Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 SEPTEMBER 2005. - Koninklijk besluit betreffende de geschiktheid voor luchtdienst. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-11-2005 en tekstbijwerking tot 17-11-2023)
Titre
17 SEPTEMBRE 2005. - Arrêté royal relatif à l'aptitude au service aérien. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-11-2005 et mise à jour au 17-11-2023)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.
HOOFDSTUK II. - De medische onderzoeken tot vas...
HOOFDSTUK IIbis. - De psychotechnische proeven ...
HOOFDSTUK III. - De geschiktheid voor luchtdienst.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Afdeling II. - De beslissing van geschiktheid v...
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Généralités.
CHAPITRE II. - Des examens médicaux pour la dét...
CHAPITRE IIbis. - Des épreuves psychotechniques...
CHAPITRE III. - De l'aptitude au service aérien.
Section Ire. - Dispositions générales.
Section II. - De la décision d'aptitude au serv...
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
ANNEXE.
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.
CHAPITRE Ier. - Généralités.
Artikel 1. Dit besluit is toepasselijk op de leden en kandidaat-leden van het varend personeel van de krijgsmacht bedoeld in artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht, alsmede op de militairen en kandidaat-militairen die gelegenheidsluchtvaartprestaties uitvoeren.
Article 1. Le présent arrêté s'applique aux membres et candidats membres du personnel navigant des forces armées visé à l'article 1er, 1°, de l'arrêté royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armées, ainsi qu'aux militaires et candidats militaires effectuant des prestations aéronautiques occasionnelles.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
1° "luchtdienst" : het uitvoeren van een functie of het vervullen van een opdracht aan boord van een militair luchtvaartuig in vlucht;
2° "de kandidaat voor luchtdienst" : de sollicitant, de kandidaat-militair of de militair die aan luchtdienst wenst deel te nemen met als bedoeling tot een categorie van het varend personeel toe te treden of gelegenheidsluchtvaartprestaties uit te voeren;
3° "de vliegerarts" : de arts die een aanvullende vorming in luchtvaartgeneeskunde heeft gevolgd en die zich daarover regelmatig bijschoolt;
4° "leerling-piloot" : de kandidaat-militair of de militair die de professionele vorming volgt voor het behalen van het militair brevet van piloot;
5° "piloot-leerling" : de kandidaat-militair of de militair, houder van het militair brevet van piloot, die de professionele vorming volgt voor het behalen van het hoger militair brevet van piloot;
6° "piloot" : de militair, houder van het hoger militair brevet van piloot, en de piloot-leerling;
7° "kandidaat-militair" : de kandidaat bedoeld in artikel [1 3/1 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht]1;
8° "sollicitant" : de persoon bedoeld in artikel 3, [1 3, 6°, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht]1;
9° "de minister" : de minister van [2 Defensie]2;
10° "het CME-CLG" : het centrum voor medische expertise-centrum voor luchtvaartgeneeskunde;
11° "NAEWF" : NATO AIRBORNE EARLY WARNING FORCE;
12° "de commissie" : de geneeskundige commissie voor geschiktheid voor luchtdienst;
13° "de commissie van beroep" : de geneeskundige commissie van beroep voor geschiktheid voor luchtdienst;
14° "de MCGR" : de militaire commissie voor geschiktheid en reform;
15° "de MCBGR" : de militaire commissie van beroep voor geschiktheid en reform.
1° "luchtdienst" : het uitvoeren van een functie of het vervullen van een opdracht aan boord van een militair luchtvaartuig in vlucht;
2° "de kandidaat voor luchtdienst" : de sollicitant, de kandidaat-militair of de militair die aan luchtdienst wenst deel te nemen met als bedoeling tot een categorie van het varend personeel toe te treden of gelegenheidsluchtvaartprestaties uit te voeren;
3° "de vliegerarts" : de arts die een aanvullende vorming in luchtvaartgeneeskunde heeft gevolgd en die zich daarover regelmatig bijschoolt;
4° "leerling-piloot" : de kandidaat-militair of de militair die de professionele vorming volgt voor het behalen van het militair brevet van piloot;
5° "piloot-leerling" : de kandidaat-militair of de militair, houder van het militair brevet van piloot, die de professionele vorming volgt voor het behalen van het hoger militair brevet van piloot;
6° "piloot" : de militair, houder van het hoger militair brevet van piloot, en de piloot-leerling;
7° "kandidaat-militair" : de kandidaat bedoeld in artikel [1 3/1 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht]1;
8° "sollicitant" : de persoon bedoeld in artikel 3, [1 3, 6°, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht]1;
9° "de minister" : de minister van [2 Defensie]2;
10° "het CME-CLG" : het centrum voor medische expertise-centrum voor luchtvaartgeneeskunde;
11° "NAEWF" : NATO AIRBORNE EARLY WARNING FORCE;
12° "de commissie" : de geneeskundige commissie voor geschiktheid voor luchtdienst;
13° "de commissie van beroep" : de geneeskundige commissie van beroep voor geschiktheid voor luchtdienst;
14° "de MCGR" : de militaire commissie voor geschiktheid en reform;
15° "de MCBGR" : de militaire commissie van beroep voor geschiktheid en reform.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut comprendre par :
1° "service aérien" : l'exercice d'une fonction ou l'exécution d'une mission à bord d'un aéronef militaire en vol;
2° "le candidat au service aérien" : le postulant, le candidat militaire ou le militaire qui désire participer au service aérien en vue d'accéder à une catégorie de personnel navigant ou d'exécuter des prestations aéronautiques occasionnelles;
3° "le médecin aéronautique" : le médecin qui a suivi une formation complémentaire en médecine aéronautique et qui suit régulièrement des cours de perfectionnement;
4° "élève-pilote" : le candidat militaire ou le militaire qui suit la formation professionnelle pour l'obtention du brevet militaire de pilote;
5° "pilote-élève" : le candidat militaire ou le militaire, titulaire du brevet militaire de pilote, qui suit la formation professionnelle pour l'obtention du brevet supérieur militaire de pilote;
6° "pilote" : le militaire, titulaire du brevet supérieur militaire de pilote et le pilote-élève;
7° "candidat militaire" : le candidat visé à l'article [1 3/1 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées]1 ;
8° "postulant" : la personne visée à l'article [1 3, 6°, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées]1;
9° "le ministre" : le ministre de la Défense;
10° "le CME-CMA" : le centre médical d'expertise-centre de médecine aéronautique;
11° "NAEWF" : NATO AIRBORNE EARLY WARNING FORCE;
12° "la commission" : la commission médicale pour l'aptitude au service aérien;
13° "la commission d'appel" : la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service aérien;
14° "la CMAR" : la commission militaire d'aptitude et de réforme;
15° "la CMARA" : la commission militaire d'aptitude et de réforme d'appel.
1° "service aérien" : l'exercice d'une fonction ou l'exécution d'une mission à bord d'un aéronef militaire en vol;
2° "le candidat au service aérien" : le postulant, le candidat militaire ou le militaire qui désire participer au service aérien en vue d'accéder à une catégorie de personnel navigant ou d'exécuter des prestations aéronautiques occasionnelles;
3° "le médecin aéronautique" : le médecin qui a suivi une formation complémentaire en médecine aéronautique et qui suit régulièrement des cours de perfectionnement;
4° "élève-pilote" : le candidat militaire ou le militaire qui suit la formation professionnelle pour l'obtention du brevet militaire de pilote;
5° "pilote-élève" : le candidat militaire ou le militaire, titulaire du brevet militaire de pilote, qui suit la formation professionnelle pour l'obtention du brevet supérieur militaire de pilote;
6° "pilote" : le militaire, titulaire du brevet supérieur militaire de pilote et le pilote-élève;
7° "candidat militaire" : le candidat visé à l'article [1 3/1 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées]1 ;
8° "postulant" : la personne visée à l'article [1 3, 6°, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées]1;
9° "le ministre" : le ministre de la Défense;
10° "le CME-CMA" : le centre médical d'expertise-centre de médecine aéronautique;
11° "NAEWF" : NATO AIRBORNE EARLY WARNING FORCE;
12° "la commission" : la commission médicale pour l'aptitude au service aérien;
13° "la commission d'appel" : la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service aérien;
14° "la CMAR" : la commission militaire d'aptitude et de réforme;
15° "la CMARA" : la commission militaire d'aptitude et de réforme d'appel.
Art. 3. Op het gebied van de medische geschiktheid voor luchtdienst wordt het varend personeel onderverdeeld in drie vliegmedische categorieën (VMC).
De vliegmedische categorie 1 (VMC 1) bevat de piloten, leerling-piloten en de sollicitanten kandidaat-piloten.
De vliegmedische categorie 2 (VMC 2) bevat het varend personeel dat niet piloot is maar waarvan de functie aan boord van het luchtvaartuig in direct verband staat met het technisch uitvoeren van de vlucht. De beoogde functies zijn :
1° navigator;
2° boordmecanicien;
3° operator van opzoekings- en reddingssysteem (SARSO);
4° loadmaster-steward;
[2 4/1° loadmaster A400M;]2
5° [1 cabin operator;]1
[1 6° [3 tactical coordinator;]3]1
[3 7° air refueling operator-loadmaster;
8° de sollicitanten, de kandidaat-militairen en de militairen die één van de in dit lid, 2° tot 7°, bedoelde functies wensen uit te oefenen.]3
De vliegmedische categorie 3 (VMC 3) bevat het varend personeel dat niet piloot is waarvan de functie aan boord van het luchtvaartuig niet in direct verband staat met het technisch uitvoeren van de vlucht. De beoogde functies zijn :
1° ambulancier aan boord van opzoekings- en reddingsluchtvaartuigen;
2° redder-duiker aan boord van opzoekings- en reddingsluchtvaartuigen;
3° boordschutter;
4° steward;
5° luchtverdedigingscontroleur aan boord van luchtvaartuigen van de NAEWF;
6° radar- en telecommunicatie technicus aan boord van luchtvaartuigen van de NAEWF;
7° [1 7° sensor operator;]1
[1 8° de sollicitanten, de kandidaat-militairen en de militairen die één van de in dit lid, 1° tot 7°, bedoelde functies wensen uit te oefenen.]1
De kandidaat-militairen en de militairen die gelegenheidsluchtvaartprestaties uitvoeren of die wensen gelegenheidsluchtvaartprestaties uit te voeren zijn onderworpen aan de bepalingen toepasselijk op het varend personeel behorend tot de VMC 3.
De vliegmedische categorie 1 (VMC 1) bevat de piloten, leerling-piloten en de sollicitanten kandidaat-piloten.
De vliegmedische categorie 2 (VMC 2) bevat het varend personeel dat niet piloot is maar waarvan de functie aan boord van het luchtvaartuig in direct verband staat met het technisch uitvoeren van de vlucht. De beoogde functies zijn :
1° navigator;
2° boordmecanicien;
3° operator van opzoekings- en reddingssysteem (SARSO);
4° loadmaster-steward;
[2 4/1° loadmaster A400M;]2
5° [1 cabin operator;]1
[1 6° [3 tactical coordinator;]3]1
[3 7° air refueling operator-loadmaster;
8° de sollicitanten, de kandidaat-militairen en de militairen die één van de in dit lid, 2° tot 7°, bedoelde functies wensen uit te oefenen.]3
De vliegmedische categorie 3 (VMC 3) bevat het varend personeel dat niet piloot is waarvan de functie aan boord van het luchtvaartuig niet in direct verband staat met het technisch uitvoeren van de vlucht. De beoogde functies zijn :
1° ambulancier aan boord van opzoekings- en reddingsluchtvaartuigen;
2° redder-duiker aan boord van opzoekings- en reddingsluchtvaartuigen;
3° boordschutter;
4° steward;
5° luchtverdedigingscontroleur aan boord van luchtvaartuigen van de NAEWF;
6° radar- en telecommunicatie technicus aan boord van luchtvaartuigen van de NAEWF;
7° [1 7° sensor operator;]1
[1 8° de sollicitanten, de kandidaat-militairen en de militairen die één van de in dit lid, 1° tot 7°, bedoelde functies wensen uit te oefenen.]1
De kandidaat-militairen en de militairen die gelegenheidsluchtvaartprestaties uitvoeren of die wensen gelegenheidsluchtvaartprestaties uit te voeren zijn onderworpen aan de bepalingen toepasselijk op het varend personeel behorend tot de VMC 3.
Art. 3. Sur le plan de l'aptitude médicale au service aérien, le personnel navigant est réparti en trois catégories aéro-médicales (CAM).
La catégorie aéro-médicale 1 (CAM 1) regroupe les pilotes, les élèves-pilotes et les postulants candidats pilotes.
La catégorie aéro-médicale 2 (CAM 2) regroupe le personnel navigant non-pilote mais dont la fonction à bord de l'aéronef est en relation directe avec l'exécution technique du vol. Les fonctions visées sont :
1° navigateur;
2° mécanicien de bord;
3° opérateur de systèmes de recherche et de sauvetage (SARSO);
4° loadmaster-steward;
[2 4/1° loadmaster A400M;]2
5° [1 cabin operator;]1
[1 6° [3 tactical coordinator;]3]1
[3 7° air refueling operator-loadmaster;
8° les postulants, les candidats militaires et les militaires qui souhaitent exercer une des fonctions visées au présent alinéa, 2° à 7°.]3
La catégorie aéro-médicale 3 (CAM 3) regroupe le personnel navigant non-pilote dont la fonction à bord de l'aéronef n'est pas est en relation directe avec l'exécution technique du vol. Les fonctions visées sont :
1° ambulancier à bord d'aéronefs de recherche et de sauvetage;
2° plongeur-sauveteur à bord d'aéronefs de recherche et de sauvetage;
3° tireur de bord;
4° steward;
5° contrôleur de défense à bord d'aéronefs du NAEWF;
6° technicien radar-télécommunications à bord d'aéronefs du NAEWF;
7° [1 sensor operator;]1
[1 8° les postulants, les candidats militaires et les militaires qui souhaitent exercer une des fonctions visées au présent alinéa, 1° à 7°.]1
Les candidats militaires et les militaires qui accomplissent ou souhaitent accomplir des prestations aéronautiques occasionnelles sont soumis aux dispositions applicables au personnel navigant appartenant à la CAM 3.
La catégorie aéro-médicale 1 (CAM 1) regroupe les pilotes, les élèves-pilotes et les postulants candidats pilotes.
La catégorie aéro-médicale 2 (CAM 2) regroupe le personnel navigant non-pilote mais dont la fonction à bord de l'aéronef est en relation directe avec l'exécution technique du vol. Les fonctions visées sont :
1° navigateur;
2° mécanicien de bord;
3° opérateur de systèmes de recherche et de sauvetage (SARSO);
4° loadmaster-steward;
[2 4/1° loadmaster A400M;]2
5° [1 cabin operator;]1
[1 6° [3 tactical coordinator;]3]1
[3 7° air refueling operator-loadmaster;
8° les postulants, les candidats militaires et les militaires qui souhaitent exercer une des fonctions visées au présent alinéa, 2° à 7°.]3
La catégorie aéro-médicale 3 (CAM 3) regroupe le personnel navigant non-pilote dont la fonction à bord de l'aéronef n'est pas est en relation directe avec l'exécution technique du vol. Les fonctions visées sont :
1° ambulancier à bord d'aéronefs de recherche et de sauvetage;
2° plongeur-sauveteur à bord d'aéronefs de recherche et de sauvetage;
3° tireur de bord;
4° steward;
5° contrôleur de défense à bord d'aéronefs du NAEWF;
6° technicien radar-télécommunications à bord d'aéronefs du NAEWF;
7° [1 sensor operator;]1
[1 8° les postulants, les candidats militaires et les militaires qui souhaitent exercer une des fonctions visées au présent alinéa, 1° à 7°.]1
Les candidats militaires et les militaires qui accomplissent ou souhaitent accomplir des prestations aéronautiques occasionnelles sont soumis aux dispositions applicables au personnel navigant appartenant à la CAM 3.
HOOFDSTUK II. - De medische onderzoeken tot vaststelling van de geschiktheid voor luchtdienst.
CHAPITRE II. - Des examens médicaux pour la détermination de l'aptitude au service aérien.
Art. 4. Het medische onderzoek tot vaststelling van de basisgeschiktheid voor luchtdienst is het medisch keuringsonderzoek.
De medische onderzoeken tot vaststelling van de verdere geschiktheid voor luchtdienst zijn :
1° het herkeuringsonderzoek;
2° het medisch controleonderzoek;
3° het bijzonder medisch onderzoek
De medische onderzoeken tot vaststelling van de verdere geschiktheid voor luchtdienst zijn :
1° het herkeuringsonderzoek;
2° het medisch controleonderzoek;
3° het bijzonder medisch onderzoek
Art. 4. L'examen médical pour la détermination de l'aptitude de base au service aérien est l'examen médical de sélection.
Les examens médicaux pour la détermination de l'aptitude ultérieure au service aérien sont :
1° l'examen médical de révision;
2° l'examen médical de contrôle;
3° l'examen médical particulier.
Les examens médicaux pour la détermination de l'aptitude ultérieure au service aérien sont :
1° l'examen médical de révision;
2° l'examen médical de contrôle;
3° l'examen médical particulier.
Art. 5. Het medisch keuringsonderzoek moet worden ondergaan door iedere kandidaat voor luchtdienst om na te gaan of hij aan de geschiktheidscriteria voor luchtdienst voor het uitoefenen van de betrokken functie voldoet. Dit onderzoek bestaat uit het aanvullend medisch onderzoek ondergaan door de sollicitanten voor dezelfde functies.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een vliegerarts van het CME-CLG.
Iedere kandidaat voor luchtdienst die geweigerd heeft om het geheel of een gedeelte van het medisch keuringsonderzoek te ondergaan dat dient tot vaststelling van zijn initiële geschiktheid voor luchtdienst wordt van rechtswege ongeschikt verklaard voor luchtdienst.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een vliegerarts van het CME-CLG.
Iedere kandidaat voor luchtdienst die geweigerd heeft om het geheel of een gedeelte van het medisch keuringsonderzoek te ondergaan dat dient tot vaststelling van zijn initiële geschiktheid voor luchtdienst wordt van rechtswege ongeschikt verklaard voor luchtdienst.
Art. 5. L'examen médical de sélection doit être subi par tout candidat au service aérien afin de vérifier s'il répond aux critères d'aptitude au service aérien pour l'exercice de la fonction concernée. Cet examen consiste en l'examen médical complémentaire subi par les postulants aux mêmes fonctions.
Cet examen est effectué par un médecin aéronautique du CME-CMA.
Tout candidat au service aérien qui refuse de subir tout ou partie de l'examen médical de sélection qui doit servir à établir son aptitude initiale au service aérien est de plein droit déclaré inapte au service aérien.
Cet examen est effectué par un médecin aéronautique du CME-CMA.
Tout candidat au service aérien qui refuse de subir tout ou partie de l'examen médical de sélection qui doit servir à établir son aptitude initiale au service aérien est de plein droit déclaré inapte au service aérien.
Art. 6. Het herkeuringsonderzoek is een periodiek medisch onderzoek uitgevoerd door een vliegerarts van het CME-CLG, om het behoud van de geschiktheid voor luchtdienst van het betrokken personeel na te gaan.
Dit onderzoek moet ondergaan worden :
1° jaarlijks door het personeel behorend tot de VMC 1 [1 , door de boordmecanicien, de tactical coordinator en de air refueling operator-loadmaster]1;
2° tweejaarlijks door het personeel behorend tot de VMC 2, [1 met uitzondering van de boordmecanicien, de tactical coordinator, en de air refueling operator-loadmaster]1, en tot de VMC 3.
Dit onderzoek moet ondergaan worden :
1° jaarlijks door het personeel behorend tot de VMC 1 [1 , door de boordmecanicien, de tactical coordinator en de air refueling operator-loadmaster]1;
2° tweejaarlijks door het personeel behorend tot de VMC 2, [1 met uitzondering van de boordmecanicien, de tactical coordinator, en de air refueling operator-loadmaster]1, en tot de VMC 3.
Art. 6. L'examen médical de révision est un examen médical périodique effectué par un médecin aéronautique du CME-CMA, afin de vérifier le maintien de l'aptitude au service aérien du personnel concerné.
Cet examen doit être subi :
1° annuellement par le personnel appartenant à la CAM 1 [1 , par le mécanicien de bord, le tactical coordinator et l'air refueling operator-loadmaster]1;
2° tous les deux ans par le personnel appartenant à la CAM 2, [1 à l'exception du mécanicien de bord, du tactical coordinator et de l'air refueling operator-loadmaster]1, et à la CAM 3.
Cet examen doit être subi :
1° annuellement par le personnel appartenant à la CAM 1 [1 , par le mécanicien de bord, le tactical coordinator et l'air refueling operator-loadmaster]1;
2° tous les deux ans par le personnel appartenant à la CAM 2, [1 à l'exception du mécanicien de bord, du tactical coordinator et de l'air refueling operator-loadmaster]1, et à la CAM 3.
Änderungen
Art. 7. Het medisch controle-onderzoek is een periodiek medisch onderzoek uitgevoerd door de vliegerarts in steun van de eenheid waartoe de militair of de kandidaat-militair behoort, om het behoud van zijn geschiktheid voor luchtdienst na te gaan.
Dit onderzoek moet ondergaan worden :
1° zes maanden na het herkeuringsonderzoek door het personeel behorend tot de VMC 1 [1 , door de boordmecanicien, de tactical coordinator en de air refueling operator-loadmaster]1;
2° één jaar na het herkeuringsonderzoek door het personeel behorend tot de VMC 2, [1 met uitzondering van de boordmecanicien, de tactical coordinator en de air refueling operator-loadmaster]1, en tot de VMC 3.
Dit onderzoek moet ondergaan worden :
1° zes maanden na het herkeuringsonderzoek door het personeel behorend tot de VMC 1 [1 , door de boordmecanicien, de tactical coordinator en de air refueling operator-loadmaster]1;
2° één jaar na het herkeuringsonderzoek door het personeel behorend tot de VMC 2, [1 met uitzondering van de boordmecanicien, de tactical coordinator en de air refueling operator-loadmaster]1, en tot de VMC 3.
Art. 7. L'examen médical de contrôle est un examen médical périodique effectué par le médecin aéronautique en appui de l'unité à laquelle appartient le militaire ou le candidat militaire, afin de vérifier le maintien de son aptitude au service aérien.
Cet examen doit être subi :
1° six mois après l'examen de révision par le personnel appartenant à la CAM 1 [1 , par le mécanicien de bord, le tactical coordinator et l'air refueling operator-loadmaster]1;
2° un an après l'examen de révision par le personnel appartenant à la CAM 2, [1 à l'exception du mécanicien de bord, du tactical coordinator et de l'air refueling operator-loadmaster]1, et à la CAM 3.
Cet examen doit être subi :
1° six mois après l'examen de révision par le personnel appartenant à la CAM 1 [1 , par le mécanicien de bord, le tactical coordinator et l'air refueling operator-loadmaster]1;
2° un an après l'examen de révision par le personnel appartenant à la CAM 2, [1 à l'exception du mécanicien de bord, du tactical coordinator et de l'air refueling operator-loadmaster]1, et à la CAM 3.
Änderungen
Art. 8. § 1. Het bijzonder medisch onderzoek is een medisch onderzoek uitgevoerd door de vliegerarts in steun van de eenheid waartoe het lid van het varend personeel behoort, om het behoud van zijn geschiktheid voor luchtdienst na te gaan.
Dit onderzoek moet ondergaan worden door het lid van het varend personeel :
1° dat een ziekte opliep of betrokken was bij een ongeval waarvan de vliegerarts in steun van de eenheid waartoe hij behoort, oordeelt dat hierdoor de geschiktheid voor luchtdienst in gedrang kan komen;
2° dat medisch vrijgesteld was van vliegen;
3° dat afwezig was om gezondheidsredenen;
4° op aanvraag van zijn korpscommandant indien hij oordeelt dat betrokkene ongeschikt voor luchtdienst zou kunnen zijn;
5° dat hiertoe wordt opgeroepen door de vliegerarts in steun van de eenheid waartoe hij behoort;
6° dat vraagt om dit onderzoek te ondergaan.
§ 2. Het bijzonder medisch onderzoek wordt evenwel door een vliegerarts van het CME-CLG uitgevoerd wanneer het lid van het varend personeel :
1° betrokken was bij een luchtvaartongeval;
2° gedurende een ononderbroken periode van[1 achtentwintig dagen]1, medisch vrijgesteld was van vliegen of afwezig was om gezondheidsredenen;
3° hiertoe wordt opgeroepen op aanvraag van de vliegerarts in steun van de eenheid waartoe hij behoort.
Dit onderzoek moet ondergaan worden door het lid van het varend personeel :
1° dat een ziekte opliep of betrokken was bij een ongeval waarvan de vliegerarts in steun van de eenheid waartoe hij behoort, oordeelt dat hierdoor de geschiktheid voor luchtdienst in gedrang kan komen;
2° dat medisch vrijgesteld was van vliegen;
3° dat afwezig was om gezondheidsredenen;
4° op aanvraag van zijn korpscommandant indien hij oordeelt dat betrokkene ongeschikt voor luchtdienst zou kunnen zijn;
5° dat hiertoe wordt opgeroepen door de vliegerarts in steun van de eenheid waartoe hij behoort;
6° dat vraagt om dit onderzoek te ondergaan.
§ 2. Het bijzonder medisch onderzoek wordt evenwel door een vliegerarts van het CME-CLG uitgevoerd wanneer het lid van het varend personeel :
1° betrokken was bij een luchtvaartongeval;
2° gedurende een ononderbroken periode van[1 achtentwintig dagen]1, medisch vrijgesteld was van vliegen of afwezig was om gezondheidsredenen;
3° hiertoe wordt opgeroepen op aanvraag van de vliegerarts in steun van de eenheid waartoe hij behoort.
Art. 8. § 1er. L'examen médical particulier est un examen médical périodique effectué par le médecin aéronautique en appui de l'unité à laquelle appartient le membre du personnel navigant, afin de vérifier le maintien de son aptitude au service aérien.
Cet examen doit être subi par le membre du personnel navigant :
1° qui a contracté une maladie ou été impliqué dans un accident dont le médecin aéronautique en appui de l'unité à laquelle il appartient, estime qu'ils peuvent compromettre l'aptitude au service aérien;
2° qui a été exempté médicalement de vol;
3° qui a été absent pour motif de santé;
4° à la demande de son chef de corps, s'il estime que l'intéressé pourrait être inapte au service aérien;
5° qui y est convoqué par le médecin aéronautique en appui de l'unité à laquelle appartient le membre du personnel navigant;
6° qui demande à subir cet examen.
§ 2. Toutefois, l'examen médical particulier est effectué par un médecin aéronautique du CME-CMA lorsque le membre du personnel navigant :
1° a été impliqué dans un accident aérien;
2° pendant une durée ininterrompue de [1 vingt-huit jours]1, a été exempté médicalement de vol ou absent pour motif de santé;
3° y est convoqué à la demande du médecin aéronautique en appui de l'unité à laquelle il appartient.
Cet examen doit être subi par le membre du personnel navigant :
1° qui a contracté une maladie ou été impliqué dans un accident dont le médecin aéronautique en appui de l'unité à laquelle il appartient, estime qu'ils peuvent compromettre l'aptitude au service aérien;
2° qui a été exempté médicalement de vol;
3° qui a été absent pour motif de santé;
4° à la demande de son chef de corps, s'il estime que l'intéressé pourrait être inapte au service aérien;
5° qui y est convoqué par le médecin aéronautique en appui de l'unité à laquelle appartient le membre du personnel navigant;
6° qui demande à subir cet examen.
§ 2. Toutefois, l'examen médical particulier est effectué par un médecin aéronautique du CME-CMA lorsque le membre du personnel navigant :
1° a été impliqué dans un accident aérien;
2° pendant une durée ininterrompue de [1 vingt-huit jours]1, a été exempté médicalement de vol ou absent pour motif de santé;
3° y est convoqué à la demande du médecin aéronautique en appui de l'unité à laquelle il appartient.
Art. 9. De militair of de kandidaat-militair wordt van rechtswege als tijdelijk ongeschikt voor luchtdienst beschouwd, naargelang het geval :
1° tijdens een afwezigheid om gezondheidsredenen;
2° vanaf het ogenblik dat het tijdstip verstreken is waarop een herkeuringsonderzoek of een medisch controle-onderzoek had moeten ondergaan worden.
1° tijdens een afwezigheid om gezondheidsredenen;
2° vanaf het ogenblik dat het tijdstip verstreken is waarop een herkeuringsonderzoek of een medisch controle-onderzoek had moeten ondergaan worden.
Art. 9. Le militaire ou le candidat militaire est considéré de plein droit comme temporairement inapte au service aérien, selon le cas :
1° durant une absence pour motif de santé;
2° dès que le moment où un examen de révision ou un examen médical de contrôle aurait dû être subi, est dépassé.
1° durant une absence pour motif de santé;
2° dès que le moment où un examen de révision ou un examen médical de contrôle aurait dû être subi, est dépassé.
Art. 10. De medische criteria nodig om de geschiktheid of het behoud van de geschiktheid voor luchtdienst te kunnen bepalen, worden vastgesteld in de tabel in bijlage bij dit besluit.
De nadere uitvoeringsregels betreffende de in artikel 4 bedoelde medische onderzoeken worden vastgesteld in een reglement uitgevaardigd door de minister van [1 Defensie]1.
De nadere uitvoeringsregels betreffende de in artikel 4 bedoelde medische onderzoeken worden vastgesteld in een reglement uitgevaardigd door de minister van [1 Defensie]1.
Art. 10. Les critères médicaux nécessaires pour déterminer l'aptitude ou le maintien de l'aptitude au service aérien, sont fixés dans le tableau en annexe au présent arrêté.
Les modalités d'exécution relatives aux examens médicaux visés à l'article 4 sont fixées dans un règlement arrêté par le ministre de la Défense.
Les modalités d'exécution relatives aux examens médicaux visés à l'article 4 sont fixées dans un règlement arrêté par le ministre de la Défense.
HOOFDSTUK IIbis. - De psychotechnische proeven tot vaststelling van de geschiktheid voor luchtdienst
CHAPITRE IIbis. - Des épreuves psychotechniques pour la détermination de l'aptitude au service aérien
Art. 10bis. De kandidaat voor luchtdienst ondergaat eveneens de specifieke psychotechnische proeven voor de luchtdienst, hernomen in artikel [1 32, 1°,]1 van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, die door de sollicitanten voor dezelfde functie ondergaan worden, volgens de nadere regels bepaald in hetzelfde besluit.
Iedere kandidaat voor luchtdienst die geweigerd heeft om het geheel of een gedeelte van de psychotechnische proeven te ondergaan die dienen tot vaststelling van zijn initiële geschiktheid voor luchtdienst wordt van rechtswege ongeschikt verklaard voor luchtdienst.
Iedere kandidaat voor luchtdienst die geweigerd heeft om het geheel of een gedeelte van de psychotechnische proeven te ondergaan die dienen tot vaststelling van zijn initiële geschiktheid voor luchtdienst wordt van rechtswege ongeschikt verklaard voor luchtdienst.
Art. 10bis. Le candidat au service aérien subit également les épreuves psychotechniques spécifiques au service aérien, visées à l'article [1 32, 1°,]1 de l'arrêté royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires, subies par les postulants à la même fonction, selon les modalités fixées dans ce même arrêté.
Tout candidat au service aérien qui refuse de subir tout ou partie des épreuves psychotechniques qui doivent servir à établir son aptitude initiale au service aérien est de plein droit déclaré inapte au service aérien.
Tout candidat au service aérien qui refuse de subir tout ou partie des épreuves psychotechniques qui doivent servir à établir son aptitude initiale au service aérien est de plein droit déclaré inapte au service aérien.
HOOFDSTUK III. - De geschiktheid voor luchtdienst.
CHAPITRE III. - De l'aptitude au service aérien.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Section Ire. - Dispositions générales.
Art. 11. Er worden een geneeskundige commissie voor geschiktheid voor luchtdienst, hierna "de commissie" genoemd, en een geneeskundige commissie van beroep voor geschiktheid voor luchtdienst, hierna "de commissie van beroep" genoemd, ingesteld.
Art. 11. Il est créé une commission médicale pour l'aptitude au service aérien, dénommée ci-après "la commission", et une commission médicale d'appel pour l'aptitude au service aérien, dénommée ci-après "la commission d'appel".
Art. 12. De commissie is bevoegd om over de geschiktheid voor luchtdienst van de kandidaat-leden en de leden van het varend personeel te beslissen..
Art. 12. La commission est compétente pour décider de l'aptitude au service aérien des candidats membres et des membres du personnel navigant.
Art. 13. § 1. De commissie van beroep is bevoegd om het beroep, aangetekend door het betrokken personeel tegen elke beslissing genomen door de commissie betreffende de geschiktheid voor luchtdienst, te behandelen.
§ 2. Het beroep bedoeld in § 1 moet gericht worden aan de voorzitter van de commissie van beroep [1 met een aangetekende zending]1 of ingeschreven bij de dienst der militaire estafetten, en moet ingediend worden binnen de dertig dagen volgend op de betekening van de betwiste beslissing.
Wanneer het een sollicitant betreft, moet het beroep evenwel ingediend worden binnen de zeven dagen volgend op de betekening van de betwiste beslissing.
Het beroep schort de betwiste beslissing niet op.
§ 2. Het beroep bedoeld in § 1 moet gericht worden aan de voorzitter van de commissie van beroep [1 met een aangetekende zending]1 of ingeschreven bij de dienst der militaire estafetten, en moet ingediend worden binnen de dertig dagen volgend op de betekening van de betwiste beslissing.
Wanneer het een sollicitant betreft, moet het beroep evenwel ingediend worden binnen de zeven dagen volgend op de betekening van de betwiste beslissing.
Het beroep schort de betwiste beslissing niet op.
Art. 13. § 1er. La commission d'appel est compétente pour traiter du recours introduit par le personnel concerné contre toute décision prise par la commission relative à l'aptitude au service aérien.
§ 2. Le recours visé au § 1er doit être adressé au président de la commission d'appel [1 par envoi recommandée ou enregistré]1 au service des estafettes militaires, et doit être introduit dans les trente jours suivant la date de la notification de la décision contestée.
Toutefois, lorsqu'il s'agit d'un postulant, le recours doit être introduit dans les sept jours suivant la date de la notification de la décision contestée.
Le recours ne suspend pas la décision contestée.
§ 2. Le recours visé au § 1er doit être adressé au président de la commission d'appel [1 par envoi recommandée ou enregistré]1 au service des estafettes militaires, et doit être introduit dans les trente jours suivant la date de la notification de la décision contestée.
Toutefois, lorsqu'il s'agit d'un postulant, le recours doit être introduit dans les sept jours suivant la date de la notification de la décision contestée.
Le recours ne suspend pas la décision contestée.
Art. 14. § 1. [1 De commissie en de commissie van beroep zijn elk samengesteld uit drie leden van wie deze met de meeste anciënniteit in de hoogste graad voorzitter is.
Op voorstel van de commandant van de medische component, wijst de directeur-generaal human resources de leden aan van elke commissie, evenals een plaatsvervangend lid voor elk van deze commissies.
De leden en het plaatsvervangend lid van de commissie en de commissie van beroep zijn officierengeneesheren van het actief kader.
Minstens een lid en het plaatsvervangende lid van de commissie en van de commissie van beroep moeten vliegerartsen zijn.]1
§ 2. [1 Het secretariaat van elke commissie wordt waargenomen door een secretaris die kan worden bijgestaan door andere personeelsleden van het departement van Defensie. Het personeel van het secretariaat van elke commissie wordt aangewezen door de voorzitter van de betrokken commissie.]1
§ 3. Een lid van de commissie van beroep mag geen lid geweest zijn van de commissie voor een zelfde zaak.
[1 De leden van de commissie en van de commissie van beroep en de secretaris moeten de zaak kunnen behandelen in de taal van het taalstelsel van de belanghebbende.]1
§ 4. [1 De bevoegheden van korpscommandant worden ten aanzien van de leden van iedere commissie en van het secretariaat uitgeoefend :
1° in administatief opzicht, door de voorzitter van de betrokken commissie;
2° in disciplinair opzicht, door de commandant van de medische component.]1
De aanwijzing voor een zitting zal als een prioritaire activiteit beschouwd worden.
§ 5. [1 Elke persoon, waarvan de geschiktheid voor luchtdienst onderzocht wordt, kan elk lid van een commissie of een commissie van beroep wraken [2 indien hij van mening is dat een wettige verdenking bestaat ten opzichte van een lid]2.
Dient zich te wraken elk lid van een commissie of een commissie van beroep :
1° dat de echtgenoot of wettelijk samenwonende, of een bloed- of aanverwant tot de vierde graad is van de persoon, waarvan de geschiktheid voor luchtdienst onderzocht wordt;
2° dat [2 ...]2 van mening is dat hij de persoon, waarvan de geschiktheid voor luchtdienst onderzocht wordt, niet volkomen onpartijdig kan beoordelen.
Elke persoon, waarvan de geschiktheid voor luchtdienst onderzocht wordt, of het betrokken lid moet de wrakingsgrond doen gelden :
1° bij de voorzitter van de commissie indien de wrakingsgrond een lid van de commissie betreft;
2° bij de voorzitter van de commissie van beroep indien de wrakingsgrond een lid van de commissie van beroep betreft;
3° bij de directeur-generaal human resources, indien de wrakingsgrond de voorzitter van de commissie of van de commissie van beroep betreft.
Indien de voorzitter van de betrokken commissie of de directeur-generaal human resources oordeelt dat de motivering ontoereikend is, kan hij de wraking verwerpen. De verwerping wordt schriftelijk gemotiveerd. Indien hij oordeelt dat de wrakingsgrond gegrond is, worden nieuwe leden aangewezen.
[2 De beslissing wordt overgemaakt aan de betrokkene door middel van elk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs, in voorkomend geval, vergezeld van de lijst van de nieuwe aangewezen leden.]2
De wrakingsgrond, gemotiveerd door een bewijs of een begin van bewijs, wordt door elk schriftelijk communicatiemiddel toegezonden tegen ontvangstbewijs ten laatste vijftien werkdagen vóór de zitting van de betrokken commissie.]1
Op voorstel van de commandant van de medische component, wijst de directeur-generaal human resources de leden aan van elke commissie, evenals een plaatsvervangend lid voor elk van deze commissies.
De leden en het plaatsvervangend lid van de commissie en de commissie van beroep zijn officierengeneesheren van het actief kader.
Minstens een lid en het plaatsvervangende lid van de commissie en van de commissie van beroep moeten vliegerartsen zijn.]1
§ 2. [1 Het secretariaat van elke commissie wordt waargenomen door een secretaris die kan worden bijgestaan door andere personeelsleden van het departement van Defensie. Het personeel van het secretariaat van elke commissie wordt aangewezen door de voorzitter van de betrokken commissie.]1
§ 3. Een lid van de commissie van beroep mag geen lid geweest zijn van de commissie voor een zelfde zaak.
[1 De leden van de commissie en van de commissie van beroep en de secretaris moeten de zaak kunnen behandelen in de taal van het taalstelsel van de belanghebbende.]1
§ 4. [1 De bevoegheden van korpscommandant worden ten aanzien van de leden van iedere commissie en van het secretariaat uitgeoefend :
1° in administatief opzicht, door de voorzitter van de betrokken commissie;
2° in disciplinair opzicht, door de commandant van de medische component.]1
De aanwijzing voor een zitting zal als een prioritaire activiteit beschouwd worden.
§ 5. [1 Elke persoon, waarvan de geschiktheid voor luchtdienst onderzocht wordt, kan elk lid van een commissie of een commissie van beroep wraken [2 indien hij van mening is dat een wettige verdenking bestaat ten opzichte van een lid]2.
Dient zich te wraken elk lid van een commissie of een commissie van beroep :
1° dat de echtgenoot of wettelijk samenwonende, of een bloed- of aanverwant tot de vierde graad is van de persoon, waarvan de geschiktheid voor luchtdienst onderzocht wordt;
2° dat [2 ...]2 van mening is dat hij de persoon, waarvan de geschiktheid voor luchtdienst onderzocht wordt, niet volkomen onpartijdig kan beoordelen.
Elke persoon, waarvan de geschiktheid voor luchtdienst onderzocht wordt, of het betrokken lid moet de wrakingsgrond doen gelden :
1° bij de voorzitter van de commissie indien de wrakingsgrond een lid van de commissie betreft;
2° bij de voorzitter van de commissie van beroep indien de wrakingsgrond een lid van de commissie van beroep betreft;
3° bij de directeur-generaal human resources, indien de wrakingsgrond de voorzitter van de commissie of van de commissie van beroep betreft.
Indien de voorzitter van de betrokken commissie of de directeur-generaal human resources oordeelt dat de motivering ontoereikend is, kan hij de wraking verwerpen. De verwerping wordt schriftelijk gemotiveerd. Indien hij oordeelt dat de wrakingsgrond gegrond is, worden nieuwe leden aangewezen.
[2 De beslissing wordt overgemaakt aan de betrokkene door middel van elk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs, in voorkomend geval, vergezeld van de lijst van de nieuwe aangewezen leden.]2
De wrakingsgrond, gemotiveerd door een bewijs of een begin van bewijs, wordt door elk schriftelijk communicatiemiddel toegezonden tegen ontvangstbewijs ten laatste vijftien werkdagen vóór de zitting van de betrokken commissie.]1
Art. 14. § 1er. [1 La commission et la commission d'appel sont composées chacune de trois membres, dont le plus ancien dans le grade le plus élevé est président.
Sur la proposition du commandant de la composante médicale, le directeur général human resources désigne les membres de chaque commission, ainsi qu'un membre suppléant pour chacune de ces commissions.
Les membres et le membre suppléant de la commission et de la commission d'appel sont des officiers médecins du cadre actif.
Au moins un membre et le membre suppléant de la commission et de la commission d'appel doivent être médecins aéronautiques.]1
§ 2. [1 Le secrétariat de chaque commission est assuré par un secrétaire qui peut être assisté par d'autres membres du personnel du département de la Défense. Le personnel du secrétariat est désigné par le président de la commission concernée.]1
§ 3. Un membre de la commission d'appel ne peut pas avoir été membre de la commission pour une même affaire.
[1 Les membres de la commission et de la commission d'appel et le secrétaire doivent être capables de traiter l'affaire dans la langue du régime linguistique de l'intéressé.]1
§ 4. [1 Les attributions de chef de corps à l'égard des membres de chaque commission et du secrétariat sont exercées :
1° au point de vue administratif, par le président de la commission concernée;
2° au point de vue disciplinaire, par le commandant de la composante médicale.]1
La désignation pour une séance sera considérée comme une activité prioritaire.
§ 5. [1 Toute personne, dont l'aptitude au service aérien est examinée, peut récuser tout membre d'une commission ou d'une commission d'appel [2 s'il estime qu'il existe une suspicion légitime à l'égard d'un membre]2.
Doit se récuser tout membre d'une commission ou d'une commission d'appel :
1° qui est le conjoint ou cohabitant légal, ou un parent ou allié jusqu'au quatrième degré de la personne, dont l'aptitude au service aérien est examinée;
2° qui [2 ...]2 estime qu'il ne peut apprécier la personne, dont l'aptitude au service aérien est examinée, en toute impartialité.
Toute personne, dont l'aptitude au service aérien est examinée, ou le membre concerné doit faire valoir la cause de récusation :
1° auprès du président de la commission si la cause de récusation concerne un membre de la commission;
2° auprès du président de la commission d'appel si la cause de récusation concerne un membre de la commission d'appel;
3° auprès du directeur général human resources si la cause de récusation concerne le président de la commission ou de la commission d'appel.
Si le président de la commission concernée ou le directeur général human resources estime la motivation insuffisante, il peut rejeter la récusation. Le rejet est motivé par écrit. S'il estime la cause de récusation fondée, de nouveaux membres sont désignés.
[2 La décision est transmise au concerné par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception, le cas échéant, accompagnée de la liste des nouveaux membres désignés.]2
La cause de récusation, motivée par une preuve ou un commencement de preuve, est envoyée par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception au plus tard quinze jours ouvrables avant la séance de la commission concernée.]1
Sur la proposition du commandant de la composante médicale, le directeur général human resources désigne les membres de chaque commission, ainsi qu'un membre suppléant pour chacune de ces commissions.
Les membres et le membre suppléant de la commission et de la commission d'appel sont des officiers médecins du cadre actif.
Au moins un membre et le membre suppléant de la commission et de la commission d'appel doivent être médecins aéronautiques.]1
§ 2. [1 Le secrétariat de chaque commission est assuré par un secrétaire qui peut être assisté par d'autres membres du personnel du département de la Défense. Le personnel du secrétariat est désigné par le président de la commission concernée.]1
§ 3. Un membre de la commission d'appel ne peut pas avoir été membre de la commission pour une même affaire.
[1 Les membres de la commission et de la commission d'appel et le secrétaire doivent être capables de traiter l'affaire dans la langue du régime linguistique de l'intéressé.]1
§ 4. [1 Les attributions de chef de corps à l'égard des membres de chaque commission et du secrétariat sont exercées :
1° au point de vue administratif, par le président de la commission concernée;
2° au point de vue disciplinaire, par le commandant de la composante médicale.]1
La désignation pour une séance sera considérée comme une activité prioritaire.
§ 5. [1 Toute personne, dont l'aptitude au service aérien est examinée, peut récuser tout membre d'une commission ou d'une commission d'appel [2 s'il estime qu'il existe une suspicion légitime à l'égard d'un membre]2.
Doit se récuser tout membre d'une commission ou d'une commission d'appel :
1° qui est le conjoint ou cohabitant légal, ou un parent ou allié jusqu'au quatrième degré de la personne, dont l'aptitude au service aérien est examinée;
2° qui [2 ...]2 estime qu'il ne peut apprécier la personne, dont l'aptitude au service aérien est examinée, en toute impartialité.
Toute personne, dont l'aptitude au service aérien est examinée, ou le membre concerné doit faire valoir la cause de récusation :
1° auprès du président de la commission si la cause de récusation concerne un membre de la commission;
2° auprès du président de la commission d'appel si la cause de récusation concerne un membre de la commission d'appel;
3° auprès du directeur général human resources si la cause de récusation concerne le président de la commission ou de la commission d'appel.
Si le président de la commission concernée ou le directeur général human resources estime la motivation insuffisante, il peut rejeter la récusation. Le rejet est motivé par écrit. S'il estime la cause de récusation fondée, de nouveaux membres sont désignés.
[2 La décision est transmise au concerné par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception, le cas échéant, accompagnée de la liste des nouveaux membres désignés.]2
La cause de récusation, motivée par une preuve ou un commencement de preuve, est envoyée par tout moyen de communication écrite avec accusé de réception au plus tard quinze jours ouvrables avant la séance de la commission concernée.]1
Art. 15. Elke commissie doet uitspraak bij meerderheid van stemmen. Hun leden kunnen zich niet onthouden.
Elke commissie mag van alle onderzoekingsmiddelen gebruik maken en inzonderheid het advies van deskundigen of specialisten inwinnen. Deze deskundigen en specialisten zijn niet stemgerechtigd.
De beslissingen van elke commissie worden in het vliegboek van de betrokken kandidaat-militair of militair ingeschreven.
Elke commissie mag van alle onderzoekingsmiddelen gebruik maken en inzonderheid het advies van deskundigen of specialisten inwinnen. Deze deskundigen en specialisten zijn niet stemgerechtigd.
De beslissingen van elke commissie worden in het vliegboek van de betrokken kandidaat-militair of militair ingeschreven.
Art. 15. Chaque commission se prononce à la majorité des voix. Leurs membres ne peuvent pas s'abstenir.
Chaque commission peut recourir à tout moyen d'investigation et notamment prendre l'avis d'experts ou de spécialistes. Ces experts et spécialistes n'ont pas le droit de vote.
Les décisions de chaque commission sont inscrites dans le carnet de vol du candidat militaire ou du militaire concerné.
Chaque commission peut recourir à tout moyen d'investigation et notamment prendre l'avis d'experts ou de spécialistes. Ces experts et spécialistes n'ont pas le droit de vote.
Les décisions de chaque commission sont inscrites dans le carnet de vol du candidat militaire ou du militaire concerné.
Afdeling II. - De beslissing van geschiktheid voor de luchtdienst.
Section II. - De la décision d'aptitude au service aérien.
Art. 16. § 1. De commissie beslist, op grond van één van de onderzoeken bedoeld in artikel 4, over de medische geschiktheid voor luchtdienst van het personeel behorend tot de VMC 1, VMC 2 en VMC 3.
§ 2. De commissie beslist op stukken.
Het betrokken personeelslid kan evenwel gehoord worden door de commissie op zijn aanvraag of indien de commissie het nodig acht. Hij mag dan zich laten bijstaan door een geneesheer, een advocaat of een afgevaardigde van een representatieve vakorganisatie van zijn keuze, hierna "de verdediger" genoemd.
Het medisch dossier mag, binnen de acht werkdagen die de zitting van de commissie voorafgaan, geraadpleegd worden ten zetel van de commissie door de betrokkene of zijn verdediger.
De betrokkene of zijn verdediger mogen, ten laatste drie werkdagen voor de zitting van de commissie, hun opmerkingen schriftelijk kenbaar maken aan de commissie.
§ 3. De commissie neemt, voor de betrokken functie, een van volgende beslissingen :
1° de geschiktheid voor luchtdienst;
2° de tijdelijke geschiktheid voor luchtdienst;
3° de geschiktheid voor luchtdienst, met beperkingen;
4° de tijdelijke ongeschiktheid voor luchtdienst;
5° de definitieve ongeschiktheid voor luchtdienst.
De beslissing tot tijdelijke geschiktheid of tijdelijke ongeschiktheid, en iedere verlenging, wordt genomen voor een duur bepaald door de commissie.
Na afloop van iedere tijdelijke geschiktheid of ongeschiktheid dient betrokkene zich terug aan te melden voor de commissie teneinde de duur van de tijdelijke geschiktheid of ongeschiktheid te verlengen of teneinde een andere beslissing te nemen.
§ 4. De commissie stelt een protocol van geneeskundig onderzoek op, waarin de tijdens het betrokken geneeskundige onderzoek gedane vaststellingen en de conclusies betreffende de geschiktheid van de belanghebbende voor luchtdienst worden opgetekend.
De resultaten van het geneeskundig onderzoek op grond waarvan de commissie beslist over de geschiktheid voor luchtdienst alsmede het protocol van geneeskundig onderzoek bedoeld in het eerste lid, mogen worden geraadpleegd door een geneesheer gekozen door de betrokken persoon.
§ 2. De commissie beslist op stukken.
Het betrokken personeelslid kan evenwel gehoord worden door de commissie op zijn aanvraag of indien de commissie het nodig acht. Hij mag dan zich laten bijstaan door een geneesheer, een advocaat of een afgevaardigde van een representatieve vakorganisatie van zijn keuze, hierna "de verdediger" genoemd.
Het medisch dossier mag, binnen de acht werkdagen die de zitting van de commissie voorafgaan, geraadpleegd worden ten zetel van de commissie door de betrokkene of zijn verdediger.
De betrokkene of zijn verdediger mogen, ten laatste drie werkdagen voor de zitting van de commissie, hun opmerkingen schriftelijk kenbaar maken aan de commissie.
§ 3. De commissie neemt, voor de betrokken functie, een van volgende beslissingen :
1° de geschiktheid voor luchtdienst;
2° de tijdelijke geschiktheid voor luchtdienst;
3° de geschiktheid voor luchtdienst, met beperkingen;
4° de tijdelijke ongeschiktheid voor luchtdienst;
5° de definitieve ongeschiktheid voor luchtdienst.
De beslissing tot tijdelijke geschiktheid of tijdelijke ongeschiktheid, en iedere verlenging, wordt genomen voor een duur bepaald door de commissie.
Na afloop van iedere tijdelijke geschiktheid of ongeschiktheid dient betrokkene zich terug aan te melden voor de commissie teneinde de duur van de tijdelijke geschiktheid of ongeschiktheid te verlengen of teneinde een andere beslissing te nemen.
§ 4. De commissie stelt een protocol van geneeskundig onderzoek op, waarin de tijdens het betrokken geneeskundige onderzoek gedane vaststellingen en de conclusies betreffende de geschiktheid van de belanghebbende voor luchtdienst worden opgetekend.
De resultaten van het geneeskundig onderzoek op grond waarvan de commissie beslist over de geschiktheid voor luchtdienst alsmede het protocol van geneeskundig onderzoek bedoeld in het eerste lid, mogen worden geraadpleegd door een geneesheer gekozen door de betrokken persoon.
Art. 16. § 1er. La commission décide, sur la base d'un des examens visés à l'article 4, de l'aptitude médicale au service aérien du personnel appartenant aux CAM 1, CAM 2 et CAM 3.
§ 2. La commission statue sur pièces.
Le membre du personnel concerné peut toutefois être entendu par la commission à sa demande ou si la commission l'estime nécessaire. Il peut alors se faire assister par un médecin, un avocat ou un représentant d'un syndicat représentatif de son choix, dénommé ci-après "le défenseur".
Le dossier médical peut être consulté au siège de la commission par l'intéressé ou son défenseur dans les huit jours ouvrables qui précèdent la séance de la commission.
L'intéressé ou son défenseur peuvent porter leurs remarques par écrit à la connaissance de la commission, au plus tard trois jours ouvrables avant la séance de la commission.
§ 3. La commission prend, pour la fonction concernée, une des décisions suivantes :
1° l'aptitude au service aérien;
2° l'aptitude temporaire au service aérien;
3° l'aptitude au service aérien, avec limitations;
4° l'inaptitude temporaire au service aérien;
5° l'inaptitude définitive au service aérien.
La décision d'aptitude temporaire ou d'inaptitude temporaire, et toute prolongation, est prise pour une durée déterminée par la commission.
Après l'écoulement de chaque aptitude ou inaptitude temporaire, l'intéressé doit se représenter auprès de la commission afin de prolonger la durée de l'aptitude ou inaptitude temporaire ou afin de prendre une autre décision.
§ 4. La commission élabore un protocole d'examen médical dans lequel sont consignées les constatations faites au cours de l'examen médical concerné et les conclusions quant à l'aptitude au service aérien de l'intéressé.
Les résultats de l'examen médical sur la base duquel la commission décide de l'aptitude au service aérien ainsi que le protocole d'examen médical visé à l'alinéa 1er, peuvent être consultés par un médecin choisi par la personne concernée.
§ 2. La commission statue sur pièces.
Le membre du personnel concerné peut toutefois être entendu par la commission à sa demande ou si la commission l'estime nécessaire. Il peut alors se faire assister par un médecin, un avocat ou un représentant d'un syndicat représentatif de son choix, dénommé ci-après "le défenseur".
Le dossier médical peut être consulté au siège de la commission par l'intéressé ou son défenseur dans les huit jours ouvrables qui précèdent la séance de la commission.
L'intéressé ou son défenseur peuvent porter leurs remarques par écrit à la connaissance de la commission, au plus tard trois jours ouvrables avant la séance de la commission.
§ 3. La commission prend, pour la fonction concernée, une des décisions suivantes :
1° l'aptitude au service aérien;
2° l'aptitude temporaire au service aérien;
3° l'aptitude au service aérien, avec limitations;
4° l'inaptitude temporaire au service aérien;
5° l'inaptitude définitive au service aérien.
La décision d'aptitude temporaire ou d'inaptitude temporaire, et toute prolongation, est prise pour une durée déterminée par la commission.
Après l'écoulement de chaque aptitude ou inaptitude temporaire, l'intéressé doit se représenter auprès de la commission afin de prolonger la durée de l'aptitude ou inaptitude temporaire ou afin de prendre une autre décision.
§ 4. La commission élabore un protocole d'examen médical dans lequel sont consignées les constatations faites au cours de l'examen médical concerné et les conclusions quant à l'aptitude au service aérien de l'intéressé.
Les résultats de l'examen médical sur la base duquel la commission décide de l'aptitude au service aérien ainsi que le protocole d'examen médical visé à l'alinéa 1er, peuvent être consultés par un médecin choisi par la personne concernée.
Art. 17. De beperkingen van de geschiktheid voor luchtdienst bedoeld in artikel 16, § 3, eerste lid, 3°, zijn :
1° de beperking tot dagvluchten alleen;
2° de beperking van de vlieghoogte;
3° de beperking van de vliegduur;
4° de beperking inzake luchtacrobatiek;
5° de beperking tot lichte vliegtuigen, oefenvliegtuigen, transportvliegtuigen, verbindingsvliegtuigen of luchtvaartuigen van een bepaald type;
6° de beperking tot vliegtuigen met twee zitplaatsen met verplichte aanwezigheid van een tweede piloot en op voorwaarde dat deze tweede piloot niet aan dezelfde beperking onderworpen is;
7° de beperking tot het vliegen met een bepaalde optische correctie;
8° de beperking inzake de geografische bestemming;
9° de beperking tot het vliegen als tweede piloot, met als gevolg dat betrokkene niet als boordcommandant mag fungeren;
1° de beperking tot dagvluchten alleen;
2° de beperking van de vlieghoogte;
3° de beperking van de vliegduur;
4° de beperking inzake luchtacrobatiek;
5° de beperking tot lichte vliegtuigen, oefenvliegtuigen, transportvliegtuigen, verbindingsvliegtuigen of luchtvaartuigen van een bepaald type;
6° de beperking tot vliegtuigen met twee zitplaatsen met verplichte aanwezigheid van een tweede piloot en op voorwaarde dat deze tweede piloot niet aan dezelfde beperking onderworpen is;
7° de beperking tot het vliegen met een bepaalde optische correctie;
8° de beperking inzake de geografische bestemming;
9° de beperking tot het vliegen als tweede piloot, met als gevolg dat betrokkene niet als boordcommandant mag fungeren;
Art. 17. Les limitations à l'aptitude au service aérien visées à l'article 16, § 3, alinéa 1er, 3°, sont :
1° la limitation au vol de jour uniquement;
2° la limitation de l'altitude de vol;
3° la limitation de la durée de vol;
4° la limitation en ce qui concerne les vols acrobatiques;
5° la limitation aux avions légers, d'entraînement, de transport, de liaison ou aéronefs d'un type déterminé;
6° la limitation aux avions biplaces avec présence obligatoire d'un deuxième pilote et à condition que ce deuxième pilote ne soit pas soumis à la même limitation;
7° la limitation au vol avec une correction optique déterminée;
8° la limitation quant à la destination géographique;
9° la limitation au vol comme deuxième pilote, avec comme conséquence que l'intéressé ne peut pas exercer la fonction de commandant de bord.
1° la limitation au vol de jour uniquement;
2° la limitation de l'altitude de vol;
3° la limitation de la durée de vol;
4° la limitation en ce qui concerne les vols acrobatiques;
5° la limitation aux avions légers, d'entraînement, de transport, de liaison ou aéronefs d'un type déterminé;
6° la limitation aux avions biplaces avec présence obligatoire d'un deuxième pilote et à condition que ce deuxième pilote ne soit pas soumis à la même limitation;
7° la limitation au vol avec une correction optique déterminée;
8° la limitation quant à la destination géographique;
9° la limitation au vol comme deuxième pilote, avec comme conséquence que l'intéressé ne peut pas exercer la fonction de commandant de bord.
Art. 18. [1 De voorzitter van de commissie betekent de beslissing van de commissie aan de betrokken persoon en, wanneer het een kandidaat-militair of een militair betreft, brengt de korpscommandant van betrokkene, de hoofdgeneesheer van het CME-CLG, alsmede de hoofdgeneesheer van het medisch regionaal centrum en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair ervan op de hoogte. ]1
Art. 18. [1 Le président de la commission notifie la décision de la commission à la personne concernée et, lorsqu'il s'agit d'un candidat militaire ou d'un militaire, en informe le chef de corps de l'intéressé, le médecin chef du CME-CMA, ainsi que le médecin chef du centre médical régional et le conseiller en prévention-médecin du travail compétents pour l'unité du militaire concerné.]1
Art. 19. De betrokken persoon kan tegen de beslissing bedoeld in artikel 18 beroep aantekenen bij de commissie van beroep, overeenkomstig de bepalingen van artikel 13.
Art. 19. La personne concernée peut faire appel de la décision visée à l'article 18 auprès de la commission d'appel, conformément aux dispositions de l'article 13.
Art. 20. Het betrokken personeelslid wordt door de commissie van beroep gehoord op zijn aanvraag of indien de commissie van beroep het nodig acht. Hij mag zich laten bijstaan door een geneesheer, een advocaat of een afgevaardigde van een representatieve vakorganisatie van zijn keuze, hierna "de verdediger" genoemd.
Het medisch dossier mag, binnen de acht werkdagen die de zitting van de commissie van beroep voorafgaan, geraadpleegd worden ten zetel van de commissie van beroep door de betrokkene of zijn verdediger.
De betrokkene of zijn verdediger mogen, ten laatste drie werkdagen voor de zitting van de commissie van beroep, hun opmerkingen schriftelijk kenbaar maken aan de commissie van beroep,.
De voorzitter van de commissie van beroep kan de voorzitter van de commissie uitnodigen om de beslissing bedoeld in artikel 18 toe te lichten.
De commissie van beroep mag de betrokkene onderwerpen aan een nieuw geneeskundig onderzoek.
Het medisch dossier mag, binnen de acht werkdagen die de zitting van de commissie van beroep voorafgaan, geraadpleegd worden ten zetel van de commissie van beroep door de betrokkene of zijn verdediger.
De betrokkene of zijn verdediger mogen, ten laatste drie werkdagen voor de zitting van de commissie van beroep, hun opmerkingen schriftelijk kenbaar maken aan de commissie van beroep,.
De voorzitter van de commissie van beroep kan de voorzitter van de commissie uitnodigen om de beslissing bedoeld in artikel 18 toe te lichten.
De commissie van beroep mag de betrokkene onderwerpen aan een nieuw geneeskundig onderzoek.
Art. 20. Le membre du personnel concerné est entendu par la commission d'appel à sa demande ou si la commission d'appel l'estime nécessaire. Il peut se faire assister par un médecin, un avocat ou un représentant d'un syndicat représentatif de son choix, dénommé ci-après "le défenseur".
Le dossier médical peut être consulté au siège de la commission d'appel par l'intéressé ou son défenseur dans les huit jours ouvrables qui précèdent la séance de la commission d'appel.
L'intéressé ou son défenseur peuvent porter leurs remarques par écrit à la connaissance de la commission d'appel, au plus tard trois jours ouvrables avant la séance de la commission d'appel.
Le président de la commission d'appel peut inviter le président de la commission à commenter la décision visée à l'article 18.
La commission d'appel peut procéder à un nouvel examen médical de l'intéressé.
Le dossier médical peut être consulté au siège de la commission d'appel par l'intéressé ou son défenseur dans les huit jours ouvrables qui précèdent la séance de la commission d'appel.
L'intéressé ou son défenseur peuvent porter leurs remarques par écrit à la connaissance de la commission d'appel, au plus tard trois jours ouvrables avant la séance de la commission d'appel.
Le président de la commission d'appel peut inviter le président de la commission à commenter la décision visée à l'article 18.
La commission d'appel peut procéder à un nouvel examen médical de l'intéressé.
Art. 21. Op grond, naargelang het geval, van het protocol van geneeskundig onderzoek opgesteld door de commissie, van het geneeskundig onderzoek bedoeld in artikel 20, vijfde lid, en van de tijdens de zitting gedane vaststellingen, kan de commissie van beroep :
1° de beslissing van de commissie bevestigen;
2° elke andere beslissing bedoeld in artikel 16, § 3, eerste lid, nemen.
De commissie van beroep stelt een protocol van geneeskundig onderzoek op, waarin de tijdens de zitting en in voorkomend geval, tijdens het nieuw geneeskundig onderzoek, gedane vaststellingen en de conclusies betreffende de geschiktheid van de belanghebbende voor luchtdienst worden opgetekend.
1° de beslissing van de commissie bevestigen;
2° elke andere beslissing bedoeld in artikel 16, § 3, eerste lid, nemen.
De commissie van beroep stelt een protocol van geneeskundig onderzoek op, waarin de tijdens de zitting en in voorkomend geval, tijdens het nieuw geneeskundig onderzoek, gedane vaststellingen en de conclusies betreffende de geschiktheid van de belanghebbende voor luchtdienst worden opgetekend.
Art. 21. Sur la base, selon le cas, du protocole d'examen médical établi par la commission, de l'examen médical visé à l'article 20, alinéa 5, et des constatations faites pendant l'audience, la commission d'appel peut :
1° confirmer la décision de la commission;
2° prendre toute autre décision visée à l'article 16, § 3, alinéa 1er.
La commission d'appel élabore un protocole d'examen médical dans lequel sont consignées les constatations faites au cours de l'audience et le cas échéant, au cours du nouvel examen médical, et les conclusions quant à l'aptitude au service aérien de l'intéressé.
1° confirmer la décision de la commission;
2° prendre toute autre décision visée à l'article 16, § 3, alinéa 1er.
La commission d'appel élabore un protocole d'examen médical dans lequel sont consignées les constatations faites au cours de l'audience et le cas échéant, au cours du nouvel examen médical, et les conclusions quant à l'aptitude au service aérien de l'intéressé.
Art. 22. De voorzitter van de commissie van beroep betekent de [1 ...]1 beslissing van de commissie van beroep aan de betrokken persoon en brengt de voorzitter van de commissie alsmede, wanneer het een kandidaat-militair of een militair betreft, de korpscommandant van betrokkene [1 , de hoofdgeneesheer van het CME-CLG, alsmede de hoofdgeneesheer van het medisch regionaal centrum en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bevoegd voor de eenheid van de betrokken militair]1 ervan op de hoogte.
Art. 22. Le président de la commission d'appel notifie la décision [1 ...]1 de la commission d'appel à la personne concernée et en informe le président de la commission ainsi que, lorsqu'il s'agit d'un candidat militaire ou d'un militaire, le chef de corps de l'intéressé [1 , le médecin chef du CME-CMA, ainsi que le médecin chef du centre médical régional et le conseiller en prévention-médecin du travail compétents pour l'unité du militaire concerné]1
Art. 23. Indien de commissie of de commissie van beroep oordeelt dat de betrokken kandidaat-militair of militair voor elke militaire dienst ongeschikt zou kunnen zijn, dan brengt de voorzitter van de betrokken commissie de minister of de militaire overheid aangewezen door de minister hiervan ter kennis met het oog op de behandeling van de zaak door de MCGR.
In het geval bedoeld in het eerste lid, stelt hij eveneens de betrokken persoon in kennis van het feit dat zijn zaak zou kunnen worden behandeld door de MCGR.
In het geval dat de commissie oordeelt dat de betrokken kandidaat-militair of militair voor elke militaire dienst ongeschikt zou kunnen zijn, beslist de commissie van beroep pas over een eventueel beroep na de beslissing van de MCGR en in voorkomend geval na de beslissing van de MCBGR voor zover een van deze laatste commissies geen definitieve beslissing tot ongeschiktheid voor elke militaire dienst heeft genomen.
In het geval bedoeld in het eerste lid, stelt hij eveneens de betrokken persoon in kennis van het feit dat zijn zaak zou kunnen worden behandeld door de MCGR.
In het geval dat de commissie oordeelt dat de betrokken kandidaat-militair of militair voor elke militaire dienst ongeschikt zou kunnen zijn, beslist de commissie van beroep pas over een eventueel beroep na de beslissing van de MCGR en in voorkomend geval na de beslissing van de MCBGR voor zover een van deze laatste commissies geen definitieve beslissing tot ongeschiktheid voor elke militaire dienst heeft genomen.
Art. 23. Si la commission ou la commission d'appel estime que le candidat militaire ou le militaire concerné pourrait être inapte à tout service militaire, le président de la commission concernée en informe le ministre ou l'autorité militaire désignée par le ministre en vue du traitement de l'affaire par la CMAR.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, il porte également à la connaissance de la personne concernée le fait que son affaire pourrait être traitée par la CMAR.
Dans le cas où la commission estime que le candidat militaire ou le militaire concerné pourrait être inapte à tout service militaire, la commission d'appel ne décide d'un éventuel recours qu'après la décision de la CMAR et le cas échéant après la décision de la CMARA et pour autant qu'une de ces dernières commissions n'a pas pris une décision définitive d'inaptitude à tout service militaire.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, il porte également à la connaissance de la personne concernée le fait que son affaire pourrait être traitée par la CMAR.
Dans le cas où la commission estime que le candidat militaire ou le militaire concerné pourrait être inapte à tout service militaire, la commission d'appel ne décide d'un éventuel recours qu'après la décision de la CMAR et le cas échéant après la décision de la CMARA et pour autant qu'une de ces dernières commissions n'a pas pris une décision définitive d'inaptitude à tout service militaire.
Art. 24. De voorzitter van de commissie van beroep houdt een geactualiseerde lijst bij van de geneesmiddelen waarvan de inname automatisch leidt tot tijdelijke medische ongeschiktheid voor luchtdienst voor de duur van de behandeling.
De lijst bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betrokken militairen volgens de nadere regels vastgesteld door de [2 directeur-generaal gezondheid en welzijn]2.
De lijst bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betrokken militairen volgens de nadere regels vastgesteld door de [2 directeur-generaal gezondheid en welzijn]2.
Art. 24. Le président de la commission d'appel tient à jour une liste actualisée des médicaments dont la prise entraîne automatiquement l'inaptitude médicale temporaire au service aérien pour la durée du traitement.
La liste visée à l'alinéa 1er, est portée à la connaissance des militaires intéressés selon les modalités fixées par le [2 directeur général santé et bien-être]2.
La liste visée à l'alinéa 1er, est portée à la connaissance des militaires intéressés selon les modalités fixées par le [2 directeur général santé et bien-être]2.
Art. 25. § 1. Al wie kennis heeft van enig bedrog dat aanleiding gaf tot beïnvloeding van een beslissing inzake de geschiktheid voor luchtdienst, vraagt de minister om herziening van deze beslissing.
Deze aanvraag moet binnen de vijf jaar na de betekening van de bestreden beslissing aan de betrokkene ingediend worden.
Oordeelt de minister de aanvraag tot herziening gegrond, dan vat hij de overheid die de door bedrog aangetaste beslissing genomen heeft.
§ 2. De aanvraag tot herziening is gegrond onder meer indien enige handeling bewust gesteld werd met het oogmerk de beslissing van de commissie of van de commissie van beroep in deze of gene zin zodanig te beïnvloeden of te wijzigen dat ze niet overeenstemt met de werkelijke toestand van de betrokken persoon. In het bijzonder wordt elke bewust gestelde daad waardoor onderzoeksresultaten of een ander document hiertoe weggemaakt, verborgen, vernietigd, verduisterd of gewijzigd worden, als bedrieglijk beschouwd.
Gaat de vraag bedoeld in het eerste lid, uit van de persoon op wie de beslissing betrekking had en oordeelt de minister de aanvraag tot herziening ongegrond, dan brengt hij de aanvrager op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering de overheid die de beslissing genomen heeft te vatten.
§ 3. Een lid van de commissie of van de commissie van beroep waarvan de beslissing herzien wordt, kan geen lid zijn van de geneeskundige commissie van beroep voor geschiktheid voor luchtdienst die deze beslissing herziet.
Deze aanvraag moet binnen de vijf jaar na de betekening van de bestreden beslissing aan de betrokkene ingediend worden.
Oordeelt de minister de aanvraag tot herziening gegrond, dan vat hij de overheid die de door bedrog aangetaste beslissing genomen heeft.
§ 2. De aanvraag tot herziening is gegrond onder meer indien enige handeling bewust gesteld werd met het oogmerk de beslissing van de commissie of van de commissie van beroep in deze of gene zin zodanig te beïnvloeden of te wijzigen dat ze niet overeenstemt met de werkelijke toestand van de betrokken persoon. In het bijzonder wordt elke bewust gestelde daad waardoor onderzoeksresultaten of een ander document hiertoe weggemaakt, verborgen, vernietigd, verduisterd of gewijzigd worden, als bedrieglijk beschouwd.
Gaat de vraag bedoeld in het eerste lid, uit van de persoon op wie de beslissing betrekking had en oordeelt de minister de aanvraag tot herziening ongegrond, dan brengt hij de aanvrager op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering de overheid die de beslissing genomen heeft te vatten.
§ 3. Een lid van de commissie of van de commissie van beroep waarvan de beslissing herzien wordt, kan geen lid zijn van de geneeskundige commissie van beroep voor geschiktheid voor luchtdienst die deze beslissing herziet.
Art. 25. § 1er. Toute personne ayant connaissance de la moindre fraude ayant influencé une décision d'aptitude au service aérien, demande la révision de cette décision au ministre.
Cette demande doit être introduite dans les cinq années suivant la notification de la décision litigieuse à l'intéressé.
Si le ministre estime la demande de révision justifiée, il saisit l'autorité qui a pris la décision frauduleuse.
§ 2. La demande de révision est justifiée entre autres si un acte quelconque a été sciemment posé en vue d'influencer ou de modifier dans un sens ou dans un autre la décision de la commission ou de la commission d'appel de sorte qu'elle ne corresponde pas à la situation réelle de la personne concernée. En particulier, tout acte posé sciemment par lequel des résultats d'examens ou un autre document sont enlevés, cachés, détruits, détournés ou modifiés à cet effet, est considéré comme frauduleux.
Si la demande visée à l'alinéa 1er émane de la personne concernée par la décision et si le ministre estime la demande de révision non-justifiée, il informe le demandeur de son refus motivé de saisir l'autorité qui a pris la décision.
§ 3. Un membre de la commission ou de la commission d'appel dont la décision est revue ne peut être membre de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service aérien qui revoit cette décision.
Cette demande doit être introduite dans les cinq années suivant la notification de la décision litigieuse à l'intéressé.
Si le ministre estime la demande de révision justifiée, il saisit l'autorité qui a pris la décision frauduleuse.
§ 2. La demande de révision est justifiée entre autres si un acte quelconque a été sciemment posé en vue d'influencer ou de modifier dans un sens ou dans un autre la décision de la commission ou de la commission d'appel de sorte qu'elle ne corresponde pas à la situation réelle de la personne concernée. En particulier, tout acte posé sciemment par lequel des résultats d'examens ou un autre document sont enlevés, cachés, détruits, détournés ou modifiés à cet effet, est considéré comme frauduleux.
Si la demande visée à l'alinéa 1er émane de la personne concernée par la décision et si le ministre estime la demande de révision non-justifiée, il informe le demandeur de son refus motivé de saisir l'autorité qui a pris la décision.
§ 3. Un membre de la commission ou de la commission d'appel dont la décision est revue ne peut être membre de la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service aérien qui revoit cette décision.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 26. Artikel 44, § 1, van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, wordt aangevuld met het volgende lid :
" In geval van beroep betreffende een beslissing van geschiktheid voor luchtdienst, is de medische commissie van beroep de geneeskundige commissie van beroep voor geschiktheid voor luchtdienst. ".
" In geval van beroep betreffende een beslissing van geschiktheid voor luchtdienst, is de medische commissie van beroep de geneeskundige commissie van beroep voor geschiktheid voor luchtdienst. ".
Art. 26. L'article 44, § 1er, de l'arrêté royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires, est complété par l'alinéa suivant :
" En cas d'appel relatif à une décision d'aptitude au service aérien, la commission médicale d'appel est la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service aérien. ".
" En cas d'appel relatif à une décision d'aptitude au service aérien, la commission médicale d'appel est la commission médicale d'appel pour l'aptitude au service aérien. ".
Art. 27. Het koninklijk besluit van 5 oktober 1959 betreffende de geschiktheid voor luchtdienst, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 december 1968, 5 oktober 1972, 16 april 1998 en 7 mei 2000, wordt opgeheven.
Art. 27. L'arrêté royal du 5 octobre 1959 relatif à l'aptitude au service aérien, modifié par les arrêtés royaux des 24 décembre 1968, 5 octobre 1972, 16 avril 1998 et 7 mai 2000, est abrogé.
Art. 28. Elke procedure aangevangen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 oktober 1959 betreffende de geschiktheid voor luchtdienst vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt beëindigd overeenkomstig de bepalingen van het voornoemd koninklijk besluit van 5 oktober 1959.
Art. 28. Toute procédure entamée conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 octobre 1959 relatif à l'aptitude au service aérien avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est menée à terme conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 octobre 1959 précité.
Art. 29. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006.
Art. 29. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2006.
Art. 30. Onze Minister van Landsverdediging wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Notre Ministre de la Défense est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. [1 Tabel van de medische criteria waaraan de kandidaten voor luchtdienst en de militairen die luchtdienst uitvoeren dienen te voldoen.]1
Art. N. [1 Tableau des critères médicaux auxquels doivent satisfaire les candidats au service aérien et les militaires effectuant un service aérien.]1
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-11-2023, p. 106692)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-11-2023, p. 106692)