Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 SEPTEMBER 1998. - Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot oprichting van een gezamenlijke organisatie voor samenwerking op defensiematerieelgebied (OCCAR)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-07-2003 en tekstbijwerking tot 22-03-2016)
Titre
9 SEPTEMBRE 1998. - Convention entre le Gouvernement de la République française, le Gouvernement de la République fédérale d'Allemagne, le Gouvernement de la République italienne et le Gouvernement du Royaume-Uni de Grande Bretagne et d'Irlande du Nord portant création de l'organisation conjointe de coopération en matière d'armement (OCCAR)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-07-2003 et mise à jour au 22-03-2016)
Dokumentinformationen
Numac: 2003A15077
Datum: 1998-09-09
Info du document
Numac: 2003A15077
Date: 1998-09-09
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Doelstellingen voor samenwerkin...
HOOFDSTUK III. - Algemene organisatie.
HOOFDSTUK IV. - De Raad van Toezicht.
HOOFDSTUK V. - Het OCCAR-agentschap.
HOOFDSTUK VI. - Verwervingsbeginselen.
HOOFDSTUK VII. - Projecten.
HOOFDSTUK VIII. - Eigendom en vervreemding van ...
HOOFDSTUK IX. - Financieel beheer.
HOOFDSTUK X. - Samenwerking met niet-lidstaten ...
HOOFDSTUK XI. - Juridische status, voorrechten ...
HOOFDSTUK XII. - Beveiliging.
HOOFDSTUK XIII. - Verslagen en accountantscontr...
HOOFDSTUK XIV. - Regeling van geschillen.
HOOFDSTUK XV. - Slotbepalingen.
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Objectifs de la coopération et m...
CHAPITRE III. - Organisation générale.
CHAPITRE IV. - Le Conseil de surveillance.
CHAPITRE V. - L'Administration d'exécution.
CHAPITRE VI. - Principes d'acquisition.
CHAPITRE VII. - Programmes.
CHAPITRE VIII. - Propriété et cession des biens.
CHAPITRE IX. - Gestion financière.
CHAPITRE X. - Coopération avec les Etats non-me...
CHAPITRE XI. - Statut juridique, privilèges et ...
CHAPITRE XII. - Sécurité.
CHAPITRE XIII. - Rapports et audits.
CHAPITRE XIV. - Règlement des litiges.
CHAPITRE XV. - Dispositions finales.
ANNEXES.
Tekst (80)
Texte (80)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Opgericht wordt een Europese organisatie genaamd, " Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensiematerieelgebied " (Organisation Conjointe de Coopération en matière d'Armement (OCCAR)).
Article 1er. Il est créé une organisation européenne, appelée l' " Organisation Conjointe de Coopération en matière d'Armement " (OCCAR).
Art. 2. De leden van de OCCAR, hierna genoemd de " lid-Staten ", zijn Partij bij dit Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk XV.
Art. 2. Les membres de l'OCCAR, ci-après appelés les " Etats membres ", sont les Etats parties à cette Convention, conformément aux dispositions du chapitre XV.
Art. 3. Het hoofdkwartier van de OCCAR is gevestigd te Bonn, Bondsrepubliek Duitsland.
Art. 3. Le siège de l'OCCAR est à Bonn, République fédérale d'Allemagne.
Art. 4. De officiële talen van de OCCAR zijn het Frans, het Duits, het Engels en het Italiaans.
Art. 4. Les langues officielles de l'OCCAR sont le français, l'allemand, l'anglais et l'italien.
HOOFDSTUK II. - Doelstellingen voor samenwerking en taken van de OCCAR.
CHAPITRE II. - Objectifs de la coopération et mission de l'OCCAR.
Art. 5. Teneinde de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis te versterken, zien de lidstaten op de samenwerkingsgebieden af van het principe van analytische berekening van evenredige deelneming per project en wordt dit vervangen door het streven naar een globaal evenwicht over meerdere jaren en tussen verschillende projecten. De doorzichtigheid wordt gewaarborgd door de jaarlijkse opstelling van voortgangsrapporten voor elk van de lopende projecten. In een eerste fase zijn de in Bijlage III opgenomen overgangsbepalingen van toepassing.
Met deze samenwerking wordt de totstandkoming van een daadwerkelijke onderlinge industriële en technologische complementariteit op de desbetreffende gebieden beoogd, die zowel op korte als middellange termijn, ongeacht de omstandigheden, borg staat voor de ondersteuning van de krijgsmacht.
Met deze samenwerking wordt de totstandkoming van een daadwerkelijke onderlinge industriële en technologische complementariteit op de desbetreffende gebieden beoogd, die zowel op korte als middellange termijn, ongeacht de omstandigheden, borg staat voor de ondersteuning van de krijgsmacht.
Art. 5. Pour permettre le renforcement de la compétitivité de la base industrielle et technologique de défense européenne, les Etats membres renoncent, dans les domaines de coopération, à un calcul analytique de juste retour industriel programme par programme, pour le remplacer par la recherche d'un équilibre global multiprogrammations et pluriannuel. La transparence est assurée par des états d'avancement établis annuellement pour chacun des programmes en cours. Dans une phase initiale, des dispositions transitoires décrites dans l'Annexe III sont mises en oeuvre.
Cette coopération vise à la création, entre eux, d'une réelle complémentarité industrielle et technologique dans les domaines concernés, garantissant le soutien des forces en toutes circonstances, à court et moyen terme.
Cette coopération vise à la création, entre eux, d'une réelle complémentarité industrielle et technologique dans les domaines concernés, garantissant le soutien des forces en toutes circonstances, à court et moyen terme.
Art. 6. Bij de vervulling van de materieelbehoefte van zijn strijdkrachten zal elk van de lidstaten de voorkeur geven aan het materieel aan de ontwikkeling waarvan hij in OCCAR-verband heeft bijgedragen.
Art. 6. Chacun des Etats membres s'engage à donner la préférence, pour satisfaire aux besoins de ses forces armées, aux matériels au développement desquels il a contribué dans le cadre de l'OCCAR.
Art. 7. Het is de taak van de OCCAR de door de lidstaten aan haar toegewezen materieelprojecten te coördineren, te leiden en te doen uitvoeren, alsmede gezamenlijke op de toekomst gerichte activiteiten te coördineren en te bevorderen, waardoor de doelmatigheid van het projectmanagement van de samenwerkingsprojecten uit oogpunt van kosten, tijdsduur en resultaat wordt verbeterd.
Art. 7. L'OCCAR a pour mission de coordonner, conduire et de faire exécuter les programmes d'armement qui lui sont confiés par les Etats membres, de coordonner et de promouvoir des activités communes de préparation de l'avenir améliorant ainsi l'efficacité de la conduite des programmes en coopération en matière de coûts, de délais et de performance.
Art. 8. De OCCAR verricht de volgende taken, alsook alle andere functies die haar kunnen worden opgedragen door de lidstaten :
a) management van de lopende en toekomstige samenwerkingsprojecten, met inbegrip van het beheer van de ingebruikneming en de ondersteuning tijdens de gebruiksfase, alsook onderzoeksactiviteiten;
b) projectmanagement van de aan haar opgedragen nationale projecten van de lidstaten;
c) opstelling van gemeenschappelijke technische specificaties voor de ontwikkeling en verwerving van gezamenlijk gedefinieerde materieel;
d) afstemming en planning van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en, in samenwerking met de betrokken militaire staven, bestudering van technische oplossingen die tegemoet komen aan de toekomstige operationele behoefte;
e) afstemming van de nationale besluiten met betrekking tot de gemeenschappelijke industriële basis en gemeenschappelijke technologie;
f) coördinatie van investeringen en van het gebruik van beproevingscentra.
a) management van de lopende en toekomstige samenwerkingsprojecten, met inbegrip van het beheer van de ingebruikneming en de ondersteuning tijdens de gebruiksfase, alsook onderzoeksactiviteiten;
b) projectmanagement van de aan haar opgedragen nationale projecten van de lidstaten;
c) opstelling van gemeenschappelijke technische specificaties voor de ontwikkeling en verwerving van gezamenlijk gedefinieerde materieel;
d) afstemming en planning van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en, in samenwerking met de betrokken militaire staven, bestudering van technische oplossingen die tegemoet komen aan de toekomstige operationele behoefte;
e) afstemming van de nationale besluiten met betrekking tot de gemeenschappelijke industriële basis en gemeenschappelijke technologie;
f) coördinatie van investeringen en van het gebruik van beproevingscentra.
Art. 8. L'OCCAR assure les tâches suivantes, ainsi que toute autre fonction qui peut lui être confiée par les Etats membres :
a) gestion de programmes en coopération en cours et à venir, y compris la gestion de la configuration et le soutien en service, ainsi que les activités de recherche;
b) gestion des programmes nationaux des Etats membres qui lui sont confiés;
c) élaboration des spécifications techniques conjointes pour le développement et l'acquisition d'équipements définis en commun;
d) coordination et planification d'activités de recherche conjointes ainsi qu'en liaison avec les Etats-majors concernés, des études de solution techniques répondant aux besoins opérationnels futurs;
e) coordination des décisions nationales concernant la base industrielle commune et les technologies communes;
f) coordination des investissements et de l'utilisation des centres d'essais.
a) gestion de programmes en coopération en cours et à venir, y compris la gestion de la configuration et le soutien en service, ainsi que les activités de recherche;
b) gestion des programmes nationaux des Etats membres qui lui sont confiés;
c) élaboration des spécifications techniques conjointes pour le développement et l'acquisition d'équipements définis en commun;
d) coordination et planification d'activités de recherche conjointes ainsi qu'en liaison avec les Etats-majors concernés, des études de solution techniques répondant aux besoins opérationnels futurs;
e) coordination des décisions nationales concernant la base industrielle commune et les technologies communes;
f) coordination des investissements et de l'utilisation des centres d'essais.
HOOFDSTUK III. - Algemene organisatie.
CHAPITRE III. - Organisation générale.
Art. 9. De OCCAR bestaat uit een Raad van Toezicht (de Raad) en het OCCAR-agentschap.
Art. 9. L'OCCAR comprend un Conseil de surveillance (le Conseil) et une Administration d'Exécution (AE).
HOOFDSTUK IV. - De Raad van Toezicht.
CHAPITRE IV. - Le Conseil de surveillance.
Art. 10. Binnen de OCCAR is de Raad het hoogste besluitvormingsorgaan.
Art. 10. Le Conseil est l'organe suprême de décision au sein de l'OCCAR.
Art. 11. De Raad heeft de leiding over en oefent toezicht uit op het OCCAR-agentschap en alle comités.
Art. 11. Le Conseil assure la direction et le contrôle de l'AE et de tous les comités.
Art. 12. De Raad neemt alle besluiten met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag, en in het bijzonder :
a) aanbevelingen ten aanzien van de toelating van nieuwe lidstaten;
b) toewijzing van een project aan de OCCAR;
c) oprichting of ontbinding van de in artikel 17 bedoelde comités;
d) voorbereiding van toekomstige taken en projecten, indien deze niet door de comités kunnen worden voorbereid;
e) besluiten omtrent alle financiële aangelegenheden die op de OCCAR betrekking hebben, met name de goedkeuring van administratieve en operationele begrotingen en financiële jaarverslagen, alsook besluiten ten aanzien van de financiële en boekhoudkundige voorschriften en het management van de organisatie;
f) procedures en regels voor de gunning van contracten, alsook standaard clausules en voorwaarden voor deze contracten. De Raad is verantwoordelijk voor besluiten met betrekking tot de gunning van contracten, en draagt zorg voor de goedkeuring van deze besluiten wanneer deze niet zijn gedelegeerd aan het daartoe opgerichte bevoegde comité;
g) veiligheidsprocedures en -regels;
h) de grondslagen en regels voor het functioneren van de OCCAR, met name die welke betrekking hebben op het personeel en de financiële regels van het OCCAR-agentschap;
i) toezicht op de juiste toepassing van de OCCAR-regels, met name de toepassing van de regels inzake de vrije concurrentie en de naleving van het in artikel 24, derde lid, bedoelde beginsel van wederkerigheid;
j) benoeming van de in artikel 36 bedoelde accountants.
a) aanbevelingen ten aanzien van de toelating van nieuwe lidstaten;
b) toewijzing van een project aan de OCCAR;
c) oprichting of ontbinding van de in artikel 17 bedoelde comités;
d) voorbereiding van toekomstige taken en projecten, indien deze niet door de comités kunnen worden voorbereid;
e) besluiten omtrent alle financiële aangelegenheden die op de OCCAR betrekking hebben, met name de goedkeuring van administratieve en operationele begrotingen en financiële jaarverslagen, alsook besluiten ten aanzien van de financiële en boekhoudkundige voorschriften en het management van de organisatie;
f) procedures en regels voor de gunning van contracten, alsook standaard clausules en voorwaarden voor deze contracten. De Raad is verantwoordelijk voor besluiten met betrekking tot de gunning van contracten, en draagt zorg voor de goedkeuring van deze besluiten wanneer deze niet zijn gedelegeerd aan het daartoe opgerichte bevoegde comité;
g) veiligheidsprocedures en -regels;
h) de grondslagen en regels voor het functioneren van de OCCAR, met name die welke betrekking hebben op het personeel en de financiële regels van het OCCAR-agentschap;
i) toezicht op de juiste toepassing van de OCCAR-regels, met name de toepassing van de regels inzake de vrije concurrentie en de naleving van het in artikel 24, derde lid, bedoelde beginsel van wederkerigheid;
j) benoeming van de in artikel 36 bedoelde accountants.
Art. 12. Le Conseil prend toutes les décisions concernant l'exécution de cette Convention, en particulier :
a) les recommandations pour l'admission de nouveaux Etats membres,
b) l'affectation d'un programme à l'OCCAR,
c) la création ou la dissolution des comités prévus à l'article 17,
d) la préparation des tâches et programmes futurs lorsqu'ils ne peuvent pas être préparés par les comités,
e) les décisions concernant toute question financière intéressant l'OCCAR, en particulier l'approbation des budgets administratifs et opérationnels et les états financiers annuels ainsi que les décisions concernant le règlement financier et la gestion de l'organisation,
f) les procédures et règles de passation des contrats, ainsi que les clauses standards et les conditions de ces contrats. Il est responsable des décisions relatives à l'attribution des contrats, et approuve ces décisions lorsqu'elles n'ont pas été déléguées au comité compétent créé à cet effet,
g) les procédures et règles en matière de sécurité,
h) les principes et les règles de fonctionnement de l'OCCAR, en particulier celles concernant les personnels et les règles financières de l'AE,
i) le Conseil veille au respect de la bonne application des règles de l'OCCAR et notamment à l'application des règles de mise en concurrence ainsi qu'au respect du principe de réciprocité visé à l'article 24(3),
j) la nomination des commissaires aux comptes visée à l'article 36.
a) les recommandations pour l'admission de nouveaux Etats membres,
b) l'affectation d'un programme à l'OCCAR,
c) la création ou la dissolution des comités prévus à l'article 17,
d) la préparation des tâches et programmes futurs lorsqu'ils ne peuvent pas être préparés par les comités,
e) les décisions concernant toute question financière intéressant l'OCCAR, en particulier l'approbation des budgets administratifs et opérationnels et les états financiers annuels ainsi que les décisions concernant le règlement financier et la gestion de l'organisation,
f) les procédures et règles de passation des contrats, ainsi que les clauses standards et les conditions de ces contrats. Il est responsable des décisions relatives à l'attribution des contrats, et approuve ces décisions lorsqu'elles n'ont pas été déléguées au comité compétent créé à cet effet,
g) les procédures et règles en matière de sécurité,
h) les principes et les règles de fonctionnement de l'OCCAR, en particulier celles concernant les personnels et les règles financières de l'AE,
i) le Conseil veille au respect de la bonne application des règles de l'OCCAR et notamment à l'application des règles de mise en concurrence ainsi qu'au respect du principe de réciprocité visé à l'article 24(3),
j) la nomination des commissaires aux comptes visée à l'article 36.
Art. 13. De Raad neemt, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, de voorschriften aan die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken.
Art. 13. Le Conseil adopte les règlements conformes aux dispositions de la présente Convention et nécessaires à l'accomplissement de ses attributions.
Art. 14. 1. De Raad komt tweemaal per jaar bijeen, en daarnaast op verzoek daartoe van een of meerdere lidstaten. De Raad kiest uit zijn leden een voorzitter die zijn functie gedurende een jaar vervult; deze termijn kan éénmaal worden verlengd. De Raad neemt zijn eigen reglement van orde aan.
2. Het secretariaat van de Raad wordt verzorgd door het OCCAR-agentschap.
2. Het secretariaat van de Raad wordt verzorgd door het OCCAR-agentschap.
Art. 14. 1. Le Conseil se réunit deux fois par an, et en tant que de besoin à la demande d'un ou de plusieurs Etats membres. Il élit parmi ses membres un président qui remplit cette fonction pendant une période d'un an renouvelable une fois. Il adopte son règlement intérieur.
2. Les fonctions de secrétariat du Conseil sont assurées par l'AE.
2. Les fonctions de secrétariat du Conseil sont assurées par l'AE.
Art. 15. 1. Elke lidstaat wordt in de Raad vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger met stemrecht. De vertegenwoordigers van de lidstaten zijn de ministers van defensie of hun afgevaardigden, die gerechtigd zijn te worden vergezeld door delegatieleden, waaronder vertegenwoordigers van de staven van de strijdkrachten. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur van het OCCAR-agentschap zijn gerechtigd de Raadsvergaderingen bij te wonen, maar hebben geen stemrecht. Indien nodig kan de Raad deskundigen uitnodigen afkomstig van de lidstaten, van het OCCAR-agentschap of van andere organisaties die betrokken zijn bij multilaterale samenwerkingsprojecten op materieelgebied waaraan de lidstaten deelnemen.
2. Wanneer de Raad besluiten moet nemen met betrekking tot een project waaraan niet alle OCCAR-lidstaten deelnemen, worden de besluiten genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen.
2. Wanneer de Raad besluiten moet nemen met betrekking tot een project waaraan niet alle OCCAR-lidstaten deelnemen, worden de besluiten genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen.
Art. 15. 1. Chaque Etat membre est représenté au Conseil par un représentant ayant le droit de vote. Les représentants des Etats membres sont les ministres de la défense ou leur délégué qui peuvent de droit être accompagnés de délégation, comprenant des représentants des états-majors des forces armées. Le Directeur et le Directeur adjoint de l'AE peuvent de droit assister aux réunions du Conseil, sans droit de vote. Le Conseil peut, si nécessaire, inviter des experts relevant des Etats membres, de l'AE ou d'autres organisations impliquées dans la coopération multilatérale en matière d'armement et auxquels les Etats membres sont parties.
2. Lorsque le Conseil doit prendre des décisions relatives au déroulement d'un programme auquel ne sont pas parties tous les Etats membres de l'OCCAR, les décisions doivent être prises uniquement par les représentants des Etats membres participant audit programme.
2. Lorsque le Conseil doit prendre des décisions relatives au déroulement d'un programme auquel ne sont pas parties tous les Etats membres de l'OCCAR, les décisions doivent être prises uniquement par les représentants des Etats membres participant audit programme.
Art. 16. De Raad benoemt de Directeur van het OCCAR- agentschap en diens plaatsver vanger alsook het overige directiepersoneel. De Raad hecht zijn goedkeuring aan het personeelsbestand van het OCCAR-agentschap. De Directeur wordt benoemd voor een periode van drie jaar, die maximaal met drie jaar kan worden verlengd.
Art. 16. Le Conseil nomme le Directeur (le Directeur) et son adjoint ainsi que les autres personnels de direction. Il approuve le tableau des effectifs de l'AE. Le Directeur est nommé pour trois ans renouvelables pour un maximum de trois ans.
Art. 17. 1. De Raad kan bepaalde taken aan de daarvoor in aanmerking komende comités delegeren, uitgezonderd de in artikel 12, onder a, b, c en j, genoemde taken. Tot de comités behoren met name een planningscomité en projectcomités. De besluiten over de uitvoering van elk afzonderlijk project worden uitsluitend genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen.
2. De projectcomités houden ten behoeve van de aan een project deelnemende lidstaten toezicht op het verloop van een of meer projecten.
2. De projectcomités houden ten behoeve van de aan een project deelnemende lidstaten toezicht op het verloop van een of meer projecten.
Art. 17. 1. Le Conseil peut déléguer certaines de ses responsabilités aux comités appropriés, à l'exception des fonctions mentionnées dans les articles 12 (a ), (b ), (c ) et (j ). Ceux-ci comprennent notamment un comité pour la préparation du futur et des comités de programme. Les décisions relatives à l'exécution de chaque programme particulier sont prises par les représentants des seuls Etats membres qui participent à ce programme.
2. Les comités de programme supervisent pour le compte des Etats membres participant à un programme, le déroulement d'un ou plusieurs programmes.
2. Les comités de programme supervisent pour le compte des Etats membres participant à un programme, le déroulement d'un ou plusieurs programmes.
Art. 18. 1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden besluiten in het kader van dit Verdrag door de lidstaten bij unanimiteit genomen, met inbegrip van kwesties waarvoor geen specifieke besluitvormingsprocedure is of wordt overeengekomen.
2. De in Bijlage IV opgenomen specifieke bepalingen zijn van toepassing.
2. De in Bijlage IV opgenomen specifieke bepalingen zijn van toepassing.
Art. 18. 1. Les décisions prises dans le cadre de cette Convention sont prises à l'unanimité des Etats Membres, y compris celles qui n'ont pas fait l'objet d'une procédure de décision spécifique en application du paragraphe 2 ci-après.
2. Les dispositions spécifiques mentionnées dans l'Annexe IV s'appliquent.
2. Les dispositions spécifiques mentionnées dans l'Annexe IV s'appliquent.
HOOFDSTUK V. - Het OCCAR-agentschap.
CHAPITRE V. - L'Administration d'exécution.
Art. 19. Het OCCAR-agentschap is het permanente uitvoerende orgaan dat belast is met de uitvoering van de Raadsbesluiten. Aan het hoofd van het Agentschap staat een door de Raad benoemde Directeur.
Art. 19. L'AE est l'organe exécutif permanent chargé de la mise en oeuvre des décisions du Conseil. Elle est dirigée par un Directeur nommé par le Conseil.
Art. 20. Het OCCAR-agentschap bestaat uit :
a) Het centraal kantoor, gevestigd in het Hoofdkwartier van de OCCAR, dat is samengesteld uit :
de directie, bestaande uit de Directeur, diens plaatsvervanger en het ondersteunende personeel;
divisies die belast zijn met :
toekomstplanning;
verwerving, contracten en financiële aangelegenheden;
administratieve taken.
b) Projectdivisies die elk een of meer projecten krijgen opgedragen.
De projectdivisies, waarin dubbele bezetting van posten niet geoorloofd is, beschikken over de nodige bevoegdheden om zo zelfstandig mogelijk het dagelijks beheer uit te voeren, waarbij de hoogste voorrang wordt gegeven aan resultaatgerichtheid en risicobeheersing, optimalisatie en kostenbeheersing, in overeenstemming met de door de Raad aangenomen voorschriften.
Teneinde de functionering van de projectdivisies die niet bij het centrale kantoor worden ondergebracht te vergemakkelijken, kunnen personeelsleden van het centrale kantoor bij deze projectdivisies worden ingezet.
a) Het centraal kantoor, gevestigd in het Hoofdkwartier van de OCCAR, dat is samengesteld uit :
de directie, bestaande uit de Directeur, diens plaatsvervanger en het ondersteunende personeel;
divisies die belast zijn met :
toekomstplanning;
verwerving, contracten en financiële aangelegenheden;
administratieve taken.
b) Projectdivisies die elk een of meer projecten krijgen opgedragen.
De projectdivisies, waarin dubbele bezetting van posten niet geoorloofd is, beschikken over de nodige bevoegdheden om zo zelfstandig mogelijk het dagelijks beheer uit te voeren, waarbij de hoogste voorrang wordt gegeven aan resultaatgerichtheid en risicobeheersing, optimalisatie en kostenbeheersing, in overeenstemming met de door de Raad aangenomen voorschriften.
Teneinde de functionering van de projectdivisies die niet bij het centrale kantoor worden ondergebracht te vergemakkelijken, kunnen personeelsleden van het centrale kantoor bij deze projectdivisies worden ingezet.
Art. 20. L'AE comprend :
a) La section centrale, située au siège de l'OCCAR, constituée par :
la direction, qui comprend le Directeur, son adjoint et le personnel de soutien approprié,
des divisions chargées notamment :
de la préparation de l'avenir;
de l'acquisition, des contrats et des finances;
de l'administration.
b) Les divisions de programmes, dont chacune se voit affecter un ou plusieurs programmes.
Les divisions de programme, qui doivent éviter toute duplication d'effectifs, disposent des délégations nécessaires pour assurer avec le maximum d'autonomie la gestion quotidienne, la priorité étant donnée à la gestion des risques et des performances, à l'optimisation et à la maîtrise des coûts dans le respect des règlements adoptés par le Conseil.
Afin de faciliter le fonctionnement des divisions de programmes qui peuvent ne pas être localisées avec la section centrale, des personnels appartenant à la section centrale peuvent être mis en place dans ces divisions de programmes.
a) La section centrale, située au siège de l'OCCAR, constituée par :
la direction, qui comprend le Directeur, son adjoint et le personnel de soutien approprié,
des divisions chargées notamment :
de la préparation de l'avenir;
de l'acquisition, des contrats et des finances;
de l'administration.
b) Les divisions de programmes, dont chacune se voit affecter un ou plusieurs programmes.
Les divisions de programme, qui doivent éviter toute duplication d'effectifs, disposent des délégations nécessaires pour assurer avec le maximum d'autonomie la gestion quotidienne, la priorité étant donnée à la gestion des risques et des performances, à l'optimisation et à la maîtrise des coûts dans le respect des règlements adoptés par le Conseil.
Afin de faciliter le fonctionnement des divisions de programmes qui peuvent ne pas être localisées avec la section centrale, des personnels appartenant à la section centrale peuvent être mis en place dans ces divisions de programmes.
Art. 21. De Directeur is voor het functioneren van het OCCAR-agentschap rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de Raad. Zijn verantwoordelijkheden worden uiteengezet in een door de Raad goedgekeurd document.
Art. 21. Le Directeur est directement responsable devant le Conseil du fonctionnement de l'AE. Ses responsabilités sont détaillées dans un document approuvé par le Conseil.
Art. 22. 1. De personeelsleden van de OCCAR genieten de in Bijlage I bij dit Verdrag genoemde voorrechten en immuniteiten. De Raad ziet erop toe dat het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen beperkt blijft tot degenen van wie de functie toekenning van de overeenkomstige voorrechten en immuniteiten vereist. Onder deze personeelsleden vallen niet de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen OCCAR-contract bezitten; deze personeelsleden worden voor de toepassing van Bijlage I aangemerkt als deskundigen.
2. Het personeelsreglement, de salaris- en de pensioenregeling, zijn gebaseerd op de regels van de Gecoördineerde Organisaties (bijvoorbeeld de NAVO of de WEU).
3. De arbeidsplaatsen binnen het OCCAR-agentschap worden toegekend aan personen die zodanig gekwalificeerd zijn dat de organisatie haar taken zo doeltreffend mogelijk kan uitvoeren, rekening houdend met de deelname van de lidstaten aan lopende of toekomstige projecten.
4. Geen enkel personeelslid van het OCCAR-agentschap kan een betaalde functie vervullen voor een regering of andere activiteiten ontplooien die niet verenigbaar zijn met zijn positie als OCCAR-werknemer.
5. Alle OCCAR-personeelsleden moeten schriftelijk verklaren dat zij voornemens zijn hun taken gewetensvol te vervullen, niet om instructies bij de vervulling van hun taken te vragen of deze te ontvangen van een regering of enige andere autoriteit buiten de OCCAR, en zich te onthouden van elke handeling die onverenigbaar is met hun positie als OCCAR-werknemer. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur leggen deze verklaring af ten overstaan van de Raad.
6. Elke lidstaat verplicht zich ertoe de uitsluitend internationale aard van de functies van de Directeur en van het personeel van het OCCAR-agentschap te eerbiedigen.
2. Het personeelsreglement, de salaris- en de pensioenregeling, zijn gebaseerd op de regels van de Gecoördineerde Organisaties (bijvoorbeeld de NAVO of de WEU).
3. De arbeidsplaatsen binnen het OCCAR-agentschap worden toegekend aan personen die zodanig gekwalificeerd zijn dat de organisatie haar taken zo doeltreffend mogelijk kan uitvoeren, rekening houdend met de deelname van de lidstaten aan lopende of toekomstige projecten.
4. Geen enkel personeelslid van het OCCAR-agentschap kan een betaalde functie vervullen voor een regering of andere activiteiten ontplooien die niet verenigbaar zijn met zijn positie als OCCAR-werknemer.
5. Alle OCCAR-personeelsleden moeten schriftelijk verklaren dat zij voornemens zijn hun taken gewetensvol te vervullen, niet om instructies bij de vervulling van hun taken te vragen of deze te ontvangen van een regering of enige andere autoriteit buiten de OCCAR, en zich te onthouden van elke handeling die onverenigbaar is met hun positie als OCCAR-werknemer. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur leggen deze verklaring af ten overstaan van de Raad.
6. Elke lidstaat verplicht zich ertoe de uitsluitend internationale aard van de functies van de Directeur en van het personeel van het OCCAR-agentschap te eerbiedigen.
Art. 22. 1. Le personnel de l'OCCAR bénéficie des privilèges et immunités décrits dans l'Annexe I de la présente Convention. Le Conseil veille à ce que le nombre de postes soit limité à ceux dont les fonctions nécessitent l'octroi des immunités et privilèges correspondants. Ce personnel ne comprend pas les personnels mis à disposition qui ne détiennent pas de contrat de l'OCCAR et qui ont, en vertu de l'Annexe I, le statut d'experts.
2. Les règles de fonctionnement du service, en particulier la paie et les retraites, sont fondées sur le droit des organisations coordonnées (par exemple OTAN, UEO).
3. Les postes au sein de l'AE sont attribués aux personnes ayant les qualités requises pour permettre à l'organisation de remplir sa mission de la façon la plus efficace possible et en tenant compte de l'implication des Etats membres dans les programmes en cours ou futurs.
4. Aucun membre du personnel de l'AE ne peut occuper un emploi rémunéré par un gouvernement ou avoir d'autres activités incompatibles avec sa situation d'employé de l'OCCAR.
5. Tout membre du personnel de l'OCCAR doit, par une déclaration écrite, affirmer sa résolution d'accomplir consciencieusement les devoirs de sa charge ainsi que sa volonté de ne solliciter ni d'accepter d'instructions, en rapport avec l'exercice de ses fonctions, d'aucun gouvernement ni d'aucune autorité extérieure au Conseil, et de s'abstenir de tout acte incompatible avec sa situation d'employé de l'OCCAR. Le Directeur et le Directeur adjoint de l'AE feront cette déclaration devant le Conseil.
6. Chaque Etat membre s'engage à respecter le caractère exclusivement international des fonctions du Directeur et du personnel de l'AE.
2. Les règles de fonctionnement du service, en particulier la paie et les retraites, sont fondées sur le droit des organisations coordonnées (par exemple OTAN, UEO).
3. Les postes au sein de l'AE sont attribués aux personnes ayant les qualités requises pour permettre à l'organisation de remplir sa mission de la façon la plus efficace possible et en tenant compte de l'implication des Etats membres dans les programmes en cours ou futurs.
4. Aucun membre du personnel de l'AE ne peut occuper un emploi rémunéré par un gouvernement ou avoir d'autres activités incompatibles avec sa situation d'employé de l'OCCAR.
5. Tout membre du personnel de l'OCCAR doit, par une déclaration écrite, affirmer sa résolution d'accomplir consciencieusement les devoirs de sa charge ainsi que sa volonté de ne solliciter ni d'accepter d'instructions, en rapport avec l'exercice de ses fonctions, d'aucun gouvernement ni d'aucune autorité extérieure au Conseil, et de s'abstenir de tout acte incompatible avec sa situation d'employé de l'OCCAR. Le Directeur et le Directeur adjoint de l'AE feront cette déclaration devant le Conseil.
6. Chaque Etat membre s'engage à respecter le caractère exclusivement international des fonctions du Directeur et du personnel de l'AE.
HOOFDSTUK VI. - Verwervingsbeginselen.
CHAPITRE VI. - Principes d'acquisition.
Art. 23. 1. De gedetailleerde verwervingsregels en -procedures van de OCCAR worden neergelegd in een op voorstel van de Directeur of van de lidstaten door de Raad aangenomen voorschrift. De verwervingsregels en -procedures zijn van toepassing op alle door de OCCAR gegunde contracten.
2. Met betrekking tot de uitvoering van de door de OCCAR beheerde projecten, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de activiteiten op materieelgebied (zijnde onderzoek, ontwikkeling, industrialisatie, productie, ingebruikneming en ondersteuning tijdens de gebruiksfase), moeten de in de contracten en procedures genoemde regels in overeenstemming zijn met de in de artikelen 24 tot en met 30 vastgelegde verwervingsbeginselen.
2. Met betrekking tot de uitvoering van de door de OCCAR beheerde projecten, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de activiteiten op materieelgebied (zijnde onderzoek, ontwikkeling, industrialisatie, productie, ingebruikneming en ondersteuning tijdens de gebruiksfase), moeten de in de contracten en procedures genoemde regels in overeenstemming zijn met de in de artikelen 24 tot en met 30 vastgelegde verwervingsbeginselen.
Art. 23. 1. Les règles et procédures d'acquisition détaillées de l'OCCAR font l'objet d'un règlement adopté par le Conseil sur proposition du Directeur, ou des Etats membres. Elles sont applicables à tous les contrats conclus par l'OCCAR.
2. Pour la conduite des programmes qu'il gère et portant en particulier sur les activités suivantes en matière d'armement (recherche, développement, industrialisation, production, mise en service et soutien en service), les règles figurant dans les contrats et les procédures suivies doivent être conformes aux principes d'acquisition fixés aux articles 24 à 30.
2. Pour la conduite des programmes qu'il gère et portant en particulier sur les activités suivantes en matière d'armement (recherche, développement, industrialisation, production, mise en service et soutien en service), les règles figurant dans les contrats et les procédures suivies doivent être conformes aux principes d'acquisition fixés aux articles 24 à 30.
Art. 24. 1. Onverminderd het bepaalde in dit artikel, worden de contracten aan leveranciers en onderleveranciers in het algemeen gegund op basis van concurrentiestelling.
2. De concurrentiestelling verloopt overeenkomstig de in Hoofdstuk II van dit Verdrag uiteengezette doelen en beginselen.
3. Met unanieme instemming van de deelnemers aan een project kan de aanbesteding worden uitgebreid tot Staten die niet behoren tot de West-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group), mits hierbij het beginsel van wederkerigheid wordt toegepast.
4. Teneinde te voldoen aan de defensie- en veiligheidseisen, of ter versterking van de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis, kunnen de concurrentiestelling en de gunning van contracten, in het bijzonder waar het contracten betreft die betrekking hebben op defensiematerieel gerelateerde onderzoeks- en technologie-activiteiten, worden beperkt tot bedrijven, instituten, agentschappen of daarvoor in aanmerking komende instellingen die onder de rechtsmacht vallen van een lidstaat die aan het desbetreffende project deelneemt.
5. De OCCAR streeft ernaar zo goed mogelijke verwervingsprocedures in te stellen en werkt in dit verband samen met de lidstaten teneinde haar verwervingssysteem internationaal gezien op een zo hoog mogelijk niveau te brengen.
6. De Raad ziet toe op de toepassing van de aanbestedingsregels en beslist of het wederkerigheidsbeginsel naar behoren wordt nageleefd door de Staten die geen lid zijn van de West-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group States).
2. De concurrentiestelling verloopt overeenkomstig de in Hoofdstuk II van dit Verdrag uiteengezette doelen en beginselen.
3. Met unanieme instemming van de deelnemers aan een project kan de aanbesteding worden uitgebreid tot Staten die niet behoren tot de West-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group), mits hierbij het beginsel van wederkerigheid wordt toegepast.
4. Teneinde te voldoen aan de defensie- en veiligheidseisen, of ter versterking van de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis, kunnen de concurrentiestelling en de gunning van contracten, in het bijzonder waar het contracten betreft die betrekking hebben op defensiematerieel gerelateerde onderzoeks- en technologie-activiteiten, worden beperkt tot bedrijven, instituten, agentschappen of daarvoor in aanmerking komende instellingen die onder de rechtsmacht vallen van een lidstaat die aan het desbetreffende project deelneemt.
5. De OCCAR streeft ernaar zo goed mogelijke verwervingsprocedures in te stellen en werkt in dit verband samen met de lidstaten teneinde haar verwervingssysteem internationaal gezien op een zo hoog mogelijk niveau te brengen.
6. De Raad ziet toe op de toepassing van de aanbestedingsregels en beslist of het wederkerigheidsbeginsel naar behoren wordt nageleefd door de Staten die geen lid zijn van de West-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group States).
Art. 24. 1. Les contrats et les contrats de sous-traitance sont attribués de façon générale après mise en concurrence, sous réserve des dispositions du présent article.
2. La mise en concurrence doit être conduite en conformité avec les objectifs et principes définis au chapitre II de la présente Convention.
3. Avec l'accord unanime des participants à un programme, la mise en concurrence peut être étendue à l'extérieur des Etats du Groupe Armement de l'Europe occidentale si ceux-ci observent le principe de réciprocité.
4. Afin de répondre aux exigences de défense et de sécurité, ou d'améliorer la compétitivité de la base industrielle et technologique de défense, la concurrence et l'attribution des contrats, en particulier des contrats concernant les activités de recherche et de technologie en matière d'armement peuvent être limitées aux sociétés, instituts, organismes ou institutions appropriées sous la juridiction d'un Etat participant au programme concerné.
5. L'OCCAR cherchera à de se doter des meilleures procédures d'acquisition et ouvrera en ce sens avec les Etats membres pour faire en sorte que ses pratiques d'acquisition soient les plus performantes au regard des pratiques internationales.
6. Le Conseil veille à l'application des règles de mise en concurrence et décide si le principe de réciprocité est bien respecté par les Etats non membres du Groupe Armement de l'Europe occidentale.
2. La mise en concurrence doit être conduite en conformité avec les objectifs et principes définis au chapitre II de la présente Convention.
3. Avec l'accord unanime des participants à un programme, la mise en concurrence peut être étendue à l'extérieur des Etats du Groupe Armement de l'Europe occidentale si ceux-ci observent le principe de réciprocité.
4. Afin de répondre aux exigences de défense et de sécurité, ou d'améliorer la compétitivité de la base industrielle et technologique de défense, la concurrence et l'attribution des contrats, en particulier des contrats concernant les activités de recherche et de technologie en matière d'armement peuvent être limitées aux sociétés, instituts, organismes ou institutions appropriées sous la juridiction d'un Etat participant au programme concerné.
5. L'OCCAR cherchera à de se doter des meilleures procédures d'acquisition et ouvrera en ce sens avec les Etats membres pour faire en sorte que ses pratiques d'acquisition soient les plus performantes au regard des pratiques internationales.
6. Le Conseil veille à l'application des règles de mise en concurrence et décide si le principe de réciprocité est bien respecté par les Etats non membres du Groupe Armement de l'Europe occidentale.
Art. 25. Indien sprake is van concurrentiestelling, worden de contracten in het algemeen toegekend op basis van de concurrerende aard van de ontvangen offertes en niet op basis van de financiële bijdragen van de deelnemers. In een eerste fase zijn evenwel de in Bijlage III bedoelde overgangsbepalingen van toepassing.
Art. 25. Lorsqu'il y a mise en concurrence, les contrats sont attribués en règle générale en tenant compte de la compétitivité des offres reçues plutôt que des contributions financières apportées par les participants. Toutefois, pendant une phase initiale, les dispositions transitoires décrites à l'Annexe III sont mises en oeuvre.
Art. 26. Alle eventuele opdrachten die op grond van concurrentiestelling worden gegund, worden langs de daartoe gebruikelijke weg gepubliceerd.
Art. 26. Toutes les commandes potentielles susceptibles d'être attribuées après mise en concurrence font l'objet d'une publication par les voies appropriées.
Art. 27. De criteria voor de kwalificatie en selectie van inschrijvers en voor de beoordeling van de offertes worden nauwkeurig vastgelegd voordat de inschrijving wordt geopend en openbaar wordt gemaakt.
Art. 27. Les critères de qualification et de choix des soumissionnaires et d'évaluation des offres sont définis en termes précis avant le lancement des consultations et rendus publics.
Art. 28. Steeds waar mogelijk wordt gestreefd naar prijzen (met of zonder prijsaanpassingsclausule).
Art. 28. Des prix forfaitaires ou fermes sont recherchés chaque fois que possible.
Art. 29. Indien nodig kan de OCCAR de bevoegde diensten van de lidstaten verzoeken onderzoek te doen naar prijzen of kosten dan wel naar de kwaliteitszorg ten aanzien van de contracten die door de OCCAR worden gegund in uitvoering van haar in artikel 7 bedoelde taak. De lidstaten zetten zich met name in voor harmonisatie van de methoden en wijzen van prijsstelling.
Art. 29. L'OCCAR peut, en tant que de besoin, demander aux services compétents des Etats membres d'effectuer des enquêtes de prix ou de coûts et d'assurance qualité pour les contrats qu'il est amené à passer en exécution de sa mission telle que définie à l'article 7 ci-dessus. Les Etats membres s'efforceront, en particulier, d'harmoniser les méthodes et modalités de construction des coûts.
Art. 30. Bedrijven die geen uitnodiging tot inschrijving hebben ontvangen of waarvan de inschrijving niet is gehonoreerd, worden, op hun verzoek, op de hoogte gebracht van de reden van hun uitsluiting of van de afwijzing van hun offerte.
Art. 30. Les sociétés n'ayant pas été invitées à soumettre une offre ou celles dont l'offre n'aura pas été retenue sont informées, à leur demande, des raisons de leur exclusion ou de la non-acceptation de leur offre.
HOOFDSTUK VII. - Projecten.
CHAPITRE VII. - Programmes.
Art. 31. Tussen de lidstaten bestaande samenwerkingsprojecten kunnen in de OCCAR worden geïntegreerd. De gedetailleerde regelingen voor een dergelijke integratie, met inbegrip van de overgangsbepalingen, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de betrokken lidstaten en de OCCAR, en de integratie moet worden goedgekeurd door de Raad.
Art. 31. Les programmes menés en coopération entre des Etats membres peuvent être intégrés dans l'OCCAR. Les modalités détaillées d'une telle intégration, notamment les dispositions transitoires, font l'objet d'un accord entre les Etats membres concernés et l'OCCAR, et l'intégration est soumise à l'acceptation du Conseil.
HOOFDSTUK VIII. - Eigendom en vervreemding van goederen.
CHAPITRE VIII. - Propriété et cession des biens.
Art. 32. 1. Alle goederen verworven door de OCCAR onder een administratieve begrotingspost of, op grond van een bijzonder besluit van de Raad, door een lidstaat namens de OCCAR of in het kader van een gemeenschappelijke financiering, worden het eigendom van de OCCAR.
2. De aanwending van inkomsten uit het gebruik of de verkoop van goederen door de OCCAR verworven in het kader van de administratieve begroting van de Organisatie, wordt vastgesteld bij Raadsbesluit. In geval van ontbinding van de OCCAR wordt het verschil tussen de inkomsten uit de verkoop van deze activa en de passiva van de OCCAR volgens een vooraf door de Raad vastgestelde verdeelsleutel onder de lidstaten verdeeld of door hen gedragen.
2. De aanwending van inkomsten uit het gebruik of de verkoop van goederen door de OCCAR verworven in het kader van de administratieve begroting van de Organisatie, wordt vastgesteld bij Raadsbesluit. In geval van ontbinding van de OCCAR wordt het verschil tussen de inkomsten uit de verkoop van deze activa en de passiva van de OCCAR volgens een vooraf door de Raad vastgestelde verdeelsleutel onder de lidstaten verdeeld of door hen gedragen.
Art. 32. 1. Tous les biens acquis par l'OCCAR sur la section administrative du budget ou, après décision spéciale du Conseil, par un Etat membre pour le compte de ladite organisation et dans le cadre d'un financement commun, sont acquis au nom de l'OCCAR, dont ils sont la propriété.
2. Toute recette provenant de l'exploitation ou de la vente de biens acquis par l'OCCAR dans le cadre du budget administratif de l'Organisation doit être affectée conformément à la décision du Conseil. En cas de dissolution de l'OCCAR, la différence entre les recettes provenant de la vente de ces actifs et le passif de l'OCCAR sera partagée entre les Etats membres ou supportée par ces derniers, selon une formule établie préalablement par le Conseil.
2. Toute recette provenant de l'exploitation ou de la vente de biens acquis par l'OCCAR dans le cadre du budget administratif de l'Organisation doit être affectée conformément à la décision du Conseil. En cas de dissolution de l'OCCAR, la différence entre les recettes provenant de la vente de ces actifs et le passif de l'OCCAR sera partagée entre les Etats membres ou supportée par ces derniers, selon une formule établie préalablement par le Conseil.
Art. 33. 1. Telkens wanneer goederen worden verworven onder een operationele begrotingspost namens een of meer lidstaten, moeten door de betrokken lidstaten bijzondere financiële bepalingen worden vastgesteld; in deze bepalingen moeten de wijze van financiering en de regelingen voor beheer, verkoop en vervreemding worden vermeld.
2. De in het kader van de operationele begroting van de OCCAR verworven goederen (materiële goederen) of vervaardigde goederen (maquettes, prototypen, gereedschappen, testbanken) blijven eigendom van de Staten die deze hebben medegefinancierd en blijven bestemd voor onderling gemeenschappelijk gebruik.
2. De in het kader van de operationele begroting van de OCCAR verworven goederen (materiële goederen) of vervaardigde goederen (maquettes, prototypen, gereedschappen, testbanken) blijven eigendom van de Staten die deze hebben medegefinancierd en blijven bestemd voor onderling gemeenschappelijk gebruik.
Art. 33. 1. Chaque fois que des biens sont acquis dans le cadre de la section opérationnelle du budget pour le compte d'un ou plusieurs Etats membres, des dispositions financières particulières doivent être arrêtées par les Etats membres concernés; ces dispositions doivent spécifier les modalités de financement, de gestion, de vente et d'aliénation.
2. Les biens acquis (biens matériels) ou réalisés (maquettes, prototype, outillages, bancs d'essais) dans le cadre du budget opérationnel de l'OCCAR restent la propriété des Etats qui les ont cofinancés et d'un usage commun entre eux.
2. Les biens acquis (biens matériels) ou réalisés (maquettes, prototype, outillages, bancs d'essais) dans le cadre du budget opérationnel de l'OCCAR restent la propriété des Etats qui les ont cofinancés et d'un usage commun entre eux.
HOOFDSTUK IX. - Financieel beheer.
CHAPITRE IX. - Gestion financière.
Art. 34. De Raad stelt gedetailleerde financiële regels vast die worden neergelegd in specifieke voorschriften overeenkomstig de volgende bepalingen :
a) De kosten voortvloeiend uit de activiteiten van de OCCAR, zowel ten aanzien van de administratieve als de operationele taken, worden gedragen door de lidstaten.
b) Alle financiële middelen van de OCCAR, te weten :
middelen uit reguliere bijdragen van de lidstaten;
middelen uit de officiële activiteiten van de OCCAR;
middelen die op andere wijze aan de OCCAR ter beschikking worden gesteld of namens de lidstaten door haar worden beheerd, worden,
per post, in de administratieve of operationele begroting van de OCCAR opgenomen.
c) De bevoegde OCCAR-autoriteiten handelen binnen de jaarlijks door de Raad aan hen toegekende bevoegdheden.
d) De vorm, frequentie en behandeling van de bijdragen van de lidstaten worden vastgelegd in passende gedetailleerde regels en overeenkomsten.
a) De kosten voortvloeiend uit de activiteiten van de OCCAR, zowel ten aanzien van de administratieve als de operationele taken, worden gedragen door de lidstaten.
b) Alle financiële middelen van de OCCAR, te weten :
middelen uit reguliere bijdragen van de lidstaten;
middelen uit de officiële activiteiten van de OCCAR;
middelen die op andere wijze aan de OCCAR ter beschikking worden gesteld of namens de lidstaten door haar worden beheerd, worden,
per post, in de administratieve of operationele begroting van de OCCAR opgenomen.
c) De bevoegde OCCAR-autoriteiten handelen binnen de jaarlijks door de Raad aan hen toegekende bevoegdheden.
d) De vorm, frequentie en behandeling van de bijdragen van de lidstaten worden vastgelegd in passende gedetailleerde regels en overeenkomsten.
Art. 34. Le Conseil définit des règles financières détaillées qui font l'objet d'un règlement particulier conforme aux dispositions qui suivent :
a) Le coût des activités de l'OCCAR, tant en ce qui concerne ses fonctions administratives que ses fonctions opérationnelles, est assumé par les Etats membres.
b) Tous les crédits de l'OCCAR, à savoir :
les crédits émanant des contributions ordinaires des Etats membres;
les crédits résultant des activités autorisées de l'OCCAR;
les crédits mis d'une autre manière à la disposition de l'OCCAR ou administrés par elle pour le compte des Etats membres
sont inscrits, par poste, dans le budget administratif ou opérationnel de l'OCCAR.
c) Les autorités compétentes de l'OCCAR doivent opérer dans le cadre des autorisations accordées annuellement par le Conseil.
d) La forme, la fréquence et le traitement des contributions des Etats membres sont mis en oeuvre selon les règles et procédures appropriées.
a) Le coût des activités de l'OCCAR, tant en ce qui concerne ses fonctions administratives que ses fonctions opérationnelles, est assumé par les Etats membres.
b) Tous les crédits de l'OCCAR, à savoir :
les crédits émanant des contributions ordinaires des Etats membres;
les crédits résultant des activités autorisées de l'OCCAR;
les crédits mis d'une autre manière à la disposition de l'OCCAR ou administrés par elle pour le compte des Etats membres
sont inscrits, par poste, dans le budget administratif ou opérationnel de l'OCCAR.
c) Les autorités compétentes de l'OCCAR doivent opérer dans le cadre des autorisations accordées annuellement par le Conseil.
d) La forme, la fréquence et le traitement des contributions des Etats membres sont mis en oeuvre selon les règles et procédures appropriées.
Art. 35. 1. De voor de OCCAR-projecten en operationele plannen benodigde middelen worden neergelegd in een jaarlijkse begroting, luidende in euro's, bestaande uit twee secties :
een administratieve sectie, die betrekking heeft op alle uitgaven benodigd voor het intern functioneren van de OCCAR;
een operationele sectie, waarin de financiële plannen zijn opgenomen die betrekking hebben op de door de OCCAR in het kader van haar doelstelling uitgevoerde projecten en operaties.
2. In de OCCAR-begroting worden per sectie de voorziene uitgaven en de financieringsbronnen vermeld.
3. De jaarlijkse ontwerpbegroting wordt door het OCCARagentschap opgesteld en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd, overeenkomstig de financiële regels en procedures van de OCCAR.
een administratieve sectie, die betrekking heeft op alle uitgaven benodigd voor het intern functioneren van de OCCAR;
een operationele sectie, waarin de financiële plannen zijn opgenomen die betrekking hebben op de door de OCCAR in het kader van haar doelstelling uitgevoerde projecten en operaties.
2. In de OCCAR-begroting worden per sectie de voorziene uitgaven en de financieringsbronnen vermeld.
3. De jaarlijkse ontwerpbegroting wordt door het OCCARagentschap opgesteld en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd, overeenkomstig de financiële regels en procedures van de OCCAR.
Art. 35. 1. Les besoins en crédits nécessités par les programmes et les plans opérationnels de l'OCCAR font l'objet d'un budget annuel, établi en euros, comprenant deux sections :
une section administrative, portant sur toutes les dépenses à effectuer pour assurer le fonctionnement interne de l'OCCAR;
une section opérationnelle où figurent les plans financiers relatifs aux programmes et aux opérations menés par l'OCCAR afin de réaliser sa mission.
2. Le budget de l'OCCAR indique, section par section, les dépenses prévues ainsi que les sources de financement.
3. Le projet de budget annuel est élaboré par l'AE et transmis au Conseil pour approbation dans le respect des règles et procédures financières de l'OCCAR.
une section administrative, portant sur toutes les dépenses à effectuer pour assurer le fonctionnement interne de l'OCCAR;
une section opérationnelle où figurent les plans financiers relatifs aux programmes et aux opérations menés par l'OCCAR afin de réaliser sa mission.
2. Le budget de l'OCCAR indique, section par section, les dépenses prévues ainsi que les sources de financement.
3. Le projet de budget annuel est élaboré par l'AE et transmis au Conseil pour approbation dans le respect des règles et procédures financières de l'OCCAR.
Art. 36. De jaarrekeningen moeten worden voorgelegd aan de door de Raad aangewezen accountants. Het accountantsrapport, vergezeld van gedetailleerde financiële staten, opgesteld conform de in de boekhoudkundige en financiële voorschriften vastgelegde nomenclatuur, wordt uiterlijk zes maanden na afsluiting van het begrotingsjaar door de Directeur ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad.
Art. 36. Les comptes annuels sont soumis à la certification des commissaires aux comptes désignés par le Conseil. Le rapport de certification, accompagné des états financiers détaillés suivant la nomenclature définie dans le règlement comptable et financier, est présenté pour approbation au Conseil par le Directeur au plus tard six mois après la clôture de l'exercice budgétaire.
HOOFDSTUK X. - Samenwerking met niet-lidstaten en internationale organisaties.
CHAPITRE X. - Coopération avec les Etats non-membres et les organisations internationales.
Art. 37. De OCCAR kan met andere internationale organisaties en instellingen alsook met de regeringen, organisaties en instellingen van niet-lidstaten samenwerken en hiertoe met dezen overeenkomsten sluiten.
Art. 37. L'OCCAR peut coopérer avec d'autres organisations et institutions internationales ainsi qu'avec les gouvernements, les organisations et les institutions d'Etats non-membres, et elle peut conclure des accords avec ces derniers dans cette perspective.
Art. 38. Een dergelijke samenwerking kan gestalte krijgen in deelneming van niet-lidstaten of internationale organisaties aan een of meer projecten. Zulke regelingen kunnen erin voorzien dat besluiten ten aanzien van vraagstukken die uitsluitend betrekking hebben op een project waaraan een niet-lidstaat of een internationale organisatie deelneemt, door de Raad worden genomen met de instemming van de betrokken niet-lidstaat of organisatie.
Art. 38. Une telle coopération peut prendre la forme d'une participation d'Etats non-membres ou d'organisations internationales dans un ou plusieurs programmes. Ces modalités peuvent prévoir que les questions liées exclusivement au programme auquel un Etat non-membre ou une organisation internationale participe, font l'objet de décisions prises par le Conseil en accord avec ledit Etat non-membre ou l'organisation en question.
HOOFDSTUK XI. - Juridische status, voorrechten en immuniteiten.
CHAPITRE XI. - Statut juridique, privilèges et immunités.
Art. 39. De OCCAR bezit volledige rechtspersoonlijkheid en is met name bevoegd :
a) contracten te sluiten;
b) roerende of onroerende zaken te verwerven en te vervreemden, en
c) in rechte op te treden.
a) contracten te sluiten;
b) roerende of onroerende zaken te verwerven en te vervreemden, en
c) in rechte op te treden.
Art. 39. L'OCCAR possède la personnalité juridique la plus large et en particulier a pouvoir :
a) de conclure des contrats,
b) d'acquérir des biens meubles ou immeubles et de les aliéner, et
c) d'ester en justice.
a) de conclure des contrats,
b) d'acquérir des biens meubles ou immeubles et de les aliéner, et
c) d'ester en justice.
Art. 40. 1. De OCCAR, haar personeel en deskundigen alsmede de vertegenwoordigers van de OCCAR-lidstaten, genieten de in Bijlage I genoemde voorrechten en immuniteiten.
2. Overeenkomsten inzake het hoofdkwartier van de OCCAR, haar projectdivisies en kantoren, worden in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag gesloten tussen de OCCAR en de lidstaten op het grondgebied waarvan het hoofdkwartier, de projectdivisies en de kantoren zijn gelegen.
2. Overeenkomsten inzake het hoofdkwartier van de OCCAR, haar projectdivisies en kantoren, worden in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag gesloten tussen de OCCAR en de lidstaten op het grondgebied waarvan het hoofdkwartier, de projectdivisies en de kantoren zijn gelegen.
Art. 40. 1. L'OCCAR, son personnel et ses experts ainsi que les représentants de ses Etats membres, jouissent des privilèges et immunités décrits dans l'Annexe I.
2. Des accords concernant le siège de l'OCCAR, ses divisions de programme et ses établissements sont conclus selon les dispositions de la présente Convention entre l'OCCAR et les Etats membres sur le territoire desquels le siège, ses divisions de programme et ses établissements sont situés.
2. Des accords concernant le siège de l'OCCAR, ses divisions de programme et ses établissements sont conclus selon les dispositions de la présente Convention entre l'OCCAR et les Etats membres sur le territoire desquels le siège, ses divisions de programme et ses établissements sont situés.
Art. 41. 1. De in de artikelen 39 en 40 genoemde bevoegdheden worden uitgeoefend door de Raad, die deze kan delegeren aan de Directeur. Indien de Raad deze bevoegdheden niet aan de Directeur heeft gedelegeerd, beletten deze bepalingen de Raad niet de Directeur, of elk ander door de Raad aangewezen OCCAR-personeelslid, de bevoegdheid te verlenen een contract te ondertekenen of een internationale overeenkomst goed te keuren of te ondertekenen.
2. Over de projectcontracten wordt door de OCCAR onderhandeld en deze worden door de OCCAR gesloten overeenkomstig de in de artikelen 23 en 24 van dit Verdrag bedoelde gedetailleerde verwervingsregels en -procedures; de partijen bij het contract maken een keuze ten aanzien van het toepasselijke recht.
2. Over de projectcontracten wordt door de OCCAR onderhandeld en deze worden door de OCCAR gesloten overeenkomstig de in de artikelen 23 en 24 van dit Verdrag bedoelde gedetailleerde verwervingsregels en -procedures; de partijen bij het contract maken een keuze ten aanzien van het toepasselijke recht.
Art. 41. 1. Les pouvoirs définis dans les articles 39 et 40 sont exercés par le Conseil, qui peut les déléguer au Directeur. Lorsque le Conseil n'a pas délégué de tels pouvoirs au Directeur, ces dispositions n'interdisent pas au Conseil d'autoriser le Directeur, ou tout personnel de l'OCCAR dûment désigné par le Conseil, de signer un contrat ou d'approuver ou de signer un accord international.
2. Les contrats de programmes sont négociés et conclus par l'OCCAR conformément aux règles et procédures d'acquisition détaillées de l'OCCAR auxquelles il est fait référence aux articles 23 et 24 de la présente Convention, la loi du contrat devant ensuite être choisie par les parties au contrat.
2. Les contrats de programmes sont négociés et conclus par l'OCCAR conformément aux règles et procédures d'acquisition détaillées de l'OCCAR auxquelles il est fait référence aux articles 23 et 24 de la présente Convention, la loi du contrat devant ensuite être choisie par les parties au contrat.
HOOFDSTUK XII. - Beveiliging.
CHAPITRE XII. - Sécurité.
Art. 42. De Raad neemt de OCCAR-veiligheidsvoorschriften aan. In deze voorschriften zullen geen onnodige beperkingen worden opgenomen met betrekking tot het vrije verkeer van personeelsleden, informatie en materieel, met name wat betreft de informatieverstrekking aan derden en de inzet van beveiligingsautoriteiten ten behoeve van procedures bij bezoeken.
Art. 42. Le Conseil adopte le règlement de sécurité de l'OCCAR. Ce règlement doit éviter toute restriction inutile relative à la circulation des personnels, des informations et des matériels en particulier pour ce qui concerne la diffusion d'informations aux tiers et l'implication des autorités de sécurité pour les procédures de visite.
HOOFDSTUK XIII. - Verslagen en accountantscontroles.
CHAPITRE XIII. - Rapports et audits.
Art. 43. Jaarlijks doet de Directeur aan de Raad een verslag toekomen betreffende de activiteiten van het afgelopen jaar en de vooruitzichten met betrekking tot de activiteiten van het komende jaar.
Art. 43. Chaque année, le Directeur soumet au Conseil un rapport sur les activités de l'année écoulée et les prévisions concernant les activités de l'année à venir.
Art. 44. Teneinde aan hun accountantstaken inzake controle ten behoeve van hun nationale overheden te kunnen voldoen en hun parlementen overeenkomstig hun statuut te kunnen inlichten, zijn de nationale accountants bevoegd alle informatie op te vragen en alle documenten te onderzoeken die zich bij het OCCAR-agentschap bevinden, mits deze informatie of documenten betrekking hebben op projecten waaraan hun lidstaat deelneemt en op het functioneren van het centrale kantoor.
Art. 44. Afin de pouvoir remplir leurs fonctions de contrôle des comptes pour leurs administrations nationales et d'informer leurs parlements conformément à leurs statuts, les autorités nationales de contrôle peuvent obtenir toutes informations et examiner tout document détenus par l'AE, dans la mesure ou ceux-ci ont trait à un programme auquel leur Etat membre participe ou bien au fonctionnement de la section centrale.
Art. 45. Teneinde elke onnodige onderbreking van OCCAR-activiteiten te voorkomen en de informatie betreffende andere lidstaten te beveiligen, moeten de nationale accountants, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, voordat zij hun toegangsrecht tot het OCCAR-agentschap uitoefenen, onderling alsmede met de Directeur overleg plegen.
Art. 45. Afin d'éviter toute interruption injustifiée d'activités au sein de l'OCCAR et de protéger les informations concernant les autres Etats membres, les autorités nationales de contrôle doivent, sauf circonstances exceptionnelles, se consulter et consulter le Directeur, avant d'exercer leur droit d'accès à l'AE.
Art. 46. De lidstaten coördineren hun activiteiten gericht op de bescherming van de financiële belangen van de OCCAR tegen fraude. Hiertoe dragen zij, met behulp van het OCCAR-agentschap, zorg voor geregelde samenwerking tussen de bevoegde diensten binnen hun overheden.
Art. 46. Les Etats membres coordonnent leur action visant à protéger les intérêts financiers de l'OCCAR contre la fraude. A cette fin, ils organisent, avec l'aide de l'AE, une collaboration régulière entre les services compétents de leurs administrations.
Art. 47. De Raad kan opdracht geven tot het uitvoeren van alle controles of accountantsonderzoeken die hij nodig acht ter verbetering van het functioneren van de organisatie en van de uitvoering van de projecten.
Art. 47. Le Conseil peut ordonner toute mission de contrôle et d'audit de l'OCCAR qui lui paraîtra nécessaire en vue d'améliorer le fonctionnement de l'organisation et la conduite des programmes.
HOOFDSTUK XIV. - Regeling van geschillen.
CHAPITRE XIV. - Règlement des litiges.
Art. 48. 1. Elk geschil tussen de lidstaten betreffende de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag wordt, indien mogelijk, in overleg geregeld.
2. Indien een geschil niet in overleg kan worden geregeld, kan een van de betrokken Partijen verzoeken dat dit geschil aan arbitrage wordt onderworpen, onder de in Bijlage II bedoelde voorwaarden.
2. Indien een geschil niet in overleg kan worden geregeld, kan een van de betrokken Partijen verzoeken dat dit geschil aan arbitrage wordt onderworpen, onder de in Bijlage II bedoelde voorwaarden.
Art. 48. 1. Tout litige entre les Etats membres concernant l'interprétation ou l'application de la présente Convention est réglé, si possible, par voie de consultation.
2. Lorsqu'un litige ne peut être réglé par voie de consultation, une des Parties concernées peut demander à ce que ce différend soit soumis à l'arbitrage dans les conditions précisées dans l'Annexe II.
2. Lorsqu'un litige ne peut être réglé par voie de consultation, une des Parties concernées peut demander à ce que ce différend soit soumis à l'arbitrage dans les conditions précisées dans l'Annexe II.
Art. 49. 1. Alle geschillen voortvloeiend uit door de OCCAR gesloten contracten ter uitvoering van de projecten die aan haar zijn toegewezen, kunnen bij overeenstemming worden voorgelegd aan een bij de Raad ondergebracht comité voor minnelijke schikking, dat passende procedures bepaalt.
2. Elk door de OCCAR te sluiten contract ter uitvoering van de projecten die aan haar zijn toegewezen, anders dan die welke betrekking hebben op arbeidscontracten, moet een bepaling bevatten voor een regeling op basis van minnelijke schikking alsmede een arbitrageclausule.
3. Elk geschil tussen de OCCAR en een personeelslid van de OCCAR betreffende een arbeidscontract of arbeidsvoorwaarden wordt geregeld in overeenstemming met de voor het personeel geldende regels en procedures.
2. Elk door de OCCAR te sluiten contract ter uitvoering van de projecten die aan haar zijn toegewezen, anders dan die welke betrekking hebben op arbeidscontracten, moet een bepaling bevatten voor een regeling op basis van minnelijke schikking alsmede een arbitrageclausule.
3. Elk geschil tussen de OCCAR en een personeelslid van de OCCAR betreffende een arbeidscontract of arbeidsvoorwaarden wordt geregeld in overeenstemming met de voor het personeel geldende regels en procedures.
Art. 49. 1. Tous les litiges issus de contrats conclus par l'OCCAR pour la réalisation des programmes qui lui ont été confiés peuvent être soumis, après accord, à un comité de règlement amiable placé auprès du Conseil, qui définit une procédure appropriée.
2. Chaque contrat conclu par l'OCCAR pour la réalisation des programmes qui lui ont été confiés, autres que ceux concernant les contrats de travail, devra prévoir un recours à un règlement amiable et comprendre une clause compromissoire.
3. Tout litige entre l'OCCAR et un membre de son personnel relatif aux contrats ou aux conditions de travail est réglé conformément aux règles et procédures concernant le personnel.
2. Chaque contrat conclu par l'OCCAR pour la réalisation des programmes qui lui ont été confiés, autres que ceux concernant les contrats de travail, devra prévoir un recours à un règlement amiable et comprendre une clause compromissoire.
3. Tout litige entre l'OCCAR et un membre de son personnel relatif aux contrats ou aux conditions de travail est réglé conformément aux règles et procédures concernant le personnel.
Art. 50. Indien een derde partij vergoeding eist van door de OCCAR, haar personeelsleden of deskundigen veroorzaakte schade of letsel, en indien de OCCAR geen afstand doet van haar immuniteit, treft de Raad alle nodige maatregelen om de eis in behandeling te nemen en, indien deze gerechtvaardigd is, in te willigen.
Art. 50. Si une partie tierce demande des réparations pour les dommages causés par l'OCCAR, les membres de son personnel ou experts, et si l'OCCAR ne lève pas son immunité, le Conseil prend toutes les mesures appropriées pour traiter la demande et si celle-ci est justifiée, lui donner satisfaction.
HOOFDSTUK XV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE XV. - Dispositions finales.
Art. 51. 1. De Raad kan de lidstaten aanbevelen wijzigingen in dit Verdrag en in de Bijlagen hierbij aan te brengen. Elke lidstaat die een wijziging van dit Verdrag wenst voor te stellen, doet hiervan mededeling aan de Directeur. De Directeur brengt de lidstaten uiterlijk drie maanden voor de behandeling van het voorstel door de Raad op de hoogte van elk ingediend wijzigingsvoorstel.
2. De door de Raad aanbevolen wijzigingen worden van kracht dertig dagen nadat de depositaris kennisgeving van aanvaarding heeft ontvangen van alle lidstaten. De depositaris doet alle lidstaten kennisgeving van de datum waarop deze wijzigingen van kracht worden.
2. De door de Raad aanbevolen wijzigingen worden van kracht dertig dagen nadat de depositaris kennisgeving van aanvaarding heeft ontvangen van alle lidstaten. De depositaris doet alle lidstaten kennisgeving van de datum waarop deze wijzigingen van kracht worden.
Art. 51. 1. Le Conseil peut recommander aux Etats membres des amendements à la présente Convention ainsi qu'à ses Annexes. Tout Etat membre désireux de proposer un amendement le notifie au Directeur. Le Directeur informe les Etats membres de toute proposition d'amendement ainsi déposé, trois mois au moins avant son examen par le Conseil.
2. Les amendements recommandés par le Conseil entrent en vigueur trente jours après que le dépositaire a reçu notification de leur acceptation par tous les Etats membres. Le dépositaire notifie à tous les Etats membres la date d'entrée en vigueur de ces amendements.
2. Les amendements recommandés par le Conseil entrent en vigueur trente jours après que le dépositaire a reçu notification de leur acceptation par tous les Etats membres. Le dépositaire notifie à tous les Etats membres la date d'entrée en vigueur de ces amendements.
Art. 52. Dit Verdrag en de Bijlagen daarbij, die hiervan een integrerend deel vormen, dienen te worden bekrachtigd of aanvaard door de vier Staten die de OCCAR hebben opgericht en treedt in werking dertig dagen na de nederlegging van de vierde akte van bekrachtiging of goedkeuring.
Art. 52. La présente Convention, et ses Annexes qui en font partie intégrante, est soumise à ratification ou à approbation des quatre Etats fondateurs et entre en vigueur trente jours après le dépôt du quatrième instrument de ratification ou d'approbation.
Art. 53. Op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag kan elke Europese Staat die lid wenst te worden, door de Raad worden uitgenodigd tot dit Verdrag toe te treden. Het Verdrag treedt voor het nieuwe lid in werking dertig dagen na de nederlegging van de akte van toetreding.
Art. 53. A la date d'entrée en vigueur de la présente Convention, tout Etat européen qui désire devenir membre peut être invité par le Conseil à adhérer à cette Convention. Celle-ci entrera en vigueur pour ce nouveau membre trente jours après la date de dépôt de l'instrument d'adhésion.
Art. 54. De Regering van de Franse Republiek is de depositaris van dit Verdrag.
Art. 54. Les instruments de ratification seront déposés auprès du gouvernement de la République française.
Art. 55. 1. Indien de lidstaten de OCCAR besluiten te ontbinden, plegen zij overleg met de OCCAR en komen zij met elkaar in de vorm van een overeenkomst de nodige bepalingen overeen voor de bevredigende regeling van de gevolgen van de ontbinding van de organisatie, met name ten aanzien van derde partijen en medecontractanten van de OCCAR. In deze overeenkomst wordt, voorzover nodig, mede bepaald onder welke voorwaarden de rechten en verantwoordelijkheden van de OCCAR na de ontbinding worden overgedragen aan de lidstaten.
2. De ontbinding van de OCCAR wordt van kracht zodra de hierboven bedoelde tussen de lidstaten overeengekomen bepalingen in werking zijn getreden.
2. De ontbinding van de OCCAR wordt van kracht zodra de hierboven bedoelde tussen de lidstaten overeengekomen bepalingen in werking zijn getreden.
Art. 55. 1. Si les Etats membres souhaitent la dissolution de l'OCCAR, ils se concertent avec l'OCCAR et conviennent par accord entre eux de toutes les dispositions nécessaires pour régler dans des conditions satisfaisantes les conséquences, notamment vis-à-vis des tiers et des cocontractants de l'OCCAR, de la dissolution de l'organisation. Cet accord règle également, dans la mesure où cela est nécessaire, les conditions dans lesquelles les droits et responsabilités de l'OCCAR sont transférés aux Etats membres après dissolution de l'organisation.
2. La dissolution de l'OCCAR est effective dès que les dispositions arrêtées entre les gouvernements des Etats membres visées ci-dessus sont entrées en vigueur.
2. La dissolution de l'OCCAR est effective dès que les dispositions arrêtées entre les gouvernements des Etats membres visées ci-dessus sont entrées en vigueur.
Art. 56. 1. Indien een van de lidstaten van de OCCAR het Verdrag wenst op te zeggen, beziet deze Staat in overleg met de andere lidstaten welke gevolgen deze opzegging heeft. Indien de lidstaat na dit overleg nog steeds wenst op te zeggen, doet hij van zijn opzegging schriftelijk kennisgeving aan de depositaris, die deze kennisgeving doet toekomen aan de overige lidstaten en aan de Directeur. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de kennisgeving door de depositaris is ontvangen.
2. De opzeggende lidstaat vervult al zijn verplichtingen tot aan de datum waarop de opzegging van kracht wordt. De lidstaten stellen in onderling overleg vast welke deze verplichtingen zijn.
3. De rechten en verantwoordelijkheden van de opzeggende lidstaat met betrekking tot beveiliging, schadevergoeding, de regeling van geschillen en andere lopende verplichtingen blijven, ondanks de opzegging, onverlet.
2. De opzeggende lidstaat vervult al zijn verplichtingen tot aan de datum waarop de opzegging van kracht wordt. De lidstaten stellen in onderling overleg vast welke deze verplichtingen zijn.
3. De rechten en verantwoordelijkheden van de opzeggende lidstaat met betrekking tot beveiliging, schadevergoeding, de regeling van geschillen en andere lopende verplichtingen blijven, ondanks de opzegging, onverlet.
Art. 56. 1. Si l'un des Etats membres de l'OCCAR souhaite dénoncer la Convention, il examine en consultation avec les autres Etats membres les conséquences de ce retrait. Si à l'issue de ces consultations cet Etat membre souhaite toujours se retirer, il notifie, par écrit, son retrait au dépositaire, qui transmet cette notification aux autres Etats membres et au Directeur. La dénonciation prend effet six mois après la date à laquelle la notification a été reçue par le dépositaire.
2. L'Etat membre qui se retire remplit la totalité de ses engagements jusqu'à la date effective du retrait. Ces engagements sont évalués entre les Etats membres.
3. Les droits et responsabilités de l'Etat membre qui se retire concernant la sécurité, le règlement des dommages, le règlement des litiges et les autres engagements en cours demeurent en vigueur malgré son retrait.
2. L'Etat membre qui se retire remplit la totalité de ses engagements jusqu'à la date effective du retrait. Ces engagements sont évalués entre les Etats membres.
3. Les droits et responsabilités de l'Etat membre qui se retire concernant la sécurité, le règlement des dommages, le règlement des litiges et les autres engagements en cours demeurent en vigueur malgré son retrait.
Art. 57. Elke lidstaat die de ingevolge dit Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nakomt, kan op basis van een unaniem besluit door de Raad van dit Verdrag worden uitgesloten. De betrokken lidstaat neemt niet deel aan de stemming.
Art. 57. Tout Etat membre qui ne respecte pas ses obligations selon les termes de cette Convention peut être exclu sur décision unanime du Conseil. L'Etat membre en question ne participe pas au vote.
Art. 58. Dit Verdrag wordt nedergelegd in het archief van de Regering van de Franse Republiek, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften hiervan doet toekomen aan de Regeringen van de ondertekenende of toetredende Staten.
Ten blijke waarvan de vertegenwoordigers van de Regeringen, hiertoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.
Gedaan te Farnborough, de negende september 1998, in een enkel oorspronkelijk exemplaar in de Duitse, de Engelse, de Franse en de Italiaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Ten blijke waarvan de vertegenwoordigers van de Regeringen, hiertoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.
Gedaan te Farnborough, de negende september 1998, in een enkel oorspronkelijk exemplaar in de Duitse, de Engelse, de Franse en de Italiaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Art. 58. La présente Convention sera déposée aux archives du gouvernement de la République française qui en transmettra des copies certifiées conformes aux gouvernements des Etats signataires ou adhérents.
En foi de quoi les représentants des gouvernements, dûment habilités à cet effet, ont signé la presente Convention.
Fait à Farnborough, le 9 septembre 1998 en versions française, allemande, anglaise, et italienne, tous ces textes faisant également foi, en un exemplaire original unique.
En foi de quoi les représentants des gouvernements, dûment habilités à cet effet, ont signé la presente Convention.
Fait à Farnborough, le 9 septembre 1998 en versions française, allemande, anglaise, et italienne, tous ces textes faisant également foi, en un exemplaire original unique.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. - Voorrechten en immuniteiten
Artikel 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van deze Bijlage zijn de gebouwen en verblijven van de OCCAR onschendbaar.
Artikel 2. De archieven van de OCCAR zijn onschendbaar.
Artikel 3. 1. De OCCAR geniet immuniteit van rechtsvervolging en executiemaatregelen, behalve :
a) wanneer de OCCAR hiervan op grond van een Raadsbesluit uitdrukkelijk afstand doet in een bijzonder geval; de Raad is verplicht van deze immuniteit afstand te doen in alle gevallen waarin het handhaven hiervan de rechtsgang zou kunnen belemmeren en van deze immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de OCCAR te schaden;
b) in geval van een civielrechtelijke actie van een derde partij wegens schade die het gevolg is van een ongeval veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van de OCCAR of werd gebruikt ten behoeve van de OCCAR, of in geval van een verkeersovertreding met een dergelijk voertuig;
c) in geval van tenuitvoerlegging van een arbitrage-uitspraak op grond van een door de OCCAR gesloten contract;
d) in geval van beslaglegging, op basis van een beschikking van de gerechtelijke autoriteiten, op de salarissen en emolumenten die de OCCAR aan een van haar personeelsleden verschuldigd is.
2. De eigendommen en activa van de OCCAR genieten, ongeacht waar zij zich bevinden, immuniteit van vordering, inbeslagneming, onteigening en beslaglegging. Ook genieten zij immuniteit van elke vorm van administratieve of voorlopige gerechtelijke dwang, tenzij dit tijdelijk noodzakelijk is met het oog op voorkoming van of onderzoek naar ongevallen waarbij motorvoertuigen zijn betrokken die eigendom zijn van of die werden gebruikt ten behoeve van de OCCAR.
Artikel 4. 1. In het kader van haar officiële activiteiten zijn de OCCAR, alsook haar eigendommen en inkomsten vrijgesteld van directe belastingen.
2. Wanneer de aanschaf van goederen of diensten van een aanzienlijk bedrag of die absoluut noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de officiële activiteiten van de OCCAR wordt verricht, deze goederen of diensten worden gebruikt en wanneer in de prijs van deze goederen of diensten belastingen of heffingen zijn begrepen, nemen de lidstaten, zo veel mogelijk, passende maatregelen met het oog op de vrijstelling van deze belastingen en heffingen of de teruggave hiervan.
Artikel 5. De door of namens de OCCAR ingevoerde of uitgevoerde goederen die absoluut noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar officiële activiteiten, zijn vrijgesteld van alle invoer- en uitvoerbelastingen en heffingen en van alle invoer- en uitvoerverboden of -beperkingen.
Artikel 6. 1. Voor de toepassing van de artikelen 4 en 5 van deze Bijlage vallen onder de officiële activiteiten van de OCCAR de administratieve activiteiten, met inbegrip van de werkzaamheden die betrekking hebben op regelingen voor sociale zekerheid.
2. De in de artikelen 4 en 5 bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op de belastingen, rechten en heffingen die slechts de betaling vormen voor diensten van nutsbedrijven.
Artikel 7. De op grond van de artikelen 4 en 5 verleende vrijstellingen zijn niet van toepassing op de aankoop en invoer van goederen of levering van diensten voor de eigen behoeften van de personeelsleden van de OCCAR.
Artikel 8. 1. De overeenkomstig artikel 4 van deze Bijlage verworven of overeenkomstig artikel 5 van deze Bijlage ingevoerde goederen kunnen uitsluitend worden verkocht en overgedragen onder de voorwaarden vastgesteld door de lidstaten die de vrijstellingen hebben verleend.
2. De overdracht van goederen en de verlening van diensten tussen het Hoofdkwartier en andere onderdelen van de OCCAR, of tussen de verschillende OCCAR-divisies of, ter uitvoering van een OCCAR-project, tussen deze en een nationale instelling van een lidstaat, zijn vrijgesteld van alle heffingen en beperkingen; de lidstaten nemen indien nodig alle passende maatregelen met het oog op de vrijstelling of teruggave van deze heffingen of de opheffing van deze beperkingen.
Artikel 9. De verspreiding van door of naar de OCCAR verzonden publicaties en ander informatiemateriaal is op geen enkele wijze aan beperkingen onderworpen.
Artikel 10. De OCCAR kan alle soorten fondsen, valuta's, contanten of waardepapieren ontvangen en onder zich hebben; zij kan hierover vrijelijk beschikken voor elk in het Verdrag voorzien gebruik en zij is bevoegd rekeningen aan te houden in welke valuta ook voor zover nodig voor de nakoming van haar verplichtingen.
Artikel 11. 1. Ten aanzien van officiële berichten en de overdracht van alle documenten, geniet de OCCAR een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door elke lidstaat wordt toegekend aan andere internationale organisaties.
2. Ten aanzien van de officiële berichten van de OCCAR wordt geen censuur toegepast, ongeacht het gebruikte communicatiemiddel.
Artikel 12. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om de binnenkomst en het verblijf op hun grondgebied, alsmede het vertrek van hun grondgebied van OCCAR-personeelsleden te vergemakkelijken.
Artikel 13. 1. De vertegenwoordigers van de lidstaten genieten, in de uitoefening van hun functie en tijdens hun reizen naar en van de plaatsen waar vergaderingen plaatsvinden, de volgende voorrechten en immuniteiten :
a) immuniteit van arrestatie of detentie en van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage;
b) immuniteit van enigerlei rechtsvervolging, zelfs na beëindiging van hun missie, met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functie verrichte handelingen; deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een vertegenwoordiger van een lidstaat, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig;
c) onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;
d) het recht codes te gebruiken en documenten of correspondentie te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen;
e) vrijstelling met betrekking tot henzelf, hun echtgenoten, en de hun ten laste komende kinderen, van inreisbeperkingen en registratieverplichtingen voor vreemdelingen;
f) dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen bij tijdelijke officiële zendingen;
g) dezelfde douanefaciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke bagage als die welke worden toegekend aan diplomaten.
2. De voorrechten en immuniteiten worden niet aan de vertegenwoordigers van de lidstaten toegekend ten behoeve van hun persoonlijk voordeel, maar om ervoor zorg te dragen dat zij hun functie bij de OCCAR in volledige onafhankelijkheid kunnen vervullen. Dientengevolge is een lidstaat verplicht afstand te doen van de immuniteit van een vertegenwoordiger in alle gevallen waarin de handhaving hiervan de rechtsgang zou belemmeren, mits van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij werd toegekend.
Artikel 14. Naast de in artikel 15 van deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten, geniet de Directeur en, indien zijn/haar functie vacant is, de persoon die is aangewezen om in zijn/haar plaats op te treden, de voorrechten en immuniteiten die worden toegekend aan diplomaten van vergelijkbare rang.
Artikel 15. De personeelsleden van de OCCAR :
a) genieten, zelfs nadat hun dienstverband met de OCCAR is beëindigd, immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functie verrichte handelingen; deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een personeelslid van de OCCAR, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig;
b) zijn vrijgesteld van enigerlei verplichting met betrekking tot de militaire dienst;
c) genieten onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;
d) genieten, met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden, dezelfde vrijstellingen van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie als die welke doorgaans worden verleend aan de personeelsleden van internationale organisaties;
e) genieten, ten aanzien van wisselbeperkingen, dezelfde voorrechten als die welke doorgaans worden verleend aan de personeelsleden van internationale organisaties;
f) genieten, bij internationale crises, dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke gelden voor diplomaten; dit geldt ook voor de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden;
g) zijn gerechtigd bij hun eerste vestiging in de desbetreffende lidstaat hun verhuisboedel en persoonlijke bezittingen belastingvrij in te voeren en bij beeindiging van hun functie in de betrokken lidstaat hun verhuisboedel en persoonlijke bezittingen belastingvrij uit te voeren, met inachtneming van de voorwaarden die hieraan worden gesteld door de lidstaat op wiens grondgebied dit recht wordt uitgeoefend.
Artikel 16. Deskundigen, anders dan de in artikel 15 van deze Bijlage bedoelde personeelsleden, genieten bij de uitoefening van hun functie bij de OCCAR of bij de uitvoering van missies voor de OCCAR de volgende voorrechten en immuniteiten, voorzover nodig voor de uitoefening van hun functie en gedurende hun reizen in verband met deze functies en missies :
a) immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functies verrichte handelingen; deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een deskundige, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de deskundigen hun functie bij de OCCAR niet meer uitoefenen;
b) onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;
c) dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta en wisselbeperkingen en met betrekking tot hun persoonlijke bagage als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen bij tijdelijke officiële missies.
Artikel 17. 1. Op grond van de door de Raad vast te stellen voorwaarden en procedures, zijn de Directeur en de personeelsleden van de OCCAR, ten gunste van de OCCAR, belasting verschuldigd over de door de OCCAR betaalde salarissen en emolumenten. Genoemde salarissen en emolumenten zijn vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting, maar de lidstaten behouden zich het recht voor deze salarissen en emolumenten op te voeren bij de berekening van de op te leggen belasting op inkomsten uit andere bronnen.
2. De in het eerste lid bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op renten en pensioenen die door de OCCAR worden betaald aan voormalige directeuren en personeelsleden.
Artikel 18. De artikelen 15 en 17 van deze Bijlage zijn van toepassing op alle categorieën personeelsleden waarin het personeelsreglement van de OCCAR voorziet. Overeenkomstig artikel 22, eerste lid, van het Verdrag stelt de Raad de categorieën deskundigen vast waarop artikel 16 van deze Bijlage van toepassing is. De namen, functies en adressen van de in dit artikel bedoelde personeelsleden en deskundigen worden regelmatig aan de lidstaten medegedeeld.
Artikel 19. Indien de OCCAR een eigen regeling voor sociale zekerheid vaststelt, worden de OCCAR, de Directeur en de personeelsleden vrijgesteld van alle verplichte bijdragen aan de nationale sociale-zekerheidsinstellingen; hiertoe worden overeenkomstig artikel 24 van deze Bijlage overeenkomsten gesloten met de lidstaten.
Artikel 20. 1. De in deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten worden niet aan de Directeur, de personeelsleden en de deskundigen van de OCCAR verleend ten behoeve van hun persoonlijk voordeel. Zij worden uitsluitend verleend om, onder alle omstandigheden, het functioneren van de OCCAR en de volledige onafhankelijkheid van de personen aan wie de voorrechten en immuniteiten zijn verleend, te waarborgen.
2. De Directeur is verplicht afstand te doen van de immuniteit in alle gevallen waarin de handhaving hiervan de rechtsgang zou kunnen belemmeren, mits van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de OCCAR te schaden. Ten aanzien van de Directeur is de Raad bevoegd afstand van de immuniteit te doen.
Artikel 21. 1. De OCCAR werkt te allen tijde samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten teneinde de goede rechtsbedeling te vergemakkelijken, toe te zien op de naleving van politiewetten en wet- en regelgeving met betrekking tot het hanteren van explosieven en brandbare stoffen, de volksgezondheid en arbeidsinspectie of andere gelijksoortige nationale wetten, en misbruik van de in deze Bijlage bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten te voorkomen.
2. De wijze waarop de in het eerste lid bedoelde samenwerking plaatsvindt, kan in de in artikel 24 van deze Bijlage bedoelde aanvullende overeenkomsten worden geregeld.
Artikel 22. Elke lidstaat behoudt het recht alle voorzorgsmaatregelen te nemen die nodig zijn in het belang van zijn veiligheid.
Artikel 23. Geen enkele lidstaat is verplicht de in de artikelen 13, 14, 15 b, e en g en 16 c van deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten te verlenen aan zijn eigen onderdanen of aan personen die, op het moment dat zij hun functie in de betrokken lidstaat aanvaarden, permanente ingezetenen van deze lidstaat zijn.
Artikel 24. De OCCAR kan, op besluit hiertoe van de Raad, met een of meer lidstaten aanvullende overeenkomsten sluiten ter uitvoering van de bepalingen van deze Bijlage ten aanzien van die Staat of Staten, alsmede andere regelingen met het oog op het goed functioneren van de OCCAR en het veilig stellen van haar belangen.
Artikel 25. De OCCAR sluit, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de lidstaat waarin het voertuig wordt gebruikt, een verzekering af voor wettelijke aansprakelijkheid voor de voertuigen waarvan zij eigenaar is of die zij gebruikt. De OCCAR stelt bij de aanstelling van personeelsleden als eis dat zij, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de lidstaat waarin het voertuig wordt gebruikt, een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid hebben afgesloten voor de voertuigen waarvan zij eigenaar zijn of die zij gebruiken.
Artikel 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van deze Bijlage zijn de gebouwen en verblijven van de OCCAR onschendbaar.
Artikel 2. De archieven van de OCCAR zijn onschendbaar.
Artikel 3. 1. De OCCAR geniet immuniteit van rechtsvervolging en executiemaatregelen, behalve :
a) wanneer de OCCAR hiervan op grond van een Raadsbesluit uitdrukkelijk afstand doet in een bijzonder geval; de Raad is verplicht van deze immuniteit afstand te doen in alle gevallen waarin het handhaven hiervan de rechtsgang zou kunnen belemmeren en van deze immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de OCCAR te schaden;
b) in geval van een civielrechtelijke actie van een derde partij wegens schade die het gevolg is van een ongeval veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van de OCCAR of werd gebruikt ten behoeve van de OCCAR, of in geval van een verkeersovertreding met een dergelijk voertuig;
c) in geval van tenuitvoerlegging van een arbitrage-uitspraak op grond van een door de OCCAR gesloten contract;
d) in geval van beslaglegging, op basis van een beschikking van de gerechtelijke autoriteiten, op de salarissen en emolumenten die de OCCAR aan een van haar personeelsleden verschuldigd is.
2. De eigendommen en activa van de OCCAR genieten, ongeacht waar zij zich bevinden, immuniteit van vordering, inbeslagneming, onteigening en beslaglegging. Ook genieten zij immuniteit van elke vorm van administratieve of voorlopige gerechtelijke dwang, tenzij dit tijdelijk noodzakelijk is met het oog op voorkoming van of onderzoek naar ongevallen waarbij motorvoertuigen zijn betrokken die eigendom zijn van of die werden gebruikt ten behoeve van de OCCAR.
Artikel 4. 1. In het kader van haar officiële activiteiten zijn de OCCAR, alsook haar eigendommen en inkomsten vrijgesteld van directe belastingen.
2. Wanneer de aanschaf van goederen of diensten van een aanzienlijk bedrag of die absoluut noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de officiële activiteiten van de OCCAR wordt verricht, deze goederen of diensten worden gebruikt en wanneer in de prijs van deze goederen of diensten belastingen of heffingen zijn begrepen, nemen de lidstaten, zo veel mogelijk, passende maatregelen met het oog op de vrijstelling van deze belastingen en heffingen of de teruggave hiervan.
Artikel 5. De door of namens de OCCAR ingevoerde of uitgevoerde goederen die absoluut noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar officiële activiteiten, zijn vrijgesteld van alle invoer- en uitvoerbelastingen en heffingen en van alle invoer- en uitvoerverboden of -beperkingen.
Artikel 6. 1. Voor de toepassing van de artikelen 4 en 5 van deze Bijlage vallen onder de officiële activiteiten van de OCCAR de administratieve activiteiten, met inbegrip van de werkzaamheden die betrekking hebben op regelingen voor sociale zekerheid.
2. De in de artikelen 4 en 5 bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op de belastingen, rechten en heffingen die slechts de betaling vormen voor diensten van nutsbedrijven.
Artikel 7. De op grond van de artikelen 4 en 5 verleende vrijstellingen zijn niet van toepassing op de aankoop en invoer van goederen of levering van diensten voor de eigen behoeften van de personeelsleden van de OCCAR.
Artikel 8. 1. De overeenkomstig artikel 4 van deze Bijlage verworven of overeenkomstig artikel 5 van deze Bijlage ingevoerde goederen kunnen uitsluitend worden verkocht en overgedragen onder de voorwaarden vastgesteld door de lidstaten die de vrijstellingen hebben verleend.
2. De overdracht van goederen en de verlening van diensten tussen het Hoofdkwartier en andere onderdelen van de OCCAR, of tussen de verschillende OCCAR-divisies of, ter uitvoering van een OCCAR-project, tussen deze en een nationale instelling van een lidstaat, zijn vrijgesteld van alle heffingen en beperkingen; de lidstaten nemen indien nodig alle passende maatregelen met het oog op de vrijstelling of teruggave van deze heffingen of de opheffing van deze beperkingen.
Artikel 9. De verspreiding van door of naar de OCCAR verzonden publicaties en ander informatiemateriaal is op geen enkele wijze aan beperkingen onderworpen.
Artikel 10. De OCCAR kan alle soorten fondsen, valuta's, contanten of waardepapieren ontvangen en onder zich hebben; zij kan hierover vrijelijk beschikken voor elk in het Verdrag voorzien gebruik en zij is bevoegd rekeningen aan te houden in welke valuta ook voor zover nodig voor de nakoming van haar verplichtingen.
Artikel 11. 1. Ten aanzien van officiële berichten en de overdracht van alle documenten, geniet de OCCAR een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door elke lidstaat wordt toegekend aan andere internationale organisaties.
2. Ten aanzien van de officiële berichten van de OCCAR wordt geen censuur toegepast, ongeacht het gebruikte communicatiemiddel.
Artikel 12. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om de binnenkomst en het verblijf op hun grondgebied, alsmede het vertrek van hun grondgebied van OCCAR-personeelsleden te vergemakkelijken.
Artikel 13. 1. De vertegenwoordigers van de lidstaten genieten, in de uitoefening van hun functie en tijdens hun reizen naar en van de plaatsen waar vergaderingen plaatsvinden, de volgende voorrechten en immuniteiten :
a) immuniteit van arrestatie of detentie en van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage;
b) immuniteit van enigerlei rechtsvervolging, zelfs na beëindiging van hun missie, met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functie verrichte handelingen; deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een vertegenwoordiger van een lidstaat, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig;
c) onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;
d) het recht codes te gebruiken en documenten of correspondentie te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen;
e) vrijstelling met betrekking tot henzelf, hun echtgenoten, en de hun ten laste komende kinderen, van inreisbeperkingen en registratieverplichtingen voor vreemdelingen;
f) dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen bij tijdelijke officiële zendingen;
g) dezelfde douanefaciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke bagage als die welke worden toegekend aan diplomaten.
2. De voorrechten en immuniteiten worden niet aan de vertegenwoordigers van de lidstaten toegekend ten behoeve van hun persoonlijk voordeel, maar om ervoor zorg te dragen dat zij hun functie bij de OCCAR in volledige onafhankelijkheid kunnen vervullen. Dientengevolge is een lidstaat verplicht afstand te doen van de immuniteit van een vertegenwoordiger in alle gevallen waarin de handhaving hiervan de rechtsgang zou belemmeren, mits van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij werd toegekend.
Artikel 14. Naast de in artikel 15 van deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten, geniet de Directeur en, indien zijn/haar functie vacant is, de persoon die is aangewezen om in zijn/haar plaats op te treden, de voorrechten en immuniteiten die worden toegekend aan diplomaten van vergelijkbare rang.
Artikel 15. De personeelsleden van de OCCAR :
a) genieten, zelfs nadat hun dienstverband met de OCCAR is beëindigd, immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functie verrichte handelingen; deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een personeelslid van de OCCAR, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig;
b) zijn vrijgesteld van enigerlei verplichting met betrekking tot de militaire dienst;
c) genieten onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;
d) genieten, met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden, dezelfde vrijstellingen van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie als die welke doorgaans worden verleend aan de personeelsleden van internationale organisaties;
e) genieten, ten aanzien van wisselbeperkingen, dezelfde voorrechten als die welke doorgaans worden verleend aan de personeelsleden van internationale organisaties;
f) genieten, bij internationale crises, dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke gelden voor diplomaten; dit geldt ook voor de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden;
g) zijn gerechtigd bij hun eerste vestiging in de desbetreffende lidstaat hun verhuisboedel en persoonlijke bezittingen belastingvrij in te voeren en bij beeindiging van hun functie in de betrokken lidstaat hun verhuisboedel en persoonlijke bezittingen belastingvrij uit te voeren, met inachtneming van de voorwaarden die hieraan worden gesteld door de lidstaat op wiens grondgebied dit recht wordt uitgeoefend.
Artikel 16. Deskundigen, anders dan de in artikel 15 van deze Bijlage bedoelde personeelsleden, genieten bij de uitoefening van hun functie bij de OCCAR of bij de uitvoering van missies voor de OCCAR de volgende voorrechten en immuniteiten, voorzover nodig voor de uitoefening van hun functie en gedurende hun reizen in verband met deze functies en missies :
a) immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functies verrichte handelingen; deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een deskundige, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de deskundigen hun functie bij de OCCAR niet meer uitoefenen;
b) onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;
c) dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta en wisselbeperkingen en met betrekking tot hun persoonlijke bagage als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen bij tijdelijke officiële missies.
Artikel 17. 1. Op grond van de door de Raad vast te stellen voorwaarden en procedures, zijn de Directeur en de personeelsleden van de OCCAR, ten gunste van de OCCAR, belasting verschuldigd over de door de OCCAR betaalde salarissen en emolumenten. Genoemde salarissen en emolumenten zijn vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting, maar de lidstaten behouden zich het recht voor deze salarissen en emolumenten op te voeren bij de berekening van de op te leggen belasting op inkomsten uit andere bronnen.
2. De in het eerste lid bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op renten en pensioenen die door de OCCAR worden betaald aan voormalige directeuren en personeelsleden.
Artikel 18. De artikelen 15 en 17 van deze Bijlage zijn van toepassing op alle categorieën personeelsleden waarin het personeelsreglement van de OCCAR voorziet. Overeenkomstig artikel 22, eerste lid, van het Verdrag stelt de Raad de categorieën deskundigen vast waarop artikel 16 van deze Bijlage van toepassing is. De namen, functies en adressen van de in dit artikel bedoelde personeelsleden en deskundigen worden regelmatig aan de lidstaten medegedeeld.
Artikel 19. Indien de OCCAR een eigen regeling voor sociale zekerheid vaststelt, worden de OCCAR, de Directeur en de personeelsleden vrijgesteld van alle verplichte bijdragen aan de nationale sociale-zekerheidsinstellingen; hiertoe worden overeenkomstig artikel 24 van deze Bijlage overeenkomsten gesloten met de lidstaten.
Artikel 20. 1. De in deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten worden niet aan de Directeur, de personeelsleden en de deskundigen van de OCCAR verleend ten behoeve van hun persoonlijk voordeel. Zij worden uitsluitend verleend om, onder alle omstandigheden, het functioneren van de OCCAR en de volledige onafhankelijkheid van de personen aan wie de voorrechten en immuniteiten zijn verleend, te waarborgen.
2. De Directeur is verplicht afstand te doen van de immuniteit in alle gevallen waarin de handhaving hiervan de rechtsgang zou kunnen belemmeren, mits van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de OCCAR te schaden. Ten aanzien van de Directeur is de Raad bevoegd afstand van de immuniteit te doen.
Artikel 21. 1. De OCCAR werkt te allen tijde samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten teneinde de goede rechtsbedeling te vergemakkelijken, toe te zien op de naleving van politiewetten en wet- en regelgeving met betrekking tot het hanteren van explosieven en brandbare stoffen, de volksgezondheid en arbeidsinspectie of andere gelijksoortige nationale wetten, en misbruik van de in deze Bijlage bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten te voorkomen.
2. De wijze waarop de in het eerste lid bedoelde samenwerking plaatsvindt, kan in de in artikel 24 van deze Bijlage bedoelde aanvullende overeenkomsten worden geregeld.
Artikel 22. Elke lidstaat behoudt het recht alle voorzorgsmaatregelen te nemen die nodig zijn in het belang van zijn veiligheid.
Artikel 23. Geen enkele lidstaat is verplicht de in de artikelen 13, 14, 15 b, e en g en 16 c van deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten te verlenen aan zijn eigen onderdanen of aan personen die, op het moment dat zij hun functie in de betrokken lidstaat aanvaarden, permanente ingezetenen van deze lidstaat zijn.
Artikel 24. De OCCAR kan, op besluit hiertoe van de Raad, met een of meer lidstaten aanvullende overeenkomsten sluiten ter uitvoering van de bepalingen van deze Bijlage ten aanzien van die Staat of Staten, alsmede andere regelingen met het oog op het goed functioneren van de OCCAR en het veilig stellen van haar belangen.
Artikel 25. De OCCAR sluit, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de lidstaat waarin het voertuig wordt gebruikt, een verzekering af voor wettelijke aansprakelijkheid voor de voertuigen waarvan zij eigenaar is of die zij gebruikt. De OCCAR stelt bij de aanstelling van personeelsleden als eis dat zij, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de lidstaat waarin het voertuig wordt gebruikt, een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid hebben afgesloten voor de voertuigen waarvan zij eigenaar zijn of die zij gebruiken.
Art. N1. Annexe I. - Privilèges et Immunités
Article 1. Les bâtiments et locaux de l'OCCAR sont inviolables compte tenu des articles 3 et 4 de la présente Annexe.
Article 2. Les archives de l'OCCAR sont inviolables.
Article 3. 1. L'OCCAR bénéficie de l'immunité de juridiction et d'exécution sauf :
a) dans la mesure où, par décision du Conseil, elle y renonce expressément dans un cas particulier; le Conseil a le devoir de lever cette immunité dans tous les cas où son maintien est susceptible d'entraver l'action de la justice et où elle peut être levée sans porter atteinte aux intérêts de l'OCCAR;
b) en cas d'action civile intentée par un tiers pour les dommages résultant d'un accident causé par un véhicule à moteur appartenant à l'OCCAR ou circulant pour son compte, ou en cas d'infraction à la réglementation de la circulation automobile intéressant un tel véhicule;
c) en cas d'exécution d'une sentence arbitrale rendue en application de tout contrat passé par l'OCCAR;
d) en cas de saisie, ordonnée par décision des autorités judiciaires, sur les traitements et émoluments dus par l'OCCAR à un membre de son personnel.
2. Quel que soit le lieu où ils se trouvent, les propriétés et biens de l'OCCAR bénéficient de l'immunité à l'égard de toutes formes de réquisition, confiscation, expropriation et séquestre. Ils bénéficient également de l'immunité à l'égard de toutes formes de contrainte administrative ou des mesures préalables à un jugement, sauf dans le cas où le nécessitent temporairement la prévention des accidents mettant en cause des véhicules à moteur appartenant à l'OCCAR ou circulant pour le compte de celle-ci, et les enquêtes auxquelles peuvent donner lieu de tels accidents.
Article 4. 1. Dans le cadre de ses activités officielles, l'OCCAR, ses biens et ses revenus sont exonérés des impôts directs.
2. Lorsque des achats de biens ou de services d'un montant important qui sont strictement nécessaires pour l'exercice des activités officielles de l'OCCAR sont effectués ou utilisés par l'OCCAR, et lorsque le prix de ces achats de biens ou de services comprend des taxes ou droits, des dispositions appropriées sont prises par les Etats membres, chaque fois qu'il est possible, en vue de l'exonération de taxes ou droits de cette nature ou en vue du remboursement de leur montant.
Article 5. Les produits importés ou exportés par l'OCCAR ou pour son compte, et strictement nécessaires pour ses activités officielles, sont exonérés de toutes taxes et tous droits d'importation et d'exportation et de toutes les prohibitions et restrictions à l'importation ou à l'exportation.
Article 6. 1. Pour l'application des articles 4 et 5 de la présente Annexe, les activités officielles de l'OCCAR comprennent ses activités administratives, y compris ses opérations relatives au régime de prévoyance sociale.
2. Les dispositions prévues aux articles 4 et 5 de la présente Annexe ne s'appliquent pas aux impôts, droits et taxes qui ne constituent que la simple rémunération de services d'utilité publique.
Article 7. Aucune exonération n'est accordée, au titre des articles 4 et 5 de la présente Annexe, en ce qui concerne les achats et importations de biens ou pour la fourniture de services destinés aux besoins propres du personnel de l'OCCAR.
Article 8. 1. Les biens acquis conformément à l'article 4 ou importés conformément à l'article 5 de la présente Annexe ne peuvent être vendus et cédés qu'aux conditions fixées par les Etats membres qui ont accordé les exonérations.
2. Les transferts de biens ou de prestations de services opérés soit entre le siège et d'autres établissements de l'OCCAR, soit entre ses diverses divisions, soit dans le but d'exécuter un programme de l'OCCAR, entre ceux-ci et une institution nationale d'un Etat membre, ne sont soumis à aucune charge ni restrictions; les Etats membres prennent, le cas échéant, toutes mesures appropriées en vue de l'exonération ou du remboursement de telles charges ou en vue de la levée de telles restrictions.
Article 9. La circulation de publications et d'autres matériels d'information expédiés par l'OCCAR ou à celle-ci n'est soumise à aucune restriction.
Article 10. L'OCCAR peut recevoir et détenir tous fonds, devises, numéraires ou valeurs mobilières; elle peut en disposer librement pour tous usages prévus par la Convention et avoir des comptes en n'importe quelle monnaie dans la mesure nécessaire pour faire face à ses obligations.
Article 11. 1. Pour ses communications officielles et le transfert de tous ses documents, l'OCCAR jouit d'un traitement non moins favorable que celui accordé par chaque Etat membre aux autres organisations internationales.
2. Aucune censure ne peut être exercée à l'égard des communications officielles de l'OCCAR quel que soit le moyen de communication utilisé.
Article 12. Les Etats membres prennent toutes mesures utiles pour faciliter l'entrée ou le séjour sur leur territoire ainsi que la sortie de leur territoire du personnel de l'OCCAR.
Article 13. 1. Les représentant des Etats membres jouissent, dans l'exercice de leurs fonctions et au cours de leurs voyages à destination ou en provenance du lieu des réunions, des privilèges et immunités suivants :
a) immunité d'arrestation et de détention, ainsi que de la saisie de leurs bagages personnels;
b) immunité de juridiction, même après la fin de leur mission, pour les actes, y compris leurs paroles et ecrits, accomplis par eux dans l'exercice de leurs fonctions; cette immunité ne joue cependant pas dans le cas d'infraction à la réglementation de la circulation des véhicules à moteur commise par un représentant d'un Etat membre, ou de dommage causé par un véhicule à moteur lui appartenant ou bien conduit par lui;
c) inviolabilité pour tous leurs papiers et documents officiels;
d) droit de faire usage de codes et de recevoir des documents ou de la correspondance par courrier spécial ou par valises scellées;
e) exemption pour eux-mêmes, pour leurs conjoints ainsi que pour les enfants a leur charge de toute mesure limitant l'entrée et de toutes formalités d'enregistrement des étrangers;
f) mêmes facilités, en ce qui concerne les réglementations monétaires et de change, que celles accordées aux représentants de gouvernement étrangers en mission officielle temporaire;
g) mêmes facilités douanières en ce qui concerne leurs bagages personnels que celles accordées aux agents diplomatiques.
2. Les privilèges et immunités sont accordés aux représentants des Etats membres, non pour leur bénéfice personnel, mais pour qu'ils puissent exercer en toute indépendance leurs fonctions auprès de l'OCCAR. En conséquence, un Etat membre a le devoir de lever l'immunité d'un représentant dans tous les cas où son maintien est susceptible d'entraver l'action de la justice et où elle peut être levée sans compromettre les fins pour lesquelles elle a été accordée.
Article 14. Outre les privilèges et immunités prévus à l'article 15 de la présente Annexe, le Directeur, ainsi que, pendant la vacance de son poste, la personne désignée pour agir en ses lieux et place, jouissent des privilèges et immunités reconnus aux agents diplomatiques de rang comparable.
Article 15. Les membres du personnel de l'OCCAR :
a) jouissent, même après qu'ils ont cessé d'être au service de l'OCCAR, de l'immunité de juridiction pour les actes, y compris leurs paroles et écrits, accomplis dans l'exercice de leurs fonctions; cette immunité ne joue cependant pas dans le cas d'infraction à la réglementation de la circulation des véhicules à moteur commise par un membre du personnel de l'OCCAR ou de dommages causés par un véhicule à moteur lui appartenant ou conduit par lui;
b) sont exempts de toute obligation relative au service militaire;
c) jouissent de l'inviolabilité pour tous leurs papiers et documents officiels;
d) jouissent, avec les membres de leur famille vivant à leur foyer, des mêmes exceptions aux dispositions limitant l'immigration et réglant l'enregistrement des etrangers que celles généralement reconnues aux membres du personnel des organisations internationales;
e) jouissent, en ce qui concerne les réglementations de change, des mêmes privilèges que ceux généralement reconnus aux membres du personnel des organisations internationales;
f) jouissent, en période de crise internationale, ainsi que les membres de leur famille vivant à leur foyer, des mêmes facilités de rapatriement que les agents diplomatiques;
g) jouissent du droit d'importer en franchise leur mobilier et leurs effets personnels, à l'occasion de leur première installation dans l'Etat membre intéressé, et du droit, à la cessation de leurs fonctions dans ledit Etat membre, d'exporter en franchise leur mobilier et leurs effets personnels sous réserve, dans l'un et l'autre cas, des conditions jugées nécessaires par l'Etat membre sur le territoire duquel le droit est exercé.
Article 16. Les experts autres que les membres du personnel, visés à l'article 15 de la présente Annexe, lorsqu'ils exercent des fonctions auprès de l'OCCAR ou accomplissent des missions pour cette dernière, jouissent des privilèges et immunités suivants, dans la mesure où ceux-ci sont nécessaires pour l'exercice de leurs fonctions, y compris durant les voyages effectués dans l'exercice de ces fonctions et au cours de ces missions :
a) immunité de juridiction pour les actes accomplis dans l'exercice de leurs fonctions, y compris leurs paroles et écrits, sauf dans le cas d'infraction à la réglementation de la circulation des véhicules à moteur commise par un expert ou de dommage causé par un véhicule à moteur lui appartenant ou conduit par lui; les experts continuent à bénéficier de cette immunité après la cessation de leurs fonctions auprès de l'OCCAR;
b) inviolabilité pour leurs papiers et documents officiels;
c) mêmes facilités, en ce qui concerne les réglementations monétaires et de change et en ce qui concerne leurs bagages personnels, que celles accordées aux agents de gouvernement étrangers en mission officielle temporaire.
Article 17. 1. Dans les conditions et suivant la procédure fixée par le Conseil, le Directeur et les membres du personnel de l'OCCAR sont soumis, au profit de celle-ci, à un impôt sur les traitements et émoluments versés par elle. Lesdits traitements et émoluments sont exempts d'impôts nationaux sur le revenu mais les Etats membres se réservent la possibilité de faire état de ces traitements et émoluments pour le calcul du montant de l'impôt à percevoir sur les revenus d'autres sources.
2. Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas applicables aux rentes et pensions payées par l'OCCAR à ses anciens directeurs et aux anciens membres de son personnel.
Article 18. Les articles 15 et 17 de la présente annexe s'appliquent à toutes les categories de personnels régies par le statut du personnel de l'OCCAR. En application de l'article 22, paragraphe 1er, le Conseil détermine les catégories d'experts auxquelles l'article 16 de la présente annexe est applicable. Les noms, qualités et adresses des membres du personnel et experts visés par le présent article sont communiqués périodiquement aux Etats membres.
Article 19. Dans l'éventualité où elle établit un régime propre de prévoyance sociale, l'OCCAR, le Directeur et les membres du personnel sont exemptés de toutes contributions obligatoires des organismes nationaux de prévoyance sociale, sur la base d'accords conclus avec les Etats membres conformément à l'article 24 de la présente Annexe.
Article 20. 1. Les privilèges et immunités prévus par la présente Annexe ne sont pas accordés au Directeur, aux membres du personnel et aux experts de l'OCCAR pour leur bénéfice personnel. Ils sont institués uniquement afin d'assurer, en toutes circonstances, le fonctionnement de l'OCCAR et la complète indépendance des personnes auxquelles ils sont accordés.
2. Le Directeur a le devoir de lever toute immunité dans tous les cas où son maintien est susceptible d'entraver l'action de la justice et ou elle peut être levée sans porter atteinte aux intérêts de l'OCCAR. A l'égard du Directeur, le Conseil est compétent pour lever cette immunité.
Article 21. 1. L'OCCAR coopère en tout temps avec les autorités compétentes des Etats membres en vue de faciliter une bonne administration de la justice, d'assurer l'observation des règlements de police et de ceux qui concernent la manipulation d'explosifs et de matières inflammables, la santé publique et l'inspection du travail ou autres lois nationales de nature analogue, et d'empêcher tout abus des privilèges, immunités et facilités prévus par la présente Annexe.
2. Les modalités de la coopération mentionnée au paragraphe 1er peuvent être précisées dans les accords complémentaires visés à l'article 24 ci-dessous.
Article 22. Chaque Etat membre conserve le droit de prendre toutes les précautions utiles dans l'intérêt de sa sécurité.
Article 23. Aucun Etat membre n'est obligé d'accorder les privilèges et immunités mentionnés dans les articles 13, 14, 15b, e et g et 16c de la présente Annexe, à ses propres ressortissants ou aux personnes qui, au moment de prendre leurs fonctions dans cet Etat membre, y sont des résidents permanents.
Article 24. L'OCCAR peut, sur décision du Conseil, conclure avec un ou plusieurs Etats membres des accords complémentaires en vue de l'execution des dispositions de la présente Annexe en ce qui concerne cet Etat ou ces Etats, ainsi que d'autres arrangements afin d'assurer le bon fonctionnement de l'OCCAR et la sauvegarde de ses intérêts.
Article 25. L'OCCAR doit contracter une assurance contre les risques émanant de tiers pour les véhicules qu'elle possède ou utilise, conformément aux lois et règlements en vigueur de l'Etat membre dans lequel le vehicule est utilisé. L'OCCAR demande comme préalable à toute embauche aux membres du personnel de bénéficier d'une assurance contre les risques émanant de tiers pour les véhicules qu'ils possèdent ou utilisent, conformément aux lois et règlements en vigueur de l'Etat membre dans lequel le véhicule est utilisé.
Article 1. Les bâtiments et locaux de l'OCCAR sont inviolables compte tenu des articles 3 et 4 de la présente Annexe.
Article 2. Les archives de l'OCCAR sont inviolables.
Article 3. 1. L'OCCAR bénéficie de l'immunité de juridiction et d'exécution sauf :
a) dans la mesure où, par décision du Conseil, elle y renonce expressément dans un cas particulier; le Conseil a le devoir de lever cette immunité dans tous les cas où son maintien est susceptible d'entraver l'action de la justice et où elle peut être levée sans porter atteinte aux intérêts de l'OCCAR;
b) en cas d'action civile intentée par un tiers pour les dommages résultant d'un accident causé par un véhicule à moteur appartenant à l'OCCAR ou circulant pour son compte, ou en cas d'infraction à la réglementation de la circulation automobile intéressant un tel véhicule;
c) en cas d'exécution d'une sentence arbitrale rendue en application de tout contrat passé par l'OCCAR;
d) en cas de saisie, ordonnée par décision des autorités judiciaires, sur les traitements et émoluments dus par l'OCCAR à un membre de son personnel.
2. Quel que soit le lieu où ils se trouvent, les propriétés et biens de l'OCCAR bénéficient de l'immunité à l'égard de toutes formes de réquisition, confiscation, expropriation et séquestre. Ils bénéficient également de l'immunité à l'égard de toutes formes de contrainte administrative ou des mesures préalables à un jugement, sauf dans le cas où le nécessitent temporairement la prévention des accidents mettant en cause des véhicules à moteur appartenant à l'OCCAR ou circulant pour le compte de celle-ci, et les enquêtes auxquelles peuvent donner lieu de tels accidents.
Article 4. 1. Dans le cadre de ses activités officielles, l'OCCAR, ses biens et ses revenus sont exonérés des impôts directs.
2. Lorsque des achats de biens ou de services d'un montant important qui sont strictement nécessaires pour l'exercice des activités officielles de l'OCCAR sont effectués ou utilisés par l'OCCAR, et lorsque le prix de ces achats de biens ou de services comprend des taxes ou droits, des dispositions appropriées sont prises par les Etats membres, chaque fois qu'il est possible, en vue de l'exonération de taxes ou droits de cette nature ou en vue du remboursement de leur montant.
Article 5. Les produits importés ou exportés par l'OCCAR ou pour son compte, et strictement nécessaires pour ses activités officielles, sont exonérés de toutes taxes et tous droits d'importation et d'exportation et de toutes les prohibitions et restrictions à l'importation ou à l'exportation.
Article 6. 1. Pour l'application des articles 4 et 5 de la présente Annexe, les activités officielles de l'OCCAR comprennent ses activités administratives, y compris ses opérations relatives au régime de prévoyance sociale.
2. Les dispositions prévues aux articles 4 et 5 de la présente Annexe ne s'appliquent pas aux impôts, droits et taxes qui ne constituent que la simple rémunération de services d'utilité publique.
Article 7. Aucune exonération n'est accordée, au titre des articles 4 et 5 de la présente Annexe, en ce qui concerne les achats et importations de biens ou pour la fourniture de services destinés aux besoins propres du personnel de l'OCCAR.
Article 8. 1. Les biens acquis conformément à l'article 4 ou importés conformément à l'article 5 de la présente Annexe ne peuvent être vendus et cédés qu'aux conditions fixées par les Etats membres qui ont accordé les exonérations.
2. Les transferts de biens ou de prestations de services opérés soit entre le siège et d'autres établissements de l'OCCAR, soit entre ses diverses divisions, soit dans le but d'exécuter un programme de l'OCCAR, entre ceux-ci et une institution nationale d'un Etat membre, ne sont soumis à aucune charge ni restrictions; les Etats membres prennent, le cas échéant, toutes mesures appropriées en vue de l'exonération ou du remboursement de telles charges ou en vue de la levée de telles restrictions.
Article 9. La circulation de publications et d'autres matériels d'information expédiés par l'OCCAR ou à celle-ci n'est soumise à aucune restriction.
Article 10. L'OCCAR peut recevoir et détenir tous fonds, devises, numéraires ou valeurs mobilières; elle peut en disposer librement pour tous usages prévus par la Convention et avoir des comptes en n'importe quelle monnaie dans la mesure nécessaire pour faire face à ses obligations.
Article 11. 1. Pour ses communications officielles et le transfert de tous ses documents, l'OCCAR jouit d'un traitement non moins favorable que celui accordé par chaque Etat membre aux autres organisations internationales.
2. Aucune censure ne peut être exercée à l'égard des communications officielles de l'OCCAR quel que soit le moyen de communication utilisé.
Article 12. Les Etats membres prennent toutes mesures utiles pour faciliter l'entrée ou le séjour sur leur territoire ainsi que la sortie de leur territoire du personnel de l'OCCAR.
Article 13. 1. Les représentant des Etats membres jouissent, dans l'exercice de leurs fonctions et au cours de leurs voyages à destination ou en provenance du lieu des réunions, des privilèges et immunités suivants :
a) immunité d'arrestation et de détention, ainsi que de la saisie de leurs bagages personnels;
b) immunité de juridiction, même après la fin de leur mission, pour les actes, y compris leurs paroles et ecrits, accomplis par eux dans l'exercice de leurs fonctions; cette immunité ne joue cependant pas dans le cas d'infraction à la réglementation de la circulation des véhicules à moteur commise par un représentant d'un Etat membre, ou de dommage causé par un véhicule à moteur lui appartenant ou bien conduit par lui;
c) inviolabilité pour tous leurs papiers et documents officiels;
d) droit de faire usage de codes et de recevoir des documents ou de la correspondance par courrier spécial ou par valises scellées;
e) exemption pour eux-mêmes, pour leurs conjoints ainsi que pour les enfants a leur charge de toute mesure limitant l'entrée et de toutes formalités d'enregistrement des étrangers;
f) mêmes facilités, en ce qui concerne les réglementations monétaires et de change, que celles accordées aux représentants de gouvernement étrangers en mission officielle temporaire;
g) mêmes facilités douanières en ce qui concerne leurs bagages personnels que celles accordées aux agents diplomatiques.
2. Les privilèges et immunités sont accordés aux représentants des Etats membres, non pour leur bénéfice personnel, mais pour qu'ils puissent exercer en toute indépendance leurs fonctions auprès de l'OCCAR. En conséquence, un Etat membre a le devoir de lever l'immunité d'un représentant dans tous les cas où son maintien est susceptible d'entraver l'action de la justice et où elle peut être levée sans compromettre les fins pour lesquelles elle a été accordée.
Article 14. Outre les privilèges et immunités prévus à l'article 15 de la présente Annexe, le Directeur, ainsi que, pendant la vacance de son poste, la personne désignée pour agir en ses lieux et place, jouissent des privilèges et immunités reconnus aux agents diplomatiques de rang comparable.
Article 15. Les membres du personnel de l'OCCAR :
a) jouissent, même après qu'ils ont cessé d'être au service de l'OCCAR, de l'immunité de juridiction pour les actes, y compris leurs paroles et écrits, accomplis dans l'exercice de leurs fonctions; cette immunité ne joue cependant pas dans le cas d'infraction à la réglementation de la circulation des véhicules à moteur commise par un membre du personnel de l'OCCAR ou de dommages causés par un véhicule à moteur lui appartenant ou conduit par lui;
b) sont exempts de toute obligation relative au service militaire;
c) jouissent de l'inviolabilité pour tous leurs papiers et documents officiels;
d) jouissent, avec les membres de leur famille vivant à leur foyer, des mêmes exceptions aux dispositions limitant l'immigration et réglant l'enregistrement des etrangers que celles généralement reconnues aux membres du personnel des organisations internationales;
e) jouissent, en ce qui concerne les réglementations de change, des mêmes privilèges que ceux généralement reconnus aux membres du personnel des organisations internationales;
f) jouissent, en période de crise internationale, ainsi que les membres de leur famille vivant à leur foyer, des mêmes facilités de rapatriement que les agents diplomatiques;
g) jouissent du droit d'importer en franchise leur mobilier et leurs effets personnels, à l'occasion de leur première installation dans l'Etat membre intéressé, et du droit, à la cessation de leurs fonctions dans ledit Etat membre, d'exporter en franchise leur mobilier et leurs effets personnels sous réserve, dans l'un et l'autre cas, des conditions jugées nécessaires par l'Etat membre sur le territoire duquel le droit est exercé.
Article 16. Les experts autres que les membres du personnel, visés à l'article 15 de la présente Annexe, lorsqu'ils exercent des fonctions auprès de l'OCCAR ou accomplissent des missions pour cette dernière, jouissent des privilèges et immunités suivants, dans la mesure où ceux-ci sont nécessaires pour l'exercice de leurs fonctions, y compris durant les voyages effectués dans l'exercice de ces fonctions et au cours de ces missions :
a) immunité de juridiction pour les actes accomplis dans l'exercice de leurs fonctions, y compris leurs paroles et écrits, sauf dans le cas d'infraction à la réglementation de la circulation des véhicules à moteur commise par un expert ou de dommage causé par un véhicule à moteur lui appartenant ou conduit par lui; les experts continuent à bénéficier de cette immunité après la cessation de leurs fonctions auprès de l'OCCAR;
b) inviolabilité pour leurs papiers et documents officiels;
c) mêmes facilités, en ce qui concerne les réglementations monétaires et de change et en ce qui concerne leurs bagages personnels, que celles accordées aux agents de gouvernement étrangers en mission officielle temporaire.
Article 17. 1. Dans les conditions et suivant la procédure fixée par le Conseil, le Directeur et les membres du personnel de l'OCCAR sont soumis, au profit de celle-ci, à un impôt sur les traitements et émoluments versés par elle. Lesdits traitements et émoluments sont exempts d'impôts nationaux sur le revenu mais les Etats membres se réservent la possibilité de faire état de ces traitements et émoluments pour le calcul du montant de l'impôt à percevoir sur les revenus d'autres sources.
2. Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas applicables aux rentes et pensions payées par l'OCCAR à ses anciens directeurs et aux anciens membres de son personnel.
Article 18. Les articles 15 et 17 de la présente annexe s'appliquent à toutes les categories de personnels régies par le statut du personnel de l'OCCAR. En application de l'article 22, paragraphe 1er, le Conseil détermine les catégories d'experts auxquelles l'article 16 de la présente annexe est applicable. Les noms, qualités et adresses des membres du personnel et experts visés par le présent article sont communiqués périodiquement aux Etats membres.
Article 19. Dans l'éventualité où elle établit un régime propre de prévoyance sociale, l'OCCAR, le Directeur et les membres du personnel sont exemptés de toutes contributions obligatoires des organismes nationaux de prévoyance sociale, sur la base d'accords conclus avec les Etats membres conformément à l'article 24 de la présente Annexe.
Article 20. 1. Les privilèges et immunités prévus par la présente Annexe ne sont pas accordés au Directeur, aux membres du personnel et aux experts de l'OCCAR pour leur bénéfice personnel. Ils sont institués uniquement afin d'assurer, en toutes circonstances, le fonctionnement de l'OCCAR et la complète indépendance des personnes auxquelles ils sont accordés.
2. Le Directeur a le devoir de lever toute immunité dans tous les cas où son maintien est susceptible d'entraver l'action de la justice et ou elle peut être levée sans porter atteinte aux intérêts de l'OCCAR. A l'égard du Directeur, le Conseil est compétent pour lever cette immunité.
Article 21. 1. L'OCCAR coopère en tout temps avec les autorités compétentes des Etats membres en vue de faciliter une bonne administration de la justice, d'assurer l'observation des règlements de police et de ceux qui concernent la manipulation d'explosifs et de matières inflammables, la santé publique et l'inspection du travail ou autres lois nationales de nature analogue, et d'empêcher tout abus des privilèges, immunités et facilités prévus par la présente Annexe.
2. Les modalités de la coopération mentionnée au paragraphe 1er peuvent être précisées dans les accords complémentaires visés à l'article 24 ci-dessous.
Article 22. Chaque Etat membre conserve le droit de prendre toutes les précautions utiles dans l'intérêt de sa sécurité.
Article 23. Aucun Etat membre n'est obligé d'accorder les privilèges et immunités mentionnés dans les articles 13, 14, 15b, e et g et 16c de la présente Annexe, à ses propres ressortissants ou aux personnes qui, au moment de prendre leurs fonctions dans cet Etat membre, y sont des résidents permanents.
Article 24. L'OCCAR peut, sur décision du Conseil, conclure avec un ou plusieurs Etats membres des accords complémentaires en vue de l'execution des dispositions de la présente Annexe en ce qui concerne cet Etat ou ces Etats, ainsi que d'autres arrangements afin d'assurer le bon fonctionnement de l'OCCAR et la sauvegarde de ses intérêts.
Article 25. L'OCCAR doit contracter une assurance contre les risques émanant de tiers pour les véhicules qu'elle possède ou utilise, conformément aux lois et règlements en vigueur de l'Etat membre dans lequel le vehicule est utilisé. L'OCCAR demande comme préalable à toute embauche aux membres du personnel de bénéficier d'une assurance contre les risques émanant de tiers pour les véhicules qu'ils possèdent ou utilisent, conformément aux lois et règlements en vigueur de l'Etat membre dans lequel le véhicule est utilisé.
Art. N2. Bijlage II. - Arbitrage
Artikel 1. Verzoeken tot arbitrage worden, met vermelding van de aard van het geschil, gericht aan de depositaris, die deze informatie doet toekomen aan alle lidstaten.
Artikel 2. 1. Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden :
a) een door elk van de partijen bij het geschil benoemde scheidsman en;
b) een in onderlinge overeenstemming door de eerste twee scheidsmannen aangewezen derde scheidsman, die als voorzitter van het scheidsgerecht optreedt;
c) indien de voorzitter van het scheidsgerecht niet is benoemd binnen een termijn van dertig dagen na de benoeming van de tweede scheidsman, kan elk der partijen bij het geschil de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken zo snel mogelijk een voorzitter te benoemen. Hij/zij kan geen voorzitter kiezen die de nationaliteit heeft of heeft gehad van een van de partijen bij het geschil, tenzij de andere partij hiermee instemt.
2. Indien een van de partijen bij een geschil nalaat binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek tot arbitrage door de depositaris, een scheidsman te benoemen, kan de andere partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken zo snel mogelijk een scheidsman te benoemen.
3. In geval van overlijden, onvermogen of ontstentenis van een scheidsman, benoemt de partij bij het geschil die hem/haar heeft benoemd, zijn/haar vervanger(ster) binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf het overlijden, onvermogen of ontstentenis. In geval van overlijden, onvermogen of ontstentenis van de voorzitter, wordt zijn/haar vervanger(ster) overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onderdeel c, benoemd binnen negentig dagen na het overlijden, onvermogen of ontstentenis.
Artikel 3. Het scheidsgerecht kan kennis nemen van eisen in reconventie die rechtstreeks verband houden met het onderwerp van het geschil en daarover uitspraak doen.
Artikel 4. Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een van de partijen bij het geschil, beschermende maatregelen aanbevelen.
Artikel 5. Elke partij bij het geschil draagt zelf de kosten van de voorbereiding van haar eigen zaak. De salariskosten van de leden van het scheidsgerecht worden gelijkelijk over de partijen bij het geschil verdeeld. Het scheidsgerecht stelt een overzicht op van alle in verband met de arbitrage gemaakte algemene kosten. Het scheidsgerecht stelt een overzicht op van alle kosten en doet de partijen bij het geschil een eindafrekening toekomen.
Artikel 6. Elke partij die door de uitspraak van het scheidsgerecht in haar juridische belangen zou kunnen worden geschaad, kan zich, na schriftelijke mededeling hiervan aan de partijen bij het geschil, met instemming van het scheidsgerecht en op eigen kosten, in de arbitrageprocedure voegen. Elke gevoegde partij kan, in overeenstemming met de krachtens artikel 7 van deze Bijlage vastgestelde procedures, bewijzen of stukken overleggen of mondeling argumenten aanvoeren met betrekking tot de kwesties die aanleiding hebben gegeven tot haar interventie, maar heeft geen rechten ten aanzien van de samenstelling van het scheidsgerecht.
Artikel 7. Het scheidsgerecht neemt zijn eigen reglement van orde aan.
Artikel 8. 1. De besluiten van het scheidsgerecht, zowel met betrekking tot zijn procedure en de plaats waar het bijeenkomt als met betrekking tot de door hem gedane uitspraken, worden bij meerderheid van stemmen door zijn leden genomen.
2. Teneinde de werkzaamheden van het scheidsgerecht te vergemakkelijken, doen de partijen het volgende :
a) zij verschaffen het scheidsgerecht alle relevante documenten en informatie; en
b) zij stellen het scheidsgerecht in de gelegenheid hun grondgebied te betreden, getuigen of deskundigen te horen en naar locaties te reizen om het geschil ter plaatse te onderzoeken.
3. Het feit dat een partij bij het geschil zich niet zou houden aan het bepaalde in het tweede lid of zijn zaak niet zou verdedigen, verhindert het scheidsgerecht niet een beslissing te nemen of uitspraak te doen.
Artikel 9. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop het werd samengesteld, tenzij het het nodig acht deze termijn te verlengen; de verlenging mag uiterlijk vijf maanden bedragen. De uitspraak van het scheidsgerecht wordt met redenen omkleed. De uitspraak is onherroepelijk en tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk; de uitspraak wordt medegedeeld aan de depositaris, die de partijen hiervan in kennis stelt. De partijen bij het geschil leggen zich onverwijld bij de uitspraak neer.
Artikel 1. Verzoeken tot arbitrage worden, met vermelding van de aard van het geschil, gericht aan de depositaris, die deze informatie doet toekomen aan alle lidstaten.
Artikel 2. 1. Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden :
a) een door elk van de partijen bij het geschil benoemde scheidsman en;
b) een in onderlinge overeenstemming door de eerste twee scheidsmannen aangewezen derde scheidsman, die als voorzitter van het scheidsgerecht optreedt;
c) indien de voorzitter van het scheidsgerecht niet is benoemd binnen een termijn van dertig dagen na de benoeming van de tweede scheidsman, kan elk der partijen bij het geschil de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken zo snel mogelijk een voorzitter te benoemen. Hij/zij kan geen voorzitter kiezen die de nationaliteit heeft of heeft gehad van een van de partijen bij het geschil, tenzij de andere partij hiermee instemt.
2. Indien een van de partijen bij een geschil nalaat binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek tot arbitrage door de depositaris, een scheidsman te benoemen, kan de andere partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken zo snel mogelijk een scheidsman te benoemen.
3. In geval van overlijden, onvermogen of ontstentenis van een scheidsman, benoemt de partij bij het geschil die hem/haar heeft benoemd, zijn/haar vervanger(ster) binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf het overlijden, onvermogen of ontstentenis. In geval van overlijden, onvermogen of ontstentenis van de voorzitter, wordt zijn/haar vervanger(ster) overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onderdeel c, benoemd binnen negentig dagen na het overlijden, onvermogen of ontstentenis.
Artikel 3. Het scheidsgerecht kan kennis nemen van eisen in reconventie die rechtstreeks verband houden met het onderwerp van het geschil en daarover uitspraak doen.
Artikel 4. Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een van de partijen bij het geschil, beschermende maatregelen aanbevelen.
Artikel 5. Elke partij bij het geschil draagt zelf de kosten van de voorbereiding van haar eigen zaak. De salariskosten van de leden van het scheidsgerecht worden gelijkelijk over de partijen bij het geschil verdeeld. Het scheidsgerecht stelt een overzicht op van alle in verband met de arbitrage gemaakte algemene kosten. Het scheidsgerecht stelt een overzicht op van alle kosten en doet de partijen bij het geschil een eindafrekening toekomen.
Artikel 6. Elke partij die door de uitspraak van het scheidsgerecht in haar juridische belangen zou kunnen worden geschaad, kan zich, na schriftelijke mededeling hiervan aan de partijen bij het geschil, met instemming van het scheidsgerecht en op eigen kosten, in de arbitrageprocedure voegen. Elke gevoegde partij kan, in overeenstemming met de krachtens artikel 7 van deze Bijlage vastgestelde procedures, bewijzen of stukken overleggen of mondeling argumenten aanvoeren met betrekking tot de kwesties die aanleiding hebben gegeven tot haar interventie, maar heeft geen rechten ten aanzien van de samenstelling van het scheidsgerecht.
Artikel 7. Het scheidsgerecht neemt zijn eigen reglement van orde aan.
Artikel 8. 1. De besluiten van het scheidsgerecht, zowel met betrekking tot zijn procedure en de plaats waar het bijeenkomt als met betrekking tot de door hem gedane uitspraken, worden bij meerderheid van stemmen door zijn leden genomen.
2. Teneinde de werkzaamheden van het scheidsgerecht te vergemakkelijken, doen de partijen het volgende :
a) zij verschaffen het scheidsgerecht alle relevante documenten en informatie; en
b) zij stellen het scheidsgerecht in de gelegenheid hun grondgebied te betreden, getuigen of deskundigen te horen en naar locaties te reizen om het geschil ter plaatse te onderzoeken.
3. Het feit dat een partij bij het geschil zich niet zou houden aan het bepaalde in het tweede lid of zijn zaak niet zou verdedigen, verhindert het scheidsgerecht niet een beslissing te nemen of uitspraak te doen.
Artikel 9. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop het werd samengesteld, tenzij het het nodig acht deze termijn te verlengen; de verlenging mag uiterlijk vijf maanden bedragen. De uitspraak van het scheidsgerecht wordt met redenen omkleed. De uitspraak is onherroepelijk en tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk; de uitspraak wordt medegedeeld aan de depositaris, die de partijen hiervan in kennis stelt. De partijen bij het geschil leggen zich onverwijld bij de uitspraak neer.
Art. N2. Annexe II. - Arbitrage
Article 1er. La notification d'un recours à l'arbitrage est communiquée au dépositaire en précisant l'objet du litige. Le dépositaire communique ces informations à tous les Etats membres.
Article 2. 1. Le tribunal est composé de trois membres :
a) un arbitre nommé par chaque Partie au différend et;
b) un troisième arbitre, désigné d'un commun accord par les deux premiers, qui assume la présidence du tribunal.
c) Si le président du tribunal n'est pas désigné au terme d'un délai de trente jours à compter de la désignation du deuxième arbitre, les Parties au différend demandent au Président de la Cour internationale de Justice de désigner dès que possible le président. Il ne peut choisir un président qui a été ou est de la nationalité d'une des Parties au différend, sauf si l'autre Partie y consent.
2. Si l'une des Parties à un différend n'a pas procédé, dans un délai de soixante jours à compter de la date de réception de la notification de l'arbitrage par le dépositaire, à la désignation d'un arbitre, l'autre Partie peut demander au Président de la Cour internationale de Justice de désigner dès que possible un arbitre.
3. En cas de décès, d'incapacité ou de défaut d'un arbitre, la Partie au différend qui l'a désigné désigne son remplaçant dans un délai de trente jours à compter du décès, de l'incapacité ou du défaut. En cas de décès, d'incapacité ou de défaut du président, son remplaçant est désigné dans les conditions prévues à l'alinéa (c) du paragraphe 1er dans les quatre-vingt-dix jours du décès, de l'incapacité ou du défaut.
Article 3. Le tribunal peut connaître et décider des demandes reconventionnelles directement liées à l'objet du differend.
Article 4. Le tribunal peut, à la demande d'une des Parties au différend, recommander des mesures conservatoires.
Article 5. Chaque Partie au différend prend à sa charge les frais entraînés par la préparation de son propre dossier. Les coûts de la rémunération des membres du tribunal sont partagés également entre les Parties au différend. Le tribunal consigne toutes les dépenses d'ordre genéral entraînées par l'arbitrage. Le tribunal consigne toutes les dépenses et fournit un décompte final aux Parties.
Article 6. Toute Partie dont un intérêt d'ordre juridique est susceptible d'être affecté par la décision peut, après avoir avisé par écrit les Parties au différend, intervenir dans la procédure d'arbitrage, avec l'accord du tribunal et à ses propres frais. Toute Partie intervenant de la sorte peut présenter des preuves, des dossiers ou faire connaître oralement ses arguments sur les questions donnant lieu à l'intervention, conformément aux procédures établies en application de l'article 7 de la présente annexe, mais aucun droit ne lui est conféré quant à la composition du tribunal.
Article 7. Le tribunal établit ses propres règles de procédure.
Article 8. 1. Les décisions du tribunal, tant sur sa procédure et le lieu de ses réunions que sur sa sentence d'arbitrage sont prises à la majorité des voix de ses membres.
2. Les Parties au différend facilitent les travaux du tribunal; à cette fin les Parties :
a) fournissent au tribunal tous documents et informations utiles; et
b) donnent au tribunal la possibilité d'entrer sur leur territoire, d'entendre des témoins ou des experts et de se transporter sur les lieux pour y instruire ledit différend.
3. Le fait qu'une Partie au différend ne se conforme pas aux dispositions du paragraphe 2 ou ne défend pas sa cause n'empeche pas le tribunal de statuer ou de rendre sa sentence.
Article 9. Le Tribunal rend sa sentence dans un délai de six mois à dater de sa constitution, sauf s'il juge nécessaire de proroger ce délai pour une nouvelle période qui ne peut excéder cinq mois. La sentence du tribunal est motivée. Elle est définitive et sans appel et est communiquée au dépositaire qui en informe les Parties. Les Parties au différend doivent s'y conformer sans délai.
Article 1er. La notification d'un recours à l'arbitrage est communiquée au dépositaire en précisant l'objet du litige. Le dépositaire communique ces informations à tous les Etats membres.
Article 2. 1. Le tribunal est composé de trois membres :
a) un arbitre nommé par chaque Partie au différend et;
b) un troisième arbitre, désigné d'un commun accord par les deux premiers, qui assume la présidence du tribunal.
c) Si le président du tribunal n'est pas désigné au terme d'un délai de trente jours à compter de la désignation du deuxième arbitre, les Parties au différend demandent au Président de la Cour internationale de Justice de désigner dès que possible le président. Il ne peut choisir un président qui a été ou est de la nationalité d'une des Parties au différend, sauf si l'autre Partie y consent.
2. Si l'une des Parties à un différend n'a pas procédé, dans un délai de soixante jours à compter de la date de réception de la notification de l'arbitrage par le dépositaire, à la désignation d'un arbitre, l'autre Partie peut demander au Président de la Cour internationale de Justice de désigner dès que possible un arbitre.
3. En cas de décès, d'incapacité ou de défaut d'un arbitre, la Partie au différend qui l'a désigné désigne son remplaçant dans un délai de trente jours à compter du décès, de l'incapacité ou du défaut. En cas de décès, d'incapacité ou de défaut du président, son remplaçant est désigné dans les conditions prévues à l'alinéa (c) du paragraphe 1er dans les quatre-vingt-dix jours du décès, de l'incapacité ou du défaut.
Article 3. Le tribunal peut connaître et décider des demandes reconventionnelles directement liées à l'objet du differend.
Article 4. Le tribunal peut, à la demande d'une des Parties au différend, recommander des mesures conservatoires.
Article 5. Chaque Partie au différend prend à sa charge les frais entraînés par la préparation de son propre dossier. Les coûts de la rémunération des membres du tribunal sont partagés également entre les Parties au différend. Le tribunal consigne toutes les dépenses d'ordre genéral entraînées par l'arbitrage. Le tribunal consigne toutes les dépenses et fournit un décompte final aux Parties.
Article 6. Toute Partie dont un intérêt d'ordre juridique est susceptible d'être affecté par la décision peut, après avoir avisé par écrit les Parties au différend, intervenir dans la procédure d'arbitrage, avec l'accord du tribunal et à ses propres frais. Toute Partie intervenant de la sorte peut présenter des preuves, des dossiers ou faire connaître oralement ses arguments sur les questions donnant lieu à l'intervention, conformément aux procédures établies en application de l'article 7 de la présente annexe, mais aucun droit ne lui est conféré quant à la composition du tribunal.
Article 7. Le tribunal établit ses propres règles de procédure.
Article 8. 1. Les décisions du tribunal, tant sur sa procédure et le lieu de ses réunions que sur sa sentence d'arbitrage sont prises à la majorité des voix de ses membres.
2. Les Parties au différend facilitent les travaux du tribunal; à cette fin les Parties :
a) fournissent au tribunal tous documents et informations utiles; et
b) donnent au tribunal la possibilité d'entrer sur leur territoire, d'entendre des témoins ou des experts et de se transporter sur les lieux pour y instruire ledit différend.
3. Le fait qu'une Partie au différend ne se conforme pas aux dispositions du paragraphe 2 ou ne défend pas sa cause n'empeche pas le tribunal de statuer ou de rendre sa sentence.
Article 9. Le Tribunal rend sa sentence dans un délai de six mois à dater de sa constitution, sauf s'il juge nécessaire de proroger ce délai pour une nouvelle période qui ne peut excéder cinq mois. La sentence du tribunal est motivée. Elle est définitive et sans appel et est communiquée au dépositaire qui en informe les Parties. Les Parties au différend doivent s'y conformer sans délai.
Art. N3. Bijlage III. - Overgangsbepalingen
1. In beginsel worden de contracten veeleer toegekend op basis van de concurrerende aard van de offertes dan op basis van de financiële bijdragen van de lidstaten.
Niettemin neemt de Raad, in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag, gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag, de nodige maatregelen om het evenwicht te herstellen indien :
a) de omvang van de door de bedrijven in een lidstaat ontvangen orders minder bedraagt dan 66 % van de financiële bijdrage van deze lidstaat; hierbij kan het gaan om een project, een bepaalde fase of een bepaald subonderdeel van een project (voorzover de complexiteit van een wapensysteem de verdeling op voorhand in subonderdelen rechtvaardigt);
b) een globale onevenwichtigheid van meer dan 4 % wordt geconstateerd met betrekking tot alle projecten bij elkaar.
2. De doelmatigheid van deze procedure en, in het bijzonder, de hierboven genoemde percentages worden voor het eerst beoordeeld een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag en vervolgens met regelmatige tussenpozen.
3. Na een periode van drie jaar vindt een beoordeling plaats teneinde vast te stellen of deze procedure kan worden beëindigd.
4. De bovengenoemde bepalingen worden uitgewerkt in een door de Raad goedgekeurd afzonderlijk document.
1. In beginsel worden de contracten veeleer toegekend op basis van de concurrerende aard van de offertes dan op basis van de financiële bijdragen van de lidstaten.
Niettemin neemt de Raad, in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag, gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag, de nodige maatregelen om het evenwicht te herstellen indien :
a) de omvang van de door de bedrijven in een lidstaat ontvangen orders minder bedraagt dan 66 % van de financiële bijdrage van deze lidstaat; hierbij kan het gaan om een project, een bepaalde fase of een bepaald subonderdeel van een project (voorzover de complexiteit van een wapensysteem de verdeling op voorhand in subonderdelen rechtvaardigt);
b) een globale onevenwichtigheid van meer dan 4 % wordt geconstateerd met betrekking tot alle projecten bij elkaar.
2. De doelmatigheid van deze procedure en, in het bijzonder, de hierboven genoemde percentages worden voor het eerst beoordeeld een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag en vervolgens met regelmatige tussenpozen.
3. Na een periode van drie jaar vindt een beoordeling plaats teneinde vast te stellen of deze procedure kan worden beëindigd.
4. De bovengenoemde bepalingen worden uitgewerkt in een door de Raad goedgekeurd afzonderlijk document.
Art. N3. Annexe III. - Dispositions transitoires
1. En principe, les contrats sont accordés davantage sur la base de la compétitivité des offres que sur celle des contributions financières des Etats membres.
Cependant, conformément à l'article 5 de la présente Convention et pendant une période de trois ans à partir de l'entrée en vigueur de cette dernière :
a) si les entreprises d'un Etat membre ont reçu un volume de commandes inférieur à 66 % de sa contribution financière soit en ce qui concerne un programme, une certaine phase ou un certain sous-ensemble d'un programme (dans la mesure où la complexité d'un système d'arme justifie que ce système soit préalablement divisé en sous-ensembles),
b) ou si un déséquilibre global supérieur à 4 % est observé par rapport à tous les programmes, des mesures appropriées sont prises par le Conseil afin de rétablir l'équilibre.
2. L'efficacité de cette procédure et, en particulier, les pourcentages mentionnés ci-dessus seront examinés pour la première fois un an après l'entrée en vigueur de la présente Convention et, par la suite, à intervalles réguliers.
3. Après une période de trois ans, un examen sera effectué afin de décider si cette procédure peut être supprimée.
4. Les dispositions appropriées sont détaillées dans un document distinct approuvé par le Conseil.
1. En principe, les contrats sont accordés davantage sur la base de la compétitivité des offres que sur celle des contributions financières des Etats membres.
Cependant, conformément à l'article 5 de la présente Convention et pendant une période de trois ans à partir de l'entrée en vigueur de cette dernière :
a) si les entreprises d'un Etat membre ont reçu un volume de commandes inférieur à 66 % de sa contribution financière soit en ce qui concerne un programme, une certaine phase ou un certain sous-ensemble d'un programme (dans la mesure où la complexité d'un système d'arme justifie que ce système soit préalablement divisé en sous-ensembles),
b) ou si un déséquilibre global supérieur à 4 % est observé par rapport à tous les programmes, des mesures appropriées sont prises par le Conseil afin de rétablir l'équilibre.
2. L'efficacité de cette procédure et, en particulier, les pourcentages mentionnés ci-dessus seront examinés pour la première fois un an après l'entrée en vigueur de la présente Convention et, par la suite, à intervalles réguliers.
3. Après une période de trois ans, un examen sera effectué afin de décider si cette procédure peut être supprimée.
4. Les dispositions appropriées sont détaillées dans un document distinct approuvé par le Conseil.
Art. N4. Bijlage IV. - Besluitvormingsproces
1. De hierna genoemde besluiten worden door alle lidstaten genomen :
a) bij versterkte gekwalificeerde meerderheid
I. toetreding van nieuwe lidstaten;
II. OCCAR-reglementen en -voorschriften;
III. organisatie van het OCCAR-agentschap;
IV. benoeming van de Directeur.
Versterkte gekwalificeerde meerderheid betekent dat in geval van tien tegenstemmen een besluit niet kan worden genomen.
b) bij meerderheid van stemmen
I. instelling of ontbinding van comités.
2. Het besluitvormingsproces binnen een project wordt geregeld in een specifieke projectovereenkomst, rekening houdend met de door de Raad opgestelde globale richtlijnen.
3. Weging voor de in het eerste lid bedoelde besluiten :
a) Het initiële aantal stemmen van elke lidstaat die medeoprichter is van de OCCAR bedraagt 10;
b) Elke nieuwe lidstaat beschikt over een door de bestaande lidstaten vast te stellen passend aantal stemmen.
4. Telkens wanneer in dit Verdrag niet is aangegeven op welke wijze een besluit wordt genomen, of wanneer zich een geschil voordoet met betrekking tot de toepassing van een bepaling, wordt het besluit genomen bij unanimiteit.
5. Na een initiële periode van drie jaar kan het besluitvormingsproces opnieuw worden bezien, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante factoren.
6. Deze Bijlage kan bij unaniem besluit van de Raad op ministerieel niveau worden gewijzigd.
1. De hierna genoemde besluiten worden door alle lidstaten genomen :
a) bij versterkte gekwalificeerde meerderheid
I. toetreding van nieuwe lidstaten;
II. OCCAR-reglementen en -voorschriften;
III. organisatie van het OCCAR-agentschap;
IV. benoeming van de Directeur.
Versterkte gekwalificeerde meerderheid betekent dat in geval van tien tegenstemmen een besluit niet kan worden genomen.
b) bij meerderheid van stemmen
I. instelling of ontbinding van comités.
2. Het besluitvormingsproces binnen een project wordt geregeld in een specifieke projectovereenkomst, rekening houdend met de door de Raad opgestelde globale richtlijnen.
3. Weging voor de in het eerste lid bedoelde besluiten :
a) Het initiële aantal stemmen van elke lidstaat die medeoprichter is van de OCCAR bedraagt 10;
b) Elke nieuwe lidstaat beschikt over een door de bestaande lidstaten vast te stellen passend aantal stemmen.
4. Telkens wanneer in dit Verdrag niet is aangegeven op welke wijze een besluit wordt genomen, of wanneer zich een geschil voordoet met betrekking tot de toepassing van een bepaling, wordt het besluit genomen bij unanimiteit.
5. Na een initiële periode van drie jaar kan het besluitvormingsproces opnieuw worden bezien, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante factoren.
6. Deze Bijlage kan bij unaniem besluit van de Raad op ministerieel niveau worden gewijzigd.
Art. N4. Annexe IV. - Modalités de prise de décision
1. Les décisions mentionnées ci-après, sont adoptées par l'ensemble des Etats membres :
a) à la majorité qualifiée renforcée
I. adhésion d'un nouvel Etat membre,
II. règles et procédures de l'OCCAR,
III. organisation de l'AE,
IV. nomination du Directeur.
La majorité qualifiée renforcée signifie que 10 votes à l'encontre d'une décision empêchent son adoption.
b) à la majorité des voix
I. établissement ou dissolution de comité.
2. Le système de prise de décision au sein d'un programme est spécifié dans un arrangement de programme particulier, en prenant en compte les orientations générales établies par le Conseil.
3. Pondération pour les décisions mentionnées dans le paragraphe 1 :
a) Le nombre initial de votes de chaque Etat membre fondateur est de 10 voix.
b) Un nouvel Etat membre dans l'OCCAR dispose d'un nombre approprié de voix tel que décidé par les Etats membres existants.
4. Dans le cas où cette Convention ne précise pas la façon dont une décision doit être prise, ou si un différend surgit quant à l'application d'une disposition, la décision est prise à l'unanimité.
5. Aux termes d'une période initiale de trois ans, le système de décision peut être réexaminé en tenant compte de tous les facteurs appropriés.
6. Cette Annexe peut être modifiée par décision unanime du Conseil tenu au niveau ministériel
1. Les décisions mentionnées ci-après, sont adoptées par l'ensemble des Etats membres :
a) à la majorité qualifiée renforcée
I. adhésion d'un nouvel Etat membre,
II. règles et procédures de l'OCCAR,
III. organisation de l'AE,
IV. nomination du Directeur.
La majorité qualifiée renforcée signifie que 10 votes à l'encontre d'une décision empêchent son adoption.
b) à la majorité des voix
I. établissement ou dissolution de comité.
2. Le système de prise de décision au sein d'un programme est spécifié dans un arrangement de programme particulier, en prenant en compte les orientations générales établies par le Conseil.
3. Pondération pour les décisions mentionnées dans le paragraphe 1 :
a) Le nombre initial de votes de chaque Etat membre fondateur est de 10 voix.
b) Un nouvel Etat membre dans l'OCCAR dispose d'un nombre approprié de voix tel que décidé par les Etats membres existants.
4. Dans le cas où cette Convention ne précise pas la façon dont une décision doit être prise, ou si un différend surgit quant à l'application d'une disposition, la décision est prise à l'unanimité.
5. Aux termes d'une période initiale de trois ans, le système de décision peut être réexaminé en tenant compte de tous les facteurs appropriés.
6. Cette Annexe peut être modifiée par décision unanime du Conseil tenu au niveau ministériel
Art.N4 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 BIJLAGE IV. - BESLUITVORMINGSPROCES
1. De hiernagenoemde besluiten worden door alle lidstaten genomen :
a. bij versterkte gekwalificeerde meerderheid :
(i) toetreding van nieuwe lidstaten;
(ii) toewijzing van een project aan OCCAR en de integratie van bestaande samenwerkingsprojecten tussen de lidstaten;
(iii) sluiten van overeenkomsten/regelingen, in overeenstemming met de Artikelen 37 en 38 van het Verdrag;
(iv) OCCAR-reglementen en -voorschriften;
(v) organisatie van het OCCAR-agentschap;
(vi) benoeming van de Directeur van het agentschap en zijn/haar adjunct.
Versterkte gekwalificeerde meerderheid betekent dat in geval van tien tegenstemmen een besluit niet kan worden genomen.
b. bij meerderheid van stemmen :
(i) instelling of ontbinding van comités.
2. Het besluitvormingsproces binnen een project wordt geregeld in een specifieke projectovereenkomst, rekening houdend met de door de Raad opgestelde globale richtlijnen.
3. Weging voor de in het eerste lid bedoelde besluiten :
a. Het initiële aantal stemmen van elke lidstaat die mede-oprichter is van OCCAR bedraagt 10;
b. Elke nieuwe lidstaat beschikt over een door de bestaande lidstaten vast te stellen passend aantal stemmen.
4. Telkens wanneer in dit Verdrag niet is aangegeven op welke wijze een besluit wordt genomen, of wanneer zich een geschil voordoet met betrekking tot de toepassing van een bepaling, wordt het besluit genomen bij unanimiteit.
5. Deze Bijlage kan bij unaniem besluit van de Raad op ministerieel niveau worden gewijzigd.]1
[1 BIJLAGE IV. - BESLUITVORMINGSPROCES
1. De hiernagenoemde besluiten worden door alle lidstaten genomen :
a. bij versterkte gekwalificeerde meerderheid :
(i) toetreding van nieuwe lidstaten;
(ii) toewijzing van een project aan OCCAR en de integratie van bestaande samenwerkingsprojecten tussen de lidstaten;
(iii) sluiten van overeenkomsten/regelingen, in overeenstemming met de Artikelen 37 en 38 van het Verdrag;
(iv) OCCAR-reglementen en -voorschriften;
(v) organisatie van het OCCAR-agentschap;
(vi) benoeming van de Directeur van het agentschap en zijn/haar adjunct.
Versterkte gekwalificeerde meerderheid betekent dat in geval van tien tegenstemmen een besluit niet kan worden genomen.
b. bij meerderheid van stemmen :
(i) instelling of ontbinding van comités.
2. Het besluitvormingsproces binnen een project wordt geregeld in een specifieke projectovereenkomst, rekening houdend met de door de Raad opgestelde globale richtlijnen.
3. Weging voor de in het eerste lid bedoelde besluiten :
a. Het initiële aantal stemmen van elke lidstaat die mede-oprichter is van OCCAR bedraagt 10;
b. Elke nieuwe lidstaat beschikt over een door de bestaande lidstaten vast te stellen passend aantal stemmen.
4. Telkens wanneer in dit Verdrag niet is aangegeven op welke wijze een besluit wordt genomen, of wanneer zich een geschil voordoet met betrekking tot de toepassing van een bepaling, wordt het besluit genomen bij unanimiteit.
5. Deze Bijlage kan bij unaniem besluit van de Raad op ministerieel niveau worden gewijzigd.]1
Art. N4 DROIT FUTUR. [1 ANNEXE IV. - MODALITES DE PRISE DE DECISION
1. Les décisions mentionnées ci-après sont adoptées par l'ensemble des Etats membres :
a) à la majorité qualifiée renforcée
(i) adhésion d'un nouvel Etat membre;
(ii) affectation d'un programme à l'OCCAR et intégration de programmes menés en coopération entre Etats membres;
(iii) conclusion de tout accord ou arrangement en application des articles 37 et 38 de la Convention;
(vi) règles et procédures de l'OCCAR;
(v) organisation de l'AE;
(vi) nomination du directeur de l'AE et de son adjoint.
La majorité qualifiée renforcée signifie que 10 votes à l'encontre d'une décision empêchent son adoption.
b) à la majorité des voix
(i) établissement ou dissolution de comité.
2. Le système de prise de décision au sein d'un programme est spécifié dans un arrangement de programme particulier, en prenant en compte les orientations générales établies par le Conseil.
3. Pondération pour les décisions mentionnées dans le paragraphe 1 :
a) le nombre initial de votes de chaque Etat membre fondateur est de 10 voix;
b) un nouvel Etat membre dans l'OCCAR dispose d'un nombre approprié de voix tel que décidé par les Etats membres existants.
4. Dans le cas où cette Convention ne précise pas la façon dont une décision doit être prise, ou si un différend surgit quant à l'application d'une disposition, la décision est prise à l'unanimité.
5. Cette Annexe peut être modifiée par décision unanime du Conseil prise au niveau ministériel.]1
1. Les décisions mentionnées ci-après sont adoptées par l'ensemble des Etats membres :
a) à la majorité qualifiée renforcée
(i) adhésion d'un nouvel Etat membre;
(ii) affectation d'un programme à l'OCCAR et intégration de programmes menés en coopération entre Etats membres;
(iii) conclusion de tout accord ou arrangement en application des articles 37 et 38 de la Convention;
(vi) règles et procédures de l'OCCAR;
(v) organisation de l'AE;
(vi) nomination du directeur de l'AE et de son adjoint.
La majorité qualifiée renforcée signifie que 10 votes à l'encontre d'une décision empêchent son adoption.
b) à la majorité des voix
(i) établissement ou dissolution de comité.
2. Le système de prise de décision au sein d'un programme est spécifié dans un arrangement de programme particulier, en prenant en compte les orientations générales établies par le Conseil.
3. Pondération pour les décisions mentionnées dans le paragraphe 1 :
a) le nombre initial de votes de chaque Etat membre fondateur est de 10 voix;
b) un nouvel Etat membre dans l'OCCAR dispose d'un nombre approprié de voix tel que décidé par les Etats membres existants.
4. Dans le cas où cette Convention ne précise pas la façon dont une décision doit être prise, ou si un différend surgit quant à l'application d'une disposition, la décision est prise à l'unanimité.
5. Cette Annexe peut être modifiée par décision unanime du Conseil prise au niveau ministériel.]1
Art. N5. Dit Verdrag is voor België op 27 mei 2003 in werking getreden.
Art. N5. Pour la Belgique cette Convention est entrée en vigueur le 27 mai 2003.