Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
2 MEI 2007. - Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-06-2007 en tekstbijwerking tot 09-07-2021)
Titre
2 MAI 2007. - Loi relative à la publicité des participations importantes dans des émetteurs dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé et portant des dispositions diverses. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-06-2007 et mise à jour au 09-07-2021)
Dokumentinformationen
Numac: 2007003215
Datum: 2007-05-02
Info du document
Numac: 2007003215
Date: 2007-05-02
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITEL II. - Openbaarmaking van belangrijke deel...
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Doel.
HOOFDSTUK III. - Deelnemingen in emittenten waa...
Afdeling 1. - Geviseerde emittenten.
Afdeling 2. - Verplichtingen voor houders van b...
Onderafdeling I. - Kennisgevingsplicht.
Onderafdeling II. - Berekening van de quota.
Onderafdeling III. - Ontheffingen.
Onderafdeling IV. - Tijdstip, inhoud en vorm va...
Afdeling 3. - Verplichtingen voor emittenten.
Afdeling 4. - Taalregeling.
Afdeling 5. - Statutaire regeling.
HOOFDSTUK IV. - Deelnemingen in emittenten waar...
Afdeling 1. - Geviseerde emittenten.
Afdeling 2. - Taalregeling.
Afdeling 3. - Bewarende maatregelen.
Afdeling 4. - Verplichtingen voor emittenten wa...
HOOFDSTUK V. - Bevoegdheden van de [1 FSMA]1.
HOOFDSTUK VI. - Samenwerking tussen autoriteiten.
HOOFDSTUK VI/1. [1 - Sancties.]1
HOOFDSTUK VII. - Strafbepalingen en administrat...
HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen.
TITEL II/1. [1 - Identificatie van aandeelhoud...
TITEL III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 9 juli ...
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 12 jun...
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 22 ...
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 6 ap...
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het Wetboek van ...
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 2 au...
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de wet van 20 ...
HOOFDSTUK VIII. - Toekomstige wijzigingen en op...
TITEL IV. - Uitvoering en inwerkingtreding.
Inhoud
TITRE PREMIER. - Dispositions générales.
TITRE II. - Publicité des participations import...
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Objet.
CHAPITRE III. - Participations dans des émetteu...
Section 1re. - Emetteurs concernés.
Section 2. - Obligations des détenteurs de part...
Sous-section 1re. - Obligation de notification.
Sous-section 2. - Calcul des quotités.
Sous-section 3. - Exemptions.
Sous-section 4. - Moment, contenu et forme de l...
Section 3. - Obligations des émetteurs.
Section 4. - Régime linguistique.
Section 5. - Clauses statutaires.
CHAPITRE IV. - Participations dans des émetteur...
Section 1re. - Emetteurs visés.
Section 2. - Régime linguistique.
Section 3. - Dispositions conservatoires.
Section 4. - Obligations des émetteurs dont les...
CHAPITRE V. - Pouvoirs de la [1 FSMA]1.
CHAPITRE VI. - Coopération entre autorités.
CHAPITRE VI/1. [1 - Sanctions.]1
CHAPITRE VII. - Dispositions pénales et amendes...
CHAPITRE VIII. - Dispositions transitoires.
TITRE II/1. [1 - Identification des actionnair...
TITRE III. - Dispositions modificatives et abro...
CHAPITRE I. - Modification de la loi du 9 juill...
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 12 jui...
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 22 m...
CHAPITRE IV. - Modifications de la loi du 6 avr...
CHAPITRE V. - Modifications du Code des societés.
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 2 aoû...
CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 20 j...
CHAPITRE VIII. - Modifications futures et dispo...
TITRE IV. - Exécution et entrée en vigueur.
Tekst (106)
Texte (106)
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITRE PREMIER. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Deze wet strekt hoofdzakelijk tot omzetting van bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG.
Bovendien hebben de artikelen 46 tot 56 ook de omzetting tot doel van sommige bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende de handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) en van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad.
Wat de bepalingen van titel II betreft, mag naar deze wet worden verwezen onder het opschrift "Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen".
Bovendien hebben de artikelen 46 tot 56 ook de omzetting tot doel van sommige bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende de handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) en van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad.
Wat de bepalingen van titel II betreft, mag naar deze wet worden verwezen onder het opschrift "Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen".
Art.2. La présente loi vise principalement à assurer la transposition de dispositions de la directive 2004/109/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 2004 sur l'harmonisation des obligations de transparence concernant l'information sur les émetteurs dont les valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé et modifiant la directive 2001/34/ CE.
Les articles 46 à 56 assurent en outre la transposition de certaines dispositions de la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2003 sur les opérations d'initiés et les manipulations de marché (abus de marché) et de la directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 93/22/CEE du Conseil.
En ce qui concerne les dispositions du titre II, la présente loi peut être citée sous l'intitulé "Loi relative à la publicité des participations importantes".
Les articles 46 à 56 assurent en outre la transposition de certaines dispositions de la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2003 sur les opérations d'initiés et les manipulations de marché (abus de marché) et de la directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 93/22/CEE du Conseil.
En ce qui concerne les dispositions du titre II, la présente loi peut être citée sous l'intitulé "Loi relative à la publicité des participations importantes".
TITEL II. - Openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
TITRE II. - Publicité des participations importantes.
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Art.3. § 1. Voor de toepassing van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
1° "emittent" : onverminderd de toepassing van artikel 5, tweede lid, elke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke [2 juridische entiteit]2 :
a) waarvan aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten; of
b) als bedoeld in § 2;
2° "gereglementeerde markt" : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt als bedoeld in [3 artikel 3, 8° of 9°, van de wet van 21 november 2017]3;
3° "Belgische gereglementeerde markt" : elke Belgische gereglementeerde markt als bedoeld in [3 artikel 3, 8°, van de wet van 21 november 2017]3;
4° [3 "multilaterale handelsfaciliteit" of "MTF": een MTF als bedoeld in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november 2017 ;]3
5° "controle" : controle in de zin van de artikelen [4 1:14 en 1:16 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]4;
6° "gecontroleerde onderneming" : elke onderneming, ongeacht de rechtsvorm die zij aanneemt of het recht waaronder zij ressorteert, die onder controle staat van [2 een natuurlijke persoon of een juridische entiteit]2;
7° [2 "controlerende persoon" : de natuurlijke persoon of de juridische entiteit die de controle heeft over een onderneming, ongeacht de rechtsvorm die deze onderneming aanneemt of het recht waaronder zij ressorteert;]2
8° "moederonderneming" : de onderneming die de controle heeft over een andere onderneming, ongeacht de rechtsvorm die deze onderneming aanneemt of het recht waaronder zij ressorteert;
9° [4 "beheervennootschap": een beheervennootschap in de zin van artikel 2, lid 1, b), van richtlijn 2009/65/EG, of een beheerder in de zin van artikel 4, lid 1, b), van richtlijn 2011/61/EU;]4
10° "marktmaker" : een persoon die op de financiële markten doorlopend blijk geeft van de bereidheid voor eigen rekening en met eigen kapitaal te handelen door financiële instrumenten tegen door hem vastgestelde prijzen te kopen en te verkopen;
11° "instellingen voor collectieve belegging die niet van het closed-end-type zijn" : de instellingen die zijn geregeld bij overeenkomst (door een beheervennootschap beheerde gemeenschappelijke beleggingsfondsen), als trust ("unit trust") of bij statuten (beleggingsvennootschap) :
a) waarvan het doel de collectieve belegging is van bij het publiek aangetrokken financiële middelen met toepassing van het beginsel van de risicospreiding; en
b) waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de houders rechtstreeks of onrechtstreeks worden ingekocht of terugbetaald ten laste van de activa van deze instellingen. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen van een instelling voor collectieve belegging gelijkgesteld om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die tot de verhandeling op een al dan niet gereglementeerde markt zijn toegelaten, aanzienlijk zou afwijken van hun netto-inventariswaarde;
12° "rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging" : de effecten die zijn uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging en waarin de rechten van de deelnemers op het vermogen van die instelling zijn belichaamd;
13° "in onderling overleg handelende personen" :
a) [2 de natuurlijke personen of juridische entiteiten]2 die in onderling overleg handelen in de zin van artikel 3, § 1, 5°, a), van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;
b) [2 de natuurlijke personen of juridische entiteiten]2 die een akkoord hebben gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de betrokken emittent te voeren;
c) [2 ...]2
14° "akkoord van onderling overleg" : een akkoord zoals bedoeld in 13°, [2 a) of b)]2 ;
15° "langs elektronische weg" : via elektronische apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie), opslag en verzending van gegevens via draden, radio, optische technologieën of andere elektromagnetische middelen;
16° "kennisgevingsplichtige persoon" : [2 een natuurlijke persoon of een juridische entiteit]2 die krachtens titel II een kennisgeving moet doen;
17° "houder van een deelneming" : [2 een natuurlijke persoon of een juridische entiteit]2 die een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming in een emittent als bedoeld in artikel 5 of in artikel 19 houdt of gehouden heeft;
18° "kredietinstelling" : een onderneming in de zin van artikel 4, onder (1), van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen;
19° "[1 FSMA]1" : [1 Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten]1;
20° [4 "richtlijn 2009/65/EG": richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's);]4
21° [4 "richtlijn 2011/61/EU": richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010;]4
22° [4 "richtlijn 2014/65/EU": richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/EU;]4
23° "Richtlijn 2004/109/EG" : Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
24° [4 "het Wetboek van vennootschappen en verenigingen": het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, ingevoerd door de wet van 23 maart 2019;]4
25° "wet van 2 augustus 2002" : wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
26° [4 ...]4
[2 27° [4 ...]4
28° "Verordening (EU) nr. 596/2014" : Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;
29° "ESMA" : de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority) als opgericht door de Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010;
30° "formele overeenkomst" : een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is;
31° "juridische entiteit" : een rechtspersoon, een geregistreerde onderneming zonder rechtspersoonlijkheid of een trust.]2
§ 2. [2 Voor de toepassing van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten wordt een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke juridische entiteit die aandelen heeft uitgegeven eveneens als emittent beschouwd indien certificaten die deze aandelen vertegenwoordigen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, ongeacht of deze aandelen al dan niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en zelfs indien deze certificaten door een andere natuurlijke persoon of juridische entiteit zijn uitgegeven.]2
De bepalingen die betrekking hebben op, of zijn geformuleerd onder verwijzing naar, aandelen of stemrechtverlenende effecten, zijn eveneens van toepassing op tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten die deze aandelen of stemrechtverlenende effecten vertegenwoordigen.
De houder van tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten die stemrechtverlenende effecten vertegenwoordigen, wordt voor de toepassing van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten beschouwd als de houder van de onderliggende stemrechtverlenende effecten.
§ 3. De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 wat dient te worden verstaan onder handelsdag.
1° "emittent" : onverminderd de toepassing van artikel 5, tweede lid, elke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke [2 juridische entiteit]2 :
a) waarvan aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten; of
b) als bedoeld in § 2;
2° "gereglementeerde markt" : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt als bedoeld in [3 artikel 3, 8° of 9°, van de wet van 21 november 2017]3;
3° "Belgische gereglementeerde markt" : elke Belgische gereglementeerde markt als bedoeld in [3 artikel 3, 8°, van de wet van 21 november 2017]3;
4° [3 "multilaterale handelsfaciliteit" of "MTF": een MTF als bedoeld in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november 2017 ;]3
5° "controle" : controle in de zin van de artikelen [4 1:14 en 1:16 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]4;
6° "gecontroleerde onderneming" : elke onderneming, ongeacht de rechtsvorm die zij aanneemt of het recht waaronder zij ressorteert, die onder controle staat van [2 een natuurlijke persoon of een juridische entiteit]2;
7° [2 "controlerende persoon" : de natuurlijke persoon of de juridische entiteit die de controle heeft over een onderneming, ongeacht de rechtsvorm die deze onderneming aanneemt of het recht waaronder zij ressorteert;]2
8° "moederonderneming" : de onderneming die de controle heeft over een andere onderneming, ongeacht de rechtsvorm die deze onderneming aanneemt of het recht waaronder zij ressorteert;
9° [4 "beheervennootschap": een beheervennootschap in de zin van artikel 2, lid 1, b), van richtlijn 2009/65/EG, of een beheerder in de zin van artikel 4, lid 1, b), van richtlijn 2011/61/EU;]4
10° "marktmaker" : een persoon die op de financiële markten doorlopend blijk geeft van de bereidheid voor eigen rekening en met eigen kapitaal te handelen door financiële instrumenten tegen door hem vastgestelde prijzen te kopen en te verkopen;
11° "instellingen voor collectieve belegging die niet van het closed-end-type zijn" : de instellingen die zijn geregeld bij overeenkomst (door een beheervennootschap beheerde gemeenschappelijke beleggingsfondsen), als trust ("unit trust") of bij statuten (beleggingsvennootschap) :
a) waarvan het doel de collectieve belegging is van bij het publiek aangetrokken financiële middelen met toepassing van het beginsel van de risicospreiding; en
b) waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de houders rechtstreeks of onrechtstreeks worden ingekocht of terugbetaald ten laste van de activa van deze instellingen. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen van een instelling voor collectieve belegging gelijkgesteld om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die tot de verhandeling op een al dan niet gereglementeerde markt zijn toegelaten, aanzienlijk zou afwijken van hun netto-inventariswaarde;
12° "rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging" : de effecten die zijn uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging en waarin de rechten van de deelnemers op het vermogen van die instelling zijn belichaamd;
13° "in onderling overleg handelende personen" :
a) [2 de natuurlijke personen of juridische entiteiten]2 die in onderling overleg handelen in de zin van artikel 3, § 1, 5°, a), van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;
b) [2 de natuurlijke personen of juridische entiteiten]2 die een akkoord hebben gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de betrokken emittent te voeren;
c) [2 ...]2
14° "akkoord van onderling overleg" : een akkoord zoals bedoeld in 13°, [2 a) of b)]2 ;
15° "langs elektronische weg" : via elektronische apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie), opslag en verzending van gegevens via draden, radio, optische technologieën of andere elektromagnetische middelen;
16° "kennisgevingsplichtige persoon" : [2 een natuurlijke persoon of een juridische entiteit]2 die krachtens titel II een kennisgeving moet doen;
17° "houder van een deelneming" : [2 een natuurlijke persoon of een juridische entiteit]2 die een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming in een emittent als bedoeld in artikel 5 of in artikel 19 houdt of gehouden heeft;
18° "kredietinstelling" : een onderneming in de zin van artikel 4, onder (1), van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen;
19° "[1 FSMA]1" : [1 Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten]1;
20° [4 "richtlijn 2009/65/EG": richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's);]4
21° [4 "richtlijn 2011/61/EU": richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010;]4
22° [4 "richtlijn 2014/65/EU": richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/EU;]4
23° "Richtlijn 2004/109/EG" : Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
24° [4 "het Wetboek van vennootschappen en verenigingen": het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, ingevoerd door de wet van 23 maart 2019;]4
25° "wet van 2 augustus 2002" : wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
26° [4 ...]4
[2 27° [4 ...]4
28° "Verordening (EU) nr. 596/2014" : Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;
29° "ESMA" : de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority) als opgericht door de Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010;
30° "formele overeenkomst" : een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is;
31° "juridische entiteit" : een rechtspersoon, een geregistreerde onderneming zonder rechtspersoonlijkheid of een trust.]2
§ 2. [2 Voor de toepassing van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten wordt een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke juridische entiteit die aandelen heeft uitgegeven eveneens als emittent beschouwd indien certificaten die deze aandelen vertegenwoordigen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, ongeacht of deze aandelen al dan niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en zelfs indien deze certificaten door een andere natuurlijke persoon of juridische entiteit zijn uitgegeven.]2
De bepalingen die betrekking hebben op, of zijn geformuleerd onder verwijzing naar, aandelen of stemrechtverlenende effecten, zijn eveneens van toepassing op tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten die deze aandelen of stemrechtverlenende effecten vertegenwoordigen.
De houder van tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten die stemrechtverlenende effecten vertegenwoordigen, wordt voor de toepassing van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten beschouwd als de houder van de onderliggende stemrechtverlenende effecten.
§ 3. De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 wat dient te worden verstaan onder handelsdag.
Änderungen
Art.3. § 1er. Pour l'application du titre II, et de ses arrêtés d'exécution, il y a lieu d'entendre par :
1° "émetteur" : sans préjudice de l'application de l'article 5, alinéa 2, [2 toute entité juridique régie par le droit privé ou public]2 :
a) dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé; ou
b) visée au § 2;
2° "marché réglementé" : tout marché réglementé, belge ou étranger au sens de l'[3 article 3, 8° ou 9°, de la loi du 21 novembre 2017]3;
3° "marché réglementé belge" : tout marché réglementé belge au sens de l'[3 article 3, 8°, de la loi du 21 novembre 2017]3;
4° [3 "système multilatéral de négociation" ou "MTF": un MTF tel que défini à l'article 3, 10°, de la loi du 21 novembre 2017 ;]3
5° "contrôle" : le contrôle au sens des articles [4 1:14 et 1:16 du Code des sociétés et des associations]4;
6° "entreprise contrôlée" : toute entreprise, quelle que soit sa forme juridique et quel que soit le droit dont elle relève, qui est contrôlée par [2 une personne physique ou une entité juridique]2;
7° [2 "personne détenant le contrôle" : la personne physique ou l'entité juridique qui contrôle une entreprise, quelle que soit la forme juridique de cette entreprise et quel que soit le droit dont cette entreprise relève;]2
8° "entreprise mère" : l'entreprise qui contrôle une autre entreprise, quelle que soit la forme juridique de cette entreprise et quel que soit le droit dont cette entreprise relève;
9° [4 "société de gestion": une société de gestion au sens de l'article 2, paragraphe 1er, b), de la directive 2009/65/CE, ou un gestionnaire au sens de l'article 4, paragraphe 1er, b), de la directive 2011/61/UE;]4
10° "teneur de marché" : une personne qui est présente de manière continue sur les marchés financiers pour négocier pour son propre compte et qui se porte acheteuse et vendeuse d'instruments financiers en engageant ses propres capitaux, à des prix fixés par elle;
11° "organismes de placement collectif autres que ceux du type fermé" : les organismes revêtant la forme contractuelle (fonds communs de placement gérés par une société de gestion) ou de trust ( unit trust') ou la forme statutaire (société d'investissement) :
a) dont l'objet est le placement collectif de moyens financiers recueillis auprès du public et dont le fonctionnement est soumis au principe de la répartition des risques; et
b) dont les parts sont, à la demande des porteurs, rachetées ou remboursées, directement ou indirectement, à charge des actifs de ces organismes. Est assimilé à de tels rachats ou remboursements, le fait pour un organisme de placement collectif d'agir afin que la valeur de ses parts admises à la négociation, sur un marché réglementé ou non, ne s'écarte pas sensiblement de leur valeur d'inventaire nette;
12° "parts d'un organisme de placement collectif" : les titres émis par un organisme de placement collectif en représentation des droits des participants à cet organisme sur ses actifs;
13° "personnes agissant de concert" :
a) [2 les personnes physiques ou entités juridiques]2 qui agissent de concert au sens de l'article 3, § 1er, 5°, a), de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition;
b) [2 les personnes physiques ou entités juridiques]2 qui ont conclu un accord portant sur l'exercice concerté de leurs droits de vote, en vue de mener une politique commune durable vis-à-vis de l'émetteur concerné;
c) [2 ...]2
14° "accord d'action de concert" : un accord tel que visé au 13°, [2 a) ou b)]2;
15° "par voie électronique" : par les moyens électroniques de traitement (y compris la compression numérique), de stockage et de transmission des données par câble, ondes radio, technologie optique, ou par tout autre moyen électromagnétique;
16° "personne tenue à notification" : [2 toute personne physique ou entité juridique]2 qui doit effectuer une notification en vertu du titre II;
17° "détenteur de participation" : [2 toute personne physique ou entité juridique]2 qui détient ou a détenu une participation directe ou indirecte dans un émetteur visé à l'article 5 ou 19;
18° "établissement de crédit" : une entreprise au sens de l'article 4, point 1), de la directive 2006/48/CE du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant l'accès à l'activité des établissements de crédit et son exercice;
19° "[1 FSMA]1" : [1 l'Autorité des services et marchés financiers]1;
20° [4 "la directive 2009/65/CE": la directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM);]4
21° [4 "la directive 2011/61/UE" : la directive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2011 sur les gestionnaires de fonds d'investissement alternatifs et modifiant les directives 2003/41/CE et 2009/65/CE ainsi que les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE) n° 1095/2010;]4
22° [4 "la directive 2014/65/UE" : la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;]4
23° "la directive 2004/109/CE" : la directive 2004/ 109/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 2004 sur l'harmonisation des obligations de transparence concernant l'information sur les émetteurs dont les valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé et modifiant la directive 2001/34/CE;
24° [4 "le Code des sociétés et des associations" : le Code des sociétés et des associations instauré par la loi du 23 mars 2019;]4
25° "la loi du 2 août 2002" : la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
26° [4 ...]4
[2 27° [4 ...]4
28° "le règlement (UE) n° 596/2014" : le règlement (UE) n° 596/2014 du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;
29° "ESMA" : l'Autorité européenne des marchés financiers (European Securities and Markets Authority) telle qu'établie par le Règlement (UE) n° 1095/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010;
30° "accord formel" : un accord contraignant en vertu du droit applicable;
31° "entité juridique" : une personne morale, une entreprise enregistrée sans personnalité juridique ou un trust.]2
§ 2. [2 Pour l'application du titre II et de ses arrêtés d'exécution, il y a également lieu d'entendre par "émetteur" toute entité juridique régie par le droit privé ou public qui a émis des actions, si des certificats représentatifs de ces actions sont admis à la négociation sur un marché réglementé, que ces actions soient elles-mêmes admises ou non à la négociation sur un marché réglementé, et ce, même si ces certificats sont émis par une autre personne physique ou entité juridique.]2
Les dispositions relatives ou faisant référence à des actions ou des titres conférant le droit de vote, s'appliquent également aux certificats, représentatifs de ces actions ou de ces titres conférant le droit de vote, qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé.
Le détenteur de certificats représentatifs de titres conférant le droit de vote, qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé, est considéré, pour l'application du titre II et de ses arrêtés d'exécution, comme le détenteur des titres sous-jacents conférant le droit de vote.
§ 3. Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, définit ce qu'il y a lieu d'entendre par jour de cotation.
1° "émetteur" : sans préjudice de l'application de l'article 5, alinéa 2, [2 toute entité juridique régie par le droit privé ou public]2 :
a) dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé; ou
b) visée au § 2;
2° "marché réglementé" : tout marché réglementé, belge ou étranger au sens de l'[3 article 3, 8° ou 9°, de la loi du 21 novembre 2017]3;
3° "marché réglementé belge" : tout marché réglementé belge au sens de l'[3 article 3, 8°, de la loi du 21 novembre 2017]3;
4° [3 "système multilatéral de négociation" ou "MTF": un MTF tel que défini à l'article 3, 10°, de la loi du 21 novembre 2017 ;]3
5° "contrôle" : le contrôle au sens des articles [4 1:14 et 1:16 du Code des sociétés et des associations]4;
6° "entreprise contrôlée" : toute entreprise, quelle que soit sa forme juridique et quel que soit le droit dont elle relève, qui est contrôlée par [2 une personne physique ou une entité juridique]2;
7° [2 "personne détenant le contrôle" : la personne physique ou l'entité juridique qui contrôle une entreprise, quelle que soit la forme juridique de cette entreprise et quel que soit le droit dont cette entreprise relève;]2
8° "entreprise mère" : l'entreprise qui contrôle une autre entreprise, quelle que soit la forme juridique de cette entreprise et quel que soit le droit dont cette entreprise relève;
9° [4 "société de gestion": une société de gestion au sens de l'article 2, paragraphe 1er, b), de la directive 2009/65/CE, ou un gestionnaire au sens de l'article 4, paragraphe 1er, b), de la directive 2011/61/UE;]4
10° "teneur de marché" : une personne qui est présente de manière continue sur les marchés financiers pour négocier pour son propre compte et qui se porte acheteuse et vendeuse d'instruments financiers en engageant ses propres capitaux, à des prix fixés par elle;
11° "organismes de placement collectif autres que ceux du type fermé" : les organismes revêtant la forme contractuelle (fonds communs de placement gérés par une société de gestion) ou de trust ( unit trust') ou la forme statutaire (société d'investissement) :
a) dont l'objet est le placement collectif de moyens financiers recueillis auprès du public et dont le fonctionnement est soumis au principe de la répartition des risques; et
b) dont les parts sont, à la demande des porteurs, rachetées ou remboursées, directement ou indirectement, à charge des actifs de ces organismes. Est assimilé à de tels rachats ou remboursements, le fait pour un organisme de placement collectif d'agir afin que la valeur de ses parts admises à la négociation, sur un marché réglementé ou non, ne s'écarte pas sensiblement de leur valeur d'inventaire nette;
12° "parts d'un organisme de placement collectif" : les titres émis par un organisme de placement collectif en représentation des droits des participants à cet organisme sur ses actifs;
13° "personnes agissant de concert" :
a) [2 les personnes physiques ou entités juridiques]2 qui agissent de concert au sens de l'article 3, § 1er, 5°, a), de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition;
b) [2 les personnes physiques ou entités juridiques]2 qui ont conclu un accord portant sur l'exercice concerté de leurs droits de vote, en vue de mener une politique commune durable vis-à-vis de l'émetteur concerné;
c) [2 ...]2
14° "accord d'action de concert" : un accord tel que visé au 13°, [2 a) ou b)]2;
15° "par voie électronique" : par les moyens électroniques de traitement (y compris la compression numérique), de stockage et de transmission des données par câble, ondes radio, technologie optique, ou par tout autre moyen électromagnétique;
16° "personne tenue à notification" : [2 toute personne physique ou entité juridique]2 qui doit effectuer une notification en vertu du titre II;
17° "détenteur de participation" : [2 toute personne physique ou entité juridique]2 qui détient ou a détenu une participation directe ou indirecte dans un émetteur visé à l'article 5 ou 19;
18° "établissement de crédit" : une entreprise au sens de l'article 4, point 1), de la directive 2006/48/CE du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant l'accès à l'activité des établissements de crédit et son exercice;
19° "[1 FSMA]1" : [1 l'Autorité des services et marchés financiers]1;
20° [4 "la directive 2009/65/CE": la directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM);]4
21° [4 "la directive 2011/61/UE" : la directive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2011 sur les gestionnaires de fonds d'investissement alternatifs et modifiant les directives 2003/41/CE et 2009/65/CE ainsi que les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE) n° 1095/2010;]4
22° [4 "la directive 2014/65/UE" : la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;]4
23° "la directive 2004/109/CE" : la directive 2004/ 109/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 2004 sur l'harmonisation des obligations de transparence concernant l'information sur les émetteurs dont les valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé et modifiant la directive 2001/34/CE;
24° [4 "le Code des sociétés et des associations" : le Code des sociétés et des associations instauré par la loi du 23 mars 2019;]4
25° "la loi du 2 août 2002" : la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
26° [4 ...]4
[2 27° [4 ...]4
28° "le règlement (UE) n° 596/2014" : le règlement (UE) n° 596/2014 du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;
29° "ESMA" : l'Autorité européenne des marchés financiers (European Securities and Markets Authority) telle qu'établie par le Règlement (UE) n° 1095/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010;
30° "accord formel" : un accord contraignant en vertu du droit applicable;
31° "entité juridique" : une personne morale, une entreprise enregistrée sans personnalité juridique ou un trust.]2
§ 2. [2 Pour l'application du titre II et de ses arrêtés d'exécution, il y a également lieu d'entendre par "émetteur" toute entité juridique régie par le droit privé ou public qui a émis des actions, si des certificats représentatifs de ces actions sont admis à la négociation sur un marché réglementé, que ces actions soient elles-mêmes admises ou non à la négociation sur un marché réglementé, et ce, même si ces certificats sont émis par une autre personne physique ou entité juridique.]2
Les dispositions relatives ou faisant référence à des actions ou des titres conférant le droit de vote, s'appliquent également aux certificats, représentatifs de ces actions ou de ces titres conférant le droit de vote, qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé.
Le détenteur de certificats représentatifs de titres conférant le droit de vote, qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé, est considéré, pour l'application du titre II et de ses arrêtés d'exécution, comme le détenteur des titres sous-jacents conférant le droit de vote.
§ 3. Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, définit ce qu'il y a lieu d'entendre par jour de cotation.
Art.3/1. [1 Elke verwijzing naar deze wet, naar de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, naar richtlijn 2004/109/EG of naar een van hun bepalingen omvat, in voorkomend geval, ook een verwijzing naar de overeenkomstige bepalingen van de gedelegeerde handelingen en van de technische regulerings- of uitvoeringsnormen die de Commissie ter uitvoering van voornoemde richtlijn heeft vastgesteld.]1
Art.3/1. [1 Toute référence à la présente loi, aux arrêtés et règlements pris pour son exécution, à la directive 2004/109/CE, ou à l'une de leurs dispositions, inclut également, le cas échéant, une référence aux dispositions correspondantes des actes délégués et des normes techniques de réglementation ou d'exécution adoptés par la Commission en exécution de la directive précitée.]1
HOOFDSTUK II. - Doel.
CHAPITRE II. - Objet.
Art.4. Titel II treft een regeling voor de openbaarmaking van informatie over belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten.
Titel II is evenwel niet van toepassing op in instellingen voor collectieve belegging die niet van het closedendtype zijn gehouden, verworven of overgedragen rechten van deelneming.
De Koning kan, op advies van de [1 FSMA]1, de toepassing van titel II geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot en sommige bepalingen van de met toepassing van titel II getroffen besluiten, geheel of gedeeltelijk, toepasselijk maken op belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of daarop worden verhandeld. De Koning kan daarbij de regels van titel II of van de met toepassing ervan getroffen besluiten aanpassen aan de specificiteit van de betrokken MTF.
De Koning kan bij de uitoefening van de in dit artikel bepaalde machtiging, in voorkomend geval, regels bepalen voor bepaalde types van emittenten, voor bepaalde types van MTF's of voor door Hem aangeduide individuele MTF's.
Titel II is evenwel niet van toepassing op in instellingen voor collectieve belegging die niet van het closedendtype zijn gehouden, verworven of overgedragen rechten van deelneming.
De Koning kan, op advies van de [1 FSMA]1, de toepassing van titel II geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot en sommige bepalingen van de met toepassing van titel II getroffen besluiten, geheel of gedeeltelijk, toepasselijk maken op belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of daarop worden verhandeld. De Koning kan daarbij de regels van titel II of van de met toepassing ervan getroffen besluiten aanpassen aan de specificiteit van de betrokken MTF.
De Koning kan bij de uitoefening van de in dit artikel bepaalde machtiging, in voorkomend geval, regels bepalen voor bepaalde types van emittenten, voor bepaalde types van MTF's of voor door Hem aangeduide individuele MTF's.
Art.4. Le titre II régit la publicité d'informations portant sur des participations importantes dans des émetteurs dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé.
Toutefois, le titre II ne s'applique pas aux parts acquises ou cédées dans des organismes de placement collectif autres que ceux du type fermé.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, peut étendre en tout ou en partie l'application du titre II et rendre certaines dispositions des arrêtés pris en exécution du titre II applicables en tout ou en partie aux participations importantes dans des émetteurs dont les actions sont admises à la négociation sur un MTF ou y sont négociées. Le Roi peut, dans ce cadre, adapter les règles du titre II ou des arrêtés pris pour son exécution, en fonction des spécificités du MTF concerné.
Le cas échéant, le Roi peut, dans l'exercice de l'habilitation prévue au présent article, définir des règles pour certains types d'émetteurs, pour certains types de MTF ou pour les MTF déterminés qu'Il désigne.
Toutefois, le titre II ne s'applique pas aux parts acquises ou cédées dans des organismes de placement collectif autres que ceux du type fermé.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, peut étendre en tout ou en partie l'application du titre II et rendre certaines dispositions des arrêtés pris en exécution du titre II applicables en tout ou en partie aux participations importantes dans des émetteurs dont les actions sont admises à la négociation sur un MTF ou y sont négociées. Le Roi peut, dans ce cadre, adapter les règles du titre II ou des arrêtés pris pour son exécution, en fonction des spécificités du MTF concerné.
Le cas échéant, le Roi peut, dans l'exercice de l'habilitation prévue au présent article, définir des règles pour certains types d'émetteurs, pour certains types de MTF ou pour les MTF déterminés qu'Il désigne.
HOOFDSTUK III. - Deelnemingen in emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is.
CHAPITRE III. - Participations dans des émetteurs dont la Belgique est l'Etat membre d'origine.
Afdeling 1. - Geviseerde emittenten.
Section 1re. - Emetteurs concernés.
Art.5. [2 Dit hoofdstuk is van toepassing op deelnemingen in emittenten die hun statutaire zetel in België hebben, of waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte [3 en waarvoor België, met toepassing van artikel 10, § 3, van de wet van 2 augustus 2002 en haar uitvoeringsbesluiten, de lidstaat van herkomst is]3.]2.
De bepalingen in dit hoofdstuk die betrekking hebben op, of zijn geformuleerd onder verwijzing naar, een emittent, betreffen uitsluitend de emittenten bedoeld in het eerste lid.
De bepalingen in dit hoofdstuk die betrekking hebben op, of zijn geformuleerd onder verwijzing naar, een emittent, betreffen uitsluitend de emittenten bedoeld in het eerste lid.
Art.5. [2 Le présent chapitre s'applique aux participations dans des émetteurs ayant leur siège statutaire en Belgique et aux participations dans des émetteurs qui ont leur siège statutaire dans un pays non membre de l'Espace économique européen [3 et dont la Belgique est l'Etat membre d'origine, en application de l'article 10, § 3, de la loi du 2 août 2002 et de ses arrêtés d'exécution]3.]2
Les dispositions du présent chapitre qui portent sur un émetteur ou font référence à un émetteur concernent exclusivement les émetteurs visés à l'alinéa 1er.
Les dispositions du présent chapitre qui portent sur un émetteur ou font référence à un émetteur concernent exclusivement les émetteurs visés à l'alinéa 1er.
Afdeling 2. - Verplichtingen voor houders van belangrijke deelnemingen.
Section 2. - Obligations des détenteurs de participations importantes.
Onderafdeling I. - Kennisgevingsplicht.
Sous-section 1re. - Obligation de notification.
Art.6. § 1. [2 Elke natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 die, rechtstreeks of onrechtstreeks, stemrechtverlenende effecten van een emittent verwerft, geeft aan deze laatste en aan de [1 FSMA]1 kennis van het aantal en van het percentage van de bestaande stemrechten dat hij ten gevolge van de verwerving houdt, wanneer de stemrechten verbonden aan de stemrechtverlenende effecten die hij houdt 5 % of meer bereiken van het totaal van de bestaande stemrechten.
Deze kennisgeving is eveneens verplicht in geval van verwerving, rechtstreeks of onrechtstreeks, van stemrechtverlenende effecten, wanneer als gevolg hiervan het aantal stemrechten 10 %, 15 %, 20 % enzovoort, telkens per schijf van 5 procentpunten, bereikt of overschrijdt van het totaal van de bestaande stemrechten.
Een zelfde kennisgeving is eveneens verplicht bij overdracht, rechtstreeks of onrechtstreeks, van stemrechtverlenende effecten, wanneer als gevolg hiervan de stemrechten dalen onder één van de drempelwaarden bedoeld in het eerste of in het tweede lid.
§ 2. Wanneer voor de eerste maal aandelen van een emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, wordt een zelfde kennisgeving verricht door [2 elke natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 die op dat ogenblik, rechtstreeks of onrechtstreeks, stemrechtverlenende effecten houdt van deze emittent, wanneer de stemrechten verbonden aan die stemrechtverlenende effecten 5 % of meer vertegenwoordigen van het totaal van de bestaande stemrechten.
§ 3. Wanneer ten gevolge van gebeurtenissen die de verdeling van de stemrechten hebben gewijzigd het percentage van de stemrechten verbonden aan de rechtstreeks of onrechtstreeks gehouden stemrechtverlenende effecten de in § 1 vastgelegde drempelwaarden bereikt, overschrijdt of onderschrijdt, is een zelfde kennisgeving verplicht, ook al vond er geen verwerving of overdracht plaats.
Deze kennisgeving gebeurt op basis van de overeenkomstig artikel 15 door de emittent openbaar gemaakte informatie.
§ 4. [2 Wanneer natuurlijke personen of juridische entiteiten]2 een akkoord van onderling overleg sluiten, wijzigen of beëindigen, is een zelfde kennisgeving verplicht wanneer, als gevolg daarvan, het percentage van de stemrechten waarop dit akkoord slaat, dan wel het percentage van een bij het akkoord betrokken partij, een in § 1 vastgelegde drempelwaarde bereikt, overschrijdt of onderschrijdt, ook al vond er geen verwerving of overdracht plaats.
[2 ...]2
In de aan de emittent te verrichten kennisgeving moet de naam van een natuurlijke persoon evenwel niet vermeld worden indien deze, wanneer geen rekening wordt gehouden met de stemrechtverlenende effecten van de andere bij het onderling overleg betrokken partijen, rechtstreeks of onrechtstreeks, stemrechten houdt die hetzij het in § 1, eerste lid, bedoelde quotum hetzij een lager quotum, in overeenstemming met artikel 18, § 1, tweede lid, niet bereiken en bovendien een belang heeft in de betrokken emittent dat minder bedraagt dan 3 % van de stemrechtverlenende effecten.
§ 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt een [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 geacht onrechtstreeks stemrechtverlenende effecten van een emittent te verwerven, over te dragen of te houden :
1° wanneer stemrechtverlenende effecten worden verworven, overgedragen of gehouden door een derde die, ongeacht of hij in eigen naam optreedt of niet, optreedt voor rekening van deze [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2;
2° wanneer stemrechtverlenende effecten worden verworven, overgedragen of gehouden door een door deze [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 gecontroleerde onderneming;
of 3° wanneer deze [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 de controle verwerft of overdraagt over een onderneming die stemrechtverlenende effecten houdt in een emittent.
Voor de toepassing van het eerste lid, worden onder stemrechtverlenende effecten die worden verworven, overgedragen of gehouden door een derde, door een gecontroleerde onderneming of door een onderneming waarover de controle wordt verworven of overgedragen, ook stemrechtverlenende effecten verstaan waarop een door hen gesloten akkoord van onderling overleg slaat. In de aan de emittent te verrichten kennisgeving moet de naam van een natuurlijke persoon evenwel niet vermeld worden indien deze, wanneer geen rekening wordt gehouden met de stemrechtverlenende effecten van de andere partijen bij het onderling overleg afgesloten door een in het eerste lid vermelde derde of onderneming, rechtstreeks of onrechtstreeks stemrechten houdt die hetzij het in § 1, eerste lid, bedoelde quotum hetzij een lager quotum, in overeenstemming met artikel 18, § 1, tweede lid, niet bereiken en bovendien een belang in de betrokken emittent heeft dat minder bedraagt dan 3 % van de stemrechtverlenende effecten.
Wanneer een derde in eigen naam maar voor rekening van een andere [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 optreedt, geldt de kennisgevingsplicht van dit artikel ook voor deze derde.
§ 6. [2 Voor de toepassing van titel II, met uitzondering van artikel 15, en de besluiten tot uitvoering van titel II, worden met stemrechtverlenende effecten gelijkgesteld :
1° financiële instrumenten die, op de vervaldag, uit hoofde van een formele overeenkomst, de houder het onvoorwaardelijke recht of de beslissing over dit recht verlenen om reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven;
2° financiële instrumenten die niet onder 1° vallen, maar wel gekoppeld zijn aan de onder 1° bedoelde stemrechtverlenende effecten en waarvan het economisch effect vergelijkbaar is met dat van de onder 1° bedoelde financiële instrumenten, ongeacht of zij al dan niet recht geven op materiële afwikkeling.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende financiële instrumenten beschouwd als gelijkgestelde financiële instrumenten, als zij voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid, 1° of 2° :
a) verhandelbare effecten;
b) opties;
c) futures;
d) swaps;
e) rentetermijncontracten;
f) financiële contracten ter verrekening van verschillen ("contracts for differences");
g) alle andere contracten of overeenkomsten met gelijkaardige economische effecten die fysiek of in contanten kunnen worden afgewikkeld.
Deze gelijkstelling geldt ook voor niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten die betrekking hebben op stemrechtverlenende effecten indien zij de houder ervan het onvoorwaardelijke recht of de beslissing over dit recht verlenen om de reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten waarop zij betrekking hebben te verwerven.
Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd.]2
§ 7. [2 De Koning bepaalt op advies van de FSMA de concrete invulling van de kennisgevingsplicht bedoeld in §§ 4 en 5.]2
Deze kennisgeving is eveneens verplicht in geval van verwerving, rechtstreeks of onrechtstreeks, van stemrechtverlenende effecten, wanneer als gevolg hiervan het aantal stemrechten 10 %, 15 %, 20 % enzovoort, telkens per schijf van 5 procentpunten, bereikt of overschrijdt van het totaal van de bestaande stemrechten.
Een zelfde kennisgeving is eveneens verplicht bij overdracht, rechtstreeks of onrechtstreeks, van stemrechtverlenende effecten, wanneer als gevolg hiervan de stemrechten dalen onder één van de drempelwaarden bedoeld in het eerste of in het tweede lid.
§ 2. Wanneer voor de eerste maal aandelen van een emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, wordt een zelfde kennisgeving verricht door [2 elke natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 die op dat ogenblik, rechtstreeks of onrechtstreeks, stemrechtverlenende effecten houdt van deze emittent, wanneer de stemrechten verbonden aan die stemrechtverlenende effecten 5 % of meer vertegenwoordigen van het totaal van de bestaande stemrechten.
§ 3. Wanneer ten gevolge van gebeurtenissen die de verdeling van de stemrechten hebben gewijzigd het percentage van de stemrechten verbonden aan de rechtstreeks of onrechtstreeks gehouden stemrechtverlenende effecten de in § 1 vastgelegde drempelwaarden bereikt, overschrijdt of onderschrijdt, is een zelfde kennisgeving verplicht, ook al vond er geen verwerving of overdracht plaats.
Deze kennisgeving gebeurt op basis van de overeenkomstig artikel 15 door de emittent openbaar gemaakte informatie.
§ 4. [2 Wanneer natuurlijke personen of juridische entiteiten]2 een akkoord van onderling overleg sluiten, wijzigen of beëindigen, is een zelfde kennisgeving verplicht wanneer, als gevolg daarvan, het percentage van de stemrechten waarop dit akkoord slaat, dan wel het percentage van een bij het akkoord betrokken partij, een in § 1 vastgelegde drempelwaarde bereikt, overschrijdt of onderschrijdt, ook al vond er geen verwerving of overdracht plaats.
[2 ...]2
In de aan de emittent te verrichten kennisgeving moet de naam van een natuurlijke persoon evenwel niet vermeld worden indien deze, wanneer geen rekening wordt gehouden met de stemrechtverlenende effecten van de andere bij het onderling overleg betrokken partijen, rechtstreeks of onrechtstreeks, stemrechten houdt die hetzij het in § 1, eerste lid, bedoelde quotum hetzij een lager quotum, in overeenstemming met artikel 18, § 1, tweede lid, niet bereiken en bovendien een belang heeft in de betrokken emittent dat minder bedraagt dan 3 % van de stemrechtverlenende effecten.
§ 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt een [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 geacht onrechtstreeks stemrechtverlenende effecten van een emittent te verwerven, over te dragen of te houden :
1° wanneer stemrechtverlenende effecten worden verworven, overgedragen of gehouden door een derde die, ongeacht of hij in eigen naam optreedt of niet, optreedt voor rekening van deze [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2;
2° wanneer stemrechtverlenende effecten worden verworven, overgedragen of gehouden door een door deze [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 gecontroleerde onderneming;
of 3° wanneer deze [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 de controle verwerft of overdraagt over een onderneming die stemrechtverlenende effecten houdt in een emittent.
Voor de toepassing van het eerste lid, worden onder stemrechtverlenende effecten die worden verworven, overgedragen of gehouden door een derde, door een gecontroleerde onderneming of door een onderneming waarover de controle wordt verworven of overgedragen, ook stemrechtverlenende effecten verstaan waarop een door hen gesloten akkoord van onderling overleg slaat. In de aan de emittent te verrichten kennisgeving moet de naam van een natuurlijke persoon evenwel niet vermeld worden indien deze, wanneer geen rekening wordt gehouden met de stemrechtverlenende effecten van de andere partijen bij het onderling overleg afgesloten door een in het eerste lid vermelde derde of onderneming, rechtstreeks of onrechtstreeks stemrechten houdt die hetzij het in § 1, eerste lid, bedoelde quotum hetzij een lager quotum, in overeenstemming met artikel 18, § 1, tweede lid, niet bereiken en bovendien een belang in de betrokken emittent heeft dat minder bedraagt dan 3 % van de stemrechtverlenende effecten.
Wanneer een derde in eigen naam maar voor rekening van een andere [2 natuurlijke persoon of juridische entiteit]2 optreedt, geldt de kennisgevingsplicht van dit artikel ook voor deze derde.
§ 6. [2 Voor de toepassing van titel II, met uitzondering van artikel 15, en de besluiten tot uitvoering van titel II, worden met stemrechtverlenende effecten gelijkgesteld :
1° financiële instrumenten die, op de vervaldag, uit hoofde van een formele overeenkomst, de houder het onvoorwaardelijke recht of de beslissing over dit recht verlenen om reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven;
2° financiële instrumenten die niet onder 1° vallen, maar wel gekoppeld zijn aan de onder 1° bedoelde stemrechtverlenende effecten en waarvan het economisch effect vergelijkbaar is met dat van de onder 1° bedoelde financiële instrumenten, ongeacht of zij al dan niet recht geven op materiële afwikkeling.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende financiële instrumenten beschouwd als gelijkgestelde financiële instrumenten, als zij voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid, 1° of 2° :
a) verhandelbare effecten;
b) opties;
c) futures;
d) swaps;
e) rentetermijncontracten;
f) financiële contracten ter verrekening van verschillen ("contracts for differences");
g) alle andere contracten of overeenkomsten met gelijkaardige economische effecten die fysiek of in contanten kunnen worden afgewikkeld.
Deze gelijkstelling geldt ook voor niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten die betrekking hebben op stemrechtverlenende effecten indien zij de houder ervan het onvoorwaardelijke recht of de beslissing over dit recht verlenen om de reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten waarop zij betrekking hebben te verwerven.
Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd.]2
§ 7. [2 De Koning bepaalt op advies van de FSMA de concrete invulling van de kennisgevingsplicht bedoeld in §§ 4 en 5.]2
Art.6. § 1er. [2 Toute personne physique ou entité juridique]2 qui acquiert, directement ou indirectement, des titres conférant le droit de vote d'un émetteur notifie à celui-ci et à la [1 FSMA]1 le nombre et le pourcentage de droits de vote existants qu'elle détient à la suite de cette acquisition, lorsque les droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote atteignent une quotité de 5 % ou plus du total des droits de vote existants.
Cette notification est également obligatoire en cas d'acquisition, directe ou indirecte, de titres conférant le droit de vote, lorsqu'à la suite de cette acquisition le nombre de droits de vote atteint ou dépasse une quotité de 10 %, de 15 %, de 20 %, et ainsi de suite par tranche de cinq points de pourcentage, du total des droits de vote existants.
Une même notification est également obligatoire en cas de cession, directe ou indirecte, de titres conférant le droit de vote, lorsqu'à la suite de cette cession les droits de vote retombent en dessous d'un des seuils visés aux alinéas 1er ou 2.
§ 2. Lorsque les actions d'un émetteur sont admises pour la première fois à la négociation sur un marché réglementé, une même notification est effectuée par [2 toute personne physique ou entité juridique]2 qui détient à ce moment, directement ou indirectement, des titres de cet émetteur conférant le droit de vote et que les droits de vote liés à ces titres représentent 5 % ou plus du total des droits de vote existants.
§ 3. Lorsque, à la suite d'événements qui ont modifié la répartition des droits de vote, le pourcentage de droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote, détenus directement ou indirectement, atteint, dépasse ou tombe en dessous des seuils fixés au § 1er, une même notification est obligatoire, même s'il n'y a eu ni acquisition ni cession.
La notification est effectuée sur la base des informations publiées par l'émetteur conformément à l'article 15.
§ 4. [2 Lorsque des personnes physiques ou entités juridiques]2 concluent, modifient ou mettent fin à un accord d'action de concert, une même notification est obligatoire lorsqu'en conséquence de ces événements, le pourcentage des droits de vote concernés par l'accord, ou le pourcentage d'une des parties à l'accord, atteint, dépasse ou tombe en dessous des seuils fixés au § 1er, même s'il n'y a eu ni acquisition ni cession.
[2 ...]2
La notification à adresser à l'émetteur ne doit toutefois pas mentionner le nom d'une personne physique si celle-ci, compte non tenu des titres conférant le droit de vote détenus par les autres parties à l'accord d'action de concert, détient directement ou indirectement des droits de vote qui n'atteignent pas soit la quotité visée au § 1er, alinéa 1er, soit une quotité inférieure, conforme à l'article 18, § 1er, alinéa 2, et détient en outre dans l'émetteur concerné un intérêt représentant moins de 3 % des titres conférant le droit de vote.
§ 5. Pour l'application du présent article, toute [2 personne physique ou entité juridique]2 est, réputée acquérir, céder ou détenir indirectement des titres conférant le droit de vote d'un émetteur :
1° lorsque des titres conférant le droit de vote sont acquis, cédés ou détenus par un tiers agissant pour compte de cette [2 personne physique ou entité juridique]2, que ce tiers agisse ou non en nom propre;
2° lorsque des titres conférant le droit de vote sont acquis, cédés ou détenus par une entreprise contrôlée par cette [2 personne physique ou entité juridique]2; ou
3° lorsque cette [2 personne physique ou entité juridique]2 acquiert ou cède le contrôle d'une entreprise qui détient des titres conférant le droit de vote d'un émetteur.
Pour l'application de l'alinéa 1er, les titres conférant le droit de vote qui sont acquis, cédés ou détenus par un tiers, par une entreprise contrôlée ou par une entreprise dont le contrôle est acquis ou cédé, incluent les titres conférant le droit de vote qui font l'objet d'un accord d'action de concert conclu par ceux-ci. La notification à adresser à l'émetteur ne doit toutefois pas mentionner le nom d'une personne physique si celle-ci, compte non tenu des titres conférant le droit de vote détenus par les autres parties à l'accord d'action de concert conclu par un tiers ou une entreprise visé à l'alinéa 1er, détient directement ou indirectement des droits de vote qui n'atteignent pas soit la quotité visée au § 1er, alinéa 1er, soit une quotité inférieure, conforme à l'article 18, § 1er, alinéa 2, et détient en outre dans l'émetteur concerné un intérêt représentant moins de 3 % des titres conférant le droit de vote.
Lorsqu'un tiers agit en nom propre, mais pour compte d'une autre [2 personne physique ou entité juridique]2, l'obligation de notification du présent article s'applique également à ce tiers.
§ 6. [2 Pour l'application du titre II, à l'exception de l'article 15, et des arrêtés pris en exécution du titre II, sont assimilés à des titres conférant le droit de vote :
1° des instruments financiers qui, à l'échéance, donnent à leur détenteur, en vertu d'un accord formel, soit le droit inconditionnel d'acquérir, soit la faculté d'acquérir des titres conférant le droit de vote qui sont déjà émis;
2° des instruments financiers qui ne relèvent pas du 1°, mais qui sont liés à des titres conférant le droit de vote visés au 1°, et dont l'effet économique est similaire à celui des instruments financiers visés au 1°, qu'ils donnent droit à un règlement physique ou non.
Pour l'application de l'alinéa 1er, sont considérés comme des instruments financiers assimilés, pour autant qu'ils satisfassent aux conditions énoncées à l'alinéa 1er, 1° ou 2°, les instruments financiers suivants :
a) les valeurs mobilières;
b) les contrats d'option;
c) les contrats à terme (futures);
d) les contrats d'échange;
e) les accords de taux futurs;
f) les contrats financiers pour différences (contracts for differences);
g) tous autres contrats ou accords ayant un effet économique similaire, susceptibles d'être réglés par une livraison physique ou en numéraire.
Cette assimilation vaut également pour les certificats non admis à la négociation sur un marché réglementé qui se rapportent à des titres conférant le droit de vote, pour autant qu'ils donnent à leur détenteur soit le droit inconditionnel d'acquérir, soit la faculté d'acquérir les titres conférant le droit de vote déjà émis auxquels ils se rapportent.
Si le droit du détenteur d'acquérir les titres sous-jacents conférant le droit de vote dépend uniquement d'un événement qu'il a le pouvoir de faire arriver ou d'empêcher, ce droit est considéré comme inconditionnel.]2
§ 7. [2 Le Roi, sur avis de la FSMA, détermine les modalités de l'obligation de notification visée aux §§ 4 et 5.]2
Cette notification est également obligatoire en cas d'acquisition, directe ou indirecte, de titres conférant le droit de vote, lorsqu'à la suite de cette acquisition le nombre de droits de vote atteint ou dépasse une quotité de 10 %, de 15 %, de 20 %, et ainsi de suite par tranche de cinq points de pourcentage, du total des droits de vote existants.
Une même notification est également obligatoire en cas de cession, directe ou indirecte, de titres conférant le droit de vote, lorsqu'à la suite de cette cession les droits de vote retombent en dessous d'un des seuils visés aux alinéas 1er ou 2.
§ 2. Lorsque les actions d'un émetteur sont admises pour la première fois à la négociation sur un marché réglementé, une même notification est effectuée par [2 toute personne physique ou entité juridique]2 qui détient à ce moment, directement ou indirectement, des titres de cet émetteur conférant le droit de vote et que les droits de vote liés à ces titres représentent 5 % ou plus du total des droits de vote existants.
§ 3. Lorsque, à la suite d'événements qui ont modifié la répartition des droits de vote, le pourcentage de droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote, détenus directement ou indirectement, atteint, dépasse ou tombe en dessous des seuils fixés au § 1er, une même notification est obligatoire, même s'il n'y a eu ni acquisition ni cession.
La notification est effectuée sur la base des informations publiées par l'émetteur conformément à l'article 15.
§ 4. [2 Lorsque des personnes physiques ou entités juridiques]2 concluent, modifient ou mettent fin à un accord d'action de concert, une même notification est obligatoire lorsqu'en conséquence de ces événements, le pourcentage des droits de vote concernés par l'accord, ou le pourcentage d'une des parties à l'accord, atteint, dépasse ou tombe en dessous des seuils fixés au § 1er, même s'il n'y a eu ni acquisition ni cession.
[2 ...]2
La notification à adresser à l'émetteur ne doit toutefois pas mentionner le nom d'une personne physique si celle-ci, compte non tenu des titres conférant le droit de vote détenus par les autres parties à l'accord d'action de concert, détient directement ou indirectement des droits de vote qui n'atteignent pas soit la quotité visée au § 1er, alinéa 1er, soit une quotité inférieure, conforme à l'article 18, § 1er, alinéa 2, et détient en outre dans l'émetteur concerné un intérêt représentant moins de 3 % des titres conférant le droit de vote.
§ 5. Pour l'application du présent article, toute [2 personne physique ou entité juridique]2 est, réputée acquérir, céder ou détenir indirectement des titres conférant le droit de vote d'un émetteur :
1° lorsque des titres conférant le droit de vote sont acquis, cédés ou détenus par un tiers agissant pour compte de cette [2 personne physique ou entité juridique]2, que ce tiers agisse ou non en nom propre;
2° lorsque des titres conférant le droit de vote sont acquis, cédés ou détenus par une entreprise contrôlée par cette [2 personne physique ou entité juridique]2; ou
3° lorsque cette [2 personne physique ou entité juridique]2 acquiert ou cède le contrôle d'une entreprise qui détient des titres conférant le droit de vote d'un émetteur.
Pour l'application de l'alinéa 1er, les titres conférant le droit de vote qui sont acquis, cédés ou détenus par un tiers, par une entreprise contrôlée ou par une entreprise dont le contrôle est acquis ou cédé, incluent les titres conférant le droit de vote qui font l'objet d'un accord d'action de concert conclu par ceux-ci. La notification à adresser à l'émetteur ne doit toutefois pas mentionner le nom d'une personne physique si celle-ci, compte non tenu des titres conférant le droit de vote détenus par les autres parties à l'accord d'action de concert conclu par un tiers ou une entreprise visé à l'alinéa 1er, détient directement ou indirectement des droits de vote qui n'atteignent pas soit la quotité visée au § 1er, alinéa 1er, soit une quotité inférieure, conforme à l'article 18, § 1er, alinéa 2, et détient en outre dans l'émetteur concerné un intérêt représentant moins de 3 % des titres conférant le droit de vote.
Lorsqu'un tiers agit en nom propre, mais pour compte d'une autre [2 personne physique ou entité juridique]2, l'obligation de notification du présent article s'applique également à ce tiers.
§ 6. [2 Pour l'application du titre II, à l'exception de l'article 15, et des arrêtés pris en exécution du titre II, sont assimilés à des titres conférant le droit de vote :
1° des instruments financiers qui, à l'échéance, donnent à leur détenteur, en vertu d'un accord formel, soit le droit inconditionnel d'acquérir, soit la faculté d'acquérir des titres conférant le droit de vote qui sont déjà émis;
2° des instruments financiers qui ne relèvent pas du 1°, mais qui sont liés à des titres conférant le droit de vote visés au 1°, et dont l'effet économique est similaire à celui des instruments financiers visés au 1°, qu'ils donnent droit à un règlement physique ou non.
Pour l'application de l'alinéa 1er, sont considérés comme des instruments financiers assimilés, pour autant qu'ils satisfassent aux conditions énoncées à l'alinéa 1er, 1° ou 2°, les instruments financiers suivants :
a) les valeurs mobilières;
b) les contrats d'option;
c) les contrats à terme (futures);
d) les contrats d'échange;
e) les accords de taux futurs;
f) les contrats financiers pour différences (contracts for differences);
g) tous autres contrats ou accords ayant un effet économique similaire, susceptibles d'être réglés par une livraison physique ou en numéraire.
Cette assimilation vaut également pour les certificats non admis à la négociation sur un marché réglementé qui se rapportent à des titres conférant le droit de vote, pour autant qu'ils donnent à leur détenteur soit le droit inconditionnel d'acquérir, soit la faculté d'acquérir les titres conférant le droit de vote déjà émis auxquels ils se rapportent.
Si le droit du détenteur d'acquérir les titres sous-jacents conférant le droit de vote dépend uniquement d'un événement qu'il a le pouvoir de faire arriver ou d'empêcher, ce droit est considéré comme inconditionnel.]2
§ 7. [2 Le Roi, sur avis de la FSMA, détermine les modalités de l'obligation de notification visée aux §§ 4 et 5.]2
Art.7. De regels inzake kennisgeving als bedoeld in artikel 6, zijn ook van toepassing wanneer [2 een natuurlijke persoon of juridische entiteit]2, rechtstreeks of onrechtstreeks in de zin van artikel 6, § 5, stemrechten verwerft, overdraagt of het recht heeft die uit te oefenen in een van de volgende gevallen of een combinatie daarvan :
1° een overeenkomst waarin een tijdelijke en betaalde overdracht van stemrechten is geregeld;
2° een inpandgeving van stemrechtverlenende effecten, mits de pandhouder de stemrechten controleert;
3° een vruchtgebruik over stemrechtverlenende effecten, mits de vruchtgebruiker de stemrechten controleert;
4° een inbewaringgeving van stemrechtverlenende effecten, mits de bewaarnemer, bij gebreke van specifieke instructies van de effectenhouders, de stemrechten naar eigen goeddunken kan uitoefenen;
5° een volmacht, mits de volmachtdrager, bij gebreke van specifieke instructies van de effectenhouders, de stemrechten naar eigen goeddunken kan uitoefenen.
Dezelfde regels zijn eveneens van toepassing bij de wijziging of de beëindiging van de in het eerste lid bedoelde gevallen, behalve, onder de door de Koning op advies van de [1 FSMA]1 bepaalde voorwaarden, bij beëindiging van het in het eerste lid, 5°, bedoelde geval.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 welke personen kennisgevingsplichtig zijn in de in het eerste lid beschreven gevallen, alsmede voor de effecten die worden gehouden in onverdeeldheid.
1° een overeenkomst waarin een tijdelijke en betaalde overdracht van stemrechten is geregeld;
2° een inpandgeving van stemrechtverlenende effecten, mits de pandhouder de stemrechten controleert;
3° een vruchtgebruik over stemrechtverlenende effecten, mits de vruchtgebruiker de stemrechten controleert;
4° een inbewaringgeving van stemrechtverlenende effecten, mits de bewaarnemer, bij gebreke van specifieke instructies van de effectenhouders, de stemrechten naar eigen goeddunken kan uitoefenen;
5° een volmacht, mits de volmachtdrager, bij gebreke van specifieke instructies van de effectenhouders, de stemrechten naar eigen goeddunken kan uitoefenen.
Dezelfde regels zijn eveneens van toepassing bij de wijziging of de beëindiging van de in het eerste lid bedoelde gevallen, behalve, onder de door de Koning op advies van de [1 FSMA]1 bepaalde voorwaarden, bij beëindiging van het in het eerste lid, 5°, bedoelde geval.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 welke personen kennisgevingsplichtig zijn in de in het eerste lid beschreven gevallen, alsmede voor de effecten die worden gehouden in onverdeeldheid.
Art.7. Les règles relatives à la notification visée à l'article 6 s'appliquent également lorsque, directement ou indirectement au sens de l'article 6, § 5, [2 une personne physique ou une entité juridique]2 acquiert ou cède des droits de vote ou dispose du droit d'exercer ceux-ci, dans un des cas suivants ou une combinaison de ces cas :
1° une convention prévoyant un transfert temporaire et à titre onéreux des droits de vote;
2° un nantissement de titres conférant le droit de vote, à condition que le détenteur du gage contrôle les droits de vote;
3° un usufruit portant sur des titres conférant le droit de vote, à condition que l'usufruitier contrôle les droits de vote;
4° un dépôt de titres conférant le droit de vote, à condition que le dépositaire puisse, en l'absence d'instructions spécifiques des détenteurs des titres, exercer les droits de vote comme il l'entend;
5° une procuration, à condition que le mandataire puisse, en l'absence d'instructions spécifiques des détenteurs des titres, exercer les droits de vote comme il l'entend.
Les mêmes règles s'appliquent également en cas de modification ou de cessation des situations visées à l'alinéa 1er, sauf en cas de cessation de la situation visée à l'alinéa 1er, 5°, aux conditions arrêtées par le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine les personnes tenues à notification dans les cas énumérés à l'alinéa 1er, ainsi que dans le cas de titres détenus en indivision.
1° une convention prévoyant un transfert temporaire et à titre onéreux des droits de vote;
2° un nantissement de titres conférant le droit de vote, à condition que le détenteur du gage contrôle les droits de vote;
3° un usufruit portant sur des titres conférant le droit de vote, à condition que l'usufruitier contrôle les droits de vote;
4° un dépôt de titres conférant le droit de vote, à condition que le dépositaire puisse, en l'absence d'instructions spécifiques des détenteurs des titres, exercer les droits de vote comme il l'entend;
5° une procuration, à condition que le mandataire puisse, en l'absence d'instructions spécifiques des détenteurs des titres, exercer les droits de vote comme il l'entend.
Les mêmes règles s'appliquent également en cas de modification ou de cessation des situations visées à l'alinéa 1er, sauf en cas de cessation de la situation visée à l'alinéa 1er, 5°, aux conditions arrêtées par le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine les personnes tenues à notification dans les cas énumérés à l'alinéa 1er, ainsi que dans le cas de titres détenus en indivision.
Onderafdeling II. - Berekening van de quota.
Sous-section 2. - Calcul des quotités.
Art.8. De stemrechtenquota bedoeld in artikel 6 worden berekend :
1° voor de toepassing van artikel 6, § 1, of van artikel 7, op de dag van de verwerving of de overdracht;
2° voor de toepassing van artikel 6, § 2, op de dag van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
3° voor de toepassing van artikel 6, § 3, op de dag van de gebeurtenis die de verdeling van de stemrechten heeft gewijzigd;
4° voor de toepassing van artikel 6, § 4, op de dag van het sluiten, wijzigen of beëindigen van het akkoord van onderling overleg.
Bij deze berekening wordt rekening gehouden met het aantal bestaande stemrechten zoals dit blijkt uit de overeenkomstig artikel 15 door de emittent openbaar gemaakte informatie.
1° voor de toepassing van artikel 6, § 1, of van artikel 7, op de dag van de verwerving of de overdracht;
2° voor de toepassing van artikel 6, § 2, op de dag van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
3° voor de toepassing van artikel 6, § 3, op de dag van de gebeurtenis die de verdeling van de stemrechten heeft gewijzigd;
4° voor de toepassing van artikel 6, § 4, op de dag van het sluiten, wijzigen of beëindigen van het akkoord van onderling overleg.
Bij deze berekening wordt rekening gehouden met het aantal bestaande stemrechten zoals dit blijkt uit de overeenkomstig artikel 15 door de emittent openbaar gemaakte informatie.
Art.8. Les quotités de droits de vote visées à l'article 6 sont calculées :
1° pour l'application de l'article 6, § 1er, ou de l'article 7, au jour de l'acquisition ou de la cession;
2° pour l'application de l'article 6, § 2, au jour de l'admission à la négociation sur un marché réglementé;
3° pour l'application de l'article 6, § 3, au jour de l'événement qui a modifié la répartition des droits de vote;
4° pour l'application de l'article 6, § 4, au jour de la conclusion, de la modification ou de la fin de l'accord d'action de concert.
Ce calcul tient compte du nombre de droits de vote existants, tel qu'il ressort des informations publiées par l'émetteur conformément à l'article 15.
1° pour l'application de l'article 6, § 1er, ou de l'article 7, au jour de l'acquisition ou de la cession;
2° pour l'application de l'article 6, § 2, au jour de l'admission à la négociation sur un marché réglementé;
3° pour l'application de l'article 6, § 3, au jour de l'événement qui a modifié la répartition des droits de vote;
4° pour l'application de l'article 6, § 4, au jour de la conclusion, de la modification ou de la fin de l'accord d'action de concert.
Ce calcul tient compte du nombre de droits de vote existants, tel qu'il ressort des informations publiées par l'émetteur conformément à l'article 15.
Art.9. § 1. Voor de berekening van de stemrechtenquota bedoeld in artikel 6 :
1° worden de stemrechtverlenende effecten in aanmerking genomen a rato van het aantal bestaande stemrechten waarop zij recht geven; [1 ...]1
2° worden de stemrechten verbonden aan stemrechtverlenende effecten in aanmerking genomen niettegenstaande de gebeurlijke opschorting van de uitoefening ervan;
[1 3° worden de met stemrechtverlenende effecten gelijkgestelde financiële instrumenten meegerekend, volgens de nadere regels bepaald door de Koning.]1
§ 2. Voor de berekening van de stemrechtenquota bedoeld in artikel 6 voegt [1 een natuurlijke persoon of juridische entiteit]1 zijn deelnemingen als bedoeld in artikel 6 en zijn deelnemingen als bedoeld in artikel 7 samen.
§ 3. Voor de berekening van de stemrechtenquota bedoeld in artikel 6 :
1° [1 worden de deelnemingen bedoeld in de artikelen 6 en 7 van een derde die optreedt voor rekening van een andere natuurlijke persoon of juridische entiteit, meegerekend in hoofde van die laatste persoon of entiteit, en dit ongeacht in wiens naam deze derde optreedt;]1
2° [1 worden in hoofde van de controlerende natuurlijke persoon of juridische entiteit diens deelnemingen bedoeld in de artikelen 6 en 7 samengevoegd met de deelnemingen bedoeld in de artikel]1
3° [1 voegen in onderling overleg handelende personen de stemrechten waarop hun akkoord slaat samen;]1
[1 4° voegt de houder van met stemrechtverlenende effecten gelijkgestelde financiële instrumenten alle op dezelfde emittent betrekking hebbende gelijkgestelde financiële instrumenten samen. Alleen longposities worden in aanmerking genomen. Longposities worden niet verrekend met shortposities die betrekking hebben op dezelfde emittent.]1
Voor de toepassing van het eerste lid, 1° en 2°, worden onder deelnemingen van een derde of van een gecontroleerde onderneming ook verstaan de stemrechten waarop een door hen gesloten akkoord van onderling overleg slaat.
1° worden de stemrechtverlenende effecten in aanmerking genomen a rato van het aantal bestaande stemrechten waarop zij recht geven; [1 ...]1
2° worden de stemrechten verbonden aan stemrechtverlenende effecten in aanmerking genomen niettegenstaande de gebeurlijke opschorting van de uitoefening ervan;
[1 3° worden de met stemrechtverlenende effecten gelijkgestelde financiële instrumenten meegerekend, volgens de nadere regels bepaald door de Koning.]1
§ 2. Voor de berekening van de stemrechtenquota bedoeld in artikel 6 voegt [1 een natuurlijke persoon of juridische entiteit]1 zijn deelnemingen als bedoeld in artikel 6 en zijn deelnemingen als bedoeld in artikel 7 samen.
§ 3. Voor de berekening van de stemrechtenquota bedoeld in artikel 6 :
1° [1 worden de deelnemingen bedoeld in de artikelen 6 en 7 van een derde die optreedt voor rekening van een andere natuurlijke persoon of juridische entiteit, meegerekend in hoofde van die laatste persoon of entiteit, en dit ongeacht in wiens naam deze derde optreedt;]1
2° [1 worden in hoofde van de controlerende natuurlijke persoon of juridische entiteit diens deelnemingen bedoeld in de artikelen 6 en 7 samengevoegd met de deelnemingen bedoeld in de artikel]1
3° [1 voegen in onderling overleg handelende personen de stemrechten waarop hun akkoord slaat samen;]1
[1 4° voegt de houder van met stemrechtverlenende effecten gelijkgestelde financiële instrumenten alle op dezelfde emittent betrekking hebbende gelijkgestelde financiële instrumenten samen. Alleen longposities worden in aanmerking genomen. Longposities worden niet verrekend met shortposities die betrekking hebben op dezelfde emittent.]1
Voor de toepassing van het eerste lid, 1° en 2°, worden onder deelnemingen van een derde of van een gecontroleerde onderneming ook verstaan de stemrechten waarop een door hen gesloten akkoord van onderling overleg slaat.
Art.9. § 1er. Pour le calcul des quotités de droits de vote visées à l'article 6, il est tenu compte :
1° des titres conférant le droit de vote, à concurrence du nombre de droits de vote existants auxquels ces titres donnent droit; [1 ...]1
2° des droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote, nonobstant la suspension éventuelle de leur exercice;
[1 3° des instruments financiers assimilés à des titres conférant le droit de vote, selon les modalités déterminées par le Roi.]1
§ 2. Pour le calcul des quotités de droits de vote visées à l'article 6, il y a lieu d'additionner les participations visées à l'article 6 et celles visées à l'article 7, détenues par [1 une même personne physique ou entité juridique]1.
§ 3. Pour le calcul des quotités de droits de vote visées à l'article 6 :
1° [1 les participations visées aux articles 6 et 7, détenues par un tiers qui agit pour compte d'une autre personne physique ou entité juridique, sont additionnées dans le chef de cette dernière personne ou entité, que ce tiers agisse ou non en nom propre;]1
2° [1 il y a lieu d'additionner, dans le chef de la personne physique ou entité juridique détenant le contrôle, aux participations visées aux articles 6 et 7 qu'elle détient, les participations visées aux articles 6 et 7 détenues par les entreprises contrôlées par cette personne ou entité;]1
3° [1 les personnes agissant de concert additionnent tous les droits de vote visés par leur accord;]1
[1 4° le détenteur d'instruments financiers assimilés à des titres conférant le droit de vote agrège tous les instruments financiers assimilés qui sont liés au même émetteur. Seules les positions longues sont prises en compte. Les positions longues ne sont pas compensées avec les positions courtes relatives au même émetteur sous-jacent.]1
Pour l'application de l'alinéa 1er, 1° et 2°, les participations d'un tiers ou d'une entreprise contrôlée incluent les droits de vote qui font l'objet d'un accord d'action de concert conclu par ceux-ci.
1° des titres conférant le droit de vote, à concurrence du nombre de droits de vote existants auxquels ces titres donnent droit; [1 ...]1
2° des droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote, nonobstant la suspension éventuelle de leur exercice;
[1 3° des instruments financiers assimilés à des titres conférant le droit de vote, selon les modalités déterminées par le Roi.]1
§ 2. Pour le calcul des quotités de droits de vote visées à l'article 6, il y a lieu d'additionner les participations visées à l'article 6 et celles visées à l'article 7, détenues par [1 une même personne physique ou entité juridique]1.
§ 3. Pour le calcul des quotités de droits de vote visées à l'article 6 :
1° [1 les participations visées aux articles 6 et 7, détenues par un tiers qui agit pour compte d'une autre personne physique ou entité juridique, sont additionnées dans le chef de cette dernière personne ou entité, que ce tiers agisse ou non en nom propre;]1
2° [1 il y a lieu d'additionner, dans le chef de la personne physique ou entité juridique détenant le contrôle, aux participations visées aux articles 6 et 7 qu'elle détient, les participations visées aux articles 6 et 7 détenues par les entreprises contrôlées par cette personne ou entité;]1
3° [1 les personnes agissant de concert additionnent tous les droits de vote visés par leur accord;]1
[1 4° le détenteur d'instruments financiers assimilés à des titres conférant le droit de vote agrège tous les instruments financiers assimilés qui sont liés au même émetteur. Seules les positions longues sont prises en compte. Les positions longues ne sont pas compensées avec les positions courtes relatives au même émetteur sous-jacent.]1
Pour l'application de l'alinéa 1er, 1° et 2°, les participations d'un tiers ou d'une entreprise contrôlée incluent les droits de vote qui font l'objet d'un accord d'action de concert conclu par ceux-ci.
Onderafdeling III. - Ontheffingen.
Sous-section 3. - Exemptions.
Art.10. § 1. Er is geen kennisgevingsplicht met betrekking tot stemrechtverlenende effecten die uitsluitend worden verworven voor de verrekening en vereffening van transacties binnen drie handelsdagen na de transactie.
§ 2. Er rust geen kennisgevingsplicht op bewaarnemers die stemrechtverlenende effecten houden in hun hoedanigheid van bewaarnemer, mits die bewaarnemers de aan die effecten verbonden stemrechten alleen kunnen uitoefenen na daartoe schriftelijk dan wel langs elektronische weg instructies te hebben ontvangen.
§ 3. Er is geen kennisgevingsplicht met betrekking tot het bezit, de verwerving of de overdracht van een deelneming die de drempelwaarde van 5 % of in voorkomend geval een lagere statutaire drempel overeenkomstig de in uitvoering van artikel 18 genomen besluiten, bereikt, overschrijdt of onderschrijdt door een marktmaker, handelend in zijn hoedanigheid van marktmaker, mits deze :
1° van zijn lidstaat van herkomst een vergunning uit hoofde van [4 richtlijn 2014/65/EU]4 heeft gekregen; en
2° geen inspraak uitoefent in het bestuur van de emittent noch enige invloed uitoefent op de emittent om hem aan te sporen die stemrechtverlenende effecten te kopen of de prijs van de stemrechtverlenende effecten te ondersteunen.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 welke procedure de marktmaker dient na te leven om van de vrijstelling bedoeld in het eerste lid gebruik te kunnen maken en aan welke controlemechanismen de marktmaker wordt onderworpen.
§ 4. Stemrechten die in een handelsportefeuille, [2 in de zin van artikel 4, lid 1, punt 86), van Verordening nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012,]2 van een kredietinstelling of een beleggingsonderneming worden gehouden, worden niet meegerekend voor de berekening van de stemrechten in bezit mits :
1° de stemrechten die in de handelsportefeuille worden gehouden 5 % niet overschrijden; en
2° [3 de stemrechten verbonden aan stemrechtverlenende effecten die in de handelsportefeuille worden gehouden niet worden uitgeoefend en niet anderszins worden aangewend om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de emittent.]3
[3 § 4bis. Tijdens de stabilisatieperiode is er geen kennisgevingsplicht met betrekking tot stemrechten verbonden aan aandelen die worden verworven voor stabilisatiedoeleinden overeenkomstig [4 ...]4 artikel 5 van Verordening (EU) nr. 596/2014 mits de aan deze aandelen verbonden stemrechten niet worden uitgeoefend en niet anderszins worden aangewend om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de emittent.]3
§ 5. De artikelen 6 en 7, eerste lid, 2°, zijn niet van toepassing op stemrechtverlenende effecten verstrekt aan of door leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) bij de uitoefening van hun taken als monetaire autoriteiten, met inbegrip van stemrechtverlenende effecten die aan of door leden van het ESCB in het kader van een pandgeving, retrocessie- of soortgelijke overeenkomst inzake liquiditeit worden verstrekt voor monetaire beleidsdoeleinden of binnen een betalingssysteem.
De ontheffing bedoeld in het eerste lid geldt voor de bovenbedoelde transacties die van korte duur zijn, mits de aan die stemrechtverlenende effecten gehechte stemrechten niet worden uitgeoefend.
§ 2. Er rust geen kennisgevingsplicht op bewaarnemers die stemrechtverlenende effecten houden in hun hoedanigheid van bewaarnemer, mits die bewaarnemers de aan die effecten verbonden stemrechten alleen kunnen uitoefenen na daartoe schriftelijk dan wel langs elektronische weg instructies te hebben ontvangen.
§ 3. Er is geen kennisgevingsplicht met betrekking tot het bezit, de verwerving of de overdracht van een deelneming die de drempelwaarde van 5 % of in voorkomend geval een lagere statutaire drempel overeenkomstig de in uitvoering van artikel 18 genomen besluiten, bereikt, overschrijdt of onderschrijdt door een marktmaker, handelend in zijn hoedanigheid van marktmaker, mits deze :
1° van zijn lidstaat van herkomst een vergunning uit hoofde van [4 richtlijn 2014/65/EU]4 heeft gekregen; en
2° geen inspraak uitoefent in het bestuur van de emittent noch enige invloed uitoefent op de emittent om hem aan te sporen die stemrechtverlenende effecten te kopen of de prijs van de stemrechtverlenende effecten te ondersteunen.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 welke procedure de marktmaker dient na te leven om van de vrijstelling bedoeld in het eerste lid gebruik te kunnen maken en aan welke controlemechanismen de marktmaker wordt onderworpen.
§ 4. Stemrechten die in een handelsportefeuille, [2 in de zin van artikel 4, lid 1, punt 86), van Verordening nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012,]2 van een kredietinstelling of een beleggingsonderneming worden gehouden, worden niet meegerekend voor de berekening van de stemrechten in bezit mits :
1° de stemrechten die in de handelsportefeuille worden gehouden 5 % niet overschrijden; en
2° [3 de stemrechten verbonden aan stemrechtverlenende effecten die in de handelsportefeuille worden gehouden niet worden uitgeoefend en niet anderszins worden aangewend om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de emittent.]3
[3 § 4bis. Tijdens de stabilisatieperiode is er geen kennisgevingsplicht met betrekking tot stemrechten verbonden aan aandelen die worden verworven voor stabilisatiedoeleinden overeenkomstig [4 ...]4 artikel 5 van Verordening (EU) nr. 596/2014 mits de aan deze aandelen verbonden stemrechten niet worden uitgeoefend en niet anderszins worden aangewend om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de emittent.]3
§ 5. De artikelen 6 en 7, eerste lid, 2°, zijn niet van toepassing op stemrechtverlenende effecten verstrekt aan of door leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) bij de uitoefening van hun taken als monetaire autoriteiten, met inbegrip van stemrechtverlenende effecten die aan of door leden van het ESCB in het kader van een pandgeving, retrocessie- of soortgelijke overeenkomst inzake liquiditeit worden verstrekt voor monetaire beleidsdoeleinden of binnen een betalingssysteem.
De ontheffing bedoeld in het eerste lid geldt voor de bovenbedoelde transacties die van korte duur zijn, mits de aan die stemrechtverlenende effecten gehechte stemrechten niet worden uitgeoefend.
Änderungen
Art.10. § 1er. L'obligation de notification ne s'applique pas aux titres conférant le droit de vote acquis aux seules fins de la compensation ou du règlement de transactions dans les trois jours de cotation après la transaction.
§ 2. L'obligation de notification ne s'applique pas aux dépositaires qui détiennent des titres conférant le droit de vote en leur qualité de dépositaire, pour autant qu'ils ne puissent exercer les droits de vote attachés à ces titres que si instruction leur en a été donnée par écrit ou par voie électronique.
§ 3. L'obligation de notification ne s'applique pas à la détention, l'acquisition ou la cession, par un teneur de marché agissant en cette qualité, d'une participation atteignant le seuil de 5 %, ou, le cas échéant, un seuil statutaire inférieur adopté conformément aux arrêtés pris en exécution de l'article 18, ou passant au-dessus ou en dessous de tels seuils, pour autant :
1° qu'il soit agréé par son Etat membre d'origine en vertu de la [4 directive 2014/65/UE]4; et
2° qu'il n'intervienne pas dans la gestion de l'émetteur concerné ni n'exerce aucune influence pour pousser l'émetteur à acquérir ces titres conférant le droit de vote ou à en soutenir le prix.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine la procédure à respecter par le teneur de marché pour bénéficier de l'exemption visée à l'alinéa 1er, ainsi que les mécanismes de contrôle auxquels le teneur de marché est soumis.
§ 4. Dans le calcul des droits de vote détenus, il n'est pas tenu compte des droits de vote détenus dans un portefeuille de négociation, [2 au sens de l'article 4, paragraphe 1er, 86°, du Règlement n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit et aux entreprises d'investissement et modifiant le règlement n° 648/2012,]2 d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement, pour autant :
1° que les droits de vote détenus dans le portefeuille de négociation ne dépassent pas 5 %; et
2° [3 que les droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote détenus dans le portefeuille de négociation ne soient pas exercés ni utilisés autrement pour intervenir dans la gestion de l'émetteur.]3
[3 § 4bis. Pendant la période de stabilisation, l'obligation de notification ne s'applique pas aux droits de vote qui sont attachés à des actions acquises à des fins de stabilisation conformément [4 ...]4 à l'article 5 du règlement (UE) n° 596/2014, pour autant que les droits de vote attachés auxdites actions ne soient pas exercés ni utilisés autrement pour intervenir dans la gestion de l'émetteur.]3
§ 5. Les articles 6 et 7, alinéa 1er, 2°, ne s'appliquent pas aux titres conférant le droit de vote remis aux membres du Système européen de banques centrales (SEBC) ou par ceux-ci dans l'exercice de leurs fonctions d'autorités monétaires, y compris les titres conférant le droit de vote remis aux membres du SEBC ou par ceux-ci dans le cadre d'un nantissement, d'un accord de rachat ou d'un accord similaire relatif à des liquidités accordées à des fins de politique monétaire ou dans le cadre d'un système de paiement.
L'exemption visée à l'alinéa 1er s'applique aux transactions visées ci-dessus qui portent sur une courte période et à condition que les droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote ne soient pas exercés.
§ 2. L'obligation de notification ne s'applique pas aux dépositaires qui détiennent des titres conférant le droit de vote en leur qualité de dépositaire, pour autant qu'ils ne puissent exercer les droits de vote attachés à ces titres que si instruction leur en a été donnée par écrit ou par voie électronique.
§ 3. L'obligation de notification ne s'applique pas à la détention, l'acquisition ou la cession, par un teneur de marché agissant en cette qualité, d'une participation atteignant le seuil de 5 %, ou, le cas échéant, un seuil statutaire inférieur adopté conformément aux arrêtés pris en exécution de l'article 18, ou passant au-dessus ou en dessous de tels seuils, pour autant :
1° qu'il soit agréé par son Etat membre d'origine en vertu de la [4 directive 2014/65/UE]4; et
2° qu'il n'intervienne pas dans la gestion de l'émetteur concerné ni n'exerce aucune influence pour pousser l'émetteur à acquérir ces titres conférant le droit de vote ou à en soutenir le prix.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine la procédure à respecter par le teneur de marché pour bénéficier de l'exemption visée à l'alinéa 1er, ainsi que les mécanismes de contrôle auxquels le teneur de marché est soumis.
§ 4. Dans le calcul des droits de vote détenus, il n'est pas tenu compte des droits de vote détenus dans un portefeuille de négociation, [2 au sens de l'article 4, paragraphe 1er, 86°, du Règlement n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit et aux entreprises d'investissement et modifiant le règlement n° 648/2012,]2 d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement, pour autant :
1° que les droits de vote détenus dans le portefeuille de négociation ne dépassent pas 5 %; et
2° [3 que les droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote détenus dans le portefeuille de négociation ne soient pas exercés ni utilisés autrement pour intervenir dans la gestion de l'émetteur.]3
[3 § 4bis. Pendant la période de stabilisation, l'obligation de notification ne s'applique pas aux droits de vote qui sont attachés à des actions acquises à des fins de stabilisation conformément [4 ...]4 à l'article 5 du règlement (UE) n° 596/2014, pour autant que les droits de vote attachés auxdites actions ne soient pas exercés ni utilisés autrement pour intervenir dans la gestion de l'émetteur.]3
§ 5. Les articles 6 et 7, alinéa 1er, 2°, ne s'appliquent pas aux titres conférant le droit de vote remis aux membres du Système européen de banques centrales (SEBC) ou par ceux-ci dans l'exercice de leurs fonctions d'autorités monétaires, y compris les titres conférant le droit de vote remis aux membres du SEBC ou par ceux-ci dans le cadre d'un nantissement, d'un accord de rachat ou d'un accord similaire relatif à des liquidités accordées à des fins de politique monétaire ou dans le cadre d'un système de paiement.
L'exemption visée à l'alinéa 1er s'applique aux transactions visées ci-dessus qui portent sur une courte période et à condition que les droits de vote attachés aux titres conférant le droit de vote ne soient pas exercés.
Art.11. § 1. Een gecontroleerde onderneming wordt vrijgesteld van de verplichting de wettelijk voorgeschreven kennisgeving te verrichten, indien de kennisgeving wordt verricht door haar moederonderneming, of wanneer de moederonderneming zelf een gecontroleerde onderneming is, door haar eigen moederonderneming.
§ 2. De moederonderneming van een beheervennootschap is niet verplicht de deelnemingen uit hoofde van de artikelen 6 en 7 samen te voegen met de deelnemingen die worden beheerd door de beheervennootschap onder de voorwaarden bepaald bij [2 richtlijn 2009/65/EG of richtlijn 2011/61/EU]2, mits die beheervennootschap de stemrechten onafhankelijk van de moederonderneming uitoefent.
Artikel 9, § 3, eerste lid, 2°, is echter van toepassing wanneer de moederonderneming, of een andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming, heeft belegd in deelnemingen die door die beheervennootschap worden beheerd, en de beheervennootschap de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet naar eigen goeddunken, maar alleen op grond van directe of indirecte instructies van de moederonderneming of een andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming kan uitoefenen.
§ 3. De moederonderneming van een beleggingsonderneming die een vergunning heeft gekregen uit hoofde van [2 richtlijn 2014/65/EU]2 is niet verplicht haar deelnemingen uit hoofde van de artikelen 6 en 7 samen te voegen met de deelnemingen die deze beleggingsonderneming per cliënt beheert in de zin van [2 artikel 4, lid 1, punt 8) van richtlijn 2014/65/EU]2, mits :
1° de beleggingsonderneming op grond van [2 richtlijn 2014/65/EU]2 een vergunning heeft om dergelijk portefeuillebeheer te verrichten
2° zij de aan die stemrechtverlenende effecten verbonden stemrechten alleen mag uitoefenen na daartoe schriftelijk dan wel langs elektronische weg instructies te hebben ontvangen of er, door het treffen van passende regelingen, zorg voor draagt dat het individueel portefeuillebeheer onafhankelijk van andere diensten wordt verricht onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden waarin wordt voorzien bij [2 richtlijn 2009/65/EG]2; en
3° de beleggingsonderneming de stemrechten onafhankelijk van de moederonderneming uitoefent.
Artikel 9, § 3, eerste lid, 2°, is echter van toepassing wanneer de moederonderneming, of een andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming, heeft belegd in deelnemingen die door die beleggingsonderneming worden beheerd, en de beleggingsonderneming de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet naar eigen goeddunken maar alleen op grond van directe of indirecte instructies van de moederonderneming of een andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming kan uitoefenen.
§ 4. Op advies van de [1 FSMA]1 verduidelijkt de Koning de voorwaarden van onafhankelijkheid waaraan beheervennootschappen en hun moederondernemingen, of beleggingsondernemingen en hun moederondernemingen, voor de toepassing van § 2 en § 3 moeten voldoen, bepaalt Hij welke procedure dient te worden nageleefd om van deze vrijstelling gebruik te kunnen maken en bepaalt Hij wat voor toepassing van § 2 en § 3 moet worden verstaan onder directe of indirecte instructies.
§ 5. Ondernemingen waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die overeenkomstig [2 "richtlijn 2009/65/EG, richtlijn 2011/61/EU of richtlijn 2014/65/EU]2, een vergunning nodig zouden hebben indien hun statutaire zetel of (alleen voor beleggingsondernemingen) hun hoofdkantoor in de Europese Economische Ruimte gelegen was, zijn onder de voorwaarden van § 2 en § 3 ook vrijgesteld van de samenvoeging van deelnemingen met de deelnemingen van hun moederonderneming mits zij aan gelijkwaardige voorwaarden op het gebied van onafhankelijkheid als beheervennootschappen of beleggingsondernemingen voldoen.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 wanneer een derde land geacht wordt onafhankelijkheidsvoorwaarden te stellen die gelijkwaardig zijn en welke procedure dient te worden nageleefd om van de vrijstelling bedoeld in het eerste lid gebruik te kunnen maken.
§ 2. De moederonderneming van een beheervennootschap is niet verplicht de deelnemingen uit hoofde van de artikelen 6 en 7 samen te voegen met de deelnemingen die worden beheerd door de beheervennootschap onder de voorwaarden bepaald bij [2 richtlijn 2009/65/EG of richtlijn 2011/61/EU]2, mits die beheervennootschap de stemrechten onafhankelijk van de moederonderneming uitoefent.
Artikel 9, § 3, eerste lid, 2°, is echter van toepassing wanneer de moederonderneming, of een andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming, heeft belegd in deelnemingen die door die beheervennootschap worden beheerd, en de beheervennootschap de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet naar eigen goeddunken, maar alleen op grond van directe of indirecte instructies van de moederonderneming of een andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming kan uitoefenen.
§ 3. De moederonderneming van een beleggingsonderneming die een vergunning heeft gekregen uit hoofde van [2 richtlijn 2014/65/EU]2 is niet verplicht haar deelnemingen uit hoofde van de artikelen 6 en 7 samen te voegen met de deelnemingen die deze beleggingsonderneming per cliënt beheert in de zin van [2 artikel 4, lid 1, punt 8) van richtlijn 2014/65/EU]2, mits :
1° de beleggingsonderneming op grond van [2 richtlijn 2014/65/EU]2 een vergunning heeft om dergelijk portefeuillebeheer te verrichten
2° zij de aan die stemrechtverlenende effecten verbonden stemrechten alleen mag uitoefenen na daartoe schriftelijk dan wel langs elektronische weg instructies te hebben ontvangen of er, door het treffen van passende regelingen, zorg voor draagt dat het individueel portefeuillebeheer onafhankelijk van andere diensten wordt verricht onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden waarin wordt voorzien bij [2 richtlijn 2009/65/EG]2; en
3° de beleggingsonderneming de stemrechten onafhankelijk van de moederonderneming uitoefent.
Artikel 9, § 3, eerste lid, 2°, is echter van toepassing wanneer de moederonderneming, of een andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming, heeft belegd in deelnemingen die door die beleggingsonderneming worden beheerd, en de beleggingsonderneming de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet naar eigen goeddunken maar alleen op grond van directe of indirecte instructies van de moederonderneming of een andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming kan uitoefenen.
§ 4. Op advies van de [1 FSMA]1 verduidelijkt de Koning de voorwaarden van onafhankelijkheid waaraan beheervennootschappen en hun moederondernemingen, of beleggingsondernemingen en hun moederondernemingen, voor de toepassing van § 2 en § 3 moeten voldoen, bepaalt Hij welke procedure dient te worden nageleefd om van deze vrijstelling gebruik te kunnen maken en bepaalt Hij wat voor toepassing van § 2 en § 3 moet worden verstaan onder directe of indirecte instructies.
§ 5. Ondernemingen waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die overeenkomstig [2 "richtlijn 2009/65/EG, richtlijn 2011/61/EU of richtlijn 2014/65/EU]2, een vergunning nodig zouden hebben indien hun statutaire zetel of (alleen voor beleggingsondernemingen) hun hoofdkantoor in de Europese Economische Ruimte gelegen was, zijn onder de voorwaarden van § 2 en § 3 ook vrijgesteld van de samenvoeging van deelnemingen met de deelnemingen van hun moederonderneming mits zij aan gelijkwaardige voorwaarden op het gebied van onafhankelijkheid als beheervennootschappen of beleggingsondernemingen voldoen.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 wanneer een derde land geacht wordt onafhankelijkheidsvoorwaarden te stellen die gelijkwaardig zijn en welke procedure dient te worden nageleefd om van de vrijstelling bedoeld in het eerste lid gebruik te kunnen maken.
Art.11. § 1er. Une entreprise contrôlée est exemptée de l'obligation de procéder à la notification requise par la loi si la notification est effectuée par son entreprise mère ou, lorsque l'entreprise mère est elle-même une entreprise contrôlée, par l'entreprise mère de celle-ci.
§ 2. L'entreprise mère d'une société de gestion n'est pas tenue d'agréger ses participations relevant des articles 6 et 7 avec celles gérées par la société de gestion dans les conditions prévues par [2 la directive 2009/65/CE ou la directive 2011/61/UE]2, pour autant que cette société de gestion exerce ses droits de vote indépendamment de l'entreprise mère.
Toutefois, l'article 9, § 3, alinéa 1er, 2°, s'applique lorsque l'entreprise mère, ou une autre entreprise contrôlée par l'entreprise mère, a investi dans des participations gérées par ladite société de gestion et que celle-ci ne peut exercer comme elle l'entend les droits de vote attachés à ces participations et ne peut exercer ces droits de vote que sur instructions directes ou indirectes de l'entreprise mère ou d'une autre entreprise contrôlée par l'entreprise mère.
§ 3. L'entreprise mère d'une entreprise d'investissement agréée en vertu de la [2 directive 2014/65/UE]2 n'est pas tenue d'agréger ses participations relevant des articles 6 et 7 avec les participations gérées par cette entreprise d'investissement de manière individualisée (par onafhankeclient) au sens de [2 l'article 4, paragraphe 1er, point 8)]2 de cette directive, pour autant :
1° que l'entreprise d'investissement soit autorisée à fournir de tels services de gestion de portefeuille en vertu de la [2 directive 2014/65/UE]2;
2° qu'elle ne puisse exercer les droits de vote attachés à ces titres conférant le droit de vote que si elle a reçu des instructions par écrit ou par voie électronique ou qu'elle garantisse, par la mise en place de mécanismes appropriés, que les services de gestion individualisée de portefeuille sont rendus indépendamment de tout autre service dans des conditions équivalentes à celles prévues par la [2 directive 2009/65/CE]2; et
3° que l'entreprise d'investissement exerce ses droits de vote indépendamment de l'entreprise mère.
Toutefois, l'article 9, § 3, alinéa 1er, 2°, s'applique lorsque l'entreprise mère, ou une autre entreprise contrôlée par l'entreprise mère, a investi dans des participations gérées par ladite entreprise d'investissement et que celle-ci ne peut exercer comme elle l'entend les droits de vote attachés à ces participations et ne peut exercer ces droits de vote que sur instructions directes ou indirectes de l'entreprise mère ou d'une autre entreprise contrôlée par l'entreprise mère.
§ 4. Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, précise les conditions d'indépendance auxquelles doivent satisfaire, pour l'application des §§ 2 et 3, les sociétés de gestion et leurs entreprises mères, ou les entreprises d'investissement et leurs entreprises mères; Il détermine la procédure à suivre pour bénéficier de cette exemption et détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par instructions directes ou indirectes pour l'application des §§ 2 et 3.
§ 5. Les entreprises ayant leur siège statutaire dans un pays non membre de l'Espace économique européen et qui auraient dû être agréées conformément à [2 la directive 2009/65/CE, la directive 2011/61/UE ou la directive 2014/65/UE]2 si leur siège statutaire ou, uniquement dans le cas d'une entreprise d'investissement, leur siège central, s'était trouvé dans l'Espace économique européen sont également exemptées de l'obligation d'agréger leur participations avec celles de leur entreprise mère aux conditions énumérées aux §§ 2 et 3 à condition qu'elles respectent des conditions d'indépendance équivalentes à celles imposées aux sociétés de gestion ou aux entreprises d'investissement.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine quand un pays tiers est considéré imposer des conditions d'indépendance équivalentes ainsi que la procédure à respecter pour pouvoir bénéficier de l'exemption visée à l'alinéa 1er.
§ 2. L'entreprise mère d'une société de gestion n'est pas tenue d'agréger ses participations relevant des articles 6 et 7 avec celles gérées par la société de gestion dans les conditions prévues par [2 la directive 2009/65/CE ou la directive 2011/61/UE]2, pour autant que cette société de gestion exerce ses droits de vote indépendamment de l'entreprise mère.
Toutefois, l'article 9, § 3, alinéa 1er, 2°, s'applique lorsque l'entreprise mère, ou une autre entreprise contrôlée par l'entreprise mère, a investi dans des participations gérées par ladite société de gestion et que celle-ci ne peut exercer comme elle l'entend les droits de vote attachés à ces participations et ne peut exercer ces droits de vote que sur instructions directes ou indirectes de l'entreprise mère ou d'une autre entreprise contrôlée par l'entreprise mère.
§ 3. L'entreprise mère d'une entreprise d'investissement agréée en vertu de la [2 directive 2014/65/UE]2 n'est pas tenue d'agréger ses participations relevant des articles 6 et 7 avec les participations gérées par cette entreprise d'investissement de manière individualisée (par onafhankeclient) au sens de [2 l'article 4, paragraphe 1er, point 8)]2 de cette directive, pour autant :
1° que l'entreprise d'investissement soit autorisée à fournir de tels services de gestion de portefeuille en vertu de la [2 directive 2014/65/UE]2;
2° qu'elle ne puisse exercer les droits de vote attachés à ces titres conférant le droit de vote que si elle a reçu des instructions par écrit ou par voie électronique ou qu'elle garantisse, par la mise en place de mécanismes appropriés, que les services de gestion individualisée de portefeuille sont rendus indépendamment de tout autre service dans des conditions équivalentes à celles prévues par la [2 directive 2009/65/CE]2; et
3° que l'entreprise d'investissement exerce ses droits de vote indépendamment de l'entreprise mère.
Toutefois, l'article 9, § 3, alinéa 1er, 2°, s'applique lorsque l'entreprise mère, ou une autre entreprise contrôlée par l'entreprise mère, a investi dans des participations gérées par ladite entreprise d'investissement et que celle-ci ne peut exercer comme elle l'entend les droits de vote attachés à ces participations et ne peut exercer ces droits de vote que sur instructions directes ou indirectes de l'entreprise mère ou d'une autre entreprise contrôlée par l'entreprise mère.
§ 4. Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, précise les conditions d'indépendance auxquelles doivent satisfaire, pour l'application des §§ 2 et 3, les sociétés de gestion et leurs entreprises mères, ou les entreprises d'investissement et leurs entreprises mères; Il détermine la procédure à suivre pour bénéficier de cette exemption et détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par instructions directes ou indirectes pour l'application des §§ 2 et 3.
§ 5. Les entreprises ayant leur siège statutaire dans un pays non membre de l'Espace économique européen et qui auraient dû être agréées conformément à [2 la directive 2009/65/CE, la directive 2011/61/UE ou la directive 2014/65/UE]2 si leur siège statutaire ou, uniquement dans le cas d'une entreprise d'investissement, leur siège central, s'était trouvé dans l'Espace économique européen sont également exemptées de l'obligation d'agréger leur participations avec celles de leur entreprise mère aux conditions énumérées aux §§ 2 et 3 à condition qu'elles respectent des conditions d'indépendance équivalentes à celles imposées aux sociétés de gestion ou aux entreprises d'investissement.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine quand un pays tiers est considéré imposer des conditions d'indépendance équivalentes ainsi que la procédure à respecter pour pouvoir bénéficier de l'exemption visée à l'alinéa 1er.
Onderafdeling IV. - Tijdstip, inhoud en vorm van de kennisgeving.
Sous-section 4. - Moment, contenu et forme de la notification.
Art.12. De kennisgeving gebeurt [2 onverwijld]2 en uiterlijk binnen een termijn van vier handelsdagen [2 ...]2 na de datum waarop :
1° de kennisgevingsplichtige persoon kennis krijgt van de verwerving of overdracht, of het recht om stemrechten uit te oefenen, of waarop deze, gezien de omstandigheden, daarvan kennis had moeten krijgen, ongeacht de datum waarop de verwerving, overdracht of het recht om stemrechten uit te oefenen effect sorteert;
2° in het in artikel 6, § 2, bedoelde geval, de aandelen voor de eerste maal verhandeld worden op een gereglementeerde markt;
3° de kennisgevingsplichtige persoon overeenkomstig artikel 15 in kennis wordt gesteld van de gebeurtenis bedoeld in artikel 6, § 3;
4° in het in artikel 6, § 4, bedoelde geval, het akkoord wordt gesloten, gewijzigd of beëindigd;
5° de nalatenschap wordt aanvaard, in voorkomend geval onder voorrecht van boedelbeschrijving voor deelnemingen verworven door erfopvolging.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 wanneer iemand, gezien de omstandigheden, geacht moet worden kennis te krijgen van een verwerving of overdracht, of het recht om stemrechten uit te oefenen.
1° de kennisgevingsplichtige persoon kennis krijgt van de verwerving of overdracht, of het recht om stemrechten uit te oefenen, of waarop deze, gezien de omstandigheden, daarvan kennis had moeten krijgen, ongeacht de datum waarop de verwerving, overdracht of het recht om stemrechten uit te oefenen effect sorteert;
2° in het in artikel 6, § 2, bedoelde geval, de aandelen voor de eerste maal verhandeld worden op een gereglementeerde markt;
3° de kennisgevingsplichtige persoon overeenkomstig artikel 15 in kennis wordt gesteld van de gebeurtenis bedoeld in artikel 6, § 3;
4° in het in artikel 6, § 4, bedoelde geval, het akkoord wordt gesloten, gewijzigd of beëindigd;
5° de nalatenschap wordt aanvaard, in voorkomend geval onder voorrecht van boedelbeschrijving voor deelnemingen verworven door erfopvolging.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 wanneer iemand, gezien de omstandigheden, geacht moet worden kennis te krijgen van een verwerving of overdracht, of het recht om stemrechten uit te oefenen.
Art.12. La notification est effectuée [2 rapidement]2 et au plus tard dans un délai de quatre jours de cotation, [2 ...]2 suivant la date à laquelle :
1° la personne tenue à notification a connaissance de l'acquisition ou de la cession, ou du droit d'exercer des droits de vote, ou à laquelle elle aurait dû en avoir connaissance, compte tenu des circonstances, quelle que soit la date à laquelle l'acquisition, la cession ou le droit d'exercer des droits de vote prend effet;
2° les actions sont négociées pour la première fois sur un marché réglementé, dans le cas visé à l'article 6, § 2;
3° la personne tenue à notification est informée de l'événement visé à l'article 6, § 3, conformément à l'article 15;
4° l'accord est conclu, modifié ou se termine, dans le cas visé à l'article 6, § 4;
5° la succession est acceptée, le cas échéant sous bénéfice d'inventaire, pour les participations acquises par succession.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine quand, eu égard aux circonstances, une personne doit être réputée avoir connaissance d'une acquisition ou d'une cession, ou du droit d'exercer des droits de vote.
1° la personne tenue à notification a connaissance de l'acquisition ou de la cession, ou du droit d'exercer des droits de vote, ou à laquelle elle aurait dû en avoir connaissance, compte tenu des circonstances, quelle que soit la date à laquelle l'acquisition, la cession ou le droit d'exercer des droits de vote prend effet;
2° les actions sont négociées pour la première fois sur un marché réglementé, dans le cas visé à l'article 6, § 2;
3° la personne tenue à notification est informée de l'événement visé à l'article 6, § 3, conformément à l'article 15;
4° l'accord est conclu, modifié ou se termine, dans le cas visé à l'article 6, § 4;
5° la succession est acceptée, le cas échéant sous bénéfice d'inventaire, pour les participations acquises par succession.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine quand, eu égard aux circonstances, une personne doit être réputée avoir connaissance d'une acquisition ou d'une cession, ou du droit d'exercer des droits de vote.
Art.13. De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 de inhoud van de kennisgevingen die moeten worden verricht. Hij kan eveneens op advies van de [1 FSMA]1 de vorm van de kennisgevingen bepalen.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 eveneens de nadere regels voor de overmaking van de kennisgevingen aan de emittent en aan de [1 FSMA]1.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 eveneens de nadere regels voor de overmaking van de kennisgevingen aan de emittent en aan de [1 FSMA]1.
Art.13. Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine le contenu des notifications à effectuer. Il peut également, sur avis de la [1 FSMA]1, déterminer la forme des notifications.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine également les modalités de transmission des notifications tant à l'émetteur qu'à la [1 FSMA]1.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine également les modalités de transmission des notifications tant à l'émetteur qu'à la [1 FSMA]1.
Afdeling 3. - Verplichtingen voor emittenten.
Section 3. - Obligations des émetteurs.
Art.14. Onverminderd de toepassing van de wetgeving inzake de openbaarmaking van voorkennis, maakt de emittent die een kennisgeving heeft ontvangen, alle erin vervatte informatie uiterlijk drie handelsdagen na ontvangst openbaar.
In afwijking van het eerste lid maakt de emittent die zelf een kennisgeving doet, ingevolge het bezit, de verwerving of de overdracht van eigen deelnemingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7, deze openbaar uiterlijk binnen een termijn van vier handelsdagen na de gebeurtenis die aanleiding geeft tot de kennisgevingsplicht.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 de nadere regels voor de openbaarmaking van de informatie alsook de nadere regels voor de opslag van de openbaar gemaakte informatie.
Emittenten naar Belgisch recht vermelden in de toelichting bij hun jaarrekening, in de staat betreffende het kapitaal, hun aandeelhoudersstructuur op balansdatum, zoals die blijkt uit de ontvangen kennisgevingen.
In afwijking van het eerste lid maakt de emittent die zelf een kennisgeving doet, ingevolge het bezit, de verwerving of de overdracht van eigen deelnemingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7, deze openbaar uiterlijk binnen een termijn van vier handelsdagen na de gebeurtenis die aanleiding geeft tot de kennisgevingsplicht.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 de nadere regels voor de openbaarmaking van de informatie alsook de nadere regels voor de opslag van de openbaar gemaakte informatie.
Emittenten naar Belgisch recht vermelden in de toelichting bij hun jaarrekening, in de staat betreffende het kapitaal, hun aandeelhoudersstructuur op balansdatum, zoals die blijkt uit de ontvangen kennisgevingen.
Art.14. Sans préjudice de l'application de la législation relative à la publication des informations privilégiées, l'émetteur qui a reçu une notification publie toutes les informations contenues dans la notification au plus tard dans les trois jours de cotation qui suivent sa réception.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'émetteur qui effectue lui-même une notification à la suite de la détention, de l'acquisition ou de la cession de ses propres participations visées aux articles 6 et 7, la publie sans délai et au plus tard quatre jours de cotation après l'événement qui a donné lieu à l'obligation de notification.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine les modalités de publication de ces informations ainsi que les modalités de stockage des informations publiées.
Les émetteurs de droit belge mentionnent dans l'annexe à leurs comptes annuels relative à l'état du capital, la structure de leur actionnariat à la date de clôture des comptes, telle qu'elle résulte des déclarations qu'ils ont reçues.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'émetteur qui effectue lui-même une notification à la suite de la détention, de l'acquisition ou de la cession de ses propres participations visées aux articles 6 et 7, la publie sans délai et au plus tard quatre jours de cotation après l'événement qui a donné lieu à l'obligation de notification.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine les modalités de publication de ces informations ainsi que les modalités de stockage des informations publiées.
Les émetteurs de droit belge mentionnent dans l'annexe à leurs comptes annuels relative à l'état du capital, la structure de leur actionnariat à la date de clôture des comptes, telle qu'elle résulte des déclarations qu'ils ont reçues.
Art.15. § 1. Onverminderd de toepassing van de wetgeving inzake de openbaarmaking van voorkennis, maakt de emittent het totale kapitaal, het totale aantal stemrechtverlenende effecten en stemrechten alsook het aantal stemrechtverlenende effecten en stemrechten per categorie openbaar uiterlijk op het einde van elke kalendermaand waarin een van deze aantallen is gestegen of gedaald.
Bij elke openbaarmaking bedoeld in het eerste lid, maakt de emittent bovendien, in voorkomend geval, melding van het totale aantal in stemrechtverlenende effecten converteerbare obligaties en al dan niet in effecten belichaamde rechten om in te schrijven op nog niet uitgegeven stemrechtverlenende effecten, van het totale aantal stemrechten dat bij uitoefening van die conversie of inschrijvingsrechten kan worden verkregen en van het totale aantal aandelen zonder stemrecht.
Wanneer de emittent de informatie bedoeld in het eerste en tweede lid openbaar maakt, maakt hij ze tegelijkertijd over aan de [1 FSMA]1.
§ 2. Wanneer voor de eerste maal aandelen van een emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, wordt een zelfde openbaarmaking en overmaking aan de [1 FSMA]1 gedaan op de datum waarop de aandelen voor de eerste maal verhandeld worden op de gereglementeerde markt.
§ 3. De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 de nadere regels voor de openbaarmaking van deze informatie, de nadere regels voor de opslag ervan, alsook de nadere regels voor de overmaking ervan aan de [1 FSMA]1.
Bij elke openbaarmaking bedoeld in het eerste lid, maakt de emittent bovendien, in voorkomend geval, melding van het totale aantal in stemrechtverlenende effecten converteerbare obligaties en al dan niet in effecten belichaamde rechten om in te schrijven op nog niet uitgegeven stemrechtverlenende effecten, van het totale aantal stemrechten dat bij uitoefening van die conversie of inschrijvingsrechten kan worden verkregen en van het totale aantal aandelen zonder stemrecht.
Wanneer de emittent de informatie bedoeld in het eerste en tweede lid openbaar maakt, maakt hij ze tegelijkertijd over aan de [1 FSMA]1.
§ 2. Wanneer voor de eerste maal aandelen van een emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, wordt een zelfde openbaarmaking en overmaking aan de [1 FSMA]1 gedaan op de datum waarop de aandelen voor de eerste maal verhandeld worden op de gereglementeerde markt.
§ 3. De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 de nadere regels voor de openbaarmaking van deze informatie, de nadere regels voor de opslag ervan, alsook de nadere regels voor de overmaking ervan aan de [1 FSMA]1.
Art.15. § 1er. Sans préjudice de l'application de la législation relative à la publication des informations privilégiées, l'émetteur publie le total du capital, le nombre total de titres conférant le droit de vote et de droits de vote, ainsi que, par catégorie, le nombre de titres conférant le droit de vote et de droits de vote, au plus tard à la fin de chaque mois civil au cours duquel une augmentation ou une baisse de ces nombres est intervenue.
Lors de chaque publication visée à l'alinéa 1er, l'émetteur mentionne en outre, le cas échéant, le nombre total d'obligations convertibles en titres conférant le droit de vote et de droits matérialisés ou non par des titres à la souscription de titres conférant le droit de vote non encore émis, le nombre total de droits de vote qui résulterait de l'exercice de ces droits de conversion ou de souscription et le nombre total d'actions sans droit de vote.
Lorsque l'émetteur publie les informations visées aux alinéas 1er et 2, il les communique simultanément à la [1 FSMA]1.
§ 2. Lorsque les actions d'un émetteur sont admises pour la première fois à la négociation sur un marché réglementé, une même publication et une même communication à la [1 FSMA]1 sont effectuées à la date à laquelle les actions sont négociées pour la première fois sur ce marché réglementé.
§ 3. Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine les modalités de publication de ces informations, les modalités de leur stockage ainsi que les modalités de leur transmission à la [1 FSMA]1.
Lors de chaque publication visée à l'alinéa 1er, l'émetteur mentionne en outre, le cas échéant, le nombre total d'obligations convertibles en titres conférant le droit de vote et de droits matérialisés ou non par des titres à la souscription de titres conférant le droit de vote non encore émis, le nombre total de droits de vote qui résulterait de l'exercice de ces droits de conversion ou de souscription et le nombre total d'actions sans droit de vote.
Lorsque l'émetteur publie les informations visées aux alinéas 1er et 2, il les communique simultanément à la [1 FSMA]1.
§ 2. Lorsque les actions d'un émetteur sont admises pour la première fois à la négociation sur un marché réglementé, une même publication et une même communication à la [1 FSMA]1 sont effectuées à la date à laquelle les actions sont négociées pour la première fois sur ce marché réglementé.
§ 3. Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine les modalités de publication de ces informations, les modalités de leur stockage ainsi que les modalités de leur transmission à la [1 FSMA]1.
Art.16. De [1 FSMA]1 kan emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte ontheffing verlenen van de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 14 en 15 alsook van de verplichting om kennis te geven van het bezit, de verwerving of de overdracht van eigen deelnemingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7 wanneer het aantal gehouden stemrechten bepaalde percentages bereikt, overschrijdt of onderschrijdt, mits de wetgeving van het betrokken derde land gelijkwaardige verplichtingen oplegt.
[2 De FSMA brengt vervolgens de ESMA op de hoogte van de verleende ontheffing.]2
Deze ontheffing kan evenwel geen betrekking hebben op de regels voor de openbaarmaking en opslag van informatie of voor de overmaking van informatie aan de [1 FSMA]1.
Een ontheffing van de verplichting uit hoofde van artikel 15 die wordt verleend aan een emittent, stelt de kennisgevingsplichtige personen niet vrij van hun verplichtingen, inzonderheid uit hoofde van de artikelen 6, § 3, 8 en 12.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 wanneer de wetgeving van een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen.
[2 De FSMA brengt vervolgens de ESMA op de hoogte van de verleende ontheffing.]2
Deze ontheffing kan evenwel geen betrekking hebben op de regels voor de openbaarmaking en opslag van informatie of voor de overmaking van informatie aan de [1 FSMA]1.
Een ontheffing van de verplichting uit hoofde van artikel 15 die wordt verleend aan een emittent, stelt de kennisgevingsplichtige personen niet vrij van hun verplichtingen, inzonderheid uit hoofde van de artikelen 6, § 3, 8 en 12.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 wanneer de wetgeving van een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen.
Art.16. La [1 FSMA]1 peut exempter des émetteurs ayant leur siège statutaire dans un pays non membre de l'Espace économique européen des obligations résultant des articles 14 et 15 ainsi que de l'obligation de notification de la détention, de l'acquisition ou de la cession de ses propres participations visées aux articles 6 et 7, quand le nombre de droits de vote détenus atteint, dépasse ou tombe en dessous de certains pourcentages, à condition que la législation du pays tiers concerné fixe des obligations équivalentes.
[2 La FSMA informe ensuite l'ESMA de l'exemption accordée. ]2
Cette exemption ne peut toutefois porter sur les modalités de publication et de stockage des informations ou leurs modalités de transmission à la [1 FSMA]1.
Une exemption de l'obligation résultant de l'article 15. accordée à un émetteur, ne dispense pas pour autant les personnes tenues à notification de leurs obligations, notamment en vertu des articles 6, § 3, 8 et 12.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine quand la législation d'un pays tiers est considérée imposer des obligations équivalentes.
[2 La FSMA informe ensuite l'ESMA de l'exemption accordée. ]2
Cette exemption ne peut toutefois porter sur les modalités de publication et de stockage des informations ou leurs modalités de transmission à la [1 FSMA]1.
Une exemption de l'obligation résultant de l'article 15. accordée à un émetteur, ne dispense pas pour autant les personnes tenues à notification de leurs obligations, notamment en vertu des articles 6, § 3, 8 et 12.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine quand la législation d'un pays tiers est considérée imposer des obligations équivalentes.
Afdeling 4. - Taalregeling.
Section 4. - Régime linguistique.
Art.17. Een kennisgeving wordt opgesteld door de kennisgever in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Wanneer zijn aandelen tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maakt de emittent alle in de kennisgeving vervatte informatie en de informatie bedoeld in artikel 15 openbaar in het Nederlands of in het Frans, met naleving van de eventueel geldende Belgische rechtsregels, of, als die regels niet van toepassing zijn, in het Nederlands, in het Frans, of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
In afwijking van het voorgaande lid, mag de emittent die een kennisgeving ontvangt in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen, alle erin vervatte informatie steeds openbaar maken in die taal.
Wanneer geen aandelen van de emittent tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maakt de emittent alle in de kennisgeving vervatte informatie en de informatie bedoeld in artikel 15 openbaar in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Wanneer zijn aandelen tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maakt de emittent alle in de kennisgeving vervatte informatie en de informatie bedoeld in artikel 15 openbaar in het Nederlands of in het Frans, met naleving van de eventueel geldende Belgische rechtsregels, of, als die regels niet van toepassing zijn, in het Nederlands, in het Frans, of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
In afwijking van het voorgaande lid, mag de emittent die een kennisgeving ontvangt in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen, alle erin vervatte informatie steeds openbaar maken in die taal.
Wanneer geen aandelen van de emittent tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maakt de emittent alle in de kennisgeving vervatte informatie en de informatie bedoeld in artikel 15 openbaar in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Art.17. La notification est établie par la personne tenue à notification en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Si ses actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé belge, l'émetteur publie toutes les informations contenues dans la notification, ainsi que les informations visées à l'article 15, en français ou en néerlandais, dans le respect des règles de droit belge éventuellement en vigueur, ou, si ces règles ne sont pas d'application, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Par dérogation à l'alinéa précédent, l'émetteur qui reçoit une notification établie dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale a toujours la faculté de publier les informations qu'elle contient dans cette langue même.
Si ses actions ne sont pas admises à la négociation sur un marché réglementé belge, l'émetteur publie toutes les informations contenues dans la notification, ainsi que les informations visées à l'article 15, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Si ses actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé belge, l'émetteur publie toutes les informations contenues dans la notification, ainsi que les informations visées à l'article 15, en français ou en néerlandais, dans le respect des règles de droit belge éventuellement en vigueur, ou, si ces règles ne sont pas d'application, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Par dérogation à l'alinéa précédent, l'émetteur qui reçoit une notification établie dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale a toujours la faculté de publier les informations qu'elle contient dans cette langue même.
Si ses actions ne sont pas admises à la négociation sur un marché réglementé belge, l'émetteur publie toutes les informations contenues dans la notification, ainsi que les informations visées à l'article 15, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Afdeling 5. - Statutaire regeling.
Section 5. - Clauses statutaires.
Art.18. § 1. De statuten van een emittent naar Belgisch recht kunnen bepalen dat de voorschriften van de artikelen 6. tot 17 ook van toepassing zijn op lagere quota dan voorgeschreven in artikel 6, § 1, eerste lid, of op quota die gelegen zijn tussen de percentages bepaald in artikel 6, § 1, eerste en tweede lid.
In de statuten kunnen enkel de quota 1 %, 2 %, 3 %, 4 % en 7,5 % worden opgenomen.
De emittent die van deze mogelijkheid gebruik maakt, maakt de statutaire quota openbaar en geeft hiervan tegelijkertijd kennis aan de [1 FSMA]1.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 de nadere regels voor de openbaarmaking van deze informatie, de nadere regels voor de opslag ervan, alsook de nadere regels voor de overmaking ervan aan de [1 FSMA]1.
De artikelen 23 tot 24 zijn van toepassing.
§ 2. Indien quota als bedoeld in § 1 worden ingevoerd in de statuten, geven houders van deelnemingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7 hiervan kennis overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten wanneer de stemrechten die zij bezitten de statutair bepaalde percentages bereiken of overstijgen op het ogenblik van de invoering van de statutaire quota en zulks binnen de tien handelsdagen na de openbaarmaking van de statutaire quota door de emittent en ongeacht of een verwerving of overdracht heeft plaatsgevonden of niet.
In de statuten kunnen enkel de quota 1 %, 2 %, 3 %, 4 % en 7,5 % worden opgenomen.
De emittent die van deze mogelijkheid gebruik maakt, maakt de statutaire quota openbaar en geeft hiervan tegelijkertijd kennis aan de [1 FSMA]1.
De Koning bepaalt op advies van de [1 FSMA]1 de nadere regels voor de openbaarmaking van deze informatie, de nadere regels voor de opslag ervan, alsook de nadere regels voor de overmaking ervan aan de [1 FSMA]1.
De artikelen 23 tot 24 zijn van toepassing.
§ 2. Indien quota als bedoeld in § 1 worden ingevoerd in de statuten, geven houders van deelnemingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7 hiervan kennis overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten wanneer de stemrechten die zij bezitten de statutair bepaalde percentages bereiken of overstijgen op het ogenblik van de invoering van de statutaire quota en zulks binnen de tien handelsdagen na de openbaarmaking van de statutaire quota door de emittent en ongeacht of een verwerving of overdracht heeft plaatsgevonden of niet.
Art.18. § 1er. Les statuts d'un émetteur de droit belge peuvent déterminer que les dispositions des articles 6 à 17. s'appliquent également à des quotités inférieures à celles prescrites à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, ou à des quotités se situant entre les pourcentages définis à l'article 6, § 1er, alinéas 1er et 2.
Seules les quotités de 1 %, 2 %, 3 %, 4 % et 7,5 % peuvent figurer dans les statuts.
L'émetteur qui a recours à cette possibilité, publie les quotités statutaires et les communique simultanément à la [1 FSMA]1.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine les modalités de publication de ces informations, les modalités de leur stockage ainsi que les modalités de leur communication à la [1 FSMA]1.
Les articles 23 à 24 sont d'application.
§ 2. Si des quotités visées au § 1er sont introduites dans les statuts, les détenteurs des participations visées aux articles 6 et 7 notifient celles-ci conformément aux dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution lorsque les droits de vote qu'ils détiennent atteignent ou dépassent les pourcentages stipulés dans les statuts au moment de l'introduction des quotités statutaires, dans un délai de dix jours de cotation après la publication des quotités statutaires par l'émetteur, et ce indépendamment du fait qu'il y ait eu ou non acquisition ou cession.
Seules les quotités de 1 %, 2 %, 3 %, 4 % et 7,5 % peuvent figurer dans les statuts.
L'émetteur qui a recours à cette possibilité, publie les quotités statutaires et les communique simultanément à la [1 FSMA]1.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, détermine les modalités de publication de ces informations, les modalités de leur stockage ainsi que les modalités de leur communication à la [1 FSMA]1.
Les articles 23 à 24 sont d'application.
§ 2. Si des quotités visées au § 1er sont introduites dans les statuts, les détenteurs des participations visées aux articles 6 et 7 notifient celles-ci conformément aux dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution lorsque les droits de vote qu'ils détiennent atteignent ou dépassent les pourcentages stipulés dans les statuts au moment de l'introduction des quotités statutaires, dans un délai de dix jours de cotation après la publication des quotités statutaires par l'émetteur, et ce indépendamment du fait qu'il y ait eu ou non acquisition ou cession.
HOOFDSTUK IV. - Deelnemingen in emittenten waarvan aandelen tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten maar waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is.
CHAPITRE IV. - Participations dans des émetteurs dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé belge, mais dont la Belgique n'est pas l'Etat membre d'origine.
Afdeling 1. - Geviseerde emittenten.
Section 1re. - Emetteurs visés.
Art.19. Dit hoofdstuk is van toepassing op deelnemingen in emittenten die niet bedoeld worden in artikel 5 en waarvan aandelen al dan niet uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten.
Art.19. Le présent chapitre s'applique aux participations dans des émetteurs non visés à l'article 5 et dont les actions sont ou non exclusivement admises à la négociation sur un marché réglementé belge.
Afdeling 2. - Taalregeling.
Section 2. - Régime linguistique.
Art.20. _ Alle in de kennisgeving vervatte informatie wordt in België openbaar gemaakt in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen, naar keuze van [1 de natuurlijke persoon of juridische entiteit]1 die de kennisgeving openbaar maakt.
De informatie bedoeld in de uit hoofde van artikel 15 van Richtlijn 2004/109/EG aangenomen toepasselijke nationale wetgeving wordt in België openbaar gemaakt in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
De informatie bedoeld in de uit hoofde van artikel 15 van Richtlijn 2004/109/EG aangenomen toepasselijke nationale wetgeving wordt in België openbaar gemaakt in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Art.20. Toutes les informations contenues dans la notification sont publiées en Belgique en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale, au choix de [1 la personne physique ou entité juridique]1 tenue à la publication de la notification.
Les informations visées dans la législation nationale en vigueur adoptée en vertu de l'article 15 de la directive 2004/109/CE sont publiées en Belgique en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Les informations visées dans la législation nationale en vigueur adoptée en vertu de l'article 15 de la directive 2004/109/CE sont publiées en Belgique en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Afdeling 3. - Bewarende maatregelen.
Section 3. - Dispositions conservatoires.
Art.21. Wanneer de [1 FSMA]1 tot de bevinding komt dat een houder van een deelneming in een emittent als bedoeld in artikel 19 of een emittent als bedoeld in artikel 19 in het licht van Richtlijn 2004/109/EG onregelmatigheden heeft begaan of zijn verplichtingen niet is nagekomen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG [3 en de ESMA]3 van deze bevindingen in kennis.
Wanneer een houder van een deelneming in een emittent als bedoeld in artikel 19 of een emittent als bedoeld in artikel 19, in weerwil van de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, inbreuk blijft plegen op de betreffende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, dan kan de [1 FSMA]1, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld en, behoudens hoogdringendheid, na de betrokkene te hebben toegelaten zijn opmerkingen mee te delen op de wijze en binnen de termijnen die zij bepaalt, alle passende maatregelen nemen ter bescherming van de beleggers. Zij kan inzonderheid de in de artikelen 23 en 24 bedoelde maatregelen nemen, met dien verstande dat deze maatregelen kunnen worden genomen wegens niet-naleving door de emittent van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaat van herkomst. De [1 FSMA]1 stelt de Europese Commissie[2 en de ESMA]2 zo spoedig mogelijk van die maatregelen op de hoogte.
Wanneer een houder van een deelneming in een emittent als bedoeld in artikel 19 of een emittent als bedoeld in artikel 19, in weerwil van de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, inbreuk blijft plegen op de betreffende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, dan kan de [1 FSMA]1, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld en, behoudens hoogdringendheid, na de betrokkene te hebben toegelaten zijn opmerkingen mee te delen op de wijze en binnen de termijnen die zij bepaalt, alle passende maatregelen nemen ter bescherming van de beleggers. Zij kan inzonderheid de in de artikelen 23 en 24 bedoelde maatregelen nemen, met dien verstande dat deze maatregelen kunnen worden genomen wegens niet-naleving door de emittent van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaat van herkomst. De [1 FSMA]1 stelt de Europese Commissie[2 en de ESMA]2 zo spoedig mogelijk van die maatregelen op de hoogte.
Art.21. Lorsque la [1 FSMA]1 constate qu'un détenteur d'une participation dans un émetteur visé à l'article 19 ou qu'un émetteur visé à l'article 19 a commis des irrégularités au regard de la directive 2004/109/CE, ou n'a pas respecté ses obligations, elle informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine au sens de la directive 2004/ 109/CE [3 et l'ESMA]3 de ses constatations.
Lorsqu'un détenteur d'une participation dans un émetteur visé à l'article 19 ou un émetteur visé à l'article 19. continue à enfreindre les dispositions légales ou réglementaires concernées, en dépit des mesures adoptées par l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine visée par la directive 2004/109/CE, ou parce que ces mesures s'avèrent inadéquates, la [1 FSMA]1 peut, après en avoir informé l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine et, sauf urgence, avoir permis à l'intéressé de faire valoir ses observations selon les modalités et dans les délais qu'elle détermine, prendre toutes les mesures adéquates en vue d'assurer la protection des investisseurs. Elle peut notamment prendre les mesures visées aux articles 23 et 24, étant entendu que ces mesures peuvent être prises pour cause de non-respect par l'émetteur des dispositions légales ou reglementaires de l'Etat membre d'origine. La [1 FSMA]1 informe également et le plus rapidement possible la Commission européenne [2 et l'ESMA]2 des mesures prises.
Lorsqu'un détenteur d'une participation dans un émetteur visé à l'article 19 ou un émetteur visé à l'article 19. continue à enfreindre les dispositions légales ou réglementaires concernées, en dépit des mesures adoptées par l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine visée par la directive 2004/109/CE, ou parce que ces mesures s'avèrent inadéquates, la [1 FSMA]1 peut, après en avoir informé l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine et, sauf urgence, avoir permis à l'intéressé de faire valoir ses observations selon les modalités et dans les délais qu'elle détermine, prendre toutes les mesures adéquates en vue d'assurer la protection des investisseurs. Elle peut notamment prendre les mesures visées aux articles 23 et 24, étant entendu que ces mesures peuvent être prises pour cause de non-respect par l'émetteur des dispositions légales ou reglementaires de l'Etat membre d'origine. La [1 FSMA]1 informe également et le plus rapidement possible la Commission européenne [2 et l'ESMA]2 des mesures prises.
Afdeling 4. - Verplichtingen voor emittenten waarvan aandelen uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten.
Section 4. - Obligations des émetteurs dont les actions sont exclusivement admises à la négociation sur un marché réglementé belge.
Art.22. Emittenten als bedoeld in artikel 19 waarvan aandelen uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maken de kennisgevingen die zij ontvangen of moeten doen uit hoofde van de tot omzetting van Richtlijn 2004/109/EG aangenomen toepasselijke nationale wetgeving, alsmede de informatie die zij openbaar moeten maken uit hoofde van de tot omzetting van artikel 15 van Richtlijn 2004/ 109/EG aangenomen toepasselijke nationale wetgeving, openbaar overeenkomstig door de Koning op advies van de [1 FSMA]1 te bepalen nadere regels.
Zij maken deze kennisgevingen alsmede deze informatie tegelijkertijd over aan de [1 FSMA]1, overeenkomstig door de Koning op advies van de [1 FSMA]1 te bepalen nadere regels.
Zij maken deze kennisgevingen alsmede deze informatie tegelijkertijd over aan de [1 FSMA]1, overeenkomstig door de Koning op advies van de [1 FSMA]1 te bepalen nadere regels.
Art.22. Les émetteurs visés à l'article 19 dont les actions sont exclusivement admises à la négociation sur un marché réglementé belge publient, conformément aux modalités à définir par le Roi sur avis de la [1 FSMA]1, les notifications qu'ils reçoivent ou qu'ils sont tenus d'effectuer eux-mêmes en vertu de la législation nationale en vigueur adoptée aux fins de la transposition de la directive 2004/109/CE, ainsi que les informations qu'ils doivent publier en vertu de la législation nationale en vigueur adoptée aux fins de la transposition de l'article 15 de la directive 2004/109/CE.
Ils transmettent simultanément ces notifications ainsi que ces informations à la [1 FSMA]1 conformément aux modalités à définir par le Roi sur avis de la [1 FSMA]1.
Ils transmettent simultanément ces notifications ainsi que ces informations à la [1 FSMA]1 conformément aux modalités à définir par le Roi sur avis de la [1 FSMA]1.
HOOFDSTUK V. - Bevoegdheden van de [1 FSMA]1.
CHAPITRE V. - Pouvoirs de la [1 FSMA]1.
Art.23. § 1. De [1 FSMA]1 is belast met het toezicht op de naleving van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten.
§ 2. Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht bedoeld in § 1, heeft de [1 FSMA]1 het recht om :
1° een emittent, diens bedrijfsleiding of de personen onder wier controle hij staat of over wie hij controle heeft, te bevelen kennis te geven van de informatie die moet worden verstrekt of openbaar gemaakt krachtens titel II of zijn uitvoeringsbesluiten en, indien nodig, verdere informatie en documenten te verstrekken;
2° een emittent te bevelen de onder 1° bedoelde informatie aan het publiek openbaar te maken op de wijze en binnen de termijnen die zij bepaalt;
3° een houder van een deelneming, diens bedrijfsleiding of de personen onder wier controle hij staat of over wie hij controle heeft, te bevelen kennis te geven van de informatie die moet worden verstrekt krachtens titel II of zijn uitvoeringsbesluiten en, indien nodig, verdere informatie en documenten te verstrekken;
4° een kennisgevingsplichtige persoon te bevelen een kennisgeving te verrichten overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten;
5° op het Belgisch grondgebied ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of titel II en zijn uitvoeringsbesluiten worden nageleefd;
6° de [2 marktexploitanten]2 van de gereglementeerde markten, de financiële tussenpersonen bedoeld in artikel 2, 9°, van de wet van 2 augustus 2002 en hun opdrachtgevers, te bevelen dat zij haar alle inlichtingen, documenten of stukken verstrekken die zij noodzakelijk acht voor de uitvoering van haar opdracht. De personen die achtereenvolgens optreden bij het doorgeven van de orders of bij de uitvoering van de betrokken verrichtingen, en hun opdrachtgevers, zijn door eenzelfde verplichting verbonden;
7° de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt telkens voor maximaal tien dagen te schorsen, door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken [2 marktexploitant]2, wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de emittent inbreuk heeft gemaakt op de bepalingen van titel II of zijn uitvoeringsbesluiten;
8° de handel op een Belgische gereglementeerde markt te verbieden, door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken [2 marktexploitant]2, wanneer zij tot de bevinding komt dat er inbreuk is gemaakt op de bepalingen van titel II of zijn uitvoeringsbesluiten, of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er inbreuk op werd gemaakt.
§ 3. De financiële tussenpersonen bedoeld in § 2, 6°, stellen de persoon, op wiens verzoek of voor wiens rekening zij optreden, vooraf ervan in kennis dat hun optreden afhankelijk is van de toestemming om de identiteit van de eindbegunstigde van de transactie kenbaar te maken aan de [1 FSMA]1.
Indien de voorschriften van het vorige lid niet worden nagekomen, mag de financiële tussenpersoon de verrichtingen niet uitvoeren.
§ 4. Bij toepassing van § 2, 2°, verzoekt de [1 FSMA]1 de emittent haar zijn eventuele opmerkingen, inzonderheid de redenen om de informatie niet openbaar te maken, mee te delen binnen de door haar vastgestelde termijn. De [1 FSMA]1 kan, na het verstrijken van die termijn, zelf tot openbaarmaking overgaan op kosten van de emittent.
§ 5. De [1 FSMA]1 kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens § 2 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000. euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel.
§ 2. Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht bedoeld in § 1, heeft de [1 FSMA]1 het recht om :
1° een emittent, diens bedrijfsleiding of de personen onder wier controle hij staat of over wie hij controle heeft, te bevelen kennis te geven van de informatie die moet worden verstrekt of openbaar gemaakt krachtens titel II of zijn uitvoeringsbesluiten en, indien nodig, verdere informatie en documenten te verstrekken;
2° een emittent te bevelen de onder 1° bedoelde informatie aan het publiek openbaar te maken op de wijze en binnen de termijnen die zij bepaalt;
3° een houder van een deelneming, diens bedrijfsleiding of de personen onder wier controle hij staat of over wie hij controle heeft, te bevelen kennis te geven van de informatie die moet worden verstrekt krachtens titel II of zijn uitvoeringsbesluiten en, indien nodig, verdere informatie en documenten te verstrekken;
4° een kennisgevingsplichtige persoon te bevelen een kennisgeving te verrichten overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten;
5° op het Belgisch grondgebied ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of titel II en zijn uitvoeringsbesluiten worden nageleefd;
6° de [2 marktexploitanten]2 van de gereglementeerde markten, de financiële tussenpersonen bedoeld in artikel 2, 9°, van de wet van 2 augustus 2002 en hun opdrachtgevers, te bevelen dat zij haar alle inlichtingen, documenten of stukken verstrekken die zij noodzakelijk acht voor de uitvoering van haar opdracht. De personen die achtereenvolgens optreden bij het doorgeven van de orders of bij de uitvoering van de betrokken verrichtingen, en hun opdrachtgevers, zijn door eenzelfde verplichting verbonden;
7° de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt telkens voor maximaal tien dagen te schorsen, door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken [2 marktexploitant]2, wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de emittent inbreuk heeft gemaakt op de bepalingen van titel II of zijn uitvoeringsbesluiten;
8° de handel op een Belgische gereglementeerde markt te verbieden, door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken [2 marktexploitant]2, wanneer zij tot de bevinding komt dat er inbreuk is gemaakt op de bepalingen van titel II of zijn uitvoeringsbesluiten, of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er inbreuk op werd gemaakt.
§ 3. De financiële tussenpersonen bedoeld in § 2, 6°, stellen de persoon, op wiens verzoek of voor wiens rekening zij optreden, vooraf ervan in kennis dat hun optreden afhankelijk is van de toestemming om de identiteit van de eindbegunstigde van de transactie kenbaar te maken aan de [1 FSMA]1.
Indien de voorschriften van het vorige lid niet worden nagekomen, mag de financiële tussenpersoon de verrichtingen niet uitvoeren.
§ 4. Bij toepassing van § 2, 2°, verzoekt de [1 FSMA]1 de emittent haar zijn eventuele opmerkingen, inzonderheid de redenen om de informatie niet openbaar te maken, mee te delen binnen de door haar vastgestelde termijn. De [1 FSMA]1 kan, na het verstrijken van die termijn, zelf tot openbaarmaking overgaan op kosten van de emittent.
§ 5. De [1 FSMA]1 kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens § 2 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000. euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel.
Art.23. § 1er. La [1 FSMA]1 est chargée du contrôle du respect du titre II et de ses arrêtés d'exécution.
§ 2. Pour l'exécution de sa mission de contrôle visée au § 1er, la [1 FSMA]1 est habilitée :
1° à enjoindre à un émetteur, à ses dirigeants ou aux personnes qui le contrôlent ou qu'il contrôle, qu'ils fournissent les informations qui doivent être communiquées ou rendues publiques en vertu du titre II ou de ses arrêtés d'exécution et, si nécessaire, à exiger la communication d'informations et de documents supplémentaires;
2° à enjoindre à un émetteur de rendre publiques les informations visées au 1°, selon les modalités et dans les délais qu'elle détermine;
3° à enjoindre à un détenteur d'une participation, à ses dirigeants ou aux personnes qui le contrôlent ou qu'il contrôle, qu'ils fournissent les informations qui doivent être communiquées en vertu du titre II, ou de ses arrêtés d'exécution et, si nécessaire, à exiger la communication d'informations et de documents supplémentaires;
4° à enjoindre à une personne tenue à notification de procéder à cette notification conformément aux dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution;
5° à effectuer, sur le territoire belge, des inspections et des expertises sur place, à prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système informatique, afin de s'assurer du respect des dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution;
6° à enjoindre aux [2 opérateurs de marché]2 des marchés réglementés, aux intermédiaires financiers visés à l'article 2, 9°, de la loi du 2 août 2002 et à leurs mandants qu'ils fournissent tous les renseignements, documents ou pièces que la [1 FSMA]1 estime nécessaires pour l'exécution de sa mission. Les personnes qui interviennent successivement dans la transmission des ordres ou dans l'exécution des opérations concernées, et leurs mandants, sont liées par une même obligation;
7° à suspendre, par une demande en ce sens adressée à l'[2 opérateur de marché concerné]2, la négociation sur un marché réglementé belge pour une période maximale de dix jours à la fois, lorsqu'elle a des motifs raisonnables de considérer que l'émetteur a enfreint les dispositions du titre II ou de ses arrêtés d'exécution;
8° à interdire, par une demande en ce sens adressée à l'[2 opérateur de marché concerné]2, la négociation sur un marché réglemente belge, lorsqu'elle constate ou a des motifs raisonnables de considérer que les dispositions du titre II ou de ses arrêtés d'exécution ont été enfreintes.
§ 3. Les intermédiaires financiers visés au § 2, 6°, informent préalablement la personne à la demande ou pour compte de laquelle ils interviennent que leur intervention est subordonnée à l'autorisation de dévoiler l'identité du bénéficiaire final de la transaction à la [1 FSMA]1.
Si les prescriptions de l'alinéa précédent ne sont pas remplies, l'intermédiaire financier ne peut exécuter les opérations.
§ 4. En cas d'application du § 2, 2°, la [1 FSMA]1 invite l'émetteur à lui communiquer dans le délai qu'elle fixe ses observations éventuelles, notamment les raisons de son omission de publier les informations. A l'expiration de ce délai, la [1 FSMA]1 peut procéder elle-même à la publication, aux frais de l'émetteur.
§ 5. A toute personne qui, à l'expiration du délai fixé par la [1 FSMA]1, reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu du § 2, la [1 FSMA]1 peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour civil, supérieure à 50.000 euros ni, pour la méconnaissance d'une même injonction, supérieure a 2.500.000 euros.
§ 2. Pour l'exécution de sa mission de contrôle visée au § 1er, la [1 FSMA]1 est habilitée :
1° à enjoindre à un émetteur, à ses dirigeants ou aux personnes qui le contrôlent ou qu'il contrôle, qu'ils fournissent les informations qui doivent être communiquées ou rendues publiques en vertu du titre II ou de ses arrêtés d'exécution et, si nécessaire, à exiger la communication d'informations et de documents supplémentaires;
2° à enjoindre à un émetteur de rendre publiques les informations visées au 1°, selon les modalités et dans les délais qu'elle détermine;
3° à enjoindre à un détenteur d'une participation, à ses dirigeants ou aux personnes qui le contrôlent ou qu'il contrôle, qu'ils fournissent les informations qui doivent être communiquées en vertu du titre II, ou de ses arrêtés d'exécution et, si nécessaire, à exiger la communication d'informations et de documents supplémentaires;
4° à enjoindre à une personne tenue à notification de procéder à cette notification conformément aux dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution;
5° à effectuer, sur le territoire belge, des inspections et des expertises sur place, à prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système informatique, afin de s'assurer du respect des dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution;
6° à enjoindre aux [2 opérateurs de marché]2 des marchés réglementés, aux intermédiaires financiers visés à l'article 2, 9°, de la loi du 2 août 2002 et à leurs mandants qu'ils fournissent tous les renseignements, documents ou pièces que la [1 FSMA]1 estime nécessaires pour l'exécution de sa mission. Les personnes qui interviennent successivement dans la transmission des ordres ou dans l'exécution des opérations concernées, et leurs mandants, sont liées par une même obligation;
7° à suspendre, par une demande en ce sens adressée à l'[2 opérateur de marché concerné]2, la négociation sur un marché réglementé belge pour une période maximale de dix jours à la fois, lorsqu'elle a des motifs raisonnables de considérer que l'émetteur a enfreint les dispositions du titre II ou de ses arrêtés d'exécution;
8° à interdire, par une demande en ce sens adressée à l'[2 opérateur de marché concerné]2, la négociation sur un marché réglemente belge, lorsqu'elle constate ou a des motifs raisonnables de considérer que les dispositions du titre II ou de ses arrêtés d'exécution ont été enfreintes.
§ 3. Les intermédiaires financiers visés au § 2, 6°, informent préalablement la personne à la demande ou pour compte de laquelle ils interviennent que leur intervention est subordonnée à l'autorisation de dévoiler l'identité du bénéficiaire final de la transaction à la [1 FSMA]1.
Si les prescriptions de l'alinéa précédent ne sont pas remplies, l'intermédiaire financier ne peut exécuter les opérations.
§ 4. En cas d'application du § 2, 2°, la [1 FSMA]1 invite l'émetteur à lui communiquer dans le délai qu'elle fixe ses observations éventuelles, notamment les raisons de son omission de publier les informations. A l'expiration de ce délai, la [1 FSMA]1 peut procéder elle-même à la publication, aux frais de l'émetteur.
§ 5. A toute personne qui, à l'expiration du délai fixé par la [1 FSMA]1, reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu du § 2, la [1 FSMA]1 peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour civil, supérieure à 50.000 euros ni, pour la méconnaissance d'une même injonction, supérieure a 2.500.000 euros.
Art.24. § 1. De [1 FSMA]1 kan openbaar maken dat een emittent of een kennisgevingsplichtig persoon zich niet conformeert aan één of meer verplichtingen die voor hem uit titel II of zijn uitvoeringsbesluiten voortvloeien.
§ 2. Inzonderheid stelt de [1 FSMA]1 de betrokken kennisgevingsplichtige persoon of emittent ervan in kennis en verzoekt zij hem haar zijn opmerkingen mee te delen binnen de door haar vastgestelde termijn, wanneer zij van oordeel is dat :
1° een kennisgeving had moeten worden verricht;
2° een kennisgeving die zij heeft ontvangen niet strookt met één van de bepalingen van titel II of zijn uitvoeringsbesluiten;
3° een kennisgeving het publiek dreigt te misleiden; of
4° een emittent niet voldoet aan zijn verplichtingen die voortvloeien uit titel II of zijn uitvoeringsbesluiten.
De [1 FSMA]1 kan, na het verstrijken van die termijn, een waarschuwing openbaar maken op kosten van de kennisgevingsplichtige persoon of emittent, op de wijze die zij bepaalt. Als zij dit aangewezen vindt, kan zij, om rekening te houden met de opmerkingen van de kennisgevingsplichtige persoon of emittent, een waarschuwing openbaar maken die verschilt van haar oorspronkelijke standpunt.
§ 2. Inzonderheid stelt de [1 FSMA]1 de betrokken kennisgevingsplichtige persoon of emittent ervan in kennis en verzoekt zij hem haar zijn opmerkingen mee te delen binnen de door haar vastgestelde termijn, wanneer zij van oordeel is dat :
1° een kennisgeving had moeten worden verricht;
2° een kennisgeving die zij heeft ontvangen niet strookt met één van de bepalingen van titel II of zijn uitvoeringsbesluiten;
3° een kennisgeving het publiek dreigt te misleiden; of
4° een emittent niet voldoet aan zijn verplichtingen die voortvloeien uit titel II of zijn uitvoeringsbesluiten.
De [1 FSMA]1 kan, na het verstrijken van die termijn, een waarschuwing openbaar maken op kosten van de kennisgevingsplichtige persoon of emittent, op de wijze die zij bepaalt. Als zij dit aangewezen vindt, kan zij, om rekening te houden met de opmerkingen van de kennisgevingsplichtige persoon of emittent, een waarschuwing openbaar maken die verschilt van haar oorspronkelijke standpunt.
Art.24. § 1er. La [1 FSMA]1 peut rendre public le fait qu'un émetteur ou une personne tenue à notification ne se conforme pas à une ou plusieurs obligations résultant du titre II ou de ses arrêtés d'exécution.
§ 2. La [1 FSMA]1 informe notamment la personne tenue à notification ou l'émetteur de son intention et les invite à lui faire part, dans le délai qu'elle fixe, de leurs observations éventuelles, lorsqu'elle estime que :
1° une notification aurait dû être effectuée;
2° la notification reçue n'est pas conforme à une des dispositions du titre II ou de ses arrêtés d'exécution;
3° la notification risque d'induire le public en erreur; ou
4° un émetteur ne satisfait pas à ses obligations résultant du titre II ou de ses arrêtés d'exécution.
Passé ce délai, la [1 FSMA]1 peut rendre public un avertissement aux frais de la personne tenue à notification ou de l'émetteur, selon les modalités qu'elle détermine. Si elle l'estime approprié, cet avertissement peut différer de sa position initiale pour tenir compte des observations formulées par la personne tenue à notification ou par l'émetteur.
§ 2. La [1 FSMA]1 informe notamment la personne tenue à notification ou l'émetteur de son intention et les invite à lui faire part, dans le délai qu'elle fixe, de leurs observations éventuelles, lorsqu'elle estime que :
1° une notification aurait dû être effectuée;
2° la notification reçue n'est pas conforme à une des dispositions du titre II ou de ses arrêtés d'exécution;
3° la notification risque d'induire le public en erreur; ou
4° un émetteur ne satisfait pas à ses obligations résultant du titre II ou de ses arrêtés d'exécution.
Passé ce délai, la [1 FSMA]1 peut rendre public un avertissement aux frais de la personne tenue à notification ou de l'émetteur, selon les modalités qu'elle détermine. Si elle l'estime approprié, cet avertissement peut différer de sa position initiale pour tenir compte des observations formulées par la personne tenue à notification ou par l'émetteur.
HOOFDSTUK VI. - Samenwerking tussen autoriteiten.
CHAPITRE VI. - Coopération entre autorités.
Art.25. § 1. Telkens wanneer nodig voor de vervulling van haar of hun taken en bevoegdheden, ongeacht of deze in Richtlijn 2004/109/EG dan wel in de uit hoofde van deze richtlijn aangenomen nationale wetgeving zijn vastgelegd, werkt de [1 FSMA]1 samen met de autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die bevoegd zijn voor de toepassing van de uit hoofde van Richtlijn 2004/109/EG vastgestelde bepalingen.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, kan de [1 FSMA]1, wat de concrete punten betreft die zijn aangegeven in de aanvraag van de buitenlandse autoriteit :
1° de personen bedoeld in artikel 23 alsmede de in de aanvraag van de buitenlandse autoriteit aangeduide personen, bevelen informatie en documenten te verstrekken;
2° op het Belgisch grondgebied bij de betrokken emittenten ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennisnemen van en een kopie maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang hebben tot elk informaticasysteem.
De betrokken personen maken de in het eerste lid bedoelde informatie en documenten over binnen de termijn en in de vorm bepaald door de [1 FSMA]1.
Artikel 23, § 5, is van toepassing.
§ 3. Voor de toepassing van § 1, kan de [1 FSMA]1, op gemotiveerd verzoek van de buitenlandse autoriteit :
1° de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt telkens voor maximaal tien dagen schorsen, door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken [2 marktexploitant]2, wanneer de buitenlandse autoriteit gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er inbreuk werd gemaakt op de bepalingen van de betrokken buitenlandse wetgeving;
2° de handel op een Belgische gereglementeerde markt verbieden, door middel van een verzoek aan de betrokken [2 marktexploitant]2, wanneer de buitenlandse autoriteit tot de bevinding komt dat er inbreuk is gemaakt op de bepalingen van de betrokken buitenlandse wetgeving, of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er inbreuk op werd gemaakt.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, kan de [1 FSMA]1, wat de concrete punten betreft die zijn aangegeven in de aanvraag van de buitenlandse autoriteit :
1° de personen bedoeld in artikel 23 alsmede de in de aanvraag van de buitenlandse autoriteit aangeduide personen, bevelen informatie en documenten te verstrekken;
2° op het Belgisch grondgebied bij de betrokken emittenten ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennisnemen van en een kopie maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang hebben tot elk informaticasysteem.
De betrokken personen maken de in het eerste lid bedoelde informatie en documenten over binnen de termijn en in de vorm bepaald door de [1 FSMA]1.
Artikel 23, § 5, is van toepassing.
§ 3. Voor de toepassing van § 1, kan de [1 FSMA]1, op gemotiveerd verzoek van de buitenlandse autoriteit :
1° de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt telkens voor maximaal tien dagen schorsen, door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken [2 marktexploitant]2, wanneer de buitenlandse autoriteit gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er inbreuk werd gemaakt op de bepalingen van de betrokken buitenlandse wetgeving;
2° de handel op een Belgische gereglementeerde markt verbieden, door middel van een verzoek aan de betrokken [2 marktexploitant]2, wanneer de buitenlandse autoriteit tot de bevinding komt dat er inbreuk is gemaakt op de bepalingen van de betrokken buitenlandse wetgeving, of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er inbreuk op werd gemaakt.
Art.25. § 1er. Chaque fois que cela s'avère nécessaire à l'exécution de ses ou de leurs missions et à l'exercice de ses ou de leurs pouvoirs, indépendamment du fait que ceux-ci soient dérivés de la directive 2004/109/CE ou de la législation nationale adoptée en vertu de cette directive, la [1 FSMA]1 coopère avec les autorités des autres Etats membres de l'Espace économique européen compétentes pour l'application des dispositions arrêtées en vertu de la directive 2004/109/CE.
§ 2. Pour l'application du § 1er, la [1 FSMA]1 peut, en ce qui concerne les points concrets indiqués dans la demande de l'autorité étrangère :
1° enjoindre aux personnes visées à l'article 23 ainsi qu'à celles indiquées dans la demande de l'autorité étrangère de fournir des informations et des documents;
2° effectuer, sur le territoire belge, auprès des émetteurs concernés, des inspections et des expertises sur place, prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et avoir accès à tout système informatique.
Les personnes concernées transmettent les informations et documents visés à l'alinéa 1er dans le délai et la forme que la [1 FSMA]1 détermine.
L'article 23, § 5, est d'application.
§ 3. Pour l'application du § 1er, la [1 FSMA]1 peut, sur demande motivée de l'autorité étrangère :
1° suspendre ou demander à l'[2 opérateur de marché concerné]2 de suspendre la négociation sur un marché réglementé belge pour une période maximale de dix jours à la fois, lorsque l'autorité étrangère a des motifs raisonnables de considérer que les dispositions de la législation étrangère concernée ont été enfreintes;
2° interdire ou demander à l'entreprise de marché concernée d'interdire la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque l'autorité étrangère constate ou a des motifs raisonnables de considérer que les dispositions de la législation étrangère concernée ont été enfreintes
§ 2. Pour l'application du § 1er, la [1 FSMA]1 peut, en ce qui concerne les points concrets indiqués dans la demande de l'autorité étrangère :
1° enjoindre aux personnes visées à l'article 23 ainsi qu'à celles indiquées dans la demande de l'autorité étrangère de fournir des informations et des documents;
2° effectuer, sur le territoire belge, auprès des émetteurs concernés, des inspections et des expertises sur place, prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et avoir accès à tout système informatique.
Les personnes concernées transmettent les informations et documents visés à l'alinéa 1er dans le délai et la forme que la [1 FSMA]1 détermine.
L'article 23, § 5, est d'application.
§ 3. Pour l'application du § 1er, la [1 FSMA]1 peut, sur demande motivée de l'autorité étrangère :
1° suspendre ou demander à l'[2 opérateur de marché concerné]2 de suspendre la négociation sur un marché réglementé belge pour une période maximale de dix jours à la fois, lorsque l'autorité étrangère a des motifs raisonnables de considérer que les dispositions de la législation étrangère concernée ont été enfreintes;
2° interdire ou demander à l'entreprise de marché concernée d'interdire la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque l'autorité étrangère constate ou a des motifs raisonnables de considérer que les dispositions de la législation étrangère concernée ont été enfreintes
HOOFDSTUK VI/1. [1 - Sancties.]1
CHAPITRE VI/1. [1 - Sanctions.]1
Art.25/1. [1 Niemand kan op de algemene vergadering van een vennootschap waarvan de statutaire zetel in België is gelegen aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan die verbonden aan de effecten waarvan hij, overeenkomstig de bepalingen die voorafgaan, minstens twintig dagen voor de datum van de algemene vergadering kennis heeft gegeven. De stemrechten verbonden aan die effecten worden opgeschort.
Het eerste lid is niet van toepassing:
1° op de effecten waaraan stemrechten van minder dan 5 % van het stemrechtentotaal op de datum van de algemene vergadering zijn verbonden of op een lager quotum dat in de statuten als kennisgevingsdrempel conform artikel 18 is bepaald;
2° op de effecten waaraan stemrechten verbonden zijn die tussen twee opeenvolgende drempels van vijf punten zoals bedoeld in artikel 6, § 1, of tussen twee opeenvolgende drempels bepaald in de statuten conform artikel 18 begrepen zijn;
3° op de effecten waarop is ingeschreven met uitoefening van een voorkeurrecht, op de effecten verworven door erfopvolging of ingevolge fusie, splitsing of vereffening, evenmin als op de effecten verworven in het kader van een openbaar koopaanbod uitgebracht in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen; en
4° op de effecten waarvan werd kennisgegeven door een volmachtdrager met toepassing van artikel 7, eerste lid, 5°, op voorwaarde dat de betrokken volmachtgever of volmachtgevers ofwel zelf minstens twintig dagen voor de datum van de algemene vergadering een kennisgeving hebben gedaan voor de betrokken stemrechtverlenende effecten, ofwel zelf niet verplicht zijn om een kennisgeving te doen voor de betrokken stemrechtverlenende effecten.]1
Het eerste lid is niet van toepassing:
1° op de effecten waaraan stemrechten van minder dan 5 % van het stemrechtentotaal op de datum van de algemene vergadering zijn verbonden of op een lager quotum dat in de statuten als kennisgevingsdrempel conform artikel 18 is bepaald;
2° op de effecten waaraan stemrechten verbonden zijn die tussen twee opeenvolgende drempels van vijf punten zoals bedoeld in artikel 6, § 1, of tussen twee opeenvolgende drempels bepaald in de statuten conform artikel 18 begrepen zijn;
3° op de effecten waarop is ingeschreven met uitoefening van een voorkeurrecht, op de effecten verworven door erfopvolging of ingevolge fusie, splitsing of vereffening, evenmin als op de effecten verworven in het kader van een openbaar koopaanbod uitgebracht in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen; en
4° op de effecten waarvan werd kennisgegeven door een volmachtdrager met toepassing van artikel 7, eerste lid, 5°, op voorwaarde dat de betrokken volmachtgever of volmachtgevers ofwel zelf minstens twintig dagen voor de datum van de algemene vergadering een kennisgeving hebben gedaan voor de betrokken stemrechtverlenende effecten, ofwel zelf niet verplicht zijn om een kennisgeving te doen voor de betrokken stemrechtverlenende effecten.]1
Art.25/1. [1 Nul ne peut prendre part au vote à l'assemblée générale d'une société dont le siège statutaire est établi en Belgique pour un nombre de voix supérieur à celui afférent aux titres dont il a déclaré la possession en vertu des dispositions qui précèdent, vingt jours au moins avant la date de l'assemblée générale. Les droits de vote attachés à ces titres sont suspendus.
L'alinéa 1er n'est pas applicable:
1° aux titres auxquels est attaché un pouvoir de vote inférieur à 5 % du total des droits de vote existant à la date de l'assemblée générale ou à la quotité inférieure fixée par les statuts comme seuil de notification conformément à l'article 18;
2° aux titres auxquels est attaché un pouvoir de vote se situant entre deux des seuils successifs de cinq points visés à l'article 6, § 1er, ou entre deux seuils successifs déterminés par les statuts conformément à l'article 18;
3° aux titres souscrits par exercice d'un droit de préférence, aux effets acquis par succession ou par suite de fusion, de scission ou de liquidation, ni aux effets acquis en exécution d'une offre publique d'acquisition effectuée en conformité avec les dispositions de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition; et
4° aux titres notifiés par un mandataire en application de l'article 7, alinéa 1er, 5°, pour autant que le ou les mandant(s) concerné(s) aient effectué eux-mêmes une notification, au plus tard vingt jours avant la date de l'assemblée générale, portant sur les titres conférant le droit de vote concernés, ou ne soient pas eux-mêmes obligés d'effectuer une notification portant sur les titres conférant le droit de vote concernés.]1
L'alinéa 1er n'est pas applicable:
1° aux titres auxquels est attaché un pouvoir de vote inférieur à 5 % du total des droits de vote existant à la date de l'assemblée générale ou à la quotité inférieure fixée par les statuts comme seuil de notification conformément à l'article 18;
2° aux titres auxquels est attaché un pouvoir de vote se situant entre deux des seuils successifs de cinq points visés à l'article 6, § 1er, ou entre deux seuils successifs déterminés par les statuts conformément à l'article 18;
3° aux titres souscrits par exercice d'un droit de préférence, aux effets acquis par succession ou par suite de fusion, de scission ou de liquidation, ni aux effets acquis en exécution d'une offre publique d'acquisition effectuée en conformité avec les dispositions de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition; et
4° aux titres notifiés par un mandataire en application de l'article 7, alinéa 1er, 5°, pour autant que le ou les mandant(s) concerné(s) aient effectué eux-mêmes une notification, au plus tard vingt jours avant la date de l'assemblée générale, portant sur les titres conférant le droit de vote concernés, ou ne soient pas eux-mêmes obligés d'effectuer une notification portant sur les titres conférant le droit de vote concernés.]1
Art.25/2. [1 § 1. Indien de krachtens deze wet vereiste kennisgevingen niet werden verricht volgens de modaliteiten en binnen de termijnen zoals voorgeschreven, kan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen de vennootschap haar zetel heeft, recht doende als in kort geding:
1° de uitoefening van alle of een deel van de aan de betrokken effecten verbonden rechten voor een periode van ten hoogste één jaar opschorten;
2° gedurende de termijn die hij vaststelt, een reeds bijeengeroepen algemene vergadering opschorten;
3° onder zijn toezicht de verkoop van de bewuste effecten aan een derde, die niet met de huidige aandeelhouder verbonden is, bevelen binnen een termijn die hij vaststelt en die kan worden verlengd.
§ 2. De procedure wordt ingesteld door een dagvaarding uitgaande van de vennootschap of van één of meer stemgerechtigde aandeelhouders. Wanneer het voorwerp van de vraag de opschorting van een reeds bijeengeroepen algemene vergadering betreft, kan de procedure eveneens ingesteld worden door de persoon wiens effecten het voorwerp zijn van een vraag of beslissing tot opschorting van alle of een deel van de aan de betrokken effecten verbonden rechten.
Wanneer het voorwerp van de vraag de opschorting betreft, overeenkomstig paragraaf 1, 1°, van alle of een deel van de rechten verbonden aan de betrokken effecten, moet zij, indien een kennisgeving is verricht, op straffe van onontvankelijkheid, uiterlijk vijftien dagen na de betekening van de kennisgeving worden ingediend.
De voorzitter kan de opheffing van de door hem bevolen maatregelen toestaan op vraag van één der belanghebbenden en na de personen die de zaak bij hem aanhangig hebben gemaakt alsook de vennootschap te hebben gehoord.]1
1° de uitoefening van alle of een deel van de aan de betrokken effecten verbonden rechten voor een periode van ten hoogste één jaar opschorten;
2° gedurende de termijn die hij vaststelt, een reeds bijeengeroepen algemene vergadering opschorten;
3° onder zijn toezicht de verkoop van de bewuste effecten aan een derde, die niet met de huidige aandeelhouder verbonden is, bevelen binnen een termijn die hij vaststelt en die kan worden verlengd.
§ 2. De procedure wordt ingesteld door een dagvaarding uitgaande van de vennootschap of van één of meer stemgerechtigde aandeelhouders. Wanneer het voorwerp van de vraag de opschorting van een reeds bijeengeroepen algemene vergadering betreft, kan de procedure eveneens ingesteld worden door de persoon wiens effecten het voorwerp zijn van een vraag of beslissing tot opschorting van alle of een deel van de aan de betrokken effecten verbonden rechten.
Wanneer het voorwerp van de vraag de opschorting betreft, overeenkomstig paragraaf 1, 1°, van alle of een deel van de rechten verbonden aan de betrokken effecten, moet zij, indien een kennisgeving is verricht, op straffe van onontvankelijkheid, uiterlijk vijftien dagen na de betekening van de kennisgeving worden ingediend.
De voorzitter kan de opheffing van de door hem bevolen maatregelen toestaan op vraag van één der belanghebbenden en na de personen die de zaak bij hem aanhangig hebben gemaakt alsook de vennootschap te hebben gehoord.]1
Art.25/2. [1 § 1er. Si les déclarations requises en vertu de la présente loi n'ont pas été effectuées selon les modalités et les délais prescrits, le président du tribunal de l'entreprise dans le ressort duquel la société a son siège, statuant comme en référé, peut:
1° prononcer pour une période d'un an au plus la suspension de l'exercice de tout ou partie des droits afférents aux titres concernés;
2° suspendre pendant la durée qu'il fixe, la tenue d'une assemblée générale déjà convoquée;
3° ordonner sous son contrôle la vente des titres concernés à un tiers qui n'est pas lié à l'actionnaire actuel, dans un délai qu'il fixe et qui est renouvelable.
§ 2. La procédure est engagée par citation émanant de la société ou d'un ou de plusieurs actionnaires ayant le droit de vote. Lorsque la demande a pour objet la suspension de la tenue d'une assemblée déjà convoquée, la procédure peut également être engagée par la personne dont les titres font l'objet d'une demande ou d'une décision de suspension de l'exercice de tout ou partie des droits y afférents.
Lorsque la demande a pour objet la suspension, visée au paragraphe 1er, 1°, de tout ou partie des droits afférents aux titres concernés, elle doit, si une déclaration a été notifiée, être introduite, à peine d'irrecevabilité, quinze jours au plus après la notification.
Le président peut, à la demande d'un des intéressés et après avoir entendu ceux qui l'ont saisi ainsi que la société accorder la levée des mesures ordonnées par lui.]1
1° prononcer pour une période d'un an au plus la suspension de l'exercice de tout ou partie des droits afférents aux titres concernés;
2° suspendre pendant la durée qu'il fixe, la tenue d'une assemblée générale déjà convoquée;
3° ordonner sous son contrôle la vente des titres concernés à un tiers qui n'est pas lié à l'actionnaire actuel, dans un délai qu'il fixe et qui est renouvelable.
§ 2. La procédure est engagée par citation émanant de la société ou d'un ou de plusieurs actionnaires ayant le droit de vote. Lorsque la demande a pour objet la suspension de la tenue d'une assemblée déjà convoquée, la procédure peut également être engagée par la personne dont les titres font l'objet d'une demande ou d'une décision de suspension de l'exercice de tout ou partie des droits y afférents.
Lorsque la demande a pour objet la suspension, visée au paragraphe 1er, 1°, de tout ou partie des droits afférents aux titres concernés, elle doit, si une déclaration a été notifiée, être introduite, à peine d'irrecevabilité, quinze jours au plus après la notification.
Le président peut, à la demande d'un des intéressés et après avoir entendu ceux qui l'ont saisi ainsi que la société accorder la levée des mesures ordonnées par lui.]1
HOOFDSTUK VII. - Strafbepalingen en administratieve geldboetes.
CHAPITRE VII. - Dispositions pénales et amendes administratives.
Art.26. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met een van die straffen alleen worden gestraft :
1° zij die wetens en willens niet de kennisgevingen verrichten waartoe ze verplicht zijn overeenkomstig de bepalingen van titel II of die wetens en willens een onjuiste of onvolledige kennisgeving verrichten; en
2° zij die de [1 FSMA]1 weigeren de gegevens te verstrekken waartoe zij verplicht zijn krachtens artikel 23 of die wetens en willens onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken.
De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door titel II bestrafte misdrijven.
1° zij die wetens en willens niet de kennisgevingen verrichten waartoe ze verplicht zijn overeenkomstig de bepalingen van titel II of die wetens en willens een onjuiste of onvolledige kennisgeving verrichten; en
2° zij die de [1 FSMA]1 weigeren de gegevens te verstrekken waartoe zij verplicht zijn krachtens artikel 23 of die wetens en willens onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken.
De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door titel II bestrafte misdrijven.
Art.26. _ Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 50 à 10.000 euros, ou d'une de ces peines seulement :
1° ceux qui sciemment n'effectuent pas les notifications auxquelles ils sont tenus conformément aux dispositions du titre II ou qui effectuent sciemment des notifications inexactes ou incomplètes; et
2° ceux qui refusent de communiquer à la [1 FSMA]1 les renseignements qu'ils sont tenus de fournir en vertu de l'article 23 ou qui fournissent sciemment des renseignements inexacts ou incomplets.
Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions punies par le titre II.
1° ceux qui sciemment n'effectuent pas les notifications auxquelles ils sont tenus conformément aux dispositions du titre II ou qui effectuent sciemment des notifications inexactes ou incomplètes; et
2° ceux qui refusent de communiquer à la [1 FSMA]1 les renseignements qu'ils sont tenus de fournir en vertu de l'article 23 ou qui fournissent sciemment des renseignements inexacts ou incomplets.
Les dispositions du Livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions punies par le titre II.
Art.27. [1 Onverminderd de overige maatregelen bepaald door de wet, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van titel II of de besluiten of reglementen genomen ter uitvoering ervan, aan de overtreder alsook, als deze een rechtspersoon is, aan een of meer leden van het leidinggevende, bestuurs- of toezichthoudende orgaan en aan elke andere persoon belast met de effectieve leiding van de rechtspersoon, een administratieve geldboete opleggen.
Voor natuurlijke personen mag de geldboete bedoeld in het eerste lid niet meer bedragen dan 2 000 000 euro voor hetzelfde feit of geheel van feiten. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.
Voor juridische entiteiten mag de geldboete bedoeld in het eerste lid niet meer bedragen dan 10 000 000 euro of, indien dit hoger is, 5 procent van de totale jaaromzet voor hetzelfde feit of geheel van feiten. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.
Voor de toepassing van het derde lid wordt de totale jaaromzet bepaald op grond van de meest recente door de raad van bestuur of het bestuursorgaan opgestelde jaarrekening. Indien de betrokken juridische entiteit geen omzet realiseert wordt onder "totale jaaromzet" begrepen de met omzet corresponderende soort inkomsten, hetzij overeenkomstig de toepasselijke Europese jaarrekeningenrichtlijnen hetzij, indien die niet van toepassing zijn op de betrokken juridische entiteit, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de entiteit gevestigd is. Indien de juridische entiteit een moederonderneming is of een dochter-onderneming van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, dan wordt onder "totale jaaromzet" begrepen de totale jaaromzet op grond van de meest recente door de raad van bestuur of het bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde gecon-solideerde jaarrekening.]1
Voor natuurlijke personen mag de geldboete bedoeld in het eerste lid niet meer bedragen dan 2 000 000 euro voor hetzelfde feit of geheel van feiten. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.
Voor juridische entiteiten mag de geldboete bedoeld in het eerste lid niet meer bedragen dan 10 000 000 euro of, indien dit hoger is, 5 procent van de totale jaaromzet voor hetzelfde feit of geheel van feiten. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van deze winst of dit verlies.
Voor de toepassing van het derde lid wordt de totale jaaromzet bepaald op grond van de meest recente door de raad van bestuur of het bestuursorgaan opgestelde jaarrekening. Indien de betrokken juridische entiteit geen omzet realiseert wordt onder "totale jaaromzet" begrepen de met omzet corresponderende soort inkomsten, hetzij overeenkomstig de toepasselijke Europese jaarrekeningenrichtlijnen hetzij, indien die niet van toepassing zijn op de betrokken juridische entiteit, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de entiteit gevestigd is. Indien de juridische entiteit een moederonderneming is of een dochter-onderneming van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, dan wordt onder "totale jaaromzet" begrepen de totale jaaromzet op grond van de meest recente door de raad van bestuur of het bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde gecon-solideerde jaarrekening.]1
Art.27. [1 Sans préjudice des autres mesures prévues par la loi, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions du titre II ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution, infliger une amende administrative au contrevenant et, s'il s'agit d'une personne morale, à un ou plusieurs membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance et à toute autre personne chargée de la direction effective de la personne morale.
Dans le cas de personnes physiques, l'amende visée à l'alinéa 1er ne peut être supérieure à 2 000 000 euros pour le même fait ou pour le même ensemble de faits. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Dans le cas d'entités juridiques, l'amende visée à l'alinéa 1er ne peut être supérieure, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 10 000 000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 5 pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Pour l'application de l'alinéa 3, le chiffre d'affaires annuel total est déterminé sur la base des derniers comptes annuels établis par le conseil d'administration ou l'organe d'administration. Si l'entité juridique concernée ne réalise pas de chiffre d'affaires, il y a lieu d'entendre par "chiffre d'affaires annuel total" le type de revenus correspondant au chiffre d'affaires, soit conformément aux directives comptables européennes pertinentes, soit, si celles-ci ne sont pas applicables à l'entité juridique concernée, conformément au droit interne de l'Etat membre dans lequel cette entité a son siège statutaire. Lorsque l'entité juridique est une entreprise mère ou une filiale d'une entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes consolidés, il y a lieu d'entendre par "chiffre d'affaires annuel total" le chiffre d'affaires annuel total tel qu'il ressort des derniers comptes consolidés établis par le conseil d'administration ou l'organe d'administration de l'entreprise mère ultime.]1
Dans le cas de personnes physiques, l'amende visée à l'alinéa 1er ne peut être supérieure à 2 000 000 euros pour le même fait ou pour le même ensemble de faits. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Dans le cas d'entités juridiques, l'amende visée à l'alinéa 1er ne peut être supérieure, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 10 000 000 euros ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 5 pour cent du chiffre d'affaires annuel total. Lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Pour l'application de l'alinéa 3, le chiffre d'affaires annuel total est déterminé sur la base des derniers comptes annuels établis par le conseil d'administration ou l'organe d'administration. Si l'entité juridique concernée ne réalise pas de chiffre d'affaires, il y a lieu d'entendre par "chiffre d'affaires annuel total" le type de revenus correspondant au chiffre d'affaires, soit conformément aux directives comptables européennes pertinentes, soit, si celles-ci ne sont pas applicables à l'entité juridique concernée, conformément au droit interne de l'Etat membre dans lequel cette entité a son siège statutaire. Lorsque l'entité juridique est une entreprise mère ou une filiale d'une entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes consolidés, il y a lieu d'entendre par "chiffre d'affaires annuel total" le chiffre d'affaires annuel total tel qu'il ressort des derniers comptes consolidés établis par le conseil d'administration ou l'organe d'administration de l'entreprise mère ultime.]1
Art.28. De dwangsommen en geldboetes opgelegd met toepassing van de artikelen 23, § 5, of 27 worden ten voordele van de Schatkist ingevorderd door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
Art.28. Les astreintes et amendes imposées en application des articles 23, § 5, ou 27 sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines.
HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions transitoires.
Art.29. § 1. Natuurlijke of rechtspersonen die op de datum van inwerkingtreding van titel II, rechtstreeks of onrechtstreeks, deelnemingen, als bedoeld in de artikelen 6 en 7, van een in artikel 5 bedoelde emittent houden die 5 % of meer vertegenwoordigen van het totaal van de bestaande stemrechten, geven hiervan kennis overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten, binnen de twee maanden na de inwerkingtreding van titel II.
De in artikel 5 bedoelde emittenten maken de in artikel 15 bedoelde informatie, openbaar uiterlijk tien handelsdagen na de inwerkingtreding van titel II en maken de informatie vervat in de kennisgevingen die zij hebben ontvangen overeenkomstig het eerste lid, binnen drie handelsdagen na ontvangst openbaar overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten.
§ 2. Indien op de datum van inwerkingtreding van titel II in de statuten van een emittent naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 5 lagere quota dan voorgeschreven in artikel 6, § 1, eerste lid, of quota die gelegen zijn tussen de percentages bepaald bij artikel 6, § 1, eerste en tweede lid, zijn bepaald, is § 1 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze statutaire quota in overeenstemming zijn met artikel 18, § 1, tweede lid.
De emittenten als bedoeld in het eerste lid maken de statutaire quota die in overeenstemming zijn met artikel 18, § 1, tweede lid, openbaar overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten uiterlijk 10. handelsdagen na de inwerkingtreding van titel II.
De bepalingen van de artikelen 6 tot 17 en 18, § 1, vijfde lid, zijn van toepassing op de aldus openbaar gemaakte statutaire quota.
De Koning kan op advies van de [1 FSMA]1 een uiterste tijdstip bepalen waartegen de emittenten bedoeld in het eerste lid hun statuten moeten aanpassen om ze in overeenstemming te brengen met artikel 18. Artikel 18, § 1, derde lid, is van toepassing op deze aanpassing.
De in artikel 5 bedoelde emittenten maken de in artikel 15 bedoelde informatie, openbaar uiterlijk tien handelsdagen na de inwerkingtreding van titel II en maken de informatie vervat in de kennisgevingen die zij hebben ontvangen overeenkomstig het eerste lid, binnen drie handelsdagen na ontvangst openbaar overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten.
§ 2. Indien op de datum van inwerkingtreding van titel II in de statuten van een emittent naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 5 lagere quota dan voorgeschreven in artikel 6, § 1, eerste lid, of quota die gelegen zijn tussen de percentages bepaald bij artikel 6, § 1, eerste en tweede lid, zijn bepaald, is § 1 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze statutaire quota in overeenstemming zijn met artikel 18, § 1, tweede lid.
De emittenten als bedoeld in het eerste lid maken de statutaire quota die in overeenstemming zijn met artikel 18, § 1, tweede lid, openbaar overeenkomstig de bepalingen van titel II en zijn uitvoeringsbesluiten uiterlijk 10. handelsdagen na de inwerkingtreding van titel II.
De bepalingen van de artikelen 6 tot 17 en 18, § 1, vijfde lid, zijn van toepassing op de aldus openbaar gemaakte statutaire quota.
De Koning kan op advies van de [1 FSMA]1 een uiterste tijdstip bepalen waartegen de emittenten bedoeld in het eerste lid hun statuten moeten aanpassen om ze in overeenstemming te brengen met artikel 18. Artikel 18, § 1, derde lid, is van toepassing op deze aanpassing.
Art.29. § 1er. Les personnes physiques et morales qui, à la date d'entrée en vigueur du titre II, détiennent, directement ou indirectement, des participations visées aux articles 6 et 7 d'un émetteur visé à l'article 5, représentant 5 % ou davantage du total des droits de vote existants, le notifient conformément aux dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution, dans un délai de deux mois qui suivent l'entrée en vigueur du titre II.
Les émetteurs visés à l'article 5 publient les informations visées a l'article 15 au plus tard dix jours de cotation après l'entrée en vigueur du titre II et publient les informations contenues dans les notifications qu'ils ont reçues conformément a l'alinéa 1er au plus tard dans les trois jours de cotation qui suivent leur réception, dans le respect des dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution.
§ 2. Si, à la date d'entrée en vigueur du titre II, les statuts d'un émetteur de droit belge visé à l'article 5. mentionnent des quotités inférieures à celles prescrites à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, ou des quotités situées entre les pourcentages définis à l'article 6, § 1er, alinéas 1er et 2, le § 1er s'applique par analogie, pour autant que ces quotités statutaires soient conformes à l'article 18, § 1er, alinéa 2.
Les émetteurs visés à l'alinéa 1er publient les quotités statutaires conformes à l'article 18, § 1er, alinéa 2, conformément aux dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution, au plus tard dix jours de cotation après l'entrée en vigueur du titre II.
Les dispositions des articles 6 à 17 et 18, § 1er, alinéa 5, s'appliquent aux quotités statutaires ainsi publiées.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, peut fixer une date ultime à laquelle les émetteurs visés à l'alinéa 1er doivent avoir adapté leurs statuts pour les mettre en conformité avec l'article 18. L'article 18, § 1er, alinéa 3, s'applique à cette adaptation.
Les émetteurs visés à l'article 5 publient les informations visées a l'article 15 au plus tard dix jours de cotation après l'entrée en vigueur du titre II et publient les informations contenues dans les notifications qu'ils ont reçues conformément a l'alinéa 1er au plus tard dans les trois jours de cotation qui suivent leur réception, dans le respect des dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution.
§ 2. Si, à la date d'entrée en vigueur du titre II, les statuts d'un émetteur de droit belge visé à l'article 5. mentionnent des quotités inférieures à celles prescrites à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, ou des quotités situées entre les pourcentages définis à l'article 6, § 1er, alinéas 1er et 2, le § 1er s'applique par analogie, pour autant que ces quotités statutaires soient conformes à l'article 18, § 1er, alinéa 2.
Les émetteurs visés à l'alinéa 1er publient les quotités statutaires conformes à l'article 18, § 1er, alinéa 2, conformément aux dispositions du titre II et de ses arrêtés d'exécution, au plus tard dix jours de cotation après l'entrée en vigueur du titre II.
Les dispositions des articles 6 à 17 et 18, § 1er, alinéa 5, s'appliquent aux quotités statutaires ainsi publiées.
Le Roi, sur avis de la [1 FSMA]1, peut fixer une date ultime à laquelle les émetteurs visés à l'alinéa 1er doivent avoir adapté leurs statuts pour les mettre en conformité avec l'article 18. L'article 18, § 1er, alinéa 3, s'applique à cette adaptation.
TITEL II/1. [1 - Identificatie van aandeelhouders, doorgifte van informatie en facilitering van de uitoefening van aandeelhoudersrechten in de genoteerde vennootschappen.]1
TITRE II/1. [1 - Identification des actionnaires, transmission d'informations et facilitation de l'exercice des droits des actionnaires dans les sociétés cotées.]1
Art.29/1. [1 De vennootschappen die hun statutaire zetel in België hebben en waarvan de aandelen tot de handel op een in een lidstaat gelegen of werkzame gereglementeerde markt zijn toegelaten hebben het recht om hun aandeelhouders te identificeren.]1
Art.29/1. [1 Les sociétés qui ont leur siège statutaire en Belgique et dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé établi ou opérant dans un Etat membre ont le droit d'identifier leurs actionnaires.]1
Art.29/2. [1 § 1. Voor de toepassing van de artikelen 29/3 tot 29/6, wordt met "tussenpersoon" een persoon bedoeld zoals:
1° een beleggingsonderneming als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/EU;
2° een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; of
3° een centrale effectenbewaarinstelling zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012,
die voor rekening van aandeelhouders of andere personen diensten verricht zoals de bewaring van aandelen, het beheer van aandelen of het aanhouden van effectenrekeningen.
§ 2. De artikelen 29/3 tot 29/6 zijn van toepassing op tussenpersonen zodra zij diensten verlenen aan aandeelhouders of aan andere tussenpersonen met betrekking tot aandelen van vennootschappen die hun statutaire zetel in België hebben en waarvan de aandelen tot de handel op een in een lidstaat gelegen of werkzame gereglementeerde markt zijn toegelaten, ongeacht het land waar die tussenpersonen zijn gevestigd.]1
1° een beleggingsonderneming als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/EU;
2° een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; of
3° een centrale effectenbewaarinstelling zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012,
die voor rekening van aandeelhouders of andere personen diensten verricht zoals de bewaring van aandelen, het beheer van aandelen of het aanhouden van effectenrekeningen.
§ 2. De artikelen 29/3 tot 29/6 zijn van toepassing op tussenpersonen zodra zij diensten verlenen aan aandeelhouders of aan andere tussenpersonen met betrekking tot aandelen van vennootschappen die hun statutaire zetel in België hebben en waarvan de aandelen tot de handel op een in een lidstaat gelegen of werkzame gereglementeerde markt zijn toegelaten, ongeacht het land waar die tussenpersonen zijn gevestigd.]1
Art.29/2. [1 § 1er. Aux fins des articles 29/3 à 29/6, on entend par "intermédiaire" une personne telle que:
1° une entreprise d'investissement au sens de l'article 4, paragraphe 1er, point 1), de la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;
2° un établissement de crédit au sens de l'article 4, paragraphe 1er, point 1), du règlement (UE) n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit et aux entreprises d'investissement et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012; ou
3° un dépositaire central de titres au sens de l'article 2, paragraphe 1er, point 1), du règlement (UE) n° 909/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 concernant l'amélioration du règlement de titres dans l'Union européenne et les dépositaires centraux de titres, et modifiant les directives 98/26/CE et 2014/65/UE ainsi que le règlement (UE) n° 236/2012,
qui fournit des services de garde d'actions, de gestion d'actions ou de tenue de comptes de titres pour le compte d'actionnaires ou d'autres personnes.
§ 2. Les articles 29/3 à 29/6 s'appliquent aux intermédiaires dès lors qu'ils fournissent des services à des actionnaires ou à d'autres intermédiaires en ce qui concerne les actions de sociétés qui ont leur siège statutaire en Belgique et dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé établi ou opérant dans un Etat membre, quel que soit le pays où ces intermédiaires sont établis.]1
1° une entreprise d'investissement au sens de l'article 4, paragraphe 1er, point 1), de la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;
2° un établissement de crédit au sens de l'article 4, paragraphe 1er, point 1), du règlement (UE) n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit et aux entreprises d'investissement et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012; ou
3° un dépositaire central de titres au sens de l'article 2, paragraphe 1er, point 1), du règlement (UE) n° 909/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 concernant l'amélioration du règlement de titres dans l'Union européenne et les dépositaires centraux de titres, et modifiant les directives 98/26/CE et 2014/65/UE ainsi que le règlement (UE) n° 236/2012,
qui fournit des services de garde d'actions, de gestion d'actions ou de tenue de comptes de titres pour le compte d'actionnaires ou d'autres personnes.
§ 2. Les articles 29/3 à 29/6 s'appliquent aux intermédiaires dès lors qu'ils fournissent des services à des actionnaires ou à d'autres intermédiaires en ce qui concerne les actions de sociétés qui ont leur siège statutaire en Belgique et dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé établi ou opérant dans un Etat membre, quel que soit le pays où ces intermédiaires sont établis.]1
Art.29/3. [1 § 1. Op verzoek van de vennootschap of een door haar aangewezen derde delen de tussenpersonen aan de vennootschap onverwijld de volgende gegevens mee die het mogelijk maken de identiteit van de aandeelhouders vast te stellen:
1° naam en contactgegevens, met inbegrip van het volledige adres en, indien beschikbaar, het e-mailadres, van de aandeelhouder en, indien het een rechtspersoon betreft, zijn registratienummer of, indien dat niet beschikbaar is, zijn unieke identificatiecode, zoals de identificatiecode voor juridische entiteiten;
2° het aantal gehouden aandelen; en
3° uitsluitend voor zover de vennootschap daarom vraagt, de soorten aandelen en de datum sinds welke de aandelen worden aangehouden.
Wanneer zich in een keten van tussenpersonen meer dan één tussenpersoon bevindt, wordt het verzoek van de vennootschap of van een door haar aangewezen derde onverwijld tussen de tussenpersonen doorgegeven en geeft de tussenpersoon die over de gevraagde gegevens beschikt, de gegevens betreffende de identiteit van de aandeelhouders onverwijld rechtstreeks door aan de vennootschap of aan de door haar aangewezen derde. De vennootschap kan gegevens betreffende de identiteit van de aandeelhouders verkrijgen van eender welke tussenpersoon in de keten die over de gegevens beschikt.
De vennootschap mag de centrale effectenbewaarinstelling of een andere tussenpersoon of dienstverlener verzoeken de gegevens betreffende de identiteit van de aandeelhouders te verzamelen, ook bij de tussenpersonen in de keten van tussenpersonen, en die gegevens aan de vennootschap door te geven.
De tussenpersoon deelt de vennootschap op haar verzoek of op verzoek van een door haar aangewezen derde onverwijld de gegevens mee betreffende de volgende tussenpersoon in de keten van tussenpersonen.
§ 2. Krachtens deze titel worden de persoonsgegevens van aandeelhouders verwerkt om de vennootschap in staat te stellen haar huidige aandeelhouders te identificeren teneinde rechtstreeks met hen te communiceren om de uitoefening van aandeelhoudersrechten en de betrokkenheid van aandeelhouders bij de vennootschap te faciliteren.
Onverminderd een eventuele langere, in een sectorspecifieke wetgevingshandeling van de Europese Unie vastgestelde bewaartermijn bewaren vennootschappen en tussenpersonen persoonsgegevens van aandeelhouders die hun overeenkomstig dit artikel voor de in dit artikel genoemde doeleinden zijn verstrekt, niet langer dan twaalf maanden nadat zij ervan op de hoogte zijn geraakt dat de betrokkene niet langer aandeelhouder is.
Rechtspersonen hebben het recht om onvolledige of onjuiste gegevens betreffende hun aandeelhoudersidentiteit te corrigeren.
De verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in dit artikel of een derde mag de persoonsgegevens van de aandeelhouders niet verwerken voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de in dit artikel bedoelde doeleinden.
§ 3. Een tussenpersoon die gegevens betreffende de identiteit van de aandeelhouders overeenkomstig de in dit artikel vastgestelde voorschriften onthult, wordt niet geacht enige bij overeenkomst of bij wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepaling opgelegde beperking inzake openbaarmaking te overtreden.]1
1° naam en contactgegevens, met inbegrip van het volledige adres en, indien beschikbaar, het e-mailadres, van de aandeelhouder en, indien het een rechtspersoon betreft, zijn registratienummer of, indien dat niet beschikbaar is, zijn unieke identificatiecode, zoals de identificatiecode voor juridische entiteiten;
2° het aantal gehouden aandelen; en
3° uitsluitend voor zover de vennootschap daarom vraagt, de soorten aandelen en de datum sinds welke de aandelen worden aangehouden.
Wanneer zich in een keten van tussenpersonen meer dan één tussenpersoon bevindt, wordt het verzoek van de vennootschap of van een door haar aangewezen derde onverwijld tussen de tussenpersonen doorgegeven en geeft de tussenpersoon die over de gevraagde gegevens beschikt, de gegevens betreffende de identiteit van de aandeelhouders onverwijld rechtstreeks door aan de vennootschap of aan de door haar aangewezen derde. De vennootschap kan gegevens betreffende de identiteit van de aandeelhouders verkrijgen van eender welke tussenpersoon in de keten die over de gegevens beschikt.
De vennootschap mag de centrale effectenbewaarinstelling of een andere tussenpersoon of dienstverlener verzoeken de gegevens betreffende de identiteit van de aandeelhouders te verzamelen, ook bij de tussenpersonen in de keten van tussenpersonen, en die gegevens aan de vennootschap door te geven.
De tussenpersoon deelt de vennootschap op haar verzoek of op verzoek van een door haar aangewezen derde onverwijld de gegevens mee betreffende de volgende tussenpersoon in de keten van tussenpersonen.
§ 2. Krachtens deze titel worden de persoonsgegevens van aandeelhouders verwerkt om de vennootschap in staat te stellen haar huidige aandeelhouders te identificeren teneinde rechtstreeks met hen te communiceren om de uitoefening van aandeelhoudersrechten en de betrokkenheid van aandeelhouders bij de vennootschap te faciliteren.
Onverminderd een eventuele langere, in een sectorspecifieke wetgevingshandeling van de Europese Unie vastgestelde bewaartermijn bewaren vennootschappen en tussenpersonen persoonsgegevens van aandeelhouders die hun overeenkomstig dit artikel voor de in dit artikel genoemde doeleinden zijn verstrekt, niet langer dan twaalf maanden nadat zij ervan op de hoogte zijn geraakt dat de betrokkene niet langer aandeelhouder is.
Rechtspersonen hebben het recht om onvolledige of onjuiste gegevens betreffende hun aandeelhoudersidentiteit te corrigeren.
De verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in dit artikel of een derde mag de persoonsgegevens van de aandeelhouders niet verwerken voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de in dit artikel bedoelde doeleinden.
§ 3. Een tussenpersoon die gegevens betreffende de identiteit van de aandeelhouders overeenkomstig de in dit artikel vastgestelde voorschriften onthult, wordt niet geacht enige bij overeenkomst of bij wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepaling opgelegde beperking inzake openbaarmaking te overtreden.]1
Art.29/3. [1 § 1er. A la demande de la société ou d'un tiers désigné par celle-ci, les intermédiaires communiquent sans retard à la société les informations suivantes permettant d'établir l'identité des actionnaires:
1° le nom des actionnaires et leurs coordonnées, y compris l'adresse complète et, le cas échéant, l'adresse électronique, et, lorsqu'il s'agit de personnes morales, leur numéro de registre ou, à défaut d'un tel numéro, leur identifiant unique, tel que l'identifiant d'entité juridique;
2° le nombre d'actions détenues; et
3° uniquement au cas où cela est exigé par la société, les classes d'actions détenues et la date depuis laquelle les actions sont détenues.
Lorsque la chaîne d'intermédiaires compte plusieurs intermédiaires, la demande de la société ou du tiers désigné par celle-ci est transmise sans retard entre les intermédiaires et les informations relatives à l'identité des actionnaires sont transmises directement à la société ou à un tiers désigné par celle-ci, sans retard, par l'intermédiaire qui détient les informations demandées. La société peut obtenir des informations concernant l'identité des actionnaires auprès de tout intermédiaire dans la chaîne d'intermédiaires qui détient ces informations.
La société est autorisée à demander au dépositaire central de titres ou à un autre intermédiaire ou prestataire de services de recueillir les informations concernant l'identité des actionnaires, y compris auprès des intermédiaires dans la chaîne d'intermédiaires, et de transmettre ces informations à la société.
A la demande de la société ou d'un tiers désigné par celle-ci, l'intermédiaire communique sans retard à la société les coordonnées de l'intermédiaire suivant dans la chaîne d'intermédiaires.
§ 2. Les données à caractère personnel des actionnaires sont traitées en vertu du présent titre afin de permettre à la société d'identifier ses actionnaires actuels pour communiquer directement avec eux, dans le but de faciliter l'exercice des droits des actionnaires et l'engagement des actionnaires dans la société.
Sans préjudice de toute période de conservation plus longue prévue par tout acte législatif sectoriel de l'Union européenne, les sociétés et les intermédiaires ne conservent pas les données à caractère personnel des actionnaires qui leur sont transmises conformément au présent article pour la finalité précisée au présent article pendant plus de douze mois après avoir eu connaissance que la personne concernée n'est plus actionnaire.
Les personnes morales ont le droit de rectifier les informations incomplètes ou inexactes relatives à leur identité d'actionnaire.
Les données à caractère personnel des actionnaires ne peuvent être traitées par le responsable du traitement visé au présent article ou par un tiers pour des finalités incompatibles avec les finalités précisées au présent article.
§ 3. Un intermédiaire qui communique des informations concernant l'identité des actionnaires conformément aux règles fixées dans le présent article n'est pas considéré comme enfreignant une restriction en matière de divulgation d'informations prévue contractuellement ou par une disposition législative, réglementaire ou administrative.]1
1° le nom des actionnaires et leurs coordonnées, y compris l'adresse complète et, le cas échéant, l'adresse électronique, et, lorsqu'il s'agit de personnes morales, leur numéro de registre ou, à défaut d'un tel numéro, leur identifiant unique, tel que l'identifiant d'entité juridique;
2° le nombre d'actions détenues; et
3° uniquement au cas où cela est exigé par la société, les classes d'actions détenues et la date depuis laquelle les actions sont détenues.
Lorsque la chaîne d'intermédiaires compte plusieurs intermédiaires, la demande de la société ou du tiers désigné par celle-ci est transmise sans retard entre les intermédiaires et les informations relatives à l'identité des actionnaires sont transmises directement à la société ou à un tiers désigné par celle-ci, sans retard, par l'intermédiaire qui détient les informations demandées. La société peut obtenir des informations concernant l'identité des actionnaires auprès de tout intermédiaire dans la chaîne d'intermédiaires qui détient ces informations.
La société est autorisée à demander au dépositaire central de titres ou à un autre intermédiaire ou prestataire de services de recueillir les informations concernant l'identité des actionnaires, y compris auprès des intermédiaires dans la chaîne d'intermédiaires, et de transmettre ces informations à la société.
A la demande de la société ou d'un tiers désigné par celle-ci, l'intermédiaire communique sans retard à la société les coordonnées de l'intermédiaire suivant dans la chaîne d'intermédiaires.
§ 2. Les données à caractère personnel des actionnaires sont traitées en vertu du présent titre afin de permettre à la société d'identifier ses actionnaires actuels pour communiquer directement avec eux, dans le but de faciliter l'exercice des droits des actionnaires et l'engagement des actionnaires dans la société.
Sans préjudice de toute période de conservation plus longue prévue par tout acte législatif sectoriel de l'Union européenne, les sociétés et les intermédiaires ne conservent pas les données à caractère personnel des actionnaires qui leur sont transmises conformément au présent article pour la finalité précisée au présent article pendant plus de douze mois après avoir eu connaissance que la personne concernée n'est plus actionnaire.
Les personnes morales ont le droit de rectifier les informations incomplètes ou inexactes relatives à leur identité d'actionnaire.
Les données à caractère personnel des actionnaires ne peuvent être traitées par le responsable du traitement visé au présent article ou par un tiers pour des finalités incompatibles avec les finalités précisées au présent article.
§ 3. Un intermédiaire qui communique des informations concernant l'identité des actionnaires conformément aux règles fixées dans le présent article n'est pas considéré comme enfreignant une restriction en matière de divulgation d'informations prévue contractuellement ou par une disposition législative, réglementaire ou administrative.]1
Art.29/4. [1 § 1. De tussenpersonen geven de volgende informatie van de genoteerde vennootschap onverwijld door aan de aandeelhouders of aan een door de aandeelhouder aangewezen derde:
1° de informatie die de vennootschap aan de aandeelhouder moet verstrekken om de aandeelhouder in staat te stellen rechten uit te oefenen die uit zijn aandelen voortvloeien, en die aan alle houders van aandelen van die soort is gericht, of
2° indien de in de bepaling onder 1° bedoelde informatie voor de aandeelhouders beschikbaar is op de website, een bericht over de plaats waar die informatie op de website van de vennootschap is te vinden.
De vennootschappen verstrekken de in het eerste lid, 1°, bedoelde informatie of de in het eerste lid, 2°, bedoelde aanwijzing tijdig en op gestandaardiseerde wijze aan tussenpersonen.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien vennootschappen die informatie of die aanwijzing rechtstreeks aan alle aandeelhouders of aan een door de aandeelhouders aangewezen derde toezenden.
§ 2. De tussenpersonen geven de informatie die zij van de aandeelhouders hebben ontvangen met betrekking tot de uitoefening van rechten die voortvloeien uit hun aandelen, overeenkomstig de aanwijzingen van de aandeelhouders onverwijld door aan de vennootschap.
Wanneer zich in een keten van tussenpersonen meer dan één tussenpersoon bevindt, geven de tussenpersonen de in dit artikel bedoelde informatie onverwijld aan elkaar door, tenzij de tussenpersoon de informatie rechtstreeks aan de vennootschap of aan de aandeelhouder of aan een door de aandeelhouder aangewezen derde kan doorgeven.]1
1° de informatie die de vennootschap aan de aandeelhouder moet verstrekken om de aandeelhouder in staat te stellen rechten uit te oefenen die uit zijn aandelen voortvloeien, en die aan alle houders van aandelen van die soort is gericht, of
2° indien de in de bepaling onder 1° bedoelde informatie voor de aandeelhouders beschikbaar is op de website, een bericht over de plaats waar die informatie op de website van de vennootschap is te vinden.
De vennootschappen verstrekken de in het eerste lid, 1°, bedoelde informatie of de in het eerste lid, 2°, bedoelde aanwijzing tijdig en op gestandaardiseerde wijze aan tussenpersonen.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien vennootschappen die informatie of die aanwijzing rechtstreeks aan alle aandeelhouders of aan een door de aandeelhouders aangewezen derde toezenden.
§ 2. De tussenpersonen geven de informatie die zij van de aandeelhouders hebben ontvangen met betrekking tot de uitoefening van rechten die voortvloeien uit hun aandelen, overeenkomstig de aanwijzingen van de aandeelhouders onverwijld door aan de vennootschap.
Wanneer zich in een keten van tussenpersonen meer dan één tussenpersoon bevindt, geven de tussenpersonen de in dit artikel bedoelde informatie onverwijld aan elkaar door, tenzij de tussenpersoon de informatie rechtstreeks aan de vennootschap of aan de aandeelhouder of aan een door de aandeelhouder aangewezen derde kan doorgeven.]1
Art.29/4. [1 § 1er. Les intermédiaires sont tenus de transmettre, sans retard, les informations suivantes de la société cotée à l'actionnaire ou à un tiers désigné par l'actionnaire:
1° les informations que la société est tenue de fournir à l'actionnaire, pour permettre à celui-ci d'exercer les droits découlant de ses actions, et qui sont adressées à tous les détenteurs d'actions de cette classe; ou
2° lorsque les informations visées au 1° sont disponibles pour les actionnaires sur le site internet de la société, un avis indiquant à quel endroit sur ce site ces informations peuvent être trouvées.
Les sociétés fournissent aux intermédiaires les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, ou l'avis visé à l'alinéa 1er, 2°, de manière standardisée et en temps utile.
Les alinéas 1er et 2 ne sont pas d'application lorsque les sociétés envoient ces informations ou cet avis directement à tous leurs actionnaires ou à un tiers désigné par l'actionnaire.
§ 2. Les intermédiaires transmettent sans retard à la société, conformément aux instructions qu'ils reçoivent des actionnaires, les informations que donnent ceux-ci en ce qui concerne l'exercice des droits découlant de leurs actions.
Lorsque la chaîne d'intermédiaires compte plusieurs intermédiaires, les informations visées au présent article sont transmises sans retard entre les intermédiaires, à moins que l'intermédiaire ne puisse transmettre ces informations directement à la société ou à l'actionnaire ou à un tiers désigné par l'actionnaire.]1
1° les informations que la société est tenue de fournir à l'actionnaire, pour permettre à celui-ci d'exercer les droits découlant de ses actions, et qui sont adressées à tous les détenteurs d'actions de cette classe; ou
2° lorsque les informations visées au 1° sont disponibles pour les actionnaires sur le site internet de la société, un avis indiquant à quel endroit sur ce site ces informations peuvent être trouvées.
Les sociétés fournissent aux intermédiaires les informations visées à l'alinéa 1er, 1°, ou l'avis visé à l'alinéa 1er, 2°, de manière standardisée et en temps utile.
Les alinéas 1er et 2 ne sont pas d'application lorsque les sociétés envoient ces informations ou cet avis directement à tous leurs actionnaires ou à un tiers désigné par l'actionnaire.
§ 2. Les intermédiaires transmettent sans retard à la société, conformément aux instructions qu'ils reçoivent des actionnaires, les informations que donnent ceux-ci en ce qui concerne l'exercice des droits découlant de leurs actions.
Lorsque la chaîne d'intermédiaires compte plusieurs intermédiaires, les informations visées au présent article sont transmises sans retard entre les intermédiaires, à moins que l'intermédiaire ne puisse transmettre ces informations directement à la société ou à l'actionnaire ou à un tiers désigné par l'actionnaire.]1
Art.29/5. [1 De tussenpersonen faciliteren de uitoefening van de rechten door de aandeelhouder, waaronder het recht om deel te nemen aan en te stemmen op de algemene vergaderingen op ten minste een van de volgende manieren:
1° de tussenpersoon treft de regelingen die noodzakelijk zijn om te zorgen dat de aandeelhouder of een door hem aangewezen derde in staat is om deze rechten zelf uit te oefenen;
2° de tussenpersoon oefent de rechten voortvloeiend uit de aandelen uit met de uitdrukkelijke machtiging en instructie van de aandeelhouder ten behoeve van de aandeelhouder.]1
1° de tussenpersoon treft de regelingen die noodzakelijk zijn om te zorgen dat de aandeelhouder of een door hem aangewezen derde in staat is om deze rechten zelf uit te oefenen;
2° de tussenpersoon oefent de rechten voortvloeiend uit de aandelen uit met de uitdrukkelijke machtiging en instructie van de aandeelhouder ten behoeve van de aandeelhouder.]1
Art.29/5. [1 Les intermédiaires facilitent l'exercice par l'actionnaire de ses droits, notamment le droit de participer aux assemblées générales et d'y voter, au moyen d'une des mesures suivantes au minimum:
1° l'intermédiaire prend les mesures nécessaires pour que l'actionnaire ou un tiers désigné par l'actionnaire puisse exercer les droits lui-même;
2° l'intermédiaire exerce les droits découlant des actions sur autorisation et instruction explicites de l'actionnaire et dans l'intérêt de l'actionnaire.]1
1° l'intermédiaire prend les mesures nécessaires pour que l'actionnaire ou un tiers désigné par l'actionnaire puisse exercer les droits lui-même;
2° l'intermédiaire exerce les droits découlant des actions sur autorisation et instruction explicites de l'actionnaire et dans l'intérêt de l'actionnaire.]1
Art.29/6. [1 Voor elke dienst afzonderlijk maken de tussenpersonen aan het publiek bekend welke kosten in rekening kunnen worden gebracht voor overeenkomstig deze titel verrichte diensten.
Kosten die door een tussenpersoon bij aandeelhouders, vennootschappen of andere tussenpersonen in rekening worden gebracht, zijn niet-discriminatoir en evenredig met de daadwerkelijk voor de dienstverlening gemaakte kosten. Verschillen tussen de aangerekende kosten voor binnenlandse en grensoverschrijdende uitoefening van rechten zijn alleen toegestaan indien zij naar behoren worden gemotiveerd en wanneer zij overeenkomen met de variatie van de daadwerkelijk voor de dienstverlening gemaakte kosten.]1
Kosten die door een tussenpersoon bij aandeelhouders, vennootschappen of andere tussenpersonen in rekening worden gebracht, zijn niet-discriminatoir en evenredig met de daadwerkelijk voor de dienstverlening gemaakte kosten. Verschillen tussen de aangerekende kosten voor binnenlandse en grensoverschrijdende uitoefening van rechten zijn alleen toegestaan indien zij naar behoren worden gemotiveerd en wanneer zij overeenkomen met de variatie van de daadwerkelijk voor de dienstverlening gemaakte kosten.]1
Art.29/6. [1 Les intermédiaires rendent publics les frais éventuels applicables pour les services prévus au présent titre, séparément pour chaque service.
Les frais éventuels prélevés par un intermédiaire auprès d'actionnaires, de sociétés et d'autres intermédiaires sont non-discriminatoires et proportionnés par rapport aux coûts réellement engagés pour fournir les services. Toute différence de frais selon que les droits sont exercés au niveau national ou transfrontalier n'est permise que si elle est dûment motivée et qu'elle correspond à l'écart dans les coûts réellement engagés pour fournir ces services.]1
Les frais éventuels prélevés par un intermédiaire auprès d'actionnaires, de sociétés et d'autres intermédiaires sont non-discriminatoires et proportionnés par rapport aux coûts réellement engagés pour fournir les services. Toute différence de frais selon que les droits sont exercés au niveau national ou transfrontalier n'est permise que si elle est dûment motivée et qu'elle correspond à l'écart dans les coûts réellement engagés pour fournir ces services.]1
TITEL III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
TITRE III. - Dispositions modificatives et abrogatoires.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.
CHAPITRE I. - Modification de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances.
Art.30. In artikel 23bis, § 4, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1991, wordt de laatste zin vervangen als volgt : "De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ".
Art.30. A l'article 23bis, § 4, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, insére par la loi du 19 juillet 1991, la dernière phrase est remplacée comme suit : "Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet.
CHAPITRE II. - Modification de la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation.
Art.31. In artikel 78, § 2, 1°, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, gewijzigd bij de wet van 24 augustus 2005, wordt na punt cc) een punt dd) ingevoegd, luidende : "dd) wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen. ".
Art.31. A l'article 78, § 2, 1°, de la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation, modifié par la loi du 24 août 2005, il est inséré après le point cc) un point dd), rédigé comme suit : "dd) loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes. ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit.
Art.32. In artikel 3, § 1, 3°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, worden de woorden "voor de berekening van de stemrechten wordt rekening gehouden met de stemrechten van effecten die zijn gelijkgesteld met aandelen op grond van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;" vervangen door de woorden "de stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten;".
Art.32. A l'article 3, § 1er, 3°, de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, les mots "pour le calcul des droits de vote, il est tenu compte des droits de vote attachés aux titres assimilés aux actions en vertu de la loi du 2 mars 1989. relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition;" sont remplacees par les mots "le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution;".
Art.33. In artikel 17 van dezelfde wet worden de laatste twee zinnen van het eerste lid vervangen als volgt "De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ".
Art.33. A l'article 17 de la même loi, les deux dernières phrases de l'alinéa 1er sont remplacées par la disposition suivante "Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'a celles de ses arrêtés d'exécution. ".
Art.34. In artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 17 december 1998, 19 november 2004 en 20 juni 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "wet van 2. maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen " vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de voornoemde wet van 2 mei 2007, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. " ;
3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
" Indien de bij § 1 voorgeschreven kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt overgedragen waarvoor de bij § 4 vereiste kennisgeving niet is verricht, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, een persoon die de betrokken kennisgevingen had moeten verrichten, gelasten daartoe over te gaan, op straffe van een dwangsom, binnen de termijn en op de wijze die hij bepaalt. In dezelfde gevallen of indien, ondanks het verzet van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bedoeld in § 3, een deelneming wordt verworven of vergroot, kan hij tevens de maatregelen nemen bedoeld in artikel 516, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen, en alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering nietig verklaren die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden.
De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.
Artikel 516, § 3, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing. " ;
4° In § 6, tweede lid, worden de woorden "artikel 5 van de voornoemde wet van 2 maart 1989" vervangen door de woorden "artikel 515 van het Wetboek van vennootschappen ".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "wet van 2. maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen " vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de voornoemde wet van 2 mei 2007, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. " ;
3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
" Indien de bij § 1 voorgeschreven kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt overgedragen waarvoor de bij § 4 vereiste kennisgeving niet is verricht, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, een persoon die de betrokken kennisgevingen had moeten verrichten, gelasten daartoe over te gaan, op straffe van een dwangsom, binnen de termijn en op de wijze die hij bepaalt. In dezelfde gevallen of indien, ondanks het verzet van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bedoeld in § 3, een deelneming wordt verworven of vergroot, kan hij tevens de maatregelen nemen bedoeld in artikel 516, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen, en alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering nietig verklaren die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden.
De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.
Artikel 516, § 3, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing. " ;
4° In § 6, tweede lid, worden de woorden "artikel 5 van de voornoemde wet van 2 maart 1989" vervangen door de woorden "artikel 515 van het Wetboek van vennootschappen ".
Art.34. A l'article 24 de la même loi, modifié par les lois du 17 décembre 1998, du 19 novembre 2004 et du 20 juin 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "loi du 2 mars 1989. relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplaces par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes ";
2° au § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi précitée du 2 mai 2007, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. " ;
3° le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" En cas d'abstention de donner l'information prescrite par le § 1er ou en cas de cession d'une participation qui n'a pas fait l'objet de l'information prescrite par le § 4, le président du tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège, statuant comme en référé, peut enjoindre à une personne qui aurait dû donner ces informations d'y procéder, sous peine d'astreinte, dans le délai et selon les modalités qu'il fixe. Dans les mêmes cas, ou en cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition de la Commission bancaire, financière et des assurances visée au § 3, il peut, de même, prendre les mesures prévues à l'article 516, § 1er, 1° et 2°, du Code des sociétés, ainsi que prononcer l'annulation de tout ou partie des délibérations d'assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus.
La procédure est engagée par citation émanant de la Commission bancaire, financière et des assurances.
L'article 516, § 3, du Code des sociétés est d'application. " ;
4° Au § 6, alinéa 2, les mots "l'article 5 de la loi précitée du 2 mars 1989" sont remplacés par les mots "l'article 515 du Code des sociétés".
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "loi du 2 mars 1989. relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplaces par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes ";
2° au § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi précitée du 2 mai 2007, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. " ;
3° le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" En cas d'abstention de donner l'information prescrite par le § 1er ou en cas de cession d'une participation qui n'a pas fait l'objet de l'information prescrite par le § 4, le président du tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège, statuant comme en référé, peut enjoindre à une personne qui aurait dû donner ces informations d'y procéder, sous peine d'astreinte, dans le délai et selon les modalités qu'il fixe. Dans les mêmes cas, ou en cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition de la Commission bancaire, financière et des assurances visée au § 3, il peut, de même, prendre les mesures prévues à l'article 516, § 1er, 1° et 2°, du Code des sociétés, ainsi que prononcer l'annulation de tout ou partie des délibérations d'assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus.
La procédure est engagée par citation émanant de la Commission bancaire, financière et des assurances.
L'article 516, § 3, du Code des sociétés est d'application. " ;
4° Au § 6, alinéa 2, les mots "l'article 5 de la loi précitée du 2 mars 1989" sont remplacés par les mots "l'article 515 du Code des sociétés".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs.
CHAPITRE IV. - Modifications de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements.
Art.35. In artikel 59 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, worden de twee laatste zinnen van het eerste lid vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ".
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ".
Art.35. A l'article 59 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements, les deux dernières phrases de l'alinéa 1er sont remplacées par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ".
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ".
Art.36. In artikel 67 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en bij de wetten van 17 december 1998 en 20 juni 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "wet van 2. maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen " vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de voornoemde wet van 2 mei 2007, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ";
3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
" Indien de bij § 1 voorgeschreven kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt overgedragen waarvoor de bij § 4 vereiste kennisgeving niet is verricht, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, een persoon die de betrokken kennisgevingen had moeten verrichten, gelasten daartoe over te gaan, op straffe van een dwangsom, binnen de termijn en op de wijze die hij bepaalt. In dezelfde gevallen of indien, ondanks het verzet van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bedoeld in § 3, een deelneming wordt verworven of vergroot, kan hij tevens de maatregelen nemen bedoeld in artikel 516, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen, en alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering nietig verklaren die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden.
De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen. Artikel 516, § 3, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing. ".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "wet van 2. maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen " vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de voornoemde wet van 2 mei 2007, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ";
3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
" Indien de bij § 1 voorgeschreven kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt overgedragen waarvoor de bij § 4 vereiste kennisgeving niet is verricht, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, een persoon die de betrokken kennisgevingen had moeten verrichten, gelasten daartoe over te gaan, op straffe van een dwangsom, binnen de termijn en op de wijze die hij bepaalt. In dezelfde gevallen of indien, ondanks het verzet van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bedoeld in § 3, een deelneming wordt verworven of vergroot, kan hij tevens de maatregelen nemen bedoeld in artikel 516, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen, en alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering nietig verklaren die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden.
De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen. Artikel 516, § 3, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing. ".
Art.36. A l'article 67 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 22 décembre 1995 et par les lois du 17 décembre 1998 et du 20 juin 2005, sont apportees les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "loi du 2 mars 1989. relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
2° au § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi précitée du 2 mai 2007, ainsi qu'à celles de ses arretes d'exécution. ";
3° Le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" En cas d'abstention de donner l'information prescrite par le § 1er ou en cas de cession d'une participation qui n'a pas fait l'objet de l'information prescrite par le § 4, le président du tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège, statuant comme en référé, peut enjoindre à une personne qui aurait dû donner ces informations d'y procéder, sous peine d'astreinte, dans le délai et selon les modalités qu'il fixe. Dans les mêmes cas, ou en cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition de la Commission bancaire, financière et des assurances visée au § 3, il peut, de même, prendre les mesures prévues à l'article 516, § 1er, 1° et 2°, du Code des sociétés, ainsi que prononcer l'annulation de tout ou partie des délibérations d'assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus.
La procédure est engagée par citation émanant de la Commission bancaire, financière et des assurances. L'article 516, § 3, du Code des sociétés est d'application. ".
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "loi du 2 mars 1989. relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
2° au § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi précitée du 2 mai 2007, ainsi qu'à celles de ses arretes d'exécution. ";
3° Le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" En cas d'abstention de donner l'information prescrite par le § 1er ou en cas de cession d'une participation qui n'a pas fait l'objet de l'information prescrite par le § 4, le président du tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège, statuant comme en référé, peut enjoindre à une personne qui aurait dû donner ces informations d'y procéder, sous peine d'astreinte, dans le délai et selon les modalités qu'il fixe. Dans les mêmes cas, ou en cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition de la Commission bancaire, financière et des assurances visée au § 3, il peut, de même, prendre les mesures prévues à l'article 516, § 1er, 1° et 2°, du Code des sociétés, ainsi que prononcer l'annulation de tout ou partie des délibérations d'assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus.
La procédure est engagée par citation émanant de la Commission bancaire, financière et des assurances. L'article 516, § 3, du Code des sociétés est d'application. ".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het Wetboek van Vennootschappen.
CHAPITRE V. - Modifications du Code des societés.
Art.37. In artikel 514 van het Wetboek van vennootschappen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "stemrechtverlenende effecten zijn genoteerd" worden vervangen door de woorden "aandelen of certificaten die deze aandelen vertegenwoordigen zijn genoteerd";
2° de woorden "wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen" worden vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
3° een tweede lid wordt toegevoegd luidende :
" Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen op wie de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen een kennisgevingsplicht oplegt in andere gevallen. ".
1° de woorden "stemrechtverlenende effecten zijn genoteerd" worden vervangen door de woorden "aandelen of certificaten die deze aandelen vertegenwoordigen zijn genoteerd";
2° de woorden "wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen" worden vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
3° een tweede lid wordt toegevoegd luidende :
" Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen op wie de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen een kennisgevingsplicht oplegt in andere gevallen. ".
Art.37. A l'article 514 du Code des sociétés sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots "les titres conférant le droit de vote sont en tout ou en partie cotés" sont remplacés par les mots "les actions ou certificats représentant ces actions sont en tout ou en partie cotés";
2° les mots "loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition " sont remplacés par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
3° il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit :
" L'alinéa 1er s'applique par analogie aux personnes auxquelles la loi du ... relative à la publicité des participations importantes impose une obligation de notification dans d'autres cas. ".
1° les mots "les titres conférant le droit de vote sont en tout ou en partie cotés" sont remplacés par les mots "les actions ou certificats représentant ces actions sont en tout ou en partie cotés";
2° les mots "loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition " sont remplacés par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
3° il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit :
" L'alinéa 1er s'applique par analogie aux personnes auxquelles la loi du ... relative à la publicité des participations importantes impose une obligation de notification dans d'autres cas. ".
Art.38. In artikel 515 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "artikelen 1 tot 4 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overname aanbiedingen" worden vervangen door de woorden "artikelen 6 tot 17 van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° de woorden "geen stemrechtverlenende effecten genoteerd zijn" worden vervangen door de woorden "geen aandelen of certificaten die deze aandelen vertegenwoordigen genoteerd zijn".
1° de woorden "artikelen 1 tot 4 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overname aanbiedingen" worden vervangen door de woorden "artikelen 6 tot 17 van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° de woorden "geen stemrechtverlenende effecten genoteerd zijn" worden vervangen door de woorden "geen aandelen of certificaten die deze aandelen vertegenwoordigen genoteerd zijn".
Art.38. A l'article 515 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots "articles 1er à 4 de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "articles 6 à 17 de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
2° les mots "les titres conférant le droit de vote ne sont pas cotés" sont remplacés par les mots "les actions ou certificats représentant ces actions ne sont pas cotés".
1° les mots "articles 1er à 4 de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "articles 6 à 17 de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
2° les mots "les titres conférant le droit de vote ne sont pas cotés" sont remplacés par les mots "les actions ou certificats représentant ces actions ne sont pas cotés".
Art.39. In artikel 545 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "Artikel 2 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen" vervangen door de woorden "Artikel 9, § 3, van de wet van 2 mei 2007op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° in het tweede lid, 2°, worden de woorden "artikel 1, § 1, van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen" vervangen door de woorden "artikel 6, § 1, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
3° in het tweede lid, 3°, wordt ". " vervangen door "; en";
4° in het tweede lid wordt een 4° toegevoegd luidende :
" 4° op de effecten waarvan werd kennisgegeven door een volmachtdrager met toepassing van artikel 7, eerste lid, 5°, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, op voorwaarde dat de betrokken volmachtgever of volmachtgevers ofwel zelf minstens twintig dagen voor de datum van de algemene vergadering een kennisgeving hebben gedaan voor de betrokken stemrechtverlenende effecten, ofwel zelf niet verplicht zijn om een kennisgeving te doen voor de betrokken stemrechtverlenende effecten. ".
1° in het eerste lid worden de woorden "Artikel 2 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen" vervangen door de woorden "Artikel 9, § 3, van de wet van 2 mei 2007op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° in het tweede lid, 2°, worden de woorden "artikel 1, § 1, van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen" vervangen door de woorden "artikel 6, § 1, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
3° in het tweede lid, 3°, wordt ". " vervangen door "; en";
4° in het tweede lid wordt een 4° toegevoegd luidende :
" 4° op de effecten waarvan werd kennisgegeven door een volmachtdrager met toepassing van artikel 7, eerste lid, 5°, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, op voorwaarde dat de betrokken volmachtgever of volmachtgevers ofwel zelf minstens twintig dagen voor de datum van de algemene vergadering een kennisgeving hebben gedaan voor de betrokken stemrechtverlenende effecten, ofwel zelf niet verplicht zijn om een kennisgeving te doen voor de betrokken stemrechtverlenende effecten. ".
Art.39. A l'article 545 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "L'article 2 de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "L'article 9, § 3, de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
2° à l'alinéa 2, 2°, les mots "l'article 1er, § 1er, de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 1er, de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
3° à l'alinéa 2, 3°, le ". " est remplacé par "; et";
4° à l'alinéa 2, il est inséré un 4°, rédigé comme suit :
" 4° aux titres notifiés par un mandataire en application de l'article 7, alinéa 1er, 5°, de la loi du 2 mai 2007 relative a la publicité des participations importantes, pour autant que le ou les mandants concernés aient effectué eux-mêmes une notification, au plus tard vingt jours avant la date de l'assemblée générale, portant sur les titres conférant le droit de vote concernés, ou ne soient pas eux-memes obligés d'effectuer une notification portant sur les titres conférant le droit de vote concernés. ".
1° à l'alinéa 1er, les mots "L'article 2 de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "L'article 9, § 3, de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
2° à l'alinéa 2, 2°, les mots "l'article 1er, § 1er, de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "l'article 6, § 1er, de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
3° à l'alinéa 2, 3°, le ". " est remplacé par "; et";
4° à l'alinéa 2, il est inséré un 4°, rédigé comme suit :
" 4° aux titres notifiés par un mandataire en application de l'article 7, alinéa 1er, 5°, de la loi du 2 mai 2007 relative a la publicité des participations importantes, pour autant que le ou les mandants concernés aient effectué eux-mêmes une notification, au plus tard vingt jours avant la date de l'assemblée générale, portant sur les titres conférant le droit de vote concernés, ou ne soient pas eux-memes obligés d'effectuer une notification portant sur les titres conférant le droit de vote concernés. ".
Art.40. In artikel 606, 1°, van hetzelfde Wetboek worden het derde en het vierde lid vervangen als volgt :
" Onder personen die in onderling overleg handelen wordt verstaan,
a) de natuurlijke personen of rechtspersonen die in onderling overleg handelen in de zin van artikel 3, § 1, 5°, a), van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;
b) de natuurlijke personen of rechtspersonen die een akkoord hebben gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de betrokken vennootschap te voeren;
c) de natuurlijke personen of rechtspersonen die een akkoord hebben gesloten aangaande het bezit, de verwerving of de overdracht van stemrechtverlenende effecten. ".
" Onder personen die in onderling overleg handelen wordt verstaan,
a) de natuurlijke personen of rechtspersonen die in onderling overleg handelen in de zin van artikel 3, § 1, 5°, a), van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;
b) de natuurlijke personen of rechtspersonen die een akkoord hebben gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de betrokken vennootschap te voeren;
c) de natuurlijke personen of rechtspersonen die een akkoord hebben gesloten aangaande het bezit, de verwerving of de overdracht van stemrechtverlenende effecten. ".
Art.40. A l'article 606, 1°, du même Code, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par la disposition suivante :
" Par personnes agissant de concert, il faut entendre
a) les personnes physiques ou morales qui agissent de concert au sens de l'article 3, § 1er, 5°, a),de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition;
b) les personnes physiques ou morales qui ont conclu un accord portant sur l'exercice concerté de leurs droits de vote, en vue de mener une politique commune durable vis-à-vis de la société concernée;
c) les personnes physiques ou morales qui ont conclu un accord relatif à la possession, l'acquisition ou la cession de titres conférant le droit de vote. ".
" Par personnes agissant de concert, il faut entendre
a) les personnes physiques ou morales qui agissent de concert au sens de l'article 3, § 1er, 5°, a),de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition;
b) les personnes physiques ou morales qui ont conclu un accord portant sur l'exercice concerté de leurs droits de vote, en vue de mener une politique commune durable vis-à-vis de la société concernée;
c) les personnes physiques ou morales qui ont conclu un accord relatif à la possession, l'acquisition ou la cession de titres conférant le droit de vote. ".
Art.41. In artikel 632, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen" vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen".
Art.41. A l'article 632, § 2, alinéa 3, du même Code, les mots "loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicite des participations importantes".
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 2 août 2002 relative a la surveillance du secteur financier et aux services financiers.
Art.42. Artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, gewijzigd bij de wet van 6 december 2004. en de bijzondere machtenbesluiten van 25 maart 2003 en 24 augustus 2005, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Emittenten van financiële instrumenten die, op hun verzoek of met hun instemming, zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, maken voorkennis die rechtstreeks op hen betrekking heeft, met inbegrip van de wijzigingen van betekenis in reeds openbaar gemaakte informatie, onmiddellijk openbaar. Deze informatie omvat ook financiële gegevens, indien de emittent daarover beschikt.
De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing op de door de Koning, op advies van de CBFA, aangeduide publiekrechtelijke entiteiten, in voorkomend geval onder de voorwaarden die Hij bepaalt.
De in het eerste lid bedoelde emittent kan, op eigen verantwoordelijkheid, de in het eerste lid bedoelde openbaarmaking van voorkennis uitstellen, wanneer hij oordeelt dat die openbaarmaking zijn rechtmatige belangen zou kunnen schaden, op voorwaarde dat dit uitstel de markt niet dreigt te misleiden en de emittent de vertrouwelijkheid van de betrokken informatie kan waar borgen. Op advies van de CBFA bepaalt de Koning welke maatregelen de emittent moet treffen om de vertrouwelijkheid van de betrokken informatie te waarborgen.
Wanneer een emittent of een persoon die namens of voor rekening van de emittent optreedt, de voorkennis waarvan hij de openbaarmaking heeft uitgesteld, in het kader van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie meedeelt aan een derde, moet hij die voorkennis tegelijkertijd openbaar maken. Wanneer de voorkennis onopzettelijk wordt meegedeeld, moet de emittent die onmiddellijk openbaar maken.
Het vierde lid is niet van toepassing wanneer voornoemde derde een geheimhoudingsplicht heeft, ongeacht of die gebaseerd is op wet- of regelgeving, statutaire bepalingen of een overeenkomst.
De emittent moet de CBFA onverwijld in kennis stellen van zijn beslissing om de openbaarmaking van voorkennis uit te stellen.
Behalve in het geval van uitstel van openbaarmaking in overeenstemming met het derde lid of met de toepasselijke buitenlandse wetgeving, of wanneer zij niet onderworpen zijn aan een verplichting om voorkennis als bedoeld in het eerste lid openbaar te maken, maken emittenten als bedoeld in § 3 voorkennis als bedoeld in het eerste lid over aan de CBFA. Zij leven bij de openbaarmaking en de overmaking aan de CBFA de op grond van § 2, 5°, de door de Koning op advies van de CBFA vastgestelde regels na.
§ 2. Op advies van de CBFA bepaalt de Koning :
1° de verplichtingen van de in § 3 bedoelde emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en in voorkomend geval van elke andere persoon die zonder toestemming van de emittent de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt heeft aangevraagd, op het gebied van informatieverstrekking aan het publiek :
a) periodiek over hun activiteiten en resultaten;
b) onverwijld over rechtstreekse of onrechtstreekse wijzigingen in de rechten verbonden aan de financiële instrumenten of aan daarvan afgeleide financiële instrumenten en over nieuwe emissies van leningen;
2° de andere verplichtingen van de emittenten of andere personen bedoeld in 1° ten aanzien van de houders van financiële instrumenten specifiek omwille van de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, inzonderheid met het oog op een gelijke behandeling van de houders die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, en om hen toe te laten de rechten verbonden aan de betrokken financiële instrumenten uit te oefenen;
3° de mogelijkheden van de in 1° bedoelde emittenten ten aanzien van de houders van financiele instrumenten op het vlak van de toezending van informatie langs elektronische weg en, in bijzondere gevallen, de bepaling van de vergaderplaats van de algemene vergadering;
4° de vereisten inzake boekhoudkundige normen die door de in 1° bedoelde emittenten worden toegepast voor de financiële informatieverstrekking aan het publiek;
5° de nadere regels en termijnen voor de openbaarmaking, voor de overmaking aan de CBFA en voor de opslag van de in 1° en 2° bedoelde informatie, met inbegrip van de minimumnormen waaraan het of de opslagmechanismen moeten voldoen;
6° onverminderd de artikelen 33 en volgende, de regels inzake het toezicht, inclusief de bevoegdheden en mogelijke maatregelen, van de CBFA op de naleving van het derde, het vierde en het vijfde lid en op de met toepassing van dit lid, 1° tot 5°, vastgestelde regels, en inzonderheid de voorwaarden tegen welke de CBFA, wanneer een emittent of andere persoon bedoeld in 1° in gebreke blijft :
a) zelf op kosten van de emittent of van deze andere persoon bepaalde informatie kan bekendmaken; of
b) zelf kan openbaar maken dat de emittent of deze andere persoon niet aan zijn verplichtingen voldoet.
De bepalingen vastgesteld ter uitvoering van het eerste lid, 4°, doen geen afbreuk aan de verordenende bevoegdheden toegekend aan de ministers bevoegd voor de Economie, de Justitie en de Middenstand, noch aan de adviesbevoegdheid van de Commissie voor boekhoudkundige normen.
Wanneer hun financiële instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maken emittenten als bedoeld in § 3 de informatie bedoeld in het eerste lid en in § 1 openbaar in het Nederlands of in het Frans, met naleving van de eventueel geldende Belgische rechtsregels, of, als die regels niet van toepassing zijn, in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Wanneer geen financiële instrumenten van de emittent tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, of wanneer uitsluitend schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, maken emittenten als bedoeld in § 3 de informatie bedoeld in het eerste lid en in § 1, in afwijking van het voorgaande lid, openbaar in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Wanneer financiële instrumenten zonder toestemming van de emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, rusten de verplichtingen uit hoofde van het derde en het vierde lid niet op de emittent, maar op de persoon die zonder toestemming van de emittent om toelating tot de verhandeling heeft verzocht.
§ 3. De emittenten bedoeld in § 2, eerste lid, 1°, zijn :
1° ingeval het gaat om emittenten van aandelen dan wel om emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro :
a) emittenten met statutaire zetel in België; of
b) emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die de jaarlijks te verstrekken informatie moeten indienen bij de CBFA overeenkomstig titel X van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
2° voor emittenten die niet onder 1° vallen, de emittenten die België hebben gekozen uit de lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar zij in voorkomend geval hun statutaire zetel hebben en de lidstaten die hun financiële instrumenten tot de verhandeling op een op hun grondgebied gelegen of werkzame gereglementeerde markt hebben toegelaten, met dien verstande dat de emittent slechts één van die lidstaten mag kiezen.
§ 4. Voor de toepassing van § 2, vierde lid, en § 3, 1°, wordt verstaan onder "schuldinstrumenten" : obligaties en andere verhandelbare schuldinstrumenten, met uitzondering van effecten die met aandelen gelijk te stellen zijn of die door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten recht geven tot het verkrijgen van aandelen of met aandelen gelijk te stellen effecten.
Voor de toepassing van § 2, vierde lid, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op de uitgiftedatum gelijk is aan ten minste 50.000 euro.
Voor de toepassing van § 3, 1°, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op de uitgiftedatum minder dan 1.000 euro is, of nagenoeg gelijk is aan 1.000 euro.
Voor de toepassing van § 3, 2° :
1° kan de Koning op advies van de CBFA de procedure vaststellen volgens welke een emittent de daarin bedoelde keuze maakt;
2° kan de Koning op advies van de CBFA de minimumduur bepalen waarvoor de daarin bedoelde keuze geldig blijft.
§ 5. Op advies van de CBFA kan de Koning voor andere emittenten dan die bedoeld in § 3 waarvan financiële instrumenten al dan niet uitsluitend zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt regels bepalen voor de samenwerking van de CBFA met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in de zin van Richtlijn 2004/109/EG, bepalen onder welke voorwaarden de CBFA bewarende maatregelen kan nemen en bepalen welke bewarende maatregelen de CBFA inzonderheid kan nemen.
De informatie betreffende de in het eerste lid bedoelde emittenten wordt openbaar gemaakt in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Op advies van de CBFA kan de Koning de regels inzake openbaarmaking en overmaking aan de CBFA vastgesteld voor informatie betreffende de emittenten bedoeld in § 3 geheel of gedeeltelijk toepasselijk maken voor informatie betreffende andere emittenten dan die bedoeld in § 3 waarvan financiële instrumenten uitsluitend zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt en die moet worden openbaar gemaakt uit hoofde van de nationale wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2004/109/EG.
§ 6. Op advies van de CBFA kan de Koning, in voorkomend geval onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de toepassing van dit artikel geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot en sommige bepalingen van de met toepassing ervan getroffen besluiten geheel of gedeeltelijk toepasselijk maken op emittenten waarvan financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of daarop worden verhandeld. De Koning kan daarbij de regels van dit artikel of van de met toepassing ervan getroffen besluiten aanpassen aan de specificiteit van de betrokken MTF.
De Koning kan bij de uitoefening van deze machtiging, in voorkomend geval, regels bepalen voor bepaalde types van emittenten, voor bepaalde types van MTF's of voor door Hem aangeduide MTF's.
§ 7. Op advies van de CBFA kan de Koning bepalen dat een emittent naar Belgisch recht waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bepaalde inlichtingen, die inzonderheid betrekking hebben op zijn bescherming tegen een openbaar overnamebod, moet bekend maken in zijn jaarverslag bedoeld in de artikelen 95 en 119 van het Wetboek van vennootschappen en dat het bestuursorgaan van de betrokken vennootschap dienaangaande een toelichtend verslag voorlegt aan de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.
§ 8. Onverminderd de verplichtingen van de emittenten inzake informatieverstrekking aan het publiek, stelt het openbaar ministerie de CBFA in kennis van elk advies dat het uitbrengt strekkende tot het toekennen of herroepen van een gerechtelijk akkoord of een faillietverklaring, alsook elke dagvaarding tot faillietverklaring ten aanzien van een emittent waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt. De rechtbank van koophandel stelt de CBFA in kennis van de beslissingen die ze neemt conform de adviezen van het openbaar ministerie of van de faillietverklaring op dagvaarding van het openbaar ministerie. ".
" § 1. Emittenten van financiële instrumenten die, op hun verzoek of met hun instemming, zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, maken voorkennis die rechtstreeks op hen betrekking heeft, met inbegrip van de wijzigingen van betekenis in reeds openbaar gemaakte informatie, onmiddellijk openbaar. Deze informatie omvat ook financiële gegevens, indien de emittent daarover beschikt.
De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing op de door de Koning, op advies van de CBFA, aangeduide publiekrechtelijke entiteiten, in voorkomend geval onder de voorwaarden die Hij bepaalt.
De in het eerste lid bedoelde emittent kan, op eigen verantwoordelijkheid, de in het eerste lid bedoelde openbaarmaking van voorkennis uitstellen, wanneer hij oordeelt dat die openbaarmaking zijn rechtmatige belangen zou kunnen schaden, op voorwaarde dat dit uitstel de markt niet dreigt te misleiden en de emittent de vertrouwelijkheid van de betrokken informatie kan waar borgen. Op advies van de CBFA bepaalt de Koning welke maatregelen de emittent moet treffen om de vertrouwelijkheid van de betrokken informatie te waarborgen.
Wanneer een emittent of een persoon die namens of voor rekening van de emittent optreedt, de voorkennis waarvan hij de openbaarmaking heeft uitgesteld, in het kader van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie meedeelt aan een derde, moet hij die voorkennis tegelijkertijd openbaar maken. Wanneer de voorkennis onopzettelijk wordt meegedeeld, moet de emittent die onmiddellijk openbaar maken.
Het vierde lid is niet van toepassing wanneer voornoemde derde een geheimhoudingsplicht heeft, ongeacht of die gebaseerd is op wet- of regelgeving, statutaire bepalingen of een overeenkomst.
De emittent moet de CBFA onverwijld in kennis stellen van zijn beslissing om de openbaarmaking van voorkennis uit te stellen.
Behalve in het geval van uitstel van openbaarmaking in overeenstemming met het derde lid of met de toepasselijke buitenlandse wetgeving, of wanneer zij niet onderworpen zijn aan een verplichting om voorkennis als bedoeld in het eerste lid openbaar te maken, maken emittenten als bedoeld in § 3 voorkennis als bedoeld in het eerste lid over aan de CBFA. Zij leven bij de openbaarmaking en de overmaking aan de CBFA de op grond van § 2, 5°, de door de Koning op advies van de CBFA vastgestelde regels na.
§ 2. Op advies van de CBFA bepaalt de Koning :
1° de verplichtingen van de in § 3 bedoelde emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en in voorkomend geval van elke andere persoon die zonder toestemming van de emittent de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt heeft aangevraagd, op het gebied van informatieverstrekking aan het publiek :
a) periodiek over hun activiteiten en resultaten;
b) onverwijld over rechtstreekse of onrechtstreekse wijzigingen in de rechten verbonden aan de financiële instrumenten of aan daarvan afgeleide financiële instrumenten en over nieuwe emissies van leningen;
2° de andere verplichtingen van de emittenten of andere personen bedoeld in 1° ten aanzien van de houders van financiële instrumenten specifiek omwille van de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, inzonderheid met het oog op een gelijke behandeling van de houders die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, en om hen toe te laten de rechten verbonden aan de betrokken financiële instrumenten uit te oefenen;
3° de mogelijkheden van de in 1° bedoelde emittenten ten aanzien van de houders van financiele instrumenten op het vlak van de toezending van informatie langs elektronische weg en, in bijzondere gevallen, de bepaling van de vergaderplaats van de algemene vergadering;
4° de vereisten inzake boekhoudkundige normen die door de in 1° bedoelde emittenten worden toegepast voor de financiële informatieverstrekking aan het publiek;
5° de nadere regels en termijnen voor de openbaarmaking, voor de overmaking aan de CBFA en voor de opslag van de in 1° en 2° bedoelde informatie, met inbegrip van de minimumnormen waaraan het of de opslagmechanismen moeten voldoen;
6° onverminderd de artikelen 33 en volgende, de regels inzake het toezicht, inclusief de bevoegdheden en mogelijke maatregelen, van de CBFA op de naleving van het derde, het vierde en het vijfde lid en op de met toepassing van dit lid, 1° tot 5°, vastgestelde regels, en inzonderheid de voorwaarden tegen welke de CBFA, wanneer een emittent of andere persoon bedoeld in 1° in gebreke blijft :
a) zelf op kosten van de emittent of van deze andere persoon bepaalde informatie kan bekendmaken; of
b) zelf kan openbaar maken dat de emittent of deze andere persoon niet aan zijn verplichtingen voldoet.
De bepalingen vastgesteld ter uitvoering van het eerste lid, 4°, doen geen afbreuk aan de verordenende bevoegdheden toegekend aan de ministers bevoegd voor de Economie, de Justitie en de Middenstand, noch aan de adviesbevoegdheid van de Commissie voor boekhoudkundige normen.
Wanneer hun financiële instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maken emittenten als bedoeld in § 3 de informatie bedoeld in het eerste lid en in § 1 openbaar in het Nederlands of in het Frans, met naleving van de eventueel geldende Belgische rechtsregels, of, als die regels niet van toepassing zijn, in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Wanneer geen financiële instrumenten van de emittent tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, of wanneer uitsluitend schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, maken emittenten als bedoeld in § 3 de informatie bedoeld in het eerste lid en in § 1, in afwijking van het voorgaande lid, openbaar in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Wanneer financiële instrumenten zonder toestemming van de emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, rusten de verplichtingen uit hoofde van het derde en het vierde lid niet op de emittent, maar op de persoon die zonder toestemming van de emittent om toelating tot de verhandeling heeft verzocht.
§ 3. De emittenten bedoeld in § 2, eerste lid, 1°, zijn :
1° ingeval het gaat om emittenten van aandelen dan wel om emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro :
a) emittenten met statutaire zetel in België; of
b) emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die de jaarlijks te verstrekken informatie moeten indienen bij de CBFA overeenkomstig titel X van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
2° voor emittenten die niet onder 1° vallen, de emittenten die België hebben gekozen uit de lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar zij in voorkomend geval hun statutaire zetel hebben en de lidstaten die hun financiële instrumenten tot de verhandeling op een op hun grondgebied gelegen of werkzame gereglementeerde markt hebben toegelaten, met dien verstande dat de emittent slechts één van die lidstaten mag kiezen.
§ 4. Voor de toepassing van § 2, vierde lid, en § 3, 1°, wordt verstaan onder "schuldinstrumenten" : obligaties en andere verhandelbare schuldinstrumenten, met uitzondering van effecten die met aandelen gelijk te stellen zijn of die door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten recht geven tot het verkrijgen van aandelen of met aandelen gelijk te stellen effecten.
Voor de toepassing van § 2, vierde lid, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op de uitgiftedatum gelijk is aan ten minste 50.000 euro.
Voor de toepassing van § 3, 1°, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op de uitgiftedatum minder dan 1.000 euro is, of nagenoeg gelijk is aan 1.000 euro.
Voor de toepassing van § 3, 2° :
1° kan de Koning op advies van de CBFA de procedure vaststellen volgens welke een emittent de daarin bedoelde keuze maakt;
2° kan de Koning op advies van de CBFA de minimumduur bepalen waarvoor de daarin bedoelde keuze geldig blijft.
§ 5. Op advies van de CBFA kan de Koning voor andere emittenten dan die bedoeld in § 3 waarvan financiële instrumenten al dan niet uitsluitend zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt regels bepalen voor de samenwerking van de CBFA met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in de zin van Richtlijn 2004/109/EG, bepalen onder welke voorwaarden de CBFA bewarende maatregelen kan nemen en bepalen welke bewarende maatregelen de CBFA inzonderheid kan nemen.
De informatie betreffende de in het eerste lid bedoelde emittenten wordt openbaar gemaakt in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
Op advies van de CBFA kan de Koning de regels inzake openbaarmaking en overmaking aan de CBFA vastgesteld voor informatie betreffende de emittenten bedoeld in § 3 geheel of gedeeltelijk toepasselijk maken voor informatie betreffende andere emittenten dan die bedoeld in § 3 waarvan financiële instrumenten uitsluitend zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt en die moet worden openbaar gemaakt uit hoofde van de nationale wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2004/109/EG.
§ 6. Op advies van de CBFA kan de Koning, in voorkomend geval onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de toepassing van dit artikel geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot en sommige bepalingen van de met toepassing ervan getroffen besluiten geheel of gedeeltelijk toepasselijk maken op emittenten waarvan financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of daarop worden verhandeld. De Koning kan daarbij de regels van dit artikel of van de met toepassing ervan getroffen besluiten aanpassen aan de specificiteit van de betrokken MTF.
De Koning kan bij de uitoefening van deze machtiging, in voorkomend geval, regels bepalen voor bepaalde types van emittenten, voor bepaalde types van MTF's of voor door Hem aangeduide MTF's.
§ 7. Op advies van de CBFA kan de Koning bepalen dat een emittent naar Belgisch recht waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bepaalde inlichtingen, die inzonderheid betrekking hebben op zijn bescherming tegen een openbaar overnamebod, moet bekend maken in zijn jaarverslag bedoeld in de artikelen 95 en 119 van het Wetboek van vennootschappen en dat het bestuursorgaan van de betrokken vennootschap dienaangaande een toelichtend verslag voorlegt aan de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.
§ 8. Onverminderd de verplichtingen van de emittenten inzake informatieverstrekking aan het publiek, stelt het openbaar ministerie de CBFA in kennis van elk advies dat het uitbrengt strekkende tot het toekennen of herroepen van een gerechtelijk akkoord of een faillietverklaring, alsook elke dagvaarding tot faillietverklaring ten aanzien van een emittent waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt. De rechtbank van koophandel stelt de CBFA in kennis van de beslissingen die ze neemt conform de adviezen van het openbaar ministerie of van de faillietverklaring op dagvaarding van het openbaar ministerie. ".
Art.42. L'article 10 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié par la loi du 6 décembre 2004 et par les arrêtés de pouvoirs spéciaux du 25 mars 2003 et du 24 août 2005, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Les émetteurs d'instruments financiers admis, à leur demande ou avec leur accord, à la négociation sur un marché réglementé belge rendent publique immédiatement toute information privilégiée qui les concerne directement, en ce compris tout changement significatif concernant des informations qui ont déjà été rendues publiques. Cette information comprend des données financières si l'emetteur en dispose.
L'obligation visée à l'alinéa 1er n'est pas applicable aux entités de droit public désignées par le Roi sur avis de la CBFA, le cas echéant aux conditions qu'Il détermine.
Un émetteur visé à l'alinéa 1er peut, sous sa propre responsabilité, différer la publication d'une information privilégiée visée à l'alinéa 1er lorsqu'il estime que cette publication est susceptible de porter atteinte a ses intérêts légitimes, pour autant que ce report ne risque pas d'induire le marché en erreur et que l'émetteur soit en mesure d'assurer la confidentialité de ladite information. Le Roi, sur avis de la CBFA, définit les mesures à prendre par l'émetteur pour assurer la confidentialité de l'information en question.
Lorsqu'un émetteur ou une personne agissant au nom ou pour le compte de celui-ci, communique à un tiers, dans l'exercice normal de son travail, de sa profession ou de ses fonctions, l'information privilegiée dont il a différé la publication, il doit simultanément rendre cette information publique. Lorsque l'information privilégiée a été communiquée à un tiers de manière non intentionnelle, l'émetteur doit veiller à rendre cette information immédiatement publique.
L'alinéa 4 n'est pas applicable lorsque le tiers précité est tenu à une obligation de confidentialité, que cette obligation soit légale, réglementaire, statutaire ou contractuelle.
L'émetteur doit informer sans délai la CBFA de sa décision de différer la publication d'une information privilégiée.
Hormis les cas où la publication est différée conformément à l'alinéa 3 ou à la législation étrangère applicable, ou lorsqu'ils ne sont pas soumis à une obligation de publication des informations privilégiées visées à l'alinéa 1er, les émetteurs visés au § 3 transmettent l'information privilégiée visée à l'alinéa 1er à la CBFA. Ils respectent, lors de la publication et de la transmission à la CBFA, les modalités définies par le Roi sur avis de la CBFA en vertu du § 2, 5°.
§ 2. Le Roi, sur avis de la CBFA, définit :
1° les obligations qui incombent aux émetteurs d'instruments financiers admis à la négociation sur un marché réglementé visés au § 3 ainsi que, le cas échéant, à toute autre personne qui, sans autorisation de l'emetteur, a demandé l'admission à la négociation sur un marché réglementé, en matière d'informations à fournir au public :
a) de manière périodique sur leurs activités et résultats;
b) sans délai, quant aux modifications directes et indirectes des droits liés aux instruments financiers ou aux instruments financiers qui en sont dérivés, et quant aux nouvelles émissions d'emprunts;
2° les autres obligations des émetteurs ou des autres personnes visés au 1°, a l'égard des détenteurs d'instruments financiers, en raison, spécifiquement, de l'admission de ces instruments à la négociation sur un marché réglementé, notamment en vue d'assurer un traitement égal des détenteurs qui se trouvent dans des conditions identiques et de leur permettre d'exercer les droits conférés par les instruments financiers en question;
3° les possibilités des émetteurs visés au 1° à l'égard des détenteurs d'instruments financiers en matière d'envoi des informations par voie électronique et, dans des cas particuliers, de détermination du lieu de réunion de l'assemblée générale;
4° les exigences en matière de normes comptables appliquées par les émetteurs visés au 1° pour l'information financière à fournir au public;
5° les modalités et délais de publication, de transmission à la CBFA et de stockage des informations visées aux 1° et 2°, en ce compris les normes minimales auxquelles doivent répondre le ou les mécanismes de stockage;
6° sans préjudice des articles 33 et suivants, les règles relatives au contrôle par la CBFA - en ce compris les pouvoirs et les mesures possibles - du respect des alinéas 3, 4 et 5 et des règles arrêtées en application de cet alinéa, 1° à 5°, et notamment les conditions dans lesquelles, en cas de défaut d'un émetteur ou d'une autre personne visés au 1°, la CBFA peut :
a) elle-même procéder, aux frais de l'émetteur ou de cette autre personne, à la publication de certaines informations; ou
b) elle-même rendre public que l'émetteur ou cette autre personne ne remplit pas ses obligations.
Les dispositions arrêtées en exécution de l'alinéa 1er, 4°, ne portent pas préjudice aux compétences réglementaires dévolues aux ministres ayant dans leurs attributions l'Economie, la Justice et les Classes moyennes, ni à la compétence d'avis de la Commission des normes comptables.
Si leurs instruments financiers sont admis à la négociation sur un marché réglementé belge, les émetteurs visés au § 3 publient les informations visées à l'alinéa 1er et au § 1er en français ou en néerlandais, dans le respect des règles de droit belge éventuellement en vigueur, ou, si ces règles ne sont pas applicables, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Si leurs instruments financiers ne sont pas admis à la négociation sur un marché réglementé belge, ou si seuls des titres de créance d'une valeur nominale unitaire d'au moins 50.000 euros sont admis à la négociation sur un marché réglementé, les émetteurs visés au § 3 publient les informations visées à l'alinéa 1er et au § 1er, par dérogation à l'alinéa précédent, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Lorsque des instruments financiers sont admis à la négociation sur un marché réglementé sans l'autorisation de l'émetteur, les obligations prévues aux alinéas 3 et 4 incombent non pas à l'émetteur, mais à la personne qui a demandé cette admission sans l'autorisation de l'émetteur.
§ 3. Les émetteurs visés au § 2, alinéa 1er, 1°, sont :
1° s'il s'agit d'émetteurs d'actions ou d'émetteurs de titres de créance d'une valeur nominale unitaire inférieure à 1.000 euros :
a) des émetteurs ayant leur siège statutaire en Belgique; ou
b) des émetteurs ayant leur siège statutaire dans un pays non membre de l'Espace économique européen et qui doivent déposer auprès de la CBFA l'information annuelle, conformément aux dispositions du titre X de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;
2° pour les émetteurs ne relevant pas du 1°, les émetteurs qui ont choisi la Belgique entre l'Etat membre de l'Espace économique européen où ils ont le cas échéant leur siège statutaire et les Etats membres qui ont admis leurs instruments financiers à la négociation sur un marché réglementé situé ou opérant sur leur territoire, étant entendu que l'émetteur ne peut choisir qu'un seul de ces Etats membres.
§ 4. Pour l'application du § 2, alinéa 4, et du § 3, 1°, il y a lieu d'entendre par "titres de créance" : les obligations et autres formes de créances titrisées négociables, à l'exception des titres équivalents à des actions ou qui, à la suite de leur conversion ou de l'exercice des droits qu'ils confèrent, donnent le droit d'acquérir des actions ou des titres équivalents à des actions.
Pour l'application du § 2, alinéa 4, les titres de créance libellés dans une monnaie autre que l'euro sont assimilés à des titres de créance d'une valeur nominale unitaire d'au moins 50.000 euros lorsque la contre-valeur de la valeur nominale unitaire à la date d'émission est équivalente à au moins 50.000 euros.
Pour l'application du § 3, 1°, les titres de créance libellés dans une monnaie autre que l'euro sont assimilés à des titres de créance d'une valeur nominale unitaire inférieure à 1.000 euros lorsque la contre-valeur de la valeur nominale unitaire à la date d'émission est inférieure ou presque équivalente à 1.000 euros.
Pour l'application du § 3, 2° :
1° le Roi peut, sur avis de la CBFA, définir la procédure selon laquelle un émetteur fait le choix qui y est visé;
2° le Roi peut, sur avis de la CBFA, définir la durée minimum pendant laquelle ce choix reste valable.
§ 5. Le Roi, sur avis de la CBFA, peut, pour d'autres émetteurs que ceux visés au § 3 dont les instruments financiers sont, exclusivement ou non, admis à la négociation sur un marché réglementé belge, arrêter des règles portant sur la coopération de la CBFA avec l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine au sens de la directive 2004/109/CE, préciser les conditions dans lesquelles la CBFA peut prendre des mesures conservatoires et déterminer les mesures conservatoires que la CBFA peut plus particulièrement prendre.
Les informations relatives aux émetteurs visés à l'alinéa 1er sont publiées en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Le Roi, sur avis de la CBFA, peut rendre les règles en matière de publication et de transmission à la CBFA prévues pour les informations relatives aux émetteurs visés au § 3, applicables en tout ou en partie aux informations qui concernent d'autres émetteurs que ceux visés au § 3 dont les instruments financiers sont exclusivement admis à la négociation sur un marché réglementé belge et qui doivent être publiées en vertu de la législation nationale adoptée aux fins de la transposition de la directive 2004/109/CE.
§ 6. Sur avis de la CBFA, le Roi peut, le cas échéant aux conditions qu'Il définit, étendre en tout ou en partie l'application du présent article et rendre certaines dispositions des arrêtés pris en exécution du présent article applicables en tout ou en partie aux émetteurs dont les instruments financiers sont admis à la négociation sur un MTF ou y sont négociés. Le Roi peut, dans ce cadre, adapter les règles du présent article ou des arrêtés pris pour son exécution, en fonction des spécificités du MTF concerné.
Le cas échéant, le Roi peut, dans l'exercice de cette habilitation, définir des règles pour certains types d'emetteurs, pour certains types de MTF ou pour les MTF déterminés qu'Il désigne.
§ 7. Le Roi peut, sur avis de la CBFA, prévoir qu'un émetteur de droit belge dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un marche réglementé, est tenu de rendre publiques certaines informations, concernant notamment les mécanismes de défense mis en place contre une offre publique d'acquisition, dans son rapport annuel visé aux articles 95 et 119 du Code des sociétés, et que l'organe d'administration de la société concernée présente à ce sujet un rapport explicatif à l'assemblée générale annuelle des actionnaires.
§ 8. Sans préjudice des obligations des émetteurs en matière d'informations à fournir au public, le ministère public informe la CBFA de tout avis qu'il rend visant à l'octroi ou à la révocation d'un concordat judiciaire ou à l'ouverture d'une faillite ou encore de toute citation en faillite qu'il lance à l'égard d'un émetteur dont les instruments financiers sont admis à la négociation sur un marché reglementé belge ou étranger. Le tribunal de commerce informe la CBFA de ses décisions prises en conformité avec les avis formulés par le ministère public ou de l'ouverture d'une faillite faisant suite à une citation du ministère public. ".
" § 1er. Les émetteurs d'instruments financiers admis, à leur demande ou avec leur accord, à la négociation sur un marché réglementé belge rendent publique immédiatement toute information privilégiée qui les concerne directement, en ce compris tout changement significatif concernant des informations qui ont déjà été rendues publiques. Cette information comprend des données financières si l'emetteur en dispose.
L'obligation visée à l'alinéa 1er n'est pas applicable aux entités de droit public désignées par le Roi sur avis de la CBFA, le cas echéant aux conditions qu'Il détermine.
Un émetteur visé à l'alinéa 1er peut, sous sa propre responsabilité, différer la publication d'une information privilégiée visée à l'alinéa 1er lorsqu'il estime que cette publication est susceptible de porter atteinte a ses intérêts légitimes, pour autant que ce report ne risque pas d'induire le marché en erreur et que l'émetteur soit en mesure d'assurer la confidentialité de ladite information. Le Roi, sur avis de la CBFA, définit les mesures à prendre par l'émetteur pour assurer la confidentialité de l'information en question.
Lorsqu'un émetteur ou une personne agissant au nom ou pour le compte de celui-ci, communique à un tiers, dans l'exercice normal de son travail, de sa profession ou de ses fonctions, l'information privilegiée dont il a différé la publication, il doit simultanément rendre cette information publique. Lorsque l'information privilégiée a été communiquée à un tiers de manière non intentionnelle, l'émetteur doit veiller à rendre cette information immédiatement publique.
L'alinéa 4 n'est pas applicable lorsque le tiers précité est tenu à une obligation de confidentialité, que cette obligation soit légale, réglementaire, statutaire ou contractuelle.
L'émetteur doit informer sans délai la CBFA de sa décision de différer la publication d'une information privilégiée.
Hormis les cas où la publication est différée conformément à l'alinéa 3 ou à la législation étrangère applicable, ou lorsqu'ils ne sont pas soumis à une obligation de publication des informations privilégiées visées à l'alinéa 1er, les émetteurs visés au § 3 transmettent l'information privilégiée visée à l'alinéa 1er à la CBFA. Ils respectent, lors de la publication et de la transmission à la CBFA, les modalités définies par le Roi sur avis de la CBFA en vertu du § 2, 5°.
§ 2. Le Roi, sur avis de la CBFA, définit :
1° les obligations qui incombent aux émetteurs d'instruments financiers admis à la négociation sur un marché réglementé visés au § 3 ainsi que, le cas échéant, à toute autre personne qui, sans autorisation de l'emetteur, a demandé l'admission à la négociation sur un marché réglementé, en matière d'informations à fournir au public :
a) de manière périodique sur leurs activités et résultats;
b) sans délai, quant aux modifications directes et indirectes des droits liés aux instruments financiers ou aux instruments financiers qui en sont dérivés, et quant aux nouvelles émissions d'emprunts;
2° les autres obligations des émetteurs ou des autres personnes visés au 1°, a l'égard des détenteurs d'instruments financiers, en raison, spécifiquement, de l'admission de ces instruments à la négociation sur un marché réglementé, notamment en vue d'assurer un traitement égal des détenteurs qui se trouvent dans des conditions identiques et de leur permettre d'exercer les droits conférés par les instruments financiers en question;
3° les possibilités des émetteurs visés au 1° à l'égard des détenteurs d'instruments financiers en matière d'envoi des informations par voie électronique et, dans des cas particuliers, de détermination du lieu de réunion de l'assemblée générale;
4° les exigences en matière de normes comptables appliquées par les émetteurs visés au 1° pour l'information financière à fournir au public;
5° les modalités et délais de publication, de transmission à la CBFA et de stockage des informations visées aux 1° et 2°, en ce compris les normes minimales auxquelles doivent répondre le ou les mécanismes de stockage;
6° sans préjudice des articles 33 et suivants, les règles relatives au contrôle par la CBFA - en ce compris les pouvoirs et les mesures possibles - du respect des alinéas 3, 4 et 5 et des règles arrêtées en application de cet alinéa, 1° à 5°, et notamment les conditions dans lesquelles, en cas de défaut d'un émetteur ou d'une autre personne visés au 1°, la CBFA peut :
a) elle-même procéder, aux frais de l'émetteur ou de cette autre personne, à la publication de certaines informations; ou
b) elle-même rendre public que l'émetteur ou cette autre personne ne remplit pas ses obligations.
Les dispositions arrêtées en exécution de l'alinéa 1er, 4°, ne portent pas préjudice aux compétences réglementaires dévolues aux ministres ayant dans leurs attributions l'Economie, la Justice et les Classes moyennes, ni à la compétence d'avis de la Commission des normes comptables.
Si leurs instruments financiers sont admis à la négociation sur un marché réglementé belge, les émetteurs visés au § 3 publient les informations visées à l'alinéa 1er et au § 1er en français ou en néerlandais, dans le respect des règles de droit belge éventuellement en vigueur, ou, si ces règles ne sont pas applicables, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Si leurs instruments financiers ne sont pas admis à la négociation sur un marché réglementé belge, ou si seuls des titres de créance d'une valeur nominale unitaire d'au moins 50.000 euros sont admis à la négociation sur un marché réglementé, les émetteurs visés au § 3 publient les informations visées à l'alinéa 1er et au § 1er, par dérogation à l'alinéa précédent, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Lorsque des instruments financiers sont admis à la négociation sur un marché réglementé sans l'autorisation de l'émetteur, les obligations prévues aux alinéas 3 et 4 incombent non pas à l'émetteur, mais à la personne qui a demandé cette admission sans l'autorisation de l'émetteur.
§ 3. Les émetteurs visés au § 2, alinéa 1er, 1°, sont :
1° s'il s'agit d'émetteurs d'actions ou d'émetteurs de titres de créance d'une valeur nominale unitaire inférieure à 1.000 euros :
a) des émetteurs ayant leur siège statutaire en Belgique; ou
b) des émetteurs ayant leur siège statutaire dans un pays non membre de l'Espace économique européen et qui doivent déposer auprès de la CBFA l'information annuelle, conformément aux dispositions du titre X de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;
2° pour les émetteurs ne relevant pas du 1°, les émetteurs qui ont choisi la Belgique entre l'Etat membre de l'Espace économique européen où ils ont le cas échéant leur siège statutaire et les Etats membres qui ont admis leurs instruments financiers à la négociation sur un marché réglementé situé ou opérant sur leur territoire, étant entendu que l'émetteur ne peut choisir qu'un seul de ces Etats membres.
§ 4. Pour l'application du § 2, alinéa 4, et du § 3, 1°, il y a lieu d'entendre par "titres de créance" : les obligations et autres formes de créances titrisées négociables, à l'exception des titres équivalents à des actions ou qui, à la suite de leur conversion ou de l'exercice des droits qu'ils confèrent, donnent le droit d'acquérir des actions ou des titres équivalents à des actions.
Pour l'application du § 2, alinéa 4, les titres de créance libellés dans une monnaie autre que l'euro sont assimilés à des titres de créance d'une valeur nominale unitaire d'au moins 50.000 euros lorsque la contre-valeur de la valeur nominale unitaire à la date d'émission est équivalente à au moins 50.000 euros.
Pour l'application du § 3, 1°, les titres de créance libellés dans une monnaie autre que l'euro sont assimilés à des titres de créance d'une valeur nominale unitaire inférieure à 1.000 euros lorsque la contre-valeur de la valeur nominale unitaire à la date d'émission est inférieure ou presque équivalente à 1.000 euros.
Pour l'application du § 3, 2° :
1° le Roi peut, sur avis de la CBFA, définir la procédure selon laquelle un émetteur fait le choix qui y est visé;
2° le Roi peut, sur avis de la CBFA, définir la durée minimum pendant laquelle ce choix reste valable.
§ 5. Le Roi, sur avis de la CBFA, peut, pour d'autres émetteurs que ceux visés au § 3 dont les instruments financiers sont, exclusivement ou non, admis à la négociation sur un marché réglementé belge, arrêter des règles portant sur la coopération de la CBFA avec l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine au sens de la directive 2004/109/CE, préciser les conditions dans lesquelles la CBFA peut prendre des mesures conservatoires et déterminer les mesures conservatoires que la CBFA peut plus particulièrement prendre.
Les informations relatives aux émetteurs visés à l'alinéa 1er sont publiées en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Le Roi, sur avis de la CBFA, peut rendre les règles en matière de publication et de transmission à la CBFA prévues pour les informations relatives aux émetteurs visés au § 3, applicables en tout ou en partie aux informations qui concernent d'autres émetteurs que ceux visés au § 3 dont les instruments financiers sont exclusivement admis à la négociation sur un marché réglementé belge et qui doivent être publiées en vertu de la législation nationale adoptée aux fins de la transposition de la directive 2004/109/CE.
§ 6. Sur avis de la CBFA, le Roi peut, le cas échéant aux conditions qu'Il définit, étendre en tout ou en partie l'application du présent article et rendre certaines dispositions des arrêtés pris en exécution du présent article applicables en tout ou en partie aux émetteurs dont les instruments financiers sont admis à la négociation sur un MTF ou y sont négociés. Le Roi peut, dans ce cadre, adapter les règles du présent article ou des arrêtés pris pour son exécution, en fonction des spécificités du MTF concerné.
Le cas échéant, le Roi peut, dans l'exercice de cette habilitation, définir des règles pour certains types d'emetteurs, pour certains types de MTF ou pour les MTF déterminés qu'Il désigne.
§ 7. Le Roi peut, sur avis de la CBFA, prévoir qu'un émetteur de droit belge dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un marche réglementé, est tenu de rendre publiques certaines informations, concernant notamment les mécanismes de défense mis en place contre une offre publique d'acquisition, dans son rapport annuel visé aux articles 95 et 119 du Code des sociétés, et que l'organe d'administration de la société concernée présente à ce sujet un rapport explicatif à l'assemblée générale annuelle des actionnaires.
§ 8. Sans préjudice des obligations des émetteurs en matière d'informations à fournir au public, le ministère public informe la CBFA de tout avis qu'il rend visant à l'octroi ou à la révocation d'un concordat judiciaire ou à l'ouverture d'une faillite ou encore de toute citation en faillite qu'il lance à l'égard d'un émetteur dont les instruments financiers sont admis à la négociation sur un marché reglementé belge ou étranger. Le tribunal de commerce informe la CBFA de ses décisions prises en conformité avec les avis formulés par le ministère public ou de l'ouverture d'une faillite faisant suite à une citation du ministère public. ".
Art.43. In artikel 19 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ";
2° in § 2 worden de woorden "personen bedoeld in artikel 2 van voornoemde wet van 2 maart 1989" vervangen door de woorden "personen die zich in één van de in artikel 9 van de voornoemde wet van 2 mei 2007 bedoelde situaties bevinden";
3° in § 3, tweede lid, worden de woorden "door personen bedoeld in artikel 2 van voornoemde wet van 2 maart 1989" vervangen door de woorden "door personen die zich in één van de in artikel 9 van de voornoemde wet van 2 mei 2007 bedoelde situaties bevinden".
1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ";
2° in § 2 worden de woorden "personen bedoeld in artikel 2 van voornoemde wet van 2 maart 1989" vervangen door de woorden "personen die zich in één van de in artikel 9 van de voornoemde wet van 2 mei 2007 bedoelde situaties bevinden";
3° in § 3, tweede lid, worden de woorden "door personen bedoeld in artikel 2 van voornoemde wet van 2 maart 1989" vervangen door de woorden "door personen die zich in één van de in artikel 9 van de voornoemde wet van 2 mei 2007 bedoelde situaties bevinden".
Art.43. A l'article 19 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, le second alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ";
2° au § 2, les mots "des personnes visées à l'article 2 de la loi du 2 mars 1989 précitée" sont remplacés par les mots "des personnes se trouvant dans l'une des situations visées à l'article 9 de la loi du 2 mai 2007 précitée";
3° au § 3, alinéa 2, les mots "par des personnes visées à l'article 2 de la loi du 2 mars 1989 précitée" sont remplacés par les mots "par des personnes se trouvant dans l'une des situations visées à l'article 9 de la loi du 2 mai 2007 précitée".
1° au § 1er, le second alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ";
2° au § 2, les mots "des personnes visées à l'article 2 de la loi du 2 mars 1989 précitée" sont remplacés par les mots "des personnes se trouvant dans l'une des situations visées à l'article 9 de la loi du 2 mai 2007 précitée";
3° au § 3, alinéa 2, les mots "par des personnes visées à l'article 2 de la loi du 2 mars 1989 précitée" sont remplacés par les mots "par des personnes se trouvant dans l'une des situations visées à l'article 9 de la loi du 2 mai 2007 précitée".
Art.44. Artikel 21, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
" De erkenningsraad bezit rechtspersoonlijkheid. ".
" De erkenningsraad bezit rechtspersoonlijkheid. ".
Art.44. L'article 21, alinéa 1er, de la même loi est complété comme suit :
" Le conseil d'agrément jouit de la personnalité juridique. ".
" Le conseil d'agrément jouit de la personnalité juridique. ".
Art.45. Artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij de bijzondere machtenbesluiten van 25 maart 2003 en 24 augustus 2005, wordt aangevuld als volgt :
" 4° volgens de nadere regels die Hij bepaalt, de overdraagbaarheid beperken van financiële instrumenten die zijn verworven buiten het kader van een openbare aanbieding tot verkoop of inschrijving, onder de voorwaarden die Hij vastlegt, en voor een periode die Hij bepaalt en die voorafgaat aan de eerste toelating van die instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of een Belgische MTF. ".
" 4° volgens de nadere regels die Hij bepaalt, de overdraagbaarheid beperken van financiële instrumenten die zijn verworven buiten het kader van een openbare aanbieding tot verkoop of inschrijving, onder de voorwaarden die Hij vastlegt, en voor een periode die Hij bepaalt en die voorafgaat aan de eerste toelating van die instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of een Belgische MTF. ".
Art.45. L'article 29 de la même loi, modifié par les arrêtés de pouvoirs spéciaux du 25 mars 2003 et du 24 août 2005, est complété comme suit :
" 4° limiter, selon les modalités qu'Il détermine, la cessibilité d'instruments financiers acquis en dehors d'une offre en vente ou en souscription publique, a des conditions qu'Il détermine et au cours d'une période qu'Il détermine qui précède leur première admission à la négociation sur un marché réglementé belge ou sur un MTF belge. ".
" 4° limiter, selon les modalités qu'Il détermine, la cessibilité d'instruments financiers acquis en dehors d'une offre en vente ou en souscription publique, a des conditions qu'Il détermine et au cours d'une période qu'Il détermine qui précède leur première admission à la négociation sur un marché réglementé belge ou sur un MTF belge. ".
Art.46. Artikel 34 van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij de wet van 19 november 2004, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht bedoeld in artikel 33 of om tegemoet te komen aan verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, beschikt de CBFA 1° ten aanzien van de financiële tussenpersonen, leden van een Belgische gereglementeerde markt of MTF, marktondernemingen, MTF's, verrekenings- of vereffeningsinstellingen, met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen en emittenten van financiële instrumenten over de volgende bevoegdheden :
a) zij kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen, met inbegrip van informatie en documenten die betrekking hebben op de relaties tussen de tussenpersoon en een bepaalde cliënt;
b) zij kan ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem;
c) zij kan de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van deze entiteiten, op kosten van deze entiteiten, om bijzondere verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen; daarnaast kan zij commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van emittenten van financiële instrumenten, op kosten van deze emittenten, periodieke verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen;
d) wanneer deze entiteiten in België gevestigd zijn, kan de CBFA vereisen dat zij haar alle nuttige informatie en documenten bezorgen met betrekking tot ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep en in het buitenland zijn gevestigd;
2° ten aanzien van de bedrijfsleiding van emittenten van financiële instrumenten, de personen die onder de controle van emittenten van financiële instrumenten staan of die controle uitoefenen over emittenten van financiële instrumenten, de personen die zonder toestemming van een emittent om toelating van zijn financiële instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF hebben verzocht, alsook de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen van deze emittenten belaste personen, over de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen bezorgen;
3° ten aanzien van emittenten van financiële instrumenten over de bevoegdheid om te bevelen de onder 1°, a), bedoelde informatie aan het publiek openbaar te maken op de wijze en binnen de termijnen die zij bepaalt.
§ 2. Wanneer dit noodzakelijk is in het kader van haar toezicht op de naleving van de regels inzake marktmisbruik, de informatieverplichtingen van emittenten en de regels inzake gereglementeerde markten, MTF's of andere handelsplatformen, of wanneer zij daartoe wordt verzocht door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, kan de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een onder haar toezicht ressorterende gereglementeerde markt, MTF of enig ander handelsplatform schorsen door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken marktonderneming, beleggingsonderneming of kredietinstelling die daaraan het nodige gevolg geeft.
Wanneer dit noodzakelijk is in het kader van haar toezicht op de naleving van de informatieverplichtingen van emittenten en de regels inzake gereglementeerde markten, MTF's of andere handelsplatformen, of wanneer zij daartoe wordt verzocht door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, kan de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een onder haar toezicht ressorterende gereglementeerde markt, MTF of enig ander handelsplatform verbieden door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken marktonderneming, beleggingsonderneming of kredietinstelling die daaraan het nodige gevolg geeft.
Wanneer de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een Belgische gereglementeerde markt schorst of verbiedt, maakt zij deze beslissing onmiddellijk openbaar en stelt de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten daarvan in kennis.
Wanneer de CBFA door een andere bevoegde autoriteit in kennis wordt gesteld van de schorsing van of het verbod op de verhandeling van een financieel instrument op één of meer gereglementeerde markten, schorst of verbiedt de CBFA de verhandeling van dit financieel instrument op één of meer onder haar ressorterende gereglementeerde markten en MTF's, tenzij zulks de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden.
§ 3. De CBFA kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen door leden op afstand van een Belgische gereglementeerde markt die in de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, of bij hen ter plaatse inspecties en expertises verrichten. Wanneer zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, stelt de CBFA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst hiervan op de hoogte.
De bevoegde autoriteiten van buitenlandse gereglementeerde markten hebben ten aanzien van in België gevestigde leden op afstand van die markten de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen meedelen, of om bij hen ter plaatse inspecties en expertises te verrichten. Wanneer zij van deze bevoegdheid gebruik maken, stellen zij de CBFA hiervan op de hoogte.
§ 4. Marktondernemingen, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen verschaffen de CBFA continue toegang tot de informaticasystemen die de verhandeling van financiële instrumenten mogelijk maken op de gereglementeerde markten en de MTF's die onder het toezicht van de CBFA ressorteren.
Onverminderd § 1 kan de CBFA verrekenings- en vereffeningsinstellingen, alsmede met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen, verzoeken om haar periodiek informatie te verschaffen over transacties in financiële instrumenten die toegelaten zijn tot verhandeling op de gereglementeerde markten en MTF's die onder het toezicht van de CBFA ressorteren, ongeacht of deze transacties op de betrokken markt of handelsfaciliteit zijn uitgevoerd of daarbuiten. ".
" § 1. Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht bedoeld in artikel 33 of om tegemoet te komen aan verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, beschikt de CBFA 1° ten aanzien van de financiële tussenpersonen, leden van een Belgische gereglementeerde markt of MTF, marktondernemingen, MTF's, verrekenings- of vereffeningsinstellingen, met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen en emittenten van financiële instrumenten over de volgende bevoegdheden :
a) zij kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen, met inbegrip van informatie en documenten die betrekking hebben op de relaties tussen de tussenpersoon en een bepaalde cliënt;
b) zij kan ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem;
c) zij kan de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van deze entiteiten, op kosten van deze entiteiten, om bijzondere verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen; daarnaast kan zij commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van emittenten van financiële instrumenten, op kosten van deze emittenten, periodieke verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen;
d) wanneer deze entiteiten in België gevestigd zijn, kan de CBFA vereisen dat zij haar alle nuttige informatie en documenten bezorgen met betrekking tot ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep en in het buitenland zijn gevestigd;
2° ten aanzien van de bedrijfsleiding van emittenten van financiële instrumenten, de personen die onder de controle van emittenten van financiële instrumenten staan of die controle uitoefenen over emittenten van financiële instrumenten, de personen die zonder toestemming van een emittent om toelating van zijn financiële instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF hebben verzocht, alsook de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen van deze emittenten belaste personen, over de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen bezorgen;
3° ten aanzien van emittenten van financiële instrumenten over de bevoegdheid om te bevelen de onder 1°, a), bedoelde informatie aan het publiek openbaar te maken op de wijze en binnen de termijnen die zij bepaalt.
§ 2. Wanneer dit noodzakelijk is in het kader van haar toezicht op de naleving van de regels inzake marktmisbruik, de informatieverplichtingen van emittenten en de regels inzake gereglementeerde markten, MTF's of andere handelsplatformen, of wanneer zij daartoe wordt verzocht door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, kan de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een onder haar toezicht ressorterende gereglementeerde markt, MTF of enig ander handelsplatform schorsen door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken marktonderneming, beleggingsonderneming of kredietinstelling die daaraan het nodige gevolg geeft.
Wanneer dit noodzakelijk is in het kader van haar toezicht op de naleving van de informatieverplichtingen van emittenten en de regels inzake gereglementeerde markten, MTF's of andere handelsplatformen, of wanneer zij daartoe wordt verzocht door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, kan de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een onder haar toezicht ressorterende gereglementeerde markt, MTF of enig ander handelsplatform verbieden door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken marktonderneming, beleggingsonderneming of kredietinstelling die daaraan het nodige gevolg geeft.
Wanneer de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een Belgische gereglementeerde markt schorst of verbiedt, maakt zij deze beslissing onmiddellijk openbaar en stelt de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten daarvan in kennis.
Wanneer de CBFA door een andere bevoegde autoriteit in kennis wordt gesteld van de schorsing van of het verbod op de verhandeling van een financieel instrument op één of meer gereglementeerde markten, schorst of verbiedt de CBFA de verhandeling van dit financieel instrument op één of meer onder haar ressorterende gereglementeerde markten en MTF's, tenzij zulks de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden.
§ 3. De CBFA kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen door leden op afstand van een Belgische gereglementeerde markt die in de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, of bij hen ter plaatse inspecties en expertises verrichten. Wanneer zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, stelt de CBFA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst hiervan op de hoogte.
De bevoegde autoriteiten van buitenlandse gereglementeerde markten hebben ten aanzien van in België gevestigde leden op afstand van die markten de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen meedelen, of om bij hen ter plaatse inspecties en expertises te verrichten. Wanneer zij van deze bevoegdheid gebruik maken, stellen zij de CBFA hiervan op de hoogte.
§ 4. Marktondernemingen, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen verschaffen de CBFA continue toegang tot de informaticasystemen die de verhandeling van financiële instrumenten mogelijk maken op de gereglementeerde markten en de MTF's die onder het toezicht van de CBFA ressorteren.
Onverminderd § 1 kan de CBFA verrekenings- en vereffeningsinstellingen, alsmede met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen, verzoeken om haar periodiek informatie te verschaffen over transacties in financiële instrumenten die toegelaten zijn tot verhandeling op de gereglementeerde markten en MTF's die onder het toezicht van de CBFA ressorteren, ongeacht of deze transacties op de betrokken markt of handelsfaciliteit zijn uitgevoerd of daarbuiten. ".
Art.46. L'article 34 de la même loi, modifié par la loi du 19 novembre 2004, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Pour exercer sa mission de contrôle visée à l'article 33 ou pour répondre aux demandes de coopération émanant d'autorités compétentes au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, la CBFA dispose, 1° à l'égard des intermédiaires financiers, des membres d'un marché réglementé ou d'un MTF belge, des entreprises de marché, des MTF, des organismes de compensation ou de liquidation, des organismes assimilés à des organismes de liquidation et des émetteurs d'instruments financiers, des pouvoirs suivants :
a) elle peut se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, y compris sur les relations entre l'intermédiaire et un client détermine;
b) elle peut procéder à des inspections et expertises sur place, prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et avoir accès à tout système informatique;
c) elle peut demander aux commissaires ou aux personnes chargées du contrôle des états financiers de ces entités, de lui remettre, aux frais de ces entités, des rapports spéciaux sur les sujets qu'elle détermine; elle peut, en outre, demander aux commissaires ou aux personnes chargées du contrôle des états financiers d'émetteurs d'instruments financiers, de lui remettre, aux frais de ces émetteurs, des rapports périodiques sur les sujets qu'elle détermine;
d) elle peut exiger de ces entités, lorsque celles-ci sont établies en Belgique, qu'elles lui fournissent toute information et tout document utiles relatifs à des entreprises qui font partie du même groupe et sont établies à l'étranger;
2° à l'égard des dirigeants d'émetteurs d'instruments financiers, des personnes qui sont contrôlées par des émetteurs d'instruments financiers ou qui contrôlent des émetteurs d'instruments financiers, des personnes qui, sans l'autorisation de l'émetteur, ont demandé l'admission de ses instruments financiers à la négociation sur un marché réglementé ou sur un MTF ainsi qu'à l'egard des commissaires ou des personnes chargées du contrôle des états financiers de ces émetteurs, du pouvoir de se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit;
3° à l'égard des émetteurs d'instruments financiers, du pouvoir d'ordonner de rendre publiques les informations visées au 1°, a), selon les modalités et dans les délais qu'elle détermine.
§ 2. Lorsque cela s'avère nécessaire dans le cadre de son contrôle du respect des règles en matière d'abus de marché, des obligations d'information incombant aux émetteurs et des règles relatives aux marchés réglementés, aux MTF ou à d'autres plateformes de négociation, ou lorsqu'une autorité compétente au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, le lui en fait la demande, la CBFA peut suspendre la négociation d'un instrument financier sur un marché réglementé, un MTF ou toute autre plateforme de négociation fonctionnant sous sa surveillance, en adressant une demande en ce sens à l'entreprise de marche, à l'entreprise d'investissement ou à l'établissement de crédit concerné, qui y donne la suite necessaire.
Lorsque cela s'avère necessaire dans le cadre de son contrôle du respect des obligations d'information incombant aux émetteurs et des règles relatives aux marchés réglementés, aux MTF ou à d'autres plateformes de negociation, ou lorsqu'une autorité compétente au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, le lui en fait la demande, la CBFA peut interdire la négociation d'un instrument financier sur un marché réglementé, un MTF ou toute autre plateforme de négociation fonctionnant sous sa surveillance, en adressant une demande en ce sens à l'entreprise de marché, a l'entreprise d'investissement ou à l'établissement de crédit concerné, qui y donne la suite nécessaire.
Lorsque la CBFA suspend ou interdit la négociation d'un instrument financier sur un marché réglementé belge, elle rend cette décision immédiatement publique et en informe les autorités compétentes des autres Etats membres.
Lorsque la CBFA est informée par une autre autorité compétente de la suspension ou de l'interdiction de la négociation d'un instrument financier sur un ou plusieurs marchés réglementés, elle suspend ou interdit la négociation de cet instrument financier sur un ou plusieurs marches réglementés et MTF fonctionnant sous sa surveillance, sauf si une telle mesure est susceptible de léser d'une manière significative les intérêts des investisseurs ou de compromettre le fonctionnement ordonné du marché.
§ 3. La CBFA peut se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, par les membres à distance d'un marché réglementé belge qui sont établis dans l'Espace économique européen, ou procéder auprès d'eux à des inspections et expertises sur place. Lorsqu'elle fait usage de ce pouvoir, la CBFA en informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine.
Les autorités compétentes des marchés réglementés étrangers peuvent se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, par les membres à distance de ces marchés qui sont établis en Belgique, ou procéder auprès d'eux à des inspections et expertises sur place. Lorsqu'elles font usage de ce pouvoir, les autorités en question en informent la CBFA.
§ 4. Les entreprises de marché, les entreprises d'investissement et les établissements de crédit donnent à la CBFA un accès permanent aux systèmes informatiques qui permettent la négociation d'instruments financiers sur les marchés réglementés et les MTF fonctionnant sous la surveillance de la CBFA.
Sans préjudice du § 1er, la CBFA peut demander aux organismes de compensation et de liquidation, ainsi qu'aux organismes assimilés à des organismes de liquidation, de lui fournir périodiquement des informations concernant les transactions portant sur des instruments financiers admis à la négociation sur les marchés réglementés et les MTF fonctionnant sous la surveillance de la CBFA, que ces transactions aient été exécutées sur le marché ou le système de négociation concerné ou en dehors de celui-ci. ".
" § 1er. Pour exercer sa mission de contrôle visée à l'article 33 ou pour répondre aux demandes de coopération émanant d'autorités compétentes au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, la CBFA dispose, 1° à l'égard des intermédiaires financiers, des membres d'un marché réglementé ou d'un MTF belge, des entreprises de marché, des MTF, des organismes de compensation ou de liquidation, des organismes assimilés à des organismes de liquidation et des émetteurs d'instruments financiers, des pouvoirs suivants :
a) elle peut se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, y compris sur les relations entre l'intermédiaire et un client détermine;
b) elle peut procéder à des inspections et expertises sur place, prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et avoir accès à tout système informatique;
c) elle peut demander aux commissaires ou aux personnes chargées du contrôle des états financiers de ces entités, de lui remettre, aux frais de ces entités, des rapports spéciaux sur les sujets qu'elle détermine; elle peut, en outre, demander aux commissaires ou aux personnes chargées du contrôle des états financiers d'émetteurs d'instruments financiers, de lui remettre, aux frais de ces émetteurs, des rapports périodiques sur les sujets qu'elle détermine;
d) elle peut exiger de ces entités, lorsque celles-ci sont établies en Belgique, qu'elles lui fournissent toute information et tout document utiles relatifs à des entreprises qui font partie du même groupe et sont établies à l'étranger;
2° à l'égard des dirigeants d'émetteurs d'instruments financiers, des personnes qui sont contrôlées par des émetteurs d'instruments financiers ou qui contrôlent des émetteurs d'instruments financiers, des personnes qui, sans l'autorisation de l'émetteur, ont demandé l'admission de ses instruments financiers à la négociation sur un marché réglementé ou sur un MTF ainsi qu'à l'egard des commissaires ou des personnes chargées du contrôle des états financiers de ces émetteurs, du pouvoir de se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit;
3° à l'égard des émetteurs d'instruments financiers, du pouvoir d'ordonner de rendre publiques les informations visées au 1°, a), selon les modalités et dans les délais qu'elle détermine.
§ 2. Lorsque cela s'avère nécessaire dans le cadre de son contrôle du respect des règles en matière d'abus de marché, des obligations d'information incombant aux émetteurs et des règles relatives aux marchés réglementés, aux MTF ou à d'autres plateformes de négociation, ou lorsqu'une autorité compétente au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, le lui en fait la demande, la CBFA peut suspendre la négociation d'un instrument financier sur un marché réglementé, un MTF ou toute autre plateforme de négociation fonctionnant sous sa surveillance, en adressant une demande en ce sens à l'entreprise de marche, à l'entreprise d'investissement ou à l'établissement de crédit concerné, qui y donne la suite necessaire.
Lorsque cela s'avère necessaire dans le cadre de son contrôle du respect des obligations d'information incombant aux émetteurs et des règles relatives aux marchés réglementés, aux MTF ou à d'autres plateformes de negociation, ou lorsqu'une autorité compétente au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, le lui en fait la demande, la CBFA peut interdire la négociation d'un instrument financier sur un marché réglementé, un MTF ou toute autre plateforme de négociation fonctionnant sous sa surveillance, en adressant une demande en ce sens à l'entreprise de marché, a l'entreprise d'investissement ou à l'établissement de crédit concerné, qui y donne la suite nécessaire.
Lorsque la CBFA suspend ou interdit la négociation d'un instrument financier sur un marché réglementé belge, elle rend cette décision immédiatement publique et en informe les autorités compétentes des autres Etats membres.
Lorsque la CBFA est informée par une autre autorité compétente de la suspension ou de l'interdiction de la négociation d'un instrument financier sur un ou plusieurs marchés réglementés, elle suspend ou interdit la négociation de cet instrument financier sur un ou plusieurs marches réglementés et MTF fonctionnant sous sa surveillance, sauf si une telle mesure est susceptible de léser d'une manière significative les intérêts des investisseurs ou de compromettre le fonctionnement ordonné du marché.
§ 3. La CBFA peut se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, par les membres à distance d'un marché réglementé belge qui sont établis dans l'Espace économique européen, ou procéder auprès d'eux à des inspections et expertises sur place. Lorsqu'elle fait usage de ce pouvoir, la CBFA en informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine.
Les autorités compétentes des marchés réglementés étrangers peuvent se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, par les membres à distance de ces marchés qui sont établis en Belgique, ou procéder auprès d'eux à des inspections et expertises sur place. Lorsqu'elles font usage de ce pouvoir, les autorités en question en informent la CBFA.
§ 4. Les entreprises de marché, les entreprises d'investissement et les établissements de crédit donnent à la CBFA un accès permanent aux systèmes informatiques qui permettent la négociation d'instruments financiers sur les marchés réglementés et les MTF fonctionnant sous la surveillance de la CBFA.
Sans préjudice du § 1er, la CBFA peut demander aux organismes de compensation et de liquidation, ainsi qu'aux organismes assimilés à des organismes de liquidation, de lui fournir périodiquement des informations concernant les transactions portant sur des instruments financiers admis à la négociation sur les marchés réglementés et les MTF fonctionnant sous la surveillance de la CBFA, que ces transactions aient été exécutées sur le marché ou le système de négociation concerné ou en dehors de celui-ci. ".
Art.47. Artikel 35 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" § 1. De CBFA heeft ten aanzien van elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen meedelen en toegang te verkrijgen tot elk document, in welke vorm ook, voor de volgende doeleinden :
1° om toezicht uit te oefenen op transacties in financiële instrumenten en desbetreffende gedragsregels, alsmede op de naleving van de artikelen 39 en 40, en om te verifiëren of beleggingsdiensten niet illegaal worden geleverd;
2° om tegemoet te komen aan verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°.
§ 2. De CBFA kan de gerechtelijke overheden verzoeken alle informatie en documenten te verzamelen die nuttig worden geacht voor de in § 1 bedoelde doeleinden. De gerechtelijke overheden delen deze informatie en documenten mee aan de CBFA, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot hangende gerechtelijke procedures niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal.
De bevoegde procureur-generaal kan weigeren om gevolg te geven aan het in het eerste lid bedoelde verzoek wanneer reeds een gerechtelijke procedure is ingesteld wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen of wanneer zij reeds definitief wegens dezelfde feiten werden veroordeeld.
§ 3. De financiële tussenpersonen mogen geen verrichtingen in financiële instrumenten uitvoeren voor rekening van of op verzoek van een persoon zonder deze erover te hebben ingelicht dat zij pas kunnen tussenkomen als zij toestemming hebben om de identiteit van die persoon kenbaar te maken aan de CBFA en aan de bevoegde autoriteiten van de buitenlandse gereglementeerde markten waarvan zij lid op afstand zijn. ".
" § 1. De CBFA heeft ten aanzien van elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen meedelen en toegang te verkrijgen tot elk document, in welke vorm ook, voor de volgende doeleinden :
1° om toezicht uit te oefenen op transacties in financiële instrumenten en desbetreffende gedragsregels, alsmede op de naleving van de artikelen 39 en 40, en om te verifiëren of beleggingsdiensten niet illegaal worden geleverd;
2° om tegemoet te komen aan verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°.
§ 2. De CBFA kan de gerechtelijke overheden verzoeken alle informatie en documenten te verzamelen die nuttig worden geacht voor de in § 1 bedoelde doeleinden. De gerechtelijke overheden delen deze informatie en documenten mee aan de CBFA, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot hangende gerechtelijke procedures niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal.
De bevoegde procureur-generaal kan weigeren om gevolg te geven aan het in het eerste lid bedoelde verzoek wanneer reeds een gerechtelijke procedure is ingesteld wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen of wanneer zij reeds definitief wegens dezelfde feiten werden veroordeeld.
§ 3. De financiële tussenpersonen mogen geen verrichtingen in financiële instrumenten uitvoeren voor rekening van of op verzoek van een persoon zonder deze erover te hebben ingelicht dat zij pas kunnen tussenkomen als zij toestemming hebben om de identiteit van die persoon kenbaar te maken aan de CBFA en aan de bevoegde autoriteiten van de buitenlandse gereglementeerde markten waarvan zij lid op afstand zijn. ".
Art.47. L'article 35 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. La CBFA dispose à l'égard de toute personne physique et de toute personne morale le pouvoir de se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, et d'avoir accès à tout document, sous quelque forme que ce soit, aux fins suivantes :
1° assurer le contrôle des transactions sur instruments financiers et veiller à l'application des règles de conduite y relatives ainsi qu'au respect des articles 39 et 40, et vérifier si des services d'investissement ne sont pas fournis de manière illicite;
2° répondre aux demandes de coopération émanant d'autorités compétentes au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°.
§ 2. La CBFA peut demander aux autorités judiciaires de récolter toute information et tout document jugé utile aux fins mentionnées au § 1er. Les autorités judiciaires transmettent à la CBFA ces informations et documents, sous réserve que les informations et documents relatifs à des procédures judiciaires pendantes ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du procureur général.
Le procureur général competent peut refuser de donner suite à la demande visée à l'alinéa 1er lorsqu'une procédure judiciaire est déjà engagée pour les mêmes faits et contre les mêmes personnes ou lorsque celles-ci ont déjà été définitivement jugées pour les mêmes faits.
§ 3. Les intermédiaires financiers ne peuvent exécuter des operations sur instruments financiers pour le compte ou à la demande d'une personne sans avoir informé celle-ci que leur intervention est subordonnée à l'autorisation de dévoiler l'identité de cette personne à la CBFA ainsi qu'aux autorités compétentes des marchés réglementés étrangers dont ils sont membres à distance. ".
" § 1er. La CBFA dispose à l'égard de toute personne physique et de toute personne morale le pouvoir de se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, et d'avoir accès à tout document, sous quelque forme que ce soit, aux fins suivantes :
1° assurer le contrôle des transactions sur instruments financiers et veiller à l'application des règles de conduite y relatives ainsi qu'au respect des articles 39 et 40, et vérifier si des services d'investissement ne sont pas fournis de manière illicite;
2° répondre aux demandes de coopération émanant d'autorités compétentes au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°.
§ 2. La CBFA peut demander aux autorités judiciaires de récolter toute information et tout document jugé utile aux fins mentionnées au § 1er. Les autorités judiciaires transmettent à la CBFA ces informations et documents, sous réserve que les informations et documents relatifs à des procédures judiciaires pendantes ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du procureur général.
Le procureur général competent peut refuser de donner suite à la demande visée à l'alinéa 1er lorsqu'une procédure judiciaire est déjà engagée pour les mêmes faits et contre les mêmes personnes ou lorsque celles-ci ont déjà été définitivement jugées pour les mêmes faits.
§ 3. Les intermédiaires financiers ne peuvent exécuter des operations sur instruments financiers pour le compte ou à la demande d'une personne sans avoir informé celle-ci que leur intervention est subordonnée à l'autorisation de dévoiler l'identité de cette personne à la CBFA ainsi qu'aux autorités compétentes des marchés réglementés étrangers dont ils sont membres à distance. ".
Art.48. In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 79, dat artikel 87 wordt, welk artikel was opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, een nieuw artikel 79 ingevoegd, luidende :
" Art. 79. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden beschikt de CBFA over de bevoegdheid om iedere persoon op te roepen en te verhoren, volgens de hierna bepaalde regels.
De oproeping voor een verhoor door de CBFA geschiedt hetzij door gewone kennisgeving, hetzij door een ter post aangetekende brief, hetzij door een dagvaarding.
Eenieder die met toepassing van het eerste lid wordt opgeroepen is gehouden om te verschijnen.
Bij het verhoren van personen, ongeacht in welke hoedanigheid zij worden verhoord, neemt de CBFA ten minste de volgende regels in acht :
1° het verhoor begint met de mededeling aan de ondervraagde persoon dat :
a) hij kan vragen dat alle vragen die hem worden gesteld en alle antwoorden die hij geeft, worden genoteerd in de gebruikte bewoordingen;
b) hij kan vragen dat een bepaalde onderzoekshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen;
c) zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt;
2° eenieder die ondervraagd wordt, mag gebruik maken van de documenten in zijn bezit, zonder dat daardoor het verhoor wordt uitgesteld. Hij mag, tijdens de ondervraging of later, eisen dat deze documenten bij het proces-verbaal van het verhoor worden gevoegd;
3° aan het einde van het verhoor geeft de ondervrager de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor te lezen, tenzij hij vraagt dat het hem wordt voorgelezen. Er wordt hem gevraagd of hij zijn verklaringen wil verbeteren of daaraan iets wil toevoegen;
4° indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wenst uit te drukken, worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zelf zijn verklaring te noteren;
5° er wordt de ondervraagde persoon meegedeeld dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan verkrijgen, die hem, desgevraagd, onmiddellijk of binnen een maand wordt overhandigd of verstuurd. ".
" Art. 79. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden beschikt de CBFA over de bevoegdheid om iedere persoon op te roepen en te verhoren, volgens de hierna bepaalde regels.
De oproeping voor een verhoor door de CBFA geschiedt hetzij door gewone kennisgeving, hetzij door een ter post aangetekende brief, hetzij door een dagvaarding.
Eenieder die met toepassing van het eerste lid wordt opgeroepen is gehouden om te verschijnen.
Bij het verhoren van personen, ongeacht in welke hoedanigheid zij worden verhoord, neemt de CBFA ten minste de volgende regels in acht :
1° het verhoor begint met de mededeling aan de ondervraagde persoon dat :
a) hij kan vragen dat alle vragen die hem worden gesteld en alle antwoorden die hij geeft, worden genoteerd in de gebruikte bewoordingen;
b) hij kan vragen dat een bepaalde onderzoekshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen;
c) zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt;
2° eenieder die ondervraagd wordt, mag gebruik maken van de documenten in zijn bezit, zonder dat daardoor het verhoor wordt uitgesteld. Hij mag, tijdens de ondervraging of later, eisen dat deze documenten bij het proces-verbaal van het verhoor worden gevoegd;
3° aan het einde van het verhoor geeft de ondervrager de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor te lezen, tenzij hij vraagt dat het hem wordt voorgelezen. Er wordt hem gevraagd of hij zijn verklaringen wil verbeteren of daaraan iets wil toevoegen;
4° indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wenst uit te drukken, worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zelf zijn verklaring te noteren;
5° er wordt de ondervraagde persoon meegedeeld dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan verkrijgen, die hem, desgevraagd, onmiddellijk of binnen een maand wordt overhandigd of verstuurd. ".
Art.48. Il est inséré dans la même loi, à la place de l'article 79 qui devient l'article 87, lequel avait été abrogé par l'arrêté royal du 25 mars 2003, un article 79 nouveau, rédigé comme suit :
" Art. 79. Aux fins visées à l'article 35, § 1er, 1° et 2°, la CBFA dispose du pouvoir de convoquer et d'entendre toute personne, selon les règles définies ci-dessous.
La convocation à une audition tenue par la CBFA s'effectue soit par simple notification, soit par lettre recommandée à la poste, soit encore par citation.
Toute personne convoquée en application de l'alinéa 1er est tenue de comparaître.
Lors de l'audition de personnes, entendues en quelque qualité que ce soit, la CBFA respectera au moins les règles suivantes :
1° au début de toute audition, il est communiqué à la personne interrogée :
a) qu'elle peut demander que toutes les questions qui lui sont posées et les réponses qu'elle donne soient actées dans les termes utilisés;
b) qu'elle peut demander qu'il soit procédé à tel acte d'information ou telle audition;
c) que ses déclarations peuvent êtres utilisées comme preuve en justice;
2° toute personne interrogée peut utiliser les documents en sa possession, sans que cela puisse entraîner le report de l'interrogatoire. Elle peut, lors de l'interrogatoire ou ultérieurement, exiger que ces documents soient joints au procès-verbal d'audition;
3° à la fin de l'audition, le procès-verbal est donné en lecture à la personne interrogée, à moins que celle-ci ne demande que lecture lui en soit faite. Il lui est demandé si ses déclarations ne doivent pas être corrigées ou complétées;
4° si la personne interrogée souhaite s'exprimer dans une autre langue que celle de la procédure, soit ses déclarations sont notées dans sa langue, soit il lui est demandé de noter elle-même sa déclaration;
5° la personne interrogée est informée de ce qu'elle peut obtenir gratuitement une copie du texte de son audition, laquelle, le cas échéant, lui est remise ou adressée immédiatement ou dans le mois. ".
" Art. 79. Aux fins visées à l'article 35, § 1er, 1° et 2°, la CBFA dispose du pouvoir de convoquer et d'entendre toute personne, selon les règles définies ci-dessous.
La convocation à une audition tenue par la CBFA s'effectue soit par simple notification, soit par lettre recommandée à la poste, soit encore par citation.
Toute personne convoquée en application de l'alinéa 1er est tenue de comparaître.
Lors de l'audition de personnes, entendues en quelque qualité que ce soit, la CBFA respectera au moins les règles suivantes :
1° au début de toute audition, il est communiqué à la personne interrogée :
a) qu'elle peut demander que toutes les questions qui lui sont posées et les réponses qu'elle donne soient actées dans les termes utilisés;
b) qu'elle peut demander qu'il soit procédé à tel acte d'information ou telle audition;
c) que ses déclarations peuvent êtres utilisées comme preuve en justice;
2° toute personne interrogée peut utiliser les documents en sa possession, sans que cela puisse entraîner le report de l'interrogatoire. Elle peut, lors de l'interrogatoire ou ultérieurement, exiger que ces documents soient joints au procès-verbal d'audition;
3° à la fin de l'audition, le procès-verbal est donné en lecture à la personne interrogée, à moins que celle-ci ne demande que lecture lui en soit faite. Il lui est demandé si ses déclarations ne doivent pas être corrigées ou complétées;
4° si la personne interrogée souhaite s'exprimer dans une autre langue que celle de la procédure, soit ses déclarations sont notées dans sa langue, soit il lui est demandé de noter elle-même sa déclaration;
5° la personne interrogée est informée de ce qu'elle peut obtenir gratuitement une copie du texte de son audition, laquelle, le cas échéant, lui est remise ou adressée immédiatement ou dans le mois. ".
Art.49. Het opschrift van "Hoofdstuk IV - Controledienst voor de Verzekeringen" in dezelfde wet wordt geschrapt en de nummering van de navolgende hoofdstukken wordt daaraan aangepast.
Art.49. Dans la même loi, l'intitulé du "Chapitre IV - Office de Contrôle des Assurances" est supprimé et la numerotation des chapitres suivants est adaptée en conséquence.
Art.50. Artikel 80 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 80. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur, in geval van hoogdringendheid en buiten een privé-woning, bij gemotiveerde beslissing de voorlopige inbeslagneming bevelen van gelden, waarden, titels of rechten die eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek door de CBFA of door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, en die hetzij het voorwerp van de onderzochte inbreuk uitmaken, hetzij tot het plegen van de inbreuk bestemd waren of gediend hebben, hetzij een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of er het equivalent van uitmaken.
De maatregel bedoeld in het vorige lid, kan worden bevolen voor een tijdsduur die 48 uur niet mag overschrijden.
Deze termijn kan niet worden hernieuwd.
Voor de uitvoering van dit bevel kunnen de auditeur en de door hem aangewezen personeelsleden, indien nodig, de bijstand vorderen van de openbare macht.
Van de uitvoering van de inbeslagneming wordt procesverbaal opgesteld waaraan een inventaris wordt gehecht waarin alle in beslag genomen zaken worden vermeld.
Voor zover als mogelijk worden die zaken geïndividualiseerd.
Het proces-verbaal wordt ter ondertekening aan de beslagene of de derde-beslagene aangeboden, die er kosteloos een kopie van ontvangen. ".
" Art. 80. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur, in geval van hoogdringendheid en buiten een privé-woning, bij gemotiveerde beslissing de voorlopige inbeslagneming bevelen van gelden, waarden, titels of rechten die eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek door de CBFA of door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, en die hetzij het voorwerp van de onderzochte inbreuk uitmaken, hetzij tot het plegen van de inbreuk bestemd waren of gediend hebben, hetzij een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of er het equivalent van uitmaken.
De maatregel bedoeld in het vorige lid, kan worden bevolen voor een tijdsduur die 48 uur niet mag overschrijden.
Deze termijn kan niet worden hernieuwd.
Voor de uitvoering van dit bevel kunnen de auditeur en de door hem aangewezen personeelsleden, indien nodig, de bijstand vorderen van de openbare macht.
Van de uitvoering van de inbeslagneming wordt procesverbaal opgesteld waaraan een inventaris wordt gehecht waarin alle in beslag genomen zaken worden vermeld.
Voor zover als mogelijk worden die zaken geïndividualiseerd.
Het proces-verbaal wordt ter ondertekening aan de beslagene of de derde-beslagene aangeboden, die er kosteloos een kopie van ontvangen. ".
Art.50. L'article 80 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 25 mars 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 80. Aux fins visées à l'article 35, § 1er, 1° et 2°, l'auditeur peut, en cas d'urgence, ordonner par décision motivée, sauf dans une habitation privee, la saisie provisoire de fonds, valeurs, titres ou droits qui sont la propriété de la personne faisant l'objet d'une enquête menée par la CBFA ou par une autorité compétente au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, et qui, soit constituent l'objet de l'infraction examinée, soit étaient destinés ou ont servi à commettre l'infraction en question, soit constituent un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou en constituent l'équivalent.
La mesure visée à l'alinéa précédent peut être ordonnée pour une durée ne depassant pas 48 heures.
Ce délai ne peut être renouvelé.
Aux fins d'exécuter cet ordre, l'auditeur et les membres du personnel désignés par lui peuvent, au besoin, demander l'assistance des pouvoirs publics.
L'exécution de la saisie fait l'objet d'un procès-verbal auquel est joint un inventaire de tous les actifs saisis.
Ces actifs sont, dans la mesure du possible, individualisés.
Le procès-verbal est soumis à la signature du saisi ou du tiers saisi, qui en reçoivent une copie gratuitement. ".
" Art. 80. Aux fins visées à l'article 35, § 1er, 1° et 2°, l'auditeur peut, en cas d'urgence, ordonner par décision motivée, sauf dans une habitation privee, la saisie provisoire de fonds, valeurs, titres ou droits qui sont la propriété de la personne faisant l'objet d'une enquête menée par la CBFA ou par une autorité compétente au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, et qui, soit constituent l'objet de l'infraction examinée, soit étaient destinés ou ont servi à commettre l'infraction en question, soit constituent un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou en constituent l'équivalent.
La mesure visée à l'alinéa précédent peut être ordonnée pour une durée ne depassant pas 48 heures.
Ce délai ne peut être renouvelé.
Aux fins d'exécuter cet ordre, l'auditeur et les membres du personnel désignés par lui peuvent, au besoin, demander l'assistance des pouvoirs publics.
L'exécution de la saisie fait l'objet d'un procès-verbal auquel est joint un inventaire de tous les actifs saisis.
Ces actifs sont, dans la mesure du possible, individualisés.
Le procès-verbal est soumis à la signature du saisi ou du tiers saisi, qui en reçoivent une copie gratuitement. ".
Art.51. Artikel 81 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 81. § 1. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur bij een gemotiveerde en schriftelijke beslissing, van de operator van een telecommunicatienetwerk of van de verstrekker van een telecommunicatiedienst vorderen :
1° de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een telecommunicatiedienst te identificeren;
2° de identificatiegegevens mee te delen met betrekking tot telecommunicatiediensten waarop een bepaald persoon geabonneerd is of die door een bepaald persoon gewoonlijk worden gebruikt.
De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
§ 2. De operator van een telecommunicatienetwerk of de verstrekker van een telecommunicatiedienst delen na ontvangst van de in § 1, eerste lid, bedoelde vordering, onverwijld aan de auditeur de schatting van de kostprijs mee van de gevraagde inlichtingen en van de termijn die nodig is om de informatie te verzamelen.
Na ontvangst van de bevestiging van de vordering van de auditeur verschaffen de in het eerste lid bedoelde operator en verstrekker de gevraagde gegevens binnen een door de auditeur bepaalde termijn.
§ 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van een vordering als bedoeld in § 1, of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. ".
" Art. 81. § 1. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur bij een gemotiveerde en schriftelijke beslissing, van de operator van een telecommunicatienetwerk of van de verstrekker van een telecommunicatiedienst vorderen :
1° de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een telecommunicatiedienst te identificeren;
2° de identificatiegegevens mee te delen met betrekking tot telecommunicatiediensten waarop een bepaald persoon geabonneerd is of die door een bepaald persoon gewoonlijk worden gebruikt.
De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
§ 2. De operator van een telecommunicatienetwerk of de verstrekker van een telecommunicatiedienst delen na ontvangst van de in § 1, eerste lid, bedoelde vordering, onverwijld aan de auditeur de schatting van de kostprijs mee van de gevraagde inlichtingen en van de termijn die nodig is om de informatie te verzamelen.
Na ontvangst van de bevestiging van de vordering van de auditeur verschaffen de in het eerste lid bedoelde operator en verstrekker de gevraagde gegevens binnen een door de auditeur bepaalde termijn.
§ 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van een vordering als bedoeld in § 1, of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. ".
Art.51. L'article 81 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 25 mars 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 81. § 1er. Aux fins visées à l'article 35, § 1er, 1° et 2°, l'auditeur peut, par décision écrite et motivée, requérir l'opérateur d'un réseau de télécommunication ou le fournisseur d'un service de télécommunication :
1° d'identifier l'abonné ou l'utilisateur habituel d'un service de télécommunication;
2° de communiquer les données d'identification relatives aux services de télecommunication auxquels une personne déterminée est abonnée ou qui sont habituellement utilisés par une personne déterminée.
L'auditeur indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
§ 2. Après réception de la demande visée au § 1er, alinéa 1er, l'opérateur d'un réseau de télécommunication ou le fournisseur d'un service de télécommunication communique sans délai à l'auditeur une estimation du coût des informations demandées et du délai nécessaire pour rassembler ces informations.
Après réception de la confirmation de la demande de l'auditeur, l'opérateur et le fournisseur visés à l'alinéa 1er communiquent les données demandées dans le délai fixé par l'auditeur.
§ 3. Toute personne qui, du chef de sa fonction, a connaissance d'une demande visée au § 1er ou y prête son concours, est tenue de garder le secret. Toute violation du secret est punie conformément à l'article 458. du Code pénal. ".
" Art. 81. § 1er. Aux fins visées à l'article 35, § 1er, 1° et 2°, l'auditeur peut, par décision écrite et motivée, requérir l'opérateur d'un réseau de télécommunication ou le fournisseur d'un service de télécommunication :
1° d'identifier l'abonné ou l'utilisateur habituel d'un service de télécommunication;
2° de communiquer les données d'identification relatives aux services de télecommunication auxquels une personne déterminée est abonnée ou qui sont habituellement utilisés par une personne déterminée.
L'auditeur indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
§ 2. Après réception de la demande visée au § 1er, alinéa 1er, l'opérateur d'un réseau de télécommunication ou le fournisseur d'un service de télécommunication communique sans délai à l'auditeur une estimation du coût des informations demandées et du délai nécessaire pour rassembler ces informations.
Après réception de la confirmation de la demande de l'auditeur, l'opérateur et le fournisseur visés à l'alinéa 1er communiquent les données demandées dans le délai fixé par l'auditeur.
§ 3. Toute personne qui, du chef de sa fonction, a connaissance d'une demande visée au § 1er ou y prête son concours, est tenue de garder le secret. Toute violation du secret est punie conformément à l'article 458. du Code pénal. ".
Art.52. Artikel 82 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 82. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur, mits voorafgaande toestemming van een onderzoeksrechter :
1° buiten een privé-woning de inbeslagneming bevelen van gelden, waarden, titels of rechten die eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek door de CBFA of door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, en die hetzij het voorwerp van de onderzochte inbreuk uitmaken, hetzij tot het plegen van de inbreuk bestemd waren of gediend hebben, hetzij een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of er het equivalent van uitmaken, volgens de regels bepaald bij artikel 83;
2° de mededeling vorderen van oproepgegevens van telecommunicatiemiddelen, evenals van de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie, volgens de regels bepaald bij artikel 84;
3° een tijdelijk verbod op de beroepsuitoefening opleggen, volgens de regels bepaald bij artikel 85. ".
" Art. 82. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur, mits voorafgaande toestemming van een onderzoeksrechter :
1° buiten een privé-woning de inbeslagneming bevelen van gelden, waarden, titels of rechten die eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek door de CBFA of door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, en die hetzij het voorwerp van de onderzochte inbreuk uitmaken, hetzij tot het plegen van de inbreuk bestemd waren of gediend hebben, hetzij een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of er het equivalent van uitmaken, volgens de regels bepaald bij artikel 83;
2° de mededeling vorderen van oproepgegevens van telecommunicatiemiddelen, evenals van de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie, volgens de regels bepaald bij artikel 84;
3° een tijdelijk verbod op de beroepsuitoefening opleggen, volgens de regels bepaald bij artikel 85. ".
Art.52. L'article 82 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 25 mars 2003, est retabli dans la rédaction suivante :
" Art. 82. Aux fins visées à l'article 35, § 1er, 1° et 2°, l'auditeur peut, moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction :
1° ordonner, selon les règles prévues à l'article 83, sauf dans une habitation privée, la saisie de fonds, valeurs, titres ou droits qui sont la propriété de la personne faisant l'objet d'une enquête menée par la CBFA ou par une autorité compétente au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, et qui, soit constituent l'objet de l'infraction examinée, soit étaient destinés ou ont servi à commettre l'infraction en question, soit constituent un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou en constituent l'équivalent;
2° requérir, selon les règles prévues à l'article 84, la communication des données d'appel de moyens de télécommunication, ainsi que de l'origine ou de la destination de télécommunications;
3° imposer, selon les règles prévues à l'article 85, une interdiction temporaire d'exercice de l'activité professionnelle. ".
" Art. 82. Aux fins visées à l'article 35, § 1er, 1° et 2°, l'auditeur peut, moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction :
1° ordonner, selon les règles prévues à l'article 83, sauf dans une habitation privée, la saisie de fonds, valeurs, titres ou droits qui sont la propriété de la personne faisant l'objet d'une enquête menée par la CBFA ou par une autorité compétente au sens de l'article 75, § 1er, 3° ou 4°, et qui, soit constituent l'objet de l'infraction examinée, soit étaient destinés ou ont servi à commettre l'infraction en question, soit constituent un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou en constituent l'équivalent;
2° requérir, selon les règles prévues à l'article 84, la communication des données d'appel de moyens de télécommunication, ainsi que de l'origine ou de la destination de télécommunications;
3° imposer, selon les règles prévues à l'article 85, une interdiction temporaire d'exercice de l'activité professionnelle. ".
Art.53. Artikel 83 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Artikel 83. § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 1°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter, kan de auditeur, bij een gemotiveerde beslissing, buiten een privé-woning de inbeslagneming bevelen van de zaken bedoeld in artikel 82, 1°.
De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
Voor de uitvoering van dit bevel kunnen de auditeur en de door hem aangewezen personeelsleden, indien nodig, de bijstand vorderen van de openbare macht.
De bepalingen van artikel 80, vierde en vijfde lid, zijn van toepassing op deze onderzoekshandeling.
§ 2. De maatregel van inbeslagneming door de auditeur vervalt van rechtswege, hetzij vanaf het verstrijken van de in artikel 121, § 2, tweede lid, bedoelde termijn van beroep tegen de beslissing van het directiecomité, hetzij de dag volgend op het arrest van het Hof van Beroep te Brussel uitgesproken met toepassing van artikel 121, § 1, eerste lid, 4°.
In afwijking van het eerste lid, vervalt de inbeslagneming wat de zaken betreft die in de beslissing van het directiecomité of, in voorkomend geval, van het hof van beroep te Brussel worden aangemerkt als een vermogensvoordeel dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of als het equivalent ervan, slechts op het ogenblik waarop de geldboete die met toepassing van artikel 36, § 2, werd opgelegd, integraal werd betaald. ".
" Artikel 83. § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 1°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter, kan de auditeur, bij een gemotiveerde beslissing, buiten een privé-woning de inbeslagneming bevelen van de zaken bedoeld in artikel 82, 1°.
De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
Voor de uitvoering van dit bevel kunnen de auditeur en de door hem aangewezen personeelsleden, indien nodig, de bijstand vorderen van de openbare macht.
De bepalingen van artikel 80, vierde en vijfde lid, zijn van toepassing op deze onderzoekshandeling.
§ 2. De maatregel van inbeslagneming door de auditeur vervalt van rechtswege, hetzij vanaf het verstrijken van de in artikel 121, § 2, tweede lid, bedoelde termijn van beroep tegen de beslissing van het directiecomité, hetzij de dag volgend op het arrest van het Hof van Beroep te Brussel uitgesproken met toepassing van artikel 121, § 1, eerste lid, 4°.
In afwijking van het eerste lid, vervalt de inbeslagneming wat de zaken betreft die in de beslissing van het directiecomité of, in voorkomend geval, van het hof van beroep te Brussel worden aangemerkt als een vermogensvoordeel dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of als het equivalent ervan, slechts op het ogenblik waarop de geldboete die met toepassing van artikel 36, § 2, werd opgelegd, integraal werd betaald. ".
Art.53. L'article 83 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 25 mars 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 83. § 1er. Aux fins visées à l'article 82, 1°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, l'auditeur peut, par décision motivée, ordonner, sauf dans une habitation privée, la saisie des actifs visés à l'article 82, 1°.
L'auditeur indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
Aux fins d'exécuter cet ordre, l'auditeur et les membres du personnel désignés par lui peuvent, au besoin, demander l'assistance des pouvoirs publics.
Les dispositions de l'article 80, alinéas 4 et 5, sont applicables à cet acte d'investigation.
§ 2. La mesure de saisie prise par l'auditeur s'éteint de plein droit, soit à la date d'expiration du délai de recours contre la décision du comité de direction, visé à l'article 121, § 2, alinéa 2, soit le lendemain du jour auquel a été prononcé l'arrêt de la cour d'appel de Bruxelles en application de l'article 121, § 1er, alinéa 1er, 4°.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la saisie, pour ce qui est des actifs considérés dans la décision du comité de direction ou, le cas echéant, de la cour d'appel de Bruxelles comme un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou comme l'équivalent d'un tel avantage, ne s'éteint qu'au moment où l'amende infligée en application de l'article 36, § 2, a été payée intégralement. ".
" Art. 83. § 1er. Aux fins visées à l'article 82, 1°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, l'auditeur peut, par décision motivée, ordonner, sauf dans une habitation privée, la saisie des actifs visés à l'article 82, 1°.
L'auditeur indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
Aux fins d'exécuter cet ordre, l'auditeur et les membres du personnel désignés par lui peuvent, au besoin, demander l'assistance des pouvoirs publics.
Les dispositions de l'article 80, alinéas 4 et 5, sont applicables à cet acte d'investigation.
§ 2. La mesure de saisie prise par l'auditeur s'éteint de plein droit, soit à la date d'expiration du délai de recours contre la décision du comité de direction, visé à l'article 121, § 2, alinéa 2, soit le lendemain du jour auquel a été prononcé l'arrêt de la cour d'appel de Bruxelles en application de l'article 121, § 1er, alinéa 1er, 4°.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la saisie, pour ce qui est des actifs considérés dans la décision du comité de direction ou, le cas echéant, de la cour d'appel de Bruxelles comme un avantage patrimonial tiré directement de l'infraction ou comme l'équivalent d'un tel avantage, ne s'éteint qu'au moment où l'amende infligée en application de l'article 36, § 2, a été payée intégralement. ".
Art.54. Artikel 84 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 84. § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 2°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter, kan de auditeur, wanneer hij van oordeel is dat er omstandigheden zijn die het doen opsporen van telecommunicatie of het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie noodzakelijk maken om de waarheid aan de dag te brengen, zo nodig door daartoe de medewerking van de operator van een telecommunicatienetwerk of van de verstrekker van een telecommunicatiedienst te vorderen :
1° de oproepgegevens doen opsporen van telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar oproepen werden gedaan;
2° de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie laten lokaliseren.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid wordt voor ieder telecommunicatiemiddel waarvan de oproepgegevens worden opgespoord of waarvan de oorsprong of de bestemming van de telecommunicatie wordt gelokaliseerd, de dag, het uur, de duur, en, indien nodig, de plaats van de oproep vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal.
De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
§ 2. De operator van een telecommunicatienetwerk of de verstrekker van een telecommunicatiedienst deelt, na ontvangst van de in § 1 bedoelde vordering, onverwijld aan de auditeur de schatting van de kostprijs mee van de gevraagde inlichtingen en van de termijn die nodig is om de informatie te verzamelen.
Na ontvangst van de bevestiging van de vordering van de auditeur verschaffen de in het eerste lid bedoelde operator en verstrekker, de gevraagde gegevens binnen een door de auditeur bepaalde termijn.
§ 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. ".
" Art. 84. § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 2°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter, kan de auditeur, wanneer hij van oordeel is dat er omstandigheden zijn die het doen opsporen van telecommunicatie of het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie noodzakelijk maken om de waarheid aan de dag te brengen, zo nodig door daartoe de medewerking van de operator van een telecommunicatienetwerk of van de verstrekker van een telecommunicatiedienst te vorderen :
1° de oproepgegevens doen opsporen van telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar oproepen werden gedaan;
2° de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie laten lokaliseren.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid wordt voor ieder telecommunicatiemiddel waarvan de oproepgegevens worden opgespoord of waarvan de oorsprong of de bestemming van de telecommunicatie wordt gelokaliseerd, de dag, het uur, de duur, en, indien nodig, de plaats van de oproep vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal.
De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
§ 2. De operator van een telecommunicatienetwerk of de verstrekker van een telecommunicatiedienst deelt, na ontvangst van de in § 1 bedoelde vordering, onverwijld aan de auditeur de schatting van de kostprijs mee van de gevraagde inlichtingen en van de termijn die nodig is om de informatie te verzamelen.
Na ontvangst van de bevestiging van de vordering van de auditeur verschaffen de in het eerste lid bedoelde operator en verstrekker, de gevraagde gegevens binnen een door de auditeur bepaalde termijn.
§ 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. ".
Art.54. L'article 84 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 25 mars 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 84. § 1er. Aux fins visées à l'article 82, 2°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, l'auditeur peut, lorsqu'il estime qu'il existe des circonstances qui rendent le repérage de télécommunications ou la localisation de l'origine ou de la destination de télécommunications nécessaire à la manifestation de la vérité, faire procéder, en requérant au besoin le concours technique de l'opérateur d'un réseau de télécommunication ou du fournisseur d'un service de télécommunication :
1° au repérage des données d'appel de moyens de télécommunication à partir desquels ou vers lesquels des appels ont été adressés;
2° à la localisation de l'origine ou de la destination de télécommunications.
Dans les cas visés a l'alinéa 1er, pour chaque moyen de telécommunication dont les données d'appel sont repérées ou dont l'origine ou la destination de la télécommunication est localisée, le jour, l'heure, la durée et, si nécessaire, le lieu de la télécommunication sont indiqués et consignés dans un procès-verbal.
L'auditeur indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
§ 2. Après réception de la demande visée au § 1er, l'opérateur d'un réseau de télécommunication ou le fournisseur d'un service de télécommunication communique sans délai à l'auditeur une estimation du coût des informations demandées et du délai nécessaire pour rassembler ces informations.
Après réception de la confirmation de la demande de l'auditeur, l'opérateur et le fournisseur visés à l'alinéa 1er communiquent les données demandées dans le délai fixé par l'auditeur.
§ 3. Toute personne qui, du chef de sa fonction, a connaissance de la mesure ou y prête son concours, est tenue de garder le secret. Toute violation du secret est punie conformément à l'article 458 du Code pénal. ".
" Art. 84. § 1er. Aux fins visées à l'article 82, 2°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, l'auditeur peut, lorsqu'il estime qu'il existe des circonstances qui rendent le repérage de télécommunications ou la localisation de l'origine ou de la destination de télécommunications nécessaire à la manifestation de la vérité, faire procéder, en requérant au besoin le concours technique de l'opérateur d'un réseau de télécommunication ou du fournisseur d'un service de télécommunication :
1° au repérage des données d'appel de moyens de télécommunication à partir desquels ou vers lesquels des appels ont été adressés;
2° à la localisation de l'origine ou de la destination de télécommunications.
Dans les cas visés a l'alinéa 1er, pour chaque moyen de telécommunication dont les données d'appel sont repérées ou dont l'origine ou la destination de la télécommunication est localisée, le jour, l'heure, la durée et, si nécessaire, le lieu de la télécommunication sont indiqués et consignés dans un procès-verbal.
L'auditeur indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
§ 2. Après réception de la demande visée au § 1er, l'opérateur d'un réseau de télécommunication ou le fournisseur d'un service de télécommunication communique sans délai à l'auditeur une estimation du coût des informations demandées et du délai nécessaire pour rassembler ces informations.
Après réception de la confirmation de la demande de l'auditeur, l'opérateur et le fournisseur visés à l'alinéa 1er communiquent les données demandées dans le délai fixé par l'auditeur.
§ 3. Toute personne qui, du chef de sa fonction, a connaissance de la mesure ou y prête son concours, est tenue de garder le secret. Toute violation du secret est punie conformément à l'article 458 du Code pénal. ".
Art.55. Artikel 85 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 85. § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 3°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter kan de auditeur bij gemotiveerde beslissing een natuurlijke persoon of rechtspersoon, in wiens hoofde manifeste aanwijzingen bestaan dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een inbreuk in de zin van de artikelen 25, 26, 27, 39 en 40, het tijdelijk verbod opleggen om de beroepsactiviteiten die een risico inhouden op een nieuwe inbreuk op één van die bepalingen en die in de beslissing nader worden gepreciseerd, uit te oefenen.
Het verbod kan uitsluitend betrekking hebben op de natuurlijke personen en rechtspersonen en op de nauwkeurig omschreven beroepsactiviteiten die in de beslissing van de auditeur worden aangewezen.
De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
Het verbod geldt voor een termijn van drie maanden die éénmaal hernieuwbaar is volgens dezelfde procedure.
Het verbod gaat slechts in vanaf het ogenblik waarop de beslissing aan de betrokkene werd betekend door de auditeur. ".
" Art. 85. § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 3°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter kan de auditeur bij gemotiveerde beslissing een natuurlijke persoon of rechtspersoon, in wiens hoofde manifeste aanwijzingen bestaan dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een inbreuk in de zin van de artikelen 25, 26, 27, 39 en 40, het tijdelijk verbod opleggen om de beroepsactiviteiten die een risico inhouden op een nieuwe inbreuk op één van die bepalingen en die in de beslissing nader worden gepreciseerd, uit te oefenen.
Het verbod kan uitsluitend betrekking hebben op de natuurlijke personen en rechtspersonen en op de nauwkeurig omschreven beroepsactiviteiten die in de beslissing van de auditeur worden aangewezen.
De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
Het verbod geldt voor een termijn van drie maanden die éénmaal hernieuwbaar is volgens dezelfde procedure.
Het verbod gaat slechts in vanaf het ogenblik waarop de beslissing aan de betrokkene werd betekend door de auditeur. ".
Art.55. L'article 85 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 25 mars 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 85. § 1er. Aux fins visées à l'article 82, 3°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, l'auditeur peut, par décision motivée, imposer à une personne physique ou morale dans le chef de laquelle il existe des indices manifestes d'une infraction au sens des articles 25, 26, 27, 39 et 40, l'interdiction temporaire d'exercer les activités professionnelles qui comportent un risque de nouvelle infraction à l'une de ces dispositions et qui sont précisées dans la décision.
L'interdiction ne peut porter que sur les personnes physiques et morales mentionnées dans la décision de l'auditeur, ainsi que sur les activités professionnelles qui y sont décrites avec précision.
L'auditeur indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
L'interdiction est valable pour un délai de trois mois, renouvelable une seule fois selon la même procédure.
L'interdiction ne prend cours qu'à partir du moment où la décision a été notifiée à l'intéressé par l'auditeur. ".
" Art. 85. § 1er. Aux fins visées à l'article 82, 3°, et moyennant l'autorisation préalable d'un juge d'instruction, l'auditeur peut, par décision motivée, imposer à une personne physique ou morale dans le chef de laquelle il existe des indices manifestes d'une infraction au sens des articles 25, 26, 27, 39 et 40, l'interdiction temporaire d'exercer les activités professionnelles qui comportent un risque de nouvelle infraction à l'une de ces dispositions et qui sont précisées dans la décision.
L'interdiction ne peut porter que sur les personnes physiques et morales mentionnées dans la décision de l'auditeur, ainsi que sur les activités professionnelles qui y sont décrites avec précision.
L'auditeur indique dans sa décision les circonstances de fait qui justifient la mesure prise et il tient compte, pour motiver sa décision, des principes de proportionnalité et de subsidiarité.
L'interdiction est valable pour un délai de trois mois, renouvelable une seule fois selon la même procédure.
L'interdiction ne prend cours qu'à partir du moment où la décision a été notifiée à l'intéressé par l'auditeur. ".
Art.56. Artikel 86 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 86. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de op grond van de artikelen 79 tot en met 85 opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd. ".
" Art. 86. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de op grond van de artikelen 79 tot en met 85 opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd. ".
Art.56. L'article 86 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 25 mars 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 86. Les dispositions des articles 36 et 37 sont applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu des articles 79 à 85. ".
" Art. 86. Les dispositions des articles 36 et 37 sont applicables en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu des articles 79 à 85. ".
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2004. betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.
CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement.
Art.57. In artikel 150 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, worden de laatste twee zinnen van het eerste lid vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ".
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ".
Art.57. L'article 150 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement, les deux dernières phrases de l'alinéa 1er sont remplacées par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ".
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ".
Art.58. In artikel 159 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 juli 2004 en 20 juni 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen " vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de voornoemde wet van 2 mei 2007, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ";
3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
" Indien de bij § 1 voorgeschreven kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt overgedragen waarvoor de bij § 4 vereiste kennisgeving niet is verricht, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, een persoon die de betrokken kennisgevingen had moeten verrichten, gelasten daartoe over te gaan, op straffe van een dwangsom, binnen de termijn en op de wijze die hij bepaalt. In dezelfde gevallen of indien, ondanks het verzet van de CBFA bedoeld in § 3, een deelneming wordt verworven of vergroot, kan hij tevens de maatregelen nemen als bedoeld in artikel 516, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen, en alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering nietig verklaren die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden.
De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de CBFA. Artikel 516, § 3, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing. ".
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen " vervangen door de woorden "wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de voornoemde wet van 2 mei 2007, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten. ";
3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
" Indien de bij § 1 voorgeschreven kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt overgedragen waarvoor de bij § 4 vereiste kennisgeving niet is verricht, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, een persoon die de betrokken kennisgevingen had moeten verrichten, gelasten daartoe over te gaan, op straffe van een dwangsom, binnen de termijn en op de wijze die hij bepaalt. In dezelfde gevallen of indien, ondanks het verzet van de CBFA bedoeld in § 3, een deelneming wordt verworven of vergroot, kan hij tevens de maatregelen nemen als bedoeld in artikel 516, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen, en alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering nietig verklaren die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden.
De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de CBFA. Artikel 516, § 3, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing. ".
Art.58. A l'article 159 de la même loi, modifié par les lois du 22 juillet 2004 et du 20 juin 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
2° au § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi précitée du 2 mai 2007, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ";
3° Le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" En cas d'abstention de donner l'information prescrite par le § 1er ou en cas de cession d'une participation qui n'a pas fait l'objet de l'information prescrite par le § 4, le président du tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège, statuant comme en référé, peut enjoindre à une personne qui aurait dû donner ces informations d'y procéder, sous peine d'astreinte, dans le délai et selon les modalités qu'il fixe. Dans les mêmes cas, ou en cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition de la CBFA visée au § 3, il peut, de même, prendre les mesures prévues à l'article 516, § 1er, 1° et 2°, du Code des sociétés, ainsi que prononcer l'annulation de tout ou partie des délibérations d'assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus.
La procédure est engagée par citation émanant de la CBFA. L'article 516, § 3, du Code des sociétés est d'application. ".
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots "loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition" sont remplacés par les mots "loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes";
2° au § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Le calcul des droits de vote s'établit conformément aux dispositions de la loi précitée du 2 mai 2007, ainsi qu'à celles de ses arrêtés d'exécution. ";
3° Le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" En cas d'abstention de donner l'information prescrite par le § 1er ou en cas de cession d'une participation qui n'a pas fait l'objet de l'information prescrite par le § 4, le président du tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège, statuant comme en référé, peut enjoindre à une personne qui aurait dû donner ces informations d'y procéder, sous peine d'astreinte, dans le délai et selon les modalités qu'il fixe. Dans les mêmes cas, ou en cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition de la CBFA visée au § 3, il peut, de même, prendre les mesures prévues à l'article 516, § 1er, 1° et 2°, du Code des sociétés, ainsi que prononcer l'annulation de tout ou partie des délibérations d'assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus.
La procédure est engagée par citation émanant de la CBFA. L'article 516, § 3, du Code des sociétés est d'application. ".
HOOFDSTUK VIII. - Toekomstige wijzigingen en opheffingsbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Modifications futures et dispositions abrogatoires
Art.59. De Koning kan bij een besluit vastgesteld an overleg in de Ministerraad, op advies van de [1 FSMA]1, overgaan tot het treffen van maatregelen voor de omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit krachtens dergelijke verdragen genomen internationale akten, inzonderheid uit de communautaire uitvoeringsbesluiten van Richtlijn 2004/109/EG, alsook tot het treffen van de aanpassingsmaatregelen die nodig zijn geworden als gevolg van de goedkeuring van dergelijke internationale akten, met betrekking tot de materies die bij deze wet worden geregeld en voor zover het maatregelen betreft die de Grondwet niet aan de wetgever voorbehoudt. De Koning kan via dezelfde procedure bepalen dat, voor de inbreuken op die bepalingen, administratieve geldboetes kunnen worden opgelegd met toepassing van artikel 27.
De koninklijke besluiten die krachtens het eerste lid worden genomen, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten worden van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
De koninklijke besluiten die krachtens het eerste lid worden genomen, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten worden van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art.59. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi peut, sur avis de la [1 FSMA]1, prendre des mesures pour transposer les dispositions impératives découlant de traités internationaux ou d'actes internationaux pris en vertu de tels traités, découlant notamment d'arretés d'exécution communautaires de la directive 2004/109/CE, ainsi qu'adopter les mesures d'adaptation nécessaires à la suite de l'approbation de tels actes internationaux, portant sur des matières régies par la présente loi, pour autant qu'il s'agisse de mesures que la Constitution ne réserve pas au législateur. Le Roi peut déterminer par la même procédure que des amendes administratives peuvent être imposées pour des infractions à ces dispositions, en application de l'article 27.
Les arrêtés royaux pris en exécution de l'alinéa 1er peuvent modifier, compléter, remplacer ou abroger des dispositions légales en vigueur.
Les arrêtés royaux pris en execution de l'alinéa 1er sont abrogés de plein droit s'ils ne sont pas confirmés par une loi dans les vingt-quatre mois suivant leur publication au Moniteur belge.
Les arrêtés royaux pris en exécution de l'alinéa 1er peuvent modifier, compléter, remplacer ou abroger des dispositions légales en vigueur.
Les arrêtés royaux pris en execution de l'alinéa 1er sont abrogés de plein droit s'ils ne sont pas confirmés par une loi dans les vingt-quatre mois suivant leur publication au Moniteur belge.
Art.60. Met uitzondering van artikel 8, wordt de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1991, 29 juni 1993, 22 december 1998, 10 maart 1999, 7 mei 1999, 2 augustus 2002 en 1 april 2007 opgeheven.
Art.60. La loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition, modifiée par les lois des 18 juillet 1991, 29 juin 1993, 22 décembre 1998, 10 mars 1999, 7 mai 1999, 2 août 2002. et 1er avril 2007, est abrogée, à l'exception de son article 8.
TITEL IV. - Uitvoering en inwerkingtreding.
TITRE IV. - Exécution et entrée en vigueur.
Art.61. De Koning neemt de besluiten die Hij dient te nemen ter uitvoering van deze wet op voorstel van de minister van Financiën.
Art.61. Le Roi prend les arrêtés qu'Il est appelé à prendre en exécution de la présente loi sur la proposition du ministre des Finances.
Art. 62. Deze wet treedt in werking op de door de Koning te bepalen datum, met uitzondering van artikel 44, dat uitwerking heeft met ingang van 19 augustus 2003, en van de artikelen 45 tot 56, die in werking treden op de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan voor artikel 42 een andere datum van inwerkingtreding voorzien dan voor de overige artikelen.
(NOTA : inwerkingtreding van art. 1, 2, 42 en 61 vastgesteld op 01-01-2008, door KB 2007-11-14/35, art. 50)
(NOTA : inwerkingtreding van art. 3 tot 41, 43 en 57 tot 60 vastgesteld op 01-09-2008, door KB 2008-02-14/42, art. 37)
(NOTA : inwerkingtreding van art. 1, 2, 42 en 61 vastgesteld op 01-01-2008, door KB 2007-11-14/35, art. 50)
(NOTA : inwerkingtreding van art. 3 tot 41, 43 en 57 tot 60 vastgesteld op 01-09-2008, door KB 2008-02-14/42, art. 37)
Art. 62. La présente loi entre en vigueur à la date à déterminer par le Roi, à l'exception de l'article 44, qui sort ses effets le 19 août 2003, et des articles 45 à 56, qui entrent en vigueur le dixième jour qui suit celui de la publication de cette loi au Moniteur belge. Le Roi peut prévoir pour l'article 42 une date d'entrée en vigueur différente de celle qui s'applique aux autres articles.
(NOTE : entrée en vigueur des art. 1, 2, 42 et 61 fixée au 01-01-2008, par AR 2007-11-14/35, art. 50)
(NOTE : entrée en vigueur des art. 3 à 41, 43 et 57 à 60 fixée au 01-09-2008, par AR AR 2008-02-14/42, art. 37)
(NOTE : entrée en vigueur des art. 1, 2, 42 et 61 fixée au 01-01-2008, par AR 2007-11-14/35, art. 50)
(NOTE : entrée en vigueur des art. 3 à 41, 43 et 57 à 60 fixée au 01-09-2008, par AR AR 2008-02-14/42, art. 37)