Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 november 2003 betreffende de aanduiding, de uitoefening en de weging van de managementfuncties in de openbare instellingen van sociale zekerheid.
Titre
12 OCTOBRE 2006. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 30 novembre 2003 relatif à la désignation, à l'exercice et à la pondération des fonctions de management dans les institutions publiques de sécurité sociale.
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2003 betreffende de aanduiding, de uitoefening en de weging van de managementfuncties in de openbare instellingen van sociale zekerheid wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Elke houder van een managementfunctie wordt tweejaarlijks geëvalueerd; de eerste tussentijdse evaluatie vindt echter plaats binnen het jaar na het einde van de eerste bestuursovereenkomst. Uiterlijk zes maanden voor het einde van zijn mandaat krijgt hij een globale eindevaluatie. "
Article 1. L'article 17, § 1er, de l'arrêté royal du 30 novembre 2003 relatif à la désignation, à l'exercice et à la pondération des fonctions de management dans les institutions publiques de sécurité sociale, est remplacée par la disposition suivante :
  " § 1er. Chaque titulaire d'une fonction de management est évalué tous les deux ans; la première évaluation intermédiaire aura lieu dans l'année de la fin du premier contrat d'administration. Au plus tard six mois avant la fin de son mandat, il reçoit une évaluation finale globale. "
Art.2. Artikel 20 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 20. § 1. De administrateur-generaal of de adjunct-administrateur-generaal van wie een tussentijdse of een eindevaluatie tot de vermelding " onvoldoende " aanleiding geeft, kan, per aangetekende brief, een beroep instellen bij een beperkt comité, binnen vijftien kalenderdagen na betekening van het evaluatieverslag.
  Dit comité is samengesteld uit vier leden van de regering, van wie drie van dezelfde taalaanhorigheid als de geëvalueerde, en daartoe aangeduid door de Ministerraad en uit vier vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, van wie drie van dezelfde taalaanhorigheid als de geëvalueerde, en daartoe aangeduid door de Nationale Arbeidsraad.
  In afwijking van het tweede lid, is het beperkt comité bevoegd voor het ontvangen van het beroep van de administrateur-generaal of van de adjunct-administrateur-generaal van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen samengesteld uit drie leden van de regering, van wie twee van dezelfde taalaanhorigheid als de geëvalueerde, en daartoe aangeduid door de Ministerraad, en uit drie vertegenwoordigers van de representatieve zelfstandigenorganisaties, van wie twee van dezelfde taalaanhorigheid als de geëvalueerde, en daartoe aangeduid door de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen.
  De voogdijminister die de rol van evaluator van de houder van de managementfunctie op zich heeft genomen mag niet aanwezig zijn bij, noch deelnemen aan de beraadslaging van het beperkt comité. Hij kan echter wel gehoord worden.
  Het beroep wordt ingesteld bij het secretariaat van de Ministerraad en is opschortend.
  § 2. De houders van een managementfunctie -1, -2 of -3 van wie een tussentijdse evaluatie of een eindevaluatie tot de vermelding " onvoldoende " aanleiding geeft, kunnen, per aangetekende brief, beroep instellen bij een comité opgericht bij de minister tot wiens bevoegdheid de ambtenarenzaken behoren en comité van beroep genoemd. Het beroep wordt ingesteld binnen vijftien kalenderdagen na betekening van het evaluatieverslag.
  Het comité omvat een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling. De taalrol van de houder van de managementfunctie bepaalt voor welke afdeling hij verschijnt.
  Elke afdeling is samengesteld uit zes administrateurs-generaal en/of adjunct-administrateurs-generaal, door Ons aangewezen op voordracht van de minister tot wiens bevoegdheid de ambtenarenzaken behoren. Ze wordt voorgezeten door het oudste lid, dat een ondervoorzitter aanwijst die de voorzitter in geval van afwezigheid vervangt.
  De administrateurs- generaal en/of adjunct-administrateurs-generaal die aan het evaluatieproces van de houder van een managementfunctie -1, -2 of -3 deelgenomen hebben, mogen noch de beraadslaging van de afdeling bijwonen, noch eraan deelnemen. Ze kunnen evenwel gehoord worden.
  Het beroep wordt ingediend bij de minister tot wiens bevoegdheid de ambtenarenzaken behoren, die, in elke zaak, een griffierverslaggever aanwijst; deze laatste is niet stemgerechtigd.
  Het comité maakt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de minister tot wiens bevoegdheid de ambtenarenzaken behoren.
  Het beroep is opschortend.
  § 3. De houder van de managementfunctie wordt opgeroepen, uiterlijk acht werkdagen voor de zitting, ten einde zijn verweermiddelen uiteen te zetten. Hij dient persoonlijk te verschijnen. Hij mag zich laten bijstaan door een persoon naar keuze. De verdediger mag op geen enkel ogenblik en in welke hoedanigheid ook deelgenomen hebben aan de evaluatieprocedure van de houder van de managementfunctie.
  Met het oog op de beroepszitting wordt de betrokkene de mogelijkheid geboden zijn evaluatiedossier te raadplegen.
  Indien de houder van de managementfunctie of zijn verdediger, ofschoon behoorlijk opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt, doet het beroepsorgaan uitspraak op grond van de stukken van het dossier. Hetzelfde geldt zodra de zaak voor de tweede maal ter zitting komt, zelfs indien de houder van de managementfunctie of zijn verdediger een geldige reden kan aanvoeren.
  De afwezigheid van de verdediger is, behoudens overmacht, geen reden van uitstel.
  Het beroepsorgaan hoort iedereen en verzamelt alle nodige gegevens opdat het met volle kennis van zaken zich kan uitspreken.
  4. Het beroepsorgaan kan slechts op een rechtsgeldige manier de houder van de managementfunctie horen en beraadslagen voor zover de meerderheid van de leden aanwezig is. De stemming is geheim. Bij staking van stemmen valt de beslissing in het voordeel van de verzoeker.
  § 5. Het beroepsorgaan beslist in de maand na de instelling van het beroep en deelt zijn beslissing zonder verwijl mee aan de houder van de managementfunctie.
  § 6. Het beroepsorgaan kan zich laten bijstaan door een specialist in de evaluatiemethoden van de federale overheid. "
Art.2. L'article 20 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 20. § 1er. L'administrateur général ou l'administrateur général adjoint dont une évaluation intermédiaire ou une évaluation finale donne lieu à la mention " insuffisant " peut introduire, par un envoi recommandé, un recours auprès d'un comité restreint dans les quinze jours civils qui suivent la notification du rapport d'évaluation.
  Ce comité est composé de quatre membres du gouvernement, dont trois de la même appartenance linguistique que l'évalué, et désignés à cette fin par le Conseil des Ministres, et de quatre représentants des organisations représentatives des travailleurs et des employeurs, dont trois de la même appartenance linguistique que l'évalué, et désignés à cette fin par le Conseil national du travail.
  Par dérogation à l'alinéa 2, le comité restreint habilité à recevoir le recours de l'administrateur général ou de l'administrateur général adjoint de l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants est composé de trois membres du gouvernement, dont deux de la même appartenance linguistique que l'évalué, et désignés à cette fin par le Conseil des Ministres, et de trois représentants des organisations, représentatives des travailleurs indépendants, dont deux de la même appartenance linguistique que l'évalué, et désignés à cette fin par le Conseil supérieur des Indépendants et des Petites et Moyennes Entreprises.
  Le ministre de tutelle qui a assumé le rôle d'évaluateur du titulaire de la fonction de management, ne peut ni assister ni participer à la délibération du comité restreint. Il peut toutefois être entendu.
  Le recours est introduit auprès du secrétariat du Conseil des Ministres et est suspensif.
  § 2. Les titulaires d'une fonction de management -1, -2 ou -3 dont une évaluation intermédiaire ou une évaluation finale donne lieu à la mention " insuffisant " peuvent introduire, par un envoi recommandé, un recours auprès d'un comité créé auprès du ministre qui a la fonction publique dans ses attributions et dénommé comité de recours. Le recours est introduit dans les quinze jours civils qui suivent la notification du rapport d'évaluation.
  Le comité comprend une section d'expression française et une section d'expression néerlandaise. Le rôle linguistique du titulaire de la fonction de management détermine la section devant laquelle il comparaît.
  Chaque section est composée de six administrateurs généraux et/ou administrateurs généraux adjoints, désignés par Nous sur proposition du ministre qui a la fonction publique dans ses attributions. Elle est présidée par le membre le plus âgé qui désigne un vice-président qui remplace le président en cas d'absence.
  Les administrateurs généraux et/ou administrateurs généraux adjoints qui ont pris part au processus d'évaluation du titulaire d'une fonction de management -1, -2 ou -3 ne peuvent ni assister ni participer à la délibération de la section. Ils peuvent toutefois être entendus.
  Le recours est introduit auprès du ministre qui a la fonction publique dans ses attributions qui désigne, dans chaque affaire, un greffier-rapporteur; celui-ci n'a pas voix délibérative.
  Le comité établit un règlement d'ordre intérieur et le soumet à l'approbation du ministre qui a la fonction publique dans ses attributions.
  Le recours est suspensif.
  § 3. Le titulaire de la fonction de management est convoqué, en vue d'être entendu en ses moyens de défense, au moins huit jours ouvrables avant la date de l'audience. Il doit comparaître en personne. Il peut se faire assister par une personne de son choix. Le défenseur ne peut avoir pris part, à aucun moment et à quelque titre que ce soit, au processus d'évaluation du titulaire de la fonction de management.
  En vue de l'audience de recours, l'intéressé se voit offrir la possibilité de consulter son dossier d'évaluation.
  Si, bien que régulièrement convoqué, le titulaire de la fonction de management ou son défenseur s'abstient, sans excuse valable, de comparaître, l'organe de recours se prononce sur base des pièces du dossier. Il en va de même dès que le recours fait l'objet d'une deuxième audience, même si le titulaire de la fonction de management ou son défenseur peut se prévaloir d'une excuse valable.
  L'absence du défenseur ne constitue pas une cause de remise sauf en cas de force majeure.
  L'organe de recours entend toute personne et réunit tous les éléments utiles susceptibles de lui permettre de se prononcer en toute connaissance de cause.
  § 4. L'organe de recours ne peut valablement procéder à l'audition du titulaire de la fonction de management et à la délibération que pour autant que la majorité des membres soit présente. Le vote a lieu au scrutin secret. En cas de partage des voix, la décision est considérée comme favorable au requérant.
  § 5. L'organe de recours prend sa décision dans le mois qui suit l'introduction du recours et la communique sans délai au titulaire de la fonction de management.
  § 6. L'organe de recours peut se faire assister par un spécialiste dans les méthodes d'évaluation de l'administration fédérale. "
Art.3. Artikel 24, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 juli 2004, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Indien het mandaat van de houder van een managementfunctie verstrijkt en deze houder zijn kandidatuur stelt voor dezelfde functie binnen zijn openbare instelling van sociale zekerheid, geven de organen bedoeld in artikel 9 of artikel 10, naargelang de managementfunctie, hem een nieuw mandaat, overeenkomstig artikel 11, voor zover hij de eindvermelding " goed " heeft gekregen. "
Art.3. L'article 24, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 12 juillet 2004, est remplacé par la disposition suivante :
  " Si le mandat du titulaire d'une fonction de management prend fin et si ce titulaire pose sa candidature pour la même fonction au sein de son institution publique de sécurité sociale, les organes visés à l'article 9 ou à l'article 10 selon la fonction de management lui donnent un nouveau mandat conformément à l'article 11 pour autant qu'il ait reçu la mention finale bon ". "
Art.4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006.
Art.4. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2006.
Art. 5. Onze Minister van Begroting, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Onze Minister van Middenstand en Landbouw, Onze Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. Onze Minister van Pensioenen en Onze Minister van Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 12 oktober 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Begroting,
  Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  R. DEMOTTE
  De Minister van Middenstand en Landbouw,
  Mevr. S. LARUELLE
  De Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen,
  C. DUPONT
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK
  De Minister van Werk,
  P. VANVELTHOVEN.
Art. 5. Notre Ministre du Budget, Notre Ministre de l'Intérieur, Notre Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, Notre Ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture, Notre Ministre de la Fonction publique, de l'Intégration sociale, de la Politique des grandes villes et de l'Egalité des chances Notre Ministre des Pensions et Notre Ministre de l'Emploi ' sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 12 octobre 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre du Budget,
  Mme F. VAN DEN BOSSCHE
  Le Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL
  Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
  R. DEMOTTE
  La Ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture,
  Mme S. LARUELLE
  Le Ministre de la Fonction publique, de l'Intégration sociale, de la Politique des grandes villes et de l'Egalité des chances,
  C. DUPONT
  Le Ministre des Pensions,
  B. TOBBACK
  Le Ministre de l'Emploi,
  P. VANVELTHOVEN.