Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 MEI 1996. - Het Herziene Europees Sociaal Handvest(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-05-2004 en tekstbijwerking tot 29-06-2015)
Titre
3 MAI 1996. - Charte sociale européenne (révisée)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-05-2004 et mise à jour au 29-06-2015)
Inhoud
DEEL I. DEEL II. Recht op Arbeid. Recht op billijke arbeidsvoorwaarden. Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandi... Recht op billijke beloning. Recht op vrijheid van organisatie. Recht op collectief onderhandelen. Recht van kinderen en jeugdige personen op besc... Recht van vrouwelijke werknemers op moederschap... Recht op beroepskeuzevoorlichting. Recht op vakopleiding. Recht op bescherming van de gezondheid. Recht op sociale zekerheid. Recht op sociale en geneeskundige bijstand. Recht op het gebruik van diensten voor sociale ... Recht van minder-validen op zelfstandigheid, so... Recht van het gezin op sociale, wettelijke en e... Recht van kinderen en volwassenen op een social... Recht op uitoefenen van een op winst gerichte b... Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen... Recht op informatie en overleg. Recht deel te nemen aan de vaststelling en de v... Recht van ouderen op sociale bescherming. Recht op bescherming in geval van ontslag. Recht van de werknemers op bescherming van hun ... Recht op waardigheid bij de arbeidstaak. Recht van de werknemers met gezinsverantwoordel... Recht van de werknemersvertegenwoordigers op be... Recht op informatie en op overleg bij procedure... Recht op bescherming tegen armoede en sociale u... Recht op huisvesting. DEEL III. - Verplichtingen. Rechtsbanden met het Europees Sociaal Handvest ... DEEL IV. - Toezicht op de uitvoering van de ver... Collectieve klachten. DEEL V. - Non-discriminatie. Afwijkingen in geval van oorlog of noodtoestand. Beperkingen. Verhouding van het Handvest tot het nationale r... Uitvoering van de aangegane verbintenissen. Wijzigingen. DEEL VI. - Ondertekening, bekrachtiging en inwe... Territoriale toepassing. Opzegging. BIJLAGE. Kennisgevingen. BIJLAGEN.
Inhoud
PARTIE Ire. PARTIE II. Droit au travail. Droit à des conditions de travail équitables. Droit à la sécurité et à l'hygiène dans le trav... Droit à une rémunération équitable. Droit syndical. Droit de négociation collective. Droit des enfants et des adolescents à la prote... Droit des travailleuses à la protection de la m... Droit à l'orientation professionnelle. Droit à la formation professionnelle. Droit à la protection de la santé. Droit à la sécurité sociale. Droit à l'assistance sociale et médicale. Droit au bénéfice des services sociaux. Droit des personnes handicapées à l'autonomie, ... Droit de la famille à une protection sociale, j... Droit des enfants et des adolescents à une prot... Droit à l'exercice d'une activité lucrative sur... Droit des travailleurs migrants et de leurs fam... Droit à l'information et à la consultation. Droit de prendre part à la détermination et à l... Droit des personnes âgées à une protection soci... Droit à la protection en cas de licenciement. Droit des travailleurs à la protection de leurs... Droit à la dignité au travail. Droit des travailleurs ayant des responsabilité... Droit des représentants des travailleurs à la p... Droit à l'information et à la consultation dans... Droit à la protection contre la pauvreté et l'e... Droit au logement. PARTIE III. - Engagements. Liens avec la Charte sociale européenne et le P... PARTIE IV. - Contrôle de l'application des enga... Réclamations collectives. PARTIE V. - Non-discrimination. Dérogations en cas de guerre ou de danger public. Restrictions. Relations entre la Charte et le droit interne o... Mise en oeuvre des engagements souscrits. Amendements. PARTIE VI. - Signature, ratification et entrée ... Application territoriale. Dénonciation. ANNEXE. Notifications. ANNEXE
Tekst (102)
Texte (102)
DEEL I.
PARTIE Ire.
Art. M. De Partijen verbinden zich, overeenkomstig het bepaalde in Deel III, zich gebonden te achten door de verplichtingen, vervat in de hiernavolgende artikelen en leden..
Art. M. Les Parties s'engagent à se considérer comme liées, ainsi que prévu à la partie III, par les obligations résultant des articles et des paragraphes ci-après..
DEEL II.
PARTIE II.
Recht op Arbeid.
Droit au travail.
Art. 1. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op arbeid te waarborgen verbinden de Partijen zich :
1. de totstandbrenging en handhaving van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, met het oogmerk een volledige werkgelegenheid te verwezenlijken, als een hunner voornaamste doelstellingen en verantwoordelijkheden te beschouwen;
2. het recht van de werknemer om in zijn onderhoud te voorzien door vrijelijk gekozen werkzaamheden daadwerkelijk te beschermen;
3. kosteloze arbeidsbemiddelingsdiensten in te stellen of in stand te houden voor alle werknemers;
4. te zorgen voor doelmatige beroepskeuzevoorlichting, vakopleiding en revalidatie en deze te bevorderen.
Art. 1. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit au travail, les Parties s'engagent :
1. à reconnaître comme l'un de leurs principaux objectifs et responsabilités la réalisation et le maintien du niveau le plus élevé et le plus stable possible de l'emploi en vue de la réalisation du plein emploi;
2. à protéger de façon efficace le droit pour le travailleur de gagner sa vie par un travail librement entrepris;
3. à établir ou à maintenir des services gratuits de l'emploi pour tous les travailleurs;
4. à assurer ou à favoriser une orientation, une formation et une réadaptation professionnelles appropriées.
Recht op billijke arbeidsvoorwaarden.
Droit à des conditions de travail équitables.
Art. 2. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op billijke arbeidsvoorwaarden te waarborgen verbinden de Partijen zich :
1. redelijke dagelijkse en wekelijkse arbeidstijden vast te stellen, waarbij de werkweek geleidelijk dient te worden verkort voorzover de vermeerdering der productiviteit en andere van invloed zijnde factoren zulks toelaten;
2. voor algemeen erkende feestdagen behoud van loon te waarborgen;
3. een jaarlijks verlof van ten minste twee weken met behoud van loon te waarborgen;
4. de risico's weg te werken die inherent zijn aan de gevaarlijke of voor de gezondheid schadelijke werkzaamheden en wanneer die risico's niet zijn weggewerkt of onvoldoende zijn verkleind voor de werknemers die dergelijke werkzaamheden verrichten, hetzij een verkorting van de arbeidsduur, hetzij bijkomende vrije dagen met behoud van loon te waarborgen;
5. een wekelijkse rusttijd te waarborgen, die zoveel mogelijk samenvalt met de dag die volgens de traditie of gewoonte in het betrokken land of in de betrokken streek als rustdag wordt erkend;
6. erop toe te zien dat de werknemers zo snel mogelijk schriftelijk en ieder geval uiterlijk twee maanden na het aanvangen van hun arbeidstaak worden geïnformeerd over de belangrijkste punten van de arbeidsovereenkomst of -verhouding;
7. ervoor te zorgen dat de werknemers die nachtarbeid verrichten maatregelen genieten die rekening houden met de bijzondere aard van dat soort arbeid.
Art. 2. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à des conditions de travail équitables, les Parties s'engagent :
1. à fixer une durée raisonnable au travail journalier et hebdomadaire, la semaine de travail devant être progressivement réduite pour autant que l'augmentation de la productivité et les autres facteurs entrant en jeu le permettent;
2. à prévoir des jours fériés payés;
3. à assurer l'octroi d'un congé payé annuel de quatre semaines au minimum;
4. à éliminer les risques inhérents aux occupations dangereuses ou insalubres et, lorsque ces risques n'ont pas encore pu être éliminés ou suffisamment réduits, à assurer aux travailleurs employés à de telles occupations soit une réduction de la durée du travail, soit des congés payés supplémentaires;
5. à assurer un repos hebdomadaire qui coïncide autant que possible avec le jour de la semaine reconnu comme jour de repos par la tradition ou les usages du pays ou de la région;
6. à veiller à ce que les travailleurs soient informés par écrit aussitôt que possible et en tout état de cause au plus tard deux mois après le début de leur emploi des aspects essentiels du contrat ou de la relation de travail;
7. à faire en sorte que les travailleurs effectuant un travail de nuit bénéficient de mesures qui tiennent compte de la nature spéciale de ce travail.
Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden.
Droit à la sécurité et à l'hygiène dans le travail.
Art. 3. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden te waarborgen, verbinden de Partijen er zich in overleg met de werkgevers- en werknemersorganisaties toe :
1. een coherent nationaal beleid inzake veiligheid en gezondheid van werknemers en van het arbeidsmilieu te bepalen, uit te voeren en periodiek te evalueren. Dit beleid moet er in de eerste plaats op afgestemd zijn de veiligheid en de hygiëne in het beroepsleven te verbeteren en ongevallen en de aantastingen van de gezondheid te voorkomen die het gevolg zijn van de arbeid, gepaard gaan met de arbeid of zich voordoen bij het verrichten van arbeid, inzonderheid door de oorzaken van de risico's die inherent zijn aan het arbeidsmilieu tot het strikte minimum te herleiden;
2. voorschriften inzake veiligheid en hygiëne uit te vaardigen;
3. voor de naleving van dergelijke voorschriften door middel van controlemaatregelen zorg te dragen;
4. de geleidelijke oprichting te bevorderen van de arbeidsgeneeskundige diensten voor alle werknemers met voornamelijk opdrachten inzake preventie en advies.
Art. 3. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à la sécurité et à l'hygiène dans le travail, les Parties s'engagent, en consultation avec les organisations d'employeurs et de travailleurs :
1. à définir, mettre en oeuvre et réexaminer périodiquement une politique nationale cohérente en matière de sécurité, de santé des travailleurs et de milieu de travail. Cette politique aura pour objet primordial d'améliorer la sécurité et l'hygiène professionnelles et de prévenir les accidents et les atteintes à la santé qui résultent du travail, sont liés au travail ou surviennent au cours du travail, notamment en réduisant au minimum les causes des risques inhérents au milieu de travail;
2. à édicter des règlements de sécurité et d'hygiène;
3. à édicter des mesures de contrôle de l'application de ces règlements;
4. à promouvoir l'institution progressive des services de santé au travail pour tous les travailleurs, avec des fonctions essentiellement préventives et de conseil.
Recht op billijke beloning.
Droit à une rémunération équitable.
Art. 4. Om de onbelemmerde uitoefening van het recht op een billijke beloning te waarborgen, verbinden de Partijen zich :
1. het recht van de werknemers op een zodanige beloning die hen en hun gezin een behoorlijk levenspeil verschaft, te erkennen;
2. het recht van de werknemers op een hoger beloningstarief voor overwerk te erkennen, behoudens uitzonderingen in bijzondere gevallen;
3. het recht van mannelijke en vrouwelijke werknemers op gelijke beloning voor arbeid van gelijke waarde te erkennen;
4. het recht van alle werknemers op een redelijke opzeggingstermijn bij beëindiging der dienstbetrekking te erkennen;
5. inhoudingen op lonen alleen toe te staan onder voorwaarden en in de mate als voorgeschreven door nationale wetten of verordeningen, of vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken.
De uitoefening van deze rechten dient te worden verwezenlijkt door middel van vrijelijk gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten, bij de wet ingestelde procedures voor loonvaststelling of andere bij de nationale omstandigheden passende middelen.
Art. 4. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à une rémunération équitable, les Parties s'engagent :
1. à reconnaître le droit des travailleurs à une rémunération suffisante pour leur assurer, ainsi qu'à leurs familles, un niveau de vie décent;
2. à reconnaître le droit des travailleurs à un taux de rémunération majoré pour les heures de travail supplémentaires, exception faite de certains cas particuliers;
3. à reconnaître le droit des travailleurs masculins et féminins à une rémunération égale pour un travail de valeur égale;
4. à reconnaître le droit de tous les travailleurs à un délai de préavis raisonnable dans le cas de cessation de l'emploi;
5. à n'autoriser des retenues sur les salaires que dans les conditions et limites prescrites par la législation ou la réglementation nationale, ou fixées par des conventions collectives ou des sentences arbitrales.
L'exercice de ces droits doit être assuré soit par voie de conventions collectives librement conclues, soit par des méthodes légales de fixation des salaires, soit de toute autre manière appropriée aux conditions nationales.
Recht op vrijheid van organisatie.
Droit syndical.
Art. 5. Teneinde het recht van werknemers en werkgevers tot oprichting van plaatselijke, nationale of internationale organisaties voor de bescherming van hun economische en sociale belangen en tot aansluiting bij deze organisaties te waarborgen of te bevorderen, verplichten de Partijen zich dit recht op generlei wijze door de nationale wetgeving of door de toepassing daarvan te laten beperken. De mate waarin de in dit artikel voorziene waarborgen van toepassing zullen zijn op de politie, wordt bepaald door de nationale wetten of verordeningen. Het beginsel volgens hetwelk deze waarborgen van toepassing zullen zijn ten aanzien van leden der strijdkrachten, en de mate waarin deze waarborgen van toepassing zullen zijn op personen in deze categorie, wordt eveneens bepaald door nationale wetten of verordeningen.
Art. 5. En vue de garantir ou de promouvoir la liberté pour les travailleurs et les employeurs de constituer des organisations locales, nationales ou internationales, pour la protection de leurs intérêts économiques et sociaux et d'adhérer à ces organisations, les Parties s'engagent à ce que la législation nationale ne porte pas atteinte, ni ne soit appliquée de manière à porter atteinte à cette liberté. La mesure dans laquelle les garanties prévues au présent article s'appliqueront à la police sera déterminée par la législation ou la réglementation nationale. Le principe de l'application de ces garanties aux membres des forces armées et la mesure dans laquelle elles s'appliqueraient à cette catégorie de personnes sont également déterminés par la législation ou la réglementation nationale.
Recht op collectief onderhandelen.
Droit de négociation collective.
Art. 6. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op collectief onderhandelen te waarborgen verbinden de Partijen zich :
1. paritair overleg tussen werknemers en werkgevers te bevorderen;
2. indien nodig en nuttig de totstandkoming van een procedure te bevorderen voor vrijwillige onderhandelingen tussen werkgevers of organisaties van werkgevers en organisaties van werknemers, met het oog op de bepaling van beloning en arbeidsvoorwaarden door middel van collectieve arbeidsovereenkomsten;
3. de instelling en toepassing van een doelmatige procedure voor bemiddeling en vrijwillige arbitrage inzake de beslechting van arbeidsgeschillen te bevorderen;
en erkennen :
4. het recht van werknemers en werkgevers op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten.
Art. 6. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit de négociation collective, les Parties s'engagent :
1. à favoriser la consultation paritaire entre travailleurs et employeurs;
2. à promouvoir, lorsque cela est nécessaire et utile, l'institution de procédures de négociation volontaire entre les employeurs ou les organisations d'employeurs, d'une part, et les organisations de travailleurs, d'autre part, en vue de régler les conditions d'emploi par des conventions collectives;
3. à favoriser l'institution et l'utilisation de procédures appropriées de conciliation et d'arbitrage volontaire pour le règlement des conflits du travail;
et reconnaissent :
4. le droit des travailleurs et des employeurs à des actions collectives en cas de conflits d'intérêt, y compris le droit de grève, sous réserve des obligations qui pourraient résulter des conventions collectives en vigueur.
Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming.
Droit des enfants et des adolescents à la protection.
Art. 7. Om de onbelemmerde uitoefening van het recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming te waarborgen, verplichten de Partijen zich :
1. te bepalen dat de minimumleeftijd voor toelating tot tewerkstelling 15 jaar zal zijn, behoudens uitzonderingen voor kinderen die nader omschreven lichte werkzaamheden verrichten welke niet nadelig zijn voor hun gezondheid, geestelijk welzijn of ontwikkeling;
2. de minimumleeftijd op 18 jaar vast te stellen voor toelating tot tewerkstelling ten aanzien van nader omschreven werkzaamheden welke als gevaarlijk of als schadelijk voor de gezondheid worden beschouwd;
3. te bepalen dat nog leerplichtige personen niet zodanig werk mogen verrichten dat zij niet ten volle het onderwijs kunnen volgen;
4. te bepalen dat de arbeidsduur van personen beneden de leeftijd van 18 jaar zal worden beperkt overeenkomstig de behoeften van hun ontwikkeling, in het bijzonder hun behoefte aan vakopleiding;
5. het recht van jeugdige werknemers op een billijke beloning of andere passende uitkeringen te erkennen;
6. te bepalen dat de door jeugdige personen gedurende hun normale arbeidstijd en met toestemming van de werkgever aan vakopleiding bestede tijd als een deel van de werkdag zal worden beschouwd;
7. te bepalen dat tewerkgestelde personen beneden de leeftijd van 18 jaar recht zullen hebben op tenminste vier weken verlof per jaar met behoud van loon;
8. te bepalen dat personen beneden de leeftijd van 18 jaar geen nachtarbeid mogen verrichten, met uitzondering van bepaalde in nationale wetten of verordeningen omschreven werkzaamheden;
9. te bepalen dat personen beneden de leeftijd van 18 jaar die nader in nationale wetten of verordeningen omschreven werkzaamheden verrichten regelmatig een geneeskundig onderzoek moeten ondergaan;
10. een bijzondere bescherming tegen gevaren voor lichaam en geest, waaraan kinderen en jeugdige personen zijn blootgesteld, te waarborgen, in het bijzonder tegen die gevaren welke al dan niet rechtstreeks uit hun arbeid voortvloeien.
Art. 7. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit des enfants et des adolescents à la protection, les Parties s'engagent :
1. à fixer à 15 ans l'âge minimum d'admission à l'emploi, des dérogations étant toutefois admises pour les enfants employés à des travaux légers déterminés qui ne risquent pas de porter atteinte à leur santé, à leur moralité ou à leur éducation;
2. à fixer à 18 ans l'âge minimum d'admission à l'emploi pour certaines occupations déterminées, considérées comme dangereuses ou insalubres;
3. à interdire que les enfants encore soumis à l'instruction obligatoire soient employés à des travaux qui les privent du plein bénéfice de cette instruction;
4. à limiter la durée du travail des travailleurs de moins de 18 ans pour qu'elle corresponde aux exigences de leur développement et, plus particulièrement, aux besoins de leur formation professionnelle;
5. à reconnaître le droit des jeunes travailleurs et apprentis à une rémunération équitable ou à une allocation appropriée;
6. à prévoir que les heures que les adolescents consacrent à la formation professionnelle pendant la durée normale du travail avec le consentement de l'employeur seront considérées comme comprises dans la journée de travail;
7. à fixer à quatre semaines au minimum la durée des congés payés annuels des travailleurs de moins de 18 ans;
8. à interdire l'emploi des travailleurs de moins de 18 ans à des travaux de nuit, exception faite pour certains emplois déterminés par la législation ou la réglementation nationale;
9. à prévoir que les travailleurs de moins de 18 ans occupés dans certains emplois déterminés par la législation ou la réglementation nationale doivent être soumis à un contrôle médical régulier;
10. à assurer une protection spéciale contre les dangers physiques et moraux auxquels les enfants et les adolescents sont exposés, et notamment contre ceux qui résultent d'une façon directe ou indirecte de leur travail.
Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapsbescherming.
Droit des travailleuses à la protection de la maternité.
Art. 8. Om de onbelemmerde uitoefening van het recht van vrouwelijke werknemers op bescherming van het moederschap te waarborgen, verplichten de Partijen zich :
1. te bepalen dat vrouwelijke werknemers, hetzij door verlof met behoud van loon, dan wel door passende socialezekerheidsuitkeringen of uitkeringen uit openbare middelen, in staat worden gesteld voor en na de bevalling verlof te nemen gedurende een totaal van ten minste 14 weken;
2. het als onwettig te beschouwen indien een werkgever een vrouw haar ontslag aanzegt tijdens de periode tussen het ogenblik waarop zij haar zwangerschap aan haar werkgever bekendmaakt en het einde van haar moederschapsverlof of op een zodanig tijdstip dat de opzeggingstermijn gedurende deze periode verstrijkt;
3. te bepalen dat moeders die hun zuigelingen voeden voldoende tijd daartoe krijgen
4. de nachtarbeid van zwangere vrouwen, vrouwen die recent bevallen zijn of die hun kinderen borstvoeding geven, te regelen;
5. de tewerkstelling van zwangere vrouwen, vrouwen die recent bevallen zijn of hun kinderen borstvoeding geven voor ondergrondse mijnarbeid en voor alle andere arbeid die gevaarlijk, ongezond of lastig is te verbieden en de passende maatregelen te nemen om de rechten van die vrouwen inzake tewerkstelling te beschermen.
Art. 8. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit des travailleuses à la protection de la maternité, les Parties s'engagent :
1. à assurer aux travailleuses, avant et après l'accouchement, un repos d'une durée totale de quatorze semaines au minimum, soit par un congé payé, soit par des prestations appropriées de sécurité sociale ou par des fonds publics;
2. à considérer comme illégal pour un employeur de signifier son licenciement à une femme pendant la période comprise entre le moment où elle notifie sa grossesse à son employeur et la fin de son congé de maternité, ou à une date telle que le délai de préavis expire pendant cette période;
3. à assurer aux mères qui allaitent leurs enfants des pauses suffisantes à cette fin;
4. à réglementer le travail de nuit des femmes enceintes, ayant récemment accouché ou allaitant leurs enfants;
5. à interdire l'emploi des femmes enceintes, ayant récemment accouché ou allaitant leurs enfants à des travaux souterrains dans les mines et à tous autres travaux de caractère dangereux, insalubre ou pénible, et à prendre des mesures appropriées pour protéger les droits de ces femmes en matière d'emploi.
Recht op beroepskeuzevoorlichting.
Droit à l'orientation professionnelle.
Art. 9. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op beroepskeuzevoorlichting te waarborgen, verplichten de Partijen zich, zo nodig een dienst in het leven te roepen of hieraan medewerking te verlenen, die allen, met inbegrip van de mindervaliden, dient te helpen bij de oplossing van vraagstukken met betrekking tot beroepskeuze en vorderingen in een beroep, met inachtneming van hun persoonlijke eigenschappen, alsmede van het verband tussen deze en de bestaande werkgelegenheid; deze hulp dient kosteloos te worden gegeven, zowel aan jeugdige personen, met inbegrip van schoolkinderen, als aan volwassenen.
Art. 9. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à l'orientation professionnelle, les Parties s'engagent à procurer ou promouvoir, en tant que de besoin, un service qui aidera toutes les personnes, y compris celles qui sont handicapées, à résoudre les problèmes relatifs au choix d'une profession ou à l'avancement professionnel, compte tenu des caractéristiques de l'intéressé et de la relation entre celles-ci et les possibilités du marché de l'emploi; cette aide devra être fournie, gratuitement, tant aux jeunes, y compris les enfants d'âge scolaire, qu'aux adultes.
Recht op vakopleiding.
Droit à la formation professionnelle.
Art. 10. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op vakopleiding te waarborgen, verplichten de Partijen zich :
1. in overleg met organisaties van werkgevers en werknemers te zorgen voor technische en vakopleidingen waarvan eenieder, met inbegrip van mindervaliden, kan gebruikmaken, dan wel hieraan medewerking te verlenen, en toelatingsmogelijkheden tot hoger technisch en universitair onderwijs te openen, uitsluitend berustend op persoonlijke geschiktheid;
2. een leerlingenstelsel en andere algemene voorzieningen voor de opleiding van jongens en meisjes in hun onderscheiden beroepen in het leven te roepen of hieraan medewerking te verlenen;
3. zo nodig te zorgen voor of medewerking te verlenen aan :
a) doelmatige en gemakkelijk toegankelijke opleidingsmogelijkheden voor volwassen werknemers;
b) bijzondere voorzieningen voor de her- en omscholing van volwassen arbeiders, voortvloeiende uit technische ontwikkelingen of uit nieuwe ontwikkelingen in de werkgelegenheid;
4. zo nodig te zorgen voor specifieke maatregelen voor omscholing en herinschakeling van langdurig werklozen;
5. door het nemen van passende maatregelen het volledige gebruik van doelmatige voorzieningen te bevorderen, zoals :
a) verlaging of afschaffing van alle kosten;
b) verlening van geldelijke bijstand in daarvoor in aanmerking komende gevallen;
c) de tijd welke de werknemer gedurende zijn tewerkstelling op verzoek van zijn werkgever voor aanvullende opleidingen besteedt, aan te merken als deel van de normale arbeidstijd;
d) in overleg met organisaties van werkgevers en werknemers, de doeltreffendheid van leerlingstelsels en andere opleidingsstelsels voor jeugdige werknemers door het uitoefenen van voldoende toezicht te waarborgen, alsmede zorg te dragen voor afdoende bescherming van jeugdige arbeiders in het algemeen.
Art. 10. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à la formation professionnelle, les Parties s'engagent :
1. à assurer ou à favoriser, en tant que de besoin, la formation technique et professionnelle de toutes les personnes, y compris celles qui sont handicapées, en consultation avec les organisations professionnelles d'employeurs et de travailleurs, et à accorder des moyens permettant l'accès à l'enseignement technique supérieur et à l'enseignement universitaire d'après le seul critère de l'aptitude individuelle;
2. à assurer ou à favoriser un système d'apprentissage et d'autres systèmes de formation des jeunes garçons et filles, dans leurs divers emplois;
3. à assurer ou à favoriser, en tant que de besoin :
a) des mesures appropriées et facilement accessibles en vue de la formation des travailleurs adultes;
b) des mesures spéciales en vue de la rééducation professionnelle des travailleurs adultes, rendue nécessaire par l'évolution technique ou par une orientation nouvelle du marché du travail;
4. à assurer ou à favoriser, en tant que de besoin, des mesures particulières de recyclage et de réinsertion des chômeurs de longue durée;
5. à encourager la pleine utilisation des moyens prévus par des dispositions appropriées telles que :
a) la réduction ou l'abolition de tous droits et charges;
b) l'octroi d'une assistance financière dans les cas appropriés;
c) l'inclusion dans les heures normales de travail du temps consacré aux cours supplémentaires de formation suivis pendant l'emploi par le travailleur à la demande de son employeur;
d) la garantie, au moyen d'un contrôle approprié, en consultation avec les organisations professionnelles d'employeurs et de travailleurs, de l'efficacité du système d'apprentissage et de tout autre système de formation pour jeunes travailleurs, et, d'une manière générale, de la protection adéquate des jeunes travailleurs.
Recht op bescherming van de gezondheid.
Droit à la protection de la santé.
Art. 11. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op bescherming van de gezondheid te waarborgen, verplichten de Partijen zich, hetzij rechtstreeks, hetzij in samenwerking met openbare of particuliere organisaties, passende maatregelen te nemen onder andere met het oogmerk :
1. de oorzaken van een slechte gezondheid zoveel mogelijk weg te nemen;
2. ter bevordering van de volksgezondheid en de persoonlijke verantwoordelijkheid op het gebied van de gezondheid voorzieningen te treffen op het terrein van voorlichting en onderwijs;
3. epidemische, endemische en andere ziekten evenals ongevallen zoveel mogelijk te voorkomen.
Art. 11. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à la protection de la santé, les Parties s'engagent à prendre, soit directement, soit en coopération avec les organisations publiques et privées, des mesures appropriées tendant notamment :
1. à éliminer, dans la mesure du possible, les causes d'une santé déficiente;
2. à prévoir des services de consultation et d'éducation pour ce qui concerne l'amélioration de la santé et le développement du sens de la responsabilité individuelle en matière de santé;
3. à prévenir, dans la mesure du possible, les maladies épidémiques, endémiques et autres, ainsi que les accidents.
Recht op sociale zekerheid.
Droit à la sécurité sociale.
Art. 12. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op sociale zekerheid te waarborgen, verplichten de Partijen zich :
1. een stelsel van sociale zekerheid in te voeren of in stand te houden;
2. het stelsel van sociale zekerheid te houden op een bevredigend peil, dat tenminste gelijk is aan het peil dat vereist is voor de bekrachtiging van de Europese Code betreffende de sociale zekerheid;
3. te streven naar een geleidelijke verhoging van de sociale zekerheidsnormen;
4. stappen te ondernemen, door het sluiten van passende bilaterale en multilaterale overeenkomsten of door andere middelen, en met inachtneming van de in zulke overeenkomsten neergelegde voorwaarden ter waarborging van :
a) een gelijke behandeling van de onderdanen van andere Partijen en de eigen onderdanen wat betreft rechten op het gebied van sociale zekerheid, met inbegrip van het behoud van uitkeringen uit hoofde van de socialezekerheidswetgeving, ongeacht eventuele verplaatsingen van de beschermende personen tussen de grondgebieden van de Partijen;
b) de verlening, handhaving en het herstel van rechten op sociale zekerheid, onder andere door het samentellen van tijdvakken van verzekering of tewerkstelling der betrokkenen overeenkomstig de wetgeving van elk der Partijen.
Art. 12. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à la sécurité sociale, les Parties s'engagent :
1. à établir ou à maintenir un régime de sécurité sociale;
2. à maintenir le régime de sécurité sociale à un niveau satisfaisant, au moins égal à celui nécessaire pour la ratification du Code européen de sécurité sociale;
3. à s'efforcer de porter progressivement le régime de sécurité sociale à un niveau plus haut;
4. à prendre des mesures, par la conclusion d'accords bilatéraux ou multilatéraux appropriés ou par d'autres moyens, et sous réserve des conditions arrêtées dans ces accords, pour assurer :
a) l'égalité de traitement entre les nationaux de chacune des Parties et les ressortissants des autres Parties en ce qui concerne les droits à la sécurité sociale, y compris la conservation des avantages accordés par les législations de sécurité sociale, quels que puissent être les déplacements que les personnes protégées pourraient effectuer entre les territoires des Parties;
b) l'octroi, le maintien et le rétablissement des droits à la sécurité sociale par des moyens tels que la totalisation des périodes d'assurance ou d'emploi accomplies conformément à la législation de chacune des Parties.
Recht op sociale en geneeskundige bijstand.
Droit à l'assistance sociale et médicale.
Art. 13. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op sociale en geneeskundige bijstand te waarborgen, verbinden de Partijen zich :
1. te waarborgen dat eenieder die geen toereikende inkomsten heeft en niet in staat is zulke inkomsten door eigen inspanning of met andere middelen te verwerven, in het bijzonder door uitkeringen krachtens een stelsel van sociale zekerheid voldoende bijstand verkrijgt en in geval van ziekte de voor zijn toestand vereiste verzorging geniet;
2. te waarborgen dat personen die zulk een bijstand ontvangen, niet om die reden een vermindering van hun politieke of sociale rechten ondergaan;
3. te bepalen dat eenieder van bevoegde openbare of particuliere diensten die voorlichting en persoonlijke bijstand ontvangt die nodig zijn om zijn persoonlijke nood of die van zijn gezin te voorkomen, weg te nemen of te lenigen;
4. de bepalingen sub 1, 2 en 3 van dit artikel, op onderdanen van andere Partijen die wettig binnen hun grondgebied verblijven, toe te passen op gelijke wijze als op hun eigen onderdanen, in overeenstemming met hun verplichtingen krachtens het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand, op 11 december 1953 te Parijs ondertekend.
Art. 13. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à l'assistance sociale et médicale, les Parties s'engagent :
1. à veiller à ce que toute personne qui ne dispose pas de ressources suffisantes et qui n'est pas en mesure de se procurer celles-ci par ses propres moyens ou de les recevoir d'une autre source, notamment par des prestations résultant d'un régime de sécurité sociale, puisse obtenir une assistance appropriée et, en cas de maladie, les soins nécessités par son état;
2. à veiller à ce que les personnes bénéficiant d'une telle assistance ne souffrent pas, pour cette raison, d'une diminution de leurs droits politiques ou sociaux;
3. à prévoir que chacun puisse obtenir, par des services compétents de caractère public ou privé, tous conseils et toute aide personnelle nécessaires pour prévenir, abolir ou alléger l'état de besoin d'ordre personnel et d'ordre familial;
4. à appliquer les dispositions visées aux paragraphes 1er, 2 et 3 du présent article, sur un pied d'égalité avec leurs nationaux, aux ressortissants des autres Parties se trouvant légalement sur leur territoire, conformément aux obligations qu'elles assument en vertu de la Convention européenne d'assistance sociale et médicale, signée à Paris le 11 décembre 1953.
Recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg.
Droit au bénéfice des services sociaux.
Art. 14. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg te waarborgen, verbinden de Partijen zich :
1. diensten welke door de toepassing van methoden van maatschappelijk werk kunnen bijdragen tot het welzijn en de ontwikkeling zowel van individuele personen als van groepen personen, alsmede tot hun aanpassing aan het sociale milieu, op te richten of aan de oprichting daarvan medewerking te verlenen;
2. de deelneming van individuele personen en particuliere of andere organisaties aan de instelling en instandhouding van dergelijke diensten te stimuleren.
Art. 14. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à bénéficier des services sociaux, les Parties s'engagent :
1. à encourager ou organiser les services utilisant les méthodes propres au service social et qui contribuent au bien-être et au développement des individus et des groupes dans la communauté ainsi qu'à leur adaptation au milieu social;
2. à encourager la participation des individus et des organisations bénévoles ou autres à la création ou au maintien de ces services.
Recht van minder-validen op zelfstandigheid, sociale integratie en deelname aan de samenleving.
Droit des personnes handicapées à l'autonomie, à l'intégration sociale et à la participation à la vie de la communauté.
Art. 15. Teneinde de minder-validen, ongeacht hun leeftijd, de aard en de oorzaak van hun handicap, de onbelemmerde uitoefening van hun recht op zelfstandigheid, sociale integratie en deelname aan de samenleving te waarborgen, verbinden de Partijen zich ertoe :
1. de nodige maatregelen te nemen om aan de mindervaliden een voorlichting, onderwijs en een beroepsopleiding te verschaffen in het kader van het gemeen recht telkens zulks mogelijk is of als dat niet kan via gespecialiseerde openbare of privé-instellingen;
2. hun toegang tot het arbeidsproces te bevorderen door toedoen van iedere maatregel waarmee de werkgevers ertoe kunnen worden aangezet mindervaliden in dienst te nemen en te behouden in het normale arbeidsmilieu en de arbeidsomstandigheden aan de behoeften van de betrokkenen aan te passen of, wanneer dit onmogelijk is omwille van de handicap, door het creëren van beschutte arbeidsplaatsen naargelang van de aard van ongeschiktheid. Die maatregelen kunnen in voorkomend geval het terugvallen op gespecialiseerde bemiddelings- en begeleidingsdiensten rechtvaardigen;
3. hun volledige integratie en deelname aan het sociale leven te bevorderen, inzonderheid door maatregelen, met inbegrip van technische bijstand, die tot doel hebben de hinderpalen uit de weg te ruimen die de communicatie en de mobiliteit in de weg staan en hen in staat te stellen gebruik te maken van vervoersmiddelen en in aanmerking te komen voor huisvesting, culturele activiteiten en andere vrijetijdsbesteding.
Art. 15. En vue de garantir aux personnes handicapees, quel que soit leur âge, la nature et l'origine de leur handicap, l'exercice effectif du droit à l'autonomie, à l'intégration sociale et à la participation à la vie de la communauté, les Parties s'engagent notamment :
1. à prendre les mesures nécessaires pour fournir aux personnes handicapées une orientation, une éducation et une formation professionnelle dans le cadre du droit commun chaque fois que possible ou, si tel n'est pas le cas, par le biais d'institutions spécialisées publiques ou privées;
2. à favoriser leur accès à l'emploi par toute mesure susceptible d'encourager les employeurs à embaucher et à maintenir en activité des personnes handicapées dans le milieu ordinaire de travail et à adapter les conditions de travail aux besoins de ces personnes ou, en cas d'impossibilité en raison du handicap, par l'aménagement ou la création d'emplois protégés en fonction du degré d'incapacité. Ces mesures peuvent justifier, le cas échéant, le recours à des services spécialisés de placement et d'accompagnement;
3. à favoriser leur pleine intégration et participation à la vie sociale, notamment par des mesures, y compris des aides techniques, visant à surmonter des obstacles à la communication et à la mobilité et à leur permettre d'accéder aux transports, au logement, aux activités culturelles et aux loisirs.
Recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming.
Droit de la famille à une protection sociale, juridique et économique.
Art. 16. Teneinde de noodzakelijke voorwaarden te scheppen voor de volledige ontplooiing van het gezin als fundamentele maatschappelijke eenheid, verbinden de Partijen zich de economische, wettelijke en sociale bescherming van het gezinsleven te bevorderen, onder andere door middel van sociale en gezinsuitkeringen, het treffen van fiscale regelingen, het verschaffen van gezinshuisvesting en door middel van uitkeringen bij huwelijk.
Art. 16. En vue de réaliser les conditions de vie indispensables au plein épanouissement de la famille, cellule fondamentale de la société, les Parties s'engagent à promouvoir la protection économique, juridique et sociale de la vie de famille, notamment par le moyen de prestations sociales et familiales, de dispositions fiscales, d'encouragement à la construction de logements adaptés aux besoins des familles, d'aide aux jeunes foyers, ou de toutes autres mesures appropriées.
Recht van kinderen en volwassenen op een sociale, wettelijke en economische bescherming.
Droit des enfants et des adolescents à une protection sociale, juridique et économique.
Art. 17. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van kinderen en volwassenen op te groeien in een omgeving die gunstig is voor de ontplooiing van hun persoonlijkheid en voor de ontwikkeling van hun fysieke en mentale mogelijkheden, verbinden de Partijen zich ertoe, hetzij rechtstreeks, hetzij in samenwerking met de openbare of privé-organisaties, alle nodige en passende maatregelen te treffen die erop gericht zijn :
1.
a) de kinderen en de volwassenen, rekening houdend met de rechten en de plichten van de ouders, verzorging, bijstand, onderwijs en opleiding die zij nodig hebben te waarborgen, inzonderheid door daartoe geschikte en doeltreffende instellingen en diensten op te richten of in stand te houden;
b) de kinderen en de volwassenen tegen verwaarlozing, geweld of uitbuiting te beschermen;
c) te zorgen voor bescherming en speciale hulp van staatswege voor het kind of de volwassene die tijdelijk of definitief hun gezinssteun moeten ontberen;
2. de kinderen en de volwassenen kosteloos lager en secundair onderwijs te waarborgen en geregeld schoolbezoek in de hand te werken.
Art. 17. En vue d'assurer aux enfants et aux adolescents l'exercice effectif du droit de grandir dans un milieu favorable à l'épanouissement de leur personnalité et au développement de leurs aptitudes physiques et mentales, les Parties s'engagent à prendre, soit directement, soit en coopération avec les organisations publiques ou privées, toutes les mesures nécessaires et appropriées tendant :
1.
a) à assurer aux enfants et aux adolescents, compte tenu des droits et des devoirs des parents, les soins, l'assistance, l'éducation et la formation dont ils ont besoin, notamment en prévoyant la création ou le maintien d'institutions ou de services adéquats et suffisants à cette fin;
b) à protéger les enfants et les adolescents contre la négligence, la violence ou l'exploitation;
c) à assurer une protection et une aide spéciale de l'Etat vis-à-vis de l'enfant ou de l'adolescent temporairement ou définitivement privé de son soutien familial;
2. à assurer aux enfants et aux adolescents un enseignement primaire et secondaire gratuit, ainsi qu'à favoriser la régularité de la fréquentation scolaire.
Recht op uitoefenen van een op winst gerichte bezigheid op het grondgebied van andere Partijen.
Droit à l'exercice d'une activité lucrative sur le territoire des autres Parties.
Art. 18. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht op het uitoefenen van een op winst gerichte bezigheid op het grondgebied van elke andere Partij te waarborgen, verbinden de Partijen zich :
1. de bestaande regelingen zo ruim mogelijk toe te passen;
2. de bestaande formaliteiten te vereenvoudigen en kanselarijrechten en andere kosten welke buitenlandse werknemers of hun werkgevers moeten betalen, te verminderen of af te schaffen;
3. de regelingen met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse werknemers individueel of gemeenschappelijk op soepeler wijze toe te passen;
en erkennen :
4. het recht van hun onderdanen om het land te verlaten teneinde op het grondgebied van de andere Partijen een op winst gerichte bezigheid uit te oefenen.
Art. 18. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à l'exercice d'une activité lucrative sur le territoire de toute autre Partie, les Parties s'engagent :
1. à appliquer les règlements existants dans un esprit libéral;
2. à simplifier les formalités en vigueur et à réduire ou supprimer les droits de chancellerie et autres taxes payables par les travailleurs étrangers ou par leurs employeurs;
3. à assouplir, individuellement ou collectivement, les réglementations régissant l'emploi des travailleurs étrangers;
et reconnaissent :
4. le droit de sortie de leurs nationaux désireux d'exercer une activité lucrative sur le territoire des autres Parties.
Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand.
Droit des travailleurs migrants et de leurs familles à la protection et à l'assistance.
Art. 19. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand op het grondgebied van elke andere Partij te waarborgen, verbinden de Partijen zich :
1. doelmatige en kosteloze diensten te onderhouden, dan wel zich ervan te vergewissen dat zulke diensten worden onderhouden, gericht op bijstand aan genoemde werknemers, in het bijzonder voor het verkrijgen van nauwkeurige voorlichting, en alle passende maatregelen te treffen, voor zover nationale wetten en verordeningen zulks toelaten, tegen misleidende propaganda betreffende emigratie en immigratie;
2. passende maatregelen te treffen binnen hun eigen rechtsgebied ter vergemakkelijking van het vertrek, de reis en de ontvangst van genoemde werknemers en hun gezinnen en binnen hun eigen rechtsgebied gedurende de reis te zorgen voor doelmatige diensten op het gebied van de gezondheid en medische behandeling, alsmede voor goede hygiënische toestanden;
3. waar nodig samenwerking tussen sociale diensten, zowel van openbare als van particuliere aard, in emigratie- en immigratielanden te bevorderen;
4. voor genoemde werknemers die wettig binnen hun grondgebied verblijven, voorzover deze aangelegenheden bij wet of bij verordening worden geregeld of onderworpen zijn aan het toezicht van bestuursautoriteiten, een behandeling te waarborgen die niet minder gunstig is dan die van hun eigen onderdanen wat betreft de volgende aangelegenheden :
a) de beloning en andere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden;
b) het lidmaatschap van vakverenigingen en het genot van de voordelen van collectieve onderhandelingen;
c) huisvesting;
5. voor genoemde werknemers die wettig op hun grondgebied verblijven, een behandeling te waarborgen die niet minder gunstig is dan die van hun eigen onderdanen wat betreft belastingen op uit dienstverband voortvloeiende beloning, en wat betreft kosten of bijdragen verschuldigd met betrekking tot de tewerkgestelde personen;
6. zoveel mogelijk de hereniging van het gezin van een migrerende werknemer die toestemming heeft gekregen om zich op het grondgebied te vestigen, te vergemakkelijken;
7. voor genoemde werknemers die wettig op hun grondgebied verblijven, een behandeling te waarborgen die niet minder gunstig is dan die van hun eigen onderdanen wat betreft gerechtelijke procedures in verband met de in dit artikel vermelde aangelegenheden;
8. te waarborgen, dat genoemde werknemers die wettig binnen hun grondgebied verblijven, niet uitgeleid worden tenzij zij de nationale veiligheid in gevaar brengen of een strafbaar feit tegen de openbare orde of de openbare zeden plegen;
9. binnen de wettelijke grenzen toe te staan, dat genoemde werknemers zoveel van hun verdiensten en spaargelden overmaken als zij zelf wensen;
10. de bescherming en bijstand, voorzien in dit artikel, uit te strekken tot migranten die zelfstandig een beroep uitoefenen, voorzover deze maatregelen van toepassing kunnen zijn;
11. het onderwijs van de landstaal van de Gaststaat, of wanneer er meerdere talen zijn, van één ervan te bevorderen en te vergemakkelijken voor migrerende werknemers en voor de leden van hun gezin;
12. in de mate van het mogelijke het onderwijs van de moedertaal van de migrerende werknemer aan zijn kinderen te bevorderen en te vergemakkelijken.
Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht
Art. 19. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit des travailleurs migrants et de leurs familles à la protection et à l'assistance sur le territoire de toute autre Partie, les Parties s'engagent :
1. à maintenir ou à s'assurer qu'il existe des services gratuits appropriés chargés d'aider ces travailleurs et, notamment, de leur fournir des informations exactes, et à prendre toutes mesures utiles, pour autant que la législation et la réglementation nationales le permettent, contre toute propagande trompeuse concernant l'émigration et l'immigration;
2. à adopter, dans les limites de leur juridiction, des mesures appropriées pour faciliter le départ, le voyage et l'accueil de ces travailleurs et de leurs familles, et à leur assurer, dans les limites de leur juridiction, pendant le voyage, les services sanitaires et médicaux nécessaires, ainsi que de bonnes conditions d'hygiène;
3. à promouvoir la collaboration, suivant les cas, entre les services sociaux, publics ou privés, des pays d'émigration et d'immigration;
4. à garantir à ces travailleurs se trouvant légalement sur leur territoire, pour autant que ces matières sont régies par la législation ou la réglementation ou sont soumises au contrôle des autorités administratives, un traitement non moins favorable qu'à leurs nationaux en ce qui concerne les matières suivantes :
a) la rémunération et les autres conditions d'emploi et de travail;
b) l'affiliation aux organisations syndicales et la jouissance des avantages offerts par les conventions collectives;
c) le logement;
5. à assurer à ces travailleurs se trouvant légalement sur leur territoire un traitement non moins favorable qu'à leurs propres nationaux en ce qui concerne les impôts, taxes et contributions afférents au travail, perçus au titre du travailleur;
6. à faciliter autant que possible le regroupement de la famille du travailleur migrant autorisé à s'établir lui-même sur le territoire;
7. à assurer à ces travailleurs se trouvant légalement sur leur territoire un traitement non moins favorable qu'à leurs nationaux pour les actions en justice concernant les questions mentionnées dans le présent article;
8. à garantir à ces travailleurs résidant régulièrement sur leur territoire qu'ils ne pourront être expulsés que s'ils menacent la sécurité de l'Etat ou contreviennent à l'ordre public ou aux bonnes moeurs;
9. à permettre, dans le cadre des limites fixées par la législation, le transfert de toute partie des gains et des économies des travailleurs migrants que ceux-ci désirent transférer;
10. à étendre la protection et l'assistance prévues par le présent article aux travailleurs migrants travaillant pour leur propre compte, pour autant que les mesures en question sont applicables à cette catégorie;
11. à favoriser et à faciliter l'enseignement de la langue nationale de l'Etat d'accueil ou, s'il y en a plusieurs, de l'une d'entre elles aux travailleurs migrants et aux membres de leurs familles;
12. à favoriser et à faciliter, dans la mesure du possible, l'enseignement de la langue maternelle du travailleur migrant à ses enfants.
Droit à l'égalité de chances et de traitement en matière d'emploi et de profession, sans discrimination fondée sur le sexe
Art. 20. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht verbinden de Partijen zich ertoe dat recht te erkennen en passende maatregelen te nemen om de toepassing ervan op de volgende gebieden te waarborgen of te bevorderen :
- toegang tot de arbeidsmarkt, bescherming tegen ontslag, beroepsmatige herintreding;
- beroepsvoorlichting en -opleiding, herscholing en heraanpassing;
- arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden, met inbegrip van salariëring;
- loopbaanontwikkeling, met inbegrip van promotie.
Art. 20. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à l'égalité de chances et de traitement en matière d'emploi et de profession sans discrimination fondée sur le sexe, les Parties s'engagent à reconnaître ce droit et à prendre les mesures appropriées pour en assurer ou en promouvoir l'application dans les domaines suivants :
- accès à l'emploi, protection contre le licenciement et réinsertion professionnelle;
- orientation et formation professionnelles, recyclage, réadaptation professionnelle;
- conditions d'emploi et de travail, y compris la rémunération;
- déroulement de la carrière, y compris la promotion.
Recht op informatie en overleg.
Droit à l'information et à la consultation.
Art. 21. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van de werknemers op informatie en overleg binnen de onderneming verbinden de Partijen zich ertoe maatregelen te nemen of te bevorderen waardoor de werknemers of hun vertegenwoordigers, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, in staat worden gesteld om :
a) regelmatig of te gelegener tijd op een begrijpelijke wijze te worden geïnformeerd over de economische en financiële toestand van de onderneming waarbij zij in dienst zijn, met dien verstande dat de openbaarmaking van bepaalde informatie, waardoor de onderneming zou kunnen worden benadeeld, kan worden geweigerd of dat er kan worden geëist dat deze informatie vertrouwelijk wordt behandeld; en
b) tijdig te worden geraadpleegd over voorgestelde beslissingen die de belangen van werknemers aanzienlijk zouden kunnen beïnvloeden en met name over beslissingen die grote gevolgen zouden kunnen hebben voor de werkgelegenheid binnen de onderneming.
Art. 21. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit des travailleurs à l'information et à la consultation au sein de l'entreprise, les Parties s'engagent à prendre ou à promouvoir des mesures permettant aux travailleurs ou à leurs représentants, conformément à la législation et la pratique nationales :
a) d'être informés régulièrement ou en temps opportun et d'une manière compréhensible de la situation économique et financière de l'entreprise qui les emploie, étant entendu que la divulgation de certaines informations pouvant porter préjudice à l'entreprise pourra être refusée ou qu'il pourra être exigé que celles-ci soient tenues confidentielles; et
b) d'être consultés en temps utile sur les décisions envisagées qui sont susceptibles d'affecter substantiellement les intérêts des travailleurs et notamment sur celles qui auraient des conséquences importantes sur la situation de l'emploi dans l'entreprise.
Recht deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden en werkomgeving.
Droit de prendre part à la détermination et à l'amélioration des conditions de travail et du milieu du travail.
Art. 22. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van de werknemers deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden en werkomgeving binnen de onderneming, verbinden de Partijen zich ertoe maatregelen te nemen of te bevorderen waardoor de werknemers of vertegenwoordigers, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, in staat worden gesteld bij te dragen tot :
a) de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden, de werkindeling en de werkomgeving;
b) de bescherming van de gezondheid en de veiligheid binnen de onderneming;
c) de organisatie van sociale en sociaal-culturele diensten en voorzieningen binnen de onderneming;
d) toezicht op naleving van de voorschriften op deze gebieden.
Art. 22. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit des travailleurs de prendre part à la détermination et à l'amélioration des conditions de travail et du milieu du travail dans l'entreprise, les Parties s'engagent à prendre ou à promouvoir des mesures permettant aux travailleurs ou à leurs représentants, conformément à la législation et à la pratique nationales, de contribuer :
a) à la détermination et à l'amélioration des conditions de travail, de l'organisation du travail et du milieu du travail;
b) à la protection de la santé et de la sécurité au sein de l'entreprise;
c) à l'organisation de services et facilités sociaux et socioculturels de l'entreprise;
d) au contrôle du respect de la réglementation en ces matières.
Recht van ouderen op sociale bescherming.
Droit des personnes âgées à une protection sociale.
Art. 23. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van ouderen op sociale bescherming, verbinden de Partijen zich ertoe, hetzij rechtstreeks, hetzij in samenwerking met openbare of particuliere instanties, passende maatregelen te nemen of te bevorderen die er met name op zijn gericht :
- ouderen in staat te stellen zolang mogelijk volledig lid te blijven van de maatschappij door middel van :
a) voldoende middelen om hen in staat te stellen een fatsoenlijk bestaan te leiden en actief deel te nemen aan het openbare, maatschappelijke en culturele leven;
b) verschaffing van informatie over de diensten en voorzieningen beschikbaar voor ouderen en de mogelijkheden voor hen om hiervan gebruik te maken :
- ouderen in staat te stellen vrijelijk hun levensstijl te kiezen en een onafhankelijk bestaan te leiden in hun gewone omgeving zolang zij dit wensen en kunnen, door middel van :
a) het beschikbaar stellen van huisvesting aangepast aan hun behoeften en hun gezondheidstoestand, dan wel van passende bijstand bij de aanpassing van hun woning;
b) de gezondheidszorg en diensten die in verband met hun toestand nodig zijn;
- ouderen die in tehuizen wonen passende hulp, met respect voor het privé-leven, en deelname aan de vaststelling van de leefomstandigheden in het tehuis te verzekeren.
Art. 23. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit des personnes âgées à une protection sociale, les Parties s'engagent à prendre ou à promouvoir, soit directement soit en coopération avec les organisations publiques ou privées, des mesures appropriées tendant notamment :
- à permettre aux personnes âgées de demeurer le plus longtemps possible des membres à part entière de la société, moyennant :
a) des ressources suffisantes pour leur permettre de mener une existence décente et de participer activement à la vie publique, sociale et culturelle;
b) la diffusion des informations concernant les services et les facilités existant en faveur des personnes âgées et les possibilités pour celles-ci d'y recourir :
- à permettre aux personnes âgées de choisir librement leur mode de vie et de mener une existence indépendante dans leur environnement habituel aussi longtemps qu'elles le souhaitent et que cela est possible, moyennant :
a) la mise à disposition de logements appropriés à leurs besoins et à leur état de santé ou d'aides adéquates en vue de l'aménagement du logement;
b) les soins de santé et les services que nécessiterait leur état;
- à garantir aux personnes âgées vivant en institution l'assistance appropriée dans le respect de la vie privée, et la participation à la détermination des conditions de vie dans l'institution.
Recht op bescherming in geval van ontslag.
Droit à la protection en cas de licenciement.
Art. 24. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op bescherming in geval van ontslag, verbinden de Partijen zich ertoe te erkennen :
a) het recht van de werknemers om niet te worden ontslagen zonder geldige reden die verband houdt met hun geschiktheid of gedrag of die steunt op de behoeften inzake de werking van de onderneming, de inrichting of de dienst;
b) het recht van de zonder geldige reden ontslagen werknemers op een afdoende vergoeding of op een andere passende schadeloosstelling.
Daartoe verbinden de Partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat een werknemer die van oordeel is dat tegen hem een ontslagmaatregel zonder geldige reden werd getroffen, recht zou hebben om bij een onpartijdig orgaan tegen deze maatregel beroep aan te tekenen.
Art. 24. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à la protection en cas de licenciement, les Parties s'engagent à reconnaître :
a) le droit des travailleurs à ne pas être licenciés sans motif valable lié à leur aptitude ou conduite, ou fondé sur les nécessités de fonctionnement de l'entreprise, de l'établissement ou du service;
b) le droit des travailleurs licenciés sans motif valable à une indemnité adéquate ou à une autre réparation appropriée.
A cette fin les Parties s'engagent à assurer qu'un travailleur qui estime avoir fait l'objet d'une mesure de licenciement sans motif valable ait un droit de recours contre cette mesure devant un organe impartial.
Recht van de werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever.
Droit des travailleurs à la protection de leurs créances en cas d'insolvabilité de leur employeur.
Art. 25. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van de werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever, verbinden de Partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat de schuldvorderingen van de werknemers die het gevolg zijn van arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen zouden worden gewaarborgd door een waarborginstelling of door iedere andere doeltreffende vorm van bescherming.
Art. 25. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit des travailleurs à la protection de leurs créances en cas d'insolvabilité de leur employeur, les Parties s'engagent à prévoir que les créances des travailleurs résultant de contrats de travail ou de relations d'emploi soient garanties par une institution de garantie ou par toute autre forme effective de protection.
Recht op waardigheid bij de arbeidstaak.
Droit à la dignité au travail.
Art. 26. Teneinde de onbelemmerde uitoefening van het recht van alle werknemers op bescherming van hun waardigheid bij de arbeidstaak te waarborgen, verbinden de Partijen zich er in overleg met de werkgevers- en werknemersorganisaties toe :
1. de sensibilisering, de informatie en de preventie inzake seksuele intimidatie op het werk of in verband met het werk te bevorderen en elke passende maatregel te nemen om de werknemers tegen dergelijke gedragingen te beschermen;
2. de sensibilisering, de informatie en de preventie te bevorderen inzake daden die laakbaar of uitdrukkelijk vijandig en beledigend zijn en die zich herhaaldelijk voordoen ten overstaan van om het even welke werknemer op de arbeidsplaats of in verband met de arbeid en elke passende maatregel te nemen om de werknemers tegen dergelijke gedragingen te beschermen.
Art. 26. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit de tous les travailleurs a la protection de leur dignité au travail, les Parties s'engagent, en consultation avec les organisations d'employeurs et de travailleurs :
1. à promouvoir la sensibilisation, l'information et la prévention en matière de harcèlement sexuel sur le lieu de travail ou en relation avec le travail, et à prendre toute mesure appropriée pour protéger les travailleurs contre de tels comportements;
2. à promouvoir la sensibilisation, l'information et la prévention en matière d'actes condamnables ou explicitement hostiles et offensifs dirigés de façon répétée contre tout salarié sur le lieu de travail ou en relation avec le travail, et à prendre toute mesure appropriée pour protéger les travailleurs contre de tels comportements.
Recht van de werknemers met gezinsverantwoordelijkheid op gelijke kansen en gelijke behandeling.
Droit des travailleurs ayant des responsabilités familiales à l'égalité des chances et de traitement.
Art. 27. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op gelijke kansen en gelijke behandeling voor de werknemers van beiderlei kunne met gezinsverantwoordelijkheid en voor die werknemers en de andere werknemers onderling, verbinden de Partijen zich ertoe :
1. passende maatregelen te nemen :
a) om de werknemers met gezinsverantwoordelijkheid in staat te stellen in het beroepsleven te stappen en er te blijven of ernaar terug te keren na een afwezigheid te wijten aan die verantwoordelijkheid met inbegrip van maatregelen op het vlak van beroepsvoorlichting en -opleiding;
b) om rekening te houden met hun behoeften op het gebied van arbeidsvoorwaarden en de sociale zekerheid;
c) om openbare of privé-diensten uit te bouwen of te bevorderen, inzonderheid kinderdagverblijven en andere opvangformules;
2. om tijdens een periode na het moederschapsverlof voor elke ouder te voorzien in de mogelijkheid ouderschapsverlof te krijgen om een kind op te voeden, verlof waarvan de duur en de voorwaarden door de nationale wetgeving, de collectieve overeenkomsten of door de nationale praktijk moeten worden bepaald;
3. om ervoor te zorgen dat de gezinsverantwoordelijkheid als dusdanig geen geldige reden voor ontslag kan zijn.
Art. 27. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à l'égalité des chances et de traitement entre les travailleurs des deux sexes ayant des responsabilités familiales et entre ces travailleurs et les autres travailleurs, les Parties s'engagent :
1. à prendre des mesures appropriées :
a) pour permettre aux travailleurs ayant des responsabilités familiales d'entrer et de rester dans la vie active ou d'y retourner après une absence due à ces responsabilités, y compris des mesures dans le domaine de l'orientation et la formation professionnelles;
b) pour tenir compte de leurs besoins en ce qui concerne les conditions d'emploi et la sécurité sociale;
c) pour développer ou promouvoir des services, publics ou privés, en particulier les services de garde de jour d'enfants et d'autres modes de garde;
2. à prévoir la possibilité pour chaque parent, au cours d'une période après le congé de maternité, d'obtenir un congé parental pour s'occuper d'un enfant, dont la durée et les conditions seront fixées par la législation nationale, les conventions collectives ou la pratique;
3. à assurer que les responsabilités familiales ne puissent, en tant que telles, constituer un motif valable de licenciement.
Recht van de werknemersvertegenwoordigers op bescherming in de onderneming en de hen toe te kennen faciliteiten
Droit des représentants des travailleurs à la protection dans l'entreprise et facilités à leur accorder.
Art. 28. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van de werknemersvertegenwoordigers om hun functie als vertegenwoordiger uit te oefenen, verbinden de Partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat die vertegenwoordigers in de onderneming :
a) een doeltreffende bescherming genieten tegen de daden die hen schade zouden kunnen berokkenen met inbegrip van ontslag en die zouden worden ingeroepen op basis van hun activiteiten in de hoedanigheid van werknemersvertegenwoordiger in de onderneming;
b) de passende faciliteiten krijgen om hen in staat te stellen snel en doeltreffend hun functies uit te oefenen rekening houdend met het stelsel van arbeidsverhoudingen dat in het land geldt evenals met de behoeften, de grootte en de mogelijkheden van de betrokken onderneming.
Art. 28. Afin d'assurer l'exercice effectif du droit des représentants des travailleurs de remplir leurs fonctions de représentants, les Parties s'engagent à assurer que dans l'entreprise :
a) ils bénéficient d'une protection effective contre les actes qui pourraient leur porter préjudice, y compris le licenciement, et qui seraient motives par leur qualité ou leurs activités de représentants des travailleurs dans l'entreprise;
b) ils aient les facilités appropriées afin de leur permettre de remplir rapidement et efficacement leurs fonctions en tenant compte du système de relations professionnelles prévalant dans le pays ainsi que des besoins, de l'importance et des possibilités de l'entreprise intéressée.
Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag.
Droit à l'information et à la consultation dans les procédures de licenciements collectifs.
Art. 29. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van de werknemers om in geval van collectief ontslag te worden geïnformeerd en geraadpleegd, verbinden de Partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat de werkgevers de werknemersvertegenwoordigers tijdig en voor het collectief ontslag informeren en raadplegen over de mogelijkheden om de collectieve ontslagen te voorkomen of het aantal ervan te beperken en de gevolgen ervan te verzachten, bijvoorbeeld door terug te vallen op sociale begeleidingsmaatregelen die in het bijzonder gericht zijn op de hulp bij de herplaatsing of bij de herinschakeling van de betrokken werknemers.
Art. 29. Afin d'assurer l'exercice effectif du droit des travailleurs à être informés et consultés en cas de licenciements collectifs, les Parties s'engagent à assurer que les employeurs informent et consultent les représentants des travailleurs en temps utile, avant ces licenciements collectifs, sur les possibilités d'éviter les licenciements collectifs ou de limiter leur nombre et d'atténuer leurs conséquences, par exemple par le recours à des mesures sociales d'accompagnement visant notamment l'aide au reclassement ou à la réinsertion des travailleurs concernés.
Recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting.
Droit à la protection contre la pauvreté et l'exclusion sociale.
Art. 30. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op bescherming tegen armoede en tegen sociale uitsluiting, verbinden de Partijen zich ertoe :
a) maatregelen te nemen in het kader van een totale en gecoördineerde aanpak om de daadwerkelijke toegang te bevorderen, inzonderheid tot de arbeidsmarkt, huisvesting, opleiding, onderwijs, cultuur, sociale en medische bijstand van de personen en van hun gezinsleden die zich in een situatie van armoede of sociale uitsluiting bevinden of dreigen erin te belanden;
b) die maatregelen opnieuw te onderzoeken om ze indien nodig aan te passen.
Art. 30. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit à la protection contre la pauvreté et l'exclusion sociale, les Parties s'engagent :
a) à prendre des mesures dans le cadre d'une approche globale et coordonnée pour promouvoir l'accès effectif notamment à l'emploi, au logement, à la formation, à l'enseignement, à la culture, à l'assistance sociale et médicale des personnes se trouvant ou risquant de se trouver en situation d'exclusion sociale ou de pauvreté, et de leur famille;
b) à réexaminer ces mesures en vue de leur adaptation si nécessaire.
Recht op huisvesting.
Droit au logement.
Art. 31. Teneinde de onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op huisvesting, verbinden de Partijen zich ertoe maatregelen te nemen die tot doel hebben :
1. de toegang tot menswaardige huisvesting te bevorderen;
2. de kans om dakloos te worden te voorkomen en te beperken, teneinde die dreiging geleidelijk aan weg te werken;
3. de huisvestingskosten haalbaar te maken voor personen die niet over voldoende middelen beschikken.
Art. 31. En vue d'assurer l'exercice effectif du droit au logement, les Parties s'engagent à prendre des mesures destinées :
1. à favoriser l'accès au logement d'un niveau suffisant;
2. à prévenir et à réduire l'état de sans-abri en vue de son élimination progressive;
3. à rendre le coût du logement accessible aux personnes qui ne disposent pas de ressources suffisantes.
DEEL III. - Verplichtingen.
PARTIE III. - Engagements.
Art. 32. Artikel A. 1. Behoudens de bepalingen van artikel B hieronder, is iedere Partij verplicht :
a) deel I van het onderhavige Handvest te beschouwen als een verklaring van de doelstellingen welke zij overeenkomstig de inleidende alinea van genoemd deel met alle daarvoor in aanmerking komende middelen zal nastreven;
b) zich gebonden te achten door ten minste zes van de negen hierna genoemde artikelen van het Deel II van het Handvest namelijk de artikelen 1, 5, 6, 7, 12, 13, 16, 19 en 20;
c) zich, behalve door de overeenkomstig het voorgaand lid door haar gekozen artikelen, gebonden te achten door een aantal artikelen of genummerde leden van deel II van het Handvest, te harer keuze, mits het totale aantal artikelen of genummerde leden die haar binden, niet minder dan 16 artikelen of 63 genummerde leden bedraagt.
2. De krachtens lid 1, sub b en c, van dit artikel gekozen artikelen of leden worden medegedeeld aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa bij de neerlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
3. Ieder der Partijen kan op een later tijdstip door kennisgeving aan de Secretaris-generaal verklaren dat zij zich gebonden acht door andere artikelen of genummerde leden van deel II van het Handvest, die zij nog niet eerder overeenkomstig lid 1 van dit artikel heeft aanvaard. Deze later aanvaarde verplichtingen worden geacht een integrerend deel van de bekrachtiging, de aanvaarding of goedkeuring te zijn met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na de datum van kennisgeving met hetzelfde rechtsgevolg.
4. Iedere Partij dient te beschikken over een aan haar nationale omstandigheden aangepast stelsel van arbeidsinspectie.
Art. 32. Article A. 1. Sous réserve des dispositions de l'article B ci-dessous, chacune des Parties s'engage :
a) à considérer la partie Ire de la présente Charte comme une déclaration déterminant les objectifs dont elle poursuivra par tous les moyens utiles la réalisation, conformément aux dispositions du paragraphe introductif de ladite partie;
b) à se considérer comme liée par six au moins des neuf articles suivants de la partie II de la Charte : articles 1er, 5, 6, 7, 12, 13, 16, 19 et 20;
c) à se considérer comme liée par un nombre supplémentaire d'articles ou de paragraphes numerotés de la partie II de la Charte, qu'elle choisira, pourvu que le nombre total des articles et des paragraphes numérotés qui la lient ne soit pas inférieur à seize articles ou à soixante-trois paragraphes numérotés.
2. Les articles ou paragraphes choisis conformément aux dispositions des alinéas b et c du paragraphe 1er du présent article seront notifiés au Secrétaire général du Conseil de l'Europe lors du dépôt de l'instrument de ratification, d'acceptation ou d'approbation.
3. Chacune des Parties pourra, à tout moment ultérieur, déclarer par notification adressée au Secrétaire général qu'elle se considère comme liée par tout autre article ou paragraphe numéroté figurant dans la partie II de la Charte et qu'elle n'avait pas encore accepté conformément aux dispositions du paragraphe 1er du présent article. Ces engagements ultérieurs seront réputés partie intégrante de la ratification, de l'acceptation ou de l'approbation et porteront les mêmes effets dès le premier jour du mois suivant l'expiration d'une période d'un mois après la date de la notification.
4. Chaque Partie disposera d'un système d'inspection du travail approprié à ses conditions nationales.
Rechtsbanden met het Europees Sociaal Handvest en met het Additioneel Protocol van 1988.
Liens avec la Charte sociale européenne et le Protocole additionnel de 1988.
Art. 33. Artikel B. 1. Noch een Overeenkomstsluitende Partij die het Europees Sociaal Handvest heeft ondertekend, noch een Partij die het Additioneel Protocol van 5 mei 1988 heeft ondertekend, kan dit Handvest bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren zonder zich ten minste gebonden te achten door de bepalingen die met de bepalingen van het Europees Sociaal Handvest overeenstemmen en, in voorkomend geval, met de bepalingen van het Additioneel Protocol waardoor zij gebonden was.
2. De aanvaarding van de verplichtingen van elke bepaling van dit Handvest moet tot gevolg hebben dat, vanaf de datum van inwerkingtreding van die verplichtingen ten aanzien van de betrokken Partij, de overeenstemmende bepaling van het Europees Sociaal Handvest en, in voorkomend geval van zijn Additioneel Protocol van 1988, zal ophouden van toepassing te zijn op de betrokken Partij in geval die Partij door de eerste van beide voornoemde akten of door beide akten zou gebonden zijn.
Art. 33. Article B. 1. Aucune Partie contractante à la Charte sociale européenne ou Partie au Protocole additionnel du 5 mai 1988 ne peut ratifier, accepter ou approuver la présente Charte sans se considérer liée au moins par les dispositions correspondant aux dispositions de la Charte sociale européenne et, le cas échéant, du Protocole additionnel, auxquelles elle était liée.
2. L'acceptation des obligations de toute disposition de la présente Charte aura pour effet que, à partir de la date d'entrée en vigueur de ces obligations à l'égard de la Partie concernée, la disposition correspondante de la Charte sociale européenne et, le cas échéant, de son Protocole additionnel de 1988 cessera de s'appliquer à la Partie concernée au cas où cette Partie serait liée par le premier des deux instruments précités ou par les deux instruments.
DEEL IV. - Toezicht op de uitvoering van de verplichtingen die in dit Handvest zijn opgenomen.
PARTIE IV. - Contrôle de l'application des engagements contenus dans la présente Charte.
Art. 34. Artikel C. De uitvoering van de juridische verplichtingen die in dit Handvest zijn opgenomen moet aan hetzelfde toezicht als dat op het Europees Sociaal Handvest worden onderworpen.
Art. 34. Article C. L'application des engagements juridiques contenus dans la presente Charte sera soumise au même contrôle que celui de la Charte sociale européenne.
Collectieve klachten.
Réclamations collectives.
Art. 35. Artikel D. 1. De bepalingen van het Additioneel Protocol bij het Europees Sociaal Handvest waarbij wordt voorzien in een stelsel voor collectieve klachten moeten van toepassing zijn op de bepalingen die ter uitvoering van dit Handvest zijn aanvaard voor de Staten die voornoemd protocol hebben bekrachtigd.
2. Iedere Staat die niet is gebonden door het Additioneel Protocol bij het Europees Sociaal Handvest waarbij wordt voorzien in een stelsel voor collectieve klachten kan bij de neerlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Handvest of op een om het even welk later tijdstip door kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa verklaren dat hij het toezicht op de uit hoofde van dit Handvest aangegane verplichtingen aanvaardt volgens de door voornoemd Protocol bepaalde procedure.
Art. 35. Article D. 1. Les dispositions du Protocole additionnel à la Charte sociale européenne prévoyant un système de réclamations collectives s'appliqueront aux dispositions souscrites en application de la présente Charte pour les Etats qui ont ratifié ledit Protocole.
2. Tout Etat qui n'est pas lié par le Protocole additionnel à la Charte sociale européenne prévoyant un système de réclamations collectives pourra, lors du dépôt de son instrument de ratification, d'acceptation ou d'approbation de la présente Charte ou à tout autre moment par la suite, déclarer par notification adressée au Secrétaire général du Conseil de l'Europe qu'il accepte le contrôle des obligations souscrites au titre de la présente Charte selon la procédure prévue par ledit Protocole.
DEEL V. - Non-discriminatie.
PARTIE V. - Non-discrimination.
Art. 36. Artikel E. De door dit Handvest erkende rechten moeten gewaarborgd zijn zonder enig onderscheid dat is gebaseerd op ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of elke andere overtuiging, nationale of sociale herkomst, gezondheid, het behoren tot een nationale minderheid, de geboorte of op elke andere situatie.
Art. 36. Article E. La jouissance des droits reconnus dans la présente Charte doit être assuree sans distinction aucune fondée notamment sur la race, la couleur, le sexe, la langue, la religion, les opinions politiques ou toutes autres opinions, l'ascendance nationale ou l'origine sociale, la santé, l'appartenance à une minorité nationale, la naissance ou toute autre situation.
Afwijkingen in geval van oorlog of noodtoestand.
Dérogations en cas de guerre ou de danger public.
Art. 37. Artikel F. 1. In geval van oorlog of een andere noodtoestand, waardoor het voortbestaan van het land wordt bedreigd, kan iedere Partij maatregelen nemen in afwijking van de in het onderhavige Handvest genoemde verplichtingen, doch uitsluitend voorzover de omstandigheden zulks absoluut vereisen en deze maatregelen niet in strijd zijn met andere volkenrechtelijke verplichtingen.
2. Indien een Partij van dit recht om af te wijken gebruik heeft gemaakt, stelt zij binnen een redelijke termijn de Secretaris-generaal van de Raad van Europa volledig op de hoogte van de getroffen maatregelen en van de redenen die hiertoe hebben geleid. Tevens dient zij de Secretaris-generaal mededeling te doen van het tijdstip waarop deze maatregelen buiten werking zijn gesteld en de door haar aanvaarde bepalingen van het Handvest wederom volledig van toepassing zijn.
Art. 37. Article F. 1. En cas de guerre ou en cas d'autre danger public menaçant la vie de la nation, toute Partie peut prendre des mesures dérogeant aux obligations prévues par la présente Charte, dans la stricte mesure où la situation l'exige et à la condition que ces mesures ne soient pas en contradiction avec les autres obligations découlant du droit international.
2. Toute Partie ayant exercé ce droit de dérogation tient, dans un délai raisonnable, le Secrétaire général du Conseil de l'Europe pleinement informé des mesures prises et des motifs qui les ont inspirées. Elle doit également informer le Secrétaire général de la date à laquelle ces mesures ont cessé d'être en vigueur et à laquelle les dispositions de la Charte qu'elle a acceptées reçoivent de nouveau pleine application.
Beperkingen.
Restrictions.
Art. 38. Artikel G. 1. Wanneer de in deel I genoemde rechten en beginselen en de in deel II geregelde onbelemmerde uitoefening en toepassing hiervan zijn verwezenlijkt, kunnen zij buiten de in deel I en deel II vermelde gevallen generlei beperkingen ondergaan, met uitzondering van die welke bij de wet zijn voorgeschreven en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden.
2. De krachtens het onderhavige Handvest geoorloofde beperkingen op de daarin vermelde rechten en verplichtingen kunnen uitsluitend worden toegepast voor het doel waarvoor zij zijn bestemd.
Art. 38. Article G. 1. Les droits et principes énoncés dans la partie I, lorsqu'ils seront effectivement mis en oeuvre, et l'exercice effectif de ces droits et principes, tel qu'il est prévu dans la partie II, ne pourront faire l'objet de restrictions ou limitations non spécifiées dans les parties Ire et II, a l'exception de celles prescrites par la loi et qui sont nécessaires, dans une société democratique, pour garantir le respect des droits et des libertés d'autrui ou pour protéger l'ordre public, la securité nationale, la santé publique ou les bonnes moeurs.
2. Les restrictions apportées en vertu de la présente Charte aux droits et obligations reconnus dans celle-ci ne peuvent être appliquées que dans le but pour lequel elles ont été prévues.
Verhouding van het Handvest tot het nationale recht of tot internationale overeenkomsten.
Relations entre la Charte et le droit interne ou les accords internationaux.
Art. 39. Artikel H. De bepalingen van het onderhavige Handvest laten de bepalingen van nationaal recht en van alle reeds van kracht zijnde of nog van kracht wordende bilaterale of multilaterale verdragen of overeenkomsten welke gunstiger zijn voor de beschermde personen, onverlet.
Art. 39. Article H. Les dispositions de la présente Charte ne portent pas atteinte aux dispositions de droit interne et des traités, conventions ou accords bilatéraux ou multilatéraux qui sont ou entreront en vigueur et qui seraient plus favorables aux personnes protégées.
Uitvoering van de aangegane verbintenissen.
Mise en oeuvre des engagements souscrits.
Art. 40. Artikel I. 1. Zonder afbreuk te doen aan de in deze artikelen opgesomde middelen voor de uitvoering van de aangegane verbintenissen, wordt aan de relevante bepalingen van de artikelen 1 tot en met 31 van deel II van dit Handvest uitvoering gegeven door :
a) wet- of regelgeving;
b) overeenkomsten tussen werkgevers of werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties;
c) een combinatie van deze twee methoden; of
d) andere passende middelen.
2. De verbintenissen voortvloeiend uit de leden 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van artikel 2, de leden 4, 6 en 7 van artikel 7, de leden 1, 2, 3 en 5 van artikel 10 en uit de artikelen 21 en 22 van deel II van dit Handvest worden geacht te zijn nagekomen zodra deze bepalingen worden toegepast, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, op de absolute meerderheid van de betrokken werknemers.
Art. 40. _ Article I. 1. Sans préjudice des moyens de mise en oeuvre énoncés par ces articles, les dispositions pertinentes des articles 1er à 31 de la partie II de la présente Charte sont mises en oeuvre par :
a) la législation ou la réglementation;
b) des conventions conclues entre employeurs ou organisations d'employeurs et organisations de travailleurs;
c) une combinaison de ces deux méthodes;
d) d'autres moyens appropriés.
2. Les engagements découlant des paragraphes 1er, 2, 3, 4, 5 et 7 de l'article 2, des paragraphes 4, 6 et 7 de l'article 7, des paragraphes 1er, 2, 3 et 5 de l'article 10 et des articles 21 et 22 de la partie II de la présente Charte seront considérés comme remplis dès lors que ces dispositions seront appliquées, conformément au paragraphe 1er du présent article, à la grande majorité des travailleurs intéressés.
Wijzigingen.
Amendements.
Art. 41. Artikel J. 1. Elke wijziging aan Delen I en II van dit Handvest die tot doel heeft de door dit Handvest gewaarborgde rechten uit te breiden en elke wijziging aan delen III tot VI die door een Partij of door het Regeringscomité is voorgesteld, wordt aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa medegedeeld en door de Secretaris-generaal ter kennis gebracht van de Partijen die dit Handvest hebben ondertekend.
2. Elke overeenkomstig de bepalingen van bovenstaand lid voorgestelde wijziging wordt onderzocht door het Regeringscomité dat de aangenomen tekst na raadpleging van de Parlementaire Vergadering ter goedkeuring aan het Comité van Ministers voorlegt. Na de goedkeuring ervan door het Comité van Ministers wordt deze tekst aan de Partijen medegedeeld om te worden aanvaard.
3. Elke wijziging aan Deel I en II van dit Handvest wordt van kracht ten aanzien van de Partijen die een wijziging hebben aanvaard op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na de datum waarop drie Partijen de Secretaris-generaal ervan in kennis hebben gesteld dat zij een wijziging hebben aanvaard.
Voor elke Partij die een wijziging op een later tijdstip aanvaardt, wordt de wijziging van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na de datum waarop de betrokken Partij de Secretaris-generaal in kennis heeft gesteld na de aanvaarding.
4. Elke wijziging aan delen III tot VI van dit Handvest wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na de datum waarop alle Partijen de Secretaris-generaal ervan in kennis hebben gesteld dat zij een wijziging hebben aanvaard.
Art. 41. Article J. 1. Tout amendement aux parties I et II de la présente Charte destiné à étendre les droits garantis par la présente Charte et tout amendement aux parties III à VI, proposé par une Partie ou par le Comité gouvernemental, est communiqué au Secrétaire général du Conseil de l'Europe et transmis par le Secrétaire général aux Parties à la présente Charte.
2. Tout amendement proposé conformément aux dispositions du paragraphe précédent est examiné par le Comité gouvernemental qui soumet le texte adopté à l'approbation du Comité des Ministres après consultation de l'Assemblée parlementaire. Après son approbation par le Comité des Ministres, ce texte est communiqué aux Parties en vue de son acceptation.
3. Tout amendement à la partie I et à la partie II de la présente Charte entrera en vigueur, à l'égard des Parties qui l'ont accepté, le premier jour du mois qui suit l'expiration d'une période d'un mois après la date à laquelle trois Parties auront informé le Secrétaire général qu'elles l'ont accepté.
Pour toute Partie qui l'aura accepté ultérieurement, l'amendement entrera en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'une période d'un mois après la date à laquelle ladite Partie aura informé le Secrétaire général de son acceptation.
4. Tout amendement aux parties III à VI de la présente Charte entrera en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'une période d'un mois après la date à laquelle toutes les Parties auront informé le Secrétaire général qu'elles l'ont accepté.
DEEL VI. - Ondertekening, bekrachtiging en inwerkingtreding..
PARTIE VI. - Signature, ratification et entrée en vigueur.
Art. 42. Artikel K. 1. Elk lid van de Raad van Europa kan dit Handvest ondertekenen. Het moet worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring moeten worden neergelegd bij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa.
2. Dit Handvest treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na de datum waarop drie lid-Staten van de Raad van Europa hun instemming hebben betuigd om door dit Handvest te worden gebonden overeenkomstig de bepalingen van vorig lid.
3. Voor elke lid-Staat die op een later tijdstip zijn instemming betuigt om door dit Handvest te worden gebonden, wordt dit Handvest van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na de datum van neerlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Art. 42. Article K. 1. La présente Charte est ouverte a la signature des Etats membres du Conseil de l'Europe. Elle sera soumise à ratification, acceptation ou approbation. Les instruments de ratification, d'acceptation ou d'approbation seront déposés près le Secrétaire général du Conseil de l'Europe.
2 La présente Charte entrera en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'une période d'un mois après la date à laquelle trois Etats membres du Conseil de l'Europe auront exprimé leur consentement à être liés par la présente Charte, conformément aux dispositions du paragraphe précédent.
3 Pour tout Etat membre qui exprimera ultérieurement son consentement à être lié par la présente Charte, celle-ci entrera en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'une période d'un mois après la date du dépôt de l'instrument de ratification, d'acceptation ou d'approbation.
Territoriale toepassing.
Application territoriale.
Art. 43. Artikel L. 1. Dit Handvest is van toepassing op het grondgebied van het moederland van elke Partij. Elke ondertekende Partij kan op het tijdstip van ondertekening dan wel op het tijdstip van de neerlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, het grondgebied dat voor toepassing van dit Handvest als moederland dient te worden beschouwd nader omschrijven in een aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa te richten verklaring.
2. Elke ondertekende Partij kan op het tijdstip van ondertekening of op het tijdstip van de neerlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of op elk ander daarop volgend tijdstip, in een aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa te richten kennisgeving verklaren dat het Handvest, geheel of gedeeltelijk, van toepassing zal zijn op één of meer in bedoelde verklaring aangegeven grondgebieden buiten het moederland gelegen waarvan zij de internationale betrekkingen behartigt of waarvoor zij de internationale verantwoordelijkheid aanvaardt. Zij dient in elke verklaring aan te geven welke van de in deel II van dit Handvest vervatte artikelen of leden in elk der in de verklaring aangegeven gebieden van kracht zullen zijn.
3. Dit Handvest is op de grondgebieden als vermeld in de in het vorig lid bedoelde verklaring van toepassing vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na de datum waarop de Secretaris-generaal van deze verklaring in kennis werd gesteld.
4. Elke Partij kan te allen tijde in een aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa te richten kennisgeving verklaren dat zij ten aanzien van één of meer grondgebieden waarop dit Handvest krachtens lid 2 van dit artikel van toepassing is, nader te noemen artikel of genummerde leden van kracht verklaart, welke zij nog niet ten aanzien van zodanig gebied of zodanige gebieden als bindend had verklaard. Deze later aanvaarde verplichtingen worden geacht een integrerend deel te vormen van de oorspronkelijke verklaring ten aanzien van het betrokken grondgebied en hebben hetzelfde rechtsgevolg vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na de datum waarop de Secretaris-generaal officieel in kennis werd gesteld.
Art. 43. Article L. 1. La présente Charte s'applique au territoire métropolitain de chaque Partie. Tout signataire peut, au moment de la signature ou au moment du dépôt de son instrument de ratification, d'acceptation ou d'approbation, préciser, par déclaration faite au Secrétaire général du Conseil de l'Europe, le territoire qui est considéré à cette fin comme son territoire métropolitain.
2. Tout signataire peut, au moment de la signature ou au moment du dépôt de l'instrument de ratification, d'acceptation ou d'approbation, ou à tout autre moment par la suite, déclarer, par notification adressée au Secrétaire général du Conseil de l'Europe, que la Charte, en tout ou en partie, s'appliquera à celui ou à ceux des territoires non métropolitains désignés dans ladite déclaration et dont il assure les relations internationales ou dont il assume la responsabilité internationale. Il spécifiera dans cette déclaration les articles ou paragraphes de la partie II de la Charte qu'il accepte comme obligatoires en ce qui concerne chacun des territoires désignés dans la déclaration.
3. La Charte s'appliquera au territoire ou aux territoires désignés dans la déclaration visée au paragraphe précédent à partir du premier jour du mois suivant l'expiration d'une période d'un mois après la date de réception de la notification de cette déclaration par le Secrétaire général.
4. Toute Partie pourra, à tout moment ultérieur, déclarer, par notification adressée au Secrétaire général du Conseil de l'Europe, que, en ce qui concerne un ou plusieurs des territoires auxquels la Charte s'applique en vertu du paragraphe 2 du présent article, elle accepte comme obligatoire tout article ou paragraphe numéroté qu'elle n'avait pas encore accepté en ce qui concerne ce ou ces territoires. Ces engagements ultérieurs seront réputés partie intégrante de la déclaration originale en ce qui concerne le territoire en question et porteront les mêmes effets à partir du premier jour du mois suivant l'expiration d'une période d'un mois après la date de réception de la notification par le Secrétaire général.
Opzegging.
Dénonciation.
Art. 44. Artikel M. 1. Een Partij kan dit Handvest slechts opzeggen na verloop van een periode van vijf jaar na de datum waarop het Handvest ten aanzien van de betrokken Partij in werking is getreden, of binnen elke periode van twee jaar daaropvolgend; in elk van deze gevallen dient de opzegging met inachtneming van een termijn van zes maanden ter kennis te worden gebracht van de Secretaris-generaal van de Raad van Europa die de overige Partijen hiervan mededeling doet.
2. Elke Partij kan overeenkomstig de bepalingen van het voorgaande lid elk door haar aanvaard artikel of lid van deel II van het Handvest opzeggen, mits het aantal artikelen dat voor deze Partij bindend is nooit minder dan 16 en het aantal leden nooit minder dan 63 bedraagt en mits dit aantal artikelen of leden steeds de artikelen omvat die door deze Partij zijn gekozen uit de in artikel A, lid 1, sub b. genoemde artikelen.
3. Elke Partij kan dit Handvest of elk der artikelen of leden van deel II van dit Handvest overeenkomstig de bepalingen van lid 1 van dit artikel opzeggen ten aanzien van elk grondgebied waarop dit Handvest van toepassing is krachtens een overeenkomstig paragraaf 2 van artikel L afgelegde verklaring.
Art. 44. _ Article M. 1. Aucune Partie ne peut dénoncer la présente Charte avant l'expiration d'une periode de cinq ans après la date a laquelle la Charte est entrée en vigueur en ce qui la concerne, ou avant l'expiration de toute autre période ultérieure de deux ans et, dans tous les cas, un préavis de six mois sera notifié au Secrétaire général du Conseil de l'Europe, qui en informera les autres Parties.
2. Toute Partie peut, aux termes des dispositions énoncées dans le paragraphe précédent, dénoncer tout article ou paragraphe de la partie II de la Charte qu'elle a accepté, sous réserve que le nombre des articles ou paragraphes auxquels cette Partie est tenue ne soit jamais inférieur à seize dans le premier cas et à soixante-trois dans le second et que ce nombre d'articles ou paragraphes continue de comprendre les articles choisis par cette Partie parmi ceux auxquels une référence spéciale est faite dans l'article A, paragraphe 1er, alinéa b.
3. Toute Partie peut dénoncer la présente Charte ou tout article ou paragraphe de la partie II de la Charte aux conditions prévues au paragraphe 1er du présent article, en ce qui concerne tout territoire auquel s'applique la Charte en vertu d'une déclaration faite conformément au paragraphe 2 de l'article L.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. 45. Artikel N. De bijlage bij dit Handvest vormt een integrerend deel ervan.
Art. 45. Article N. L'annexe à la présente Charte fait partie intégrante de celle-ci.
Kennisgevingen.
Notifications.
Art. 46. Artikel O. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa stelt de lid-Staten van de Raad en de Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau in kennis van :
a) iedere ondertekening;
b) de neerlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;
c) iedere datum van inwerkingtreding van dit Protocol overeenkomstig artikel K;
d) iedere verklaring overeenkomstig de artikelen A, lid 2 en 3, D, lid 1 en 2, F, lid 2 en L, lid 1, 2, 3 en 4.
e) iedere wijziging overeenkomstig artikel J;
f) iedere opzegging overeenkomstig artikel M;
g) iedere andere handeling, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Handvest.
Ter blijke waarvan de daartoe behoorlijk gemachtigde ondergetekenden dit Handvest hebben ondertekend.
Gedaan te Straatsburg, op 3 mei 1996, in de Franse en de Engelse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk gezaghebbend, in één exemplaar, dat zal worden neergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift aan elk der lid-Staten van de raad van Europa en aan de Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau.
Art. 46. _ Article O. Le Secrétaire général du Conseil de l'Europe notifiera aux Etats membres du Conseil et au Directeur général du Bureau international du travail :
a) toute signature;
b) le dépôt de tout instrument de ratification, d'acceptation ou d'approbation;
c) toute date d'entrée en vigueur de la présente Charte conformément à son article K;
d) toute déclaration en application des articles A, paragraphes 2 et 3, D, paragraphes 1er et 2, F, paragraphe 2, et L, paragraphes 1er, 2, 3 et 4;
e) tout amendement conformément à l'article J;
f) toute dénonciation conformément à l'article M;
g) tout autre acte, notification ou communication ayant trait à la présente Charte.
En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signe la présente Charte révisée.
Fait à Strasbourg, le 3 mai 1996, en français et en anglais, les deux textes faisant également foi, en un seul exemplaire qui sera déposé dans les archives du Conseil de l'Europe. Le Secrétaire général du Conseil de l'Europe en communiquera copie certifiée conforme à chacun des Etats membres du Conseil de l'Europe et au Directeur général du Bureau international du travail.
BIJLAGEN.
ANNEXE
Art. N1. Werkingssfeer van het Sociaal Handvest met betrekking tot de te beschermen personen.
1. Behoudens de bepalingen van artikel 12, lid 4, en van artikel 13, lid 4, zijn onder de in artikelen 1 tot en met 17 en 20 tot en met 31 bedoelde personen slechts die buitenlanders begrepen die onderdaan zijn van de andere Partijen en rechtmatig woonachtig zijn in, dan wel geregeld werkzaam zijn op het grondgebied van de betrokken Partij, met dien verstande dat de genoemde artikelen dienen te worden geïnterpreteerd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 18 en 19.
Die interpretatie sluit een uitbreiding van overeenkomstige rechten tot andere personen door een der Partijen niet uit.
2. Elke Partij ziet erop toe dat vluchtelingen in de zin van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en van het Protocol van 31 januari 1967, die rechtmatig woonachtig zijn op haar grondgebied, een zo gunstig mogelijke behandeling genieten en in elk geval een niet minder gunstige dan waartoe zij zich krachtens dit Verdrag heeft verbonden, alsmede krachtens alle andere bestaande en op de bedoelde vluchtelingen van toepassing zijnde internationale verdragen.
3. Iedere Partij doet staatlozen als gedefinieerd in het verdrag van New York van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen, die legaal op haar grondgebied verblijven, een zo gunstig mogelijke behandeling toekomen en in elk geval een niet minder gunstige dan waartoe zij zich heeft verbonden krachtens genoemd verdrag, alsmede krachtens alle andere bestaande internationale overeenkomsten toepasselijk ten aanzien van deze staatlozen.
Art. N1. Portée de la Charte sociale européenne revisée en ce qui concerne les personnes protégées.
1. Sous réserve des dispositions de l'article 12, paragraphe 4, et de l'article 13, paragraphe 4, les personnes visées aux articles 1er à 17 et 20 à 31 ne comprennent les étrangers que dans la mesure ou ils sont des ressortissants des autres Parties résidant légalement ou travaillant régulièrement sur le territoire de la Partie interessée, étant entendu que les articles susvisés seront interprétés a la lumière des dispositions des articles 18 et 19.
La présente interprétation n'exclut pas l'extension de droits analogues à d'autres personnes par l'une quelconque des Parties.
2. Chaque Partie accordera aux réfugiés répondant à la définition de la Convention de Genève du 28 juillet 1951 relative au statut des réfugiés et du Protocole du 31 janvier 1967, et résidant regulièrement sur son territoire, un traitement aussi favorable que possible et en tout cas non moins favorable que celui auquel elle s'est engagée en vertu de la convention de 1951, ainsi que de tous autres accords internationaux existants et applicables aux refugiés mentionnés ci-dessus.
3. Chaque Partie accordera aux apatrides répondant à la définition de la Convention de New York du 28 septembre 1954 relative au statut des apatrides et résidant régulièrement sur son territoire un traitement aussi favorable que possible et en tout cas non moins favorable que celui auquel elle s'est engagée en vertu de cet instrument ainsi que de tous autres accords internationaux existants et applicables aux apatrides mentionnés ci-dessus.
Art. 1N1. DEEL I, LID 18 EN DEEL II, ARTIKEL 18, LID 1
Deze bepalingen hebben geen betrekking op de betreding van het grondgebied van de Partijen en laten de bepalingen van het te Parijs op 13 december 1955 ondertekende Europese Vestigingsverdrag onverlet.
Art. 1N1. PARTIE Ire, PARAGRAPHE 18, ET PARTIE II, ARTICLE 18, PARAGRAPHE 1er
Il est entendu que ces dispositions ne concernent pas l'entrée sur le territoire des Parties et ne portent pas atteinte à celles de la Convention européenne d'établissement signée à Paris le 13 décembre 1955.
Art. 2N1. DEEL II
Artikel 1, lid 2. Deze bepaling mag niet zo worden uitgelegd dat clausules en feitelijke gedragingen ter beveiliging van het vakbondswezen verboden of toegestaan zijn.
Art. 2, lid 6. De Partijen kunnen ervoor zorgen dat deze bepaling niet van toepassing is op de werknemers :
1. met een arbeidsovereenkomst of een arbeidsverhouding waarvan de totale duur niet meer dan een maand beloopt en/of waarvan de wekelijkse arbeidsduur niet meer dan acht uren bedraagt;
2. wanneer de arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding een tijdelijk en/of specifiek karakter heeft, op voorwaarde dat objectieve redenen in die gevallen de niet-toepassing rechtvaardigen.
Art. 3, lid 4. Voor de toepassing van deze bepaling moeten de functies, de organisatie en de werkingsvoorwaarden van die diensten worden bepaald door de nationale wetgeving of reglementering, collectieve overeenkomsten of op elke andere passende wijze volgens de in het land geldende praktijk.
Art. 4, lid 4. Deze bepaling mag niet worden uitgelegd dat ze een verbod bevat van ontslag op staande voet wegens een ernstig vergrijp.
Art. 4, lid 5. Een Partij kan de in dit lid bedoelde verplichting slechts op zich nemen indien inhoudingen op de lonen hetzij bij de wet, hetzij bij collectieve overeenkomsten of bij scheidsrechterlijke uitspraken, verboden zijn ten aanzien van de overgrote meerderheid der werknemers, waarbij de niet onder zodanige maatregelen vallende personen de enige uitzonderingen zijn.
Art. 6, lid 4. Elke Partij kan zelf het recht van staking bij wet regelen, mits elke eventuele verdere beperking van dit recht in de bepalingen van artikel G rechtvaardiging vindt.
Art. 7, lid 2. Deze bepaling belet de Partijen niet om voor de adolescenten die de vastgestelde minimumleeftijd nog niet hebben bereikt, in de wet te voorzien in de mogelijkheid om arbeidsactiviteiten te verrichten die absoluut noodzakelijk zijn voor hun beroepsopleiding met dien verstande dat de arbeid wordt verricht onder toezicht van het daartoe bestemde en bevoegde personeel en dat de veiligheid en de bescherming van de gezondheid van de werkende adolescenten gewaarborgd zijn.
Art. 7, lid 8. Een Partij wordt geacht aan de geest van de in dit lid genoemde verplichting te hebben voldaan indien zij in de geest van deze verplichting bij de wet bepaalt dat de overgrote meerderheid van de personen die jonger zijn dan 18 jaar geen nachtarbeid mag verrichten.
Art. 8, lid 2. Deze bepaling mag niet zo worden uitgelegd dat ze een absoluut verbod op ontslag bevat. Bijvoorbeeld in de volgende omstandigheden kan de beschermde vrouwelijke werknemer wel ontslag krijgen :
a) als de vrouwelijke werknemer een vergrijp heeft gepleegd die de breuk van de arbeidsovereenkomst veroorzaakt en wettigt;
b) als de onderneming die haar in dienst heeft met haar activiteit ophoudt;
c) na het vervallen van de termijn van haar arbeidsovereenkomst.
Art. 12, lid 4. De zinsnede " en met inachtneming van de in zulke overeenkomsten neergelegde voorwaarden " van de inleiding tot dit lid wordt geacht onder meer in te houden dat een Partij ten aanzien van de niet van verzekeringspremies afhankelijke uitkeringen het ingezetenschap gedurende een voorgeschreven periode verplicht kan stellen alvorens deze uitkeringen aan onderdanen van andere Partijen te verlenen.
Art. 13, lid 4. De regeringen die het Europese Verdrag betreffende sociale en medische bijstand niet hebben ondertekend, kunnen het Handvest ten aanzien van dit lid bekrachtigen, mits zij erop toezien dat onderdanen van andere Partijen een met de bepalingen van genoemd Verdrag strokende behandeling genieten.
Art. 16. De door deze bepaling toegekende bescherming geldt voor de éénoudergezinnen.
Art. 17. Deze bepaling geldt voor alle personen jonger dan achttien jaar, behalve wanneer de meerderjarigheid eerder wordt bereikt krachtens de op hen van toepassing zijnde wetgeving, zonder afbreuk te doen aan de andere door het Handvest vastgestelde bepalingen, inzonderheid artikel 7.
Art. 19, lid 6. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder " gezin van de werknemer " ten minste verstaan de echtgeno(o)t(e) van de werknemer en zijn of haar ongehuwde kinderen, zulks zolang zij door de relevante wetgeving van de Gaststaat als minderjarigen worden beschouwd en ten laste zijn van de werknemer.
Art. 20. 1. Het is wel verstaan dat zaken betreffende de sociale zekerheid alsmede bepalingen betreffende werkloosheidsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen worden uitgesloten van de werkingssfeer van dit artikel.
2. Worden niet als discriminaties, in de zin van dit artikel, beschouwd de bepalingen betreffende de bescherming van de vrouw, inzonderheid waar het gaat om zwangerschap, bevalling en postnataal verlof.
3. Dit artikel belet niet de aanneming van specifieke maatregelen die tot doel hebben feitelijke ongelijkheden weg te werken.
4. Kunnen van het toepassingsgebied van dit artikel of van sommige bepalingen ervan worden uitgesloten de beroepsactiviteiten die wegens de aard of de omstandigheden van de uitoefening ervan niet aan personen van een bepaald geslacht kunnen worden opgedragen. Deze bepaling mag niet zo worden uitgelegd dat de Partijen worden verplicht om in wet- of regelgeving een lijst met beroepen op te nemen die wegens hun aard of de omstandigheden waaronder zij worden verricht, kunnen worden voorbehouden aan werknemers van een bepaald geslacht.
Art. 21 en 22. 1. Voor de toepassing van deze artikelen wordt verstaan onder " vertegenwoordigers van de werknemers " personen die als zodanig zijn erkend door de nationale wetgeving of praktijk.
2. Onder " nationale wetgeving en praktijk " wordt, naar gelang van het geval, verstaan, behalve de wet- en regelgeving, de collectieve overeenkomsten, andere overeenkomsten tussen de werkgevers en de vertegenwoordigers van de werknemers, de gebruiken en relevante gerechtelijke beslissingen.
3. Voor de toepassing van deze artikelen wordt onder " onderneming " verstaan een geheel van materiële en immateriële bestanddelen, met of zonder rechtspersoonlijkheid, bestemd voor het produceren van goederen of het leveren van diensten, met winstoogmerk, en met bevoegdheid het eigen marktbeleid te bepalen.
4. Religieuze gemeenschappen en hun instellingen kunnen worden uitgesloten van de toepassing van deze artikelen ook wanneer deze instellingen ondernemingen zijn in de zin van het derde lid. Instellingen die werkzaamheden verrichten geïnspireerd door bepaalde idealen en opvattingen die worden beschermd door de nationale wetgeving, kunnen worden uitgesloten van de toepassing van deze artikelen voor zover zulks noodzakelijk is om de gerichtheid van deze onderneming te beschermen.
5. Wanneer in een Staat de rechten bedoeld in de artikelen 20 en 21 worden uitgeoefend in de verschillende vestigingen van de onderneming, moet de betrokken partij worden geacht te voldoen aan de uit deze bepalingen voortvloeiende verplichtingen.
6. Van de toepassing van deze artikelen kunnen door de Partijen worden uitgesloten de ondernemingen waarvan de personeelsbezetting de door de nationale wetgeving of praktijk vastgestelde grens bereikt.
Art. 22. Deze bepaling tast noch de bevoegdheden en verplichtingen van de Staten met betrekking tot het aannemen van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de werkplaatsen, noch de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de lichamen belast met het toezicht op de toepassing ervan aan.
Onder " sociale en sociaal-culturele diensten en voorzieningen " wordt verstaan diensten en voorzieningen van sociale en/of culturele aard die door sommige ondernemingen aan werknemers worden geboden, zoals sociale hulpverlening, sportterreinen, ruimte voor zogende moeders, bibliotheken, vakantiekampen voor kinderen, enz.
Art. 23, lid 1. Voor de toepassing van dit lid, heeft de uitdrukking " zolang mogelijk " betrekking op de fysieke, psychische en intellectuele vermogens van de ouderen.
Art. 24. 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de term " ontslag " verstaan de beëindiging van de arbeidsverhouding op initiatief van de werkgever.
2. Dit artikel geldt voor alle werknemers met dien verstande dat een Partij de volgende werknemerscategorieën volledig of gedeeltelijk aan de bescherming van dit artikel kan onttrekken :
a) de werknemers in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd of een bepaalde taak;
b) de werknemers die een proefperiode doorlopen of die niet de vereiste anciënniteit hebben op voorwaarde dat de duur ervan vooraf is vastgesteld en redelijk is;
c) de voor een korte periode tijdelijk in dienst genomen werknemers.
3. Voor de toepassing van dit artikel zijn onderstaande factoren geen geldige redenen voor ontslag :
a) lid zijn van een vakorganisatie of deelnemen aan vakbondsactiviteiten buiten de arbeidsuren of tijdens de arbeidsuren met de instemming van de werkgever;
b) het dingen naar, het uitoefenen of hebben van een mandaat van werknemersvertegenwoordiger;
c) een klacht hebben ingediend of hebben deelgenomen aan vorderingen ingesteld tegen een werkgever wegens aangevoerde inbreuken op de wetgeving of een beroep hebben ingediend bij de bevoegde administratieve overheid;
d) ras, kleur, geslacht, huwelijksstaat, gezinsverantwoordelijkheid, zwangerschap, godsdienst, politieke overtuiging, nationale of sociale herkomst;
e) moederschaps- of ouderschapsverlof;
f) tijdelijke afwezigheid van het werk wegens ziekte of ongeval.
4. De vergoeding of elke andere passende schadeloosstelling in geval van ontslag zonder geldige reden moet door de nationale wetgeving of reglementering, door collectieve overeenkomsten of op elke andere passende wijze met inachtneming van de nationale praktijk worden vastgesteld.
Art. 25. 1. De bevoegde overheid kan bij wijze van uitzondering en na raadpleging van de werkgevers- en werknemersorganisaties bepaalde werknemerscategorieën van de bij deze bepaling vastgestelde bescherming uitsluiten wegens de bijzondere aard van hun arbeidsverhouding.
2. De term " insolvabiliteit " wordt door de nationale wet en praktijk gedefinieerd.
3. De schuldvorderingen van de werknemers waarop deze bepaling betrekking heeft moeten ten minste omvatten :
a) de schuldvorderingen van de werknemers uit hoofde van de lonen voor een bepaalde periode welke niet korter dan drie maanden mag zijn in een bevoorrecht stelsel en dan acht weken in een gewaarborgd stelsel, periode die de insolvabiliteit of de beëindiging van de arbeidsverhouding voorafgaat;
b) de schuldvorderingen van de werknemers uit hoofde van het vakantiegeld verschuldigd uit hoofde van de arbeid die is verricht in de loop van het jaar tijdens hetwelk de insolvabiliteit of de beëindiging van de arbeidsverhouding zich heeft voorgedaan;
c) de schuldvorderingen van de werknemers uit hoofde van de bedragen verschuldigd voor andere bezoldigde afwezigheden voor een bepaalde periode die niet korter dan drie maanden mag zijn in een bevoorrecht stelsel en dan acht weken in een gewaarborgd stelsel, periode die de insolvabiliteit of de beëindiging van de arbeidsverhouding voorafgaat.
4. De nationale wetgevingen en reglementeringen kunnen de bescherming van de schuldvorderingen van de werknemers beperken tot een bepaald bedrag dat op een sociaal aanvaardbaar peil moet worden gehouden;
Art. 26. Door dit artikel worden de Partijen er niet toe verplicht een wetgeving uit te vaardigen.
Paragraaf 2 geldt niet voor seksuele intimidatie.
Art. 27. Dit artikel heeft betrekking op de werknemers van beiderlei kunne met gezinsverantwoordelijkheid ten aanzien van hun kinderen ten laste evenals ten aanzien van andere rechtstreekse leden van hun familie die duidelijk behoefte hebben aan hun zorg of hun steun wanneer die verantwoordelijkheid een beperking vormt voor hun mogelijkheden voor hun kansen om zich op het beroepsleven voor te bereiden, er toegang tot te hebben, er aan deel te nemen of er vooruitgang in te boeken. De termen " kinderen ten laste " en " andere rechtstreekse leden van hun familie die duidelijk behoefte hebben aan hun zorg en steun " moeten worden verstaan in de door de nationale wetgeving van de Partijen gedefinieerde betekenis.
Art. 28 en 29. Voor de toepassing van deze artikelen wordt onder de term " werknemersvertegenwoordigers " verstaan personen die als dusdanig door de nationale wetgeving of praktijk worden erkend.
Art. 2N1. PARTIE II
Article 1er, paragraphe 2. Cette disposition ne saurait être interprétée ni comme interdisant ni comme autorisant les clauses ou pratiques de sécurité syndicale.
Art. 2, paragraphe 6. Les Parties pourront prévoir que cette disposition ne s'applique pas :
a) aux travailleurs ayant un contrat ou une relation de travail dont la durée totale n'excède pas un mois et/ou dont la durée de travail hebdomadaire n'excède pas huit heures;
b) lorsque le contrat ou la relation de travail a un caractère occasionnel et/ou particulier, à condition, dans ces cas, que des raisons objectives justifient la non-application.
Art. 3, paragraphe 4. Il est entendu qu'aux fins d'application de cette disposition les fonctions, l'organisation et les conditions de fonctionnement de ces services doivent être déterminées par la législation ou la réglementation nationale, des conventions collectives ou de toute autre manière appropriée aux conditions nationales.
Art. 4, paragraphe 4. Cette disposition sera interprétée de manière à ne pas interdire un licenciement immédiat en cas de faute grave.
Art. 4, paragraphe 5. Il est entendu qu'une Partie peut prendre l'engagement requis dans ce paragraphe si les retenues sur salaires sont interdites pour la grande majorite des travailleurs, soit par la loi, soit par les conventions collectives ou les sentences arbitrales, les seules exceptions étant constituées par les personnes non visées par ces instruments.
Art. 6, paragraphe 4. Il est entendu que chaque Partie peut, en ce qui la concerne, réglementer l'exercice du droit de grève par la loi, pourvu que toute autre restriction éventuelle à ce droit puisse être justifiée aux termes de l'article G.
Art. 7, paragraphe 2. La présente disposition n'empêche pas les Parties de prévoir dans la loi la possibilité, pour des adolescents n'ayant pas atteint l'âge minimum prévu, de réaliser des travaux strictement nécessaires à leur formation professionnelle lorsque le travail est réalisé sous le contrôle du personnel compétent autorisé et que la sécurité et la protection de la santé des adolescents au travail sont garanties.
Art. 7, paragraphe 8. Il est entendu qu'une Partie aura rempli l'engagement requis dans ce paragraphe si elle se conforme à l'esprit de cet engagement en prévoyant dans sa législation que la grande majorité des personnes de moins de dix-huit ans ne sera pas employée à des travaux de nuit.
Art. 8, paragraphe 2. Cette disposition ne saurait être interprétée comme consacrant une interdiction de caractère absolu. Des exceptions pourront intervenir, par exemple, dans les cas suivants :
a) si la travailleuse a commis une faute justifiant la rupture du rapport de travail;
b) si l'entreprise en question cesse son activité;
c) si le terme prévu par le contrat de travail est échu.
Art. 12, paragraphe 4. Les mots " et sous réserve des conditions arrêtées dans ces accords " figurant dans l'introduction à ce paragraphe sont considérés comme signifiant que, en ce qui concerne les prestations existant indépendamment d'un système contributif, une Partie peut requérir l'accomplissement d'une période de résidence prescrite avant d'octroyer ces prestations aux ressortissants d'autres Parties.
Art. 13, paragraphe 4. Les gouvernements qui ne sont pas Parties à la Convention européenne d'assistance sociale et médicale peuvent ratifier la Charte en ce qui concerne ce paragraphe, sous réserve qu'ils accordent aux ressortissants des autres Parties un traitement conforme aux dispositions de ladite convention.
Art. 16. Il est entendu que la protection accordée par cette disposition couvre les familles monoparentales.
Art. 17. Il est entendu que cette disposition couvre toutes les personnes âgées de moins de 18 ans, sauf si la majorité est atteinte plus tôt en vertu de la législation qui leur est applicable, sans prejudice des autres dispositions spécifiques prévues par la Charte, notamment l'article 7.
Art. 19, paragraphe 6. Aux fins d'application de la presente disposition, on entend par " famille du travailleur migrant " au moins le conjoint du travailleur et ses enfants non mariés, aussi longtemps qu'ils sont considérés comme mineurs par la législation pertinente de l'Etat d'accueil et sont à la charge du travailleur.
Art. 20. 1. Il est entendu que les matières relevant de la sécurité sociale, ainsi que les dispositions relatives aux prestations de chômage, aux prestations de vieillesse et aux prestations de survivants, peuvent être exclues du champ d'application de cet article.
2. Ne seront pas considérées comme des discriminations au sens du présent article les dispositions relatives à la protection de la femme, notamment en ce qui concerne la grossesse, l'accouchement et la période postnatale.
3. Le présent article ne fait pas obstacle à l'adoption de mesures spécifiques visant à remédier à des inégalités de fait.
4. Pourront être exclues du champ d'application du présent article, ou de certaines de ses dispositions, les activités professionnelles qui, en raison de leur nature ou des conditions de leur exercice, ne peuvent être confiées qu'à des personnes d'un sexe donné. Cette disposition ne saurait être interprétée comme obligeant les Parties à arrêter par la voie législative ou réglementaire la liste des activités professionnelles qui, en raison de leur nature ou des conditions de leur exercice, peuvent être réservées à des travailleurs d'un sexe déterminé.
Art. 21 et 22. 1. Aux fins d'application de ces articles, les termes " représentants des travailleurs " désignent des personnes reconnues comme telles par la législation ou la pratique nationales.
2. Les termes " la législation et la pratique nationales " visent, selon le cas, outre les lois et les règlements, les conventions collectives, d'autres accords entre les employeurs et les représentants des travailleurs, les usages et les décisions judiciaires pertinentes.
3. Aux fins d'application de ces articles, le terme " entreprise " est interprété comme visant un ensemble d'éléments matériels et immatériels, ayant ou non la personnalité juridique, destiné à la production de biens ou à la prestation de services, dans un but économique, et disposant du pouvoir de décision quant à son comportement sur le marché.
4. Il est entendu que les communautés religieuses et leurs institutions peuvent être exclues de l'application de ces articles même lorsque ces institutions sont des " entreprises " au sens du paragraphe 3. Les établissements poursuivant des activités inspirées par certains idéaux ou guidées par certains concepts moraux, idéaux et concepts protégés par la législation nationale, peuvent être exclus de l'application de ces articles dans la mesure nécessaire pour protéger l'orientation de l'entreprise.
5. Il est entendu que, lorsque dans un Etat les droits énoncés dans les présents articles sont exercés dans les divers établissements de l'entreprise, la Partie concernée doit être considerée comme satisfaisant aux obligations decoulant de ces dispositions.
6. Les Parties pourront exclure du champ d'application des présents articles les entreprises dont les effectifs n'atteignent pas un seuil déterminé par la législation ou la pratique nationales.
Art. 22. Cette disposition n'affecte ni les pouvoirs et obligations des Etats en matière d'adoption de règlements concernant l'hygiène et la sécurité sur les lieux de travail, ni les compétences et responsabilités des organes chargés de surveiller le respect de leur application.
Les termes " services et facilités sociaux et socioculturels " visent les services et facilités de nature sociale et/ou culturelle qu'offrent certaines entreprises aux travailleurs tels qu'une assistance sociale, des terrains de sport, des salles d'allaitement, des bibliothèques, des colonies de vacances, etc.
Art. 23, paragraphe 1er. Aux fins d'application de ce paragraphe, l'expression " le plus longtemps possible " se réfère aux capacités physiques, psychologiques et intellectuelles de la personne agée.
Art. 24. 1. Il est entendu qu'aux fins de cet article le terme " licenciement " signifie la cessation de la relation de travail à l'initiative de l'employeur.
2. Il est entendu que cet article couvre tous les travailleurs mais qu'une Partie peut soustraire entièrement ou partiellement de sa protection les catégories suivantes de travailleurs salariés :
a) les travailleurs engagés aux termes d'un contrat de travail portant sur une période déterminée ou une tâche déterminée;
b) les travailleurs effectuant une période d'essai ou n'ayant pas la période d'ancienneté requise, à condition que la durée de celle-ci soit fixée d'avance et qu'elle soit raisonnable;
c) les travailleurs engagés à titre occasionnel pour une courte période.
3. Aux fins de cet article, ne constituent pas des motifs valables de licenciement notamment :
a) l'affiliation syndicale ou la participation à des activités syndicales en dehors des heures de travail ou, avec le consentement de l'employeur, durant les heures de travail;
b) le fait de solliciter, d'exercer ou d'avoir un mandat de représentation des travailleurs;
c) le fait d'avoir déposé une plainte ou participé à des procédures engagées contre un employeur en raison de violations alléguées de la législation, ou présenté un recours devant les autorités administratives compétentes;
d) la race, la couleur, le sexe, l'état matrimonial, les responsabilités familiales, la grossesse, la religion, l'opinion politique, l'ascendance nationale ou l'origine sociale;
e) le congé de maternité ou le congé parental;
f) l'absence temporaire du travail en raison de maladie ou d'accident.
4. Il est entendu que l'indemnité ou toute autre réparation appropriée en cas de licenciement sans motif valable doit être déterminée par la législation ou la réglementation nationales, par des conventions collectives ou de toute autre manière appropriée aux conditions nationales.
Art. 25. 1. L'autorité compétente peut à titre exceptionnel et après consultation des organisations d'employeurs et de travailleurs exclure des catégories déterminées de travailleurs de la protection prévue dans cette disposition en raison de la nature particulière de leur relation d'emploi.
2. Il est entendu que le terme " insolvabilité " sera défini par la loi et la pratique nationales.
3. Les créances des travailleurs sur lesquelles porte cette disposition devront au moins comprendre :
a) les créances des travailleurs au titre des salaires afférents à une période déterminée, qui ne doit pas être inférieure à trois mois dans un système de privilège et à huit semaines dans un système de garantie, précédant l'insolvabilité ou la cessation de la relation d'emploi;
b) les créances des travailleurs au titre des congés payés dus en raison du travail effectué dans le courant de l'année dans laquelle est survenue l'insolvabilité ou la cessation de la relation d'emploi;
c) les créances des travailleurs au titre des montants dus pour d'autres absences rémunérées afférentes à une période déterminée, qui ne doit pas être inférieure à trois mois dans un système de privilège et à huit semaines dans un système de garantie, précédant l'insolvabilité ou la cessation de la relation d'emploi.
4. Les législations et réglementations nationales peuvent limiter la protection des créances des travailleurs à un montant déterminé qui devra être d'un niveau socialement acceptable.
Art. 26. Il est entendu que cet article n'oblige pas les Parties à promulguer une législation.
Il est entendu que le paragraphe 2 ne couvre pas le harcèlement sexuel.
Art. 27. Il est entendu que cet article s'applique aux travailleurs des deux sexes ayant des responsabilités familiales à l'égard de leurs enfants à charge ainsi qu'à l'égard d'autres membres de leur famille directe qui ont manifestement besoin de leurs soins ou de leur soutien, lorsque ces responsabilités limitent leurs possibilités de se préparer à l'activité économique, d'y accéder, d'y participer ou d'y progresser. Les termes " enfants à charge " et " autre membre de la famille directe qui a manifestement besoin de soins et de soutien " s'entendent au sens défini par la législation nationale des Parties.
Art. 28 et 29. Aux fins d'application de ces articles, le terme " représentants des travailleurs " désigne des personnes reconnues comme telles par la législation ou la pratique nationales.
Art. 3N1. DEEL III
Het Handvest bevat juridische verplichtingen van internationale aard waarvan de toepassing enkel aan het door deel IV bedoelde toezicht is onderworpen.
Artikel A, lid 1. De genummerde leden kunnen artikelen bevatten met slechts een enkel lid.
Artikel B, lid 2. Voor de toepassing van lid 2 van artikel B stemmen de bepalingen van het herziene Handvest overeen met de bepalingen van het Handvest met hetzelfde artikel- of lidnummer, uitgezonderd :
a) artikel 3, lid 2 van het herziene Handvest dat overeenstemt met artikel 3, lid 1 en 3 van het Handvest;
b) artikel 3, lid 3 van het herziene Handvest dat overeenstemt met artikel 3, lid 2 en 3 van het Handvest;
c) artikel 10, lid 5 van het herziene Handvest dat overeenstemt met artikel 10, lid 4 van het Handvest;
d) artikel 17, lid 1 van het herziene Handvest dat overeenstemt met artikel 17 van het Handvest.
Art. 3N1. PARTIE III
Il est entendu que la Charte contient des engagements juridiques de caractère international dont l'application est soumise au seul contrôle visé par la partie IV.
Article A, paragraphe 1er. Il est entendu que les paragraphes numérotés peuvent comprendre des articles ne contenant qu'un seul paragraphe.
Article B, paragraphe 2. Aux fins du paragraphe 2 de l'article B, les dispositions de la Charte révisée correspondent aux dispositions de la Charte qui portent le même numéro d'article ou de paragraphe, à l'exception :
a) de l'article 3, paragraphe 2, de la Charte révisée qui correspond à l'article 3, paragraphes 1er et 3, de la Charte;
b) de l'article 3, paragraphe 3, de la Charte révisée qui correspond à l'article 3, paragraphes 2 et 3, de la Charte;
c) de l'article 10, paragraphe 5, de la Charte révisée qui correspond à l'article 10, paragraphe 4, de la Charte;
d) de l'article 17, paragraphe 1er, de la Charte révisée qui correspond à l'article 17 de la Charte.
Art. 4N1. DEEL V
Artikel E. Een verschil qua behandeling dat is gebaseerd op een objectieve en redelijke basis wordt niet als discriminerend beschouwd.
Artikel F. De termen " in geval van oorlog of noodtoestand " moeten worden geïnterpreteerd als eveneens betrekking hebbende op oorlogsdreiging.
Artikel I. De werknemers die zijn uitgesloten overeenkomstig de bijlage bij artikelen 21 en 22 worden niet meegeteld bij de vaststelling van het aantal betrokken werknemers.
Artikel J. De term " wijziging " moet worden verstaan als eveneens betrekking hebbende op de invoeging van nieuwe artikelen in het Handvest.
Art. 4N1. PARTIE V
Article E. Une différence de traitement fondée sur un motif objectif et raisonnable n'est pas considérée comme discriminatoire.
Article F. Les termes " en cas de guerre ou en cas d'autre danger public " seront interprétés de manière à couvrir également la menace de guerre.
Article I. Il est entendu que les travailleurs exclus conformément à l'annexe des articles 21 et 22 ne sont pas pris en compte lors de l'établissement du nombre des travailleurs intéressés.
Article J. Le terme " amendement " sera entendu de manière à couvrir également l'inclusion de nouveaux articles dans la Charte.
Art. N2. Lijst der Gebonden Staten.
Art. N2. Liste des Etats liés.
Staten/Organisaties Datum Type Datum Datum
authenti- instemming instemming interne
ficatie inwerking-
treding
- - - - -
ALBANIE 21/09/1998 Bekrachtiging 14/11/2002 01/01/2003
ANDORRA 04/11/2000 Onbepaald
ARMENIE 18/10/2001 Bekrachtiging 21/01/2004 01/03/2004
AZERBEIDZJAN 18/10/2001 Onbepaald
BELGIE 03/05/1996 Bekrachtiging 02/03/2004 01/05/2004
BULGARIJE 21/09/1998 Bekrachtiging 07/06/2000 01/08/2000
CYPRUS 03/05/1996 Bekrachtiging 27/09/2000 01/11/2000
DENEMARKEN 03/05/1996 Onbepaald
ESTLAND 04/05/1998 Bekrachtiging 11/09/2000 01/11/2000
FINLAND 03/05/1996 Bekrachtiging 21/06/2002 01/08/2002
FRANKRIJK 03/05/1996 Bekrachtiging 07/05/1999 01/07/1999
GEORGIE 30/06/2000 Onbepaald
GRIEKENLAND 03/05/1996 Onbepaald
GROOT-BRITTANNIE 07/11/1997 Onbepaald
IERLAND 04/11/2000 Bekrachtiging 04/11/2000 01/01/2001
IJSLAND 04/11/1998 Onbepaald
ITALIE 03/05/1996 Bekrachtiging 05/07/1999 01/09/1999
LITOUWEN 08/09/1997 Bekrachtiging 29/06/2001 01/08/2001
LUXEMBURG 11/02/1998 Onbepaald
MOLDOVA 03/11/1998 Bekrachtiging 08/11/2001 01/01/2002
NEDERLAND 23/01/2004 Onbepaald
NOORWEGEN 07/05/2001 Bekrachtiging 07/05/2001 01/07/2001
OEKRAINE 07/05/1999 Onbepaald
OOSTENRIJK 07/05/1999 Onbepaald
PORTUGAL 03/05/1996 Bekrachtiging 30/05/2002 01/07/2002
ROEMENIE 14/05/1997 Bekrachtiging 07/05/1999 01/07/1999
RUSSISCHE FEDERATIE 14/09/2000 Onbepaald
SAN MARINO 18/10/2001 Onbepaald
SLOVENIE 11/10/1997 Bekrachtiging 07/05/1999 01/07/1999
SLOWAKIJE 18/11/1999 Onbepaald
SPANJE 23/10/2000 Onbepaald
TSJECHIE REP. 04/11/2000 Onbepaald
TURKIJE Onbepaald
ZWEDEN 03/05/1996 Bekrachtiging 29/05/1998 01/07/1999
Etats/Organisations Date Type de Date Entree
authentifi- consentement consentement vigueur
cation locale
- - - - -
ALBANIE 21/09/1998 Ratification 14/11/2002 01/01/2003
ANDORRE 04/11/2000 Indetermine
ARMENIE 18/10/2001 Ratification 21/01/2004 01/03/2004
AUTRICHE 07/05/1999 Indetermine
AZERBAIDJAN 18/10/2001 Indetermine
BELGIQUE 03/05/1996 Ratification 02/03/2004 01/05/2004
BULGARIE 21/09/1998 Ratification 07/06/2000 01/08/2000
CHYPRE 03/05/1996 Ratification 27/09/2000 01/11/2000
DANEMARK 03/05/1996 Indetermine
ESPAGNE 23/10/2000 Indetermine
ESTONIE 04/05/1998 Ratification 11/09/2000 01/11/2000
FINLANDE 03/05/1996 Ratification 21/06/2002 01/08/2002
FRANCE 03/05/1996 Ratification 07/05/1999 01/07/1999
GEORGIE 30/06/2000 Indetermine
GRANDE-BRETAGNE 07/11/1997 Indetermine
GRECE 03/05/1996 Indetermine
IRLANDE 04/11/2000 Ratification 04/11/2000 01/01/2001
ISLANDE 04/11/1998 Indetermine
ITALIE 03/05/1996 Ratification 05/07/1999 01/09/1999
LITUANIE 08/09/1997 Ratification 29/06/2001 01/08/2001
LUXEMBOURG 11/02/1998 Indetermine
MOLDAVIE 03/11/1998 Ratification 08/11/2001 01/01/2002
NORVEGE 07/05/2001 Ratification 07/05/2001 01/07/2001
PAYS-BAS 23/01/2004 Indetermine
PORTUGAL 03/05/1996 Ratification 30/05/2002 01/07/2002
ROUMANIE 14/05/1997 Ratification 07/05/1999 01/07/1999
RUSSIE 14/09/2000 Indetermine
SAINT MARIN 18/10/2001 Indetermine
SLOVAQUIE 18/11/1999 Indetermine
SLOVENIE 11/10/1997 Ratification 07/05/1999 01/07/1999
SUEDE 03/05/1996 Ratification 29/05/1998 01/07/1999
TCHEQUE REPUBLIQUE 04/11/2000 Indetermine
TURQUIE Indetermine
UKRAINE 07/05/1999 Indetermine
Art. N3. VERKLARINGEN.
Albanië :
Verklaring opgenomen in de op 14 november 2002 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels.
Overeenkomstig artikel A van Deel III verklaart de Republiek Albanië zich gebonden te achten door de volgende artikelen van het Handvest :
- Artikel 1 - Recht op arbeid;
- Artikel 2 - Recht op billijke arbeidsvoorwaarden;
- Artikel 3 - Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden;
- Artikel 4 - Recht op billijke beloning;
- Artikel 5 - Recht op vrijheid van organisatie;
- Artikel 6 - Recht op collectief onderhandelen;
- Artikel 7 - Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming;
- Artikel 8 - Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapsbescherming;
- Artikel 11 - Recht op bescherming van de gezondheid;
- Artikel 19 - Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand;
- Artikel 20 - Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht;
- Artikel 21 - Recht op informatie en overleg;
- Artikel 22 - Recht deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden en werkomgeving;
- Artikel 24 - Recht op bescherming in geval van ontslag;
- Artikel 25 - Recht van de werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever;
- Artikel 26 - Recht op waardigheid bij de arbeidstaak;
- Artikel 28 - Recht van de werknemersvertegenwoordigers op bescherming in de onderneming en de hen toe te kennen faciliteiten;
- Artikel 29 - Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag.
Inwerkingtredingstermijn : 01/01/03
Voornoemde verklaring houdt verband met artikel A
Andorra :
Verklaring opgenomen in een brief van de Andorrese Minister van Buitenlandse Betrekkingen d.d. 2 november 2000 die de secretaris-generaal bij de ondertekening van de akte op 4 november 2000 werd ter hand gesteld - Or. Frans
De Regering van het Vorstendom Andorra wenst dat deze ondertekening wordt gezien als een gebaar ten gunste van de Europese solidariteit. Met de ondertekening van het (herziene) Europees Sociaal Handvest, vervoegt het Vorstendom Andorra de meerderheid van de lid-Staten van de Raad van Europa die de beginselen van het Handvest hebben onderschreven. Het is evenwel zo dat de specifieke structuur van zijn maatschappij en economie het Vorstendom Andorra ertoe noopt de kernelementen van zijn specificiteit te beschermen. In het verlengde hiervan lijken sommige artikelen van het (herziene) Europees Sociaal Handvest een onmiddellijke bekrachtiging te bemoeilijken.
Voornoemde Verklaring houdt verband met de volgende artikelen :
Armenië :
Verklaring opgenomen in de op 21 januari 2004 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels.
Overeenkomstig artikel A, eerste paragraaf, lid b en c, van Deel III van het Herziene Handvest, acht de Republiek Armenië zich gebonden aan de artikelen 1, 5, 6, 7, 8, 17, 18, 19, 20, 22, 24, 27 en 28 evenals aan de volgende paragrafen :
Paragrafen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 van het artikel 2;
Paragraaf 1 van het artikel 3;
Paragrafen 2, 3, 4 en 5 van het artikel 4;
Paragrafen 1 en 3 van het artikel 12;
Paragrafen 1 en 2 van het artikel 13;
Paragraaf 2 van het artikel 14;
Paragrafen 2 en 3 van het artikel 15.
Inwerkingtredingstermijn : 01/03/04
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
België :
Verklaring opgenomen in de op 2 maart 2004 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans.
Overeenkomstig Deel III, artikel A, 2e lid van het Handvest, acht België zich gebonden aan de volgende artikelen van Deel II.
Artikel 1 Recht op arbeid.
Artikel 2 - Recht op billijke arbeidsvoorwaarden
Artikel 3 - Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden
Artikel 4 - Recht op billijke beloning
Artikel 5 - Recht op vrijheid van organisatie;
Artikel 6 - Recht op collectief onderhandelen
Artikel 7 - Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming
Artikel 8 - Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapbescherming
Artikel 9 - Recht op beroepskeuzevoorlichting
Artikel 10 - Recht op vakopleiding (§§ 1-5 in hun geheel)
Artikel 11 - Recht op bescherming van de gezondheid
Artikel 12 - Recht op sociale zekerheid
Artikel 13 - Recht op sociale en geneeskundige bijstand
Artikel 14 - Recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg
Artikel 15 - Recht van mindervaliden op zelfstandigheid, sociale integratie en deelname aan de samenleving
Artikel 16 - Recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming
Artikel 17- Recht van kinderen en volwassenen op een sociale, wettelijke en economische bescherming
Artikel 18 - Recht op uitoefenen van een op winst gerichte bezigheid op het grondgebied van andere Partijen
Artikel 19 - Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand (behalve paragraaf 12)
Artikel 20 - Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht
Artikel 21 - Recht op informatie en overleg
Artikel 22 - Recht deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden en werkomgeving
Artikel 25 - Recht van de werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever
Artikel 26 - Recht op waardigheid bij de arbeidstaak [1 ...]1
[1 Artikel 27 - Recht van de werknemers met gezinsverantwoordelijkheid op gelijke kansen en gelijke behandeling (paragraaf 1 en paragraaf 2)]1
[1 Artikel 28 - Recht van de werknemersvertegenwoordigers op bescherming in de onderneming en de hen toe te kennen faciliteiten.]1
Artikel 29 - Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag.
Artikel 30 - Recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting
Inwerkingtredingstermijn : 01/05/04
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Bulgarije :
Verklaring opgenomen in de op 7 juni 2000 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans.
Overeenkomstig artikel D, 2e lid van Deel IV van het Handvest, verklaart de Republiek Bulgarije in te stemmen met het toezicht op de naleving van de in dit Handvest opgenomen verplichtingen, volgens de procedure zoals vastgelegd in het Additioneel Protocol bij het Europees Sociaal Handvest van 9 november 1995 dat voorziet in een stelsel voor collectieve klachten.
Inwerkingtredingstermijn : 01/08/00
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel D
Verklaring opgenomen in de op 7 juni 2000 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels.
Overeenkomstig artikel A, 1e lid van Deel III van het Handvest, verklaart de Republiek Bulgarije het volgende :
1. De Republiek Bulgarije beschouwt Deel I van het Handvest als een verklaring waarin de doelstellingen worden vastgelegd die ze met alle passende middelen op nationaal en internationaal niveau zal nastreven, zoals aangegeven wordt in de inleiding van dit Deel.
2. De Republiek Bulgarije acht zich gebonden aan de volgende artikelen van Deel II van het Handvest :
Artikel 1.
Artikel 2, §§ 2, 4-7
Artikel 3.
Artikel 4, §§ 2-5
Artikelen 5, 6, 7, 8, 11
Artikel 12, §§ 1 en 3
Artikel 13, §§ 1-3
Artikelen 14, 16
Artikel 17, 2e lid
Artikel 18, 4e lid
Artikelen 20, 21, 22, 24, 25, 26
Artikel 27, §§ 2 en 3
De artikelen 28 en 29.
Inwerkingtredingstermijn : 01/08/00
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Cyprus :
Verklaring opgenomen in een nota-verbaal van de Permanente Vertegenwoordiging van de Republiek Cyprus die de secretaris-generaal bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging op 27 september 2000 werd ter hand gesteld - Or. Engels
Overeenkomstig artikel A van Deel III van het Handvest, verklaart de Republiek Cyprus zich gebonden te achten aan de artikelen 1, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 14, 15, 19, 20, 24 en 28 en aan de volgende §§ :
§§ 1, 2, 5 en 7 van artikel 2,
§§ 1, 2 en 3 van artikel 3,
§§ 1, 2, 3, 4, 6, 8 en 10 van artikel 7,
§§ 1, 2 en 3 van artikel 8,
§§ 2 en 3 van artikel 13,
§ 4 van artikel 18, en
§ 3 van artikel 27.
Inwerkingtredingstermijn : 01/11/00
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Denemarken :
Verklaring opgenomen in een nota-verbaal d.d. 2 mei 1996 van de Permanente Vertegenwoordiger die de secretaris-generaal bij de ondertekening op 3 mei 1996 werd ter hand gesteld - Or. Engels.
De Deense regering maakt voorbehoud ten aanzien van de volgende bepalingen van het (herziene) Sociaal Handvest : artikel 2, lid 7, artikel 24, artikel 27, artikel 28, artikel 29 en Deel V, artikel E.
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Estland :
Verklaring opgenomen in een nota-verbaal van de Minister van Buitenlandse Zaken van Estland die bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging op 11 september 2000 werd overhandigd. - Or. Frans.
Overeenkomstig artikel A, 2e lid van Deel III van het Handvest, verklaart de Republiek Estland zich gebonden te achten aan de volgende artikelen van Deel II van het Handvest :
1) Artikel 1 - Recht op arbeid (§§ 1-4 in hun geheel);
2) Artikel 2 - Recht op billijke arbeidsvoorwaarden (§§ 1-3, 5-7);
3) Artikel 3 - Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden (§§ 1-3);
4) Artikel 4 - Recht op billijke beloning (§§ 2, 3, 4, 5);
5) Artikel 5 - Recht op vrijheid van organisatie (volledig);
6) Artikel 6 - Recht op collectief onderhandelen (§§ 1-4 in hun geheel);
7) Artikel 7 - Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming (§§ 1-4, 7-10);
8) Artikel 8 - Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapsbescherming (§§ 1-5 in hun geheel);
9) Artikel 9 - Recht op beroepskeuzevoorlichting (volledig)
10) Artikel 10 - Recht op vakopleiding (§§ 1, 3, 4)
11) Artikel 11 - Recht op bescherming van de gezondheid (§§ 1-3 in hun geheel);
12) Artikel 12 - Recht op sociale zekerheid (§§ 1-4 in hun geheel)
13) Artikel 13 - Recht op sociale en geneeskundige bijstand (§§ 1-3)
14) Artikel 14 - Recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg (§§ 1, 2 in hun geheel)
15) Artikel 15 - Recht van minder-validen op zelfstandigheid, sociale integratie en deelname aan de samenleving (§§ 1-3 in hun geheel)
16) Artikel 16 - Recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming (volledig);
17) Artikel 17 - Recht van kinderen en volwassenen op een sociale, wettelijke en economische bescherming (§§ 1, 2, in hun geheel)
18) Artikel 19 - Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand (§§ 1-12 in hun geheel);
19) Artikel 20 - Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht (volledig);
20) Artikel 21 - Recht op informatie en overleg (volledig);
21) Artikel 22 - Recht deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden en werkomgeving (volledig);
22) Artikel 24 - Recht op bescherming in geval van ontslag (volledig);
23) Artikel 25 - Recht van de werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever (volledig);
24) Artikel 27 - Recht van de werknemers met gezinsverantwoordelijkheid op gelijke kansen en gelijke behandeling (1-3 volledig)
25) Artikel 28 - Recht van de werknemersvertegenwoordigers op bescherming in de onderneming en de hen toe te kennen faciliteiten (volledig);
26) Artikel 29 - Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag (volledig).
Inwerkingtredingstermijn : 01/11/00
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Finland :
Verklaring opgenomen in de op 21 juni 2002 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels
De Republiek Finland verklaart zich overeenkomstig artikel A van Deel III van het Handvest gebonden te achten aan de volgende artikelen van Deel II van het Handvest : de artikelen 1 en 2, de §§ 1 en 4 van artikel 3, de §§ 2, 3 en 5 van artikel 4, de artikelen 5 en 6, de §§ 1- 5, 7, 8 en 10 van artikel 7, de §§ 2 en 4 van artikel 8, de artikelen 9-18, de §§ 1-9, 11 en 12 van artikel 19 en de artikelen 20-31.
Inwerkingtredingstermijn : 01/08/02
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Frankrijk :
(Nota van het secretariaat : Frankrijk acht zich gebonden aan alle artikelen van Deel II van het Handvest.)
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Ierland :
Verklaring opgenomen in de akte van bekrachtiging en in een brief van de Permanente Vertegenwoordiger van Ierland, die op 4 november 2000 werden nedergelegd - Or. Engels.
Overeenkomstig artikel A van Deel III van het Handvest, acht Ierland zich gebonden aan de bepalingen van het Handvest, met uitzondering van :
Artikel 8, 3e lid;
Artikel 21, de punten a en b ;
Artikel 27, 1e lid, punt c ;
Artikel 31. Inwerkingtredingstermijn : 01/01/01
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Verklaring opgenomen in de akte van bekrachtiging en in een brief van de Permanente Vertegenwoordiger van Ierland, die op 4 november 2000 werden nedergelegd - Or. Engels.
Gelet op de algemene formulering van artikel 31 van het Handvest, is Ierland momenteel niet bij machte in te stemmen met het bepaalde in dit artikel. Ierland zal de uitlegging die de Raad van Europa geeft aan van het bepaalde in dit artikel evenwel nauwlettend volgen, teneinde het op een later tijdstip te onderschrijven.
Inwerkingtredingstermijn : 01/01/01
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel 31
Italië
Verklaring opgenomen in een nota-verbaal van de Permanente Vertegenwoordiging die de secretaris-generaal bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging op 5 juli 1999 werd ter hand gesteld - Or. Engels.
Italië acht zich niet gebonden aan artikel 25 (recht van de werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever) van het Handvest.
Inwerkingtredingstermijn : 01/09/99
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Litouwen :
Verklaring opgenomen in de op 29 juni 2001 neergelegde akte van bekrachtiging. - Or. Engels.
De Republiek Litouwen verklaart zich gebonden te achten aan het bepaalde in de volgende artikelen van het Handvest : de artikelen 1-11 van Deel II, de §§ 1, 3 en 4 van artikel 12, de §§ 1-3 van artikel 13, de artikelen 14-17, de §§ 1 en 4 van artikel 18, de §§ 1, 3, 5, 7, 9-11 van artikel 19, de artikelen 20-22, de artikelen 24-29 en het 1e en 2e lid van artikel 31.
Inwerkingtredingstermijn : 01/08/01
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Moldavië :
Verklaring opgenomen in de op 8 november 2001 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels.
Overeenkomstig artikel A, 1e lid van Deel III van het Handvest, acht de Republiek Moldavië zich gebonden aan het bepaalde in de artikelen 1, 2, 5, 6, 8, 9, 11, 12, 16, 17, 20, 21, 24, 26, 28, 29 en deels aan het bepaalde in artikel 3 (§§ 1-3), artikel 4 (§§ 3-5), artikel 7 (§§ 1-4, 7-10), artikel 13 (§§ 1-3), artikel 15 (§§ 1, 2), artikel 18 (§§ 3, 4), artikel 19 (§§ 7, 8) en artikel 27 (2e lid).
De Republiek Moldavië stemt er eveneens mee in dat de naleving van de juridische verplichtingen voortvloeiend uit de gedeeltelijke bekrachtiging van het herziene Europees Sociaal Handvest wordt onderworpen aan het toezicht als vermeld in Deel IV van het Europees Sociaal Handvest, opgemaakt in Turijn op 18 oktober 1961.
Inwerkingtredingstermijn : 01/01/02
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Noorwegen :
Verklaring opgenomen in de op 7 mei 2001 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels.
Het Koninkrijk Noorwegen verklaart zich gebonden te achten aan de artikelen 1, 4-6, 9-17, 20-25, 30 en 31 en daarnaast aan het bepaalde in artikel 2, §§ 1-6, artikel 3, §§ 2-3, artikel 7, §§ 1-3, 5-8 en 10, artikel 8, 1e en 3e lid, artikel 19, §§ 1-7 en 9-12 en artikel 27, §§ 1c en 2, van het Handvest.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/01
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Verklaring opgenomen in de op 7 mei 2001 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels.
Overeenkomstig Deel VI, artikel L van het herziene Europees Sociaal Handvest verklaart de Noorse regering dat onder het moederland van Noorwegen waarop de bepalingen van het herziene Europees Sociaal Handvest van toepassing zijn, moet worden verstaan : het grondgebied van het Koninkrijk Noorwegen met uitzondering van de Svalbardarchipel (Spitsbergen) en Jan Mayen. De Noorse afhankelijke gebieden vallen niet onder de toepassing van het herziene Europees Sociaal Handvest.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/01
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel L
Portugal :
Voorbehoud opgenomen in de op 30 mei 2002 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans/Portugees.
De Portugese Republiek verklaart artikel 2, 6e lid, niet te zullen toepassen op contracten waarvan de duur niet meer dan één maand bedraagt dan wel op contracten die voorzien in een normale arbeidstijd van maximum acht uur per dag of occasionele of specifieke contracten.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/02
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel 2
Voorbehoud opgenomen in de op 30 mei 2002 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans/Portugees.
De Portugese Republiek verklaart dat de uit artikel 6, 4e lid, voortvloeiende verplichting niet in de weg staat aan het lock-out-verbod zoals vastgelegd in artikel 57, 4e lid, van de Grondwet.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/02
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel 6
Roemenië :
Verklaring opgenomen in de op 7 mei 1999 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel A, 1e lid van Deel III van het Handvest, beschouwt Roemenië Deel I van het Handvest als een verklaring waarin de doelstellingen worden vastgelegd die Roemenië met alle passende middelen zal nastreven. Het acht zich gebonden aan het bepaalde in de artikelen 1; 4 - 9; 11, 12, 16, 17, 20, 21, 24, 26, 28 en 29 en daarnaast aan het bepaalde in artikel 2, §§ 1, 2, 4 - 7; artikel 3, §§ 1 - 3; artikel 13, §§ 1 - 3; artikel 15, §§ 1 en 2; artikel 18, §§ 3 en 4; artikel 19, §§ 7 en 8, en artikel 27, 2e lid.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Verklaring opgenomen in de op 7 mei 19999 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans.
Roemenië verklaart ermee in te stemmen dat de naleving van de in het (herziene) Europees Sociaal Handvest vastgelegde juridische verplichtingen wordt onderworpen aan het toezicht waarin Deel IV van het in Turijn op 18 oktober 1961 goedgekeurde Europees Sociaal Handvest voorziet.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel C
Slovenië :
Verklaring opgenomen in een nota-verbaal die de secretaris-generaal bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging op 7 mei 1999 werd ter hand gesteld - Or. Engels
Overeenkomstig Deel III, artikel A, 2e lid van het Handvest, verklaart de Republiek Slovenië zich gebonden te achten aan de volgende artikelen van Deel II van het Handvest : 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 (§§ 2 en 3), 14, 15, 16, 17, 18 (§§ 1, 3 en 4), 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30 en 31.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Verklaring opgenomen in een nota-verbaal die de secretaris-generaal bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging op 7 mei 1999 werd ter hand gesteld - Or. Engels
Overeenkomstig Deel IV, artikel D, 2e lid van het Handvest, verklaart de Republiek Slovenië in te stemmen met het toezicht op de naleving van de uit dit Handvest voortvloeiende verplichtingen conform de procedure vastgelegd in het in Straatsburg op 9 november 1995 opgemaakte Additioneel Protocol bij het Europees Sociaal Handvest dat in een stelsel van collectieve klachten voorziet.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel D
Zweden :
Verklaring opgenomen in de op 29 mei 1998 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels
Overeenkomstig Deel III, artikel A, 2e lid van het Handvest, acht Zweden zich gebonden aan de volgende artikelen van Deel II.
Artikel 1 - Recht op arbeid (§§ 1-4 in hun geheel);
Artikel 2 - Recht op billijke arbeidsvoorwaarden (§§ 3, 5-6);
Artikel 3 - Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden (§§ 1-3);
Artikel 4 - Recht op billijke beloning (§§ 1, 3-4);
Artikel 5 - Recht op vrijheid van organisatie;
Artikel 6 - Recht op collectief onderhandelen (§§ 1-4 in hun geheel);
Artikel 7 - Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming (§§ 1-4, 7-10);
Artikel 8 - Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapsbescherming (§§ 1 en 3);
Artikel 9 - Recht op beroepskeuzevoorlichting
Artikel 10 - Recht op vakopleiding (§§ 1-5 in hun geheel)
Artikel 11 - Recht op bescherming van de gezondheid (§§ 1-3 in hun geheel);
Artikel 12 - Recht op sociale zekerheid (§§ 1-3)
Artikel 13 - Recht op sociale en geneeskundige bijstand (§§ 1-4 in hun geheel)
Artikel 14 - Recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg (§§ 1-2 in hun geheel)
Artikel 15 - Recht van mindervaliden op zelfstandigheid, sociale integratie en deelname aan de samenleving (§§ 1-3 in hun geheel)
Artikel 16 - Recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming;
Artikel 17- Recht van kinderen en volwassenen op een sociale, wettelijke en economische bescherming (§§ 1- 2 in hun geheel)
Artikel 18 - Recht op uitoefenen van een op winst gerichte bezigheid op het grondgebied van andere Partijen
Artikel 19 - Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand (§§ 1-12 in hun geheel);
Artikel 20 - Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht;
Artikel 21 - Recht op informatie en overleg;
Artikel 22 - Recht deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de werkomstandigheden en werkomgeving;
Artikel 23 - Recht van ouderen op sociale bescherming
Artikel 25 - Recht van de werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever;
Artikel 26 - Recht op waardigheid bij de arbeidstaak (§§ 1-2 in hun geheel)
Artikel 27 - Recht van de werknemers met gezinsverantwoordelijkheid op gelijke kansen en gelijke behandeling (§§ 1-3 in hun geheel)
Artikel 29 - Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag.
Artikel 30 - Recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting
Artikel 31 - Recht op huisvesting (§§ 1-3 in hun geheel)
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
Verklaring opgenomen in de op 29 mei 1998 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels
Zweden is van oordeel dat de voorkeursbehandeling niet strijdig is met artikel E van het Handvest.
Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99
Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel E.
Art. N3. DECLARATIONS.
Albanie :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 14 novembre 2002 - Or. angl.
La République d'Albanie, conformément à l'article A de la Partie III, déclare qu'elle se considère liée par les articles suivants de la Charte :
- Article 1er - Le droit au travail;
- Article 2 - Le droit à des conditions de travail équitables;
- Article 3 - Le droit à la sécurité et à l'hygiène dans le travail;
- Article 4 - Le droit à une rémunération équitable;
- Article 5 - Le droit syndical;
- Article 6 - Le droit de négociation collective;
- Article 7 - Le droit des enfants et des adolescents à la protection;
- Article 8 - Le droit des travailleuses à la protection de la maternité;
- Article 11 - Le droit à la protection de la santé;
- Article 19 - Le droit des travailleurs migrants et de leurs familles à la protection et à l'assistance;
- Article 20 - Le droit à l'égalité de chances et de traitement en matière d'emploi et de profession, sans discrimination fondée sur le sexe;
- Article 21 - Le droit à l'information et à la consultation;
- Article 22 - Le droit de prendre part à la détermination et à l'amélioration des conditions de travail et du milieu du travail;
- Article 24 - Le droit à la protection en cas de licenciement;
- Article 25 - Le droit des travailleurs à la protection de leurs créances en cas d'insolvabilité de leur employeur;
- Article 26 - Le droit à la dignité au travail;
- Article 28 - Le droit des représentants des travailleurs à la protection dans l'entreprise et facilités à leur accorder;
- Article 29 - Le droit à l'information et à la consultation dans les procédures de licenciements collectifs.
Période d'effet : 1/1/2003
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Andorre :
Déclaration consignée une lettre du Ministre des Relations extérieures d'Andorre, en date du 2 novembre 2000, remise au Secrétaire général lors de la signature de l'instrument le 4 novembre 2000 - Or. fr.
Le Gouvernement de la Principauté d'Andorre souhaite que cet acte de signature soit interprété comme un geste en faveur de la solidarité européenne. En signant la Charte sociale européenne (révisée), la Principauté d'Andorre rejoint la majorité des Etats membres du Conseil de l'Europe qui ont reconnu les principes de la Charte. Neanmoins, la structure particulière de la société et de l'économie andorranes engagent la Principauté d'Andorre à protéger les éléments essentiels de sa spécificité, et dans ce sens, certains articles de la Charte sociale européenne (révisée) semblent présenter des difficultés pour une ratification immédiate.
Déclaration ci-dessus relative aux articles : -
Arménie :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 21 janvier 2004 - Or. angl.
Conformément à l'article A, paragraphe 1er, alinéas b et c, de la Partie III de la Charte révisee, la République d'Arménie se considère liée par les articles 1er, 5, 6, 7, 8, 17, 18, 19, 20, 22, 24, 27 et 28 ainsi que par les paragraphes suivants :
Paragraphes 1er, 2, 3, 4, 5 et 6 de l'article 2;
Paragraphe 1er de l'article 3;
Paragraphes 2, 3, 4 et 5 de l'article 4;
Paragraphes 1er et 3 de l'article 12;
Paragraphes 1er et 2 de l'article 13;
Paragraphe 2 de l'article 14;
Paragraphes 2 et 3 de l'article 15.
Période d'effet : 1/3/2004
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Belgique :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 2 mars 2004 - Or. Fr.
Conformément à la Partie III, article A, paragraphe 2, de la Charte, la Belgique se considère liée par les articles suivants de la Partie II :
Article 1er Droit au travail.
Article 2 Droit à des conditions de travail équitables
Article 3 Droit à la sécurité et à l'hygiène dans le travail
Article 4 Droit à une rémunération équitable
Article 5 Droit syndical.
Article 6 Droit de négociation collective
Article 7 Droit des enfants et des adolescents à la protection
Article 8 Droit des travailleuses à la protection de la maternité
Article 9 Droit à l'orientation professionnelle
Article 10 Droit à la formation professionnelle
Article 11 Droit à la protection de la santé
Article 12 Droit à la sécurité sociale
Article 13 Droit à l'assistance sociale et médicale
Article 14 Droit au bénéfice des services sociaux
Article 15 Droit des personnes handicapées à l'autonomie, à l'intégration sociale et à la participation à la vie de la communauté
Article 16 Droit de la famille à une protection sociale, juridique et économique
Article 17 Droit des enfants et des adolescents à une protection sociale, juridique et économique
Article 18 Droit à l'exercice d'une activité lucrative sur le territoire des autres Parties
Article 19 Droit des travailleurs migrants et de leurs familles à la protection et à l'assistance (sauf paragraphe 12)
Article 20 Droit à l'égalité de chances et de traitement en matière d'emploi et de profession, sans discrimination fondée sur le sexe
Article 21 Droit à l'information et à la consultation
Article 22 Droit de prendre part à la détermination et à l'amélioration des conditions de travail et du milieu du travail
Article 25 Droit des travailleurs à la protection de leurs créances en cas d'insolvabilité de leur employeur
Article 26 Droit à la dignité au travail [1 ...]1
[1 Article 27 - Droit des travailleurs ayant des responsabilités familiales à l'égalité des chances et de traitement (paragraphe 1 et paragraphe 2)]1
[1 Article 28 - Droit des représentants des travailleurs à la protection dans l'entreprise et facilités à leur accorder.]1
Article 29 Droit à l'information et à la consultation dans les procédures de licenciements collectifs
Article 30 Droit à la protection contre la pauvreté et l'exclusion sociale
Période d'effet : 1/5/2004
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Bulgarie :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 7 juin 2000 - Or. fr.
Conformément à l'article D, paragraphe 2, de la Partie IV de la Charte, la République de Bulgarie déclare qu'elle accepte le contrôle de ses obligations au titre de cette Charte selon la procédure prévue par le Protocole additionnel à la Charte sociale européenne prévoyant un système de réclamations collectives, du 9 novembre 1995.
Période d'effet : 1/8/2000
Déclaration ci-dessus relative aux articles : D
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 7 juin 2000 - Or. angl.
Conformément à l'article A, paragraphe 1er, de la Partie III de la Charte, la République de Bulgarie déclare ce qui suit :
1. La République de Bulgarie considère la Partie Ire de la Charte comme une déclaration qui détermine les objectifs dont elle poursuivra la réalisation par tous les moyens utiles, sur les plans national et international, tel qu'indiqué dans le paragraphe introductif de cette Partie.
2. La République de Bulgarie se considère liée par les articles suivants de la Partie II de la Charte :
Article 1er.
Article 2, paragraphes 2, 4-7
Article 3.
Article 4, paragraphes 2-5
Articles 5, 6, 7, 8, 11
Article 12, paragraphes 1er et 3
Article 13, paragraphes 1er-3
Articles 14, 16
Article 17, paragraphe 2
Article 18, paragraphe 4
Articles 20, 21, 22, 24, 25, 26
Article 27, paragraphes 2 et 3
Articles 28 and 29.
Période d'effet : 1/8/2000
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Chypre :
Déclaration consignée dans une Note verbale de la Représentation permanente de la République de Chypre remise au Secrétaire général lors du dépôt de l'instrument de ratification, le 27 septembre 2000 - Or. angl.
Conformément à l'article A de la Partie III de la Charte, la République de Chypre déclare qu'elle se considère liée par les articles 1er, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 14, 15, 19, 20, 24 et 28, ainsi que par les paragraphes suivants :
paragraphes 1er, 2, 5 et 7 de l'article 2;
paragraphes 1er, 2 et 3 de l'article 3;
paragraphes 1er, 2, 3, 4, 6, 8 et 10 de l'article 7;
paragraphes 1er, 2 et 3 de l'article 8;
paragraphes 2 et 3 de l'article 13;
paragraphe 4 de l'article 18, et
paragraphe 3 de l'article 27.
Période d'effet : 1/11/2000
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Danemark :
Déclaration consignée dans une Note verbale du Représentant permanent, en date du 2 mai 1996, remise au Secrétaire général lors de la signature, le 3 mai 1996 - Or. angl.
Le Gouvernement danois fait des reserves en ce qui concerne les dispositions suivantes de la Charte sociale (révisée) : Article 2, paragraphe 7, Article 24, Article 27, Article 28, Article 29 et Partie V, Article E.
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Estonie :
Déclaration consignée dans une Note verbale du Ministère des Affaires étrangères de l'Estonie, remise lors du dépôt de l'instrument de ratification le 11 septembre 2000 - Or. fr.
Conformément à l'article A, paragraphe 2, de la Partie III de la Charte, la République de l'Estonie déclare qu'elle se considère liée par les articles suivants de la Partie II de la Charte :
1) Article 1er - Droit au travail (paragraphes 1er-4, en entier);
2) Article 2 - Droit à des conditions de travail équitables (paragraphes 1er-3, 5-7);
3) Article 3 - Droit à la sécurité et à l'hygiène dans le travail (paragraphes 1er-3);
4) Article 4 - Droit à une rémunération équitable (paragraphes 2, 3, 4, 5);
5) Article 5 - Droit syndical (en entier);
6) Article 6 - Droit de négociation collective (paragraphes 1er-4, en entier);
7) Article 7 - Droit des enfants et des adolescents à la protection (paragraphes 1er-4, 7-10);
8) Article 8 - Droit des travailleuses à la protection de la maternité (paragraphes 1er-5, en entier);
9) Article 9 - Droit à l'orientation professionnelle (en entier);
10) Article 10 - Droit à la formation professionnelle (paragraphes 1er, 3, 4);
11) Article 11 - Droit à la protection de la santé (paragraphes 1er-3, en entier);
12) Article 12 - Droit à la sécurité sociale (paragraphes 1er-4, en entier);
13) Article 13 - Droit à l'assistance sociale et médicale (paragraphes 1er-3);
14) Article 14 - Droit au bénéfice des services sociaux (paragraphes 1er, 2, en entier);
15) Article 15 - Droit des personnes handicapées à l'autonomie, à l'intégration sociale et à la participation à la vie de la communauté (paragraphes 1er-3, en entier);
16) Article 16 - Droit de la famille à une protection sociale, juridique et économique (en entier);
17) Article 17 - Droits des enfants et des adolescents à une protection sociale, juridique et économique (paragraphes 1er, 2, en entier);
18) Article 19 - Droit des travailleurs migrants et de leurs familles à la protection et à l'assistance (paragraphes 1er-12, en entier);
19) Article 20 - Droit à l'égalité des chances et de traitement en matière d'emploi et de profession, sans discrimination fondée sur le sexe (en entier);
20) Article 21 - Droit à l'information et à la consultation (en entier);
21) Article 22 - Droit de prendre part à la détermination et à l'amélioration des conditions de travail et du milieu du travail (en entier);
22) Article 24 - Droit à la protection en cas de licenciement (en entier);
23) Article 25 - Droit des travailleurs à la protection de leurs créances en cas d'insolvabilité de leur employeur (en entier);
24) Article 27 - Droit des travailleurs ayant des responsabilités familiales à l'égalité des chances et de traitement (1er-3, en entier);
25) Article 28 - Droit des représentants des travailleurs à la protection dans l'entreprise et facilités à leur accorder (en entier);
26) Article 29 - Droit à l'information et à la consultation dans les procédures de licenciements collectifs (en entier).
Période d'effet : 1/11/2000
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Finlande :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 21 juin 2002 - Or. angl.
La République de Finlande déclare, conformément à l'article A de la Partie III de la Charte qu'elle se considère comme liée par les articles suivants de la Partie II de la Charte : articles 1er et 2, paragraphes 1er et 4 de l'article 3, paragraphes 2, 3 et 5 de l'article 4, articles 5 et 6, paragraphes 1er à 5, 7, 8 et 10 de l'article 7, paragraphes 2 et 4 de l'article 8, articles 9 à 18, paragraphes 1er à 9, 11 et 12 de l'article 19 et articles 20 à 31.
Période d'effet : 1/8/2002
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
France :
(Note du Secrétariat : La France se considère liée par tous les articles de la Partie II de la Charte.)
Période d'effet : 1/7/1999
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Irlande :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification et dans une lettre du Représentant permanent de l'Irlande, déposés le 4 novembre 2000 - Or. angl.
Conformément à l'article A, de la Partie III de la Charte, l'Irlande se considère liée par toutes les dispositions de la Charte, à l'exception des :
Article 8, paragraphe 3;
Article 21, paragraphes a et b ;
Article 27, paragraphe 1er, alinéa c ;
Article 31. Période d'effet : 1/1/2001
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Déclaration consignee dans l'instrument de ratification et dans une lettre du Représentant permanent de l'Irlande, déposes le 4 novembre 2000 - Or. angl.
En raison du caractère général de l'article 31 de la Charte, l'Irlande n'est pas en mesure pour l'instant d'accepter les dispositions de cet article. Toutefois, l'Irlande suivra attentivement l'interpretation qui sera donnée par le Conseil de l'Europe aux dispositions de l'article 31 en vue de leur acceptation par l'Irlande à une date ultérieure.
Période d'effet : 1/1/2001
Déclaration ci-dessus relative aux articles : 31
Italie :
Déclaration consignée dans une Note verbale de la Représentation permanente, remise au Secrétaire général lors du dépôt de l'instrument de ratification, le 5 juillet 1999 - Or. angl.
L'Italie ne se considère pas comme liée par l'article 25 (droit des travailleurs à la protection de leurs créances en cas d'insolvabilité de leur employeur) de la Charte.
Période d'effet : 1/9/1999
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Lituanie :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 29 juin 2001 - Or. angl.
La République de Lituanie déclare qu'elle se considère liée par les dispositions des articles suivants de la Charte : articles 1er-11 de la Partie II, alinéas 1er, 3 et 4 de l'article 12, alinéas 1er-3 de l'article 13, articles 14-17, alinéas 1er et 4 de l'article 18, alinéas 1er, 3, 5, 7, 9-11 de l'article 19, articles 20-22, articles 24-29 et alinéas 1er et 2 de l'article 31.
Période d'effet : 1/8/2001
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Moldova :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 8 novembre 2001 - Or. angl.
Conformément à l'article A, paragraphe 1er, de la Partie III de la Charte, la République de Moldova se considère liée par les dispositions des articles 1er, 2, 5, 6, 8, 9, 11, 12, 16, 17, 20, 21, 24, 26, 28, 29, ainsi que partiellement par les dispositions de l'article 3 (paragraphes 1er-3), l'article 4 (paragraphes 3-5), l'article 7 (paragraphes 1er-4, 7-10), l'article 13 (paragraphes 1er-3), l'article 15 (paragraphes 1er, 2), l'article 18 (paragraphes 3, 4), l'article 19 (paragraphes 7, 8) et l'article 27 (paragraphe 2).
La République de Moldova reconnaît également que le respect des engagements juridiques résultant de la ratification partielle de la Charte sociale européenne révisée sera soumis aux mécanismes de contrôles indiqués à la Partie IV de la Charte sociale européenne, fait à Turin, le 18 octobre 1961.
Période d'effet : 1/1/2002
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Norvège :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 7 mai 2001 - Or. angl.
Le Royaume de Norvège déclare qu'il se considère lié par les articles 1er, 4-6, 9-17, 20-25, 30 et 31, ainsi que, en plus, par les dispositions de l'article 2, paragraphes 1er-6, article 3, paragraphes 2-3, article 7, paragraphes 1er-3, 5-8 et 10, article 8, paragraphes 1er et 3, article 19, paragraphes 1er-7, et 9-12 et article 27, paragraphes 1erc et 2, de la Charte.
Période d'effet : 1/7/2001
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 7 mai 2001 - Or. angl.
Conformement à la Partie VI, article L de la Charte sociale européenne revisée, le Gouvernement norvégien déclare que le territoire métropolitain de Norvège auquel s'appliquent les dispositions de la Charte sociale européenne révisée est le territoire du Royaume de Norvège à l'exception de l'Archipel de Svalbard (Spitzbergen) et Jan Mayen. La Charte sociale européenne révisée ne s'applique pas aux dépendances norvégiennes.
Période d'effet : 1/7/2001
Déclaration ci-dessus relative aux articles : L
Portugal :
Réserve consignée dans l'instrument de ratification déposé le 30 mai 2002 - Or. fr./por.
La République portugaise declare qu'elle n'appliquera pas l'article 2, paragraphe 6, aux contrats dont la durée n'excède pas un mois ou à ceux qui prévoient une période normale de travail hebdomadaire non supérieure à huit heures, ainsi qu'à ceux ayant un caractère occasionnel ou particulier.
Période d'effet : 1/7/2002
Déclaration ci-dessus relative aux articles : 2
Réserve consignée dans l'instrument de ratification déposé le 30 mai 2002 - Or. fr./por.
La République portugaise déclare que l'obligation découlant de l'article 6 ne fait pas obstacle, en ce qui concerne le paragraphe 4, à l'interdiction du lock out, prévue au paragraphe 4 de l'article 57 de la Constitution.
Période d'effet : 1/7/2002
Déclaration ci-dessus relative aux articles : 6
Roumanie :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 7 mai 1999 - Or. fr.
En conformité avec les dispositions de l'article A, paragraphe 1er, de la Partie III de la Charte, la Roumanie accepte la partie I de la Charte comme une déclaration qui détermine les objectifs dont elle poursuivra la réalisation par tous les moyens utiles et se considère liée par les stipulations des article 1er; articles 4-9; articles 11, 12, 16, 17, 20, 21, 24, 26, 28 et 29, ainsi que, en plus, par les dispositions de l'article 2, paragraphes 1er, 2, 4 - 7; l'article 3, paragraphes 1er-3; l'article 13, paragraphes 1er-3; l'article 15, paragraphes 1er et 2; l'article 18, paragraphes 3 et 4; l'article 19, paragraphes 7 et 8, et l'article 27, paragraphe 2.
Période d'effet : 1/7/1999
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 7 mai 1999 - Or. fr.
La Roumanie déclare accepter que l'application des engagements juridiques contenus dans la Charte sociale européenne (révisée) soit soumise au mécanisme de contrôle prévu dans la Partie IV de la Charte sociale européenne, adoptée à Turin, le 18 octobre 1961.
Période d'effet : 1/7/1999
Déclaration ci-dessus relative aux articles : C
Slovénie :
Déclaration consignée dans une Note verbale remise au Secrétaire général lors du dépôt de l'instrument de ratification, le 7 mai 1999 - Or. angl.
Conformément à la Partie III, article A, paragraphe 2, de la Charte, la République de Slovénie déclare qu'elle se considère liée par les articles suivants de la partie II de la Charte : 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 (paragraphes 2 et 3), 14, 15, 16, 17, 18 (paragraphes 1er, 3 et 4), 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30 et 31.
Période d'effet : 1/7/1999
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Déclaration consignée dans une Note verbale remise au Secrétaire général lors du dépôt de l'instrument de ratification, le 7 mai 1999 - Or. angl.
Conformément à la Partie IV, article D, paragraphe 2, de la Charte, la République de Slovénie déclare qu'elle accepte le contrôle de ses obligations au titre de cette Charte selon la procédure prévue par le Protocole additionnel à la Charte sociale européenne prévoyant un système de réclamations collectives, fait à Strasbourg, le 9 novembre 1995.
Période d'effet : 1/7/1999
Déclaration ci-dessus relative aux articles : D
Suède :
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 29 mai 1998 - Or. angl.
Conformément à la Partie III, article A, paragraphe 2, de la Charte, la Suède se considère liée par les articles suivants de la Partie II.
Article 1er - Droit au travail (paragraphes 1er-4, tous)
Article 2 - Droit à des conditions de travail équitables (paragraphes 3, 5-6)
Article 3 - Droit à la sécurité et à l'hygiène dans le travail (paragraphes 1er-3)
Article 4 - Droit à une rémunération équitable (paragraphes 1er, 3-4)
Article 5 Droit syndical.
Article 6 - Droit de négociation collective (paragraphes 1er-4, tous)
Article 7 - Droit des enfants et des adolescents à la protection (paragraphes 1er-4, 7-10)
Article 8 - Droit des travailleuses à la protection de la maternité (paragraphes 1er et 3)
Article 9 - Droit à l'orientation professionnelle
Article 10 - Droit à la formation professionnelle (paragraphes 1er-5, tous)
Article 11 - Droit à la protection de la santé (paragraphes 1er-3, tous)
Article 12 - Droit à la sécurité sociale (paragraphes 1er-3)
Article 13 - Droit à l'assistance sociale et médicale (paragraphes 1er-4, tous)
Article 14 - Droit au bénéfice des services sociaux (paragraphes 1er-2, tous)
Article 15 - Droit des personnes handicapées à l'autonomie, à l'intégration sociale et à la participation à la vie de la communauté (paragraphes 1er-3, tous)
Article 16 - Droit de la famille à une protection sociale, juridique et économique
Article 17 - Droit des enfants et des adolescents à une protection sociale, juridique et économique (paragraphes 1er-2, tous)
Article 18 - Droit à l'exercice d'une activité lucrative sur le territoire des autres Parties (paragraphes 1er-4, tous)
Article 19 - Droit des travailleurs migrants et de leurs familles à la protection et à l'assistance (paragraphes 1er-12, tous)
Article 20 - Droit à l'égalité de chances et de traitement en matière d'emploi et de profession, sans discrimination fondée sur le sexe
Article 21 - Droit à l'information et à la consultation
Article 22 - Droit de prendre part a la détermination et à l'amélioration des conditions de travail et du milieu du travail
Article 23 - Droit des personnes âgées à une protection sociale
Article 25 - Droit des travailleurs à la protection de leurs créances en cas d'insolvabilité de leur employeur
Article 26 - Droit à la dignité au travail (paragraphes 1er-2, tous)
Article 27 - Droit des travailleurs ayant des responsabilités familiales à l'égalité des chances et de traitement (paragraphes 1er-3, tous)
Article 29 - Droit à l'information et à la consultation dans les procédures de licenciements collectifs
Article 30 - Droit à la protection contre la pauvreté et l'exclusion sociale
Article 31 - Droit au logement (paragraphes 1er-3, tous).
Période d'effet : 1/7/1999
Déclaration ci-dessus relative aux articles : A
Déclaration consignée dans l'instrument de ratification déposé le 29 mai 1998 - Or. angl.
La Suède considère que le traitement préférentiel ne sera pas considéré comme incompatible avec l'article E de la Charte.
Période d'effet : 1/7/1999
Déclaration ci-dessus relative aux articles : E.