Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 SEPTEMBER 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs.
Titre
29 SEPTEMBRE 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial (TRADUCTION).
Dokumentinformationen
Numac: 2006036815
Datum: 2006-09-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006036815
Date: 2006-09-29
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (15)
Artikel 1. In artikel 2, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 december 1998 en van 28 november 2003, wordt punt a) vervangen door wat volgt :
" a) de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de instellingen voor buitengewoon basis- en secundair onderwijs met volledig leerplan, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap; "
Article 1. Dans l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 décembre 1998 et 28 novembre 2003, le point a) est remplacé par la disposition suivante :
" a) aux membres du personnel directeur et enseignant, du personnel d'appui et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement spécial fondamental et secondaire de plein exercice, organisés ou subventionnés par la Communauté flamande; "
Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt punt 71 vervangen door wat volgt :
" 71. a) het certificaat kinderzorg, uitgereikt in het experimenteel modulair beroepssecundair onderwijs;
b) het certificaat begeleider in de kinderopvang, uitgereikt in het experimenteel modulair beroepssecundair onderwijs. "
Art. 2. Dans l'article 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, le point 71 est remplacé par la disposition suivante :
" 71. a) le certificat d'aide aux enfants, délivré dans l'enseignement secondaire professionnel expérimental de régime modulaire;
b) le certificat d'accompagnateur d'accueil d'enfants dans l'enseignement secondaire professionnel expérimental de régime modulaire. "
Art. 3. In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt een punt 6°ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 6°ter. Voor het ondersteunend personeel wordt bedoeld met :
1°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau HOKT : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 12° tot en met 42°, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en het pedagogische getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
2°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau HOLT : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 7, punt 1° tot en met 11°;
3°) een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
a) een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 7, punt 47° tot en met 56°;
b) de studiebewijzen die hieronder vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO. "
Art. 3. Dans l'article 8, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, il est ajouté un point 6°ter, rédigé comme suit :
" 6°ter. Pour le personnel d'appui, on entend par :
1°) un titre du niveau ESTC : un des diplômes de base visés aux points 12° à 42° inclus de l'article 7, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
2°) un titre du niveau ESTL : un des diplômes de base visés à l'article 7, points 1° à 11 inclus;
3°) un titre du niveau de l'enseignement secondaire :
a) un des diplômes de base visés à l'article 7, points 47° à 56 inclus;
b) les titres mentionnés ci-après comme BESPC, EPSS, ETSS et ESSA. "
Art. 4. In artikel 8, § 4, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, artikel 11, § 1, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, artikel 12, § 1, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, en artikel 13bis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, worden de woorden " bijlage I " telkens vervangen door de woorden " bijlagen I en II ".
Art. 4. Dans l'article 8, § 4, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, l'article 11, § 1er, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, l'article 12, § 1er, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, et l'article 13bis, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, les mots " annexe I " sont chaque fois modifiés par les mots " annexes I et II ".
Art. 5. In artikel 10, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt het woord " 14septies " vervangen door het woord " 14nonies ".
Art. 5. Dans l'article 10, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, le mot " 14septies " est remplacé par le mot " 14nonies ".
Art. 6. Aan artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 december 1998 en 28 november 2003, wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De personeelsleden die tijdelijk belast worden met een andere opdracht in een niet-vacante betrekking in een ambt waarvoor de titularis de weddeschaal 106 ontvangt, krijgen de toelage voor het uitoefenen van een beter bezoldigde opdracht. "
Art. 6. A l'article 12 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 décembre 1998 et 28 novembre 2003, il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. Les membres du personnel chargés temporairement d'une autre mission dans un emploi non vacant dans une fonction, pour laquelle le titulaire reçoit une échelle de traitement 106, bénéficient de l'allocation pour l'exercice d'une mission mieux rémunérée. "
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt een artikel 14octies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 14octies. § 1 Overgangsmaatregelen worden toegekend aan de personeelsleden in het buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van de internaten, die :
uiterlijk op 31 augustus 2006 op grond van de reglementering die op die datum gold, vastbenoemd waren in een ambt van het opvoedend hulppersoneel of van het administratief personeel;
tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in een wervingsambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel of met een opdracht in de categorie van het administratief personeel in de loop van de schooljaren 2003-2004, 2004-2005 of 2005-2006.
§ 2. De overgangsmaatregelen gelden voor de ambten van het ondersteunend personeel.
§ 3. De personeelsleden, vermeld in § 1, die :
op basis van de reglementering die van kracht was vóór 1 september 2006, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het opvoedend hulppersoneel of voor een ambt van het administratief personeel en geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor een ambt van het ondersteunend personeel, worden geacht in bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
op basis van de reglementering die van kracht was vóór 1 september 2006, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het opvoedend hulppersoneel of voor een ambt van het administratief personeel en geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor een ambt van het ondersteunend personeel, worden geacht in bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs;
houder zijn van de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 1, 4, van het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs en geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor een ambt van het ondersteunend personeel, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs.
§ 4. De overgangsbepalingen worden toegekend op 1 september 2006. Daarbij wordt rekening gehouden met de onderstaande bepalingen:
De personeelsleden, vermeld in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
De personeelsleden, vermeld in § 1, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd: de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. "
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, il est inséré un article 14octies, rédigé comme suit :
" Art. 14octies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel de l'enseignement secondaire spécial, à l'exception des internats :
qui, le 31 août 2006 au plus tard, étaient nommés à titre définitif dans une fonction du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel administratif, sur la base de la réglementation en vigueur à cette date;
qui ont été temporairement désignés à ou temporairement chargés d'une mission dans une fonction de recrutement de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation ou d'une mission dans la catégorie du personnel administratif dans le courant des années scolaires 2003-2004, 2004-2005 ou 2005-2006.
§ 2. Les mesures transitoires s'appliquent aux fonctions du personnel d'appui.
§ 3. Les membres du personnel visés au § 1er :
qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour une fonction du personnel auxiliaire d'éducation ou pour une fonction du personnel administratif, et qui ne sont pas porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel d'appui, sont censés être porteurs d'un titre requis;
qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour une fonction du personnel auxiliaire d'éducation ou pour une fonction du personnel administratif, et qui ne sont pas porteurs d'un titre jugé suffisant pour une fonction du personnel d'appui, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant;
qui sont porteurs des titres visés à l'article 1er, 4., de l'arrêté royal du 19 juin 1967 fixant les titres des candidats aux fonctions de recrutement du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, et qui ne sont pas porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel d'appui, sont censés être porteurs d'un titre requis.
§ 4. Les dispositions transitoires sont accordées au 1er septembre 2006, tout en tenant compte des dispositions suivantes :
Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont occupés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 2°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
Art. 8. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt een artikel 14nonies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 14nonies. § 1. Overgangsmaatregelen worden toegekend aan de personeelsleden die :
uiterlijk op 31 augustus 2006 in opleidingsvorm 3 vast benoemd waren voor de specialiteit beroepsgerichte vorming schilderen en decoratie;
op 30 juni 2005 in opleidingsvorm 3 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast waren met een opdracht in de specialiteit beroepsgerichte vorming schilderen en decoratie.
§ 2. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die van kracht was vóór 1 september 2006, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor de specialiteit beroepsgerichte vorming schilderen en decoratie in opleidingsvorm 3 en vanaf 1 september 2006 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben, worden geacht in bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2006 rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
de personeelsleden, vermeld in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
de personeelsleden, vermeld in § 1, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
Art. 8. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, il est inséré un article 14nonies, rédigé comme suit :
" Art. 14nonies. § 1er er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel :
qui, le 31 août 2006 au plus tard, étaient nommés à titre définitif pour la spécialité formation à vocation professionnelle peinture et décoration de la forme d'enseignement 3;
qui, le 30 juin 2005, étaient temporairement désignés à ou temporairement chargés d'une mission dans la spécialité formation à vocation professionnelle peinture et décoration de la forme d'enseignement 3.
§ 2. Les membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la spécialité formation à vocation professionnelle peinture et décoration de la forme d'enseignement 3, et qui, à compter du 1er septembre 2006, ne sont plus porteurs d'un titre requis, sont censés être porteurs d'un titre requis.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2006, en tenant compte des dispositions suivantes :
les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont occupés dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté;
les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, 2°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendaires au maximum. "
Art. 9. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt een artikel 15ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 15ter. § 1. De personeelsleden, vermeld in artikel 14octies, blijven in de ambten van het ondersteunend personeel de weddeschaal behouden die hen op grond van de reglementering die vóór 1 september 2006 gold, verleend mocht worden in de ambten van het opvoedend hulppersoneel of van het administratief personeel, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddeschaal.
§ 2. De personeelsleden, vermeld in artikel 14octies, § 1, die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 2006 :
organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het opvoedend hulppersoneel en die bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het ondersteunend personeel;
organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het opvoedend hulppersoneel en die bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het ondersteunend personeel, blijven eveneens de weddeschaal genieten die hen op grond van de vóór deze datum geldende reglementering toegekend werd, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddeschaal.
§ 3. De personeelsleden, vermeld in artikel 14octies, § 1, die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 2006 in het bezit waren van een bekwaamheidsbewijs, vereist voor een ambt van het administratief personeel en die een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor een ambt van het ondersteunend personeel, behouden eveneens de weddeschaal die hen op grond van de vóór deze datum geldende reglementering toegekend werd, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op en hogere weddeschaal.
Art. 9. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, il est inséré un article 15ter, rédigé comme suit :
" Art. 15ter. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 14octies, continuent à jouir, dans les fonctions du personnel d'appui, de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée, en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2006, dans les fonctions du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel administratif, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure.
§ 2. Les membres du personnel visés à l'article 14octies, § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006 :
étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour une fonction du personnel auxiliaire d'éducation et qui, par application du présent arrêté, sont porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel d'appui;
étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour une fonction du personnel auxiliaire d'éducation et qui, par application du présent arrêté, sont porteurs d'un titre jugé suffisant pour une fonction du personnel d'appui, continuent également à bénéficier de l'échelle de traitement qui leur était attribuée en vertu de la réglementation applicable avant cette date, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure.
§ 3. Les membres du personnel visés à l'article 14octies, § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2006, étaient porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel administratif et qui possèdent un titre requis ou jugé suffisant pour une fonction du personnel d'appui, conservent également l'échelle de traitement qui leur était attribuée en vertu de la réglementation applicable avant cette date, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure.
Art. 10. Aan artikel 19bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. De bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen, vermeld in de bijlage II die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2006. "
Art. 10. A l'article 19bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, dont le texte actuel formera le § 1er, est ajouté un § 2 rédigé comme suit :
" § 2. Les titres et échelles de traitement visés à l'annexe III au présent arrêté, entrent en vigueur le 1er septembre 2006. "
Art. 11. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, wordt de bijlage vervangen door de bijlagen I en II, die bij dit besluit zijn gevoegd.
Art. 11. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, l'annexe est remplacée par les annexes I et II, jointes au présent arrêté.
Art. 12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2006.
Art. 12. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2006.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 29 september 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Art. 13. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 29 septembre 2006.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
Y. LETERME
ANNEXE
BIJLAGE.
Art. N. (Annexe non traduite. Voir original néerlandais).
Art. N. Bijlage 1. Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor het buitengewoon onderwijs.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-12-2006, p. 68041-68046).
-