Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse regering van 14 september l999 betreffende de bijzondere terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor sommige personeelsleden van het voltijds gewoon secundair onderwijs wordt, met ingang van 1 september 2001, een artikel 7bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 7bis. § 1. Dit artikel is van toepassing op de in artikel 1 bedoelde personeelsleden die recht hebben op een overlevingspensioen.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 7 kan een personeelslid als bedoeld in § 1 dat een bijzondere terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt of heeft gekregen, op zijn verzoek, geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld dat of de wachtgeldtoelage die hem op grond van artikel 7 kan worden toegekend.
§ 3. Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage, bedoeld in § 2, verklaart dat in een aangetekende brief aan het departement Onderwijs. Bij gedeeltelijke afstand van wachtgeld of wachtgeldtoelage verklaart hij in die brief welk bedrag à 100 % hij wil ontvangen.
De eerste verklaring heeft uitwerking op de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling, op de eerste dag van de maand die volgt op de ontvangst ervan of op een latere datum die door het personeelslid wordt bepaald. Een eerste verklaring kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.
§ 4. De verklaring, bedoeld in § 3, blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de bijzondere terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij het personeelslid door een nieuwe verklaring vóór 1 november om een aanpassing van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage verzoekt. Dat verzoek om aanpassing heeft uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgend jaar. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 SEPTEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 september 1999 betreffende de bijzondere terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor sommige personeelsleden van het voltijds gewoon secundair onderwijs en van het besluit van de Vlaamse regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra.
Titre
14 SEPTEMBRE 2001. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 1999 relatif à la mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour certains personnels de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité complète pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux (TRADUCTION).
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 1999 relatif à la mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite pour certains personnels de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, il est inséré à compter du 1er septembre 2001, un article 7bis, rédigé comme suit :
" Art. 7bis. § 1er. Le présent article est applicable aux membres du personnel visés à l'article 1er qui peuvent prétendre à une pension de survie.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de l'article 7, un membre du personnel tel que visé au § 1er qui obtient ou a obtenu une mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, peut, à sa demande, renoncer entièrement ou partiellement à son droit au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente qui lui peut être attribué du chef de l'article 7.
§ 3. Un membre du personnel qui renonce entièrement ou partiellement au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente, visé au § 2, doit stipuler cette intention dans une déclaration à adresser par pli recommandé au Département de l'Enseignement. Au cas où il renonce partiellement au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente, il communique dans cette lettre le montant qu'il veut recevoir à 100 %.
La première déclaration produit ses effets à la date initiale de la mise en disponibilité, au premier jour du mois qui suit sa réception ou à une date ultérieure à définir par le membre du personnel. Une première déclaration peut déjà être jointe à la demande de mise en disponibilité.
§ 4. La déclaration, visée au § 3, continue à être applicable jusqu'à la fin de la mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, à moins que le membre du personnel ne sollicite par une nouvelle déclaration à introduire avant le 1er novembre un ajustement de son traitement d'attente ou sa subvention-traitement d'attente. Cette demande d'ajustement produit ses effets le 1er janvier de l'année suivante. ".
" Art. 7bis. § 1er. Le présent article est applicable aux membres du personnel visés à l'article 1er qui peuvent prétendre à une pension de survie.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de l'article 7, un membre du personnel tel que visé au § 1er qui obtient ou a obtenu une mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, peut, à sa demande, renoncer entièrement ou partiellement à son droit au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente qui lui peut être attribué du chef de l'article 7.
§ 3. Un membre du personnel qui renonce entièrement ou partiellement au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente, visé au § 2, doit stipuler cette intention dans une déclaration à adresser par pli recommandé au Département de l'Enseignement. Au cas où il renonce partiellement au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente, il communique dans cette lettre le montant qu'il veut recevoir à 100 %.
La première déclaration produit ses effets à la date initiale de la mise en disponibilité, au premier jour du mois qui suit sa réception ou à une date ultérieure à définir par le membre du personnel. Une première déclaration peut déjà être jointe à la demande de mise en disponibilité.
§ 4. La déclaration, visée au § 3, continue à être applicable jusqu'à la fin de la mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite, à moins que le membre du personnel ne sollicite par une nouvelle déclaration à introduire avant le 1er novembre un ajustement de son traitement d'attente ou sa subvention-traitement d'attente. Cette demande d'ajustement produit ses effets le 1er janvier de l'année suivante. ".
Art. 2. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het eerste lid, 1°, worden de woorden " en ten laatste de eerste dag van de maand die volgt op december 2001 " toegevoegd;
2° aan het eerste lid, 2°, wordt de volgende zin toegevoegd : " Tijdens het schooljaar 2001-2002 kan de terbeschikkingstelling enkel op 1 oktober 2001 aanvangen. ";
3° in het tweede lid worden tussen de woorden " schooljaar 1999-2000 " en de woorden " wordt de termijn " de woorden " en voor de periode 1 september 2001 tot en met 31 december 2001 " ingevoegd.
1° aan het eerste lid, 1°, worden de woorden " en ten laatste de eerste dag van de maand die volgt op december 2001 " toegevoegd;
2° aan het eerste lid, 2°, wordt de volgende zin toegevoegd : " Tijdens het schooljaar 2001-2002 kan de terbeschikkingstelling enkel op 1 oktober 2001 aanvangen. ";
3° in het tweede lid worden tussen de woorden " schooljaar 1999-2000 " en de woorden " wordt de termijn " de woorden " en voor de periode 1 september 2001 tot en met 31 december 2001 " ingevoegd.
Art. 2. A l'article 10 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au premier alinéa, 1°, les mots " et au plus tard au premier jour du mois qui suit décembre 2001 " sont ajoutés;
2° au premier alinéa, 2°, la phrase suivante est ajoutée : " Pendant l'année scolaire 2001-2002, la mise en disponibilité ne peut débuter que le 1er octobre 2001. ";
3° au deuxième alinéa, les mots " et pour la période du 1er septembre 2001 jusqu'au 31 décembre 2001 " sont insérés entre les mots " Pour l'année scolaire 1999-2000 " et les mots " , le délai ".
1° au premier alinéa, 1°, les mots " et au plus tard au premier jour du mois qui suit décembre 2001 " sont ajoutés;
2° au premier alinéa, 2°, la phrase suivante est ajoutée : " Pendant l'année scolaire 2001-2002, la mise en disponibilité ne peut débuter que le 1er octobre 2001. ";
3° au deuxième alinéa, les mots " et pour la période du 1er septembre 2001 jusqu'au 31 décembre 2001 " sont insérés entre les mots " Pour l'année scolaire 1999-2000 " et les mots " , le délai ".
Art. 3. Artikel 11 van het hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 11. De in dit besluit vastgestelde maatregelen worden vanaf 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2001 jaarlijks geëvalueerd. ".
" Art. 11. De in dit besluit vastgestelde maatregelen worden vanaf 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2001 jaarlijks geëvalueerd. ".
Art. 3. L'article 11 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 11. Les mesures fixées par le présent arrêté doivent être évaluées annuellement pendant la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2001 inclus. ".
" Art. 11. Les mesures fixées par le présent arrêté doivent être évaluées annuellement pendant la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2001 inclus. ".
Art. 4. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 12. § 1. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1998.
§ 2. De bijzondere terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen kan vanaf 1 september 2001 niet meer worden toegekend.
§ 3. In afwijking van de bepalingen van § 2, kan de bijzondere terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen wel nog worden toegestaan aan :
1° de leden van het ondersteunend personeel, bedoeld in artikel 1, 2°, die uiterlijk tot en met 31 december 2001 aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2, § 1, voldoen;
2° de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, bedoeld in artikel 1, 1°, die op het ogenblik dat de terbeschikkingstelling aanvangt, voldoen aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2, § 2, 1°, b, 2°, 3° en 4°, en aan de voorwaarde dat zij op 30 juni 2001 wedertewerkgesteld waren in een betrekking van het administratief personeel, het opvoedend hulppersoneel of het ondersteunend personeel. ".
" Art. 12. § 1. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1998.
§ 2. De bijzondere terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen kan vanaf 1 september 2001 niet meer worden toegekend.
§ 3. In afwijking van de bepalingen van § 2, kan de bijzondere terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen wel nog worden toegestaan aan :
1° de leden van het ondersteunend personeel, bedoeld in artikel 1, 2°, die uiterlijk tot en met 31 december 2001 aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2, § 1, voldoen;
2° de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, bedoeld in artikel 1, 1°, die op het ogenblik dat de terbeschikkingstelling aanvangt, voldoen aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2, § 2, 1°, b, 2°, 3° en 4°, en aan de voorwaarde dat zij op 30 juni 2001 wedertewerkgesteld waren in een betrekking van het administratief personeel, het opvoedend hulppersoneel of het ondersteunend personeel. ".
Art. 4. L'article 12 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 12. § 1er. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 1998.
§ 2. La mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite ne peut être attribuée à compter du 1er septembre 2000.
§ 3. Par dérogation aux dispositions du § 2, la mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite peut toutefois être attribuée :
1° aux membres du personnel d'appui, visés à l'article 1er, 2°, qui, jusqu'au 31 décembre 2001 inclus, satisfont aux conditions fixées à l'article 2, § 1er;
2° aux membres du personnel directeur et enseignant, visés à l'article 1er, 1°, qui, au moment où la mise en disponibilité débute, satisfont aux conditions imposées par l'article 2 § 2, 1°, b, 2°, 3° et 4° et à la condition qu'ils fussent remis au travail le 30 juin 2001 dans un emploi du personnel administratif, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui. ".
" Art. 12. § 1er. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 1998.
§ 2. La mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite ne peut être attribuée à compter du 1er septembre 2000.
§ 3. Par dérogation aux dispositions du § 2, la mise en disponibilité spéciale pour convenances personnelles précédant la pension de retraite peut toutefois être attribuée :
1° aux membres du personnel d'appui, visés à l'article 1er, 2°, qui, jusqu'au 31 décembre 2001 inclus, satisfont aux conditions fixées à l'article 2, § 1er;
2° aux membres du personnel directeur et enseignant, visés à l'article 1er, 1°, qui, au moment où la mise en disponibilité débute, satisfont aux conditions imposées par l'article 2 § 2, 1°, b, 2°, 3° et 4° et à la condition qu'ils fussent remis au travail le 30 juin 2001 dans un emploi du personnel administratif, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui. ".
Art. 5. In het besluit van de Vlaamse regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra wordt, met ingang van 1 september 2001, een artikel 6bis ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 6bis. § 1. Dit artikel is van toepassing op de in artikel 1 bedoelde personeelsleden die recht hebben op een overlevingspensioen.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 6 kan een personeelslid als bedoeld in § 1 dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt of heeft gekregen, op zijn verzoek, geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld dat of de wachtgeldtoelage die hem op grond van artikel 6 kan worden toegekend.
§ 3. Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage, bedoeld in § 2 verklaart dat in een aangetekende brief aan het departement Onderwijs. Bij gedeeltelijke afstand van wachtgeld of wachtgeldtoelage verklaart hij in die brief welk bedrag à 100 % hij wil ontvangen.
De eerste verklaring heeft uitwerking op de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling, op de eerste dag van de maand die volgt op de ontvangst ervan of op een latere datum die door het personeelslid wordt bepaald. Een eerste verklaring kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.
§ 4. De verklaring, bedoeld in § 3, blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij het personeelslid door een nieuwe verklaring vóór 1 november om een aanpassing van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage verzoekt. Dat verzoek om aanpassing heeft uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgende jaar. ".
" Art. 6bis. § 1. Dit artikel is van toepassing op de in artikel 1 bedoelde personeelsleden die recht hebben op een overlevingspensioen.
§ 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 6 kan een personeelslid als bedoeld in § 1 dat een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt of heeft gekregen, op zijn verzoek, geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht op het wachtgeld dat of de wachtgeldtoelage die hem op grond van artikel 6 kan worden toegekend.
§ 3. Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage, bedoeld in § 2 verklaart dat in een aangetekende brief aan het departement Onderwijs. Bij gedeeltelijke afstand van wachtgeld of wachtgeldtoelage verklaart hij in die brief welk bedrag à 100 % hij wil ontvangen.
De eerste verklaring heeft uitwerking op de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling, op de eerste dag van de maand die volgt op de ontvangst ervan of op een latere datum die door het personeelslid wordt bepaald. Een eerste verklaring kan reeds worden gevoegd bij de aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen.
§ 4. De verklaring, bedoeld in § 3, blijft onverminderd van toepassing tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij het personeelslid door een nieuwe verklaring vóór 1 november om een aanpassing van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage verzoekt. Dat verzoek om aanpassing heeft uitwerking vanaf de eerste januari van het daaropvolgende jaar. ".
Art. 5. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité complète pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux, il est inséré à compter du 1er septembre 2001, un article 6bis, rédigé comme suit :
" Art. 6bis. § 1er. Le présent article est applicable aux membres du personnel visés à l'article 1er qui peuvent prétendre à une pension de survie.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de l'article 6, un membre du personnel tel que visé au § 1er qui obtient ou a obtenu une mise en disponibilité complète pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite, peut, à sa demande, renoncer entièrement ou partiellement à son droit au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente qui lui peut être attribué du chef de l'article 6.
§ 3. Un membre du personnel qui renonce entièrement ou partiellement au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente, visé au § 2, doit stipuler cette intention dans une déclaration à adresser par pli recommandé au Département de l'Enseignement. Au cas où il renonce partiellement au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente, il communique dans cette lettre le montant qu'il veut recevoir à 100 %.
La première déclaration produit ses effets à la date initiale de la mise en disponibilité, au premier jour du mois qui suit sa réception ou à une date ultérieure à définir par le membre du personnel. Une première déclaration peut déjà être jointe à la demande de mise en disponibilité.
§ 4. La déclaration, visée au § 3, continue à être applicable jusqu'à la fin de la mise en disponibilité complète pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite, à moins que le membre du personnel ne sollicite par une nouvelle déclaration à introduire avant le 1er novembre un ajustement de son traitement d'attente ou sa subvention-traitement d'attente. Cette demande d'ajustement produit ses effets le 1er janvier de l'année suivante. ".
" Art. 6bis. § 1er. Le présent article est applicable aux membres du personnel visés à l'article 1er qui peuvent prétendre à une pension de survie.
§ 2. Par dérogation aux dispositions de l'article 6, un membre du personnel tel que visé au § 1er qui obtient ou a obtenu une mise en disponibilité complète pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite, peut, à sa demande, renoncer entièrement ou partiellement à son droit au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente qui lui peut être attribué du chef de l'article 6.
§ 3. Un membre du personnel qui renonce entièrement ou partiellement au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente, visé au § 2, doit stipuler cette intention dans une déclaration à adresser par pli recommandé au Département de l'Enseignement. Au cas où il renonce partiellement au traitement d'attente ou à la subvention-traitement d'attente, il communique dans cette lettre le montant qu'il veut recevoir à 100 %.
La première déclaration produit ses effets à la date initiale de la mise en disponibilité, au premier jour du mois qui suit sa réception ou à une date ultérieure à définir par le membre du personnel. Une première déclaration peut déjà être jointe à la demande de mise en disponibilité.
§ 4. La déclaration, visée au § 3, continue à être applicable jusqu'à la fin de la mise en disponibilité complète pour convenance personnelle préalable à la pension de retraite, à moins que le membre du personnel ne sollicite par une nouvelle déclaration à introduire avant le 1er novembre un ajustement de son traitement d'attente ou sa subvention-traitement d'attente. Cette demande d'ajustement produit ses effets le 1er janvier de l'année suivante. ".
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2001.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2001.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 14 september 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN.
Brussel, 14 september 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN.
Art. 7. Le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 14 septembre 2001.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN.
Bruxelles, le 14 septembre 2001.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN.