Artikel 1. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op :
1° de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van de scholen voor het gewoon basisonderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap;
2° de leden van het beleids- en ondersteunend personeel van de scholen voor het gewoon basisonderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap;
3° de leden van het paramedisch personeel van het gewoon onderwijs;
4° [1 ...]1
5° [1 ...]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 JUNI 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-11-2004 en tekstbijwerking tot 28-08-2024)
Titre
25 JUIN 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement fondamental ordinaire (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-11-2004 et mise à jour au 28-08-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent :
1° aux membres du personnel directeur et enseignant des écoles de l'enseignement fondamental ordinaire, financés ou subventionnés par la Communauté flamande;
2° aux membres du personnel de gestion et d'appui des écoles de l'enseignement fondamental ordinaire, financés ou subventionnés par la Communauté flamande;
3° aux membres du personnel paramédical de l'enseignement ordinaire;
4° [1 ...]1;
5° [1 ...]1
1° aux membres du personnel directeur et enseignant des écoles de l'enseignement fondamental ordinaire, financés ou subventionnés par la Communauté flamande;
2° aux membres du personnel de gestion et d'appui des écoles de l'enseignement fondamental ordinaire, financés ou subventionnés par la Communauté flamande;
3° aux membres du personnel paramédical de l'enseignement ordinaire;
4° [1 ...]1;
5° [1 ...]1
HOOFDSTUK II. - Ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs.
CHAPITRE II. - Fonctions dans les établissements de l'enseignement fondamental ordinaire.
Art. 2. De ambten die de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel kunnen uitoefenen in het gewoon basisonderwijs, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
1° wervingsambten :
a) kleuteronderwijzer;
b) onderwijzer;
c) leermeester lichamelijke opvoeding;
d) leermeester godsdienst;
e) leermeester niet-confessionele zedenleer;
2° selectieambten : nihil
3 ° bevorderingsambt : directeur.
[1 f) kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal;
g) onderwijzer Vlaamse Gebarentaal;]1
1° wervingsambten :
a) kleuteronderwijzer;
b) onderwijzer;
c) leermeester lichamelijke opvoeding;
d) leermeester godsdienst;
e) leermeester niet-confessionele zedenleer;
2° selectieambten : nihil
3 ° bevorderingsambt : directeur.
[1 f) kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal;
g) onderwijzer Vlaamse Gebarentaal;]1
Art. 2. Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement fondamental ordinaire sont déterminées et classées comme suit :
1° fonctions de recrutement :
a) instituteur préscolaire;
b) instituteur primaire;
c) maître d'éducation physique;
d) maître de religion;
e) maître de morale non confessionnelle;
2° fonctions de sélection : néant
3° fonction de promotion : directeur.
[1 f) instituteur préscolaire en langue des signes flamande ;
g) instituteur en langue des signes flamande ;]1
1° fonctions de recrutement :
a) instituteur préscolaire;
b) instituteur primaire;
c) maître d'éducation physique;
d) maître de religion;
e) maître de morale non confessionnelle;
2° fonctions de sélection : néant
3° fonction de promotion : directeur.
[1 f) instituteur préscolaire en langue des signes flamande ;
g) instituteur en langue des signes flamande ;]1
Art. 3. De ambten die de leden van het beleids- en ondersteunend personeel kunnen uitoefenen in het gewoon basisonderwijs, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
1° wervingsambten :
a) administratief medewerker;
b) (ICT-coördinator);
(c) zorg-coördinator;
[1 d) beleidsondersteuner;]1
2° selectieambten : [2 adjunct-directeur]2
3° bevorderingsambten : nihil.
1° wervingsambten :
a) administratief medewerker;
b) (ICT-coördinator);
(c) zorg-coördinator;
[1 d) beleidsondersteuner;]1
2° selectieambten : [2 adjunct-directeur]2
3° bevorderingsambten : nihil.
Art. 3. Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel de gestion et d'appui dans l'enseignement fondamental ordinaire sont déterminées et classées comme suit :
1° fonctions de recrutement :
a) collaborateur administratif;
b) (coordinateur TIC;)
(c) coordinateur de l'encadrement renforcé;
[1 (d) collaborateur à la politique.]1
2° fonctions de sélection : [2 directeur adjoint. ]2
3° fonctions de promotion : néant.
1° fonctions de recrutement :
a) collaborateur administratif;
b) (coordinateur TIC;)
(c) coordinateur de l'encadrement renforcé;
[1 (d) collaborateur à la politique.]1
2° fonctions de sélection : [2 directeur adjoint. ]2
3° fonctions de promotion : néant.
Art. 4. De ambten die de leden van het paramedisch personeel kunnen uitoefenen in het gewoon kleuteronderwijs, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :
1° wervingsambten : kinderverzorger
2° selectieambten : nihil
3° bevorderingsambten : nihil.
1° wervingsambten : kinderverzorger
2° selectieambten : nihil
3° bevorderingsambten : nihil.
Art. 4. Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel paramédical dans l'enseignement maternel ordinaire sont déterminées et classées comme suit :
1° fonctions de recrutement : puériculteur
2° fonctions de sélection : néant
3° fonctions de promotion : néant.
1° fonctions de recrutement : puériculteur
2° fonctions de sélection : néant
3° fonctions de promotion : néant.
Art. 5.
Art. 5.
Art. 6.
Art. 6.
Art. 7.
Art. 7.
Art. 8.
Art. 8.
Art. 9.
Art. 9.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 10. De ambten opgesomd in artikel 2 van dit besluit vervangen de volgende ambten :
1° Het wervingsambt van kleuteronderwijzer vervangt de wervingsambten van kleuteronderwijzer in het kleuteronderwijs en van kleuteronderwijzer in het basisonderwijs.
2° Het wervingsambt van onderwijzer vervangt de wervingsambten van onderwijzer in het lager onderwijs en van onderwijzer in het basisonderwijs.
3° Het wervingsambt van leermeester godsdienst vervangt de wervingsambten van leermeester godsdienst in het lager onderwijs en van leermeester godsdienst in het basisonderwijs.
4° Het wervingsambt van leermeester niet-confessionele zedenleer vervangt de wervingsambten van leermeester niet-confessionele zedenleer in het lager onderwijs en van leermeester niet-confessionele zedenleer in het basisonderwijs.
5° Het wervingsambt van leermeester lichamelijke opvoeding vervangt de wervingsambten van leermeester lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs en van leermeester lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs.
6° Het bevorderingsambt van directeur vervangt de bevorderingsambten van directeur van een kleuterschool, directeur van een lagere school en directeur van een basisschool.
1° Het wervingsambt van kleuteronderwijzer vervangt de wervingsambten van kleuteronderwijzer in het kleuteronderwijs en van kleuteronderwijzer in het basisonderwijs.
2° Het wervingsambt van onderwijzer vervangt de wervingsambten van onderwijzer in het lager onderwijs en van onderwijzer in het basisonderwijs.
3° Het wervingsambt van leermeester godsdienst vervangt de wervingsambten van leermeester godsdienst in het lager onderwijs en van leermeester godsdienst in het basisonderwijs.
4° Het wervingsambt van leermeester niet-confessionele zedenleer vervangt de wervingsambten van leermeester niet-confessionele zedenleer in het lager onderwijs en van leermeester niet-confessionele zedenleer in het basisonderwijs.
5° Het wervingsambt van leermeester lichamelijke opvoeding vervangt de wervingsambten van leermeester lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs en van leermeester lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs.
6° Het bevorderingsambt van directeur vervangt de bevorderingsambten van directeur van een kleuterschool, directeur van een lagere school en directeur van een basisschool.
Art. 10. Les fonctions énumérées dans l'article 2 du présent arrêté remplacent les fonctions suivantes :
1° La fonction de recrutement d'instituteur préscolaire remplace les fonctions de recrutement d'instituteur préscolaire dans l'enseignement maternel et d'instituteur préscolaire dans l'enseignement fondamental.
2° La fonction de recrutement d'instituteur primaire remplace les fonctions de recrutement d'instituteur primaire dans l'enseignement primaire et d'instituteur primaire dans l'enseignement fondamental.
3° La fonction de recrutement de maître de religion remplace les fonctions de recrutement de maître de religion dans l'enseignement primaire et de maître de religion dans l'enseignement fondamental.
4° La fonction de recrutement de maître de morale non confessionnelle remplace les fonctions de recrutement de maître de morale non confessionnelle dans l'enseignement primaire et de maître de morale non confessionnelle dans l'enseignement fondamental.
5° La fonction de recrutement de maître d'éducation physique remplace les fonctions de recrutement de maître d'éducation physique dans l'enseignement primaire et de maître d'éducation physique dans l'enseignement fondamental.
6° La fonction de promotion de directeur remplace les fonctions de promotion de directeur d'une école maternelle, directeur d'une école primaire et directeur d'une école fondamentale.
1° La fonction de recrutement d'instituteur préscolaire remplace les fonctions de recrutement d'instituteur préscolaire dans l'enseignement maternel et d'instituteur préscolaire dans l'enseignement fondamental.
2° La fonction de recrutement d'instituteur primaire remplace les fonctions de recrutement d'instituteur primaire dans l'enseignement primaire et d'instituteur primaire dans l'enseignement fondamental.
3° La fonction de recrutement de maître de religion remplace les fonctions de recrutement de maître de religion dans l'enseignement primaire et de maître de religion dans l'enseignement fondamental.
4° La fonction de recrutement de maître de morale non confessionnelle remplace les fonctions de recrutement de maître de morale non confessionnelle dans l'enseignement primaire et de maître de morale non confessionnelle dans l'enseignement fondamental.
5° La fonction de recrutement de maître d'éducation physique remplace les fonctions de recrutement de maître d'éducation physique dans l'enseignement primaire et de maître d'éducation physique dans l'enseignement fondamental.
6° La fonction de promotion de directeur remplace les fonctions de promotion de directeur d'une école maternelle, directeur d'une école primaire et directeur d'une école fondamentale.
Art. 10bis. <INGEVOEGD bij BVR 2005-09-30/62, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Het wervingsambt van ICT-coördinator vervangt de wervingsambten van administratief medewerker of beleidsmedewerker, ingericht op basis van de puntenenveloppe ICT, vermeld in artikel X.52 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003, en/of ingericht op basis van de puntenenveloppe, toegekend aan de scholengemeenschap en gebruikt voor ICT als vermeld in artikel 125duodecies van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997.
Het wervingsambt van zorg-coördinator vervangt de wervingsambten van beleidsmedewerker, ingericht op basis van de puntenenveloppe zorg en/of ingericht op basis van de puntenenveloppe toegekend aan de scholengemeenschap en gebruikt voor zorg, als respectievelijk vermeld in artikel 153quinquies en artikel 125duodecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
Het wervingsambt van zorg-coördinator vervangt de wervingsambten van beleidsmedewerker, ingericht op basis van de puntenenveloppe zorg en/of ingericht op basis van de puntenenveloppe toegekend aan de scholengemeenschap en gebruikt voor zorg, als respectievelijk vermeld in artikel 153quinquies en artikel 125duodecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
Art. 10bis. La fonction de recrutement de coordinateur TIC remplace les fonctions de recrutement de collaborateur administratif ou de collaborateur de gestion, organisées sur la base de l'enveloppe de points TIC visée à l'article X.52 du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, et/ou organisées sur la base de l'enveloppe de points accordée au centre d'enseignement et utilisée pour les TIC, telle que visée à l'article 125duodecies du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.
La fonction de recrutement de coordinateur de l'encadrement renforcé remplace les fonctions de recrutement de collaborateur de gestion, organisées sur la base de l'enveloppe de points encadrement renforcé et/ou organisées sur la base de l'enveloppe de points accordée au centre d'enseignement et utilisée pour l'encadrement renforcé, telles que visées respectivement aux articles 153quinquies et 125duodecies du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.
La fonction de recrutement de coordinateur de l'encadrement renforcé remplace les fonctions de recrutement de collaborateur de gestion, organisées sur la base de l'enveloppe de points encadrement renforcé et/ou organisées sur la base de l'enveloppe de points accordée au centre d'enseignement et utilisée pour l'encadrement renforcé, telles que visées respectivement aux articles 153quinquies et 125duodecies du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.
Art. 11. De personeelsleden die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit in dienst waren in één van de ambten die door dit besluit worden vervangen, worden geacht zich in het nieuwe ambt in dezelfde administratieve toestand te bevinden, als in het ambt dat vervangen wordt. De diensten, gepresteerd in het opgeheven ambt, worden geacht te zijn gepresteerd in het vervangend ambt.
Art. 11. Les personnels qui étaient en service avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté dans une des fonctions qui sont remplacées par le présent arrêté, sont censés se trouver dans la même position administrative dans la nouvelle fonction que dans la fonction qui est remplacée. Les services rendus dans la fonction supprimée sont censés être fournis dans la fonction de remplacement.
Art. 11bis. <INGEVOEGD bij BVR 2005-09-30/62, art. 3; Inwerkingtreding : 01-09-2005> (leden afgeschaft)
De personeelsleden die op 31 augustus 2005 vastbenoemd zijn in het ambt van administratief medewerker op basis van de puntenenveloppe ICT, zoals bedoeld in artikel X.52. van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003 behouden het voordeel van de weddenschaal verbonden aan het door hen op 31 augustus 2005 uitgeoefende ambt.
De personeelsleden die op 31 augustus 2005 vastbenoemd zijn in het ambt van administratief medewerker op basis van de puntenenveloppe ICT, zoals bedoeld in artikel X.52. van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003 behouden het voordeel van de weddenschaal verbonden aan het door hen op 31 augustus 2005 uitgeoefende ambt.
Art. 11bis. (alinéas abrogés)
Les membres du personnel nommés à titre définitif le 31 août 2005 dans la fonction de collaborateur administratif sur la base de l'enveloppe de points TIC comme visée à l'article X.52 du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement fondamental, conservent l'avantage de l'échelle de traitement liée à la fonction qu'ils exercent au 31 août 2005.
Les membres du personnel nommés à titre définitif le 31 août 2005 dans la fonction de collaborateur administratif sur la base de l'enveloppe de points TIC comme visée à l'article X.52 du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement fondamental, conservent l'avantage de l'échelle de traitement liée à la fonction qu'ils exercent au 31 août 2005.
Art. 11ter. (opgeheven)
Art. 11ter. (abrogé)
Art. 12. De op 31 augustus 1990 bestaande betrekkingen van leermeester bijzondere vakken, andere specialiteiten dan lichamelijke opvoeding, en de op dezelfde datum bestaande betrekkingen van het selectieambt van leermeester bijzondere vakken aan een lagere oefenschool, andere dan lichamelijke opvoeding, blijven behouden tot op de dag dat de titularis van het ambt de betrekking definitief verlaat.
Art. 12. Les emplois existants le 31 août 1990 de maître de cours spéciaux, pour les spécialités autres que l'éducation physique, et les emplois existants à la même date de la fonction de sélection de maître de cours spéciaux dans une école d'application primaire, pour les spécialités autres que l'éducation physique, continuent à exister jusqu'au jour où le titulaire quitte définitivement son emploi.
Art. 13. De personeelsleden die op 31 augustus 1990 hetzij vast benoemd zijn, hetzij vast benoemd en als dusdanig erkend, daar waar deze erkenning vereist is, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden in één van de selectieambten van onderwijzer aan een lagere oefenschool, van kleuteronderwijzer aan een oefenschool voor kleuteronderwijzers of van leermeester bijzondere vakken aan een lagere oefenschool behouden het voordeel van de weddenschaal die verbonden is aan het door hen op 31 augustus 1990 uitgeoefende selectieambt. Zij blijven ertoe gehouden verder de opdrachten te vervullen die verbonden zijn aan dit selectieambt.
Art. 13. Les personnels qui, le 31 août 1990, sont soit nommés à titre définitif, soit nommés à titre définitif et reconnus en tant que tels, là où l'agrément est requis, soit assimilés aux membres du personnel nommés à titre définitif ou agréés définitivement dans une des fonctions de sélection d'instituteur primaire dans une école d'application primaire, d'instituteur préscolaire dans une école d'application pour instituteurs préscolaires ou de maître de cours spéciaux dans une école d'application primaire, conservent le bénéfice de l'échelle de traitement liée à la fonction de sélection qu'ils exercent le 31 août 1990. Ils sont tenus de continuer à accomplir les charges liées à cette fonction de sélection.
Art. 14. De personeelsleden die op 31 augustus 1990 hetzij vast benoemd zijn, hetzij vast benoemd en als dusdanig erkend, daar waar deze erkenning vereist is, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden in één van de bevorderingsambten van hoofdkleuteronderwijzeres van een oefenschool voor kleuteronderwijzers of van hoofdonderwijzer aan een lagere oefenschool behouden de weddenschaal 210/1 vastgesteld bij het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 de schalen worden vastgesteld, die verbonden zijn aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst,belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen, verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.
Art. 14. Les personnels qui, le 31 août 1990, sont soit nommés à titre définitif, soit nommés à titre définitif et reconnus en tant que tels, là où l'agrément est requis, soit assimilés aux membres du personnel nommés à titre définitif ou agréés définitivement dans une des fonctions de promotion d'institutrice maternelle en chef dans une école d'application pour instituteurs préscolaires ou d'instituteur primaire en chef dans une école d'application primaire, conservent l'échelle de traitement 210/1 fixée par l'arrêté royal du 27 juin 1974 fixant au 1er avril 1972 les échelles des fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement de l'Etat, des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, des membres du personnel du service d'inspection de l'enseignement par correspondance et de l'enseignement primaire subventionné et les échelles des grades du personnel des centres psycho-médico-sociaux de l'Etat.
Art. 15. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 tot vaststelling en rangschikking van de ambten in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs wordt opgeheven.
Art. 15. L'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement maternel, primaire et fondamental ordinaire est abrogé.
Art. 16. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1990 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen, gewijzigd bij besluiten van de Vlaams Regering van 19 oktober 1994, 28 augustus 2000 en 24 januari 2003, wordt vervangen door wat volgt :
" Artikel 1.
De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van :
- de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs met volledig leerplan;
- de door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde instellingen voor voltijds secundair onderwijs, voor voltijds secundair onderwijs die deeltijds beroepssecundair onderwijs organiseren of voor voltijds secundair zeevisserijonderwijs die deeltijds secundair zeevisserijonderwijs organiseren.
Ze zijn eveneens van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van :
- de internaten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, toegankelijk voor kinderen te plaatsen door de Jeugdrechtbank;
- de instituten en medisch pedagogische instituten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap.
De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van de semi-internaten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap en op de leden van het opvoedend hulppersoneel zoals bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van ...... tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs. "
" Artikel 1.
De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van :
- de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs met volledig leerplan;
- de door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde instellingen voor voltijds secundair onderwijs, voor voltijds secundair onderwijs die deeltijds beroepssecundair onderwijs organiseren of voor voltijds secundair zeevisserijonderwijs die deeltijds secundair zeevisserijonderwijs organiseren.
Ze zijn eveneens van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van :
- de internaten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, toegankelijk voor kinderen te plaatsen door de Jeugdrechtbank;
- de instituten en medisch pedagogische instituten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap.
De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van de semi-internaten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap en op de leden van het opvoedend hulppersoneel zoals bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van ...... tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs. "
Art. 16. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1990 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 octobre 1994, 28 août 2000 et 24 janvier 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Article 1er.
Les dispositions du présent arrêté sont applicables aux membres du personnel auxiliaire d'éducation :
- des établissements d'enseignement secondaire spécial de plein exercice;
- des établissements d'enseignement secondaire à temps plein, d'enseignement secondaire à temps plein qui organisent un enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou d'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps plein qui organisent un enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, organisés et subventionnés par la Communauté flamande.
Elles sont également applicables aux membres du personnel auxiliaire d'éducation :
- des internats organisés par la Communauté flamande pour les enfants placés par le Tribunal de la Jeunesse;
- des instituts et instituts médico-pédagogiques organisés par la Communauté flamande.
Les dispositions du présent arrêté ne s'appliquent pas aux membres du personnel auxiliaire d'éducation des semi-internats organisés par la Communauté flamande et aux membres du personnel auxiliaire d'éducation tels que visés à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du ...... déterminant et classant les fonctions dans les établissements de l'enseignement fondamental ordinaire. "
" Article 1er.
Les dispositions du présent arrêté sont applicables aux membres du personnel auxiliaire d'éducation :
- des établissements d'enseignement secondaire spécial de plein exercice;
- des établissements d'enseignement secondaire à temps plein, d'enseignement secondaire à temps plein qui organisent un enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou d'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps plein qui organisent un enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, organisés et subventionnés par la Communauté flamande.
Elles sont également applicables aux membres du personnel auxiliaire d'éducation :
- des internats organisés par la Communauté flamande pour les enfants placés par le Tribunal de la Jeunesse;
- des instituts et instituts médico-pédagogiques organisés par la Communauté flamande.
Les dispositions du présent arrêté ne s'appliquent pas aux membres du personnel auxiliaire d'éducation des semi-internats organisés par la Communauté flamande et aux membres du personnel auxiliaire d'éducation tels que visés à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du ...... déterminant et classant les fonctions dans les établissements de l'enseignement fondamental ordinaire. "
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2003 met uitzondering van :
1° artikel 2 dat in werking treedt op 1 september 2002 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging, vaste benoeming en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
2° artikelen 4, 5, 6 en 8 die in werking treden op 1 september 2000 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging, vaste benoeming en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
1° artikel 2 dat in werking treedt op 1 september 2002 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging, vaste benoeming en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
2° artikelen 4, 5, 6 en 8 die in werking treden op 1 september 2000 met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging, vaste benoeming en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2003, à l'exception :
1° de l'article 2, qui entre en vigueur le 1er septembre 2002, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la nomination définitive et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
2° des articles 4, 5, 6 et 8, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la nomination définitive et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
1° de l'article 2, qui entre en vigueur le 1er septembre 2002, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la nomination définitive et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
2° des articles 4, 5, 6 et 8, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la nomination définitive et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. La Ministre flamande qui a l'enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.