Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 APRIL 2004. - Decreet betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen (VERTALING). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-05-2004 en tekstbijwerking tot 21-11-2008)
Titre
1 AVRIL 2004. - Décret relatif aux itinéraires touristiques balisés, aux cartes de promenades et aux descriptifs de promenades. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-05-2004 et mise à jour au 21-11-2008)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL I. - Algemeen.
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen.
HOOFDSTUK III. - Termijnberekening.
TITEL II. - Machtiging en erkenning.
HOOFDSTUK I. - Beginselen.
HOOFDSTUK II. - Machtigings- of erkenningsvoorw...
Afdeling 1. - Vaste wandelroutes.
Afdeling 2. - Wandelkaarten.
Afdeling 3. - Routebeschrijvingen.
HOOFDSTUK III. - Machtigings- en erkenningsproc...
HOOFDSTUK IV. - Procedure tot intrekking van de...
HOOFDSTUK V. - Voorwaarden voor het uitoefenen ...
HOOFDSTUK VI. [1 - Certificering van de markeri...
TITEL III. - Subsidies.
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor het verlenen e...
HOOFDSTUK III. - Percentages en bedragen van de...
HOOFDSTUK IV. - Procedure voor het toekennen va...
TITEL IV. - Strafrechtelijke bepalingen.
HOOFDSTUK 2. - Strafrechtelijke straffen
HOOFDSTUK 3. - Toezicht en vaststelling van de ...
TITEL V. - Wijzigings-, overgangs- en slotbepal...
Inhoud
TITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE Ier. - Du champ d'application.
CHAPITRE II. - Des définitions.
CHAPITRE III. - De la computation des délais.
TITRE II. - De l'autorisation et de la reconnai...
CHAPITRE Ier. - Des principes.
CHAPITRE II. - Des conditions d'autorisation ou...
Section 1re. - Des itinéraires permanents.
Section 2. - Des cartes de promenades.
Section 3. - Des descriptifs de promenades.
CHAPITRE III. - De la procédure d'autorisation ...
CHAPITRE IV. - De la procédure de retrait de l'...
CHAPITRE V. - Des conditions et de la procédure...
CHAPITRE VI. [1 - De la certification du balisa...
TITRE III. - Des subventions.
CHAPITRE Ier. - Des généralités.
CHAPITRE II. - Des conditions d'octroi et de ma...
CHAPITRE III. - Des taux et montants de l'inter...
CHAPITRE IV. - De la procédure d'octroi de liqu...
TITRE IV. - Dispositions pénales.
CHAPITRE 2. - De sanctions pénales
CHAPITRE 3. - De la surveillance et de la const...
TITRE V. - Dispositions modificatives, transito...
Tekst (75)
Texte (75)
TITEL I. - Algemeen.
TITRE Ier. - Dispositions générales.
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE Ier. - Du champ d'application.
Artikel 1. Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 127, § 1, van de Grondwet, overeenkomstig artikel 138 ervan, en voor de artikelen 40 tot en met 44 van dit decreet, een gewestelijke aangelegenheid.
Article 1. Le présent décret règle une matière visée à l'article 127, § 1er, de la Constitution, en application de l'article 138 de celle-ci, et, pour les articles 40 à 44 du présent décret, une matière régionale.
HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen.
CHAPITRE II. - Des définitions.
Art. 2. Er wordt verstaan onder :
1° gemarkeerde wandelroute : elke wandelroute met hoofdzakelijk een toeristische bestemming voor niet-gemotoriseerd verkeer, bewegwijzerd door middel van markeringen;
2° vaste wandelroute : voor meer dan tien dagen gemarkeerde wandelroute;
3° markering : het op regelmatige afstand plaatsen van tekens waarmee het tracé van een wandelroute aangegeven wordt. Het plaatsen van tekens die vervaardigd worden met materiaal dat rechtstreeks uit de natuur gehaald wordt of met materiaal op basis van kalk dat bij regen snel oplost, wordt niet als markering beschouwd;
4° markeringsteken : concreet markeringselement, namelijk het genormeerde en kenmerkende teken van de wandelroute waarvan de modellen door de Regering vastgesteld zijn, de achtergrond waarop dat teken is aangebracht en het systeem waarmee dat teken eventueel wordt aangebracht.
Als markeringstekens worden beschouwd :
a. de [informatieve] markeringstekens : markeringstekens waarvan het doel erin bestaat langs een vaste wandelroute een inlichting van geschiedkundige, kunsthistorische, wetenschappelijke of culturele aard te verstrekken en waarvan het model door de Regering is vastgesteld;
b. de volledige richtingaanwijzende markeringstekens : markeringstekens met een richtingaangevende pijl waarvan het doel erin bestaat volledige informatie te verstrekken over de aard en de lengte van de vaste wandelroute, die minstens de naam van de vaste wandelroute en diens doel inhouden, waarvan het model door de Regering is vastgesteld;
c. de eenvoudige richtingaanwijzende markeringstekens : markeringstekens met een richtingaangevende pijl waarvan het doel erin bestaat een richtingsverandering aan te geven, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;
d. de bakenstokken : de markeringstekens waarvan het doel erin bestaat de [te volgen] richting te herhalen of te bevestigen, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;
e. de vertrekborden : borden die het vertrekpunt van één of meerdere vaste wandelroutes uitmaken, waarvan het doel erin bestaat daar een volledige inlichting over te verstrekken, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;
f. de [plaatsnaamgerelateerde markeringstekens], waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;
5° wandelkaart : elke topografische kaart met een gegeven schaal waarop de vaste wandelroutes en de verschillende uitrustingen voor de opvang van toeristen, ongeacht hun benaming, aangegeven zijn;
6° wandelbeschrijving : elk document met informatie ter omschrijving van één of meerdere vaste wandelroutes waarmee de gebruiker de weg gewezen wordt.
Dat document, dat van de wandelkaart verschilt, kan de vorm van een boek, fiches, zakboekje, gids, folder, blad aannemen zoals meer bepaald de topogids, het "road book", het "pocket plan", de kaartgids, de wandelfiches, de wandelschriftjes;
7° gewestelijk erkenningsteken : schild waarvan het model door de Regering wordt omschreven, waarmee bevestigd wordt dat de vaste wandelroute gemachtigd is of dat de wandelkaart of de wandelbeschrijving door het Commissariaat-generaal voor Toerisme erkend is;
8° toerist : elke persoon die zich als vrijetijdsbesteding, voor de ontspanning of het zakendoen, naar een plaats begeeft die zich verder bevindt dan de gemeente waar hij doorgaans verblijft of dan de naburige gemeenten en die elders dan in zijn gewoonlijke verblijfplaats verblijft;
9° [1 gewestelijke commissie : er wordt een gewestelijke commissie opgericht.
De gewestelijke commissie bestaat uit :
a) de commissaris-generaal voor toerisme of zijn afgevaardigde;
b) de inspecteur-generaal van de Afdeling Natuur en Bossen of zijn afgevaardigde;
c) een afgevaardigde de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) die de hoedanigheid van jager heeft;
d) twee afgevaardigden van de "Conseil supérieur wallon des Forêts et de la Filière Bois" (Waalse Hoge Raad voor het Bos en de Houtkolom); de ene met de hoedanigheid van privé-boseigenaar, de andere met de hoedanigheid van bosuitbater;
c) een afgevaardigde van de Conseil supérieur wallon de la Conservation de la Nature" (Waalse Hoge Raad voor het Natuurbehoud) met de hoedanigheid van lid van een vereniging voor natuurbehoud;
f) twee uitwerkers en twee gebruikers van vaste wandelroute;
g) een afgevaardigde van de "Conseil supérieur des villes, communes et provinces de la Région wallonne" (Hoge Raad van de steden, gemeenten en provincies van het Waalse Gewest).
De Regering organiseert een openbare oproep tot de kandidaten wat betreft de leden bedoeld in het vorige lid, punt f.
De Raden leggen de Regering een dubbele lijst van gewone en plaatsvervangende kandidaten voor.
De Regering benoemt de leden van de gewestelijke commissie en wijst onder die leden de voorzitter en de ondervoorzitter aan.
De gewestelijke commissie vergadert op geldige wijze ongeacht het aantal aanwezige leden.
De gewestelijke commissie heeft het recht om elke persoon die ze wenst te horen over de besproken problemen, op haar zittingen uit te nodigen.
De gewestelijke commissie bepaalt haar huishoudelijk reglement en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering.
Het mandaat van de leden duurt vijf jaar. De mandaten zijn persoonlijk en verlengbaar. Bij vacature vóór het verstrijken van een mandaat voleindigt het onlangs aangewezen lid het mandaat van zijn voorganger.
Een lid dat de vergaderingen van de gewestelijke commissie gedurende twee opeenvolgende jaren niet heeft bijgewoond, wordt van ambtswege als ontslagnemend beschouwd.
De functies van lid van de gewestelijke commissie worden a rato van 50 euro per vergadering bezoldigd. Met uitzondering van de leden bedoeld in 1° en 2° hebben de leden van de gewestelijke commissie recht op de vergoeding wegens reiskosten ten laste van de begroting van het Waalse Gewest. Daartoe worden deze leden gelijkgesteld met ambtenaren.]1
1° gemarkeerde wandelroute : elke wandelroute met hoofdzakelijk een toeristische bestemming voor niet-gemotoriseerd verkeer, bewegwijzerd door middel van markeringen;
2° vaste wandelroute : voor meer dan tien dagen gemarkeerde wandelroute;
3° markering : het op regelmatige afstand plaatsen van tekens waarmee het tracé van een wandelroute aangegeven wordt. Het plaatsen van tekens die vervaardigd worden met materiaal dat rechtstreeks uit de natuur gehaald wordt of met materiaal op basis van kalk dat bij regen snel oplost, wordt niet als markering beschouwd;
4° markeringsteken : concreet markeringselement, namelijk het genormeerde en kenmerkende teken van de wandelroute waarvan de modellen door de Regering vastgesteld zijn, de achtergrond waarop dat teken is aangebracht en het systeem waarmee dat teken eventueel wordt aangebracht.
Als markeringstekens worden beschouwd :
a. de [informatieve] markeringstekens : markeringstekens waarvan het doel erin bestaat langs een vaste wandelroute een inlichting van geschiedkundige, kunsthistorische, wetenschappelijke of culturele aard te verstrekken en waarvan het model door de Regering is vastgesteld;
b. de volledige richtingaanwijzende markeringstekens : markeringstekens met een richtingaangevende pijl waarvan het doel erin bestaat volledige informatie te verstrekken over de aard en de lengte van de vaste wandelroute, die minstens de naam van de vaste wandelroute en diens doel inhouden, waarvan het model door de Regering is vastgesteld;
c. de eenvoudige richtingaanwijzende markeringstekens : markeringstekens met een richtingaangevende pijl waarvan het doel erin bestaat een richtingsverandering aan te geven, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;
d. de bakenstokken : de markeringstekens waarvan het doel erin bestaat de [te volgen] richting te herhalen of te bevestigen, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;
e. de vertrekborden : borden die het vertrekpunt van één of meerdere vaste wandelroutes uitmaken, waarvan het doel erin bestaat daar een volledige inlichting over te verstrekken, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;
f. de [plaatsnaamgerelateerde markeringstekens], waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;
5° wandelkaart : elke topografische kaart met een gegeven schaal waarop de vaste wandelroutes en de verschillende uitrustingen voor de opvang van toeristen, ongeacht hun benaming, aangegeven zijn;
6° wandelbeschrijving : elk document met informatie ter omschrijving van één of meerdere vaste wandelroutes waarmee de gebruiker de weg gewezen wordt.
Dat document, dat van de wandelkaart verschilt, kan de vorm van een boek, fiches, zakboekje, gids, folder, blad aannemen zoals meer bepaald de topogids, het "road book", het "pocket plan", de kaartgids, de wandelfiches, de wandelschriftjes;
7° gewestelijk erkenningsteken : schild waarvan het model door de Regering wordt omschreven, waarmee bevestigd wordt dat de vaste wandelroute gemachtigd is of dat de wandelkaart of de wandelbeschrijving door het Commissariaat-generaal voor Toerisme erkend is;
8° toerist : elke persoon die zich als vrijetijdsbesteding, voor de ontspanning of het zakendoen, naar een plaats begeeft die zich verder bevindt dan de gemeente waar hij doorgaans verblijft of dan de naburige gemeenten en die elders dan in zijn gewoonlijke verblijfplaats verblijft;
9° [1 gewestelijke commissie : er wordt een gewestelijke commissie opgericht.
De gewestelijke commissie bestaat uit :
a) de commissaris-generaal voor toerisme of zijn afgevaardigde;
b) de inspecteur-generaal van de Afdeling Natuur en Bossen of zijn afgevaardigde;
c) een afgevaardigde de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) die de hoedanigheid van jager heeft;
d) twee afgevaardigden van de "Conseil supérieur wallon des Forêts et de la Filière Bois" (Waalse Hoge Raad voor het Bos en de Houtkolom); de ene met de hoedanigheid van privé-boseigenaar, de andere met de hoedanigheid van bosuitbater;
c) een afgevaardigde van de Conseil supérieur wallon de la Conservation de la Nature" (Waalse Hoge Raad voor het Natuurbehoud) met de hoedanigheid van lid van een vereniging voor natuurbehoud;
f) twee uitwerkers en twee gebruikers van vaste wandelroute;
g) een afgevaardigde van de "Conseil supérieur des villes, communes et provinces de la Région wallonne" (Hoge Raad van de steden, gemeenten en provincies van het Waalse Gewest).
De Regering organiseert een openbare oproep tot de kandidaten wat betreft de leden bedoeld in het vorige lid, punt f.
De Raden leggen de Regering een dubbele lijst van gewone en plaatsvervangende kandidaten voor.
De Regering benoemt de leden van de gewestelijke commissie en wijst onder die leden de voorzitter en de ondervoorzitter aan.
De gewestelijke commissie vergadert op geldige wijze ongeacht het aantal aanwezige leden.
De gewestelijke commissie heeft het recht om elke persoon die ze wenst te horen over de besproken problemen, op haar zittingen uit te nodigen.
De gewestelijke commissie bepaalt haar huishoudelijk reglement en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering.
Het mandaat van de leden duurt vijf jaar. De mandaten zijn persoonlijk en verlengbaar. Bij vacature vóór het verstrijken van een mandaat voleindigt het onlangs aangewezen lid het mandaat van zijn voorganger.
Een lid dat de vergaderingen van de gewestelijke commissie gedurende twee opeenvolgende jaren niet heeft bijgewoond, wordt van ambtswege als ontslagnemend beschouwd.
De functies van lid van de gewestelijke commissie worden a rato van 50 euro per vergadering bezoldigd. Met uitzondering van de leden bedoeld in 1° en 2° hebben de leden van de gewestelijke commissie recht op de vergoeding wegens reiskosten ten laste van de begroting van het Waalse Gewest. Daartoe worden deze leden gelijkgesteld met ambtenaren.]1
Art. 2. On entend par :
1° itinéraire balisé : tout itinéraire de promenade, à vocation principalement touristique, destiné au trafic non motorisé, indiqué par des balises;
2° itinéraire permanent : itinéraire balisé pour plus de dix jours;
3° balisage : pose, à intervalles réguliers, de signes indiquant le tracé d'un itinéraire de promenade. N'est pas considérée comme balisage toute pose de signes réalisés avec un matériau directement prélevé dans la nature ou avec un matériau à base de calcium dilué rapidement par la pluie;
4° balise : élément constitutif du balisage, à savoir le signe normalisé caractéristique de la promenade dont les modèles sont définis par le Gouvernement, le fond sur lequel ce signe est apposé et son système d'implantation éventuelle.
Sont considérés comme balises :
a. les balises [d'information] : balises destinées à donner une information d'ordre historique, esthétique, scientifique ou culturel, le long d'un itinéraire permanent, dont le modèle est défini par le Gouvernement;
b. les balises directionnelles complètes : balises munies d'une flèche indicatrice, ayant pour objet de donner une information complète sur la nature et la longueur de l'itinéraire permanent, comprenant à tout le moins le nom de l'itinéraire permanent et son but, dont le modèle est défini par le Gouvernement;
c. les balises directionnelles simples : balises munies d'une flèche indicatrice, ayant pour objet d'indiquer un changement de direction, dont les normes sont définies par le Gouvernement;
d. les jalons : balises ayant pour objet de rappeler ou de confirmer la direction (à suivre), dont les normes sont définies par le Gouvernement;
e. les panneaux de départ : panneaux matérialisant le point de départ d'un ou de plusieurs itinéraires permanents, ayant pour objet de donner une information complète sur ceux-ci, dont les normes sont définies par le Gouvernement;
f. les (balises toponymiques), dont les normes sont définies par le Gouvernement;
5° carte de promenades : toute carte topographique à échelle donnée indiquant des itinéraires permanents et les différents équipements destinés, sous quelque dénomination que ce soit, à l'accueil du touriste;
6° descriptif de promenade : tout document contenant des informations destinées à décrire un ou plusieurs itinéraires permanents et à guider l'usager le long de ceux-ci.
Ce document, différent de la carte de promenades, peut exister sous forme de livre, fiches, carnet, guide, dépliant, fascicule, comme, entre autres, le topo-guide, le "road book", le "carto-guide", le "pocket-plan", les fiches de promenades, les carnets de promenades;
7° signe régional de reconnaissance : écusson, dont le modèle est défini par le Gouvernement, attestant que l'itinéraire permanent est autorisé ou que la carte de promenades ou le descriptif de promenade est reconnu par le Commissariat général au tourisme;
8° touriste : toute personne qui, pour le loisir, la détente ou les affaires, se rend dans un lieu de destination situé au-delà de la commune où elle réside habituellement ou des communes limitrophes à celle-ci et qui séjourne hors de sa résidence habituelle;
9° [1 Commission régionale : il est institué une Commission régionale.
La Commission régionale comprend :
a) le commissaire général au tourisme ou son délégué;
b) l'inspecteur général de la Division nature et forêt ou son délégué;
c) un délégué du Conseil supérieur wallon de la chasse, ayant la qualité de chasseur;
d) deux délégués du Conseil supérieur wallon des forêts et de la filière bois, l'un ayant la qualité de propriétaire forestier privé, l'autre celle d'exploitant forestier;
e) un délégué du Conseil supérieur wallon de la conservation de la nature ayant la qualité de membre d'une association de Conservation de la Nature;
f) deux concepteurs et deux utilisateurs d'itinéraire permanent;
g) un délégué du Conseil supérieur des villes, communes et provinces de la Région wallonne.
Le Gouvernement organise un appel public aux candidatures en ce qui concerne les membres visés à l'alinéa précédent, point f.
Les conseils présentent au Gouvernement une double liste de candidats effectifs et suppléants.
Le Gouvernement nomme les membres de la Commission régionale et parmi ceux-ci désigne le président et le vice-président.
La Commission régionale délibère valablement quelque soit le nombre de membres présents.
La Commission régionale a le droit d'inviter à ses séances toute personne qu'elle souhaite entendre sur des problèmes en discussion.
La Commission régionale arrête son règlement d'ordre intérieur et le soumet au Gouvernement pour approbation.
La durée du mandat des membres est de cinq ans. Les mandats sont personnels et renouvelables. En cas de vacance avant l'expiration d'un mandat, le membre nouvellement désigné achève le mandat de son prédécesseur.
Un membre qui n'a pas assisté aux séances de la Commission régionale durant deux années consécutives est considéré d'office comme démissionnaire.
Les fonctions de membre de la Commission régionale sont rémunérées à raison de 50 euros par séance. A l'exception des membres visés au 1° et 2°, les membres de la Commission régionale ont droit à l'indemnité pour frais de parcours à charge du budget de la Région wallonne. A cette fin, ces membres sont assimilés aux fonctionnaires.]1
1° itinéraire balisé : tout itinéraire de promenade, à vocation principalement touristique, destiné au trafic non motorisé, indiqué par des balises;
2° itinéraire permanent : itinéraire balisé pour plus de dix jours;
3° balisage : pose, à intervalles réguliers, de signes indiquant le tracé d'un itinéraire de promenade. N'est pas considérée comme balisage toute pose de signes réalisés avec un matériau directement prélevé dans la nature ou avec un matériau à base de calcium dilué rapidement par la pluie;
4° balise : élément constitutif du balisage, à savoir le signe normalisé caractéristique de la promenade dont les modèles sont définis par le Gouvernement, le fond sur lequel ce signe est apposé et son système d'implantation éventuelle.
Sont considérés comme balises :
a. les balises [d'information] : balises destinées à donner une information d'ordre historique, esthétique, scientifique ou culturel, le long d'un itinéraire permanent, dont le modèle est défini par le Gouvernement;
b. les balises directionnelles complètes : balises munies d'une flèche indicatrice, ayant pour objet de donner une information complète sur la nature et la longueur de l'itinéraire permanent, comprenant à tout le moins le nom de l'itinéraire permanent et son but, dont le modèle est défini par le Gouvernement;
c. les balises directionnelles simples : balises munies d'une flèche indicatrice, ayant pour objet d'indiquer un changement de direction, dont les normes sont définies par le Gouvernement;
d. les jalons : balises ayant pour objet de rappeler ou de confirmer la direction (à suivre), dont les normes sont définies par le Gouvernement;
e. les panneaux de départ : panneaux matérialisant le point de départ d'un ou de plusieurs itinéraires permanents, ayant pour objet de donner une information complète sur ceux-ci, dont les normes sont définies par le Gouvernement;
f. les (balises toponymiques), dont les normes sont définies par le Gouvernement;
5° carte de promenades : toute carte topographique à échelle donnée indiquant des itinéraires permanents et les différents équipements destinés, sous quelque dénomination que ce soit, à l'accueil du touriste;
6° descriptif de promenade : tout document contenant des informations destinées à décrire un ou plusieurs itinéraires permanents et à guider l'usager le long de ceux-ci.
Ce document, différent de la carte de promenades, peut exister sous forme de livre, fiches, carnet, guide, dépliant, fascicule, comme, entre autres, le topo-guide, le "road book", le "carto-guide", le "pocket-plan", les fiches de promenades, les carnets de promenades;
7° signe régional de reconnaissance : écusson, dont le modèle est défini par le Gouvernement, attestant que l'itinéraire permanent est autorisé ou que la carte de promenades ou le descriptif de promenade est reconnu par le Commissariat général au tourisme;
8° touriste : toute personne qui, pour le loisir, la détente ou les affaires, se rend dans un lieu de destination situé au-delà de la commune où elle réside habituellement ou des communes limitrophes à celle-ci et qui séjourne hors de sa résidence habituelle;
9° [1 Commission régionale : il est institué une Commission régionale.
La Commission régionale comprend :
a) le commissaire général au tourisme ou son délégué;
b) l'inspecteur général de la Division nature et forêt ou son délégué;
c) un délégué du Conseil supérieur wallon de la chasse, ayant la qualité de chasseur;
d) deux délégués du Conseil supérieur wallon des forêts et de la filière bois, l'un ayant la qualité de propriétaire forestier privé, l'autre celle d'exploitant forestier;
e) un délégué du Conseil supérieur wallon de la conservation de la nature ayant la qualité de membre d'une association de Conservation de la Nature;
f) deux concepteurs et deux utilisateurs d'itinéraire permanent;
g) un délégué du Conseil supérieur des villes, communes et provinces de la Région wallonne.
Le Gouvernement organise un appel public aux candidatures en ce qui concerne les membres visés à l'alinéa précédent, point f.
Les conseils présentent au Gouvernement une double liste de candidats effectifs et suppléants.
Le Gouvernement nomme les membres de la Commission régionale et parmi ceux-ci désigne le président et le vice-président.
La Commission régionale délibère valablement quelque soit le nombre de membres présents.
La Commission régionale a le droit d'inviter à ses séances toute personne qu'elle souhaite entendre sur des problèmes en discussion.
La Commission régionale arrête son règlement d'ordre intérieur et le soumet au Gouvernement pour approbation.
La durée du mandat des membres est de cinq ans. Les mandats sont personnels et renouvelables. En cas de vacance avant l'expiration d'un mandat, le membre nouvellement désigné achève le mandat de son prédécesseur.
Un membre qui n'a pas assisté aux séances de la Commission régionale durant deux années consécutives est considéré d'office comme démissionnaire.
Les fonctions de membre de la Commission régionale sont rémunérées à raison de 50 euros par séance. A l'exception des membres visés au 1° et 2°, les membres de la Commission régionale ont droit à l'indemnité pour frais de parcours à charge du budget de la Région wallonne. A cette fin, ces membres sont assimilés aux fonctionnaires.]1
HOOFDSTUK III. - Termijnberekening.
CHAPITRE III. - De la computation des délais.
Art. 3. De dag van ontvangst van de akte, die het vertrekpunt is voor een termijn, is er niet in begrepen.
Art. 3. Le jour de la réception de l'acte, qui est le point de départ d'un délai, n'y est pas inclus.
Art. 4. Inbegrepen in de termijn is de vervaldag. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag.
Art. 4. Le jour de l'échéance est compté dans le délai. Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
TITEL II. - Machtiging en erkenning.
TITRE II. - De l'autorisation et de la reconnaissance.
HOOFDSTUK I. - Beginselen.
CHAPITRE Ier. - Des principes.
Art. 5. Alle vaste wandelroutes, met uitsluiting van de wandelroutes ingesteld in het kader van Ravel (autonoom net voor traag verkeer) dienen het voorwerp uit te maken van een voorafgaande en uitdrukkelijke machtiging.
De wandelkaarten en routebeschrijvingen kunnen erkend worden.
De wandelkaarten en routebeschrijvingen kunnen erkend worden.
Art. 5. Tous les itinéraires permanents, à l'exclusion de ceux mis en place dans le cadre du Réseau autonome des voies lentes, doivent faire l'objet d'une autorisation préalable et expresse.
Les cartes de promenades et les descriptifs de promenades peuvent être reconnus.
Les cartes de promenades et les descriptifs de promenades peuvent être reconnus.
HOOFDSTUK II. - Machtigings- of erkenningsvoorwaarden.
CHAPITRE II. - Des conditions d'autorisation ou de reconnaissance.
Afdeling 1. - Vaste wandelroutes.
Section 1re. - Des itinéraires permanents.
Art. 6. Om gemachtigd te worden dient een vaste wandelroute aan volgende voorwaarden te voldoen :
1° het genormeerde teken dient over de gehele lengte van het parcours identiek te zijn en overeen te komen met de door de Regering omschreven normen;
2° er dienen een vertrekbord met minstens de door de Regering omschreven inlichtingen en een eenvoudig richtingaanwijzend markeringsteken te worden aangebracht op het vertrekpunt van de vaste wandelroute;
3° er dienen volledige richtingaanwijzende markeringstekens met minstens de door de Regering omschreven inlichtingen aangebracht te worden op de voornaamste toegangspunten tot de vaste wandelroute;
4° de markeringstekens en de markering dienen overeen te stemmen met de door de Regering omschreven normen.
(In afwijking van het eerste lid, als de vaste wandelroute deel uitmaakt van een netwerk van grote internationale wandelroutes, moet zij, om toegelaten te worden, uitsluitend voldoen aan de voorwaarden 1° en 4° bedoeld in het vorig lid.)
1° het genormeerde teken dient over de gehele lengte van het parcours identiek te zijn en overeen te komen met de door de Regering omschreven normen;
2° er dienen een vertrekbord met minstens de door de Regering omschreven inlichtingen en een eenvoudig richtingaanwijzend markeringsteken te worden aangebracht op het vertrekpunt van de vaste wandelroute;
3° er dienen volledige richtingaanwijzende markeringstekens met minstens de door de Regering omschreven inlichtingen aangebracht te worden op de voornaamste toegangspunten tot de vaste wandelroute;
4° de markeringstekens en de markering dienen overeen te stemmen met de door de Regering omschreven normen.
(In afwijking van het eerste lid, als de vaste wandelroute deel uitmaakt van een netwerk van grote internationale wandelroutes, moet zij, om toegelaten te worden, uitsluitend voldoen aan de voorwaarden 1° en 4° bedoeld in het vorig lid.)
Art. 6. Pour être autorisé, un itinéraire permanent doit satisfaire aux conditions suivantes :
1° le signe normalisé doit être identique tout le long de son parcours et être conforme aux normes définies par le Gouvernement;
2° un panneau de départ qui indique au minimum les informations définies par le Gouvernement et une balise directionnelle simple doivent être installés au départ de l'itinéraire permanent;
3° des balises directionnelles complètes, indiquant au minimum les informations définies par le Gouvernement, doivent être installées aux principaux points d'accès à l'itinéraire permanent;
4° les balises et le balisage doivent être conformes aux normes définies par le Gouvernement.
(Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque l'itinéraire permanent fait partie d'un réseau d'itinéraires international de grande taille, il doit, pour être autorisé, uniquement satisfaire aux conditions 1° et 4° prévues à l'alinéa précédent.)
1° le signe normalisé doit être identique tout le long de son parcours et être conforme aux normes définies par le Gouvernement;
2° un panneau de départ qui indique au minimum les informations définies par le Gouvernement et une balise directionnelle simple doivent être installés au départ de l'itinéraire permanent;
3° des balises directionnelles complètes, indiquant au minimum les informations définies par le Gouvernement, doivent être installées aux principaux points d'accès à l'itinéraire permanent;
4° les balises et le balisage doivent être conformes aux normes définies par le Gouvernement.
(Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque l'itinéraire permanent fait partie d'un réseau d'itinéraires international de grande taille, il doit, pour être autorisé, uniquement satisfaire aux conditions 1° et 4° prévues à l'alinéa précédent.)
Art. 6bis. [1 Het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het Waalse Gewest en de huizen voor toerisme kunnen binnen de perken van hun bevoegdheid de wandelroute en de desbetreffende dragers gebruiken zonder de uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de vergunninghouder.]1
Art. 6bis. [1 Le Commissariat général au tourisme de la Région wallonne et les maisons du tourisme, dans les limites de leur ressort, peuvent utiliser et reproduire l'itinéraire et les supports y afférents sans l'accord exprès et écrit du titulaire de l'autorisation.]1
Art. 7. De Regering is gemachtigd om de voorwaarden die vervuld dienen te worden om een machtiging voor de markering van een vaste wandelroute te krijgen, nader te bepalen.
Art. 7. Le Gouvernement est habilité à préciser les conditions à remplir pour pouvoir obtenir une autorisation de baliser un itinéraire permanent.
Art. 8. Voor de wandelroutes die verband houden met een specifiek thema uit de geschiedenis, de folklore of de plaatselijke cultuur kan de Regering afwijkingen van de door hem omschreven normen toelaten.
Art. 8. Pour les itinéraires ayant trait à un thème spécifique lié à l'histoire, au folklore ou à la culture locale, le Gouvernement peut autoriser des dérogations aux normes qu'il définit.
Afdeling 2. - Wandelkaarten.
Section 2. - Des cartes de promenades.
Art. 9. Om erkend te worden dient een wandelkaart aan volgende voorwaarden te voldoen :
1° op de kaart staan enkel vaste wandelroutes vermeld en aangegeven;
2° de kaart is op schaal, met duidelijke opgave van de schaal op kaft en kaart;
3° op de kaft van de kaart waarvan het model door de Regering is vastgesteld, worden de types betrokken gebruikers aangegeven;
4° de kaart neemt elke vaste wandelroute in een register op in functie van de types betrokken gebruikers;
5° het tracé van de vaste wandelroutes, evenals de juiste vorm en kleur van de op het terrein aangebrachte genormeerde tekens worden aangegeven zonder dat de belangrijke gegevens vermeld op de achtergrond van de kaart weggelaten worden;
6° op de kaart worden de afstanden, de éénrichtingswegen en, in voorkomend geval, de moeilijkheidsgraad van de verschillende vaste wandelroutes aangegeven;
7° op de kaart worden de aansluitingen op netwerken van vaste wandelroutes op naburige grondgebieden aangegeven;
8° op de kaart worden de verschillende uitrustingen voor de opvang van en de informatieverlening aan de toerist aangegeven, waaronder minstens de door de Regering omschreven bestanddelen, zonder dat de belangrijke gegevens vermeld op de achtergrond van de kaart weggelaten worden.
1° op de kaart staan enkel vaste wandelroutes vermeld en aangegeven;
2° de kaart is op schaal, met duidelijke opgave van de schaal op kaft en kaart;
3° op de kaft van de kaart waarvan het model door de Regering is vastgesteld, worden de types betrokken gebruikers aangegeven;
4° de kaart neemt elke vaste wandelroute in een register op in functie van de types betrokken gebruikers;
5° het tracé van de vaste wandelroutes, evenals de juiste vorm en kleur van de op het terrein aangebrachte genormeerde tekens worden aangegeven zonder dat de belangrijke gegevens vermeld op de achtergrond van de kaart weggelaten worden;
6° op de kaart worden de afstanden, de éénrichtingswegen en, in voorkomend geval, de moeilijkheidsgraad van de verschillende vaste wandelroutes aangegeven;
7° op de kaart worden de aansluitingen op netwerken van vaste wandelroutes op naburige grondgebieden aangegeven;
8° op de kaart worden de verschillende uitrustingen voor de opvang van en de informatieverlening aan de toerist aangegeven, waaronder minstens de door de Regering omschreven bestanddelen, zonder dat de belangrijke gegevens vermeld op de achtergrond van de kaart weggelaten worden.
Art. 9. Pour être reconnue, une carte de promenades doit satisfaire aux conditions suivantes :
1° elle ne reprend et n'indique que des itinéraires permanents;
2° elle est établie à l'échelle, laquelle est clairement indiquée sur la couverture et sur la carte;
3° elle identifie les types d'usagers concernés sur la couverture, dont le modèle est établi par le Gouvernement;
4° elle répertorie chaque itinéraire permanent en fonction des types d'usagers concernés;
5° elle reporte le tracé des itinéraires permanents, ainsi que la forme et la couleur exactes des signes normalisés présents sur le terrain, sans occulter les données importantes reprises sur le fond de carte;
6° elle précise les longueurs, les sens uniques et, le cas échéant, les niveaux de difficulté des différents itinéraires permanents;
7° elle indique les raccordements avec les réseaux d'itinéraires permanents des territoires voisins;
8° elle mentionne les équipements destinés à l'accueil et à l'information du touriste, dont au minimum les éléments définis par le Gouvernement, sans occulter les données importantes reprises sur le fond de carte.
1° elle ne reprend et n'indique que des itinéraires permanents;
2° elle est établie à l'échelle, laquelle est clairement indiquée sur la couverture et sur la carte;
3° elle identifie les types d'usagers concernés sur la couverture, dont le modèle est établi par le Gouvernement;
4° elle répertorie chaque itinéraire permanent en fonction des types d'usagers concernés;
5° elle reporte le tracé des itinéraires permanents, ainsi que la forme et la couleur exactes des signes normalisés présents sur le terrain, sans occulter les données importantes reprises sur le fond de carte;
6° elle précise les longueurs, les sens uniques et, le cas échéant, les niveaux de difficulté des différents itinéraires permanents;
7° elle indique les raccordements avec les réseaux d'itinéraires permanents des territoires voisins;
8° elle mentionne les équipements destinés à l'accueil et à l'information du touriste, dont au minimum les éléments définis par le Gouvernement, sans occulter les données importantes reprises sur le fond de carte.
Art. 10. De Regering is gemachtigd om de normen nader te bepalen waaraan de wandelkaarten, om erkend te worden, dienen te voldoen.
Art. 10. Le Gouvernement est habilité à préciser les normes auxquelles doivent satisfaire les cartes de promenades pour pouvoir être reconnues.
Afdeling 3. - Routebeschrijvingen.
Section 3. - Des descriptifs de promenades.
Art. 11. Om erkend te worden beschrijft een wandelbeschrijving enkel vaste wandelroutes.
Art. 11. Pour être reconnu, un descriptif de promenade ne décrit que des itinéraires permanents.
Art. 12. De Regering is gemachtigd om de normen nader te bepalen waaraan de routebeschrijvingen, om erkend te worden, dienen te voldoen.
Art. 12. Le Gouvernement est habilité à préciser les normes auxquelles doivent satisfaire les descriptifs de promenades pour pouvoir être reconnus.
HOOFDSTUK III. - Machtigings- en erkenningsprocedure.
CHAPITRE III. - De la procédure d'autorisation et de reconnaissance.
Art. 13. Elke aanvraag tot het bekomen van een machtiging om een vaste wandelroute te markeren of een wandelkaart dan wel -beschrijving te laten erkennen dient bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.
De Regering bepaalt de vorm van de aanvraag voor de machtiging van een vaste wandelroute, evenals diens inhoud en het aantal in te dienen exemplaren.
De Regering bepaalt de vorm van de erkenning van de wandelkaarten en routebeschrijvingen, evenals hun inhoud en het aantal in te dienen exemplaren.
De Regering bepaalt de vorm van de aanvraag voor de machtiging van een vaste wandelroute, evenals diens inhoud en het aantal in te dienen exemplaren.
De Regering bepaalt de vorm van de erkenning van de wandelkaarten en routebeschrijvingen, evenals hun inhoud en het aantal in te dienen exemplaren.
Art. 13. Toute demande tendant à obtenir une autorisation de baliser un itinéraire permanent ou la reconnaissance d'une carte de promenades ou d'un descriptif de promenade doit être introduite par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception adressée au Commissariat général au tourisme.
Le Gouvernement détermine la forme de la demande d'autorisation d'un itinéraire permanent ainsi que son contenu et le nombre d'exemplaires à adresser.
Le Gouvernement détermine la forme de la demande de reconnaissance des cartes de promenades et des descriptifs de promenades, ainsi que son contenu et le nombre d'exemplaires à adresser.
Le Gouvernement détermine la forme de la demande d'autorisation d'un itinéraire permanent ainsi que son contenu et le nombre d'exemplaires à adresser.
Le Gouvernement détermine la forme de la demande de reconnaissance des cartes de promenades et des descriptifs de promenades, ainsi que son contenu et le nombre d'exemplaires à adresser.
Art. 14. Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de vijftien dagen na ontvangst bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. De ontbrekende stukken dienen te worden gericht aan het Commissariaat-generaal bij ter post aangetekend schrijven.
Art. 14. Si la demande est incomplète, le Commissariat général au tourisme adresse au demandeur, dans les quinze jours de sa réception, par envoi recommandé à la poste, un relevé des pièces manquantes et précise que la procédure recommence à dater de leur réception. Les pièces manquantes doivent être adressées au Commissariat général au tourisme par lettre recommandée à la poste.
Art. 15. § 1. Binnen de vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-Generaal een bericht van ontvangst aan de aanvrager met de bevestiging dat het dossier volledig is.
§ 2. Indien de vooropgestelde wandelroute geheel of gedeeltelijk door het bos loopt, richt het Commissariaat-generaal de machtigingsaanvraag voor advies aan de inspecteur-generaal van de Afdeling Natuur en Bossen van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Milieu, hierna de inspecteur-generaal genoemd en terzelfder tijd geeft hij aan de aanvrager kennis van het bericht van ontvangst bedoeld in vorige paragraaf.
Binnen een termijn van vijfenveertig dagen te rekenen van het tijdstip waarop het dossier hem is overgemaakt, brengt de inspecteur-generaal een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.
§ 3. Gesteld dat het Commissariaat-generaal voor Toerisme het ongunstig advies van de inspecteur-generaal niet deelt, richt het binnen de vijftien dagen na ontvangst van dat advies de machtigingsaanvraag voor eensluidend advies aan de gewestelijke commissie. Terzelfder tijd richt het bij ter post aangetekend schrijven een afschrift van dat verzoek om advies aan de aanvrager.
Binnen de zestig dagen te rekenen van het tijdstip waarop het dossier aan diens voorzitter is overgemaakt, brengt de gewestelijke commissie een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.
§ 2. Indien de vooropgestelde wandelroute geheel of gedeeltelijk door het bos loopt, richt het Commissariaat-generaal de machtigingsaanvraag voor advies aan de inspecteur-generaal van de Afdeling Natuur en Bossen van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Milieu, hierna de inspecteur-generaal genoemd en terzelfder tijd geeft hij aan de aanvrager kennis van het bericht van ontvangst bedoeld in vorige paragraaf.
Binnen een termijn van vijfenveertig dagen te rekenen van het tijdstip waarop het dossier hem is overgemaakt, brengt de inspecteur-generaal een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.
§ 3. Gesteld dat het Commissariaat-generaal voor Toerisme het ongunstig advies van de inspecteur-generaal niet deelt, richt het binnen de vijftien dagen na ontvangst van dat advies de machtigingsaanvraag voor eensluidend advies aan de gewestelijke commissie. Terzelfder tijd richt het bij ter post aangetekend schrijven een afschrift van dat verzoek om advies aan de aanvrager.
Binnen de zestig dagen te rekenen van het tijdstip waarop het dossier aan diens voorzitter is overgemaakt, brengt de gewestelijke commissie een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.
Art. 15. § 1er. Dans les quinze jours de la réception de la demande complète ou des pièces manquantes, le Commissariat général au tourisme adresse au demandeur un accusé de réception attestant du caractère complet du dossier.
§ 2. Lorsque l'itinéraire envisagé est, en tout ou en partie, situé en forêt, le Commissariat général au tourisme envoie la demande d'autorisation pour avis à l'inspecteur général de la Division nature et forêts de la Direction générale des ressources naturelles et de l'environnement, dénommé ci-après l'inspecteur général, en même temps qu'il notifie au demandeur l'accusé de réception visé au paragraphe précédent.
Dans un délai de quarante-cinq jours à dater du moment où le dossier lui est transmis, l'inspecteur général rend un avis motivé et le notifie au Commissariat général au tourisme et, par lettre recommandée à la poste, au demandeur. En cas d'absence de notification de l'avis dans le délai fixé, il est passé outre par le Commissariat général au tourisme.
§ 3. Dans l'hypothèse où le Commissariat général au tourisme ne partage pas l'avis défavorable rendu par l'inspecteur général, il envoie, dans les quinze jours de la réception de cet avis, la demande d'autorisation pour avis conforme à la Commission régionale. Il envoie en même temps au demandeur, par lettre recommandée à la poste, copie de cette demande d'avis.
Dans les soixante jours à dater du moment où le dossier est transmis à son président, la Commission régionale rend un avis motivé et le notifie au Commissariat général au tourisme et, par lettre recommandée à la poste, au demandeur. En cas d'absence de notification de l'avis dans le délai fixé, il est passé outre par le Commissariat général au tourisme.
§ 2. Lorsque l'itinéraire envisagé est, en tout ou en partie, situé en forêt, le Commissariat général au tourisme envoie la demande d'autorisation pour avis à l'inspecteur général de la Division nature et forêts de la Direction générale des ressources naturelles et de l'environnement, dénommé ci-après l'inspecteur général, en même temps qu'il notifie au demandeur l'accusé de réception visé au paragraphe précédent.
Dans un délai de quarante-cinq jours à dater du moment où le dossier lui est transmis, l'inspecteur général rend un avis motivé et le notifie au Commissariat général au tourisme et, par lettre recommandée à la poste, au demandeur. En cas d'absence de notification de l'avis dans le délai fixé, il est passé outre par le Commissariat général au tourisme.
§ 3. Dans l'hypothèse où le Commissariat général au tourisme ne partage pas l'avis défavorable rendu par l'inspecteur général, il envoie, dans les quinze jours de la réception de cet avis, la demande d'autorisation pour avis conforme à la Commission régionale. Il envoie en même temps au demandeur, par lettre recommandée à la poste, copie de cette demande d'avis.
Dans les soixante jours à dater du moment où le dossier est transmis à son président, la Commission régionale rend un avis motivé et le notifie au Commissariat général au tourisme et, par lettre recommandée à la poste, au demandeur. En cas d'absence de notification de l'avis dans le délai fixé, il est passé outre par le Commissariat général au tourisme.
Art. 16. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de aanvraag voor de machtiging tot het markeren van een vaste wandelroute en geeft kennis van diens beslissing aan de aanvrager binnen de zes maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 15, § 1.
Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de aanvraag tot erkenning van een wandelkaart of routebeschrijving en geeft kennis van diens beslissing binnen de zestig dagen te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 15, § 1.
Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt kennis gegeven aan de aanvrager bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. In voorkomend geval wordt een afschrift gericht aan de inspecteur-generaal.
Het uitblijven van kennisgeving aan de aanvrager binnen de gestelde termijn staat gelijk met een weigeringsbeslissing.
Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de aanvraag tot erkenning van een wandelkaart of routebeschrijving en geeft kennis van diens beslissing binnen de zestig dagen te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 15, § 1.
Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt kennis gegeven aan de aanvrager bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. In voorkomend geval wordt een afschrift gericht aan de inspecteur-generaal.
Het uitblijven van kennisgeving aan de aanvrager binnen de gestelde termijn staat gelijk met een weigeringsbeslissing.
Art. 16. Le Commissariat général au tourisme statue sur la demande d'autorisation de baliser un itinéraire permanent et notifie sa décision au demandeur dans les six mois à dater de l'envoi de l'accusé de réception visé à l'article 15, § 1er.
Le Commissariat général au tourisme statue sur la demande de reconnaissance d'une carte de promenades ou d'un descriptif de promenade et notifie sa décision dans les soixante jours à dater de l'envoi de l'accusé de réception visé à l'article 15, § 1er.
La décision du Commissariat général au tourisme est notifiée au demandeur par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception. Le cas échéant, une copie est adressée à l'inspecteur général.
L'absence de notification au demandeur dans le délai prévu équivaut à une décision de refus.
Le Commissariat général au tourisme statue sur la demande de reconnaissance d'une carte de promenades ou d'un descriptif de promenade et notifie sa décision dans les soixante jours à dater de l'envoi de l'accusé de réception visé à l'article 15, § 1er.
La décision du Commissariat général au tourisme est notifiée au demandeur par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception. Le cas échéant, une copie est adressée à l'inspecteur général.
L'absence de notification au demandeur dans le délai prévu équivaut à une décision de refus.
Art. 17. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert voor elke vaste wandelroute, elke erkende wandelkaart of routebeschrijving een gewestelijk identificatienummer af.
Art. 17. Le Commissariat général au tourisme délivre, pour tout itinéraire permanent, toute carte de promenades reconnue et tout descriptif de promenade reconnu, un numéro régional d'identification.
Art. 18. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt jaarlijks een officiële gids van wandelingen in Wallonië betreffende de vaste wandelroutes bekend.
Art. 18. Le Commissariat général au tourisme publie chaque année un guide officiel des promenades en Wallonie relatif aux itinéraires permanents.
HOOFDSTUK IV. - Procedure tot intrekking van de machtiging of erkenning.
CHAPITRE IV. - De la procédure de retrait de l'autorisation ou de la reconnaissance.
Art. 19. De machtiging of de erkenning kan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme worden ingetrokken indien de bepalingen van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen niet nageleefd worden.
Indien de machtiging verleend wordt voor een vaste wandelroute die geheel of gedeeltelijk door een bos loopt, kan de inspecteur-generaal aan het Commissariaat-generaal vragen om die machtiging in te trekken indien hij vaststelt dat de bepalingen van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen niet nageleefd zijn.
Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme van mening is dat de machtiging behouden kan blijven, wordt het verzoek van de inspecteur-generaal ter advies voorgelegd aan de gewestelijke commissie. De eindbeslissing ligt bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme.
Indien de machtiging verleend wordt voor een vaste wandelroute die geheel of gedeeltelijk door een bos loopt, kan de inspecteur-generaal aan het Commissariaat-generaal vragen om die machtiging in te trekken indien hij vaststelt dat de bepalingen van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen niet nageleefd zijn.
Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme van mening is dat de machtiging behouden kan blijven, wordt het verzoek van de inspecteur-generaal ter advies voorgelegd aan de gewestelijke commissie. De eindbeslissing ligt bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme.
Art. 19. L'autorisation ou la reconnaissance peut être retirée par le Commissariat général au tourisme lorsque les dispositions du présent décret ou de ses arrêtés d'application ne sont pas respectées.
Lorsque l'autorisation est accordée pour un itinéraire permanent situé en tout ou en partie en forêt, l'inspecteur général peut demander au Commissariat général au tourisme de retirer cette autorisation, s'il constate que les dispositions du présent décret ou de ses arrêtés d'application ne sont pas respectées.
Si le Commissariat général au tourisme estime pouvoir maintenir l'autorisation, la demande de l'inspecteur général est soumise pour avis à la Commission régionale. La décision finale relève de la compétence du Commissariat général au tourisme.
Lorsque l'autorisation est accordée pour un itinéraire permanent situé en tout ou en partie en forêt, l'inspecteur général peut demander au Commissariat général au tourisme de retirer cette autorisation, s'il constate que les dispositions du présent décret ou de ses arrêtés d'application ne sont pas respectées.
Si le Commissariat général au tourisme estime pouvoir maintenir l'autorisation, la demande de l'inspecteur général est soumise pour avis à la Commission régionale. La décision finale relève de la compétence du Commissariat général au tourisme.
Art. 20. Vóór een beslissing te treffen tot intrekking van een machtiging of een erkenning licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme de houder ervan bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst in over de motieven van de in het vooruitzicht gestelde intrekking.
De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme over te maken. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden. In dat geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De houder wordt minstens acht dagen vóór vastgestelde datum over de hoorzitting ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.
Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft kennis van zijn beslissing aan de houder bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.
De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme over te maken. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden. In dat geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De houder wordt minstens acht dagen vóór vastgestelde datum over de hoorzitting ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.
Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft kennis van zijn beslissing aan de houder bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.
Art. 20. Avant de prendre une décision retirant une autorisation ou une reconnaissance, le Commissariat général au tourisme informe son titulaire, par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, des motifs du retrait projeté.
Le titulaire dispose de quinze jours à compter de la réception de cet avis pour transmettre ses observations par lettre recommandée à la poste au Commissariat général au tourisme. Il peut, dans le même délai et les mêmes formes, demander à être entendu. Dans ce cas, l'audition est effectuée par le Commissariat général au tourisme. Un procès-verbal est établi. Le titulaire est averti de cette audition au moins huit jours avant la date fixée. Il peut se faire représenter ou assister par les personnes de son choix.
Le Commissariat général au tourisme notifie sa décision au titulaire par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception.
Le titulaire dispose de quinze jours à compter de la réception de cet avis pour transmettre ses observations par lettre recommandée à la poste au Commissariat général au tourisme. Il peut, dans le même délai et les mêmes formes, demander à être entendu. Dans ce cas, l'audition est effectuée par le Commissariat général au tourisme. Un procès-verbal est établi. Le titulaire est averti de cette audition au moins huit jours avant la date fixée. Il peut se faire représenter ou assister par les personnes de son choix.
Le Commissariat général au tourisme notifie sa décision au titulaire par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception.
Art. 21. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde beslissen om de intrekkingsprocedure te beëindigen, waarover hij dan de houder van de machtiging of van de erkenning bij ter post aangetekend schrijven inlicht.
Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na het sturen van het schrijven bedoeld in artikel 20, eerste lid.
Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na het sturen van het schrijven bedoeld in artikel 20, eerste lid.
Art. 21. Le Commissariat général au tourisme peut, à tout moment, décider de mettre un terme à la procédure de retrait, ce dont il avise le titulaire de l'autorisation ou de la reconnaissance par lettre recommandée à la poste.
Une décision de retrait ne peut intervenir plus de six mois après l'envoi de la lettre visée à l'article 20, alinéa 1er.
Une décision de retrait ne peut intervenir plus de six mois après l'envoi de la lettre visée à l'article 20, alinéa 1er.
Art. 22. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de inspecteur-generaal in over de beslissingen tot intrekking van de machtiging om een vaste wandelroute die geheel of gedeeltelijk door een bos loopt, te markeren.
Art. 22. Le Commissariat général au tourisme informe l'inspecteur général des décisions de retrait d'autorisation de baliser un itinéraire permanent situé en tout ou en partie en forêt.
HOOFDSTUK V. - Voorwaarden voor het uitoefenen van het beroep en procedure.
CHAPITRE V. - Des conditions et de la procédure de recours.
Art. 23. De aanvrager of de houder van de machtiging of van de erkenning, hierna eveneens de "aanvrager" genoemd, kan een gemotiveerd beroep indienen bij de Regering tegen de beslissing tot weigering of intrekking van de machtiging of de erkenning.
Het beroep wordt ingediend binnen de dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing of, in het geval bedoeld in artikel 16, vierde lid, na de datum waarop de weigeringsbeslissing als vaststaand wordt beschouwd.
Het wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en bij het beroep wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd.
Het beroep is niet opschortend, behalve indien het een intrekkingsbeslissing betreft. In dat geval wordt de intrekkingsbeslissing opgeschort tijdens de termijn die de aanvrager gegund wordt om het beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot en met de beslissing van de Regering over het beroep.
Het beroep wordt ingediend binnen de dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing of, in het geval bedoeld in artikel 16, vierde lid, na de datum waarop de weigeringsbeslissing als vaststaand wordt beschouwd.
Het wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en bij het beroep wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd.
Het beroep is niet opschortend, behalve indien het een intrekkingsbeslissing betreft. In dat geval wordt de intrekkingsbeslissing opgeschort tijdens de termijn die de aanvrager gegund wordt om het beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot en met de beslissing van de Regering over het beroep.
Art. 23. Le demandeur ou le titulaire de l'autorisation ou de la reconnaissance, ci-après également dénommé le "demandeur", peut exercer un recours motivé auprès du Gouvernement à l'encontre de la décision de refus ou de retrait de l'autorisation ou de la reconnaissance.
Le recours est introduit dans les trente jours de la réception de la décision contestée ou, dans le cas prévu à l'article 16, alinéa 4, de la date à laquelle la décision de refus est considérée comme acquise.
Il est adressé par lettre recommandée à la poste au Commissariat général au tourisme et est accompagné d'une copie de la décision contestée si elle existe.
Le recours n'est pas suspensif, sauf s'il porte sur une décision de retrait. Dans ce cas, la décision de retrait est suspendue pendant le délai laissé au demandeur pour former recours et, le cas échéant, jusqu'à la décision du Gouvernement statuant sur recours.
Le recours est introduit dans les trente jours de la réception de la décision contestée ou, dans le cas prévu à l'article 16, alinéa 4, de la date à laquelle la décision de refus est considérée comme acquise.
Il est adressé par lettre recommandée à la poste au Commissariat général au tourisme et est accompagné d'une copie de la décision contestée si elle existe.
Le recours n'est pas suspensif, sauf s'il porte sur une décision de retrait. Dans ce cas, la décision de retrait est suspendue pendant le délai laissé au demandeur pour former recours et, le cas échéant, jusqu'à la décision du Gouvernement statuant sur recours.
Art. 24. Binnen de tien dagen na ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de aanvrager.
De aanvrager kan verzoeken om gehoord te worden, ofwel in zijn beroep, ofwel bij ter post aangetekend schrijven gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de vijftien dagen volgend op de ontvangst door de aanvrager van het bericht van ontvangst van zijn beroep.
De aanvrager wordt minstens acht dagen vóór de datum vastgesteld voor de hoorzitting daarover ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze. Er wordt een proces-verbaal van de hoorzitting opgesteld.
De aanvrager kan verzoeken om gehoord te worden, ofwel in zijn beroep, ofwel bij ter post aangetekend schrijven gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de vijftien dagen volgend op de ontvangst door de aanvrager van het bericht van ontvangst van zijn beroep.
De aanvrager wordt minstens acht dagen vóór de datum vastgesteld voor de hoorzitting daarover ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze. Er wordt een proces-verbaal van de hoorzitting opgesteld.
Art. 24. Dans les dix jours de la réception du recours, le Commissariat général au tourisme adresse au demandeur un accusé de réception par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception.
Le demandeur peut solliciter d'être entendu, soit dans son recours, soit par lettre recommandée à la poste adressée au Commissariat général au tourisme, dans les quinze jours qui suivent la réception par le demandeur de l'accusé de réception de son recours.
Le demandeur est averti au moins huit jours avant la date fixée pour l'audition. Il peut se faire représenter ou assister par les personnes de son choix. Un procès-verbal de l'audition est établi.
Le demandeur peut solliciter d'être entendu, soit dans son recours, soit par lettre recommandée à la poste adressée au Commissariat général au tourisme, dans les quinze jours qui suivent la réception par le demandeur de l'accusé de réception de son recours.
Le demandeur est averti au moins huit jours avant la date fixée pour l'audition. Il peut se faire représenter ou assister par les personnes de son choix. Un procès-verbal de l'audition est établi.
Art. 25. De Regering beslist over het beroep en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van zestig dagen volgend op het sturen door het Commissariaat-Generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 24.
Van de beslissing van de Regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager. In voorkomend geval wordt er een afschrift van verstuurd aan de inspecteur-generaal.
Indien de aanvrager de beslissing van de Waalse Regering niet gekregen heeft binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn vastgesteld in het eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Dat gebeurt bij ter post aangetekend schrijven gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te vermelden en dient om duidelijk te verzoeken dat er beslist wordt over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd.
Indien van de beslissing van de Regering niet kennis wordt gegeven in een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het aangetekend herinneringsschrijven, wordt het stilzwijgen van de regering geacht een beslissing tot verwerping uit te maken.
Van de beslissing van de Regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager. In voorkomend geval wordt er een afschrift van verstuurd aan de inspecteur-generaal.
Indien de aanvrager de beslissing van de Waalse Regering niet gekregen heeft binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn vastgesteld in het eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Dat gebeurt bij ter post aangetekend schrijven gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te vermelden en dient om duidelijk te verzoeken dat er beslist wordt over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd.
Indien van de beslissing van de Regering niet kennis wordt gegeven in een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het aangetekend herinneringsschrijven, wordt het stilzwijgen van de regering geacht een beslissing tot verwerping uit te maken.
Art. 25. Le Gouvernement statue sur le recours et notifie sa décision au demandeur dans un délai de soixante jours qui suivent l'envoi, par le Commissariat général au tourisme, de l'accusé de réception du recours visé à l'article 24.
La décision du Gouvernement est notifiée au Commissariat général au tourisme et, par lettre recommandée à la poste, au demandeur. Le cas échéant, une copie est envoyée à l'inspecteur général.
A défaut pour le demandeur d'avoir reçu la décision du Gouvernement dans les dix jours qui suivent l'expiration du délai fixé à l'alinéa 1er, il peut adresser une lettre de rappel. Celle-ci est envoyée par lettre recommandée à la poste au Commissariat général au tourisme. Son contenu doit contenir le terme "rappel" et solliciter, sans ambiguïté, qu'il soit statué sur le recours dont une copie est jointe à la lettre.
A défaut de notification de la décision du Gouvernement dans les trente jours qui suivent la réception par le Commissariat général au tourisme de la lettre recommandée concernant le rappel, le silence du Gouvernement est réputé constituer une décision de rejet.
La décision du Gouvernement est notifiée au Commissariat général au tourisme et, par lettre recommandée à la poste, au demandeur. Le cas échéant, une copie est envoyée à l'inspecteur général.
A défaut pour le demandeur d'avoir reçu la décision du Gouvernement dans les dix jours qui suivent l'expiration du délai fixé à l'alinéa 1er, il peut adresser une lettre de rappel. Celle-ci est envoyée par lettre recommandée à la poste au Commissariat général au tourisme. Son contenu doit contenir le terme "rappel" et solliciter, sans ambiguïté, qu'il soit statué sur le recours dont une copie est jointe à la lettre.
A défaut de notification de la décision du Gouvernement dans les trente jours qui suivent la réception par le Commissariat général au tourisme de la lettre recommandée concernant le rappel, le silence du Gouvernement est réputé constituer une décision de rejet.
HOOFDSTUK VI. [1 - Certificering van de markering van een vaste wandelroute]1
CHAPITRE VI. [1 - De la certification du balisage d'un itinéraire permanent]1
Art. 25bis. [1 Met de certificering van een vaste wandelroute wordt nagegaan of de markering van de toegelaten vaste wandelroute overeenstemt met de bepalingen van dit decreet of met de krachtens dit decreet genomen bepalingen en met de toelating om te markeren.
De certificering kan voorlopig zijn als minstens 90 % van de elementen die de markering van een toegelaten vaste wandelroute vormen, geplaatst worden en conform zijn. De voorlopige certificering bepaalt de niet-conforme of ontbrekende elementen nader.
De certificering is definitief wanneer alle elementen die de markering van een toegelaten vaste wandelroute vormen, geplaatst worden en conform zijn.
Het Commissariaat-generaal voor Toerisme of een erkende persoon kan de voorlopige of definitieve certificering van de markering van een vaste wandelroute afgeven.]1
De certificering kan voorlopig zijn als minstens 90 % van de elementen die de markering van een toegelaten vaste wandelroute vormen, geplaatst worden en conform zijn. De voorlopige certificering bepaalt de niet-conforme of ontbrekende elementen nader.
De certificering is definitief wanneer alle elementen die de markering van een toegelaten vaste wandelroute vormen, geplaatst worden en conform zijn.
Het Commissariaat-generaal voor Toerisme of een erkende persoon kan de voorlopige of definitieve certificering van de markering van een vaste wandelroute afgeven.]1
Art. 25bis. [1 La certification d'un itinéraire permanent permet de vérifier que le balisage de l'itinéraire permanent autorisé est conforme aux dispositions du présent décret ou prises en vertu de celui-ci ainsi qu'à l'autorisation de baliser.
La certification peut être provisoire si au moins 90 % des éléments constituant le balisage d'un itinéraire permanent autorisé sont posés et conformes. La certification provisoire précise les éléments non conformes ou manquants.
La certification est définitive lorsque tous les éléments constituant le balisage d'un itinéraire permanent autorisé sont posés et conformes.
Le Commissariat général au tourisme ou une personne agréée peut délivrer la certification, provisoire ou définitive, du balisage d'un itinéraire permanent.]1
La certification peut être provisoire si au moins 90 % des éléments constituant le balisage d'un itinéraire permanent autorisé sont posés et conformes. La certification provisoire précise les éléments non conformes ou manquants.
La certification est définitive lorsque tous les éléments constituant le balisage d'un itinéraire permanent autorisé sont posés et conformes.
Le Commissariat général au tourisme ou une personne agréée peut délivrer la certification, provisoire ou définitive, du balisage d'un itinéraire permanent.]1
Art. 25ter. [1 Elke persoon die voor de door het Commissariaat-generaal voor Toerisme georganiseerde markeringsexamen slaagt, geniet de in artikel 25bis bedoelde erkenning.
Het examen wordt minstens één keer per jaar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme georganiseerd en bestaat uit een schriftelijk onderdeel over de kennis van de regelgeving en uit een terreinexamen. Het examen wordt minstens één maand voor het organiseren ervan via de algemene pers aangekondigd.
Als de kandidaat minstens 80 % van de punten van het schriftelijke examen behaalt, kan hij deelnemen aan het terreinexamen.
Het terreinexamen bestaat erin een vaste wandelroute van minstens 5 km te analyseren en alle niet-conforme elementen precies te identificeren.
De erkenning heeft een geldigheid van zeven jaar.
De lijst van de erkende personen wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme bekendgemaakt.]1
Het examen wordt minstens één keer per jaar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme georganiseerd en bestaat uit een schriftelijk onderdeel over de kennis van de regelgeving en uit een terreinexamen. Het examen wordt minstens één maand voor het organiseren ervan via de algemene pers aangekondigd.
Als de kandidaat minstens 80 % van de punten van het schriftelijke examen behaalt, kan hij deelnemen aan het terreinexamen.
Het terreinexamen bestaat erin een vaste wandelroute van minstens 5 km te analyseren en alle niet-conforme elementen precies te identificeren.
De erkenning heeft een geldigheid van zeven jaar.
De lijst van de erkende personen wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme bekendgemaakt.]1
Art. 25ter. [1 Toute personne qui réussit l'examen de balisage organisé par le Commissariat général au tourisme bénéfice de l'agrément visé à l'article 25bis.
L'examen est organisé au moins une fois par an par le Commissariat général au tourisme et comporte une épreuve écrite portant sur la connaissance de la réglementation et une épreuve de terrain. L'examen est annoncé par voie de presse générale au moins un mois avant sa tenue.
Si le candidat obtient au moins 80 % des points de l'épreuve écrite, il peut participer à l'épreuve de terrain.
L'épreuve de terrain consiste à analyser un itinéraire permanent d'au moins 5 km et à identifier précisément tous les éléments non conformes.
L'agrément a une validité d'une durée de sept ans.
La liste des personnes agréées est publiée par le Commissariat général au tourisme.]1
L'examen est organisé au moins une fois par an par le Commissariat général au tourisme et comporte une épreuve écrite portant sur la connaissance de la réglementation et une épreuve de terrain. L'examen est annoncé par voie de presse générale au moins un mois avant sa tenue.
Si le candidat obtient au moins 80 % des points de l'épreuve écrite, il peut participer à l'épreuve de terrain.
L'épreuve de terrain consiste à analyser un itinéraire permanent d'au moins 5 km et à identifier précisément tous les éléments non conformes.
L'agrément a une validité d'une durée de sept ans.
La liste des personnes agréées est publiée par le Commissariat général au tourisme.]1
Art. 25quater. [1 De erkende persoon mag geen certificering afgeven voor een vaste wandelroute die ze uitgedacht of verricht heeft, of als ze een rechtstreekse band heeft met de ideeënman of de ontwerper van de vaste wandelroute. De Commissaris-generaal voor Toerisme kan de erkenning intrekken van de persoon die dit artikel overtreedt, nadat het haar erom verzocht heeft haar argumenten te laten gelden en, als ze erom verzocht heeft, nadat het haar gehoord heeft.]1
Art. 25quater. [1 La personne agréée ne peut délivrer de certification par rapport à un itinéraire permanent dont elle est le concepteur ou le réalisateur, ou si elle a un lien direct avec le concepteur ou le réalisateur de l'itinéraire permanent. Le Commissaire général au tourisme peut retirer l'agrément de la personne qui contrevient au présent article après l'avoir invitée à faire valoir ses arguments et, si elle en fait la demande, après l'avoir entendue.]1
TITEL III. - Subsidies.
TITRE III. - Des subventions.
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE Ier. - Des généralités.
Art. 26. Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting kan de Regering een subsidie verlenen voor :
1° het ontwerp, het leveren en het plaatsen van markeringen voor de vaste wandelroutes [1 alsmede voor de certificering van de markering van de vaste wandelroute]1;
2° de erkende wandelkaarten en routebeschrijvingen.
1° het ontwerp, het leveren en het plaatsen van markeringen voor de vaste wandelroutes [1 alsmede voor de certificering van de markering van de vaste wandelroute]1;
2° de erkende wandelkaarten en routebeschrijvingen.
Art. 26. Dans les limites des crédits inscrits au budget, le Gouvernement peut accorder une subvention pour :
1° la conception, la fourniture et la pose de balises pour les itinéraires permanents [1 ainsi que la certification du balisage de l'itinéraire permanent]1;
2° les cartes de promenades et les descriptifs de promenades reconnus.
1° la conception, la fourniture et la pose de balises pour les itinéraires permanents [1 ainsi que la certification du balisage de l'itinéraire permanent]1;
2° les cartes de promenades et les descriptifs de promenades reconnus.
HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor het verlenen en het behoud van subsidies.
CHAPITRE II. - Des conditions d'octroi et de maintien des subventions.
Art. 27. De mogelijkheid om subsidies te verlenen wordt ondergeschikt gemaakt aan volgende voorwaarden :
1° de vaste wandelroute, de wandelkaart of routebeschrijving kan bijdragen tot de ontwikkeling van het toerisme in het Waalse Gewest;
2° de aanvrager verbindt zich om de wandelkaarten en routebeschrijvingen niet te verkopen tegen een prijs van over acht euro per exemplaar; daartoe vult de aanvrager het formulier vastgesteld door de Regering in. Het kaft van de wandelkaart en -beschrijving vermeldt respectievelijk de zinnen "Deze wandelkaart mag niet verkocht worden tegen een prijs van meer dan 8 euro" en "Deze routebeschrijving mag niet verkocht worden tegen een prijs van meer dan 8 euro".
De Regering is gemachtigd om het bedrag bepaald in vorige zin aan te passen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand van inwerkingtreding van dit decreet, volgens de formule :
1° de vaste wandelroute, de wandelkaart of routebeschrijving kan bijdragen tot de ontwikkeling van het toerisme in het Waalse Gewest;
2° de aanvrager verbindt zich om de wandelkaarten en routebeschrijvingen niet te verkopen tegen een prijs van over acht euro per exemplaar; daartoe vult de aanvrager het formulier vastgesteld door de Regering in. Het kaft van de wandelkaart en -beschrijving vermeldt respectievelijk de zinnen "Deze wandelkaart mag niet verkocht worden tegen een prijs van meer dan 8 euro" en "Deze routebeschrijving mag niet verkocht worden tegen een prijs van meer dan 8 euro".
De Regering is gemachtigd om het bedrag bepaald in vorige zin aan te passen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand van inwerkingtreding van dit decreet, volgens de formule :
Art. 27. La faculté d'octroyer des subventions est subordonnée aux conditions suivantes :
1° l'itinéraire permanent, la carte de promenades ou le descriptif de promenade peut contribuer au développement du tourisme en Région wallonne;
2° le demandeur s'engage à ne pas vendre les cartes et les descriptifs de promenades à un prix excédant 8 euros par exemplaire; à cette fin, le demandeur complète le formulaire défini par le Gouvernement. La couverture de la carte de promenades et du descriptif de promenade porte respectivement la mention "Cette carte ne peut être vendue à un prix excédant 8 euros." et "Ce descriptif ne peut être vendu à un prix excédant 8 euros.".
Le Gouvernement est habilité à adapter le montant prévu à la phrase précédente pour tenir compte de la valeur de l'indice des prix à la consommation du mois de l'entrée en vigueur du présent décret, selon la formule :
1° l'itinéraire permanent, la carte de promenades ou le descriptif de promenade peut contribuer au développement du tourisme en Région wallonne;
2° le demandeur s'engage à ne pas vendre les cartes et les descriptifs de promenades à un prix excédant 8 euros par exemplaire; à cette fin, le demandeur complète le formulaire défini par le Gouvernement. La couverture de la carte de promenades et du descriptif de promenade porte respectivement la mention "Cette carte ne peut être vendue à un prix excédant 8 euros." et "Ce descriptif ne peut être vendu à un prix excédant 8 euros.".
Le Gouvernement est habilité à adapter le montant prévu à la phrase précédente pour tenir compte de la valeur de l'indice des prix à la consommation du mois de l'entrée en vigueur du présent décret, selon la formule :
Nieuwe index
Vroeger bepaalde prijs x
Vroeger bepaalde prijs x
Änderungen
Aanvankelijke index
waarbij de aanvankelijke index, de index is van de maand van inwerkingtreding van dit decreet en de nieuwe index, de index van de maand waarop die inwerkingtreding verjaart.
In alle geval wordt het aangepaste bedrag afgerond naar de lagere eenheid, gesteld dat de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid, mocht de decimaal gelijk zijn aan of hoger zijn dan 50;
3° de aanvrager verbindt zich ertoe de wandelkaarten en routebeschrijvingen te verkopen in een verspreidingsnetwerk dat ruimer is dan dat van de plaatselijke toeristische instanties; daartoe vult de aanvrager het door de regering vastgestelde formulier in.
Indice nouveau
Montant prevu ci-avant x
Montant prevu ci-avant x
Änderungen
Indice de depart
l'indice de départ étant celui du mois de l'entrée en vigueur du présent décret et l'indice nouveau celui du mois de la date anniversaire de cette entrée en vigueur.
En toute hypothèse, le montant adapté est arrondi à l'unité inférieure dans l'hypothèse où la décimale serait inférieure à 50 et à l'unité supérieure dans le cas où la décimale serait égale ou supérieure à 50;
3° le demandeur s'engage à vendre les cartes et les descriptifs de promenades dans un réseau de distribution plus large que celui couvert par les organismes touristiques locaux; à cette fin, le demandeur complète le formulaire défini par le Gouvernement.
HOOFDSTUK III. - Percentages en bedragen van de tegemoetkoming.
CHAPITRE III. - Des taux et montants de l'intervention.
Art. 28. § 1. Het tegemoetkomingspercentage wordt vastgesteld op 60 % van het ontwerp, het leveren [1 het plaatsen van de markeringen en de certificeringen van de markeringen]1, evenals van het leveren van de reservemarkeringen die maximum 40 % van de te plaatsen markeringen vertegenwoordigen.
Dat percentage mag evenwel tot 80 % verhoogd worden indien de aanvrager andere activiteiten die verband houden met toerisme in zijn wandelroute opneemt mits inachtneming van volgende voorwaarden :
1° zijn toeristisch project wordt uitgewerkt op een ruimer grondgebied waarbij uitgegaan wordt van een toeristische eenheid, en zonder dat noodzakelijkerwijs verwezen wordt naar de bestuurlijke grenzen van één of meer gemeenten;
2° hij voorziet in een overleg en in een samenwerking tussen de verschillende plaatselijke toeristische actoren om een gemeenschappelijke strategie rond één project tot stand te brengen;
3° de toeristen worden ingelicht over de logiesmogelijkheden, over de andere vaste wandelroutes en de toeristische plaatsen en activiteiten in zijn streek;
4° hij vestigt de bevordering van zijn product op een samenhangend imago dat eigen is aan de betrokken streek.
§ 2. De subsidie wordt forfaitair vastgesteld op 60 euro per vierkante decimeter basiskaart en met een maximumbedrag van 3.000 euro voor het ontwerp, de uitgave en het drukken van de wandelkaarten.
§ 3. Het tegemoetkomingspercentage wordt vastgesteld op 40 % van het ontwerp, de uitgave en het drukken van de routebeschrijvingen. De subsidie wordt vastgesteld op maximum 4.000 euro.
§ 4. Er wordt geen enkele subsidie verleend voor het ontwerp, het leveren en het plaatsen van oorspronkelijke of reservemarkeringen, noch voor het ontwerp, de uitgave en het drukken van de wandelkaarten en routebeschrijvingen indien zij subsidiabel zijn krachtens andere wets- of regelgevende bepalingen behalve indien vaststaat dat zij zonder die bijkomende tegemoetkoming niet verwezenlijkt zouden kunnen worden.
§ 5. De regering is gemachtigd om de bedragen bepaald in de paragrafen 2 en 3 aan te passen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand van inwerkingtreding van dit decreet, volgens de formule :
Dat percentage mag evenwel tot 80 % verhoogd worden indien de aanvrager andere activiteiten die verband houden met toerisme in zijn wandelroute opneemt mits inachtneming van volgende voorwaarden :
1° zijn toeristisch project wordt uitgewerkt op een ruimer grondgebied waarbij uitgegaan wordt van een toeristische eenheid, en zonder dat noodzakelijkerwijs verwezen wordt naar de bestuurlijke grenzen van één of meer gemeenten;
2° hij voorziet in een overleg en in een samenwerking tussen de verschillende plaatselijke toeristische actoren om een gemeenschappelijke strategie rond één project tot stand te brengen;
3° de toeristen worden ingelicht over de logiesmogelijkheden, over de andere vaste wandelroutes en de toeristische plaatsen en activiteiten in zijn streek;
4° hij vestigt de bevordering van zijn product op een samenhangend imago dat eigen is aan de betrokken streek.
§ 2. De subsidie wordt forfaitair vastgesteld op 60 euro per vierkante decimeter basiskaart en met een maximumbedrag van 3.000 euro voor het ontwerp, de uitgave en het drukken van de wandelkaarten.
§ 3. Het tegemoetkomingspercentage wordt vastgesteld op 40 % van het ontwerp, de uitgave en het drukken van de routebeschrijvingen. De subsidie wordt vastgesteld op maximum 4.000 euro.
§ 4. Er wordt geen enkele subsidie verleend voor het ontwerp, het leveren en het plaatsen van oorspronkelijke of reservemarkeringen, noch voor het ontwerp, de uitgave en het drukken van de wandelkaarten en routebeschrijvingen indien zij subsidiabel zijn krachtens andere wets- of regelgevende bepalingen behalve indien vaststaat dat zij zonder die bijkomende tegemoetkoming niet verwezenlijkt zouden kunnen worden.
§ 5. De regering is gemachtigd om de bedragen bepaald in de paragrafen 2 en 3 aan te passen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand van inwerkingtreding van dit decreet, volgens de formule :
Art. 28. § 1er. Le taux d'intervention est fixé à 60 % de la conception, de la fourniture [1 , de la pose des balises et de la certification du balisage]1, ainsi que de la fourniture de balises de réserve correspondant au maximum à 40 % des balises à placer.
Ce taux peut toutefois être porté à 80 % si le demandeur intègre son itinéraire à d'autres activités ayant un rapport avec le tourisme, en respectant notamment les conditions suivantes :
1° il met en oeuvre son projet touristique au sein d'un territoire élargi, se prévalant d'une unité touristique, et sans référence nécessaire aux limites administratives d'une ou de communes;
2° il met en place une concertation et une coopération entre les différents acteurs touristiques locaux afin de développer une stratégie commune autour du projet;
3° il informe les touristes sur les possibilités d'hébergement, les autres itinéraires permanents et les sites et activités touristiques de sa région;
4° il base la promotion de son produit autour d'une image homogène propre à la région considérée.
§ 2. La subvention est forfaitairement fixée à 60 euros par décimètre carré de fond de carte et est plafonnée à 3.000 euros pour la conception, l'édition et l'impression des cartes de promenades.
§ 3. Le taux d'intervention est fixé à 40 % de la conception, de l'édition et de l'impression des descriptifs de promenades. Toutefois, la subvention est plafonnée à 4.000 euros.
§ 4. Aucune subvention n'est accordée pour la conception, la fourniture et la pose des balises d'origine ou de réserve, ainsi que pour la conception, l'édition et l'impression des cartes et descriptifs de promenades, si elles peuvent être subventionnées en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, sauf s'il est établi que, sans cette aide complémentaire, elles ne peuvent être réalisées.
§ 5. Le Gouvernement est habilité à adapter les montants prévus aux paragraphes 2 et 3 pour tenir compte de la valeur de l'indice des prix à la consommation du mois de l'entrée en vigueur du présent décret, selon la formule :
Ce taux peut toutefois être porté à 80 % si le demandeur intègre son itinéraire à d'autres activités ayant un rapport avec le tourisme, en respectant notamment les conditions suivantes :
1° il met en oeuvre son projet touristique au sein d'un territoire élargi, se prévalant d'une unité touristique, et sans référence nécessaire aux limites administratives d'une ou de communes;
2° il met en place une concertation et une coopération entre les différents acteurs touristiques locaux afin de développer une stratégie commune autour du projet;
3° il informe les touristes sur les possibilités d'hébergement, les autres itinéraires permanents et les sites et activités touristiques de sa région;
4° il base la promotion de son produit autour d'une image homogène propre à la région considérée.
§ 2. La subvention est forfaitairement fixée à 60 euros par décimètre carré de fond de carte et est plafonnée à 3.000 euros pour la conception, l'édition et l'impression des cartes de promenades.
§ 3. Le taux d'intervention est fixé à 40 % de la conception, de l'édition et de l'impression des descriptifs de promenades. Toutefois, la subvention est plafonnée à 4.000 euros.
§ 4. Aucune subvention n'est accordée pour la conception, la fourniture et la pose des balises d'origine ou de réserve, ainsi que pour la conception, l'édition et l'impression des cartes et descriptifs de promenades, si elles peuvent être subventionnées en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, sauf s'il est établi que, sans cette aide complémentaire, elles ne peuvent être réalisées.
§ 5. Le Gouvernement est habilité à adapter les montants prévus aux paragraphes 2 et 3 pour tenir compte de la valeur de l'indice des prix à la consommation du mois de l'entrée en vigueur du présent décret, selon la formule :
Nieuwe index
Bepaalde prijs in # 2 of 3 x
Bepaalde prijs in # 2 of 3 x
Änderungen
Aanvankelijke index
waarbij de aanvankelijke index, de index is van de maand van inwerkingtreding van dit decreet en de nieuwe index, de index van de maand waarop die inwerkingtreding verjaart.
In alle geval wordt het aangepaste bedrag afgerond naar de lagere eenheid, gesteld dat de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid, mocht de decimaal gelijk zijn aan of hoger zijn dan 50.
[1][1 § 6. Voor de berekening van het deel van de subsidie betreffende de certificering van de markeringen wordt het overwogen maximumbedrag bepaald op 50 euro per kilometer gecertificeerde markeringen.
----------
Indice nouveau
Montant prevu au # 2 ou 3 x
Montant prevu au # 2 ou 3 x
Änderungen
Indice de depart
l'indice de départ étant celui du mois de l'entrée en vigueur du présent décret et l'indice nouveau celui du mois de la date anniversaire de cette entrée en vigueur.
En toute hypothèse, les montants adaptés sur la base de l'alinéa 1er sont arrondis à l'unité inférieure dans l'hypothèse où la décimale serait inférieure à 50 et à l'unité supérieure dans le cas où la décimale serait égale ou supérieure à 50.
[1][1 § 6. Pour le calcul de la part de subvention relative à la certification du balisage, le montant maximum pris en compte est fixé à 50 euros par kilomètre de balisage certifié.
----------
HOOFDSTUK IV. - Procedure voor het toekennen van de vereffening en controle over het gebruik van de subsidies.
CHAPITRE IV. - De la procédure d'octroi de liquidation et de contrôle de l'emploi des subventions.
Art. 29. Elke subsidieaanvraag dient bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.
De aanvraag moet gemotiveerd worden.
De aanvraag moet gemotiveerd worden.
Art. 29. Toute demande de subvention doit être adressée par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception au Commissariat général au tourisme.
Elle doit être motivée.
Elle doit être motivée.
Art. 30. De Regering stelt de inhoud van de subsidieaanvraag evenals het aantal exemplaren dat de aanvraag dient in te houden, vast.
Art. 30. Le Gouvernement arrête le contenu de la demande de subvention ainsi que le nombre d'exemplaires qu'elle doit comporter.
Art. 31. Elke persoon die vraagt dat een subsidie wordt toegekend, geeft daardoor de Regering de toelating om zonder verplaatsing elke nuttig geachte verificatie door te voeren.
De weigering om zich te onderwerpen aan die verificaties of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat niet voldaan wordt aan de toekenningsvoorwaarden vastgesteld in artikel 27.
De weigering om zich te onderwerpen aan die verificaties of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat niet voldaan wordt aan de toekenningsvoorwaarden vastgesteld in artikel 27.
Art. 31. Toute personne qui demande l'octroi d'une subvention autorise par le fait même le Gouvernement à faire procéder sur place à toute vérification jugée utile.
Le refus de se soumettre à ces vérifications ou l'entrave à celles-ci entraîne la présomption réfragable qu'il n'est pas satisfait aux conditions d'octroi fixées à l'article 27.
Le refus de se soumettre à ces vérifications ou l'entrave à celles-ci entraîne la présomption réfragable qu'il n'est pas satisfait aux conditions d'octroi fixées à l'article 27.
Art. 32. § 1. Elke subsidie die toegekend wordt voor de verwezenlijking van een vaste wandelroute kan vereffend worden tegen maximum 90 % bij overlegging van de uitgavestukken die het ontwerp, het leveren of het plaatsen van markeringen van die wandelroute verantwoorden, ter hoogte van minstens één derde van de bepaalde uitgave [1 en voor zover de vaste wandelroute het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorlopige of definitieve certificering van de erkende persoon]1.
De eindafrekening [1 en de definitieve certificering dienen]1 uiterlijk vóór verstrijken van de twaalfde maand volgend op de datum van de laatste voorlopige vereffening voorgelegd te worden.
§ 2. Het ontwerp of het leveren van de markeringen dient aan te vangen uiterlijk binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de kennisgeving van de toekenning van de subsidie en de markeringen dienen geplaatst te worden uiterlijk twaalf maanden te rekenen van hun ontwerp of levering.
§ 3. In geval van niet-naleving van de termijnen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 en behoudens verlenging door de Regering, dienen de onverschuldigd gestorte sommen op grond van een behoorlijk verantwoorde aanvraag ingediend door de gerechtigde vóór verstrijken van de aanvankelijke termijn, terugbetaald te worden.
De eindafrekening [1 en de definitieve certificering dienen]1 uiterlijk vóór verstrijken van de twaalfde maand volgend op de datum van de laatste voorlopige vereffening voorgelegd te worden.
§ 2. Het ontwerp of het leveren van de markeringen dient aan te vangen uiterlijk binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de kennisgeving van de toekenning van de subsidie en de markeringen dienen geplaatst te worden uiterlijk twaalf maanden te rekenen van hun ontwerp of levering.
§ 3. In geval van niet-naleving van de termijnen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 en behoudens verlenging door de Regering, dienen de onverschuldigd gestorte sommen op grond van een behoorlijk verantwoorde aanvraag ingediend door de gerechtigde vóór verstrijken van de aanvankelijke termijn, terugbetaald te worden.
Art. 32. § 1er. Toute subvention octroyée pour la réalisation d'un itinéraire permanent peut être liquidée à concurrence de maximum 90 % sur production des pièces de dépense justifiant la conception, la fourniture ou la pose de balises de cet itinéraire, à concurrence d'au moins un tiers de la dépense prévue [1 et pour autant que l'itinéraire permanent ait fait l'objet d'une certification, provisoire ou définitive, de la part d'une personne agréée]1.
Le décompte final [1 et la certification définitive doivent être présentés]1 au plus tard avant l'expiration du douzième mois suivant la date de la dernière liquidation provisoire.
§ 2. La conception ou la fourniture des balises doit débuter au plus tard dans un délai de six mois à dater de la notification de l'octroi de la subvention et les balises doivent être posées au plus tard douze mois à dater de leur conception ou de leur fourniture.
§ 3. En cas de non-respect des délais prévus aux paragraphes 1er et 2, et sauf prolongation accordée par le Gouvernement, sur la base d'une demande dûment justifiée introduite par le bénéficiaire avant l'expiration du délai initial, les sommes indûment versées doivent être remboursées.
Le décompte final [1 et la certification définitive doivent être présentés]1 au plus tard avant l'expiration du douzième mois suivant la date de la dernière liquidation provisoire.
§ 2. La conception ou la fourniture des balises doit débuter au plus tard dans un délai de six mois à dater de la notification de l'octroi de la subvention et les balises doivent être posées au plus tard douze mois à dater de leur conception ou de leur fourniture.
§ 3. En cas de non-respect des délais prévus aux paragraphes 1er et 2, et sauf prolongation accordée par le Gouvernement, sur la base d'une demande dûment justifiée introduite par le bénéficiaire avant l'expiration du délai initial, les sommes indûment versées doivent être remboursées.
Art. 33. Elke subsidie die toegekend wordt voor de verwezenlijking van wandelkaarten of routebeschrijvingen wordt enkel uitbetaald na hun uitgave en na overlegging van minstens drie exemplaren ervan en van de verantwoordingsstukken van de kostprijs van hun verwezenlijking.
Art. 33. Toute subvention octroyée pour la réalisation de cartes ou de descriptifs de promenades n'est liquidée qu'après leur édition, et sur production de trois exemplaires au moins de ceux-ci et des pièces justificatives du coût de leur réalisation.
Art. 34. De Regering controleert of de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 27, 32 en 33 nageleefd worden.
De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in artikelen 27, 32 of 33 niet naleeft.
De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in artikelen 27, 32 of 33 niet naleeft.
Art. 34. Le Gouvernement contrôle le respect des conditions fixées aux articles 27, 32 et 33.
Le refus de se soumettre à un contrôle ou l'entrave à un contrôle entraîne la présomption réfragable que le bénéficiaire de la subvention ne respecte pas les conditions fixées à l'article 27, 32 ou 33.
Le refus de se soumettre à un contrôle ou l'entrave à un contrôle entraîne la présomption réfragable que le bénéficiaire de la subvention ne respecte pas les conditions fixées à l'article 27, 32 ou 33.
Art. 35. Indien de subsidie niet toegerekend wordt op datgene waarvoor ze voorzien was, of indien niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 27 of nog indien de machtiging of de erkenning ingetrokken wordt, dient de gerechtigde, behoudens voorafgaandelijke toelating door de Regering, de subsidie volledig terug te betalen indien de gebeurtenis die de teruggave verantwoordt, plaatsvindt binnen een termijn van vijf jaar te rekenen van 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie vereffend is.
Voor de subsidies bedoeld in artikel 26, 1°, dient de gerechtigde, indien die gebeurtenis plaatsvindt na verstrijken van die termijn van vijf jaar, de met één derde verminderde subsidie terug te betalen voor elke periode van twaalf maanden die verstreken is na de termijn van vijf jaar als hogervermeld.
Voor de subsidies bedoeld in artikel 26, 1°, dient de gerechtigde, indien die gebeurtenis plaatsvindt na verstrijken van die termijn van vijf jaar, de met één derde verminderde subsidie terug te betalen voor elke periode van twaalf maanden die verstreken is na de termijn van vijf jaar als hogervermeld.
Art. 35. Lorsque la subvention n'est pas affectée à la destination prévue ou lorsqu'il n'est plus satisfait aux conditions fixées à l'article 27, ou encore lorsque l'autorisation ou la reconnaissance est retirée, le bénéficiaire doit, sauf autorisation préalable du Gouvernement, rembourser intégralement la subvention si l'événement qui justifie la restitution intervient dans un délai de cinq ans à dater du 1er janvier suivant la dernière année pendant laquelle la subvention a été liquidée.
Pour les subventions visées à l'article 26, 1°, lorsque cet événement survient après expiration de ce délai de cinq ans, le bénéficiaire doit rembourser la subvention diminuée d'un tiers pour chaque période de douze mois écoulée après le délai de cinq ans précité.
Pour les subventions visées à l'article 26, 1°, lorsque cet événement survient après expiration de ce délai de cinq ans, le bénéficiaire doit rembourser la subvention diminuée d'un tiers pour chaque période de douze mois écoulée après le délai de cinq ans précité.
Art. 35bis. <INGEVOEGD bij DWG 2005-07-20/66, art. 45; Inwerkingtreding : 01-06-2007> § 1. Degene die onrechtmatig gebruik maakt van het gewestelijk erkenningsteken, een vaste wandelroute markeert zonder machtiging of met behulp van tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 2 of een vaste wandelroute behoudt zonder machtiging of een wandelroute, aangegeven door tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 2, krijgt een administratieve geldboete die niet meer dan 10.000 euro mag bedragen.
Degene die op welke wijze ook kwaadwillig markeringen van een gemarkeerde wandelroute vernietigt, beschadigt of wegneemt, krijgt een administratieve geldboete die niet meer dan 10.000 euro mag bedragen.
Degene die een gesubsidieerde wandelkaart of routebeschrijving verkoopt tegen een prijs boven 8 euro, krijgt een administratieve geldboete die niet meer dan 2.000 euro mag bedragen.
§ 2. De vastgestelde overtredingen van de bepalingen bedoeld in paragraaf 1 worden bij wijze van administratieve geldboete vervolgd behalve indien het openbaar ministerie, rekening houdend met de ernst van de overtreding, acht dat er aanleiding is tot strafrechtelijke vervolging. Strafrechtelijke vervolging sluit de toepassing van een administratieve geldboete uit, behalve in geval van seponering.
De administratieve geldboete wordt opgelegd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.
§ 3. Een exemplaar van het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgemaakt aan het openbaar ministerie binnen de vijftien dagen na opstellen ervan.
Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van vier maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om het Commissariaat-generaal voor Toerisme kennis te geven van zijn beslissing om al dan niet strafrechtelijke vervolging in te stellen.
§ 4. Indien het openbaar ministerie ervan afziet om te vervolgen of nalaat om binnen de vastgestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of in de veronderstelling van een seponering beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme, na de overtreder in de mogelijkheid te hebben gesteld om zijn verweermiddelen voor te leggen, of er aanleiding toe is om wegens de overtreding een administratieve geldboete op te leggen.
De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme stelt het bedrag van de administratieve geldboete vast en is gemotiveerd. Daarvan wordt kennis gegeven aan de overtreder bij ter post aangetekend schrijven, tegelijk met een uitnodiging om zich van de boete te kwijten binnen de termijn vastgesteld door de regering.
De kennisgeving van de beslissing tot vaststelling van de administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.
De betaling van de boete beëindigt het optreden van de administratie.
§ 5. De overtreder die de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme betwist, dient op straffe van uitsluiting een beroep bij wijze van verzoekschrift bij de burgerlijke rechtbank in binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de kennisgeving van de beslissing. Van dat beroep richt hij gelijktijdig een afschrift aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het beroep, evenals de termijn om het beroep in te dienen, schorten de uitvoering van de beslissing op.
De bepaling van vorig lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd.
§ 6. Indien de overtreder in gebreke blijft om de boete te betalen, wordt de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme of van de burgerlijke rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden, aan de afdeling Thesaurie van het Ministerie van het Waalse Gewest overgemaakt met het oog op inning van het administratieve geldboetebedrag.
§ 7. Indien een nieuwe overtreding wordt vastgesteld binnen de drie maanden te rekenen van de datum van het proces-verbaal, wordt het bedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van dit artikel verdubbeld.
De administratieve beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd, kan niet meer getroffen worden drie jaar na het feit dat een overtreding bedoeld bij dit artikel uitmaakt.
De uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen voor te leggen, bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, die binnen de termijn bepaald in vorig lid wordt gedaan, stuit evenwel de verjaring.
Die handeling leidt een nieuwe termijn met gelijke duur in, zelfs ten overstaan van personen die er niet bij betrokken zijn.
§ 8. De regering kan de wijze van inning van de boete bepalen.
Degene die op welke wijze ook kwaadwillig markeringen van een gemarkeerde wandelroute vernietigt, beschadigt of wegneemt, krijgt een administratieve geldboete die niet meer dan 10.000 euro mag bedragen.
Degene die een gesubsidieerde wandelkaart of routebeschrijving verkoopt tegen een prijs boven 8 euro, krijgt een administratieve geldboete die niet meer dan 2.000 euro mag bedragen.
§ 2. De vastgestelde overtredingen van de bepalingen bedoeld in paragraaf 1 worden bij wijze van administratieve geldboete vervolgd behalve indien het openbaar ministerie, rekening houdend met de ernst van de overtreding, acht dat er aanleiding is tot strafrechtelijke vervolging. Strafrechtelijke vervolging sluit de toepassing van een administratieve geldboete uit, behalve in geval van seponering.
De administratieve geldboete wordt opgelegd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.
§ 3. Een exemplaar van het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgemaakt aan het openbaar ministerie binnen de vijftien dagen na opstellen ervan.
Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van vier maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om het Commissariaat-generaal voor Toerisme kennis te geven van zijn beslissing om al dan niet strafrechtelijke vervolging in te stellen.
§ 4. Indien het openbaar ministerie ervan afziet om te vervolgen of nalaat om binnen de vastgestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of in de veronderstelling van een seponering beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme, na de overtreder in de mogelijkheid te hebben gesteld om zijn verweermiddelen voor te leggen, of er aanleiding toe is om wegens de overtreding een administratieve geldboete op te leggen.
De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme stelt het bedrag van de administratieve geldboete vast en is gemotiveerd. Daarvan wordt kennis gegeven aan de overtreder bij ter post aangetekend schrijven, tegelijk met een uitnodiging om zich van de boete te kwijten binnen de termijn vastgesteld door de regering.
De kennisgeving van de beslissing tot vaststelling van de administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.
De betaling van de boete beëindigt het optreden van de administratie.
§ 5. De overtreder die de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme betwist, dient op straffe van uitsluiting een beroep bij wijze van verzoekschrift bij de burgerlijke rechtbank in binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de kennisgeving van de beslissing. Van dat beroep richt hij gelijktijdig een afschrift aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het beroep, evenals de termijn om het beroep in te dienen, schorten de uitvoering van de beslissing op.
De bepaling van vorig lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd.
§ 6. Indien de overtreder in gebreke blijft om de boete te betalen, wordt de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme of van de burgerlijke rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden, aan de afdeling Thesaurie van het Ministerie van het Waalse Gewest overgemaakt met het oog op inning van het administratieve geldboetebedrag.
§ 7. Indien een nieuwe overtreding wordt vastgesteld binnen de drie maanden te rekenen van de datum van het proces-verbaal, wordt het bedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van dit artikel verdubbeld.
De administratieve beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd, kan niet meer getroffen worden drie jaar na het feit dat een overtreding bedoeld bij dit artikel uitmaakt.
De uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen voor te leggen, bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, die binnen de termijn bepaald in vorig lid wordt gedaan, stuit evenwel de verjaring.
Die handeling leidt een nieuwe termijn met gelijke duur in, zelfs ten overstaan van personen die er niet bij betrokken zijn.
§ 8. De regering kan de wijze van inning van de boete bepalen.
Art. 35bis. § 1er. Celui qui utilise illicitement le signe régional de reconnaissance, procède au balisage d'un itinéraire permanent sans autorisation ou à l'aide de signes non conformes aux balises visées à l'article 2 ou maintient un itinéraire permanent sans autorisation ou indiqué par des signes non conformes aux balises visées à l'article 2 encourt une amende administrative dont le montant ne peut excéder 10.000 euros.
Celui qui détruit, détériore ou enlève volontairement de quelque façon que ce soit des balises d'un itinéraire balisé encourt une amende administrative dont le montant ne peut excéder 10.000 euros.
Celui qui vend une carte de promenades subventionnée ou un descriptif de promenade subventionné à un prix excédant 8 euros encourt une amende administrative dont le montant ne peut excéder 2.000 euros.
§ 2. Les infractions constatées aux dispositions visées au paragraphe 1er sont poursuivies par voie d'amende administrative, à moins que le Ministère public ne juge, compte tenu de la gravité de l'infraction, qu'il y a lieu à poursuites pénales. Les poursuites pénales excluent l'application d'une amende administrative, sauf en cas de classement sans suite.
L'amende administrative est infligée par le Commissariat général au tourisme.
§ 3. Un exemplaire du procès-verbal constatant l'infraction est transmis par le Commissariat général au tourisme au Ministère public dans les quinze jours de sa rédaction.
Le Ministère public dispose d'un délai de quatre mois, à compter du jour de la réception du procès-verbal, pour notifier au Commissariat général au tourisme sa décision quant à l'intentement ou non de poursuites pénales.
§ 4. Dans le cas où le Ministère public renonce à poursuivre ou omet de notifier sa décision dans le délai fixé ou dans l'hypothèse d'un classement sans suite, le Commissariat général au tourisme décide, après avoir mis le contrevenant en mesure de présenter ses moyens de défense, s'il y a lieu d'infliger une amende administrative du chef de l'infraction.
La décision du Commissariat général au tourisme fixe le montant de l'amende administrative et est motivée. Elle est notifiée au contrevenant par lettre recommandée à la poste en même temps qu'une invitation à acquitter l'amende dans le délai fixé par le Gouvernement.
La notification de la décision fixant le montant de l'amende administrative éteint l'action publique.
Le paiement de l'amende met fin à l'action de l'administration.
§ 5. Le contrevenant qui conteste la décision du Commissariat général au tourisme introduit, à peine de forclusion, un recours par voie de requête devant le tribunal civil dans un délai de deux mois à compter de la notification de la décision. Il notifie simultanément copie de ce recours au Commissariat général au tourisme. Le recours, de même que le délai pour former recours, suspendent l'exécution de la décision.
La disposition de l'alinéa précédent est mentionnée dans la décision par laquelle l'amende administrative est infligée.
§ 6. Si le contrevenant demeure en défaut de payer l'amende, la décision du Commissariat général au tourisme ou la décision du tribunal civil passée en force de chose jugée est transmise à la division de la trésorerie du Ministère de la Région wallonne en vue du recouvrement du montant de l'amende administrative.
§ 7. Si une nouvelle infraction est constatée dans les trois ans à compter de la date du procès-verbal, le montant visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, du présent article est doublé.
La décision administrative par laquelle l'amende administrative est infligée ne peut plus être prise trois ans après le fait constitutif d'une infraction visée par le présent article.
Toutefois, l'invitation au contrevenant de présenter ses moyens de défense, visée au paragraphe 4, alinéa 1er, faite dans le délai déterminé à l'alinéa précédent, interrompt le cours de la prescription. Cet acte fait courir un nouveau délai d'égale durée, même à l'égard des personnes qui n'y sont pas impliquées.
§ 8. Le Gouvernement peut déterminer les modalités de perception de l'amende.
Celui qui détruit, détériore ou enlève volontairement de quelque façon que ce soit des balises d'un itinéraire balisé encourt une amende administrative dont le montant ne peut excéder 10.000 euros.
Celui qui vend une carte de promenades subventionnée ou un descriptif de promenade subventionné à un prix excédant 8 euros encourt une amende administrative dont le montant ne peut excéder 2.000 euros.
§ 2. Les infractions constatées aux dispositions visées au paragraphe 1er sont poursuivies par voie d'amende administrative, à moins que le Ministère public ne juge, compte tenu de la gravité de l'infraction, qu'il y a lieu à poursuites pénales. Les poursuites pénales excluent l'application d'une amende administrative, sauf en cas de classement sans suite.
L'amende administrative est infligée par le Commissariat général au tourisme.
§ 3. Un exemplaire du procès-verbal constatant l'infraction est transmis par le Commissariat général au tourisme au Ministère public dans les quinze jours de sa rédaction.
Le Ministère public dispose d'un délai de quatre mois, à compter du jour de la réception du procès-verbal, pour notifier au Commissariat général au tourisme sa décision quant à l'intentement ou non de poursuites pénales.
§ 4. Dans le cas où le Ministère public renonce à poursuivre ou omet de notifier sa décision dans le délai fixé ou dans l'hypothèse d'un classement sans suite, le Commissariat général au tourisme décide, après avoir mis le contrevenant en mesure de présenter ses moyens de défense, s'il y a lieu d'infliger une amende administrative du chef de l'infraction.
La décision du Commissariat général au tourisme fixe le montant de l'amende administrative et est motivée. Elle est notifiée au contrevenant par lettre recommandée à la poste en même temps qu'une invitation à acquitter l'amende dans le délai fixé par le Gouvernement.
La notification de la décision fixant le montant de l'amende administrative éteint l'action publique.
Le paiement de l'amende met fin à l'action de l'administration.
§ 5. Le contrevenant qui conteste la décision du Commissariat général au tourisme introduit, à peine de forclusion, un recours par voie de requête devant le tribunal civil dans un délai de deux mois à compter de la notification de la décision. Il notifie simultanément copie de ce recours au Commissariat général au tourisme. Le recours, de même que le délai pour former recours, suspendent l'exécution de la décision.
La disposition de l'alinéa précédent est mentionnée dans la décision par laquelle l'amende administrative est infligée.
§ 6. Si le contrevenant demeure en défaut de payer l'amende, la décision du Commissariat général au tourisme ou la décision du tribunal civil passée en force de chose jugée est transmise à la division de la trésorerie du Ministère de la Région wallonne en vue du recouvrement du montant de l'amende administrative.
§ 7. Si une nouvelle infraction est constatée dans les trois ans à compter de la date du procès-verbal, le montant visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, du présent article est doublé.
La décision administrative par laquelle l'amende administrative est infligée ne peut plus être prise trois ans après le fait constitutif d'une infraction visée par le présent article.
Toutefois, l'invitation au contrevenant de présenter ses moyens de défense, visée au paragraphe 4, alinéa 1er, faite dans le délai déterminé à l'alinéa précédent, interrompt le cours de la prescription. Cet acte fait courir un nouveau délai d'égale durée, même à l'égard des personnes qui n'y sont pas impliquées.
§ 8. Le Gouvernement peut déterminer les modalités de perception de l'amende.
TITEL IV. - Strafrechtelijke bepalingen.
TITRE IV. - Dispositions pénales.
Art. 36. Degene die onrechtmatig gebruik maakt van het gewestelijk erkenningsteken, een vaste wandelroute markeert zonder machtiging of met behulp van tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 2 of een vaste wandelroute behoudt zonder machtiging of een wandelroute, aangegeven door tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 2, wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro.
Degene die op welke wijze ook kwaadwillig markeringen van een gemarkeerde wandelroute vernietigt, beschadigt of wegneemt, wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro.
Degene die een gesubsidieerde wandelkaart of routebeschrijving verkoopt tegen een prijs boven 8 euro, wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro.
Degene die op welke wijze ook kwaadwillig markeringen van een gemarkeerde wandelroute vernietigt, beschadigt of wegneemt, wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro.
Degene die een gesubsidieerde wandelkaart of routebeschrijving verkoopt tegen een prijs boven 8 euro, wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro.
Art. 36. Celui qui utilise illicitement le signe régional de reconnaissance, procède au balisage d'un itinéraire permanent sans autorisation ou à l'aide de signes non conformes aux balises visées à l'article 2 ou maintient un itinéraire permanent sans autorisation ou indiqué par des signes non conformes aux balises visées à l'article 2 sera puni d'une amende d'1 à 25 euros.
Celui qui détruit, détériore ou enlève volontairement de quelque façon que ce soit des balises d'un itinéraire balisé sera puni d'une amende d'1 à 25 euros.
Celui qui vend une carte de promenades subventionnée ou un descriptif de promenade subventionné à un prix excédant 8 euros sera puni d'une amende d'1 à 25 euros.
Celui qui détruit, détériore ou enlève volontairement de quelque façon que ce soit des balises d'un itinéraire balisé sera puni d'une amende d'1 à 25 euros.
Celui qui vend une carte de promenades subventionnée ou un descriptif de promenade subventionné à un prix excédant 8 euros sera puni d'une amende d'1 à 25 euros.
Art. 37. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, gelden voor de overtredingen bepaald in artikel 36.
Art. 37. Les dispositions du livre Ier du Code pénal, y compris du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions prévues à l'article 36.
HOOFDSTUK 2. - Strafrechtelijke straffen
CHAPITRE 2. - De sanctions pénales
Art. 38. § 1. Naast de boetes bepaald in artikel 36 beveelt de rechter op verzoek van het Commissariaat-generaal voor Toerisme de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in oorspronkelijke staat.
De rechter kan bevelen dat de veroordeelde op straffe van een dwangsom binnen de acht dagen volgend op de dag waarop het vonnis definitief is geworden een zekerheid ten voordele van het Waalse Gewest stelt waarvan het bedrag gelijk is aan de geraamde kost van de bevolen maatregelen.
Die zekerheid bestaat uit een neerlegging bij de Deposito- en Consignatiekas of uit een onafhankelijke bankwaarborg uitgegeven door een erkende kredietinstelling ofwel bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ofwel bij een overheid van een lid-Staat van de Europese Unie die gemachtigd is om de kredietinstellingen te controleren.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk XXIII van boek IV van het DEEL IV van het Gerechtelijk Wetboek beveelt de rechter dat, indien de plaats niet in oorspronkelijke staat is hersteld binnen de voorgeschreven termijn, het Commissariaat-generaal voor Toerisme van ambtswege in de tenuitvoerlegging ervan kan voorzien en de kosten ervan terug kan vorderen indien de werken zijn uitgevoerd op grond van een gewone staat opgesteld door de Regering. Die staat is uitvoerbaar.
§ 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan voor de politie- of correctionele rechtbank treden om naast de boeten bepaald in de artikel 36 de veroordeling tot staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.
Het kan eveneens voor de burgerlijke rechtbank treden om de veroordeling tot de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.
De rechter kan bevelen dat de veroordeelde op straffe van een dwangsom binnen de acht dagen volgend op de dag waarop het vonnis definitief is geworden een zekerheid ten voordele van het Waalse Gewest stelt waarvan het bedrag gelijk is aan de geraamde kost van de bevolen maatregelen.
Die zekerheid bestaat uit een neerlegging bij de Deposito- en Consignatiekas of uit een onafhankelijke bankwaarborg uitgegeven door een erkende kredietinstelling ofwel bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ofwel bij een overheid van een lid-Staat van de Europese Unie die gemachtigd is om de kredietinstellingen te controleren.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk XXIII van boek IV van het DEEL IV van het Gerechtelijk Wetboek beveelt de rechter dat, indien de plaats niet in oorspronkelijke staat is hersteld binnen de voorgeschreven termijn, het Commissariaat-generaal voor Toerisme van ambtswege in de tenuitvoerlegging ervan kan voorzien en de kosten ervan terug kan vorderen indien de werken zijn uitgevoerd op grond van een gewone staat opgesteld door de Regering. Die staat is uitvoerbaar.
§ 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan voor de politie- of correctionele rechtbank treden om naast de boeten bepaald in de artikel 36 de veroordeling tot staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.
Het kan eveneens voor de burgerlijke rechtbank treden om de veroordeling tot de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.
Art. 38. § 1er. Outre la pénalité prévue à l'article 36, le juge ordonne, à la demande du Commissariat général au tourisme ou du détenteur de l'autorisation, la remise en état des lieux ou la cessation illicite.
Le juge peut ordonner que le condamné fournisse, sous peine d'une astreinte, dans les huit jours suivant le jour où le jugement est devenu définitif, une sûreté au bénéfice de la Région wallonne à concurrence d'un montant égal au coût estimé des mesures ordonnées.
Cette sûreté est constituée par un dépôt auprès de la Caisse des dépôts et consignations ou par une garantie indépendante émise par un établissement de crédit agréé, soit auprès de la Commission bancaire et financière, soit auprès d'une autorité d'un Etat membre de l'Union européenne, qui est habilitée à contrôler les établissements de crédit.
Sans préjudice de l'application du chapitre XXIII du livre IV de la quatrième partie du Code judiciaire, le juge peut ordonner que, lorsque les lieux ne sont pas remis en état dans le délai prescrit, le Commissariat général au tourisme puisse pourvoir d'office à son exécution et en récupérer les frais lorsque les travaux ont été exécutés sur simple état dressé par le Gouvernement. Cet état a force exécutoire.
§ 2. Le Commissariat général au tourisme peut agir devant le tribunal de police afin d'obtenir la condamnation, outre la pénalité prévue à l'article 36, à la cessation de l'acte illicite ou à la remise en état des lieux.
Il peut également agir devant le tribunal civil afin d'obtenir la condamnation à la cessation de l'acte illicite ou à la remise en état des lieux.
Le juge peut ordonner que le condamné fournisse, sous peine d'une astreinte, dans les huit jours suivant le jour où le jugement est devenu définitif, une sûreté au bénéfice de la Région wallonne à concurrence d'un montant égal au coût estimé des mesures ordonnées.
Cette sûreté est constituée par un dépôt auprès de la Caisse des dépôts et consignations ou par une garantie indépendante émise par un établissement de crédit agréé, soit auprès de la Commission bancaire et financière, soit auprès d'une autorité d'un Etat membre de l'Union européenne, qui est habilitée à contrôler les établissements de crédit.
Sans préjudice de l'application du chapitre XXIII du livre IV de la quatrième partie du Code judiciaire, le juge peut ordonner que, lorsque les lieux ne sont pas remis en état dans le délai prescrit, le Commissariat général au tourisme puisse pourvoir d'office à son exécution et en récupérer les frais lorsque les travaux ont été exécutés sur simple état dressé par le Gouvernement. Cet état a force exécutoire.
§ 2. Le Commissariat général au tourisme peut agir devant le tribunal de police afin d'obtenir la condamnation, outre la pénalité prévue à l'article 36, à la cessation de l'acte illicite ou à la remise en état des lieux.
Il peut également agir devant le tribunal civil afin d'obtenir la condamnation à la cessation de l'acte illicite ou à la remise en état des lieux.
HOOFDSTUK 3. - Toezicht en vaststelling van de overtredingen
CHAPITRE 3. - De la surveillance et de la constatation des infractions
Art. 39. (§ 1. Onverminderd de plichten van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de ambtenaren en personeelsleden aangewezen door de regering belast met het toezicht op de naleving van de regels vastgesteld bij of krachtens dit decreet. Daartoe kunnen ze bij de beoefening van hun opdracht :
1° de bijstand van de politie vragen;
2° op grond van ernstige aanwijzingen voor een overtreding, elke doorzoeking, elke controle en elk onderzoek verrichten en elke inlichting vergaren die ze noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit decreet en diens uitvoeringsbepalingen worden nageleefd, en meer bepaald :
a) elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nodig is voor het uitoefenen van het toezicht en van die verhoren processen-verbaal op te stellen die tot het bewijs van het tegendeel bewijskracht hebben;
b) zich ter plaatse elk document, stuk of titel die voor de vervulling van hun opdracht noodzakelijk is, laten voorleggen of ze onderzoeken, er een fotografisch of ander afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen.)
De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in het eerste lid zijn bekleed met de hoedanigheid van agent van de gerechtelijke politie. Zij zijn ertoe gehouden de eed af te leggen voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats.
(§ 2. In geval van overtreding van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen kunnen de ambtenaren en personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 :
1° voor elke overtreder een termijn vastleggen om zich met de wet in overeenstemming te brengen; die termijn kan slechts eenmalig verlengd worden; het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de procureur des Konings in over de getroffen schikkingen; bij verstrijken van de termijn of, al naar gelang van het geval, bij verlenging ervan stelt de ambtenaar of het personeelslid verslag op; het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt het bij ter post aangetekend schrijven binnen de tien dagen aan de overtreder en aan de procureur des Konings over;
2° een proces-verbaal opstellen dat tot bewijs van het tegendeel bewijskracht heeft; het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt dat proces-verbaal bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de procureur des Konings en aan de overtreder over binnen de tien dagen volgend op de datum waarop het opgesteld is of na verstrijken van de termijn bedoeld onder punt 1°.
Een afschrift ervan wordt in dezelfde termijn gericht aan de burgemeester van de gemeente waar de betrokken toeristische wandelroute gelegen is en, bij ter post aangetekend schrijven, aan diens beheerder en aan de vergunninghouder.)
1° de bijstand van de politie vragen;
2° op grond van ernstige aanwijzingen voor een overtreding, elke doorzoeking, elke controle en elk onderzoek verrichten en elke inlichting vergaren die ze noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit decreet en diens uitvoeringsbepalingen worden nageleefd, en meer bepaald :
a) elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nodig is voor het uitoefenen van het toezicht en van die verhoren processen-verbaal op te stellen die tot het bewijs van het tegendeel bewijskracht hebben;
b) zich ter plaatse elk document, stuk of titel die voor de vervulling van hun opdracht noodzakelijk is, laten voorleggen of ze onderzoeken, er een fotografisch of ander afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen.)
De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in het eerste lid zijn bekleed met de hoedanigheid van agent van de gerechtelijke politie. Zij zijn ertoe gehouden de eed af te leggen voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats.
(§ 2. In geval van overtreding van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen kunnen de ambtenaren en personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 :
1° voor elke overtreder een termijn vastleggen om zich met de wet in overeenstemming te brengen; die termijn kan slechts eenmalig verlengd worden; het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de procureur des Konings in over de getroffen schikkingen; bij verstrijken van de termijn of, al naar gelang van het geval, bij verlenging ervan stelt de ambtenaar of het personeelslid verslag op; het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt het bij ter post aangetekend schrijven binnen de tien dagen aan de overtreder en aan de procureur des Konings over;
2° een proces-verbaal opstellen dat tot bewijs van het tegendeel bewijskracht heeft; het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt dat proces-verbaal bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de procureur des Konings en aan de overtreder over binnen de tien dagen volgend op de datum waarop het opgesteld is of na verstrijken van de termijn bedoeld onder punt 1°.
Een afschrift ervan wordt in dezelfde termijn gericht aan de burgemeester van de gemeente waar de betrokken toeristische wandelroute gelegen is en, bij ter post aangetekend schrijven, aan diens beheerder en aan de vergunninghouder.)
Art. 39. (§ 1er. Sans préjudice des devoirs incombant aux officiers de police judiciaire, les fonctionnaires et agents désignés par le Gouvernement sont chargés de veiller au respect des règles fixées par ou en vertu du présent décret. A cette fin, ils peuvent, dans l'exercice de leur mission :
1° requérir l'assistance de la police;
2° procéder, sur la base d'indices sérieux d'infraction, à tout examen, contrôle et enquête et recueillir tout renseignement jugé nécessaire pour s'assurer que les dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution sont respectées, et notamment :
a) interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance et établir de ces auditions des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire;
b) se faire produire sans déplacement ou rechercher tout document, pièce ou titre utile à l'accomplissement de leur mission, en prendre copie photographique ou autre, ou l'emporter contre récépissé.)
Les fonctionnaires et agents visés à l'alinéa 1er sont revêtus de la qualité d'agent de police judiciaire. Ils sont tenus de prêter serment devant le tribunal de première instance de leur résidence.
(§ 2. En cas d'infraction au présent décret ou a ses arrêtés d'exécution, les fonctionnaires et agents visés au paragraphe 1er peuvent :
1° fixer au contrevenant un délai destiné à lui permettre de se mettre en règle; ce délai ne peut être prolongé qu'une seule fois; le Commissariat général au tourisme informe le Procureur du Roi des dispositions prises; à l'expiration du délai, ou, selon le cas, de la prorogation, le fonctionnaire ou l'agent dresse rapport; le Commissariat général au tourisme le transmet, par lettre recommandée à la poste, dans les dix jours, au contrevenant et au Procureur du Roi;
2° dresser procès-verbal faisant foi jusqu'à preuve du contraire; le Commissariat général au tourisme transmet ce procès-verbal, par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, au Procureur du Roi et au contrevenant, et ce, dans les dix jours qui suivent la date à laquelle il est établi ou de l'expiration du délai visé au point 1°.
Une copie en est adressée dans le même délai au bourgmestre de la commune ou est situé l'itinéraire touristique concerné et, par lettre recommandée à la poste, à son gestionnaire et au titulaire de l'autorisation.)
1° requérir l'assistance de la police;
2° procéder, sur la base d'indices sérieux d'infraction, à tout examen, contrôle et enquête et recueillir tout renseignement jugé nécessaire pour s'assurer que les dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution sont respectées, et notamment :
a) interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance et établir de ces auditions des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire;
b) se faire produire sans déplacement ou rechercher tout document, pièce ou titre utile à l'accomplissement de leur mission, en prendre copie photographique ou autre, ou l'emporter contre récépissé.)
Les fonctionnaires et agents visés à l'alinéa 1er sont revêtus de la qualité d'agent de police judiciaire. Ils sont tenus de prêter serment devant le tribunal de première instance de leur résidence.
(§ 2. En cas d'infraction au présent décret ou a ses arrêtés d'exécution, les fonctionnaires et agents visés au paragraphe 1er peuvent :
1° fixer au contrevenant un délai destiné à lui permettre de se mettre en règle; ce délai ne peut être prolongé qu'une seule fois; le Commissariat général au tourisme informe le Procureur du Roi des dispositions prises; à l'expiration du délai, ou, selon le cas, de la prorogation, le fonctionnaire ou l'agent dresse rapport; le Commissariat général au tourisme le transmet, par lettre recommandée à la poste, dans les dix jours, au contrevenant et au Procureur du Roi;
2° dresser procès-verbal faisant foi jusqu'à preuve du contraire; le Commissariat général au tourisme transmet ce procès-verbal, par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, au Procureur du Roi et au contrevenant, et ce, dans les dix jours qui suivent la date à laquelle il est établi ou de l'expiration du délai visé au point 1°.
Une copie en est adressée dans le même délai au bourgmestre de la commune ou est situé l'itinéraire touristique concerné et, par lettre recommandée à la poste, à son gestionnaire et au titulaire de l'autorisation.)
TITEL V. - Wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen.
TITRE V. - Dispositions modificatives, transitoires et finale.
Art. 40. In artikel 96 van de wet van 19 december 1854 houdende het Boswetboek, het woord "tijdelijk" invoegen voor het woord "bebakening".
Art. 40. A l'article 196 de la loi du 19 décembre 1854 contenant le Code forestier, insérer le mot "temporaire" entre le mot "balisage" et les mots "des routes".
Art. 41. In hetzelfde artikel de woorden "bebakening van" invoegen tussen het woord "en" en het woord "gebieden".
Art. 41. Au même article, insérer les mots "de balisage des" entre le mot "et" et le mot "aires".
Art. 42. In artikel 197, eerste lid de bewoordingen "permanente of" schrappen.
Art. 42. A l'article 197, alinéa 1er, supprimer les termes "permanent ou".
Art. 43. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 29 februari 1996 ter uitvoering van de artikelen 186 bis, 188, 193, 194, 196 en 197 van titel XIV van de wet van 19 december 1854 houdende het Boswetboek, de begripsbepalingen "vaste route door bosgroeperingen" en "vaste route door een bosgroepering" schrappen.
Art. 43. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 29 février 1996 visant à exécuter les articles 186bis, 188, 193, 194, 196 et 197 du titre XIV de la loi du 19 décembre 1854 contenant le Code forestier, supprimer les définitions "itinéraire permanent intermassifs" et les définitions "itinéraire permanent de massif".
Art. 44. De artikelen 12, 13 en 17 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 44. Les articles 12, 13 et 17 du même arrêté sont abrogés.
Art. 45. Elke machtiging tot het markeren van een vaste wandelroute toegekend op grond van artikel 196 van het Boswetboek wordt gelijkgesteld met de krachtens artikel 5 vereiste machtiging.
Art. 45. Toute autorisation de baliser un itinéraire permanent accordée sur la base de l'article 196 du Code forestier est assimilée à l'autorisation requise en vertu de l'article 5.
Art. 46. De markeringen die buiten het bos worden geplaatst voor de inwerkingtreding van dit decreet kunnen tijdens vijf jaar te rekenen van die inwerkingtreding in stand worden gehouden.
(De markeringen van de netwerken van vaste wandelroutes die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden geplaatst, kunnen in stand worden gehouden op voorwaarde dat het genormeerde teken het voorwerp heeft uitgemaakt van een ministerieel besluit tot goedkeuring op grond van de artikelen 196 en volgende van het Boswetboek.)
(De markeringen van de netwerken van vaste wandelroutes die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden geplaatst, kunnen in stand worden gehouden op voorwaarde dat het genormeerde teken het voorwerp heeft uitgemaakt van een ministerieel besluit tot goedkeuring op grond van de artikelen 196 en volgende van het Boswetboek.)
Art. 46. Les balises apposées hors forêt avant l'entrée en vigueur du présent décret peuvent être maintenues pendant cinq ans à dater de cette entrée en vigueur.
(Les balises des réseaux d'itinéraires permanents, apposées avant l'entrée en vigueur du présent décret, peuvent être maintenues à condition que le signe normalisé ait fait l'objet d'un arrête ministériel d'approbation sur la base des articles 196 et suivants du Code forestier.)
(Les balises des réseaux d'itinéraires permanents, apposées avant l'entrée en vigueur du présent décret, peuvent être maintenues à condition que le signe normalisé ait fait l'objet d'un arrête ministériel d'approbation sur la base des articles 196 et suivants du Code forestier.)
Art. 47. De Regering stelt de datum vast van inwerkingtreding van dit decreet.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-06-2007 door BWG 2007-03-01/53, art. 13)
Kondigen dit decreet af en bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Namen, 1 april 2004.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Economie, K.M.O.'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën,
S. KUBLA
De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie,
J. DARAS
De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken,
M. DAERDEN
De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu,
M. FORET
De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden,
J. HAPPART
De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken,
Ch. MICHEL
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
De Minister van Tewerkstelling en Vorming,.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-06-2007 door BWG 2007-03-01/53, art. 13)
Kondigen dit decreet af en bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Namen, 1 april 2004.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Economie, K.M.O.'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën,
S. KUBLA
De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie,
J. DARAS
De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken,
M. DAERDEN
De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu,
M. FORET
De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden,
J. HAPPART
De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken,
Ch. MICHEL
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
De Minister van Tewerkstelling en Vorming,.
Art. 47. Le Gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur du présent décret.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-06-2007 par ARW 2007-03-01/53, art. 13)
Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
Namur, le 1er avril 2004.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre de l'Economie, des P.M.E, de la Recherche et des Technologies nouvelles,
S. KUBLA
Le Ministre des Transports, de la Mobilité et de l'Energie,
J. DARAS
Le Ministre du Budget, du Logement, de l'Equipement et des Travaux publics,
M. DAERDEN
Le Ministre de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme et de l'Environnement,
M. FORET
Le Ministre de l'Agriculture et de la Ruralité,
J. HAPPART
Le Ministre des Affaires intérieures et de la Fonction publique,
Ch. MICHEL
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE
Le Ministre de l'Emploi et de la Formation,.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-06-2007 par ARW 2007-03-01/53, art. 13)
Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
Namur, le 1er avril 2004.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre de l'Economie, des P.M.E, de la Recherche et des Technologies nouvelles,
S. KUBLA
Le Ministre des Transports, de la Mobilité et de l'Energie,
J. DARAS
Le Ministre du Budget, du Logement, de l'Equipement et des Travaux publics,
M. DAERDEN
Le Ministre de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme et de l'Environnement,
M. FORET
Le Ministre de l'Agriculture et de la Ruralité,
J. HAPPART
Le Ministre des Affaires intérieures et de la Fonction publique,
Ch. MICHEL
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE
Le Ministre de l'Emploi et de la Formation,.