Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 APRIL 2003. - Koninklijk besluit houdende het stelsel der toelagen verschuldigd aan het varend personeel van de krijgsmacht. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-04-2003 en tekstbijwerking tot 17-11-2023)
Titre
3 AVRIL 2003. - Arrêté royal relatif au régime des allocations dues au personnel navigant des forces armées. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-04-2003 et mise à jour au 17-11-2023)
Dokumentinformationen
Numac: 2003007127
Datum: 2003-04-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003007127
Date: 2003-04-03
Moniteur: Voir
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. (opgeheven)
Article 1. (abrogé)
Art. 2. Voor de toepassing van onderhavig besluit worden de dagen, maanden, trimesters en jaren beschouwd als kalenderdagen, kalendermaanden, kalendertrimesters en kalenderjaren.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, les jours, les mois, les trimestres et les années à prendre en considération sont des jours civils, des mois civils, des trimestres civils et des années civiles.
Art. 3. De luchtvaartprestaties bedoeld in dit besluit dienen te worden verricht met de bij de krijgsmacht gebruikte toestellen, met toestellen in gebruik bij een buitenlandse luchtvaarteenheid of, in geval van een evaluatievlucht, met ieder ander toesteltype.
Art. 3. Les prestations aéronautiques visées au présent arrêté sont à effectuer sur des appareils en usage aux forces armées, sur des appareils en usage dans une unité aéronautique étrangère, ou dans le cas d'un vol d'évaluation, sur tout autre type d'appareil.
Art. 4. [1 De in dit besluit bepaalde bedragen van de trimestriële luchtvaarttoelage en de trimestriële kwalificatietoelage worden verminderd met één negentigste per dag gedurende dewelke de rechthebbende militair in non-activiteit is of in zijn categorie geschorst is. De periode tijdens dewelke de militair in non-activiteit is of in zijn categorie geschorst is, wordt niet beschouwd als een tijdelijke beëindiging van de luchtvaartprestaties en blijft onverkort meetellen als basis voor de berekening van de loopbaantoelage en de kwalificatietoelage.
In geval van schorsing in zijn categorie wegens manifest gebrek aan tucht in de luchtdienst, verliest de militair het recht op de trimestriële luchtvaarttoelage en kwalificatietoelage voor de duur van de betrokken periode van schorsing. De periode tijdens dewelke de militair geschorst is wegens manifest gebrek aan tucht in de luchtdienst, wordt beschouwd als een tijdelijke beëindiging van de luchtvaartprestaties en telt niet mee voor de berekening van de loopbaantoelage en de kwalificatietoelage.]1

Art. 4. [1 Les montants des allocations trimestrielles aéronautiques et des allocations trimestrielles de qualification fixées par le présent arrêté sont réduits d'un nonantième par jour pendant lequel le militaire ayant droit est en non-activité ou est suspendu de sa catégorie. La période pendant laquelle le militaire est en non-activité ou est suspendu de sa catégorie, n'est pas considérée comme un arrêt temporaire des prestations aéronautiques et reste intégralement comptabilisée comme base pour le calcul de l'allocation de carrière et de l'allocation de qualification.
En cas de suspension de sa catégorie pour cause d'indiscipline manifeste en service aérien, le militaire perd le droit à l'allocation trimestrielle aéronautique et à l'allocation de qualification pendant la durée de cette période de suspension. La période pendant laquelle le militaire est suspendu pour cause d'indiscipline manifeste en service aérien est considérée comme un arrêt temporaire des prestations aéronautiques et n'est pas comptabilisée pour le calcul de l'allocation de carrière et de l'allocation de qualification.]1
.
Art. 5. De bedragen van de toelagen worden gekoppeld aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de wedden van het personeel der ministeries. Zij worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
Art. 5. Les montants des allocations sont liés au régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères. Ils sont liés à l'indice-pivot 138,01.
HOOFDSTUK II. - Luchtvaarttoelagen.
CHAPITRE II. - Des allocations aéronautiques.
Afdeling I. - Algemene bepaling.
Section I. - Disposition générale.
Art. 6. [1 Onder voorbehoud van artikel 9, wordt een luchtvaarttoelage toegekend aan de militair die aan de luchtdienst deelneemt.]1. Om ervan te genieten moet deze militair, volgens zijn kwalificatie, de in dit hoofdstuk bedoelde luchtvaartprestaties verricht hebben.
De luchtvaarttoelage wordt na vervallen termijn uitbetaald.
Art. 6. [1 Sous réserve de l'article 9, une allocation aéronautique est octroyée au militaire participant au service aérien.]1 Pour en bénéficier, ce militaire doit, suivant sa qualification, avoir accompli les prestations aéronautiques visées au présent chapitre.
L'allocation aéronautique est payable à terme échu.
Afdeling II. - Bepalingen toepasselijk op de leden van het varend personeel van het actief kader.
Section II. - Dispositions applicables aux membres du personnel navigant du cadre actif.
Art. 7. De trimestriële luchtvaarttoelagen, waarvan de bedragen bepaald zijn in tabel A van de bijlage bij dit besluit, worden toegekend aan de militairen die behoren tot één van de volgende categorieën, op voorwaarde dat zij in de loop van het trimester tenminste negen vlieguren hebben volbracht :
[2 het lid van het gebrevetteerd varend personeel, [3 dat houder is van een brevet bedoeld in artikel 6, 1° of 2°, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de Krijgsmacht]3, dat een functie uitoefent waarbij het besturen van een luchtvaartuig behoort tot de normale taken verbonden aan de functie of dat luchtvaartprestaties uitvoert voor het behoud van de behaalde kwalificaties;]2;
[2 1° /1 de andere leden van het gebrevetteerd varend personeel, uitgezonderd het lid van het gebrevetteerd varend personeel, [3 dat houder is van een brevet bedoeld in artikel 6, 1° of 2°, van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004]3, dat een functie uitoefent waarbij het besturen van een luchtvaartuig niet behoort tot de normale taken verbonden aan de functie en die geen luchtvaartprestaties uitvoert voor het behoud van de behaalde kwalificaties;]2
2° het leerling-varend personeel;
3° het (gecertificeerd) varend personeel.
Wanneer de in het eerste lid bedoelde militairen in de loop van een trimester het vereiste aantal vlieguren niet hebben volbracht, wordt hen, per volbracht vlieguur, één negende van de trimestriële luchtvaarttoelage toegekend.
[2 De trimestriële luchtvaarttoelage voor de militairen bedoeld in het eerste lid, 1° wordt bepaald in functie van het kwalificatieniveau. In geval van een conversie naar een ander toestel, behoudt de militair de toelage verbonden aan het hoogst behaalde kwalificatieniveau.]2
[2 De Minister van Defensie bepaalt in een reglement de nadere regels tot het behalen, het behouden, het opschorten, het verlies en het herwinnen van de kwalificatie binnen een bepaalde vliegspecialiteit.]2
[3 Wanneer de betrokken militair aanspraak kan maken op een veelvoud van de bedoelde toelage op basis van verschillende brevetten, wordt enkel het hoogste bedrag toegekend.]3
Art. 7. Les allocations aéronautiques trimestrielles dont les montants sont fixés au tableau A de l'annexe au présent arrêté sont octroyées aux militaires appartenant à l'une des catégories suivantes, à condition qu'ils aient accompli, au cours du trimestre, au moins neuf heures de vol :
[2 le membre du personnel navigant breveté, [3 titulaire d'un brevet visé à l'article 6, 1° ou 2°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des Forces armées]3, qui exerce une fonction pour laquelle le pilotage d'un aéronef fait partie des tâches normales liées à la fonction ou qui effectue des prestations aéronautiques pour le maintien des qualifications requises]2;
[2 1° /1 les autres membres du personnel navigant breveté, à l'exception du membre du personnel navigant breveté, [3 titulaire d'un brevet visé à l'article 6, 1° ou 2°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité]3, qui exerce une fonction pour laquelle le pilotage d'un aéronef ne fait pas partie des tâches normales liées à la fonction et qui n'effectue pas de prestations aéronautiques pour le maintien des qualifications requises;]2
2° le personnel navigant élève;
3° le personnel navigant (certifié).
Lorsque les militaires visés à l'alinéa 1er n'ont pas accompli au cours d'un trimestre le nombre d'heures de vol exigé, il leur est octroyé, par heure de vol accomplie, un neuvième de l'allocation aéronautique trimestrielle.
[2 L'allocation aéronautique trimestrielle pour les militaires visés à l'alinéa 1er, 1°, est déterminée en fonction du niveau de qualification. En cas de conversion sur un autre aéronef, le militaire conserve l'allocation liée au plus haut niveau de qualification acquis]2.
[2 Le ministre de la Défense fixe dans un règlement les modalités d'obtention, de maintien, de suspension, de perte et de récupération de la qualification dans une spécialité aéronautique déterminée.]2
[3 Lorsque le militaire concerné peut prétendre à un multiple de l'allocation visée sur la base de plusieurs brevets, seul le montant le plus élevé est octroyé.]3
Art. 8. In geval van overgang van een categorie varend personeel naar een andere categorie varend personeel op een andere datum dan de eerste dag van een trimester, worden alle gedurende het trimester volbrachte luchtvaartprestaties geacht verricht te zijn in de categorie die recht geeft op de hoogste toelage.
Art. 8. En cas de passage d'une catégorie du personnel navigant dans une autre catégorie du personnel navigant à une autre date que le premier jour du trimestre, toutes les prestations aéronautiques accomplies pendant le trimestre sont considérées comme exécutées dans la catégorie qui donne droit à l'allocation la plus élevée.
Art. 9. De Minister van [1 Defensie]1 of de militaire overheid die hij hiertoe aanwijst, [2 kan]2 de in deze afdeling bedoelde luchtvaarttoelagen toekennen aan de militair behorende tot één van de categorieën, bedoeld in artikel 7, eerste lid, [2 1° /1, 2° en 3°]2 die de vereiste prestaties niet heeft volbracht, hetzij wegens behoorlijk gerechtvaardigde dienstredenen, hetzij wegens een tijdelijke lichamelijke ongeschiktheid voor de luchtdienst tengevolge van een schadelijk feit, gebeurd in dienst en door de dienst.
[2 De Minister van Defensie of de militaire overheid die hij hiertoe aanwijst, kan de in deze afdeling bedoelde luchtvaarttoelagen toekennen voor maximaal zes maanden aan de militair behorende tot de categorie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1°, die de vereiste prestaties niet heeft volbracht, hetzij wegens behoorlijk gerechtvaardigde dienstredenen, hetzij wegens een tijdelijke lichamelijke ongeschiktheid voor de luchtdienst tengevolge van een schadelijk feit, gebeurd in dienst en door de dienst. Na deze termijn heeft de militair geen recht meer op de trimestriële luchtvaarttoelage tot hij opnieuw voldoet aan de vereiste voorwaarden.]2
Art. 9. Le Ministre de la Défense ou l'autorité militaire qu'il désigne à cet effet [2 peut]2 accorder des allocations aéronautiques prévues à la présente section, au militaire appartenant à une des catégories visées à l'article 7, alinéa 1er, [2 1° /1, 2° et 3°]2 qui n'a pas accompli les prestations exigées, soit pour des raisons de service dûment motivées, soit en raison d'une inaptitude physique temporaire au service aérien à la suite d'un fait dommageable survenu en service et par le fait du service.
[2 Le ministre de la Défense ou l'autorité militaire qu'il désigne à cet effet peut accorder des allocations aéronautiques prévues à la présente section pour maximum six mois, au militaire appartenant à la catégorie visée à l'article 7, alinéa 1er, 1°, [2 1° /1, 2° et 3°]2 qui n'a pas accompli les prestations exigées, soit pour des raisons de service dûment motivées, soit en raison d'une inaptitude physique temporaire au service aérien à la suite d'un fait dommageable survenu en service et par le fait du service. Après ce délai, le militaire n'a plus droit à l'allocation trimestrielle aéronautique jusqu'à ce qu'il satisfasse à nouveau aux conditions exigées.]2

Änderungen

Afdeling III. - Bepaling toepasselijk op de leden van het gebrevetteerd varend reservepersoneel.
Section III. - Disposition applicable au personnel navigant breveté de réserve.
Art. 10. Aan het lid van het gebrevetteerd varend reservepersoneel wordt een dagelijkse luchtvaarttoelage toegekend, waarvan het bedrag bepaald is in tabel B van de bijlage bij dit besluit, voor iedere dag waarop [1 hij effectief prestaties verricht heeft]1.
De sommen, die iedere maand ingevolge dit artikel verschuldigd zijn, mogen nochtans een maximum, gelijk [1 aan twintig maal]1 het dagelijks bedrag, niet overschrijden.
Art. 10. Une allocation aéronautique journalière, dont le montant est fixé au tableau B de l'annexe au présent arrêté, est octroyée au membre du personnel navigant breveté de réserve pour chaque journée au cours de laquelle [1 il a effectivement fourni des prestations]1 (...).
Les sommes dues chaque mois en vertu du présent article ne peuvent cependant excéder un maximum, égal [1 à vingt fois]1 le montant journalier.
Afdeling IV. - Bepalingen toepasselijk op de militairen gemachtigd om gelegenheidsluchtvaartprestaties te volbrengen.
Section IV. - [1 Dispositions applicables aux militaires autorisés à accomplir des prestations aéronautiques occasionnelles.]1
Art. 11. Aan de militair, gemachtigd om gelegenheidsluchtvaartprestaties te volbrengen, wordt, voor iedere dag tijdens welke hij tenminste één bevolen luchtvaartprestatie verricht heeft, een dagelijkse luchtvaarttoelage toegekend, waarvan het bedrag bepaald is in tabel B van de bijlage bij dit besluit.
De ingevolge dit artikel voor een periode van een jaar verschuldigde sommen mogen nooit een maximum, gelijk aan zesendertig maal het dagelijks bedrag, overschrijden.
Art. 11. Une allocation aéronautique dont le montant est fixé au tableau B de l'annexe au présent arrêté est octroyée au militaire autorisé à accomplir des prestations [1 aéronautiques]1 occasionnelles pour chaque journée au cours de laquelle il effectue au moins une prestation [1 aéronautique]1 commandée.
Les sommes dues en vertu du présent article pour une période d'une année ne peuvent jamais excéder un maximum, égal à trente-six fois le montant journalier.
HOOFDSTUK III. - Loopbaantoelagen bij de luchtvaart.
CHAPITRE III. - Des allocations de carrière aéronautiques.
Art. 12. § 1. Aan het lid van het gebrevetteerd varend personeel (...) wordt een jaarlijkse loopbaantoelage bij de luchtvaart toegekend waarvan de bedragen bepaald zijn in tabel C van de bijlage bij dit besluit.
(Indien het lid van het gebrevetteerd varend personeel, houder van het brevet van boordmecanicien, van operator van opzoekings- en reddingssystemen, van loadmaster-steward, [1 van cabin operator,]1 van duiker SAR of van ambulancier SAR, ophoudt een organieke betrekking te bekleden waarvoor het bezit van het brevet noodzakelijk is, op een andere datum dan de eerste dag van het trimester, wordt voor het desbetreffende trimester de toelage bedoeld in het eerste lid toegekend.
[6 ...]6
Nadien worden de loopbaantoelagen bij de luchtvaart telkenmale na verloop van een periode van twee jaar uitbetaald.
De betaling gebeurt de laatste dag van het trimester in de loop van hetwelk de periode van vijf of twee jaar verlopen is.
(Het lid van het gebrevetteerd varend personeel [2 bedoeld in artikel 7bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht]2, houder van het brevet van piloot of van het hoger brevet van piloot verworven vóór 19 augustus 2003, dat het aanvullend gedeelte van professionele vorming bedoeld in [2 hetzelfde artikel]2 met succes heeft gevolgd, ontvangt de jaarlijkse loopbaantoelage bij de luchtvaart bepaald in tabel C met terugwerkende kracht op 1 januari 2006.)
[5 Wanneer de betrokken militair aanspraak kan maken op een veelvoud van de bedoelde toelage op basis van verschillende brevetten, wordt enkel het hoogste bedrag toegekend.]5
[4 § 1/1. Het bedrag wordt bepaald in functie van het behaalde kwalificatieniveau en van de leeftijd van de militair.
Het bedrag wordt toegekend aan 100 procent van het bedrag in de tabel C aan de militair [5 die houder is van een brevet bedoeld in artikel 6, 1°, 2° of 4°, van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004, en]5 die recht heeft op de trimestriële luchtvaarttoelage.
§ 1/2. Na het tijdelijk of definitief beëindigen van luchtvaartprestaties verbonden aan een specifieke functie of onontbeerlijk voor het behouden van de kwalificaties, behoudt de militair [5 die houder is van een brevet bedoeld in artikel 6, 1°, 2° of 4°, van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004,]5 100 procent van het bedrag in de tabel C gedurende de vier jaar volgend op het beëindigen van de luchtvaartprestaties.
Aan de militair [5 die houder is van een brevet bedoeld in artikel 6, 1°, 2° of 4°, van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004, en]5 die vijf tot negen jaar luchtdienst heeft vervuld voor het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties wordt het volgende bedrag toegekend:
1° tijdens het vijfde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties: behoud van 80 procent van het bedrag in de tabel C;
2° tijdens het zesde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties: behoud van 60 procent van het bedrag in de tabel C;
3° tijdens het zevende jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties: behoud van 40 procent van het bedrag in de tabel C;
4° tijdens het achtste jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties: behoud van 20 procent van het bedrag in de tabel C;
5° vanaf het negende jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties worden geen bedragen meer toegekend;
De militair die geslaagd is voor de vorming kandidaat-hoofdofficier en die meer dan negen jaar en tot zestien jaar luchtdienst heeft vervuld voor het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties, wordt 60 procent van het bedrag in de tabel C toegekend vanaf het vijfde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties. Dit bedrag wordt verhoogd met 2 procent van het bedrag in de tabel C voor elk jaar bovenop de negen jaar luchtdienst.
De militair die niet geslaagd is voor de vorming kandidaat-hoofdofficier en die meer dan negen jaar tot negentien jaar luchtdienst heeft vervuld voor het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties, wordt 60 procent van het bedrag in de tabel C toegekend vanaf het vijfde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties. Dit bedrag wordt verhoogd met 2 procent van het bedrag in de tabel C voor elk jaar bovenop de negen jaar luchtdienst.
De militair die geslaagd is voor de vorming kandidaat-hoofdofficier en meer dan zestien jaar luchtdienst of meer dan negentien jaar luchtdienst, indien hij niet geslaagd is voor de vorming kandidaat-hoofdofficier, heeft vervuld voor het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties, wordt 80 procent van het bedrag in de tabel C toegekend vanaf het vijfde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties.
§ 1/3. Indien het lid van het gebrevetteerd varend personeel, [5 dat houder is van een brevet bedoeld [6 in artikel 6, 5° tot 14°, van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004,]6]5 ophoudt een organieke betrekking te bekleden waarvoor het bezit van het brevet noodzakelijk is, op een andere datum dan de eerste dag van het trimester, wordt voor het desbetreffende trimester de toelage bedoeld in paragraaf 1 toegekend.
Aan het lid van het gebrevetteerd varend personeel, [5 dat houder is van een brevet bedoeld [6 in artikel 6, 5° tot 14°, van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004,]6]5 dat ophoudt een organieke betrekking te bekleden waarvoor het bezit van het brevet noodzakelijk is, en derhalve in een operationele reserve wordt opgenomen, wordt vanaf het eerste trimester volgend op de dag waarop hij ophoudt de bedoelde betrekking te bekleden, gedurende vier jaar een jaarlijkse loopbaantoelage bij de luchtvaart toegekend van 540 EUR.
§ 1/4. De loopbaantoelagen bij de luchtvaart worden een eerste maal uitbetaald na een periode van vijf jaar, tellend vanaf het toekenningsmoment van het brevet.
Nadien worden de loopbaantoelagen bij de luchtvaart telkenmale na verloop van een periode van twee jaar uitbetaald.
De betaling gebeurt de laatste dag van het trimester in de loop van hetwelk de periode van twee of vijf jaar verlopen is.]4

§ 2. Het bedrag van de loopbaantoelage bij de luchtvaart wordt verminderd naar rata van het aantal twaalfden overeenstemmend met het geheel aantal veelvouden van dertig dagen, indien de in artikel 12, § 1, tweede en derde lid, vastgestelde periode door de betrokken militair onderbroken werd wegens:
1° een vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek;
2° een regeling van halftijdse vervroegde uitstap;
3° een periode van non-activiteit;
4° een pensioen op aanvraag;
5° een indisponibiliteitstelling;
6° een pensionering van ambtswege;
7° een eindeloopbaanverlof;
[4 een ouderschapsverlof of een verlof voor ouderschapsbescherming;]4;
9° een beziging;
10° een schorsing bij ordemaatregel;
11° een schorsing als lid van zijn categorie van het gebrevetteerd varend personeel;
12° een schrapping als lid van zijn categorie van het gebrevetteerd varend personeel;
13° een overlijden;
14° een aantal dagen van afwezigheid om gezondheidsredenen met een totale duur, groter of gelijk aan dertig dagen per jaar binnen de in overweging genomen periode, behalve indien het een afwezigheid betreft wegens een tijdelijke lichamelijke ongeschiktheid voor de luchtdienst tengevolge van een schadelijk feit, gebeurd in dienst en door de dienst.
§ 3. Uitzonderlijk en in behoorlijk gerechtvaardigde gevallen, kan de Minister van [3 Defensie]3, op aanvraag van de belanghebbenden, de anticipatieve betaling van het deel van de loopbaantoelage bij de luchtvaart, dat op een bepaald ogenblik reeds verworven is, aan de in § 1 [4 en in § 1/3, tweede lid]4 bedoelde militairen toelaten.
[4 § 4. Na schrapping uit het gebrevetteerd varend personeel als gevolg van een ongeval door en tijdens de dienst, behoudt de militair het recht op de loopbaantoelage bij de luchtvaart overeenkomstig de nadere regels bepaald in §§ 1/2 en 1/3 van dit besluit.]4
Art. 12. § 1er. Au membre du personnel navigant breveté, (...) il est octroyé une allocation annuelle de carrière aéronautique dont les montants sont fixés au tableau C de l'annexe au présent arrêté.
(Lorsqu'un membre du personnel navigant breveté, titulaire du brevet de mécanicien de bord, d'opérateur de systèmes de recherche et de sauvetage, de loadmaster-steward, [1 de cabin operator,]1 de plongeur SAR ou d'ambulancier SAR, cesse d'occuper un emploi organique pour lequel la possession du brevet est nécessaire, à une autre date que le premier jour du trimestre, l'allocation visée à l'alinéa 1er est octroyée pour le trimestre concerné.
[5 ...]5
Les allocations de carrière aéronautique sont ensuite payables au terme de chaque période de deux années.
Le paiement s'effectue le dernier jour du trimestre au cours duquel la période de cinq ou deux années est révolue.
(Le membre du personnel navigant breveté [2 visé à l'article 7bis, alinéa 2, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armées]2, titulaire du brevet de pilote ou du brevet supérieur de pilote acquis avant le 19 août 2003, qui a terminé avec succès la partie de formation professionnelle complémentaire visée [2 dans le même article]2, perçoit l'allocation annuelle de carrière aéronautique fixée au tableau C avec effet rétroactif au 1er janvier 2006.)
[4 Lorsque le militaire concerné peut prétendre à un multiple de l'allocation visée sur la base de plusieurs brevets, seul le montant le plus élevé est octroyé.]4
[3 § 1er/1. Le montant est déterminé en fonction du niveau de qualification acquis et de l'âge du militaire.
Le montant est accordé à 100 pour cent du montant du tableau C au militaire [4 titulaire d'un brevet visé à l'article 6, 1°, 2° ou 4°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité, et]4 qui a droit à l'allocation trimestrielle aéronautique.]3

[3 1er/2. Après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques liées à la fonction spécifique ou indispensables pour le maintien des qualifications, le militaire [4 titulaire d'un brevet visé à l'article 6, 1°, 2° ou 4°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité,]4 conserve 100 pour cent du montant du tableau C durant les quatre années qui suivent l'arrêt des prestations aéronautiques.
Au militaire [4 titulaire d'un brevet visé à l'article 6, 1°, 2° ou 4°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité, et]4 qui a accompli de cinq à neuf années de service aérien avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques, les montants suivants sont accordés :
1° pendant la cinquième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques : maintien de 80 pour cent du montant du tableau C;
2° pendant la sixième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques : maintien de 60 pour cent du montant du tableau C;
3° pendant la septième année, après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques : maintien de 40 pour cent du montant du tableau C;
4° pendant la huitième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques : maintien de 20 pour cent du montant du tableau C;
5° à partir de la neuvième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques, les montants ne sont plus accordés;
Au militaire qui a réussi la formation pour candidat officier supérieur et qui a accompli plus de neuf années et jusqu' à seize années de service aérien avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques, est accordé 60 pour cent du montant du tableau C à partir de la cinquième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques. Ce montant est augmenté de deux pour cent du montant du tableau C par année de service au-delà de neuf années de service aérien.
Au militaire qui n'a pas réussi la formation pour candidat officier supérieur et qui a accompli plus de neuf années et jusqu' à dix-neuf années de service aérien avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations, est accordé 60 pour cent du montant du tableau C à partir de la cinquième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques. Ce montant est augmenté de deux pour cent du montant du tableau C par année de service au- delà de neuf années de service aérien.
Au militaire qui a réussi la formation pour candidat officier supérieur et qui a accompli plus de seize années de service aérien ou plus de dix-neuf années de service aérien, lorsqu'il n'a pas réussi la formation pour candidat officier supérieur, avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques, est accordé 80 pour cent du montant du tableau C à partir de la cinquième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques.]3

[3 § 1er/3. Lorsqu'un membre du personnel navigant breveté, [4 titulaire d'un brevet visé [5 à l'article 6, 5° à 14°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité,]5]4 cesse d'occuper un emploi organique pour lequel la possession du brevet est nécessaire, à une autre date que le premier jour du trimestre, l'allocation visée au paragraphe 1er est octroyée pour le trimestre concerné.
Au membre du personnel navigant breveté, [4 titulaire d'un brevet visé [5 à l'article 6, 5° à 14°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité,]5]4 qui cesse d'occuper un emploi organique pour lequel la possession du brevet est nécessaire, et qui est dès lors repris dans une réserve opérationnelle, il est octroyé à partir du premier trimestre qui suit le jour où il cesse d'occuper l'emploi visé, pendant quatre ans, une allocation annuelle de carrière aéronautique de 540 EUR.]3

[3 § 1er/4. Les allocations de carrière aéronautique sont payables pour la première fois après une période de cinq années, à compter du moment de l'octroi du brevet.
Les allocations de carrière aéronautique sont ensuite payables au terme de chaque période de deux années.
Le paiement s'effectue le dernier jour du trimestre au cours duquel la période de cinq ou deux années est révolue.]3

§ 2. Le montant de l'allocation de carrière aéronautique est réduit au prorata du nombre de douzièmes correspondant au nombre entier de multiples de trente jours, lorsque la période fixée à l'article 12, [3 §§ 1er à 1er/3]3, a été interrompue par le militaire concerné à la suite :
1° d'un régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours;
2° d'un régime de départ anticipé à mi-temps;
3° d'une période de non-activité;
4° d'une pension à la demande;
5° d'une mise en disponibilité;
6° d'une mise à la pension d'office;
7° d'un congé de fin de carrière;
[3 d'un congé parental ou d'un congé de protection parentale;]3;
9° d'une utilisation;
10° d'une suspension par mesure d'ordre;
11° d'une suspension de sa catégorie du personnel navigant breveté;
12° d'une radiation de sa catégorie du personnel navigant breveté;
13° d'un décès;
14° d'un nombre de jours d'absence pour motif de santé avec une durée totale, supérieure ou égale à trente jours par année pendant la période considérée, à l'exception d'une absence due à une inaptitude physique temporaire au service aérien à la suite d'un fait dommageable survenu en service et par le fait du service.
§ 3. A titre exceptionnel et dans des cas dûment motivés, le Ministre de la Défense peut, sur demande des intéressés, autoriser le paiement anticipé de la fraction de l'allocation de carrière aéronautique, acquise à un certain moment aux militaires visés au § 1er [3 et au § 1er/3, alinéa 2]3).
[3 § 4. Après la radiation du personnel navigant suite à un accident en service et par le fait du service, le militaire conserve le droit à l'allocation de carrière aéronautique selon les modalités fixées aux §§ 1er/2 et 1er/3 du présent article.]3
Art. 13. Aan de in artikel 12, § 1, [1 ...]1 bedoelde militair die de leeftijd van 35 jaar bereikt in de loop van een tweejaarlijkse periode, zal, voor de resterende termijn tot de eerstkomende tweejaarlijkse vervaldag, het overeenstemmende deel van de loopbaantoelage bij de luchtvaart, die voorzien is voor het in hetzelfde artikel bedoelde varend personeel ouder dan 35 jaar, betaald worden.
Art. 13. Au militaire visé à l'article 12, § 1er,[1 ...]1 qui atteint l'âge de 35 ans au cours d'une période bisannuelle, sera payé, pour la durée restante avant la prochaine échéance bisannuelle, la fraction correspondante de l'allocation de carrière aéronautique prévue pour le personnel navigant visé dans le même article, âgé de plus de 35 ans.
HOOFDSTUK IV. - Kwalificatietoelagen bij de luchtvaart.
CHAPITRE IV. - Des allocations de qualification aéronautique.
Art. 14. [2 [3 Aan het lid van het gebrevetteerd varend personeel dat houder is van een brevet bedoeld in artikel 6, 2° of 4°, van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004, dat geen recht meer heeft op de trimestriële luchtvaarttoelage bedoeld in hoofdstuk II, wordt een trimestriële kwalificatietoelage toegekend waarvan de bedragen, in functie van de behaalde kwalificatie, bepaald zijn in tabel D van de bijlage bij dit besluit.]3
Voor de militair bedoeld in het eerste lid wordt het bedrag bepaald in functie van het gecumuleerd aantal jaren luchtdienst voor het tijdelijk of definitief beëindigen van het verrichten van luchtvaartprestaties.
Na het tijdelijk of definitief beëindigen van luchtvaartprestaties verbonden aan een specifieke functie of onontbeerlijk voor het behouden van de kwalificaties, [3 ontvangt]3 de militair bedoeld in het eerste lid 100 procent van het bedrag in de tabel D gedurende de eerste vier jaar volgend op de beëindiging van de luchtvaartprestaties.
Aan de militair [3 die houder is van het brevet bedoeld in het artikel 6, 2°, van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004,]3 die vijf tot negen jaar luchtdienst heeft vervuld voor het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties wordt het volgende bedrag toegekend:
1° tijdens het vijfde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties: behoud van 80 procent van het bedrag in de tabel D;
2° tijdens het zesde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties: behoud van 60 procent van het bedrag in de tabel D;
3° tijdens het zevende jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties: behoud van 40 procent van het bedrag in de tabel D;
4° tijdens het achtste jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties: behoud van 20 procent van het bedrag in de tabel D;
5° vanaf het negende jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties worden geen bedragen meer toegekend.
De militair die geslaagd is voor de vorming kandidaat-hoofdofficier en die meer dan negen jaar en tot zestien jaar luchtdienst heeft vervuld voor het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties, wordt 60 procent van het bedrag in de tabel D toegekend vanaf het vijfde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties. Dit bedrag wordt verhoogd met 2 procent van het bedrag in de tabel D voor elk jaar bovenop de negen jaarluchtdienst.
De militair die niet geslaagd is voor de vorming kandidaat-hoofdofficier en die meer dan negen jaar tot negentien jaar luchtdienst heeft vervuld voor het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties, wordt 60 procent van het bedrag in de tabel D toegekend vanaf het vijfde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties. Dit bedrag wordt verhoogd met 2 procent van het bedrag in de tabel D voor elk jaar bovenop de negen jaar luchtdienst.
De militair die geslaagd is voor de vorming kandidaat-hoofdofficier en meer dan zestien jaar luchtdienst of meer dan negentien jaar luchtdienst, indien hij niet geslaagd is voor de vorming kandidaat-hoofdofficier, heeft vervuld voor het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties, wordt 80 procent van het bedrag in de tabel D toegekend vanaf het vijfde jaar na het tijdelijk of definitief beëindigen van de luchtvaartprestaties.
De Minister van Defensie bepaalt in een reglement de nadere regels tot het behalen, het behouden, het opschorten, het verlies en het herwinnen van de kwalificatie binnen een bepaalde vliegspecialiteit.]2

Art. 14. [1 [2 Il est octroyé au membre du personnel navigant breveté, titulaire d'un brevet visé à l'article 6, 2° ou 4°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité, qui n'a plus droit à l'allocation trimestrielle aéronautique visée au chapitre II, une allocation trimestrielle de qualification dont les montants sont fixés, en fonction de la qualification obtenue, au tableau D de l'annexe au présent arrêté.]2
Pour le militaire visé à l'alinéa 1er, le montant est déterminé en fonction du nombre d'années de service aérien cumulées avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques.
Après le retrait temporaire ou définitif des prestations aéronautiques liées à la fonction spécifique ou indispensables pour le maintien des qualifications, le militaire visé à l'alinéa 1er [2 reçoit]2 100 pour cent du montant du tableau D durant les quatre années qui suivent l'arrêt des prestations aéronautiques.
Au militaire [2 titulaire du brevet visé à l'article 6, 2°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité,]2 qui a accompli de cinq à neuf années de service aérien avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques, les montants suivants sont accordés :
1° pendant la cinquième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques : maintien de 80 pour cent du montant du tableau D;
2° pendant la sixième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques : maintien de 60 pour cent du montant du tableau D;
3° pendant la septième année, après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques : maintien de 40 pour cent du montant du tableau D;
4° pendant la huitième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques : maintien de 20 pour cent du montant du tableau D;
5° à partir de la neuvième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques, les montants ne sont plus accordés.
Au militaire qui a réussi la formation pour candidat officier supérieur et qui a accompli plus de neuf années et jusqu' à seize années de service aérien avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques, est accordé 60 pour cent du montant du tableau D à partir de la cinquième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques. Ce montant est augmenté de deux pour cent du montant du tableau D par année de service au-delà de neuf années de service aérien.
Au militaire qui n'a pas réussi la formation pour candidat officier supérieur et qui a accompli plus de neuf années et jusqu' à dix-neuf années de service aérien avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations, est accordé 60 pour cent du montant du tableau D à partir de la cinquième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques. Ce montant est augmenté de deux pour cent du montant du tableau D par année de service au-delà de neuf années de service aérien.
Au militaire qui a réussi la formation pour candidat officier supérieur et qui a accompli plus de seize années de service aérien ou plus de dix-neuf années, lorsqu'il n'a pas réussi la formation pour candidat officier supérieur, avant l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques, est accordé 80 pour cent du montant du tableau D à partir de la cinquième année après l'arrêt temporaire ou définitif des prestations aéronautiques.
Le Ministre de la Défense fixe dans un règlement les modalités d'obtention, de maintien, de suspension, de perte et de récupération de la qualification dans une spécialité aéronautique.]1

Art. 14bis. Aan het lid van het gebrevetteerd varend personeel, [4 houder van een brevet bedoeld [5 in artikel 6, 5° tot 14°,]5 van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004,]4 dat een organieke betrekking bekleedt waarvoor het bezit van het brevet noodzakelijk is, wordt een trimestriële kwalificatietoelage bij de luchtvaart toegekend waarvan de bedragen, in voorkomend geval in functie van de behaalde kwalificatie, bepaald zijn in tabel E van de bijlage bij dit besluit.
Indien het lid van het gebrevetteerd varend personeel, bedoeld in het eerste lid, ophoudt een organieke betrekking te bekleden waarvoor het bezit van het brevet noodzakelijk is, op een andere datum dan de eerste dag van het trimester, wordt voor het desbetreffende trimester de toelage bedoeld in het eerste lid toegekend.
Aan het lid van het gebrevetteerd varend personeel, [4 houder van een brevet bedoeld [5 in artikel 6, in artikel 6, 5°, 6°, 7°, 10°, 11°, 12°, 13° of 14°,]5 van het voornoemd koninklijk besluit van 13 mei 2004,]4 dat ophoudt een organieke betrekking te bekleden waarvoor het bezit van het brevet noodzakelijk is, en derhalve in een operationele reserve wordt opgenomen, wordt vanaf het eerste trimester volgend op de dag waarop hij ophoudt de bedoelde betrekking te bekleden, gedurende vier jaar een trimestriële kwalificatietoelage bij de luchtvaart toegekend waarvan de bedragen, in voorkomend geval in functie van de behaalde kwalificatie, bepaald zijn in tabel F van de bijlage bij dit besluit.
[3 De nadere regels]3 tot het behalen, het behouden, het opschorten, het verlies en het herwinnen van de kwalificatie in een bepaalde functie worden bepaald in een reglement uitgevaardigd door de Minister van [2 Defensie]2.
Art. 14bis. Au membre du personnel navigant breveté, [3 titulaire d'un brevet visé [4 à l'article 6, 5° à 14°,]4, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité,]3 qui occupe un emploi organique pour lequel la possession du brevet est nécessaire, il est octroyé une allocation trimestrielle de qualification aéronautique dont les montants sont fixés, le cas échéant en fonction de la qualification obtenue, au tableau E de l'annexe au présent arrêté.
Lorsqu'un membre du personnel navigant breveté visé à l'alinéa 1er, cesse d'occuper un emploi organique pour lequel la possession du brevet est nécessaire, à une autre date que le premier jour du trimestre, l'allocation visée à l'alinéa 1er est octroyée pour le trimestre concerné.
Au membre du personnel navigant breveté, [3 titulaire d'un brevet visé [4 à l'article 6, 5°, 6°, 7°, 10°, 11°, 12°, 13° ou 14°,]4 de l'arrêté royal du 13 mai 2004 précité,]3 qui cesse d'occuper un emploi organique pour lequel la possession du brevet est nécessaire, et qui est dès lors repris dans une réserve opérationnelle, il est octroyé à partir du premier trimestre qui suit le jour où il cesse d'occuper l'emploi visé, pendant quatre ans, une allocation trimestrielle de qualification aéronautique dont les montants sont fixés, le cas échéant en fonction de la qualification obtenue, au tableau F de l'annexe au présent arrêté.
[2 Les modalités]2 d'obtention, de maintien, de suspension, de perte et de récupération de la qualification dans une certaine fonction sont fixées dans un règlement arrêté par le Ministre de la Défense.
Art. 15. Indien het in artikel 14 (en 14bis) bedoelde lid van het varend personeel van kwalificatie verandert op een andere datum dan de eerste dag van het trimester, wordt voor het desbetreffende trimester de toelage voor de hoogste kwalificatie toegekend.
[1 Wanneer de betrokken militair aanspraak kan maken op een veelvoud van de bedoelde toelage op basis van verschillende brevetten, wordt enkel het hoogste bedrag toegekend.]1
Art. 15. Lorsqu'un membre du personnel navigant visé à l'article 14 (et 14bis), change de qualification, à une autre date que le premier jour du trimestre, l'allocation pour la qualification supérieure est octroyée pour le trimestre concerné.
[1 Lorsque le militaire concerné peut prétendre à un multiple de l'allocation visée sur la base de plusieurs brevets, seul le montant le plus élevé est octroyé.]1
Art. 15bis. De kwalificatietoelagen bij de luchtvaart worden na vervallen termijn uitbetaald.
Art. 15bis. Les allocations de qualification aéronautique sont payables à terme échu.
Art. 15ter. [1 Na schrapping uit het gebrevetteerd varend personeel als gevolg van een lichamelijke ongeschiktheid voor de luchtdienst ten gevolge van een schadelijk feit gebeurd in en door de dienst, behoudt de militair het recht op de kwalificatietoelage volgens de nadere regels bepaald in de artikelen 14 en 14bis. ]1
Art. 15ter. [1 Après la perte du brevet de personnel navigant suite à une inaptitude physique pour le service aérien, occasionnée par un fait dommageable survenu en service et par le fait du service, le militaire conserve le droit à l'allocation de qualification selon les modalités fixées dans les articles 14 et 14bis.]1
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 16. Het koninklijk besluit van 29 januari 1974, tot vaststelling van het stelsel der toelagen en premies verschuldigd aan het varend personeel van de krijgsmachtdelen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 oktober 1975, 1 maart 1977, 15 maart 1988, 19 november 1990, 11 augustus 1994, 25 maart 1996 en 20 september 1998, wordt opgeheven, met uitzondering van :
1° het artikel 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1996;
2° het artikel 2;
3° het artikel 2bis, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 maart 1988;
4° de artikelen 9, 10, 14, 17 en 18;
5° de tabel B van de bijlage, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1994.
De tabel D van de bijlage bij het koninklijk besluit van 29 januari 1974 tot vaststelling van het stelsel der toelagen en premies verschuldigd aan het varend personeel van de krijgsmachtdelen is van toepassing voor de berekening van het deel van de loopbaanpremie bij de luchtvaart, verworven op de dag van inwerkingtreding van dit besluit door de nog steeds in werkelijke dienst zijnde militair, bedoeld in artikel 12, § 1, van dit besluit. Dit verworven deel van de loopbaanpremie bij de luchtvaart zal aan de betrokken militair uitbetaald worden op de eerste dag van de derde maand volgend op deze van de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 16. L'arrêté royal du 29 janvier 1974 fixant le régime des allocations et primes dues aux militaires participant au service aérien d'une des forces armées, modifié par les arrêtés royaux du 15 octobre 1975, 1er mars 1977, 15 mars 1988, 19 novembre 1990, 11 août 1994, 25 mars 1996 et 20 septembre 1998, est abrogé, à l'exception :
1° de l'article 1er, modifié par l'arrêté royal du 25 mars 1996;
2° de l'article 2;
3° de l'article 2bis, modifié par l'arrêté royal du 15 mars 1988;
4° des articles 9, 10, 14, 17 et 18;
5° du tableau B de l'annexe, modifié par l'arrêté royal du 11 août 1994.
Toutefois, le tableau D de l'annexe à l'arrêté royal du 29 janvier 1974 fixant le régime des allocations et primes dues aux militaires participant au service aérien d'une des forces armées, est d'application pour le calcul de la fraction de la prime de carrière aéronautique, acquise le jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté, par le militaire visé à l'article 12, § 1er, du présent arrêté, étant toujours en service actif. Cette fraction de la prime de carrière aéronautique acquise sera payée au militaire concerné le premier jour du troisième mois qui suit celui de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 17. Worden opgeheven in het koninklijk besluit van 29 januari 1974, tot vaststelling van het stelsel der toelagen en premies verschuldigd aan het varend personeel van de krijgsmachtdelen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 oktober 1975, 1 maart 1977, 15 maart 1988, 19 november 1990, 11 augustus 1994, 25 maart 1996 en 20 september 1998 :
1° het artikel 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1996;
2° het artikel 2;
3° het artikel 2bis, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 maart 1988;
4° de artikelen 9, 10, 14, 17 en 18;
5° de tabel B van de bijlage, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1994.
Art. 17. Sont abrogés dans l'arrêté royal du 29 janvier 1974 fixant le régime des allocations et primes dues aux militaires participant au service aérien d'une des forces armées, modifié par les arrêtés royaux du 15 octobre 1975, 1er mars 1977, 15 mars 1988, 19 novembre 1990, 11 août 1994, 25 mars 1996 et 20 septembre 1998 :
1° l'article 1er, modifié par l'arrêté royal du 25 mars 1996;
2° l'article 2;
3° l'article 2bis, modifié par l'arrêté royal du 15 mars 1988;
4° les articles 9, 10, 14, 17 et 18;
5° le tableau B de l'annexe, modifié par l'arrêté royal du 11 août 1994.
Art. 17bis. [1 Bij wijze van overgangsmaatregel, wordt de vrijwilliger, die voor 1 januari 2008, met succes de vorming van loadmaster-steward heeft gevolgd, voor de toepassing van dit besluit, beschouwd als lid van het gebrevetteerd varend personeel.]1
Art. 17bis. [1 Par mesure transitoire, le volontaire qui, avant le 1er janvier 2008, a suivi avec succès la formation de loadmaster-steward, est considéré comme membre du personnel navigant breveté pour l'application du présent arrêté.]1
Art. 18. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003, met uitzondering van de artikelen 14, 15 en 17 en de tabel D van de bijlage, die in werking treden op 1 januari 2004.
Art. 18. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2003, à l'exception des articles 14, 15 et 17 et le tableau D de l'annexe, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2004.
Art. 19. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Notre Ministre de la Défense est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. [1 Bijlage bij het koninklijk besluit van 3 april 2003 houdende het stelsel der toelagen verschuldigd aan het varend personeel van de Krijgsmacht]1
Art. N. [1 Annexe à l'arrêté royal du 3 avril 2003 relatif au régime des allocations dues au personnel navigant des Forces armées]1
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-11-2023, p. 106683)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-11-2023, p. 106683)