Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 DECEMBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.
Titre
5 DECEMBRE 2003. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente (TRADUCTION).
Dokumentinformationen
Numac: 2004035239
Datum: 2003-12-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004035239
Date: 2003-12-05
Moniteur: Voir
Tekst (54)
Texte (54)
Artikel 1. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 4 februari 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 2 wordt 4° vervangen door wat volgt :
" 4° vacature : elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste tien werkdagen. Elke betrekking die door de overheid financierbaar of subsidieerbaar is, is onderworpen aan de bepalingen van dit besluit. ";
in § 2, 5°, a) eerste zin
- worden de woorden : "het deeltijds kunstonderwijs en de centra" geschrapt;
wordt in § 2, 5°, a), 1, het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
" 31 augustus van het voorafgaande jaar voor de leden van het administratief personeel, de administratieve medewerker in het basisonderwijs en voor het personeel van de semi-internaten en van de opvangcentra";
in § 2, 5°, a), 1, wordt het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
" 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, het paramedisch personeel, het sociaal personeel, het administratief personeel";
in § 2, 5°, a), 2, worden het vierde en het vijfde gedachtestreepje opgeheven;
in § 2, 5° wordt b) vervangen door wat volgt :
" b) in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het onderwijs voor sociale promotie en de centra : een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar in kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen in hoofdambt, gespreid over ten minste drie schooljaren.
Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op :
1) 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het ondersteunend personeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs, voor het administratief personeel en voor het technisch personeel van de centra, en het personeel van de semi-internaten;
2) 30 juni van het voorgaande schooljaar voor de andere personeelsleden.
Voor het personeelslid dat aan deze voorwaarden voldoet, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen. ";
in § 2 wordt 7° opgeheven;
§ 5 wordt vervangen door wat volgt :
" § 5, 1° voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon kleuteronderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.
Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.
Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor kleuteronderwijzer en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden.
voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.
Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.
Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden.
voor de toepassing van dit besluit moet in het buitengewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.
Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.
Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer algemene en sociale vorming en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden. ";
§ 6 wordt vervangen door wat volgt :
" § 6. Voor de toepassing van dit besluit mag een leermeester lichamelijke opvoeding, godsdienst of niet-confessionele zedenleer van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen, niet ter beschikking gesteld worden om een onderwijzer aan te werven. Ook mag een onderwijzer niet ter beschikking gesteld worden om een leermeester lichamelijke opvoeding, godsdienst of niet-confessionele zedenleer aan te werven van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen";
10° § 7 wordt vervangen door wat volgt :
" § 7. Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon secundair onderwijs bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.
Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon lager onderwijs bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het paramedisch personeel, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité. ";
11° in § 9 worden de woorden " hetzij de groep van het opvoedend hulppersoneel en opvoeder, hetzij de groep van het administratief personeel en administratief medewerker " vervangen door de woorden " hetzij de groep van opvoeder, hetzij de groep van administratief medewerker ";
12° in § 10 worden de woorden ", administratief personeel en/of opvoedend hulppersoneel " geschrapt en worden de woorden " ten minste 50 % opvoeders en/of opvoedend hulppersoneel " vervangen door de woorden " ten minste 50 % opvoeders ";
13° § 11 wordt vervangen door wat volgt :
" § 11. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder pedagogische entiteit verstaan : een entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds één instelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht die in eenzelfde gebouwencomplex is gelegen. ";
14° een § 12 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 12. Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het onderwijs voor sociale promotie bij een vermindering van het aantal beschikbare punten voor een betrekking of betrekkingen van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator, technisch adviseur en administratief medewerker, of deze betrekking of betrekkingen door deze vermindering nog kan of kunnen worden in stand gehouden, op basis van de criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité. "
Article 1. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994, 22 septembre 1998, 31 août 1999 et 4 février 2000, sont apportées les modifications suivantes;
au § 2, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° vacance d'emploi : tout emploi complet ou incomplet qui est vacant, ou dont le titulaire ou son remplaçant est absent pour une période d'au moins dix jours ouvrables. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent à tout emploi admis au financement ou aux subventions par les autorités. ";
au § 2, 5°, a) première phrase,
- les mots "l'enseignement artistique à temps partiel et les centres" sont supprimés;
au § 2, 5°, a), 1, le premier tiret est remplacé par la disposition suivante :
"au 31 août de l'année précédente pour les membres du personnel administratif, pour le collaborateur administratif dans l'enseignement fondamental et pour le personnel des semi-internats et des centres d'accueil";
au § 2, 5°, a), 1, le premier tiret est remplacé par la disposition suivante :
"24 ans pour les membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel de gestion et d'appui dans l'enseignement fondamental, du personnel paramédical, du personnel social, du personnel administratif";
au § 2, 5°, a), 2, les quatrième et cinquième tirets sont abrogés :
au § 2, 5°, b) est remplacé par la disposition suivante :
"b) dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire spécial, l'enseignement artistique à temps partiel, l'enseignement de promotion sociale et les centres : à partir du 1er septembre de l'année scolaire en question, l'emploi n'est plus susceptible de réaffectation ou de remise au travail, si le membre du personnel occupant ce poste a acquis une ancienneté de service d'au moins 720 jours en fonction principale étalés sur trois années scolaires au moins.
Le membre du personnel doit acquérir cette ancienneté de service le :
1) 31 août de l'année scolaire précédente pour les membres du personnel d'appui de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, de l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel et de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, pour le personnel administratif et pour le personnel technique des centres, et pour le personnel des semi-internats;
2) 30 juin de l'année scolaire précédente pour les autres personnels.
Pour le membre du personnel remplissant ces conditions, les dispositions précédentes restent valables à travers les années scolaires. ";
au § 2, le 7° est abrogé;
le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
"§ 5, 1° pour l'application du présent arrêté, il faut que, lors d'une diminution du capital-périodes global dans l'enseignement maternel ordinaire, cette diminution soit répartie proportionnellement entre le nombre de périodes dans la fonction d'instituteur préscolaire d'une part et, d'autre part, le nombre de périodes dans la fonction de maître d'éducation physique.
Si la première décimale est 5 ou plus, il faut arrondir à l'unité supérieure.
Toutefois, le nombre de périodes destinées à l'instituteur préscolaire et au maître d'éducation physique et calculées selon la réglementation en vigueur ne peut être dépassé.
pour l'application du présent arrêté, il faut que, lors d'une diminution du capital-périodes global dans l'enseignement primaire ordinaire, cette diminution soit répartie proportionnellement entre le nombre de périodes dans la fonction d'instituteur primaire d'une part et, d'autre part, le nombre de périodes dans la fonction de maître d'éducation physique.
Si la première décimale est 5 ou plus, il faut arrondir à l'unité supérieure.
Toutefois, le nombre de périodes destinées à l'instituteur primaire et au maître d'éducation physique et calculées selon la réglementation en vigueur ne peut être dépassé.
pour l'application du présent arrêté, il faut que, lors d'une diminution du capital-périodes global dans l'enseignement primaire spécial, cette diminution soit répartie proportionnellement entre le nombre de périodes dans la fonction d'instituteur formation générale et sociale d'une part et, d'autre part, le nombre de périodes dans la fonction de maître d'éducation physique.
Si la première décimale est 5 ou plus, il faut arrondir à l'unité supérieure.
Toutefois, le nombre de périodes destinées à l'instituteur formation générale et sociale et au maître d'éducation physique et calculées selon la réglementation en vigueur ne peut être dépassé. ";
le § 6 est remplacé par la disposition suivante :
" § 6. Pour l'application du présent arrêté, un maître d'éducation physique, de religion ou de morale non confessionnelle dont les périodes ont été déterminées selon les échelles, ne peut être mis en disponibilité en vue du recrutement d'un instituteur. Par ailleurs, un instituteur ne peut être mis en disponibilité en vue du recrutement d'un maître d'éducation physique, de religion ou de morale non confessionnelle dont les périodes ont été déterminées selon les échelles ";
10° le § 7 est remplacé par la disposition suivante :
" § 7. Pour l'application du présent arrêté, le pouvoir organisateur décide, dans l'enseignement secondaire spécial, lors d'une diminution du capital-périodes du personnel médical, paramédical, social, psychologique et orthopédagogique, si un ou plusieurs emplois dans la fonction distincte de kinésithérapeute, logopède, infirmier, ergothérapeute, puériculteur, assistant social, médecin, psychologue et orthopédagogue ne peut ou ne peuvent plus être maintenus, sur la base de critères faisant l'objet de négociations au sein du comité local.
Pour l'application du présent arrêté, le pouvoir organisateur décide, dans l'enseignement primaire spécial, lors d'une diminution du capital-périodes du personnel paramédical, médical, social, psychologique et orthopédagogique, si un ou plusieurs emplois dans la fonction distincte de kinésithérapeute, logopède, infirmier, ergothérapeute, puériculteur, assistant social, médecin, psychologue et orthopédagogue ne peut ou ne peuvent plus être maintenus, sur la base de critères négociés au sein du comité local. ";
11° au § 9, les mots "soit de la catégorie des personnels auxiliaires d'éducation soit des éducateurs, soit de la catégorie des personnels administratifs et des collaborateurs administratifs" sont remplacés par les mots "soit de la catégorie des éducateurs, soit de la catégorie des collaborateurs administratifs";
12° au § 10, les mots ", du personnel administratif et/ou auxiliaire d'éducation" sont supprimés et les mots "en éducateurs et/ou personnel auxiliaire d'éducation" sont remplacés par les mots "en éducateurs";
13° le § 11 est remplacé par la disposition suivante :
" § 11. Pour l'application du présent arrêté, on entend par entité pédagogique : une entité qui se compose d'une part d'un (1) établissement organisant un premier degré et d'autre part un (1) établissement organisant un deuxième, troisième et éventuellement un quatrième degré de l'enseignement secondaire, qui appartient au même pouvoir organisateur et est situé dans le même complexe. ";
14° il est ajouté un § 12 rédigé comme suit :
" § 12. Pour l'application du présent arrêté, le pouvoir organisateur décide, dans l'enseignement de promotion sociale, lors d'une diminution du nombre de points disponibles pour un ou plusieurs emplois de directeur adjoint, de conseiller technique-coordinateur, de conseiller technique et de collaborateur administratif, si cet(ces) emploi(s) peut (peuvent)être maintenu(s) après cette diminution, sur la base des critères négociés au sein du comité local. "
Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
aan § 1 wordt de volgende zin toegevoegd :
" Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs en tussen de verschillende onderwijsniveaus geen onderscheid gemaakt voor de leden van het ondersteunend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het orthopedagogisch personeel, het sociaal personeel en het psychologisch personeel. ";
§ 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Voor de personeelsleden die een erkende nascholing genoten hebben en hierdoor een aanvullende onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid op basis van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid, zowel voor de maatregelen die voorafgaan aan de terbeschikkingstelling als voor de terbeschikkingstelling. ";
er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. " Ander ambt " wordt als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van " hetzelfde ambt " in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid :
over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;
over een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het voldoende geachte bekwaamheidsbewijs, mits er een onderlinge overeenkomst is tussen het personeelslid en de inrichtende macht.
Deze bepaling kan niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer. In het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs kunnen de leermeester godsdienst en de godsdienstleraar deze bepaling niet inroepen. "
Art. 2. A l'article 3 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
le § 1er est complété par la phrase suivante :
"Pour l'application de la notion "même fonction", il n'est pas fait de distinction entre l'enseignement ordinaire et l'enseignement spécial, ni entre les différents niveaux d'enseignement pour les membres du personnel d'appui, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel administratif, du personnel paramédical, du personnel médical, du personnel orthopédagogique, du personnel social et du personnel psychologique. ";
le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Pour les membres du personnel ayant bénéficié d'une formation continuée agréée, qui ont par là acquis une capacité d'enseignement complémentaire, la notion "même fonction" est étendue à cette nouvelle capacité, tant pour les mesures préalables à la mise en disponibilité que pour la mise en disponibilité. ";
il est ajouté un § 3 rédigé comme suit :
" § 3. La notion "autre fonction" est définie comme suit : toute fonction, à l'exception de la notion "même fonction", dans les différents niveaux d'enseignement et centres pour laquelle le membre du personnel concerné :
dispose du titre requis ou, par règle transitoire, est censé être en possession du titre requis;
dispose d'un titre censé suffisant ou, par mesure transitoire, est censé être en possession du titre censé suffisant, à condition qu'il existe un commun accord entre le membre du personnel et le pouvoir organisateur.
Cette disposition ne peut être invoquée par un maître de morale non confessionnelle. Dans l'enseignement communautaire et l'enseignement officiel subventionné, le maître de religion et le maître de morale non confessionnelle ne peuvent invoquer cette disposition. "
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1, 1° Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch personeel in het basisonderwijs, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, en van het administratief en opvoedend hulppersoneel. Als het een ambt van directeur betreft, moeten de ambten van directeur van een kleuterschool, van directeur van een lagere school en van directeur van een basisschool als hetzelfde ambt worden beschouwd. De directeur van een kleuterschool heeft de keuze om de betrekking van directeur van een lagere of van een basisschool al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen.
Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs ";
§ 2 en § 3 worden opgeheven.
Art. 3. A l'article 4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
le § 1er est remplacé par les dispositions suivantes :
"§ 1er, 1° Pour l'enseignement fondamental, la "même fonction" est définie comme suit : la fonction telle que reprise dans la réglementation organisant le classement et la répartition des fonctions du personnel directeur et enseignant, du personnel paramédical dans l'enseignement fondamental, du personnel de gestion et d'appui dans l'enseignement fondamental, et du personnel administratif et auxiliaire d'éducation. S'il s'agit d'une fonction de directeur, les fonctions de directeur d'une école maternelle, de directeur d'une école primaire et de directeur d'une école fondamentale doivent être considérées comme une même fonction. Le directeur d'une école maternelle peut choisir d'exercer, ou non, la fonction de directeur d'une école primaire ou fondamentale; toutefois, le pouvoir organisateur peut décider de ne plus désigner le membre du personnel concerné après une période d'un an.
Pour l'application de la notion "même fonction", il n'est pas fait de distinction entre l'enseignement fondamental ordinaire et spécial pour les membres du personnel de gestion et d'appui";
les §§ 2 et 3 sont abrogés.
Art. 4. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt de eerste zin wordt vervangen door wat volgt : " Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt " hetzelfde ambt " als volgt gedefinieerd : ";
in § 1 wordt het tweede lid van 1° vervangen door wat volgt :
" Voor het ambt van directeur moet een onderscheid worden gemaakt tussen het ambt van directeur van een instelling met een derde of een vierde graad en het ambt van directeur van een instelling zonder een derde of een vierde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor beide ambten; ";
in § 1 wordt punt 4° opgeheven;
in § 1 wordt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° in afwijking van 1° en 3°, van § 1, wordt in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs voor de toepassing van " hetzelfde ambt " voor de leden van het ondersteunend personeel het volgende onderscheid gemaakt :
a) de ambten van opvoeder vormen " hetzelfde ambt ";
b) de ambten van administratief medewerker vormen " hetzelfde ambt ". ";
6° wordt hernummerd naar 5°;
§ 2 en § 3 worden opgeheven.
Art. 4. A l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit : "Pour l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel et l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, la "même fonction" est définie comme suit :";
au § 1er, le deuxième alinéa du point 1° est remplacé par le texte suivant :
"Pour la fonction de directeur, il faut faire une distinction entre la fonction de directeur d'un établissement organisant un troisième ou un quatrième degré et la fonction de directeur d'un établissement sans troisième ou quatrième degré. Cette distinction n'est pas faite si le membre du personnel intéressé est porteur du titre requis pour les deux fonctions;";
au § 1er, le point 4° est abrogé;
au § 1er, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
"5° par dérogation aux points 1° et 3° du § 1er, on opère dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel la distinction suivante pour l'application de la notion "même fonction" aux membres du personnel d'appui :
a) les fonctions d'éducateur forment la "même fonction";
b) les fonctions de collaborateur administratif forment la "même fonction".";
le point 6° est renuméroté en 5°;
les §§ 2 et 3 sont abrogés.
Art. 5. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het buitengewoon basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";
in § 1, 1° eerste lid worden tussen de woorden "het opvoedend hulppersoneel" en de woorden "het psychologisch personeel" de woorden "het beleids- en ondersteunend personeel" ingevoegd;
punt 3° wordt opgeheven;
een punt 5° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs;";
§ 2 en § 3 worden opgeheven.
Art. 5. A l'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 septembre 1998 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit : "Pour l'enseignement fondamental spécial, la "même fonction" est définie comme suit :";
au § 1er, 1° premier alinéa, les mots "du personnel de gestion et d'appui" sont insérés entre les mots "du personnel auxiliaire d'éducation" et les mots "du personnel psychologique";
le point 3° est supprimé;
il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
"5° Pour l'application de la notion "même fonction", il n'est pas fait de distinction entre l'enseignement fondamental ordinaire et spécial pour les membres du personnel de gestion et d'appui;";
les §§ 2 et 3 sont abrogés.
Art. 6. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het buitengewoon secundair onderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";
in § 1 wordt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, opvoedend hulp-, medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch, orthopedagogisch en administratief personeel van het buitengewoon secundair onderwijs; ";
in § 1, 3, b),tweede gedachtestreepje, worden tussen de woorden : "ofwel dat vak," en "als het hiervoor vast benoemd was", de woorden "of die specialiteit", ingevoegd;
in § 1, wordt 4° vervangen door wat volgt :
" 4° Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken niet dezelfde zijn in beide ambten; ";
in § 1, wordt 5° opgeheven;
in § 1, 7°, worden de woorden " De Gemeenschapsminister van Onderwijs " vervangen door de woorden : " De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs ";
in § 1, 8°, wordt de tabel vervangen door wat volgt :
Art. 6. A l'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit : "Pour l'enseignement secondaire spécial, la "même fonction" est définie comme suit :";
au § 1er, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
"1° La fonction telle que reprise dans la réglementation organisant le classement et la répartition des fonctions du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel médical, du personnel paramédical, du personnel social, du personnel psychologique, du personnel orthopédagogique et du personnel administratif de l'enseignement secondaire spécial;";
au § 1er, 3, b), deuxième tiret, les mots "ou à cette spécialité" sont insérés entre les mots "à cette branche" et ", sur la base";
au § 1er, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
"4° Une fonction qui rapporte au moins une échelle de traitement égale, même si le nombre de prestations formant des prestations de service complètes n'est pas égal dans les deux fonctions;";
au § 1er, le point 5° est abrogé;
au § 1er, 7°, les mots "Le Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés par les mots : "Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions";
au § 1er, 8°, le tableau est remplacé par la disposition suivante :
Beroepsgerichte vorming in O.V. 3 Praktische vakken in O.V. 4 of in de
die behoort tot de volgende eerste graad van het gewoon
specialiteiten : secundair onderwijs die behoren tot
de volgende specialiteiten :
- -
Agrarische technieken Agrarische technieken
Autotechniek Autotechniek
Bakkerij Bakkerij
Bouw Bouw
Carrosserie Carrosserie
Centrale verwarming Centrale verwarming
Elektriciteit Elektriciteit
Gezinstechnieken Gezinstechnieken
Grafische technieken Grafische technieken
Haartooi en schoonheidszorgen Haartooi
Hout Hout
Huishoudkunde Huishoudkunde
Kleding Kleding
Lassen-monteren Lassen-constructie
Leder Leder
Mechanica Mechanica
Metaal Mechanica
Sanitair Sanitair
Schilderen en decoratie Schilderen en decoratie
Sierkunsten Plastische en decoratieve technieken
Slagerij Slagerij
Textiel Textiel
Verkoop- en kantoortechnieken Dactylografie
Voeding Voeding
Verzorging Verzorging
Verzorgingstechnieken
Formation professionnelle dans le Cours pratiques dans le type 4 ou au
type 3 pour les specialites 1er degre de l'enseignement
suivantes : secondaire ordinaire pour les
specialites suivantes :
- -
Techniques agricoles Techniques agricoles
Technique automobile Technique automobile
Boulangerie Boulangerie
Construction Construction
Koetswerk Koetswerk
Chauffage central Chauffage central
Electricite Electricite
Techniques familiales Techniques familiales
Techniques graphiques Techniques graphiques
Coiffure et soins de beaute Coiffure
Bois Bois
Economie domestique Economie domestique
Habillement Habillement
Soudage-Montage Soudage-Construction
Cuir Cuir
Mecanique Mecanique
Metal Mecanique
Sanitaire Sanitaire
Peinture et decoration Peinture et decoration
Arts decoratifs Techniques plastiques et decoratives
Boucherie Boucherie
Textile Textile
Techniques de vente et de bureau Dactylographie
Alimentation Alimentation
Soins Soins
Techniques de soins
punt 6° wordt hernummerd naar 5°, 7° wordt hernummerd naar 6°, en 8° wordt hernummerd naar 7°;
§ 2 en § 3 worden opgeheven.
les points 6°, 7° et 8° sont respectivement renumérotés en 5°, 6° et 7°;
les §§ 2 et 3 sont abrogés.
Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 31 augustus 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het deeltijds kunstonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";
in § 1, 2, worden de woorden "en onderdirecteur" geschrapt;
in § 1, wordt 4° vervangen door wat volgt :
" 4° een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten; ";
in § 1 wordt 5° opgeheven;
aan § 1 wordt een 7 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 7° in het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" een onderscheid gemaakt tussen de individuele vakken en de andere vakken. ";
punt 6° wordt hernummerd naar 5° en 7° wordt hernummerd naar 6°;
§ 2 wordt opgeheven.
Art. 7. A l'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit : "Pour l'enseignement artistique à temps partiel, la "même fonction" est définie comme suit :";
au § 1er, 2, les mots "et de sous-directeur" sont supprimés;
au § 1er, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
"4° Une fonction qui rapporte au moins une échelle de traitement égale, même si le nombre de prestations formant des prestations de service complètes n'est pas égal dans les deux fonctions;";
au § 1er, le 5° est abrogé;
au § 1er il est ajouté un 7, rédigé comme suit :
"7° dans l'enseignement artistique à temps partiel, orientations musique, arts de la parole et danse, une distinction est faite, pour l'application de la "même fonction", entre les branches individuelles et les autres branches. ";
les points 6° et 7° sont respectivement renumérotés en 5° et 6°;
le § 2 est abrogé.
Art. 8. In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Voor het onderwijs voor sociale promotie, wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :
het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel :
voor het ambt van directeur en adjunct-directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur en adjunct-directeur van een instelling met een derde graad of een instelling van het hoger onderwijs voor sociale promotie en het ambt van directeur en adjunct-directeur van een instelling zonder derde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten;
als het een ambt van leraar in het secundair onderwijs voor sociale promotie betreft :
1) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit;
2) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid :
- ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;
- ofwel dat vak of deze specialiteit, als het hiervoor vastbenoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht
die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vastbenoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen;
als het een ambt van leraar in het hoger onderwijs voor sociale promotie betreft :
a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar;
b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, die het betrokken personeelslid, als het hiervoor vastbenoemd was, rekening houdend met de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, heeft onderwezen gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden, in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit;
een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten; ";
§ 2 en § 3 worden opgeheven.
Art. 8. A l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
le § 1er est remplacé par les dispositions suivantes :
" § 1er. Pour l'enseignement de promotion sociale, la "même fonction" est définie comme suit :
la fonction telle qu'elle est reprise dans la réglementation organisant le classement et la répartition des fonctions du personnel directeur et enseignant et du personnel d'appui :
pour la fonction de directeur et de directeur adjoint, il faut faire une distinction entre la fonction de directeur et de directeur adjoint d'un établissement organisant un troisième degré ou d'un établissement de l'enseignement supérieur de promotion sociale et la fonction de directeur et de directeur adjoint d'un établissement sans troisième degré. Cette distinction n'est pas faite si le membre du personnel intéressé est porteur du titre requis pour les deux fonctions;
s'il s'agit d'une fonction d'enseignant dans l'enseignement secondaire de promotion sociale :
1) une charge d'enseignement dans la même branche ou les mêmes spécialités et, pour les cours techniques ou pratiques, dans les branches appartenant à la même spécialité, dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente. Cette disposition n'est applicable que si le membre du personnel auquel la notion "même fonction" doit être appliquée, est porteur du titre requis ou jugé suffisant ou est censé être porteur d'un titre requis ou jugé suffisant pour ce cours et éventuellement pour cette spécialité;
2) une charge d'enseignement dans toute branche ou spécialité, autre que celle visée par a) et, pour les cours techniques ou pratiques, dans les branches qui appartiennent à la même spécialité, pour lesquelles le membre du personnel :
- ou bien, est porteur du titre requis ou, par mesure transitoire, est censé être porteur du titre requis;
- ou bien, s'il était nommé définitivement à cette branche ou spécialité, sur base d'un titre jugé suffisant ou d'un titre censé être suffisant par mesure transitoire, l'a enseignée pour une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables. L'application de la présente disposition est limitée aux établissements appartenant au pouvoir organisateur qui a accordé la nomination à titre définitif ou qui a repris d'un autre pouvoir organisateur l'établissement dans lequel le membre du personnel était nommé à titre définitif, soit par une simple reprise, soit par une fusion d'établissements;
s'il s'agit d'une fonction d'enseignant dans l'enseignement supérieur de promotion sociale :
a) une charge d'enseignement dans la même branche ou spécialité et, pour les cours techniques ou la pratique professionnelle ou les cours pratiques, dans les branches appartenant à la même spécialité, dont le membre du personnel était titulaire au 30 juin de l'année scolaire précédente;
b) une charge d'enseignement dans toute branche ou spécialité, autre que celle visée par a) et, pour les cours techniques, la pratique professionnelle ou les cours pratiques, dans les branches qui appartiennent à la même spécialité, que le membre du personnel intéressé a enseigné s'il était nommé définitivement, conformément à la réglementation sur les titres de capacité, pour une période ininterrompue de six mois au moins au cours des cinq dernières années scolaires précédant la date à laquelle les dispositions du présent arrêté deviennent applicables;
une fonction qui rapporte au moins une échelle de traitement égale, même si le nombre de prestations formant des prestations de service complètes n'est pas égal dans les deux fonctions;";
les §§ 2 et 3 sont abrogés.
Art. 9. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 4 februari 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Voor de centra wordt, in afwijking van artikel 3, § 3, "het ander ambt" als volgt gedefinieerd :
elk ambt, met uitzondering van " hetzelfde ambt ", in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt;
een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten. ";
§ 3 wordt opgeheven.
Art. 9. A l'article 10 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994 et 4 février 2000, sont apportées les modifications suivantes :
le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Pour les centres, "l'autre fonction" est définie, par dérogation à l'article 3, § 3, comme suit :
toute fonction, à l'exception de la notion "même fonction", dans les différents niveaux d'enseignement et centres pour laquelle le membre du personnel concerné possède le titre requis;
une fonction qui rapporte au moins une échelle de traitement égale, même si le nombre de prestations formant des prestations de service complètes n'est pas égal dans les deux fonctions. ";
le § 3 est abrogé.
Art. 10. In artikel 11, § 2, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in het eerste lid worden de woorden " de toewijzing aan dit personeelslid van een betrekking in een "ander ambt" ", vervangen door de woorden " de toewijzing aan een personeelslid van een betrekking in een "ander ambt ". ";
het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
" Onder voorbehoud van toepassing van de bepalingen, vermeld in artikel 3, § 3, zijn de verplichtingen inzake wedertewerkstelling voor de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in een ambt van de personeelscategorieën in de linkerkolom van onderstaande tabellen beperkt tot de ambten van de personeelscategorieën in de rechterkolom. ";
het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
"
Art. 10. A l'article 11, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
dans le premier alinéa de la version néerlandaise, originale, les mots "de toewijzing aan dit personeelslid van een betrekking in een "ander ambt" ", sont remplacés par les mots "de toewijzing aan een personeelslid van een betrekking in een "ander ambt".";
le deuxième alinéa est remplacé par le texte suivant :
" Sans préjudice de l'application des dispositions citées à l'article 3, § 3, les obligations de remise au travail sont limitées, pour les membres du personnel mis en disponibilité dans une fonction de la catégorie des personnels reprise dans la colonne gauche des tableaux suivants, aux fonctions des catégories des personnels reprises dans la colonne droite. ";
le quatrième alinéa est remplacé par ce qui suit :
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
- -
alle personeelsleden, ter wervingsambten van het :
beschikking gesteld in de categorie - bestuurs- en onderwijzend
van het bestuurs- en onderwijzend personeel
personeel - opvoedend hulppersoneel
- administratief personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- medisch personeel
- technisch personeel
en daarenboven :
directeur secundair onderwijs zonder directeur secundair onderwijs met
derde of vierde graad derde of vierde graad
en daarenboven :
directeur secundair onderwijs coordinator
onderdirecteur
adjunct-directeur
en daarenboven :
technisch adviseur-coordinator Technisch adviseur
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
- -
tous les membres du personnel, en Fonctions de recrutement du
disponibilite dans la catégorie du personnel :
personnel directeur et enseignant - directeur et enseignant
- auxiliaire d'education
- administratif
- psychologique
- paramedical
- social
- orthopedagogique
- medical
- technique
et en plus :
directeur enseignement secondaire directeur enseignement secondaire
ayant un troisieme ou quatrieme sans troisieme ou quatrieme degre
degre
et en plus :
directeur enseignement secondaire coordinateur
sous-directeur
directeur adjoint
et en plus :
a) conseiller technique- conseiller technique
coordinateur;
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
- -
de personeelsleden, ter beschikking Wervingsambten van het :
gesteld in de categorie van het - bestuurs- en onderwijzend
opvoedend hulppersoneel/het ambt personeel
van opvoeder - opvoedend hulppersoneel
- administratief personeel
- ondersteunend personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- medisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- technisch personeel
en daarenboven :
beheerder opvoeder-huismeester
directiesecretaris
en daarenboven :
directiesecretaris opvoeder-huismeester
en daarenboven :
opvoeder-huismeester directiesecretaris
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
- -
les membres du personnel mis en Fonctions de recrutement du
disponibilite dans la catégorie du personnel :
personnel auxiliaire d'education/la - directeur et enseignant
fonction d'educateur - auxiliaire d'education
- administratif
- d'appui
- psychologique
- paramedical
- medical
- social
- orthopedagogique
- technique
et en plus :
gestionnaire educateur-econome
secretaire de direction
et en plus :
secretaire de direction educateur-econome
et en plus :
educateur-econome secretaire de direction
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
- -
de personeelsleden, ter beschikking Wervingsambten van het :
gesteld in de categorieen van het - bestuurs- en onderwijzend
paramedisch/medisch/ psychologisch/ personeel
sociaal/orthopedagogisch personeel - paramedisch personeel
- medisch personeel
- psychologisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- administratief personeel
- opvoedend hulppersoneel
ondersteunend personeel met
uitzondering van het personeel dat
behoort tot het gewoon voltijds en
deeltijds secundair onderwijs
- het technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
- -
les membres du personnel, en Fonctions de recrutement du
disponibilite dans les categories personnel :
du personnel paramedical/medical/ - directeur et enseignant
psychologique/social/ - paramedical
orthopedagogique - medical
- psychologique
- social
- orthopedagogique
- administratif
- auxiliaire d'education
personnel d'appui a l'exception du
personnel appartenant a
l'enseignement secondaire ordinaire
a temps plein et a temps partiel
- technique
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
- -
de personeelsleden, ter beschikking Wervingsambten van het :
gesteld in de categorie van het - bestuurs- en onderwijzend
administratief personeel/het ambt personeel
van administratief medewerker in - administratief personeel
het secundair onderwijs, medewerker - opvoedend hulppersoneel
of administratief werker - ondersteunend personeel
- technisch personeel
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- medisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
- -
les membres du personnel, en Fonctions de recrutement du
disponibilite dans la catégorie du personnel :
personnel administratif/la fonction
de collaborateur administratif dans
l'enseignement secondaire, de
collaborateur ou d'auxiliaire
administratif
- directeur et enseignant
- administratif
- auxiliaire d'education
- d'appui
- technique
- psychologique
- paramedical
- medical
- social
- orthopedagogique
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
- -
de personeelsleden, ter beschikking wervingsambten van het :
gesteld in de categorie van het - bestuurs- en onderwijzend
technisch personeel personeel
- opvoedend hulppersoneel
- administratief personeel
- ondersteunend personeel met
uitzondering van het personeel dat
behoort tot het gewoon voltijds en
deeltijds secundair onderwijs
- psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- medisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
- -
tous les membres du personnel, en Fonctions de recrutement du
disponibilite dans la catégorie du personnel :
personnel technique - directeur et enseignant
- auxiliaire d'education
- administratif
- personnel d'appui a l'exception du
personnel appartenant a
l'enseignement secondaire ordinaire
a temps plein et a temps partiel
- psychologique
- paramedical
- medical
- social
- orthopedagogique
- technique
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
- -
de personeelsleden die ter wervingsambten, rekening houdend met
beschikking gesteld zijn omdat zij de beslissing van de
door een beslissing van de pensioencommissie van de
administratieve gezondheidsdienst administratieve gezondheidsdienst
definitief ongeschikt verklaard van het :
werden om op normale en regelmatige - bestuurs- en onderwijzend
wijze hun ambt uit te oefenen, doch personeel
geschikt bevonden werden om - opvoedend hulppersoneel
tewerkgesteld te worden onder - administratief personeel
bepaalde voorwaarden - psychologisch personeel
- paramedisch personeel
- sociaal personeel
- orthopedagogisch personeel
- medisch personeel
- technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
- -
les membres du personnel mis en Fonctions de recrutement, compte
disponibilite parce qu'une decision tenu de la décision de la
du service de sante administratif commission des pensions du service
les a declares definitivement de sante administratif du
inaptes a exercer leur fonction personnel :
d'une maniere normale et reguliere, - directeur et enseignant
mais aptes a être remis au travail - auxiliaire d'education
a certaines conditions - administratif
- psychologique
- paramedical
- social
- orthopedagogique
- medical
- technique
Art. 11. In artikel 12, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- in 1° worden tussen de woorden "het ondersteunend," en de woorden "het paramedisch" de woorden "het beleids- en ondersteunend personeel van het basisonderwijs" ingevoegd;
- in 6° worden de woorden " psycho-pedagogisch werker of van
werkleider voor de sociale discipline, voor de paramedische discipline of voor de methodologische informatie en documentatie " vervangen door de woorden " of psycho-pedagogisch werker ";
- in 7° worden de woorden " psycho-pedagogisch consulent, van werkleider voor de psycho-pedagogische discipline " vervangen door de woorden " arts, consulent of psycho-pedagogisch consulent ".
Art. 11. A l'article 12, § 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
- au point 1°, les mots "du personnel de gestion et d'appui" sont insérés entre les mots "du personnel d'appui," et les mots "du personnel paramédical";
- au point 6°, les mots "d'auxiliaire psychopédagogique ou, de chef de travaux pour la discipline sociale, paramédicale ou l'information et la documentation méthodologiques" sont remplacés par les mots "ou d'auxiliaire psychopédagogique";
- au point 7°, les mots "de conseil psychopédagogique, de chef de travaux de la discipline psychopédagogique" sont remplacés par les mots "de médecin, de conseil ou de conseil psychopédagogique".
Art. 12. In artikel 12bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 4 worden de woorden "een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs" vervangen door de woorden "een verlof wegens bijzondere opdracht";
het tweede lid van § 5, 3° wordt geschrapt;
aan § 5 wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° Beslissen over het inzetten in een instelling van de scholengemeenschap van het secundair onderwijs van de ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel die met toepassing van artikel 36bis worden beschouwd als zijnde gereaffecteerd in een niet-vacante betrekking. ";
aan § 5 wordt een 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. "
Art. 12. A l'article 12bis du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 4, les mots "un congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement" sont remplacés par les mots "un congé pour mission spéciale";
le deuxième alinéa du § 5, 3°, est supprimé;
au § 5 est ajouté un 5°, rédigé comme suit :
"5° Décider sur la désignation, dans un établissement du centre d'enseignement de l'enseignement secondaire, des membres du personnel d'appui mis en disponibilité considérés, par application de l'article 36bis, comme étant réaffectés dans un emploi non vacant. ";
au § 5 est ajouté un 6°, rédigé comme suit :
"6° Transmettre les données relatives aux membres du personnel mis en disponibilité et n'ayant pas été réaffectés ou remis au travail, à la première commission de réaffectation compétente. "
Art. 13. In artikel 12ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 2 worden in 1° tot en met 4° de woorden "In elke reaffectatiecommissie" vervangen door de woorden "In de reaffectatiecommissie";
in § 2 wordt een punt 4bis ° ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 4bis ° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra.
In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd; ";
in § 2 wordt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 4°bis, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen. ";
- in § 4 worden de woorden "een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs" vervangen door de woorden "een verlof wegens bijzondere opdracht";
- in § 5 wordt 6° vervangen door wat volgt :
" 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. "
Art. 13. A l'article 12ter du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 2, 1° à 4° inclus, les mots "Dans chaque commission de réaffectation" sont remplacés par les mots "Dans la commission de réaffectation";
dans le § 2 est inséré un point 4°bis, rédigé comme suit :
"4bis ° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont d'abord opérées séparément pour les centres.
En deuxième lieu, on procède aux réaffectations dans la même catégorie;";
au § 2, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
"5° Après réalisation des réaffectations et remises au travail visées aux points 1° à 4° inclus, les réaffectations et remises au travail sont entamées suivant les dispositions du présent arrêté dans tous les niveaux et catégories d'enseignement. ";
- au § 4, les mots "un congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement" sont remplacés par les mots "un congé pour mission spéciale";
- au § 5, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
"6° La transmission des données relatives aux membres du personnel mis en disponibilité et n'ayant pas été réaffectés ou remis au travail, à la première commission de réaffectation compétente. "
Art. 14. In artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 2 wordt het derde lid opgeheven;
in § 7 wordt de zin " Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies van het basisonderwijs kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor een periode van 4 weken, te nemen voor 1 oktober. " vervangen door de zin "Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens bijzondere opdracht worden toegekend voor een periode van vier weken, te nemen voor 1 oktober. ";
in § 8, 2° wordt de laatste zin geschrapt;
in § 8 wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt
" 4° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. "
Art. 14. A l'article 13 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 2 le quatrième alinéa est supprimé;
au § 7, la phrase "Les secrétaires des commissions zonales de réaffectation de l'enseignement fondamental peuvent, à leur demande, obtenir un congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement pour une période de quatre semaines, à prendre avant le 1er octobre. " est remplacée par la phrase "Les secrétaires des commissions zonales de réaffectation peuvent, à leur demande, obtenir un congé pour mission spéciale pour une période de quatre semaines, à prendre avant le 1er octobre. ";
au § 8, 2°, la dernière phrase est rayée;
au § 8 est ajouté un 4°, rédigé comme suit :
"4° La transmission des données relatives aux membres du personnel mis en disponibilité et n'ayant pas été réaffectés ou remis au travail, à la première commission de réaffectation compétente. "
Art. 15. In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt het laatste lid opgeheven;
in § 2, derde lid, worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs";
in § 2, vierde lid, wordt de zin " Aan de secretarissen van de interprovinciale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend. " vervangen door de zin " Aan de secretarissen van de interprovinciale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens bijzondere opdracht worden toegekend. ";
in § 3 wordt 2° vervangen door wat volgt :
" 2° Over de onderwijsniveaus heen reaffecteren en wedertewerkstellen van ter beschikking gestelde personeelsleden die niet in de inrichtende macht, in de scholengemeenschap van het secundair onderwijs, in de zone of in de scholengroep en niet in hun niveau in de interprovinciale reaffectatiecommissie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden; ";
in § 3, 3° worden de woorden " als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 52; " vervangen door de woorden " als administratieve ondersteuning voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 47bis ; ";
in § 3 wordt een 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. "
Art. 15. A l'article 14 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er le quatrième alinéa est supprimé;
au § 2, troisième alinéa, les mots "Le Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés par les mots : "le Ministre flamand chargé de l'enseignement";
au § 2, quatrième alinéa, la phrase "A leur demande, les secrétaires des commissions de réaffectation interprovinciale peuvent obtenir un congé pour mission dans l'intérêt de l'enseignement. " est remplacée par la phrase "A leur demande, les secrétaires des commissions de réaffectation interprovinciale peuvent obtenir un congé pour mission spéciale. ";
au § 3, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
"2° La réaffectation et la remise au travail, pour l'ensemble des réseaux d'enseignement, de membres du personnel mis en disponibilité qui n'ont pu être réaffectés ou remis au travail auprès du pouvoir organisateur, dans le centre d'enseignement de l'enseignement secondaire, dans la zone ou dans le groupe d'école et dans leur niveau dans la commission de réaffectation interprovinciale;";
au § 3, 3°, les mots "comme aide administratif pour l'enseignement fondamental, telle que fixée à l'article 52;" sont remplacés par les mots " comme appui administratif pour l'enseignement fondamental, tel que visé à l'article 47bis ;";
au § 3 est ajouté un 6°, rédigé comme suit :
"6° La transmission des données relatives aux membres du personnel mis en disponibilité et n'ayant pas été réaffectés ou remis au travail, à la suivante commission de réaffectation compétente. "
Art. 16. In artikel 15, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs".
Art. 16. Dans l'article 15, troisième alinéa, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, les mots "le Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés par les mots "le Ministre flamand chargé de l'enseignement".
Art. 17. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs".
Art. 17. A l'article 16 du même arrêté, les mots "Le Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés par les mots : "Le Ministre flamand chargé de l'enseignement".
Art. 18. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1, 1° wordt de laatste zin geschrapt;
in § 1, 2° wordt de laatste zin geschrapt;
in § 2 worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs".
Art. 18. A l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, 1°, la dernière phrase est rayée;
au § 1er, 2°, la dernière phrase est rayée;
au § 2, les mots "Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés par les mots : "Ministre flamand chargé de l'enseignement".
Art. 19. In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : " Met uitzondering van de centra, bedoeld in artikel 19, verdeelt, bij het begin van het schooljaar, de inrichtende macht de betrekkingen over de vastbenoemde titularissen op de volgende manier :";
in § 1, 1°, worden de woorden "voor eenzelfde gepondereerd volume van opdracht", vervangen door de woorden " voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht";
aan § 1, 2°, wordt de volgende zin toegevoegd :
" Als het om een personeelslid van het ondersteunend personeel gaat, moet de inrichtende macht rekening houden met artikel 2, § 9 en § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld. ";
§ 2 wordt opgeheven;
in § 3 wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
" Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs. "
Art. 19. A l'article 18 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit : "Exception faite des centres visés à l'article 19, le pouvoir organisateur répartit, au début de l'année scolaire, les emplois entre les titulaires nommés à titre définitif de la manière suivante :";
au § 1er, 1°, les mots "pour le même volume pondéré de charge" sont remplacés par les mots "pour le même volume pondéré de la charge";
le § 1er, 2°, est complété par la phrase suivante :
"S'il s'agit d'un membre du personnel d'appui, le pouvoir organisateur doit tenir compte de l'article 2, §§ 9 et 10. Si, par la mise en disponibilité précitée, le nombre d'éducateurs baissait au-dessous de 50 % du nombre de membres du personnel d'appui, le titulaire nommé à titre définitif qui a le moins d'ancienneté de service est mis en disponibilité dans l'emploi de collaborateur administratif. ";
le § 2 est abrogé;
au § 3, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
"Cette disposition s'applique également à l'unité pédagogique, excepté pour ce qui est des membres du personnel d'appui dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein. "
Art. 20. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 19. § 1. Uiterlijk op 1 juni voor de start van de driejaarlijkse omkaderingsperiode stelt het centrumbestuur de personeelsformatie voor ieder van zijn centra vast.
§ 2. Het centrumbestuur verdeelt jaarlijks de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden. Er wordt per centrum en per ambt rekening gehouden met alle vastbenoemde personeelsleden in volgorde van dienstanciënniteit. Daarbij wordt voorrang gegeven aan het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst de betrekking gegeven.
Het centrumbestuur wijst, rekening houdend met de bepalingen van de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde volume van de opdracht waarvoor de betrokken personeelsleden vastbenoemd waren op het einde van het voorafgaande schooljaar.
§ 3. Een centrumbestuur stelt een personeelslid pas ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking nadat het in voorkomend geval onder alle personeelsleden van het centrum in kwestie :
een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden, die "hetzelfde ambt" uitoefenen;
een einde heeft gesteld aan de diensten van vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;
een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in " hetzelfde ambt ".
§ 4. Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de personeelsformatie, neemt het centrumbestuur één of meer van de volgende maatregelen :
het niet-overdragen van omkaderingsgewichten naar andere centra of naar de permanente ondersteuningscellen;
het niet-toekennen van coördinatiefuncties;
in afwijking van § 1, een tussentijdse aanpassing van de personeelsformatie, rekening houdend met de bekende pensioneringen, mutaties of terbeschikkingstellingen die voorafgaan aan het rustpensioen;
in afwijking van § 1, een tijdelijke aanpassing van de personeelsformatie op basis van tijdelijk niet-aangewende omkaderingsgewichten, gegenereerd door personeelsleden aan wie op basis van § 2 een betrekking was toegekend en die tot het einde van het schooljaar ingevolge een verlofstelsel afwezig zijn.
Hierbij voegt het centrumbestuur alle nodige documenten ter staving;
het toekennen aan een vastbenoemd personeelslid van een opdracht in een ander centrum van hetzelfde of van een ander centrumbestuur, met akkoord van het betrokken personeelslid en in voorkomend geval van het andere centrumbestuur.
De maatregel, bedoeld in 4°, kan enkel worden aangewend als het omkaderingsgewicht van het centrum bestemd voor de nieuwe personeelsformatie, kleiner is dan het omkaderingsgewicht, bestemd voor de vorige personeelsformatie en als, met de maatregelen, bedoeld in 1°, 2°, 3° en 5°, een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking zonder reaffectatie of wedertewerkstelling niet kon worden vermeden.
Als het centrumbestuur dergelijke maatregelen voorstelt, worden die voor 1 september beoordeeld, hetzij door de zonale reaffectatiecommissie voor wat de gesubsidieerde centra betreft, hetzij door de interprovinciale reaffectatiecommissie voor wat de centra van het Gemeenschapsonderwijs betreft.
De bevoegdheden van de zonale reaffectatiecommissies en van de interprovinciale reaffectatiecommissie zijn hierbij beperkt tot :
het kennis nemen van de personeelsformatie en eventueel van de bijbehorende maatregelen;
het beoordelen van de maatregelen en het al dan niet bekrachtigen van deze maatregelen.
Bij niet-bekrachtiging moet het centrumbestuur in kwestie nieuwe maatregelen voostellen, die dan opnieuw ter bekrachtiging worden voorgelegd.
§ 5. Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de formatie en na de uitvoering van alle maatregelen die opgenomen zijn in het plan, bedoeld in § 4, zal de terbeschikkingstelling ten laste komen van het vastbenoemde personeelslid in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit."
Art. 20. L'article 19 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 19. § 1er. Au plus tard le 1er juin précédant le début de la période triennale d'encadrement, la direction du centre fixe le cadre organique de chacun de ses centres.
§ 2. La direction du centre répartit annuellement les emplois entre les membres du personnel nommés à titre définitif. Par centre et par fonction, il est tenu compte de tous les membres du personnel nommés à titre définitif dans l'ordre de leur ancienneté de service. La priorité est donnée au membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité. A ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé est le premier désigné à la fonction.
Tout en tenant compte des dispositions de la réglementation en matière de titres de capacités, la direction du centre attribue les emplois aux membres du personnel nommés à titre définitif et ce pour une charge de même volume que celle dont ils étaient titulaires à la fin de l'année scolaire précédente.
§ 3. La direction du centre ne peut mettre un membre du personnel en disponibilité par défaut d'emploi qu'après que, le cas échéant, elle a, parmi tous les membres du personnel du centre concerné :
mis fin aux services des membres du personnel temporaires qui effectuent "la même fonction";
mis fin aux services des membres du personnel nommés à titre définitif qui effectuent "la même fonction" a titre de fonction accessoire;
mis fin aux services des membres du personnel temporaires ayant été engagés dans "la même fonction" par voie de remise au travail ou de réaffectation.
§ 4. S'il y a risque de mise en disponibilité par défaut d'emploi dans une fonction du cadre organique, la direction du centre prend une ou plusieurs des mesures suivantes :
le non-report de pondérations d'encadrement à d'autres centres ou aux cellules permanentes d'appui;
la non-attribution de fonctions de coordination;
par dérogation au § 1er, une adaptation intercalaire du cadre organique, tout en tenant compte des mises à la retraite, mutations et mises en disponibilité précédant la pension de retraite;
par dérogation au § 1er, une adaptation temporaire du cadre organique sur la base de pondérations d'encadrement temporaires non utilisées, générées par des membres du personnel auxquels un emploi avait été attribué au vu du § 2 et qui sont absents jusqu'à la fin de l'année scolaire suite à un régime de congé.
La direction du centre y joint tous les documents justificatifs nécessaires;
l'attribution à un membre du personnel nommé à titre définitif d'une charge dans un autre centre de la même ou d'une autre direction du centre, avec l'accord du membre du personnel concerné et le cas échéant de l'autre direction du centre.
La mesure, visée au point 4°, ne peut être appliquée que si la ponderation d'encadrement du centre destinée au cadre organique est inférieure à la pondération d'encadrement destinee au cadre organique précédent et si, nonobstant les mesures visées aux points 1°, 2°, 3° et 5°, une mise en disponibilité par défaut d'emploi sans réaffectation ou remise au travail n'a pas pu être évitée.
Si la direction du centre propose de telles mesures, celles-ci sont évaluées avant le 1er septembre, soit par la commission zonale de réaffectation pour ce qui est des centres subventionnés, soit par la commission interprovinciale de réaffectation pour ce qui est des centres de l'Enseignement communautaire.
Les compétences des commissions zonales de réaffectation et de la commission interprovinciale de réaffectation sont limitées :
à la connaissance du cadre organique et, éventuellement, des mesures y afférentes;
à l'appréciation des mesures et le sanctionnement ou non de ces mesures.
En cas de non-sanctionnement, la direction du centre concerné doit proposer de nouvelles mesures, qui devront à nouveau être soumises à l'approbation.
§ 5. S'il y a risque de mise en disponibilité par défaut d'emploi dans une fonction du cadre et après l'exécution de toutes les mesures reprises au plan visé au § 4, cette mise en disponibilité sera a charge du membre du personnel nommé à titre définitif dans la "même fonction" qui a le moins d'ancienneté de service. "
Art. 21. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Bij de maatregelen, voorafgaand aan de terbeschikkingstelling in het onderwijs, wordt een onderscheid gemaakt tussen het gewoon onderwijs enerzijds en het buitengewoon onderwijs anderzijds.
Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking nadat ze, in het Gemeenschapsonderwijs onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling en in het gesubsidieerd onderwijs onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling of tot de instellingen die deze inrichtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente en die voor het gewoon secundair onderwijs behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, in de opgegeven volgorde en voorzover dat nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden :
de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet, verminderd heeft tot het minimumaantal lesuren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties;
de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" in een andere instelling als hoofdambt uitoefenen, verminderd heeft tot het aantal lesuren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen. Hierbij moet in voorkomend geval rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;
een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt".
Voor de toepassing van deze bepaling vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt.
Voor het ondersteunend personeel past de inrichtende macht deze bepalingen slechts toe op de personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling. ";
§ 2 wordt opgeheven;
aan § 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
" Deze bepalingen zijn niet van toepassing als de nieuwe affectatie gebeurt binnen een pedagogische entiteit. ";
er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. In het buitengewoon basisonderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel :
Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling een of meer betrekkingen minder kan inrichten.
Bij daling van het aantal uren kiest het schoolbestuur in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. ";
er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. In het buitengewoon secundair onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel.
Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen minder kan inrichten.
Bij daling van het aantal uren kiest de inrichtende macht in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. "
Art. 21. A l'article 20 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
le § 1er est remplacé par les dispositions suivantes :
" § 1er. Lorsque des mesures préalables à la mise en disponibilité sont prises, il faut faire la distinction entre l'enseignement ordinaire d'une part et, d'autre part, l'enseignement spécial.
Un pouvoir organisateur ne place un membre du personnel en position de disponibilité qu'après avoir, parmi l'ensemble des personnels appartenant au même établissement ou aux établissements créés par le pouvoir organisateur sur le territoire de la même commune et appartenant, pour ce qui est de l'enseignement secondaire ordinaire, au même centre d'enseignement, dans l'ordre indiqué et pour autant qu'il soit nécessaire afin d'éviter une mise en disponibilité :
réduit les prestations de ses membres du personnel exerçant la "même fonction" dans l'établissement où survient la diminution de prestations, jusqu'au nombre minimum de périodes exigé pour un emploi à prestations complètes;
réduit les prestations de ses membres du personnel exerçant la "même fonction" en tant que fonction principale dans un autre établissement, au nombre de périodes requis pour un emploi à prestations complètes;
mis fin aux services des membres du personnel temporaires qui effectuent "la même fonction". Le cas échéant, il faut tenir compte de l'article 2, § 10. Si, par la cessation précitée de la désignation temporaire d'un membre du personnel, le nombre d'éducateurs baissait au-dessous de 50 % du nombre de membres du personnel d'appui de l'établissement, le titulaire nommé à titre définitif qui a le moins d'ancienneté de service est mis en disponibilité dans l'emploi de collaborateur administratif;
mis fin aux prestations des membres du personnel nommés à titre définitif qui effectuent "la même fonction" en tant que fonction accessoire;
mis fin aux prestations des membres du personnel temporaires ayant été engagés dans "la même fonction" par voie de remise au travail ou de réaffectation.
Pour l'application de cette disposition, la "Middenschool" intégrée, visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 15 décembre 1982 fixant les appellations et la structure des établissements d'enseignement secondaire de l'Etat, constitue un établissement unique avec l'établissement avec lequel elle forme une unité administrative.
Pour ce qui est du personnel d'appui, le pouvoir organisateur n'applique ces dispositions qu'aux membres du personnel appartenant au même établissement. ";
le § 2 est abrogé;
le § 3 est complété par la phrase suivante :
" Ces dispositions ne s'appliquent pas si la nouvelle affectation s'effectue au sein d'une entité pédagogique. ";
il est ajouté un § 4 rédigé comme suit :
" § 4. L'enseignement fondamental spécial est régi par les mesures spécifiques suivantes, en cas d'une réduction du capital-heures pour le personnel paramédical, médical, orthopédagogique, psychologique et social :
Si, par rapport au 30 juin de l'année scolaire précédente, une école ou un établissement dispose de moins d'heures dans le capital-heures pour le personnel paramédical, médical, orthopédagogique, psychologique et social, il est possible que l'école ou l'établissement puisse organiser un ou plusieurs emplois en moins.
En cas de réduction du nombre d'heures, l'autorite scolaire choisit en premier lieu - sur la base de critères valables pour au moins trois années scolaires et faisant l'objet de concertations dans le comité local compétent - un ou des emplois parmi les fonctions du personnel paramédical, médical, orthopédagogique, psychologique et social ne pouvant plus être maintenu(s). Il s'agit toujours de fonctions organisées au 30 juin de l'année scolaire précédente dans l'école ou l'établissement en question. ";
il est ajouté un § 5 rédigé comme suit :
" § 5. L'enseignement secondaire spécial est régi par les mesures spécifiques suivantes, en cas d'une réduction du capital-heures pour le personnel paramédical, médical, orthopédagogique, psychologique et social.
Si, par rapport au 30 juin de l'année scolaire précédente, une école ou un établissement dispose de moins d'heures dans le capital-heures pour le personnel paramédical, médical, orthopédagogique, psychologique et social, il est possible que l'ecole ou l'établissement puisse organiser un ou plusieurs emplois en moins.
En cas de réduction du nombre d'heures, le pouvoir organisateur choisit en premier lieu - sur la base de critères valables pour au moins trois années scolaires et faisant l'objet de concertations dans le comité local compétent - un ou des emplois parmi les fonctions du personnel paramédical, médical, orthopédagogique, psychologique et social ne pouvant plus être maintenu(s). Il s'agit toujours de fonctions organisées au 30 juin de l'année scolaire précédente dans l'école ou l'établissement en question. "
Art. 22. Aan artikel 22, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
de laatste zin van 2°, a), wordt vervangen door wat volgt :
" Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs. ";
de laatste zin van 2°, b) wordt vervangen door wat volgt :
" Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld. ";
punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
" 3° in het deeltijds kunstonderwijs :
a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs : in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft;
b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. ";
punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
" 5° in het buitengewoon onderwijs :
a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs : in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft;
b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. ";
in 6° worden de woorden " in het centrum waar de vermindering van prestaties zich voordoet en in het laatst gerangschikte ambt " vervangen door de woorden " in het centrum en in het ambt waar de vermindering van prestaties zich voordoet ".
Art. 22. A l'article 22, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
la dernière phrase du 2°, a), est remplacée par la disposition suivante :
" Cette disposition s'applique également à l'unité pédagogique, excepté pour ce qui est des membres du personnel appartenant aux catégories du personnel d'appui dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein. ";
la dernière phrase du 2°, b), est remplacée par la disposition suivante :
Si, par la mise en disponibilité précitée, le nombre d'éducateurs baissait au-dessous de 50 % du nombre de membres du personnel d'appui, le titulaire nommé à titre définitif qui a le moins d'ancienneté de service est mis en disponibilité dans l'emploi de collaborateur administratif. ";
le 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° dans l'enseignement artistique à temps partiel :
a) pour l'enseignement communautaire et pour l'enseignement libre subventionné : dans l'enseignement où la diminution des prestations se produit : celui qui a le moins d'ancienneté de service;
b) pour l'enseignement officiel subventionné : au choix, dans l'établissement où la diminution des prestations se produit ou dans l'ensemble des établissements qu'organise le pouvoir organisateur sur le territoire de la même commune : celui qui a le moins d'ancienneté de service; Dès que le choix est fait, il reste valable pour une période de six ans pour tous les membres du personnel de toutes les catégories ou pour la législature en cours ou la législature nouvelle. ";
le 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° dans l'enseignement extraordinaire :
a) pour l'enseignement communautaire et pour l'enseignement libre subventionné : dans l'enseignement où la diminution des prestations se produit : celui qui a le moins d'ancienneté de service;
b) pour l'enseignement officiel subventionné : au choix, dans l'établissement où la diminution des prestations se produit ou dans l'ensemble des établissements qu'organise le pouvoir organisateur sur le territoire de la même commune : celui qui a le moins d'ancienneté de service. Dès que le choix est fait, il reste valable pour une période de six ans pour tous les membres du personnel de toutes les catégories ou pour la législature en cours ou la législature nouvelle. ";
au 6°, les mots "dans le centre où se produit la diminution des prestations et dans la fonction classée dernière" sont remplacés par les mots "dans le centre et la fonction où se produit la diminution des prestations".
Art. 23. In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 25 maart 1997, 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 worden in 6° de woorden "of met beperkt leerplan" geschrapt;
in § 2 worden de woorden "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden voorzien in artikel 5, § 1, 3e, 4e, 5e, 6e en 7e gedachtenstreep van het decreet van 9 april 1992 " vervangen door de woorden : " De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vastgelegd in artikel 5, § 1, 3e, 5e en 7e gedachtestreep van het decreet van 9 april 1992".
Art. 23. A l'article 23 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994, 25 mars 1997, 22 septembre 1998 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, 6°, les mots "ou a horaire réduit" sont supprimés;
au § 2, les mots "Les mises en disponibilité des membres du personnel prévues à l'article 5, § 1er, 3e, 4e, 5e, 6e et 7e tirets, du décret du 9 avril 1992" sont remplacés par les mots : "Les mises en disponibilité des membres du personnel, fixées à l'article 5, § 1er, 3e, 5e et 7e tirets du décret du 9 avril 1992".
Art. 24. In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt de laatste zin geschrapt.
Art. 24. A l'article 24 du même arrêté, la dernière phrase est supprimée.
Art. 25. In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 25 maart 1997, 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 2 worden in 1° de woorden "laatste schooldag van september" vervangen door de woorden : "eerste schooldag van oktober";
in § 2 wordt in 5° de volgende zin toegevoegd : " In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben. ";
in § 2 worden in 6° de woorden : "of met beperkt leerplan", geschrapt;
in § 2 wordt in 7° de volgende zin toegevoegd : " In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben. ";
in § 3 worden de woorden "de Gemeenschapsminister van Onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs".
Art. 25. A l'article 25 du même arrête, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 25 mars 1997, 22 septembre 1998 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 2, 1°, les mots "dernier jour de classe du mois de septembre" sont remplacés par les mots "premier jour de classe du mois d'octobre";
le § 2, 5°, est complété par la phrase suivante : " Par dérogation à cette disposition, le cinquième jour ouvrable du mois d'octobre pour les écoles ayant pour jour de comptage le 1er octobre. ";
au § 2, 6°, les mots "ou à horaire réduit" sont supprimés;
le § 2, 7°, est complété par la phrase suivante : " Par dérogation à cette disposition, le cinquième jour ouvrable du mois d'octobre pour les écoles ayant pour jour de comptage le 1er octobre. ";
au § 3, les mots "Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés par les mots : "Ministre flamand chargé de l'enseignement".
Art. 26. In artikel 25bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van 1 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° voor instellingen die op 1 september 1999 in afbouw zijn. ";
in § 2 worden de woorden " die tot een scholengemeenschap behoren " vervangen door de woorden " van de in § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, genoemde instellingen ";
in § 2 worden tussen de woorden "met vermelding van het aantal uren" en de woorden "de instelling", de woorden "of het aantal punten", ingevoegd;
in § 2 worden tussen de woorden " met vermelding van het type " en de woorden, " in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs ", de woorden " of de opleidingsvorm " ingevoegd.
in § 3, eerste lid wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen. ";
in § 6 wordt aan 2° een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Deze bepaling geldt niet voor personeelsleden van het ondersteunend personeel, tenzij het gaat om een personeelslid van een netoverschrijdende scholengemeenschap van het secundair onderwijs dat een reaffectatie of wedertewerkstelling heeft geweigerd in een instelling van een ander net dan datgene waarin het ter beschikking is gesteld ";
in § 6 wordt aan 3° een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Deze bepaling geldt niet voor vacatures in ambten van het ondersteunend personeel. "
Art. 26. A l'article 25bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par l'arrêté du 1er mars 2002, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er est ajouté un 5°, rédigé comme suit :
" 5° aux établissements qui sont en voie de suppression au 1er septembre 1999. ";
au § 2, les mots "appartenant à un centre d'enseignement" sont remplacés par les mots "des établissements cités au § 1er, 1°, 2°, 3° et 4°";
au § 2, les mots "ou du nombre de points" sont insérés entre les mots "avec mention du nombre d'heures" et les mots "l'établissement";
au § 2, les mots "ou de la forme d'enseignement" sont insérés entre les mots "avec mention du type" et les mots, "l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel".
au § 3, premier alinéa, la deuxième phrase est remplacée par ce qui suit :
"La disposition ne vaut pas s'il s'agit d'emplois qui sont exercés par des membres du personnel engagés par voie de réaffectation ou de remise au travail par le pouvoir organisateur dans le cadre des droits et obligations. ";
le § 6, 2°, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
"Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel d'appui, sauf s'il s'agit d'un membre du personnel d'un centre d'enseignement inter-caractère de l'enseignement secondaire ayant refuse une réaffectation ou remise au travail dans un établissement d'un réseau autre que celui dans lequel il est mis en disponibilité";
le § 6, 3°, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
"Cette disposition ne vaut pas pour les vacances d'emploi dans des fonctions du personnel d'appui. "
Art. 27. In artikel 25ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 2 worden tussen de woorden " moeten de inrichtende machten " en de woorden " aan de bevoegde reaffectatiecommissie " de woorden " van de in § 1 en in artikel 25bis, § 1, 5°, genoemde instellingen " ingevoegd;
in § 2 worden tussen de woorden "met vermelding van het aantal uren" en de woorden "de instelling", de woorden "of het aantal punten" ingevoegd;
in § 2 worden tussen de woorden " met vermelding van het type " en de woorden " in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs ", de woorden " of de opleidingsvorm " ingevoegd;
in § 3, eerste lid wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :
" Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen. ";
§ 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. De gegevens vermeld in § 2 en § 3, moeten worden meegedeeld in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 20 september. "
Art. 27. A l'article 25ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000, sont apportées les modifications suivantes :
au § 2, les mots "des établissements visés au § 1er et à l'article 25bis, § 1er, 5°" sont insérés entre les mots "les pouvoirs organisateurs" et les mots "sont tenus de fournir";
au § 2, les mots "ou du nombre de points" sont insérés entre les mots "avec mention du nombre d'heures" et les mots "l'établissement";
au § 2, les mots "ou de la forme d'enseignement" sont insérés entre les mots "avec mention du type" et les mots ",l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel";
au § 3, premier alinéa, la deuxième phrase est remplacée par ce qui suit :
"La disposition ne vaut pas s'il s'agit d'emplois qui sont exercés par des membres du personnel engagés par voie de réaffectation ou de remise au travail par le pouvoir organisateur dans le cadre des droits et obligations. ";
le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. Les données visées aux §§ 2 et 3 doivent être fournies dans la période à partir du 1er août et, en tout cas, avant le 20 septembre. "
Art. 28. In artikel 25 quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
" 1° de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs. In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; ";
er wordt een 1° bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 1 bis ° de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs in het gesubsidieerd onderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben. In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; ";
punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
" 2° de instellingen van het deeltijds kunstonderwijs. In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; ";
punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
" 3° de instellingen van het onderwijs voor sociale promotie. In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4 moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; ";
punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
" 4° de scholen van het basisonderwijs in het gemeenschapsonderwijs en de centra in het gemeenschapsonderwijs; ";
punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
" 5° de instellingen van het basisonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben. In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober. "
Art. 28. A l'article 25quater du même arrêté, modifié par l'arrête du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
le 1° est remplacé par la disposition suivante :
"1° les établissements de l'enseignement secondaire spécial. Par dérogation aux dispositions de l'article 25ter, § 4, les données doivent être fournies au président de la commission interprovinciale de réaffectation avant le cinquième jour ouvrable du mois d'octobre;";
il est ajouté un 1bis °, rédigé ainsi qu'il suit :
"1bis ° les établissements de l'enseignement secondaire spécial dans l'enseignement subventionné ayant le premier jour de classe du mois d'octobre comme jour de comptage. Par dérogation aux dispositions de l'article 25ter, § 4, les données doivent être fournies au président de la commission interprovinciale de réaffectation avant le cinquième jour ouvrable du mois d'octobre;";
le 2° est remplacé par la disposition suivante :
"2° les établissements d'enseignement artistique à temps partiel. Par dérogation aux dispositions de l'article 25ter, § 4, les données doivent être fournies au président de la commission interprovinciale de réaffectation avant le cinquième jour ouvrable du mois d'octobre;";
le 3° est remplacé par la disposition suivante :
"3° les établissements de l'enseignement de promotion sociale. Par dérogation aux dispositions de l'article 25ter, § 4, les données doivent être fournies au président de la commission interprovinciale de réaffectation avant le cinquième jour ouvrable du mois d'octobre;";
le 4° est remplacé par la disposition suivante :
"4° les écoles de l'enseignement fondamental dans l'enseignement communautaire et les centres dans l'enseignement communautaire;";
le 5° est remplacé par la disposition suivante :
"5° les établissements de l'enseignement fondamental dans l'enseignement subventionné ayant le premier jour de classe du mois d'octobre comme jour de comptage. Par dérogation aux dispositions de l'article 25ter, § 4, les donnees doivent être communiquées au président de la commission interprovinciale de réaffectation avant le cinquième jour ouvrable d'octobre. "
Art. 29. In artikel 26, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de woorden "instellingen die de laatste schooldag van september als teldag hebben", vervangen door de woorden "instellingen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben".
Art. 29. A l'article 26, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, les mots "établissements ayant le dernier jour scolaire de septembre comme jour de comptage" sont remplacés par les mots "établissements ayant le premier jour de classe d'octobre comme jour de comptage".
Art. 30. In artikel 27, § 2, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de woorden " op 1 oktober " vervangen door de woorden " op 15 september ".
Art. 30. Dans l'article 27, § 2, 2°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, les mots "le 1er octobre" sont remplacés par les mots "le 15 septembre".
Art. 31. In artikel 27bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in 4° worden de woorden "op 15 september", vervangen door de woorden : "op 1 oktober";
in 5° worden de woorden "op 15 september", vervangen door de woorden : "op 1 oktober".
Art. 31. A l'article 27bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au 4°, les mots "le 15 septembre" sont remplacés par les mots "le 1er octobre";
au 5°, les mots "le 15 septembre" sont remplacés par les mots "le 1er octobre".
Art. 32. In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 7 worden de woorden "of een nieuwe aanwijzing krijgt" vervangen door de woorden " of een nieuwe affectatie of mutatie krijgt";
§ 10 wordt opgeheven;
een nieuwe § 11 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 11. Voor de directeurs van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs wordt vanaf 1 september 2002 onder de laatste activiteitswedde(ntoelage) verstaan de wedde of weddentoelage zoals bepaald in weddenschaal 479 of voor een directeur van een oefenschool de weddenschaal 498. "
Art. 32. A l'article 29 du même arrêté, modifié par l'arrête du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 7, les mots "ou qu'il fait l'objet d'une nouvelle désignation" sont remplacés par les mots "ou qu'il fait l'objet d'une nouvelle affectation ou mutation";
le § 10 est abrogé;
il est ajouté un § 11 rédigé comme suit :
" § 11. Pour les directeurs de l'enseignement ordinaire et spécial, il faut, à partir du 1er septembre 2002, comprendre par 'dernier traitement d'activité'/'dernière subvention-traitement' le traitement ou la subvention-traitement tel(le) que visé(e) dans l'échelle de traitement 479 ou pour un directeur d'une école d'application l'échelle de traitement 498. "
Art. 33. In artikel 31, § 1, van hetzelfde besluit wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
" Wanneer er echter in een instelling van de inrichtende macht of het schoolbestuur die tot dezelfde scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoort of in een instelling van de inrichtende macht of het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen. "
Art. 33. Dans l'article 31, § 1er, du même arrêté, la derniere phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Toutefois, si dans un établissement du pouvoir organisateur ou de l'autorité scolaire appartenant au même centre d'enseignement de l'enseignement secondaire ou dans un établissement du pouvoir organisateur ou de l'autorité scolaire n'appartenant pas à un centre d'enseignement de l'enseignement secondaire ou dans un centre subventionné où le membre du personnel est mis en disponibilité ou dans l'établissement qui a repris l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, une vacance d'emploi dans la même fonction doit être attribuée par voie de reaffectation, le membre du personnel est tenu de s'acquitter de ses obligations en matière de réaffectation. "
Art. 34. In artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 1, A, 7 °, wordt vervangen door wat volgt :
" 7° Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde : ";
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°. ";
§ 1, B, 4°, wordt vervangen door wat volgt :
" 4° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°; ";
in § 1, B, wordt een 4° bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° bis verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de zonale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen; ";
in § 1, B, wordt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen; ";
in § 1, B, wordt 6° vervangen door wat volgt :
" 6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen; ";
In § 1, B, wordt 7° opgeheven;
§ 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. ";
in § 4 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten" geschrapt.
Art. 34. A l'article 34 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 septembre 1998 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
le § 1er, A, 7°, est remplacé par la disposition suivante :
"7° Sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, dans l'ordre suivant :";
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°. ";
le § 1er, B, 4°, est remplacé par la disposition suivante :
"4° sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit a une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°; ";
au § 1er, B, est ajouté un 4°bis, rédigé comme suit :
"4°bis tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission zonale de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail;";
au § 1er, B, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
"5° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission interprovinciale de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail;";
au § 1er, B, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
"6° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail;";
Au § 1er, B, le point 7° est abrogé;
le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque réaffectation et chaque remise au travail doivent d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion. L'attribution, pour des emplois vacants comme pour des emplois non vacants, a d'abord lieu dans un emploi non occupe par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue. ";
au § 4, les mots "qui bénéficient d'une autre forme de mise en disponibilité, d'un congé ou d'une absence" sont supprimés.
Art. 35. In artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1, A, wordt 6 °vervangen door wat volgt :
" 6° Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°; "
in § 1, B, worden 3°, 4°, 5° en 6° vervangen door wat volgt :
" 3° Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de zonale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;
verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;
verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. "
in § 2 worden de woorden "Mits naleving van de verplichtingen in § 1, punt 1 en 3, kan", vervangen door de woorden "Mits de verplichtingen in § 1, punt 1 en 2, nageleefd worden, kan";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. ";
in § 4 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten" geschrapt.
Art. 35. A l'article 35 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, A, le point 6°, est remplacé par la disposition suivante :
Sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;"
au § 1er, B, les points 3°, 4°, 5° et 6° sont remplacés par la disposition suivante :
"3° Sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission zonale de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission interprovinciale de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. "
au § 2, les mots "En respectant les obligations prévues au § 1er, 1 et 3," sont remplacés par les mots "A condition que les obligations prévues au § 1er, points 1 et 2, soient respectées,";
le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque réaffectation et chaque remise au travail doivent d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre interimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion. L'attribution, pour des emplois vacants comme pour des emplois non vacants, a d'abord lieu dans un emploi non occupé par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue. ";
au § 4, les mots "qui bénéficient d'une autre forme de disponibilité, d'un congé ou d'une absence" sont supprimés.
Art. 36. In artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Dit artikel geldt niet voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel. ";
in § 2, A, 1°, a) worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn" vervangen door de woorden "en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn";
in § 2, A, 3°, worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn" vervangen door de woorden " en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn";
in § 2, B, 3°, worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn" vervangen door de woorden "en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn";
in § 2, C, 1° en 3°, worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn" vervangen door de woorden "en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn";
in § 5 worden in de eerste zin van het eerste lid de woorden "in principe" geschrapt;
in § 5 wordt in het eerste lid de tweede zin opgeheven;
in § 6 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten" geschrapt.
Art. 36. A l'article 36 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
le § 1er est remplacé par les dispositions suivantes :
" § 1er. Le présent article n'est pas applicable aux membres du personnel d'appui. ";
au § 2, A, 1°, a), les mots "et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire" sont remplacés par les mots "et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire";
au § 2, A, 3°, les mots "et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire" sont remplacés par les mots "et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire";
au § 2, B, 3°, les mots "et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire" sont remplacés par les mots "et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire";
au § 2, C, 1° et 3°, les mots "et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire" sont remplacés par les mots "et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire";
au § 5, premier alinéa, première phrase, les mots "en principe" sont supprimés;
au § 5, premier alinéa, la deuxième phrase est abrogée;
au § 6, les mots "qui bénéficient d'une autre forme de mise en disponibilité, d'un congé ou d'une absence" sont supprimés.
Art. 37. Artikel 36 bis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 36bis. § 1. In afwijking van artikel 36 is dit artikel van toepassing op de personeelsleden van het ondersteunend personeel.
§ 2. A. Instellingen die tot een scholengemeenschap behoren
Elke inrichtende macht, in de volgende volgorde :
is verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in " hetzelfde ambt " van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie, in dienst te nemen in een vacante of niet-vacante betrekking. De verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Als een personeelslid wordt gereaffecteerd in een vacante betrekking, moet die betrekking dezelfde puntenwaarde hebben als de puntenwaarde van het ter beschikking gestelde personeelslid. De scholengemeenschap kent aan de instelling hiervoor voldoende punten toe. Als de scholengemeenschap over onvoldoende punten beschikt, gebeurt de reaffectatie in een betrekking met een andere puntenwaarde;
is verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in " hetzelfde ambt " van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die worden toegewezen bij wijze van wedertewerkstelling, in dienst te nemen in een vacante of niet-vacante betrekking. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Als een personeelslid wordt weder te werk gesteld in een vacante betrekking, moet deze betrekking dezelfde puntenwaarde hebben als de puntenwaarde van het ter beschikking gestelde personeelslid. De scholengemeenschap kent aan de instelling hiervoor voldoende punten toe. Als de scholengemeenschap over onvoldoende punten beschikt, gebeurt de wedertewerkstelling in een betrekking met een andere puntenwaarde;
is binnen " hetzelfde ambt " verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen die tot de scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking alleen opnemen als zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
Het personeelslid is niet verplicht om op dit aanbod in te gaan. De bepalingen van artikel 60, § 2, 2), van voormeld decreet blijven dan van toepassing;
is, onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
De ter beschikking gestelde personeelsleden in ambten van het ondersteunend personeel van de instellingen die behoren tot dezelfde scholengemeenschap, die na de verplichting, bepaald in 1° tot en met 3°, geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden beschouwd als gereaffecteerd in een niet-vacante betrekking. Zij worden door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap ingezet in een instelling van de scholengemeenschap.
B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren
Elke inrichtende macht, in de volgende volgorde :
is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in " hetzelfde ambt " in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die voor 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in vacante betrekkingen in instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.
Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Deze reaffectatie gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde;
is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in " hetzelfde ambt " in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die voor 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van wedertewerkstelling en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in vacante betrekkingen in instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.
Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Deze wedertewerkstelling gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde;
is binnen " hetzelfde ambt " verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking alleen opnemen als zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
Het personeelslid is niet verplicht om op dit aanbod in te gaan. De bepalingen van artikel 60, § 2, 2), van voormeld decreet blijven dan van toepassing;
is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in " hetzelfde ambt " in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in niet-vacante betrekkingen.
Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur;
is verplicht in het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur;
is verplicht in het gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen, bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur;
is verplicht in het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur;
is, onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;
10° is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
C. Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen
Elke inrichtende macht, in de volgende volgorde :
is verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in " hetzelfde ambt " van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie, in dienst te nemen in een vacante of niet-vacante betrekking. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie te aanvaarden.
Als een personeelslid wordt gereaffecteerd in een vacante betrekking, moet deze betrekking dezelfde puntenwaarde hebben als de puntenwaarde van het ter beschikking gestelde personeelslid. De scholengemeenschap kent aan de instelling hiervoor voldoende punten toe.
Indien de scholengemeenschap over onvoldoende punten beschikt, gebeurt de reaffectatie in een betrekking met een andere puntenwaarde;
is verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in " hetzelfde ambt " van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van wedertewerkstelling, in dienst te nemen in een vacante of niet-vacante betrekking. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waar het personeelslid wordt weder te werk gesteld, is het personeelslid niet verplicht de wedertewerkstelling te aanvaarden.
Als een personeelslid wordt weder te werk gesteld in een vacante betrekking, moet deze betrekking dezelfde puntenwaarde hebben als de puntenwaarde van het ter beschikking gestelde personeelslid. De scholengemeenschap kent aan de instelling hiervoor voldoende punten toe. Als de scholengemeenschap over onvoldoende punten beschikt, gebeurt de wedertewerkstelling in een betrekking met een andere puntenwaarde;
is binnen " hetzelfde ambt " verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen die tot de scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.
Het personeelslid is niet verplicht om op dit aanbod in te gaan. De bepalingen van artikel 60, § 2, 2) van voormeld decreet blijven dan van toepassing;
is, onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.
De ter beschikking gestelde personeelsleden in ambten van het ondersteunend personeel van de instellingen die behoren tot dezelfde scholengemeenschap die na de verplichtingen bepaald in 1° tot en met 3°, geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden beschouwd als gereaffecteerd in een niet-vacante betrekking. Zij worden door de reaffectatiecommissie ingezet in een instelling van de scholengemeenschap.
Deze bepaling geldt evenwel niet voor het personeelslid dat een reaffectatie of wedertewerkstelling heeft geweigerd in een instelling van een ander net. Dit personeelslid wordt gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.
§ 3. Als aan de bepalingen in § 2 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een wedde of een weddentoelage verkrijgen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling, op voorwaarde dat de betrekking met een aangetekende brief aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.
Deze wedde of weddentoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies in deze betrekking.
Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.
§ 4. De wedde of weddentoelage wordt eveneens behouden van 1 september tot uiterlijk 15 september voor elke persoon die aangeworven is of in dienst wordt gehouden in een betrekking waarin een personeelslid, ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in de scholengemeenschap of scholengroep, ingevolge de bepalingen van dit besluit in dienst moest worden genomen.
§ 5. Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.
§ 6. De personeelsleden, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moeten, zelfs als ze niet onmiddellijk beschikbaar zijn, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.
§ 7. Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze één administratieve eenheid vormt. Dit geldt eveneens voor de pedagogische entiteit. "
Art. 37. L'article 36bis, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 36bis. § 1er. Par dérogation à l'article 36, le présent article s'applique aux membres du personnel d'appui.
§ 2. A. Etablissements appartenant à un centre d'enseignement
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" des établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de réaffectation, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement, à un emploi vacant ou non vacant. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Lorsqu'un membre du personnel est réaffecté dans un emploi vacant, la pondération de cet emploi doit être égal à la pondération du membre du personnel mis en disponibilité. A cet effet, le centre d'enseignement accorde suffisamment de points à l'établissement. Lorsque le nombre de points dont dispose le centre d'enseignement ne suffit pas, la réaffectation s'effectue dans un emploi ayant une autre pondération;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" des établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de remise au travail, à un emploi vacant ou non vacant. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Lorsqu'un membre du personnel est remis au travail dans un emploi vacant, la pondération de cet emploi doit être égale à la pondération du membre du personnel mis en disponibilité. A cet effet, le centre d'enseignement accorde suffisamment de points à l'établissement. Lorsque le nombre de points dont dispose le centre d'enseignement ne suffit pas, la remise au travail s'effectue dans un emploi ayant une autre pondération;
tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel d'établissements appartenant au centre d'enseignement, tels que visés à l'article 60, § 2, 2°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement.
Le membre du personnel n'est pas obligé d'accepter cette offre. Les dispositions de l'article 60, § 2, 2), du décret précité restent alors applicables;
sans préjudice des dispositions soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionne et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Les membres du personnel mis en disponibilité dans des fonctions du personnel d'appui des établissements qui appartiennent au même centre d'enseignement, qui, après l'obligation fixée aux points 1° à 3° inclus, n'ont pas reçu de réaffectation ou de remise au travail, sont considérés comme étant réaffectés dans un emploi non vacant. Ils sont engagés par la commission de réaffectation du centre d'enseignement auprès d'un établissement du centre d'enseignement.
B. Etablissements n'appartenant pas a un centre d'enseignement
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou auprès d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le 1er septembre 1999, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, à des emplois vacants auprès d'établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Cette réaffectation s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou auprès d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le 1er septembre 1999, à titre de remise au travail et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, à des emplois vacants auprès d'établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignes pour une durée ininterrompue.
Cette remise au travail s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération;
tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel d'établissements du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement, tels que visés à l'article 60, § 2, 2°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires designés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa pondération corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement.
Le membre du personnel n'est pas obligé d'accepter cette offre. Les dispositions de l'article 60, § 2, 2), du décret précité restent alors applicables;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou auprès d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le 1er septembre 1999, à titre de réaffectation ou de remise au travail et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, à des emplois non vacants.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue;
tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue;
tenu, dans l'enseignement subventionné, à l'exception de l'enseignement libre non confessionnel subventionné, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue;
tenu, dans l'enseignement libre non confessionnel subventionné, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue;
sans préjudice des dispositions soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission interprovinciale de réaffectation;
10° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission flamande de réaffectation.
C. Etablissements de centres d'enseignement transréseaux
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilite dans "la même fonction" des établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de réaffectation, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement, a un emploi vacant ou non vacant. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation.
Lorsqu'un membre du personnel est réaffecté dans un emploi vacant, la pondération de cet emploi doit être égal à la pondération du membre du personnel mis en disponibilité. A cet effet, le centre d'enseignement accorde suffisamment de points à l'établissement.
Lorsque le nombre de points dont dispose le centre d'enseignement ne suffit pas, la réaffectation s'effectue dans un emploi ayant une autre pondération;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" des établissements appartenant au centre d'enseignement et qui sont attribués, à titre de remise au travail, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement, à un emploi vacant ou non vacant. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la remise au travail.
Lorsqu'un membre du personnel est remis au travail dans un emploi vacant, la pondération de cet emploi doit être égale à la pondération du membre du personnel mis en disponibilité. A cet effet, le centre d'enseignement accorde suffisamment de points à l'établissement. Lorsque le nombre de points dont dispose le centre d'enseignement ne suffit pas, la remise au travail s'effectue dans un emploi ayant une autre pondération;
tenu d'offrir, dans "la même fonction", les emplois vacants subsistants aux membres du personnel d'établissements appartenant au centre d'enseignement, tels que visés à l'article 60, § 2, 2°, du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental. Les emplois vacants précités impliquent également les emplois vacants qui sont occupés par des temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Le membre du personnel ne peut assumer cet emploi vacant qu'à condition que sa ponderation corresponde à la pondération de l'emploi offert. L'établissement peut toutefois employer ses points non utilisés pour l'adaptation de l'emploi offert à la pondération du membre du personnel. Le membre du personnel qui accepte l'emploi est immédiatement affecté au nouvel établissement.
Le membre du personnel n'est pas obligé d'accepter cette offre. Les dispositions de l'article 60, § 2, 2), du décret précité restent alors applicables;
sans préjudice des dispositions soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°.
Les membres du personnel mis en disponibilité dans des fonctions du personnel d'appui des établissements qui appartiennent au même centre d'enseignement, qui, après l'obligation fixée aux points 1° à 3° inclus, n'ont pas reçu de réaffectation ou de remise au travail, sont considerés comme étant réaffectés dans un emploi non vacant. Ils sont engagés par la commission de réaffectation auprès d'un établissement du centre d'enseignement.
Cette disposition ne vaut toutefois pas pour le membre du personnel ayant refusé une réaffectation ou remise au travail dans un établissement d'un autre réseau. Ce membre du personnel est signalé à la suivante commission de reaffectation compétente.
§ 3. S'il est satisfait aux dispositions du § 2, un pouvoir organisateur peut obtenir un traitement ou une subvention-traitement pour un temporaire occupant un emploi susceptible de réaffectation ou de remise au travail, pourvu que l'emploi soit déclaré par lettre recommandée à la commission de réaffectation compétente, conformément à la procédure prescrite.
Ce traitement ou cette subvention-traitement est accordé(e) jusqu'à la date initiale de la réaffectation ou de la remise au travail dans l'emploi concerne par les commissions de réaffectation.
Si un membre du personnel en disponibilité est attribué, le pouvoir organisateur est tenu de l'engager.
§ 4. En outre, le traitement ou la subvention-traitement est maintenu(e) du 1er septembre au 15 septembre au plus tard pour toute personne recrutee ou maintenue en service dans un emploi dans lequel un membre du personnel en disponibilité dans la même fonction du centre d'enseignement ou du groupe d'écoles devait être engagé par application des dispositions du présent arrête.
§ 5. L'attribution, pour des emplois vacants comme pour des emplois non vacants, a d'abord lieu dans un emploi non occupé par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue.
§ 6. Les membres du personnel en disponibilité par défaut d'emploi doivent être réaffectés ou remis au travail, même s'ils ne sont pas immédiatement disponibles.
§ 7. Pour l'application du présent article, la "Middenschool" intégrée, visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 15 décembre 1982 fixant les appellations et la structure des établissements d'enseignement secondaire de l'Etat, constitue un établissement unique avec l'établissement avec lequel elle forme une unité administrative. C'est également le cas pour l'entité pédagogique. "
Art. 38. Aan artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
" Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde : ";
aan § 1, A, 3°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn. ";
in § 1, B, 1°, a), wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
" Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn. ";
in § 1, B, 1°, b), wordt aan de tweede alinea een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst de betrekking gegeven. ";
in § 1, B, 2°, b), worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt" vervangen door de woorden "en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt";
in § 1, B, wordt 4° opgeheven;
§ 1, B, wordt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
in § 2 worden de woorden "Mits naleving van de verplichtingen in § 1, 1" vervangen door de woorden "Als aan de verplichtingen in § 1 wordt voldaan";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.
Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. ";
10° in § 4 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten", geschrapt.
Art. 38. A l'article 37 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
"Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :";
le § 1er, A, 3°, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
" Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignes à titre intérimaire ou temporaire. ";
au § 1er, B, 1°, a), la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
" Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire. ";
au § 1er, B, 1°, b), le deuxième alinéa est complété par une phrase, rédigée comme suit :
" Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction est le premier appelé à la fonction. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité. A ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé est le premier désigné à la fonction. ";
au § 1er, B, 2°, b) les mots "et pour les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire" sont remplacés par les mots "et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire à une fonction de sélection ou de promotion";
au § 1er, B, le point 4° est abrogé;
au § 1er, B, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, à titre de réaffectation ou de remise au travail. ";
au § 2, les mots "En respectant les obligations prévues au § 1er, 1" sont remplacés par les mots "A condition que les obligations prévues au § 1er, soient respectées";
le § 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque réaffectation et chaque remise au travail doivent d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants.
L'attribution, pour des emplois vacants comme pour des emplois non vacants, a d'abord lieu dans un emploi non occupé par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue. ";
10° au § 4, les mots "qui bénéficient d'une autre forme de mise en disponibilité, d'un congé ou d'une absence" sont supprimés.
Art. 39. In artikel 38 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
" Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde : ";
in § 1, A, 2°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn. ";
in § 1, A, wordt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van art. 2, § 2, 5°; ";
in § 1, B, 1°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur. ";
in § 1, B, wordt 2° vervangen door wat volgt :
" 2° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°; ";
in § 1, B, wordt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen; ";
in § 1, B, wordt 4° vervangen door wat volgt :
" 4° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. ";
in § 2 worden de woorden : "Mits naleving van de verplichtingen in § 1, 1" vervangen door de woorden : "Als aan de verplichtingen in § 1 wordt voldaan";
§ 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.
Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. ";
10° in § 4 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten" geschrapt.
Art. 39. A l'article 38 du même arrêté, modifie par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
"Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :";
le § 1er, A, 2°, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
" Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire. ";
le § 1er, A, 3°, est remplacé par la disposition suivante :
"3° Sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;";
le § 1er, B, 1°, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
"Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue. ";
au § 1er, B, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
"2° sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des elèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;";
au § 1er, B, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
"3° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission interprovinciale de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail;";
au § 1er, B, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, à titre de réaffectation ou de remise au travail. ";
au § 2, les mots "En respectant les obligations prévues au § 1er, 1" sont remplacés par les mots "A condition que les obligations prévues au § 1er, soient respectées";
le § 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque réaffectation et chaque remise au travail doivent d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants.
L'attribution, pour des emplois vacants comme pour des emplois non vacants, a d'abord lieu dans un emploi non occupé par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue. ";
10° au § 4, les mots "qui bénéficient d'une autre forme de mise en disponibilité, d'un congé ou d'une absence" sont supprimés.
Art. 40. Artikel 39 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 39 § 1. Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde :
A. In het gemeenschapsonderwijs
a) verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn in " hetzelfde ambt " in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in dit centrum voor volwassenenonderwijs.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld;
b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra voor volwassenenonderwijs, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een van haar centra voor volwassenenonderwijs. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken, als het gaat om een wervingsambt.
Als het gaat om een wervingsambt, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen;
vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur;
verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van hun scholengroepen worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat het bestuur de betrekkingen toewijst aan een van zijn personeelsleden.
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn;
onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
verplicht om personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze ven reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;
verplicht om de personeelsleden die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
B. In het gesubsidieerd onderwijs
a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in dit centrum voor volwassenenonderwijs. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn;
b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra voor volwassenenonderwijs, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in één van haar centra voor volwassenenonderwijs. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.
Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken in geval van een wervingsambt.
Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen;
verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in dienst te nemen die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen door :
a) de interprovinciale reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, betreft;
b) de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs betreft.
Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden;
onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :
a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
verplicht om aan de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.
§ 2. Als aan de verplichtingen in § 1 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een wedde of een weddentoelage verkrijgen voor een tijdelijk personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking met een aangetekende brief aangegeven is bij de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.
Deze wedde of een weddentoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie.
Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.
§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.
Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.
§ 4. De personeelsleden, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moeten, als ze niet onmiddellijk beschikbaar zijn, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.
§ 5. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfde van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.
Art. 40. L'article 39 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 39 § 1er. Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :
A. Dans l'enseignement communautaire
a) tenu d'engager les membres du personnel qu'il a mis en disponibilité dans " la même fonction " dans un centre d'éducation des adultes du pouvoir organisateur, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans ce centre d'éducation des adultes.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire;
b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un de ses centres d'éducation des adultes, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilite a été prononcée, dans un de ses centres d'éducation des adultes. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre, s'il s'agit d'une fonction de recrutement.
Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction est le premier appele à la fonction. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité. A ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé est le premier designé à une fonction;
libre d'engager un des membres du personnel en disponibilité des centres d'éducation des adultes du pouvoir organisateur, par voie de remise au travail dans la même catégorie. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont affectés par la commission de réaffectation de leurs groupes d'écoles, par voie de réaffectation ou de remise au travail. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que l'autorité scolaire attribue les emplois à un de ses membres du personnel.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire;
sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de designer un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;
tenu d'engager des membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission interprovinciale de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail;
tenu d'engager les membres du personnel affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail.
B. Dans l'enseignement subventionné
a) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans " la même fonction " dans un centre d'éducation des adultes du pouvoir organisateur, a titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans ce centre d'éducation des adultes. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire;
b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un de ses centres d'education des adultes, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans un de ses centres d'éducation des adultes. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue.
Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre, s'il s'agit d'une fonction de recrutement.
Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction est le premier appelé à la fonction. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité. A ancienneté de fonction égale, le membre du personnel le plus âgé est le premier désigné à une fonction;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité, qui sont attribués, par voie de réaffectation ou de remise au travail, par :
a) la commission interprovinciale de réaffectation pour ce qui est de l'enseignement subventionné, à l'exception de l'enseignement libre non confessionnel subventionné;
b) la commission flamande de réaffectation pour ce qui est de l'enseignement libre non confessionnel subventionné.
Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire, à l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a attribués à un de ses membres du personnel;
"3° sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder a une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;
tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail.
§ 2. S'il est satisfait aux obligations fixées au § 1er, un pouvoir organisateur peut obtenir un traitement ou une subvention-traitement pour un temporaire occupant un emploi susceptible de réaffectation ou de remise au travail, pourvu que l'emploi soit déclaré par lettre recommandée à la commission de réaffectation compétente, conformément à la procédure prescrite.
Ce traitement ou cette subvention-traitement est accordé jusqu'à la date initiale de la réaffectation ou de la remise au travail dans l'emploi concerné par les commissions de réaffectation.
Si un membre du personnel en disponibilité est attribué, le pouvoir organisateur est tenu de l'engager.
§ 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque réaffectation et chaque remise au travail doivent d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants.
L'attribution, pour des emplois vacants comme pour des emplois non vacants, a d'abord lieu dans un emploi non occupé par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue.
§ 4. Les membres du personnel en disponibilité par défaut d'emploi doivent être réaffectés ou remis au travail s'ils ne sont pas immédiatement disponibles.
§ 5. Un membre du personnel en disponibilité qui est en fonction dans trois établissements et accomplit au moins les quatre cinquièmes d'une charge complète, ne doit pas être réaffecté ou remis au travail dans un autre établissement que les trois précités.
Art. 41. In artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
de eerste zin van § 1 wordt vervangen door wat volgt : " Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde : "
in § 1, 1°, wordt a) opgeheven;
aan § 1, 1°, wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt :
" Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn. ";
in § 1, wordt 2. vervangen door wat volgt :
" 2. onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :
a) vrij de mutatie toe te staan, op verzoek van om het even welk personeelslid dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;
b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden in dienst te nemen, ongeacht het net en rekening houdend met de personeelsformatie en het plan bedoeld in artikel 19, § 3;
d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°; ";
in § 1 wordt het laatste lid vervangen door wat volgt :
" De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid, ter beschikking gesteld in een wervingsambt, een betrekking in een bevorderingsambt toegewezen zou moeten worden. "
§ 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.
Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. "
Art. 41. A l'article 40 du même décret, modifié par le décret du 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
la première phrase du § 1er est remplacée par la disposition suivante : "Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :"
au § 1er, 1°, a) est abrogé;
le § 1er, 1°, est complété par une phrase, redigée comme suit :
" Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire. ";
au § 1er, le point 2. est remplacé par la disposition suivante :
" 2. sans préjudice des dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ou du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre d'accorder la mutation à la demande de tout membre du personnel des catégories de personnel visées à l'article 1er;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité, quel que soit le réseau et en tenant compte du cadre du personnel et du plan visés à l'article 19, § 3;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;";
au § 1er, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" L'obligation de remise au travail ne vaut toutefois pas s'il fallait attribuer à un membre du personnel en disponibilité dans une fonction de recrutement un emploi dans une fonction de promotion. "
le § 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Si un pouvoir organisateur dispose de plusieurs vacances d'emploi dans la même fonction, chaque reaffectation et chaque remise au travail doivent d'abord avoir lieu dans des emplois vacants et ensuite dans des emplois non vacants.
L'attribution, pour des emplois vacants comme pour des emplois non vacants, a d'abord lieu dans un emploi non occupé par un membre du personnel temporaire désigné pour une durée ininterrompue. "
Art. 42. In artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
" Een reaffectatie of wedertewerkstelling blijft behouden over de schooljaren heen. ";
in § 2 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
" Aan een reaffectatie of wedertewerkstelling in een betrekking wordt alleen een einde gesteld : ";
in § 2 wordt het tweede gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
" - doordat de inrichtende macht in kwestie personeelsleden in deze betrekking in dienst moest nemen bij wijze van voorafgaande maatregelen of bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling; ";
in § 2 worden in het derde gedachtestreepje de woorden "de betrekking" vervangen door de woorden "deze betrekking";
in § 2 wordt het vierde gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
" - doordat het personeelslid in kwestie zelf een gelijkwaardige andere betrekking opneemt;
- doordat het personeelslid in kwestie niet meer voor subsidiëring of financiering in aanmerking komt; ";
in § 2 worden in het zesde gedachtestreepje de woorden : "Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs";
in § 2 wordt het achtste gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
" - door een benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling, een mutatie, nieuwe affectatie of toelating tot de proeftijd van betrokken personeelslid; ";
§ 5 wordt opgeheven.
Art. 42. A l'article 41 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 septembre 1998 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
" Une réaffectation ou remise au travail reste maintenue a travers les années scolaires. ";
au § 2, la première phrase est remplacee par ce qui suit :
"Une réaffectation ou une remise au travail dans un emploi ne prend fin que :";
au § 2, le deuxième tiret est remplacé par le texte suivant :
"- si le pouvoir organisateur intéressé a dû engager des membres du personnel par la voie de mesures préalables ou d'une réaffectation ou remise au travail;";
au § 2, troisième tiret, les mots "l'emploi" sont remplacés par les mots "cet emploi";
au § 2, le quatrième tiret est remplacé par le texte suivant :
"- si le membre du personnel intéressé accepte lui-même une autre fonction équivalente;
- si le membre du personnel intéressé n'est plus admissible pour une subvention ou rémunération;";
au § 2, sixième tiret, les mots "Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés par les mots "Ministre flamand chargé de l'enseignement";
au § 2, le huitième tiret est remplacé par le texte suivant :
"- par une nomination après réaffectation ou remise au travail, une mutation, nouvelle affectation ou admission au stage du membre du personnel intéressé;";
le § 5 est abrogé.
Art. 43. In artikel 43, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de woorden "of van ambtswege" opgeheven.
Art. 43. Dans l'article 43, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, les mots "d'office" sont abrogés.
Art. 44. In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 1 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
punt 4. wordt vervangen door wat volgt :
" 4. als een betrekking wordt aangeboden in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs, georganiseerd volgens het modulaire stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra, in betrekkingen en ambten als bedoeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandsregeling, of in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; ";
er wordt een 4bis. ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 4bis. als in het buitengewoon basisonderwijs een betrekking wordt aangeboden.
Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet alleen worden opgenomen als de betrokken personeelsleden, met uitzondering van die welke behoren tot het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, gevraagd hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon basisonderwijs. Deze bepaling geldt niet voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel.
Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de betreffende onderwijssector fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling. ";
in 6. wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
" Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet worden toegewezen, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen. ";
in 7. wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
" Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap in het secundair onderwijs behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap in het secundair onderwijs behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen. ";
er wordt een 11. Toegevoegd, die luidt als volgt :
" 11. Als in een netoverschrijdende scholengemeenschap van het secundair onderwijs aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden in een instelling van de scholengemeenschap van het secundair onderwijs die behoort tot een ander net dan de instelling waaraan het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. "
Art. 44. A l'article 45 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994, 22 septembre 1998, 31 août 1999 et 1er mars 2002, sont apportées les modifications suivantes :
le point 4. est remplacé par la disposition suivante :
" 4. lorsqu'un emploi est offert dans l'enseignement secondaire professionnel à temps réduit, dans l'enseignement secondaire spécial, dans l'enseignement secondaire, organisé suivant le régime modulaire, dans l'enseignement de promotion sociale, dans l'enseignement artistique à temps partiel, dans les internats, les semi-internats ou les centres d'accueil, dans des emplois et fonctions tels que visés à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 relatif au foyer d'accueil de l'Enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance, ou dans l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit; ";
il est inséré un point 4bis, rédigé comme suit :
"4bis. quand un emploi est offert dans l'enseignement fondamental special.
L'occupation de cet emploi par réaffectation ou remise au travail ne doit cependant se faire que si les membres du personnel intéressés, à l'exception de ceux appartenant au personnel medical, paramédical, social, psychologique ou orthopédagogique, ont demandé à être réaffectés ou remis au travail dans l'enseignement fondamental spécial. Cette disposition ne s'applique pas aux membres du personnel de gestion et d'appui.
Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui était employé, la veille de sa mise en disponibilité, dans le secteur d'enseignement en question. ";
au point 6., la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
"Toutefois, si dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement de l'enseignement secondaire ou dans un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement de l'enseignement secondaire ou dans un centre subventionné où le membre du personnel est mis en disponibilité ou dans l'établissement qui a repris l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, une vacance d'emploi dans la même fonction doit être attribuée par voie de réaffectation, le membre du personnel est tenu de s'acquitter de ses obligations en matière de réaffectation. ";
au point 7., la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
"Toutefois, si dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement de l'enseignement secondaire ou dans un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement de l'enseignement secondaire ou dans un centre subventionné où le membre du personnel est mis en disponibilité ou dans l'établissement qui a repris l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, une vacance d'emploi dans la même fonction doit être attribuée par voie de réaffectation, le membre du personnel est tenu de s'acquitter de ses obligations en matière de réaffectation. ";
il est ajouté un point 11., rédigé comme suit :
" 11. Lorsque, dans un centre d'enseignement transréseaux de l'enseignement secondaire, un emploi est offert à un membre du personnel mis en disponibilité dans un établissement du centre d'enseignement de l'enseignement secondaire appartenant à un autre réseau que l'établissement auprès duquel le membre du personnel est mis en disponibilité par défaut d'emploi. "
Art. 45. In het opschrift van hoofdstuk IV, titel V, van hetzelfde besluit wordt het woord " PMS-centra " vervangen door het woord " centra ".
Art. 45. Dans l'intitulé du chapitre IV, titre V, du même arrêté, les mots "centres PMS" sont remplacés par le mot "centres".
Art. 46. In artikel 47 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 september 1994 en 31 augustus 1999 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
aan § 1 wordt een gedachtestreepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - de gesloten scholen en instellingen en de scholen en instellingen die werden of worden overgedragen naar een inrichtende macht die behoort tot een ander net voorzover ze ervoor opteren om niet mee over te gaan naar een school of instelling van het overnemende net, voorzover er voor deze gesloten scholen en instellingen enkel de Vlaamse reaffectatiecommissie bestaat; ";
in § 2 wordt het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
" - de Vlaamse reaffectatiecommissie reaffecteert en stelt de personeelsleden weder te werk in de onderwijsinstellingen van de verschillende netten of buiten het onderwijs of de centra zoals bepaald in artikel 46; ";
in § 2 wordt het laatste lid vervangen door wat volgt :
" Bij het begin van elk schooljaar kan het personeelslid deze keuze wijzigen als het nog niet werd gereaffecteerd of wedertewerkgesteld of na het regelmatig beëindigen van een reaffectatie of wedertewerkstelling in het gekozen net. Als artikel 41 van toepassing is, geldt deze bepaling niet. "
Art. 46. A l'article 47 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 septembre 1994 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
au § 1er est ajouté un tiret, rédigé comme suit :
"- les écoles et établissements fermés et les écoles et établissements ayant été ou étant transférés à un pouvoir organisateur appartenant à un autre réseau, dans la mesure où ils choisissent de ne pas passer à une école ou un établissement du réseau absorbant, dans la mesure où il n'existe que la commission flamande de réaffectation pour ces écoles et établissements fermés;";
au § 2, le premier tiret est remplacé par le texte suivant :
"- la commission flamande de réaffectation procède à la réaffectation et à la remise au travail des membres du personnel dans les établissements d'enseignement des différents réseaux ou en dehors de l'enseignement ou des centres, tel qu'il est défini a l'article 46;";
au § 2, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Au début de chaque année scolaire, le membre du personnel peut modifier ce choix s'il n'a pas encore été réaffecté ou remis au travail ou après avoir terminé d'une manière régulière la réaffectation ou la remise au travail dans le réseau choisi. Lorsque l'article 41 s'applique, cette disposition n'est pas valable. "
Art. 47. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996, 25 maart 1997, 22 september 1998, 31 augustus 1999, 4 februari 2000, 28 augustus 2000 en 1 maart 2002, wordt een titel VIbis, bestaande uit artikel 47bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : " Titel VIbis. - Administratieve ondersteuning van de scholengemeenschappen in het basisonderwijs
" Artikel 47bis. § 1. Na toepassing van de procedure in dit besluit kunnen vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar worden gesteld als administratieve ondersteuning van de scholengemeenschappen in het basisonderwijs.
Deze tewerkstelling wordt toegekend door de interprovinciale of de Vlaamse reaffectatiecommissies op basis van de volgende criteria :
de personeelsleden kunnen alleen tewerkgesteld worden onder de voorwaarden, bepaald in artikel 45, 1, van hetzelfde besluit;
de ter beschikking gestelde personeelsleden worden zo gelijkmatig mogelijk verdeeld over de scholengemeenschappen;
een personeelslid kan maar aan één school van de scholengemeenschap worden toegewezen.
§ 2. De personeelsleden die reeds als administratieve hulp in het basisonderwijs tewerkgesteld waren voor 1 september 2003, blijven tewerkgesteld in deze functie in afwachting van een nieuwe toewijzing door de interprovinciale of Vlaamse reaffectatiecommissie(s).
§ 3. De tewerkstelling met toepassing van dit besluit is een wedertewerkstelling zoals bepaald in artikel 11, § 2.
In deze betrekkingen is geen vaste benoeming mogelijk.
§ 4. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs wordt opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling. "
Art. 47. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 1994, 9 juillet 1996, 25 mars 1997, 22 septembre 1998, 31 août 1999, 4 février 2000, 28 août 2000 et 1er mars 2002, il est inséré un titre VIbis, comportant l'article 47bis, rédigé ainsi qu'il suit : "Titre VIbis. - Appui administratif des centres d'enseignement dans l'enseignement fondamental
" Article 47bis. § 1er. Après application de la procédure fixée dans le présent arrêté, les membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible, peuvent être mis à la disposition comme aide administratif des centres d'enseignement dans l'enseignement fondamental.
Un tel emploi est accordé par les commissions interprovinciales ou la commission flamande de réaffectation, au vu des critères suivants :
les membres du personnel ne peuvent être occupés qu'aux conditions visées à l'article 45, 1, du même decret;
les membres du personnel mis en disponibilité sont répartis aussi régulièrement que possible entre les centres d'enseignement;
un membre du personnel ne peut être affecté qu'à une seule école du centre d'enseignement.
§ 2. Les membres du personnel qui etaient déjà occupés comme aide administratif dans l'enseignement fondamental avant le 1er septembre 2003, maintiennent cette fonction en attendant une nouvelle affectation par la/les commission(s) interprovinciale(s) ou flamande de réaffectation.
§ 3. L'occupation par application du présent arrêté est une remise au travail telle que visée à l'article 11, § 2.
Une nomination définitive n'est pas possible dans ces emplois.
§ 4. L'occupation comme aide administratif dans l'enseignement fondamental est suspendue pour une réaffectation ou une remise au travail. "
Art. 48. Artikel 48 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 48. In afwijking van artikel 2, § 2, 5°, zijn bij wijze van overgangsmaatregel in het deeltijds kunstonderwijs de betrekkingen op 1 september 2003 niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als ze bekleed worden door personeelsleden die aan de volgende voorwaarden voldoen :
ten minste 720 dagen dienstanciënniteit, zoals bepaald in artikel 12, § 1, in hoofdambt gepresteerd hebben op 31 augustus 2002 voor de leden van het administratief personeel of op 30 juni 2002 voor de andere personeelsleden;
op 31 december 2002 de hierna vermelde leeftijd bereikt hebben :
a) 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel;
b) 26 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau en voor de directeurs van de instellingen die geen hogere graad inrichten;
c) 28 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau en voor de directeurs van de instellingen die een hogere graad inrichten. "
Art. 48. L'article 48 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 48. Par dérogation à l'article 2, § 2, 5°, et par mesure transitoire, les emplois dans l'enseignement artistique à temps partiel ne peuvent plus, à partir du 1er septembre 2003, faire l'objet d'une réaffectation ou d'une remise au travail, s'ils sont occupés par des membres du personnel qui satisfont aux conditions suivantes :
avoir, au 31 août 2002 pour ce qui est des membres du personnel administratif ou au 30 juin 2002 pour les autres membres du personnel, au moins 720 jours d'ancienneté de service, au sens de l'article 12, § 1er, dans une fonction principale;
avoir atteint, au 31 décembre 2002, l'âge ci-après :
a) 24 ans pour les membres du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif;
b) 26 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant qui occupent une fonction de recrutement au niveau secondaire inférieur et pour les directeurs des établissements qui n'organisent pas de degré supérieur;
c) 28 ans pour les membres du personnel directeur et enseignant qui occupent une fonction de recrutement au niveau secondaire supérieur et pour les directeurs des établissements qui organisent un degré supérieur. "
Art. 49. In artikel 50 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, waarvan de huidige tekst § 2 vormt, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
een § 1 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 1. In het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de vastbenoemde en tot de proeftijd toegelaten personeelsleden die vanaf 1 september 1992 onder het toepassingsgebied vallen van :
het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. ";
§ 2, 2° wordt opgeheven.
Art. 49. A l'article 50 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, dont le texte actuel constitue le § 2, sont apportées les modifications suivantes :
il est ajouté un § 1er rédigé comme suit :
" § 1er. A l'arrêté royal du 18 janvier 1974, pris en exécution de l'article 164 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, est inséré un chapitre Ier, rédigé comme suit :
"CHAPITRE Ier. - Champs d'application.
Article 1er. Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel nommés à titre définitif et aux membres du personnel admis au stage auxquels s'applique, à partir du 1er septembre 1992 :
le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés;
le décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au D.V.O. (Dienst voor Onderwijsontwikkeling-Service d'Etudes) et aux services d'encadrement pédagogique;
le décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques";
le § 2, 2°, est abrogé.
Art. 50. Artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, wordt opgeheven.
Art. 50. L'article 52 du même arrêté, modifie par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 septembre 1998 et 31 août 1999, est modifié comme suit :
Art. 51. In artikel 54 van hetzelfde besluit worden de woorden " De Gemeenschapsminister van Onderwijs " vervangen door de woorden " De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs ".
Art. 51. A l'article 54 du même arrêté, les mots "Le Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés par les mots : "Le Ministre flamand chargé de l'enseignement".
Art. 52. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2003 met uitzondering van :
artikel 1, 10°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2002 evenwel met de beperking dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2002 tot en met 1 september 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten en schoolbesturen met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling;
artikel 1, 11°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
artikel 1, 12°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
artikel 1, 14°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
artikel 2, 3°, en artikel 10, 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001, evenwel met de beperking dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten en schoolbesturen met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling;
artikel 4, 4°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
artikel 7, 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2002;
artikel 8, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
artikel 10, 1° en 3° dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
10° artikel 12, 2° en 3° dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
11° artikel 19, 3° en 4°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
12° artikel 21, 4° en 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2002;
13° artikel 22, 1° en 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
14° artikel 26, 1°, 2°, 4° en 5° dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
15° artikel 27, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
16° artikel 32, 3°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2002;
17° artikel 37, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
18° artikel 40, met uitzondering van § 3 van het in artikel 40 gewijzigde artikel 39, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;
19° artikel 44, 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1999;
20° artikel 49, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1992.
Art. 52. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2003, à l'exception :
de l'article 1er, 10°, qui produit ses effets le 1er septembre 2002, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2002 au 1er septembre 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs et autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
de l'article 1er, 11°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
de l'article 1er, 12°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
de l'article 1er, 14°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
des articles 2, 3°, et 10, 2°, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs et autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
de l'article 4, 4°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
de l'article 7, 5°, qui produit ses effets le 1er septembre 2002;
de l'article 8, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
de l'article 10, 1° et 3°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
10° de l'article 12, 2° et 3°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
11° de l'article 19, 3° et 4°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
12° de l'article 21, 4° et 5°, qui produit ses effets le 1er septembre 2002;
13° de l'article 22, 1° et 2°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
14° de l'article 26, 1°, 2°, 4° et 5° qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
15° de l'article 27, 1°, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
16° de l'article 32, 3°, qui produit ses effets le 1er septembre 2002;
17° de l'article 37, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
18° de l'article 40, à l'exception du § 3 de l'article 39 modifié à l'article 40, qui produit ses effets le 1er septembre 2001;
19° de l'article 44, 5°, qui produit ses effets le 1er septembre 1999;
20° de l'article 49, qui produit ses effets le 1er septembre 1992.
Art. 53. De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de Centra voor Leerlingenbegeleiding tot en met 31 augustus 2003.
Art. 53. Les dispositions du présent arrêté ne s'appliquent pas aux centres d'encadrement des élèves jusqu'au 31 août 2003 inclus.
Art. 54. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 5 december 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
Art. 54. La Ministre flamande qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 5 décembre 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN.