Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de leden van het ondersteunend personeel die werken in het (gewoon en buitengewoon) secundair onderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, en die onderworpen zijn aan:
1° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
2° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
[1 De ambten die de leden van het ondersteunend personeel kunnen uitoefenen bestaan uit de volgende wervingsambten :
1° administratief medewerker;
2° opvoeder.]1
[2 3° ICT-coördinator.]2
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 OKTOBER 2002. - Besluit van de Vlaamse regering houdende maatregelen betreffende het prestatiestelsel, het jaarlijks vakantieverlof, sommige administratieve standen en de bezoldigingsregeling van het ondersteunend personeel tewerkgesteld in het [gewoon en buitengewoon] secundair onderwijs. (BVR2006-09-08/45, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2006) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-11-2002 en tekstbijwerking tot 14-10-2021)
Titre
25 OCTOBRE 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand portant des mesures relatives au régime de prestations, au congé annuel de vacances, à certaines positions administratives et au statut pécuniaire des personnels d'appui engagés dans l'enseignement secondaire [ordinaire et spécial] (TRADUCTION). (AGF2006-09-08/45, art. 5, 002; En vigueur : 01-09-2006) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-11-2002 et mise à jour au 14-10-2021)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (12)
Texte (12)
Article 1. Le présent arrêté est applicable aux membres du personnel d'appui qui sont engagés dans l'enseignement secondaire (ordinaire et spécial), financé ou subventionné par la Communauté flamande, et qui sont soumis au :
1° décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire;
2° décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés.
[1 Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel d'appui, se composent des fonctions de recrutement suivantes :
1° collaborateur administratif;
2° éducateur.]1
[2 3° Coordinateur TIC.]2
1° décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire;
2° décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés.
[1 Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel d'appui, se composent des fonctions de recrutement suivantes :
1° collaborateur administratif;
2° éducateur.]1
[2 3° Coordinateur TIC.]2
HOOFDSTUK I. - Prestatiestelsel.
CHAPITRE I. - Régime de prestations.
Art. 2. [1 § 1.]1 Het aantal uren, vereist voor een ambt met volledige prestaties, voor de in artikel 1 bedoelde leden van het ondersteunend personeel wordt vastgesteld als volgt:
1° voor de schooljaren 1998-1999, 1999-2000 en 2000-2001 :
a) voor het ambt van administratief medewerker : 38 uur;
b) voor het ambt van opvoeder : minimum 36 uur en maximum 39 uur.
2° vanaf 1 september 2001 :
a) voor het ambt van administratief medewerker : 36 uur;
b) voor het ambt van opvoeder : minimum en maximum 36 uur.
[2 3° voor het ambt van ICT-coördinator: 36 uur.]2
[1 § 2. Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrijstelling om de vergaderingen van dat inspraakorgaan bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.]1
1° voor de schooljaren 1998-1999, 1999-2000 en 2000-2001 :
a) voor het ambt van administratief medewerker : 38 uur;
b) voor het ambt van opvoeder : minimum 36 uur en maximum 39 uur.
2° vanaf 1 september 2001 :
a) voor het ambt van administratief medewerker : 36 uur;
b) voor het ambt van opvoeder : minimum en maximum 36 uur.
[2 3° voor het ambt van ICT-coördinator: 36 uur.]2
[1 § 2. Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrijstelling om de vergaderingen van dat inspraakorgaan bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.]1
Art. 2. [1 § 1er.]1 Le nombre d'heures, requises pour une fonction à prestations complètes, pour les membres du personnel d'appui visés à l'article 1er est fixé comme suit :
1° pour les années scolaires 1998-1999, 1999-2000 et 2000-2001 :
a) pour la fonction de collaborateur administratif : 38 heures;
b) pour la fonction d'éducateur : 36 heures au minimum et 39 heures au maximum.
2° à compter du 1er septembre 2001 :
a) pour la fonction de collaborateur administratif : 36 heures;
b) pour la fonction d'éducateur : 36 heures au minimum et au maximum.
[2 3° pour la fonction de coordinateur TIC : 36 heures.]2
[1 § 2. Le membre du personnel siégeant dans un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, obtient une dispense de service pour assister aux réunions de cet organe de participation. Cette dispense est assimilée à une période d'activité de service.]1
1° pour les années scolaires 1998-1999, 1999-2000 et 2000-2001 :
a) pour la fonction de collaborateur administratif : 38 heures;
b) pour la fonction d'éducateur : 36 heures au minimum et 39 heures au maximum.
2° à compter du 1er septembre 2001 :
a) pour la fonction de collaborateur administratif : 36 heures;
b) pour la fonction d'éducateur : 36 heures au minimum et au maximum.
[2 3° pour la fonction de coordinateur TIC : 36 heures.]2
[1 § 2. Le membre du personnel siégeant dans un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, obtient une dispense de service pour assister aux réunions de cet organe de participation. Cette dispense est assimilée à une période d'activité de service.]1
HOOFDSTUK II. - Jaarlijks vakantieverlof.
CHAPITRE II. - Congé annuel de vacances.
Art. 3. [1 Voor de personeelsleden, vermeld in artikel 1, 1°, geldt vanaf 1 januari 2011 het volgende vakantieverlof :
1° voor het ambt van administratief medewerker gelden de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2011 betreffende de regeling van de jaarlijkse vakantie voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel in het onderwijs;
2° voor het ambt van opvoeder gelden de bepalingen van artikel 1, § 4, en artikelen 2, 3 en 4 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974, genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.]1
1° voor het ambt van administratief medewerker gelden de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2011 betreffende de regeling van de jaarlijkse vakantie voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel in het onderwijs;
2° voor het ambt van opvoeder gelden de bepalingen van artikel 1, § 4, en artikelen 2, 3 en 4 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974, genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.]1
Art. 3. [1 Aux membres du personnel visés à l'article 1er, 1°, s'applique, à partir du 1er janvier 2011, le congé annuel de vacances suivant :
1° à la fonction de collaborateur administratif sont applicables les dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2011 réglant le congé annuel de vacances du collaborateur administratif et de certains membres du personnel administratif dans l'enseignement;
2° à la fonction d'éducateur sont applicables les dispositions de l'article 1er, § 4, et des articles 2, 3 et 4 de l'arrêté royal du 15 janvier 1974, pris en exécution de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements.]1
1° à la fonction de collaborateur administratif sont applicables les dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2011 réglant le congé annuel de vacances du collaborateur administratif et de certains membres du personnel administratif dans l'enseignement;
2° à la fonction d'éducateur sont applicables les dispositions de l'article 1er, § 4, et des articles 2, 3 et 4 de l'arrêté royal du 15 janvier 1974, pris en exécution de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements.]1
HOOFDSTUK III. - Non-activiteit, verlof of terbeschikkingstelling.
CHAPITRE III. - Non-activité, congé ou mise en disponibilité.
Art. 4. Met ingang van het schooljaar 1998-1999 zijn de reglementaire bepalingen inzake non-activiteit, verlof en terbeschikkingstelling die gelden voor de leden van het administratief personeel onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de personeelsleden die het ambt van administratief medewerker uitoefenen.
Met ingang van het schooljaar 1998-1999 zijn de reglementaire bepalingen inzake non-activiteit, verlof en terbeschikkingstelling die gelden voor de leden van het opvoedend hulppersoneel onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de personeelsleden die het ambt van opvoeder uitoefenen.
Met ingang van het schooljaar 1998-1999 zijn de reglementaire bepalingen inzake non-activiteit, verlof en terbeschikkingstelling die gelden voor de leden van het opvoedend hulppersoneel onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de personeelsleden die het ambt van opvoeder uitoefenen.
Art. 4. A compter de l'année scolaire 1998-1999, les dispositions réglementaires relatives à la non-activité, au congé et à la mise en disponibilité applicables aux membres du personnel administratif sont d'application aux mêmes conditions aux membres du personnel qui exercent la fonction de collaborateur administratif.
A compter de l'année scolaire 1998-1999, les dispositions réglementaires relatives à la non-activité, au congé et à la mise en disponibilité applicables aux membres du personnel auxiliaire d'éducation sont d'application aux mêmes conditions aux membres du personnel qui exercent la fonction d'éducateur.
A compter de l'année scolaire 1998-1999, les dispositions réglementaires relatives à la non-activité, au congé et à la mise en disponibilité applicables aux membres du personnel auxiliaire d'éducation sont d'application aux mêmes conditions aux membres du personnel qui exercent la fonction d'éducateur.
HOOFDSTUK IV. - Bezoldigingsregeling.
CHAPITRE IV. - Statut pécuniaire.
Art. 5. Met ingang van het schooljaar 1998-1999 wordt de bezoldiging van de personeelsleden die het ambt van administratief medewerker uitoefenen, vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs.
Met ingang van het schooljaar 1998-1999 wordt de bezoldiging van de personeelsleden die het ambt van opvoeder uitoefenen, vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs.
[1 Met ingang van het schooljaar 2021-2022 wordt de bezoldiging van de personeelsleden die het ambt van ICT-coördinator uitoefenen, vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs.]1
Met ingang van het schooljaar 1998-1999 wordt de bezoldiging van de personeelsleden die het ambt van opvoeder uitoefenen, vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs.
[1 Met ingang van het schooljaar 2021-2022 wordt de bezoldiging van de personeelsleden die het ambt van ICT-coördinator uitoefenen, vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs.]1
Art. 5. A compter de l'année scolaire 1998-1999, la rémunération des membres du personnel qui exercent la fonction de collaborateur administratif, est fixée en vertu de l'arrêté royal du 1 décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat.
A compter de l'année scolaire 1998-1999, la rémunération des membres du personnel qui exercent la fonction d'éducateur est fixée en vertu des dispositions de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique.
[1 A compter de l'année scolaire 2021-2022, la rémunération des membres du personnel qui exercent la fonction de coordinateur TIC est fixée en vertu des dispositions de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique.]1
A compter de l'année scolaire 1998-1999, la rémunération des membres du personnel qui exercent la fonction d'éducateur est fixée en vertu des dispositions de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique.
[1 A compter de l'année scolaire 2021-2022, la rémunération des membres du personnel qui exercent la fonction de coordinateur TIC est fixée en vertu des dispositions de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique.]1
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1998.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 1998.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.