Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 APRIL 2002. - Wet tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-05-2002 en tekstbijwerking tot 13-05-2022)
Titre
19 AVRIL 2002. - Loi relative à la rationalisation du fonctionnement et de la gestion de la Loterie Nationale. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-05-2002 et mise à jour au 13-05-2022)
Dokumentinformationen
Numac: 2002014105
Datum: 2002-04-19
Info du document
Numac: 2002014105
Date: 2002-04-19
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en wettelijk...
HOOFDSTUK II. - Omvorming van de Nationale Lote...
HOOFDSTUK III. - Doel, werking en structuur van...
HOOFDSTUK IV. - Beheerscontract.
HOOFDSTUK V. - Controle.
HOOFDSTUK VI. - Samenwerking met de kansspelcom...
HOOFDSTUK VII. - De monopolierente en de bestem...
HOOFDSTUK VIII. - Diverse bepalingen.
HOOFDSTUK IX. - Wijzigings-, opheffings- en ove...
Inhoud
CHAPITRE I. - Dispositions générales et mission...
CHAPITRE II. - Transformation de la Loterie Nat...
CHAPITRE III. - Objet social, fonctionnement et...
CHAPITRE IV. - Contrat de gestion.
CHAPITRE V. - Contrôle.
CHAPITRE VI. - Collaboration avec la commission...
CHAPITRE VII. - La rente de monopole et l'affec...
CHAPITRE VIII. - Dispositions diverses.
CHAPITRE IX. - Dispositions modificatives, abro...
Tekst (62)
Texte (62)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en wettelijke opdracht.
CHAPITRE I. - Dispositions générales et mission légale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Voor de toepassing van deze wet wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder de minister : de minister tot wiens bevoegdheid Overheidsbedrijven en Overheidsdeelnemingen behoren.
Art.2. Pour l'application de la présente loi, sauf disposition contraire, on entend par ministre : le ministre qui a les Entreprises et les Participations publiques dans ses attributions.
Art.3. § 1. De Nationale Loterij wordt ermee belast, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, de openbare loterijen, [1 ...]1 en wedstrijden te organiseren in de vormen en volgens de (algemene regels) bepaald door de Koning op voordracht van de minister. <W 2002-12-24/31, art. 488, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
[2 De Nationale Loterij wordt er tevens mee belast, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, kansspelen en weddenschappen te organiseren in de vormen en volgens de algemene regels vastgesteld door de desbetreffende bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, met inbegrip van haar uitvoeringsbesluiten, en in overeenstemming met het beheerscontract bedoeld in artikel 14.]2
§ 2. De handelingen van de Nationale Loterij worden geacht daden van koophandel te zijn.
§ 3. Naast het uitwerken van handelsmethodes om de openbare loterijen, weddenschappen, wedstrijden en kansspelen te promoten die zij organiseert, zorgt de Nationale Loterij er tevens voor :
1° het grote publiek duidelijk te informeren omtrent de reële winst die elk type product dat wordt voorgesteld, kan opleveren;
2° voorlichtingscampagnes op te zetten omtrent de risico's verbonden aan gokverslaving op economisch, sociaal en psychologisch vlak;
3° samen met de bevoegde overheden en de diverse op het terrein actieve verenigingen een actief en gecoördineerd preventie- en opvangbeleid inzake gokverslaving uit te stippelen.
[2 De Nationale Loterij wordt er tevens mee belast, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, kansspelen en weddenschappen te organiseren in de vormen en volgens de algemene regels vastgesteld door de desbetreffende bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, met inbegrip van haar uitvoeringsbesluiten, en in overeenstemming met het beheerscontract bedoeld in artikel 14.]2
§ 2. De handelingen van de Nationale Loterij worden geacht daden van koophandel te zijn.
§ 3. Naast het uitwerken van handelsmethodes om de openbare loterijen, weddenschappen, wedstrijden en kansspelen te promoten die zij organiseert, zorgt de Nationale Loterij er tevens voor :
1° het grote publiek duidelijk te informeren omtrent de reële winst die elk type product dat wordt voorgesteld, kan opleveren;
2° voorlichtingscampagnes op te zetten omtrent de risico's verbonden aan gokverslaving op economisch, sociaal en psychologisch vlak;
3° samen met de bevoegde overheden en de diverse op het terrein actieve verenigingen een actief en gecoördineerd preventie- en opvangbeleid inzake gokverslaving uit te stippelen.
Art.3. § 1er. La Loterie Nationale est chargée d'organiser, dans l'intérêt général et selon des méthodes commerciales, les loteries publiques, [1 ...]1 et concours dans les formes et selon les (modalités générales) fixées par le Roi, sur la proposition du ministre. <L 2002-12-24/31, art. 488, 002; En vigueur : 10-01-2003>
[2 La Loterie Nationale est également chargée d'organiser, dans l'intérêt général et selon des méthodes commerciales, des jeux de hasard et paris dans les formes et selon les modalités générales fixées par les dispositions y relatives de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs, y compris ses arrêtés d'exécution, et conformément au contrat de gestion visé à l'article 14.]2
§ 2. Les actes de la Loterie Nationale sont réputés commerciaux.
§ 3. Parallèlement au développement de méthodes commerciales visant à promouvoir les loteries publiques, paris, concours et jeux de hasard dont elle a l'organisation, la Loterie Nationale veille :
1° à informer clairement le grand public des chances réelles de gain pour chaque type de produit proposé;
2° à organiser des campagnes d'information sur les risques économiques, sociaux et psychologiques liés à la dépendance au jeu;
3° à collaborer avec les autorités compétentes et les diverses associations oeuvrant dans le secteur à une politique active et coordonnée de prévention et d'assistance en matière de dépendance au jeu.
[2 La Loterie Nationale est également chargée d'organiser, dans l'intérêt général et selon des méthodes commerciales, des jeux de hasard et paris dans les formes et selon les modalités générales fixées par les dispositions y relatives de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs, y compris ses arrêtés d'exécution, et conformément au contrat de gestion visé à l'article 14.]2
§ 2. Les actes de la Loterie Nationale sont réputés commerciaux.
§ 3. Parallèlement au développement de méthodes commerciales visant à promouvoir les loteries publiques, paris, concours et jeux de hasard dont elle a l'organisation, la Loterie Nationale veille :
1° à informer clairement le grand public des chances réelles de gain pour chaque type de produit proposé;
2° à organiser des campagnes d'information sur les risques économiques, sociaux et psychologiques liés à la dépendance au jeu;
3° à collaborer avec les autorités compétentes et les diverses associations oeuvrant dans le secteur à une politique active et coordonnée de prévention et d'assistance en matière de dépendance au jeu.
HOOFDSTUK II. - Omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap van publiek recht.
CHAPITRE II. - Transformation de la Loterie Nationale en société anonyme de droit public.
Art.4. § 1. De Nationale Loterij, een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid ingedeeld bij de categorie C genoemd in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut wordt, overeenkomstig de volgende bepalingen, omgevormd in een naamloze vennootschap van publiek recht.
De vennootschap draagt de naam " Nationale Loterij ".
Voor alles wat niet anders is geregeld in deze wet of bij de uitvoeringsbesluiten ervan, is zij onderworpen aan de wets- en verordeningsbepalingen die op de naamloze vennootschappen van toepassing zijn.
§ 2. De eerste statuten van de Nationale Loterij worden vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Het verslag aan de Koning bevat de verzamelstaat bedoeld in artikel 5, die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld.
§ 3. Het verslag aan de Koning bevat de conclusies van de bedrijfsrevisor, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
§ 4. De omvorming geschiedt zonder onderbreking van de rechtspersoonlijkheid.
§ 5. Artikel 454, 4°, en artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen zijn niet van toepassing op de Nationale Loterij.
§ 6. Elke statutenwijziging heeft pas uitwerking na goedkeuring door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 7. De omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap alsmede eventuele kapitaalsinbrengen en latere kapitaalsverhogingen zijn vrijgesteld van alle belastingen en taksen ten voordele van de Staat.
§ 8. De Nationale Loterij is voor onbepaalde duur opgericht.
De vennootschap draagt de naam " Nationale Loterij ".
Voor alles wat niet anders is geregeld in deze wet of bij de uitvoeringsbesluiten ervan, is zij onderworpen aan de wets- en verordeningsbepalingen die op de naamloze vennootschappen van toepassing zijn.
§ 2. De eerste statuten van de Nationale Loterij worden vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Het verslag aan de Koning bevat de verzamelstaat bedoeld in artikel 5, die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld.
§ 3. Het verslag aan de Koning bevat de conclusies van de bedrijfsrevisor, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
§ 4. De omvorming geschiedt zonder onderbreking van de rechtspersoonlijkheid.
§ 5. Artikel 454, 4°, en artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen zijn niet van toepassing op de Nationale Loterij.
§ 6. Elke statutenwijziging heeft pas uitwerking na goedkeuring door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 7. De omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap alsmede eventuele kapitaalsinbrengen en latere kapitaalsverhogingen zijn vrijgesteld van alle belastingen en taksen ten voordele van de Staat.
§ 8. De Nationale Loterij is voor onbepaalde duur opgericht.
Art.4. § 1er. La Loterie Nationale, établissement public doté de la personnalité juridique, classée dans la catégorie C visée à l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, est transformée, conformément aux dispositions suivantes, en une société anonyme de droit public.
La société porte le nom de " Loterie Nationale ".
Sauf disposition contraire dans la présente loi et ses arrêtés d'exécution, elle est soumise aux dispositions légales et réglementaires qui sont applicables aux sociétés anonymes.
§ 2. Les premiers statuts de la Loterie Nationale sont fixés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
Le rapport au Roi contient l'état récapitulatif visé à l'article 5, qui ne peut remonter à plus de trois mois.
§ 3. Le rapport au Roi contient les conclusions du réviseur d'entreprises, visé à l'alinéa 2 de l'article 5.
§ 4. La transformation s'opère sans interruption de la personnalité juridique.
§ 5. L'article 454, 4°, et l'article 646, § 1er, alinéa 2, du Code des sociétés ne sont pas applicables à la Loterie Nationale.
§ 6. Toute modification aux statuts n'a d'effet qu'après approbation par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
§ 7. La transformation de la Loterie Nationale en une société anonyme ainsi que les éventuels apports de capital et les augmentations de capital ultérieures sont exemptes de tous impôts et taxes au profit de l'Etat.
§ 8. La Loterie Nationale est constituée pour une durée indéterminée.
La société porte le nom de " Loterie Nationale ".
Sauf disposition contraire dans la présente loi et ses arrêtés d'exécution, elle est soumise aux dispositions légales et réglementaires qui sont applicables aux sociétés anonymes.
§ 2. Les premiers statuts de la Loterie Nationale sont fixés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
Le rapport au Roi contient l'état récapitulatif visé à l'article 5, qui ne peut remonter à plus de trois mois.
§ 3. Le rapport au Roi contient les conclusions du réviseur d'entreprises, visé à l'alinéa 2 de l'article 5.
§ 4. La transformation s'opère sans interruption de la personnalité juridique.
§ 5. L'article 454, 4°, et l'article 646, § 1er, alinéa 2, du Code des sociétés ne sont pas applicables à la Loterie Nationale.
§ 6. Toute modification aux statuts n'a d'effet qu'après approbation par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
§ 7. La transformation de la Loterie Nationale en une société anonyme ainsi que les éventuels apports de capital et les augmentations de capital ultérieures sont exemptes de tous impôts et taxes au profit de l'Etat.
§ 8. La Loterie Nationale est constituée pour une durée indéterminée.
Art.5. De raad van bestuur van de Nationale Loterij, als instelling van openbaar nut van categorie C, stelt een verzamelstaat van de activa en passiva op en bepaalt het bedrag van het maatschappelijk kapitaal na de omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap.
Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het netto-actief, zoals dit blijkt uit voornoemde staat. Een bedrijfsrevisor, aangewezen door de minister, maakt een verslag over deze staat en geeft inzonderheid aan of deze op volledige, getrouwe en correcte wijze de toestand van de Nationale Loterij weergeeft.
Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het netto-actief, zoals dit blijkt uit voornoemde staat. Een bedrijfsrevisor, aangewezen door de minister, maakt een verslag over deze staat en geeft inzonderheid aan of deze op volledige, getrouwe en correcte wijze de toestand van de Nationale Loterij weergeeft.
Art.5. Le conseil d'administration de la Loterie nationale, en tant qu'organisme d'intérêt public de la catégorie C, établit un état récapitulatif des actifs et des passifs et détermine le montant du capital social après transformation de la Loterie Nationale en société anonyme.
Ce montant ne peut être supérieur à l'actif net, tel qu'il résulte de l'état précité. Un réviseur d'entreprises, désigné par le ministre, fait rapport sur cet état et indique notamment s'il traduit d'une manière complète, fidèle et correcte la situation de la Loterie nationale.
Ce montant ne peut être supérieur à l'actif net, tel qu'il résulte de l'état précité. Un réviseur d'entreprises, désigné par le ministre, fait rapport sur cet état et indique notamment s'il traduit d'une manière complète, fidèle et correcte la situation de la Loterie nationale.
HOOFDSTUK III. - Doel, werking en structuur van de Nationale Loterij.
CHAPITRE III. - Objet social, fonctionnement et structure de la Loterie Nationale.
Art.6. § 1. Het maatschappelijk doel van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij bestaat uit :
1° de organisatie van de openbare loterijen, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, in de vormen en volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald, op voordracht van de minister; <W 2002-12-24/31, art. 489, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
2° [2 de organisatie, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, van kansspelen en weddenschappen in de vormen en volgens de algemene regels vastgesteld door de desbetreffende bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, met inbegrip van haar uitvoeringsbesluiten, en in overeenstemming met het beheerscontract bedoeld in artikel 14;]2
3° de organisatie van alle vormen van [1 ...]1 wedstrijden in de vormen en volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald, op voordracht van de minister; <W 2002-12-24/31, art. 489, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
4° [2 het administratief beheer van de verrichtingen betreffende de verdeling en de bestemming van subsidies, en van de toelatingen die worden gegeven door de regering in het kader van artikel 7 van de wet van 31 december 1851 op de loterijen;]2
5° alle activiteiten, van welke aard ook, bestemd om rechtstreeks of onrechtstreeks haar diensten te bevorderen of om het meest efficiënte gebruik van haar infrastructuur mogelijk te maken.
[3 § 2/1. De Nationale Loterij kan onder de hierna bepaalde voorwaarden rechtstreeks of onrechtstreeks belangen nemen in vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarvan het doel verenigbaar is met haar doel, hierna "dochterondernemingen" genoemd.
§ 2/2. De raad van bestuur beslist bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen over het nemen van het in § 2/1 bedoelde belang voor zover het belang in zijn geheel:
1° minder dan 25 % van het kapitaal van de betrokken dochteronderneming vertegenwoordigt;
2° minder bedraagt dan een percentage van het eigen vermogen van de Nationale Loterij zoals bepaald door de Koning bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
De Koning kan bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de in het eerste lid, 1°, bedoelde grens van 25 % verlagen.
De raad van bestuur kan bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen beslissen een belang te nemen dat één of beide van de in het eerste lid bedoelde grenzen overschrijdt.
§ 2/3. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de Nationale Loterij machtigen, in voorkomend geval, onder de bijzondere voorwaarden die Hij bepaalt, een dochteronderneming te betrekken bij de uitvoering van haar taken van openbare dienst voor zover het rechtstreeks of onrechtstreeks belang van de overheid in de betrokken dochteronderneming meer dan 50 % van het kapitaal vertegenwoordigt en statutair recht geeft op meer dan 75 % van de stemmen en mandaten in alle organen van de bedoelde dochteronderneming.
Elke overdracht van aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen, waardoor het in het eerste lid bedoelde rechtstreeks of onrechtstreeks belang van de overheid in dat kapitaal niet langer meer dan 50 % bedraagt, is van rechtswege nietig indien, binnen een termijn van drie maanden na de overdracht, het belang van de overheid, door middel van een kapitaalverhoging waarop de overheid geheel of gedeeltelijk heeft ingeschreven, niet boven de 50 % wordt gebracht.
De in het eerste en het tweede lid gestelde voorwaarden betreffende het belang van de overheid zijn niet van toepassing op projecten van internationale samenwerking waarvan het toepassingsgebied het grondgebied van het Rijk overschrijdt.
Onder overheid in de zin van deze paragraaf dient te worden verstaan, één of meer van de overheden zoals bedoeld in artikel 42 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
§ 2/4. De Koning kan bij een in § 2/3, eerste lid, bedoeld besluit de dochteronderneming die is opgericht naar Belgisch recht de status toekennen van naamloze vennootschap van publiek recht, in voorkomend geval, voor de duur die Hij bepaalt. In dat geval zijn de dochteronderneming en de Nationale Loterij hoofdelijk aansprakelijk ten aanzien van de Federale Staat wat de uitvoering door de dochteronderneming betreft van de taken van openbare dienst waarbij zij wordt betrokken, tot op het ogenblik dat een beheerscontract met de bedoelde dochteronderneming in werking treedt.
Bij ontstentenis van toekenning overeenkomstig het eerste lid blijft de Nationale Loterij ten aanzien van de Staat aansprakelijk voor wat de uitvoering betreft van de taken van openbare dienst waarbij de dochtervennootschap wordt betrokken.
Het tweede lid is niet van toepassing op projecten van internationale samenwerking waarvan het toepassingsgebied het grondgebied van het Rijk overschrijdt.
§ 2/5. De Koning kan bij een in § 2/3, eerste lid, bedoeld besluit, wettelijke alleenrechten van de Nationale Loterij overdragen of toewijzen aan een dochteronderneming van de Nationale Loterij, voor zover zulks noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de dochteronderneming. In dat geval kan de Koning de betrokken dochteronderneming de status van naamloze vennootschap van publiek recht toekennen overeenkomstig § 2/4.
§ 2/6. De paragrafen 2/1 tot en met 2/5 zijn eveneens van toepassing op de oprichting door de Nationale Loterij van vennootschappen, verenigingen, instellingen en stichtingen.]3
§ 3. In het kader van haar doel, kan de Nationale Loterij eveneens participeren in verenigingen of nationale of Europese samenwerkingsverbanden aangaan, voor zover deze participatie bijdraagt in de ondersteuning van haar activiteiten bedoeld in § 1.
§ 4. De Nationale Loterij kan, in afwijking van artikel 454, 4°, van het Wetboek van vennootschappen, alleen een naamloze vennootschap oprichten en inschrijven op alle aandelen van deze vennootschap, alsook in afwijking van artikel 646, § 1, tweede lid, van genoemd Wetboek, alle aandelen bezitten in een naamloze vennootschap, zonder beperking van duur en zonder geacht te worden hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van deze vennootschap.
1° de organisatie van de openbare loterijen, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, in de vormen en volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald, op voordracht van de minister; <W 2002-12-24/31, art. 489, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
2° [2 de organisatie, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, van kansspelen en weddenschappen in de vormen en volgens de algemene regels vastgesteld door de desbetreffende bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, met inbegrip van haar uitvoeringsbesluiten, en in overeenstemming met het beheerscontract bedoeld in artikel 14;]2
3° de organisatie van alle vormen van [1 ...]1 wedstrijden in de vormen en volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald, op voordracht van de minister; <W 2002-12-24/31, art. 489, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
4° [2 het administratief beheer van de verrichtingen betreffende de verdeling en de bestemming van subsidies, en van de toelatingen die worden gegeven door de regering in het kader van artikel 7 van de wet van 31 december 1851 op de loterijen;]2
5° alle activiteiten, van welke aard ook, bestemd om rechtstreeks of onrechtstreeks haar diensten te bevorderen of om het meest efficiënte gebruik van haar infrastructuur mogelijk te maken.
[3 § 2/1. De Nationale Loterij kan onder de hierna bepaalde voorwaarden rechtstreeks of onrechtstreeks belangen nemen in vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarvan het doel verenigbaar is met haar doel, hierna "dochterondernemingen" genoemd.
§ 2/2. De raad van bestuur beslist bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen over het nemen van het in § 2/1 bedoelde belang voor zover het belang in zijn geheel:
1° minder dan 25 % van het kapitaal van de betrokken dochteronderneming vertegenwoordigt;
2° minder bedraagt dan een percentage van het eigen vermogen van de Nationale Loterij zoals bepaald door de Koning bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
De Koning kan bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de in het eerste lid, 1°, bedoelde grens van 25 % verlagen.
De raad van bestuur kan bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen beslissen een belang te nemen dat één of beide van de in het eerste lid bedoelde grenzen overschrijdt.
§ 2/3. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de Nationale Loterij machtigen, in voorkomend geval, onder de bijzondere voorwaarden die Hij bepaalt, een dochteronderneming te betrekken bij de uitvoering van haar taken van openbare dienst voor zover het rechtstreeks of onrechtstreeks belang van de overheid in de betrokken dochteronderneming meer dan 50 % van het kapitaal vertegenwoordigt en statutair recht geeft op meer dan 75 % van de stemmen en mandaten in alle organen van de bedoelde dochteronderneming.
Elke overdracht van aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen, waardoor het in het eerste lid bedoelde rechtstreeks of onrechtstreeks belang van de overheid in dat kapitaal niet langer meer dan 50 % bedraagt, is van rechtswege nietig indien, binnen een termijn van drie maanden na de overdracht, het belang van de overheid, door middel van een kapitaalverhoging waarop de overheid geheel of gedeeltelijk heeft ingeschreven, niet boven de 50 % wordt gebracht.
De in het eerste en het tweede lid gestelde voorwaarden betreffende het belang van de overheid zijn niet van toepassing op projecten van internationale samenwerking waarvan het toepassingsgebied het grondgebied van het Rijk overschrijdt.
Onder overheid in de zin van deze paragraaf dient te worden verstaan, één of meer van de overheden zoals bedoeld in artikel 42 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
§ 2/4. De Koning kan bij een in § 2/3, eerste lid, bedoeld besluit de dochteronderneming die is opgericht naar Belgisch recht de status toekennen van naamloze vennootschap van publiek recht, in voorkomend geval, voor de duur die Hij bepaalt. In dat geval zijn de dochteronderneming en de Nationale Loterij hoofdelijk aansprakelijk ten aanzien van de Federale Staat wat de uitvoering door de dochteronderneming betreft van de taken van openbare dienst waarbij zij wordt betrokken, tot op het ogenblik dat een beheerscontract met de bedoelde dochteronderneming in werking treedt.
Bij ontstentenis van toekenning overeenkomstig het eerste lid blijft de Nationale Loterij ten aanzien van de Staat aansprakelijk voor wat de uitvoering betreft van de taken van openbare dienst waarbij de dochtervennootschap wordt betrokken.
Het tweede lid is niet van toepassing op projecten van internationale samenwerking waarvan het toepassingsgebied het grondgebied van het Rijk overschrijdt.
§ 2/5. De Koning kan bij een in § 2/3, eerste lid, bedoeld besluit, wettelijke alleenrechten van de Nationale Loterij overdragen of toewijzen aan een dochteronderneming van de Nationale Loterij, voor zover zulks noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de dochteronderneming. In dat geval kan de Koning de betrokken dochteronderneming de status van naamloze vennootschap van publiek recht toekennen overeenkomstig § 2/4.
§ 2/6. De paragrafen 2/1 tot en met 2/5 zijn eveneens van toepassing op de oprichting door de Nationale Loterij van vennootschappen, verenigingen, instellingen en stichtingen.]3
§ 3. In het kader van haar doel, kan de Nationale Loterij eveneens participeren in verenigingen of nationale of Europese samenwerkingsverbanden aangaan, voor zover deze participatie bijdraagt in de ondersteuning van haar activiteiten bedoeld in § 1.
§ 4. De Nationale Loterij kan, in afwijking van artikel 454, 4°, van het Wetboek van vennootschappen, alleen een naamloze vennootschap oprichten en inschrijven op alle aandelen van deze vennootschap, alsook in afwijking van artikel 646, § 1, tweede lid, van genoemd Wetboek, alle aandelen bezitten in een naamloze vennootschap, zonder beperking van duur en zonder geacht te worden hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van deze vennootschap.
Art.6. § 1er. L'objet social de la société anonyme de droit public Loterie Nationale porte sur :
1° l'organisation, dans l'intérêt général et selon des méthodes commerciales, des loteries publiques dans les formes et selon les (modalités générales) fixées par le Roi sur la proposition du ministre; <L 2002-12-24/31, art. 489, 002; En vigueur : 10-01-2003>
2° [2 l'organisation, dans l'intérêt général et selon des méthodes commerciales, de jeux de hasard et de paris dans les formes et selon les modalités générales fixées par les dispositions y relatives de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs, y compris ses arrêtés d'exécution, et conformément au contrat de gestion visé à l'article 14;]2
3° l'organisation de toutes les formes [1 ...]1 de concours dans les formes et selon les (modalités générales) arrêtées par le Roi, sur la proposition du ministre; <L 2002-12-24/31, art. 489, 002; En vigueur : 10-01-2003>
4° [2 la gestion administrative des opérations relatives à la distribution et à l'affectation des subsides et des autorisations accordées par le gouvernement dans le cadre de l'article 7 de la loi du 31 décembre 1851 sur les loteries;]2
5° toutes les activités de quelque nature que ce soit, destinées à favoriser directement ou indirectement ses services ou à permettre l'utilisation la plus efficace qui soit de son infrastructure.
[3 § 2/1. La Loterie Nationale peut, aux conditions déterminées ci-dessous, prendre des participations directes ou indirectes dans des sociétés, associations et institutions de droit public ou privé dont l'objet est compatible avec l'objet social, ci-après dénommées les "filiales".
§ 2/2. Le conseil d'administration décide à la majorité simple des voix exprimées de toute prise de participation conformément au § 2/1 pour autant que la participation dans son intégralité:
1° représente moins de 25 % du capital de la filiale concernée;
2° n'excède pas un pourcentage des capitaux propres de la Loterie Nationale déterminé par le Roi, dans un arrêté délibéré en Conseil des ministres.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, ramener la limite prévue à l'alinéa 1er, 1°, au-dessous de 25 %.
Le conseil d'administration peut décider, à la majorité des deux tiers des voix exprimées, de prendre une participation qui excède l'une des limites ou les limites déterminées à l'alinéa premier.
§ 2/3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, autoriser, le cas échéant, sous les conditions spéciales qu'Il détermine, la Loterie Nationale à associer une filiale à la mise en oeuvre de ses tâches de service public, pour autant que la participation directe ou indirecte des autorités publiques dans la filiale concernée excède 50 % du capital et donne droit statutairement à plus de 75 % des voix et des mandats dans tous les organes de la filiale concernée.
Toute cession d'actions représentatives du capital, à la suite de laquelle la participation directe ou indirecte des pouvoirs publics visée à l'alinéa premier n'excèderait plus 50 %, est nulle de plein droit à défaut de porter cette participation au-delà de 50 % dans un délai de trois mois de ladite cession par une augmentation de capital entièrement ou partiellement souscrite par les autorités publiques.
Les conditions concernant la participation des autorités publiques déterminées par les alinéas premier et deux ne sont pas applicables aux projets de coopération internationale dont le champ d'application excède le territoire du Royaume.
Pour l'application du présent paragraphe, il y a lieu d'entendre par autorité publique, une ou plusieurs des autorités visées à l'article 42 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
§ 2/4. Le Roi peut, par un arrêté visé au § 2/3, premier alinéa, accorder le statut de société anonyme de droit public à la filiale, constituée conformément au droit belge, le cas échéant, pour la durée qu'Il détermine. Dans ce cas, la filiale et la Loterie Nationale concernée sont solidairement responsables envers l'Etat fédéral de l'exécution par la filiale des tâches de service public auxquelles la filiale est associée, et ce, jusqu'à l'entrée en vigueur d'un contrat de gestion avec la filiale.
A défaut d'attribution conformément à l'alinéa premier, la Loterie Nationale concernée reste responsable envers l'Etat de l'exécution par la filiale des tâches de service public auxquelles celle-ci est associée.
L'alinéa 2 n'est pas applicable aux projets de coopération internationale dont le champ d'application excède le territoire du Royaume.
§ 2/5. Le Roi peut par un arrêté visé au § 2/3, premier alinéa, transférer ou attribuer des droits exclusifs légaux de la Loterie Nationale à une filiale de celle-ci dans la mesure où un tel transfert ou une telle attribution est nécessaire pour le développement de la filiale. Dans ce cas, le Roi peut accorder le statut de société anonyme de droit public à la filiale conformément au § 2/4.
§ 2/6. Les paragraphes 2/1 à 2/5 sont également applicables à la constitution de sociétés, d'associations, d'institutions et de fondations par la Loterie Nationale.]3
§ 3. Dans le cadre de son objet social, la Loterie Nationale peut également participer à des associations ou groupements d'intérêts économiques nationaux ou européens, pour autant que cette participation contribue au soutien de ses activités visées au § 1er.
§ 4. La Loterie Nationale peut, par dérogation à l'article 454, 4°, du Code des sociétés, constituer seule une société anonyme et souscrire toutes les actions de celle-ci, ainsi que, par dérogation à l'article 646, § 1er, alinéa 2, dudit Code, posséder toutes les actions d'une société anonyme, sans limitation de durée et sans qu'elle ne soit censée se porter caution solidaire des engagements de cette société.
1° l'organisation, dans l'intérêt général et selon des méthodes commerciales, des loteries publiques dans les formes et selon les (modalités générales) fixées par le Roi sur la proposition du ministre; <L 2002-12-24/31, art. 489, 002; En vigueur : 10-01-2003>
2° [2 l'organisation, dans l'intérêt général et selon des méthodes commerciales, de jeux de hasard et de paris dans les formes et selon les modalités générales fixées par les dispositions y relatives de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs, y compris ses arrêtés d'exécution, et conformément au contrat de gestion visé à l'article 14;]2
3° l'organisation de toutes les formes [1 ...]1 de concours dans les formes et selon les (modalités générales) arrêtées par le Roi, sur la proposition du ministre; <L 2002-12-24/31, art. 489, 002; En vigueur : 10-01-2003>
4° [2 la gestion administrative des opérations relatives à la distribution et à l'affectation des subsides et des autorisations accordées par le gouvernement dans le cadre de l'article 7 de la loi du 31 décembre 1851 sur les loteries;]2
5° toutes les activités de quelque nature que ce soit, destinées à favoriser directement ou indirectement ses services ou à permettre l'utilisation la plus efficace qui soit de son infrastructure.
[3 § 2/1. La Loterie Nationale peut, aux conditions déterminées ci-dessous, prendre des participations directes ou indirectes dans des sociétés, associations et institutions de droit public ou privé dont l'objet est compatible avec l'objet social, ci-après dénommées les "filiales".
§ 2/2. Le conseil d'administration décide à la majorité simple des voix exprimées de toute prise de participation conformément au § 2/1 pour autant que la participation dans son intégralité:
1° représente moins de 25 % du capital de la filiale concernée;
2° n'excède pas un pourcentage des capitaux propres de la Loterie Nationale déterminé par le Roi, dans un arrêté délibéré en Conseil des ministres.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, ramener la limite prévue à l'alinéa 1er, 1°, au-dessous de 25 %.
Le conseil d'administration peut décider, à la majorité des deux tiers des voix exprimées, de prendre une participation qui excède l'une des limites ou les limites déterminées à l'alinéa premier.
§ 2/3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, autoriser, le cas échéant, sous les conditions spéciales qu'Il détermine, la Loterie Nationale à associer une filiale à la mise en oeuvre de ses tâches de service public, pour autant que la participation directe ou indirecte des autorités publiques dans la filiale concernée excède 50 % du capital et donne droit statutairement à plus de 75 % des voix et des mandats dans tous les organes de la filiale concernée.
Toute cession d'actions représentatives du capital, à la suite de laquelle la participation directe ou indirecte des pouvoirs publics visée à l'alinéa premier n'excèderait plus 50 %, est nulle de plein droit à défaut de porter cette participation au-delà de 50 % dans un délai de trois mois de ladite cession par une augmentation de capital entièrement ou partiellement souscrite par les autorités publiques.
Les conditions concernant la participation des autorités publiques déterminées par les alinéas premier et deux ne sont pas applicables aux projets de coopération internationale dont le champ d'application excède le territoire du Royaume.
Pour l'application du présent paragraphe, il y a lieu d'entendre par autorité publique, une ou plusieurs des autorités visées à l'article 42 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
§ 2/4. Le Roi peut, par un arrêté visé au § 2/3, premier alinéa, accorder le statut de société anonyme de droit public à la filiale, constituée conformément au droit belge, le cas échéant, pour la durée qu'Il détermine. Dans ce cas, la filiale et la Loterie Nationale concernée sont solidairement responsables envers l'Etat fédéral de l'exécution par la filiale des tâches de service public auxquelles la filiale est associée, et ce, jusqu'à l'entrée en vigueur d'un contrat de gestion avec la filiale.
A défaut d'attribution conformément à l'alinéa premier, la Loterie Nationale concernée reste responsable envers l'Etat de l'exécution par la filiale des tâches de service public auxquelles celle-ci est associée.
L'alinéa 2 n'est pas applicable aux projets de coopération internationale dont le champ d'application excède le territoire du Royaume.
§ 2/5. Le Roi peut par un arrêté visé au § 2/3, premier alinéa, transférer ou attribuer des droits exclusifs légaux de la Loterie Nationale à une filiale de celle-ci dans la mesure où un tel transfert ou une telle attribution est nécessaire pour le développement de la filiale. Dans ce cas, le Roi peut accorder le statut de société anonyme de droit public à la filiale conformément au § 2/4.
§ 2/6. Les paragraphes 2/1 à 2/5 sont également applicables à la constitution de sociétés, d'associations, d'institutions et de fondations par la Loterie Nationale.]3
§ 3. Dans le cadre de son objet social, la Loterie Nationale peut également participer à des associations ou groupements d'intérêts économiques nationaux ou européens, pour autant que cette participation contribue au soutien de ses activités visées au § 1er.
§ 4. La Loterie Nationale peut, par dérogation à l'article 454, 4°, du Code des sociétés, constituer seule une société anonyme et souscrire toutes les actions de celle-ci, ainsi que, par dérogation à l'article 646, § 1er, alinéa 2, dudit Code, posséder toutes les actions d'une société anonyme, sans limitation de durée et sans qu'elle ne soit censée se porter caution solidaire des engagements de cette société.
Art.7. De activiteiten bedoeld in artikel 6, § 1, 1° tot 4°, zijn taken van openbare dienst. De Nationale Loterij heeft het monopolie van de dienst bedoeld in artikel 6, § 1, 1°, alsmede (het recht voor de diensten bedoeld in artikel 6, § 1, 1°, 2° en 3°, gebruik te maken) van de informatiemaatschappij-instrumenten. <W 2002-12-24/31, art. 490, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
Art.7. Les activités visées à l'article 6, § 1er, 1° à 4°, sont des tâches de service public. La Loterie nationale a le monopole du service visé à l'article 6, § 1er, 1°, ainsi que (le droit pour les services visés à l'article 6, § 1, 1°, 2° et 3°, de faire) usage des outils de la société de l'information. <L 2002-12-24/31, art. 490, 002; En vigueur : 10-01-2003>
Art.8. § 1. De Nationale Loterij wordt bestuurd door een raad van bestuur bestaande uit veertien leden waaronder de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder.
[1 Ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur die worden aangewezen door de Belgische Staat of door een door de Belgische Staat gecontroleerde vennootschap is van een ander geslacht dan dat van de overige leden. Voor de toepassing van deze bepaling wordt het vereiste minimumaantal van die leden van een ander geslacht afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Indien het aantal bestuurders van een ander geslacht kleiner is dan het bij deze bepaling vastgestelde minimum, is de eerstvolgende bestuurder die wordt benoemd van dat geslacht. Zo niet, is zijn benoeming nietig. Hetzelfde geldt indien een benoeming ertoe leidt dat het aantal van die bestuurders van een ander geslacht daalt tot onder dit vereiste minimumaantal.]1
Bij de leden van de raad van bestuur die de Belgische Staat vertegenwoordigen zijn er evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen. De leden die noch Nederlandstalig noch Franstalig zijn, worden niet in aanmerking genomen om de taalpariteit te bepalen.
De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan deze waartoe de voorzitter van de raad van bestuur behoort.
§ 2. De raad van bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van de Nationale Loterij, behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene vergadering bevoegd is.
§ 3. De statuten kunnen de raad van bestuur toestaan de in § 2 bedoelde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk over te dragen aan het directiecomité, met uitzondering van :
1° de goedkeuring van het beheerscontract, alsook van elke wijziging ervan;
2° het vaststellen van het ondernemingsplan en het algemeen beleid;
3° de andere bevoegdheden die door deze wet en door het Wetboek van vennootschappen uitdrukkelijk aan de raad van bestuur worden toegewezen.
De raad van bestuur is belast met het toezicht op het directiecomité. Het directiecomité doet op geregelde tijdstippen verslag aan de raad.
De raad of zijn voorzitter kan op elk ogenblik aan het directiecomité een verslag vragen betreffende de activiteiten van het bedrijf of sommige ervan.
De overeenkomstig deze paragraaf overdraagbare bestuursbevoegdheid kan door de statuten of door een beslissing van de raad van bestuur worden beperkt. Deze beperkingen en de eventuele taakverdeling die de leden van het directiecomité zijn overeengekomen, kunnen niet worden tegengeworpen aan derden, zelfs niet indien zij worden bekendgemaakt.
[1 Ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur die worden aangewezen door de Belgische Staat of door een door de Belgische Staat gecontroleerde vennootschap is van een ander geslacht dan dat van de overige leden. Voor de toepassing van deze bepaling wordt het vereiste minimumaantal van die leden van een ander geslacht afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Indien het aantal bestuurders van een ander geslacht kleiner is dan het bij deze bepaling vastgestelde minimum, is de eerstvolgende bestuurder die wordt benoemd van dat geslacht. Zo niet, is zijn benoeming nietig. Hetzelfde geldt indien een benoeming ertoe leidt dat het aantal van die bestuurders van een ander geslacht daalt tot onder dit vereiste minimumaantal.]1
Bij de leden van de raad van bestuur die de Belgische Staat vertegenwoordigen zijn er evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen. De leden die noch Nederlandstalig noch Franstalig zijn, worden niet in aanmerking genomen om de taalpariteit te bepalen.
De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan deze waartoe de voorzitter van de raad van bestuur behoort.
§ 2. De raad van bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van de Nationale Loterij, behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene vergadering bevoegd is.
§ 3. De statuten kunnen de raad van bestuur toestaan de in § 2 bedoelde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk over te dragen aan het directiecomité, met uitzondering van :
1° de goedkeuring van het beheerscontract, alsook van elke wijziging ervan;
2° het vaststellen van het ondernemingsplan en het algemeen beleid;
3° de andere bevoegdheden die door deze wet en door het Wetboek van vennootschappen uitdrukkelijk aan de raad van bestuur worden toegewezen.
De raad van bestuur is belast met het toezicht op het directiecomité. Het directiecomité doet op geregelde tijdstippen verslag aan de raad.
De raad of zijn voorzitter kan op elk ogenblik aan het directiecomité een verslag vragen betreffende de activiteiten van het bedrijf of sommige ervan.
De overeenkomstig deze paragraaf overdraagbare bestuursbevoegdheid kan door de statuten of door een beslissing van de raad van bestuur worden beperkt. Deze beperkingen en de eventuele taakverdeling die de leden van het directiecomité zijn overeengekomen, kunnen niet worden tegengeworpen aan derden, zelfs niet indien zij worden bekendgemaakt.
Art.8. § 1er. La Loterie Nationale est administrée par un conseil d'administration se composant de quatorze membres, dont le président et l'administrateur délégué.
[1 Un tiers au moins des membres du conseil d'administration désignés par l'Etat belge ou par une société contrôlée par l'Etat belge sont de sexe différent de celui des autres membres. Pour l'application de la présente disposition, le nombre minimum requis de ces membres de sexe différent est arrondi au nombre entier le plus proche. Si le nombre d'administrateurs de sexe différent n'atteint pas le minimum fixé par la présente disposition, le prochain administrateur nommé est de ce sexe, faute de quoi, sa nomination est nulle. Il en va de même si une nomination a pour effet de faire baisser le nombre de ces administrateurs de sexe différent sous ce nombre minimum requis.]1
Parmi les membres du conseil d'administration qui représentent l'Etat belge il y a autant de membres d'expression française que de membres d'expression néerlandaise. Les membres qui ne sont ni d'expression française ni d'expression néerlandaise ne sont pas pris en compte pour déterminer la parité linguistique.
L'administrateur délégué appartient à un rôle linguistique différent de celui du président du conseil d'administration.
§ 2. Le conseil d'administration a le pouvoir d'accomplir tous les actes nécessaires ou utiles à la réalisation de l'objet social de la Loterie nationale, à l'exception de ceux que la loi réserve à l'assemblée générale.
§ 3. Les statuts peuvent autoriser le conseil d'administration à déléguer au comité de direction en tout ou en partie les compétences visées au § 2, sans que cette délégation puisse porter sur :
1° l'approbation du contrat de gestion, de même que de toute modification de celui-ci;
2° l'élaboration du plan d'entreprise et la définition de la politique générale;
3° les autres compétences qui sont expressément réservées au conseil d'administration par la présente loi et par le Code des sociétés.
Le conseil d'administration est chargé de contrôler le comité de direction. Le comité de direction fait régulièrement rapport au conseil.
Le conseil ou son président peut, à tout moment, demander au comité de direction un rapport sur les activités de l'entreprise ou sur certaines d'entre elles.
Les statuts ou une décision du conseil d'administration peuvent apporter des restrictions au pouvoir de gestion qui peut être délégué en application du présent paragraphe. Ces restrictions, de même que la répartition éventuelle des tâches dont les membres du comité de direction sont convenus, ne sont pas opposables aux tiers, même si elles sont publiées.
[1 Un tiers au moins des membres du conseil d'administration désignés par l'Etat belge ou par une société contrôlée par l'Etat belge sont de sexe différent de celui des autres membres. Pour l'application de la présente disposition, le nombre minimum requis de ces membres de sexe différent est arrondi au nombre entier le plus proche. Si le nombre d'administrateurs de sexe différent n'atteint pas le minimum fixé par la présente disposition, le prochain administrateur nommé est de ce sexe, faute de quoi, sa nomination est nulle. Il en va de même si une nomination a pour effet de faire baisser le nombre de ces administrateurs de sexe différent sous ce nombre minimum requis.]1
Parmi les membres du conseil d'administration qui représentent l'Etat belge il y a autant de membres d'expression française que de membres d'expression néerlandaise. Les membres qui ne sont ni d'expression française ni d'expression néerlandaise ne sont pas pris en compte pour déterminer la parité linguistique.
L'administrateur délégué appartient à un rôle linguistique différent de celui du président du conseil d'administration.
§ 2. Le conseil d'administration a le pouvoir d'accomplir tous les actes nécessaires ou utiles à la réalisation de l'objet social de la Loterie nationale, à l'exception de ceux que la loi réserve à l'assemblée générale.
§ 3. Les statuts peuvent autoriser le conseil d'administration à déléguer au comité de direction en tout ou en partie les compétences visées au § 2, sans que cette délégation puisse porter sur :
1° l'approbation du contrat de gestion, de même que de toute modification de celui-ci;
2° l'élaboration du plan d'entreprise et la définition de la politique générale;
3° les autres compétences qui sont expressément réservées au conseil d'administration par la présente loi et par le Code des sociétés.
Le conseil d'administration est chargé de contrôler le comité de direction. Le comité de direction fait régulièrement rapport au conseil.
Le conseil ou son président peut, à tout moment, demander au comité de direction un rapport sur les activités de l'entreprise ou sur certaines d'entre elles.
Les statuts ou une décision du conseil d'administration peuvent apporter des restrictions au pouvoir de gestion qui peut être délégué en application du présent paragraphe. Ces restrictions, de même que la répartition éventuelle des tâches dont les membres du comité de direction sont convenus, ne sont pas opposables aux tiers, même si elles sont publiées.
Art.9. § 1. De Koning benoemt bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit de gedelegeerd bestuurder en een aantal gewone leden in verhouding tot het aantal stemmen dat verbonden is aan de aandelen in het bezit van de Staat. De overige gewone leden worden daarna benoemd door de andere aandeelhouders.
§ 2. De leden van de raad van bestuur, die benoemd zijn door de Koning, kunnen slechts worden ontslagen bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld koninklijk besluit.
§ 3. De leden van de raad van bestuur worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
§ 4. Wanneer een mandaat van bestuurder openvalt, hebben de overblijvende bestuurders het recht om voorlopig in de vacature te voorzien tot op het ogenblik dat een definitieve benoeming gebeurt overeenkomstig § 1.
§ 5. De Koning benoemt de voorzitter van de raad van bestuur uit de gewone leden.
Bij staking van de stemmen in de raad van bestuur is de stem van de voorzitter beslissend.
De voorzitter kan te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, de briefwisseling, de notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van de Nationale Loterij. Hij kan van de leden van het directiecomité, van de gemachtigden en de personeelsleden van de Nationale Loterij alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat. Hij kan zich laten bijstaan door een door hem aangeduide accountant.
De vergoeding van de accountant is ten laste van de Nationale Loterij.
§ 2. De leden van de raad van bestuur, die benoemd zijn door de Koning, kunnen slechts worden ontslagen bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld koninklijk besluit.
§ 3. De leden van de raad van bestuur worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
§ 4. Wanneer een mandaat van bestuurder openvalt, hebben de overblijvende bestuurders het recht om voorlopig in de vacature te voorzien tot op het ogenblik dat een definitieve benoeming gebeurt overeenkomstig § 1.
§ 5. De Koning benoemt de voorzitter van de raad van bestuur uit de gewone leden.
Bij staking van de stemmen in de raad van bestuur is de stem van de voorzitter beslissend.
De voorzitter kan te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, de briefwisseling, de notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van de Nationale Loterij. Hij kan van de leden van het directiecomité, van de gemachtigden en de personeelsleden van de Nationale Loterij alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat. Hij kan zich laten bijstaan door een door hem aangeduide accountant.
De vergoeding van de accountant is ten laste van de Nationale Loterij.
Art.9. § 1er. Le Roi nomme, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, l'administrateur délégué et un nombre de membres ordinaires proportionnel aux droits de vote attachés aux actions détenues par l'Etat. Les autres membres ordinaires sont ensuite nommés par les autres actionnaires.
§ 2. Les membres du conseil d'administration nommés par le Roi ne peuvent être révoqués que par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
§ 3. Les membres du conseil d'administration sont nommés pour un terme renouvelable de six ans.
§ 4. En cas de vacance d'un mandat d'administrateur, les administrateurs restants ont le droit d'y pourvoir provisoirement jusqu'au moment où une nomination définitive intervient conformément au § 1er.
§ 5. Le Roi nomme le président du conseil d'administration parmi les membres ordinaires.
En cas de partage des voix au sein du conseil d'administration, la voix du président est prépondérante.
Le président peut, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures de la Loterie nationale. Il peut requérir des membres du comité de direction, des préposés et des membres du personnel de la Loterie Nationale toutes les explications et informations et procéder à toutes les vérifications qui lui paraissent nécessaires pour l'exécution de son mandat. Il peut se faire assister par un expertcomptable désigné par lui.
La rémunération de l'expert-comptable incombe à la Loterie Nationale.
§ 2. Les membres du conseil d'administration nommés par le Roi ne peuvent être révoqués que par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
§ 3. Les membres du conseil d'administration sont nommés pour un terme renouvelable de six ans.
§ 4. En cas de vacance d'un mandat d'administrateur, les administrateurs restants ont le droit d'y pourvoir provisoirement jusqu'au moment où une nomination définitive intervient conformément au § 1er.
§ 5. Le Roi nomme le président du conseil d'administration parmi les membres ordinaires.
En cas de partage des voix au sein du conseil d'administration, la voix du président est prépondérante.
Le président peut, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures de la Loterie nationale. Il peut requérir des membres du comité de direction, des préposés et des membres du personnel de la Loterie Nationale toutes les explications et informations et procéder à toutes les vérifications qui lui paraissent nécessaires pour l'exécution de son mandat. Il peut se faire assister par un expertcomptable désigné par lui.
La rémunération de l'expert-comptable incombe à la Loterie Nationale.
Art.10. De algemene vergadering stelt de bezoldiging vast die de leden van de raad van bestuur genieten uit hoofde van hun mandaat als bestuurder.
De in het eerste lid bedoelde bezoldigingen zijn ten laste van de Nationale Loterij. Indien de betrokken bezoldigingen een variabel bestanddeel hebben dan kunnen in de berekeningsbasis geen elementen voorkomen die als bedrijfskosten worden aangemerkt.
De in het eerste lid bedoelde bezoldigingen zijn ten laste van de Nationale Loterij. Indien de betrokken bezoldigingen een variabel bestanddeel hebben dan kunnen in de berekeningsbasis geen elementen voorkomen die als bedrijfskosten worden aangemerkt.
Art.10. L'assemblée générale détermine la rémunération dont bénéficient les membres du conseil d'administration en raison de leur mandat d'administrateur.
Les rémunérations visées à l'alinéa 1er sont à charge de la Loterie Nationale. Si les rémunérations concernées comportent un élément variable, la base de calcul ne peut comprendre aucun élément ayant le caractère de charge d'exploitation.
Les rémunérations visées à l'alinéa 1er sont à charge de la Loterie Nationale. Si les rémunérations concernées comportent un élément variable, la base de calcul ne peut comprendre aucun élément ayant le caractère de charge d'exploitation.
Art.11. § 1. Het dagelijks bestuur, de vertegenwoordiging wat dit bestuur aangaat, (...) de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur (,) de onderhandelingen over het beheerscontract (en de uitwerking van de uitvoeringsregels volgens dewelke de openbare loterijen, weddenschappen, wedstrijden en kansspelen worden georganiseerd, alsook de deelnemingsregels aan deze loterijen, weddenschappen, wedstrijden en kansspelen) worden opgedragen aan een directiecomité bestaande uit zes leden hieronder begrepen de gedelegeerd bestuurder welke het directiecomité voorzit. De werkwijze van het directiecomité wordt bepaald door de statuten of, bij ontstentenis van statutaire bepaling, door de raad van bestuur. <W 2002-12-24/31, art. 491, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
Het directiecomité bestaat uit evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden, de gedelegeerd bestuurder eventueel uitgezonderd. De leden die noch Nederlandstalig noch Franstalig zijn, worden niet in aanmerking genomen om de taalpariteit te bepalen.
De leden van het directiecomité vormen een college. Zij kunnen hun taken onder elkaar verdelen. Krachtens een beslissing van het directiecomité kunnen zekere taken van vertegenwoordiging aan leden van het personeel worden gedelegeerd.
De statuten kunnen aan één of meerdere leden van het directiecomité bevoegdheid verlenen om de Nationale Loterij hetzij alleen, hetzij gezamenlijk, te vertegenwoordigen.
De statutaire bepaling bedoeld in het vorige lid en de delegatie van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan personeelsleden door het directiecomité, kunnen aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden gesteld in artikel 76 van het Wetboek van vennootschappen. De bekendmaking bevat een uitdrukkelijke verwijzing naar dit artikel.
Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder worden de overige leden van het directiecomité benoemd door de raad van bestuur op voordracht van de gedelegeerd bestuurder voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Hun benoeming wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.
De leden van het directiecomité oefenen hun mandaat uit als zelfstandigen. Ze mogen, uitgezonderd de gedelegeerd bestuurder, geen deel uitmaken van de raad van bestuur.
§ 2. De rechten, met inbegrip van de bezoldiging, en plichten van de gedelegeerd bestuurder en de overige leden van het directiecomité enerzijds, en de Nationale Loterij anderzijds, worden geregeld in een bijzondere overeenkomst tussen bedoelde partijen. Bij de onderhandeling over de overeenkomst wordt de Nationale Loterij vertegenwoordigd door de gewone leden van de raad van bestuur. De raad van bestuur kan deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk opdragen aan een bezoldigingscomité voor zover dit bij de statuten is bepaald.
De gedelegeerd bestuurder die of het lid van het directiecomité dat op het ogenblik van zijn benoeming een rechtspositionele band heeft met de Staat of met enig ander rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de nadere regels van het betrokken statuut voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en weddeverhoging. De Nationale Loterij zal voor de duur van zijn mandaat de bezoldiging ten laste nemen.
Indien de gedelegeerd bestuurder of een lid van het directiecomité op het ogenblik van zijn benoeming contractueel gebonden is met de Staat of met enig ander rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op weddeverhoging.
Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, kunnen de overige leden van het directiecomité slechts worden ontslagen bij besluit van de raad van bestuur, goedgekeurd met twee derde van de uitgebrachte stemmen. Het ontslag wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.
Het directiecomité bestaat uit evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden, de gedelegeerd bestuurder eventueel uitgezonderd. De leden die noch Nederlandstalig noch Franstalig zijn, worden niet in aanmerking genomen om de taalpariteit te bepalen.
De leden van het directiecomité vormen een college. Zij kunnen hun taken onder elkaar verdelen. Krachtens een beslissing van het directiecomité kunnen zekere taken van vertegenwoordiging aan leden van het personeel worden gedelegeerd.
De statuten kunnen aan één of meerdere leden van het directiecomité bevoegdheid verlenen om de Nationale Loterij hetzij alleen, hetzij gezamenlijk, te vertegenwoordigen.
De statutaire bepaling bedoeld in het vorige lid en de delegatie van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan personeelsleden door het directiecomité, kunnen aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden gesteld in artikel 76 van het Wetboek van vennootschappen. De bekendmaking bevat een uitdrukkelijke verwijzing naar dit artikel.
Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder worden de overige leden van het directiecomité benoemd door de raad van bestuur op voordracht van de gedelegeerd bestuurder voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Hun benoeming wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.
De leden van het directiecomité oefenen hun mandaat uit als zelfstandigen. Ze mogen, uitgezonderd de gedelegeerd bestuurder, geen deel uitmaken van de raad van bestuur.
§ 2. De rechten, met inbegrip van de bezoldiging, en plichten van de gedelegeerd bestuurder en de overige leden van het directiecomité enerzijds, en de Nationale Loterij anderzijds, worden geregeld in een bijzondere overeenkomst tussen bedoelde partijen. Bij de onderhandeling over de overeenkomst wordt de Nationale Loterij vertegenwoordigd door de gewone leden van de raad van bestuur. De raad van bestuur kan deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk opdragen aan een bezoldigingscomité voor zover dit bij de statuten is bepaald.
De gedelegeerd bestuurder die of het lid van het directiecomité dat op het ogenblik van zijn benoeming een rechtspositionele band heeft met de Staat of met enig ander rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de nadere regels van het betrokken statuut voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en weddeverhoging. De Nationale Loterij zal voor de duur van zijn mandaat de bezoldiging ten laste nemen.
Indien de gedelegeerd bestuurder of een lid van het directiecomité op het ogenblik van zijn benoeming contractueel gebonden is met de Staat of met enig ander rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op weddeverhoging.
Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, kunnen de overige leden van het directiecomité slechts worden ontslagen bij besluit van de raad van bestuur, goedgekeurd met twee derde van de uitgebrachte stemmen. Het ontslag wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.
Art.11. § 1er. La gestion journalière, la représentation en ce qui concerne cette gestion, (...) l'exécution des décisions du conseil d'administration (,) la négociation du contrat de gestion (et l'élaboration des modalités d'exécution selon lesquelles sont organisées les loteries publiques, paris, concours et jeux de hasard ainsi que les règles de participation à ces loteries, paris, concours et jeux de hasard), sont confiées à un comité de direction qui se compose de six membres, en ce compris l'administrateur délégué, qui préside le comité de direction. Le mode de fonctionnement du comité de direction est déterminé par les statuts ou, à défaut de clause statutaire, par le conseil d'administration. <L 2002-12-24/31, art. 491, 002; En vigueur : 10-01-2003>
Le comité de direction compte autant de membres d'expression française que de membres d'expression néerlandaise, éventuellement excepté l'administrateur délégué. Les membres qui ne sont ni d'expression française ni d'expression néerlandaise ne sont pas pris en compte pour déterminer la parité linguistique.
Les membres du comité de direction forment un collège. Ils peuvent se répartir leurs tâches. En vertu d'une décision du comité de direction, certaines tâches de représentation peuvent être déléguées à des membres du personnel.
Les statuts peuvent donner à un ou plusieurs membres du comité de direction la compétence de représenter la Loterie nationale, soit seul, soit ensemble.
La disposition statutaire visée à l'alinéa précédent et la délégation de compétences représentatives à des membres du personnel par le comité de direction, peuvent être opposées à des tiers sous les conditions fixées à l'article 76 du Code des sociétés. La publication contient une référence expresse à cet article.
A l'exception de l'administrateur délégué, les autres membres du comité de direction sont nommés par le conseil d'administration, sur proposition de l'administrateur délégué, pour un terme renouvelable de six ans. Leur nomination est soumise à l'approbation du ministre.
Les membres du comité de direction exercent leur mandat comme indépendants. A l'exception de l'administrateur délégué, ils ne peuvent siéger au conseil d'administration.
§ 2. Les droits, y compris la rémunération, et obligations de l'administrateur délégué et des autres membres du comité de direction, d'une part, et de la Loterie Nationale, d'autre part, sont réglés dans une convention particulière entre les parties concernées. Lors de la négociation de cette convention, la Loterie Nationale est représentée par les membres ordinaires du conseil d'administration. Le conseil d'administration peut conférer ce pouvoir totalement ou partiellement à un comité de rémunération, pour autant que les statuts le prévoient.
L'administrateur délégué ou le membre du comité de direction qui, au moment de sa nomination, se trouve dans un lien statutaire avec l'Etat ou toute autre personne de droit public relevant de l'Etat est mis de plein droit en congé pour mission conformément aux dispositions du statut concerné pour toute la durée de son mandat. Durant cette période, il garde toutefois ses droits à la promotion et à l'avancement de traitement. La Loterie Nationale prendra sa rémunération à charge pendant la durée de son mandat.
Lorsque l'administrateur délégué ou un membre du comité de direction, au moment de sa nomination, se trouve dans un lien contractuel avec l'Etat ou avec toute autre personne de droit public relevant de l'Etat, le contrat concerné est suspendu de plein droit pour toute la durée de son mandat. Durant cette période, il garde toutefois ses droits à l'avancement de traitement.
A l'exception de l'administrateur délégué, les autres membres du comité de direction ne peuvent être démis de leur mandat que sur décision du conseil d'administration, approuvée à la majorité des deux tiers des voix exprimées. La démission est soumise à l'approbation du ministre.
Le comité de direction compte autant de membres d'expression française que de membres d'expression néerlandaise, éventuellement excepté l'administrateur délégué. Les membres qui ne sont ni d'expression française ni d'expression néerlandaise ne sont pas pris en compte pour déterminer la parité linguistique.
Les membres du comité de direction forment un collège. Ils peuvent se répartir leurs tâches. En vertu d'une décision du comité de direction, certaines tâches de représentation peuvent être déléguées à des membres du personnel.
Les statuts peuvent donner à un ou plusieurs membres du comité de direction la compétence de représenter la Loterie nationale, soit seul, soit ensemble.
La disposition statutaire visée à l'alinéa précédent et la délégation de compétences représentatives à des membres du personnel par le comité de direction, peuvent être opposées à des tiers sous les conditions fixées à l'article 76 du Code des sociétés. La publication contient une référence expresse à cet article.
A l'exception de l'administrateur délégué, les autres membres du comité de direction sont nommés par le conseil d'administration, sur proposition de l'administrateur délégué, pour un terme renouvelable de six ans. Leur nomination est soumise à l'approbation du ministre.
Les membres du comité de direction exercent leur mandat comme indépendants. A l'exception de l'administrateur délégué, ils ne peuvent siéger au conseil d'administration.
§ 2. Les droits, y compris la rémunération, et obligations de l'administrateur délégué et des autres membres du comité de direction, d'une part, et de la Loterie Nationale, d'autre part, sont réglés dans une convention particulière entre les parties concernées. Lors de la négociation de cette convention, la Loterie Nationale est représentée par les membres ordinaires du conseil d'administration. Le conseil d'administration peut conférer ce pouvoir totalement ou partiellement à un comité de rémunération, pour autant que les statuts le prévoient.
L'administrateur délégué ou le membre du comité de direction qui, au moment de sa nomination, se trouve dans un lien statutaire avec l'Etat ou toute autre personne de droit public relevant de l'Etat est mis de plein droit en congé pour mission conformément aux dispositions du statut concerné pour toute la durée de son mandat. Durant cette période, il garde toutefois ses droits à la promotion et à l'avancement de traitement. La Loterie Nationale prendra sa rémunération à charge pendant la durée de son mandat.
Lorsque l'administrateur délégué ou un membre du comité de direction, au moment de sa nomination, se trouve dans un lien contractuel avec l'Etat ou avec toute autre personne de droit public relevant de l'Etat, le contrat concerné est suspendu de plein droit pour toute la durée de son mandat. Durant cette période, il garde toutefois ses droits à l'avancement de traitement.
A l'exception de l'administrateur délégué, les autres membres du comité de direction ne peuvent être démis de leur mandat que sur décision du conseil d'administration, approuvée à la majorité des deux tiers des voix exprimées. La démission est soumise à l'approbation du ministre.
Art.12. § 1. Onverminderd andere beperkingen bepaald bij of krachtens wet of door het organiek statuut van de Nationale Loterij, is het mandaat van bestuurder of van lid van het directiecomité of van regeringscommissaris onverenigbaar met het mandaat of de functie van :
1° lid van het Europees Parlement;
2° lid van de federale Wetgevende Kamers;
3° federaal minister of staatssecretaris;
4° (lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement of een Gemeenschaps- of Gewestregering;) <W 2006-03-27/35, art. 50, 003; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
5° gouverneur van een provincie, lid van de bestendige deputatie van een provincieraad of lid van een provincieraad;
6° lid van het personeel van de Nationale Loterij wat de leden van de raad van bestuur en de regeringscommissarissen betreft;
7° burgemeester, schepen of gemeenteraadslid, of voorzitter of lid van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, evenals voorzitter of lid van een districtsraad;
8° lid van de kansspelcommissie;
9° lid van de raad van bestuur en van het directiecomité wat de regeringscommissarissen betreft.
§ 2. Wanneer een bestuurder of een lid van het directiecomité zich in overtreding bevindt met de bepalingen van § 1, moet hij binnen een termijn van drie maanden de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen, wordt hij na afloop van deze termijn van rechtswege geacht zijn mandaat in de Nationale Loterij te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld, of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen.
§ 3. Het mandaat van bestuurder of van lid van het directiecomité neemt van rechtswege een einde op de leeftijd van 65 jaar.
1° lid van het Europees Parlement;
2° lid van de federale Wetgevende Kamers;
3° federaal minister of staatssecretaris;
4° (lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement of een Gemeenschaps- of Gewestregering;) <W 2006-03-27/35, art. 50, 003; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
5° gouverneur van een provincie, lid van de bestendige deputatie van een provincieraad of lid van een provincieraad;
6° lid van het personeel van de Nationale Loterij wat de leden van de raad van bestuur en de regeringscommissarissen betreft;
7° burgemeester, schepen of gemeenteraadslid, of voorzitter of lid van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, evenals voorzitter of lid van een districtsraad;
8° lid van de kansspelcommissie;
9° lid van de raad van bestuur en van het directiecomité wat de regeringscommissarissen betreft.
§ 2. Wanneer een bestuurder of een lid van het directiecomité zich in overtreding bevindt met de bepalingen van § 1, moet hij binnen een termijn van drie maanden de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen, wordt hij na afloop van deze termijn van rechtswege geacht zijn mandaat in de Nationale Loterij te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld, of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen.
§ 3. Het mandaat van bestuurder of van lid van het directiecomité neemt van rechtswege een einde op de leeftijd van 65 jaar.
Art.12. § 1er. Sans préjudice des autres limitations prévues par ou en vertu d'une loi ou par le statut organique de la Loterie Nationale, le mandat d'administrateur ou de membre du comité de direction ou de commissaire du gouvernement est incompatible avec le mandat ou la fonction de :
1 ° membre du Parlement européen;
2° membre des Chambres législatives fédérales;
3° ministre ou secrétaire d'Etat fédéral;
4° (membre d'un Parlement ou d'un gouvernement de communauté ou de région;) <L 2006-03-27/35, art. 50, 003; En vigueur : 21-04-2006>
5° gouverneur d'une province, membre de la députation permanente d'un conseil provincial ou membre d'un conseil provincial;
6° membre du personnel de la Loterie nationale en ce qui concerne les membres du conseil d'administration et les commissaires du gouvernement;
7° bourgmestre, échevin ou conseiller communal, ou président ou membre d'un centre public d'aide sociale, ainsi que président ou membre d'un conseil de district;
8° membre de la commission des jeux de hasard;
9° membre du conseil d'administration ou du comité de direction en ce qui concerne les commissaires du gouvernement.
§ 2. Lorsqu'un administrateur ou un membre du comité de direction contrevient aux dispositions du § 1er, il est tenu de se démettre des mandats ou fonctions en question dans un délai de trois mois. S'il ne le fait pas, il est réputé, à l'expiration de ce délai, s'être démis de plein droit de son mandat auprès de la Loterie nationale, sans que cela ne porte préjudice à la validité juridique des actes qu'il a posés ou des délibérations auxquelles il a pris part entre-temps.
§ 3. Le mandat d'administrateur ou de membre du comité de direction prend fin de plein droit à l'âge de 65 ans.
1 ° membre du Parlement européen;
2° membre des Chambres législatives fédérales;
3° ministre ou secrétaire d'Etat fédéral;
4° (membre d'un Parlement ou d'un gouvernement de communauté ou de région;) <L 2006-03-27/35, art. 50, 003; En vigueur : 21-04-2006>
5° gouverneur d'une province, membre de la députation permanente d'un conseil provincial ou membre d'un conseil provincial;
6° membre du personnel de la Loterie nationale en ce qui concerne les membres du conseil d'administration et les commissaires du gouvernement;
7° bourgmestre, échevin ou conseiller communal, ou président ou membre d'un centre public d'aide sociale, ainsi que président ou membre d'un conseil de district;
8° membre de la commission des jeux de hasard;
9° membre du conseil d'administration ou du comité de direction en ce qui concerne les commissaires du gouvernement.
§ 2. Lorsqu'un administrateur ou un membre du comité de direction contrevient aux dispositions du § 1er, il est tenu de se démettre des mandats ou fonctions en question dans un délai de trois mois. S'il ne le fait pas, il est réputé, à l'expiration de ce délai, s'être démis de plein droit de son mandat auprès de la Loterie nationale, sans que cela ne porte préjudice à la validité juridique des actes qu'il a posés ou des délibérations auxquelles il a pris part entre-temps.
§ 3. Le mandat d'administrateur ou de membre du comité de direction prend fin de plein droit à l'âge de 65 ans.
Art.13. § 1. Bij de omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap van publiek recht worden alle aandelen die worden uitgegeven toegekend aan de Staat. Noch deze toekenning van alle aandelen aan de Staat, noch de latere vereniging van alle aandelen in handen van de Staat, brengt de toepassing mee van artikel 454, 4°, van het Wetboek van vennootschappen en artikel 646, § 1, tweede lid, van genoemd Wetboek en dit zonder beperking van duur en zonder dat de Staat wordt geacht hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van deze vennootschap.
§ 2. Alle representatieve effecten van het kapitaal zijn nominatief zolang zij in het bezit zijn van de Staat, van de instellingen van openbaar nut, vennootschappen, instellingen of verenigingen van publiek recht die ressorteren onder de Staat, daaronder begrepen de autonome overheidsbedrijven.
§ 3. De Staat mag de aandelen die hem ter gelegenheid van de omzetting werden toegekend of waarop hij zou inschrijven bij een latere kapitaalverhoging slechts overdragen aan derden, onder de nadere regels bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij vaststelt, en voor zover de directe deelneming van de overheid daardoor niet daalt tot beneden 50 percent van de aandelen plus één aandeel.
§ 4. De Nationale Loterij kan tot kapitaalverhoging overgaan, mits hiertoe vooraf door de Koning gemachtigd te zijn, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, door uitgifte van aandelen, die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor het geheel van de personeelsleden van de Nationale Loterij, onder voorwaarden welke kunnen afwijken van deze bepaald in artikel 609, § 1, eerste lid, en § 2, 4°, van het Wetboek van vennootschappen.
De aandelen waarop personeelsleden inschrijven krachtens dit artikel geven geen stemrecht, behoudens het geval bedoeld in artikel 560 van het Wetboek van vennootschappen.
De Koning bepaalt :
1° het gedeelte van de uitgifte dat aan de personeelsleden zal worden aangeboden;
2° de nadere regels volgens welke de personeelsleden hun recht tot inschrijving uitoefenen;
3° de voorwaarden van aandelen zonder stemrecht;
4° de nadere regels voor inkoop en/of overdracht.
§ 2. Alle representatieve effecten van het kapitaal zijn nominatief zolang zij in het bezit zijn van de Staat, van de instellingen van openbaar nut, vennootschappen, instellingen of verenigingen van publiek recht die ressorteren onder de Staat, daaronder begrepen de autonome overheidsbedrijven.
§ 3. De Staat mag de aandelen die hem ter gelegenheid van de omzetting werden toegekend of waarop hij zou inschrijven bij een latere kapitaalverhoging slechts overdragen aan derden, onder de nadere regels bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij vaststelt, en voor zover de directe deelneming van de overheid daardoor niet daalt tot beneden 50 percent van de aandelen plus één aandeel.
§ 4. De Nationale Loterij kan tot kapitaalverhoging overgaan, mits hiertoe vooraf door de Koning gemachtigd te zijn, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, door uitgifte van aandelen, die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor het geheel van de personeelsleden van de Nationale Loterij, onder voorwaarden welke kunnen afwijken van deze bepaald in artikel 609, § 1, eerste lid, en § 2, 4°, van het Wetboek van vennootschappen.
De aandelen waarop personeelsleden inschrijven krachtens dit artikel geven geen stemrecht, behoudens het geval bedoeld in artikel 560 van het Wetboek van vennootschappen.
De Koning bepaalt :
1° het gedeelte van de uitgifte dat aan de personeelsleden zal worden aangeboden;
2° de nadere regels volgens welke de personeelsleden hun recht tot inschrijving uitoefenen;
3° de voorwaarden van aandelen zonder stemrecht;
4° de nadere regels voor inkoop en/of overdracht.
Art.13. § 1er. Dans le cadre de la transformation de la Loterie nationale en société anonyme de droit public, toutes les actions émises sont attribuées à l'Etat. Ni cette attribution de toutes les actions à l'Etat, ni la réunion ultérieure de toutes les actions entre les mains de l'Etat n'emporte l'application de l'article 454, 4°, du Code des sociétés et de l'article 646, § 1er, alinéa 2, dudit Code, et ce, sans limitation de durée et sans que l'Etat soit censé se porter caution solidaire des engagements de cette société.
§ 2. Tous les titres représentatifs du capital sont nominatifs tant qu'ils sont détenus par l'Etat, les organismes d'intérêt public, sociétés, institutions ou associations de droit public qui relèvent de l'Etat, en ce compris les entreprises publiques autonomes.
§ 3. L'Etat ne peut céder les actions qui lui sont attribuées à l'occasion de la transformation ou qu'il souscrirait lors d'une augmentation de capital ultérieure à des tiers que selon les modalités fixées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, aux conditions qu'Il détermine et pour autant que la participation directe des autorités publiques ne descende pas en dessous de 50 pour-cent des actions plus une action.
§ 4. La Loterie Nationale peut procéder à une augmentation de capital, avec autorisation préalable du Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, par l'émission d'actions partiellement ou entièrement destinées à l'ensemble des membres de son personnel, à des conditions qui peuvent déroger aux conditions définies par l'article 609, § 1er, alinéa 1er, et § 2, 4°, du Code des sociétés.
Les actions souscrites par les membres du personnel en vertu de cet article ne donnent aucun droit de vote, sauf dans le cas visé par l'article 560 du Code des sociétés.
Le Roi détermine :
1° la partie de l'émission qui sera offerte aux membres du personnel;
2° les modalités d'exercice du droit préférentiel de souscription des membres du personnel;
3° les conditions des actions sans droit de vote;
4° les modalités de rachat et/ou de transfert.
§ 2. Tous les titres représentatifs du capital sont nominatifs tant qu'ils sont détenus par l'Etat, les organismes d'intérêt public, sociétés, institutions ou associations de droit public qui relèvent de l'Etat, en ce compris les entreprises publiques autonomes.
§ 3. L'Etat ne peut céder les actions qui lui sont attribuées à l'occasion de la transformation ou qu'il souscrirait lors d'une augmentation de capital ultérieure à des tiers que selon les modalités fixées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, aux conditions qu'Il détermine et pour autant que la participation directe des autorités publiques ne descende pas en dessous de 50 pour-cent des actions plus une action.
§ 4. La Loterie Nationale peut procéder à une augmentation de capital, avec autorisation préalable du Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, par l'émission d'actions partiellement ou entièrement destinées à l'ensemble des membres de son personnel, à des conditions qui peuvent déroger aux conditions définies par l'article 609, § 1er, alinéa 1er, et § 2, 4°, du Code des sociétés.
Les actions souscrites par les membres du personnel en vertu de cet article ne donnent aucun droit de vote, sauf dans le cas visé par l'article 560 du Code des sociétés.
Le Roi détermine :
1° la partie de l'émission qui sera offerte aux membres du personnel;
2° les modalités d'exercice du droit préférentiel de souscription des membres du personnel;
3° les conditions des actions sans droit de vote;
4° les modalités de rachat et/ou de transfert.
HOOFDSTUK IV. - Beheerscontract.
CHAPITRE IV. - Contrat de gestion.
Art.14. § 1. Een tussen de Staat en de Nationale Loterij binnen zes maanden na haar omvorming tot naamloze vennootschap gesloten beheerscontract bepaalt de voorwaarden waaronder de Nationale Loterij haar taken van openbare dienst vervult. Het beheerscontract en de wijzigingen daarin treden slechts in werking na goedkeuring door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vanaf de datum vastgesteld bij dit besluit.
§ 2. Het beheerscontract wordt gesloten voor een periode van vijf jaar. Het directiecomité van de Nationale Loterij legt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van het beheerscontract aan de minister een ontwerp van nieuw beheerscontract voor. Indien bij het verstrijken van het beheerscontract geen nieuw beheerscontract in werking is getreden, wordt het beheerscontract van rechtswege verlengd tot het ogenblik dat een nieuw beheerscontract in werking is getreden.
[1 § 2/1. Uiterlijk één maand na ontvangst van het door het directiecomité van het overheidsbedrijf voorgestelde ontwerp voor een nieuw beheerscontract brengt de minister daarover verslag uit bij de Wetgevende Kamers.]1
§ 3. Het beheerscontract regelt minstens de volgende aangelegenheden :
1° de taken die de Nationale Loterij op zich neemt ter vervulling van haar opdrachten van openbare dienst, hierna de " taken van openbare dienst " genoemd;
2° gedragsregels ten aanzien van de gebruikers van de prestaties van openbare dienst;
3° de nadere regels voor de berekening en de betaling van gebeurlijke vergoedingen door de Nationale Loterij te storten aan de Staat, inzonderheid de monopolierente en de subsidies die bedoeld zijn in de artikelen 22 en volgende;
4° in voorkomend geval, de aangelegenheden van strategisch economisch belang waarvoor de gunning van opdrachten, naargelang het bedrag, onderworpen is aan de goedkeuring van de minister of van het bevoegde ministerieel comité;
5° in voorkomend geval, de doelstellingen betreffende de financiële structuur van de Nationale Loterij en de belegging van haar beschikbare gelden;
6° in voorkomend geval, de regelen betreffende de bestemming van de nettowinst;
7° de verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan en de termijnen voor de mededeling en de termijn na de overschrijding waarvan de goedkeuring geacht wordt gegeven te zijn;
8° de sancties bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen uit hoofde van het beheerscontract.
§ 4. Het beheerscontract is geen akte of reglement bedoeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Alle clausules in het beheerscontract worden geacht contractueel te zijn.
§ 2. Het beheerscontract wordt gesloten voor een periode van vijf jaar. Het directiecomité van de Nationale Loterij legt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van het beheerscontract aan de minister een ontwerp van nieuw beheerscontract voor. Indien bij het verstrijken van het beheerscontract geen nieuw beheerscontract in werking is getreden, wordt het beheerscontract van rechtswege verlengd tot het ogenblik dat een nieuw beheerscontract in werking is getreden.
[1 § 2/1. Uiterlijk één maand na ontvangst van het door het directiecomité van het overheidsbedrijf voorgestelde ontwerp voor een nieuw beheerscontract brengt de minister daarover verslag uit bij de Wetgevende Kamers.]1
§ 3. Het beheerscontract regelt minstens de volgende aangelegenheden :
1° de taken die de Nationale Loterij op zich neemt ter vervulling van haar opdrachten van openbare dienst, hierna de " taken van openbare dienst " genoemd;
2° gedragsregels ten aanzien van de gebruikers van de prestaties van openbare dienst;
3° de nadere regels voor de berekening en de betaling van gebeurlijke vergoedingen door de Nationale Loterij te storten aan de Staat, inzonderheid de monopolierente en de subsidies die bedoeld zijn in de artikelen 22 en volgende;
4° in voorkomend geval, de aangelegenheden van strategisch economisch belang waarvoor de gunning van opdrachten, naargelang het bedrag, onderworpen is aan de goedkeuring van de minister of van het bevoegde ministerieel comité;
5° in voorkomend geval, de doelstellingen betreffende de financiële structuur van de Nationale Loterij en de belegging van haar beschikbare gelden;
6° in voorkomend geval, de regelen betreffende de bestemming van de nettowinst;
7° de verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan en de termijnen voor de mededeling en de termijn na de overschrijding waarvan de goedkeuring geacht wordt gegeven te zijn;
8° de sancties bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen uit hoofde van het beheerscontract.
§ 4. Het beheerscontract is geen akte of reglement bedoeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Alle clausules in het beheerscontract worden geacht contractueel te zijn.
Art.14. § 1er. Un contrat de gestion conclu entre l'Etat et la Loterie nationale dans les six mois de sa transformation en société anonyme définit les conditions selon lesquelles la Loterie Nationale remplit ses tâches de service public. Le contrat de gestion et ses modifications n'entrent en vigueur qu'après approbation par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, à partir de la date fixée dans cet arrêté.
§ 2. Le contrat de gestion est conclu pour une période de cinq ans. Le comité de direction de la Loterie nationale soumet au ministre, au plus tard six mois avant l'expiration du contrat de gestion, un projet de nouveau contrat de gestion. Dans le cas où, lors de l'expiration du contrat de gestion, aucun nouveau contrat de gestion ne serait entré en vigueur, le contrat de gestion est prolongé de plein droit jusqu'au moment où un nouveau contrat de gestion entre en vigueur.
[1 § 2/1. Au plus tard un mois après réception du projet de nouveau contrat de gestion proposé par le comité de direction de l'entreprise publique, le ministre en fait rapport aux Chambres législatives.]1
§ 3. Le contrat de gestion règle au moins les matières suivantes :
1° les tâches que la Loterie Nationale assume en vue de l'exécution de ses missions de service public, ci-après dénommées les " tâches de service public ";
2° les règles de conduite vis-à-vis des usagers des prestations de service public;
3° les modalités de calcul et de paiement des indemnités éventuelles à verser par la Loterie nationale à l'Etat, en particulier la rente de monopole et les subsides visés aux articles 22 et suivants;
4° le cas échéant, les matières d'intérêt économique stratégique pour lesquelles la passation de marchés est soumise à l'approbation, selon le montant, du ministre ou du comité ministériel compétent;
5° le cas échéant, les objectifs relatifs à la structure financière de la Loterie nationale et au placement de ses fonds disponibles;
6° le cas échéant, les règles relatives à l'affectation du bénéfice net;
7° les éléments que le plan d'entreprise doit contenir et les délais pour sa communication ainsi que le délai au-delà duquel il est censé être approuvé;
8° les sanctions en cas de non-respect par une des parties de ses engagements résultant du contrat de gestion.
§ 4. Le contrat de gestion ne constitue pas un acte ou règlement visé à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973. Toutes ses clauses sont réputées contractuelles.
§ 2. Le contrat de gestion est conclu pour une période de cinq ans. Le comité de direction de la Loterie nationale soumet au ministre, au plus tard six mois avant l'expiration du contrat de gestion, un projet de nouveau contrat de gestion. Dans le cas où, lors de l'expiration du contrat de gestion, aucun nouveau contrat de gestion ne serait entré en vigueur, le contrat de gestion est prolongé de plein droit jusqu'au moment où un nouveau contrat de gestion entre en vigueur.
[1 § 2/1. Au plus tard un mois après réception du projet de nouveau contrat de gestion proposé par le comité de direction de l'entreprise publique, le ministre en fait rapport aux Chambres législatives.]1
§ 3. Le contrat de gestion règle au moins les matières suivantes :
1° les tâches que la Loterie Nationale assume en vue de l'exécution de ses missions de service public, ci-après dénommées les " tâches de service public ";
2° les règles de conduite vis-à-vis des usagers des prestations de service public;
3° les modalités de calcul et de paiement des indemnités éventuelles à verser par la Loterie nationale à l'Etat, en particulier la rente de monopole et les subsides visés aux articles 22 et suivants;
4° le cas échéant, les matières d'intérêt économique stratégique pour lesquelles la passation de marchés est soumise à l'approbation, selon le montant, du ministre ou du comité ministériel compétent;
5° le cas échéant, les objectifs relatifs à la structure financière de la Loterie nationale et au placement de ses fonds disponibles;
6° le cas échéant, les règles relatives à l'affectation du bénéfice net;
7° les éléments que le plan d'entreprise doit contenir et les délais pour sa communication ainsi que le délai au-delà duquel il est censé être approuvé;
8° les sanctions en cas de non-respect par une des parties de ses engagements résultant du contrat de gestion.
§ 4. Le contrat de gestion ne constitue pas un acte ou règlement visé à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973. Toutes ses clauses sont réputées contractuelles.
Änderungen
Art.15. § 1. Bij de onderhandeling en het sluiten van het beheerscontract wordt de Staat vertegenwoordigd door de minister.
§ 2. De Nationale Loterij wordt bij de onderhandeling van het beheerscontract vertegenwoordigd door haar directiecomité. Het beheerscontract wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur die er bij meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen over beslist.
§ 2. De Nationale Loterij wordt bij de onderhandeling van het beheerscontract vertegenwoordigd door haar directiecomité. Het beheerscontract wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur die er bij meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen over beslist.
Art.15. § 1er. Lors de la négociation et de la conclusion du contrat de gestion, l'Etat est représenté par le ministre.
§ 2. Lors de la négociation du contrat de gestion, la Loterie Nationale est représentée par son comité de direction. Le contrat de gestion est soumis à l'approbation du conseil d'administration statuant à la majorité des deux tiers des votes exprimés.
§ 2. Lors de la négociation du contrat de gestion, la Loterie Nationale est représentée par son comité de direction. Le contrat de gestion est soumis à l'approbation du conseil d'administration statuant à la majorité des deux tiers des votes exprimés.
Art.16. Het beheerscontract wordt jaarlijks getoetst en, in voorkomend geval, aangepast aan gewijzigde marktomstandigheden en technische ontwikkelingen met toepassing van in het beheerscontract vastgelegde objectieve parameters.
Elke andere aanpassing voorgesteld door één van de partijen, of door hen beiden, kan slechts tot stand komen overeenkomstig artikel 15.
Elke andere aanpassing voorgesteld door één van de partijen, of door hen beiden, kan slechts tot stand komen overeenkomstig artikel 15.
Art.16. Le contrat de gestion est réévalué chaque année et, le cas échéant, adapté aux modifications des conditions du marché et aux développements techniques par application de paramètres objectifs prévus dans le contrat de gestion.
Toute autre adaptation, proposée par une des parties ou par les deux parties, ne peut être faite que conformément à l'article 15.
Toute autre adaptation, proposée par une des parties ou par les deux parties, ne peut être faite que conformément à l'article 15.
Art.17. De besluiten tot goedkeuring van een beheerscontract of van een aanpassing ervan worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De bepalingen van het beheerscontract, met uitzondering van die welke industriële of commerciële geheimen bevatten, worden als bijlage bij het koninklijk besluit bekendgemaakt.
De bepalingen van het beheerscontract, met uitzondering van die welke industriële of commerciële geheimen bevatten, worden als bijlage bij het koninklijk besluit bekendgemaakt.
Art.17. Les arrêtés portant approbation d'un contrat de gestion ou de son adaptation sont publiés au Moniteur belge.
Les dispositions du contrat de gestion sont publiées en annexe de l'arrêté royal, à l'exception de celles qui contiennent des secrets industriels ou commerciaux.
Les dispositions du contrat de gestion sont publiées en annexe de l'arrêté royal, à l'exception de celles qui contiennent des secrets industriels ou commerciaux.
HOOFDSTUK V. - Controle.
CHAPITRE V. - Contrôle.
Art.18. § 1. De Nationale Loterij is onderworpen aan de controle van de minister en, wat de beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag betreft, van de minister van Begroting. Deze controle wordt uitgeoefend door tussenkomst van twee regeringscommissarissen.
De regeringscommissarissen worden benoemd en ontslagen door de Koning. Eén commissaris wordt benoemd op voordracht van de minister, de andere op voordracht van de minister van Begroting.
De minister en de minister van Begroting wijzen elk een plaatsvervanger aan voor het geval de regeringscommissaris die zij voorgedragen hebben zou verhinderd zijn.
De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de regeringscommissarissen, de procedure in geval van onenigheid tussen de betrokken ministers en de bezoldiging van de regeringscommissarissen. Deze bezoldigingen komen ten laste van de Nationale Loterij.
§ 2. De regeringscommissarissen waken over de naleving van de wet, het organiek statuut van de Nationale Loterij en het beheerscontract bedoeld in artikel 14. Zij zien er inzonderheid op toe dat het door de Nationale Loterij gevoerde beleid de uitvoering van de taken van openbare dienst niet in het gedrang brengt.
De regeringscommissarissen brengen verslag uit bij de minister, bij de minister van Begroting en bij de minister van Financiën aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur of het directiecomité die een rechtstreekse of onrechtstreekse weerslag kunnen hebben op de begroting van het Rijk.
§ 3. De regeringscommissarissen worden uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur en van het directiecomité en hebben er een raadgevende stem. Zij kunnen te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van de Nationale Loterij. Zij kunnen van de leden van de raad van bestuur, van het directiecomité, van de gemachtigden en de personeelsleden van de Nationale Loterij alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun mandaat.
De Nationale Loterij stelt de menselijke en materiële middelen ter beschikking van de regeringscommissarissen die nodig zijn voor de uitvoering van hun mandaat.
§ 4. Iedere regeringscommissaris kan binnen een termijn van vier vrije dagen beroep aantekenen bij de minister die hem heeft voorgedragen tegen elke beslissing die hij strijdig acht met de wet, met het organiek statuut of met het beheerscontract.
Deze termijn gaat in de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voorzover de regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd, en in het tegenovergestelde geval, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen. Het beroep is opschortend.
Heeft de betrokken minister, binnen een termijn van acht vrije dagen ingaand dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, de nietigverklaring niet uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief.
De betrokken minister betekent de nietigverklaring aan het bestuursorgaan.
§ 5. Elk jaar brengt de raad van bestuur verslag uit bij de minister over de uitvoering door de Nationale Loterij van haar taken van openbare dienst.
§ 6. Elk jaar brengt de minister verslag uit bij de federale Wetgevende Kamers betreffende de werking van de Nationale Loterij.
De regeringscommissarissen worden benoemd en ontslagen door de Koning. Eén commissaris wordt benoemd op voordracht van de minister, de andere op voordracht van de minister van Begroting.
De minister en de minister van Begroting wijzen elk een plaatsvervanger aan voor het geval de regeringscommissaris die zij voorgedragen hebben zou verhinderd zijn.
De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de regeringscommissarissen, de procedure in geval van onenigheid tussen de betrokken ministers en de bezoldiging van de regeringscommissarissen. Deze bezoldigingen komen ten laste van de Nationale Loterij.
§ 2. De regeringscommissarissen waken over de naleving van de wet, het organiek statuut van de Nationale Loterij en het beheerscontract bedoeld in artikel 14. Zij zien er inzonderheid op toe dat het door de Nationale Loterij gevoerde beleid de uitvoering van de taken van openbare dienst niet in het gedrang brengt.
De regeringscommissarissen brengen verslag uit bij de minister, bij de minister van Begroting en bij de minister van Financiën aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur of het directiecomité die een rechtstreekse of onrechtstreekse weerslag kunnen hebben op de begroting van het Rijk.
§ 3. De regeringscommissarissen worden uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur en van het directiecomité en hebben er een raadgevende stem. Zij kunnen te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van de Nationale Loterij. Zij kunnen van de leden van de raad van bestuur, van het directiecomité, van de gemachtigden en de personeelsleden van de Nationale Loterij alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun mandaat.
De Nationale Loterij stelt de menselijke en materiële middelen ter beschikking van de regeringscommissarissen die nodig zijn voor de uitvoering van hun mandaat.
§ 4. Iedere regeringscommissaris kan binnen een termijn van vier vrije dagen beroep aantekenen bij de minister die hem heeft voorgedragen tegen elke beslissing die hij strijdig acht met de wet, met het organiek statuut of met het beheerscontract.
Deze termijn gaat in de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voorzover de regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd, en in het tegenovergestelde geval, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen. Het beroep is opschortend.
Heeft de betrokken minister, binnen een termijn van acht vrije dagen ingaand dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, de nietigverklaring niet uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief.
De betrokken minister betekent de nietigverklaring aan het bestuursorgaan.
§ 5. Elk jaar brengt de raad van bestuur verslag uit bij de minister over de uitvoering door de Nationale Loterij van haar taken van openbare dienst.
§ 6. Elk jaar brengt de minister verslag uit bij de federale Wetgevende Kamers betreffende de werking van de Nationale Loterij.
Art.18. § 1er. La Loterie Nationale est soumise au contrôle du ministre et, pour les décisions ayant un impact budgétaire ou financier, au contrôle du ministre du Budget. Ce contrôle est exercé à l'intervention de deux commissaires du gouvernement.
Les commissaires du gouvernement sont nommés et révoqués par le Roi. Un commissaire est nommé sur proposition du ministre, l'autre sur proposition du ministre du Budget.
Le ministre et le ministre du Budget désignent chacun un suppléant pour le cas où le commissaire du gouvernement qu'ils ont proposé serait empêché.
Le Roi règle l'exercice des missions des commissaires du gouvernement, la procédure en cas de désaccord entre les ministres concernés et la rémunération des commissaires du gouvernement. Ces rémunérationssont à charge de la Loterie Nationale.
§ 2. Les commissaires du gouvernement veillent au respect de la loi, du statut organique de la Loterie Nationale et du contrat de gestion visé à l'article 14. Ils s'assurent, en particulier, de ce que la politique de la Loterie Nationale ne porte pas préjudice à l'exécution des tâches de service public.
Les commissaires du gouvernement font rapport au ministre, au ministre du Budget et au ministre des Finances sur toutes les décisions du conseil d'administration ou du comité de direction qui, directement ou indirectement, peuvent avoir une incidence sur le budget de l'Etat.
§ 3. Les commissaires du gouvernement sont invités à toutes les réunions du conseil d'administration et du comité de direction et y siègent avec voix consultative. Ils peuvent, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures de la Loterie Nationale. Ils peuvent requérir des administrateurs, des membres du comité de direction, des préposés et des membres du personnel de la Loterie nationale toutes explications et informations et procéder à toutes les vérifications qui leur paraissent nécessaires pour l'exécution de leur mandat.
La Loterie Nationale met à la disposition des commissaires du gouvernement les ressources humaines et matérielles nécessaires à l'exécution de leur mandat.
§ 4. Chaque commissaire du gouvernement peut, dans un délai de quatre jours francs, introduire un recours auprès du ministre qui l'a proposé contre toute décision qu'il estime contraire à la loi, au statut organique ou au contrat de gestion.
Ce délai court à partir du jour de la réunion au cours de laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en a reçu connaissance. Le recours est suspensif.
Si, dans un délai de huit jours francs commençant le même jour que le délai visé à l'alinéa 1er, le ministre concerné n'a pas prononcé l'annulation, la décision devient définitive.
Le ministre concerné notifie l'annulation à l'organe de gestion.
§ 5. Chaque année, le conseil d'administration fait rapport au ministre sur l'accomplissement par la Loterie nationale de ses tâches de service public.
§ 6. Chaque année, le ministre fait rapport aux Chambres législatives fédérales sur le fonctionnement de la Loterie nationale.
Les commissaires du gouvernement sont nommés et révoqués par le Roi. Un commissaire est nommé sur proposition du ministre, l'autre sur proposition du ministre du Budget.
Le ministre et le ministre du Budget désignent chacun un suppléant pour le cas où le commissaire du gouvernement qu'ils ont proposé serait empêché.
Le Roi règle l'exercice des missions des commissaires du gouvernement, la procédure en cas de désaccord entre les ministres concernés et la rémunération des commissaires du gouvernement. Ces rémunérationssont à charge de la Loterie Nationale.
§ 2. Les commissaires du gouvernement veillent au respect de la loi, du statut organique de la Loterie Nationale et du contrat de gestion visé à l'article 14. Ils s'assurent, en particulier, de ce que la politique de la Loterie Nationale ne porte pas préjudice à l'exécution des tâches de service public.
Les commissaires du gouvernement font rapport au ministre, au ministre du Budget et au ministre des Finances sur toutes les décisions du conseil d'administration ou du comité de direction qui, directement ou indirectement, peuvent avoir une incidence sur le budget de l'Etat.
§ 3. Les commissaires du gouvernement sont invités à toutes les réunions du conseil d'administration et du comité de direction et y siègent avec voix consultative. Ils peuvent, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures de la Loterie Nationale. Ils peuvent requérir des administrateurs, des membres du comité de direction, des préposés et des membres du personnel de la Loterie nationale toutes explications et informations et procéder à toutes les vérifications qui leur paraissent nécessaires pour l'exécution de leur mandat.
La Loterie Nationale met à la disposition des commissaires du gouvernement les ressources humaines et matérielles nécessaires à l'exécution de leur mandat.
§ 4. Chaque commissaire du gouvernement peut, dans un délai de quatre jours francs, introduire un recours auprès du ministre qui l'a proposé contre toute décision qu'il estime contraire à la loi, au statut organique ou au contrat de gestion.
Ce délai court à partir du jour de la réunion au cours de laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en a reçu connaissance. Le recours est suspensif.
Si, dans un délai de huit jours francs commençant le même jour que le délai visé à l'alinéa 1er, le ministre concerné n'a pas prononcé l'annulation, la décision devient définitive.
Le ministre concerné notifie l'annulation à l'organe de gestion.
§ 5. Chaque année, le conseil d'administration fait rapport au ministre sur l'accomplissement par la Loterie nationale de ses tâches de service public.
§ 6. Chaque année, le ministre fait rapport aux Chambres législatives fédérales sur le fonctionnement de la Loterie nationale.
Art.19. Wanneer de naleving van de wet, van het organiek statuut of van het beheerscontract het eist, kan de minister of de door de minister voorgedragen regeringscommissaris het bevoegde bestuursorgaan verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid.
Art.19. Lorsque le respect de la loi, du statut organique ou du contrat de gestion le requiert, le ministre ou le commissaire du gouvernement proposé par le ministre peut requérir de l'organe de gestion compétent de délibérer, dans le délai qu'il fixe, sur toute question qu'il détermine.
Art.20. § 1. De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid, vanuit het oogpunt van de wet en van het organiek statuut, van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening, wordt in de Nationale Loterij opgedragen aan een college van commissarissen dat drie leden telt. De leden van het college voeren de titel van commissaris.
§ 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de opdracht, de actiemiddelen en het statuut van de commissarissen vaststellen.
§ 3. Eén commissaris wordt benoemd door het Rekenhof en twee commissarissen door de algemene vergadering. De commissaris benoemd door het Rekenhof wordt aangewezen onder de leden van het Rekenhof. De overige commissarissen worden aangewezen onder de leden, natuurlijke personen of rechtspersonen, van het Instituut der bedrijfsrevisoren.
§ 4. De commissarissen worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Op straf van schadevergoeding kunnen zij tijdens hun opdracht alleen om wettige redenen worden ontslagen. Behoudens gewichtige persoonlijke redenen mag een commissaris geen ontslag nemen tenzij ter gelegenheid van de neerlegging van zijn verslag bij de jaarrekening en nadat hij de minister die hem heeft voorgedragen en, in voorkomend geval, de algemene vergadering schriftelijk heeft ingelicht over de beweegredenen van zijn ontslag.
§ 5. De algemene vergadering stelt de bezoldiging vast van de commissarissen. Deze bezoldiging is ten laste van de Nationale Loterij.
§ 6. Het Rekenhof oefent zijn toezicht uit uitsluitend op grond van artikel 34, § 3. De rekenplichtigen van de Nationale Loterij zijn niet onderworpen aan de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
§ 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de opdracht, de actiemiddelen en het statuut van de commissarissen vaststellen.
§ 3. Eén commissaris wordt benoemd door het Rekenhof en twee commissarissen door de algemene vergadering. De commissaris benoemd door het Rekenhof wordt aangewezen onder de leden van het Rekenhof. De overige commissarissen worden aangewezen onder de leden, natuurlijke personen of rechtspersonen, van het Instituut der bedrijfsrevisoren.
§ 4. De commissarissen worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Op straf van schadevergoeding kunnen zij tijdens hun opdracht alleen om wettige redenen worden ontslagen. Behoudens gewichtige persoonlijke redenen mag een commissaris geen ontslag nemen tenzij ter gelegenheid van de neerlegging van zijn verslag bij de jaarrekening en nadat hij de minister die hem heeft voorgedragen en, in voorkomend geval, de algemene vergadering schriftelijk heeft ingelicht over de beweegredenen van zijn ontslag.
§ 5. De algemene vergadering stelt de bezoldiging vast van de commissarissen. Deze bezoldiging is ten laste van de Nationale Loterij.
§ 6. Het Rekenhof oefent zijn toezicht uit uitsluitend op grond van artikel 34, § 3. De rekenplichtigen van de Nationale Loterij zijn niet onderworpen aan de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
Art.20. § 1er. Le contrôle de la situation financière, des comptes annuels et de la régularité, au regard de la loi et du statut organique, des opérations à constater dans les comptes annuels est confié, en ce qui concerne la Loterie nationale, à un collège de commissaires qui compte trois membres. Les membres du collège portent le titre de commissaire.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, préciser la mission, les moyens d'actions et le statut des commissaires.
§ 3. Un commissaire est nommé par la Cour des comptes et deux commissaires sont nommés par l'assemblée générale. Le commissaire nommé par la Cour des comptes est désigné parmi les membres de la Cour des comptes. Les autres commissaires sont désignés parmi les membres, personnes physiques ou morales, de l'Institut des réviseurs d'entreprises.
§ 4. Les commissaires sont nommés pour un terme renouvelable de six ans. Sous peine de dommages-intérêts, ils ne peuvent être révoqués en cours de mandat que pour de justes motifs. Un commissaire ne peut, sans motifs personnels graves, démissionner de ses fonctions qu'à l'occasion du dépôt de son rapport sur les comptes annuels et après avoir explicité par écrit les raisons de sa démission au ministre qui l'a proposé et, le cas échéant, à l'assemblée générale.
§ 5. L'assemblée générale détermine la rémunération des commissaires. Cette rémunération est à charge de la Loterie Nationale.
§ 6. La Cour des comptes exerce son contrôle exclusivement sur la base de l'article 34, § 3. Les comptables de la Loterie Nationale ne sont pas soumis à la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, préciser la mission, les moyens d'actions et le statut des commissaires.
§ 3. Un commissaire est nommé par la Cour des comptes et deux commissaires sont nommés par l'assemblée générale. Le commissaire nommé par la Cour des comptes est désigné parmi les membres de la Cour des comptes. Les autres commissaires sont désignés parmi les membres, personnes physiques ou morales, de l'Institut des réviseurs d'entreprises.
§ 4. Les commissaires sont nommés pour un terme renouvelable de six ans. Sous peine de dommages-intérêts, ils ne peuvent être révoqués en cours de mandat que pour de justes motifs. Un commissaire ne peut, sans motifs personnels graves, démissionner de ses fonctions qu'à l'occasion du dépôt de son rapport sur les comptes annuels et après avoir explicité par écrit les raisons de sa démission au ministre qui l'a proposé et, le cas échéant, à l'assemblée générale.
§ 5. L'assemblée générale détermine la rémunération des commissaires. Cette rémunération est à charge de la Loterie Nationale.
§ 6. La Cour des comptes exerce son contrôle exclusivement sur la base de l'article 34, § 3. Les comptables de la Loterie Nationale ne sont pas soumis à la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
HOOFDSTUK VI. - Samenwerking met de kansspelcommissie.
CHAPITRE VI. - Collaboration avec la commission des jeux de hasard.
Art.21. § 1. De kansspelcommissie, opgericht bij artikel 9 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, [1 de weddenschappen,]1 kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, is belast met de controle op de naleving van de nadere regels, vastgesteld in de uitvoeringsbesluiten, genomen op grond van artikel 3, § 1, tweede lid.
Wanneer de kansspelcommissie van oordeel is dat één of meerdere door de Nationale Loterij aangeboden activiteiten, kansspelen [1 of weddenschappen]1 zijn, wordt op eensluidend advies van de minister en de minister van Justitie de in het eerste lid bedoelde controle in de kansspelinrichtingen uitgebreid tot deze activiteiten. Bij gebrek aan eensluidend advies kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bedoelde activiteiten aan de controle onderwerpen.
De Koning zal, op voorstel van de minister en na advies van de minister van Justitie, de nadere regels bepalen waaronder deze controle zal geschieden.
§ 2. De kansspelcommissie mag echter geen controle uitoefenen bij de Nationale Loterij.
(NOTA : bij arrest nr 33/2004 van 10-03-2004 (B.St. 05-04-2004, p. 18921), heeft het Arbitragehof artikel 21, §2, vernietigd)
§ 3. De kansspelcommissie oefent de bij § 1 voorziene controle uit hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Nationale Loterij.
De voorzitter van de kansspelcommissie brengt de gedelegeerd bestuurder van de Nationale Loterij onverwijld op de hoogte van de gebeurlijke inbreuken vastgesteld ter gelegenheid van de bij § 1 voorziene controles.
§ 4. De voorzitter van de kansspelcommissie en de gedelegeerd bestuurder van de Nationale Loterij ontmoeten elkaar op geregelde tijdstippen, en minstens tweemaal per jaar, om overleg te plegen omtrent de toepassing van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, [1 de weddenschappen,]1 kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers en omtrent de activiteiten van de Nationale Loterij met het oog op het op elkaar afstemmen van het overheidsbeleid inzake de kansspelen en het overheidsbeleid inzake de Nationale Loterij.
Wanneer de kansspelcommissie van oordeel is dat één of meerdere door de Nationale Loterij aangeboden activiteiten, kansspelen [1 of weddenschappen]1 zijn, wordt op eensluidend advies van de minister en de minister van Justitie de in het eerste lid bedoelde controle in de kansspelinrichtingen uitgebreid tot deze activiteiten. Bij gebrek aan eensluidend advies kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bedoelde activiteiten aan de controle onderwerpen.
De Koning zal, op voorstel van de minister en na advies van de minister van Justitie, de nadere regels bepalen waaronder deze controle zal geschieden.
§ 2. De kansspelcommissie mag echter geen controle uitoefenen bij de Nationale Loterij.
(NOTA : bij arrest nr 33/2004 van 10-03-2004 (B.St. 05-04-2004, p. 18921), heeft het Arbitragehof artikel 21, §2, vernietigd)
§ 3. De kansspelcommissie oefent de bij § 1 voorziene controle uit hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Nationale Loterij.
De voorzitter van de kansspelcommissie brengt de gedelegeerd bestuurder van de Nationale Loterij onverwijld op de hoogte van de gebeurlijke inbreuken vastgesteld ter gelegenheid van de bij § 1 voorziene controles.
§ 4. De voorzitter van de kansspelcommissie en de gedelegeerd bestuurder van de Nationale Loterij ontmoeten elkaar op geregelde tijdstippen, en minstens tweemaal per jaar, om overleg te plegen omtrent de toepassing van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, [1 de weddenschappen,]1 kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers en omtrent de activiteiten van de Nationale Loterij met het oog op het op elkaar afstemmen van het overheidsbeleid inzake de kansspelen en het overheidsbeleid inzake de Nationale Loterij.
Art.21. § 1er. La commission des jeux de hasard, instituée par l'article 9 de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, [1 les paris,]1 les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs, est chargée du contrôle du respect des modalités, fixées dans les arrêtés d'exécution, pris sur la base de l'article 3, § 1er, alinéa 2.
Lorsque la commission des jeux de hasard estime qu'une ou plusieurs activités offertes par la Loterie Nationale sont des jeux de hasard [1 ou des paris]1, le contrôle dans les établissements de jeux de hasard visé à l'alinéa 1er est étendu a ces activités sur avis conforme du ministre et du ministre de la Justice. A défaut d'avis conforme, le Roi peut, par arrêté déliberé en Conseil des ministres, soumettre les activités visées au contrôle.
Le Roi fixera, sur la proposition du ministre et après avis du ministre de la Justice, les modalités de ce contrôle.
§ 2. La commission des jeux de hasard ne peut cependant effectuer de controle à la Loterie Nationale.
(NOTE : par son arrêt n° 33/2004 du 10-03-2004 (M.B. 05-04-2004, p. 18926), la Cour d'Arbitrage a annulé l'article 21, §2)
§ 3. La commission des jeux de hasard exerce le contrôle prévu au § 1er soit d'initiative, soit à la demande de la Loterie Nationale.
Le président de la commission des jeux de hasard informe sans délai l'administrateur délégué de la Loterie nationale des infractions éventuelles constatées à l'occasion des contrôles visés au § 1er.
§ 4. Le président de la commission des jeux de hasard et l'administrateur délégué de la Loterie Nationale se rencontrent régulièrement, au moins deux fois par an, afin de se concerter sur l'application de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, [1 les paris,]1 les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs ainsi que sur les activités de la Loterie nationale et ce, en vue de coordonner la politique de l'autorité en matière de jeux de hasard et la politique de l'autorité en matière de la Loterie nationale.
Lorsque la commission des jeux de hasard estime qu'une ou plusieurs activités offertes par la Loterie Nationale sont des jeux de hasard [1 ou des paris]1, le contrôle dans les établissements de jeux de hasard visé à l'alinéa 1er est étendu a ces activités sur avis conforme du ministre et du ministre de la Justice. A défaut d'avis conforme, le Roi peut, par arrêté déliberé en Conseil des ministres, soumettre les activités visées au contrôle.
Le Roi fixera, sur la proposition du ministre et après avis du ministre de la Justice, les modalités de ce contrôle.
§ 2. La commission des jeux de hasard ne peut cependant effectuer de controle à la Loterie Nationale.
(NOTE : par son arrêt n° 33/2004 du 10-03-2004 (M.B. 05-04-2004, p. 18926), la Cour d'Arbitrage a annulé l'article 21, §2)
§ 3. La commission des jeux de hasard exerce le contrôle prévu au § 1er soit d'initiative, soit à la demande de la Loterie Nationale.
Le président de la commission des jeux de hasard informe sans délai l'administrateur délégué de la Loterie nationale des infractions éventuelles constatées à l'occasion des contrôles visés au § 1er.
§ 4. Le président de la commission des jeux de hasard et l'administrateur délégué de la Loterie Nationale se rencontrent régulièrement, au moins deux fois par an, afin de se concerter sur l'application de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, [1 les paris,]1 les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs ainsi que sur les activités de la Loterie nationale et ce, en vue de coordonner la politique de l'autorité en matière de jeux de hasard et la politique de l'autorité en matière de la Loterie nationale.
Änderungen
HOOFDSTUK VII. - De monopolierente en de bestemming van de subsidies van de Nationale Loterij.
CHAPITRE VII. - La rente de monopole et l'affectation des subsides de la Loterie Nationale.
Art.22. [2 In het beheerscontract worden de nadere regels voor de berekening en betaling van de monopolierente, de bijzondere bijdragen en het percentage van de winst voor belastingen vastgesteld dat jaarlijks wordt voorafgenomen en welke bestemd wordt voor de financiering van interventies voor hulpverlening aan en voedselzekerheid in ontwikkelingslanden en voor de doeleinden van openbaar nut, die worden bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en voor de jaarlijkse dotatie, waarvan het bedrag wordt bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, die wordt toegekend aan de Nationale Kas voor Rampenschade en aan de Koning Boudewijnstichting]2.
De Koning bepaalt jaarlijks, op voorstel van de minister en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, volgens de nadere regels zoals vastgesteld in het beheerscontract, de monopolierente welke verschuldigd is door de Nationale Loterij.
De Koning bepaalt jaarlijks, op voorstel van de minister en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, volgens de nadere regels zoals vastgesteld in het beheerscontract, de bedragen die worden toegekend aan de verenigingen en instellingen die Hij aanwijst. Deze bedragen worden " bijzondere bijdragen " genoemd.
De bijzondere bijdragen en het percentage van de winst voor belastingen dat jaarlijks worden vooraf genomen en welke bestemd worden voor doeleinden, omschreven in het eerste lid, worden " subsidies van de Nationale Loterij " genoemd.
De Koning bepaalt jaarlijks, op voorstel van de minister en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, volgens de nadere regels zoals vastgesteld in het beheerscontract, de monopolierente welke verschuldigd is door de Nationale Loterij.
De Koning bepaalt jaarlijks, op voorstel van de minister en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, volgens de nadere regels zoals vastgesteld in het beheerscontract, de bedragen die worden toegekend aan de verenigingen en instellingen die Hij aanwijst. Deze bedragen worden " bijzondere bijdragen " genoemd.
De bijzondere bijdragen en het percentage van de winst voor belastingen dat jaarlijks worden vooraf genomen en welke bestemd worden voor doeleinden, omschreven in het eerste lid, worden " subsidies van de Nationale Loterij " genoemd.
Art.22. [2 Le contrat de gestion fixe les modalités de calcul et de paiement de la rente de monopole, des contributions spéciales et du pourcentage du bénéfice avant impôts qui est prélevé annuellement à des fins de financement d'interventions d'aide à et de sécurité alimentaire dans des pays en voie de développement et de sécurité alimentaire, à des fins d'utilité publique définies par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, et pour la dotation annuelle, dont le montant est fixé par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, qui est octroyée à la Caisse nationale des calamités et à la Fondation Roi Baudouin]2.
Le Roi fixe annuellement, sur proposition du ministre et par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, selon les modalités prévues dans le contrat de gestion, la rente de monopole due par la Loterie Nationale.
Le Roi fixe annuellement, sur proposition du ministre et par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, selon les modalités prévues dans le contrat de gestion, les montants qui sont alloués aux associations et institutions qu'Il désigne. Ces montants sont dénommés " contributions spéciales ".
Les contributions spéciales et le pourcentage du bénéfice avant impôts qui sont prélevés annuellement et sont destinés aux fins définies à l'alinéa 1er, sont dénommés " subsides de la Loterie Nationale ".
Le Roi fixe annuellement, sur proposition du ministre et par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, selon les modalités prévues dans le contrat de gestion, la rente de monopole due par la Loterie Nationale.
Le Roi fixe annuellement, sur proposition du ministre et par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, selon les modalités prévues dans le contrat de gestion, les montants qui sont alloués aux associations et institutions qu'Il désigne. Ces montants sont dénommés " contributions spéciales ".
Les contributions spéciales et le pourcentage du bénéfice avant impôts qui sont prélevés annuellement et sont destinés aux fins définies à l'alinéa 1er, sont dénommés " subsides de la Loterie Nationale ".
Art.23. Overeenkomstig de in artikel 22 bedoelde voorschriften stelt de Koning elk jaar, op voorstel van de minister en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het plan vast voor de verdeling van de subsidies. In het verdeelplan wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende doeleinden van openbaar nut in kwestie. In voorkomend geval kan in het plan de wijze worden bepaald waarop de andere ministers bij de uitvoering ervan zullen worden betrokken.
Art.23. Conformément au prescrit de l'article 22, le Roi établit annuellement, sur proposition du ministre et par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, le plan de répartition des subsides. Le plan de répartition distingue les différentes fins d'utilité publique concernées. Il précise, s'il échet, les modalités selon lesquelles les autres ministres sont associés à sa mise en oeuvre.
Art.24. De minister zorgt conform het verdeelplan voor de bestemming van de subsidies. Evenwel bepaalt de Koning, voordat het in artikel 23 bedoelde plan wordt vastgesteld, de bijzondere bijdragen vermeld in artikel 22, derde lid.
Art.24. Le ministre procède, conformément au plan de répartition, à l'affectation des subsides. Cependant, le Roi fixe les contributions spéciales visées à l'article 22, alinéa 3, avant que le plan visé à l'article 23 soit établi.
Art.25. Het gedeelte van de subsidies dat aan de gemeenschappen en de gewesten toekomt volgens de bepalingen van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt door de Nationale Loterij rechtstreeks aan hen overgedragen.
Art.25. La partie des subsides qui revient aux communautés et régions, selon les dispositions de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des communautés et des régions, est directement transférée par la Loterie nationale aux dites communautés et régions.
Art.26. Met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk, is de minister gemachtigd om een deel van de subsidies van de Nationale Loterij van een bepaald boekjaar te bestemmen vooraleer dat boekjaar is afgesloten.
Met dat doel kan de raad van bestuur van de Nationale Loterij voorschotten ter beschikking stellen van de minister.
Deze voorschotten mogen op 30 juni en op 31 december van het betreffend boekjaar niet hoger zijn dan respectievelijk 50 percent en 80 percent van de in het beheerscontract voorziene subsidies.
Met dat doel kan de raad van bestuur van de Nationale Loterij voorschotten ter beschikking stellen van de minister.
Deze voorschotten mogen op 30 juni en op 31 december van het betreffend boekjaar niet hoger zijn dan respectievelijk 50 percent en 80 percent van de in het beheerscontract voorziene subsidies.
Art.26. En vue de l'application du présent chapitre, le ministre est autorisé à affecter une partie des subsides de la Loterie nationale d'un exercice déterminé avant la clôture de celui-ci.
A cette fin, le conseil d'administration de la Loterie Nationale peut mettre des avances à la disposition du ministre.
Ces avances ne peuvent pas excéder, au 30 juin et au 31 décembre de l'exercice concerné, respectivement 50 pour-cent et 80 pour-cent des subsides prévus dans le contrat de gestion.
A cette fin, le conseil d'administration de la Loterie Nationale peut mettre des avances à la disposition du ministre.
Ces avances ne peuvent pas excéder, au 30 juin et au 31 décembre de l'exercice concerné, respectivement 50 pour-cent et 80 pour-cent des subsides prévus dans le contrat de gestion.
HOOFDSTUK VIII. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions diverses.
Art.27. De prijzen uitbetaald door de Nationale Loterij zijn vrijgesteld van alle belastingen ten bate van de Staat.
Art.27. Les prix attribués par la Loterie Nationale sont exonérés de tout impôt prélevé au profit de l'Etat.
Art.28. Artikel 1965 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing noch op de openbare loterijen noch op de vormen van kansspelen, weddenschappen en wedstrijden die bij de wet zijn toegestaan en die door de Nationale Loterij worden georganiseerd.
Art.28. L'article 1965 du Code civil n'est applicable ni aux loteries publiques, ni aux formes de jeux de hasard, de paris et de concours autorisés par la loi et organisés par la Loterie nationale.
Art.29. § 1. De Nationale Loterij beslist vrij, binnen de grenzen van haar doel, over de verwerving, de aanwending en de vervreemding van haar materiële en immateriële activa, de vestiging of de opheffing van zakelijke rechten op deze goederen, alsmede over de uitvoering van dergelijke beslissingen.
In afwijking van het eerste lid kan het beheerscontract een bedrag bepalen boven hetwelk elke beslissing tot verwerving, oprichting of vervreemding van een onroerend goed of recht onderworpen is aan de voorafgaande machtiging van de minister, in voorkomend geval binnen de termijn die in het beheerscontract wordt bepaald.
§ 2. De Nationale Loterij belast het bevoegde aankoopcomité voor onroerende goederen met het verlijden van de authentieke akten tot overdracht, aanwijzing of vestiging van een onroerend zakelijk recht.
In afwijking van het eerste lid kan het beheerscontract een bedrag bepalen boven hetwelk elke beslissing tot verwerving, oprichting of vervreemding van een onroerend goed of recht onderworpen is aan de voorafgaande machtiging van de minister, in voorkomend geval binnen de termijn die in het beheerscontract wordt bepaald.
§ 2. De Nationale Loterij belast het bevoegde aankoopcomité voor onroerende goederen met het verlijden van de authentieke akten tot overdracht, aanwijzing of vestiging van een onroerend zakelijk recht.
Art.29. § 1er. La Loterie Nationale décide librement, dans les limites de son objet social, de l'acquisition, de l'utilisation et de l'aliénation de ses biens corporels et incorporels, de la constitution ou de la suppression de droits réels sur ces biens, ainsi que de l'exécution de telles décisions.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le contrat de gestion peut déterminer un montant au-delà duquel toute décision d'acquérir, de construire ou d'aliéner un immeuble ou un droit immobilier est soumise à l'autorisation préalable du ministre, le cas échéant, dans le délai fixé dans le contrat de gestion.
§ 2. La Loterie Nationale charge le comite d'acquisition compétent en matière de biens immobiliers de la passation des actes authentiques de transfert, de déclaration ou de constitution d'un droit réel immobilier.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le contrat de gestion peut déterminer un montant au-delà duquel toute décision d'acquérir, de construire ou d'aliéner un immeuble ou un droit immobilier est soumise à l'autorisation préalable du ministre, le cas échéant, dans le délai fixé dans le contrat de gestion.
§ 2. La Loterie Nationale charge le comite d'acquisition compétent en matière de biens immobiliers de la passation des actes authentiques de transfert, de déclaration ou de constitution d'un droit réel immobilier.
Art.30. § 1. De Nationale Loterij is enkel onderworpen aan de toepassing van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten voor de overheidsopdrachten die betrekking hebben op haar taken van openbare dienst. Dit doet geen afbreuk aan de in mededingingstelling voorzien in het kader van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten die geen betrekking hebben op deze zelfde taken doch slaan op één van de werkzaamheden bedoeld door boek I en boek II van genoemde wet van 24 december 1993.
§ 2. De opdrachten voor de aanneming van werken, leveringen en diensten worden gegund bij of krachtens beslissing van de raad van bestuur van de Nationale Loterij. De raad van bestuur duidt de opdrachten aan waarvan de gunning behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van het directiecomité alsmede de opdrachten waarvoor de beslissing door het comité mag worden gedelegeerd.
Voor de opdrachten die verband houden met de uitvoering van taken van openbare dienst kan het beheerscontract de aangelegenheden van strategisch economisch belang aanwijzen waarvoor de gunningsbeslissing, naargelang het bedrag van de opdracht, in afwijking van het eerste lid, is onderworpen aan de goedkeuring van de minister of van het voor overheidsinvesteringen bevoegde ministerieel comité.
Indien de beslissing van de minister of van het ministerieel comité niet overeenstemt met het voorstel van de Nationale Loterij en voor laatstgenoemde leidt tot bijkomende kosten, worden deze kosten gedekt door een gelijkwaardige tegemoetkoming ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Rijk.
§ 2. De opdrachten voor de aanneming van werken, leveringen en diensten worden gegund bij of krachtens beslissing van de raad van bestuur van de Nationale Loterij. De raad van bestuur duidt de opdrachten aan waarvan de gunning behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van het directiecomité alsmede de opdrachten waarvoor de beslissing door het comité mag worden gedelegeerd.
Voor de opdrachten die verband houden met de uitvoering van taken van openbare dienst kan het beheerscontract de aangelegenheden van strategisch economisch belang aanwijzen waarvoor de gunningsbeslissing, naargelang het bedrag van de opdracht, in afwijking van het eerste lid, is onderworpen aan de goedkeuring van de minister of van het voor overheidsinvesteringen bevoegde ministerieel comité.
Indien de beslissing van de minister of van het ministerieel comité niet overeenstemt met het voorstel van de Nationale Loterij en voor laatstgenoemde leidt tot bijkomende kosten, worden deze kosten gedekt door een gelijkwaardige tegemoetkoming ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Rijk.
Art.30. § 1er. La Loterie Nationale n'est soumise à l'application de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services que pour les marchés publics ayant trait à sa tâche de service public. Cela ne porte pas prejudice à la mise en concurrence dans le cadre de la Communauté européenne de certains marchés n'ayant pas trait à ces mêmes tâches, mais se rapportant à une des activités visées par les livres I et II de la loi précitée du 24 décembre 1993.
§ 2. Les marchés de travaux, de fournitures et de services sont passés par ou en vertu d'une décision du conseil d'administration de la Loterie nationale. Le conseil d'administration détermine les marchés pour lesquels le comite de direction est seul compétent et les marchés pour lesquels le comité de direction peut déléguer la décision.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le contrat de gestion peut, pour les marchés ayant trait à la mise en oeuvre de taches de service public, désigner les matières qui sont d'intérêt économique stratégique et pour lesquelles la décision de passer le marché est soumise, selon le montant du marché, à l'approbation du ministre ou du comité ministériel compétent en matière d'investissements publics.
Si la décision du ministre ou du comité ministériel n'est pas conforme à la proposition de la Loterie Nationale et qu'il en résulte pour celle-ci un coût supplémentaire, ce coût supplémentaire devra être couvert par une intervention équivalente à charge du budget général des dépenses de l'Etat.
§ 2. Les marchés de travaux, de fournitures et de services sont passés par ou en vertu d'une décision du conseil d'administration de la Loterie nationale. Le conseil d'administration détermine les marchés pour lesquels le comite de direction est seul compétent et les marchés pour lesquels le comité de direction peut déléguer la décision.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le contrat de gestion peut, pour les marchés ayant trait à la mise en oeuvre de taches de service public, désigner les matières qui sont d'intérêt économique stratégique et pour lesquelles la décision de passer le marché est soumise, selon le montant du marché, à l'approbation du ministre ou du comité ministériel compétent en matière d'investissements publics.
Si la décision du ministre ou du comité ministériel n'est pas conforme à la proposition de la Loterie Nationale et qu'il en résulte pour celle-ci un coût supplémentaire, ce coût supplémentaire devra être couvert par une intervention équivalente à charge du budget général des dépenses de l'Etat.
Art.31. § 1. De Nationale Loterij beslist vrij, binnen de grenzen van haar doel en, in voorkomend geval, overeenkomstig de bepalingen van het beheerscontract betreffende de financiële structuur, over de omvang, de technieken en de voorwaarden van externe financiering.
§ 2. De Nationale Loterij wier leningen bij of krachtens wet van rechtswege de staatswaarborg genieten, heeft, niettegenstaande andersluidende bepalingen, de keuze om al dan niet een beroep te doen op de staatswaarborg voor de leningen die zij aangaat.
§ 3. De Nationale Loterij beslist vrij, binnen de grenzen van haar doel, over de belegging van haar beschikbare gelden in euro. Beleggingen in vreemde munt zijn onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de minister van Financiën, uitgezonderd de verrichtingen in deviezen die commerciële verrichtingen dekken.
Tenzij ter tijdelijke dekking van kasbehoeften wendt de Nationale Loterij geen middelen aan, afkomstig van Rijkstoelagen of van inkomsten uit prestaties van openbare dienst, voor de ontwikkeling, financiering of uitbating van activiteiten andere dan deze in het kader van haar taken van openbare dienst.
§ 2. De Nationale Loterij wier leningen bij of krachtens wet van rechtswege de staatswaarborg genieten, heeft, niettegenstaande andersluidende bepalingen, de keuze om al dan niet een beroep te doen op de staatswaarborg voor de leningen die zij aangaat.
§ 3. De Nationale Loterij beslist vrij, binnen de grenzen van haar doel, over de belegging van haar beschikbare gelden in euro. Beleggingen in vreemde munt zijn onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de minister van Financiën, uitgezonderd de verrichtingen in deviezen die commerciële verrichtingen dekken.
Tenzij ter tijdelijke dekking van kasbehoeften wendt de Nationale Loterij geen middelen aan, afkomstig van Rijkstoelagen of van inkomsten uit prestaties van openbare dienst, voor de ontwikkeling, financiering of uitbating van activiteiten andere dan deze in het kader van haar taken van openbare dienst.
Art.31. § 1er. La Loterie Nationale décide librement, dans les limites de son objet social et, le cas échéant, conformément aux dispositions de son contrat de gestion en ce qui concerne sa structure financière, de l'étendue, des techniques et des conditions de son financement externe.
§ 2. La Loterie Nationale dont les emprunts bénéficient de plein droit de la garantie de l'Ntat par ou en vertu d'une loi peut, nonobstant toute disposition contraire, choisir de faire appel ou non à la garantie de l'Etat pour les emprunts qu'elle contracte.
§ 3. La Loterie Nationale décide librement, dans les limites de son objet social, du placement de ses fonds disponibles en euro. Les placements en devises sont soumis à l'autorisation préalable du ministre des Finances, à l'exception des opérations en devises couvrant des opérations commerciales.
A l'exception de la couverture temporaire de besoins de trésorerie, la Loterie Nationale n'utilise pas de moyens provenant de subventions de l'Etat ou de revenus de prestations de service public, pour le développement, le financement ou l'exploitation d'activités autres que celles exercées dans le cadre de ses tâches de service public.
§ 2. La Loterie Nationale dont les emprunts bénéficient de plein droit de la garantie de l'Ntat par ou en vertu d'une loi peut, nonobstant toute disposition contraire, choisir de faire appel ou non à la garantie de l'Etat pour les emprunts qu'elle contracte.
§ 3. La Loterie Nationale décide librement, dans les limites de son objet social, du placement de ses fonds disponibles en euro. Les placements en devises sont soumis à l'autorisation préalable du ministre des Finances, à l'exception des opérations en devises couvrant des opérations commerciales.
A l'exception de la couverture temporaire de besoins de trésorerie, la Loterie Nationale n'utilise pas de moyens provenant de subventions de l'Etat ou de revenus de prestations de service public, pour le développement, le financement ou l'exploitation d'activités autres que celles exercées dans le cadre de ses tâches de service public.
Art.32. De Nationale Loterij kan dadingen en overeenkomsten tot arbitrage sluiten. Elke overeenkomst tot arbitrage met natuurlijke personen, die geen handelaar zijn, en die gesloten is alvorens het geschil is gerezen, is echter nietig.
Art.32. La Loterie Nationale peut transiger et conclure des conventions d'arbitrage. Toutefois, toute convention d'arbitrage conclue avant la naissance du différend, avec des personnes physiques, qui ne sont pas des commerçants, est nulle.
Art.33. De raad van bestuur van de Nationale Loterij stelt elk jaar een ondernemingsplan op dat de doelstellingen en de strategie op halflange termijn van de Nationale Loterij vastlegt.
De onderdelen van het ondernemingsplan die de uitvoering van de taken van openbare dienst betreffen, worden ter informatie medegedeeld aan het paritair comité bij de Nationale Loterij. Zij worden voor toetsing aan de bepalingen van het beheerscontract ter goedkeuring voorgelegd aan de minister. De overige onderdelen worden ter informatie aan de minister medegedeeld.
De onderdelen van het ondernemingsplan die de uitvoering van de taken van openbare dienst betreffen, worden ter informatie medegedeeld aan het paritair comité bij de Nationale Loterij. Zij worden voor toetsing aan de bepalingen van het beheerscontract ter goedkeuring voorgelegd aan de minister. De overige onderdelen worden ter informatie aan de minister medegedeeld.
Art.33. Le conseil d'administration de la Loterie nationale établit chaque année un plan d'entreprise fixant les objectifs et la stratégie à moyen terme de la Loterie nationale.
Les éléments du plan d'entreprise qui concernent l'exécution des tâches de service public sont communiqués pour information à la commission paritaire auprès de la Loterie nationale. Ils sont soumis à l'approbation du ministre pour évaluation au regard des dispositions du contrat de gestion. Les autres éléments sont communiqués pour information au ministre.
Les éléments du plan d'entreprise qui concernent l'exécution des tâches de service public sont communiqués pour information à la commission paritaire auprès de la Loterie nationale. Ils sont soumis à l'approbation du ministre pour évaluation au regard des dispositions du contrat de gestion. Les autres éléments sont communiqués pour information au ministre.
Art.34. § 1. De Nationale Loterij is onderworpen aan de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen. Zij voert haar boekhouding per kalenderjaar. Zij voorziet in een afzonderlijk stelsel van rekeningen voor de activiteiten die verband houden met haar taken van openbare dienst, enerzijds, en haar andere activiteiten, anderzijds.
De bijlage bij de jaarrekening bevat een samenvattende staat van de rekeningen betreffende de taken van openbare dienst en een desbetreffende commentaar. De Koning kan algemene of bijzondere regelen bepalen inzake de vorm en inhoud van deze samenvattende staat en deze commentaar.
§ 2. Elk jaar maakt de raad van bestuur een inventaris op, alsmede de jaarrekening en een jaarverslag. Het jaarverslag bevat de informatie bepaald in artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen.
§ 3. De raad van bestuur zendt, vóór 30 april van het jaar volgend op het betrokken boekjaar, de jaarrekening tezamen met het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen, over aan de minister, alsmede aan de minister van Begroting.
De minister zendt de in het eerste lid bedoelde stukken vóór 31 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar ter nazicht over aan het Rekenhof.
Het Rekenhof kan door bemiddeling van zijn vertegenwoordiger in het college van commissarissen een toezicht ter plaatse organiseren op de rekeningen en verrichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van de taken van openbare dienst. Het Hof kan de rekeningen in zijn Boek van opmerkingen bekendmaken.
Vóór dezelfde datum deelt de minister de in het eerste lid bedoelde stukken mee aan de federale Wetgevende Kamers.
De bijlage bij de jaarrekening bevat een samenvattende staat van de rekeningen betreffende de taken van openbare dienst en een desbetreffende commentaar. De Koning kan algemene of bijzondere regelen bepalen inzake de vorm en inhoud van deze samenvattende staat en deze commentaar.
§ 2. Elk jaar maakt de raad van bestuur een inventaris op, alsmede de jaarrekening en een jaarverslag. Het jaarverslag bevat de informatie bepaald in artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen.
§ 3. De raad van bestuur zendt, vóór 30 april van het jaar volgend op het betrokken boekjaar, de jaarrekening tezamen met het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen, over aan de minister, alsmede aan de minister van Begroting.
De minister zendt de in het eerste lid bedoelde stukken vóór 31 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar ter nazicht over aan het Rekenhof.
Het Rekenhof kan door bemiddeling van zijn vertegenwoordiger in het college van commissarissen een toezicht ter plaatse organiseren op de rekeningen en verrichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van de taken van openbare dienst. Het Hof kan de rekeningen in zijn Boek van opmerkingen bekendmaken.
Vóór dezelfde datum deelt de minister de in het eerste lid bedoelde stukken mee aan de federale Wetgevende Kamers.
Art.34. § 1er. La Loterie Nationale est soumise à la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises. Elle établit sa comptabilité par année civile. Elle établit un système distinct de comptes pour les activités ayant trait à ses tâches de service public, d'une part, et pour ses autres activités, d'autre part.
L'annexe des comptes annuels contient un état récapitulatif des comptes relatifs aux tâches de service public et un commentaire à ce sujet. Le Roi peut arrêter des règles générales ou particulières relatives à la forme et au contenu de cet état récapitulatif et de ce commentaire.
§ 2. Chaque année, le conseil d'administration dresse un inventaire et établit les comptes annuels et un rapport de gestion. Le rapport de gestion contient les informations visées à l'article 96 du Code des sociétes.
§ 3. Le Conseil d'administration communique les comptes annuels, accompagnés du rapport de gestion et du rapport du collège des commissaires, au ministre et au ministre du Budget, avant le 30 avril de l'année suivant l'exercice concerné.
Avant le 31 mai de l'année suivant l'exercice concerné, le ministre communique les documents visés à l'alinéa 1er à la Cour des comptes pour vérification.
La Cour des comptes peut, à l'intervention de son représentant au collège des commissaires, organiser un contrôle sur place des comptes et opérations ayant trait à l'exécution des tâches de service public. La Cour peut publier les comptes dans son Cahier d'observations.
Avant la même date, le ministre communique les documents visés a l'alinéa 1er aux Chambres législatives fédérales.
L'annexe des comptes annuels contient un état récapitulatif des comptes relatifs aux tâches de service public et un commentaire à ce sujet. Le Roi peut arrêter des règles générales ou particulières relatives à la forme et au contenu de cet état récapitulatif et de ce commentaire.
§ 2. Chaque année, le conseil d'administration dresse un inventaire et établit les comptes annuels et un rapport de gestion. Le rapport de gestion contient les informations visées à l'article 96 du Code des sociétes.
§ 3. Le Conseil d'administration communique les comptes annuels, accompagnés du rapport de gestion et du rapport du collège des commissaires, au ministre et au ministre du Budget, avant le 30 avril de l'année suivant l'exercice concerné.
Avant le 31 mai de l'année suivant l'exercice concerné, le ministre communique les documents visés à l'alinéa 1er à la Cour des comptes pour vérification.
La Cour des comptes peut, à l'intervention de son représentant au collège des commissaires, organiser un contrôle sur place des comptes et opérations ayant trait à l'exécution des tâches de service public. La Cour peut publier les comptes dans son Cahier d'observations.
Avant la même date, le ministre communique les documents visés a l'alinéa 1er aux Chambres législatives fédérales.
Art.35. § 1. [1 De personeelsleden van de Nationale Loterij worden aangeworven bij arbeidscontract onderworpen aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.]1
Onverminderd de bepalingen van de artikelen 9, 10 en 11 bepaalt de raad van bestuur, op voorstel van het directiecomité, de personeelsformatie [1 ...]1, en met name :
1° de samenstelling van het personeel;
2° de voorschriften betreffende de indienstneming, de bevordering, de bezoldigingsregeling [1 ...]1 en de regeling van de aanvullende pensioenen die gelden voor de arbeidsovereenkomsten gesloten met de personeelsleden.
[1 ...]1
[1 ...]1
De personeelsleden van de Nationale Loterij worden in dienst genomen bij of krachtens beslissing van de raad van bestuur.
§ 2. Met toepassing van artikel 35 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, richt de Koning een paritair comité op voor de bij de Nationale Loterij en bij haar dochterondernemingen tewerkgestelde werknemers.
§ 3. [1 Naast personeelsleden aangeworven op basis van een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in paragraaf 1, kan de Nationale Loterij statutaire personeelsleden van overheidsdiensten in dienst nemen die daartoe zijn aangewezen of gedetacheerd door hun dienst van oorsprong, en dit onder het regime van een arbeidscontract zoals datgene waarin § 1 voorziet.]1
[1 Deze aangewezen of gedetacheerde personeelsleden blijven onderworpen aan de regels van toepassing op hun overheidsdienst of status van oorsprong, wat betreft hun verworven rechten, de regels die hen toelaten om te werken voor de Nationale Loterij bij arbeidsovereenkomst en de regels die hun administratieve stand bepalen en hun gevolgen.]1
Onverminderd de bepalingen van de artikelen 9, 10 en 11 bepaalt de raad van bestuur, op voorstel van het directiecomité, de personeelsformatie [1 ...]1, en met name :
1° de samenstelling van het personeel;
2° de voorschriften betreffende de indienstneming, de bevordering, de bezoldigingsregeling [1 ...]1 en de regeling van de aanvullende pensioenen die gelden voor de arbeidsovereenkomsten gesloten met de personeelsleden.
[1 ...]1
[1 ...]1
De personeelsleden van de Nationale Loterij worden in dienst genomen bij of krachtens beslissing van de raad van bestuur.
§ 2. Met toepassing van artikel 35 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, richt de Koning een paritair comité op voor de bij de Nationale Loterij en bij haar dochterondernemingen tewerkgestelde werknemers.
§ 3. [1 Naast personeelsleden aangeworven op basis van een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in paragraaf 1, kan de Nationale Loterij statutaire personeelsleden van overheidsdiensten in dienst nemen die daartoe zijn aangewezen of gedetacheerd door hun dienst van oorsprong, en dit onder het regime van een arbeidscontract zoals datgene waarin § 1 voorziet.]1
[1 Deze aangewezen of gedetacheerde personeelsleden blijven onderworpen aan de regels van toepassing op hun overheidsdienst of status van oorsprong, wat betreft hun verworven rechten, de regels die hen toelaten om te werken voor de Nationale Loterij bij arbeidsovereenkomst en de regels die hun administratieve stand bepalen en hun gevolgen.]1
Art.35. § 1er. [1 Les membres du personnel de la Loterie Nationale sont engagés par contrat de travail soumis à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.]1
Sans préjudice des dispositions des articles 9, 10 et 11, le conseil d'administration fixe, sur proposition du comité de direction, le cadre [1 ...]1 du personnel, et notamment :
1° la composition du personnel;
2° les directives relatives à l'engagement, à la promotion, à la réglementation des rémunérations [1 ...]1 et a la réglementation en matière de pension complémentaire en vigueur pour les contrats de travail conclus avec les membres du personnel.
[1 ...]1
[1 ...]1
Les membres du personnel de la Loterie Nationale sont engages par ou en vertu d'une décision du conseil d'administration.
§ 2. En application de l'article 35 de la loi du 5 décembre 1968 relative aux conventions collectives de travail et aux commissions paritaires, le Roi institue une commission paritaire pour les travailleurs employés par la Loterie nationale et ses filiales.
§ 3.[1 A côté des membres du personnel recrutés sur la base d'un contrat de travail visé au § 1er, la Loterie Nationale peut employer des agents statutaires de services publics qui ont été désignés ou détachés à cet effet par leur service d'origine, et ce sous le régime d'un contrat de travail tel que prévu au § 1er.]1
[1 Ces membres du personnel désignés ou détachés restent soumis aux règles d'application à leur service publique ou statut d'origine, en ce qui concerne leurs droits acquis, les règles qui les autorisent à rejoindre la Loterie Nationale sous contrat de travail et les règles fixant leur position administrative et ses conséquences.]1
Sans préjudice des dispositions des articles 9, 10 et 11, le conseil d'administration fixe, sur proposition du comité de direction, le cadre [1 ...]1 du personnel, et notamment :
1° la composition du personnel;
2° les directives relatives à l'engagement, à la promotion, à la réglementation des rémunérations [1 ...]1 et a la réglementation en matière de pension complémentaire en vigueur pour les contrats de travail conclus avec les membres du personnel.
[1 ...]1
[1 ...]1
Les membres du personnel de la Loterie Nationale sont engages par ou en vertu d'une décision du conseil d'administration.
§ 2. En application de l'article 35 de la loi du 5 décembre 1968 relative aux conventions collectives de travail et aux commissions paritaires, le Roi institue une commission paritaire pour les travailleurs employés par la Loterie nationale et ses filiales.
§ 3.[1 A côté des membres du personnel recrutés sur la base d'un contrat de travail visé au § 1er, la Loterie Nationale peut employer des agents statutaires de services publics qui ont été désignés ou détachés à cet effet par leur service d'origine, et ce sous le régime d'un contrat de travail tel que prévu au § 1er.]1
[1 Ces membres du personnel désignés ou détachés restent soumis aux règles d'application à leur service publique ou statut d'origine, en ce qui concerne leurs droits acquis, les règles qui les autorisent à rejoindre la Loterie Nationale sous contrat de travail et les règles fixant leur position administrative et ses conséquences.]1
Änderungen
Art.36. De foto- of microfotokopieën en de magnetische of elektronische kopieën van de producten van de Nationale Loterij die overeenkomstig artikel 3 zijn uitgebracht, hebben, behoudens tegenbewijs, dezelfde bewijskracht als de originelen, voorzover die kopieën door de Nationale Loterij of onder haar toezicht worden gemaakt.
Ook elke informatiedrager waarop de gedematerialiseerde deelneming aan de Nationale Loterij wordt bewaard in de vormen bepaald in artikel 3 heeft, behoudens tegenbewijs, dezelfde bewijskracht als de originelen.
Ook elke informatiedrager waarop de gedematerialiseerde deelneming aan de Nationale Loterij wordt bewaard in de vormen bepaald in artikel 3 heeft, behoudens tegenbewijs, dezelfde bewijskracht als de originelen.
Art.36. Les photocopies et microphotocopies et les copies sur support magnétique ou électronique des produits de la Loterie nationale, émis conformément à l'article 3, font foi comme les originaux, sauf preuve contraire, pour autant que ces reproductions soient faites par la Loterie nationale ou sous son contrôle.
Fait également foi comme l'original, sauf preuve contraire, tout support informatique sur lequel est conservée la participation dématérialisée à la Loterie Nationale dans les formes prévues à l'article 3.
Fait également foi comme l'original, sauf preuve contraire, tout support informatique sur lequel est conservée la participation dématérialisée à la Loterie Nationale dans les formes prévues à l'article 3.
Art.37. Hij die, met schending van de ter uitvoering van deze wet vastgestelde reglementen, enige titel van deelneming aan de in artikel 3 bedoelde verrichtingen alsook enig voordeel dat aan die titel is verbonden, overdraagt, verwerft of te koop aanbiedt, wordt gestraft met een geldboete van 26 EUR tot 200 EUR.
Met dezelfde straffen wordt gestraft :
1° hij die, zonder toestemming van de Nationale Loterij, een gemeenschappelijke inzet organiseert en/ of eraan deelneemt met het oog op de deelneming aan een van de in artikel 3 bedoelde verrichtingen wanneer hij er een ander voordeel uithaalt dan de loten die het gevolg zijn van de deelname aan de verrichting;
2° hij die, zonder toestemming van de Nationale Loterij, de spelresultaten van de in artikel 3 bedoelde verrichtingen aanwendt voor handelsdoeleinden.
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.
Met dezelfde straffen wordt gestraft :
1° hij die, zonder toestemming van de Nationale Loterij, een gemeenschappelijke inzet organiseert en/ of eraan deelneemt met het oog op de deelneming aan een van de in artikel 3 bedoelde verrichtingen wanneer hij er een ander voordeel uithaalt dan de loten die het gevolg zijn van de deelname aan de verrichting;
2° hij die, zonder toestemming van de Nationale Loterij, de spelresultaten van de in artikel 3 bedoelde verrichtingen aanwendt voor handelsdoeleinden.
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.
Art.37. Quiconque cède, acquiert ou offre en vente, en infraction aux règlements pris en exécution de la présente loi, tout titre de participation aux opérations visées à l'article 3 ainsi que tout avantage relatif à ce titre, est puni d'une amende de 26 EUR à 200 EUR.
Est puni des mêmes peines :
1° quiconque organise et/ou participe, sans autorisation de la Loterie Nationale, à une mise en commun en vue de participer à l'une des opérations visées a l'article 3 lorsqu'il en retire un avantage autre que les lots résultant de la participation à l'opération;
2° quiconque utilise à des fins commerciales, sans autorisation de la Loterie Nationale, les résultats de jeu des opérations visées à l'article 3.
Les dispositions du livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article.
Est puni des mêmes peines :
1° quiconque organise et/ou participe, sans autorisation de la Loterie Nationale, à une mise en commun en vue de participer à l'une des opérations visées a l'article 3 lorsqu'il en retire un avantage autre que les lots résultant de la participation à l'opération;
2° quiconque utilise à des fins commerciales, sans autorisation de la Loterie Nationale, les résultats de jeu des opérations visées à l'article 3.
Les dispositions du livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par le présent article.
Art. 37/1. [1 Het is minderjarigen verboden om deel te nemen aan de openbare loterijen georganiseerd door de Nationale Loterij.
De leeftijdscontrole op de automaten die door de Nationale Loterij worden uitgebaat, geschiedt op basis van e-ID of een andere technologie die eenzelfde niveau van veiligheidswaarborg biedt.
Met voormelde automaten worden bedoeld de individuele fysieke machines die, tegen betaling, spelen van openbare loterijen zonder tussenkomst van een verkoper verdelen.]1
De leeftijdscontrole op de automaten die door de Nationale Loterij worden uitgebaat, geschiedt op basis van e-ID of een andere technologie die eenzelfde niveau van veiligheidswaarborg biedt.
Met voormelde automaten worden bedoeld de individuele fysieke machines die, tegen betaling, spelen van openbare loterijen zonder tussenkomst van een verkoper verdelen.]1
Art. 37/1. [1 La participation aux loteries publiques organisées par la Loterie Nationale est interdite aux mineurs.
Le contrôle de l'âge sur les automates qui sont exploités par la Loterie Nationale, s'effectue sur la base de l'e-ID ou d'une autre technologie pouvant effectuer ce contrôle et offrant un même niveau de garantie de sécurité.
Sont visées par les automates susmentionnés les machines physiques individuelles qui, contre paiement, distribuent des jeux de loteries publiques sans l'intervention d'un vendeur.]1
Le contrôle de l'âge sur les automates qui sont exploités par la Loterie Nationale, s'effectue sur la base de l'e-ID ou d'une autre technologie pouvant effectuer ce contrôle et offrant un même niveau de garantie de sécurité.
Sont visées par les automates susmentionnés les machines physiques individuelles qui, contre paiement, distribuent des jeux de loteries publiques sans l'intervention d'un vendeur.]1
Art.37/2. [1 Een belanghebbende derde of een derde in rechte aangewezen heeft het recht te vragen om een speler, die een spelersrekening heeft overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 november 2009 tot bepaling van de algemene deelnemingsvoorschriften aan de openbare loterijen en wedstrijden georganiseerd door de Nationale Loterij met behulp van de instrumenten van de informatiemaatschappij, de toegang te laten ontzeggen tot een deel of het geheel aan voorgestelde spelen op afstand van de Nationale Loterij. De Koning voorziet in een procedure voor de ontzegging van de toegang en voor de opheffing van de ontzegging van de toegang.]1
Art. 37/2. [1 Un tiers intéressé ou désigné en justice peut également demander qu'un joueur, qui a un compte joueur conformément à l'arrêté royal du 24 novembre 2009 fixant les modalités générales de la participation aux loteries publiques et concours organisés par la Loterie Nationale au moyen des outils de la société de l'information, se fasse interdire l'accès à une partie ou à la totalité des jeux à distance proposés par la Loterie Nationale. Le Roi prévoit une procédure pour l'interdiction d'accès et pour lever l'interdiction d'accès.]1
HOOFDSTUK IX. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions modificatives, abrogatoires, et transitoires.
Art.38. Artikel 1 van de wet van 26 juni 1963 betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten, vervangen bij de wet van 28 december 1973, wordt aangevuld met het volgende lid :
" Deze wet is niet van toepassing op de weddenschappen georganiseerd door de Nationale Loterij. "
" Deze wet is niet van toepassing op de weddenschappen georganiseerd door de Nationale Loterij. "
Art.38. L'article 1er de la loi du 26 juin 1963 relative à l'encouragement de l'éducation physique, de la pratique des sports et de la vie en plein air ainsi qu'au contrôle des entreprises qui organisent des concours de paris sur les résultats d'épreuves sportives, remplacé par la loi du 28 décembre 1973, est complété par l'alinéa suivant :
" La présente loi n'est pas applicable aux paris organisés par la Loterie Nationale. "
" La présente loi n'est pas applicable aux paris organisés par la Loterie Nationale. "
Art.39. In de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende :
" Art. 3bis . Deze wet is niet van toepassing op de loterijen in de zin van de wet van 31 december 1851 op de loterijen en van de artikelen 301, 302, 303 en 304 van het Strafwetboek, noch op de openbare loterijen, weddenschappen en wedstrijden bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij.
Met uitzondering van de artikelen 7, 8, 39, 58, 59 en 60 en de strafrechtelijke bepalingen van hoofdstuk VII die betrekking hebben op deze artikelen, is deze wet niet van toepassing op de kansspelen bedoeld in artikel 3, § 1, tweede lid, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij. "
" Art. 3bis . Deze wet is niet van toepassing op de loterijen in de zin van de wet van 31 december 1851 op de loterijen en van de artikelen 301, 302, 303 en 304 van het Strafwetboek, noch op de openbare loterijen, weddenschappen en wedstrijden bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij.
Met uitzondering van de artikelen 7, 8, 39, 58, 59 en 60 en de strafrechtelijke bepalingen van hoofdstuk VII die betrekking hebben op deze artikelen, is deze wet niet van toepassing op de kansspelen bedoeld in artikel 3, § 1, tweede lid, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij. "
Art.39. Un article 3bis , rédigé comme suit, est inséré dans la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs :
" Art. 3bis . La présente loi ne s'applique pas aux loteries au sens de la loi du 31 décembre 1851 sur les loteries, et des articles 301, 302, 303 et 304 du Code pénal, ni aux loteries publiques, paris et concours visés à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 19 avril 2002 relative à la rationalisation du fonctionnement et de la gestion de la Loterie nationale.
A l'exception des articles 7, 8, 39, 58, 59 et 60 et des dispositions pénales du chapitre VII se rapportant à ces articles, la présente loi ne s'applique pas aux jeux de hasard visés à l'article 3, § 1er, alinéa 2, de la loi du 19 avril 2002 relative à la rationalisation du fonctionnement et de la gestion de la LoterieNnationale. "
" Art. 3bis . La présente loi ne s'applique pas aux loteries au sens de la loi du 31 décembre 1851 sur les loteries, et des articles 301, 302, 303 et 304 du Code pénal, ni aux loteries publiques, paris et concours visés à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 19 avril 2002 relative à la rationalisation du fonctionnement et de la gestion de la Loterie nationale.
A l'exception des articles 7, 8, 39, 58, 59 et 60 et des dispositions pénales du chapitre VII se rapportant à ces articles, la présente loi ne s'applique pas aux jeux de hasard visés à l'article 3, § 1er, alinéa 2, de la loi du 19 avril 2002 relative à la rationalisation du fonctionnement et de la gestion de la LoterieNnationale. "
Art.40. In artikel 10, § 1, van dezelfde wet wordt het cijfer " 11 " vervangen door het cijfer " 13 ".
Art.40. Dans l'article 10, § 1er, de la même loi le chiffre " 11 " est remplacé par le chiffre " 13 ".
Art.41. Artikel 10, § 2, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
" - een Nederlandstalige en een Franstalige vertegenwoordiger van de minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort. "
" - een Nederlandstalige en een Franstalige vertegenwoordiger van de minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort. "
Art.41. L'article 10, § 2, alinéa 1er, de la même loi est complété comme suit :
" - un représentant francophone et un représentant néerlandophone du ministre qui a la Loterie Nationale dans ses attributions. "
" - un représentant francophone et un représentant néerlandophone du ministre qui a la Loterie Nationale dans ses attributions. "
Art.42. In artikel 1, C, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut vervallen de woorden " Nationale Loterij ".
Art.42. A l'article 1er, C , de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intéret public, les mots " Loterie Nationale " sont supprimes.
Art.43. In artikel 11, § 4, eerste lid, van dezelfde wet, vervallen de woorden " en op de Nationale Loterij ".
Art.43. A l'article 11, § 4, alinéa 1er, de la même loi, les mots " et à la Loterie Nationale " sont supprimés.
Art.44. De wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994 en van 2 januari 2001, wordt opgeheven.
Er wordt echter geen afbreuk gedaan aan de rechten voortvloeiend uit artikel 31, §§ 2 en 3, van bedoelde wet ten aanzien van de personeelsleden van de Nationale Loterij welke onder toepassing van deze bepalingen zijn teruggekeerd naar hun administratie van herkomst.
De leden van het leidinggevend kader en de personeelsleden van de dienst belast met de verrichtingen bedoeld in de voornoemde wet, die op datum van de inwerkingtreding ervan deel uitmaakten van het leidinggevend kader of van het personeel van de dienst belast met de verrichtingen bedoeld in de wet van 6 juli 1964 betreffende de Nationale Loterij, en die op die datum vastbenoemde ambtenaren waren, kunnen gedurende een termijn van een jaar terugkeren naar hun bestuur van herkomst.
Er wordt echter geen afbreuk gedaan aan de rechten voortvloeiend uit artikel 31, §§ 2 en 3, van bedoelde wet ten aanzien van de personeelsleden van de Nationale Loterij welke onder toepassing van deze bepalingen zijn teruggekeerd naar hun administratie van herkomst.
De leden van het leidinggevend kader en de personeelsleden van de dienst belast met de verrichtingen bedoeld in de voornoemde wet, die op datum van de inwerkingtreding ervan deel uitmaakten van het leidinggevend kader of van het personeel van de dienst belast met de verrichtingen bedoeld in de wet van 6 juli 1964 betreffende de Nationale Loterij, en die op die datum vastbenoemde ambtenaren waren, kunnen gedurende een termijn van een jaar terugkeren naar hun bestuur van herkomst.
Art.44. La loi du 22 juillet 1991 relative à la Loterie nationale, modifiée par les lois des 21 décembre 1994 et 2 janvier 2001, est abrogee.
Cependant, il n'est pas dérogé aux droits découlant de l'article 31, §§ 2 et 3, de ladite loi pour les membres du personnel de la Loterie Nationale qui, en application de ces dispositions, ont réintégré leur administration d'origine.
Les membres du cadre dirigeant et les membres du personnel du service chargé des opérations visées par la loi precitée, qui, à la date d'entrée en vigueur de celle-ci, faisaient partie du cadre dirigeant ou du personnel du service chargé des opérations visées par la loi du 6 juillet 1964 relative à la Loterie Nationale, et qui étaient nommés à titre définitif à cette date, peuvent réintégrer leur administration d'origine pendant un délai d'un an.
Cependant, il n'est pas dérogé aux droits découlant de l'article 31, §§ 2 et 3, de ladite loi pour les membres du personnel de la Loterie Nationale qui, en application de ces dispositions, ont réintégré leur administration d'origine.
Les membres du cadre dirigeant et les membres du personnel du service chargé des opérations visées par la loi precitée, qui, à la date d'entrée en vigueur de celle-ci, faisaient partie du cadre dirigeant ou du personnel du service chargé des opérations visées par la loi du 6 juillet 1964 relative à la Loterie Nationale, et qui étaient nommés à titre définitif à cette date, peuvent réintégrer leur administration d'origine pendant un délai d'un an.
Art.45. Artikel 180, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt opgeheven.
Art.45. L'article 180, 5°, du Code des impôts sur les revenus 1992 est abrogé.
Art.46. Artikel 27 van de programmawet van 24 december 1993, gewijzigd bij de wet van 2 januari 2001, wordt opgeheven.
Art.46. L'article 27 de la loi-programme du 24 décembre 1993, modifié par la loi du 2 janvier 2001, est abrogé.
Art.47. Artikel 3.4 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wordt opgeheven.
Art.47. L'article 3.4 de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs, est abrogé.
Art.48. Er komt van rechtswege een einde aan de mandaten van de leden van de raad van bestuur en van het directiecomité van de Nationale Loterij, in het kader van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij.
Art.48. Les mandats des membres du conseil d'administration et du comité de direction de la Loterie nationale, dans le cadre de la loi du 22 juillet 1991 relative à la Loterie nationale, prennent fin de plein droit.
Art.49. Met betrekking tot de personeelsleden opgenomen in de personeelsformatie van de Nationale Loterij, zoals goedgekeurd bij ministerieel besluit van 21 april 1999, zal de Nationale Loterij geacht worden op datum van de inwerkingtreding van deze wet de rechtsopvolger te zijn van de openbare instelling de Nationale Loterij, voor de taken en diensten welke haar worden toevertrouwd bij deze wet.
Art.49. En ce qui concerne les membres du personnel compris dans le cadre du personnel de la Loterie Nationale, approuvé par l'arrêté ministériel du 21 avril 1999, la Loterie Nationale sera censée constituer, à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, l'ayant cause de l'établissement public Loterie Nationale, pour les tâches et services qui lui sont attribués par la présente loi.
Art.50. Tot op de datum dat het gedeelte van de subsidies dat aan de gemeenschappen en de gewesten toekomt, aan deze gemeenschappen en gewesten wordt overgedragen krachtens de bepalingen van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt over de bestemming van de subsidies van de Nationale Loterij, bestemd voor doeleinden van openbaar nut tot de verwezenlijking waarvan andere overheden bijdragen, beslist door de minister op voorstel van die overheden en volgens de regels die in gemeen overleg worden vastgesteld.
Art.50. Jusqu'à la date de transfert aux communautés et régions de la part des subsides qui leur revient conformément aux dispositions de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des communautés et des régions, l'affectation des subsides de la Loterie Nationale destinés à des fins d'utilité publique à la réalisation desquelles d'autres autorités contribuent, est décidée par le ministre sur la proposition de ces autorités et selon les modalités fixées de commun accord.
Art. 51. Deze wet treedt in werking op dezelfde datum als het koninklijk besluit waarbij de eerste statuten van de Nationale Loterij worden vastgesteld, met uitzondering van de artikelen 5 en 46.
Artikel 5 treedt in werking de dag waarop de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Artikel 46 treedt in werking op dezelfde datum als het koninklijk besluit bedoeld in artikel 14, § 1, waarbij het beheerscontract wordt goedgekeurd.
Artikel 5 treedt in werking de dag waarop de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Artikel 46 treedt in werking op dezelfde datum als het koninklijk besluit bedoeld in artikel 14, § 1, waarbij het beheerscontract wordt goedgekeurd.
Art. 51. La présente loi entre en vigueur à la même date que l'arrêté royal fixant les premiers statuts de la Loterie Nationale, à l'exception des articles 5 et 46.
L'article 5 entre en vigueur le jour de la publication de la loi au Moniteur belge.
L'article 46 entre en vigueur à la même date que l'arrêté royal prévu à l'article 14, § 1er, approuvant le contrat de gestion.
L'article 5 entre en vigueur le jour de la publication de la loi au Moniteur belge.
L'article 46 entre en vigueur à la même date que l'arrêté royal prévu à l'article 14, § 1er, approuvant le contrat de gestion.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'arrêté royal fixant les premiers statuts de la Loterie Nationale fixée au 16-07-2002, AR 2002-07-09/30, art. 3)