Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 SEPTEMBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
Titre
23 SEPTEMBRE 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 1990 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales et aux absences pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles, accordés aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves (TRADUCTION).
Dokumentinformationen
Numac: 2005036454
Datum: 2005-09-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005036454
Date: 2005-09-23
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden " psycho-medisch-sociale centra " vervangen door de woorden" centra voor leerlingenbegeleiding ".
Article 1. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 1990 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales et aux absences pour prestations réduites justifiées par des raisons personnelles, accordés aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux, les mots " centres psycho-médico-sociaux " sont remplacés par les mots " centres d'encadrement des élèves ".
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 maart 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in punt 2° worden de woorden " psycho-medisch-sociale centra " vervangen door de woorden " centra voor leerlingenbegeleiding ";
in punt 4° worden de woorden " PMS-centra " vervangen door de woorden " centra voor leerlingenbegeleiding ".
Art. 2. A l'article 1er du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mars 2000, sont apportées les modifications suivantes :
au point 2°, les mots " centres psycho-médico-sociaux " sont remplacés par les mots " centres d'encadrement des élèves ";
au point 4°, les mots " centres PMS " sont remplacés par les mots " centres d'encadrement des élèves ".
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 maart 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° wekelijks prestaties blijft verrichten die ten minste een volledige prestatie-eenheid bedragen; en voor wat de centra voor leerlingenbegeleiding betreft, wekelijks prestaties blijft verrichten die ten minste 10 % van een volledige opdracht bedragen; "
het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid, 3°, worden eveneens als wekelijkse prestaties beschouwd :
de prestaties verstrekt door personeelsleden met verlof wegens bijzondere opdracht of verlof wegens opdracht, zoals bedoeld in artikel 51quater, § 2 en § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 77quater, § 2 en § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof wegens vakbondsopdracht, zoals bedoeld in artikel 17 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en artikel 77 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
de prestaties verstrekt in het kader van de begeleiding en ondersteuning van de scholen en de centra voor leerlingenbegeleiding bij de implementatie van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I, zoals bedoeld in artikel VI.21 van dit decreet;
de prestaties verstrekt ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen, zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;
de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof, zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 november 1980 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten;
de prestaties verstrekt door personeelsleden in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering, zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;
de prestaties verstrekt door personeelsleden als medewerker, door een regeringslid ter beschikking gesteld van zijn voorganger, zoals bedoeld in artikel 8, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een regering of van een college van een gemeenschap of een gewest;
de prestaties verstrekt door een personeelslid ter ondersteuning van het college van commissarissen van de Vlaamse regering bij de hogescholen, zoals bedoeld in artikel 245, § 2, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. ".
Art. 3. A l'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mars 2000, sont apportées les modifications suivantes :
au premier alinéa, le point 3° est remplacé par le texte suivant :
" 3° continue à exercer chaque semaine des prestations comprenant au moins une unité de prestation complète; et pour ce qui est des centres d'encadrement des élèves, continue à exercer chaque semaine des prestations comprenant au moins 10 % d'une charge complète; "
l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Pour l'application du premier alinéa, 3°, sont considérées comme des prestations hebdomadaires :
les prestations dispensées par des membres du personnel en congé pour mission spéciale ou en congé pour mission, tels que visés à l'article 51quater, §§ 2 et 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves et à l'article 77quater, §§ 2 et 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
les prestations dispensées par les membres du personnel en congé pour activité syndicale, tel que visé à l'article 17 de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités et à l'article 77 de l'arrêté royal du 28 septembre 1984 portant exécution de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités;
les prestations dispensées dans le cadre de l'encadrement et du soutien des écoles et des centres d'encadrement des élèves pour la mise en oeuvre du décret du 28 juin 2002 relatif à l'égalité des chances en éducation-I, tels que visés à l'article VI.21 dudit décret;
les prestations dispensées au bénéfice de groupes politiques reconnus dans les chambres législatives de l'Etat et des Communautés ou des Régions, ou au bénéfice des présidents de ces groupes, tels que visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1991 relatif au congé accordé aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux pour accomplir certaines prestations au bénéfice de groupes politiques reconnus dans les chambres législatives de l'Etat, des Communautés ou des Régions, ou au bénéfice des présidents de ces groupes;
les prestations dispensées par les membres du personnel en congé, tels que visé à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 novembre 1980 relatif au congé accordé à certains membres du personnel des services publiques mis à disposition du Roi;
les prestations dispensées par des membres du personnel dans un cabinet ministériel d'un membre d'un gouvernement communautaire ou régional, d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'état régional, et auprès d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale et d'une cellule de politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral, tels que visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995 relatif au congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'état régional, et auprès d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale de la politique et d'une cellule de politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral, par des membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves;
les prestations dispensées par des membres du personnel en tant que collaborateur qu'un membre du Gouvernement a mis à disposition de son prédécesseur, tels que visés à l'article 8, troisième alinéa, de l'arrêté royal du 19 juillet 2001 relatif à l'installation des organes stratégiques des services publics fédéraux et relatif aux membres du personnel des services publics fédéraux désignés pour faire partie du cabinet d'un membre d'un Gouvernement ou d'un Collège d'une Communauté ou d'une Région;
les prestations dispensées par un membre du personnel à l'appui du collège des commissaires du Gouvernement flamand auprès des instituts supérieurs, tel que visé à l'article 245 du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande. ".
Art. 4. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 november 1991 en 19 december 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen, wordt opgeschort zodra het personeelslid, binnen de statutaire bepalingen die op hem van toepassing zijn, de volgende verloven of terbeschikkingstelling verkrijgt :
bevallingsverlof;
borstvoedingsverlof;
onbezoldigd ouderschapsverlof;
verlof om dwingende redenen van familiaal belang;
verlof om een stage te vervullen in een andere betrekking van de staat, een gemeenschap, een gewest, een provincie, een gemeente, een daarmee gelijkgestelde openbare instelling, een officiële of een gesubsidieerde vrije school of een officieel of gesubsidieerd centrum;
verlof om zijn kandidatuur voor de wetgevende of provinciale verkiezingen voor te dragen;
verlof om de cursussen bij te wonen van de school voor burgerlijke bescherming, hetzij als vrijwillige dienstnemer bij dit korps, hetzij als niet tot dit korps behorende leerling;
verlof om in vredestijd prestaties te verrichten bij het korps voor burgerlijke bescherming als vrijwillige dienstnemer bij dit korps;
opvangverlof;
10° verlof voor de opvang met het oog op adoptie en pleegvoogdij;
11° verlof voor het vervullen van sommige militaire prestaties in vredestijd en van diensten bij de civiele bescherming of van taken van openbaar nut op grond van de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980;
12° verlof om een ambt uit te oefenen bij het kabinet van een lid van de regering van een gemeenschap of van een gewest of bij het kabinet van een minister, een staatssecretaris of een gewestelijk staatssecretaris;
13° verlof voor vakbondsopdrachten;
14° verlof wegens (bijzondere) opdracht;
15° verlof voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van de in de wetgevende vergaderingen van de staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;
16° verlof om van het kabinet van de koning deel uit te maken;
17° ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking;
18° palliatief verlof in het kader van loopbaanonderbreking;
19° vaderschapsverlof;
20° terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. ";
§ 2 wordt geschrapt.
Art. 4. A l'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 13 novembre 1991 et 19 décembre 1991, sont apportées les modifications suivantes :
1. le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Les congés pour prestations réduites justifiées par des raisons sociales ou familiales sont suspendus dès que le membre du personnel, dans le cadre des dispositions statutaires qui lui sont applicables, obtient les congés ou mises en disponibilité suivants :
congé de maternité;
congé d'allaitement;
congé parental non rémunéré;
congé pour des raisons impérieuses d'ordre familial;
congé pour accomplir un stage dans un autre emploi de l'Etat, d'une Communauté, d'une Région, d'une province, d'une commune, d'un établissement public y assimilé, d'une école officielle ou d'une école libre subventionnée ou d'un centre officiel ou subventionné;
congé pour présenter sa candidature aux élections législatives ou provinciales;
congé pour suivre des cours de l'école de protection civile, soit comme volontaire de ce corps, soit comme élève n'appartenant pas à ce corps;
congé pour accomplir, en temps de paix, des prestations auprès du corps de protection civile en tant que volontaire de ce corps;
congé d'accueil;
10° congé pour l'accueil en vue d'adoption et de tutelle officieuse;
11° congé en vue de l'accomplissement de certaines prestations militaires en temps de paix ainsi que de services dans la protection civile ou de tâches d'utilité publique en application des lois portant le statut des objecteurs de conscience, coordonnées le 20 février 1980;
12° congé pour exercer une fonction dans le cabinet d'un membre d'un gouvernement communautaire ou régional ou auprès du cabinet d'un ministre, d'un secrétaire d'état ou d'un secrétaire d'état régional;
13° congé pour activité syndicale;
14° congé pour mission (spéciale);
15° congé pour accomplir certaines prestations au bénéfice de groupes politiques reconnus dans les chambres législatives de l'Etat, des Communautés ou des Régions, ou au bénéfice des présidents de ces groupes;
16° congé pour faire partie du cabinet du roi;
17° congé parental dans le cadre de l'interruption de carrière;
18° congé pour soins palliatifs dans le cadre de l'interruption de carrière;
19° congé de paternité;
20° mise en disponibilité pour convenances personnelles. ";
2. le § 2 est abrogé.
Art. 5. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 maart 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° wekelijks prestaties blijft verrichten die ten minste een volledige prestatie-eenheid bedragen of wat de centra voor leerlingenbegeleiding betreft, wekelijks prestaties blijft verrichten die ten minste 10 % van een volledige opdracht bedragen; "
het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
" Voor de toepassing van het eerste lid, 3°, worden eveneens als wekelijkse prestaties beschouwd :
de prestaties verstrekt door personeelsleden met verlof wegens bijzondere opdracht of verlof wegens opdracht, zoals bedoeld in artikel 51quater, § 2 en § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 77quater, § 2 en § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof wegens vakbondsopdracht, zoals bedoeld in artikel 17 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en artikel 77 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
de prestaties verstrekt in het kader van de begeleiding en ondersteuning van de scholen en de centra voor leerlingenbegeleiding bij de implementatie van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I, zoals bedoeld in artikel VI.21 van dit decreet;
de prestaties verstrekt ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen, zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;
de prestaties verstrekt door de personeelsleden met verlof, zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 november 1980 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten;
de prestaties verstrekt door personeelsleden in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale Regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering, zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;
de prestaties verstrekt door personeelsleden als medewerker, door een regeringslid ter beschikking gesteld van zijn voorganger, zoals bedoeld in artikel 8, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een regering of van een college van een gemeenschap of een gewest;
de prestaties verstrekt door een personeelslid ter ondersteuning van het college van commissarissen van de Vlaamse Regering bij de hogescholen, zoals bedoeld in artikel 245, § 2, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. "
Art. 5. A l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mars 2000, sont apportées les modifications suivantes :
au premier alinéa, le point 3° est remplacé par le texte suivant :
" 3° continue à exercer chaque semaine des prestations comprenant au moins une unité de prestation complète ou, pour ce qui est des centres d'encadrement des élèves, continue à exercer chaque semaine des prestations comprenant au moins 10 % d'une charge complète; "
l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Pour l'application du premier alinéa, 3°, sont considérées comme des prestations hebdomadaires :
les prestations dispensées par des membres du personnel en congé pour mission spéciale ou en congé pour mission, tels que visés à l'article 51quater, §§ 2 et 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves et à l'article 77quater, §§ 2 et 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
les prestations dispensées par les membres du personnel en congé pour activité syndicale, tels que visés à l'article 17 de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités et à l'article 77 de l'arrêté royal du 28 septembre 1984 portant exécution de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités;
les prestations dispensées dans le cadre de l'encadrement et du soutien des écoles et des centres d'encadrement des élèves pour la mise en oeuvre du décret du 28 juin 2002 relatif à l'égalité des chances en éducation-I, tels que visés à l'article VI.21 dudit décret;
les prestations dispensées au bénéfice de groupes politiques reconnus dans les chambres législatives de l'Etat et des Communautés ou des Régions, ou au bénéfice des présidents de ces groupes, tels que visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1991 relatif au congé accordé aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux pour accomplir certaines prestations au bénéfice de groupes politiques reconnus dans les chambres législatives de l'Etat, des Communautés ou des Régions, ou au bénéfice des présidents de ces groupes;
les prestations dispensées par les membres du personnel en congé, tels que visés à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 novembre 1980 relatif au congé accordé à certains membres du personnel des services de l'Etat mis à disposition du Roi;
les prestations dispensées par des membres du personnel dans un cabinet ministériel d'un membre d'un gouvernement communautaire ou régional, d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'état régional, et auprès d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale et d'une cellule de politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral, tels que visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995 relatif au congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'état régional, et auprès d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale de la politique et d'une cellule de politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral, par des membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves;
les prestations dispensées par des membres du personnel en tant que collaborateur qu'un membre du Gouvernement a mis à disposition de son prédécesseur, tels que visés à l'article 8, troisième alinéa, de l'arrêté royal du 19 juillet 2001 relatif à l'installation des organes stratégiques des services publics fédéraux et relatif aux membres du personnel des services publics fédéraux désignés pour faire partie du cabinet d'un membre d'un Gouvernement ou d'un Collège d'une Communauté ou d'une Région;
les prestations dispensées par un membre du personnel à l'appui du collège des commissaires du Gouvernement flamand auprès des instituts supérieurs, tel que visé à l'article 245 du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande. ".
Art. 6. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 november 1991 en 19 december 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1. § 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. De afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid wordt opgeschort zodra het personeelslid, binnen de statutaire bepalingen die op hem van toepassing zijn, de volgende verloven of terbeschikkingstelling verkrijgt :
bevallingsverlof;
borstvoedingsverlof;
onbezoldigd ouderschapsverlof;
verlof om dwingende redenen van familiaal belang;
verlof om een stage te vervullen in een andere betrekking van de staat, een gemeenschap, een gewest, een provincie, een gemeente, een daarmee gelijkgestelde openbare instelling, een officiële of een gesubsidieerde vrije school of een officieel of gesubsidieerd centrum;
verlof om zijn kandidatuur voor de wetgevende of provinciale verkiezingen voor te dragen;
verlof om de cursussen bij te wonen van de school voor burgerlijke bescherming, hetzij als vrijwillige dienstnemer bij dit korps, hetzij als niet tot dit korps behorende leerling;
verlof om in vredestijd prestaties te verrichten bij het korps voor burgerlijke bescherming als vrijwillige dienstnemer bij dit korps;
opvangverlof;
10° verlof voor de opvang met het oog op adoptie en pleegvoogdij;
11° verlof voor het vervullen van sommige militaire prestaties in vredestijd en van diensten bij de civiele bescherming of van taken van openbaar nut op grond van de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980;
12° verlof om een ambt uit te oefenen bij het kabinet van een lid van de regering van een gemeenschap of van een gewest of bij het kabinet van een minister, een staatssecretaris of een gewestelijk staatssecretaris;
13° verlof voor vakbondsopdrachten;
14° verlof wegens (bijzondere) opdracht;
15° verlof voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van de in de wetgevende vergaderingen van de staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;
16° verlof om van het kabinet van de koning deel uit te maken;
17° ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking;
18° palliatief verlof in het kader van loopbaanonderbreking;
19° vaderschapsverlof;
20° terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. ";
2. § 2 wordt geschrapt.
Art. 6. A l'article 13 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 13 novembre 1991 et 19 décembre 1991, sont apportées les modifications suivantes :
1. le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. L'absence pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles est suspendue dès que le membre du personnel, dans le cadre des dispositions statutaires qui lui sont applicables, obtient les congés ou mises en disponibilité suivants :
congé de maternité;
congé d'allaitement;
congé parental non rémunéré;
congé pour des raisons impérieuses d'ordre familial;
congé pour accomplir un stage dans un autre emploi de l'Etat, d'une Communauté, d'une Région, d'une province, d'une commune, d'un établissement public y assimilé, d'une école officielle ou d'une école libre subventionnée ou d'un centre officiel ou subventionné;
congé pour présenter sa candidature aux élections législatives ou provinciales;
congé pour suivre des cours de l'école de protection civile, soit comme volontaire de ce corps, soit comme élève n'appartenant pas à ce corps;
congé pour accomplir, en temps de paix, des prestations auprès du corps de protection civile en tant que volontaire de ce corps;
congé d'accueil;
10° congé pour l'accueil en vue d'adoption et de tutelle officieuse;
11° congé en vue de l'accomplissement de certaines prestations militaires en temps de paix ainsi que de services dans la protection civile ou de tâches d'utilité publique en application des lois portant le statut des objecteurs de conscience, coordonnées le 20 février 1980;
12° congé pour exercer une fonction dans le cabinet d'un membre d'un gouvernement communautaire ou régional ou auprès du cabinet d'un ministre, d'un secrétaire d'état ou d'un secrétaire d'état régional;
13° congé pour activité syndicale;
14° congé pour mission (spéciale);
15° congé pour accomplir certaines prestations au bénéfice de groupes politiques reconnus dans les chambres législatives de l'Etat, des Communautés ou des Régions, ou au bénéfice des présidents de ces groupes;
16° congé pour faire partie du cabinet du roi;
17° congé parental dans le cadre de l'interruption de carrière;
18° congé pour soins palliatifs dans le cadre de l'interruption de carrière;
19° congé de paternité;
20° mise en disponibilité pour convenances personnelles. ";
2. le § 2 est abrogé.
Art. 7. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 maart 2000, worden in het derde lid de woorden " voor zover zijn opdracht niet minder dan de helft bedraagt van de duur van de volledige prestaties die normaal bepaald zijn voor het door hem uitgeoefende ambt " geschrapt.
Art. 7. Au troisième alinéa de l'article 15 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mars 2000, les mots " pourvu que sa charge ne soit pas inférieure à la moitié de la durée des prestations complètes fixées normalement pour la fonction qu'il exerce " sont supprimés.
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2005.
Art. 8. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2005.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 23 september 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 9. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 23 septembre 2005.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.