Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 MAART 2003. - Besluit de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding.
Titre
21 MARS 2003. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves de l'enseignement secondaire, modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 fixant les objectifs opérationnels pour l'encadrement à dispenser par les centres d'encadrement des élèves aux jeunes éprouvant des difficultés à s'acquitter de l'obligation scolaire. (Traduction).
Dokumentinformationen
Numac: 2003035969
Datum: 2003-03-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003035969
Date: 2003-03-21
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
TITEL I. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs.
TITRE Ier. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves de l'enseignement secondaire.
Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs wordt een " HOOFDSTUK IIIbis " ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK IIIbis. - Gewettigde afwezigheden.
Art. 14bis. De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de redenen van afwezigheid van leerlingen die als geldig worden beschouwd, zoals bedoeld in artikel 3, § 3, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.
Door de vaststelling van deze redenen wordt, binnen het raam van de definiëring van het begrip " regelmatige leerling ", voldaan aan de voorwaarden behoudens in geval van gewettigde afwezigheid, zoals bepaald in artikel 48, 2°, b) van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs-II, voor wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft, respectievelijk artikel 64bis, 2°, van hetzelfde decreet, voor wat het deeltijds beroepssecundair onderwijs betreft.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de secundaire afdelingen van de ziekenhuisscholen.
Art. 14ter. Wettiging van afwezigheden, op basis van voorgelegde bewijsstukken, hetzij van rechtswege, hetzij na beslissing van de directie van de instelling :
De afwezigheid om een van onderstaande redenen wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van voorlegging van, naargelang van het geval, hetzij een verklaring van de ouders of de meerderjarige leerling, hetzij een document met officieel karakter tot staving van de afwezigheid :
a) het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een bloed- of aanverwant of van een persoon die onder hetzelfde dak woont;
b) het bijwonen van een familieraad;
c) de oproeping of dagvaarding voor een rechtbank;
d) de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de instelling door overmacht;
e) het onderworpen zijn aan de naleving van bijzondere maatregelen, opgelegd in het kader van de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdzorg;
f) het beleven van de feestdagen die inherent zijn aan de door de Grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van de leerling;
g) het afleggen van proeven voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs;
h) het deelnemen in het gewoon secundair onderwijs aan activiteiten met toepassing van het decreet van 30 maart 1999 houdende de leerlingenraden in het secundair onderwijs;
De afwezigheid om een van onderstaande redenen wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van akkoord van de directeur van de instelling en op voorwaarde van voorlegging van, naargelang van het geval, hetzij een verklaring van de ouders of de meerderjarige leerling, hetzij een document met officieel karakter tot staving van de afwezigheid :
a) het overlijden van een bloed- of aanverwant, tot en met de tweede graad of van een persoon die onder hetzelfde dak woont;
b) het deelnemen van de jongere aan een tijdelijk individueel of collectief programma, dat aangeboden wordt door een door de Vlaamse overheid gesubsidieerde welzijnsdienst of door het departement Onderwijs wordt erkend als schoolvervangend project, mits voorafgaande schriftelijke afspraken met het begeleidend centrum voor leerlingenbegeleiding en de instelling;
c) het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties voor maximaal tien al dan niet gespreide halve lesdagen; deze bepaling is onverenigbaar met de afwezigheden die voortvloeien uit het topsportconvenant;
De afwezigheid wegens ziekte wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van de voorlegging van :
a) hetzij een attest, uitgereikt door een arts, voorzover het om één van volgende gevallen gaat :
1) een afwezigheid van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
2) een afwezigheid nadat de leerling in datzelfde schooljaar reeds viermaal afwezig is geweest op grond van het in b) gestelde;
3) een afwezigheid tijdens examenperiodes;
b) hetzij een verklaring van de ouders of van de meerderjarige leerling tot staving van alle afwezigheden wegens ziekte waarvan de periode of de duur niet onder a) valt;
De afwezigheid in het voltijds gewoon secundair onderwijs toegestaan op basis van het topsportconvenant dat op 25 maart 1998 tussen de Vlaamse regering, de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het onderwijs, het BLOSO, het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité en de Bond voor Lichamelijke Opvoeding werd gesloten, en die als volgt is bepaald :
a) maximum honderddertig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut A, ingeschreven in een topsportstudierichting;
b) maximum veertig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut B en leerlingen met topsportstatuut A, niet ingeschreven in een topsportstudierichting;
c) maximum negentig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut A, ingeschreven in de eerste graad in een topsportschool;
d) maximum twintig halve lesdagen per schooljaar voor leerlingen met topsportstatuut B, ingeschreven in de eerste graad en leerlingen met topsportstatuut A, ingeschreven in de eerste graad in een niettopsportschool;
De afwezigheid in het voltijds gewoon secundair onderwijs in toepassing van het orde- of tuchtreglement; de afwezigheid in het kader van het eventueel orde- of tuchtreglement in het buitengewoon secundair onderwijs en in het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
De afwezigheid in het voltijds secundair onderwijs van maximaal tien al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar om persoonlijke reden wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van voorafgaand akkoord van de directeur van de instelling; voor de leerlingen van de vierde graad geldt evenwel geen maximum. De afwezigheid in het deeltijds beroepssecundair onderwijs van maximaal vier al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar om persoonlijke reden wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van voorafgaand akkoord van de directeur van de instelling;
De afwezigheid in het deeltijds beroepssecundair onderwijs wegens het deelnemen van niet-leerplichtigen aan sollicitatiegesprekken wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van akkoord van de directeur van de instelling en op voorwaarde van voorlegging van een verklaring tot staving van de afwezigheid.
Art. 14quater. Wettiging van problematische afwezigheden.
De als problematisch geregistreerde afwezigheid wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde dat de instelling in begeleidende maatregelen ten aanzien van de betrokken leerling voorziet.
Van zodra de duur van de als problematisch geregistreerde afwezigheid tien al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar in het voltijds secundair onderwijs respectievelijk acht al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar in het deeltijds beroepssecundair onderwijs overschrijdt, moet bovendien aan volgende voorwaarden worden voldaan :
a) de instelling moet de problematische afwezigheden aan het centrum voor leerlingenbegeleiding signaleren;
b) overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding moet de school samenwerken met het centrum voor leerlingenbegeleiding inzake de begeleiding van de desbetreffende jongere;
c) van de in b) vermelde begeleiding moet de school een dossier bijhouden. Dit mag een onderdeel zijn van het leerlingendossier.
Van zodra de duur van de als problematisch geregistreerde afwezigheid dertig al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar in het voltijds secundair onderwijs respectievelijk twintig al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar in het deeltijds beroepssecundair onderwijs overschrijdt, brengt de instelling het departement Onderwijs hiervan op de hoogte. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt de modaliteiten van deze mededeling.
Art. 14quinquies. Wettiging van afwezigheden ingevolge laattijdige inschrijvingen :
De afwezigheid in het voltijds secundair onderwijs tussen 1 september en uiterlijk 15 november wegens het volgen van lessen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of in een vorming die erkend is in het kader van de deeltijdse leerplicht wordt als gewettigd beschouwd;
De afwezigheid in het voltijds gewoon secundair onderwijs tussen 1 september en uiterlijk 31 januari wegens het volgen van lessen in een van onderstaande basisopleidingen van het hoger onderwijs voorzover de leerling naar de corresponderende studierichting van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs overstapt, worden als, gewettigd beschouwd. Op die overgangen is de bepaling van artikel 48, 2°, b), laatste zin, van voornoemd decreet van 31 juli 1990 niet van toepassing.
Article 1. A l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves de l'enseignement secondaire, il est inséré un " CHAPITRE IIIbis ", rédigé comme suit :
" CHAPITRE IIIbis. - Absences justifiées.
Art. 14bis. Les dispositions du présent chapitre se rapportent aux motifs d'absence des élèves considérés valables tels que visés à l'article 3, § 3, de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire.
En fixant ces motifs, il est satisfait, dans le cadre de la définition du concept " élève régulier ", aux conditions sauf en cas d'absence justifiée, telles que prévues respectivement à l'article 48, 2°, b) du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, en ce qui concerne l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, et à l'article 64bis, 2°, du même décret, en ce qui concerne l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Les conditions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux sections d'enseignement secondaire des écoles hospitalières.
Art. 14ter. Justification des absences, sur la base de pièces justificatives présentées, soit de droit, soit après décision de la direction de l'établissement :
L'absence pour un des motifs mentionnés ci-dessous est considérée légitime, sur présentation, selon le cas, soit d'une déclaration des parents ou de l'élève majeur, soit d'un document à caractère officiel justifiant l'absence :
a) assister à une cérémonie funèbre ou à un mariage d'un parent ou allié ou d'une personne qui vit sous le même toit;
b) assister à un conseil de famille;
c) la convocation ou l'assignation devant un tribunal;
d) l'inaccessibilité ou l'impénétrabilité de l'établissement par suite d'une force majeure;
e) respecter des mesures spéciales imposées dans le cadre de la protection de la jeunesse ou de l'aide spéciale à la jeunesse;
f) célébrer les jours fériés, conformément aux convictions philosophiques de l'élève, reconnues par la Constitution;
g) subir des épreuves devant le jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire à temps plein;
h) participer à des activités dans l'enseignement secondaire ordinaire en application du décret du 30 mars 1999 portant les conseils des délégués d'élèves dans l'enseignement secondaire;
L'absence pour un des motifs mentionnés ci-dessous est considérée légitime, à condition de l'accord du directeur de l'établissement et sur présentation, selon le cas, soit d'une déclaration des parents ou de l'élève majeur, soit d'un document à caractère officiel justifiant l'absence :
a) en cas du décès d'un parent ou allié jusqu'au second degré inclus ou d'une personne qui vit sous le même toit;
b) en cas de la participation du jeune à un programme temporaire individuel ou collectif, offert par un service d'aide sociale subventionné par les autorités flamandes ou reconnu par le Département de l'Enseignement en tant que projet remplaçant l'école, moyennant des accords écrits préalables avec le centre d'encadrement des élèves desservant l'établissement d'enseignement concerné et l'établissement;
c) en cas de la participation active dans le cadre d'une sélection individuelle ou affiliation à une association, à des manifestations culturelles et/ou sportives pendant au maximum dix demi-jours de classe étalés ou non; cette disposition est incompatible avec l'absence résultant de la convention en matière de sport de haut niveau;
l'absence pour cause de maladie est considérée légitime, sur présentation :
a) soit d'une attestation, délivrée par un médecin, pour autant qu'il s'agisse d'un des cas suivants :
1) une absence de plus de trois jours calendaires de suite;
2) une absence après que l'élève a déjà été absent quatre fois au cours de la même année scolaire en vertu des dispositions du point b);
3) une absence lors de périodes d'examens;
b) soit d'une déclaration des parents ou de l'élève majeur justifiant toute absence pour cause de maladie dont la période ou la durée ne relève pas de a);
L'absence dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein accordée sur la base de la convention en matière de sport de haut niveau conclue le 25 mars 1998 entre le gouvernement flamand, les associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement, le BLOSO, le Comité olympique et interfédéral belge et la Fédération pour l'Education physique, définie comme suit :
a) au maximum cent trente demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, inscrits dans une orientation d'études " sport de haut niveau ";
b) au maximum quarante demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition B et les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, non inscrits dans une orientation d'études " sport de haut niveau ";
c) au maximum quatre-vingt-dix demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, inscrits dans le premier degré d'une école de sport de haut niveau;
d) au maximum vingt demi-jours de classe par année scolaire pour les élèves ayant le statut de sport de haute compétition B, inscrits dans le premier degré et les élèves ayant le statut de sport de haute compétition A, inscrits dans le premier degré d'une école qui n'en est pas une de sport de haut niveau;
L'absence dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein par application du règlement d'ordre intérieur ou disciplinaire; l'absence dans le cadre de l'éventuel règlement d'ordre intérieur ou disciplinaire dans l'enseignement secondaire spécial et dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
L'absence dans l'enseignement secondaire à temps plein d'au maximum dix demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire pour des raisons personnelles est considérée légitime, à condition d'un accord préalable du directeur de l'établissement; ce maximum ne s'applique toutefois pas aux élèves du quatrième degré. L'absence dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel d'au maximum quatre demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire pour des raisons personnelles est considérée légitime, à condition d'un accord préalable du directeur de l'établissement;
L'absence dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel en raison de la participation de jeunes non-scolarisables à des entretiens d'embauche est considérée légitime, à condition de l'accord du directeur de l'établissement et sur présentation d'une déclaration justifiant l'absence.
Art. 14quater. Justification des absences problématiques.
L'absence enregistrée comme problématique est considérée légitime, à condition que l'établissement pourvoie à des mesures d'accompagnement vis-à-vis de l'élève concerné.
Aussitôt que la durée de l'absence enregistrée comme problématique dépasse respectivement les dix demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire dans l'enseignement secondaire à temps plein et les huit demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, les conditions suivantes doivent en plus être remplies :
a) l'établissement doit signaler l'absence problématique au centre d'encadrement des élèves;
b) conformément à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 fixant les objectifs opérationnels pour l'encadrement à dispenser par les centres d'encadrement des élèves aux jeunes éprouvant des difficultés à s'acquitter de l'obligation scolaire, l'école doit coopérer avec le centre d'encadrement des élèves concernant l'accompagnement du jeune concerné;
c) l'école doit tenir un dossier concernant l'accompagnement visé sous b). Celui-ci peut faire partie du dossier de l'élève.
Aussitôt que la durée de l'absence enregistrée comme problématique dépasse respectivement les trente demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire dans l'enseignement secondaire à temps plein et les vingt demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'établissement en informe le Département de l'Enseignement. La Ministre flamande compétente pour l'enseignement fixe les modalités de cette notification.
Art. 14quinquies. Justification des absences pour cause d'inscriptions tardives :
L'absence dans l'enseignement secondaire à temps plein entre le 1er septembre et le 15 novembre au plus tard en raison de cours suivis dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou dans une formation reconnue dans le cadre de l'obligation scolaire à temps partiel, est considérée légitime;
L'absence dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein entre le 1er septembre et le 31 janvier au plus tard en raison de cours suivis dans une des formations initiales ci-après de l'enseignement supérieur pour autant que l'élève passe à l'orientation d'études correspondante du quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel, est considérée légitime. La disposition de l'article 48, 2°, b), dernière phrase, du décret précité du 31 juillet 1990 ne s'applique pas à ces passages.
Basisopleiding hoger onderwijs Studierichting secundair onderwijs
Confectie (eerste studiejaar) Kleding (eerste leerjaar)
Kleding-technisch-technologische Kleding (eerste leerjaar)
opvoeding (eerste studiejaar)
Technisch-technologische Kleding (eerste leerjaar)
opvoeding-optie kleding (eerste
studiejaar)
Plastische kunsten Plastische kunsten (eerste
(eerste studiejaar) leerjaar)
Verpleegkunde (eerste studiejaar) Verpleegkunde (eerste leerjaar)
Vroedkunde (eerste studiejaar) Verpleegkunde (eerste leerjaar)
Verpleegkunde (tweede studiejaar) Verpleegkunde (tweede leerjaar)
Formation initiale enseignement Orientation d'etudes enseignement
superieur secondaire
Confection (premiere année d'etudes) Habillement (premiere annee
d'etudes)
Habillement-education technique et Habillement (premiere annee
technologique (premiere annee d'etudes)
d'etudes)
Education technique et Habillement (premiere annee
technologique-option habillement d'etudes)
(premiere année d'etudes)
Arts plastiques (premiere annee Arts plastiques (premiere
d'etudes) annee d'etudes)
Nursing (premiere année d'etudes) Nursing (premiere année d'etudes)
Obstetrique (premiere année d'etudes) Nursing (premiere année d'etudes)
Nursing (deuxieme année d'etudes) Nursing (deuxieme année d'etudes)
Onder de studierichting " verpleegkunde " worden tot en met het schooljaar 2002-2003 ook de studierichtingen " psychiatrische verpleegkunde " en " ziekenhuisverpleegkunde " verstaan;
De afwezigheid tot uiterlijk 30 september wegens het niet of niet volledig volgen van voltijds secundair onderwijs wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van akkoord van de directeur van de instelling op basis van een gemotiveerd dossier;
De afwezigheid wegens een te late inschrijving in het onthaaljaar van het voltijds secundair onderwijs wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van akkoord van de directeur van de instelling;
De afwezigheid wegens het niet volgen van bepaalde leerinhouden in de studierichting verpleegkunde van de vierde graad van het secundair onderwijs wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde van akkoord van de directeur van de instelling. Voor wat betreft de schooljaren 2002-2003 en 2003-2004 wordt onder " verpleegkunde " ook psychiatrische " verpleegkunde " en " ziekenhuisverpleegkunde " verstaan.
Art. 14sexies. Wettiging van afwezigheden ingevolge vrijstelling van vakken :
De afwezigheid bij de verstrekking van de leerstof bedrijfsbeheer wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde dat de leerling in het bezit is van een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer of gelijkwaardig en op voorwaarde van akkoord van de directeur van de instelling. In voorkomend geval zal tijdens de vrijgekomen lesuren de leerling in de instelling een vervangende pedagogische activiteit volgen.
De afwezigheid in het voltijds secundair onderwijs kan nooit aanleiding geven tot het volgen van minder dan achtentwintig wekelijkse lesuren;
De afwezigheid in het voltijds secundair onderwijs bij de verstrekking van het vak godsdienst of niet-confessionele zedenleer in een instelling van het officieel onderwijs of in een instelling, van het vrij onderwijs die de keuze godsdienst/niet-confessionele zedenleer aanbiedt, wordt als gewettigd beschouwd, op voorwaarde dat de leerling een vrijstelling heeft bekomen. In voorkomend geval zal tijdens de vrijgekomen lesuren de leerling zich in de instelling wijden aan de studie van de eigen levensbeschouwing.
Door de afwezigheid wordt, voor zover van toepassing, de leerling nog steeds geacht te voldoen aan de verplichte basisvorming, zoals bedoeld in de artikelen 53 tot en met 55 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs-II;
De afwezigheid in het voltijds secundair onderwijs bij de verstrekking van een of meer vakken voor leerlingen die een tweede leerjaar van de derde graad reeds met vrucht hebben beëindigd en de intentie hebben een aanvullende kwalificatie in de vorm van een diploma van secundair onderwijs of studiegetuigschrift van een tweede of derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs te verwerven, op voorwaarde van akkoord van de directeur van de instelling en op voorwaarde dat de desbetreffende vakken of althans de leerinhouden door de leerling reeds in zijn vorige studie zijn gevolgd.
De afwezigheid kan nooit aanleiding geven tot het volgen van minder dan achtentwintig wekelijkse lesuren. Door de afwezigheid wordt de leerling nog steeds geacht te voldoen aan de verplichte basisvorming, zoals bedoeld in de artikelen 53 tot en met 55 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs-II;
De afwezigheid in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm vier wordt als gewettigd beschouwd indien deze het gevolg is van het spreiden van het curriculum in de tijd, op voorwaarde van akkoord van de klassenraad.
Art. 14septies. Wettiging van andere afwezigheden : elke afwezigheid waarvan de aard of de duur verschillend is van die bedoeld in de artikelen 14ter tot en met 14sexies wordt als gewettigd beschouwd, voorzover de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde als dusdanig beslist na gemotiveerde aanvraag van de directeur van de instelling.
Art. 14octies. Alle wettigingen alsook het dossier zoals bedoeld in artikel 14quater, c), moeten op de instelling ter inzage zijn voor de verificateurs. "
Jusqu'à l'année scolaire 2002-2003 incluse, il faut également entendre par orientation d'études nursing les orientations d'études nursing psychiatrique et nursing hospitalier;
L'absence jusqu'au 30 septembre au plus tard des élèves n'ayant pas ou pas complètement suivi l'enseignement secondaire à temps plein, est considérée légitime, à condition que le directeur de l'établissement donne son consentement sur la base d'un dossier motivé;
L'absence pour cause d'une inscription tardive dans l'année d'accueil de l'enseignement secondaire à temps plein, est considérée légitime, à condition que le directeur de l'établissement donne son consentement;
L'absence des élèves n'ayant pas suivi les contenus didactiques dans l'orientation d'études nursing du quatrième degré de l'enseignement secondaire, est considérée légitime, à condition que le directeur de l'établissement donne son consentement. Pour ce qui est des années scolaires 2002-2003 et 2003-2004, il faut entendre par nursing également le nursing psychiatrique et le nursing hospitalier.
Art. 14sexies. Justification des absences par suite de dispense de cours :
L'absence lors de la dispense de la matière gestion d'entreprise est considérée légitime, à condition que l'élève est titulaire d'un certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprise ou d'un certificat équivalent et à condition que le directeur de l'établissement donne son consentement. Le cas échéant, l'élève suivra une activité pédagogique remplaçante dans l'établissement pendant les heures de cours libérées.
L'absence dans l'enseignement secondaire à temps plein ne peut jamais donner lieu à moins de vingt-huit heures de cours hebdomadaires;
L'absence dans l'enseignement secondaire à temps plein lors de la dispense des " matières religion " ou morale " non confessionnelle " dans un établissement de l'enseignement officiel ou dans un établissement de l'enseignement libre offrant le choix de religion/morale non confessionnelle, est considérée légitime, à condition que l'élève ait obtenu une dispense. Le cas échéant, l'élève se livra, pendant les heures de cours libérées, à l'étude de sa propre philosophie dans l'établissement.
Malgré l'absence, l'élève est toujours censé, si applicable, accomplir la formation de base obligatoire, telle que visée aux articles 53 jusqu'à 55 inclus du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II;
3) L'absence dans l'enseignement secondaire à temps plein lors de la dispense d'une ou plusieurs matières pour des élèves ayant déjà terminé avec fruit une deuxième année d'études du troisième degré et visant à obtenir une qualification complémentaire sous forme d'un diplôme de l'enseignement secondaire ou d'un certificat d'une deuxième ou troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, à condition que le directeur de l'établissement donne son consentement et à condition que l'élève ait déjà suivi les matières concernées ou du moins les contenus didactiques pendant son étude précédente.
L'absence ne peut jamais donner lieu à moins de vingt-huit heures de cours hebdomadaires. Malgré l'absence, l'élève est toujours censé accomplir la formation de base obligatoire, telle que visée aux articles 53 jusqu'à 55 inclus du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II;
L'absence dans l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement quatre est considérée légitime si elle résulte de l'étalement dans le temps du programme d'études à condition que le conseil de classe y consente.
Art. 14septies. Justification d'autres absences : toute absence dont la nature ou la durée diffère de celle visée aux articles 14ter jusqu'à 14sexies inclus, est considérée légitime, pour autant que le Ministre flamand compétent pour l'enseignement ou son délégué y décide après une demande motivée du directeur de l'établissement.
Art. 14octies. Toutes les justifications ainsi que le dossier tel que visé à l'article 14quater, c), doivent être déposés à l'établissement à l'inspection des vérificateurs. ".
TITEL II. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs.
TITRE II. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental.
Art. 2. In het besluit van de Vlaamse regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs wordt een " HOOFDSTUK IIbis " ingevoegd dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK IIbis. - Gewettigde afwezigheden.
Art. 10bis. Dit hoofdstuk is van toepassing op de leerplichtige leerlingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.
Art. 10ter. In volgende gevallen worden de redenen van afwezigheid van leerlingen als geldig beschouwd en wordt voldaan aan de voorwaarde behoudens " gewettigde afwezigheid " zoals bedoeld in artikel 20, 3°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 :
De afwezigheid wegens ziekte mits de voorlegging van :
a) een verklaring van de ouders indien het een afwezigheid betreft tot en met drie opeenvolgende schooldagen, behoudens indien de leerling in hetzelfde schooljaar reeds vier maal met een verklaring van de ouders afwezig is geweest wegens ziekte;
b) een medisch attest uitgereikt door een arts voor elke afwezigheid van meer dan drie opeenvolgende schooldagen en voor elke afwezigheid wegens ziekte nadat de leerling in datzelfde schooljaar reeds vier maal met een verklaring van de ouders afwezig is geweest wegens ziekte;
De afwezigheid om één van onderstaande redenen mits voorlegging van, naargelang het geval, een officieel document of een verklaring van de ouders, tot staving van de afwezigheid :
a) het bijwonen van een familieraad;
b) het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant;
c) de oproeping of dagvaarding voor een rechtbank;
d) het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
e) de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
f) het beleven van de feestdagen die inherent zijn aan de door de Grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van de leerling;
De afwezigheden om één van de onderstaande redenen mits akkoord van de directeur en mits voorlegging van, naargelang het geval, een officieel document of een verklaring van de ouders :
a) het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad;
b) het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties voor maximaal tien al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar;
c) in uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen voor maximaal vier al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar; voor deze afwezigheden dient het akkoord van de directeur voorafgaand aan de afwezigheid verleend te zijn.
Art. 10quater. In volgend geval wordt de reden van afwezigheid van leerlingen als geldig beschouwd en wordt voldaan aan de voorwaarde behoudens " gewettigde afwezigheid " zoals bedoeld in artikel 20, 3° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 :
De afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen mits :
a) de school tijdens de afwezigheid voor onderwijs op afstand zorgt;
b) de school zich engageert dat er regelmatig communicatie is met de ouders.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directie en de ouders.
Art. 10quinquies. § 1. Alle afwezigheden die niet vallen onder artikel 10ter, 1° tot en met 3°, en artikel 10quater, worden beschouwd als problematische afwezigheden.
2. De als problematisch geregistreerde afwezigheden worden beschouwd als gewettigde afwezigheden, mits de school in begeleidende maatregelen ten aanzien van de betrokken leerling voorziet. Van zodra de duur van de als problematisch geregistreerde afwezigheid tien al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar overschrijdt, moeten bovendien volgende voorwaarden voldaan zijn :
de school moet de problematische afwezigheden aan het centrum voor leerlingenbegeleiding signaleren;
overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding moet de school samenwerken met het centrum voor leerlingenbegeleiding inzake de begeleiding van de desbetreffende jongere;
van de in 2° vermelde begeleiding moet de school een dossier bijhouden. Dit mag een onderdeel zijn van het leerlingendossier.
§ 3. De als problematisch geregistreerde afwezigheid van leerlingen waarvoor de school, omwille van hun onbereikbaarheid, in de onmogelijkheid is om in begeleiding te voorzien, worden beschouwd als gewettigde afwezigheden, mits de school kan aantonen dat ze inspanningen gedaan heeft om de betrokken leerling te lokaliseren.
§ 4. Van zodra de duur van de als problematisch geregistreerde afwezigheid dertig al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar overschrijdt, brengt de school het departement Onderwijs hiervan op de hoogte. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt de modaliteiten van deze mededeling.
Art. 10sexies. Alle wettigingen, alsook het dossier zoals bedoeld in artikel l0quinquies, § 2, 3° moeten op de school ter inzage zijn voor de verificateurs.
Art. 10septies. Leerlingen die ongewettigd afwezig zijn, verliezen hun statuut van regelmatige leerling zoals voorzien in artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. "
Art. 2. A l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves de l'enseignement fondamental, il est inséré un " CHAPITRE IIbis ", rédigé comme suit :
" CHAPITRE IIbis. - Absences justifiées.
Art. 10bis. Le présent chapitre s'applique aux élèves scolarisables dans l'enseignement fondamental ordinaire et extraordinaire.
Art. 10ter. Les motifs d'absence d'élèves sont considérés légitimes et il est satisfait à la condition sauf en cas d'absence justifiée telle que visée à l'article 20, 3° du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, dans les cas suivants :
L'absence pour cause de maladie à condition qu'il soit présenté :
a) une déclaration des parents s'il s'agit d'une absence jusqu'à trois jours de classe successifs inclus, sauf si pendant la même année scolaire l'élève a déjà été absent pour cause de maladie quatre fois sur simple déclaration des parents;
b) une attestation médicale délivrée par un médecin pour chaque absence de plus de trois jours de classe successifs et pour chaque absence pour cause de maladie après que pendant cette même année scolaire l'élève a déjà été absent pour cause de maladie quatre fois sur simple déclaration des parents;
L'absence pour un des motifs suivants, sur présentation, selon le cas, d'un document officiel ou d'une déclaration des parents justifiant l'absence :
a) assister à un conseil de famille;
b) assister à une cérémonie funèbre ou à un mariage d'une personne qui vit sous le même toit ou d'un parent ou allié;
c) la convocation ou l'assignation devant un tribunal;
d) respecter des mesures dans le cadre de l'aide spéciale à la jeunesse et de la protection de la jeunesse;
e) l'inaccessibilité ou l'impénétrabilité de l'école par suite d'une force majeure;
f) célébrer les jours fériés, conformément aux convictions philosophiques de l'élève, reconnues par la Constitution;
L'absence pour un des motifs suivants, à condition de l'accord du directeur et sur présentation, selon le cas, d'un document officiel ou d'une déclaration des parents :
a) en cas du décès d'une personne qui vit sous le même toit ou d'un parent ou allié jusqu'au second degré inclus;
b) en cas de la participation active dans le cadre d'une sélection individuelle ou affiliation à une association, à des manifestations culturelles et/ou sportives pendant au maximum dix demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire;
c) dans des circonstances exceptionnelles, l'absence pour des raisons personnelles pendant au maximum quatre demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire; il faut que l'accord préalable du directeur soit accordé pour cette absence.
Art. 10quater. Le motif d'absence d'élèves est considéré légitime et il est satisfait à la condition sauf en cas d'absence justifiée telle que visée à l'article 20, 3° du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, dans le cas suivant :
L'absence d'enfants de bateliers, marchands forains et exploitants et artistes de cirque et nomades, en vue d'accompagner leurs parents lors de leurs déplacements, pourvu que :
a) l'école pourvoie à l'enseignement à distance durant l'absence;
b) l'école s'engage à communiquer régulièrement avec les parents.
Les modalités convenues au sujet de l'enseignement à distance et de la communication entre l'école et les parents sont fixées dans un accord entre la direction et les parents.
Art. 10quinquies. § 1er. Toute absence qui ne relève pas de l'article 10ter, 1° jusqu'à 3° inclus, et de l'article 10quater, est considérée problématique.
§ 2. L'absence enregistrée comme problématique est considérée légitime, à condition que l'école pourvoie à des mesures d'accompagnement vis-à-vis de l'élève concerné. Aussitôt que la durée de l'absence enregistrée comme problématique dépasse les dix demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire, les conditions suivantes doivent en plus être remplies :
l'école doit signaler l'absence problématique au centre d'encadrement des élèves;
conformément à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 fixant les objectifs opérationnels pour l'encadrement à dispenser par les centres d'encadrement des élèves aux jeunes éprouvant des difficultés à s'acquitter de l'obligation scolaire, l'école doit coopérer avec le centre d'encadrement des élèves concernant l'accompagnement du jeune concerné;
l'école doit tenir un dossier concernant l'accompagnement visé sous 2° Celui-ci peut faire partie du dossier de l'élève.
§ 3. L'absence enregistrée comme problématique d'élèves pour qui l'école ne peut pas pourvoir à des mesures d'accompagnement parce qu'ils sont inatteignables, est considérée légitime, pourvu que l'école puisse démontrer qu'elle s'est efforcée de localiser l'élève concerné.
§ 4. Aussitôt que la durée de l'absence enregistrée comme problématique dépasse les trente demi-jours de classe étalés ou non par année scolaire, l'école en informe le Département de l'Enseignement. La Ministre flamande compétente pour l'enseignement fixe les modalités de cette notification.
Art. 10sexies. Toutes les justifications ainsi que le dossier tel que visé à l'article 10quinquies, § 2, 3° doivent être déposés à l'école à l'inspection des vérificateurs.
Art. 10septies. Les élèves qui s'absentent de manière injustifiée, perdent leur statut d'élève régulier tel que prévu à l'article 20 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997. "
TITEL III. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding.
TITRE III. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 fixant les objectifs opérationnels pour l'encadrement à dispenser par les centres d'encadrement des élèves aux jeunes éprouvant des difficultés à s'acquitter de l'obligation scolaire.
Art. 3. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding, worden de woorden " 4 halve lesdagen " vervangen door de woorden " 8 halve lesdagen ".
Art. 3. A l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 fixant les objectifs opérationnels pour l'encadrement à dispenser par les centres d'encadrement des élèves aux jeunes éprouvant des difficultés à s'acquitter de l'obligation scolaire, les mots " 4 demi-jours de classe " sont remplacés par les mots " 8 demi-jours de classe ".
TITEL IV. - Slotbepalingen.
TITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 4. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, vervangen door het besluit van de Vlaamse regering van 9 maart 2001, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 mars 2001, est abrogé.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2002, met uitzondering van :
artikel 1, voor wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft, en artikel 2, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1999;
artikel 1, voor wat het buitengewoon secundair onderwijs betreft, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2000.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2002, à l'exception :
de l'article 1er, pour ce qui est de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, et de l'article 2, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1999;
de l'article 1er, pour ce qui est de l'enseignement secondaire spécial, qui produit ses effets le 1er septembre 2000.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 21 maart 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. 6. La Ministre flamande qui a l'enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 21 mars 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN