Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 AUGUSTUS 2005. - Koninklijk besluit betreffende de militaire commissies voor geschiktheid en reform. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-08-2005 en tekstbijwerking tot 01-03-2016)
Titre
10 AOUT 2005. - Arrêté royal relatif aux commissions militaires d'aptitude et de réforme. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-08-2005 et mise à jour au 01-03-2016)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK I. - De militaire commissies voor geschiktheid en reform.
CHAPITRE Ier. - Des commissions militaires d'aptitude et de réforme.
Artikel 1. Er wordt een militaire commissie voor geschiktheid en reform (MCGR) en een militaire commissie van beroep voor geschiktheid en reform (MCBGR) ingesteld.
Article 1. Il est créé une commission militaire d'aptitude et de réforme (CMAR) et une commission militaire d'aptitude et de réforme d'appel (CMARA).
Art. 2. De korpscommandant moet de procedure opstarten voor het verschijnen voor de MCGR voor de militair die zijn zesde maand afwezigheid om gezondheidsredenen ingaat, hetzij doordat hij gedurende vijf opeenvolgende maanden afwezig is geweest, hetzij doordat hij vijf maanden over een periode van twaalf maanden afwezig is geweest.
De overheid aangewezen in een reglement uitgevaardigd door de minister van [2 Defensie]2 moet de procedure opstarten voor het verschijnen voor de MCGR voor de militair die, hetzij :
1° ongeschikt kan verklaard worden voor de dienst als militair, tengevolge van een wijziging van het medisch profiel;
2° aan een aandoening of lichaamsgebrek lijdt die aanleiding geeft tot de definitieve ongeschiktheid voor de dienst als militair;
3° aan een aandoening of lichaamsgebrek lijdt die aanleiding kan geven tot de ongeschiktheid voor de dienst als militair.
Kunnen te allen tijde de procedure voor het verschijnen van een militair voor de MCGR opstarten :
1° de overheden aangewezen in een reglement uitgevaardigd door de minister van [2 Defensie]2;
2° de geneesheer [1 belast met de medische steun van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort]1;
3° [1 de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair of de geneesheer-arbeidsinspecteur;]1
4° de militair die van oordeel is dat er twijfels zijn over zijn geschiktheid voor de dienst als militair.
[1 5° een geneesheer van het centrum voor medische expertise.]1
De uitvoeringsregels betreffende de procedure voor het verschijnen voor de MCGR worden vastgesteld in een reglement uitgevaardigd door de Minister van [2 Defensie]2.
[1 Onder "geneesheer belast met de medische steun van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort", wordt verstaan : de geneesheer bedoeld in artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de afwezigheid om gezondheidsredenen van de militairen.]1
De overheid aangewezen in een reglement uitgevaardigd door de minister van [2 Defensie]2 moet de procedure opstarten voor het verschijnen voor de MCGR voor de militair die, hetzij :
1° ongeschikt kan verklaard worden voor de dienst als militair, tengevolge van een wijziging van het medisch profiel;
2° aan een aandoening of lichaamsgebrek lijdt die aanleiding geeft tot de definitieve ongeschiktheid voor de dienst als militair;
3° aan een aandoening of lichaamsgebrek lijdt die aanleiding kan geven tot de ongeschiktheid voor de dienst als militair.
Kunnen te allen tijde de procedure voor het verschijnen van een militair voor de MCGR opstarten :
1° de overheden aangewezen in een reglement uitgevaardigd door de minister van [2 Defensie]2;
2° de geneesheer [1 belast met de medische steun van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort]1;
3° [1 de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair of de geneesheer-arbeidsinspecteur;]1
4° de militair die van oordeel is dat er twijfels zijn over zijn geschiktheid voor de dienst als militair.
[1 5° een geneesheer van het centrum voor medische expertise.]1
De uitvoeringsregels betreffende de procedure voor het verschijnen voor de MCGR worden vastgesteld in een reglement uitgevaardigd door de Minister van [2 Defensie]2.
[1 Onder "geneesheer belast met de medische steun van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort", wordt verstaan : de geneesheer bedoeld in artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de afwezigheid om gezondheidsredenen van de militairen.]1
Art. 2. Le chef de corps doit entamer la procédure de comparution devant la CMAR à l'égard du militaire qui entre dans son sixième mois d'absence pour motif de santé, soit qu'il ait été absent pendant cinq mois consécutifs, soit qu'il ait été absent pendant cinq mois sur une période de douze mois.
L'autorité désignée dans un règlement arrêté par le ministre de la Défense doit entamer la procédure de comparution devant la CMAR à l'égard du militaire qui, soit
1° peut être déclaré inapte au service comme militaire, à la suite d'une modification du profil médical;
2° souffre d'une affection ou infirmité entraînant l'inaptitude définitive au service comme militaire;
3° souffre d'une affection ou infirmité susceptible d'entraîner l'inaptitude au service comme militaire.
Peuvent à tout moment entamer la procédure de comparution d'un militaire devant la CMAR :
1° les autorités désignées dans un règlement arrêté par le ministre de la Défense;
2° le médecin [1 chargé de l'appui médical de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné]1;
3° [1 le conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour l'unité du militaire concerné ou le médecin-inspecteur du travail;]1
4° le militaire qui estime qu'il y a des doutes quant à son aptitude au service comme militaire.
[1 5° un médecin du centre médical d'expertise.]1
Les modalités d'exécution relatives à la procédure de comparution devant la CMAR sont fixées dans un règlement arrêté par le Ministre de la Défense.
[1 Par "médecin chargé de l'appui médical de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné", on entend : le médecin visé à l'article 2, 4°, de l'arrêté royal du 10 août 2005 relatif aux absences pour motif de santé des militaires.]1
L'autorité désignée dans un règlement arrêté par le ministre de la Défense doit entamer la procédure de comparution devant la CMAR à l'égard du militaire qui, soit
1° peut être déclaré inapte au service comme militaire, à la suite d'une modification du profil médical;
2° souffre d'une affection ou infirmité entraînant l'inaptitude définitive au service comme militaire;
3° souffre d'une affection ou infirmité susceptible d'entraîner l'inaptitude au service comme militaire.
Peuvent à tout moment entamer la procédure de comparution d'un militaire devant la CMAR :
1° les autorités désignées dans un règlement arrêté par le ministre de la Défense;
2° le médecin [1 chargé de l'appui médical de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné]1;
3° [1 le conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour l'unité du militaire concerné ou le médecin-inspecteur du travail;]1
4° le militaire qui estime qu'il y a des doutes quant à son aptitude au service comme militaire.
[1 5° un médecin du centre médical d'expertise.]1
Les modalités d'exécution relatives à la procédure de comparution devant la CMAR sont fixées dans un règlement arrêté par le Ministre de la Défense.
[1 Par "médecin chargé de l'appui médical de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné", on entend : le médecin visé à l'article 2, 4°, de l'arrêté royal du 10 août 2005 relatif aux absences pour motif de santé des militaires.]1
Art. 3. § 1. De MCGR is bevoegd om :
1° uitspraak te doen over de medische geschiktheid voor de dienst als militair;
2° het verlies van de graad van zelfredzaamheid te bepalen in geval van oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid ten gevolge van een zware handicap die opgelopen werd tijdens de loopbaan;
3° in het kader van een voorstel van ongeschiktheid voor de dienst als militair, het medisch profiel van een militair te wijzigen en een advies te geven over de geschiktheid van de betrokken militair om zijn functie uit te oefenen;
4° uitspraak te doen over de erkenning van de aard van ernstige en langdurige ziekte waaraan een militair lijdt;
5° uitspraak te doen, in het kader van de tijdelijke ambtsontheffing om gezondheidsredenen, over het oorzakelijk verband tussen de aandoening en de uitvoering van de dienst;
6° de duur van afwezigheid om gezondheidsredenen te verlengen, per gedeelte van maximum twaalf maanden, tot een maximumduur van zestig maanden;
7° uitspraak te doen over de definitieve lichamelijke ongeschiktheid van de militairen van het reservekader, alvorens deze op reform worden gesteld;
8° uitspraak te doen over de definitieve lichamelijke ongeschiktheid van militaire aalmoezeniers van het reservekader, alvorens deze wegens lichamelijke ongeschiktheid worden ontslagen.
[1 9° voor de toepassing van artikel 141 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, uitspraak te doen, op stukken, over het feit dat de lichamelijke schade waardoor de militair op medisch vlak definitief ongeschikt werd verklaard, het gevolg is van een ongeval of ziekte opgelopen in dienst en door het feit van de dienst.]1
De MCGR geeft haar advies of doet voorstellen over elke beginselkwestie die de Minister van [2 Defensie]2 haar voorlegt.
Zij geeft haar advies over elk bijzonder geval dat de minister van [2 Defensie]2, de minister tot wiens bevoegdheid de militaire pensioenen behoren, of de directeur-generaal human resources, haar voorlegt.
§ 2. Over de medische geschiktheid bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, kan de MCGR de volgende beslissingen nemen :
1° de militair wordt medisch geschikt verklaard;
2° de militair wordt medisch geschikt verklaard voor halftijdse arbeid;
3° de militair wordt tijdelijk medisch ongeschikt verklaard;
4° de militair wordt definitief medisch ongeschikt verklaard.
§ 3. Indien de militair medisch geschikt of medisch geschikt voor halftijdse arbeid wordt verklaard, dient hij de dienst te hervatten.
[1 Tweede lid opgeheven.]1.
[1 § 3/1. De militair die halftijds werkt, biedt zich aan bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor zijn eenheid teneinde zijn gezondheidstoestand te evalueren, in de volgende gevallen :
1° na de toegestane periode van halftijdse arbeid;
2° op zijn aanvraag;
3° op vraag van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor zijn eenheid.
De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort, brengt de MCGR op de hoogte. Indien de militair bij het verstrijken van de voorziene termijn van halftijdse arbeid niet in staat is om zijn werk op normale wijze terug op te nemen, wordt hij opgeroepen voor de MCGR die uitspraak doet over zijn geschiktheid.]1
§ 4. Indien de militair tijdelijk medisch ongeschikt verklaard wordt, kan hij tijdelijk om gezondheidsredenen van zijn ambt ontheven worden of tijdelijk op pensioen gesteld worden wegens lichamelijke ongeschiktheid.
In geval van tijdelijke ambtsontheffing om gezondheidsredenen, bepaalt de MCGR de duur ervan en stelt vast of dat er een verband is tussen de aandoening en de dienst, of dat het een ernstige en langdurige aandoening betreft. De duur van de afwezigheid om gezondheidsredenen kan worden verlengd. Indien de maximum duur van zestig maanden is bereikt, wordt de militair definitief ongeschikt verklaard.
In geval van tijdelijke oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid, bepaalt de MCGR de duur ervan. De gecumuleerde duur van de afwezigheid om gezondheidsredenen en van de tijdelijke oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid kan evenwel de maximale duur van zestig maanden niet overschrijden.
§ 5. Wanneer de MCGR de militair definitief ongeschikt verklaart, bepaalt zij het verlies van de graad van zelfredzaamheid als gevolg van een zware handicap.
1° uitspraak te doen over de medische geschiktheid voor de dienst als militair;
2° het verlies van de graad van zelfredzaamheid te bepalen in geval van oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid ten gevolge van een zware handicap die opgelopen werd tijdens de loopbaan;
3° in het kader van een voorstel van ongeschiktheid voor de dienst als militair, het medisch profiel van een militair te wijzigen en een advies te geven over de geschiktheid van de betrokken militair om zijn functie uit te oefenen;
4° uitspraak te doen over de erkenning van de aard van ernstige en langdurige ziekte waaraan een militair lijdt;
5° uitspraak te doen, in het kader van de tijdelijke ambtsontheffing om gezondheidsredenen, over het oorzakelijk verband tussen de aandoening en de uitvoering van de dienst;
6° de duur van afwezigheid om gezondheidsredenen te verlengen, per gedeelte van maximum twaalf maanden, tot een maximumduur van zestig maanden;
7° uitspraak te doen over de definitieve lichamelijke ongeschiktheid van de militairen van het reservekader, alvorens deze op reform worden gesteld;
8° uitspraak te doen over de definitieve lichamelijke ongeschiktheid van militaire aalmoezeniers van het reservekader, alvorens deze wegens lichamelijke ongeschiktheid worden ontslagen.
[1 9° voor de toepassing van artikel 141 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, uitspraak te doen, op stukken, over het feit dat de lichamelijke schade waardoor de militair op medisch vlak definitief ongeschikt werd verklaard, het gevolg is van een ongeval of ziekte opgelopen in dienst en door het feit van de dienst.]1
De MCGR geeft haar advies of doet voorstellen over elke beginselkwestie die de Minister van [2 Defensie]2 haar voorlegt.
Zij geeft haar advies over elk bijzonder geval dat de minister van [2 Defensie]2, de minister tot wiens bevoegdheid de militaire pensioenen behoren, of de directeur-generaal human resources, haar voorlegt.
§ 2. Over de medische geschiktheid bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, kan de MCGR de volgende beslissingen nemen :
1° de militair wordt medisch geschikt verklaard;
2° de militair wordt medisch geschikt verklaard voor halftijdse arbeid;
3° de militair wordt tijdelijk medisch ongeschikt verklaard;
4° de militair wordt definitief medisch ongeschikt verklaard.
§ 3. Indien de militair medisch geschikt of medisch geschikt voor halftijdse arbeid wordt verklaard, dient hij de dienst te hervatten.
[1 Tweede lid opgeheven.]1.
[1 § 3/1. De militair die halftijds werkt, biedt zich aan bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor zijn eenheid teneinde zijn gezondheidstoestand te evalueren, in de volgende gevallen :
1° na de toegestane periode van halftijdse arbeid;
2° op zijn aanvraag;
3° op vraag van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor zijn eenheid.
De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van de eenheid waartoe de betrokken militair behoort, brengt de MCGR op de hoogte. Indien de militair bij het verstrijken van de voorziene termijn van halftijdse arbeid niet in staat is om zijn werk op normale wijze terug op te nemen, wordt hij opgeroepen voor de MCGR die uitspraak doet over zijn geschiktheid.]1
§ 4. Indien de militair tijdelijk medisch ongeschikt verklaard wordt, kan hij tijdelijk om gezondheidsredenen van zijn ambt ontheven worden of tijdelijk op pensioen gesteld worden wegens lichamelijke ongeschiktheid.
In geval van tijdelijke ambtsontheffing om gezondheidsredenen, bepaalt de MCGR de duur ervan en stelt vast of dat er een verband is tussen de aandoening en de dienst, of dat het een ernstige en langdurige aandoening betreft. De duur van de afwezigheid om gezondheidsredenen kan worden verlengd. Indien de maximum duur van zestig maanden is bereikt, wordt de militair definitief ongeschikt verklaard.
In geval van tijdelijke oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid, bepaalt de MCGR de duur ervan. De gecumuleerde duur van de afwezigheid om gezondheidsredenen en van de tijdelijke oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid kan evenwel de maximale duur van zestig maanden niet overschrijden.
§ 5. Wanneer de MCGR de militair definitief ongeschikt verklaart, bepaalt zij het verlies van de graad van zelfredzaamheid als gevolg van een zware handicap.
Art. 3. § 1er. La CMAR est compétente pour :
1° se prononcer sur l'aptitude médicale au service comme militaire;
2° fixer la perte du degré d'autonomie en cas de mise à la pension pour cause d'inaptitude physique à la suite d'un handicap grave qui est survenu au cours de la carrière;
3° dans le cadre d'une proposition d'inaptitude au service comme militaire, modifier le profil médical d'un militaire et donner un avis sur l'aptitude du militaire concerné à exercer sa fonction;
4° se prononcer sur la reconnaissance du caractère grave et de longue durée de la maladie dont est atteint un militaire;
5° se prononcer, dans le cadre du retrait temporaire d'emploi pour motif de santé, sur le lien de causalité entre l'affection et l'exercice du service;
6° prolonger la durée de l'absence pour motif de santé par tranche de maximum douze mois, jusqu'à une durée maximale de soixante mois;
7° se prononcer sur l'inaptitude physique définitive des militaires du cadre de réserve, préalablement à leur mise à la réforme;
8° se prononcer sur l'inaptitude physique définitive des aumôniers militaires du cadre de réserve, préalablement à leur démission pour cause d'inaptitude physique.
[1 9° pour l'application de l'article 141 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées, se prononcer, sur pièces, sur le fait que les dommages physiques en raison desquels le militaire est déclaré définitivement inapte sur le plan médical sont les conséquences d'un accident encouru ou d'une maladie contractée en service et par le fait du service.]1
La CMAR donne son avis ou fait des propositions concernant toute question de principe qui lui est soumise par le Ministre de la Défense.
Elle donne son avis concernant tout cas particulier, qui lui est soumis par le ministre de la Défense, par le ministre ayant les pensions militaires dans ses attributions, ou par le directeur général human ressources.
§ 2. Quant à l'aptitude médicale visée au § 1er, alinéa 1er, 1°, la CMAR peut prendre les décisions suivantes :
1° le militaire est déclaré apte médical;
2° le militaire est déclaré apte médical à travailler à mi-temps;
3° le militaire est déclaré inapte médical temporairement;
4° le militaire est déclaré inapte médical définitivement.
§ 3. Si le militaire est déclaré apte médical ou apte médical à travailler à mi-temps, il est tenu de reprendre le service.
[1 Alinéa 2 abrogé.]1
[1 § 3/1. Le militaire qui travaille à mi-temps se présente devant le conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour son unité afin d'évaluer son état de santé, dans les cas suivants :
1° à la fin de la période de travail à mi-temps;
2° à sa demande;
3° à la demande du conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour son unité.
Le conseiller en prévention-médecin du travail de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné informe la CMAR. Si à l'expiration du délai prévu de travail à mi-temps, le militaire n'est pas en état de reprendre le travail normalement, il est convoqué devant la CMAR qui se prononce sur son aptitude.]1
§ 4. Si le militaire est déclaré inapte médical temporairement, il peut être retiré temporairement de son emploi pour motif de santé ou mis à la pension, à titre temporaire, pour cause d'inaptitude physique.
En cas de retrait temporaire d'emploi pour motif de santé, la CMAR en détermine la durée et constate s'il existe un lien entre la maladie et le service, ou s'il s'agit d'une maladie grave et de longue durée. La durée d'absence pour motif de santé peut être prolongée. Si la durée maximale de soixante mois est atteinte, le militaire est déclaré définitivement inapte.
En cas de mise à la pension temporaire pour cause d'inaptitude physique, la CMAR en détermine la durée. La durée cumulée de l'absence pour motif de santé et de la pension temporaire pour cause d'inaptitude physique ne peut cependant pas dépasser la durée maximale de soixante mois.
§ 5. Lorsque la CMAR déclare le militaire inapte définitivement, elle fixe la perte du degré d'autonomie résultant d'un handicap grave.
1° se prononcer sur l'aptitude médicale au service comme militaire;
2° fixer la perte du degré d'autonomie en cas de mise à la pension pour cause d'inaptitude physique à la suite d'un handicap grave qui est survenu au cours de la carrière;
3° dans le cadre d'une proposition d'inaptitude au service comme militaire, modifier le profil médical d'un militaire et donner un avis sur l'aptitude du militaire concerné à exercer sa fonction;
4° se prononcer sur la reconnaissance du caractère grave et de longue durée de la maladie dont est atteint un militaire;
5° se prononcer, dans le cadre du retrait temporaire d'emploi pour motif de santé, sur le lien de causalité entre l'affection et l'exercice du service;
6° prolonger la durée de l'absence pour motif de santé par tranche de maximum douze mois, jusqu'à une durée maximale de soixante mois;
7° se prononcer sur l'inaptitude physique définitive des militaires du cadre de réserve, préalablement à leur mise à la réforme;
8° se prononcer sur l'inaptitude physique définitive des aumôniers militaires du cadre de réserve, préalablement à leur démission pour cause d'inaptitude physique.
[1 9° pour l'application de l'article 141 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées, se prononcer, sur pièces, sur le fait que les dommages physiques en raison desquels le militaire est déclaré définitivement inapte sur le plan médical sont les conséquences d'un accident encouru ou d'une maladie contractée en service et par le fait du service.]1
La CMAR donne son avis ou fait des propositions concernant toute question de principe qui lui est soumise par le Ministre de la Défense.
Elle donne son avis concernant tout cas particulier, qui lui est soumis par le ministre de la Défense, par le ministre ayant les pensions militaires dans ses attributions, ou par le directeur général human ressources.
§ 2. Quant à l'aptitude médicale visée au § 1er, alinéa 1er, 1°, la CMAR peut prendre les décisions suivantes :
1° le militaire est déclaré apte médical;
2° le militaire est déclaré apte médical à travailler à mi-temps;
3° le militaire est déclaré inapte médical temporairement;
4° le militaire est déclaré inapte médical définitivement.
§ 3. Si le militaire est déclaré apte médical ou apte médical à travailler à mi-temps, il est tenu de reprendre le service.
[1 Alinéa 2 abrogé.]1
[1 § 3/1. Le militaire qui travaille à mi-temps se présente devant le conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour son unité afin d'évaluer son état de santé, dans les cas suivants :
1° à la fin de la période de travail à mi-temps;
2° à sa demande;
3° à la demande du conseiller en prévention-médecin du travail compétent pour son unité.
Le conseiller en prévention-médecin du travail de l'unité à laquelle appartient le militaire concerné informe la CMAR. Si à l'expiration du délai prévu de travail à mi-temps, le militaire n'est pas en état de reprendre le travail normalement, il est convoqué devant la CMAR qui se prononce sur son aptitude.]1
§ 4. Si le militaire est déclaré inapte médical temporairement, il peut être retiré temporairement de son emploi pour motif de santé ou mis à la pension, à titre temporaire, pour cause d'inaptitude physique.
En cas de retrait temporaire d'emploi pour motif de santé, la CMAR en détermine la durée et constate s'il existe un lien entre la maladie et le service, ou s'il s'agit d'une maladie grave et de longue durée. La durée d'absence pour motif de santé peut être prolongée. Si la durée maximale de soixante mois est atteinte, le militaire est déclaré définitivement inapte.
En cas de mise à la pension temporaire pour cause d'inaptitude physique, la CMAR en détermine la durée. La durée cumulée de l'absence pour motif de santé et de la pension temporaire pour cause d'inaptitude physique ne peut cependant pas dépasser la durée maximale de soixante mois.
§ 5. Lorsque la CMAR déclare le militaire inapte définitivement, elle fixe la perte du degré d'autonomie résultant d'un handicap grave.
Art. 4. De MCBGR neemt, bij beroep van de belanghebbende of van de minister van [2 Defensie]2, in tweede aanleg kennis van beslissingen welke de MCGR heeft gewezen.
Op straffe van onontvankelijkheid, moet het beroep met een [1 aangetekende zending]1 bij de voorzitter van de MCBGR worden ingediend, binnen de [2 tien werkdagen]2 na de kennisgeving van de betwiste beslissing.
(De MCBGR doet uitspraak in tweede aanleg, bij beroep van de belanghebbende, inzake een afwezigheid om gezondheidredenen, over het rechtstreeks en determinerend oorzakelijk verband tussen de aandoening en de uitvoering van de dienst.)
Op straffe van onontvankelijkheid, moet het beroep met een [1 aangetekende zending]1 bij de voorzitter van de MCBGR worden ingediend, binnen de [2 tien werkdagen]2 na de kennisgeving van de betwiste beslissing.
(De MCBGR doet uitspraak in tweede aanleg, bij beroep van de belanghebbende, inzake een afwezigheid om gezondheidredenen, over het rechtstreeks en determinerend oorzakelijk verband tussen de aandoening en de uitvoering van de dienst.)
Art. 4. La CMARA connaît en second degré, sur recours de l'intéressé ou du ministre de la Défense, des décisions de la CMAR.
Sous peine d'irrecevabilité, le recours doit être introduit auprès du président de la CMARA, par [1 envoi recommandé]1, dans les [2 dix jours ouvrables]2 suivant la notification de la décision contestée.
(La CMARA se prononce en second degré, sur recours de l'intéressé, en ce qui concerne une absence pour motif de santé, sur le lien de causalité direct et déterminant entre l'affection et l'exercice du service.)
Sous peine d'irrecevabilité, le recours doit être introduit auprès du président de la CMARA, par [1 envoi recommandé]1, dans les [2 dix jours ouvrables]2 suivant la notification de la décision contestée.
(La CMARA se prononce en second degré, sur recours de l'intéressé, en ce qui concerne une absence pour motif de santé, sur le lien de causalité direct et déterminant entre l'affection et l'exercice du service.)
HOOFDSTUK II. - De verschijningsregels voor de commissies.
CHAPITRE II. - Des règles de comparution devant les commissions.
Art. 5. § 1. De betrokkene wordt met een [1 aangetekende zending]1 verzocht voor een van de commissies te verschijnen.
§ 2. De betrokkene verschijnt in persoon. Hij kan zich door een raadsman laten bijstaan.
Alleen advocaten, militairen in werkelijke dienst en geneesheren evenals iedere persoon die voor elke zaak door de voorzitter van de behandelende commissie aanvaard is, mogen als raadsman optreden.
§ 3. De betrokkene die lichamelijk niet in staat is zich te verplaatsen om te verschijnen, moet zulks door een geneeskundig getuigschrift rechtvaardigen. In dit geval kan de voorzitter een geneesheer, lid van de commissie, aanwijzen om de belanghebbende ter plaatse te horen of te onderzoeken.
De betrokkene die om geldige redenen vrijgesteld is om zelf te verschijnen, mag zich door een raadsman laten vertegenwoordigen.
§ 4. Wanneer de commissie, op het met redenen omkleed voorstel van de voorzitter, oordeelt dat aan het verschijnen van de betrokkene ernstige moeilijkheden kunnen zijn verbonden, kan zij hem ervan ontslaan zelf te verschijnen en hem toestaan zich door een raadsman te laten vertegenwoordigen.
De voorzitter kan ook een geneesheer, lid van de commissie, aanwijzen om de belanghebbende ter plaatse te horen of te onderzoeken.
§ 5. Wanneer de belanghebbende, zonder een door de commissie geldig bevonden reden, niet persoonlijk verschijnt na behoorlijk te zijn opgeroepen, kan de procedure in zijn afwezigheid worden voortgezet.
Wanneer een afwezigheidsreden geldig wordt bevonden door de commissie, neemt deze alleen een definitieve beslissing na de verschijning van de betrokkene op een andere datum.
§ 2. De betrokkene verschijnt in persoon. Hij kan zich door een raadsman laten bijstaan.
Alleen advocaten, militairen in werkelijke dienst en geneesheren evenals iedere persoon die voor elke zaak door de voorzitter van de behandelende commissie aanvaard is, mogen als raadsman optreden.
§ 3. De betrokkene die lichamelijk niet in staat is zich te verplaatsen om te verschijnen, moet zulks door een geneeskundig getuigschrift rechtvaardigen. In dit geval kan de voorzitter een geneesheer, lid van de commissie, aanwijzen om de belanghebbende ter plaatse te horen of te onderzoeken.
De betrokkene die om geldige redenen vrijgesteld is om zelf te verschijnen, mag zich door een raadsman laten vertegenwoordigen.
§ 4. Wanneer de commissie, op het met redenen omkleed voorstel van de voorzitter, oordeelt dat aan het verschijnen van de betrokkene ernstige moeilijkheden kunnen zijn verbonden, kan zij hem ervan ontslaan zelf te verschijnen en hem toestaan zich door een raadsman te laten vertegenwoordigen.
De voorzitter kan ook een geneesheer, lid van de commissie, aanwijzen om de belanghebbende ter plaatse te horen of te onderzoeken.
§ 5. Wanneer de belanghebbende, zonder een door de commissie geldig bevonden reden, niet persoonlijk verschijnt na behoorlijk te zijn opgeroepen, kan de procedure in zijn afwezigheid worden voortgezet.
Wanneer een afwezigheidsreden geldig wordt bevonden door de commissie, neemt deze alleen een definitieve beslissing na de verschijning van de betrokkene op een andere datum.
Art. 5. § 1er. L'intéressé est invité, par [1 envoi recommandé]1, à comparaître devant l'une des commissions.
§ 2. L'intéressé comparaît en personne. Il peut se faire assister par un conseil.
Ne sont admis comme conseils que des avocats, des militaires en service actif et des médecins ainsi que toute personne agréée dans chaque cause par le président de la commission saisie.
§ 3. L'intéressé qui se trouve dans l'incapacité physique de se déplacer pour comparaître, doit le justifier par un certificat médical. Dans ce cas, le président peut commettre un membre médecin de la commission pour entendre ou examiner sur place l'intéressé.
L'intéressé qui, pour des motifs valables, est dispensé de comparaître en personne, est autorisé à se faire représenter par un conseil.
§ 4. Lorsque, sur la proposition motivée du président, la commission estime que la comparution de l'intéressé est de nature à présenter des difficultés graves, elle peut le dispenser de comparaître en personne et l'autoriser à se faire représenter par un conseil.
Le président peut également commettre un membre médecin de la commission pour entendre ou examiner sur place l'intéressé.
§ 5. Lorsque l'intéressé, sans motif reconnu valable par la commission, ne comparaît pas en personne après avoir été dûment convoqué, la procédure peut être poursuivie en son absence.
Lorsqu'un motif d'absence est reconnu valable par la commission, celle-ci ne prend de décision définitive qu'après comparution de l'intéressé à une autre date
§ 2. L'intéressé comparaît en personne. Il peut se faire assister par un conseil.
Ne sont admis comme conseils que des avocats, des militaires en service actif et des médecins ainsi que toute personne agréée dans chaque cause par le président de la commission saisie.
§ 3. L'intéressé qui se trouve dans l'incapacité physique de se déplacer pour comparaître, doit le justifier par un certificat médical. Dans ce cas, le président peut commettre un membre médecin de la commission pour entendre ou examiner sur place l'intéressé.
L'intéressé qui, pour des motifs valables, est dispensé de comparaître en personne, est autorisé à se faire représenter par un conseil.
§ 4. Lorsque, sur la proposition motivée du président, la commission estime que la comparution de l'intéressé est de nature à présenter des difficultés graves, elle peut le dispenser de comparaître en personne et l'autoriser à se faire représenter par un conseil.
Le président peut également commettre un membre médecin de la commission pour entendre ou examiner sur place l'intéressé.
§ 5. Lorsque l'intéressé, sans motif reconnu valable par la commission, ne comparaît pas en personne après avoir été dûment convoqué, la procédure peut être poursuivie en son absence.
Lorsqu'un motif d'absence est reconnu valable par la commission, celle-ci ne prend de décision définitive qu'après comparution de l'intéressé à une autre date
Art. 6. Vanaf de vijftiende dag vóór de zitting van de commissie, kan de belanghebbende of zijn raadsman het dossier van de zaak ten zetel van de commissie raadplegen.
Art. 6. A partir du quinzième jour qui précède la séance de la commission, le dossier de l'affaire peut être consulté au siège de la commission par l'intéressé ou par son conseil.
HOOFDSTUK III. - De onderzoeks- en beslissingsregels van de commissies.
CHAPITRE III. - Des règles d'investigation et de décisions des commissions.
Art. 7. De commissies mogen van alle onderzoeksmiddelen gebruik maken en inzonderheid het advies van deskundigen inwinnen.
Art. 7. Les commissions peuvent recourir à tout moyen d'investigation et notamment prendre l'avis d'experts.
Art. 8. Elke commissie doet uitspraak bij meerderheid van stemmen. De leden van de commissies kunnen zich niet onthouden.
Art. 8. Chaque commission se prononce à la majorité des voix. Les membres des commissions ne peuvent pas s'abstenir.
Art. 9. De beslissingen van de commissies worden ter kennis gegeven aan de betrokkene, naargelang het geval rechtstreeks na het einde van de zitting van de betrokken commissie of met een [1 aangetekende zending]1. De voorzitter van de betrokken commissie brengt indien nodig de minister van [2 Defensie]2 op de hoogte van de beslissing van de commissie.
Art. 9. Les décisions des commissions sont notifiées à l'intéressé, selon le cas directement à la fin de la séance de la commission concernée ou par [1 envoi recommandé]1. Le président de la commission concernée informe si nécessaire le ministre de la Défense de la décision de la commission.
Art. 10. De beslissingen van de commissies kunnen, in geval van bedrog, op verzoek van de minister van [1 Defensie]1 worden herzien.
De aanvraag om herziening wordt gericht aan de voorzitter van de commissie die de betwiste beslissing genomen heeft en wel binnen de vijf jaar na de kennisgeving van deze beslissing.
De aan herziening onderworpen gevallen worden door de commissie die de betwiste beslissing heeft genomen, onderzocht alsof het een eerste aanvraag betrof.
Tegen een nieuwe beslissing van de MCGR, tengevolge van een aanvraag om herziening, kan het in artikel 4 bedoelde beroep worden ingesteld.
De aanvraag om herziening wordt gericht aan de voorzitter van de commissie die de betwiste beslissing genomen heeft en wel binnen de vijf jaar na de kennisgeving van deze beslissing.
De aan herziening onderworpen gevallen worden door de commissie die de betwiste beslissing heeft genomen, onderzocht alsof het een eerste aanvraag betrof.
Tegen een nieuwe beslissing van de MCGR, tengevolge van een aanvraag om herziening, kan het in artikel 4 bedoelde beroep worden ingesteld.
Art. 10. Les décisions des commissions peuvent, en cas de fraude, être révisées à la demande du ministre de la Défense.
La demande de révision est adressée au président de la commission qui a rendu la décision contestée. Elle doit l'être dans les cinq ans à dater de la notification de cette décision.
Les cas soumis à révision sont examinés par la commission qui a rendu la décision contestée, comme s'il s'agissait d'une première demande.
La nouvelle décision rendue par la CMAR, suite à une demande en révision, est susceptible du recours prévu à l'article 4.
La demande de révision est adressée au président de la commission qui a rendu la décision contestée. Elle doit l'être dans les cinq ans à dater de la notification de cette décision.
Les cas soumis à révision sont examinés par la commission qui a rendu la décision contestée, comme s'il s'agissait d'une première demande.
La nouvelle décision rendue par la CMAR, suite à une demande en révision, est susceptible du recours prévu à l'article 4.
HOOFDSTUK IV. - De samenstelling van de commissies.
CHAPITRE IV. - De la composition des commissions.
Art. 11. De MCGR bestaat uit de volgende leden :
1° een hoofdofficier, als voorzitter;
2° een officier, vertegenwoordiger van de algemene directie human resources;
3° drie officieren-geneesheren die ten minste vijf jaar gediplomeerd zijn.
1° een hoofdofficier, als voorzitter;
2° een officier, vertegenwoordiger van de algemene directie human resources;
3° drie officieren-geneesheren die ten minste vijf jaar gediplomeerd zijn.
Art. 11. La CMAR est composée des membres suivants :
1° un officier supérieur, comme président;
2° un officier, représentant de la direction générale human ressources;
3° trois officiers médecins diplômés depuis cinq ans au moins.
1° un officier supérieur, comme président;
2° un officier, représentant de la direction générale human ressources;
3° trois officiers médecins diplômés depuis cinq ans au moins.
Art. 12. De MCBGR bestaat uit de volgende leden :
1° een kolonel of een luitenant-kolonel, als voorzitter;
2° een hoofdofficier, vertegenwoordiger van de algemene directie human resources;
3° drie officieren-geneesheren die sedert ten minste tien jaar gediplomeerd zijn.
1° een kolonel of een luitenant-kolonel, als voorzitter;
2° een hoofdofficier, vertegenwoordiger van de algemene directie human resources;
3° drie officieren-geneesheren die sedert ten minste tien jaar gediplomeerd zijn.
Art. 12. La CMARA est composée des membres suivants :
1° un colonel ou un lieutenant-colonel, comme président;
2° un officier supérieur, représentant de la direction générale human ressources;
3° trois officiers médecins diplômés depuis dix ans au moins.
1° un colonel ou un lieutenant-colonel, comme président;
2° un officier supérieur, représentant de la direction générale human ressources;
3° trois officiers médecins diplômés depuis dix ans au moins.
Art. 13. Voor de beide commissies wordt een plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangers aangewezen die dezelfde voorwaarden vervullen.
Het secretariaat van iedere commissie wordt waargenomen door een lager officier, lid van de algemene directie human resources, secretaris. Hij wordt bijgestaan door militairen beneden de rang van officier.
Het secretariaat van iedere commissie wordt waargenomen door een lager officier, lid van de algemene directie human resources, secretaris. Hij wordt bijgestaan door militairen beneden de rang van officier.
Art. 13. Il est désigné pour chacune de ces commissions, un président suppléant et des membres suppléants répondant aux mêmes conditions.
Le secrétariat de chaque commission est assuré par un officier subalterne, membre de la direction générale human ressources, secrétaire. Il est assisté de militaires au-dessous du rang d'officier.
Le secrétariat de chaque commission est assuré par un officier subalterne, membre de la direction générale human ressources, secrétaire. Il est assisté de militaires au-dessous du rang d'officier.
Art. 14. De gewone en plaatsvervangende leden van de commissies worden aangewezen door de directeur-generaal human resources of de door hem aangewezen overheid.
De aanwijzing voor een zitting zal als een prioritaire activiteit beschouwd worden.
Het personeel van het secretariaat wordt door de directeur-generaal human resources aangewezen.
De aanwijzing voor een zitting zal als een prioritaire activiteit beschouwd worden.
Het personeel van het secretariaat wordt door de directeur-generaal human resources aangewezen.
Art. 14. Les membres effectifs et suppléants des commissions sont désignés par le directeur général human ressources ou l'autorité qu'il désigne.
La désignation pour une séance sera considérée comme une activité prioritaire.
Le personnel du secrétariat est désigné par le directeur général human ressources
La désignation pour une séance sera considérée comme une activité prioritaire.
Le personnel du secrétariat est désigné par le directeur général human ressources
Art. 14/1. [1 Elke persoon, waarvan de medische geschiktheid onderzocht wordt, kan elk lid van de MCGR of van de MCBGR wraken [2 indien hij van mening is dat een wettige verdenking bestaat ten opzichte van een lid]2.
Dient zich te wraken elk lid van de MCGR of van de MCBGR :
1° dat de echtgenoot of wettelijk samenwonende, of een bloed- of aanverwant tot de vierde graad is van de persoon waarvan de medische geschiktheid onderzocht wordt;
2° dat [2 ...]2 van mening is dat hij de persoon, waarvan de medische geschiktheid onderzocht wordt, niet volkomen onpartijdig kan beoordelen.
Elke persoon, waarvan de medische geschiktheid onderzocht wordt, of het betrokken lid moet de wrakingsgrond doen gelden :
1° bij de voorzitter van de MCGR indien de wrakingsgrond een lid van deze commissie betreft;
2° bij de voorzitter van de MCBGR indien de wrakingsgrond een lid van deze commissie betreft;
3° bij de directeur-generaal human resources, indien de wrakingsgrond de voorzitter van de MCGR of van de MCBGR betreft.
Indien de voorzitter van de betrokken commissie of de directeur-generaal human resources oordeelt dat de motivering ontoereikend is, kan hij de wraking verwerpen. De verwerping wordt schriftelijk gemotiveerd. Indien hij oordeelt dat de wrakingsgrond gegrond is, worden nieuwe leden aangewezen.
[2 De beslissing wordt overgemaakt aan de betrokkene door middel van elk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs, in voorkomend geval, vergezeld van de lijst van de nieuwe aangewezen leden.]2
De wrakingsgrond, gemotiveerd door een bewijs of een begin van bewijs, wordt door elk schriftelijk communicatiemiddel toegezonden tegen ontvangstbewijs ten laatste vijftien werkdagen vóór de zitting van de betrokken commissie.]1
Dient zich te wraken elk lid van de MCGR of van de MCBGR :
1° dat de echtgenoot of wettelijk samenwonende, of een bloed- of aanverwant tot de vierde graad is van de persoon waarvan de medische geschiktheid onderzocht wordt;
2° dat [2 ...]2 van mening is dat hij de persoon, waarvan de medische geschiktheid onderzocht wordt, niet volkomen onpartijdig kan beoordelen.
Elke persoon, waarvan de medische geschiktheid onderzocht wordt, of het betrokken lid moet de wrakingsgrond doen gelden :
1° bij de voorzitter van de MCGR indien de wrakingsgrond een lid van deze commissie betreft;
2° bij de voorzitter van de MCBGR indien de wrakingsgrond een lid van deze commissie betreft;
3° bij de directeur-generaal human resources, indien de wrakingsgrond de voorzitter van de MCGR of van de MCBGR betreft.
Indien de voorzitter van de betrokken commissie of de directeur-generaal human resources oordeelt dat de motivering ontoereikend is, kan hij de wraking verwerpen. De verwerping wordt schriftelijk gemotiveerd. Indien hij oordeelt dat de wrakingsgrond gegrond is, worden nieuwe leden aangewezen.
[2 De beslissing wordt overgemaakt aan de betrokkene door middel van elk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs, in voorkomend geval, vergezeld van de lijst van de nieuwe aangewezen leden.]2
De wrakingsgrond, gemotiveerd door een bewijs of een begin van bewijs, wordt door elk schriftelijk communicatiemiddel toegezonden tegen ontvangstbewijs ten laatste vijftien werkdagen vóór de zitting van de betrokken commissie.]1
Art.14/1.[1 Toute personne, dont l'aptitude médicale est examinée, peut récuser tout membre de la CMAR ou de la CMARA [2 s'il estime qu'il existe une suspicion légitime à l'égard d'un membre]2.
Doit se récuser tout membre de la CMAR ou de la CMARA :
1° qui est le conjoint ou cohabitant légal, ou un parent ou allié jusqu'au quatrième degré de la personne dont l'aptitude médicale est examinée;
2° qui [2 ...]2 estime qu'il ne peut apprécier la personne, dont l'aptitude médicale est examinée, en toute impartialité.
Toute personne, dont l'aptitude médicale est examinée, ou le membre concerné doit faire valoir la cause de récusation :
1° auprès du président de la CMAR si la cause de récusation concerne un membre de cette commission;
2° auprès du président de la CMARA si la cause de récusation concerne un membre de cette commission;
3° auprès du directeur général human resources si la cause de récusation concerne le président de la CMAR ou de la CMARA.
Si le président de la commission concernée ou le directeur général human resources estime la motivation insuffisante, il peut rejeter la récusation. Le rejet est motivé par écrit. S'il estime la cause de récusation fondée, de nouveaux membres sont désignés.
[2 La décision est transmise au concerné par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception, le cas échéant, accompagnée de la liste des nouveaux membres désignés.]2
La cause de récusation, motivée par une preuve ou un commencement de preuve, est envoyée par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception au plus tard quinze jours ouvrables avant la séance de la commission concernée.]1
Doit se récuser tout membre de la CMAR ou de la CMARA :
1° qui est le conjoint ou cohabitant légal, ou un parent ou allié jusqu'au quatrième degré de la personne dont l'aptitude médicale est examinée;
2° qui [2 ...]2 estime qu'il ne peut apprécier la personne, dont l'aptitude médicale est examinée, en toute impartialité.
Toute personne, dont l'aptitude médicale est examinée, ou le membre concerné doit faire valoir la cause de récusation :
1° auprès du président de la CMAR si la cause de récusation concerne un membre de cette commission;
2° auprès du président de la CMARA si la cause de récusation concerne un membre de cette commission;
3° auprès du directeur général human resources si la cause de récusation concerne le président de la CMAR ou de la CMARA.
Si le président de la commission concernée ou le directeur général human resources estime la motivation insuffisante, il peut rejeter la récusation. Le rejet est motivé par écrit. S'il estime la cause de récusation fondée, de nouveaux membres sont désignés.
[2 La décision est transmise au concerné par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception, le cas échéant, accompagnée de la liste des nouveaux membres désignés.]2
La cause de récusation, motivée par une preuve ou un commencement de preuve, est envoyée par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception au plus tard quinze jours ouvrables avant la séance de la commission concernée.]1
Art. 15. De leden van elke commissie en het personeel van hun secretariaat moeten de zaken kunnen behandelen in de taal van het taalstelsel van de betrokkene.
Art. 15. Les membres de chaque commission et le personnel de leur secrétariat doivent être à même de traiter les affaires dans la langue du régime linguistique de l'intéressé.
Art. 16. In administratief en disciplinair opzicht oefent iedere voorzitter ten aanzien van de leden en van het secretariaat van zijn commissie de bevoegdheid van korpscommandant uit.
Art. 16. Chaque président exerce, au point de vue administratif et disciplinaire, les attributions de chef de corps à l'égard des membres et du secrétariat de sa commission.
HOOFDSTUK V. - Opheffings- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions abrogatoire et transitoire.
Art. 17. Het koninklijk besluit van 5 oktober 1959 betreffende de militaire commissies voor geschiktheid en reform, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 oktober 1963, 14 februari 1989 en 3 mei 2003, wordt opgeheven.
Art. 17. L'arrêté royal du 5 octobre 1959 relatif aux commissions militaires d'aptitude et de réforme, modifié par les arrêtés royaux des 25 octobre 1963, 14 février 1989 et 3 mai 2003, est abrogé.
Art. 18. Elke procedure gestart ten opzichte van een militair wordt voleindigd met toepassing van de geldende bepalingen die op hem toepasselijk waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit, behalve wanneer de terzake bevoegde overheid beslist een nieuwe procedure te laten beginnen na de voornoemde datum.
Art. 18. Toute procédure entamée à l'égard d'un militaire est terminée en application des dispositions en vigueur qui lui étaient applicables avant la mise en vigueur du présent arrêté, sauf si l'autorité compétente en la matière décide de faire entamer une nouvelle procédure après la date précitée.
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2005.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2005.
Art. 20. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Notre Ministre de la Défense est chargé de l'exécution du présent arrêté.