Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 APRIL 2006. - Wet houdende diverse fiscale bepalingen inzake roerende inkomsten.
Titre
25 AVRIL 2006. - Loi portant des dispositions fiscales diverses en matière de revenus mobiliers.
Dokumentinformationen
Numac: 2006003250
Datum: 2006-04-25
Info du document
Numac: 2006003250
Date: 2006-04-25
Inhoud
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée par l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
CHAPITRE II. - Code des impôts sur les revenus 1992.
Art.2. In titel II, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling I van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een artikel 20bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 20bis. In geval van toekenning of betaalbaarstelling van roerende inkomsten in de vorm van goederen in natura is het bedrag van het belastbaar inkomen gelijk aan de verkoopwaarde van de goederen op de datum van de toekenning of betaalbaarstelling ervan, zelfs wanneer de werkelijke overdracht van de goederen pas later plaatsvindt.
In geval van toekenning of betaalbaarstelling van inkomsten onder de vorm van effecten, mag, voor de toepassing van het eerste lid, de in aanmerking te nemen waarde niet lager zijn dan die welke zou bepaald zijn bij de laatste prijscourant gepubliceerd door de Belgische regering of op een gelijkaardige buitenlandse markt vóór de datum van toekenning of betaalbaarstelling; zijn de effecten niet in de prijscourant opgenomen of op een gelijkaardige buitenlandse markt genoteerd, dan is het aan de belastingplichtige om de verkoopwaarde onder toezicht van de administratie aan te geven. "
" Art. 20bis. In geval van toekenning of betaalbaarstelling van roerende inkomsten in de vorm van goederen in natura is het bedrag van het belastbaar inkomen gelijk aan de verkoopwaarde van de goederen op de datum van de toekenning of betaalbaarstelling ervan, zelfs wanneer de werkelijke overdracht van de goederen pas later plaatsvindt.
In geval van toekenning of betaalbaarstelling van inkomsten onder de vorm van effecten, mag, voor de toepassing van het eerste lid, de in aanmerking te nemen waarde niet lager zijn dan die welke zou bepaald zijn bij de laatste prijscourant gepubliceerd door de Belgische regering of op een gelijkaardige buitenlandse markt vóór de datum van toekenning of betaalbaarstelling; zijn de effecten niet in de prijscourant opgenomen of op een gelijkaardige buitenlandse markt genoteerd, dan is het aan de belastingplichtige om de verkoopwaarde onder toezicht van de administratie aan te geven. "
Art.2. Au titre II, chapitre II, section III, sous-section Ire du Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un article 20bis, rédigé comme suit :
" Art. 20bis. En cas d'attribution ou de mise en paiement de revenus mobiliers sous forme de biens en nature, le montant du revenu imposable est égal à la valeur vénale des biens à la date de leur attribution ou de leur mise en paiement, même si le transfert effectif des biens n'a lieu qu'ultérieurement.
En cas d'attribution ou de mise en paiement de revenus sous la forme de titres, la valeur à prendre en considération pour l'application de l'alinéa 1er ne peut être inférieure à celle qui serait fixée par le dernier prix courant publié par le gouvernement belge ou sur un marché étranger analogue avant la date de l'attribution ou de la mise en paiement; si les titres ne sont pas repris au prix courant ou ne sont pas cotés sur un marché étranger analogue, il appartient au contribuable d'en déclarer la valeur vénale sous le contrôle de l'administration. "
" Art. 20bis. En cas d'attribution ou de mise en paiement de revenus mobiliers sous forme de biens en nature, le montant du revenu imposable est égal à la valeur vénale des biens à la date de leur attribution ou de leur mise en paiement, même si le transfert effectif des biens n'a lieu qu'ultérieurement.
En cas d'attribution ou de mise en paiement de revenus sous la forme de titres, la valeur à prendre en considération pour l'application de l'alinéa 1er ne peut être inférieure à celle qui serait fixée par le dernier prix courant publié par le gouvernement belge ou sur un marché étranger analogue avant la date de l'attribution ou de la mise en paiement; si les titres ne sont pas repris au prix courant ou ne sont pas cotés sur un marché étranger analogue, il appartient au contribuable d'en déclarer la valeur vénale sous le contrôle de l'administration. "
Art.3. In artikel 228 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992 en 30 januari 1996, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998 en 15 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Nederlandstalige tekst van § 1, worden de woorden " behaalde of " ingevoegd tussen het woord " België " en het woord " verkregen ";
2° § 2, 2°, wordt vervangen als volgt :
" 2° wanneer ze zijn behaald of verkregen in België, de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners; ";
3° § 2, 9°, j, wordt vervangen als volgt :
" j) vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot verkregen in uitvoering van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten, wanneer ze zijn behaald of verkregen in België, en waarvan de schuldenaar een leningnemer, een cessionaris of een pandnemer is die is onderworpen aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners. "
1° in de Nederlandstalige tekst van § 1, worden de woorden " behaalde of " ingevoegd tussen het woord " België " en het woord " verkregen ";
2° § 2, 2°, wordt vervangen als volgt :
" 2° wanneer ze zijn behaald of verkregen in België, de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners; ";
3° § 2, 9°, j, wordt vervangen als volgt :
" j) vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot verkregen in uitvoering van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten, wanneer ze zijn behaald of verkregen in België, en waarvan de schuldenaar een leningnemer, een cessionaris of een pandnemer is die is onderworpen aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners. "
Art.3. A l'article 228 du même Code, modifié par les lois du 28 juillet 1992 et du 30 janvier 1996, par l'arrêté royal du 20 décembre 1996 et par les lois du 22 décembre 1998 et du 15 décembre 2004, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le texte néerlandais du § 1er, les mots " behaalde of " sont insérés entre le mot " België " et le mot " verkregen ";
2° le § 2, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
" 2° lorsqu'ils sont produits ou recueillis en Belgique, les revenus de capitaux et de biens mobiliers dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés, à l'impôt des personnes morales ou à l'impôt des non-résidents; ";
3° le § 2, 9°, j, est remplacé par la disposition suivante :
" j) d'indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant obtenues en exécution d'une convention constitutive de sûreté réelle ou d'un prêt portant sur des instruments financiers, lorsque ces revenus sont produits ou recueillis en Belgique et dont le débiteur est un emprunteur, un cessionnaire ou un preneur de gage qui est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés, à l'impôt des personnes morales ou à l'impôt des non-résidents. "
1° dans le texte néerlandais du § 1er, les mots " behaalde of " sont insérés entre le mot " België " et le mot " verkregen ";
2° le § 2, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
" 2° lorsqu'ils sont produits ou recueillis en Belgique, les revenus de capitaux et de biens mobiliers dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés, à l'impôt des personnes morales ou à l'impôt des non-résidents; ";
3° le § 2, 9°, j, est remplacé par la disposition suivante :
" j) d'indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant obtenues en exécution d'une convention constitutive de sûreté réelle ou d'un prêt portant sur des instruments financiers, lorsque ces revenus sont produits ou recueillis en Belgique et dont le débiteur est un emprunteur, un cessionnaire ou un preneur de gage qui est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés, à l'impôt des personnes morales ou à l'impôt des non-résidents. "
Art.4. In artikel 230 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 6 augustus 1993 en 15 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het 1° wordt vervangen als volgt :
" 1° inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan dividenden, zomede de in artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, wanneer die inkomsten worden toegerekend op de resultaten van een inrichting waarover de schuldenaar in het buitenland beschikt en door de verkrijger niet in België verkregen zijn; ";
2° het 2° wordt vervangen als volgt :
" 2° de volgende inkomsten onder de voorwaarden als bedoeld in het tweede lid :
a) inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan dividenden, zomede de in artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, wanneer die inkomsten worden toegerekend op de resultaten van een inrichting waarover de schuldenaar in het buitenland beschikt;
b) de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan de inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, alsmede de in artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten, waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de belasting der niet-inwoners, die de genoemde inkomsten niet heeft toegerekend op de resultaten van de inrichting waarover hij in België beschikt;
c) de inkomsten verkregen in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot buitenlandse financiële instrumenten waarvan de schuldenaar is onderworpen aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting der niet-inwoners, op voorwaarde dat in dat laatste geval de inkomsten zijn toegerekend op de resultaten van de inrichting waarover hij in België beschikt; ";
3° het 2°bis wordt opgeheven;
4° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De voorwaarden waaronder de inkomsten bedoeld in het eerste lid, 2°, worden vrijgesteld, zijn de volgende :
a) de verkrijger van de inkomsten moet aan de in b) of c) bedoelde tussenpersoon of aan de schuldenaar van de inkomsten een attest overleggen waarmee hij bevestigt dat hij een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner is, de kapitalen of financiële instrumenten die de inkomsten voortbrengen, niet heeft aangewend voor de uitoefening van een beroepsactiviteit in België en volle eigenaar of vruchtgebruiker is van de kapitalen of financiële instrumenten die de inkomsten voortbrengen;
b) de in het eerste lid, 2°, a), bedoelde inkomsten, moeten aan de verkrijger ervan worden betaald door bemiddeling van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekeningsof vereffeningsinstelling of door de schuldenaar van de inkomsten;
c) de in het eerste lid, 2°, b), bedoelde inkomsten moeten aan de verkrijger ervan worden betaald door bemiddeling van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling. "
1° het 1° wordt vervangen als volgt :
" 1° inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan dividenden, zomede de in artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, wanneer die inkomsten worden toegerekend op de resultaten van een inrichting waarover de schuldenaar in het buitenland beschikt en door de verkrijger niet in België verkregen zijn; ";
2° het 2° wordt vervangen als volgt :
" 2° de volgende inkomsten onder de voorwaarden als bedoeld in het tweede lid :
a) inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan dividenden, zomede de in artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, wanneer die inkomsten worden toegerekend op de resultaten van een inrichting waarover de schuldenaar in het buitenland beschikt;
b) de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan de inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, alsmede de in artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten, waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de belasting der niet-inwoners, die de genoemde inkomsten niet heeft toegerekend op de resultaten van de inrichting waarover hij in België beschikt;
c) de inkomsten verkregen in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot buitenlandse financiële instrumenten waarvan de schuldenaar is onderworpen aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting der niet-inwoners, op voorwaarde dat in dat laatste geval de inkomsten zijn toegerekend op de resultaten van de inrichting waarover hij in België beschikt; ";
3° het 2°bis wordt opgeheven;
4° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De voorwaarden waaronder de inkomsten bedoeld in het eerste lid, 2°, worden vrijgesteld, zijn de volgende :
a) de verkrijger van de inkomsten moet aan de in b) of c) bedoelde tussenpersoon of aan de schuldenaar van de inkomsten een attest overleggen waarmee hij bevestigt dat hij een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner is, de kapitalen of financiële instrumenten die de inkomsten voortbrengen, niet heeft aangewend voor de uitoefening van een beroepsactiviteit in België en volle eigenaar of vruchtgebruiker is van de kapitalen of financiële instrumenten die de inkomsten voortbrengen;
b) de in het eerste lid, 2°, a), bedoelde inkomsten, moeten aan de verkrijger ervan worden betaald door bemiddeling van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekeningsof vereffeningsinstelling of door de schuldenaar van de inkomsten;
c) de in het eerste lid, 2°, b), bedoelde inkomsten moeten aan de verkrijger ervan worden betaald door bemiddeling van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling. "
Art.4. A l'article 230 du même Code, modifié par les lois du 28 juillet 1992, du 6 août 1993 et du 15 décembre 2004, sont apportées les modifications suivantes :
1° le 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° les revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que les dividendes, ainsi que les revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, j, dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés ou à l'impôt des personnes morales, lorsque ces revenus sont imputés sur les résultats d'un établissement dont le débiteur dispose à l'étranger et ne sont pas recueillis en Belgique par le bénéficiaire; ";
2° le 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les revenus suivants aux conditions visées à l'alinéa 2 :
a) les revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que les dividendes, ainsi que les revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, j, dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés ou à l'impôt des personnes morales, lorsque ces revenus sont imputés sur les résultats d'un établissement dont le débiteur dispose à l'étranger;
b) les revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que les revenus de la location, de l'affermage, de l'usage et de la concession de biens mobiliers, ainsi que les revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, j, dont le débiteur est assujetti à l'impôt des non-résidents et qui n'a pas imputé les revenus visés sur les résultats d'un établissement dont il dispose en Belgique;
c) les revenus obtenus en exécution d'une convention constitutive de sûreté réelle ou d'un prêt portant sur des instruments financiers étrangers dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés, à l'impôt des personnes morales ou à l'impôt des non-résidents, à condition dans ce dernier cas, que les revenus soient imputés sur les résultats d'un établissement dont il dispose en Belgique; ";
3° le 2°bis est abrogé;
4° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Les conditions auxquelles sont exonérés les revenus visés à l'alinéa 1er, 2°, sont les suivantes :
a) le bénéficiaire des revenus doit remettre à l'intermédiaire visé au b) ou au c), ou au débiteur des revenus une attestation par laquelle il certifie qu'il est un non-résident visé à l'article 227, qu'il n'a pas affecté les capitaux ou les instruments financiers productifs des revenus à l'exercice d'une activité professionnelle en Belgique et qu'il est plein propriétaire ou usufruitier des capitaux ou des instruments financiers productifs des revenus;
b) les revenus visés à l'alinéa 1er, 2°, a), doivent être payés au bénéficiaire, à l'intervention d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'un organisme de compensation ou de liquidation agréé, établi en Belgique, ou par le débiteur des revenus;
c) les revenus visés à l'alinéa 1er, 2°, b), doivent être payés au bénéficiaire, à l'intervention d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'un organisme de compensation ou de liquidation agréé, établi en Belgique. "
1° le 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° les revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que les dividendes, ainsi que les revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, j, dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés ou à l'impôt des personnes morales, lorsque ces revenus sont imputés sur les résultats d'un établissement dont le débiteur dispose à l'étranger et ne sont pas recueillis en Belgique par le bénéficiaire; ";
2° le 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les revenus suivants aux conditions visées à l'alinéa 2 :
a) les revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que les dividendes, ainsi que les revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, j, dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés ou à l'impôt des personnes morales, lorsque ces revenus sont imputés sur les résultats d'un établissement dont le débiteur dispose à l'étranger;
b) les revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que les revenus de la location, de l'affermage, de l'usage et de la concession de biens mobiliers, ainsi que les revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, j, dont le débiteur est assujetti à l'impôt des non-résidents et qui n'a pas imputé les revenus visés sur les résultats d'un établissement dont il dispose en Belgique;
c) les revenus obtenus en exécution d'une convention constitutive de sûreté réelle ou d'un prêt portant sur des instruments financiers étrangers dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés, à l'impôt des personnes morales ou à l'impôt des non-résidents, à condition dans ce dernier cas, que les revenus soient imputés sur les résultats d'un établissement dont il dispose en Belgique; ";
3° le 2°bis est abrogé;
4° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Les conditions auxquelles sont exonérés les revenus visés à l'alinéa 1er, 2°, sont les suivantes :
a) le bénéficiaire des revenus doit remettre à l'intermédiaire visé au b) ou au c), ou au débiteur des revenus une attestation par laquelle il certifie qu'il est un non-résident visé à l'article 227, qu'il n'a pas affecté les capitaux ou les instruments financiers productifs des revenus à l'exercice d'une activité professionnelle en Belgique et qu'il est plein propriétaire ou usufruitier des capitaux ou des instruments financiers productifs des revenus;
b) les revenus visés à l'alinéa 1er, 2°, a), doivent être payés au bénéficiaire, à l'intervention d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'un organisme de compensation ou de liquidation agréé, établi en Belgique, ou par le débiteur des revenus;
c) les revenus visés à l'alinéa 1er, 2°, b), doivent être payés au bénéficiaire, à l'intervention d'un établissement de crédit, d'une société de bourse ou d'un organisme de compensation ou de liquidation agréé, établi en Belgique. "
Art.5. In artikel 261 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 4 april 1995, 22 december 1998, 17 mei 2004 en 15 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de inleidende zin van het eerste lid, worden de woorden " en moet van de belastbare inkomsten worden ingehouden niettegenstaande elk hier mee strijdig beding " geschrapt;
2° in het eerste lid, 1° worden de woorden ", andere dan deze bedoeld in het tweede lid, " toegevoegd tussen de woorden " of 11° " en het woord " verschuldigd ";
3° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
" 2° door de in België gevestigde tussenpersonen die op enige wijze tussen beide komen bij de uitbetaling van inkomsten uit kapitalen en roerende goederen van buitenlandse oorsprong, van inkomsten van buitenlandse oorsprong als bedoeld in artikel 90, 6° en 11°, of van inkomsten als bedoeld in het tweede lid, tenzij :
a) hen wordt bewezen dat een vorige tussenpersoon de voorheffing heeft ingehouden;
b) ze bewijzen dat die inkomsten zijn betaald aan een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling;
c) ze de hoedanigheid hebben van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling die de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan de inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, alsmede in artikel 90, 6° en 11°, bedoelde inkomsten betaalt aan een in het vierde lid bedoelde in het buitenland gevestigde onderneming; ";
4° het eerste lid, 4°, wordt opgeheven;
5° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" De van het eerste lid, 1°, uitgesloten inkomsten, zijn inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan dividenden, zomede de in artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, wanneer die inkomsten worden toegerekend op de resultaten van een inrichting waarover de schuldenaar in het buitenland beschikt en wanneer ze door de schuldenaar niet rechtstreeks aan de verkrijger van de inkomsten worden betaald. ";
6° het artikel wordt aangevuld met een vierde lid, dat luidt als volgt :
" De in het eerste lid, 2°, c), bedoelde in het buitenland gevestigde ondernemingen zijn :
1° de kredietinstellingen;
2° de financiële tussenpersonen zoals gedefinieerd in artikel 2, 9°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
3° de verrekeningsinstellingen zoals gedefinieerd in artikel 2, 16°, van de wet van 2 augustus 2002;
4° de vereffeningsinstellingen zoals gedefinieerd in artikel 2, 17°, van de wet van 2 augustus 2002;
5° de ondernemingen wiens waarvan de voornaamste activiteit bestaat uit het beheer van vermogens, het adviseren bij het beheer van vermogens of uit de bewaarneming en het beheer van financiële instrumenten, alsmede de ondernemingen die uit hoofde van de wetgeving waaraan ze zijn onderworpen, gemachtigd zijn een van die activiteiten uit te oefenen. ";
7° het artikel wordt aangevuld met een vijfde lid, dat luidt als volgt :
" Behoudens in het geval bedoeld in artikel 268, moeten de in het eerste lid vermelde belastingplichtigen :
- de roerende voorheffing inhouden op de belastbare inkomsten die in geld zijn toegekend of betaalbaar gesteld;
- zich, op welke manier ook, het bedrag van de verschuldigde roerende voorheffing op die inkomsten doen overhandigen in geval van toekenning of betaalbaarstelling onder de vorm van goederen in natura. "
1° in de inleidende zin van het eerste lid, worden de woorden " en moet van de belastbare inkomsten worden ingehouden niettegenstaande elk hier mee strijdig beding " geschrapt;
2° in het eerste lid, 1° worden de woorden ", andere dan deze bedoeld in het tweede lid, " toegevoegd tussen de woorden " of 11° " en het woord " verschuldigd ";
3° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
" 2° door de in België gevestigde tussenpersonen die op enige wijze tussen beide komen bij de uitbetaling van inkomsten uit kapitalen en roerende goederen van buitenlandse oorsprong, van inkomsten van buitenlandse oorsprong als bedoeld in artikel 90, 6° en 11°, of van inkomsten als bedoeld in het tweede lid, tenzij :
a) hen wordt bewezen dat een vorige tussenpersoon de voorheffing heeft ingehouden;
b) ze bewijzen dat die inkomsten zijn betaald aan een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling;
c) ze de hoedanigheid hebben van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling die de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan de inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, alsmede in artikel 90, 6° en 11°, bedoelde inkomsten betaalt aan een in het vierde lid bedoelde in het buitenland gevestigde onderneming; ";
4° het eerste lid, 4°, wordt opgeheven;
5° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" De van het eerste lid, 1°, uitgesloten inkomsten, zijn inkomsten uit kapitalen en roerende goederen, andere dan dividenden, zomede de in artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten waarvan de schuldenaar onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, wanneer die inkomsten worden toegerekend op de resultaten van een inrichting waarover de schuldenaar in het buitenland beschikt en wanneer ze door de schuldenaar niet rechtstreeks aan de verkrijger van de inkomsten worden betaald. ";
6° het artikel wordt aangevuld met een vierde lid, dat luidt als volgt :
" De in het eerste lid, 2°, c), bedoelde in het buitenland gevestigde ondernemingen zijn :
1° de kredietinstellingen;
2° de financiële tussenpersonen zoals gedefinieerd in artikel 2, 9°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
3° de verrekeningsinstellingen zoals gedefinieerd in artikel 2, 16°, van de wet van 2 augustus 2002;
4° de vereffeningsinstellingen zoals gedefinieerd in artikel 2, 17°, van de wet van 2 augustus 2002;
5° de ondernemingen wiens waarvan de voornaamste activiteit bestaat uit het beheer van vermogens, het adviseren bij het beheer van vermogens of uit de bewaarneming en het beheer van financiële instrumenten, alsmede de ondernemingen die uit hoofde van de wetgeving waaraan ze zijn onderworpen, gemachtigd zijn een van die activiteiten uit te oefenen. ";
7° het artikel wordt aangevuld met een vijfde lid, dat luidt als volgt :
" Behoudens in het geval bedoeld in artikel 268, moeten de in het eerste lid vermelde belastingplichtigen :
- de roerende voorheffing inhouden op de belastbare inkomsten die in geld zijn toegekend of betaalbaar gesteld;
- zich, op welke manier ook, het bedrag van de verschuldigde roerende voorheffing op die inkomsten doen overhandigen in geval van toekenning of betaalbaarstelling onder de vorm van goederen in natura. "
Art.5. A l'article 261 du même Code, modifié par les lois du 4 avril 1995, du 22 décembre 1998, du 17 mai 2004 et du 15 décembre 2004, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, les mots " et doivent retenir celui-ci sur les revenus imposables nonobstant toute convention contraire " sont supprimés;
2° à l'alinéa 1er, 1°, les mots ", autres que ceux visés à l'alinéa 2, " sont insérés entre les mots " ou 11° " et " ainsi que ";
3° l'alinéa 1er, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les intermédiaires établis en Belgique qui interviennent à quelque titre que ce soit dans le paiement de revenus de capitaux et biens mobiliers d'origine étrangère, de revenus visés à l'article 90, 6° et 11°, d'origine étrangère, ou de revenus visés à l'alinéa 2, à moins :
a) qu'il leur soit justifié que la retenue du précompte a été effectuée par un précédent intermédiaire;
b) qu'ils établissent que ces revenus sont payés à un établissement de crédit, une société de bourse ou un organisme de compensation ou de liquidation agréé établi en Belgique;
c) qu'ils aient la qualité d'établissement de crédit, de société de bourse ou d'organisme de compensation ou de liquidation agréé établi en Belgique, qui paie des revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que des revenus de la location, de l'affermage, de l'usage et de la concession de biens mobiliers, ainsi que des revenus visés à l'article 90, 6° et 11°, à une entreprise établie à l'étranger visée à l'alinéa 4; ";
4° l'alinéa 1er, 4°, est abrogé;
5° l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Les revenus exclus de l'alinéa 1er, 1°, sont des revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que des dividendes, ainsi que les revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, j, dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés ou à l'impôt des personnes morales, lorsque ces revenus sont imputés sur les résultats d'un établissement dont le débiteur dispose à l'étranger et lorsqu'ils ne sont pas payés directement par le débiteur au bénéficiaire des revenus. ";
6° l'article est complété par un alinéa 4, rédigé comme suit :
" Les entreprises établies à l'étranger visées à l'alinéa 1er, 2°, c), sont :
1° les établissements de crédit;
2° les intermédiaires financiers tels que définis à l'article 2, 9°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
3° les organismes de compensation tels que définis à l'article 2, 16°, de la loi du 2 août 2002;
4° les organismes de liquidation tels que définis à l'article 2, 17°, de la loi du 2 août 2002;
5° les entreprises dont l'activité principale consiste en la gestion de patrimoine, le conseil en gestion de patrimoine ou la conservation et l'administration d'instruments financiers, ainsi que les entreprises habilitées en vertu de la législation à laquelle elles sont soumises à exercer l'une de ces activités. ";
7° l'article est complété par un alinéa 5, rédigé comme suit :
" Sauf dans la situation visée à l'article 268, les redevables visés à l'alinéa 1er doivent :
- retenir le précompte mobilier sur les revenus imposables attribués ou mis en paiement en espèces;
- se faire remettre, de quelque manière que ce soit, le montant du précompte mobilier dû sur ces revenus en cas d'attribution ou de mise en paiement sous forme de biens en nature. "
1° dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, les mots " et doivent retenir celui-ci sur les revenus imposables nonobstant toute convention contraire " sont supprimés;
2° à l'alinéa 1er, 1°, les mots ", autres que ceux visés à l'alinéa 2, " sont insérés entre les mots " ou 11° " et " ainsi que ";
3° l'alinéa 1er, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les intermédiaires établis en Belgique qui interviennent à quelque titre que ce soit dans le paiement de revenus de capitaux et biens mobiliers d'origine étrangère, de revenus visés à l'article 90, 6° et 11°, d'origine étrangère, ou de revenus visés à l'alinéa 2, à moins :
a) qu'il leur soit justifié que la retenue du précompte a été effectuée par un précédent intermédiaire;
b) qu'ils établissent que ces revenus sont payés à un établissement de crédit, une société de bourse ou un organisme de compensation ou de liquidation agréé établi en Belgique;
c) qu'ils aient la qualité d'établissement de crédit, de société de bourse ou d'organisme de compensation ou de liquidation agréé établi en Belgique, qui paie des revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que des revenus de la location, de l'affermage, de l'usage et de la concession de biens mobiliers, ainsi que des revenus visés à l'article 90, 6° et 11°, à une entreprise établie à l'étranger visée à l'alinéa 4; ";
4° l'alinéa 1er, 4°, est abrogé;
5° l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Les revenus exclus de l'alinéa 1er, 1°, sont des revenus de capitaux et biens mobiliers, autres que des dividendes, ainsi que les revenus divers visés à l'article 228, § 2, 9°, j, dont le débiteur est assujetti à l'impôt des personnes physiques, à l'impôt des sociétés ou à l'impôt des personnes morales, lorsque ces revenus sont imputés sur les résultats d'un établissement dont le débiteur dispose à l'étranger et lorsqu'ils ne sont pas payés directement par le débiteur au bénéficiaire des revenus. ";
6° l'article est complété par un alinéa 4, rédigé comme suit :
" Les entreprises établies à l'étranger visées à l'alinéa 1er, 2°, c), sont :
1° les établissements de crédit;
2° les intermédiaires financiers tels que définis à l'article 2, 9°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
3° les organismes de compensation tels que définis à l'article 2, 16°, de la loi du 2 août 2002;
4° les organismes de liquidation tels que définis à l'article 2, 17°, de la loi du 2 août 2002;
5° les entreprises dont l'activité principale consiste en la gestion de patrimoine, le conseil en gestion de patrimoine ou la conservation et l'administration d'instruments financiers, ainsi que les entreprises habilitées en vertu de la législation à laquelle elles sont soumises à exercer l'une de ces activités. ";
7° l'article est complété par un alinéa 5, rédigé comme suit :
" Sauf dans la situation visée à l'article 268, les redevables visés à l'alinéa 1er doivent :
- retenir le précompte mobilier sur les revenus imposables attribués ou mis en paiement en espèces;
- se faire remettre, de quelque manière que ce soit, le montant du précompte mobilier dû sur ces revenus en cas d'attribution ou de mise en paiement sous forme de biens en nature. "
Art.6. Artikel 262 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 juli 1993, 30 januari 1996, 20 maart 1996, 16 april 1997, 22 december 1998 en 15 december 2004, wordt aangevuld met een 6°, dat luidt als volgt :
" 6° de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen van buitenlandse oorsprong, de inkomsten van buitenlandse oorsprong bedoeld in artikel 90, 6° en 11°, of de inkomsten bedoeld in artikel 261, tweede lid, :
- die op grond van artikel 261, eerste lid, 2°, b), in België werden geïnd of verkregen zonder enige inhouding van roerende voorheffing, of
- die op grond van artikel 261, eerste lid, 2° c), werden verkregen door de vaste inrichting in het buitenland van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling. "
" 6° de inkomsten uit kapitalen en roerende goederen van buitenlandse oorsprong, de inkomsten van buitenlandse oorsprong bedoeld in artikel 90, 6° en 11°, of de inkomsten bedoeld in artikel 261, tweede lid, :
- die op grond van artikel 261, eerste lid, 2°, b), in België werden geïnd of verkregen zonder enige inhouding van roerende voorheffing, of
- die op grond van artikel 261, eerste lid, 2° c), werden verkregen door de vaste inrichting in het buitenland van een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling. "
Art.6. L'article 262 du même Code, modifié par les lois du 22 juillet 1993, du 30 janvier 1996, du 20 mars 1996, du 16 avril 1997, du 22 décembre 1998 et du 15 décembre 2004, est complété par un 6°, rédigé comme suit :
" 6° les revenus de capitaux et biens mobiliers d'origine étrangère, les revenus visés à l'article 90, 6° et 11°, d'origine étrangère, ou les revenus visés à l'article 261, alinéa 2, :
- qui ont été encaissés ou recueillis en Belgique sans retenue du précompte mobilier en vertu de l'article 261, alinéa 1er, 2°, b), ou,
- qui ont été recueillis en vertu de l'article 261, alinéa 1er, 2°, c), par l'établissement stable étranger d'un établissement de crédit, une société de bourse ou un organisme de compensation ou de liquidation agréé établi en Belgique. "
" 6° les revenus de capitaux et biens mobiliers d'origine étrangère, les revenus visés à l'article 90, 6° et 11°, d'origine étrangère, ou les revenus visés à l'article 261, alinéa 2, :
- qui ont été encaissés ou recueillis en Belgique sans retenue du précompte mobilier en vertu de l'article 261, alinéa 1er, 2°, b), ou,
- qui ont été recueillis en vertu de l'article 261, alinéa 1er, 2°, c), par l'établissement stable étranger d'un établissement de crédit, une société de bourse ou un organisme de compensation ou de liquidation agréé établi en Belgique. "
Art.7. In titel VI, hoofdstuk I, afdeling III, onderafdeling 2, wordt een artikel 264bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 264bis. Wanneer een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling, aan een niet in artikel 261, vierde lid, bedoelde tussenpersoon in artikel 230, eerste lid, 2°, a) of b), bedoelde inkomsten betaalt, is de roerende voorheffing op deze inkomsten niet verschuldigd mits de laatstgenoemde tussenpersoon hem een attest bezorgt waarin wordt bevestigd dat de verkrijgers :
- in artikel 227 bedoelde niet inwoners zijn;
- de kapitalen en financiële instrumenten die de inkomsten voortbrengen, niet hebben aangewend voor de uitoefening van een beroepsactiviteit in België;
- volle eigenaar of vruchtgebruiker zijn van de kapitalen en financiële instrumenten die de inkomsten voortbrengen. "
" Art. 264bis. Wanneer een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of erkende verrekenings- of vereffeningsinstelling, aan een niet in artikel 261, vierde lid, bedoelde tussenpersoon in artikel 230, eerste lid, 2°, a) of b), bedoelde inkomsten betaalt, is de roerende voorheffing op deze inkomsten niet verschuldigd mits de laatstgenoemde tussenpersoon hem een attest bezorgt waarin wordt bevestigd dat de verkrijgers :
- in artikel 227 bedoelde niet inwoners zijn;
- de kapitalen en financiële instrumenten die de inkomsten voortbrengen, niet hebben aangewend voor de uitoefening van een beroepsactiviteit in België;
- volle eigenaar of vruchtgebruiker zijn van de kapitalen en financiële instrumenten die de inkomsten voortbrengen. "
Art.7. Au titre VI, chapitre Ier, section III, sous-section 2, il est inséré un article 264bis, rédigé comme suit :
" Art. 264bis. Lorsqu'un établissement de crédit, une société de bourse ou un organisme de compensation ou de liquidation agréé, établi en Belgique, paie des revenus visés à l'article 230, alinéa 1er, 2°, a), ou b), à un intermédiaire non visé à l'article 261, alinéa 4, le précompte mobilier n'est pas dû sur ces revenus à condition que ce dernier intermédiaire lui remette une attestation par laquelle il certifie que les bénéficiaires :
- sont des non-résidents visés à l'article 227;
- n'ont pas affecté les capitaux ou les instruments financiers productifs des revenus à l'exercice d'une activité professionnelle en Belgique;
- sont plein propriétaire ou usufruitier des capitaux ou des instruments financiers productifs des revenus. "
" Art. 264bis. Lorsqu'un établissement de crédit, une société de bourse ou un organisme de compensation ou de liquidation agréé, établi en Belgique, paie des revenus visés à l'article 230, alinéa 1er, 2°, a), ou b), à un intermédiaire non visé à l'article 261, alinéa 4, le précompte mobilier n'est pas dû sur ces revenus à condition que ce dernier intermédiaire lui remette une attestation par laquelle il certifie que les bénéficiaires :
- sont des non-résidents visés à l'article 227;
- n'ont pas affecté les capitaux ou les instruments financiers productifs des revenus à l'exercice d'une activité professionnelle en Belgique;
- sont plein propriétaire ou usufruitier des capitaux ou des instruments financiers productifs des revenus. "
Art.8. Artikel 265, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 15 december 2004, wordt vervangen als volgt :
" De roerende voorheffing is evenmin verschuldigd :
1° op de in artikel 90, 11°, bedoelde inkomsten van buitenlandse oorsprong waarvan de verkrijger een binnenlandse vennootschap is of een belastingplichtige onderworpen aan de belasting op de niet-inwoners overeenkomstig artikel 233;
2° op de interesten van leningen van buitenlandse financiële instrumenten of op de inkomsten bedoeld in artikel 90, 11°, die zijn betaald in uitvoering van een lening met betrekking tot die financiële instrumenten, gesloten en integraal vereffend door middel van een in artikel 261, derde lid, bedoeld erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten. "
" De roerende voorheffing is evenmin verschuldigd :
1° op de in artikel 90, 11°, bedoelde inkomsten van buitenlandse oorsprong waarvan de verkrijger een binnenlandse vennootschap is of een belastingplichtige onderworpen aan de belasting op de niet-inwoners overeenkomstig artikel 233;
2° op de interesten van leningen van buitenlandse financiële instrumenten of op de inkomsten bedoeld in artikel 90, 11°, die zijn betaald in uitvoering van een lening met betrekking tot die financiële instrumenten, gesloten en integraal vereffend door middel van een in artikel 261, derde lid, bedoeld erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten. "
Art.8. L'article 265, alinéa 2, inséré par la loi du 15 décembre 2004, est remplacé par la disposition suivante :
" Le précompte mobilier n'est pas davantage dû :
1° sur les revenus visés à l'article 90, 11°, d'origine étrangère, dont le bénéficiaire est une société résidente ou un contribuable assujetti à l'impôt des non-résidents conformément à l'article 233;
2° sur les intérêts de prêts d'instruments financiers étrangers ou sur les revenus visés à l'article 90, 11°, qui sont payés en exécution d'un prêt portant sur ces instruments financiers, conclu et intégralement liquidé par le biais d'un système centralisé agréé de prêts d'instruments financiers visé à l'article 261, alinéa 3. "
" Le précompte mobilier n'est pas davantage dû :
1° sur les revenus visés à l'article 90, 11°, d'origine étrangère, dont le bénéficiaire est une société résidente ou un contribuable assujetti à l'impôt des non-résidents conformément à l'article 233;
2° sur les intérêts de prêts d'instruments financiers étrangers ou sur les revenus visés à l'article 90, 11°, qui sont payés en exécution d'un prêt portant sur ces instruments financiers, conclu et intégralement liquidé par le biais d'un système centralisé agréé de prêts d'instruments financiers visé à l'article 261, alinéa 3. "
Art.9. In artikel 267 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 4 april 1995, 20 maart 1996 en 15 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, worden de woorden ", in geld of in natura, " toegevoegd tussen de woorden " inkomsten " en " brengt ";
2° het derde lid wordt opgeheven;
3° in het vierde lid worden de woorden " 265, 2°, " vervangen door de woorden " 265, eerste lid, 2°, ";
4° in het zevende lid worden de woorden " ingevolge artikel 262, " vervangen door de woorden " ingevolge artikel 262, 1° tot 5°, ".
1° in het eerste lid, worden de woorden ", in geld of in natura, " toegevoegd tussen de woorden " inkomsten " en " brengt ";
2° het derde lid wordt opgeheven;
3° in het vierde lid worden de woorden " 265, 2°, " vervangen door de woorden " 265, eerste lid, 2°, ";
4° in het zevende lid worden de woorden " ingevolge artikel 262, " vervangen door de woorden " ingevolge artikel 262, 1° tot 5°, ".
Art.9. A l'article 267 du même Code, modifié par les lois du 4 avril 1995, du 20 mars 1996 et du 15 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots ", en espèces ou en nature, " sont insérés entre les mots " revenus " et " entraîne ";
2° l'alinéa 3 est abrogé;
3° dans l'alinéa 4, les mots " article 265, 2°, " sont remplacés par les mots " article 265, alinéa 1er, 2°, ";
4° dans l'alinéa 7, les mots " l'article 262, " sont remplacés par les mots " l'article 262, 1° à 5°, ".
1° à l'alinéa 1er, les mots ", en espèces ou en nature, " sont insérés entre les mots " revenus " et " entraîne ";
2° l'alinéa 3 est abrogé;
3° dans l'alinéa 4, les mots " article 265, 2°, " sont remplacés par les mots " article 265, alinéa 1er, 2°, ";
4° dans l'alinéa 7, les mots " l'article 262, " sont remplacés par les mots " l'article 262, 1° à 5°, ".
Art.10. In artikel 269, tiende lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 19 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden ", een met splitsing gelijkgestelde verrichting " worden ingevoegd tussen de woorden " naar aanleiding van een fusie, een splitsing " en de woorden " of het aannemen van een andere rechtsvorm ".
2° het lid wordt aangevuld met de volgende bepaling :
" Dienaangaande wordt de afgifte van aandelen ter gelegenheid van een met splitsing gelijkgestelde verrichting gelijkgesteld met de omruiling van aandelen ingevolge splitsing. "
1° de woorden ", een met splitsing gelijkgestelde verrichting " worden ingevoegd tussen de woorden " naar aanleiding van een fusie, een splitsing " en de woorden " of het aannemen van een andere rechtsvorm ".
2° het lid wordt aangevuld met de volgende bepaling :
" Dienaangaande wordt de afgifte van aandelen ter gelegenheid van een met splitsing gelijkgestelde verrichting gelijkgesteld met de omruiling van aandelen ingevolge splitsing. "
Art.10. A l'article 269, alinéa 10, du même Code, inséré par la loi-programme du 19 juillet 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots ", d'une opération assimilée à une scission " sont insérés entre les mots " à l'occasion d'une fusion, d'une scission " et les mots " ou de l'adoption d'une autre forme juridique ".
2° l'alinéa est complété par la disposition suivante :
" A cet égard, la remise d'actions ou parts à l'occasion d'une opération assimilée à la scission, est assimilée à un échange d'actions ou parts en cas de scission. "
1° les mots ", d'une opération assimilée à une scission " sont insérés entre les mots " à l'occasion d'une fusion, d'une scission " et les mots " ou de l'adoption d'une autre forme juridique ".
2° l'alinéa est complété par la disposition suivante :
" A cet égard, la remise d'actions ou parts à l'occasion d'une opération assimilée à la scission, est assimilée à un échange d'actions ou parts en cas de scission. "
Art.11. In artikel 289, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 december 2004, worden de woorden " in zijn hoedanigheid van leningnemer in het kader van een lening met betrekking tot financiële instrumenten " vervangen door de woorden " hetzij in zijn hoedanigheid van leningnemer in het kader van een lening met betrekking tot deze financiële instrumenten, hetzij in zijn hoedanigheid van cessionaris of pandnemer in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst ".
Art.11. A l'article 289, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 15 décembre 2004, les mots " en qualité d'emprunteur, en exécution d'un prêt portant sur ces instruments financiers " sont remplacés par les mots " soit en qualité d'emprunteur, en exécution d'un prêt portant sur ces instruments financiers, soit en qualité de cessionnaire ou preneur de gage en exécution d'une convention constitutive de sûreté réelle ".
HOOFDSTUK III. - Wet van 17 mei 2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de Richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003. van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing.
CHAPITRE III. - Loi du 17 mai 2004 transposant en droit belge la Directive 2003/48/CE du 3 juin 2003 du Conseil de l'Union européenne en matière de fiscalité des revenus d'épargne sous forme de paiement d'intérêts et modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de précompte mobilier.
Art.12. Artikel 17 van de wet van 17 mei 2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de Richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing, wordt ingetrokken.
Art.12. L'article 17 de la loi du 17 mai 2004 transposant en droit belge la Directive 2003/48/CE du 3 juin 2003 du Conseil de l'Union européenne en matière de fiscalité des revenus d'épargne sous forme de paiement d'intérêts et modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de précompte mobilier est rapporté
HOOFDSTUK IV. - Wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten.
CHAPITRE IV. - Loi du 15 décembre 2004 relative aux sûretés financières et portant des dispositions fiscales diverses en matière de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers.
Art.13. In artikel 74 van wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het vierde lid, worden de woorden " 38 tot 40 " vervangen door de woorden " 38 tot 41 " en worden de woorden " 54 tot 59, 64, " vervangen door de woorden " 54 tot 59, 63, 64, ";
2° het vijfde lid wordt ingetrokken.
1° in het vierde lid, worden de woorden " 38 tot 40 " vervangen door de woorden " 38 tot 41 " en worden de woorden " 54 tot 59, 64, " vervangen door de woorden " 54 tot 59, 63, 64, ";
2° het vijfde lid wordt ingetrokken.
Art.13. A l'article 74 de la loi du 15 décembre 2004 relative aux sûretés financières et portant des dispositions fiscales diverses en matière de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 4, les mots " 38 à 40 " sont remplacés par les mots " 38 à 41 " et les mots " 54 à 59, 64, " sont remplacés par les mots " 54 à 59, 63, 64, ";
2° l'alinéa 5 est rapporté.
1° à l'alinéa 4, les mots " 38 à 40 " sont remplacés par les mots " 38 à 41 " et les mots " 54 à 59, 64, " sont remplacés par les mots " 54 à 59, 63, 64, ";
2° l'alinéa 5 est rapporté.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE V. - Entrée en vigueur.
Art. 14. Onder voorbehoud van de hierna bepaalde afwijkingen is deze wet van toepassing op de inkomsten betaald of toegekend vanaf de dag van haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
De artikelen 2, 5, 1° en 7°, en 9, 1° en 2°, zijn van toepassing op roerende inkomsten die anders dan in geld zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De artikelen 4, 1° en 13, eerste lid, 1°, zijn van toepassing op vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf 1 februari 2005.
De artikelen 4, 2° tot 4°, 5, 2° tot 6°, 6, 7, 8 en 9, 3° en 4°, zijn van toepassing :
- wat de vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreft, op vergoedingen betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad ;
- wat de andere inkomsten dan vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot verkregen in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten betreft, op de inkomsten betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 10 is van toepassing op de verrichtingen die vanaf 6 februari 2001 hebben plaatsgevonden.
Artikel 11 is van toepassing op de inkomsten van financiële instrumenten die het voorwerp zijn van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten die zijn afgesloten vanaf 1 februari 2005.
Artikel 12 is van toepassing vanaf 27 mei 2004.
Artikel 13, eerste lid, 2°, is van toepassing vanaf 1 februari 2005.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 25 april 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
De artikelen 2, 5, 1° en 7°, en 9, 1° en 2°, zijn van toepassing op roerende inkomsten die anders dan in geld zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De artikelen 4, 1° en 13, eerste lid, 1°, zijn van toepassing op vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf 1 februari 2005.
De artikelen 4, 2° tot 4°, 5, 2° tot 6°, 6, 7, 8 en 9, 3° en 4°, zijn van toepassing :
- wat de vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreft, op vergoedingen betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad ;
- wat de andere inkomsten dan vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot verkregen in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten betreft, op de inkomsten betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 10 is van toepassing op de verrichtingen die vanaf 6 februari 2001 hebben plaatsgevonden.
Artikel 11 is van toepassing op de inkomsten van financiële instrumenten die het voorwerp zijn van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten die zijn afgesloten vanaf 1 februari 2005.
Artikel 12 is van toepassing vanaf 27 mei 2004.
Artikel 13, eerste lid, 2°, is van toepassing vanaf 1 februari 2005.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 25 april 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 14. Sous réserve des dérogations prévues ci-après, la présente loi est applicable aux revenus payés ou attribués à partir du jour de sa publication au Moniteur belge.
Les articles 2, 5, 1° et 7°, et 9°, 1° et 2°, sont applicables aux revenus mobiliers qui sont attribués ou mis en paiement autrement qu'en espèces à partir du premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel la présente loi aura été publiée au Moniteur belge.
Les articles 4, 1°, et 13, alinéa 1er, 1°, sont applicables aux indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant payées ou attribuées en exécution de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers, conclus à partir du 1er février 2005.
Les articles 4, 2° à 4°, 5, 2° à 6°, 6, 7, 8 et 9, 3° et 4°, sont applicables :
- en ce qui concerne les indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant, au indemnités payées ou attribuées en exécution de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers, conclus à partir du jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge ;
- en ce qui concerne les revenus autres que les indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant obtenus en exécution d'une convention constitutive de sûreté réelle ou d'un prêt portant sur des instruments financiers, aux revenus payés ou attribués en exécution de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers, conclus à partir du jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
L'article 10 est applicable aux opérations réalisées à partir du 6 février 2001.
L'article 11 est applicable aux revenus des instruments financiers qui font l'objet de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers qui sont conclus à partir du 1er février 2005.
L'article 12 est applicable à partir du 27 mai 2004.
L'article 13, alinéa 1er, 2°, est applicable à partir du 1er février 2005.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 25 avril 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.
Les articles 2, 5, 1° et 7°, et 9°, 1° et 2°, sont applicables aux revenus mobiliers qui sont attribués ou mis en paiement autrement qu'en espèces à partir du premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel la présente loi aura été publiée au Moniteur belge.
Les articles 4, 1°, et 13, alinéa 1er, 1°, sont applicables aux indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant payées ou attribuées en exécution de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers, conclus à partir du 1er février 2005.
Les articles 4, 2° à 4°, 5, 2° à 6°, 6, 7, 8 et 9, 3° et 4°, sont applicables :
- en ce qui concerne les indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant, au indemnités payées ou attribuées en exécution de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers, conclus à partir du jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge ;
- en ce qui concerne les revenus autres que les indemnités pour coupon manquant ou pour lot manquant obtenus en exécution d'une convention constitutive de sûreté réelle ou d'un prêt portant sur des instruments financiers, aux revenus payés ou attribués en exécution de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers, conclus à partir du jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
L'article 10 est applicable aux opérations réalisées à partir du 6 février 2001.
L'article 11 est applicable aux revenus des instruments financiers qui font l'objet de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers qui sont conclus à partir du 1er février 2005.
L'article 12 est applicable à partir du 27 mai 2004.
L'article 13, alinéa 1er, 2°, est applicable à partir du 1er février 2005.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 25 avril 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.