Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JULI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd.
Titre
13 JUILLET 2006. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 23 octobre 1964 portant fixation des normes auxquelles les hôpitaux et leurs services doivent répondre.
Dokumentinformationen
Numac: 2006022729
Datum: 2006-07-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006022729
Date: 2006-07-13
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Punt 2° van rubriek " III. Organisatorische normen " van onderdeel " Algemene normen die op al de inrichtingen toepasselijk zijn ", gevoegd als bijlage bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen moeten worden nageleefd, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 augustus 1987 en 15 februari 1999, wordt vervangen als volgt :
  " 2° In elk ziekenhuis dient de verantwoordelijkheid met betrekking tot de verpleegkundige activiteit, te worden toevertrouwd aan een gegradueerde verpleegkundige of vroedvrouw of een bachelor in de verpleegkunde of de vroedkunde als hoofd van het verpleegkundig departement. Hij heeft een bijkomende opleiding gevolgd van universitair niveau, master in de verpleegkunde en de vroedkunde of master in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering.
  Onverminderd de opdracht van de directeur van het ziekenhuis, zoals bedoeld in artikel 8, 2°, en in artikel 12 van de wet op de ziekenhuizen, werkt het hoofd van het verpleegkundig departement van het ziekenhuis mee aan de integratie van de verpleegkundige activiteit in het geheel van de activiteit van het ziekenhuis, en dit in nauw contact met de hoofdgeneesheer en de verantwoordelijken van de onderscheiden aspecten van de ziekenhuisactiviteiten.
  Ter ondersteuning van de organisatorische en inhoudelijke aspecten van de verpleegkundige zorgverlening, dient in de algemene ziekenhuizen een middenkader, bestaande uit verpleegkundigen-diensthoofden, te worden voorzien. Het middenkader wordt er, per 150 bedden, gevormd door tenminste één gegradueerde verpleegkundige of vroedvrouw of één bachelor in de verpleegkunde of de vroedkunde die bovendien een bijkomende opleiding heeft gevolgd van universitair niveau, master in de verpleegkunde en de vroedkunde of master in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering.
  In alle psychiatrische ziekenhuizen dient een middenkader, bestaande uit verpleegkundigen-diensthoofden, te worden voorzien. Het middenkader wordt er gevormd door tenminste één gegradueerde verpleegkundige of vroedvrouw of één bachelor in de verpleegkunde of de vroedkunde die bovendien een bijkomende opleiding heeft gevolgd van universitair niveau, master in de verpleegkunde en de vroedkunde of master in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering.
  In de psychiatrische ziekenhuizen met 150 bedden of meer wordt het aantal middenkaders verhoudingsgewijs bepaald, op basis van één gegradueerde verpleegkundige of vroedvrouw of één bachelor in de verpleegkunde of de vroedkunde die bovendien een bijkomende opleiding heeft gevolgd van universitair niveau, master in de verpleegkunde en de vroedkunde of master in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering, per 150 bedden.
  Het middenkader kan, naar gelang van de organisatiestructuur van het ziekenhuis, met bepaalde opdrachten worden belast, inzonderheid met het onthaal en de vorming van personeelsleden, met de problemen die verband houden met ziekenhuishygiëne, met de evaluatie van de kwaliteit van de verpleegkundige zorgen, met de patiëntenvoorlichting en met de invoering van nieuwe werkmethodes en procedures.
  Het hoofd van het verpleegkundig departement van het ziekenhuis overlegt tenminste tien keer per jaar met de verpleegkundigen-diensthoofden teneinde :
  - de strategische visie van het verpleegkundig departement te omschrijven;
  - de coherentie ervan met de algemene strategie van het ziekenhuis te evalueren, meer bepaald inzake de verbetering van de kwaliteit van de zorgen;
  - de opvolging van de ontwikkeling en de implementatie ervan te verzekeren.
  Op het niveau van het ziekenhuis dient een organogram van het verpleegkundig departement te bestaan waarin de verantwoordelijken van het departement en van de onderscheidene diensten en verpleegafdelingen worden aangeduid.
  Naast dit organogram moet het ziekenhuis ook beschikken over een lijst van alle verpleegkundigen die in het ziekenhuis werkzaam zijn, met vermelding van het diploma of brevet en de bijkomende kwalificaties.
  Het aantal met de zorgen belaste personen moet voldoen aan de bijzondere voorwaarden die voor de verschillende diensten gesteld worden. ".
Article 1. Le 2° de la rubrique " III. Normes d'organisation " de la partie " Normes générales applicables à tous les établissements ", figurant en annexe de l'arrêté royal du 23 octobre 1964 portant fixation des normes auxquelles les hôpitaux et leurs services doivent répondre, modifié par les arrêtés royaux des 14 août 1987 et 15 février 1999, est remplacé par le suivant :
  " 2° Dans chaque hôpital, la responsabilité de l'activité infirmière sera confiée à un infirmier gradué ou accoucheuse, ou à un bachelier en soins infirmiers ou bachelier accoucheuse, au titre de chef du département infirmier. Il aura réussi une formation complémentaire de niveau universitaire, master en art infirmier et obstétrique ou master en santé publique.
  Sans préjudice de la mission du directeur de l'hôpital, visée à l'article 8, 2°, et à l'article 12 de la loi sur les hôpitaux, le chef du département infirmier participe à l'intégration de l'activité infirmière dans l'ensemble des activités de l'hôpital, et cela en contact étroit avec le médecin en chef et les responsables des différents aspects des activités de l'hôpital.
  Afin de soutenir les aspects de l'organisation et de contenu des soins infirmiers, un cadre intermédiaire composé d'infirmiers-chefs de service doit être prévu dans les hôpitaux généraux. Le cadre intermédiaire est constitué, par 150 lits, par au moins un infirmier gradué ou accoucheuse, ou un bachelier en soins infirmiers ou bachelier accoucheuse qui aura réussi une formation complémentaire de niveau universitaire, master en art infirmier et obstétrique ou master en santé publique.
  Dans tous les hôpitaux psychiatriques, il y a lieu de prévoir un cadre intermédiaire composé d'infirmiers-chefs de service. Le cadre intermédiaire est constitué par au moins un infirmier gradué ou accoucheuse, ou un bachelier en soins infirmiers ou bachelier accoucheuse qui aura réussi une formation complémentaire de niveau universitaire, master en art infirmier et obstétrique ou master en santé publique.
  Dans les hôpitaux psychiatriques comptant 150 lits ou plus, le nombre de cadres intermédiaires est déterminé proportionnellement, sur la base d'un infirmier gradué ou accoucheuse, ou un bachelier en soins infirmiers ou bachelier accoucheuse qui aura réussi une formation complémentaire de niveau universitaire, master en art infirmier ou master en santé publique, par 150 lits.
  Selon l'organisation interne de l'hôpital, des tâches spécifiques peuvent être confiées au cadre intermédiaire, notamment l'accueil et la formation du personnel, les problèmes d'hygiène hospitalière, l'évaluation de la qualité des soins infirmiers, l'éducation du patient, l'introduction de nouvelles procédures et méthodes de travail.
  Le chef du département infirmier de l'hôpital se concerte au moins dix fois par an avec les infirmiers-chefs de service afin :
  - de définir la vision stratégique du département infirmier;
  - d'en évaluer sa cohérence avec la stratégie générale de l'hôpital, notamment en matière d'amélioration de la qualité des soins;
  - d'assurer le suivi de sa mise en place et son développement.
  L'hôpital établira un organigramme du département infirmier renseignant les responsables du département et des différents services et unité de soins.
  En plus de cet organigramme, l'hôpital tiendra une liste de tous les infirmiers de l'hôpital, mentionnant leur diplôme ou brevet et leurs qualifications particulières.
  Le nombre de personnes affectées aux soins doit répondre aux conditions spéciales fixées pour les différents services. ".
Art. 2. Punt 12° van rubriek " III. Organisatorische normen " van onderdeel " Algemene normen die op al de inrichtingen toepasselijk zijn ", gevoegd als bijlage bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen moeten worden nageleefd, vervangen bij het koninklijk besluit van 14 augustus 1987, wordt vervangen als volgt :
  " 12° Per verpleegafdeling wordt één hoofdverpleegkundige aangeduid. De hoofdverpleegkundige is een gegradueerde verpleegkundige of vroedvrouw of een bachelor in de verpleegkunde of de vroedkunde die bovendien een bijkomende kaderopleiding in de verpleegkunde, of een bijkomende opleiding van universitair niveau, master in de verpleegkunde en de vroedkunde of master in de gezondheidsvoorlichting en -bevordering heeft gevolgd.
  Deze scholing dient betrekking te hebben op het geven van leiding aan een verpleegkundige equipe.
  De hoofdverpleegkundige werkt mee aan de integratie van de verpleegkundige activiteit in het geheel van de activiteit van het ziekenhuis, en voert zijn opdracht uit onder de hiërarchie van het hoofd van het verpleegkundig departement en in nauw contact met de artsen en de verantwoordelijken van de onderscheiden aspecten van de activiteiten van de afdeling.
  Doorheen alle dagen van het jaar moet, naast de hoofdverpleegkundige, permanent per afdeling en maximum per 30 zieken, de aanwezigheid van een gegradueerde of gebrevetteerde verpleegkundige of een bachelor in de verpleegkunde of de vroedkunde gewaarborgd zijn, zodat de continuïteit en de kwaliteit van de zorg verzekerd zijn.
  De verhouding deeltijds werk/voltijds werk dient in overleg met het hoofd van het verpleegkundig departement van het ziekenhuis op zo een niveau vastgelegd te worden dat de continuïteit en de kwaliteit van de zorg verzekerd blijven.
  Het verpleegkundig werk dient op de afdelingen op die wijze georganiseerd te worden dat op elk ogenblik kan vastgesteld worden welke verpleegkundige voor welke patiënt verantwoordelijk is. ".
Art. 2. Le 12° de la rubrique " III. Normes d'organisation " de la partie " Normes générales applicables à tous les établissements ", figurant en annexe de l'arrêté royal du 23 octobre 1964 portant fixation des normes auxquelles les hôpitaux et leurs services doivent répondre, remplacé par les arrêtés royaux des 14 août 1987 et 15 février 1999, est remplacé par le suivant :
  " 12° Un infirmier en chef est désigné par unité de soins. L'infirmier en chef est un infirmier gradué ou accoucheuse, ou un bachelier en soins infirmiers ou bachelier accoucheuse qui aura réussi une formation complémentaire de cadre de santé, ou une formation complémentaire de niveau universitaire, master en art infirmier et obstétrique ou master en santé publique.
  Cette formation doit être en rapport avec la direction d'une équipe d'infirmiers.
  L'infirmier en chef participe à l'intégration de l'activité infirmière dans l'ensemble des activités de l'hôpital, et accomplit sa mission sous l'autorité hiérarchique du chef du département infirmier et en contact étroit avec les médecins et les responsables des différents aspects des activités de l'unité.
  La présence d'un infirmier gradué ou breveté ou d'un bachelier en soins infirmiers ou bachelier accoucheuse sera garantie au côté de l'infirmier en chef, tous les jours de l'année, en permanence, par unité et maximum par 30 patients, ceci afin d'assurer la continuité et la qualité des soins.
  Le rapport entre le travail à temps plein et le travail à temps partiel doit être fixé en concertation avec le chef du département infirmier de l'hôpital de manière à ce que la continuité et la qualité des soins restent assurées.
  Le travail infirmier dans les unités sera organisé de telle manière à pouvoir déterminer à chaque instant l'infirmier responsable d'un malade déterminé. ".
Art. 3. Punt 12°quater van rubriek " III. Organisatorische normen " van onderdeel " Algemene normen die op al de inrichtingen toepasselijk zijn ", gevoegd als bijlage bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen moeten worden nageleefd, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 augustus 1987, wordt vervangen als volgt :
  " 12quater Het hoofd van het verpleegkundig departement, de verpleegkundigen-diensthoofden en de hoofdverpleegkundigen dienen een permanente vorming te volgen van tenminste 60 uur over een periode van 4 jaar, teneinde hun kennis en competenties te onderhouden in de volgende domeinen :
  - ziekenhuiswetgeving, met inbegrip van wetgeving betreffende de ziekenhuisfinanciering;
  - organisatie en beheer van personeel, met inbegrip van coaching;
  - sociale wetgeving;
  - principes van bedrijfsbeheer;
  - epidemiologie;
  - beheer van ziekenhuisgegevens;
  - efficiëntie en kwaliteit van de zorg. ".
Art. 3. Le 12°quater de la rubrique " III. Normes d'organisation " de la partie " Normes générales applicables à tous les établissements ", figurant en annexe de l'arrêté royal du 23 octobre 1964 portant fixation des normes auxquelles les hôpitaux et leurs services doivent répondre, inséré par l'arrêté royal du 14 août 1987, est remplacé par le suivant :
  " 12quater Le chef du département infirmier, les infirmiers-chefs de service et les infirmiers en chef doivent suivre une formation permanente, d'au moins 60 heures par période de 4 ans, afin d'entretenir leurs connaissances et compétences dans les domaines suivants :
  - la législation sur les hôpitaux, y compris la législation relative au financement des hôpitaux;
  - l'organisation et la gestion des ressources humaines, y compris le coaching;
  - la législation sociale;
  - les principes de la gestion d'entreprise;
  - l'épidémiologie;
  - la gestion des données hospitalières;
  - l'efficacité et qualité des soins. ".
Art. 4. De verpleegkundigen die, op de datum van publicatie van dit besluit, de functie van hoofd van het verpleegkundig departement, verpleegkundige-diensthoofd of hoofdverpleegkundige reeds uitoefenen, mogen hun functie verder blijven uitoefenen.
Art. 4. Les infirmiers qui, à la date de publication du présent arrêté, exerçaient déjà la fonction de chef du département infirmier, d'infirmier-chef de service ou d'infirmier en chef peuvent continuer à exercer leur fonction.
Art. 5. Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 13 juli 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Volksgezondheid,
  R. DEMOTTE.
Art. 5. Notre Ministre de la Santé publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 13 juillet 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Santé publique,
  R. DEMOTTE.