Artikel 1. § 1. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt ermee belast een oproep te lanceren bij de schoolbesturen of inrichtende machten van het basis- en secundair onderwijs om voorstellen van driejarige projecten, gespreid over de schooljaren 2005-2006 tot en met 2007-2008, in te dienen die in de lijn liggen van een van de speerpunten uit de " beleidsnota onderwijs 2004-2009 ".
§ 2. Ingediende projecten moeten zich focussen op minstens een van de volgende vier algemene themata :
1° talentontwikkeling : didactische werkvormen of overgang van basis- naar secundair onderwijs;
2° beleidsvoerend vermogen;
3° technologie;
4° leren en werken.
§ 3. Via de specifieke inhoudelijke klemtonen die worden gelegd, moet elk project zich tot doel stellen een antwoord te bieden op minstens een van de volgende onderwijskundige vragen :
1° hoe kunnen scholen met meer vrije ruimte in het lessenrooster talenten van leerlingen ontdekken en ontwikkelen.;
2° hoe kunnen scholen samen met bedrijven technisch en beroepssecundair onderwijs op een moderne manier gestalte geven.;
3° hoe kan meer ruimte voor technologie in lagere en secundaire scholen leerlingen een bredere algemene vorming bieden.;
4° welke resultaten kunnen de flexibilisering van leertrajecten en de afbouw van de indeling in secundaire onderwijsvormen opleveren.;
5° waar kunnen scholen hefbomen vinden om zowel in te grijpen in het traditionele keuzegedrag van leerlingen en ouders als in hun eigen adviesgedrag..
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 JUNI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs. (NOTA : bekrachtigd door DVR2006-07-14/63, art. 2>. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-09-2006 en tekstbijwerking tot 10-09-2008)
Titre
23 JUIN 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'organisation de projets temporaires dans l'enseignement fondamental et secondaire (TRADUCTION) (NOTE : sanctionné par DCFL2006-07-14/63, art. 2>. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-09-2006 et mise à jour au 10-09-2008)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Tijdelijke projecten op initiati...
Afdeling I. - Projecten vanaf het schooljaar 20...
Afdeling II. - Consolidatie, verdieping of hero...
Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Onderafdeling I. - Opvolging, begeleiding en ev...
Onderafdeling II. - Afwijkingen van wettelijke,...
HOOFDSTUK II. - Tijdelijke projecten op initiat...
Afdeling I. - Project onthaalonderwijs voor and...
Afdeling II. - Project diplomering in het deelt...
Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Projets temporaires à l'initiat...
Section Ire. - Projets à partir de l'année scol...
Section II. - Consolidation, approfondissement ...
Section III. - Dispositions communes.
Sous-section Ire. - Suivi, accompagnement et év...
Sous-section II. - Dérogations aux dispositions...
CHAPITRE II. - Projets temporaires à l'initiati...
Section Ire. - Projet enseignement d'accueil po...
Section II. - Projet diplômage dans l'enseignem...
Section III. - Dispositions communes.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
ANNEXES.
Tekst (45)
Texte (43)
HOOFDSTUK I. - Tijdelijke projecten op initiatief van onderwijsinstellingen.
CHAPITRE Ier. - Projets temporaires à l'initiative des établissements d'enseignement.
Afdeling I. - Projecten vanaf het schooljaar 2005-2006.
Section Ire. - Projets à partir de l'année scolaire 2005-2006.
Article 1. § 1er. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de lancer un appel auprès des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs de l'enseignement fondamental et secondaire, à l'introduction de propositions de projets triennaux, étalés sur les années scolaires 2005-2006 à 2007-2008 incluse, qui s'alignent sur un des fers de lance de la " beleidsnota onderwijs 2004-2009 " (note d'orientation Enseignement 2004-2009).
§ 2. Les projets introduits doivent s'axer sur au moins un des quatre thèmes généraux suivants :
1° développement des talents : formes de travail didactiques ou passage de l'enseignement fondamental à l'enseignement secondaire;
2° pouvoir gestionnel;
4° technologie;
4° apprendre et travailler.
§ 3. Par le biais des accents spécifiques mis au niveau du contenu, chaque projet doit se proposer de donner une réponse à au moins une des questions pédagogiques suivantes :
1° comment les écoles disposant de plus d'espace dans l'horaire des cours peuvent-elles découvrir et développer des talents chez leurs élèves.;
2° comment les écoles peuvent-elles donner, d'une manière moderne, corps à l'enseignement secondaire technique et professionnel, aidées par les entreprises.;
3° comment plus d'espace réservé à la technologie peut-il offrir une meilleure formation générale aux élèves dans les écoles primaires et secondaires.;
4° à quels résultats peuvent mener la flexibilisation de parcours d'apprentissage et l'abandon progressif de la répartition en filières d'enseignement secondaire.;
5° où les écoles peuvent-elles trouver des leviers pour intervenir aussi bien dans le comportement sélectif traditionnel des élèves et des parents que dans leur propre comportement consultatif..
§ 2. Les projets introduits doivent s'axer sur au moins un des quatre thèmes généraux suivants :
1° développement des talents : formes de travail didactiques ou passage de l'enseignement fondamental à l'enseignement secondaire;
2° pouvoir gestionnel;
4° technologie;
4° apprendre et travailler.
§ 3. Par le biais des accents spécifiques mis au niveau du contenu, chaque projet doit se proposer de donner une réponse à au moins une des questions pédagogiques suivantes :
1° comment les écoles disposant de plus d'espace dans l'horaire des cours peuvent-elles découvrir et développer des talents chez leurs élèves.;
2° comment les écoles peuvent-elles donner, d'une manière moderne, corps à l'enseignement secondaire technique et professionnel, aidées par les entreprises.;
3° comment plus d'espace réservé à la technologie peut-il offrir une meilleure formation générale aux élèves dans les écoles primaires et secondaires.;
4° à quels résultats peuvent mener la flexibilisation de parcours d'apprentissage et l'abandon progressif de la répartition en filières d'enseignement secondaire.;
5° où les écoles peuvent-elles trouver des leviers pour intervenir aussi bien dans le comportement sélectif traditionnel des élèves et des parents que dans leur propre comportement consultatif..
Art. 2. § 1. Projectvoorstellen worden bij de bevoegde administratie van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 15 mei 2005 ingediend door een van de volgende personen [1 de volgende personen ]1 :
1° de betrokken voorzitter of gemandateerde van het schoolbestuur of de inrichtende macht van een afzonderlijke onderwijsinstelling;
2° de betrokken voorzitters of gemandateerden van de schoolbesturen of inrichtende machten van een groep van onderwijsinstellingen die vanuit de scholengemeenschap, de scholengroep of een ander samenwerkingsverband projectwerking beogen.
§ 2. Hoewel de projecten in eerste instantie op het basis- of secundair onderwijs betrekking moeten hebben, is het niet uitgesloten dat op verzoek van de schoolbesturen of inrichtende machten van de bij een project betrokken basis- of secundaire onderwijsinstellingen ook hogescholen of centra voor volwassenenonderwijs tot het project toetreden.
§ 3. Een dossier is pas ontvankelijk als het de stukken bevat die betrekking hebben op het overleg of de onderhandelingen over het projectvoorstel in de bevoegde lokale participatieve organen.
1° de betrokken voorzitter of gemandateerde van het schoolbestuur of de inrichtende macht van een afzonderlijke onderwijsinstelling;
2° de betrokken voorzitters of gemandateerden van de schoolbesturen of inrichtende machten van een groep van onderwijsinstellingen die vanuit de scholengemeenschap, de scholengroep of een ander samenwerkingsverband projectwerking beogen.
§ 2. Hoewel de projecten in eerste instantie op het basis- of secundair onderwijs betrekking moeten hebben, is het niet uitgesloten dat op verzoek van de schoolbesturen of inrichtende machten van de bij een project betrokken basis- of secundaire onderwijsinstellingen ook hogescholen of centra voor volwassenenonderwijs tot het project toetreden.
§ 3. Een dossier is pas ontvankelijk als het de stukken bevat die betrekking hebben op het overleg of de onderhandelingen over het projectvoorstel in de bevoegde lokale participatieve organen.
Art. 2. § 1er. Les propositions de projet sont introduites, au plus tard le 15 mai 2005, auprès de l'administration compétente du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande par une des personnes suivantes [1 dénommées ci-après les responsables de projet ]1 :
1° le président ou mandataire intéressé de l'autorité scolaire ou du pouvoir organisateur d'un établissement d'enseignement distinct;
2° les présidents ou mandataires intéressés des autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs d'un groupe d'établissements d'enseignement qui se proposent de développer un projet à partir du centre d'enseignement, du groupe d'écoles ou d'une autre structure de coopération.
§ 2. Bien que les projets doivent en premier lieu porter sur l'enseignement fondamental ou secondaire, il n'est pas exclu que des instituts supérieurs ou des centres d'éducation des adultes adhèrent également au projet, à la demande des autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs des établissements d'enseignement fondamental ou secondaire associés à un projet.
§ 3. Un dossier n'est recevable que lorsqu'il contient les pièces portant sur la concertation ou les négociations sur la proposition de projet au sein des organes participatifs locaux compétents.
1° le président ou mandataire intéressé de l'autorité scolaire ou du pouvoir organisateur d'un établissement d'enseignement distinct;
2° les présidents ou mandataires intéressés des autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs d'un groupe d'établissements d'enseignement qui se proposent de développer un projet à partir du centre d'enseignement, du groupe d'écoles ou d'une autre structure de coopération.
§ 2. Bien que les projets doivent en premier lieu porter sur l'enseignement fondamental ou secondaire, il n'est pas exclu que des instituts supérieurs ou des centres d'éducation des adultes adhèrent également au projet, à la demande des autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs des établissements d'enseignement fondamental ou secondaire associés à un projet.
§ 3. Un dossier n'est recevable que lorsqu'il contient les pièces portant sur la concertation ou les négociations sur la proposition de projet au sein des organes participatifs locaux compétents.
Art. 3. § 1. Uit de ingediende voorstellen worden uiterlijk op 15 juni 2005 25 projecten geselecteerd door een commissie die is samengesteld uit :
1° twee leden van de Onderwijsinspectie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° twee ambtenaren van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
3° één externe expert in pedagogische aangelegenheden en één externe expert in de problematiek van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de commissieleden aan.
§ 2. De commissie hanteert voor de projecten de volgende selectiecriteria :
1° de inhoudelijke relevantie en opportuniteit binnen het geheel van de bepalingen van artikel 1 en de overeenstemming met die bepalingen;
2° de haalbaarheid van de vooropgestelde concrete doelstellingen, rekening houdend met schaalgrootte, tijdsduur, lokaal draagvlak, financierbaarheid en legitimiteit;
3° de vaststelling of de afwijking van fundamentele onderwijsprincipes die borg staan voor onderwijskwaliteit en rechtszekerheid een kritieke succesfactor is in het project;
4° de verwachtingen inzake organieke implementeerbaarheid van de projectresultaten, zowel onderwijskundig en pedagogisch-didactisch als budgettair;
5° de participatie per project van een of meer onderwijsinstellingen, met een voorkeur voor meer onderwijsinstellingen (kwantiteit), en in voorkomend geval de intensiteit van de samenwerking tussen de betrokken onderwijsinstellingen (kwaliteit);
6° de spreiding over het basisonderwijs (richtcijfer : tien projecten) en het secundair onderwijs (richtcijfer : vijftien projecten), al is een combinatie van beide mogelijk;
7° de evalueerbaarheid, zowel intern als extern.
1° twee leden van de Onderwijsinspectie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° twee ambtenaren van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
3° één externe expert in pedagogische aangelegenheden en één externe expert in de problematiek van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de commissieleden aan.
§ 2. De commissie hanteert voor de projecten de volgende selectiecriteria :
1° de inhoudelijke relevantie en opportuniteit binnen het geheel van de bepalingen van artikel 1 en de overeenstemming met die bepalingen;
2° de haalbaarheid van de vooropgestelde concrete doelstellingen, rekening houdend met schaalgrootte, tijdsduur, lokaal draagvlak, financierbaarheid en legitimiteit;
3° de vaststelling of de afwijking van fundamentele onderwijsprincipes die borg staan voor onderwijskwaliteit en rechtszekerheid een kritieke succesfactor is in het project;
4° de verwachtingen inzake organieke implementeerbaarheid van de projectresultaten, zowel onderwijskundig en pedagogisch-didactisch als budgettair;
5° de participatie per project van een of meer onderwijsinstellingen, met een voorkeur voor meer onderwijsinstellingen (kwantiteit), en in voorkomend geval de intensiteit van de samenwerking tussen de betrokken onderwijsinstellingen (kwaliteit);
6° de spreiding over het basisonderwijs (richtcijfer : tien projecten) en het secundair onderwijs (richtcijfer : vijftien projecten), al is een combinatie van beide mogelijk;
7° de evalueerbaarheid, zowel intern als extern.
Art. 3. § 1er. Au plus tard le 15 juin 2005, 25 projets sont sélectionnés parmi les propositions introduites, par une commission composée comme suit :
1° deux membres de l'Inspection de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
2° deux fonctionnaires du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
3° un expert externe en matières pédagogiques et un expert externe dans la problématique de l'alignement de l'enseignement sur le marché de l'emploi.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres de la commission.
§ 2. La commission emploie les suivants critères de sélection pour les projets :
1° la pertinence et l'opportunité dans l'ensemble des dispositions de l'article 1er et la concordance avec ces dispositions;
2° la faisabilité des objectifs concrets proposés, compte tenu de la grandeur d'échelle, de la durée, de l'assise locale, des possibilités de financement et de la légitimité;
3° la constatation si la dérogation aux principes fondamentaux de l'enseignement garantissant la qualité de l'enseignement et la sécurité juridique est un facteur crucial de réussite dans le projet;
4° les attentes au niveau de la possibilité de mise en oeuvre des résultats du projet, tant d'un point de vue pédagogique et pédago-didactique que d'un point de vue budgétaire;
5° la participation par projet d'un ou de plusieurs établissements d'enseignement, avec une préférence pour plusieurs établissements d'enseignement (quantité), et le cas échéant l'intensité de la coopération entre les établissements d'enseignement intéressés (qualité);
6° l'étalement sur l'enseignement fondamental (nombre indicatif : dix projets) et l'enseignement secondaire (nombre indicatif : quinze projets), bien qu'une combinaison des deux soit possible;
7° la possibilité d'évaluation, interne comme externe.
1° deux membres de l'Inspection de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
2° deux fonctionnaires du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
3° un expert externe en matières pédagogiques et un expert externe dans la problématique de l'alignement de l'enseignement sur le marché de l'emploi.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres de la commission.
§ 2. La commission emploie les suivants critères de sélection pour les projets :
1° la pertinence et l'opportunité dans l'ensemble des dispositions de l'article 1er et la concordance avec ces dispositions;
2° la faisabilité des objectifs concrets proposés, compte tenu de la grandeur d'échelle, de la durée, de l'assise locale, des possibilités de financement et de la légitimité;
3° la constatation si la dérogation aux principes fondamentaux de l'enseignement garantissant la qualité de l'enseignement et la sécurité juridique est un facteur crucial de réussite dans le projet;
4° les attentes au niveau de la possibilité de mise en oeuvre des résultats du projet, tant d'un point de vue pédagogique et pédago-didactique que d'un point de vue budgétaire;
5° la participation par projet d'un ou de plusieurs établissements d'enseignement, avec une préférence pour plusieurs établissements d'enseignement (quantité), et le cas échéant l'intensité de la coopération entre les établissements d'enseignement intéressés (qualité);
6° l'étalement sur l'enseignement fondamental (nombre indicatif : dix projets) et l'enseignement secondaire (nombre indicatif : quinze projets), bien qu'une combinaison des deux soit possible;
7° la possibilité d'évaluation, interne comme externe.
Art. 4. Een overzicht van de geselecteerde projecten met respectievelijk een volgnummer, de projectnaam, het algemene thema of de algemene thema's, vermeld in artikel 1, § 2, waaronder ressorterend, een korte inhoudelijke beschrijving en de deelnemende onderwijsinstellingen, staat in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 4. L'annexe I jointe au présent arrêté donne un aperçu des projets sélectionnés, assortis d'un numéro d'ordre, d'un nom de projet, du thème général/des thèmes généraux, visé(s) à l'article 1er, § 2, dont ils relèvent, d'une description concise du contenu, ainsi que des établissements d'enseignement participants.
Art. 5. § 1. Aan de projecten met volgnummer 1 tot en met 3 in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 een halftijdse betrekking toegekend.
Aan de projecten met volgnummer 4 tot en met 9 in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 driekwart van een voltijdse betrekking toegekend.
Voor de vermelde betrekking komen de volgende ambten in aanmerking :
1° in het gewoon basisonderwijs :
a) kleuteronderwijzer;
b) onderwijzer;
c) leermeester godsdienst;
d) leermeester niet-confessionele zedenleer;
e) leermeester lichamelijke opvoeding;
f) zorgcoördinator;
g) ICT-coördinator;
h) administratief medewerker;
2° in het buitengewoon basisonderwijs :
a) kleuteronderwijzer ASV (algemene sociale vorming);
b) onderwijzer ASV;
c) leermeester godsdienst;
d) leermeester niet-confessionele zedenleer;
e) leermeester ASV-specialiteit lichamelijke opvoeding;
f) zorgcoördinator;
g) ICT-coördinator;
h) administratief medewerker.
§ 2. Aan de projecten met volgnummer 10 tot en met 16 in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 een halftijdse betrekking toegekend.
Aan de projecten met volgnummer 17 tot en met 25 in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 driekwart van een voltijdse betrekking toegekend.
Voor de vermelde betrekking komen de volgende ambten in aanmerking :
1° in het gewoon secundair onderwijs :
a) leraar;
b) godsdienstleraar;
c) begeleider;
2° in het buitengewoon secundair onderwijs :
a) leraar;
b) godsdienstleraar;
c) begeleider;
d) leraar ASV (algemene sociale vorming);
e) leraar ASV-specialiteit lichamelijke opvoeding;
f) leraar ASV-compensatietechnieken braille;
g) leraar ASV-niet-confessionele zedenleer;
h) leraar BGV (beroepsgerichte vorming).
§ 3. De betrekking strekt ertoe om de implementatie in alle bij het project betrokken onderwijsinstellingen te begeleiden en te ondersteunen. De betrekking wordt ingericht op basis van met uren-leraar, lestijden respectievelijk lesuren gelijkgestelde uren-leraar, lestijden respectievelijk lesuren, meer bepaald in de vorm van bijzondere pedagogische taken.
§ 4. De betrekking kan worden toegekend aan een of meer personeelsleden. Die personeelsleden worden toegewezen aan een of meer van de onderwijsinstellingen die aan het project deelnemen.
§ 5. De bij een project betrokken schoolbesturen of inrichtende machten beslissen samen enerzijds over de keuze van het ambt, vermeld in § 1 en § 2, en anderzijds over de toekenning respectievelijk de toewijzing, vermeld in § 4.
Aan de projecten met volgnummer 4 tot en met 9 in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 driekwart van een voltijdse betrekking toegekend.
Voor de vermelde betrekking komen de volgende ambten in aanmerking :
1° in het gewoon basisonderwijs :
a) kleuteronderwijzer;
b) onderwijzer;
c) leermeester godsdienst;
d) leermeester niet-confessionele zedenleer;
e) leermeester lichamelijke opvoeding;
f) zorgcoördinator;
g) ICT-coördinator;
h) administratief medewerker;
2° in het buitengewoon basisonderwijs :
a) kleuteronderwijzer ASV (algemene sociale vorming);
b) onderwijzer ASV;
c) leermeester godsdienst;
d) leermeester niet-confessionele zedenleer;
e) leermeester ASV-specialiteit lichamelijke opvoeding;
f) zorgcoördinator;
g) ICT-coördinator;
h) administratief medewerker.
§ 2. Aan de projecten met volgnummer 10 tot en met 16 in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 een halftijdse betrekking toegekend.
Aan de projecten met volgnummer 17 tot en met 25 in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 driekwart van een voltijdse betrekking toegekend.
Voor de vermelde betrekking komen de volgende ambten in aanmerking :
1° in het gewoon secundair onderwijs :
a) leraar;
b) godsdienstleraar;
c) begeleider;
2° in het buitengewoon secundair onderwijs :
a) leraar;
b) godsdienstleraar;
c) begeleider;
d) leraar ASV (algemene sociale vorming);
e) leraar ASV-specialiteit lichamelijke opvoeding;
f) leraar ASV-compensatietechnieken braille;
g) leraar ASV-niet-confessionele zedenleer;
h) leraar BGV (beroepsgerichte vorming).
§ 3. De betrekking strekt ertoe om de implementatie in alle bij het project betrokken onderwijsinstellingen te begeleiden en te ondersteunen. De betrekking wordt ingericht op basis van met uren-leraar, lestijden respectievelijk lesuren gelijkgestelde uren-leraar, lestijden respectievelijk lesuren, meer bepaald in de vorm van bijzondere pedagogische taken.
§ 4. De betrekking kan worden toegekend aan een of meer personeelsleden. Die personeelsleden worden toegewezen aan een of meer van de onderwijsinstellingen die aan het project deelnemen.
§ 5. De bij een project betrokken schoolbesturen of inrichtende machten beslissen samen enerzijds over de keuze van het ambt, vermeld in § 1 en § 2, en anderzijds over de toekenning respectievelijk de toewijzing, vermeld in § 4.
Art. 5. § 1er. Aux projets portant comme numéro d'ordre 1 à 3 inclus et figurant dans l'annexe I au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi à mi-temps.
Aux projets portant comme numéro d'ordre 4 à 9 inclus et figurant dans l'annexe I au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi de trois quarts d'un emploi à temps plein.
Les fonctions suivantes entrent en ligne de compte pour l'emploi mentionné :
1° dans l'enseignement fondamental ordinaire :
f) instituteur préscolaire;
b) instituteur primaire;
e) maître de religion;
f) maître de morale non confessionnelle;
e) maître d'éducation physique;
f) coordinateur de l'encadrement renforcé;
g) coordinateur TIC;
h) collaborateur administratif;
2° dans l'enseignement fondamental spécial :
a) instituteur maternel formation générale et sociale;
b) instituteur primaire formation générale et sociale;
e) maître de religion;
f) maître de morale non confessionnelle;
e) maître formation générale et sociale - spécialité éducation physique;
f) coordinateur de l'encadrement renforcé;
g) coordinateur TIC;
h) collaborateur administratif.
§ 2. Aux projets portant comme numéro d'ordre 10 à 16 inclus et figurant dans l'annexe I au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi à mi-temps.
Aux projets portant comme numéro d'ordre 17 à 25 inclus et figurant dans l'annexe I au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi de trois quarts d'un emploi à temps plein.
Les fonctions suivantes entrent en ligne de compte pour l'emploi mentionné :
1° dans l'enseignement secondaire ordinaire :
a) professeur;
b) professeur de religion;
c) accompagnateur;
2° dans l'enseignement secondaire spécial :
a) professeur;
b) professeur de religion;
c) accompagnateur;
a) professeur formation générale et sociale;
e) professeur formation générale et sociale - spécialité éducation physique;
f) professeur formation générale et sociale - techniques de compensation braille;
e) professeur formation générale et sociale - morale non confessionnelle;
h) professeur de formation à vocation professionnelle.
§ 3. L'emploi vise à accompagner et à encadrer la réalisation de l'expérience dans tous les établissements d'enseignement associés au projet. L'emploi est organisé sur base de périodes-professeur, périodes ou heures de cours assimilées à des périodes-professeurs, périodes ou heures de cours, notamment sous forme de tâches pédagogiques spécifiques.
§ 4. L'emploi peut être attribué à un ou plusieurs membres du personnel. Ceux-ci sont affectés à un ou plusieurs établissements d'enseignement participant au projet.
§ 5. Les autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs associés à un projet décident ensemble, d'une part sur le choix de la fonction visée aux §§ 1er et 2, et d'autre part sur l'attribution, respectivement l'affectation, visées au § 4.
Aux projets portant comme numéro d'ordre 4 à 9 inclus et figurant dans l'annexe I au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi de trois quarts d'un emploi à temps plein.
Les fonctions suivantes entrent en ligne de compte pour l'emploi mentionné :
1° dans l'enseignement fondamental ordinaire :
f) instituteur préscolaire;
b) instituteur primaire;
e) maître de religion;
f) maître de morale non confessionnelle;
e) maître d'éducation physique;
f) coordinateur de l'encadrement renforcé;
g) coordinateur TIC;
h) collaborateur administratif;
2° dans l'enseignement fondamental spécial :
a) instituteur maternel formation générale et sociale;
b) instituteur primaire formation générale et sociale;
e) maître de religion;
f) maître de morale non confessionnelle;
e) maître formation générale et sociale - spécialité éducation physique;
f) coordinateur de l'encadrement renforcé;
g) coordinateur TIC;
h) collaborateur administratif.
§ 2. Aux projets portant comme numéro d'ordre 10 à 16 inclus et figurant dans l'annexe I au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi à mi-temps.
Aux projets portant comme numéro d'ordre 17 à 25 inclus et figurant dans l'annexe I au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi de trois quarts d'un emploi à temps plein.
Les fonctions suivantes entrent en ligne de compte pour l'emploi mentionné :
1° dans l'enseignement secondaire ordinaire :
a) professeur;
b) professeur de religion;
c) accompagnateur;
2° dans l'enseignement secondaire spécial :
a) professeur;
b) professeur de religion;
c) accompagnateur;
a) professeur formation générale et sociale;
e) professeur formation générale et sociale - spécialité éducation physique;
f) professeur formation générale et sociale - techniques de compensation braille;
e) professeur formation générale et sociale - morale non confessionnelle;
h) professeur de formation à vocation professionnelle.
§ 3. L'emploi vise à accompagner et à encadrer la réalisation de l'expérience dans tous les établissements d'enseignement associés au projet. L'emploi est organisé sur base de périodes-professeur, périodes ou heures de cours assimilées à des périodes-professeurs, périodes ou heures de cours, notamment sous forme de tâches pédagogiques spécifiques.
§ 4. L'emploi peut être attribué à un ou plusieurs membres du personnel. Ceux-ci sont affectés à un ou plusieurs établissements d'enseignement participant au projet.
§ 5. Les autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs associés à un projet décident ensemble, d'une part sur le choix de la fonction visée aux §§ 1er et 2, et d'autre part sur l'attribution, respectivement l'affectation, visées au § 4.
Afdeling II. - Consolidatie, verdieping of heroriëntering van de projecten Accent op talent.
Section II. - Consolidation, approfondissement ou réorientation des projets " Accent op talent ".
Art. 6. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel 1, § 1, wordt de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, ermee belast ook een oproep te lanceren bij de schoolbesturen of inrichtende machten van de projecten, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2004 betreffende onderwijsprojecten " Accent op talent ", gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005.
De bedoeling van die oproep is de betrokken schoolbesturen of inrichtende machten in de gelegenheid te stellen de tot en met 31 augustus 2006 lopende projecten met twee schooljaren (2006-2007 en 2007-2008) te verlengen op basis van, naar gelang van het geval, een inhoudelijke en vormelijke consolidatie, een uit- of verdieping dan wel een fundamentele heroriëntering, die moet ingaan vanaf het schooljaar 2005-2006.
De bepalingen over de strekking, de inhoud en de selectie van de projecten, vermeld in artikel 1 tot en met 3, blijven onverkort van toepassing.
De bedoeling van die oproep is de betrokken schoolbesturen of inrichtende machten in de gelegenheid te stellen de tot en met 31 augustus 2006 lopende projecten met twee schooljaren (2006-2007 en 2007-2008) te verlengen op basis van, naar gelang van het geval, een inhoudelijke en vormelijke consolidatie, een uit- of verdieping dan wel een fundamentele heroriëntering, die moet ingaan vanaf het schooljaar 2005-2006.
De bepalingen over de strekking, de inhoud en de selectie van de projecten, vermeld in artikel 1 tot en met 3, blijven onverkort van toepassing.
Art. 6. Sans préjudice de l'article 1er, § 1er, le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de lancer également un appel auprès des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs des projets, visés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 septembre 2004 relatif aux projets d'enseignement " Accent op talent ", modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2005.
Cet appel a pour but, de permettre aux autorités scolaires ou pouvoirs d'enseignement de prolonger de deux années scolaires (2006-2007 et 2007-2008) les projets qui courent jusqu'au 31 août 2006 inclus, sur la base soit d'une consolidation de fond ou formel, soit d'un approfondissement, soit d'une réorientation fondamentale, suivant le cas, devant démarrer dès l'année scolaire 2005-2006.
Les dispositions relatives à la tendance, au contenu et à la sélection des projets, visés aux articles 1er à 3, continuent à s'appliquer intégralement.
Cet appel a pour but, de permettre aux autorités scolaires ou pouvoirs d'enseignement de prolonger de deux années scolaires (2006-2007 et 2007-2008) les projets qui courent jusqu'au 31 août 2006 inclus, sur la base soit d'une consolidation de fond ou formel, soit d'un approfondissement, soit d'une réorientation fondamentale, suivant le cas, devant démarrer dès l'année scolaire 2005-2006.
Les dispositions relatives à la tendance, au contenu et à la sélection des projets, visés aux articles 1er à 3, continuent à s'appliquer intégralement.
Art. 7. Alle schoolbesturen of inrichtende machten, vermeld in artikel 6, hebben projectvoorstellen ingediend en de selectiecommissie heeft alle voorstellen in aanmerking genomen.
Een overzicht van die projecten met respectievelijk een volgnummer, de projectnaam, het algemene thema of de algemene thema's, vermeld in artikel 1, § 2, waaronder ressorterend, een korte inhoudelijke beschrijving en de deelnemende onderwijsinstellingen, staat in bijlage II die bij dit besluit is gevoegd.
Een overzicht van die projecten met respectievelijk een volgnummer, de projectnaam, het algemene thema of de algemene thema's, vermeld in artikel 1, § 2, waaronder ressorterend, een korte inhoudelijke beschrijving en de deelnemende onderwijsinstellingen, staat in bijlage II die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 7. Toutes les autorités scolaires ou tous les pouvoirs organisateurs visés à l'article 6 ont introduit des propositions de projet et la commission de sélection les a toutes prises en considération.
L'annexe II jointe au présent arrêté donne un aperçu des projets sélectionnés, assortis d'un numéro d'ordre, d'un nom de projet, du thème général/des thèmes généraux, visé(s) à l'article 1er, § 2, dont ils relèvent, d'une description concise du contenu, ainsi que des établissements d'enseignement participants.
L'annexe II jointe au présent arrêté donne un aperçu des projets sélectionnés, assortis d'un numéro d'ordre, d'un nom de projet, du thème général/des thèmes généraux, visé(s) à l'article 1er, § 2, dont ils relèvent, d'une description concise du contenu, ainsi que des établissements d'enseignement participants.
Art. 8. § 1. Aan de projecten met volgnummer 1 tot en met 3 in bijlage II die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 een halftijdse betrekking toegekend.
Aan de projecten met volgnummer 4 tot en met 16 in bijlage II die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 driekwart van een voltijdse betrekking toegekend.
Voor de vermelde betrekking komen de volgende ambten in aanmerking :
1° in het gewoon secundair onderwijs :
a) leraar;
b) godsdienstleraar;
c) begeleider;
2° in het buitengewoon secundair onderwijs :
a) leraar;
b) godsdienstleraar;
c) begeleider;
d) leraar ASV (algemene sociale vorming);
e) leraar ASV-specialiteit lichamelijke opvoeding;
f) leraar ASV-compensatietechnieken braille;
g) leraar ASV-niet-confessionele zedenleer;
h) leraar BGV (beroepsgerichte vorming).
§ 2. De betrekking strekt ertoe om de implementatie in alle bij het project betrokken onderwijsinstellingen te begeleiden en te ondersteunen. De betrekking wordt ingericht op basis van met uren-leraar respectievelijk lesuren gelijkgestelde uren-leraar respectievelijk lesuren, meer bepaald in de vorm van bijzondere pedagogische taken.
§ 3. De betrekking kan worden toegekend aan een of meer personeelsleden. Die personeelsleden worden toegewezen aan een of meer van de onderwijsinstellingen die aan het project deelnemen.
§ 4. De bij een project betrokken schoolbesturen of inrichtende machten beslissen samen enerzijds over de keuze van het ambt, vermeld in § 1, en anderzijds over de toekenning respectievelijk de toewijzing, vermeld in § 3.
Aan de projecten met volgnummer 4 tot en met 16 in bijlage II die bij dit besluit is gevoegd, wordt met ingang van 1 september 2005 tot en met 30 juni 2008 driekwart van een voltijdse betrekking toegekend.
Voor de vermelde betrekking komen de volgende ambten in aanmerking :
1° in het gewoon secundair onderwijs :
a) leraar;
b) godsdienstleraar;
c) begeleider;
2° in het buitengewoon secundair onderwijs :
a) leraar;
b) godsdienstleraar;
c) begeleider;
d) leraar ASV (algemene sociale vorming);
e) leraar ASV-specialiteit lichamelijke opvoeding;
f) leraar ASV-compensatietechnieken braille;
g) leraar ASV-niet-confessionele zedenleer;
h) leraar BGV (beroepsgerichte vorming).
§ 2. De betrekking strekt ertoe om de implementatie in alle bij het project betrokken onderwijsinstellingen te begeleiden en te ondersteunen. De betrekking wordt ingericht op basis van met uren-leraar respectievelijk lesuren gelijkgestelde uren-leraar respectievelijk lesuren, meer bepaald in de vorm van bijzondere pedagogische taken.
§ 3. De betrekking kan worden toegekend aan een of meer personeelsleden. Die personeelsleden worden toegewezen aan een of meer van de onderwijsinstellingen die aan het project deelnemen.
§ 4. De bij een project betrokken schoolbesturen of inrichtende machten beslissen samen enerzijds over de keuze van het ambt, vermeld in § 1, en anderzijds over de toekenning respectievelijk de toewijzing, vermeld in § 3.
Art. 8. § 1er. Aux projets portant comme numéro d'ordre 1 à 3 inclus et figurant dans l'annexe II au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi à mi-temps.
Aux projets portant comme numéro d'ordre 4 à 16 inclus et figurant dans l'annexe II au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi de trois quarts d'un emploi à temps plein.
Les fonctions suivantes entrent en ligne de compte pour l'emploi mentionné :
1° dans l'enseignement secondaire ordinaire :
a) professeur;
b) professeur de religion;
c) accompagnateur;
2° dans l'enseignement secondaire spécial :
a) professeur;
b) professeur de religion;
c) accompagnateur;
a) professeur formation générale et sociale;
e) professeur formation générale et sociale - spécialité éducation physique;
f) professeur formation générale et sociale - techniques de compensation braille;
e) professeur formation générale et sociale - morale non confessionnelle;
h) professeur de formation à vocation professionnelle.
§ 2. L'emploi vise à accompagner et à encadrer la réalisation de l'expérience dans tous les établissements d'enseignement associés au projet. L'emploi est organisé sur base de périodes-professeur ou d'heures de cours assimilées à des périodes-professeurs ou heures de cours, notamment sous forme de tâches pédagogiques spécifiques.
§ 3. L'emploi peut être attribué à un ou plusieurs membres du personnel. Ceux-ci sont affectés à un ou plusieurs établissements d'enseignement participant au projet.
§ 4. Les autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs associés à un projet décident ensemble, d'une part sur le choix de la fonction visée au § 1er, et d'autre part sur l'attribution, respectivement l'affectation, visées au § 3.
Aux projets portant comme numéro d'ordre 4 à 16 inclus et figurant dans l'annexe II au présent arrêté est accordé, à partir du 1er septembre 2005 jusqu'au 30 juin 2008, un emploi de trois quarts d'un emploi à temps plein.
Les fonctions suivantes entrent en ligne de compte pour l'emploi mentionné :
1° dans l'enseignement secondaire ordinaire :
a) professeur;
b) professeur de religion;
c) accompagnateur;
2° dans l'enseignement secondaire spécial :
a) professeur;
b) professeur de religion;
c) accompagnateur;
a) professeur formation générale et sociale;
e) professeur formation générale et sociale - spécialité éducation physique;
f) professeur formation générale et sociale - techniques de compensation braille;
e) professeur formation générale et sociale - morale non confessionnelle;
h) professeur de formation à vocation professionnelle.
§ 2. L'emploi vise à accompagner et à encadrer la réalisation de l'expérience dans tous les établissements d'enseignement associés au projet. L'emploi est organisé sur base de périodes-professeur ou d'heures de cours assimilées à des périodes-professeurs ou heures de cours, notamment sous forme de tâches pédagogiques spécifiques.
§ 3. L'emploi peut être attribué à un ou plusieurs membres du personnel. Ceux-ci sont affectés à un ou plusieurs établissements d'enseignement participant au projet.
§ 4. Les autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs associés à un projet décident ensemble, d'une part sur le choix de la fonction visée au § 1er, et d'autre part sur l'attribution, respectivement l'affectation, visées au § 3.
Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Section III. - Dispositions communes.
Onderafdeling I. - Opvolging, begeleiding en evaluatie.
Sous-section Ire. - Suivi, accompagnement et évaluation.
Art. 9. Bij het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap wordt een stuurgroep opgericht die belast is enerzijds met de opvolging van de tijdelijke projecten en van de wijze van begeleiding en ondersteuning, en anderzijds met de taken, vermeld in artikel 11, § 2 en 3, en artikel 12.
Die stuurgroep is samengesteld uit :
1° afgevaardigden van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° afgevaardigden van het Gemeenschapsonderwijs en van de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten;
3° afgevaardigden van de pedagogische begeleidingsdiensten;
4° afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties;
5° externe experten.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de leden van de stuurgroep aan.
Die stuurgroep is samengesteld uit :
1° afgevaardigden van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° afgevaardigden van het Gemeenschapsonderwijs en van de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten;
3° afgevaardigden van de pedagogische begeleidingsdiensten;
4° afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties;
5° externe experten.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de leden van de stuurgroep aan.
Art. 9. Auprès du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande est installé un comité directeur chargé d'une part du suivi des projets temporaires et du mode d'accompagnement et d'appui, et d'autre part des tâches visées aux articles 11, §§ 2 et 3, et 12.
Ce comité directeur est composé :
1° de délégués du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
2° de délégués de l'Enseignement communautaire et des associations représentatives des autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs;
3° de délégués des services d'encadrement pédagogique;
4° de délégués des organisations syndicales représentatives;
5° d'experts externes.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres du comité directeur.
Ce comité directeur est composé :
1° de délégués du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
2° de délégués de l'Enseignement communautaire et des associations représentatives des autorités scolaires ou pouvoirs organisateurs;
3° de délégués des services d'encadrement pédagogique;
4° de délégués des organisations syndicales représentatives;
5° d'experts externes.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres du comité directeur.
Art. 10. § 1. Voor de duur van de tijdelijke projecten kunnen drie personeelsleden uit het onderwijs, met toepassing van artikel 77quater, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 51quater, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, via een verlof wegens opdracht tijdelijk aangesteld worden bij het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Zij worden belast met de ondersteuning en de begeleiding van die tijdelijke projecten.
§ 2. Voor de duur van de tijdelijke projecten kunnen de pedagogische begeleidingsdiensten van het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs, met toepassing van artikel 77quater, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 51quater, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, via een verlof wegens opdracht tijdelijk personeelsleden uit het onderwijs aanstellen waarvan het aantal overeenstemt met vier voltijdse betrekkingen. Zij worden belast met de ondersteuning en de begeleiding van die tijdelijke projecten.
Die vier betrekkingen worden als volgt verdeeld :
1° één betrekking voor het Gemeenschapsonderwijs;
2° één betrekking voor het gesubsidieerd officieel onderwijs;
3° twee betrekkingen voor het gesubsidieerd vrij onderwijs.
Voor de uitoefening van hun opdracht wordt jaarlijks per betrekking een forfaitaire vergoeding toegekend van 3000 euro.
§ 2. Voor de duur van de tijdelijke projecten kunnen de pedagogische begeleidingsdiensten van het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs, met toepassing van artikel 77quater, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 51quater, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, via een verlof wegens opdracht tijdelijk personeelsleden uit het onderwijs aanstellen waarvan het aantal overeenstemt met vier voltijdse betrekkingen. Zij worden belast met de ondersteuning en de begeleiding van die tijdelijke projecten.
Die vier betrekkingen worden als volgt verdeeld :
1° één betrekking voor het Gemeenschapsonderwijs;
2° één betrekking voor het gesubsidieerd officieel onderwijs;
3° twee betrekkingen voor het gesubsidieerd vrij onderwijs.
Voor de uitoefening van hun opdracht wordt jaarlijks per betrekking een forfaitaire vergoeding toegekend van 3000 euro.
Art. 10. § 1er. Pour la durée des projets temporaires, trois membres du personnel de l'enseignement peuvent, par application de l'article 77quater, § 3, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et de l'article 51quater, § 3, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné, être désignés à titre temporaire auprès du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande, par le biais d'un congé pour mission. Ils sont chargés de l'appui et de l'encadrement de ces projets temporaires.
§ 2. Pour la durée des projets temporaires, les services d'encadrement pédagogique de l'enseignement communautaire, de l'enseignement officiel subventionné et de l'enseignement libre subventionné peuvent, par application de l'article 77quater, § 3, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et de l'article 51quater, § 3, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné, désigner, à titre temporaire et par le biais d'un congé pour mission, des membres du personnel de l'enseignement dont le nombre correspond à quatre emplois à temps plein. Ils sont chargés de l'appui et de l'encadrement de ces projets temporaires.
Ces quatre emplois sont répartis comme suit :
1° un emploi pour l'enseignement communautaire;
2° un emploi pour l'enseignement officiel subventionné;
3° deux emplois pour l'enseignement libre subventionné.
Une indemnité forfaitaire de 3000 euros par emploi est accordée chaque année pour l'exercice de leur mission.
§ 2. Pour la durée des projets temporaires, les services d'encadrement pédagogique de l'enseignement communautaire, de l'enseignement officiel subventionné et de l'enseignement libre subventionné peuvent, par application de l'article 77quater, § 3, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et de l'article 51quater, § 3, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné, désigner, à titre temporaire et par le biais d'un congé pour mission, des membres du personnel de l'enseignement dont le nombre correspond à quatre emplois à temps plein. Ils sont chargés de l'appui et de l'encadrement de ces projets temporaires.
Ces quatre emplois sont répartis comme suit :
1° un emploi pour l'enseignement communautaire;
2° un emploi pour l'enseignement officiel subventionné;
3° deux emplois pour l'enseignement libre subventionné.
Une indemnité forfaitaire de 3000 euros par emploi est accordée chaque année pour l'exercice de leur mission.
Art. 11. § 1. Evaluatie van de tijdelijke projecten moet resulteren in beleidsbeslissingen over de wenselijkheid, de haalbaarheid en de budgettaire inpasbaarheid van wijzigingen in de vigerende wetgeving en regelgeving op het vlak van :
1° de structuur en organisatie van het basis- en secundair onderwijs;
2° het administratief statuut van het personeel van het basis- en secundair onderwijs binnen het raam van de rechtspositieregeling.
§ 2. Voor zover tijdelijke projecten verband houden met een of meer aspecten van het leerproces, wordt de evaluatie uitgevoerd door de Onderwijsinspectie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Aan de hand van schooldoorlichtingen of andere gerichte instrumenten wordt de evaluatie cumulatief opgebouwd. De evaluatie wordt afgerond in het laatste schooljaar van de projectperiode.
Het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten, de pedagogische begeleidingsdiensten en de representatieve vakorganisaties worden vooraf in kennis gesteld van het door de Onderwijsinspectie gehanteerde instrumentarium en worden bij de evaluatie betrokken.
Het geheel van de evaluatieresultaten en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen maakt het voorwerp uit van een rapport onder de verantwoordelijkheid van de stuurgroep, vermeld in artikel 9, dat aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt bezorgd.
§ 3. Voor zover tijdelijke projecten verband houden met een of meer aspecten van arbeidsorganisatie en arbeidsvoorwaarden, wordt de evaluatie uitgevoerd door de bevoegde administratie van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Aan de hand van gerichte instrumenten wordt de evaluatie cumulatief opgebouwd. De evaluatie wordt afgerond in het laatste schooljaar van de projectperiode.
Het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties worden vooraf in kennis gesteld van het door de administratie gehanteerde instrumentarium en worden bij de evaluatie betrokken.
Het geheel van de evaluatieresultaten en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen maakt het voorwerp uit van een rapport onder de verantwoordelijkheid van de stuurgroep, vermeld in artikel 9, dat aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt bezorgd.
§ 4. De schoolbesturen of inrichtende machten en de onderwijsinstellingen zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie van de tijdelijke projecten waarin ze participeren.
1° de structuur en organisatie van het basis- en secundair onderwijs;
2° het administratief statuut van het personeel van het basis- en secundair onderwijs binnen het raam van de rechtspositieregeling.
§ 2. Voor zover tijdelijke projecten verband houden met een of meer aspecten van het leerproces, wordt de evaluatie uitgevoerd door de Onderwijsinspectie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Aan de hand van schooldoorlichtingen of andere gerichte instrumenten wordt de evaluatie cumulatief opgebouwd. De evaluatie wordt afgerond in het laatste schooljaar van de projectperiode.
Het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten, de pedagogische begeleidingsdiensten en de representatieve vakorganisaties worden vooraf in kennis gesteld van het door de Onderwijsinspectie gehanteerde instrumentarium en worden bij de evaluatie betrokken.
Het geheel van de evaluatieresultaten en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen maakt het voorwerp uit van een rapport onder de verantwoordelijkheid van de stuurgroep, vermeld in artikel 9, dat aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt bezorgd.
§ 3. Voor zover tijdelijke projecten verband houden met een of meer aspecten van arbeidsorganisatie en arbeidsvoorwaarden, wordt de evaluatie uitgevoerd door de bevoegde administratie van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Aan de hand van gerichte instrumenten wordt de evaluatie cumulatief opgebouwd. De evaluatie wordt afgerond in het laatste schooljaar van de projectperiode.
Het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties worden vooraf in kennis gesteld van het door de administratie gehanteerde instrumentarium en worden bij de evaluatie betrokken.
Het geheel van de evaluatieresultaten en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen maakt het voorwerp uit van een rapport onder de verantwoordelijkheid van de stuurgroep, vermeld in artikel 9, dat aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt bezorgd.
§ 4. De schoolbesturen of inrichtende machten en de onderwijsinstellingen zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie van de tijdelijke projecten waarin ze participeren.
Art. 11. § 1er. L'évaluation des projets temporaires doit résulter en des décisions politiques quant à la désirabilité, la faisabilité et la praticabilité budgétaire de modifications dans la législation et la réglementation en vigueur au niveau :
1° de la structure et de l'organisation de l'enseignement fondamental et secondaire;
2° du statut administratif du personnel de l'enseignement fondamental et secondaire dans le cadre du statut.
§ 2. Dans la mesure où les projets temporaires portent sur un ou plusieurs aspects du processus d'apprentissage, l'évaluation est effectuée par l'Inspection de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande. L'évaluation est développée de manière cumulative au moyen de radioscopies d'écoles ou d'autres instruments ciblés. Elle est achevée en dernière année scolaire de la période de projet.
L'Enseignement communautaire, les associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs, les services d'encadrement pédagogique et les organisations syndicales représentatives sont préalablement informés des instruments utilisés par l'Inspection de l'Enseignement et sont associés à l'évaluation.
L'ensemble des résultats de l'évaluation et les recommandations politiques qui en résultent constituent l'objet d'un rapport établi sous la responsabilité du comité directeur visé à l'article 9, qui est remis au Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
§ 3. Dans la mesure où les projets temporaires portent sur un ou plusieurs aspects de l'organisation et des conditions du travail, l'évaluation est effectuée par l'administration compétente du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande. L'évaluation est développée de manière cumulative au moyen d'instruments ciblés. Elle est achevée en dernière année scolaire de la période de projet.
L'Enseignement communautaire, les associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs et les organisations syndicales représentatives sont préalablement informés des instruments utilisés par l'administration et sont associés à l'évaluation.
L'ensemble des résultats de l'évaluation et les recommandations politiques qui en résultent constituent l'objet d'un rapport établi sous la responsabilité du comité directeur visé à l'article 9, qui est remis au Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
§ 4. Les autorités scolaires ou les pouvoirs organisateurs et les établissements d'enseignement apporteront leur collaboration à l'évaluation des projets temporaires dans lesquels ils participent.
1° de la structure et de l'organisation de l'enseignement fondamental et secondaire;
2° du statut administratif du personnel de l'enseignement fondamental et secondaire dans le cadre du statut.
§ 2. Dans la mesure où les projets temporaires portent sur un ou plusieurs aspects du processus d'apprentissage, l'évaluation est effectuée par l'Inspection de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande. L'évaluation est développée de manière cumulative au moyen de radioscopies d'écoles ou d'autres instruments ciblés. Elle est achevée en dernière année scolaire de la période de projet.
L'Enseignement communautaire, les associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs, les services d'encadrement pédagogique et les organisations syndicales représentatives sont préalablement informés des instruments utilisés par l'Inspection de l'Enseignement et sont associés à l'évaluation.
L'ensemble des résultats de l'évaluation et les recommandations politiques qui en résultent constituent l'objet d'un rapport établi sous la responsabilité du comité directeur visé à l'article 9, qui est remis au Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
§ 3. Dans la mesure où les projets temporaires portent sur un ou plusieurs aspects de l'organisation et des conditions du travail, l'évaluation est effectuée par l'administration compétente du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande. L'évaluation est développée de manière cumulative au moyen d'instruments ciblés. Elle est achevée en dernière année scolaire de la période de projet.
L'Enseignement communautaire, les associations représentatives des autorités scolaires ou des pouvoirs organisateurs et les organisations syndicales représentatives sont préalablement informés des instruments utilisés par l'administration et sont associés à l'évaluation.
L'ensemble des résultats de l'évaluation et les recommandations politiques qui en résultent constituent l'objet d'un rapport établi sous la responsabilité du comité directeur visé à l'article 9, qui est remis au Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
§ 4. Les autorités scolaires ou les pouvoirs organisateurs et les établissements d'enseignement apporteront leur collaboration à l'évaluation des projets temporaires dans lesquels ils participent.
Onderafdeling II. - Afwijkingen van wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen.
Sous-section II. - Dérogations aux dispositions légales, décrétales et réglementaires.
Art. 12. § 1. In artikel 13, § 1, 14, § 1 en 15, § 1, gaat een exhaustieve opsomming van alle mogelijke afwijkingen van de vigerende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen binnen de tijdelijke projecten.
Gelet op het in artikel 1 gestelde en gelet op het feit dat ze zich allen binnen het leerplichtonderwijs situeren, worden de tijdelijke projecten als één geïntegreerd tijdelijk project beschouwd voor wat betreft de motivering van de noodzaak tot afwijkingen van de vigerende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen. Desbetreffende motivering, zoals vermeld in artikel 13, § 2, 14, § 2 en 15, § 2, geldt per afzonderlijke afwijking of per cluster van verwante afwijkingen doch is eenvormig voor alle tijdelijke projecten die deze afwijking(en) mogen toepassen.
In de bijlage III die bij dit besluit is gevoegd, worden de afwijkingen vermeld die, geput uit de exhaustieve lijst, per afzonderlijk project mogen worden toegepast. Het betrokken project wordt aangeduid door middel van een verwijzing naar het volgnummer van dit project in de bijlage I of II, naargelang van het geval, die bij dit besluit is gevoegd; voor wat betreft de afwijkingen wordt verwezen naar de betrokken punten in artikel 13, § 1, 14, § 1, of 15, § 1, naargelang van het geval. Opdat deze afwijkingen vanaf het schooljaar 2006-2007 verder mogen worden toegepast, is het noodzakelijk dat aan de stuurgroep, vermeld in artikel 9, de stukken worden bezorgd die betrekking hebben op het overleg of de onderhandelingen die terzake in de bevoegde lokale participatieve organen opnieuw en vóór de aanvang van desbetreffend schooljaar, hebben plaats gevonden.
[1 Vierde lid opgeheven.]1
§ 2. Als de bevoegde inspectie, verificatie of administratie of als de stuurgroep, vermeld in artikel 9, echter de toepassing van een afwijking vaststelt die manifest geen verband houdt met de eigenheid en concrete doelstellingen van het project, dan moet, mits beslissing van deze stuurgroep, aan die afwijking binnen een redelijke termijn een einde worden gesteld. Een redelijke termijn houdt rekening met de belangen van leerlingen én personeel en vrijwaart het intrinsieke van het project.
Gelet op het in artikel 1 gestelde en gelet op het feit dat ze zich allen binnen het leerplichtonderwijs situeren, worden de tijdelijke projecten als één geïntegreerd tijdelijk project beschouwd voor wat betreft de motivering van de noodzaak tot afwijkingen van de vigerende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen. Desbetreffende motivering, zoals vermeld in artikel 13, § 2, 14, § 2 en 15, § 2, geldt per afzonderlijke afwijking of per cluster van verwante afwijkingen doch is eenvormig voor alle tijdelijke projecten die deze afwijking(en) mogen toepassen.
In de bijlage III die bij dit besluit is gevoegd, worden de afwijkingen vermeld die, geput uit de exhaustieve lijst, per afzonderlijk project mogen worden toegepast. Het betrokken project wordt aangeduid door middel van een verwijzing naar het volgnummer van dit project in de bijlage I of II, naargelang van het geval, die bij dit besluit is gevoegd; voor wat betreft de afwijkingen wordt verwezen naar de betrokken punten in artikel 13, § 1, 14, § 1, of 15, § 1, naargelang van het geval. Opdat deze afwijkingen vanaf het schooljaar 2006-2007 verder mogen worden toegepast, is het noodzakelijk dat aan de stuurgroep, vermeld in artikel 9, de stukken worden bezorgd die betrekking hebben op het overleg of de onderhandelingen die terzake in de bevoegde lokale participatieve organen opnieuw en vóór de aanvang van desbetreffend schooljaar, hebben plaats gevonden.
[1 Vierde lid opgeheven.]1
§ 2. Als de bevoegde inspectie, verificatie of administratie of als de stuurgroep, vermeld in artikel 9, echter de toepassing van een afwijking vaststelt die manifest geen verband houdt met de eigenheid en concrete doelstellingen van het project, dan moet, mits beslissing van deze stuurgroep, aan die afwijking binnen een redelijke termijn een einde worden gesteld. Een redelijke termijn houdt rekening met de belangen van leerlingen én personeel en vrijwaart het intrinsieke van het project.
Art. 12. § 1er. Les articles 13, § 1er, 14, § 1er, et 15, § 1er, contiennent une énumération exhaustive de toutes les dérogations possibles aux dispositions légales, décrétales et réglementaires en vigueur s'appliquant aux projets temporaires.
Vu les dispositions de l'article 1er et vu le fait, que les projets temporaires se situent tous dans l'enseignement de la scolarité obligatoire, ils sont considérés comme un seul projet temporaire intégré pour ce qui est de la motivation de la nécessité de dérogations aux dispositions légales, décrétales et réglementaires en vigueur. La motivation concernée, telle que visée aux articles 13, § 2, 14, § 2, et 15, § 2, vaut par dérogation distincte ou par cluster de dérogations connexes, tout en étant uniforme pour tous les projets temporaires qui peuvent appliquer cette/ces dérogation(s).
Dans l'annexe III au présent arrêté sont reprises les dérogations qui, puisées dans la liste exhaustive, peuvent être appliquées par projet distinct. Le projet concerné est indiqué au moyen d'une référence au numéro d'ordre de ce projet dans l'annexe I ou II, suivant le cas, au présent arrêté; pour ce qui est des dérogations, il est référé à l'article 13, § 1er, 14, § 1er, ou 15, § 1er, suivant le cas. Pour que ces dérogations puissent rester applicables à partir de l'année scolaire 2006-2007, il est nécessaire que le comité directeur visé à l'article 9 reçoive les pièces portant sur la concertation ou les négociations ayant eu lieu à nouveau et avant le début de l'année scolaire concernée au sein des organes participatifs locaux compétents.
[1 Alinéa 4 supprimé.]1
§ 2. Si l'inspection, la vérification ou l'administration compétente ou si le comité directeur visé à l'article 9 constate cependant une dérogation n'ayant manifestement aucun rapport ni avec la spécificité ni avec les objectifs concrets du projet, il faut, moyennant une décision dudit comité directeur, mettre fin à cette dérogation endéans un délai raisonnable. Un délai raisonnable tient compte des intérêts des élèves tout comme du personnel et garantie le caractère intrinsèque du projet.
Vu les dispositions de l'article 1er et vu le fait, que les projets temporaires se situent tous dans l'enseignement de la scolarité obligatoire, ils sont considérés comme un seul projet temporaire intégré pour ce qui est de la motivation de la nécessité de dérogations aux dispositions légales, décrétales et réglementaires en vigueur. La motivation concernée, telle que visée aux articles 13, § 2, 14, § 2, et 15, § 2, vaut par dérogation distincte ou par cluster de dérogations connexes, tout en étant uniforme pour tous les projets temporaires qui peuvent appliquer cette/ces dérogation(s).
Dans l'annexe III au présent arrêté sont reprises les dérogations qui, puisées dans la liste exhaustive, peuvent être appliquées par projet distinct. Le projet concerné est indiqué au moyen d'une référence au numéro d'ordre de ce projet dans l'annexe I ou II, suivant le cas, au présent arrêté; pour ce qui est des dérogations, il est référé à l'article 13, § 1er, 14, § 1er, ou 15, § 1er, suivant le cas. Pour que ces dérogations puissent rester applicables à partir de l'année scolaire 2006-2007, il est nécessaire que le comité directeur visé à l'article 9 reçoive les pièces portant sur la concertation ou les négociations ayant eu lieu à nouveau et avant le début de l'année scolaire concernée au sein des organes participatifs locaux compétents.
[1 Alinéa 4 supprimé.]1
§ 2. Si l'inspection, la vérification ou l'administration compétente ou si le comité directeur visé à l'article 9 constate cependant une dérogation n'ayant manifestement aucun rapport ni avec la spécificité ni avec les objectifs concrets du projet, il faut, moyennant une décision dudit comité directeur, mettre fin à cette dérogation endéans un délai raisonnable. Un délai raisonnable tient compte des intérêts des élèves tout comme du personnel et garantie le caractère intrinsèque du projet.
Art. 13. § 1. Voor de scholen en leerlingen van het basisonderwijs gelden de hiernavolgende bepalingen :
1° in afwijking van artikel 20, § 2, 2°, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 : het deelnemen aan onderwijsactiviteiten in andere scholen binnen hetzelfde project, mits het voorafgaandelijk meegedeeld is aan de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of de leerling in rechte of in feite onder hun bewaring hebben. In voorkomend geval blijft het principe gelden dat een leerling slechts in één school ingeschreven kan zijn;
2° in afwijking van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige mentale handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs : tien extra leerlingen met een fysieke handicap komen in aanmerking. Die leerlingen vallen buiten de beschreven voorrangsregeling voor de kinderen met een matige of ernstige mentale beperking. De begeleiding voor die tien leerlingen wordt verstrekt vanuit een school voor buitengewoon onderwijs van type 4. Alle documenten zijn op type 4 en de fysieke beperking gericht. De ondersteuning bedraagt drie lestijden;
3° in afwijking van artikel 153sexies, § 3, § 4 en § 5, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 : het overdragen van de puntenenveloppen om een zorgbeleid te voeren, en om ICT-ondersteuning en administratieve ondersteuning te bieden van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs binnen hetzelfde project. Punten die worden overgedragen dienen geput uit het aantal punten dat in aanmerking komt voor overdracht naar de scholengemeenschap. Deze punten kunnen in het secundair onderwijs aangewend worden voor ondersteunend personeel zoals bepaald in het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.
§ 2. De noodzaak tot afwijking wordt als volgt gemotiveerd :
1° voor wat betreft artikel 13, § 1, 1° : lesbijwoning over meerdere onderwijsinstellingen heen biedt de gelegenheid de opgebouwde expertise van elke afzonderlijke instelling ten voordele van het leer- en opvoedingsproces van de jongere te benutten;
2° voor wat betreft artikel 13, § 1, 2° : door middel van inclusie kan de talentontwikkeling van kinderen met een fysieke handicap worden bevorderd;
3° voor wat betreft artikel 13, § 1, 3° : de rol van het ondersteunend personeelskader kan voor een project een kritische succesfactor zijn. Punten beleids- en ondersteunend personeel overdraagbaar maken van het basis- naar het secundair onderwijs kan daarbij in onderwijsniveau overschrijdende projecten een adequaat hulpmiddel zijn.
1° in afwijking van artikel 20, § 2, 2°, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 : het deelnemen aan onderwijsactiviteiten in andere scholen binnen hetzelfde project, mits het voorafgaandelijk meegedeeld is aan de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of de leerling in rechte of in feite onder hun bewaring hebben. In voorkomend geval blijft het principe gelden dat een leerling slechts in één school ingeschreven kan zijn;
2° in afwijking van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige mentale handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs : tien extra leerlingen met een fysieke handicap komen in aanmerking. Die leerlingen vallen buiten de beschreven voorrangsregeling voor de kinderen met een matige of ernstige mentale beperking. De begeleiding voor die tien leerlingen wordt verstrekt vanuit een school voor buitengewoon onderwijs van type 4. Alle documenten zijn op type 4 en de fysieke beperking gericht. De ondersteuning bedraagt drie lestijden;
3° in afwijking van artikel 153sexies, § 3, § 4 en § 5, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 : het overdragen van de puntenenveloppen om een zorgbeleid te voeren, en om ICT-ondersteuning en administratieve ondersteuning te bieden van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs binnen hetzelfde project. Punten die worden overgedragen dienen geput uit het aantal punten dat in aanmerking komt voor overdracht naar de scholengemeenschap. Deze punten kunnen in het secundair onderwijs aangewend worden voor ondersteunend personeel zoals bepaald in het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.
§ 2. De noodzaak tot afwijking wordt als volgt gemotiveerd :
1° voor wat betreft artikel 13, § 1, 1° : lesbijwoning over meerdere onderwijsinstellingen heen biedt de gelegenheid de opgebouwde expertise van elke afzonderlijke instelling ten voordele van het leer- en opvoedingsproces van de jongere te benutten;
2° voor wat betreft artikel 13, § 1, 2° : door middel van inclusie kan de talentontwikkeling van kinderen met een fysieke handicap worden bevorderd;
3° voor wat betreft artikel 13, § 1, 3° : de rol van het ondersteunend personeelskader kan voor een project een kritische succesfactor zijn. Punten beleids- en ondersteunend personeel overdraagbaar maken van het basis- naar het secundair onderwijs kan daarbij in onderwijsniveau overschrijdende projecten een adequaat hulpmiddel zijn.
Art. 13. § 1er. Aux écoles et élèves de l'enseignement fondamental s'appliquent les dispositions suivantes :
1° par dérogation à l'article 20, § 2, 2°, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 : la participation à des activités d'enseignement dans d'autres écoles associées au même projet, à condition que ce soit communiqué au préalable aux personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève. Le cas échéant, le principe qu'un élève ne peut être inscrit que dans une seule école reste d'application;
2° par dérogation à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 relatif à l'intégration d'élèves présentant un handicap intellectuel modéré ou sévère dans l'enseignement primaire et secondaire ordinaire : dix élèves supplémentaires avec un handicap physique entrent en ligne de compte. A ces élèves ne s'applique pas la règle de priorité susmentionnée pour les enfants présentant un handicap intellectuel modéré ou sévère. L'encadrement de ces dix élèves est assuré par les soins d'une école d'enseignement spécial de type 4. Tous les documents sont destinés au type 4 et à un handicap physique. L'encadrement comprend trois périodes;
3° par dérogation à l'article 153sexies, §§ 3, 4 et 5, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 : le transfert d'enveloppes de points pour mener une gestion de l'encadrement renforcé et pour offrir un encadrement TIC et administratif au passage de l'enseignement fondamental vers l'enseignement secondaire au sein du même projet. Les points reportés doivent être puisés dans le nombre de points entrant en ligne de compte pour un transfert au centre d'enseignement. Ces points peuvent être utilisés dans l'enseignement secondaire pour des personnels d'appui, tels que visés dans le décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.
§ 2. La nécessité de dérogation est motivée comme suit :
1° pour ce qui concerne l'article 13, § 1er, 1° : la fréquentation des cours auprès de plusieurs établissements d'enseignement permet d'utiliser l'expertise de chaque établissement en faveur du processus d'apprentissage et éducatif du jeune;
2° pour ce qui concerne l'article 13, § 1er, 2° : par l'inclusion, le développement des talents des enfants présentant un handicap physique peut être stimulé;
3° pour ce qui concerne l'article 13, § 1er, 3° : pour un projet, le rôle du cadre du personnel d'appui peut représenter un facteur crucial de réussite. Un moyen adéquat pour ce faire, serait de rendre transférables les points destinés aux personnels de gestion et d'appui de l'enseignement fondamental à l'enseignement secondaire pour des projets d'enseignement interniveaux.
1° par dérogation à l'article 20, § 2, 2°, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 : la participation à des activités d'enseignement dans d'autres écoles associées au même projet, à condition que ce soit communiqué au préalable aux personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève. Le cas échéant, le principe qu'un élève ne peut être inscrit que dans une seule école reste d'application;
2° par dérogation à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 relatif à l'intégration d'élèves présentant un handicap intellectuel modéré ou sévère dans l'enseignement primaire et secondaire ordinaire : dix élèves supplémentaires avec un handicap physique entrent en ligne de compte. A ces élèves ne s'applique pas la règle de priorité susmentionnée pour les enfants présentant un handicap intellectuel modéré ou sévère. L'encadrement de ces dix élèves est assuré par les soins d'une école d'enseignement spécial de type 4. Tous les documents sont destinés au type 4 et à un handicap physique. L'encadrement comprend trois périodes;
3° par dérogation à l'article 153sexies, §§ 3, 4 et 5, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 : le transfert d'enveloppes de points pour mener une gestion de l'encadrement renforcé et pour offrir un encadrement TIC et administratif au passage de l'enseignement fondamental vers l'enseignement secondaire au sein du même projet. Les points reportés doivent être puisés dans le nombre de points entrant en ligne de compte pour un transfert au centre d'enseignement. Ces points peuvent être utilisés dans l'enseignement secondaire pour des personnels d'appui, tels que visés dans le décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.
§ 2. La nécessité de dérogation est motivée comme suit :
1° pour ce qui concerne l'article 13, § 1er, 1° : la fréquentation des cours auprès de plusieurs établissements d'enseignement permet d'utiliser l'expertise de chaque établissement en faveur du processus d'apprentissage et éducatif du jeune;
2° pour ce qui concerne l'article 13, § 1er, 2° : par l'inclusion, le développement des talents des enfants présentant un handicap physique peut être stimulé;
3° pour ce qui concerne l'article 13, § 1er, 3° : pour un projet, le rôle du cadre du personnel d'appui peut représenter un facteur crucial de réussite. Un moyen adéquat pour ce faire, serait de rendre transférables les points destinés aux personnels de gestion et d'appui de l'enseignement fondamental à l'enseignement secondaire pour des projets d'enseignement interniveaux.
Art. 14. § 1. Voor de scholen en leerlingen van het secundair onderwijs gelden de hiernavolgende bepalingen :
1° in afwijking van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 2 van 21 augustus 1978 tot vaststelling van het maximumaantal lestijden per week in het voltijds secundair onderwijs, en van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 met betrekking tot de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 : het niet opleggen van een maximumaantal wekelijkse lestijden per structuuronderdeel voor financiering of subsidiëring;
2° in afwijking van artikel 48, 2°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, en van artikel 4, § 2, e n artikel 5, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs : het laten volgen van lessen door leerlingen in andere onderwijsinstellingen die aan hetzelfde project deelnemen, mits het voorafgaandelijk meegedeeld is via het schoolreglement en mits instemming van de betrokken leraars van de andere onderwijsinstellingen. In voorkomend geval :
a) blijft het principe van de unieke inschrijving in één onderwijsinstelling en structuuronderdeel onverkort vooropstaan;
b) zijn de leraars van de andere onderwijsinstellingen, voor zover ze niet tot dezelfde inrichtende macht behoren, die aan de leerling hebben lesgegeven ambtshalve raadgevend in de begeleidende en delibererende klassenraad van de onderwijsinstelling van inschrijving;
c) zijn de leraars van de andere onderwijsinstellingen, voor zover ze wel tot dezelfde inrichtende macht behoren, die aan de leerling hebben lesgegeven ambtshalve stemgerechtigd in de begeleidende en delibererende klassenraad van de onderwijsinstelling van inschrijving;
3° in afwijking van artikel 48, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het flexibel, al dan niet leerjaaroverschrijdend, invullen of differentiëren van wekelijkse lessentabellen naar periode, leerlingengroep of individuele leerling, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad voor leerlingen een gunstige beslissing heeft genomen. In voorkomend geval :
a) blijft het principe van de unieke inschrijving in één onderwijsinstelling en structuuronderdeel onverkort vooropstaan;
b) moeten de leerplandoelstellingen bereikbaar blijven;
4° in afwijking van artikel 48, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde programmaonderdelen van een bepaald structuuronderdeel, dat al dan niet wordt overgezeten, mits de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt omdat de leerling al geslaagd is voor die programmaonderdelen in het secundair onderwijs. In voorkomend geval moet de gedeeltelijk alternatieve wekelijkse lessentabel minstens achtentwintig lestijden omvatten;
5° in afwijking van artikel 48, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde programmaonderdelen in het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar, mits de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt op basis van elders verworven competenties of kwalificaties. In voorkomend geval moet de gedeeltelijk alternatieve wekelijkse lessentabel minstens achtentwintig lestijden omvatten;
6° in afwijking van artikel 48, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het spreiden van het programma in het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar, over twee schooljaren. In voorkomend geval :
a) wordt na het eerste schooljaar slechts een attest van regelmatige lesbijwoning uitgereikt;
b) wordt voor de normering inzake financiering of subsidiëring, rationalisatie en programmatie de leerling elk schooljaar voor een halve eenheid in aanmerking genomen;
7° in afwijking van artikel 49, 1°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het uitbreiden van de tweejarige structuur van de eerste graad naar een driejarige structuur, mits het voorafgaandelijk meegedeeld is via het schoolreglement. In voorkomend geval :
a) is voor inschrijving, elk schooljaar opnieuw en telkens na kennisname van het gemotiveerde advies van de toelatingsklassenraad, het voorafgaande schriftelijke akkoord vereist van de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben;
b) wordt het derde leerjaar geacht zich te bevinden op het niveau van het tweede leerjaar van de eerste graad, dat is opgebouwd uit basisopties;
c) wordt het oriënteringsattest van het eerste respectievelijk het tweede leerjaar vervangen door een attest van regelmatige lesbijwoning, dat van rechtswege toelating verleent tot het tweede respectievelijk het derde leerjaar voor zover dat leerjaar onder de toepassing van de afwijkende regeling valt;
d) wordt aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, op het einde van het eerste leerjaar een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt;
e) wordt aan elke leerling op het einde van het derde leerjaar een getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs uitgereikt, samen met een oriënteringsattest A of B;
f) beslist de delibererende klassenraad van het eerste respectievelijk het tweede leerjaar alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die het leerjaar heeft beëindigd en die voor het einde van de eerste graad overstapt naar een onderwijsinstelling die of een structuuronderdeel dat niet onder toepassing van de afwijkende regeling valt;
8° in afwijking van artikel 50, § 5, 6°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 : het invoeren, ongeacht de graad, de onderwijsvorm of het structuuronderdeel, van aspecten van modulaire onderwijsinrichting zoals die zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel;
9° in afwijking van artikel 51, laatste gedachtestreepje, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 inzake de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs : het organiseren van een tweede onthaaljaar, voorbehouden aan leerlingen die het eerste onthaaljaar hebben gevolgd. In voorkomend geval :
a) omvat de wekelijkse lessentabel maximaal vierendertig lestijden, waaronder
1) twee lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer, eigen cultuur en religie of cultuurbeschouwing (de laatste twee vakken zijn voorbehouden aan het vrij onderwijs);
2) minstens acht lestijden Nederlands voor het schooljaar 2005-2006, respectievelijk minstens acht lestijden Nederlands voor nieuwkomers voor de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008.
De overige lestijden worden door de klassenraad ingevuld afhankelijk van de individuele leerling;
b) vindt de studiebekrachtiging plaats naar analogie van de studiebekrachtiging in een leerjaar van de eerste graad afhankelijk van de individuele leerling;
c) worden geen specifieke uren-leraar toegekend;
d) wordt voor de toepassing van alle andere wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen het tweede onthaaljaar gelijkgesteld aan het eerste onthaaljaar;
10° in afwijking van artikel 53, § 1, en artikel 54, § 1 en § 3, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 : het niet koppelen van de respectieve basisvormingen van de eerste graad aan een minimumaantal wekelijkse lestijden;
11° in afwijking van artikel 57, § 3, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 : het aanwenden van uren-leraar voor de aanwerving van voordrachtgevers ten belope van maximaal 5 % van het voor de onderwijsinstelling beschikbare pakket uren-leraar. In voorkomend geval wordt de vergoeding van die voordrachtgevers geregeld conform de bepalingen, vigerend in het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
12° in afwijking van artikel 64ter, § 1, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 : het aanvaarden van alle vormen van tewerkstelling op contractuele basis, ongeacht de duur van de individuele contracten, maar in totaal tussen 1 september en 30 juni van het schooljaar in kwestie vier volledige maanden bestrijkend, in het kader van de financiering of subsidiëring van leerlingen tussen 18 en 25 jaar in het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
13° in afwijking van artikel 15ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket " uren-leraar " in het voltijds secundair onderwijs : het realiseren van wekelijkse lessentabellen, met eventuele vakkenintegratie, op basis van met lesuren gelijkgestelde uren, meer bepaald in de vorm van bijzondere pedagogische taken;
14° in afwijking van artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs : het vrij spreiden van de lessen van een tweejarige opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs in het kader van de schooljaarorganisatie, mits na twee schooljaren een totaal van twaalfhonderd lestijden wordt bereikt;
15° in afwijking van artikel 7, § 1, artikel 28 en 38 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs : het zonder normering programmeren van structuuronderdelen onder bestaande benamingen, nieuwe benamingen of een benaming proeftuin en, met uitzondering van de eerste graad, de rangschikking van die structuuronderdelen binnen de bestaande studiegebieden of in een studiegebied proeftuin. In voorkomend geval :
a) moet het aldus opgerichte structuuronderdeel worden afgebouwd na beëindiging van het tijdelijke project, tenzij andersluidende overheidsbeslissing;
b) wordt, zo het structuuronderdeel een nieuwe benaming of de benaming proeftuin draagt, als leerlingencoëfficiënt binnen de vaststellingsmodaliteiten van de lerarenomkadering de coëfficiënt genomen van het structuuronderdeel dat inhoudelijk het dichtst aanleunt bij het geprogrammeerde structuuronderdeel;
16° in afwijking van artikel 98, § 1, en artikel 98bis, § 1, van hetzelfde decreet van 14 juli 1998 : het overdragen van punten ondersteunend personeel van het secundair onderwijs naar het basisonderwijs binnen hetzelfde project. Deze punten kunnen in het basisonderwijs aangewend worden voor beleids- en ondersteunend personeel zoals bepaald in het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
17° in afwijking van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 betreffende de studiegebieden en structuuronderdelen in het secundair onderwijs : het organiseren van tweepolige structuuronderdelen in de derde graad van het algemeen secundair onderwijs op basis van alle mogelijke combinaties van bestaande polen;
18° in afwijking van bijlage III tot en met XXXIV bij hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 : het herindelen van bestaande structuuronderdelen binnen bestaande studiegebieden;
19° in afwijking van artikel 8, § 4, van het decreet van 18 januari 2002 betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 1996 tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen voor het secundair onderwijs : het hanteren van leerplannen zonder de vigerende goedkeuringsmodaliteiten in aanmerking te nemen;
20° in afwijking van artikel 2, 1°, e), van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 inzake de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs : het definiëren van een anderstalige nieuwkomer als een leerling die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar enerzijds minstens elf jaar is en anderzijds geen achttien jaar geworden is. In voorkomend geval worden, louter voor de leerlingen die op basis van de vermelde afwijking instromen, geen specifieke uren-leraar toegekend;
21° in afwijking van artikel 6, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs : het toelaten als regelmatige leerling tot het eerste leerjaar A zonder het zesde leerjaar van het lager onderwijs te hebben gevolgd mits :
a) de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt op basis van screening van de leerling;
b) de personen akkoord gaan die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben;
22° in afwijking van artikel 24, § 1, van hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 : het toelaten als regelmatige leerling tot het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar, mits de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt op basis van elders verworven competenties of kwalificaties;
23° in afwijking van hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 : het uitstellen van delibererende klassenraden in de eerste, de tweede respectievelijk de derde graad tot het einde van het tweede leerjaar van de graad in kwestie. In voorkomend geval :
a) wordt het oriënteringsattest van het eerste leerjaar van de graad in kwestie vervangen door een attest van regelmatige lesbijwoning, dat van rechtswege toelating verleent tot het tweede leerjaar van die graad voor zover dat leerjaar onder toepassing van de afwijkende regeling valt. Bij dat attest wordt de eventuele beslissing van de begeleidende klassenraad gevoegd om in het hoger leerjaar een aangepast leertraject te volgen;
b) beslist de delibererende klassenraad van het eerste leerjaar van de graad in kwestie alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die het leerjaar heeft beëindigd en die voor het einde van de graad overstapt naar een onderwijsinstelling die of een structuuronderdeel dat niet onder toepassing van de afwijkende regeling valt;
c) wordt in de eerste graad aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt op het einde van het eerste leerjaar;
24° in afwijking van hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 : het toelaten als regelmatige leerling tot een hoger leerjaar niettegenstaande tekorten voor bepaalde programmaonderdelen, mits de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt in overleg met de delibererende klassenraad van het leerjaar waaruit de leerling komt. In voorkomend geval :
a) moeten de tekorten worden weggewerkt voor het einde van de graad waarbinnen het hoger leerjaar zich bevindt;
b) wordt de uitreiking van een oriënteringsattest vervangen door de uitreiking van een attest van regelmatige lesbijwoning in afwachting van het wegwerken van de tekorten;
c) beslist de delibererende klassenraad van het leerjaar waarin een attest van regelmatige lesbijwoning werd uitgereikt alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die, zonder dat de tekorten zijn weggewerkt, overstapt naar een onderwijsinstelling die of een structuuronderdeel dat niet onder de toepassing van de afwijkende regeling valt;
d) wordt in de eerste graad aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt op het einde van het eerste leerjaar;
25° in afwijking van artikel 56, § 1, van hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 : het niet-organiseren van een geïntegreerde proef op het einde van het schooljaar mits tijdens het schooljaar permanent geïntegreerd wordt gewerkt.
§ 2. De noodzaak tot afwijking wordt als volgt gemotiveerd :
1° voor wat betreft artikel 14, § 1, 1°, 2°, 3° en 10° : het flexibel samenstellen van leerprogramma's impliceert de mogelijkheid tot het doorbreken van de rigide indeling in graden, leerjaren, onderwijsvormen, studiegebieden en structuuronderdelen; flexibiliteit betekent ook de mogelijkheid tot spreiding van studiebelasting en tot alternerende lesbijwoning over meerdere onderwijsinstellingen heen. Door deze opportuniteiten moeten persoonlijke talenten, competenties en interesses van leerlingen optimaal tot ontwikkeling kunnen komen, waardoor leermotivatie wordt gestimuleerd. Op deze wijze kan een voedingsbodem worden gecreëerd voor een studieloopbaan waarin veelvuldige school- of studieverandering, leerachterstand, overzitten en, tenslotte, ongekwalificeerde uitstroom maximaal worden teruggedrongen. Door handhaving van principes zoals eindtermen/ontwikkelingsdoelen en minimale basisvorming en door behoud van de reguliere eindstudiebekrachtiging, wordt het evenwicht bewaakt tussen een dynamisch en vernieuwend onderwijs " op maat " enerzijds en onderwijskwaliteit en civiele onderwijseffecten anderzijds;
2° voor wat betreft artikel 14, § 1, 4° : het hanteren van een ruimer lokaal vrijstellingenbeleid moet in een meer efficiënte en effectieve tijdsbesteding resulteren. Door de lesverstrekking te focussen op programmaonderdelen die voor de betrokken leerling nieuw zijn of remediëring vereisen, kan zijn belangstelling gewekt blijven en kunnen zijn tekorten worden weggewerkt, zijnde essentiële elementen voor een optimale studieloopbaan;
3° voor wat betreft artikel 14, § 1, 5°, 6°, 22° : de specialisatiejaren van de derde graad technisch en kunstsecundair onderwijs worden bevolkt door leerlingen die reeds gediplomeerd en niet meer leerplichtig zijn. Specialisatiejaren zijn kwalificatieverhogend, worden gewaardeerd door het bedrijfsleven en bevorderen de tewerkstellingsperspectieven. De aantrekkingskracht van deze specialisatiejaren optillen door maatregelen op het vlak van toeleiding en invulling, maar ook door opleiding én werk combineerbaar te maken, kan positieve effecten sorteren voor (potentiële) werknemers en werkgevers;
4° voor wat betreft artikel 14, § 1, 7° : de eerste graad secundair onderwijs is een scharniergraad tussen het lager en secundair onderwijs en belangrijk in de opstap en studiekeuze naar de hogere leerjaren. Falen in de eerste graad kan structureel negatieve gevolgen hebben voor de verdere studieloopbaan, zodat bij uitstek in deze graad preventief dient opgetreden te worden. Uitbreiding van twee naar drie leerjaren met doorstroomgarantie moet meer ruimte geven voor leerplanafwerking en individuele opvang en begeleiding en vermijdt het emotioneel geladen zittenblijven;
5° voor wat betreft artikel 14, § 1, 8° : door het volledig secundair onderwijslandschap toegankelijk te maken voor modulaire onderwijsaspecten, kan een groei worden gerealiseerd in gekwalificeerde uitstroom, in afstemming op de arbeidsmarkt, in transparantie van het onderwijsaanbod, in tussentijdse succesbelevingen van leerlingen en in hun stimulans tot levenslang leren;
6° voor wat betreft artikel 14, § 1, 9° en 20° : door de strikte begrenzing weg te nemen dat onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers een eenjarige opleiding is en voorbehouden voor plus 12-jarigen, kan het rendement van deze specifieke onderwijsvoorziening worden verhoogd. Hieronder wordt dan verstaan dat nieuwkomers, na een intensief taalbad, ook " op leeftijd " in het secundair onderwijs kunnen stappen respectievelijk dat nieuwkomers via een tweede onthaaljaar nog steeds intensief taalonderricht kunnen krijgen, waardoor ze nadien over betere slaagkansen beschikken;
7° voor wat betreft artikel 14, § 1, 11° : onderwijsinstellingen en lerarenteams staan voor de permanente uitdaging om de leerstof op een boeiende en eigentijdse wijze te verwerken. Inschakeling van schoolexterne voordrachtgevers, die het onderwijs levensechter maken en een horizonverruimende dimensie aanbrengen, kadert in het streven naar gepaste pedagogisch-didactische werkvormen. Omgekeerd kan confrontatie met het onderwijsproces ook voor voordrachtgevers een meerwaarde genereren, zodat een win-win situatie ontstaat;
8° voor wat betreft artikel 14, § 1, 12° en 14° : deeltijds beroepssecundair onderwijs voor al dan niet leerplichtigen is pas zinvol indien zowel de leer- als de werkervaringscomponent aanwezig zijn. Een meer gerichte afstemming van het onderwijs op (bedrijfs)economische behoeften en realiteiten, kan hiertoe substantieel bijdragen;
9° voor wat betreft artikel 14, § 1, 13° : leerstofpakketten catalogeren in vakken en daarop een vakkenrubricering toepassen, gebeurt in de huidige stand van zaken vooral uit hoofde van personeelsregelgeving. Onderwijstrends gaan echter steeds vaker in de richting van integratie van vakken, met onder meer multidisciplinaire of thematische aanpak en vervaging van het strikte onderscheid tussen theorie en praktijk. Les- en verwante onderwijsopdrachten onder de noemer van bijzondere pedagogische taken plaatsen, kan uitkomst bieden om onderwijskundige vernieuwingen te verzoenen met toepassing van de vigerende personeelsregelgeving. Daarenboven biedt de techniek van de met lesuren gelijkgestelde uren, waaronder bijzondere pedagogische taken ressorteren, de mogelijkheid aan de inrichtende macht om het inzetten van, rekening houdend met ervaring, deskundigheid en motivatie, het juiste personeelslid op de juiste plaats op te voeren;
10° voor wat betreft artikel 14, § 1, 15° : onderwijs moet gelijke tred kunnen houden met socio-economische, technologische, maatschappelijke en demografische ontwikkelingen. Programmatie van het opleidingenaanbod is één van de instrumenten hiertoe. Door programmaties procedure- en normloos te maken, kunnen onderwijsverstrekkers deze techniek eenvoudiger hanteren;
11° voor wat betreft artikel 14, § 1, 16° : de rol van het beleids- en ondersteunend personeelskader, desgevallend toegespitst op specifieke ambten binnen dit kader, kan voor een project een kritische succesfactor zijn. Punten ondersteunend personeel overdraagbaar maken van het secundair naar het basisonderwijs kan daarbij in onderwijsniveau overschrijdende projecten een adequaat hulpmiddel zijn;
12° voor wat betreft artikel 14, § 1, 17° en 18° : het huidig opleidingenaanbod ligt, gerangschikt in studiegebieden, limitatief en eenduidig voor alle onderwijsinrichters vast. Herkaveling van dit aanbod, onder meer in functie van belangstellingsdomeinen, kan de transparantie ervan verhogen, de attractiviteit van onderwijsinstellingen/opleidingen doen toenemen, studiekeuzes verbeteren en de schoolorganisatie optimaliseren;
13° voor wat betreft artikel 14, § 1, 19° : vooraleer leerplannen, als leidraad voor lesgevers, kunnen worden toegepast, dient een gefaseerde goedkeuringsprocedure te worden doorlopen tot op overheidsniveau. Het opheffen van deze procedure kan bijdragen tot meer zekerheid voor de leerplanmakers, grondigere voorbereiding van implementatie door de gebruikers en snellere bijsturing bij gewijzigde omstandigheden of nieuwe noodwendigheden. Onverkort behoud van het principe van de eindtermen/ontwikkelingsdoelen moet borg staan voor onderwijskwaliteit;
14° voor wat betreft artikel 14, § 1, 21° : toegang van leerlingen tot het eerste leerjaar (A) van het secundair onderwijs is momenteel gebaseerd op het beginsel van vrij naadloze instroom vanuit de lagere school. Deze formele voorwaarde kan nochtans een miskenning inhouden van de intrinsieke capaciteiten van de jongere en daardoor zijn secundaire studieloopbaan nodeloos remmen. Aan de hand van een bijkomende instappiste, kan een mogelijks terechte startpositie worden bedongen;
15° voor wat betreft artikel 14, § 1, 23°, 24° en 25° : leerlingenevaluatie en de daarop aansluitende studiebekrachtiging is leerjaargebonden. Slagen is meestal noodzakelijk om de horizontale of verticale overstap naar het hoger leerjaar te kunnen zetten. Van situaties waarin leerlingen vaak niet op alle programmaonderdelen tekorten hebben of waarin leerplannen alsom meer graad- en niet jaarplannen zijn, maakt de bestaande regelgeving op de onderwijsorganisatie al te veel abstractie. Door aan onderwijsinrichters en inzonderheid klassenraden meer alternatieven inzake evaluatie te verlenen, kan deze evaluatie meer op de concrete schoolpraktijk worden geënt en, niet in het minst, kunnen leerlingen meer vanuit hun verdiensten dan vanuit hun gebreken worden benaderd.
1° in afwijking van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 2 van 21 augustus 1978 tot vaststelling van het maximumaantal lestijden per week in het voltijds secundair onderwijs, en van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 met betrekking tot de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 : het niet opleggen van een maximumaantal wekelijkse lestijden per structuuronderdeel voor financiering of subsidiëring;
2° in afwijking van artikel 48, 2°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, en van artikel 4, § 2, e n artikel 5, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs : het laten volgen van lessen door leerlingen in andere onderwijsinstellingen die aan hetzelfde project deelnemen, mits het voorafgaandelijk meegedeeld is via het schoolreglement en mits instemming van de betrokken leraars van de andere onderwijsinstellingen. In voorkomend geval :
a) blijft het principe van de unieke inschrijving in één onderwijsinstelling en structuuronderdeel onverkort vooropstaan;
b) zijn de leraars van de andere onderwijsinstellingen, voor zover ze niet tot dezelfde inrichtende macht behoren, die aan de leerling hebben lesgegeven ambtshalve raadgevend in de begeleidende en delibererende klassenraad van de onderwijsinstelling van inschrijving;
c) zijn de leraars van de andere onderwijsinstellingen, voor zover ze wel tot dezelfde inrichtende macht behoren, die aan de leerling hebben lesgegeven ambtshalve stemgerechtigd in de begeleidende en delibererende klassenraad van de onderwijsinstelling van inschrijving;
3° in afwijking van artikel 48, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het flexibel, al dan niet leerjaaroverschrijdend, invullen of differentiëren van wekelijkse lessentabellen naar periode, leerlingengroep of individuele leerling, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad voor leerlingen een gunstige beslissing heeft genomen. In voorkomend geval :
a) blijft het principe van de unieke inschrijving in één onderwijsinstelling en structuuronderdeel onverkort vooropstaan;
b) moeten de leerplandoelstellingen bereikbaar blijven;
4° in afwijking van artikel 48, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde programmaonderdelen van een bepaald structuuronderdeel, dat al dan niet wordt overgezeten, mits de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt omdat de leerling al geslaagd is voor die programmaonderdelen in het secundair onderwijs. In voorkomend geval moet de gedeeltelijk alternatieve wekelijkse lessentabel minstens achtentwintig lestijden omvatten;
5° in afwijking van artikel 48, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde programmaonderdelen in het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar, mits de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt op basis van elders verworven competenties of kwalificaties. In voorkomend geval moet de gedeeltelijk alternatieve wekelijkse lessentabel minstens achtentwintig lestijden omvatten;
6° in afwijking van artikel 48, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het spreiden van het programma in het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar, over twee schooljaren. In voorkomend geval :
a) wordt na het eerste schooljaar slechts een attest van regelmatige lesbijwoning uitgereikt;
b) wordt voor de normering inzake financiering of subsidiëring, rationalisatie en programmatie de leerling elk schooljaar voor een halve eenheid in aanmerking genomen;
7° in afwijking van artikel 49, 1°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 :
het uitbreiden van de tweejarige structuur van de eerste graad naar een driejarige structuur, mits het voorafgaandelijk meegedeeld is via het schoolreglement. In voorkomend geval :
a) is voor inschrijving, elk schooljaar opnieuw en telkens na kennisname van het gemotiveerde advies van de toelatingsklassenraad, het voorafgaande schriftelijke akkoord vereist van de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben;
b) wordt het derde leerjaar geacht zich te bevinden op het niveau van het tweede leerjaar van de eerste graad, dat is opgebouwd uit basisopties;
c) wordt het oriënteringsattest van het eerste respectievelijk het tweede leerjaar vervangen door een attest van regelmatige lesbijwoning, dat van rechtswege toelating verleent tot het tweede respectievelijk het derde leerjaar voor zover dat leerjaar onder de toepassing van de afwijkende regeling valt;
d) wordt aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, op het einde van het eerste leerjaar een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt;
e) wordt aan elke leerling op het einde van het derde leerjaar een getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs uitgereikt, samen met een oriënteringsattest A of B;
f) beslist de delibererende klassenraad van het eerste respectievelijk het tweede leerjaar alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die het leerjaar heeft beëindigd en die voor het einde van de eerste graad overstapt naar een onderwijsinstelling die of een structuuronderdeel dat niet onder toepassing van de afwijkende regeling valt;
8° in afwijking van artikel 50, § 5, 6°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 : het invoeren, ongeacht de graad, de onderwijsvorm of het structuuronderdeel, van aspecten van modulaire onderwijsinrichting zoals die zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel;
9° in afwijking van artikel 51, laatste gedachtestreepje, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 inzake de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs : het organiseren van een tweede onthaaljaar, voorbehouden aan leerlingen die het eerste onthaaljaar hebben gevolgd. In voorkomend geval :
a) omvat de wekelijkse lessentabel maximaal vierendertig lestijden, waaronder
1) twee lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer, eigen cultuur en religie of cultuurbeschouwing (de laatste twee vakken zijn voorbehouden aan het vrij onderwijs);
2) minstens acht lestijden Nederlands voor het schooljaar 2005-2006, respectievelijk minstens acht lestijden Nederlands voor nieuwkomers voor de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008.
De overige lestijden worden door de klassenraad ingevuld afhankelijk van de individuele leerling;
b) vindt de studiebekrachtiging plaats naar analogie van de studiebekrachtiging in een leerjaar van de eerste graad afhankelijk van de individuele leerling;
c) worden geen specifieke uren-leraar toegekend;
d) wordt voor de toepassing van alle andere wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen het tweede onthaaljaar gelijkgesteld aan het eerste onthaaljaar;
10° in afwijking van artikel 53, § 1, en artikel 54, § 1 en § 3, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 : het niet koppelen van de respectieve basisvormingen van de eerste graad aan een minimumaantal wekelijkse lestijden;
11° in afwijking van artikel 57, § 3, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 : het aanwenden van uren-leraar voor de aanwerving van voordrachtgevers ten belope van maximaal 5 % van het voor de onderwijsinstelling beschikbare pakket uren-leraar. In voorkomend geval wordt de vergoeding van die voordrachtgevers geregeld conform de bepalingen, vigerend in het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
12° in afwijking van artikel 64ter, § 1, 2°, van hetzelfde decreet van 31 juli 1990 : het aanvaarden van alle vormen van tewerkstelling op contractuele basis, ongeacht de duur van de individuele contracten, maar in totaal tussen 1 september en 30 juni van het schooljaar in kwestie vier volledige maanden bestrijkend, in het kader van de financiering of subsidiëring van leerlingen tussen 18 en 25 jaar in het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
13° in afwijking van artikel 15ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket " uren-leraar " in het voltijds secundair onderwijs : het realiseren van wekelijkse lessentabellen, met eventuele vakkenintegratie, op basis van met lesuren gelijkgestelde uren, meer bepaald in de vorm van bijzondere pedagogische taken;
14° in afwijking van artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs : het vrij spreiden van de lessen van een tweejarige opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs in het kader van de schooljaarorganisatie, mits na twee schooljaren een totaal van twaalfhonderd lestijden wordt bereikt;
15° in afwijking van artikel 7, § 1, artikel 28 en 38 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs : het zonder normering programmeren van structuuronderdelen onder bestaande benamingen, nieuwe benamingen of een benaming proeftuin en, met uitzondering van de eerste graad, de rangschikking van die structuuronderdelen binnen de bestaande studiegebieden of in een studiegebied proeftuin. In voorkomend geval :
a) moet het aldus opgerichte structuuronderdeel worden afgebouwd na beëindiging van het tijdelijke project, tenzij andersluidende overheidsbeslissing;
b) wordt, zo het structuuronderdeel een nieuwe benaming of de benaming proeftuin draagt, als leerlingencoëfficiënt binnen de vaststellingsmodaliteiten van de lerarenomkadering de coëfficiënt genomen van het structuuronderdeel dat inhoudelijk het dichtst aanleunt bij het geprogrammeerde structuuronderdeel;
16° in afwijking van artikel 98, § 1, en artikel 98bis, § 1, van hetzelfde decreet van 14 juli 1998 : het overdragen van punten ondersteunend personeel van het secundair onderwijs naar het basisonderwijs binnen hetzelfde project. Deze punten kunnen in het basisonderwijs aangewend worden voor beleids- en ondersteunend personeel zoals bepaald in het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
17° in afwijking van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 betreffende de studiegebieden en structuuronderdelen in het secundair onderwijs : het organiseren van tweepolige structuuronderdelen in de derde graad van het algemeen secundair onderwijs op basis van alle mogelijke combinaties van bestaande polen;
18° in afwijking van bijlage III tot en met XXXIV bij hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 : het herindelen van bestaande structuuronderdelen binnen bestaande studiegebieden;
19° in afwijking van artikel 8, § 4, van het decreet van 18 januari 2002 betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 1996 tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen voor het secundair onderwijs : het hanteren van leerplannen zonder de vigerende goedkeuringsmodaliteiten in aanmerking te nemen;
20° in afwijking van artikel 2, 1°, e), van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 inzake de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs : het definiëren van een anderstalige nieuwkomer als een leerling die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar enerzijds minstens elf jaar is en anderzijds geen achttien jaar geworden is. In voorkomend geval worden, louter voor de leerlingen die op basis van de vermelde afwijking instromen, geen specifieke uren-leraar toegekend;
21° in afwijking van artikel 6, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs : het toelaten als regelmatige leerling tot het eerste leerjaar A zonder het zesde leerjaar van het lager onderwijs te hebben gevolgd mits :
a) de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt op basis van screening van de leerling;
b) de personen akkoord gaan die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben;
22° in afwijking van artikel 24, § 1, van hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 : het toelaten als regelmatige leerling tot het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar, mits de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt op basis van elders verworven competenties of kwalificaties;
23° in afwijking van hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 : het uitstellen van delibererende klassenraden in de eerste, de tweede respectievelijk de derde graad tot het einde van het tweede leerjaar van de graad in kwestie. In voorkomend geval :
a) wordt het oriënteringsattest van het eerste leerjaar van de graad in kwestie vervangen door een attest van regelmatige lesbijwoning, dat van rechtswege toelating verleent tot het tweede leerjaar van die graad voor zover dat leerjaar onder toepassing van de afwijkende regeling valt. Bij dat attest wordt de eventuele beslissing van de begeleidende klassenraad gevoegd om in het hoger leerjaar een aangepast leertraject te volgen;
b) beslist de delibererende klassenraad van het eerste leerjaar van de graad in kwestie alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die het leerjaar heeft beëindigd en die voor het einde van de graad overstapt naar een onderwijsinstelling die of een structuuronderdeel dat niet onder toepassing van de afwijkende regeling valt;
c) wordt in de eerste graad aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt op het einde van het eerste leerjaar;
24° in afwijking van hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 : het toelaten als regelmatige leerling tot een hoger leerjaar niettegenstaande tekorten voor bepaalde programmaonderdelen, mits de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing neemt in overleg met de delibererende klassenraad van het leerjaar waaruit de leerling komt. In voorkomend geval :
a) moeten de tekorten worden weggewerkt voor het einde van de graad waarbinnen het hoger leerjaar zich bevindt;
b) wordt de uitreiking van een oriënteringsattest vervangen door de uitreiking van een attest van regelmatige lesbijwoning in afwachting van het wegwerken van de tekorten;
c) beslist de delibererende klassenraad van het leerjaar waarin een attest van regelmatige lesbijwoning werd uitgereikt alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die, zonder dat de tekorten zijn weggewerkt, overstapt naar een onderwijsinstelling die of een structuuronderdeel dat niet onder de toepassing van de afwijkende regeling valt;
d) wordt in de eerste graad aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt op het einde van het eerste leerjaar;
25° in afwijking van artikel 56, § 1, van hetzelfde besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 : het niet-organiseren van een geïntegreerde proef op het einde van het schooljaar mits tijdens het schooljaar permanent geïntegreerd wordt gewerkt.
§ 2. De noodzaak tot afwijking wordt als volgt gemotiveerd :
1° voor wat betreft artikel 14, § 1, 1°, 2°, 3° en 10° : het flexibel samenstellen van leerprogramma's impliceert de mogelijkheid tot het doorbreken van de rigide indeling in graden, leerjaren, onderwijsvormen, studiegebieden en structuuronderdelen; flexibiliteit betekent ook de mogelijkheid tot spreiding van studiebelasting en tot alternerende lesbijwoning over meerdere onderwijsinstellingen heen. Door deze opportuniteiten moeten persoonlijke talenten, competenties en interesses van leerlingen optimaal tot ontwikkeling kunnen komen, waardoor leermotivatie wordt gestimuleerd. Op deze wijze kan een voedingsbodem worden gecreëerd voor een studieloopbaan waarin veelvuldige school- of studieverandering, leerachterstand, overzitten en, tenslotte, ongekwalificeerde uitstroom maximaal worden teruggedrongen. Door handhaving van principes zoals eindtermen/ontwikkelingsdoelen en minimale basisvorming en door behoud van de reguliere eindstudiebekrachtiging, wordt het evenwicht bewaakt tussen een dynamisch en vernieuwend onderwijs " op maat " enerzijds en onderwijskwaliteit en civiele onderwijseffecten anderzijds;
2° voor wat betreft artikel 14, § 1, 4° : het hanteren van een ruimer lokaal vrijstellingenbeleid moet in een meer efficiënte en effectieve tijdsbesteding resulteren. Door de lesverstrekking te focussen op programmaonderdelen die voor de betrokken leerling nieuw zijn of remediëring vereisen, kan zijn belangstelling gewekt blijven en kunnen zijn tekorten worden weggewerkt, zijnde essentiële elementen voor een optimale studieloopbaan;
3° voor wat betreft artikel 14, § 1, 5°, 6°, 22° : de specialisatiejaren van de derde graad technisch en kunstsecundair onderwijs worden bevolkt door leerlingen die reeds gediplomeerd en niet meer leerplichtig zijn. Specialisatiejaren zijn kwalificatieverhogend, worden gewaardeerd door het bedrijfsleven en bevorderen de tewerkstellingsperspectieven. De aantrekkingskracht van deze specialisatiejaren optillen door maatregelen op het vlak van toeleiding en invulling, maar ook door opleiding én werk combineerbaar te maken, kan positieve effecten sorteren voor (potentiële) werknemers en werkgevers;
4° voor wat betreft artikel 14, § 1, 7° : de eerste graad secundair onderwijs is een scharniergraad tussen het lager en secundair onderwijs en belangrijk in de opstap en studiekeuze naar de hogere leerjaren. Falen in de eerste graad kan structureel negatieve gevolgen hebben voor de verdere studieloopbaan, zodat bij uitstek in deze graad preventief dient opgetreden te worden. Uitbreiding van twee naar drie leerjaren met doorstroomgarantie moet meer ruimte geven voor leerplanafwerking en individuele opvang en begeleiding en vermijdt het emotioneel geladen zittenblijven;
5° voor wat betreft artikel 14, § 1, 8° : door het volledig secundair onderwijslandschap toegankelijk te maken voor modulaire onderwijsaspecten, kan een groei worden gerealiseerd in gekwalificeerde uitstroom, in afstemming op de arbeidsmarkt, in transparantie van het onderwijsaanbod, in tussentijdse succesbelevingen van leerlingen en in hun stimulans tot levenslang leren;
6° voor wat betreft artikel 14, § 1, 9° en 20° : door de strikte begrenzing weg te nemen dat onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers een eenjarige opleiding is en voorbehouden voor plus 12-jarigen, kan het rendement van deze specifieke onderwijsvoorziening worden verhoogd. Hieronder wordt dan verstaan dat nieuwkomers, na een intensief taalbad, ook " op leeftijd " in het secundair onderwijs kunnen stappen respectievelijk dat nieuwkomers via een tweede onthaaljaar nog steeds intensief taalonderricht kunnen krijgen, waardoor ze nadien over betere slaagkansen beschikken;
7° voor wat betreft artikel 14, § 1, 11° : onderwijsinstellingen en lerarenteams staan voor de permanente uitdaging om de leerstof op een boeiende en eigentijdse wijze te verwerken. Inschakeling van schoolexterne voordrachtgevers, die het onderwijs levensechter maken en een horizonverruimende dimensie aanbrengen, kadert in het streven naar gepaste pedagogisch-didactische werkvormen. Omgekeerd kan confrontatie met het onderwijsproces ook voor voordrachtgevers een meerwaarde genereren, zodat een win-win situatie ontstaat;
8° voor wat betreft artikel 14, § 1, 12° en 14° : deeltijds beroepssecundair onderwijs voor al dan niet leerplichtigen is pas zinvol indien zowel de leer- als de werkervaringscomponent aanwezig zijn. Een meer gerichte afstemming van het onderwijs op (bedrijfs)economische behoeften en realiteiten, kan hiertoe substantieel bijdragen;
9° voor wat betreft artikel 14, § 1, 13° : leerstofpakketten catalogeren in vakken en daarop een vakkenrubricering toepassen, gebeurt in de huidige stand van zaken vooral uit hoofde van personeelsregelgeving. Onderwijstrends gaan echter steeds vaker in de richting van integratie van vakken, met onder meer multidisciplinaire of thematische aanpak en vervaging van het strikte onderscheid tussen theorie en praktijk. Les- en verwante onderwijsopdrachten onder de noemer van bijzondere pedagogische taken plaatsen, kan uitkomst bieden om onderwijskundige vernieuwingen te verzoenen met toepassing van de vigerende personeelsregelgeving. Daarenboven biedt de techniek van de met lesuren gelijkgestelde uren, waaronder bijzondere pedagogische taken ressorteren, de mogelijkheid aan de inrichtende macht om het inzetten van, rekening houdend met ervaring, deskundigheid en motivatie, het juiste personeelslid op de juiste plaats op te voeren;
10° voor wat betreft artikel 14, § 1, 15° : onderwijs moet gelijke tred kunnen houden met socio-economische, technologische, maatschappelijke en demografische ontwikkelingen. Programmatie van het opleidingenaanbod is één van de instrumenten hiertoe. Door programmaties procedure- en normloos te maken, kunnen onderwijsverstrekkers deze techniek eenvoudiger hanteren;
11° voor wat betreft artikel 14, § 1, 16° : de rol van het beleids- en ondersteunend personeelskader, desgevallend toegespitst op specifieke ambten binnen dit kader, kan voor een project een kritische succesfactor zijn. Punten ondersteunend personeel overdraagbaar maken van het secundair naar het basisonderwijs kan daarbij in onderwijsniveau overschrijdende projecten een adequaat hulpmiddel zijn;
12° voor wat betreft artikel 14, § 1, 17° en 18° : het huidig opleidingenaanbod ligt, gerangschikt in studiegebieden, limitatief en eenduidig voor alle onderwijsinrichters vast. Herkaveling van dit aanbod, onder meer in functie van belangstellingsdomeinen, kan de transparantie ervan verhogen, de attractiviteit van onderwijsinstellingen/opleidingen doen toenemen, studiekeuzes verbeteren en de schoolorganisatie optimaliseren;
13° voor wat betreft artikel 14, § 1, 19° : vooraleer leerplannen, als leidraad voor lesgevers, kunnen worden toegepast, dient een gefaseerde goedkeuringsprocedure te worden doorlopen tot op overheidsniveau. Het opheffen van deze procedure kan bijdragen tot meer zekerheid voor de leerplanmakers, grondigere voorbereiding van implementatie door de gebruikers en snellere bijsturing bij gewijzigde omstandigheden of nieuwe noodwendigheden. Onverkort behoud van het principe van de eindtermen/ontwikkelingsdoelen moet borg staan voor onderwijskwaliteit;
14° voor wat betreft artikel 14, § 1, 21° : toegang van leerlingen tot het eerste leerjaar (A) van het secundair onderwijs is momenteel gebaseerd op het beginsel van vrij naadloze instroom vanuit de lagere school. Deze formele voorwaarde kan nochtans een miskenning inhouden van de intrinsieke capaciteiten van de jongere en daardoor zijn secundaire studieloopbaan nodeloos remmen. Aan de hand van een bijkomende instappiste, kan een mogelijks terechte startpositie worden bedongen;
15° voor wat betreft artikel 14, § 1, 23°, 24° en 25° : leerlingenevaluatie en de daarop aansluitende studiebekrachtiging is leerjaargebonden. Slagen is meestal noodzakelijk om de horizontale of verticale overstap naar het hoger leerjaar te kunnen zetten. Van situaties waarin leerlingen vaak niet op alle programmaonderdelen tekorten hebben of waarin leerplannen alsom meer graad- en niet jaarplannen zijn, maakt de bestaande regelgeving op de onderwijsorganisatie al te veel abstractie. Door aan onderwijsinrichters en inzonderheid klassenraden meer alternatieven inzake evaluatie te verlenen, kan deze evaluatie meer op de concrete schoolpraktijk worden geënt en, niet in het minst, kunnen leerlingen meer vanuit hun verdiensten dan vanuit hun gebreken worden benaderd.
Art. 14. § 1er. Aux écoles et élèves de l'enseignement secondaire s'appliquent les dispositions suivantes :
1° par dérogation à l'article 2 de l'arrêté royal n° 2 du 21 août 1978 fixant le nombre maximum de périodes par semaine de l'enseignement secondaire de plein exercice, et à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 décembre 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 : la non-imposition d'un nombre maximum de périodes hebdomadaires par subdivision structurelle pour financement ou subventionnement;
2° par dérogation à l'article 48, 2°, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, et aux articles 4, § 2, 5, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein : la permission donnée à des élèves de suivre des cours auprès d'autres établissements d'enseignement associés au même projet, à condition que ce soit préalablement communiqué par le biais du règlement d'école et moyennant l'accord des enseignants intéressés des autres établissements d'enseignement. Le cas échéant :
a) le principe de l'inscription unique dans un seul établissement d'enseignement et une seule subdivision structurelle reste intégralement prioritaire;
b) les enseignants des autres établissements d'enseignement qui ont donné cours à l'élève ont d'office voix consultative dans le conseil de classe accompagnateur et délibérant de l'établissement d'enseignement d'inscription, pour autant que ces autres établissements d'enseignement n'appartiennent pas au même pouvoir organisateur;
c) les enseignants des autres établissements d'enseignement qui ont donné cours à l'élève ont d'office voix délibérative dans le conseil de classe accompagnateur et délibérant de l'établissement d'enseignement d'inscription, pour autant que ces autres établissements d'enseignement appartiennent au même pouvoir organisateur;
3° par dérogation à l'article 48, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 :
le comblement ou la différentiation flexible, dépassant les années d'études ou non, de tableaux horaires hebdomadaires d'après la période, le groupe d'élèves ou l'élève individuel, à condition que le conseil de classe d'admission ou accompagnateur ait prise une décision favorable pour des élèves. Le cas échéant :
a) le principe de l'inscription unique dans un seul établissement d'enseignement et une seule subdivision structurelle reste intégralement prioritaire;
b) les objectifs concernant le programme d'études doivent rester réalisables;
4° par dérogation à l'article 48, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 :
l'exemption individuelle de suivre certaines subdivisions de programme d'une subdivision structurelle déterminée, doublée ou non, à condition que le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable parce que l'élève a déjà réussi pour lesdites subdivisions de programme dans l'enseignement secondaire. Le cas échéant, la grille horaire hebdomadaire partiellement alternative doit comprendre au moins vingt-huit périodes;
5° par dérogation à l'article 48, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 :
l'exemption individuelle de suivre certaines subdivisions de programme en troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée sous forme d'une année de spécialisation, à condition que le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable sur la base de compétences ou de qualifications acquises ailleurs. Le cas échéant, la grille horaire hebdomadaire partiellement alternative doit comprendre au moins vingt-huit périodes;
6° par dérogation à l'article 48, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 :
l'étalement sur deux années scolaires du programme de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée sous forme d'une année de spécialisation. Le cas échéant :
a) il n'est délivré qu'une attestation de fréquentation régulière des cours à l'issue de la première année scolaire;
b) chaque année scolaire, l'élève est pris en compte pour une demi-entité pour ce qui est des normes en matière de financement ou de subventionnement, de rationalisation et de programmation;
7° par dérogation à l'article 49, 1°, du même décret du 31 juillet 1990 :
l'extension de la structure biennale du premier degré à une structure triennale, moyennant communication préalable par le biais du règlement d'école. Le cas échéant :
a) l'accord des personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur est requise pour l'inscription, chaque année scolaire et chaque fois après avoir pris connaissance de l'avis motivé du conseil de classe d'admission;
b) la troisième année d'études est censée se trouver au niveau de la deuxième année d'études du premier degré, qui est constituée d'options de base;
c) l'attestation d'orientation de la première, respectivement la deuxième année d'études est remplacée par une attestation de fréquentation régulière des cours permettant d'office accès à la deuxième, respectivement la troisième année d'études, pour autant que cette année d'études soit soumise au régime dérogatoire;
d) il est délivré à chaque élève, et pour autant qu'il n'en soit pas encore en possession, un certificat de l'enseignement fondamental, à l'issue de la première année d'études;
e) il est délivré à chaque élève un certificat du premier degré de l'enseignement secondaire à l'issue de la troisième année d'études, ainsi qu'une attestation d'orientation A ou B;
f) le conseil de classe délibérant de la première, respectivement la deuxième année d'études, décide encore d'accorder une attestation d'orientation à tout élève ayant terminé cette année d'études et qui, avant la fin du premier degré, passe à un établissement d'enseignement ou une subdivision structurelle n'étant pas régi(e) par ce régime dérogatoire;
8° par dérogation à l'article 50, § 5, 6°, du même décret du 31 juillet 1990 : l'introduction, quel(le) que soit le degré, la filière d'enseignement ou la subdivision structurelle, d'aspects d'organisation modulaire de l'enseignement tels que prévus à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2002 relatif à l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire;
9° par dérogation à l'article 51, dernier tiret, du même décret du 31 juillet 1990, et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein : l'organisation d'une deuxième année d'accueil, réservée aux élèves ayant suivi la première année d'accueil. Le cas échéant :
a) la grille horaire hebdomadaire comprend au maximum trente-quatre périodes, dont
1) deux périodes de religion, de morale non confessionnelle, de propre culture et religion ou de formation culturelle (les deux derniers cours sont réservés à l'enseignement libre);
2) au moins huit périodes de néerlandais pour l'année scolaire 2005-2006, respectivement au moins huit périodes de néerlandais pour primo-arrivants pour les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008.
Les périodes restantes sont comblées par le conseil de classe, en fonction de l'élève individuel;
b) la validation des études s'effectue par analogie avec la validation des études dans une année d'études du premier degré en fonction de l'élève individuel;
c) il n'est pas accordé de périodes-professeur spécifiques;
d) la deuxième année d'accueil est assimilée à la première année d'accueil pour l'application de toutes les autres dispositions légales, décrétales et réglementaires;
10° par dérogation aux articles 53, § 1er, et 54, §§ 1er et 3, du même décret du 31 juillet 1990 : le non-ralliement des formations de base respectives du premier degré à un nombre minimum de périodes hebdomadaires;
11° par dérogation à l'article 57, § 3, du même décret du 31 juillet 1990 : l'utilisation de périodes-professeur pour le recrutement de conférenciers à concurrence de 5% au maximum du capital " périodes-professeur " dont l'établissement d'enseignement dispose. Le cas échéant, la rétribution de ces conférenciers est réglée conformément aux dispositions en vigueur dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
12° par dérogation à l'article 64ter, § 1er, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 : l'acceptation de toutes formes d'occupation sur une base contractuelle, quelle que soit la durée des contrats individuels, couvrant cependant au total quatre mois entiers entre le 1er septembre et le 30 juin de l'année scolaire concernée, dans le cadre du financement ou subventionnement d'élèves entre 18 et 25 ans dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
13° par dérogation à l'article 15ter de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital "périodes-professeur " dans l'enseignement secondaire à temps plein : la réalisation de tableaux horaires hebdomadaires, éventuellement avec intégration des cours, sur base d'heures assimilées à des heures de cours, notamment sous forme de tâches pédagogiques spéciales;
14° par dérogation à l'article 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel : l'étalement libre des cours d'une formation biennale dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, dans le cadre de l'organisation de l'année scolaire, à condition qu'un total de mille deux cents périodes soient atteintes à l'issue de deux années scolaires;
15° par dérogation aux articles 7, § 1er, 28 et 38 du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental : la programmation sans normes de subdivisions structurelles sous des dénominations existantes, de nouvelles dénominations ou d'une dénomination proeftuin' (champ d'expérimentation) et, à l'exception du premier degré, le classement de ses subdivisions structurelles dans les disciplines existantes ou dans une discipline 'proeftuin'. Le cas échéant :
a) la subdivision structurelle ainsi créée doit être supprimée progressivement à l'expiration du projet temporaire, à moins que l'autorité en décide autrement;
b) si la subdivision structurelle porte une nouvelle dénomination ou la dénomination proeftuin', le coefficient de la subdivision structurelle qui s'aligne le plus sur la subdivision programmée est adopté comme coefficient des élèves cadrant dans les modalités de fixation de l'encadrement des enseignants;
16° par dérogation aux articles 98, § 1er, et 98bis, § 1er, du même décret du 14 juillet 1998 : le transfert de points personnel d'appui de l'enseignement secondaire à l'enseignement fondamental au sein du même projet. Dans l'enseignement fondamental, ces points peuvent être utilisés pour le personnel de gestion et d'appui, tel que fixé au décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental;
17° par dérogation à l'annexe III à l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 1999 relatif aux disciplines et subdivisions structurelles dans l'enseignement secondaire : l'organisation de subdivisions structurelles bipolaires dans le troisième degré de l'enseignement secondaire général, sur la base de toutes combinaisons possibles de pôles existants;
18° par dérogation à l'annexe III à XXXIV au même arrête du Gouvernement flamand du 7 septembre 1999 : une nouvelle classification de subdivisions structurelles existantes au sein de disciplines existantes;
19° par dérogation à l'article 8, § 4, du décret du 18 janvier 2002 relatif aux objectifs finaux, aux objectifs de développement et aux objectifs finaux spécifiques dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial à temps plein, et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 novembre 1996 fixant les critères d'approbation et les modalités d'introduction des programmes d'études pour l'enseignement secondaire : l'utilisation de programmes d'études sans prendre en compte les modalités d'approbation en vigueur;
20° par dérogation à l'article 2, 1°, e), de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein : la définition d'un primo-arrivant allophone comme un élève ayant au moins onze ans et n'ayant pas encore atteint l'âge de dix-huit ans au plus tard le 31 décembre après le commencement de l'année scolaire. Le cas échéant, il n'est pas accordé de périodes-professeur spécifiques uniquement pour les élèves nouvellement arrivés sur la base de la dérogation mentionnée;
21° par dérogation à l'article 6, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein : l'admission à la première année d'études A comme élève régulier sans avoir fréquenté la sixième année d'etudes de l'enseignement primaire, à condition que :
a) le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable sur la base d'un screening de l'élève;
b) les personnes exerçant l'autorité parentale ou ayant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur marquent leur accord;
22° par dérogation à l'article 24, § 1er, du même arrêté du Gouvernement du 19 juillet 2002 : l'admission comme élève régulier à la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée sous forme d'une année de spécialisation, à condition que le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable sur la base de compétences ou de qualifications acquises ailleurs;
23° par dérogation au même arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 : la remise des conseils de classe délibérants dans le premier, deuxième ou troisième degré jusqu'à la fin de la deuxième année d'études du degré en question. Le cas échéant :
a) l'attestation d'orientation de la première année d'études du degré en question est remplacée par une attestation de fréquentation régulière des cours permettant d'office accès à la deuxième année d'études, pour autant que cette année d'études soit soumise au régime dérogatoire. Cette attestation est assortie de la décision éventuelle du conseil de classe accompagnateur, aux fins de suivre une filière d'apprentissage adaptée dans l'année d'études supérieure;
b) le conseil de classe délibérant de la première année d'études du degré en question décide encore d'accorder une attestation d'orientation à tout élève ayant termine l'année d'études et qui, avant la fin du degré, passe à un établissement d'enseignement ou une subdivision structurelle n'étant pas régi(e) par ce régime dérogatoire;
c) il est délivré à chaque élève dans le premier degré, et pour autant qu'il n'en soit pas encore en possession, un certificat de l'enseignement fondamental, a l'issue de la première année d'études;
24° par dérogation au même arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 : l'admission à une année d'études supérieure comme élève régulier, nonobstant des insuffisances pour certaines subdivisions de programme, à condition que le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable en concertation avec le conseil de classe délibérant de l'année d'études d'où sort l'élève. Le cas échéant :
a) les insuffisances doivent être éliminées avant la fin du degré auquel appartient l'année d'études supérieure;
b) la délivrance d'une attestation d'orientation est remplacée par la délivrance d'une attestation de fréquentation régulière des cours en attendant l'élimination des insuffisances;
c) le conseil de classe délibérant de l'année d'études dans laquelle une attestation de fréquentation régulière des cours est délivrée décide tout de même de délivrer une attestation d'orientation à tout élève qui, sans que les insuffisances aient été éliminées, passe à un établissement d'enseignement ou une subdivision structurelle n'étant pas régi(e) par ce régime dérogatoire;
d) il est délivré à chaque élève dans le premier degré, et pour autant qu'il n'en soit pas encore en possession, un certificat de l'enseignement fondamental, à l'issue de la première année d'études;
25° par dérogation à l'article 56, § 1er, du même arrêté du Gouvernement du 19 juillet 2002 : la non-organisation d'une épreuve intégrée à l'issue de l'année scolaire, à condition qu'il soit procédé de manière intégrée en permanence pendant l'année scolaire.
§ 2. La nécessité de dérogation est motivée comme suit :
1° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 1°, 2°, 3° et 10° : la composition flexible de programmes d'études implique la possibilité d'enrayer le classement rigide en degrés, années d'études, formes d'enseignement, disciplines et subdivisions structurelles; la flexibilité implique aussi la possibilité d'étaler la charge d'étude et de fréquenter les cours en alternance auprès de plusieurs établissements d'enseignement. Ces opportunités doivent permettre un développement optimal des talents personnels, des compétences et des centres d'intérêt des élèves, ce qui stimule leur motivation d'apprentissage. De cette manière, il est possible de créer une terre nourricière pour un curriculum où les changements fréquents d'écoles ou d'études, les retards scolaires, le bizutage et, enfin, les sorties sans qualification soient réduits au maximum. En maintenant des principes tels que les objectifs finaux/objectifs de développement et la formation de base minimale et en sauvegardant la validation finale régulière des études, l'équilibre est préservé entre un enseignement dynamique et innovateur " sur mesure " d'une part et la qualité de l'enseignement et les effets éducatifs civils d'autre part;
2° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 4° : une plus ample politique locale de dispenses doit aboutir à un emploi du temps plus efficace et effectif. En focalisant les cours sur des subdivisions de programme qui sont nouvelles pour l'élève ou qui nécessitent des cours de rattrapage, son intérêt peut être éveillé ou ses insuffisances peuvent être éliminées, soit des éléments essentiels pour un curriculum optimal;
3° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 5°, 6° et 22° : les années de spécialisation du troisième degré de l'enseignement secondaire technique et artistique sont occupées par des élèves étant déjà diplômés et n'étant plus soumis à l'obligation scolaire. Les années de spécialisation accroissent la qualification, sont appréciées par l'industrie et favorisent les perspectives d'occupation. Augmenter l'attraction de ces années de spécialisation, non seulement par des mesures au niveau de l'orientation et du comblement, mais également en rendant compatibles la formation et l'emploi, peut engendrer des effets positifs pour les travailleurs (potentiels) et les employeurs;
4° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 7° : le premier degré de l'enseignement secondaire est un degré charnière entre l'enseignement primaire et l'enseignement secondaire et est important comme tremplin vers les années d'études supérieures et pour le choix d'études à opérer. Un échec au cours du premier degré peut avoir des conséquences négatives, au niveau structurel, pour la suite du curriculum, de sorte qu'il faut intervenir préventivement de préférence dans ce degré. Une extension de deux à trois années d'études avec garantie de transition doit donner plus d'espace à l'achèvement du programme d'études et à un accueil et un accompagnement individuels de l'élève et évite que celui-ci vive l'émotion de devoir redoubler son année;
5° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 8° : en rendant l'entier paysage éducatif secondaire accessible aux aspects éducatifs modulaires, il est possible de réaliser une croissance des sorties qualifiées, de l'adéquation avec les besoins du marché de l'emploi, de la transparence avec l'offre d'enseignement, des expériences de succès intermédiaires des élèves et des incitations à l'apprentissage tout au long de la vie;
6° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 9° et 20° : en éliminant la stricte délimitation que l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones est une formation d'une seule année et réservée à des élèves âgés de plus de 12 ans, le rendement de cette structure d'enseignement spécifique peut être augmenté. Cela signifie, que les primo-arrivants, même " d'un âge avancé " peuvent, après avoir subi une immersion linguistique, accéder à l'enseignement secondaire, et que les primo-arrivants peuvent toujours, par le biais d'une seconde année d'accueil, suivre un cours intensif de langue, ce qui leur donne de meilleures chances de réussite par après;
7° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 11° : les établissements d'enseignement et les équipes d'enseignants se voient posés devant le défi permanent d'intégrer la matière d'une façon captivante et actuelle. L'appel fait à des conférenciers externes, qui approchent l'enseignement de la vie et y donnent une dimension d'élargissement d'horizon, cadre dans la poursuite de formes pédagogiques-didactiques appropriées. Par ailleurs, la confrontation au processus d'enseignement peut également engendrer pour les conférenciers une plus-value, créant ainsi une situation gagnant-gagnant;
8° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 12° et 14° : l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel pour des élèves scolarisables ou non n'est censé que si tant la composante " expérience professionnelle " que la composante "apprentissage " sont présentes. Une adéquation plus précise de l'enseignement aux besoins et réalités économiques industriels peut y contribuer dans une mesure substantielle;
9° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 13° : dans l'état actuel des choses, cataloguer les ensembles pédagogiques en branches et mettre celles-ci en rubrique se fait surtout du chef de la réglementation relative aux personnels. Les tendances dans l'enseignement vont vers une intégration de branches, avec entre autres une approche multidisciplinaire ou thématique et un estompage de la stricte différence entre la théorie et la pratique. Le fait de placer les charges d'enseignement et les missions connexes sous le dénominateur de tâches pédagogiques spéciales peut apporter une solution au problème de compatibilité entre les innovations pédagogiques et l'application de la réglementation applicable aux personnels. De plus, la technique des heures assimilées à des heures de cours, dont relèvent les tâches pédagogiques, permet au pouvoir organisateur d'augmenter le nombre de personnels qu'il faut à la place qu'il faut, compte tenu de l'expérience, l'expertise et la motivation dont ils font preuve;
10° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 15° : l'enseignement doit pouvoir être au même niveau que les développements socio-économiques, technologiques, sociales et démographiques. Un des instruments pour ce faire est la programmation de l'offre de formations. En libérant les programmations des procédures et des normes, les dispensateurs d'enseignement peuvent appliquer cette technique plus facilement;
11° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 16° : le rôle des personnels de gestion et d'appui, le cas échéant exerçant des fonctions spécifiques dans ce cadre, peut représenter un facteur crucial de réussite pour un projet. Un moyen adéquat pour ce faire, serait de rendre transférables les points destinés aux personnels d'appui de l'enseignement secondaire à l'enseignement fondamental pour des projets d'enseignement interniveaux.
12° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 17° et 18° : l'offre de formations actuelle, classée en disciplines, est arrêtée pour tous les organisateurs d'enseignement de façon limitative et uniforme. Un remembrement de cette offre, entre autres en fonction des domaines d'intérêt, peut en augmenter la transparence, accroître l'attraction d'établissements d'enseignement/de formations, améliorer les choix d'études et optimiser l'organisation scolaire;
13° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 19° : avant que les programmes d'études, servant de directive pour les enseignants, puissent être appliqués, il faut suivre une procédure d'approbation en phases jusqu'au niveau des autorités. L'abrogation de cette procédure peut contribuer à une plus grande sécurité pour les rédacteurs des programmes d'études, une préparation plus approfondie de la mise en oeuvre par les utilisateurs et une correction plus rapide lors de circonstances changées ou de nouvelles nécessités. Le maintien absolu du principe des objectifs finaux/objectifs de développement doit garantir la qualité de l'enseignement;
14° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 21° : pour l'instant, l'accès des élèves à la première année (A) de l'enseignement secondaire est basé sur le principe d'une arrivée assez aisée depuis l'école primaire. Cette condition formelle peut cependant contenir une méconnaissance des capacités intrinsèques du jeune et freiner ainsi inutilement son curriculum secondaire. Au moyen d'une piste d'entrée complémentaire, une position de démarrage éventuellement justifiée peut être stipulée;
15° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 23°, 24° et 25° : l'évaluation des élèves et la validation des études y afférente sont liées à l'année d'études. Le plus souvent, la réussite est nécessaire pour pouvoir faire la démarche horizontale ou verticale vers l'année d'études supérieure. La réglementation existante sur l'organisation de l'enseignement fait trop abstraction des situations, dans lesquelles souvent les élèves n'affichent pas d'insuffisances sur toutes les subdivisions de programme ou dans lesquelles les programmes d'études sont de plus en plus des programmes de degrés et non plus des plans annuels. S'il est accordé aux organisateurs d'enseignement et notamment aux conseils de classe plus d'alternatives en matière d'évaluation, celle-ci pourra être mieux alignée sur la pratique scolaire concrète et, plus encore, les élèves pourront être approchés a partir de leurs mérites, plutôt qu'à partir de leurs défauts.
1° par dérogation à l'article 2 de l'arrêté royal n° 2 du 21 août 1978 fixant le nombre maximum de périodes par semaine de l'enseignement secondaire de plein exercice, et à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 décembre 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 : la non-imposition d'un nombre maximum de périodes hebdomadaires par subdivision structurelle pour financement ou subventionnement;
2° par dérogation à l'article 48, 2°, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, et aux articles 4, § 2, 5, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein : la permission donnée à des élèves de suivre des cours auprès d'autres établissements d'enseignement associés au même projet, à condition que ce soit préalablement communiqué par le biais du règlement d'école et moyennant l'accord des enseignants intéressés des autres établissements d'enseignement. Le cas échéant :
a) le principe de l'inscription unique dans un seul établissement d'enseignement et une seule subdivision structurelle reste intégralement prioritaire;
b) les enseignants des autres établissements d'enseignement qui ont donné cours à l'élève ont d'office voix consultative dans le conseil de classe accompagnateur et délibérant de l'établissement d'enseignement d'inscription, pour autant que ces autres établissements d'enseignement n'appartiennent pas au même pouvoir organisateur;
c) les enseignants des autres établissements d'enseignement qui ont donné cours à l'élève ont d'office voix délibérative dans le conseil de classe accompagnateur et délibérant de l'établissement d'enseignement d'inscription, pour autant que ces autres établissements d'enseignement appartiennent au même pouvoir organisateur;
3° par dérogation à l'article 48, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 :
le comblement ou la différentiation flexible, dépassant les années d'études ou non, de tableaux horaires hebdomadaires d'après la période, le groupe d'élèves ou l'élève individuel, à condition que le conseil de classe d'admission ou accompagnateur ait prise une décision favorable pour des élèves. Le cas échéant :
a) le principe de l'inscription unique dans un seul établissement d'enseignement et une seule subdivision structurelle reste intégralement prioritaire;
b) les objectifs concernant le programme d'études doivent rester réalisables;
4° par dérogation à l'article 48, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 :
l'exemption individuelle de suivre certaines subdivisions de programme d'une subdivision structurelle déterminée, doublée ou non, à condition que le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable parce que l'élève a déjà réussi pour lesdites subdivisions de programme dans l'enseignement secondaire. Le cas échéant, la grille horaire hebdomadaire partiellement alternative doit comprendre au moins vingt-huit périodes;
5° par dérogation à l'article 48, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 :
l'exemption individuelle de suivre certaines subdivisions de programme en troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée sous forme d'une année de spécialisation, à condition que le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable sur la base de compétences ou de qualifications acquises ailleurs. Le cas échéant, la grille horaire hebdomadaire partiellement alternative doit comprendre au moins vingt-huit périodes;
6° par dérogation à l'article 48, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 :
l'étalement sur deux années scolaires du programme de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée sous forme d'une année de spécialisation. Le cas échéant :
a) il n'est délivré qu'une attestation de fréquentation régulière des cours à l'issue de la première année scolaire;
b) chaque année scolaire, l'élève est pris en compte pour une demi-entité pour ce qui est des normes en matière de financement ou de subventionnement, de rationalisation et de programmation;
7° par dérogation à l'article 49, 1°, du même décret du 31 juillet 1990 :
l'extension de la structure biennale du premier degré à une structure triennale, moyennant communication préalable par le biais du règlement d'école. Le cas échéant :
a) l'accord des personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur est requise pour l'inscription, chaque année scolaire et chaque fois après avoir pris connaissance de l'avis motivé du conseil de classe d'admission;
b) la troisième année d'études est censée se trouver au niveau de la deuxième année d'études du premier degré, qui est constituée d'options de base;
c) l'attestation d'orientation de la première, respectivement la deuxième année d'études est remplacée par une attestation de fréquentation régulière des cours permettant d'office accès à la deuxième, respectivement la troisième année d'études, pour autant que cette année d'études soit soumise au régime dérogatoire;
d) il est délivré à chaque élève, et pour autant qu'il n'en soit pas encore en possession, un certificat de l'enseignement fondamental, à l'issue de la première année d'études;
e) il est délivré à chaque élève un certificat du premier degré de l'enseignement secondaire à l'issue de la troisième année d'études, ainsi qu'une attestation d'orientation A ou B;
f) le conseil de classe délibérant de la première, respectivement la deuxième année d'études, décide encore d'accorder une attestation d'orientation à tout élève ayant terminé cette année d'études et qui, avant la fin du premier degré, passe à un établissement d'enseignement ou une subdivision structurelle n'étant pas régi(e) par ce régime dérogatoire;
8° par dérogation à l'article 50, § 5, 6°, du même décret du 31 juillet 1990 : l'introduction, quel(le) que soit le degré, la filière d'enseignement ou la subdivision structurelle, d'aspects d'organisation modulaire de l'enseignement tels que prévus à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2002 relatif à l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire;
9° par dérogation à l'article 51, dernier tiret, du même décret du 31 juillet 1990, et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein : l'organisation d'une deuxième année d'accueil, réservée aux élèves ayant suivi la première année d'accueil. Le cas échéant :
a) la grille horaire hebdomadaire comprend au maximum trente-quatre périodes, dont
1) deux périodes de religion, de morale non confessionnelle, de propre culture et religion ou de formation culturelle (les deux derniers cours sont réservés à l'enseignement libre);
2) au moins huit périodes de néerlandais pour l'année scolaire 2005-2006, respectivement au moins huit périodes de néerlandais pour primo-arrivants pour les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008.
Les périodes restantes sont comblées par le conseil de classe, en fonction de l'élève individuel;
b) la validation des études s'effectue par analogie avec la validation des études dans une année d'études du premier degré en fonction de l'élève individuel;
c) il n'est pas accordé de périodes-professeur spécifiques;
d) la deuxième année d'accueil est assimilée à la première année d'accueil pour l'application de toutes les autres dispositions légales, décrétales et réglementaires;
10° par dérogation aux articles 53, § 1er, et 54, §§ 1er et 3, du même décret du 31 juillet 1990 : le non-ralliement des formations de base respectives du premier degré à un nombre minimum de périodes hebdomadaires;
11° par dérogation à l'article 57, § 3, du même décret du 31 juillet 1990 : l'utilisation de périodes-professeur pour le recrutement de conférenciers à concurrence de 5% au maximum du capital " périodes-professeur " dont l'établissement d'enseignement dispose. Le cas échéant, la rétribution de ces conférenciers est réglée conformément aux dispositions en vigueur dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
12° par dérogation à l'article 64ter, § 1er, 2°, du même décret du 31 juillet 1990 : l'acceptation de toutes formes d'occupation sur une base contractuelle, quelle que soit la durée des contrats individuels, couvrant cependant au total quatre mois entiers entre le 1er septembre et le 30 juin de l'année scolaire concernée, dans le cadre du financement ou subventionnement d'élèves entre 18 et 25 ans dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
13° par dérogation à l'article 15ter de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital "périodes-professeur " dans l'enseignement secondaire à temps plein : la réalisation de tableaux horaires hebdomadaires, éventuellement avec intégration des cours, sur base d'heures assimilées à des heures de cours, notamment sous forme de tâches pédagogiques spéciales;
14° par dérogation à l'article 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel : l'étalement libre des cours d'une formation biennale dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, dans le cadre de l'organisation de l'année scolaire, à condition qu'un total de mille deux cents périodes soient atteintes à l'issue de deux années scolaires;
15° par dérogation aux articles 7, § 1er, 28 et 38 du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental : la programmation sans normes de subdivisions structurelles sous des dénominations existantes, de nouvelles dénominations ou d'une dénomination proeftuin' (champ d'expérimentation) et, à l'exception du premier degré, le classement de ses subdivisions structurelles dans les disciplines existantes ou dans une discipline 'proeftuin'. Le cas échéant :
a) la subdivision structurelle ainsi créée doit être supprimée progressivement à l'expiration du projet temporaire, à moins que l'autorité en décide autrement;
b) si la subdivision structurelle porte une nouvelle dénomination ou la dénomination proeftuin', le coefficient de la subdivision structurelle qui s'aligne le plus sur la subdivision programmée est adopté comme coefficient des élèves cadrant dans les modalités de fixation de l'encadrement des enseignants;
16° par dérogation aux articles 98, § 1er, et 98bis, § 1er, du même décret du 14 juillet 1998 : le transfert de points personnel d'appui de l'enseignement secondaire à l'enseignement fondamental au sein du même projet. Dans l'enseignement fondamental, ces points peuvent être utilisés pour le personnel de gestion et d'appui, tel que fixé au décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental;
17° par dérogation à l'annexe III à l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 1999 relatif aux disciplines et subdivisions structurelles dans l'enseignement secondaire : l'organisation de subdivisions structurelles bipolaires dans le troisième degré de l'enseignement secondaire général, sur la base de toutes combinaisons possibles de pôles existants;
18° par dérogation à l'annexe III à XXXIV au même arrête du Gouvernement flamand du 7 septembre 1999 : une nouvelle classification de subdivisions structurelles existantes au sein de disciplines existantes;
19° par dérogation à l'article 8, § 4, du décret du 18 janvier 2002 relatif aux objectifs finaux, aux objectifs de développement et aux objectifs finaux spécifiques dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial à temps plein, et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 novembre 1996 fixant les critères d'approbation et les modalités d'introduction des programmes d'études pour l'enseignement secondaire : l'utilisation de programmes d'études sans prendre en compte les modalités d'approbation en vigueur;
20° par dérogation à l'article 2, 1°, e), de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein : la définition d'un primo-arrivant allophone comme un élève ayant au moins onze ans et n'ayant pas encore atteint l'âge de dix-huit ans au plus tard le 31 décembre après le commencement de l'année scolaire. Le cas échéant, il n'est pas accordé de périodes-professeur spécifiques uniquement pour les élèves nouvellement arrivés sur la base de la dérogation mentionnée;
21° par dérogation à l'article 6, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein : l'admission à la première année d'études A comme élève régulier sans avoir fréquenté la sixième année d'etudes de l'enseignement primaire, à condition que :
a) le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable sur la base d'un screening de l'élève;
b) les personnes exerçant l'autorité parentale ou ayant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur marquent leur accord;
22° par dérogation à l'article 24, § 1er, du même arrêté du Gouvernement du 19 juillet 2002 : l'admission comme élève régulier à la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée sous forme d'une année de spécialisation, à condition que le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable sur la base de compétences ou de qualifications acquises ailleurs;
23° par dérogation au même arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 : la remise des conseils de classe délibérants dans le premier, deuxième ou troisième degré jusqu'à la fin de la deuxième année d'études du degré en question. Le cas échéant :
a) l'attestation d'orientation de la première année d'études du degré en question est remplacée par une attestation de fréquentation régulière des cours permettant d'office accès à la deuxième année d'études, pour autant que cette année d'études soit soumise au régime dérogatoire. Cette attestation est assortie de la décision éventuelle du conseil de classe accompagnateur, aux fins de suivre une filière d'apprentissage adaptée dans l'année d'études supérieure;
b) le conseil de classe délibérant de la première année d'études du degré en question décide encore d'accorder une attestation d'orientation à tout élève ayant termine l'année d'études et qui, avant la fin du degré, passe à un établissement d'enseignement ou une subdivision structurelle n'étant pas régi(e) par ce régime dérogatoire;
c) il est délivré à chaque élève dans le premier degré, et pour autant qu'il n'en soit pas encore en possession, un certificat de l'enseignement fondamental, a l'issue de la première année d'études;
24° par dérogation au même arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 : l'admission à une année d'études supérieure comme élève régulier, nonobstant des insuffisances pour certaines subdivisions de programme, à condition que le conseil de classe d'admission prenne une décision favorable en concertation avec le conseil de classe délibérant de l'année d'études d'où sort l'élève. Le cas échéant :
a) les insuffisances doivent être éliminées avant la fin du degré auquel appartient l'année d'études supérieure;
b) la délivrance d'une attestation d'orientation est remplacée par la délivrance d'une attestation de fréquentation régulière des cours en attendant l'élimination des insuffisances;
c) le conseil de classe délibérant de l'année d'études dans laquelle une attestation de fréquentation régulière des cours est délivrée décide tout de même de délivrer une attestation d'orientation à tout élève qui, sans que les insuffisances aient été éliminées, passe à un établissement d'enseignement ou une subdivision structurelle n'étant pas régi(e) par ce régime dérogatoire;
d) il est délivré à chaque élève dans le premier degré, et pour autant qu'il n'en soit pas encore en possession, un certificat de l'enseignement fondamental, à l'issue de la première année d'études;
25° par dérogation à l'article 56, § 1er, du même arrêté du Gouvernement du 19 juillet 2002 : la non-organisation d'une épreuve intégrée à l'issue de l'année scolaire, à condition qu'il soit procédé de manière intégrée en permanence pendant l'année scolaire.
§ 2. La nécessité de dérogation est motivée comme suit :
1° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 1°, 2°, 3° et 10° : la composition flexible de programmes d'études implique la possibilité d'enrayer le classement rigide en degrés, années d'études, formes d'enseignement, disciplines et subdivisions structurelles; la flexibilité implique aussi la possibilité d'étaler la charge d'étude et de fréquenter les cours en alternance auprès de plusieurs établissements d'enseignement. Ces opportunités doivent permettre un développement optimal des talents personnels, des compétences et des centres d'intérêt des élèves, ce qui stimule leur motivation d'apprentissage. De cette manière, il est possible de créer une terre nourricière pour un curriculum où les changements fréquents d'écoles ou d'études, les retards scolaires, le bizutage et, enfin, les sorties sans qualification soient réduits au maximum. En maintenant des principes tels que les objectifs finaux/objectifs de développement et la formation de base minimale et en sauvegardant la validation finale régulière des études, l'équilibre est préservé entre un enseignement dynamique et innovateur " sur mesure " d'une part et la qualité de l'enseignement et les effets éducatifs civils d'autre part;
2° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 4° : une plus ample politique locale de dispenses doit aboutir à un emploi du temps plus efficace et effectif. En focalisant les cours sur des subdivisions de programme qui sont nouvelles pour l'élève ou qui nécessitent des cours de rattrapage, son intérêt peut être éveillé ou ses insuffisances peuvent être éliminées, soit des éléments essentiels pour un curriculum optimal;
3° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 5°, 6° et 22° : les années de spécialisation du troisième degré de l'enseignement secondaire technique et artistique sont occupées par des élèves étant déjà diplômés et n'étant plus soumis à l'obligation scolaire. Les années de spécialisation accroissent la qualification, sont appréciées par l'industrie et favorisent les perspectives d'occupation. Augmenter l'attraction de ces années de spécialisation, non seulement par des mesures au niveau de l'orientation et du comblement, mais également en rendant compatibles la formation et l'emploi, peut engendrer des effets positifs pour les travailleurs (potentiels) et les employeurs;
4° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 7° : le premier degré de l'enseignement secondaire est un degré charnière entre l'enseignement primaire et l'enseignement secondaire et est important comme tremplin vers les années d'études supérieures et pour le choix d'études à opérer. Un échec au cours du premier degré peut avoir des conséquences négatives, au niveau structurel, pour la suite du curriculum, de sorte qu'il faut intervenir préventivement de préférence dans ce degré. Une extension de deux à trois années d'études avec garantie de transition doit donner plus d'espace à l'achèvement du programme d'études et à un accueil et un accompagnement individuels de l'élève et évite que celui-ci vive l'émotion de devoir redoubler son année;
5° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 8° : en rendant l'entier paysage éducatif secondaire accessible aux aspects éducatifs modulaires, il est possible de réaliser une croissance des sorties qualifiées, de l'adéquation avec les besoins du marché de l'emploi, de la transparence avec l'offre d'enseignement, des expériences de succès intermédiaires des élèves et des incitations à l'apprentissage tout au long de la vie;
6° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 9° et 20° : en éliminant la stricte délimitation que l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones est une formation d'une seule année et réservée à des élèves âgés de plus de 12 ans, le rendement de cette structure d'enseignement spécifique peut être augmenté. Cela signifie, que les primo-arrivants, même " d'un âge avancé " peuvent, après avoir subi une immersion linguistique, accéder à l'enseignement secondaire, et que les primo-arrivants peuvent toujours, par le biais d'une seconde année d'accueil, suivre un cours intensif de langue, ce qui leur donne de meilleures chances de réussite par après;
7° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 11° : les établissements d'enseignement et les équipes d'enseignants se voient posés devant le défi permanent d'intégrer la matière d'une façon captivante et actuelle. L'appel fait à des conférenciers externes, qui approchent l'enseignement de la vie et y donnent une dimension d'élargissement d'horizon, cadre dans la poursuite de formes pédagogiques-didactiques appropriées. Par ailleurs, la confrontation au processus d'enseignement peut également engendrer pour les conférenciers une plus-value, créant ainsi une situation gagnant-gagnant;
8° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 12° et 14° : l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel pour des élèves scolarisables ou non n'est censé que si tant la composante " expérience professionnelle " que la composante "apprentissage " sont présentes. Une adéquation plus précise de l'enseignement aux besoins et réalités économiques industriels peut y contribuer dans une mesure substantielle;
9° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 13° : dans l'état actuel des choses, cataloguer les ensembles pédagogiques en branches et mettre celles-ci en rubrique se fait surtout du chef de la réglementation relative aux personnels. Les tendances dans l'enseignement vont vers une intégration de branches, avec entre autres une approche multidisciplinaire ou thématique et un estompage de la stricte différence entre la théorie et la pratique. Le fait de placer les charges d'enseignement et les missions connexes sous le dénominateur de tâches pédagogiques spéciales peut apporter une solution au problème de compatibilité entre les innovations pédagogiques et l'application de la réglementation applicable aux personnels. De plus, la technique des heures assimilées à des heures de cours, dont relèvent les tâches pédagogiques, permet au pouvoir organisateur d'augmenter le nombre de personnels qu'il faut à la place qu'il faut, compte tenu de l'expérience, l'expertise et la motivation dont ils font preuve;
10° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 15° : l'enseignement doit pouvoir être au même niveau que les développements socio-économiques, technologiques, sociales et démographiques. Un des instruments pour ce faire est la programmation de l'offre de formations. En libérant les programmations des procédures et des normes, les dispensateurs d'enseignement peuvent appliquer cette technique plus facilement;
11° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 16° : le rôle des personnels de gestion et d'appui, le cas échéant exerçant des fonctions spécifiques dans ce cadre, peut représenter un facteur crucial de réussite pour un projet. Un moyen adéquat pour ce faire, serait de rendre transférables les points destinés aux personnels d'appui de l'enseignement secondaire à l'enseignement fondamental pour des projets d'enseignement interniveaux.
12° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 17° et 18° : l'offre de formations actuelle, classée en disciplines, est arrêtée pour tous les organisateurs d'enseignement de façon limitative et uniforme. Un remembrement de cette offre, entre autres en fonction des domaines d'intérêt, peut en augmenter la transparence, accroître l'attraction d'établissements d'enseignement/de formations, améliorer les choix d'études et optimiser l'organisation scolaire;
13° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 19° : avant que les programmes d'études, servant de directive pour les enseignants, puissent être appliqués, il faut suivre une procédure d'approbation en phases jusqu'au niveau des autorités. L'abrogation de cette procédure peut contribuer à une plus grande sécurité pour les rédacteurs des programmes d'études, une préparation plus approfondie de la mise en oeuvre par les utilisateurs et une correction plus rapide lors de circonstances changées ou de nouvelles nécessités. Le maintien absolu du principe des objectifs finaux/objectifs de développement doit garantir la qualité de l'enseignement;
14° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 21° : pour l'instant, l'accès des élèves à la première année (A) de l'enseignement secondaire est basé sur le principe d'une arrivée assez aisée depuis l'école primaire. Cette condition formelle peut cependant contenir une méconnaissance des capacités intrinsèques du jeune et freiner ainsi inutilement son curriculum secondaire. Au moyen d'une piste d'entrée complémentaire, une position de démarrage éventuellement justifiée peut être stipulée;
15° pour ce qui concerne l'article 14, § 1er, 23°, 24° et 25° : l'évaluation des élèves et la validation des études y afférente sont liées à l'année d'études. Le plus souvent, la réussite est nécessaire pour pouvoir faire la démarche horizontale ou verticale vers l'année d'études supérieure. La réglementation existante sur l'organisation de l'enseignement fait trop abstraction des situations, dans lesquelles souvent les élèves n'affichent pas d'insuffisances sur toutes les subdivisions de programme ou dans lesquelles les programmes d'études sont de plus en plus des programmes de degrés et non plus des plans annuels. S'il est accordé aux organisateurs d'enseignement et notamment aux conseils de classe plus d'alternatives en matière d'évaluation, celle-ci pourra être mieux alignée sur la pratique scolaire concrète et, plus encore, les élèves pourront être approchés a partir de leurs mérites, plutôt qu'à partir de leurs défauts.
Art. 15. § 1. Voor de personeelsleden van het basisonderwijs en het secundair onderwijs gelden de hiernavolgende bepalingen :
1° het schoolbestuur of de inrichtende macht kan voor de aanstelling van een vastbenoemd personeelslid via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, afwijken van de volgorde van artikel 34, § 1, A, 6°, B, 6°, en C, 6°, van artikel 36, § 2, A, 4°, B, 4°, en C, 4°, en van artikel 36bis, § 2, A, 4°, B, 8°, en C, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage;
2° in het gemeenschapsonderwijs kan de raad van bestuur bij gemotiveerde beslissing afwijken van artikel 28 en 28bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs;
3° in het gesubsidieerd onderwijs kan het schoolbestuur of de inrichtende macht bij gemotiveerde beslissing afwijken van artikel 33, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
§ 2. De noodzaak tot afwijking wordt als volgt gemotiveerd :
1° voor wat betreft artikel 15, § 1, 1° : vast benoemde personeelsleden die voor de duur van het project een andere opdracht uitoefenen dan hun opdracht van vaste benoeming moeten hiervoor een verlof nemen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. De scholen zijn verplicht om voorrang te geven aan tijdelijke personeelsleden alvorens vastbenoemden met een verlof aan te stellen. Dit beperkt hun mogelijkheid om voor het project het personeelslid aan te stellen dat beschikt over de beste capaciteiten en ook om dit personeelslid te behouden voor de duur van het project. De projectscholen krijgen daarom de mogelijkheid om voorrang te geven aan hun eigen vast benoemde personeelsleden boven tijdelijke personeelsleden;
2° voor wat betreft artikel 15, § 1, 2° : tijdelijke personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs die ingezet worden in het project worden beschermd voor de duur van het project. Zonder de afwijking loopt de projectschool het risico dat een ander personeelslid uit de scholengemeenschap kandideert en benoemd wordt in de betrekking, waardoor het project in gevaar komt;
3° voor wat betreft artikel 15, § 1, 3° : tijdelijke personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs die ingezet worden in het project worden beschermd voor de duur van het project. Zonder de afwijking loopt de projectschool het risico dat een ander personeelslid uit de scholengemeenschap kandideert en benoemd wordt in de betrekking, waardoor het project in gevaar komt.
1° het schoolbestuur of de inrichtende macht kan voor de aanstelling van een vastbenoemd personeelslid via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, afwijken van de volgorde van artikel 34, § 1, A, 6°, B, 6°, en C, 6°, van artikel 36, § 2, A, 4°, B, 4°, en C, 4°, en van artikel 36bis, § 2, A, 4°, B, 8°, en C, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage;
2° in het gemeenschapsonderwijs kan de raad van bestuur bij gemotiveerde beslissing afwijken van artikel 28 en 28bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs;
3° in het gesubsidieerd onderwijs kan het schoolbestuur of de inrichtende macht bij gemotiveerde beslissing afwijken van artikel 33, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
§ 2. De noodzaak tot afwijking wordt als volgt gemotiveerd :
1° voor wat betreft artikel 15, § 1, 1° : vast benoemde personeelsleden die voor de duur van het project een andere opdracht uitoefenen dan hun opdracht van vaste benoeming moeten hiervoor een verlof nemen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. De scholen zijn verplicht om voorrang te geven aan tijdelijke personeelsleden alvorens vastbenoemden met een verlof aan te stellen. Dit beperkt hun mogelijkheid om voor het project het personeelslid aan te stellen dat beschikt over de beste capaciteiten en ook om dit personeelslid te behouden voor de duur van het project. De projectscholen krijgen daarom de mogelijkheid om voorrang te geven aan hun eigen vast benoemde personeelsleden boven tijdelijke personeelsleden;
2° voor wat betreft artikel 15, § 1, 2° : tijdelijke personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs die ingezet worden in het project worden beschermd voor de duur van het project. Zonder de afwijking loopt de projectschool het risico dat een ander personeelslid uit de scholengemeenschap kandideert en benoemd wordt in de betrekking, waardoor het project in gevaar komt;
3° voor wat betreft artikel 15, § 1, 3° : tijdelijke personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs die ingezet worden in het project worden beschermd voor de duur van het project. Zonder de afwijking loopt de projectschool het risico dat een ander personeelslid uit de scholengemeenschap kandideert en benoemd wordt in de betrekking, waardoor het project in gevaar komt.
Art. 15. § 1er. Aux membres du personnel de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire s'appliquent les dispositions suivantes :
1° l'autorité scolaire ou le pouvoir organisateur peut déroger, pour la désignation d'un membre du personnel nommé à titre définitif par le biais d'un congé pour l'exercice temporaire d'une autre charge, à l'ordre de l'article 34, § 1er, A, 6°, B, 6°, et C, 6°, de l'article 36, § 2, A, 4°, B, 4°, et C, 4°, et de l'article 36bis, § 2, A, 4°, B, 8°, et C, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente;
2° dans l'enseignement communautaire, le conseil d'administration peut déroger, par décision motivée, aux articles 28 et 28bis du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire;
3° dans l'enseignement subventionné, l'autorité scolaire ou le pouvoir organisateur peut déroger, par décision motivée, à l'article 33, § 1er, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
§ 2. La nécessité de dérogation est motivée comme suit :
1° pour ce qui concerne l'article 15, § 1er, 1° : les membres du personnel exerçant pour la durée du projet une autre charge que la charge pour laquelle ils sont nommés à titre définitif, doivent prendre congé afin d'assumer temporairement une autre charge. Les écoles sont obligées de donner la priorité aux membres du personnel temporaires avant de désigner des membres du personnel nommés à titre définitif et bénéficiant d'un congé, ce qui les limite dans leurs possibilités de désigner pour le projet le membre du personnel disposant des meilleures aptitudes et de garder ce membre du personnel pour toute la durée du projet. C'est pourquoi les écoles de projets reçoivent la possibilité de donner aux propres membres du personnel nommés à titre définitif la priorité sur des personnels temporaires;
2° pour ce qui concerne l'article 15, § 1er, 2° : les membres du personnel temporaires de l'enseignement communautaire désignés pour un projet sont protégés pour la durée de ce projet. Sans cette dérogation, l'école de projets court le risque qu'un autre membre du personnel du centre d'enseignement se porte candidat et soit nommé a l'emploi, ce qui compromettrait le projet;
3° pour ce qui concerne l'article 15, § 1er, 3° : les membres du personnel temporaires de l'enseignement subventionné désignés pour un projet sont protégés pour la durée de ce projet. Sans cette dérogation, l'école de projets court le risque qu'un autre membre du personnel du centre d'enseignement se porte candidat et soit nommé à l'emploi, ce qui compromettrait le projet.
1° l'autorité scolaire ou le pouvoir organisateur peut déroger, pour la désignation d'un membre du personnel nommé à titre définitif par le biais d'un congé pour l'exercice temporaire d'une autre charge, à l'ordre de l'article 34, § 1er, A, 6°, B, 6°, et C, 6°, de l'article 36, § 2, A, 4°, B, 4°, et C, 4°, et de l'article 36bis, § 2, A, 4°, B, 8°, et C, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente;
2° dans l'enseignement communautaire, le conseil d'administration peut déroger, par décision motivée, aux articles 28 et 28bis du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire;
3° dans l'enseignement subventionné, l'autorité scolaire ou le pouvoir organisateur peut déroger, par décision motivée, à l'article 33, § 1er, du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
§ 2. La nécessité de dérogation est motivée comme suit :
1° pour ce qui concerne l'article 15, § 1er, 1° : les membres du personnel exerçant pour la durée du projet une autre charge que la charge pour laquelle ils sont nommés à titre définitif, doivent prendre congé afin d'assumer temporairement une autre charge. Les écoles sont obligées de donner la priorité aux membres du personnel temporaires avant de désigner des membres du personnel nommés à titre définitif et bénéficiant d'un congé, ce qui les limite dans leurs possibilités de désigner pour le projet le membre du personnel disposant des meilleures aptitudes et de garder ce membre du personnel pour toute la durée du projet. C'est pourquoi les écoles de projets reçoivent la possibilité de donner aux propres membres du personnel nommés à titre définitif la priorité sur des personnels temporaires;
2° pour ce qui concerne l'article 15, § 1er, 2° : les membres du personnel temporaires de l'enseignement communautaire désignés pour un projet sont protégés pour la durée de ce projet. Sans cette dérogation, l'école de projets court le risque qu'un autre membre du personnel du centre d'enseignement se porte candidat et soit nommé a l'emploi, ce qui compromettrait le projet;
3° pour ce qui concerne l'article 15, § 1er, 3° : les membres du personnel temporaires de l'enseignement subventionné désignés pour un projet sont protégés pour la durée de ce projet. Sans cette dérogation, l'école de projets court le risque qu'un autre membre du personnel du centre d'enseignement se porte candidat et soit nommé à l'emploi, ce qui compromettrait le projet.
Art. 15bis. [1 § 1. Onder de volgende voorwaarden kunnen de tijdelijke projecten door de Vlaamse Regering eenmalig worden verlengd gedurende de schooljaren 2008-2009 tot en met 2010-2011. In voorkomend geval moet de datum waarop dit besluit ophoudt van kracht te zijn, vermeld in artikel 28, als 31 augustus 2011 worden gelezen.
De stuurgroep, vermeld in artikel 9, formuleert een voorstel tot verlenging van een tijdelijk project op basis van een aanvraag van de projectverantwoordelijken.
Bij het formuleren van dat voorstel hanteert de stuurgroep in elk geval de volgende gezamenlijke criteria :
1° de mate waarin het tijdelijke project tijdens de eerste drie projectjaren de vooropgestelde doelstellingen heeft nagestreefd en verwezenlijkt;
2° de mate van relevante beleidsinformatie die het tijdelijke project reeds heeft opgeleverd en de verwachtingen over relevante beleidsinformatie die het tijdelijke project bij projectverlenging kan genereren;
3° de noodzaak om de gestage talentontwikkeling van leerlingen over een meer gespreide periode te monitoren en er meer gegevensmateriaal over te verzamelen.
§ 2. In geval van verlenging :
1° worden de extra betrekkingen, vermeld in artikel 5 of 8, naargelang van het geval, verder toegekend;
2° blijft de mogelijkheid tot aanstelling van de personeelsleden, vermeld in artikel 10, § 1, behouden;
3° blijft de mogelijkheid tot aanstelling, respectievelijk bij de pedagogische begeleidingsdiensten van het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs, van de personeelsleden, vermeld in artikel 10, § 2, behouden, tenzij het onderwijsnet in kwestie niet meer bij de tijdelijke projecten is betrokken;
4° kunnen de projectverantwoordelijken steeds beslissen om bij het einde van het schooljaar 2008-2009 of 2009-2010 het tijdelijke project vroegtijdig te beëindigen.
§ 3. In geval van niet-verlenging zullen de onderwijsinstellingen die aan een tijdelijk project hebben deelgenomen, in voorkomend geval de curricula van leerlingen verder organiseren op basis van aan dat project verleende afwijkingen van de vigerende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen, in die zin dat aan die leerlingen rechtszekerheid wordt geboden dat desbetreffende curricula binnen een normaal tijdsbestek tot een eindstudiebewijs kunnen leiden.]1
De stuurgroep, vermeld in artikel 9, formuleert een voorstel tot verlenging van een tijdelijk project op basis van een aanvraag van de projectverantwoordelijken.
Bij het formuleren van dat voorstel hanteert de stuurgroep in elk geval de volgende gezamenlijke criteria :
1° de mate waarin het tijdelijke project tijdens de eerste drie projectjaren de vooropgestelde doelstellingen heeft nagestreefd en verwezenlijkt;
2° de mate van relevante beleidsinformatie die het tijdelijke project reeds heeft opgeleverd en de verwachtingen over relevante beleidsinformatie die het tijdelijke project bij projectverlenging kan genereren;
3° de noodzaak om de gestage talentontwikkeling van leerlingen over een meer gespreide periode te monitoren en er meer gegevensmateriaal over te verzamelen.
§ 2. In geval van verlenging :
1° worden de extra betrekkingen, vermeld in artikel 5 of 8, naargelang van het geval, verder toegekend;
2° blijft de mogelijkheid tot aanstelling van de personeelsleden, vermeld in artikel 10, § 1, behouden;
3° blijft de mogelijkheid tot aanstelling, respectievelijk bij de pedagogische begeleidingsdiensten van het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs, van de personeelsleden, vermeld in artikel 10, § 2, behouden, tenzij het onderwijsnet in kwestie niet meer bij de tijdelijke projecten is betrokken;
4° kunnen de projectverantwoordelijken steeds beslissen om bij het einde van het schooljaar 2008-2009 of 2009-2010 het tijdelijke project vroegtijdig te beëindigen.
§ 3. In geval van niet-verlenging zullen de onderwijsinstellingen die aan een tijdelijk project hebben deelgenomen, in voorkomend geval de curricula van leerlingen verder organiseren op basis van aan dat project verleende afwijkingen van de vigerende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen, in die zin dat aan die leerlingen rechtszekerheid wordt geboden dat desbetreffende curricula binnen een normaal tijdsbestek tot een eindstudiebewijs kunnen leiden.]1
Art. 15bis. [1 § 1er. Aux conditions suivantes, les projets temporaires peuvent être prolongés une fois par le Gouvernement flamand pendant les années scolaires 2008-2009 à 2010-2011 inclus. Le cas échéant, la date à laquelle le présent arrête cesse de produire ses effets, visée à l'article 28, doit être lue comme le 31 août 2011.
Le comité directeur, visé à l'article 9, formule une proposition de prolongation d'un projet temporaire à la demande des responsables de projet.
Pour formuler cette proposition, le comité directeur utilise en tout cas les critères communs suivants :
1° la mesure dans laquelle le projet temporaire a cherché à atteindre et a atteint les objectifs fixés pendant les trois premières années de projet;
2° la quantité d'informations politiques pertinentes déjà générées par le projet temporaire et les attentes quant aux informations politiques pertinentes que le projet temporaire peut générer lors d'une prolongation de projet;
3° la nécessité d'assurer le suivi du développement, chez l'élève, de talents sur une période plus étalée et de compiler plus de données à ce sujet.
§ 2. Dans le cas d'une prolongation :
1° les emplois supplémentaires, visés aux articles 5 ou 8, le cas échéant, continuent à être attribués;
2° la possibilité de désignation des personnels, visés à l'article 10, § 1er, est maintenue;
3° la possibilité de désignation, respectivement chez les services d'encadrement pédagogique de l'Enseignement communautaire, de l'enseignement officiel subventionné et de l'enseignement libre subventionné, des personnels, visés à l'article 10, § 2, est maintenue sauf si le réseau d'enseignement en question n'est plus impliqué dans les projets temporaires;
4° les responsables de projet peuvent toujours décider de terminer prématurément le projet temporaire au terme de l'année scolaire 2008-2009 ou 2009-2010.
§ 3. Dans le cas d'une non-prolongation, les établissements d'enseignement ayant participé dans un projet temporaire, continueront à organiser, le cas échéant, les programmes d'études des élèves sur la base des dérogations accordées à ce projet des dispositions légales, décrétales et réglementaires en vigueur, de manière à ce que la sécurité juridique soit assurée à ces élèves que les programmes d'études concernés conduisent, dans un délai normal, à un certificat de fin d'études.]1
Le comité directeur, visé à l'article 9, formule une proposition de prolongation d'un projet temporaire à la demande des responsables de projet.
Pour formuler cette proposition, le comité directeur utilise en tout cas les critères communs suivants :
1° la mesure dans laquelle le projet temporaire a cherché à atteindre et a atteint les objectifs fixés pendant les trois premières années de projet;
2° la quantité d'informations politiques pertinentes déjà générées par le projet temporaire et les attentes quant aux informations politiques pertinentes que le projet temporaire peut générer lors d'une prolongation de projet;
3° la nécessité d'assurer le suivi du développement, chez l'élève, de talents sur une période plus étalée et de compiler plus de données à ce sujet.
§ 2. Dans le cas d'une prolongation :
1° les emplois supplémentaires, visés aux articles 5 ou 8, le cas échéant, continuent à être attribués;
2° la possibilité de désignation des personnels, visés à l'article 10, § 1er, est maintenue;
3° la possibilité de désignation, respectivement chez les services d'encadrement pédagogique de l'Enseignement communautaire, de l'enseignement officiel subventionné et de l'enseignement libre subventionné, des personnels, visés à l'article 10, § 2, est maintenue sauf si le réseau d'enseignement en question n'est plus impliqué dans les projets temporaires;
4° les responsables de projet peuvent toujours décider de terminer prématurément le projet temporaire au terme de l'année scolaire 2008-2009 ou 2009-2010.
§ 3. Dans le cas d'une non-prolongation, les établissements d'enseignement ayant participé dans un projet temporaire, continueront à organiser, le cas échéant, les programmes d'études des élèves sur la base des dérogations accordées à ce projet des dispositions légales, décrétales et réglementaires en vigueur, de manière à ce que la sécurité juridique soit assurée à ces élèves que les programmes d'études concernés conduisent, dans un délai normal, à un certificat de fin d'études.]1
HOOFDSTUK II. - Tijdelijke projecten op initiatief van de overheid.
CHAPITRE II. - Projets temporaires à l'initiative de l'autorité.
Afdeling I. - Project onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Section Ire. - Projet enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Art. 16. § 1. Gedurende de schooljaren 2005-2006 tot en met 2007-2008 wordt in het deeltijds beroepssecundair onderwijs een tijdelijk project onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers georganiseerd.
§ 2. De organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het deeltijds beroepssecundair onderwijs is een afwijking van artikel 49, 5°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II.
§ 2. De organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het deeltijds beroepssecundair onderwijs is een afwijking van artikel 49, 5°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II.
Art. 16. § 1er. Pendant les années scolaires 2005-2006 à 2007-2008 incluses, il est organisé dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel un projet temporaire enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones.
§ 2. L'organisation d'un enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel est une dérogation à l'article 49, 5°, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II.
§ 2. L'organisation d'un enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel est une dérogation à l'article 49, 5°, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II.
Art. 17. Voor de toepassing van de bepalingen over dit tijdelijke project wordt verstaan onder :
1° anderstalige nieuwkomer : een leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet :
a) niet meer voltijds leerplichtig zijn;
b) voor wat betreft het schooljaar 2005-2006 : niet de Belgische of Nederlandse nationaliteit bezitten; voor wat betreft de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008 : maximum één jaar ononderbroken in België verblijven;
c) het Nederlands niet als moedertaal hebben;
d) voor wat betreft het schooljaar 2005-2006 : geen volledig schooljaar onderwijs gevolgd hebben in een Nederlandstalige onderwijsinstelling; voor wat betreft de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008 : maximaal negen maanden ingeschreven zijn of geweest zijn, de maanden juli en augustus niet inbegrepen, in een onderwijsinstelling met het Nederlands als onderwijstaal;
e) het Nederlands onvoldoende beheersen om een alternerend systeem van deeltijds leren en deeltijds werken met goed gevolg te doorlopen;
f) op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde kan voor uitzonderlijke individuele gevallen afwijking verlenen van de voorwaarden, vermeld in b), d) en f);
2° onthaalonderwijs : een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers voorbereidt op een betere doorstroming naar het reguliere arbeidscircuit. Dit onderwijsaanbod is gericht op taalvaardigheid, inburgering en zelfredzaamheid.
1° anderstalige nieuwkomer : een leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet :
a) niet meer voltijds leerplichtig zijn;
b) voor wat betreft het schooljaar 2005-2006 : niet de Belgische of Nederlandse nationaliteit bezitten; voor wat betreft de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008 : maximum één jaar ononderbroken in België verblijven;
c) het Nederlands niet als moedertaal hebben;
d) voor wat betreft het schooljaar 2005-2006 : geen volledig schooljaar onderwijs gevolgd hebben in een Nederlandstalige onderwijsinstelling; voor wat betreft de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008 : maximaal negen maanden ingeschreven zijn of geweest zijn, de maanden juli en augustus niet inbegrepen, in een onderwijsinstelling met het Nederlands als onderwijstaal;
e) het Nederlands onvoldoende beheersen om een alternerend systeem van deeltijds leren en deeltijds werken met goed gevolg te doorlopen;
f) op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde kan voor uitzonderlijke individuele gevallen afwijking verlenen van de voorwaarden, vermeld in b), d) en f);
2° onthaalonderwijs : een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers voorbereidt op een betere doorstroming naar het reguliere arbeidscircuit. Dit onderwijsaanbod is gericht op taalvaardigheid, inburgering en zelfredzaamheid.
Art. 17. Pour l'application des dispositions relatives au présent projet temporaire, il faut entendre par :
1° primo-arrivant allophone : un élève qui remplit toutes les conditions suivantes :
a) ne plus être soumis à l'obligation scolaire;
b) pour ce qui concerne l'année scolaire 2005-2006 : ne pas avoir la nationalité belge ou néerlandaise; pour ce qui concerne les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008 : résider de manière ininterrompue en Belgique depuis un an au maximum;
c) ne pas avoir le néerlandais comme langue maternelle;
d) pour ce qui concerne l'année scolaire 2005-2006 : ne pas avoir suivi un enseignement auprès d'un établissement d'enseignement néerlandophone pendant une année scolaire complète; pour ce qui concerne les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008 : être inscrit ou avoir été inscrit pendant au moins neuf mois, les mois de juillet et d'août non compris, auprès d'un établissement d'enseignement dont le néerlandais est la langue d'enseignement;
e) maîtriser insuffisamment le néerlandais pour pouvoir parcourir avec succès un système alternant d'apprentissage à temps partiel et de travail à temps partiel;
f) ne pas avoir atteint l'âge de 18 ans au 31 décembre suivant le début de l'année scolaire.
Pour des cas individuels exceptionnels, le Ministre flamand chargé de l'enseignement ou son mandataire peut accorder dérogation aux conditions visées aux b), d) et f);
2° enseignement d'accueil : une offre d'enseignement spécifique et temporaire préparant des primo-arrivants allophones a une meilleure transition vers le circuit de travail régulier. Cette offre d'enseignement vise les aptitudes linguistiques, l'intégration civique et l'autonomie.
1° primo-arrivant allophone : un élève qui remplit toutes les conditions suivantes :
a) ne plus être soumis à l'obligation scolaire;
b) pour ce qui concerne l'année scolaire 2005-2006 : ne pas avoir la nationalité belge ou néerlandaise; pour ce qui concerne les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008 : résider de manière ininterrompue en Belgique depuis un an au maximum;
c) ne pas avoir le néerlandais comme langue maternelle;
d) pour ce qui concerne l'année scolaire 2005-2006 : ne pas avoir suivi un enseignement auprès d'un établissement d'enseignement néerlandophone pendant une année scolaire complète; pour ce qui concerne les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008 : être inscrit ou avoir été inscrit pendant au moins neuf mois, les mois de juillet et d'août non compris, auprès d'un établissement d'enseignement dont le néerlandais est la langue d'enseignement;
e) maîtriser insuffisamment le néerlandais pour pouvoir parcourir avec succès un système alternant d'apprentissage à temps partiel et de travail à temps partiel;
f) ne pas avoir atteint l'âge de 18 ans au 31 décembre suivant le début de l'année scolaire.
Pour des cas individuels exceptionnels, le Ministre flamand chargé de l'enseignement ou son mandataire peut accorder dérogation aux conditions visées aux b), d) et f);
2° enseignement d'accueil : une offre d'enseignement spécifique et temporaire préparant des primo-arrivants allophones a une meilleure transition vers le circuit de travail régulier. Cette offre d'enseignement vise les aptitudes linguistiques, l'intégration civique et l'autonomie.
Art. 18. § 1. Het tijdelijke project kan worden georganiseerd in één centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat behoort tot het Gemeenschapsonderwijs, één centrum dat behoort tot het gesubsidieerd officieel onderwijs en twee centra die behoren tot het gesubsidieerd vrij onderwijs.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de centra aan op voorstel van de inrichtende machten of hun representatieve verenigingen, rekening houdend met de volgende criteria :
1° de relatieve grootte van de leerlingenpopulatie van het centrum;
2° de vestiging van het centrum in een gebied waar kansarmoede en socio-economische achterstelling meer uitgesproken aanwezig zijn;
3° de aanpak van het centrum voor de invulling van de tewerkstellingscomponent voor deeltijds lerenden en de bereikte tewerkstellingsratio;
4° de samenwerking met een instelling voor voltijds secundair onderwijs die onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers aanbiedt en ter zake expertise heeft opgebouwd;
5° de visie van het centrum op de organisatie van onthaalonderwijs en de vooropgestelde acties tot implementatie ervan, vastgelegd in een raamplan.
§ 2. Toetreding tot het tijdelijke project is alleen mogelijk in de schooljaren 2005-2006 en 2006-2007.
§ 3. Voor de organisatie van het tijdelijke project moeten per 1 oktober van het schooljaar in kwestie minstens vijftien anderstalige nieuwkomers in het centrum zijn ingeschreven.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de centra aan op voorstel van de inrichtende machten of hun representatieve verenigingen, rekening houdend met de volgende criteria :
1° de relatieve grootte van de leerlingenpopulatie van het centrum;
2° de vestiging van het centrum in een gebied waar kansarmoede en socio-economische achterstelling meer uitgesproken aanwezig zijn;
3° de aanpak van het centrum voor de invulling van de tewerkstellingscomponent voor deeltijds lerenden en de bereikte tewerkstellingsratio;
4° de samenwerking met een instelling voor voltijds secundair onderwijs die onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers aanbiedt en ter zake expertise heeft opgebouwd;
5° de visie van het centrum op de organisatie van onthaalonderwijs en de vooropgestelde acties tot implementatie ervan, vastgelegd in een raamplan.
§ 2. Toetreding tot het tijdelijke project is alleen mogelijk in de schooljaren 2005-2006 en 2006-2007.
§ 3. Voor de organisatie van het tijdelijke project moeten per 1 oktober van het schooljaar in kwestie minstens vijftien anderstalige nieuwkomers in het centrum zijn ingeschreven.
Art. 18. § 1er. Le projet temporaire peut être organisé dans un (1) centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel appartenant à l'enseignement communautaire, dans un (1) centre appartenant à l'enseignement officiel subventionné et dans deux centres appartenant à l'enseignement libre subventionné.
Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions désigne les centres, sur la proposition des pouvoirs organisateurs ou de leurs associations représentatives et compte tenu des critères suivants :
1° l'importance relative de la population d'élèves du centre;
2° la situation du centre dans une région visiblement plus défavorisée et arriérée au niveau socio-économique;
3° l'approche du centre pour ce qui est de la concrétisation de la composante " emploi " pour les apprenants à temps partiel et du ratio d'emploi atteint;
4° la coopération avec un établissement d'enseignement secondaire à temps plein offrant un enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones et ayant acquis une expertise en la matière;
5° la vision du centre sur l'organisation de l'enseignement d'accueil et les actions envisagées en vue de sa réalisation, coulées dans un plan cadre.
§ 2. Il ne peut être adhéré au projet temporaire que pendant les années scolaires 2005-2006 et 2006-2007.
§ 3. Pour pouvoir organiser un projet temporaire, il faut qu'au moins quinze primo-arrivants allophones soient inscrits au centre le 1er octobre de l'année scolaire en question.
Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions désigne les centres, sur la proposition des pouvoirs organisateurs ou de leurs associations représentatives et compte tenu des critères suivants :
1° l'importance relative de la population d'élèves du centre;
2° la situation du centre dans une région visiblement plus défavorisée et arriérée au niveau socio-économique;
3° l'approche du centre pour ce qui est de la concrétisation de la composante " emploi " pour les apprenants à temps partiel et du ratio d'emploi atteint;
4° la coopération avec un établissement d'enseignement secondaire à temps plein offrant un enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones et ayant acquis une expertise en la matière;
5° la vision du centre sur l'organisation de l'enseignement d'accueil et les actions envisagées en vue de sa réalisation, coulées dans un plan cadre.
§ 2. Il ne peut être adhéré au projet temporaire que pendant les années scolaires 2005-2006 et 2006-2007.
§ 3. Pour pouvoir organiser un projet temporaire, il faut qu'au moins quinze primo-arrivants allophones soient inscrits au centre le 1er octobre de l'année scolaire en question.
Art. 19. § 1. Het onthaalonderwijs kan zowel worden geïntegreerd in een of meer beroepsopleidingen die door het centrum worden verstrekt als worden aangeboden in een afzonderlijke opleiding.
§ 2. Het onthaalonderwijs omvat vijftien wekelijkse lestijden, georganiseerd op een van de volgende wijzen :
1° als een pakket van algemene, technische of praktische vakken, waaronder alleszins minstens acht lestijden Nederlands voor het schooljaar 2005-2006, respectievelijk minstens acht lestijden Nederlands voor nieuwkomers voor de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008;
2° als een integratie van algemene, technische of praktische vakken met bijzondere nadruk op de component Nederlandse taal, georganiseerd in de vorm van met lesuren gelijkgestelde uren, meer bepaald bijzondere pedagogische taken;
3° een combinatie van de wijzen, vermeld in 1° en 2°.
§ 2. Het onthaalonderwijs omvat vijftien wekelijkse lestijden, georganiseerd op een van de volgende wijzen :
1° als een pakket van algemene, technische of praktische vakken, waaronder alleszins minstens acht lestijden Nederlands voor het schooljaar 2005-2006, respectievelijk minstens acht lestijden Nederlands voor nieuwkomers voor de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008;
2° als een integratie van algemene, technische of praktische vakken met bijzondere nadruk op de component Nederlandse taal, georganiseerd in de vorm van met lesuren gelijkgestelde uren, meer bepaald bijzondere pedagogische taken;
3° een combinatie van de wijzen, vermeld in 1° en 2°.
Art. 19. § 1er. L'enseignement d'accueil peut aussi bien être intégré dans une ou plusieurs formations professionnelles dispensées par le centre qu'offert sous forme d'une formation distincte.
§ 2. L'enseignement d'accueil comprend quinze périodes hebdomadaires organisées d'une des façons suivantes :
1° sous forme d'un cluster de cours généraux, techniques ou pratiques, dont en tout cas au moins huit périodes de néerlandais pour l'année scolaire 2005-2006, respectivement au moins huit périodes de néerlandais pour primo-arrivants pour les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008;
2° comme une intégration de cours généraux, techniques ou pratiques, organisés comme des heures assimilées à des heures de cours sous le dénominateur " tâches pédagogiques particulières ", en accentuant la composante " langue néerlandaise ";
3° une combinaison des modes visés aux points 1° et 2°.
§ 2. L'enseignement d'accueil comprend quinze périodes hebdomadaires organisées d'une des façons suivantes :
1° sous forme d'un cluster de cours généraux, techniques ou pratiques, dont en tout cas au moins huit périodes de néerlandais pour l'année scolaire 2005-2006, respectivement au moins huit périodes de néerlandais pour primo-arrivants pour les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008;
2° comme une intégration de cours généraux, techniques ou pratiques, organisés comme des heures assimilées à des heures de cours sous le dénominateur " tâches pédagogiques particulières ", en accentuant la composante " langue néerlandaise ";
3° une combinaison des modes visés aux points 1° et 2°.
Art. 20. Naast het in aanmerking nemen van de anderstalige nieuwkomers op de gebruikelijke tellingsdatum bij de vaststelling van de organieke personeelsformatie, wordt voor de uitvoering van het project een pakket extra uren-leraar toegekend conform de volgende modaliteiten :
1° 3,4 uren-leraar per anderstalige nieuwkomer met een maximum van vijfenveertig anderstalige nieuwkomers per centrum;
2° toekenning voor de maand september van het schooljaar in kwestie op basis van het aantal anderstalige nieuwkomers op de laatste lesdag van die maand;
3° toekenning vanaf 1 oktober van het schooljaar in kwestie, met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel 18, § 3, op basis van het aantal anderstalige nieuwkomers op de eerste lesdag van die maand;
4° herberekening van het pakket bij stijging of daling van het aantal anderstalige nieuwkomers met vier eenheden of een veelvoud daarvan in de loop van het schooljaar, te rekenen vanaf de maand oktober.
1° 3,4 uren-leraar per anderstalige nieuwkomer met een maximum van vijfenveertig anderstalige nieuwkomers per centrum;
2° toekenning voor de maand september van het schooljaar in kwestie op basis van het aantal anderstalige nieuwkomers op de laatste lesdag van die maand;
3° toekenning vanaf 1 oktober van het schooljaar in kwestie, met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel 18, § 3, op basis van het aantal anderstalige nieuwkomers op de eerste lesdag van die maand;
4° herberekening van het pakket bij stijging of daling van het aantal anderstalige nieuwkomers met vier eenheden of een veelvoud daarvan in de loop van het schooljaar, te rekenen vanaf de maand oktober.
Art. 20. Outre la prise en considération des primo-arrivants allophones à la date de comptage habituelle lors de la fixation du cadre organique, un capital " périodes-professeur " est accordé pour la réalisation du projet, suivant les modalités ci-dessous :
1° 3,4 périodes-professeur par primo-arrivant allophone, avec un maximum de quarante-cinq primo-arrivants allophones par centre;
2° octroi pour le mois de septembre de l'année scolaire en question, sur la base du nombre de primo-arrivants allophones le dernier jour de classe dudit mois;
3° octroi à partir du 1er octobre de l'année scolaire en question, sans préjudice de l'application des dispositions de l'article 18, § 3, sur la base du nombre de primo-arrivants allophones le premier jour de classe dudit mois;
4° recalcul du capital " périodes-professeur " en cas d'une hausse ou d'une baisse du nombre de primo-arrivants allophones de quatre unités ou d'un multiple de celles-ci dans le courant de l'année scolaire, à compter du mois d'octobre.
1° 3,4 périodes-professeur par primo-arrivant allophone, avec un maximum de quarante-cinq primo-arrivants allophones par centre;
2° octroi pour le mois de septembre de l'année scolaire en question, sur la base du nombre de primo-arrivants allophones le dernier jour de classe dudit mois;
3° octroi à partir du 1er octobre de l'année scolaire en question, sans préjudice de l'application des dispositions de l'article 18, § 3, sur la base du nombre de primo-arrivants allophones le premier jour de classe dudit mois;
4° recalcul du capital " périodes-professeur " en cas d'une hausse ou d'une baisse du nombre de primo-arrivants allophones de quatre unités ou d'un multiple de celles-ci dans le courant de l'année scolaire, à compter du mois d'octobre.
Afdeling II. - Project diplomering in het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Section II. - Projet diplômage dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Art. 21. § 1. Gedurende de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008 wordt in het deeltijds beroepssecundair onderwijs een tijdelijk project diplomering georganiseerd.
§ 2. De uitreiking van het diploma van secundair onderwijs respectievelijk het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs in het deeltijds beroepssecundair onderwijs is een afwijking van artikel 84bis, § 1, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, en van artikel 2 en 7, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
§ 2. De uitreiking van het diploma van secundair onderwijs respectievelijk het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs in het deeltijds beroepssecundair onderwijs is een afwijking van artikel 84bis, § 1, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, en van artikel 2 en 7, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Art. 21. § 1er. Pendant les années scolaires 2006-2007 et 2007-2008, il est organisé dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel un projet temporaire diplômage.
§ 2. La délivrance du diplôme de l'enseignement secondaire, respectivement du certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel est une dérogation à l'article 84bis, § 1er, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, et aux articles 2 et 7, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
§ 2. La délivrance du diplôme de l'enseignement secondaire, respectivement du certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel est une dérogation à l'article 84bis, § 1er, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, et aux articles 2 et 7, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Art. 22. § 1. Het tijdelijke project kan worden georganiseerd in één centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat behoort tot het Gemeenschapsonderwijs, één centrum dat behoort tot het gesubsidieerd officieel onderwijs en twee centra die behoren tot het gesubsidieerd vrij onderwijs.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de centra aan die het tijdelijke project mogen organiseren op voorstel van de inrichtende machten of hun representatieve verenigingen, rekening houdend met de volgende criteria :
1° de bewijsvoering door het centrum dat de materiële en de infrastructurele vereisten en de technologische knowhow voor de beroepsgerichte vormingscomponent dermate specifiek zijn dat, met het oog op kwaliteitsvol onderwijs, een beroep moet worden gedaan op de bedrijfswereld via het stelsel van werknemersleercontracten;
2° de goedkeuring door een commissie van een concreet plan, ingediend door het centrum, tot samenwerking met het bedrijf dat voor de desbetreffende beroepsgerichte vormingscomponent zal zorgen.
De commissie is samengesteld uit :
1° twee leden van de Onderwijsinspectie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° twee ambtenaren van de dienst Beroepsopleiding van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
3° twee externe experten.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de commissieleden aan.
§ 2. Toetreding tot het tijdelijke project is alleen mogelijk in het schooljaar 2006-2007.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de centra aan die het tijdelijke project mogen organiseren op voorstel van de inrichtende machten of hun representatieve verenigingen, rekening houdend met de volgende criteria :
1° de bewijsvoering door het centrum dat de materiële en de infrastructurele vereisten en de technologische knowhow voor de beroepsgerichte vormingscomponent dermate specifiek zijn dat, met het oog op kwaliteitsvol onderwijs, een beroep moet worden gedaan op de bedrijfswereld via het stelsel van werknemersleercontracten;
2° de goedkeuring door een commissie van een concreet plan, ingediend door het centrum, tot samenwerking met het bedrijf dat voor de desbetreffende beroepsgerichte vormingscomponent zal zorgen.
De commissie is samengesteld uit :
1° twee leden van de Onderwijsinspectie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° twee ambtenaren van de dienst Beroepsopleiding van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
3° twee externe experten.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wijst de commissieleden aan.
§ 2. Toetreding tot het tijdelijke project is alleen mogelijk in het schooljaar 2006-2007.
Art. 22. § 1er. Le projet temporaire peut être organisé dans un (1) centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel appartenant à l'enseignement communautaire, dans un (1) centre appartenant à l'enseignement officiel subventionné et dans deux centres appartenant à l'enseignement libre subventionné.
Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions désigne les centres pouvant organiser le projet temporaire, sur la proposition des pouvoirs organisateurs ou de leurs associations représentatives, compte tenu des critères suivants :
1° la preuve à fournir par le centre que les exigences matérielles et infrastructurelles et le savoir-faire technologique sont tellement spécifiques pour la composante " formation à caractère professionnel ", que pour pouvoir garantir un enseignement de qualite, il faut recourir aux entreprises par le biais du système de contrats d'apprentissage industriel;
2° l'approbation par une commission d'un plan concret, introduit par le centre, visant une coopération avec l'entreprise qui se chargera de la composante " formation à caractère professionnel " en question.
La commission est composée comme suit :
1° deux membres de l'Inspection de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
2° deux fonctionnaires du " Dienst Beroepsopleiding " (DBO - Service Formation professionnelle) du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
3° deux experts externes.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres de la commission.
§ 2. Il ne peut être adhéré au projet temporaire que pendant l'année scolaire 2006-2007.
Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions désigne les centres pouvant organiser le projet temporaire, sur la proposition des pouvoirs organisateurs ou de leurs associations représentatives, compte tenu des critères suivants :
1° la preuve à fournir par le centre que les exigences matérielles et infrastructurelles et le savoir-faire technologique sont tellement spécifiques pour la composante " formation à caractère professionnel ", que pour pouvoir garantir un enseignement de qualite, il faut recourir aux entreprises par le biais du système de contrats d'apprentissage industriel;
2° l'approbation par une commission d'un plan concret, introduit par le centre, visant une coopération avec l'entreprise qui se chargera de la composante " formation à caractère professionnel " en question.
La commission est composée comme suit :
1° deux membres de l'Inspection de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
2° deux fonctionnaires du " Dienst Beroepsopleiding " (DBO - Service Formation professionnelle) du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
3° deux experts externes.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne les membres de la commission.
§ 2. Il ne peut être adhéré au projet temporaire que pendant l'année scolaire 2006-2007.
Art. 23. § 1. In het tijdelijke project kunnen, in combinatie met werknemersleercontracten, eenjarige opleidingen worden georganiseerd die leiden tot het diploma van secundair onderwijs respectievelijk het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs.
§ 2. In die opleidingen worden minstens twaalf wekelijkse lestijden besteed aan de basisvorming, die bestaat uit algemene vakken waaronder alleszins :
1° godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie (de laatste twee vakken zijn voorbehouden aan het vrij onderwijs);
2° Nederlands;
3° maatschappelijke vorming of geschiedenis en aardrijkskunde;
4° lichamelijke opvoeding.
Twee of meer van die vakken kunnen worden geïntegreerd als project algemene vakken.
Voor die vakken gelden de eindtermen, zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 september 2002 tot vaststelling van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het gewoon beroepssecundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2002.
§ 2. In die opleidingen worden minstens twaalf wekelijkse lestijden besteed aan de basisvorming, die bestaat uit algemene vakken waaronder alleszins :
1° godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie (de laatste twee vakken zijn voorbehouden aan het vrij onderwijs);
2° Nederlands;
3° maatschappelijke vorming of geschiedenis en aardrijkskunde;
4° lichamelijke opvoeding.
Twee of meer van die vakken kunnen worden geïntegreerd als project algemene vakken.
Voor die vakken gelden de eindtermen, zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 september 2002 tot vaststelling van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het gewoon beroepssecundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2002.
Art. 23. § 1er. Dans le cadre du projet temporaire, il est possible d'organiser, en combinaison avec des contrats d'apprentissage industriel, des formations d'une année conduisant au diplôme de l'enseignement secondaire, respectivement au certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire.
§ 2. Dans ces formations, au moins douze périodes hebdomadaires sont consacrées à la formation de base, se composant de cours généraux, dont en tout cas :
1° religion, morale non confessionnelle, formation culturelle ou propre culture et religion (ces deux derniers cours sont réservés à l'enseignement libre);
2° néerlandais;
3° éducation sociale ou histoire et géographie;
4° éducation physique.
Deux ou plusieurs de ces cours peuvent être intégrés comme projet cours généraux.
Auxdits cours s'appliquent les objectifs finaux tels que visés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 septembre 2002 définissant les objectifs finaux de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel ordinaire, sanctionnée par le décret du 20 décembre 2002.
§ 2. Dans ces formations, au moins douze périodes hebdomadaires sont consacrées à la formation de base, se composant de cours généraux, dont en tout cas :
1° religion, morale non confessionnelle, formation culturelle ou propre culture et religion (ces deux derniers cours sont réservés à l'enseignement libre);
2° néerlandais;
3° éducation sociale ou histoire et géographie;
4° éducation physique.
Deux ou plusieurs de ces cours peuvent être intégrés comme projet cours généraux.
Auxdits cours s'appliquent les objectifs finaux tels que visés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 septembre 2002 définissant les objectifs finaux de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel ordinaire, sanctionnée par le décret du 20 décembre 2002.
Art. 24. § 1. Om als regelmatige leerling tot de eenjarige opleiding in het tijdelijke project te kunnen worden toegelaten, moet aan al de volgende voorwaarden zijn voldaan :
1° houder zijn van een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of gelijkwaardig;
2° geslaagd zijn in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds technisch of beroepssecundair onderwijs;
3° een gunstige beslissing van de klassenraad.
§ 2. De regelmatige leerling die toegelaten wordt op basis van het geslaagd zijn in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs, kan in het tijdelijke project in aanmerking komen voor het diploma van secundair onderwijs.
De regelmatige leerling die toegelaten wordt op basis van het geslaagd zijn in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds technisch secundair onderwijs, kan in het tijdelijke project in aanmerking komen voor het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs.
1° houder zijn van een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of gelijkwaardig;
2° geslaagd zijn in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds technisch of beroepssecundair onderwijs;
3° een gunstige beslissing van de klassenraad.
§ 2. De regelmatige leerling die toegelaten wordt op basis van het geslaagd zijn in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs, kan in het tijdelijke project in aanmerking komen voor het diploma van secundair onderwijs.
De regelmatige leerling die toegelaten wordt op basis van het geslaagd zijn in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds technisch secundair onderwijs, kan in het tijdelijke project in aanmerking komen voor het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs.
Art. 24. § 1er. Pour être admis comme élève régulier à la formation d'un an dans le cadre du projet temporaire, les conditions suivantes doivent être remplies :
1° être porteur du certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire ou d'un certificat équivalent;
2° avoir réussi la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou professionnel à temps plein;
3° avoir recueilli une décision favorable du conseil de classe.
§ 2. L'élève régulier étant admis au vu de sa réussite en deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein, peut entrer, dans le cadre du projet temporaire, en considération pour le diplôme de l'enseignement secondaire.
L'élève régulier étant admis au vu de sa réussite en deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire technique à temps plein, peut entrer, dans le cadre du projet temporaire, en considération pour le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire.
1° être porteur du certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire ou d'un certificat équivalent;
2° avoir réussi la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou professionnel à temps plein;
3° avoir recueilli une décision favorable du conseil de classe.
§ 2. L'élève régulier étant admis au vu de sa réussite en deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein, peut entrer, dans le cadre du projet temporaire, en considération pour le diplôme de l'enseignement secondaire.
L'élève régulier étant admis au vu de sa réussite en deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire technique à temps plein, peut entrer, dans le cadre du projet temporaire, en considération pour le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire.
Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Section III. - Dispositions communes.
Art. 25. De dienst Beroepsopleiding van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap is, in overleg met de pedagogische begeleidingsdiensten, belast met de ondersteuning en begeleiding van de tijdelijke projecten, vermeld in afdeling I en II.
Art. 25. Le " Dienst Beroepsopleiding " du Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande est chargé, en accord avec les services d'encadrement pédagogique, de l'appui et de l'encadrement des projets temporaires visés aux Sections Ire et II.
Art. 26. § 1. De evaluatie van het tijdelijke project, vermeld in afdeling I, moet resulteren in een beleidsbeslissing over de wenselijkheid, de haalbaarheid en de budgettaire inpasbaarheid van wijzigingen in de vigerende wetgeving en regelgeving met het oog op structurele inbedding van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
De evaluatie van het tijdelijke project, vermeld in afdeling II, moet resulteren in een beleidsbeslissing over de wenselijkheid en de haalbaarheid van wijzigingen in de vigerende wetgeving en regelgeving met betrekking tot de studiebekrachtiging in het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
§ 2. Aangezien de tijdelijke projecten verband houden met een of meer aspecten van het leerproces, wordt de evaluatie uitgevoerd door de Onderwijsinspectie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Aan de hand van schooldoorlichtingen of andere gerichte instrumenten wordt de evaluatie cumulatief opgebouwd. De evaluatie wordt afgerond in het laatste schooljaar van de projectperiode.
Het geheel van de evaluatieresultaten en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen maakt het voorwerp uit van een rapport dat aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt bezorgd.
§ 3. De inrichtende machten en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie van de tijdelijke projecten waarin ze participeren.
§ 4. Het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van de inrichtende machten, de pedagogische begeleidingsdiensten en de representatieve vakorganisaties worden vooraf in kennis gesteld van het door de Onderwijsinspectie gehanteerde instrumentarium en worden bij de evaluatie betrokken.
De evaluatie van het tijdelijke project, vermeld in afdeling II, moet resulteren in een beleidsbeslissing over de wenselijkheid en de haalbaarheid van wijzigingen in de vigerende wetgeving en regelgeving met betrekking tot de studiebekrachtiging in het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
§ 2. Aangezien de tijdelijke projecten verband houden met een of meer aspecten van het leerproces, wordt de evaluatie uitgevoerd door de Onderwijsinspectie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Aan de hand van schooldoorlichtingen of andere gerichte instrumenten wordt de evaluatie cumulatief opgebouwd. De evaluatie wordt afgerond in het laatste schooljaar van de projectperiode.
Het geheel van de evaluatieresultaten en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen maakt het voorwerp uit van een rapport dat aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt bezorgd.
§ 3. De inrichtende machten en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie van de tijdelijke projecten waarin ze participeren.
§ 4. Het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van de inrichtende machten, de pedagogische begeleidingsdiensten en de representatieve vakorganisaties worden vooraf in kennis gesteld van het door de Onderwijsinspectie gehanteerde instrumentarium en worden bij de evaluatie betrokken.
Art. 26. § 1er. L'évaluation du projet temporaire vise à la Section Ire doit résulter en une décision politique sur l'opportunité, la faisabilité et la conformité budgétaire de modifications dans la législation et la réglementation en vigueur, en vue de l'intégration structurelle de l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
L'évaluation du projet temporaire visé à la Section II doit résulter en une décision politique sur l'opportunité et la faisabilité de modifications dans la législation et la réglementation en vigueur relatives à la validation des études dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
§ 2. Comme les projets temporaires portent sur un ou plusieurs aspects du processus d'apprentissage, l'évaluation est effectuée par l'Inspection de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande. Cette évaluation est élaborée de manière cumulative, moyennant des radioscopies des écoles ou d'autres instruments ciblés. L'évaluation est achevée dans la dernière année scolaire de la période de projet.
L'ensemble des résultats d'évaluation et les recommandations politiques qui en résultent font l'objet d'un rapport qui est remis au Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
§ 3. Les pouvoirs organisateurs et les centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel apporteront leur collaboration à l'évaluation des projets temporaires auxquels ils participent.
§ 4. L'Enseignement communautaire, les associations représentatives des pouvoirs organisateurs, les services d'encadrement pédagogique et les associations syndicales représentatives sont informés au préalable des instruments utilisés par l'Inspection de l'Enseignement et sont associés à l'évaluation.
L'évaluation du projet temporaire visé à la Section II doit résulter en une décision politique sur l'opportunité et la faisabilité de modifications dans la législation et la réglementation en vigueur relatives à la validation des études dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
§ 2. Comme les projets temporaires portent sur un ou plusieurs aspects du processus d'apprentissage, l'évaluation est effectuée par l'Inspection de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande. Cette évaluation est élaborée de manière cumulative, moyennant des radioscopies des écoles ou d'autres instruments ciblés. L'évaluation est achevée dans la dernière année scolaire de la période de projet.
L'ensemble des résultats d'évaluation et les recommandations politiques qui en résultent font l'objet d'un rapport qui est remis au Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
§ 3. Les pouvoirs organisateurs et les centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel apporteront leur collaboration à l'évaluation des projets temporaires auxquels ils participent.
§ 4. L'Enseignement communautaire, les associations représentatives des pouvoirs organisateurs, les services d'encadrement pédagogique et les associations syndicales représentatives sont informés au préalable des instruments utilisés par l'Inspection de l'Enseignement et sont associés à l'évaluation.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 27. Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2004 betreffende onderwijsprojecten " Accent op talent ", gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005, wordt opgeheven.
Art. 27. L'arrêté du Gouvernement flamand du 17 septembre 2004 relatif aux projets d'enseignement " Accent op talent ", modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2005, est abrogé.
Art. 28. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 15 maart 2005, met uitzondering van :
1° de bepalingen van hoofdstuk II voor zover ze betrekking hebben op het project diplomering in het deeltijds beroepssecundair onderwijs die uitwerking hebben met ingang van 15 maart 2006;
2° artikel 27 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2005.
Dit besluit houdt op van kracht te zijn op 31 augustus 2008.
1° de bepalingen van hoofdstuk II voor zover ze betrekking hebben op het project diplomering in het deeltijds beroepssecundair onderwijs die uitwerking hebben met ingang van 15 maart 2006;
2° artikel 27 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2005.
Dit besluit houdt op van kracht te zijn op 31 augustus 2008.
Art. 28. Le présent arrêté produit ses effets le 15 mars 2005, à l'exception :
1° des dispositions du chapitre II, pour autant qu'elles portent sur le projet diplômage dans l'enseignement secondaire professionnel a temps partiel, qui produisent leurs effets le 15 mars 2006;
2° de l'article 27, qui produit ses effets le 1er septembre 2005.
Le présent arrête cessera d'être en vigueur le 31 août 2008.
1° des dispositions du chapitre II, pour autant qu'elles portent sur le projet diplômage dans l'enseignement secondaire professionnel a temps partiel, qui produisent leurs effets le 15 mars 2006;
2° de l'article 27, qui produit ses effets le 1er septembre 2005.
Le présent arrête cessera d'être en vigueur le 31 août 2008.
Art. 29. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 23 juni 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Brussel, 23 juni 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Art. 29. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 23 juin 2006.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
Bruxelles, le 23 juin 2006.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I.
1. Inclusief onderwijs ook voor type 4-leerlingen
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project is een initiatief om de talentontwikkeling voor alle kinderen, ook voor gehandicapten, te bevorderen. Het project speelt zich af in het kader van inclusief onderwijs en het integreren van kinderen met een neuromotorische handicap. Tussen de scholen wordt samengewerkt op pedagogisch en didactisch vlak. Zo wordt tegemoetgekomen aan de vraag naar inclusiemogelijkheden voor type 4-leerlingen zodat ouders een echte keuze kunnen maken voor gewoon onderwijs. Dit project is een voorbeeld van een verschuiving van middelen van buitengewoon onderwijs naar gewoon onderwijs.
deelnemende onderwijsinstellingen :
1. Inclusief onderwijs ook voor type 4-leerlingen
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project is een initiatief om de talentontwikkeling voor alle kinderen, ook voor gehandicapten, te bevorderen. Het project speelt zich af in het kader van inclusief onderwijs en het integreren van kinderen met een neuromotorische handicap. Tussen de scholen wordt samengewerkt op pedagogisch en didactisch vlak. Zo wordt tegemoetgekomen aan de vraag naar inclusiemogelijkheden voor type 4-leerlingen zodat ouders een echte keuze kunnen maken voor gewoon onderwijs. Dit project is een voorbeeld van een verschuiving van middelen van buitengewoon onderwijs naar gewoon onderwijs.
deelnemende onderwijsinstellingen :
Art. N. (Annexes non traduites. Voir original néerlandais).
* BuBaO Dominiek Savio 8830 Gits
* BuSO Dominiek Savio Type 4, opleidingsvormen 8830 Gits
1,2 en 4
* GVBS 8020 Oostkamp
* Vrije Basisschool Brielen 8900 Ieper
* Centrumschool 8520 Kuurne
* VEKBA 8211 Aartrijke
* Gemeenteschool 8690 Alveringem
* VBS De Boomgaard 8850 Ardooie
* St. Katarina 8310 Assebroek
* G.V. Kleuterschool 8580 Avelgem
* De Regenboog 8730 Beernem
* VBS 8800 Beitem
* GVBS 8480 Bekegem
* Stedelijk basisonderwijs 8791 Beveren-Leie
* St. Vincentiusschool 8501 Bissegem
* Ter Duinen 8450 Bredene
* St. Andreas 8000 Brugge
* Hemelsdaele 8000 Brugge
* Het Palet 8000 Brugge
* VBS Molenhoek 8540 Deerlijk
* VBS 8792 Desselgem
* VBS 8900 Dikkebus
* De Lenaard 8380 Dudzele
* Duinenkind 8300 Duinbergen
* H. Familie 8460 Ettelgem
* VBS Driespan 8470 Gistel
* Gemeenteschool 8551 Heestert
* Zonnebloem 8830 Hooglede
* GVBS 8531 Hulste
* VBS 8480 Ichtegem
* VBS 8900 Ieper
* GVB 8900 Ieper
* O.L.V.-school 8770 Ingelmunster
* Gemeenteschool 8570 Ingooigem
* GVB 8870 Izegem
* GVBS St. Rafael 8870 Izegem
* VBS 8572 Kaster
* H. Hart 8300 Knokke-Heist
* M.M.I. 8610 Kortemark
* VBS 8610 Kortemark
* Vrije Kleuterschool 8520 Kuurne
* VBS 8920 Langemark
* Gemeenteschool 8930 Lauwe
* Gemeenteschool 8810 Lichtervelde
* VBS 8760 Marialoop-Meulebeke
* Blijdhove 8930 Menen
* Binnenhof 8930 Menen
* De kleine prins 8930 Menen
* VBS 8957 Mesen
* St. Amandus 8760 Meulebeke
* GVB 8560 Moorsele
* Gemeenteschool De pagaaier 8620 Nieuwpoort
* GVBS 8710 Ooigem
* VBS 8840 Oostnieuwkerke
* GVB 8740 Pittem
* VBS 8970 Poperinge
* Kinderland 8970 Poperinge
* Gemeenteschool 8930 Rekkem
* Lenteland 8800 Roeselare
* Grauwe zusters 8800 Roeselare
* GVB 8800 Roeselare
* Spanjeschool 8800 Roeselare
* Vikingschool 8800 Roeselare
* St. Maarten 8340 Sijsele
* St. Rita 8340 Sijsele
* Stedelijk basisonderwijs 8793 St.
Elooisvijve
* VBS 8650 St. Krisstoffel
* H. Familie 8700 Tielt
* 't Nieuwland 8700 Tielt
* De Korenbloem 8820 Torhout
* GVB Houtmarkt 8630 Veurne
* VBS 8570 Vichte
* De Graankorrel 8940 Wervik
* VBS 8710 Wielsbeke
* Wildenburg 8750 Wingene
* Centrumschool 8750 Wingene
* Gemeenteschool 8610 Zarren
* De Wijzer 8980 Zonnebeke
* Burgerschool 8800 Roeselare
* Hoger Instituut voor Talen en Economie 8500 Kortrijk
* Hogeschool West-Vlaanderen dep. PIH 8500 Kortrijk
* Hogeschool West-Vlaanderen 8200 Brugge
* Hotel en Toerismeschool Spermalie 8000 Brugge
* Instituut Sancta Maria 8755 Ruiselede
* Instituut de Pelichy 8870 Izegem
* Instituut H. Kindsheid 8850 Ardooie
* Instituut Mariawende Blydhove 8310 Brugge
* Instituut OLV van Vreugde 8800 Roeselare
* KATHO dep. HANTAL 8500 Kortrijk
* KATHO dep. IPSOC 8500 Kortrijk
* Margaretha-Maria Instituut 8610 Kortemark
* Middenschool de Pelichy 8870 Izegem
* Middenschool St. Rembert 2 8820 Torhout
* Middenschool St. Rembert 8810 Lichtervelde
* OLV Hemelvaartinstituut 8790 Waregem
* Onze-Lieve-Vrouwe-Instituut 8970 Poperinge
* Sint Amandscollege 4 8530 Harelbeke
* Sint Andreas middenschool 8400 Oostende
* Sint Bernarduscollege 8620 Nieuwpoort
* Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut 8000 Brugge
* Sint-Jan Buchmans Middenschool 8580 Avelgem
* Sint-Janscollege 8970 Poperinge
* Sint-Jorisschool 8930 Menen
* Sint-Niklaasinstituut 8500 Kortrijk
* Sint-Vincentiusinstituut 8860 Lendelede
* Spes Nostra instituut 8520 Kuurne
* Spes Nostra instituut 8501 Heule
* St. Amandscollege 8530 Harelbeke
* St. Jozefinstituut 8700 Tielt
* St. Lutgardisinstituut 8400 Oostende
* Technisch Instituut Heilige Familie 8900 Ieper
* Technisch Instituut Immaculata 8900 Ieper
* Technisch Instituut Sint-Vincentius 8820 Torhout
* Ter Groene Poorte 8200 St-Michiels
* VABI 8800 Roeselare
* VISO - Dokter Delbekestraat 8800 Roeselare
* VISO - Poststraat 8800 Roeselare
* VMS 8800 Roeselare
* VTI 1 8800 Roeselare
* VTI 2 8800 Roeselare
* VTI 8970 Poperinge
* VTI 8700 Tielt
* VTI Sint-Lucas 8930 Menen
* VTI 8790 Waregem
* VTI 8600 Diksmuide
* BuSO Dominiek Savio Type 4, opleidingsvormen 8830 Gits
1,2 en 4
* GVBS 8020 Oostkamp
* Vrije Basisschool Brielen 8900 Ieper
* Centrumschool 8520 Kuurne
* VEKBA 8211 Aartrijke
* Gemeenteschool 8690 Alveringem
* VBS De Boomgaard 8850 Ardooie
* St. Katarina 8310 Assebroek
* G.V. Kleuterschool 8580 Avelgem
* De Regenboog 8730 Beernem
* VBS 8800 Beitem
* GVBS 8480 Bekegem
* Stedelijk basisonderwijs 8791 Beveren-Leie
* St. Vincentiusschool 8501 Bissegem
* Ter Duinen 8450 Bredene
* St. Andreas 8000 Brugge
* Hemelsdaele 8000 Brugge
* Het Palet 8000 Brugge
* VBS Molenhoek 8540 Deerlijk
* VBS 8792 Desselgem
* VBS 8900 Dikkebus
* De Lenaard 8380 Dudzele
* Duinenkind 8300 Duinbergen
* H. Familie 8460 Ettelgem
* VBS Driespan 8470 Gistel
* Gemeenteschool 8551 Heestert
* Zonnebloem 8830 Hooglede
* GVBS 8531 Hulste
* VBS 8480 Ichtegem
* VBS 8900 Ieper
* GVB 8900 Ieper
* O.L.V.-school 8770 Ingelmunster
* Gemeenteschool 8570 Ingooigem
* GVB 8870 Izegem
* GVBS St. Rafael 8870 Izegem
* VBS 8572 Kaster
* H. Hart 8300 Knokke-Heist
* M.M.I. 8610 Kortemark
* VBS 8610 Kortemark
* Vrije Kleuterschool 8520 Kuurne
* VBS 8920 Langemark
* Gemeenteschool 8930 Lauwe
* Gemeenteschool 8810 Lichtervelde
* VBS 8760 Marialoop-Meulebeke
* Blijdhove 8930 Menen
* Binnenhof 8930 Menen
* De kleine prins 8930 Menen
* VBS 8957 Mesen
* St. Amandus 8760 Meulebeke
* GVB 8560 Moorsele
* Gemeenteschool De pagaaier 8620 Nieuwpoort
* GVBS 8710 Ooigem
* VBS 8840 Oostnieuwkerke
* GVB 8740 Pittem
* VBS 8970 Poperinge
* Kinderland 8970 Poperinge
* Gemeenteschool 8930 Rekkem
* Lenteland 8800 Roeselare
* Grauwe zusters 8800 Roeselare
* GVB 8800 Roeselare
* Spanjeschool 8800 Roeselare
* Vikingschool 8800 Roeselare
* St. Maarten 8340 Sijsele
* St. Rita 8340 Sijsele
* Stedelijk basisonderwijs 8793 St.
Elooisvijve
* VBS 8650 St. Krisstoffel
* H. Familie 8700 Tielt
* 't Nieuwland 8700 Tielt
* De Korenbloem 8820 Torhout
* GVB Houtmarkt 8630 Veurne
* VBS 8570 Vichte
* De Graankorrel 8940 Wervik
* VBS 8710 Wielsbeke
* Wildenburg 8750 Wingene
* Centrumschool 8750 Wingene
* Gemeenteschool 8610 Zarren
* De Wijzer 8980 Zonnebeke
* Burgerschool 8800 Roeselare
* Hoger Instituut voor Talen en Economie 8500 Kortrijk
* Hogeschool West-Vlaanderen dep. PIH 8500 Kortrijk
* Hogeschool West-Vlaanderen 8200 Brugge
* Hotel en Toerismeschool Spermalie 8000 Brugge
* Instituut Sancta Maria 8755 Ruiselede
* Instituut de Pelichy 8870 Izegem
* Instituut H. Kindsheid 8850 Ardooie
* Instituut Mariawende Blydhove 8310 Brugge
* Instituut OLV van Vreugde 8800 Roeselare
* KATHO dep. HANTAL 8500 Kortrijk
* KATHO dep. IPSOC 8500 Kortrijk
* Margaretha-Maria Instituut 8610 Kortemark
* Middenschool de Pelichy 8870 Izegem
* Middenschool St. Rembert 2 8820 Torhout
* Middenschool St. Rembert 8810 Lichtervelde
* OLV Hemelvaartinstituut 8790 Waregem
* Onze-Lieve-Vrouwe-Instituut 8970 Poperinge
* Sint Amandscollege 4 8530 Harelbeke
* Sint Andreas middenschool 8400 Oostende
* Sint Bernarduscollege 8620 Nieuwpoort
* Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut 8000 Brugge
* Sint-Jan Buchmans Middenschool 8580 Avelgem
* Sint-Janscollege 8970 Poperinge
* Sint-Jorisschool 8930 Menen
* Sint-Niklaasinstituut 8500 Kortrijk
* Sint-Vincentiusinstituut 8860 Lendelede
* Spes Nostra instituut 8520 Kuurne
* Spes Nostra instituut 8501 Heule
* St. Amandscollege 8530 Harelbeke
* St. Jozefinstituut 8700 Tielt
* St. Lutgardisinstituut 8400 Oostende
* Technisch Instituut Heilige Familie 8900 Ieper
* Technisch Instituut Immaculata 8900 Ieper
* Technisch Instituut Sint-Vincentius 8820 Torhout
* Ter Groene Poorte 8200 St-Michiels
* VABI 8800 Roeselare
* VISO - Dokter Delbekestraat 8800 Roeselare
* VISO - Poststraat 8800 Roeselare
* VMS 8800 Roeselare
* VTI 1 8800 Roeselare
* VTI 2 8800 Roeselare
* VTI 8970 Poperinge
* VTI 8700 Tielt
* VTI Sint-Lucas 8930 Menen
* VTI 8790 Waregem
* VTI 8600 Diksmuide
-
2. Tech tech toppie
algemeen thema : technologie
beschrijving : Met dit project willen de scholen een nieuwe aanpak uitbouwen van technologische opvoeding binnen het reguliere onderwijs, zowel in samenwerking met bedrijven als met lerarenopleiding. De initiatiefnemers willen leerkrachten initiëren in de didactiek van technologie door middel van nascholingen. Die nascholingen zullen zowel in samenwerking met bedrijven, zoals het onderzoekscentrum IMEC, als met de katholieke hogeschool van Leuven georganiseerd worden.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : technologie
beschrijving : Met dit project willen de scholen een nieuwe aanpak uitbouwen van technologische opvoeding binnen het reguliere onderwijs, zowel in samenwerking met bedrijven als met lerarenopleiding. De initiatiefnemers willen leerkrachten initiëren in de didactiek van technologie door middel van nascholingen. Die nascholingen zullen zowel in samenwerking met bedrijven, zoals het onderzoekscentrum IMEC, als met de katholieke hogeschool van Leuven georganiseerd worden.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Sint-Annaschool 3080 Duisburg-Tervuren
* Mariaschool 3080 Tervuren
* Sint-Jozefsschool 3090 Eizer-Overijse
* Vrije Basisschool De Bolster 3040 Neerijse
* Vrije Gesubsidieerde Basisschool Maleizen 3090 Overijse
* Vrije Gesubsidieerde Basisschool Tombeek 3090 Overijse
* Vrije Gesubsidieerde Basisschool Jezus-Eik 3090 Overijse
* Sint-Martinus 3090 Overijse
* GITO 3090 Overijse
* Katholieke Hogeschool Heverlee 3001 Heverlee
* Mariaschool 3080 Tervuren
* Sint-Jozefsschool 3090 Eizer-Overijse
* Vrije Basisschool De Bolster 3040 Neerijse
* Vrije Gesubsidieerde Basisschool Maleizen 3090 Overijse
* Vrije Gesubsidieerde Basisschool Tombeek 3090 Overijse
* Vrije Gesubsidieerde Basisschool Jezus-Eik 3090 Overijse
* Sint-Martinus 3090 Overijse
* GITO 3090 Overijse
* Katholieke Hogeschool Heverlee 3001 Heverlee
-
3. Bruggen bouwen
algemeen thema : talentontwikkeling; technologie
beschrijving : Dit project stimuleert de samenwerking tussen basisonderwijs en secundair onderwijs. Hiermee willen de scholen actieve werkvormen, zoals hoekenwerk, projectwerking, overbrengen van basisonderwijs naar secundair onderwijs. Dat gebeurt via nascholing om zo de talenten van de leerlingen en ook van de leerkrachten maximaal te ontwikkelen. Nadruk ligt op de evenwaardigheid van competenties, maar speciale aandacht gaat in dit project naar de component techniek en technologie in alle fases van de ontwikkeling door middel van de technologiekoffer, de mobiele werkplaats en het in beeld brengen van het technologische proces.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; technologie
beschrijving : Dit project stimuleert de samenwerking tussen basisonderwijs en secundair onderwijs. Hiermee willen de scholen actieve werkvormen, zoals hoekenwerk, projectwerking, overbrengen van basisonderwijs naar secundair onderwijs. Dat gebeurt via nascholing om zo de talenten van de leerlingen en ook van de leerkrachten maximaal te ontwikkelen. Nadruk ligt op de evenwaardigheid van competenties, maar speciale aandacht gaat in dit project naar de component techniek en technologie in alle fases van de ontwikkeling door middel van de technologiekoffer, de mobiele werkplaats en het in beeld brengen van het technologische proces.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Stedelijke Basisschool De Kastanjelaar 1800 Vilvoorde
* Stedelijke Basisschool De Groene Planeet 1800 Vilvoorde
* Secundaire school GISO 1830 Machelen
* Stedelijke Basisschool De Groene Planeet 1800 Vilvoorde
* Secundaire school GISO 1830 Machelen
-
4. Resultaten halen via mensen voor mensen
algemeen thema : beleidsvoerend vermogen
beschrijving : In dit project willen de deelnemende scholen via competentiemanagement het personeel op zijn juiste plaats in de school proberen te zetten. Ze willen dat bereiken door het totale menselijke potentieel optimaal te coachen. De zeven verschillende deelprojecten (missie en visie, competentieprofielen, werving, selectie en onthaal, functioneren en beoordelen, loopbaanontwikkeling en vorming, training en opleiding) lopen gelijktijdig en beogen vanuit verschillende perspectieven hetzelfde doel.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : beleidsvoerend vermogen
beschrijving : In dit project willen de deelnemende scholen via competentiemanagement het personeel op zijn juiste plaats in de school proberen te zetten. Ze willen dat bereiken door het totale menselijke potentieel optimaal te coachen. De zeven verschillende deelprojecten (missie en visie, competentieprofielen, werving, selectie en onthaal, functioneren en beoordelen, loopbaanontwikkeling en vorming, training en opleiding) lopen gelijktijdig en beogen vanuit verschillende perspectieven hetzelfde doel.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Basisschool Bokrijk 3600 Genk
* Basisschool Boxbergheide 3600 Genk
* Basisschool Bret-Gelieren 3600 Genk
* Basisschool Broederschool 3600 Genk
* Basisschool Driehoeven 3600 Genk
* Basisschool Mater Dei 3600 Genk
* Basisschool Mickey Mouse - De Sleutel 3600 Genk
* Basisschool Sint-Albertus 3600 Genk
* Basisschool Sint-Jan 3600 Genk
* Basisschool Sint-Jozef meisjes 3600 Genk
* Basisschool Sint-Jozef jongens 3600 Genk
* Sint-Martinusschool 3600 Genk
* Basisschool Sint-Michiel 3600 Genk
* Basisschool 't Schoolke 3600 Genk
* Kleuterschool Termien 3600 Genk
* Lagere school Termien 3600 Genk
* Basisschool Boxbergheide 3600 Genk
* Basisschool Bret-Gelieren 3600 Genk
* Basisschool Broederschool 3600 Genk
* Basisschool Driehoeven 3600 Genk
* Basisschool Mater Dei 3600 Genk
* Basisschool Mickey Mouse - De Sleutel 3600 Genk
* Basisschool Sint-Albertus 3600 Genk
* Basisschool Sint-Jan 3600 Genk
* Basisschool Sint-Jozef meisjes 3600 Genk
* Basisschool Sint-Jozef jongens 3600 Genk
* Sint-Martinusschool 3600 Genk
* Basisschool Sint-Michiel 3600 Genk
* Basisschool 't Schoolke 3600 Genk
* Kleuterschool Termien 3600 Genk
* Lagere school Termien 3600 Genk
-
5. Samenwerkingsplatform Frans en brugklas 1B
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : In dit project willen de deelnemende scholen vanuit het vak Frans de bestaande acties rond uitwisseling tussen basisonderwijs en secundair onderwijs uitbreiden en de afstand tussen basisonderwijs en secundair onderwijs verkleinen in samenwerking met een lerarenopleiding.
In het eerste jaar secundair onderwijs wil men de taalachterstand vaststellen en remediëren dankzij een taalportfolio en taalpaspoort. Het gaat hier over competentieleren en responsabilisering voor de lerende leerkracht en leerling. Deelnemende scholen beogen structurele veranderingen te realiseren.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : In dit project willen de deelnemende scholen vanuit het vak Frans de bestaande acties rond uitwisseling tussen basisonderwijs en secundair onderwijs uitbreiden en de afstand tussen basisonderwijs en secundair onderwijs verkleinen in samenwerking met een lerarenopleiding.
In het eerste jaar secundair onderwijs wil men de taalachterstand vaststellen en remediëren dankzij een taalportfolio en taalpaspoort. Het gaat hier over competentieleren en responsabilisering voor de lerende leerkracht en leerling. Deelnemende scholen beogen structurele veranderingen te realiseren.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* BS De Baan 2800 Mechelen
* BS De Zonnebergen 2800 Walem
* BS Hof van Riemen 2220 Heist-op-den-Berg
* BS Keerbergen 3140 Keerbergen
* MS Keerbergen 3140 Keerbergen
* KTA Heist-op-den-Berg 2220 Heist-op-den-Berg
* BS Go Shil 2800 Mechelen
* BS De Esdoorn 2811 Hombeek
* BS Ter Emelo 3120 Tremelo
* BS De Spiegel 2811 Leest
* KA Pitzemburg 2800 Mechelen
* BS Lyceum 2800 Mechelen
* KA Lyceum 2800 Mechelen
* KTA Wollemarkt 2800 Mechelen
* BS Ter Berken 1981 Hofstade
* BS De Puzzel 2800 Mechelen
* BS Hof Van Nassau 2800 Mechelen
* BS Maurits Sabbe 2800 Mechelen
* BS Victor Van de Walle 2800 Mechelen
* Groep T Hogeschool 3000 Leuven
* Erasmus Hogeschool 1070 Brussel
* BS De Zonnebergen 2800 Walem
* BS Hof van Riemen 2220 Heist-op-den-Berg
* BS Keerbergen 3140 Keerbergen
* MS Keerbergen 3140 Keerbergen
* KTA Heist-op-den-Berg 2220 Heist-op-den-Berg
* BS Go Shil 2800 Mechelen
* BS De Esdoorn 2811 Hombeek
* BS Ter Emelo 3120 Tremelo
* BS De Spiegel 2811 Leest
* KA Pitzemburg 2800 Mechelen
* BS Lyceum 2800 Mechelen
* KA Lyceum 2800 Mechelen
* KTA Wollemarkt 2800 Mechelen
* BS Ter Berken 1981 Hofstade
* BS De Puzzel 2800 Mechelen
* BS Hof Van Nassau 2800 Mechelen
* BS Maurits Sabbe 2800 Mechelen
* BS Victor Van de Walle 2800 Mechelen
* Groep T Hogeschool 3000 Leuven
* Erasmus Hogeschool 1070 Brussel
-
6. Handen uit de mouwen in de technotheek
algemeen thema : technologie
beschrijving : De deelnemende scholen willen de professionaliteit van hun leerkrachten verhogen door hen plezier en inzicht te laten verwerven in technologie en wetenschap. Samen met de expertise vanuit het buitengewoon onderwijs werd een technotheek opgericht. Zij willen de materialen en activiteiten uit die technotheek verder uitwerken voor alle leerkrachten en leerlingen van de basisschool. Die nieuwe aanpak past in het " anders kiezen " waarbij de ouders (vaak zelf technisch onderlegd) nauw betrokken worden. Hier is sprake van een didactische én pedagogische werking van de scholengemeenschap. De scholengemeenschap wordt zo méér dan louter een administratief samenwerkingsverband.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : technologie
beschrijving : De deelnemende scholen willen de professionaliteit van hun leerkrachten verhogen door hen plezier en inzicht te laten verwerven in technologie en wetenschap. Samen met de expertise vanuit het buitengewoon onderwijs werd een technotheek opgericht. Zij willen de materialen en activiteiten uit die technotheek verder uitwerken voor alle leerkrachten en leerlingen van de basisschool. Die nieuwe aanpak past in het " anders kiezen " waarbij de ouders (vaak zelf technisch onderlegd) nauw betrokken worden. Hier is sprake van een didactische én pedagogische werking van de scholengemeenschap. De scholengemeenschap wordt zo méér dan louter een administratief samenwerkingsverband.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* BLO Mariadal (basisonderwijs) 3320 Hoegaarden
* VBS Mariadal 3320 Hoegaarden
* VBS Sint-Gertrudis 3400 Landen
* VKS De Wegwijzer 3350 Orsmaal-Linter
* VKS De Boskabouters 3320 Meldert-Hoegaarden
* GVB De Bron 3440 Budingen-Zoutleeuw
* GVB Vroenhof 3300 Kumtich-Tienen
* VBS Sint-Martinus 3210 Lubbeek
* VBS Immaculata 3300 Tienen
* GBS Boutersem 3370 Boutersem
* Secundair Onderwijs VIA 3300 Tienen
* VBS Mariadal 3320 Hoegaarden
* VBS Sint-Gertrudis 3400 Landen
* VKS De Wegwijzer 3350 Orsmaal-Linter
* VKS De Boskabouters 3320 Meldert-Hoegaarden
* GVB De Bron 3440 Budingen-Zoutleeuw
* GVB Vroenhof 3300 Kumtich-Tienen
* VBS Sint-Martinus 3210 Lubbeek
* VBS Immaculata 3300 Tienen
* GBS Boutersem 3370 Boutersem
* Secundair Onderwijs VIA 3300 Tienen
-
7. Techniek = overall
algemeen thema : technologie
beschrijving : De deelnemende basisscholen willen in dit project de technologische opvoeding als afzonderlijk vak (buiten wereldoriëntatie) oprichten en vergelijken met een sterk uitgebouwde technologische opvoedingscomponent binnen wereldoriëntatie. Verschillende activiteiten rond technologie worden uitgewerkt. De scholen zullen onderzoeken welke effecten (voor- en nadelen) en invloeden die activiteiten hebben op de technische vaardigheid van de kinderen en op het keuzegedrag.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : technologie
beschrijving : De deelnemende basisscholen willen in dit project de technologische opvoeding als afzonderlijk vak (buiten wereldoriëntatie) oprichten en vergelijken met een sterk uitgebouwde technologische opvoedingscomponent binnen wereldoriëntatie. Verschillende activiteiten rond technologie worden uitgewerkt. De scholen zullen onderzoeken welke effecten (voor- en nadelen) en invloeden die activiteiten hebben op de technische vaardigheid van de kinderen en op het keuzegedrag.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* BSGO Het Centrum 2300 Turnhout
* GBS Voorheide 2370 Arendonk
* GBS Hei-einde 2350 Vosselaar
* VBS Groot Vorst 2430 Laakdal
* VBS De Schatkist 2235 Westmeerbeek
* VBS De Parel 2460 Lichtaart
* VBS Windekind 2290 Vorselaar
* VBS Zwaneven 2360 Oud-Turnhout
* VBS St-Clara 2370 Arendonk
* VBS De Toverboom 2440 Geel
* KHK Turnhout 2300 Turnhout
* KHK Vorselaar 2290 Vorselaar
* GBS Voorheide 2370 Arendonk
* GBS Hei-einde 2350 Vosselaar
* VBS Groot Vorst 2430 Laakdal
* VBS De Schatkist 2235 Westmeerbeek
* VBS De Parel 2460 Lichtaart
* VBS Windekind 2290 Vorselaar
* VBS Zwaneven 2360 Oud-Turnhout
* VBS St-Clara 2370 Arendonk
* VBS De Toverboom 2440 Geel
* KHK Turnhout 2300 Turnhout
* KHK Vorselaar 2290 Vorselaar
-
8. 't Scharnier
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Het project richt zich tot verschillende scholen van verschillende niveaus (buitengewoon en gewoon basisonderwijs, buitengewoon en gewoon secundair onderwijs, hoger onderwijs). Bedoeling is een methodologie te ontwikkelen over hoe schoolkansarmoede het best aangepakt kan worden. De scholen zullen proberen door leerbegeleiding thuis de ouders er meer bij te betrekken. Aspirant-leerkrachten of sociaal verpleegkundigen worden ingeschakeld - onder begeleiding van het projectteam - om kennis te maken met de problematiek. Het project wil uit de ervaringen in de kansarme gezinnen ook aanzetten geven tot structurele veranderingen in de school.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Het project richt zich tot verschillende scholen van verschillende niveaus (buitengewoon en gewoon basisonderwijs, buitengewoon en gewoon secundair onderwijs, hoger onderwijs). Bedoeling is een methodologie te ontwikkelen over hoe schoolkansarmoede het best aangepakt kan worden. De scholen zullen proberen door leerbegeleiding thuis de ouders er meer bij te betrekken. Aspirant-leerkrachten of sociaal verpleegkundigen worden ingeschakeld - onder begeleiding van het projectteam - om kennis te maken met de problematiek. Het project wil uit de ervaringen in de kansarme gezinnen ook aanzetten geven tot structurele veranderingen in de school.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs 8000 Brugge
Brugge-Centrum
* Basisschool De Lisblomme 8380 Lissewege
* Middenschool van het Gemeenschapsonderwijs 8370 Blankenberge
Maerlant
* KTA Brugge - St.-Michiels 8200 Sint-Michiels
* O.-L.-V. Ter Duinen 8301 Knokke-Heist
* St.-Pieterscollege/St.-Jozefshandelsschool 8370 Blankenberge
* VTI Brugge 8000 Brugge
Brugge-Centrum
* Basisschool De Lisblomme 8380 Lissewege
* Middenschool van het Gemeenschapsonderwijs 8370 Blankenberge
Maerlant
* KTA Brugge - St.-Michiels 8200 Sint-Michiels
* O.-L.-V. Ter Duinen 8301 Knokke-Heist
* St.-Pieterscollege/St.-Jozefshandelsschool 8370 Blankenberge
* VTI Brugge 8000 Brugge
-
9. Gewoon buitengewoon
algemeen thema : beleidsvoerend vermogen; talentontwikkeling
beschrijving : Dit project werkt aan een betere aansluiting van gewoon op buitengewoon basisonderwijs binnen de mogelijkheden van de scholengemeenschap basisonderwijs-buitengewoon basisonderwijs. Het is de bedoeling om alle leerlingen op basis van hun talenten zo ver mogelijk te krijgen. Voor de realisatie worden acties ondernomen op alle niveaus : school, leerkracht, leerling en scholengemeenschap. Op het leerlingenniveau werken de scholen met gedifferentieerde leertrajecten die vertrekken vanuit duidelijke operationele doelen, gekoppeld aan interne en externe professionalisering van leerkrachten. De aansturing wordt formeel geregeld op het niveau van de scholengemeenschap.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : beleidsvoerend vermogen; talentontwikkeling
beschrijving : Dit project werkt aan een betere aansluiting van gewoon op buitengewoon basisonderwijs binnen de mogelijkheden van de scholengemeenschap basisonderwijs-buitengewoon basisonderwijs. Het is de bedoeling om alle leerlingen op basis van hun talenten zo ver mogelijk te krijgen. Voor de realisatie worden acties ondernomen op alle niveaus : school, leerkracht, leerling en scholengemeenschap. Op het leerlingenniveau werken de scholen met gedifferentieerde leertrajecten die vertrekken vanuit duidelijke operationele doelen, gekoppeld aan interne en externe professionalisering van leerkrachten. De aansturing wordt formeel geregeld op het niveau van de scholengemeenschap.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* VBS Rodenburg 8510 Marke
* VBS Bellegem 8510 Bellegem
* VBS Sint-Theresia 8510 Rollegem
* Centrumschool 8510 Marke
* VLS voor Buitengewoon Onderwijs De Bloesem 8500 Kortrijk
* VLS voor Buitengewoon Onderwijs De Brug 8500 Kortrijk
* VBS voor Buitengewoon Onderwijs Bemok 8500 Kortrijk
* VBS Bellegem 8510 Bellegem
* VBS Sint-Theresia 8510 Rollegem
* Centrumschool 8510 Marke
* VLS voor Buitengewoon Onderwijs De Bloesem 8500 Kortrijk
* VLS voor Buitengewoon Onderwijs De Brug 8500 Kortrijk
* VBS voor Buitengewoon Onderwijs Bemok 8500 Kortrijk
-
10. Accent op kleurrijk talent
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : In dit project willen de deelnemers intercultureel onderwijs aanpakken vanuit de bodem. Via een sterk uitgewerkt inschrijvingsbeleid willen ze de diversiteit van de leerlingenpopulatie bevorderen en een sterk uitgebouwde leerlingenbegeleiding (crisisopvang, eerstelijnsopvang ...) opzetten. Het laatste deelproject wil de opgebouwde knowhow (zorgbeleid in het algemeen, intercultureel onderwijs in het bijzonder) delen met een brede waaier aan interne en externe partners op alle onderwijsniveaus.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : In dit project willen de deelnemers intercultureel onderwijs aanpakken vanuit de bodem. Via een sterk uitgewerkt inschrijvingsbeleid willen ze de diversiteit van de leerlingenpopulatie bevorderen en een sterk uitgebouwde leerlingenbegeleiding (crisisopvang, eerstelijnsopvang ...) opzetten. Het laatste deelproject wil de opgebouwde knowhow (zorgbeleid in het algemeen, intercultureel onderwijs in het bijzonder) delen met een brede waaier aan interne en externe partners op alle onderwijsniveaus.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Onze-Lieve-Vrouw van de Ham-Instituut - AEG 2800 Mechelen
(secundair onderwijs)
* Onze-Lieve-Vrouw van de Ham-Instituut 2800 Mechelen
(secundair onderwijs)
(secundair onderwijs)
* Onze-Lieve-Vrouw van de Ham-Instituut 2800 Mechelen
(secundair onderwijs)
-
11. De brug
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Het project vertrekt van de aansluiting van basisonderwijs op secundair onderwijs en betrekt daarbij de problematiek van anders leren en van technologische opvoeding. Hier werken de scholen met initiatieven rond de overgang van basisonderwijs naar secundair onderwijs en didactische werkvormen. Ze stemmen de leerplannen van verschillende niveaus en richtingen op elkaar af, en het secundair onderwijs en basisonderwijs werken samen rond technologische opvoeding.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Het project vertrekt van de aansluiting van basisonderwijs op secundair onderwijs en betrekt daarbij de problematiek van anders leren en van technologische opvoeding. Hier werken de scholen met initiatieven rond de overgang van basisonderwijs naar secundair onderwijs en didactische werkvormen. Ze stemmen de leerplannen van verschillende niveaus en richtingen op elkaar af, en het secundair onderwijs en basisonderwijs werken samen rond technologische opvoeding.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* KTA van het gemeenschapsonderwijs 9820 Merelbeke
* GILKO (gemeentelijke basisschool) 9820 Merelbeke
* BSGO De Linde 9820 Merelbeke
* MPI De Oase 9000 Gent
* GILKO (gemeentelijke basisschool) 9820 Merelbeke
* BSGO De Linde 9820 Merelbeke
* MPI De Oase 9000 Gent
-
12. Zelfsturende teams
algemeen thema : beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Dit project is een voorbeeld van professioneel management. Scholen willen door zelfsturende teams op te zetten de leerkrachten er in team voor verantwoordelijk maken om de gestelde doelen te bereiken. Ze willen onderzoeken hoe die leerkrachtenteams zichzelf kunnen sturen. Zelfsturende teams worden onder andere opgezet binnen vakoverschrijdende (project)werking in algemeen secundair onderwijs, technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs (begeleid zelfstandig leren in open leercentrum, vrije ruimte derde graad, geïntegreerd proefteam).
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Dit project is een voorbeeld van professioneel management. Scholen willen door zelfsturende teams op te zetten de leerkrachten er in team voor verantwoordelijk maken om de gestelde doelen te bereiken. Ze willen onderzoeken hoe die leerkrachtenteams zichzelf kunnen sturen. Zelfsturende teams worden onder andere opgezet binnen vakoverschrijdende (project)werking in algemeen secundair onderwijs, technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs (begeleid zelfstandig leren in open leercentrum, vrije ruimte derde graad, geïntegreerd proefteam).
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* De Pleinschool A 8500 Kortrijk
* De Pleinschool B 8500 Kortrijk
* De Pleinschool C 8500 Kortrijk
* De Pleinschool D 8500 Kortrijk
* De Pleinschool B 8500 Kortrijk
* De Pleinschool C 8500 Kortrijk
* De Pleinschool D 8500 Kortrijk
-
13. Uitbouw van een doorzichtig, flexibel en beroepsgericht opleidingsaanbod binnen het tertiair onderwijs in social profit en lichaamszorg
algemeen thema : leren en werken
beschrijving : Dit project wil samenwerkingsverbanden creëren tussen instellingen van deeltijds beroepssecundair onderwijs, volwassenenonderwijs en vierde graad beroepssecundair onderwijs. Tevens willen de deelnemers ook het instroombeleid harmoniseren en professionaliseren, het doorstroombeleid vanuit een geïntegreerde visie uitwerken met coherente en complementaire leerwegen en ook de uitstroom afhankelijk van de behoeften op het werkveld optimaliseren.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : leren en werken
beschrijving : Dit project wil samenwerkingsverbanden creëren tussen instellingen van deeltijds beroepssecundair onderwijs, volwassenenonderwijs en vierde graad beroepssecundair onderwijs. Tevens willen de deelnemers ook het instroombeleid harmoniseren en professionaliseren, het doorstroombeleid vanuit een geïntegreerde visie uitwerken met coherente en complementaire leerwegen en ook de uitstroom afhankelijk van de behoeften op het werkveld optimaliseren.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* HIVSET, Hoger Instituut voor Verpleegkunde 2300 Turnhout
Sint-Elisabeth
* Instituut Heilig Graf 2300 Turnhout
Sint-Elisabeth
* Instituut Heilig Graf 2300 Turnhout
-
14. Competentieontwikkelend leren in haarzorg/haarstilist
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : In dit project willen de deelnemers leerlijnen (waar de groei in competentie zichtbaar wordt gemaakt) ontwikkelen voor de studierichting haarzorg/haarstilist. Bovendien willen ze een portfolio ontwikkelen voor competentieontwikkeling via integrale opdrachten en een instrument uitbouwen voor de rapportering van de competentieontwikkeling in haarzorg/ haarstilist.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : In dit project willen de deelnemers leerlijnen (waar de groei in competentie zichtbaar wordt gemaakt) ontwikkelen voor de studierichting haarzorg/haarstilist. Bovendien willen ze een portfolio ontwikkelen voor competentieontwikkeling via integrale opdrachten en een instrument uitbouwen voor de rapportering van de competentieontwikkeling in haarzorg/ haarstilist.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* VISO (secundair onderwijs) 8800 Roeselare
* Sint-Anna-instituut (secundair onderwijs) 9900 Eeklo
* Sint-Anna-instituut (secundair onderwijs) 9900 Eeklo
-
15. Onderwijs op maat van lerenden (kansen van het tertiair onderwijs)
algemeen thema : leren en werken
beschrijving : Dit project wil het onderwijsaanbod binnen een groter samenwerkingsverband (bij aanvang scholengemeenschap en hoger onderwijs, later ook met het avondonderwijs, het stadsbestuur en bedrijven) organiseren zodat de lerende altijd een kans op doorstromen krijgt. De lerende kan op die manier de ideale vooropleiding krijgen om zo de juiste plaats te vinden binnen het bedrijfsleven.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : leren en werken
beschrijving : Dit project wil het onderwijsaanbod binnen een groter samenwerkingsverband (bij aanvang scholengemeenschap en hoger onderwijs, later ook met het avondonderwijs, het stadsbestuur en bedrijven) organiseren zodat de lerende altijd een kans op doorstromen krijgt. De lerende kan op die manier de ideale vooropleiding krijgen om zo de juiste plaats te vinden binnen het bedrijfsleven.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Katho 8500 Kortrijk
* Hitek 8500 Kortrijk
* Sint-Amandscollege 2 8500 Kortrijk
* Hitek 8500 Kortrijk
* Sint-Amandscollege 2 8500 Kortrijk
-
16. Pont
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Het project sluit aan bij beide aspecten van anders leren en anders evalueren, zowel voor algemene vakken als voor technische en praktijkvakken, in alle graden technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs. Nieuw is dat leerlingen een VCA-attest (= veiligheid, gezondheid en milieu checklist aannemers) kunnen behalen binnen het reguliere onderwijs.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Het project sluit aan bij beide aspecten van anders leren en anders evalueren, zowel voor algemene vakken als voor technische en praktijkvakken, in alle graden technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs. Nieuw is dat leerlingen een VCA-attest (= veiligheid, gezondheid en milieu checklist aannemers) kunnen behalen binnen het reguliere onderwijs.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Provinciaal Instituut Burgemeester Van 9220 Hamme
Driessche
Driessche
-
17. Accent op stedelijk talent
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project omvat vijf deelprojecten. Voor elk deelproject hebben zich een aantal scholen, verspreid over Vlaanderen, geëngageerd. Een eerste deelproject maakt een instap in een driejarige eerste graad mogelijk. In het tweede deelproject wil men door een schakelklas op te zetten (na de eerste graad) de startkansen van jongeren in de tweede graad optimaliseren. Andere deelprojecten willen een flexibele invulling voor een tweejarig leertraject eerste graad A- en B-stroom uitwerken. Het laatste deelproject wil een aangepast individueel vervolgtraject voor de ex-anderstalige nieuwkomer opzetten.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project omvat vijf deelprojecten. Voor elk deelproject hebben zich een aantal scholen, verspreid over Vlaanderen, geëngageerd. Een eerste deelproject maakt een instap in een driejarige eerste graad mogelijk. In het tweede deelproject wil men door een schakelklas op te zetten (na de eerste graad) de startkansen van jongeren in de tweede graad optimaliseren. Andere deelprojecten willen een flexibele invulling voor een tweejarig leertraject eerste graad A- en B-stroom uitwerken. Het laatste deelproject wil een aangepast individueel vervolgtraject voor de ex-anderstalige nieuwkomer opzetten.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Instituut Immaculata 3600 Genk
* Kunstschool 3600 Genk
* Onze-Lieve-Vrouwlyceum 3600 Genk
* Onze-Lieve-Vrouwlyceum - eerste graad 3600 Genk
* Regina Mundi 3600 Genk
* Sint-Jan Berchmanscollege 3600 Genk
* Sint-Jan Berchmanscollege - eerste graad 3600 Genk
* Sint-Jozefinstituut 3600 Genk
* Technisch Instituut Sint-Lodewijk 3600 Genk
* Technisch Instituut Sint-Lodewijk 3600 Genk
* Sint-Norbertusinstituut 2000 Antwerpen
* Instituut Maris Stella - Sint-Agnes 2140 Borgerhout
* Van Celstinstituut TSO 2000 Antwerpen
* Sint-Willebrord - Heilige Familie 1ste graad 2600 Berchem
* Sint-Willebrord - Heilige Familie 2600 Berchem
* Onze-Lieve-Vrouwe-Instituut 9000 Gent
* Hoger Technisch Instituut Sint-Antonius 9000 Gent
* Vrij Instituut voor Secundair Onderwijs - Gent 9030 Mariakerke
* Kunstschool 3600 Genk
* Onze-Lieve-Vrouwlyceum 3600 Genk
* Onze-Lieve-Vrouwlyceum - eerste graad 3600 Genk
* Regina Mundi 3600 Genk
* Sint-Jan Berchmanscollege 3600 Genk
* Sint-Jan Berchmanscollege - eerste graad 3600 Genk
* Sint-Jozefinstituut 3600 Genk
* Technisch Instituut Sint-Lodewijk 3600 Genk
* Technisch Instituut Sint-Lodewijk 3600 Genk
* Sint-Norbertusinstituut 2000 Antwerpen
* Instituut Maris Stella - Sint-Agnes 2140 Borgerhout
* Van Celstinstituut TSO 2000 Antwerpen
* Sint-Willebrord - Heilige Familie 1ste graad 2600 Berchem
* Sint-Willebrord - Heilige Familie 2600 Berchem
* Onze-Lieve-Vrouwe-Instituut 9000 Gent
* Hoger Technisch Instituut Sint-Antonius 9000 Gent
* Vrij Instituut voor Secundair Onderwijs - Gent 9030 Mariakerke
-
18. Meer werk(ervaring) voor CDO-leerlingen en synergie CDO en CVO
algemeen thema : leren en werken
beschrijving : In dit project willen de deelnemers de werkervaring van jongeren vergroten, knowhow verwerven bij het samenwerken met uitzendkantoren, knowhow opbouwen over de synergie deeltijds beroepssecundair onderwijs en volwassenenonderwijs, opleidingsprogramma's en beoordelingsproeven afstemmen op elkaar en een leerlingenvolgsysteem aanpassen.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : leren en werken
beschrijving : In dit project willen de deelnemers de werkervaring van jongeren vergroten, knowhow verwerven bij het samenwerken met uitzendkantoren, knowhow opbouwen over de synergie deeltijds beroepssecundair onderwijs en volwassenenonderwijs, opleidingsprogramma's en beoordelingsproeven afstemmen op elkaar en een leerlingenvolgsysteem aanpassen.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* CDO Zuid (SPIA CDO Zuid) 2600 Berchem
* SCVO-N Nijverheidsschool 2000 Antwerpen
* SCVO-N Nijverheidsschool 2000 Antwerpen
-
19. L2W3
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : Dit project is ontstaan uit een zoekproces naar een meer optimale organisatie van het volledige bovenbouwonderwijs. De deelnemers willen het onderwijsaanbod herstructureren in belangstellingsgebieden. Om te vermijden dat oude beschotten door nieuwe worden vervangen, wil men zo veel mogelijk bruggen creëren tussen de verschillende belangstellingsgebieden. L2W3 slaat op het uitbouwen van een leef- en leergemeenschap (een brede vorming die het theoretische overstijgt) Wetenschappen met het accent op de derde graad. Bovendien willen de scholen samenwerkingsverbanden met de socio-economische partners opzetten.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : Dit project is ontstaan uit een zoekproces naar een meer optimale organisatie van het volledige bovenbouwonderwijs. De deelnemers willen het onderwijsaanbod herstructureren in belangstellingsgebieden. Om te vermijden dat oude beschotten door nieuwe worden vervangen, wil men zo veel mogelijk bruggen creëren tussen de verschillende belangstellingsgebieden. L2W3 slaat op het uitbouwen van een leef- en leergemeenschap (een brede vorming die het theoretische overstijgt) Wetenschappen met het accent op de derde graad. Bovendien willen de scholen samenwerkingsverbanden met de socio-economische partners opzetten.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Sinte-Lutgartinstituut 3580 Beringen
* Sint-Jozefscollege 3580 Beringen
* Vrij Technisch Instituut 3580 Beringen
* Middenschool Sint-Jan 3580 Beringen
* O.-L.-Vrouwinstituut 3583 Paal
* Middenschool Onbevlekt Hart van Maria 3560 Lummen
* Instituut Onbevlekt Hart van Maria 3560 Lummen
* Vrij Technisch Instituut/Centrum voor 3580 Beringen
Deeltijds Onderwijs
* Sint-Jozefscollege 3580 Beringen
* Vrij Technisch Instituut 3580 Beringen
* Middenschool Sint-Jan 3580 Beringen
* O.-L.-Vrouwinstituut 3583 Paal
* Middenschool Onbevlekt Hart van Maria 3560 Lummen
* Instituut Onbevlekt Hart van Maria 3560 Lummen
* Vrij Technisch Instituut/Centrum voor 3580 Beringen
Deeltijds Onderwijs
-
20. Competentieontwikkelend leren in de praktijk
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : Dit project wil leerlijnen en doelen voor integrale opdrachten ontwikkelen. De integrale opdrachten beogen competentieontwikkelend leren in sociale en technische wetenschappen in de tweede en derde graad te realiseren. Daarbij moet een portfolio het mogelijk maken dat de leerling, het leerkrachtenteam en de ouders de groei in competentie kunnen volgen over de tweede en derde graad sociale en technische wetenschappen heen.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : Dit project wil leerlijnen en doelen voor integrale opdrachten ontwikkelen. De integrale opdrachten beogen competentieontwikkelend leren in sociale en technische wetenschappen in de tweede en derde graad te realiseren. Daarbij moet een portfolio het mogelijk maken dat de leerling, het leerkrachtenteam en de ouders de groei in competentie kunnen volgen over de tweede en derde graad sociale en technische wetenschappen heen.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Kogeka 8 Sint Maria Instituut (secundaire 2440 Geel
school)
* Sint Godelievecollege (secundaire school) 8470 Gistel
* Annuntiata-instituut (secundaire school) 8630 Veurne
school)
* Sint Godelievecollege (secundaire school) 8470 Gistel
* Annuntiata-instituut (secundaire school) 8630 Veurne
-
21. Overgang van basis- naar secundair onderwijs : continuïteit van zorg en methodiek
algemeen thema : beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Doel van dit project is zorg en methodiek aan elkaar koppelen door de zorglijn van basisonderwijs naar secundair onderwijs en het projectmatig werken vanuit het basisonderwijs door te trekken naar het secundair onderwijs. De scholen doen een nulmeting om de leerwinst te kunnen meten. De expertise vanuit het basisonderwijs wordt doorgetrokken naar het secundair onderwijs.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Doel van dit project is zorg en methodiek aan elkaar koppelen door de zorglijn van basisonderwijs naar secundair onderwijs en het projectmatig werken vanuit het basisonderwijs door te trekken naar het secundair onderwijs. De scholen doen een nulmeting om de leerwinst te kunnen meten. De expertise vanuit het basisonderwijs wordt doorgetrokken naar het secundair onderwijs.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Don Bosco Groenveld 3001 Heverlee
* Eerstegraadsschool MISOL 3000 Leuven
* Heilige Drievuldigheidscollege 3000 Leuven
* Heilig Hartinstituut - Lyceum 3001 Heverlee
* Heilig Hartinstituut - Pedagogische Humaniora 3001 Heverlee
* Heilig Hartinstituut - Technisch Onderwijs 3001 Heverlee
* Miniemeninstituut 3000 Leuven
* Paridaensinstituut 3000 Leuven
* Sancta Maria-instituut en vestigingsplaats 3000 Leuven
Mater Dei
* Sint-Albertuscollege - Haasrode 3001 Heverlee
* Sint-Franciscusinstituut 3000 Leuven
* Sint-Jozefinstituut 3010 Kessel-Lo
* Sint-Pieterscollege 3000 Leuven
* Vrije Middenschool Leuven 3000 Leuven
* Vrije Technisch school Leuven 3000 Leuven
* BuSO Ter Bank 3001 Heverlee
* BuSO Ten Desselaer 3360 Lovenjoel
* BuSO Windekind 3000 Leuven
* Ziekenhuisschool Gasthuisberg 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool - Ch. Deberiotstraat 3000 Leuven
* Vrije Basisschool - Janseniusstraat 3000 Leuven
* Vrije Basisschool - Mechelsevest 3000 Leuven
* Vrije Lagere School - Oude Markt en 3000 Leuven
Minderbroedersstraat
* Vrije Basisschool BuO 3000 Leuven
* Vrije Lagere School - Sint-Jacobsplein 3000 Leuven
* Vrije Basisschool - Groenveldstraat 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool BuO 3001 Heverlee
* Vrije Lagere School - Martelarenlaan 3010 Kessel-Lo
* Vrije Basisschool 3360 Korbeek-Lo
* Vrije Lagere School De Kraal 3020 Herent
* Vrije Basisschool De Kraal 3020 Herent
* Vrije Lagere School 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool - Waversebaan 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool - Egenhovenweg 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool - Geldenaaksebaan 3001 Heverlee
* Vrije Lagere School 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool 3020 Veltem-Beisem
* Vrije Basisschool 3050 Oud-Heverlee
* Vrije Basisschool 3051 Sint-Joris-Weert
* Vrije Basisschool 3060 Bertem
* Vrije Basisschool - Abdij Vlierbeek 3010 Kessel-Lo
* Vrije Basisschool - Heidebergstraat 3010 Kessel-Lo
* Vrije Lagere School - Patroonschapstraat 3010 Kessel-Lo
* Vrije Basisschool - Bosstraat 3012 Wilsele
* Vrije Basisschool - Albert Woutersstraat 3012 Wilsele
* Vrije Basisschool 3018 Wijgmaal (Bt.)
* Vrije Basisschool 3220 Holsbeek
* Vrije Basisschool 3221 Nieuwrode
* Eerstegraadsschool MISOL 3000 Leuven
* Heilige Drievuldigheidscollege 3000 Leuven
* Heilig Hartinstituut - Lyceum 3001 Heverlee
* Heilig Hartinstituut - Pedagogische Humaniora 3001 Heverlee
* Heilig Hartinstituut - Technisch Onderwijs 3001 Heverlee
* Miniemeninstituut 3000 Leuven
* Paridaensinstituut 3000 Leuven
* Sancta Maria-instituut en vestigingsplaats 3000 Leuven
Mater Dei
* Sint-Albertuscollege - Haasrode 3001 Heverlee
* Sint-Franciscusinstituut 3000 Leuven
* Sint-Jozefinstituut 3010 Kessel-Lo
* Sint-Pieterscollege 3000 Leuven
* Vrije Middenschool Leuven 3000 Leuven
* Vrije Technisch school Leuven 3000 Leuven
* BuSO Ter Bank 3001 Heverlee
* BuSO Ten Desselaer 3360 Lovenjoel
* BuSO Windekind 3000 Leuven
* Ziekenhuisschool Gasthuisberg 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool - Ch. Deberiotstraat 3000 Leuven
* Vrije Basisschool - Janseniusstraat 3000 Leuven
* Vrije Basisschool - Mechelsevest 3000 Leuven
* Vrije Lagere School - Oude Markt en 3000 Leuven
Minderbroedersstraat
* Vrije Basisschool BuO 3000 Leuven
* Vrije Lagere School - Sint-Jacobsplein 3000 Leuven
* Vrije Basisschool - Groenveldstraat 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool BuO 3001 Heverlee
* Vrije Lagere School - Martelarenlaan 3010 Kessel-Lo
* Vrije Basisschool 3360 Korbeek-Lo
* Vrije Lagere School De Kraal 3020 Herent
* Vrije Basisschool De Kraal 3020 Herent
* Vrije Lagere School 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool - Waversebaan 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool - Egenhovenweg 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool - Geldenaaksebaan 3001 Heverlee
* Vrije Lagere School 3001 Heverlee
* Vrije Basisschool 3020 Veltem-Beisem
* Vrije Basisschool 3050 Oud-Heverlee
* Vrije Basisschool 3051 Sint-Joris-Weert
* Vrije Basisschool 3060 Bertem
* Vrije Basisschool - Abdij Vlierbeek 3010 Kessel-Lo
* Vrije Basisschool - Heidebergstraat 3010 Kessel-Lo
* Vrije Lagere School - Patroonschapstraat 3010 Kessel-Lo
* Vrije Basisschool - Bosstraat 3012 Wilsele
* Vrije Basisschool - Albert Woutersstraat 3012 Wilsele
* Vrije Basisschool 3018 Wijgmaal (Bt.)
* Vrije Basisschool 3220 Holsbeek
* Vrije Basisschool 3221 Nieuwrode
-
22. Een centrum voor leren en werken
algemeen thema : leren en werken
beschrijving : Dit project is een netoverschrijdend samenwerkingsverband dat een voltijdse structuur wil uitbouwen met een bijzondere aandacht voor de niet-gekwalificeerde uitstroom naar de arbeidsmarkt. De deelnemers willen de problemen en behoeften in Antwerpen grootschalig aanpakken door een gemeenschappelijk loket (binnen leren en werken) op te zetten, waar de drie systemen naast elkaar voorkomen om zo voldoende uitwisseling mogelijk te maken.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : leren en werken
beschrijving : Dit project is een netoverschrijdend samenwerkingsverband dat een voltijdse structuur wil uitbouwen met een bijzondere aandacht voor de niet-gekwalificeerde uitstroom naar de arbeidsmarkt. De deelnemers willen de problemen en behoeften in Antwerpen grootschalig aanpakken door een gemeenschappelijk loket (binnen leren en werken) op te zetten, waar de drie systemen naast elkaar voorkomen om zo voldoende uitwisseling mogelijk te maken.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* CDO TNA 2000 Antwerpen
* CDO TI Don Bosco Hoboken 2660 Hoboken
* CDO Noord 2060 Antwerpen
* SYNTRA-AB Campus Metropool 2018 Antwerpen
* CDO Zuid 2600 Antwerpen
* CDO TI Don Bosco Hoboken 2660 Hoboken
* CDO Noord 2060 Antwerpen
* SYNTRA-AB Campus Metropool 2018 Antwerpen
* CDO Zuid 2600 Antwerpen
-
23. Maak het met technologie
algemeen thema : technologie; talentontwikkeling
beschrijving : Doel van dit project is het technologie leren bij leerlingen in het basisonderwijs te verstevigen met het oog op het bewust worden van belangstellingsgebieden en anders kiezen. De nascholingen van de leerkrachten van het basisonderwijs, en het ontwikkelen van nieuwe didactische technologische opvoedingspakketten vinden plaats in samenwerking met een technische school.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : technologie; talentontwikkeling
beschrijving : Doel van dit project is het technologie leren bij leerlingen in het basisonderwijs te verstevigen met het oog op het bewust worden van belangstellingsgebieden en anders kiezen. De nascholingen van de leerkrachten van het basisonderwijs, en het ontwikkelen van nieuwe didactische technologische opvoedingspakketten vinden plaats in samenwerking met een technische school.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Gemeentelijk Technisch Instituut 9120 Beveren
* Gemeentelijke Basisschool De Toren 9120 Melsele
* Gemeentelijke Basisschool De Oogappel 9120 Vrasene
* Gemeentelijke Basisschool De Droomwolk 9130 Kieldrecht
* Gemeentelijke Basisschool De Zeppelin 9120 Haasdonk
* Gemeentelijke Basisschool Kallo 9120 Kallo
* Gemeentelijke Basisschool Bosdamlaan 9120 Beveren
* Gemeentelijke Basisschool Lindenlaan 9120 Beveren
* Gemeentelijke Basisschool De Toren 9120 Melsele
* Gemeentelijke Basisschool De Oogappel 9120 Vrasene
* Gemeentelijke Basisschool De Droomwolk 9130 Kieldrecht
* Gemeentelijke Basisschool De Zeppelin 9120 Haasdonk
* Gemeentelijke Basisschool Kallo 9120 Kallo
* Gemeentelijke Basisschool Bosdamlaan 9120 Beveren
* Gemeentelijke Basisschool Lindenlaan 9120 Beveren
-
24. Integrale begeleiding van de leerling via verticale werklijn basisonderwijs-secundair onderwijs-tewerkstelling
algemeen thema : technologie; talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : Via dit project willen de participanten evolueren naar een brede middenschool en tevens een andere organisatie van het aanbod in de bovenbouw bewerkstelligen. Verschillende initiatieven worden genomen om zo te werken aan een imagocorrectie van het technisch onderwijs. Drie deelprojecten worden uitgewerkt. Het eerste deelproject beoogt de pedagogische en didactische expertise van het basisonderwijs te laten doorstromen naar het secundair onderwijs. Het tweede deelproject is gericht op het afbouwen van de beschotten tussen de verschillende onderwijsvormen (studieaanbod herorganiseren op basis van belangstellingsgebieden, bepaalde studierichtingen van het technisch secundair onderwijs en het algemeen secundair onderwijs samen organiseren). Het laatste deelproject wil een win-win samenwerking uitbouwen tussen de onderwijs- en bedrijfswereld.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : technologie; talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : Via dit project willen de participanten evolueren naar een brede middenschool en tevens een andere organisatie van het aanbod in de bovenbouw bewerkstelligen. Verschillende initiatieven worden genomen om zo te werken aan een imagocorrectie van het technisch onderwijs. Drie deelprojecten worden uitgewerkt. Het eerste deelproject beoogt de pedagogische en didactische expertise van het basisonderwijs te laten doorstromen naar het secundair onderwijs. Het tweede deelproject is gericht op het afbouwen van de beschotten tussen de verschillende onderwijsvormen (studieaanbod herorganiseren op basis van belangstellingsgebieden, bepaalde studierichtingen van het technisch secundair onderwijs en het algemeen secundair onderwijs samen organiseren). Het laatste deelproject wil een win-win samenwerking uitbouwen tussen de onderwijs- en bedrijfswereld.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Vrij Technisch Instituut 8400 Oostende
* Onze-Lieve-Vrouwecollege 8400 Oostende
* Sint-Jozefinstituut 8400 Oostende
* Sint-Lutgardisinstituut 8400 Oostende
* Basisschool - Lijsterbeslaan 8400 Oostende
* Basisschool - Aartshertogstraat 8400 Oostende
* Basisschool- Aartshertoginnestraat 8400 Oostende
* Basisschool - Gerststraat 8400 Oostende
* Basisschool - Kaaistraat 8400 Oostende
* Basisschool- Stanleylaan 8400 Oostende
* Sint-Andreas Middenschool 8400 Oostende
* GVBS De Rietzang BLO 8470 Zevekote
* BuSO Ter Strepe 8430 Middelkerke
* Basisschool - Schapenstraat 8400 Oostende
* Basisschool - Steense Dijk 8400 Oostende
* Vrije Lagere School Westdiep 8400 Oostende
* Vrije Basisschool Duinen 8450 Bredene
* Vrije Basisschool - Heilige Familie 8460 Oudenburg
* Onze-Lieve-Vrouwecollege 8400 Oostende
* Sint-Jozefinstituut 8400 Oostende
* Sint-Lutgardisinstituut 8400 Oostende
* Basisschool - Lijsterbeslaan 8400 Oostende
* Basisschool - Aartshertogstraat 8400 Oostende
* Basisschool- Aartshertoginnestraat 8400 Oostende
* Basisschool - Gerststraat 8400 Oostende
* Basisschool - Kaaistraat 8400 Oostende
* Basisschool- Stanleylaan 8400 Oostende
* Sint-Andreas Middenschool 8400 Oostende
* GVBS De Rietzang BLO 8470 Zevekote
* BuSO Ter Strepe 8430 Middelkerke
* Basisschool - Schapenstraat 8400 Oostende
* Basisschool - Steense Dijk 8400 Oostende
* Vrije Lagere School Westdiep 8400 Oostende
* Vrije Basisschool Duinen 8450 Bredene
* Vrije Basisschool - Heilige Familie 8460 Oudenburg
-
25. Overbruggen
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Met het eerste deelproject tien voor taal willen de deelnemers de doorstroming optimaliseren voor taalzwakke leerlingen (anderstalige nieuwkomers, leerlingen die als thuistaal niet het Nederlands hebben en taalzwakke autochtonen).
Het tweede deelproject vier op één rij wil de doorstroming van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs optimaliseren door een niveauoverstijgende vierjarige cyclus op te richten (de derde graad basisonderwijs en eerste graad secundair onderwijs worden samengezet).
Het derde deelproject blokken wil bereiken dat leerlingen met diverse leerstijlen en leercompetenties via aangepaste werkvormen toch succesvol het secundair onderwijs doorlopen.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Met het eerste deelproject tien voor taal willen de deelnemers de doorstroming optimaliseren voor taalzwakke leerlingen (anderstalige nieuwkomers, leerlingen die als thuistaal niet het Nederlands hebben en taalzwakke autochtonen).
Het tweede deelproject vier op één rij wil de doorstroming van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs optimaliseren door een niveauoverstijgende vierjarige cyclus op te richten (de derde graad basisonderwijs en eerste graad secundair onderwijs worden samengezet).
Het derde deelproject blokken wil bereiken dat leerlingen met diverse leerstijlen en leercompetenties via aangepaste werkvormen toch succesvol het secundair onderwijs doorlopen.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Basisschool De Pijl 2060 Antwerpen
* Middenschool Antwerpen 2060 Antwerpen
* Koninklijk Atheneum Antwerpen 2060 Antwerpen
* Koninklijk Atheneum Hoboken 2660 Hoboken
* Parkschool SO 2610 Wilrijk
* Parkschool Ieperman 2610 Wilrijk
* Koninklijk Atheneum Berchem 2600 Berchem
* Basisschool De Kring 2600 Berchem
* Basisschool De Schakel 2660 Hoboken
* Middenschool Antwerpen 2060 Antwerpen
* Koninklijk Atheneum Antwerpen 2060 Antwerpen
* Koninklijk Atheneum Hoboken 2660 Hoboken
* Parkschool SO 2610 Wilrijk
* Parkschool Ieperman 2610 Wilrijk
* Koninklijk Atheneum Berchem 2600 Berchem
* Basisschool De Kring 2600 Berchem
* Basisschool De Schakel 2660 Hoboken
-
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs
Brussel, 23 juni 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Brussel, 23 juni 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
-
Art. N2. Bijlage II.
1. Zelfstandig leren bevorderen door ICT- en vakkenintegratie : de olievlek
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De participanten in dit project hebben al veel ervaring opgedaan in het gebruik van nieuwe werkvormen. Ze werken met vakkenintegratie in de vakken : economie, aardrijkskunde, biologie, wetenschappelijk werk, technologische opvoeding en fysica. Hier wordt gebouwd aan een concrete en bruikbare integratie van informatie- en communicatietechnologie voor leerlingen en leerkrachten. Leerlingen leren hierdoor begeleid zelfstandig leren : elk in zijn eigen tempo en onder individuele begeleiding. Leerkrachten groeien in hun opdracht als teamspeler en coach.
deelnemende onderwijsinstellingen :
1. Zelfstandig leren bevorderen door ICT- en vakkenintegratie : de olievlek
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De participanten in dit project hebben al veel ervaring opgedaan in het gebruik van nieuwe werkvormen. Ze werken met vakkenintegratie in de vakken : economie, aardrijkskunde, biologie, wetenschappelijk werk, technologische opvoeding en fysica. Hier wordt gebouwd aan een concrete en bruikbare integratie van informatie- en communicatietechnologie voor leerlingen en leerkrachten. Leerlingen leren hierdoor begeleid zelfstandig leren : elk in zijn eigen tempo en onder individuele begeleiding. Leerkrachten groeien in hun opdracht als teamspeler en coach.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Middenschool van het Gemeenschapsonderwijs 2390 Malle
* Koninklijk Atheneum 2390 Malle
* Basisschool 't Park 2390 Malle
* Koninklijk Atheneum 2390 Malle
* Basisschool 't Park 2390 Malle
-
2. 4L4us (levenslang leren voor leerlingen en leerkrachten)
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De scholen plannen de competenties van leerlingen technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs te versterken door levensecht onderwijs in algemene vakken en door contacten met het bedrijfsleven. Ze willen een intensief nascholingsbeleid voeren in samenwerking met de bedrijfswereld. Verschillende acties worden ondernomen om het levenslang leren te bevorderen, zowel bij de leerlingen als bij de leerkrachten.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De scholen plannen de competenties van leerlingen technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs te versterken door levensecht onderwijs in algemene vakken en door contacten met het bedrijfsleven. Ze willen een intensief nascholingsbeleid voeren in samenwerking met de bedrijfswereld. Verschillende acties worden ondernomen om het levenslang leren te bevorderen, zowel bij de leerlingen als bij de leerkrachten.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Koninklijk Atheneum - Redingenhof (secundaire 3000 Leuven
school)
* Koninklijk Atheneum - Deeltijds onderwijs 3000 Leuven
(secundaire school)
school)
* Koninklijk Atheneum - Deeltijds onderwijs 3000 Leuven
(secundaire school)
-
3. Projectonderwijs in TSO en BSO
algemeen thema : technologie; leren en werken
beschrijving : Het deelproject mobiele schooltjes is zeer bekend. De scholen werken aan competentiegericht leren binnen een krachtige leeromgeving in technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs. Ze werken heel goed samen met de nijverheid wat leidt tot krachtig projectmatig onderwijs met internationale contacten. Binnen dit project wil men alle kinderen uit het basisonderwijs uit de regio laten kennismaken met techniek in de schoolateliers in het kader van technologische opvoeding. Bovendien willen de participanten praktische workshops uitbouwen in samenwerking met het sensibilisatieteam van de vzw mobilschool.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : technologie; leren en werken
beschrijving : Het deelproject mobiele schooltjes is zeer bekend. De scholen werken aan competentiegericht leren binnen een krachtige leeromgeving in technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs. Ze werken heel goed samen met de nijverheid wat leidt tot krachtig projectmatig onderwijs met internationale contacten. Binnen dit project wil men alle kinderen uit het basisonderwijs uit de regio laten kennismaken met techniek in de schoolateliers in het kader van technologische opvoeding. Bovendien willen de participanten praktische workshops uitbouwen in samenwerking met het sensibilisatieteam van de vzw mobilschool.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Katholieke Hogeschool Limburg (cel 3590 Diepenbeek
Kunststoffen)
* Mariaburcht Stevoort-Hasselt 3512 Stevoort
* Technisch Instituut Overpelt 3900 Overpelt
* Gemeentelijke Secundaire School Munsterbilzen 3740 Munsterbilzen
Kunststoffen)
* Mariaburcht Stevoort-Hasselt 3512 Stevoort
* Technisch Instituut Overpelt 3900 Overpelt
* Gemeentelijke Secundaire School Munsterbilzen 3740 Munsterbilzen
-
4. Leren leren en leren kiezen in een verticaal en horizontaal continuüm
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project heeft als doel leerlingen sleutelcompetenties te doen verwerven via competentiegericht onderwijs van kleuterschool tot einde secundair onderwijs. Het onderwijsaanbod wordt in de scholengroep op een flexibele wijze georganiseerd zodat individuele leertrajecten mogelijk worden en zo veel mogelijk leerlingen een kwalificatie halen. Acties worden opgezet om techniek en technologische opvoeding tot volwaardige vormingscomponenten uit te bouwen. Elke leraar binnen de scholengroep heeft inspraak in zijn totaalopdracht via functiebeschrijvingen, functioneringsgesprekken en functiegesprekken. Op die manier wil men groeien naar een schoolopdracht voor de leraar.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project heeft als doel leerlingen sleutelcompetenties te doen verwerven via competentiegericht onderwijs van kleuterschool tot einde secundair onderwijs. Het onderwijsaanbod wordt in de scholengroep op een flexibele wijze georganiseerd zodat individuele leertrajecten mogelijk worden en zo veel mogelijk leerlingen een kwalificatie halen. Acties worden opgezet om techniek en technologische opvoeding tot volwaardige vormingscomponenten uit te bouwen. Elke leraar binnen de scholengroep heeft inspraak in zijn totaalopdracht via functiebeschrijvingen, functioneringsgesprekken en functiegesprekken. Op die manier wil men groeien naar een schoolopdracht voor de leraar.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Vrije Lagere School 3290 Diest
* Vrije Kleuterschool 3290 Diest
* Vrije Lagere School voor Buitengewoon 3290 Diest
Onderwijs
* Diocesane Middenschool 3290 Diest
* Sint-Jan Berchmanscollege 3290 Diest
* Vrij Technisch Instituut Mariendaal 3290 Diest
* Vrije Kleuterschool 3290 Diest
* Vrije Lagere School voor Buitengewoon 3290 Diest
Onderwijs
* Diocesane Middenschool 3290 Diest
* Sint-Jan Berchmanscollege 3290 Diest
* Vrij Technisch Instituut Mariendaal 3290 Diest
-
5. VOSmin
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : Dit project werkt rond het verminderen van de ongekwalificeerde leerlingenuitstroom en de voortijdige schooluitval. De participanten gebruiken daarbij een leerlinggerichte methodiek (de leerling bepaalt mee het leerproces) en een aangepaste leeromgeving (contractwerk, hoekenwerk, open leercentrum). Op die manier willen ze komen tot het verhogen van het welbevinden bij de leerlingen. Daarnaast werken ze ook aan een meer maatschappelijke relevante invulling van de algemene en technische vakken in het beroepsonderwijs en in de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : Dit project werkt rond het verminderen van de ongekwalificeerde leerlingenuitstroom en de voortijdige schooluitval. De participanten gebruiken daarbij een leerlinggerichte methodiek (de leerling bepaalt mee het leerproces) en een aangepaste leeromgeving (contractwerk, hoekenwerk, open leercentrum). Op die manier willen ze komen tot het verhogen van het welbevinden bij de leerlingen. Daarnaast werken ze ook aan een meer maatschappelijke relevante invulling van de algemene en technische vakken in het beroepsonderwijs en in de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Stedelijk Lyceum Linkeroever 2050 Antwerpen
* Stedelijke Middenschool 12 2040 Antwerpen
* Stedelijk Instituut voor Handel en 2000 Antwerpen
Administratie
* Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en 2000 Antwerpen
Ambachten
* Koninklijke Balletschool Antwerpen 2000 Antwerpen
* Stedelijk Lyceum 2000 Antwerpen
* Stedelijk Handelsinstituut 2170 Merksem
* Stedelijke Middenschool 3 - De Beeldekens 2060 Antwerpen
* CDO-Noord 2060 Antwerpen
* SM1-SMIQ 2018 Antwerpen
* SISOII Marco Polo 2060 Antwerpen
* Stedelijke Handelsschool SISOII 2100 Deurne
* Stedelijk Lyceum SISOIII 2100 Deurne
* Stedelijke Middenschool 12 2040 Antwerpen
* Stedelijk Instituut voor Handel en 2000 Antwerpen
Administratie
* Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en 2000 Antwerpen
Ambachten
* Koninklijke Balletschool Antwerpen 2000 Antwerpen
* Stedelijk Lyceum 2000 Antwerpen
* Stedelijk Handelsinstituut 2170 Merksem
* Stedelijke Middenschool 3 - De Beeldekens 2060 Antwerpen
* CDO-Noord 2060 Antwerpen
* SM1-SMIQ 2018 Antwerpen
* SISOII Marco Polo 2060 Antwerpen
* Stedelijke Handelsschool SISOII 2100 Deurne
* Stedelijk Lyceum SISOIII 2100 Deurne
-
6. Talentontwikkeling van 2,5 tot 18
algemeen thema : talentontwikkeling; technologie
beschrijving : In dit project zetten de deelnemers hun Accent op talentwerking verder : een gestructureerde onderwijsvernieuwing met als doel het creëren van een zo efficiënt mogelijke leeromgeving voor elke individuele leerling. Dat moet de leerlingen toelaten talenten te ontdekken en maximaal te ontwikkelen. Daarnaast willen de scholen een geïntegreerde leerlijn technologie uitwerken in het basisonderwijs met aanknopingspunten naar het secundair onderwijs. Bovendien willen ze werken met een niveauoverschrijdende portfolio met het oog op een optimale schoolloopbaanbegeleiding.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; technologie
beschrijving : In dit project zetten de deelnemers hun Accent op talentwerking verder : een gestructureerde onderwijsvernieuwing met als doel het creëren van een zo efficiënt mogelijke leeromgeving voor elke individuele leerling. Dat moet de leerlingen toelaten talenten te ontdekken en maximaal te ontwikkelen. Daarnaast willen de scholen een geïntegreerde leerlijn technologie uitwerken in het basisonderwijs met aanknopingspunten naar het secundair onderwijs. Bovendien willen ze werken met een niveauoverschrijdende portfolio met het oog op een optimale schoolloopbaanbegeleiding.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* KA van het Gemeenschapsonderwijs 2440 Geel
* Middenschool van het Gemeenschapsonderwijs 2440 Geel
* Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs De 2440 Geel
Luchtballon
* Stedelijke Basisschool Larum 2440 Geel
* Middenschool van het Gemeenschapsonderwijs 2440 Geel
* Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs De 2440 Geel
Luchtballon
* Stedelijke Basisschool Larum 2440 Geel
-
7. Talenten (H)erkennen
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project is sterk gericht op het anders kiezen. De scholen willen een betere studiekeuze bereiken door een brede middenschool uit te werken en het onderwijsaanbod te herstructureren in belangstellingsgebieden in de tweede en derde graad. Ze willen leraars verder professionaliseren en als teamspelers laten fungeren door vak- en overleggroepen op te zetten (zowel verticaal als horizontaal). Ten slotte willen ze dat elke leerling tegen het einde van het secundair onderwijs het zelfstandig leren als basiscompetentie heeft verworven.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project is sterk gericht op het anders kiezen. De scholen willen een betere studiekeuze bereiken door een brede middenschool uit te werken en het onderwijsaanbod te herstructureren in belangstellingsgebieden in de tweede en derde graad. Ze willen leraars verder professionaliseren en als teamspelers laten fungeren door vak- en overleggroepen op te zetten (zowel verticaal als horizontaal). Ten slotte willen ze dat elke leerling tegen het einde van het secundair onderwijs het zelfstandig leren als basiscompetentie heeft verworven.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Sint-Maarten Middenschool 9120 Beveren
* Sint-Maarten Bovenschool 9120 Beveren
* Gemeentelijk Technisch Instituut 9120 Beveren
* Sint-Maarten Bovenschool 9120 Beveren
* Gemeentelijk Technisch Instituut 9120 Beveren
-
8. Bloemen groeien niet door er aan te trekken
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De didactische vernieuwing in deze scholen concentreert zich op het creëren van een krachtige leeromgeving voor jongeren in beroepssecundair onderwijs en technisch secundair onderwijs. Ze doen dat door meer projectmatig te werken, PAV (project algemene vakken) en de technische en praktische vakken beter op elkaar af te stemmen, en te zorgen voor degelijke stages en gelegenheden tot werkplaatsleren. Na twee jaar is al duidelijk dat die veranderingen zorgen voor meer leerplezier, meer motivatie en minder vervroegde uitstroom van de leerlingen. In de proeftuinen willen de scholen de werking voortzetten en ze willen de werking uitbreiden naar andere studierichtingen en andere onderwijsniveaus. Om de waterval en de daarmee gepaard gaande ontgoocheling en demotivatie bij leerlingen tegen te gaan, is een goede studiekeuze en studieoriëntering noodzakelijk. Dat mag niet uitgesteld worden tot de jongere veertien jaar is, maar moet starten in de basisschool. Daarom zal de school samenwerken met basisscholen uit de regio. In de loop van de volgende jaren zullen doe-activiteiten voor de basisschool ontwikkeld worden die de kennis van en de zin in technologie vergroten. Daarnaast zal een beter overleg tussen leerkrachten basisonderwijs en secundair onderwijs ertoe leiden dat de onderwijsniveaus beter bij elkaar aansluiten en dat er een betere begeleiding bij de studiekeuze wordt aangeboden.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De didactische vernieuwing in deze scholen concentreert zich op het creëren van een krachtige leeromgeving voor jongeren in beroepssecundair onderwijs en technisch secundair onderwijs. Ze doen dat door meer projectmatig te werken, PAV (project algemene vakken) en de technische en praktische vakken beter op elkaar af te stemmen, en te zorgen voor degelijke stages en gelegenheden tot werkplaatsleren. Na twee jaar is al duidelijk dat die veranderingen zorgen voor meer leerplezier, meer motivatie en minder vervroegde uitstroom van de leerlingen. In de proeftuinen willen de scholen de werking voortzetten en ze willen de werking uitbreiden naar andere studierichtingen en andere onderwijsniveaus. Om de waterval en de daarmee gepaard gaande ontgoocheling en demotivatie bij leerlingen tegen te gaan, is een goede studiekeuze en studieoriëntering noodzakelijk. Dat mag niet uitgesteld worden tot de jongere veertien jaar is, maar moet starten in de basisschool. Daarom zal de school samenwerken met basisscholen uit de regio. In de loop van de volgende jaren zullen doe-activiteiten voor de basisschool ontwikkeld worden die de kennis van en de zin in technologie vergroten. Daarnaast zal een beter overleg tussen leerkrachten basisonderwijs en secundair onderwijs ertoe leiden dat de onderwijsniveaus beter bij elkaar aansluiten en dat er een betere begeleiding bij de studiekeuze wordt aangeboden.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* KTA Dendermonde 9200 Dendermonde
* BS 't Vlasbloempje 9200 Grembergen
* BS Atheneum Dendermonde 9200 Dendermonde
* BS De Bijenkorf 9200 Sint-Gillis-Dendermonde
* BS De Veerman 9220 Hamme
* MS Zwijveke 9200 Dendermonde
* MS De Veerman 9220 Hamme
* BS 't Vlasbloempje 9200 Grembergen
* BS Atheneum Dendermonde 9200 Dendermonde
* BS De Bijenkorf 9200 Sint-Gillis-Dendermonde
* BS De Veerman 9220 Hamme
* MS Zwijveke 9200 Dendermonde
* MS De Veerman 9220 Hamme
-
9. De A(ntwerpse)-tuin
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De betrokkenen werken aan : de schoolse achterstand en uitval verkleinen, de leermotivatie verhogen, levenslang leren stimuleren, beschotten afbouwen, het aantal gekwalificeerde leerlingen vergroten door anders sturen, leren en kiezen. Dit project bouwt al enkele jaren aan een intense samenwerking tussen basis- en secundair onderwijs. De scholen doen dat via een continu nascholingssysteem binnen de scholengemeenschap, ze betrekken er elk jaar nieuwe leerkrachten bij zodat de innovatie jaarlijks een groter draagvlak krijgt. Ze stimuleren de naadloze overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs door autonome middenscholen die qua pedagogische en didactische aanpak aansluiten bij het basisonderwijs. Ze werken aan een uitgewerkte schoolloopbaanbegeleiding, gebaseerd op de gelijkwaardigheid van competenties en leerdomeinen.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De betrokkenen werken aan : de schoolse achterstand en uitval verkleinen, de leermotivatie verhogen, levenslang leren stimuleren, beschotten afbouwen, het aantal gekwalificeerde leerlingen vergroten door anders sturen, leren en kiezen. Dit project bouwt al enkele jaren aan een intense samenwerking tussen basis- en secundair onderwijs. De scholen doen dat via een continu nascholingssysteem binnen de scholengemeenschap, ze betrekken er elk jaar nieuwe leerkrachten bij zodat de innovatie jaarlijks een groter draagvlak krijgt. Ze stimuleren de naadloze overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs door autonome middenscholen die qua pedagogische en didactische aanpak aansluiten bij het basisonderwijs. Ze werken aan een uitgewerkte schoolloopbaanbegeleiding, gebaseerd op de gelijkwaardigheid van competenties en leerdomeinen.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Campus Quellin 2018 Antwerpen
* SM 9 2020 Antwerpen
* SITO 5 2020 Antwerpen
* SITO 7 2018 Antwerpen
* SPIA 2020 Antwerpen
* SISO 2020 Antwerpen
* SITHI@ 2018 Antwerpen
* CDO Zuid 2600 Berchem
* SM 10 (SGN) 2050 Antwerpen
* SISO 2 Marcopolo (SGN) 2060 Antwerpen
* LS De Wereldschool 2018 Antwerpen
* BS De Blokkendoos 2020 Antwerpen
* BS De Polderstadschool 2660 Hoboken
* BS De Wereldreiziger 2018 Antwerpen
* BS De Piramide 2020 Antwerpen
* BS De Molen 2660 Hoboken
* BS 't Baeckelandje 2660 Hoboken
* BS De Kangeroe 2100 Deurne
* BS Het Kompas 2660 Hoboken
* LS De Floraschool 2140 Borgerhout
* BS School aan de Stroom 2050 Antwerpen
* KS De Romeintjes 2660 Hoboken
* KS 't Zwaantje 2660 Hoboken
* SIBSO 4 2020 Antwerpen
* SM 9 2020 Antwerpen
* SITO 5 2020 Antwerpen
* SITO 7 2018 Antwerpen
* SPIA 2020 Antwerpen
* SISO 2020 Antwerpen
* SITHI@ 2018 Antwerpen
* CDO Zuid 2600 Berchem
* SM 10 (SGN) 2050 Antwerpen
* SISO 2 Marcopolo (SGN) 2060 Antwerpen
* LS De Wereldschool 2018 Antwerpen
* BS De Blokkendoos 2020 Antwerpen
* BS De Polderstadschool 2660 Hoboken
* BS De Wereldreiziger 2018 Antwerpen
* BS De Piramide 2020 Antwerpen
* BS De Molen 2660 Hoboken
* BS 't Baeckelandje 2660 Hoboken
* BS De Kangeroe 2100 Deurne
* BS Het Kompas 2660 Hoboken
* LS De Floraschool 2140 Borgerhout
* BS School aan de Stroom 2050 Antwerpen
* KS De Romeintjes 2660 Hoboken
* KS 't Zwaantje 2660 Hoboken
* SIBSO 4 2020 Antwerpen
-
10. Bree als Leerstad
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De initiatiefnemers werken aan sleutelcompetenties in een brede eerste graad en aan beroepsgerichte competenties in de tweede en derde graad. Dat willen ze bereiken door verschillende deelprojecten : competentieleren in verschillende vakken, competentieleren in verschillende vakdoorbrekende projecten (zoals een tuin ontwerpen, voorstellen en uitwerken voor andersvaliden), werkplekleren in de praktijk en competentieleren voor leraren. Ze hebben een zeer sterk extern netwerk uitgebouwd, zowel met de onderwijswereld (basisonderwijs, hogeschool en internationale partnerscholen) als met de bedrijfswereld.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken
beschrijving : De initiatiefnemers werken aan sleutelcompetenties in een brede eerste graad en aan beroepsgerichte competenties in de tweede en derde graad. Dat willen ze bereiken door verschillende deelprojecten : competentieleren in verschillende vakken, competentieleren in verschillende vakdoorbrekende projecten (zoals een tuin ontwerpen, voorstellen en uitwerken voor andersvaliden), werkplekleren in de praktijk en competentieleren voor leraren. Ze hebben een zeer sterk extern netwerk uitgebouwd, zowel met de onderwijswereld (basisonderwijs, hogeschool en internationale partnerscholen) als met de bedrijfswereld.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Instituut Agnetendal Peer 3990 Peer
* Biotechnicum Bocholt 3950 Bocholt
* Middenschool H. Hart 3960 Bree
* Sint-Augustinusinstituut Bree 3960 Bree
* Technisch Instituut Sint-Michiel, 3990 Bree
vestigingsplaats Bree
* Technisch Instituut Sint-Michiel, 3670 Meeuwen-Gruitrode
vestigingsplaats Meeuwen
* Biotechnicum Bocholt 3950 Bocholt
* Middenschool H. Hart 3960 Bree
* Sint-Augustinusinstituut Bree 3960 Bree
* Technisch Instituut Sint-Michiel, 3990 Bree
vestigingsplaats Bree
* Technisch Instituut Sint-Michiel, 3670 Meeuwen-Gruitrode
vestigingsplaats Meeuwen
-
11. Meervoudige intelligentie : talenten omzetten in competenties
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : De opzet is een verantwoord keuzeproces in de tweede en derde graad stimuleren door contacten tussen basisonderwijs en secundair onderwijs, en door samenwerking rond technologische opvoeding in basisonderwijs en secundair onderwijs. Leerlingen uit het basisonderwijs volgen les in het secundair onderwijs in verschillende disciplines : van Latijn tot bakkerij en houtbewerking. De scholen willen er steeds meer voor zorgen dat de expertise (materialen, methodieken) die uitgebouwd werd in het basisonderwijs ingang vindt in het secundair onderwijs.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : De opzet is een verantwoord keuzeproces in de tweede en derde graad stimuleren door contacten tussen basisonderwijs en secundair onderwijs, en door samenwerking rond technologische opvoeding in basisonderwijs en secundair onderwijs. Leerlingen uit het basisonderwijs volgen les in het secundair onderwijs in verschillende disciplines : van Latijn tot bakkerij en houtbewerking. De scholen willen er steeds meer voor zorgen dat de expertise (materialen, methodieken) die uitgebouwd werd in het basisonderwijs ingang vindt in het secundair onderwijs.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Bollekensschool 9000 Gent
* Basisschool De Acacia 9000 Gent
* Basisschool De Boomgaard 9000 Gent
* Basisschool De Brug 9030 Mariakerke
* Basisschool De Dialoog 9000 Gent
* Basisschool De Harp 9000 Gent
* Basisschool De Kleurdoos 9050 Ledeberg
* Basisschool De Letterdoos 9051 Oostakker
* Basisschool De Loods 9000 Gent
* Basisschool De Muze 9000 Gent
* Basisschool De Panda 9000 Gent
* Basisschool De Piramide 9000 Gent
* Basisschool De Regenboog 9032 Wondelgem
* Basisschool D. Van Monckhoven 9000 Gent
* Basisschool De Spiegel 9000 Gent
* Basisschool De Sportschool 9050 Gentbrugge
* Basisschool De Triangel 9000 Gent
* Basisschool De Vlieger 9000 Gent
* Basisschool F. Laurentinstituut 9000 Gent
* Basisschool Groenweelde 9000 Gent
* Basisschool Henri D'Haese 9050 Gentbrugge
* Basisschool Het Trappenhuis 9000 Gent
* Basisschool Klaverdries 9031 Drongen
* Basisschool Ten Berg 9040 Sint-Denijs-Westrem
* Basisschool Westerhem 9040 Sint-Denijs-Westrem
* Oefenschool Wispelberg 9000 Gent
* Basisschool Octopus 9000 Gent
* Basisschool De Sassepoort 9000 Gent
* Atheneum Wispelberg 9000 Gent
* GITO 9040 Sint-Amandsberg
* Secundair Kunstinstituut 9000 Gent
* Hotel- en Bakkerijschool Tweebruggen 9000 Gent
* VIP-school 9000 Gent
* Instituut Bert Carlier 9000 Gent
* Basisschool De Acacia 9000 Gent
* Basisschool De Boomgaard 9000 Gent
* Basisschool De Brug 9030 Mariakerke
* Basisschool De Dialoog 9000 Gent
* Basisschool De Harp 9000 Gent
* Basisschool De Kleurdoos 9050 Ledeberg
* Basisschool De Letterdoos 9051 Oostakker
* Basisschool De Loods 9000 Gent
* Basisschool De Muze 9000 Gent
* Basisschool De Panda 9000 Gent
* Basisschool De Piramide 9000 Gent
* Basisschool De Regenboog 9032 Wondelgem
* Basisschool D. Van Monckhoven 9000 Gent
* Basisschool De Spiegel 9000 Gent
* Basisschool De Sportschool 9050 Gentbrugge
* Basisschool De Triangel 9000 Gent
* Basisschool De Vlieger 9000 Gent
* Basisschool F. Laurentinstituut 9000 Gent
* Basisschool Groenweelde 9000 Gent
* Basisschool Henri D'Haese 9050 Gentbrugge
* Basisschool Het Trappenhuis 9000 Gent
* Basisschool Klaverdries 9031 Drongen
* Basisschool Ten Berg 9040 Sint-Denijs-Westrem
* Basisschool Westerhem 9040 Sint-Denijs-Westrem
* Oefenschool Wispelberg 9000 Gent
* Basisschool Octopus 9000 Gent
* Basisschool De Sassepoort 9000 Gent
* Atheneum Wispelberg 9000 Gent
* GITO 9040 Sint-Amandsberg
* Secundair Kunstinstituut 9000 Gent
* Hotel- en Bakkerijschool Tweebruggen 9000 Gent
* VIP-school 9000 Gent
* Instituut Bert Carlier 9000 Gent
-
12. Koopa-project
algemeen thema : talentontwikkeling; technologie; beleidsvoerend vermogen; leren en werken
beschrijving : De deelnemers aan het project willen een volledige reorganisatie van het scholenaanbod in de zin van een brede eerstegraadsschool en bovenbouwscholen, gegroepeerd volgens studiedomeinen en belangstellingsgebieden. Dat moet leiden tot de afbouw van de beschotten, een betere studiekeuze en de opwaardering van technische opleidingen. Door een planmatige aanpak, een duidelijke visie en een goede communicatie met alle partijen realiseren de secundaire scholen hier een inhoudelijke en structurele verandering die een betere talentontwikkeling van alle lerenden mogelijk maakt. De brede eerstegraadsscholen sluiten methodisch beter aan bij de derde graad van het basisonderwijs en laten leerlingen hun eigen interesses en talenten zelfstandig ontdekken en exploreren. Nadien kunnen die leerlingen, goed geadviseerd, terecht in een van de bovenbouwscholen die telkens studierichtingen aanbieden binnen één belangstellingsgebied.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; technologie; beleidsvoerend vermogen; leren en werken
beschrijving : De deelnemers aan het project willen een volledige reorganisatie van het scholenaanbod in de zin van een brede eerstegraadsschool en bovenbouwscholen, gegroepeerd volgens studiedomeinen en belangstellingsgebieden. Dat moet leiden tot de afbouw van de beschotten, een betere studiekeuze en de opwaardering van technische opleidingen. Door een planmatige aanpak, een duidelijke visie en een goede communicatie met alle partijen realiseren de secundaire scholen hier een inhoudelijke en structurele verandering die een betere talentontwikkeling van alle lerenden mogelijk maakt. De brede eerstegraadsscholen sluiten methodisch beter aan bij de derde graad van het basisonderwijs en laten leerlingen hun eigen interesses en talenten zelfstandig ontdekken en exploreren. Nadien kunnen die leerlingen, goed geadviseerd, terecht in een van de bovenbouwscholen die telkens studierichtingen aanbieden binnen één belangstellingsgebied.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* WICO - 117804 3920 Lommel
* WICO - 48959 3920 Lommel
* WICO - 122853 3910 Neerpelt
* WICO - 39768 3910 Neerpelt
* WICO - 118273 3910 Neerpelt
* WICO - 39776 3910 Neerpelt
* WICO - 47555 3900 Overpelt
* WICO - 39784 3900 Overpelt
* WICO - 39818 3900 Overpelt
* WICO - 39801 3900 Overpelt
* WICO - 39073 3930 Hamont-Achel
* WICO - 48959 3920 Lommel
* WICO - 122853 3910 Neerpelt
* WICO - 39768 3910 Neerpelt
* WICO - 118273 3910 Neerpelt
* WICO - 39776 3910 Neerpelt
* WICO - 47555 3900 Overpelt
* WICO - 39784 3900 Overpelt
* WICO - 39818 3900 Overpelt
* WICO - 39801 3900 Overpelt
* WICO - 39073 3930 Hamont-Achel
-
13. Proeftuinproject Sint-Nicolaas
algemeen thema : talentontwikkeling; technologie; beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Dit project onderneemt acties om de leervertraging te bestrijden door een uitdagende leeromgeving te creëren. Er wordt vooral gewerkt aan betere oriëntering van leerlingen binnen het ruime studieaanbod. In de toekomst zal extra aandacht worden gegeven aan technologie als algemeen vormende component.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; technologie; beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Dit project onderneemt acties om de leervertraging te bestrijden door een uitdagende leeromgeving te creëren. Er wordt vooral gewerkt aan betere oriëntering van leerlingen binnen het ruime studieaanbod. In de toekomst zal extra aandacht worden gegeven aan technologie als algemeen vormende component.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Vrije Technische Scholen BSO/TSO en DBSO 9100 Sint-Niklaas
* Vrije Technische Scholen BuSO 9100 Sint-Niklaas
* Technisch Berkenboom-Instituut 9100 Sint-Niklaas
* Technisch Instituut Sint-Carolus 9100 Sint-Niklaas
* Sint-Carolus I 9100 Sint-Niklaas
* Technisch Instituut Sint-Isidorus 9100 Sint-Niklaas
* Instituut O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen 9100 Sint-Niklaas
* Instituut Heilige Familie-Secundair 9100 Sint-Niklaas
* Sint-Jozef-Klein-Seminarie 9100 Sint-Niklaas
* Sint-Jozef 9100 Sint-Niklaas
* Sint-Jozef 2 9100 Sint-Niklaas
* Humaniora O.-L.-Vrouw-Presentatie 9100 Sint-Niklaas
* Instituut Berkenboom 9100 Sint-Niklaas
* O.-L.-Vrouw-Presentatie-Instituut 9100 Sint-Niklaas
* Instituut Sinte-Amelberga 9140 Temse
* Vrije Technische Scholen BuSO 9100 Sint-Niklaas
* Technisch Berkenboom-Instituut 9100 Sint-Niklaas
* Technisch Instituut Sint-Carolus 9100 Sint-Niklaas
* Sint-Carolus I 9100 Sint-Niklaas
* Technisch Instituut Sint-Isidorus 9100 Sint-Niklaas
* Instituut O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen 9100 Sint-Niklaas
* Instituut Heilige Familie-Secundair 9100 Sint-Niklaas
* Sint-Jozef-Klein-Seminarie 9100 Sint-Niklaas
* Sint-Jozef 9100 Sint-Niklaas
* Sint-Jozef 2 9100 Sint-Niklaas
* Humaniora O.-L.-Vrouw-Presentatie 9100 Sint-Niklaas
* Instituut Berkenboom 9100 Sint-Niklaas
* O.-L.-Vrouw-Presentatie-Instituut 9100 Sint-Niklaas
* Instituut Sinte-Amelberga 9140 Temse
-
14. De ideale schoolstructuur als epicentrum van krachtige niveau- en netoverschrijdende onderwijsactiviteiten
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken; beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Dit project werkt verder aan een volledige reorganisatie van het scholenaanbod. De volgende structuur wordt binnen de scholengemeenschap opgezet : eerstegraadsscholen en bovenbouwscholen die het onderwijsaanbod in belangstellingsgebieden herstructureren. De bovenbouwscholen hebben een zeer goed extern netwerk uitgebouwd met de bedrijfswereld. Door een inhoudelijke en structurele verandering op te zetten binnen de scholengemeenschap maken zij een betere talentontwikkeling van lerenden mogelijk.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; leren en werken; beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Dit project werkt verder aan een volledige reorganisatie van het scholenaanbod. De volgende structuur wordt binnen de scholengemeenschap opgezet : eerstegraadsscholen en bovenbouwscholen die het onderwijsaanbod in belangstellingsgebieden herstructureren. De bovenbouwscholen hebben een zeer goed extern netwerk uitgebouwd met de bedrijfswereld. Door een inhoudelijke en structurele verandering op te zetten binnen de scholengemeenschap maken zij een betere talentontwikkeling van lerenden mogelijk.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* College Heilig Kruis - Sint-Ursula 1 3680 Maaseik
* College Heilig Kruis - Sint-Ursula 2 3680 Maaseik
* Technisch Instituut Sint-Jansberg 3680 Maaseik
* Technisch Instituut Sint-Jansberg Eerste graad 3680 Maaseik
* Instituut Heilig Graf 3640 Kinrooi
* College Heilig Kruis - Sint-Ursula 2 3680 Maaseik
* Technisch Instituut Sint-Jansberg 3680 Maaseik
* Technisch Instituut Sint-Jansberg Eerste graad 3680 Maaseik
* Instituut Heilig Graf 3640 Kinrooi
-
15. Dicht de kloof
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project heeft zich binnen Accent op talent vooral gericht op het ontwikkelen van een doelstellingenrapport, waarbij ook de attitudes van de leerling mee opgenomen worden. Binnen het project willen de deelnemers zich ook focussen op een betere doorstroming tussen basisonderwijs en secundair onderwijs. Dat zal leiden tot andere didactische werkvormen in het secundair onderwijs waardoor de talenten van jongeren beter georiënteerd en ontwikkeld kunnen worden.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling
beschrijving : Dit project heeft zich binnen Accent op talent vooral gericht op het ontwikkelen van een doelstellingenrapport, waarbij ook de attitudes van de leerling mee opgenomen worden. Binnen het project willen de deelnemers zich ook focussen op een betere doorstroming tussen basisonderwijs en secundair onderwijs. Dat zal leiden tot andere didactische werkvormen in het secundair onderwijs waardoor de talenten van jongeren beter georiënteerd en ontwikkeld kunnen worden.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs 8400 Oostende
Oostende-Centrum
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Stene 8400 Oostende
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Vogelzang 8400 Oostende
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs De Vlieger 8400 Oostende
* MPI Gemeenschapsonderwijs De Vloedlijn 8400 Oostende
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Europaschool 8450 Bredene
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Groenendijk 8450 Bredene
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Duinen 8450 Bredene
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs De 8470 Middelkerke
Zeepaardjes
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs De Klimop 8470 Gistel
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Arnoldus 8460 Oudenburg
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Koekelare 8680 Koekelare
* Stedelijke Basisschool Astrid - Van Imschoot 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool August Vermeylen 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool Dokter Eduard Moreaux 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool Emmery Gevaert 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool Ernest Van Glabeke 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool Hendrik Conscience 8400 Oostende
* Stedelijke Freinetschool De Zonnebloem 8400 Oostende
(Methodeschool)
* Maritiem Instituut Gemeenschapsonderwijs 8400 Oostende
* Koninklijk Technisch Atheneum I 8400 Oostende
* Koninklijk Technisch Atheneum II 8400 Oostende
Ensorinstituut
* Koninklijk Technisch Atheneum 8400 Oostende
Vesaliusinstituut
* Koninklijk Technisch Atheneum Gistel 8470 Gistel
* Koninklijk Technisch Atheneum Koekelare 8680 Koekelare
* Middenschool I Centrum 8400 Oostende
* Middenschool II Stene 8400 Oostende
* Koninklijk Atheneum I Centrum 8400 Oostende
* Koninklijk Atheneum II Stene 8400 Oostende
* School voor Buitengewoon Secundair Onderwijs 8400 Oostende
Ter Zee
Oostende-Centrum
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Stene 8400 Oostende
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Vogelzang 8400 Oostende
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs De Vlieger 8400 Oostende
* MPI Gemeenschapsonderwijs De Vloedlijn 8400 Oostende
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Europaschool 8450 Bredene
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Groenendijk 8450 Bredene
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Duinen 8450 Bredene
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs De 8470 Middelkerke
Zeepaardjes
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs De Klimop 8470 Gistel
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Arnoldus 8460 Oudenburg
* Basisschool Gemeenschapsonderwijs Koekelare 8680 Koekelare
* Stedelijke Basisschool Astrid - Van Imschoot 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool August Vermeylen 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool Dokter Eduard Moreaux 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool Emmery Gevaert 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool Ernest Van Glabeke 8400 Oostende
* Stedelijke Basisschool Hendrik Conscience 8400 Oostende
* Stedelijke Freinetschool De Zonnebloem 8400 Oostende
(Methodeschool)
* Maritiem Instituut Gemeenschapsonderwijs 8400 Oostende
* Koninklijk Technisch Atheneum I 8400 Oostende
* Koninklijk Technisch Atheneum II 8400 Oostende
Ensorinstituut
* Koninklijk Technisch Atheneum 8400 Oostende
Vesaliusinstituut
* Koninklijk Technisch Atheneum Gistel 8470 Gistel
* Koninklijk Technisch Atheneum Koekelare 8680 Koekelare
* Middenschool I Centrum 8400 Oostende
* Middenschool II Stene 8400 Oostende
* Koninklijk Atheneum I Centrum 8400 Oostende
* Koninklijk Atheneum II Stene 8400 Oostende
* School voor Buitengewoon Secundair Onderwijs 8400 Oostende
Ter Zee
-
16. Kwaliteitsgericht (be)sturen
algemeen thema : talentontwikkeling; beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Dit project werkt vooral rond competentiegericht leren binnen een krachtige leeromgeving in technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs, met veel aandacht voor de kwaliteit van de besturingsprocessen. Er werd reeds een basisonderwijs-secundair onderwijs-fiche ontwikkeld in het kader van een objectievere leerlingenoriëntering. Geïntegreerde activiteiten leiden tot minigeïntegreerde proeven aan het einde van de eerste en de tweede graad beroepssecundair onderwijs/technisch secundair onderwijs.
In de nieuwe beroepsafdeling crea en techniek wil men een polyvalente opleiding voor een uitvoerende job in de dienstensector aanbieden.
deelnemende onderwijsinstellingen :
algemeen thema : talentontwikkeling; beleidsvoerend vermogen
beschrijving : Dit project werkt vooral rond competentiegericht leren binnen een krachtige leeromgeving in technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs, met veel aandacht voor de kwaliteit van de besturingsprocessen. Er werd reeds een basisonderwijs-secundair onderwijs-fiche ontwikkeld in het kader van een objectievere leerlingenoriëntering. Geïntegreerde activiteiten leiden tot minigeïntegreerde proeven aan het einde van de eerste en de tweede graad beroepssecundair onderwijs/technisch secundair onderwijs.
In de nieuwe beroepsafdeling crea en techniek wil men een polyvalente opleiding voor een uitvoerende job in de dienstensector aanbieden.
deelnemende onderwijsinstellingen :
-
* VTI-1 9300 Aalst
* VTI-2 (inclusief CDO - Ledebaan) 9300 Aalst
* VTI-3 9300 Aalst
* Sint-Vincentius Vrij Handelsinstituut 9800 Deinze
* Dames van Maria - HTB 9300 Aalst
* Sint-Jozefschool 9420 Erpe-Mere
* VTI-CDO 9300 Aalst
* VTI-2 (inclusief CDO - Ledebaan) 9300 Aalst
* VTI-3 9300 Aalst
* Sint-Vincentius Vrij Handelsinstituut 9800 Deinze
* Dames van Maria - HTB 9300 Aalst
* Sint-Jozefschool 9420 Erpe-Mere
* VTI-CDO 9300 Aalst
-
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs
Brussel, 23 juni 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Brussel, 23 juni 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
-
Art. N3. Bijlage III. - Tabel.
-
Project Artikel 13, # 1 Artikel 14, # 1 Artikel 15, # 1
(1° t/m 3°) (1° t/m 25°) (1° t/m 3°)
- - - -
BIJLAGE I :
1 2° - -
2 - - -
3 - - -
4 - - 1°, 3°
5 3° 2°, 3°, 7°, 8°, 10°, 13°, 1°
15°, 16°, 19°, 21°, 23°
6 - - -
7 1°, 3° - 1°, 2°, 3°
8 2°, 3° 1°, 9°, 11°, 15°, 16°, -
20°, 21°, 23°, 24°
9 1°, 3° - 1°
10 - 11°, 13° 1°, 3°
11 1° 2°, 13°, 19° 1°, 2°
12 - 3°, 13°, 19° 3°
13 - 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 8°, -
11°, 13°, 15°, 19°, 20°,
22°, 23°, 24°
14 - 3°, 6°, 13°, 15°, 19°, 1°, 3°
24°, 25°
15 - 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 17°, -
18°, 19°, 22°
16 - 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 1°, 3°
7°, 10°, 11°, 13°, 15°,
18°, 19°, 21°, 22°, 23°,
24°, 25°
17 - 1°, 2°, 3°, 4°, 7°, 8°, 1°, 3°
9°, 10°, 13°, 15°, 16°,
18°, 19°, 20° 21°, 23°,
24°
18 - 11°, 12°, 14° -
19 - 2°, 3°, 8°, 11°, 13°, 1°, 3°
15°, 17°, 18°, 19°, 25°
20 - 3°, 13°, 25° -
21 1°, 2° 1°, 2°, 3°, 4°, 7°, 8°, 1°, 3°
9°, 10°, 13°, 15°, 16°,
19°, 20°, 21°, 23°, 24°
22 - 12°, 14° -
23 - - -
24 1°, 3° 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 1°, 3°
9°, 10°, 11°, 13°, 15°,
16°, 17°, 18°, 19°, 20°,
21°, 22°, 23°, 24°, 25°
25 1°, 3° 1°, 2°, 3°, 4°, 7°, 8°, 2°
9°, 13°, 15°, 16°, 20°,
21°, 22°, 23°, 24°
(1° t/m 3°) (1° t/m 25°) (1° t/m 3°)
- - - -
BIJLAGE I :
1 2° - -
2 - - -
3 - - -
4 - - 1°, 3°
5 3° 2°, 3°, 7°, 8°, 10°, 13°, 1°
15°, 16°, 19°, 21°, 23°
6 - - -
7 1°, 3° - 1°, 2°, 3°
8 2°, 3° 1°, 9°, 11°, 15°, 16°, -
20°, 21°, 23°, 24°
9 1°, 3° - 1°
10 - 11°, 13° 1°, 3°
11 1° 2°, 13°, 19° 1°, 2°
12 - 3°, 13°, 19° 3°
13 - 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 8°, -
11°, 13°, 15°, 19°, 20°,
22°, 23°, 24°
14 - 3°, 6°, 13°, 15°, 19°, 1°, 3°
24°, 25°
15 - 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 17°, -
18°, 19°, 22°
16 - 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 1°, 3°
7°, 10°, 11°, 13°, 15°,
18°, 19°, 21°, 22°, 23°,
24°, 25°
17 - 1°, 2°, 3°, 4°, 7°, 8°, 1°, 3°
9°, 10°, 13°, 15°, 16°,
18°, 19°, 20° 21°, 23°,
24°
18 - 11°, 12°, 14° -
19 - 2°, 3°, 8°, 11°, 13°, 1°, 3°
15°, 17°, 18°, 19°, 25°
20 - 3°, 13°, 25° -
21 1°, 2° 1°, 2°, 3°, 4°, 7°, 8°, 1°, 3°
9°, 10°, 13°, 15°, 16°,
19°, 20°, 21°, 23°, 24°
22 - 12°, 14° -
23 - - -
24 1°, 3° 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 1°, 3°
9°, 10°, 11°, 13°, 15°,
16°, 17°, 18°, 19°, 20°,
21°, 22°, 23°, 24°, 25°
25 1°, 3° 1°, 2°, 3°, 4°, 7°, 8°, 2°
9°, 13°, 15°, 16°, 20°,
21°, 22°, 23°, 24°
-
BIJLAGE 2 :
1 4°, 8°, 10°, 13°, - -
15°, 17°, 18°,
19°, 21°, 23°
2 - - -
3 -2°, 8° - -
4 1°, 2°, 3° 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 1°, 3°
7°, 8°, 10°, 13°, 15°,
16°, 17°, 18°, 19°, 20°,
21°, 22°, 23°, 24°, 25°
5 - 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 1°, 3°
8°, 9°, 10°, 11°, 13°,
15°, 19°, 20°, 22°, 23°,
24°, 25°
6 - 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 1°, 2°, 3°
7°, 8°, 9°, 10°, 11°,
12°, 13°, 14°, 15°, 16°,
17°, 18°, 19°, 20°, 21°,
22°, 23°, 24°, 25°
7 - 2°, 3°, 8°, 10°, 13°, -
15°, 19°, 21°, 23°
8 - 1°, 2°, 3°, 4°, 8°, 11°, -
13°, 19°, 23°, 24°, 25°
9 1° 2°, 3°, 4°, 8°, 9°, 15°, 1°
19°, 20°, 23°
10 - 2°, 13° 1°
11 - 7°, 9° -
12 - 2°, 8°, 13°, 15°, 18°, 3°
19°
13 - 1°, 2°, 3°, 6°, 8°, 10°, 1°, 3°
11°, 12°, 13°, 14° 15°,
17°, 18°, 19°, 20°, 22°,
23°, 24°
14 - 2°, 3°, 8°, 10°, 13°, -
15°, 19°, 21°, 23°
15 - 2°, 3°, 8°, 10°, 13°, -
15°, 19°, 21°, 23°
16 1° 2°, 3°, 4°, 8°, 11°, 13°, 1°, 3°
15°, 16°, 18°, 19°, 22°,
25°
1 4°, 8°, 10°, 13°, - -
15°, 17°, 18°,
19°, 21°, 23°
2 - - -
3 -2°, 8° - -
4 1°, 2°, 3° 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 1°, 3°
7°, 8°, 10°, 13°, 15°,
16°, 17°, 18°, 19°, 20°,
21°, 22°, 23°, 24°, 25°
5 - 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 1°, 3°
8°, 9°, 10°, 11°, 13°,
15°, 19°, 20°, 22°, 23°,
24°, 25°
6 - 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 1°, 2°, 3°
7°, 8°, 9°, 10°, 11°,
12°, 13°, 14°, 15°, 16°,
17°, 18°, 19°, 20°, 21°,
22°, 23°, 24°, 25°
7 - 2°, 3°, 8°, 10°, 13°, -
15°, 19°, 21°, 23°
8 - 1°, 2°, 3°, 4°, 8°, 11°, -
13°, 19°, 23°, 24°, 25°
9 1° 2°, 3°, 4°, 8°, 9°, 15°, 1°
19°, 20°, 23°
10 - 2°, 13° 1°
11 - 7°, 9° -
12 - 2°, 8°, 13°, 15°, 18°, 3°
19°
13 - 1°, 2°, 3°, 6°, 8°, 10°, 1°, 3°
11°, 12°, 13°, 14° 15°,
17°, 18°, 19°, 20°, 22°,
23°, 24°
14 - 2°, 3°, 8°, 10°, 13°, -
15°, 19°, 21°, 23°
15 - 2°, 3°, 8°, 10°, 13°, -
15°, 19°, 21°, 23°
16 1° 2°, 3°, 4°, 8°, 11°, 13°, 1°, 3°
15°, 16°, 18°, 19°, 22°,
25°
-
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs
Brussel, 23 juni 2006
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Brussel, 23 juni 2006
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
-