Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 APRIL 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 april 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, betreffende de tewerkstellingsmaatregelen (Overeenkomst geregistreerd op 26 september 1997 onder het nummer 45383/CO/139).
Titre
8 AVRIL 1997. - Convention collective de travail du 8 avril 1997, conclue au sein de la Commission paritaire de la batellerie, concernant les mesures pour l'emploi (Convention enregistrée le 26 septembre 1997 sous le numéro 45383/CO/139).
Dokumentinformationen
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, uitgezonderd de ondernemingen die zich bezighouden met het slepen, duwen of voorttrekken van zeeschepen op de binnenwateren.
  Zij wordt gesloten ter uitvoering van de artikelen 6 en 8 van het koninklijk besluit nr. 181 van 30 december 1982 tot oprichting van een fonds met het oog op de aanwending van de bijkomende loonmatiging voor de tewerkstelling en van artikel 3, § 3, 3°, van het koninklijk besluit nr. 185 van 30 december 1982 houdende organisatie, voor de kleine en middelgrote ondernemingen, van een specifiek stelsel voor de aanwending van de loonmatiging voor de tewerkstelling.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises qui ressortissent à la Commission paritaire de la batellerie, à l'exception des entreprises s'occupant du halage, du poussage ou du remorquage de navires de mer sur les eaux intérieures.
  Elle est conclue en exécution des articles 6 et 8 de l'arrêté royal n° 181 du 30 décembre 1982 créant un fonds en vue de l'utilisation de la modération salariale complémentaire pour l'emploi et de l'article 3, § 3, 3°, de l'arrêté royal n° 185 du 30 décembre 1982 portant organisation, pour les petites et moyennes entreprises, d'un système spécifique pour l'utilisation de la modération salariale complémentaire pour l'emploi.
Art.2. Ter uitvoering van de in artikel 1 bedoelde koninklijke besluiten wordt er een paritair samengesteld tewerkstellingscomité opgericht. Het bestaat uit zes leden die door het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart worden benoemd. De werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart dragen elk drie leden voor, met dien verstande dat ten minste één lid van een werknemersorganisatie en één lid van een werkgeversorganisatie bestuurder is van het Fonds voor de Rijn- en binnenscheepvaart.
Art.2. En exécution des arrêtés royaux visés à l'article 1er, il est créé un comité d'emploi composé paritairement. Il se compose de six membres nommés par la Commission paritaire de la batellerie. Les organisations d'employeurs et de travailleurs représentées au sein de la Commission paritaire de la batellerie présentent chacune trois membres, étant entendu qu'au moins un membre d'une organisation de travailleurs et un membre d'une organisation d'employeurs est administrateur du Fonds pour la navigation rhénane et intérieure.
Art.3. De in artikel 1 bedoelde werkgevers die vanaf 1 januari 1997, op contractuele basis, bijkomende tewerkstelling realiseren waardoor het personeelsbestand verhoogt, kunnen per kwartaal, ten laste van het tewerkstellingscomité, tewerkstellingspremies bekomen gelijk aan 35 pct., berekend op het brutoloon dat door de aangeworven werkman of werkster werd verdiend tijdens het overeenstemmend kwartaal.
  De aangeworven werkman of werkster moet tevens onder het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart ressorteren.
  Onder bijkomende tewerkstelling wordt de indienstneming verstaan van een werknemer die tijdens de 12 maanden voorafgaand aan zijn indiensttreding niet tewerkgesteld was in het bedrijf van zijn familieleden tot in de derde graad of in enig ander bedrijf waarin de werkgever, de echtgeno(o)t(e) of zijn familieleden tot de 3e graad of nog de aandeelhouders van de werkgever, zo deze een rechtspersoon is, financiële belangen hebben.
  Tevens zal het personeelsbestand van het bedrijf van de werkgever gedurende een periode van 12 maanden voorafgaand aan de indiensttreding samengevoegd worden met het personeelsbestand van het bedrijf van de echtgeno(o)t(e), van het bedrijf van zijn familieleden tot de 3e graad of van het bedrijf waarin de werkgever, de echtgeno(o)t(e), zijn familieleden tot de 3e graad of nog de aandeelhouders van de werkgever, zo deze een rechtspersoon is, financiële belangen hebben, om het recht op tewerkstellingspremies ingevolge bijkomende tewerkstelling vast te stellen.
  Alle betwistingen in verband met de toepassing van dit artikel worden, onverminderd de bevoegdheden van de hoven en rechtbanken, onderworpen aan het oordeel van het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart.
Art.3. Les employeurs visés à l'article 1er qui, à partir du 1er janvier 1997, sur une base contractuelle, réalisent des emplois supplémentaires qui permettent d'augmenter les effectifs, peuvent, par trimestre, à charge du comité d'emploi, obtenir des primes d'emploi égales à 35 p.c. calculés sur la base du salaire brut gagné par l'ouvrier ou l'ouvrière embauchés pendant le trimestre correspondant.
  L'ouvrier ou l'ouvrière embauchés doivent en outre ressortir à la Commission paritaire de la batellerie.
  Par emplois supplémentaires, on entend l'embauche d'un travailleur qui, pendant les 12 mois précédant son entrée en service, n'était pas occupé dans l'entreprise des membres de sa famille jusqu'au troisième degré ou dans toute autre entreprise où l'employeur, l'époux (épouse) ou les membres de sa famille jusqu'au 3e degré ou encore les actionnaires de l'employeur, si celui-ci est une personne morale, ont des intérêts financiers.
  De plus, les effectifs de l'entreprise de l'employeur pendant une période de 12 mois précédant l'entrée en service seront ajoutés aux effectifs de l'entreprise de l'époux (épouse), de l'entreprise des membres de sa famille jusqu'au 3e degré ou de l'entreprise où l'employeur, l'époux (épouse), les membres de sa famille jusqu'au 3e degré ou encore les actionnaires de l'employeur, si celui-ci est une personne morale, ont des intérêts financiers pour établir le droit à des primes d'emploi pour la création d'emplois supplémentaires.
  Toutes les contestations relatives à l'application du présent article sont, sans préjudice des pouvoirs des cours et tribunaux, soumises à l'appréciation de la Commission paritaire de la batellerie.
Art.4. De werkgever die recht heeft op de in artikel 3 bedoelde tewerkstellingspremies, moet deze schriftelijk aanvragen bij het tewerkstellingscomité en de nodige documenten voorleggen als bewijs van bijkomende tewerkstelling.
  Het recht op tewerkstellingspremies gaat in op de eerste dag van tewerkstelling of in geval van laattijdige aanvraag ten vroegste de eerste der maand die de aanvraag vooraf gaat en blijft van kracht zolang de bijkomende tewerkstelling gehandhaafd wordt zonder echter een termijn van 3 jaar te overschrijden.
Art.4. L'employeur qui a droit aux primes d'emploi visées à l'article 3 doit, pour les obtenir, introduire une demande par écrit auprès du comité d'emploi et présenter les documents nécessaires à titre de preuve de la création d'emplois supplémentaires.
  Le droit aux primes d'emploi prend cours le premier jour de l'occupation ou, en cas de demande tardive, au plus tôt le premier jour du mois précédant la demande et reste applicable aussi longtemps que l'emploi supplémentaire est maintenu, sans toutefois qu'un délai de 3 ans soit dépassé.
Art.5. De tewerkstellingspremie wordt elk kwartaal uitbetaald en dit ten vroegste één maand na storting door de werkgever van de voor dat kwartaal verschuldigde bijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en aan het Fonds voor de Rijn- en binnenscheepvaart.
Art.5. La prime d'emploi est payée chaque trimestre et au plus tôt un mois après le versement par l'employeur des cotisations dues pour ce trimestre à l'Office national de Sécurité sociale et au Fonds pour la navigation rhénane et intérieure.
Art.6. Ter financiering van deze tewerkstellingspremies, zijn de in artikel 1 bedoelde werkgevers een bijdrage van 3 pct. berekend op het brutoloon van de in artikel 1 bedoelde werklieden en werksters verschuldigd aan het tewerkstellingscomité.
Art.6. A titre de financement de ces primes d'emploi, les employeurs visés à l'article 1er sont redevables au comité d'emploi d'une cotisation de 3 p.c. calculée sur la base du salaire brut des ouvriers et ouvrières visés à l'article 1.
Art.7. Het Fonds voor de Rijn- en binnenscheepvaart is belast met de inning en het beheer van de in artikel 6 bedoelde bijdragen en met de uitbetaling van de in artikel 3 bedoelde tewerkstellingspremies en opent hiervoor een afzonderlijke rekening.
  Alle bepalingen inzake wijze en tijdstip van betaling en alle maatregelen in geval van wanbetaling, zoals voorzien bij artikel 15 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 april 1997, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten, zijn van kracht.
Art.7. Le Fonds pour la navigation rhénane et intérieure est chargé de la perception et de la gestion des cotisations visées à l'article 6 et de la liquidation des primes d'emploi visées à l'article 3 et ouvre à cet effet un compte spécial.
  Toutes les dispositions en matière de mode et date de paiement et toutes les mesures en cas de défaut de paiement, comme prévues par l'article 15 de la convention collective de travail du 8 avril 1997, instituant un fonds de sécurité d'existence et en fixant les statuts, sont en vigueur.
Art. 8. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en is gesloten voor onbepaalde tijd.
  Elk van de ondertekenende partijen kan ze opzeggen mits een opzeggingstermijn van zes maanden in acht wordt genomen. Deze opzegging wordt bij een ter post aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart en aan elk van de ondertekenende partijen betekend en heeft uitwerking de derde werkdag na de datum van verzending.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 januari 2002.
  (Voor het KB, zie %%2002-01-15/47%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 8. La présente convention collective de travail produit ses effets le 1er janvier 1997 et est conclue pour une durée indéterminée.
  Chacune des parties signataires peut la dénoncer moyennant le respect d'un préavis de six mois. Cette dénonciation est notifiée par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire de la batellerie et à chacune des parties signataires et sort ses effets le troisième jour ouvrable après la date d'envoi.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 15 janvier 2002.
  (Pour l'AR, voir %%2002-01-15/47%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.