Artikel 1. Artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de Erkenningsraad voor effectenmakelaars en de titel van effectenmakelaar worden vervangen door de volgende bepalingen :
" Artikel 1. § 1. De Erkenningsraad voor effectenmakelaars bezit rechtspersoonlijkheid.
§ 2. In de artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 12, 25, 30, 32, 33 et 34 van het huidige reglement, verstaat men onder effectenmakelaar : de natuurlijke personen drager van de titel van effectenmakelaar, ere-effectenmakelaar en de effectenmakelaars in loopbaanonderbreking, in toepassing van het huidige reglement.
Art. 2. De Erkenningsraad voor effectenmakelaars heeft tot doel :
§ 1. Overeenkomstig het huidige reglement, de titel van effectenmakelaar of ere-effectenmakelaar toe te kennen aan de personen die de aanvraag hebben ingediend en die aan de voorwaarden, vastgesteld in het huidige reglement, voldoen;
§ 2. te waken over de eer van de beroepsuitoefening en de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en oprechtheid die aan het dragen van de titel ten grondslag liggen, te handhaven;
§ 3. De titel van effectenmakelaar terug in te trekken of te schorsen, overeenkomstig het huidige reglement, als toekenningsvoorwaarden of behoudsvoorwaarden, voorzien in het huidige reglement, niet meer vervuld zijn;
§ 4. Overeenkomstig de bepalingen van het huidige reglement over de effectenmakelaars tucht uit te oefenen.
Art. 3. De effectenmakelaars betalen een bijdrage waarvan jaarlijks het bedrag wordt bepaald door de algemene vergadering, bepaald in de artikelen 4 en volgende van het huidige reglement. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 NOVEMBER 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de Erkenningsraad voor effectenmakelaars en de titel van effectenmakelaar.
Titre
20 NOVEMBRE 2003. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 11 juillet 2003 relatif au Conseil d'agrément des agents de change et au titre d'agent de change.
Dokumentinformationen
Numac: 2003003534
Datum: 2003-11-20
Info du document
Numac: 2003003534
Date: 2003-11-20
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. Les articles 1er et 2 de l'arrêté royal du 11 juillet 2003 relatif au Conseil d'agrément des agents de change et au titre d'agent de change sont remplacés par les dispositions suivantes :
" Article 1er. § 1er. Le Conseil d'agrément des agents de change jouit de la personnalité juridique.
§ 2. Aux articles 1er, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 12, 25, 30, 31, 32, 33 et 34 du présent règlement, on entend par agent de change : les personnes physiques porteuses du titre d'agent de change, d'agent de change honoraire et les agents de change en interruption de carrière, en application du présent règlement.
Art. 2. Le Conseil d'agrément des agents de change a pour objet :
§ 1er. De conférer, conformément au présent règlement le titre d'agent de change ou d'agent de change honoraire aux personnes qui en font la demande et qui remplissent les conditions fixées au présent règlement;
§ 2. De veiller à l'honneur de l'exercice de la profession et de maintenir les principes de dignité, d'honnêteté et de loyauté sur lesquels se fonde le port du titre;
§ 3. De retirer ou de suspendre, conformément au présent règlement, le titre d'agent de change si les conditions d'octroi ou de maintien, prévues au présent règlement, ne sont plus remplies;
§ 4. D'exercer la discipline sur les agents de change, conformément aux dispositions du présent règlement.
Art. 3. Les agents de change paient une cotisation dont le montant annuel est fixé par l'assemblée générale prévue aux articles 4 et suivants du présent règlement. "
" Article 1er. § 1er. Le Conseil d'agrément des agents de change jouit de la personnalité juridique.
§ 2. Aux articles 1er, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 12, 25, 30, 31, 32, 33 et 34 du présent règlement, on entend par agent de change : les personnes physiques porteuses du titre d'agent de change, d'agent de change honoraire et les agents de change en interruption de carrière, en application du présent règlement.
Art. 2. Le Conseil d'agrément des agents de change a pour objet :
§ 1er. De conférer, conformément au présent règlement le titre d'agent de change ou d'agent de change honoraire aux personnes qui en font la demande et qui remplissent les conditions fixées au présent règlement;
§ 2. De veiller à l'honneur de l'exercice de la profession et de maintenir les principes de dignité, d'honnêteté et de loyauté sur lesquels se fonde le port du titre;
§ 3. De retirer ou de suspendre, conformément au présent règlement, le titre d'agent de change si les conditions d'octroi ou de maintien, prévues au présent règlement, ne sont plus remplies;
§ 4. D'exercer la discipline sur les agents de change, conformément aux dispositions du présent règlement.
Art. 3. Les agents de change paient une cotisation dont le montant annuel est fixé par l'assemblée générale prévue aux articles 4 et suivants du présent règlement. "
Art.2. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 7. § 1. De Erkenningsraad is samengesteld uit acht leden gekozen bij geheime stemming voor een termijn van zes jaar door de algemene vergadering, uit de effectenmakelaars die de titel reeds meer dan drie jaar dragen.
De kandidaturen moeten vijftien dagen voor de algemene vergadering worden neergelegd.
Hun mandaat, welke de dag van de jaarlijkse algemene vergadering verstrijkt, is bezoldigd en hernieuwbaar. Het bedrag van de bezoldiging is vastgelegd door de algemene vergadering van de effectenmakelaars.
Elke drie jaar treedt de helft van de leden af. De eerste aftredingen worden bij loting geregeld.
§ 2. In afwijking van artikel § 1, eerste lid, in geval van toename van het aantal leden, vervullen de nieuwe leden hun eerste mandaat voor een termijn van minimum drie jaar.
§ 3. In afwijking § 2, treedt de helft van de nieuwe leden af, tegelijkertijd met de in § 1, lid 4 bedoelde leden.
Deze aftreding wordt bij loting geregeld.
De andere helft van de nieuwe leden treedt af, tegelijkertijd met de in § 1, eerste lid bedoelde leden.
§ 4. De Voorzitter van de Erkenningsraad is benoemd door de Minister van Financiën, op voorstel van de raad, uit zijn leden.
Zijn mandaat is hernieuwbaar.
In geval van verhindering zit het aanwezige oudste lid de Raad voor.
§ 5. In geval van ontslag of overlijden van een van zijn leden voorziet de Erkenningsraad, op zo'n kort mogelijke termijn, in zijn vervanging. In dat geval zal de aanstelling van het nieuwe lid op de volgende algemene vergadering ter goedkeuring worden voorgelegd. Het aldus benoemde lid voltooit het mandaat van degene die hij vervangt.
§ 6. De Erkenningsraad wijst onder zijn leden een penningmeester en een secretaris aan.
§ 7. De Erkenningsraad stelt zijn secretariaat samen.
§ 8. De Erkenningsraad stelt zijn reglement van inwendige orde vast.
§ 9. De Erkenningsraad vergadert telkens wanneer de uitoefening van zijn opdracht het vereist, op voorstel van de Voorzitter of van twee van zijn leden. De Erkenningsraad komt slechts rechtsgeldig samen indien de helft van zijn leden aanwezig is; niemand kan titularis zijn van meer dan een volmacht. Zijn beslissingen die worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden zijn gemotiveerd. Bij gelijkheid van stemmen, is deze van de Voorzitter doorslaggevend. "
" Art. 7. § 1. De Erkenningsraad is samengesteld uit acht leden gekozen bij geheime stemming voor een termijn van zes jaar door de algemene vergadering, uit de effectenmakelaars die de titel reeds meer dan drie jaar dragen.
De kandidaturen moeten vijftien dagen voor de algemene vergadering worden neergelegd.
Hun mandaat, welke de dag van de jaarlijkse algemene vergadering verstrijkt, is bezoldigd en hernieuwbaar. Het bedrag van de bezoldiging is vastgelegd door de algemene vergadering van de effectenmakelaars.
Elke drie jaar treedt de helft van de leden af. De eerste aftredingen worden bij loting geregeld.
§ 2. In afwijking van artikel § 1, eerste lid, in geval van toename van het aantal leden, vervullen de nieuwe leden hun eerste mandaat voor een termijn van minimum drie jaar.
§ 3. In afwijking § 2, treedt de helft van de nieuwe leden af, tegelijkertijd met de in § 1, lid 4 bedoelde leden.
Deze aftreding wordt bij loting geregeld.
De andere helft van de nieuwe leden treedt af, tegelijkertijd met de in § 1, eerste lid bedoelde leden.
§ 4. De Voorzitter van de Erkenningsraad is benoemd door de Minister van Financiën, op voorstel van de raad, uit zijn leden.
Zijn mandaat is hernieuwbaar.
In geval van verhindering zit het aanwezige oudste lid de Raad voor.
§ 5. In geval van ontslag of overlijden van een van zijn leden voorziet de Erkenningsraad, op zo'n kort mogelijke termijn, in zijn vervanging. In dat geval zal de aanstelling van het nieuwe lid op de volgende algemene vergadering ter goedkeuring worden voorgelegd. Het aldus benoemde lid voltooit het mandaat van degene die hij vervangt.
§ 6. De Erkenningsraad wijst onder zijn leden een penningmeester en een secretaris aan.
§ 7. De Erkenningsraad stelt zijn secretariaat samen.
§ 8. De Erkenningsraad stelt zijn reglement van inwendige orde vast.
§ 9. De Erkenningsraad vergadert telkens wanneer de uitoefening van zijn opdracht het vereist, op voorstel van de Voorzitter of van twee van zijn leden. De Erkenningsraad komt slechts rechtsgeldig samen indien de helft van zijn leden aanwezig is; niemand kan titularis zijn van meer dan een volmacht. Zijn beslissingen die worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden zijn gemotiveerd. Bij gelijkheid van stemmen, is deze van de Voorzitter doorslaggevend. "
Art.2. L'article 7 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. § 1er. Le Conseil d'agrément est composé de huit membres élus au scrutin secret pour un terme de six ans par l'assemblée générale, parmi les agents de change porteurs du titre depuis plus de trois ans.
Les candidatures doivent être déposées quinze jours avant l'assemblée générale.
Leur mandat, qui expire le jour même de l'assemblée générale annuelle, est rémunéré et renouvelable. Le montant de la rémunération est fixé par l'assemblée générale des agents de change.
La moitié des membres sort tous les trois ans. Les premières sorties sont réglées par le sort.
§ 2. Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, en cas d'augmentation du nombre des membres, les nouveaux membres effectuent leur premier mandat pour un terme de minimum trois ans.
§ 3. Par dérogation au § 2, la moitié des nouveaux membres sort simultanément aux membres visés au § 1er, alinéa 4.
Cette sortie est réglée par le sort.
L'autre moitié des nouveaux membres sort simultanément aux membres visés au § 1er, § 1er.
§ 4. Le Président du Conseil d'agrément est nommé par le Ministre des Finances, sur proposition du Conseil, parmi ses membres.
Son mandat est renouvelable.
En cas d'empêchement, le membre présent le plus âgé préside le Conseil.
§ 5. En cas de démission ou de décès d'un de ses membres, le Conseil d'agrément pourvoit à son remplacement dans les plus brefs délais. Dans ce cas, la désignation du nouveau membre sera soumise à l'approbation de l'assemblée générale suivante. Le membre ainsi nommé achève le mandat de celui qu'il remplace.
§ 6. Le Conseil d'agrément désigne parmi ses membres un trésorier et un secrétaire.
§ 7. Le Conseil d'agrément organise son secrétariat.
§ 8. Le Conseil d'agrément arrête son règlement d'ordre intérieur.
§ 9. Le Conseil d'agrément se réunit aussi souvent que l'exercice de sa mission le requiert, sur convocation de son Président ou de deux de ses membres. Le Conseil d'agrément ne se réunit valablement que si la moitié de ses membres est présente ou représentée; nul ne pouvant être titulaire de plus d'une procuration. Ses décisions qui sont prises à la majorité des membres présents ou représentés sont motivées. En cas de parité des voix, celle du Président est prépondérante. "
" Art. 7. § 1er. Le Conseil d'agrément est composé de huit membres élus au scrutin secret pour un terme de six ans par l'assemblée générale, parmi les agents de change porteurs du titre depuis plus de trois ans.
Les candidatures doivent être déposées quinze jours avant l'assemblée générale.
Leur mandat, qui expire le jour même de l'assemblée générale annuelle, est rémunéré et renouvelable. Le montant de la rémunération est fixé par l'assemblée générale des agents de change.
La moitié des membres sort tous les trois ans. Les premières sorties sont réglées par le sort.
§ 2. Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, en cas d'augmentation du nombre des membres, les nouveaux membres effectuent leur premier mandat pour un terme de minimum trois ans.
§ 3. Par dérogation au § 2, la moitié des nouveaux membres sort simultanément aux membres visés au § 1er, alinéa 4.
Cette sortie est réglée par le sort.
L'autre moitié des nouveaux membres sort simultanément aux membres visés au § 1er, § 1er.
§ 4. Le Président du Conseil d'agrément est nommé par le Ministre des Finances, sur proposition du Conseil, parmi ses membres.
Son mandat est renouvelable.
En cas d'empêchement, le membre présent le plus âgé préside le Conseil.
§ 5. En cas de démission ou de décès d'un de ses membres, le Conseil d'agrément pourvoit à son remplacement dans les plus brefs délais. Dans ce cas, la désignation du nouveau membre sera soumise à l'approbation de l'assemblée générale suivante. Le membre ainsi nommé achève le mandat de celui qu'il remplace.
§ 6. Le Conseil d'agrément désigne parmi ses membres un trésorier et un secrétaire.
§ 7. Le Conseil d'agrément organise son secrétariat.
§ 8. Le Conseil d'agrément arrête son règlement d'ordre intérieur.
§ 9. Le Conseil d'agrément se réunit aussi souvent que l'exercice de sa mission le requiert, sur convocation de son Président ou de deux de ses membres. Le Conseil d'agrément ne se réunit valablement que si la moitié de ses membres est présente ou représentée; nul ne pouvant être titulaire de plus d'une procuration. Ses décisions qui sont prises à la majorité des membres présents ou représentés sont motivées. En cas de parité des voix, celle du Président est prépondérante. "
Art.3. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 14. De titel van effectenmakelaar wordt door de Erkenningsraad verleend in België onder de volgende voorwaarden :
1° met succes hebben deelgenomen aan het in de artikelen 15 tot 18 voorziene wetenschappelijk examen;
2° gedurende ten minste drie jaar ononderbroken, zonder dat deze periode met meer dan twee jaar de datum van het in 3° beoogde beroepsexamen voorafgaat, de beroepsactiviteit, beoogd in het artikel 19, te hebben uitgeoefend in verband met transactie, advies of beheer inzake financiële instrumenten welke op Belgische of buitenlandse gereglementeerde financiële markten worden verhandeld;
3° met succes hebben deelgenomen aan een beroepsexamen voorzien in de artikelen 20 tot 23;
4° op gevaar af het voordeel van de succesvolle deelneming aan het in 3° beoogde beroepsexamen te verliezen, de in artikel 19 beoogde beroepsactiviteit binnen een maximum termijn van 3 jaar na het aflopen van het in 2° beoogde activiteitsperiode, uit te oefenen;
5° een gunstig advies gekregen hebben van de Erkenningsraad na alle formaliteiten vervuld te hebben die door het huidige reglement vereist zijn;
6° jaarlijks zijn/haar bijdrage aan de Erkenningsraad voor effectenmakelaars betalen. "
" Art. 14. De titel van effectenmakelaar wordt door de Erkenningsraad verleend in België onder de volgende voorwaarden :
1° met succes hebben deelgenomen aan het in de artikelen 15 tot 18 voorziene wetenschappelijk examen;
2° gedurende ten minste drie jaar ononderbroken, zonder dat deze periode met meer dan twee jaar de datum van het in 3° beoogde beroepsexamen voorafgaat, de beroepsactiviteit, beoogd in het artikel 19, te hebben uitgeoefend in verband met transactie, advies of beheer inzake financiële instrumenten welke op Belgische of buitenlandse gereglementeerde financiële markten worden verhandeld;
3° met succes hebben deelgenomen aan een beroepsexamen voorzien in de artikelen 20 tot 23;
4° op gevaar af het voordeel van de succesvolle deelneming aan het in 3° beoogde beroepsexamen te verliezen, de in artikel 19 beoogde beroepsactiviteit binnen een maximum termijn van 3 jaar na het aflopen van het in 2° beoogde activiteitsperiode, uit te oefenen;
5° een gunstig advies gekregen hebben van de Erkenningsraad na alle formaliteiten vervuld te hebben die door het huidige reglement vereist zijn;
6° jaarlijks zijn/haar bijdrage aan de Erkenningsraad voor effectenmakelaars betalen. "
Art.3. L'article 14 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 14. Le titre d'agent de change est décerné en Belgique par le Conseil d'agrément aux conditions suivantes :
1° avoir subi avec succès un examen scientifique visé aux articles 15 à 18;
2° avoir exercé pendant trois années au moins de façon ininterrompue, sans que cette période ne précède de plus deux ans la date de l'examen professionnel visé au 3°, l'activité professionnelle visée à l'article 19 en matière de transaction, de conseil ou de gestion portant sur des instruments financiers négociés sur des marchés financiers réglementés belges ou étrangers;
3° avoir subi avec succès un examen professionnel visé aux articles 20 à 23;
4° sous peine de perdre le bénéfice de la réussite de l'examen professionnel visé au 3°, exercer l'activité professionnelle visée à l'article 19, dans un délai maximum de 3 ans après la fin de la période d'activité visée au 2°;
5° avoir reçu l'avis favorable du Conseil d'agrément après l'accomplissement de toutes les formalités requises par le présent règlement;
6° payer annuellement sa cotisation au Conseil d'agrément des agents de change. "
" Art. 14. Le titre d'agent de change est décerné en Belgique par le Conseil d'agrément aux conditions suivantes :
1° avoir subi avec succès un examen scientifique visé aux articles 15 à 18;
2° avoir exercé pendant trois années au moins de façon ininterrompue, sans que cette période ne précède de plus deux ans la date de l'examen professionnel visé au 3°, l'activité professionnelle visée à l'article 19 en matière de transaction, de conseil ou de gestion portant sur des instruments financiers négociés sur des marchés financiers réglementés belges ou étrangers;
3° avoir subi avec succès un examen professionnel visé aux articles 20 à 23;
4° sous peine de perdre le bénéfice de la réussite de l'examen professionnel visé au 3°, exercer l'activité professionnelle visée à l'article 19, dans un délai maximum de 3 ans après la fin de la période d'activité visée au 2°;
5° avoir reçu l'avis favorable du Conseil d'agrément après l'accomplissement de toutes les formalités requises par le présent règlement;
6° payer annuellement sa cotisation au Conseil d'agrément des agents de change. "
Art.4. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 22. § 1. Onverminderd § 2, verleent de Erkenningsraad de titel van effectenmakelaar aan de kandidaten die beschikken over een hoedanigheid in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 89/48/EEG van de Europese Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van diploma's van het hoger onderwijs uitgereikt voor een beroepsopleiding van ten minste drie jaar aangevuld door de Richtlijn 92/51/EEG van de Europese Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel tot erkenning van beroepsopleidingen, gewijzigd door de Richtlijn 2001/19/EG van het Parlement en van de Raad van 14 mei 2001 :
1° ofwel indien ze in het bezit zijn van een diploma, een bewijs van opleiding of een geheel van bewijzen in de zin van artikel 1, a) van de hoger aangehaalde richtlijn dat door een andere lid-Staat van de Europese Unie dan België wordt opgelegd voor de toegang tot de titel of het beroep van effectenmakelaar op zijn grondgebied of de uitoefening op zijn grondgebied van het beroep en dat werd bekomen in een Lidstaat,
2° ofwel indien zij bewijzen :
a) dat zij in de loop van de laatste tien jaren voltijds het beroep van effectenmakelaar gedurende twee jaar of deeltijds gedurende een gelijkwaardige periode hebben uitgeoefend in een andere lid-Staat van de Europese Unie waar geen reglementering voor het bekomen van de titel of de toegang tot het beroep van effectenmakelaar bestaat;
b) in het bezit te zijn van één of meer bewijzen van opleiding, in de zin van artikel 3, b) van de hoger aangehaalde richtlijn, die een gereglementeerde opleiding erkennen.
§ 2. De Erkenningsraad kan aan de kandidaten opleggen, naar eigen keuze, ofwel om een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar te volbrengen, ofwel een bekwaamheidsproef af te leggen :
1° na nagekeken te hebben of de door hen genoten opleiding, in de zin van artikel 3, a) en b) van de hoger aangehaalde richtlijn, betrekking heeft op theoretische of praktische vakgebieden die wezenlijk verschillen van de vakgebieden die de in België vereiste diploma's bestrijken, of
2° wanneer ze zich in de toestand bevinden bedoeld in artikel 3, a) van de hoger aangehaalde richtlijn en dat een of meer activiteit(en) die ze in België zullen uitoefenen in de hoedanigheid van effectenmakelaar niet bestaat(n) in het beroep van effectenmakelaar in de lid-Staat waarvan zij afkomstig zijn, en dit verschil wordt gekenmerkt door een in België specifiek vereiste opleiding die betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen van de vakgebieden bestreken door het of de diploma('s) die de kandidaten voorleggen, of
3° wanneer ze zich in de toestand bevinden bedoeld in artikel 3, b) van de hoger aangehaalde Richtlijn en de gereglementeerde beroepsactiviteit(en) die ze in België zullen uitoefenen in de hoedanigheid van effectenmakelaar niet bestaat(n) in het beroep van effectenmakelaar uitgeoefend in de lid-Staat waarvan ze afkomstig zijn, en dit verschil wordt gekenmerkt door een in België specifiek vereiste opleiding die betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen van de vakgebieden bestreken door het of de diploma('s) die de kandidaten voorleggen.
§ 3. De Erkenningsraad moet evenwel nakijken of de door hen verkregen kennissen tijdens hun professionele ervaringen, van die aard zijn dat ze geheel of gedeeltelijk de voornoemde wezenlijke verschillen omvatten.
§ 4. De Erkenningsraad is bevoegd, in samenwerking met overeenkomstige autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Unie, een geheel van criteria van beroepshoedanigheid te bepalen die van een adequaat bevoegdheidsniveau getuigen met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in artikel 19, en die het mogelijk maken de titel van effectenmakelaar te dragen.
§ 5. De beslissingen van de Erkenningsraad bedoeld in de §§ 1 en 2 moeten uiterlijk binnen drie maanden genomen worden na de indiening van het volledige dossier van de kandidaat. In geval van weigering moeten ze behoorlijk gemotiveerd zijn.
De verzoeker kan een beroep instellen volgens de regels die door de bestuurshandelingen voorzien zijn.
§ 6. De voorwaarden voor het bekomen van de titel van effectenmakelaar die in artikel 22, voorzien zijn, mogen door de Minister van Financiën, op voorstel van de Erkenningsraad, aangepast worden, om met de nieuwe communautaire rechtsbepalingen inzake het algemeen stelsel van erkenning van de beroepshoedanigheden, rekening te houden. "
" Art. 22. § 1. Onverminderd § 2, verleent de Erkenningsraad de titel van effectenmakelaar aan de kandidaten die beschikken over een hoedanigheid in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 89/48/EEG van de Europese Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van diploma's van het hoger onderwijs uitgereikt voor een beroepsopleiding van ten minste drie jaar aangevuld door de Richtlijn 92/51/EEG van de Europese Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel tot erkenning van beroepsopleidingen, gewijzigd door de Richtlijn 2001/19/EG van het Parlement en van de Raad van 14 mei 2001 :
1° ofwel indien ze in het bezit zijn van een diploma, een bewijs van opleiding of een geheel van bewijzen in de zin van artikel 1, a) van de hoger aangehaalde richtlijn dat door een andere lid-Staat van de Europese Unie dan België wordt opgelegd voor de toegang tot de titel of het beroep van effectenmakelaar op zijn grondgebied of de uitoefening op zijn grondgebied van het beroep en dat werd bekomen in een Lidstaat,
2° ofwel indien zij bewijzen :
a) dat zij in de loop van de laatste tien jaren voltijds het beroep van effectenmakelaar gedurende twee jaar of deeltijds gedurende een gelijkwaardige periode hebben uitgeoefend in een andere lid-Staat van de Europese Unie waar geen reglementering voor het bekomen van de titel of de toegang tot het beroep van effectenmakelaar bestaat;
b) in het bezit te zijn van één of meer bewijzen van opleiding, in de zin van artikel 3, b) van de hoger aangehaalde richtlijn, die een gereglementeerde opleiding erkennen.
§ 2. De Erkenningsraad kan aan de kandidaten opleggen, naar eigen keuze, ofwel om een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar te volbrengen, ofwel een bekwaamheidsproef af te leggen :
1° na nagekeken te hebben of de door hen genoten opleiding, in de zin van artikel 3, a) en b) van de hoger aangehaalde richtlijn, betrekking heeft op theoretische of praktische vakgebieden die wezenlijk verschillen van de vakgebieden die de in België vereiste diploma's bestrijken, of
2° wanneer ze zich in de toestand bevinden bedoeld in artikel 3, a) van de hoger aangehaalde richtlijn en dat een of meer activiteit(en) die ze in België zullen uitoefenen in de hoedanigheid van effectenmakelaar niet bestaat(n) in het beroep van effectenmakelaar in de lid-Staat waarvan zij afkomstig zijn, en dit verschil wordt gekenmerkt door een in België specifiek vereiste opleiding die betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen van de vakgebieden bestreken door het of de diploma('s) die de kandidaten voorleggen, of
3° wanneer ze zich in de toestand bevinden bedoeld in artikel 3, b) van de hoger aangehaalde Richtlijn en de gereglementeerde beroepsactiviteit(en) die ze in België zullen uitoefenen in de hoedanigheid van effectenmakelaar niet bestaat(n) in het beroep van effectenmakelaar uitgeoefend in de lid-Staat waarvan ze afkomstig zijn, en dit verschil wordt gekenmerkt door een in België specifiek vereiste opleiding die betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen van de vakgebieden bestreken door het of de diploma('s) die de kandidaten voorleggen.
§ 3. De Erkenningsraad moet evenwel nakijken of de door hen verkregen kennissen tijdens hun professionele ervaringen, van die aard zijn dat ze geheel of gedeeltelijk de voornoemde wezenlijke verschillen omvatten.
§ 4. De Erkenningsraad is bevoegd, in samenwerking met overeenkomstige autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Unie, een geheel van criteria van beroepshoedanigheid te bepalen die van een adequaat bevoegdheidsniveau getuigen met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in artikel 19, en die het mogelijk maken de titel van effectenmakelaar te dragen.
§ 5. De beslissingen van de Erkenningsraad bedoeld in de §§ 1 en 2 moeten uiterlijk binnen drie maanden genomen worden na de indiening van het volledige dossier van de kandidaat. In geval van weigering moeten ze behoorlijk gemotiveerd zijn.
De verzoeker kan een beroep instellen volgens de regels die door de bestuurshandelingen voorzien zijn.
§ 6. De voorwaarden voor het bekomen van de titel van effectenmakelaar die in artikel 22, voorzien zijn, mogen door de Minister van Financiën, op voorstel van de Erkenningsraad, aangepast worden, om met de nieuwe communautaire rechtsbepalingen inzake het algemeen stelsel van erkenning van de beroepshoedanigheden, rekening te houden. "
Art.4. L'article 22 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 22. § 1er. Sans préjudice de ce qui est prévu au § 2, le Conseil d'agrément décerne le titre d'agent de change aux candidats possédant une qualification au sens de l'article 3 de la directive 89/48/CEE du Conseil européen du 21 décembre 1988 relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans, complétée par la directive 92/51/CEE du Conseil européen du 18 juin 1992 relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles, modifiée par la directive 2001/19/CE du Parlement et du Conseil du 14 mai 2001 :
1° soit s'ils sont porteurs d'un diplôme, d'un titre de formation ou de tout un ensemble de titres au sens de l'article 1er, a) de la directive précitée, qui est prescrit par un Etat membre de l'Union européenne autre que la Belgique pour accéder au titre ou à la profession d'agent de change sur son territoire ou l'y exercer et qui a été obtenu dans un Etat membre,
2° soit s'ils prouvent :
a) avoir exercé à temps plein la profession d'agent de change pendant deux années ou pendant une période équivalente à temps partiel au cours des dix années précédentes, dans un autre Etat membre de l'Union européenne qui ne réglemente pas l'obtention du titre ou l'accès à la profession d'agent de change;
b) être en possession d'un ou plusieurs titres de formation, au sens de l'article 3, b), de la directive susmentionnée, sanctionnant une formation réglementée.
§ 2. Le Conseil d'agrément peut imposer aux candidats, à leur choix, soit d'accomplir un stage d'adaptation pendant trois ans au plus, soit de se soumettre à une épreuve d'aptitude :
1° après avoir vérifié que la formation qu'ils ont reçue, au sens de l'article 3, a) et b) de la directive susmentionnée, porte sur des matières théoriques ou pratiques substantiellement différentes de celles couvertes par les diplômes requis en Belgique, ou
2° lorsqu'ils se trouvent dans la situation prévue à l'article 3, a) de la directive susmentionnée, et qu'une ou plusieurs des activités qu'ils exerceront en Belgique en qualité d'agent de change, n'existe(nt) pas dans la profession d'agent de change dans l'Etat membre dont ils proviennent et que cette différence est caractérisée par une formation spécifique qui est requise en Belgique et qui porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par le ou les diplôme(s) dont les candidats font état, ou
3° lorsqu'ils se trouvent dans la situation prévue à l'article 3, b) de la directive susmentionnée et que la ou les activité(s) professionnelle(s) réglementée(s) qu'ils exerceront en Belgique en qualité d'agent de change n'existe(nt) pas dans la profession d'agent de change exercée dans l'Etat membre dont ils proviennent, et que cette différence est caractérisée par une formation spécifique qui est requise en Belgique, et qui porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par le ou les diplôme(s) dont les candidats font état.
§ 3. Toutefois, le Conseil d'agrément doit vérifier si les connaissances acquises par eux au cours de leurs expériences professionnelles, sont de nature à couvrir en tout ou en partie les différences substantielles précitées.
§ 4. Le Conseil d'agrément est habilité à établir, en collaboration avec des autorités analogues d'autres Etats membres de l'Union européenne, un ensemble de critères de qualification professionnelle attestant d'un niveau de compétence adéquat en vue de l'exercice des activités visées à l'article 19, permettant le port du titre d'agent de change.
§ 5. Les décisions du Conseil d'agrément visées aux §§ 1er et 2, doivent intervenir au plus tard dans les trois mois qui suivent la présentation du dossier complet du candidat. En cas de refus, elles doivent être dûment motivées.
Un recours est ouvert au requérant selon les règles prévues à l'encontre des actes administratifs.
§ 6. Les conditions d'obtention du titre d'agent de change prévues à l'article 22, peuvent être adaptées par le Ministre des Finances, sur proposition du Conseil d'agrément, pour tenir compte des dispositions de droit communautaire nouvelles relatives au système général de reconnaissance des qualifications professionnelles. "
" Art. 22. § 1er. Sans préjudice de ce qui est prévu au § 2, le Conseil d'agrément décerne le titre d'agent de change aux candidats possédant une qualification au sens de l'article 3 de la directive 89/48/CEE du Conseil européen du 21 décembre 1988 relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans, complétée par la directive 92/51/CEE du Conseil européen du 18 juin 1992 relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles, modifiée par la directive 2001/19/CE du Parlement et du Conseil du 14 mai 2001 :
1° soit s'ils sont porteurs d'un diplôme, d'un titre de formation ou de tout un ensemble de titres au sens de l'article 1er, a) de la directive précitée, qui est prescrit par un Etat membre de l'Union européenne autre que la Belgique pour accéder au titre ou à la profession d'agent de change sur son territoire ou l'y exercer et qui a été obtenu dans un Etat membre,
2° soit s'ils prouvent :
a) avoir exercé à temps plein la profession d'agent de change pendant deux années ou pendant une période équivalente à temps partiel au cours des dix années précédentes, dans un autre Etat membre de l'Union européenne qui ne réglemente pas l'obtention du titre ou l'accès à la profession d'agent de change;
b) être en possession d'un ou plusieurs titres de formation, au sens de l'article 3, b), de la directive susmentionnée, sanctionnant une formation réglementée.
§ 2. Le Conseil d'agrément peut imposer aux candidats, à leur choix, soit d'accomplir un stage d'adaptation pendant trois ans au plus, soit de se soumettre à une épreuve d'aptitude :
1° après avoir vérifié que la formation qu'ils ont reçue, au sens de l'article 3, a) et b) de la directive susmentionnée, porte sur des matières théoriques ou pratiques substantiellement différentes de celles couvertes par les diplômes requis en Belgique, ou
2° lorsqu'ils se trouvent dans la situation prévue à l'article 3, a) de la directive susmentionnée, et qu'une ou plusieurs des activités qu'ils exerceront en Belgique en qualité d'agent de change, n'existe(nt) pas dans la profession d'agent de change dans l'Etat membre dont ils proviennent et que cette différence est caractérisée par une formation spécifique qui est requise en Belgique et qui porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par le ou les diplôme(s) dont les candidats font état, ou
3° lorsqu'ils se trouvent dans la situation prévue à l'article 3, b) de la directive susmentionnée et que la ou les activité(s) professionnelle(s) réglementée(s) qu'ils exerceront en Belgique en qualité d'agent de change n'existe(nt) pas dans la profession d'agent de change exercée dans l'Etat membre dont ils proviennent, et que cette différence est caractérisée par une formation spécifique qui est requise en Belgique, et qui porte sur des matières substantiellement différentes de celles couvertes par le ou les diplôme(s) dont les candidats font état.
§ 3. Toutefois, le Conseil d'agrément doit vérifier si les connaissances acquises par eux au cours de leurs expériences professionnelles, sont de nature à couvrir en tout ou en partie les différences substantielles précitées.
§ 4. Le Conseil d'agrément est habilité à établir, en collaboration avec des autorités analogues d'autres Etats membres de l'Union européenne, un ensemble de critères de qualification professionnelle attestant d'un niveau de compétence adéquat en vue de l'exercice des activités visées à l'article 19, permettant le port du titre d'agent de change.
§ 5. Les décisions du Conseil d'agrément visées aux §§ 1er et 2, doivent intervenir au plus tard dans les trois mois qui suivent la présentation du dossier complet du candidat. En cas de refus, elles doivent être dûment motivées.
Un recours est ouvert au requérant selon les règles prévues à l'encontre des actes administratifs.
§ 6. Les conditions d'obtention du titre d'agent de change prévues à l'article 22, peuvent être adaptées par le Ministre des Finances, sur proposition du Conseil d'agrément, pour tenir compte des dispositions de droit communautaire nouvelles relatives au système général de reconnaissance des qualifications professionnelles. "
Art.5. Hoofdstuk VI van hetzelfde besluit, dat de artikelen 29 tot 32 bevat, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" HOOFDSTUK VI. - De disciplinaire sancties
Afdeling 1. - De disciplinaire sancties
Art. 29. De Erkenningsraad mag de volgende disciplinaire sancties opleggen :
- de waarschuwing;
- de berisping;
- de schorsing voor maximum vier jaar en elf maanden;
- de intrekking.
De schorsing brengt het verbod om de titel van effectenmakelaar te dragen, voor de duur voorzien in de sanctie, met zich mee.
Zij brengt het verbod, om deel te nemen aan de beraadslagingen van de algemene vergadering en aan de verkiezing van de Erkenningsraad voor de duur voorzien in de sanctie, met zich mee.
Art. 30. § 1. De disciplinaire sancties voorzien in artikel 29 kunnen door de Erkenningsraad opgelegd worden in geval van niet naleving van het huidige reglement.
§ 2. De schorsing en de intrekking hebben uitwerking vanaf de datum waarop de feiten die aan de oorsprong liggen van de maatregel zijn vastgesteld.
§ 3. De effectenmakelaar die onderwerp is geweest van de schorsingsprocedure is, op straffe van intrekking, gehouden om de totaliteit van zijn bijdrage aan de Erkenningsraad te betalen.
Art. 31. De Erkenningsraad handelt ambtshalve of op basis van een klacht van elke belanghebbende partij.
De Erkenningsraad geeft kennis, aan de gerechtelijke autoriteiten, van elk onwettig dragen van de titel welke hij zou vaststellen.
Afdeling 2. - De procedureregels voor het opleggen van de disciplinaire sancties
Art. 32. § 1. De inbreuken en de tekortkomingen op de in dit besluit bedoelde verplichtingen zullen tuchtrechtelijk beteugeld worden en aanleiding geven tot een disciplinaire sanctie.
§ 2. Indien de Erkenningsraad vaststelt dat effectenmakelaren aan praktijken doen die aanleiding kunnen geven tot een disciplinaire sanctie, of indien hij ingevolge een klacht van een dergelijke praktijk in kennis wordt gesteld, belast hij een van zijn leden met het onderzoek van het dossier.
Het aangeduide lid voert te dien einde de titel van auditeur.
§ 3. De auditeur onderzoekt de aangelegenheden ten laste en ten gunste en maakt zijn conclusies over aan de Erkenningsraad.
Art. 33. § 1. Tijdens zijn onderzoek en, in ieder geval, vooraleer hij zijn conclusies aan de Erkenningsraad overmaakt, licht de auditeur de betrokkene of de betrokkenen in over het bestaan van een onderzoek, met aanduiding van de praktijk die het voorwerp van het onderzoek uitmaakt, en roept hen op om hen toe te laten hun bemerkingen mee te delen.
§ 2. Wanneer hij de Erkenningsraad van zijn conclusies in kennis stelt, licht de auditeur de dader of daders van de betrokken praktijk hierover in.
Deze laatsten kunnen op de zetel van de Erkenningsraad kennis nemen van het dossier dat werd samengesteld, op de dagen en uren aangeduid door de auditeur.
De Erkenningsraad roept de dader of daders van de betrokken praktijk op, om hen toe te laten hun bemerkingen mee te delen.
Er zal er hen op gewezen worden dat ze om tuchtredenen gehoord worden en de hen ten laste gelegde feiten zullen hen vermeld worden.
§ 3. De oproeping bedoeld in §§ 1 en 2 wordt met een bij de post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs verwezenlijkt.
Indien, behalve in geval van wettige verhindering, een op regelmatige wijze opgeroepen partij niet is verschenen of haar middelen niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft voorgedragen, kan de Erkenningsraad toch uitspraak doen.
§ 4. In de gevallen bedoeld in §§ 1 en 2, kan de betrokkene zich laten bijstaan door een effectenmakelaar of een advocaat.
§ 5. Na het verhoor van de betrokkene, wordt een proces-verbaal van verhoor met zijn verklaringen opgesteld.
Dit proces-verbaal zal hem na voorlezing ter ondertekening worden voorgelegd.
Art. 34. § 1. Na ontvangst van de conclusies van de auditeur en na, in voorkomend geval, de persoon of personen die het voorwerp van het onderzoek uitmaken, te hebben gehoord, kan de Erkenningsraad bij een gemotiveerde beslissing :
1° het bestaan vaststellen van een ongeoorloofde praktijk en één van de disciplinaire sancties uitspreken bepaald in het huidige koninklijk besluit;
2° vaststellen dat er geen disciplinaire sanctie moet worden opgelegd.
§ 2. De auditeur kan niet deelnemen aan de beraadslagingen van de Erkenningsraad, noch anders tussenkomen in de besluitvorming, indien deze zich dient uit te spreken over het opleggen van disciplinaire sancties.
§ 3. De beslissing van de Erkenningsraad wordt per aangetekende brief of brief met ontvangstbewijs betekend aan de personen die het voorwerp uitmaken van het onderzoek.
De kennisgeving vermeldt het rechtsmiddel, de bevoegde instantie om er kennis van te nemen, alsook de vorm en de termijn die moeten worden geëerbiedigd, bij gebreke daarvan gaat de verjaringstermijn voor het instellen van de vordering tot nietigverklaring niet in.
De beslissing wordt ook aan de regeringscommissaris en aan alle effectenmakelaars medegedeeld.
De beslissing van schorsing of intrekking wordt medegedeeld aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
Zij zal bekendgemaakt worden op alle manieren welke de Raad passend acht. "
" HOOFDSTUK VI. - De disciplinaire sancties
Afdeling 1. - De disciplinaire sancties
Art. 29. De Erkenningsraad mag de volgende disciplinaire sancties opleggen :
- de waarschuwing;
- de berisping;
- de schorsing voor maximum vier jaar en elf maanden;
- de intrekking.
De schorsing brengt het verbod om de titel van effectenmakelaar te dragen, voor de duur voorzien in de sanctie, met zich mee.
Zij brengt het verbod, om deel te nemen aan de beraadslagingen van de algemene vergadering en aan de verkiezing van de Erkenningsraad voor de duur voorzien in de sanctie, met zich mee.
Art. 30. § 1. De disciplinaire sancties voorzien in artikel 29 kunnen door de Erkenningsraad opgelegd worden in geval van niet naleving van het huidige reglement.
§ 2. De schorsing en de intrekking hebben uitwerking vanaf de datum waarop de feiten die aan de oorsprong liggen van de maatregel zijn vastgesteld.
§ 3. De effectenmakelaar die onderwerp is geweest van de schorsingsprocedure is, op straffe van intrekking, gehouden om de totaliteit van zijn bijdrage aan de Erkenningsraad te betalen.
Art. 31. De Erkenningsraad handelt ambtshalve of op basis van een klacht van elke belanghebbende partij.
De Erkenningsraad geeft kennis, aan de gerechtelijke autoriteiten, van elk onwettig dragen van de titel welke hij zou vaststellen.
Afdeling 2. - De procedureregels voor het opleggen van de disciplinaire sancties
Art. 32. § 1. De inbreuken en de tekortkomingen op de in dit besluit bedoelde verplichtingen zullen tuchtrechtelijk beteugeld worden en aanleiding geven tot een disciplinaire sanctie.
§ 2. Indien de Erkenningsraad vaststelt dat effectenmakelaren aan praktijken doen die aanleiding kunnen geven tot een disciplinaire sanctie, of indien hij ingevolge een klacht van een dergelijke praktijk in kennis wordt gesteld, belast hij een van zijn leden met het onderzoek van het dossier.
Het aangeduide lid voert te dien einde de titel van auditeur.
§ 3. De auditeur onderzoekt de aangelegenheden ten laste en ten gunste en maakt zijn conclusies over aan de Erkenningsraad.
Art. 33. § 1. Tijdens zijn onderzoek en, in ieder geval, vooraleer hij zijn conclusies aan de Erkenningsraad overmaakt, licht de auditeur de betrokkene of de betrokkenen in over het bestaan van een onderzoek, met aanduiding van de praktijk die het voorwerp van het onderzoek uitmaakt, en roept hen op om hen toe te laten hun bemerkingen mee te delen.
§ 2. Wanneer hij de Erkenningsraad van zijn conclusies in kennis stelt, licht de auditeur de dader of daders van de betrokken praktijk hierover in.
Deze laatsten kunnen op de zetel van de Erkenningsraad kennis nemen van het dossier dat werd samengesteld, op de dagen en uren aangeduid door de auditeur.
De Erkenningsraad roept de dader of daders van de betrokken praktijk op, om hen toe te laten hun bemerkingen mee te delen.
Er zal er hen op gewezen worden dat ze om tuchtredenen gehoord worden en de hen ten laste gelegde feiten zullen hen vermeld worden.
§ 3. De oproeping bedoeld in §§ 1 en 2 wordt met een bij de post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs verwezenlijkt.
Indien, behalve in geval van wettige verhindering, een op regelmatige wijze opgeroepen partij niet is verschenen of haar middelen niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft voorgedragen, kan de Erkenningsraad toch uitspraak doen.
§ 4. In de gevallen bedoeld in §§ 1 en 2, kan de betrokkene zich laten bijstaan door een effectenmakelaar of een advocaat.
§ 5. Na het verhoor van de betrokkene, wordt een proces-verbaal van verhoor met zijn verklaringen opgesteld.
Dit proces-verbaal zal hem na voorlezing ter ondertekening worden voorgelegd.
Art. 34. § 1. Na ontvangst van de conclusies van de auditeur en na, in voorkomend geval, de persoon of personen die het voorwerp van het onderzoek uitmaken, te hebben gehoord, kan de Erkenningsraad bij een gemotiveerde beslissing :
1° het bestaan vaststellen van een ongeoorloofde praktijk en één van de disciplinaire sancties uitspreken bepaald in het huidige koninklijk besluit;
2° vaststellen dat er geen disciplinaire sanctie moet worden opgelegd.
§ 2. De auditeur kan niet deelnemen aan de beraadslagingen van de Erkenningsraad, noch anders tussenkomen in de besluitvorming, indien deze zich dient uit te spreken over het opleggen van disciplinaire sancties.
§ 3. De beslissing van de Erkenningsraad wordt per aangetekende brief of brief met ontvangstbewijs betekend aan de personen die het voorwerp uitmaken van het onderzoek.
De kennisgeving vermeldt het rechtsmiddel, de bevoegde instantie om er kennis van te nemen, alsook de vorm en de termijn die moeten worden geëerbiedigd, bij gebreke daarvan gaat de verjaringstermijn voor het instellen van de vordering tot nietigverklaring niet in.
De beslissing wordt ook aan de regeringscommissaris en aan alle effectenmakelaars medegedeeld.
De beslissing van schorsing of intrekking wordt medegedeeld aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
Zij zal bekendgemaakt worden op alle manieren welke de Raad passend acht. "
Art.5. Le chapitre VI du même arrêté, et comprenant les articles 29 à 32, est remplacé par les dispositions suivantes :
" CHAPITRE VI. - Des sanctions disciplinaires
Section 1re - Des sanctions disciplinaires
Art. 29. Le Conseil d'agrément peut infliger les sanctions disciplinaires suivantes :
- l'avertissement;
- la réprimande;
- la suspension pour maximum quatre ans et onze mois;
- le retrait.
La suspension emporte l'interdiction de porter le titre d'agent de change pour la durée prévue par la sanction.
Elle emporte l'interdiction de participer aux délibérations des assemblées générales et à l'élection du Conseil d'Agrément pour la durée prévue par la sanction.
Art. 30. § 1er. Les sanctions disciplinaires visées à l'article 29 peuvent être infligées par le Conseil d'agrément en cas de non-respect du présent règlement.
§ 2. La suspension et le retrait produisent leurs effets à la date à laquelle les faits qui sont à l'origine de la mesure ont été établis.
§ 3. L'agent de change qui a fait l'objet de la procédure de suspension est tenu, sous peine de retrait, de payer la totalité de sa cotisation au Conseil d'agrément.
Art. 31. Le Conseil d'agrément agit soit d'office soit sur plainte de toute partie intéressée.
Le Conseil d'agrément dénonce à l'autorité judiciaire tout port illégal du titre qu'il constaterait.
Section 2. - Des règles de procédure pour l'imposition des sanctions disciplinaires
Art. 32. § 1er. Les infractions et les manquements aux obligations visées dans le présent arrêté seront réprimés disciplinairement et donneront lieu à une sanction disciplinaire.
§ 2. Lorsque le Conseil d'agrément constate que des agents de change se livrent à des pratiques susceptibles de donner lieu à une sanction disciplinaire ou lorsqu'une telle pratique est portée à sa connaissance suite à une plainte, il charge un de ses membres d'instruire le dossier.
Le membre désigné porte à ces fins le titre d'auditeur.
§ 3. L'auditeur instruit les affaires à charge et à décharge et transmet ses conclusions au Conseil d'agrément.
Art. 33. § 1er. Au cours de son instruction et, en tout cas, avant de transmettre ses conclusions au Conseil d'agrément, l'auditeur informe la ou les personnes en cause de l'existence d'une instruction, en précisant la nature de la pratique faisant l'objet de l'instruction, et les convoque afin de leur permettre de présenter leurs observations.
§ 2. Lorsqu'il communique ses conclusions au Conseil d'agrément, l'auditeur en informe le ou les auteurs de la pratique en cause.
Ceux-ci peuvent prendre connaissance du dossier qui a été constitué, au siège du Conseil d'agrément, aux jours et heures indiqués par l'auditeur.
Le Conseil d'agrément convoque le ou les auteurs de la pratique en cause, afin de leur permettre de présenter leurs observations.
Il leur sera spécifié qu'ils sont entendus pour raisons disciplinaires et les faits mis à leur charge leur seront mentionnés.
§ 3. La convocation visée aux §§ 1er et 2 est effectuée par lettre recommandée à la poste ou par lettre avec accusé de réception.
Si, hormis le cas d'empêchement légitime, une partie régulièrement convoquée ne comparaît pas ou ne propose pas ses moyens dans le délai fixé, le Conseil d'agrément peut statuer.
§ 4. Dans les cas visés aux §§ 1er et 2, l'intéressé peut se faire assister par un agent de change ou un avocat.
§ 5. Après l'audition de l'intéressé, un procès-verbal d'audition de ses déclarations sera dressé.
Après lecture, ce procès-verbal lui sera soumis pour signature.
Art. 34. § 1er. Après réception des conclusions de l'auditeur et après avoir, le cas échéant, entendu la ou les personnes faisant l'objet de l'instruction, le Conseil d'agrément peut, par décision motivée :
1° constater l'existence d'une pratique illicite et prononcer une des sanctions disciplinaires prévues par le présent arrêté royal;
2° constater qu'il n'y a pas lieu à sanction disciplinaire.
§ 2. L'auditeur ne peut prendre part aux délibérations du Conseil d'agrément, ni intervenir autrement dans le processus décisionnel, lorsque celui-ci est appelé à se prononcer sur l'imposition de sanctions disciplinaires.
§ 3. La décision du Conseil d'agrément est notifiée par lettre recommandée ou par lettre avec accusé de réception aux personnes faisant l'objet de l'instruction.
La lettre de notification indique la voie de recours, l'instance compétente pour en connaître, ainsi que la forme et le délai à respecter, faute de quoi le délai de prescription pour introduire l'action en annulation ne prend pas cours.
La décision est aussi communiquée au commissaire du gouvernement et à tous les agents de change.
La décision de suspension ou de retrait est communiquée à la Commission bancaire et financière.
Elle sera publiée par tous les moyens que le Conseil juge adéquats. "
" CHAPITRE VI. - Des sanctions disciplinaires
Section 1re - Des sanctions disciplinaires
Art. 29. Le Conseil d'agrément peut infliger les sanctions disciplinaires suivantes :
- l'avertissement;
- la réprimande;
- la suspension pour maximum quatre ans et onze mois;
- le retrait.
La suspension emporte l'interdiction de porter le titre d'agent de change pour la durée prévue par la sanction.
Elle emporte l'interdiction de participer aux délibérations des assemblées générales et à l'élection du Conseil d'Agrément pour la durée prévue par la sanction.
Art. 30. § 1er. Les sanctions disciplinaires visées à l'article 29 peuvent être infligées par le Conseil d'agrément en cas de non-respect du présent règlement.
§ 2. La suspension et le retrait produisent leurs effets à la date à laquelle les faits qui sont à l'origine de la mesure ont été établis.
§ 3. L'agent de change qui a fait l'objet de la procédure de suspension est tenu, sous peine de retrait, de payer la totalité de sa cotisation au Conseil d'agrément.
Art. 31. Le Conseil d'agrément agit soit d'office soit sur plainte de toute partie intéressée.
Le Conseil d'agrément dénonce à l'autorité judiciaire tout port illégal du titre qu'il constaterait.
Section 2. - Des règles de procédure pour l'imposition des sanctions disciplinaires
Art. 32. § 1er. Les infractions et les manquements aux obligations visées dans le présent arrêté seront réprimés disciplinairement et donneront lieu à une sanction disciplinaire.
§ 2. Lorsque le Conseil d'agrément constate que des agents de change se livrent à des pratiques susceptibles de donner lieu à une sanction disciplinaire ou lorsqu'une telle pratique est portée à sa connaissance suite à une plainte, il charge un de ses membres d'instruire le dossier.
Le membre désigné porte à ces fins le titre d'auditeur.
§ 3. L'auditeur instruit les affaires à charge et à décharge et transmet ses conclusions au Conseil d'agrément.
Art. 33. § 1er. Au cours de son instruction et, en tout cas, avant de transmettre ses conclusions au Conseil d'agrément, l'auditeur informe la ou les personnes en cause de l'existence d'une instruction, en précisant la nature de la pratique faisant l'objet de l'instruction, et les convoque afin de leur permettre de présenter leurs observations.
§ 2. Lorsqu'il communique ses conclusions au Conseil d'agrément, l'auditeur en informe le ou les auteurs de la pratique en cause.
Ceux-ci peuvent prendre connaissance du dossier qui a été constitué, au siège du Conseil d'agrément, aux jours et heures indiqués par l'auditeur.
Le Conseil d'agrément convoque le ou les auteurs de la pratique en cause, afin de leur permettre de présenter leurs observations.
Il leur sera spécifié qu'ils sont entendus pour raisons disciplinaires et les faits mis à leur charge leur seront mentionnés.
§ 3. La convocation visée aux §§ 1er et 2 est effectuée par lettre recommandée à la poste ou par lettre avec accusé de réception.
Si, hormis le cas d'empêchement légitime, une partie régulièrement convoquée ne comparaît pas ou ne propose pas ses moyens dans le délai fixé, le Conseil d'agrément peut statuer.
§ 4. Dans les cas visés aux §§ 1er et 2, l'intéressé peut se faire assister par un agent de change ou un avocat.
§ 5. Après l'audition de l'intéressé, un procès-verbal d'audition de ses déclarations sera dressé.
Après lecture, ce procès-verbal lui sera soumis pour signature.
Art. 34. § 1er. Après réception des conclusions de l'auditeur et après avoir, le cas échéant, entendu la ou les personnes faisant l'objet de l'instruction, le Conseil d'agrément peut, par décision motivée :
1° constater l'existence d'une pratique illicite et prononcer une des sanctions disciplinaires prévues par le présent arrêté royal;
2° constater qu'il n'y a pas lieu à sanction disciplinaire.
§ 2. L'auditeur ne peut prendre part aux délibérations du Conseil d'agrément, ni intervenir autrement dans le processus décisionnel, lorsque celui-ci est appelé à se prononcer sur l'imposition de sanctions disciplinaires.
§ 3. La décision du Conseil d'agrément est notifiée par lettre recommandée ou par lettre avec accusé de réception aux personnes faisant l'objet de l'instruction.
La lettre de notification indique la voie de recours, l'instance compétente pour en connaître, ainsi que la forme et le délai à respecter, faute de quoi le délai de prescription pour introduire l'action en annulation ne prend pas cours.
La décision est aussi communiquée au commissaire du gouvernement et à tous les agents de change.
La décision de suspension ou de retrait est communiquée à la Commission bancaire et financière.
Elle sera publiée par tous les moyens que le Conseil juge adéquats. "
Art.6. Hoofdstuk VII van hetzelfde koninklijk besluit, dat artikel 33 tot 35 bevat, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
" HOOFDSTUK VII. - De titel van ere-effectenmakelaar
Art. 35. De Erkenningsraad kan de titel van ere-effectenmakelaar verlenen, op hun verzoek, aan de personen die eervol de titel van effectenmakelaar hebben gedragen, gedurende ten minste twintig jaar, opeenvolgend of niet, en die ontslag hebben genomen, overeenkomstig artikel 28, en die hun bedrijvigheid van effectenmakelaar stopgezet hebben.
Art. 36. § 1. De aanvragen betreffende het emeritaat moeten aan de hand van een schrijven, ten laatste binnen de zes maanden na het ontslag, gericht worden aan de Voorzitter van de Erkenningsraad.
§ 2. De ere-effectenmakelaars kunnen op elk ogenblik afzien om hun titel te dragen. In deze gevallen, lichten zij door middel van een bij de post aangetekende brief de Voorzitter van de Erkenningsraad hiervan in.
Art. 37. § 1. De titel van ere-effectenmakelaar kan, naargelang het geval, geschorst of ingetrokken worden door de Erkenningsraad, als de geïnteresseerde niet meer voldoet aan de eerbaarheidvoorwaarden vastgelegd in het artikel 26, noch aan de niet-werkzaamheidsvoorwaarden vastgelegd in het artikel 35.
§ 2. De procedure aangaande het artikel 31, §§ 1 tot 4 is van toepassing.
§ 3. De schorsing en de intrekking hebben uitwerking vanaf de datum waarop de feiten, die aan de oorsprong liggen, werden vastgesteld. "
" HOOFDSTUK VII. - De titel van ere-effectenmakelaar
Art. 35. De Erkenningsraad kan de titel van ere-effectenmakelaar verlenen, op hun verzoek, aan de personen die eervol de titel van effectenmakelaar hebben gedragen, gedurende ten minste twintig jaar, opeenvolgend of niet, en die ontslag hebben genomen, overeenkomstig artikel 28, en die hun bedrijvigheid van effectenmakelaar stopgezet hebben.
Art. 36. § 1. De aanvragen betreffende het emeritaat moeten aan de hand van een schrijven, ten laatste binnen de zes maanden na het ontslag, gericht worden aan de Voorzitter van de Erkenningsraad.
§ 2. De ere-effectenmakelaars kunnen op elk ogenblik afzien om hun titel te dragen. In deze gevallen, lichten zij door middel van een bij de post aangetekende brief de Voorzitter van de Erkenningsraad hiervan in.
Art. 37. § 1. De titel van ere-effectenmakelaar kan, naargelang het geval, geschorst of ingetrokken worden door de Erkenningsraad, als de geïnteresseerde niet meer voldoet aan de eerbaarheidvoorwaarden vastgelegd in het artikel 26, noch aan de niet-werkzaamheidsvoorwaarden vastgelegd in het artikel 35.
§ 2. De procedure aangaande het artikel 31, §§ 1 tot 4 is van toepassing.
§ 3. De schorsing en de intrekking hebben uitwerking vanaf de datum waarop de feiten, die aan de oorsprong liggen, werden vastgesteld. "
Art.6. Le chapitre VII du même arrêté, et comprenant les articles 33 à 35, est remplacé par les dispositions suivantes :
" CHAPITRE VII. - Le titre d'agent de change honoraire
Art. 35. Le Conseil d'agrément peut conférer le titre d'agent de change honoraire, à leur demande, aux personnes qui ont porté avec honneur le titre d'agent de change, pendant vingt années au moins, consécutives ou non, et qui ont démissionné, conformément à l'article 28, et qui ont arrêté leur activité d'agent de change.
Art. 36. § 1er. Les demandes relatives à l'honorariat doivent être adressées par écrit au Président du Conseil d'agrément au plus tard dans les six mois suivant la démission.
§ 2. Les agents de change honoraires peuvent à tout moment renoncer à porter leur titre. Dans ce cas, ils informent par lettre recommandée à la poste le Président du Conseil d'agrément.
Art. 37. § 1er. Le titre d'agent de change honoraire peut être suspendu ou, le cas échéant, retiré par le Conseil d'agrément, lorsque l'intéressé ne remplit plus les conditions d'honorabilité fixées à l'article 26, ni les conditions de non-activité fixées à l'article 35.
§ 2. La procédure visée à l'article 31, §§ 1er à 4 est d'application.
§ 3. La suspension et le retrait produisent leurs effets à la date à laquelle les faits qui sont à l'origine de la mesure ont été établis. "
" CHAPITRE VII. - Le titre d'agent de change honoraire
Art. 35. Le Conseil d'agrément peut conférer le titre d'agent de change honoraire, à leur demande, aux personnes qui ont porté avec honneur le titre d'agent de change, pendant vingt années au moins, consécutives ou non, et qui ont démissionné, conformément à l'article 28, et qui ont arrêté leur activité d'agent de change.
Art. 36. § 1er. Les demandes relatives à l'honorariat doivent être adressées par écrit au Président du Conseil d'agrément au plus tard dans les six mois suivant la démission.
§ 2. Les agents de change honoraires peuvent à tout moment renoncer à porter leur titre. Dans ce cas, ils informent par lettre recommandée à la poste le Président du Conseil d'agrément.
Art. 37. § 1er. Le titre d'agent de change honoraire peut être suspendu ou, le cas échéant, retiré par le Conseil d'agrément, lorsque l'intéressé ne remplit plus les conditions d'honorabilité fixées à l'article 26, ni les conditions de non-activité fixées à l'article 35.
§ 2. La procédure visée à l'article 31, §§ 1er à 4 est d'application.
§ 3. La suspension et le retrait produisent leurs effets à la date à laquelle les faits qui sont à l'origine de la mesure ont été établis. "
Art.7. Hoofdstuk VII van hetzelfde koninklijk besluit, dat artikel 36 bevat, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" HOOFDSTUK VIII. - De vordering tot nietigverklaring
Art. 38. Er kan een vordering tot nietigverklaring worden ingesteld tegen de beslissingen van de Erkenningsraad, bij de Raad van State. "
" HOOFDSTUK VIII. - De vordering tot nietigverklaring
Art. 38. Er kan een vordering tot nietigverklaring worden ingesteld tegen de beslissingen van de Erkenningsraad, bij de Raad van State. "
Art.7. Le chapitre VII du même arrêté, comprenant l'article 36, est remplacé par la disposition suivante :
" CHAPITRE VIII. - L'action en annulation
Art. 38. Une action en annulation peut être exercée à l'encontre des décisions du Conseil d'agrément auprès du Conseil d'Etat. "
" CHAPITRE VIII. - L'action en annulation
Art. 38. Une action en annulation peut être exercée à l'encontre des décisions du Conseil d'agrément auprès du Conseil d'Etat. "
Art.8. Artikelen 37 en 38 worden artikelen 39 en 40.
Art.8. Les articles 37 et 38 deviennent les articles 39 et 40.
Art.9. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.9. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 10. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 20 november 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Gegeven te Brussel, 20 november 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Art. 10. Notre Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 20 novembre 2003.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS.
Donné à Bruxelles, le 20 novembre 2003.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS.