Artikel 1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder :
(a) " wetgeving " of " wettelijke regeling " : de wetten en regelingen, alsmede de statutaire bepalingen inzake sociale zekerheid;
(b) " voorgeschreven " : vastgesteld bij of krachtens de nationale wetgeving;
(c) " industriële onderneming " : alle ondernemingen in de volgende takken van economische bedrijvigheid : mijnbouw en ontginning van steengroeven; fabricage; constructie; elektriciteit, gas en water; vervoer, goederenopslag en communicatie;
(d) " woonplaats " : de normale verblijfplaats op het grondgebied van het Lid en onder " ingezetene " : degene, die gewoonlijk op het grondgebied van het Lid verblijf houdt;
(e) " ten laste " : de in de voorgeschreven gevallen veronderstelde toestand van afhankelijkheid;
(f) " echtgenote " : een vrouw die ten laste van haar echtgenoot komt;
(g) " kind " :
(i) een kind, dat jonger is dan de hoogste van de volgende leeftijden : de leeftijd, waarop de leerplicht eindigt, of de leeftijd van 15 jaar. Een Lid dat echter een verklaring als bedoeld in artikel 2 heeft afgelegd, kan zolang deze verklaring van kracht is het verdrag toepassen alsof onder " kind " slechts verstaan wordt een kind dat jonger is dan de leeftijd waarop de leerplicht eindigt of dat jonger is dan 15 jaar; en
(ii) een kind, dat onder de voorgeschreven voorwaarden een leeftijd, die hoger is dan de leeftijd vermeld in sub-alinea (i) nog niet heeft bereikt wanneer het wordt opgeleid voor een beroep, zijn studie voortzet, of lijdende is aan een chronische ziekte of een gebrek, waardoor het niet geschikt is tot het verrichten van welke beroepsarbeid dan ook, tenzij de definitie van " kind " in de nationale wetgeving ieder kind omvat, dat een leeftijd die aanzienlijk hoger is dan die vermeld in sub-alinea (i), nog niet heeft bereikt;
(h) " gerechtigde volgens standaard " : een man met vrouw en twee kinderen;
(i) " wachttijd " : een tijdvak van premiebetaling, arbeid of verblijf, of een combinatie van deze tijdvakken, al naar gelang is voorgeschreven;
(j) " ziekte " : elke pathologische toestand, uit welke oorzaak ook;
(k) " geneeskundige verzorging " : de geneeskundige zorg met alle daaraan verbonden diensten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 JUNI 1969. - Verdrag nr. 130 betreffende de geneeskundige verzorging en de uitkeringen bij ziekte, en met de Bijlage, aangenomen te Genève op 25 juni 1969
Titre
25 JUIN 1969. - Convention n° 130 concernant les soins médicaux et les indemnités de maladie, et à l'Annexe, adoptées à Genève le 25 juin 1969
Dokumentinformationen
Numac: 2004A15194
Datum: 1969-06-25
Info du document
Numac: 2004A15194
Date: 1969-06-25
Inhoud
Tekst (53)
Texte (53)
DEEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN
PARTIE I. - DISPOSITIONS GENERALES
Article 1. Aux fins de la présente convention :
a) le terme " législation " comprend les lois et règlements, aussi bien que les dispositions statutaires en matière de sécurité sociale;
b) le terme " prescrit " signifie déterminé par ou en vertu de la législation nationale;
c) l'expression " entreprise industrielle " comprend toute entreprise relevant des branches suivantes d'activité économique : industries extractives; industries manufacturières; bâtiment et travaux publics; électricité, gaz et eau; transports, entrepôts et communications;
d) le terme " résidence " désigne la résidence habituelle sur le territoire du Membre et le terme " résident " désigne une personne qui réside habituellement sur le territoire du Membre;
e) l'expression " à charge " vise l'état de dépendance présumé existant dans des cas prescrits;
f) le terme " épouse " désigne une épouse qui est à la charge de son mari;
g) le terme " enfant " désigne :
i) un enfant qui est au-dessous de l'âge auquel la scolarité obligatoire prend fin ou un enfant de moins de quinze ans, l'âge le plus élevé devant être pris en considération; toutefois, un Membre qui a fait une déclaration en application de l'article 2 peut, aussi longtemps que cette déclaration est en vigueur, appliquer la convention comme si le terme " enfant " ne visait qu'un enfant qui est au-dessous de l'âge auquel la scolarité obligatoire prend fin ou un enfant de moins de quinze ans;
ii) dans des conditions prescrites, un enfant au-dessous d'un âge plus élevé que l'âge indiqué au sous-alinéa précédent, lorsqu'il est placé en apprentissage, poursuit ses études ou est atteint d'une maladie chronique ou d'une infirmité le rendant inapte à l'exercice d'une activité professionnelle quelconque, à moins que la législation nationale ne définisse le terme " enfant " comme comprenant tout enfant au-dessous d'un âge sensiblement plus élevé que l'âge indiqué au sous-alinéa précédent;
h) l'expression " bénéficiaire type " désigne un homme ayant une épouse et deux enfants;
i) le terme " stage " désigne soit une période de cotisation, soit une période d'emploi, soit une période de résidence, soit une combinaison quelconque de ces périodes, selon ce qui est prescrit;
j) le terme " maladie " désigne tout état morbide, quelle qu'en soit la cause;
k) l'expression " soins médicaux " comprend les services connexes.
a) le terme " législation " comprend les lois et règlements, aussi bien que les dispositions statutaires en matière de sécurité sociale;
b) le terme " prescrit " signifie déterminé par ou en vertu de la législation nationale;
c) l'expression " entreprise industrielle " comprend toute entreprise relevant des branches suivantes d'activité économique : industries extractives; industries manufacturières; bâtiment et travaux publics; électricité, gaz et eau; transports, entrepôts et communications;
d) le terme " résidence " désigne la résidence habituelle sur le territoire du Membre et le terme " résident " désigne une personne qui réside habituellement sur le territoire du Membre;
e) l'expression " à charge " vise l'état de dépendance présumé existant dans des cas prescrits;
f) le terme " épouse " désigne une épouse qui est à la charge de son mari;
g) le terme " enfant " désigne :
i) un enfant qui est au-dessous de l'âge auquel la scolarité obligatoire prend fin ou un enfant de moins de quinze ans, l'âge le plus élevé devant être pris en considération; toutefois, un Membre qui a fait une déclaration en application de l'article 2 peut, aussi longtemps que cette déclaration est en vigueur, appliquer la convention comme si le terme " enfant " ne visait qu'un enfant qui est au-dessous de l'âge auquel la scolarité obligatoire prend fin ou un enfant de moins de quinze ans;
ii) dans des conditions prescrites, un enfant au-dessous d'un âge plus élevé que l'âge indiqué au sous-alinéa précédent, lorsqu'il est placé en apprentissage, poursuit ses études ou est atteint d'une maladie chronique ou d'une infirmité le rendant inapte à l'exercice d'une activité professionnelle quelconque, à moins que la législation nationale ne définisse le terme " enfant " comme comprenant tout enfant au-dessous d'un âge sensiblement plus élevé que l'âge indiqué au sous-alinéa précédent;
h) l'expression " bénéficiaire type " désigne un homme ayant une épouse et deux enfants;
i) le terme " stage " désigne soit une période de cotisation, soit une période d'emploi, soit une période de résidence, soit une combinaison quelconque de ces périodes, selon ce qui est prescrit;
j) le terme " maladie " désigne tout état morbide, quelle qu'en soit la cause;
k) l'expression " soins médicaux " comprend les services connexes.
Art. 2. 1. Een Lid dat op economisch en medisch gebied nog niet voldoende tot ontwikkeling is gekomen kan door een bij de akte van bekrachtiging gevoegde gemotiveerde verklaring zich het recht voorbehouden tot tijdelijke toepassing van de afwijkende bepalingen, voorzien in artikel 1, alinea (g), (i), artikel 11, artikel 14, artikel 20, en artikel 26, lid 2.
2. Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het voorgaande lid, moet in de verslagen over de toepassing van dit Verdrag, die het ingevolge artikel 22 van het statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, ten aanzien van elk der afwijkende bepalingen die het toepast, vermelden :
(a) dat de redenen voor de toepassing nog steeds bestaan; of
(b) dat het met ingang van een bepaalde datum afziet van zijn recht tot toepassing van de betrokken afwijkende bepaling.
3. Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, moet al naar gelang het onderwerp van zijn verklaring, wanneer de omstandigheden dit toelaten :
(a) het aantal beschermde personen verhogen;
(b) de mate waarop geneeskundige verzorging verleend wordt, uitbreiden;
(c) de duur van het verlenen van uitkeringen bij ziekte verlengen.
2. Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het voorgaande lid, moet in de verslagen over de toepassing van dit Verdrag, die het ingevolge artikel 22 van het statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, ten aanzien van elk der afwijkende bepalingen die het toepast, vermelden :
(a) dat de redenen voor de toepassing nog steeds bestaan; of
(b) dat het met ingang van een bepaalde datum afziet van zijn recht tot toepassing van de betrokken afwijkende bepaling.
3. Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, moet al naar gelang het onderwerp van zijn verklaring, wanneer de omstandigheden dit toelaten :
(a) het aantal beschermde personen verhogen;
(b) de mate waarop geneeskundige verzorging verleend wordt, uitbreiden;
(c) de duur van het verlenen van uitkeringen bij ziekte verlengen.
Art. 2. 1. Un Membre dont l'économie et les ressources médicales n'ont pas atteint un développement suffisant peut, par une déclaration motivée accompagnant sa ratification, se réserver le bénéfice des dérogations temporaires prévues au sous-alinéa g) i) de l'article 1, à l'article 11, à l'article 14, à l'article 20 et au paragraphe 2 de l'article 26.
2. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe précédent doit, dans les rapports sur l'application de la présente convention qu'il est tenu de présenter en vertu de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, faire connaître à propos de chacune des dérogations dont il s'est réservé le bénéfice :
a) soit que les raisons qu'il a eues pour ce faire existent toujours;
b) soit qu'il renonce, à partir d'une date déterminée, à se prévaloir de la dérogation en question.
3. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe 1 du présent article devra, selon l'objet de sa déclaration et lorsque les circonstances le permettront :
a) augmenter le nombre des personnes protégées;
b) étendre les soins médicaux disponibles;
c) étendre la durée d'attribution des indemnités de maladie.
2. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe précédent doit, dans les rapports sur l'application de la présente convention qu'il est tenu de présenter en vertu de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, faire connaître à propos de chacune des dérogations dont il s'est réservé le bénéfice :
a) soit que les raisons qu'il a eues pour ce faire existent toujours;
b) soit qu'il renonce, à partir d'une date déterminée, à se prévaloir de la dérogation en question.
3. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe 1 du présent article devra, selon l'objet de sa déclaration et lorsque les circonstances le permettront :
a) augmenter le nombre des personnes protégées;
b) étendre les soins médicaux disponibles;
c) étendre la durée d'attribution des indemnités de maladie.
Art. 3. 1. Elk Lid wiens wetgeving werknemers beschermt, kan door een bij de akte van bekrachtiging gevoegde verklaring tijdelijk van de toepassing van dit Verdrag uitzonderen de werknemers in de agrarische sector, die ten tijde van bedoelde bekrachtiging nog niet door een wettelijke regeling overeenkomstig de normen van dit Verdrag beschermd zijn.
2. Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel moet in de verslagen over de toepassing van dit Verdrag, die ingevolge artikel 22 van het statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moeten worden uitgebracht, aangeven in welke mate uitvoering is gegeven of welke uitvoering men zich voorstelt te geven aan de bepalingen van het verdrag met betrekking tot de werknemers in de agrarische sector, alsmede elke vooruitgang welke geboekt is met het oog op de toepassing van het Verdrag op zodanige werknemers, of, als er geen verandering te melden is, een verklaring daarvan verstrekken.
3. Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel moet, naar mate de omstandigheden dit toelaten, het aantal beschermde werknemers in de agrarische sector verhogen.
2. Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel moet in de verslagen over de toepassing van dit Verdrag, die ingevolge artikel 22 van het statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moeten worden uitgebracht, aangeven in welke mate uitvoering is gegeven of welke uitvoering men zich voorstelt te geven aan de bepalingen van het verdrag met betrekking tot de werknemers in de agrarische sector, alsmede elke vooruitgang welke geboekt is met het oog op de toepassing van het Verdrag op zodanige werknemers, of, als er geen verandering te melden is, een verklaring daarvan verstrekken.
3. Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel moet, naar mate de omstandigheden dit toelaten, het aantal beschermde werknemers in de agrarische sector verhogen.
Art. 3. 1. Tout Membre dont la législation protège des salariés peut, par une déclaration accompagnant sa ratification, exclure temporairement de l'application de la présente convention les salariés du secteur agricole qui, à la date de ladite ratification, ne sont pas encore protégés par une législation conforme aux normes prévues par la convention.
2. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe précédent doit, dans les rapports sur l'application de la présente convention qu'il est tenu de présenter en vertu de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, indiquer dans quelle mesure il a donné suite et quelle suite il se propose de donner aux dispositions de la convention en ce qui concerne les salariés du secteur agricole, ainsi que tous progrès réalisés en vue de son application auxdits salariés, ou, s'il n'a pas de changement à signaler, fournir toutes explications appropriées.
3. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe 1 du présent article devra augmenter le nombre des salariés protégés du secteur agricole dans la mesure et selon le rythme permis par les circonstances.
2. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe précédent doit, dans les rapports sur l'application de la présente convention qu'il est tenu de présenter en vertu de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, indiquer dans quelle mesure il a donné suite et quelle suite il se propose de donner aux dispositions de la convention en ce qui concerne les salariés du secteur agricole, ainsi que tous progrès réalisés en vue de son application auxdits salariés, ou, s'il n'a pas de changement à signaler, fournir toutes explications appropriées.
3. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe 1 du présent article devra augmenter le nombre des salariés protégés du secteur agricole dans la mesure et selon le rythme permis par les circonstances.
Art. 4. 1. Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, kan door een bij de akte van bekrachtiging gevoegde verklaring van de toepassing van het Verdrag uitsluiten :
(a) zeevarenden, met inbegrip van zeevissers; en
(b) overheidsdienaren,
wanneer deze categorieën beschermd worden door bijzondere regelingen, die, over het geheel genomen, voorzien in uitkeringen en verstrekkingen welke ten minste gelijkwaardig zijn aan de uitkeringen en verstrekkingen, die door dit Verdrag worden voorgeschreven.
2. Wanneer een ingevolge het vorige lid afgelegde verklaring van kracht is, kan het Lid :
(a) de personen, die in deze verklaring zijn bedoeld uitzonderen van het aantal personen, dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de percentages bedoeld in artikel 5, alinea (c); artikel 10, alinea (b); artikel 11; artikel 19, alinea (b) en artikel 20;
(b) deze zelfde personen, alsmede hun echtgenoten en kinderen uitzonderen van het aantal personen, dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het percentage bedoeld in artikel 10, alinea (c).
3. Elk Lid dat een verklaring ingevolge lid 1 van dit artikel heeft afgelegd, kan later de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau ervan in kennis stellen, dat het de verplichtingen van dit Verdrag aanvaardt met betrekking tot de categorie of categorieën personen die het bij zijn bekrachtiging heeft uitgesloten.
(a) zeevarenden, met inbegrip van zeevissers; en
(b) overheidsdienaren,
wanneer deze categorieën beschermd worden door bijzondere regelingen, die, over het geheel genomen, voorzien in uitkeringen en verstrekkingen welke ten minste gelijkwaardig zijn aan de uitkeringen en verstrekkingen, die door dit Verdrag worden voorgeschreven.
2. Wanneer een ingevolge het vorige lid afgelegde verklaring van kracht is, kan het Lid :
(a) de personen, die in deze verklaring zijn bedoeld uitzonderen van het aantal personen, dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de percentages bedoeld in artikel 5, alinea (c); artikel 10, alinea (b); artikel 11; artikel 19, alinea (b) en artikel 20;
(b) deze zelfde personen, alsmede hun echtgenoten en kinderen uitzonderen van het aantal personen, dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het percentage bedoeld in artikel 10, alinea (c).
3. Elk Lid dat een verklaring ingevolge lid 1 van dit artikel heeft afgelegd, kan later de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau ervan in kennis stellen, dat het de verplichtingen van dit Verdrag aanvaardt met betrekking tot de categorie of categorieën personen die het bij zijn bekrachtiging heeft uitgesloten.
Art. 4. 1. Tout Membre qui ratifie la présente convention peut, par une déclaration accompagnant sa ratification, exclure de l'application de la convention :
a) les gens de mer, y compris les marins-pêcheurs,
b) les agents de la fonction publique,
lorsque ces catégories sont protégées par des régimes spéciaux qui octroient, au total, des prestations au moins équivalentes à celles qui sont prévues par la présente convention.
2. Lorsqu'une déclaration faite en application du paragraphe précédent est en vigueur, le Membre peut exclure :
a) les personnes visées par cette déclaration du nombre des personnes prises en compte pour le calcul des pourcentages prévus à l'alinéa c) de l'article 5, à l'alinéa b) de l'article 10, à l'article 11, à l'alinéa b) de l'article 19 et à l'article 20;
b) ces mêmes personnes, ainsi que leurs épouses et leurs enfants, du nombre des personnes prises en compte pour le calcul du pourcentage prévu à l'alinéa c) de l'article 10.
3. Tout Membre qui a fait une déclaration conformément aux dispositions du paragraphe 1 du présent article peut, par la suite, notifier au Directeur général du Bureau international du Travail qu'il accepte les obligations de la présente convention en ce qui concerne toute catégorie exclue lors de la ratification.
a) les gens de mer, y compris les marins-pêcheurs,
b) les agents de la fonction publique,
lorsque ces catégories sont protégées par des régimes spéciaux qui octroient, au total, des prestations au moins équivalentes à celles qui sont prévues par la présente convention.
2. Lorsqu'une déclaration faite en application du paragraphe précédent est en vigueur, le Membre peut exclure :
a) les personnes visées par cette déclaration du nombre des personnes prises en compte pour le calcul des pourcentages prévus à l'alinéa c) de l'article 5, à l'alinéa b) de l'article 10, à l'article 11, à l'alinéa b) de l'article 19 et à l'article 20;
b) ces mêmes personnes, ainsi que leurs épouses et leurs enfants, du nombre des personnes prises en compte pour le calcul du pourcentage prévu à l'alinéa c) de l'article 10.
3. Tout Membre qui a fait une déclaration conformément aux dispositions du paragraphe 1 du présent article peut, par la suite, notifier au Directeur général du Bureau international du Travail qu'il accepte les obligations de la présente convention en ce qui concerne toute catégorie exclue lors de la ratification.
Art. 5. Elk Lid wiens wetgeving werknemers beschermt, kan indien nodig, van de toepassing van dit Verdrag uitzonderen :
(a) personen, die gelegenheidswerk verrichten;
(b) inwonende gezinsleden van de werkgever voor zover zij voor hem werken;
(c) andere categorieën werknemers, waarvan het aantal niet meer mag bedragen dan 10 % van het totaal der werknemers, ongerekend zij die door toepassing van de alinea's (a) en (b) van dit artikel zijn uitgezonderd.
(a) personen, die gelegenheidswerk verrichten;
(b) inwonende gezinsleden van de werkgever voor zover zij voor hem werken;
(c) andere categorieën werknemers, waarvan het aantal niet meer mag bedragen dan 10 % van het totaal der werknemers, ongerekend zij die door toepassing van de alinea's (a) en (b) van dit artikel zijn uitgezonderd.
Art. 5. Tout Membre dont la législation protège des salariés peut, dans la mesure nécessaire, exclure de l'application de la présente convention :
a) les personnes exécutant des travaux occasionnels;
b) les membres de la famille de l'employeur, vivant sous son toit, dans la mesure où ils travaillent pour lui;
c) d'autres catégories de salariés, dont le nombre ne devra pas excéder 10 % de l'ensemble des salariés autres que ceux qui sont exclus en application des alinéas a) et b) du présent article.
a) les personnes exécutant des travaux occasionnels;
b) les membres de la famille de l'employeur, vivant sous son toit, dans la mesure où ils travaillent pour lui;
c) d'autres catégories de salariés, dont le nombre ne devra pas excéder 10 % de l'ensemble des salariés autres que ceux qui sont exclus en application des alinéas a) et b) du présent article.
Art. 6. Voor de toepassing van dit Verdrag mag een Lid rekening houden met de bescherming, voortvloeiende uit een verzekering die op de datum van de bekrachtiging krachtens zijn wetgeving niet verplicht is voor de beschermde personen, wanneer deze verzekering :
(a) onder toezicht staat van de overheid of volgens voorgeschreven regels door werkgevers en werknemers gezamenlijk wordt beheerd;
(b) een belangrijk aantal personen omvat wier inkomen niet hoger is dan dat van de geschoolde mannelijke arbeider, nader omschreven in artikel 22, lid 6;
(c) voldoet aan de bepalingen van het Verdrag, indien nodig te zamen met andere vormen van bescherming.
(a) onder toezicht staat van de overheid of volgens voorgeschreven regels door werkgevers en werknemers gezamenlijk wordt beheerd;
(b) een belangrijk aantal personen omvat wier inkomen niet hoger is dan dat van de geschoolde mannelijke arbeider, nader omschreven in artikel 22, lid 6;
(c) voldoet aan de bepalingen van het Verdrag, indien nodig te zamen met andere vormen van bescherming.
Art. 6. En vue d'appliquer la présente convention, un Membre peut prendre en compte la protection résultant d'une assurance qui, à la date de la ratification, n'est pas obligatoire, en vertu de sa législation, pour les personnes protégées, lorsque cette assurance :
a) est contrôlée par les autorités publiques ou administrée en commun, conformément à des normes prescrites, par les employeurs et les travailleurs;
b) couvre une partie substantielle des personnes dont le gain ne dépasse pas celui de l'ouvrier masculin qualifié défini au paragraphe 6 de l'article 22;
c) satisfait, conjointement avec les autres formes de protection, s'il y a lieu, aux dispositions de la convention.
a) est contrôlée par les autorités publiques ou administrée en commun, conformément à des normes prescrites, par les employeurs et les travailleurs;
b) couvre une partie substantielle des personnes dont le gain ne dépasse pas celui de l'ouvrier masculin qualifié défini au paragraphe 6 de l'article 22;
c) satisfait, conjointement avec les autres formes de protection, s'il y a lieu, aux dispositions de la convention.
Art. 7. De verzekerde eventualiteiten moeten omvatten :
(a) de noodzaak tot geneeskundige verzorging van genezende aard en, onder bepaalde voorwaarden, de noodzaak tot geneeskundige verzorging van de preventieve aard;
(b) arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ziekte welke derving van inkomsten met zich medebrengt zoals die door de nationale wettelijke regeling wordt bepaald.
(a) de noodzaak tot geneeskundige verzorging van genezende aard en, onder bepaalde voorwaarden, de noodzaak tot geneeskundige verzorging van de preventieve aard;
(b) arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ziekte welke derving van inkomsten met zich medebrengt zoals die door de nationale wettelijke regeling wordt bepaald.
Art. 7. Les éventualités couvertes doivent comprendre :
a) le besoin de soins médicaux de caractère curatif et, dans des conditions prescrites, le besoin de soins médicaux de caractère préventif;
b) l'incapacité de travail résultant d'une maladie et entraînant la suspension du gain, telle qu'elle est définie par la législation nationale.
a) le besoin de soins médicaux de caractère curatif et, dans des conditions prescrites, le besoin de soins médicaux de caractère préventif;
b) l'incapacité de travail résultant d'une maladie et entraînant la suspension du gain, telle qu'elle est définie par la législation nationale.
DEEL II. - GENEESKUNDIGE VERZORGING
PARTIE II. - SOINS MEDICAUX
Art. 8. Elk Lid moet met betrekking tot de in alinea (a) van artikel 7 bedoelde eventualiteit overeenkomstig de voorgeschreven bepalingen aan de beschermde personen geneeskundige verzorging van genezende of preventieve aard waarborgen.
Art. 8. Tout Membre doit garantir aux personnes protégées, conformément aux conditions prescrites, les soins médicaux de caractère curatif et préventif, en ce qui concerne l'éventualité visée à l'alinéa a) de l'article 7.
Art. 9. De geneeskundige verzorging, als bedoeld in artikel 8, moet verleend worden om de gezondheid van de beschermde persoon, alsmede zijn arbeidsgeschiktheid in stand te houden, te herstellen of te verbeteren en om in zijn persoonlijke behoeften te voorzien.
Art. 9. Les soins médicaux visés à l'article 8 doivent tendre à préserver, à rétablir ou à améliorer la santé de la personne protégée, ainsi que son aptitude à travailler et à faire face à ses besoins personnels.
Art. 10. Met betrekking tot de in alinea (a) van artikel 7 bedoelde eventualiteit moeten tot de beschermde personen worden gerekend :
(a) alle loontrekkenden met inbegrip van de leerlingen, alsmede hun echtgenoten en hun kinderen; of
(b) voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking welke ten minste 75 % uitmaken van het gehele economisch actieve deel der bevolking, alsmede de echtgenoten en de kinderen van de tot de bedoelde groepen behorende personen; of
(c) voorgeschreven groepen ingezetenen, welke ten minste 75 % uitmaken van alle ingezetenen.
(a) alle loontrekkenden met inbegrip van de leerlingen, alsmede hun echtgenoten en hun kinderen; of
(b) voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking welke ten minste 75 % uitmaken van het gehele economisch actieve deel der bevolking, alsmede de echtgenoten en de kinderen van de tot de bedoelde groepen behorende personen; of
(c) voorgeschreven groepen ingezetenen, welke ten minste 75 % uitmaken van alle ingezetenen.
Art. 10. Les personnes protégées en ce qui concerne l'éventualité visée à l'alinéa a) de l'article 7 doivent comprendre :
a) soit tous les salariés, y compris les apprentis, ainsi que leurs épouses et leurs enfants;
b) soit des catégories prescrites de la population économiquement active, formant, au total, 75 % au moins de l'ensemble de la population économiquement active, ainsi que les épouses et les enfants des personnes appartenant auxdites catégories;
c) soit des catégories prescrites de résidents, formant, au total, 75 % au moins de l'ensemble des résidents.
a) soit tous les salariés, y compris les apprentis, ainsi que leurs épouses et leurs enfants;
b) soit des catégories prescrites de la population économiquement active, formant, au total, 75 % au moins de l'ensemble de la population économiquement active, ainsi que les épouses et les enfants des personnes appartenant auxdites catégories;
c) soit des catégories prescrites de résidents, formant, au total, 75 % au moins de l'ensemble des résidents.
Art. 11. Wanneer een krachtens artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is, moeten met betrekking tot de in alinea (a) van artikel 7 bedoelde eventualiteit tot de beschermde personen worden gerekend :
(a) voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke ten minste 25 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, alsmede de vrouwen en kinderen van de tot de bedoelde groepen behorende loontrekkenden; of
(b) voorgeschreven groepen van loontrekkenden in industriële ondernemingen, welke ten minste 50 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen, alsmede de echtgenoten en de kinderen van de tot de bedoelde groepen behorende loontrekkenden.
(a) voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke ten minste 25 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, alsmede de vrouwen en kinderen van de tot de bedoelde groepen behorende loontrekkenden; of
(b) voorgeschreven groepen van loontrekkenden in industriële ondernemingen, welke ten minste 50 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen, alsmede de echtgenoten en de kinderen van de tot de bedoelde groepen behorende loontrekkenden.
Art. 11. Lorsqu'une déclaration faite en application de l'article 2 est en vigueur, les personnes protégées en ce qui concerne l'éventualité visée à l'alinéa a) de l'article 7 doivent comprendre :
a) soit des catégories prescrites de salariés, formant, au total, 25 % au moins de l'ensemble des salariés, ainsi que les épouses et les enfants des salariés appartenant auxdites catégories;
b) soit des catégories prescrites de salariés des entreprises industrielles, formant, au total, 50 % au moins de l'ensemble des salariés occupés dans des entreprises industrielles, ainsi que les épouses et les enfants des salariés appartenant auxdites catégories.
a) soit des catégories prescrites de salariés, formant, au total, 25 % au moins de l'ensemble des salariés, ainsi que les épouses et les enfants des salariés appartenant auxdites catégories;
b) soit des catégories prescrites de salariés des entreprises industrielles, formant, au total, 50 % au moins de l'ensemble des salariés occupés dans des entreprises industrielles, ainsi que les épouses et les enfants des salariés appartenant auxdites catégories.
Art. 12. Personen die een sociale zekerheidsuitkering ontvangen wegens invaliditeit, ouderdom, overlijden van de kostwinner, of werkloosheid en in voorkomend geval, de echtgenoten en de kinderen van deze personen, moeten onder de voorgeschreven voorwaarden, met betrekking tot de in alinea (a) van artikel 7 bedoelde eventualiteit tot de beschermde personen blijven behoren.
Art. 12. Les personnes qui reçoivent des prestations de sécurité sociale en cas d'invalidité, de vieillesse, de décès du soutien de famille ou de chômage, ainsi que, le cas échéant, les épouses et les enfants de ces personnes, continueront, dans des conditions prescrites, à être protégées en ce qui concerne l'éventualité visée à l'alinéa a) de l'article 7.
Art. 13. De geneeskundige verzorging, bedoeld in artikel 8, moet ten minste omvatten :
(a) de hulp van huisartsen, met inbegrip van huisbezoeken;
(b) de hulp van specialisten verleend in ziekenhuizen aan patiënten, die opgenomen zijn en aan patiënten die niet opgenomen zijn en specialistische hulp die buiten ziekenhuizen kan worden verleend;
(c) de verstrekking van noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een geneeskundige of een andere daartoe bevoegde persoon;
(d) opneming in een ziekenhuis, wanneer zulks nodig is;
(e) tandheelkundige zorg als voorgeschreven;
(f) geneeskundige revalidatie, waaronder begrepen de verstrekking, het onderhoud en de vervanging van prothesen en orthopedische middelen, als voorgeschreven.
(a) de hulp van huisartsen, met inbegrip van huisbezoeken;
(b) de hulp van specialisten verleend in ziekenhuizen aan patiënten, die opgenomen zijn en aan patiënten die niet opgenomen zijn en specialistische hulp die buiten ziekenhuizen kan worden verleend;
(c) de verstrekking van noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een geneeskundige of een andere daartoe bevoegde persoon;
(d) opneming in een ziekenhuis, wanneer zulks nodig is;
(e) tandheelkundige zorg als voorgeschreven;
(f) geneeskundige revalidatie, waaronder begrepen de verstrekking, het onderhoud en de vervanging van prothesen en orthopedische middelen, als voorgeschreven.
Art. 13. Les soins médicaux visés à l'article 8 doivent comprendre au moins :
a) les soins de praticiens de médecine générale, y compris les visites à domicile;
b) les soins de spécialistes donnés dans des hôpitaux à des personnes hospitalisées ou non hospitalisées et les soins de spécialistes qui peuvent être donnés hors des hôpitaux;
c) la fourniture des produits pharmaceutiques nécessaires sur ordonnance d'un médecin ou d'un autre praticien qualifié;
d) l'hospitalisation, lorsqu'elle est nécessaire;
e) les soins dentaires, selon ce qui est prescrit;
f) la réadaptation médicale, y compris la fourniture, l'entretien et le remplacement des appareils de prothèse ou d'orthopédie, selon ce qui est prescrit.
a) les soins de praticiens de médecine générale, y compris les visites à domicile;
b) les soins de spécialistes donnés dans des hôpitaux à des personnes hospitalisées ou non hospitalisées et les soins de spécialistes qui peuvent être donnés hors des hôpitaux;
c) la fourniture des produits pharmaceutiques nécessaires sur ordonnance d'un médecin ou d'un autre praticien qualifié;
d) l'hospitalisation, lorsqu'elle est nécessaire;
e) les soins dentaires, selon ce qui est prescrit;
f) la réadaptation médicale, y compris la fourniture, l'entretien et le remplacement des appareils de prothèse ou d'orthopédie, selon ce qui est prescrit.
Art. 14. Wanneer een krachtens artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is, moet de in artikel 8 bedoelde geneeskundige verzorging ten minste omvatten :
(a) de hulp van huisartsen, zo mogelijk met inbegrip van huisbezoeken;
(b) de hulp van specialisten, verleend in ziekenhuizen aan patiënten die opgenomen zijn en aan patiënten die niet opgenomen zijn en zo mogelijk specialistische hulp, die buiten ziekenhuizen kan worden verleend;
(c) de verstrekking van noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een geneeskundige of een andere daartoe bevoegde persoon; en
(d) opneming in een ziekenhuis, wanneer zulks nodig is.
(a) de hulp van huisartsen, zo mogelijk met inbegrip van huisbezoeken;
(b) de hulp van specialisten, verleend in ziekenhuizen aan patiënten die opgenomen zijn en aan patiënten die niet opgenomen zijn en zo mogelijk specialistische hulp, die buiten ziekenhuizen kan worden verleend;
(c) de verstrekking van noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een geneeskundige of een andere daartoe bevoegde persoon; en
(d) opneming in een ziekenhuis, wanneer zulks nodig is.
Art. 14. Lorsqu'une déclaration faite en application de l'article 2 est en vigueur, les soins médicaux visés à l'article 8 doivent comprendre au moins :
a) les soins de praticiens de médecine générale, y compris, dans la mesure du possible, les visites à domicile;
b) les soins de spécialistes donnés dans des hôpitaux à des personnes hospitalisées ou non hospitalisées et, dans la mesure du possible, les soins de spécialistes qui peuvent être donnés hors des hôpitaux;
c) la fourniture des produits pharmaceutiques nécessaires sur ordonnance d'un médecin ou d'un autre praticien qualifié;
d) l'hospitalisation, lorsqu'elle est nécessaire.
a) les soins de praticiens de médecine générale, y compris, dans la mesure du possible, les visites à domicile;
b) les soins de spécialistes donnés dans des hôpitaux à des personnes hospitalisées ou non hospitalisées et, dans la mesure du possible, les soins de spécialistes qui peuvent être donnés hors des hôpitaux;
c) la fourniture des produits pharmaceutiques nécessaires sur ordonnance d'un médecin ou d'un autre praticien qualifié;
d) l'hospitalisation, lorsqu'elle est nécessaire.
Art. 15. Wanneer de wetgeving van een Lid het recht op geneeskundige verzorging, als bedoeld in artikel 8, afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd door de beschermde persoon of door zijn kostwinner, moeten de bepalingen betreffende die wachttijd zodanig zijn, dat personen die gewoonlijk tot de groepen van beschermde personen behoren, het recht op verstrekkingen niet wordt ontzegd.
Art. 15. Si la législation d'un Membre subordonne le droit aux soins médicaux visés à l'article 8 à l'accomplissement d'un stage par la personne protégée ou par son soutien de famille, les conditions de ce stage doivent être telles que les personnes qui appartiennent normalement aux groupes de personnes protégées ne soient pas privées du bénéfice de ces prestations.
Art. 16. 1. De in artikel 8 bedoelde geneeskundige verzorging moet worden verleend tijdens de gehele duur van de eventualiteit.
2. Wanneer een rechthebbende niet meer tot een van de groepen van beschermde personen behoort, kan een verdere aanspraak op geneeskundige verzorging voor een ziektegeval dat aangevangen is toen hij nog tot de bedoelde groep behoorde, beperkt worden tot een voorgeschreven periode die niet korter mag zijn dan 26 weken met dien verstande dat de geneeskundige verzorging niet mag eindigen, zolang de rechthebbende nog ziekengeld ontvangt.
3. Ongeacht het bepaalde in het vorige lid moet de duur van de geneeskundige verzorging voor ziekten, waarvan erkend wordt, dat ze een langdurige verzorging nodig maken, verlengd worden.
2. Wanneer een rechthebbende niet meer tot een van de groepen van beschermde personen behoort, kan een verdere aanspraak op geneeskundige verzorging voor een ziektegeval dat aangevangen is toen hij nog tot de bedoelde groep behoorde, beperkt worden tot een voorgeschreven periode die niet korter mag zijn dan 26 weken met dien verstande dat de geneeskundige verzorging niet mag eindigen, zolang de rechthebbende nog ziekengeld ontvangt.
3. Ongeacht het bepaalde in het vorige lid moet de duur van de geneeskundige verzorging voor ziekten, waarvan erkend wordt, dat ze een langdurige verzorging nodig maken, verlengd worden.
Art. 16. 1. Les soins médicaux visés à l'article 8 doivent être assurés pendant toute la durée de l'éventualité.
2. Lorsqu'un bénéficiaire cesse d'appartenir à l'un des groupes de personnes protégées, le droit ultérieur aux soins médicaux pour un cas de maladie qui a débuté alors que l'intéressé faisait encore partie dudit groupe peut être limité à une période prescrite, dont la durée ne doit pas être inférieure à vingt-six semaines, étant entendu que les prestations en question ne doivent pas cesser aussi longtemps que le bénéficiaire continue à recevoir des indemnités de maladie.
3. Nonobstant les dispositions du paragraphe précédent, la durée des soins médicaux doit être étendue dans le cas de maladies reconnues comme nécessitant des soins prolongés, selon ce qui est prescrit.
2. Lorsqu'un bénéficiaire cesse d'appartenir à l'un des groupes de personnes protégées, le droit ultérieur aux soins médicaux pour un cas de maladie qui a débuté alors que l'intéressé faisait encore partie dudit groupe peut être limité à une période prescrite, dont la durée ne doit pas être inférieure à vingt-six semaines, étant entendu que les prestations en question ne doivent pas cesser aussi longtemps que le bénéficiaire continue à recevoir des indemnités de maladie.
3. Nonobstant les dispositions du paragraphe précédent, la durée des soins médicaux doit être étendue dans le cas de maladies reconnues comme nécessitant des soins prolongés, selon ce qui est prescrit.
Art. 17. Wanneer de wetgeving van een Lid erin voorziet, dat de rechthebbende of zijn kostwinner bijdraagt in de kosten van de in artikel 8 bedoelde geneeskundige verzorging moet deze bijdrageregeling zo zijn vastgesteld, dat zij geen te zware last vormt en dat zij aan de doelmatigheid van de geneeskundige en sociale bescherming geen afbreuk doet.
Art. 17. Si la législation d'un Membre prévoit que le bénéficiaire ou son soutien de famille sont tenus de participer aux frais des soins médicaux visés à l'article 8, les règles relatives à cette participation doivent être établies de telle sorte qu'elles n'entraînent pas une charge trop lourde et ne risquent pas de rendre moins efficace la protection médicale et sociale.
DEEL III. - ZIEKENGELD
PARTIE III. - INDEMNITES DE MALADIE
Art. 18. Elk Lid moet ten aanzien van de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit aan de beschermde personen overeenkomstig de voorgeschreven bepalingen de toekenning van ziekengeld waarborgen.
Art. 18. Tout Membre doit garantir aux personnes protégées, conformément aux conditions prescrites, l'attribution d'indemnités de maladie, en ce qui concerne l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7.
Art. 19. Ten aanzien van de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit, moeten tot de beschermde personen worden gerekend :
(a) alle loontrekkenden, met inbegrip van de leerlingen; of
(b) voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking, welke ten minste 75 % uitmaken van de gehele economische actieve deel der bevolking; of
(c) alle ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit de grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 24, niet overschrijden.
(a) alle loontrekkenden, met inbegrip van de leerlingen; of
(b) voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking, welke ten minste 75 % uitmaken van de gehele economische actieve deel der bevolking; of
(c) alle ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit de grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 24, niet overschrijden.
Art. 19. Les personnes protégées en ce qui concerne l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7 doivent comprendre :
a) soit tous les salariés, y compris les apprentis;
b) soit des catégories prescrites de la population économiquement active, formant, au total, 75 % au moins de l'ensemble de la population économiquement active;
c) soit tous les résidents dont les ressources pendant l'éventualité n'excèdent pas des limites prescrites, conformément aux dispositions de l'article 24.
a) soit tous les salariés, y compris les apprentis;
b) soit des catégories prescrites de la population économiquement active, formant, au total, 75 % au moins de l'ensemble de la population économiquement active;
c) soit tous les résidents dont les ressources pendant l'éventualité n'excèdent pas des limites prescrites, conformément aux dispositions de l'article 24.
Art. 20. Wanneer een verklaring, afgelegd overeenkomstig artikel 2, van kracht is, moeten met betrekking tot de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit tot de beschermde personen worden gerekend :
(a) voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke ten minste 25 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden; of
(b) voorgeschreven groepen van loontrekkenden in industriële ondernemingen, welke ten minste 50 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen.
(a) voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke ten minste 25 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden; of
(b) voorgeschreven groepen van loontrekkenden in industriële ondernemingen, welke ten minste 50 % uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen.
Art. 20. Lorsqu'une déclaration faite en application de l'article 2 est en vigueur, les personnes protégées en ce qui concerne l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7 doivent comprendre :
a) soit des catégories prescrites de salariés, formant, au total, 25 % au moins de l'ensemble des salariés;
b) soit des catégories prescrites de salariés des entreprises industrielles, formant, au total, 50 % au moins de l'ensemble des salariés occupés dans des entreprises industrielles.
a) soit des catégories prescrites de salariés, formant, au total, 25 % au moins de l'ensemble des salariés;
b) soit des catégories prescrites de salariés des entreprises industrielles, formant, au total, 50 % au moins de l'ensemble des salariés occupés dans des entreprises industrielles.
Art. 21. Het ziekengeld, bedoeld in artikel 18, moet worden verleend in de vorm van een periodieke betaling, berekend :
(a) overeenkomstig de bepalingen van artikel 22 of artikel 23 wanneer loontrekkenden of groepen van het economisch actieve deel der bevolking beschermd worden;
(b) overeenkomstig de bepalingen van artikel 24, wanneer alle ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit zekere voorgeschreven grenzen niet overschrijden, worden beschermd.
(a) overeenkomstig de bepalingen van artikel 22 of artikel 23 wanneer loontrekkenden of groepen van het economisch actieve deel der bevolking beschermd worden;
(b) overeenkomstig de bepalingen van artikel 24, wanneer alle ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit zekere voorgeschreven grenzen niet overschrijden, worden beschermd.
Art. 21. Les indemnités de maladie visées à l'article 18 doivent être servies sous forme de paiements périodiques calculés :
a) conformément aux dispositions, soit de l'article 22, soit de l'article 23, lorsque sont protégés des salariés ou des catégories de la population économiquement active;
b) conformément aux dispositions de l'article 24, lorsque sont protégés tous les résidents dont les ressources pendant l'éventualité n'excèdent pas des limites prescrites.
a) conformément aux dispositions, soit de l'article 22, soit de l'article 23, lorsque sont protégés des salariés ou des catégories de la population économiquement active;
b) conformément aux dispositions de l'article 24, lorsque sont protégés tous les résidents dont les ressources pendant l'éventualité n'excèdent pas des limites prescrites.
Art. 22. 1. Ten aanzien van elke periodieke betaling waarop dit artikel van toepassing is moet het bedrag van de uitkering, vermeerderd met het bedrag van de tijdens de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit verstrekte kinderbijslag zodanig zijn dat het voor de gerechtigde volgens standaard ten minste gelijk is aan 60 % van het totaal van de vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde en van het bedrag van de kinderbijslag verstrekt aan een beschermde persoon die dezelfde gezinslasten heeft als de gerechtigde volgens standaard.
2. De vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde worden overeenkomstig voorgeschreven regelen berekend; wanneer de beschermde personen volgens hun inkomsten uit arbeid zijn ingedeeld in klassen, kunnen deze vroegere inkomsten berekend worden naar het basisinkomen van de klasse waartoe zij hebben behoord.
3. Het bedrag van de uitkering of het arbeidsinkomen, dat voor de berekening van de uitkering in aanmerking wordt genomen, kan aan een maximum worden gebonden, mits dit maximum zodanig wordt vastgesteld, dat aan de bepalingen van lid 1 van dit artikel voldaan wordt, wanneer het vroegere arbeidsinkomen van de gerechtigde gelijk is aan of minder bedraagt dan het loon van een geschoolde mannelijke arbeider.
4. De vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde, het loon van de geschoolde mannelijke arbeider, de uitkeringen en de kinderbijslag moeten op dezelfde tijdsbasis berekend worden.
5. Voor de andere gerechtigden moet de uitkering zodanig worden vastgesteld dat deze in een redelijke verhouding staat tot die van de gerechtigde volgens standaard.
6. Voor de toepassing van dit artikel wordt als een geschoolde mannelijke arbeider aangemerkt :
(a) een bankwerker of een draaier in de bedrijfstak machinebouw, met uitzondering van die van elektrische apparaten; of
(b) een geschoolde arbeider volgens standaard, zoals omschreven in de bepalingen van het volgende lid; of
(c) een persoon, wiens arbeidsinkomen gelijk is aan of meer bedraagt dan het arbeidsinkomen van 75 % van alle beschermde personen, waarbij dat arbeidsinkomen wordt bepaald over een tijdvak van een jaar of over een korter tijdvak, naar gelang is voorgeschreven; of
(d) een persoon wiens arbeidsinkomen gelijk is aan 125 % van het gemiddelde arbeidsinkomen van alle beschermde personen.
7. Voor de toepassing van alinea (b) van het voorgaande lid wordt de geschoolde arbeider volgens standaard gekozen uit de klasse met het grootste aantal tegen de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit beschermde mannelijke personen in de bedrijfstak die zelf het grootste aantal van deze beschermde personen telt; daartoe wordt gebruik gemaakt van de internationale industriële standaardclassificatie van alle takken van economische bedrijvigheid, aangenomen door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties in zijn zevende zitting op 27 augustus 1943, en in haar in 1968 gewijzigde vorm als bijlage bij dit Verdrag gevoegd, met inachtneming van de wijzigingen welke daarin eventueel nog worden aangebracht.
8. Wanneer de uitkering van streek tot streek verschilt, kan voor elke streek een geschoolde mannelijke arbeider worden gekozen overeenkomstig de bepalingen van de leden 6 en 7 van dit artikel.
9. Het loon van de geschoolde mannelijke arbeider, met inbegrip van eventuele duurtetoeslagen, wordt vastgesteld op basis van het loon voor een normaal aantal arbeidsuren, vastgesteld hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij eventueel bij of krachtens de nationale wetgeving, hetzij krachtens gewoonte; wanneer de aldus vastgestelde lonen van streek tot streek verschillen en het voorgaande lid niet wordt toegepast, moet het gemiddelde loon worden genomen.
2. De vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde worden overeenkomstig voorgeschreven regelen berekend; wanneer de beschermde personen volgens hun inkomsten uit arbeid zijn ingedeeld in klassen, kunnen deze vroegere inkomsten berekend worden naar het basisinkomen van de klasse waartoe zij hebben behoord.
3. Het bedrag van de uitkering of het arbeidsinkomen, dat voor de berekening van de uitkering in aanmerking wordt genomen, kan aan een maximum worden gebonden, mits dit maximum zodanig wordt vastgesteld, dat aan de bepalingen van lid 1 van dit artikel voldaan wordt, wanneer het vroegere arbeidsinkomen van de gerechtigde gelijk is aan of minder bedraagt dan het loon van een geschoolde mannelijke arbeider.
4. De vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde, het loon van de geschoolde mannelijke arbeider, de uitkeringen en de kinderbijslag moeten op dezelfde tijdsbasis berekend worden.
5. Voor de andere gerechtigden moet de uitkering zodanig worden vastgesteld dat deze in een redelijke verhouding staat tot die van de gerechtigde volgens standaard.
6. Voor de toepassing van dit artikel wordt als een geschoolde mannelijke arbeider aangemerkt :
(a) een bankwerker of een draaier in de bedrijfstak machinebouw, met uitzondering van die van elektrische apparaten; of
(b) een geschoolde arbeider volgens standaard, zoals omschreven in de bepalingen van het volgende lid; of
(c) een persoon, wiens arbeidsinkomen gelijk is aan of meer bedraagt dan het arbeidsinkomen van 75 % van alle beschermde personen, waarbij dat arbeidsinkomen wordt bepaald over een tijdvak van een jaar of over een korter tijdvak, naar gelang is voorgeschreven; of
(d) een persoon wiens arbeidsinkomen gelijk is aan 125 % van het gemiddelde arbeidsinkomen van alle beschermde personen.
7. Voor de toepassing van alinea (b) van het voorgaande lid wordt de geschoolde arbeider volgens standaard gekozen uit de klasse met het grootste aantal tegen de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit beschermde mannelijke personen in de bedrijfstak die zelf het grootste aantal van deze beschermde personen telt; daartoe wordt gebruik gemaakt van de internationale industriële standaardclassificatie van alle takken van economische bedrijvigheid, aangenomen door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties in zijn zevende zitting op 27 augustus 1943, en in haar in 1968 gewijzigde vorm als bijlage bij dit Verdrag gevoegd, met inachtneming van de wijzigingen welke daarin eventueel nog worden aangebracht.
8. Wanneer de uitkering van streek tot streek verschilt, kan voor elke streek een geschoolde mannelijke arbeider worden gekozen overeenkomstig de bepalingen van de leden 6 en 7 van dit artikel.
9. Het loon van de geschoolde mannelijke arbeider, met inbegrip van eventuele duurtetoeslagen, wordt vastgesteld op basis van het loon voor een normaal aantal arbeidsuren, vastgesteld hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij eventueel bij of krachtens de nationale wetgeving, hetzij krachtens gewoonte; wanneer de aldus vastgestelde lonen van streek tot streek verschillen en het voorgaande lid niet wordt toegepast, moet het gemiddelde loon worden genomen.
Art. 22. 1. Pour tout paiement périodique auquel le présent article s'applique, le montant des indemnités, majoré du montant des allocations familiales servies pendant l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7, doit être tel que, pour le bénéficiaire type, il soit au moins égal, dans l'éventualité dont il s'agit, à 60 % du total du gain antérieur du bénéficiaire et du montant des allocations familiales servies à une personne protégée ayant les mêmes charges de famille que le bénéficiaire type.
2. Le gain antérieur du bénéficiaire est calculé conformément à des règles prescrites et, lorsque les personnes protégées sont réparties en classes suivant leurs gains, le gain antérieur peut être calculé d'après les gains de base des classes auxquelles elles ont appartenu.
3. Un maximum peut être prescrit pour le montant des indemnités ou pour le gain qui est pris en compte dans le calcul des prestations, sous réserve que ce maximum soit fixé de telle sorte que les dispositions du paragraphe 1 du présent article soient satisfaites lorsque le gain antérieur du bénéficiaire est égal ou inférieur au salaire d'un ouvrier masculin qualifié.
4. Le gain antérieur du bénéficiaire, le salaire de l'ouvrier masculin qualifié, les indemnités et les allocations familiales sont calculés sur les mêmes temps de base.
5. Pour les autres bénéficiaires, les indemnités sont fixées de telle sorte qu'elles soient dans une relation raisonnable avec celles du bénéficiaire type.
6. Pour l'application du présent article, un ouvrier masculin qualifié est :
a) soit un ajusteur ou un tourneur dans l'industrie de la construction de machines, à l'exclusion des machines électriques;
b) soit un ouvrier qualifié type, défini conformément aux dispositions du paragraphe suivant;
c) soit une personne dont le gain est égal ou supérieur aux gains de 75 % de toutes les personnes protégées, ces gains étant déterminés sur une base annuelle ou sur la base d'une période plus courte, selon ce qui est prescrit;
d) soit une personne dont le gain est égal à 125 % du gain moyen de toutes les personnes protégées.
7. L'ouvrier qualifié type, pour l'application de l'alinéa b) du paragraphe précédent, est choisi dans la classe occupant le plus grand nombre de personnes du sexe masculin protégées pour l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7, dans la branche qui occupe elle-même le plus grand nombre de ces personnes protégées; à cet effet, on utilisera la Classification internationale type, par industrie, de toutes les branches d'activité économique, adoptée par le Conseil économique et social de l'Organisation des Nations Unies à sa septième session, le 27 août 1948, et qui est reproduite, sous sa forme révisée en 1968, en annexe à la présente convention, compte tenu de toute modification qui pourrait encore lui être apportée.
8. Lorsque les prestations varient d'une région à une autre, un ouvrier masculin qualifié peut être choisi dans chacune des régions, conformément aux dispositions des paragraphes 6 et 7 du présent article.
9. Le salaire de l'ouvrier masculin qualifié est déterminé sur la base du salaire pour un nombre normal d'heures de travail fixé, soit par des conventions collectives, soit, le cas échéant, par la législation nationale ou en vertu de celle-ci, soit par la coûtume, y compris les allocations de vie chère s'il en est; lorsque les salaires ainsi déterminés diffèrent d'une région à une autre et que les dispositions du paragraphe précédent ne sont pas appliquées, on prend le salaire médian.
2. Le gain antérieur du bénéficiaire est calculé conformément à des règles prescrites et, lorsque les personnes protégées sont réparties en classes suivant leurs gains, le gain antérieur peut être calculé d'après les gains de base des classes auxquelles elles ont appartenu.
3. Un maximum peut être prescrit pour le montant des indemnités ou pour le gain qui est pris en compte dans le calcul des prestations, sous réserve que ce maximum soit fixé de telle sorte que les dispositions du paragraphe 1 du présent article soient satisfaites lorsque le gain antérieur du bénéficiaire est égal ou inférieur au salaire d'un ouvrier masculin qualifié.
4. Le gain antérieur du bénéficiaire, le salaire de l'ouvrier masculin qualifié, les indemnités et les allocations familiales sont calculés sur les mêmes temps de base.
5. Pour les autres bénéficiaires, les indemnités sont fixées de telle sorte qu'elles soient dans une relation raisonnable avec celles du bénéficiaire type.
6. Pour l'application du présent article, un ouvrier masculin qualifié est :
a) soit un ajusteur ou un tourneur dans l'industrie de la construction de machines, à l'exclusion des machines électriques;
b) soit un ouvrier qualifié type, défini conformément aux dispositions du paragraphe suivant;
c) soit une personne dont le gain est égal ou supérieur aux gains de 75 % de toutes les personnes protégées, ces gains étant déterminés sur une base annuelle ou sur la base d'une période plus courte, selon ce qui est prescrit;
d) soit une personne dont le gain est égal à 125 % du gain moyen de toutes les personnes protégées.
7. L'ouvrier qualifié type, pour l'application de l'alinéa b) du paragraphe précédent, est choisi dans la classe occupant le plus grand nombre de personnes du sexe masculin protégées pour l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7, dans la branche qui occupe elle-même le plus grand nombre de ces personnes protégées; à cet effet, on utilisera la Classification internationale type, par industrie, de toutes les branches d'activité économique, adoptée par le Conseil économique et social de l'Organisation des Nations Unies à sa septième session, le 27 août 1948, et qui est reproduite, sous sa forme révisée en 1968, en annexe à la présente convention, compte tenu de toute modification qui pourrait encore lui être apportée.
8. Lorsque les prestations varient d'une région à une autre, un ouvrier masculin qualifié peut être choisi dans chacune des régions, conformément aux dispositions des paragraphes 6 et 7 du présent article.
9. Le salaire de l'ouvrier masculin qualifié est déterminé sur la base du salaire pour un nombre normal d'heures de travail fixé, soit par des conventions collectives, soit, le cas échéant, par la législation nationale ou en vertu de celle-ci, soit par la coûtume, y compris les allocations de vie chère s'il en est; lorsque les salaires ainsi déterminés diffèrent d'une région à une autre et que les dispositions du paragraphe précédent ne sont pas appliquées, on prend le salaire médian.
Art. 23. 1. Ten aanzien van elke periodieke betaling waarop dit artikel van toepassing is moet het bedrag van de uitkering, vermeerderd met het bedrag van de tijdens de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit verstrekte kinderbijslag zodanig zijn dat het voor de gerechtigde volgens standaard ten minste gelijk is aan 60 % van het loon van een volwassen ongeschoolde mannelijke arbeider en van het bedrag van de kinderbijslag verstrekt aan een beschermde persoon die dezelfde gezinslasten heeft als de gerechtigde volgens standaard.
2. Het loon van de volwassen ongeschoolde mannelijke arbeider, de uitkering en de kinderbijslag moeten naar dezelfde basistijd worden berekend.
3. Voor de andere gerechtigden moet de uitkering zodanig worden vastgesteld dat deze in een redelijke verhouding staat tot die voor de gerechtigde volgens standaard.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt als ongeschoolde mannelijke arbeider aangemerkt :
(a) een ongeschoolde arbeider in de bedrijfstak machinebouw, met uitzondering van die van elektrische apparaten; of
(b) een ongeschoolde arbeider zoals omschreven in de bepalingen van het volgende lid.
5. Voor de toepassing van alinea (b) van het voorgaande lid wordt de ongeschoolde arbeider gekozen uit de klasse met het grootste aantal tegen de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit beschermde mannelijke personen in de bedrijfstak die zelf het grootste aantal van deze beschermde personen telt; daartoe wordt gebruik gemaakt van de internationale industriële standaardclassificatie van alle takken van economische bedrijvigheid aangenomen door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties in zijn zevende zitting op 27 augustus 1948, en in haar in 1968 gewijzigde vorm als bijlage bij dit Verdrag gevoegd, met inachtneming van de wijzigingen welke daarin eventueel nog worden aangebracht.
6. Wanneer de uitkering van streek tot streek verschilt, kan voor elke streek een volwassen ongeschoolde mannelijke arbeider worden gekozen overeenkomstig de bepalingen van de leden 4 en 5 van dit artikel.
7. Het loon van de volwassen ongeschoolde mannelijke arbeider met inbegrip van eventuele duurtetoeslagen wordt vastgesteld op basis van het loon voor een normaal aantal arbeidsuren, vastgesteld hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij eventueel bij of krachtens de nationale wetgeving, hetzij krachtens gewoonte; wanneer de aldus vastgestelde lonen van streek tot streek verschillen en het voorgaande lid niet wordt toegepast, moet het gemiddelde loon worden genomen.
2. Het loon van de volwassen ongeschoolde mannelijke arbeider, de uitkering en de kinderbijslag moeten naar dezelfde basistijd worden berekend.
3. Voor de andere gerechtigden moet de uitkering zodanig worden vastgesteld dat deze in een redelijke verhouding staat tot die voor de gerechtigde volgens standaard.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt als ongeschoolde mannelijke arbeider aangemerkt :
(a) een ongeschoolde arbeider in de bedrijfstak machinebouw, met uitzondering van die van elektrische apparaten; of
(b) een ongeschoolde arbeider zoals omschreven in de bepalingen van het volgende lid.
5. Voor de toepassing van alinea (b) van het voorgaande lid wordt de ongeschoolde arbeider gekozen uit de klasse met het grootste aantal tegen de in alinea (b) van artikel 7 bedoelde eventualiteit beschermde mannelijke personen in de bedrijfstak die zelf het grootste aantal van deze beschermde personen telt; daartoe wordt gebruik gemaakt van de internationale industriële standaardclassificatie van alle takken van economische bedrijvigheid aangenomen door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties in zijn zevende zitting op 27 augustus 1948, en in haar in 1968 gewijzigde vorm als bijlage bij dit Verdrag gevoegd, met inachtneming van de wijzigingen welke daarin eventueel nog worden aangebracht.
6. Wanneer de uitkering van streek tot streek verschilt, kan voor elke streek een volwassen ongeschoolde mannelijke arbeider worden gekozen overeenkomstig de bepalingen van de leden 4 en 5 van dit artikel.
7. Het loon van de volwassen ongeschoolde mannelijke arbeider met inbegrip van eventuele duurtetoeslagen wordt vastgesteld op basis van het loon voor een normaal aantal arbeidsuren, vastgesteld hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij eventueel bij of krachtens de nationale wetgeving, hetzij krachtens gewoonte; wanneer de aldus vastgestelde lonen van streek tot streek verschillen en het voorgaande lid niet wordt toegepast, moet het gemiddelde loon worden genomen.
Art. 23. 1. Pour tout paiement périodique auquel le présent article s'applique, le montant des indemnités, majoré du montant des allocations familiales servies pendant l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7, doit être tel que, pour le bénéficiaire type, il soit au moins égal, dans l'éventualité dont il s'agit, à 60 % du total du salaire du manoeuvre ordinaire adulte masculin et du montant des allocations familiales servies à une personne protégée ayant les mêmes charges de famille que le bénéficiaire type.
2. Le salaire du manoeuvre ordinaire adulte masculin, les indemnités et les allocations familiales sont calculés sur les mêmes temps de base.
3. Pour les autres bénéficiaires, les indemnités sont fixées de telle sorte qu'elles soient dans une relation raisonnable avec celles du bénéficiaire type.
4. Pour l'application du présent article, le manoeuvre ordinaire adulte masculin est :
a) soit un manoeuvre type dans l'industrie de la construction de machines, à l'exclusion des machines électriques;
b) soit un manoeuvre type défini conformément aux dispositions du paragraphe suivant.
5. Le manoeuvre type, pour l'application de l'alinéa b) du paragraphe précédent, est choisi dans la classe occupant le plus grand nombre de personnes du sexe masculin protégées pour l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7, dans la branche qui occupe elle-même le plus grand nombre de ces personnes protégées; à cet effet, on utilisera la Classification internationale type, par industrie, de toutes les branches d'activité économique, adoptée par le Conseil économique et social de l'Organisation des Nations Unies à sa septième session, le 27 août 1948, et qui est reproduite, sous sa forme révisée en 1968, en annexe à la présente convention, compte tenu de toute modification qui pourrait encore lui être apportée.
6. Lorsque les indemnités varient d'une région à une autre, un manoeuvre ordinaire adulte masculin peut être choisi dans chacune des régions, conformément aux dispositions des paragraphes 4 et 5 du présent article.
7. Le salaire du manoeuvre ordinaire adulte masculin est déterminé sur la base du salaire pour un nombre normal d'heures de travail fixé, soit par des conventions collectives, soit, le cas échéant, par la législation nationale ou en vertu de celle-ci, soit par la coûtume, y compris les allocations de vie chère s'il en est; lorsque les salaires ainsi déterminés diffèrent d'une région à une autre et que les dispositions du paragraphe précédent ne sont pas appliquées, on prend le salaire médian.
2. Le salaire du manoeuvre ordinaire adulte masculin, les indemnités et les allocations familiales sont calculés sur les mêmes temps de base.
3. Pour les autres bénéficiaires, les indemnités sont fixées de telle sorte qu'elles soient dans une relation raisonnable avec celles du bénéficiaire type.
4. Pour l'application du présent article, le manoeuvre ordinaire adulte masculin est :
a) soit un manoeuvre type dans l'industrie de la construction de machines, à l'exclusion des machines électriques;
b) soit un manoeuvre type défini conformément aux dispositions du paragraphe suivant.
5. Le manoeuvre type, pour l'application de l'alinéa b) du paragraphe précédent, est choisi dans la classe occupant le plus grand nombre de personnes du sexe masculin protégées pour l'éventualité visée à l'alinéa b) de l'article 7, dans la branche qui occupe elle-même le plus grand nombre de ces personnes protégées; à cet effet, on utilisera la Classification internationale type, par industrie, de toutes les branches d'activité économique, adoptée par le Conseil économique et social de l'Organisation des Nations Unies à sa septième session, le 27 août 1948, et qui est reproduite, sous sa forme révisée en 1968, en annexe à la présente convention, compte tenu de toute modification qui pourrait encore lui être apportée.
6. Lorsque les indemnités varient d'une région à une autre, un manoeuvre ordinaire adulte masculin peut être choisi dans chacune des régions, conformément aux dispositions des paragraphes 4 et 5 du présent article.
7. Le salaire du manoeuvre ordinaire adulte masculin est déterminé sur la base du salaire pour un nombre normal d'heures de travail fixé, soit par des conventions collectives, soit, le cas échéant, par la législation nationale ou en vertu de celle-ci, soit par la coûtume, y compris les allocations de vie chère s'il en est; lorsque les salaires ainsi déterminés diffèrent d'une région à une autre et que les dispositions du paragraphe précédent ne sont pas appliquées, on prend le salaire médian.
Art. 24. Met betrekking tot elke periodieke betaling waarop dit artikel van toepassing is :
(a) moet het bedrag van de uitkering worden vastgesteld volgens een voorgeschreven schaal of volgens een schaal, vastgesteld door het bevoegde overheidsorgaan, overeenkomstig voorgeschreven regelen;
(b) mag het bedrag van de uitkering slechts worden verminderd in de mate waarin de overige inkomsten van het gezin van de gerechtigde een voorgeschreven of door het bevoegde overheidsorgaan overeenkomstig voorgeschreven regelen vastgesteld substantieel bedrag te boven gaan;
(c) moet het totaal van de uitkering en de overige inkomsten na aftrek van het in de vorige alinea bedoelde substantiële bedrag voldoende zijn om aan het gezin van de gerechtigde gezonde en passende levensomstandigheden te verzekeren; het mag niet minder bedragen dan het bedrag van de uitkering, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 23;
(d) wordt aan het bepaalde in alinea (c) geacht te zijn voldaan, indien het totaalbedrag van de krachtens dit Verdrag betaalde uitkeringen ten minste 30 % meer bedraagt dan het totaalbedrag der uitkeringen, dat men zou verkrijgen bij de toepassing van de bepalingen van artikel 23 en de bepalingen van alinea (b) van artikel 19.
(a) moet het bedrag van de uitkering worden vastgesteld volgens een voorgeschreven schaal of volgens een schaal, vastgesteld door het bevoegde overheidsorgaan, overeenkomstig voorgeschreven regelen;
(b) mag het bedrag van de uitkering slechts worden verminderd in de mate waarin de overige inkomsten van het gezin van de gerechtigde een voorgeschreven of door het bevoegde overheidsorgaan overeenkomstig voorgeschreven regelen vastgesteld substantieel bedrag te boven gaan;
(c) moet het totaal van de uitkering en de overige inkomsten na aftrek van het in de vorige alinea bedoelde substantiële bedrag voldoende zijn om aan het gezin van de gerechtigde gezonde en passende levensomstandigheden te verzekeren; het mag niet minder bedragen dan het bedrag van de uitkering, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 23;
(d) wordt aan het bepaalde in alinea (c) geacht te zijn voldaan, indien het totaalbedrag van de krachtens dit Verdrag betaalde uitkeringen ten minste 30 % meer bedraagt dan het totaalbedrag der uitkeringen, dat men zou verkrijgen bij de toepassing van de bepalingen van artikel 23 en de bepalingen van alinea (b) van artikel 19.
Art. 24. Pour tout paiement périodique auquel le présent article s'applique :
a) le montant des indemnités doit être fixé selon un barème prescrit, ou selon un barème arrêté par les autorités publiques compétentes conformément à des règles prescrites;
b) le montant des indemnités ne peut être réduit que dans la mesure où les autres ressources de la famille du bénéficiaire dépassent des montants substantiels prescrits ou arrêtés par les autorités publiques compétentes conformément à des règles prescrites;
c) le total des indemnités et des autres ressources, après déduction des montants substantiels visés à l'alinéa précédent, doit être suffisant pour assurer à la famille du bénéficiaire des conditions de vie saines et convenables et ne doit pas être inférieur au montant des indemnités calculé conformément aux dispositions de l'article 23;
d) les dispositions de l'alinéa précédent seront considérées comme satisfaites si le montant total des indemnités payées en vertu de la présente convention dépasse d'au moins 30 % le montant total des indemnités que l'on obtiendrait en appliquant les dispositions de l'article 23 et les dispositions de l'alinéa b) de l'article 19.
a) le montant des indemnités doit être fixé selon un barème prescrit, ou selon un barème arrêté par les autorités publiques compétentes conformément à des règles prescrites;
b) le montant des indemnités ne peut être réduit que dans la mesure où les autres ressources de la famille du bénéficiaire dépassent des montants substantiels prescrits ou arrêtés par les autorités publiques compétentes conformément à des règles prescrites;
c) le total des indemnités et des autres ressources, après déduction des montants substantiels visés à l'alinéa précédent, doit être suffisant pour assurer à la famille du bénéficiaire des conditions de vie saines et convenables et ne doit pas être inférieur au montant des indemnités calculé conformément aux dispositions de l'article 23;
d) les dispositions de l'alinéa précédent seront considérées comme satisfaites si le montant total des indemnités payées en vertu de la présente convention dépasse d'au moins 30 % le montant total des indemnités que l'on obtiendrait en appliquant les dispositions de l'article 23 et les dispositions de l'alinéa b) de l'article 19.
Art. 25. Wanneer de wettelijke regeling van een Lid het recht op ziekengeld, als bedoeld in artikel 18, afhankelijk stelt van het feit dat de beschermde personen een wachttijd moeten vervullen, moeten de voorwaarden van deze wachttijd zodanig zijn, dat personen die normaal tot de categorie van beschermde personen behoren, niet het genot van deze uitkering wordt ontnomen.
Art. 25. Si la législation d'un Membre subordonne le droit aux indemnités de maladie visées à l'article 18 à l'accomplissement d'un stage par la personne protégée, les conditions de ce stage doivent être telles que les personnes qui appartiennent normalement aux groupes de personnes protégées ne soient pas privées du bénéfice de ces indemnités.
Art. 26. 1. Het ziekengeld als bedoeld in artikel 18, moet worden verleend tijdens de gehele duur van de eventualiteit; de duur van de uitkering mag evenwel beperkt worden tot ten minste 52 weken per ziektegeval, al naar is voorgeschreven.
2. Wanneer een ingevolge artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is mag de duur van de uitkering van ziekengeld, zoals bedoeld in artikel 18, beperkt worden tot ten minste 26 weken per ziektegeval, indien zulks is voorgeschreven.
3. Wanneer de wettelijke regeling van een Lid erin voorziet, dat het ziekengeld slechts mag worden verleend na afloop van een wachttijd, mag deze wachttijd niet langer zijn dan de eerste drie dagen van inkomstenderving.
2. Wanneer een ingevolge artikel 2 afgelegde verklaring van kracht is mag de duur van de uitkering van ziekengeld, zoals bedoeld in artikel 18, beperkt worden tot ten minste 26 weken per ziektegeval, indien zulks is voorgeschreven.
3. Wanneer de wettelijke regeling van een Lid erin voorziet, dat het ziekengeld slechts mag worden verleend na afloop van een wachttijd, mag deze wachttijd niet langer zijn dan de eerste drie dagen van inkomstenderving.
Art. 26. 1. Les indemnités de maladie visées à l'article 18 doivent être accordées pendant toute la durée de l'éventualité; toutefois, la durée d'attribution de ces indemnités peut être limitée à cinquante-deux semaines au minimum, pour chaque cas d'incapacité, selon ce qui est prescrit.
2. Lorsqu'une déclaration faite en application de l'article 2 est en vigueur, la durée d'attribution des indemnités de maladie visées à l'article 18 peut être limitée à vingt-six semaines au minimum, pour chaque cas d'incapacité, selon ce qui est prescrit.
3. Si la législation d'un Membre prévoit que les indemnités de maladie ne sont servies qu'à l'expiration d'un délai d'attente, ce délai ne doit pas excéder les trois premiers jours de suspension du gain.
2. Lorsqu'une déclaration faite en application de l'article 2 est en vigueur, la durée d'attribution des indemnités de maladie visées à l'article 18 peut être limitée à vingt-six semaines au minimum, pour chaque cas d'incapacité, selon ce qui est prescrit.
3. Si la législation d'un Membre prévoit que les indemnités de maladie ne sont servies qu'à l'expiration d'un délai d'attente, ce délai ne doit pas excéder les trois premiers jours de suspension du gain.
Art. 27. 1. In geval van overlijden van een persoon die ziekengeld ontving of die aanspraak kon maken op ziekengeld, zoals bedoeld in artikel 18, moet overeenkomstig de voorgeschreven voorwaarden aan zijn nabestaanden, aan andere personen, die door hem werden onderhouden of aan degene, voor wiens rekening de begrafeniskosten zijn gekomen, een begrafenisuitkering worden verleend.
2. Een Lid kan van het bepaalde in het voorgaande lid afwijken wanneer :
(a) het de verplichtingen heeft aanvaard van deel IV van het Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, 1967;
(b) het uitkeringspercentage van het ziekengeld, dat door zijn wettelijke regeling wordt verleend niet lager is dan 80 % van het loon van de beschermde personen; en
(c) de meerderheid van de beschermde personen de garantie hebben van een vrijwillige verzekering, die onder toezicht staat van de overheid en die voorziet in een begrafenisuitkering.
2. Een Lid kan van het bepaalde in het voorgaande lid afwijken wanneer :
(a) het de verplichtingen heeft aanvaard van deel IV van het Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, 1967;
(b) het uitkeringspercentage van het ziekengeld, dat door zijn wettelijke regeling wordt verleend niet lager is dan 80 % van het loon van de beschermde personen; en
(c) de meerderheid van de beschermde personen de garantie hebben van een vrijwillige verzekering, die onder toezicht staat van de overheid en die voorziet in een begrafenisuitkering.
Art. 27. 1. En cas de décès d'une personne qui recevait ou qui avait acquis le droit de recevoir les indemnités de maladie visées à l'article 18, une prestation pour frais funéraires doit, conformément aux conditions prescrites, être versée à ses survivants, à d'autres personnes qui étaient à sa charge ou à la personne qui a supporté la charge des frais funéraires.
2. Un Membre peut déroger aux dispositions du paragraphe précédent lorsque les conditions suivantes sont réunies :
a) s'il a accepté les obligations de la partie IV de la convention concernant les prestations d'invalidité, de vieillesse et de survivants, 1967;
b) si la législation accorde des indemnités de maladie à un taux qui n'est pas inférieur à 80 % du gain des personnes protégées;
c) si des assurances volontaires, contrôlées par les autorités publiques, garantissent une prestation pour frais funéraires à la majorité des personnes protégées.
2. Un Membre peut déroger aux dispositions du paragraphe précédent lorsque les conditions suivantes sont réunies :
a) s'il a accepté les obligations de la partie IV de la convention concernant les prestations d'invalidité, de vieillesse et de survivants, 1967;
b) si la législation accorde des indemnités de maladie à un taux qui n'est pas inférieur à 80 % du gain des personnes protégées;
c) si des assurances volontaires, contrôlées par les autorités publiques, garantissent une prestation pour frais funéraires à la majorité des personnes protégées.
DEEL IV. - GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
PARTIE IV. - DISPOSITIONS COMMUNES
Art. 28. 1. De uitkeringen waarop een beschermde persoon recht zou hebben gehad op grond van dit Verdrag, kunnen worden geschorst in een eventueel voor te schrijven mate :
(a) zolang de belanghebbende zich niet op het grondgebied van het Lid bevindt;
(b) zolang de belanghebbende voor dezelfde eventualiteit door een derde wordt schadeloos gesteld, tot het bedrag van deze schadeloosstelling;
(c) wanneer de belanghebbende getracht heeft op bedrieglijke wijze de desbetreffende uitkering te verkrijgen;
(d) wanneer de eventualiteit is veroorzaakt door een door de belanghebbende gepleegd misdrijf;
(e) wanneer de eventualiteit is veroorzaakt door een ernstig en opzettelijk verzuim van de belanghebbende;
(f) wanneer de belanghebbende zonder geldige reden nalaat gebruik te maken van de geneeskundige verzorging of van de revalidatiediensten die tot zijn beschikking staan, of wanneer hij de regelen niet nakomt welke zijn voorgeschreven voor het vaststellen van het bestaan van de eventualiteit of voor de gedragingen van de gerechtigde op uitkeringen;
(g) wanneer het ziekengeld, als bedoeld in artikel 18, betreft, zolang het onderhoud van de belanghebbende ten laste van de overheid of van een orgaan of dienst van sociale zekerheid komt;
(h) wanneer het ziekengeld, als bedoeld in artikel 18, betreft, zolang de belanghebbende andere sociale zekerheidsuitkeringen ontvangt met uitzondering van gezinsbijslag met dien verstande evenwel, dat het gedeelte van de uitkering dat geschorst wordt, niet hoger mag zijn dan het bedrag van de andere uitkeringen.
2. In voorgeschreven gevallen en binnen voorgeschreven grenzen, moet een deel van de uitkering die normaal zou zijn toegekend, betaalbaar worden gesteld aan de personen die ten laste van de belanghebbende komen.
(a) zolang de belanghebbende zich niet op het grondgebied van het Lid bevindt;
(b) zolang de belanghebbende voor dezelfde eventualiteit door een derde wordt schadeloos gesteld, tot het bedrag van deze schadeloosstelling;
(c) wanneer de belanghebbende getracht heeft op bedrieglijke wijze de desbetreffende uitkering te verkrijgen;
(d) wanneer de eventualiteit is veroorzaakt door een door de belanghebbende gepleegd misdrijf;
(e) wanneer de eventualiteit is veroorzaakt door een ernstig en opzettelijk verzuim van de belanghebbende;
(f) wanneer de belanghebbende zonder geldige reden nalaat gebruik te maken van de geneeskundige verzorging of van de revalidatiediensten die tot zijn beschikking staan, of wanneer hij de regelen niet nakomt welke zijn voorgeschreven voor het vaststellen van het bestaan van de eventualiteit of voor de gedragingen van de gerechtigde op uitkeringen;
(g) wanneer het ziekengeld, als bedoeld in artikel 18, betreft, zolang het onderhoud van de belanghebbende ten laste van de overheid of van een orgaan of dienst van sociale zekerheid komt;
(h) wanneer het ziekengeld, als bedoeld in artikel 18, betreft, zolang de belanghebbende andere sociale zekerheidsuitkeringen ontvangt met uitzondering van gezinsbijslag met dien verstande evenwel, dat het gedeelte van de uitkering dat geschorst wordt, niet hoger mag zijn dan het bedrag van de andere uitkeringen.
2. In voorgeschreven gevallen en binnen voorgeschreven grenzen, moet een deel van de uitkering die normaal zou zijn toegekend, betaalbaar worden gesteld aan de personen die ten laste van de belanghebbende komen.
Art. 28. 1. Les prestations auxquelles une personne protégée aurait eu droit en application de la présente convention peuvent être suspendues, dans une mesure qui peut être prescrite :
a) aussi longtemps que l'intéressé ne se trouve pas sur le territoire du Membre;
b) aussi longtemps que l'intéressé est indemnisé pour la même éventualité par une tierce partie, dans la limite de l'indemnité provenant de la tierce partie;
c) lorsque l'intéressé a essayé frauduleusement d'obtenir les prestations en question;
d) lorsque l'éventualité a été provoquée par un crime ou un délit commis par l'intéressé;
e) lorsque l'éventualité a été provoquée par une faute grave et intentionnelle de l'intéressé;
f) lorsque l'intéressé néglige, sans raison valable, d'utiliser les soins médicaux et les services de réadaptation qui sont à sa disposition, ou n'observe pas les règles prescrites pour la vérification de l'existence de l'éventualité ou pour la conduite des bénéficiaires de prestations;
g) lorsqu'il s'agit des indemnités de maladie visées à l'article 18, aussi longtemps que l'intéressé est entretenu sur des fonds publics ou aux frais d'une institution ou d'un service de sécurité sociale;
h) lorsqu'il s'agit des indemnités de maladie visées à l'article 18, aussi longtemps que l'intéressé reçoit d'autres prestations en espèces de sécurité sociale, à l'exception de prestations familiales, sous réserve que la fraction des indemnités qui est suspendue n'excède pas le montant des autres prestations.
2. Dans les cas et dans les limites qui sont prescrits, une partie des indemnités de maladie qui auraient été normalement allouées doit être servie aux personnes à la charge de l'intéressé.
a) aussi longtemps que l'intéressé ne se trouve pas sur le territoire du Membre;
b) aussi longtemps que l'intéressé est indemnisé pour la même éventualité par une tierce partie, dans la limite de l'indemnité provenant de la tierce partie;
c) lorsque l'intéressé a essayé frauduleusement d'obtenir les prestations en question;
d) lorsque l'éventualité a été provoquée par un crime ou un délit commis par l'intéressé;
e) lorsque l'éventualité a été provoquée par une faute grave et intentionnelle de l'intéressé;
f) lorsque l'intéressé néglige, sans raison valable, d'utiliser les soins médicaux et les services de réadaptation qui sont à sa disposition, ou n'observe pas les règles prescrites pour la vérification de l'existence de l'éventualité ou pour la conduite des bénéficiaires de prestations;
g) lorsqu'il s'agit des indemnités de maladie visées à l'article 18, aussi longtemps que l'intéressé est entretenu sur des fonds publics ou aux frais d'une institution ou d'un service de sécurité sociale;
h) lorsqu'il s'agit des indemnités de maladie visées à l'article 18, aussi longtemps que l'intéressé reçoit d'autres prestations en espèces de sécurité sociale, à l'exception de prestations familiales, sous réserve que la fraction des indemnités qui est suspendue n'excède pas le montant des autres prestations.
2. Dans les cas et dans les limites qui sont prescrits, une partie des indemnités de maladie qui auraient été normalement allouées doit être servie aux personnes à la charge de l'intéressé.
Art. 29. 1. Een ieder die aanspraak maakt op een uitkering moet het recht hebben beroep in te stellen wanneer hem een uitkering wordt geweigerd of wanneer hij zich niet kan verenigen met de hoedanigheid of de omvang ervan.
2. Wanneer bij de toepassing van dit Verdrag het beheer van de geneeskundige verzorging is toevertrouwd aan een regeringsdepartement, dat verantwoording is verschuldigd aan een parlement, mag het recht van beroep als voorzien in het eerste lid van dit artikel, vervangen worden door het recht om een klacht, betreffende de weigering van geneeskundige verzorging of de hoedanigheid ervan door de bevoegde autoriteit te laten onderzoeken.
2. Wanneer bij de toepassing van dit Verdrag het beheer van de geneeskundige verzorging is toevertrouwd aan een regeringsdepartement, dat verantwoording is verschuldigd aan een parlement, mag het recht van beroep als voorzien in het eerste lid van dit artikel, vervangen worden door het recht om een klacht, betreffende de weigering van geneeskundige verzorging of de hoedanigheid ervan door de bevoegde autoriteit te laten onderzoeken.
Art. 29. 1. Tout requérant doit avoir le droit de former appel en cas de refus des prestations ou de contestation sur leur qualité ou leur quantité.
2. Lorsque, dans l'application de la présente convention, l'administration des soins médicaux est confiée à un département gouvernemental responsable devant un parlement, le droit d'appel prévu au paragraphe précédent peut être remplacé par le droit de faire examiner par l'autorité compétente toute réclamation visant le refus de soins médicaux ou la qualité des soins médicaux reçus.
2. Lorsque, dans l'application de la présente convention, l'administration des soins médicaux est confiée à un département gouvernemental responsable devant un parlement, le droit d'appel prévu au paragraphe précédent peut être remplacé par le droit de faire examiner par l'autorité compétente toute réclamation visant le refus de soins médicaux ou la qualité des soins médicaux reçus.
Art. 30. 1. Elk Lid moet een algemene verantwoordelijkheid aanvaarden wat betreft het verlenen van de krachtens dit Verdrag toegekende prestaties en neemt alle hiertoe dienende maatregelen.
2. Elk Lid moet een algemene verantwoordelijkheid aanvaarden voor een goede administratie van de instellingen en diensten die betrokken zijn bij de toepassing van dit Verdrag.
2. Elk Lid moet een algemene verantwoordelijkheid aanvaarden voor een goede administratie van de instellingen en diensten die betrokken zijn bij de toepassing van dit Verdrag.
Art. 30. 1. Tout Membre doit assumer une responsabilité générale en ce qui concerne le service des prestations attribuées en application de la présente convention et prendre toutes mesures utiles à cet effet.
2. Tout Membre doit assumer une responsabilité générale pour la bonne administration des institutions et services qui concourent à l'application de la présente convention.
2. Tout Membre doit assumer une responsabilité générale pour la bonne administration des institutions et services qui concourent à l'application de la présente convention.
Art. 31. Wanneer de administratie niet wordt gevoerd door een op overheidsvoorschriften berustende instelling of door een regeringsdepartement dat verantwoording verschuldigd is aan een parlement :
(a) moeten vertegenwoordigers van de beschermde personen onder de voorgeschreven voorwaarden deelnemen aan het bestuur;
(b) moet de nationale wetgeving, in daarvoor in aanmerking komende gevallen voorzien in de deelneming van vertegenwoordigers van de werkgevers;
(c) kan de nationale wetgeving eveneens voorzien in de deelneming van vertegenwoordigers van de overheid.
(a) moeten vertegenwoordigers van de beschermde personen onder de voorgeschreven voorwaarden deelnemen aan het bestuur;
(b) moet de nationale wetgeving, in daarvoor in aanmerking komende gevallen voorzien in de deelneming van vertegenwoordigers van de werkgevers;
(c) kan de nationale wetgeving eveneens voorzien in de deelneming van vertegenwoordigers van de overheid.
Art. 31. Lorsque l'administration n'est pas assurée par une institution réglementée par les autorités publiques ou par un département gouvernemental responsable devant un parlement :
a) des représentants des personnes protégées doivent participer à l'administration dans des conditions prescrites;
b) la législation nationale doit prévoir, dans les cas appropriés, la participation de représentants des employeurs;
c) la législation nationale peut aussi prévoir la participation de représentants des autorités publiques.
a) des représentants des personnes protégées doivent participer à l'administration dans des conditions prescrites;
b) la législation nationale doit prévoir, dans les cas appropriés, la participation de représentants des employeurs;
c) la législation nationale peut aussi prévoir la participation de représentants des autorités publiques.
Art. 32. Met betrekking tot het recht op de uitkeringen, voorzien in dit Verdrag, moet elk Lid op zijn grondgebied vreemdelingen, die er wonen of er gewoonlijk werken, op gelijke wijze behandelen als zijn eigen onderdanen.
Art. 32. Tout Membre doit assurer, sur son territoire, aux non-nationaux qui y résident ou y travaillent normalement l'égalité de traitement avec ses propres ressortissants, en ce qui concerne le droit aux prestations prévues par la présente convention.
Art. 33. 1. Wanneer een Lid :
(a) de verplichtingen van dit Verdrag zonder gebruikmaking van de afwijkingen en uitzonderingen, voorzien in artikel 2 en artikel 3, aanvaard heeft;
(b) over het geheel genomen gunstigere uitkeringen verstrekt dan die welke in dit Verdrag zijn voorzien en voor het totaal der uitgaven betrekking hebbend op geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte ten minste 4 % van zijn nationale inkomen besteedt;
(c) ten minste aan twee van de drie volgende voorwaarden voldoet :
(i) een percentage van het economisch actieve deel der bevolking beschermen, dat ten minste tien eenheden hoger is dan het vereiste percentage in artikel 10, alinea (b) en in artikel 19, alinea (b) of een percentage van het totaal der inwoners, dat ten minste tien eenheden hoger is dan het in artikel 10, alinea (c) vereiste percentage;
(ii) geneeskundige verzorging van genezende en preventieve aard waarborgen van een aanzienlijk hoger peil dan in artikel 13 is voorzien;
(iii) ziekengeld waarborgen tot een bedrag overeenkomende met een percentage, dat ten minste tien eenheden hoger is dan het percentage dat in de artikelen 22 en 23 is vastgesteld;
kan zulk een Lid na overleg met de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, zo deze bestaan, tijdelijk van sommige bepalingen van de delen II en III van dit Verdrag afwijken, mits dergelijke afwijkingen de wezenlijke waarborgen van dit Verdrag fundamenteel verminderen noch aantasten.
2. Ieder Lid dat gebruik heeft gemaakt van zodanige afwijkende bepalingen vermeldt in de rapporten over de toepassing van dit Verdrag, die het ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, de stand van zijn wetgeving en de uitvoering hiervan met betrekking tot deze afwijkende bepalingen en de vooruitgang welke het met het oog op de volledige toepassing van het Verdrag heeft gemaakt.
(a) de verplichtingen van dit Verdrag zonder gebruikmaking van de afwijkingen en uitzonderingen, voorzien in artikel 2 en artikel 3, aanvaard heeft;
(b) over het geheel genomen gunstigere uitkeringen verstrekt dan die welke in dit Verdrag zijn voorzien en voor het totaal der uitgaven betrekking hebbend op geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte ten minste 4 % van zijn nationale inkomen besteedt;
(c) ten minste aan twee van de drie volgende voorwaarden voldoet :
(i) een percentage van het economisch actieve deel der bevolking beschermen, dat ten minste tien eenheden hoger is dan het vereiste percentage in artikel 10, alinea (b) en in artikel 19, alinea (b) of een percentage van het totaal der inwoners, dat ten minste tien eenheden hoger is dan het in artikel 10, alinea (c) vereiste percentage;
(ii) geneeskundige verzorging van genezende en preventieve aard waarborgen van een aanzienlijk hoger peil dan in artikel 13 is voorzien;
(iii) ziekengeld waarborgen tot een bedrag overeenkomende met een percentage, dat ten minste tien eenheden hoger is dan het percentage dat in de artikelen 22 en 23 is vastgesteld;
kan zulk een Lid na overleg met de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, zo deze bestaan, tijdelijk van sommige bepalingen van de delen II en III van dit Verdrag afwijken, mits dergelijke afwijkingen de wezenlijke waarborgen van dit Verdrag fundamenteel verminderen noch aantasten.
2. Ieder Lid dat gebruik heeft gemaakt van zodanige afwijkende bepalingen vermeldt in de rapporten over de toepassing van dit Verdrag, die het ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, de stand van zijn wetgeving en de uitvoering hiervan met betrekking tot deze afwijkende bepalingen en de vooruitgang welke het met het oog op de volledige toepassing van het Verdrag heeft gemaakt.
Art. 33. 1. Lorsqu'un Membre :
a) a accepté les obligations de la présente convention sans faire usage des dérogations et exclusions prévues à l'article 2 et à l'article 3,
b) accorde au total des prestations supérieures à celles prévues par la présente convention et consacre à l'ensemble des dépenses afférentes, en ce qui concerne les soins médicaux et les indemnités de maladie, une fraction de son revenu national au moins égale à 4 %,
c) satisfait au moins à deux des trois conditions suivantes :
i) protéger un pourcentage de la population économiquement active qui est au moins de dix unités plus élevé que le pourcentage requis à l'article 10, alinéa b), et à l'article 19, alinéa b), ou un pourcentage de l'ensemble des résidents qui est au moins de dix unités plus élevé que le pourcentage requis à l'article 10, alinéa c),
ii) garantir des soins médicaux, de caractère curatif et de caractère préventif, sensiblement plus développés qu'il n'est prévu à l'article 13,
iii) garantir des indemnités de maladie, d'un montant correspondant à un pourcentage d'au moins dix unités plus élevé que celui fixé aux articles 22 et 23,
un tel Membre peut, après consultation des organisations les plus représentatives des employeurs et des travailleurs, s'il en existe, déroger, à titre temporaire, à certaines dispositions des parties II et III de la convention, sans que de telles dérogations puissent réduire de manière fondamentale les garanties essentielles de la convention ou y porter atteinte.
2. Tout Membre ayant eu recours à de telles dérogations indiquera, dans les rapports sur l'application de la présente convention qu'il est tenu de présenter en vertu de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, l'état de sa législation et de sa pratique quant aux questions faisant l'objet de ces dérogations et les progrès réalisés en vue de l'application complète des dispositions de la convention.
a) a accepté les obligations de la présente convention sans faire usage des dérogations et exclusions prévues à l'article 2 et à l'article 3,
b) accorde au total des prestations supérieures à celles prévues par la présente convention et consacre à l'ensemble des dépenses afférentes, en ce qui concerne les soins médicaux et les indemnités de maladie, une fraction de son revenu national au moins égale à 4 %,
c) satisfait au moins à deux des trois conditions suivantes :
i) protéger un pourcentage de la population économiquement active qui est au moins de dix unités plus élevé que le pourcentage requis à l'article 10, alinéa b), et à l'article 19, alinéa b), ou un pourcentage de l'ensemble des résidents qui est au moins de dix unités plus élevé que le pourcentage requis à l'article 10, alinéa c),
ii) garantir des soins médicaux, de caractère curatif et de caractère préventif, sensiblement plus développés qu'il n'est prévu à l'article 13,
iii) garantir des indemnités de maladie, d'un montant correspondant à un pourcentage d'au moins dix unités plus élevé que celui fixé aux articles 22 et 23,
un tel Membre peut, après consultation des organisations les plus représentatives des employeurs et des travailleurs, s'il en existe, déroger, à titre temporaire, à certaines dispositions des parties II et III de la convention, sans que de telles dérogations puissent réduire de manière fondamentale les garanties essentielles de la convention ou y porter atteinte.
2. Tout Membre ayant eu recours à de telles dérogations indiquera, dans les rapports sur l'application de la présente convention qu'il est tenu de présenter en vertu de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, l'état de sa législation et de sa pratique quant aux questions faisant l'objet de ces dérogations et les progrès réalisés en vue de l'application complète des dispositions de la convention.
Art. 34. Dit Verdrag is niet van toepassing op :
(a) eventualiteiten die plaatsvonden voordat het Verdrag voor het betrokken Lid in werking is getreden;
(b) uitkeringen, toegekend voor eventualiteiten die plaatsvonden nadat het Verdrag voor het betrokken Lid in werking is getreden, voor zover het recht op deze uitkeringen voortvloeit uit tijdvakken voorafgaande aan de datum van genoemde inwerkingtreding.
(a) eventualiteiten die plaatsvonden voordat het Verdrag voor het betrokken Lid in werking is getreden;
(b) uitkeringen, toegekend voor eventualiteiten die plaatsvonden nadat het Verdrag voor het betrokken Lid in werking is getreden, voor zover het recht op deze uitkeringen voortvloeit uit tijdvakken voorafgaande aan de datum van genoemde inwerkingtreding.
Art. 34. La présente convention ne s'applique pas :
a) aux éventualités survenues avant son entrée en vigueur pour le Membre intéressé;
b) aux prestations attribuées pour des éventualités survenues après son entrée en vigueur pour le Membre intéressé, dans la mesure où les droits à ces prestations proviennent de périodes antérieures à la date de ladite entrée en vigueur.
a) aux éventualités survenues avant son entrée en vigueur pour le Membre intéressé;
b) aux prestations attribuées pour des éventualités survenues après son entrée en vigueur pour le Membre intéressé, dans la mesure où les droits à ces prestations proviennent de périodes antérieures à la date de ladite entrée en vigueur.
DEEL V. - SLOTBEPALINGEN
PARTIE V. - DISPOSITIONS FINALES
Art. 35. Dit Verdrag herziet het Verdrag betreffende de ziekteverzekering van arbeiders in de industrie en de handel en van huispersoneel, 1927 en het Verdrag betreffende de ziekteverzekering van landarbeiders, 1927.
Art. 35. La présente convention révise la convention sur l'assurancemaladie (industrie), 1927, et la convention sur l'assurance-maladie (agriculture), 1927.
Art. 36. 1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 75 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid (minimumnormen), 1952, houdt deel III van dat verdrag en de overeenkomstige bepalingen van de andere delen van genoemd verdrag op van toepassing te zijn voor ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt van de datum af, waarop de bepalingen van dit Verdrag dit Lid binden, mits geen verklaring, ingevolge artikel 3, van kracht is,
2. De aanvaarding van de verplichtingen van dit Verdrag zal voor de toepassing van artikel 2 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid (minimumnormen), 1952, worden beschouwd, mits geen verklaring ingevolge artikel 3 van krcht is, als aanvaarding van de verplichtingen van deel III en de overeenkomstige bepalingen van andere delen van genoemd Verdrag.
2. De aanvaarding van de verplichtingen van dit Verdrag zal voor de toepassing van artikel 2 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid (minimumnormen), 1952, worden beschouwd, mits geen verklaring ingevolge artikel 3 van krcht is, als aanvaarding van de verplichtingen van deel III en de overeenkomstige bepalingen van andere delen van genoemd Verdrag.
Art. 36. 1. Conformément aux dispositions de l'article 75 de la convention concernant la sécurité sociale (norme minimum), 1952, la partie III de ladite convention et les dispositions correspondantes dans les autres parties de cette même convention cesseront d'être applicables à tout Membre qui ratifiera la présente convention, dès la date à laquelle les dispositions de cette convention lieront ce Membre, sans qu'une déclaration en application de l'article 3 soit en vigueur.
2. A condition qu'une déclaration en application de l'article 3 ne soit pas en vigueur, l'acceptation des obligations de la présente convention sera considérée, aux fins de l'article 2 de la convention concernant la sécurité sociale (norme minimum), 1952, comme constituant l'acceptation des obligations de la partie III de cette convention et des dispositions correspondantes dans les autres parties de cette même convention.
2. A condition qu'une déclaration en application de l'article 3 ne soit pas en vigueur, l'acceptation des obligations de la présente convention sera considérée, aux fins de l'article 2 de la convention concernant la sécurité sociale (norme minimum), 1952, comme constituant l'acceptation des obligations de la partie III de cette convention et des dispositions correspondantes dans les autres parties de cette même convention.
Art. 37. Wanneer zulks wordt bepaald in een later door de Conferentie aangenomen verdrag, hetwelk betrekking heeft op een of meer van de in dit Verdrag behandelde onderwerpen, houden de bepalingen van dit Verdrag welke in het nieuwe verdrag worden genoemd, op van toepassing te zijn op ieder Lid, dat dit laatste verdrag heeft bekrachtigd vanaf de datum waarop dit Verdrag voor het betrokken Lid in werking treedt.
Art. 37. Lorsqu'il en sera ainsi disposé dans une convention adoptée ultérieurement par la Conférence et portant sur une ou plusieurs des matières traitées par la présente convention, les dispositions de celle-ci qui seront spécifiées dans la convention nouvelle cesseront de s'appliquer à tout Membre ayant ratifié cette dernière, dès la date de son entrée en vigueur pour le Membre intéressé.
Art. 38. De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau medegedeeld en door hem geregistreerd.
Art. 38. Les ratifications formelles de la présente convention seront communiquées au Directeur général du Bureau international du Travail et par lui enregistrées.
Art. 39. 1. Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, die hun bekrachtiging door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
2. Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
3. Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum, waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
2. Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
3. Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum, waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Art. 39. 1. La présente convention ne liera que les Membres de l'Organisation internationale du Travail dont la ratification aura été enregistrée par le Directeur général.
2. Elle entrera en vigueur douze mois après que les ratifications de deux Membres auront été enregistrées par le Directeur général.
3. Par la suite, cette convention entrera en vigueur pour chaque Membre douze mois après la date où sa ratification aura été enregistrée.
2. Elle entrera en vigueur douze mois après que les ratifications de deux Membres auront été enregistrées par le Directeur général.
3. Par la suite, cette convention entrera en vigueur pour chaque Membre douze mois après la date où sa ratification aura été enregistrée.
Art. 40. 1. Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na de datum van zijn inwerkingtreding door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij is geregistreerd.
2. Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na het verloop van de termijn van tien jaren als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na verloop van elke termijn van tien jaren onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.
2. Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na het verloop van de termijn van tien jaren als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na verloop van elke termijn van tien jaren onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.
Art. 40. 1. Tout Membre ayant ratifié la présente convention peut la dénoncer à l'expiration d'une période de dix années après la date de la mise en vigueur initiale de la convention, par un acte communiqué au Directeur général du Bureau international du Travail et par lui enregistré. La dénonciation ne prendra effet qu'une année après avoir été enregistrée.
2. Tout Membre ayant ratifié la présente convention qui, dans le délai d'une année après l'expiration de la période de dix années mentionnée au paragraphe précédent, ne fera pas usage de la faculté de dénonciation prévue par le présent article sera lié pour une nouvelle période de dix années et, par la suite, pourra dénoncer la présente convention à l'expiration de chaque période de dix années dans les conditions prévues au présent article.
2. Tout Membre ayant ratifié la présente convention qui, dans le délai d'une année après l'expiration de la période de dix années mentionnée au paragraphe précédent, ne fera pas usage de la faculté de dénonciation prévue par le présent article sera lié pour une nouvelle période de dix années et, par la suite, pourra dénoncer la présente convention à l'expiration de chaque période de dix années dans les conditions prévues au présent article.
Art. 41. 1. De Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau geeft aan alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
2. Bij de kennisgeving van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging aan de Leden van de Organisatie, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van deze Leden op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
2. Bij de kennisgeving van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging aan de Leden van de Organisatie, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van deze Leden op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
Art. 41. 1. Le Directeur général du Bureau international du Travail notifiera à tous les Membres de l'Organisation internationale du Travail l'enregistrement de toutes les ratifications et dénonciations qui lui seront communiquées par les Membres de l'Organisation.
2. En notifiant aux Membres de l'Organisation l'enregistrement de la deuxième ratification qui lui aura été communiquée, le Directeur général appellera l'attention des Membres de l'Organisation sur la date à laquelle la présente convention entrera en vigueur.
2. En notifiant aux Membres de l'Organisation l'enregistrement de la deuxième ratification qui lui aura été communiquée, le Directeur général appellera l'attention des Membres de l'Organisation sur la date à laquelle la présente convention entrera en vigueur.
Art. 42. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen, welke hij heeft geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen, mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter registratie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.
Art. 42. Le Directeur général du Bureau international du Travail communiquera au Secrétaire général des Nations Unies, aux fins d'enregistrement, conformément à l'article 102 de la Charte des Nations Unies, des renseignements complets au sujet de toutes ratifications et de tous actes de dénonciation qu'il aura enregistrés conformément aux articles précédents.
Art. 43. Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationale Arbeidsbureau zulks nodig oordeelt, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Art. 43. Chaque fois qu'il le jugera nécessaire, le Conseil d'administration du Bureau international du Travail présentera à la Conférence générale un rapport sur l'application de la présente convention et examinera s'il y a lieu d'inscrire à l'ordre du jour de la Conférence la question de sa révision totalle ou partielle.
Art. 44. 1. Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt :
(a) de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 40, zodra het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
(b) met ingang van de datum, waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.
2. Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
(a) de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 40, zodra het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
(b) met ingang van de datum, waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.
2. Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Art. 44. 1. Au cas où la Conférence adopterait une nouvelle convention portant révision totale ou partielle de la présente convention, et à moins que la nouvelle convention ne dispose autrement :
a) la ratification par un Membre de la nouvelle convention portant révision entraînerait de plein droit, nonobstant l'article 40 ci-dessus, dénonciation immédiate de la présente convention, sous réserve que la nouvelle convention portant révision soit entrée en vigueur;
b) à partir de la date de l'entrée en vigueur de la nouvelle convention portant révision, la présente convention cesserait d'être ouverte à la ratification des Membres.
2. La présente convention demeurerait en tout cas en vigueur dans sa forme et teneur pour les Membres qui l'auraient ratifiée et qui ne ratifieraient pas la convention portant révision.
a) la ratification par un Membre de la nouvelle convention portant révision entraînerait de plein droit, nonobstant l'article 40 ci-dessus, dénonciation immédiate de la présente convention, sous réserve que la nouvelle convention portant révision soit entrée en vigueur;
b) à partir de la date de l'entrée en vigueur de la nouvelle convention portant révision, la présente convention cesserait d'être ouverte à la ratification des Membres.
2. La présente convention demeurerait en tout cas en vigueur dans sa forme et teneur pour les Membres qui l'auraient ratifiée et qui ne ratifieraient pas la convention portant révision.
Art. 45. De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
Art. 45. Les versions française et anglaise du texte de la présente convention font également foi.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Internationale industriële standaardclassificatie van alle takken van economische bedrijvigheid (herzien in 1968)
Lijst van hoofdafdelingen, afdelingen en hoofdgroepen
Lijst van hoofdafdelingen, afdelingen en hoofdgroepen
Art. N1. Classification internationale type, par industrie, de toutes les branches d'activité économique (Révisée en 1968)
Nomenclature des branches, catégories et classes
Nomenclature des branches, catégories et classes
| Afdeling - Catégories | Hoofdgroep - Classes | |
| Branche 1. Agriculture, chasse, sylviculture et pêche Hoofdafdeling I. Landbouw, jacht, bosbouw en visserij | ||
| 11 | Agriculture et chasse Landbouw en jacht | |
| 111 | Production agricole et élevage Landbouw en veefokkerij | |
| 112 | Activités annexes de l'agriculture Aan de landbouw verwante activiteiten | |
| 113 | Chasse, piégeage et repeuplement en gibier Jacht, vallen zetten en vermeerdering van de wildstand | |
| 12 | Sylviculture et exploitation forestière Bosbouw en houthakken | |
| 121 | Sylviculture Bosbouw | |
| 122 | Exploitation forestière Houthakken | |
| 13 | 130 | Pêche Visserij |
| Branche 2 Industries extractives Hoofdafdeling 2 Winning van bodemschatten | ||
| 21 | 210 | Extraction du charbon Steenkoolwinning |
| 22 | 220 | Production de pétrole brut et de gaz naturel Produktie van ruwe olie en aardgas |
| 23 | 230 | Extraction des minerais métalliques Winning van metaalertsen |
| 29 | 290 | Extraction d'autres minéraux Winning van andere delfstoffen |
| Branche 3 Industries manufacturières Hoofdafdeling 3 Fabrieken | ||
| 31 | Fabrication de produits alimentaires, boissons et tabacs Vervaardiging van voedingsmiddelen, dranken en tabaksbewerking | |
| 311-312 | Industries alimentaires Voedingsmiddelenindustrie | |
| 313 | Fabrication des boissons Drankenindustrie | |
| 314 | Industrie du tabac Tabakverwerkende industrie | |
| 32 | Industries des textiles, de l'habillement et du cuir Textiel-, kleding- en lederindustrie | |
| 321 | Industrie textile Textielindustrie | |
| 322 | Fabrication d'articles d'habillement, à l'exclusion des chaussures Vervaardiging van kleding, met uitzondering van schoeisel | |
| 323 | Industrie du cuir, des articles en cuir et en succédanés du cuir, et de la fourrure, à l'exclusion des chaussures et des articles d'habillement Vervaardiging van leer en produkten van leer, kunstleer en bont, met uitzondering van schoeisel en kleding | |
| 324 | Fabrication des chaussures, à l'exclusion des chaussures en caoutchouc vulcanisé ou moulé et des chaussures en matière plastique Vervaardiging van schoeisel, met uitzondering van gevulcaniseerd of gegoten schoeisel van rubber en plastic schoeisel | |
| 33 | Industrie du bois et fabrication d'ouvrages en bois, y compris les meubles Houtindustrie en vervaardiging van houtprodukten, met inbegrip van meubelen | |
| 331 | Industrie du bois et fabrication d'ouvrages en bois et en liège, à l'exclusion des meubles Houtindustrie en vervaardiging van produkten van hout en kurk, met uitzondering van meubelen | |
| 332 | Fabrication de meubles et d'accessoires, à l'exclusion des meubles et accessoires faits principalement en métal Vervaardiging van meubelen en andere houten huishoudelijke artikelen, met uitzondering van in hoofdzaak van metaal gemaakte meubelen | |
| 34 | Fabrication de papier et d'articles en papier; imprimerie et édition Vervaardiging van papier en papierprodukten; het drukken en uitgeven | |
| 341 | Fabrication de papier et d'articles en papier Vervaardiging van papier en papierprodukten | |
| 342 | Imprimerie, édition et industries annexes Drukkerij, uitgeverij en aanverwante bedrijven | |
| 35 | Industrie chimique et fabrication de produits chimiques, de dérivés du pétrole et du charbon, et d'ouvrages en caoutchouc et en matière plastique Chemische industrie en vervaardiging van chemische, aardolie-, steenkool-, rubber en plastic produkten | |
| 351 | Industrie chimique Vervaardiging van industriële chemicaliën | |
| 352 | Fabrication d'autres produits chimiques Vervaardiging van andere chemische produkten | |
| 353 | Raffineries de pétrole Aardolieraffinaderijen | |
| 354 | Fabrication de divers dérivés du pétrole et du charbon Vervaardiging van diverse aardolie- en steenkoolprodukten | |
| 355 | Industrie du caoutchouc Vervaardiging van rubber produkten | |
| 356 | Fabrication d'ouvrages en matière plastique non classés ailleurs Vervaardiging van plastic produkten die niet elders geclassificeerd zijn | |
| 36 | Fabrication de produits minéraux non métalliques, à l'exclusion des dérivés du pétrole et du charbon Vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale produkten, met uitzondering van aardolie- en steenkoolprodukten | |
| 361 | Fabrication des grès, porcelaines et faïences Vervaardiging van porselein en aardewerk | |
| 362 | Industrie du verre Vervaardiging van glas en glasprodukten | |
| 369 | Fabrication d'autres produits minéraux non métalliques Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale produkten | |
| 37 | Industrie métallurgique de base Grootmetaalindustrie | |
| 371 | Sidérurgie et première transformation de la fonte, du fer et de l'acier Ijzer- en staalindustrie, ijzer- en staalgieterijen | |
| 372 | Production et première transformation des métaux non ferreux Industrie voor de vervaardiging van nonferro-metaal | |
| 38 | Fabrication d'ouvrages en métaux, de machines et de matériel Vervaardiging van metaalprodukten, machinerieën en apparatuur | |
| 381 | Fabrication d'ouvrages en métaux, à l'exclusion des machines et du matériel Vervaardiging van metaalprodukten, met uitzondering van machinerieën en apparatuur | |
| 382 | Construction de machines, à l'exclusion des machines électriques Constructie van machinerieën, met uitzondering van elektrische machinerieën | |
| 383 | Fabrication de machines, appareils et fournitures électriques Vervaardiging van elektrische machinerieën, apparaten en onderdelen | |
| 384 | Construction de matériel de transport Vervaardiging van transportmateriaal | |
| 385 | Fabrication de matériel médico-chirurgical, d'instruments de précision, d'appareils de mesure et de contrôle, non classés ailleurs, de matériel photographique et d'instruments d'optique Vervaardiging van vakapparatuur, apparatuur t.b.v de wetenschap en meet- en regelapparatuur, die nergens anders geclassificeerd zijn en van fotografische en optische instrumenten | |
| 39 | 390 | Autres industries manufacturières Andere fabriekmatige industrieën |
| Branche 4 Electricité, gaz et eau Hoofdafdeling 4 Elektriciteit, gas en water | ||
| 41 | 410 | Electricité, gaz et vapeur Elektriciteit, gas en stoom |
| 42 | 420 | Installations de distribution d'eau et distribution publique de l'eau Waterleidingbedrijven |
| Branche 5 Bâtiment et travaux publics Hoofdafdeling 5 Bouwbedrijf en Openbare Werken | ||
| 50 | 500 | Bâtiment et travaux publics Bouwbedrijf en Openbare Werken |
| Branche 6 Commerce de gros et de détail; restaurants et hôtels Hoofdafdeling 6 Groot- en kleinhandel, restaurants en hotels | ||
| 61 | 610 | Commerce de gros Groothandel |
| 62 | 620 | Commerce de détail Kleinhandel |
| 63 | Restaurants et hôtels Restaurants en hotels | |
| 631 | Restaurants et débits de boissons Restaurants, cafés en andere eet- en drinkgelegenheden | |
| 632 | Hôtels, hôtels meublés et établissements analogues; terrains de camping Hotels, pensions, kampeerterreinen en dergelijke | |
| Branche 7 Transports, entrepôts et communications Hoofdafdeling 7 Vervoer, opslag en communicatiemiddelen | ||
| 71 | Transports et entrepôts Vervoer en opslag | |
| 711 | Transports par la voie terrestre Vervoer te land | |
| 712 | Transports par eau Vervoer te water | |
| 713 | Transports aériens Vervoer door de lucht | |
| 719 | Services auxiliaires des transports Aan het vervoer verwante diensten | |
| 72 | 720 | Communications Communicatiemiddelen |
| Branche 8 Banque, assurances, affaires immobilières et services fournis aux entreprises Hoofdafdeling 8 Bankwezen, verzekeringsbedrijven, handel in onroerend goed en dienstverlening aan ondernemingen | ||
| 81 | 810 | Etablissements financiers Financiële instellingen |
| 82 | 820 | Assurances Verzekeringsbedrijven |
| 83 | Affaires immobilières et services fournis aux entreprises Handel in onroerend goed en dienstverlening aan ondernemingen | |
| 831 | Affaires immobilières Handel in onroerend goed | |
| 832 | Services fournis aux entreprises, à l'exclusion de la location de machines et de matériel Dienstverlening aan ondernemingen, met uitzondering van het verhuren van machinerieën en apparatuur | |
| 833 | Location de machines et de matériel Verhuren van machinerieën en apparatuur | |
| Branche 9 Services fournis à la collectivité, services sociaux et services personnels Hoofdafdeling 9 Gemeenschapsdiensten, maatschappelijke en persoonlijke diensten | ||
| 91 | 910 | Administration publique et défense nationale Overheidsadministratie en nationale verdediging |
| 92 | 920 | Services sanitaires et services analogues Gezondheidsdiensten en soortgelijke diensten |
| 93 | Services sociaux et services connexes fournis à la collectivité Maatschappelijke en aanverwante gemeenschapsdiensten | |
| 931 | Enseignement Onderwijs | |
| 932 | Institutions scientifiques et centres de recherche Wetenschappelijke instellingen en instellingen voor wetenschappelijk onderzoek | |
| 933 | Services médicaux et dentaires et autres services sanitaires, et services vétérinaires Geneeskundige, tandheelkundige en andere gezondheidsdiensten en veeartsenijkundige diensten | |
| 934 | OEuvres sociales Maatschappelijk werk | |
| 935 | Associations commerciales, professionnelles et syndicales Bedrijfs-, beroeps- en werknemersorganisaties | |
| 939 | Autres services sociaux et services connexes fournis à la collectivité Andere maatschappelijke en aanverwante gemeenschapsdiensten | |
| 94 | Services récréatifs et services culturels annexes Recreatieve en culturele diensten | |
| 941 | Films cinématographiques et autres services récréatifs Bioscopen en andere amusementsbedrijven | |
| 942 | Bibliothèques, musées, jardins botaniques et zoologiques et autres services culturels non classés ailleurs Bibliotheken, musea, dieren- en plantentuinen en andere culturele instellingen die niet elders geclassificeerd zijn | |
| 949 | Amusements et services récréatifs non classés ailleurs Amusement en recreatieve diensten die niet elders geclassificeerd zijn | |
| 95 | Services fournis aux particuliers et aux ménages Dienstverlening aan personen en aan het huishouden | |
| 951 | Services de réparation non classés ailleurs Reparatieinrichtingen, welke niet elders geclassificeerd zijn | |
| 952 | Blanchisserie, teinturerie Wasserijen, wasserettes en chemische wasserijen en ververijen | |
| 953 | Services domestiques Huishoudelijke diensten | |
| 959 | Services personnels divers. Diverse diensten aan personen | |
| 96 | 960 | Organisations internationales et autres organismes extra-territoriaux. Internationale en andere extraterritoriale instellingen |
| Branche Activités mal désignées Hoofdafdeling Onduidelijk omschreven werkzaamheden | ||
| 00 | 000 | Activités mal désignées. Onduidelijk omschreven werkzaamheden |
Catégories
Hoofdgroep
-
ClassesBranche 1. Agriculture, chasse, sylviculture et pêche
Hoofdafdeling I. Landbouw, jacht, bosbouw en visserij 11Agriculture et chasse
Landbouw en jacht111Production agricole et élevage
Landbouw en veefokkerij112Activités annexes de l'agriculture
Aan de landbouw verwante activiteiten113Chasse, piégeage et repeuplement en gibier
Jacht, vallen zetten en vermeerdering van de wildstand12Sylviculture et exploitation forestière
Bosbouw en houthakken121Sylviculture
Bosbouw122Exploitation forestière
Houthakken13130Pêche
VisserijBranche 2
Industries extractives
Hoofdafdeling 2
Winning van bodemschatten 21210Extraction du charbon
Steenkoolwinning22220Production de pétrole brut et de gaz naturel
Produktie van ruwe olie en aardgas23230Extraction des minerais métalliques
Winning van metaalertsen29290Extraction d'autres minéraux
Winning van andere delfstoffenBranche 3
Industries manufacturières
Hoofdafdeling 3
Fabrieken 31Fabrication de produits alimentaires, boissons et tabacs
Vervaardiging van voedingsmiddelen, dranken en tabaksbewerking311-312Industries alimentaires
Voedingsmiddelenindustrie313Fabrication des boissons
Drankenindustrie314Industrie du tabac
Tabakverwerkende industrie32Industries des textiles, de l'habillement et du cuir
Textiel-, kleding- en lederindustrie321Industrie textile
Textielindustrie322Fabrication d'articles d'habillement, à l'exclusion des chaussures
Vervaardiging van kleding, met uitzondering van schoeisel323Industrie du cuir, des articles en cuir et en succédanés du cuir, et de la fourrure, à l'exclusion des chaussures et des articles d'habillement
Vervaardiging van leer en produkten van leer, kunstleer en bont, met uitzondering van schoeisel en kleding324Fabrication des chaussures, à l'exclusion des chaussures en caoutchouc vulcanisé ou moulé et des chaussures en matière plastique
Vervaardiging van schoeisel, met uitzondering van gevulcaniseerd of gegoten schoeisel van rubber en plastic schoeisel33Industrie du bois et fabrication d'ouvrages en bois, y compris les meubles
Houtindustrie en vervaardiging van houtprodukten, met inbegrip van meubelen331Industrie du bois et fabrication d'ouvrages en bois et en liège, à l'exclusion des meubles
Houtindustrie en vervaardiging van produkten van hout en kurk, met uitzondering van meubelen332Fabrication de meubles et d'accessoires, à l'exclusion des meubles et accessoires faits principalement en métal
Vervaardiging van meubelen en andere houten huishoudelijke artikelen, met uitzondering van in hoofdzaak van metaal gemaakte meubelen34Fabrication de papier et d'articles en papier; imprimerie et édition
Vervaardiging van papier en papierprodukten; het drukken en uitgeven341Fabrication de papier et d'articles en papier
Vervaardiging van papier en papierprodukten342Imprimerie, édition et industries annexes
Drukkerij, uitgeverij en aanverwante bedrijven35Industrie chimique et fabrication de produits chimiques, de dérivés du pétrole et du charbon, et d'ouvrages en caoutchouc et en matière plastique
Chemische industrie en vervaardiging van chemische, aardolie-, steenkool-, rubber en plastic produkten351Industrie chimique
Vervaardiging van industriële chemicaliën352Fabrication d'autres produits chimiques
Vervaardiging van andere chemische produkten353Raffineries de pétrole
Aardolieraffinaderijen354Fabrication de divers dérivés du pétrole et du charbon
Vervaardiging van diverse aardolie- en steenkoolprodukten355Industrie du caoutchouc
Vervaardiging van rubber produkten356Fabrication d'ouvrages en matière plastique non classés ailleurs
Vervaardiging van plastic produkten die niet elders geclassificeerd zijn36Fabrication de produits minéraux non métalliques, à l'exclusion des dérivés du pétrole et du charbon
Vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale produkten, met uitzondering van aardolie- en steenkoolprodukten361Fabrication des grès, porcelaines et faïences
Vervaardiging van porselein en aardewerk362Industrie du verre
Vervaardiging van glas en glasprodukten369Fabrication d'autres produits minéraux non métalliques
Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale produkten37Industrie métallurgique de base
Grootmetaalindustrie371Sidérurgie et première transformation de la fonte, du fer et de l'acier
Ijzer- en staalindustrie, ijzer- en staalgieterijen372Production et première transformation des métaux non ferreux
Industrie voor de vervaardiging van nonferro-metaal38Fabrication d'ouvrages en métaux, de machines et de matériel
Vervaardiging van metaalprodukten, machinerieën en apparatuur381Fabrication d'ouvrages en métaux, à l'exclusion des machines et du matériel
Vervaardiging van metaalprodukten, met uitzondering van machinerieën en apparatuur382Construction de machines, à l'exclusion des machines électriques
Constructie van machinerieën, met uitzondering van elektrische machinerieën383Fabrication de machines, appareils et fournitures électriques
Vervaardiging van elektrische machinerieën, apparaten en onderdelen384Construction de matériel de transport
Vervaardiging van transportmateriaal385Fabrication de matériel médico-chirurgical, d'instruments de précision, d'appareils de mesure et de contrôle, non classés ailleurs, de matériel photographique et d'instruments d'optique
Vervaardiging van vakapparatuur, apparatuur t.b.v
de wetenschap en meet- en regelapparatuur, die nergens anders geclassificeerd zijn en van fotografische en optische instrumenten39390Autres industries manufacturières
Andere fabriekmatige industrieënBranche 4
Electricité, gaz et eau
Hoofdafdeling 4
Elektriciteit, gas en water 41410Electricité, gaz et vapeur
Elektriciteit, gas en stoom42420Installations de distribution d'eau et distribution publique de l'eau
WaterleidingbedrijvenBranche 5
Bâtiment et travaux publics
Hoofdafdeling 5
Bouwbedrijf en Openbare Werken 50500Bâtiment et travaux publics
Bouwbedrijf en Openbare WerkenBranche 6
Commerce de gros et de détail; restaurants et hôtels
Hoofdafdeling 6
Groot- en kleinhandel, restaurants en hotels 61610Commerce de gros
Groothandel62620Commerce de détail
Kleinhandel63Restaurants et hôtels
Restaurants en hotels631Restaurants et débits de boissons
Restaurants, cafés en andere eet- en drinkgelegenheden632Hôtels, hôtels meublés et établissements analogues; terrains de camping
Hotels, pensions, kampeerterreinen en dergelijkeBranche 7
Transports, entrepôts et communications
Hoofdafdeling 7
Vervoer, opslag en communicatiemiddelen 71Transports et entrepôts
Vervoer en opslag711Transports par la voie terrestre
Vervoer te land712Transports par eau
Vervoer te water713Transports aériens
Vervoer door de lucht719Services auxiliaires des transports
Aan het vervoer verwante diensten72720Communications
CommunicatiemiddelenBranche 8
Banque, assurances, affaires immobilières et services fournis aux entreprises
Hoofdafdeling 8
Bankwezen, verzekeringsbedrijven, handel in onroerend goed en dienstverlening aan ondernemingen 81810Etablissements financiers
Financiële instellingen82820Assurances
Verzekeringsbedrijven83Affaires immobilières et services fournis aux entreprises
Handel in onroerend goed en dienstverlening aan ondernemingen831Affaires immobilières
Handel in onroerend goed832Services fournis aux entreprises, à l'exclusion de la location de machines et de matériel
Dienstverlening aan ondernemingen, met uitzondering van het verhuren van machinerieën en apparatuur833Location de machines et de matériel
Verhuren van machinerieën en apparatuurBranche 9
Services fournis à la collectivité, services sociaux et services personnels
Hoofdafdeling 9
Gemeenschapsdiensten, maatschappelijke en persoonlijke diensten 91910Administration publique et défense nationale
Overheidsadministratie en nationale verdediging92920Services sanitaires et services analogues
Gezondheidsdiensten en soortgelijke diensten93Services sociaux et services connexes fournis à la collectivité
Maatschappelijke en aanverwante gemeenschapsdiensten931Enseignement
Onderwijs932Institutions scientifiques et centres de recherche
Wetenschappelijke instellingen en instellingen voor wetenschappelijk onderzoek933Services médicaux et dentaires et autres services sanitaires, et services vétérinaires
Geneeskundige, tandheelkundige en andere gezondheidsdiensten en veeartsenijkundige diensten934OEuvres sociales
Maatschappelijk werk935Associations commerciales, professionnelles et syndicales
Bedrijfs-, beroeps- en werknemersorganisaties939Autres services sociaux et services connexes fournis à la collectivité
Andere maatschappelijke en aanverwante gemeenschapsdiensten94Services récréatifs et services culturels annexes
Recreatieve en culturele diensten941Films cinématographiques et autres services récréatifs
Bioscopen en andere amusementsbedrijven942Bibliothèques, musées, jardins botaniques et zoologiques et autres services culturels non classés ailleurs
Bibliotheken, musea, dieren- en plantentuinen en andere culturele instellingen die niet elders geclassificeerd zijn949Amusements et services récréatifs non classés ailleurs
Amusement en recreatieve diensten die niet elders geclassificeerd zijn95Services fournis aux particuliers et aux ménages
Dienstverlening aan personen en aan het huishouden951Services de réparation non classés ailleurs
Reparatieinrichtingen, welke niet elders geclassificeerd zijn952Blanchisserie, teinturerie
Wasserijen, wasserettes en chemische wasserijen en ververijen953Services domestiques
Huishoudelijke diensten959Services personnels divers.
Diverse diensten aan personen96960Organisations internationales et autres organismes extra-territoriaux.
Internationale en andere extraterritoriale instellingenBranche
Activités mal désignées
Hoofdafdeling
Onduidelijk omschreven werkzaamheden 00000Activités mal désignées.
Onduidelijk omschreven werkzaamheden
| Afdeling - Catégories | Hoofdgroep - Classes | |
| Branche 1. Agriculture, chasse, sylviculture et pêche Hoofdafdeling I. Landbouw, jacht, bosbouw en visserij | ||
| 11 | Agriculture et chasse Landbouw en jacht | |
| 111 | Production agricole et élevage Landbouw en veefokkerij | |
| 112 | Activités annexes de l'agriculture Aan de landbouw verwante activiteiten | |
| 113 | Chasse, piégeage et repeuplement en gibier Jacht, vallen zetten en vermeerdering van de wildstand | |
| 12 | Sylviculture et exploitation forestière Bosbouw en houthakken | |
| 121 | Sylviculture Bosbouw | |
| 122 | Exploitation forestière Houthakken | |
| 13 | 130 | Pêche Visserij |
| Branche 2 Industries extractives Hoofdafdeling 2 Winning van bodemschatten | ||
| 21 | 210 | Extraction du charbon Steenkoolwinning |
| 22 | 220 | Production de pétrole brut et de gaz naturel Produktie van ruwe olie en aardgas |
| 23 | 230 | Extraction des minerais métalliques Winning van metaalertsen |
| 29 | 290 | Extraction d'autres minéraux Winning van andere delfstoffen |
| Branche 3 Industries manufacturières Hoofdafdeling 3 Fabrieken | ||
| 31 | Fabrication de produits alimentaires, boissons et tabacs Vervaardiging van voedingsmiddelen, dranken en tabaksbewerking | |
| 311-312 | Industries alimentaires Voedingsmiddelenindustrie | |
| 313 | Fabrication des boissons Drankenindustrie | |
| 314 | Industrie du tabac Tabakverwerkende industrie | |
| 32 | Industries des textiles, de l'habillement et du cuir Textiel-, kleding- en lederindustrie | |
| 321 | Industrie textile Textielindustrie | |
| 322 | Fabrication d'articles d'habillement, à l'exclusion des chaussures Vervaardiging van kleding, met uitzondering van schoeisel | |
| 323 | Industrie du cuir, des articles en cuir et en succédanés du cuir, et de la fourrure, à l'exclusion des chaussures et des articles d'habillement Vervaardiging van leer en produkten van leer, kunstleer en bont, met uitzondering van schoeisel en kleding | |
| 324 | Fabrication des chaussures, à l'exclusion des chaussures en caoutchouc vulcanisé ou moulé et des chaussures en matière plastique Vervaardiging van schoeisel, met uitzondering van gevulcaniseerd of gegoten schoeisel van rubber en plastic schoeisel | |
| 33 | Industrie du bois et fabrication d'ouvrages en bois, y compris les meubles Houtindustrie en vervaardiging van houtprodukten, met inbegrip van meubelen | |
| 331 | Industrie du bois et fabrication d'ouvrages en bois et en liège, à l'exclusion des meubles Houtindustrie en vervaardiging van produkten van hout en kurk, met uitzondering van meubelen | |
| 332 | Fabrication de meubles et d'accessoires, à l'exclusion des meubles et accessoires faits principalement en métal Vervaardiging van meubelen en andere houten huishoudelijke artikelen, met uitzondering van in hoofdzaak van metaal gemaakte meubelen | |
| 34 | Fabrication de papier et d'articles en papier; imprimerie et édition Vervaardiging van papier en papierprodukten; het drukken en uitgeven | |
| 341 | Fabrication de papier et d'articles en papier Vervaardiging van papier en papierprodukten | |
| 342 | Imprimerie, édition et industries annexes Drukkerij, uitgeverij en aanverwante bedrijven | |
| 35 | Industrie chimique et fabrication de produits chimiques, de dérivés du pétrole et du charbon, et d'ouvrages en caoutchouc et en matière plastique Chemische industrie en vervaardiging van chemische, aardolie-, steenkool-, rubber en plastic produkten | |
| 351 | Industrie chimique Vervaardiging van industriële chemicaliën | |
| 352 | Fabrication d'autres produits chimiques Vervaardiging van andere chemische produkten | |
| 353 | Raffineries de pétrole Aardolieraffinaderijen | |
| 354 | Fabrication de divers dérivés du pétrole et du charbon Vervaardiging van diverse aardolie- en steenkoolprodukten | |
| 355 | Industrie du caoutchouc Vervaardiging van rubber produkten | |
| 356 | Fabrication d'ouvrages en matière plastique non classés ailleurs Vervaardiging van plastic produkten die niet elders geclassificeerd zijn | |
| 36 | Fabrication de produits minéraux non métalliques, à l'exclusion des dérivés du pétrole et du charbon Vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale produkten, met uitzondering van aardolie- en steenkoolprodukten | |
| 361 | Fabrication des grès, porcelaines et faïences Vervaardiging van porselein en aardewerk | |
| 362 | Industrie du verre Vervaardiging van glas en glasprodukten | |
| 369 | Fabrication d'autres produits minéraux non métalliques Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale produkten | |
| 37 | Industrie métallurgique de base Grootmetaalindustrie | |
| 371 | Sidérurgie et première transformation de la fonte, du fer et de l'acier Ijzer- en staalindustrie, ijzer- en staalgieterijen | |
| 372 | Production et première transformation des métaux non ferreux Industrie voor de vervaardiging van nonferro-metaal | |
| 38 | Fabrication d'ouvrages en métaux, de machines et de matériel Vervaardiging van metaalprodukten, machinerieën en apparatuur | |
| 381 | Fabrication d'ouvrages en métaux, à l'exclusion des machines et du matériel Vervaardiging van metaalprodukten, met uitzondering van machinerieën en apparatuur | |
| 382 | Construction de machines, à l'exclusion des machines électriques Constructie van machinerieën, met uitzondering van elektrische machinerieën | |
| 383 | Fabrication de machines, appareils et fournitures électriques Vervaardiging van elektrische machinerieën, apparaten en onderdelen | |
| 384 | Construction de matériel de transport Vervaardiging van transportmateriaal | |
| 385 | Fabrication de matériel médico-chirurgical, d'instruments de précision, d'appareils de mesure et de contrôle, non classés ailleurs, de matériel photographique et d'instruments d'optique Vervaardiging van vakapparatuur, apparatuur t.b.v de wetenschap en meet- en regelapparatuur, die nergens anders geclassificeerd zijn en van fotografische en optische instrumenten | |
| 39 | 390 | Autres industries manufacturières Andere fabriekmatige industrieën |
| Branche 4 Electricité, gaz et eau Hoofdafdeling 4 Elektriciteit, gas en water | ||
| 41 | 410 | Electricité, gaz et vapeur Elektriciteit, gas en stoom |
| 42 | 420 | Installations de distribution d'eau et distribution publique de l'eau Waterleidingbedrijven |
| Branche 5 Bâtiment et travaux publics Hoofdafdeling 5 Bouwbedrijf en Openbare Werken | ||
| 50 | 500 | Bâtiment et travaux publics Bouwbedrijf en Openbare Werken |
| Branche 6 Commerce de gros et de détail; restaurants et hôtels Hoofdafdeling 6 Groot- en kleinhandel, restaurants en hotels | ||
| 61 | 610 | Commerce de gros Groothandel |
| 62 | 620 | Commerce de détail Kleinhandel |
| 63 | Restaurants et hôtels Restaurants en hotels | |
| 631 | Restaurants et débits de boissons Restaurants, cafés en andere eet- en drinkgelegenheden | |
| 632 | Hôtels, hôtels meublés et établissements analogues; terrains de camping Hotels, pensions, kampeerterreinen en dergelijke | |
| Branche 7 Transports, entrepôts et communications Hoofdafdeling 7 Vervoer, opslag en communicatiemiddelen | ||
| 71 | Transports et entrepôts Vervoer en opslag | |
| 711 | Transports par la voie terrestre Vervoer te land | |
| 712 | Transports par eau Vervoer te water | |
| 713 | Transports aériens Vervoer door de lucht | |
| 719 | Services auxiliaires des transports Aan het vervoer verwante diensten | |
| 72 | 720 | Communications Communicatiemiddelen |
| Branche 8 Banque, assurances, affaires immobilières et services fournis aux entreprises Hoofdafdeling 8 Bankwezen, verzekeringsbedrijven, handel in onroerend goed en dienstverlening aan ondernemingen | ||
| 81 | 810 | Etablissements financiers Financiële instellingen |
| 82 | 820 | Assurances Verzekeringsbedrijven |
| 83 | Affaires immobilières et services fournis aux entreprises Handel in onroerend goed en dienstverlening aan ondernemingen | |
| 831 | Affaires immobilières Handel in onroerend goed | |
| 832 | Services fournis aux entreprises, à l'exclusion de la location de machines et de matériel Dienstverlening aan ondernemingen, met uitzondering van het verhuren van machinerieën en apparatuur | |
| 833 | Location de machines et de matériel Verhuren van machinerieën en apparatuur | |
| Branche 9 Services fournis à la collectivité, services sociaux et services personnels Hoofdafdeling 9 Gemeenschapsdiensten, maatschappelijke en persoonlijke diensten | ||
| 91 | 910 | Administration publique et défense nationale Overheidsadministratie en nationale verdediging |
| 92 | 920 | Services sanitaires et services analogues Gezondheidsdiensten en soortgelijke diensten |
| 93 | Services sociaux et services connexes fournis à la collectivité Maatschappelijke en aanverwante gemeenschapsdiensten | |
| 931 | Enseignement Onderwijs | |
| 932 | Institutions scientifiques et centres de recherche Wetenschappelijke instellingen en instellingen voor wetenschappelijk onderzoek | |
| 933 | Services médicaux et dentaires et autres services sanitaires, et services vétérinaires Geneeskundige, tandheelkundige en andere gezondheidsdiensten en veeartsenijkundige diensten | |
| 934 | OEuvres sociales Maatschappelijk werk | |
| 935 | Associations commerciales, professionnelles et syndicales Bedrijfs-, beroeps- en werknemersorganisaties | |
| 939 | Autres services sociaux et services connexes fournis à la collectivité Andere maatschappelijke en aanverwante gemeenschapsdiensten | |
| 94 | Services récréatifs et services culturels annexes Recreatieve en culturele diensten | |
| 941 | Films cinématographiques et autres services récréatifs Bioscopen en andere amusementsbedrijven | |
| 942 | Bibliothèques, musées, jardins botaniques et zoologiques et autres services culturels non classés ailleurs Bibliotheken, musea, dieren- en plantentuinen en andere culturele instellingen die niet elders geclassificeerd zijn | |
| 949 | Amusements et services récréatifs non classés ailleurs Amusement en recreatieve diensten die niet elders geclassificeerd zijn | |
| 95 | Services fournis aux particuliers et aux ménages Dienstverlening aan personen en aan het huishouden | |
| 951 | Services de réparation non classés ailleurs Reparatieinrichtingen, welke niet elders geclassificeerd zijn | |
| 952 | Blanchisserie, teinturerie Wasserijen, wasserettes en chemische wasserijen en ververijen | |
| 953 | Services domestiques Huishoudelijke diensten | |
| 959 | Services personnels divers. Diverse diensten aan personen | |
| 96 | 960 | Organisations internationales et autres organismes extra-territoriaux. Internationale en andere extraterritoriale instellingen |
| Branche Activités mal désignées Hoofdafdeling Onduidelijk omschreven werkzaamheden | ||
| 00 | 000 | Activités mal désignées. Onduidelijk omschreven werkzaamheden |
Catégories
Hoofdgroep
-
ClassesBranche 1. Agriculture, chasse, sylviculture et pêche
Hoofdafdeling I. Landbouw, jacht, bosbouw en visserij 11Agriculture et chasse
Landbouw en jacht111Production agricole et élevage
Landbouw en veefokkerij112Activités annexes de l'agriculture
Aan de landbouw verwante activiteiten113Chasse, piégeage et repeuplement en gibier
Jacht, vallen zetten en vermeerdering van de wildstand12Sylviculture et exploitation forestière
Bosbouw en houthakken121Sylviculture
Bosbouw122Exploitation forestière
Houthakken13130Pêche
VisserijBranche 2
Industries extractives
Hoofdafdeling 2
Winning van bodemschatten 21210Extraction du charbon
Steenkoolwinning22220Production de pétrole brut et de gaz naturel
Produktie van ruwe olie en aardgas23230Extraction des minerais métalliques
Winning van metaalertsen29290Extraction d'autres minéraux
Winning van andere delfstoffenBranche 3
Industries manufacturières
Hoofdafdeling 3
Fabrieken 31Fabrication de produits alimentaires, boissons et tabacs
Vervaardiging van voedingsmiddelen, dranken en tabaksbewerking311-312Industries alimentaires
Voedingsmiddelenindustrie313Fabrication des boissons
Drankenindustrie314Industrie du tabac
Tabakverwerkende industrie32Industries des textiles, de l'habillement et du cuir
Textiel-, kleding- en lederindustrie321Industrie textile
Textielindustrie322Fabrication d'articles d'habillement, à l'exclusion des chaussures
Vervaardiging van kleding, met uitzondering van schoeisel323Industrie du cuir, des articles en cuir et en succédanés du cuir, et de la fourrure, à l'exclusion des chaussures et des articles d'habillement
Vervaardiging van leer en produkten van leer, kunstleer en bont, met uitzondering van schoeisel en kleding324Fabrication des chaussures, à l'exclusion des chaussures en caoutchouc vulcanisé ou moulé et des chaussures en matière plastique
Vervaardiging van schoeisel, met uitzondering van gevulcaniseerd of gegoten schoeisel van rubber en plastic schoeisel33Industrie du bois et fabrication d'ouvrages en bois, y compris les meubles
Houtindustrie en vervaardiging van houtprodukten, met inbegrip van meubelen331Industrie du bois et fabrication d'ouvrages en bois et en liège, à l'exclusion des meubles
Houtindustrie en vervaardiging van produkten van hout en kurk, met uitzondering van meubelen332Fabrication de meubles et d'accessoires, à l'exclusion des meubles et accessoires faits principalement en métal
Vervaardiging van meubelen en andere houten huishoudelijke artikelen, met uitzondering van in hoofdzaak van metaal gemaakte meubelen34Fabrication de papier et d'articles en papier; imprimerie et édition
Vervaardiging van papier en papierprodukten; het drukken en uitgeven341Fabrication de papier et d'articles en papier
Vervaardiging van papier en papierprodukten342Imprimerie, édition et industries annexes
Drukkerij, uitgeverij en aanverwante bedrijven35Industrie chimique et fabrication de produits chimiques, de dérivés du pétrole et du charbon, et d'ouvrages en caoutchouc et en matière plastique
Chemische industrie en vervaardiging van chemische, aardolie-, steenkool-, rubber en plastic produkten351Industrie chimique
Vervaardiging van industriële chemicaliën352Fabrication d'autres produits chimiques
Vervaardiging van andere chemische produkten353Raffineries de pétrole
Aardolieraffinaderijen354Fabrication de divers dérivés du pétrole et du charbon
Vervaardiging van diverse aardolie- en steenkoolprodukten355Industrie du caoutchouc
Vervaardiging van rubber produkten356Fabrication d'ouvrages en matière plastique non classés ailleurs
Vervaardiging van plastic produkten die niet elders geclassificeerd zijn36Fabrication de produits minéraux non métalliques, à l'exclusion des dérivés du pétrole et du charbon
Vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale produkten, met uitzondering van aardolie- en steenkoolprodukten361Fabrication des grès, porcelaines et faïences
Vervaardiging van porselein en aardewerk362Industrie du verre
Vervaardiging van glas en glasprodukten369Fabrication d'autres produits minéraux non métalliques
Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale produkten37Industrie métallurgique de base
Grootmetaalindustrie371Sidérurgie et première transformation de la fonte, du fer et de l'acier
Ijzer- en staalindustrie, ijzer- en staalgieterijen372Production et première transformation des métaux non ferreux
Industrie voor de vervaardiging van nonferro-metaal38Fabrication d'ouvrages en métaux, de machines et de matériel
Vervaardiging van metaalprodukten, machinerieën en apparatuur381Fabrication d'ouvrages en métaux, à l'exclusion des machines et du matériel
Vervaardiging van metaalprodukten, met uitzondering van machinerieën en apparatuur382Construction de machines, à l'exclusion des machines électriques
Constructie van machinerieën, met uitzondering van elektrische machinerieën383Fabrication de machines, appareils et fournitures électriques
Vervaardiging van elektrische machinerieën, apparaten en onderdelen384Construction de matériel de transport
Vervaardiging van transportmateriaal385Fabrication de matériel médico-chirurgical, d'instruments de précision, d'appareils de mesure et de contrôle, non classés ailleurs, de matériel photographique et d'instruments d'optique
Vervaardiging van vakapparatuur, apparatuur t.b.v
de wetenschap en meet- en regelapparatuur, die nergens anders geclassificeerd zijn en van fotografische en optische instrumenten39390Autres industries manufacturières
Andere fabriekmatige industrieënBranche 4
Electricité, gaz et eau
Hoofdafdeling 4
Elektriciteit, gas en water 41410Electricité, gaz et vapeur
Elektriciteit, gas en stoom42420Installations de distribution d'eau et distribution publique de l'eau
WaterleidingbedrijvenBranche 5
Bâtiment et travaux publics
Hoofdafdeling 5
Bouwbedrijf en Openbare Werken 50500Bâtiment et travaux publics
Bouwbedrijf en Openbare WerkenBranche 6
Commerce de gros et de détail; restaurants et hôtels
Hoofdafdeling 6
Groot- en kleinhandel, restaurants en hotels 61610Commerce de gros
Groothandel62620Commerce de détail
Kleinhandel63Restaurants et hôtels
Restaurants en hotels631Restaurants et débits de boissons
Restaurants, cafés en andere eet- en drinkgelegenheden632Hôtels, hôtels meublés et établissements analogues; terrains de camping
Hotels, pensions, kampeerterreinen en dergelijkeBranche 7
Transports, entrepôts et communications
Hoofdafdeling 7
Vervoer, opslag en communicatiemiddelen 71Transports et entrepôts
Vervoer en opslag711Transports par la voie terrestre
Vervoer te land712Transports par eau
Vervoer te water713Transports aériens
Vervoer door de lucht719Services auxiliaires des transports
Aan het vervoer verwante diensten72720Communications
CommunicatiemiddelenBranche 8
Banque, assurances, affaires immobilières et services fournis aux entreprises
Hoofdafdeling 8
Bankwezen, verzekeringsbedrijven, handel in onroerend goed en dienstverlening aan ondernemingen 81810Etablissements financiers
Financiële instellingen82820Assurances
Verzekeringsbedrijven83Affaires immobilières et services fournis aux entreprises
Handel in onroerend goed en dienstverlening aan ondernemingen831Affaires immobilières
Handel in onroerend goed832Services fournis aux entreprises, à l'exclusion de la location de machines et de matériel
Dienstverlening aan ondernemingen, met uitzondering van het verhuren van machinerieën en apparatuur833Location de machines et de matériel
Verhuren van machinerieën en apparatuurBranche 9
Services fournis à la collectivité, services sociaux et services personnels
Hoofdafdeling 9
Gemeenschapsdiensten, maatschappelijke en persoonlijke diensten 91910Administration publique et défense nationale
Overheidsadministratie en nationale verdediging92920Services sanitaires et services analogues
Gezondheidsdiensten en soortgelijke diensten93Services sociaux et services connexes fournis à la collectivité
Maatschappelijke en aanverwante gemeenschapsdiensten931Enseignement
Onderwijs932Institutions scientifiques et centres de recherche
Wetenschappelijke instellingen en instellingen voor wetenschappelijk onderzoek933Services médicaux et dentaires et autres services sanitaires, et services vétérinaires
Geneeskundige, tandheelkundige en andere gezondheidsdiensten en veeartsenijkundige diensten934OEuvres sociales
Maatschappelijk werk935Associations commerciales, professionnelles et syndicales
Bedrijfs-, beroeps- en werknemersorganisaties939Autres services sociaux et services connexes fournis à la collectivité
Andere maatschappelijke en aanverwante gemeenschapsdiensten94Services récréatifs et services culturels annexes
Recreatieve en culturele diensten941Films cinématographiques et autres services récréatifs
Bioscopen en andere amusementsbedrijven942Bibliothèques, musées, jardins botaniques et zoologiques et autres services culturels non classés ailleurs
Bibliotheken, musea, dieren- en plantentuinen en andere culturele instellingen die niet elders geclassificeerd zijn949Amusements et services récréatifs non classés ailleurs
Amusement en recreatieve diensten die niet elders geclassificeerd zijn95Services fournis aux particuliers et aux ménages
Dienstverlening aan personen en aan het huishouden951Services de réparation non classés ailleurs
Reparatieinrichtingen, welke niet elders geclassificeerd zijn952Blanchisserie, teinturerie
Wasserijen, wasserettes en chemische wasserijen en ververijen953Services domestiques
Huishoudelijke diensten959Services personnels divers.
Diverse diensten aan personen96960Organisations internationales et autres organismes extra-territoriaux.
Internationale en andere extraterritoriale instellingenBranche
Activités mal désignées
Hoofdafdeling
Onduidelijk omschreven werkzaamheden 00000Activités mal désignées.
Onduidelijk omschreven werkzaamheden
Art. N2. Lijst der gebonden staten.
Verdrag nr. 130 betreffende de geneeskundige verzorging en de uitkeringen bij ziekte, en de Bijlage, aangenomen te Genève op 25 juni 1969
Verdrag nr. 130 betreffende de geneeskundige verzorging en de uitkeringen bij ziekte, en de Bijlage, aangenomen te Genève op 25 juni 1969
Art. N2. Liste des états liés
Convention n° 130 concernant les soins médicaux et les indemnités de maladie, et l'Annexe, adoptées à Genève le 25 juin 1969
Convention n° 130 concernant les soins médicaux et les indemnités de maladie, et l'Annexe, adoptées à Genève le 25 juin 1969
| Staten | Datum Authentificatie | Type instemming | Datum instemming | Datum interne inwerkingtreding |
| BELGIE | Bekrachtiging | 22/11/2017 | 22/11/2018 | |
| BOLIVIA | Bekrachtiging | 31/01/1977 | 31/01/1978 | |
| COSTA RICA | Bekrachtiging | 16/03/1972 | 16/03/1973 | |
| DENEMARKEN | Bekrachtiging | 06/06/1978 | 06/06/1979 | |
| DUITSLAND | Bekrachtiging | 08/08/1974 | 08/08/1975 | |
| ECUADOR | Bekrachtiging | 05/04/1978 | 05/04/1979 | |
| FINLAND | Bekrachtiging | 03/09/1974 | 03/09/1975 | |
| LIBIE | Bekrachtiging | 19/06/1975 | 19/06/1976 | |
| LUXEMBURG | Bekrachtiging | 03/07/1980 | 03/07/1981 | |
| NEDERLAND | Bekrachtiging | 17/01/2006 | 17/01/2007 | |
| NOORWEGEN | Bekrachtiging | 15/02/1972 | 15/02/1973 | |
| SLOVAKIJE | Bekrachtiging | 01/01/1993* | 01/01/1994** | |
| TSJECHISLE REP. | Bekrachtiging | 01/01/1993* | 01/01/1994** | |
| URUGUAY | Bekrachtiging | 28/06/1973 | 28/06/1974 | |
| VENEZUELA | Bekrachtiging | 10/08/1982 | 10/08/1983 | |
| ZWEDEN | Bekrachtiging | 14/05/1970 | 27/05/1972 |
* Tsjechoslowakije : 27/05/1971
** Tsjechoslowakije : 27/05/1972
| Etats | Date Authentification | Type de consentement | Date Consentement | Entrée Vigueur locale |
| ALLEMAGNE | Ratification | 08/08/1974 | 08/08/1975 | |
| BELGIQUE | Ratification | 22/11/2017 | 22/11/2018 | |
| BOLIVIE | Ratification | 31/01/1977 | 31/01/1978 | |
| COSTA-RICA | Ratification | 16/03/1972 | 16/03/1973 | |
| DANEMARK | Ratification | 06/06/1978 | 06/06/1979 | |
| EQUATEUR | Ratification | 05/04/1978 | 05/04/1979 | |
| FINLANDE | Ratification | 03/09/1974 | 03/09/1975 | |
| LIBYE | Ratification | 19/06/1975 | 19/06/1976 | |
| LUXEMBOURG | Ratification | 03/07/1980 | 03/07/1981 | |
| NORVEGE | Ratification | 15/02/1972 | 15/02/1973 | |
| PAYS-BAS | Ratification | 17/01/2006 | 17/01/2007 | |
| SLOVAQUIE | Ratification | 01/01/1993* | 01/01/1994**localelocalelocalelocalelocalelocalelocale | |
| SUEDE | Ratification | 14/05/1970 | 27/05/1972localelocalelocale | |
| TCHEQUE REP. | Ratification | 01/01/1993* | 01/01/1994** | |
| URUGUAY | Ratification | 28/06/1973 | 28/06/1974 | |
| VENEZUELA | Ratification | 10/08/1982 | 10/08/1983 |
* Tchécoslovaquie : 27/05/1971
** Tchécoslovaquie : 27/05/1972