Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 MAART 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige koninklijke besluiten in het kader van de eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-04-2003 en tekstbijwerking tot 02-07-2004).
Titre
12 MARS 2003. - Arrêté royal modifiant certains arrêtés royaux dans le cadre de la définition uniforme de notions relatives au temps de travail à l'usage de la sécurité sociale. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-04-2003 et mise à jour au 02-07-2004).
Dokumentinformationen
Numac: 2003022291
Datum: 2003-03-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003022291
Date: 2003-03-12
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
Artikel 1. De artikelen 7, 17, 18, 20, 28, 29, 30, 32, 42, 56 en 69, enige lid, 2°, van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot het in overeenstemming brengen van sommige koninklijke besluiten inzake sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, worden ingetrokken.
Article 1er. Les articles 7, 17, 18, 20, 28, 29, 30, 32, 42, 56 et 69, alinéa unique, 2°, de l'arrêté royal du 10 juin 2001 relatif à l'harmonisation de certains arrêtés royaux concernant la sécurité sociale à l'arrêté royal du 10 juin 2001 portant définition uniforme de notions relatives au temps de travail à l'usage de la sécurité sociale, en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions sont rapportés.
Art. 2. In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt het woord " vaderschapsverlof " vervangen door de woorden " vaderschapsverlof bedoeld in de arbeidswet van 16 maart 1971 ".
Art. 2. Dans l'article 12 du même arrêté, les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de paternité visé par la loi du 16 mars 1971 sur le travail ".
Art. 3. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt het woord " vaderschapsverlof " vervangen door de woorden " vaderschapsverlof bedoeld in de arbeidswet van 16 maart 1971 ".
Art. 3. Dans l'article 14 du même arrêté, les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de paternité visé par la loi du 16 mars 1971 sur le travail ".
Art. 4. In artikel 22 van hetzelfde besluit wordt het woord " vaderschapsverlof " vervangen door de woorden " vaderschapsverlof bedoeld in de arbeidswet van 16 maart 1971 ".
Art. 4. Dans l'article 22 du même arrêté, les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de paternité visé par la loi du 16 mars 1971 sur le travail ".
Art. 5. In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt het woord " vaderschapsverlof " vervangen door de woorden " vaderschapsverlof bedoeld in de arbeidswet van 16 maart 1971 ".
Art. 5. Dans l'article 24 du même arrêté, les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de paternité visé par la loi du 16 mars 1971 sur le travail ".
Art. 6. In artikel 53 van hetzelfde besluit wordt het woord " vaderschapsverlof " vervangen door de woorden " vaderschapsverlof bedoeld in de arbeidswet van 16 maart 1971 ".
Art. 6. Dans l'article 53 du même arrêté, les mots " congé de paternité " sont remplacés par les mots " congé de paternité visé par la loi du 16 mars 1971 sur le travail ".
Art. 7. Artikel 21 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van werknemers, vervangen bij het koninklijk besluit van 27 maart 1972 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 juli 1972, 17 juli 1979 en 18 maart 1982, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 21. § 1. De stukken tot staving worden ambtshalve aan het bevoegde vakantiefonds toegezonden in geval van :
  1° arbeidsongeval, door de verzekeraar of door de werkgever, al naargelang er een verzekering is of niet;
  2° beroepsziekte, door het Fonds voor Beroepsziekten;
  3° moederschapsrust of vaderschapsverlof bedoeld in de arbeidswet van 16 maart 1971, door de verzekeringsinstelling of door de werkgever, al naargelang er al dan niet onderwerping is;
  4° ongevallen of ziekten niet bedoeld bij § 1, 1° en 2°, door de verzekeringsinstelling of door de werkgever, al naargelang er al dan niet onderwerping is;
  5° arbeidsonderbrekingen bedoeld bij artikel 16, 5°, door de bevoegde overheid en, bij ontstentenis, door het gemeentebestuur;
  6° arbeidsonderbreking bedoeld bij artikel 16, 13°, door de uitbetalingsinstelling;
  7° arbeidsonderbrekingen bedoeld bij artikel 16, 15° en 16°, door de verzekeringsinstelling;
  8° staking, door het secretariaat van de interprofessionele syndicale organisatie die haar instemming met de staking heeft betuigd of deze heeft gesteund.
  § 2. De stukken tot staving van de andere bij artikel 16 bedoelde dagen arbeidsonderbreking ten gevolge van :
  1° het vervullen van burgerplichten zonder behoud van loon;
  2° het vervullen van een openbaar mandaat;
  3° de uitoefening van de functie van rechter in sociale zaken;
  4° het vervullen van een syndicale opdracht;
  5° de deelneming aan cursussen, stages of studiedagen gewijd aan sociale promotie;
  6° een lock-out;
  worden door de werkgever bewaard tot 31 december van het derde jaar dat volgt op het jaar waarin de vakantie moet verleend worden; de werkgever bezorgt de stukken aan de vakantiefondsen zo zij het vragen.
  § 3. Behoudens de door de Minister van Sociale Zaken, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie toegestane afwijking, vermelden de werkgevers op de kwartaalstaat, naast het aangegeven cijfer van de gelijkgestelde dagen ook de reden van de afwezigheid op het werk. "
Art. 7. L'article 21 de l'arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales d'exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, remplacé par l'arrêté royal du 27 mars 1972 et modifié par les arrêtés royaux du 11 juillet 1972, 17 juillet 1979 et 18 mars 1982, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 21. § 1er. Les documents justificatifs sont envoyés d'office à la caisse de vacances compétente lorsqu'il s'agit :
  1° d'accident du travail, par l'assureur ou par l'employeur, selon qu'il y a assurance ou non;
  2° de maladie professionnelle, par le Fonds des Maladies Professionnelles;
  3° de repos de maternité ou de congé de paternité visé par la loi du 16 mars 1971 sur le travail, par l'organisme assureur ou par l'employeur selon qu'il y a assujettissement ou non;
  4° d'accidents ou de maladies non visés au § 1er, 1° et 2°, par l'organisme assureur ou par l'employeur selon qu'il y a assujettissement ou non;
  5° d'interruptions de travail visées à l'article 16, 5°, par l'autorité compétente et à défaut, par l'administration communale;
  6° d'interruption de travail, visée à l'article 16, 13°, par l'organisme de paiement;
  7° d'interruptions de travail visées à l'article 16, 15° et 16°, par l'organisme assureur;
  8° de grève, par le secrétariat de l'organisation syndicale interprofessionnelle qui a donné son accord ou son appui à la grève.
  § 2. Les documents justificatifs des autres journées d'interruption de travail visées à l'article 16 suite à :
  1° l'accomplissement de devoirs civiques, sans maintien de la rémunération;
  2° l'accomplissement d'un mandat public;
  3° l'exercice de la fonction de juge social;
  4° l'accomplissement d'une mission syndicale;
  5° la participation à des cours, stages ou à des journées d'études consacrés à la promotion sociale;
  6° un lock-out;
  sont conservés par l'employeur jusqu'au 31 décembre de la troisième année qui suit celle au cours de laquelle les vacances doivent être accordées; l'employeur communique les pièces aux caisses de vacances lorsqu'elles en font la demande.
  § 3. Sauf dérogation accordée par le Ministre des Affaires sociales après avis du Comité de gestion de l'Office national des vacances annuelles, les employeurs mentionnent, à côté du nombre de jours assimilés, au relevé trimestriel la raison de l'absence au travail. "
Art. 8. Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 36. Voor de berekening van de duur van de vakantie, worden met dagen normale werkelijke arbeid gelijkgesteld, de dagen van arbeidsonderbreking die voor de berekening van het vakantiegeld in aanmerking komen krachtens de artikelen 16 tot 19, de andere dagen afwezigheid waarvoor een loon verschuldigd is dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de bijdragen voor de wettelijke vakantie en de dagen wettelijke vakantie, vakantie krachtens een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, de bijkomende vakantie en de dagen inhaalrust in de sector bouwbedrijf. "
Art. 8. L'article 36 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 36. Pour le calcul de la durée des vacances, sont assimilées à des jours de travail effectif normal, les journées d'interruption de travail prises en considération pour le calcul du pécule de vacances en application des articles 16 à 19, les autres jours d'absence couverts par une rémunération prise en considération pour le calcul de la cotisation pour les vacances légales, ainsi que les jours de vacances légales, les vacances en vertu d'une convention collective de travail rendue obligatoire, les vacances complémentaires et les jours de repos compensatoire dans le secteur de la construction. "
Art. 9. In artikel 68 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 augustus 1968, 17 juli 1979 en 18 maart 1982, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het punt 2°, a), worden de woorden " artikel 16, 3° en 17°, en 41, 3° en 15° " vervangen door de woorden " artikelen 16, 3°, 4° en 10°, en 41, 3°, 4° en 10° ";
  2° in het punt 2°, b), worden de woorden " artikelen 16, 1° en 2°, 4° tot 13° inbegrepen, 18° en 19°, en 41, 1° en 2°, 4° tot 13° inbegrepen, 16° en 17° " vervangen door de woorden " artikelen 16, 1° en 2°, 5° tot 9° inbegrepen, 12°, 15° en 16°, en 41, 1° en 2°, 5° tot 9° inbegrepen, 12° tot 14° ".
Art. 9. A l'article 68 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 6 août 1968, 17 juillet 1979 et 18 mars 1982, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le point 2°, a), les mots " articles 16, 3° et 17° et 41, 3° et 15° " sont remplacés par les mots " articles 16, 3°, 4° et 10°, et 41, 3°, 4° et 10° ";
  2° dans le point 2°, b), les mots " articles 16, 1° et 2°, 4° à 13° inclus, 18° et 19°, et 41, 1° et 2°, 4° à 13° inclus, 16° et 17° " sont remplacés par les mots " articles 16, 1° et 2°, 5° à 9° inclus, 12°, 15° et 16°, et 41, 1° et 2°, 5° à 9° inclus, 12° à 14° ".
Art. 10. Artikel 25 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt vervangen als volgt :
  " Art. 25. Wat betreft de handarbeiders wier loon geheel of gedeeltelijk uit fooien of bedieningsgeld bestaat, worden de bijdragen berekend op grond van een bedrag dat verkregen wordt door forfaitaire daglonen te vermenigvuldigen met het aantal arbeidsdagen van het kwartaal, opgesomd in artikel 24, 1°, a, b en c.
  De forfaitaire daglonen worden door de Minister van Sociale Zaken en Pensioenen per werknemerscategorie vastgesteld.
  Wanneer de werknemer evenwel gedeeltelijk met fooien en bedieningsgeld wordt betaald en het loon van het kwartaal dat niet uit fooien en bedieningsgeld bestaat, meer bedraagt dan het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag, worden de bijdragen uitsluitend berekend op het gedeelte dat niet uit fooien of bedieningsgeld bestaat overeenkomstig het bepaalde in afdeling 1. "
Art. 10. L'article 25 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 25. En ce qui concerne les travailleurs manuels dont la rémunération est constituée en tout ou en partie par des pourboires ou du service, les cotisations sont calculées sur la base d'un montant obtenu en multipliant les rémunérations forfaitaires journalières par le nombre des journées de travail du trimestre, énumérées à l'article 24, 1°, a, b et c.
  Les rémunérations forfaitaires journalières sont fixées par le Ministre des Affaires sociales et des Pensions par catégorie de travailleur.
  Toutefois, lorsque le travailleur est rémunéré partiellement au pourboire et au service et que la rémunération du trimestre non constituée par des pourboires et du service excède le montant déterminé conformément à l'alinéa 1er, les cotisations se calculent exclusivement sur la fraction non constituée des pourboires ou du service conformément aux dispositions de la section 1re. "
Art. 11. Artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot uitvoering van Hoofdstuk 1, sectie 1, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 maart 1987, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 3. De aangifte wordt gedaan bij middel van een door deze Rijksdienst goedgekeurde elektronische techniek. De aangifte moet behoorlijk ondertekend en vervolledigd met de gevraagde inlichtingen aan de Rijksdienst teruggezonden worden. "
Art. 11. L'article 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 25 octobre 1985 portant exécution du Chapitre 1er, section 1re, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, modifié par l'arrêté royal du 6 mars 1987, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 3. La déclaration est faite au moyen d'un procédé électronique approuvé par l'Office. La déclaration doit être renvoyée à l'Office dûment signée et complétée par les renseignements demandés. "
Art. 12. In het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 1bis. Voor de toepassing van dit besluit en de ministeriële uitvoeringsbesluiten ervan gelden de definities van de arbeidstijdgegevens zoals vastgesteld bij het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
  Voor de toepassing van de definities vermeld in de artikelen 39, 40, 45, 49 en 50 van vermeld koninklijk besluit van 10 juni 2001, worden de volledig werklozen gelijkgesteld met personen van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst. "
Art. 12. Un article 1erbis, rédigé comme suit, est inséré dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage :
  " Art. 1erbis. Pour l'application du présent arrêté et de ses arrêtés ministériels d'exécution, les définitions des données relatives au temps de travail sont celles déterminées par l'arrêté royal du 10 juin 2001 portant définition uniforme de notions relatives au temps de travail à l'usage de la sécurité sociale, en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions.
  Pour l'application des définitions mentionnées aux articles 39, 40, 45, 49 et 50 de l'arrêté royal du 10 juin 2001 précité, les chômeurs complets sont assimilés aux personnes dont le contrat de travail est suspendu. "
Art. 13. In artikel 38, § 1, inleidende zin van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 juni 2001, worden de woorden " 30 tot 36 " vervangen door de woorden " 30 tot 36bis ".
Art. 13. Dans l'article 38, § 1er, phrase introductive du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 10 juin 2001, les mots " 30 à 36 " sont remplacés par les mots " 30 à 36bis ".
Art. 14. In artikel 98, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden ", onder goedkeuring van de Minister, ".
Art. 14. A l'article 98, alinéa 2, du même arrêté, les mots ", avec l'approbation du Ministre, " sont supprimés.
Art. 15. In artikel 110, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " onder goedkeuring van de Minister ".
Art. 15. A l'article 110, § 4, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " avec l'approbation du Ministre " sont supprimés.
Art. 17. In artikel 138, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden ", onder goedkeuring van de Minister, ".
Art. 17. A l'article 138, alinéa 2, du même arrêté, les mots ", avec l'approbation du Ministre, " sont supprimés.
Art. 18. In hetzelfde besluit wordt een artikel 138bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 138bis. De werkgever, zijn aangestelde of lasthebber kan op de wijze en binnen de voorwaarden bepaald door de wet van 24 februari 2003 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid de gegevens, vermeld op de documenten bedoeld in de navermelde nummers, door middel van een elektronische techniek overmaken :
  1° het " werkloosheidsbewijs " bedoeld in artikel 137, § 1, 1°;
  2° het " bewijs van tijdelijke werkloosheid " en " het werkloosheidsbewijs in geval van sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie " bedoeld in het artikel 137, § 1, 2°, b, § 2, 3°, b en § 4, eerste lid, 2°;
  3° de " prestatiestaat " bedoeld in artikel 137, § 1, 3°;
  4° het " integratie-uitkeringsbewijs " bedoeld in artikel 137, § 1, 5°;
  5° het " herinschakelingsvergoedingsbewijs " bedoeld in artikel 137, § 1, 6°;
  6° het " werkloosheidsbewijs voor de inactiviteitsuren " bedoeld in artikel 137, § 2, 1°;
  7° het " arbeidsbewijs " bedoeld in artikel 137, § 2, 2°;
  8° het " bewijs van jeugdvakantie " bedoeld in artikel 137, § 2, 4°;
  9° de " prestatiestaat " bedoeld in artikel 163, derde lid;
  10° het " vergoedingsbewijs " bedoeld in artikel 15, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden.
  In toepassing van artikel 4, § 2, vierde lid, van de in het eerste lid bedoelde wet bezorgt de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber onmiddellijk aan de sociaal verzekerde een afschrift van de in het eerste lid bedoelde elektronische mededelingen. Dit afschrift is in een voor de sociaal verzekerde begrijpbare taal opgesteld. "
Art. 18. Un article 138bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
  " Art. 138bis. L'employeur, son préposé ou mandataire peut transmettre les données mentionnées sur les documents visés aux numéros mentionnés ci-après à l'aide d'un procédé électronique de la façon et selon les conditions fixées par la loi du 24 février 2003 concernant la modernisation de la gestion de la sécurité sociale :
  1° le "certificat de chômage" visé à l'article 137, § 1er, 1°;
  2° le "certificat de chômage temporaire" et "le certificat de chômage en cas de fermeture d'entreprise pour cause de vacances annuelles" visés à l'article 137, § 1er, 2°, b, § 2, 3°, b et § 4, alinéa 1er, 2°;
  3° "l'état de prestation" visé à l'article 137, § 1er, 3°;
  4° le "certificat d'allocation d'intégration" visé à l'article 137, § 1er, 5°;
  5° le "certificat d'allocation de réinsertion" visé à l'article 137, § 1er, 6°;
  6° le "certificat de chômage pour les heures d'inactivité" visé à l'article 137, § 2, 1°;
  7° le "certificat de travail" visé à l'article 137, § 2, 2°;
  8° le "certificat de vacances-jeunes" visé à l'article 137, § 2, 4°;
  9° "l'état de prestations" visé à l'article 163, alinéa 3;
  10° le "certificat d'indemnité" visé à l'article 15, § 2, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 19 décembre 2001 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durée.
  En vertu de l'article 4, § 2, alinéa 4, de la loi visée à l'alinéa 1er, l'employeur, son préposé ou mandataire fournit immédiatement à l'assuré social une copie des communications électroniques visées à l'alinéa 1er. Cette copie est rédigée dans un langage clair et compréhensible pour l'assuré social. "
Art. 19. In artikel 163, derde lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " onder goedkeuring van de Minister ".
Art. 19. A l'article 163, alinéa 3, du même arrêté, les mots " avec l'approbation du Ministre " sont supprimés.
Art. 20. In artikel 205 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 februari 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in § 1, 2°, worden de woorden " van zijn oproeping of wederoproeping onder de wapens " vervangen door de woorden " van het vervullen van militieverplichtingen ";
  b) in § 1, 3°, eerste lid, 2., c), worden de woorden " door zijn oproeping of wederoproeping onder de wapens " vervangen door de woorden " door het vervullen van militieverplichtingen ";
  c) § 1, 4°, wordt vervangen als volgt :
  " 4° de persoon die binnen dertig dagen na het einde van een periode van voorlopige hechtenis of van vrijheidsberoving de hoedanigheid van gerechtigde in de zin van artikel 86, § 1, 1° van de gecoördineerde wet opnieuw verkrijgt of arbeidsongeschikt wordt in de zin van artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet, voorzover hij de in artikel 128 van de gecoördineerde wet bedoelde wachttijd vervuld had of daarvan was vrijgesteld en hij bij de aanvang van de periode van voorlopige hechtenis of van vrijheidsberoving voldeed aan de toekenningsvoorwaarden voor het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen; ";
  d) § 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. Voor de persoon die de hoedanigheid had van gerechtigde in de zin van artikel 86, § 1, 1°, van de gecoördineerde wet tot ten minste de dertigste dag voor het vervullen van militieverplichtingen en die, ten laatste binnen de dertig dagen na het einde van het vervullen van militieverplichtingen zich bevindt in staat van arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet, wordt de wachttijd als vervuld beschouwd.
  Wanneer de in het vorige lid bedoelde persoon, binnen de dertig dagen nadat hij huiswaarts of met onbepaald verlof werd gezonden, zich bevindt in een staat van arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet ter wille van een ongeval overkomen of een aandoening opgedaan tijdens het vervullen van zijn militieverplichtingen, wordt de wachttijd als vervuld beschouwd. Dit geldt ook wanneer die persoon, tijdens het vervullen van zijn militieverplichtingen, om gezondheidsredenen afwezig is uit zijn dienst, in zoverre zijn afwezigheid niet aangerekend wordt op de duur van zijn militieverplichtingen. ";
  e) § 7 wordt opgeheven.
Art. 20. A l'article 205 de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, modifié par l'arrêté royal du 4 février 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  a) dans le § 1er, 2°, les mots " de son appel ou de son rappel sous les armes, " sont remplacés par les mots " de l'accomplissement des obligations de milice, ";
  b) dans le § 1er, 3°, alinéa 1er, 2., c), les mots " de son appel ou de son rappel sous les drapeaux, " sont remplacés par les mots " de l'accomplissement des obligations de milice, ";
  c) le § 1er, 4° est remplacé par la disposition suivante :
  " 4° la personne qui, dans les trente jours suivant la fin d'une période de détention préventive ou de privation de liberté, retrouve la qualité de titulaire au sens de l'article 86, § 1er, 1° de la loi coordonnée, ou se trouve en incapacité de travail au sens de l'article 100, § 1er, de la loi coordonnée, pour autant qu'elle ait accompli le stage prévu à l'article 128 de la loi coordonnée, à moins qu'elle n'en ait été dispensée et qu'elle remplissait les conditions d'octroi des indemnités d'incapacité de travail au début de la période de détention préventive ou de privation de liberté; ";
  d) le § 6 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 6. Pour la personne qui avait la qualité de titulaire au sens de l'article 86, § 1er, 1°, de la loi coordonnée jusqu'au trentième jour au moins avant l'accomplissement des obligations de milice et qui, au plus tard dans les trente jours suivant la fin de l'accomplissement des obligations de milice, se trouve en état d'incapacité de travail au sens de l'article 100, § 1er, de la loi coordonnée, le stage est considéré comme accompli.
  Lorsque la personne visée à l'alinéa précédent se trouve, dans les trente jours suivant le renvoi dans les foyers ou l'envoi en congé illimité, en un état d'incapacité de travail au sens de l'article 100, § 1er, de la loi coordonnée, causé par un accident survenu ou une affection contractée pendant l'accomplissement des obligations de milice, le stage est considéré comme accompli. Il en va de même lorsque cette personne, pendant l'accomplissement des obligations de milice, est absente de son service pour raison de santé, pour autant que cette absence ne soit pas imputée sur la durée de ses obligations de milice. ";
  e) le § 7 est abrogé.
Art. 21. Artikel 223 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 223. De verzekeringsinstelling die belast is met de uitbetaling, aan de vader van het kind, van de uitkering, bedoeld in artikel 113 van de gecoördineerde wet, in geval van toepassing van artikel 114, vierde lid, van de gecoördineerde wet, is de verzekeringsinstelling waarbij de vader is aangesloten.
  Deze instelling vraagt bij de verzekeringsinstelling van aansluiting van de moeder alle gegevens op die moeten toelaten het overblijvende gedeelte van de nabevallingsrust te bepalen, te rekenen vanaf het overlijden of de opname van de moeder in het ziekenhuis. "
Art. 21. L'article 223 du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 223. L'organisme assureur chargé de payer l'indemnité visée à l'article 113 de la loi coordonnée au père de l'enfant, en cas d'application de l'article 114, alinéa 4, de la loi coordonnée, est l'organisme assureur auquel est affilié le père.
  Ledit organisme recueille auprès de l'organisme assureur d'affiliation de la mère tous les éléments permettant de déterminer la partie de la période de repos postnatal restant à courir à compter du décès ou de l'hospitalisation de la mère. "
Art. 22. In artikel 223bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 juni 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, tweede lid, worden de woorden " vastgesteld in een verordening, genomen tot uitvoering van artikel 80, 5°, van de gecoördineerde wet " vervangen door de woorden " bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip "gemiddeld dagloon" wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht, en op basis van de modaliteiten vastgelegd door het reglement bedoeld in artikel 80, 5°, van de gecoördineerde wet ";
  2° § 3 wordt opgeheven.
Art. 22. A l'article 223bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 11 juin 2002, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, alinéa 2, les mots " fixée par un règlement pris en exécution de l'article 80, 5°, de la loi coordonnée " sont remplacés par les mots " déterminée conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 10 juin 2001 établissant la notion uniforme de "rémunération journalière moyenne" en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et harmonisant certaines dispositions légales, et sur base des modalités fixées par le règlement visé à l'article 80, 5°, de la loi coordonnée ";
  2° le § 3 est abrogé.
Art. 23. In artikel 223ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 juni 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, tweede lid, worden de woorden " vastgesteld in een verordening, genomen tot uitvoering van artikel 80, 5°, van de gecoördineerde wet " vervangen door de woorden " bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip "gemiddeld dagloon" wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht, en op basis van de modaliteiten vastgelegd door het reglement bedoeld in artikel 80, 5°, van de gecoördineerde wet ";
  2° § 3 wordt opgeheven.
Art. 23. A l'article 223ter du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 11 juin 2002, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, alinéa 2, les mots " fixée par un règlement pris en exécution de l'article 80, 5°, de la loi coordonnée " sont remplacés par les mots " déterminée conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 10 juin 2001 établissant la notion uniforme de "rémunération journalière moyenne" en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et harmonisant certaines dispositions légales, et sur base des modalités fixées par le règlement visé à l'article 80, 5°, de la loi coordonnée ";
  2° le § 3 est abrogé.
Art. 24. In artikel 224, § 2, van hetzelfde besluit, worden de woorden "Het tijdvak van oproeping of van wederoproeping onder de wapens en ieder krachtens artikel 205, § 7, daarmee gelijkgesteld tijdvak" vervangen door de woorden "Het tijdvak van het vervullen van militieverplichtingen".
Art. 24. Dans l'article 224, § 2, du même arrêté, les mots "La période d'appel ou de rappel sous les armes et toute période y assimilée en vertu de l'article 205, § 7" sont remplacés par les mots "La période d'accomplissement des obligations de milice".
Art. 25. In artikel 225 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 november 1996, 24 november 1997, 5 juli 1998, 19 april 1999, 25 oktober 1999 en 10 november 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, 6°, eerste lid, worden de woorden "noch opgesloten is in de gevangenis, noch geïnterneerd is in een inrichting voor sociale bescherming" vervangen door de woorden "noch in voorlopige hechtenis is, noch van zijn vrijheid beroofd is";
  2° in § 1, eerste lid, 6°, zesde lid, worden de woorden "wordt opgesloten in de gevangenis of geïnterneerd wordt in een inrichting voor sociale bescherming" vervangen door de woorden "in voorlopige hechtenis is of van zijn vrijheid beroofd is" en worden de woorden " van opsluiting of internering " vervangen door de woorden " van de voorlopige hechtenis of de vrijheidsberoving ";
  3° in § 1, eerste lid, 6°, zevende lid, worden de woorden "niet meer in de gevangenis opgesloten is of niet meer geïnterneerd is in een inrichting voor sociale bescherming" vervangen door de woorden "niet meer in voorlopige hechtenis is of niet meer van zijn vrijheid beroofd is";
  4° in § 2, derde lid, worden de woorden "wordt opgesloten in de gevangenis of geïnterneerd is in een inrichting voor sociale bescherming" vervangen door de woorden "in voorlopige hechtenis is of van zijn vrijheid beroofd is".
Art. 25. A l'article 225 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 25 novembre 1996, 24 novembre 1997, 5 juillet 1998, 19 avril 1999, 25 octobre 1999 et 10 novembre 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, 6°, alinéa 1er, les mots "détenu en prison ou interné dans un établissement de défense sociale" sont remplacés par les mots "ni en situation de détention préventive ou de privation de liberté";
  2° dans le § 1er, alinéa 1er, 6°, alinéa 6, les mots "En cas de détention ou d'internement du titulaire dans un établissement de défense sociale" sont remplacés par les mots "En cas de détention préventive ou de privation de liberté du titulaire" et les mots " de la détention ou de l'internement " sont remplacés par les mots " de la détention préventive ou de la privation de liberté ";
  3° dans le § 1er, alinéa 1er, 6°, alinéa 7, les mots "détenu en prison ou interné dans un établissement de défense sociale" sont remplacés par les mots "ou cesse de se trouver en situation de détention préventive ou de privation de liberté";
  4° dans le § 2, alinéa 3, les mots "détenu en prison ou interné dans un établissement de défense sociale" sont remplacés par les mots "se trouve en situation de détention préventive ou de privation de liberté".
Art. 26. Artikel 228 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 1996, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 228. § 1. Onder loon, als bedoeld in artikel 103, § 1, 1°, van de gecoördineerde wet, wordt verstaan het forfaitaire loon dat ten laste komt van het Fonds voor bestaanszekerheid van de bouwvakkers en wordt verleend voor de dagen inhaalrust bouwbedrijf.
  § 2. Onder periode gedekt door een loon of een vakantiegeld als bedoeld bij artikel 103, § 1, 1° of 2°, van de gecoördineerde wet, wordt verstaan :
  1° de dagen wettelijke vakantie die samenvallen met een tijdvak van arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat de arbeidsongeschiktheid is aangevangen tijdens de vakantieperiode;
  2° de dagen wettelijke vakantie die de gerechtigde wegens zijn arbeidsongeschiktheid niet kan nemen vóór het einde van het vakantiejaar;
  3° de vakantiedagen krachtens algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst en de bijkomende vakantiedagen die samenvallen met een tijdvak van arbeidsongeschiktheid of die de gerechtigde wegens zijn arbeidsongeschiktheid niet kon opnemen vóór het einde van het vakantiejaar en die aanleiding hebben gegeven tot de uitbetaling van een vakantiegeld of een loon.
  Op schriftelijke aanvraag van de gerechtigden worden de vakantiedagen aangerekend op het tijdvak begrepen tussen de datum van die aanvraag en het einde van het vakantiejaar.
  De aanvraag tot aanrekening is slechts geldig indien ze slaat op een periode waarover werkelijk uitkeringen worden verleend.
  Bij ontstentenis van een schriftelijke aanvraag van de gerechtigden worden die dagen evenwel aangerekend in de maand december van het vakantiejaar of in de laatste, werkelijk vergoede periode in het vakantiejaar indien de aanrekening niet kan gebeuren tijdens de maand december van dat jaar.
  In afwijking van het tweede tot het vierde lid worden de vakantiedagen van de bedienden steeds aangerekend in de maand december van het vakantiejaar of in de laatste, werkelijk vergoede periode in het vakantiejaar indien de aanrekening niet kan gebeuren tijdens de maand december van dat jaar.
  Indien de arbeidsongeschiktheid een einde neemt vóór 1 januari van het jaar dat volgt op het vakantiejaar, worden de uitkeringen, ingehouden ingevolge de aanvraag tot aanrekening van de gerechtigde, hem uitbetaald, ten belope van het aantal vakantiedagen die nog werkelijk kunnen worden genomen tot 31 december van het vakantiejaar. "
Art. 26. L'article 228 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 11 décembre 1996, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 228. § 1er. Par rémunération au sens de l'article 103, § 1er, 1°, de la loi coordonnée, on entend la rémunération forfaitaire à charge du Fonds de sécurité d'existence des ouvriers de la construction, pour les jours de repos compensatoire secteur de la construction.
  § 2. Par période couverte par une rémunération ou par un pécule de vacances au sens de l'article 103, § 1er, 1° ou 2° de la loi coordonnée, on entend :
  1° les jours de vacances légales qui coïncident avec une période d'incapacité de travail, à condition que l'incapacité ait débuté pendant la période de vacances;
  2° les jours de vacances légales que le titulaire est dans l'impossibilité de prendre avant la fin de l'année de vacances du fait de son incapacité de travail;
  3° les jours de vacances en vertu d'une convention collective de travail rendue obligatoire et les jours de vacances complémentaires qui coïncident avec une période d'incapacité de travail ou que le titulaire s'est trouvé dans l'impossibilité de prendre avant la fin de l'année de vacances du fait de son incapacité de travail et qui ont donné lieu au paiement d'un pécule de vacances ou d'une rémunération.
  Sur demande écrite des titulaires, les jours de vacances sont imputés sur la période comprise entre la date de la demande et l'expiration de l'année de vacances.
  La demande d'imputation n'est valide que si elle porte sur une période ayant effectivement donné lieu à indemnisation.
  Toutefois, à défaut d'une demande écrite des titulaires, ces jours sont imputés au cours du mois de décembre de l'année de vacances ou sur la dernière période effectivement indemnisée dans l'année de vacances si l'imputation ne peut être effectuée dans le courant du mois de décembre de cette année.
  Par dérogation aux alinéas 2 à 4, les jours de vacances des employés sont toujours imputés au cours du mois de décembre de l'année de vacances ou sur la dernière période effectivement indemnisée dans l'année de vacances si l'imputation ne peut être effectuée dans le courant du mois de décembre de cette année.
  Si l'incapacité de travail prend fin avant le 1er janvier de l'année qui suit l'année de vacances, les indemnités retenues par suite de la demande d'imputation du titulaire lui seront payées, à concurrence du nombre de jours de vacances pouvant encore effectivement être pris jusqu'au 31 décembre de l'année de vacances. "
Art. 27. In artikel 233, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 december 1996, worden de woorden " die in een gevangenis is opgesloten of in een inrichting voor sociale bescherming is geïnterneerd " vervangen door de woorden " die verkeert in een periode van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving ".
Art. 27. Dans l'article 233, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 novembre 1996, les mots " qui est détenu en prison ou interné dans un établissement de défense sociale " sont remplacés par les mots " qui se trouve dans une période de détention préventive ou de privation de liberté ".
Art. 28. Artikel 247, § 1, 7°, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " 7° de gerechtigde die verkeert in een periode van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving. Indien hij echter bij de aanvang van de periode van voorlopige hechtenis of van vrijheidsberoving in staat van arbeidsongeschiktheid is als bedoeld in artikel 100 van de gecoördineerde wet gaat het tijdvak van voortgezette verzekering pas in de dag dat die staat van arbeidsongeschiktheid afloopt.
  De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke niet langer mag zijn dan de periode van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving. "
Art. 28. L'article 247, § 1er, 7°, du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
  " 7° le titulaire qui se trouve dans une période de détention préventive ou de privation de liberté. Toutefois, si, à la date de début de la période de détention préventive ou de privation de liberté, il se trouve en état d'incapacité de travail, au sens de l'article 100 de la loi coordonnée, la période d'assurance continuée ne prend cours qu'à la date à laquelle cet état d'incapacité de travail prend fin.
  L'assurance continuée est admise pour une durée qui ne peut dépasser la période de détention préventive ou de privation de liberté. "
Art. 29. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot vaststelling van de wijze waarop de aanvragen om schadeloosstelling en om herziening van reeds toegekende vergoedingen bij het Fonds voor de beroepsziekten worden ingediend en onderzocht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 november 1997, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 2. Opdat een aanvraag om schadeloosstelling of om herziening ontvankelijk zou zijn, wordt zij ingediend ofwel :
  1° door middel van het gepaste formulier dat het Fonds gratis ter beschikking stelt van de betrokkenen, dat samengesteld is uit een administratief en uit een medisch deel en waarvan het model vastgesteld wordt door het Beheerscomité van het Fonds;
  2° door middel van een door het Beheerscomité van het Fonds op de grond van de wet van 24 februari 2003 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid goedgekeurd elektronisch model.
  Indien de aanvraag wordt ingediend door het formulier bedoeld onder 1°, moet deze ingevuld worden overeenkomstig de aanwijzingen die erin voorkomen, vergezeld worden van de gevraagde bewijsstukken en gewaarmerkt, gedateerd en ondertekend worden door de getroffene of, ingeval deze laatste overleden is, door zijn rechthebbenden.
  Indien de aanvraag wordt ingediend bij middel van het elektronisch model bedoeld onder 2°, moet deze ingevuld worden overeenkomstig de aanwijzingen die erin voorkomen. "
Art. 29. L'article 2 de l'arrêté royal du 26 septembre 1996 déterminant la manière dont sont introduites et instruites par le Fonds des maladies professionnelles les demandes de réparation et de révision des indemnités acquises, modifié par l'arrêté royal du 24 novembre 1997, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 2. Pour qu'une demande de réparation ou de révision soit recevable, elle est introduite soit :
  1° au moyen de la formule adéquate que le Fonds met gratuitement à la disposition des personnes intéressées, formule qui se compose d'un volet administratif et d'un volet médical et dont le modèle est déterminé par le Comité de gestion du Fonds;
  2° au moyen d'un modèle électronique approuvé par le Comité de gestion du Fonds sur base de la loi du 24 février 2003 concernant la modernisation de la gestion de la sécurité sociale.
  Si la demande est introduite au moyen de la formule visée au 1°, celle-ci doit être complétée conformément aux indications qui y figurent, accompagnée des pièces justificatives y demandées et certifiée exacte, datée et signée par la victime ou, en cas de décès de cette dernière, par ses ayants droits.
  Si la demande est introduite au moyen du modèle électronique visé au 2°, celle-ci doit être complétée conformément aux indications qui y figurent. "
Art. 30. Artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 november 1997, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4. De aanvraag om schadeloosstelling of om herziening die bij het Fonds overeenkomstig artikel 2 wordt ingediend, heeft als datum :
  1° deze van het postmerk wanneer zij werd ingediend onder aangetekende omslag;
  2° deze van ontvangst van de aanvraag bij het Fonds indien zij wordt ingediend per gewone brief;
  3° deze van ontvangst van de elektronische aanvraag bij het Fonds, indien ze wordt ingediend door het elektronische model bedoeld onder artikel 2, 2°, van dit besluit. "
Art. 30. L'article 4, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 24 novembre 1997, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 4. La demande de réparation ou de révision introduite auprès du Fonds conformément à l'article 2 aura pour date :
  1° celle du cachet de la poste, si elle a été introduite par recommandé;
  2° celle de la réception de la demande par le Fonds, si elle est introduite par courrier ordinaire;
  3° celle de la réception de la demande électronique par le Fonds, si elle est introduite au moyen du modèle électronique visé à l'article 2, 2°, du présent arrêté. "
Art. 31. In hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 18 april 2000 tot vaststelling van de bijzondere regels van basisloonberekening voor de toepassing van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 op bepaalde categorieën van werknemers wordt een afdeling Ibis ingevoegd, luidende :
  " Afdeling Ibis. - Uitzendkrachten.
  Art. 3bis. Wanneer de getroffene een uitzendkracht is, wordt, onverminderd de toepassing van artikel 37ter van de wet, het basisloon uitsluitend vastgesteld op grond van het gemiddeld loon van de maatpersonen, zoals bedoeld in artikel 36, § 2, van de wet.
  Op eenvoudige vraag van de verzekeringsonderneming of van de in artikel 87 bedoelde ambtenaren deelt de gebruiker of, in voorkomend geval, de werkgever die behoort tot dezelfde bedrijfstak als de gebruiker, het identificatienummer bedoeld in artikel 8, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid van de maatpersonen mee. "
Art. 31. Il est inséré dans le chapitre II de l'arrêté royal du 18 avril 2000 fixant les conditions spéciales de calcul de la rémunération de base pour l'application de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail à certaines catégories de travailleurs une section Ierbis, rédigée comme suit :
  " Section Ierbis. - Travailleurs intérimaires.
  Art. 3bis. Lorsque la victime est un travailleur intérimaire, sans préjudice de l'application de l'article 37ter de la loi, la rémunération de base est fixée exclusivement en fonction de la rémunération moyenne des personnes de référence visées à l'article 36, § 2, de la loi.
  Sur simple demande de l'entreprise d'assurances ou des agents visés à l'article 87 de la loi, l'utilisateur ou, le cas échéant, l'employeur qui appartient à la même branche d'activités que l'utilisateur communique le numéro d'identification des personnes de référence visé à l'article 8, 1° ou 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale. "
Art. 32. <KB 2004-06-22/31, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2003> Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003, met uitzondering van artikel 16, dat in werking treedt op 1 oktober 2003.
Art. 32. <AR 2004-06-22/31, art. 20, 002; En vigueur : 01-01-2003> Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2003, à l'exception de l'article 16, qui entre en vigueur le 1er octobre 2003.
Art. 33. Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 12 maart 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 33. Notre Ministre de l'Emploi et Notre Ministre des Affaires sociales et des Pensions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 12 mars 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre des Affaires Sociales et des Pensions,
  F. VANDENBROUCKE.