Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 AUGUSTUS 2005. - Koninklijk besluit betreffende de afwezigheid om gezondheidsredenen van de militairen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-08-2005 en tekstbijwerking tot 01-03-2016)
Titre
10 AOUT 2005. - Arrêté royal relatif aux absences pour motif de santé des militaires. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-08-2005 et mise à jour au 01-03-2016)
Dokumentinformationen
Numac: 2005007198
Datum: 2005-08-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005007198
Date: 2005-08-10
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de militairen van het actief kader, evenals op de militairen van het reservekader in werkelijke dienst.
Dit besluit is evenwel niet van toepassing op de militairen in beziging, in mobiliteit, in disponibiliteit of ter beschikking gesteld van een andere administratie.
Article 1. Le présent arrêté s'applique aux militaires du cadre actif, ainsi qu'aux militaires du cadre de réserve en service actif.
Toutefois, le présent arrêté ne s'applique pas aux militaires en utilisation, en mobilité, en disponibilité ou mis à la disposition d'une autre administration.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° aangewezen overheid : de overheid aangewezen in een reglement;
2° reglement : een reglement uitgevaardigd door de Minister van [2 Defensie]2;
3° hospitalisatie : het verblijf, naargelang het geval, in een militair of burgerhospitaal, of in een rust- of verzorgingstehuis.
[1 4° geneesheer belast met de medische steun van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort : de militair of de burger die :
a) tewerkgesteld is in militair medisch milieu, met name, die bezoldigd is door Defensie en tewerkgesteld is :
(i) ofwel als geneesheer in een element voor medische interventie, een medisch regionaal centrum of een antenne hiervan, zowel op de gewone plaats van het werk, als tijdens kampperiodes, manoeuvres of militaire operaties;
(ii) ofwel als geneesheer of geneesheer-specialist in het militair hospitaal;
b) en die daarenboven :
(i) ofwel verantwoordelijk is voor de medische steun van de eenheid van betrokkene;
(ii) ofwel als geneesheer of geneesheer-specialist tewerkgesteld is in het militair hospitaal, waar de betrokken militair werd naar doorverwezen;
5° "de werkdag" : de dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een feestdag is.]1

Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° autorité désignée : l'autorité désignée dans un règlement;
2° règlement : un règlement arrêté par le Ministre de la Défense;
3° hospitalisation : le séjour, selon le cas, dans un hôpital militaire ou civil, ou dans une maison de soins ou de repos.
[1 4° médecin chargé de l'appui médical de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné : le militaire ou le civil qui :
a) est employé en milieu médical militaire, à savoir qui est rémunéré par la Défense et qui est employé :
(i) soit comme médecin dans un élément médical d'intervention, dans un centre médical régional ou dans une antenne de celui-ci, aussi bien sur le lieu habituel du travail que lors de périodes de camp, de manoeuvres ou d'opérations militaires;
(ii) soit comme médecin ou médecin-spécialiste à l'hôpital militaire;
b) et qui en outre :
(i) soit est responsable de l'appui médical de l'unité de l'intéressé;
(ii) soit est employé comme médecin ou médecin-spécialiste à l'hôpital militaire où le militaire concerné a été envoyé;
5° "le jour ouvrable" : le jour qui n'est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié.]1

HOOFDSTUK II. - De afwezigheid om gezondheidsredenen.
CHAPITRE II. - De l'absence pour motif de santé.
Art. 3. Worden beschouwd als afwezig om gezondheidsredenen :
1° de militairen die arbeidsongeschikt zijn wegens medische redenen;
2° de militairen die in een hospitaal zijn opgenomen, evenals de militairen die in een rust- of verzorgingstehuis verblijven;
3° de militairen die halftijds werken om gezondheidsredenen, tijdens hun perioden van gerechtvaardigde afwezigheid;
4° de militairen [1 opgenomen zijn in een psychiatrische dienst of bij gerechtelijke of administratieve maatregel geïnterneerd zijn, wat de modaliteit van uitvoering ook is]1, behalve indien deze internering gevolgd wordt door het ontslag van ambtswege;
5° de militairen in tijdelijke ambtsontheffing om gezondheidsredenen.
Art. 3. Sont considérés comme absents pour motif de santé :
1° les militaires en incapacité de travail pour raisons médicales;
2° les militaires hospitalisés, ainsi que les militaires séjournant dans une maison de repos ou de soins;
3° les militaires travaillant à mi-temps pour motif de santé, pendant leurs périodes d'absences justifiées;
4° les militaires [1 admis dans un service psychiatrique ou internés, quelle que soit la modalité d'exécution]1, sauf si cet internement est suivi de la démission d'office;
5° les militaires en retrait temporaire d'emploi pour motif de santé.
Art. 4. [1 De verloven en de toegelaten afwezigheden worden niet onderbroken om gezondheidsredenen, behalve in geval van hospitalisatie.
Het jaarlijkse vakantieverlof wordt evenwel voor de volledige periode onderbroken, wanneer de militair gedurende deze periode als afwezig om gezondheidsredenen wordt beschouwd, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Het jaarlijkse vakantieverlof is het verlof bedoeld :
1° voor wat de officieren betreft, in artikel 8, eerste lid, van het reglement betreffende de verloven van de officieren en gelijkgestelden, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 22 maart 1921, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 april 1959;
2° voor wat de onderofficieren betreft,in artikel 72 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1963 betreffende het statuut van de onderofficieren van het actief kader van de krijgsmacht;
3° voor wat de vrijwilligers betreft, in artikel 37 van het koninklijk besluit van 11 juni 1974 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de krijgsmacht.]1

Art. 4. [1 Les congés et les absences autorisées ne sont pas interrompus pour motif de santé, sauf en cas d'hospitalisation.
Toutefois, les congés annuels de vacances sont interrompus pour toute la période où le militaire est considéré en absence pour motif de santé conformément aux dispositions du présent arrêté.
Les congés annuels de vacances sont les congés visés :
1° en ce qui concerne les officiers, à l'article 8, alinéa 1er, du règlement relatif aux congés des officiers et assimilés, approuvé par l'arrêté royal du 22 mars 1921, modifié par l'arrêté royal du 7 avril 1959;
2° en ce qui concerne les sous-officiers, à l'article 72 de l'arrêté royal du 25 octobre 1963 relatif au statut des sous-officiers du cadre actif des forces armées;
3° en ce qui concerne les volontaires, à l'article 37 de l'arrêté royal du 11 juin 1974 relatif au statut des volontaires du cadre actif des forces armées.]1

Art. 5. § 1. [1 De afwezigheid om gezondheidsredenen wordt gerechtvaardigd door een geneeskundig getuigschrift, waarvan het model en de verzendingsmodaliteiten worden vastgesteld in een reglement, afgegeven door een militair of burgergeneesheer. ]1
(Het geneeskundig getuigschrift vermeldt :
1° de identificatiegegevens van de militair en van de behandelende geneesheer;
2° de arbeidsongeschiktheid;
3° de diagnose;
4° de waarschijnlijke duur van de afwezigheid;
5° of de militair zijn verblijfplaats mag verlaten;
6° de verblijfplaats van de militair gedurende de arbeidsongeschiktheid;
7° het advies over het rechtstreeks en determinerend oorzakelijk verband tussen de aandoening en de uitvoering van de dienst;
8° informatie die enkel tot doel heeft om de militair te informeren over zijn rechten en plichten betreffende de afwezigheid om gezondheidredenen en de gegevens die op het geneeskundig getuigschrift worden vermeld.)
Behoudens in geval van overmacht kan het geneeskundig getuigschrift niet met een terugwerkende kracht van meer dan vierentwintig uur worden opgesteld.
§ 2. Een arbeidsongeschiktheid kan niet voor meer dan dertig opeenvolgende dagen worden toegestaan, behalve indien ze het rechtstreekse gevolg is van een hospitalisatie.
§ 3. Wanneer twee periodes van afwezigheid om gezondheidsredenen slechts worden onderbroken door een weekend of door één periode waarin de dienst geregeld wordt zoals op zondag, worden deze dagen beschouwd als een periode van afwezigheid om gezondheidsredenen, tenzij de militair op één van die dagen een dienstprestatie heeft verricht.
§ 4. Behoudens in geval van overmacht dient de militair zijn eenheid van zijn afwezigheid te verwittigen in de voormiddag van de eerste dag van afwezigheid om gezondheidsredenen.
[1 ...]1.
Art. 5. § 1er. [1 L'absence pour motif de santé est justifiée par un certificat médical, dont le modèle et les modalités d'envoi sont fixés dans un règlement, délivré par un médecin militaire ou civil.]1
(Le certificat médical mentionne :
1° les données d'identification du militaire et du médecin traitant;
2° l'incapacité de travail;
3° le diagnostic;
4° la durée probable de l'absence;
5° si le militaire peut quitter son lieu de résidence;
6° le lieu de résidence du militaire pendant l'incapacité de travail;
7° l'avis sur le lien de causalité direct et déterminant entre l'affection et l'exercice du service;
8° de l'information qui n'a pour but que d'informer le militaire de ses droits et devoirs relatifs à l'absence pour motif de santé et aux données qui sont mentionnées sur le certificat médical.)
Sauf cas de force majeure, le certificat médical ne peut pas être établi avec un effet rétroactif de plus de vingt-quatre heures.
§ 2. Une incapacité de travail ne peut être accordée pour plus de trente jours consécutifs, sauf si elle est la conséquence directe d'une hospitalisation.
§ 3. Lorsque deux périodes d'absence pour motif de santé ne sont interrompues que par un week-end ou par une période pendant laquelle le service est réglé comme le dimanche, ces jours sont considérés comme une période d'absence pour motif de santé, sauf si le militaire a effectué une prestation de service un de ces jours.
§ 4. Sauf cas de force majeure, le militaire est tenu d'avertir son unité de son absence dans la matinée du premier jour d'absence pour motif de santé.
[1 ...]1.
Art. 6. § 1. Gedurende de afwezigheid om gezondheidsredenen mag de militair zijn verblijfplaats verlaten, tenzij anders vermeld op het geneeskundig getuigschrift.
De militair is evenwel aan een sperperiode onderworpen tijdens de welke hij zijn verblijfplaats niet mag verlaten tussen tien en zestien uur. Deze vangt aan de eerste dag van de afwezigheid om gezondheidsredenen en eindigt de derde dag of na de bevestiging, door een controlegeneesheer, van de gegrondheid van de vrijstelling en de gegrondheid van de duur van de afwezigheid.
Bij een verlenging van een afwezigheid om gezondheidsredenen is opnieuw een sperperiode, van dezelfde duur, van toepassing.
§ 2. [1 In afwijking van § 1, wordt de militair aan geen enkele sperperiode onderworpen wanneer de afwezigheid om gezondheidsredenen of de verlenging van een afwezigheid om gezondheidsredenen voortvloeit uit een ongeval in dienst en door de dienst.]1
§ 3. Gedurende de sperperiode of bij verbod de verblijfplaats te verlaten, wordt het uitgaan enkel toegelaten voor volgende redenen :
1° een consultatie bij de behandelende geneesheer of bij een geneesheer-specialist;
2° om zich naar een apotheek te begeven;
3° bijkomende medische of paramedische behandelingen;
4° een controleonderzoek op het kabinet van de controlegeneesheer.
Op verzoek van de aangewezen overheid rechtvaardigt de militair zijn uitgaan, behalve in het geval bedoeld in het eerste lid, 4°.
Art. 6. § 1er. Pendant l'absence pour motif de santé, le militaire peut quitter son lieu de résidence, sauf en cas de mention contraire dans le certificat médical.
Toutefois, le militaire est soumis à une période d'interdiction de quitter son lieu de résidence entre dix et seize heures. Celle-ci débute le premier jour d'absence pour motif de santé et se termine le troisième jour ou après la confirmation, par un médecin-contrôleur, du bien-fondé de l'exemption et du bien-fondé de la durée de l'absence.
En cas de prolongation d'une absence pour motif de santé, une période d'interdiction, de la même durée, est à nouveau d'application.
§ 2. [1 En dérogation au § 1er, le militaire n'est soumis à aucune période d'interdiction lorsque l'absence pour motif de santé ou la prolongation d'une absence pour motif de santé découle d'un accident en service et par le fait du service.]1
§ 3. Pendant la période d'interdiction ou en cas d'interdiction de quitter le lieu de résidence, la sortie n'est autorisée que pour les raisons suivantes :
1° une consultation auprès du médecin traitant ou d'un médecin spécialiste;
2° se rendre dans une pharmacie;
3° des traitements médicaux ou paramédicaux supplémentaires;
4° un contrôle médical au cabinet du médecin-contrôleur.
A la demande de l'autorité désignée, le militaire justifie sa sortie, sauf dans le cas visé à l'alinéa 1er, 4°.
Art. 7. Halftijdse arbeid om gezondheidsredenen wordt enkel toegestaan in het kader van [1 een genezingsproces]1.
[2 Het verzoek tot halftijdse arbeid, opgesteld door de behandelende geneesheer, wordt door de militair gericht aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair, die een advies geeft. De aanvraag vergezeld van het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, wordt overgemaakt aan de korpscommandant die de beslissing neemt.]2
Na de toegestane periode van halftijdse arbeid herneemt de militair de dienst voltijds, behalve wanneer hij in voltijdse afwezigheid om gezondheidsredenen wordt geplaatst.
Elke periode van halftijdse arbeid, gedurende welke de militair afwezig is, wordt gelijkgesteld aan een periode afwezigheid om gezondheidsredenen van een gelijke duur.
Art. 7. Le travail à mi-temps pour motif de santé n'est admis que dans le cadre [1 d'un processus de guérison]1.
[2 La demande de travail à mi-temps établie par le médecin traitant est adressée par le militaire au conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour l'unité du militaire concerné, qui émet un avis. La demande accompagnée de l'avis du conseiller en prévention-médecin du travail est transmise au chef de corps qui prend la décision.]2
A la fin de la période de travail à mi-temps, le militaire reprend le service à temps plein, sauf s'il est mis en absence pour motif de santé à temps plein.
Chaque période de travail à mi-temps pendant laquelle le militaire est absent, est assimilée à une période d'absence pour motif de santé d'une durée équivalente.
Art. 8.
Art. 8.
Art. 9. De procedure voor het verschijnen voor de militaire commissie voor geschiktheid en reform kan worden opgestart voor de militair die afwezig is om gezondheidsredenen, overeenkomstig de reglementaire bepalingen betreffende de militaire commissies voor geschiktheid en reform.
Art. 9. La procédure de comparution devant la commission médicale d'aptitude et de réforme peut être initiée à l'encontre du militaire qui est absent pour motif de santé, conformément aux dispositions réglementaires relatives aux commissions militaires d'aptitude et de réforme.
Art. 10. Tijdens een afwezigheid om gezondheidsredenen mag een militair geen betrekking in cumul uitoefenen.
Wanneer een militair een beroepsactiviteit uitoefent of heeft uitgeoefend tijdens zijn afwezigheid om gezondheidsredenen, start de korpscommandant of de overheid aangewezen door de directeur-generaal human resources, indien hij het nodig acht, een procedure [1 met het oog op het nemen van een statutaire maatregel]1.
Art. 10. Pendant une absence pour motif de santé, le militaire ne peut exercer d'emploi en cumul.
Lorsqu'un militaire exerce ou a exercé une activité professionnelle pendant son absence pour motif de santé, le chef de corps ou l'autorité désignée par le directeur général human ressources initie, lorsqu'il l'estime nécessaire, une procédure [1 pouvant mener à la prise d'une mesure statutaire]1.
HOOFDSTUK III. - De medische controle.
CHAPITRE III. - Du contrôle médical.
Art. 11. § 1. [1 De korpscommandant of de eenheidscommandant van een militair afwezig om gezondheidsredenen kan ten allen tijde een medische controle van die afwezigheid aanvragen.]1
Een medische controle van een militair die arbeidsongeschikt is wegens medische redenen moet evenwel door de korpscommandant worden aangevraagd in de volgende gevallen :
1° bij een afwezigheid om gezondheidsredenen van meer dan achtentwintig opeenvolgende dagen [1 ...]1;
2° wanneer de militair zich tijdens de afwezigheid om gezondheidsredenen naar het buitenland wenst te begeven, voor zover hij er niet verblijft.
§ 2. De medische controle wordt uitgevoerd door een geneesheer die tot een organisme extern aan Landsverdediging behoort, hierna controlegeneesheer genoemd, in de verblijfplaats van de militair afwezig om gezondheidsredenen.
Een militaire geneesheer, die aan de in artikel 16, § 1, bepaalde voorwaarden voldoet, kan evenwel aangewezen worden als controlegeneesheer in de volgende gevallen :
1° als het externe organisme de medische controle niet kan uitvoeren;
2° als dat nodig wordt geacht om de paraatheid van de krijgsmacht te bewaren.
§ 3. De medische controle kan een lichamelijk medisch onderzoek omvatten.
Bij afwezigheid van de militair in de verblijfplaats, wordt deze opgeroepen voor een controle in het kabinet van de controlegeneesheer.
De controlegeneesheer, bij de uitvoering van zijn taak :
[1 heeft inzagerecht in de medische documenten waarover de militair beschikt en die betrekking hebben op zijn afwezigheid om gezondheidsredenen;]1
2° spreekt zich over de gegrondheid van de afwezigheid uit en kijkt de waarschijnlijke duur van de afwezigheid na;
3° kan, na overleg met de behandelende geneesheer, bijkomende medische onderzoeken opleggen die nodig zijn voor de diagnose en die geen invasief karakter hebben.
§ 4. Wanneer hij zijn verblijfplaats niet mag verlaten, moet de militair alle nodige maatregelen nemen om de controlegeneesheer toe te laten zijn opdracht uit te voeren. Hij dient zich ter beschikking te houden op de opgegeven verblijfplaats en mag niet weigeren zich te laten onderzoeken.
§ 5. De bijkomende nadere regels inzake de medische controleprocedure evenals de oproeping naar het kabinet van de controlegeneesheer worden bepaald in een reglement.
Art. 11. § 1er. [1 Le chef de corps ou le commandant d'unité d'un militaire absent pour motif de santé peut à tout moment demander un contrôle médical de cette absence.]1
Toutefois, un contrôle médical d'un militaire en incapacité de travail pour raisons médicales doit être demandé par le chef de corps dans les cas suivants :
1° lors d'une absence pour motif de santé de plus de vingt-huit jours consécutifs [1 ...]1;
2° lorsque le militaire souhaite se rendre à l'étranger pendant l'absence pour motif de santé, pour autant qu'il n'y réside pas.
§ 2. Le contrôle médical est effectué par un médecin appartenant à un organisme externe à la Défense, ci-après dénommé médecin-contrôleur, au lieu de résidence du militaire absent pour motif de santé.
Un médecin militaire, répondant aux conditions fixées à l'article 16, § 1er, peut toutefois être désigné comme médecin-contrôleur dans les cas suivants :
1° si l'organisme externe ne peut effectuer le contrôle médical;
2° si cela s'avère nécessaire afin de préserver la capacité opérationnelle des forces armées.
§ 3. Le contrôle médical peut comprendre un examen médical corporel.
En cas d'absence du militaire au lieu de résidence, ce dernier est convoqué pour un contrôle au cabinet du médecin-contrôleur.
Dans l'exécution de sa tâche, le médecin-contrôleur :
[1 a un droit de regard sur les documents médicaux dont dispose le militaire et qui sont relatifs à son absence pour motif de santé;]1
2° se prononce sur le bien-fondé de l'absence et vérifie la durée probable de l'absence;
3° après concertation avec le médecin traitant, peut imposer des examens médicaux supplémentaires utiles au diagnostic et n'ayant aucun caractère d'intrusion.
§ 4. Lorsqu'il ne peut quitter son lieu de résidence, le militaire doit prendre toutes les mesures nécessaires pour permettre au médecin-contrôleur d'exécuter sa mission. Il doit se tenir à la disposition du médecin-contrôleur au lieu de résidence qu'il a indiqué et ne peut refuser de se faire examiner.
§ 5. Les modalités complémentaires relatives à la procédure du contrôle médical ainsi qu'à la convocation au cabinet du médecin-contrôleur sont fixées dans un règlement.
Art. 12. § 1. De medische controle kan zowel gebeuren voor als na de consultatie van de behandelende geneesheer door de militair.
§ 2. Indien de medische controle voor de consultatie van de behandelende geneesheer gebeurt, doet de controlegeneesheer uitspraak over de gezondheidstoestand van de militair en kan een arbeidsongeschiktheid voor de lopende dag toekennen.
De controlegeneesheer betekent zijn bevindingen schriftelijk aan de betrokken militair.
Als de controlegeneesheer oordeelt dat de afwezigheid niet gerechtvaardigd is, dient de betrokken militair de dienst te hervatten.
Als de betrokken militair niet akkoord gaat met de beslissing van de controlegeneesheer kan hij de behandelende geneesheer raadplegen die, in overleg met de controlegeneesheer, enkel een arbeidsongeschiktheid voor de lopende dag kan toekennen. Als geen overeenkomst wordt bereikt tussen de behandelende geneesheer en de controlegeneesheer, vat de controlegeneesheer de aangewezen overheid, teneinde het geschil van medische aard aan de arbitrageprocedure te onderwerpen.
De behandelende geneesheer kan evenwel een arbeidsongeschiktheid voor de volgende dagen toekennen. In dit geval kan een nieuwe medische controle aangevraagd worden.
De militair blijft in gerechtvaardigde afwezigheid tot kennisgeving van de beslissing van akkoord resulterend uit het overleg, of de beslissing bedoeld in artikel 14, § 2, derde lid.
§ 3. Indien de medische controle na de consultatie van de behandelende geneesheer gebeurt, doet de controlegeneesheer uitspraak over de gegrondheid en kijkt de waarschijnlijke duur van de afwezigheid na.
De controlegeneesheer betekent zijn bevindingen schriftelijk aan de betrokken militair.
Indien de controlegeneesheer de gegrondheid of de waarschijnlijke duur van de afwezigheid in twijfel trekt, dient de militair de dienst te hervatten.
Indien de militair evenwel bezwaren heeft tegen de bevindingen van de controlegeneesheer, wordt dit vermeld op het document bedoeld in het tweede lid. De controlegeneesheer neemt dan contact op met de behandelende geneesheer. Als geen overeenkomst wordt bereikt, vat de controlegeneesheer de aangewezen overheid, teneinde het geschil van medische aard aan de arbitrageprocedure te onderwerpen.
De militair blijft in gerechtvaardigde afwezigheid tot kennisgeving van de beslissing van akkoord resulterend uit het overleg, of de beslissing bedoeld in artikel 14, § 2, derde lid.
Art. 12. § 1er. Le contrôle médical peut être effectué avant ou après la consultation du médecin traitant par le militaire.
§ 2. Si le contrôle médical s'effectue avant la consultation du médecin traitant, le médecin-contrôleur se prononce sur l'état de santé du militaire et peut accorder une incapacité de travail pour la journée en cours.
Le médecin-contrôleur notifie ses constatations par écrit au militaire concerné.
Si le médecin-contrôleur juge que l'absence n'est pas justifiée, le militaire est tenu de reprendre son service.
Si le militaire concerné n'est pas d'accord avec la décision du médecin-contrôleur, il peut consulter le médecin traitant qui peut, en concertation avec le médecin-contrôleur, uniquement accorder une incapacité de travail pour la journée en cours. Si aucun accord n'intervient entre le médecin traitant et le médecin-contrôleur, le médecin-contrôleur saisit l'autorité désignée, afin de soumettre le litige d'ordre médical à la procédure d'arbitrage.
Le médecin traitant peut cependant accorder une incapacité de travail pour les jours suivants. Dans ce cas, un nouveau contrôle médical peut être demandé.
Le militaire demeure en absence justifiée jusqu'à la notification de la décision d'accord résultant de la concertation, ou jusqu'à la décision visée à l'article 14, § 2, alinéa 3.
§ 3. Si le contrôle médical s'effectue après la consultation du médecin traitant, le médecin-contrôleur se prononce sur le bien-fondé et vérifie la durée probable de l'absence.
Le médecin-contrôleur notifie ses constatations par écrit au militaire concerné.
Si le médecin-contrôleur conteste le bien-fondé ou la durée probable de l'absence, le militaire est tenu de reprendre le service.
Toutefois, toute contestation relative aux constatations du médecin-contrôleur, émanant du militaire, sera actée sur le document visé à l'alinéa 2. Le médecin-contrôleur prend alors contact avec le médecin traitant. Si aucun accord n'intervient, le médecin-contrôleur saisit l'autorité désignée, afin de soumettre le litige d'ordre médical à la procédure d'arbitrage.
Le militaire demeure en absence justifiée jusqu'à la notification de la décision d'accord résultant de la concertation, ou jusqu'à la décision visée à l'article 14, § 2, alinéa 3.
Art. 13. De aangewezen overheid mag een militair in afwezigheid om gezondheidsredenen onderwerpen aan een nieuwe medische controle wanneer :
1° het geneeskundig getuigschrift niet opgesteld is of overgemaakt wordt in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5;
2° een nieuw geneeskundig getuigschrift werd opgesteld voor dezelfde of een andere aandoening;
3° bij een vorige medische controle de controlegeneesheer besloot dat er bijkomende medische onderzoeken nodig waren om tot een beslissing te komen.
Art. 13. L'autorité désignée peut soumettre un militaire en absence pour motif de santé à un nouveau contrôle médical lorsque :
1° le certificat médical n'est pas établi ou transmis conformément aux dispositions de l'article 5;
2° un nouveau certificat médical est établi pour la même ou pour une autre maladie;
3° le médecin-contrôleur avait décidé, lors d'un contrôle médical précédent, que des examens complémentaires étaient nécessaires pour prendre une décision.
HOOFDSTUK IV. - De arbitrage.
CHAPITRE IV. - De l'arbitrage.
Art. 14. § 1. Binnen vierentwintig uur volgend op de betekening van de vatting door de controlegeneesheer, belast de aangewezen overheid een deskundig geneesheer met een arbitrageopdracht, hierna arbiter genoemd, met het oog op het beslechten van het medisch geschil.
De arbiter moet worden gekozen in overleg met de betrokken militair uit een [1 lijst opgesteld door de door Ons aangewezen medische overheid"]1 opgestelde lijst. Kunnen alleen in die lijst opgenomen worden geneesheren die aan de in artikel 16, § 1, bedoelde voorwaarden voldoen.
§ 2. De arbiter nodigt de controlegeneesheer en de geneesheer die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd uit om hun argumenten te laten gelden.
Als hij het noodzakelijk vindt, kan de arbiter een geneeskundig onderzoek van de militair uitvoeren. De militair die dit onderzoek weigert, aanvaardt onvoorwaardelijk de beslissing van de controlegeneesheer.
De arbiter spreekt zich uit over de gegrondheid en de duur van de afwezigheid. Hij betekent zijn beslissing aan de partijen per [2 aangetekende zending]2 binnen vijf werkdagen na zijn aanwijzing. Deze beslissing is definitief en bindt de partijen.
§ 3. De nadere uitvoeringsregels van de arbitrageprocedure worden bepaald in een reglement.
Art. 14. § 1er. Dans les vingt-quatre heures suivant la saisine par le médecin-contrôleur, l'autorité désignée charge un médecin expert d'une mission d'arbitrage, ci-après dénommé arbitre, en vue de trancher le litige médical.
L'arbitre doit être choisi en concertation avec le militaire concerné [1 dans une liste établie par l'autorité médicale désignée par Nous]1. Ne peuvent être repris dans cette liste que des médecins répondant aux conditions de l'article 16, § 1er.
§ 2. L'arbitre invite le médecin-contrôleur et le médecin qui a délivré le certificat médical à faire valoir leurs arguments.
L'arbitre peut, s'il le juge nécessaire, soumettre le militaire à un examen médical. Le militaire qui refuse cet examen accepte implicitement la décision du médecin-contrôleur.
L'arbitre se prononce sur le bien-fondé et la durée de l'absence. Il notifie par [2 envoi recommandé]2 sa décision aux parties dans les cinq jours ouvrables suivant sa désignation. Cette décision est définitive et lie les parties.
§ 3. Les modalités d'exécution de la procédure d'arbitrage sont fixées dans un règlement.
Art. 15. Een geneeskundig getuigschrift betreffende een afwezigheid om gezondheidredenen die reeds aan de arbitrage werd onderworpen, is slechts geldig als dit een verergering van de vorige aandoening of een nieuwe aandoening vermeldt. Het kan dan aanleiding geven tot een nieuwe medische controle en, in voorkomend geval, tot een nieuwe arbitrage.
Art. 15. Un certificat médical relatif à une absence pour motif de santé qui a déjà été soumis à l'arbitrage n'est valable que s'il mentionne une aggravation de la maladie précédente ou une nouvelle maladie. Il peut alors donner lieu à un nouveau contrôle médical et, le cas échéant, à un nouvel arbitrage.
HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions particulières.
Art. 16. § 1. De controlegeneesheer en de arbiter moeten vijf jaar ervaring hebben als huisarts of een daarmee vergelijkbare praktijk.
In het kader van hun [1 opdracht]1 oefenen ze hun functie uit in volledige neutraliteit.
§ 2. Een geneesheer kan een opdracht van controlegeneesheer of van arbiter niet aanvaarden wanneer hij weet dat er ten opzichte van hem een van de volgende wrakingsgronden bestaat :
1° hij het aangevochten geneeskundig getuigschrift heeft opgesteld;
2° hij als controlegeneesheer in het aan de arbitrageprocedure onderworpen geschil is tussengekomen;
3° hij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer is die belast is met de arbeidsgeneeskunde ten voordele van de eenheid van de betrokken militair;
4° hij zorgen aan de betrokken militair heeft verstrekt in de loop van het afgelopen jaar;
5° hij gehuwd is of samenleeft met de militair, of verwant is tot de vierde graad;
6° er zich feiten of omstandigheden voordeden die het objectief en neutraal oordeel kunnen beïnvloeden.
De betrokken militair kan eveneens een van de in het eerste lid bedoelde wrakingsgronden inroepen.
Er wordt over een wrakingsgrond uitspraak gedaan door de aangewezen overheid.
Art. 16. § 1er. Le médecin-contrôleur et l'arbitre doivent avoir cinq ans d'expérience comme médecin généraliste ou une pratique équivalente.
Dans le cadre de leur mission, ils exercent leur fonction en totale neutralité.
§ 2. Un médecin ne peut pas accepter une mission de médecin-contrôleur ou d'arbitre s'il sait qu'il existe une des causes de récusation suivantes en sa personne :
1° il a émis le certificat médical contesté;
2° il est intervenu comme médecin-contrôleur dans le litige soumis à la procédure d'arbitrage;
3° il est le conseiller en prévention-médecin du travail qui est chargé de la médecine du travail au profit de l'unité du militaire concerné;
4° il a prodigué des soins au militaire concerné au cours de l'année écoulée;
5° il est marié avec le militaire, cohabitant ou parent jusqu'au quatrième degré;
6° des faits ou circonstances ont eu lieu qui peuvent influencer l'avis objectif et neutre.
Le militaire concerné peut également invoquer une des causes de récusation visées à l'alinéa 1er.
Il est statué sur une cause de récusation par l'autorité désignée.
Art. 17. De kosten van de medische controle alsook deze voor bijkomende onderzoeken opgedragen door de controlegeneesheer zijn ten laste van Landsverdediging, met uitzondering van de verplaatsingskosten van de betrokken militair bij oproep naar het kabinet van de controlegeneesheer binnen de sperperiode indien de militair zich niet op zijn verblijfplaats bevond bij de controle.
De kosten verbonden aan de arbitrage worden gedragen door Landsverdediging. De kosten zijn evenwel ten laste van de betrokken militair als de arbitrage uitgevoerd wordt door een geneesheer die niet tot Landsverdediging behoort en als die arbitrage de behandelende geneesheer in het ongelijk stelt.
Art. 17. Les frais de contrôle médical ainsi que ceux des examens supplémentaires sollicités par le médecin-contrôleur sont à charge de la Défense, à l'exception des frais de déplacement du militaire concerné en cas de convocation au cabinet du médecin-contrôleur pendant la période d'interdiction si le militaire n'était pas à son lieu de résidence lors du contrôle.
Les frais liés à l'arbitrage sont à charge de la Défense. Toutefois, les frais sont à charge du militaire concerné lorsque l'arbitrage est effectué par un médecin n'appartenant pas à la Défense et que cet arbitrage donne tort au médecin traitant.
Art. 18. [1 Voor zover hij niet voor de militaire commissie voor geschiktheid en reform verschenen is, dient elke militair die gedurende meer dan achtentwintig dagen ononderbroken afwezig was om gezondheidsredenen, [2 zich]2 ten vroegste de dag van de werkhervatting en ten laatste acht werkdagen na zijn werkhervatting aan te bieden bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, bevoegd voor zijn eenheid, om de arbeidsgeschiktheid voor de uitgeoefende functie na te gaan.
De militaire bedoeld in het eerste lid kan evenwel, gedurende zijn afwezigheid om gezondheidsredenen, een bezoek bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer voorafgaand aan de werkhervatting vragen.]1

Art. 18. [1 Pour autant qu'il n'ait pas comparu devant la commission militaire d'aptitude et de réforme, tout militaire absent pour motif de santé de manière ininterrompue pendant plus de vingt-huit jours doit se présenter auprès du conseiller en prévention-médecin du travail compétent de son unité, au plus tôt le jour de la reprise du travail et au plus tard huit jours ouvrables après sa reprise du travail, afin d'examiner l'aptitude au travail pour la fonction exercée.
Toutefois, le militaire visé à l'alinéa 1er peut demander auprès du conseiller en prévention-médecin du travail, une visite de pré-reprise du travail pendant sa période d'absence pour motif de santé.]1

HOOFDSTUK VI. - Opheffings- en slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions abrogatoire et finale.
Art. 19. Het koninklijk besluit van 23 maart 1989 betreffende de afwezigheid om gezondheidsredenen van de militairen van de krijgsmacht, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 oktober 1992, 11 augustus 1994 en 3 mei 2003, wordt opgeheven.
Art. 19. L'arrêté royal du 23 mars 1989 relatif aux absences pour motif de santé des militaires des forces armées, modifié par les arrêtés royaux des 1er octobre 1992, 11 août 1994 et 3 mai 2003, est abrogé.
Art. 20. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2005.
Art. 20. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2005.
Art. 21. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uivoering van dit besluit.
Art. 21. Notre Ministre de la Défense est chargé de l'exécution du présent arrêté.