Artikel 1. Artikel 433 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt vervangen als volgt :
" Art. 433. § 1. De notarissen die gevorderd zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien zij niet op de hoogte stellen :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de ontvanger van de belastingen van het ambtsgebied waarin de eigenaar of de vruchtgebruiker van het goed zijn woonplaats of zijn hoofdinrichting heeft en daarenboven zo het om een onroerend goed gaat, de ontvanger van de belastingen van het ambtsgebied waarin dat goed gelegen is, wanneer het bericht niet meegedeeld wordt overeenkomstig 1°. In dat geval moet het bericht in tweevoud worden opgemaakt en bij ter post aangetekende brief worden verzonden.
§ 2. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig § 1, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen.
§ 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, 1°.
§ 4. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 FEBRUARI 2007. - Koninklijk besluit houdende invoering van een elektronisch systeem van notificaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën en sommige ministeriële officieren, openbare ambtenaren en andere personen.
Titre
25 FEVRIER 2007. - Arrêté royal visant à développer le système de notifications électroniques entre le Service public fédéral Finances et certains officiers ministériels, fonctionnaires publics et autres personnes.
Dokumentinformationen
Numac: 2007003091
Datum: 2007-02-25
Info du document
Numac: 2007003091
Date: 2007-02-25
Inhoud
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aangebracht aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
CHAPITRE Ier. - Modifications apportées au Code des impôts sur les revenus 1992.
Article 1. L'article 433 du Code des impôts sur les revenus 1992 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 433. § 1er. Les notaires requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un immeuble, d'un navire ou d'un bateau, sont personnellement responsables du paiement des impôts et accessoires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire, s'ils n'en avisent pas :
1° le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, au moyen d'une procédure utilisant les techniques de l'informatique;
2° le receveur des contributions dans le ressort duquel le propriétaire ou l'usufruitier du bien a son domicile ou son principal établissement et, en outre, s'il s'agit d'un immeuble, le receveur des contributions dans le ressort duquel il est situé, lorsque la communication de l'avis n'est pas effectuée conformément au 1°. Dans ce cas, l'avis doit être établi en double exemplaire et adressé par lettre recommandée à la poste.
§ 2. Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci sera considéré comme non-avenu.
Lorsque la communication de l'avis est effectuée conformément au § 1er, 1°, la date d'expédition de l'avis s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente.
§ 3. Lorsqu'un même avis est adressé successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, 1° et 2°, l'avis établi conformément au § 1er, 2° ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'avis établi conformément au § 1er, 1°.
§ 4. Le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente détermine les conditions et les modalités d'application du présent article. ".
" Art. 433. § 1er. Les notaires requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un immeuble, d'un navire ou d'un bateau, sont personnellement responsables du paiement des impôts et accessoires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire, s'ils n'en avisent pas :
1° le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, au moyen d'une procédure utilisant les techniques de l'informatique;
2° le receveur des contributions dans le ressort duquel le propriétaire ou l'usufruitier du bien a son domicile ou son principal établissement et, en outre, s'il s'agit d'un immeuble, le receveur des contributions dans le ressort duquel il est situé, lorsque la communication de l'avis n'est pas effectuée conformément au 1°. Dans ce cas, l'avis doit être établi en double exemplaire et adressé par lettre recommandée à la poste.
§ 2. Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci sera considéré comme non-avenu.
Lorsque la communication de l'avis est effectuée conformément au § 1er, 1°, la date d'expédition de l'avis s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente.
§ 3. Lorsqu'un même avis est adressé successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, 1° et 2°, l'avis établi conformément au § 1er, 2° ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'avis établi conformément au § 1er, 1°.
§ 4. Le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente détermine les conditions et les modalités d'application du présent article. ".
Art.2. In artikel 434 van hetzelfde wetboek worden de woorden ", naar gelang het geval, in artikel 433, § 1 of § 2" vervangen door de woorden "in artikel 433".
Art.2. Dans l'article 434 du même Code, les mots ", selon le cas, à l'article 433, § 1er ou § 2" sont remplacés par les mots "à l'article 433".
Art.3. Artikel 435 van hetzelfde wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. 435. § 1. Wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 434 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvangers van de directe belastingen, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de bovengenoemde ontvangers bij een ter post aangetekende brief, wanneer de inlichtingen niet worden verstrekt overeenkomstig 1° of wanneer de notaris voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 433 bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen, of de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, tweede lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, tweede lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, tweede lid, 1°.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte, niet tegen de Staat ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, derde lid.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen en bijbehoren, welke in uitvoering van artikel 434 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, tweede lid, voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van dit artikel. ".
" Art. 435. § 1. Wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 434 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvangers van de directe belastingen, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de bovengenoemde ontvangers bij een ter post aangetekende brief, wanneer de inlichtingen niet worden verstrekt overeenkomstig 1° of wanneer de notaris voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 433 bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen, of de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, tweede lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, tweede lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, tweede lid, 1°.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte, niet tegen de Staat ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, derde lid.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen en bijbehoren, welke in uitvoering van artikel 434 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, tweede lid, voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van dit artikel. ".
Art.3. L'article 435 du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 435. § 1er. Lorsque l'acte visé à l'article 433 est passé, la notification visée à l'article 434 emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable.
En outre, si les sommes et valeurs ainsi saisies-arrêtées sont inférieures à l'ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris les receveurs des contributions directes, le notaire doit, sous peine d'être personnellement responsable de l'excédent, en informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte :
1° le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, au moyen d'une procédure utilisant les techniques de l'informatique;
2° les receveurs précités, par lettre recommandée à la poste, lorsque l'information n'est pas communiquée conformément au 1° ou lorsque le notaire a adressé préalablement l'avis visé à l'article 433 par lettre recommandée à la poste.
Selon le cas, la date de l'information est celle de la date de l'accusé de réception communiqué par le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, ou de la date de dépôt à la poste de la lettre recommandée.
§ 2. Lorsqu'une même information est adressée successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, l'information établie conformément au § 1er, alinéa 2, 2° ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'information établie conformément au § 1er, alinéa 2, 1°.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte n'est pas opposable à l'Etat, si l'inscription de l'hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables de la date de l'information visée au § 1er, alinéa 3.
Sont inopérantes au regard des créances d'impôts et accessoires notifiées en exécution de l'article 434, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après l'expiration du délai prévu au § 1er, alinéa 2.
§ 4. Le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente détermine les conditions et les modalités d'application du présent article. ".
" Art. 435. § 1er. Lorsque l'acte visé à l'article 433 est passé, la notification visée à l'article 434 emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable.
En outre, si les sommes et valeurs ainsi saisies-arrêtées sont inférieures à l'ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris les receveurs des contributions directes, le notaire doit, sous peine d'être personnellement responsable de l'excédent, en informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte :
1° le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, au moyen d'une procédure utilisant les techniques de l'informatique;
2° les receveurs précités, par lettre recommandée à la poste, lorsque l'information n'est pas communiquée conformément au 1° ou lorsque le notaire a adressé préalablement l'avis visé à l'article 433 par lettre recommandée à la poste.
Selon le cas, la date de l'information est celle de la date de l'accusé de réception communiqué par le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, ou de la date de dépôt à la poste de la lettre recommandée.
§ 2. Lorsqu'une même information est adressée successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, l'information établie conformément au § 1er, alinéa 2, 2° ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'information établie conformément au § 1er, alinéa 2, 1°.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte n'est pas opposable à l'Etat, si l'inscription de l'hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables de la date de l'information visée au § 1er, alinéa 3.
Sont inopérantes au regard des créances d'impôts et accessoires notifiées en exécution de l'article 434, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après l'expiration du délai prévu au § 1er, alinéa 2.
§ 4. Le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente détermine les conditions et les modalités d'application du présent article. ".
Art.4. In artikel 436 van hetzelfde wetboek, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "§ 3, eerste lid".
Art.4. Dans l'article 436 du même Code, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "§ 3, alinéa 1er".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aangebracht aan het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde.
CHAPITRE II. - Modifications apportées au Code de la taxe sur la valeur ajoutée.
Art.5. In artikel 93ter van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De notaris die verzocht wordt een akte op te maken met betrekking tot het vervreemden of het bezwaren met een hypotheek van een voor hypotheek vatbaar goed, is gehouden aan de eigenaar of vruchtgebruiker van dat goed of van een gedeelte ervan te vragen of deze een belastingplichtige is.
Indien het antwoord bevestigend luidt, is de notaris die verzocht wordt die akte op te maken persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien hij niet op de hoogte stelt :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de door de Koning aangewezen ambtenaar wanneer het bericht niet meegedeeld wordt overeenkomstig 1°. In dat geval moet het bericht in tweevoud worden opgemaakt en bij ter post aangetekende brief worden verzonden.
Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig het tweede lid 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen.
Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in het tweede lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig het tweede lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig het tweede lid, 1°.
De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf. ".
2° § 1bis wordt opgeheven.
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De notaris die verzocht wordt een akte op te maken met betrekking tot het vervreemden of het bezwaren met een hypotheek van een voor hypotheek vatbaar goed, is gehouden aan de eigenaar of vruchtgebruiker van dat goed of van een gedeelte ervan te vragen of deze een belastingplichtige is.
Indien het antwoord bevestigend luidt, is de notaris die verzocht wordt die akte op te maken persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien hij niet op de hoogte stelt :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de door de Koning aangewezen ambtenaar wanneer het bericht niet meegedeeld wordt overeenkomstig 1°. In dat geval moet het bericht in tweevoud worden opgemaakt en bij ter post aangetekende brief worden verzonden.
Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig het tweede lid 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen.
Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in het tweede lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig het tweede lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig het tweede lid, 1°.
De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf. ".
2° § 1bis wordt opgeheven.
Art.5. A L'article 93ter du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, sont apportées les modifications suivantes :
1° Le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er Le notaire requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un bien susceptible d'hypothèque, est tenu de demander au propriétaire ou à l'usufruitier de tout ou partie de ce bien si celui-ci est un assujetti.
Dans le cas où la réponse est affirmative, le notaire requis de dresser cet acte est personnellement responsable du paiement de la taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire s'il n'en avise pas :
1° le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente au moyen d'une procédure utilisant les techniques de l'informatique;
2° le fonctionnaire désigné par le Roi lorsque la communication de l'avis n'est pas effectuée conformément au 1°. Dans ce cas, l'avis doit être établi en double exemplaire et adressé par lettre recommandée à la poste.
Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci sera considéré comme non avenu.
Lorsque la communication de l'avis est effectuée conformément à l'alinéa 2, 1°, la date d'expédition de l'avis s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente.
Lorsqu'un même avis est adressé successivement selon les procédures prévues respectivement à l'alinéa 2, 1° et 2°, l'avis établi conformément à l'alinéa 2, 2° ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'avis établi conformément à l'alinéa 2, 1°.
Le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente détermine les conditions et les modalités d'application du présent paragraphe. ".
2° Le § 1erbis est abrogé.
1° Le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er Le notaire requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un bien susceptible d'hypothèque, est tenu de demander au propriétaire ou à l'usufruitier de tout ou partie de ce bien si celui-ci est un assujetti.
Dans le cas où la réponse est affirmative, le notaire requis de dresser cet acte est personnellement responsable du paiement de la taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire s'il n'en avise pas :
1° le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente au moyen d'une procédure utilisant les techniques de l'informatique;
2° le fonctionnaire désigné par le Roi lorsque la communication de l'avis n'est pas effectuée conformément au 1°. Dans ce cas, l'avis doit être établi en double exemplaire et adressé par lettre recommandée à la poste.
Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci sera considéré comme non avenu.
Lorsque la communication de l'avis est effectuée conformément à l'alinéa 2, 1°, la date d'expédition de l'avis s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente.
Lorsqu'un même avis est adressé successivement selon les procédures prévues respectivement à l'alinéa 2, 1° et 2°, l'avis établi conformément à l'alinéa 2, 2° ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'avis établi conformément à l'alinéa 2, 1°.
Le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente détermine les conditions et les modalités d'application du présent paragraphe. ".
2° Le § 1erbis est abrogé.
Art.6. In artikel 93quater van hetzelfde wetboek worden de woorden "bedoeld, naar gelang het geval, in artikel 93ter, § 1 of § 1bis " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 93ter, § 1".
Art.6. Dans l'article 93quater du même Code, les mots "prévu, selon le cas, à l'article 93ter, § 1er ou § 1erbis " sont remplacés par les mots "prévu à l'article 93ter, §1er".
Art.7. Artikel 93quinquies van hetzelfde wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. 93quinquies. § 1. Wanneer de in artikel 93ter bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige voor zover de in artikel 85, § 1, voorgeschreven kennisgeving werd verricht.
Daarenboven, indien de sommen en waarden waarop onder derden beslag werd gelegd minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hieronder begrepen de ontvangers van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de aangewezen ambtenaar krachtens artikel 93ter bij een ter post aangetekende brief, wanneer de inlichtingen niet worden verstrekt overeenkomstig 1° of wanneer hij voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 93ter bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen, of met de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, tweede lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, tweede lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, tweede lid, 1°.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet aan de Staat worden tegengeworpen indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, derde lid.
Zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belasting over de toegevoegde waarde en toebehoren, waarvoor de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving werd gedaan, zijn alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, tweede lid, voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. ".
" Art. 93quinquies. § 1. Wanneer de in artikel 93ter bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige voor zover de in artikel 85, § 1, voorgeschreven kennisgeving werd verricht.
Daarenboven, indien de sommen en waarden waarop onder derden beslag werd gelegd minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hieronder begrepen de ontvangers van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan :
1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° de aangewezen ambtenaar krachtens artikel 93ter bij een ter post aangetekende brief, wanneer de inlichtingen niet worden verstrekt overeenkomstig 1° of wanneer hij voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 93ter bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen, of met de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, tweede lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, tweede lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, tweede lid, 1°.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet aan de Staat worden tegengeworpen indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, derde lid.
Zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belasting over de toegevoegde waarde en toebehoren, waarvoor de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving werd gedaan, zijn alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, tweede lid, voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
§ 4. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. ".
Art.7. L'article 93quinquies du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 93quinquies. § 1er. Lorsque l'acte visé à l'article 93ter est passé, la notification visée à l'article 93quater emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable pour autant que la notification prévue à l'article 85, § 1er, ait eu lieu.
En outre, si les sommes et valeurs ainsi saisies-arrêtées sont inférieures à l'ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris les receveurs de la taxe sur la valeur ajoutée, le notaire doit, sous peine d'être personnellement responsable de l'excédent, en informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte :
1° Le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, au moyen d'une procédure utilisant les techniques de l'informatique;
2° Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 93ter, par lettre recommandée à la poste, lorsque l'information n'est pas communiquée conformément au 1° ou lorsque le notaire a adressé préalablement l'avis visé à l'article 93ter par lettre recommandée à la poste.
Selon le cas, la date de l'information est celle de la date de l'accusé de réception communiqué par le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, ou de la date de dépôt à la poste de la lettre recommandée.
§ 2. Lorsqu'une même information est adressée successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, l'information établie conformément au § 1er, alinéa 2, 2° ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'information établie conformément au § 1er, alinéa 2, 1°.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte n'est pas opposable à l'Etat, si l'inscription de l'hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables de la date de l'information visée au § 1er, alinéa 3.
Sont inopérantes au regard des créances de la taxe sur la valeur ajoutée et d'accessoires notifiés conformément à l'article 93quater, toutes créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après l'expiration du délai prévu au § 1er, alinéa 2.
§ 4. Le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente détermine les conditions et les modalités d'application du présent article. ".
" Art. 93quinquies. § 1er. Lorsque l'acte visé à l'article 93ter est passé, la notification visée à l'article 93quater emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable pour autant que la notification prévue à l'article 85, § 1er, ait eu lieu.
En outre, si les sommes et valeurs ainsi saisies-arrêtées sont inférieures à l'ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris les receveurs de la taxe sur la valeur ajoutée, le notaire doit, sous peine d'être personnellement responsable de l'excédent, en informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte :
1° Le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, au moyen d'une procédure utilisant les techniques de l'informatique;
2° Le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 93ter, par lettre recommandée à la poste, lorsque l'information n'est pas communiquée conformément au 1° ou lorsque le notaire a adressé préalablement l'avis visé à l'article 93ter par lettre recommandée à la poste.
Selon le cas, la date de l'information est celle de la date de l'accusé de réception communiqué par le service désigné à cette fin par le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente, ou de la date de dépôt à la poste de la lettre recommandée.
§ 2. Lorsqu'une même information est adressée successivement selon les procédures prévues respectivement au § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, l'information établie conformément au § 1er, alinéa 2, 2° ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'information établie conformément au § 1er, alinéa 2, 1°.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte n'est pas opposable à l'Etat, si l'inscription de l'hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables de la date de l'information visée au § 1er, alinéa 3.
Sont inopérantes au regard des créances de la taxe sur la valeur ajoutée et d'accessoires notifiés conformément à l'article 93quater, toutes créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n'est pratiquée qu'après l'expiration du délai prévu au § 1er, alinéa 2.
§ 4. Le Ministre des Finances, son délégué, ou l'autorité compétente détermine les conditions et les modalités d'application du présent article. ".
Art.8. In artikel 93sexies van hetzelfde wetboek, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "§ 3, eerste lid".
Art.8. Dans l'article 93sexies du même Code, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "§ 3, alinéa 1er".
Art.9. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2007.
Art.9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 2007.
Art.10. Wanneer de datum van verzending van het bericht bedoeld respectievelijk in de artikelen 433 WIB 92 en 93ter van het BTW-Wetboek voortijdig is aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit, moet de daaruit voortvloeiende informatie bedoeld respectievelijk in de 435 WIB 92 en 93quinquies van het BTW-Wetboek worden verstuurd overeenkomstig de artikelen 435 WIB 92 en 93quinquies van het BTW-Wetboek zoals zij bestonden vooraleer te zijn gewijzigd door de artikelen 3 en 7 van dit besluit.
Art.10. Lorsque la date d'expédition de l'avis visé respectivement aux articles 433 CIR 92 et 93ter du Code de la T.V.A. est antérieure à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, l'information subséquente visée respectivement aux articles 435 CIR 92 et 93quinquies du Code de la T.V.A. doit être adressée conformément aux articles 435 CIR 92 et 93quinquies du Code de la T.V.A. tels qu'ils existaient avant d'être modifiés par les articles 3 et 7 du présent arrêté.
Art. 11. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 februari 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Gegeven te Brussel, 25 februari 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Art. 11. Notre Ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 25 février 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
D. REYNDERS.
Donné à Bruxelles, le 25 février 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
D. REYNDERS.