Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
1° " de wet " : de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;
2° [1 "kredietinstelling" : een kredietinstelling onder het recht van een lidstaat van de EER, in de zin van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;]1
3° [1 "beursvennootschap" : een beursvennootschap onder het recht van een lidstaat van de EER, in de zin van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 APRIL 2007. - Koninklijk besluit op de openbare uitkoopbiedingen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-05-2007 en tekstbijwerking tot 12-12-2022)
Titre
27 AVRIL 2007. - Arrêté royal relatif aux offres publiques de reprise (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-05-2007 et mise à jour au 12-12-2022)
Dokumentinformationen
Numac: 2007003226
Datum: 2007-04-27
Info du document
Numac: 2007003226
Date: 2007-04-27
Inhoud
HOOFDSTUK I. [1 - Definities en toepassingsgebi...
HOOFDSTUK II. - Openbaar uitkoopbod.
Afdeling I. - Biedingsvereisten.
Afdeling II. - Kennisgeving van het uitkoopbod ...
Afdeling II/1. [1 - Memorie van antwoord van he...
Afdeling III. - Verplichtingen tijdens de biedp...
Afdeling IV. [1 - Belangen van de effectenhoude...
Afdeling V. - Prospectus.
Afdeling VI.
Afdeling VII. - Aanvaardingsperiode van een bod...
HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding; overgangsbep...
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE Ier. [1 - Définitions et champ d'appli...
CHAPITRE II. - Offre publique de reprise.
Section Ire. - Exigences concernant l'offre.
Section II. - Avis annonçant l'offre de reprise...
Section II/1. [1 - Mémoire en réponse établi pa...
Section III. - Obligations pendant la période d...
Section IV. [1 - Intérêts des détenteurs de tit...
Section V. - Prospectus.
Section VI.
Section VII. - Période d'acceptation de l'offre...
CHAPITRE III. - Entrée en vigueur; dispositions...
ANNEXE.
Tekst (38)
Texte (38)
HOOFDSTUK I. [1 - Definities en toepassingsgebied.]1
CHAPITRE Ier. [1 - Définitions et champ d'application.]1
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° " la loi " : la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition;
2° [1 "établissement de crédit" : un établissement de crédit relevant du droit d'un Etat membre de l'EEE, au sens de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse ;]1
3° [1 "société de bourse" : une société de bourse relevant du droit d'un Etat membre de l'EEE, au sens de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse]1.
1° " la loi " : la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition;
2° [1 "établissement de crédit" : un établissement de crédit relevant du droit d'un Etat membre de l'EEE, au sens de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse ;]1
3° [1 "société de bourse" : une société de bourse relevant du droit d'un Etat membre de l'EEE, au sens de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse]1.
Art.1/1. [1 Dit besluit is van toepassing op de openbare uitkoopbiedingen op vennootschappen onderworpen aan het regime van artikel 7:82, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, uitgezonderd de openbare uitkoopbiedingen die overeenkomstig het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen plaatsvinden onder de vorm van een heropening van een openbaar overnamebod.
De vennootschappen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op de multilaterale handelsfaciliteiten Alternext en Vrije Markt, uitgebaat door Euronext Brussels, worden onderworpen aan het regime van artikel 7:82, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.]1
De vennootschappen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op de multilaterale handelsfaciliteiten Alternext en Vrije Markt, uitgebaat door Euronext Brussels, worden onderworpen aan het regime van artikel 7:82, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.]1
Art.1er /1. [1 Le présent arrêté s'applique aux offres publiques de reprise lancées sur des sociétés soumises au régime de l'article 7:82, § 1er, du Code des sociétés et des associations, à l'exception des offres publiques de reprise qui sont effectuées, conformément à l'arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d'acquisition, sous la forme d'une réouverture d'une offre publique d'acquisition.
Les sociétés dont les actions sont admises à la négociation sur les systèmes multilatéraux de négociation Alternext et Marché Libre, exploités par Euronext Brussels, sont soumises au régime de l'article 7:82, § 1er, du Code des sociétés et des associations.]1
Les sociétés dont les actions sont admises à la négociation sur les systèmes multilatéraux de négociation Alternext et Marché Libre, exploités par Euronext Brussels, sont soumises au régime de l'article 7:82, § 1er, du Code des sociétés et des associations.]1
HOOFDSTUK II. - Openbaar uitkoopbod.
CHAPITRE II. - Offre publique de reprise.
Afdeling I. - Biedingsvereisten.
Section Ire. - Exigences concernant l'offre.
Art.2. Een openbaar uitkoopbod voldoet aan de volgende vereisten :
1° het bod slaat op alle effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht, uitgegeven door de doelvennootschap, die nog niet in bezit zijn van de bieder, de personen die met hem in onderling overleg handelen in de zin van [2 artikel 7:82, § 1, vijfde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 en de doelvennootschap zelf;
2° de bieder, de personen die met hem in onderling overleg handelen en de doelvennootschap zelf houden 95 % van de effecten met stemrecht van de doelvennootschap [2 ...]2;
3° de prijs bestaat uit een som geld; de voor de verwezenlijking van het bod noodzakelijke middelen zijn beschikbaar, hetzij op een rekening bij een kredietinstelling, hetzij in de vorm van een onherroepelijk en onvoorwaardelijk krediet dat een kredietinstelling voor de bieder heeft geopend; deze middelen worden geblokkeerd om de betaling te waarborgen van de prijs voor het aankopen van de effecten die in het kader van het bod zijn verworven of worden uitsluitend daartoe aangewend;
4° [1 het bod, evenals de voorwaarden en de regels ervan, zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit; bovendien zijn zij, inzonderheid wat de prijs betreft, zo geformuleerd dat zij de belangen van de effectenhouders niet miskennen;]1
5° indien het bod slaat op effecten van verschillende categorieën, mogen de voor elk van die categorieën geboden prijzen geen andere verschillen bevatten dan de verschillen die voortvloeien uit de respectieve kenmerken van elke categorie;
6° de bieder verbindt er zich toe, wat hem betreft, het bod tot het einde door te zetten;
7° een kredietinstelling of een beursvennootschap zorgt voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs.
1° het bod slaat op alle effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht, uitgegeven door de doelvennootschap, die nog niet in bezit zijn van de bieder, de personen die met hem in onderling overleg handelen in de zin van [2 artikel 7:82, § 1, vijfde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 en de doelvennootschap zelf;
2° de bieder, de personen die met hem in onderling overleg handelen en de doelvennootschap zelf houden 95 % van de effecten met stemrecht van de doelvennootschap [2 ...]2;
3° de prijs bestaat uit een som geld; de voor de verwezenlijking van het bod noodzakelijke middelen zijn beschikbaar, hetzij op een rekening bij een kredietinstelling, hetzij in de vorm van een onherroepelijk en onvoorwaardelijk krediet dat een kredietinstelling voor de bieder heeft geopend; deze middelen worden geblokkeerd om de betaling te waarborgen van de prijs voor het aankopen van de effecten die in het kader van het bod zijn verworven of worden uitsluitend daartoe aangewend;
4° [1 het bod, evenals de voorwaarden en de regels ervan, zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit; bovendien zijn zij, inzonderheid wat de prijs betreft, zo geformuleerd dat zij de belangen van de effectenhouders niet miskennen;]1
5° indien het bod slaat op effecten van verschillende categorieën, mogen de voor elk van die categorieën geboden prijzen geen andere verschillen bevatten dan de verschillen die voortvloeien uit de respectieve kenmerken van elke categorie;
6° de bieder verbindt er zich toe, wat hem betreft, het bod tot het einde door te zetten;
7° een kredietinstelling of een beursvennootschap zorgt voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs.
Art.2. Une offre publique de reprise répond aux exigences suivantes :
1° l'offre porte sur la totalité des titres avec droit de vote ou donnant accès au droit de vote émis par la société visée et non encore détenus par l'offrant, par les personnes agissant de concert avec lui au sens de l'[2 article 7:82, § 1er, alinéa 5, du Code des sociétés et des associations]2, et par la société visée elle-même;
2° l'offrant, les personnes agissant de concert avec lui et la société visée elle-même détiennent 95 % des titres avec droit de vote de la société visée [2 ...]2;
3° le prix consiste en une somme d'argent; les fonds nécessaires à la réalisation de l'offre sont disponibles, soit en un compte auprès d'un établissement de crédit, soit sous la forme d'un crédit irrévocable et inconditionnel ouvert à l'offrant par un établissement de crédit; ces fonds sont bloqués pour assurer le paiement du prix d'achat des titres acquis dans le cadre de l'offre ou sont affectés exclusivement à cette fin;
4° [1 l'offre, ainsi que ses conditions et modalités, sont conformes aux dispositions du présent arrêté ; elles sont au surplus telles, notamment en ce qui concerne le prix, qu'elles ne méconnaissent pas les intérêts des détenteurs de titres;]1
5° si l'offre porte sur des titres de catégories différentes, les prix offerts pour chacune de ces catégories ne peuvent comporter d'autres différences que celles découlant des caractéristiques respectives de chaque catégorie;
6° l'offrant s'engage, pour ce qui dépend de lui, à mener l'offre à son terme;
7° la réception des acceptations et le paiement du prix sont assurés par un établissement de crédit ou par une société de bourse.
1° l'offre porte sur la totalité des titres avec droit de vote ou donnant accès au droit de vote émis par la société visée et non encore détenus par l'offrant, par les personnes agissant de concert avec lui au sens de l'[2 article 7:82, § 1er, alinéa 5, du Code des sociétés et des associations]2, et par la société visée elle-même;
2° l'offrant, les personnes agissant de concert avec lui et la société visée elle-même détiennent 95 % des titres avec droit de vote de la société visée [2 ...]2;
3° le prix consiste en une somme d'argent; les fonds nécessaires à la réalisation de l'offre sont disponibles, soit en un compte auprès d'un établissement de crédit, soit sous la forme d'un crédit irrévocable et inconditionnel ouvert à l'offrant par un établissement de crédit; ces fonds sont bloqués pour assurer le paiement du prix d'achat des titres acquis dans le cadre de l'offre ou sont affectés exclusivement à cette fin;
4° [1 l'offre, ainsi que ses conditions et modalités, sont conformes aux dispositions du présent arrêté ; elles sont au surplus telles, notamment en ce qui concerne le prix, qu'elles ne méconnaissent pas les intérêts des détenteurs de titres;]1
5° si l'offre porte sur des titres de catégories différentes, les prix offerts pour chacune de ces catégories ne peuvent comporter d'autres différences que celles découlant des caractéristiques respectives de chaque catégorie;
6° l'offrant s'engage, pour ce qui dépend de lui, à mener l'offre à son terme;
7° la réception des acceptations et le paiement du prix sont assurés par un établissement de crédit ou par une société de bourse.
Afdeling II. - Kennisgeving van het uitkoopbod en openbaarmaking ervan.
Section II. - Avis annonçant l'offre de reprise et publication de cet avis.
Art.3. Wanneer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die, rekening houdend met de effecten met stemrecht in bezit van de personen die met hem in onderling overleg handelen in de zin van [3 artikel 7:82, § 1, vijfde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 en de doelvennootschap zelf, 95 % bezit van de effecten met stemrecht [3 van een vennootschap als bedoeld in artikel 1/1]3, alle effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht van die vennootschap wenst te verwerven, brengt hij dit vooraf ter kennis van de [1 FSMA]1.
De kennisgeving bevat gegevens waaruit blijkt dat aan de vereisten van artikel 2 is voldaan. De kennisgeving bevat inzonderheid de prijs en de voornaamste modaliteiten van het bod.
[2 De kennisgeving gebeurt bij aangetekende brief of wordt, gedurende een werkdag tussen 8 en 18 uur, tegen ontvangstbewijs overhandigd op de zetel van de FSMA.]2
De kennisgeving bevat gegevens waaruit blijkt dat aan de vereisten van artikel 2 is voldaan. De kennisgeving bevat inzonderheid de prijs en de voornaamste modaliteiten van het bod.
[2 De kennisgeving gebeurt bij aangetekende brief of wordt, gedurende een werkdag tussen 8 en 18 uur, tegen ontvangstbewijs overhandigd op de zetel van de FSMA.]2
Art.3. Lorsqu'une personne physique ou morale qui, compte tenu des titres avec droit de vote détenus par les personnes agissant de concert avec elle au sens de l'[3 article 7:82, § 1er, alinéa 5, du Code des sociétés et des associations]3, et par la société visée elle-même, détient 95 % des titres avec droit de vote [3 d'une société visée à l'article 1er/1]3, souhaite acquérir la totalité des titres avec droit de vote ou donnant accès au droit de vote de cette société, elle en avise préalablement la [1 FSMA]1.
L'avis contient des indications établissant qu'il est satisfait aux exigences prévues à l'article 2. L'avis mentionne notamment le prix et les modalités principales de l'offre.
[2 L'avis est envoyé par lettre recommandée ou est déposé contre accusé de réception au siège de la FSMA, pendant un jour ouvrable entre 8 et 18 heures.]2
L'avis contient des indications établissant qu'il est satisfait aux exigences prévues à l'article 2. L'avis mentionne notamment le prix et les modalités principales de l'offre.
[2 L'avis est envoyé par lettre recommandée ou est déposé contre accusé de réception au siège de la FSMA, pendant un jour ouvrable entre 8 et 18 heures.]2
Art.4. Bij de in artikel 3 bedoelde kennisgeving wordt een dossier gevoegd dat is opgemaakt overeenkomstig de voorschriften van de [1 FSMA]1 en inzonderheid de volgende stukken bevat :
1° het ontwerpprospectus, opgesteld overeenkomstig artikel 12;
2° het verslag van een [2 onafhankelijke expert]2, opgesteld overeenkomstig artikel 6;
[2 3° een dossier dat de door de bieder gevolgde procedure bij de keuze van de onafhankelijke expert met bewijsstukken staaft, waaruit blijkt dat de bieder ten minste drie kandidaat-onafhankelijke experts heeft gecontacteerd die aan de voorwaarden van artikel 5 voldoen, en dat de redenen vermeldt die ten grondslag liggen aan de keuze van de onafhankelijke expert die werd aangeduid.]2
1° het ontwerpprospectus, opgesteld overeenkomstig artikel 12;
2° het verslag van een [2 onafhankelijke expert]2, opgesteld overeenkomstig artikel 6;
[2 3° een dossier dat de door de bieder gevolgde procedure bij de keuze van de onafhankelijke expert met bewijsstukken staaft, waaruit blijkt dat de bieder ten minste drie kandidaat-onafhankelijke experts heeft gecontacteerd die aan de voorwaarden van artikel 5 voldoen, en dat de redenen vermeldt die ten grondslag liggen aan de keuze van de onafhankelijke expert die werd aangeduid.]2
Art.4. A l'avis visé à l'article 3 est joint un dossier établi conformément aux prescriptions de la [1 FSMA]1 et comportant notamment :
1° le projet de prospectus, établi conformément à l'article 12;
2° le rapport d'un [2 expert indépendant]2, établi conformément à l'article 6;
[2 3° un dossier documentant la procédure suivie par l'offrant lors du choix de l'expert indépendant, dont il résulte que l'offrant a contacté au moins trois candidats-experts indépendants répondant aux conditions de l'article 5 et reprenant les raisons motivant le choix de l'expert indépendant qui a été désigné.]2
1° le projet de prospectus, établi conformément à l'article 12;
2° le rapport d'un [2 expert indépendant]2, établi conformément à l'article 6;
[2 3° un dossier documentant la procédure suivie par l'offrant lors du choix de l'expert indépendant, dont il résulte que l'offrant a contacté au moins trois candidats-experts indépendants répondant aux conditions de l'article 5 et reprenant les raisons motivant le choix de l'expert indépendant qui a été désigné.]2
Art.5. § 1. Kunnen niet optreden als onafhankelijk expert :
1° de commissaris of de accountant van de bieder, de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen;
2° de persoon met wie de commissaris of de accountant van de bieder, de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen een band heeft in de zin van [2 artikel 3:62, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2;
3° de persoon, die voor een andere opdracht in het kader van de verrichting wordt vergoed door de bieder, de doelvennootschap of de ermee verbonden vennootschappen.
§ 2. Onverminderd de toepassing van § 1, dient de expert die zich in een situatie van afhankelijkheid of belangenconflict bevindt, de opdracht te weigeren, tenzij hij in zijn verslag de betrokken omstandigheden uitvoerig beschrijft en op pertinente wijze aantoont dat zijn onafhankelijkheid niet in het gedrang komt.
De hierna volgende omstandigheden worden vermoed om een situatie van afhankelijkheid of belangenconflict te doen ontstaan :
1° een juridische band of een kapitaalband van de [1 onafhankelijk expert]1 met de bieder of de doelvennootschap, hun verbonden vennootschappen of hun raadgevers;
2° een geldelijk belang van de [1 onafhankelijk expert]1, ander dan ingevolge de opdracht, bij het welslagen van de verrichting;
3° de verwezenlijking, in de loop van twee jaar voor de kennisgeving van het bod, van een andere opdracht voor de bieder, de doelvennootschap of hun verbonden vennootschappen;
4° het bestaan, in hoofde van de [1 onafhankelijk expert]1, van een vordering op of een schuld ten aanzien van de bieder, de doelvennootschap of hun verbonden vennootschappen, voor zover deze van aard is een economische afhankelijkheid te creëren.
[1 § 3. De vergoeding van de onafhankelijke expert wordt gedragen door de bieder. De wijze van vergoeding van de onafhankelijke expert geeft geen aanleiding tot een belangenconflict in zijn hoofde. De vergoeding van de onafhankelijke expert wordt vastgesteld in functie van de omvang en de complexiteit van zijn opdracht.
§ 4. De onafhankelijke expert toont aan dat hij de vereiste deskundigheid en passende ervaring bezit op het vlak van de waardering van ondernemingen, inzonderheid met betrekking tot ondernemingen die dezelfde omvang hebben en tot dezelfde sector behoren als de doelvennootschap. Zijn structuur en organisatie zijn aangepast aan de omvang van de opdracht die hij voornemens is te vervullen.]1
1° de commissaris of de accountant van de bieder, de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen;
2° de persoon met wie de commissaris of de accountant van de bieder, de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen een band heeft in de zin van [2 artikel 3:62, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2;
3° de persoon, die voor een andere opdracht in het kader van de verrichting wordt vergoed door de bieder, de doelvennootschap of de ermee verbonden vennootschappen.
§ 2. Onverminderd de toepassing van § 1, dient de expert die zich in een situatie van afhankelijkheid of belangenconflict bevindt, de opdracht te weigeren, tenzij hij in zijn verslag de betrokken omstandigheden uitvoerig beschrijft en op pertinente wijze aantoont dat zijn onafhankelijkheid niet in het gedrang komt.
De hierna volgende omstandigheden worden vermoed om een situatie van afhankelijkheid of belangenconflict te doen ontstaan :
1° een juridische band of een kapitaalband van de [1 onafhankelijk expert]1 met de bieder of de doelvennootschap, hun verbonden vennootschappen of hun raadgevers;
2° een geldelijk belang van de [1 onafhankelijk expert]1, ander dan ingevolge de opdracht, bij het welslagen van de verrichting;
3° de verwezenlijking, in de loop van twee jaar voor de kennisgeving van het bod, van een andere opdracht voor de bieder, de doelvennootschap of hun verbonden vennootschappen;
4° het bestaan, in hoofde van de [1 onafhankelijk expert]1, van een vordering op of een schuld ten aanzien van de bieder, de doelvennootschap of hun verbonden vennootschappen, voor zover deze van aard is een economische afhankelijkheid te creëren.
[1 § 3. De vergoeding van de onafhankelijke expert wordt gedragen door de bieder. De wijze van vergoeding van de onafhankelijke expert geeft geen aanleiding tot een belangenconflict in zijn hoofde. De vergoeding van de onafhankelijke expert wordt vastgesteld in functie van de omvang en de complexiteit van zijn opdracht.
§ 4. De onafhankelijke expert toont aan dat hij de vereiste deskundigheid en passende ervaring bezit op het vlak van de waardering van ondernemingen, inzonderheid met betrekking tot ondernemingen die dezelfde omvang hebben en tot dezelfde sector behoren als de doelvennootschap. Zijn structuur en organisatie zijn aangepast aan de omvang van de opdracht die hij voornemens is te vervullen.]1
Art.5. § 1er. Ne peuvent intervenir à titre d'expert indépendant :
1° le commissaire ou l'expert comptable de l'offrant, de la société visée et des sociétés qui leur sont liées;
2° toute personne avec laquelle le commissaire ou l'expert comptable de l'offrant, de la société visée et des sociétés qui leur sont liées, présente un lien au sens de l'[2 article 3:62, § 4, du Code des sociétés et des associations]2;
3° toute personne qui est rémunérée par l'offrant, la société visée ou les sociétés qui leur sont liées, pour une autre mission effectuée dans le cadre de l'opération.
§ 2. Sans préjudice de l'application du § 1er, l'expert qui se trouve dans une situation de dépendance ou de conflit d'intérêts doit refuser la mission, à moins de donner dans son rapport une description détaillée des circonstances en question et de démontrer de manière pertinente que son indépendance n'est pas compromise.
Les circonstances énumérées ci-dessous sont présumées donner lieu à une situation de dépendance ou de conflit d'intérêts :
1° l'existence d'un lien juridique ou capitalistique entre l'[1 expert indépendant]1 et l'offrant ou la société visée, les sociétés qui leur sont liées ou leurs conseils;
2° l'existence dans le chef de l'[1 expert indépendant]1 d'un intérêt pécuniaire, autre que celui résultant de sa mission, dans le succès de l'opération;
3° l'accomplissement, au cours des deux années précédant le dépôt de l'avis annonçant l'offre, d'une autre mission pour le compte de l'offrant, de la société visée ou des sociétés qui leur sont liées;
4° l'existence dans le chef de l'[1 expert indépendant]1 d'une créance sur ou d'une dette envers l'offrant, la société visée ou les sociétés qui leur sont liées, pour autant que cette créance ou dette soit de nature à créer une dépendance économique.
[1 § 3. La rémunération de l'expert indépendant est supportée par l'offrant. Le mode de rémunération de l'expert indépendant ne donne pas lieu à un conflit d'intérêts dans son chef. La rémunération de l'expert indépendant est fixée en proportion de l'ampleur et de la complexité de la mission.
§ 4. L'expert indépendant justifie de l'expertise nécessaire et de l'expérience adéquate dans la matière de l'évaluation d'entreprise, particulièrement pour des entreprises de la taille et du secteur de la société visée. Sa structure et son organisation sont appropriées à l'ampleur de la mission qu'il se propose de remplir.]1
1° le commissaire ou l'expert comptable de l'offrant, de la société visée et des sociétés qui leur sont liées;
2° toute personne avec laquelle le commissaire ou l'expert comptable de l'offrant, de la société visée et des sociétés qui leur sont liées, présente un lien au sens de l'[2 article 3:62, § 4, du Code des sociétés et des associations]2;
3° toute personne qui est rémunérée par l'offrant, la société visée ou les sociétés qui leur sont liées, pour une autre mission effectuée dans le cadre de l'opération.
§ 2. Sans préjudice de l'application du § 1er, l'expert qui se trouve dans une situation de dépendance ou de conflit d'intérêts doit refuser la mission, à moins de donner dans son rapport une description détaillée des circonstances en question et de démontrer de manière pertinente que son indépendance n'est pas compromise.
Les circonstances énumérées ci-dessous sont présumées donner lieu à une situation de dépendance ou de conflit d'intérêts :
1° l'existence d'un lien juridique ou capitalistique entre l'[1 expert indépendant]1 et l'offrant ou la société visée, les sociétés qui leur sont liées ou leurs conseils;
2° l'existence dans le chef de l'[1 expert indépendant]1 d'un intérêt pécuniaire, autre que celui résultant de sa mission, dans le succès de l'opération;
3° l'accomplissement, au cours des deux années précédant le dépôt de l'avis annonçant l'offre, d'une autre mission pour le compte de l'offrant, de la société visée ou des sociétés qui leur sont liées;
4° l'existence dans le chef de l'[1 expert indépendant]1 d'une créance sur ou d'une dette envers l'offrant, la société visée ou les sociétés qui leur sont liées, pour autant que cette créance ou dette soit de nature à créer une dépendance économique.
[1 § 3. La rémunération de l'expert indépendant est supportée par l'offrant. Le mode de rémunération de l'expert indépendant ne donne pas lieu à un conflit d'intérêts dans son chef. La rémunération de l'expert indépendant est fixée en proportion de l'ampleur et de la complexité de la mission.
§ 4. L'expert indépendant justifie de l'expertise nécessaire et de l'expérience adéquate dans la matière de l'évaluation d'entreprise, particulièrement pour des entreprises de la taille et du secteur de la société visée. Sa structure et son organisation sont appropriées à l'ampleur de la mission qu'il se propose de remplir.]1
Art.6. De [1 onafhankelijk expert]1 stelt als professionele en onafhankelijke partij een verslag op.
Het verslag van de onafhankelijke expert bevat ten minste de volgende gegevens :
1° de opgave van de identiteit van de doelvennootschap, de structuur en samenstelling van haar aandeelhouderskring, het geheel van ondernemingen waartoe zij behoort, haar werkzaamheden en uitsplitsing hiervan, de recente ontwikkeling en de identiteit van de leiders;
2° de laatste jaarrekening met bijhorende verslagen of, indien beschikbaar, de laatste geconsolideerde jaarrekening met bijhorende verslagen van de doelvennootschap, alsmede een recentere boekhoudkundige staat indien zich sinds de afsluitingsdatum van deze jaarrekeningen belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan of meer dan 9 maanden zijn verstreken;
3° een duidelijke opgave van de verschillende effecten waarop het bod slaat;
4° de omstandig becijferde waardering door de [1 onafhankelijk expert]1 van de effecten waarop het bod slaat volgens methodes die, gelet op de aard en de activiteit van de betrokken vennootschap, relevant zijn en uitgaande van passende feitelijke elementen en hypothesen, evenals de opgave van de toegepaste waarderingsmethodes, de feitelijke elementen en hypothesen die werden weerhouden, de gebruikte bronnen en het bekomen resultaat op grond van de gebruikte waarderingsmethodes;
[1 4° /1 een verklaring die bevestigt dat de hypotheses en methodes die de onafhankelijk expert in zijn verslag gebruikt, redelijk en pertinent zijn;]1
5° een analyse van de waarderingswerkzaamheden verricht door de bieder;
6° [1 een onvoorwaardelijke en zonder voorbehoud geformuleerde verklaring van de onafhankelijke expert, die bevestigt dat de prijs de belangen van de effectenhouders niet miskent;]1
7° [1 een verklaring van de onafhankelijk expert dat hij ten volle voldoet aan de vereisten van artikel 5, vergezeld van een passende motivering;]1
8° de vergoeding van de [1 onafhankelijk expert]1, evenals de opgave van de ingezette middelen in personeel en tijd, een beschrijving van de verrichte werkzaamheden en de vermelding van de gecontacteerde personen.
Het verslag van de onafhankelijke expert bevat ten minste de volgende gegevens :
1° de opgave van de identiteit van de doelvennootschap, de structuur en samenstelling van haar aandeelhouderskring, het geheel van ondernemingen waartoe zij behoort, haar werkzaamheden en uitsplitsing hiervan, de recente ontwikkeling en de identiteit van de leiders;
2° de laatste jaarrekening met bijhorende verslagen of, indien beschikbaar, de laatste geconsolideerde jaarrekening met bijhorende verslagen van de doelvennootschap, alsmede een recentere boekhoudkundige staat indien zich sinds de afsluitingsdatum van deze jaarrekeningen belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan of meer dan 9 maanden zijn verstreken;
3° een duidelijke opgave van de verschillende effecten waarop het bod slaat;
4° de omstandig becijferde waardering door de [1 onafhankelijk expert]1 van de effecten waarop het bod slaat volgens methodes die, gelet op de aard en de activiteit van de betrokken vennootschap, relevant zijn en uitgaande van passende feitelijke elementen en hypothesen, evenals de opgave van de toegepaste waarderingsmethodes, de feitelijke elementen en hypothesen die werden weerhouden, de gebruikte bronnen en het bekomen resultaat op grond van de gebruikte waarderingsmethodes;
[1 4° /1 een verklaring die bevestigt dat de hypotheses en methodes die de onafhankelijk expert in zijn verslag gebruikt, redelijk en pertinent zijn;]1
5° een analyse van de waarderingswerkzaamheden verricht door de bieder;
6° [1 een onvoorwaardelijke en zonder voorbehoud geformuleerde verklaring van de onafhankelijke expert, die bevestigt dat de prijs de belangen van de effectenhouders niet miskent;]1
7° [1 een verklaring van de onafhankelijk expert dat hij ten volle voldoet aan de vereisten van artikel 5, vergezeld van een passende motivering;]1
8° de vergoeding van de [1 onafhankelijk expert]1, evenals de opgave van de ingezette middelen in personeel en tijd, een beschrijving van de verrichte werkzaamheden en de vermelding van de gecontacteerde personen.
Art.6. L'[1 expert indépendant]1 établit un rapport à titre de partie professionnelle et indépendante.
Le rapport de l'expert indépendant contient au moins les éléments suivants :
1° une description de l'identité de la société visée, de la structure et de la répartition de son actionnariat, de l'ensemble d'entreprises auquel elle appartient, des activités qu'elle exerce et de leur répartition, de son évolution récente et de l'identité des dirigeants;
2° les derniers comptes annuels et les rapports y afférents ou, s'ils sont disponibles, les derniers comptes consolidés et les rapports y afférents de la société visée, ainsi qu'un état comptable plus récent si des modifications importantes sont survenues depuis la date de clôture de ces comptes ou si cette date remonte à plus de neuf mois;
3° une description précise des différents titres sur lesquels porte l'offre;
4° l'évaluation, étayée par des chiffres circonstanciés, que l'expert a faite des titres visés par l'offre, en utilisant des méthodes pertinentes au regard de la nature et de l'activité de la société concernée et en partant d'éléments de fait et d'hypothèses adéquats; l'indication des méthodes d'évaluation qu'il a appliquées, des éléments de fait et des hypothèses qu'il a retenus, des sources qu'il a utilisées et du résultat qu'il a obtenu au moyen des méthodes d'évaluation utilisées;
[1 4° /1 une déclaration confirmant que les hypothèses et les méthodes utilisées par l'expert indépendant dans son rapport sont raisonnables et pertinentes;]1
5° une analyse du travail d'évaluation réalisé par l'offrant;
6° [1 une déclaration par l'expert indépendant, formulée de manière inconditionnelle et sans réserve, attestant du fait que le prix ne méconnaît pas les intérêts des détenteurs de titres;]1
7° [1 une déclaration de l'expert indépendant selon laquelle il répond pleinement aux exigences de l'article 5, accompagnée d'une justification adéquate;]1
8° la rémunération perçue par l'[1 expert indépendant]1, ainsi que l'indication des moyens qu'il a engagés en personnel et en temps, une description des diligences qu'il a effectuées et la mention des personnes qu'il a contactées.
Le rapport de l'expert indépendant contient au moins les éléments suivants :
1° une description de l'identité de la société visée, de la structure et de la répartition de son actionnariat, de l'ensemble d'entreprises auquel elle appartient, des activités qu'elle exerce et de leur répartition, de son évolution récente et de l'identité des dirigeants;
2° les derniers comptes annuels et les rapports y afférents ou, s'ils sont disponibles, les derniers comptes consolidés et les rapports y afférents de la société visée, ainsi qu'un état comptable plus récent si des modifications importantes sont survenues depuis la date de clôture de ces comptes ou si cette date remonte à plus de neuf mois;
3° une description précise des différents titres sur lesquels porte l'offre;
4° l'évaluation, étayée par des chiffres circonstanciés, que l'expert a faite des titres visés par l'offre, en utilisant des méthodes pertinentes au regard de la nature et de l'activité de la société concernée et en partant d'éléments de fait et d'hypothèses adéquats; l'indication des méthodes d'évaluation qu'il a appliquées, des éléments de fait et des hypothèses qu'il a retenus, des sources qu'il a utilisées et du résultat qu'il a obtenu au moyen des méthodes d'évaluation utilisées;
[1 4° /1 une déclaration confirmant que les hypothèses et les méthodes utilisées par l'expert indépendant dans son rapport sont raisonnables et pertinentes;]1
5° une analyse du travail d'évaluation réalisé par l'offrant;
6° [1 une déclaration par l'expert indépendant, formulée de manière inconditionnelle et sans réserve, attestant du fait que le prix ne méconnaît pas les intérêts des détenteurs de titres;]1
7° [1 une déclaration de l'expert indépendant selon laquelle il répond pleinement aux exigences de l'article 5, accompagnée d'une justification adéquate;]1
8° la rémunération perçue par l'[1 expert indépendant]1, ainsi que l'indication des moyens qu'il a engagés en personnel et en temps, une description des diligences qu'il a effectuées et la mention des personnes qu'il a contactées.
Art.7. Wanneer de [1 FSMA]1 een kennisgeving overeenkomstig artikel 3 heeft ontvangen, maakt zij deze kennisgeving uiterlijk de werkdag na ontvangst openbaar. Deze openbaarmaking gebeurt op de door de [1 FSMA]1 bepaalde wijze, op kosten van de bieder.
In deze openbaarmaking wordt vermeld waar het bij de kennisgeving gevoegde verslag van de onafhankelijke deskundige kosteloos verkrijgbaar wordt gesteld voor het publiek.
Dezelfde werkdag meldt de [1 FSMA]1 deze openbaarmaking aan :
1° de betrokken marktonderneming [2 ...]2;
2° de doelvennootschap;
3° de bieder.
In deze openbaarmaking wordt vermeld waar het bij de kennisgeving gevoegde verslag van de onafhankelijke deskundige kosteloos verkrijgbaar wordt gesteld voor het publiek.
Dezelfde werkdag meldt de [1 FSMA]1 deze openbaarmaking aan :
1° de betrokken marktonderneming [2 ...]2;
2° de doelvennootschap;
3° de bieder.
Art.7. Lorsqu'elle a été saisie d'un avis donné conformément à l'article 3, la [1 FSMA]1 rend cet avis public au plus tard le jour ouvrable suivant celui de sa réception. Cette publication s'effectue, aux frais de l'offrant, conformément aux modalités établies par la [1 FSMA]1.
Cette publication précise le lieu où le public peut obtenir gratuitement le rapport de l'expert indépendant qui est joint à l'avis.
Le même jour ouvrable, la [1 FSMA]1 informe de cette publication :
1° l'entreprise de marché concernée [2 ...]2;
2° la société visée;
3° l'offrant.
Cette publication précise le lieu où le public peut obtenir gratuitement le rapport de l'expert indépendant qui est joint à l'avis.
Le même jour ouvrable, la [1 FSMA]1 informe de cette publication :
1° l'entreprise de marché concernée [2 ...]2;
2° la société visée;
3° l'offrant.
Afdeling II/1. [1 - Memorie van antwoord van het bestuursorgaan van de doelvennootschap.]1
Section II/1. [1 - Mémoire en réponse établi par l'organe d'administration de la société visée.]1
Art.7/1. [1 Binnen een termijn van vijftien werkdagen na de openbaarmaking van de kennisgeving conform artikel 7, legt het bestuursorgaan van de doelvennootschap een ontwerp van memorie van antwoord ter goedkeuring voor aan de FSMA.
[2 De FSMA kan evenwel de in artikel 28, § 3, van de wet bedoelde beslissing om de memorie van antwoord goed te keuren of om de goedkeuring van de memorie van antwoord te weigeren niet nemen tenzij zij voorafgaand of tegelijkertijd de in artikel 19, § 3, van de wet bedoelde beslissing neemt om het prospectus goed te keuren of om de goedkeuring van het prospectus te weigeren.]2
De FSMA kan afwijkingen toestaan van de in het eerste lid bedoelde termijn.]1
[2 De FSMA kan evenwel de in artikel 28, § 3, van de wet bedoelde beslissing om de memorie van antwoord goed te keuren of om de goedkeuring van de memorie van antwoord te weigeren niet nemen tenzij zij voorafgaand of tegelijkertijd de in artikel 19, § 3, van de wet bedoelde beslissing neemt om het prospectus goed te keuren of om de goedkeuring van het prospectus te weigeren.]2
De FSMA kan afwijkingen toestaan van de in het eerste lid bedoelde termijn.]1
Art.7/1. [1 Dans un délai de quinze jours ouvrables à dater de la publication de l'avis conformément à l'article 7, l'organe d'administration de la société visée soumet un projet de mémoire en réponse à l'approbation de la FSMA.
[2 Toutefois, la FSMA ne prend la décision, visée à l'article 28, § 3 de la loi, d'approuver ou de refuser d'approuver le mémoire en réponse que si elle a pris préalablement ou prend en même temps la décision, visée à l'article 19, § 3 de la loi, d'approuver ou de refuser d'approuver le prospectus.]2
La FSMA peut accorder des dérogations en ce qui concerne le délai visé à l'alinéa 1er.]1
[2 Toutefois, la FSMA ne prend la décision, visée à l'article 28, § 3 de la loi, d'approuver ou de refuser d'approuver le mémoire en réponse que si elle a pris préalablement ou prend en même temps la décision, visée à l'article 19, § 3 de la loi, d'approuver ou de refuser d'approuver le prospectus.]2
La FSMA peut accorder des dérogations en ce qui concerne le délai visé à l'alinéa 1er.]1
Art.7/2. [1 Het standpunt van de doelvennootschap over het bod, bedoeld in artikel 24, § 1, 3°, van de wet, bevat, met redenen omkleed :
1° zijn oordeel over het verslag van de onafhankelijke expert;
2° zijn standpunt over de vraag of de prijs de belangen van de effectenhouders al dan niet miskent.
Wanneer de leden van het bestuursorgaan geen eensgezinde stelling innemen, vermeldt het standpunt de verschillende stellingnames van de leden, met aanduiding van de leden die als onafhankelijke bestuurders worden beschouwd en van de leden die in feite bepaalde effectenhouders vertegenwoordigen.]1
1° zijn oordeel over het verslag van de onafhankelijke expert;
2° zijn standpunt over de vraag of de prijs de belangen van de effectenhouders al dan niet miskent.
Wanneer de leden van het bestuursorgaan geen eensgezinde stelling innemen, vermeldt het standpunt de verschillende stellingnames van de leden, met aanduiding van de leden die als onafhankelijke bestuurders worden beschouwd en van de leden die in feite bepaalde effectenhouders vertegenwoordigen.]1
Art.7/2. [1 L'avis émis par la société visée au sujet de l'offre, tel que visé à l'article 24, § 1er, 3°, de la loi, expose de façon motivée :
1° son appréciation à propos du rapport de l'expert indépendant;
2° son opinion quant à savoir si le prix méconnaît ou non les intérêts des détenteurs de titres.
Si les membres de l'organe d'administration n'adoptent pas une position unanime, l'avis mentionne les positions divergentes des membres, en précisant s'il s'agit de membres considérés comme administrateurs indépendants ou de membres qui représentent en fait certains détenteurs de titres.]1
1° son appréciation à propos du rapport de l'expert indépendant;
2° son opinion quant à savoir si le prix méconnaît ou non les intérêts des détenteurs de titres.
Si les membres de l'organe d'administration n'adoptent pas une position unanime, l'avis mentionne les positions divergentes des membres, en précisant s'il s'agit de membres considérés comme administrateurs indépendants ou de membres qui représentent en fait certains détenteurs de titres.]1
Afdeling III. - Verplichtingen tijdens de biedperiode.
Section III. - Obligations pendant la période d'offre.
Art.8. De partijen bij een bod onthouden zich van het (laten) bekendmaken van onjuiste of misleidende verklaringen, mededelingen of stukken die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met het bod.
Art.8. Les parties à l'offre s'abstiennent de publier ou de faire publier des déclarations, communications ou documents contenant des informations fausses ou susceptibles d'induire le public en erreur, se rapportant directement ou indirectement à l'offre.
Art.9. § 1. Zodra hij de kennisgeving, bedoeld in artikel 3 heeft verricht, verwerven de bieder en de personen die met hem in onderling overleg handelen geen effecten waarop het bod slaat tegen gunstiger voorwaarden dan deze van het bod, tenzij hij die uitbreidt tot alle begunstigden van het bod.
§ 2. [2 ...]2
§ 2. [2 ...]2
Art.9. § 1er. Dès la transmission de l'avis prévu à l'article 3, l'offrant et les personnes agissant de concert avec lui s'abstiennent d'acquérir des titres faisant l'objet de l'offre à des conditions plus avantageuses que celles dont est assortie l'offre, sauf s'il en fait bénéficier tous les destinataires de l'offre.
§ 2. [2 ...]2
§ 2. [2 ...]2
Afdeling IV. [1 - Belangen van de effectenhouders.]1
Section IV. [1 - Intérêts des détenteurs de titres.]1
Art.10. De houders van effecten waarop het bod slaat, beschikken over een termijn van vijftien werkdagen na de openbaarmaking van de kennisgeving en van het verslag van de onafhankelijke deskundige, om aan de [1 FSMA]1 hun bezwaren mee te delen bij het bod en, inzonderheid, de waardering van de effecten van de doelvennootschap of de geboden prijs, gelet op de zorg om hun belangen te vrijwaren.
[2 ...]2
[2 ...]2
Art.10. Les détenteurs de titres qui font l'objet de l'offre disposent d'un délai de quinze jours ouvrables à dater de la publication de l'avis et du rapport de l'expert indépendant, pour faire part à la [1 FSMA]1 des griefs qu'ils formulent à l'encontre de l'offre et, plus particulièrement, à l'encontre de l'évaluation des titres de la société visée ou du prix offert, au regard de la sauvegarde de leurs intérêts.
[2 ...]2
[2 ...]2
Art.11. [1 § 1. Binnen een termijn van vijftien werkdagen na afloop van de in artikel 10 bedoelde termijn van vijftien werkdagen kan de FSMA, naargelang het geval, de volgende maatregelen nemen:
1° de FSMA mag aan de bieder kennis geven van haar opmerkingen inzake de naleving van de wet of van dit besluit. Haar opmerkingen worden op de meest geschikte wijze meegedeeld aan de bieder, aan de doelvennootschap, alsook aan de effectenhouders die hun grieven binnen de in artikel 10 bepaalde termijn aan de FSMA hebben meegedeeld. De FSMA kan haar opmerkingen openbaar maken op de wijze die zij bepaalt;
2° indien de bescherming van de rechten van de effectenhouders dit vereist, kan de FSMA, op kosten van de bieder, overgaan tot de aanstelling van een nieuwe onafhankelijke expert in de zin van artikel 5. De FSMA kan haar beslissing openbaar maken op de wijze die zij bepaalt.
In het in het eerste lid, 2°, bedoelde geval bezorgen de bieder en de doelvennootschap de nieuwe onafhankelijke expert de informatie die hij nodig heeft om zijn opdracht te vervullen.
§ 2. Indien de FSMA opmerkingen heeft geformuleerd met toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 1°, beschikt de bieder over een termijn van vijftien werkdagen na de mededeling van die opmerkingen om daarop te reageren en eventueel zijn bod te wijzigen in gunstigere zin voor de effectenhouders.
Na afloop van die termijn van vijftien werkdagen kan de FSMA, naargelang het geval, de volgende maatregelen nemen:
1° de maatregelen als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2° ;
2° de bieder aanmanen om maatregelen te nemen teneinde de belangen van de effectenhouders te vrijwaren.
§ 3. In het in paragraaf 1, eerste lid, 2°, bedoelde geval wordt het verslag van de tweede onafhankelijke expert, dat conform artikel 6 is opgesteld, tegelijkertijd aan de FSMA en de bieder overgelegd binnen een termijn van twintig werkdagen na zijn aanstelling. De FSMA kan afwijkingen toestaan van die termijn.
De volgende bepalingen zijn van toepassing:
1° het verslag van de tweede onafhankelijke expert wordt openbaar gemaakt op de bij artikel 7 voorgeschreven wijze;
2° indien het verslag van de tweede onafhankelijke expert, conform artikel 6, 6°, bevestigt dat de geboden prijs de belangen van de effectenhouders niet miskent, zijn de bepalingen van de artikelen 7/1, 7/2, 10 en van paragraaf 1, eerste lid, 1°, en paragraaf 2, van dit artikel van toepassing, met uitzondering van de in paragraaf 2, tweede lid, 1°, bedoelde mogelijkheid voor de FSMA om tot de aanstelling van een nieuwe onafhankelijke expert over te gaan;
3° zo niet, kondigt de bieder, uiterlijk tien werkdagen na de overlegging van het verslag door de tweede onafhankelijke expert, aan of hij ervan afziet het bod uit te brengen, dan wel of hij de voorwaarden en nadere regels van het bod wijzigt. Als de bieder zijn keuze niet binnen de vooropgestelde termijn meedeelt, wordt hij geacht ervan af te zien zijn bod uit te brengen.
Als de bieder ervan afziet het bod uit te brengen, mag hij binnen twee jaar geen nieuwe kennisgeving als bedoeld in artikel 3 aan de FSMA richten.
Bij wijziging van de voorwaarden en nadere regels van het bod, actualiseert de bieder, binnen een termijn van twintig werkdagen na de overlegging van het verslag door de nieuwe onafhankelijke expert, de in artikel 3 bedoelde kennisgeving en bezorgt hij die geactualiseerde kennisgeving aan de FSMA. De onafhankelijke expert actualiseert zijn verslag en bezorgt het tegelijkertijd aan de FSMA en aan de bieder binnen de door de FSMA bepaalde termijn. De bepalingen van de artikelen 4, 1°, 7/1, 7/2, 10 en van paragraaf 1, eerste lid, 1°, en paragraaf 2, van dit artikel zijn van toepassing, met uitzondering van de in paragraaf 2, tweede lid, 1°, bedoelde mogelijkheid voor de FSMA om tot de aanstelling van een nieuwe onafhankelijke expert over te gaan.]1
1° de FSMA mag aan de bieder kennis geven van haar opmerkingen inzake de naleving van de wet of van dit besluit. Haar opmerkingen worden op de meest geschikte wijze meegedeeld aan de bieder, aan de doelvennootschap, alsook aan de effectenhouders die hun grieven binnen de in artikel 10 bepaalde termijn aan de FSMA hebben meegedeeld. De FSMA kan haar opmerkingen openbaar maken op de wijze die zij bepaalt;
2° indien de bescherming van de rechten van de effectenhouders dit vereist, kan de FSMA, op kosten van de bieder, overgaan tot de aanstelling van een nieuwe onafhankelijke expert in de zin van artikel 5. De FSMA kan haar beslissing openbaar maken op de wijze die zij bepaalt.
In het in het eerste lid, 2°, bedoelde geval bezorgen de bieder en de doelvennootschap de nieuwe onafhankelijke expert de informatie die hij nodig heeft om zijn opdracht te vervullen.
§ 2. Indien de FSMA opmerkingen heeft geformuleerd met toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 1°, beschikt de bieder over een termijn van vijftien werkdagen na de mededeling van die opmerkingen om daarop te reageren en eventueel zijn bod te wijzigen in gunstigere zin voor de effectenhouders.
Na afloop van die termijn van vijftien werkdagen kan de FSMA, naargelang het geval, de volgende maatregelen nemen:
1° de maatregelen als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2° ;
2° de bieder aanmanen om maatregelen te nemen teneinde de belangen van de effectenhouders te vrijwaren.
§ 3. In het in paragraaf 1, eerste lid, 2°, bedoelde geval wordt het verslag van de tweede onafhankelijke expert, dat conform artikel 6 is opgesteld, tegelijkertijd aan de FSMA en de bieder overgelegd binnen een termijn van twintig werkdagen na zijn aanstelling. De FSMA kan afwijkingen toestaan van die termijn.
De volgende bepalingen zijn van toepassing:
1° het verslag van de tweede onafhankelijke expert wordt openbaar gemaakt op de bij artikel 7 voorgeschreven wijze;
2° indien het verslag van de tweede onafhankelijke expert, conform artikel 6, 6°, bevestigt dat de geboden prijs de belangen van de effectenhouders niet miskent, zijn de bepalingen van de artikelen 7/1, 7/2, 10 en van paragraaf 1, eerste lid, 1°, en paragraaf 2, van dit artikel van toepassing, met uitzondering van de in paragraaf 2, tweede lid, 1°, bedoelde mogelijkheid voor de FSMA om tot de aanstelling van een nieuwe onafhankelijke expert over te gaan;
3° zo niet, kondigt de bieder, uiterlijk tien werkdagen na de overlegging van het verslag door de tweede onafhankelijke expert, aan of hij ervan afziet het bod uit te brengen, dan wel of hij de voorwaarden en nadere regels van het bod wijzigt. Als de bieder zijn keuze niet binnen de vooropgestelde termijn meedeelt, wordt hij geacht ervan af te zien zijn bod uit te brengen.
Als de bieder ervan afziet het bod uit te brengen, mag hij binnen twee jaar geen nieuwe kennisgeving als bedoeld in artikel 3 aan de FSMA richten.
Bij wijziging van de voorwaarden en nadere regels van het bod, actualiseert de bieder, binnen een termijn van twintig werkdagen na de overlegging van het verslag door de nieuwe onafhankelijke expert, de in artikel 3 bedoelde kennisgeving en bezorgt hij die geactualiseerde kennisgeving aan de FSMA. De onafhankelijke expert actualiseert zijn verslag en bezorgt het tegelijkertijd aan de FSMA en aan de bieder binnen de door de FSMA bepaalde termijn. De bepalingen van de artikelen 4, 1°, 7/1, 7/2, 10 en van paragraaf 1, eerste lid, 1°, en paragraaf 2, van dit artikel zijn van toepassing, met uitzondering van de in paragraaf 2, tweede lid, 1°, bedoelde mogelijkheid voor de FSMA om tot de aanstelling van een nieuwe onafhankelijke expert over te gaan.]1
Art.11. [1 § 1er. Dans un délai de quinze jours ouvrables à compter de l'issue du délai de quinze jours ouvrables visé à l'article 10, la FSMA peut, selon le cas, prendre les mesures suivantes :
1° la FSMA peut faire part de ses remarques à l'offrant concernant le respect de la loi ou du présent arrêté royal. Ses remarques sont communiquées de la manière la plus appropriée à l'offrant, à la société visée, ainsi qu'aux détenteurs de titres qui ont fait part de leurs griefs à la FSMA dans le délai prévu à l'article 10. La FSMA peut rendre ses remarques publiques, selon les modalités qu'elle détermine ;
2° au cas où la protection des droits des détenteurs de titres l'exige, la FSMA peut procéder, aux frais de l'offrant, à la désignation d'un nouvel expert indépendant au sens de l'article 5. La FSMA peut rendre sa décision publique, selon les modalités qu'elle détermine.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, l'offrant et la société cible fournissent au nouvel expert indépendant les informations nécessaires pour lui permettre d'exécuter sa mission.
§ 2. Si la FSMA a formulé des remarques en application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, l'offrant dispose d'un délai de quinze jours ouvrables à dater de la communication de ces remarques pour y répondre et, le cas échéant, modifier son offre dans un sens plus favorable pour les détenteurs de titres.
A l'issue dudit délai de quinze jours ouvrables, la FSMA peut, selon le cas, prendre les mesures suivantes :
1° les mesures visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2° ;
2° enjoindre à l'offrant de prendre des mesures afin de préserver les intérêts des détenteurs de titres.
§ 3. Dans le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, le rapport du deuxième expert indépendant, rédigé conformément à l'article 6, est transmis simultanément à la FSMA et à l'offrant dans un délai de vingt jours ouvrables de sa désignation. La FSMA peut accorder des dérogations en ce qui concerne ce délai.
Les dispositions suivantes sont d'application :
1° le rapport du deuxième expert indépendant est rendu public selon les modalités prévues à l'article 7 ;
2° au cas où le rapport du deuxième expert indépendant atteste, conformément à l'article 6, 6°, que le prix offert ne méconnaît pas les intérêts des détenteurs de titres, les dispositions des articles 7/1, 7/2, 10 et du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et du paragraphe 2 du présent article sont applicables, excepté en ce qui concerne la faculté pour la FSMA de désigner un nouvel expert, telle que visée au paragraphe 2, alinéa 2, 1° ;
3° dans le cas contraire, l'offrant annonce, au plus tard dix jours ouvrables après la transmission du rapport par le deuxième expert indépendant, s'il renonce à lancer l'offre, ou s'il en modifie les conditions et modalités. A défaut de communiquer son choix dans le délai imparti, l'offrant est présumé renoncer à lancer son offre.
Si l'offrant renonce à lancer l'offre, il ne peut adresser un nouvel avis visé à l'article 3 à la FSMA avant un délai de deux ans.
En cas de modification des conditions et modalités de l'offre, l'offrant actualise, dans un délai de vingt jours ouvrables après la transmission du rapport par le nouvel expert indépendant, l'avis visé à l'article 3 et le transmet à la FSMA. L'expert indépendant actualise son rapport et le transmet simultanément à la FSMA et à l'offrant dans le délai que la FSMA détermine. Les dispositions des articles 4, 1°, 7/1, 7/2, 10 et du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et du paragraphe 2 du présent article sont applicables, excepté en ce qui concerne la faculté pour la FSMA de désigner un nouvel expert, telle que visée au paragraphe 2, alinéa 2, 1°.]1
1° la FSMA peut faire part de ses remarques à l'offrant concernant le respect de la loi ou du présent arrêté royal. Ses remarques sont communiquées de la manière la plus appropriée à l'offrant, à la société visée, ainsi qu'aux détenteurs de titres qui ont fait part de leurs griefs à la FSMA dans le délai prévu à l'article 10. La FSMA peut rendre ses remarques publiques, selon les modalités qu'elle détermine ;
2° au cas où la protection des droits des détenteurs de titres l'exige, la FSMA peut procéder, aux frais de l'offrant, à la désignation d'un nouvel expert indépendant au sens de l'article 5. La FSMA peut rendre sa décision publique, selon les modalités qu'elle détermine.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, l'offrant et la société cible fournissent au nouvel expert indépendant les informations nécessaires pour lui permettre d'exécuter sa mission.
§ 2. Si la FSMA a formulé des remarques en application du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, l'offrant dispose d'un délai de quinze jours ouvrables à dater de la communication de ces remarques pour y répondre et, le cas échéant, modifier son offre dans un sens plus favorable pour les détenteurs de titres.
A l'issue dudit délai de quinze jours ouvrables, la FSMA peut, selon le cas, prendre les mesures suivantes :
1° les mesures visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2° ;
2° enjoindre à l'offrant de prendre des mesures afin de préserver les intérêts des détenteurs de titres.
§ 3. Dans le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, le rapport du deuxième expert indépendant, rédigé conformément à l'article 6, est transmis simultanément à la FSMA et à l'offrant dans un délai de vingt jours ouvrables de sa désignation. La FSMA peut accorder des dérogations en ce qui concerne ce délai.
Les dispositions suivantes sont d'application :
1° le rapport du deuxième expert indépendant est rendu public selon les modalités prévues à l'article 7 ;
2° au cas où le rapport du deuxième expert indépendant atteste, conformément à l'article 6, 6°, que le prix offert ne méconnaît pas les intérêts des détenteurs de titres, les dispositions des articles 7/1, 7/2, 10 et du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et du paragraphe 2 du présent article sont applicables, excepté en ce qui concerne la faculté pour la FSMA de désigner un nouvel expert, telle que visée au paragraphe 2, alinéa 2, 1° ;
3° dans le cas contraire, l'offrant annonce, au plus tard dix jours ouvrables après la transmission du rapport par le deuxième expert indépendant, s'il renonce à lancer l'offre, ou s'il en modifie les conditions et modalités. A défaut de communiquer son choix dans le délai imparti, l'offrant est présumé renoncer à lancer son offre.
Si l'offrant renonce à lancer l'offre, il ne peut adresser un nouvel avis visé à l'article 3 à la FSMA avant un délai de deux ans.
En cas de modification des conditions et modalités de l'offre, l'offrant actualise, dans un délai de vingt jours ouvrables après la transmission du rapport par le nouvel expert indépendant, l'avis visé à l'article 3 et le transmet à la FSMA. L'expert indépendant actualise son rapport et le transmet simultanément à la FSMA et à l'offrant dans le délai que la FSMA détermine. Les dispositions des articles 4, 1°, 7/1, 7/2, 10 et du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et du paragraphe 2 du présent article sont applicables, excepté en ce qui concerne la faculté pour la FSMA de désigner un nouvel expert, telle que visée au paragraphe 2, alinéa 2, 1°.]1
Afdeling V. - Prospectus.
Section V. - Prospectus.
Art.12. Zolang geen gevolg werd gegeven aan een aanmaning, zoals bedoeld in [2 artikel 11]2 spreekt de [1 FSMA]1 zich niet uit over de goedkeuring van het prospectus.
Art.12. Aussi longtemps qu'il n'a pas été donné suite à une injonction visée à l'[2 article 11]2, la [1 FSMA]1 ne se prononce pas sur l'approbation du prospectus
Art.13. Onverminderd de toepassing van artikel 13, § 1, van de wet, bevat het prospectus ten minste de gegevens opgenomen in het schema, opgenomen als bijlage bij dit besluit.
Wanneer sommige door het eerste lid voorgeschreven gegevens niet blijken aan te sluiten bij het bedrijf of de rechtsvorm van de bieder of de doelvennootschap, worden gelijkwaardige gegevens verstrekt.
Wanneer sommige door het eerste lid voorgeschreven gegevens niet blijken aan te sluiten bij het bedrijf of de rechtsvorm van de bieder of de doelvennootschap, worden gelijkwaardige gegevens verstrekt.
Art.13. Sans préjudice de l'application de l'article 13, § 1er, de la loi, le prospectus contient au moins les renseignements prévus par le schéma annexé au présent arrêté.
Lorsque certains renseignements prévus par l'alinéa 1er se révèlent inadaptés à l'activité ou à la forme juridique de l'offrant ou de la société visée, des renseignements équivalents sont fournis.
Lorsque certains renseignements prévus par l'alinéa 1er se révèlent inadaptés à l'activité ou à la forme juridique de l'offrant ou de la société visée, des renseignements équivalents sont fournis.
Art.14. De voorwaarden van het bod bepalen dat :
1° een effectenhouder, die in het kader van het bod heeft aanvaard, zijn aanvaarding steeds kan intrekken tijdens de aanvaardingsperiode;
2° een verhoging van de biedprijs ook geldt voor effectenhouders die het bod reeds hebben aanvaard.
1° een effectenhouder, die in het kader van het bod heeft aanvaard, zijn aanvaarding steeds kan intrekken tijdens de aanvaardingsperiode;
2° een verhoging van de biedprijs ook geldt voor effectenhouders die het bod reeds hebben aanvaard.
Art.14. Les conditions de l'offre prévoient que :
1° un détenteur de titres qui a accepté dans le cadre de l'offre, peut toujours retirer son acceptation pendant période d'acceptation;
2° toute augmentation du prix de l'offre bénéficie également aux détenteurs de titres qui ont déjà accepté l'offre.
1° un détenteur de titres qui a accepté dans le cadre de l'offre, peut toujours retirer son acceptation pendant période d'acceptation;
2° toute augmentation du prix de l'offre bénéficie également aux détenteurs de titres qui ont déjà accepté l'offre.
Afdeling VI.
Section VI.
Afdeling VII. - Aanvaardingsperiode van een bod en verstrijken ervan.
Section VII. - Période d'acceptation de l'offre et expiration de celle-ci.
Art.16/1. [1 De FSMA geeft de bieder toestemming om zijn bod uit te brengen op voorwaarde dat:
1° het uitvoering werd gegeven aan de krachtens artikel 11 genomen maatregelen;
2° de onafhankelijke expert tot de conclusie is gekomen dat de geboden prijs de belangen van de effectenhouders niet miskent, en dat zijn verslag aan de vereisten van dit besluit beantwoordt;
3° de FSMA het prospectus heeft goedgekeurd; en
4° de FSMA de door het bestuursorgaan van de doelvennootschap opgestelde memorie van antwoord heeft goedgekeurd.]1
1° het uitvoering werd gegeven aan de krachtens artikel 11 genomen maatregelen;
2° de onafhankelijke expert tot de conclusie is gekomen dat de geboden prijs de belangen van de effectenhouders niet miskent, en dat zijn verslag aan de vereisten van dit besluit beantwoordt;
3° de FSMA het prospectus heeft goedgekeurd; en
4° de FSMA de door het bestuursorgaan van de doelvennootschap opgestelde memorie van antwoord heeft goedgekeurd.]1
Art.16/1. [1 La FSMA autorise l'offrant à lancer son offre à condition que:
1° il ait été donné suite aux mesures prises en vertu de l'article 11 ;
2° l'expert indépendant ait conclu que le prix offert ne méconnaît pas les intérêts des détenteurs de titres et que son rapport satisfasse aux exigences du présent arrêté;
3° la FSMA ait approuvé le prospectus; et
4° la FSMA ait approuvé le mémoire en réponse établi par l'organe d'administration de la société visée.]1
1° il ait été donné suite aux mesures prises en vertu de l'article 11 ;
2° l'expert indépendant ait conclu que le prix offert ne méconnaît pas les intérêts des détenteurs de titres et que son rapport satisfasse aux exigences du présent arrêté;
3° la FSMA ait approuvé le prospectus; et
4° la FSMA ait approuvé le mémoire en réponse établi par l'organe d'administration de la société visée.]1
Art.17. De aanvaardingsperiode van een bod bedraagt niet minder dan 2 weken en niet meer dan 10 weken.
De aanvaardingsperiode van het bod start na de goedkeuring van de memorie van antwoord van de doelvennootschap.
De aanvaardingsperiode van het bod start na de goedkeuring van de memorie van antwoord van de doelvennootschap.
Art.17. La période d'acceptation de l'offre ne peut être ni inférieure à deux semaines ni supérieure à dix semaines.
La période d'acceptation de l'offre débute après l'approbation du mémoire en réponse de la société visée.
La période d'acceptation de l'offre débute après l'approbation du mémoire en réponse de la société visée.
Art.18. De bieder publiceert, binnen vijf werkdagen na het verstrijken van de aanvaardingsperiode van het bod, de resultaten ervan en hoeveel effecten hij bezit na het bod.
De bieder betaalt de prijs binnen de tien werkdagen na de publicatie van de resultaten van het bod.
De bieder betaalt de prijs binnen de tien werkdagen na de publicatie van de resultaten van het bod.
Art.18. L'offrant rend publics, dans les cinq jours ouvrables qui suivent l'expiration de la période d'acceptation de l'offre, les résultats de celle-ci ainsi que le nombre de titres qu'il détient à l'issue de l'offre.
L'offrant paie le prix dans les dix jours ouvrables qui suivent la publication des résultats de l'offre.
L'offrant paie le prix dans les dix jours ouvrables qui suivent la publication des résultats de l'offre.
Art.19. De effecten die bij het verstrijken van het bod niet zijn aangeboden, worden geacht van rechtswege aan de bieder te zijn overgedragen. De noodzakelijke middelen voor de betaling van de aldus overgedragen effecten worden in bewaring gegeven bij de Deposito- en Consignatiekas ten gunste van hun vroegere eigenaars.
Na afloop van het bod gaat de marktonderneming van een Belgische gereglementeerde markt [1 of de exploitant van een Belgische multilaterale handelsfaciliteit]1 ambtshalve over tot de schrapping van de effecten die waren toegelaten tot de handel op deze markt.
Na afloop van het bod gaat de marktonderneming van een Belgische gereglementeerde markt [1 of de exploitant van een Belgische multilaterale handelsfaciliteit]1 ambtshalve over tot de schrapping van de effecten die waren toegelaten tot de handel op deze markt.
Art.19. Les titres non présentés à l'expiration de l'offre sont réputés transférés de plein droit à l'offrant. Les fonds nécessaires au paiement des titres ainsi transférés sont consignés auprès de la Caisse des dépôts et consignations au profit de leurs anciens propriétaires.
A l'issue de l'offre, toute entreprise de marché organisant un marché réglementé belge [1 ou l'opérateur d'un système multilatéral de négociation belge]1 procède d'office à la radiation des titres qui étaient admis à la négociation sur ce marché.
A l'issue de l'offre, toute entreprise de marché organisant un marché réglementé belge [1 ou l'opérateur d'un système multilatéral de négociation belge]1 procède d'office à la radiation des titres qui étaient admis à la négociation sur ce marché.
HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding; overgangsbepalingen.
CHAPITRE III. - Entrée en vigueur; dispositions transitoires.
Art.20. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007.
Hoofdstuk II van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, zoals gewijzigd door de wet van 16 juni 1998, de wet van 10 maart 1999, het koninklijk besluit van 13 juli 2001, de wet van 2 augustus 2002 en de wet van 20 juli 2004, evenals het koninklijk besluit van 8 november 1989 op de openbare overnameaanbiedingen en de wijzigingen in de controle op vennootschappen, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 11 juni 1997, 21 april 1999 en 7 juli 1999, blijven niettemin gelden voor de biedingen waarvoor de [1 FSMA]1, overeenkomstig artikel 56 van het hetzelfde koninklijk besluit van 8 november 1989, de kennisgeving heeft openbaar gemaakt vóór de datum bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk II van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, zoals gewijzigd door de wet van 16 juni 1998, de wet van 10 maart 1999, het koninklijk besluit van 13 juli 2001, de wet van 2 augustus 2002 en de wet van 20 juli 2004, evenals het koninklijk besluit van 8 november 1989 op de openbare overnameaanbiedingen en de wijzigingen in de controle op vennootschappen, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 11 juni 1997, 21 april 1999 en 7 juli 1999, blijven niettemin gelden voor de biedingen waarvoor de [1 FSMA]1, overeenkomstig artikel 56 van het hetzelfde koninklijk besluit van 8 november 1989, de kennisgeving heeft openbaar gemaakt vóór de datum bedoeld in het eerste lid.
Art.20. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2007.
Le chapitre II de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition, tel que modifié par la loi du 16 juin 1998, la loi du 10 mars 1999, l'arrêté royal du 13 juillet 2001, la loi du 2 août 2002 et la loi du 20 juillet 2004, ainsi que l'arrêté royal du 8 novembre 1989 relatif aux offres publiques d'acquisition et aux modifications du contrôle des sociétés, tel que modifié par les arrêtés royaux des 11 juin 1997, 21 avril 1999 et 7 juillet 1999, restent néanmoins d'application pour les offres dont la [1 FSMA]1 a publié, avant la date visée à l'alinéa 1er, l'avis qui les annonce, conformément à l'article 56 de l'arrete royal du 8 novembre 1989 précité.
Le chapitre II de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition, tel que modifié par la loi du 16 juin 1998, la loi du 10 mars 1999, l'arrêté royal du 13 juillet 2001, la loi du 2 août 2002 et la loi du 20 juillet 2004, ainsi que l'arrêté royal du 8 novembre 1989 relatif aux offres publiques d'acquisition et aux modifications du contrôle des sociétés, tel que modifié par les arrêtés royaux des 11 juin 1997, 21 avril 1999 et 7 juillet 1999, restent néanmoins d'application pour les offres dont la [1 FSMA]1 a publié, avant la date visée à l'alinéa 1er, l'avis qui les annonce, conformément à l'article 56 de l'arrete royal du 8 novembre 1989 précité.
Art.21. Onze Minister, bevoegd voor Financiën, en Onze Minister, bevoegd voor Justitie, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.21. Notre Ministre qui a les Finances dans ses attributions et Notre Ministre qui a la Justice dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Onverminderd de verplichting als bedoeld in artikel 13, § 1, van de wet, bevat het prospectus ten minste volgende vermeldingen en gegevens :
1. Goedkeuring van het prospectus door [1 FSMA]1 en verantwoordelijken voor het prospectus :
1.1. Vermelding dat het prospectus is goedgekeurd door de [1 FSMA]1, maar dat deze goedkeuring geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van het bod, noch van de toestand van de persoon die het bod verwezenlijkt.
1.2. Naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, naam en statutaire zetel van de personen die verantwoordelijk zijn voor het prospectus; hun verklaring dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus zou wijzigen.
2. De bieder :
2.1. Een omstandige opgave van zijn identiteit of, indien de bieder een vennootschap is, de rechtsvorm, naam, hoofdzetel - en, indien verschillend van de hoofdzetel, de statutaire zetel - van deze vennootschap.
2.2. Hoeveel effecten van de doelvennootschap hij bezit op de dag dat het prospectus wordt vastgesteld en het aantal effecten van de doelvennootschap dat hij heeft verworven tijdens de twaalf maanden vóór deze datum, alsook de vermelding van de markt waar deze verwervingen zijn geschied of van het feit dat deze verwervingen buiten de markt zijn geschied, de datum van deze verwervingen en de betaalde prijs (prijzen).
De in voorgaand lid bedoelde gegevens voor de effecten van de doelvennootschap in bezit van en verworven door met de bieder verbonden personen, personen die in onderling overleg met hem optreden, de personen die als tussenpersoon, in de zin van [2 artikel 1:16, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2, optreden en de doelvennootschap zelf.
2.3. Indien het bod uitgaat van verschillende bieders of indien de bieder in onderling overleg met andere personen handelt :
- de identiteit van deze personen alsook, indien het om vennootschappen gaat, de rechtsvorm, de naam, de hoofdzetel - en, indien verschillend van de hoofdzetel, de statutaire zetel - en hun relatie tot de bieder en, indien mogelijk, tot de doelvennootschap;
- de grootte en de modaliteiten van hun respectief aandeel in het bod.
2.4 Weergave van [2 artikel 7:82, § 1, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2; vermelding dat het bod is onderworpen aan de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en aan het koninklijk besluit waarbij dit schema als bijlage gaat.
3. De doelvennootschap :
3.1. Een omstandige opgave van zijn identiteit.
3.2.1. De laatste jaarrekening en/of geconsolideerde jaarrekening alsmede een recentere staat indien zich sinds de afsluitingsdatum van deze jaarrekeningen belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan of meer dan negen maanden verstreken zijn.
Indien de gewone of de geconsolideerde jaarrekening niet strookt met de bepalingen van het Gemeenschapsrecht en geen getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële positie en de resultaten van de doelvennootschap moeten uitvoeriger en/of aanvullende inlichtingen worden verstrekt.
3.2.2. Commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen.
Naam en adres van de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van de doelvennootschap gedurende het tijdvak dat door de historische financiële informatie wordt bestreken (met vermelding van hun lidmaatschap van een beroepsorganisatie).
Indien commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen tijdens het door de historische financiële informatie bestreken tijdvak ontslag hebben genomen, dan wel ontslagen of niet opnieuw benoemd zijn, moeten terzake nadere bijzonderheden worden verstrekt indien zulks van betekenis is.
3.3. Een gedetailleerde staat van het kapitaal en hoe dit is vertegenwoordigd, van de effecten met stemrecht in omloop die het kapitaal niet vertegenwoordigen, van de converteerbare obligaties en warrants in omloop met vermelding van de periode en de conversie- of inschrijvingsvoorwaarden.
3.4. De evolutie tijdens ten minste de laatste twaalf maanden van de verhandelingsprijzen van de effecten van de doelvennootschap op de gereglementeerde markt of een MTF.
4. Het bod :
4.1. Kenmerken van het bod
4.1.1. Inhoud van het bod
4.1.2. Effecten of, in voorkomend geval, de categorieën effecten waarop het bod betrekking heeft.
4.1.3. De geboden vergoeding, in voorkomend geval per categorie van effecten..
4.1.4. De omstandig becijferde waardering van de effecten waarop het bod slaat volgens methodes die, gelet op de aard en de activiteit van de betrokken vennootschap, relevant zijn en uitgaande van passende feitelijke elementen en hypothesen, evenals de opgave van de toegepaste waarderingsmethodes, de feitelijke elementen en hypothesen die werden weerhouden, de gebruikte bronnen en het bekomen resultaat op grond van de gebruikte waarderingsmethodes.
4.1.5. Vermelding en verantwoording van de prijs. Als effecten van verschillende categorieën tegen verschillende prijzen zijn verworven, vermelding van deze prijzen en verantwoording van de prijsverschillen.
4.2. Aanvaarding van het bod; betaling
4.2.1. Aanvaardingsperiode van het bod.
4.2.2. Plaatsen waar de acceptaties.
4.2.3. Vermelding dat bij hoger bod door de bieder dit hoger bod geldt voor alle effectenhouders die het bod hebben aanvaard.
4.2.4. Data en modaliteiten van betaling.
4.2.5. Vermelding dat eventuele taksen en kosten ten laste zijn van de bieder.
4.2.6. Vermelding van de plaats waar en de wijze waarop de prijs van de effecten, die na afsluiting van het bod niet zijn aangeboden, worden geconsigneerd.
4.3. Opname van het verslag van de expert als bijlage of vermelding van de vindplaats van dit document.
5. Opname van de memorie van antwoord als bijlage of vermelding van de vindplaats van dit document.
6. Wanneer het prospectus uit verschillende delen bestaat, vindplaats van de andere delen.
1. Goedkeuring van het prospectus door [1 FSMA]1 en verantwoordelijken voor het prospectus :
1.1. Vermelding dat het prospectus is goedgekeurd door de [1 FSMA]1, maar dat deze goedkeuring geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van het bod, noch van de toestand van de persoon die het bod verwezenlijkt.
1.2. Naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, naam en statutaire zetel van de personen die verantwoordelijk zijn voor het prospectus; hun verklaring dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus zou wijzigen.
2. De bieder :
2.1. Een omstandige opgave van zijn identiteit of, indien de bieder een vennootschap is, de rechtsvorm, naam, hoofdzetel - en, indien verschillend van de hoofdzetel, de statutaire zetel - van deze vennootschap.
2.2. Hoeveel effecten van de doelvennootschap hij bezit op de dag dat het prospectus wordt vastgesteld en het aantal effecten van de doelvennootschap dat hij heeft verworven tijdens de twaalf maanden vóór deze datum, alsook de vermelding van de markt waar deze verwervingen zijn geschied of van het feit dat deze verwervingen buiten de markt zijn geschied, de datum van deze verwervingen en de betaalde prijs (prijzen).
De in voorgaand lid bedoelde gegevens voor de effecten van de doelvennootschap in bezit van en verworven door met de bieder verbonden personen, personen die in onderling overleg met hem optreden, de personen die als tussenpersoon, in de zin van [2 artikel 1:16, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2, optreden en de doelvennootschap zelf.
2.3. Indien het bod uitgaat van verschillende bieders of indien de bieder in onderling overleg met andere personen handelt :
- de identiteit van deze personen alsook, indien het om vennootschappen gaat, de rechtsvorm, de naam, de hoofdzetel - en, indien verschillend van de hoofdzetel, de statutaire zetel - en hun relatie tot de bieder en, indien mogelijk, tot de doelvennootschap;
- de grootte en de modaliteiten van hun respectief aandeel in het bod.
2.4 Weergave van [2 artikel 7:82, § 1, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2; vermelding dat het bod is onderworpen aan de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en aan het koninklijk besluit waarbij dit schema als bijlage gaat.
3. De doelvennootschap :
3.1. Een omstandige opgave van zijn identiteit.
3.2.1. De laatste jaarrekening en/of geconsolideerde jaarrekening alsmede een recentere staat indien zich sinds de afsluitingsdatum van deze jaarrekeningen belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan of meer dan negen maanden verstreken zijn.
Indien de gewone of de geconsolideerde jaarrekening niet strookt met de bepalingen van het Gemeenschapsrecht en geen getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële positie en de resultaten van de doelvennootschap moeten uitvoeriger en/of aanvullende inlichtingen worden verstrekt.
3.2.2. Commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen.
Naam en adres van de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van de doelvennootschap gedurende het tijdvak dat door de historische financiële informatie wordt bestreken (met vermelding van hun lidmaatschap van een beroepsorganisatie).
Indien commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen tijdens het door de historische financiële informatie bestreken tijdvak ontslag hebben genomen, dan wel ontslagen of niet opnieuw benoemd zijn, moeten terzake nadere bijzonderheden worden verstrekt indien zulks van betekenis is.
3.3. Een gedetailleerde staat van het kapitaal en hoe dit is vertegenwoordigd, van de effecten met stemrecht in omloop die het kapitaal niet vertegenwoordigen, van de converteerbare obligaties en warrants in omloop met vermelding van de periode en de conversie- of inschrijvingsvoorwaarden.
3.4. De evolutie tijdens ten minste de laatste twaalf maanden van de verhandelingsprijzen van de effecten van de doelvennootschap op de gereglementeerde markt of een MTF.
4. Het bod :
4.1. Kenmerken van het bod
4.1.1. Inhoud van het bod
4.1.2. Effecten of, in voorkomend geval, de categorieën effecten waarop het bod betrekking heeft.
4.1.3. De geboden vergoeding, in voorkomend geval per categorie van effecten..
4.1.4. De omstandig becijferde waardering van de effecten waarop het bod slaat volgens methodes die, gelet op de aard en de activiteit van de betrokken vennootschap, relevant zijn en uitgaande van passende feitelijke elementen en hypothesen, evenals de opgave van de toegepaste waarderingsmethodes, de feitelijke elementen en hypothesen die werden weerhouden, de gebruikte bronnen en het bekomen resultaat op grond van de gebruikte waarderingsmethodes.
4.1.5. Vermelding en verantwoording van de prijs. Als effecten van verschillende categorieën tegen verschillende prijzen zijn verworven, vermelding van deze prijzen en verantwoording van de prijsverschillen.
4.2. Aanvaarding van het bod; betaling
4.2.1. Aanvaardingsperiode van het bod.
4.2.2. Plaatsen waar de acceptaties.
4.2.3. Vermelding dat bij hoger bod door de bieder dit hoger bod geldt voor alle effectenhouders die het bod hebben aanvaard.
4.2.4. Data en modaliteiten van betaling.
4.2.5. Vermelding dat eventuele taksen en kosten ten laste zijn van de bieder.
4.2.6. Vermelding van de plaats waar en de wijze waarop de prijs van de effecten, die na afsluiting van het bod niet zijn aangeboden, worden geconsigneerd.
4.3. Opname van het verslag van de expert als bijlage of vermelding van de vindplaats van dit document.
5. Opname van de memorie van antwoord als bijlage of vermelding van de vindplaats van dit document.
6. Wanneer het prospectus uit verschillende delen bestaat, vindplaats van de andere delen.
Art. N. Sans préjudice de l'obligation visée à l'article 13, § 1er, de la loi, le prospectus comporte au moins les mentions et renseignements suivants :
1. Approbation du prospectus par la [1 FSMA]1 et personnes assumant la responsabilité du prospectus :
1.1. Mention du fait que le prospectus a été approuvé par la [1 FSMA]1, mais que cette approbation ne comporte aucune appréciation de l'opportunité et de la qualité de l'offre, ni de la situation de celui qui la réalise.
1.2. Nom et fonction ou, s'il s'agit de personnes morales, nom et siege statutaire des personnes qui assument la responsabilité du prospectus; déclaration de ces personnes certifiant qu'à leur connaissance, les données du prospectus sont conformes à la réalité et ne comportent pas d'omission de nature à en altérer la portée.
2. L'offrant :
2.1. Une description détaillée de son identité ou, lorsque l'offrant est une société, la mention de sa forme juridique, de sa dénomination, de son siège principal et, s'il est différent du siège principal, de son siège statutaire.
2.2. Le nombre de titres de la société visée qu'il détient le jour où le prospectus est arrêté ainsi que le nombre de titres de la société visée qu'il a acquis au cours des douze mois précédant cette date, ainsi que l'indication du marché sur lequel ces acquisitions ont été opérées ou la mention du fait que ces acquisitions ont été opérées hors marché, la date de ces acquisitions et le(s) prix payé(s).
Les indications visées à l'alinéa précédent en ce qui concerne les titres de la société visée possédés et acquis par des personnes liées à l'offrant, par des personnes agissant de concert avec lui, par des personnes servant d'intermédiaires au sens de l'[2 article 1:16, § 2, du Code des sociétés et des associations]2 et par la société visée elle-même.
2.3. Si l'offre émane d'une pluralité d'offrants ou si l'offrant agit de concert avec d'autres personnes :
- l'identité de ces personnes et, lorsqu'il s'agit de sociétés, leur forme juridique, leur dénomination, leur siège principal - et, s'il est différent du siège principal, leur siège statutaire - ainsi que leur lien avec l'offrant et, lorsque cela est possible, avec la société visée;
- la part et les modalités d'intervention de chacune d'elles dans l'offre.
2.4. Reproduction de l'[2 article 7:82, § 1er, alinéa 1er, du Code des sociétés et des associations]2; mention de ce que l'offre est soumise à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition et à l'arrêté royal auquel le présent schéma est annexé.
3. La société visée :
3.1. Une description détaillée de son identité.
3.2.1. Ses derniers comptes annuels et/ou consolidés ainsi qu'un état comptable plus récent si des modifications importantes sont survenues depuis la date de clôture de ces comptes ou si cette date remonte à plus de neuf mois.
Si les comptes annuels non consolidés ou consolidés ne sont pas conformes aux dispositions du droit communautaire et qu'ils ne donnent pas une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de la société visée, des renseignements plus détaillés et/ou complémentaires doivent être fournis.
3.2.2. Commissaires ou personnes chargées du contrôle des états financiers.
Nom et adresse des commissaires ou des personnes chargées du contrôle des états financiers de la société visée, pour la période couverte par les informations financières historiques (en indiquant leur appartenance à un organisme professionnel).
Si des commissaires ou des personnes chargées du contrôle des états financiers ont démissionné, ont été révoqués ou n'ont pas été renommés durant la période couverte par les informations financières historiques, des informations complémentaires doivent être fournies à ce sujet si elles sont importantes.
3.3. Un état détaillé du capital et de sa représentation, des titres avec droit de vote non représentatifs du capital en circulation, des obligations convertibles et des droits de souscription en circulation avec mention de l'époque et des conditions de conversion ou de souscription.
3.4. L'évolution au cours des douze derniers mois au moins des prix de négociation des titres de la société visée sur le marché réglementé ou sur un MTF.
4. L'offre :
4.1. Caractéristiques de l'offre
4.1.1. Teneur de l'offre.
4.1.2. Les titres ou, le cas échéant, les catégories de titres qui font l'objet de l'offre.
4.1.3. La contrepartie offerte, le cas échéant par catégorie de titres.
4.1.4. L'évaluation, étayée par des chiffres circonstanciés, qui a été faite des titres visés par l'offre, en utilisant des méthodes pertinentes au regard de la nature et de l'activité de la société concernée et en partant d'éléments de fait et d'hypothèses adéquats; indication des méthodes d'évaluation appliquées, des éléments de fait et des hypothèses retenus, des sources utilisées et du résultat obtenu au moyen des méthodes d'évaluation employées.
4.1.5. Indication et justification du prix. Si des titres de catégories différentes sont acquis à des prix différents, indication de ces prix et justification des différences.
4.2. Acceptation de l'offre; paiement
4.2.1. Période d'acceptation de l'offre.
4.2.2. Lieux du dépôt des acceptations.
4.2.3. Indication qu'en cas de majoration, par l'offrant, du prix offert, tous les détenteurs de titres qui auront répondu à l'offre bénéficieront de cette majoration.
4.2.4. Dates et modalités de paiement.
4.2.5. Mention du fait que les taxes et frais éventuels sont à charge de l'offrant.
4.2.6. Mention du lieu et des modalités de consignation du prix des titres non présentés à la clôture de l'offre.
4.3. Joindre en annexe le rapport de l'expert ou mentionner l'endroit où ce document est disponible.
5. Joindre en annexe le mémoire en réponse ou mentionner l'endroit où ce document est disponible.
6. Si le prospectus comprend plusieurs parties, mentionner l'endroit où les autres parties sont disponibles.
1. Approbation du prospectus par la [1 FSMA]1 et personnes assumant la responsabilité du prospectus :
1.1. Mention du fait que le prospectus a été approuvé par la [1 FSMA]1, mais que cette approbation ne comporte aucune appréciation de l'opportunité et de la qualité de l'offre, ni de la situation de celui qui la réalise.
1.2. Nom et fonction ou, s'il s'agit de personnes morales, nom et siege statutaire des personnes qui assument la responsabilité du prospectus; déclaration de ces personnes certifiant qu'à leur connaissance, les données du prospectus sont conformes à la réalité et ne comportent pas d'omission de nature à en altérer la portée.
2. L'offrant :
2.1. Une description détaillée de son identité ou, lorsque l'offrant est une société, la mention de sa forme juridique, de sa dénomination, de son siège principal et, s'il est différent du siège principal, de son siège statutaire.
2.2. Le nombre de titres de la société visée qu'il détient le jour où le prospectus est arrêté ainsi que le nombre de titres de la société visée qu'il a acquis au cours des douze mois précédant cette date, ainsi que l'indication du marché sur lequel ces acquisitions ont été opérées ou la mention du fait que ces acquisitions ont été opérées hors marché, la date de ces acquisitions et le(s) prix payé(s).
Les indications visées à l'alinéa précédent en ce qui concerne les titres de la société visée possédés et acquis par des personnes liées à l'offrant, par des personnes agissant de concert avec lui, par des personnes servant d'intermédiaires au sens de l'[2 article 1:16, § 2, du Code des sociétés et des associations]2 et par la société visée elle-même.
2.3. Si l'offre émane d'une pluralité d'offrants ou si l'offrant agit de concert avec d'autres personnes :
- l'identité de ces personnes et, lorsqu'il s'agit de sociétés, leur forme juridique, leur dénomination, leur siège principal - et, s'il est différent du siège principal, leur siège statutaire - ainsi que leur lien avec l'offrant et, lorsque cela est possible, avec la société visée;
- la part et les modalités d'intervention de chacune d'elles dans l'offre.
2.4. Reproduction de l'[2 article 7:82, § 1er, alinéa 1er, du Code des sociétés et des associations]2; mention de ce que l'offre est soumise à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition et à l'arrêté royal auquel le présent schéma est annexé.
3. La société visée :
3.1. Une description détaillée de son identité.
3.2.1. Ses derniers comptes annuels et/ou consolidés ainsi qu'un état comptable plus récent si des modifications importantes sont survenues depuis la date de clôture de ces comptes ou si cette date remonte à plus de neuf mois.
Si les comptes annuels non consolidés ou consolidés ne sont pas conformes aux dispositions du droit communautaire et qu'ils ne donnent pas une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de la société visée, des renseignements plus détaillés et/ou complémentaires doivent être fournis.
3.2.2. Commissaires ou personnes chargées du contrôle des états financiers.
Nom et adresse des commissaires ou des personnes chargées du contrôle des états financiers de la société visée, pour la période couverte par les informations financières historiques (en indiquant leur appartenance à un organisme professionnel).
Si des commissaires ou des personnes chargées du contrôle des états financiers ont démissionné, ont été révoqués ou n'ont pas été renommés durant la période couverte par les informations financières historiques, des informations complémentaires doivent être fournies à ce sujet si elles sont importantes.
3.3. Un état détaillé du capital et de sa représentation, des titres avec droit de vote non représentatifs du capital en circulation, des obligations convertibles et des droits de souscription en circulation avec mention de l'époque et des conditions de conversion ou de souscription.
3.4. L'évolution au cours des douze derniers mois au moins des prix de négociation des titres de la société visée sur le marché réglementé ou sur un MTF.
4. L'offre :
4.1. Caractéristiques de l'offre
4.1.1. Teneur de l'offre.
4.1.2. Les titres ou, le cas échéant, les catégories de titres qui font l'objet de l'offre.
4.1.3. La contrepartie offerte, le cas échéant par catégorie de titres.
4.1.4. L'évaluation, étayée par des chiffres circonstanciés, qui a été faite des titres visés par l'offre, en utilisant des méthodes pertinentes au regard de la nature et de l'activité de la société concernée et en partant d'éléments de fait et d'hypothèses adéquats; indication des méthodes d'évaluation appliquées, des éléments de fait et des hypothèses retenus, des sources utilisées et du résultat obtenu au moyen des méthodes d'évaluation employées.
4.1.5. Indication et justification du prix. Si des titres de catégories différentes sont acquis à des prix différents, indication de ces prix et justification des différences.
4.2. Acceptation de l'offre; paiement
4.2.1. Période d'acceptation de l'offre.
4.2.2. Lieux du dépôt des acceptations.
4.2.3. Indication qu'en cas de majoration, par l'offrant, du prix offert, tous les détenteurs de titres qui auront répondu à l'offre bénéficieront de cette majoration.
4.2.4. Dates et modalités de paiement.
4.2.5. Mention du fait que les taxes et frais éventuels sont à charge de l'offrant.
4.2.6. Mention du lieu et des modalités de consignation du prix des titres non présentés à la clôture de l'offre.
4.3. Joindre en annexe le rapport de l'expert ou mentionner l'endroit où ce document est disponible.
5. Joindre en annexe le mémoire en réponse ou mentionner l'endroit où ce document est disponible.
6. Si le prospectus comprend plusieurs parties, mentionner l'endroit où les autres parties sont disponibles.