktijk op het desbetreffende handelsplatform;
   2° een transactie zijn aangegaan, een order hebben geplaatst, een activiteit hebben uitgeoefend of elke andere gedraging hebben gesteld, met gevolgen of waarschijnlijke gevolgen voor de koers van een of meer financiële instrumenten of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kunstgreep of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding;
   3° informatie, met inbegrip van geruchten, hebben verspreid, via de media, met inbegrip van het internet, of via andere kanalen, die:
   a) daadwerkelijk of waarschijnlijk onjuiste of misleidende signalen geeft met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van een financieel instrument of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen; of
   b) de koers van één of meer financiële instrumenten of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen daadwerkelijk of waarschijnlijk op een abnormaal of kunstmatig niveau houdt.
   De overtreder kan bovendien worden veroordeeld tot betaling van een som die overeenstemt met maximum het drievoud van het bedrag van het vermogensvoordeel dat hij rechtstreeks of onrechtstreeks uit de overtreding heeft behaald. Deze som wordt geïnd als een geldboete.
   § 2. Paragraaf 1 is van toepassing op de in dezelfde paragraaf bedoelde handelingen die betrekking hebben op:
   1° financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of waarvoor toelating tot de handel op een gereglementeerde markt is aangevraagd;
   2° financiële instrumenten die worden verhandeld op een MTF, die zijn toegelaten tot de handel op een MTF of waarvoor toelating tot de handel op een MTF is aangevraagd;
   3° financiële instrumenten die worden verhandeld op een OTF;
   4° niet onder de bepalingen onder 1°, 2° of 3°, vallende financiële instrumenten waarvan de koers of de waarde afhankelijk is van, of van invloed is op, de koers of de waarde van een financieel instrument bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2° of 3°, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, kredietverzuimswaps en financiële contracten ter verrekening van verschillen;
   5° spotcontracten voor grondstoffen die geen voor de groothandel bestemde energieproducten zijn, waarbij de transactie, order of gedraging een effect heeft op de koers of de waarde van een financieel instrument zoals bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 4° ;
   6° soorten financiële instrumenten, waaronder afgeleide contracten of afgeleide instrumenten voor de overdracht van kredietrisico, waarbij de transactie, order of gedraging een effect heeft op de koers of de waarde van spotcontracten voor grondstoffen waarvan de koers of de waarde afhankelijk is van de koers of de waarde van die financiële instrumenten,
   ongeacht of de betrokken transacties, orders of gedragingen plaatsvinden op een handelsplatform of daarbuiten.
   Dit artikel is ook van toepassing op gedragingen of transacties, met inbegrip van biedingen, met betrekking tot het veilen van emissierechten of andere op emissierechten gebaseerde veilingproducten op een veilingplatform dat is toegelaten als een gereglementeerde markt, ook indien de geveilde producten geen financiële instrumenten zijn uit hoofde van Verordening 1031/2010. De regels uit dit artikel die betrekking hebben op orders zijn van toepassing op biedingen gedaan in het kader van dergelijke veilingen.
   § 3. Worden gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot vier jaar en met een geldboete van 300 euro tot 10 000 euro, zij die opzettelijk onjuiste of misleidende informatie doorgeven, opzettelijk onjuiste of misleidende inputgegevens verstrekken of opzettelijk enige andere gedraging stellen waarmee de berekening van een benchmark wordt gemanipuleerd.
   De overtreder kan bovendien worden veroordeeld tot betaling van een som die overeenstemt met maximum het drievoud van het bedrag van het vermogensvoordeel dat hij rechtstreeks of onrechtstreeks uit de overtreding heeft behaald. Deze som wordt geïnd als een geldboete.
   Voor de toepassing van deze paragraaf dient onder "benchmark" te worden verstaan: een benchmark in de zin van artikel 3, lid 1, punt 29, van Verordening 596/2014.
   § 4. De in de paragrafen 1 en 3 vastgestelde verbodsbepalingen gelden niet voor:
   1° handel in eigen aandelen in het kader van terugkoopprogramma's, indien die handel plaatsvindt overeenkomstig artikel 5, leden 1 tot 3, van Verordening 596/2014;
   2° handel in effecten of daarmee verbonden instrumenten als bedoeld in artikel 3, lid 2, punten a) en b), van Verordening 596/2014, voor de stabilisatie van effecten, indien die handel plaatsvindt overeenkomstig artikel 5, leden 4 en 5, van die verordening;
   3° transacties, orders en gedragingen die beleidsmatig worden uitgevoerd in het kader van het monetair beleid, het wisselkoersbeleid of het beheer van de overheidsschuld, overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening 596/2014, transacties, orders en gedragingen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van die verordening, activiteiten in het kader van het klimaatbeleid van de Europese Unie overeenkomstig artikel 6, lid 3, van die verordening, of activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid van de Europese Unie overeenkomstig artikel 6, lid 4, van die verordening.]1

  
Art.39. [1 § 1er. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à quatre ans et d'une amende de 300 euros à 10.000 euros, ceux qui intentionnellement:
   1° ont effectué une transaction, passé un ordre ou adopté tout autre comportement qui:
   a) donne ou est susceptible de donner des indications fausses ou trompeuses en ce qui concerne l'offre, la demande ou le cours d'un instrument financier ou d'un contrat au comptant sur matières premières qui lui est lié; ou
   b) fixe ou est susceptible de fixer à un niveau anormal ou artificiel le cours d'un ou de plusieurs instruments financiers ou d'un contrat au comptant sur matières premières qui leur est lié,
   à moins que la personne qui a effectué la transaction, passé l'ordre ou adopté l'autre comportement établisse que cette transaction, cet ordre ou ce comportement procédait de raisons légitimes et est conforme à une pratique de marché admise sur la plateforme de négociation concernée;
   2° ont effectué une transaction, passé un ordre, exercé une activité ou adopté tout autre comportement influençant ou étant susceptible d'influencer le cours d'un ou de plusieurs instruments financiers ou d'un contrat au comptant sur matières premières qui leur est lié, en ayant recours à des procédés fictifs ou à toute autre forme de tromperie ou d'artifice;
   3° ont diffusé des informations, y compris des rumeurs, que ce soit par l'intermédiaire des médias, dont l'Internet, ou par tout autre moyen, qui:
   a) donnent ou sont susceptibles de donner des indications fausses ou trompeuses en ce qui concerne l'offre, la demande ou le cours d'un instrument financier ou d'un contrat au comptant sur matières premières qui lui est lié; ou
   b) fixent ou sont susceptibles de fixer à un niveau anormal ou artificiel le cours d'un ou de plusieurs instruments financiers ou d'un contrat au comptant sur matières premières qui leur est lié.
   L'auteur de l'infraction peut en outre être condamné à payer une somme correspondant au maximum au triple du montant de l'avantage patrimonial qu'il a tiré directement ou indirectement de l'infraction. Cette somme est recouvrée comme une amende.
   § 2. Le paragraphe 1er s'applique aux actes visés au même paragraphe qui concernent:
   1° des instruments financiers admis à la négociation sur un marché réglementé ou faisant l'objet d'une demande d'admission à la négociation sur un marché réglementé;
   2° des instruments financiers négociés sur un MTF, admis à la négociation sur un MTF ou faisant l'objet d'une demande d'admission à la négociation sur un MTF;
   3° des instruments financiers négociés sur un OTF;
   4° des instruments financiers non visés aux 1°, 2° ou 3°, dont le cours ou la valeur dépend du cours ou de la valeur d'un instrument financier visé aux 1°, 2° ou 3° ou a un effet sur ce cours ou cette valeur, y compris, sans s'y limiter, les contrats d'échange sur risque de crédit et les contrats financiers pour différences;
   5° des contrats au comptant sur matières premières qui ne sont pas des produits énergétiques de gros, lorsque la transaction, l'ordre ou le comportement a un effet sur le cours ou la valeur d'un instrument financier visé aux 1° à 4° ;
   6° des types d'instruments financiers, y compris les contrats dérivés ou les instruments dérivés servant au transfert du risque de crédit, pour lesquels la transaction, l'ordre ou le comportement a un effet sur le cours ou la valeur d'un contrat au comptant sur matières premières lorsque le cours ou la valeur dépendent du cours ou de la valeur de ces instruments financiers,
   indépendamment du fait que les transactions, les ordres ou les comportements en question aient lieu ou non sur une plateforme de négociation.
   Le présent article s'applique également aux comportements ou aux transactions, y compris aux offres, qui se rapportent à la mise aux enchères sur une plateforme d'enchères agréée en tant que marché réglementé de quotas d'émission ou d'autres produits mis aux enchères qui sont basés sur ces derniers, y compris lorsque les produits mis aux enchères ne sont pas des instruments financiers, en vertu du Règlement 1031/2010. Les règles prévues par le présent article en ce qui concerne les ordres s'appliquent également aux offres présentées dans le cadre de ces mises aux enchères.
   § 3. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à quatre ans et d'une amende de 300 euros à 10 000 euros, ceux qui transmettent intentionnellement des informations fausses ou trompeuses, fournissent intentionnellement des données fausses ou trompeuses, ou adoptent intentionnellement tout autre comportement constituant une manipulation du calcul d'un indice de référence.
   L'auteur de l'infraction peut en outre être condamné à payer une somme correspondant au maximum au triple du montant de l'avantage patrimonial qu'il a tiré directement ou indirectement de l'infraction. Cette somme est recouvrée comme une amende.
   Pour l'application du présent paragraphe, il y a lieu d'entendre par "indice de référence" un indice de référence au sens de l'article 3, paragraphe 1er, point 29), du Règlement 596/2014.
   § 4. Les interdictions prévues aux paragraphes 1er et 3 ne s'appliquent pas:
   1° aux opérations sur actions propres effectuées dans le cadre de programmes de rachat, si ces opérations sont effectuées conformément à l'article 5, paragraphes 1er à 3, du Règlement 596/2014;
   2° à la négociation de titres ou d'instruments associés visés à l'article 3, paragraphe 2, points a) et b), du Règlement 596/2014 en vue de la stabilisation de titres, si cette négociation s'effectue conformément à l'article 5, paragraphes 4 et 5, dudit règlement;
   3° aux transactions, ordres ou comportements qui s'inscrivent dans le cadre d'activités poursuivies au titre des politiques monétaire, de change ou de gestion de la dette publique conformément à l'article 6, paragraphe 1er, du Règlement 596/2014, aux transactions, ordres ou comportements effectués conformément à l'article 6, paragraphe 2, dudit règlement, aux activités concernant la politique de l'Union européenne en matière de climat conformément à l'article 6, paragraphe 3, dudit règlement ou aux activités exercées au titre de la politique agricole commune et de la politique commune de la pêche de l'Union européenne conformément à l'article 6, paragraphe 4, dudit règlement.]1

  
Art.40. [1 § 1. Aan de personen die over voorwetenschap beschikken:
   1° wegens hun hoedanigheid van lid van een bestuurs-, leidinggevend of toezichtsorgaan van de emittent van het betrokken financieel instrument of van de deelnemer aan de emissierechtenmarkt;
   2° wegens hun deelneming in het kapitaal van de emittent of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt;
   3° wegens hun toegang tot de informatie door hun werk, beroep of functies;
   4° wegens hun betrokkenheid bij criminele activiteiten; of
   5° onder andere omstandigheden dan die bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2°, 3° en 4°, terwijl zij weten of zouden moeten weten dat het voorwetenschap betreft,
   is het verboden opzettelijk gebruik te maken van deze voorwetenschap door, voor eigen of voor andermans rekening, rechtstreeks of onrechtstreeks:
   a) het financieel instrument waarop deze voorwetenschap betrekking heeft te verwerven of te vervreemden;
   b) een order met betrekking tot het financieel instrument waarop deze voorwetenschap betrekking heeft, dat werd geplaatst voordat de betrokken persoon over de voorwetenschap beschikte, te annuleren of aan te passen.
   Het enkele feit dat een persoon beschikt over voorwetenschap is niet voldoende om te veronderstellen dat die persoon die informatie heeft gebruikt en zich derhalve heeft ingelaten met een door dit artikel verboden gedraging, indien zijn gedragingen zijn aan te merken als legitiem overeenkomstig artikel 9 van Verordening 596/2014.
   § 2. Het is de personen die zijn onderworpen aan de in paragraaf 1 vastgestelde verbodsbepaling verboden:
   1° om opzettelijk de voorwetenschap aan iemand anders mede te delen, tenzij de mededeling gebeurt binnen het kader van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie, met inbegrip van de mededeling die is aan te merken als een marktpeiling die wordt verricht met inachtneming van artikel 11, leden 1 tot 8, van Verordening 596/2014;
   2° om opzettelijk op grond van de voorwetenschap iemand anders aan te bevelen of ertoe aan te zetten om de financiële instrumenten waarop deze voorwetenschap betrekking heeft te verwerven of te vervreemden, of om een order met betrekking tot het financiële instrument waarop deze voorwetenschap betrekking heeft te annuleren of aan te passen.
   § 3. Het is elke persoon verboden opzettelijk gebruik te maken van aanbevelingen of aansporingen om financiële instrumenten te verwerven of te vervreemden of om een order met betrekking tot financiële instrumenten te annuleren of aan te passen, indien hij of zij weet of zou moeten weten dat die aanbeveling of aansporing op voorwetenschap is gebaseerd.
   Het is elke persoon verboden opzettelijk aanbevelingen of aansporingen om financiële instrumenten te verwerven of te vervreemden of om een order met betrekking tot financiële instrumenten te annuleren of aan te passen, aan enige andere persoon door te geven, indien hij of zij weet of zou moeten weten dat die aanbeveling of aansporing op voorwetenschap is gebaseerd.
   § 4. De in de paragrafen 1, 2 en 3 vastgestelde verbodsbepalingen zijn van toepassing op de in dezelfde paragrafen bedoelde handelingen die betrekking hebben op:
   1° financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of waarvoor toelating tot de handel op een gereglementeerde markt is aangevraagd;
   2° financiële instrumenten die worden verhandeld op een MTF, die zijn toegelaten tot de handel op een MTF of waarvoor toelating tot de handel op een MTF is aangevraagd;
   3° financiële instrumenten die worden verhandeld op een OTF;
   4° niet onder de bepalingen onder 1°, 2° of 3°, vallende financiële instrumenten waarvan de koers of de waarde afhankelijk is van, of van invloed is op, de koers of de waarde van een financieel instrument bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2° of 3°, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, kredietverzuimswaps en financiële contracten ter verrekening van verschillen,
   ongeacht of de betrokken transacties, orders of gedragingen plaatsvinden op een handelsplatform of daarbuiten.
   Dit artikel is ook van toepassing op gedragingen of transacties, met inbegrip van biedingen, met betrekking tot het veilen van emissierechten of andere op emissierechten gebaseerde veilingproducten op een veilingplatform dat is toegelaten als een gereglementeerde markt, ook indien de geveilde producten geen financiële instrumenten zijn uit hoofde van Verordening 1031/2010. De regels uit dit artikel die betrekking hebben op orders zijn van toepassing op biedingen gedaan in het kader van dergelijke veilingen.
   § 5. De in paragrafen 1, 2 en 3 vastgestelde verbodsbepalingen gelden niet voor:
   1° handel in eigen aandelen in het kader van terugkoopprogramma's, indien die handel plaatsvindt overeenkomstig artikel 5, leden 1 tot 3, van Verordening 596/2014;
   2° handel in effecten of daarmee verbonden instrumenten als bedoeld in artikel 3, lid 2, punten a) en b), van Verordening 596/2014, voor de stabilisatie van effecten, indien die handel plaatsvindt overeenkomstig artikel 5, leden 4 en 5, van die verordening;
   3° transacties, orders en gedragingen die beleidsmatig worden uitgevoerd in het kader van het monetair beleid, het wisselkoersbeleid of het beheer van de overheidsschuld, overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening 596/2014, transacties, orders en gedragingen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van die verordening, activiteiten in het kader van het klimaatbeleid van de Europese Unie overeenkomstig artikel 6, lid 3, van die verordening, of activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid van de Europese Unie overeenkomstig artikel 6, lid 4, van die verordening.
   § 6. Worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot vier jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro, de personen die de paragrafen 1, 2, 2°, of 3, eerste lid, overtreden. Worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro, de personen die de paragrafen 2, 1°, of 3, tweede lid, overtreden.
   De overtreder kan bovendien worden veroordeeld tot betaling van een som die overeenstemt met maximum het drievoud van het bedrag van het vermogensvoordeel dat hij rechtstreeks of onrechtstreeks uit de overtreding heeft behaald. Deze som wordt geïnd als een geldboete.]1

  
Art.40. [1 § 1er. Aux personnes qui détiennent une information privilégiée:
   1° en raison de leur qualité de membre d'un organe d'administration, de gestion ou de surveillance de l'émetteur de l'instrument financier en question ou du participant au marché des quotas d'émission;
   2° en raison de leur participation dans le capital de l'émetteur ou du participant au marché des quotas d'émission;
   3° en raison de leur accès à l'information du fait de leur travail, de leur profession ou de leurs fonctions;
   4° en raison de leur participation à des activités criminelles; ou
   5° dans des circonstances autres que celles visées aux 1°, 2°, 3° et 4°, lorsque ces personnes savent ou devraient savoir qu'il s'agit d'une information privilégiée,
   il est interdit d'utiliser intentionnellement cette information en procédant, pour compte propre ou pour compte d'autrui, soit directement soit indirectement:
   a) à l'acquisition ou à la cession d'instruments financiers auxquels se rapporte cette information;
   b) à l'annulation ou à la modification d'un ordre concernant l'instrument financier auquel se rapporte cette information, lorsque l'ordre avait été passé avant que la personne concernée ne détienne l'information en question.
   Le simple fait qu'une personne détienne une information privilégiée ne suffit pas à présumer que cette personne a utilisé cette information et a ainsi adopté un comportement interdit par le présent article, si son comportement peut être considéré comme légitime au sens de l'article 9 du Règlement 596/2014.
   § 2. Il est interdit aux personnes soumises à l'interdiction prévue au paragraphe 1er:
   1° de divulguer intentionnellement une information privilégiée à une autre personne, sauf lorsque cette divulgation s'effectue dans l'exercice normal de son travail, de sa profession ou de ses fonctions, y compris lorsqu'elle relève d'un sondage de marché effectué conformément à l'article 11, paragraphes 1er à 8, du Règlement 596/2014;
   2° de recommander intentionnellement, sur la base d'une information privilégiée, à une autre personne d'acquérir ou de céder les instruments financiers auxquels se rapporte cette information, ou l'inciter intentionnellement, sur la base d'une information privilégiée, à procéder à une telle acquisition ou cession, ou de recommander intentionnellement, sur la base d'une information privilégiée, à une autre personne d'annuler ou de modifier un ordre concernant un instrument financier auquel se rapporte cette information, ou l'inciter intentionnellement, sur la base d'une information privilégiée, à procéder à une telle annulation ou modification.
   § 3. Il est interdit à toute personne d'utiliser intentionnellement une recommandation ou une incitation à acquérir ou céder des instruments financiers ou à annuler ou modifier un ordre concernant des instruments financiers, si elle sait ou devrait savoir que cette recommandation ou incitation est basée sur une information privilégiée.
   Il est interdit à toute personne de divulguer intentionnellement à toute autre personne une recommandation ou incitation à acquérir ou céder des instruments financiers ou à annuler ou modifier un ordre concernant des instruments financiers, si elle sait ou devrait savoir que cette recommandation ou incitation est basée sur une information privilégiée.
   § 4. Les interdictions prévues aux paragraphes 1er, 2 et 3 s'appliquent aux actes visés auxdits paragraphes qui concernent:
   1° des instruments financiers admis à la négociation sur un marché réglementé ou faisant l'objet d'une demande d'admission à la négociation sur un marché réglementé;
   2° des instruments financiers négociés sur un MTF, admis à la négociation sur un MTF ou faisant l'objet d'une demande d'admission à la négociation sur un MTF;
   3° des instruments financiers négociés sur un OTF;
   4° des instruments financiers non visés aux 1°, 2° ou 3°, dont le cours ou la valeur dépend du cours ou de la valeur d'un instrument financier visé aux 1°, 2° ou 3° ou a un effet sur ce cours ou cette valeur, y compris, sans s'y limiter, les contrats d'échange sur risque de crédit et les contrats financiers pour différences,
   indépendamment du fait que les transactions, les ordres ou les comportements en question aient lieu ou non sur une plateforme de négociation.
   Le présent article s'applique également aux comportements ou aux transactions, y compris aux offres, qui se rapportent à la mise aux enchères sur une plateforme d'enchères agréée en tant que marché réglementé de quotas d'émission ou d'autres produits mis aux enchères qui sont basés sur ces derniers, y compris lorsque les produits mis aux enchères ne sont pas des instruments financiers, en vertu du Règlement 1031/2010. Les règles prévues par le présent article en ce qui concerne les ordres s'appliquent également aux offres présentées dans le cadre de ces mises aux enchères.
   § 5. Les interdictions prévues aux paragraphes 1er, 2 et 3 ne s'appliquent pas:
   1° aux opérations sur actions propres effectuées dans le cadre de programmes de rachat, si ces opérations sont effectuées conformément à l'article 5, paragraphes 1er à 3, du Règlement 596/2014;
   2° à la négociation de titres ou d'instruments associés visés à l'article 3, paragraphe 2, points a) et b), du Règlement 596/2014 en vue de la stabilisation de titres, si cette négociation s'effectue conformément à l'article 5, paragraphes 4 et 5, dudit règlement;
   3° aux transactions, ordres ou comportements qui s'inscrivent dans le cadre d'activités poursuivies au titre des politiques monétaire, de change ou de gestion de la dette publique conformément à l'article 6, paragraphe 1er, du Règlement 596/2014, aux transactions, ordres ou comportements effectués conformément à l'article 6, paragraphe 2, dudit règlement, aux activités concernant la politique de l'Union européenne en matière de climat conformément à l'article 6, paragraphe 3, dudit règlement ou aux activités exercées au titre de la politique agricole commune et de la politique commune de la pêche de l'Union européenne conformément à l'article 6, paragraphe 4, dudit règlement.
   § 6. Sont punies d'un emprisonnement de trois mois à quatre ans et d'une amende de 50 euros à 10.000 euros, les personnes qui contreviennent aux paragraphes 1er, 2, 2°, ou 3, alinéa 1er. Sont punies d'un emprisonnement de trois mois à deux ans et d'une amende de 50 euros à 10.000 euros, les personnes qui contreviennent aux paragraphes 2, 1°, ou 3, alinéa 2.
   L'auteur de l'infraction peut en outre être condamné à payer une somme correspondant au maximum au triple du montant de l'avantage patrimonial qu'il a tiré directement ou indirectement de l'infraction. Cette somme est recouvrée comme une amende.]1

  
Art. 40bis. [1 § 1. De gerechtelijke overheden kunnen van de FSMA alle nuttige informatie of documenten vereisen voor de opsporing of vervolging van een inbreuk op de artikelen 39 of 40.
   Zij kunnen in elke stand van de procedure het advies van de FSMA vragen. Dit advies wordt verstrekt binnen 45 dagen, behalve in geval van verlenging van deze termijn door de gerechtelijke overheid die erom heeft verzocht. Het ontbreken van het advies binnen deze eventueel verlengde termijn tast de geldigheid van de procedure niet aan. Een kopie van het verzoek om advies en een kopie van het verstrekte advies worden bij het dossier van de procedure gevoegd.
   § 2. Onverminderd artikel 25 van Verordening 596/2014, werkt de FSMA desgevallend samen met de overige bevoegde autoriteiten van de Europese Economische Ruimte, aangeduid krachtens artikel 22 van die verordening, voor de doeleinden van een strafrechtelijk onderzoek of strafrechtelijke procedure inzake marktmanipulatie of misbruik van voorwetenschap. Te dien einde deelt de FSMA aan deze autoriteiten alle vereiste informatie mee, met inbegrip van informatie betreffende handelingen die verboden zijn door het recht van de Staat van de autoriteit die de aanvraag indient, zelfs indien die handelingen niet naar Belgisch recht zijn verboden.
   Onverminderd artikel 26 van Verordening 596/2014, kan de FSMA met de bevoegde autoriteiten van derde Staten vertrouwelijke informatie uitwisselen en samenwerkingsakkoorden afsluiten voor doeleinden van een strafrechtelijk onderzoek of strafrechtelijke procedure inzake marktmanipulatie of misbruik van voorwetenschap, zelfs indien die handelingen niet naar Belgisch recht zijn verboden, op voorwaarde dat die autoriteiten gebonden zijn aan een gelijkwaardig beroepsgeheim als bedoeld in artikel 74.
   Wanneer de FSMA een verzoek tot informatie ontvangt van een buitenlandse autoriteit bedoeld in het eerste en tweede lid,
   1° verzamelen de ondervraagde gerechtelijke overheden op verzoek van de FSMA alle informatie en documenten die nuttig worden geacht voor de opstelling van haar antwoord, en delen zij deze mee aan de FSMA, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot gerechtelijke procedures niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal;
   2° bezorgt de Cel voor financiële informatieverwerking aan de FSMA, op haar bijzonder gemotiveerd verzoek, alle informatie en documenten die nuttig worden geacht voor de opstelling van haar antwoord, met betrekking tot de informatie die aan de Cel wordt bezorgd door de instellingen en personen bedoeld in [2 artikel 5, § 1, 1° tot en met 32°, en § 3, eerste lid, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, krachtens boek II, titel 4, hoofdstuk 2, afdeling 1 en boek IV, titel 3, hoofdstuk 2, van dezelfde wet]2.
   De gerechtelijke overheden, de Cel voor financiële informatieverwerking en de FSMA kunnen weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om informatie wanneer de mededeling ervan de veiligheid van België, en in het bijzonder de bestrijding van terrorisme en andere vormen van ernstige criminaliteit, of de eigen onderzoek- of handhavingsactiviteiten of een strafrechtelijk onderzoek, negatief kunnen beïnvloeden. De bevoegde procureur-generaal en de FSMA kunnen eveneens weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om informatie wanneer in België voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid of een definitieve uitspraak is gedaan.
   Onverminderd de verplichtingen die op de FSMA rusten in gerechtelijke procedures van strafrechtelijke aard, mag zij de informatie die zij ontvangt van de autoriteiten bedoeld in het eerste en tweede lid, enkel gebruiken voor haar toezicht op de naleving van de bepalingen inzake marktmanipulatie en misbruik van voorwetenschap en in het kader van de administratieve of gerechtelijke procedures die daarop betrekking hebben. Wanneer de autoriteit die informatie heeft verstrekt, er evenwel in toestemt, mag de FSMA deze informatie voor andere doeleinden gebruiken of overleggen aan de bevoegde autoriteiten van andere Staten.]1

  
Art. 40bis. [1 § 1er. Les autorités judiciaires peuvent requérir de la FSMA toute information ou tout document utiles à la recherche ou à la poursuite d'une infraction aux articles 39 ou 40.
   Elles peuvent, en tout état de la procédure, demander l'avis de la FSMA. Cet avis est donné dans les 45 jours, sauf prorogation de ce délai par l'autorité judiciaire qui l'a demandé. Le défaut d'avis dans ce délai, éventuellement prorogé, n'invalide pas la procédure. Une copie de la demande d'avis et une copie de l'avis reçu sont jointes au dossier de la procédure.
   § 2. Sans préjudice de l'article 25 du Règlement 596/2014, la FSMA assure le cas échéant avec les autres autorités compétentes de l'Espace économique européen, désignées en vertu de l'article 22 dudit règlement, toute coopération nécessaire aux fins d'une enquête pénale ou d'une procédure pénale en matière de manipulation de marché ou de délit d'initié. A cet effet, la FSMA communique à ces autorités toutes les informations requises, y compris celles concernant des actes interdits par le droit de l'Etat de l'autorité requérante, même s'ils ne sont pas interdits par le droit belge.
   Sans préjudice de l'article 26 du Règlement 596/2014, la FSMA peut échanger des informations confidentielles et conclure des accords de coopération avec les autorités compétentes d'Etats tiers aux fins d'une enquête pénale ou d'une procédure pénale en matière de manipulation de marché ou de délit d'initié, même si ces actes ne sont pas interdits par le droit belge, à condition que ces autorités soient soumises à un secret professionnel équivalent à celui visé à l'article 74.
   Lorsque la FSMA est saisie d'une demande d'informations de la part d'une autorité compétente étrangère visée aux alinéas 1er et 2,
   1° les autorités judiciaires interrogées récoltent et transmettent à la FSMA, à sa demande, toute information et tout document jugé utile pour l'élaboration de sa réponse, sous réserve que les informations et documents relatifs à des procédures judiciaires ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du procureur général;
   2° la Cellule de traitement des informations financières transmet à la FSMA, à sa demande spécialement motivée, toute information et tout document jugé utile pour l'élaboration de sa réponse, relatif aux informations transmises à la Cellule par les organismes et personnes visés [2 à l'article 5, § 1, 1° à 32°, et § 3, alinéa 1er, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, en vertu du livre II, titre 4, chapitre 2, section 1 et livre IV, titre 3, chapitre 2, de la même loi]2.
   Les autorités judiciaires, la Cellule de traitement des informations financières et la FSMA peuvent refuser de donner suite à une demande d'informations lorsque la communication des informations pourrait nuire à la sécurité de la Belgique, en particulier dans le domaine de la lutte contre le terrorisme et d'autres formes de criminalité grave, ou nuire à leur propre enquête, à leurs propres activités répressives ou à une enquête pénale. Le procureur général compétent et la FSMA peuvent également refuser de donner suite à une demande d'informations lorsqu'une procédure judiciaire est déjà engagée ou qu'un jugement définitif a déjà été rendu pour les mêmes faits et contre les mêmes personnes en Belgique.
   Sans préjudice des obligations lui incombant dans des procédures judiciaires à caractère pénal, la FSMA ne peut utiliser les informations reçues des autorités visées aux alinéas 1er et 2 qu'aux fins de son contrôle du respect des dispositions en matière de manipulation de marché et de délit d'initié et dans le cadre de procédures administratives ou juridictionnelles y relatives. Toutefois, lorsque l'autorité qui a communiqué une information y consent, la FSMA peut l'utiliser à d'autres fins ou la transmettre aux autorités compétentes d'autres Etats.]1

  
Art.41. Worden gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot één jaar en een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met één van deze straffen alleen :
  1° [2 ...]2
  2° zij die inbreuk plegen op de bepalingen die zijn vastgesteld met toepassing van de artikelen [4 ...]4 22 en 23 en door de Koning in de betrokken besluiten zijn aangeduid;
  3° zij die de onderzoeken en expertises van de [[3 FSMA]3] krachtens dit hoofdstuk verhinderen of haar bewust onjuiste of onvolledige informatie verstrekken; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4° [4 ...]4
  [1 5° zij die informatie of geruchten verspreiden, via de media, het internet of om het even welk ander kanaal, die onjuiste of misleidende signalen geven of kunnen geven over de toestand, inzonderheid de financiële toestand, van een kredietinstelling, verzekeringsonderneming, beleggingsonderneming of [5 centrale effectenbewaarinstelling, instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of depositobank]5, die van aard zijn haar financiële stabiliteit in het gedrang te brengen, terwijl zij wisten of hadden moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was.]1
  
Art.41. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 50 euros à 10.000 euros ou d'une de ces peines seulement :
  1° [2 ...]2
  2° ceux qui contreviennent aux dispositions arrêtées en application des articles [4 ...]4 22 et 23 et désignées par le Roi dans les arrêtés en question;
  3° ceux qui font obstacle aux inspections et expertises de la [3 FSMA]3 en vertu du présent chapitre ou lui donnent sciemment des informations inexactes ou incomplètes;
  4° [4 ...]4
  [1 5° ceux qui diffusent des informations ou des rumeurs, par l'intermédiaire des médias, via l'Internet ou par tout autre moyen, qui donnent ou sont susceptibles de donner des indications fausses ou trompeuses sur la situation, notamment financière, d'un établissement de crédit, d'une entreprise d'assurances, d'une entreprise d'investissement ou d'un [5 épositaire central de titres, d'un organisme de support d'un tel dépositaire ou d'une banque dépositaire]5, de nature à porter atteinte à sa stabilité financière, alors qu'elle savait ou aurait dû savoir que les informations étaient fausses ou trompeuses.]1
  
Art.43. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85, van toepassing op de inbreuken bedoeld in de artikelen 38 tot 42.
  [1 Poging tot het plegen van een inbreuk bedoeld in de artikelen 39 en 40 wordt gestraft zoals het misdrijf zelf.]1
  
Art.43. Les dispositions du livre premier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions visées aux articles 38 à 42.
  [1 La tentative de commettre une des infractions visées aux articles 39 et 40 est punie comme l'infraction elle-même.]1
  
Afdeling 10. - Internationale samenwerking inzake bestrijding van marktmisbruik.
Section 10. - Coopération internationale en matière de lutte contre les abus de marché.
HOOFDSTUK III. - Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
CHAPITRE III. - (Commission bancaire, financière et des assurances).
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art.44. De [1 FSMA]1 is een autonome instelling met rechtspersoonlijkheid en met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.44. La [1 FSMA]1 est un organisme autonome ayant la personnalité juridique et ayant son siège dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.45. [1 § 1. De FSMA heeft als opdracht, overeenkomstig deze wet en de bijzondere wetten die op haar van toepassing zijn :
   1° [23 toe te zien op de naleving van de regels die de bescherming van de belangen van de belegger beogen bij verrichtingen in financiële instrumenten en andere beleggingsinstrumenten, en op de naleving van de regels die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markten voor financiële instrumenten en andere beleggingsinstrumenten moeten waarborgen, en meer in het bijzonder van de regels bedoeld in hoofdstuk II, de bepalingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering van al het voorgaande]23;
   2° het toezicht te verzekeren op :
   a. [23 de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedoeld in de wet van 25 oktober 2016, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de beheerders van AICB's bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, en de wisselkantoren bedoeld in de wet van 25 oktober 2016 en haar uitvoeringsbesluiten]23;
   b. de instellingen voor collectieve belegging [23 bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, en in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders]23;
   c. [14 ...]1
4;
   d. [2 de ondernemingen en de verrichtingen bedoeld in de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;]2
  [6 ...]6
   e. [28 de verzekerings-, nevenverzeke-rings- en herverzekeringstussenpersonen]28 bedoeld in [8 de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen]8 [26 , met uitzondering van de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I)]26;
   f. de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten bedoeld in de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   g. [3 ...]3;
  [13 h. de gereglementeerde vastgoedvennootschappen [23 bedoeld in de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen]23;]13
  [10 [18 i.]18 de onafhankelijk financieel planners als bedoeld in de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen]10
  [14 [18 j.]18 de kredietgevers en de kredietbemiddelaars bedoeld in boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht;]14
  [18 k. [25 crowdfundingdienstverleners als bedoeld in Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937;]25]18
  [19 l. de aanbieders van datarapporteringsdiensten als bedoeld in de wet van 21 november 2017 en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU;]19
  [23 m. de benchmarkbeheerders bedoeld in Verordening (EU) 2016/1011]23;
  [24 n. de aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en de aanbieders van bewaarportemonnees als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 14° /1 en 14° /2, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, en in het ter uitvoering van artikel 5, § 1, tweede lid, van dezelfde wet genomen besluit;]24
  [30 o. de kredietservicers bedoeld in de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU;]30
   3° [23 toe te zien op de naleving door de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de herverzekeringsondernemingen, de beursvennootschappen, de centrale tegenpartijen, de transactieregisters, de centrale effectenbewaarinstellingen, de instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen, [26 de depositobanken en de verze-keringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I)]26, van de volgende bepalingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, voor zover die op hen van toepassing zijn:]23
   a.[23 de regels bedoeld in hoofdstuk II;]23
   b. de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
   c. [8 de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen [23 ...]23;]8
   d. de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   e. [8 ...]8;
   f. [15 artikel 42 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,]15 [19 de artikelen 21, 41 tot 42/2,, 64, 65 § 3, 65/2 en 65/3, evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 25 april 2014, [29 de artikelen 17, 37, 38, 39, 40, 68, 69, § 2, derde lid, 71, 72, evenals artikel 73 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 20 juli 2022]29]19, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen;
   g. [17 de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528, eerste lid van de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen;]17
  [5 h) [23 in de bepalingen bedoeld in artikel 16, § 7,]23 van de wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval;]5
  [10 i. de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen;]10
  [16 j. Artikel 383 van de wet van 25 april 2014;]16
  [18 k. Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeliing van de erkennning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën;]18
   4° [23 toe te zien op de naleving van de volgende bepalingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen:]23
   a. Titel II, hoofdstuk 1, afdeling 4 van de programmawet (I) van 24 december 2002 betreffende de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen;
   b. de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
  [20 c. titel 4 van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen [23 , wat het aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders betreft]23;
   d. [23 titel II]23 van de wet van 18 februari 2018 houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen en tot instelling van een aanvullend pensioen voor de zelfstandigen actief als [23 natuurlijk persoon]23, voor de meewerkende echtgenoten en voor de zelfstandige helpers;]20

  [22 e. [26 ...]26]22
  [23 e. [26 ...]26]23
  [26 f. artikel 12 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, in de mate dat artikel 32 van die wet voorziet in de bevoegdheid van de FSMA, en artikel 12 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, in de mate dat artikel 38 van die wet voorziet in de bevoegdheid van de FSMA.]26
  [23 4° /1 toe te zien op de naleving van de volgende bepalingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen:
   a. de bepalingen bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen;
   b. de bepalingen bedoeld in artikel 17, § 1, van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen;]23

  [30 4° /2. toe te zien op de naleving van de bepalingen van de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU, en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;]30
   5° bij te dragen tot de naleving van de regels bedoeld om de [6 afnemers van financiële producten of diensten en kredietnemers]6 te beschermen tegen het onwettelijk aanbod of de illegale levering van financiële producten of [6 diensten of van kredieten]6 [17 en tegen het onrechtmatige gebruik van benamingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd]17;
   6° bij te dragen tot de financiële vorming [23 ...]23;
  [7 7° bij te dragen tot de naleving van de bepalingen van boek VI van het Wetboek economisch recht [23 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen]23 die betrekking hebben op financiële diensten als bedoeld in boek I van hetzelfde Wetboek door de ondernemingen die onder haar toezicht staan of waarvan de verrichtingen of producten onder haar toezicht staan;]7
  [31 8° bij te dragen aan de naleving van de bepalingen van de wet van 22 april 2019 tot invoering van een bankierseed en een tuchtregeling voor banken en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, in de mate als beschreven in de artikelen 5 tot en met 7 van die wet.]31
   Op advies van de Bank en de FSMA, en om met name rekening te houden met de stand van de Europese reglementering ter zake, kan de Koning voor de uitvoering van de bepalingen bedoeld in het eerste lid, 3°, en voor het toezicht door de FSMA op de naleving van die bepalingen door de instellingen of personen bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°, een onderscheid maken tussen professionele en niet-professionele belanghebbende partijen of tussen sommige categorieën van professionele belanghebbende partijen onderling.
  [26 In afwijking van het eerste lid, behoort het toezicht op de naleving van de regels als bedoeld in het eerste lid, 3°, en in § 2, door de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, en door de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I), tot de bevoegdheid van de CDZ, wanneer de betrokken bepalingen verband houden met hun statuut van maatschappij van onderlinge bijstand of van verzekeringstussenpersoon, naargelang het geval.]26
  [23 De FSMA heeft eveneens als opdracht, in de mate waarin de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten hierin voorziet, toe te zien op de naleving door de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 85, § 1, 4°, van dezelfde wet, van de wettelijke en reglementaire of Europeesrechtelijke bepalingen die strekken tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, evenals van de financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens.]23
   § 2. Teneinde de loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen te bevorderen kan de Koning, op advies van de FSMA en de Bank, voor de instellingen en personen bedoeld in § 1, eerste lid, 2° en 3°, de regels bedoeld in § 1, eerste lid, 3°, uitbreiden met bepalingen die betrekking hebben op :
   - de informatieverplichtingen aan de belanghebbende partijen;
   - de contractuele verplichtingen en voorwaarden;
   - de verplichting de belangen van de cliënten optimaal te verzorgen (zorgplicht);
   - regelingen inzake de voordelen die verband houden met de verstrekte diensten;
   - het verstrekken van diensten via internet;
   - de publiciteitsregels;
   - de klachtenbehandeling;
   - [6 transparantie, via de verplichte vermelding van een label of anderszins, over risico's, prijzen]6, vergoedingen en kosten;
   - toegankelijkheid van de verstrekte diensten.
   Hij kan inzonderheid verschillende regels bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele belanghebbende partijen of tussen sommige categorieën van professionele belanghebbende partijen onderling.
  [26 Naast de in het eerste lid voorgeschreven adviezen, worden de ter uitvoering van het eerste lid genomen bepalingen door de Koning ook vastgesteld op advies van de CDZ, voor zover zij van toepassing zijn op de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, en/of op de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I). In dat geval wordt het advies van de CDZ uitsluitend uitgebracht vanuit het oogpunt van de naleving van de betrokken bepalingen door voornoemde maatschappijen van onderlinge bijstand en verzekeringstussenpersonen.]26
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel worden met " belanghebbende partijen " bedoeld, de cliënten en potentiële cliënten van de betrokken ondernemingen, de verzekeringsnemers, de verzekerden en de begunstigden van de bij de verzekeringsondernemingen afgesloten verzekeringsovereenkomsten.
   § 4. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de in § 1, eerste lid, 3°, f en g, vermelde regels of de krachtens § 2 opgelegde verplichtingen niet worden nageleefd.]1
  [4 § 5. Bij de uitoefening van haar taken houdt de FSMA in de hoedanigheid van bevoegde prudentiële autoriteit rekening met de convergentie van de toezichtinstrumenten en -praktijken bij de toepassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die overeenkomstig de toepasselijke Europese richtlijnen zijn vastgesteld.
   Daartoe dient zij :
   a) deel te nemen aan de werkzaamheden van de Europese Bankautoriteit;
   b) zich te houden aan de richtsnoeren, aanbevelingen, normen en andere door de Europese Bankautoriteit vastgestelde maatregelen en als zij dat niet doet daarvoor de redenen aan te voeren.
   De FSMA neemt in haar hoedanigheid van bevoegde prudentiële autoriteit bij de uitoefening van haar algemene taken naar behoren de mogelijke gevolgen in overweging die haar besluiten, met name in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het desbetreffende tijdstip beschikbare informatie.]4

  [27 § 6. Op verzoek van de FSMA en naargelang het voorwerp van de betrokken cyberbeveiligingscertificeringsregeling kan de Koning, op voorwaarde dat eerstgenoemde over de daarvoor vereiste expertise beschikt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de opdrachten bedoeld in de hoofdstukken 5 en 6, met uitzondering van artikel 21 en 22, van de wet van 20 juli 2022 inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot aanwijzing van een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit volledig of gedeeltelijk aan de FSMA toevertrouwen. In dat geval vraagt de Koning het advies van en overlegt Hij vooraf met de autoriteit bedoeld in artikel 5, § 1, van voornoemde wet en de FSMA. De FSMA vervult die toezichtsopdrachten enkel ten aanzien van entiteiten waarop zij toezicht uitoefent krachtens paragraaf 1, 2°, en de bijzondere wetten die het toezicht op de financiële instellingen regelen.]27
  

Änderungen

Art.45. [1 § 1er. La FSMA a pour mission, conformément à la présente loi et aux lois particulières qui lui sont applicables :
   1° [23 de veiller au respect des règles visant la protection des intérêts des investisseurs lors des transactions effectuées sur des instruments financiers et d'autres instruments de placement, ainsi qu'au respect des règles visant à garantir le bon fonctionnement, l'intégrité et la transparence des marchés d'instruments financiers et d'autres instruments de placement et, en particulier, des règles visées au chapitre II, des dispositions de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE, ainsi que des arrêtés et règlements pris pour l'exécution de tout ce qui précède;]23
   2° d'assurer le contrôle :
   a. [23 des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées par la loi du 25 octobre 2016, des sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, des gestionnaires d'OPCA visés par la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, et des bureaux de change visés par la loi du 25 octobre 2016 et ses arrêtés d'exécution;]23
   b. des organismes de placement collectif [23 visés par la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances et par la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires]23;
   c. [14 ...]1
4;
   d. [2 des entreprises et des opérations visées par la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation;]2
  [6 ...]6
   e. [28 des intermédiaires d'assurance, des intermédiaires d'assurance à titre accessoire et des intermédiaires de réassurance]28 visés par [8 la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances]8 [26 , à l'exception des intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière d'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I)]26;
   f. des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement visés par la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers;
   g. [3 ...]3
  [13 h. des sociétés immobilières réglementées [23 visées par la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées]23;]13
  [10 [18 i.]18 des planificateurs financiers indépendants visés par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification financière par des entreprises réglementées;]10
  [14 [18 j.]18 des prêteurs et des intermédiaires de crédit visés au livre VII, titre 4, chapitre 4 du Code de droit économique.]14
  [18 k. [25 des prestataires de services de financement participatif visés par le règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937 ;]25]18
  [19 l. les prestataires de services de communication de données visés par la loi du 21 novembre 2017 et portant la transposition de la Directive 2014/65/EU;]19
  [23 m. des administrateurs d'indices de référence visés par le Règlement (UE) 2016/1011]23
  [24 n. des prestataires de services d'échange entre monnaies virtuelles et monnaies légales et des prestataires de services de portefeuilles de conservation visés à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 14° /1 et 14° /2, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces et à l'arrêté pris en exécution de l'article 5, § 1er, alinéa 2 de la même loi;]24
  [30 o. des gestionnaires de crédits visés dans la loi du 20 décembre 2024 transposant la directive (UE) 2021/2167 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 sur les gestionnaires de crédits et les acheteurs de crédits, et modifiant les directives 2008/48/CE et 2014/17/UE;]30
   3° [23 de veiller au respect par les établissements de crédit, les entreprises d'assurances, les entreprises de réassurance, les sociétés de bourse, les contreparties centrales, les référentiels centraux, les dépositaires centraux de titres, les organismes de support des dépositaires centraux de titres [26 , les banque dépositaires et les intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière d'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I)]26, et pour autant qu'elles leur soient applicables, des dispositions suivantes et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution :]23
   a. [23 les règles visées au chapitre II ;]23
   b. la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre;
   c. [8 la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances [23 ...]23;]8;
   d. la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers;
   e. [8 ...]8;
   f. [15 l'article 42 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance,]15 [19 les articles 21, 41 à 42/2, 64, 65, § 3, 65/2 et 65/3, ainsi que l'article 66 en ce qui concerne la fourniture de services d'investissement et l'exercice d'activités d'investissement, de la loi du 25 avril 2014, [29 les articles 17, 37, 38, 39, 40, 68, 69, § 2, alinéa 3, 71, 72, ainsi que l'article 73, en ce qui concerne la fourniture de services d'investissement et l'exercice d'activités d'investissement, de la loi du 20 juillet 2022]29]19, sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées;
   g. [17 les articles 65, §§ 1er et 2, et 528, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend l'article 65, §§ 1er et 2, précité applicable aux sociétés de bourse;]17
  [5 h) [23 les dispositions visées à l'article 16, § 7,]23 de la loi du 13 novembre 2011 relative à l'indemnisation des dommages corporels et moraux découlant d'un accident technologique;]5
  [10 i. la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification financière par des entreprises réglementées;]10
  [16 j. L'article 383 de la loi du 25 avril 2014;]16
  [18 k. Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances;]18
   4° [23 de veiller au respect des dispositions suivantes et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution :]23
   a. le titre II, chapitre 1er, section 4, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, relatif à la pension complémentaire pour indépendants;
   b. la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale;
  [20 c. le titre 4 de la loi du 15 mai 2014 portant des dispositions diverses [23 , relatif à la pension complémentaire pour dirigeants d'entreprise]23;
   d. le [23 titre II]23 de la loi du 18 février 2018 portant des dispositions diverses en matière de pensions complémentaires et instaurant une pension complémentaire pour les travailleurs indépendants personnes physiques, pour les conjoints aidants et pour les aidants indépendants;]20

  [22 e. [26 ...]26]22
  [23 e. [26 ...]26]23
  [26 f. l'article 12 de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination, dans la mesure où l'article 32 de cette loi prévoit la compétence de la FSMA, et l'article 12 de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les femmes et les hommes, dans la mesure où l'article 38 de cette loi prévoit la compétence de la FSMA.]26
  [23 4° /1 de veiller au respect des dispositions suivantes et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution :
   a. les dispositions visées à l'article 15, alinéa 1er, de la loi du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concernant le financement des petites et moyennes entreprises ;
   b. les dispositions visées à l'article 17, § 1er, de la loi du 26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyen thématiques ;]23

  [30 4° /2. de veiller au respect des dispositions de la loi du 20 décembre 2024 transposant la directive (UE) 2021/2167 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 sur les gestionnaires de crédits et les acheteurs de crédits, et modifiant les directives 2008/48/CE et 2014/17/UE, et des arrêtés et règlements pris pour son exécution;]30
   5° de contribuer au respect des règles visant à protéger les [6 utilisateurs de produits ou services financiers et les emprunteurs]6 contre l'offre ou la fourniture illicite de produits ou services financiers [17 et contre l'usage illégal de dénominations réservées à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque;]17;
   6° de contribuer à l'éducation financière [23 ...]23;
  [7 7° de contribuer au respect des dispositions du livre VI du Code de droit économique [23 et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution]23, qui ont trait aux services financiers tels que visés au livre Ier du même Code, par les entreprises soumises à son contrôle ou dont les opérations ou produits sont soumis à son contrôle;]7
  [31 8° de contribuer au respect des dispositions de la loi du 22 avril 2019 visant à instaurer un serment et un régime disciplinaire bancaires et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, dans la mesure décrite aux articles 5 à 7 de cette loi.]31
   Sur avis de la Banque et de la FSMA, le Roi, afin de tenir compte, notamment, de l'état de la réglementation européenne en la matière, peut, pour l'exécution des dispositions visées à l'alinéa 1er, 3°, et pour le contrôle par la FSMA du respect de celles-ci par les institutions ou personnes visées à l'alinéa 1er, 2° ou 3°, opérer une distinction entre les parties intéressées professionnelles et les parties intéressées de détail ou entre certaines catégories de parties intéressées professionnelles.
   [26 Par dérogation à l'alinéa 1er, le contrôle du respect des règles visées à l'alinéa 1er, 3°, et au paragraphe 2, par les sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6 et 7, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités et par les intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matières d'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I), relève des compétences de l'OCM, lorsque les dispositions concernées sont liées à leur statut de sociétés mutualistes ou d'intermédiaires d'assurances, selon le cas.]26
  [23 La FSMA a également pour mission, dans la mesure définie par la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, de contrôler le respect, par les entités assujetties visées à l'article 85, § 1er, 4°, de la même loi, des dispositions légales et réglementaires ou de droit européen qui ont pour objet la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme, ainsi que du financement de la prolifération des armes de destruction massive.]23
   § 2. Afin de promouvoir le traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées, le Roi peut, sur avis de la FSMA et de la Banque, compléter à l'égard des institutions ou personnes visées au § 1er, alinéa 1er, 2° et 3°, les règles visées au § 1er, alinéa 1er, 3°, par des dispositions concernant :
   - les obligations d'information à l'égard des parties intéressées;
   - les obligations et les conditions contractuelles;
   - l'obligation de servir au mieux les intérêts des clients (devoir de diligence);
   - les régimes relatifs aux avantages liés aux services prestés;
   - la fourniture de services via Internet;
   - les règles de publicité;
   - le traitement des plaintes;
   - [6 la transparence, par la mention obligatoire d'un label ou de toute autre façon, des risques, des prix]6 , des rémunérations et des frais;
   - l'accessibilité aux services fournis.
   Il peut, en particulier, prévoir des règles différentes selon qu'il s'agit de parties intéressées professionnelles ou de parties intéressées de détail, ou des règles différentes entre certaines catégories de parties intéressées professionnelles.
  [26 Outre les avis requis à l'alinéa 1er, les dispositions prises en exécution de l'alinéa 1er sont également prises par le Roi sur avis de l'OCM dans la mesure où elles s'appliquent aux sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6 et 7, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités et/ou aux intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière de l'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I). Dans ce cas, l'avis de l'OCM est exclusivement rendu sous l'angle du respect des dispositions concernées par les sociétés mutualistes et les intermédiaires d'assurances susvisés.]26
   § 3. Pour l'application du présent article, il y a lieu d'entendre par " parties intéressées " les clients et les clients potentiels des entreprises concernées, ainsi que les preneurs d'assurance, les assurés et les bénéficiaires des contrats d'assurance souscrits auprès des entreprises d'assurances.
   § 4. Les dispositions des articles 36 et 37 sont applicables en cas de non-respect des règles visées au § 1er, alinéa 1er, 3°, f et g, ou de manquement aux obligations prévues en vertu du paragraphe 2.]1
  [4 § 5. Dans l'exercice de ses fonctions, la FSMA, en sa qualité d'autorité prudentielle compétente, tient compte de la convergence, en matière d'outils de surveillance et de pratiques de surveillance, de l'application des obligations législatives, réglementaires et administratives imposées conformément aux directives européennes applicables.
   Elle doit, à cet effet :
   a) participer aux activités de l'Autorité bancaire européenne;
   b) se conformer aux lignes directrices, aux recommandations, aux normes et aux autres mesures convenues par l'Autorité bancaire européenne et, si elle ne le fait pas, en donner les raisons.
   Dans l'exercice de ses missions générales, la FSMA, en sa qualité d'autorité prudentielle compétente, tient dûment compte de l'impact potentiel de ses décisions sur la stabilité du système financier dans tous les autres Etats membres concernés et, en particulier, dans les situations d'urgence, en se fondant sur les informations disponibles au moment considéré.]4

  [27 § 6. A la demande de la FSMA et en fonction de l'objet du schéma de certification de cybersécurité concerné, le Roi peut, à condition qu'elle dispose de l'expertise requise à ces fins, confier à la FSMA, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, en tout ou en partie, les missions visées aux chapitres 5 et 6, à l'exception des articles 21 et 22, de la loi du 20 juillet 2022 relative à la certification de cybersécurité des technologies de l'information et des communications et portant désignation d'une autorité nationale de certification de cybersécurité. Dans cette hypothèse, le Roi sollicite l'avis et se concerte au préalable avec l'autorité visée à l'article 5, § 1er, de la loi précitée et la FSMA. La FSMA exerce ces missions de contrôle uniquement vis-à-vis des entités sur lesquelles elle exerce le contrôle en vertu du paragraphe 1er, 2°, et des lois particulières qui régissent le contrôle des établissements financiers.]27
  

Änderungen

Art. 45 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. De FSMA heeft als opdracht, overeenkomstig deze wet en de bijzondere wetten die op haar van toepassing zijn :
   1° [23 toe te zien op de naleving van de regels die de bescherming van de belangen van de belegger beogen bij verrichtingen in financiële instrumenten en andere beleggingsinstrumenten, en op de naleving van de regels die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markten voor financiële instrumenten en andere beleggingsinstrumenten moeten waarborgen, en meer in het bijzonder van de regels bedoeld in hoofdstuk II, de bepalingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering van al het voorgaande]23;
   2° het toezicht te verzekeren op :
   a. [23 de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedoeld in de wet van 25 oktober 2016, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de beheerders van AICB's bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, en de wisselkantoren bedoeld in de wet van 25 oktober 2016 en haar uitvoeringsbesluiten]23;
   b. de instellingen voor collectieve belegging [23 bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, en in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders]23;
   c. [14 ...]1
4;
   d. [2 de ondernemingen en de verrichtingen bedoeld in de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;]2
  [6 ...]6
   e. [29 de verzekerings-, nevenverzeke-rings- en herverzekeringstussenpersonen]29 bedoeld in [8 de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen]8 [27 , met uitzondering van de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I)]27;
   f. de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten bedoeld in de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   g. [3 ...]3;
  [13 h. de gereglementeerde vastgoedvennootschappen [23 bedoeld in de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen]23;]13
  [10 [18 i.]18 de onafhankelijk financieel planners als bedoeld in de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen]10
  [14 [18 j.]18 de kredietgevers en de kredietbemiddelaars bedoeld in boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht;]14
  [18 k. [26 crowdfundingdienstverleners als bedoeld in Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937;]26]18
  [19 l. [24 ...]24]19
  [23 m. de benchmarkbeheerders bedoeld in Verordening (EU) 2016/1011]23;
  [25 n. de aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en de aanbieders van bewaarportemonnees als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 14° /1 en 14° /2, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, en in het ter uitvoering van artikel 5, § 1, tweede lid, van dezelfde wet genomen besluit;]25
  [31 o. de kredietservicers bedoeld in de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU;]31
   3° [23 toe te zien op de naleving door de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de herverzekeringsondernemingen, de beursvennootschappen, de centrale tegenpartijen, de transactieregisters, de centrale effectenbewaarinstellingen, de instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen, [27 de depositobanken en de verze-keringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I)]27, van de volgende bepalingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, voor zover die op hen van toepassing zijn:]23
   a.[23 de regels bedoeld in hoofdstuk II;]23
   b. de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
   c. [8 de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen [23 ...]23;]8
   d. de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   e. [8 ...]8;
   f. [15 artikel 42 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,]15 [19 de artikelen 21, 41 tot 42/2,, 64, 65 § 3, 65/2 en 65/3, evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 25 april 2014, [30 de artikelen 17, 37, 38, 39, 40, 68, 69, § 2, derde lid, 71, 72, evenals artikel 73 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 20 juli 2022]30]19, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen;
   g. [17 de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528, eerste lid van de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen;]17
  [5 h) [23 in de bepalingen bedoeld in artikel 16, § 7,]23 van de wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval;]5
  [10 i. de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen;]10
  [16 j. Artikel 383 van de wet van 25 april 2014;]16
  [18 k. Titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeliing van de erkennning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën;]18
   4° [23 toe te zien op de naleving van de volgende bepalingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen:]23
   a. Titel II, hoofdstuk 1, afdeling 4 van de programmawet (I) van 24 december 2002 betreffende de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen;
   b. de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
  [20 c. titel 4 van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen [23 , wat het aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders betreft]23;
   d. [23 titel II]23 van de wet van 18 februari 2018 houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen en tot instelling van een aanvullend pensioen voor de zelfstandigen actief als [23 natuurlijk persoon]23, voor de meewerkende echtgenoten en voor de zelfstandige helpers;]20

  [22 e. [27 ...]27]22
  [23 e. [27 ...]27]23
  [27 f. artikel 12 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, in de mate dat artikel 32 van die wet voorziet in de bevoegdheid van de FSMA, en artikel 12 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, in de mate dat artikel 38 van die wet voorziet in de bevoegdheid van de FSMA.]27
  [23 4° /1 toe te zien op de naleving van de volgende bepalingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen:
   a. de bepalingen bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen;
   b. de bepalingen bedoeld in artikel 17, § 1, van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen;]23

  [31 4° /2. toe te zien op de naleving van de bepalingen van de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU, en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;]31
   5° bij te dragen tot de naleving van de regels bedoeld om de [6 afnemers van financiële producten of diensten en kredietnemers]6 te beschermen tegen het onwettelijk aanbod of de illegale levering van financiële producten of [6 diensten of van kredieten]6 [17 en tegen het onrechtmatige gebruik van benamingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd]17;
   6° bij te dragen tot de financiële vorming [23 ...]23;
  [7 7° bij te dragen tot de naleving van de bepalingen van boek VI van het Wetboek economisch recht [23 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen]23 die betrekking hebben op financiële diensten als bedoeld in boek I van hetzelfde Wetboek door de ondernemingen die onder haar toezicht staan of waarvan de verrichtingen of producten onder haar toezicht staan;]7
  [32 8° bij te dragen aan de naleving van de bepalingen van de wet van 22 april 2019 tot invoering van een bankierseed en een tuchtregeling voor banken en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, in de mate als beschreven in de artikelen 5 tot en met 7 van die wet.]32
   Op advies van de Bank en de FSMA, en om met name rekening te houden met de stand van de Europese reglementering ter zake, kan de Koning voor de uitvoering van de bepalingen bedoeld in het eerste lid, 3°, en voor het toezicht door de FSMA op de naleving van die bepalingen door de instellingen of personen bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°, een onderscheid maken tussen professionele en niet-professionele belanghebbende partijen of tussen sommige categorieën van professionele belanghebbende partijen onderling.
  [27 In afwijking van het eerste lid, behoort het toezicht op de naleving van de regels als bedoeld in het eerste lid, 3°, en in § 2, door de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, en door de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I), tot de bevoegdheid van de CDZ, wanneer de betrokken bepalingen verband houden met hun statuut van maatschappij van onderlinge bijstand of van verzekeringstussenpersoon, naargelang het geval.]27
  [23 De FSMA heeft eveneens als opdracht, in de mate waarin de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten hierin voorziet, toe te zien op de naleving door de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 85, § 1, 4°, van dezelfde wet, van de wettelijke en reglementaire of Europeesrechtelijke bepalingen die strekken tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, evenals van de financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens.]23
   § 2. Teneinde de loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen te bevorderen kan de Koning, op advies van de FSMA en de Bank, voor de instellingen en personen bedoeld in § 1, eerste lid, 2° en 3°, de regels bedoeld in § 1, eerste lid, 3°, uitbreiden met bepalingen die betrekking hebben op :
   - de informatieverplichtingen aan de belanghebbende partijen;
   - de contractuele verplichtingen en voorwaarden;
   - de verplichting de belangen van de cliënten optimaal te verzorgen (zorgplicht);
   - regelingen inzake de voordelen die verband houden met de verstrekte diensten;
   - het verstrekken van diensten via internet;
   - de publiciteitsregels;
   - de klachtenbehandeling;
   - [6 transparantie, via de verplichte vermelding van een label of anderszins, over risico's, prijzen]6, vergoedingen en kosten;
   - toegankelijkheid van de verstrekte diensten.
   Hij kan inzonderheid verschillende regels bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele belanghebbende partijen of tussen sommige categorieën van professionele belanghebbende partijen onderling.
  [27 Naast de in het eerste lid voorgeschreven adviezen, worden de ter uitvoering van het eerste lid genomen bepalingen door de Koning ook vastgesteld op advies van de CDZ, voor zover zij van toepassing zijn op de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, en/of op de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I). In dat geval wordt het advies van de CDZ uitsluitend uitgebracht vanuit het oogpunt van de naleving van de betrokken bepalingen door voornoemde maatschappijen van onderlinge bijstand en verzekeringstussenpersonen.]27
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel worden met " belanghebbende partijen " bedoeld, de cliënten en potentiële cliënten van de betrokken ondernemingen, de verzekeringsnemers, de verzekerden en de begunstigden van de bij de verzekeringsondernemingen afgesloten verzekeringsovereenkomsten.
   § 4. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de in § 1, eerste lid, 3°, f en g, vermelde regels of de krachtens § 2 opgelegde verplichtingen niet worden nageleefd.]1
  [4 § 5. Bij de uitoefening van haar taken houdt de FSMA in de hoedanigheid van bevoegde prudentiële autoriteit rekening met de convergentie van de toezichtinstrumenten en -praktijken bij de toepassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die overeenkomstig de toepasselijke Europese richtlijnen zijn vastgesteld.
   Daartoe dient zij :
   a) deel te nemen aan de werkzaamheden van de Europese Bankautoriteit;
   b) zich te houden aan de richtsnoeren, aanbevelingen, normen en andere door de Europese Bankautoriteit vastgestelde maatregelen en als zij dat niet doet daarvoor de redenen aan te voeren.
   De FSMA neemt in haar hoedanigheid van bevoegde prudentiële autoriteit bij de uitoefening van haar algemene taken naar behoren de mogelijke gevolgen in overweging die haar besluiten, met name in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het desbetreffende tijdstip beschikbare informatie.]4

  [28 § 6. Op verzoek van de FSMA en naargelang het voorwerp van de betrokken cyberbeveiligingscertificeringsregeling kan de Koning, op voorwaarde dat eerstgenoemde over de daarvoor vereiste expertise beschikt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de opdrachten bedoeld in de hoofdstukken 5 en 6, met uitzondering van artikel 21 en 22, van de wet van 20 juli 2022 inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot aanwijzing van een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit volledig of gedeeltelijk aan de FSMA toevertrouwen. In dat geval vraagt de Koning het advies van en overlegt Hij vooraf met de autoriteit bedoeld in artikel 5, § 1, van voornoemde wet en de FSMA. De FSMA vervult die toezichtsopdrachten enkel ten aanzien van entiteiten waarop zij toezicht uitoefent krachtens paragraaf 1, 2°, en de bijzondere wetten die het toezicht op de financiële instellingen regelen.]28

Änderungen

Art. 45 DROIT FUTUR.    [1 § 1er. La FSMA a pour mission, conformément à la présente loi et aux lois particulières qui lui sont applicables :
   1° [23 de veiller au respect des règles visant la protection des intérêts des investisseurs lors des transactions effectuées sur des instruments financiers et d'autres instruments de placement, ainsi qu'au respect des règles visant à garantir le bon fonctionnement, l'intégrité et la transparence des marchés d'instruments financiers et d'autres instruments de placement et, en particulier, des règles visées au chapitre II, des dispositions de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE, ainsi que des arrêtés et règlements pris pour l'exécution de tout ce qui précède;]23
   2° d'assurer le contrôle :
   a. [23 des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées par la loi du 25 octobre 2016, des sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, des gestionnaires d'OPCA visés par la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, et des bureaux de change visés par la loi du 25 octobre 2016 et ses arrêtés d'exécution;]23
   b. des organismes de placement collectif [23 visés par la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances et par la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires]23;
   c. [14 ...]1
4;
   d. [2 des entreprises et des opérations visées par la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation;]2
  [6 ...]6
   e. [29 des intermédiaires d'assurance, des intermédiaires d'assurance à titre accessoire et des intermédiaires de réassurance]29 visés par [8 la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances [27 , à l'exception des intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière d'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I)]27]8;
   f. des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement visés par la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers;
   g. [3 ...]3
  [13 h. des sociétés immobilières réglementées [23 visées par la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées]23;]13
  [10 [18 i.]18 des planificateurs financiers indépendants visés par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification financière par des entreprises réglementées;]10
  [14 [18 j.]18 des prêteurs et des intermédiaires de crédit visés au livre VII, titre 4, chapitre 4 du Code de droit économique.]14
  [18 k. [26 des prestataires de services de financement participatif visés par le règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937 ;]26]18
  [19 l. [24 ...]24]19
  [23 m. des administrateurs d'indices de référence visés par le Règlement (UE) 2016/1011]23
  [25 n. des prestataires de services d'échange entre monnaies virtuelles et monnaies légales et des prestataires de services de portefeuilles de conservation visés à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 14° /1 et 14° /2, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces et à l'arrêté pris en exécution de l'article 5, § 1er, alinéa 2 de la même loi;]25
  [31 o. des gestionnaires de crédits visés dans la loi du 20 décembre 2024 transposant la directive (UE) 2021/2167 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 sur les gestionnaires de crédits et les acheteurs de crédits, et modifiant les directives 2008/48/CE et 2014/17/UE;]31
   3° [23 de veiller au respect par les établissements de crédit, les entreprises d'assurances, les entreprises de réassurance, les sociétés de bourse, les contreparties centrales, les référentiels centraux, les dépositaires centraux de titres, les organismes de support des dépositaires centraux de titres [27 , les banque dépositaires et les intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière d'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I)]27, et pour autant qu'elles leur soient applicables, des dispositions suivantes et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution :]23
   a. [23 les règles visées au chapitre II ;]23
   b. la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre;
   c. [8 la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances [23 ...]23;]8;
   d. la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers;
   e. [8 ...]8;
   f. [15 l'article 42 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance,]15 [19 les articles 21, 41 à 42/2, 64, 65, § 3, 65/2 et 65/3, ainsi que l'article 66 en ce qui concerne la fourniture de services d'investissement et l'exercice d'activités d'investissement, de la loi du 25 avril 2014, [30 les articles 17, 37, 38, 39, 40, 68, 69, § 2, alinéa 3, 71, 72, ainsi que l'article 73, en ce qui concerne la fourniture de services d'investissement et l'exercice d'activités d'investissement, de la loi du 20 juillet 2022]30]19, sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées;
   g. [17 les articles 65, §§ 1er et 2, et 528, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend l'article 65, §§ 1er et 2, précité applicable aux sociétés de bourse;]17
  [5 h) [23 les dispositions visées à l'article 16, § 7,]23 de la loi du 13 novembre 2011 relative à l'indemnisation des dommages corporels et moraux découlant d'un accident technologique;]5
  [10 i. la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification financière par des entreprises réglementées;]10
  [16 j. L'article 383 de la loi du 25 avril 2014;]16
  [18 k. Titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances;]18
   4° [23 de veiller au respect des dispositions suivantes et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution :]23
   a. le titre II, chapitre 1er, section 4, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, relatif à la pension complémentaire pour indépendants;
   b. la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale;
  [20 c. le titre 4 de la loi du 15 mai 2014 portant des dispositions diverses [23 , relatif à la pension complémentaire pour dirigeants d'entreprise]23;
   d. le [23 titre II]23 de la loi du 18 février 2018 portant des dispositions diverses en matière de pensions complémentaires et instaurant une pension complémentaire pour les travailleurs indépendants personnes physiques, pour les conjoints aidants et pour les aidants indépendants;]20

  [22 e. [27 ...]27]22
  [23 e. [27 ...]27]23
  [27 f. l'article 12 de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination, dans la mesure où l'article 32 de cette loi prévoit la compétence de la FSMA, et l'article 12 de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les femmes et les hommes, dans la mesure où l'article 38 de cette loi prévoit la compétence de la FSMA.]27
  [23 4° /1 de veiller au respect des dispositions suivantes et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution :
   a. les dispositions visées à l'article 15, alinéa 1er, de la loi du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concernant le financement des petites et moyennes entreprises ;
   b. les dispositions visées à l'article 17, § 1er, de la loi du 26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyen thématiques ;]23

  [31 4° /2. de veiller au respect des dispositions de la loi du 20 décembre 2024 transposant la directive (UE) 2021/2167 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 sur les gestionnaires de crédits et les acheteurs de crédits, et modifiant les directives 2008/48/CE et 2014/17/UE, et des arrêtés et règlements pris pour son exécution.]31
   5° de contribuer au respect des règles visant à protéger les [6 utilisateurs de produits ou services financiers et les emprunteurs]6 contre l'offre ou la fourniture illicite de produits ou services financiers [17 et contre l'usage illégal de dénominations réservées à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque;]17;
   6° de contribuer à l'éducation financière [23 ...]23;
  [7 7° de contribuer au respect des dispositions du livre VI du Code de droit économique [23 et des arrêtés et règlements pris pour leur exécution]23, qui ont trait aux services financiers tels que visés au livre Ier du même Code, par les entreprises soumises à son contrôle ou dont les opérations ou produits sont soumis à son contrôle;]7
  [32 8° de contribuer au respect des dispositions de la loi du 22 avril 2019 visant à instaurer un serment et un régime disciplinaire bancaires et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, dans la mesure décrite aux articles 5 à 7 de cette loi.]32
   Sur avis de la Banque et de la FSMA, le Roi, afin de tenir compte, notamment, de l'état de la réglementation européenne en la matière, peut, pour l'exécution des dispositions visées à l'alinéa 1er, 3°, et pour le contrôle par la FSMA du respect de celles-ci par les institutions ou personnes visées à l'alinéa 1er, 2° ou 3°, opérer une distinction entre les parties intéressées professionnelles et les parties intéressées de détail ou entre certaines catégories de parties intéressées professionnelles.
  [27 Par dérogation à l'alinéa 1er, le contrôle du respect des règles visées à l'alinéa 1er, 3°, et au paragraphe 2, par les sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6 et 7, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités et par les intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matières d'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I), relève des compétences de l'OCM, lorsque les dispositions concernées sont liées à leur statut de sociétés mutualistes ou d'intermédiaires d'assurances, selon le cas.]27
  [23 La FSMA a également pour mission, dans la mesure définie par la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, de contrôler le respect, par les entités assujetties visées à l'article 85, § 1er, 4°, de la même loi, des dispositions légales et réglementaires ou de droit européen qui ont pour objet la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme, ainsi que du financement de la prolifération des armes de destruction massive.]23
   § 2. Afin de promouvoir le traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées, le Roi peut, sur avis de la FSMA et de la Banque, compléter à l'égard des institutions ou personnes visées au § 1er, alinéa 1er, 2° et 3°, les règles visées au § 1er, alinéa 1er, 3°, par des dispositions concernant :
   - les obligations d'information à l'égard des parties intéressées;
   - les obligations et les conditions contractuelles;
   - l'obligation de servir au mieux les intérêts des clients (devoir de diligence);
   - les régimes relatifs aux avantages liés aux services prestés;
   - la fourniture de services via Internet;
   - les règles de publicité;
   - le traitement des plaintes;
   - [6 la transparence, par la mention obligatoire d'un label ou de toute autre façon, des risques, des prix]6 , des rémunérations et des frais;
   - l'accessibilité aux services fournis.
   Il peut, en particulier, prévoir des règles différentes selon qu'il s'agit de parties intéressées professionnelles ou de parties intéressées de détail, ou des règles différentes entre certaines catégories de parties intéressées professionnelles.
  [27 Outre les avis requis à l'alinéa 1er, les dispositions prises en exécution de l'alinéa 1er sont également prises par le Roi sur avis de l'OCM dans la mesure où elles s'appliquent aux sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6 et 7, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités et/ou aux intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière de l'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I). Dans ce cas, l'avis de l'OCM est exclusivement rendu sous l'angle du respect des dispositions concernées par les sociétés mutualistes et les intermédiaires d'assurances susvisés.]27
   § 3. Pour l'application du présent article, il y a lieu d'entendre par " parties intéressées " les clients et les clients potentiels des entreprises concernées, ainsi que les preneurs d'assurance, les assurés et les bénéficiaires des contrats d'assurance souscrits auprès des entreprises d'assurances.
   § 4. Les dispositions des articles 36 et 37 sont applicables en cas de non-respect des règles visées au § 1er, alinéa 1er, 3°, f et g, ou de manquement aux obligations prévues en vertu du paragraphe 2.]1
  [4 § 5. Dans l'exercice de ses fonctions, la FSMA, en sa qualité d'autorité prudentielle compétente, tient compte de la convergence, en matière d'outils de surveillance et de pratiques de surveillance, de l'application des obligations législatives, réglementaires et administratives imposées conformément aux directives européennes applicables.
   Elle doit, à cet effet :
   a) participer aux activités de l'Autorité bancaire européenne;
   b) se conformer aux lignes directrices, aux recommandations, aux normes et aux autres mesures convenues par l'Autorité bancaire européenne et, si elle ne le fait pas, en donner les raisons.
   Dans l'exercice de ses missions générales, la FSMA, en sa qualité d'autorité prudentielle compétente, tient dûment compte de l'impact potentiel de ses décisions sur la stabilité du système financier dans tous les autres Etats membres concernés et, en particulier, dans les situations d'urgence, en se fondant sur les informations disponibles au moment considéré.]4

  [28 § 6. A la demande de la FSMA et en fonction de l'objet du schéma de certification de cybersécurité concerné, le Roi peut, à condition qu'elle dispose de l'expertise requise à ces fins, confier à la FSMA, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, en tout ou en partie, les missions visées aux chapitres 5 et 6, à l'exception des articles 21 et 22, de la loi du 20 juillet 2022 relative à la certification de cybersécurité des technologies de l'information et des communications et portant désignation d'une autorité nationale de certification de cybersécurité. Dans cette hypothèse, le Roi sollicite l'avis et se concerte au préalable avec l'autorité visée à l'article 5, § 1er, de la loi précitée et la FSMA. La FSMA exerce ces missions de contrôle uniquement vis-à-vis des entités sur lesquelles elle exerce le contrôle en vertu du paragraphe 1er, 2°, et des lois particulières qui régissent le contrôle des établissements financiers.]28

Änderungen

Art. 45bis. [1 De FSMA en de Bank kunnen modaliteiten van samenwerking afspreken in de domeinen die zij bepalen.]1
  [2 De FSMA en de Bank spreken in het bijzonder de modaliteiten van samenwerking af met betrekking tot het toezicht op de centrale tegenpartijen, de centrale effectenbewaarinstellingen, de instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen en de depositobanken. Die modaliteiten hebben met name betrekking op de samenwerkingsakkoorden die de Bank conform artikel 24 van Verordening 909/2014 heeft gesloten.]2
  
Art. 45bis. [1 La FSMA et la Banque peuvent convenir des modalités de coopération dans les domaines qu'elles déterminent.]1
  [2 La FSMA et la Banque conviennent notamment de modalités de coopération en matière de contrôle des contreparties centrales, des dépositaires centraux de titres, des organismes de support des dépositaires centraux de titres et des banques dépositaires. Ces modalités portent notamment sur les accords de coopération conclus par la Banque conformément à l'article 24 du Règlement 909/2014.]2
  
Art. 45ter. [1 Onverminderd de uitoefening van haar bevoegdheden tegen de instellingen en personen bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2° en 3°, kan de FSMA minstens éénmaal per jaar de externe diensten voor klachtenbehandeling verzoeken om de FSMA in de door haar bepaalde domeinen geanonimiseerde en samengevoegde gegevens te bezorgen over de aard van de meest voorkomende klachten en de gevolgen die die diensten daaraan hebben verleend. De externe diensten voor klachtenbehandeling geven hieraan het nodige gevolg.]1
  
Art. 45ter. [1 Sans préjudice de l'exercice de ses compétences à l'égard des institutions et des personnes visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2° et 3°, la FSMA peut, au moins une fois par an, demander aux services externes de traitement des plaintes de lui fournir, dans les domaines qu'elle détermine, des données anonymisées et agrégées sur la nature des plaintes les plus fréquentes et sur la suite qui leur a été réservée par ces services. Les services externes de traitement des plaintes donnent la suite nécessaire à ces demandes.]1
  
Art.46. De [1 FSMA]1 is niet bevoegd inzake belastingaangelegenheden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [2 Wanneer zij evenwel over concrete elementen beschikt met betrekking tot bijzondere mechanismen bij een door haar vergunde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beleggingsvennootschap, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, of beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging, doet zij daarvan aangifte bij het gerecht.
   Onder "bijzonder mechanisme" wordt een procedé verstaan dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
   1° het heeft als doel of gevolg fiscale fraude door derden mogelijk te maken of te bevorderen;
   2° het initiatief ertoe wordt door de onderneming zelf genomen of de onderneming neemt er duidelijk actief aan deel, of het is het gevolg van een grove nalatigheid van de onderneming;
   3° het bestaat uit een reeks gedragingen of onthoudingen;
   4° het heeft een bijzonder karakter, wat betekent dat de onderneming weet of zou moeten weten dat het mechanisme afwijkt van de normen en de normale praktijken inzake financiële verrichtingen.]2

  
Art.46. La [1 FSMA]1 ne connaît pas des questions d'ordre fiscal. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  [2 Toutefois, lorsqu'elle dispose d'éléments concrets de mécanismes particuliers dans le chef d'une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, d'une société d'investissement, d'une société de gestion d'organismes de placement collectif ou d'un gestionnaire d'organismes de placement collectif alternatifs qu'elle a agréé(e), elle les dénonce aux autorités judiciaires.
   Par "mécanisme particulier", on entend un procédé qui remplit cumulativement les conditions suivantes :
   1° il a pour but ou pour effet de rendre possible ou de favoriser la fraude fiscale par des tiers ;
   2° son initiative procède de l'entreprise elle-même ou implique de toute évidence la coopération active de l'entreprise ou, encore, procède d'une négligence manifeste de l'entreprise ;
   3° il implique un ensemble de comportements ou d'omissions ;
   4° il présente un caractère particulier, c'est-à-dire que l'entreprise sait ou devrait savoir que le mécanisme s'écarte des normes et des usages normaux en matière d'opérations financières.]2

  
Art. 46bis. [1 § 1. Onverminderd de uitzonderingen bedoelde in de artikelen 14, lid 5, met name punten c) en d), 17, lid 3, punt b), 18, lid 2, en 20, lid 3, van Verordening 2016/679, wordt, teneinde de doelstellingen te waarborgen van artikel 23, lid 1, punten d), e), g) en h), van de voornoemde verordening, de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 12 (transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene), 13 (te verstrekken informatie wanneer persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld), 15 (recht van inzage), 16 (recht op rectificatie), 19 (kennisgevingsplicht inzake rectificatie of wissing van persoonsgegevens of verwerkingsbeperking), 21 (recht van bezwaar) en 34 (mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene) van deze verordening volledig beperkt voor verwerkingen van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, lid 1, van dezelfde verordening die de FSMA uitvoert als verwerkingsverantwoordelijke die belast is met taken van algemeen belang, met taken die betrekking hebben op de voorkoming en de opsporing van strafbare feiten, alsook met taken op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag :
   1° met het oog op de uitoefening van de opdrachten die worden opgesomd in artikel 45, § 1, van deze wet, of van enige andere opdracht die aan de FSMA wordt toegekend op grond van een andere bepaling van nationaal of Europees recht, wanneer die gegevens niet bij de betrokkene zijn verkregen;
   2° in het kader van de uitoefening van haar bevoegdheden als bedoeld in artikel 87quinquies van deze wet, wanneer die gegevens bij de betrokkene zijn verkregen op de voorwaarden bepaald in voornoemd artikel;
   3° in het kader van de procedures voor het opleggen van administratieve geldboetes door de FSMA in de materies als bedoeld in artikel 45 van deze wet en voor het opleggen van administratieve maatregelen en geldboetes als bedoeld in artikel 59 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, die conform afdeling 5 van hoofdstuk III van deze wet worden uitgevoerd, voor zover de desbetreffende persoonsgegevens verband houden met het voorwerp van het onderzoek of de controle.
   De in het eerste lid, 1° en 2° bedoelde afwijkingen gelden zolang de betrokkene in voorkomend geval geen wettelijke toegang heeft verkregen tot het hem betreffend administratief dossier dat wordt bijgehouden door de FSMA en dat de desbetreffende persoonsgegevens bevat.
   § 2. Artikel 5 van Verordening 2016/679 is niet van toepassing op de verwerkingen van persoonsgegevens door de FSMA in dezelfde gevallen als die waarvan sprake in paragraaf 1, voor zover de bepalingen van dit artikel overeenstemmen met de rechten en verplichtingen als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 van Verordening 2016/679. ]1

  
Art. 46bis. [1 § 1er. Outre les exceptions prévues aux articles 14, paragraphe 5, en particulier les points c) et d), 17, paragraphe 3, point b), 18, paragraphe 2, et 20, paragraphe 3, du Règlement 2016/679, en vue de garantir les objectifs de l'article 23, paragraphe 1er, points d), e), g) et h), du règlement précité, l'exercice des droits visés aux articles 12 (transparence des informations et des communications et modalités de l'exercice des droits de la personne concernée), 13 (informations à fournir lorsque les données à caractère personnel sont collectées auprès de la personne concernée), 15 (droit d'accès), 16 (droit de rectification), 19 (obligation de notification en ce qui concerne la rectification ou l'effacement de données à caractère personnel ou la limitation du traitement), 21 (droit d'opposition) et 34 (communication à la personne concernée d'une violation de données à caractère personnel) de ce règlement est limité entièrement s'agissant des traitements de données à caractère personnel visées à l'article 4, paragraphe 1er, du même règlement qui sont effectués par la FSMA en sa qualité de responsable du traitement exerçant des missions d'intérêt public, des missions de prévention et de détection d'infractions pénales, ainsi que des missions de contrôle, d'inspection ou de réglementation liées à l'exercice de l'autorité publique :
   1° en vue de l'exercice des missions énumérées à l'article 45, § 1er, de la présente loi ou d'autres missions qui lui sont dévolues par toute autre disposition du droit national ou européen, lorsque ces données n'ont pas été obtenues auprès de la personne concernée;
   2° dans le cadre de l'exercice de ses pouvoirs visés à l'article 87quinquies de la présente loi, lorsque ces données sont obtenues auprès de la personne concernée dans les conditions définies à l'article précité;
   3° dans le cadre des procédures pour l'imposition d'amendes administratives par la FSMA dans les matières visées à l'article 45 de la présente loi et pour l'imposition des mesures et amendes administratives visées à l'article 59 de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises menées conformément à la section 5 du chapitre III de la présente loi pour autant que les données à caractère personnel concernées soient liées à l'objet de l'enquête ou du contrôle.
   Les dérogations visées à l'alinéa 1er, 1° et 2° valent tant que la personne concernée n'a pas, le cas échéant, obtenu légalement l'accès au dossier administratif la concernant tenu par la FSMA et qui contient les données à caractère personnel en cause.
   § 2. L'article 5 du Règlement 2016/679 ne s'applique pas aux traitements de données à caractère personnel effectués par la FSMA dans les mêmes hypothèses que celles visées au paragraphe 1er, dans la mesure où les dispositions de cet article correspondent aux droits et obligations prévus aux articles 12 à 22 du Règlement 2016/679. ]1

  
Art. 46ter. [1 Voor zover de FSMA de hoedanigheid heeft van administratieve overheid in de zin van artikel 22quinquies van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, is zij gerechtigd om persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten te verwerken indien dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de opdrachten die zij op grond van voornoemde wet van 11 december 1998 heeft.
   De artikelen 12 tot en met 22 en artikel 34 van de Verordening zijn niet van toepassing op deze en andere verwerkingen van persoonsgegevens die de FSMA in deze hoedanigheid uitvoert indien die verwerkingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van deze opdrachten.
   Artikel 5 van de Verordening is evenmin van toepassing op deze verwerkingen van persoonsgegevens, voor zover de bepalingen van dit artikel overeenstemmen met de rechten en verplichtingen bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 van de Verordening. ]1

  
Art. 46ter. [1 Pour autant que la FSMA ait la qualité d'autorité administrative au sens de l'article 22quinquies de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité, elle est habilitée à traiter des données à caractère personnel concernant des condamnations pénales et des faits punissables si l'exercice des missions qui lui sont conférées en vertu de la loi précitée du 11 décembre 1998 le nécessite.
   Les articles 12 à 22 et l'article 34 du Règlement ne s'appliquent pas à ces traitements ni à d'autres traitements de données à caractère personnel que la FSMA effectue dans cette qualité si ces traitements sont nécessaires à l'exercice de ces missions.
   L'article 5 du Règlement ne s'applique pas non plus à ces traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où les dispositions de cet article correspondent aux droits et obligations prévus aux articles 12 à 22 du Règlement. ]1

  
Afdeling 2. - Organen.
Section 2. - Organes.
Art.47. Les organes de la [[2 FSMA]2] sont le conseil de surveillance, [1 la commission des sanctions,]1 [3 le comité de direction et le président du comité de direction]3. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004> <L 2007-04-27/35, art. 162, 027; En vigueur : 25-04-2007>
  
Art.48. [1 § 1. De opdrachten van de raad van toezicht zijn de volgende :
   1° van gedachten wisselen betreffende algemene aangelegenheden inzake de bevoegdheden opgedragen aan de FSMA, het toezicht op de ondernemingen die onder haar toezicht staan en de ontwikkelingen op het gebied van het toezicht op de Belgische, Europese en internationale financiële markten;
   2° adviezen geven aan het directiecomité aangaande de algemene prioriteiten inzake het toezichtsbeleid van de FSMA [3 en het plan inzake het toezicht bedoeld in artikel 49, § 2 bespreken;]3
   3° adviezen verstrekken aan het directiecomité inzake alle aangelegenheden betreffende de voorbereiding en uitvoering van zijn beleid en in verband met alle voorstellen betreffende de toezichtsdomeinen die aan de FSMA zijn toevertrouwd;
   4° op voorstel van het directiecomité en [3 na advies]3 van het auditcomité als bedoeld in [3 paragraaf 1bis]3, de jaarlijkse begroting, de jaarrekening en het deel van het jaarverslag dat de raad van toezicht aanbelangt, goedkeuren;
   5° aan de Koning, op voorstel van het directiecomité, de algemene regels voorstellen inzake de financiering van de activiteit van de FSMA ten laste van de ondernemingen onderworpen aan haar controle en door retributies ontvangen voor het onderzoek van dossiers betreffende verrichtingen of producten die onder haar toezicht staan;
  [3 5° bis advies verstrekken over de ontwerpen van reglementen voorgelegd door het directiecomité met toepassing van artikel 49, § 3;]3
   6° een advies geven aan de Koning voorafgaand aan de benoemingen bedoeld in de artikelen 49, § 6, 50, § 2 en 51, § 3;
   7° [3 algemeen toezicht uitoefenen op het integer, wetsconform, doelmatig en doeltreffend functioneren van de FSMA.]3
   [3 § 1, L2 wordt § 1bis]3
   [3 ...]3
  [3 ...]3
  [3 ...]3
  [3 ...]3 ]1

  [3 § 1bis. (vroeger § 1, L2) Teneinde de toezichtsopdrachten bedoeld in de eerste paragraaf, in het bijzonder 4° en 7°, uit te oefenen, richt de raad in zijn midden een auditcomité op. Het auditcomité bestaat uit vier leden die gekozen worden uit de leden die geen deelneming [4 in de zin van artikel 1:22 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]4 mogen bezitten in een onderneming die onder het permanente toezicht van de FSMA staat, noch een functie of een mandaat mogen uitoefenen in een onderneming die onder het permanente toezicht van de FSMA staat of in een beroepsvereniging die de ondernemingen vertegenwoordigt die onder het toezicht van de FSMA staan. Het comité telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. Het auditcomité kiest uit zijn leden een voorzitter.]3
  [3 § 1ter. Het auditcomité bedoeld in § 1bis heeft volgende specifieke bevoegdheden :
   1° het keurt het functieprofiel, de keuze, de aanname, de functiewijziging en het ontslag van het hoofd van de dienst interne audit goed en het neemt deel aan de selectiegesprekken met de kandidaten;
   2° het formuleert aanbevelingen aan het directiecomité over de rol en het functioneren van de dienst interne audit, keurt het charter van de interne audit goed alsook de onderzoeksplanning van de dienst interne audit;
   3° het bespreekt de rapporten van de dienst interne audit over de gevoerde onderzoeken, de opvolging van de aanbevelingen en de activiteitenverslagen van de dienst interne audit;
   4° het neemt deel aan de jaarlijkse evaluatie van de interne auditors;
   5° het ziet toe op het bestaan van de directe rapportagelijn van de dienst interne audit naar het directiecomité;
   6° het onderzoekt het budget en de jaarrekening in ontwerpvorm zoals opgesteld door het directiecomité alvorens ze door de raad worden goedgekeurd. Het brengt daarover advies uit bij de raad.
   Het hoofd interne audit en de bedrijfsrevisor hebben rechtstreekse toegang tot de voorzitter van het auditcomité.
   Het auditcomité brengt jaarlijks verslag uit bij de raad van toezicht over zijn werkzaamheden, op zodanige wijze dat individuele natuurlijke of rechtspersonen niet kunnen worden geïdentificeerd. De informatie met betrekking tot individuele natuurlijke of rechtspersonen waartoe het auditcomité uit hoofde van de uitoefening van zijn taken toegang toe heeft valt ook ten aanzien van de andere leden van de raad van toezicht onder het beroepsgeheim bedoeld in artikel 74.]3

  [3 § 1quater. De raad van toezicht deelt het directiecomité elke nuttige aanbeveling mee, wat de aangelegenheden bedoeld in de eerste paragraaf, 7° betreft, in voorkomend geval op voorstel van het auditcomité. Het directiecomité brengt bij de raad verslag uit over het gevolg dat het aan de aanbevelingen verleent.]3
   [2 § 2. De raad is samengesteld uit tien tot veertien leden die geen deel uitmaken van het directiecomité, noch van het personeel van de FSMA. De leden worden door de Koning benoemd, op gezamenlijke voordracht van de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Economie en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. In de loop van hun mandaat mogen de voorzitter van de raad van toezicht en tenminste de helft van de overige leden noch, in een onderneming onderworpen aan het permanente toezicht van de FSMA, een deelneming aanhouden [4 in de zin van artikel 1:22 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]4, noch een functie of mandaat uitoefenen in een onderneming onderworpen aan het permanente toezicht van de FSMA of in een professionele vereniging die de ondernemingen onderworpen aan het toezicht van de FSMA vertegenwoordigt. Indien een mandaat als lid om onverschillig welke reden openvalt, wordt overgegaan tot de vervanging van dat lid voor de verdere duur van het mandaat. Bij gebreke aan herbenoeming van voldoende leden opdat de raad geldig zou zijn samengesteld, blijven de leden in functie tot de raad voor het eerst in zijn nieuwe samenstelling bijeenkomt.
   De raad telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden.
   Tijdens de vijf jaar die hun benoeming voorafgaan, mogen de leden van de raad van toezicht geen deel hebben uitgemaakt van een ander orgaan van de FSMA dan de raad van toezicht, of van haar personeel.]2

   [1 § 3. De raad komt bijeen telkens wanneer de voorzitter van de raad van toezicht of [3 ten minste drie van zijn leden]3 het noodzakelijk achten en ten minste vier maal per jaar. De voorzitter van de raad van toezicht stelt de agenda van de vergaderingen op. De raad kan enkel geldig beslissen indien de meerderheid van zijn leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen. [3 Ingeval van staking van stemmen over een bepaald agendapunt, wordt het betreffende voorstel van beslissing geacht niet te zijn aangenomen.]3
  [3 Tenzij de voorzitter van de raad daar met betrekking tot een concreet agendapunt anders over beslist, wonen de leden van het directiecomité de vergaderingen van de raad bij, zonder evenwel deel te nemen aan de beraadslaging.]3
   § 4. De Koning bepaalt het bedrag van het presentiegeld toegekend aan de leden en aan de voorzitter van de raad.]1

   [2 § 5. De voorzitter van de raad van toezicht wordt verkozen uit en door de leden van de raad van toezicht.]2
  
Art.48. [1 § 1er. Les missions du conseil de surveillance sont les suivantes :
   1° procéder à des échanges de vues sur les questions générales relatives aux compétences dévolues à la FSMA, la surveillance des entreprises soumises au contrôle de celle-ci, et les développements afférents à la surveillance des marchés financiers belges, européens et internationaux;
   2° donner des avis au comité de direction au sujet des priorités générales concernant la politique de surveillance de la FSMA [3 et délibérer du plan d'action annuel en matière de contrôle visé à l'article 49, § 2;]3
   3° donner des avis au comité de direction sur toutes matières relatives à la préparation et à l'exécution de sa politique et au sujet de toutes propositions relatives aux domaines de surveillance confiés à la FSMA;
   4° sur proposition du comité de direction et [3 après avis]3 du comité d'audit tel que visé [3 au paragraphe 1bis]3, adopter le budget annuel, les comptes annuels ainsi que la partie du rapport annuel qui concerne le conseil de surveillance;
   5° proposer au Roi, sur proposition du comité de direction, les règles générales en matière de financement de l'activité de la FSMA à charge des entreprises soumises à son contrôle et par des rétributions perçues pour l'examen de dossiers afférents à des opérations ou des produits soumis à son contrôle;
  [3 5° bis donner des avis sur les projets de règlements proposés par le comité de direction en application de l'article 49, § 3;]3
   6° donner un avis au Roi préalablement aux nominations visées aux articles 49, § 6, 50, § 2 et 51, § 3;
   7° [3 exercer une surveillance générale sur le fonctionnement intègre, conforme à la loi, efficace et efficient de la FSMA.]3
   [3 (§ 1er, L2 devient § 1bis)]3
   [3 ...]3
  [3 ...]3
  [3 ...]3
  [3 ...]3 ]1

  [3 § 1bis. (ancien § 1er, L2) Aux fins de l'exercice de la mission de surveillance visée au paragraphe 1er, particulièrement 4° et 7°, le conseil crée en son sein un comité d'audit; le comité d'audit est composé de quatre membres, choisis parmi les membres qui ne peuvent ni détenir, dans une entreprise soumise au contrôle permanent de la FSMA, une participation [4 au sens de l'article 1:22 du Code des sociétés et des associations]4 ni exercer une fonction ou un mandat que ce soit dans une entreprises soumise au contrôle permanent de la FSMA ou dans une association professionnelle représentant les entreprises soumises au contrôle de la FSMA. Le comité compte autant de membres d'expression néerlandophone que de membres d'expression francophone. Le comité choisit un président parmi ses membres.]3
  [3 § 1ter. Le comité d'audit visé au paragraphe 1bis dispose des compétences spécifiques suivantes :
   1° il approuve le profil de fonction, le choix, l'engagement, le changement de fonction et le licenciement du chef du service d'audit interne et participe aux entretiens de sélection avec les candidats;
   2° il formule des recommandations au comité de direction en ce qui concerne le rôle et le fonctionnement du service d'audit interne, approuve la charte d'audit interne ainsi que le planning des activités du service;
   3° il délibère des rapports du service d'audit interne relativement aux enquêtes menées, du suivi réservé aux recommandations et des rapports d'activité du service d'audit interne;
   4° il participe à l'évaluation annuelle des auditeurs internes;
   5° il s'assure de l'existence du rapportage direct par le service d'audit interne au comité de direction;
   6° il examine les projets de budget et des comptes annuels élaborés par le comité de direction avant leur approbation par le conseil. Il rend à ce sujet un avis au conseil.
   Le responsable du service d'audit interne et le réviseur d'entreprises ont un accès direct au président du comité d'audit.
   Le comité d'audit fait annuellement rapport au conseil de surveillance sur ses activités, en manière telle que des personnes physiques ou morales individuelles ne puissent être identifiées. L'information relative à des personnes physiques ou morales individuelles auxquelles le comité d'audit a accès du chef de l'exercice de ses fonctions, relève également à l'égard des autres membres du conseil de surveillance du secret professionnel visé à l'article 74.]3

  [3 § 1erquater. Le conseil de surveillance transmet toute recommandation utile au comité de direction, en ce qui concerne les matières visées au paragraphe 1er, 7°, le cas échéant sur proposition du comité d'audit. Le comité de direction fait rapport au conseil concernant les suites qu'il réserve aux recommandations.]3
   [2 § 2. Le conseil est composé de dix à quatorze membres qui ne font pas partie du comité de direction ni du personnel de la FSMA. Les membres sont nommés par le Roi, sur proposition conjointe du ministre ayant les Finances dans ses attributions, du ministre qui a l'Economie dans ses attributions et du Ministre ayant la protection des consommateurs dans ses attributions, pour une durée renouvelable de six ans. Au cours de leur mandat, le président du conseil de surveillance et au moins la moitié des autres membres ne peuvent ni détenir, dans une entreprise soumise au contrôle permanent de la FSMA, une participation [4 au sens de l'article 1:22 du Code des sociétés et des associations]4 ni exercer une fonction ou un mandat que ce soit dans une entreprise soumise au contrôle permanent de la FSMA ou dans une association professionnelle représentant les entreprises soumises au contrôle de la FSMA. En cas de vacance d'un mandat de membre, pour quelque cause que ce soit, il est procédé à son remplacement pour la durée du mandat restant à courir. A défaut de renouvellement du mandat d'un nombre suffisant de membres pour que le conseil soit valablement composé, les membres restent en fonction jusqu'à la première réunion du conseil dans sa nouvelle composition.
   Le conseil compte autant de membres d'expression française que d'expression néerlandaise.
   Pendant les cinq ans qui précèdent leur nomination, les membres du conseil de surveillance ne peuvent avoir fait partie ni d'un organe de la FSMA autre que le conseil de surveillance, ni de son personnel.]2

   [1 § 3. Le conseil se réunit chaque fois que le président du conseil de surveillance ou [3 au moins trois de ses membres]3 le jugent nécessaire et au moins quatre fois par an. Le président du conseil de surveillance établit l'ordre du jour des réunions. Le conseil ne peut statuer que si la majorité de ses membres sont présents. Les décisions sont adoptées à la majorité des voix exprimées. [3 En cas de partage des voix concernant un point à l'ordre du jour, la proposition de décision est censée être rejetée.]3
  [3 A moins que le président du conseil en décide autrement concernant un point particulier de l'ordre du jour, les membres du comité de direction assistent aux réunions du conseil, sans pour autant prendre part aux délibérations.]3
   § 4. Le Roi fixe le montant des jetons de présence alloués aux membres et au président du conseil.]1

   [2 § 5. Le président du conseil de surveillance est élu par les membres du conseil de surveillance et en son sein.]2
  
Art. 48bis. [1 § 1. [4 De sanctiecommissie oordeelt over het opleggen van de administratieve geldboetes door de FSMA in de materies als bedoeld in artikel 45 en over het opleggen van administratieve maatregelen en geldboetes als bedoeld in artikel 59 van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.
   Deze sanctiecommissie bestaat uit 12 leden, aangeduid door de Koning:
   1° twee staatsraden of erestaatsraden, aangeduid op voordracht van de eerste voorzitter van de Raad van State;
   2° twee raadsheren bij het Hof van Cassatie of ereraadsheren bij het Hof van Cassatie aangeduid op voordracht van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie;
   3° twee magistraten die geen raadsheren bij het Hof van Cassatie of bij het hof van beroep van Brussel zijn;
   4° vier andere leden met passende deskundigheid op het vlak van de financiële diensten en markten, en
   5° twee andere leden met passende deskundigheid op het vlak van de wettelijke controle van de jaarrekening die geen beroepsbeoefenaars zijn in de zin van artikel 3, 28°, van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.]4

  [4 § 1bis. De sanctiecommissie bestaat uit twee kamers.
   De kamer die bevoegd is om te beslissen over het opleggen van administratieve geldboetes door de FSMA in de materies als bedoeld in artikel 45, is samengesteld uit leden als bedoeld in paragraaf 1, 1°, 2°, 3° en 4°.
   De kamer die bevoegd is om te beslissen over het opleggen van administratieve maatregelen en geldboetes als bedoeld in artikel 59 van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, is samengesteld uit leden als bedoeld in paragraaf 1, 1°, 2°, 3° en 5°. De leden als bedoeld in paragraaf 1, 4°, kunnen als plaatsvervanger zetelen.]4

   § 2. De voorzitter wordt door de leden van de sanctiecommissie gekozen uit de in de bepalingen onder 1°, 2° en 3° vermelde personen.
  [4 ...]4
   § 3. Tijdens de vijf jaar die hun benoeming voorafgaan, mogen de leden van de sanctiecommissie geen deel hebben uitgemaakt van een ander orgaan van de [3 FSMA]3 dan de raad van toezicht, of van haar personeel, of van het CSRSFI.
  [4 Tijdens hun mandaat mogen de in paragraaf 1, 1°, 2°, 3° en 4°, bedoelde leden geen enkele functie of geen enkel mandaat uitoefenen in een aan het permanente toezicht van de FSMA of het College onderworpen onderneming of in een beroepsvereniging die de aan het toezicht van de FSMA of het College onderworpen ondernemingen of personen vertegenwoordigt, noch diensten verstrekken ten gunste van een beroepsvereniging die aan het toezicht van de FSMA of het College onderworpen ondernemingen vertegenwoordigt. Tijdens hun mandaat mogen de in paragraaf 1, 5°, bedoelde leden geen enkele functie of geen enkel mandaat uitoefenen in een organisatie van openbaar belang of in een aan het toezicht van het College onderworpen onderneming of in een beroepsvereniging die de organisaties van openbaar belang of de aan het toezicht van het College onderworpen ondernemingen of personen vertegenwoordigt, noch diensten verstrekken ten gunste van een beroepsvereniging die de organisaties van openbaar belang of de aan het toezicht van het College onderworpen ondernemingen vertegenwoordigt.]4
   Het mandaat van de leden van de sanctiecommissie heeft een duur van zes jaar en is hernieuwbaar. Bij gebreke van herbenoeming blijven de leden in functie tot de sanctiecommissie voor het eerst in haar nieuwe samenstelling bijeenkomt.
   Indien een zetel van een lid van de sanctiecommissie om welke reden ook openvalt, wordt overgegaan tot de vervanging van dat lid voor de verdere duur van het mandaat.
   De sanctiecommissie wordt om de drie jaar voor de helft hernieuwd volgens door de Koning vastgestelde regels. Het mandaat begint te lopen vanaf de datum van de eerste vergadering van de commissie.
   [4 De sanctiecommissie of een van haar kamers kan geldig beslissen als twee van haar leden en haar voorzitter aanwezig zijn.]4 Wanneer haar voorzitter verhinderd is, kan zij geldig beslissen als drie van haar leden aanwezig zijn. De leden van de sanctiecommissie kunnen niet beraadslagen in een aangelegenheid waarin zij een persoonlijk belang hebben dat hun oordeel zou kunnen beïnvloeden.
   De Koning bepaalt het bedrag van de vergoeding die wordt toegekend aan de leden van de sanctiecommissie, op basis van de dossiers waarover zij zullen hebben beraadslaagd. Hij bepaalt eveneens de bezoldiging van de voorzitter van de sanctiecommissie.
   De sanctiecommissie legt in een reglement van inwendige orde de [2 procedureregels en de deontologische regels vast voor]2 de behandeling van de sanctiedossiers en legt dit ter goedkeuring aan de Koning voor.]1

  
Art. 48bis. [1 § 1er. [4 La commission des sanctions statue sur l'imposition des amendes administratives par la FSMA dans les matières visées à l'article 45 et sur l'imposition des mesures et amendes administratives visées à l'article 59 de la loi portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises.
   Cette commission des sanctions comprend 12 membres désignés par le Roi:
   1° deux conseillers d'Etat ou conseillers d'Etat honoraires désignés sur proposition du premier président du Conseil d'Etat;
   2° deux conseillers à la Cour de cassation ou conseillers à la Cour de cassation honoraires désignés sur proposition du premier président de la Cour de cassation;
   3° deux magistrats n'étant pas conseillers à la Cour de cassation ni à la Cour d'appel de Bruxelles;
   4° quatre autres membres disposant d'une expertise en matière de services et marchés financiers, et
   5° deux autres membres disposant d'une expertise en matière de contrôle légal des comptes et étant non-praticien au sens de l'article 3, 28°, de la loi portant organisation de la profession et de la supervision des réviseurs d'entreprises.]4

  [4 § 1erbis. La commission des sanctions est organisée en deux chambres.
   La chambre compétente pour statuer sur l'imposition d'amendes administratives par la FSMA dans les matières visées à l'article 45, est composée des membres visés au paragraphe premier, 1°, 2°, 3° et 4°.
   La chambre compétente pour statuer sur l'imposition des mesures et amendes administratives visées à l'article 59 de la loi portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises est composée des membres visés au paragraphe premier, 1°, 2°, 3° et 5°. Les membres visés au paragraphe premier, 4° peuvent siéger à titre de suppléant.]4

   § 2. Le président est élu par les membres de la commission des sanctions parmi les personnes mentionnées aux 1°, 2° et 3°.
  [4 ...]4
   § 3. Pendant les cinq ans qui précèdent leur nomination, les membres de la commission des sanctions ne peuvent avoir fait partie ni d'un organe de la [3 FSMA]3 autre que le conseil de surveillance, ni de son personnel, ni du CREFS.
  [4 Au cours de leur mandat, les membres visés au paragraphe premier, 1°, 2°, 3° et 4° ne peuvent exercer une quelconque fonction ou un quelconque mandat que ce soit dans une entreprise soumise au contrôle permanent de la FSMA ou du Collège ou dans une association professionnelle représentant des entreprises ou personnes soumises au contrôle de la FSMA ou du Collège, ni fournir des services au profit d'une association professionnelle représentant des entreprises soumises au contrôle de la FSMA ou du Collège. Au cours de leur mandat, les membres visés au paragraphe premier, 5°, ne peuvent exercer une quelconque fonction ou un quelconque mandat que ce soit dans une entité d'intérêt public ou dans une entreprise soumise au contrôle du Collège ou dans une association professionnelle représentant des entités d'intérêt public ou des entreprises ou personnes soumises au contrôle du Collège, ni fournir des services au profit d'une association professionnelle représentant des entités d'intérêt public ou des entreprises soumises au contrôle du Collège.]4
   Le mandat des membres de la commission des sanctions est d'une durée de six ans, renouvelable. A défaut de renouvellement, les membres restent en fonction jusqu'à la première réunion de la commission des sanctions dans sa nouvelle composition.
   En cas de vacance d'un siège de membre de la commission des sanctions, pour quelque cause que ce soit, il est procédé à son remplacement pour la durée du mandat restant à courir.
   Selon des modalités définies par le Roi, la commission des sanctions est renouvelée par moitié tous les trois ans. La durée du mandat est décomptée à partir de la date de la première réunion de la commission.
   [4 La commission des sanctions, ou une de ses chambres, peut décider valablement lorsque deux de ses membres et son président sont présents.]4 En cas d'empêchement de son président, elle peut décider valablement lorsque trois de ses membres sont présents. Les membres de la commission des sanctions ne peuvent délibérer dans une affaire dans laquelle ils ont un intérêt personnel susceptible d'exercer une influence sur leur opinion.
   Le Roi fixe le montant de l'indemnité allouée aux membres de la commission des sanctions en fonction des dossiers pour lesquels ils auront délibéré. Il fixe également le traitement du président de la commission des sanctions.
   La commission des sanctions arrête un règlement d'ordre intérieur fixant les règles de procédure [2 et de déontologie]2 applicables pour le traitement des dossiers de sanction, et le soumet à l'approbation du Roi.]1

  
Art.49. [1 § 1. Het directiecomité staat in voor het beheer en het bestuur van de FSMA en bepaalt de oriëntatie van haar beleid. Het benoemt en ontslaat de personeelsleden en bepaalt hun bezoldiging alsook alle andere voordelen. Het neemt beslissingen in alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk door de wet aan een ander orgaan zijn voorbehouden.
   § 2. Het directiecomité bepaalt de oriëntaties en de algemene prioriteiten inzake het toezichtsbeleid, stelt een jaarlijks plan inzake het toezicht op en bepaalt de maatregelen die kunnen worden genomen ten aanzien van elke sector die onder het toezicht van de FSMA staat.
  [5 Tenzij het slechts over een gebonden bevoegdheid beschikt, houdt het directiecomité bij het bepalen van het type en desgevallend de hoogte van de maatregelen en sancties voor een inbreuk op de toepasselijke regels rekening met alle relevante omstandigheden.]5
   § 3. Op advies van de raad van toezicht, bepaalt het directiecomité de reglementen zoals bedoeld in artikel 64. Het directiecomité bepaalt, in omzendbrieven, aanbevelingen of gedragsregels, alle maatregelen ter verduidelijking van de toepassing van de wettelijke of reglementaire bepalingen waarvan de FSMA de toepassing controleert.
   [3 ...]3
   § 4. De verschillende overheden die een wettelijke of reglementaire macht uitoefenen, kunnen het advies vragen van de FSMA voor elk ontwerp van wetgevende of reglementaire akte die de toezichtsopdrachten betreft waarmee de FSMA belast is of zou worden.
   § 5. Het directiecomité neemt kennis van de ontwikkelingen en algemene vragen op economisch, systemisch of structureel vlak die invloed kunnen hebben op de bevoegdheidsdomeinen van de FSMA en van alle vragen betreffende de toepassing van de wetgeving of de reglementering in de bevoegdheidsdomeinen van de FSMA.]1

   [2 § 6. Het directiecomité bestaat, naast de voorzitter, uit drie leden.
   De leden van het directiecomité tellen samen evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen.
   De leden van het directiecomité worden door de Koning benoemd, op advies van de raad van toezicht, op gezamenlijk voorstel van de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar en ontvangen ten laste van de FSMA een bezoldiging en een pensioen, waarvan de bedragen worden bepaald door de Koning.
   Bij gebreke aan herbenoeming blijven de leden in functie tot het directiecomité voor het eerst in zijn nieuwe samenstelling bijeenkomt.
   Indien een mandaat als lid om onverschillig welke reden openvalt, wordt overgegaan tot de vervanging van dat lid voor de verdere duur van het mandaat.
   De leden van het directiecomité moeten Belg zijn.
   Op gezamenlijke voordracht van de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Economie en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming en op advies van de raad van toezicht stelt de Koning onder de leden van het directiecomité een ondervoorzitter van het directiecomité aan die tot de andere taalgroep behoort dan de voorzitter van het directiecomité.
   Het directiecomité wijst uit zijn midden of onder de personeelsleden een vertegenwoordiger aan die met raadgevende stem zitting heeft [6 in het beheerscomité voor de arbeidsongevallen en in bepaalde technische comités van Fedris]6. Evenzo wijst [7 het beheerscomité voor de arbeidsongevallen]7 een vertegenwoordiger aan die zitting heeft in één van de adviescomités als bedoeld in artikel 69 die belast zijn met de behandeling van dossiers die betrekking hebben op de arbeidsongevallenverzekering.]2

   [1 § 7. [4 Het directiecomité komt bijeen telkens wanneer de voorzitter van het directiecomité dit noodzakelijk acht dan wel een lid daartoe een gemotiveerd verzoek formuleert en ten minste twaalfmaal per kwartaal.
   Het directiecomité kan slechts geldig beslissen indien ten minste twee leden aanwezig zijn.
   Het directiecomité beslist bij eenparigheid. Indien geen eenparigheid wordt bereikt, komen de beslissingen tot stand met meerderheid van de aanwezige leden. Ingeval van staking van stemmen over een bepaald agendapunt, wordt het betreffende voorstel van beslissing geacht niet te zijn aangenomen.
   Er worden notulen opgemaakt van de beraadslagingen van het directiecomité. De notulen worden ondertekend door alle aanwezige leden. In geval van meningsverschil hebben de leden van het directiecomité het recht hun stem, in voorkomend geval met de redenen ter staving, of hun mening in de notulen te laten opnemen.]4

   § 8. In spoedeisende gevallen kan het directiecomité aan een of meerdere van zijn leden de bevoegdheid delegeren om te beslissen tot toepassing van artikel 7, § 3, van deze wet, van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare uitkoopbiedingen.
   De beslissingen genomen op grond van bevoegdheden opgedragen met toepassing van deze paragraaf maken het voorwerp uit van een mededeling aan het directiecomité uiterlijk op zijn eerstvolgende gewone vergadering.
   § 9. Het directiecomité gaat minstens eenmaal per jaar over tot open raadpleging over de kwaliteit van de informatie die wordt verstrekt door alle of sommige van de instellingen en ondernemingen waarop alle of sommige van de in artikel 45, § 1, eerste lid, [3 1°, 2° of 3°]3, bedoelde regels over de bescherming van de belangen van de beleggers [3 en andere afnemers van financiële producten of diensten]3 van toepassing zijn. Deze raadpleging vindt plaats overeenkomstig artikel 64, tweede lid.]1

  [3 Met het oog op het uitwerken van haar actieplan voor de uitoefening van de opdracht bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 6°, gaat het directiecomité eveneens over tot een openbare raadpleging die plaatsvindt overeenkomstig artikel 64, tweede lid, dan wel tot een meer gerichte raadpleging van de vertegenwoordigers van de voornaamste betrokken partijen.]3
  
Art.49. [1 § 1er. Le comité de direction assure l'administration et la gestion de la FSMA et détermine l'orientation de sa politique. Il nomme et révoque les membres du personnel et fixe leur traitement ainsi que tous autres avantages. Il statue dans toutes les matières qui ne sont pas expressément réservées par la loi à un autre organe.
   § 2. Le comité de direction fixe les orientations et les priorités générales en matière de politique de surveillance, établit un plan d'action annuel en matière de contrôle et arrête les mesures qui peuvent être prises à l'égard de chacun des secteurs soumis à la surveillance de la FSMA.
  [5 A moins qu'il ne dispose que d'une compétence liée, le comité de direction tient compte, lorsqu'il détermine le type et, le cas échéant, le niveau des mesures et sanctions à prendre en cas d'infraction aux règles applicables, de toutes les circonstances pertinentes.]5
   § 3. Sur avis du conseil de surveillance, le comité de direction arrête les règlements visés à l'article 64. Le comité de direction fixe, dans des circulaires, recommandations ou règles de conduite, toutes mesures afférentes à l'application des dispositions légales ou réglementaires dont la FSMA contrôle l'application.
   [3 ...]3
   § 4. Les différentes autorités exerçant un pouvoir législatif ou réglementaire peuvent requérir l'avis de la FSMA sur tout projet d'acte législatif ou réglementaire qui concerne les missions de surveillance dont la FSMA est ou serait chargée.
   § 5. Le comité de direction prend connaissance des développements et questions générales sur les plans économique, systémique ou structurel qui peuvent avoir une incidence sur les domaines de compétence de la FSMA, et de toutes questions relatives à l'application de la législation ou de la réglementation dans les domaines de compétence de la FSMA.]1

   [2 § 6. Le comité de direction est composé, outre le président, de trois membres.
   Les membres du comité de direction comptent ensemble autant de membres d'expression néerlandaise que de membres d'expression française.
   Les membres du comité de direction sont nommés par le Roi, sur avis du conseil de surveillance, sur la proposition conjointe du Ministre ayant les Finances dans ses attributions et du Ministre ayant la protection des consommateurs dans ses attributions, pour une durée renouvelable de six ans et reçoivent à charge de la FSMA un traitement et une pension dont les montants sont fixés par le Roi.
   A défaut de renouvellement de leur mandat, les membres restent en fonction jusqu'à la première réunion du comité de direction dans sa nouvelle composition.
   En cas de vacance d'un mandat de membre, pour quelque cause que ce soit, il est procédé à son remplacement pour la durée du mandat restant à courir.
   Les membres du comité de direction doivent être belges.
   Sur proposition conjointe du ministre ayant les Finances dans ses attributions, du ministre qui a l'Economie dans ses attributions et du Ministre qui a la protection des consommateurs dans ses attributions et sur avis du conseil de surveillance, le Roi désigne, parmi les membres du comité de direction, un vice-président du comité de direction d'expression linguistique différente de celle du président du comité de direction.
   Le comité de direction désigne en son sein ou parmi les membres du personnel un représentant qui siège avec voix consultative [6 au comité de gestion pour les accidents du travail et à certains comités techniques de Fedris]6. De même, [7 le comité de gestion pour les accidents du travail]7 désigne un représentant qui siège dans un des comités consultatifs visés à l'article 69 et appelés à traiter des dossiers se rapportant à l'assurance des accidents du travail.]2

   [1 § 7. [4 Le comité de direction se réunit lorsque le président du comité de direction le juge nécessaire ou lorsqu'un membre en formule la demande motivée, et au moins douze fois par trimestre.
   Le comité de direction ne peut statuer que lorsqu'au moins deux de ses membres sont présents.
   Le comité décide à l'unanimité. Lorsque l'unanimité ne peut être atteinte, les décisions sont prises à la majorité des membres présents. En cas de partage des voix concernant un point à l'ordre du jour, la proposition de décision concernée est censée être rejetée.
   Il est dressé procès-verbal des délibérations du comité de direction. Les procès-verbaux sont signés par les membres présents. En cas de dissentiment, les membres du comité ont le droit de faire consigner leur vote, le cas échéant avec motifs à l'appui, ou leur avis dans le procès-verbal.]4

   § 8. Le comité de direction peut déléguer le pouvoir de prendre une décision d'application de l'article 7, § 3, de la présente loi, de l'article 7 de l'arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d'acquisition et de l'article 7 de l'arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques de reprise, à un ou plusieurs de ses membres pour les situations ne pouvant souffrir aucun délai.
   Les décisions prises sur la base des délégations consenties en application du présent paragraphe font l'objet d'une information au comité de direction au plus tard à sa plus prochaine réunion ordinaire.
   § 9. Le comité de direction procède, au moins une fois par an, à une consultation ouverte sur la qualité de l'information fournie par tout ou partie des établissements et entreprises auxquels s'applique tout ou partie des règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, [3 1°, 2° ou 3°]3, concernant la protection des intérêts des investisseurs [3 et des autres utilisateurs de produits ou services financiers]3. Cette consultation est effectuée conformément à l'article 64, alinéa 2.]1

  [3 En vue d'élaborer son plan d'action aux fins de l'exercice de la mission visée à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 6°, le comité de direction procède également à une consultation publique organisée conformément à l'article 64, alinéa 2, ou à une consultation plus ciblée des représentants des principales parties concernées.]3
  
Art.50. § 1. [De voorzitter van het directiecomité leidt de [3 FSMA]3. Hij zit het directiecomité voor. In geval van verhindering wordt hij vervangen door de ondervoorzitter.] <W 2007-04-27/35, art. 165, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  § 2. [2 De voorzitter van het directiecomité wordt benoemd door de Koning, op advies van de raad van toezicht, en op gezamenlijke voodracht van de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Economie en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.]2
  De Koning bepaalt de bezoldiging van de [voorzitter van het directiecomité] alsook zijn pensioen. <W 2007-04-27/35, art. 165, 2°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  [1 § 3. De voorzitter van het directiecomité coördineert de samenwerking van de [3 FSMA]3 met andere overheidsinstellingen en -instanties, onverminderd hoofdstuk IV. Hij brengt hierover geregeld verslag uit bij het directiecomité.]1
  
Art.50. § 1er. [Le président du comité de direction dirige la [3 FSMA]3. Il préside le comité de direction. Il est remplacé, en cas d'empêchement, par le vice-président.] <L 2007-04-27/35, art. 165, 1°, 027; En vigueur : 25-04-2007>
  § 2. [2 Le président du comité de direction est nommé par le Roi, sur avis du conseil de surveillance, et sur proposition conjointe du ministre qui a les Finances dans ses attributions, du ministre qui a l'Economie dans ses attributions et du ministre qui a la protection des consommateurs dans ses attributions, pour une durée renouvelable de six ans.]2
  Le Roi fixe le traitement du [président du comité de direction] ainsi que sa pension. <L 2007-04-27/35, art. 164, 2°, 027; En vigueur : 25-04-2007>
  [1 § 3. Le président du comité de direction coordonne la coopération de la [3 FSMA]3 avec d'autres institutions et organismes publics, sans préjudice du chapitre IV. Il en fait régulièrement rapport au comité de direction.]1
  
Art.52. [1 Het mandaat [2 van de leden van de raad van toezicht, van de voorzitter en de leden van het directiecomité]2 [3 ...]3 loopt af wanneer zij de volle leeftijd van vijfenzestig jaar bereiken.]1
  
Art.52. [1 Les mandats [2 des membres du conseil de surveillance, du président et des membres du comité de direction]2 [3 ...]3 prennent fin lorsqu'ils ont l'âge de soixante-cinq ans accomplis.]1
  
Art.53. [1 De leden van de Wetgevende Kamers, het Europees Parlement, de Gemeenschaps- en Gewestparlementen, de personen die de hoedanigheid hebben van minister of staatssecretaris of van lid van een regering van een gemeenschap of gewest, en de leden van de kabinetten van een lid van de federale regering of van een regering van een gemeenschap of gewest mogen niet de functies van voorzitter van het directiecomité [3 ...]3 lid van de raad van toezicht, lid van de sanctiecommissie of lid van het directiecomité van de FSMA vervullen. Deze laatste functies nemen van rechtswege een einde wanneer de titularis ervan de eed aflegt voor de uitoefening van de eerstgenoemde functies of dergelijke functies uitoefent.
   De voorzitter van het directiecomité [3 en]3 de leden van het directiecomité [3 ...]3 mogen geen enkele functie uitoefenen, noch persoonlijk, noch via een rechtspersoon, in een onderneming die onder het permanente toezicht van de FSMA staat of waarvan de verrichtingen zijn onderworpen aan haar toezicht.
   De verbodsbepalingen vastgesteld in [2 het tweede lid]2 blijven geldig tot één jaar na beëindiging van het mandaat. Gedurende deze periode en zolang zij tijdens deze periode geen andere voltijdse functie uitoefenen, ontvangen de voorzitter [3 en]3 de leden van het directiecomité [3 ...]3 een jaarlijkse bezoldiging die gelijk is aan de jaarlijkse bezoldiging die zij in het kader van hun mandaat ontvingen.
   De raad van toezicht kan, op advies van het directiecomité, afwijken van de voorziene verbodsbepaling voor de betrokken periode na de beëindiging van het mandaat wanneer hij de afwezigheid van een betekenisvolle invloed van de voorgenomen activiteit op de onafhankelijkheid van de persoon in kwestie vaststelt.]1

  
Art.53. [1 Les membres des Chambres législatives, du Parlement européen, des Parlements de communauté et de région, les personnes qui ont la qualité de ministre ou de secrétaire d'Etat ou de membre d'un gouvernement de communauté ou de région et les membres des cabinets d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un gouvernement de communauté ou de région ne peuvent remplir les fonctions de président du comité de direction [3 ...]3 , de membre du conseil de surveillance, de membre de la commission des sanctions ou de membre du comité de direction de la FSMA. Ces dernières fonctions prennent fin de plein droit lorsque leur titulaire prête serment pour l'exercice des fonctions citées en premier lieu ou exerce de telles fonctions.
   Le président du comité de direction [3 et]3 [3 ...]3 du comité de direction [3 ...]3 ne peuvent exercer aucune fonction dans une entreprise soumise au contrôle permanent de la FSMA ou dont les opérations sont soumises à son contrôle, soit personnellement soit par l'intermédiaire d'une personne morale.
   Les interdictions prévues [2 à l'alinéa 2]2 subsistent pendant un an après la sortie de charge. Pendant cette période et à défaut d'exercice d'autre fonction de plein exercice, le président [3 et]3 [3 ...]3 [3 ...]3 reçoivent une rémunération annuelle égale au traitement annuel perçu dans le cadre de leur mandat.
   Le conseil de surveillance, sur avis du comité de direction, peut déroger à l'interdiction prévue pour la période concernée après la sortie de charge lorsqu'il constate l'absence d'influence significative de l'activité envisagée sur l'indépendance de la personne en question.]1

  
Afdeling 3. - Organisatie.
Section 3. - Organisation.
Art.54. [1 § 1. De FSMA is georganiseerd in diensten, volgens een organogram dat is vastgesteld door het directiecomité. Het organigram weerspiegelt de verschillende bevoegdheidsdomeinen van de FSMA zoals bepaald in artikel 45 alsook de transversale ondersteunende diensten.
   § 2. De voorzitter en de leden van het directiecomité nemen, onder het collegiale gezag van het directiecomité, de leiding waar van één of meerdere diensten van de FSMA.
   Iedere dienst rapporteert aan het lid van het directiecomité dat gelast is met de leiding ervan. De interne auditor rapporteert rechtstreeks en gelijktijdig aan het directiecomité en de voorzitter van het auditcomité.]1

  
Art.54. [1 § 1er. La FSMA est organisée en services, selon un organigramme arrêté par le comité de direction. L'organigramme reflète les différents champs de compétence visés à l'article 45, de même que les services de support transversaux.
   § 2. Le président et les membres du comité de direction assurent, sous l'autorité collégiale du comité de direction, la direction d'un ou plusieurs services de la FSMA.
   Chaque service rapporte au membre du comité chargé de sa direction. L'auditeur interne rapporte directement et simultanément au comité de direction et au président du comité d'audit.]1

  
Art.55. Het personeel van de [[2 FSMA]2] kan worden aangeworven en tewerkgesteld krachtens arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. <KB 2003-03-25/34, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [1 lid 2 opgeheven]1
  [1 Het directiecomité stelt het administratief en geldelijk statuut vast van het statutair personeel]1
  [Te dien einde maakt het de bepalingen van het administratief en geldelijk statuut die op dat personeel van toepassing waren op 31 december 2003, alsook de latere wijzigingen ervan, toepasselijk, in voorkomend geval door erin de voor de toepassing ervan onontbeerlijke wijzigingen aan te brengen, en rekening houdend met de op het gehele personeel van de [2 FSMA]2 toepasselijke bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten, voor zover deze niet minder gunstig zijn dan die welke vervat zijn in dat statuut.
  Het stelt de minister in kennis van de genomen bepalingen; deze beschikt over een termijn van één maand om er zich tegen te verzetten.
  De wettelijke en reglementaire bepalingen van het administratief en geldelijk statuut, van toepassing op 31 december 2003, alsook de latere wijzigingen ervan, blijven van toepassing tot op de datum van inwerkingtreding van de bepalingen die overeenkomstig het derde lid zijn vastgesteld.] <W 2005-02-14/36, art. 3, 013; Inwerkingtreding : 14-03-2005>
  
Art.55. La [[2 FSMA]2] peut recruter et occuper son personnel dans les liens d'un contrat de travail régi par la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  [1 alinéa 2 abrogé]1
  [1 Le comité de direction fixe les statuts administratif et pécuniaire du personnel statutaire.]1
  [A cet effet, il rend applicables les dispositions afférentes aux statuts administratif et pécuniaire qui étaient d'application à ce personnel au 31 décembre 2003 ainsi que leurs modifications ultérieures, le cas échéant en y apportant les adaptations indispensables à leur application, et en tenant compte des dispositions des conventions collectives de travail applicables à tout le personnel de la [2 FSMA]2, pour autant que celles-ci ne soient pas moins favorables que celles contenues dans ces statuts.
  Il notifie les dispositions prises au ministre; celui-ci dispose d'un délai d'un mois pour s'y opposer.
  Les dispositions légales et réglementaires du statut administratif et pécuniaire applicables au 31 décembre 2003, ainsi que leurs modifications ultérieures demeurent applicables jusqu'à la date d'entrée en vigueur des dispositions fixées conformément à l'alinéa 3.] <L 2005-02-14/36, art. 3, 013; En vigueur : 14-03-2005>
  
Art.56. De werkingskosten van de [[3 FSMA]3] worden gedragen door de ondernemingen die onder haar toezicht staan of [2 waarvan de verrichtingen of de producten onder haar toezicht staan]2, binnen de grenzen en volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning. [2 Deze kosten omvatten de kosten met betrekking tot de adviezen, expertises en opdrachten die zijn toevertrouwd aan de FSMA, evenals de kosten van de verschillende raadgevende commissies die door de wet zijn opgericht in de bevoegdheidsdomeinen van de FSMA]2 [1 alsook zijn jaarlijkse bijdrage en, desgevallend, de verhoging van deze bijdrage aan [4 de FOD Economie bedoeld in artikel 20, § 1]4 van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen]1.
  De [[3 FSMA]3] kan de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen belasten met de inning van de onbetaalde vergoedingen.
  [De kredieten, ongeacht hun vorm, die worden toegekend voor de aankoop van het gebouw waar de [3 FSMA]3 haar hoofdzetel zal vestigen, vallen onder de staatswaarborg voor het bedrag van het kapitaal en van de interesten, inclusief de eventuele verwijlinteresten.] <W 2004-11-19/40, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 07-01-2005>
  
Art.56. Les frais de fonctionnement de la [[3 FSMA]3] sont supportés par les entreprises soumises à son contrôle ou [2 dont les opérations ou les produits sont soumis à son contrôle]2, dans les limites et selon les modalités fixées par le Roi. [2 Ces frais comprennent les frais afférents aux avis, expertises et missions confiés à la FSMA, ainsi que les frais des diverses commissions consultatives instituées par la loi dans les domaines de compétence de la FSMA]2 [1 ainsi que sa cotisation annuelle et, le cas échéant, l'augmentation de cette cotisation [4 au SPF Economie, visée à l'article 20, § 1er]4 de la loi du 5 juillet 1998 relative au règlement collectif de dettes et à la possibilité de vente de gré à gré des biens immeubles saisis]1.
  La [[3 FSMA]3] peut charger l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines du recouvrement des rémunérations impayées. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  [En sus de l'habilitation à déléguer visée à l'alinéa 3, le comité de direction peut également déléguer le pouvoir de prendre une décision d'application de l'article 7, § 3, de la présente loi et des articles 6 et 56 de l'arrêté royal du 8 novembre 1989 relatif aux offres publiques d'acquisition et aux contrôle des sociétés, à un ou plusieurs de ses membres pour les situations ne pouvant souffrir aucun délai.] <L 2004-11-19/40, art. 14, 010; En vigueur : 07-01-2005>
  
Art.57. De [1 FSMA]1 voert haar boekhouding en stelt een jaarrekening op overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen, op dezelfde wijze als de openbare instellingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 3°, van deze wet (,onverminderd de vereiste wijzigingen ingevolge de specifieke aard van haar activiteiten, haar bevoegdheden en haar statuut, die door de Koning worden vastgesteld op advies van de [1 FSMA]1). <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002 et 005; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2003-03-25/34, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2002>
  De controle op de rekeningen van de [1 FSMA]1 wordt gedaan door één of meer bedrijfsrevisoren die voor een hernieuwbare termijn van drie jaar door de raad van toezicht worden benoemd en op voorwaarde dat ze niet zouden zijn ingeschreven op de lijst van de door de [1 FSMA]1 erkende revisoren en dat ze geen functie zouden uitoefenen bij een onderneming die aan haar toezicht is onderworpen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De revisoren controleren en certificeren elk gegeven vermeld in de reglementering over het dekken van de werkingskosten van de [1 FSMA]1 zoals bedoeld in artikel 56 van deze wet. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De opdracht van deze revisoren ten aanzien van de ondernemingsraad alsook de voordracht, de benoeming, de hernieuwing, de herroeping en het ontslag van deze revisoren worden geregeld door [2 de artikelen 3:83 tot 3:92 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 en door de bepalingen vastgesteld met toepassing van [2 artikel 3:95 van hetzelfde Wetboek]2.
  
Art.57. La [1 FSMA]1 tient sa comptabilité et établit des comptes annuels conformément aux dispositions du chapitre Ier de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises, de la même manière que les organismes publics visés à l'article 1er, alinéa 1er, 3°, de cette loi (, sans préjudice des adaptations requises par la nature particulière de ses activités, de ses compétences et de son statut, qui sont déterminées par le Roi sur avis de la [1 FSMA]1). <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002 et 005; En vigueur : 01-01-2004> <AR 2003-03-25/34, art. 10, 002; En vigueur : 01-11-2002>
  Le contrôle des comptes de la [1 FSMA]1 est assuré par un ou plusieurs réviseurs d'entreprises, nommés pour une durée renouvelable de trois ans par le conseil de surveillance et à condition qu'ils ne soient pas inscrits sur la liste des réviseurs agrées par la [1 FSMA]1 et qu'ils ne soient pas en fonction auprès d'une entreprise soumise à son contrôle. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  Les réviseurs vérifient et certifient tout élément précisé par la réglementation relative à la couverture des frais de fonctionnement de la [1 FSMA]1 telle que visée à l'article 56 de la présente loi. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  La mission de ces réviseurs à l'égard du conseil d'entreprise ainsi que la présentation, la nomination, le renouvellement, la révocation et la démission de ces réviseurs sont régis par [2 les articles 3:83 à 3:92 du Code des sociétés et des associations]2 et par les dispositions arrêtées en application [2 de l'article 3:95 du même Code]2.
  
Art.58. De [1 FSMA]1 wordt met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing van belastingen, taksen, rechten en retributies van de Staat, de provincies, de gemeenten en de agglomeraties van gemeenten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.58. La [1 FSMA]1 est assimilée à l'Etat pour l'application des lois et règlements relatifs aux impôts, taxes, droits et rétributions de l'Etat, des provinces, des communes et des agglomérations de communes. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004> <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  
Afdeling 4. - Werking.
Section 4. - Fonctionnement.
Art.59. [1 Op voorstel van het directiecomité stelt de raad van toezicht het inrichtingsreglement van de FSMA vast. Dit reglement bevat de essentiële regels betreffende de werking van de organen.]1
  
Art.59. [1 Le conseil de surveillance arrête, sur proposition du comité de direction, le règlement d'ordre intérieur de la FSMA. Ce règlement contient les règles essentielles relatives au fonctionnement des organes.]1
  
Art.60. [1 Het directiecomité kan beslissen via een schriftelijk procedure of door middel van een telecommunicatiemiddel dat geza-menlijke beraadslaging toelaat, volgens de nadere regels bepaald in het inrichtingsreglement van de FSMA.]1
  
Art.60. [1 Le comité de direction peut statuer par voie de procédure écrite ou au moyen de techniques de télécommunication permettant une délibération collective, selon les modalités précisées dans le règlement d'ordre intérieur de la FSMA.]1
  
Art.61. [1 § 1. Jegens derden en in rechte wordt de FSMA vertegenwoordigd door de voorzitter van het directiecomité en, in zijn afwezigheid, door de ondervoorzitter of twee leden van het directiecomité die gezamenlijk optreden.
   Het directiecomité kan bijzondere en beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheden opdragen aan één of meer van zijn leden, al dan niet bijgestaan door een lid van het personeel van de FSMA. Deze bevoegdheidsopdrachten worden bekendgemaakt op de website van de FSMA of op elke andere geschikte wijze.
   § 2. Behalve voor de vaststelling van reglementen, kan het directiecomité, al dan niet in het kader van de behandeling van individuele dossiers, aan één van zijn leden de bevoegdheid opdragen om elke beslissing te nemen in materies van ondergeschikt belang of die betrekking hebben op details.
   Elke bevoegdheidsopdracht kan op elk ogenblik door het directiecomité worden herzien of ingetrokken. Het inrichtingsreglement van de FSMA bepaalt de gevallen nader waarin een bevoegdheidsopdracht kan worden toegekend en regelt de publiciteit die aan deze opdrachten dient te worden gegeven.]1

  [2 § 3. Het directiecomité kan aan één of meer van zijn leden of aan één of meer van de door hem aangeduide personeelsleden de bevoegdheid opdragen om de FSMA te vertegenwoordigen binnen door of krachtens Europese wetgeving opgerichte colleges, comités of andere groepen waaraan de FSMA verplicht deelneemt en om, binnen de grenzen bepaald door het directiecomité, te beslissen over de voor de FSMA binnen de betrokken colleges, comités of andere groepen te nemen beslissing of uit te brengen stem. Deze bevoegdheidsopdrachten kunnen op elk ogenblik door het directiecomité worden herzien of ingetrokken.]2
  
Art.61. [1 § 1er. A l'égard des tiers et en justice, la FSMA est représentée par le président du comité de direction et, en son absence, par le vice-président ou par deux membres du comité de direction agissant conjointement.
   Le comité de direction peut déléguer des pouvoirs de représentation spécifiques et limités à un ou plusieurs de ses membres, assistés ou non par un membre du personnel de la FSMA. Ces délégations sont publiées sur le site web de la FSMA ou de toute autre manière appropriée.
   § 2. Sauf pour l'adoption de règlements, le comité de direction peut, dans le cadre du traitement de dossiers individuels ou non, déléguer à un de ses membres le pouvoir de prendre toute décision dans des matières d'importance mineure ou de détail.
   Toute délégation peut à tout moment être revue ou révoquée par le comité de direction. Le règlement d'ordre intérieur de la FSMA précise les cas dans lesquels une délégation de pouvoirs peut être consentie et règle la publicité à donner à ces délégations.]1

  [2 § 3. Le comité de direction peut déléguer à un ou plusieurs de ses membres ou à un ou plusieurs membres du personnel désignés par lui, le pouvoir de représenter la FSMA au sein des collèges, comités ou autres groupes institués par ou en vertu de la législation européenne et auxquels la FSMA est tenue de participer, ainsi que, dans les limites définies par le comité de direction, le pouvoir de statuer sur les décisions à prendre ou les votes à exprimer pour la FSMA au sein de ces collèges, comités ou autres groupes. Ces délégations peuvent à tout moment être revues ou révoquées par le comité de direction.]2
  
Art.62. De (voorzitter van het directiecomité) [2 en]2 de leden van het directiecomité [2 ...]2 kunnen niet beraadslagen in een aangelegenheid waarin zij een persoonlijk belang van vermogensrechtelijke of familiale aard hebben dat hun oordeel zou kunnen beïnvloeden. De draagwijdte van dit verbod wordt nader bepaald in het inrichtingsreglement van de [1 FSMA]1. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 171, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  De personen bedoeld in het vorige lid alsmede de personeelsleden van de [1 FSMA]1 dienen de deontologische code die door de raad van toezicht, op voorstel van het directiecomité, wordt vastgesteld, na te leven.
  In overleg met de raad van toezicht treft de (voorzitter van het directiecomité) de gepaste maatregelen teneinde de eerbiediging van de verplichtingen en verbodsbepalingen die uit dit artikel voortvloeien te verzekeren. <W 2007-04-27/35, art. 171, 2°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  
Art.62. Le (président du comité de direction) [2 et]2 les membres du comité de direction [2 ...]2 ne peuvent délibérer dans une affaire dans laquelle ils ont un intérêt personnel de nature patrimoniale ou familiale susceptible d'exercer une influence sur leur opinion. La portée de cette interdiction est précisée dans le règlement d'ordre intérieur de la [1 FSMA]1. <L 2007-04-27/35, art. 171, 027; En vigueur : 25-04-2007>
  Les personnes visées à l'alinéa précédent ainsi que les membres du personnel de la [1 FSMA]1 sont tenus de respecter le code de déontologie arrêté par le conseil de surveillance, sur proposition du comité de direction. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  Le (président du comité de direction), en concertation avec le conseil de surveillance, prend les mesures appropriées pour assurer le respect des obligations et interdictions résultant du présent article. <L 2007-04-27/35, art. 171, 027; En vigueur : 25-04-2007>
  
Art.63. § 1. In de gevallen bepaald door de wet die de betrokken opdracht regelt, of door de Koning, kan de [1 FSMA]1 een voorafgaand schriftelijk akkoord geven betreffende het feit of de feiten die door deze wet of door de Koning nader worden omschreven. De [1 FSMA]1 kan haar akkoord afhankelijk stellen van de voorwaarden die zij geschikt acht. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. Het akkoord bedoeld in § 1 bindt de [1 FSMA]1 behalve : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° indien blijkt dat de verrichtingen die het beoogt, op onvolledige of onjuiste wijze zijn beschreven in de aanvraag tot akkoord;
  2° indien deze verrichtingen niet worden uitgevoerd op de manier voorgesteld aan de [1 FSMA]1; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  3° indien het effect van deze verrichtingen wordt gewijzigd door één of meer andere latere verrichtingen waaruit blijkt dat de verrichtingen beoogd in het akkoord niet langer beantwoorden aan de beschrijving die eraan werd gegeven bij de aanvraag tot akkoord;
  4° in voorkomend geval, indien niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden waarvan het akkoord afhankelijk is gesteld.
  § 3. Op advies van de [1 FSMA]1 bepaalt de Koning de nadere regels voor de toepassing van dit artikel. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.63. § 1er. Dans les cas prévus par la loi régissant la mission en cause ou par le Roi, la [1 FSMA]1 peut donner, par écrit, un accord préalable sur le ou les faits identifiés par cette loi ou par le Roi. La [1 FSMA]1 peut assortir son accord des conditions qu'elle juge appropriées. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  § 2. L'accord visé au § 1er lie la [1 FSMA]1 sauf : <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  1° lorsqu'il apparaît que les opérations qu'il vise ont été décrites de manière incomplète ou inexacte dans la demande d'accord;
  2° lorsque ces opérations ne sont pas réalisées de la manière présentée à la [1 FSMA]1; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  3° lorsque les effets de ces opérations sont modifiés par une ou plusieurs autres opérations ultérieures desquelles il résulte que les opérations visées par l'accord ne répondent plus à la description qui en a été donnée lors de la demande d'accord;
  4° le cas échéant, lorsqu'il n'est pas ou plus satisfait aux conditions dont l'accord est assorti.
  § 3. Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, règle les modalités d'application du présent article. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.64. In de aangelegenheden waarvoor zij bevoegd is, kan de [1 FSMA]1 reglementen vaststellen ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende technische punten. De reglementen worden krachtens artikel 49, § 3, vastgesteld. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (Zonder afbreuk te doen aan de raadpleging waarin in andere wetten of reglementen is voorzien, kan de [1 FSMA]1 overeenkomstig de procedure van de open raadpleging) de inhoud van elk reglement dat zij overweegt vast te stellen, toelichten in een consultatienota en deze bekendmaken op haar website voor eventuele opmerkingen van belanghebbende partijen. <KB 2003-03-25/34, art. 1 en 13, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De reglementen van de [1 FSMA]1 hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan deze reglementen wijzigen of, in de plaats van de [1 FSMA]1, optreden indien deze in gebreke blijft die reglementen vast te stellen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.64. Dans les domaines relevant de ses compétences, la [1 FSMA]1 peut prendre des règlements complétant les dispositions légales ou réglementaires concernées sur des points d'ordre technique. Les règlements sont arrêtés conformément à l'article 49, § 3. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  (Sans préjudice de la consultation prévue dans d'autres lois ou règlements, la [1 FSMA]1 peut, conformément à la procédure de consultation ouverte,) exposer le contenu de tout règlement qu'elle envisage de prendre dans une note consultative et publier celle-ci sur son site web en vue de recueillir les commentaires éventuels des parties intéressées. <AR 2003-03-25/34, art. 13, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  Les règlements de la [1 FSMA]1 ne sortent leurs effets qu'après leur approbation par le Roi et leur publication au Moniteur belge. Le Roi peut apporter des modifications à ces règlements ou suppléer à la carence de la [1 FSMA]1 d'établir ces règlements. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.65. De [1 FSMA]1 publiceert elk jaar een verslag over haar activiteiten en maakt deze over aan de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. [2 Onverminderd het tweede lid, wordt de voorzitter van de FSMA, of in voorkomend geval het voltallige directiecomité van de FSMA, elk jaar gehoord door de bevoegde commissie van de Kamer van volksvertegenwoordigers in de maand die volgt op de publicatie van het verslag van de activiteiten van de FSMA.]2 <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De voorzitter van de [1 FSMA]1 [2 , of in voorkomend geval het voltallige directiecomité van de FSMA,]2 kan worden gehoord door de bevoegde commissies van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat, op hun verzoek of op eigen initiatief. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.65. La [1 FSMA]1 publie chaque année un rapport sur ses activités et le transmet aux présidents de la Chambre des représentants et du Sénat. [2 Sans préjudice de l'alinéa 2, le président de la FSMA, ou le cas échéant le comité de direction de la FSMA dans son ensemble, est entendu chaque année par la commission compétente de la Chambre des représentants dans le mois qui suit la publication du rapport sur les activités de la FSMA.]2 <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  Le président de la [1 FSMA]1 [2 , ou le cas échéant le comité de direction de la FSMA dans son ensemble, ]2 peut être entendu par les commissions compétentes de la Chambre des représentants et du Sénat, à la demande de celles-ci ou de sa propre initiative. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.66. De [1 FSMA]1 maakt een website en werkt deze bij. De website bevat alle reglementen, handelingen en beslissingen die moeten worden bekendgemaakt, alsook alle andere gegevens waarvan de [1 FSMA]1 de verspreiding aangewezen acht in het belang van haar wettelijke opdrachten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Onverminderd de wijze van bekendmaking die door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen wordt voorgeschreven, bepaalt de [1 FSMA]1 de eventuele andere wijzen van bekendmaking van de reglementen, beslissingen, berichten, verslagen en andere handelingen die zij openbaar maakt. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.66. La [1 FSMA]1 organise et tient à jour un site web, qui contient tous les règlements, actes et décisions qui doivent être publiés, ainsi que toutes autres données qu'il apparaît opportun à la [1 FSMA]1 de diffuser dans l'intérêt de ses missions légales. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  Sans préjudice du mode de publication prescrit par les dispositions légales ou réglementaires applicables, la [1 FSMA]1 détermine les autres modes éventuels de publication des règlements, décisions, avis, rapports et autres actes qu'elle rend publics. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.67. Alle kennisgevingen die de [1 FSMA]1 of de minister per aangetekende brief of brief met ontvangstbewijs moeten doen krachtens de wetten en reglementen waarvan de [1 FSMA]1 op de toepassing toeziet, mogen bij deurwaardersexploot geschieden of elk ander door de Koning bepaald procédé. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.67. Toutes les notifications à faire par lettre recommandée ou avec accusé de réception par la [1 FSMA]1 ou par le ministre en vertu des lois et règlements dont la [1 FSMA]1 contrôle l'application peuvent être faites par exploit d'huissier ou par tout autre procédé déterminé par le Roi. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.68. De [1 FSMA]1 voert haar opdrachten uitsluitend in het algemeen belang uit. De [1 FSMA]1, de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen, handelingen of gedragingen in de uitoefening van de wettelijke opdrachten van de [1 FSMA]1 behalve in geval van bedrog of zware fout. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.68. La [1 FSMA]1 exécute ses missions exclusivement dans l'intérêt général. La [1 FSMA]1, les membres de ses organes et les membres de son personnel n'encourent aucune responsabilité civile en raison de leurs décisions, actes ou comportements dans l'exercice des missions légales de la [1 FSMA]1 sauf en cas de dol ou de faute lourde. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.69. [1 Het directiecomité kan adviescomités oprichten waarvan het de opdrachten, de samenstelling en de werking bepaalt.]1
  De adviezen van de adviescomités worden aan de [[2 FSMA]2] gericht. Het directiecomité kan ze bekendmaken. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.69. [1 Le comité de direction peut constituer des comités consultatifs dont il définit les missions, la composition et le fonctionnement.]1
  Les avis des comités consultatifs sont adressés à la [[2 FSMA]2]. Le comité de direction peut procéder à leur publication. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art. 69bis. [1 De FSMA ziet toe op de naleving door de instellingen en personen bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, van de bepalingen van hoofdstuk 3 en artikel 22 van de wet van 28 november 2022 betreffende de bescherming van melders van inbreuken op het Unie- of nationale recht vastgesteld binnen een juridische entiteit in de private sector.
   De artikelen 36, 36bis en 37 zijn van toepassing indien de in het eerste lid bedoelde instellingen en personen deze bepalingen niet naleven.]1

  
Art. 69bis. [1 La FSMA veille au respect, par les institutions et personnes visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2°, des dispositions du chapitre 3 et de l'article 22 de la loi du 28 novembre 2022 sur la protection des personnes qui signalent des violations au droit de l'Union ou au droit national constatées au sein d'une entité juridique du secteur privé.
   Les articles 36, 36bis et 37 sont applicables en cas de non-respect de ces dispositions par les institutions et personnes visées à l'alinéa 1er.]1

  
Afdeling 5. [1 - Procedureregels voor het opleggen van administratieve geldboetes door de FSMA in de materies als bedoeld in artikel 45 en voor het opleggen van administratieve maatregelen en geldboetes als bedoeld in artikel 59 van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.]1
Section 5. [1 - Règles de procédure pour l'imposition d'amendes administratives par la FSMA dans les matières visées à l'article 45 et pour l'imposition des mesures et amendes administratives visées à l'article 59 de la loi portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises.]1
Art.70. [1 § 1. [2 Indien de FSMA in de uitoefening van haar wettelijke opdrachten ernstige aanwijzingen vaststelt van het bestaan van een praktijk die aanleiding kan geven tot een administratieve sanctie of indien zij als gevolg van een klacht van een dergelijke praktijk in kennis wordt gesteld, kan het directiecomité de auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, gelasten met het onderzoek van het dossier.]2
  [2 § 1bis. Voor de uitoefening van hun opdracht kunnen de auditeur en de adjunct-auditeur alle onderzoeksbevoegdheden uitoefenen die aan de FSMA zijn toevertrouwd door de wettelijke en reglementaire bepalingen die de betrokken materie regelen. De personeelsleden die hen bijstaan bij het voeren van elk onderzoek ontvangen voor het vervullen van die taak enkel van hen instructies.
   De auditeur en de adjunct-auditeur voeren hun opdracht uit met inachtneming van de rechten van verdediging.]2

   § 2. Nadat het onderzoek is afgerond, wordt een onderzoeksverslag opgesteld dat aanduidt of de vastgestelde feiten een inbreuk kunnen vormen die aanleiding kan geven tot de oplegging van een administratieve geldboete, dan wel of zij een strafrechtelijke inbreuk kunnen vormen. De auditeur [2 of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur,]2 stuurt een kopie van het relaas der feiten aan de betrokken partijen die over een termijn van een maand beschikken om hun opmerkingen kenbaar te maken. [2 De partijen kunnen de auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, tevens verzoeken bijkomende onderzoeksdaden te stellen. Als de auditeur of de adjunct-auditeur menen geen gevolg te moeten verlenen aan zulk verzoek vermelden zij de reden daartoe in het onderzoeksverslag.]2 De auditeur [2 of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]2 brengt het directiecomité op de hoogte van het definitief verslag.]1

  [2 § 3. Het directiecomité duidt de auditeur en de adjunct-auditeur aan onder de personeelsleden van de FSMA. De functie van auditeur is een voltijdse functie.]2
  
Art.70. [1 § 1er. [2 Lorsque la FSMA constate, dans l'exercice de ses missions légales, qu'il existe des indices sérieux de l'existence d'une pratique susceptible de donner lieu à une sanction administrative, ou lorsqu'elle est saisie d'une telle pratique sur plainte, le comité de direction charge l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint, d'instruire le dossier.]2
  [2 § 1erbis. Pour l'exercice de leur fonction, l'auditeur et l'auditeur adjoint peuvent exercer tous les pouvoirs d'instruction confiés à la FSMA par les dispositions légales et réglementaires régissant la matière concernée. Les membres du personnel qui les assistent pour l'accomplissement de l'instruction ne reçoivent, pour l'accomplissement de leurs tâches, d'instructions que d'eux.
   L'auditeur et l'auditeur adjoint exercent leur fonction dans le respect des droits de la défense.]2

   § 2. A l'issue de l'enquête, un rapport d'enquête est établi qui indique si les faits relevés sont susceptibles de constituer un manquement pouvant donner lieu à l'imposition d'une amende administrative ou de constituer une infraction pénale. L'auditeur [2 ou, en son absence, l'auditeur adjoint,]2 adresse une copie de l'exposé des faits aux parties intéressées qui disposent d'un délai d'un mois pour faire valoir leurs observations. [2 Les parties peuvent demander à l'auditeur ou, en son absence, à l'auditeur adjoint, l'accomplissement d'actes d'instruction complémentaires. Lorsque l'auditeur ou l'auditeur adjoint estiment ne pas devoir réserver de suite à cette demande, ils en mentionnent la raison dans leur rapport d'instruction.]2 L'auditeur [2 ou, en son absence, l'auditeur adjoint]2 saisit le comité de direction du rapport définitif.]1

  [2 § 3. Le comité de direction désigne l'auditeur et l'auditeur adjoint parmi les membres du personnel de la FSMA. La fonction d'auditeur est une fonction à temps plein.]2
  
Art.71. [1 § 1. [3 Het directiecomité beslist over de gevolgen dat het aan het onderzoeksverslag verleent. Het kan de auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, om toelichting bij het verslag verzoeken. Het kan hen tevens om bijkomende onderzoeksdaden verzoeken.]3
   § 2. Indien het directiecomité beslist om een procedure in te stellen die kan leiden tot de oplegging van een administratieve geldboete, stelt het de betrokken partijen in kennis van de grieven en legt het hen het onderzoeksverslag over.
   Het directiecomité maakt de kennisgeving van de grieven over aan de voorzitter van de sanctiecommissie.
   § 3. Het directiecomité kan, voordat de grieven ter kennis worden gebracht, een minnelijke schikking aanvaarden voor zover de betrokken personen hebben meegewerkt aan het onderzoek en zij voorafgaandelijk met die minnelijke schikking hebben ingestemd. Alle minnelijke schikkingen worden gepubliceerd op de website van de [2 FSMA]2. Deze publicatie kan niet-nominatief zijn. Bedragen die in het kader van minnelijke schikkingen worden betaald, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
   § 4. Indien het directiecomité beslist een dossier zonder gevolg te klasseren, geeft het de betrokken personen kennis van deze beslissing. Het directiecomité kan deze beslissing openbaar maken.
   § 5. In de in paragraaf 2 bedoelde gevallen, maakt het directiecomité, indien één van de in een kennisgeving vermelde grieven een strafrechtelijke inbreuk kan uitmaken, deze kennisgeving over aan de procureur des Konings. Het directiecomité kan beslissen om deze beslissing openbaar te maken.
   Wanneer de procureur des Konings beslist een strafvordering in te stellen met betrekking tot de feiten waarop de kennisgeving van de grieven betrekking heeft, stelt hij de [2 FSMA]2 daar onverwijld van in kennis. De procureur des Konings kan aan de [2 FSMA]2 ambtshalve of op verzoek van deze laatste, een kopie bezorgen van alle stukken die verband houden met de procedure met betrekking tot de feiten die zijn overgemaakt.
   Tegen de beslissing van het directiecomité om een kennisgeving van de grieven over te leggen aan de procureur des Konings, of om deze beslissing openbaar te maken, of om een minnelijke schikking te aanvaarden, kan geen beroep worden aangetekend.
   § 6. [3 ...]3 ]1

  
Art.71. [1 § 1er. [3 Le comité de direction décide des suites qu'il donne au rapport d'instruction. Il peut demander à l'auditeur ou à l'auditeur adjoint de commenter le rapport d'instruction. Il peut également requérir des actes d'instruction supplémentaires.]3
   § 2. Si le comité de direction décide d'engager une procédure qui peut mener à infliger une amende administrative, il adresse aux personnes concernées une notification des griefs accompagnée du rapport d'enquête.
   Le comité de direction transmet la notification des griefs au président de la commission des sanctions.
   § 3. Le comité de direction peut, avant la notification des griefs, accepter un règlement transactionnel pour autant que les personnes concernées aient collaboré à l'enquête et qu'elles aient au préalable marqué leur accord sur ce règlement transactionnel. Tout règlement transactionnel est publié sur le site web de la [2 FSMA]2. La publication peut être non nominative. Le montant des règlements transactionnels est recouvré au profit du Trésor par l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines.
   § 4. Si le comité de direction décide de classer un dossier sans suite, il notifie cette décision aux personnes concernées. Il peut rendre publique cette décision.
   § 5. Dans les cas visés au paragraphe 2, si l'un des griefs notifiés est susceptible de constituer une infraction pénale, le comité de direction en informe le procureur du Roi. Le comité de direction peut décider de rendre sa décision publique.
   Lorsque le procureur du Roi décide de mettre en mouvement l'action publique sur les faits concernés par la notification des griefs, il en informe sans délai la [2 FSMA]2. Le procureur du Roi peut transmettre à la [2 FSMA]2 d'office ou à la demande de cette dernière, copie de toute pièce relative à la procédure relative aux faits qui ont fait l'objet de la transmission.
   La décision du comité de direction d'informer le procureur du Roi d'une notification de griefs, de rendre cette décision publique ou d'accepter un règlement transactionnel ne sont pas susceptibles de recours.
   § 6. [3 ...]3 ]1

  
Art.72. [1 § 1. De personen aan wie de grieven ter kennis werden gebracht, beschikken over een termijn van twee maanden om hun opmerkingen met betrekking tot de grieven, schriftelijk over te leggen aan de voorzitter van de sanctiecommissie. In bijzondere omstandigheden kan de voorzitter van de sanctiecommissie deze termijn verlengen.
   § 2. Deze personen kunnen bij de sanctiecommissie een kopie verkrijgen van de dossierstukken. Zij kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat naar hun keuze.
   Zij kunnen tevens vragen om een lid van de sanctiecommissie te wraken indien zij twijfels hebben over zijn onpartijdigheid.
  [4 § 2bis. [7 Indien zij dat vanuit het oogpunt van het recht op een eerlijk proces noodzakelijk acht, kan de sanctiecommissie het directiecomité voor de materies als bedoeld in artikel 45 of het College voor de materies als bedoeld in artikel 59 van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, verzoeken bijkomende onderzoeksdaden te laten stellen.]7]4
   § 3. De sanctiecommissie kan aan de betrokken personen een administratieve geldboete opleggen na een procedure op tegenspraak. [6 [7 Bij het bepalen van de administratieve maatregelen en geldboetes als bedoeld in artikel 59 van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, of van het bedrag van de door de FSMA opgelegde administratieve geldboete in de materies als bedoeld in artikel 45, houdt de sanctiecommissie rekening met alle relevante omstandigheden, waaronder, in voorkomend geval:]7
   1° de ernst en de duur van de inbreuk;
   2° de mate van verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon;
   3° zijn financiële draagkracht;
   4° de omvang van de winst die is behaald of het verlies dat is vermeden, voor zover dat kan worden bepaald;
   5° het vermogensnadeel voor derden dat is veroorzaakt door de inbreuk, voor zover dat kan worden bepaald;
   6° de mate waarin de verantwoordelijke persoon zijn medewerking verleent aan de FSMA;
   7° eerdere inbreuken van de verantwoordelijke persoon;
   8° de maatregelen die na de inbreuk door de verantwoordelijke persoon werden genomen ter voorkoming van herhaling van de inbreuk;]6

  [8 9° de impact van de inbreuk op de belangen van de retailbeleggers;]8
  [12 10° in geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening (EU) 2016/1011, het cruciale karakter van de benchmark voor de financiële stabiliteit en de reële economie;]1
2
  [13 11° [14 in geval van een inbreuk op de bepalingen van de wet van 25 oktober 2016 die de Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen omzetten, of van de Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement et de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, of van de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU, de daadwerkelijke of potentiële systemische effecten van de inbreuk.]14]13
  [7 De sanctiecommissie beslist bij gemotiveerde beslissing. Er kunnen geen sancties worden uitgesproken zonder dat de betrokken persoon of zijn vertegenwoordiger is gehoord, of, bij ontstentenis, behoorlijk is opgeroepen. Het directiecomité voor de materies als bedoeld in artikel 45 of het College voor de materies als bedoeld in artikel 59 van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, wordt tijdens de hoorzitting vertegenwoordigd door een persoon naar keuze en kan zijn opmerkingen kenbaar maken.]7
   De beslissing van de sanctiecommissie wordt per aangetekende brief betekend aan de betrokken personen. De kennisgevingsbrief vermeldt de rechtsmiddelen, de bevoegde instanties om er kennis van te nemen, alsook de vorm en termijnen die moeten worden geëerbiedigd; zo niet, gaat de verjaringstermijn voor het instellen van beroep niet in. [5 De betrokken personen worden indien mogelijk bovendien op de hoogte gebracht van de beslissing van de sanctiecommissie per fax of langs elektronische weg of tegen afgifte van een ontvangstbewijs.]5
   [6 Onmiddellijk nadat de betrokken personen op de hoogte zijn gebracht van de beslissing, maakt de sanctiecommissie deze beslissing nominaal bekend op de website van de FSMA. De bekendmaking mag ook bij uittreksel gebeuren, maar bevat minstens informatie over het type en de aard van de overtreding en de identiteit van de overtreder.]6
  [6 Indien echter de bekendmaking van de identiteit van de rechtspersonen of van de persoonsgegevens van natuurlijke personen door de sanctiecommissie wordt beschouwd als onevenredig, na een beoordeling per geval van de evenredigheid van de bekendmaking van dergelijke gegevens, of indien de bekendmaking een lopend onderzoek of de stabiliteit van het financieel systeem of van de financiële markten in gevaar zou brengen, handelt de sanctiecommissie als volgt :
   1° uitstel van de bekendmaking totdat de redenen voor het niet-bekendmaken niet langer aanwezig zijn;
   2° anonieme bekendmaking, indien een dergelijke anonieme bekendmaking een doeltreffende bescherming van de betrokken persoonsgegevens waarborgt; in dat geval kan de bekendmaking van relevante gegevens worden uitgesteld gedurende een redelijke tijdsperiode indien mag worden verwacht dat de redenen voor de anonieme bekendmaking binnen die periode zullen ophouden te bestaan;
   3° niet-bekendmaking indien de hierboven onder 1° en 2° vermelde opties als onvoldoende worden beschouwd :
   a) om te waarborgen dat de stabiliteit van het financieel systeem of van de financiële markten niet in gevaar wordt gebracht; of
   b) om de evenredigheid te waarborgen van de bekendmaking in geval van een beslissing die wordt geacht van geringere betekenis te zijn.
   Elke beslissing die overeenkomstig de twee vorige leden wordt bekendgemaakt, blijft gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de bekendmaking op de website van de FSMA staan. Persoonsgegevens die in de bekendmaking zijn opgenomen worden evenwel slechts op de website vermeld zolang als noodzakelijk, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving betreffende de bescherming van persoonsgegevens. De beslissing van de sanctiecommissie bepaalt deze duur.
   Indien een beroep is ingesteld tegen de sanctiebeslissing, wordt informatie met die strekking opgenomen in de bekendmaking of wordt, als het beroep op een later tijdstip wordt ingesteld, die informatie toegevoegd aan de oorspronkelijke bekendmaking. Latere informatie over de uitkomst van het beroep, met inbegrip van een beslissing tot vernietiging van de sanctiebeslissing, wordt eveneens bekendgemaakt.]6

  De beslissingen van de sanctiecommissie worden meegedeeld aan de voorzitter van het directiecomité die de leden van dit comité hiervan op de hoogte brengt. In geval van beroep tegen de beslissingen van de sanctiecommissie, wordt de [2 FSMA]2 vertegenwoordigd door de voorzitter van het directiecomité en, in zijn afwezigheid, door de ondervoorzitter of twee leden van het directiecomité die gezamenlijk optreden.]1
  [7 In afwijking van het vorige lid worden de beslissingen van de sanctiecommissie genomen op basis van artikel 59 van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, meegedeeld aan de voorzitter van het Comité van het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren, die de leden van dit Comité hiervan op de hoogte brengt. In geval van beroep tegen de beslissingen van de sanctiecommissie genomen op basis van artikel 59 van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, wordt de FSMA vertegenwoordigd door de voorzitter van het Comité van het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren of door twee leden van het Comité van het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren.]7
  [12 ...]12
  
Art.72. [1 § 1er. Les personnes auxquelles une notification de griefs à été adressée disposent d'un délai de deux mois pour transmettre au président de la commission des sanctions leurs observations écrites sur les griefs. Dans des circonstances particulières, le président de la commission des sanctions peut prolonger ce délai.
   § 2. Les personnes mises en cause peuvent prendre copie des pièces du dossier auprès de la commission des sanctions et se faire assister ou représenter par un avocat de leur choix.
   Elles peuvent également demander la récusation d'un membre de la commission des sanctions si elles ont un doute sur l'impartialité de celui-ci.
  [4 § 2bis. [7 Lorsqu'elle l'estime nécessaire, eu égard au droit au procès équitable, la commission des sanctions peut requérir du comité de direction pour les matières visées à l'article 45 ou du Collège pour matières visées à l'article 59 de la loi portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises de faire accomplir des actes d'instruction complémentaires.]7]4
   § 3. La commission des sanctions peut, après une procédure contradictoire, imposer une amende administrative à l'encontre des personnes concernées. [6 [7 Lorsqu'elle détermine les mesures et amendes administratives visées à l'article 59 de la loi portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises ou le montant de l'amende administrative par la FSMA dans les matières visées à l'article 45, la commission des sanctions tient compte de toutes les circonstances pertinentes et, notamment, le cas échéant:]7
   1° de la gravité et de la durée de l'infraction;
   2° du degré de responsabilité de la personne physique ou morale responsable;
   3° de la solidité financière de cette personne;
   4° de l'importance du profit réalisé ou de la perte évitée, dans la mesure où ils peuvent être déterminés;
   5° du préjudice patrimonial subi par des tiers du fait de l'infraction, dans la mesure où il peut être déterminé;
   6° du degré de coopération avec la FSMA dont a fait preuve la personne responsable;
   7° des infractions antérieures commises par la personne responsable;
   8° des mesures qui ont été prises, après l'infraction, par la personne responsable en vue d'éviter une récidive;]6

  [8 9° des incidences de l'infraction sur les intérêts des investisseurs de détail;]8
  [12 10° en cas d'infraction aux dispositions du Règlement (UE) 2016/1011, du caractère critique de l'indice de référence pour la stabilité financière et l'économie réelle;]1
2
  [13 11° [14 en cas d'infraction aux dispositions de la loi du 25 octobre 2016 transposant la directive (UE) 2019/2034 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 concernant la surveillance prudentielle des entreprises d'investissement ou du règlement (UE) 2019/2033 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 concernant les exigences prudentielles applicables aux entreprises d'investissement, ou de la loi du 20 décembre 2024 transposant la directive (UE) 2021/2167 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 sur les gestionnaires de crédits et les acheteurs de crédits, et modifiant les directives 2008/48/CE et 2014/17/UE, des conséquences systémiques réelles ou potentielles de l'infraction;]14]13
  [7 La commission des sanctions statue par décision motivée. Aucune sanction ne peut être prononcée sans que la personne ou son représentant ait été entendu ou, à défaut, dûment appelé. Le comité de direction pour les matières visées à l'article 45 est représenté par la personne de son choix lors de l'audition et peut faire entendre ses observations. Le Collège pour les matières visées à l'article 59 de la loi portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises est représenté par la personne de son choix lors de l'audition et peut faire entendre ses observations.]7
   La décision de la commission des sanctions est notifiée par lettre recommandée aux personnes concernées. La lettre de notification indique les voies de recours, les instances compétentes pour en connaître, ainsi que les formes et délais à respecter; à défaut, le délai de recours ne prend pas cours. [5 Les personnes concernées sont, si possible, également informées de la décision de la commission des sanctions par fax ou par voie électronique ou contre remise d'un accusé de réception.]5
  [6 Immédiatement après que les personnes concernées aient été informées de la décision, la commission des sanctions rend cette décision publique de manière nominative sur le site web de la FSMA. La publication peut également être effectuée par extrait, mais doit comporter au minimum des informations sur le type et la nature de l'infraction et sur l'identité du contrevenant.]6
  [6 Cependant, si la publication de l'identité des personnes morales ou des données à caractère personnel des personnes physiques est jugée disproportionnée par la commission des sanctions à l'issue d'une évaluation réalisée au cas par cas quant au caractère proportionné de la publication de telles données, ou si cette publication compromettrait une enquête en cours ou la stabilité du système financier ou des marchés financiers, la commission des sanctions agit de la manière suivante :
   1° elle diffère la publication jusqu'au moment où les motifs justifiant la non-publication cessent d'exister;
   2° elle procède à une publication anonyme si une telle publication garantit une protection efficace des données à caractère personnel en cause; dans ce cas, la publication des données pertinentes peut être différée pendant une période raisonnable, si l'on peut prévoir que les motifs justifiant la publication anonyme cesseront d'exister au cours de cette période;
   3° elle s'abstient de toute publication si les options mentionnées aux 1° et 2° ci-dessus sont jugées insuffisantes :
   a) pour garantir que la stabilité du système financier ou des marchés financiers ne sera pas compromise; ou
   b) pour garantir le caractère proportionné de la publication dans le cas d'une décision réputée avoir un caractère mineur.
   Toute décision publiée conformément aux deux alinéas précédents demeure disponible sur le site web de la FSMA pendant une période d'au moins cinq ans à compter de sa publication. Les données à caractère personnel figurant dans une telle publication ne sont toutefois maintenues sur ce site web que pour la durée nécessaire, conformément aux règles applicables en matière de protection des données à caractère personnel. La décision de la commission des sanctions détermine cette durée.
   Si la décision de sanction fait l'objet d'un recours, cette information est incluse dans la publication ou, si le recours est introduit après la publication initiale, celle-ci est complétée par cette information. Toute information ultérieure sur le résultat dudit recours, en ce compris toute décision qui annule la décision de sanction, est également publiée.]6

   Les décisions de la commission des sanctions sont communiquées au président du comité de direction qui en rend compte aux membres de ce comité. En cas de recours contre les décisions de la commission des sanctions, la [2 FSMA]2 est représentée par le président du comité de direction et, en son absence, par le vice-président ou par deux membres du comité de direction agissant conjointement.]1
  [7 Par dérogation à l'alinéa précédent, les décisions de la commission des sanctions prises sur base de l'article 59 de la loi portant organisation de la profession et de la supervision des réviseurs d'entreprises, sont communiquées au président du Comité du Collège de supervision des réviseurs d'entreprises qui en rend compte aux membres de ce Comité. En cas de recours contre les décisions de la commission des sanctions prises sur base de l'article 59 de la loi portant organisation de la profession et de la supervision des réviseurs d'entreprises, la FSMA est représentée par le président du Comité du Collège de supervision des réviseurs d'entreprises ou par deux membres du Comité du Collège de supervision des réviseurs d'entreprises.]7
  [12 ...]12
  
Art.73. [1 De FSMA en het College van Procureurs-generaal kunnen een protocol afsluiten over de werkafspraken tussen de FSMA en het openbaar ministerie in dossiers die betrekking hebben op feiten waarvoor de wetgeving zowel in de mogelijkheid van een administratieve boete als in de mogelijkheid van een strafsanctie voorziet. Dit protocol wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.]1
  
Art.73. [1 La FSMA et le Collège des Procureurs généraux peuvent conclure un protocole régissant les accords de travail entre la FSMA et le ministère public dans des dossiers portant sur des faits pour lesquels la législation prévoit aussi bien la possibilité d'une amende administrative que la possibilité d'une sanction pénale. Ce protocole est publié au Moniteur belge.]1
  
Afdeling 5bis. [1 - Bekendmaking van dwangsommen]1
Section 5bis. [1 - Publication d'astreintes]1
Art. 73bis. [1 Wanneer een dwangsom die door de FSMA is opgelegd op grond van deze wet of van de andere wettelijke of reglementaire bepalingen die de opdrachten regelen van de FSMA wordt verbeurd, maakt de FSMA haar beslissing tot oplegging van de dwangsom en de redenen hiervan, alsook de verbeuring van de dwangsom bekend op haar website op de overeenkomstige wijze en onder de overeenkomstige voorwaarden bepaald in artikel 72, § 3, vierde tot zevende lid.]1
  
Art. 73bis. [1 Lorsqu'une astreinte imposée par la FSMA en vertu de la présente loi ou des autres dispositions légales et réglementaires régissant les missions de la FSMA est encourue, la FSMA rend publics sur son site web sa décision d'imposition de l'astreinte et les motifs de cette décision, ainsi que le fait que l'astreinte est encourue, selon les modalités et aux conditions visées, mutatis mutandis, à l'article 72, § 3, alinéas 4 à 7.]1
  
Afdeling 6. - Beroepsgeheim, uitwisseling van informatie en samenwerking met andere autoriteiten.
Section 6. - Secret professionnel, échange d'informations et coopération avec d'autres autorités.
Art.74. De [3 FSMA]3, de (voorzitter van het directiecomité), de leden van het directiecomité, [2 ...]2 de leden van de raad van toezicht, [1 de leden van de sanctiecommissie]1 [4 ...]4 en de personeelsleden van de [3 FSMA]3, alsook de personen die de voornoemde functies voorheen hebben uitgeoefend, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun taken, niet onthullen, aan welke persoon of autoriteit ook. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 177, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  Onverminderd het eerste lid, [5 en onverminderd de toepassing van meer restrictieve bepalingen van het recht van de Europese Unie die rechtstreeks van toepassing zijn]5 mag de [[3 FSMA]3] vertrouwelijke informatie meedelen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° ingeval de mededeling van dergelijke informatie wordt voorgeschreven of toegestaan door of krachtens deze wet en de wetten die de opdrachten van de [[3 FSMA]3] regelen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° tijdens een getuigenis in rechte in strafzaken;
  3° voor de aangifte van strafrechtelijke misdrijven bij de gerechtelijke autoriteiten, met dien verstande dat artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is op de personen bedoeld in het eerste lid;
  4° in het kader van administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures tegen de handelingen of beslissingen van de [[3 FSMA]3] en in elk ander rechtsgeding waarbij de [[3 FSMA]3] partij is; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  5° in beknopte of samengevoegde vorm zodat individuele natuurlijke of rechtspersonen niet kunnen worden geïdentificeerd.
  [1 De [3 FSMA]3 kan de beslissing om bij de gerechtelijke overheden aangifte te doen van strafrechtelijke misdrijven, openbaar maken.]1
  
Art.74. La [3 FSMA]3, le (président du comité de direction), les membres du comité de direction, [2 ...]2 les membres du conseil de surveillance, [1 les membres de la commission des sanctions]1 [4 ...]4 et les membres du personnel de la [[3 FSMA]3] ainsi que les personnes ayant exercé par le passé les fonctions précitées sont tenus au secret professionnel et ne peuvent divulguer à quelque personne ou autorité que ce soit les informations confidentielles dont ils ont eu connaissance en raison de leurs fonctions. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004> <L 2007-04-27/35, art. 177, 027; En vigueur : 25-04-2007>
  Nonobstant l'alinéa 1er, [5 et sans préjudice de l'application de dispositions plus restrictives du droit de l'Union européenne directement applicables]5 la [[3 FSMA]3] peut communiquer des informations confidentielles : <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  1° dans les cas où la communication de telles informations est prévue ou autorisée par ou en vertu de la présente loi et des lois régissant les missions confiées à la [[3 FSMA]3]; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  2° lors d'un témoignage en justice en matière pénale;
  3° pour dénoncer des infractions pénales aux autorités judiciaires, étant entendu que l'article 29 du Code d'instruction criminelle ne s'applique pas aux personnes visées à l'alinéa 1er;
  4° dans le cadre de recours administratifs ou juridictionnels contre les actes ou décisions de la [[3 FSMA]3] et dans toute autre instance à laquelle la [[3 FSMA]3] est partie; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  5° sous une forme sommaire ou agrégée de façon que des personnes physiques ou morales individuelles ne puissent pas être identifiées.
  [1 La [3 FSMA]3 peut rendre publique la décision de dénoncer des infractions pénales aux autorités judiciaires.]1
  
Art.75. § 1. In afwijking van artikel 74, eerste lid, [18 en binnen de grenzen van het recht van de Europese Unie]18 mag de [[9 FSMA]9] vertrouwelijke informatie meedelen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° aan de Europese Centrale Bank, aan de [6 Bank]6 en aan de andere centrale banken en instellingen met een gelijkaardige opdracht als monetaire overheid, alsook aan andere overheidsinstanties die belast zijn met het toezicht op de [1 betalings- en afwikkelingssystemen]1;
  [10 aan de Europese Centrale Bank, aan de Bank en aan de andere centrale banken en instellingen met een soortgelijke taak in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit als deze gegevens van belang zijn voor de uitoefening van hun respectieve wettelijke taken, waaronder het voeren van monetair beleid en de daarmee samenhangende beschikbaarstelling van liquide middelen, de uitoefening van toezicht op betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen en de waarborging van de stabiliteit van het financiële stelsel, alsook aan andere overheidsinstanties die belast zijn met het toezicht op de betalingssystemen.
   Wanneer zich een noodsituatie voordoet, waaronder ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten, die de liquiditeit van de markt en de stabiliteit van het financiële stelsel kan ondermijnen in een van de lidstaten waar aan entiteiten van een groep met beleggingsondernemingen vergunning is verleend of significante bijkantoren zijn gevestigd in de zin van [15 artikel 59, §§ 6 en 7, van de wet van 25 oktober 2016]15, kan de FSMA gegevens overzenden aan centrale banken van het Europees stelsel van centrale banken als deze gegevens van belang zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken, waaronder het voeren van monetair beleid en de daarmee samenhangende beschikbaarstelling van liquide middelen, de uitoefening van toezicht op betalings-, clearing- en effectenafwikkelingssystemen en de waarborging van de stabiliteit van het financiële stelsel.
   In een noodsituatie zoals hierboven bedoeld, kan de FSMA gegevens meedelen die van belang zijn voor de centrale overheidsdiensten in alle betrokken lidstaten die bevoegd zijn voor de wetgeving inzake toezicht op de kredietinstellingen, financiële instellingen, beleggingsdiensten en verzekeringsmaatschappijen;]10

  [11 1° bis aan de Bank , aan de Europese Centrale Bank met betrekking tot de taken die haar zijn opgedragen door Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, en aan de andere leden van het ESCB;]11
  2° [16 aan het Federaal Agentschap van de Schuld;]16
  3° [18 ...]18 aan de bevoegde autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in artikel 45;
  4° [18 ...]18 aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in artikel 45 en waarmee de [[9 FSMA]9] een samenwerkingsovereenkomst voor de uitwisseling van informatie heeft gesloten; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  5° [14 [18 ...]18, aan het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en de nationale regulerende instanties bedoeld in artikel 2, punt 10, van Verordening 1227/2011, en, voor Verordening 596/2014, aan de Europese Commissie en de overige instanties bedoeld in artikel 25 van die verordening;]14
  6° [4 aan de Belgische instellingen of aan instellingen van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die een beschermingsregeling voor deposito's, beleggers of levensverzekeringen beheren;]4
  7° [18 aan de centrale tegenpartijen of de centrale effectenbewaarinstellingen die gemachtigd zijn om verrekenings- of afwikkelingsdiensten te verstrekken voor transacties in financiële instrumenten verricht op een Belgische georganiseerde markt, als de FSMA van oordeel is dat de mededeling van de betrokken informatie noodzakelijk is om de regelmatige werking van die instellingen te vrijwaren voor tekortkomingen, zelfs potentiële, van marktdeelnemers op de betrokken markt]18;
  8° [18 ...]18, aan de [16 marktexploitanten]16 voor de goede werking van, de controle van en het toezicht op de markten die zij inrichten;
  9° tijdens burgerrechtelijke of handelsrechtelijke procedures, aan de autoriteiten en gerechtelijke mandatarissen die betrokken zijn bij procedures van faillissement of [5 gerechtelijke reorganisatie]5 of bij analoge collectieve procedures betreffende ondernemingen die onder het toezicht van de [9 FSMA]9 staan of waarvan de verrichtingen onder haar toezicht staan, met uitzondering van de vertrouwelijke informatie over het aandeel van derden in pogingen om de instelling te redden vóór de betrokken procedures werden ingesteld; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  10° aan de commissarissen, de bedrijfsrevisoren en de andere personen die belast zijn met de wettelijke controle van de rekeningen [30 of de assurance van de duurzaamheidsinformatie]30 van de ondernemingen die onder het toezicht van de [9 FSMA]9] vallen, van de rekeningen van andere Belgische financiële instellingen of van gelijkaardige buitenlandse ondernemingen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  11° aan de sekwesters, voor de uitoefening van hun opdracht als bedoeld in de wetten tot regeling van de opdrachten die aan de [[9 FSMA]9] zijn toevertrouwd; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  12° [19 aan het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren en aan de autoriteiten van lidstaten of derde landen die toezicht houden op de personen die belast zijn met de wettelijke controle op de jaarrekening van de ondernemingen die onder het toezicht van de FSMA staan;]19
  13° aan [11 de Federale Overheidsdienst Economie; K.M.O., Middenstand en Energie]11 in het kader van het toezicht op het consumentenkrediet [1 [13 , op het hypothecair krediet]13 [11 op de marktpraktijken]11]1 [31 , op de betalingsdiensten en op de toegankelijkheidsvoorschriften voor diensten bedoeld in boek VIII, titel 5, van het Wetboek van economisch recht, aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten]31 van de Europese Economische Ruimte die een vergelijkbare bevoegdheid uitoefenen, alsook aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die een vergelijkbare bevoegdheid uitoefenen en waarmee de [[9 FSMA]9] een samenwerkingsovereenkomst voor de uitwisseling van informatie heeft gesloten; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  14° [11 aan de Belgische Mededingingsautoriteit;]11
  15° [22 [23 ...]23 aan de autoriteiten bedoeld in [29 artikel 15 van de wet van 26 april 2024 tot vaststelling van een kader voor de cyberbeveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid]29 voor de uitvoering van de bepalingen van deze wet en van de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren;]22
  16° [23 aan de Algemene Administratie van de Thesaurie als een dergelijke mededeling is voorgeschreven door het recht van de Europese Unie of door een wettelijke of reglementaire bepaling over financiële sancties (met name de bindende bepalingen betreffende financiële embargo's als gedefinieerd in artikel 4, 6° van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten) of als de Algemene Administratie van de Thesaurie optreedt in de hoedanigheid van toezichthouder die zorgt voor de naleving van Verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen;]23
  [1 7° [18 ...]18, aan de van de ondernemingen onafhankelijke actuarissen die krachtens de wet een opdracht vervullen waarbij zij controle uitoefenen op die ondernemingen, alsook aan de instanties die met het toezicht op die actuarissen zijn belast;
  18° [20 aan Fedris;]20
  [2 19° [25 aan de CDZ in zijn hoedanigheid van toezichthouder op de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, en op de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I), alsook op hun activiteiten;]25]2
  [7 19° ...]7
  20° [16 ...]16
  [11 21° [18 ...]18, aan de ESMA, de EIOPA en de EBA en aan het Europees Comité voor systeemrisico's.]11
  [16 22° binnen de grenzen van de Europese verordeningen en richtlijnen, aan de autoriteiten die toezicht houden op personen die actief zijn op markten voor emissierechten;
   23° binnen de grenzen van de Europese verordeningen en richtlijnen, aan de autoriteiten die toezicht houden op personen die actief zijn op markten voor landbouwgrondstoffenderivaten.]16

  [18 24° aan de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit.]18
  [28 24° /1 aan de Cel voor financiële informatieverwerking bedoeld in artikel 76 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;]28
  [21 25° tijdens procedures tot vereffening van een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of van een pensioenregeling in de zin van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, aan de autoriteiten en personen die betrokken zijn bij die procedures, alsook aan de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op die autoriteiten en personen;]21
  [24 26° aan de personen die bij de FSMA een klacht hebben ingediend met toepassing van artikel 38 van Verordening 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937, alsook aan de crowdfundingdienstverleners, [28 aan de personen die, met toepassing van artikel 50 van Verordening 2019/1238, een klacht bij de FSMA hebben ingediend, en aan de PEPP-aanbieders en -distributeurs in de zin van voornoemde Verordening]28 voor zover nodig voor de behandeling van die klacht;]24
  [26 27° aan de autoriteit bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 20 juli 2022 inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot aanwijzing van een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit of aan de door de Koning aangewezen overheden krachtens artikel 5, § 2, van dezelfde wet;]26
  [28 27° /1 aan de Europese Commissie, in het kader van het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies conform artikel 45, § 1, 2°, a), wanneer die informatie noodzakelijk is voor de uitoefening van haar bevoegdheden.]28
  § 2. De [9 FSMA]9] mag enkel vertrouwelijke informatie overeenkomstig § 1 meedelen op voorwaarde dat de autoriteiten of instellingen die er de geadresseerde van zijn, die informatie gebruiken voor de uitvoering van hun opdrachten, en dat zij, wat die informatie betreft, aan een gelijkwaardig beroepsgeheim gebonden zijn als bedoeld in artikel 74. [21 Bovendien mag de volgende informatie enkel met de uitdrukkelijke instemming van de autoriteit van wie ze afkomstig is worden doorgegeven en, in voorkomend geval, enkel voor de doeleinden waarmee die autoriteit heeft ingestemd:
   1° de informatie afkomstig van een autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, in de gevallen als bedoeld in 7°, 9°, 10°, 12°, en 17 van § 1;
   2° de informatie afkomstig van een autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en doorgegeven aan de autoriteiten of organismen van derde Staten in de gevallen als bedoeld in de bepalingen onder 4° en 13° van § 1;
   3° de informatie doorgegeven door de FSMA in het kader van haar bevoegdheden, als bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, g), afkomstig van autoriteiten en personen bedoeld in 3°, 9°, 10°, 12° en 17°, in de gevallen bedoeld in 1bis, 13° en 19° van paragraaf 1.]21
[21 Bovendien mag de FSMA informatie welke is verkregen naar aanleiding van een verificatie ter plaatse in een andere lidstaat in het kader van haar bevoegdheden als bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, g),, alleen worden doorgegeven met de uitdrukkelijke instemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de verificatie ter plaatse is verricht en, in voorkomend geval, enkel voor de doeleinden waarmee die autoriteit heeft ingestemd.]21
  § 3. De [[9 FSMA]9] mag de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 74, eerste lid, of de vertrouwelijke informatie die zij van de in § 1 bedoelde autoriteiten en instellingen heeft ontvangen, gebruiken voor de uitvoering [28 van al haar wettelijke opdrachten]28. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 4. Onverminderd de strengere bepalingen van de bijzondere wetten die op hen van toepassing zijn, zijn de in § 1 bedoelde Belgische autoriteiten en instellingen, wat de vertrouwelijke informatie betreft die zij van de [[9 FSMA]9] ontvangen met toepassing van § 1, gebonden door het beroepsgeheim als bedoeld in artikel 74. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [18 § 5. Dit artikel is van toepassing onverminderd de meer restrictieve bepalingen van het recht van de Europese Unie inzake het beroepsgeheim [23 of de bijzondere wetten waarin de opdracht van de FSMA is vastgelegd]23.]18
  

Änderungen

Art.75. § 1er. Par dérogation à l'article 74, alinéa 1er, [18 et dans les limites du droit de l'Union européenne]18 la [[9 FSMA]9] peut communiquer des informations confidentielles : <AR 2003-03-14/31, art. 1, 003; En vigueur : 01-03-2003>
  1° à la Banque centrale européenne, à la [6 Banque]6 et aux autres banques centrales et organismes à vocation similaire en leur qualité d'autorités monétaires, ainsi qu'à d'autres autorités publiques chargées de la surveillance des [1 systèmes de paiement et de règlement]1;
  [10 à la Banque centrale européenne, à la Banque et aux autres banques centrales et organismes à vocation similaire en leur qualité d'autorités monétaires lorsque ces informations sont pertinentes pour l'exercice de leurs missions légales respectives, notamment la conduite de la politique monétaire et la fourniture de liquidité y afférente, la surveillance des systèmes de paiement, de compensation et de règlement, ainsi que la sauvegarde de la stabilité du système financier, de même qu'à d'autres autorités publiques chargées de la surveillance des systèmes de paiement.
   Lorsque survient une situation d'urgence, notamment une évolution défavorable des marchés financiers, susceptible de menacer la liquidité du marché et la stabilité du système financier dans un des Etats membres dans lequel des entités d'un groupe comprenant des entreprises d'investissement ont été agréées ou dans lequel sont établies des succursales d'importance significative au sens de [15 l'article 59, §§ 6 et 7, de la loi du 25 octobre 2016]15, la FSMA peut transmettre des informations aux banques centrales du Système européen de banques centrales lorsque ces informations sont pertinentes pour l'exercice de leurs missions légales, notamment la conduite de la politique monétaire et la fourniture de liquidité y afférente, la surveillance des systèmes de paiement, de compensation et de règlement, ainsi que la sauvegarde de la stabilité du système financier.
   En cas de situation d'urgence telle que visée ci-dessus, la FSMA peut divulguer, dans tous les Etats membres concernés, des informations qui présentent un intérêt pour les départements d'administrations centrales responsables de la législation relative à la surveillance des établissements de crédit, des établissements financiers, des services d'investissement et des entreprises d'assurances;]10

  [11 1° bis à la Banque;]11 [18 , à la Banque centrale européenne en ce qui concerne les missions qui lui sont confiées par le Règlement (UE) n° 1024/2013 du Conseil du 15 octobre 2013 confiant à la Banque centrale européenne des missions spécifiques ayant trait aux politiques en matière de surveillance prudentielle des établissements de crédit et aux autres membres du SEBC;]18
  2° [16 à l'Agence Fédérale de la Dette;]16
  3° [18 ...]18 aux autorités compétentes d'autres Etats membres de l'Espace économique européen qui exercent une ou plusieurs compétences comparables à celles visées à l'article 45;
  4° [18 ]18aux autorités compétentes d'Etats tiers qui exercent une ou plusieurs compétences comparables à celles visées à l'article 45 et avec lesquels la [[9 FSMA]9] a conclu un accord de coopération prévoyant un échange d'informations; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  5° [14 [18 ...]18 et aux autorités de régulation nationales visées à l'article 2, point 10, du règlement 1227/2011 et, pour ce qui est du règlement 596/2014, à la Commission européenne et aux autres autorités visées à l'article 25 de ce règlement;]14
  6° [4 aux organismes belges ou d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen gérant un système de protection des dépôts, des investisseurs ou des assurances sur la vie;]4
  7° [18 ux contreparties centrales ou aux dépositaires centraux de titres qui sont autorisés à assurer des services de compensation ou de règlement de transactions sur instruments financiers effectuées sur un marché organisé belge, dans la mesure où la FSMA estime que la communication des informations en question est nécessaire en vue de garantir le fonctionnement régulier de ces organismes par rapport à des manquements, même potentiels, d'intervenants sur le marché concerné;]18
  8° [18 ...]18 aux [16 opérateurs de marché]16 pour le bon fonctionnement, le contrôle et la surveillance des marchés qu'ils organisent;
  9° au cours de procédures civiles ou commerciales, aux autorités et mandataires de justice impliqués dans des procédures de faillite ou de [5 réorganisation judiciaire]5 ou des procédures collectives analogues concernant des entreprises soumises au contrôle de la [[9 FSMA]9] ou dont les opérations sont soumises à son contrôle, à l'exception des informations confidentielles concernant la participation de tiers à des tentatives de sauvetage antérieures à ces procédures; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  10° aux commissaires et réviseurs d'entreprises et aux autres contrôleurs légaux des comptes [30 ou de l'assurance de l'information en matière de durabilité]30 des entreprises soumises au contrôle de la [[9 FSMA]9], d'autres établissements financiers belges ou d'entreprises similaires étrangères; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  11° aux séquestres, pour l'exercice de leur mission visée dans les lois régissant les missions confiées à la [[9 FSMA]9]; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  12° [19 au Collège de supervision des réviseurs d'entreprises et aux autorités d'Etats membres ou de pays tiers investies de la surveillance des personnes chargées du contrôle légal des comptes annuels des entreprises soumises au contrôle de la FSMA;]19
  13° au [11 Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie]11 pour le contrôle relatif au crédit à la consommation [1 [11 , [13 et pour le contrôle relatif au crédit hypothécaire]13 aux pratiques du marché]11]1 [31 , aux services de paiement et aux exigences en matière d'accessibilité applicables aux services visés au livre VIII, titre 5, du Code de droit économique, aux autorités compétentes d'autres Etats membres]31 de l'Espace économique européen qui exercent une compétence comparable, ainsi qu'aux autorités compétentes d'Etats tiers qui exercent une compétence comparable et avec lesquelles la [9 FSMA]9] a conclu un accord de coopération prévoyant un échange d'informations; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  14° [11 à l'Autorité belge de la concurrence;]11
  15° [22 [23 ...]23 les autorités visées à [29 l'article 15 de la loi du 26 avril 2024 établissant un cadre pour la cybersécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique]29 pour les besoins de l'exécution des dispositions de cette loi et de la loi du 1er juillet 2011 relative à la sécurité et la protection des infrastructures critiques ;]22
  16° [23 à l'Administration générale de la Trésorerie du Service fédéral Finances lorsqu'une telle communication est prévue par le droit de l'Union européenne ou par une disposition légale ou réglementaire en matière de sanctions financières (notamment les dispositions contraignantes relatives aux embargos financiers telles que définies à l'article 4, 6° de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces) ou lorsque l'Administration générale de la Trésorerie agit en qualité d'autorité de contrôle assurant le respect du règlement (CE) 2271/96 du Conseil du 22 novembre 1996 portant protection contre les effets de l'application extraterritoriale d'une législation adoptée par un pays tiers, ainsi que des actions fondées sur elle ou en découlant;]23
  [1 7° [18 ...]18 aux actuaires indépendants des entreprises exerçant, en vertu de la loi, une tâche de contrôle sur ces entreprises ainsi qu'aux organes chargés de la surveillance de ces actuaires;
  18° [20 à Fedris;]20
  [2 19° [25 à l'OCM, en sa qualité d'autorité de contrôle des sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6 et 7, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités et des intermédiaires d'assurances visés à l'article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière d'organisation de l'assurance maladie complémentaire (I), ainsi que de leurs activités;]25]2
  [7 19° ...]7
  20° [16 ...]16
  [11 21°[18 ...]18 à l'ESMA, l'EIOPA et l'EBA et au Comité européen du risque systémique.]11
  [16 22° [18 ...]18 aux autorités investies de la surveillance des personnes exerçant des activités sur les marchés des quotas d'émission;
   23°[18 ...]18aux autorités investies de la surveillance des personnes exerçant des activités sur les marchés dérivés de matières premières agricoles;]16

  [18 24° à l'Autorité belge de protection des données;]18
  [28 24° /1 à la Cellule de traitement des informations financières, visée à l'article 76 de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces ;"
   b) dans le 26° de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 23 février 2022, les mots "et aux personnes ayant introduit une réclamation auprès de la FSMA, en application de l'article 50 du Règlement 2019/1238, ainsi qu'aux fournisseurs et distributeurs de PEPP au sens du règlement précité" sont insérés entre les mots "ainsi qu'aux prestataires de services de financement participatif," et les mots "dans la mesure nécessaire";]28

  [21 25° au cours de procédures de liquidation d'une institution de retraite professionnelle ou d'un régime de retraite au sens de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, aux autorités et personnes impliquées dans ces procédures, ainsi qu'aux autorités chargées de la surveillance de ces autorités ou personnes;]21
  [24 26° aux personnes ayant introduit une réclamation auprès de la FSMA, en application de l'article 38 du règlement 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937, ainsi qu'aux prestataires de services de financement participatif, dans la mesure nécessaire pour le traitement de ladite réclamation;]24
  [26 27° à l'autorité visée à l'article 5, § 1er, de la loi du 20 juillet 2022 relative à la certification de cybersécurité des technologies de l'information et des communications et portant désignation d'une autorité nationale de certification de cybersécurité ou aux autorités désignées par le Roi en vertu de l'article 5, § 2, de la même loi;]26
  [28 27° /1 à la Commission européenne, dans le cadre du contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement conformément à l'article 45, § 1er, 2°, a), lorsque ces informations sont nécessaires à l'exercice de ses compétences.]28
  § 2. La [[9 FSMA]9] ne peut communiquer des informations confidentielles en vertu du § 1er qu'à condition qu'elles soient destinées à l'accomplissement des missions des autorités ou organismes qui en sont les destinataires et que les informations soient dans leur chef couvertes par un devoir de secret professionnel équivalent à celui prévu à l'article 74. [21 En outre, les informations suivantes ne peuvent être divulguées qu'avec l'accord explicite de l'autorité dont elles proviennent et, le cas échéant, aux seules fins pour lesquelles cette autorité a marqué son accord:
   1° les informations provenant d'une autorité d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, dans les cas visés aux 7°, 9°, 10°, 12° et 17° du paragraphe 1er;
   2° les informations provenant d'une autorité d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et divulguées aux autorités ou organismes d'Etat tiers dans les cas visés aux 4° et 13° du paragraphe 1er;
   3° les informations divulguées par la FSMA dans le cadre de l'exercice de ses compétences visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2°, g), provenant des autorités ou personnes visées aux 3°, 9°, 10°, 12° et 17°, dans les cas visés au 1bis°, au 13° et au 19° du paragraphe 1er.]21
[21 De même, les informations obtenues par la FSMA dans le cadre de vérifications sur place dans un autre Etat membre, effectuées dans le cadre de l'exercice de ses compétences visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2°, g), ne peuvent être divulguées qu'avec l'accord explicite de l'autorité compétente de l'Etat membre où la vérification sur place a été effectuée et le cas échéant, aux seules fins pour lesquelles cette autorité a marqué son accord.]21
  § 3. La [[9 FSMA]9] peut faire usage des informations confidentielles visées à l'article 74, alinéa 1er, ou reçues de la part des autorités et organismes visés au § 1er pour l'accomplissement [28 de l'ensemble de ses missions légales]28. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  § 4. Sans préjudice des dispositions plus sévères des lois particulières qui les régissent, les autorités et organismes belges visés au § 1er sont tenus au secret professionnel prévu à l'article 74 quant aux informations confidentielles qu'ils reçoivent de la [[9 FSMA]9] en application du § 1er. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  [18 § 5. Le présent article s'applique sans préjudice de dispositions plus restrictives du droit de l'Union européenne en matière de secret professionnel [23 ou de lois particulières régissant les missions de la FSMA]23.]18
  

Änderungen

Art.76. [5 Artikel 74 is van toepassing op de erkende commissarissen, de bedrijfsrevisoren, de personen belast met de controle van de jaarrekeningen of de assurance van de duurzaamheidsinformatie, en de verschillende deskundigen, wat de informatie betreft waarvan zij kennis hebben gekregen in het kader van de verificaties, expertises of verslagen die de FSMA hen, in het kader van haar wettelijke opdrachten, heeft gelast uit te voeren dan wel voor te leggen, of in het kader van elke andere opdracht bij een onderneming of een persoon onder het toezicht van de FSMA, overeenkomstig de wettelijke of reglementaire bepalingen op de naleving waarvan de FSMA toeziet.]5
  [4 In het kader van hun verplichting om op eigen initiatief verslag uit te brengen bij de toezichthouder zodra zij kennis krijgen van be-slissingen of feiten die kunnen wijzen op een overtreding van de sectorale toezichtwetten, dienen de erkende commissarissen werkzaam bij ondernemingen waarop de FSMA toezicht uitoefent, aan de FSMA een melding te doen wanneer ze bij de uitvoering van hun opdrachten over concrete elementen beschikken met betrekking tot bijzondere mechanismen in de zin van artikel 46.]4
  Het eerste lid en [3 artikel 86, § 1, eerste lid van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren]3 zijn niet van toepassing op de mededeling van informatie aan de [1 FSMA]1 die is voorgeschreven of toegestaan door de wettelijke of reglementaire bepalingen die de opdrachten van de [1 FSMA]1 regelen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.76. [5 L'article 74 s'applique aux commissaires agréés, aux réviseurs d'entreprises, aux personnes chargées du contrôle des comptes annuels ou de l'assurance de l'information en matière de durabilité et aux divers experts quant aux informations dont ils ont eu connaissance dans le cadre des vérifications, expertises ou rapports que la FSMA, dans le cadre de ses missions légales, les a chargés d'effectuer ou de produire, ou dans le cadre de toute autre mission qu'ils exercent au sein d'une entreprise ou d'une personne soumise au contrôle de la FSMA conformément aux dispositions légales ou réglementaires dont cette dernière assure le contrôle.]5
  [4 Dans le cadre de l'obligation qui leur incombe de faire d'initiative rapport à l'autorité de contrôle dès qu'ils constatent des décisions ou des faits qui peuvent constituer des violations des lois de contrôle sectorielles, les commissaires agréés en fonction auprès d'entreprises soumises au contrôle de la FSMA sont tenus, lorsqu'ils disposent, dans l'exercice de leurs missions, d'éléments concrets de mécanismes particuliers au sens de l'article 46, de les dénoncer à la FSMA.]4
  L'alinéa 1er et [3 l'article 86, § 1er, alinéa 1er de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises]3 ne sont pas applicables aux communications d'informations à la [1 FSMA]1 qui sont prévues ou autorisées par des dispositions légales ou réglementaires régissant les missions de la [1 FSMA]1. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004> <AR 2007-04-21/42, art. 103, § 4, 026; En vigueur : 31-08-2007>
  
Art.77. § 1. [2 Onverminderd de artikelen 74 tot 76 en de bepalingen in bijzondere wetten [3 of Europese verordeningen]3 werkt de FSMA samen met de [3 bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en van derde Staten]3 die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met deze bedoeld in artikel 45, alsook met de ESMA, de EBA [3 , de EIOPA en het Europees Comité voor systeemrisico's binnen de grenzen]3 van de Europese verordeningen en richtlijnen. Als zij samenwerkingsovereenkomsten afsluit met andere bevoegde autoriteiten, stelt zij de ESMA, de EBA en de EIOPA, naargelang het geval, hiervan in kennis.
  [3 Voor doeleinden van de samenwerking met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en van derde Staten en met de ESMA, de EBA, de EIOPA en het Europees Comité voor systeemrisico's, beschikt de FSMA over de bevoegdheden die haar bij wet of krachtens een wet zijn toegekend, zelfs indien de betreffende handelingen of praktijken geen schending van de Belgische regelgeving inhouden.]3
   Indien een bevoegde autoriteit uit de Europese Economische Ruimte binnen een redelijke termijn geen gevolg geeft aan een verzoek om informatie, samenwerking, het instellen van een onderzoek of het verrichten van controle ter plaatse, waaronder een verzoek om toestemming voor personeelsleden van de FSMA om de personeelsleden van de buitenlandse autoriteit te vergezellen, of indien een bevoegde autoriteit uit de Europese Economische Ruimte een dergelijk verzoek afwijst, kan de FSMA deze afwijzing of dit verzuim verwijzen naar de ESMA, de EBA of de EIOPA, naargelang het geval, opdat zij kunnen gebruikmaken van de actiemiddelen waarin respectievelijk is voorzien door de Europese Verordeningen nr. 1095/2010, nr. 1093/2010 of nr. 1094/2010.
   De FSMA kan inzonderheid naar de ESMA de gevallen van verzuim of afwijzing van een verzoek verwijzen die gebaseerd zijn op artikel 34, § 3, en artikel 77bis met het oog op de toepassing van de bindende bemiddeling waarin artikel 19 van de Europese Verordening nr. 1095/2010 voorziet.]2

  § 2. Onverminderd de verplichtingen die voor België voortvloeien uit het recht van [5 de Europese Unie]5, kan de [1 FSMA]1, op basis van wederkerigheid, met de bevoegde autoriteiten waarvan sprake in § 1 overeenkomsten sluiten teneinde vast te stellen hoe de samenwerking wordt opgevat, met inbegrip van de wijze waarop de controletaken desgevallend worden verdeeld, van de aanduiding van een bevoegde autoriteit als controlecoördinator en van de wijze van toezicht via inspecties ter plaatse, of anderszins welke samenwerkingsprocedures gelden alsook hoe het inwinnen en uitwisselen van informatie wordt georganiseerd. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [3 De FSMA verstrekt informatie en verleent bijstand aan de autoriteit die daartoe een verzoek doet op grond van een in het eerste lid bedoelde overeenkomst en verstrekt de bevoegde autoriteit waarmee ze een in het eerste lid bedoelde overeenkomst heeft gesloten uit eigen beweging alle informatie waarvan zij oordeelt dat deze nuttig kan zijn voor deze autoriteit bij een onderzoek naar mogelijke schendingen en het toezicht op en de handhaving van de naleving van de relevante regelgeving van toepassing in de Staat van deze autoriteit.
   Onverminderd de verplichtingen en weigeringsgronden die voortvloeien uit de Europese regelgeving en onverminderd de ruimere weigeringsgronden die desgevallend zijn voorzien in de betrokken overeenkomst, kan de FSMA weigeren om gevolg te geven aan een verzoek tot informatie of bijstand op grond van een in het eerste lid bedoelde overeenkomst indien:
   - voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen in België reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid of een definitieve uitspraak is gedaan;
   - gevolg geven aan het verzoek de veiligheid van België, en in het bijzonder de bestrijding van terrorisme en andere vormen van ernstige criminaliteit, negatief zou kunnen beïnvloeden.
   In dit geval overlegt zij met de verzoekende autoriteit en stelt zij deze schriftelijk in kennis van de weigering, met opgave van de redenen hiervoor.
   De informatie die in het kader van de samenwerking wordt uitgewisseld valt onder het bij artikel 74 opgelegde beroepsgeheim. Indien de FSMA informatie verstrekt in het kader van de samenwerking, kan zij aangeven dat die informatie alleen mag worden doorgegeven met haar uitdrukkelijke toestemming of voor de doeleinden waarmee zij heeft ingestemd. Zo ook moet de FSMA, wanneer zij informatie ontvangt in het kader van de samenwerking, in afwijking van artikel 75, de beperkingen naleven die zouden zijn opgelegd door de buitenlandse autoriteit, wat de mogelijkheid betreft om de aldus ontvangen informatie door te geven.]3

  (In het kader van de samenwerkingsovereenkomsten die zijn afgesloten met de in § 1 bedoelde autoriteiten, is de [1 FSMA]1 gemachtigd om, wat de in artikel 77bis, § 1 [3 ...]3 bedoelde bevoegdheden betreft, een vrijstelling te verlenen van de naleving van de wettelijke of reglementaire bepalingen, mits de voorwaarden worden nageleefd die zij vaststelt, inzonderheid voor een gelijkwaardige bescherming van de beleggers.) <KB 2007-04-27/85, art. 29, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 3. Onverminderd de verplichtingen die voor België voortvloeien uit het recht van [5 de Europese Unie]5, kan de [1 FSMA]1, in het kader van het toezicht overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II, met de in § 1 bedoelde bevoegde autoriteiten samenwerkingsovereenkomsten sluiten teneinde inzonderheid : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° gemeenschappelijke minimumcriteria overeen te komen voor de toegang van financiële tussenpersonen, andere dan deze bedoeld in artikel 2, 10°, a), b), d), e) en g), tot gereguleerde activiteiten en financiële markten;
  2° een gemeenschappelijke benadering te bepalen ten aanzien van de inhoud, de vorm en de verspreiding van prospectussen of andere informatiedocumenten die zijn vereist voor de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op gereglementeerde markten of voor de openbare aanbiedingen tot inschrijving, verkoop, aankoop of omruiling van financiële instrumenten;
  3° het toezicht te organiseren op grensoverschrijdende marktmisbruiken en op misbruiken in financiële aangelegenheden via het internet.
  (§ 4. In het kader van haar opdrachten als bedoeld in artikel 77bis, § 1, [3 ...]3 treft de [1 FSMA]1 evenredige samenwerkingsregelingen met de andere betrokken marktautoriteiten van [4 handelsplatformen]4, met name via evenredige samenwerkingsovereenkomsten, wanneer de werkzaamheden van een [4 handelsplatform]4 die in een andere lidstaat voorzieningen heeft geïnstalleerd, in die lidstaat van aanzienlijk belang zijn geworden, in de zin van [4 artikel 90 van de Gedelegeerde Verordening 2017/565]4, voor de werking van de effectenmarkten en de bescherming van de beleggers, gelet op de toestand van de effectenmarkten in de lidstaat van ontvangst.) <KB 2007-04-27/85, art. 29, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  [3 § 5. Voor de doeleinden van Verordening 596/2014, gebeurt de samenwerking overeenkomstig de artikelen 24 tot 29 van die verordening en de uitvoeringsnormen ervan.]3
  
Art.77. § 1er. [2 Sans préjudice des articles 74 à 76 et des dispositions prévues par des lois particulières [3 ou des règlements européens]3, la FSMA coopère avec les [3 autorités compétentes d'autres Etats membres de l'Espace économique européen et d'Etats tiers]3 qui exercent une ou plusieurs compétences comparables à celles visées à l'article 45, de même qu'avec l'ESMA, l'EBA [3 , l'EIOPA et le Comité européen du risque systémique, dans les limites]3 des règlements et directives européens. Lorsqu'elle conclut des accords de coopération avec d'autres autorités compétentes, elle en informe l'ESMA, l'EBA et l'EIOPA, selon le cas.
  [3 Aux fins de la coopération avec les autorités compétentes d'autres Etats membres de l'Espace économique européen et d'Etats tiers et aux fins de la coopération avec l'ESMA, l'EBA, l'EIOPA et le Comité européen du risque systémique, la FSMA dispose des pouvoirs qui lui sont attribués par la loi ou en vertu d'une loi, même si les actes ou pratiques en question ne constituent pas une violation d'une règle en Belgique.]3
   Lorsqu'une autorité compétente de l'Espace économique européen ne donne pas suite dans un délai raisonnable à une demande d'information, de coopération, d'ouverture d'enquête ou de vérification sur place, en ce compris une demande d'autorisation de la présence de membres du personnel de la FSMA aux côtés des membres du personnel de l'autorité étrangère, ou lorsqu'une autorité compétente de l'Espace économique européen rejette une telle demande, la FSMA peut référer ce rejet ou cette inaction à l'ESMA, l'EBA ou l'EIOPA selon le cas, en vue de leur permettre de mettre en oeuvre les moyens d'action prévus respectivement dans le Règlement européen n° 1095/2010, dans le Règlement n° 1093/2010 ou dans le Règlement européen n° 1094/2010.
   La FSMA peut en particulier référer à l'ESMA les cas d'inaction ou de rejet de demandes fondées sur les articles 34, § 3, et 77bis en vue de l'application de la procédure de médiation contraignante prévue à l'article 19 du règlement européen n° 1095/2010.]2

  § 2. Sans préjudice des obligations découlant pour la Belgique du droit [5 de l'Union européenne]5, la [1 FSMA]1 peut, sur la base de la réciprocité, conclure avec les autorités compétentes visées au § 1er des accords visant à établir les modalités de cette coopération, y compris le mode de répartition éventuelle des tâches de contrôle, la désignation d'une autorité compétente en qualité de coordinateur du contrôle et les modalités de la surveillance par des inspections sur place ou autrement, les procédures de coopération applicables ainsi que les modalités de la collecte et de l'échange d'informations. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  [3 La FSMA fournit des informations et prête son concours à l'autorité qui en fait la demande en vertu d'un accord visé à l'alinéa 1er et fournit de sa propre initiative à l'autorité compétente avec laquelle elle a conclu un accord visé à l'alinéa 1er toutes les informations qu'elle estime pouvoir être utiles à cette autorité dans le cadre d'une enquête sur d'éventuelles infractions et aux fins du contrôle et du maintien du respect de la réglementation pertinente applicable dans l'Etat dont relève cette autorité.
   Sans préjudice des obligations et motifs de refus qui résultent de la réglementation européenne et sans préjudice des motifs de refus plus larges qui sont éventuellement prévus dans l'accord concerné, la FSMA peut refuser de donner suite à une demande d'informations ou d'assistance en vertu d'un accord visé à l'alinéa 1er, si:
   - une procédure judiciaire est déjà engagée ou un jugement définitif a déjà été rendu pour les mêmes faits et contre les mêmes personnes en Belgique;
   - le fait de donner suite à la demande pourrait nuire à la sécurité de la Belgique, en particulier dans le domaine de la lutte contre le terrorisme et d'autres crimes graves.
   Dans ce cas, elle se concerte avec l'autorité qui a présenté la demande et informe celle-ci par écrit du refus, en indiquant les motifs de ce refus.
   Les informations échangées dans le cadre de la coopération sont couvertes par l'obligation de secret professionnel visée à l'article 74. Lorsqu'elle communique une information dans le cadre de la coopération, la FSMA peut préciser que cette information ne peut être divulguée sans son consentement exprès ou qu'aux seules fins pour lesquelles elle a donné son accord. De même, lorsqu'elle reçoit une information dans le cadre de la coopération, la FSMA doit, par dérogation à l'article 75, respecter les restrictions qui lui seraient précisées par l'autorité étrangère quant à la possibilité de communiquer l'information ainsi reçue.]3

  (Dans le cadre d'accords de coopération avec les autorités visées au § 1er, la [1 FSMA]1 est habilitée, dans le domaine de compétences visées à l'article 77bis, § 1er, [3 ...]3 à dispenser du respect de dispositions légales ou réglementaires, moyennant le respect de conditions qu'elle détermine notamment au regard d'une protection équivalent des investisseurs.) <AR 2007-04-27/85, art. 29, 1°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  § 3. Sans préjudice des obligations découlant pour la Belgique du droit [5 de l'Union européenne]5, la [1 FSMA]1 peut, dans le cadre du contrôle exercé conformément aux dispositions du chapitre II, conclure des accords de coopération avec les autorités compétentes visées au § 1er, en vue notamment de : <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  1° convenir de critères communs minimaux pour l'accès d'intermédiaires financiers, autres que ceux visés à l'article 2, 10°, a), b), d), e) et g), à des activités et marchés financiers régulés;
  2° définir une approche commune à l'égard du contenu, de la forme et de la diffusion de prospectus ou autres documents d'information requis pour l'admission d'instruments financiers aux négociations sur des marchés réglementés ou pour les offres publiques de souscription, de vente, d'achat ou d'échange d'instruments financiers;
  3° organiser la surveillance des abus de marché transfrontaliers, ainsi que des abus en matière financière commis via l'Internet.
  (§ 4. Dans le cadre de ses missions visées a l'article 77bis, § 1er, [3 ...]3 la [1 FSMA]1 met en place des dispositifs de coopération proportionnés, notamment par voie d'accords de coopération proportionnes, avec les autres autorités de [4 plateformes de négociation]4 concernées lorsque les activités [4 d'une plateforme de négociation]4 qui a instauré des dispositifs dans un autre Etat membre y ont acquis une importance considérable, au sens de l'[4 article 90 du Règlement délégué 2017/565]4 pour le fonctionnement des marchés des valeurs mobilières et la protection des investisseurs, compte tenu de la situation de marché des valeurs mobilières dans l'Etat membre d'accueil.) <AR 2007-04-27/85, art. 29, 2°, 028; En vigueur : 01-11-2007>
  [3 § 5. Aux fins du Règlement 596/2014, la coopération prend place conformément aux articles 24 à 29 dudit règlement et de ses normes d'exécution.]3
  
Art. 77bis. <INGEVOEGD bij KB 2007-04-27/85, art. 30; Inwerkingtreding : 01-11-2007> § 1. [4 Onverminderd de relevante bepalingen van afdeling 7 van hoofdstuk III van deze wet, zijn de volgende bepalingen van toepassing [5 in het kader van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 45, wat de wederzijdse samenwerking betreft tussen de FSMA en de overige bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 4, lid 1, 26), van Richtlijn 2014/65/EU en in artikel 3, lid 1, 36), van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, teneinde de verplichtingen na te leven die voortvloeien uit de voormelde Richtlijn 2014/65/EU of uit Verordening 600/2014]5:]4
  1° Telkens wanneer dat noodzakelijk is voor het vervullen van hun taken, werkt de [2 FSMA]2 samen met de andere bevoegde autoriteiten, en maakt daarbij gebruik van de bevoegdheden die haar zijn verleend, hetzij krachtens de voornoemde Richtlijnen, hetzij ingevolge de nationale wetgeving. De [2 FSMA]2 beschikt hiertoe inzonderheid over de bevoegdheden die haar bij deze wet zijn toegekend. De [2 FSMA]2 verleent bijstand aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten. Zij wisselt met de andere bevoegde autoriteiten inzonderheid informatie uit en werkt met hen samen bij onderzoeks- of toezichtsactiviteiten, inclusief voor een inspectie ter plaatse, ook al houden de aldus onderzochte of geverifieerde praktijken geen schending van Belgische regelgeving in. [5 De FSMA werkt eveneens samen met andere bevoegde autoriteiten teneinde de inning van de geldboetes te vergemakkelijken.]5
  2° De [2 FSMA]2 verstrekt onmiddellijk alle informatie die voor het in het 1° genoemde doel noodzakelijk is. Daartoe neemt de [2 FSMA]2, naast de passende organisatorische maatregelen voor een vlotte samenwerking als bedoeld in het 1°, onverwijld alle nodige maatregelen om de gevraagde informatie te verzamelen.
  [4 ...]4
  Indien [4 ...]4 een verzoek wordt gericht aan de [2 FSMA]2 om een inspectie ter plaatste te verrichten of een onderzoek uit te voeren, geeft zij hier, binnen haar bevoegdheden, gevolg aan
  - door de inspectie of het onderzoek zelf te verrichten;
  - door de autoriteit die het verzoek heeft ingediend dan wel revisoren of deskundigen toe te staan de inspectie of het onderzoek zelf te verrichten.
  3° De informatie die in het kader van de samenwerking wordt uitgewisseld, valt onder de bij artikel 74 opgelegde beroepsgeheim. Indien de [2 FSMA]2 informatie verstrekt in het kader van de samenwerking, kan zij aangeven dat die informatie alleen mag worden doorgegeven met haar uitdrukkelijke toestemming of voor de doeleinden waarmee zij heeft ingestemd. Zo ook moet de [2 FSMA]2, wanneer zij informatie ontvangt, in afwijking van artikel 75, de beperkingen naleven die zouden zijn opgelegd door de buitenlandse autoriteit, wat de mogelijkheid betreft om de aldus ontvangen informatie door te geven.
  4° [3 Wanneer [5 de FSMA ernstige redenen heeft om te vermoeden]5 dat er op het grondgebied van een andere lidstaat handelingen worden of zijn uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen [5 van de voornoemde richtlijnen of verordeningen]5, dan wel dat bepaalde handelingen van invloed zijn op financiële instrumenten die verhandeld worden op een gereglementeerde markt in een andere lidstaat, geeft zij hiervan zo specifiek mogelijk kennis aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat en aan de ESMA. Indien de FSMA er door een autoriteit van een andere lidstaat van in kennis wordt gesteld dat er in België gelijkaardige handelingen worden verricht, neemt zij de nodige maatregelen en brengt zij de kennisgevende autoriteit en de ESMA op de hoogte van het resultaat van deze maatregelen, alsmede, voor zover mogelijk, van belangrijke tussentijdse ontwikkelingen. [4 ...]4]3
  § 2. Bij de tenuitvoerlegging van § 1 kan de [2 FSMA]2 weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om inlichtingen, onderzoek, inspectie ter plaatse of toezicht indien :
  [5 ...]5
  - indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid in België, dan wel
  - indien jegens deze personen voor dezelfde feiten reeds een onherroepelijke uitspraak is gedaan in België.
  [3 In dit geval stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit en de ESMA daarvan in kennis, waarbij zij zo gedetailleerd mogelijke informatie verstrekt over de procedure of uitspraak in kwestie.]3
  § 3. [3 [4 Voor doeleinden van de samenwerking tussen autoriteiten bedoeld in artikel 100 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen en in de artikelen 346 tot 349 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,]4
   1° kan de FSMA, onverminderd artikel 226 van het EG-Verdrag, wanneer haar verzoek om inlichtingen niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd of wordt afgewezen, dit verzuim onder de aandacht brengen van de ESMA opdat zij kan gebruikmaken van de actiemiddelen waarin is voorzien door de Europese Verordeningen nr. 1095/2010;
   2° [4 ...]4
   3° kan de FSMA verzoeken dat een onderzoek wordt verricht door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat op het grondgebied van die lidstaat. Verder kan zij verzoeken dat aan een aantal leden van haar personeel toestemming wordt verleend om de leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat gedurende het onderzoek te vergezellen.
   Een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat kan verzoeken dat een onderzoek wordt verricht door de FSMA in België. Zij kan tevens verzoeken dat aan een aantal leden van haar personeel toestemming wordt verleend om de leden van het personeel van de FSMA gedurende het onderzoek te vergezellen.
   Het onderzoek wordt evenwel verricht onder de eindverantwoordelijkheid van de lidstaat op het grondgebied waarvan het onderzoek plaatsvindt.
   De FSMA kan een verzoek om een onderzoek als bedoeld in het tweede lid van de hand wijzen wanneer een dergelijk onderzoek gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van België, of indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid in België, of indien jegens deze personen voor dezelfde feiten reeds een onherroepelijke uitspraak is gedaan in België. In dat geval stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit en de ESMA hiervan in kennis, waarbij zij zo gedetailleerd mogelijke informatie verstrekt over de procedure of uitspraak in kwestie.
   Onverminderd het bepaalde in artikel 226 van het EG-Verdrag kan de FSMA, wanneer haar verzoek om een onderzoek of haar verzoek dat leden van haar personeel leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat vergezellen, niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd, of wordt afgewezen, dit verzuim laten vaststellen door de ESMA opdat zij kan gebruikmaken van de actiemiddelen waarin is voorzien door de Europese Verordeningen nr. 1095/2010.]3

  § 4. Wat de in § 1 [4 ...]4 bedoelde bevoegdheden betreft, mag de [2 FSMA]2, onverminderd de op haar rustende verplichtingen in gerechtelijke procedures van strafrechtelijke aard, de informatie die zij van een bevoegde autoriteit ontvangt enkel gebruiken om toezicht uit te oefenen op de naleving van de voorwaarden voor de toegang tot de werkzaamheden van de beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen, alsook om het toezicht te vergemakkelijken, op individuele of geconsolideerde basis, op de naleving van de voorwaarden voor de uitoefening van deze activiteit, om zich te vergewissen van de goede werking van de verhandelingssystemen, om sancties op te leggen, in het kader van een administratieve beroepsprocedure of van een rechtsvordering ingesteld tegen een beslissing van de [2 FSMA]2, en in het kader van het buitengerechtelijk mechanisme voor de behandeling van de klachten van beleggers. Wanneer de bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt er evenwel in toestemt, mag de [2 FSMA]2 deze informatie voor andere doeleinden gebruiken of doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van andere Staten.
  § 5. [5 Wat de in § 1, [6 ...]6 bedoelde bevoegdheden betreft aangaande de emissierechten, werkt de FSMA samen met de overheidsinstellingen die bevoegd zijn voor het toezicht op spotmarkten en veilingen, alsook met de bevoegde autoriteiten, registeradministrateurs en andere overheidsinstellingen belast met het nalevingstoezicht op grond van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad, teneinde zich een totaalbeeld te kunnen vormen van de markten voor emissierechten.
   Wat de landbouwgrondstoffenderivaten betreft, werkt de FSMA samen met de overheidsinstellingen die bevoegd zijn voor het toezicht, het beheer en de regulering van de fysieke landbouwmarkten conform Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten.]5

  
Art. 77bis. § 1er. [4 Sans préjudice des dispositions pertinentes de la section 7 du chapitre III de la présente loi, les dispositions suivantes sont applicables [5 dans le cadre des compétences visées à l'article 45, en ce qui concerne la coopération mutuelle entre la FSMA et les autres autorités compétentes visées à l'article 4, paragraphe 1er, 26), de la Directive 2014/65/UE et à l'article 3, § 1er, 36), de la Directive 2013/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant l'accès à l'activité des établissements de crédit et la surveillance prudentielle des établissements de crédit et des entreprises d'investissement, modifiant la directive 2002/87/CE et abrogeant les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE, aux fins de satisfaire aux obligations découlant de ladite Directive 2014/65/UE ou du Règlement 600/2014]5:]4
  1° La [2 FSMA]2 collabore avec les autres autorités compétentes chaque fois que cela est nécessaire à l'accomplissement de leur mission, en faisant usage des pouvoirs qui lui sont conférés soit en vertu des Directives précitées, soit par la législation nationale. La [2 FSMA]2 dispose notamment à cet effet des pouvoirs qui lui sont attribués par la présente loi. La [2 FSMA]2 prête son concours aux autorités compétentes des autres Etats membres. En particulier, elle échange des informations et coopère avec les autres autorités compétentes dans le cadre d'enquêtes ou d'activité de supervision y compris de vérification sur place et ce, même si les pratiques faisant l'objet d'une enquête ou vérification ne constituent pas une violation d'une règle en Belgique. [5 La FSMA coopère également avec les autres autorités compétentes en vue de faciliter le recouvrement des amendes.]5
  2° La [2 FSMA]2 communique immédiatement, toute information requise aux fins visées au point 1°. A cette fin, outre les mesures organisationnelles appropriées en vue faciliter le bon exercice de la coopération visée au 1°, la [2 FSMA]2 prend immédiatement les mesures nécessaires pour recueillir l'information demandée.
  [4 ...]4
  [4 ...]4 [4 Lorsque]4 la [2 FSMA]2 reçoit une demande concernant une vérification sur place ou une enquête, elle y donne suite dans le cadre de ses pouvoirs,
  - en procédant elle-même à la vérification ou à l'enquête;
  - en permettant à l'autorité requérante ou à des contrôleurs de compte ou experts de procéder directement à la vérification ou à l'enquête.
  3° Les informations échangées dans le cadre de la coopération sont couvertes par l'obligation de secret professionnel visée a l'article 74. Lorsqu'elle communique une information dans le cadre de la coopération, la [2 FSMA]2 peut préciser que cette information ne peut être divulguée sans son consentement exprès ou qu'aux seules fins pour lesquelles elle a donné son accord. De même, lorsqu'elle reçoit une information, la [2 FSMA]2 doit, par dérogation à l'article 75, respecter les restrictions qui lui seraient précisées par l'autorité étrangère quant à la possibilité de communiquer l'information ainsi reçue.
  4° [3 Lorsque la FSMA [5 a des motifs sérieux de soupçonner]5 que des actes enfreignant les dispositions [5 des directives ou règlements précités]5 sont ou ont été accomplis sur le territoire d'un autre Etat membre, ou que des actes portent atteinte à des instruments financiers négociés sur un marché réglementé situé dans un autre Etat membre, elle en informe l'autorité compétente de cet autre Etat membre et l'ESMA d'une manière aussi circonstanciée que possible. Si la FSMA a été informée par une autorité d'un autre Etat membre de ce que des actes identiques ont été accomplis en Belgique, elle prend les mesures appropriées et communique à l'autorité qui l'a informée et à l'ESMA les résultats de son intervention et notamment, dans la mesure du possible, les éléments importants intervenus dans l'intervalle. [4 ...]4]3
  § 2. Dans l'exécution du § 1er, la [2 FSMA]2 peut refuser de donner suite à une demande d'information, d'enquête, de vérification sur place ou de surveillance lorsque :
  [5 ...]5
  - une procédure judiciaire est déjà engagée pour les mêmes faits et à l'encontre des mêmes personnes en Belgique, ou
  - ces personnes ont déjà été définitivement jugées pour les mêmes faits en Belgique.
  [3 Dans un tel cas, elle informe en conséquence l'autorité compétente qui a présenté la demande et l'ESMA en leur fournissant des informations aussi circonstanciées que possible sur la procédure ou le jugement en question.]3
  § 3. [3 [4 Aux fins de la coopération entre autorités visée à l'article 100 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, ainsi qu'aux articles 346 à 349 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,]4
   1° sans préjudice de l'article 226 du traité CE, la FSMA peut, lorsque sa demande d'information ne reçoit pas de suite dans des délais raisonnables ou qu'elle est rejetée, porter cette carence à l'attention de l'ESMA en vue de lui permettre de mettre en oeuvre les moyens d'action prévus dans le règlement européen n° 1095/2010;
   2° [4 ...]4
   3° la FSMA peut demander qu'une enquête soit menée par l'autorité compétente d'un autre Etat membre sur le territoire de ce dernier. Elle peut également demander que certains membres de son personnel soient autorisés à accompagner ceux de l'autorité compétente de cet autre Etat membre lors de l'enquête.
   Une autorité compétente d'un autre Etat membre peut demander qu'une enquête soit menée par la FSMA en Belgique. Elle peut également demander que certains membres de son personnel soient autorisés à accompagner ceux de la FSMA lors de l'enquête.
   Cependant, l'enquête est intégralement placée sous le contrôle de l'Etat membre sur le territoire duquel elle est effectuée.
   La FSMA peut refuser de procéder à une enquête au titre d'une demande présentée conformément à l'alinéa 2 lorsque cette enquête est susceptible de porter atteinte à la souveraineté, à la sécurité ou à l'ordre public de la Belgique, ou lorsqu'une procédure judiciaire est déjà engagée pour les mêmes faits et à l'encontre des mêmes personnes en Belgique, ou lorsque ces personnes ont déjà été définitivement jugées pour les mêmes faits en Belgique. Dans ce cas, elle le notifie à l'autorité compétente qui a présenté la demande et à l'ESMA en fournissant des informations aussi circonstanciées que possible sur la procédure ou le jugement concernés.
   Sans préjudice de l'article 226 du Traité CE, la FSMA peut, lorsque sa demande visant à ouvrir une enquête ou à permettre aux membres de son personnel d'accompagner ceux de l'autorité compétente de l'autre Etat membre ne reçoit pas de suite dans des délais raisonnables ou qu'elle est rejetée, porter cette carence à l'attention de l'ESMA en vue de lui permettre de mettre en oeuvre les moyens d'action prévus dans le Règlement européen n° 1095/2010.]3

  § 4. S'agissant des compétences visées au § 1er, [4 ...]4 sans préjudice des obligations lui incombant dans le cadre de procédures judiciaires à caractère pénal, la [2 FSMA]2 ne peut utiliser les informations qu'elle a reçues d'une autorité compétente qu'aux fins de l'exercice du contrôle du respect des conditions d'accès à l'activité des entreprises d'investissement et établissements de crédit et pour faciliter le contrôle, sur une base individuelle ou consolidée, des conditions d'exercice de cette activité, pour s'assurer du bon fonctionnement des systèmes de négociation, pour infliger des sanctions, dans le cadre d'un recours administratif ou d'une action en justice intenté(e) à l'encontre d'une décision de la [2 FSMA]2, dans le cadre du mécanisme extrajudiciaire de règlement des plaintes des investisseurs. Toutefois, si l'autorité compétente communiquant l'information y consent, la [2 FSMA]2 peut utiliser ces informations à d'autres fins ou les transmettre aux autorités compétentes d'autres Etats.
  § 5. [5 S'agissant des compétences visées au § 1er, [6 ...]6 en ce qui concerne les quotas d'émission, la FSMA coopère avec les organismes publics compétents pour la surveillance des marchés au comptant et des marchés aux enchères et les autorités compétentes, administrateurs de registre et autres organismes publics chargés du contrôle de conformité au titre de la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la directive 96/61/CE du Conseil, afin de pouvoir obtenir une vue globale des marchés des quotas d'émission.
   En ce qui concerne les instruments dérivés sur matières premières agricoles, la FSMA coopère avec les instances publiques compétentes pour la surveillance, la gestion et la régulation des marchés agricoles physiques conformément au Règlement (UE) n° 1308/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 portant organisation commune des marchés des produits agricoles.]5

  
Art. 77ter. <INGEVOEGD bij KB 2007-04-27/85, art. 31; Inwerkingtreding : 01-11-2007> De Minister stelt de autoriteit aan die als contactpunt fungeert om ter uitvoering van artikel 77bis, § 1 [2 ...]2 verzoeken om uitwisseling van gegevens of verzoeken om samenwerking in ontvangst te nemen.
  [1 De minister stelt de Europese Commissie, de ESMA en de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte hiervan in kennis.]1
  
Art. 77ter. Le Ministre désigne l'autorité qui assure le rôle de point de contact chargé de recevoir les demandes d'échange d'informations ou de coopération en exécution de l'article 77bis, § 1er [2 ...]2.
  [1 Le ministre en informe la Commission européenne, l'ESMA, ainsi que les autres Etats membres de l'Espace économique européen.]1
  
Art. 77quater. [1 [4 Onverminderd de artikelen 74 tot 76 en de bepalingen in bijzondere wetten, kunnen de FSMA en de CDZ modaliteiten van samenwerking afspreken in de domeinen die zij bepalen.]4 [2 De samenwerkingsovereenkomsten regelen]2 onder meer de uitwisseling van informatie en de eenvormige toepassing van de betrokken wetgeving.]1
  
Art. 77quater. [1 [4 Sans préjudice des articles 74 à 76 et des dispositions prévues par des lois particulières, la FSMA et l'OCM peuvent convenir des modalités de coopération dans les domaines qu'ils déterminent.]4 [2 Les accords de coopération régissent]2 entre autres l'échange d'informations et l'application uniforme de la législation concernée.]1
  
Art. 77quinquies. [1 § 1. De FSMA stelt ESMA in kennis van de volgende beslissingen over een inbreuk op de bepalingen tot omzetting van richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), op de bepalingen tot omzetting van richtlijn 2014/65/EU, op de bepalingen van Verordening 600/2014, of op de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze bepalingen of deze Verordening, met inbegrip van elk beroep tegen deze beslissingen en de afloop daarvan:
   - de maatregelen die zij openbaar maakt;
   - de minnelijke schikkingen die zij aanvaardt;
   - de beslissingen van de sanctiecommissie waarbij een inbreuk wordt vastgesteld.
   De FSMA verstrekt ESMA tevens jaarlijks geaggregeerde informatie over de in het vorige lid bedoelde beslissingen en over de niet openbaar gemaakte maatregelen die zij heeft genomen in geval van een in het vorige lid bedoelde inbreuk, alsook over dergelijke beslissingen over een inbreuk op de bepalingen tot omzetting van richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 of op de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze bepalingen.
   § 2. De FSMA stelt EIOPA in kennis van de volgende beslissingen over een inbreuk op de bepalingen tot omzetting van richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (herschikking) of op de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze bepalingen, met inbegrip van elk beroep tegen deze beslissingen en de afloop daarvan:
   - de maatregelen die zij neemt;
   - de minnelijke schikkingen die zij aanvaardt;
   - de beslissingen van de sanctiecommissie waarbij een inbreuk wordt vastgesteld.
   De FSMA verstrekt EIOPA tevens jaarlijks geaggregeerde informatie over de in het vorige lid bedoelde beslissingen.
   § 3. De FSMA leeft daarnaast de verplichtingen na die in de Europese Verordeningen waarvoor zij als bevoegde autoriteit is aangeduid, zijn vermeld om ESMA, EIOPA of EBA kennis te geven van beslissingen over een inbreuk op de bepalingen van deze Verordeningen of op de bepalingen genomen op basis of ter uitvoering van deze Verordeningen.]1

  
Art. 77quinquies. [1 § 1er. La FSMA informe l'ESMA des décisions suivantes concernant une infraction aux dispositions prises en vue de la transposition de la directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM), aux dispositions prises en vue de la transposition de la directive 2014/65/UE, aux dispositions du Règlement 600/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces dispositions ou de ce règlement, y compris de tout recours contre ces décisions et du résultat dudit recours :
   - les mesures qu'elle rend publiques ;
   - les règlements transactionnels qu'elle accepte ;
   - les décisions de la commission des sanctions qui constatent une infraction.
   Chaque année, la FSMA fournit également à l'ESMA des informations agrégées sur les décisions visées à l'alinéa précédent et sur les mesures non rendues publiques qu'elle a adoptées en cas d'infraction visée à l'alinéa précédent, ainsi que sur de telles décisions concernant une infraction aux dispositions prises en vue de la transposition de la directive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2011 sur les gestionnaires de fonds d'investissement alternatifs et modifiant les directives 2003/41/CE et 2009/65/CE ainsi que les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE) n° 1095/2010 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces dispositions.
   § 2. La FSMA informe l'EIOPA des décisions suivantes concernant une infraction aux dispositions prises en vue de la transposition de la directive (UE) 2016/97 du Parlement européen et du Conseil du 20 janvier 2016 sur la distribution d'assurances (refonte) ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces dispositions, y compris de tout recours contre ces décisions et du résultat dudit recours :
   - les mesures qu'elle prend ;
   - les règlements transactionnels qu'elle accepte ;
   - les décisions de la commission des sanctions qui constatent une infraction.
   Chaque année, la FSMA fournit également à l'EIOPA des informations agrégées sur les décisions visées à l'alinéa précédent.
   § 3. La FSMA respecte en outre les obligations mentionnées dans les règlements européens qui lui incombent, en sa qualité d'autorité compétente désignée pour veiller au respect de ces règlements, d'informer l'ESMA, l'EIOPA ou l'EBA des décisions concernant une infraction aux dispositions de ces règlements ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces règlements.]1

  
Afdeling 7. - [1 Onderzoeksbevoegdheden, administratieve geldboetes en maatregelen bij het onwettelijk aanbod of de illegale levering van financiële producten of diensten en strafbepalingen]1
Section 7. - [1 Pouvoirs d'investigation, amendes administratives et mesures en cas d'offre ou de fourniture illicite de produits ou services financiers et dispositions pénales]1
Art.78. Onverminderd de onderzoeksbevoegdheden die haar worden toegekend door de wettelijke en reglementaire bepalingen die haar opdrachten regelen, kan de [1 FSMA]1, teneinde te verifiëren of een verrichting of een activiteit wordt beoogd door de wetten en reglementen waarvan zij op de toepassing dient toe te zien, alle nodige informatie vereisen van degenen die de verrichting uitvoeren of de betrokken activiteit uitoefenen en van alle derden die de uitvoering of uitoefening ervan mogelijk maken. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De [1 FSMA]1 heeft dezelfde onderzoeksbevoegdheid teneinde te verifiëren, binnen het kader van een samenwerkingsakkoord gesloten met een buitenlandse autoriteit en wat de concrete punten betreft die zijn aangegeven in de schriftelijke aanvraag van deze autoriteit, of een verrichting of een activiteit die in België is uitgevoerd of uitgeoefend wordt beoogd door de wetten en reglementen waarvan deze buitenlandse autoriteit op de toepassing dient toe te zien. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [3 De FSMA heeft ten aanzien van elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon de bevoegdheid om zich elke informatie te doen meedelen die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar wettelijke opdrachten, om de ontwikkelingen op Belgisch, Europees en internationaal niveau in de betrokken domeinen op te volgen, en om de oriëntaties van haar toezichtsbeleid ter zake te bepalen.]3
  [2 ...]3
  De [1 FSMA]1 kan in de boeken en documenten van de belanghebbenden de juistheid van de informatie die haar werd meegedeeld, nagaan of laten nagaan. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [2 ...]2

  
Art.78. Sans préjudice des pouvoirs d'investigation qui lui sont confiés par les dispositions légales et réglementaires régissant ses missions, la [1 FSMA]1 peut, afin de vérifier si une opération ou une activité est visée par les lois et règlements dont elle est chargée de contrôler l'application, requérir toutes informations nécessaires auprès de ceux qui réalisent l'opération ou exercent l'activité en cause et auprès de tous tiers qui en permettent la réalisation ou l'exercice. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  La [1 FSMA]1 a le même pouvoir d'investigation afin de vérifier, dans le cadre d'un accord de coopération conclu avec une autorité étrangère et quant aux points concrets indiqués dans la demande écrite de cette autorité, si une opération ou une activité réalisée ou exercée en Belgique est visée par les lois et règlements dont cette autorité étrangère est chargée de contrôler l'application. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  [3 La FSMA dispose à l'égard de toute personne physique et de toute personne morale du pouvoir de se faire communiquer toutes les informations nécessaires aux fins d'exercer ses missions légales, de suivre les développements au niveau belge, européen et international dans les domaines concernés et de déterminer l'orientation de ses politiques de contrôle en la matière.]3
  [2 ...]2
  La [1 FSMA]1 peut procéder ou faire procéder, dans les livres et documents des intéressés, à des vérifications de l'exactitude des informations qui lui ont été communiquées. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  [2 ...]2
  
Art. 78bis. [1 Wanneer deze wet of de andere wettelijke of reglementaire bepalingen die de opdrachten van de FSMA regelen aan de FSMA de bevoegdheid toekennen om zich informatie of documenten te doen meedelen, zijn de betrokken personen of ondernemingen verplicht om deze informatie of documenten aan de FSMA over te maken binnen de termijn en in de vorm bepaald door de FSMA. Onverminderd de toepassing van bijzondere bepalingen in de betrokken wetgeving, zijn de artikelen 36 en 37 van toepassing ingeval deze verplichting niet wordt nageleefd.]1
  
Art. 78bis. [1 Lorsque la présente loi ou les autres dispositions légales ou réglementaires régissant les missions de la FSMA confèrent à la FSMA le pouvoir de se faire communiquer des informations ou documents, les personnes ou entreprises en question sont tenues de transmettre ces informations ou documents à la FSMA dans le délai et la forme que celle-ci détermine. Sans préjudice de l'application de dispositions particulières de la législation concernée, les articles 36 et 37 sont applicables en cas de manquement à cette obligation.]1
  
Art.79. Voor de in [2 artikel 35, § 1, eerste lid]2, bedoelde doeleinden beschikt de [1 FSMA]1 over de bevoegdheid om iedere persoon op te roepen en te verhoren, volgens de hierna bepaalde regels.
  De oproeping voor een verhoor door de [1 FSMA]1 geschiedt hetzij door gewone kennisgeving, hetzij door een ter post aangetekende brief, hetzij door een dagvaarding.
  Eenieder die met toepassing van het eerste lid wordt opgeroepen is gehouden om te verschijnen.
  Bij het verhoren van personen, ongeacht in welke hoedanigheid zij worden verhoord, neemt de [1 FSMA]1 ten minste de volgende regels in acht :
  1° het verhoor begint met de mededeling aan de ondervraagde persoon dat :
  a) hij kan vragen dat alle vragen die hem worden gesteld en alle antwoorden die hij geeft, worden genoteerd in de gebruikte bewoordingen;
  b) hij kan vragen dat een bepaalde onderzoekshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen;
  c) zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt;
  2° eenieder die ondervraagd wordt, mag gebruik maken van de documenten in zijn bezit, zonder dat daardoor het verhoor wordt uitgesteld. Hij mag, tijdens de ondervraging of later, eisen dat deze documenten bij het proces-verbaal van het verhoor worden gevoegd;
  3° aan het einde van het verhoor geeft de ondervrager de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor te lezen, tenzij hij vraagt dat het hem wordt voorgelezen. Er wordt hem gevraagd of hij zijn verklaringen wil verbeteren of daaraan iets wil toevoegen;
  4° indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wenst uit te drukken, worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zelf zijn verklaring te noteren;
  5° er wordt de ondervraagde persoon meegedeeld dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan verkrijgen, die hem, desgevraagd, onmiddellijk of binnen een maand wordt overhandigd of verstuurd.
  
Art.79. Aux fins visées à [2 l'article 35, § 1er, alinéa 1er]2, la [1 FSMA]1 dispose du pouvoir de convoquer et d'entendre toute personne, selon les règles définies ci-dessous.
  La convocation à une audition tenue par la [1 FSMA]1 s'effectue soit par simple notification, soit par lettre recommandée à la poste, soit encore par citation.
  Toute personne convoquée en application de l'alinéa 1er est tenue de comparaître.
  Lors de l'audition de personnes, entendues en quelque qualité que ce soit, la [1 FSMA]1 respectera au moins les règles suivantes :
  1° au début de toute audition, il est communiqué à la personne interrogée :
  a) qu'elle peut demander que toutes les questions qui lui sont posées et les réponses qu'elle donne soient actées dans les termes utilisés;
  b) qu'elle peut demander qu'il soit procédé à tel acte d'information ou telle audition;
  c) que ses déclarations peuvent êtres utilisées comme preuve en justice;
  2° toute personne interrogée peut utiliser les documents en sa possession, sans que cela puisse entraîner le report de l'interrogatoire. Elle peut, lors de l'interrogatoire ou ultérieurement, exiger que ces documents soient joints au procès-verbal d'audition;
  3° à la fin de l'audition, le procès-verbal est donné en lecture à la personne interrogée, à moins que celle-ci ne demande que lecture lui en soit faite. Il lui est demandé si ses déclarations ne doivent pas être corrigées ou complétées;
  4° si la personne interrogée souhaite s'exprimer dans une autre langue que celle de la procédure, soit ses déclarations sont notées dans sa langue, soit il lui est demandé de noter elle-même sa déclaration;
  5° la personne interrogée est informée de ce qu'elle peut obtenir gratuitement une copie du texte de son audition, laquelle, le cas échéant, lui est remise ou adressée immédiatement ou dans le mois.
  
Art.80. <HERSTELD bij W 2007-05-02/31, art. 50, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> [3 Voor de in artikel 35, § 1, eerste lid, bedoelde doeleinden kan de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur in geval van hoogdringendheid en buiten een woning, bij gemotiveerde beslissing de voorlopige inbeslagneming bevelen van:
   1° ) documenten en gegevens die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen;
   2° ) gelden, waarden, titels of rechten die hetzij het voorwerp van de onderzochte inbreuk uitmaken of tot het plegen van de inbreuk bestemd waren of gediend hebben, op voorwaarde dat ze eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek, hetzij een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of er het equivalent van uitmaken.]3

  De maatregel bedoeld in het vorige lid, kan worden bevolen voor een tijdsduur die 48 uur niet mag overschrijden.
  Deze termijn kan niet worden hernieuwd.
  Voor de uitvoering van dit bevel [2 kunnen de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, en de door hen aangeduide personeelsleden]2 , indien nodig, de bijstand vorderen van de openbare macht.
  [3 Wanneer de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, in een informaticasysteem opgeslagen gegevens aantreft die nuttig zijn voor dezelfde doeleinden als de inbeslagneming, maar de inbeslagneming van de drager daarvan niet wenselijk is, kunnen deze gegevens, evenals de gegevens noodzakelijk om deze te kunnen verstaan, worden gekopieerd op dragers, die toebehoren aan de FSMA. In geval van dringendheid of om technische redenen, kan gebruik gemaakt worden van dragers die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn om het informaticasysteem te gebruiken.]3
  Van de uitvoering van de inbeslagneming wordt procesverbaal opgesteld waaraan een inventaris wordt gehecht waarin alle in beslag genomen zaken worden vermeld.
  Voor zover als mogelijk worden die zaken geïndividualiseerd.
  Het proces-verbaal wordt ter ondertekening aan de beslagene of de derde-beslagene aangeboden, die er kosteloos een kopie van ontvangen.
  
Art.80. [3 Aux fins visées à l'article 35, § 1er, alinéa 1er, l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint peut, en cas d'urgence, ordonner par décision motivée, sauf dans un domicile, la saisie provisoire de:
   1° ) documents et données qui peuvent servir à la manifestation de la vérité;
   2° ) fonds, valeurs, titres ou droits qui, soit constituent l'objet de l'infraction examinée ou étaient destinés ou ont servi à commettre l'infraction en question, à condition qu'ils soient la propriété de la personne faisant l'objet d'une enquête, soit constituent un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou en constituent l'équivalent.]3

  La mesure visée à l'alinéa précédent peut être ordonnée pour une durée ne dépassant pas 48 heures.
  Ce délai ne peut être renouvelé.
  Aux fins d'exécuter cet ordre, [2 l'auditeur ou en son absence, l'auditeur adjoint et les membres du personnel désignés par eux peuvent]2 , au besoin, demander l'assistance des pouvoirs publics.
  [3 Lorsque l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint découvre dans un système informatique des données stockées qui sont utiles pour les mêmes finalités que celles prévues pour la saisie, mais que la saisie du support n'est néanmoins pas souhaitable, ces données, de même que les données nécessaires pour les comprendre, peuvent être copiées sur des supports qui appartiennent à la FSMA. En cas d'urgence ou pour des raisons techniques, il peut être fait usage de supports qui sont disponibles pour des personnes autorisées à utiliser le système informatique.]3
  L'exécution de la saisie fait l'objet d'un procès-verbal auquel est joint un inventaire de tous les actifs saisis.
  Ces actifs sont, dans la mesure du possible, individualisés.
  Le procès-verbal est soumis à la signature du saisi ou du tiers saisi, qui en reçoivent une copie gratuitement.
  
Art.81. <HERSTELD bij W 2007-05-02/31, art. 51, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. Voor de in [2 artikel 35, § 1, eerste lid]2, bedoelde doeleinden [3 en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter]3, [1 kan de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur,]1 bij een gemotiveerde en schriftelijke beslissing, [2 van de actoren bedoeld in het tweede lid]2 vorderen :
  1° [2 de abonnee of de gewoonlijke gebruiker [3 van een in het tweede lid, 2°, bedoelde dienst, of van het gebruikte elektronische communicatiemiddel]3]2 te identificeren [2 , met name door zijn naam en adres mee te delen]2;
  2° de identificatiegegevens mee te delen met betrekking tot [3 de in het tweede lid, 2°, bedoelde diensten]3 waarop een bepaald persoon geabonneerd is of die door een bepaald persoon gewoonlijk worden gebruikt [2 , met inbegrip van het soort dienst en de duur ervan]2.
  [2 Hiertoe kan hij de medewerking vorderen van:
   1° de operator van een elektronisch communicatie-netwerk;
   2° iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen.]2

  De [1 auditeur, of in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 doet in zijn beslissing [4 bedoeld in het eerste lid]4 opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
  [4 Met het oog op de identificatie van de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een in het tweede lid, 2°, bedoelde dienst, kan de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, ook de medewerking vorderen van:
   - de personen of instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 3° tot 22°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, op basis van de referentie van een elektronische banktransactie die voorafgaandelijk meegedeeld is door een van de actoren bedoeld in het tweede lid, in toepassing van het eerste lid;
   - de gesloten centra of woonunits bedoeld in de artikelen 74/8 en 74/9 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, op basis van de contactgegevens van het centrum of de woonunit waar de intekening door de abonnee op een mobiele elektronische communicatiedienst heeft plaatsgevonden, die voorafgaandelijk meegedeeld zijn door een van de actoren bedoeld in het tweede lid, in toepassing van het eerste lid;
   - andere rechtspersonen die de abonnee zijn van een van de actoren bedoeld in het tweede lid, of die zich in naam en voor rekening van natuurlijke personen abonneren op een elektronische communicatiedienst, op basis van gegevens die voorafgaand meegedeeld zijn door een van de actoren bedoeld in het tweede lid, in toepassing van het eerste lid.]4

  [3 § 1bis. Voor inbreuken op de artikelen 14 of 15 van de Verordening 596/2014, of de bepalingen genomen op basis of in uitvoering ervan, kan de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde actoren bevelen om de gegevens bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, die riskeren te worden verwijderd of anoniem gemaakt, te bewaren totdat hij de toestemming van een onderzoeksrechter heeft bekomen om de mededeling van deze gegevens te vorderen.
   Paragrafen 1, derde lid, en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op het in het eerste lid bedoelde bevel.
   De in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde actoren zorgen ervoor dat de integriteit, de kwaliteit en de beschikbaarheid van de gegevens gewaarborgd is en dat de gegevens op een veilige manier bewaard worden.
   De auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, verzoekt onverwijld de voorafgaande toestemming van een onderzoeksrechter om de mededeling te vorderen van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde gegevens die het voorwerp uitmaken van een in het eerste lid bedoeld bevel tot bewaring en bezorgt dit bevel aan de onderzoeksrechter. Wanneer de onderzoeksrechter de toestemming weigert om de mededeling te vorderen van de gegevens waarop het bevel tot bewaring betrekking heeft of oordeelt dat dit bevel niet wettig of niet gerechtvaardigd was, vervalt het bevel. In dat geval brengt de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, de bestemmeling van het bevel tot bewaring er onverwijld van op de hoogte dat het vervallen is.]3

  § 2. [2 De actoren bedoeld in § 1, tweede lid, delen]2 na ontvangst van de in § 1, eerste lid, bedoelde vordering, onverwijld aan de [1 auditeur, of in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 de schatting van de kostprijs mee van de gevraagde inlichtingen en van de termijn die nodig is om de informatie te verzamelen.
  Na ontvangst van de bevestiging van de vordering van de [1 auditeur, of in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 verschaffen [4 de actoren bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, en de personen en instellingen bedoeld in paragraaf 1, vierde lid,]4 de gevraagde gegevens binnen een door de auditeur bepaalde termijn.
  § 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van een vordering als bedoeld in § 1, of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek
  
Art.81. § 1er. Aux fins visées à [2 l'article 35, § 1er, alinéa 1er]2, [3 et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction,]3 [1 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint, peut,]1 , par décision écrite et motivée, requérir [2 les acteurs visés à l'alinéa 2]2 :
  1° d'identifier [2 l'abonné ou l'utilisateur habituel [3 d'un service visé à l'alinéa 2, 2°, ou du moyen de communications électroniques utilisé]3]2 [2 , notamment en communiquant son nom et son adresse]2;
  2° de communiquer les données d'identification relatives aux [3 services visés à l'alinéa 2, 2°,]3 auxquels une personne déterminée est abonnée ou qui sont habituellement utilisés par une personne déterminée [2 , y compris le type de service et sa durée]2.
  [2 Pour ce faire, il peut requérir la collaboration:
   1° de l'opérateur d'un réseau de communications électroniques;
   2° de toute personne qui met à disposition ou offre, sur le territoire belge, d'une quelconque manière, un service qui consiste à transmettre des signaux via des réseaux de communications électroniques ou à autoriser des utilisateurs à obtenir, recevoir ou diffuser des informations via un réseau de communications électroniques. Est également compris le fournisseur d'un service de communications électroniques.]2

  [1 L'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]1 indique dans sa décision [4 visée à l'alinéa 1er]4 les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
  [4 Pour procéder à l'identification de l'abonné ou de l'utilisateur habituel d'un service visé à l'alinéa 2, 2°, l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint peut également requérir la collaboration:
   - des personnes et institutions visées à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, 3° à 22°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, sur la base de la référence d'une transaction bancaire électronique qui a préalablement été communiquée par un des acteurs visés à l'alinéa 2, en application de l'alinéa 1er;
   - des centres fermés ou des lieux d'hébergement visés aux articles 74/8 et 74/9 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, sur la base des coordonnées du centre ou du lieu d'hébergement où la souscription de l'abonné à un service de communications électroniques mobiles a été effectuée, et qui ont préalablement été communiquées par un des acteurs visés à l'alinéa 2, en application de l'aliéa 1er;
   - des autres personnes morales qui sont l'abonné d'un des acteurs visés à l'alinéa 2, ou qui souscrivent à un service de communications électroniques au nom et pour le compte de personnes physiques, sur la base des données qui ont préalablement été communiquées par un des acteurs visés à l'alinéa 2, en application de l'alinéa 1er.]4

  [3 § 1erbis. Dans le cas d'infractions aux articles 14 ou 15 du Règlement 596/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces articles, l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint peut ordonner aux acteurs visés au paragraphe 1er, alinéa 2, de conserver les données visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui risquent d'être supprimées ou rendues anonymes, jusqu'à ce qu'il ait obtenu d'un juge d'instruction l'autorisation de requérir la communication de ces données.
   Les paragraphes 1er, alinéa 3, et 3 s'appliquent par analogie à l'ordre visé à l'alinéa 1er.
   Les acteurs visés au paragraphe 1er, alinéa 2, veillent à ce que l'intégrité, la qualité et la disponibilité des données soient garanties et à ce que les données soient conservées de manière sécurisée.
   L'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint demande sans délai l'autorisation préalable d'un juge d'instruction pour requérir la communication des données visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui font l'objet d'un ordre de conservation visé à l'alinéa 1er et fait part de cet ordre au juge d'instruction. Si le juge d'instruction refuse de donner l'autorisation de requérir la communication des données sur lesquelles porte l'ordre de conservation ou s'il estime que cet ordre n'était pas légitime ou justifié, cet ordre devient caduc. Dans ce cas, l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint fait sans délai savoir au destinataire de l'ordre de conservation que celui-ci est devenu caduc.]3

  § 2. Après réception de la demande visée au § 1er, alinéa 1er, [2 les acteurs visés au § 1er, alinéa 2, communiquent]2 sans délai à [1 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]1 une estimation du coût des informations demandées et du délai nécessaire pour rassembler ces informations.
  Après réception de la confirmation de la demande de [1 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]1 , [4 les acteurs visés au paragraphe 1er, alinéa 2, ainsi que les personnes et institutions visées au paragraphe 1er, alinéa 4,]4 communiquent les données demandées dans le délai fixe par l'auditeur.
  § 3. Toute personne qui, du chef de sa fonction, a connaissance d'une demande visée au § 1er ou y prête son concours, est tenue de garder le secret. Toute violation du secret est punie conformément à l'article 458. du Code pénal.
  
Art.82. <HERSTELD bij W 2007-05-02/31, art. 52, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> Voor de in [3 artikel 35, § 1, eerste lid]3, bedoelde doeleinden, [2 kan de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur,]2 mits voorafgaande toestemming van een onderzoeksrechter :
  1° [3 buiten een woning, volgens de regels bepaald bij artikel 83, de inbeslagneming bevelen van:
   a) documenten en gegevens die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen;
   b) gelden, waarden, titels of rechten die hetzij het voorwerp van de onderzochte inbreuk uitmaken of tot het plegen van de inbreuk bestemd waren of gediend hebben, op voorwaarde dat ze eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek, hetzij een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of er het equivalent van uitmaken;]3

  2° de mededeling vorderen van [3 verkeersgegevens van elektronische communicatiemiddelen]3, evenals van de oorsprong of de bestemming van [3 elektronische communicatie]3, volgens de regels bepaald bij artikel 84;
  3° een tijdelijk verbod op de beroepsuitoefening opleggen, volgens de regels bepaald bij artikel 85.
  
Art.82. Aux fins visées à [3 l'article 35, § 1er, alinéa 1er]3, [2 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint, peut,]2 moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction :
  1° [3 ordonner, selon les règles prévues à l'article 83, sauf dans un domicile, la saisie de:
   a) documents et données qui peuvent servir à la manifestation de la vérité;
   b) fonds, valeurs, titres ou droits qui, soit constituent l'objet de l'infraction examinée ou étaient destinés ou ont servi à commettre l'infraction en question, à condition qu'ils soient la propriété de la personne faisant l'objet d'une enquête, soit constituent un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou en constituent l'équivalent;]3

  2° requérir, selon les règles prévues à l'article 84, la communication des [3 données de trafic de moyens de communications électroniques]3, ainsi que de l'origine ou de la destination de [3 communications électroniques]3;
  3° imposer, selon les règles prévues à l'article 85, une interdiction temporaire d'exercice de l'activité professionnelle.
  
Art.83. <HERSTELD bij W 2007-05-02/31, art. 53, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 1°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter, kan de [2 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]2, bij een gemotiveerde beslissing, buiten een [4 woning]4 de inbeslagneming bevelen van de zaken bedoeld in artikel 82, 1°.
  De [2 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]2 doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
  Voor de uitvoering van dit bevel kunnen [2 de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, en de door hen aangeduide personeelsleden]2, indien nodig, de bijstand vorderen van de openbare macht.
  De bepalingen van artikel 80, [1 vijfde tot [4 achtste]4 lid]1, zijn van toepassing op deze onderzoekshandeling.
  § 2. De maatregel van inbeslagneming door de [2 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]2 vervalt van rechtswege, hetzij vanaf het verstrijken van de in artikel 121, § 2, tweede lid, bedoelde termijn van beroep tegen de beslissing van [1 de sanctiecommissie]1, hetzij de dag volgend op het arrest van het [3 Marktenhof]3 uitgesproken met toepassing van artikel 121, § 1, eerste lid, 4°.
  In afwijking van het eerste lid, vervalt de inbeslagneming wat de zaken betreft die in de beslissing van [1 de sanctiecommissie]1 of, in voorkomend geval, van het [3 Marktenhof]3 worden aangemerkt als een vermogensvoordeel dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of als het equivalent ervan, slechts op het ogenblik waarop de geldboete die [1 ...]1 werd opgelegd, integraal werd betaald.
  
Art.83. § 1er. Aux fins visées à l'article 82, 1°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, [2 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]2 peut, par décision motivée, ordonner, sauf dans [4 un domicile]4, la saisie des actifs visés à l'article 82, 1°.
  [2 L'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]2 indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
  Aux fins d'exécuter cet ordre, [2 l'auditeur ou en son absence, l'auditeur adjoint et les membres du personnel désignés par eux]2 peuvent, au besoin, demander l'assistance des pouvoirs publics.
  Les dispositions de l'article 80, [1 alinéas 5 à [4 8]4]1, sont applicables à cet acte d'investigation.
  § 2. La mesure de saisie prise par [2 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]2 s'éteint de plein droit, soit à la date d'expiration du délai de recours contre la décision [1 de la commission des sanctions]1, visé à l'article 121, § 2, alinéa 2, soit le lendemain du jour auquel a été prononcé l'arrêt de la [3 Cour des marchés]3 en application de l'article 121, § 1er, alinéa 1er, 4°.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la saisie, pour ce qui est des actifs considérés dans la décision [1 de la commission des sanctions]1 ou, le cas échéant, de la [3 Cour des marchés]3 comme un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou comme l'équivalent d'un tel avantage, ne s'éteint qu'au moment où l'amende infligée [1 ...]1 a été payée intégralement
  
Art.84. <HERSTELD bij W 2007-05-02/31, art. 54, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 2°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter, kan de [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1, wanneer hij van oordeel is dat er omstandigheden zijn die het doen opsporen van [2 elektronische communicatie]2 of het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van [2 elektronische communicatie]2 noodzakelijk maken om de waarheid aan de dag te brengen [2 ...]2 :
  1° de [2 verkeersgegevens]2 doen opsporen van [2 elektronische communicatiemiddelen]2 van waaruit of waarnaar [2 elektronische communicaties]2 werden gedaan;
  2° de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie laten lokaliseren [2 , met inbegrip van de telefoonnummers en netwerkadressen]2;
  [2 3° de betalingsdetails van de elektronische communicatiediensten opvragen.]2
  [2 Hiertoe kan hij de medewerking vorderen van:
   1° de operator van een elektronisch communicatienetwerk;
   2° iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen.]2

  In de gevallen bedoeld in het eerste lid wordt voor ieder [2 elektronisch communicatiemiddel]2 waarvan de [2 verkeersgegevens]2 worden opgespoord of waarvan de oorsprong of de bestemming van de [2 elektronische communicatie]2 wordt gelokaliseerd, de dag, het uur, de duur, en, indien nodig, de plaats van de [2 elektronische communicatie]2 vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal.
  De [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
  [2 Hij vermeldt ook de periode in het verleden waarover de vordering zich uitstrekt overeenkomstig paragraaf 1bis.]2
  [2 § 1bis. De gegevens bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen worden opgevraagd voor een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de beslissing van de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, voor inbreuken op de artikelen 14 of 15 van de Verordening 596/2014, of de bepalingen genomen op basis of in uitvoering ervan, en voor een periode van zes maanden voor de overige inbreuken waarvoor de auditeur deze gegevens kan opvragen.
  [3 § 1bis/1. Voor inbreuken op de artikelen 14 of 15 van de Verordening 596/2014, of de bepalingen genomen op basis of in uitvoering ervan, kan de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde actoren bevelen om de gegevens bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, die riskeren te worden verwijderd of anoniem gemaakt, te bewaren totdat hij de toestemming van een onderzoeksrechter heeft bekomen om de mededeling van deze gegevens te vorderen.
   Paragrafen 1, vierde en vijfde lid, en 3, zijn van overeenkomstige toepassing op het in het eerste lid bedoelde bevel.
   De in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde actoren zorgen ervoor dat de integriteit, de kwaliteit en de beschikbaarheid van de gegevens gewaarborgd is en dat de gegevens op een veilige manier bewaard worden.
   De auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, verzoekt onverwijld de voorafgaande toestemming van een onderzoeksrechter om de mededeling te vorderen van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde gegevens die het voorwerp uitmaken van een in het eerste lid bedoeld bevel tot bewaring en bezorgt dit bevel aan de onderzoeksrechter. Wanneer de onderzoeksrechter de toestemming weigert om de mededeling te vorderen van de gegevens waarop het bevel tot bewaring betrekking heeft of oordeelt dat dit bevel niet wettig of niet gerechtvaardigd was, vervalt het bevel. In dat geval brengt de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, de bestemmeling van het bevel tot bewaring er onverwijld van op de hoogte dat het vervallen is.]3

   § 1ter. De maatregel kan alleen betrekking hebben op de elektronische communicatiemiddelen van een advocaat of een arts, indien deze er zelf van verdacht wordt een inbreuk te hebben gepleegd waarvoor de auditeur de gegevens bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, kan opvragen, of indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die ervan verdacht worden dergelijke inbreuk te hebben gepleegd, gebruik maken van diens elektronische communicatiemiddelen.
   De maatregel mag niet ten uitvoer worden gelegd, zonder dat, naar gelang het geval, de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte is. Diezelfden zullen door de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, in kennis worden gesteld van hetgeen volgens hem onder het beroepsgeheim valt. Deze gegevens worden niet gebruikt.]2

  § 2. [2 De actoren bedoeld in § 1, tweede lid, delen]2, na ontvangst van de in § 1 bedoelde vordering, onverwijld aan de [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 de schatting van de kostprijs mee van de gevraagde inlichtingen en van de termijn die nodig is om de informatie te verzamelen.
  Na ontvangst van de bevestiging van de vordering van de [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 verschaffen de in het eerste lid bedoelde [2 actoren]2, de gevraagde gegevens binnen een door de [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 bepaalde termijn.
  § 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
  
Art.84. § 1er. Aux fins visées à l'article 82, 2°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, [1 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]1 peut, lorsqu'il estime qu'il existe des circonstances qui rendent le repérage de [2 communications électroniques]2 ou la localisation de l'origine ou de la destination de [2 communications électroniques]2 nécessaire à la manifestation de la vérité, faire procéder [2 ...]2 :
  1° au repérage des [2 données de trafic]2 de [2 moyens de communications électroniques]2 à partir desquels ou vers lesquels [2 des communications électroniques ont été faites]2;
  2° à la localisation de l'origine ou de la destination de [2 communications électroniques]2 [2 , y compris les numéros de téléphone et les adresses réseau]2;
  [2 3° à la demande des détails de paiement des services de communications électroniques.]2
  [2 Pour ce faire, il peut requérir la collaboration:
   1° de l'opérateur d'un réseau de communications électroniques;
   2° de toute personne qui met à disposition ou offre, sur le territoire belge, d'une quelconque manière, un service qui consiste à transmettre des signaux via des réseaux de communications électroniques ou à autoriser des utilisateurs à obtenir, recevoir ou diffuser des informations via un réseau de communications électroniques. Est également compris le fournisseur d'un service de communications électroniques.]2

  Dans les cas visés à l'alinéa 1er, pour chaque [2 moyen de communications électroniques]2 dont les [2 données de trafic]2 sont repérées ou dont l'origine ou la destination de la [2 communication électronique]2 est localisée, le jour, l'heure, la durée et, si nécessaire, le lieu de la télécommunication sont indiqués et consignés dans un procès-verbal.
  [1 L'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]1 indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
  [2 Il mentionne également la période du passé sur laquelle porte la demande des données conformément au paragraphe 1erbis.]2
  [2 § 1erbis. Les données visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, peuvent être requises pour une période de douze mois préalable à la décision de l'auditeur ou, en son absence, de l'auditeur adjoint, dans le cas d'infractions aux articles 14 ou 15 du Règlement 596/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces articles, et pour une période de six mois dans le cas d'autres infractions pour lesquelles l'auditeur peut requérir ces données.
  [3 § 1erbis/1. Dans le cas d'infractions aux articles 14 ou 15 du Règlement 596/2014 ou aux dispositions prises sur la base ou en exécution de ces articles, l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint peut ordonner aux acteurs visés au paragraphe 1er, alinéa 2, de conserver les données visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui risquent d'être supprimées ou rendues anonymes, jusqu'à ce qu'il ait obtenu d'un juge d'instruction l'autorisation de requérir la communication de ces données.
   Les paragraphes 1er, alinéas 4 et 5, et 3, s'appliquent par analogie à l'ordre visé à l'alinéa 1er.
   Les acteurs visés au paragraphe 1er, alinéa 2, veillent à ce que l'intégrité, la qualité et la disponibilité des données soient garanties et à ce que les données soient conservées de manière sécurisée.
   L'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint demande sans délai l'autorisation préalable d'un juge d'instruction pour requérir la communication des données visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, qui font l'objet d'un ordre de conservation visé à l'alinéa 1er, et fait part de cet ordre au juge d'instruction. Lorsque le juge d'instruction refuse de donner l'autorisation de requérir la communication des données sur lesquelles porte l'ordre de conservation ou s'il estime que cet ordre n'était pas légitime ou justifié, cet ordre devient caduc. Dans ce cas, l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint fait sans délai savoir au destinataire de l'ordre de conservation que celui-ci est devenu caduc.]3

   § 1erter. La mesure ne peut porter sur les moyens de communications électroniques d'un avocat ou d'un médecin que si celui-ci est lui-même soupçonné d'avoir commis une infraction pour laquelle l'auditeur peut requérir les données visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou si des faits précis laissent présumer que des tiers soupçonnés d'avoir commis une telle infraction utilisent ses moyens de communications électroniques.
   La mesure ne peut être exécutée sans que le bâtonnier ou le représentant de l'ordre provincial des médecins, selon le cas, en soit averti. Ces mêmes personnes seront informées par l'auditeur ou, en son absence, par l'auditeur adjoint des éléments qu'il estime relever du secret professionnel. Ces éléments ne sont pas utilisés.]2

  § 2. Après réception de la demande visée au § 1er, [2 les acteurs visés au § 1er, alinéa 2, communiquent]2 sans délai à [1 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]1 une estimation du coût des informations demandées et du délai nécessaire pour rassembler ces informations.
  Après réception de la confirmation de la demande de [1 l'auditeur ou, en son absence l'auditeur adjoint,]1, [2 les acteurs]2 visés a l'alinéa 1er communiquent les données demandées dans le délai fixé par l'auditeur.
  § 3. Toute personne qui, du chef de sa fonction, a connaissance de la mesure ou y prête son concours, est tenue de garder le secret. Toute violation du secret est punie conformément à l'article 458 du Code pénal.
  
Art.85. <HERSTELD bij W 2007-05-02/31, art. 55, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> [1 ...]1 Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 3°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter kan de [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 bij gemotiveerde beslissing een natuurlijke persoon of rechtspersoon, in wiens hoofde manifeste aanwijzingen bestaan dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een inbreuk [2 op de bepalingen van Verordening 596/2014 [3 of van de Europese Verordeningen als bedoeld in artikelen 37bis, 37ter, 37quinquies tot 37septies]3 of op de bepalingen ter omzetting van Richtlijn 2014/65/EU of op de artikelen 39 of 40]2, het tijdelijk verbod opleggen om de beroepsactiviteiten die een risico inhouden op een nieuwe inbreuk op één van die bepalingen en die in de beslissing nader worden gepreciseerd, uit te oefenen.
  Het verbod kan uitsluitend betrekking hebben op de natuurlijke personen en rechtspersonen en op de nauwkeurig omschreven beroepsactiviteiten die in de beslissing van de [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 worden aangewezen.
  De [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1 doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
  Het verbod geldt voor een termijn van drie maanden die éénmaal hernieuwbaar is volgens dezelfde procedure.
  Het verbod gaat slechts in vanaf het ogenblik waarop de beslissing aan de betrokkene werd betekend door de [1 auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur]1.
  
Art.85. [1 ...]1 Aux fins visées à l'article 82, 3°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, [1 l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint,]1 peut, par décision motivée, imposer à une personne physique ou morale dans le chef de laquelle il existe des indices manifestes d'une infraction [2 aux dispositions du Règlement 596/2014 [3 ou des règlements européens visés aux articles 37bis, 37ter, 37quinquies à 37septies]3, aux dispositions visant à transposer la Directive 2014/65/UE ou aux articles 39 ou 40]2, l'interdiction temporaire d'exercer les activités professionnelles qui comportent un risque de nouvelle infraction à l'une de ces dispositions et qui sont précisées dans la décision.
  L'interdiction ne peut porter que sur les personnes physiques et morales mentionnées dans la décision de [1 l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint,]1, ainsi que sur les activités professionnelles qui y sont décrites avec précision.
  [1 L'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint,]1 indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
  L'interdiction est valable pour un délai de trois mois, renouvelable une seule fois selon la même procédure.
  L'interdiction ne prend cours qu'à partir du moment où la décision a été notifiée à l'intéressé par [1 l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint,]1.
  
Art. 85bis. [1 Voor de in artikel 35, § 1, eerste lid, bedoelde doeleinden, kan de auditeur, of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, de onderzoeksrechter verzoeken om, tussen vijf uur `s morgens en negen uur `s avonds, een huiszoeking uit te voeren in een woning, en de documenten, gegevens, gelden, waarden, titels en rechten bedoeld in artikel 82, 1°, in beslag te nemen, met toepassing van de regels bepaald in het Wetboek van Strafvordering.
   De onderzoeksrechter kan de huiszoeking uitvoeren in aanwezigheid van de auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, en van de personeelsleden van de FSMA die de auditeur bijstaan bij het voeren van het onderzoek.
   Indien de onderzoeksrechter overgaat tot inbeslagneming van de zaken bedoeld in artikel 82, 1°, is artikel 83, § 2, overeenkomstig van toepassing. Eenieder die geschaad wordt door deze onderzoekshandeling kan volgens de regels bepaald in artikel 61quater van het Wetboek van Strafvordering aan de onderzoeksrechter de opheffing ervan vragen en hoger beroep instellen tegen de beschikking van de onderzoeksrechter. De auditeur van de FSMA wordt door de griffie op de hoogte gesteld van het feit dat er een verzoek tot opheffing van de onderzoekshandeling werd ingediend, van de beschikking van de onderzoeksrechter, van het feit dat hoger beroep werd ingesteld tegen de beschikking van de onderzoeksrechter en van de uitspraak van de kamer van inbeschuldigingstelling.]1

  
Art. 85bis. [1 Aux fins visées à l'article 35, § 1er, alinéa 1er, l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint peut demander au juge d'instruction d'effectuer, entre 5 h du matin et 9 h du soir, une perquisition dans un domicile et d'y procéder à la saisie des documents, données, fonds, valeurs, titres et droits visés à l'article 82, 1°, en application des règles prévues par le Code d'instruction criminelle.
   Le juge d'instruction peut effectuer la perquisition en présence de l'auditeur ou, en son absence, de l'auditeur adjoint et des membres du personnel de la FSMA qui assistent l'auditeur pour l'accomplissement de l'instruction.
   Si le juge d'instruction procède à la saisie des affaires visées à l'article 82, 1°, l'article 83, § 2, s'applique par analogie. Toute personne lésée par cet acte d'instruction peut, selon les règles prévues par l'article 61quater du Code d'instruction criminelle, en demander la levée au juge d'instruction et interjeter appel de l'ordonnance du juge d'instruction. L'auditeur de la FSMA est informé par le greffe du fait qu'une demande de levée de l'acte d'instruction a été introduite, de l'ordonnance du juge d'instruction, du fait qu'il a été interjeté appel de l'ordonnance du juge d'instruction, ainsi que de la décision de la chambre des mises en accusation.]1

  
Art.86. <HERSTELD bij W 2007-05-02/31, art. 56, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de op grond van de artikelen 79 tot en met 85 opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd.
Art.86. Les dispositions des articles 36 et 37 sont applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu des articles 79 à 85
Art. 86bis. [1 § 1. In het kader van het toezicht bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, kan de FSMA een administratieve boete opleggen die voor hetzelfde feit of geheel van feiten niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro aan eenieder die :
   1° in of vanuit België het bedrijf of de werkzaamheid uitoefent van een verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming, kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging [2 , beheerder van AICB]2, instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, [3 kredietgever, kredietbemiddelaar]3, wisselkantoor, [8 verzekeringstussenpersoon, nevenverzekeringstussenpersoon die niet is vrijgesteld krachtens artikel 258 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, of herverzekeringstussenpersoon]8, tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten, onafhankelijk vermogensadviseur of enige andere gereglementeerde activiteit vermeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2° of 3°, zonder daarvoor een toelating of vergunning te bezitten of zonder daartoe te zijn ingeschreven of geregistreerd overeenkomstig de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen of wanneer afstand is gedaan van die toelating, vergunning, inschrijving of registratie of die toelating, vergunning, inschrijving of registratie is ingetrokken, herroepen, geschorst of geschrapt;
   2° zich niet conformeert aan [4 artikel 102 of aan artikel 103 van de wet van 25 oktober 2016]4;
   3° [9 betalingsdiensten in België aanbiedt of de activiteit van uitgifte van elektronisch geld in België verricht zonder te beantwoorden aan het bepaalde bij de artikelen 5, 120, 124, 127, 144, 163, 218 (dat verwijst naar artikel 120), 219 (dat verwijst naar artikel 124) of 220 (dat verwijst naar artikel 127) van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen]9;
   4° [2 openbaar rechten van deelneming aanbiedt van een Belgische of buitenlandse instelling voor collectieve belegging, terwijl die niet is ingeschreven of vergund overeenkomstig, naargelang van het geval, de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, of terwijl de inschrijving of de vergunning is ingetrokken of herroepen, of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in diezelfde wetten;]2
  [2 4° /1 [5 ...]5 rechten van deelneming in AICB's naar Belgisch of buitenlands recht verhandelt, terwijl de betrokken instelling niet wordt beheerd door een beheerder die is vergund of ingeschreven conform de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders of conform de geldende wet in zijn lidstaat van herkomst;]2
  [5 4° /2 met overtreding van artikel 180/1 van de wet van 19 april 2014, rechten van deelneming in AICB's verhandelt aan het publiek;]5
   5° zich niet conformeert aan [6 artikel 28 van de wet van 11 juli 2018]6 op de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
  [4 6° in België openbaar gebruik maakt van benamingen of titels voert die krachtens de wettelijke of reglementaire bepalingen zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd, zonder zelf te zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd conform de geldende wettelijke of reglementaire bepalingen of na afstand te hebben gedaan van deze vergunning, inschrijving of registratie, dan wel nadat die vergunning, inschrijving of registratie werd ingetrokken, geschrapt of herroepen;]4
  [10 7° een inbreuk pleegt op artikel 5, § 1, derde lid van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.]1
0
   Indien dezelfde feiten of gedragingen aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een geldboete door de FSMA of door de Bank op grond van zowel het eerste lid als op grond van de betrokken wetgeving, kan enkel toepassing worden gemaakt van het eerste lid.
   § 2. De FSMA kan de in paragraaf 1 bedoelde personen bevelen om onmiddellijk dan wel binnen de door haar gestelde termijn een einde te maken aan de betrokken activiteit of om zich binnen de door haar gestelde termijn te voegen naar de bepalingen van de betrokken wetgeving.
  [7 De FSMA kan op zijn website zijn beslissing om een bevel uit te spreken, overeenkomstig het eerste lid, met naam genoemd openbaar maken, evenals de redenen van deze beslissing.]7
   De FSMA kan eenieder die zijn middelen heeft kunnen laten gelden en die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een tot hem krachtens het eerste lid gericht bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch in het totaal 2.500.000 euro mag overschrijden.
   § 3. Artikel 37 is van toepassing op de geldboeten en dwangsommen opgelegd met toepassing van de paragrafen 1 en 2.
   § 4. Indien zij het bestaan vaststelt van activiteiten als bedoeld in de eerste paragraaf of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat dit het geval is, kan de FSMA een waarschuwing publiceren. In het belang van de afnemers van financiële producten of diensten kan de FSMA daarbij ook melding maken van de feiten of omstandigheden die tot die waarschuwing hebben geleid.
   De FSMA kan ook de waarschuwingen publiceren die buitenlandse toezichthouders in gelijkaardige materies bekendmaken.
   § 5. Indien de FSMA krachtens dit artikel optreedt tegen iemand die het bedrijf uitoefent van een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in de omstandigheden beschreven in § 1, eerste lid, 1°, kan zij de krachtens de voorgaande paragrafen genomen beslissingen die ze kan of moet bekendmaken tevens ter kennis brengen van de personen en organisaties bedoeld in artikel 149, § 2, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen.]1
  
Art. 86bis. [1 § 1er. Dans le cadre du contrôle visé à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 5°, la FSMA peut infliger une amende administrative, qui ne peut excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, 2.500.000 euros, à toute personne qui :
   1° exerce en Belgique ou à partir du territoire belge l'activité d'entreprise d'assurances ou d'entreprise de réassurance, d'établissement de crédit, d'entreprise d'investissement, de société de gestion d'organismes de placement collectif [2 , de gestionnaire d'OPCA]2, d'institution de retraite professionnelle, [3 de prêteur, d'intermédiaire de crédit]3, de bureau de change, [8 d'intermédiaire d'assurance, intermédiaire d'assurance à titre accessoire qui n'est pas exempté en vertu de l'article 258 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, ou intermédiaire de réassurance]8, d'intermédiaire en services bancaires et en services d'investissement, de conseiller indépendant en gestion de patrimoine ou toute autre activité réglementée visée à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2° ou 3°, sans avoir été agréée, inscrite ou enregistrée à cet effet conformément aux dispositions légales ou réglementaires applicables, ou après avoir renoncé à cet agrément, cette inscription ou cet enregistrement ou s'être vu retirer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément, cette inscription ou cet enregistrement;
   2° ne se conforme pas à [4 l'article 102 ou à l'article 103 de la loi du 25 octobre 2016]4;
   3° [9 fournit des services de paiement ou exerce l'activité d'émission de monnaie électronique en Belgique sans satisfaire aux dispositions des articles 5, 120, 124, 127, 144, 163, 218 (en ce qu'il renvoie à l'article 120), 219 (en ce qu'il renvoie à l'article 124) ou 220 (en ce qu'il renvoie à l'article 127) de la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement, et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement;]9
   4° [2 offre publiquement des parts d'un organisme de placement collectif belge ou étranger, alors que celui-ci n'est pas inscrit ou agréé conformément à, selon le cas, la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ou la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires ou alors que l'inscription ou l'agrément a été radié ou révoqué, ou en méconnaissance d'une mesure de suspension ou d'interdiction visée dans les lois précitées;]2
  [2 4° /1 commercialise [5 ...]5 des parts d'OPCA de droit belge ou étranger, alors que l'organisme concerné n'est pas géré par un gestionnaire agréé ou enregistré conformément à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires ou à la loi applicable dans son Etat membre d'origine;]2
  [5 4° /2 commercialise des parts d'OPCA auprès du public en violation de l'article 180/1 de la loi du 19 avril 2014;]5
   5° ne se conforme pas à l'[6 article 28 de la loi du 11 juillet 2018]6 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.
  [4 6° fait usage public en Belgique de dénominations ou porte des titres réservés en vertu de dispositions légales ou réglementaires à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque, sans avoir été agréée, inscrite ou enregistrée conformément aux dispositions légales ou réglementaires applicables, ou après avoir renoncé à cet agrément, cette inscription ou cet enregistrement ou s'être vu retirer, radier ou révoquer cet agrément, cette inscription ou cet enregistrement;]4
  [10 7° commet une infraction à l'article 5, § 1er, alinéa 3 de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces.]1
0
   Si les mêmes faits ou comportements peuvent donner lieu à l'imposition d'une amende par la FSMA ou par la Banque tant en vertu de l'alinéa 1er qu'en vertu de la législation concernée, seul l'alinéa 1er peut être appliqué.
   § 2. La FSMA peut enjoindre aux personnes visées au paragraphe 1er de mettre fin, immédiatement ou dans le délai qu'elle détermine, à l'activité concernée ou de se conformer, dans le délai qu'elle détermine, aux dispositions de la législation concernée.
  [7 La FSMA peut rendre publique de manière nominative sur son site web sa décision de prononcer l'injonction conformément à l'alinéa 1er, ainsi que les motifs de cette décision.]7
   A toute personne qui a pu faire valoir ses moyens et qui, à l'expiration du délai fixé par la FSMA, reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu de l'alinéa 1er, la FSMA peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier, supérieure à 50.000 euros, ni, au total, excéder 2.500.000 euros.
   § 3. L'article 37 est applicable aux amendes et astreintes infligées en application des paragraphes 1er et 2.
   § 4. Si elle constate l'existence d'activités visées au paragraphe 1er ou si elle a des motifs raisonnables de considérer que de telles activités existent, la FSMA peut publier une mise en garde. Dans l'intérêt des utilisateurs de produits ou services financiers, la FSMA peut également y faire mention des faits ou des circonstances qui ont donné lieu à cette mise en garde.
   La FSMA peut également publier les mises en garde diffusées par des autorités de contrôle étrangères dans des matières similaires.
   § 5. Si la FSMA agit, en vertu du présent article, à l'encontre d'une personne qui exerce l'activité d'institution de retraite professionnelle dans les circonstances décrites au § 1er, alinéa 1er, 1°, elle peut porter les décisions prises en vertu des paragraphes précédents qu'elle a la faculté ou l'obligation de rendre publiques, à la connaissance également des personnes et organisations visées à l'article 149, § 2, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle.]
  
Art. 86ter. [1 § 1. Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, de deposant of de verzekerde verklaart de rechter
   1° de inschrijving op [3 rechten van deelneming]3 van Belgische of buitenlandse openbare instellingen voor collectieve belegging nietig, indien de betrokken instelling voor collectieve belegging niet over de door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen vereiste vergunning of inschrijving beschikte, of indien zij afstand had gedaan van die vergunning of inschrijving, of indien die vergunning of inschrijving was ingetrokken, geschrapt, herroepen of geschorst;
   2° de inschrijving op [3 rechten van deelneming]3 van Belgische of buitenlandse openbare instellingen voor collectieve belegging nietig, indien de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging niet over de door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen vereiste vergunning beschikte, of indien zij afstand had gedaan van die vergunning, of indien die vergunning was ingetrokken, geschrapt, herroepen of geschorst;
  [3 2° /1 de inschrijving op rechten van deelneming van Belgische of buitenlandse AICB's nietig, indien de beheerder van de betrokken AICB's niet over de door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen vereiste vergunning beschikte, of indien zij afstand had gedaan van die vergunning, of indien die vergunning was ingetrokken, geschrapt, herroepen of geschorst;]3
   3° elke overeenkomst gesloten in strijd met [6 artikel 28 van de wet van 11 juli 2018]6 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt nietig;
   4° elke overeenkomst met betrekking tot het aanbieden of verstrekken van [7 beleggingsdiensten en -activiteiten of financiële producten]7 nietig, indien die werd gesloten terwijl de betrokken dienstverlener niet over de door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen vereiste vergunning beschikte, of indien hij afstand had gedaan van die vergunning, of indien die vergunning was ingetrokken, geschrapt, herroepen of geschorst;
   5° [2 ...]2
   6° elke levensverzekeringsovereenkomst van tak 21, 23 of 26 nietig, indien die werd gesloten terwijl de betrokken [5 verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussen-persoon]5 niet over de door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen vereiste vergunning beschikte, of indien hij afstand had gedaan van die vergunning, of indien die vergunning was ingetrokken, geschrapt, herroepen of geschorst, of nadat die vergunning ambtshalve was vervallen;
   7° elke overeenkomst met betrekking tot het aanbieden of verstrekken van financiële producten of diensten nietig, indien bij de sluiting ervan een beroep werd gedaan op een persoon die de activiteit van bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten uitoefende zonder over de door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen vereiste vergunning te beschikken, of die afstand had gedaan van die vergunning, of van wie de vergunning was ingetrokken, geschrapt, herroepen of geschorst, of nadat die vergunning ambtshalve was vervallen.
   Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, de deposant of de verzekerde, en onverminderd paragraaf 3, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op het betrokken financieel product of het sluiten van de betrokken overeenkomst geacht het gevolg te zijn van de betrokken overtreding als bedoeld in het eerste lid.
   Het in het vorige lid bedoelde vermelde vermoeden zal ook kunnen worden ingeroepen ten aanzien van de gereglementeerde onderneming die in België werkzaam is en een beroep heeft gedaan op een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten of op [5 een verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon]5 die zich in één van de in het eerste lid, 6° of 7°, bedoelde gevallen bevindt.
   § 2. [4 ...]4.
   § 3. De bepalingen [4 van paragraaf 1]4 zijn niet van toepassing indien de betrokken onderneming of betrokken persoon over de in haar/zijn lidstaat van herkomst bij wet vereiste vergunning, inschrijving of toelating beschikt, en zij/hij haar/zijn activiteiten in België verricht via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten zonder dat de ter zake door de toepasselijke Europese richtlijnen opgelegde formaliteiten zijn vervuld.
   § 4. Bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, breidt de Koning de toepassing van het geheel of een deel van dit artikel uit naar schendingen van de bepalingen van de besluiten getroffen met toepassing van artikel 28ter, 30bis en 45, § 2, indien en in de mate dat deze besluiten een voorafgaande goedkeuring opleggen van documenten bestemd voor de afnemers van financiële producten en diensten.]1

  
Art. 86ter. [1 [1 § 1er. Sans préjudice du droit commun de la responsabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, au déposant ou à l'assuré, le juge annule,
   1° la souscription de [3 parts]3 d'organismes de placement collectif publics belges ou étrangers, lorsque l'organisme de placement collectif concerné ne dispose pas de l'agrément ou de l'inscription exigé par les dispositions légales ou réglementaires applicables, ou a renoncé à cet agrément ou cette inscription ou s'est vu retirer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément ou cette inscription;
   2° la souscription de [3 parts]3 d'organismes de placement collectif publics belges ou étrangers, lorsque la société de gestion d'organismes de placement collectif concernée ne dispose pas de l'agrément exigé par les dispositions légales ou réglementaires applicables, ou a renoncé à cet agrément ou s'est vu retirer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément;
  [3 2° /1 la souscription de parts d'OPCA belges ou étrangers, lorsque le gestionnaire d'OPCA concerné ne dispose pas de l'agrément exigé par les dispositions légales ou règlementaires applicables, ou a renoncé à cet agrément ou s'est vu retirer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément;]3
   3° toute convention conclue en contravention de l'[6 article 28 de la loi du 11 juillet 2018]6 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé;
   4° toute convention visant à l'offre ou à la fourniture de [7 services et activités d'investissement ou produits financiers]7, conclue alors que le prestataire concerné ne dispose pas de l'agrément exigé par les dispositions légales ou réglementaires applicables, ou a renoncé à cet agrément ou s'est vu retirer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément;
   5° [2 ...]2
   6° tout contrat d'assurance sur la vie appartenant aux Branches 21, 23 et 26 conclu alors que [5 l'intermédiaire d'assurance, l'intermédiaire d'assurance à titre accessoire ou l'intermédiaire de réassurances]5 concerné ne dispose pas de l'agrément exigé par les dispositions légales ou réglementaires applicables, ou a renoncé à cet agrément ou s'est vu retirer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément ou encore après que cet agrément ait expiré d'office;
   7° toute convention visant à l'offre ou à la fourniture de produits ou services financiers, conclue à l'intervention d'une personne se livrant à de l'intermédiation en services bancaires et d'investissement alors qu'elle ne dispose pas de l'agrément exigé par les dispositions légales ou réglementaires applicables, ou a renoncé à cet agrément ou s'est vu retirer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément ou encore après que cet agrément ait expiré d'office.
   Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, au déposant ou à l'assuré et sans préjudice du paragraphe 3, le dommage causé par l'achat ou la souscription du produit financier concerné ou par la conclusion de la convention concernée est présumé résulter de la violation concernée visée à l'alinéa 1er.
   La présomption établie par l'alinéa précédent pourra également être invoquée à l'égard de l'entreprise réglementée opérant en Belgique et ayant fait appel à un intermédiaire en services bancaires et en services d'investissement ou à [5 un intermédiaire en assurances, un intermédiaire d'assurance à titre accessoire ou un intermédiaire de réassurances]5 se trouvant dans les cas visés à l'alinéa 1er, 6° ou 7°.
   § 2. [4 ...]4.
   § 3. Les dispositions [4 du paragraphe 1er]4 ne sont pas applicables lorsque l'entreprise ou la personne concernée dispose de l'agrément, inscription ou autorisation exigée par la loi dans son Etat membre d'origine et exerce ses activités en Belgique par le biais de l'établissement d'une succursale ou de la libre prestation de services sans que les formalités imposées à cet effet par les directives européennes applicables n'aient été respectées.
   § 4. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi étend l'application de tout ou partie du présent article aux violations des dispositions des arrêtés pris en vertu des articles 28ter, 30bis et 45, § 2, si et dans la mesure où ces arrêtés instaurent un régime prévoyant l'approbation préalable de documents d'information destinés à des utilisateurs de produits et services financiers.]1

  
Art.87. (oud art. 79) § 1. Worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en een geldboete van 250 EUR tot 2.500.000 EUR of met één van deze straffen alleen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° zij die de onderzoeken en expertises van de [1 FSMA]1 krachtens dit hoofdstuk verhinderen of haar bewust onjuiste of onvolledige informatie verstrekken; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° zij die bewust, door verklaringen of anderszins, doen of laten uitschijnen dat de verrichting of verrichtingen die zij uitvoeren of voornemens zijn uit te voeren worden verricht onder de voorwaarden bepaald in de wetten en reglementen waarvan de [1 FSMA]1 op de toepassing toeziet, terwijl deze wetten en reglementen niet op hen van toepassing zijn of niet werden geëerbiedigd; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [2 3° zij die geen gevolg geven aan een bevel dat met toepassing van artikel 36 of artikel 86bis tot hen was gericht;
   4° zij die de beschikkingen niet naleven van een vonnis of arrest dat is gewezen ingevolge een vordering tot staking gegrond op artikel 125.]2

  § 2. De inbreuken op de artikelen 74, 75, § 4, en 76, eerste lid, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.
  [2 § 2bis. Elk gebruik door de partij die het voorwerp is van het onderzoek van de auditeur als bedoeld in artikel 70 van de over het onderzoek of de gegevens die het voorwerp uitmaken van het onderzoek verkregen inlichtingen dat tot doel en tot gevolg heeft het verloop van het onderzoek te hinderen of inbreuk te maken op het privéleven, de fysieke of morele integriteit of de goederen van een in het dossier genoemde persoon, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 460ter van het Strafwetboek.
   Elke andere persoon die zijn medewerking dient te verlenen of verleent aan het onderzoek van de auditeur als bedoeld in artikel 70 is tot geheimhouding verplicht. Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.]2

  § 3. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85, van toepassing op de inbreuken bedoeld in [2 §§ 1, 2 en 2bis]2.
  [3 § 4. Wanneer de feiten voorgelegd aan de rechtbank het voorwerp zijn van een vordering tot staking gegrond op artikel 125, kan er niet beslist worden over de strafvordering dan nadat een in kracht van gewijsde gegane beslissing is genomen betreffende de vordering tot staking.]3
  
Art.87. (anc. art. 79) <L 2007-05-02/31, art. 48, 029; En vigueur : 22-06-2007> § 1er. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 250 EUR à 2.500.000 EUR ou d'une de ces peines seulement :
  1° ceux qui font obstacle aux inspections et expertises de la [1 FSMA]1 en vertu du présent chapitre ou lui donnent sciemment des informations inexactes ou incomplètes; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  2° ceux qui sciemment, par affirmation ou autrement, font croire ou laissent croire que la ou les opérations qu'ils effectuent ou se proposent d'effectuer sont réalisées dans les conditions prévues par les lois et règlements dont la [1 FSMA]1 contrôle l'application, alors que ces lois et règlements ne leur sont pas applicables ou n'ont pas été respectés; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  [2 3° ceux qui ne donnent pas suite à une injonction qui leur a été adressée en application de l'article 36 ou de l'article 86bis;
   4° ceux qui ne se conforment pas aux prescriptions d'un jugement ou d'un arrêt rendu à la suite d'une action en cessation fondée sur l'article 125.]2

  § 2. Les infractions aux articles 74, 75, § 4, et 76, alinéa 1er, sont punies des peines prévues à l'article 458 du Code pénal.
  [2 § 2bis. Tout usage, par la partie faisant l'objet de l'enquête de l'auditeur visée à l'article 70, d'informations obtenues au sujet de l'enquête ou d'éléments faisant l'objet de l'enquête, qui aura eu pour but et pour effet d'entraver le déroulement de l'enquête ou de porter atteinte à la vie privée, à l'intégrité physique ou morale ou aux biens d'une personne citée dans le dossier, est puni des peines prévues à l'article 460ter du Code pénal.
   Toute autre personne appelée à prêter ou prêtant son concours à l'enquête de l'auditeur visée à l'article 70 est tenue au secret. Celui qui viole ce secret est puni des peines prévues à l'article 458 du Code pénal.]2

  § 3. Les dispositions du livre premier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions visées aux [2 § 1er, 2 et 2bis]2.
  [3 § 4. Lorsque les faits soumis au tribunal font l'objet d'une action en cessation fondée sur l'article 125, il ne peut être statué sur l'action pénale qu'après qu'une décision coulée en force de chose jugée a été rendue relativement à l'action en cessation.]3
  
Afdeling 8. [1 Complianceofficers]1
Section 8. [1 Compliance officers]1
Art. 87bis. [1 § 1. [4 De beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en instellingen voor collectieve belegging die geen beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de artikelen 35 of 44 van de wet van 3 augustus 2012 hebben aangeduid, beheerders die openbare AICB's beheren, kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht en de in België gevestigde bijkantoren van dergelijke instellingen die ressorteren onder het recht van derde landen stellen voor de naleving van de volgende bepalingen die op hen van toepassing zijn, één of meer complianceofficers aan die de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende kennis en ervaring bezitten :
   a) artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2;
   b) de artikelen 82, 83, 218, 219 en 220 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, de artikelen 41 en 201 van dezelfde wet;
   c) de artikelen 37, 38, 39, 44 tot 46, 245 en 330 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, de artikelen 26 tot 28, 36, 47, 208 en 319 van dezelfde wet.]4

   Deze personen voeren de volgende opdrachten uit onder de verantwoordelijkheid van de effectieve leiding :
   a) [4 de controle op en de evaluatie van de aangepastheid en de efficiëntie van het beleid, de procedures en de maatregelen die de naleving, door de betrokken onderneming en de betrokken personen, van de in het eerste lid bedoelde bepalingen beogen;]4
   b) het adviseren en het bijstaan van de relevante personen opdat deze hun bovenvermelde verplichtingen zouden nakomen.
   De betrokken ondernemingen brengen de FSMA onverwijld op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde aanstelling alsook van de wijzigingen in de functie van een complianceofficer.
   § 2. De complianceofficers die binnen de betrokken ondernemingen belast zijn met de in § 1 bedoelde opdrachten dienen door de FSMA te worden erkend. De betrokken ondernemingen dienen daartoe een aanvraag tot erkenning in bij de FSMA.
   Bij reglement zoals bedoeld in artikel 64 bepaalt de FSMA :
   - de vereisten inzake kennis, ervaring, vorming en professionele eerbaarheid;
   - de modaliteiten van de erkenningprocedure.
   De FSMA publiceert op haar website een lijst met de complianceofficersdie door haar erkend zijn bij de betrokken ondernemingen.
   § 3. In geval een complianceofficer niet langer beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden kan de FSMA overgaan tot het herroepen van de erkenning op grond van een gemotiveerde beslissing en na de betrokkene te hebben gehoord.
   De FSMA kan beslissen deze herroeping publiek te maken door publicatie ervan op haar website.
   § 4. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de in dit artikel opgelegde verplichtingen niet worden nageleefd.]1

  [3 § 5. In afwijking van de paragrafen 1, derde lid, 2, eerste en derde lid, 3 en 4, zijn de toepassing van en het toezicht op de naleving van het onderhavige artikel door de maatschappijen van onderlinge bijstand [5 als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6 en 7, van de wet van 6 augustus 1990]5 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, opgedragen aan de [5 CDZ]5.
   Voor het uitoefenen van deze bevoegdheden past de [5 CDZ]5 de bepalingen toe van het reglement dat door de FSMA is vastgesteld ter uitvoering van § 2, tweede lid. De bepalingen van dit reglement die op de maatschappijen van onderlinge bijstand van toepassing zijn, worden genomen op advies van de [5 CDZ]5. Wanneer de [5 CDZ]5 toepassing maakt van de bepalingen van dit reglement, dient " [5 CDZ]5 " te worden gelezen in plaats van " FSMA ".]3

  
Art. 87bis. [1 § 1er. [4 Les entreprises d'investissement, sociétés de gestion d'organismes de placement collectif et organismes de placement collectif qui n'ont pas désigné de société de gestion d'organismes de placement collectif au sens des articles 35 ou 44 de la loi du 3 août 2012, gestionnaires qui gèrent desOPCA publics, établissements de crédit et entreprises d'assurances de droit belge et les succursales établies en Belgique de telles institutions relevant du droit d'Etats tiers désignent un ou plusieurs compliance officers qui possèdent l'honorabilité professionnelle nécessaire ainsi que les connaissances et l'expérience adéquates, en vue d'assurer le respect de celles des dispositions suivantes qui leur sont applicables :
   a) l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2;
   b) les articles 82, 83, 218, 219 et 220 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ainsi que, sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées, des articles 41 et 201 de la même loi;
   c) les articles 37, 38, 39, 44 à 46, 245 et 330 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires ainsi que, sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées, des articles 26 à 28, 36, 47, 208 et 319 de la même loi.]4

   Ces personnes accomplissent, sous la responsabilité de la direction effective, les missions suivantes :
   a) [4 contrôler et évaluer le caractère adéquat et l'efficacité de la politique, des procédures et des mesures visant à garantir le respect, par l'entreprise concernée et les personnes concernées, des dispositions visées à l'alinéa 1er;]4
   b) conseiller et assister les personnes concernées afin que celles-ci respectent leurs obligations susvisées.
   Les entreprises concernées informent la FSMA sans délai de toute désignation intervenue conformément à l'alinéa 1er, ainsi que de toute modification apportée à la fonction d'un compliance officer.
   § 2. Les compliance officers qui, au sein des entreprises concernées, sont chargés des missions visées au § 1er, doivent être agréés par la FSMA. Les entreprises concernées introduisent à cet effet une demande d'agrément auprès de la FSMA.
   Par voie de règlement pris en vertu de l'article 64, la FSMA détermine :
   - les exigences en matière de connaissances, d'expérience, de formation et d'honorabilité professionnelle;
   - les modalités de la procédure d'agrément.
   La FSMA publie sur son site web la liste des compliance officers qu'elle a agréés auprès des entreprises concernées.
   § 3. Si un compliance officer ne répond plus aux conditions d'agrément, la FSMA peut procéder à la révocation de l'agrément, moyennant une décision motivée, et après avoir entendu l'intéressé.
   La FSMA peut décider de rendre cette révocation publique en l'annonçant sur son site web.
   § 4. Les dispositions des articles 36 et 37 sont applicables en cas de manquement aux obligations prévues au présent article.]1

  [3 § 5. Par dérogation aux paragraphes 1er, alinéa 3, 2, alinéas 1er et 3, 3 et 4, l'application et le contrôle du respect du présent article par les sociétés mutualistes [5 visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6 et 7, de la loi du 6 août 1990]5 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, relèvent des compétences de l'[5 OCM]5.
   Pour l'exercice de ces compétences, l'[5 OCM]5 fait application des dispositions du règlement de la FSMA pris en exécution du paragraphe 2, alinéa 2. Les dispositions de ce règlement applicables aux sociétés mutualistes sont prises sur avis de l'[5 OCM]5. Lorsque l'[5 OCM]5 fait application des dispositions de ce règlement, il y a lieu de lire " [5 OCM]5 " au lieu de " FSMA ".]3

  
Afdeling 9. [1 Bijstand van revisoren]1
Section 9. [1 Assistance de réviseurs]1
Art. 87ter. [1 § 1. De FSMA kan in het kader van de haar in artikel 45 toegewezen opdrachten een daartoe door haar erkend revisor de opdracht geven om met betrekking tot de domeinen die onder haar bevoegdheid vallen een verslag uit te brengen over :
   - de aangepastheid van de organisatie van de in artikel 45, § 1, 2° en 3° bedoelde ondernemingen en personen, in het licht van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2;
   - de naleving door de betrokken ondernemingen en personen van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2.
   De erkende revisor beschikt daartoe over de volgende bevoegdheden :
   a) hij kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen, met inbegrip van informatie en documenten die betrekking hebben op de relaties tussen de onderneming en een bepaalde cliënt;
   b) hij kan ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem.
   [2 ...]2
   § 2. De FSMA legt bij reglement bedoeld in artikel 64 de regels vast voor de erkenning van en samenwerking met de revisoren.
   Het erkenningsreglement wordt uitgevaardigd na raadpleging van de erkende revisoren via hun representatieve beroepsvereniging.
   Het Instituut der Bedrijfsrevisoren brengt de FSMA op de hoogte telkens als een tuchtprocedure wordt ingeleid tegen een erkende revisor wegens een tekortkoming in de uitoefening van zijn taak bij een onderneming alsook telkens als een tuchtmaatregel wordt genomen tegen een erkende revisor, met opgave van de motivering.
   De FSMA kan de erkenning van de betrokken revisor steeds herroepen bij beslissing die is gemotiveerd door redenen die verband houden met zijn statuut of zijn opdracht als erkende revisor, zoals bepaald door of krachtens deze wet. Met deze herroeping eindigt de opdracht van de erkende revisor.]1

  
Art. 87ter. [1 § 1er. La FSMA peut, dans le cadre des missions qui lui sont dévolues par l'article 45, charger un réviseur agréé à cet effet par ses soins d'établir, dans les domaines relevant des compétences de la FSMA, un rapport sur :
   - le caractère adéquat de l'organisation des entreprises et personnes visées à l'article 45, §1er, 2° et 3° au regard des règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2;
   - le respect, par les entreprises et personnes concernées, des règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2.
   Le réviseur agréé dispose à cet effet des pouvoirs suivants :
   a) il peut se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, y compris sur les relations entre l'entreprise et un client déterminé;
   b) il peut procéder à des inspections et expertises sur place, prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et avoir accès à tout système informatique.
   [2 ...]2
   § 2. La FSMA arrête, par voie de règlement pris en vertu de l'article 64, les règles d'agrément des réviseurs ainsi que les modalités de collaboration.
   Le règlement d'agrément est pris après consultation des réviseurs agréés, représentés par leur organisation professionnelle.
   L'Institut des réviseurs d'entreprises informe la FSMA de l'ouverture de toute procédure disciplinaire à l'encontre d'un réviseur agréé pour manquement commis dans l'exercice de ses fonctions auprès d'une entreprise ainsi que de toute mesure disciplinaire prise à l'encontre d'un réviseur agréé et de ses motifs.
   La FSMA peut, en tout temps, révoquer l'agrément du réviseur concerné, par décision motivée par des raisons tenant à son statut ou à l'exercice de ses fonctions de réviseur agréé, tels que prévus par ou en vertu de la présente loi. Cette révocation met fin aux fonctions du réviseur agréé.]1

  
Afdeling 10. [1 Rapportering]1 [2 en toegang tot de websites]2
Section 10. [1 Communication d'informations]1 [2 et accès aux sites web]2
Art. 87quater. [2 § 1.]2 [1 Bij reglement zoals bedoeld in artikel 64 kan de FSMA ten aanzien van de instellingen bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2° en 3°, de regels vastleggen inzake de verslaggeving die periodiek aan de FSMA moet worden overgemaakt in verband met de activiteiten en diensten onder haar toezicht. De FSMA kan daarbij een onderscheid maken tussen de categorieën van instellingen.
   Deze reglementen worden genomen na raadpleging van de betrokken instellingen via hun beroepsverenigingen.]1

  [2 § 2. De instellingen bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2° en 3°, verschaffen de FSMA uiterlijk binnen de tien bankwerkdagen volgend op haar verzoek een permanente toegang tot de onderdelen van hun websites die voor hun cliënten zijn voorbehouden, zonder daarbij evenwel toegang te verschaffen tot de individuele gegevens van hun cliënten.
   § 3. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing indien de door of krachtens dit artikel opgelegde verplichtingen niet worden nageleefd.]2

  
Art. 87quater. [2 § 1er.]2 [1 Par voie de règlement pris conformément à l'article 64, la FSMA peut, à l'égard des établissements visés à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2° et 3°, déterminer les règles relatives aux informations qui doivent être communiquées périodiquement à la FSMA concernant les activités et les services soumis à son contrôle. La FSMA peut, à cet effet, opérer une distinction entre les catégories d'établissements.
   Ces règlements sont pris après consultation des établissements concernés représentés par leurs associations professionnelles.]1

  [2 § 2. Les établissements visés à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2° et 3°, fournissent à la FSMA, au plus tard dans les dix jours ouvrables bancaires suivant sa demande, un accès permanent aux parties de leurs sites web qui sont réservées à leurs clients, sans toutefois donner accès aux données individuelles de leurs clients.
   § 3. Les dispositions des articles 36 et 37 sont applicables en cas de manquement aux obligations prévues par ou en vertu du présent article.]2

  
Afdeling 11. [1 - Mystery shopping]1
Section 11. [1 - Mystery shopping]1
Art. 87quinquies. [1 Voor de uitoefening van haar toezicht op de naleving van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, kan de FSMA de ondernemingen en personen bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2° en 3°, alsook hun effectieve leiders en werknemers, de zelfstandige agenten die voor hen optreden en de medewerkers van die laatsten, laten benaderen door haar personeelsleden of door daartoe door de FSMA aangestelde derden die zich voordoen als cliënten of potentiële cliënten, zonder dat zij hun hoedanigheid van personeelslid van de FSMA of van door de FSMA aangestelde derde moeten meedelen en zonder dat zij moeten meedelen dat de bij die gelegenheden verkregen informatie door de FSMA kan worden aangewend voor de uitoefening van haar toezicht.
   In het kader van de haar in artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, toegewezen opdracht kan de FSMA de bevoegdheid vermeld in het eerste lid ook uitoefenen ten aanzien van degenen die de betrokken verrichting of activiteit uitoefenen of van wie wordt vermoed dat ze die verrichting of activiteit uitoefenen en hun medewerkers.
   Op advies van de FSMA kan de Koning de bevoegdheid van de FSMA vermeld in het eerste lid uitbreiden tot het toezicht op de naleving van de andere regels die Hij daartoe aanduidt, voor zover het gaat om regels die moeten worden toegepast in de rechtstreekse relatie met de cliënten of potentiële cliënten en waarop de FSMA toeziet.]1

  
Art. 87quinquies. [1 Pour exercer son contrôle du respect des règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2, la FSMA peut charger des membres de son personnel ou des tiers mandatés par ses soins de se rendre auprès des entreprises ou des personnes visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2° et 3°, ainsi qu'auprès de leurs dirigeants effectifs et employés, des agents indépendants agissant pour leur compte et des collaborateurs de ces derniers, en se présentant comme des clients ou clients potentiels, sans devoir dévoiler leur qualité de membre du personnel de la FSMA ou de tiers mandaté par celle-ci et sans devoir préciser que les informations obtenues lors de cette visite pourront être utilisées par la FSMA aux fins de l'exercice de son contrôle.
   Dans le cadre de la mission qui lui a été confiée par l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 5°, la FSMA peut également exercer le pouvoir visé à l'alinéa 1er à l'égard des personnes qui effectuent les opérations ou exercent les activités concernées ou qui sont soupçonnées d'effectuer ces opérations ou d'exercer ces activités, ainsi qu'à l'égard de leurs collaborateurs.
   Le Roi, sur avis de la FSMA, peut étendre l'exercice du pouvoir de la FSMA visé à l'alinéa 1er au contrôle du respect d'autres règles qu'Il indique à cet effet, pour autant qu'il s'agisse de règles qui doivent être appliquées dans les relations directes avec les clients ou clients potentiels et au respect desquelles la FSMA est chargée de veiller.]1

  
HOOFDSTUK IV. - [1 Comité voor systeemrisico's en systeemrelevante financiële instellingen.]1 [2 opgeheven]2
CHAPITRE IV. - [1 Comité des risques et établissements financiers systémiques.]1 [2 abrogé]2
Art.88.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.88.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.89.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.89.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.90.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 242 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.90.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.91.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.91.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.92.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.92.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.93.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.93.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.94.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.94.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.95.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.95.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.96.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.96.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.97.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.97.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.98.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.98.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.99.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.99.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.100.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.100.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.101.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.101.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.102.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.102.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.103.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.103.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.104.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.104.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.105.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.105.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.106.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Opgeheven art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Art.106.   (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)">Abrogé art. 243 van 3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector (NOTA : bevestigd door W2012-08-03/47, art. , 001; Inwerkingtreding : 01-04-2011)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2011 en tekstbijwerking tot 28-05-2014)
Afdeling 6. - Beroepsgeheim, uitwisseling van informatie en samenwerking met andere autoriteiten. (Opgeheven door KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004&gt;
Section 6. - Secret professionnel, échange d'informations et coopération avec d'autres autorités.
Afdeling 7. - Onderzoeksbevoegdheden en strafbepalingen. (Opgeheven door KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004&gt;
Section 7. - Pouvoirs d'investigation et dispositions pénales.
HOOFDSTUK IV.
CHAPITRE IV.
HOOFDSTUK V. - Verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de [1 FSMA]1 en de [2 marktexploitanten]2 [ , tussenkomst van de FSMA voor de strafgerechten en vordering tot staking].
CHAPITRE V. - Voies de recours contre les décisions prises par le ministre, par la [1 FSMA]1 et par les [2 opérateurs de marché]2 [, intervention de la FSMA devant les juridictions répressives et action en cessation].
Art.120. <INGEVOEGD bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. Ondernemingen die om erkenning of handhaving van de hoedanigheid van Belgische gereglementeerde markt verzoeken, alsook de [1 FSMA]1 kunnen, beroep instellen bij het [2 Marktenhof]2 tegen de beslissingen die de minister neemt op grond van [3 artikel 7, § 1, en de artikelen 80 en 81, § 1, 4°, van de wet van 21 november 2017 of wanneer de minister geen uitspraak heeft gedaan binnen de krachtens artikel 7, § 1, vijfde lid, vastgestelde termijnen]3. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [3 Daarnaast kunnen marktexploitanten bij het Marktenhof beroep instellen tegen beslissingen die de FSMA genomen heeft krachtens artikel 81, § 1, 2° en 3°, van de wet van 21 november 2017 .]3
  § 2. Het beroep als bedoeld in § 1 moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing of na afloop van de vastgestelde termijn.
  § 3. Het beroep als bedoeld in § 1 moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, worden ingesteld bij ondertekend verzoekschrift ingediend ter griffie van het hof van beroep te Brussel in zoveel exemplaren als er partijen zijn.
  Op straffe van niet-ontvankelijkheid, bevat het verzoekschrift :
  1° de vermelding van de dag, de maand en het jaar;
  2° indien de verzoeker een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornamen en woonplaats; indien de verzoeker een rechtspersoon is, zijn naam, zijn rechtsvorm, zijn maatschappelijke zetel en het orgaan dat hem vertegenwoordigt;
  3° de vermelding van de beslissing waarop het beroep betrekking heeft;
  4° de uiteenzetting van de middelen;
  5° de aanduiding van de plaats, de dag en het uur van de verschijning vastgesteld door de griffie van het hof van beroep;
  6° de inventaris van de verantwoordingsstukken die samen met het verzoekschrift ter griffie zijn neergelegd.
  Het verzoekschrift wordt door de griffie van het hof van beroep te Brussel ter kennis gebracht van alle partijen die door verzoeker in het geding zijn opgeroepen.
  Op ieder ogenblik, kan het [2 Marktenhof]2 ambtshalve alle andere partijen, wier toestand beïnvloed dreigt te worden door de beslissing over het beroep, in het geding oproepen.
  Het [2 Marktenhof]2 stelt de termijn vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen moeten overleggen en een kopie ervan ter griffie moeten neerleggen. Het hof bepaalt eveneens de datum van de debatten.
  Elk van de partijen kan haar schriftelijke opmerkingen neerleggen bij de griffie van het hof van beroep te Brussel en ter plaatse het dossier op de griffie raadplegen. Het [2 Marktenhof]2 bepaalt de termijn waarbinnen die opmerkingen moeten worden overgelegd. Ze worden door de griffie ter kennis gebracht van de partijen.
  § 4. De griffie van het hof van beroep te Brussel vraagt, binnen vijf dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de toezending van het dossier met de stukken aan het secretariaat van de minister. Binnen vijf dagen na de ontvangst van de vraag moet het dossier worden toegezonden.
  § 5. Behoudens in behoorlijk gemotiveerde omstandigheden, beslist het [2 Marktenhof]2 binnen een termijn van 60 dagen na de neerlegging van het in § 3 bedoelde verzoekschrift.
  § 6. Het beroep als bedoeld in § 1 heeft geen opschortende werking. Wanneer een dergelijk beroep is ingesteld, kan het [2 Marktenhof]2 evenwel, alvorens recht te spreken, de opschorting bevelen van de uitvoering van de beslissing van de minister als de aanvrager ernstige middelen inroept die de herziening van de beslissing kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke uitvoering ervan een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het Hof doet onverwijld uitspraak over de vraag tot opschorting.
Art.120. § 1er. Un recours auprès de la [2 Cour des marchés]2 est ouvert aux entreprises sollicitant la reconnaissance ou le maintien de la qualité de marché réglementé belge, ainsi qu'à la [1 FSMA]1, contre les décisions prises par le ministre en vertu [3 de l'article 7, § 1er et des articles 80 et 81, § 1er, 4°, de la loi du 21 novembre 2017 ou lorsque le ministre n'a pas statué dans les délais fixés en vertu de l'article 7, § 1er, alinéa 5]3. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004 En vigueur : 01-01-2004>
  [3 Un recours est également ouvert auprès de la Cour des marchés aux opérateurs de marché, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'article 81, § 1er, 2° et 3°, de la loi du 21 novembre 2017.]3
  § 2. Les recours visés au § 1er doivent être formes à peine de déchéance dans les 30 jours de la notification de la décision ou de l'échéance du délai fixé.
  § 3. Les recours visés au § 1er sont formés, à peine d'irrecevabilité prononcée d'office, par requête signée et déposée au greffe de la cour d'appel de Bruxelles en autant d'exemplaires que de parties à la cause.
  A peine d'irrecevabilité, la requête contient :
  1° l'indication des jours, mois et an;
  2° si le requérant est une personne physique, ses nom, prénoms et domicile; si le requérant est une personne morale, sa dénomination, sa forme, son siège social et l'organe qui la représente;
  3° la mention de la décision faisant l'objet du recours;
  4° l'exposé des moyens;
  5° l'indication des lieu, jour et heure de la comparution fixés par le greffe de la cour d'appel;
  6° l'inventaire des pièces et documents justificatifs remis au greffe en même temps que la requête.
  La requête est notifiée par le greffe de la cour d'appel de Bruxelles à toutes les parties appelées à la cause par le requérant.
  A tout moment, la [2 Cour des marchés]2 peut d'office appeler à la cause toutes autres personnes dont la situation risque d'être affectée par la décision à intervenir sur le recours.
  [2 Cour des marchés]2 fixe le délai dans lequel les parties doivent se communiquer leurs observations écrites et en déposer copie au greffe. Elle fixe également la date des débats.
  Les parties peuvent chacune déposer leurs observations écrites au greffe de la cour d'appel de Bruxelles et consulter le dossier au greffe sans déplacement. La [2 Cour des marchés]2 fixe les délais de production de ces observations. Elles sont portées par le greffe à la connaissance des parties.
  § 4. Le greffe de la cour d'appel de Bruxelles demande au secrétariat du ministre, dans les 5 jours de l'inscription de la cause au rôle, l'envoi du dossier de la procédure. La transmission est effectuée dans les 5 jours de la réception de la demande.
   § 5. Sauf circonstances dûment motivées, la [2 Cour des marchés]2 statue dans un délai de 60 jours à compter du dépôt de la requête visée au § 3.
  § 6. Les recours visés au § 1er ne sont pas suspensifs. Toutefois, la [2 Cour des marchés]2, saisie d'un tel recours, peut avant dire droit, ordonner la suspension de l'exécution de la décision du ministre lorsque le demandeur invoque des moyens sérieux susceptibles de justifier la réformation de la décision et que l'exécution immédiate de celle-ci risque de causer un préjudice grave et difficilement réparable. La cour statue toutes affaires cessantes sur la demande de suspension.
(NOTA : inwerkingtreding van artikel 120 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de <span class="reference text-[var(--ref-1)]" data-controller="reference-highlight" data-ref-number="1" data-action="mouseenter->reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight">[1 FSMA]1, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de [1 FSMA]1 en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
(NOTE : Entrée en vigueur de l' article 120 fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-04/53, art. 1, en ce qui concerne les voies de recours contre les décisions prises par le Ministre, par la [1 FSMA]1, par l'OCA et par les entreprises de marché et en ce qui concerne l'intervention de la [1 FSMA]1 et de l'OCA devant les juridictions répressives) <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>)
  
Art.121. <INGEVOEGD bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. In de volgende gevallen kan bij het [16 Marktenhof]16 beroep worden ingesteld tegen de beslissingen van de [[5 FSMA]5] : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° [25 elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de bepalingen van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en haar uitvoerings-besluiten, of van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG, en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen [28 of van Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen]28;]25
  2° [elke beslissing, vatbaar voor beroep, die genomen is met toepassing van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en haar uitvoeringsbesluiten;] <W 2007-04-01/46, art. 3, 2°, 025; Inwerkingtreding : 06-05-2007>
  3° [elke beslissing die is genomen met toepassing van artikel 10 van deze wet en van de uitvoeringsmaatregelen daarvan, en elke beslissing die genomen is met toepassing van artikel 34, § 2, van deze wet of met toepassing van artikel 23, § 2, 7° en 8°, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen;] <W 2007-05-23/32, art. 4, 1°, 030; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  4° elke beslissing waarbij een dwangsom of een administratieve geldboete wordt opgelegd en die is genomen met toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid, 2°, of § 2, van deze wet, [de artikelen 36, § 4, of 37 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen], [17 boek IV, titel 3, hoofdstuk 1, en artikel 79, §§ 1 tot en met 3, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten]17, [4 artikel 58quater, § 2, van de programmawet (I) van 24 december 2002]4, [13 artikel 69, § 1, tweede lid, of § 2, van de wet van 25 oktober 2016]13, [20 de artikelen 314, § 1, 1°, 315, § 1, 1°, en 319, §§ 1 en 2 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen]20 [4 artikel 49quater, § 2, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid,]4 [21 artikel 150 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening,]21 [12 ...]12 [9 de artikelen 110, 115, 151, 155, § 3, 165, § 1, eerste lid en § 2, 166, § 3 en 255 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen]9 [9 , de artikelen 362 en 365 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders]9 [2 , artikel 22, § 1, of artikel 23, § 1, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten,]2 [4 ...]4 [7 artikel 38 of 39 van de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen]7 [10 de artikelen XV. 31/3 of XV.66 van boek XV van het Wetboek van economisch recht]10 [18 artikel 79 van de wet van 21 november 2017]18 [15 , [26 artikel 8, §§ 2 en 3, van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën]26]15 [19 , [23 artikel 46, §§ 2 en 3, van de wet van 15 mei 2014]23 houdende diverse bepalingen, [23 artikel 14, §§ 2 en 3, van de wet van 18 februari 2018]23 houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen en tot instelling van een aanvullend pensioen voor de zelfstandigen actief als natuurlijke persoon, voor de meewerkende echtgenoten en voor de zelfstandige helpers]19 [22 , van artikel 18, §§ 2 en 3, van de wet van 6 december 2018 tot instelling van een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers en houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen]22 [27 , van artikel 30 van de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU]27 alsook met toepassing van elke andere wetsbepaling die de [[5 FSMA]5] de bevoegdheid zou verlenen een dwangsom of een administratieve boete op te leggen. <KB 2003-03-25/34, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2004-07-22/40, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 09-03-2005> <W 2006-02-22/38, art. 3, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2006> <W 2007-04-01/46, art. 3, 3°, 025; Inwerkingtreding : 06-05-2007>
  [14 4bis°. tegen de beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van artikel 59, § 1, 8°, van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, en tegen de beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van artikel 59, § 1, 1° tot 7°, van de [24 wet van 7 december 2016 tot organisatie]24 van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, wanneer die maatregelen tegelijkertijd, voor dezelfde feiten en aan dezelfde personen worden opgelegd als een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 59, § 1, 8°, van de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;]14
  [5 ° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van [6 de artikelen 68, 69, tweede lid, 155, § 1, derde lid, 165, § 1, eerste lid en [9 166, § 1 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen]9]6 [9 en van de artikelen 232, 233, tweede lid en 267, eerste lid van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders]9.] <W 2004-07-22/40, art. 4, 014; Inwerkingtreding : 09-03-2005>
  Wanneer de [[5 FSMA]5
] uitspraak moet doen en er nog geen beslissing is gevallen na afloop van een termijn van 45 dagen, die aanvangt met de haar door een belanghebbende ter kennis gebrachte aanmaning tot uitspraak, wordt het stilzwijgen van de [[5 FSMA]5] als een afwijzingsbeslissing beschouwd waartegen beroep kan worden ingesteld. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de bijzondere bepalingen die een andere termijn opleggen of die andere gevolgen verbinden aan het stilzwijgen van de [[5 FSMA]5]. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [6° elke beslissing die is genomen met toepassing van artikel 82, 1° en 3°, van deze wet.] <W 2007-05-23/32, art. 4,2°, 030; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  § 2. Onverminderd de strengere bijzondere bepalingen bepaald door of krachtens de wet, kan beroep worden ingesteld zoals bedoeld in § 1 door de bij de procedure voor de [[5 FSMA]5] betrokken partijen alsook door elke persoon die kan aantonen een belang te hebben. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [14 Onverminderd de bijzondere voorschriften bepaald door of krachtens de wet, bedraagt de beroepstermijn, op straffe van nietigheid, 15 dagen voor het beroep als bedoeld in § 1, 1° tot 3°. Die termijn bedraagt 30 dagen voor het beroep als bedoeld in § 1, 4° en 4bis°.]14
  De termijn voor het instellen van beroep vangt, voor de personen die deze kennisgeving ontvangen hebben, aan met de kennisgeving van de betwiste beslissingen, voor alle andere belanghebbende personen, op de datum waarop deze beslissing is gepubliceerd of hen bekend werd. Wanneer de [[5 FSMA]5] geen uitspraak heeft gedaan binnen de door of krachtens de wet vastgestelde termijn, vangt de termijn aan na afloop van die termijn.
  [3 Vierde en vijfde lid opgeheven.]3
  § 3. Artikel 120, § 3, is van toepassing op het beroep als bedoeld in § 1.
  § 4. De griffie van het hof van beroep te Brussel vraagt aan de [5 FSMA]5, binnen 5 dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de toezending van het dossier met de stukken. Binnen 5 dagen na de ontvangst van de vraag moet het dossier worden toegezonden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 5. Behoudens in behoorlijk gemotiveerde omstandigheden, beslist het [16 Marktenhof]16 te Brussel binnen een termijn van 60 dagen na het indienen van de vraag over het beroep als bedoeld in § 1, 1° tot 3°.
  § 6. [14 Het beroep bedoeld in § 1, 4° en 4bis°, schort de beslissing op waarop het beroep betrekking heeft. Het opschortende karakter van het beroep is beperkt tot de inning van de dwangsom of de boete. Het opschortende karakter belet niet dat de dwangsom verbeurt en staat de bekendmaking overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen niet in de weg. Het beroep als bedoeld in § 1, 1°, 2°, 3° en 6°, schort de beslissing waarop het beroep betrekking heeft, niet op, tenzij daarop door of krachtens de wet in uitzonderingen wordt voorzien. Het [16 Marktenhof]16 kan evenwel, alvorens recht te spreken, de opschorting bevelen van de uitvoering van de beslissing waarop het beroep betrekking heeft, als de aanvrager ernstige middelen inroept die de herziening van de beslissing kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke uitvoering ervan een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het hof doet onverwijld uitspraak over de vraag tot opschorting.]14
Art.121. § 1er. Un recours auprès de la [16 Cour des marchés]16 est ouvert contre les décisions de la [[5 FSMA]5] dans les cas suivants : <AR 2003-03-25/34, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  1° [25 contre toute décision susceptible de recours prise en application des dispositions de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et de ses arrêtés d'exécution ou du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, et des actes délégués pris en exécution de celui-ci [28 ou du règlement (UE) 2023/2631 du Parlement européen et du Conseil du 22 novembre 2023 sur les obligations vertes européennes et la publication facultative d'informations pour les obligations commercialisées en tant qu'obligations durables sur le plan environnemental et pour les obligations liées à la durabilité, et des actes délégués pris en exécution de celui-ci]28;]25
  2° [contre toute décision, susceptible de recours, prise en application des dispositions de la loi du 1 avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition et de ses arrêtés d'exécution;] <L 2007-04-01/46, art. 3, 2°, 025; En vigueur : 06-05-2007>
  3° [contre toute décision prise en application de l'article 10 de la présente loi et de ses mesures d'exécution, et contre toute décision prise en application de l'article 34, § 2, de la présente loi ou en application de l'article 23, § 2, 7° et 8°, de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes;] <L 2007-05-23/32, art. 4, 1°, 030; En vigueur : 22-06-2007>
  4° contre toute décision infligeant une astreinte ou une amende administrative, prise en application de l'article 36, § 1er, alinéa 2, 2°, ou § 2, de la présente loi, (des articles 36, § 4, ou 37 de la loi du 1 avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition), [17 du livre IV, titre 3, chapitre 1er, et l'article 79, §§ 1er à 3, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces]17, [4 de l'article 58quater, § 2, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002]4 de [13 l'article 69, § 1er, alinéa 2, ou § 2, de la loi du 25 octobre 2016]13, [20 des articles 314, § 1er, 1°, 315, § 1er, 1°, et 319, §§ 1er et 2 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances]20, [4 de l'article 49quater, § 2, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale,]4 [21 de l'article 150 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle,]21 [12 ...]12 [6 [9 des articles 110, 115, 151, 155, § 3, 165, § 1er, alinéa 1er et § 2, 166, § 3 et 255 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances]9]6 [9 , des articles 362 et 365 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires]9 [2 , de l'article 22, § 1er, ou de l'article 23, § 1er, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers,]2 [4 ...]4 [7 de l'article 38 ou de l'article 39 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification financière par des entreprises réglementées]7 [10 des articles XV. 31/3 ou XV.66 du livre XV du Code de droit économique]10 [18 , de l'article 79 de la loi du 21 novembre 2017,]18 [15 , [26 de l'article 8, §§ 2 et 3 de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances]26]15 [19 , [23 de l'article 46, §§ 2 et 3, de la loi du 15 mai 2014]23 portant des dispositions diverses, [23 de l'article 14, §§ 2 et 3, de la loi du 18 février 2018]23 portant des dispositions diverses en matière de pensions complémentaires et instaurant une pension complémentaire pour les travailleurs indépendants personnes physiques, pour les conjoints aidants et pour les aidants indépendants]19 [22 , de l'article 18, §§ 2 et 3, de la loi du 6 décembre 2018 instaurant une pension libre complémentaire pour les travailleurs salariés et portant des dispositions diverses en matière de pensions complémentaires]22 [27 , de l'article 30 de la loi du 20 décembre 2024 transposant la directive (UE) 2021/2167 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 sur les gestionnaires de crédits et les acheteurs de crédits, et modifiant les directives 2008/48/CE et 2014/17/UE]27 ainsi qu'en application de toute autre disposition légale qui donnerait à la [[5 FSMA]5] la compétence d'infliger une astreinte ou une amende administrative. <AR 2003-03-25/34, art. 1 et 20, 004; En vigueur : 01-01-2004> <L 2004-07-22/40, art. 3, 014; En vigueur : 09-03-2005> <L 2006-02-22/38, art. 3, 018; En vigueur : 15-03-2006> <L 2007-04-01/46, art. 3, 3°, 025; En vigueur : 06-05-2007>
  [14 4bis°. contre toute décision de la FSMA prise en application de l'article 59, § 1er, 8°, de la loi portant organisation de la profession et de la supervision des réviseurs d'entreprises et contre toute décision de la FSMA prise en application de l'article 59, § 1er, 1° à 7° de [24 loi du 7 décembre 2016 portant organisation]24 de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises lorsque ces mesures sont prononcées simultanément, pour les mêmes faits et à l'encontre des mêmes personnes qu'une amende administrative visée à l'article 59, § 1er, 8°, de la loi portant organisation de la profession et de la supervision des réviseurs d'entreprises;]14
  (5° contre toute décision susceptible de recours prise en application [6 des articles 68, 69, alinéa 2, 155, § 1er, alinéa 3, 165, § 1er, alinéa 1er et [9 166, § 1er de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances]9]6 [9 et des articles 232, 233, alinéa 2 et 267, alinéa 1er de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires]9.) <L 2004-07-22/40, art. 4, 014; En vigueur : 09-03-2005>
  Lorsque la [5 FSMA]5 est tenue de statuer et qu'à l'expiration d'un délai de 45 jours, prenant cours à la mise en demeure de statuer qui lui est notifiée par un intéressé, il n'est pas intervenu de décision, le silence de la [5 FSMA]5 est réputé constituer une décision de rejet susceptible de recours. Cette disposition ne préjudicie pas aux dispositions spéciales qui établissent un délai différent ou qui attachent des effets différents au silence de la [5 FSMA]5. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  (6° contre toute décision prise en application de l'article 82, 1° et 3°, de la présente loi.) <L 2007-05-23/32, art. 4, 2°, 030; En vigueur : 22-06-2007>
  § 2. Sans préjudice des dispositions spéciales plus restrictives prévues par ou en vertu de la loi, les recours visés au § 1er sont ouverts aux parties en cause devant la [5 FSMA]5 ainsi qu'à toute personne justifiant d'un intérêt.
  [14 Sans préjudice des dispositions spéciales prévues par ou en vertu de la loi, le délai de recours, prescrit à peine de nullité, est de 15 jours pour les recours visés au § 1er, 1° à 3°. Il est de 30 jours pour les recours visés au § 1er, 4° et 4bis°.]14
  Le délai de recours court à compter de la notification de la décision attaquée pour les personnes ayant reçu cette notification et à compter de la date à laquelle cette décision a été publiée ou leur a été connue, pour les autres personnes intéressées. Lorsque la [5 FSMA]5 n'a pas statué dans le délai fixé par ou en vertu de la loi, le délai court à compter de l'échéance de ce délai. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  [3 Alinéas 4 et 5 abrogés.]3
  § 3. L'article 120, § 3, est applicable aux recours visés au § 1er.
  § 4. Le greffe de la cour d'appel de Bruxelles demande à la [5 FSMA]5, dans les 5 jours de l'inscription de la cause au rôle, l'envoi du dossier de la procédure. La transmission est effectuée dans les 5 jours de la réception de la demande. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  § 5. Sauf circonstances dûment motivées, la [16 Cour des marchés]16 statue, sur les recours visés au § 1er, 1° à 3°, dans un délai de 60 jours à compter de l'introduction de la demande.
  § 6. [14 Les recours visés au § 1er, 4° et 4bis° sont suspensifs de la décision faisant l'objet du recours. Le caractère suspensif du recours se limite au recouvrement de l'astreinte ou de l'amende. Le caractère suspensif n'empêche pas que l'astreinte soit encourue et n'empêche pas que la publication ait lieu conformément aux dispositions légales applicables. Les recours visés aux § 1er, 1°, 2°, 3° et 6°, ne sont pas suspensifs de la décision faisant l'objet du recours, sauf les exceptions prévues par ou en vertu de la loi. Toutefois, la [16 Cour des marchés]16, peut avant dire droit, ordonner la suspension de l'exécution de la décision faisant l'objet du recours lorsque le demandeur invoque des moyens sérieux susceptibles de justifier la réformation de la décision et lorsque l'exécution immédiate de celle-ci risque de causer un préjudice grave et difficilement réparable. La cour statue toutes affaires cessantes sur la demande de suspension.]14
(NOTA : inwerkingtreding van artikel 121 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de [<span class="reference text-[var(--ref-5)]" data-controller="reference-highlight" data-ref-number="5" data-action="mouseenter->reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight">[5 FSMA]5], de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de [[5 FSMA]5] en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  

Änderungen

(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 121 fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-04/53, art. 1, en ce qui concerne les voies de recours contre les décisions prises par le Ministre, par la [[5 FSMA]5], par l'OCA et par les entreprises de marché et en ce qui concerne l'intervention de la [[5 FSMA]5] et de l'OCA devant les juridictions répressives) <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>)
  

Änderungen

Art.122. <INGEVOEGD bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald > Bij de Raad van State kan, volgens een versnelde procedure zoals vastgesteld door de Koning, beroep worden ingesteld :
  1° [4 ...]4;
  2° door de beleggingsinstelling, tegen de weigeringen tot erkenning of aanvaarding waartoe door de [[6 FSMA]6] is beslist krachtens artikel 120, § 2, 1°, 2° en 3°, van de voormelde wet van 4 december 1990; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  3° door de beleggingsinstelling, tegen de beslissingen die de [[6 FSMA]6] heeft genomen krachtens artikel 134, tweede lid, 2° en 5°, artikel 139 en artikel 141, § 3, van de voormelde wet van 4 december 1990. Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing tenzij de [[6 FSMA]6] hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de deelnemers; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4° [4 ...]4;
  5° [4 ...]4;
  6° [4 ...]4;
  7° door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de [[6 FSMA]6] heeft genomen [14 krachtens de artikelen 18 en 19 van de wet van 25 oktober 2016. Een zelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 18 vastgestelde termijnen]14. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  8° [4 door de beleggingsonderneming, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen [14 krachtens artikel 64, § 1, eerste lid, 1° tot 6° van de wet van 25 oktober 2016]14 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de FSMA haar beslissing, bij ernstig gevaar voor de beleggers, uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep;]4
  9° [4 ...]4;
  10° door de aanvrager van een registratie en door de betrokken vennootschap, tegen de beslissingen van de [[6 FSMA]6] om de registratie te weigeren, te schorsen of te herroepen [14 krachtens artikel 103 van de wet van 25 oktober 2016]14 en van zijn uitvoeringsmaatregelen. Het beroep schorst de beslissing op tenzij de [[6 FSMA]6], om zwaarwichtige redenen, haar beslissing uitvoerbaar niettegenstaande hoger beroep zou hebben verklaard; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [4 11° ...]4;
  12° [12 door de verzekeringsonderneming, tegen de beslissingen tot uitbreiding van het verzoek om inlichtingen die de FSMA heeft genomen krachtens [22 artikel 304, § 3, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen]22;]12
  [13 12° /1 door de verzekeringsonderneming, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens [22 artikel 307, § 2, van voormelde wet van 4 april 2014]22;]13
  13° [4 ...]4
  14° [4 ...]4;
  15° [4 ...]4;
  16° [4 ...]4;
  17° [11 ...]11;
  18° [11 ...]11;
  19° [22 door de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersonen]22, tegen de beslissingen tot inschrijving of tot weigering van inschrijving in een categorie van het [22 register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen of van het register van de herverzekeringstussenpersonen]22, [tot schrapping, tot verbod van activiteiten, tot schorsing, tot wijziging van de inschrijving en tot waarschuwing, alsook tegen de beslissingen tot gevolg hebbende het verlies van rechtswege van inschrijving,] die de [6 FSMA]6 heeft genomen krachtens [22 artikelen 259, 268 en 311 van voormelde wet van 4 april 2014]22 <KB 2003-03-25/34, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2006-02-22/38, art. 4, 1° tot 4°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  [4 20° ...]4;
  [7 21° door de aanvrager, tegen de weigering tot inschrijving waartoe de FSMA heeft beslist krachtens artikel 32 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, of wanneer de FSMA zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van drie maanden na indiening van een volledig dossier. In dit laatste geval wordt het verzoek om inschrijving geacht te zijn verworpen. De beleggingsinstelling kan eenzelfde beroep instellen tegen de weigering tot inschrijving waartoe de FSMA heeft beslist krachtens artikel 162, § 2, tweede lid, van de voormelde wet van 3 augustus 2012;
   22° door de instelling voor collectieve belegging, tegen de weigeringen tot het verlenen van een vergunning, de weigeringen tot goedkeuring of de weigeringen tot aanvaarding waartoe door de FSMA is beslist krachtens de artikelen 34, 36, eerste lid, 45, eerste lid, 47, tweede lid of 51, vierde lid, van de voormelde wet van 3 augustus 2012, of wanneer de FSMA zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van drie maanden na de indiening van een volledig dossier. In dit laatste geval wordt het verzoek om vergunning, goedkeuring of aanvaarding geacht te zijn verworpen;
   23° door de instelling voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 111, § 1, tweede lid, 3° en 6°, artikel 157 en artikel 164 van de voormelde wet van 3 augustus 2012. Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing tenzij de FSMA hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de deelnemers;
   24° door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de FSMA heeft genomen krachtens de artikelen 191 en 192 van de voormelde wet van 3 augustus 2012. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 191 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen;
   25° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens het derde lid van artikel 227 van de voormelde wet van 3 augustus 2012;]7

  [4 26° [9 door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 250, § 1, tweede lid, 1°, 1°, 2°, 3°, 4° en 5°, van voormelde wet van 3 augustus 2012 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens § 1, 1°, van het voormelde artikel 197, of van de besluiten die ernaar verwijzen, indien de FSMA de beheervennootschap ter kennis heeft gebracht dat zij deze beslissingen zal bekendmaken. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de FSMA haar beslissing, bij ernstig gevaar voor de beleggers, uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep;]9]4
  [9 26° /1 door de aanvrager, tegen de weigering tot inschrijving waartoe de FSMA heeft beslist krachtens artikel 199 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, of wanneer de FSMA zich niet heeft uitgesproken binnen de in het voormelde artikel 199 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het verzoek om inschrijving geacht te zijn verworpen. De beleggingsinstelling kan eenzelfde beroep instellen tegen de weigering tot inschrijving waartoe de FSMA heeft beslist krachtens artikel 259, § 2, tweede lid van de voormelde wet van 19 april 2014;
   26° /2 door de AICB, tegen de weigeringen tot het verlenen van een vergunning, de weigeringen tot goedkeuring of de weigeringen tot aanvaarding waartoe door de FSMA is beslist krachtens de artikelen 201, 203, eerste lid, 211, eerste lid of 213, tweede lid, van de wet van 19 april 2014, of wanneer de FSMA zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van drie maanden na de indiening van een volledig dossier. In dit laatste geval wordt het verzoek om vergunning, goedkeuring of aanvaarding geacht te zijn verworpen;
   26° /3 door de AICB, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 360, § 1, tweede lid, 1°, iii) en vi) van de voormelde wet van 19 april 2014. Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing tenzij de FSMA hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de deelnemers;
   26° /4 door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de FSMA heeft genomen krachtens de artikelen 16, 137, § 2, tweede lid, 139, § 1 en 140, §§ 1 en 2 van de voormelde wet van 19 april 2014. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 16, § 1er, eerste lid vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen;
   26° /5 door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de FSMA heeft genomen krachtens de artikelen 310 ou 334 van de voormelde wet van 19 april 2014. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 310 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen;
   26° /6 door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 360, § 1, tweede lid, 2°, ii), iii), iv), v) van voormelde wet van 19 april 2014 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens voormelde artikel 360, § 1, tweede lid, 1°, of van de besluiten die ernaar verwijzen, indien de FSMA de beheervennootschap ter kennis heeft gebracht dat zij deze beslissingen zal bekendmaken. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de FSMA haar beslissing, bij ernstig gevaar voor de beleggers, uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep;]9

  [2 7° door de instelling en de rechtspersoon bedoeld in artikel [4 58quater, § 1]4 van de programmawet (I) van 24 december 2002 tegen de maatregelen die de [6 FSMA]6 heeft genomen krachtens ditzelfde artikel;
  28° door de instelling, de inrichter en de rechtspersoon bedoeld in artikel [4 49quater, § 1]4 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, tegen de maatregelen die de [6 FSMA]6 heeft genomen krachtens ditzelfde artikel;] <W 2006-10-27/37, art. 186, 2°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  29° door de aanvrager van een [19 vergunning]19, tegen de beslissingen tot weigering van [19 vergunning]19 die de [6 FSMA]6 heeft genomen krachtens artikel 56 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. [19 Eenzelfde beroep kan worden ingesteld indien de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het tweede lid van het voormelde artikel 56 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen]19;
  30° [19 door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 65, tweede lid van de voornoemde wet van 27 oktober 2006. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld indien de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het tweede lid van het voormelde artikel 65 vastgestelde termijn. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen;]19
  [19 30/1° door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de beslissingen tot weigering van de goedkeuring van de overdracht die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 69/4, vijfde lid van de voornoemde wet van 27 oktober 2006. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld indien de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het vijfde lid van het voormelde artikel 69/4 vastgestelde termijn. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag tot goedkeuring verworpen;]19
  31° [19 door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de maatregelen die de FSMA heeft genomen krachtens de artikelen 110 tot 120, 123, tweede lid, 1° tot 6° en 124 tot 127 van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;]19
  32° door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de beslissingen tot intrekking van de toelating die de [6 FSMA]6 heeft genomen krachtens [19 artikel 123, tweede lid, 7°, en 130]19 van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;
  [19 32/1° door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de beslissingen tot weigering van de toestemming voor een overdracht die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 146, § 1, vierde lid van de voornoemde wet van 27 oktober 2006. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld indien de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het vierde lid van het voormelde artikel 146, § 1 vastgestelde termijn. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag tot voorafgaande toestemming verworpen;]19
  33° door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de beslissingen die de [6 FSMA]6 heeft genomen krachtens [19 de artikelen 148 en 149, § 2]19 van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;] <W 2006-10-27/37, art. 186, 2°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  [4 34° ...]4;
  [4 35° ...]4;
  [4 36° ...]4;
  [4 37° ...]4;
  [4 38° ...]4;
  [2 39° door de tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten tegen de beslissingen tot inschrij-ving of tot weigering van inschrijving in een categorie van het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten, tot schrapping, tot verbod van activiteiten, tot schorsing, tot wijziging van de inschrijving en tot aanmaning, alsook tegen de beslissingen tot gevolg hebbende het verlies van rechtswege van inschrijving, die de [6 FSMA]6 heeft genomen krachtens artikelen 7, § 2, en 18 van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;]2

   [4 40° ...]4;
   [4 41° ...]4;
   [4 42° ...]4;
  [4 43° ...]4;
  [4 44° door de gereglementeerde onderneming [18 , centrale effectenbewaarinstelling, instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling, depositobank, centrale tegenpartij]18 of verzekeringsonderneming tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 36bis, § 2;]4
  [8 45° door de aanvrager tegen de weigering om hem een vergunning als onafhankelijk financieel planner te verlenen, met dien verstande dat het uitblijven van een beslissing van de FSMA binnen de voorgeschreven termijn wordt gelijkgesteld met de weigering om een vergunning te verlenen, alsook tegen elke beslissing van de FSMA, genomen krachtens de artikelen 16, 17, 21, 34, 36 of 37 van de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen; het beroep tegen de beslissingen die krachtens deze artikelen zijn genomen, is opschortend tenzij de FSMA haar beslissing, om zwaarwichtige redenen, uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep;]8
  [10 45° door de aanvrager, tegen de weigeringen tot vergunning of de weigeringen tot goedkeuring waartoe door de FSMA is beslist krachtens artikel 9, § 3, of 12, § 2, van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, of wanneer de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen een termijn van respectievelijk drie maanden of twee maanden te rekenen van het indienen van een volledig dossier. In het laatste geval wordt de aanvraag tot vergunning of goedkeuring geacht verworpen te zijn;
   46° door de gereglementeerde vastgoedvennootschap, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 64, § 1, tweede lid, 3° en 6° van voornoemde wet van 12 mei 2014. Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij de FSMA hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de aandeelhouders.]10

  [11 46° door de aanvrager van een vergunning, tegen de beslissingen inzake vergunning die de FSMA heeft genomen krachtens artikel VII. 160, § 6, eerste lid, van boek VII van het Wetboek van economisch recht. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld als de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van voornoemd artikel VII.160, § 6, vastgestelde termijnen; in dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen;
   47° door de kredietgever, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens de artikelen XV.67, XV.67/1, § 1, tweede lid, 1° tot 4°, en XV. 67/3, § 1, tweede lid, van boek XV, en VII.174, § 6, tweede lid, van boek VII van het Wetboek van economisch recht;
   48° door de kredietgever, tegen de beslissingen die de FSMA, op basis van een kennisgeving van de FOD Economie, heeft genomen krachtens de artikelen XV.67/1, § 5, eerste lid, en XV.67/3, § 2, tweede lid, van boek XV van het Wetboek van economisch recht; het beroep wordt gezamenlijk ingesteld tegen de FSMA en de FOD Economie;
   49° door de aanvrager van een inschrijving, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens de artikelen VII.182, § 3, en VII.188, § 3, van boek VII van het Wetboek van economisch recht. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld als de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij deze bepalingen vastgestelde termijnen; in dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen;
   50° door de kredietbemiddelaar, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens de artikelen XV.67 en XV.67/2, § 1, tweede en derde lid, en XV. 68, § 1, tweede lid, van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
   51° door de kredietbemiddelaar, tegen de beslissingen die de FSMA, op basis van een kennisgeving van de FOD Economie, heeft genomen krachtens artikel XV.67/2, § 3, en XV. 68, § 3, 1°, van boek XV van het Wetboek van economisch recht; het beroep wordt gezamenlijk ingesteld tegen de FSMA en de FOD Economie;]11

  [15 52° [24 door de aanvrager tegen de weigering van een vergunning als crowdfundingdienstverlener, met dien verstande dat het ontbreken van een beslissing van de FSMA binnen zes maanden na de indiening van een volledig dossier met een weigering van een vergunning wordt gelijkgesteld, alsook tegen elke door de FSMA genomen beslissing krachtens artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937; het beroep tegen de krachtens die artikelen genomen beslissingen heeft opschortende werking, tenzij de FSMA haar beslissing, om zwaarwichtige redenen, uitvoerbaar zou hebben verklaard niettegenstaande hoger beroep;]24]15
  [16 53° [23 ...]23]16
  [16 54° [23 ...]23]16
  [17 [20 55°]20 door de instelling en de inrichter bedoeld in artikel 46, § 1, van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen, tegen de maatregelen die de FSMA heeft genomen krachtens ditzelfde artikel;
   [20 56°]20 door de pensioeninstelling en de personen bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet van 18 februari 2018 houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen en tot instelling van een aanvullend pensioen voor de zelfstandigen actief als natuurlijke persoon, voor de meewerkende echtgenoten en voor de zelfstandige helpers, tegen de maatregelen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 14 van voormelde wet;]17

  [21 57° door de pensioeninstelling, de werkgever en de personen bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet van 6 december 2018 tot instelling van een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers en houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen tegen de maatregelen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 18 van voormelde wet.]21
Art.122. Un recours auprès du Conseil d'Etat est ouvert, selon une procédure accélérée déterminée par le Roi :
  1° [4 ...]4
  2° à l'organisme de placement, contre les refus d'agrément ou d'acceptation décidés par la [6 FSMA]6 en vertu de l'article 120, § 2, 1°, 2° et 3°, de la loi du 4 décembre 1990 précitée; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  3° à l'organisme de placement, contre les décisions de la [[6 FSMA]6] prises en vertu de l'article 134, alinéa 2, 2° et 5°, de l'article 139 et de l'article 141, § 3, de la loi du 4 décembre 1990 précitée. Le recours suspend l'exécution de la décision sauf si la [[6 FSMA]6] en décide autrement en cas de péril grave pour les créanciers ou les participants; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  4° [4 ...]4
  5° [4 ...]4
  6° [4 ...]4
  7° au demandeur, contre les décisions prises par la [[6 FSMA]6] en matière d'agrément [14 en vertu des articles 18 et 19 de la loi du 25 octobre 2016. Un même recours est ouvert au demandeur lorsque la FSMA n'a pas statué dans les délais fixés à l'alinéa 1er de l'article 18 précité]14. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  8° [4 à l'entreprise d'investissement, contre les décisions de la FSMA prises [14 en vertu de l'article 64, § 1er, alinéa 1er, 1° à 6° de la loi du 25 octobre 2016]14 ou des arrêtés qui s'y réfèrent. Le recours est suspensif de la décision et de sa publication sauf si, en raison d'un péril grave pour les investisseurs, la FSMA a déclaré sa décision exécutoire nonobstant recours;]4
  9° [4 ...]4
  10° au demandeur d'enregistrement et à la société concernée, contre les décisions de la [6 FSMA]6 de refus d'enregistrement et de suspension ou révocation de l'enregistrement, prises en vertu [14 de l'article 103 de la loi du 25 octobre 2016]14 et de ses mesures d'exécution. Le recours est suspensif de la décision à moins que la [6 FSMA]6 n'ait, pour motifs graves, déclaré que sa décision était exécutoire nonobstant recours; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  [4 11° ...]4
  12° [12 à l'entreprise d'assurance contre les décisions de demande d'extension de renseignements prises par la FSMA en vertu de l'[22 article 304, § 3, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances]22;]12
  [13 12° /1 à l'entreprise d'assurances, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'[22 article 307, § 2, de la loi du 4 avril 2014 précitée]22;]13
  13° [4 ...]4
  14° [4 ...]4
  15° [4 ...]4
  16° [4 ...]4
  17° [11 ...]11;
  18° [11 ...]11;
  19° [22 à l'intermédiaire d'assurance, l'intermédiaire d'assurance à titre accessoire ou l'intermédiaire de réassurances]22, contre les décisions d'inscription ou de refus d'inscription dans une catégorie du [22 registres des intermédiaires d'assurance et des intermédiaires d'assurance à titre accessoire ou du registre des intermédiaires de réassurance]22, (de radiation, d'interdiction d'activités, de suspension, de modification de l'inscription, et d'avertissement, ainsi que contre les décisions entraînant d'office la perte de l'inscription), prises par la [6 FSMA]6 en vertu des [22 articles 259, 268 et 311 de la loi du 4 avril 2014 précitée]22.] <AR 2003-03-25/34, art. 23, 004; En vigueur : 01-01-2004> <L 2006-02-22/38, art. 4, 1° 4°, 018; En vigueur : 15-03-2006>
  [4 20° ...]4
  [7 21° au demandeur, contre le refus d'inscription décidé par la FSMA en vertu de l'article 32 de [9 la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances]9, ou lorsque la FSMA n'a pas statué dans un délai de trois mois à dater de l'introduction d'un dossier complet. Dans ce dernier cas, la demande d'inscription est censée rejetée. Un même recours est ouvert à l'organisme de placement contre le refus d'inscription décidé par la FSMA en vertu de l'article 162, § 2, alinéa 2, de la loi du 3 août 2012 précitée;
   22° à l'organisme de placement collectif, contre les refus d'agrément, les refus d'approbation ou les refus d'acceptation décidés par la FSMA en vertu des articles 34, 36, alinéa 1er, 45, alinéa 1er, 47, alinéa 2, ou 51, alinéa 4, de la loi du 3 août 2012 précitée, ou lorsque la FSMA n'a pas statué dans un délai de trois mois à dater de l'introduction d'un dossier complet. Dans ce dernier cas, la demande d'agrément, d'approbation ou d'acceptation est censée rejetée;
   23° à l'organisme de placement collectif, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'article 111, § 1er, alinéa 2, 3° et 6°, de l'article 157 et de l'article 164 de la loi du 3 août 2012 précitée. Le recours suspend l'exécution de la décision sauf si la FSMA en décide autrement en cas de péril grave pour les créanciers ou les participants;
   24° au demandeur, contre les décisions prises par la FSMA en matière d'agrément en vertu des articles 191 et 192 de la loi du 3 août 2012 précitée. Un même recours est ouvert au demandeur lorsque la FSMA n'a pas statué dans les délais fixés à l'alinéa 1er de l'article 191 précité. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande;
   25° à la société de gestion d'organismes de placement collectif, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'alinéa 3 de l'article 227 de la loi du 3 août 2012 précitée;]7

  [4 26° [9 à la société de gestion d'organismes de placement collectif, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'article 250, § 1er, alinéa 2, 1°, 2°, 3°, 4° et 5° de la loi du 3 août 2012 précitée ou des arrêtés qui s'y réfèrent. Un même recours est ouvert contre des décisions de la FSMA prises en vertu du § 1er, 1°, de l'article 250 précité, ou des arrêtés qui s'y réfèrent, lorsque la FSMA a notifié à la société de gestion qu'elle publiera ces décisions. Le recours est suspensif de la décision et de sa publication sauf si, en raison d'un péril grave pour les investisseurs, la FSMA a déclaré sa décision exécutoire nonobstant recours;]9]4
  [9 26°/1 au demandeur, contre le refus d'inscription décidé par la FSMA en vertu de l'article 199 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, ou lorsque la FSMA n'a pas statué dans les délais visés audit article 199. Dans ce dernier cas, la demande d'inscription est censée rejetée. Un même recours est ouvert à l'organisme de placement contre le refus d'inscription décidé par la FSMA en vertu de l'article 259, § 2, alinéa 2, de la loi du 19 avril 2014 précitée;
   26°/2 à l'OPCA, contre les refus d'agrément, les refus d'approbation ou les refus d'acceptation décidés par la FSMA en vertu des articles 201, 203, alinéa 1er, 211, alinéa 1er ou 213, alinéa 2 de la loi du 19 avril 2014, ou lorsque la FSMA n'a pas statué dans un délai de trois mois à dater de l'introduction d'un dossier complet. Dans ce dernier cas, la demande d'agrément, d'approbation ou d'acceptation est censée rejetée;
   26°/3 à l'OPCA, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'article 360, § 1er, alinéa 2, 1°, iii) et vi) de la loi du 19 avril 2014 précitée. Le recours suspend l'exécution de la décision sauf si la FSMA en décide autrement en cas de péril grave pour les créanciers ou les participants;
   26°/4 au demandeur, contre les décisions prises par la FSMA en matière d'agrément en vertu des articles 16, 137, § 2, alinéa 2, 139, § 1er et 140, §§ 1er et 2 de la loi du 19 avril 2014 précitée. Un même recours est ouvert au demandeur lorsque la FSMA n'a pas statué dans les délais fixé à l'article 16, § 1er, alinéa 1er. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande;
   26°/5 au demandeur, contre les décisions prises par la FSMA en matière d'agrément en vertu de l'article 310 ou 334 de la loi du 19 avril 2014 précitée. Un même recours est ouvert au demandeur lorsque la FSMA n'a pas statué dans les délais fixés à l'alinéa 1er de l'article 310 précité. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande;
   26°/6 à la société de gestion d'OPCA, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'article 360, § 1er, alinéa 2, 2°, ii), iii), iv), v) de la loi du 19 avril 2014 précitée ou des arrêtés qui s'y réfèrent. Un même recours est ouvert contre des décisions de la FSMA prises en vertu de l'article 360, § 1er, alinéa 2, 1° précité, ou des arrêtés qui s'y réfèrent lorsque la FSMA à notifié à la société de gestion qu'elle publiera ces décisions. Le recours est suspensif de la décision et de sa publication sauf si, en raison d'un péril grave pour les investisseurs, la FSMA a déclaré sa décision exécutoire nonobstant recours;]9

  [2 7° a l'organisme et à la personne morale visés à l'article [4 58quater, § 1er]4 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, contre les mesures prises par la [6 FSMA]6 en vertu de ce même article;
  28° à l'organisme, à l'organisateur et à la personne morale visées à l'article [4 49quater,§ 1er]4 de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages en matière de sécurité sociale, contre les mesures prises par la [6 FSMA]6 en vertu de ce même article;
  29° au demandeur d'agrément, contre les décisions de refus d'agrément prises par la [6 FSMA]6 en vertu de l'article 56 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle. [19 Un même recours est ouvert lorsque la FSMA n'a pas statué dans les délais fixés à l'alinéa 2 de l'article 56 précité. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande]19;
  30° [19 à l'institution de retraite professionnelle, contre les décisions prises par la FSMA en vertu de l'article 65, alinéa 2, de la loi du 27 octobre 2006 précitée. Un même recours est ouvert lorsque la FSMA n'a pas statué dans le délai fixé à l'alinéa 2 de l'article 65 précité. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande;]19
  [19 30/1° à l'institution de retraite professionnelle, contre les décisions de refus d'autorisation du transfert prises par la FSMA en vertu de l'article 69/4, alinéa 5, de la loi du 27 octobre 2006 précitée. Un même recours est ouvert lorsque la FSMA n'a pas statué dans le délai fixé à l'alinéa 5 de l'article 69/4 précité. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande d'autorisation;]19
  31° [19 à l'institution de retraite professionnelle, contre les mesures prises par la FSMA en vertu des articles 110 à 120, 123, alinéa 2, 1° à 6°, et 124 à 127 de la loi du 27 octobre 2006 précitée;]19
  32° à l'institution de retraite professionnelle, contre les mesures de révocation de l'agrément prises par la [6 FSMA]6 en vertu [19 des articles 123, alinéa 2, 7°, et 130]19 de la loi du 27 octobre 2006 précitée;
  [19 32/1° à l'institution de retraite professionnelle, contre les décisions de refus d'accord pour un transfert prises par la FSMA en vertu de l'article 146, § 1er, alinéa 4, de la loi du 27 octobre 2006 précitée. Un même recours est ouvert lorsque la FSMA n'a pas statué dans le délai fixé à l'alinéa 4 de l'article 146, § 1er, précité. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande d'accord;]19
  33° à l'institution de retraite professionnelle, contre les mesures prises par la [6 FSMA]6 en vertu [19 des articles 148 et 149, § 2]19 de la loi du 27 octobre 2006 précitée.) <L 2006-10-27/37, art. 186, 2°, 023; En vigueur : 01-01-2007>
  [4 34° ...]4
   [4 35° ...]4
   [4 36° ...]4
   [4 37° ...]4
   [4 38° ...]4
  [2 39° à l'intermédiaire en services bancaires et en services d'investissement, contre les décisions d'inscription ou de refus d'inscription dans une catégorie du registre des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement, de radiation, d'interdiction d'exercice des activités, de suspension, de modification de l'inscription et de mise en demeure, ainsi que contre les décisions entraînant la radiation de plein droit de l'inscription, prises par la [6 FSMA]6 en vertu des articles 7, § 2, et 18 de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers;]2

   [4 40° ...]4
   [4 41° ...]4
   [4 42° ...]4
  [4 43° ...]4
  [4 44° à l'entreprise réglementée [18 , au dépositaire central de titres, à l'organisme de support d'un dépositaire central de titres, à la banque dépositaire, à la contrepartie centrale]18 ou à l'entreprise d'assurances, contre les décisions prises par la FSMA en vertu de l'article 36bis, § 2;]4
  [8 45° au demandeur contre le refus d'agrément en qualité de planificateur financier indépendant, sachant que l'absence de décision de la FSMA dans le délai prescrit est assimilée à un refus d'agrément, ainsi que contre toute décision prise par la FSMA en vertu des articles 16, 17, 21, 34, 36 ou 37 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planificateurs financiers indépendants et à la fourniture de consultations en planification financière par des entreprises réglementées; le recours contre les décisions prises en vertu de ces articles est suspensif, à moins que la FSMA n'ait, pour motifs graves, déclaré que sa décision était exécutoire nonobstant recours;]8
  [10 45° au demandeur, contre les refus d'agrément ou les refus d'approbation décidés par la FSMA en vertu de l'article 9, § 3, ou 12, § 2, de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées, ou lorsque la FSMA n'a pas statué dans un délai de respectivement trois mois ou deux mois à dater de l'introduction d'un dossier complet. Dans ce dernier cas, la demande d'agrément ou d'approbation est censée rejetée;]10
  [10 46° à la société immobilière réglementée, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'article 64, § 1er, alinéa 2, 3° et 6°, de la loi du 12 mai 2014 précitée. Le recours suspend l'exécution de la décision sauf si la FSMA en décide autrement en cas de péril grave pour les créanciers ou les actionnaires.]10
  [11 46° au demandeur d'agrément, contre les décisions prises par la FSMA en matière d'agrément en vertu de l'article VII.160, § 6, alinéa 1er, du livre VII du Code de droit économique. Un même recours est ouvert lorsque la FSMA n'a pas statué dans les délais fixés à l'alinéa 1er de l'article VII.160, § 6, précité; dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande;
   47° au prêteur, contre les décisions prises par la FSMA en vertu des articles XV.67, XV.67/1, § 1er, alinéa 2, 1° à 4°, et XV. 67/3, § 1er, alinéa 2, du livre XV, et VII.174, § 6, alinéa 2, du livre VII du Code de droit économique;
   48° au prêteur, contre les décisions prises par la FSMA, sur la base d'une notification du SPF Economie, en vertu des articles XV.67/1, § 5, alinéa 1er, et XV.67/3, § 2, alinéa 2, du livre XV du Code de droit économique; ce recours est dirigé conjointement contre la FSMA et le SPF Economie;
   49° au demandeur d'inscription, contre les décisions de la FSMA prises en vertu de l'article VII.182, § 3, et VII.188, § 3, du livre VII du Code de droit économique. Un même recours est ouvert lorsque la FSMA n'a pas statué dans les délais fixés à ces dispositions; dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande;
   50° à l'intermédiaire de crédit, contre les décisions de la FSMA prises en vertu des articles XV.67, et XV.67/2, § 1er, alinéas 2 et 3, et XV. 68, § 1er, alinéa 2, du livre XV du Code de droit économique;
   51° à l'intermédiaire de crédit, contre les décisions de la FSMA prises, sur la base d'une notification du SPF Economie, en vertu de l'article XV.67/2, § 3 et XV. 68, § 3, 1°, du livre XV du Code de droit économique; ce recours est dirigé conjointement contre la FSMA et le SPF Economie;]11

  [15 52° [24 au demandeur contre le refus d'agrément en qualité de prestataire de financement participatif, sachant que l'absence de décision de la FSMA dans les six mois de l'introduction d'un dossier complet est assimilée à un refus d'agrément, ainsi que contre toute décision prise par la FSMA en vertu de l'article 17, paragraphe 1er du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937; le recours contre les décisions prises en vertu de ces articles est suspensif, à moins que la FSMA n'ait, pour motifs graves, déclaré que sa décision était exécutoire nonobstant recours;]24]15
   [16 53° [23 ...]23]16
   [16 54° [23 ...]23]16
  [17 [20 55°]20 à l'organisme et à l'organisateur visés à l'article 46, § 1er, de la loi du 15 mai 2014 portant des dispositions diverses, contre les mesures prises par la FSMA en vertu de ce même article;
   [20 56°]20 à l'organisme de pension et les personnes visées à l'article 13, alinéa 3, de la loi du 18 février 2018 portant des dispositions diverses en matière de pensions complémentaires et instaurant une pension complémentaire pour les travailleurs indépendants personnes physiques, pour les conjoints aidants et pour les aidants indépendants, contre les mesures prises par la FSMA en vertu de l'article 14 de la loi précitée;]17

  [21 57° à l'organisme de pension, à l'employeur et aux personnes visées à l'article 17, alinéa 3, de la loi du 6 décembre 2018 instaurant une pension libre complémentaire pour les travailleurs salariés et portant des dispositions diverses en matière de pensions complémentaires, contre les mesures prises par la FSMA en vertu de l'article 18 de la loi précitée.]21
   (NOTA : inwerkingtreding van artikel 122 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de [<span class="reference text-[var(--ref-6)]" data-controller="reference-highlight" data-ref-number="6" data-action="mouseenter->reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight">[6 FSMA]6], de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de [[6 FSMA]6] en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  

Änderungen

   (NOTE : Entrée en vigueur l'article 122 fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-04/53%, art. 1, en ce qui concerne les voies de recours contre les décisions prises par le Ministre, par la [6 FSMA]6, par l'OCA et par les entreprises de marché et en ce qui concerne l'intervention de la [6 FSMA]6 et de l'OCA devant les juridictions répressives) <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  

Änderungen

Art.123. <INGEVOEGD bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. Een emittent, een persoon die de toelating van het financieel instrument heeft gevraagd, en de [[2 FSMA]2] kunnen beroep instellen bij het [3 Marktenhof]3 tegen beslissingen die de [4 marktexploitant]4 neemt op grond van [4 artikelen 25 en 26 van de wet van 21 november 2017]4 en waarbij financiële instrumenten worden toegelaten tot, geschorst van of geschrapt uit de notering aan of de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. [1 ...]1
  § 3. Het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2 moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing.
  § 4. Artikel 120, § 3, is van toepassing op het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2.
  § 5. De griffie van het hof van beroep te Brussel vraagt de [4 marktexploitant]4 [1 ...]1, binnen 5 dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de toezending van het dossier met de stukken. Binnen 5 dagen na de ontvangst van de vraag moet het dossier worden toegezonden.
  § 6. Behoudens in behoorlijk gemotiveerde omstandigheden en behalve wanneer het gaat om een beroep tegen een beslissing waarbij een dwangsom of een administratieve geldboete is opgelegd, beslist het [3 Marktenhof]3 binnen een termijn van 60 dagen na het indienen van de vraag.
  § 7. Het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2 heeft geen opschortende werking [1 ...]1. Wanneer een dergelijk beroep is ingesteld, kan het [3 Marktenhof]3 evenwel, alvorens recht te spreken, de opschorting bevelen van de uitvoering van de beslissing van de [4 marktexploitant]4 als de aanvrager ernstige middelen inroept die de herziening van de beslissing kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke uitvoering ervan een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het hof doet onverwijld uitspraak over de vraag tot opschorting.
Art.123. § 1er. Un recours auprès de la [3 Cour des marchés]3 est ouvert à l'émetteur, à la personne ayant demandé l'admission de l'instrument financier, ainsi qu'à la [[2 FSMA]2], contre les décisions prises par l'[4 opérateur de marché]4, en vertu [4 des articles 25 et 26 de la loi du 21 novembre 2017]4, en matière d'admission, de suspension ou de radiation d'instruments financiers, à la cotation ou aux négociations sur un marché réglementé belge. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  § 2. [1 ...]1
  § 3. Les recours visés aux §§ 1er et 2 doivent être formés à peine de déchéance dans les 30 jours de la notification de la décision.
  § 4. L'article 120, § 3, est applicable aux recours visés aux §§ 1er et 2.
  § 5. Le greffe de la cour d'appel de Bruxelles demande à l'[4 opérateur de marché]4 [1 ...]1, dans les 5 jours de l'inscription de la cause au rôle, l'envoi du dossier de la procédure. La transmission est effectuée dans les 5 jours de la réception de la demande.
  § 6. Sauf circonstances dûment motivées et sauf lorsqu'il s'agit d'un recours contre une décision ayant infligé une astreinte ou une amende administrative, la [3 Cour des marchés]3 statue dans un délai de 60 jours à compter de l'introduction de la demande.
  § 7. Les recours visés au §§ 1er et 2 ne sont pas suspensifs [1 ...]1. Toutefois, la [3 Cour des marchés]3, saisie d'un tel recours, peut avant dire droit, ordonner la suspension de l'exécution de la décision de l'[4 opérateur de marché]4 lorsque le demandeur invoque des moyens sérieux susceptibles de justifier la réformation de la décision et que l'exécution immédiate de celle-ci risque de causer un préjudice grave et difficilement réparable. La cour statue toutes affaires cessantes sur la demande de suspension.
(NOTE : Entrée en vigueur l'article 123 fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-04/53, art. 1, en ce qui concerne les voies de recours contre les décisions prises par le Ministre, par la [6 FSMA]6, par l'OCA et par les entreprises de marché et en ce qui concerne l'intervention de la [6 FSMA]6 et de l'OCA devant les juridictions répressives) <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.124. <INGEVOEGD bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald > Om de toepassing van het strafrecht te vragen, is de [1 FSMA]1 gemachtigd om in elke stand van het geding tussen te komen voor het strafgerecht waarbij een door deze wet of door een wet die de [1 FSMA]1 belast met het toezicht op de naleving van haar bepalingen, bestraft misdrijf aanhangig is, zonder dat de [1 FSMA]1 daarom het bestaan van enig nadeel hoeft aan te tonen. De tussenkomst geschiedt volgens de regels die gelden voor de burgerlijke partij. <KB 2003-03-25/34, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art.124. Aux fins de demander l'application de la loi pénale, la [1 FSMA]1 est habilitée a intervenir en tout état de cause devant la juridiction répressive saisie d'une infraction punie par la présente loi ou par une loi qui confie à la [1 FSMA]1 le contrôle du respect de ses dispositions, sans que la [1 FSMA]1 ait à justifier d'un dommage. L'intervention suit les règles applicables à la partie civile.<AR 2003-03-14/31, art. 1, 004; En vigueur : 01-03-2003>
(NOTA : inwerkingtreding van artikel 124 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de <span class="reference text-[var(--ref-1)]" data-controller="reference-highlight" data-ref-number="1" data-action="mouseenter->reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight">[1 FSMA]1, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de [1 FSMA]1 en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
(NOTE : Entrée en vigueur l' article 124 fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-04/53, art. 1, en ce qui concerne les voies de recours contre les décisions prises par le Ministre, par la [1 FSMA]1, par l'OCA et par les entreprises de marché et en ce qui concerne l'intervention de la [1 FSMA]1 et de l'OCA devant les juridictions répressives) <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.125. [1 De voorzitter van de [5 ondernemingsrechtbank]5 stelt het bestaan vast en beveelt de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad of activiteit die :
   1° wordt bedoeld in artikel 86bis;
   2° een inbreuk vormt op de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles [3 , op de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders]3, op de wet van [4 11 juli 2018]4 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt [4 , op Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG]4 of op de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, of op de bepalingen genomen in uitvoering van die wetten, of die de beslissingen van de FSMA op grond van de voormelde wetten miskent;
   3° een inbreuk vormt, door ondernemingen of personen bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2° of 3°, op de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2;
   4° ter bescherming van het openbaar spaarwezen of van de afnemers van financiële producten of diensten aan bepaalde personen is voorbehouden of aan bepaalde voorwaarden is onderworpen en die door de Koning, op advies van de FSMA, is aangemerkt als een daad of activiteit waarvan de staking kan worden bevolen op grond van dit artikel.
   Hij kan deze daden of activiteiten verbieden wanneer zij nog geen aanvang hebben genomen, doch op het punt staan plaats te vinden.
   Hij kan aan de overtreder een termijn toestaan om aan de inbreuk een einde te maken, wanneer de aard van de inbreuk dit nodig maakt. Hij kan de opheffing van het stakingsbevel toestaan wanneer een einde werd gemaakt aan de inbreuk.
   Voormelde bevoegdheid van de voorzitter van de [5 ondernemingsrechtbank]5 geldt niet in geval het [2 Marktenhof]2 uitsluitend bevoegd is op grond van artikel 41 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen.]1

  
Art.125. [1 Le président du [5 tribunal de l'entreprise]5 constate l'existence et ordonne la cessation d'un acte ou d'une activité, même pénalement réprimé, qui :
   1° est visé à l'article 86bis;
   2° constitue une infraction à la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement [3 , à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires]3, à la loi du [4 11 juillet 2018]4 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés [4 , du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE]4 ou à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition, ou aux dispositions prises en exécution de ces lois, ou méconnaît les décisions de la FSMA prises sur la base des lois précitées;
   3° constitue une infraction, dans le chef d'entreprises ou de personnes visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 2° ou 3°, aux règles visées à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, ou § 2;
   4° est, dans un but de protection de l'épargne publique ou des utilisateurs de produits ou services financiers, réservé à des personnes déterminées ou soumis à des conditions déterminées, et est qualifié par le Roi, sur avis de la FSMA, d'acte ou d'activité dont la cessation peut être ordonnée en vertu du présent article.
   Il peut ordonner l'interdiction de ces actes ou activités lorsqu'ils n'ont pas encore débuté, mais qu'ils sont imminents.
   Il peut accorder au contrevenant un délai pour mettre fin à l'infraction, lorsque la nature de l'infraction le nécessite. Il peut accorder la levée de la cessation lorsqu'il a été mis fin à l'infraction.
   Le président du [5 tribunal de l'entreprise]5 n'est pas compétent lorsque la [2 Cour des marchés]2 est exclusivement compétente par application de l'article 41 de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition.]1

  
Art.126. [1 Als de inbreuk een reclame of publicatie betreft, kan de vordering tot staking tegen de initiatiefnemer ervan worden ingesteld.
   Indien de initiatiefnemer evenwel geen woonplaats heeft in België en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België heeft aangewezen, kan de vordering tot staking eveneens worden ingesteld tegen :
   - de uitgever van de geschreven reclame of publicatie of de producent van de audiovisuele reclame of publicatie;
   - de drukker of de maker, indien de uitgever of de producent geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen;
   - de verdeler, alsmede elke persoon die er bewust toe bijdraagt dat de reclame of publicatie uitwerking heeft, indien de drukker of de maker geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen.]1

  
Art.126. [1 Lorsque l'infraction concerne une publicité ou une publication, l'action en cessation peut être intentée à charge de celui qui a pris l'initiative de la publicité ou de la publication en question.
   Toutefois, lorsque celui qui a pris l'initiative n'est pas domicilié en Belgique et n'a pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique, l'action en cessation peut également être intentée à charge de :
   - l'éditeur de la publicité ou de la publication écrite ou le producteur de la publicité ou de la publication audiovisuelle;
   - l'imprimeur ou le réalisateur, si l'éditeur ou le producteur n'ont pas leur domicile en Belgique et n'ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique;
   - le distributeur ainsi que toute personne qui contribue sciemment à ce que la publicité ou la publication produise son effet, si l'imprimeur ou le réalisateur n'ont pas leur domicile en Belgique et n'ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique.]1

  
Art.127. [1 § 1. De vordering gegrond op artikel 125, eerste lid, 1°, wordt ingesteld op verzoek van :
   1° de FSMA;
   2° de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Pensioenen of de minister bevoegd voor consumentenbescherming;
   3° de belanghebbenden;
   4° een vereniging ter verdediging van de consumentenbelangen die rechtspersoonlijkheid bezit en voor zover zij in de [2 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]2 vertegenwoordigd is;
   5° een beroeps- of interprofessionele vereniging met rechtspersoonlijkheid.
   [3 De verenigingen bedoeld in 4° en 5° kunnen]3 in rechte optreden voor de verdediging van hun statutair omschreven collectieve belangen.
   § 2. De vordering gegrond op artikel 125, eerste lid, 2°, 3° of 4°, wordt enkel ingesteld op verzoek van de FSMA.
   § 3. De vordering gegrond op artikel 125 kan niet meer worden ingesteld één jaar nadat de feiten waarop men zich beroept een einde hebben genomen.]1

  
Art.127. [1 § 1er. L'action fondée sur l'article 125, alinéa 1er, 1°, est formée à la demande :
   1° de la FSMA;
   2° du ministre ayant les Finances dans ses attributions, du ministre ayant l'Economie dans ses attributions, du ministre ayant les Pensions dans ses attributions ou du ministre ayant la Protection des consommateurs dans ses attributions;
   3° des intéressés;
   4° d'une association ayant pour objet la défense des intérêts des consommateurs et jouissant de la personnalité juridique, pour autant qu'elle soit représentée [2 à la Commission consultative spéciale Consommation ]2;
   5° d'un groupement professionnel ou interprofessionnel ayant la personnalité juridique.
   [3 ...]3 Les associations et groupements visés aux 4° et 5° peuvent agir en justice pour la défense de leurs intérêts collectifs statutairement définis.
   § 2. L'action fondée sur l'article 125, alinéa 1er, 2°, 3° ou 4°, est formée exclusivement à la demande de la FSMA.
   § 3. L'action fondée sur l'article 125 ne peut plus être intentée un an après que les faits dont on se prévaut ont pris fin.]1

  
Art.128. [1 § 1. De voorzitter kan in elke stand van het geding het advies inwinnen van de FSMA, tenzij de vordering is ingesteld door de FSMA.
   De voorzitter kan in elke stand van het geding het advies inwinnen van de Bank indien is voldaan aan de volgende voorwaarden :
   1° de vordering tot staking is ingesteld tegen een instelling als bedoeld in artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank of de vordering tot staking heeft betrekking op de uitoefening van activiteiten voorbehouden aan instellingen als bedoeld in die bepaling; en
   2° de vordering tot staking is ingesteld door de FSMA of de voorzitter verzoekt tevens om het advies van de FSMA.
   Deze adviezen worden binnen de vijftien dagen gegeven tenzij deze termijn door de voorzitter wordt verlengd. Indien binnen deze eventueel verlengde termijn geen advies is verstrekt, wordt de procedure voortgezet. Een kopie van dit verzoek en van de ontvangen adviezen wordt bij het proceduredossier gevoegd.
   § 2. De vordering gegrond op artikel 125 wordt ingesteld en behandeld zoals in kortgeding.
   Er wordt uitspraak gedaan over de vordering, niettegenstaande elke vervolging op grond van dezelfde feiten voor een strafrechtelijk rechtscollege.
   Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgtocht.
   § 3. Elke uitspraak ingevolge een op artikel 125 gegronde vordering wordt binnen acht dagen en door toedoen van de griffier meegedeeld aan de FSMA, tenzij de uitspraak is gewezen op diens vordering.
   Bovendien is de griffier verplicht de FSMA onverwijld in te lichten over de voorziening tegen elke uitspraak die op grond van artikel 125 is gewezen.
   § 4. De voorzitter kan toestaan dat zijn beslissing of de samenvatting die hij opstelt wordt aangeplakt tijdens de door hem bepaalde termijn, zowel buiten als binnen de inrichtingen van de overtreder en dat zijn vonnis of de samenvatting ervan in de pers of op enige andere wijze wordt bekendgemaakt, dit alles op kosten van de overtreder.
   Deze bekendmakingsmaatregelen mogen evenwel slechts worden toegestaan indien zij er kunnen toe bijdragen dat de gewraakte daad of activiteit of de uitwerking ervan ophouden.
   De voorzitter stelt het bedrag vast dat de partij aan wie een bekendmakingsmaatregel overeenkomstig het eerste lid wordt toegekend en die de maatregel heeft uitgevoerd niettegenstaande tijdig beroep tegen het vonnis werd ingesteld, zal verschuldigd zijn aan de partij in wiens nadeel de bekendmakingsmaatregel werd getroffen, indien deze in beroep ongedaan wordt gemaakt.]1

  
Art.128. [1 § 1er. Le président peut, en tout état de la procédure, demander l'avis de la FSMA, à moins que l'action n'ait été formée par la FSMA.
   Le président peut, en tout état de la procédure, demander l'avis de la Banque, si les conditions suivantes sont remplies :
   1° l'action en cessation a été intentée à charge d'un établissement visé à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou l'action en cessation porte sur l'exercice d'activités réservées à des établissements visés dans cette disposition; et
   2° l'action en cessation a été formée par la FSMA ou le président sollicite également l'avis de la FSMA.
   Ces avis sont rendus dans les quinze jours, sauf prolongation de ce délai par le président. Au cas où l'avis ne serait pas rendu dans ce délai éventuellement prolongé, la procédure est poursuivie. Une copie de la demande et des avis reçus est versée au dossier de la procédure.
   § 2. L'action fondée sur l'article 125 est formée et instruite selon les formes du référé.
   Il est statué sur l'action, nonobstant toute poursuite exercée en raison des mêmes faits devant une juridiction pénale.
   Le jugement est exécutoire par provision, nonobstant tout recours et sans caution.
   § 3. Toute décision rendue sur une action fondée sur l'article 125 est, dans la huitaine, et à la diligence du greffier, communiquée à la FSMA, sauf si la décision a été rendue à sa requête.
   En outre, le greffier est tenu d'informer sans délai la FSMA du recours introduit contre toute décision rendue en application de l'article 125.
   § 4. Le président peut autoriser l'affichage de sa décision ou du résumé qu'il en rédige, pendant le délai qu'il détermine, aussi bien à l'extérieur qu'à l'intérieur des établissements du contrevenant, et autoriser la publication de son jugement ou de son résumé par voie de presse ou de toute autre manière, le tout aux frais du contrevenant.
   Ces mesures de publicité ne peuvent toutefois être autorisées que si elles sont de nature à contribuer à la cessation de l'acte ou de l'activité incriminé ou de ses effets.
   Le président fixe le montant que la partie à qui une mesure de publicité a été accordée conformément à l'alinéa 1er et qui a exécuté la mesure malgré un recours introduit à temps contre le jugement, devra payer à la partie au détriment de laquelle la mesure de publicité a été exécutée, si celle-ci est annulée en appel.]1

  
HOOFDSTUK VI.
CHAPITRE VI.
HOOFDSTUK VII. - Wijzigings-, opheffings- en diverse bepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions modificatives, abrogatoires et diverses.
Art.129. Artikel 1, h) , van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, vervangen bij de wet van 4 december 1990, wordt vervangen als volgt :
  " h) overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 40, §§ 1, 2 en 3, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".
Art.129. L'article 1er, h), de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités, remplacé par la loi du 4 décembre 1990, est remplacé par le texte suivant :
  " h) contravention aux interdictions prévues à l'article 40, §§ 1er, 2 et 3, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers".
Art.130. § 1. Artikel 29ter , § 3, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten, ingevoegd bij de wet van 9 maart 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. De personen die de door artikel 26 bedoelde kennisgeving hebben verricht, kunnen beroep instellen tegen de weigering van de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen). Tegen een goedkeuringsbeslissing is geen beroep mogelijk. " <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. Titel III van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij de wet van 4 december 1990, wordt opgeheven.
Art.130. § 1er. L'article 29ter, § 3, de l'arrêté royal n° 185 du 9 juillet 1935 sur le contrôle des banques et le régime des émissions de titres et valeurs, inséré par la loi du 9 mars 1989, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Les personnes qui ont donné l'avis prévu à l'article 26 peuvent introduire un recours contre les refus de la (Commission bancaire, financière et des assurances). Les décisions d'approbation ne sont pas susceptibles de recours. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004 En vigueur : 01-01-2004> "
  § 2. Le titre III du même arrête royal, remplacé par la loi du 4 décembre 1990, est abrogé.
Art.131. Het koninklijk besluit nr. 72 van 30 november 1939 tot regeling van de beurzen voor de termijnhandel in goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel inlaten en van het regime van de exceptie van spel wordt opgeheven.
Art.131. L'arrêté royal n° 72 du 30 novembre 1939 réglementant les bourses et les marchés à terme sur marchandises et denrées, la profession des courtiers et intermédiaires s'occupant de ces marchés et le régime de l'exception de jeu est abrogé.
Art.132. In artikel 2 van de besluitwet van 18 mei 1945 tot oprichting van een Rentenfonds, gewijzigd bij de wetten van 19 juni 1959, 22 juli 1991 en 23 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°in het eerste lid wordt 4° opgeheven;
  2° in het vijfde lid vervallen de woorden "en 4°";
  3° in het vijfde lid wordt de laatste zin vervangen door de volgende zin :
  " Bij de instellingen die onder zijn toezicht staan, kan het Fonds bovendien ter plaatse inspecties verrichten of aan de hogervermelde autoriteiten vragen om ter plaatse onderzoekingen in te stellen. " ;
  4° tussen het vijfde en zesde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
  " In het raam van de opdrachten bedoeld in het eerste lid, 3°, kan het Fonds ten aanzien van de instellingen die onder zijn toezicht staan, een waarschuwing of een berisping uitspreken, en/of een administratieve geldboete opleggen, en/of deze instellingen schorsen, voor het geheel of een gedeelte van hun activiteiten op de markt, voor een periode van maximum zes maanden, of uitsluiten, voor het geheel of een gedeelte van hun activiteiten op de markt, wanneer zij de reglementering overtreden waarop het Rentenfonds toeziet. De administratieve geldboete wordt ofwel eenmalig ofwel per kalenderdag opgelegd. In dit laatste geval mag deze noch minder bedragen dan 2.500 euro, noch meer dan 50.000 euro. In het totaal mogen de boeten opgelegd voor hetzelfde feit of geheel van feiten 2.500.000 euro niet overschrijden. In afwijking van wat voorafgaat, wanneer de inbreuk aan de overtreder een vermogensvoordeel heeft verschaft, mag de boete bovendien niet minder bedragen dan het bedrag van dit vermogensvoordeel, noch meer dan het tweevoud van dit bedrag of, in geval van recidive, het drievoud van dit bedrag. De boeten worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen. ".
Art.132. A l'article 2 de l'arrêté-loi du 18 mai 1945 portant création d'un Fonds des Rentes, modifié par les lois des 19 juin 1959, 22 juillet 1991 et 23 décembre 1994, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, le 4° est abrogé;
  2° à l'alinéa 5, les mots "et 4°" sont supprimés;
  3° à l'alinéa 5, la dernière phrase est remplacée par la phrase suivante :
  " Le Fonds peut en outre procéder à des inspections sur place auprès des établissements soumis à son contrôle ou demander aux autorités dont question ci-dessus de procéder à des enquêtes sur place. " ;
  4° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 5 et 6 :
  " Dans le cadre des missions visées à l'alinéa 1er, 3°, le Fonds peut prononcer un avertissement ou un blâme, et/ou imposer une amende administrative vis-à-vis des établissements soumis à son contrôle, et/ou les suspendre, pour tout ou partie de leurs activités sur le marché, pour une période qui ne peut excéder six mois ou les exclure, pour tout ou partie de leurs activités sur le marché, lorsqu'ils enfreignent la réglementation que le Fonds a pour mission de surveiller. L'amende administrative infligée est unique ou est exprimée par jour calendrier. Dans ce dernier cas, celle-ci ne peut être inférieure à 2.500 euros ni supérieure à 50.000 euros. Au total, pour le même fait ou ensemble de faits, les amendes ne peuvent être supérieures à 2.500.000 euros. Par exception à ce qui précède, lorsque l'infraction a procuré au contrevenant un avantage patrimonial, l'amende ne peut en outre être inférieure au montant de cet avantage patrimonial, ni supérieure au double de ce montant ou en cas de récidive, au triple de ce montant. Les amendes sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines. ".
Art.133. § 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 ter bevordering van de omloop van effecten, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1995 en 10 maart 1999, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Voor de toepassing van dit besluit, en onverminderd artikel 23 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt verstaan onder :
  1° "vereffeningsinstelling" : de instelling of instellingen die door de Koning erkend zijn als centrale depositaris voor financiële instrumenten, zoals gedefinieerd in artikel 1bis , en de [1 Bank]1;
  2° "aangesloten leden" : de instellingen die krachtens de regels die van toepassing zijn op het vereffeningssysteem van de vereffeningsinstelling, gemachtigd zijn effectenrekeningen bij deze laatste aan te houden. "
  § 2. Artikel 1ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1998, wordt hernummerd artikel 1bis en vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 1bis. De [1 Bank]1, de centrale depositaris en zijn aangesloten leden mogen onder het voordeel van de bepalingen van huidig besluit alle financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemde wet van 2 augustus 2002 in deposito ontvangen, ongeacht of het gaat over gematerialiseerde of gedematerialiseerde effecten, effecten aan toonder, aan order of op naam, welke ook de vorm weze waaronder deze effecten volgens de op hen toepasbare wet worden uitgegeven.
  De bepalingen van dit besluit, uitgezonderd artikel 9bis , tweede tot vierde lid, zijn echter niet van toepassing op :
  1° de gedematerialiseerde effecten bedoeld in de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium;
  2° de thesauriebewijzen en de depositobewijzen uitgegeven in de vorm van gedematerialiseerde effecten bedoeld in de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen;
  3° de gedematerialiseerde effecten bedoeld in het Wetboek van vennootschappen.
  In de volgende bepalingen van dit besluit, moet men onder de term "financiële instrumenten" de effecten begrijpen, zoals bepaald in het eerste en tweede lid, die op een vervangbare basis overeenkomstig dit besluit bij de vereffeningsinstelling of de aangesloten leden ervan worden gedeponeerd, met inbegrip van het recht van mede-eigendom, van onlichamelijke aard, dat door zulk deposito in vervangbaarheid in hoofde van de gezamenlijke deponenten wordt gevestigd op de universaliteit van effecten van dezelfde aard die bij de vereffeningsinstelling of de aangesloten leden ervan zijn gedeponeerd. "
  § 3. Het tweede en het derde lid van artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1995 en 15 juli 1998, worden opgeheven.
  § 4. In artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De pandgever wordt geacht eigenaar te zijn van de in pand gegeven financiële instrumenten. De geldigheid van het pand wordt door de afwezigheid van eigendomsrecht van de pandgever op de in pand gegeven financiële instrumenten niet aangetast, onverminderd de aansprakelijkheid van de pandgever ten overstaan van de werkelijke eigenaar van de in pand gegeven financiële instrumenten. Indien de pandgever de pandnemer voorafgaandelijk en schriftelijk heeft verwittigd dat hij niet de eigenaar is van de in pand gegeven financiële instrumenten, dan is de geldigheid van het pand onderworpen aan de machtiging van de eigenaar voor de in pandgeving van deze financiële instrumenten. " ;
  2° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Onverminderd andere door de wet bepaalde middelen van tegeldemaking en behoudens andersluidend beding tussen de partijen, is de pandhoudende schuldeiser bij gebreke van betaling gerechtigd om, niettegenstaande faillissement, gerechtelijk akkoord of andere samenloop tussen schuldeisers van de schuldenaar, het pand op de aan huidig besluit onderworpen financiële instrumenten te verzilveren door deze financiële instrumenten binnen de kortst mogelijke termijnen te gelde te maken. De opbrengst van de tegeldemaking van deze financiële instrumenten wordt verrekend met de schuldvordering van de pandhoudende schuldeiser in hoofdsom, interesten en kosten. Het eventuele saldo komt de pandgevende schuldenaar toe. "
  § 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "of bij een aangesloten lid" toegevoegd na de woorden "bij de vereffeningsinstelling";
  2° in het derde lid worden de woorden "of het aangesloten lid" toegevoegd na de woorden "de vereffeningsinstelling" zowel in de eerste zin als in de tweede zin.
  § 6. In het eerste lid van artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1998, worden de woorden "hun onlichamelijke zakelijke rechten" vervangen door de woorden "hun rechten van mede-eigendom bedoeld in artikel 1bis ".
  § 7. In artikel 10 van hetzelfde besluit, vervangen bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "hun onlichamelijke zakelijke rechten" vervangen door de woorden "hun rechten van mede-eigendom bedoeld in artikel 1bis ";
  2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer een tussenpersoon voor andermans rekening financiële instrumenten heeft laten inschrijven op zijn naam of op naam van een derde persoon, mag de eigenaar voor wiens rekening deze inschrijving is genomen, een vordering tot teruggave slechts instellen tegen de tussenpersoon of de derde in wiens naam de vervangbare financiële instrumenten zijn ingeschreven, behalve in geval van faillissement, gerechtelijk akkoord of elke andere situatie van samenloop tussen de schuldeisers van deze tussenpersoon of derde. In dit geval kan de vordering tot teruggave rechtstreeks door de eigenaar worden uitgeoefend tegen het aangesloten lid of de vereffeningsinstelling op het tegoed dat op naam van de tussenpersoon of de derde aangewezen als titularis van de rekening is ingeschreven. Deze vordering tot teruggave wordt uitgeoefend volgens de in de vorige leden bepaalde regels. "
  § 8. Artikel 10bis , eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998, wordt aangevuld als volgt :
  " De aldus betaalde sommen zijn niet vatbaar voor beslag door de schuldeisers van de vereffeningsinstelling. "
  § 9. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kan de Koning, op advies van de CBFA, de bepalingen van hetzelfde besluit coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie. <KB 2003-03-25/34, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Te dien einde kan Hij inzonderheid :
  1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
  2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
  3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven, zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen.
  De coördinatie krijgt het opschrift bepaald door de Koning.
  
Art.133. § 1er. L'article 1er de l'arrêté royal n° 62 du 10 novembre 1967 favorisant la circulation des valeurs mobilières, modifié par les lois du 7 avril 1995 et du 10 mars 1999, est remplace par la disposition suivante :
  " Pour l'application du présent arrêté, et sans préjudice de l'article 23 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, il y a lieu d'entendre par :
  1° "organisme de liquidation" : le ou les organismes agréés par le Roi en qualité de dépositaire central d'instruments financiers, tels que définis à l'article 1erbis , et la [1 Banque]1;
  2° "affiliés" : les organismes autorisés en vertu des règles régissant le système de liquidation de l'organisme de liquidation, à détenir des comptes titres auprès de ce dernier. "
  § 2. L'article 1erter du même arrêté, inséré par la loi du 15 juillet 1998, est renuméroté article 1er bis et est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 1erbis. La [1 Banque]1, le dépositaire central et ses affiliés peuvent recevoir en dépôt sous le bénéfice des dispositions du présent arrêté tous instruments financiers visés à l'article 2, 1°, de la loi précitée du 2 août 2002, qu'il s'agisse de titres matérialisés ou dématérialisés, au porteur, à ordre ou nominatifs, quelle que soit la forme sous laquelle ces titres sont émis selon le droit qui les régit.
  Les dispositions du présent arrêté, sauf l'article 9bis , alinéas 2 à 4, ne s'appliquent toutefois pas :
  1° aux titres dématérialisés vises par la loi du 2 janvier 1991 relative au marche des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire;
  2° aux billets de trésorerie et certificats de dépôt, émis sous forme dématérialisée, visés par la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt;
  3° aux titres dématérialisés visés par le Code des sociétés.
  Dans la suite du présent arrêté, le terme "instruments financiers" comprend les titres, tels que définis aux alinéas 1er et 2, déposés sur une base fongible conformément au présent arrêté auprès de l'organisme de liquidation ou des affiliés de celui-ci, en ce compris le droit de copropriété, de nature incorporelle, que ce dépôt en fongibilité confère à l'ensemble des déposants sur l'universalité de titres de même espèce déposés auprès de l'organisme de liquidation ou des affiliés de celui-ci. "
  § 3. Les alinéas 2 et 3 de l'article 2 du même arrêté, modifié par les lois des 7 avril 1995 et 15 juillet 1998, sont abrogés.
  § 4. A l'article 5 du même arrêté, remplacé par la loi du 7 avril 1995 et modifié par la loi du 15 juillet 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
  " Le constituant du gage est présumé être propriétaire des instruments financiers donnés en gage. La validité du gage n'est pas affectée par l'absence de droit de propriété du constituant du gage sur les instruments financiers remis en gage, sans préjudice de la responsabilité du constituant du gage à l'égard du véritable propriétaire des instruments financiers remis en gage. Si le constituant du gage a averti le créancier gagiste, au préalable et par écrit, qu'il n'est pas le propriétaire des instruments financiers donnés en gage, la validité du gage est subordonnée à l'autorisation du propriétaire de ces instruments financiers de les donner en gage. " ;
  2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Sans préjudice d'autres modes de réalisation prévus par la loi et sauf stipulation contraire des parties, le créancier gagiste est, en cas de défaut de paiement, en droit, nonobstant la faillite, le concordat ou toute autre situation de concours entre créanciers du débiteur, de réaliser le gage constitué sur des instruments financiers soumis au présent arrêté en réalisant les instruments financiers dans les plus brefs délais possibles. Le produit de la réalisation de ces instruments financiers est imputé sur la créance en principal, intérêts et frais, du créancier gagiste. Le solde éventuel revient au débiteur gagiste. "
  § 5. A l'article 7 du même arrêté, modifié par la loi du 15 juillet 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 2, les mots "ou à un affilié" sont ajoutés après les mots "à l'organisme de liquidation";
  2° à l'alinéa 3, les mots "ou l'affilié" sont ajoutés après les mots "l'organisme de liquidation" tant à la première phrase qu'à la seconde phrase.
  § 6. A l'alinéa 1er de l'article 9bis du même arrêté, inséré par la loi du 15 juillet 1998, les mots "droits réels, de nature incorporelle," sont remplacés par les mots "droits de copropriété visé à l'article 1erbis ".
  § 7. A l'article 10 du même arrêté, remplace par la loi du 7 avril 1995 et modifié par la loi du 15 juillet 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, les mots "droits réels, de nature incorporelle," sont remplacés par les mots "droits de copropriété visés a l'article 1erbis ";
  2° l'alinéa 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " Lorsqu'un intermédiaire a fait inscrire pour le compte d'autrui des instruments financiers à son nom ou à celui d'une tierce personne, le propriétaire pour le compte duquel cette inscription a été prise ne peut exercer d'action en revendication qu'auprès de l'intermédiaire ou du tiers au nom duquel les instruments financiers fongibles ont été inscrits, sauf en cas de faillite, de concordat judiciaire ou de toute autre situation de concours entre les créanciers de cet intermédiaire ou ce tiers. Dans ce cas, l'action en revendication peut être exercée directement par le propriétaire auprès de l'affilié ou de l'organisme de liquidation sur l'avoir inscrit au nom de l'intermédiaire ou de la tierce personne désignée comme titulaire du compte. Cette revendication s'exerce suivant les règles définies aux alinéas précédents. "
  § 8. L'article 10bis , alinéa 1er, du même arrêté, inséré par la loi du 7 avril 1995 et modifié par la loi du 15 juillet 1998, est complété comme suit :
  " Les sommes ainsi payées sont insaisissables par les créanciers de l'organisme de liquidation. "
  § 9. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi peut, sur avis de la CBFA, coordonner les dispositions du même arrêté et les dispositions qui les auraient expressément ou implicitement modifiées au moment où la coordination sera établie.<AR 2003-03-14/31, art. 1, 004; En vigueur : 01-03-2003>
  A cette fin, Il peut notamment :
  1° modifier l'ordre, la numérotation et, en général, la présentation des dispositions à coordonner;
  2° modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à coordonner en vue de les mettre en concordance avec la nouvelle numérotation;
  3° modifier la rédaction des dispositions à coordonner en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions.
  Les coordinations porteront l'intitulé déterminé par le Roi.
  
Art.134. Het koninklijk besluit nr. 64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen wordt opgeheven.
Art.134. L'arrêté royal n° 64 du 10 novembre 1967 organisant le statut des sociétés à portefeuille est abrogé.
Art.135. § 1. Artikel 2, § 6, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 mei 1997 en 14 maart 2001, wordt aangevuld als volgt :
  " 13° "de Controledienst voor de Verzekeringen", de openbare instelling, bedoeld in artikel 80 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".
  § 2. In artikel 3, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 januari 1993 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, worden de woorden "door de Koning" vervangen door de woorden "door de Controledienst voor de Verzekeringen".
  § 3. Artikel 4, achtste lid, van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991, wordt vervangen als volgt;
  " De beslissingen tot verlening van de toelating worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. "
  § 4. Artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Elke aanvraag om toelating wordt overeenkomstig de door de Koning vastgestelde vormen en voorwaarden gericht aan de Controledienst voor de Verzekeringen. "
  § 5. De artikelen 21bis tot 21septies en 21nonies van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, worden opgeheven.
  § 6. De artikelen 29 tot 35 en 37 van dezelfde wet worden opgeheven.
  § 7. Artikel 42, derde en vierde lid, van dezelfde wet worden vervangen als volgt :
  " De Controledienst voor de Verzekeringen stelt de afstand vast en bepaalt de effectieve datum ervan.
  De afstand wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. "
  § 8. In artikel 43, § 1, 1°, en § 2, 1° en 2°, van dezelfde wet worden de woorden "bij een met redenen omkleed koninklijk besluit, op voorstel van de Controledienst voor de Verzekeringen" telkens vervangen door de woorden "door een met redenen omklede beslissing van de Controledienst voor de Verzekeringen".
  § 9. Artikel 43, § 3, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Elke beslissing tot intrekking van de toelating wordt ter kennis van de onderneming gebracht en bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. "
  § 10. Artikel 82, § 1, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 juli 1991 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, wordt vervangen als volgt :
  " Onverminderd het recht om te dagvaarden voor de bevoegde rechter, kan de invordering van de administratieve boeten gebeuren bij dwangmaatregel door toedoen van de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen en overeenkomstig de procedure geregeld door het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. ".
  § 11. In artikel 83 van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, worden de woorden "de lasthebbers van een verzekeringsonderneming" vervangen door de woorden "de lasthebbers van een onderneming".
Art.135. § 1er. L'article 2, § 6, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, inséré par l'arrêté royal du 12 août 1994 et modifié par les arrêtés royaux des 6 mai 1997 et 14 mars 2001, est complété comme suit :
  " 13° "l'Office de Contrôle des Assurances", l'établissement public visé à l'article 80 de la loi du 2 août 2002 relative a la surveillance du secteur financier et aux services financiers".
  § 2. A l'article 3, § 1er, de la même loi, remplacé par l'arrêté royal du 8 janvier 1993 et modifié par l'arrêté royal du 12 août 1994, les mots "par le Roi" sont remplacés par les mots "par l'Office de Contrôle des Assurances".
  § 3. L'article 4, alinéa 8, de la même loi, remplacé par l'arrêté royal du 22 février 1991, est remplacé par la disposition suivante :
  " Les décisions portant octroi de l'agrément sont publiées par extrait au Moniteur belge. "
  § 4. L'article 5, alinéa 1er, de la même loi, est remplacé par la disposition suivante :
  " Toute requête aux fins d'agrément est adressée dans les formes et conditions fixées par le Roi à l'Office de Contrôle des Assurances. "
  § 5. Les articles 21bis à 21septies et 21nonies de la même loi, insérés par l'arrêté royal du 12 août 1994, sont abrogés.
  § 6. Les articles 29 à 35 et 37 de la même loi sont abrogés.
  § 7. L'article 42, alinéas 3 et 4, de la même loi, sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " L'Office de Contrôle des Assurances constate la renonciation et fixe la date de ses effets.
  La renonciation est publiée au Moniteur belge. "
  § 8. A l'article 43, § 1er, 1°, et § 2, 1° et 2°, de la même loi, les mots "par arrêté royal motivé, sur proposition de l'Office de Contrôle des Assurances" sont chaque fois remplacés par les mots "par décision motivée de l'Office de Contrôle des Assurances".
  § 9. L'article 43, § 3, alinéa 1er,, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Toute décision portant révocation de l'agrément est notifiée à l'entreprise et publiée par extrait au Moniteur belge. "
  § 10. L'article 82, § 1er, alinéa 3, de la même loi, remplacé par la loi du 19 juillet 1991 et modifié par l'arrêté royal du 12 août 1994, est remplacé par la disposition suivante :
  " Sans préjudice du droit de citer devant le juge compétent, le recouvrement des amendes administratives peut avoir lieu par voie de contrainte à la diligence de l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines et selon la procédure organisée par le Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe. ".
  § 11. Dans l'article 83 de la même loi, remplacé par l'arrêté royal du 12 août 1994, les mots "les mandataires d'une entreprise d'assurances" sont remplacés par les mots "les mandataires d'une entreprise".
Art.136. § 1. In artikel 1 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van openbare overnameaanbiedingen, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Bedoeld worden de vennootschappen naar Belgisch recht waarvan alle of een deel van de stemrechtverlenende effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten";
  2° in § 5, worden de woorden "tot de officiële notering aan een effectenbeurs in een Lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap" vervangen door de woorden "tot de verhandeling op een gereglementeerde markt bedoeld in § 2".
  § 2. In artikel 15, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "(Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) wordt belast" vervangen door de woorden "Alleen de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) is belast". <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 3. Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 16. § 1. De (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) kan alle maatregelen nemen en aanmaningen geven om de correcte toepassing te waarborgen van de krachtens artikel 15, §§ 1 en 2, genomen besluiten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Zij kan inzonderheid :
  1° wanneer zij een verrichting, praktijk of nalatigheid vaststelt die strijdig is met de bepalingen voorgeschreven op grond van artikel 15, iedere daarvoor verantwoordelijke persoon aanmanen zich te schikken naar deze bepalingen, een einde te maken aan de vastgestelde onregelmatigheid of de uitwerking ervan ongedaan te maken;
  2° de daarvoor verantwoordelijke persoon verbod opleggen om gebruik te maken van de rechten of voordelen die hij uit deze onregelmatigheid kan halen.
  § 2. Deze beslissing wordt door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de verantwoordelijke persoon.
  Iedere met toepassing van deze bepaling genomen beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht.
  § 3. De (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) kan haar beslissing openbaar maken. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 4. De (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) kan aan eenieder die bij het verstrijken van de termijn vastgelegd door de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), in gebreke blijft zich te voegen naar het gebod dat hem werd gegeven overeenkomstig § 1, een dwangsom opleggen die, per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000 euro noch, per inbreuk, meer dan 2.500.000 euro. Bovendien kan de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), onverminderd andere maatregelen genomen in uitvoering van de wet, wanneer zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen vastgesteld krachtens artikel 15, §§ 1 en 2, een administratieve boete opleggen aan de verantwoordelijke persoon, die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro noch, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten, meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. De boete of de dwangsom wordt ingevorderd ten bate van de Schatkist door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen. ".
  § 4. Artikel 17 van dezelfde wet wordt opgeheven.
  § 5. In artikel 18, eerste lid, van dezelfde wet vervallen de woorden "of van artikel 17".
Art.136. § 1er. A l'article 1er de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition, modifié par la loi du 18 juillet 1991, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Sont visées les sociétés de droit belge dont les titres conférant le droit de vote sont en tout ou en partie admis aux négociations sur un marché réglementé au sens de l'article 2, 3°, de la loi du 2 août 2002 relative à la (Commission bancaire, financière et des assurances) <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>";
  2° au § 5, les mots "à la cote officielle d'une bourse de valeurs située dans un Etat membre de la Communauté économique européenne" sont remplacés par les mots "aux négociations sur un marché réglementé visé au § 2".
  § 2. A l'article 15, § 3, de la même loi, le mot "seule" est inséré entre les mots "est" et "chargée".
  § 3. L'article 16 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 16. § 1er. La (Commission bancaire, financière et des assurances) peut prendre toute mesure et adresser toute injonction de nature à assurer la correcte application des arrêtés pris en vertu de l'article 15, §§ 1er et 2. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  Elle peut notamment :
  1° lorsqu'elle constate une opération, une pratique ou une omission contraire aux dispositions prévues en vertu de l'article 15, enjoindre à toute personne qui en est responsable de se conformer a ces dispositions, de mettre fin à l'irrégularité constatée ou d'en supprimer les effets;
  2° interdire à la personne qui en est responsable de faire usage des droits ou de bénéficier des avantages qu'elle peut retirer de l'irrégularité.
  § 2. La (Commission bancaire, financière et des assurances) notifie sa décision de la manière la plus appropriée à la personne responsable. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  Toute décision prise en exécution de la présente disposition est exécutoire dès qu'elle a été notifiée.
  § 3. La (Commission bancaire, financière et des assurances) peut rendre sa décision publique. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  § 4. A toute personne qui, à l'expiration du délai fixé par la (Commission bancaire, financière et des assurances), reste en défaut de se conformer à l'injonction qui lui a été adressée conformément au § 1er, la (Commission bancaire financière et des assurances) peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier, supérieure à 50.000 euros, ni, par infraction, supérieure à 2.500.000 euros. De plus, sans préjudice d'autres mesures prises en exécution de la loi, la (Commission bancaire, financière et des assurances) peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions des arrêtés pris en vertu de l'article 15, §§ 1er et 2, infliger à la personne responsable une amende administrative, qui ne peut être inférieure à 2.500 euros ni supérieure, pour le même fait ou le même ensemble de faits, à 2.500.000 euros. L'amende ou l'astreinte est recouvrée au profit du Trésor par l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines. ".
  § 4. L'article 17 de la même loi est abrogé.
  § 5. A l'article 18, alinéa 1er, de la même loi, les mots "ou de l'article 17" sont supprimés.
Art.137. § 1. Worden opgeheven in de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten :
  1° artikel 34, gewijzigd bij de wet van 14 mei 1992;
  2° § 2 van artikel 121, waarvan § 1 het enige lid wordt;
  3° het vierde lid van artikel 138;
  4° § 2 van artikel 139, waarvan § 1 het enige lid wordt;
  5° het tweede lid van artikel 141, § 2;
  6° het tweede lid van artikel 141, § 3;
  7° de artikelen 142ter tot 142nonies , ingevoegd bij de wet van 9 maart 1999;
  8° de artikelen 181 tot 185;
  9° artikel 186, vervangen bij de wet van 30 januari 1996;
  10° artikel 187, gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999;
  11° artikel 188, vervangen bij de wet van 10 maart 1999;
  12° artikel 189;
  13° artikel 190, gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999;
  14° artikel 191, gewijzigd bij de wet van 30 oktober 1998.
  § 2. In artikel 134 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt opgeheven zodat § 1 de enige paragraaf wordt;
  2° in het derde lid van de aldus gewijzigde tekst worden de woorden "het in § 2 bedoelde" vervangen door de woorden "tegen deze beslissing".
  § 3. Artikel 225, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 april 1995, wordt aangevuld als volgt :
  " 11° de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;
  12° artikel 26 van de wet van 9 maart 1999 tot omzetting van de richtlijn 95/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 over de financiële instellingen;
  13° de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de vereffening van betalingen en effectentransacties in betalings- en vereffeningssystemen;
  14° de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".
Art.137. § 1er. Sont abrogés dans la loi du 4 décembre 1990 relative aux opérations financières et aux marchés financiers :
  1° l'article 34, modifié par la loi du 14 mai 1992;
  2° le § 2 de l'article 121, dont le § 1er devient l'alinéa unique;
  3° l'alinéa 4 de l'article 138;
  4° le § 2 de l'article 139, dont le § 1er devient l'alinéa unique;
  5° l'alinéa 2 de l'article 141, § 2;
  6° l'alinéa 2 de l'article 141, § 3;
  7° les articles 142ter à 142nonies , insérés par la loi du 9 mars 1999;
  8° les articles 181 à 185;
  9° l'article 186, remplacé par la loi du 30 janvier 1996;
  10° l'article 187, modifié par la loi du 10 mars 1999;
  11° l'article 188, remplacé par la loi du 10 mars 1999;
  12° l'article 189;
  13° l'article 190, modifié par la loi du 10 mars 1999;
  14° l'article 191, modifié par la loi du 30 octobre 1998.
  § 2. A l'article 134 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2 est abrogé, de sorte que le § 1er devient le paragraphe unique;
  2° à l'alinéa 3 du texte ainsi modifié, les mots "prévu au § 2" sont remplacés par les mots "contre cette décision".
  § 3. L'article 225, § 1er, de la même loi, modifié par la loi du 6 avril 1995, est complété comme suit :
  " 11° la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition;
  12° l'article 26 de la loi du 9 mars 1999 tendant à assurer la transposition de la directive 95/26/CE du Parlement européen et du Conseil du 29 juin 1995 relative aux institutions financières;
  13° la loi du 28 avril 1999 visant à transposer la directive 98/26/CE du 19 mai 1998 concernant le caractère définitif du règlement dans les systèmes de paiement et de règlement des opérations sur titres;
  14° la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers".
Art.138. In artikel 4, eerste lid, van de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, worden de woorden "die zij voor rekening van beleggers en die zij voor eigen rekening in bezit hebben, op afzonderlijke rekeningen aanhouden" vervangen door de woorden "die zij voor rekening van beleggers of voor eigen rekening in bezit hebben, op rekeningen aanhouden".
Art.138. Dans l'article 4, alinéa 1er, de la loi du 2 janvier 1991 relative au marché des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire les mots "détenus, d'une part pour compte d'investisseurs, d'autre part pour compte propre, sur des comptes séparés" sont remplacés par les mots "détenus pour compte d'investisseurs ou pour compte propre sur des comptes".
Art.140. § 1. In het opschrift van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs vervallen de woorden "de secundaire markten".
  § 2. Artikel 1 van dezelfde wet, _ gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet, hebben de termen "financiële instrumenten", "gereglementeerde markt" en "Belgische gereglementeerde markt" de betekenis bepaald in artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. "
  § 3. Worden opgeheven in dezelfde wet :
  1° boek I met uitzondering van artikel 1, gewijzigd bij deze wet;
  2° artikel 52;
  3° het vijfde lid van artikel 83;
  4° het tweede, derde en vierde lid van artikel 104, § 2;
  5° artikel 130;
  6° de artikelen 140 tot 143;
  7° artikel 144, vervangen bij de wet van 9 maart 1999;
  8° artikel 145, gewijzigd bij de wet van 9 maart 1999;
  9° artikel 146, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995;
  10° artikel 173.
  § 4. In dezelfde wet wordt een artikel 45bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 45bis. De Koning kan, op advies van de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), regels vaststellen met betrekking tot het statuut van en het toezicht op de ondernemingen bedoeld in artikel 45, 10°". <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 5. In artikel 109 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " Indien de beleggingsonderneming in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn kan de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), na de onderneming gehoord of tenminste opgeroepen te hebben, haar een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of van maximum 50.000 euro per dag vertraging. " ; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° aan de aldus gewijzigde tekst, die § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, luidende :
  " § 2. Onverminderd andere maatregelen bepaald door deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten of reglementen, kan de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen)n, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet of op de maatregelen genomen in uitvoering ervan, een administratieve boete opleggen aan een beleggingsonderneming naar Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in België, die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten;"
  4° een § 3 wordt toegevoegd, luidende :
  " § 3. De dwangsommen en boeten die met toepassing van de §§ 1 en 2 worden opgelegd, worden ingevorderd ten bate van de schatkist door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen. "
  § 6. Artikel 139, zesde lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " De Koning regelt de procedure van registratie, alsook van schorsing en herroeping van de registratie. "
  § 7. In artikel 148 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 12 december 1996 en 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° §§ 1 en 2 worden opgeheven;
  2° in § 3 worden de woorden "bemiddelaar als gedefinieerd in artikel 2" vervangen door de woorden "financiële tussenpersoon als gedefinieerd in artikel 2, 9°, van voornoemde wet van 2 augustus 2002";
  3° in § 4, wordt 10°bis , ingevoegd bij de wet van 12 december 1996, opgeheven.
Art.140. § 1er. Dans l'intitulé de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires financiers et conseillers en placements, les mots "aux marchés secondaires" sont supprimés.
  § 2. L'article 1er de la même loi, modifié par la loi du 10 mars 1999, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 1. Pour l'application de la présente loi, les termes "instruments financiers", "marché réglementé" et "marché réglementé belge" ont les significations définies à l'article 2 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. "
  § 3. Sont abrogés dans la même loi :
  1° le livre premier à l'exception de l'article 1er, modifié par la présente loi;
  2° l'article 52;
  3° l'alinéa 5 de l'article 83;
  4° les alinéas 2, 3 et 4 de l'article 104, § 2;
  5° l'article 130;
  6° les articles 140 à 143;
  7° l'article 144, remplacé par la loi du 9 mars 1999;
  8° l'article 145, modifié par la loi du 9 mars 1999;
  9° l'article 146, modifie par l'arrêté royal du 22 décembre 1995;
  10° l'article 173.
  § 4. Un article 45bis , rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 45bis. Le Roi peut, sur avis de la (Commission bancaire, financière et des assurances), établir des règles relatives au statut et au contrôle des entreprises visées à l'article 45, 10° <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004> ".
  § 5. A l'article 109 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " Si l'entreprise d'investissement reste en défaut à l'expiration du délai, la Commission bancaire et financière peut, la société entendue ou à tout le moins dûment convoquée, lui infliger une astreinte à raison d'un montant maximum de 2.500.000 euros par infraction ou de 50.000 euros par jour de retard. " ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé;
  3° il est ajouté au texte ainsi modifié qui formera le § 1er,, un § 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures définies par d'autres lois ou d'autres règlements, la Commission bancaire et financière peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions de la présente loi ou aux mesures prises en exécution de celles-ci, infliger à une entreprise d'investissement belge ou étrangère établie en Belgique, une amende administrative qui ne peut être inférieure à 5.000 euros, ni supérieure, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 2.500.000 euros";
  4° il est ajouté un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Les astreintes et amendes imposées en application des §§ 1er ou 2 sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines. "
  § 6. L'article 139, alinéa 6, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Roi règle la procédure d'enregistrement ainsi que celle de la suspension et de la révocation de l'enregistrement. "
  § 7. A l'article 148 de la même loi, modifié par les lois du 12 décembre 1996 et du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les §§ 1er et 2 sont abrogés;
  2° au § 3 les mots "visé à l'article 2" sont remplacés par les mots "financier visé à l'article 2, 9°, de la loi du 2 août 2002 précitée";
  3° au § 4, le 10°bis , inséré par la loi du 12 décembre 1996, est abrogé.
Art.141. § 1. De woorden "en, aanvullend, de bepalingen betreffende de naamloze vennootschappen" in artikel 2, tweede lid, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België worden uitgelegd in die zin dat de bepalingen betreffende de naamloze vennootschappen slechts van toepassing zijn op de Nationale Bank van België :
  1° voor de aangelegenheden die niet worden geregeld door de bepalingen van titel VII van het derde deel van het Verdrag tot oprichting van de [1 Europese Unie]1 en van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, noch door voornoemde wet van 22 februari 1998 of de statuten van de Nationale Bank van België; en
  2° voor zover zij niet strijdig zijn met de bepalingen bedoeld in 1°. "
  § 2. In dezelfde wet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 9bis. In het kader vastgesteld door artikel 105(2) van het Verdrag tot oprichting van de [1 Europese Unie]1 en door de artikelen 30 en 31 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, worden de officiële externe reserves van de Belgische Staat aangehouden en beheerd door de Bank. Deze tegoeden vormen een doelvermogen dat bestemd is voor de taken en verrichtingen die onder dit hoofdstuk vallen, evenals voor de andere opdrachten van algemeen belang die door de Staat aan de Bank zijn toevertrouwd. De Bank boekt deze tegoeden en de betreffende opbrengsten en kosten in haar rekeningen overeenkomstig de regels bedoeld in artikel 33. "
  § 3. In artikel 12 van dezelfde wet wordt vóór het huidig enig lid het volgende lid toegevoegd :
  " De Bank draagt bij tot de stabiliteit van het financiële stelsel. "
  § 4. In artikel 14, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden "en door de Bank gecontroleerd zijn; de leiding ervan wordt verzekerd door één of verscheidene leden van het Directiecomité" vervangen door de woorden "waarin de Bank een significante deelneming bezit en één of meer leden van haar Directiecomité deelnemen in de leiding. "
  § 5. In artikel 16 van dezelfde wet worden de woorden "waarover de Bank de exclusieve controle bezit," ingevoegd tussen de woorden "bedoeld in artikel 14" en "zijn onderworpen".
  § 6. Artikel 19 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " 6. Overeenkomstig de artikelen 49, § 6, derde lid, en 85, § 6, derde lid, van de wet van 2 augustus 2002. betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, hebben, naargelang van het geval, twee of drie leden van het directiecomité op persoonlijke titel zitting in het directiecomité van de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), en één of twee leden in dat van de Controledienst voor de Verzekeringen. ". <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
   § 7. Artikel 20 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " 5. Drie regenten zetelen in persoonlijke hoedanigheid in de raad van toezicht van de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) en in deze van de Controledienst voor de Verzekeringen. " <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 8. In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De Regentenraad stelt de voorwaarden vast met betrekking tot de beëindiging van het mandaat. Hij mag, op advies van het Directiecomité, afwijken van het verbod dat is bepaald voor de periode na de beëindiging van het mandaat, indien hij vaststelt dat de beoogde activiteit geen significante invloed heeft op de onafhankelijkheid van de betrokken persoon. " ;
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende :
  " § 3. De leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Bank dienen de deontologische code na te leven, die wordt vastgesteld door de Regentenraad op voorstel van het Directiecomité. De personen belast met het toezicht op de naleving van deze code zijn gebonden door het beroepsgeheim bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek. "
  § 9. Artikel 31, tweede lid, van dezelfde wet wordt uitgelegd in die zin dat het emissierecht waarvan daarin sprake is, het emissierecht omvat dat de Bank mag uitoefenen krachtens artikel 106(1) van het Verdrag tot oprichting van de [1 Europese Unie]1.
  § 10. Artikel 33 van dezelfde wet, _ opgeheven bij de wet van 3 mei 1999, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 33. De rekeningen en, in voorkomend geval, de geconsolideerde rekeningen van de Bank worden opgemaakt :
  1° overeenkomstig deze wet en de bindende regels vastgesteld met toepassing van artikel 26.4 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank;
  2° voor het overige overeenkomstig de regels vastgesteld door de Regentenraad.
  De artikelen 2 tot 4, 6 tot 9 en 16 van de wet van 17 juli 1975 betreffende de boekhouding van de ondernemingen en de besluiten genomen ter uitvoering ervan zijn van toepassing op de Bank met uitzondering van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 4, zesde lid, en 9, § 2.
  
Art.141. § 1er. Les mots "et, à titre supplétif, par les dispositions sur les sociétés anonymes" dans l'article 2, alinéa 2, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique sont interprétés en ce sens que les dispositions sur les sociétés anonymes ne s'appliquent à la Banque Nationale de Belgique que :
  1° pour les matières qui ne sont réglées ni par les dispositions du titre VII de la troisième partie du Traité instituant [1 l'Union européenne]1 et du Protocole sur les statuts du Système européen de banques centrales et de la Banque centrale européenne, ni par la loi du 22 février 1998 précitée ou les statuts de la Banque Nationale de Belgique; et
  2° pour autant qu'elles n'entrent pas en conflit avec les dispositions visées au 1°. "
  § 2. Un article 9bis , rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 9bis. Dans le cadre fixé par l'article 105(2) du Traité instituant [1 l'Union européenne]1 et les articles 30 et 31 du Protocole sur les statuts du Systeme européen de banques centrales et de la Banque centrale européenne, la Banque détient et gère les réserves officielles de change de l'Etat belge. Ces avoirs constituent un patrimoine affecté aux missions et opérations relevant du présent chapitre et aux autres missions d'intérêt public confiées par l'Etat à la Banque. La Banque inscrit ces avoirs et les produits et charges y afférents dans ses comptes selon les règles visées à l'article 33. "
  § 3. Dans l'article 12 de la même loi, l'alinéa suivant est inséré avant l'alinéa unique actuel :
  " La Banque contribue à la stabilité du système financier. "
  § 4. A l'article 14, alinéa 1er, de la même loi, les mots "et contrôlées par la Banque; la direction en est assurée par un ou plusieurs membres du Comité de direction" sont remplacés par les mots "dans lesquelles la Banque détient une participation significative et à la direction desquelles participent un ou plusieurs membres de son Comité de direction".
  § 5. Dans l'article 16 de la même loi, les mots "dont la Banque détient le contrôle exclusif" sont insérés entre les mots "visées à l'article 14" et "sont soumises".
  § 6. L'article 19 de la même loi est complété par la disposition suivante :
  " 6. Conformément aux articles 49, § 6, alinéa 3, et 85, § 6, alinéa 3, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, selon le cas, deux ou trois membres du comité de direction siègent, à titre personnel, au comité de direction de la Commission bancaire et financière, et un ou deux membres à celui de l'Office de Contrôle des Assurances. ".
  § 7. L'article 20 de la même loi est complété par la disposition suivante :
  " 5. A titre personnel, trois régents siègent au conseil de surveillance de la (Commission bancaire, financière et des assurances) et à celui de l'Office de Contrôle des Assurances. " <AR 2003-03-25/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  § 8. A l'article 26 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
  " Le Conseil de régence fixe les conditions qui se rapportent à la sortie de charge. Il peut, sur avis du Comité de direction, déroger à l'interdiction prévue pour la période concernée après la sortie de charge lorsqu'il constate l'absence d'influence significative de l'activité envisagée sur l'indépendance de la personne en question. " ;
  2° l'article est complété par un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les membres du Comité de direction et les membres du personnel de la Banque sont tenus de respecter le code de déontologie arrêté par le Conseil de régence sur proposition du Comité de direction. Les personnes chargées du contrôle du respect de ce code sont tenues au secret professionnel prévu à l'article 458 du Code pénal. "
  § 9. L'article 31, alinéa 2, de la même loi est interprété en ce sens que le droit d'émission dont il y est question comprend celui que la Banque peut exercer en vertu de l'article 106(1) du Traité instituant [1 l'Union européenne]1.
  § 10. L'article 33 de la même loi, abrogé par la loi du 3 mai 1999, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 33. Les comptes et, le cas échéant, les comptes consolidés de la Banque sont établis :
  1° conformément à la présente loi et aux règles obligatoires arrêtées en application de l'article 26.4 du Protocole sur les statuts du Systeme européen de banques centrales et de la Banque centrale européenne;
  2° pour le surplus, selon les règles établies par le Conseil de régence.
  Les articles 2 à 4, 6 à 9 et 16 de la loi du 17 juillet 1975 relative a la comptabilité des entreprises et leurs arrêtés d'exécution sont applicables à la Banque à l'exception des arrêtés pris en exécution des articles 4, alinéa 6, et 9, § 2.
  
Art.142. De artikelen 5 en 6 van de wet van 15 juli 1998 tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels worden opgeheven.
Art.142. Les articles 5 et 6 de la loi du 15 juillet 1998 modifiant diverses dispositions légales en matière d'instruments financiers et de systèmes de compensation de titres, sont abrogés.
Art.143. § 1. Artikel 4 van het Wetboek van vennootschappen wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4. Genoteerde vennootschappen zijn vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. "
  § 2. In artikel 469, eerste lid, van hetzelfde Wetboek vervalt het woord "afzonderlijke".
  § 3. In artikel 620, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, vervangen bij de wet van 23 januari 2001,worden de woorden "de marktautoriteit of, wat betreft de gereglementeerde markten, de door de Koning aangewezen marktautoriteiten" vervangen door de woorden "(Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen)"; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " De (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) gaat na of de verrichtingen tot wederinkoop in overeenstemming zijn met het besluit van de algemene vergadering of, in voorkomend geval, van de raad van bestuur; indien zij van oordeel is dat deze verrichtingen daarmee niet in overeenstemming zijn, maakt zij haar advies openbaar. " <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 4. Artikel 653 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
  § 5. Op advies van de CBFA, kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, sommige bepalingen van hetzelfde Wetboek die van toepassing zijn op vennootschappen waarvan de effecten toegelaten zijn tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, toepasselijk maken op de vennootschappen naar Belgisch recht waarvan de effecten toegelaten zijn tot de verhandeling op een buitenlandse markt voor financiële instrumenten zonder dat zij op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.143. § 1er. L'article 4 du Code des sociétés est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 4. Les sociétés cotées sont les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un marché réglementé au sens de l'article 2, 3°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. "
  § 2. Dans l'article 469, alinéa 1er, du même Code, le mot "distinct" est supprimé.
  § 3. A l'article 620, § 2, du même Code sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, remplacé par la loi du 23 janvier 2001, les mots "a l'autorité de marché ou, en ce qui concerne les marchés réglementés, aux autorités de marché désignées par le Roi" sont remplacés par les mots "à la (Commission bancaire, financière et des assurances)"; <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  2° l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " La (Commission bancaire, financière et des assurances) vérifie la conformité des opérations de rachat avec la décision de l'assemblée générale ou, le cas échéant, du conseil d'administration; elle rend son avis public si elle estime que ces opérations n'y sont pas conformes. " <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  § 4. L'article 653 du même Code est abrogé.
  § 5. Sur avis de la CBFA, le Roi peut, aux conditions qu'Il définit, rendre certaines des dispositions du même Code qui s'appliquent à des sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un marche réglementé belge, applicables aux sociétés de droit belge dont les titres sont admis aux négociations sur un marché d'instruments financiers étranger sans être admis sur un marché réglementé belge. <AR 2003-03-25/34, art. 1, 004; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art.144. § 1. [1 De naamloze vennootschap Euronext Brussels wordt van rechtswege erkend als marktonderneming waarvan de Staat van herkomst België is. Zij dient binnen zes maanden vanaf de inwerkingtreding van artikel 140, § 3, 1°, haar statuten en de regels van de markten die zij inricht, aan te passen teneinde deze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van Hoofdstuk II van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1
  § 2. [2 ...]2.
  
Art.144. § 1er. [1 La société anonyme Euronext Brussels est de plein droit agréée en qualité d'entreprise de marché dont l'Etat d'origine est la Belgique. Elle est tenue, dans les six mois de l'entrée en vigueur de l'article 140, § 3, 1°, d'adapter ses statuts et les règles des marchés qu'elle organise en vue de les mettre en concordance avec les dispositions du Chapitre II de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.]1
  § 2. [2 ...]2.
  
Art.145. [1 Het vereiste inzake periodieke rapportage aan het publiek als bedoeld in artikel 28, § 3, is van toepassing vanaf 28 februari 2023.]1
  
Art.145. [1 L'obligation d'information périodique à destination du public, prévue à l'article 28, § 3 s'applique à dater du 28 février 2023.]1
  
Art.146. <W 2005-02-14/36, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 14-03-2005> Bij een besluit vastgelegd na overleg in de ministerraad kan de Koning, op advies van de [2 FSMA]2 en, wat de artikelen 22 en 23 betreft, van de [1 Bank]1, de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit internationale akten genomen krachtens dergelijke verdragen, in de materies die door de bepalingen van deze wet zijn geregeld. De Koning kan, volgens dezelfde procedure, bepalen welke handelingen kunnen worden aangemerkt als een inbreuk op de dwingende bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik), alsmede op de dwingende bepalingen van de communautaire uitvoeringsbesluiten van deze Richtlijn. De krachtens dit artikel genomen besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
  De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing op de inbreuken die door de Koning zijn bepaald ter uitvoering van het eerste lid.
  De in dit artikel bedoelde koninklijke besluiten zijn van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  
Art.146. <L 2005-02-14/36, art. 5, 013; En vigueur : 14-03-2005> Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi peut, sur avis de la [2 FSMA]2 et, en ce qui concerne les articles 22 et 23, de la [1 Banque]1, prendre les mesures nécessaires pour assurer la transposition des dispositions obligatoires résultant de traités internationaux ou d'actes internationaux pris en vertu de ceux-ci, dans les matières réglées par les dispositions de la présente loi. Le Roi peut, selon la même procédure, déterminer les comportements qui constituent une infraction aux dispositions obligatoires résultant de la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2003 sur les opérations d'inities et les manipulations de marché (abus de marché) et aux dispositions obligatoires résultant des actes communautaires d'exécution de ladite directive. Les arrêtés pris en vertu du présent article peuvent modifier, compléter, remplacer ou abroger les dispositions légales en vigueur.
  Les articles 36 et 37 s'appliquent aux infractions déterminées par le Roi en exécution de l'alinéa 1er.
  Les arrêtés royaux visés au présent article sont abrogés de plein droit lorsqu'ils n'ont pas été confirmés par la loi dans les vingt-quatre mois qui suivent leur publication au Moniteur belge.
  
Art.147. § 1. De Koning kan de terminologie van de van kracht zijnde wettelijke bepalingen en de verwijzingen die in deze bepalingen voorkomen, wijzigen teneinde deze in overeenstemming te brengen met deze wet.
  § 2. De Koning kan de bepalingen van de hoofdstukken IV en VII en de in artikel 81, § 1, bedoelde bepalingen coördineren, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
   Te dien einde kan Hij inzonderheid :
  1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
  2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
  3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen.
  De coördinatie krijgt het opschrift bepaald door de Koning.
Art.147. § 1er. Le Roi peut modifier la terminologie des dispositions légales en vigueur ainsi que les références qui seraient contenues dans ces dispositions en vue d'assurer leur concordance avec la présente loi.
  § 2. Le Roi peut coordonner les dispositions des chapitres IV et VII et les dispositions visées à l'article 81, § 1er, ainsi que les dispositions qui les auraient expressément ou implicitement modifiées au moment où les coordinations seront établies.
  A cette fin, Il peut notamment :
  1° modifier l'ordre, la numérotation et, en général, la présentation des dispositions à coordonner;
  2° modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à coordonner en vue de les mettre en concordance avec la nouvelle numérotation;
  3° modifier la rédaction des dispositions à coordonner en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions.
  Les coordinations porteront l'intitulé déterminé par le Roi.
Art.148. [1 Behoudens andersluidende bepaling in deze wet, neemt de Koning de besluiten die Hij dient te nemen ter uitvoering van deze wet, op voorstel van :
   - de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Economie, de Minister bevoegd voor Pensioenen en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor zover de bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 6°;
   - de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Economie et de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor zoverd e bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 3°, 5° et § 2;
   - de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor Economie, voor zover de bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 2°, c), d) en e) ;
   - de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor Pensioenen voor zover de bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 2°, g), en 4°;
   - de Minister bevoegd voor Financiën, voor zover de bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 1° en 2°, a), b) en f) ;
   - de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming voor alle andere bepalingen.]1

  
Art.148. [1 A moins que la présente loi n'en dispose autrement, le Roi prend les arrêtés qu'Il est appelé à prendre en exécution de la présente loi, sur la proposition :
   - du Ministre ayant les Finances dans ses attributions, du Ministre ayant l'Economie dans ses attributions, du Ministre ayant les Pensions dans ses attributions, et du Ministre ayant la protection des consommateurs dans ses attributions, pour autant que les dispositions concernent les matières visées à l'article 45, § 1er, 6°;
   - du Ministre ayant les Finances dans ses attributions, du Ministre ayant l'Economie dans ses attributions, et du Ministre ayant la protection des consommateurs dans ses attributions, pour autant que les dispositions concernent les matières visées à l'article 45, § 1er, 3°, 5°, et § 2;
   - du Ministre ayant les Finances dans ses attributions et du Ministre ayant l'Economie dans ses attributions, pour autant que les dispositions concernent les matières visées à l'article 45, § 1er, 2°, c), d) et e) ;
   - du Ministre ayant les Finances dans ses attributions et du Ministre ayant les Pensions dans ses attributions, pour autant que les dispositions concernent les matières visées à l'article 45, § 1er, 2°, g), et 4°;
   - du Ministre ayant les Finances dans ses attributions, pour autant que les dispositions concernent les matières visées à l'article 45, §1er, 1° et 2°, a), b) et f) ;
   - du Ministre ayant les Finances dans ses attributions et du Ministre ayant la protection des consommateurs dans ses attributions, pour toutes les autres dispositions.]1

  
Art. 149. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van elk van de bepalingen van deze wet.
Art. 149. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de chacune des dispositions de la présente loi.
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 31, 131, 133, 141 §§ 1 tot 3 en 8 tot 10, en 145 vastgesteld op 04-09-2002 par KB 2002-08-22/35, art. 1)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 80 tot 83, 85 tot 87, 89, 91 tot 94, 96, 98, 100 tot 116, 135, 147, § 2 vastgesteld op 01-12-2002 door KB 2002-12-03/32, art. 1)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 2, 44 tot 46, 49 tot 51, 53, 55 tot 58, 60 tot 62, 65 tot 68, 70 tot 79 en 130, § 2 vastgesteld op 01-11-2002 door KB 2002-10-29/31, art. 1)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 84, 90 en 95 vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-03-04/50, art. 1)
  (NOTA: inwerkingtreding van artikelen 3 tot 25, 28 tot 30, 32 tot 43, 52, 129, 130, § 1er, 132, 3° tot 4°, 134, 136, 137, § 1, 1°, 7° tot 14°, et § 3, 138, 139, § 1, 3°, 6° tot 10°, en § 2, en 140, §§ 1 et 2, 140, § 3, 6° tot 10°, en §§4, 5 en 7, 141, §§ 4 tot 6, 142, 143, § 1 en §§ 3 tot 5, 144 et 147, § 1 vastgesteld op 1-06-2003 door KB 2003-04-03/42, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 140, § 3, 1°, vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-03/42, art. 1, met uitzondering van de opheffing in de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, van de artikelen 36, §§ 1 en 3, 37 en 38, en van artikel 2, § 1, in de mate nodig voor de toepassing van deze artikelen 36, §§ 1 en 3, 37 en 38, met dien verstande dat de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) belast is met het toezicht op deze bepalingen met toepassing van de artikelen 33 tot 37 van de voornoemde wet van 2 augustus 2002) <KB 2003-03-25/34, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 63, 143, § 2 en 146, L1, eerste en derde zin, en L2 vastgesteld op 01-01-2004 door KB 2004-03-04/42, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 47, 48, 54, 59, 69 en 141, § 7 vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-03-04/51, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 117 vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-04-04/52, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 118 vastgesteld op 01-05-2003 door KB 2003-04-04/52, art. 2)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 137, § 1, 2° tot 6° et § 2, 139, § 1, 1°, 2°, 4° en 5° en 140, § 3, 2° tot 5°, en § 6 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 120 tot 124 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de CBFA, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de (CBFA) en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (NOTA: Inwerkingtreding van artikel 132, 1° en 2° vastgesteld op 27-03-2006 door KB 2006-03-05/44, art. 10, 2°)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 31, 131, 133, 141 §§ 1er à 3 et 8 à 10, et 145 fixée au 04-09-2002 par AR 2002-08-22/35, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 80 à 83, 85 à 87, 89, 91 à 94, 96, 98, 100 à 116, 135, 147, § 2 fixée au 01-12-2002 par AR 2002-12-03/32, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 2, 44 à 46, 49 à 51, 53, 55 à 58, 60 à 62, 65 à 68, 70 à 79 et 130, § 2 fixée au 01-11-2002 par AR 2002-10-29/31, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 84, 90 et 95 fixée au 01-07-2003 par AR 2003-03-04/50, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 3 à 25, 28 à 30, 32 à 43, 52, 129, 130, § 1er, 132, 3° à 4°, 134, 136, 137, § 1er, 1°, 7° à 14°, et § 3, 138, 139, § 1er, 3°, 6° à 10°, et § 2, et 140, §§ 1 et 2, 140, § 3, 6° à 10°, et §§ 4, 5 et 7, 141, §§ 4 à 6, 142, 143, § 1er et §§ 3 à 5, 144 et 147, § 1er fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-03/42, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 140, § 3, 1°, fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-03/42, art. 1, à l'exception de l'abrogation, dans la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements, des articles 36, §§ 1er et 3, 37 et 38, ainsi que de l'article 2, § 1er, dans la mesure nécessaire pour l'application desdits articles 36, §§ 1er et 3, 37 et 38, étant entendu que la (Commission bancaire, financière et des assurances) est chargée de veiller au respect de ces dispositions en application des articles 33 à 37 de la loi du 2 août 2002 précitée) <AR 2003-03-25/34, art. 1; En vigueur : 01-01-2004>  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 63, 143, § 2 et 146, L1, première et troisième phrases, et L2 fixée au 01-01-2004 par AR 2003-04-03/42, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 47, 48, 54, 59, 69 et 141, § 7 fixée au 01-07-2003 par AR 2003-03-04/51, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 117 fixée au 01-07-2003 par AR 2003-04-04/52, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 118 fixée au 01-05-2003 par AR 2003-04-04/52, art. 2)  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 137, § 1, 2° à 6°, et § 2, 139,§ 1, 1°, 2°, 4° et 5° et 140, § 3, 2° à 5°, et § 6 fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-04/53, art. 1)  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 120 à 124 fixée au 01-06-2003 par AR 2003-04-04/53, art. 1, en ce qui concerne les voies de recours contre les décisions prises par le Ministre, par la CBFA, par l'OCA et par les entreprises de marché et en ce qui concerne l'intervention de la CBFA et de l'OCA devant les juridictions répressives) <AR 2003-03-25/34, art. 1; En vigueur : 01-01-2004>  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 132, 1° et 2° fixée le 27-03-2006 par AR 2006-03-05/44, art. 10, 2°)