Artikel 1. Dit koninklijk besluit is van toepassing op de statutaire personeelsleden van [1 Proximus]1 die ingezet worden voor het project bedoeld in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van ... juli 2004 betreffende de bepaling van het project en het vereist aantal in te zetten personeelsleden van de autonome overheidsbedrijven in het kader van de veralgemening van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 JULI 2004. - Koninklijk besluit betreffende de modaliteiten van het inzetten van personeelsleden van het autonoom overheidsbedrijf [Proximus] in het kader van coördinatie van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart <Opschrift gewijzigd bij W2015-08-10/26, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 22-06-2015 (zie KB2015-09-11/02, art. 1)> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-08-2004 en tekstbijwerking tot 01-09-2015)
Titre
22 JUILLET 2004. - Arrêté royal concernant les modalités de l'utilisation des membres du personnel de l'entreprise publique autonome [Proximus] dans le cadre de la coordination de la délivrance des cartes d'identité électroniques <Intitulé modifié par L2015-08-10/26, art. 3, 002; En vigueur : 22-06-2015 (voir AR2015-09-11/02, art. 1) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-08-2004 et mise à jour au 01-09-2015)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
HOOFDSTUK II. - Begripsbepaling.
HOOFDSTUK III. - Modaliteiten van het inzetten.
HOOFDSTUK IV. - Administratieve en geldelijke t...
Afdeling I. - De Federale Overheidsdienst Binne...
Afdeling II. - [1 Proximus]1.
HOOFDSTUK V. - De vaste benoeming van de ingeze...
TITEL IV. - Regeling betreffende de weddenkost ...
TITEL V. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Champ d'application.
CHAPITRE II. - Définition.
CHAPITRE III. - Modalités de l'utilisation.
CHAPITRE IV. - Statut administratif et pécuniai...
Section Ire. - Le Service public fédéral Intéri...
Section II. - [1 Proximus]1.
CHAPITRE V. - Nomination à titre définitif des ...
TITRE IV. - Situation des coûts salariaux des m...
TITRE V. - Dispositions finales.
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE Ier. - Champ d'application.
Article 1. Le présent arrêté royal s'applique aux membres du personnel statutaire de [1 Proximus]1 qui sont utilisés pour le projet visé à l'article 2, 1°, de l'arrêté royal du ... juillet 2004 concernant la détermination du projet et du nombre nécessaire de membres du personnel des entreprises publiques autonomes à utiliser dans le cadre de la généralisation de la délivrance des cartes d'identités électroniques, seront utilisés.
HOOFDSTUK II. - Begripsbepaling.
CHAPITRE II. - Définition.
Art. 2. Voor de toepassing van dit koninklijk besluit moet verstaan worden onder :
1° "stafdienst P&O" : stafdienst Personeel en Organisatie van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
2° "het project" : het project bedoeld in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van ... juli 2004 betreffende de bepaling van het project en het vereist aantal in te zetten personeelsleden van de autonome overheidsbedrijven in het kader van de veralgemening van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart;
3° "het personeelslid" : het statutair personeelslid van [1 Proximus]1 dat overeenkomstig de interne reglementering zich kandidaat heeft gesteld voor het project bedoeld in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van ... juli 2004 betreffende de bepaling van het project en het vereist aantal in te zetten personeelsleden van de autonome overheidsbedrijven in het kader van de veralgemening van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart;
4° "SELOR" : Selectiebureau van de Federale overheid;
5° "de dienst" : de dienst van de Algemene directie Instellingen en bevolking - Dienst Rijksregister - van de Federale overheidsdienst Binnenlandse zaken waar het personeelslid effectief tewerkgesteld wordt.
(6° " collectieve overeenkomst " : de Collectieve overeenkomst met betrekking tot de regels van het beheer van het personeel van [1 Proximus]1 met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk, gesloten in het paritair comité van [1 Proximus]1 op 8 december 2005;
7° " personeelslid in dienstactiviteit " : het statutair personeelslid van [1 Proximus]1 dat reeds vóór de inwerkingtreding van het Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 2004 betreffende modaliteiten van het inzetten van personeelsleden van het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1 in het kader van coördinatie van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart, het koninklijk besluit van 22 juli 2004 betreffende modaliteiten van het inzetten van personeelsleden van het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1 in de gemeenten in het kader van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart, het koninklijk besluit van 13 september 2004 betreffende de bepaling van het project, het vereist aantal in te zetten personeelsleden en de modaliteiten van het inzetten van personeelsleden van [1 Proximus]1 voor de organisatie en invulling van de neutrale calltaking van de alarmcentrales 112, 101 en 100 en van het koninklijk besluit van 13 mei 2005 betreffende de modaliteiten voor het inzetten van personeelsleden van het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1 in het kader van de uitvoering van de vijfjaarlijkse herzieningen inzake het recht op de inkomensvervangende tegemoetkoming en op de integratietegemoetkoming van 28 december 2006 ingezet werd in het project bedoeld in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van 22 juli 2004 betreffende de bepaling van het project en het vereist aantal in te zetten personeelsleden van de autonome overheidsbedrijven in het kader van de veralgemening van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart, en het statutair personeelslid van [1 Proximus]1 dat sedert ten vroegste op vermelde datum ingezet werd in voornoemd project en vóór deze inzetting bij [1 Proximus]1 in dienstactiviteit en in reconversie was.) <KB 2006-12-28/58, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
1° "stafdienst P&O" : stafdienst Personeel en Organisatie van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
2° "het project" : het project bedoeld in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van ... juli 2004 betreffende de bepaling van het project en het vereist aantal in te zetten personeelsleden van de autonome overheidsbedrijven in het kader van de veralgemening van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart;
3° "het personeelslid" : het statutair personeelslid van [1 Proximus]1 dat overeenkomstig de interne reglementering zich kandidaat heeft gesteld voor het project bedoeld in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van ... juli 2004 betreffende de bepaling van het project en het vereist aantal in te zetten personeelsleden van de autonome overheidsbedrijven in het kader van de veralgemening van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart;
4° "SELOR" : Selectiebureau van de Federale overheid;
5° "de dienst" : de dienst van de Algemene directie Instellingen en bevolking - Dienst Rijksregister - van de Federale overheidsdienst Binnenlandse zaken waar het personeelslid effectief tewerkgesteld wordt.
(6° " collectieve overeenkomst " : de Collectieve overeenkomst met betrekking tot de regels van het beheer van het personeel van [1 Proximus]1 met het oog op de uitvoering van de eerste fase van de Topconferentie over de organisatie van het werk, gesloten in het paritair comité van [1 Proximus]1 op 8 december 2005;
7° " personeelslid in dienstactiviteit " : het statutair personeelslid van [1 Proximus]1 dat reeds vóór de inwerkingtreding van het Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 2004 betreffende modaliteiten van het inzetten van personeelsleden van het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1 in het kader van coördinatie van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart, het koninklijk besluit van 22 juli 2004 betreffende modaliteiten van het inzetten van personeelsleden van het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1 in de gemeenten in het kader van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart, het koninklijk besluit van 13 september 2004 betreffende de bepaling van het project, het vereist aantal in te zetten personeelsleden en de modaliteiten van het inzetten van personeelsleden van [1 Proximus]1 voor de organisatie en invulling van de neutrale calltaking van de alarmcentrales 112, 101 en 100 en van het koninklijk besluit van 13 mei 2005 betreffende de modaliteiten voor het inzetten van personeelsleden van het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1 in het kader van de uitvoering van de vijfjaarlijkse herzieningen inzake het recht op de inkomensvervangende tegemoetkoming en op de integratietegemoetkoming van 28 december 2006 ingezet werd in het project bedoeld in artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van 22 juli 2004 betreffende de bepaling van het project en het vereist aantal in te zetten personeelsleden van de autonome overheidsbedrijven in het kader van de veralgemening van de uitreiking van de elektronische identiteitskaart, en het statutair personeelslid van [1 Proximus]1 dat sedert ten vroegste op vermelde datum ingezet werd in voornoemd project en vóór deze inzetting bij [1 Proximus]1 in dienstactiviteit en in reconversie was.) <KB 2006-12-28/58, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté royal, il y a lieu d'entendre par :
1° "le service d'encadrement P&O" : le service d'encadrement Personnel et Organisation du Service public fédéral Intérieur;
2° "le projet" : le projet mentionné à l'article 2, 1°, de l'arrêté royal du ... juillet 2004 concernant la détermination du projet et du nombre nécessaire de membres du personnel des entreprises publiques autonomes à utiliser dans le cadre de la généralisation de la délivrance des cartes d'identités électroniques;
3° "le membre du personnel" : le membre du personnel statutaire de [1 Proximus]1 qui, en vertu de la réglementation interne, s'est porté candidat pour le projet visé à l'article 2, 1° de l'arrêté royal du ... juillet 2004 concernant la détermination du projet et du nombre nécessaire de membres du personnel des entreprises publiques autonomes à utiliser dans le cadre de la généralisation de la délivrance des cartes d'identités électroniques;
4° "SELOR" : le Bureau de sélection de l'administration fédérale;
5° "le service" : le service de la Direction générale Institutions et Population - Service du Registre national - du Service public fédéral Intérieur où le membre du personnel est effectivement employé.
(6° " convention collective " : la Convention collective ayant trait aux règles de gestion du personnel de [1 Proximus]1 en vue de la mise en oeuvre de la première phase de la Conférence au sommet sur l'organisation du travail, conclue au sein de la commission paritaire de [1 Proximus]1 en date du 8 décembre 2005;
7° " membre du personnel en activité de service " : le membre du personnel statutaire de [1 Proximus]1 qui était déjà utilisé pour le projet visé à l'article 2, 1° de l'arrêté royal du 22 juillet 2004 concernant la détermination du projet et du nombre nécessaire de membres du personnel des entreprises publiques autonomes à utiliser dans le cadre de la généralisation de la délivrance des cartes d'identités électroniques, avant l'entrée en vigueur de l'Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 22 juillet 2004 concernant les modalités de l'utilisation des membres du personnel de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 dans le cadre de la coordination de la délivrance des cartes d'identité électroniques, l'arrêté royal du 22 juillet 2004 concernant les modalités de l'utilisation des membres du personnel de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 dans les communes dans le cadre de la délivrance des cartes d'identité électroniques, l'arrêté royal du 13 septembre 2004 fixant le projet, le nombre de membres du personnel requis à utiliser et les modalités de l'utilisation de membres du personnel de [1 Proximus]1 pour l'organisation et la mise en oeuvre de la prise en charge neutre des appels des centrales d'alarme 112, 101 et 100, et l'arrêté royal du 13 mai 2005 concernant les modalités de l'utilisation des membres du personnel de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 dans le cadre de la mise en oeuvre des révisions quinquennales portant sur le droit à l'allocation de remplacement de revenus et à l'allocation d'intégration du 28 décembre 2006, et le membre du personnel statutaire de [1 Proximus]1 qui est utilisé depuis au plus tôt la date mentionnée pour le projet précité, et qui était en activité de service et en reconversion chez [1 Proximus]1 avant cette utilisation.) <AR 2006-12-28/58, art. 2, 003; En vigueur : 31-01-2007>
1° "le service d'encadrement P&O" : le service d'encadrement Personnel et Organisation du Service public fédéral Intérieur;
2° "le projet" : le projet mentionné à l'article 2, 1°, de l'arrêté royal du ... juillet 2004 concernant la détermination du projet et du nombre nécessaire de membres du personnel des entreprises publiques autonomes à utiliser dans le cadre de la généralisation de la délivrance des cartes d'identités électroniques;
3° "le membre du personnel" : le membre du personnel statutaire de [1 Proximus]1 qui, en vertu de la réglementation interne, s'est porté candidat pour le projet visé à l'article 2, 1° de l'arrêté royal du ... juillet 2004 concernant la détermination du projet et du nombre nécessaire de membres du personnel des entreprises publiques autonomes à utiliser dans le cadre de la généralisation de la délivrance des cartes d'identités électroniques;
4° "SELOR" : le Bureau de sélection de l'administration fédérale;
5° "le service" : le service de la Direction générale Institutions et Population - Service du Registre national - du Service public fédéral Intérieur où le membre du personnel est effectivement employé.
(6° " convention collective " : la Convention collective ayant trait aux règles de gestion du personnel de [1 Proximus]1 en vue de la mise en oeuvre de la première phase de la Conférence au sommet sur l'organisation du travail, conclue au sein de la commission paritaire de [1 Proximus]1 en date du 8 décembre 2005;
7° " membre du personnel en activité de service " : le membre du personnel statutaire de [1 Proximus]1 qui était déjà utilisé pour le projet visé à l'article 2, 1° de l'arrêté royal du 22 juillet 2004 concernant la détermination du projet et du nombre nécessaire de membres du personnel des entreprises publiques autonomes à utiliser dans le cadre de la généralisation de la délivrance des cartes d'identités électroniques, avant l'entrée en vigueur de l'Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 22 juillet 2004 concernant les modalités de l'utilisation des membres du personnel de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 dans le cadre de la coordination de la délivrance des cartes d'identité électroniques, l'arrêté royal du 22 juillet 2004 concernant les modalités de l'utilisation des membres du personnel de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 dans les communes dans le cadre de la délivrance des cartes d'identité électroniques, l'arrêté royal du 13 septembre 2004 fixant le projet, le nombre de membres du personnel requis à utiliser et les modalités de l'utilisation de membres du personnel de [1 Proximus]1 pour l'organisation et la mise en oeuvre de la prise en charge neutre des appels des centrales d'alarme 112, 101 et 100, et l'arrêté royal du 13 mai 2005 concernant les modalités de l'utilisation des membres du personnel de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 dans le cadre de la mise en oeuvre des révisions quinquennales portant sur le droit à l'allocation de remplacement de revenus et à l'allocation d'intégration du 28 décembre 2006, et le membre du personnel statutaire de [1 Proximus]1 qui est utilisé depuis au plus tôt la date mentionnée pour le projet précité, et qui était en activité de service et en reconversion chez [1 Proximus]1 avant cette utilisation.) <AR 2006-12-28/58, art. 2, 003; En vigueur : 31-01-2007>
HOOFDSTUK III. - Modaliteiten van het inzetten.
CHAPITRE III. - Modalités de l'utilisation.
Art. 3. Voor de personeelsleden die zich vrijwillig kandidaat gesteld hebben, wordt een vergelijkende selectie georganiseerd door SELOR in samenwerking met stafdienst P&O. De inhoud van deze vergelijkende selectie zal afgestemd worden op het competentieprofiel en de functiebeschrijving, opgemaakt door de stafdienst P&O.
(Het gunstig gerangschikt personeelslid wordt benoemd als stagiair bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Voor elke selectie wordt een specifieke lijst opgesteld van de laureaten die door [1 Proximus]1 in disponibiliteit werden gesteld overeenkomstig de collectieve overeenkomst. De laureaten op die specifieke lijst worden bij voorrang benoemd als stagiair bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken overeenkomstig artikel 5. Onverminderd deze afwijking is het statuut van het rijkspersoneel van toepassing.) <KB 2006-12-28/58, art. 3, 1°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Van de 57 personeelsleden worden er 29 geaffecteerd bij de centrale diensten van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken en 28 bij een provinciale dienst van dezelfde Federale overheidsdienst.
(Het inzetten van een personeelslid, eindigt tijdens de stage, mits een opzeg van één maand, op verzoek van dit personeelslid. In afwijking van artikel 3, § 2, van het reglement van de afwezigheden van de personeelsleden van [1 Proximus]1, behoudt het personeelslid in dienstactiviteit dat [1 Proximus]1 herintegreert tijdens de stage of bij het einde van het verlof wegens opdracht, zijn verlofdagen van het vorige en van het lopende jaar, voorzover deze nog niet werden opgenomen. De stafdienst P&O deelt aan [1 Proximus]1 bij het einde van inzetting het resterend aantal verlofdagen van de betrokken personeelsleden mee.) <KB 2006-12-28/58, art. 3, 2°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
(Het gunstig gerangschikt personeelslid wordt benoemd als stagiair bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Voor elke selectie wordt een specifieke lijst opgesteld van de laureaten die door [1 Proximus]1 in disponibiliteit werden gesteld overeenkomstig de collectieve overeenkomst. De laureaten op die specifieke lijst worden bij voorrang benoemd als stagiair bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken overeenkomstig artikel 5. Onverminderd deze afwijking is het statuut van het rijkspersoneel van toepassing.) <KB 2006-12-28/58, art. 3, 1°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Van de 57 personeelsleden worden er 29 geaffecteerd bij de centrale diensten van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken en 28 bij een provinciale dienst van dezelfde Federale overheidsdienst.
(Het inzetten van een personeelslid, eindigt tijdens de stage, mits een opzeg van één maand, op verzoek van dit personeelslid. In afwijking van artikel 3, § 2, van het reglement van de afwezigheden van de personeelsleden van [1 Proximus]1, behoudt het personeelslid in dienstactiviteit dat [1 Proximus]1 herintegreert tijdens de stage of bij het einde van het verlof wegens opdracht, zijn verlofdagen van het vorige en van het lopende jaar, voorzover deze nog niet werden opgenomen. De stafdienst P&O deelt aan [1 Proximus]1 bij het einde van inzetting het resterend aantal verlofdagen van de betrokken personeelsleden mee.) <KB 2006-12-28/58, art. 3, 2°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Art. 3. Pour les membres du personnel qui se sont volontairement portés candidats, une sélection comparative est organisée par SELOR en collaboration avec le service d'encadrement P&O. Le contenu de cette sélection comparative sera aligné sur le profil de compétence et la description de fonction établis par le service d'encadrement P&O.
(Le membre du personnel classé en ordre utile est nommé en tant que stagiaire du Service public fédéral Intérieur. Pour chaque sélection, il est établi une liste spécifique des lauréats ayant été mis en disponibilité par [1 Proximus]1 en application de la convention collective. Les lauréats de cette liste spécifique sont nommés, par priorité, en qualité de stagiaire au sein du Service public fédéral Intérieur en application de l'article 5. Sans préjudice de cette dérogation, le statut des agents de l'Etat est applicable.) <AR 2006-12-28/58, art. 3, 003; En vigueur : 31-01-2007>
Des 57 membres du personnel, 29 sont affectés aux services centraux du Service public fédéral Intérieur et 28 à un service provincial du même service public fédéral.
(L'utilisation du membre du personnel prend fin, au cours du stage, moyennant le respect d'une notification préalable de préavis d'un mois, à la demande de ce membre du personnel. Par dérogation à l'article 3, § 2, du règlement des absences du personnel de [1 Proximus]1, le membre du personnel en activité de service qui réintègre [1 Proximus]1 pendant le stage ou à la fin du congé pour mission, conserve ses jours de congé de l'année précédente et de l'année en cours, dans la mesure où ceux-ci n'ont pas encore été pris. Le service d'encadrement P&O communique à [1 Proximus]1 le solde de jours de congé des membres du personnel concernés à la fin de l'utilisation.) <AR 2006-12-28/58, art. 3, 003; En vigueur : 31-01-2007>
(Le membre du personnel classé en ordre utile est nommé en tant que stagiaire du Service public fédéral Intérieur. Pour chaque sélection, il est établi une liste spécifique des lauréats ayant été mis en disponibilité par [1 Proximus]1 en application de la convention collective. Les lauréats de cette liste spécifique sont nommés, par priorité, en qualité de stagiaire au sein du Service public fédéral Intérieur en application de l'article 5. Sans préjudice de cette dérogation, le statut des agents de l'Etat est applicable.) <AR 2006-12-28/58, art. 3, 003; En vigueur : 31-01-2007>
Des 57 membres du personnel, 29 sont affectés aux services centraux du Service public fédéral Intérieur et 28 à un service provincial du même service public fédéral.
(L'utilisation du membre du personnel prend fin, au cours du stage, moyennant le respect d'une notification préalable de préavis d'un mois, à la demande de ce membre du personnel. Par dérogation à l'article 3, § 2, du règlement des absences du personnel de [1 Proximus]1, le membre du personnel en activité de service qui réintègre [1 Proximus]1 pendant le stage ou à la fin du congé pour mission, conserve ses jours de congé de l'année précédente et de l'année en cours, dans la mesure où ceux-ci n'ont pas encore été pris. Le service d'encadrement P&O communique à [1 Proximus]1 le solde de jours de congé des membres du personnel concernés à la fin de l'utilisation.) <AR 2006-12-28/58, art. 3, 003; En vigueur : 31-01-2007>
Art. 4. Op geografisch vlak zal de stafdienst P&O de 28 personeelsleden een functie aanbieden in de provinciale dienst van hun keuze. Indien meerdere kandidaten opteren voor dezelfde provinciale eenheid, wordt prioriteit gegeven aan de personeelsleden in (disponibiliteit zoals bepaald in artikel 3, tweede lid) in volgorde van de rangschikking van de vergelijkende selectie. <KB 2006-12-28/58, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Art. 4. Sur le plan géographique, le service d'encadrement P&O propose aux 28 membres du personnel une fonction dans le service provincial de leur choix. Si plusieurs candidats optent pour une même unité provinciale, il est donné priorité aux membres du personnel en (disponibilité au sens de l'article 3, alinéa 2) dans l'ordre du classement de la sélection comparative. <AR 2006-12-28/58, art. 4, 003; En vigueur : 31-01-2007>
HOOFDSTUK IV. - Administratieve en geldelijke toestand van de ingezette personeelsleden.
CHAPITRE IV. - Statut administratif et pécuniaire des membres du personnel utilisés.
Afdeling I. - De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.
Section Ire. - Le Service public fédéral Intérieur.
Art. 5. De personeelsleden worden met minstens het behoud van hun geldelijke anciënniteit bij [1 Proximus]1, benoemd tot stagiair en na de stage tot ambtenaar, (overeenkomstig hun diploma of indien ze het vereiste diploma niet bezitten, hun vergelijkbaar niveau bij het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1) : <KB 2005-02-18/32, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
1° 15 personeelsleden in de graad van adjunct-adviseur met inschaling in de weddenschaal 10A;
2° 23 personeelsleden in de graad van administratief deskundige met inschaling in de weddenschaal BA1;
3° 19 personeelsleden in de graad van administratief assistent met inschaling in de weddenschaal CA1.
(In afwijking van artikel 64 en 65, § 2, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel komen voor de berekening van de niveauanciënniteit in aanmerking de werkelijke diensten gepresteerd in de hoedanigheid van vast benoemd personeelslid van het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1. De bedoelde niveauanciënniteit wordt bepaald naar aanleiding van prestaties verricht als titularis van een betrekking in het vergelijkbare of hogere niveau in het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1.
Het vergelijkbaar niveau in het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1 is :
1° niveau 2A voor een betrekking van niveau C;
2° niveau 2B voor een betrekking van niveau B;
3° niveau 1 voor een betrekking van niveau A.) <KB 2005-02-18/32, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
1° 15 personeelsleden in de graad van adjunct-adviseur met inschaling in de weddenschaal 10A;
2° 23 personeelsleden in de graad van administratief deskundige met inschaling in de weddenschaal BA1;
3° 19 personeelsleden in de graad van administratief assistent met inschaling in de weddenschaal CA1.
(In afwijking van artikel 64 en 65, § 2, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel komen voor de berekening van de niveauanciënniteit in aanmerking de werkelijke diensten gepresteerd in de hoedanigheid van vast benoemd personeelslid van het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1. De bedoelde niveauanciënniteit wordt bepaald naar aanleiding van prestaties verricht als titularis van een betrekking in het vergelijkbare of hogere niveau in het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1.
Het vergelijkbaar niveau in het autonoom overheidsbedrijf [1 Proximus]1 is :
1° niveau 2A voor een betrekking van niveau C;
2° niveau 2B voor een betrekking van niveau B;
3° niveau 1 voor een betrekking van niveau A.) <KB 2005-02-18/32, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
Art. 5. Les membres du personnel sont nommés en tant que stagiaires et, au terme du stage, en tant que fonctionnaire (conformément à leur diplôme ou s'ils n'ont pas le diplôme demandé, conformément à leur niveau comparable au sein de l'entreprise publique autonome Belgacom) et conservent au moins leur ancienneté pécuniaire chez [1 Proximus]1 : <AR 2005-02-18/32, art. 1, 002; En vigueur : 01-10-2004>
1° 15 membres du personnel dans le grade de conseiller-adjoint avec intégration dans l'échelle de traitement 10A;
2° 23 membres du personnel dans le grade d'expert administratif avec intégration dans l'échelle de traitement BA1;
3° 19 membres du personnel dans le grade d'assistant administratif avec intégration dans l'échelle de traitement CA1.
(Par dérogation aux articles 64 et 65, § 2, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant statut du personnel de la fonction publique, les services effectifs prestés en qualité de membre du personnel statutaire de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 entrent en considération pour le calcul de l'ancienneté de niveau. L'ancienneté de niveau concernée est définie sur la base des prestations réalisées en tant que titulaire d'un emploi dans un niveau comparable ou supérieur au sein de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1.
Le niveau comparable au sein de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 est :
1° le niveau 2A pour un emploi du niveau C;
2° le niveau 2B pour un emploi du niveau B;
3° le niveau 1 pour un emploi du niveau A.) <AR 2005-02-18/32, art. 1, 002; En vigueur : 01-10-2004>
1° 15 membres du personnel dans le grade de conseiller-adjoint avec intégration dans l'échelle de traitement 10A;
2° 23 membres du personnel dans le grade d'expert administratif avec intégration dans l'échelle de traitement BA1;
3° 19 membres du personnel dans le grade d'assistant administratif avec intégration dans l'échelle de traitement CA1.
(Par dérogation aux articles 64 et 65, § 2, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant statut du personnel de la fonction publique, les services effectifs prestés en qualité de membre du personnel statutaire de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 entrent en considération pour le calcul de l'ancienneté de niveau. L'ancienneté de niveau concernée est définie sur la base des prestations réalisées en tant que titulaire d'un emploi dans un niveau comparable ou supérieur au sein de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1.
Le niveau comparable au sein de l'entreprise publique autonome [1 Proximus]1 est :
1° le niveau 2A pour un emploi du niveau C;
2° le niveau 2B pour un emploi du niveau B;
3° le niveau 1 pour un emploi du niveau A.) <AR 2005-02-18/32, art. 1, 002; En vigueur : 01-10-2004>
Art. 6. In afwijking van het artikel 12, § 1, tweede lid van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, behoudt het personeelslid (in dienstactiviteit) zijn verlofdagen van het vorige en van het lopende jaar, voorzover deze nog niet werden opgenomen. [1 Proximus]1 deelt aan de stafdienst P&O bij de start van het project het resterend aantal verlofdagen van de betrokken personeelsleden mee. <KB 2006-12-28/58, art. 5, 1°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Het kapitaal ziektedagen van het personeelslid wordt tevens overgedragen bij de definitieve benoeming.
(Voor het personeelslid dat door [1 Proximus]1 in disponibiliteit werd gesteld in toepassing van de collectieve overeenkomst, betreft dit het kapitaal ziektedagen waar het personeelslid over beschikte vóór de in disponibiliteitstelling.) <KB 2006-12-28/58, art. 5, 2°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Het kapitaal ziektedagen van het personeelslid wordt tevens overgedragen bij de definitieve benoeming.
(Voor het personeelslid dat door [1 Proximus]1 in disponibiliteit werd gesteld in toepassing van de collectieve overeenkomst, betreft dit het kapitaal ziektedagen waar het personeelslid over beschikte vóór de in disponibiliteitstelling.) <KB 2006-12-28/58, art. 5, 2°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Art. 6. Par dérogation à l'article 12, § 1er, alinéa 2 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, le membre du personnel (en activité de service) conserve ses jours de congé de l'année précédente et de l'année en cours, dans la mesure où ceux-ci n'ont pas encore été pris. [1 Proximus]1 communique au service d'encadrement P&O le solde de jours de congé des membres du personnel concernés au lancement du projet. <AR 2006-12-28/58, art. 5, 1°, 003; En vigueur : 31-01-2007>
Le capital jours de maladie du membre de personnel est également transféré au moment de la nomination à titre définitif.
(Pour le membre du personnel qui a été mis en disponibilité par [1 Proximus]1 en application de la convention collective, ceci concerne le capital jours de maladie dont le membre du personnel disposait avant la mise en disponibilité.) <AR 2006-12-28/58, art. 5, 2°, 003; En vigueur : 31-01-2007>
Le capital jours de maladie du membre de personnel est également transféré au moment de la nomination à titre définitif.
(Pour le membre du personnel qui a été mis en disponibilité par [1 Proximus]1 en application de la convention collective, ceci concerne le capital jours de maladie dont le membre du personnel disposait avant la mise en disponibilité.) <AR 2006-12-28/58, art. 5, 2°, 003; En vigueur : 31-01-2007>
Afdeling II. - [1 Proximus]1.
Section II. - [1 Proximus]1.
Art. 7. <KB 2006-12-28/58, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007> Het personeelslid bedoeld in artikel 3, tweede lid wordt voor de duur van zijn stage door [1 Proximus]1 in non-activiteit geplaatst wanneer het een personeelslid in disponibiliteit betreft of in verlof wegens opdracht gesteld wanneer het een personeelslid in dienstactiviteit betreft.
Art. 7. <AR 2006-12-28/58, art. 6, 003; En vigueur : 31-01-2007> Le membre du personnel visé à l'article 3, alinéa 2, est, pour la durée de son stage, mis en non-activité dans le cas d'un membre du personnel mis en disponibilité ou mis en congé pour mission par [1 Proximus]1, dans le cas d'un membre du personnel en activité de service.
Art. 8. [1 Proximus]1 betaalt in de maand volgend op de benoeming van het personeelslid (in dienstactiviteit) tot ambtenaar bij de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken, aan het personeelslid een in zijn paritair comité overeengekomen aanvullende premie op het loon uit om voor drie jaar het verschil te compenseren tussen zijn brutoverloning als stagiair of ambtenaar bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en zijn brutoverloning bij [1 Proximus]1. <KB 2006-12-28/58, art. 7, 1°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
([1 Proximus]1 betaalt aan het personeelslid dat in disponibiliteit werd gesteld overeenkomstig de collectieve overeenkomst, gedurende twaalf maanden een volgens de modaliteiten bepaald in haar paritair comité overeengekomen aanvullende premie op het loon om voor twaalf maanden het verschil te compenseren tussen zijn brutoverloning als stagiair of ambtenaar bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en zijn brutoverloning bij [1 Proximus]1 voorafgaandelijk aan de in disponibiliteitstelling. Deze premie wordt maandelijks betaald per twaalfde.) <KB 2006-12-28/58, art. 7, 2°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
([1 Proximus]1 betaalt aan het personeelslid dat in disponibiliteit werd gesteld overeenkomstig de collectieve overeenkomst, gedurende twaalf maanden een volgens de modaliteiten bepaald in haar paritair comité overeengekomen aanvullende premie op het loon om voor twaalf maanden het verschil te compenseren tussen zijn brutoverloning als stagiair of ambtenaar bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en zijn brutoverloning bij [1 Proximus]1 voorafgaandelijk aan de in disponibiliteitstelling. Deze premie wordt maandelijks betaald per twaalfde.) <KB 2006-12-28/58, art. 7, 2°, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Art. 8. Dans le mois suivant la nomination du membre du personnel en tant qu'agent du Service public fédéral Intérieur, [1 Proximus]1 verse annuellement au membre du personnel (en activité de service) une prime de complément salarial convenue dans sa commission paritaire afin de compenser pour trois ans la différence entre sa rémunération brute en tant que stagiaire ou agent du Service Public Fédéral Intérieur et sa rémunération brute à [1 Proximus]1. <AR 2006-12-28/58, art. 7, 1°, 003; En vigueur : 31-01-2007>
([1 Proximus]1 verse au membre du personnel qui a été mis en disponibilité conformément à la convention collective une prime de complément salarial, selon les modalités convenues dans sa commission paritaire, afin de compenser pour douze mois la différence entre sa rémunération brute en tant que stagiaire ou agent du Service public fédéral Intérieur et sa rémunération brute à [1 Proximus]1 préalable à la mise en disponibilité. Cette prime est payée mensuellement par douzième.) <AR 2006-12-28/58, art. 7, 2°, 003; En vigueur : 31-01-2007>
([1 Proximus]1 verse au membre du personnel qui a été mis en disponibilité conformément à la convention collective une prime de complément salarial, selon les modalités convenues dans sa commission paritaire, afin de compenser pour douze mois la différence entre sa rémunération brute en tant que stagiaire ou agent du Service public fédéral Intérieur et sa rémunération brute à [1 Proximus]1 préalable à la mise en disponibilité. Cette prime est payée mensuellement par douzième.) <AR 2006-12-28/58, art. 7, 2°, 003; En vigueur : 31-01-2007>
Art. 9. In de maand volgend op de benoeming van het personeelslid tot ambtenaar bij de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken, zal [1 Proximus]1 aan het personeelslid de in zijn paritair comité overeengekomen eenmalige premie (verschillend naargelang het personeelslid zich bij [1 Proximus]1 in disponibiliteit of in dienstactiviteit bevond vóór de aanvang van de stage bij de Federale Overheidsdienst) uitbetalen. <KB 2006-12-28/58, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 31-01-2007>
Art. 9. [1 Proximus]1 verse au membre du personnel dans le mois suivant la nomination en tant qu'agent du Service public fédéral Intérieur, la prime unique (différente selon que le membre du personnel se trouvait en disponibilité ou en activité de service chez [1 Proximus]1 avant le début du stage au Service public fédéral) convenue au sein de sa commission paritaire. <AR 2006-12-28/58, art. 8, 003; En vigueur : 31-01-2007>
HOOFDSTUK V. - De vaste benoeming van de ingezette personeelsleden.
CHAPITRE V. - Nomination à titre définitif des membres du personnel utilisés.
Art. 10. Het personeelslid dat zijn stage met gunstig gevolg volbracht heeft, wordt overeenkomstig het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, benoemd bij de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Vanaf dat ogenblik neemt de statutaire rechtsverhouding tussen het personeelslid en [1 Proximus]1 van rechtswege een einde.
Art. 10. Le membre du personnel qui a réussi son stage, est nommé conformément à l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, auprès du Service Public Fédéral Intérieur Dès cet instant, le rapport juridique statutaire entre le membre du personnel et [1 Proximus]1 est dissout de plein droit.
TITEL IV. - Regeling betreffende de weddenkost van de ingezette personeelsleden.
TITRE IV. - Situation des coûts salariaux des membres du personnel utilisés.
Art. 11. De personeelskost van bovenvermelde personeelsleden wordt gedragen door het Bijzonder Fonds voor het dekken van allerhande werkingskosten ontstaan bij de uitvoering van prestaties ten voordele van openbare autoriteiten of openbare of privé-organismen" of zijn rechtsopvolger "de Staatsdienst met afzonderlijk beheer belast met het beheer van de identiteitskaarten". [1 Proximus]1 zal de maand voorafgaand aan de benoeming tot stagiair eenmalig de tussen hen en de Minister van Overheidsbedrijven overeengekomen financiële tussenkomst in deze personeelskost storten.
Art. 11. Les frais de personnel des membres du personnel susvisés sont supportés par le Fonds spécial pour couvrir les frais de fonctionnement de toute nature exposés lors de l'exécution de prestations au profit d'autorités ou d'organismes publics ou privés ou son ayant cause "le service de l'Etat à gestion séparée chargé de la gestion des cartes d'identité". Au cours du mois précédant la nomination en tant que stagiaire, [1 Proximus]1 verse en une fois l'intervention financière dans les frais de personnel convenue entre elle et le Ministre des Entreprises publiques.
TITEL V. - Slotbepalingen.
TITRE V. - Dispositions finales.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 13. Onze Minister van Overheidsbedrijven en Onze Minister van Binnenlandse Zaken worden belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Notre Ministre des Entreprises publiques et Notre Ministre de l'Intérieur sont chargés de l'exécution du présent arrêté.