Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 JANUARI 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging, wat de arbeidsongevallenverzekeringen betreft, van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 17 november 1994 betreffende de jaarrekening van verzekeringsondernemingen. (NOTA : De woorden "Controledienst voor de Verzekeringen", "Controledienst" en "Dienst" worden vervangen door ofwel "CBFA", ofwel "Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen", volgens de art. 26 en 33 van KB 2003-03-25/34 ; Inwerkingtreding : 01-01-2004)
Titre
16 JANVIER 2002. - Arrêté royal modifiant, en ce qui concerne les assurances contre les accidents du travail, l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances et l'arrêté royal du 17 novembre 1994 relatif aux comptes annuels des entreprises d'assurances. (NOTE : les termes "Office de Contrôle des Assurances", "Office de Contrôle" et "Office" sont remplacés par soit "CBFA", soit par "Commission bancaire, financière et des assurances", selon les art. 26 et 33 de l'AR 2003-03-25/34 ; En vigueur : 01-01-2004)
Dokumentinformationen
Numac: 2002011031
Datum: 2002-01-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002011031
Date: 2002-01-16
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen.
CHAPITRE I. - Modifications de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances.
Artikel 1. Artikel 9 van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 november 1999, wordt als volgt gewijzigd :
het punt 1° wordt als volgt vervangen :
" 1° rechtstreekse zaken niet-leven : voor de rechtstreekse verzekeringsverrichtingen die behoren tot de takken 1 tot en met 18 met uitzondering van de arbeidsongevallenverzekeringen bedoeld bij de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971; ".
een punt 1°bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd :
" 1°bis rechtstreekse zaken arbeidsongevallen "wet 10 april 1971" : voor de arbeidsongevallenverzekeringen bedoeld bij de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971; ".
Article 1. L'article 9 de l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances, remplacé par l'arrêté royal du 26 novembre 1999, est modifié comme suit :
le point 1° est remplacé par :
" 1° affaires directes non-vie : pour les opérations d'assurance directe qui ressortissent aux branches 1 à 18 à l'exception des assurances contre les accidents du travail visées par la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail; ".
un point 1°bis, rédigé comme suit, est ajouté :
" 1°bis affaires directes accidents du travail "loi 10 avril 1971" : les assurances contre les accidents du travail visées par la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail; ".
Art. 2. Artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 augustus en 22 november 1994 en van 26 november 1999, wordt als volgt gewijzigd :
in § 1, A, 2°, wordt een vierde lid, luidend als volgt, toegevoegd :
" Inzake de arbeidsongevallen houdt de verzekeringsonderneming rekening met de regels vastgelegd in de punten 1 en 2 van de bijlage VI bij dit besluit. ".
in § 1, A, wordt het punt 6° als volgt vervangen :
" - voor wat arbeidsongevallen betreft, een indexeringsvoorziening in de mate dat de verzekerde prestaties geïndexeerd zijn. Bij de samenstelling van deze voorziening houdt de verzekeringsonderneming rekening met de regels uit het punt 3 van de bijlage VI bij dit besluit.;
- elke andere voorziening die door de Controledienst kan opgelegd worden. ".
Art. 2. L'article 11 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 12 août et 22 novembre 1994 et du 26 novembre 1999, est modifié comme suit :
un quatrième alinéa rédigé comme suit est ajouté au § 1er, A, 2° :
" En ce qui concerne les accidents du travail, l'entreprise d'assurances tient compte des règles figurant aux points 1 et 2 de l'annexe VI du présent arrêté. ".
Dans le § 1er, A, le point 6° est remplacé par :
" - en ce qui concerne les accidents du travail, une provision d'indexation dans la mesure où les prestations assurées sont indexées. Lors de la constitution de cette provision, l'entreprise d'assurances tient compte des règles figurant au point 3 de l'annexe VI du présent arrêté;
- toute autre provision qui peut être imposée par l'Office. ".
Art. 3. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 november 1994 en 26 november 1999, wordt in § 1 een punt 4°bis, luidend als volgt, ingevoegd :
" 4°bis voor de ondernemingen die de arbeidsongevallenverzekeringen, bedoeld in de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, wensen uit te oefenen, het bewijs dat het Fonds voor Arbeidsongevallen in kennis werd gesteld van de beoogde activiteit en het bewijs dat aan het Fonds voor Arbeidsongevallen een verklaring werd overgemaakt, waaruit blijkt dat de onderneming op het eerste verzoek van het Fonds voor Arbeidsongevallen een bankgarantie als bedoeld in artikel 60 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 zal vestigen. ".
Art. 3. A l'article 16 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 22 novembre 1994 et 26 novembre 1999, un point 4°bis, rédigé comme suit, est ajouté dans le § 1er :
" 4°bis pour les entreprises qui souhaitent exercer l'assurance contre les accidents du travail visée par la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, la preuve que le Fonds des Accidents du Travail a été informé de l'activité envisagée et la preuve qu'une déclaration a été transmise au Fonds des Accidents du Travail aux termes de laquelle l'entreprise d'assurances constituera, à la première demande du Fonds des Accidents du Travail, une garantie bancaire telle que visée à l'article 60 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail. ".
Art. 4. In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 november 1994, wordt in § 1 een punt 7°bis, luidend als volgt, ingevoegd :
" 7°bis voor de ondernemingen die de arbeidsongevallenverzekeringen, bedoeld in de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, wensen uit te oefenen, het bewijs dat het Fonds voor Arbeidsongevallen in kennis werd gesteld van de beoogde activiteit en het bewijs dat aan het Fonds voor Arbeidsongevallen een verklaring werd overgemaakt, waaruit blijkt dat de onderneming op het eerste verzoek van het Fonds voor Arbeidsongevallen een bankgarantie als bedoeld in artikel 60 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 zal vestigen. ".
Art. 4. A l'article 25 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 22 novembre 1994, un point 7°bis, rédigé comme suit, est ajouté dans le § 1er :
" 7°bis pour les entreprises qui souhaitent exercer l'assurance contre les accidents du travail visée par la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, la preuve que le Fonds des Accidents du Travail a été informé de l'activité envisagée et la preuve qu'une déclaration a été transmise au Fonds des Accidents du Travail aux termes de laquelle l'entreprise d'assurances constituera, à la première demande du Fonds des Accidents du Travail, une garantie bancaire telle que visée à l'article 60 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail. ".
Art. 5. De in bijlage bij dit besluit opgenomen regeling wordt als bijlage VI gevoegd bij het voormelde koninklijk besluit van 22 februari 1991.
Art. 5. Les dispositions figurant à l'annexe du présent arrêté forment l'annexe VI de l'arrêté royal du 22 février 1991 précité.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 17 november 1994 betreffende de jaarrekening van verzekeringsondernemingen.
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté royal du 17 novembre 1994 relatif aux comptes annuels des entreprises d'assurances.
Art. 6. In hoofdstuk III, afdeling I, passief, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 17 november 1994 betreffende de jaarrekening van verzekeringsondernemingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 1 van punt "C. III. Voorziening voor te betalen schaden", wordt aangevuld met het volgende lid :
" In deze post wordt onder meer opgenomen, de voorziening voor bijkomende vergoedingen voor de kost van hernieuwing en onderhoud van prothesen en orthopedische toestellen. ";
in het punt "C. VI. Andere technische voorzieningen - Andere", wordt het tweede lid vervangen als volgt :
" In deze post wordt onder meer opgenomen, de indexeringsvoorziening met betrekking tot de verrichtingen arbeidsongevallen. ".
Art. 6. Au chapitre III, section Ire, passif, de l'annexe à l'arrêté royal du 17 novembre 1994 relatif aux comptes annuels des entreprises d'assurances, sont apportées les modifications suivantes :
le § 1er du point "C. III. Provision pour sinistres", est complété par l'alinéa suivant :
" Est notamment portée sous ce poste la provision pour indemnités supplémentaires relatives au coût du renouvellement et de l'entretien des appareils de prothèse et d'orthopédie. ";
au point "C. VI. Autres provisions techniques - Autres", le deuxième alinéa est remplacé comme suit :
" Est notamment portée sous ce poste la provision d'indexation relative aux opérations accidents du travail. ".
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking vanaf 11 december 2001 behalve artikel 6 en de bepalingen in de bijlage bij dit besluit over de aanvullende voorziening, bedoeld in punt 1, A, tweede lid, tweede streepje van die bijlage, die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2002.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets à partir du 11 décembre 2001 à l'exception de l'article 6 et des dispositions de l'annexe du présent arrêté concernant la provision complémentaire visée au point 1, A, 2e alinéa, 2e tiret de cette annexe, qui produisent leurs effets à partir du 1er janvier 2002.
Art. 8. Onze Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 16 januari 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
Art. 8. Notre Ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 16 janvier 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
Ch. PICQUE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. " Bijlage VI. Regels betreffende de technische voorzieningen bij de arbeidsongevallenverzekeringen.
1. De voorzieningen voor blijvende arbeidsongeschiktheden en voor dodelijke ongevallen.
A. Algemeen.
De voorzieningen voor blijvende arbeidsongeschiktheden en voor dodelijke ongevallen moeten voldoende zijn om :
a. de betaling te waarborgen van de jaarlijkse vergoedingen, renten en kapitalen, met inbegrip van de aan het Fonds voor Arbeidsongevallen over te dragen kapitalen, alsook de betaling te waarborgen na het einde van de herzieningstermijn van de vergoedingen voor tijdelijke verergering en van de medische, heelkundige, farmaceutische en verplegingskosten;
b. de indexering van de jaarlijkse vergoedingen en renten en de betaling van de bijslagen te waarborgen.
De volgende algemene principes worden in acht genomen :
- de voorzieningen bedoeld in het 1ste lid moeten berekend worden aan de hand van een voldoende voorzichtige actuariële prospectieve methode en moeten rekening houden met alle toekomstige verplichtingen volgens de voor iedere lopende overeenkomst gestelde voorwaarden;
- bij deze berekening moet de verzekeringsonderneming rekening houden met de ongunstige ontwikkeling van de verschillende betrokken factoren, die aan de grondslag liggen van die voorziening. In het bijzonder moet een aanvullende voorziening worden samengesteld :
wanneer de technische rentevoet gebruikt voor de berekening van de voorzieningen bedoeld in het 1ste lid 80 % van de gemiddelde rentevoet over de laatste vijf jaar van de OLO's op 10 jaar met meer dan 0,1 % overschrijdt;
wanneer de sterftetafels gebruikt voor de berekening van de voorzieningen verschillen van die welke vermeld zijn in punt B hieronder.
De samen te stellen aanvullende voorziening en de wijze van haar samenstelling en eventuele afschrijving wordt hieronder in punt 4 vastgelegd. Zij wordt op 31 december van elk jaar afzonderlijk berekend voor elk schadegeval dat het voorwerp uitmaakt van de vestiging van een voorziening bedoeld in het 1ste lid.
B. Berekeningsregels voor het minimaal bedrag aan voorzieningen voor blijvende arbeidsongeschiktheden en voor dodelijke ongevallen.
De voorzieningen voor blijvende arbeidsongeschiktheden en voor dodelijke ongevallen mogen niet lager zijn dan die voorzieningen berekend aan de hand van de verschillende technische grondslagen die van kracht zijn op het ogenblik dat de schade optreedt, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal betalingen per jaar, het tijdstip van de betalingen en eventuele achterstallige betalingen in geval van overlijden.
Voor de schadegevallen die optreden na de inwerkingtreding van het besluit van 10 november 2001 tot uitvoering van de wet van 10 augustus 2001 houdende de aanpassing van de arbeidsongevallenverzekering aan de Europese richtlijnen betreffende de directe verzekering met uitzondering van de levensverzekering mogen deze voorzieningen bovendien niet lager zijn dan deze berekend aan de hand van de volgende technische grondslagen :
1) de technische rentevoet : de maximale referentierentevoet voor de verzekeringsverrichtingen van lange duur, bepaald door de reglementering betreffende de levensverzekeringsactiviteit op het ogenblik dat de schade optreedt;
In afwijking van het vorige lid, bedraagt de technische rentevoet maximum 4,75 % tot 31 december 2002.
Deze afwijking is echter niet van toepassing op de schadegevallen betreffende de overeenkomsten die meer dan twee maanden na de datum van bekendmaking van dit besluit onderschreven zijn.
2) de sterftetafels :
ED1(M) voor mannen en ED1(F) voor vrouwen : voor de getroffenen met een blijvende arbeidsongeschiktheid van minstens 16 % alsook voor de overlevende echtgenoten en ascendenten;
ED2(M) voor mannen en ED2(F) voor vrouwen in alle andere gevallen.
De sterftetafels ED1(M), ED1(F), ED2(M) en ED2(F) worden hierna bepaald in punt C.
3) een herwaarderingsvoet voor de geïndexeerde renten die minstens gelijk is aan de technische rentevoet bedoeld in punt 1), verminderd met 0,75 %;
4) een toeslag van minstens 2,76 % om het hoofd te bieden na het einde van de herzieningstermijn, aan de medische, heelkundige, farmaceutische en verplegingskosten alsook aan de vergoedingen voor tijdelijke verergering en aan de bijslagen bij een rente voor een slachtoffer met een arbeidsongeschiktheid van minstens 10 %.
C. Bepaling van de sterftetafels ED1(M), ED2(M), ED1(F) en ED2(F).
De sterftetafels ED1(M), ED2(M), ED1(F) en ED2(F) worden bepaald door de volgende relatie die, bij 1.000.000 geboorten, voor het aantal overlevenden op leeftijd x wordt gebruikt :
Art. N. " Annexe VI. Règles relatives aux provisions techniques pour les assurances contre les accidents du travail.
1. Les provisions relatives aux incapacités permanentes de travail et aux accidents mortels.
A. Général.
Les provisions relatives aux incapacités permanentes de travail et aux accidents mortels doivent être suffisantes pour :
a. garantir le paiement des allocations annuelles, rentes et capitaux, y compris les capitaux à transférer au Fonds des Accidents du Travail ainsi que le paiement, après l'expiration du délai de révision, des indemnités d'aggravation temporaire, des frais médicaux, chirurgicaux, pharmaceutiques et hospitaliers;
b. garantir l'indexation des allocations annuelles et rentes et le paiement des allocations.
Il y a lieu de tenir compte des principes généraux suivants :
- les provisions visées au 1er alinéa doivent être calculées selon une méthode actuarielle prospective suffisamment prudente, tenant compte de toutes les obligations futures conformément aux conditions établies pour chaque contrat en cours;
- dans ce calcul, l'entreprise d'assurances doit tenir compte de l'évolution défavorable des différents facteurs en jeu qui sont à la base de cette provision. En particulier, une provision complémentaire doit être constituée :
lorsque le taux d'intérêt technique utilisé pour le calcul des provisions visées au 1er alinéa excède 80 % du taux d'intérêt moyen sur les 5 dernières années des OLO à 10 ans de plus de 0,1 %;
lorsque les tables de mortalité utilisées pour le calcul des provisions diffèrent de celles mentionnées au point B ci-dessous.
Le montant de la provision complémentaire à constituer et le mode de sa constitution et de son amortissement éventuel sont fixés au point 4 ci-dessous. Elle est calculée au 31 décembre de chaque année séparément pour chaque sinistre faisant l'objet de la constitution d'une provision visée au 1er alinéa.
B. Règles de calcul du montant minimal des provisions relatives aux incapacités permanentes de travail et aux accidents mortels.
Les provisions relatives aux incapacités permanentes de travail et aux accidents mortels ne peuvent être inférieures à ces provisions calculées selon les bases techniques en vigueur au moment de la survenance du sinistre en tenant compte du nombre de paiements par an, du moment des paiements et des arrérages éventuels en cas de décès.
De plus, pour les sinistres survenus après l'entrée en vigueur de l'arrêté du 10 novembre 2001 d'exécution de la loi du 10 août 2001 portant adaptation de l'assurance contre les accidents du travail aux directives européennes concernant l'assurance directe autre que l'assurance sur la vie, ces provisions ne peuvent être inférieures à celles calculées selon les bases techniques suivantes :
1) le taux d'intérêt technique : le taux maximum de référence pour les opérations d'assurance à long terme, déterminé par la réglementation relative à l'activité d'assurance sur la vie au moment de la survenance du sinistre;
Par dérogation à l'alinéa précédent, le taux d'intérêt technique s'élève à 4,75 % maximum jusqu'au 31 décembre 2002.
Toutefois, cette dérogation n'est pas applicable aux sinistres relatifs aux contrats souscrits plus de deux mois après la date de publication du présent arrêté.
2) les tables de mortalité :
ED1(M) pour les hommes et ED1(F) pour les femmes : pour les victimes dont l'incapacité permanente de travail est au moins de 16 % ainsi que pour les conjoints survivants et les ascendants;
ED2(M) pour les hommes et ED2(F) pour les femmes, dans tous les autres cas.
Les tables de mortalité ED1(M), ED1(F), ED2(M) en ED2(F) sont déterminées au point C ci-après.
3) un taux de revalorisation, pour les rentes indexées, au moins égal au taux d'intérêt technique visé au point 1) diminué de 0,75 %;
4) un chargement d'au moins 2,76 % destiné à faire face, après l'expiration du délai de révision, aux frais médicaux, chirurgicaux, pharmaceutiques et hospitaliers ainsi qu'aux indemnités d'aggravation temporaire et aux allocations lorsque la rente est relative à une victime dont l'incapacité de travail s'élève à au moins 10 %.
C. Détermination des tables de mortalité ED1(M), ED2(M), ED1(F) et ED2(F).
Les tables de mortalité ED1(M), ED2(M), ED1(F) et ED2(F) sont déterminées par la relation suivante, appliquée au nombre de survivants à l'âge x, pour 1.000.000 de naissances :
x
x c
1 = K . S . g
x
waarbij de constante k bepaald wordt door de formule :
6
K = 10
---
g
Waarin de constanten k, s, g en c naargelang van de tafel de hieronder
vermelde waarden hebben :
s g c
ED1(M) 0,999 441 703 848 0,999 733 441 115 1,102 891 252 975
ED1(F) 0,999 669 730 966 0,999 951 440 172 1,118 472 736 561
ED2(M) 0,999 441 703 848 0,999 733 441 115 1,103 798 111 448
ED2(F) 0,999 669 730 966 0,999 951 440 172 1,119 312 877 926
x
x c
1 = K . S . g
x
la constante k est determinee par la formule :
6
K = 10
---
g
ou les constantes k, s, g et c ont les valeurs reprises ci-dessous, selon
la table :
s g c
ED1(M) 0,999 441 703 848 0,999 733 441 115 1,102 891 252 975
ED1(F) 0,999 669 730 966 0,999 951 440 172 1,118 472 736 561
ED2(M) 0,999 441 703 848 0,999 733 441 115 1,103 798 111 448
ED2(F) 0,999 669 730 966 0,999 951 440 172 1,119 312 877 926
2. De technische voorziening voor de bijkomende vergoedingen die de waarschijnlijke kost vertegenwoordigen van de hernieuwing en het onderhoud van de prothesen en de orthopedische toestellen.
Deze voorziening is gelijk aan de som van de vestigingskapitalen van :
- een geïndexeerde lijfrente, die met de kost van het vernieuwen van de prothesen en de orthopedische toestellen overeenstemt;
- een geïndexeerde lijfrente, die met de onderhoudskosten van de prothesen en de orthopedische toestellen overeenstemt.
De bepalingen van punt 1. zijn van toepassing op deze voorziening, behoudens wat betreft de toeslag bedoeld in punt B, 2de lid, 4) en de sterftetafels, waarvoor steeds de tafels ED2(M) en ED2(F) worden toegepast.
Deze voorziening mag worden berekend volgens een andere gelijkwaardige methode toegestaan door de Controledienst.
3. De indexeringsvoorziening.
Wanneer de verzekerde prestaties geïndexeerd zijn, wordt een indexeringsvoorziening samengesteld.
De indexeringsvoorziening wordt jaarlijks gespijsd door een bedrag dat minimaal gelijk is aan een percentage van het gemiddeld bedrag van de voorziening voor te betalen schaden tot zij een bedrag gelijk aan minstens 12,5 % van de voorziening voor te betalen schaden bereikt. Tot 31 december 2001 wordt dit bedrag echter teruggebracht tot 6,5 % van de voorziening voor te betalen schaden.
Dit percentage wordt elk jaar berekend; het is gelijk aan het verschil tussen de referentierentevoet en de inflatievoet, verminderd met 0,75 %. Het percentage wordt beperkt tot 1,25 %.
De referentierentevoet is gelijk aan het gemiddelde over de laatste vijf jaren van de gemiddelde jaarlijkse rentevoeten van de OLO'S op vijf jaar. De inflatievoet is gelijk aan de verhouding tussen het gemiddelde van de twaalf maandindexcijfers van de consumptieprijzen, die gepubliceerd worden door het Ministerie van Economische Zaken in het Belgisch Staatsblad, gedurende het lopende boekjaar en het gemiddelde van deze indexcijfers gedurende het voorgaande boekjaar, verminderd met 1.
Wanneer het hierboven bedoelde percentage negatief is, put de verzekeraar uit de indexeringsvoorziening een bedrag gelijk aan dit percentage vermenigvuldigd met het bedrag van de voorziening voor te betalen schaden.
Voor de toepassing van dit punt verstaat men onder "voorziening voor te betalen schaden", de voorziening voor te betalen schaden met betrekking tot prestaties waarvan de indexering ten laste van de onderneming is.
4. De aanvullende voorziening.
De samen te stellen aanvullende voorziening waarvan sprake in punt 1, A, tweede lid, tweede streepje van deze bijlage wordt bepaald door de volgende formule toe te passen :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 14-02-2002, p. 5475-5476).
De samengestelde aanvullende voorziening wordt bepaald door de volgende formule toe te passen :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 14-02-2002, p. 5477).
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 16 januari 2002 tot wijziging, wat de arbeidsongevallenverzekeringen betreft, van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 17 november 1994 betreffende de jaarrekening van verzekeringsondernemingen.
Gegeven te Brussel, 16 januari 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE.
2. La provision pour les indemnités supplémentaires représentant le coût probable du renouvellement et de l'entretien des appareils de prothèse et d'orthopédie.
Cette provision est égale à la somme des capitaux constitutifs :
- d'une rente viagère indexée correspondant au coût du renouvellement des appareils de prothèse et d'orthopédie;
- d'une rente viagère indexée correspondant au coût de l'entretien des appareils de prothèse et d'orthopédie.
Les dispositions du point 1. sont d'application à cette provision, à l'exception du chargement visé au point B, 2ème alinéa, 4) et des tables de mortalité, pour lesquelles les tables ED2(M) et ED2(F) sont appliquées dans tous les cas.
Cette provision peut être calculée selon une autre méthode équivalente admise par l'Office.
3. La provision pour indexation.
Lorsque les prestations assurées sont indexées, une provision d'indexation est constituée.
La provision pour indexation est alimentée annuellement par un montant égal au minimum à un pourcentage du montant moyen de la provision pour sinistres jusqu'à ce qu'elle atteigne un montant égal à au moins 12,5 % du montant de la provision pour sinistres. Toutefois, ce montant est réduit à 6,5 % du montant de la provision pour sinistres jusqu'au 31 décembre 2001.
Ce pourcentage est calculé annuellement; il est égal à la différence entre le taux d'intérêt de référence et le taux d'inflation, diminuée de 0,75 %. Le pourcentage est limité à 1,25 %.
Le taux d'intérêt de référence est égal à la moyenne pour les cinq dernières années des taux d'intérêt annuels moyens des OLO à cinq ans. Le taux d'inflation est égal au rapport entre la moyenne des douze indices mensuels des prix à la consommation, publiés au Moniteur belge par le Ministère des Affaires économiques, durant l'exercice en cours, et la moyenne de ces indices durant l'exercice précédent, diminué de 1.
Lorsque le pourcentage visé ci-dessus est négatif, l'assureur prélève dans la provision pour indexation un montant égal à ce pourcentage multiplié par le montant de la provision pour sinistres.
Pour l'application du présent point on entend par "provision pour sinistres", la provision pour sinistres relatives aux prestations dont l'indexation est à charge de l'entreprise.
4. La provision complémentaire.
La provision complémentaire dont il est question au point 1, A, 2e alinéa, 2e tiret de la présente annexe se détermine par l'application de la formule suivante :
(Formule non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 14-02-2002, p. 5475-5476).
La provision complémentaire constituée se détermine par application de la formule suivante :
(Formule non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 14-02-2002, p. 5477).
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 16 janvier 2002 modifiant, en ce qui concerne les assurances contre les accidents du travail, l'arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d'assurances et l'arrêté royal du 17 novembre 1994 relatif aux comptes annuels des entreprises d'assurances.
Donné à Bruxelles, le 16 janvier 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
Ch. PICQUE.