Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 SEPTEMBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als onderdeel van het bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs en betreffende de ambtshalve concordantie. (NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 01-09-2005 en tekstbijwerking tot 05-12-2006)
Titre
23 SEPTEMBRE 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif à l'expérience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement et relatif à la concordance d'office (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-12-2005 et mise à jour au 05-12-2006)
Dokumentinformationen
Numac: 2005036456
Datum: 2005-09-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005036456
Date: 2005-09-23
Moniteur: Voir
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire.
Artikel 1. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 november 1997, artikel 9, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 28 november 2003, en artikel 23 van hetzelfde besluit worden de woorden "Gemeenschapsminister van Onderwijs" telkens vervangen door de woorden "Vlaams minister, bevoegd voor het Onderwijs".
Article 1. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 novembre 1997, article 9, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 août 1999 et 28 novembre 2003, et l'article 23 du même arrêté, les mots "Ministre communautaire de l'Enseignement" sont remplacés chaque fois par les mots "Ministre flamand chargé de l'Enseignement".
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 april 1997 en 28 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in § 1 worden tussen het woord "onderwijsinstelling," en het woord "hetzij" de woorden "hetzij door een ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs," ingevoegd.
§ 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Worden eveneens aangenomen de in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften die gelijkwaardig worden verklaard met een van de dit besluit bedoelde diploma's of studiegetuigschriften :
-krachtens verdragen of internationale overeenkomsten of;
- met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, voorgeschreven bij de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften of;
- met ingang van 1 september 1995, met toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap of;
- met ingang van 1 oktober 1992, met toepassing van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap of;
- met ingang van 1 januari 2003, met toepassing van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.
De diploma's of getuigschriften die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en met ingang van 1 juni 2002 in Zwitserland, uitgereikt zijn, worden aangenomen, indien ze vergezeld gaan van een conformiteitsattest zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de voorwaarden en vorm van het conformiteitsattest voor wervingsambten in het onderwijs ter uitvoering van de Europese Richtlijnen 89/48/EEG en 92/51/EEG. "
Art. 2. A l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 avril 1997 et 28 novembre 2003, sont apportées les modifications suivantes :
dans le § 1er, les mots " soit par une institution d'enseignement supérieur enregistrée d'office " sont insérés entre les mots "la Communauté" et le mot "soit".
le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Sont également admis, les diplômes et certificats d'études obtenus selon un régime étranger, déclarés équivalents à un des diplômes ou certificats d'études visés au présent arrêté :
en vertu de traités ou de conventions internationales ou;
en application de la procédure en matière d'équivalence, prescrite par la loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers ou;
à partir du 1er septembre 1995, en application du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande ou;
à partir du 1er octobre 1992, en application du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande ou;
à partir du 1er janvier 2003, en application du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre.
Les diplômes ou les certificats d'études délivrés dans un Etat membre de l'Espace économique européen et à partir du 1er juin 2002 en Suisse, sont acceptés s'ils sont accompagnés d'une attestation de conformité telle que définie par l'arrêté du Gouvernement flamand fixant les conditions et la forme de l'attestation de conformité pour les fonctions de recrutement dans l'enseignement en exécution des Directives européennes 89/48/CEE et 92/51/CEE. "
Art. 3. In artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
er wordt een punt 2.bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 2.bis het diploma van master, aansluitend bij een bachelor, eventueel na een schakelprogramma;";
er wordt een punt 34.bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 34.bis het diploma van professioneel gerichte bachelor. Daarmee wordt niet bedoeld : de bachelor, aansluitend op een bachelor;";
er wordt een punt 51.bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 51.bis het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;".
Art. 3. A l'article 6 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, sont apportées les modifications suivantes :
il est inséré un point 2.bis, rédigé comme suit :
" 2.bis le diplôme de master, s'alignant sur un bachelor, éventuellement après un programme de transition; ";
il est inséré un point 34.bis, rédigé comme suit :
" 34.bis le diplôme de bachelor à caractère professionnel. Par ceci, on n'entend pas : le bachelor, s'alignant sur un bachelor; ";
il est inséré un point 51.bis, rédigé comme suit :
" 51.bis le diplôme en nursing, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel; ".
Art. 4. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 19 december 1991, 25 januari 1995, 4 november 1997, 31 augustus 1999, 28 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
punt 12 wordt vervangen door wat volgt :
" 12. ASBO :
het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
het diploma in de verpleegkunde, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
het brevet, certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4. ";
punt 39 wordt vervangen door wat volgt :
" 39. HOKT + BPB :
een van de studiebewijzen, vermeld in punt 6, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3;
het diploma van professioneel gerichte bachelor, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3. Met professioneel gerichte bachelor wordt niet bedoeld : de bachelor aansluitend op een bachelor;
GLSO;
GVSO-groep 1;
vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer en van -kleuteronderwijzer.
Met HOKT + BPB worden niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. ";
punt 40 wordt vervangen door wat volgt :
" 40. Ten minste HOKT + BPB :
een van de studiebewijzen, vermeld in punt 5, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3;
het diploma van professioneel gerichte bachelor, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8,§ 3. Met professioneel gerichte bachelor wordt niet bedoeld : de bachelor aansluitend op een bachelor;
GLSO;
GVSO-groep 1;
vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer en van kleuter onderwijzer.
Met ten minste HOKT + BPB worden niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. "
Art. 4. A l'article 7, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 19 décembre 1991, 25 janvier 1995, 4 novembre 1997, 31 août 1999 et 28 novembre 2003, sont apportées les modifications suivantes :
le point 12 est remplacé par ce qui suit :
" 12. par BESPC :
le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
le diplôme en nursing psychiatrique;
le diplôme en nursing hospitalier;
le diplôme en nursing, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
le brevet, certificat ou certificat de l'enseignement des adultes classé BSO4. ";
le point 39 est remplacé par ce qui suit :
" 39. par ESTC + CAP :
un des titres visés au point 6, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3;
le diplôme de bachelor à caractère professionnel, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérées comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3. Par bachelor à caractère professionnel, on n'entend pas : le bachelor s'alignant sur un bachelor;
AESI;
AES - groupe 1;
à partir du 1er septembre 2002, le diplôme d'instituteur primaire et le diplôme instituteur préscolaire.
Par ESTC + CAP on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à partir du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à partir du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes. ";
le point 40 est remplacé par ce qui suit :
" 40. par ESTC + CAP au moins :
- un des titres visés au point 5, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3;
- le diplôme de bachelor à caractère professionnel, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3. Par bachelor à caractère professionnel, on n'entend pas : le bachelor s'alignant sur un bachelor;
- AESI;
- AES - groupe 1;
à partir du 1er septembre 2002, le diplôme d'instituteur primaire et le diplôme d'instituteur préscolaire.
Par " au moins ESTC + CAP ", on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à partir du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes. "
Art. 5. In artikel 7, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 28 november 2003, worden de woorden "de bijlagen I tot en met III" vervangen door de woorden "de bijlage".
Art. 5. Dans l'article 7, § 4, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 août 1999 et 28 novembre 2003, les mots "dans les annexes Ire à III incluses" sont remplacés par les mots "dans l'annexe ".
Art. 6. Aan artikel 9, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 28 november 2003, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Wie overgangsmaatregelen geniet, vermeld in artikel 16 tot en met 16ter decies van dit besluit, kan van de weddenschaal van de indeling "andere" bekwaamheidsbewijzen genieten, zonder dat de §§ 1 tot en met 3 van dit artikel van toepassing zijn. Dit geldt vanaf 1 september 1989. "
Art. 6. A l'article 9, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 août 1999 et 28 novembre 2003, il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Celui qui bénéficie des mesures transitoires visées aux articles 16 à 16ter decies inclus du présent arrêté, peut bénéficier de l'échelle de traitement de la classification " autres " titres de capacité, sans que les §§ 1er à 3 inclus du présent arrêté s'appliquent. Ceci vaut à partir du 1er septembre 1989. "
Art. 7. In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, worden de woorden "de bijlagen I tot en met III" vervangen door de woorden "de bijlage".
Art. 7. Dans l'article 10, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, les mots "aux annexes Ire à III incluses" sont remplacés par les mots "à l'annexe ".
Art. 8. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990, 9 juli 1996, 31 augustus 1999, 11 januari 2002 en 14 maart 2003, wordt § 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Het minimum en het maximum aantal lesuren, vereist voor een ambt met volledige prestaties van de personeelsleden, vermeld in artikel 1, wordt vastgesteld als volgt :
Wat de eerste graad van het secundair onderwijs betreft :
voor het onderwijs van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken, de praktische vakken, de klassenraad en de klassendirectie, alsook voor de andere uren die geen lesuren zijn en voor het ambt van begeleider : minimum 22 en maximum 23 lesuren;
Wat de tweede graad van het secundair onderwijs betreft :
a) voor het onderwijs van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken, de daarmee gelijkgestelde uren die geen lesuren zijn, de klassenraad en de klassendirectie en voor het ambt van begeleider : minimum 21 en maximum 22 lesuren.
Voor de personeelsleden die belast zijn met een halve lesopdracht in de derde graad, of de vierde graad, of de derde en de vierde graad : minimum 20 en maximum 21 lesuren;
b) voor het onderwijs van de praktische vakken, alsook voor de daarmee gelijkgestelde uren die geen lesuren zijn : minimum 29 en maximum 30 lesuren;
Wat de derde graad van het secundair onderwijs betreft :
a) voor het onderwijs van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken, de daarmee gelijkgestelde uren die geen lesuren zijn, de klassenraad en de klassendirectie en voor het ambt van begeleider : minimum 20 en maximum 21 lesuren;
b) voor het onderwijs van de praktische vakken, alsook voor de daarmee gelijkgestelde uren die geen lesuren zijn : minimum 29 en maximum 30 lesuren;
Wat de vierde graad van het secundair onderwijs betreft :
a) voor het onderwijs van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de daarmee gelijkgestelde uren die geen lesuren zijn, de klassenraad en de klassendirectie : minimum 20 en maximum 21 lesuren;
b) voor het onderwijs van de praktische vakken, alsook voor de daarmee gelijkgestelde uren die geen lesuren zijn : minimum 29 en maximum 30 lesuren.
Art. 8. Dans l'article 12 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 juillet 1990, 9 juillet 1996, 31 août 1999, 11 janvier 2002 et 14 mars 2003, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
"§ 1er. Le nombre minimal et maximal d'heures de cours requis pour une fonction à prestations complètes des membres du personnel visés à l'article 1er, est fixé comme suit :
En ce qui concerne le premier degré de l'enseignement secondaire :
pour l'enseignement des cours généraux, des cours artistiques, des cours techniques, des cours pratiques, pour le conseil de classe et la direction de classe, ainsi que pour les autres heures ne comportant pas des heures de cours et pour la fonction d'accompagnateur : 22 heures de cours au minimum et 23 au maximum;
En ce qui concerne le deuxième degré de l'enseignement secondaire :
a) pour l'enseignement des cours généraux, des cours artistiques, des cours techniques, des cours pratiques, les heures y assimilées ne comportant pas des heures de cours, pour le conseil de classe et la direction de classe et pour la fonction d'accompagnateur : 21 heures de cours au minimum et 22 au maximum.
Pour les membres du personnel chargés d'une demi-charge d'enseignement au troisième degré ou au quatrième degré ou aux troisième et quatrième degrés : 20 heures de cours au minimum et 21 au maximum;
b) pour l'enseignement des cours pratiques, ainsi que pour les heures y assimilées ne comportant pas des heures de cours : 29 heures de cours au minimum et 30 au maximum;
En ce qui concerne le troisième degré de l'enseignement secondaire :
a) pour l'enseignement des cours généraux, des cours artistiques, des cours techniques, les heures y assimilées ne comportant pas des heures de cours, pour le conseil de classe et la direction de classe et pour la fonction d'accompagnateur : 20 heures de cours au minimum et 21 au maximum;
b) pour l'enseignement des cours pratiques, ainsi que pour les heures y assimilées ne comportant pas des heures de cours : 29 heures de cours au minimum et 30 au maximum;
En ce qui concerne le quatrième degré de l'enseignement secondaire :
a) pour l'enseignement des cours généraux, des cours artistiques, des cours techniques y les heures y assimilées ne comportant pas des heures de cours, pour le conseil de classe et la direction de classe : 20 heures de cours au minimum et 21 au maximum;
b) pour l'enseignement des cours pratiques, ainsi que pour les heures y assimilées ne comportant pas des heures de cours : 29 heures de cours au minimum et 30 au maximum.
Art. 9. In artikel 14, § 1, van hetzelfde besluit wordt het getal "28" vervangen door het getal "26".
Art. 9. Dans l'article 14, § 1er, du même arrêté, le nombre " 28 " est remplacé par le nombre " 26 ".
Art. 10. In artikel 16quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991, worden de woorden "op grond van de bijlagen 1 tot en met 7 gevoegd bij dit besluit" geschrapt.
Art. 10. Dans l'article 16quater du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1991, les mots " sur la base des annexes 1 à 7 au présent arrêté " sont supprimés.
Art. 11. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16undecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 16undecies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de volgende personeelsleden :
de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2005 vast benoemd zijn voor het algemeen vak wijsgerige stromingen;
de personeelsleden die tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met het algemeen vak wijsgerige stromingen in de loop van het schooljaar 2004-2005;
de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2005 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven voor het algemeen vak wijsgerige stromingen;
§ 2. De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2005 van kracht was via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak wijsgerige stromingen, en vanaf 1 september 2005 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak filosofie in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2005 van kracht was via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak wijsgerige stromingen, en vanaf 1 september 2005 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak filosofie in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2005, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
De personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
de personeelsleden, genoemd in § 1, 2° en 3°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.
Art. 11. Dans le même arrêté, il est inséré un article 16undecies, rédigé comme suit :
" Art. 16undecies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel suivants :
les membres du personnel qui, le 31 août 2005 au plus tard, sont nommés à titre définitif pour le cours général " courants philosophiques ";
les membres du personnel qui étaient désignés ou chargés à titre temporaire du cours général " courants philosophiques " pendant l'année scolaire 2004-2005;
les membres du personnel qui, le 1er septembre 2005 au plus tard, ont acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue pour le cours général " courants philosophiques ";
§ 2. Les membres du personnel visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2005, étaient porteurs par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours général " courants philosophiques ", et qui, à partir du 1er septembre 2005, ne sont pas porteurs d'un titre requis dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours général " philosophie " dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
Les membres du personnel visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2005, étaient porteurs par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours général " courants philosophiques ", et qui, à partir du 1er septembre 2005, ne sont pas porteurs d'un titre jugé suffisant dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général " philosophie " dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
§ 3. Les mesures transitoires visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2005, en tenant compte des dispositions suivantes :
Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont occupés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 2° et 3°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendaires au maximum.
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16duodecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 16duodecies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de volgende personeelsleden :
de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2005 vast benoemd zijn voor het technisch en/of praktisch vak kleding;
de personeelsleden die tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met het technisch/en of praktisch vak kleding in de loop van het schooljaar 2004-2005;
de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2005 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven voor het technisch en/of praktisch vak kleding;
§ 2. De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2005 van kracht was via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak kleding, en vanaf 1 september 2005 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak mode in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2005 van kracht was via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak kleding, en vanaf 1 september 2005 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak mode in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2005, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
De personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
de personeelsleden, genoemd in § 1, 2° en 3°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.
Art. 12. Dans le même arrêté, il est inséré un article 16duodecies, rédigé comme suit :
" Art. 16duodecies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel suivants :
les membres du personnel qui, le 31 août 2005 au plus tard, sont nommés à titre définitif pour le cours technique et/ou pratique " kleding " (habillement);
les membres du personnel qui étaient désignés ou chargés à titre temporaire du cours technique et/ou pratique " kleding " pendant l'année scolaire 2004-2005;
les membres du personnel qui, le 1er septembre 2005 au plus tard, ont acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue pour le cours technique et/ou pratique " kleding ";
§ 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2005, étaient porteurs, par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours technique et/ou pratique " kleding ", et qui, à partir du 1er septembre 2005, ne sont pas porteurs d'un titre requis dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours technique et/ou pratique " mode " dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2005, étaient porteurs, par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique " kleding ", et qui, à partir du 1er septembre 2005, ne sont pas porteurs d'un titre jugé suffisant dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique " mode " dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
§ 3. Les mesures transitoires visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2005, en tenant compte des dispositions suivantes :
Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont occupés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 2° et 3°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendaires au maximum.
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16ter decies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 16ter decies. § 1. Alle personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2005 in het bezit zijn van een van de volgende bekwaamheidsbewijzen :
diploma van onderwijzer(es) uitgereikt door een niet-confessionele instelling + attest onderwijsbevoegdheid niet-confessionele zedenleer;
GLSO of GVSO-groep 1 uitgereikt door een niet-confessionele instelling + attest cursus zedenleer gevolgd in het hoger secundair onderwijs;
ten minste HOKT + BPB + attest van definitieve vrijstelling;
worden geacht vanaf 1 september 2005 in het bezit te zijn van het bekwaamheidsbewijs : ten minste HOKT + BPB + attest "voldoende geacht" voor NCZ.
§ 2. Alle personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2005 in het bezit zijn van een van de volgende bekwaamheidsbewijzen :
licentiaat wijsbegeerte uitgereikt door een niet-confessionele instelling + BPB + attest van beroepsbekwaamheid niet-confessionele zedenleer;
ten minste HOLT + BPB + attest cursus zedenleer gevolgd in het hoger secundair onderwijs;
ten minste HOLT + BPB + attest van definitieve vrijstelling;
worden geacht vanaf 1 september 2005 in het bezit te zijn van het bekwaamheidsbewijs : ten minste HOLT + BPB + attest "voldoende geacht" voor NCZ.
§ 3. Alle personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2005 in het bezit zijn van een van de volgende bekwaamheidsbewijzen :
diploma van onderwijzer(es) + attest onderwijsbevoegdheid niet-confessionele zedenleer;
GLSO of GVSO-groep 1 + attest voorlopige vrijstelling cursus niet-confessionele zedenleer in HSO;
GLSO of GVSO-groep 1 + attest voorlopige vrijstelling diploma uitgereikt door een niet-confessionele instelling;
ten minste HOKT + attest voorlopige vrijstelling cursus niet-confessionele zedenleer in het H.S.O;
ten minste HOKT uitgereikt door een niet-confessionele instelling + attest onderwijsbevoegdheid en de cursus niet-confessionele zedenleer gevolgd in het H.S.O;
ten minste HOLT uitgereikt door een niet-confessionele instelling + attest onderwijsbevoegdheid en de cursus niet-confessionele zedenleer gevolgd in het H.S.O;
ten minste HOLT + attest voorlopige vrijstelling cursus niet-confessionele zedenleer in het H.S.O;
ten minste HOLT + attest voorlopige vrijstelling diploma uitgereikt door een niet-confessionele instelling;
worden geacht vanaf 1 september 2005 in het bezit te zijn van het bekwaamheidsbewijs : ten minste HOKT + attest "ander" voor NCZ. "
Art. 13. Dans le même arrêté, il est inséré un article 16ter decies, rédigé comme suit :
" Art. 16ter decies. § 1er. Tous les membres du personnel qui, le 31 août 2005 au plus tard, sont porteurs d'un des titres suivants :
le diplôme d'instituteur(trice) primaire, délivré par un établissement non confessionnel + une attestation de capacité d'enseignement en morale non confessionnelle;
AESI ou AES-groupe 1, délivré par un établissement non confessionnel + une attestation d'un cours de morale suivi dans l'enseignement secondaire supérieur;
au moins ESTC + CAP + une attestation d'exemption définitive;
sont censés être porteurs du titre à partir du 1er septembre 2005 : au moins ESTC + CAP + une attestation " jugée suffisante " de morale non confessionnelle.
§ 2. Tous les membres du personnel qui, le 31 août 2005 au plus tard, sont porteurs d'un des titres suivants :
licencié en philosophie, délivré par un établissement non confessionnel + CAP + une attestation de compétence professionnelle en morale non confessionnelle;
au moins ESTL + CAP + une attestation d'un cours de morale suivi dans l'enseignement secondaire supérieur;
au moins ESTL + CAP + une attestation d'exemption définitive;
sont censés être porteurs du titre à partir du 1er septembre 2005 : au moins ESTL + CAP + une attestation " jugée suffisante " de morale non confessionnelle.
§ 3. Tous les membres du personnel qui, le 31 août 2005 au plus tard, sont porteurs d'un des titres suivants :
le diplôme d'instituteur(trice) primaire + une attestation de capacité d'enseignement en morale non confessionnelle;
AESI ou AES-groupe 1 + une attestation de dispense provisoire du cours de morale non confessionnelle dans l'enseignement secondaire supérieur;
AESI ou AES-groupe 1 + une attestation de dispense provisoire du diplôme délivré par un établissement non confessionnel;
au moins ESTC + une attestation de dispense provisoire du cours de morale non confessionnelle dans l'enseignement secondaire supérieur;
au moins ESTC délivré par un établissement non confessionnel + une attestation de compétence d'enseignement et le cours de morale non confessionnelle suivi dans l'enseignement secondaire supérieur;
au moins ESTL délivré par un établissement non confessionnel + une attestation de capacité d'enseignement et le cours de morale non confessionnelle suivi dans l'enseignement secondaire supérieur;
au moins ESTL + une attestation de dispense provisoire du cours de morale non confessionnelle dans l'enseignement secondaire supérieur;
au moins ESTL + une attestation de dispense provisoire du diplôme délivré par un établissement non confessionnel;
sont censés être porteurs à partir du 1er septembre 2005 du titre : au moins ESTC + une attestation " autre " de morale non confessionnelle. "
Art. 14. Er wordt een artikel 17duodecies toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 17duodecies. De personeelsleden, genoemd in artikel 16undecies, genieten voor het algemeen vak filosofie de weddenschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2005 mocht worden verleend voor het algemeen vak wijsgerige stromingen, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal. "
Art. 14. Il est ajouté un article 17duodecies, rédigé comme suit :
" Art. 17duodecies. Les membres du personnel visés à l'article 16undecies, jouissent pour le cours général " philosophie " de l'échelle de traitement qui leurs pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2005 pour le cours général " courants philosophiques ", à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure. "
Art. 15. Er wordt een artikel 17ter decies toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 17ter decies. De personeelsleden, genoemd in artikel 16duodecies, genieten voor het technisch en/of praktisch vak mode de weddenschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2005 mocht worden verleend voor het technisch en/of praktisch vak kleding, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal. "
Art. 15. Il est ajouté un article 17ter decies, rédigé comme suit :
" Art. 17ter decies. Les membres du personnel visés à l'article 16 duodecies, jouissent pour le cours technique et/ou pratique " mode " de l'échelle de traitement qui leurs pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2005 pour le cours technique ou pratique " kleding ", à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure. "
Art. 16. Artikel 19 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 19. § 1. Voor de basisdiploma's, uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie of door een centrum voor volwassenenonderwijs, moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat.
§ 2. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en voor de pedagogische getuigschriften uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat. Dit geldt vanaf 1 september 1989 ook wanneer ze voor de toepassing van dit besluit beschouwd worden als een basisdiploma. "
Art. 16. L'article 19 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 19. § 1er. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale ou par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours.
§ 2. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale, l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et pour les certificats pédagogiques délivrés par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement doit avoir comporté au moins 450 périodes. Ceci vaut à partir du 1er septembre 1989, même s'ils sont considérés pour l'application du présent arrêté comme un diplôme de base. "
Art. 17. Artikel 21bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen, vermeld in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2005 met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen, voorafgegaan door code d.d. 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2004, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2004 tot en met 31 augustus 2005 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
Art. 17. L'article 21bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 21bis. Les titres et les échelles de traitement visés à l'annexe au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2005, à l'exception des titres précédés de la code d.d. 1 qui produisent leurs effets le 1er septembre 2004, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2004 au 31 août 2005 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. "
Art. 18. In hetzelfde besluit worden bijlage I tot en met III, vervangen door de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 18. Les annexes I à III incluses du même arrêté sont remplacées par l'annexe au présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - Wijziging aan het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif à l'expérience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement.
Art. 19. Aan artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 3° bij overgang van een ambt, vak of specialiteit naar een ambt, vak of specialiteit dat daarmee ambtshalve geconcordeerd is. "
Art. 19. A l'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif à l'expérience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° lors du passage d'une fonction, branche ou spécialité à une fonction, branche ou spécialité avec laquelle celle-ci est concordée d'office. "
HOOFDSTUK III. - Ambtshalve concordantie. (opgeheven)
CHAPITRE III. - Concordance d'office. (abrogé)
Art. 20. (opgeheven)
Art. 20. (abrogé)
Art. 21. (opgeheven)
Art. 21. (abrogé)
Art. 22. (opgeheven)
Art. 22. (abrogé)
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 23. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2005, met uitzondering van :
artikel 8 en 9, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2004;
artikel 19 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1997.
Art. 23. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2005, à l'exception :
des articles 8 et 9, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2004;
de l'article 19, qui produit ses effets le 1er septembre 1997.
Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 23 september 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
Fr. VANDENBROUCKE
Art. 24. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 23 septembre 2005.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
Fr. VANDENBROUCKE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen in het secundair onderwijs
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 22-12-2005, p. 54676-55269).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als onderdeel van het bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs en betreffende de ambtshalve concordantie.
Brussel, 23 september 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Art. N. (Annexe non traduite. Voir original néerlandais).