Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 MEI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen.
Titre
1er MAI 2006. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des sociétés.
Dokumentinformationen
Numac: 2006011189
Datum: 2006-05-01
Info du document
Numac: 2006011189
Date: 2006-05-01
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. In artikel 177, § 2, eerste en tweede lid, vervangen door het koninklijk besluit van 23 juni 2003, en in artikel 179, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen, worden de woorden " door teletransmissie " telkens vervangen door de woorden " langs elektronische weg ".
Article 1. A l'article 177, § 2, alinéas 1er et 2, remplacé par l'arrêté royal du 23 juin 2003, et à l'article 179, § 1er, alinéa 1 de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des sociétés, les mots " par télétransmission " sont chaque fois remplacés par les mots " par voie électronique ".
Art.2. In artikel 177, § 4, en in artikel 179, § 2, eerste lid van hetzelfde besluit, worden de woorden " eerste lid " telkens weggelaten na de woorden " artikel 174 ".
Art.2. A l'article 177, § 4 et à l'article 179, § 2, alinéa 1er du même arrêté, les mots " alinéa 1er " sont chaque fois supprimés après les mots " article 174 ".
Art.3. In artikel 178, § 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 23 juni 2003, wordt het zinsdeel " , in voorkomend geval vermeerderd met de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden bedoeld in artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen, " ingevoegd tussen de woorden " de kosten bedoeld in de voorgaande paragrafen " en " worden betaald ".
Art.3. A l'article 178, § 4 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 juin 2003, la section de phrase " , majorés le cas échéant de la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance visée à l'article 101, alinéa 5 du Code des sociétés, " est insérée entre les mots " les frais visés aux paragraphes précédents " et " sont payés ".
Art.4. Een artikel 178bis wordt in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 178bis. Elke rechtspersoon die een geval van overmacht inroept waardoor hij zijn jaarrekening of zijn geconsolideerde jaarrekening niet binnen de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen heeft kunnen neerleggen, kan de terugbetaling van de door haar betaalde bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden vorderen binnen een termijn van achttien maanden na de afsluitingsdatum van die jaarrekening bij gewone brief gericht aan de FOD Economie. In deze aanvraag vermeldt de betrokken rechtspersoon de omstandigheden die voor hem een geval van overmacht hebben gevormd en het nummer van de bankrekening waarop de bijdrage kan worden terugbetaald. Aan deze aanvraag worden alle bewijsstukken die de ingeroepen overmacht kunnen staven toegevoegd, alsook een kopie van de mededeling van de neerlegging bedoeld in artikel 180, § 2, 2e streepje van dit besluit, voor zover dit reeds mogelijk is.
De FOD Economie bevestigt onmiddellijk de ontvangst van deze aanvraag bij gewone brief. Hij kan de betrokken rechtspersoon vragen om hem bijkomende inlichtingen te verstrekken of om de toegezonden bewijsstukken aan te vullen.
De met redenen omklede beslissing van de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde betreffende de aanvraag wordt bij gewone brief gericht aan de betrokken rechtspersoon; wanneer de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde het bestaan vaststelt van een omstandigheid die voor de betrokken rechtspersoon een geval van overmacht vormt, geeft hij de opdracht aan de FOD Financiën om de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden terug te betalen. Te dien einde deelt de FOD Economie aan de FOD Financiën mee :
- het terug te betalen bedrag en het rekeningnummer waarop de terugbetaling kan worden verricht;
- het ondernemingsnummer van de betrokken rechtspersoon alsook de kenmerken en de afsluitingsdatum van de laattijdig neergelegde jaarrekening; deze gegevens worden als mededeling aan de begunstigde opgenomen.
Wanneer blijkt dat uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijk een geval van overmacht zullen vormen voor het geheel of een groot deel van de rechtspersonen die ertoe gehouden zijn hun jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening neer te leggen, kan de minister bevoegd voor Economie met het oog op administratieve vereenvoudiging overgaan tot een algemene vrijstelling van heffing van de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden voor een duur die hij vaststelt en die hoogstens twee maanden bedraagt. Deze beslissing dient bij een met redenen omkleed ministerieel besluit uiterlijk één maand voor het vervallen van de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen in het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt. "
" Art. 178bis. Elke rechtspersoon die een geval van overmacht inroept waardoor hij zijn jaarrekening of zijn geconsolideerde jaarrekening niet binnen de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen heeft kunnen neerleggen, kan de terugbetaling van de door haar betaalde bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden vorderen binnen een termijn van achttien maanden na de afsluitingsdatum van die jaarrekening bij gewone brief gericht aan de FOD Economie. In deze aanvraag vermeldt de betrokken rechtspersoon de omstandigheden die voor hem een geval van overmacht hebben gevormd en het nummer van de bankrekening waarop de bijdrage kan worden terugbetaald. Aan deze aanvraag worden alle bewijsstukken die de ingeroepen overmacht kunnen staven toegevoegd, alsook een kopie van de mededeling van de neerlegging bedoeld in artikel 180, § 2, 2e streepje van dit besluit, voor zover dit reeds mogelijk is.
De FOD Economie bevestigt onmiddellijk de ontvangst van deze aanvraag bij gewone brief. Hij kan de betrokken rechtspersoon vragen om hem bijkomende inlichtingen te verstrekken of om de toegezonden bewijsstukken aan te vullen.
De met redenen omklede beslissing van de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde betreffende de aanvraag wordt bij gewone brief gericht aan de betrokken rechtspersoon; wanneer de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde het bestaan vaststelt van een omstandigheid die voor de betrokken rechtspersoon een geval van overmacht vormt, geeft hij de opdracht aan de FOD Financiën om de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden terug te betalen. Te dien einde deelt de FOD Economie aan de FOD Financiën mee :
- het terug te betalen bedrag en het rekeningnummer waarop de terugbetaling kan worden verricht;
- het ondernemingsnummer van de betrokken rechtspersoon alsook de kenmerken en de afsluitingsdatum van de laattijdig neergelegde jaarrekening; deze gegevens worden als mededeling aan de begunstigde opgenomen.
Wanneer blijkt dat uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijk een geval van overmacht zullen vormen voor het geheel of een groot deel van de rechtspersonen die ertoe gehouden zijn hun jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening neer te leggen, kan de minister bevoegd voor Economie met het oog op administratieve vereenvoudiging overgaan tot een algemene vrijstelling van heffing van de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden voor een duur die hij vaststelt en die hoogstens twee maanden bedraagt. Deze beslissing dient bij een met redenen omkleed ministerieel besluit uiterlijk één maand voor het vervallen van de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen in het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt. "
Art.4. Un article 178bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 178bis. Toute personne morale qui invoque un cas de force majeure qui l'a empêchée de déposer ses comptes annuels ou consolidés dans le délai de huit mois prévu à l'article 101, alinéa 5 du Code des sociétés, peut, dans un délai de dix-huit mois suivant la date de clôture de ces comptes, demander le remboursement de la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance qu'elle a payée, par courrier postal ordinaire adressé au SPF Economie. La personne morale concernée indique dans cette demande les circonstances constitutives d'un cas de force majeure dans son chef et le numéro du compte bancaire sur lequel la contribution peut être remboursée. Elle joint à cette demande toutes les pièces probantes de la force majeure invoquée, ainsi qu'une copie de la mention du dépôt visée à l'article 180, § 2, 2e tiret du présent arrêté, dans la mesure où ceci est déjà possible.
Le SPF Economie accuse immédiatement réception de cette demande par courrier postal ordinaire. Il peut demander à la personne morale concernée de lui communiquer un complément d'information ou de compléter les pièces justificatives envoyées.
La décision motivée du Ministre qui a l'Economie dans ses attributions ou de son délégué quant à cette demande est envoyée par courrier postal ordinaire à la personne morale concernée; si le Ministre qui a l'Economie dans ses attributions ou son délégué constate l'existence d'une circonstance constitutive d'un cas de force majeure dans le chef de la personne morale concernée, il donne ordre au SPF Finances de rembourser la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance. A cette fin, le SPF Economie communique au SPF Finances les données suivantes :
- le montant à rembourser et le numéro de compte sur lequel ce remboursement peut être effectué;
- le numéro d'entreprise de la personne morale concernée ainsi que les caractéristiques et la date de clôture des comptes déposés tardivement; ces données sont reprises comme communication au bénéficiaire.
Lorsqu'il apparaît que des circonstances exceptionnelles constitueront nécessairement un cas de force majeure pour l'ensemble ou une grande partie des personnes morales tenues au dépôt de leurs comptes annuels ou consolidés, le Ministre ayant l'Economie dans ses attributions peut, dans un but de simplification administrative accorder une dispense générale de prélèvement de la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance pour une durée qu'il fixe et qui ne peut dépasser deux mois. Cette décision doit être publiée au Moniteur belge au plus tard un mois avant l'échéance du délai de huit mois prévu à l'article 101, alinéa 5 du Code des sociétés, par un arrêté ministériel motivé. "
" Art. 178bis. Toute personne morale qui invoque un cas de force majeure qui l'a empêchée de déposer ses comptes annuels ou consolidés dans le délai de huit mois prévu à l'article 101, alinéa 5 du Code des sociétés, peut, dans un délai de dix-huit mois suivant la date de clôture de ces comptes, demander le remboursement de la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance qu'elle a payée, par courrier postal ordinaire adressé au SPF Economie. La personne morale concernée indique dans cette demande les circonstances constitutives d'un cas de force majeure dans son chef et le numéro du compte bancaire sur lequel la contribution peut être remboursée. Elle joint à cette demande toutes les pièces probantes de la force majeure invoquée, ainsi qu'une copie de la mention du dépôt visée à l'article 180, § 2, 2e tiret du présent arrêté, dans la mesure où ceci est déjà possible.
Le SPF Economie accuse immédiatement réception de cette demande par courrier postal ordinaire. Il peut demander à la personne morale concernée de lui communiquer un complément d'information ou de compléter les pièces justificatives envoyées.
La décision motivée du Ministre qui a l'Economie dans ses attributions ou de son délégué quant à cette demande est envoyée par courrier postal ordinaire à la personne morale concernée; si le Ministre qui a l'Economie dans ses attributions ou son délégué constate l'existence d'une circonstance constitutive d'un cas de force majeure dans le chef de la personne morale concernée, il donne ordre au SPF Finances de rembourser la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance. A cette fin, le SPF Economie communique au SPF Finances les données suivantes :
- le montant à rembourser et le numéro de compte sur lequel ce remboursement peut être effectué;
- le numéro d'entreprise de la personne morale concernée ainsi que les caractéristiques et la date de clôture des comptes déposés tardivement; ces données sont reprises comme communication au bénéficiaire.
Lorsqu'il apparaît que des circonstances exceptionnelles constitueront nécessairement un cas de force majeure pour l'ensemble ou une grande partie des personnes morales tenues au dépôt de leurs comptes annuels ou consolidés, le Ministre ayant l'Economie dans ses attributions peut, dans un but de simplification administrative accorder une dispense générale de prélèvement de la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance pour une durée qu'il fixe et qui ne peut dépasser deux mois. Cette décision doit être publiée au Moniteur belge au plus tard un mois avant l'échéance du délai de huit mois prévu à l'article 101, alinéa 5 du Code des sociétés, par un arrêté ministériel motivé. "
Art.5. In de Nederlandstalige versie van artikel 179, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden " bedoeld in artikel 179 " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 173 ".
Art.5. A l'article 179, § 1er, alinéa 1er de la version néerlandaise du même arrêté, les mots " bedoeld in artikel 179 " sont remplacés par les mots " bedoeld in artikel 173 ".
Art.6. Het koninklijk besluit van 12 oktober 2004 tot uitvoering van het artikel 129bis van het Wetboek van vennootschappen tot invoering van administratieve geldboetes als sanctie voor de laattijdige neerlegging van de gewone of de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschappen, wordt opgeheven.
Art.6. L'arrêté royal du 12 octobre 2004 portant exécution de l'article 129bis du Code des sociétés introduisant des amendes administratives sanctionnant le dépôt tardif des comptes annuels ou consolidés des sociétés, est abrogé.
Art.7. Dit besluit treedt in werking de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, evenwel met dien verstande :
- dat artikel 178bis van voormeld koninklijk besluit van 30 januari 2001, ingevoegd door artikel 4 van dit besluit, voor het eerst van toepassing is op de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vanaf 1 oktober 2005 zijn afgesloten;
- dat de bepalingen van voormeld koninklijk besluit van 12 oktober 2004, zoals zij luidden voor hun opheffing door artikel 6 van dit besluit, onverkort van toepassing blijven voor de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vóór 1 oktober 2005 zijn afgesloten;
- dat tot en met 31 december 2006, de verwijzing naar artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen opgenomen in artikelen 3 en 4 van dit besluit, gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 101, derde lid van hetzelfde Wetboek.
- dat artikel 178bis van voormeld koninklijk besluit van 30 januari 2001, ingevoegd door artikel 4 van dit besluit, voor het eerst van toepassing is op de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vanaf 1 oktober 2005 zijn afgesloten;
- dat de bepalingen van voormeld koninklijk besluit van 12 oktober 2004, zoals zij luidden voor hun opheffing door artikel 6 van dit besluit, onverkort van toepassing blijven voor de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vóór 1 oktober 2005 zijn afgesloten;
- dat tot en met 31 december 2006, de verwijzing naar artikel 101, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen opgenomen in artikelen 3 en 4 van dit besluit, gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 101, derde lid van hetzelfde Wetboek.
Art.7. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, étant toutefois entendu :
- que l'article 178bis de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 précité, inséré par l'article 4 du présent arrêté, s'applique pour la première fois aux dépôts des comptes annuels et consolidés clôturés à partir du 1er octobre 2005;
- que les dispositions de l'arrêté royal du 12 octobre 2004 précité, tel qu'elles étaient libellées avant leur abrogation par l'article 6 du présent arrêté, restent intégralement applicables aux dépôts des comptes annuels et consolidés clôturés avant le 1er octobre 2005;
- que jusqu'au 31 décembre 2006 compris, la référence à l'article 101, alinéa 5 du Code des sociétés reprise dans les articles 3 et 4 du présent arrêté, doit être lue comme une référence à l'article 101, alinéa 3 du même Code.
- que l'article 178bis de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 précité, inséré par l'article 4 du présent arrêté, s'applique pour la première fois aux dépôts des comptes annuels et consolidés clôturés à partir du 1er octobre 2005;
- que les dispositions de l'arrêté royal du 12 octobre 2004 précité, tel qu'elles étaient libellées avant leur abrogation par l'article 6 du présent arrêté, restent intégralement applicables aux dépôts des comptes annuels et consolidés clôturés avant le 1er octobre 2005;
- que jusqu'au 31 décembre 2006 compris, la référence à l'article 101, alinéa 5 du Code des sociétés reprise dans les articles 3 et 4 du présent arrêté, doit être lue comme une référence à l'article 101, alinéa 3 du même Code.
Art. 8. Onze Minister van Economie, Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 mei 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Gegeven te Brussel, 1 mei 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Art. 8. Notre Ministre de l'Economie, Notre Ministre de la Justice et Notre Ministre des Finances sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 1er mai 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
M. VERWILGHEN
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Donné à Bruxelles, le 1er mai 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
M. VERWILGHEN
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS