Artikel 1. Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 2001 betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer " Catering " wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 5. De uitgavenbegroting wordt opgemaakt volgens het stelsel van de gesplitste kredieten en bevat :
1° vastleggingskredieten ten belope waarvan bedragen kunnen worden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen die ontstaan of worden gesloten tijdens het begrotingsjaar, en voor de recurrente verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren voordoen, ten belope van de tijdens het begrotingsjaar opeisbare sommen;
2° ordonnanceringskredieten ten belope waarvan tijdens het begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend uit hoofde van rechten vastgesteld in uitvoering van voorafgaandelijk vastgelegde verbintenissen. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 APRIL 2002. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 2001 betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer " Catering " en wat betreft de invoering van de euro.
Titre
19 AVRIL 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 janvier 2001 relatif à la gestion financière et matérielle du service à gestion séparée " Catering ", pour ce qui concerne l'introduction de l'euro (TRADUCTION).
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. L'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 janvier 2001 relatif à la gestion financière et matérielle du service à gestion séparée " Catering ", est remplacé par les dispositions suivantes :
" Article 5. Le budget des dépenses est établi suivant le régime des crédits dissociés et comporte :
1° des crédits d'engagement à concurrence desquels des montants peuvent être engagés du chef des engagements nés ou contractés au cours de l'exercice budgétaire et pour les engagements récurrents qui concernent plusieurs années, à concurrence des sommes exigibles au cours de l'exercice budgétaire;
2° des crédits d'ordonnancement à concurrence desquels des montants peuvent être liquidés au cours de l'exercice budgétaire du chef des droits établis en exécution des engagements préalablement contractés. "
" Article 5. Le budget des dépenses est établi suivant le régime des crédits dissociés et comporte :
1° des crédits d'engagement à concurrence desquels des montants peuvent être engagés du chef des engagements nés ou contractés au cours de l'exercice budgétaire et pour les engagements récurrents qui concernent plusieurs années, à concurrence des sommes exigibles au cours de l'exercice budgétaire;
2° des crédits d'ordonnancement à concurrence desquels des montants peuvent être liquidés au cours de l'exercice budgétaire du chef des droits établis en exécution des engagements préalablement contractés. "
Art. 2. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 13. Op de begroting van een bepaald jaar worden aangerekend :
1° op het vastleggingskrediet : het bedrag van de verbintenissen aangegaan tijdens het begrotingsjaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 5;
2° op het ordonnanceringskrediet : de sommen geordonnanceerd gedurende het begrotingsjaar. "
" Art. 13. Op de begroting van een bepaald jaar worden aangerekend :
1° op het vastleggingskrediet : het bedrag van de verbintenissen aangegaan tijdens het begrotingsjaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 5;
2° op het ordonnanceringskrediet : de sommen geordonnanceerd gedurende het begrotingsjaar. "
Art. 2. L'article 13 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Article 13. Il est imputé au budget d'une année déterminée :
1° au crédit d'engagement : le montant des engagements contractés au cours de l'exercice budgétaire, conformément aux dispositions de l'article 5;
2° au crédit d'ordonnancement : les sommes ordonnancées au cours de l'exercice budgétaire. "
" Article 13. Il est imputé au budget d'une année déterminée :
1° au crédit d'engagement : le montant des engagements contractés au cours de l'exercice budgétaire, conformément aux dispositions de l'article 5;
2° au crédit d'ordonnancement : les sommes ordonnancées au cours de l'exercice budgétaire. "
Art. 3. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd :
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
" Deze machtiging geldt slechts binnen de perken van de geopende kredieten en van de volgende ramingen of bedragen :
1° maximum 250.000 euro in geval van een openbare aanbesteding of een algemene offerteaanvraag;
2° maximum 125.000 euro in geval van een beperkte aanbesteding of een beperkte offerteaanvraag;
3° maximum 30.000 euro in geval van een overheidsopdracht bij onderhandelingsprocedure. "
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
" Hij is tevens bevoegd om met betrekking tot de in het eerste en het tweede lid vermelde opdrachten :
a) prijsherzieningen, voortvloeiend uit de betrokken overeenkomsten, goed te keuren zonder beperking van bedrag;
b) verrekeningen, andere dan voormelde herzieningen, goed te keuren in zover hieruit geen bijkomende uitgaven van meer dan 25 % voortvloeien en ze 30.000 euro niet overschrijden. "
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
" Deze machtiging geldt slechts binnen de perken van de geopende kredieten en van de volgende ramingen of bedragen :
1° maximum 250.000 euro in geval van een openbare aanbesteding of een algemene offerteaanvraag;
2° maximum 125.000 euro in geval van een beperkte aanbesteding of een beperkte offerteaanvraag;
3° maximum 30.000 euro in geval van een overheidsopdracht bij onderhandelingsprocedure. "
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
" Hij is tevens bevoegd om met betrekking tot de in het eerste en het tweede lid vermelde opdrachten :
a) prijsherzieningen, voortvloeiend uit de betrokken overeenkomsten, goed te keuren zonder beperking van bedrag;
b) verrekeningen, andere dan voormelde herzieningen, goed te keuren in zover hieruit geen bijkomende uitgaven van meer dan 25 % voortvloeien en ze 30.000 euro niet overschrijden. "
Art. 3. L'article 16 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
1° l'alinéa 2 est remplacé par les dispositions suivantes :
" Cette autorisation n'est valable que dans les limites des crédits ouverts et des estimations et montants mentionnés ci-après :
1° 250.000 euros au maximum, en cas d'une adjudication publique ou d'une appel d'offres général;
2° 125.000 euros au maximum, en cas d'une adjudications restreinte ou d'un appel d'offres restreint;
3° 30.000 euros au maximum, en cas d'une procédure négociée. "
2° l'alinéa 4 est remplacé par les dispositions suivantes :
" il est également habilité en ce qui concerne les marchés visés à l'alinéa 1er et 2 :
a) à approuver des révisions des prix résultant des contrats d'entreprise en question, sans limitation de montant;
b) à approuver des décomptes autres que ceux relatifs aux révisions précitées, à condition qu'ils ne donnent pas lieu à des dépenses supplémentaires de plus de 25 % et qu'ils n'excédent pas 30.000 euros. "
1° l'alinéa 2 est remplacé par les dispositions suivantes :
" Cette autorisation n'est valable que dans les limites des crédits ouverts et des estimations et montants mentionnés ci-après :
1° 250.000 euros au maximum, en cas d'une adjudication publique ou d'une appel d'offres général;
2° 125.000 euros au maximum, en cas d'une adjudications restreinte ou d'un appel d'offres restreint;
3° 30.000 euros au maximum, en cas d'une procédure négociée. "
2° l'alinéa 4 est remplacé par les dispositions suivantes :
" il est également habilité en ce qui concerne les marchés visés à l'alinéa 1er et 2 :
a) à approuver des révisions des prix résultant des contrats d'entreprise en question, sans limitation de montant;
b) à approuver des décomptes autres que ceux relatifs aux révisions précitées, à condition qu'ils ne donnent pas lieu à des dépenses supplémentaires de plus de 25 % et qu'ils n'excédent pas 30.000 euros. "
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.
Art. 4. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2002.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën en de Begroting, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Logistiek in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 19 april 2002.
De Minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden,
Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken,
P. VAN GREMBERGEN
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting,
Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN.
Brussel, 19 april 2002.
De Minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden,
Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken,
P. VAN GREMBERGEN
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting,
Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN.
Art. 5. Le Ministre flamand qui a les Finances et le Budget dans ses attributions et le Ministre flamand qui a la Logistique au sein du Ministère de la Communauté flamande dans ses attributions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 19 avril 2002.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Culture, de la Jeunesse et de la Fonction publique,
P. VAN GREMBEREN
Le Ministre flamand des Finances et du Budget, de l'Innovation, des Médias et de l'Aménagement du Territoire,
D. VAN MECHELEN.
Bruxelles, le 19 avril 2002.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Culture, de la Jeunesse et de la Fonction publique,
P. VAN GREMBEREN
Le Ministre flamand des Finances et du Budget, de l'Innovation, des Médias et de l'Aménagement du Territoire,
D. VAN MECHELEN.