Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 NOVEMBER 2002. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 31 maart 1971 betreffende de samenstelling en de werking van de bevorderingscomités en het ministerieel besluit van 23 september 1977 betreffende de adviezen over de kandidatuur voor de bevordering van de officieren van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst.
Titre
5 NOVEMBRE 2002. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 31 mars 1971 relatif à la composition et au fonctionnement des comités d'avancement et l'arrêté ministériel du 23 septembre 1977 relatif aux avis sur la candidature à l'avancement des officiers des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical.
Dokumentinformationen
Numac: 2002007277
Datum: 2002-11-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002007277
Date: 2002-11-05
Moniteur: Voir
Tekst (28)
Texte (28)
Artikel 1. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 31 maart 1971 betreffende de samenstelling en de werking van de bevorderingscomités, wordt vervangen als volgt :
" Art. 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt, telkens als een graad wordt vermeld, ook de gelijkwaardige graad in aanmerking genomen. ".
Article 1. L'article 1er de l'arrêté ministériel du 31 mars 1971 relatif à la composition et au fonctionnement des comités d'avancement, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 1. Pour l'application du présent arrêté, chaque fois qu'un grade est mentionné, le grade équivalent est également pris en considération. ".
Art. 2. Artikel 2, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld als volgt:
" of zijn ambt uitoefent in een functie buiten de organen en onderafdelingen bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot bepaling van de algemene structuur van het ministerie van Landsverdediging en tot vastlegging van de bevoegdheden van bepaalde autoriteiten; ".
Art. 2. L'article 2, § 1er, 2°, du même arrêté, est complété comme suit :
" ou exerce son emploi dans une fonction en dehors des organes et subdivisions visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 21 décembre 2001 déterminant la structure générale du ministère de la Défense et fixant les attributions de certaines autorités; ".
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 27 oktober 1976, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " Buiten de chef van de generale staf " worden vervangen door het woord " Buiten de chef defensie en de directeur-generaal human resources ";
2° in het eerste lid vervallen de woorden " of voor een gelijkwaardige graad ";
3° in het tweede lid vervallen de woorden " in artikel 8, § 1 ".
Art. 3. A l'article 3 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 27 octobre 1976, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " Outre le chef d'état-major général " sont remplacés par les mots " Outre le chef de la défense et le directeur général human resources ";
2° dans l'alinéa 1er, les mots " ou à un grade équivalent " sont supprimés;
3° dans l'alinéa 2, les mots " fixé à l'article 8, § 1er " sont remplacés par le mot " prévu ".
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 juli 1974, 26 juni 1975, 27 oktober 1976, 25 juni 1991, 28 juli 1995 en 29 januari 1998, wordt vervangen als volgt :
" Art. 4. De chef defensie, de directeur-generaal human resources en de luitenant-generaals van de krijgsmacht worden opgeroepen om zitting te nemen in het hoog intermachtencomité, wanneer bedoeld comité de kandidaturen voor de graad van luitenant-generaal dient te onderzoeken. ".
Art. 4. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 19 juillet 1974, du 26 juin 1975, du 27 octobre 1976, du 25 juin 1991, du 28 juillet 1995 et du 29 janvier 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. Le chef de la défense, le directeur général human resources et les lieutenants généraux des forces armées sont appelés à siéger dans le comité supérieur interforces, lorsque ce comité doit examiner les candidatures au grade de lieutenant général. ".
Art. 5. Artikel 4bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 27 oktober 1976 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 4bis du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 27 octobre 1976 et modifié par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995, est abrogé.
Art. 6. Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 juli 1974 en 16 februari 2001, wordt vervangen als volgt :
" Art. 5. Worden opgeroepen om zitting te nemen in het hoog comité voor het krijgsmachtdeel, wanneer bedoeld comité de kandidaturen voor de graad van generaal-majoor dient te onderzoeken :
1° de chef defensie;
2° de directeur-generaal human resources;
3° de luitenant-generaals van het krijgsmachtdeel;
4° de generaal-majoors van het krijgsmachtdeel.
Om het voorgeschreven aantal leden te bereiken wordt eventueel een beroep gedaan :
1° voor de landmacht en de luchtmacht op de oudstbenoemde opperofficieren;
2° voor de marine en de medische dienst op de oudstbenoemde opperofficier van elk krijgsmachtdeel. ".
Art. 6. L'article 5 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 19 juillet 1974 et du 16 février 2001, est remplacé par la disposition suivante:
" Art. 5. Sont appelés à siéger dans le comité supérieur de la force, lorsque ce comité doit examiner les candidatures au grade de général-major :
1° le chef de la défense;
2° le directeur général human resources;
3° les lieutenants généraux de la force;
4° les généraux- majors de la force.
Pour atteindre le nombre de membres prévu, il est fait appel, le cas échéant :
1° pour la force terrestre et la force aérienne, aux plus anciens officiers généraux;
2° pour la marine et le service médical au plus ancien officier général de chaque force. ".
Art. 7. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 juli 1974 en 27 oktober 1976, wordt vervangen als volgt :
" Art. 6. Worden opgeroepen om zitting te nemen in het hoog intermachtencomité, wanneer bedoeld comité de kandidaturen voor de graad van generaal-majoor dient te onderzoeken :
1° de chef defensie;
2° de directeur-generaal human resources;
3° de luitenant-generaals;
4° de generaal-majoors. ".
Art. 7. L'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 19 juillet 1974 et du 27 octobre 1976, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6. Sont appelés à siéger dans le comité supérieur interforces, lorsque ce comité doit examiner les candidatures au grade de général-major :
1° le chef de la défense;
2° le directeur général human resources;
3° les lieutenants généraux;
4° les généraux- majors. ".
Art. 8. Artikel 7 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het ministerieel besluit van 29 november 1977 wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 7. De secretaris-generaal van het ministerie van Landsverdediging wordt opgeroepen om zitting te nemen in de hoge intermachtencomités bedoeld in de artikelen 4 en 6. ".
Art. 8. L'article 7 du même arrêté, abrogé par l'arrêté ministériel du 29 novembre 1977, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 7. Le secrétaire général du ministère de la Défense est appelé à siéger dans les comités supérieurs interforces visés aux articles 4 et 6. ".
Art. 9. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 juli 1974, 27 oktober 1976 en 29 november 1977, wordt opgeheven.
Art. 9. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 19 juillet 1974, du 27 octobre 1976 et du 29 novembre 1977, est abrogé.
Art. 10. Het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk I, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995, wordt vervangen als volgt :
" Afdeling 3. - De comités voor de bevordering van de hoofdofficieren ".
Art. 10. L'intitulé de la section 3 du chapitre Ier, du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995, est remplacé par l'intitulé suivant :
" Section 3. - Les comités pour l'avancement des officiers supérieurs ".
Art. 11. Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 27 oktober 1976 en 28 juli 1995, wordt vervangen als volgt :
" Art. 9. De comités van de korpsen en het intermachtencomité zijn samengesteld uit vaste leden alsook uit tijdelijke leden of hun plaatsvervangers. De interkorpsencomités zijn uitsluitend samengesteld uit vaste leden. ".
Art. 11. L'article 9 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 27 octobre 1976 et du 28 juillet 1995, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 9. Les comités de corps et le comité interforces comprennent des membres permanents ainsi que des membres temporaires ou leurs suppléants. Les comités intercorps ne comprennent que des membres permanents. ".
Art. 12. Artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 juli 1974, 26 juni 1975, 27 oktober 1976, 25 juni 1991, 28 juli 1995 en 29 januari 1998, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de korpsencomités die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de landmacht onderzoeken:
a. als vaste leden :
1° de chef defensie;
2° de luitenant-generaals van de landmacht;
b. als tijdelijke leden :
1° wanneer het comité kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt: twee officieren benoemd tot de graad van kolonel;
2° wanneer het comité kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt: twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
3° wanneer het comité kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt: een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor. ".
Art. 12. L'article 10, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 19 juillet 1974, du 26 juin 1975, du 27 octobre 1976, du 25 juin 1991, du 28 juillet 1995 et du 29 janvier 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Sont appelés à siéger dans les comités de corps qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la force terrestre :
a. comme membres permanents :
1° le chef de la défense;
2° les lieutenants généraux de la force terrestre;
b. comme membres temporaires :
1° lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel : deux officiers nommés au grade de colonel;
2° lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel : deux officiers nommés au grade de colonel et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
3° lorsque le comité examine les candidatures au grade de major : un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommés au grade de major. ".
Art. 13. Artikel 10bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1996 en gewijzigd bij de ministerieel besluit van 19 oktober 1998, wordt vervangen als volgt :
" Art. 10bis. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de korpscomités die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de medische dienst onderzoeken :
a. als vaste leden:
1° de chef defensie;
2° de opperofficieren van de medische dienst;
3° de officier met de meeste anciënniteit in de hoogste graad van het korps waarvan de kandidaten deel uitmaken wanneer dit korps niet wordt vertegenwoordigd door de in 2° bedoelde officieren;
b. als tijdelijke leden :
1° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van kolonel of voor een gelijkwaardige graad onderzoekt, twee officieren benoemd in de graad van kolonel of in een gelijkwaardige graad;
2° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel of voor een gelijkwaardige graad onderzoekt, twee officieren benoemd in de graad van kolonel of in een gelijkwaardige graad en twee officieren benoemd in de graad van luitenant-kolonel of in een gelijkwaardige graad;
3° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van majoor of voor een gelijkwaardige graad onderzoekt, een officier benoemd in de graad van kolonel of in een gelijkwaardige graad, een officier benoemd in de graad van luitenant-kolonel of in een gelijkwaardige graad en twee officieren benoemd in de graad van majoor of in een gelijkwaardige graad.
Bij ontstentenis van officieren uit het medisch ondersteunend korps die voldoen aan de eisen om als tijdelijk lid zitting te hebben, worden officieren-geneesheren bij loting aangewezen om hun aantal aan te vullen. ".
Art. 13. L'article 10bis, du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 22 juillet 1996 et modifié par l'arrêté ministériel du 19 octobre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 10bis. Sont appelés à siéger dans les comités de corps qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs du service médical :
a. comme membres permanents:
1° le chef de la défense;
2° les officiers généraux du service médical;
3° l'officier le plus ancien dans le grade le plus élevé du corps dont font partie les candidats lorsque ce corps n'est pas représenté par les officiers visés au 2°;
b. comme membres temporaires :
1° lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel ou à un grade équivalent, deux officiers nommés au grade de colonel ou à un grade équivalent;
2° lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel ou à un grade équivalent, deux officiers nommés au grade de colonel ou à un grade équivalent et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel ou à un grade équivalent;
3° lorsque le comité examine les candidatures au grade de major ou à un grade équivalent, un officier nommé au grade de colonel ou à un grade équivalent, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel ou à un grade équivalent et deux officiers nommés au grade de major ou à un grade équivalent.
A défaut d'officiers du corps support médical répondant aux conditions pour siéger comme membre temporaire, des officiers médecins sont désignés par tirage au sort pour parfaire leur nombre. ".
Art. 14. Artikel 11 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 27 oktober 1976 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 25 juni 1991, 28 juli 1995 en 29 januari 1998, wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 11 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 27 octobre 1976 et modifié par les arrêtés ministériels du 25 juin 1991 du 28 juillet 1995 et du 29 janvier 1998, est abrogé.
Art. 15. Artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 juli 1974, 23 november 1977 en 16 februari 2001, wordt vervangen als volgt :
" Art. 12. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de korpscomités die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de luchtmacht onderzoeken:
a. als vaste leden :
1° de chef defensie;
2° de opperofficieren van de luchtmacht;
b. als tijdelijke leden :
1° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt: twee officieren benoemd tot de graad van kolonel;
2° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt: twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
3° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt : een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor. ".
Art. 15. L'article 12 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 19 juillet 1974, 23 novembre 1977 et du 16 février 2001, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 12. Sont appelés à siéger dans les comités de corps qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la force aérienne :
a. comme membres permanents :
1° le chef de la défense;
2° les officiers généraux de la force aérienne;
b. comme membres temporaires;
1° lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel : deux officiers nommés au grade de colonel;
2° lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel : deux officiers nommés au grade de colonel, et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
3° lorsque le comité examine les candidatures au grade de major : un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommés au grade de major. ".
Art. 16. Artikel 13, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 juli 1974, 25 juni 1991, 9 december 1999 en 12 juli 2000, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Worden opgeroepen om zitting te nemen in de korpscomités die de kandidaturen voor de graden van hoofdofficieren van de marine onderzoeken :
a. als vaste leden :
1° de chef defensie;
2° de officier met de meeste anciënniteit in de hoogste graad van het korps van de officieren-technici;
3° de officier met de meeste anciënniteit in de hoogste graad van het korps van de officieren van de diensten;
4° de opperofficieren van de marine;
b. als tijdelijke leden :
1° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van kapitein-ter-zee onderzoekt: twee officieren benoemd tot de graad van kapitein-ter-zee;
2° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van fregatkapitein onderzoekt: twee officieren benoemd tot de graad van kapitein-ter-zee en twee officieren benoemd tot de graad van fregatkapitein;
3° wanneer het comité de kandidaturen voor de graad van korvetkapitein onderzoekt: een officier benoemd tot de graad van kapitein-ter-zee, een officier benoemd tot de graad van fregatkapitein en twee officieren benoemd tot de graad van korvetkapitein. ".
Art. 16. L'article 13, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 19 juillet 1974, du 25 juin 1991, du 9 décembre 1999 et du 12 juillet 2000, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Sont appelés à siéger dans les comités de corps qui examinent les candidatures aux grades d'officiers supérieurs de la marine :
a. comme membres permanents :
1° le chef de la défense;
2° l'officier le plus ancien dans le grade le plus élevé du corps des officiers techniciens;
3° l'officier le plus ancien dans le grade le plus élevé du corps des officiers des services;
4° les officiers généraux de la marine;
b. comme membres temporaires :
1° lorsque le comité examine les candidatures au grade de capitaine de vaisseau : deux officiers nommés au grade de capitaine de vaisseau;
2° lorsque le comité examine les candidatures au grade de capitaine de frégate : deux officiers nommés au grade de capitaine de vaisseau et deux officiers nommés au grade de capitaine de frégate;
3° lorsque le comité examine les candidatures au grade de capitaine de corvette : un officier nommé au grade de capitaine de vaisseau, un officier nommé au grade de capitaine de frégate et deux officiers nommés au grade de capitaine de corvette. ".
Art. 17. Artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 25 juni 1991, 9 december 1999 en 12 juli 2000, wordt vervangen als volgt :
" Art. 14. Worden opgeroepen om zitting te nemen in het interkorpsencomité van het krijgsmachtdeel :
1° de chef defensie;
2° de luitenant-generaals van het krijgsmachtdeel en, voor de marine, de oudstbenoemde divisieadmiraal;
3° de oudstbenoemde officier in de hoogste graad van het korps dat niet vertegenwoordigd is door een luitenant-generaal of,bij de luchtmacht, de oudstbenoemde generaal-majoor van het korps van het niet-varend personeel;
4° om het voorgeschreven aantal leden te bereiken wordt eventueel een beroep gedaan op de oudstbenoemde opperofficieren van de andere krijgsmachtdelen.
In het interkorpsencomité van de luchtmacht moet de pariteit worden gerealiseerd tussen officieren van het korps van het varend personeel en van het korps van het niet varend personeel. Hiertoe worden, in aanvulling van het eerste lid, 3°, in voorkomend geval, de oudstbenoemde officieren in de hoogste graad van de luchtmacht opgeroepen en bij gebreke eraan, de oudstbenoemde officieren van de onmiddellijk lagere graad. ".
Art. 17. L'article 14 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 25 juin 1991, du 9 décembre 1999 et du 12 juillet 2000, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 14. Sont appelés à siéger dans le comité intercorps de la force :
1° le chef de la défense;
2° les lieutenants généraux de la force et, pour la marine, l'amiral de division le plus ancien dans ce grade;
3° l'officier le plus ancien dans le grade le plus élevé du corps qui n'est pas représenté par un lieutenant général ou, pour la force aérienne, le général major du corps du personnel non-navigant le plus ancien dans ce grade;
4° pour atteindre le nombre de membres prévu, il est fait appel, le cas échéant, aux plus anciens officiers généraux des autres forces.
Dans le comité intercorps de la force aérienne, la parité entre officiers du corps du personnel navigant et du corps du personnel non-navigant doit être réalisée. A cette fin, en complément de l'alinéa 1er, 3°, il est fait appel, le cas échéant, aux officiers les plus anciens du grade le plus élevé de la force aérienne et, à défaut, aux officiers les plus anciens du grade immédiatement inférieur. ".
Art. 18. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14bis ingevoegd, luidende:
" Art. 14bis. Worden opgeroepen om zitting te nemen in het intermachtencomité:
a. als vaste leden:
1° de chef defensie;
2° de luitenant-generaals;
3° de opperofficieren die directeur-generaal of onderstafchef zijn;
4° de oudstbenoemde opperofficier van het krijgsmachtdeel dat niet vertegenwoordigd is, onverminderd 1°;
b. als tijdelijke leden :
1° wanneer het comité kandidaturen voor de graad van kolonel onderzoekt : vier officieren benoemd tot de graad van kolonel;
2° wanneer het comité kandidaturen voor de graad van luitenant-kolonel onderzoekt : twee officieren benoemd tot de graad van kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van luitenant-kolonel;
3° wanneer het comité kandidaturen voor de graad van majoor onderzoekt : een officier benoemd tot de graad van kolonel, een officier benoemd tot de graad van luitenant-kolonel en twee officieren benoemd tot de graad van majoor.
De vier tijdelijke leden dienen tot een verschillend krijgsmachtdeel te behoren. ".
Art. 18. Un article 14bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté:
" Art. 14bis. Sont appelés à siéger dans le comité interforces:
a. comme membres permanents :
1° le chef de la défense;
2° les lieutenants généraux;
3° les officiers généraux qui sont directeurs généraux ou sous-chefs d'état major;
4° l'officier général le plus ancien de la force qui n'est pas représentée, sans préjudice du 1°;
b. comme membres temporaires :
1° lorsque le comité examine les candidatures au grade de colonel : quatre officiers nommés au grade de colonel;
2° lorsque le comité examine les candidatures au grade de lieutenant-colonel : deux officiers nommés au grade de colonel et deux officiers nommés au grade de lieutenant-colonel;
3° lorsque le comité examine les candidatures au grade de major : un officier nommé au grade de colonel, un officier nommé au grade de lieutenant-colonel et deux officiers nommés au grade de major.
Les quatre membres temporaires doivent appartenir à une force différente. ".
Art. 19. In artikel 15, § 3, eerste lid, en in de § 5, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriele besluiten van 14 februari 1973 en van 28 juli 1995, worden de woorden " chef van de divisie personeel " vervangen door de woorden " directeur-generaal human resources ".
Art. 19. Dans l'article 15, § 3, alinéa 1er, et dans le § 5, alinéa 2, du même arrêté, modifiés par les arrêtés ministériels du 14 février 1973 et du 28 juillet 1995, les mots " chef de la division personnel " sont remplacés par les mots " directeur général human resources ".
Art. 20. Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriele besluiten van 19 juli 1974, 27 oktober 1976, 29 november 1977 en 28 juli 1995, wordt vervangen als volgt :
" Art. 16. De directeur-generaal human resources wordt opgeroepen om zitting te nemen in alle comités, in de hoedanigheid van vast lid.
De secretaris-generaal van het ministerie van Landsverdediging wordt opgeroepen om zitting te nemen in het intermachtencomité bedoeld in artikel 14bis, in de hoedanigheid van vast lid. ".
Art. 20. L'article 16 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 19 juillet 1974, du 27 octobre 1976, du 29 novembre 1977 et du 28 juillet 1995, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 16. Le directeur général human resources est appelé à siéger dans tous les comités, en qualité de membre permanent.
Le secrétaire général du ministère de la Défense est appelé à siéger dans le comité interforces visé à l'article 14bis, en qualité de membre permanent. ".
Art. 21. In artikel 24bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 25 juni 1991, worden de woorden " en intermachtencomités " ingevoegd tussen de woorden " interkorpsencomités " en " werken ".
Art. 21. Dans l'article 24bis, du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 25 juin 1991, les mots " et les comités interforces " sont insérés entre les mots " intercorps " et " fonctionnent ".
Art. 22. In artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995, worden de woorden " chef van de divisie personeel " vervangen door de woorden " directeur-generaal human resources ".
Art. 22. Dans l'article 27 du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995, les mots " chef de la division personnel " sont remplacés par les mots " directeur général human resources ".
Art. 23. Overal in de Franse tekst van hetzelfde besluit moeten de woorden " ministre de la Défense nationale " worden vervangen door de woorden " ministre de la Défense ".
Art. 23. Partout dans le texte du même arrêté, les mots " ministre de la Défense nationale " doivent être remplacés par les mots " ministre de la Défense ".
Art. 24. In het opschrift van het ministerieel besluit van 23 september 1977 betreffende de adviezen over de kandidatuur voor de bevordering van de officieren van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995, vervallen de woorden " van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst ".
Art. 24. Dans l'intitulé de l'arrêté ministériel du 23 septembre 1977 relatif aux avis sur la candidature à l'avancement des officiers des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical, modifié par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995, les mots " des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical " sont supprimés.
Art. 25. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 27 december 1982, 30 juli 1991 en 28 juli 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, derde lid, worden de woorden " onderstafchef van het krijgsmachtdeel waartoe de kandidaat behoort " vervangen door de woorden " militaire overheid aangeduid door de chef defensie ";
2° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" Wanneer het eerste of het tweede advies is uitgebracht door het hoofd van het Militaire Huis van de Koning, de kabinetschef van de minister van Landsverdediging of de chef defensie, wordt er geen verder advies uitgebracht. ";
3° in § 2, derde lid, worden de woorden " stafchef van het krijgsmachtdeel waartoe de kandidaat behoort " vervangen door de woorden " militaire overheid aangeduid door de chef defensie ";
4° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. Er worden twee adviezen uitgebracht. Evenwel indien het tweede advies ongunstig is, wordt een derde advies uitgebracht door de functionele overste van de officier die het tweede advies heeft uitgebracht. " ;
5° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
§ 4. De hoedanigheid van functionele overste blijkt uit de regels betreffende de hiërarchische en administratieve afhankelijkheden goedgekeurd door de chef defensie. ".
Art. 25. A l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 27 décembre 1982, du 30 juillet 1991 et du 28 juillet 1995, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, alinéa 3, les mots " le chef de l'état-major adjoint de la force à laquelle appartient le candidat " sont remplacés par les mots " l'autorité militaire désignée par le chef de la défense ";
2° le § 2, alinéa 2, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Lorsque le premier avis est émis par le chef de la Maison Militaire du Roi, le chef de cabinet du ministre de la Défense ou le chef de la défense, il n'est plus émis d'autre avis. " ;
3° dans le § 2, alinéa 3, les mots " le chef d'état-major de la force à laquelle appartient le candidat " sont remplacés par les mots " l'autorité militaire désignée par le chef de la défense ";
4° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Deux avis sont émis. Toutefois si le deuxième avis est défavorable, un troisième avis est émis par le supérieur fonctionnel de l'officier qui a émis le deuxième avis. " ;
5° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. La qualité de supérieur fonctionnel résulte des règles de dépendances hiérarchiques et administratives approuvées par le chef de la défense. ".
Art. 26. In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 27 december 1982, en 28 juli 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " de stafchef van het krijgsmachtdeel waartoe de kandidaat behoort " vervangen door de woorden " de chef defensie ";
2° in het derde lid worden de woorden " stafchef van het krijgsmachtdeel " vervangen door de woorden " chef defensie ";
3° in de Franse tekst van het derde lid worden de woorden " ministre de la Défense nationale " vervangen door de woorden " ministre de la Défense ".
Art. 26. A l'article 3, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels du 27 décembre 1982 et du 28 juillet 1995, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 2, les mots " le chef d'état-major de la force à laquelle appartient le candidat " sont remplacés par les mots " le chef de la défense ";
2° dans l'alinéa 3, les mots " chef d'état-major d'une force " sont remplacés par les mots " chef de la défense ";
3° dans l'alinéa 3, les mots " ministre de la Défense nationale " sont remplacés par les mots " ministre de la Défense ".
Art. 27. Artikel 18, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 28 juli 1995, wordt vervangen als volgt :
" De directeur-generaal human resources bepaalt het model van de bevorderingsvoordracht. Hij bepaalt eveneens het model van het vliegeniersnotaboekje en het zeemansboek. ".
Art. 27. L'article 18, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 28 juillet 1995, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le directeur général human resources détermine le modèle de la proposition d'avancement. Il détermine également le modèle du carnet de notes d'aviateur et du carnet de marin. ".
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 4 november 2002.
Châteauneuf-de-Grasse, 5 november 2002.
A. FLAHAUT.
Art. 28. Le présent arrêté entre en vigueur le 4 novembre 2002.
Châteauneuf-de-Grasse, le 5 novembre 2002.
A. FLAHAUT.