Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 OKTOBER 2004. - Koninklijk besluit houdende sommige maatregelen voor de reorganisatie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.
Titre
18 OCTOBRE 2004. - Arrêté royal portant certaines mesures de réorganisation de la Société nationale des Chemins de fer belges.
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK I. - Onderneming voor spoorvervoer.
CHAPITRE Ier. - Entreprise de transport ferroviaire.
Afdeling 1. - Omzetting in naamloze vennootschap van publiek recht.
Section 1re. - Transformation en sociéte anonyme de droit public.
Artikel 1. Op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 2 wordt de dochtervennootschap die door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (hierna de " N.M.B.S. " genoemd) is opgericht met de naam " Nieuwe N.M.B.S. " en met als doel het vervoer per spoor van reizigers en goederen, ingedeeld bij de autonome overheidsbedrijven bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Op dezelfde datum wordt Nieuwe N.M.B.S., zonder onderbreking van de continuïteit van haar rechtspersoonlijkheid, een naamloze vennootschap van publiek recht, beheerst door dezelfde wet.
Article 1. A la date d'entrée en vigueur de l'arrêté royal visé à l'article 2, la filiale constituée par la Société nationale des Chemins de fer belges (ci-après dénommée la " S.N.C.B. ") sous la dénomination " Nouvelle S.N.C.B. " et ayant pour objet le transport ferroviaire de voyageurs et de marchandises est classée parmi les entreprises publiques autonomes visées a l'article 1er, § 4, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques. A la même date, la Nouvelle S.N.C.B. devient, sans solution de continuité de sa personnalité juridique, une société anonyme de droit public régie par la même loi.
Art.2. Binnen dertig dagen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, stelt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad :
  1° de statuten van Nieuwe N.M.B.S. vast die gelden vanaf haar omzetting in naamloze vennootschap van publiek recht;
  2° de voorlopige regels vast betreffende de aangelegenheden bedoeld in artikel 3, § 2, van voornoemde wet van 21 maart 1991, die gelden als eerste beheerscontract tot de inwerkingtreding van het beheerscontract gesloten overeenkomstig artikel 4 van dezelfde wet.
Art.2. Dans les trente jours de l'entrée en vigueur du présent arrêté, le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, établit :
  1° les statuts de la Nouvelle S.N.C.B. applicables à partir de sa transformation en société anonyme de droit public;
  2° les règles provisoires concernant les matières visées à l'article 3, § 2, de la loi du 21 mars 1991 précitée, qui valent comme premier contrat de gestion jusqu'à l'entrée en vigueur du contrat de gestion conclu conformément à l'article 4 de la même loi.
Art.3. De artikelen 37, 38, 39, § 1, 48 en 49 van voornoemde wet van 21 maart 1991 zijn niet van toepassing op Nieuwe N.M.B.S.. Boek XII van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing op haar omzetting in naamloze vennootschap van publiek recht overeenkomstig dit besluit. Artikel 214, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is van toepassing op deze omzetting.
Art.3. Les articles 37, 38, 39, § 1er, 48 et 49 de la loi du 21 mars 1991 précitée ne s'appliquent pas à la Nouvelle S.N.C.B.. Le livre XII du Code des sociétés ne s'applique pas à sa transformation en société anonyme de droit public conformément au présent arrêté. L'article 214, § 1er, premier alinéa, du Code des impôts sur les revenus 1992 s'applique à cette transformation.
Art.4. § 1. De N.M.B.S. brengt in Nieuwe N.M.B.S. de volgende activa en passiva in :
  1° de activa die betrekking hebben op de activiteiten van de N.M.B.S. inzake vervoer per spoor van reizigers en goederen, en waarvan de lijst door de Koning wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad;
  2° de schulden en andere passiva waarvan de lijst door de Koning wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad.
  Deze inbreng wordt vergoed door aandelen in het kapitaal van Nieuwe N.M.B.S..
  § 2. De inbreng bedoeld in § 1 brengt van rechtswege de overdracht aan Nieuwe N.M.B.S. mee van de activa en passiva die er deel van uitmaken. De inbreng heeft uitwerking op 1 januari 2005. Hij is tegenstelbaar aan derden vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van een bericht dat de inbreng bevestigt.
  Zo leningen of andere financièle schulden die deel uitmaken van de inbreng bedoeld in § 1, niet kunnen worden overgedragen aan Nieuwe N.M.B.S. met bevrijding van de N.M.B.S. van haar verbintenissen, wordt de overdracht van de betreffende verbintenissen en lasten aan Nieuwe N.M.B.S. tot stand gebracht door een andere techniek met evenwaardig resultaat.
  § 3. Uiterlijk op 30 november 2004 stelt de Koning de lijsten vast bedoeld in § 1, eerste lid.
  Deze lijsten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te Brussel, waar eenieder er kosteloos kennis van kan nemen en er een volledige of gedeeltelijke kopie van kan bekomen mits betaling van de griffierechten.
  Indien de activa bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, zakelijke rechten op onroerende goederen omvatten, worden deze beschreven in een bijzondere afdeling van de lijst van activa. Deze lijst geldt als akte tot overdracht of vestiging van die rechten. De bijzondere afdeling van de lijst wordt overgeschreven in het daartoe bestemd register op elk kantoor van bewaring der hypotheken in wiens ambtsgebied de betrokken onroerende goederen zijn gelegen. De termijn voor de overschrijving loopt vanaf 1 januari 2005.
  Titel III van boek XI van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing op de inbreng bedoeld in § 1.
  § 4. In afwijking van artikel 23 van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur, wordt de vergunning van spoorwegonderneming van de N.M.B.S. vanaf 1 januari 2005 aan Nieuwe N.M.B.S. overgedragen. Hetzelfde geldt voor het veiligheidsattest bedoeld in artikel 37 van hetzelfde besluit en voor de spoorweginfrastructuurcapaciteit toegewezen aan de N.M.B.S.. De artikelen 32 en 34 van hetzelfde besluit zijn niet van toepassing op de reorganisatieverrichtingen bedoeld in dit besluit of in het koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot hervorming van de beheersstructuren van de spoorweginfrastructuur.
  § 5. De inbreng bedoeld in § 1 is vrijgesteld van elke belasting. De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de wijze waarop deze vrijstelling geschiedt.
Art.4. § 1er. La S.N.C.B. apporte a la Nouvelle S.N.C.B. les actifs et passifs suivants :
  1° les actifs se rapportant aux activités de transport ferroviaire de voyageurs et de marchandises de la S.N.C.B., dont la liste est établie par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres;
  2° les dettes et autres passifs dont la liste est établie par le Roi, par arrête délibéré en Conseil des Ministres.
  Cet apport est rémunéré par des actions représentatives du capital de la Nouvelle S.N.C.B..
  § 2. L'apport visé au § 1er entraîne de plein droit le transfert à la Nouvelle S.N.C.B. des actifs et passifs qui en font partie. Il sort ses effets le 1er janvier 2005. Il est opposable aux tiers dès la publication au Moniteur belge d'un avis confirmant sa réalisation.
  Dans l'hypothese où des emprunts ou d'autres dettes financières faisant partie de l'apport visé au § 1er ne pourraient pas être transférés à la Nouvelle S.N.C.B. en libérant la S.N.C.B. de ses obligations, le transfert des obligations et charges y afférentes à la Nouvelle S.N.C.B. sera réalisé par toute autre technique à effet équivalent.
  § 3. Le Roi arrête les listes visées au § 1er, premier alinéa, au plus tard le 30 novembre 2004.
  Ces listes sont déposées au greffe du tribunal de commerce de Bruxelles, où toute personne peut en prendre connaissance gratuitement et en obtenir copie intégrale ou partielle moyennant paiement des droits de greffe.
  Si les actifs visés au § 1er, premier alinéa, 1°, comprennent des droits réels portant sur des biens immeubles, ceux-ci sont décrits dans une section particulière de la liste des actifs. Cette liste vaudra acte translatif ou constitutif de ces droits. La section particulière de la liste est transcrite sur le registre approprié dans chaque bureau de conservation des hypothèques dans le ressort duquel les biens immeubles en question sont situés. Le délai pour la transcription court à partir du 1er janvier 2005.
  Le titre III du livre XI du Code des sociétés ne s'applique pas à l'apport visé au § 1er.
  § 4. Par dérogation à l'article 23 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 relatif aux conditions d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire, la licence d'entreprise ferroviaire de la S.N.C.B. est transférée à la Nouvelle S.N.C.B. à partir du 1er janvier 2005. Il en est de même du certificat de sécurité vise à l'article 37 du même arrêté et des capacités de l'infrastructure ferroviaire affectées à la S.N.C.B.. Les articles 32 et 34 du même arrêté ne s'appliquent pas aux réformes visées au présent arrêté ou à l'arrêté royal du 14 juin 2004 portant réforme des structures de gestion de l'infrastructure ferroviaire.
  § 5. L'apport visé au § 1er est exonéré de tout impôt. Le Roi détermine, par arrêté délibére en Conseil des Ministres, les modalités suivant lesquelles s'opère cette exonération.
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 21 maart 1991.
Section 2. - Modification de la loi du 21 mars 1991.
Art.5. In voornoemde wet van 21 maart 1991 wordt een titel IX ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Titel IX. - Nieuwe N.M.B.S.
  HOOFDSTUK I. - Doel en opdrachten van openbare dienst.
  Art. 216. Nieuwe N.M.B.S. is een autonoom overheidsbedrijf met de rechtsvorm van een naamloze vennootschap van publiek recht. Zij ressorteert onder de minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven.
  Art. 217. Nieuwe N.M.B.S. heeft tot doel :
  1° het vervoer per spoor van reizigers en goederen;
  2° het vervoer van goederen in het algemeen en de logistieke diensten die daarmee verband houden;
  3° de verwerving, de bouw, het onderhoud, het beheer en de financiering van rollend spoorwegmaterieel.
  Nieuwe N.M.B.S. kan, zelf of via deelneming in bestaande of op te richten Belgische, buitenlandse of internationale instellingen, alle commercièle, industrièle of financièle verrichtingen doen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of ten dele, verband houden met haar doel of de verwezenlijking of ontwikkeling ervan kunnen vergemakkelijken of bevorderen, met inbegrip van het stellen van zekerheden voor schulden van verbonden vennootschappen of vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.
  De fabricage en de verkoop van goederen of diensten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de spoorwegactiviteit, worden inzonderheid geacht de verwezenlijking of ontwikkeling van het maatschappelijk doel te kunnen bevorderen.
  Art. 218. De opdrachten van openbare dienst van Nieuwe N.M.B.S. omvatten :
  1° het binnenlands vervoer van reizigers met treinen van de gewone dienst, alsook het aandoen van binnenlandse bestemmingen door hogesnelheidstreinen;
  2° het grensoverschrijdende vervoer van reizigers, dit wil zeggen het vervoer met treinen van de gewone dienst voor het deel van het nationale traject dat niet gedekt is door 1° en tot de stations gelegen op de naburige netwerken bepaald in het beheerscontract;
  3° de prestaties die Nieuwe N.M.B.S. moet leveren voor de behoeften van de Natie.
  Art. 219. § 1. De raad van bestuur van de Nieuwe N.M.B.S. stelt het in artikel 26 bedoeld ondernemingsplan op voor de duur van het beheerscontract en past het jaarlijks aan. Dit plan geeft de doeleinden en de strategie van de onderneming aan rekening houdend met de mobiliteitsdoeleinden bepaald door de Ministerraad.
  § 2. Verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan zijn :
  1° de structuur en de kenmerken van het transportaanbod op het spoorwegnet en de onthaalpunten;
  2° de investeringen in rollend materieel en in de onthaalzones voor reizigers in de stations, alsook de middelen voor de financiering van deze investeringen;
  3° de vooruitzichten inzake personeelsbehoeften;
  4° de evolutie van de exploitatierekeningen weergegeven in een financieel plan;
  5° de beschrijving van de algemene exploitatievoorwaarden betreffende de sectoren die niet tot de opdrachten van openbare dienst van Nieuwe N.M.B.S. behoren.
  § 3. Het ondernemingsplan en de jaarlijkse aanpassingen daaraan worden meegedeeld aan de minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven. In afwijking van artikel 26, tweede lid, worden de elementen bedoeld in § 2, 1° tot 4°, als noodzakelijk deel voor de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst van Nieuwe N.M.B.S., goedgekeurd door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, na raadpleging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (hierna de " N.M.B.S. " genoemd).
  § 4. Het ondernemingsplan is een voorafgaande voorwaarde voor het afsluiten van het beheerscontract. In geval van vernieuwing van het beheerscontract wordt het plan uiterlijk twaalf maanden vóór de vervaldag van het lopende beheerscontract opgesteld. Artikel 3, § 2, 9°, is niet van toepassing.
  § 5. Nieuwe N.M.B.S. stelt een vervoersplan op in uitvoering van het beheerscontract. Elke significante wijziging aan dit plan behoeft de goedkeuring van de Ministerraad.
  HOOFDSTUK II. - Financièle en boekhoudkundige bepalingen.
  Art. 220. Artikel 40, § 2, is niet van toepassing op Nieuwe N.M.B.S..
  Art. 221. § 1. Dit artikel zet artikel 9(4) om van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap, ingevoegd bij de richtlijn 2001/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001.
  § 2. Onverminderd artikel 27, § 1, houdt Nieuwe N.M.B.S. in haar interne boekhouding afzonderlijke rekeningen aan voor haar activiteiten met betrekking tot het goederenvervoer per spoor. De bijlage bij de jaarrekening van Nieuwe N.M.B.S. bevat een afzonderlijke balans en resultatenrekening voor deze activiteiten.
  § 3. De bijdragen gestort voor de activiteiten met betrekking tot de verstrekking van vervoerdiensten voor reizigers in het kader van de opdrachten van openbare dienst, moeten afzonderlijk worden vermeld in de overeenkomstige rekeningen en mogen niet worden overgedragen naar de activiteiten met betrekking tot de verstrekking van andere vervoerdiensten of naar enige andere activiteit.
  HOOFDSTUK III. - Bestuur.
  Art. 222. De artikelen 18 tot 23 zijn niet van toepassing op Nieuwe N.M.B.S..
  Art. 223. § 1. De raad van bestuur is samengesteld uit maximum tien leden, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurder. Het aantal bestuurders wordt bepaald door de statuten.
  Ten minste één derde van de bestuurders moet van het andere geslacht zijn dan dat van de andere bestuurders.
  § 2. De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders.
  Indien de Staat aandelen van Nieuwe N.M.B.S. bezit, benoemt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, een aantal bestuurders in verhouding tot het aantal stemmen dat verbonden is aan de aandelen in het bezit van de Staat. De overige bestuurders worden daarna benoemd door de andere aandeelhouders.
  De bestuurders worden gekozen op grond van de complementariteit van hun competentie inzake financièle analyse, boekhoudkundig beheer, juridische aspecten, kennis van de vervoersector, deskundigheid inzake mobiliteit, personeelsbeheer en sociale relaties.
  De bestuurders worden benoemd voor een termijn van zes jaar en zijn herverkiesbaar. De door de Koning benoemde bestuurders kunnen slechts door de Koning worden ontslagen, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad.
  § 3. Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, hebben de overblijvende bestuurders het recht om voorlopig in de vacature te voorzien tot een definitieve benoeming gebeurt overeenkomstig § 2.
  § 4. Bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, benoemt de Koning de voorzitter van de raad van bestuur onder de bestuurders. De voorzitter van de raad van bestuur behoort tot een andere taalrol dan de gedelegeerd bestuurder.
  Bij staking van de stemmen in de raad van bestuur is de stem van de voorzitter beslissend.
  De voorzitter kan te allen tijde ter plaatse kennis nemen van de boeken, correspondentie, notulen en in het algemeen van alle documenten en geschriften van Nieuwe N.M.B.S.. Hij kan van de leden van het directiecomité, de gemachtigden en de personeelsleden van Nieuwe N.M.B.S. alle ophelderingen of inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitoefening van zijn mandaat. Hij kan zich laten bijstaan door een deskundige, op kosten van de vennootschap.
  Art. 224. § 1. Het directiecomité is belast met het dagelijks bestuur en de vertegenwoordiging wat dit bestuur aangaat, alsmede met de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur.
  De leden van het directiecomité vormen een college.
  Zij kunnen de taken onder elkaar verdelen. Onder voorbehoud van de bevoegdheden die hem door deze wet zijn opgedragen als college, kan het directiecomité sommige van zijn bevoegdheden delegeren aan één of meer van zijn leden of aan personeelsleden. Hij kan de subdelegatie ervan toestaan. Hij stelt de raad van bestuur in kennis van de bevoegdheidsdelegaties krachtens dit lid.
  § 2. Het directiecomité wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder. De raad van bestuur bepaalt het aantal overige leden van het directiecomité en benoemt deze leden op voordracht van de gedelegeerd bestuurder en na advies van het benoemings- en bezoldigingscomité.
  De andere leden van het directiecomité dan de gedelegeerd bestuurder worden ontslagen door de raad van bestuur.
  Alle leden van het directiecomité vervullen een voltijdse functie binnen Nieuwe N.M.B.S.. Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder mogen zij niet de hoedanigheid van bestuurder van Nieuwe N.M.B.S. hebben.
  § 3. De gedelegeerd bestuurder wordt benoemd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Hij wordt ontslagen door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad.
  § 4. Nieuwe N.M.B.S. wordt geldig vertegenwoordigd jegens derden en in rechte door de gedelegeerd bestuurder en de daartoe door de raad van bestuur aangewezen algemeen directeur, die gezamenlijk optreden.
  Alle akten van bestuur of akten die de vennootschap verbinden, worden gezamenlijk ondertekend door de gedelegeerd bestuurder en de daartoe door de raad van bestuur aangewezen algemeen directeur. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de akten waarvan de goedkeuringswijze afwijkt van deze § 4.
  De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan deze van de algemeen directeur.
  Art. 225. Bij de uitoefening van hun mandaat en in acht genomen de belangen van de vennootschap, zijn de leden van de organen van Nieuwe N.M.B.S. gehouden tot discretie.
  Art. 226. § 1. De algemene vergadering stelt de bezoldiging van de leden van de raad van bestuur vast op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité. De vergadering houdt hierbij rekening met de prestaties van de mandatarissen, in acht genomen onder andere hun lidmaatschap van de bij wet bepaalde comités en de doelstellingen van de onderneming.
  § 2. De rechten, met inbegrip van de bezoldiging, en plichten van de gedelegeerd bestuurder en van de andere leden van het directiecomité, enerzijds, en van Nieuwe N.M.B.S., anderzijds, worden geregeld door een bijzondere overeenkomst tussen de partijen. Bij de onderhandelingen over deze overeenkomst wordt Nieuwe N.M.B.S. vertegenwoordigd door haar raad van bestuur met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder. Overeenkomstig artikel 228, § 2, tweede lid, wint de raad van bestuur de voorstellen van het benoemings- en bezoldigingscomité in met betrekking tot de bezoldiging en de voordelen toe te kennen aan de gedelegeerd bestuurder en aan de andere leden van het directiecomité.
  De gedelegeerd bestuurder of het lid van het directiecomité dat zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de bepalingen van het betrokken statuut voor de hele duur van het mandaat van de betrokkene bij Nieuwe N.M.B.S.. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en op loonsverhoging.
  Als de gedelegeerd bestuurder of een lid van het directiecomité zich op het ogenblik van zijn benoeming in een contractuele band bevindt met de Staat of met enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de hele duur van het mandaat van de betrokkene bij Nieuwe N.M.B.S.. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op loonsverhoging.
  § 3. De in §§ 1 en 2 bedoelde bezoldigingen zijn ten laste van Nieuwe N.M.B.S.. Indien de betrokken bezoldigingen een variabel bestanddeel bevatten, mogen in de berekeningsbasis geen elementen voorkomen die als bedrijfskosten worden aangemerkt.
  Art. 227. § 1. De raad van bestuur mag in zijn midden een auditcomité oprichten. In voorkomend geval wordt dit comité ingericht overeenkomstig de bepalingen van §§ 2 en 3.
  § 2. Het auditcomité bestaat uit ten minste drie bestuurders, anderen dan de gedelegeerd bestuurder, die door de raad van bestuur worden benoemd. Dit comité telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden, de voorzitter van de raad eventueel niet meegeteld.
  Het auditcomité mag de gedelegeerd bestuurder uitnodigen op zijn vergaderingen, die er zetelt met raadgevende stem. De Regeringscommissaris neemt eveneens met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van dit comité.
  § 3. Het auditcomité voert de taken uit die de raad van bestuur eraan toevertrouwt. Bovendien heeft het de opdracht om de raad van bestuur bij te staan door onderzoek van de financièle informatie, met name de jaarrekening, het jaarverslag en de tussentijdse verslagen. Het auditcomité staat ook in voor de betrouwbaarheid en de integriteit van de financièle verslagen inzake risicobeheer.
  Ten minste veertien dagen vóór de vergadering waarop de raad van bestuur de jaarrekening vaststelt, legt de raad deze ter advies voor aan het auditcomité.
  Art. 228. § 1. De raad van bestuur richt in zijn midden een benoemings- en bezoldigingscomité op.
  Het benoemings- en bezoldigingscomité bestaat uit vier bestuurders, waaronder de voorzitter van de raad van bestuur, die het comité voorzit, en de gedelegeerd bestuurder. De raad van bestuur benoemt de overige leden van dit comité. Het telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden.
  § 2. Het benoemings- en bezoldigingscomité brengt overeenkomstig artikel 224, § 2, eerste lid, advies uit over de kandidaturen die door de gedelegeerd bestuurder worden voorgedragen met het oog op de benoeming van de leden van het directiecomité.
  De raad van bestuur bepaalt, op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, de bezoldiging en de voordelen die worden toegekend aan de leden van het directiecomité. Het comité volgt deze aangelegenheden continu op.
  Art. 229. § 1. Onverminderd andere beperkingen bepaald bij of krachtens de wet of de statuten van Nieuwe N.M.B.S., is het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité onverenigbaar met het mandaat of de functie van :
  1° lid van het Europees Parlement;
  2° lid van de Wetgevende Kamers;
  3° minister of Staatssecretaris;
  4° lid van de Raad of van de Regering van een Gemeenschap of een Gewest;
  5° gouverneur van een provincie of lid van de bestendige deputatie van een provincieraad.
  Bovendien mogen geen andere bestuurders dan de gedelegeerd bestuurder personeelsleden zijn van Nieuwe N.M.B.S. in de zin van artikel 232, § 1.
  De leden van het directiecomité mogen geen burgemeester, schepen of voorzitter zijn van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
  § 2. Wanneer één van de leden van de raad van bestuur of van het directiecomité de bepalingen van § 1 overtreedt, moet hij binnen een termijn van drie maanden de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen, wordt hij na afloop van deze termijn van rechtswege geacht zijn mandaat bij Nieuwe N.M.B.S. te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld, of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen.
  Art. 230. § 1. Nieuwe N.M.B.S. is onderworpen aan het toezicht van de minister bevoegd voor de overheidsbedrijven. Dit toezicht wordt uitgeoefend door tussenkomst van een Regeringscommissaris die wordt benoemd en ontslagen door de Koning op voordracht van de minister.
  De minister kan een plaatsvervanger aanduiden voor het geval de Regeringscommissaris eventueel verhinderd zou zijn of om deze laatste bij te staan in zijn opdracht.
  De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de Regeringscommissaris en zijn bezoldiging. Deze bezoldiging is ten laste van Nieuwe N.M.B.S..
  § 2. De Regeringscommissaris ziet toe op de naleving van de wet, van de statuten en van het beheerscontract. Hij ziet er op toe dat het beleid van Nieuwe N.M.B.S., inzonderheid het beleid met toepassing van artikel 13, de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst niet in het gedrang brengt.
  De Regeringscommissaris brengt verslag uit bij de minister bevoegd voor de overheidsbedrijven. Hij brengt verslag uit aan de minister van begroting aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur of het directiecomité die een weerslag hebben op de algemene uitgavenbegroting van de Staat.
  § 3. De Regeringscommissaris wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur en van het directiecomité en heeft er een raadgevende stem. Hij kan te allen tijde ter plaatse kennis nemen van de boeken, correspondentie, notulen en in het algemeen van alle documenten en geschriften van Nieuwe N.M.B.S.. Hij kan van de bestuurders, de leden van het directiecomité, de gemachtigden en de personeelsleden van Nieuwe N.M.B.S. alle ophelderingen of inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitoefening van zijn opdracht.
  Nieuwe N.M.B.S. stelt de Regeringscommissaris de menselijke en materièle middelen ter beschikking die nodig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht.
  § 4. De Regeringscommissaris tekent binnen een termijn van vier vrije dagen beroep aan bij de minister bevoegd voor de overheidsbedrijven tegen elke beslissing van de raad van bestuur of van het directiecomité die hij strijdig acht met de wet, de statuten of het beheerscontract of waarvan hij oordeelt dat zij nadeel kan berokkenen aan de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst van Nieuwe N.M.B.S.. Het beroep is opschortend.
  De termijn bedoeld in het eerste lid gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, voor zover de Regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd en, in het tegenovergestelde geval, op de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft genomen. Wanneer een beroep wordt gedaan op de schriftelijke procedure bepaald in artikel 521, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen, begint de termijn te lopen op de dag waarop de Regeringscommissaris kennis heeft genomen van de aldus aangenomen beslissing.
  De minister kan de betrokken beslissing vernietigen binnen een termijn van acht vrije dagen ingaand op dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn. Hij betekent de vernietiging aan het betrokken bestuursorgaan. Indien de minister de vernietiging niet heeft uitgesproken binnen voornoemde termijn, wordt de beslissing definitief, onverminderd de bepalingen van het laatste lid.
  In geval van weerslag op de algemene uitgavenbegroting van de Staat, vraagt de minister het akkoord van de minister van begroting. Indien deze beide ministers niet tot een akkoord komen binnen de in het derde lid bedoelde termijn van acht vrije dagen, wordt over de aangelegenheid beslist binnen een termijn van dertig vrije dagen ingaand op dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde procedure.
  § 5. Elk jaar brengt de raad van bestuur bij de minister bevoegd voor de overheidsbedrijven verslag uit over de uitvoering door Nieuwe N.M.B.S. van haar taken van openbare dienst.
  Elk jaar brengt de minister bij de Wetgevende Kamers verslag uit over de toepassing van deze titel.
  HOOFDSTUK IV. - Oriëntatiecomité.
  Art. 231. § 1. Binnen Nieuwe N.M.B.S. wordt een orièntatiecomité opgericht. Dit comité bestaat uit zes vertegenwoordigers van Nieuwe N.M.B.S. en zes vertegenwoordigers van de gewestelijke vervoermaatschappijen. Deze laatsten worden benoemd volgens de nadere regels bepaald in een samenwerkingsakkoord met de Gewesten.
  § 2. Het oriëntatiecomité geeft op eigen initiatief of op verzoek van de raad van bestuur advies over elke maatregel die de samenwerking met de gewestelijke vervoermaatschappijen kan beïnvloeden. Indien de raad van bestuur wenst af te wijken van het advies van het comité, motiveert hij zijn standpunt.
  HOOFDSTUK V. - Personeel.
  Art. 232. § 1. Nieuwe N.M.B.S. beschikt over het personeel dat nodig is voor de verwezenlijking van haar opdrachten, haar ter beschikking gesteld door de N.M.B.S.. Het statuut van het personeel van de N.M.B.S., met inbegrip van het syndicaal statuut, blijft van toepassing op dit personeel. Tijdens de periode van hun terbeschikkingstelling staan de personeelsleden evenwel onder het gezag van Nieuwe N.M.B.S..
  De voorwaarden en nadere regels van de terbeschikkingstelling van het personeel krachtens het eerste lid worden vastgesteld in een overeenkomst die zal worden gesloten tussen de N.M.B.S. en Nieuwe N.M.B.S.. Deze overeenkomst evenals alle wijzigingen ervan zijn onderworpen aan het voorafgaand akkoord van de Nationale Paritaire Commissie bedoeld in artikel 233, die beslist met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen.
  § 2. Hoofdstuk III van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers is niet van toepassing op de terbeschikkingstelling van personeel bedoeld in § 1.
  Art. 233. In afwijking van artikel 30, § 1, worden de bevoegdheden die door titel I, hoofdstuk VIII worden toegekend aan de paritaire commissie van de betrokken onderneming, uitgeoefend door de Nationale Paritaire Commissie bedoeld in artikel 13 van de wet van 23 juli 1926 tot oprichting van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. "
Art.5. Il est inséré un titre IX dans la loi du 21 mars 1991 précitée, rédigé comme suit :
  " Titre IX. - Nouvelle S.N.C.B.
  CHAPITRE Ier. - Objet et missions de service public.
  Art. 216. La Nouvelle S.N.C.B. est une entreprise publique autonome ayant la forme d'une société anonyme de droit public. Elle relève du ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions.
  Art. 217. La nouvelle S.N.C.B. a pour objet :
  1° le transport de voyageurs et de marchandises par chemin de fer;
  2° le transport de marchandises en général et les services de logistique y relatifs;
  3° l'acquisition, la construction, l'entretien, la gestion et le financement de matériel roulant ferroviaire.
  La Nouvelle S.N.C.B. peut, par elle-même ou par voie de participation à des organismes existants ou à créer, belges, étrangers ou internationaux, faire toutes opérations commerciales, industrielles ou financières se rapportant directement ou indirectement, en tout ou en partie, a son objet social ou qui seraient susceptibles d'en faciliter ou d'en favoriser la réalisation ou le développement, y compris la constitution de sûretés pour dettes de sociétés liées ou avec lesquelles il existe un lien de participation.
  Sont notamment considérées comme susceptibles de favoriser la réalisation ou le développement de l'objet social, la fabrication et la vente de biens ou services ayant trait directement ou indirectement à l'activité ferroviaire.
  Art. 218. Les missions de service public de la Nouvelle S.N.C.B. comprennent :
  1° le transport intérieur de voyageurs assuré par les trains du service ordinaire, ainsi que les dessertes intérieures par trains à grande vitesse;
  2° le transport transfrontalier de voyageurs, c'est-à-dire le transport assuré par les trains du service ordinaire pour la partie du trajet national non couverte au titre du 1° et jusqu'aux gares situées sur les réseaux voisins définies dans le contrat de gestion;
  3° les prestations que la Nouvelle S.N.C.B. est tenue de fournir pour les besoins de la Nation.
  Art. 219. § 1er. Le conseil d'administration de la Nouvelle S.N.C.B. établit le plan d'entreprise visé à l'article 26 pour la durée du contrat de gestion et l'adapte chaque annee. Ce plan énonce les objectifs et la stratégie de l'entreprise en tenant compte des objectifs de mobilité fixés par le Conseil des Ministres.
  § 2. Le plan d'entreprise contient obligatoirement :
  1° la structure et les caractéristiques de l'offre de transport sur le réseau ferroviaire et les points d'accueil;
  2° les investissements dans du matériel roulant et dans les zones d'accueil des voyageurs dans les gares, ainsi que les moyens de financement de ces investissements;
  3° les prévisions en matière de besoins en personnel;
  4° l'évolution des comptes d'exploitation traduits dans un plan financier;
  5° la description des conditions générales d'exploitation relatives aux secteurs d'activité qui ne relèvent pas des missions de service public de la Nouvelle S.N.C.B..
  § 3. Le plan d'entreprise et ses adaptations annuelles sont communiqués au ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions. Par dérogation à l'article 26, alinéa 2, les éléments visés au § 2, 1° à 4°, en tant que partie nécessaire à l'exécution des missions de service public de la Nouvelle S.N.C.B., sont approuvés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, après consultation de la Societé nationale des Chemins de fer belges (ci-après dénommée la " S.N.C.B. ").
  § 4. Le plan d'entreprise est une condition préalable à la conclusion du contrat de gestion. En cas de renouvellement du contrat de gestion, le plan est établi au plus tard douze mois avant l'expiration du contrat de gestion en cours. L'article 3, § 2, 9°, n'est pas applicable.
  § 5. La Nouvelle S.N.C.B. établit un plan de transport en exécution du contrat de gestion. Toute modification significative à ce plan est soumise à l'approbation du Conseil des Ministres.
  CHAPITRE II. - Dispositions financières et comptables.
  Art. 220. L'article 40, § 2, n'est pas applicable à la Nouvelle S.N.C.B..
  Art. 221. § 1er. Le présent article transpose l'article 9(4) de la directive 91/440/CEE du Conseil du 29 juillet 1991 relative au développement de chemins de fer communautaires, inséré par la directive 2001/12/CE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2001.
  § 2. Sans préjudice de l'article 27, § 1er, la Nouvelle S.N.C.B. tient, dans sa comptabilité interne, des comptes séparés pour ses activités relatives au transport de marchandises par chemin de fer. Les comptes annuels de la Nouvelle S.N.C.B. reprennent, dans leur annexe, un bilan et un compte de résultats séparés pour ces activités.
  § 3. Les contributions versées aux activités relatives à la fourniture de services de transport de voyageurs au titre des missions de service public doivent figurer séparément dans les comptes correspondants et ne peuvent pas être transférées aux activités relatives à la fourniture d'autres services de transport ou à toute autre activité.
  CHAPITRE III. - Gestion.
  Art. 222. Les articles 18 à 23 ne sont pas applicables à la Nouvelle S.N.C.B..
  Art. 223. § 1er. Le conseil d'administration est composé de dix membres au plus, en ce compris l'administrateur délégué. Le nombre d'administrateurs est fixé par les statuts.
  Un tiers des administrateurs au moins doivent être de sexe différent que les autres administrateurs.
  § 2. Les administrateurs sont nommés par l'assemblée générale des actionnaires.
  Si l'Etat détient des actions de la Nouvelle S.N.C.B., le Roi nomme, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, un nombre d'administrateurs proportionnel aux droits de vote attachés aux actions détenues par l'Etat. Les autres administrateurs sont ensuite nommés par les autres actionnaires.
  Les administrateurs sont choisis en fonction de la complémentarité de leurs compétences telles que l'analyse financière, la gestion comptable, les aspects juridiques, la connaissance du secteur du transport, l'expertise en matière de mobilité, la gestion du personnel et les relations sociales.
  Les administrateurs sont nommés pour un terme de six ans et sont rééligibles. Les administrateurs nommés par le Roi ne peuvent être révoqués que par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  § 3. En cas de vacance d'un mandat d'administrateur, les administrateurs restants ont le droit d'y pourvoir provisoirement jusqu'à ce qu'une nomination définitive intervienne conformément au § 2.
  § 4. Le Roi nomme, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le président du conseil d'administration parmi les administrateurs. Le président du conseil d'administration appartient à un autre rôle linguistique que l'administrateur delégué.
  En cas de partage des voix au sein du conseil d'administration, la voix du président est prépondérante.
  Le président peut, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures de la Nouvelle S.N.C.B.. Il peut requérir des membres du comité de direction, des agents et des préposés de la Nouvelle S.N.C.B. toutes les explications ou informations et procéder à toutes les vérifications qui lui paraissent nécessaires pour l'exécution de son mandat. Il peut se faire assister par un expert, aux frais de la société.
  Art. 224. § 1er. Le comité de direction est chargé de la gestion journalière et de la représentation en ce qui concerne cette gestion, de même que de l'exécution des décisions du conseil d'administration.
  Les membres du comité de direction forment un collège.
  Ils peuvent se répartir les tâches. Sous réserve des compétences qui lui sont réservées par la présente loi en tant que collège, le comité de direction peut déléguer certaines de ses compétences à un ou plusieurs de ses membres ou à des membres du personnel. Il peut en autoriser la subdélégation. Il informe le conseil d'administration des délégations accordées en vertu du présent alinéa.
  § 2. Le comité de direction est présidé par l'administrateur délégué. Le conseil d'administration fixe le nombre des autres membres du comité de direction et nomme ceux-ci sur proposition de l'administrateur délégué et après avis du comité de nominations et de rémunération.
  Les membres du comité de direction autres que l'administrateur délégué sont révoqués par le conseil d'administration.
  Tous les membres du comité de direction remplissent au sein de la Nouvelle S.N.C.B. des fonctions de plein exercice. A l'exception de l'administrateur délégué, ils ne peuvent avoir la qualité d'administrateur de la Nouvelle S.N.C.B..
  § 3. L'administrateur délégué est nommé par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, pour un terme renouvelable de six ans. Il est révoqué par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  § 4. La Nouvelle S.N.C.B. est valablement représentée à l'égard des tiers et en justice par l'administrateur délégué et le directeur général désigné à cet effet par le conseil d'administration, agissant conjointement.
  Tous les actes de gestion ou qui engagent la société sont signes conjointement par l'administrateur delégué et le directeur général désigné à cet effet par le conseil d'administration. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les actes dont le mode d'approbation déroge au présent § 4.
  L'administrateur délégué appartient à un rôle linguistique différent de celui du directeur général.
  Art. 225. Dans le cadre de l'exercice de leur mandat et au regard des intérêts de la société, les membres des organes de la Nouvelle S.N.C.B. sont tenus à un devoir de discrétion.
  Art. 226. § 1er. L'assemblée générale détermine la rémunération des membres du conseil d'administration sur proposition du comité de nominations et de rémunération. L'assemblée tient compte à cette fin de la prestation des mandataires eu égard notamment à leur participation dans les comités prévus par la loi et aux objectifs de l'entreprise.
  § 2. Les droits, y compris la rémunération, et obligations de l'administrateur délégué et des autres membres du comité de direction, d'une part, et de la Nouvelle S.N.C.B., d'autre part, sont réglés dans une convention particulière entre les parties. Lors de la négociation de cette convention, la Nouvelle S.N.C.B. est représentée par son conseil d'administration à l'exclusion de l'administrateur délegué. Conformément à l'article 228, § 2, alinéa 2, le conseil d'administration recueille les propositions du comité de nominations et de rémunération quant à la rémunération et aux avantages à accorder à l'administrateur délégué et aux autres membres du comité de direction.
  L'administrateur délégué ou le membre du comité de direction qui, au moment de sa nomination, se trouve dans un lien statutaire avec l'Etat ou toute autre personne de droit public relevant de l'Etat est mis de plein droit en congé pour mission selon les dispositions du statut en question pour toute la durée du mandat de l'intéressé auprès de la Nouvelle S.N.C.B.. Toutefois, durant cette période, il garde ses titres à la promotion et à l'avancement de traitement.
  Lorsque l'administrateur délégué ou un membre du comité de direction se trouve, au moment de sa nomination, dans un lien contractuel avec l'Etat ou avec toute autre personne de droit public relevant de l'Etat, le contrat concerné est suspendu de plein droit pour toute la durée du mandat de l'intéressé auprès de la Nouvelle S.N.C.B.. Toutefois, durant cette période, il garde ses titres à l'avancement de traitement.
  § 3. Les rémunérations visées aux §§ 1er et 2 sont à charge de la Nouvelle S.N.C.B.. Si les rémunérations concernées comportent un élément variable, l'assiette ne peut comprendre des éléments ayant le caractère de charge d'exploitation.
  Art. 227. § 1er. Le conseil d'administration peut constituer en son sein un comité d'audit. Le cas échéant, ce comité est établi conformément aux dispositions des §§ 2 et 3.
  § 2. Le comité d'audit est composé d'au moins trois administrateurs autres que l'administrateur délégué, qui sont nommés par le conseil d'administration. Ce comité compte autant de membres d'expression française que d'expression néerlandaise, le président du conseil éventuellement excepté.
  Le comité d'audit peut inviter à ses réunions l'administrateur délégué, qui y siège avec voix consultative. Le commissaire du Gouvernement participe également avec voix consultative aux réunions de ce comité.
  § 3. Le comité d'audit assume les tâches que lui confie le conseil d'administration. En outre, il a pour mission d'assister le conseil d'administration par l'examen des informations financieres, notamment les comptes annuels, le rapport de gestion et les rapports intermediaires. Il s'assure également de la fiabilité et de l'intégrité des rapports financiers en matière de gestion des risques.
  Au moins quatorze jours avant la réunion au cours de laquelle il établit les comptes annuels, le conseil d'administration soumet ces comptes à l'avis du comité d'audit.
  Art. 228. § 1er. Le conseil d'administration constitue en son sein un comité de nominations et de rémunération.
  Le comité de nominations et de rémunération est composé de quatre administrateurs, dont le président du conseil d'administration, qui le préside, et l'administrateur délégué. Le conseil d'administration nomme les autres membres de ce comité. Celui-ci compte autant de membres d'expression française que d'expression néerlandaise.
  § 2. Le comité de nominations et de remunération rend un avis conformément à l'article 224, § 2, premier alinéa, sur les candidatures proposées par l'administrateur délégué en vue de la nomination des membres du comité de direction.
  Le conseil d'administration détermine, sur proposition du comité de nominations et de rémunération, la rémunération et les avantages accordés aux membres du comité de direction. Le comité suit ces questions de manière continue.
  Art. 229. § 1er. Sans préjudice des autres limitations prévues par ou en vertu de la loi ou dans les statuts de la Nouvelle S.N.C.B., le mandat de membre du conseil d'administration ou du comité de direction est incompatible avec le mandat ou les fonctions de :
  1° membre du Parlement européen;
  2° membre des Chambres législatives;
  3° ministre ou secrétaire d'Etat;
  4° membre du Conseil ou du Gouvernement d'une Communauté ou d'une Région;
  5° gouverneur d'une province ou membre de la députation permanente d'un conseil provincial.
  En outre, les administrateurs autres que l'administrateur délégué ne peuvent pas être membres du personnel de la Nouvelle S.N.C.B. au sens de l'article 232, § 1er.
  Les membres du comité de direction ne peuvent pas être bourgmestre, échevin ou président d'un centre public d'aide sociale.
  § 2. Lorsqu'un des membres du conseil d'administration ou du comité de direction contrevient aux dispositions du § 1er, il est tenu de se démettre des mandats ou fonctions en question dans un délai de trois mois. S'il ne le fait pas, il est réputé, à l'expiration de ce délai, s'être démis de plein droit de son mandat auprès de la Nouvelle S.N.C.B., sans que cela ne porte préjudice à la validité juridique des actes qu'il a accomplis ou des délibérations auxquelles il a pris part pendant la période concernée.
  Art. 230. § 1er. La Nouvelle S.N.C.B. est soumise au contrôle du ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions. Ce contrôle est exercé à l'intervention d'un commissaire du Gouvernement, nommé et révoqué par le Roi sur la proposition du ministre.
  Le ministre peut désigner un suppléant pour le cas d'empêchement éventuel du commissaire du Gouvernement ou pour l'assister dans sa mission.
  Le Roi règle l'exercice des missions du commissaire du Gouvernement et sa rémunération. Cette rémunération est à charge de la Nouvelle S.N.C.B..
  § 2. Le commissaire du Gouvernement veille au respect de la loi, des statuts et du contrat de gestion. Il veille à ce que la politique de la Nouvelle S.N.C.B., en particulier celle menée en exécution de l'article 13, ne porte pas préjudice à la mise en oeuvre des missions de service public.
  Le commissaire du Gouvernement fait rapport au ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions. Il fait rapport au ministre du budget sur toutes les décisions du conseil d'administration ou du comité de direction qui ont une incidence sur le budget général des dépenses de l'Etat.
  § 3. Le commissaire du Gouvernement est invité à toutes les réunions du conseil d'administration et du comité de direction et y siège avec voix consultative. Il peut, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures de la Nouvelle S.N.C.B.. Il peut requérir des administrateurs, membres du comité de direction, agents et préposés de la Nouvelle S.N.C.B. toutes les explications ou informations et procéder a toutes les vérifications qui lui paraissent nécessaires à l'exécution de sa mission.
  La Nouvelle S.N.C.B. met à la disposition du commissaire du Gouvernement les ressources humaines et matérielles nécessaires à l'exécution de sa mission.
  § 4. Le commissaire du Gouvernement introduit, dans un délai de quatre jours francs, un recours auprès du ministre qui a les entreprises publiques dans attributions, contre toute décision du conseil d'administration ou du comité de direction qu'il estime contraire à la loi, aux statuts ou au contrat de gestion ou susceptible de porter préjudice à la mise en oeuvre des missions de service public de la Nouvelle S.N.C.B.. Le recours est suspensif.
  Le délai visé au premier alinéa court à partir du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du Gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en a reçu connaissance. Lorsqu'il est recouru à la procédure écrite prévue à l'article 521, alinéa 2, du Code des sociétés, le délai court à partir du jour où le commissaire du Gouvernement a reçu connaissance de la décision ainsi adoptée.
  Le ministre peut annuler la décision en question dans un délai de huit jours francs à compter du même jour que le délai visé au premier alinéa. Il notifie l'annulation à l'organe de gestion concerné. Si, dans le délai précité, le ministre n'a pas prononcé l'annulation, la décision devient définitive, sans préjudice des dispositions du dernier alinéa.
  En cas d'incidence sur le budget général des dépenses de l'Etat, le ministre demande l'accord du ministre du budget. A défaut d'accord entre ces deux ministres dans le délai de huit jours francs visé à l'alinéa 3, il est statué dans un délai de trente jours francs à compter du même jour que le délai visé au premier alinéa, selon la procédure fixée par le Roi.
  § 5. Chaque année, le conseil d'administration fait rapport au ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions de l'accomplissement par la Nouvelle S.N.C.B. de ses tâches de service public.
  Chaque année, le ministre fait rapport aux Chambres législatives sur l'application du présent titre.
  CHAPITRE IV. - Comité d'orientation.
  Art. 231. § 1er. Il est créé un comité d'orientation au sein de la Nouvelle S.N.C.B.. Ce comité est composé de six représentants de la Nouvelle S.N.C.B. et de six représentants des sociétés regionales de transport. Ces derniers sont nommés selon les modalités fixées dans un accord de coopération avec les Régions.
  § 2. Le comité d'orientation, de sa propre initiative ou à la demande du conseil d'administration, rend des avis au sujet de toute mesure susceptible d'influencer la coopération avec les sociétés régionales de transport. Si le conseil d'administration souhaite s'écarter de l'avis du comité, il motive sa position.
  CHAPITRE V. - Personnel.
  Art. 232. § 1er. La Nouvelle S.N.C.B. dispose du personnel necessaire à l'accomplissement de ses missions, mis à sa disposition par la S.N.C.B.. Le statut du personnel de la S.N.C.B., y compris le statut syndical, reste applicable à ce personnel. Toutefois, pendant la période de sa mise à disposition, ce personnel se trouve sous l'autorité de la Nouvelle S.N.C.B..
  Les conditions et modalités de la mise à disposition du personnel en vertu du premier alinéa sont fixées dans une convention à conclure entre la S.N.C.B. et la Nouvelle S.N.C.B.. Cette convention ainsi que toute modification à celle-ci doivent recueillir l'accord préalable de la Commission paritaire nationale visée à l'article 233, statuant à la majorité des deux tiers des voix exprimées.
  § 2. Le chapitre III de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs ne s'applique pas à la mise à disposition de personnel visée au § 1er.
  Art. 233. Par dérogation à l'article 30, § 1er, les compétences attribuées par le titre Ier, chapitre VIII à la commission paritaire de l'entreprise en question sont exercées par la Commission paritaire nationale visée à l'article 13 de la loi du 23 juillet 1926 créant la Société nationale des Chemins de fer belges. "
Art.6. Vanaf 1 januari 2005 neemt de N.M.B.S. de naam " N.M.B.S. Holding " aan en neemt Nieuwe N.M.B.S. de naam " Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ", afgekort " N.M.B.S. ", aan.
  Op dezelfde datum wordt de eerste zin van artikel 216 van voornoemde wet van 21 maart 1991, ingevoegd bij dit besluit, vervangen door de volgende zin :
  " De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, afgekort N.M.B.S., is een autonoom overheidsbedrijf met de rechtsvorm van een naamloze vennootschap van publiek recht. "
  Op dezelfde datum worden in de andere bepalingen van de titels VIII en IX van dezelfde wet, de woorden " Nieuwe N.M.B.S. " vervangen door het woord " N.M.B.S. " en worden de woorden " Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " en " N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.6. Dès le 1er janvier 2005, la S.N.C.B. adopte la dénomination " S.N.C.B. Holding " et la Nouvelle S.N.C.B. adopte la denomination " Société nationale des Chemins de fer belges ", en abrégé " S.N.C.B. ".
  A la même date, la première phrase de l'article 216 de la loi du 21 mars 1991 précitée, inséré par le présent arrêté, est remplacée par la phrase suivante :
  " La Société nationale des Chemins de fer belges, en abrégé S.N.C.B., est une entreprise publique autonome ayant la forme d'une société anonyme de droit public. "
  A la même date, dans les autres dispositions des titres VIII et IX de la même loi, les mots " Nouvelle S.N.C.B. " sont remplacés par le mot " S.N.C.B. ", et les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " et " S.N.C.B. " sont remplacés par le mots " S.N.C.B. Holding ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions modificatives et abrogatoires.
Art.7. § 1. In de artikelen 2, tweede lid, 3, 5, en 6, derde lid, van de wet van 25 juli 1891 houdende herziening der wet van 15 april 1843 op de politie der spoorwegen, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991, worden de woorden " van de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " van Infrabel ".
  § 2. In de artikelen 4, eerste lid, 7, derde lid, en 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991, worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door het woord " Infrabel ".
  § 3. In artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 3 mei 1999 en gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 2002 en 9 juli 2004, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
  § 4. In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 3 mei 1999, worden de woorden " de N.M.B.S.-bedienden " vervangen door de woorden " de bedienden van N.M.B.S. Holding en de personeelsleden van spoorwegondernemingen ".
  § 5. In artikel 15 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 3 mei 1999 en hersteld bij de wet van 9 juli 2004, worden de woorden " van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " van N.M.B.S. Holding, het Fonds voor Spoorweginfrastructuur, Infrabel of één of meer spoorwegondernemingen ".
Art.7. § 1er. Dans les articles 2, alinéa 2, 3, 5, et 6, alinéa 3, de la loi du 25 juillet 1891 révisant la loi du 15 avril 1843 sur la police des chemins de fer, modifiés par la loi du 21 mars 1991, les mots " de la S.N.C.B. " sont remplacés par les mots " d'Infrabel ".
  § 2. Dans les articles 4, premier alinéa, 7, alinéa 3, et 8 de la même loi, modifiés par la loi du 21 mars 1991, les mots " la S.N.C.B. " sont remplacés par le mot " Infrabel ".
  § 3. Dans l'article 10, premier alinea, de la même loi, remplacé par la loi du 3 mai 1999 et modifié par les lois des 2 août 2002 et 9 juillet 2004, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
  § 4. Dans l'article 12 de la même loi, modifié par la loi du 3 mai 1999, les mots " des agents de la S.N.C.B. " sont remplacés par les mots " des agents de la S.N.C.B. Holding et des membres du personnel d'entreprises ferroviaires ".
  § 5. Dans l'article 15 de la même loi, abrogé par la loi du 3 mai 1999 et rétabli par la loi du 9 juillet 2004, les mots " de la Sociéte nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " de la S.N.C.B. Holding, du Fonds de l'infrastructure ferroviaire, d'Infrabel ou d'une ou plusieurs entreprises ferroviaires ".
Art.8. § 1. Het opschrift van de wet van 23 juli 1926 tot oprichting van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, wordt vervangen als volgt : " wet van 23 juli 1926 betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen ".
  § 2. Artikel 1bis van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 452 van 29 augustus 1986 en vervangen bij de wet van 21 maart 1991, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 1bis. De vennootschap heeft tot doel :
  1° deelnemingen te verwerven, aan te houden en te beheren in Belgische of buitenlandse vennootschappen of verenigingen waarvan de activiteit zich geheel of gedeeltelijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, situeert op het vlak van het vervoer per spoor van reizigers of goederen, van het vervoer van goederen in het algemeen en de logistieke diensten die daarop betrekking hebben, of van de verwerving, de bouw, het onderhoud, het beheer of de financiering van spoorweginfrastructuur of rollend spoorwegmaterieel, en alle verrichtingen te verwezenlijken die rechtstreeks of onrechtstreeks met deze deelnemingen verband houden;
  2° alle activiteiten uit te oefenen inzake coördinatie, financiering en ondersteuning van verbonden vennootschappen of vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, met inbegrip van de terbeschikkingstelling van personeel aan deze vennootschappen en het stellen van zekerheden voor hun schulden;
  3° activiteiten uit te oefenen inzake veiligheid en bewaking op het gebied van de spoorwegen;
  4° stations en hun aanhorigheden te verwerven, te bouwen, te onderhouden, te beheren en uit te baten;
  5° informatiesystemen en telecommunicatienetwerken te verwerven, te ontwikkelen, te onderhouden, te beheren en uit te baten en, in het algemeen, haar onroerend en roerend patrimonium te valoriseren;
  6° alle andere activiteiten op het gebied van de spoorwegen uit te oefenen die een meerwaarde voor haar groep kunnen creëren.
  De vennootschap mag, in Belgiè en in het buitenland, alle handelingen stellen en verrichtingen doen die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van haar doel. "
  § 3. Artikel 2, eerste lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
  " De vennootschap draagt de naam N.M.B.S. Holding'. "
  § 4. In artikel 4, zesde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 september 1992, worden de woorden " kan de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " kan N.M.B.S. Holding of, in voorkomend geval, Infrabel ".
  § 5. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1962, 21 april 1965, 10 oktober 1967 en 21 maart 1991 en het koninklijk besluit van 30 september 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden " door de Voorzitter van de Raad van bestuur, de raad van beheer, het directiecomité of de gewestelijke commissies, waarvan hieronder sprake is " vervangen door de woorden " door de raad van bestuur, de voorzitter van de raad of het directiecomité van N.M.B.S. Holding, door de gewestelijke commissies bedoeld in het tweede lid of door de raad van bestuur of het directiecomité van Infrabel of van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ";
  2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden " van N.M.B.S. Holding, Infrabel of de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " ingevoegd tussen de woorden " het directiecomité " en " meent ";
  3° het zesde lid wordt vervangen als volgt :
  " N.M.B.S. Holding, Infrabel en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen zijn onderworpen aan het gemeen recht wat de arbeidsduur en de vrijheid van vereniging betreft ";
  4° in het zevende lid worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
  § 6. In artikel 13bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 1°, worden de woorden " van de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " van N.M.B.S. Holding ";
  2° de bepaling onder 3° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " 3° drie leden worden benoemd door de raad van bestuur van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ".
  § 7. In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1960, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
  § 8. Artikel 15 van dezelfde wet wordt opgeheven.
  § 9. In artikel 17 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1960, worden de woorden " of door haar toedoen " vervangen door de woorden " of Infrabel, of door hun toedoen ".
Art.8. § 1er. L'intitulé de la loi du 23 juillet 1926 créant la Société nationale des Chemins de fer belges, est remplacé par l'intitule suivant : " loi du 23 juillet 1926 relative à la S.N.C.B. Holding et à ses sociétés liées ".
  § 2. L'article 1erbis de la même loi, modifié par l'arrêté royal n° 452 du 29 août 1986 et remplacé par la loi du 21 mars 1991, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 1erbis. La société a pour objet :
  1° d'acquérir, de détenir et de gérer des participations dans des sociétés ou associations, belges ou étrangères, dont l'activité se situe, en tout ou en partie, directement ou indirectement, dans les domaines du transport ferroviaire de voyageurs ou de marchandises, du transport de marchandises en général et des services de logistique y relatifs, ou de l'acquisition, de la construction, de l'entretien, de la gestion ou du financement d'infrastructures ou de matériel roulant ferroviaires, et de réaliser toutes opérations liées, directement ou indirectement, à ces participations;
  2° d'exercer toutes activités de coordination, de financement et de support pour des sociétés liées ou avec lesquelles il existe un lien de participation, y compris la mise à disposition de personnel à ces sociétés et la constitution de sûretés pour dettes de celles-ci;
  3° d'exercer des activités de sécurité et de gardiennage dans le domaine ferroviaire;
  4° d'acquérir, de construire, d'entretenir, de gérer et d'exploiter des gares et leurs dépendances;
  5° d'acquérir, de développer, d'entretenir, de gérer et d'exploiter des ressources informatiques et des réseaux de télécommunication et, de manière générale, de valoriser son patrimoine immobilier et mobilier;
  6° d'exercer toutes autres activités dans le domaine ferroviaire qui sont susceptibles de créer une valeur ajoutée pour son groupe.
  La société peut, en Belgique comme à l'étranger, accomplir tous actes et opérations nécessaires ou utiles à la réalisation de son objet. "
  § 3. L'article 2, premier alinéa, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " La société est dénommée S.N.C.B. Holding'. "
  § 4. Dans l'article 4, alinéa 6, modifié par l'arrêté royal du 30 septembre 1992, les mots " la S.N.C.B. peut " sont remplacés par les mots " la S.N.C.B. Holding ou, le cas échéant, Infrabel peuvent ".
  § 5. A l'article 13 de la même loi, modifié par les lois des 4 juillet 1962, 21 avril 1965, 10 octobre 1967 et 21 mars 1991 et l'arrêté royal du 30 septembre 1992, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, 1°, les mots " par le Président du Conseil d'administration, le conseil d'administration, le Comité de direction ou les commissions régionales dont il est question ci-après " sont remplacés par les mots " par le conseil d'administration, le president du conseil ou le comité de direction de la S.N.C.B. Holding, par les commissions régionales visées à l'alinéa 2, ou par le conseil d'administration ou le comité de direction d'Infrabel ou de la Société nationale des Chemins de fer belges ";
  2° au premier alinéa, 2°, les mots " de la S.N.C.B. Holding, d'Infrabel ou de la Société nationale des Chemins de fer belges " sont insérés entre les mots " le comité de direction " et " estimeraient ";
  3° l'alinéa 6 est remplacé par la disposition suivante :
  " La S.N.C.B. Holding, Infrabel et la Société nationale des Chemins de fer belges sont soumises au droit commun quant à la durée de travail et la liberté d'association ";
  4° à l'alinéa 7, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
  § 6. A l'article 13bis de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 14 juin 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1°, les mots " de la S.N.C.B. " sont remplacés par les mots " de la S.N.C.B. Holding ";
  2° le 3° est remplacé par le texte suivant :
  " 3° trois membres sont nommés par le conseil d'administration de la Société nationale des Chemins de fer belges ".
  § 7. A l'article 14 de la même loi, modifié par la loi du 1er août 1960, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ";
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
  § 8. L'article 15 de la même loi est abrogée.
  § 9. Dans l'article 17 de la même loi, modifié par la loi du 1er août 1960, les mots " ou à son intervention " sont remplacés par les mots " ou Infrabel, ou à leur intervention ".
Art.9. In artikel 56undecies, eerste lid, b), van de gecoördineerde wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, ingevoegd bij de wet van 29 april 1996 en gewijzigd bij de wet van 10 juni 1998, en in artikel 57, eerste lid, 2°, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wetten van 27 maart 1951, 22 december 1989 en 30 december 2001, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ". In artikel 149, tweede lid, 1°, van dezelfde wetten worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.9. Dans l'article 56undecies, premier alinéa, b), des lois coordonnées du 19 décembre 1939 relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, inséré par la loi du 29 avril 1996 et modifié par la loi du 10 juin 1998, et dans l'article 57, premier alinéa, 2°, des mêmes lois, modifié par les lois des 27 mars 1951, 22 décembre 1989 et 30 décembre 2001, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ". Dans l'article 149, alinéa 2, 1°, des mêmes lois, les mots " Société nationale de Chemins de fer " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.10. In artikel 1, tweede lid, van de wet van 21 mei 1955 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor arbeiders worden de woorden " de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.10. Dans l'article 1er, alinéa 2, de la loi du 21 mai 1955 relative à la pension de retraite et de survie des ouvriers, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplaces par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.11. In de artikelen 1, tweede lid, en 11, § 2, van de wet van 12 juli 1957 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor bedienden worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.11. Dans les articles 1er, alinéa 2, et 11, § 2, de la loi du 12 juillet 1957 relative à la pension de retraite et de survie des employés, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.12. In artikel 115, zesde lid, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, gewijzigd bij de wet van 21 mei 1991, en in artikel 117, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 maart 2001, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.12. Dans l'article 115, alinéa 6, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, modifié par la loi du 21 mai 1991, et dans l'article 117, § 2, premier alinéa, de la même loi, modifié par la loi du 30 mars 2001, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.13. In artikel 1, 1°, van de wet van 12 februari 1963 betreffende de inrichting van een ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten behoeve van de vrijwillig verzekerden worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.13. Dans l'article 1er, 1°, de la loi du 12 février 1963 relative à l'organisation d'un régime de pension de retraite et de survie au profit des assurés libres, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.14. In de artikelen 3bis en 18, laatste lid, van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.14. Dans les articles 3bis et 18, dernier alinéa, de la loi du 25 avril 1963 sur la gestion des organismes d'intérêt public de sécurité sociale et de prévoyance sociale, insérés par la loi du 29 décembre 1990, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.15. In artikel 1, eerste lid, e), van de wet van 4 juli 1966 houdende toekenning van een vakantiegeld en van een aanvullende toeslag bij het vakantiegeld aan de gepensioneerden van de openbare diensten worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.15. Dans l'article 1er, premier alinea, e), de la loi du 4 juillet 1966 accordant un pécule de vacances et un pécule complémentaire au pécule de vacances aux pensionnés des services publics, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.16. In artikel 2, eerste lid, van koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers worden de woorden " de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.16. Dans l'article 2, premier alinéa, de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.17. In artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 augustus 1968 tot vaststelling van een zeker verband tussen de pensioenstelsels van de openbare sector en die van de privé-sector, gewijzigd bij de wetten van 20 juni 1975, 25 januari 1999 en 3 februari 2003, en in de artikelen 4, § 1, en 11, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juni 1975 en 6 mei 2002, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.17. Dans l'article 1er, premier alinéa, de la loi du 5 août 1968 etablissant certaines relations entre les régimes de pensions du secteur public et ceux du secteur privé, modifié par les lois des 20 juin 1975, 25 janvier 1999 et 3 février 2003, et dans les articles 4, § 1er, et 11, § 1er, de la même loi, modifiés par les lois des 20 juin 1975 et 6 mai 2002, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.18. In artikel 10, eerste lid, van de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1991, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.18. Dans l'article 10, premier alinéa, de la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées, modifié par la loi du 20 juillet 1991, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.19. Artikel 2, § 1, tweede lid, c), van de gecoördineerde wetten van 3 juni 1970 betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990, wordt vervangen door de volgende tekst :
  " c) de personen die zich in een statutair verband bevinden met N.M.B.S. Holding ".
Art.19. L'article 2, § 1er, alinéa 2, c), des lois coordonnées du 3 juin 1970 relatives à la réparation des dommages résultant des maladies professionnelles, inséré par la loi du 29 décembre 1990, est remplacé par le texte suivant :
  " c) aux personnes qui se trouvent dans un lien statutaire avec la S.N.C.B. Holding ".
Art.20. Artikel 4, 3°, van de wet van 10 april 1971 op de arbeidsongevallen, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990, wordt vervangen door de volgende tekst :
  " 3° de personen die zich in een statutair verband bevinden met N.M.B.S. Holding ".
Art.20. L'article 4, 3°, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, inséré par la loi du 29 décembre 1990, est remplacé par le texte suivant :
  " 3° aux personnes qui se trouvent dans un lien statutaire avec la S.N.C.B. Holding ".
Art.21. In artikel 4, § 1, c), van de wet van 24 juli 1973 tot instelling van een verplichte avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening worden de woorden " de stationsgebouwen van de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " de spoorwegstations ".
Art.21. Dans l'article 4, § 1er, c), de la loi du 24 juillet 1973 instaurant la fermeture obligatoire du soir dans le commerce, l'artisanat et les services, les mots " les gares de la S.N.C.B. " sont remplacés par les mots " les gares ferroviaires ".
Art.22. § 1. Artikel 1, § 3, 1°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel wordt vervangen door de volgende tekst :
  " 1° N.M.B.S. Holding ".
  § 2. In artikel 8, § 1, 1°, c), van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 21 maart 1991, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.22. § 1er. L'article 1er, § 3, 1°, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités est remplacé par le texte suivant :
  " 1° la S.N.C.B. Holding ".
  § 2. Dans l'article 8, § 1er, 1°, c), de la même loi, remplacé par la loi du 21 mars 1991, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.23. In artikel 38, § 3bis, zesde lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, ingevoegd bij koninklijk besluit nr. 401 van 18 april 1986, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.23. Dans l'article 38, § 3bis, alinéa 6, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, inséré par l'arrêté royal n° 401 du 18 avril 1986, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.24. In artikel 10, § 1, eerste lid, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991 en het koninklijk besluit van 18 februari 1997, worden de woorden " N.M.B.S. Holding, Infrabel " ingevoegd tussen de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " en de woorden " de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen ".
Art.24. Dans l'article 10, § 1er, premier alinéa, de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs, modifié par la loi du 21 mars 1991 et l'arrêté royal du 18 février 1997, les mots " la S.N.C.B. Holding, Infrabel " sont insérés entre les mots " la Société nationale des Chemins de fer belges " et les mots " la Société nationale des Chemins de fer vicinaux ".
Art.25. In artikel 3, § 1, eerste lid, a), derde gedachtestreepje, van de wet van 20 juli 1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.25. Dans l'article 3, § 1er, premier alinéa, a), troisième tiret, de la loi du 20 juillet 1990 instaurant un âge flexible de la retraite pour les travailleurs salariés et adaptant les pensions des travailleurs salariés à l'évolution du bien-être général, modifié par la loi du 29 décembre 1990, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.26. In het opschrift van afdeling 2 van titel VI, hoofdstuk I, en artikel 205 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.26. Dans l'intitulé de la section 2 du titre VI, chapitre Ier, et l'article 205 de la loi du 29 décembre 1990 portant des dispositions sociales, modifiés par la loi du 21 mars 1991, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.27. § 1. Artikel 1, § 4, 2°, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 september 1992, wordt vervangen als volgt :
  " 2° N.M.B.S. Holding, Infrabel en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ".
  § 2. Artikel 2, § 2, 2°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " 2° N.M.B.S. Holding ".
  § 3. Artikel 18, § 2, derde lid, van dezelfde wet, wordt opgeheven.
  § 4. In artikel 22, § 1, eerste lid, 6°, van dezelfde wet vervallen de woorden " deze laatste voorwaarde is niet van toepassing op de leden van de raad van bestuur van de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen ".
  § 5. In artikel 30, § 6, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen " worden vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ";
  2° de woorden " zoals gewijzigd door artikel 163 van deze wet " vervallen.
  § 6. In artikel 49 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, en § 3, tweede lid, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ";
  2° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " Bij N.M.B.S. Holding, Infrabel en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen oefent de Nationale Paritaire Commissie bedoeld in artikel 13 van de wet van 23 juli 1926 betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden uit ".
  § 7. Het opschrift van titel V van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : " N.M.B.S. Holding ".
  § 8. Artikel 155 van dezelfde wet wordt opgeheven.
  § 9. Artikel 156 van dezelfde wet, _ gewijzigd bij de wet van 22 maart 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 156. De opdrachten van openbare dienst van N.M.B.S. Holding omvatten :
  1° het aanhouden en beheer van haar deelnemingen in het kapitaal van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen en van Infrabel;
  2° de veiligheids- en bewakingsactiviteiten op het gebied van de spoorwegen;
  3° het verwerven, de bouw, het onderhoud en het beheer van de stations en hun aanhorigheden;
  4° de instandhouding van het historisch patrimonium betreffende de spoorwegexploitatie;
  5° de andere opdrachten van openbare dienst waarmee zij belast is door of krachtens de wet. "
  § 10. Artikel 157 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 157. De toelagen bedoeld in artikel 3, § 2, 4°, omvatten deze bedoeld in verordening (EEG) nr. 1192/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de normalisatie van de rekeningstelsels op het gebied van de spoorwegondernemingen. "
  § 11. De artikelen 158 tot 160 van dezelfde wet worden opgeheven.
  § 12. In artikel 161 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 5 februari 1997 en hersteld bij de wet van 22 maart 2002, worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
  § 13. Artikel 161bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002 en vervangen bij de wet van 22 december 2003, wordt opgeheven.
  § 14. In artikel 161ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002 en 9 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt aangevuld met het volgend lid :
  " Het auditcomité en het benoemings- en bezoldigingscomité tellen evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden ";
  2° in § 5, eerste lid, 2°, en tweede lid, en § 5bis, worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ";
  3° in § 6, eerste lid, wordt 1° opgeheven.
  § 15. Hoofdstuk IIIbis van titel V van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en bestaande uit de artikelen 161quater en 161quinquies, wordt opgeheven.
  § 16. In artikel 162 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 maart 2002, worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
  § 17. In artikel 162bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2 vervallen de eerste twee zinnen van het derde lid;
  2° in § 5, derde lid, worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding " en worden de twee laatste zinnen vervangen als volgt : " Hij kan zich laten bijstaan door een deskundige, op kosten van de vennootschap ";
  3° in § 6 worden de woorden de " N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
  § 18. In artikel 162ter, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002, worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
  § 19. In artikel 162quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste, zevende en achtste lid worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ";
  2° in het zesde lid vervalt de tweede zin.
  § 20. In de artikelen 162quinquies, 162sexies en 162nonies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002, worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
  § 21. In artikel 162decies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ";
  2° in het tweede lid worden 1° en 2° opgeheven;
  3° het derde en vierde lid worden opgeheven.
  § 22. Artikel 162undecies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002, wordt opgeheven.
Art.27. § 1er. L'article 1er, § 4, 2°, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, inséré par l'arrêté royal du 30 septembre 1992, est remplacé par le texte suivant :
  " 2° la S.N.C.B. Holding, Infrabel et la Société nationale des Chemins de fer belges ".
  § 2. L'article 2, § 2, 2°, de la même loi est remplacé par le texte suivant :
  " 2° la S.N.C.B. Holding ".
  § 3. L'article 18, § 2, alinéa 3, de la même loi est abrogé.
  § 4. Dans l'article 22, § 1er, premier alinéa, 6°, de la même loi, les mots " cette dernière incompatibilité n'est pas applicable aux membres du conseil d'administration de la Société nationale des Chemins de fer belges " sont supprimés.
  § 5. A l'article 30, § 6, de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ";
  2° les mots " tel que modifié par l'article 163 de la présente loi " sont supprimés.
  § 6. A l'article 49 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° aux § 1er, premier alinéa, et § 3, alinéa 2, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ";
  2° le § 1er, alinéa 2, est remplacé par la disposition suivante :
  " A la S.N.C.B. Holding, à Infrabel et à la Société nationale des Chemins de fer belges, la Commission paritaire nationale visée à l'article 13 de la loi du 23 juillet 1926 relative à la S.N.C.B. Holding et à ses sociétés liées exerce les compétences visées au premier alinéa ".
  § 7. L'intitulé du titre V de la même loi est remplacé par l'intitulé suivant : " S.N.C.B. Holding ".
  § 8. L'article 155 de la même loi est abrogé.
  § 9. L'article 156 de la même loi, modifié par la loi du 22 mars 2002, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 156. Les missions de service public de la S.N.C.B. Holding comprennent :
  1° la détention et la gestion de ses participations dans le capital de la Société nationale des Chemins de fer belges et d'Infrabel;
  2° les activités de sécurité et de gardiennage dans le domaine ferroviaire;
  3° l'acquisition, la construction, l'entretien et la gestion des gares et de leurs dépendances;
  4° la conservation du patrimoine historique relatif à l'exploitation ferroviaire;
  5° les autres missions de service public dont elle est chargée par ou en vertu de la loi. "
  § 10. L'article 157 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 157. Les subventions visées à l'article 3, § 2, 4°, comprennent celles visées au règlement (CEE) n° 1192/69 du Conseil du 26 juin 1969 relatif aux règles communes pour la normalisation des comptes des entreprises de chemin de fer. "
  § 11. Les articles 158 à 160 de la même loi sont abrogés.
  § 12. Dans l'article 161 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 5 février 1997 et retabli par la loi du 22 mars 2002, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding ".
  § 13. L'article 161bis de la même loi, inséré par la loi du 22 mars 2002, modifié par la loi du 24 décembre 2002 et remplacé par la loi du 22 décembre 2003, est abrogé.
  § 14. A l'article 161ter de la même loi, inséré par la loi du 22 mars 2002 et modifié par les lois des 24 décembre 2002 et 9 juillet 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2 est complété par l'alinéa suivant :
  " Le comité d'audit et le comité de nomination et de rémunération comptent autant de membres d'expression française que d'expression néerlandaise ";
  2° aux § 5, premier alinéa, 2°, et alinéa 2, et § 5bis, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding ";
  3° au § 6, premier alinéa, le 1° est abrogé.
  § 15. Le chapitre IIIbis du titre V de la même loi, inséré par la loi du 22 mars 2002 et comprenant les articles 161quater et 161quinquies, est abrogé.
  § 16. Dans l'article 162 de la même loi, remplacé par la loi du 22 mars 2002, le mot " S.N.C.B. " est remplace par les mots " S.N.C.B. Holding ".
  § 17. A l'article 162bis de la même loi, inséré par la loi du 22 mars 2002, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 2, les deux premières phrases de l'alinéa 3 sont supprimées;
  2° au § 5, alinéa 3, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding " et les deux dernières phrases sont remplacées par le texte suivant : " Il peut se faire assister par un expert, aux frais de la société ";
  3° au § 6, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding ".
  § 18. Dans l'article 162ter, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 24 décembre 2002, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding ".
  § 19. A l'article 162quater de la même loi, inséré par la loi du 22 mars 2002, sont apportées les modifications suivantes :
  1° aux premier alinéa et alinéas 7 et 8, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding ";
  2° à l'alinéa 6, la deuxième phrase est supprimée.
  § 20. Dans les articles 162quinquies, 162sexies et 162nonies de la même loi, insérés par la loi du 22 mars 2002, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding ".
  § 21. A l'article 162decies de la même loi, inséré par la loi du 22 mars 2002, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding ";
  2° à l'alinéa 2, les 1° et 2° sont abrogés;
  3° les alinéas 3 et 4 sont abrogés.
  § 22. L'article 162undecies de la même loi, inséré par la loi du 22 mars 2002, est abrogé.
Art.28. In artikel 68, § 6, eerste lid, 4°, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.28. Dans l'article 68, § 6, premier alinéa, 4°, de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplaces par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.29. In de artikelen 6 en 32, eerste lid, 10°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in artikel 118 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 december 1999, en in artikel 187 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 maart 1997, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.29. Dans les articles 6 et 32, premier alinéa, 10°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans l'article 118 de la même loi, modifié par la loi du 24 décembre 1999, et dans l'article 187 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 17 mars 1997, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.30. De wet van 17 maart 1997 betreffende de financiering van het HST-project, gewijzigd bij de wetten van 3 mei 1999, 2 januari 2001 en 22 december 2003, wordt opgeheven.
Art.30. La loi du 17 mars 1997 relative au financement du projet TGV, modifiée par les lois des 3 mai 1999, 2 janvier 2001 et 22 décembre 2003, est abrogée.
Art.31. In artikel 20, eerste lid, van de wet van 17 november 1998 houdende integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de rijkswacht worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.31. Dans l'article 20, premier alinéa, de la loi du 17 novembre 1998 portant intégration de la police maritime, de la police aéronautique et de la police des chemins de fer dans la gendarmerie, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.32. In artikel 12, eerste lid, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.32. Dans l'article 12, premier alinéa, de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes agées, les mots " Societé nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.33. In artikel 10, laatste lid, van de wet van 30 maart 2001 betreffende het pensioen van het personeel van de politiediensten en hun rechthebbenden, ingevoegd bij de wet van 3 februari 2003, worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.33. Dans l'article 10, dernier alinéa, de la loi du 30 mars 2001 relative à la pension du personnel des services de police et de leurs ayants droit, inséré par la loi du 3 février 2003, les mots " Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.34. In artikel 12, tweede lid, van de wet van 22 maart 2002 houdende wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, worden de woorden " de N.M.B.S. " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
Art.34. Dans l'article 12, alinéa 2, de la loi du 22 mars 2002 portant modification de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques economiques, le mot " S.N.C.B. " est remplacé par les mots " S.N.C.B. Holding ".
Art.35. Artikel 493 van de programmawet van 24 december 2002 wordt opgeheven.
Art.35. L'article 493 de la loi-programme du 24 décembre 2002 est abrogé.
Art.36. § 1. In artikel 48 van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur, vervangen bij het koninklijk besluit van 11 juni 2004, worden de woorden " een ontwerp van netverklaring " vervangen door de woorden " een netverklaring ".
  § 2. In artikel 98, eerste en derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " vervangen door de woorden " N.M.B.S. Holding ".
  § 3. Artikel 100, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 11 juni 2004, wordt vervangen als volgt :
  " De Minister oefent de bevoegdheden van de beheerder van de spoorweginfrastructuur bedoeld in de hoofdstukken VIII en IX uit tot 31 december 2004 ".
Art.36. § 1er. Dans l'article 48 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 relatif aux conditions d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire, remplacé par l'arrêté royal du 11 juin 2004, les mots " un projet de document de référence du réseau " sont remplacés par les mots " le document de référence du réseau ".
  § 2. Dans l'article 98, premier et troisième alinéas, du même arrêté, les mots " Sociéte nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " S.N.C.B. Holding ".
  § 3. L'article 100, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 11 juin 2004, est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Ministre exerce les pouvoirs du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire dans les matières visées aux chapitres VIII et IX jusqu'au 31 décembre 2004 ".
Art.37. § 1. In artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot hervorming van de beheersstructuren van de spoorweginfrastructuur worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " Uiterlijk op 15 november 2004 " vervangen door de woorden " Uiterlijk op 30 november 2004 ";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " Indien de activa bedoeld in § 1, 2°, zakelijke rechten op onroerende goederen omvatten, worden deze beschreven in een bijzondere afdeling van de lijst van activa. Deze lijst geldt als akte tot overdracht of vestiging van die rechten. De bijzondere afdeling van de lijst wordt overgeschreven in het daartoe bestemd register op elk kantoor van bewaring der hypotheken in wiens ambtsgebied de betrokken onroerende goederen zijn gelegen. De termijn voor de overschrijving loopt vanaf 1 januari 2005. "
  § 2. In artikel 3, § 5, tweede lid, van hetzelfde besluit vervalt de laatste zin.
  § 3. In artikel 5 van hetzelfde besluit, in zoverre het een nieuw artikel 199 in voornoemde wet van 21 maart 1991 invoegt, wordt artikel 199, § 1, 1°, vervangen door de volgende tekst :
  " 1° het verwerven, de bouw, de vernieuwing, het onderhoud en het beheer van de spoorweginfrastructuur ".
  § 4. In artikel 5 van hetzelfde besluit, in zoverre het een nieuw artikel 200 in voornoemde wet van 21 maart 1991 invoegt, wordt artikel 200, § 5, aangevuld als volgt : " Artikel 3, § 2, 9°, is niet van toepassing. "
  § 5. In artikel 5 van hetzelfde besluit, in zoverre het een nieuw artikel 207 in voornoemde wet van 21 maart 1991 invoegt, worden aan artikel 207 de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid, wordt aangevuld als volgt : " Het aantal bestuurders wordt bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad ";
  2° in § 2 vervallen in de eerste zin van het derde lid de woorden " met dien verstande dat de helft van de oorspronkelijke bestuurders worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van drie jaar ";
  3° § 4, derde lid, wordt aangevuld als volgt : " Hij kan zich laten bijstaan door een deskundige, op kosten van de vennootschap ".
  § 6. In artikel 5 van hetzelfde besluit, in zoverre het een nieuw artikel 208 in voornoemde wet van 21 maart 1991 invoegt, wordt artikel 208 aangevuld met de volgende bepaling :
  " § 4. Infrabel wordt geldig vertegenwoordigd jegens derden en in rechte door de gedelegeerd bestuurder en de daartoe door de raad van bestuur aangewezen algemeen directeur, die gezamenlijk optreden. "
  Alle akten van bestuur of akten die de vennootschap verbinden, worden gezamenlijk ondertekend door de gedelegeerd bestuurder en de daartoe door de raad van bestuur aangewezen algemeen directeur. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de akten waarvan de goedkeuringswijze afwijkt van deze § 4. "
  De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan deze van de algemeen directeur.
  § 7. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen als volgt :
  " Het Fonds heeft ten doel het verwerven en het aanhouden van de spoorweginfrastructuur die aan het Fonds wordt overgedragen met toepassing van artikel 14, § 1er, 1° ";
  2° in § 2 vervalt de tweede zin.
  § 8. Artikel 10, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " De Koning kan, tegen de voorwaarden die Hij bepaalt, de Staatswaarborg toekennen aan de verbintenissen van het Fonds ingevolge leningen die door het Fonds worden overgenomen met toepassing van artikel 14, § 1, 2°, of die door het Fonds worden uitgegeven of aangegaan met toepassing van het eerste lid, of ingevolge overeenkomsten tot dekking van de wisselkoers- en interestrisico's betreffende dergelijke leningen. "
  § 9. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 1°, worden de woorden " bestaande uit eigendomsrechten of andere zakelijke of persoonlijke rechten op het geheel of een deel van deze infrastructuur " ingevoegd tussen de woorden " betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur " en " en andere activa ";
  2° § 2, derde lid, wordt vervangen als volgt :
  " De zakelijke rechten op onroerende goederen bedoeld in § 1, 1°, worden beschreven in een afzonderlijke afdeling van de lijst van activa. Deze lijst geldt als akte tot overdracht of vestiging van die rechten. De afzonderlijke afdeling van de lijst wordt overgeschreven in het daartoe bestemd register op elk kantoor van bewaring der hypotheken in wiens ambtsgebied de betrokken onroerende goederen zijn gelegen. De termijn voor de overschrijving loopt vanaf 1 januari 2005 ";
  3° in § 3 wordt het volgende lid ingevoegd tussen het eerste en tweede lid :
  " Zo leningen of andere schulden niet kunnen worden overgedragen aan het Fonds met bevrijding van de N.M.B.S. van haar verbintenissen, wordt de overdracht van de betreffende verbintenissen en lasten aan het Fonds tot stand gebracht door een andere techniek met evenwaardig resultaat ";
  4° artikel 14 wordt aangevuld met een § 5, luidende :
  " § 5. Het beheer en de tegeldemaking van activa die aan het Fonds worden overgedragen met toepassing van § 1, 1°, en specifiek worden aangeduid in de lijst van activa vastgesteld met toepassing van § 2, eerste lid, worden exclusief toevertrouwd aan de vennootschap opgericht met toepassing van het koninklijk besluit van 18 november 1996 waarbij de Regie der gebouwen ertoe wordt gemachtigd zich te verenigen met andere rechtspersonen. Deze vennootschap kan in naam en voor rekening van het Fonds deze activa verkopen of er elk zakelijk of persoonlijk gebruiksrecht op vestigen of overdragen ten gunste van derden, met dien verstande dat elke verrichting waarbij de tegenprestatie EUR 1 miljoen (één miljoen euro) overschrijdt, vooraf moet worden goedgekeurd door de minister bevoegd voor de spoorwegen en door de minister bevoegd voor financièn. De nadere voorwaarden voor de uitvoering en vergoeding van deze opdracht worden geregeld in een overeenkomst tussen het Fonds en de betrokken vennootschap, goedgekeurd door dezelfde ministers, of, bij gebreke van een dergelijke overeenkomst tegen 31 december 2004, door de Koning. "
  § 10. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende leden :
  " Geen enkele van de reorganisatieverrichtingen bedoeld in dit besluit heeft tot gevolg dat de waarborgen die door de Staat zijn toegekend voor leningen of andere schulden uitgegeven of aangegaan door de N.M.B.S. of HST-Fin vóór die verrichtingen, vervallen of worden gewijzigd, in voorkomend geval niettegenstaande de wijziging van schuldenaar in het kader van die reorganisatieverrichtingen.
  De fiscale vrijstellingen die door of krachtens de wet zijn toegekend voor de inkomsten uit leningen of andere schulden uitgegeven of aangegaan door de N.M.B.S. of HST-Fin, blijven van toepassing binnen dezelfde grenzen en tegen dezelfde voorwaarden, in voorkomend geval niettegenstaande de overdracht van deze leningen in het kader van de reorganisatieverrichtingen bedoeld in dit besluit. "
  § 11. Artikel 20 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " In afwijking van het eerste lid, treedt artikel 5 in werking op 1 januari 2005 in zoverre het in voornoemde wet van 21 maart 1991 een nieuw artikel 208, § 2, derde lid, eerste zin, een nieuw artikel 209, § 1, tweede en derde lid, en een nieuw artikel 212, § 2, invoegt. "
Art.37. § 1er. A l'article 3, § 4, de l'arrêté royal du 14 juin 2004 portant réforme des structures de gestion de l'infrastructure ferroviaire sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, les mots " au plus tard le 15 novembre 2004 " sont remplaces par les mots " au plus tard le 30 novembre 2004 ";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " Si les actifs visés au § 1er, 2°, comprennent des droits réels portant sur des biens immeubles, ceux-ci sont décrits dans une section particulière de la liste des actifs. Cette liste vaudra acte translatif ou constitutif de ces droits. La section particulière de la liste est transcrite sur le registre approprié dans chaque bureau de la conservation des hypothèques dans le ressort duquel les biens immeubles en question sont situés. Le délai pour la transcription court à partir du 1er janvier 2005. "
  § 2. Dans l'article 3, § 5, alinéa 2, du même arrêté, la dernière phrase est supprimée.
  § 3. Dans l'article 5 du même arrêté, en ce qu'il insère un nouvel article 199 dans la loi du 21 mars 1991 précitée, l'article 199, § 1er, 1°, est remplacé par le texte suivant :
  " 1° l'acquisition, la construction, le renouvellement, l'entretien et la gestion de l'infrastructure ferroviaire ".
  § 4. Dans l'article 5 du même arrêté, en ce qu'il insère un nouvel article 200 dans la loi du 21 mars 1991 précitee, l'article 200, § 5, est complété comme suit : " L'article 3, § 2, 9°, n'est pas applicable. "
  § 5. Dans l'article 5 du même arrêté, en ce qu'il insère un nouvel article 207 dans la loi du 21 mars 1991 précitée, les modifications suivantes sont apportées à l'article 207 :
  1° le § 1er, premier alinéa, est complété comme suit : " Le nombre d'administrateurs est déterminé par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres ";
  2° au § 2, dans la première phrase de l'alinéa 3, les mots " étant entendu que la moitie des premiers administrateurs sont nommés pour un terme renouvelable de trois ans " sont supprimés;
  3° le § 4, alinéa 3, est completé comme suit : " Il peut se faire assister par un expert, aux frais de la société ".
  § 6. Dans l'article 5 du même arrêté, en ce qu'il insère un nouvel article 208 dans la loi du 21 mars 1991 précitée, l'article 208 est complété par la disposition suivante :
  " § 4. Infrabel est valablement représentée à l'égard des tiers et en justice par l'administrateur délégué et le directeur général désigné à cet effet par le conseil d'administration, agissant conjointement. "
  Tous les actes de gestion ou qui engagent la société sont signés conjointement par l'administrateur délégué et le directeur général désigné à cet effet par le conseil d'administration. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les actes dont le mode d'approbation déroge au présent § 4. "
  L'administrateur délégué appartient à un rôle linguistique différent de celui du directeur général.
  § 7. A l'article 7 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Fonds a pour objet l'acquisition et la détention de l'infrastructure ferroviaire qui lui est transférée en application de l'article 14, § 1er, 1° ";
  2° au § 2, la deuxième phrase est supprimée.
  § 8. L'article 10, alinéa 2, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Roi peut, aux conditions qu'Il détermine, accorder la garantie de l'Etat aux obligations du Fonds en vertu d'emprunts repris par le Fonds en application de l'article 14, § 1er, 2°, ou émis ou contractés par celui-ci en application du premier alinéa, ou en vertu de conventions visant à couvrir les risques de change ou de taux d'intérêt afférents à de tels emprunts. "
  § 9. A l'article 14 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, 1°, les mots " consistant en des droits de propriété ou en d'autres droits réels ou personnels portant sur tout ou partie de cette infrastructure " sont insérés entre les mots " relatif aux conditions d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire " et " et d'autres actifs ";
  2° le § 2, alinéa 3, est remplacé par la disposition suivante :
  " Les droits réels sur biens immeubles visés au § 1er, 1°, sont décrits dans une section particulière de la liste des actifs. Cette liste vaut acte translatif ou constitutif de ces droits. La section particulière de la liste est transcrite sur le registre approprié dans chaque bureau de la conservation des hypothèques dans le ressort duquel les biens immeubles en question sont situés. Le délai pour la transcription court à partir du 1er janvier 2005 ";
  3° au § 3, l'alinéa suivant est inséré entre les premier et deuxième alinéas :
  " Dans l'hypothèse où des emprunts ou d'autres dettes ne pourraient pas être transferés au Fonds en libérant la S.N.C.B. de ses obligations, le transfert des obligations et charges y afférentes au Fonds sera realisé par toute autre technique à effet équivalent ";
  4° l'article 14 est complété par un § 5, rédigé comme suit :
  " § 5. La gestion et la valorisation d'actifs transférés au Fonds en application du § 1er, 1°, et désignés spécifiquement dans la liste des actifs arrêtée en application du § 2, premier alinéa, sont confiées à titre exclusif à la société constituée en application de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 autorisant la Régie des Bâtiments à s'associer avec d'autres personnes morales. Cette société peut vendre ces actifs ou établir ou transférer tout droit d'usage réel ou personnel sur ces actifs en faveur de tiers au nom et pour le compte du Fonds, étant entendu que toute transaction dont la contrepartie dépasse EUR 1 million (un million d'euros) est soumise à l'approbation préalable du ministre qui a les chemins de fer dans ses attributions et du ministre qui a les finances dans ses attributions. Les modalités d'exécution et de rémunération de cette mission sont réglées dans une convention conclue entre le Fonds et la société en question et approuvée par les mêmes ministres, ou, à défaut de la conclusion d'une telle convention pour le 31 décembre 2004, par le Roi. "
  § 10. L'article 16 du même arrêté est complété par les alinéas suivants :
  " Aucune des réformes visées au présent arrêté n'a pour effet d'éteindre ou de modifier les garanties accordées par l'Etat à des emprunts ou autres dettes émis ou contractés par la S.N.C.B. ou la Financière TGV avant ces réformes, le cas echéant nonobstant le changement de débiteur dans le cadre de ces réformes.
  Les exonérations fiscales accordées par ou en vertu de la loi aux revenus d'emprunts ou autres dettes émis ou contractés par la S.N.C.B. ou la Financière TGV continuent a s'appliquer dans les mêmes limites et aux mêmes conditions, le cas échéant nonobstant le transfert de ces emprunts dans le cadre des réformes visées au présent arrêté. "
  § 11. L'article 20 est complété par l'alinéa suivant :
  " Par dérogation au premier alinéa, l'article 5 entre en vigueur le 1er janvier 2005 en ce qu'il insère dans la loi du 21 mars 1991 précitée un nouvel article 208, § 2, alinéa 3, première phrase, un nouvel article 209, § 1er, alinéas 2 et 3, et un nouvel article 212, § 2. "
Art.38. De woorden " Kas der geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen " worden vervangen door de woorden " Kas der geneeskundige verzorging van N.M.B.S. Holding " in alle wettelijke en reglementaire bepalingen.
Art.38. Les mots " Caisse des soins de santé de la Société nationale des Chemins de fer belges " sont remplacés par les mots " Caisse des soins de santé de la S.N.C.B. Holding " dans toutes les dispositions légales et réglementaires.
HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions diverses.
Art.39. Niettegenstaande enige strijdige contractuele bepaling heeft geen enkele van de reorganisatieverrichtingen bedoeld in dit besluit tot gevolg dat de bepalingen van enige overeenkomst gesloten tussen de N.M.B.S. en één of meer derden vóór 1 januari 2005 worden gewijzigd of dat zulke overeenkomst wordt beèindigd, en geen enkele van deze reorganisatieverrichtingen geeft enige partij het recht om zulke overeenkomst eenzijdig te wijzigen of te beèindigen.
  Geen enkele van de reorganisatieverrichtingen bedoeld in dit besluit heeft tot gevolg dat de waarborgen die door de Staat zijn toegekend voor leningen of andere schulden uitgegeven of aangegaan door de N.M.B.S. of HST-Fin vóór die verrichtingen, vervallen of worden gewijzigd, in voorkomend geval niettegenstaande de wijziging van schuldenaar in het kader van die reorganisatieverrichtingen.
  De fiscale vrijstellingen die door of krachtens de wet zijn toegekend voor de inkomsten uit leningen of andere schulden uitgegeven of aangegaan door de N.M.B.S. of HST-Fin, blijven van toepassing binnen dezelfde grenzen en tegen dezelfde voorwaarden, in voorkomend geval niettegenstaande de overdracht van deze leningen in het kader van de reorganisatieverrichtingen bedoeld in dit besluit. "
Art.39. Nonobstant toute disposition conventionnelle contraire, aucune des réformes visées au présent arrêté ne peut avoir pour effet de modifier les termes d'une convention conclue entre la S.N.C.B. et un ou plusieurs tiers avant le 1er janvier 2005 ou de mettre fin à une telle convention, et aucune de ces réformes ne donne a une partie le droit de modifier une telle convention ou de la résilier unilatéralement.
  Aucune des réformes visées au présent arrêté n'a pour effet d'éteindre ou de modifier les garanties accordées par l'Etat à des emprunts ou autres dettes émis ou contractes par la S.N.C.B. ou la Financière TGV avant ces réformes, le cas échéant nonobstant le changement de débiteur dans le cadre de ces réformes.
  Les exonérations fiscales accordées par ou en vertu de la loi aux revenus d'emprunts ou autres dettes émis ou contractés par la S.N.C.B. ou la Financière TGV continuent à s'appliquer dans les mêmes limites et aux mêmes conditions, le cas échéant nonobstant le transfert de ces emprunts dans le cadre des réformes visées au présent arrêté.
Art.40. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van :
  1° artikel 5, dat in werking treedt op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 2;
  2° de artikelen 6 tot 29, 31 tot 34, 36, § 2, en 38, die in werking treden op 1 januari 2005;
  3° de artikelen 30 en 35, die in werking treden op de datum van de fusie bedoeld in artikel 15, § 2, van het koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot hervorming van de beheersstructuren van de spoorweginfrastructuur.
  In afwijking van het eerste lid, 1°, treedt artikel 5 in werking op 1 januari 2005 in zoverre het in voornoemde wet van 21 maart 1991 een nieuw artikel 224, § 2, derde lid, eerste zin, en een nieuw artikel 226, § 2, tweede en derde lid, invoegt.
  In afwijking van het eerste lid, 2°, treedt artikel 27, § 17, 1°, in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.40. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
  1° de l'article 5, qui entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté royal visé à l'article 2;
  2° des articles 6 à 29, 31 à 34, 36, § 2, et 38, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2005;
  3° des articles 30 et 35, qui entrent en vigueur à la date de la fusion visée à l'article 15, § 2, de l'arrêté royal du 14 juin 2004 portant réforme des structures de gestion de l'infrastructure ferroviaire.
  Par dérogation au premier alinéa, 1°, l'article 5 entre en vigueur le 1er janvier 2005 en ce qu'il insère dans la loi du 21 mars 1991 précitée un nouvel article 224, § 2, alinéa 3, première phrase, et un nouvel article 226, § 2, alinéas 2 et 3.
  Par dérogation au premier alinéa, 2°, l'article 27, § 17, 1°, entre en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 41. Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor de overheidsbedrijven, Onze minister bevoegd voor economie, Onze minister bevoegd voor de pensioenen, Onze minister bevoegd voor sociale zaken, Onze minister bevoegd voor de regulering van het spoorvervoer en Onze minister bevoegd voor de middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  (Gegeven te Brussel, op 18 oktober 2004.)
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  R. DEMOTTE
  De Minister van Middenstand en Landbouw,
  Mevr. S. LARUELLE
  De Minister van Werk,
  Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
  De Minister van Mobiliteit,
  R. LANDUYT
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK.
Art. 41. Notre ministre qui a les finances dans ses attributions, Notre ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions, Notre ministre qui a l'économie dans ses attributions, Notre ministre qui a les pensions dans ses attributions, Notre ministre qui a les affaires sociales dans ses attributions, Notre ministre qui a la régulation du transport ferroviaire dans ses attributions et Notre ministre qui a les classes moyennes dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  (Donné à Bruxelles, le 18 octobre 2004.)
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Le Vice-Premier Ministre et Ministre du Budget et des Entreprises publiques,
  J. VANDE LANOTTE
  Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
  M. VERWILGHEN
  Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
  R. DEMOTTE
  La Ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture,
  Mme S. LARUELLE
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme F. VAN DEN BOSSCHE
  Le Ministre de la Mobilité,
  R. LANDUYT
  Le Ministre des Pensions,
  B. TOBBACK.