Artikel 1. Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op de tijdelijke en de benoemde personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool, die behoren tot de categorieën van het onderwijzend, het bestuurs- en onderwijzend of van het administratief en technisch personeel.
Dit besluit is eveneens van toepassing op de personeelsleden :
- die hun ambt op persoonlijke titel hebben behouden met toepassing van [4 "artikel V.276, V.286, V.287, § 1 en artikel V.288, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013]4,
- [4 vermeld in artikel III.35, § 1, 1° tot en met 3°, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013]4]1, die benoemd waren aan een hogeschool.
[1 De bepalingen in hoofdstuk 2, afdeling 2, subafdeling 3 en 4, over het ouderschapsverlof en de loopbaanonderbreking voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid zijn ook van toepassing op de contractuele personeelsleden van de [2 publiekrechtelijke hogescholen]2 en de rechtsopvolgers van deze hogescholen.]1
[3 In afwijking van [4 artikel 17 kan]4 een deeltijdse loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar uiterlijk op 1 september 2016 ingaan.]3
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 MEI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-09-2002 en tekstbijwerking tot 03-12-2025)
Titre
24 MAI 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la " Hogere Zeevaartschool ". (Traduction)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-09-2002 et mise à jour au 03-12-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied [1 en definiti...
HOOFDSTUK II. - Onderbreking van de beroepsloop...
Afdeling 1. - Algemene bepalingen betreffende d...
Afdeling 2. - Specifieke stelsels.
Subafdeling 1. - Loopbaanonderbreking voor het ...
Subafdeling 2. - Loopbaanonderbreking voor pall...
Subafdeling 3. - Ouderschapsverlof.
Subafdeling 3/1. [1 - Loopbaanonderbreking voor...
Subafdeling 4. - Loopbaanonderbreking voor de v...
Subafdeling 4/1. [1 - Loopbaanonderbreking voor...
Subafdeling 5. - Deeltijdse loopbaanonderbrekin...
HOOFDSTUK III. - Procedure en administratieve v...
HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepalingen.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtredings- en uitvoering...
Inhoud
CHAPITRE I. - Champ d'application [1 et définit...
CHAPITRE II. -Interruption de la carrière profe...
Section 1. - Dispositions générales concernant ...
Section 2. - Régimes spécifiques.
Sous-section 1. - L'interruption de carrière po...
Sous-section 2. - L'interruption de carrière po...
Sous-section 3. - Le congé parental.
Sous-section 3/1. [1 - Interruption de carrière...
Sous-section 4. - L'interruption de carrière po...
Sous-section 4/1. [1 - Interruption de carrière...
Sous-section 5. - L'interruption de carrière pa...
CHAPITRE III. - Procédure et obligations admini...
CHAPITRE IV. - Dispositions abrogatoires.
CHAPITRE V. - Dispositions d'entrée en vigueur ...
Tekst (47)
Texte (47)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied [1 en definities]1.
CHAPITRE I. - Champ d'application [1 et définitions]1.
Article 1. Sauf disposition contraire, les dispositions du présent arrêté s'appliquent aux membres du personnel temporaires et nommés des instituts supérieurs en Communauté flamande et de la " Hogere Zeevaartschool ", appartenant aux catégories de personnel directeur et enseignant ou de personnel administratif et technique.
Le présent arrêté s'applique également aux membres du personnel :
- qui maintiennent leur fonction à titre personnel en application [4 des articles V.276, V.286, V.287, § 1er et V.288, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013]4,
- [4 visés à l'article III.35, § 1er, 1° à 3°, du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013]41, qui étaient nommés à un institut supérieur.
[1 Les dispositions relatives au congé parental et à l'interruption de carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille souffrant d'une maladie reprises au chapitre 2, section 2, sous-sections 3 et 4, s'appliquent également aux membres du personnel contractuels des [2 instituts supérieurs de droit public]2 et aux ayants-cause de ceux-ci.]1
[3 Par dérogation [4 à l'article 17, une interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 55 ans peut prendre cours le 1er septembre 2016 au plus tard]4.]3
Le présent arrêté s'applique également aux membres du personnel :
- qui maintiennent leur fonction à titre personnel en application [4 des articles V.276, V.286, V.287, § 1er et V.288, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013]4,
- [4 visés à l'article III.35, § 1er, 1° à 3°, du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013]41, qui étaient nommés à un institut supérieur.
[1 Les dispositions relatives au congé parental et à l'interruption de carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille souffrant d'une maladie reprises au chapitre 2, section 2, sous-sections 3 et 4, s'appliquent également aux membres du personnel contractuels des [2 instituts supérieurs de droit public]2 et aux ayants-cause de ceux-ci.]1
[3 Par dérogation [4 à l'article 17, une interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 55 ans peut prendre cours le 1er septembre 2016 au plus tard]4.]3
Art. 1/1. [1 Voor de toepassing van dit besluit wordt onder gedeeltelijke loopbaanonderbreking verstaan : het halftijds of voor een vijfde onderbreken van de beroepsloopbaan. [2 Voor de toepassing van het in hoofdstuk 2, afdeling 2, subafdeling 3 vermelde ouderschapsverlof wordt onder gedeeltelijke loopbaanonderbreking ook het voor een tiende onderbreken van de beroepsloopbaan verstaan.]2
Bij een halftijdse onderbreking van de beroepsloopbaan blijft het personeelslid een opdracht van 50 % vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.
Bij een onderbreking van de beroepsloopbaan met een vijfde blijft het personeelslid een opdracht van 80 % vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.]1
[2 Bij een onderbreking van de beroepsloopbaan met een tiende blijft het personeelslid een opdracht van 90% vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.]2
Bij een halftijdse onderbreking van de beroepsloopbaan blijft het personeelslid een opdracht van 50 % vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.
Bij een onderbreking van de beroepsloopbaan met een vijfde blijft het personeelslid een opdracht van 80 % vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.]1
[2 Bij een onderbreking van de beroepsloopbaan met een tiende blijft het personeelslid een opdracht van 90% vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.]2
Art. 1/1. [1 Pour l'application du présent arrêté, on entend par interruption partielle de la carrière : l'interruption à mi-temps ou à 1/5 temps de la carrière professionnelle. [2 Pour l'application du congé parental visé au chapitre 2, section 2, sous-section 3, l'interruption partielle de carrière comprend également l'interruption de la carrière professionnelle à 1/10 temps.]2
Lors d'une interruption à mi-temps de la carrière professionnelle, le membre du personnel continue à exercer une charge de 50 % dans l'institut supérieur, dans plusieurs instituts supérieurs ou dans d'autres institutions d'enseignement. Les prestations restant à accomplir sont arrondies à l'unité supérieure.
Lors d'une interruption de la carrière professionnelle à 1/5 temps, le membre du personnel continue à exercer une charge de 80 % dans l'institut supérieur, dans plusieurs instituts supérieurs ou dans d'autres institutions d'enseignement. Les prestations restant à accomplir sont arrondies à l'unité supérieure.]1
[2 Lors d'une interruption de la carrière professionnelle à 1/10 temps, le membre du personnel continue à exercer une charge de 90 % dans l'institut supérieur, dans plusieurs instituts supérieurs ou dans d'autres établissements d'enseignement. Les prestations restant à accomplir sont arrondies à l'unité supérieure.]2
Lors d'une interruption à mi-temps de la carrière professionnelle, le membre du personnel continue à exercer une charge de 50 % dans l'institut supérieur, dans plusieurs instituts supérieurs ou dans d'autres institutions d'enseignement. Les prestations restant à accomplir sont arrondies à l'unité supérieure.
Lors d'une interruption de la carrière professionnelle à 1/5 temps, le membre du personnel continue à exercer une charge de 80 % dans l'institut supérieur, dans plusieurs instituts supérieurs ou dans d'autres institutions d'enseignement. Les prestations restant à accomplir sont arrondies à l'unité supérieure.]1
[2 Lors d'une interruption de la carrière professionnelle à 1/10 temps, le membre du personnel continue à exercer une charge de 90 % dans l'institut supérieur, dans plusieurs instituts supérieurs ou dans d'autres établissements d'enseignement. Les prestations restant à accomplir sont arrondies à l'unité supérieure.]2
HOOFDSTUK II. - Onderbreking van de beroepsloopbaan.
CHAPITRE II. -Interruption de la carrière professionnelle.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen betreffende de volledige en de gedeeltelijke loopbaanonderbreking.
Section 1. - Dispositions générales concernant l'interruption de carrière complète et partielle.
Art. 2. [1 De personeelsleden die belast zijn met ten minste een halftijdse opdracht mogen hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreken.]1
Art. 2. [1 Les membres du personnel chargés d'une carrière à mi-temps au moins peuvent interrompre complètement ou partiellement leur carrière professionnelle.]1
Art. 3. [1 [2 ...]2
Voor tijdelijke personeelsleden die loopbaanonderbreking nemen, eindigt de loopbaanonderbreking in ieder geval als hun aanstelling eindigt.
Voor tijdelijke personeelsleden die loopbaanonderbreking nemen, eindigt de loopbaanonderbreking in ieder geval als hun aanstelling eindigt.
Art. 3. [1 [2 ...]2
Pour les membres du personnel temporaires qui bénéficient d'une interruption de carrière, l'interruption de carrière se termine en tout cas à la fin de leur désignation.
Pour les membres du personnel temporaires qui bénéficient d'une interruption de carrière, l'interruption de carrière se termine en tout cas à la fin de leur désignation.
Art. 4.
Art. 4.
Art. 5.
Art. 5.
Art. 6.
Art. 6.
Art. 7. Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het personeelslid met verlof. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
Voor de prestaties waarvoor het personeelslid zijn beroepsloopbaan onderbreekt, krijgt het geen salaris; het krijgt wel een onderbrekingsuitkering overeenkomstig de bepalingen van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991.
Voor de prestaties waarvoor het personeelslid zijn beroepsloopbaan onderbreekt, krijgt het geen salaris; het krijgt wel een onderbrekingsuitkering overeenkomstig de bepalingen van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991.
Art. 7. Durant l'interruption de sa carrière professionnelle, le membre du personnel est en congé. Ce congé est assimilé à une période d'activité de service.
Le membre du personnel ne perçoit pas de traitement pour les prestations pour lesquelles il interrompt sa carrière professionnelle; il perçoit par ailleurs une allocation d'interruption conformément aux dispositions de l'arrêté royal précité du 12 août 1991.
Le membre du personnel ne perçoit pas de traitement pour les prestations pour lesquelles il interrompt sa carrière professionnelle; il perçoit par ailleurs une allocation d'interruption conformément aux dispositions de l'arrêté royal précité du 12 août 1991.
Art. 8. § 1. Het hogeschoolbestuur kan het personeelslid, op verzoek van het personeelslid en mits inachtneming van een opzeggingsperiode van één maand, om uitzonderlijke [1 ...]1 redenen toestaan vervroegd een einde te maken aan de loopbaanonderbreking. Het hogeschoolbestuur kan een kortere opzeggingstermijn aanvaarden.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. Het hogeschoolbestuur brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op de hoogte van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. Het hogeschoolbestuur brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op de hoogte van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.
Art. 8. § 1. Sur la demande du membre du personnel et moyennant un délai de préavis d'un mois, la direction de l'institut supérieur peut autoriser pour des raisons [1 ...]1 exceptionnelles de mettre fin anticipativement à l'interruption de carrière. La direction de l'institut supérieur peut accepter un délai de préavis plus court.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. La direction de l'institut supérieur avise l'Office national de l'Emploi dans les quinze jours qui suivent, de la date à laquelle le membre du personnel met fin à son interruption de carrière.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. La direction de l'institut supérieur avise l'Office national de l'Emploi dans les quinze jours qui suivent, de la date à laquelle le membre du personnel met fin à son interruption de carrière.
Art. 9. § 1. Bij beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau kan aan een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, het recht op uitkeringen worden ontzegd.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, maar geen recht heeft op een loopbaanonderbreking op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau of op basis van de bepalingen van dit besluit, wordt ambtshalve omgezet in een [3 afwezigheid voor verminderde prestaties]3.]2
In dit geval mag de duur overschreden worden van de [3 afwezigheid voor verminderde prestaties]3 waarop het betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn. [3 Die afwezigheid]3 eindigt alleszins bij het verstrijken van de lopende periode waarvoor een verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan was aangevraagd.
§ 4. [3 ...]3
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, maar geen recht heeft op een loopbaanonderbreking op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau of op basis van de bepalingen van dit besluit, wordt ambtshalve omgezet in een [3 afwezigheid voor verminderde prestaties]3.]2
In dit geval mag de duur overschreden worden van de [3 afwezigheid voor verminderde prestaties]3 waarop het betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn. [3 Die afwezigheid]3 eindigt alleszins bij het verstrijken van de lopende periode waarvoor een verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan was aangevraagd.
§ 4. [3 ...]3
Art. 9. § 1. Par une décision du directeur du bureau de chômage, un membre du personnel ayant interrompu sa carrière professionnelle, peut être exclu du droit aux allocations.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 Le congé d'un membre du personnel nommé ayant interrompu sa carrière professionnelle sans avoir droit à une interruption de carrière sur la base d'une décision du directeur du bureau de chômage ou sur les base des dispositions du présent arrêté, est converti d'office en une [3 absence pour prestations réduites]3.]2
Dans ce dernier cas, la durée de la [3 absence pour prestations réduites]3 à laquelle le membre du personnel concerné a droit en vertu des dispositions réglementaires applicables à son cas, peut être dépassée. De toute façon, [3 cette absence]3 prend fin à l'expiration de la période en cours, pour laquelle un congé pour interruption de la carrière professionnelle était demandée.
§ 4. [3 ...]3
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 Le congé d'un membre du personnel nommé ayant interrompu sa carrière professionnelle sans avoir droit à une interruption de carrière sur la base d'une décision du directeur du bureau de chômage ou sur les base des dispositions du présent arrêté, est converti d'office en une [3 absence pour prestations réduites]3.]2
Dans ce dernier cas, la durée de la [3 absence pour prestations réduites]3 à laquelle le membre du personnel concerné a droit en vertu des dispositions réglementaires applicables à son cas, peut être dépassée. De toute façon, [3 cette absence]3 prend fin à l'expiration de la période en cours, pour laquelle un congé pour interruption de la carrière professionnelle était demandée.
§ 4. [3 ...]3
Art. 10. Voor het bepalen van het opdrachtvolume bedoeld in de artikelen 2[1 ...]1 7 wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties verstrekt in een onderwijsinstelling van een ander niveau, met uitzondering van de universiteiten.
De volledige loopbaanonderbreking omvat al de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde ambten die het personeelslid uitoefent, in hoofdambt, in het onderwijs en in de centra voor leerlingenbegeleiding.
De volledige loopbaanonderbreking omvat al de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde ambten die het personeelslid uitoefent, in hoofdambt, in het onderwijs en in de centra voor leerlingenbegeleiding.
Art. 10. Pour déterminer le volume de la charge, visé aux articles 2[ -1 ...]1 et 17, il est également tenu compte des prestations effectuées dans un établissement d'enseignement d'un autre niveau, à l'exception des universités.
L'interruption de carrière complète porte sur toutes les fonctions financées et subventionnées par la Communauté flamande qu'exerce le membre du personnel en tant que fonction principale dans l'enseignement et dans des centres d'encadrement des élèves.
L'interruption de carrière complète porte sur toutes les fonctions financées et subventionnées par la Communauté flamande qu'exerce le membre du personnel en tant que fonction principale dans l'enseignement et dans des centres d'encadrement des élèves.
Afdeling 2. - Specifieke stelsels.
Section 2. - Régimes spécifiques.
Subafdeling 1. - Loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding.
Sous-section 1. - L'interruption de carrière pour suivre une formation professionnelle.
Art. 11.
Art. 11.
Subafdeling 2. - Loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging.
Sous-section 2. - L'interruption de carrière pour donner des soins palliatifs.
Art. 12. § 1. [1 De personeelsleden hebben]1 het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken voor een periode van één maand [1 ...]1 voor het verstrekken van palliatieve verzorging aan een persoon. [2 Deze periode kan twee keer worden verlengd met één maand.]2
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder palliatieve verzorging verstaan elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden.
[3 ...]3
§ 2.[4 ...]4
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder palliatieve verzorging verstaan elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden.
[3 ...]3
§ 2.[4 ...]4
Art. 12. § 1. [1 Les membres du personnel ont]1 le droit d'interrompre de manière complète ou partielle leur carrière professionnelle pendant une période d'un mois [1 ...]1 pour donner des soins palliatifs à une personne. [2 Ce délai peut être prolongé deux fois d'un mois.]2
Pour l'application du premier alinéa, il faut entendre par soins palliatifs, toute forme d'assistance et notamment l'assistance et les soins médicaux, sociaux, administratifs et psychologiques de personnes souffrant d'une maladie incurable et se trouvant dans une phase terminale.
[3 ...]3
§ 2. [4 ...]4
Pour l'application du premier alinéa, il faut entendre par soins palliatifs, toute forme d'assistance et notamment l'assistance et les soins médicaux, sociaux, administratifs et psychologiques de personnes souffrant d'une maladie incurable et se trouvant dans une phase terminale.
[3 ...]3
§ 2. [4 ...]4
Subafdeling 3. - Ouderschapsverlof.
Sous-section 3. - Le congé parental.
Art. 13. [6 [8 De personeelsleden hebben bij de geboorte of adoptie van hun kind of in het kader van langdurige pleegzorg het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken om voor hun kind of voor het pleegkind te zorgen. Langdurige pleegzorg is pleegzorg waarvan bij de aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij dezelfde pleegouder of dezelfde pleegouders zal verblijven.]8]4
[8 Artikel 2, en de voorwaarde dat het personeelslid het ambt in hoofdambt uitoefent, vermeld in artikel 10, tweede lid, zijn niet van toepassing op de volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof.]8
[2 De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan [3 in periodes van een maand of een veelvoud daarvan,]3 met een maximumduur van 4 maanden worden genomen.]2
De [2 halftijdse]2 onderbreking van de beroepsloopbaan [3 kan worden genomen in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan, met een maximumduur van acht maanden]3.
[2 De onderbreking van de beroepsloopbaan met een vijfde [3 kan worden opgenomen in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan]3, met een maximumduur van 20 maanden.]2
[7 De onderbreking van de beroepsloopbaan met een tiende kan worden opgenomen in periodes van tien maanden of een veelvoud daarvan, met een maximumduur van veertig maanden. In afwijking van het eerste lid is de onderbreking met een tiende geen recht. Het hogeschoolbestuur kan deze opnamevorm weigeren. Het hogeschoolbestuur deelt die gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid.]7
[6 ...]6
[8 Artikel 2, en de voorwaarde dat het personeelslid het ambt in hoofdambt uitoefent, vermeld in artikel 10, tweede lid, zijn niet van toepassing op de volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof.]8
[2 De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan [3 in periodes van een maand of een veelvoud daarvan,]3 met een maximumduur van 4 maanden worden genomen.]2
De [2 halftijdse]2 onderbreking van de beroepsloopbaan [3 kan worden genomen in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan, met een maximumduur van acht maanden]3.
[2 De onderbreking van de beroepsloopbaan met een vijfde [3 kan worden opgenomen in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan]3, met een maximumduur van 20 maanden.]2
[7 De onderbreking van de beroepsloopbaan met een tiende kan worden opgenomen in periodes van tien maanden of een veelvoud daarvan, met een maximumduur van veertig maanden. In afwijking van het eerste lid is de onderbreking met een tiende geen recht. Het hogeschoolbestuur kan deze opnamevorm weigeren. Het hogeschoolbestuur deelt die gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid.]7
[6 ...]6
Änderungen
Art. 13. [8 En cas de naissance ou d'adoption de leur enfant, ou dans le cadre d'un placement familial de longue durée, les membres du personnel ont le droit d'interrompre de manière complète ou partielle leur carrière professionnelle afin de s'occuper de leur enfant ou de l'enfant placé. Le placement familial de longue durée est le placement d'accueil dont il est clair dès le départ que l'enfant restera dans la même famille d'accueil avec le(s) même(s) parent(s) d'accueil pendant au moins six mois. ]8
[8 L'article 2 et la condition selon laquelle le membre du personnel exerce sa fonction en fonction principale visée à l'article 10, alinéa 2, ne s'appliquent pas à l'interruption complète de la carrière pour congé parental.]8
[2 L'interruption complète de la carrière professionnelle peut être prise [3 dans des périodes d'un mois ou d'un multiple de ceux-ci]3, avec une durée maximale de 4 mois]2
L'interruption -[2 à mi-temps]2 de la carrière professionnelle [3 peut être prise dans des périodes de deux mois ou d'un multiple de ceux-ci, avec une durée maximale de huit mois]3.
[2 L'interruption de la carrière professionnelle d'un cinquième [3 peut être prise dans des périodes de 5 mois ou d'un multiple de ceux-ci]3, avec une durée maximale de 20 mois.]2
[7 L'interruption de la carrière professionnelle à 1/10 temps doit être prise en périodes de 10 mois ou d'un multiple de 10 mois, avec une durée maximale de quarante mois. Par dérogation au premier alinéa, l'interruption à 1/10 temps ne constitue pas un droit. La direction de l'institut supérieur peut refuser cette forme d'interruption. La direction de l'institut supérieur notifie par écrit au membre du personnel cette décision motivée.]7
[6 ...]6
[8 L'article 2 et la condition selon laquelle le membre du personnel exerce sa fonction en fonction principale visée à l'article 10, alinéa 2, ne s'appliquent pas à l'interruption complète de la carrière pour congé parental.]8
[2 L'interruption complète de la carrière professionnelle peut être prise [3 dans des périodes d'un mois ou d'un multiple de ceux-ci]3, avec une durée maximale de 4 mois]2
L'interruption -[2 à mi-temps]2 de la carrière professionnelle [3 peut être prise dans des périodes de deux mois ou d'un multiple de ceux-ci, avec une durée maximale de huit mois]3.
[2 L'interruption de la carrière professionnelle d'un cinquième [3 peut être prise dans des périodes de 5 mois ou d'un multiple de ceux-ci]3, avec une durée maximale de 20 mois.]2
[7 L'interruption de la carrière professionnelle à 1/10 temps doit être prise en périodes de 10 mois ou d'un multiple de 10 mois, avec une durée maximale de quarante mois. Par dérogation au premier alinéa, l'interruption à 1/10 temps ne constitue pas un droit. La direction de l'institut supérieur peut refuser cette forme d'interruption. La direction de l'institut supérieur notifie par écrit au membre du personnel cette décision motivée.]7
[6 ...]6
Änderungen
Art. 13/1. [1 In afwijking van [2 artikel 13, derde lid]2, kan de periode van vier maanden, na akkoord van het hogeschoolbestuur, volledig of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud daarvan. Het hogeschoolbestuur kan die opnamevorm weigeren. Het hogeschoolbestuur deelt die gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid. Als in geval van een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterende gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dat saldo in overleg met het hogeschoolbestuur op te nemen. Het hogeschoolbestuur kan de opname van het saldo met maximaal 1 academiejaar en uiterlijk tot de in artikel 14 vermelde leeftijd uitstellen omwille van de continuïteit van het onderwijs of de dienstverlening.
In afwijking van [2 artikel 13, vierde lid]2, kan de periode van acht maanden, na akkoord van het hogeschoolbestuur, volledig of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud daarvan. Het hogeschoolbestuur kan die opnamevorm weigeren. Het hogeschoolbestuur deelt die gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid. Als in geval van een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterende gedeelte een maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dat saldo in overleg met het hogeschoolbestuur op te nemen. Het hogeschoolbestuur kan de opname van het saldo met maximaal 1 academiejaar en uiterlijk tot de in artikel 14 vermelde leeftijd uitstellen omwille van de continuïteit van het onderwijs of de dienstverlening.]1
In afwijking van [2 artikel 13, vierde lid]2, kan de periode van acht maanden, na akkoord van het hogeschoolbestuur, volledig of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud daarvan. Het hogeschoolbestuur kan die opnamevorm weigeren. Het hogeschoolbestuur deelt die gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid. Als in geval van een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterende gedeelte een maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dat saldo in overleg met het hogeschoolbestuur op te nemen. Het hogeschoolbestuur kan de opname van het saldo met maximaal 1 academiejaar en uiterlijk tot de in artikel 14 vermelde leeftijd uitstellen omwille van de continuïteit van het onderwijs of de dienstverlening.]1
Art. 13/1. [1 Par dérogation à [2 l'article 13, alinéa 3]2, la période de quatre mois peut, avec l'accord de la direction de l'institut supérieur, être entièrement ou partiellement divisée en périodes d'une semaine ou d'un multiple d'une semaine. La direction de l'institut supérieur peut refuser cette forme d'interruption. La direction de l'institut supérieur notifie par écrit au membre du personnel cette décision motivée. Si, en cas de subdivision partielle en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde en accord avec la direction de l'institut supérieur. La direction de l'institut supérieur peut reporter la prise du solde au maximum d'une année académique et au plus tard jusqu'à l'âge visé à l'article 14, pour des raisons de continuité de l'enseignement ou de prestation de services.
Par dérogation à [2 l'article 13, alinéa 4]2, la période de huit mois peut, avec l'accord de la direction de l'institut supérieur, être entièrement ou partiellement divisée en périodes d'un mois ou d'un multiple d'un mois. La direction de l'institut supérieur peut refuser cette forme d'interruption. La direction de l'institut supérieur notifie par écrit au membre du personnel cette décision motivée. Si, en cas de subdivision partielle en mois, la partie restante s'élève à un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde en accord avec la direction de l'institut supérieur. La direction de l'institut supérieur peut reporter la prise du solde au maximum d'une année académique et au plus tard jusqu'à l'âge visé à l'article 14, pour des raisons de continuité de l'enseignement ou de prestation de services.]1
Par dérogation à [2 l'article 13, alinéa 4]2, la période de huit mois peut, avec l'accord de la direction de l'institut supérieur, être entièrement ou partiellement divisée en périodes d'un mois ou d'un multiple d'un mois. La direction de l'institut supérieur peut refuser cette forme d'interruption. La direction de l'institut supérieur notifie par écrit au membre du personnel cette décision motivée. Si, en cas de subdivision partielle en mois, la partie restante s'élève à un mois, le membre du personnel a le droit de prendre ce solde en accord avec la direction de l'institut supérieur. La direction de l'institut supérieur peut reporter la prise du solde au maximum d'une année académique et au plus tard jusqu'à l'âge visé à l'article 14, pour des raisons de continuité de l'enseignement ou de prestation de services.]1
Art. 14. [1 Het personeelslid heeft recht op het ouderschapsverlof :
1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
2° in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
[4 3° in het kader van langdurige pleegzorg, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt. Het personeelslid kan dit recht uitoefenen voor zover en zo lang het betrokken kind bij hem geplaatst is in het kader van langdurige pleegzorg.]4
[2 Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft, die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, [3 of dat ten minste negen punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving over de kinderbijslag,]3 wordt de leeftijdsgrens vastgesteld op 21 jaar.]2
Aan de voorwaarde van de twaalfde [2 of de eenentwintigste]2 verjaardag moet zijn voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof.]1
1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
2° in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
[4 3° in het kader van langdurige pleegzorg, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt. Het personeelslid kan dit recht uitoefenen voor zover en zo lang het betrokken kind bij hem geplaatst is in het kader van langdurige pleegzorg.]4
[2 Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft, die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, [3 of dat ten minste negen punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving over de kinderbijslag,]3 wordt de leeftijdsgrens vastgesteld op 21 jaar.]2
Aan de voorwaarde van de twaalfde [2 of de eenentwintigste]2 verjaardag moet zijn voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof.]1
Art. 14. [1 Le membre du personnel a droit au congé parental :
1° en raison de la naissance de son enfant, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans;
2° dans le cadre de l'adoption d'un enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence, et ce, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans.
[4 3° dans le cadre d'un placement familial de longue durée, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans. Le membre du personnel peut exercer ce droit dans la mesure où et aussi longtemps que l'enfant concerné est placé chez lui dans le cadre d'un placement familial de longue durée. ]4
[2 Lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection résultant en l'octroi d'au moins 4 points au pilier I sur l'échelle médico-sociale au sens du régime des allocations familiales, [3 ou en l'octroi d'au moins neuf points dans chacun des trois piliers de l'échelle médico-sociale au sens du régime des allocations familiales,]3 la limite d'âge applicable est 21 ans. ]2
La condition du douzième [2 ou du vingt-et-unième ]2 anniversaire doit être satisfaite au plus tard pendant la période de congé parental.]1
1° en raison de la naissance de son enfant, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans;
2° dans le cadre de l'adoption d'un enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence, et ce, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans.
[4 3° dans le cadre d'un placement familial de longue durée, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans. Le membre du personnel peut exercer ce droit dans la mesure où et aussi longtemps que l'enfant concerné est placé chez lui dans le cadre d'un placement familial de longue durée. ]4
[2 Lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection résultant en l'octroi d'au moins 4 points au pilier I sur l'échelle médico-sociale au sens du régime des allocations familiales, [3 ou en l'octroi d'au moins neuf points dans chacun des trois piliers de l'échelle médico-sociale au sens du régime des allocations familiales,]3 la limite d'âge applicable est 21 ans. ]2
La condition du douzième [2 ou du vingt-et-unième ]2 anniversaire doit être satisfaite au plus tard pendant la période de congé parental.]1
Subafdeling 3/1. [1 - Loopbaanonderbreking voor corona-ouderschapsverlof]1
Sous-section 3/1. [1 - Interruption de carrière pour congé parental corona]1
Art. 14/1. [1 Tijdens de periode die loopt van 1 mei 2020 tot en met 30 [2 september]2 2020 kan een personeelslid corona-ouderschapsverlof opnemen om voor zijn kind te zorgen. Het personeelslid kan :
1° ofwel zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreken tot een halftijdse betrekking, op voorwaarde dat het personeelslid belast is met een of meer betrekkingen die samen ten minste 75% van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties;
2° ofwel zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreken door hun prestaties te verminderen met een vijfde, op voorwaarde dat het personeelslid een ambt met volledige prestaties uitoefent.
In afwijking van het eerste lid kunnen nieuwe aanvragen voor corona-ouderschapsverlof ingaan vanaf 11 mei 2020.
[2 Tijdens de periode die loopt van 1 juli 2020 tot en met 30 september 2020 kan een personeelslid voltijds corona-ouderschapsverlof opnemen om voor zijn kind te zorgen:
1° als het kind een gehandicapt kind is als bedoeld in artikel 14/2, tweede of derde lid, of,
2° als de ouder van het kind alleenwonend is. Onder alleenwonende ouder wordt verstaan, de persoon die uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft.]2
Het corona-ouderschapsverlof kan enkel worden opgenomen met akkoord van het hogeschoolbestuur.]1
1° ofwel zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreken tot een halftijdse betrekking, op voorwaarde dat het personeelslid belast is met een of meer betrekkingen die samen ten minste 75% van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties;
2° ofwel zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreken door hun prestaties te verminderen met een vijfde, op voorwaarde dat het personeelslid een ambt met volledige prestaties uitoefent.
In afwijking van het eerste lid kunnen nieuwe aanvragen voor corona-ouderschapsverlof ingaan vanaf 11 mei 2020.
[2 Tijdens de periode die loopt van 1 juli 2020 tot en met 30 september 2020 kan een personeelslid voltijds corona-ouderschapsverlof opnemen om voor zijn kind te zorgen:
1° als het kind een gehandicapt kind is als bedoeld in artikel 14/2, tweede of derde lid, of,
2° als de ouder van het kind alleenwonend is. Onder alleenwonende ouder wordt verstaan, de persoon die uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft.]2
Het corona-ouderschapsverlof kan enkel worden opgenomen met akkoord van het hogeschoolbestuur.]1
Art. 14/1. [1 Pendant la période du 1 mai 2020 au 30 [2 septembre]2 2020, un membre du personnel peut prendre un congé parental corona pour s'occuper de son enfant. Le membre du personnel peut :
1° soit interrompre partiellement sa carrière jusqu'à un emploi à mi-temps, à condition qu'il ait la charge d'un ou plusieurs emplois qui, ensemble, représentent au moins 75 % du nombre d'unités de prestation requises pour une fonction à prestations complètes ;
2° soit interrompre sa carrière partiellement en réduisant ses prestations d'un cinquième, à condition que le membre du personnel exerce une fonction à prestations complètes.
Par dérogation au premier alinéa, les nouvelles demandes de congé parental corona peuvent prendre effet à partir du 11 mai 2020.
[2 Pendant la période du 1 juillet 2020 au 30 septembre 2020, un membre du personnel peut prendre un congé parental corona à temps plein pour s'occuper de son enfant :
1° si l'enfant est un enfant handicapé tel que visé à l'article 14/2, deuxième ou troisième alinéa, ou,
2° si le parent de l'enfant est isolé. Par parent isolé on entend une personne qui vit exclusivement avec un ou plusieurs enfants à charge.]2
Le congé parental corona ne peut être pris qu'avec l'accord de la direction de l'institut supérieur.]1
1° soit interrompre partiellement sa carrière jusqu'à un emploi à mi-temps, à condition qu'il ait la charge d'un ou plusieurs emplois qui, ensemble, représentent au moins 75 % du nombre d'unités de prestation requises pour une fonction à prestations complètes ;
2° soit interrompre sa carrière partiellement en réduisant ses prestations d'un cinquième, à condition que le membre du personnel exerce une fonction à prestations complètes.
Par dérogation au premier alinéa, les nouvelles demandes de congé parental corona peuvent prendre effet à partir du 11 mai 2020.
[2 Pendant la période du 1 juillet 2020 au 30 septembre 2020, un membre du personnel peut prendre un congé parental corona à temps plein pour s'occuper de son enfant :
1° si l'enfant est un enfant handicapé tel que visé à l'article 14/2, deuxième ou troisième alinéa, ou,
2° si le parent de l'enfant est isolé. Par parent isolé on entend une personne qui vit exclusivement avec un ou plusieurs enfants à charge.]2
Le congé parental corona ne peut être pris qu'avec l'accord de la direction de l'institut supérieur.]1
Art. 14/2. [1 Het corona-ouderschapsverlof kan worden genomen:
1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
2° naar aanleiding van de adoptie van zijn kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
3° door een pleegouder aangesteld als pleegouder door de rechtbank of door een door de gemeenschap erkende dienst, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
De leeftijdsgrens wordt vastgesteld op 21 jaar als het kind een gehandicapt kind is.
In afwijking van het vorige lid, is er geen leeftijdsgrens als een kind of volwassene met een handicap opgevangen wordt door zijn ouders indien hij geniet van een intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen.]1
1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
2° naar aanleiding van de adoptie van zijn kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
3° door een pleegouder aangesteld als pleegouder door de rechtbank of door een door de gemeenschap erkende dienst, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
De leeftijdsgrens wordt vastgesteld op 21 jaar als het kind een gehandicapt kind is.
In afwijking van het vorige lid, is er geen leeftijdsgrens als een kind of volwassene met een handicap opgevangen wordt door zijn ouders indien hij geniet van een intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen.]1
Art. 14/2. [1 Le congé parental corona peut être pris :
1° à l'occasion de la naissance de son enfant, jusqu'à ce que ce dernier atteigne l'âge de douze ans ;
2° à l'occasion de l'adoption de son enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence, et ce jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans ;
3° par un parent d'accueil désigné comme tel par le tribunal ou par un service reconnu par la communauté, et ce jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans.
L'âge limite est fixé à 21 ans si l'enfant est un enfant handicapé.
Par dérogation à l'alinéa précédent, il n'y a pas de limite d'âge pour un enfant ou adulte handicapé pris en charge par ses parents s'il bénéficie de services ou de traitements intra ou extra muros, organisés ou reconnus par les Communautés.]1
1° à l'occasion de la naissance de son enfant, jusqu'à ce que ce dernier atteigne l'âge de douze ans ;
2° à l'occasion de l'adoption de son enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence, et ce jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans ;
3° par un parent d'accueil désigné comme tel par le tribunal ou par un service reconnu par la communauté, et ce jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans.
L'âge limite est fixé à 21 ans si l'enfant est un enfant handicapé.
Par dérogation à l'alinéa précédent, il n'y a pas de limite d'âge pour un enfant ou adulte handicapé pris en charge par ses parents s'il bénéficie de services ou de traitements intra ou extra muros, organisés ou reconnus par les Communautés.]1
Art. 14/3. [1 De opname van het corona ouderschapsverlof gebeurt met een periode van één week, een veelvoud daarvan of een kalendermaand.]1
Art. 14/3. [1 Le congé parental corona est pris en une période d'une semaine ou d'un multiple d'une semaine, ou d'un mois civil.]1
Art. 14/4. [1 § 1. Een personeelslid dat conform subafdeling 2, 3 of 4 van dit besluit of conform hoofdstuk 3, afdeling 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt tot een halftijdse betrekking of zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt door zijn prestaties te verminderen met een vijfde, kan, met akkoord van zijn hogeschoolbestuur, die loopbaanonderbreking of dat zorgkrediet omzetten in het corona-ouderschapsverlof.
Als de loopbaanonderbreking of dat zorgkrediet een voorziene duurtijd heeft die langer is dan die van het corona-ouderschapsverlof, dan wordt de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet onmiddellijk na afloop van het corona-ouderschapsverlof hernomen tot de oorspronkelijk aangevraagde einddatum.
§ 2. Een personeelslid dat conform subafdeling 2, 3 of 4 van dit besluit of conform hoofdstuk 3, afdeling 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet zijn loopbaan volledig onderbreekt of zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt tot een halftijdse betrekking of zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt door zijn prestaties te verminderen met een vijfde, kan, met akkoord van zijn hogeschoolbestuur, die loopbaanonderbreking of dat zorgkrediet schorsen met het oog op het opnemen van het corona-ouderschapsverlof.
Als de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet een voorziene duurtijd heeft die langer is dan die van het corona-ouderschapsverlof, dan wordt de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet onmiddellijk na afloop van het corona-ouderschapsverlof hernomen tot de oorspronkelijk aangevraagde einddatum.
§ 3. De periode waarin de loopbaanonderbreking wordt omgezet in een corona-ouderschapsverlof volgens de paragrafen 1 of 2, wordt niet aangerekend voor de maximale duur van de loopbaanonderbreking.]1
Als de loopbaanonderbreking of dat zorgkrediet een voorziene duurtijd heeft die langer is dan die van het corona-ouderschapsverlof, dan wordt de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet onmiddellijk na afloop van het corona-ouderschapsverlof hernomen tot de oorspronkelijk aangevraagde einddatum.
§ 2. Een personeelslid dat conform subafdeling 2, 3 of 4 van dit besluit of conform hoofdstuk 3, afdeling 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet zijn loopbaan volledig onderbreekt of zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt tot een halftijdse betrekking of zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt door zijn prestaties te verminderen met een vijfde, kan, met akkoord van zijn hogeschoolbestuur, die loopbaanonderbreking of dat zorgkrediet schorsen met het oog op het opnemen van het corona-ouderschapsverlof.
Als de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet een voorziene duurtijd heeft die langer is dan die van het corona-ouderschapsverlof, dan wordt de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet onmiddellijk na afloop van het corona-ouderschapsverlof hernomen tot de oorspronkelijk aangevraagde einddatum.
§ 3. De periode waarin de loopbaanonderbreking wordt omgezet in een corona-ouderschapsverlof volgens de paragrafen 1 of 2, wordt niet aangerekend voor de maximale duur van de loopbaanonderbreking.]1
Art. 14/4. [1 § 1. Le membre du personnel qui, conformément aux sous-sections 2, 3 ou 4 du présent arrêté ou au chapitre 3, section 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crédit-soins, interrompt partiellement sa carrière jusqu'à un emploi à mi-temps ou en réduisant ses prestations d'un cinquième, peut, avec l'accord de la direction de son institut supérieur, convertir cette interruption de carrière ou ce crédit-soins en congé parental corona.
Si l'interruption de carrière ou le crédit-soins a une durée prévue plus longue que celle du congé parental corona, l'interruption de carrière ou le crédit-soins reprend immédiatement après la fin du congé parental corona jusqu'à la date de fin initialement demandée.
§ 2. Le membre du personnel qui, conformément aux sous-sections 2, 3 ou 4 du présent arrêté ou au chapitre 3, section 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crédit-soins, interrompt sa carrière soit complètement, soit partiellement jusqu'à un emploi à mi-temps ou en réduisant ses prestations d'un cinquième, peut, avec l'accord de la direction de son institut supérieur, suspendre cette interruption de carrière ou ce crédit-soins en vue de prendre le congé parental corona.
Si l'interruption de carrière ou le crédit-soins a une durée prévue plus longue que celle du congé parental corona, l'interruption de carrière ou le crédit-soins reprend immédiatement après la fin du congé parental corona jusqu'à la date de fin initialement demandée.
§ 3. La période pendant laquelle l'interruption de carrière est convertie en congé parental corona conformément aux paragraphes 1 ou 2 n'est pas prise en compte pour la durée maximale de l'interruption de carrière.]1
Si l'interruption de carrière ou le crédit-soins a une durée prévue plus longue que celle du congé parental corona, l'interruption de carrière ou le crédit-soins reprend immédiatement après la fin du congé parental corona jusqu'à la date de fin initialement demandée.
§ 2. Le membre du personnel qui, conformément aux sous-sections 2, 3 ou 4 du présent arrêté ou au chapitre 3, section 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crédit-soins, interrompt sa carrière soit complètement, soit partiellement jusqu'à un emploi à mi-temps ou en réduisant ses prestations d'un cinquième, peut, avec l'accord de la direction de son institut supérieur, suspendre cette interruption de carrière ou ce crédit-soins en vue de prendre le congé parental corona.
Si l'interruption de carrière ou le crédit-soins a une durée prévue plus longue que celle du congé parental corona, l'interruption de carrière ou le crédit-soins reprend immédiatement après la fin du congé parental corona jusqu'à la date de fin initialement demandée.
§ 3. La période pendant laquelle l'interruption de carrière est convertie en congé parental corona conformément aux paragraphes 1 ou 2 n'est pas prise en compte pour la durée maximale de l'interruption de carrière.]1
Art. 14/5. [1 § 1. Het personeelslid dat gebruik wenst te maken van het corona-ouderschapsverlof, doet een aanvraag bij zijn hogeschoolbestuur overeenkomstig de volgende bepalingen:
1° het personeelslid brengt ten minste drie werkdagen op voorhand zijn hogeschoolbestuur hiervan schriftelijk op de hoogte;
2° de kennisgeving gebeurt door middel van een aangetekend schrijven of de overhandiging van het in 1° van deze paragraaf bedoelde geschrift waarvan het duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door het hogeschoolbestuur, hetzij op elektronische wijze mits ontvangstbevestiging van het bericht door het hogeschoolbestuur;
3° het in 1° van deze paragraaf bedoelde geschrift vermeldt de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof.
§ 2. Het hogeschoolbestuur geeft het personeelslid schriftelijk zijn akkoord binnen een termijn van maximaal drie werkdagen na aanvraag en in ieder geval ten laatste voor de aanvang van het corona-ouderschapsverlof. Het geeft binnen dezelfde termijn zijn akkoord met, naar gelang het geval, de omzetting van de loopbaanonderbreking in corona-ouderschapsverlof of met de schorsing van de loopbaanonderbreking in toepassing van artikel 14/4.
§ 3. De onderbrekingsuitkering wordt aangevraagd met toepassing van de ter zake geldende federale regels.
De omzetting van de loopbaanonderbreking en de schorsing van de loopbaanonderbreking, zoals voorzien in artikel 14/4, worden schriftelijk meegedeeld aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.]1
1° het personeelslid brengt ten minste drie werkdagen op voorhand zijn hogeschoolbestuur hiervan schriftelijk op de hoogte;
2° de kennisgeving gebeurt door middel van een aangetekend schrijven of de overhandiging van het in 1° van deze paragraaf bedoelde geschrift waarvan het duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door het hogeschoolbestuur, hetzij op elektronische wijze mits ontvangstbevestiging van het bericht door het hogeschoolbestuur;
3° het in 1° van deze paragraaf bedoelde geschrift vermeldt de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof.
§ 2. Het hogeschoolbestuur geeft het personeelslid schriftelijk zijn akkoord binnen een termijn van maximaal drie werkdagen na aanvraag en in ieder geval ten laatste voor de aanvang van het corona-ouderschapsverlof. Het geeft binnen dezelfde termijn zijn akkoord met, naar gelang het geval, de omzetting van de loopbaanonderbreking in corona-ouderschapsverlof of met de schorsing van de loopbaanonderbreking in toepassing van artikel 14/4.
§ 3. De onderbrekingsuitkering wordt aangevraagd met toepassing van de ter zake geldende federale regels.
De omzetting van de loopbaanonderbreking en de schorsing van de loopbaanonderbreking, zoals voorzien in artikel 14/4, worden schriftelijk meegedeeld aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.]1
Art. 14/5. [1 § 1. Un membre du personnel souhaitant bénéficier d'un congé parental corona en fait la demande auprès de la direction de son institut supérieur conformément aux dispositions suivantes :
1° le membre du personnel informe par écrit la direction de son institut supérieur au moins trois jours ouvrables à l'avance ;
2° la notification est faite par lettre recommandée ou par remise de l'écrit visé au 1° du présent paragraphe, dont le double est signé pour réception par la direction de l'institut supérieur, ou par voie électronique moyennant accusé de réception de la direction de l'institut supérieur ;
3° l'écrit visé au 1° du présent paragraphe mentionne les dates de début et de fin du congé parental.
§ 2. La direction de l'institut supérieur donne son accord écrit au membre du personnel dans un délai maximum de trois jours ouvrables après la demande et, en tout état de cause, au plus tard avant le début du congé parental corona. Dans ce même délai, elle donne son accord à la conversion de l'interruption de carrière en congé parental corona ou à la suspension de l'interruption de carrière en application de l'article 14/4, selon le cas.
§ 3. L'allocation d'interruption est demandée conformément aux règles fédérales applicables.
La conversion de l'interruption de carrière et la suspension de l'interruption de carrière, prévues à l'article 14/4, sont notifiées par écrit à l'Office national de l'emploi.]1
1° le membre du personnel informe par écrit la direction de son institut supérieur au moins trois jours ouvrables à l'avance ;
2° la notification est faite par lettre recommandée ou par remise de l'écrit visé au 1° du présent paragraphe, dont le double est signé pour réception par la direction de l'institut supérieur, ou par voie électronique moyennant accusé de réception de la direction de l'institut supérieur ;
3° l'écrit visé au 1° du présent paragraphe mentionne les dates de début et de fin du congé parental.
§ 2. La direction de l'institut supérieur donne son accord écrit au membre du personnel dans un délai maximum de trois jours ouvrables après la demande et, en tout état de cause, au plus tard avant le début du congé parental corona. Dans ce même délai, elle donne son accord à la conversion de l'interruption de carrière en congé parental corona ou à la suspension de l'interruption de carrière en application de l'article 14/4, selon le cas.
§ 3. L'allocation d'interruption est demandée conformément aux règles fédérales applicables.
La conversion de l'interruption de carrière et la suspension de l'interruption de carrière, prévues à l'article 14/4, sont notifiées par écrit à l'Office national de l'emploi.]1
Subafdeling 4. - Loopbaanonderbreking voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid.
Sous-section 4. - L'interruption de carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille malade.
Art. 15. § 1. [4 De personeelsleden hebben]4 het recht hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een gezinslid of een familielid tot de tweede graad dat lijdt aan een zware ziekte.
[4 ...]4
Voor de toepassing van deze subafdeling wordt verstaan onder gezinslid, elke persoon die samenwoont met het personeelslid en als familielid zowel de bloed- als de aanverwanten.
Voor de toepassing van deze subafdeling wordt onder zware ziekte verstaan, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel. [2 [3 De bepaling, vermeld in artikel 2, en de voorwaarde "in hoofdambt", vermeld in artikel 10]3, tweede lid, zijn niet van toepassing op de volledige loopbaanonderbreking voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid.]2
§ 2. [4 ...]4
[4 ...]4
Voor de toepassing van deze subafdeling wordt verstaan onder gezinslid, elke persoon die samenwoont met het personeelslid en als familielid zowel de bloed- als de aanverwanten.
Voor de toepassing van deze subafdeling wordt onder zware ziekte verstaan, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel. [2 [3 De bepaling, vermeld in artikel 2, en de voorwaarde "in hoofdambt", vermeld in artikel 10]3, tweede lid, zijn niet van toepassing op de volledige loopbaanonderbreking voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid.]2
§ 2. [4 ...]4
Art. 15. § 1. [4 Les membres du personnel ont ]4 le droit d'interrompre de manière complète ou partielle leur carrière professionnelle pour assistance ou prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille jusqu'au deuxième degré souffrant d'une maladie grave.
[4 ...]4
Pour l'application de la présente sous-section, il faut entendre par membre du ménage toute personne cohabitant avec le membre du personnel et par membre de la famille tout parent ou allié.
Pour l'application de la présente sous-section, il faut entendre par maladie grave toute maladie ou intervention médicale considérée comme telle par le médecin traitant dont le processus de guérison nécessite à son avis toute forme d'assistance sociale, familiale ou affective ou de prestation de soins. [2 [3 La disposition visée à l'article 2 et la condition " en tant que fonction principale " visée à l'article 10, alinéa 2]3, ne s'appliquent pas à l'interruption complète de la carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille souffrant d'une maladie.]2
§ 2. [4 ...]4
[4 ...]4
Pour l'application de la présente sous-section, il faut entendre par membre du ménage toute personne cohabitant avec le membre du personnel et par membre de la famille tout parent ou allié.
Pour l'application de la présente sous-section, il faut entendre par maladie grave toute maladie ou intervention médicale considérée comme telle par le médecin traitant dont le processus de guérison nécessite à son avis toute forme d'assistance sociale, familiale ou affective ou de prestation de soins. [2 [3 La disposition visée à l'article 2 et la condition " en tant que fonction principale " visée à l'article 10, alinéa 2]3, ne s'appliquent pas à l'interruption complète de la carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille souffrant d'une maladie.]2
§ 2. [4 ...]4
Art. 16. De onderbrekingsperiodes kunnen enkel opgenomen worden met periodes van minimum één en maximum drie maanden, al dan niet aaneensluitend, tot een maximumperiode van 12 maanden per patiënt [1 bij een volledige loopbaanonderbreking of 24 maanden per patiënt bij een gedeeltelijke loopbaanonderbreking]1.
[2 § 2. Voor het personeelslid dat alleenstaand is, wordt, in geval van zware ziekte van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, de maximumperiode van 12 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de volledige loopbaanonderbreking uitgebreid naar 24 maanden per patiënt, en wordt de maximumperiode van 24 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking uitgebreid naar 48 maanden per patiënt.
Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor de toepassing van het eerste lid moet het personeelslid het bewijs leveren van de samenstelling van het gezin met een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.]2
[3 § 3. In afwijking van paragraaf 1 kan bij de opname van een volledige loopbaanonderbreking de minimumduur van de onderbrekingsperiodes, na akkoord van het hogeschoolbestuur, ingekort worden tot één van de volgende periodes:
1° één week;
2° twee weken;
3° drie weken.
Als het resterend gedeelte van de maximumperiode van de onderbreking na de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan één maand, heeft het personeelslid het recht om dat volledige saldo zonder akkoord van het hogeschoolbestuur op te nemen.]3
[2 § 2. Voor het personeelslid dat alleenstaand is, wordt, in geval van zware ziekte van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, de maximumperiode van 12 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de volledige loopbaanonderbreking uitgebreid naar 24 maanden per patiënt, en wordt de maximumperiode van 24 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking uitgebreid naar 48 maanden per patiënt.
Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor de toepassing van het eerste lid moet het personeelslid het bewijs leveren van de samenstelling van het gezin met een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.]2
[3 § 3. In afwijking van paragraaf 1 kan bij de opname van een volledige loopbaanonderbreking de minimumduur van de onderbrekingsperiodes, na akkoord van het hogeschoolbestuur, ingekort worden tot één van de volgende periodes:
1° één week;
2° twee weken;
3° drie weken.
Als het resterend gedeelte van de maximumperiode van de onderbreking na de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan één maand, heeft het personeelslid het recht om dat volledige saldo zonder akkoord van het hogeschoolbestuur op te nemen.]3
Art. 16. Les périodes d'interruption ne peuvent être prises qu'en périodes d'au moins un et au maximum trois mois, de façon consécutive ou non, avec une période maximale de 12 mois par patient [1 pour une interruption complète de la carrière ou 24 mois par patient pour une interruption partielle de la carrière professionnelle]1.
[2 § 2. Pour le membre du personnel vivant seul et ayant un enfant de 16 ans au plus souffrant d'une maladie grave, la période maximale de 12 mois par patient, telle que visée au paragraphe 1er, est portée à 24 mois par patient en cas d'interruption complète de la carrière, et la période maximale de 24 mois par patient, visée au paragraphe 1er, est portée à 48 mois par patient en cas d'interruption partielle de la carrière.
Par 'vivant seul' il faut entendre le membre du personnel vivant exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour l'application de l'alinéa premier, le membre du personnel doit livrer la preuve de la composition de la famille par une attestation des autorités communales prouvant que le membre du personnel vit, au moment de la demande d'interruption de la carrière professionnelle, exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour chaque prolongement d'une période d'interruption de carrière complète ou partielle, le membre du personnel doit produire l'attestation requise.]2
[3 § 3. Par dérogation au paragraphe 1, en cas d'interruption complète de carrière, la durée minimale des périodes d'interruption peut être ramenée à l'une des périodes suivantes, avec l'accord de la direction de l'institut supérieur :
1° une semaine ;
2° deux semaines ;
3° trois semaines.
Si la partie restante de la période maximale d'interruption est inférieure à un mois à la suite de l'application du premier alinéa, le membre du personnel a le droit de prendre la totalité de ce solde sans l'accord de la direction de l'institut supérieur.]3
[2 § 2. Pour le membre du personnel vivant seul et ayant un enfant de 16 ans au plus souffrant d'une maladie grave, la période maximale de 12 mois par patient, telle que visée au paragraphe 1er, est portée à 24 mois par patient en cas d'interruption complète de la carrière, et la période maximale de 24 mois par patient, visée au paragraphe 1er, est portée à 48 mois par patient en cas d'interruption partielle de la carrière.
Par 'vivant seul' il faut entendre le membre du personnel vivant exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour l'application de l'alinéa premier, le membre du personnel doit livrer la preuve de la composition de la famille par une attestation des autorités communales prouvant que le membre du personnel vit, au moment de la demande d'interruption de la carrière professionnelle, exclusivement et effectivement avec un ou plusieurs de ses enfants. Pour chaque prolongement d'une période d'interruption de carrière complète ou partielle, le membre du personnel doit produire l'attestation requise.]2
[3 § 3. Par dérogation au paragraphe 1, en cas d'interruption complète de carrière, la durée minimale des périodes d'interruption peut être ramenée à l'une des périodes suivantes, avec l'accord de la direction de l'institut supérieur :
1° une semaine ;
2° deux semaines ;
3° trois semaines.
Si la partie restante de la période maximale d'interruption est inférieure à un mois à la suite de l'application du premier alinéa, le membre du personnel a le droit de prendre la totalité de ce solde sans l'accord de la direction de l'institut supérieur.]3
Art. 16/1. [1 § 1. In afwijking van de duur van minimum één maand, vermeld in artikel 16, kan het personeelslid voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, zijn beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, eventueel verlengbaar met één week.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of verzorging noodzakelijk is.
§ 2. De mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, staat open voor :
1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;
2° het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.
Als de personeelsleden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, dan kunnen ook de volgende personeelsleden op die mogelijkheid een beroep doen :
1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;
2° als het personeelslid vermeld onder 1° geen gebruik kan maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, een familielid van het zwaar zieke kind tot de tweede graad. ".
§ 3. Als het personeelslid aansluitend op de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, zijn recht uitoefent op loopbaanonderbreking voor medische bijstand zoals vermeld in artikel 15 voor datzelfde zwaar zieke kind, kan de minimale periode voor de opname van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan korter zijn dan één maand.]1
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of verzorging noodzakelijk is.
§ 2. De mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, staat open voor :
1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;
2° het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.
Als de personeelsleden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, dan kunnen ook de volgende personeelsleden op die mogelijkheid een beroep doen :
1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;
2° als het personeelslid vermeld onder 1° geen gebruik kan maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, een familielid van het zwaar zieke kind tot de tweede graad. ".
§ 3. Als het personeelslid aansluitend op de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, zijn recht uitoefent op loopbaanonderbreking voor medische bijstand zoals vermeld in artikel 15 voor datzelfde zwaar zieke kind, kan de minimale periode voor de opname van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan korter zijn dan één maand.]1
Art. 16/1. [1 § 1er. Par dérogation à la durée d'un mois au minimum visée à l'article 16, le membre du personnel peut interrompre sa carrière professionnelle de manière complète pour la durée d'une semaine, éventuellement renouvelable d'une semaine, pour l'assistance ou prestation de soins d'un enfant mineur, pendant ou immédiatement après l'hospitalisation de l'enfant suite à une maladie grave.
Pour l'application du présent article, il faut entendre par 'maladie grave' toute maladie ou intervention médicale considérée comme telle par le médecin traitant de l'enfant gravement malade, dont le processus de guérison nécessite à son avis toute forme d'assistance sociale, familiale ou psychologique ou de prestation de soins.
§ 2. La possibilité d'interruption de la carrière professionnelle pour la durée d'une semaine, telle que visée au paragraphe 1er, est ouverte :
1° au membre du personnel qui est un parent ou allié au premier degré de l'enfant gravement malade et qui cohabite avec lui;
2° au membre du personnel qui cohabite avec l'enfant gravement malade et est chargée- de l'éducation quotidienne.
Si les membres du personnel visés à l'alinéa premier, 1° et 2° ne peuvent pas utiliser la possibilité d'interrompre leur carrière professionnelle pour la durée d'une semaine telle que visé au paragraphe 1er, les membres du personnel suivants peuvent également faire appel à cette possibilité :
1° le membre du personnel qui est un parent ou allié au premier degré de l'enfant gravement malade et qui ne cohabite pas avec celui-ci;
2° si le membre du personnel visé sous 1° ne peut pas utiliser la possibilité d'interruption de la carrière professionnelle pour la durée d'une semaine, un membre de famille de l'enfant gravement malade jusqu'au deuxième degré. ".
§ 3. Si le membre du personnel exerce le droit d'interruption de la carrière pour assistance médicale telle que visée à l'article 15 pour le même enfant gravement malade, immédiatement après possibilité d'interruption de la carrière professionnelle, la période minimale pour la prise de l'interruption complète de la carrière professionnelle peut être inférieure à un mois.]1
Pour l'application du présent article, il faut entendre par 'maladie grave' toute maladie ou intervention médicale considérée comme telle par le médecin traitant de l'enfant gravement malade, dont le processus de guérison nécessite à son avis toute forme d'assistance sociale, familiale ou psychologique ou de prestation de soins.
§ 2. La possibilité d'interruption de la carrière professionnelle pour la durée d'une semaine, telle que visée au paragraphe 1er, est ouverte :
1° au membre du personnel qui est un parent ou allié au premier degré de l'enfant gravement malade et qui cohabite avec lui;
2° au membre du personnel qui cohabite avec l'enfant gravement malade et est chargée- de l'éducation quotidienne.
Si les membres du personnel visés à l'alinéa premier, 1° et 2° ne peuvent pas utiliser la possibilité d'interrompre leur carrière professionnelle pour la durée d'une semaine telle que visé au paragraphe 1er, les membres du personnel suivants peuvent également faire appel à cette possibilité :
1° le membre du personnel qui est un parent ou allié au premier degré de l'enfant gravement malade et qui ne cohabite pas avec celui-ci;
2° si le membre du personnel visé sous 1° ne peut pas utiliser la possibilité d'interruption de la carrière professionnelle pour la durée d'une semaine, un membre de famille de l'enfant gravement malade jusqu'au deuxième degré. ".
§ 3. Si le membre du personnel exerce le droit d'interruption de la carrière pour assistance médicale telle que visée à l'article 15 pour le même enfant gravement malade, immédiatement après possibilité d'interruption de la carrière professionnelle, la période minimale pour la prise de l'interruption complète de la carrière professionnelle peut être inférieure à un mois.]1
Subafdeling 4/1. [1 - Loopbaanonderbreking voor mantelzorg]1
Sous-section 4/1. [1 - Interruption de carrière pour aide de proximité]1
Art. 16/2. [1 Personeelsleden die erkend mantelzorger zijn van een zorgbehoevende persoon, hebben het recht om hun loopbaan [2 ...]2 te onderbreken voor mantelzorg conform artikel 100ter en 102ter van de wet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen. [2 Ze hebben daarvoor een van de volgende opties:
1° hun loopbaan volledig onderbreken [3 in periodes van een maand of een veelvoud daarvan]3;
2° hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken [3 in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan]3, op voorwaarde dat het personeelslid aangesteld is in een ambt met volledige prestaties.]2
In het eerste lid wordt verstaan onder erkend mantelzorger: de persoon van wie de hoedanigheid van mantelzorger erkend is conform hoofdstuk 3 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger.]1
1° hun loopbaan volledig onderbreken [3 in periodes van een maand of een veelvoud daarvan]3;
2° hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken [3 in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan]3, op voorwaarde dat het personeelslid aangesteld is in een ambt met volledige prestaties.]2
In het eerste lid wordt verstaan onder erkend mantelzorger: de persoon van wie de hoedanigheid van mantelzorger erkend is conform hoofdstuk 3 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger.]1
Art. 16/2. [1 Les membres du personnel qui sont aidant proche reconnu d'une personne dépendante ont le droit d'interrompre [2 ...]2 leur carrière pour l'aide de proximité, conformément aux articles 100ter et 102ter de la loi du 22 janvier 1985 portant dispositions sociales. [2 Ils disposent à cet effet de l'une des options suivantes :
1° interrompre leur carrière complètement [3 par périodes d'un mois ou d'un multiple d'un mois]3 ;
2° interrompre leur carrière partiellement [3 par périodes de deux mois ou d'un multiple de deux mois]3 à condition que le membre du personnel soit désigné dans une fonction à prestations complètes.]2
Au premier alinéa, on entend par aidant proche reconnu la personne dont la qualité d'aidant proche est reconnue conformément au chapitre 3 de la loi du 12 mai 2014 relative à la reconnaissance de l'aidant proche.]1
1° interrompre leur carrière complètement [3 par périodes d'un mois ou d'un multiple d'un mois]3 ;
2° interrompre leur carrière partiellement [3 par périodes de deux mois ou d'un multiple de deux mois]3 à condition que le membre du personnel soit désigné dans une fonction à prestations complètes.]2
Au premier alinéa, on entend par aidant proche reconnu la personne dont la qualité d'aidant proche est reconnue conformément au chapitre 3 de la loi du 12 mai 2014 relative à la reconnaissance de l'aidant proche.]1
Art. 16/3. [1 Een personeelslid heeft recht op [2 drie maanden]2 voltijdse loopbaanonderbreking per zorgbehoevende persoon of [2 zes]2 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking per zorgbehoevende persoon.
Het recht op volledige loopbaanonderbreking voor mantelzorg bedraagt maximaal zes maanden over de gehele beroepsloopbaan. Het recht op gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor mantelzorg bedraagt maximaal twaalf maanden over de gehele beroepsloopbaan.
Voor de toepassing van dit artikel moet rekening gehouden worden met het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking overeenkomt met twee maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking.]1
Het recht op volledige loopbaanonderbreking voor mantelzorg bedraagt maximaal zes maanden over de gehele beroepsloopbaan. Het recht op gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor mantelzorg bedraagt maximaal twaalf maanden over de gehele beroepsloopbaan.
Voor de toepassing van dit artikel moet rekening gehouden worden met het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking overeenkomt met twee maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking.]1
Art. 16/3. [1 Le membre du personnel a droit à [2 trois mois]2 d'interruption de carrière à temps plein pour chaque personne dépendante ou à [2 six]2 mois d'interruption de carrière partielle pour chaque personne dépendante.
Le droit à une interruption de carrière complète pour l'aide de proximité est limité à un maximum de six mois sur l'ensemble de la carrière professionnelle. Le droit à une interruption de carrière partielle pour l'aide de proximité est limité à un maximum de douze mois sur l'ensemble de la carrière professionnelle.
Aux fins du présent article, il convient de tenir compte du principe selon lequel un mois d'interruption de carrière complète correspond à deux mois d'interruption de carrière partielle.]1
Le droit à une interruption de carrière complète pour l'aide de proximité est limité à un maximum de six mois sur l'ensemble de la carrière professionnelle. Le droit à une interruption de carrière partielle pour l'aide de proximité est limité à un maximum de douze mois sur l'ensemble de la carrière professionnelle.
Aux fins du présent article, il convient de tenir compte du principe selon lequel un mois d'interruption de carrière complète correspond à deux mois d'interruption de carrière partielle.]1
Subafdeling 5. - Deeltijdse loopbaanonderbreking vanaf [1 55 jaar]1.
Sous-section 5. - L'interruption de carrière partielle à partir de l'âge de [1 55ans]1.
Art. 17. § 1. De benoemde personeelsleden kunnen vanaf 1 september, 1 oktober of 1 november volgend op het bereiken van de leeftijd van [3 55 jaar]3 [4 tot aan de vooravond van hun pensionering]4, een gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen.
Die personeelsleden moeten benoemd zijn zowel voor het volume van de opdracht waarvoor zij gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen, als voor het volume van de opdracht die zij blijven uitoefenen.
[5 ...]5
[3 § 1bis. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de personeelsleden die hun loopbaan onderbreken met een vijfde, de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de personeelsleden die op het ogenblik van de begindatum van de loopbaanonderbreking een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, zoals bepaald in artikel 3, § 4, van het Koninklijk Besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, doorlopen hebben.]3
§ 2. De personeelsleden die van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking bedoeld in § 1, genieten en die tijdens vermelde periode hun opdracht opnieuw volledig opnemen, behouden de onderbrekingsuitkeringen die hun werden uitbetaald op grond van artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
De personeelsleden genoemd in voorgaand lid, kunnen niet opnieuw een gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen zoals bedoeld in § 1 van dit artikel en kunnen niet opnieuw het voordeel krijgen van het artikel 4, § 3 van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991.
§ 3. [5 ...]5
[3 § 4. In afwijking van paragraaf 1 behouden de personeelsleden die voor 1 juli 2012 al van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 50 jaar genieten, dit recht, ook al zijn zij op dat moment nog geen 55 jaar.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden van wie de eerste aanvraag of verlengingsaanvraag voor 1 september 2012 werd ontvangen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor zover de inrichtende macht of de Vlaamse Regering vóór 16 maart 2012 de schriftelijke aanvraag van het personeelslid ontving. "] (ERRATUM, zie B.St. 04-02-2013, p. 5567)]3
[6 § 6. De gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar wordt geschorst op het ogenblik dat het personeelslid het recht doet gelden op een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen of voor het hervatten van het werk binnen de periode van [7 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 of 3 mei 2021 tot en met 31 augustus 2021]7 ingevolge de coronacrisis.]6
[8 De gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van vijftig of vijfenvijftig jaar kan vanaf 1 september 2022 ook geschorst worden om het werk te hervatten, op voorwaarde dat het hogeschoolbestuur akkoord gaat met de werkhervatting. De minimumduur van de schorsing bedraagt twee weken.
Tijdens de voormelde periode van schorsing kan het personeelslid de arbeidsprestaties niet verminderen of voltijds onderbreken, met uitzondering van ziekteverlof, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk en wegens beroepsziekte.]8
Die personeelsleden moeten benoemd zijn zowel voor het volume van de opdracht waarvoor zij gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen, als voor het volume van de opdracht die zij blijven uitoefenen.
[5 ...]5
[3 § 1bis. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de personeelsleden die hun loopbaan onderbreken met een vijfde, de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de personeelsleden die op het ogenblik van de begindatum van de loopbaanonderbreking een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, zoals bepaald in artikel 3, § 4, van het Koninklijk Besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, doorlopen hebben.]3
§ 2. De personeelsleden die van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking bedoeld in § 1, genieten en die tijdens vermelde periode hun opdracht opnieuw volledig opnemen, behouden de onderbrekingsuitkeringen die hun werden uitbetaald op grond van artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
De personeelsleden genoemd in voorgaand lid, kunnen niet opnieuw een gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen zoals bedoeld in § 1 van dit artikel en kunnen niet opnieuw het voordeel krijgen van het artikel 4, § 3 van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991.
§ 3. [5 ...]5
[3 § 4. In afwijking van paragraaf 1 behouden de personeelsleden die voor 1 juli 2012 al van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 50 jaar genieten, dit recht, ook al zijn zij op dat moment nog geen 55 jaar.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden van wie de eerste aanvraag of verlengingsaanvraag voor 1 september 2012 werd ontvangen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor zover de inrichtende macht of de Vlaamse Regering vóór 16 maart 2012 de schriftelijke aanvraag van het personeelslid ontving. "] (ERRATUM, zie B.St. 04-02-2013, p. 5567)]3
[6 § 6. De gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar wordt geschorst op het ogenblik dat het personeelslid het recht doet gelden op een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen of voor het hervatten van het werk binnen de periode van [7 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 of 3 mei 2021 tot en met 31 augustus 2021]7 ingevolge de coronacrisis.]6
[8 De gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van vijftig of vijfenvijftig jaar kan vanaf 1 september 2022 ook geschorst worden om het werk te hervatten, op voorwaarde dat het hogeschoolbestuur akkoord gaat met de werkhervatting. De minimumduur van de schorsing bedraagt twee weken.
Tijdens de voormelde periode van schorsing kan het personeelslid de arbeidsprestaties niet verminderen of voltijds onderbreken, met uitzondering van ziekteverlof, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk en wegens beroepsziekte.]8
Änderungen
Art. 17. § 1. Les membres du personnel nommés peuvent obtenir une interruption partielle de carrière à partir du 1er septembre, du 1er octobre ou du 1er novembre suivant leur [3 55e anniversaire ]3 et [4 jusqu'à la veille de leur mise à la retraite]4.
Les membres du personnel concernés doivent être nommés tant pour le volume de la charge pour laquelle ils obtiennent l'interruption de carrière partielle, que pour le volume de la charge qu'ils continuent à effectuer.
§ 3.[5 ...]5
[3 § 1bis. Par dérogation au paragraphe 1er, pour ce qui est des membres du personnel qui interrompent leur carrière professionnelle avec un cinquième, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel ayant parcouru une carrière professionnelle d'au moins 28 ans à la date de début de l'interruption de carrière, tel que visé à l'article 3, § 4, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux.]3
§ 2. Les membres du personnel qui bénéficient d'une interruption partielle de la carrière professionnelle visée au § 1 et qui reprennent leurs fonctions à part entière au cours du délai précité, conservent les allocations d'interruption qui leur ont été payées en vertu de l'article 4, § 3, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves.
Les membres du personnel visés à l'alinéa précédent ne peuvent obtenir une seconde fois une interruption de carrière partielle telle que visée au § 1 du présent article et ne peuvent bénéficier une seconde fois de l'avantage de l'article 4, § 3 de l'arrêté royal précité du 12 août 1991.
[5 ...]5
[3 § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, les membres du personnel qui bénéficiaient déjà avant le 1er juillet 2012 d'une interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 50 ans, conservent ce droit, même s'ils n'ont pas encore 55 ans à ce moment.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel dont la première demande ou la demande de prolongation a été reçue avant le 1er septembre 2012 par l'Office national de l'Emploi, pour autant que le pouvoir organisateur ou le Gouvernement flamand ait reçu la demande écrite du membre du personnel avant le 16 mars 2012. "] (ERRATUM, voir M.B. 04-02-2013, p. 5567)]3
[6 § 6. L'interruption partielle de carrière à partir de 50 ou 55 ans est suspendue à partir du moment où le membre du personnel fait valoir son droit à une interruption de carrière pour soins palliatifs, ou pour la reprise du travail dans la période allant du [7 16 mars 2020 au 30 juin 2020 ou du 3 mai 2021 au 31 août 2021]7 en raison de la crise du coronavirus.]6
[8 L'interruption de carrière partielle à partir de l'âge de cinquante ou cinquante-cinq ans peut également être suspendue, à partir du 1er septembre 2022, pour reprendre le travail à condition que la direction de l'institut supérieur donne son accord à la reprise du travail. La durée minimale de la suspension est de deux semaines.
Pendant la période de suspension susmentionnée, le membre du personnel ne peut réduire ou interrompre à temps plein ses prestations de travail, sauf en cas de maladie, d'absence pour accident de travail, accident sur la route travail-domicile et domicile-travail et pour maladie professionnelle.]8
Les membres du personnel concernés doivent être nommés tant pour le volume de la charge pour laquelle ils obtiennent l'interruption de carrière partielle, que pour le volume de la charge qu'ils continuent à effectuer.
§ 3.[5 ...]5
[3 § 1bis. Par dérogation au paragraphe 1er, pour ce qui est des membres du personnel qui interrompent leur carrière professionnelle avec un cinquième, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel ayant parcouru une carrière professionnelle d'au moins 28 ans à la date de début de l'interruption de carrière, tel que visé à l'article 3, § 4, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux.]3
§ 2. Les membres du personnel qui bénéficient d'une interruption partielle de la carrière professionnelle visée au § 1 et qui reprennent leurs fonctions à part entière au cours du délai précité, conservent les allocations d'interruption qui leur ont été payées en vertu de l'article 4, § 3, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves.
Les membres du personnel visés à l'alinéa précédent ne peuvent obtenir une seconde fois une interruption de carrière partielle telle que visée au § 1 du présent article et ne peuvent bénéficier une seconde fois de l'avantage de l'article 4, § 3 de l'arrêté royal précité du 12 août 1991.
[5 ...]5
[3 § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, les membres du personnel qui bénéficiaient déjà avant le 1er juillet 2012 d'une interruption de carrière partielle à partir de l'âge de 50 ans, conservent ce droit, même s'ils n'ont pas encore 55 ans à ce moment.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, l'âge est porté à 50 ans pour les membres du personnel dont la première demande ou la demande de prolongation a été reçue avant le 1er septembre 2012 par l'Office national de l'Emploi, pour autant que le pouvoir organisateur ou le Gouvernement flamand ait reçu la demande écrite du membre du personnel avant le 16 mars 2012. "] (ERRATUM, voir M.B. 04-02-2013, p. 5567)]3
[6 § 6. L'interruption partielle de carrière à partir de 50 ou 55 ans est suspendue à partir du moment où le membre du personnel fait valoir son droit à une interruption de carrière pour soins palliatifs, ou pour la reprise du travail dans la période allant du [7 16 mars 2020 au 30 juin 2020 ou du 3 mai 2021 au 31 août 2021]7 en raison de la crise du coronavirus.]6
[8 L'interruption de carrière partielle à partir de l'âge de cinquante ou cinquante-cinq ans peut également être suspendue, à partir du 1er septembre 2022, pour reprendre le travail à condition que la direction de l'institut supérieur donne son accord à la reprise du travail. La durée minimale de la suspension est de deux semaines.
Pendant la période de suspension susmentionnée, le membre du personnel ne peut réduire ou interrompre à temps plein ses prestations de travail, sauf en cas de maladie, d'absence pour accident de travail, accident sur la route travail-domicile et domicile-travail et pour maladie professionnelle.]8
Änderungen
HOOFDSTUK III. - Procedure en administratieve verplichtingen.
CHAPITRE III. - Procédure et obligations administratives.
Art. 18. § 1. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken, dient daartoe een aanvraag in bij het hogeschoolbestuur. Deze aanvraag vermeldt de gewenste aanvangsdatum en de duur van de volledige of de gedeeltelijke loopbaanonderbreking.
Het hogeschoolbestuur deelt zijn beslissing aan het personeelslid mee binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
Het invullen en overhandigen van het formulier bedoeld in artikel 16, § 2, van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991, geldt als toestemming.
§ 2. [3 ...]3
§ 3. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het verstrekken van palliatieve verzorging, deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij deze mededeling een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging nodig heeft en waaruit blijkt dat het personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging te verstrekken. Het attest vermeldt in geen geval de identiteit van de patiënt.
De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve verzorging begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip mits akkoord van het hogeschoolbestuur.
In geval het personeelslid wenst gebruik te maken van de verlenging van de periode met één maand, moet hij opnieuw een doktersattest indienen. Een personeelslid kan maximum twee attesten indienen voor de palliatieve verzorging van eenzelfde persoon.
Het hogeschoolbestuur vult het formulier bedoeld in artikel 16, § 2 van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991 in, en overhandigt het aan het personeelslid.
§ 4. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken om voor zijn kind [5 of voor het pleegkind]5 te zorgen in het kader van het ouderschapsverlof, deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur.
Bij deze mededeling moeten de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof worden vermeld.
Het personeelslid verstrekt uiterlijk op het ogenblik dat het ouderschapsverlof ingaat, naar gelang van het geval, volgende stavingdocumenten :
1° [4 ...]4
2° een attest waaruit de adoptie blijkt.
[5 3° een attest waaruit de langdurige pleegzorg blijkt.]5
[5 Bij de in het derde lid, 2° en 3°, vermelde documenten]5 moet steeds een uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister worden gevoegd, waaruit de samenstelling van het gezin blijkt.
§ 5. Het personeelslid dat zijn loopbaanonderbreking wenst te onderbreken voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij deze mededeling een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad, waaruit blijkt dat het personeelslid bereid is bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. [1 In geval van hospitalisatie van het kind wordt het bewijs van hospitalisatie geleverd door een attest van het betrokken ziekenhuis.]1
[2 De loopbaanonderbreking voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip, mits akkoord van het hogeschoolbestuur.]2
[4 § 6. Het personeelslid dat zijn loopbaan wil onderbreken om mantelzorg te verstrekken, deelt dat mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij die mededeling het bewijs van de erkenning van zijn hoedanigheid als mantelzorger.
De loopbaanonderbreking voor het verstrekken van mantelzorg begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip, na akkoord van het hogeschoolbestuur.
Het hogeschoolbestuur vult het formulier, vermeld in artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, in, en overhandigt het aan het personeelslid.]4
Het hogeschoolbestuur deelt zijn beslissing aan het personeelslid mee binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
Het invullen en overhandigen van het formulier bedoeld in artikel 16, § 2, van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991, geldt als toestemming.
§ 2. [3 ...]3
§ 3. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het verstrekken van palliatieve verzorging, deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij deze mededeling een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging nodig heeft en waaruit blijkt dat het personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging te verstrekken. Het attest vermeldt in geen geval de identiteit van de patiënt.
De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve verzorging begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip mits akkoord van het hogeschoolbestuur.
In geval het personeelslid wenst gebruik te maken van de verlenging van de periode met één maand, moet hij opnieuw een doktersattest indienen. Een personeelslid kan maximum twee attesten indienen voor de palliatieve verzorging van eenzelfde persoon.
Het hogeschoolbestuur vult het formulier bedoeld in artikel 16, § 2 van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991 in, en overhandigt het aan het personeelslid.
§ 4. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken om voor zijn kind [5 of voor het pleegkind]5 te zorgen in het kader van het ouderschapsverlof, deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur.
Bij deze mededeling moeten de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof worden vermeld.
Het personeelslid verstrekt uiterlijk op het ogenblik dat het ouderschapsverlof ingaat, naar gelang van het geval, volgende stavingdocumenten :
1° [4 ...]4
2° een attest waaruit de adoptie blijkt.
[5 3° een attest waaruit de langdurige pleegzorg blijkt.]5
[5 Bij de in het derde lid, 2° en 3°, vermelde documenten]5 moet steeds een uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister worden gevoegd, waaruit de samenstelling van het gezin blijkt.
§ 5. Het personeelslid dat zijn loopbaanonderbreking wenst te onderbreken voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij deze mededeling een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad, waaruit blijkt dat het personeelslid bereid is bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. [1 In geval van hospitalisatie van het kind wordt het bewijs van hospitalisatie geleverd door een attest van het betrokken ziekenhuis.]1
[2 De loopbaanonderbreking voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip, mits akkoord van het hogeschoolbestuur.]2
[4 § 6. Het personeelslid dat zijn loopbaan wil onderbreken om mantelzorg te verstrekken, deelt dat mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij die mededeling het bewijs van de erkenning van zijn hoedanigheid als mantelzorger.
De loopbaanonderbreking voor het verstrekken van mantelzorg begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip, na akkoord van het hogeschoolbestuur.
Het hogeschoolbestuur vult het formulier, vermeld in artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, in, en overhandigt het aan het personeelslid.]4
Änderungen
Art. 18. § 1. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière introduit sa demande auprès de la direction de l'institut supérieur. Cette demande mentionne la date à laquelle il souhaite que prenne cours l'interruption de carrière complète ou partielle et la durée de celle-ci.
La direction de l'institut supérieur notifie sa décision au membre du personnel dans les quinze jours à compter de la réception de la demande.
Le fait de remplir et de remettre le formulaire visé à l'article 16, § 2, de l'arrêté royal précité du 12 août 1991, tient lieu d'autorisation.
§ 2. [3 ...]3
§ 3. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière professionnelle pour donner des soins palliatifs, en informe la direction de l'institut supérieur. Il joint à sa notification un certificat fourni par le médecin traitant de la personne qui a besoin de soins palliatifs et d'où il ressort que le membre du personnel s'est déclaré prêt à donner ces soins palliatifs. Le certificat ne mentionne en aucun cas l'identité du patient.
L'interruption de la carrière professionnelle pour donner des soins palliatifs prend cours le premier jour de la semaine qui suit la semaine dans laquelle la notification a été faite ou plus tôt, moyennant l'accord de la direction de l'institut supérieur.
Si le membre du personnel souhaite prolonger cette période d'un mois, il devra réintroduire un certificat médical. Un membre du personnel ne peut introduire que deux certificats pour les soins palliatifs d'une même personne.
La direction de l'institut supérieur remplit le formulaire visé à l'article 16, § 2, de l'arrêté royal précité du 12 août 1991 et le remet au membre du personnel.
§ 4. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière pour s'occuper de son enfant [5 ou de l'enfant placé]5 dans le cadre du congé parental, en informe la direction de son institut supérieur.
La notification doit également mentionner la date du début et de la fin du congé parental.
Au plus tard au moment où le congé parental prend cours, le membre du personnel fournit, selon le cas, les documents justificatifs suivants :
1° [4 ...]4
2° une attestation dont apparaît l'adoption.
[5 3° une attestation démontrant le placement familial de longue durée. ]5
[5 Aux documents visés à l'alinéa 3, 2° et 3°]5, un extrait du registre de la population ou des étrangers prouvant la composition de la famille, doit toujours être joint.
§ 5. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille malade, en informe la direction de son institut supérieur. Il joint à sa notification un certificat fourni par le médecin traitant du membre du ménage ou de la famille jusqu'au deuxième degré souffrant d'une maladie grave, d'où il ressort que le membre du personnel est prêt à donner de l'assistance ou des soins à la personne gravement malade. [1 Au cas d'hospitalisation de l'enfant, la preuve d'hospitalisation est fournie par une attestation de l'hôpital en question.]1
[2 L'interruption de carrière pour la prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille malade prend cours le premier jour de la semaine suivant celle au cours laquelle la notification précitée a été faite ou plus tôt, moyennant l'accord de la direction de l'institut supérieur.]2
[4 § 6. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière pour prodiguer de l'aide de proximité en informe la direction de son institut supérieur. Il joint à cette communication la preuve de reconnaissance de sa qualité d'aidant proche.
L'interruption de carrière pour l'aide de proximité prend cours le premier jour de la semaine qui suit la semaine dans laquelle la notification a été faite, ou plus tôt moyennant l'accord de la direction de l'institut supérieur.
La direction de l'institut supérieur remplit le formulaire visé à l'article 16, § 2 de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux, et le remet au membre du personnel.]4
La direction de l'institut supérieur notifie sa décision au membre du personnel dans les quinze jours à compter de la réception de la demande.
Le fait de remplir et de remettre le formulaire visé à l'article 16, § 2, de l'arrêté royal précité du 12 août 1991, tient lieu d'autorisation.
§ 2. [3 ...]3
§ 3. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière professionnelle pour donner des soins palliatifs, en informe la direction de l'institut supérieur. Il joint à sa notification un certificat fourni par le médecin traitant de la personne qui a besoin de soins palliatifs et d'où il ressort que le membre du personnel s'est déclaré prêt à donner ces soins palliatifs. Le certificat ne mentionne en aucun cas l'identité du patient.
L'interruption de la carrière professionnelle pour donner des soins palliatifs prend cours le premier jour de la semaine qui suit la semaine dans laquelle la notification a été faite ou plus tôt, moyennant l'accord de la direction de l'institut supérieur.
Si le membre du personnel souhaite prolonger cette période d'un mois, il devra réintroduire un certificat médical. Un membre du personnel ne peut introduire que deux certificats pour les soins palliatifs d'une même personne.
La direction de l'institut supérieur remplit le formulaire visé à l'article 16, § 2, de l'arrêté royal précité du 12 août 1991 et le remet au membre du personnel.
§ 4. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière pour s'occuper de son enfant [5 ou de l'enfant placé]5 dans le cadre du congé parental, en informe la direction de son institut supérieur.
La notification doit également mentionner la date du début et de la fin du congé parental.
Au plus tard au moment où le congé parental prend cours, le membre du personnel fournit, selon le cas, les documents justificatifs suivants :
1° [4 ...]4
2° une attestation dont apparaît l'adoption.
[5 3° une attestation démontrant le placement familial de longue durée. ]5
[5 Aux documents visés à l'alinéa 3, 2° et 3°]5, un extrait du registre de la population ou des étrangers prouvant la composition de la famille, doit toujours être joint.
§ 5. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière pour prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille malade, en informe la direction de son institut supérieur. Il joint à sa notification un certificat fourni par le médecin traitant du membre du ménage ou de la famille jusqu'au deuxième degré souffrant d'une maladie grave, d'où il ressort que le membre du personnel est prêt à donner de l'assistance ou des soins à la personne gravement malade. [1 Au cas d'hospitalisation de l'enfant, la preuve d'hospitalisation est fournie par une attestation de l'hôpital en question.]1
[2 L'interruption de carrière pour la prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille malade prend cours le premier jour de la semaine suivant celle au cours laquelle la notification précitée a été faite ou plus tôt, moyennant l'accord de la direction de l'institut supérieur.]2
[4 § 6. Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière pour prodiguer de l'aide de proximité en informe la direction de son institut supérieur. Il joint à cette communication la preuve de reconnaissance de sa qualité d'aidant proche.
L'interruption de carrière pour l'aide de proximité prend cours le premier jour de la semaine qui suit la semaine dans laquelle la notification a été faite, ou plus tôt moyennant l'accord de la direction de l'institut supérieur.
La direction de l'institut supérieur remplit le formulaire visé à l'article 16, § 2 de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux, et le remet au membre du personnel.]4
Änderungen
Art. 19.
Art. 19.
Art. 20.
Art. 20.
HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions abrogatoires.
Art. 21. Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt opgeheven wat betreft de instellingen en de personeelsleden waarop dit besluit van toepassing is, met uitzondering van artikel 3 § 1b.
Art. 21. L'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1991 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle des membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves est abrogé en ce qui concerne les établissements et les membres du personnel auxquels le présent arrêté s'applique, à l'exception de l'article 3 § 1b.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtredings- en uitvoeringsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions d'entrée en vigueur et modalités d'exécution.
Art. 22. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996 met uitzondering van :
1° de artikelen 3, 4 en 9 § 4, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1996;
2° de artikelen 6 en 17 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1997;
3° de artikelen 5, derde lid, 13, 14 en 18 § 4 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998;
4° de artikelen 5, vierde lid, 15, 16 en 18 § 5, die in werking treden op 1 juni 2002.
1° de artikelen 3, 4 en 9 § 4, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1996;
2° de artikelen 6 en 17 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1997;
3° de artikelen 5, derde lid, 13, 14 en 18 § 4 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998;
4° de artikelen 5, vierde lid, 15, 16 en 18 § 5, die in werking treden op 1 juni 2002.
Art. 22. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1996 à l'exception :
1° des articles 3, 4 et 9 § 4, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1996;
2° des articles 6 et 17, qui produisent leurs effets le 1er janvier 1997;
3° des articles 5, troisième alinéa, 13, 14 et 18 § 4 qui produisent leurs effets le 1er septembre 1998;
4° des articles 5, quatrième alinéa, 15, 16 et 18 § 5, qui produisent leurs effets le 1er juin 2002.
1° des articles 3, 4 et 9 § 4, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1996;
2° des articles 6 et 17, qui produisent leurs effets le 1er janvier 1997;
3° des articles 5, troisième alinéa, 13, 14 et 18 § 4 qui produisent leurs effets le 1er septembre 1998;
4° des articles 5, quatrième alinéa, 15, 16 et 18 § 5, qui produisent leurs effets le 1er juin 2002.
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.