Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten. (NOTA : Bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij W2008-06-08/31, art. 11)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-05-2007 en tekstbijwerking tot 18-11-2016)
Titre
27 AVRIL 2007. - Arrêté royal visant à transposer la Directive européenne concernant les marchés d'instruments financiers. (NOTE : Confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur par L2008-06-08/31, art. 11)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-05-2007 et mise à jour au 18-11-2016)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (136)
Texte (136)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling.
CHAPITRE Ier. - Disposition introductive.
Artikel 1. Dit besluit strekt inzonderheid
  1° tot omzetting van de Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
  2° tot omzetting van de Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde Richtlijn;
  3° tot het treffen van de aanpassingsmaatregelen nodig ingevolge de Verordening 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde Richtlijn betreft.
Article 1. Le présent arrêté vise notamment à
  1° assurer la transposition de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les Directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil;
  2° assurer la transposition de la Directive 2006/73/CE de la Commission du 10 août 2006 portant mesures d'exécution de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles et les conditions d'exercice applicables aux entreprises d'investissement et la définition de certains termes aux fins de ladite Directive;
  3° procéder aux adaptations requises en vertu du règlement n° 1287/2006 de la Commission du 10 août 2006 portant mesures d'exécution de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les obligations des entreprises d'investissement en matière d'enregistrement, le compte rendu des transactions, la transparence du marché, l'admission des instruments financiers à la négociation et la définition de termes aux fins de ladite Directive.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de wet van 2 augustus 2002.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 2 août 2002.
Art.2. In artikel 2, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten worden de volgende wijzingen aangebracht :
  1° het 1°, a) tot j), wordt vervangen als volgt :
  " 1° " financieel instrument " : elk instrument dat tot één van de volgende categorieën behoort :
  a) effecten, als omschreven in het 31°;
  b) geldmarktinstrumenten, als omschreven in het 32°;
  c) rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;
  d) opties, futures, swaps, rentetermijn-contracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op effecten, valuta, rentevoeten of rendementen, of andere afgeleide instrumenten, financiële indexen of maatstaven en die kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële aflevering of in contanten;
  e) opties, futures, swaps, rentetermijn-contracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en in contanten moeten of mogen worden afgewikkeld naar keuze van één van de partijen (tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft);
  f) opties, futures, swaps en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering, mits zij worden verhandeld op een gereglementeerde markt en/of een MTF;
  g) andere, niet in f) vermelde opties, futures, swaps, termijncontracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen, die kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering en niet voor commerciële doeleinden bestemd zijn, en die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten hebben, waarbij inzonderheid in aanmerking wordt genomen of de clearing en afwikkeling via erkende clearinghouses geschiedt en of er regelmatig sprake is van "margin calls" (verzoek om storting van extra zekerheden);
  h) afgeleide instrumenten voor de overdracht van het kredietrisico;
  i) financiële contracten ter verrekening van verschillen ("contracts for differences");
  j) opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten met betrekking tot klimaatvariabelen, vrachttarieven, emissievergunningen, inflatiepercentages of andere officiële economische statistieken, en die contant moeten, of, op verzoek van één der partijen, kunnen worden afgewikkeld (tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft), alsmede andere derivatencontracten met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen, indices en maatregelen dan die vermeld in het 1° die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten bezitten, waarbij inzonderheid in aanmerking wordt genomen of zij op een gereglementeerde markt of MTF worden verhandeld, of de clearing en afwikkeling via erkende clearinghouses geschiedt, en tevens of er regelmatig sprake is van "margin calls" (verzoek om storting van extra zekerheden); ";
  2° het 4° wordt vervangen als volgt :
  " 4° " multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF) " : een door een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels - samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van deze wet of titel II van de Richtlijn 2004/39/EG; ";
  3° het 5° wordt vervangen als volgt :
  " 5° " Belgische gereglementeerde markt " : een door een marktonderneming geëxploiteerd en/of beheerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem - samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en/of de systemen van de markt tot de handel zijn toegelaten, en waaraan vergunning is verleend en die regelmatig werkt, overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II; ";
  4° het 6° wordt vervangen als volgt :
  " 6° " buitenlandse gereglementeerde markt " : elke markt voor financiële instrumenten die is georganiseerd door een marktonderneming waarvan de Staat van herkomst een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is dan België, en waaraan in deze lidstaat een vergunning als gereglementeerde markt met toepassing van titel III van de Richtlijn 2004/39/EG is verleend; ";
  5° het 7° wordt vervangen als volgt :
  " 7° " marktonderneming " : een persoon of personen die het bedrijf van een gereglementeerde markt beheren en/of exploiteren; de gereglementeerde markt kan de marktonderneming zelf zijn; ";
  6° het 8° wordt vervangen als volgt :
  " 8° " systematische internaliseerder " of " beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling " : een beleggingsonderneming of kredietinstelling die op een georganiseerde, frequente en systematische wijze voor eigen rekening cliëntenorders uitvoert buiten een gereglementeerde markt of een MTF; ";
  7° het 10°, d), wordt vervangen als volgt :
  " d) de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die over een vergunning als beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken; ";
  8° het 10°, g), wordt opgeheven;
  9° het 11° wordt vervangen als volgt :
  " 11° " lidstaat van herkomst " :
  a) in het geval van een beleggingsonderneming :
  i) indien de beleggingsonderneming een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar deze persoon zijn hoofdkantoor heeft;
  ii) indien de beleggingsonderneming een rechtspersoon is, de lidstaat waar haar statutaire zetel is gelegen;
  iii) indien de beleggingsonderneming overeenkomstig haar nationale wetgeving geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar haar hoofdkantoor is gelegen;
  b) in het geval van een gereglementeerde markt : de lidstaat waar de statutaire zetel van de gereglementeerde markt is gelegen of, indien deze overeenkomstig de wetgeving van deze lidstaat geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar het hoofdkantoor van de gereglementeerde markt is gelegen; ";
  10° het 13° wordt vervangen als volgt :
  " 13° " lidstaat van ontvangst " : de lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar de beleggingsonderneming een bijkantoor heeft of diensten en/of activiteiten verricht, of de lidstaat waar een gereglementeerde markt passende voorzieningen treft om de toegang tot de handel in zijn systeem voor in laatstgenoemde lidstaat gevestigde leden of deelnemers op afstand te faciliteren; ";
  11 ° het 15° wordt vervangen als volgt :
  " 15° " limietorder " : een order om een financieel instrument tegen de opgegeven limietkoers of een betere koers en voor een gespecificeerde omvang te kopen of te verkopen; ".
Art.2. A l'article 2, alinéa 1er, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le 1°, a) à j), est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° " instrument financier " : tout instrument appartenant à l'une des catégories suivantes :
  a) les valeurs mobilières, telles que définies au 31°;
  b) les instruments du marché monétaire, tels que définis au 32°;
  c) les parts d'organismes de placement collectif;
  d) les contrats d'option, contrats à terme, contrats d'échange, accords de taux futurs et tous autres contrats dérivés relatifs à des valeurs mobilières, des monnaies, des taux d'intérêt ou des rendements ou autres instruments dérivés, indices financiers ou mesures financières qui peuvent être réglés par une livraison physique ou en espèces;
  e) les contrats d'option, contrats à terme, contrats d'échange, accords de taux futurs et tous autres contrats dérivés relatifs à des matières premières qui doivent être réglés en espèces ou peuvent être réglés en espèces à la demande d'une des parties (autrement qu'en cas de défaillance ou d'autre incident provoquant la résiliation);
  f) les contrats d'option, contrats à terme, contrats d'échange et tout autre contrat dérivé relatif à des matières premières qui peuvent être réglés par livraison physique, à condition qu'ils soient négociés sur un marché réglementé et/ou un MTF;
  g) les contrats d'option, contrats à terme, contrats d'échange, contrats à terme ferme (forwards) et tous autres contrats dérivés relatifs à des matières premières qui peuvent être réglés par livraison physique, non mentionnés par ailleurs au point f) et non destinés à des fins commerciales, qui présentent les caractéristiques d'autres instruments financiers dérivés en tenant compte de ce que, notamment, ils sont compensés et réglés par l'intermédiaire d'organismes de compensation reconnus ou font l'objet d'appels de marge réguliers;
  h) les instruments dérivés servant au transfert du risque de crédit;
  i) les contrats financiers pour différences (financial contracts for differences);
  j) les contrats d'option, contrats à terme, contrats d'echange, accords de taux futurs et tous autres contrats derivés relatifs à des variables climatiques, à des tarifs de fret, à des autorisations d'émissions ou à des taux d'inflation ou d'autres statistiques économiques officielles qui doivent être réglés en espèces ou peuvent être réglés en espèces a la demande d'une des parties (autrement qu'en cas de défaillance ou d'autre incident provoquant la résiliation), de même que tous autres contrats dérivés concernant des actifs, des droits, des obligations, des indices et des mesures non mentionnes par ailleurs au 1°, qui présentent les caractéristiques d'autres instruments financiers dérivés en tenant compte de ce que, notamment, ils sont négociés sur un marché réglementé ou un MTF, sont compensés et réglés par l'intermédiaire d'organismes de compensation reconnus ou font l'objet d'appels de marge réguliers; ";
  2° le 4° est remplacé par la disposition suivante :
  " 4° " système multilatéral de négociation (Multilateral trading facility - MTF) " : un système multilatéral, exploité par une entreprise d'investissement, un établissement de crédit ou une entreprise de marché, qui assure la rencontre - en son sein même et selon des règles non discrétionnaires - de multiples intérets acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des instruments financiers, d'une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats conformément aux dispositions du chapitre II de la présente loi ou du titre II de la Directive 2004/39/CE; ";
  3° le 5° est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° " marché réglementé belge " : un système multilatéral, exploité et/ou géré par une entreprise de marché, qui assure ou facilite la rencontre - en son sein même et selon ses règles non discrétionnaires - de multiples intérêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des instruments financiers, d'une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats portant sur des instruments financiers admis à la négociation dans le cadre de ses règles et/ou de ses systèmes, et qui est agréé et fonctionne régulièrement conformément aux dispositions du chapitre II; ";
  4° le 6° est remplacé par la disposition suivante :
  " 6° " marché réglementé étranger " : tout marché d'instruments financiers qui est organisé par une entreprise de marché dont l'Etat d'origine est un Etat membre de l'Espace économique européen autre que la Belgique et qui a été agréé dans cet Etat membre en qualité de marché réglementé en application du titre III de la Directive 2004/39/CE; ";
  5° le 7° est remplacé par la disposition suivante :
  " 7° " entreprise de marché " : une ou plusieurs personnes gérant et/ou exploitant l'activité d'un marché réglementé; l'entreprise de marché peut être le marché réglementé lui-même; ";
  6° le 8° est remplacé par la disposition suivante :
  " 8° " internalisateur systématique " : une entreprise d'investissement ou un établissement de crédit qui, de façon organisée, fréquente et systématique, négocie pour compte propre en exécutant les ordres des clients en dehors d'un marché réglementé ou d'un MTF; ";
  7° le 10°, d), est remplacé par la disposition suivante :
  " d) les entreprises d'investissement de droit belge agréées en qualité de société de bourse ou de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; ";
  8° le 10°, g), est abrogé;
  9° le 11° est remplacé par la disposition suivante :
  " 11° " Etat membre d'origine " :
  a) dans le cas d'une entreprise d'investissement :
  i) s'il s'agit d'une personne physique, l'Etat membre où son administration centrale est située;
  ii) s'il s'agit d'une personne morale, l'Etat membre où son siège statutaire est situé;
  iii) si, conformément à son droit national, elle n'a pas de siège statutaire, l'Etat membre où son administration centrale est située;
  b) dans le cas d'un marché réglementé : l'Etat membre où son siège statutaire est situé ou si, conformément à son droit national, il n'a pas de siège statutaire, l'Etat membre où son administration centrale est située; ";
  10° le 13° est remplacé par la disposition suivante :
  " 13° " Etat membre d'accueil " : l'Etat membre, autre que l'Etat membre d'origine, dans lequel une entreprise d'investissement a une succursale ou fournit des services et/ou exerce des activités, ou l'Etat membre dans lequel un marché réglementé fournit les dispositifs utiles pour permettre aux membres ou participants établis dans ce dernier Etat membre d'accéder à distance à la négociation dans le cadre de son système; ";
  11° le 15° est remplacé par la disposition suivante :
  " 15° " ordre à cours limité " : l'ordre d'acheter ou de vendre un instrument financier à la limite de prix spécifiée ou plus avantageusement et pour une quantité précisée; ".
Art.3. Artikel 2, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " 27° " cliënt " : iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wie een beleggingsonderneming of kredietinstelling beleggingsdiensten en/of nevendiensten verricht;
  28° " professionele cliënt " : een cliënt die voldoet aan de criteria bepaald door de Koning op advies van de CBFA;
  29° " niet-professionele cliënt " : een cliënt die niet als een professionele cliënt wordt behandeld;
  30° " in aanmerking komende tegenpartijen " : door de Koning op advies van de CBFA bepaalde personen;
  31° " effecten " : alle categorieën op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren, betaalinstrumenten uitgezonderd, zoals :
  a) aandelen in vennootschappen en andere met aandelen in vennootschappen, partnerships of andere entiteiten gelijk te stellen waardepapieren, alsmede aandelencertificaten;
  b) obligaties en andere schuldinstrumenten, alsmede certificaten betreffende dergelijke effecten;
  c) alle andere waardepapieren die het recht verlenen die effecten te verwerven of te verkopen of die aanleiding geven tot een afwikkeling in contanten waarvan het bedrag wordt bepaald op grond van effecten, valuta's, rentevoeten of rendementen, grondstoffenprijzen of andere indexen of maatstaven;
  32° " geldmarktinstrumenten " : alle categorieën instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, zoals schatkistpapier, depositocertificaten en commercial paper, betaalinstrumenten uitgezonderd;
  33° " bevoegde autoriteit " : de CBFA of de autoriteit die elke lidstaat met toepassing van artikel 48 van de Richtlijn 2004/39/EG aanwijst, tenzij in de Richtlijn anders is gespecificeerd;
  34° " kredietinstelling " : iedere instelling bedoeld in de titels II tot IV van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
  35° " icbe-beheervennootschap " : een beheervennootschap in de zin van deel III van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;
  36° " Richtlijn 2004/39/EG " : de Richtlijn 2004/39/EG van 21 april 2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
  37° " verordening 1287/2006 " : de Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde Richtlijn betreft;
  38° " Richtlijn 2006/73/EG " : de Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde Richtlijn. ".
Art.3. L'article 2, alinéa 1er, de la même loi est complété comme suit :
  " 27° " client " : toute personne physique ou morale à qui une entreprise d'investissement ou un établissement de crédit fournit des services d'investissement et/ou des services auxiliaires;
  28° " client professionnel " : tout client respectant les critères définis par le Roi sur avis de la CBFA;
  29° " client de detail " : un client qui n'est pas traité comme un client professionnel;
  30° " contreparties éligibles " : les personnes déterminées par le Roi sur avis de la CBFA;
  31° " valeurs mobilières " : les catégories de titres négociables sur le marche des capitaux (à l'exception des instruments de paiement), telles que :
  a) les actions de sociétés et autres titres équivalents à des actions de sociétés, de sociétés de type partnership ou d'autres entités, ainsi que les certificats représentatifs d'actions;
  b) les obligations et les autres titres de créance, y compris les certificats concernant de tels titres;
  c) toute autre valeur donnant le droit d'acquérir ou de vendre de telles valeurs ou donnant lieu à un règlement en espèces, fixé par référence à des valeurs mobilières, à une monnaie, à un taux d'intérêt ou rendement, aux matières premières ou à d'autres indices ou mesures;
  32° " instruments du marché monétaire " : les catégories d'instruments habituellement négociées sur le marché monétaire, telles que les bons du Trésor, les certificats de dépôt et les effets de commerce (à l'exclusion des instruments de paiement);
  33° " autorité compétente " : la CBFA ou l'autorité désignée par chaque Etat membre en application de l'article 48 de la Directive 2004/39/CE, sauf indication contraire contenue dans la Directive;
  34° " établissement de crédit " : tout établissement visé aux titres II à IV de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit;
  35° " société de gestion d'OPCVM " : une société de gestion au sens de la partie III de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement;
  36° " la Directive 2004/39/CE " : la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les Directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil;
  37° " le règlement 1287/2006 " : le règlement (CE) n° 1287/2006 de la Commission du 10 août 2006 portant mesures d'exécution de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les obligations des entreprises d'investissement en matière d'enregistrement, le compte rendu des transactions, la transparence du marché, l'admission des instruments financiers à la négociation et la définition de termes aux fins de ladite Directive;
  38° " la Directive 2006/73/CE " : la Directive 2006/73/CE de la Commission du 10 août 2006 portant mesures d'exécution de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles et les conditions d'exercice applicables aux entreprises d'investissement et la définition de certains termes aux fins de ladite Directive. "
Art.4. Artikel 2 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Voor de toepassing van deze wet worden de volgende begrippen verstaan in dezelfde zin als in de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen :
  1° beleggingsonderneming;
  2° beleggingsdiensten en activiteiten;
  3° nevendiensten;
  4° beleggingsadvies;
  5° uitvoering van orders voor rekening van cliënten;
  6° handelen voor eigen rekening;
  7° market maker;
  8° vermogensbeheer;
  9° verbonden agent;
  10° bijkantoor;
  11° gekwalificeerde deelneming;
  12° moederonderneming;
  13° dochteronderneming;
  14° controle;
  15° nauwe banden. ".
Art.4. L'article 2 de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  " Pour l'application de la présente loi, les notions suivantes sont à comprendre au sens de la définition qui en est donnée dans la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement :
  1° entreprise d'investissement;
  2° services et activités d'investissement;
  3° services auxiliaires;
  4° conseil en investissement;
  5° exécution d'ordres pour le compte de clients;
  6° négociation pour compte propre;
  7° teneur de marché;
  8° gestion de portefeuille;
  9° agent lié;
  10° succursale;
  11° participation qualifiée;
  12° entreprise mere;
  13° filiale;
  14° contrôle;
  15° liens étroits. ".
Art.5. Het opschrift van hoofdstuk II van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : " Markten en transacties in financiële instrumenten ".
Art.5. L'intitulé du chapitre II de la même loi est remplacé par l'intitulé suivant : " Marchés d'instruments financiers et transactions sur instruments financiers ".
Art.6. Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 3. § 1. De minister verleent, op advies van de CBFA, een vergunning als Belgische gereglementeerde markt aan de Belgische marktonderneming voor de markten die beantwoorden aan het bepaalde in deze afdeling.
  De marktonderneming van de Belgische gereglementeerde markt verstrekt alle informatie - met inbegrip van een programma van werkzaamheden, waarin met name de aard van de beoogde activiteiten alsmede de organisatiestructuur worden vermeld - die nodig is opdat de CBFA zich ervan kan vergewissen dat de marktonderneming voor de gereglementeerde markt ten tijde van de initiële vergunningverlening alle noodzakelijke regelingen heeft getroffen om haar verplichtingen als gereglementeerde markt uit hoofde van het bepaalde in deze afdeling na te komen.
  De lijst van de Belgische gereglementeerde markten die zijn vergund met toepassing van het eerste lid en elke wijziging in deze lijst worden door toedoen van de minister in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De minister deelt deze lijst mee aan de overige lidstaten en aan de Europese Commissie. Elke wijziging wordt op dezelfde wijze medegedeeld. De lijst wordt op de website van de CBFA opgenomen.
  § 2. De marktonderneming van de Belgische gereglementeerde markt vervult de taken die met de organisatie en exploitatie van een gereglementeerde markt verband houden, onder het toezicht van de CBFA.
  De CBFA ziet toe op de naleving door de Belgische gereglementeerde markten van het bepaalde in deze afdeling.
  De CBFA ziet er op toe dat de Belgische gereglementeerde markten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening in deze afdeling.
  § 3. De minister kan, op advies van de CBFA, de vergunning van een Belgische gereglementeerde markt intrekken, hetzij op verzoek van de marktonderneming die haar organiseert, hetzij op eigen initiatief indien de markt :
  a) binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruik maakt van de vergunning, uitdrukkelijk te kennen geeft geen gebruik van de vergunning te zullen maken of tijdens de zes voorafgaande maanden niet is geëxploiteerd;
  b) de vergunning heeft verworven door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;
  c) niet meer voldoet aan de voorwaarden waarop de vergunning is verleend;
  d) de bij deze afdeling vastgestelde bepalingen in ernstige mate en systematisch heeft overtreden.
  In de gevallen bedoeld in het eerste lid, neemt de marktonderneming die de betrokken markt organiseert, alle gepaste maatregelen teneinde een geordende overgang te waarborgen met eerbiediging van de belangen van de beleggers. Te dien einde werkt zij een overgangsplan uit dat zij vooraf aan de CBFA ter goedkeuring voorlegt. Indien de marktonderneming in gebreke blijft een dergelijk overgangsplan uit te werken, kan de CBFA haar er ambtshalve één opleggen. Zij blijft onder het toezicht van de CBFA onderworpen tot alle maatregelen zijn uitgevoerd.
  § 4. Tenzij de minister er bij de beslissing tot vergunning van de markt als gereglementeerde markt of in een later besluit anders over beslist, geldt de opneming van financiële instrumenten in een Belgische gereglementeerde markt als toelating tot de officiële notering voor de toepassing van de wettelijke of reglementaire bepalingen die daarnaar verwijzen. In voorkomend geval wordt de andersluidende beslissing van de minister vermeld in de lijst bekendgemaakt overeenkomstig § 1, derde lid.
  § 5. Onverminderd eventuele toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) wordt de handel die plaatsvindt op een Belgische gereglementeerde markt beheerst door het Belgische recht. ".
Art.6. L'article 3 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 3. § 1er. Le ministre, sur avis de la CBFA, accorde à l'entreprise de marché belge un agrément en qualité de marché réglementé belge pour chacun de ses marchés qui satisfont aux dispositions de la présente section.
  L'entreprise de marché organisant un marché réglementé belge fournit toutes les informations, y compris un programme d'activité énumérant notamment les types d'opérations envisagés et la structure organisationnelle, qui sont nécessaires pour permettre à la CBFA de s'assurer que l'entreprise de marché a mis en place, pour le marché réglementé, lors de l'agrément initial de ce dernier, tous les dispositifs nécessaires pour satisfaire aux obligations que lui imposent, en tant que marché réglementé, les dispositions de la présente section.
  La liste des marchés réglementés belges agréés en application de l'alinéa 1er et toute modification apportée à cette liste sont publiées au Moniteur belge par les soins du ministre. Le ministre communique cette liste aux autres Etats membres et à la Commission européenne. Chaque modification donne lieu a une communication analogue. La liste est publiée sur le site web de la CBFA.
  § 2. L'entreprise de marché organisant un marché réglementé belge effectue les tâches afférentes à l'organisation et à l'exploitation d'un marché réglementé, sous la surveillance de la CBFA.
  La CBFA s'assure que les marchés réglementés belges respectent les dispositions de la présente section.
  La CBFA vérifie que les marchés réglementés belges satisfont à tout moment aux conditions imposées pour l'agrément initial, telles que fixées dans la présente section.
  § 3. Le ministre peut, sur avis de la CBFA, retirer l'agrément d'un marché réglementé belge, soit à la demande de l'entreprise de marché qui l'organise, soit d'initiative, si le marché :
  a) n'en fait pas usage dans un délai de douze mois, s'il y renonce expressément ou s'il n'a pas fonctionné pendant les six derniers mois;
  b) l'a obtenu par de fausses déclarations ou par tout autre moyen irrégulier;
  c) ne remplit plus les conditions dans lesquelles l'agrément a été accordé;
  d) a gravement et systématiquement enfreint les dispositions de la présente section.
  Dans les cas visés à l'alinéa 1er, l'entreprise de marché qui organise le marché en question prend toutes les mesures appropriées en vue d'assurer une transition ordonnée dans le respect des intérêts des investisseurs. A cet effet, elle élabore un plan de transition qu'elle soumet à l'approbation préalable de la CBFA. Si l'entreprise de marché reste en défaut d'élaborer un tel plan de transition, la CBFA peut lui en imposer un d'office. L'entreprise de marché reste soumise à la surveillance de la CBFA jusqu'à ce que toutes les mesures soient mises en oeuvre.
  § 4. A moins que le ministre n'en décide autrement lors de l'agrément du marché en qualité de marché réglementé ou par un arrêté ultérieur, l'inscription d'instruments financiers à un marché réglementé belge vaut admission à la cote officielle pour l'application des dispositions législatives ou réglementaires qui y font référence. Le cas échéant, la décision contraire du ministre est mentionnée dans la liste publiee conformément au § 1er, alinéa 3.
  § 5. Sans préjudice de toute disposition applicable de la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2003 sur les opérations d'initiés et les manipulations de marché (abus de marché), les négociations effectuées sur un marché réglementé belge sont régies par le droit belge. ".
Art.7. Artikel 4, 5°, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  ", alsook doeltreffende regelingen hebben getroffen voor een efficiënte en tijdige afhandeling van de volgens haar systemen uitgevoerde transacties. ".
Art.7. L'article 4, 5°, de la même loi est complété comme suit :
  ", et mettre en oeuvre des mécanismes adéquats visant à faciliter le dénouement efficace et en temps voulu des transactions exécutées dans le cadre de ses systèmes. ".
Art.8. In artikel 5, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, 5° wordt vervangen als volgt :
  " 5° transparante en niet-discretionaire regels en procedures die een billijke en ordelijke handel garanderen, alsmede objectieve criteria voor de efficiënte uitvoering van orders bepalen; ";
  2° in § 1, 6°, worden de woorden " voor de rapportering en " opgeheven;
  3° in § 3, worden het eerste en tweede lid vervangen door de volgende leden :
  " De marktregels en alle wijzigingen ervan dienen vooraf door de CBFA, in het kader van haar in artikel 3 bepaald toezicht, te worden goedgekeurd.
  De marktonderneming zorgt voor de bekendmaking en bijwerking van de marktregels op haar website en in gedrukte vorm. De goedkeuring door de CBFA van de regels en van de latere wijzigingen wordt bekendgemaakt op haar website. ".
Art.8. A l'article 5, de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1e r, 5° est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° des règles et des procédures transparentes et non discrétionnaires assurant une négociation équitable et ordonnée et fixant des critères objectifs en vue de l'exécution efficace des ordres; ";
  2° au § 1er, 6°, les mots " à la déclaration et " sont supprimés;
  3° au § 3, les alinéas 1er et 2, sont remplacés par les alinéas suivants :
  " Les règles de marché et toutes modifications à ces règles sont soumises à l'approbation de la CBFA, dans le cadre de son contrôle visé à l'article 3.
  L'entreprise de marché assure la publication et la mise à jour des règles de marché sur son site web et sous forme imprimée. L'approbation par la CBFA des règles et des modifications ultérieures fait l'objet d'une publication sur son site web. ".
Art.9. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 6. § 1. De marktregels van de Belgische gereglementeerde markten omvatten op objectieve criteria gebaseerde, transparante en niet-discriminerende regels die de toegang tot of het lidmaatschap van de gereglementeerde markt regelen.
  § 2. In deze regels worden alle door de leden of deelnemers in acht te nemen verplichtingen gespecificeerd die voortvloeien uit :
  a) de oprichting en het beheer van de gereglementeerde markt;
  b) de regels inzake transacties op de markt;
  c) de beroepsnormen die gelden voor het personeel van de op de markt opererende beleggingsondernemingen of kredietinstellingen;
  d) de in § 3 vastgestelde voorwaarden voor leden of deelnemers die geen beleggingsondernemingen of kredietinstellingen zijn;
  e) de regels en procedures voor de verrekening en vereffening van transacties die op de gereglementeerde markt zijn uitgevoerd.
  § 3. Als leden of deelnemers kunnen door de Belgische gereglementeerde markten worden toegelaten beleggingsondernemingen, uit hoofde van Richtlijn 2000/12/EG vergunninghoudende kredietinstellingen en andere personen die :
  a) deskundig en betrouwbaar zijn;
  b) over toereikende bekwaamheden en bevoegdheden voor de handel beschikken;
  c) waar van toepassing adequate organisatorische regelingen hebben getroffen;
  d) over voldoende middelen beschikken voor de rol die zij moeten vervullen, rekening houdend met de verschillende financiële regelingen die de gereglementeerde markt eventueel heeft vastgesteld om de adequate afwikkeling van transacties te garanderen.
  § 4. Zonder bijkomende formaliteiten met betrekking tot in de Richtlijn 2004/39/EG geregelde materies, hebben beleggingsondernemingen en kredietinstellingen uit andere lidstaten die een vergunning hebben gekregen om orders van cliënten uit te voeren of voor eigen rekening te handelen, het recht om lid te worden van of toegang te hebben tot de in België gevestigde gereglementeerde markten door middel van één van de volgende regelingen :
  a) rechtstreeks, door in België een bijkantoor te vestigen;
  b) door lid op afstand te worden van of toegang op afstand te hebben tot de gereglementeerde markt zonder dat het nodig is in België gevestigd te zijn, indien de handelsprocedures en -systemen van de desbetreffende markt geen fysieke aanwezigheid vergen voor het sluiten van transacties op de markt.
  De regels inzake de toegang tot of het lidmaatschap van een Belgische gereglementeerde markt dienen rechtstreekse deelneming of deelneming op afstand van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen mogelijk te maken.
  § 5. De Belgische gereglementeerde markten delen aan de CBFA mee in welke lidstaat zij voornemens zijn voorzieningen te treffen waardoor op diens grondgebied gevestigde gebruikers of deelnemers op afstand toegang krijgen tot of kunnen handelen op deze markten.
  De CBFA deelt deze informatie binnen een maand mee aan de lidstaat waar de gereglementeerde markt voornemens is dergelijke voorzieningen te treffen.
  § 6. De marktonderneming van de Belgische gereglementeerde markten delen de lijst van hun leden en deelnemers periodiek aan de CBFA mee.
  De CBFA deelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van een Belgische gereglementeerde markt, binnen een redelijke termijn aan die autoriteit de namen mee van de in die lidstaat gevestigde leden of deelnemers van die gereglementeerde markt.
  § 7. De Belgische gereglementeerde markten beschikken over effectieve regelingen en procedures om er regelmatig op toe te zien of hun leden en deelnemers hun regels doorlopend naleven.
  De gereglementeerde markten waken over de door hun leden of deelnemers volgens hun systemen verrichte transacties opdat inbreuken op deze regels, handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt verstoren of gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen, kunnen worden onderkend.
  De CBFA kan nadere regels bepalen inzake de in het eerste en tweede lid bepaalde verplichtingen.
  § 8. De marktondernemingen van Belgische gereglementeerde markten melden inbreuken op hun regels of handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt aanzienlijk verstoren of gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen, aan de CBFA.
  De marktondernemingen van de gereglementeerde markt verstrekken de toepasselijke informatie onmiddellijk aan de CBFA en verlenen haar volledige medewerking bij het onderzoeken en vervolgen van gevallen van marktmisbruik welke zich in of door tussenkomst van de systemen van de gereglementeerde markt hebben voorgedaan.
  De Koning kan specifieke regels bepalen met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bepaalde verplichtingen van de marktondernemingen van gereglementeerde markten wanneer het gaat om transacties op gereglementeerde marken inzake lineaire obligaties, schatkistcertificaten en gesplitste effecten.
  § 9. Gereglementeerde markten uit andere lidstaten zijn gerechtigd in België gevestigde leden of deelnemers op afstand toegang te geven tot hun markten via in België geïnstalleerde voorzieningen of anderszins.
  Indien de CBFA als de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van een gereglementeerde markt duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat deze gereglementeerde markt niet voldoet aan de verplichtingen die uit de ter uitvoering van de Richtlijn 2004/39/EG vastgestelde bepalingen voortvloeien, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de gereglementeerde markt van deze bevindingen in kennis.
  Indien de gereglementeerde markt, in weerwil van de aldus door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van beleggers in België of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt, neemt de CBFA, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, de nodige maatregelen om de beleggers en de goede werking van de markten te beschermen. Daartoe behoort de mogelijkheid om de gereglementeerde markt te beletten haar voorzieningen beschikbaar te stellen voor in België gevestigde leden of deelnemers op afstand. De Europese Commissie wordt onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld. De artikelen 41 tot 43 zijn van toepassing op zij die zich niet conformeren aan voornoemd bevel. ".
Art.9. L'article 6 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 6. § 1er. Les règles de marché des marchés réglementés belges comportent des règles transparentes et non discriminatoires, fondées sur des critères objectifs, qui régissent l'accès ou l'adhésion des membres à ces marchés.
  § 2. Ces règles précisent toutes les obligations incombant aux membres ou aux participants en vertu :
  a) des actes de constitution et d'administration du marché réglementé concerné;
  b) des dispositions relatives aux transactions qui y sont conclues;
  c) des normes professionnelles imposées au personnel des entreprises d'investissement ou des établissements de crédit opérant sur le marché;
  d) des conditions fixées au § 3 pour les membres ou les participants autres que les entreprises d'investissement et les établissements de crédit;
  e) des règles et des procédures relatives à la compensation et à la liquidation des transactions qui sont conclues sur le marché réglementé.
  § 3. Les marchés réglementés belges peuvent admettre en tant que membres ou participants les entreprises d'investissement et les établissements de crédit agréés au titre de la Directive 2000/12/CE, ainsi que d'autres personnes qui :
  a) présentent des qualités d'honorabilité et de compétence;
  b) présentent un niveau suffisant d'aptitude et de compétence pour la négociation;
  c) disposent, le cas échéant, d'une organisation appropriée;
  d) détiennent des ressources suffisantes pour le rôle qu'elles doivent assumer, compte tenu des différents mécanismes financiers que le marché réglementé pourrait avoir mis en place en vue de garantir le règlement approprie des transactions.
  § 4. Sans autres formalités en ce qui concerne les matières régies par la Directive 2004/39/CE, les entreprises d'investissement et les établissements de crédit des autres Etats membres qui sont agréés pour executer les ordres de clients ou pour négocier pour compte propre, ont le droit de devenir membres des marchés réglementés établis en Belgique ou d'y avoir accès, selon l'une des modalités suivantes :
  a) directement, en établissant une succursale en Belgique;
  b) en devenant membres à distance d'un marché réglementé ou en y ayant accès à distance, sans devoir être établis en Belgique, lorsque les procédures et les systèmes de négociation du marché en question ne requièrent pas une présence physique pour la conclusion de transactions sur le marché.
  Les règles des marchés réglementés belges régissant l'accès ou l'adhésion des membres à ces marchés doivent prévoir la participation directe ou à distance d'entreprises d'investissement et d'établissements de crédit.
  § 5. Les marchés réglementés belges communiquent à la CBFA le nom de l'Etat membre dans lequel ils comptent prendre les dispositions nécessaires pour permettre aux utilisateurs et participants qui y sont établis d'accéder à distance à ces marchés et d'y négocier.
  Dans le mois qui suit, la CBFA communique cette information à l'Etat membre dans lequel le marché réglementé compte prendre de telles dispositions.
  § 6. Les entreprises de marché organisant des marchés réglementés belges communiquent régulièrement à la CBFA la liste des membres et participants de ces marchés.
  A la demande de l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil d'un marché réglementé belge et dans un délai raisonnable, la CBFA communique à cette autorité l'identité des membres ou des participants du marché réglementé établis dans cet Etat membre.
  § 7. Les marchés réglementés belges mettent en place des dispositions et procédures efficaces pour assurer le contrôle régulier du respect permanent de leurs règles par leurs membres ou leurs participants.
  Les marchés réglementés surveillent les transactions effectuées par leurs membres ou leurs participants dans le cadre de leurs systèmes, en vue de détecter tout manquement aux dites règles, toute condition de négociation de nature à perturber le bon ordre du marché ou tout comportement potentiellement révélateur d'un abus de marché.
  La CBFA peut déterminer des règles plus précises concernant les obligations visées aux alinéas 1er et 2.
  § 8. Les entreprises de marché organisant des marchés réglementés belges signalent à la CBFA tout manquement à leurs règles, toute condition de négociation de nature à perturber sensiblement le bon ordre du marché ou tout comportement potentiellement révélateur d'un abus de marché.
  Les entreprises de marché organisant des marchés réglementés fournissent sans délai les informations pertinentes à la CBFA et prêtent à celle-ci toute l'aide nécessaire pour instruire et poursuivre les abus de marché commis sur ou via les systèmes du marché réglementé.
  Le Roi peut arrêter des règles spécifiques concernant les obligations visées aux alinéas 1er et 2 qui incombent aux entreprises de marché organisant des marchés réglementés lorsque les transactions effectuées sur ces marchés portent sur des obligations linéaires, des certificats de trésorerie et des titres scindés.
  § 9. Les marchés réglementes d'autres Etats membres sont autorisés à donner accès à distance à leurs marchés aux membres ou participants établis en Belgique, par le biais de dispositifs instaurés en Belgique ou de toute autre façon.
  Lorsque la CBFA, en tant qu'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil d'un marché réglementé, a des raisons claires et démontrables d'estimer que ce marché réglementé ne respecte pas les obligations qui lui incombent en vertu des dispositions arrêtées en application de la Directive 2004/39/CE, elle en fait part à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine dudit marché réglementé.
  Si, en dépit des mesures prises par l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine ou en raison du caractère inadéquat de ces mesures, le marché réglementé continue d'agir d'une manière clairement préjudiciable aux intérêts des investisseurs en Belgique ou au fonctionnement ordonné des marchés, la CBFA, après en avoir informé l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine, prend toutes les mesures appropriées requises pour protéger les investisseurs ou pour préserver le bon fonctionnement des marchés. Cela inclut la possibilité d'empêcher ce marché réglementé de mettre ses dispositifs a la disposition de membres à distance ou de participants établis en Belgique. La Commission européenne est informée sans délai de l'adoption de ces mesures. Les articles 41 à 43 sont applicables à ceux qui ne se conforment pas à l'ordre précité. ".
Art.10. In dezelfde wet wordt een artikel 6bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 6bis. § 1. De Belgische gereglementeerde markten moeten duidelijke en transparante regels vaststellen betreffende de toelating van financiële instrumenten tot de handel.
  Deze regels zorgen ervoor dat alle financiële instrumenten die tot de handel op een Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten, op billijke, ordelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en dat zij, in het geval van effecten, vrij verhandelbaar zijn.
  § 2. In het geval van derivaten zorgen de regels er met name voor dat de vorm van het derivatencontract verenigbaar is met een ordelijke koersvorming en met doeltreffende afwikkelingsvoorwaarden.
  § 3. Benevens de in de §§ 1 en 2 neergelegde verplichtingen moeten de Belgische gereglementeerde markten doeltreffende regelingen treffen en handhaven om te verifiëren of emittenten van effecten die tot de verhandeling op de gereglementeerde markt worden toegelaten, hun uit het Gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen betreffende de initiële, doorlopende of incidentele informatieverstrekking nakomen.
  De Belgische gereglementeerde markten treffen regelingen die de toegang van hun leden of deelnemers tot overeenkomstig het Gemeenschapsrecht openbaar gemaakte informatie vergemakkelijken.
  § 4. De Belgische gereglementeerde markten treffen de nodige regelingen om regelmatig te verifiëren of de door hen tot de verhandeling toegelaten financiële instrumenten aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. ".
Art.10. Un article 6bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 6bis. § 1er. Les marchés réglementés belges doivent établir des règles claires et transparentes concernant l'admission des instruments financiers à la négociation.
  Ces règles garantissent que tout instrument financier admis à la négociation sur un marché réglementé belge est susceptible de faire l'objet d'une négociation équitable, ordonnée et efficace et, dans le cas des valeurs mobilières, d'être négocié librement.
  § 2. En ce qui concerne les instruments dérivés, ces règles assurent notamment que les caractéristiques du contrat dérivé permettent une cotation ordonnée, ainsi que des conditions de règlement efficace.
  § 3. Outre les obligations prévues aux §§ 1er et 2, les marchés réglementés belges doivent mettre en place et maintenir des dispositions efficaces leur permettant de vérifier que les émetteurs des valeurs mobilières qui sont admises à la négociation sur le marché réglementé se conforment aux prescriptions du droit communautaire concernant les obligations en matière d'information initiale, périodique et occasionnelle.
  Les marchés réglementés belges instaurent des dispositions facilitant l'accès de leurs membres ou de leurs participants à l'information rendue publique en vertu du droit communautaire.
  § 4. Les marchés réglementés belges mettent en place les dispositions nécessaires pour contrôler régulièrement le respect des conditions d'admission des instruments financiers qu'ils ont admis à la négociation. ".
Art.11. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " Een tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten effect kan vervolgens tot de handel op een andere Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten, zelfs zonder de toestemming van de emittent, mits de toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG worden nageleefd. De uitgevende instelling wordt door de betrokken Belgische gereglementeerde markt in kennis gesteld van het feit dat het betrokken effect op deze gereglementeerde markt wordt verhandeld. Effecten die nog niet tot een gereglementeerde markt zijn toegelaten kunnen enkel tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten op vraag van de emittent of nadat zijn advies omtrent de toelating is gevraagd. De uitgevende instelling is geenszins verplicht de krachtens artikel 6bis, § 3, te verstrekken informatie rechtstreeks mede te delen aan enigerlei gereglementeerde markt die haar effecten zonder zijn toestemming tot de handel heeft toegelaten. ";
  2° in § 3, wordt tussen de eerste en de tweede zin de volgende zin ingevoegd :
  " De marktonderneming van de gereglementeerde markt kan de handel in een financieel instrument opschorten wanneer dit instrument niet langer aan de regels van de gereglementeerde markt voldoet, tenzij een dergelijke maatregel de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden. ";
  3° § 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. De marktonderneming kan een financieel instrument dat is toegelaten tot de verhandeling op een door haar georganiseerde Belgische gereglementeerde markt schrappen :
  1° indien zij vaststelt dat omwille van bijzondere omstandigheden een normale en regelmatige markt voor dit instrument niet langer kan worden gehandhaafd;
  2° wanneer dit instrument niet langer aan de regels van de gereglementeerde markt voldoet, tenzij een dergelijke maatregel de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden.
  Zij deelt dit vooraf mee aan de CBFA die zich, na overleg met haar, daartegen kan verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers. ";
  4° § 6 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Zonder afbreuk te doen aan de §§ 3 en 4 en onverminderd de mogelijkheid voor marktondernemingen van Belgische gereglementeerde markten om de marktondernemingen van andere gereglementeerde markten rechtstreeks te informeren, maakt de marktonderneming van een Belgische gereglementeerde markt die de handel in een financieel instrument opschort of een financieel instrument schrapt deze beslissing openbaar en stelt zij de CBFA in kennis van de terzake dienende informatie. De CBFA stelt de relevante bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten daarvan in kennis. ".
Art.11. A l'article 7 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2, alinéa 2, est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Une valeur mobilière qui a été admise à la négociation sur un marché réglementé peut être admise ultérieurement à la négociation sur un autre marché réglementé belge, même sans le consentement de l'émetteur et dans le respect des dispositions pertinentes de la Directive 2003/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 novembre 2003 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation, et modifiant la Directive 2001/34/CE. Cet autre marché réglementé belge informe l'émetteur que la valeur mobilière en question y est négociée. Les valeurs mobilières qui ne sont pas encore admises à la négociation sur un marché réglementé ne peuvent être admises à la négociation sur un marché réglementé belge qu'à la demande de l'émetteur ou qu'après que son avis sur l'admission a été demandé. Un émetteur n'est pas tenu de fournir directement l'information exigée en vertu de l'article 6bis, § 3, à un marché réglementé qui a admis ses valeurs mobilières à la négociation sans son consentement. ";
  2° au § 3, la phrase suivante est insérée entre la première et la deuxième phrase :
  " L'entreprise de marché organisant un marché réglementé peut suspendre la négociation de tout instrument financier qui n'obéit plus aux règles du marché reglementé, sauf si une telle mesure est susceptible de léser d'une manière significative les intérêts des investisseurs ou de compromettre le fonctionnement ordonné du marche. ";
  3° le § 4 est remplace par la disposition suivante :
  " § 4. L'entreprise de marché peut prononcer la radiation d'un instrument financier admis a la négociation sur le marché réglementé belge qu'elle organise :
  1° lorsqu'elle conclut qu'en raison de circonstances particulieres, le marché normal et régulier de cet instrument ne peut plus être maintenu;
  2° lorsque cet instrument n'obéit plus aux règles du marché réglementé, sauf si une telle mesure est susceptible de léser d'une manière significative les intérêts des investisseurs ou de compromettre le fonctionnement ordonné du marché.
  Elle en informe préalablement la CBFA qui peut, après concertation avec elle, s'y opposer dans l'intérêt de la protection des investisseurs. ";
  4° le § 6 est complété par l'alinéa suivant :
  " Sans préjudice des §§ 3 et 4 et nonobstant la possibilité dont disposent les entreprises de marche organisant des marchés réglementés belges d'informer directement les entreprises de marché organisant d'autres marchés réglementés, l'entreprise de marché organisant un marché réglementé belge qui suspend la négociation ou prononce la radiation d'un instrument financier rend sa décision publique et communique les informations pertinentes à la CBFA. La CBFA informe les autorités competentes concernées des autres Etats membres. ".
Art.12. In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het 3°, b) wordt vervangen als volgt :
  " b) inzake de bekendmaking van marktinformatie van zowel vóór als na de handel betreffende transacties in tot een gereglementeerde markt toegelaten financiële instrumenten uitgevoerd buiten de markt; ";
  2° het artikel wordt aangevuld als volgt :
  " 4° de regels inzake de uitwisseling van de in het 2° bedoelde informatie tussen bevoegde Belgische en buitenlandse autoriteiten, onverminderd de artikelen 74 en volgende van deze wet. ".
Art.12. A l'article 9 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le 3°, b), est remplacé par la disposition suivante :
  " b) en matière de publication des informations de marché, tant antérieures que postérieures aux négociations, qui sont applicables aux transactions portant sur des instruments financiers admis à la négociation sur un marché réglementé, lorsque celles-ci sont effectuées hors marché; ";
  2° l'article est complété comme suit :
  " 4° les règles régissant l'échange des informations visées au 2° entre les autorités compétentes belges et étrangères, sans préjudice des articles 74 et suivants de la presente loi. ".
Art.13. Artikel 11 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.13. L'article 11 de la même loi est abrogé.
Art.14. In het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk II van dezelfde wet worden de woorden " Markten in " gewijzigd door de woorden " Specifieke bepalingen voor ".
Art.14. Dans l'intitulé de la section 2 du chapitre II de la même loi, les mots " Marchés d' " sont remplacés par les mots " Dispositions spécifiques applicables aux ".
Art.15. In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 1° worden de woorden " of een Belgische MTF " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt, " en de woorden " bijzondere regels ";
  2° in het 3° worden de woorden " Belgische georganiseerde markten " vervangen door de woorden " Belgische gereglementeerde markten en MTF's ";
  3° in het 4° worden de woorden " de Belgische georganiseerde markten " vervangen door de woorden " transacties ".
Art.15. A l'article 14 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1°, les mots " ou un MTF belge " sont insérés entre les mots " réglementé belge " et ", des règles ";
  2° au 3°, les mots " marchés organisés belges " sont remplacés par les mots " marchés réglementés et MTF belges ";
  3° au 4°, les mots " les marchés organisés belges de " sont remplacés par les mots " les transactions portant sur ".
Art.16. Artikel 15 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 15. Op advies van de CBFA kan de Koning regels vaststellen met betrekking tot de organisatie en de werking van en het toezicht op in België gevestigde MTF's.
  De in het eerste lid bedoelde regels kunnen inzonderheid betrekking hebben op
  1° de toegang tot de markt volgens transparante criteria;
  2° het bestaan van transparante en niet-discretionaire regels en procedures die een billijke en ordelijke handel garanderen, alsmede objectieve criteria voor de efficiënte uitvoering van orders bepalen;
  3° de toepassing van adequate mechanismen en procedures ter voorkoming en opsporing van marktmanipulaties;
  4° de bekendmaking van informatie betreffende vraag en aanbod en betreffende uitgevoerde transacties, alsook de transactiemeldingen aan de CBFA;
  5° de grensoverschrijdende activiteiten van Belgische MTF's;
  6° onverminderd de andere door deze wet bepaalde bevoegdheden van de CBFA, de toezichtsbevoegdheden waarover de CBFA beschikt, alsmede de maatregelen en sancties ingeval van niet naleving van de toepasselijke regels.
  De Koning kan bij de uitoefening van de in dit artikel bepaalde machtiging, in voorkomend geval, specifieke regels bepalen voor bepaalde types van markten of voor door Hem aangeduide individuele markten.
  Op advies van de CBFA kan de Koning regels bepalen voor buitenlandse MTF's die in België gevestigd zijn of zonder vestiging diensten verstrekken. ".
Art.16. L'article 15 de la même loi est remplacé par la disposition suivante:
  " Art. 15. Le Roi, sur avis de la CBFA, peut arrêter des règles relatives à l'organisation, au fonctionnement et au contrôle des MTF établis en Belgique.
  Les règles visées à l'alinéa 1er peuvent notamment porter sur :
  1° l'accès au marché selon des critères transparents;
  2° l'existence de règles et de procédures transparentes et non discrétionnaires assurant une négociation équitable et ordonnée et fixant des critères objectifs en vue de l'exécution efficace des ordres;
  3° la mise en oeuvre de mécanismes et procédures adéquats visant à empêcher et à déceler les manipulations de marché;
  4° la publication d'informations relatives à l'offre et la demande et aux transactions effectuées, ainsi que les déclarations de transactions à la CBFA;
  5° les activités transfrontalières des MTF belges;
  6° sans préjudice des autres compétences dévolues à la CBFA par la présente loi, les pouvoirs de contrôle dont la CBFA dispose, ainsi que les mesures et sanctions susceptibles d'être prises en cas de non-respect des règles applicables.
  Dans l'exercice de l'habilitation qui Lui est accordée par le présent article, le Roi peut, le cas échéant, arrêter des règles spécifiques pour certains types de marchés ou pour des marchés individuels qu'Il désigne.
  Le Roi, sur avis de la CBFA, peut arrêter des règles applicables aux MTF étrangers qui sont établis en Belgique ou qui y fournissent des services sans y être établis. ".
Art.17. In artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, 4°, wordt vervangen als volgt :
  " 4° de personen die instaan voor de effectieve leiding van de onderneming en van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, hebben de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende ervaring om deze functies uit te oefenen en om de gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering en exploitatie van de gereglementeerde markt te waarborgen; ";
  2° in § 1, 5°, worden de woorden " de onderneming moet over voldoende financiële middelen beschikken voor de organisatie van deze markten " vervangen door de woorden " de onderneming beschikt over voldoende financiële middelen om een ordelijke werking te bevorderen, gelet op de aard en omvang van de op de markt uitgevoerde transacties en het gamma en de graad van de risico's waaraan zij is blootgesteld; ";
  3° § 1 wordt aangevuld als volgt :
  " 10° de onderneming is adequaat uitgerust voor het beheer van de risico's waaraan zij blootgesteld is, voorziet in passende regelingen en systemen om alle risico's van betekenis voor de exploitatie te onderkennen, en treft doeltreffende maatregelen om deze risico's te beperken;
  11° de onderneming treft regelingen voor een gezond beheer van de technische werking van het systeem en onder meer doeltreffende voorzorgsmaatregelen om met systeemstoringen verband houdende risico's te ondervangen;
  12° de onderneming houdt alle relevante gegevens in verband met de orders en transacties en de door haar verstrekte diensten gedurende vijf jaar ter beschikking van de CBFA;
  13° de onderneming treft regelingen voor het duidelijk onderkennen en beheren van potentiële negatieve gevolgen voor de exploitatie van de gereglementeerde markt of voor de marktdeelnemers van elk conflict tussen de belangen van de gereglementeerde markt, de eigenaars of de marktonderneming ervan, en de goede werking van de gereglementeerde markt, in het bijzonder wanneer dergelijke belangenconflicten afbreuk kunnen doen aan de vervulling van enigerlei taken die door de bevoegde autoriteit aan de gereglementeerde markt zijn gedelegeerd. ".
Art.17. A l'article 17 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, 4°, est remplace par la disposition suivante :
  " 4° les personnes qui assurent la direction effective de l'entreprise et du groupe dont elle fait, le cas echéant, partie possèdent l'honorabilité professionnelle nécessaire et l'expérience adequate pour exercer ces fonctions et pour garantir la gestion et l'exploitation saines et prudentes du marché réglementé; ";
  2° au § 1er, 5°, les mots " l'entreprise doit disposer de ressources financières suffisantes pour l'organisation de ces marchés, " sont remplacés par les mots " l'entreprise doit disposer de ressources financières suffisantes pour faciliter un fonctionnement ordonné, compte tenu de la nature et de l'ampleur des transactions conclues sur le marché ainsi que de l'eventail et du niveau des risques auxquels elle est exposée, ";
  3° le § 1er est complété comme suit :
  " 10° l'entreprise doit être adéquatement équipée pour gérer les risques auxquels elle est exposée, elle doit mettre en oeuvre des dispositifs et des systèmes appropriés lui permettant d'identifier tous les risques significatifs pouvant compromettre son bon fonctionnement et elle doit instaurer des mesures effectives pour atténuer ces risques;
  11° l'entreprise doit mettre en oeuvre des dispositifs propres à garantir la bonne gestion des opérations techniques des systèmes et, notamment, des procédures d'urgence efficaces pour faire face aux dysfonctionnements éventuels des systèmes de négociation;
  12° l'entreprise doit tenir à la disposition de la CBFA, pour une durée de cinq ans, toutes les données pertinentes relatives aux ordres et transactions qu'elle a executés et aux services qu'elle a fournis;
  13° l'entreprise doit prendre des dispositions pour repérer clairement et gérer les effets potentiellement dommageables, pour le fonctionnement du marché réglementé ou pour ses participants, de tout conflit d'intérêts entre les exigences du bon fonctionnement du marché réglementé et les intérêts du marché réglementé ou ceux de ses propriétaires ou de l'entreprise de marché qui l'organise, notamment dans le cas où un tel conflit risque de compromettre l'exercice d'une fonction qui a été déléguée au marché réglementé par l'autorité compétente. ".
Art.18. In dezelfde wet wordt een artikel 17bis ingevoerd, luidende :
  " Art. 17bis. De marktondernemingen brengen de CBFA voorafgaandelijk op de hoogte van de voordracht tot benoeming of hernieuwing van benoeming, van de niet-hernieuwing van benoeming of van het ontslag, van de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de onderneming of van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt.
  In geval van voordracht tot benoeming van een persoon die deelneemt aan de effectieve leiding van de marktonderneming of van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt delen de marktondernemingen de CBFA de informatie en documenten mee die haar toelaten te beoordelen of deze persoon de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende ervaring bezit, als bedoeld in artikel 17.
  De CBFA verstrekt binnen een redelijke termijn haar advies bij een voordracht tot benoeming of hernieuwing van een benoeming. Voor de benoeming of hernieuwing van benoeming is het eensluidend advies van de CBFA vereist.
  De marktondernemingen informeren de CBFA tevens over de eventuele taakverdeling tussen de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de marktonderneming of van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het directiecomité van de marktonderneming of van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, en over de belangrijke wijzigingen in deze taakverdeling. ".
Art.18. Un article 17bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 17bis. Les entreprises de marché informent préalablement la CBFA de la proposition de nomination ou de renouvellement de la nomination, ainsi que du non-renouvellement de la nomination ou de la révocation des personnes qui prennent part à la direction effective de l'entreprise ou du groupe dont elle fait, le cas échéant, partie.
  En cas de proposition de nomination d'une personne appelée à prendre part à la direction effective de l'entreprise de marché ou du groupe dont elle fait, le cas échéant, partie, les entreprises de marché communiquent à la CBFA les informations et documents qui lui permettront de juger si cette personne possède l'honorabilité professionnelle nécessaire et l'expérience adéquate, telles que visées a l'article 17.
  La CBFA rend, dans un délai raisonnable, un avis sur toute proposition de nomination ou de renouvellement d'une nomination. La nomination ou le renouvellement de la nomination ne peut intervenir que si la CBFA a rendu un avis conforme.
  Les entreprises de marché informent également la CBFA de la répartition éventuelle des tâches entre les personnes qui prennent part à la direction effective de l'entreprise de marché ou du groupe dont elle fait, le cas échéant, partie, de la répartition éventuelle des tâches entre les membres du comité de direction de l'entreprise de marché ou du groupe dont elle fait, le cas échéant, partie, ainsi que des modifications importantes intervenues dans cette répartition des tâches. ".
Art.19. Artikel 19 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende paragraaf :
  " § 4. De marktonderneming dient :
  1° informatie te verstrekken aan de CBFA en openbaar te maken betreffende de eigendomsstructuur van de marktonderneming, en meer bepaald over de identiteit en de omvang van de belangen van partijen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 % van haar kapitaal of stemrechten bezitten of die in een positie verkeren om invloed van betekenis op de bedrijfsvoering van de gereglementeerde markt uit te oefenen, en
  2° elke eigendomsoverdracht die aanleiding geeft tot een wijziging in de kring van de personen die invloed van betekenis op de exploitatie van de gereglementeerde markt uitoefenen ter kennis te brengen van de CBFA en openbaar te maken. ".
Art.19. L'article 19 de la même loi est complété par le paragraphe suivant :
  " § 4. L'entreprise de marché doit :
  1° fournir à la CBFA et rendre publiques des informations concernant les propriétaires de l'entreprise de marché, notamment l'identité des personnes qui détiennent, directement ou indirectement, 10 % au moins de son capital ou de ses droits de vote ou qui sont en mesure d'exercer une influence significative sur la gestion du marché réglementé, ainsi que le montant des intérêts détenus par ces personnes;
  2° signaler à la CBFA et rendre public tout transfert de propriété entraînant un changement de l'identité des personnes exerçant une influence significative sur l'exploitation du marché réglementé. ".
Art.20. In dezelfde wet wordt een artikel 23bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 23bis. § 1. De beleggingsondernemingen en kredietinstellingen uit andere lidstaten hebben het recht in België toegang te krijgen tot vereffenings- en verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen, voor de afhandeling van transacties in financiële instrumenten of het treffen van regelingen daarvoor. De toegang van deze beleggingsondernemingen en kredietinstellingen tot dergelijke instellingen is onderworpen aan dezelfde niet-discriminerende, transparante en objectieve zakelijke criteria als die welke voor Belgische deelnemers gelden, en slaat op alle transacties ongeacht of zij op een in België gevestigde gereglementeerde markt of MTF zijn uitgevoerd.
  § 2. De Belgische gereglementeerde markt verleent alle leden of deelnemers het recht het systeem aan te wijzen voor de vereffening van de op de betrokken gereglementeerde markt verrichte transacties in financiële instrumenten, mits er zodanige koppelingen en voorzieningen tussen het aangewezen vereffeningsysteem en enigerlei andere systemen en faciliteiten bestaan dat de efficiënte en economische afwikkeling van de transactie in kwestie gegarandeerd is.
  De CBFA mag de gebruikmaking van dergelijk systeem niet verbieden tenzij ze objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de technische voorwaarden voor de vereffening van op de betrokken gereglementeerde markt uitgevoerde transacties via een ander vereffeningsysteem dan datgene dat door de gereglementeerde markt is aangewezen, een goede en ordelijke werking van de financiële markten in gevaar brengen.
  Deze beoordeling door de CBFA doet niet af aan de bevoegdheden van de nationale centrale banken als toezichthouders op vereffeningsystemen of van andere op zulke systemen toezichthoudende autoriteiten. Bij de uitoefening van haar voornoemde bevoegdheden houdt de CBFA op passende wijze rekening met het reeds door andere autoriteiten uitgeoefende toezicht.
  De in de §§ 1 en 2 bedoelde rechten van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen doen niet af aan het recht van exploitanten van vereffening- en verrekeningsystemen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen om op gewettigde zakelijke gronden te weigeren de verlangde diensten beschikbaar te stellen.
  § 3. Het is Belgische beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en marktondernemingen die een MTF exploiteren toegelaten passende afspraken met vereffening- of verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen, uit een andere lidstaat te maken met het oog op vereffening en/of verrekening van sommige of alle transacties die marktdeelnemers door tussenkomst van hun systemen hebben uitgevoerd.
  De CBFA mag de gebruikmaking van vereffenings- of verrekeningsinstellingen met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen uit andere lidstaten niet verbieden, tenzij zij objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat zulks noodzakelijk is om de ordelijke werking van die MTF te handhaven, rekening houdend met de in § 2, bepaalde voorwaarden voor vereffeningsystemen.
  Bij de uitoefening van deze bevoegdheid houdt de CBFA op passende wijze rekening met het reeds op deze instellingen uitgeoefende toezicht door de nationale centrale banken als toezichthouders op vereffenings- en verrekeningssystemen of door andere voor dergelijke systemen bevoegde toezichthoudende autoriteiten.
  § 4. Het is Belgische gereglementeerde markten toegelaten passende afspraken met vereffening- of verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen uit een andere lidstaat te maken met het oog op verrekening en/of vereffening van sommige of alle transacties die marktdeelnemers door tussenkomst van hun systemen hebben uitgevoerd.
  De CBFA mag de gebruikmaking van vereffening- of verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen uit andere lidstaten niet verbieden, tenzij zij objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat zulks noodzakelijk is om de ordelijke werking van de gereglementeerde markt te handhaven, rekening houdend met de in § 2, bepaalde voorwaarden voor vereffeningssystemen.
  Bij de uitoefening van deze bevoegdheid houdt de CBFA op passende wijze rekening met het reeds op deze vereffening- en verrekeningsinstellingen uitgeoefende toezicht door de nationale centrale banken als toezichthouders op vereffenings- en verrekeningssystemen of door andere voor dergelijke systemen bevoegde toezichthoudende autoriteiten.
  Dit artikel is niet van toepassing op de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, alsmede andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn. ".
Art.20. Un article 23bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 23bis. § 1er. Les entreprises d'investissement et les établissements de crédit d'autres Etats membres ont le droit d'accéder en Belgique aux organismes de liquidation et de compensation, en ce compris les systèmes de contrepartie centrale, aux fins du dénouement ou de l'organisation du dénouement de transactions sur instruments financiers. L'accès desdites entreprises d'investissement et desdits établissements de crédit à ces organismes est soumis aux mêmes critères non discriminatoires, transparents et objectifs que ceux qui s'appliquent aux participants belges et porte sur toutes les transactions, que celles-ci soient effectuées ou non sur un marché réglementé ou un MTF établi en Belgique.
  § 2. Tout marché réglementé belge offre à tous ses membres ou à tous ses participants le droit de désigner le système de liquidation des transactions sur instruments financiers effectuées sur ledit marché, sous réserve de la mise en place de dispositifs et de liens entre le système de liquidation désigné et tout autre système ou facilité nécessaires pour assurer le règlement efficace et économique des transactions en question.
  La CBFA ne peut interdire le recours à un tel système sauf si elle a des raisons claires et démontrables d'estimer que les conditions techniques de liquidation des transactions conclues sur ce marché réglementé via un autre système de liquidation que celui que le marché réglementé a désigné, sont de nature à compromettre le fonctionnement harmonieux et ordonné des marchés financiers.
  Cette appréciation de la CBFA est sans préjudice des compétences des banques centrales nationales dans leur rôle de supervision des systèmes de liquidation ou de celles d'autres autorités chargées de la surveillance de ces systèmes. Dans l'exercice de ses compétences précitées, la CBFA tient compte de manière adéquate de la supervision et/ou de la surveillance déjà exercées par d'autres autorités.
  Les droits accordés aux entreprises d'investissement et aux établissements de crédit par les §§ 1er et 2 sont sans préjudice du droit des opérateurs de systèmes de liquidation et de compensation, en ce compris les systèmes de contrepartie centrale, de refuser l'accès à leurs services pour des raisons commerciales légitimes.
  § 3. Les entreprises d'investissement, les établissements de crédit et les entreprises de marché belges exploitant un MTF sont autorisés à convenir avec des organismes de liquidation ou de compensation, en ce compris des systèmes de contrepartie centrale, d'un autre Etat membre de mécanismes appropriés afin d'organiser la liquidation et/ou la compensation de tout ou partie des transactions conclues par leurs participants dans le cadre de leurs systèmes.
  La CBFA ne peut interdire le recours à des organismes de liquidation ou de compensation, en ce compris des systèmes de contrepartie centrale, d'un autre Etat membre, sauf si elle a des raisons claires et démontrables d'estimer que cette interdiction est nécessaire pour préserver le fonctionnement ordonné du MTF et compte tenu des conditions imposées aux systèmes de liquidation au § 2.
  Dans l'exercice de cette compétence, la CBFA tient compte de manière adéquate de la supervision et/ou de la surveillance de ces organismes déjà exercées par les banques centrales nationales en tant que superviseurs des systèmes de liquidation et de compensation ou par d'autres autorités de surveillance compétentes concernant ces systèmes.
  § 4. Les marchés réglementés belges sont autorisés à convenir avec des organismes de liquidation ou de compensation, en ce compris des systèmes de contrepartie centrale, d'un autre Etat membre de mécanismes appropriés afin d'organiser la compensation et/ou la liquidation de tout ou partie des transactions conclues par leurs participants dans le cadre de leurs systèmes.
  La CBFA ne peut interdire le recours à des organismes de liquidation ou de compensation, en ce compris des systèmes de contrepartie centrale, d'un autre Etat membre, sauf si elle a des raisons claires et démontrables d'estimer que cette interdiction est nécessaire pour préserver le fonctionnement ordonné du marché réglementé et compte tenu des conditions imposées aux systèmes de liquidation au § 2.
  Dans l'exercice de cette compétence, la CBFA tient compte de maniere adéquate de la supervision et/ou de la surveillance de ces organismes de liquidation ou de compensation déjà exercées par les banques centrales nationales en tant que superviseurs des systèmes de liquidation et de compensation ou par d'autres autorités de surveillance compétentes concernant ces systèmes.
  Le présent article n'est pas applicable aux membres du système européen de banques centrales, aux autres organismes nationaux à vocation similaire, ni aux autres organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou intervenant dans cette gestion. ".
Art.21. Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 26. Zijn onderworpen aan de door en krachtens de artikelen 27, 28 en 28bis bepaalde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden :
  1° de Belgische kredietinstellingen en beleggingsondernemingen;
  2° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die onder het recht van een lidstaat van de EER ressorteren, voor hun transacties op het Belgisch grondgebied;
  3° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen;
  4° de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen die rechtsgeldig diensten in België verstrekken, voor hun transacties op het Belgisch grondgebied;
  5° de in België gevestigde beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, voor hun beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 3, 10°, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.
  De in het eerste lid vermelde personen worden in de voornoemde artikelen aangeduid als " de gereglementeerde ondernemingen ".
  Volgens door de Koning op advies van de CBFA nader bepaalde regels, mogen de voornoemde gereglementeerde ondernemingen wanneer zij orders voor rekening van cliënten uitvoeren en/of voor eigen rekening handelen en/of orders ontvangen en doorgeven, transacties met of tussen in aanmerking komende tegenpartijen tot stand brengen of sluiten zonder dat zij ertoe gehouden zijn met betrekking tot deze transacties of met betrekking tot rechtstreeks met deze transacties verband houdende nevendiensten de verplichtingen bepaald door en krachtens de artikelen 27 en 28 na te komen.
  De regels bepaald door en krachtens artikel 27 en 28 zijn niet van toepassing op de volgens de regels van een MTF tussen diens leden of deelnemers of tussen de MTF en diens leden of deelnemers uitgevoerde transacties met betrekking tot het gebruik van de MTF. Deze regels gelden evenmin voor leden en deelnemers van gereglementeerde markten voor op deze markten onderling uitgevoerde transacties. De leden van of deelnemers aan een MTF of gereglementeerde markt dienen evenwel de verplichtingen bepaald door en krachtens de artikelen 27 en 28 na te leven ten aanzien van hun cliënten wanneer zij in naam van hun cliënten de orders van die cliënten via de systemen van een MTF of een gereglementeerde markt uitvoeren.
  De in artikelen 27, 28 en 28bis bepaalde regels zijn niet van toepassing op de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, alsmede andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn. ".
Art.21. L'article 26 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 26. Sont soumis aux conditions d'exercice de l'activité prevues par et en vertu des articles 27, 28 et 28bis :
  1° les établissements de crédit et les entreprises d'investissement de droit belge;
  2° les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'un Etat membre de l'EEE, pour ce qui est de leurs transactions effectuées sur le territoire belge;
  3° les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit et d'entreprises d'investissement relevant du droit d'Etats tiers;
  4° les établissements de crédit et les entreprises d'investissement qui relèvent du droit d'Etats tiers et qui sont légalement autorisés à fournir des services en Belgique, pour ce qui est de leurs transactions effectuées sur le territoire belge;
  5° les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif établies en Belgique, pour ce qui est de leurs services d'investissement tels que visés a l'article 3, 10°, de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement.
  Les personnes mentionnées à l'alinéa 1er sont, dans les articles précités, désignées par le vocable " entreprises réglementées ".
  Selon les règles précisées par le Roi sur avis de la CBFA, les entreprises réglementées précitées sont autorisées, lorsqu'elles exécutent des ordres pour le compte de clients et/ou négocient pour compte propre et/ou reçoivent et transmettent des ordres, à susciter des transactions entre des contreparties éligibles ou à conclure des transactions avec ces contreparties sans devoir se conformer aux obligations prévues par et en vertu des articles 27 et 28, en ce qui concerne lesdites transactions ou tout service auxiliaire directement lie à ces transactions.
  Les règles prévues par et en vertu des articles 27 et 28 ne sont pas applicables aux transactions conclues en vertu des règles régissant un MTF entre ses membres ou participants ou entre le MTF et ses membres ou participants en liaison avec l'utilisation du MTF. Ces règles ne s'appliquent pas davantage aux membres et participants de marchés reglementés pour les transactions conclues entre eux sur ces marchés. Toutefois, les membres ou participants du MTF ou du marché réglementé doivent respecter les obligations prevues par et en vertu des articles 27 et 28 en ce qui concerne leurs clients lorsque, en agissant pour le compte de leurs clients, ils exécutent leurs ordres par le truchement des systèmes d'un MTF ou d'un marché réglementé.
  Les règles prévues par les articles 27, 28 et 28bis ne sont pas applicables aux membres du système européen de banques centrales, aux autres organismes nationaux à vocation similaire, ni aux autres organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou intervenant dans cette gestion. ".
Art.22. Artikel 27 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 27. § 1. De gereglementeerde ondernemingen zetten zich bij het voor cliënten verrichten van beleggingsdiensten en/of, in voorkomend geval, nevendiensten, op loyale, billijke en professionele wijze in voor de belangen van hun cliënten en nemen inzonderheid de in de §§ 2 tot en met 12 neergelegde gedragsregels in acht.
  § 2. Alle aan cliënten of potentiële cliënten verstrekte informatie, met inbegrip van publicitaire mededelingen, moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Publicitaire mededelingen moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn.
  § 3. In een voor de cliënten of potentiële cliënten begrijpelijke vorm wordt passende informatie verstrekt over :
  - de gereglementeerde onderneming en haar diensten;
  - financiële instrumenten en voorgestelde beleggingsstrategieën; hieronder vallen passende toelichting en waarschuwingen over de risico's verbonden aan beleggingen in deze instrumenten of aan bepaalde beleggingsstrategieën;
  - plaatsen van uitvoering en
  - kosten en bijbehorende lasten
  zodat zij redelijkerwijs in staat zijn de aard en de risico's van de aangeboden beleggingsdienst en van de specifiek aangeboden categorie van financieel instrument te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen. Deze informatie mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
  § 4. Bij het verstrekken van beleggingsadvies of het verrichten van vermogensbeheer, bekomt de gereglementeerde onderneming van de cliënt of potentiële cliënt de nodige informatie betreffende de kennis en ervaring van de cliënt of potentiële cliënt op beleggingsgebied met betrekking tot het specifieke soort product of dienst, zijn financiële situatie en zijn beleggingsdoelstellingen, teneinde de cliënt of potentiële cliënt de voor hem geschikte beleggingsdiensten en financiële instrumenten te kunnen aanbevelen of voor hem geschikt vermogensbeheer te verstrekken.
  Wanneer een gereglementeerde onderneming bij de verrichting van beleggingsadvies of vermogensbeheer niet de op grond van het eerste lid vereiste informatie bekomt, beveelt zij de cliënt of potentiële cliënt geen beleggingsdiensten of financiële instrumenten aan en verstrekt zij geen vermogensbeheerdiensten.
  § 5. De gereglementeerde onderneming, die andere dan de in § 4 bedoelde beleggingsdiensten verricht, wint bij de cliënt of de potentiële cliënt informatie in over zijn ervaring en kennis op beleggingsgebied met betrekking tot het specifieke soort van product of dienst die men voornemens is aan te bieden of die wordt verlangd, zodat de onderneming kan beoordelen of het aangeboden product of de te verrichten beleggingsdienst passend is voor de cliënt.
  Indien de gereglementeerde onderneming op grond van de uit hoofde van het eerste lid ontvangen informatie oordeelt dat het product of de dienst voor de cliënt of de potentiële cliënt niet passend is, waarschuwt zij de cliënt of de potentiële cliënt. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
  Wanneer de cliënt of de potentiële cliënt ervoor kiest de in de eerste lid bedoelde informatie over zijn ervaring en kennis niet te verstrekken of wanneer hij onvoldoende informatie hierover verstrekt, waarschuwt de gereglementeerde onderneming de cliënt of de potentiële cliënt dat zij door diens beslissing niet kan vaststellen of de aangeboden dienst of het aangeboden product voor hem passend is. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
  § 6. Wanneer gereglementeerde ondernemingen beleggingsdiensten verrichten welke slechts bestaan in het uitvoeren van orders van cliënten en/of het ontvangen en doorgeven van deze orders, met of zonder nevendiensten, mogen zij die beleggingsdiensten voor hun cliënten verrichten zonder de in § 5 bedoelde informatie te hoeven inwinnen of de aldaar bedoelde beoordeling te hoeven doen wanneer aan de hieronder vermelde voorwaarden wordt voldaan :
  - bovenbedoelde diensten houden verband met aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt of op een gelijkwaardige markt van een derde land zijn toegelaten, geldmarktinstrumenten, obligaties of andere schuldinstrumenten (met uitzondering van obligaties of andere schuldinstrumenten die een afgeleid instrument behelzen), icbe's en andere niet-complexe financiele instrumenten. Onder een gelijkwaardige markt van een derde land wordt verstaan de markt die voorkomt op de door de Europese Commissie met toepassing van artikel 19, § 6, van de Richtlijn 2004/39/EG bekendgemaakte lijst;
  - de dienst wordt verricht op initiatief van de cliënt of potentiële cliënt;
  - de cliënt of de potentiële cliënt is er duidelijk van in kennis gesteld dat de gereglementeerde onderneming bij het verrichten van deze dienst niet verplicht is de passendheid van de te verrichten of aangeboden dienst of het aangeboden instrument te beoordelen en dat hij derhalve niet de bescherming van de toepasselijke gedragsregels geniet; deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt;
  - de gereglementeerde onderneming komt de belangenconflictenregeling na bepaald door en krachtens artikel 20bis, § 2, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en artikel 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen.
  § 7. De gereglementeerde onderneming legt een dossier aan met de tussen de onderneming en de cliënt overeengekomen documenten waarin de rechten en plichten van beide partijen worden beschreven, alsmede de overige voorwaarden waarop de onderneming diensten voor de cliënt zal verrichten.
  De gereglementeerde onderneming die een nieuwe niet-professionele cliënt een andere beleggingsdienst dan beleggingsadvies verleent, gaat met de cliënt een schriftelijke basisovereenkomst aan, op papier of op een andere duurzame drager, waarin de belangrijkste rechten en plichten van de onderneming en de cliënt zijn vastgelegd.
  De rechten en plichten van beide partijen bij de overeenkomst kunnen worden opgenomen door middel van verwijzing naar andere documenten of wetteksten.
  De Koning kan, op advies van de CBFA, nadere regels bepalen in verband met de inhoud van de met cliënten af te sluiten overeenkomsten. Deze regels doen geen afbreuk aan de gemeenrechtelijke rechten en verplichtingen, met dien verstande dat zij mogen bepalen dat de overeenkomsten van vermogensbeheer geen vermindering van de gemeenrechtelijke aansprakelijkheid van de gereglementeerde onderneming mogen inhouden.
  § 8. De cliënt dient van de gereglementeerde onderneming deugdelijke verslagen over de voor haar cliënten verrichte diensten te ontvangen. In voorkomend geval bevatten deze verslagen de kosten van de transacties en de diensten die voor de cliënt werden verricht.
  § 9. Wanneer een beleggingsdienst wordt aangeboden als onderdeel van een financieel product dat reeds ressorteert onder andere bepalingen van de communautaire wetgeving of onder gemeenschappelijke Europese normen betreffende kredietinstellingen en betreffende consumentenkredieten op het stuk van risicobeoordeling van cliënten en/of informatievereisten, zijn de verplichtingen van dit artikel niet eveneens van toepassing op deze dienst.
  § 10. De gereglementeerde ondernemingen met een vergunning om orders voor rekening van cliënten uit te voeren, passen procedures en regelingen toe die een onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders van cliënten garanderen ten opzichte van orders van andere cliënten of de handelsposities van de gereglementeerde onderneming.
  Deze procedures of regelingen moeten een gereglementeerde onderneming in staat stellen om overigens vergelijkbare orders van cliënten in de volgorde van het tijdstip van ontvangst uit te voeren.
  § 11. De Koning bepaalt, op advies van de CBFA en na open raadpleging, nadere regels ter uitvoering van de in §§ 1 tot 10 bepaalde gedragsregels, inzonderheid teneinde de uit de Richtlijnen 2004/39/EG en 2006/73/EG voortvloeiende verplichtingen te na te leven. Hij kan inzonderheid verschillende regels bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele cliënten.
  § 12. De Koning kan tevens, op advies van de CBFA en na open raadpleging, aanvullende gedragsregels bepalen met het oog op de bescherming van de belegger en de goede werking van de markt. ".
Art.22. L'article 27 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 27. § 1er. Lorsqu'elles fournissent à des clients des services d'investissement et/ou, le cas échéant, des services auxiliaires, les entreprises réglementées veillent à agir d'une manière honnête, équitable et professionnelle qui serve au mieux les intérêts desdits clients et se conforment, en particulier, aux règles de conduite énoncées aux §§ 2 à 12.
  § 2. Toutes les informations, y compris publicitaires, adressées par l'entreprise réglementee à des clients ou à des clients potentiels, sont correctes, claires et non trompeuses. Les informations publicitaires sont clairement identifiables en tant que telles.
  § 3. Des informations appropriées sont communiquées aux clients ou aux clients potentiels, sous une forme compréhensible, sur :
  - l'entreprise réglementée et ses services;
  - les instruments financiers et les stratégies d'investissement proposées, ce qui devrait inclure des commentaires et des mises en garde appropriés sur les risques inhérents à l'investissement dans ces instruments ou à certaines stratégies d'investissement;
  - les lieux d'exécution, et
  - les coûts et frais liés
  pour permettre raisonnablement aux dits clients de comprendre la nature du service d'investissement et du type spécifique d'instrument financier proposé ainsi que les risques y afférents et, par conséquent, de prendre des décisions en matière d'investissement en connaissance de cause. Ces informations peuvent être fournies sous une forme standardisée.
  § 4. Lorsqu'elle fournit du conseil en investissement ou des services de gestion de portefeuille, l'entreprise réglementée se procure auprès du client ou du client potentiel les informations nécessaires concernant ses connaissances et son expérience en matière d'investissement en rapport avec le type spécifique de produit ou de service, sa situation financière et ses objectifs d'investissement, de manière à pouvoir lui recommander les services d'investissement et les instruments financiers adéquats ou de lui fournir les services de gestion de portefeuille adéquats.
  Dans les cas où une entreprise réglementée fournissant un service d'investissement relevant du conseil en investissement ou de la gestion de portefeuille n'obtient pas l'information requise en vertu de l'alinéa 1er, elle s'abstient de recommander au client ou client potentiel concerné des services d'investissement ou des instruments financiers et de lui fournir des services de gestion de portefeuille.
  § 5. L'entreprise réglementée qui fournit des services d'investissement autres que ceux vises au § 4, demande au client ou au client potentiel de donner des informations sur ses connaissances et sur son expérience en matière d'investissement en rapport avec le type spécifique de produit ou de service proposé ou demandé, pour être en mesure de déterminer si le service ou le produit d'investissement envisagé est approprié pour le client.
  Si l'entreprise réglementée estime, sur la base des informations reçues conformément à l'alinéa 1er, que le produit ou le service n'est pas approprié pour le client ou le client potentiel, elle l'en avertit. Cet avertissement peut être transmis sous une forme standardisée.
  Si le client ou le client potentiel choisit de ne pas fournir les informations visées à l'alinéa 1er, ou si les informations fournies sur ses connaissances et son expérience sont insuffisantes, l'entreprise réglementée avertit le client ou le client potentiel qu'elle ne peut pas déterminer, en raison de cette décision, si le service ou le produit envisagé est approprié pour lui. Cet avertissement peut être transmis sous une forme standardisée.
  § 6. Lorsque les entreprises réglementées fournissent des services d'investissement qui comprennent uniquement l'exécution et/ou la réception et la transmission d'ordres de clients, avec ou sans services auxiliaires, elles peuvent fournir ces services d'investissement à leurs clients sans devoir demander les informations ni procéder a l'evaluation prévues au § 5, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  - les services mentionnés ci-dessus concernent des actions admises à la négociation sur un marché réglementé ou sur un marché équivalent d'un pays tiers, des instruments du marché monétaire, des obligations et autres titres de créances (à l'exception des obligations et autres titres de créances qui comportent un instrument dérivé), des OPCVM et d'autres instruments financiers non complexes. Par " marche équivalent d'un pays tiers ", l'on entend un marché qui figure sur la liste publiée par la Commission européenne en application de l'article 19, § 6, de la Directive 2004/39/CE;
  - le service est fourni à l'initiative du client ou du client potentiel;
  - le client ou le client potentiel a été clairement informé que, lors de la fourniture de ce service, l'entreprise réglementée n'est pas tenue d'évaluer si l'instrument ou le service fourni ou proposé est approprié et que par conséquent, il ne bénéficie pas de la protection correspondante des règles de conduite pertinentes; cet avertissement peut être transmis sous une forme standardisée;
  - l'entreprise réglementée respecte les règles en matière de conflits d'intérêts, prévues par et en vertu de l'article 20bis, § 2, de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, ainsi que par et en vertu de l'article 62bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement.
  § 7. L'entreprise réglementée constitue un dossier incluant le ou les documents approuvés par l'entreprise et le client, où sont énoncés les droits et les obligations des parties ainsi que les autres conditions auxquelles l'entreprise fournit des services au client.
  L'entreprise réglementée qui fournit un service d'investissement autre qu'un conseil en investissement à un nouveau client de détail, conclut par écrit avec ce client une convention de base, sur papier ou un autre support durable, énonçant les droits et obligations fondamentaux de l'entreprise et du client.
  Les droits et les obligations des parties à la convention peuvent être incorporés par référence a d'autres documents ou textes juridiques.
  Le Roi, sur avis de la CBFA, peut arrêter des règles plus précises concernant le contenu des conventions à conclure avec les clients. Ces règles ne portent pas préjudice aux droits et obligations de droit commun, étant entendu qu'elles peuvent prévoir que les conventions de gestion de portefeuille ne peuvent entraîner une diminution de la responsabilité de droit commun de l'entreprise reglementée.
  § 8. Le client doit recevoir de l'entreprise réglementée des rapports adéquats sur le service qu'elle fournit à ses clients. Ces rapports incluent, lorsqu'il y a lieu, les coûts liés aux transactions effectuées et aux services fournis pour le client.
  § 9. Dans les cas où un service d'investissement est proposé dans le cadre d'un produit financier qui est déjà soumis à d'autres dispositions de la législation communautaire ou à des normes communes europeennes relatives aux établissements de crédit et aux crédits à la consommation concernant l'évaluation des risques des clients et/ou les exigences en matière d'information, ce service n'est pas en plus soumis aux obligations énoncées dans le présent article.
  § 10. Les entreprises réglementées agréées pour exécuter des ordres pour le compte de clients appliquent des procédures et des dispositions garantissant l'exécution rapide, équitable et efficace de ces ordres par rapport à d'autres ordres de clients ou à leurs propres positions de négociation.
  Ces procédures ou dispositions prévoient l'exécution des ordres de clients, par ailleurs comparables, en fonction de la date de leur réception par l'entreprise réglementée.
  § 11. Le Roi, sur avis de la CBFA et après consultation ouverte, précise les règles d'exécution des règles de conduite visées aux §§ 1er a 10, notamment aux fins de satisfaire aux obligations découlant des Directives 2004/39/CE et 2006/73/CE. Il peut, en particulier, prévoir des règles différentes selon qu'il s'agit de clients professionnels ou de clients de détail.
  § 12. Le Roi, sur avis de la CBFA et après consultation ouverte, peut également arrêter des règles de conduite supplémentaires en vue d'assurer la protection des investisseurs et le bon fonctionnement du marché. ".
Art.23. Artikel 28 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 28. § 1. In het kader van de op haar toepasselijke bedrijfsuitoefenings voorwaarden neemt de gereglementeerde onderneming bij het uitvoeren van orders, overeenkomstig de bepalingen van § 2 tot § 6, alle redelijke maatregelen om het best mogelijke resultaat voor haar cliënten te behalen, rekening houdend met de prijs, de kosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, de omvang, de aard van het order en alle andere voor de uitvoering van de order relevante aspecten. In geval van een specifieke instructie van de cliënt is de gereglementeerde onderneming evenwel verplicht de order volgens die specifieke instructie uit te voeren.
  § 2. De gereglementeerde onderneming bepaalt en handhaaft doeltreffende regelingen om aan § 1 te voldoen. Zij bepaalt en past inzonderheid een beleid inzake orderuitvoering toe dat haar in staat stelt om voor de orders van haar cliënten het best mogelijke resultaat te behalen overeenkomstig het bepaalde in § 1.
  § 3. Het orderuitvoeringsbeleid omvat voor elke klasse van instrumenten, informatie over de verschillende plaatsen waar de gereglementeerde onderneming de orders van haar cliënten uitvoert en de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering beïnvloeden. Het omvat ten minste de plaatsen van uitvoering die de gereglementeerde onderneming in staat stellen om consistent het best mogelijke resultaat voor de uitvoering van orders van cliënten te behalen.
  De gereglementeerde onderneming verstrekt haar cliënten deugdelijke informatie over haar orderuitvoeringsbeleid. De gereglementeerde onderneming verkrijgt vooraf de instemming van haar cliënten met haar orderuitvoeringsbeleid.
  Wanneer het orderuitvoeringsbeleid voorziet in de mogelijkheid om orders buiten een gereglementeerde markt of een MTF uit te voeren, brengt de gereglementeerde onderneming haar cliënten of potentiële cliënten met name van deze mogelijkheid op de hoogte. De gereglementeerde onderneming behoeft de uitdrukkelijke toestemming van haar cliënten alvorens orders van cliënten buiten een gereglementeerde markt of een MTF uit te voeren. De gereglementeerde onderneming kan deze toestemming hetzij in de vorm van een algemene overeenkomst, hetzij met betrekking tot afzonderlijke transacties verkrijgen.
  § 4. De gereglementeerde onderneming houdt toezicht op de doeltreffendheid van haar regelingen en beleid voor orderuitvoering om in voorkomend geval mogelijke tekortkomingen te achterhalen en recht te zetten. Zij gaat inzonderheid op gezette tijden na of de in het orderuitvoeringsbeleid opgenomen plaatsen van uitvoering tot het best mogelijke resultaat voor de cliënt leiden dan wel of zij haar uitvoeringsregelingen moet wijzigen. De gereglementeerde onderneming geeft haar cliënten kennis van wezenlijke wijzigingen in haar orderuitvoeringsregelingen of haar orderuitvoeringsbeleid.
  § 5. De gereglementeerde onderneming toont haar cliënten desgevraagd aan dat zij hun orders heeft uitgevoerd in overeenstemming met het orderuitvoeringsbeleid van de onderneming.
  § 6. De Koning bepaalt, op advies van de CBFA en na open raadpleging, nadere regels ter uitvoering van de §§ 1 tot 5 inzonderheid teneinde de uit de Richtlijnen 2004/39/EG en 2006/73/EG voortvloeiende verplichtingen te na te leven. Hij kan inzonderheid verschillende regels bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele cliënten. ".
Art.23. L'article 28 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 28. § 1er. Dans le cadre des conditions d'exercice de l'activité qui lui sont applicables, l'entreprise réglementée prend, conformément aux dispositions des §§ 2 à 6, toutes les mesures raisonnables pour obtenir, lors de l'exécution des ordres, le meilleur résultat possible pour ses clients compte tenu du prix, du coût, de la rapidité, de la probabilité de l'exécution et du règlement, de la taille, de la nature de l'ordre ou de toute autre considération relative à l'exécution de l'ordre. Néanmoins, chaque fois qu'il existe une instruction spécifique donnée par les clients, l'entreprise réglementée exécute l'ordre en suivant cette instruction.
  § 2. L'entreprise réglementée établit et met en oeuvre des dispositions efficaces pour se conformer au § 1er. Elle établit et met en oeuvre notamment une politique d'exécution des ordres lui permettant d'obtenir, pour les ordres de ses clients, le meilleur résultat possible conformément au § 1er.
  § 3. La politique d'exécution des ordres inclut, en ce qui concerne chaque catégorie d'instruments, des informations sur les différents lieux dans lesquels l'entreprise réglementée exécute les ordres de ses clients et les facteurs influençant le choix du lieu d'exécution. Elle inclut au moins les lieux d'exécution qui permettent à l'entreprise réglementée d'obtenir, avec régularité, le meilleur résultat possible pour l'exécution des ordres des clients.
  L'entreprise réglementée fournit des informations appropriées à ses clients sur sa politique d'exécution des ordres. L'entreprise réglementée doit obtenir le consentement préalable de ses clients sur la politique d'exécution en question.
  Lorsque la politique d'exécution des ordres prévoit que les ordres des clients peuvent être exécutés en dehors d'un marché reglementé ou d'un MTF, l'entreprise réglementée informe notamment ses clients ou ses clients potentiels de cette possibilité. L'entreprise réglementée doit obtenir le consentement préalable exprès de ses clients avant de procéder à l'exécution de leurs ordres en dehors d'un marché réglementé ou d'un MTF. L'entreprise réglementée peut obtenir ce consentement soit sous la forme d'un accord général, soit pour des transactions déterminées.
  § 4. L'entreprise réglementée surveille l'efficacité de ses dispositions en matière d'exécution des ordres et de sa politique en la matière afin d'en déceler les lacunes et d'y remédier le cas echéant. En particulier, l'entreprise réglementée examine régulièrement si les lieux d'exécution prévus dans sa politique d'exécution des ordres permettent d'obtenir le meilleur résultat possible pour le client ou si elle doit procéder à des modifications de ses dispositions en matière d'exécution. L'entreprise réglementée signale aux clients toute modification importante de ses dispositions en matière d'exécution des ordres ou de sa politique en la matière.
  § 5. L'entreprise réglementée démontre à ses clients, à leur demande, qu'elle a exécuté leurs ordres conformément à la politique d'exécution de l'entreprise.
  § 6. Le Roi, sur avis de la CBFA et après consultation ouverte, precise les règles d'exécution des §§ 1er à 5, notamment aux fins de satisfaire aux obligations découlant des Directives 2004/39/CE et 2006/73/CE. Il peut, en particulier, prévoir des règles différentes selon qu'il s'agit de clients professionnels ou de clients de détail. ".
Art.24. In dezelfde wet wordt een artikel 28bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 28bis. § 1. De gereglementeerde onderneming handelt op loyale, billijke en professionele wijze en op een manier die bevorderlijk is voor de integriteit van de markt.
  De Koning kan, op advies van de CBFA en na open raadpleging, nadere regels ter uitvoering van het eerste lid bepalen, inzonderheid teneinde de uit de Richtlijnen 2004/39/EG en 2006/73/EG voortvloeiende verplichtingen na te leven.
  § 2. De gereglementeerde ondernemingen vereffenen hun transacties in vervangbare financiële instrumenten die tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, onderling langs girale weg. ".
Art.24. Un article 28bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 28bis. § 1er. L'entreprise réglementée exerce son activité d'une manière honnête, équitable et professionnelle et agit d'une manière favorisant l'intégrité du marché.
  Le Roi, sur avis de la CBFA et après consultation ouverte, peut préciser les règles d'exécution de l'alinéa 1er, notamment aux fins de satisfaire aux obligations découlant des Directives 2004/39/CE et 2006/73/CE.
  § 2. Les entreprises réglementées liquident entre elles par voie scripturale leurs transactions portant sur des instruments financiers fongibles qui sont admis à la négociation sur un marché réglementé belge. ".
Art.25. In artikel 30 van dezelfde wet worden de volgende aanpassingen aangebracht :
  1° in het 1° worden de woorden " bepalingen van de artikelen 26 en 27 of van de bepalingen vastgesteld met toepassing van de artikelen 26, 28 en 29 " vervangen door de woorden " voorschriften bepaald door of krachtens de artikelen 26 tot 29 ";
  2° in het 2° worden de woorden " bepalingen van het artikel 26 of op de bepalingen vastgesteld met toepassing van de artikelen 26, 28 en 29 " vervangen door de woorden " voorschriften bepaald door of krachtens de artikelen 26 tot 29 ".
Art.25. A l'article 30 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1°, les mots " aux dispositions des articles 26 et 27 ou aux dispositions arrêtées en application des articles 26, 28 et 29 " sont remplacés par les mots " aux dispositions prévues par ou en vertu des articles 26 à 29 ";
  2° au 2°, les mots " aux dispositions de l'article 26 ou aux dispositions arrêtées en application des articles 26, 28 et 29 " sont remplacés par les mots " aux dispositions prévues par ou en vertu des articles 26 à 29 ".
Art.26. In artikel 31, § 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij artikel 30 van de wet van 15 december 2004, wordt de eerste zin vervangen als volgt :
  " Voor het plaatsen van financiële instrumenten door een financiële tussenpersoon op een rekening bij een gekwalificeerde tussenpersoon of bij een instelling als bedoeld in § 1 of § 2, waardoor deze instrumenten worden onderworpen aan het voorrecht van deze tussenpersoon of instelling, is de toestemming van de cliënt vereist als bedoeld in artikel 77bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen. ".
Art.26. A l'article 31, § 5 de la même loi, modifié par l'article 30 de la loi du 15 décembre 2004, la première phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " Le placement par un intermédiaire financier d'instruments financiers sur un compte auprès d'un intermédiaire qualifié ou auprès d'un organisme visé au § 1e r ou § 2 ayant pour effet de soumettre ces instruments au privilège de ces derniers requiert l'autorisation du client prévue par l'article 77bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement. ".
Art.27. In dezelfde wet wordt een artikel 37bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 37bis. De CBFA staat in voor de taken als bevoegde autoriteit waarvan sprake in de verordening 1287/2006 en ziet toe op de naleving van deze verordening. De bepalingen van deze afdeling, artikel 41, 3°, en de afdelingen 6 en 7 van hoofdstuk III, zijn van overeenkomstige toepassing. ".
Art.27. Un article 37bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 37bis. La CBFA assume les missions dévolues à toute autorité compétente par le règlement 1287/2006 et veille au respect de ce règlement. Les dispositions de la présente section, l'article 41, 3°, ainsi que les sections 6 et 7 du chapitre III sont applicables par analogie. ".
Art.28. Artikel 43bis van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.28. L'article 43bis de la même loi est abroge.
Art.29. In artikel 77 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt aangevuld als volgt :
  " In het kader van de samenwerkingsovereenkomsten die zijn afgesloten met de in § 1 bedoelde autoriteiten, is de CBFA gemachtigd om, wat de in artikel 77bis, § 1, b) bedoelde bevoegdheden betreft, een vrijstelling te verlenen van de naleving van de wettelijke of reglementaire bepalingen, mits de voorwaarden worden nageleefd die zij vaststelt, inzonderheid voor een gelijkwaardige bescherming van de beleggers. ";
  2° er wordt een § 4 toegevoegd, luidende :
  " § 4. In het kader van haar opdrachten als bedoeld in artikel 77bis, § 1, b), treft de CBFA evenredige samenwerkingsregelingen met de andere betrokken marktautoriteiten van gereglementeerde markten, met name via evenredige samenwerkingsovereenkomsten, wanneer de werkzaamheden van een gereglementeerde markt die in een andere lidstaat voorzieningen heeft geïnstalleerd, in die lidstaat van aanzienlijk belang zijn geworden, in de zin van artikel 16 van de verordening 1287/2006, voor de werking van de effectenmarkten en de bescherming van de beleggers, gelet op de toestand van de effectenmarkten in de lidstaat van ontvangst. ".
Art.29. A l'article 77 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 2, il est ajouté un alinéa redigé comme suit :
  " Dans le cadre d'accords de coopération avec les autorités visées au § 1er, la CBFA est habilitée, dans le domaine de compétences visées à l'article 77bis, § 1er, b), à dispenser du respect de dispositions légales ou réglementaires, moyennant le respect de conditions qu'elle détermine notamment au regard d'une protection équivalent des investisseurs. ";
  2° il est ajouté un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Dans le cadre de ses missions visées à l'article 77bis, § 1er, b), la CBFA met en place des dispositifs de coopération proportionnés, notamment par voie d'accords de coopération proportionnés, avec les autres autorités de marchés règlementés concernées lorsque les activités d'un marché réglementé qui a instauré des dispositifs dans un autre Etat membre y ont acquis une importance considérable, au sens de l'article 16 du règlement 1287/2006, pour le fonctionnement des marches des valeurs mobilières et la protection des investisseurs, compte tenu de la situation de marché des valeurs mobilières dans l'Etat membre d'accueil. ".
Art.30. In dezelfde wet wordt een artikel 77bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 77bis. § 1. Onverminderd de relevante bepalingen van afdeling 7 van hoofdstuk III van deze wet, zijn de volgende bepalingen van toepassing
  a) in het kader van de bestrijding van marktmisbruik, wat de wederzijdse samenwerking betreft tussen de CBFA en de overige bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 11, eerste lid van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik);
  b) in het kader van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 45, § 1, 1°, 3°, en 4°, wat de wederzijdse samenwerking betreft tussen de CBFA en de overige bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 4, lid 1, 22) van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, en in artikel 4, (4) van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, teneinde de uit de voornoemde Richtlijn 2004/39/EG voortvloeiende verplichtingen na te leven :
  1° Telkens wanneer dat noodzakelijk is voor het vervullen van hun taken, werkt de CBFA samen met de andere bevoegde autoriteiten, en maakt daarbij gebruik van de bevoegdheden die haar zijn verleend, hetzij krachtens de voornoemde Richtlijnen, hetzij ingevolge de nationale wetgeving. De CBFA beschikt hiertoe inzonderheid over de bevoegdheden die haar bij deze wet zijn toegekend. De CBFA verleent bijstand aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten. Zij wisselt met de andere bevoegde autoriteiten inzonderheid informatie uit en werkt met hen samen bij onderzoeks- of toezichtsactiviteiten, inclusief voor een inspectie ter plaatse, ook al houden de aldus onderzochte of geverifieerde praktijken geen schending van Belgische regelgeving in.
  2° De CBFA verstrekt onmiddellijk alle informatie die voor het in het 1° genoemde doel noodzakelijk is. Daartoe neemt de CBFA, naast de passende organisatorische maatregelen voor een vlotte samenwerking als bedoeld in het 1°, onverwijld alle nodige maatregelen om de gevraagde informatie te verzamelen.
  Indien de CBFA, wat de in § 1, a) bedoelde bevoegdheden betreft, niet bij machte is om de door een bevoegde autoriteit gevraagde informatie onmiddellijk te verstrekken, stelt zij deze autoriteit in kennis van de redenen hiervan.
  Indien, meer in het bijzonder wat de in § 1, b) bedoelde bevoegdheden betreft, een verzoek wordt gericht aan de CBFA om een inspectie ter plaatste te verrichten of een onderzoek uit te voeren, geeft zij hier, binnen haar bevoegdheden, gevolg aan
  - door de inspectie of het onderzoek zelf te verrichten;
  - door de autoriteit die het verzoek heeft ingediend dan wel revisoren of deskundigen toe te staan de inspectie of het onderzoek zelf te verrichten.
  3° De informatie die in het kader van de samenwerking wordt uitgewisseld, valt onder de bij artikel 74 opgelegde beroepsgeheim. Indien de CBFA informatie verstrekt in het kader van de samenwerking, kan zij aangeven dat die informatie alleen mag worden doorgegeven met haar uitdrukkelijke toestemming of voor de doeleinden waarmee zij heeft ingestemd. Zo ook moet de CBFA, wanneer zij informatie ontvangt, in afwijking van artikel 75, de beperkingen naleven die zouden zijn opgelegd door de buitenlandse autoriteit, wat de mogelijkheid betreft om de aldus ontvangen informatie door te geven.
  4° Wanneer de CBFA ervan overtuigd is dat er op het grondgebied van een andere lidstaat handelingen worden of zijn uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van de voornoemde Richtlijnen, dan wel dat bepaalde handelingen van invloed zijn op financiële instrumenten die verhandeld worden op een gereglementeerde markt in een andere lidstaat, geeft zij hiervan zo specifiek mogelijk kennis aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat. Indien de CBFA er door een autoriteit van een andere lidstaat van in kennis wordt gesteld dat er in België gelijkaardige handelingen worden verricht, neemt zij de nodige maatregelen en brengt zij de kennisgevende autoriteit op de hoogte van het resultaat van deze maatregelen, alsmede, voor zover mogelijk, van belangrijke tussentijdse ontwikkelingen. De bevoegde autoriteiten van de verschillende lidstaten die bevoegd zijn krachtens artikel 10 van voornoemde Richtlijn 2006/3/EG, raadplegen elkaar over de follow-up die zij aan hun optreden overwegen te geven.
  § 2. Bij de tenuitvoerlegging van § 1 kan de CBFA weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om inlichtingen, onderzoek, inspectie ter plaatse of toezicht indien :
  - het gevolg geven aan dergelijke verzoeken gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van België, of
  - indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid in België, dan wel
  - indien jegens deze personen voor dezelfde feiten reeds een onherroepelijke uitspraak is gedaan in België.
  In dit geval stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit daarvan in kennis, waarbij zij zo gedetailleerd mogelijke informatie verstrekt over de procedure of uitspraak in kwestie.
  § 3. Wat de in § 1, a) bedoelde bevoegdheden betreft,
  1° kan de CBFA, onverminderd artikel 226 van het EG-Verdrag, wanneer haar verzoek om inlichtingen niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd of wordt afgewezen, dit verzuim onder de aandacht brengen van het Comité van Europese Effectenregelgevers dat zal beraadslagen om een snelle en doeltreffende oplossing te vinden;
  2° mag de CBFA, onverminderd haar verplichtingen in het kader van strafrechtelijke procedures, de informatie die zij van een bevoegde autoriteit ontvangt, uitsluitend gebruiken voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van de artikelen 25 en 25bis, alsmede in het kader van administratieve of gerechtelijke procedures die daarmee verband houden. Wanneer de bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt daarin toestemt, mag de CBFA de informatie echter voor andere doeleinden gebruiken of doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten;
  3° de CBFA kan verzoeken dat een onderzoek wordt verricht door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat op het grondgebied van die lidstaat. Verder kan zij verzoeken dat aan een aantal leden van haar personeel toestemming wordt verleend om de leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat gedurende het onderzoek te vergezellen.
  Een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat kan verzoeken dat een onderzoek wordt verricht door de CBFA in België. Zij kan tevens verzoeken dat aan een aantal leden van haar personeel toestemming wordt verleend om de leden van het personeel van de CBFA gedurende het onderzoek te vergezellen.
  Het onderzoek wordt evenwel verricht onder de eindverantwoordelijkheid van de lidstaat op het grondgebied waarvan het onderzoek plaatsvindt.
  De CBFA kan een verzoek om een onderzoek als bedoeld in het tweede lid van de hand wijzen wanneer een dergelijk onderzoek gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van België, of indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid in België, of indien jegens deze personen voor dezelfde feiten reeds een onherroepelijke uitspraak is gedaan in België. In dat geval stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit hiervan in kennis, waarbij zij zo gedetailleerd mogelijke informatie verstrekt over de procedure of uitspraak in kwestie.
  Onverminderd het bepaalde in artikel 226 van het EG-Verdrag kan de CBFA, wanneer haar verzoek om een onderzoek of haar verzoek dat leden van haar personeel leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat vergezellen, niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd, of wordt afgewezen, dit verzuim laten vaststellen door het Comité van Europese Effectenregelgevers dat zal beraadslagen om een snelle en doeltreffende oplossing te vinden.
  § 4. Wat de in § 1, b) bedoelde bevoegdheden betreft, mag de CBFA, onverminderd de op haar rustende verplichtingen in gerechtelijke procedures van strafrechtelijke aard, de informatie die zij van een bevoegde autoriteit ontvangt enkel gebruiken om toezicht uit te oefenen op de naleving van de voorwaarden voor de toegang tot de werkzaamheden van de beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen, alsook om het toezicht te vergemakkelijken, op individuele of geconsolideerde basis, op de naleving van de voorwaarden voor de uitoefening van deze activiteit, om zich te vergewissen van de goede werking van de verhandelingssystemen, om sancties op te leggen, in het kader van een administratieve beroepsprocedure of van een rechtsvordering ingesteld tegen een beslissing van de CBFA, en in het kader van het buitengerechtelijk mechanisme voor de behandeling van de klachten van beleggers. Wanneer de bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt er evenwel in toestemt, mag de CBFA deze informatie voor andere doeleinden gebruiken of doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van andere Staten.
  § 5. De paragrafen 1, 2 en 3, 2° en 3°, eerste tot vierde lid, zijn eveneens van toepassing, op de voorwaarden vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten, in het kader van de samenwerking met autoriteiten van derde Staten. ".
Art.30. Dans la même loi, il est inséré un article 77bis rédigé comme suit :
  " Art. 77bis. § 1er. Sans préjudice des dispositions pertinentes de la section 7 du chapitre III de la présente loi, les dispositions suivantes sont applicables
  a) dans le cadre de la lutte contre les abus de marche, en ce qui concerne la coopération mutuelle entre la CBFA et les autres autorités compétentes visées à l'article 11, premier alinéa, de la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2003 sur les opérations d'initiés et les manipulations de marché (abus de marché);
  b) dans le cadre des compétences visées a l'article 45, § 1er, 1°, 3°, et 4°, en ce qui concerne la coopération mutuelle entre la CBFA et les autres autorités compétentes visées à l'article 4, paragraphe 1er, 22) de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marches d'instruments financiers et à l'article 4, 4) de la Directive 2006/48/CE du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant l'accès à l'activité d'établissement de crédit et son exercice, aux fins de satisfaire aux obligations découlant de ladite Directive 2004/39/CE :
  1° La CBFA collabore avec les autres autorités compétentes chaque fois que cela est nécessaire à l'accomplissement de leur mission, en faisant usage des pouvoirs qui lui sont conférés soit en vertu des Directives précitées, soit par la législation nationale. La CBFA dispose notamment à cet effet des pouvoirs qui lui sont attribués par la présente loi. La CBFA prête son concours aux autorités compétentes des autres Etats membres. En particulier, elle échange des informations et coopère avec les autres autorités compétentes dans le cadre d'enquêtes ou d'activité de supervision y compris de vérification sur place et ce, même si les pratiques faisant l'objet d'une enquête ou vérification ne constituent pas une violation d'une règle en Belgique.
  2° La CBFA communique immédiatement, toute information requise aux fins visées au point 1°. A cette fin, outre les mesures organisationnelles appropriées en vue faciliter le bon exercice de la coopération visée au 1°, la CBFA prend immédiatement les mesures nécessaires pour recueillir l'information demandée.
  S'agissant des compétences visées au § 1er, a), si la CBFA n'est pas en mesure de fournir immédiatement l'information demandée par une autorité compétente, elle doit en notifier les raisons à cette autorité.
  Plus particulièrement, s'agissant des compétences visées au § 1er, b), lorsque la CBFA reçoit une demande concernant une vérification sur place ou une enquête, elle y donne suite dans le cadre de ses pouvoirs
  - en procédant elle-meme à la vérification ou à l'enquête;
  - en permettant à l'autorité requérante ou à des contrôleurs de compte ou experts de procéder directement à la vérification ou à l'enquête.
  3° Les informations échangées dans le cadre de la coopération sont couvertes par l'obligation de secret professionnel visée à l'article 74. Lorsqu'elle communique une information dans le cadre de la coopération, la CBFA peut préciser que cette information ne peut être divulguée sans son consentement exprès ou qu'aux seules fins pour lesquelles elle a donné son accord. De même, lorsqu'elle reçoit une information, la CBFA doit, par dérogation à l'article 75, respecter les restrictions qui lui seraient précisées par l'autorité étrangère quant à la possibilité de communiquer l'information ainsi reçue.
  4° Lorsque la CBFA a la conviction que des actes enfreignant les dispositions des Directives précitées sont ou ont été accomplis sur le territoire d'un autre Etat membre, ou que des actes portent atteinte à des instruments financiers négociés sur un marché réglementé situé dans un autre Etat membre, elle en informe l'autorité compétente de cet autre Etat membre d'une manière aussi détaillée que possible. Si la CBFA a été informée par une autorité d'un autre Etat membre de ce que des actes identiques ont été accomplis en Belgique, elle prend les mesures appropriées et communique à l'autorité qui l'a informee les résultats de son intervention et notamment, dans la mesure du possible, les principaux développements provisoires de son action. Les autorités compétentes des différents Etats membres qui sont compétentes aux fins de l'article 10 de la Directive 2003/6/CE précitée se consultent mutuellement sur le suivi qu'il est proposé de donner à leur action.
  § 2. Dans l'exécution du § 1er, la CBFA peut refuser de donner suite à une demande d'information, d'enquête, de vérification sur place ou de surveillance lorsque :
  - le fait de donner suite à une telle demande est susceptible de porter atteinte à la souveraineté, à la sécurité ou à l'ordre public de la Belgique, ou
  - une procédure judiciaire est déjà engagée pour les mêmes faits et à l'encontre des mêmes personnes en Belgique, ou
  - ces personnes ont déjà été définitivement jugées pour les mêmes faits en Belgique.
  Dans un tel cas, elle informe en conséquence l'autorité compétente qui a présenté la demande en lui fournissant des informations aussi circonstanciées que possible sur la procédure ou le jugement en question.
  § 3. S'agissant des compétences visées au § 1er, a),
  1° sans préjudice de l'article 226 du traité CE, la CBFA peut, lorsque sa demande d'information ne reçoit pas de suite dans des délais raisonnables ou qu'elle est rejetée, porter cette carence à l'attention du Comité européen des regulateurs des marchés de valeurs mobilières, qui examinera la question en vue de parvenir à une solution rapide et efficace;
  2° sans préjudice des obligations lui incombant dans le cadre de procedures judiciaires à caractère pénal, la CBFA ne peut utiliser les informations qu'elle a reçues d'une autorité compétente qu'aux fins de l'exercice du contrôle du respect des articles 25 et 25bis et dans le cadre de procedures administratives ou judiciaires liées à cet exercice. Toutefois, si l'autorité compétente communiquant l'information y consent, la CBFA peut utiliser ces informations à d'autres fins ou les transmettre aux autorités compétentes d'autres Etats membres;
  3° la CBFA peut demander qu'une enquête soit menée par l'autorité competente d'un autre Etat membre sur le territoire de ce dernier. Elle peut également demander que certains membres de son personnel soient autorisés à accompagner ceux de l'autorité compétente de cet autre Etat membre lors de l'enquête.
  Une autorité compétente d'un autre Etat membre peut demander qu'une enquête soit menée par la CBFA en Belgique. Elle peut également demander que certains membres de son personnel soient autorisés à accompagner ceux de la CBFA lors de l'enquête.
  Cependant, l'enquête est intégralement placée sous le contrôle de l'Etat membre sur le territoire duquel elle est effectuée.
  La CBFA peut refuser de procéder à une enquête au titre d'une demande présentée conformément à l'alinéa 2 lorsque cette enquête est susceptible de porter atteinte à la souveraineté, à la sécurité ou à l'ordre public de la Belgique, ou lorsqu'une procédure judiciaire est déjà engagée pour les mêmes faits et à l'encontre des mêmes personnes en Belgique, ou lorsque ces personnes ont déjà été définitivement jugées pour les memes faits en Belgique. Dans ce cas, elle le notifie à l'autorité competente qui a présenté la demande en fournissant des informations aussi circonstanciées que possible sur la procédure ou le jugement concernés.
  Sans préjudice de l'article 226 du traité CE, la CBFA peut, lorsque sa demande visant à ouvrir une enquête ou à permettre aux membres de son personnel d'accompagner ceux de l'autorité compétente de l'autre Etat membre ne reçoit pas de suite dans des délais raisonnables ou qu'elle est rejetee, porter cette carence à l'attention du Comite européen des régulateurs des marchés de valeurs mobilières, qui examinera la question en vue de parvenir à une solution rapide et efficace.
  § 4. S'agissant des compétences visées au § 1er, b), sans préjudice des obligations lui incombant dans le cadre de procédures judiciaires à caractère pénal, la CBFA ne peut utiliser les informations qu'elle a reçues d'une autorité compétente qu'aux fins de l'exercice du contrôle du respect des conditions d'accès à l'activité des entreprises d'investissement et établissements de crédit et pour faciliter le contrôle, sur une base individuelle ou consolidée, des conditions d'exercice de cette activité, pour s'assurer du bon fonctionnement des systèmes de négociation, pour infliger des sanctions, dans le cadre d'un recours administratif ou d'une action en justice intenté(e) à l'encontre d'une décision de la CBFA, dans le cadre du mécanisme extrajudiciaire de règlement des plaintes des investisseurs. Toutefois, si l'autorité compétente communiquant l'information y consent, la CBFA peut utiliser ces informations à d'autres fins ou les transmettre aux autorités compétentes d'autres Etats.
  § 5. Les paragraphes 1er, 2 et 3, 2° et 3°, alinéas 1er à 4, sont également applicables, selon les conditions déterminées dans des accords de coopération, dans le cadre de la coopération avec des autorités d'Etats tiers. ".
Art.31. In dezelfde wet wordt een artikel 77ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 77ter. De Minister stelt de autoriteit aan die als contactpunt fungeert om ter uitvoering van artikel 77bis, § 1, b) verzoeken om uitwisseling van gegevens of verzoeken om samenwerking in ontvangst te nemen.
  De Minister stelt de Europese Commissie en de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte hiervan in kennis. ".
Art.31. Dans la même loi, il est inséré un article 77ter rédigé comme suit :
  " Art. 77ter. Le Ministre désigne l'autorité qui assure le rôle de point de contact chargé de recevoir les demandes d'échange d'informations ou de coopération en exécution de l'article 77bis, § 1er, b).
  Le Ministre en informe la Commission européenne ainsi que les autres Etats membres de l'Espace économique européen. ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs.
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements.
Art.32. Het opschrift van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs " wordt vervangen als volgt :
  " Wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen ".
Art.32. L'intitulé de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements est remplacé par l'intitulé suivant :
  " Loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement ".
Art.33. De artikelen 36 tot 39 van dezelfde wet worden opgeheven
Art.33. Les articles 36 à 39 de la même loi sont abrogés.
Art.34. Artikel 44 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 44. Onverminderd de uitzonderingen waarvan sprake in artikel 45, gelden de bepalingen van dit boek voor de ondernemingen naar Belgisch recht waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten of aanbieden van een of meer beleggingsdiensten voor derden en/of het uitoefenen van een of meer beleggingsactiviteiten, alsook voor de ondernemingen naar buitenlands recht die dit bedrijf in België uitoefenen.
  Deze ondernemingen worden hierna " beleggingsondernemingen " genoemd.
  In afwijking van het eerste lid mag de beleggingsdienst bedoeld in artikel 46, 1°, 8 eveneens worden uitgeoefend door een marktonderneming die een gereglementeerde markt organiseert, mits door de CBFA is vastgesteld dat deze de bepalingen van de artikelen 57 tot 64, 66, 67, 69 en 90 naleeft. De artikelen 48, eerste lid, derde zin, 50, eerste lid, tweede zin, 83 tot 89, 92 tot 94 en 110 en 111 zijn van toepassing. De CBFA maakt de lijst van dergelijke ondernemingen, met aanduiding van de geëxploiteerde MTF's op en maakt deze en de wijzigingen erin bekend op haar website. Artikel 104 is van overeenkomstige toepassing als de CBFA vaststelt dat aan voornoemde voorwaarden niet langer is voldaan. ".
Art.34. L'article 44 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 44. Sans préjudice des exceptions mentionnées à l'article 45, les dispositions du présent livre s'appliquent aux entreprises de droit belge dont l'activité habituelle consiste à fournir ou offrir à des tiers un ou plusieurs services d'investissement à titre professionnel et/ou à exercer une ou plusieurs activités d'investissement, ainsi qu'aux entreprises de droit étranger qui exercent cette activité en Belgique.
  Ces entreprises sont dénommés ci-après " entreprises d'investissement ".
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le service d'investissement visé à l'article 46, 1°, 8, peut également être exercé par une entreprise de marché qui organise un marché réglementé, à condition que la CBFA ait constaté que celle-ci respecte les dispositions des articles 57 à 64, 66, 67, 69 et 90. Les articles 48, alinéa 1er, troisième phrase, 50, alinéa 1er, deuxième phrase, 83 à 89, 92 à 94 et 110 et 111 sont d'application. La CBFA établit la liste de ces entreprises, en indiquant les MTF exploitées, et la publie, ainsi que les modifications qui y sont apportées, sur son site web. L'article 104 s'applique par analogie lorsque la CBFA constate qu'il n'est plus satisfait aux conditions precitées. ".
Art.35. Artikel 45 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 45. § 1. Dit boek geldt niet voor :
  1° de kredietinstellingen bedoeld in de titels II tot IV van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen; voor deze instellingen gelden niettemin de artikelen 55, §§ 1, 3 en 4, 77bis, 77ter en, wat hun beleggingsdiensten betreft, 79 en 80;
  2° de verzekeringsondernemingen in de zin van artikel 1 van de Richtlijn 73/239/EEG of artikel 1 van de Richtlijn 2002/83/EG alsmede de ondernemingen die de in de Richtlijn 64/225/EEG bedoelde werkzaamheden van herverzekering en retrocessie uitoefenen;
  3° de ondernemingen die uitsluitend beleggingsdiensten en -activiteiten verrichten voor hun moederonderneming, hun dochterondernemingen of een andere dochteronderneming van hun moederonderneming;
  4° de personen die een beleggingsdienst of -activiteit als incidentele activiteit verrichten in het kader van een beroepswerkzaamheid, indien deze werkzaamheid aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of aan een beroepscode is onderworpen en het verrichten van de dienst of de activiteit op grond daarvan niet is uitgesloten;
  5° personen die geen beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten verrichten, anders dan handel voor eigen rekening, tenzij zij market makers of systematische internaliseerder zijn;
  6° de ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten en -activiteiten uitsluitend bestaan in het beheer van een werknemersparticipatieplan;
  7° de ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten en -activiteiten bestaan in het verstrekken van zowel de diensten en activiteiten bedoeld onder 3° als die bedoeld onder 6°;
  8° leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, alsmede andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn;
  9° de instellingen voor collectieve belegging en pensioenfondsen ongeacht of hiervoor op communautair niveau gecoördineerde bepalingen gelden, alsmede de bewaarders en beheerders van deze instellingen;
  10° personen die voor eigen rekening in financiële instrumenten handelen of beleggingsdiensten in van grondstoffen afgeleide instrumenten of derivatencontracten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, j), van de wet van 2 augustus 2002 verrichten voor de cliënten van hun hoofdbedrijf, mits dit op groepsniveau als een nevenactiviteit van hun hoofdbedrijf is aan te merken en mits dit hoofdbedrijf niet bestaat in het verrichten van beleggingsdiensten in de zin van artikel 46 of bankdiensten in de zin van de wet van 22 maart 1993;
  11° personen die tijdens het uitoefenen van een andere, niet onder deze wet vallende beroepsactiviteit beleggingsadvies verstrekken mits er niet specifiek voor deze adviesverstrekking wordt betaald;
  12° personen waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het voor eigen rekening handelen in grondstoffen en/of van grondstoffen afgeleide instrumenten. Deze uitzondering is niet van toepassing wanneer de personen die voor eigen rekening in grondstoffen en/of van grondstoffen afgeleide instrumenten handelen deel uitmaken van een groep waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het verrichten van andere beleggingsdiensten in de zin van deze wet of bankdiensten in de zin van de wet van 22 maart 1993;
  13° ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten uitsluitend bestaan in het voor eigen rekening handelen op markten voor financiële futures of opties of op andere derivatenmarkten en op markten in onderliggende financiële instrumenten met als enig doel het afdekken van posities op derivatenmarkten, of die voor rekening van andere leden van deze zelfde markten handelen, of deze laatsten een prijs geven, en die door clearing members van deze markten worden gegarandeerd, waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de door deze ondernemingen gesloten contracten bij clearing members van deze zelfde markten berust.
  § 2. De in dit boek verleende rechten gelden niet voor het verrichten van diensten waarbij als tegenpartij wordt opgetreden bij transacties uitgevoerd door overheidsinstellingen die zich met de overheidsschuld bezighouden of door leden van het Europese stelsel van centrale banken in het kader van de uitoefening van hun taken overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Statuten van het Europese stelsel van centrale banken en van de Europese centrale bank. ".
Art.35. L'article 45 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 45. § 1er. Le présent livre n'est pas applicable :
  1° aux établissements de crédit visés aux titres II à IV de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de credit; sont neanmoins applicables à ces établissements les articles 55, §§ 1er, 3 et 4, 77bis, 77ter et, en ce qui concerne leurs services d'investissement, 79 et 80;
  2° aux entreprises d'assurance au sens de l'article 1er de la Directive 73/239/CEE ou de l'article 1er de la Directive 2002/83/CE, ni aux entreprises exerçant les activités de reassurance et de rétrocession visées dans la Directive 64/225/CEE;
  3° aux entreprises qui fournissent un service ou une activité d'investissement exclusivement à leur entreprise-mère, à leurs filiales ou à une autre filiale de leur entreprise-mère;
  4° aux personnes qui fournissent un service ou une activité d'investissement si cette activité est exercée de manière accessoire dans le cadre d'une activité professionnelle, et si cette dernière est régie par des dispositions légales ou réglementaires ou par un code déontologique régissant la profession et que ceux-ci n'excluent pas la fourniture de ce service ou de cette activité;
  5° aux personnes qui ne fournissent aucun service ou activité d'investissement autre que la négociation pour son propre compte a moins qu'elles ne soient teneurs de marché ou internalisateur systématique;
  6° aux entreprises dont les services et activités d'investissement consistent exclusivement en la gestion d'un système de participation des travailleurs;
  7° aux entreprises dont les services et activités d'investissement consistent en la fourniture tant des services et activités visés au 3° qu'à ceux visés au 6°;
  8° aux membres du système européen de banques centrales, aux autres organismes nationaux à vocation similaire, ni aux autres organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou intervenant dans cette gestion;
  9° aux organismes de placement collectif et aux fonds de retraite, qu'ils soient ou non coordonnés au niveau communautaire, ni aux dépositaires et gestionnaires de ces organismes;
  10° aux personnes négociant des instruments financiers pour compte propre ou fournissant des services d'investissement concernant des instruments dérivés sur matières premières ou des contrats derivés visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, j), de la loi du 2 août 2002 aux clients de leur activité principale à condition que ces prestations soient accessoires par rapport à leur activité principale, lorsque cette activité principale est considérée au niveau du groupe, et qu'elle ne consiste pas en la fourniture de services d'investissement au sens de l'article 46 ou de services bancaires au sens de la loi du 22 mars 1993;
  11° aux personnes fournissant des conseils en investissement dans le cadre de l'exercice d'une autre activité professionnelle qui n'est pas visée par la présente loi à condition que la fourniture de tels conseils ne soit pas spécifiquement rémunérée;
  12° aux personnes dont l'activité principale consiste à négocier pour compte propre des matieres premières et/ou des instruments dérivés sur ces matières. La présente exception ne s'applique pas lorsque les personnes qui négocient pour compte propre des matières premières et/ou des instruments dérivés sur matières premières font partie d'un groupe dont l'activité principale est la fourniture de services d'investissement au sens de la présente loi ou de services bancaires au sens de la loi du 22 mars 1993;
  13° aux entreprises dont les services et/ou activités d'investissement consistent exclusivement à négocier pour compte propre sur des marchés d'instruments financiers à terme ou d'options ou d'autres marchés dérivés et sur des marchés d'instruments financiers sous-jacents uniquement aux seules fins de couvrir des positions sur des marchés dérivés, ou qui négocient ou assurent la formation des prix pour le compte d'autres membres de ces marchés et sont alors couvertes par la garantie d'un membre compensateur de ceux-ci, lorsque la responsabilité des contrats conclus par ces entreprises est assumée par un tel membre compensateur de ces mêmes marchés.
  § 2. Les droits conférés dans le présent livre ne s'étendent pas à la fourniture de services en qualité de contrepartie dans les transactions effectuées par des organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou par des membres du système européen de banques centrales, dans le cadre des tâches qui leur sont assignées par le traité instituant la Communauté européenne et par les statuts du système européen de banques centrales et de la Banque centrale européenne. ".
Art.36. In artikel 45bis van dezelfde wet worden de woorden " artikel 45, 10° " vervangen door de woorden " artikel 45, § 1, 13° ".
Art.36. A l'article 45bis de la même loi, les mots " l'article 45, 10° " sont remplacés par les mots " l'article 45, § 1er, 13° ".
Art.37. Artikel 46 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 46. Voor de toepassing van dit boek en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
  1° beleggingsdiensten en -activiteiten : iedere hierna genoemde dienst of activiteit die betrekking heeft op financiële instrumenten :
  1. het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten, met inbegrip van het met elkaar in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen deze beleggers een verrichting tot stand kan komen;
  2. het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten;
  3. het handelen voor eigen rekening;
  4. vermogensbeheer;
  5. beleggingsadvies;
  6. het overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie;
  7. het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie;
  8. het uitbaten van multilaterale handelsfaciliteiten;
  2° nevendienst : iedere hierna genoemde dienst :
  1. bewaring en beheer van financiële instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaarneming en daarmee samenhangende diensten zoals contanten- en/of zekerhedenbeheer;
  2. het verstrekken van kredieten of leningen aan een belegger om deze in staat te stellen een transactie in één of meer financiële instrumenten te verrichten, bij welke transactie de onderneming die het krediet of de lening verstrekt, betrokken is;
  3. advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen;
  4. valutawisseldiensten voor zover deze samenhangen met het verrichten van beleggingsdiensten;
  5. onderzoek op beleggingsgebied en financiële analyse of andere vormen van algemene aanbevelingen in verband met transacties in financiële instrumenten;
  6. diensten in verband met het overnemen van financiële instrumenten;
  7. de hierboven bedoelde beleggingsdiensten en -activiteiten alsmede nevendiensten die verband houden met de onderliggende waarde van de derivaten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, e), f), g) en j) van de wet van 2 augustus 2002, wanneer verstrekt in samenhang met de verstrekking van beleggings- en nevendiensten.
  3° financieel instrument : de instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid,1°, van de wet van 2 augustus 2002;
  4° effecten : de effecten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 31°, van de wet van 2 augustus 2002;
  5° geldmarktinstrumenten : de instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 32°, van de wet van 2 augustus 2002;
  6° uitvoering van orders voor rekening van cliënten : optreden om overeenkomsten te sluiten tot verkoop of aankoop van één of meer financiële instrumenten voor rekening van cliënten;
  7° handelen voor eigen rekening : met eigen kapitaal handelen in één of meer financiële instrumenten, hetgeen resulteert in het uitvoeren van transacties;
  8° vermogensbeheer : het per cliënt op discretionaire basis beheren van portefeuilles op grond van een door de cliënten gegeven opdracht, voor zover die portefeuilles één of meer financiële instrumenten bevatten;
  9° beleggingsadvies : het doen van gepersonaliseerde aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op diens verzoek hetzij op initiatief van de beleggingsonderneming, met betrekking tot één of meer verrichtingen die betrekking hebben op financiële instrumenten;
  10° een gepersonaliseerde aanbeveling : een aanbeveling die wordt voorgesteld als een aanbeveling die geschikt is voor de betrokken persoon, of berust op een afweging van diens persoonlijke omstandigheden en als oogmerk heeft dat één van de volgende reeks stappen wordt gezet :
  - een bepaald financieel instrument wordt gekocht, verkocht, geruild, te gelde gemaakt, gehouden, overgenomen of er wordt daarop ingetekend;
  - een aan een bepaald financieel instrument verbonden recht wordt uitgeoefend of juist niet uitgeoefend om een financieel instrument te kopen, te verkopen, te ruilen, te gelde te maken of daarop in te tekenen.
  Een aanbeveling is geen gepersonaliseerde aanbeveling als deze uitsluitend via distributiekanalen, in de zin van artikel 2, eerste lid, 26°, van de wet van 2 augustus 2002, of aan het publiek wordt gedaan;
  11° cliënt : iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wie een beleggingsonderneming beleggingsdiensten en/of nevendiensten verricht;
  12° professionele cliënt : de professionele cliënten zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 28°, van de wet van 2 augustus 2002;
  13° niet-professionele cliënt : de cliënt die niet als een professionele cliënt wordt behandeld;
  14° multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF) : een door een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels - samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van de wet van 2 augustus 2002 of titel II van de Richtlijn 2004/39/EG;
  15° " systematische internaliseerder " : een beleggingsonderneming die op een georganiseerde, frequente en systematische wijze voor eigen rekening cliëntenorders uitvoert buiten een gereglementeerde markt of een MTF;
  16° market maker : een persoon die op de financiele markten doorlopend blijk geeft van de bereidheid voor eigen rekening en met eigen kapitaal te handelen door financiële instrumenten tegen door hem vastgestelde prijzen te kopen en te verkopen;
  17° lidstaat van herkomst :
  a. indien de beleggingsonderneming een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar deze persoon zijn hoofdkantoor heeft;
  b. indien de beleggingsonderneming een rechtspersoon is, de lidstaat waar haar statutaire zetel is gelegen;
  c. indien de beleggingsonderneming overeenkomstig haar nationale wetgeving geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar haar hoofdkantoor is gelegen;
  18° lidstaat van ontvangst : de lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar de beleggingsonderneming een bijkantoor heeft of diensten en/of activiteiten verricht;
  19° bevoegde autoriteit : de CBFA of de buitenlandse autoriteit die elke lidstaat overeenkomstig artikel 48 van de Richtlijn 2004/39/EG aanwijst, tenzij in de Richtlijn anders is gespecifieerd;
  20° kredietinstelling : iedere instelling bedoeld in de titels II tot IV van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
  21° ICBE-beheervennootschap : een beheervennootschap in de zin van deel III van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;
  22° verbonden agent : een natuurlijke of rechtspersoon die, onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één beleggingsonderneming voor rekening waarvan hij optreedt de beleggings- en/of nevendiensten bij cliënten of potentiële cliënten promoot, instructies of orders van cliënten met betrekking tot beleggingsdiensten of financiële instrumenten ontvangt en doorgeeft, financiële instrumenten plaatst en/of advies verstrekt aan cliënten of potentiële cliënten met betrekking tot deze financiële instrumenten of diensten;
  23° bijkantoor : een bedrijfszetel die niet het hoofdkantoor is en die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beleggingsonderneming en beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten verricht, en ook nevendiensten kan verrichten waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft gekregen; alle bedrijfszetels in eenzelfde lidstaat van een beleggingsonderneming met hoofdkantoor in een andere lidstaat worden als één enkel bijkantoor beschouwd;
  24° gekwalificeerde deelneming : het rechtstreeks of onrechtstreeks bezitten van een deelneming in een beleggingsonderneming van ten minste 10% van het kapitaal of van de stemrechten, als bedoeld in de nationale bepalingen in uitvoering van de Richtlijn 2004/109/EG, dan wel van een deelneming die de mogelijkheid inhoudt een invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de beleggingsonderneming waarin wordt deelgenomen;
  25° moederonderneming : een moederonderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad betreffende de geconsolideerde jaarrekening;
  26° dochteronderneming : een dochteronderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG, met inbegrip van elke dochteronderneming van een dochteronderneming van een moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat;
  27° controle : controle in de zin van artikel 1 van Richtlijn 83/349/EEG;
  28° nauwe banden : een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door :
  a. een deelneming, dat wil zeggen het rechtstreeks of door middel van een controle houden van ten minste 20% van de stemrechten of het kapitaal van een onderneming; of
  b. een controleband, dat wil zeggen de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming, in alle gevallen zoals bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2, van Richtlijn 83/349/EEG, of een band van dezelfde aard tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een onderneming; elke dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat.
  Als een nauwe band tussen twee of meer natuurlijke of rechtspersonen wordt tevens beschouwd een situatie waarin deze personen via een controleband duurzaam verbonden zijn met eenzelfde persoon;
  29° financiële instelling : alle ondernemingen bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, eerste lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen; voor de toepassing van de artikelen 95 en 95bis van deze wet worden met een financiële instelling gelijkgesteld, de instellingen voor postcheque- en girodiensten, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de vereffeningsinstellingen bedoeld in artikel 2, 17°, van de wet van 2 augustus 2002 en de instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten die verstrekt worden door dergelijke vereffeningsinstellingen;
  30° toezichthoudende overheid : de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen;
  31° marktonderneming : een persoon of personen die het bedrijf van een gereglementeerde markt beheren en/of exploiteren waarbij de gereglementeerde markt de marktonderneming zelf kan zijn;
  32° gereglementeerde markt : een door een marktonderneming geëxploiteerd en/of beheerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem - samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en de systemen van de markt tot de handel zijn toegelaten, en waaraan vergunning is verleend en die regelmatig werkt, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 2002 of titel III van de Richtlijn 2004/39/EG;
  33° Richtlijn 64/225/EEG : Richtlijn 64/225/EEG van de Raad van 25 februari 1964 ter opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging en van het vrij verrichten van diensten, voor wat betreft herverzekering en retrocessie;
  34° Richtlijn 73/239/EEG : Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf met uitzondering van de levensverzekeringsbranche en de uitoefening daarvan;
  35° Richtlijn 93/22/EEG : Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten;
  36° Richtlijn 2002/83/EG : Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering;
  37° Richtlijn 2004/39/EG : de Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611 EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
  38° Richtlijn 2006/48/EG : de Richtlijn 2006/48/EG van het Europees parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen;
  39° de wet van 2 augustus 2002 : de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. ".
Art.37. L'article 46 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 46. Pour l'application du présent livre et des arrêtés pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre :
  1° par services et activités d'investissement : tout service ou activité cité ci-dessous qui porte sur des instruments financiers :
  1. la réception et la transmission d'ordres portant sur un ou plusieurs instruments financiers, en ce compris la mise en rapport de deux ou plusieurs investisseurs permettant ainsi la réalisation, entre ces investisseurs, d'une opération;
  2. l'exécution d'ordres au nom de clients;
  3. la négociation pour compte propre;
  4. la gestion de portefeuille;
  5. le conseil en investissement;
  6. la prise ferme d'instruments financiers et/ou le placement d'instruments financiers avec engagement ferme;
  7. le placement d'instruments financiers sans engagement ferme;
  8. l'exploitation d'un système multilatéral de négociation (MTF);
  2° par service auxiliaire : tout service cité ci-dessous :
  1. la conservation et l'administration d'instruments financiers pour le compte de clients, y compris la garde et les services connexes, comme la gestion de trésorerie/de garanties;
  2. l'octroi d'un crédit ou d'un prêt à un investisseur pour lui permettre d'effectuer une transaction sur un ou plusieurs instruments financiers, dans laquelle intervient l'entreprise qui octroie le crédit ou le prêt;
  3. le conseil aux entreprises en matière de structure du capital, de stratégie industrielle et de questions connexes; le conseil et les services en matière de fusions et de rachat d'entreprises;
  4. les services de change lorsque ces services sont liés à la fourniture de services d'investissement;
  5. la recherche en investissements et l'analyse financière ou toute autre forme de recommandation générale concernant les transactions sur instruments financiers;
  6. les services liés à la prise ferme;
  7. ceux des services et activités d'investissement précités et services auxiliaires qui concernent le marché sous-jacent des instruments dérives visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, e), f), g) et j), de la loi du 2 août 2002, lorsqu'ils sont liés à la prestation de services d'investissement ou de services auxiliaires.
  3° par instrument financier : les instruments définis à l'article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002;
  4° par valeurs mobilières : les valeurs mobilières définies à l'article 2, alinéa 1er, 31°, de la loi du 2 août 2002;
  5° par instruments du marché monetaire : les instruments définis à l'article 2, alinéa 1er, 32°, de la loi du 2 août 2002;
  6° par exécution d'ordres pour le compte de clients : le fait de conclure des accords d'achat ou de vente d'un ou de plusieurs instruments financiers pour le compte de clients;
  7° par négociation pour compte propre : le fait de négocier en engageant ses propres capitaux un ou plusieurs instruments financiers en vue de conclure des transactions;
  8° par gestion de portefeuille : la gestion discrétionnaire et individualisée de portefeuilles incluant un ou plusieurs instruments financiers, dans le cadre d'un mandat donné par le client;
  9° par conseil en investissement : la fourniture de recommandations personnalisées à un client, soit à sa demande soit à l'initiative de l'entreprise d'investissement, en ce qui concerne une ou plusieurs transactions portant sur des instruments financiers;
  10° par une recommandation personnalisée : une recommandation qui est présentée comme adaptée à cette personne, ou est fondée sur l'examen de la situation propre à cette personne, et qui recommande la réalisation d'une opération relevant des catégories suivantes :
  - l'achat, la vente, la souscription, l'échange, le remboursement, la détention ou la prise ferme d'un instrument financier particulier;
  - l'exercice ou le non-exercice du droit conféré par un instrument financier particulier d'acheter, de vendre, de souscrire, d'échanger ou de rembourser un instrument financier.
  Une recommandation n'est pas réputée personnalisée si elle est exclusivement diffusée par des canaux de distribution au sens de l'article 2, alinéa 1er, 26°, de la loi du 2 août 2002, ou est destinée au public;
  11° par client : toute personne physique ou morale à qui une entreprise d'investissement fournit des services d'investissement et/ou des services auxiliaires;
  12° par client professionnel : les clients professionnels définis à l'article 2, alinéa 1er, 28°, de la loi du 2 août 2002;
  13° par client de détail : un client qui n'est pas traité comme un client professionnel;
  14° par système multilateral de négociation (Multilateral trading facility - MTF) : un système multilatéral, exploité par une entreprise d'investissement, un établissement de crédit ou une entreprise de marché, qui assure la rencontre - en son sein même et selon des règles non discrétionnaires - de multiples intérêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des instruments financiers, d'une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats conformément aux dispositions du chapitre II de la loi du 2 août 2002 ou du titre II de la Directive 2004/39/CE;
  15° par " internalisateur systématique " : une entreprise d'investissement qui, de façon organisée, fréquente et systématique, négocie pour compte propre en exécutant les ordres des clients en dehors d'un marché réglementé ou d'un MTF;
  16° par teneur de marché : une personne qui est présente de manière continue sur les marchés financiers pour négocier pour son propre compte et qui se porte acheteuse et vendeuse d'instruments financiers en engageant ses propres capitaux, à des prix fixés par elle;
  17° par Etat membre d'origine :
  a. si l'entreprise d'investissement est une personne physique, l'Etat membre où son administration centrale est située;
  b. si l'entreprise d'investissement est une personne morale, l'Etat membre où son siège statutaire est situé;
  c. si, conformément a son droit national, l'entreprise d'investissement n'a pas de siège statutaire, l'Etat membre où son administration centrale est située;
  18° par Etat membre d'accueil : l'Etat membre, autre que l'Etat membre d'origine, dans lequel une entreprise d'investissement a une succursale ou fournit des services et/ou exerce des activités;
  19° par autorité compétente : la CBFA ou l'autorité étrangère désignée par chaque Etat membre conformément à l'article 48 de la Directive 2004/39/CE, sauf indication contraire contenue dans la Directive;
  20° par établissement de crédit : tout établissement de crédit visé aux titres II à IV de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit;
  21° par société de gestion d'OPCVM : une société de gestion au sens de la partie III de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement;
  22° par agent lié : toute personne physique ou morale qui, sous la responsabilité entière et inconditionnelle d'une seule et unique entreprise d'investissement pour le compte de laquelle elle agit, fait la promotion auprès de clients ou de clients potentiels de services d'investissement et/ou de services auxiliaires, reçoit et transmet les instructions ou les ordres de clients concernant des instruments financiers ou des services d'investissement, place des instruments financiers et/ou fournit à des clients ou à des clients potentiels des conseils sur ces instruments ou services;
  23° par succursale : un siège d'exploitation autre que l'administration centrale qui constitue une partie, dépourvue de personnalité juridique, d'une entreprise d'investissement et qui fournit des services d'investissement et/ou exerce des activités d'investissement et peut également fournir les services auxiliaires pour lesquels elle a obtenu un agrément; tous les sièges d'exploitation établis dans le même Etat membre par une entreprise d'investissement dont le siège se trouve dans un autre Etat membre sont considérés comme une succursale unique;
  24° par participation qualifiée : le fait de détenir, dans une entreprise d'investissement, une participation directe ou indirecte qui représente au moins 10% du capital ou des droits de vote, conformément aux dispositions nationales en exécution de la Directive 2004/109/CE concernant l'admission de valeurs mobilières à la cote officielle et l'information à publier sur ces valeurs, ou qui permet d'exercer une influence notable sur sa gestion;
  25° par entreprise mère : une entreprise mère au sens des articles 1er et 2 de la septième Directive 83/349/CEE du Conseil du 13 juin 1983 concernant les comptes consolidés;
  26° par filiale : une entreprise filiale au sens des articles 1er et 2 de la Directive 83/349/CEE, y compris toute filiale d'une entreprise filiale de l'entreprise mère qui est à leur tête;
  27° par contrôle : le contrôle défini à l'article 1er de la Directive 83/349/CEE;
  28° par liens étroits : une situation dans laquelle au moins deux personnes physiques ou morales sont liées par :
  a. une participation, à savoir le fait de détenir, directement ou par voie de contrôle, au moins 20% du capital ou des droits de vote d'une entreprise;
  b. un contrôle, à savoir la relation entre une entreprise mère et une filiale, dans tous les cas visés à l'article 1er, paragraphes 1 et 2, de la Directive 83/349/CEE, ou une relation similaire entre toute personne physique ou morale et une entreprise, toute filiale d'une entreprise filiale étant également considérée comme une filiale de l'entreprise mère qui est à leur tête.
  Une situation dans laquelle au moins deux personnes physiques ou morales sont liées en permanence à une seule et même personne par une relation de contrôle est également considérée comme constituant un lien étroit entre lesdites personnes;
  29° par établissement financier : toutes les entreprises visées à l'article 3, § 1er, 5°, alinéa 1er, de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit; pour l'application des articles 95 et 95bis de la présente loi sont assimilés à des établissements financiers les offices de chèques postaux, les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, les organismes de liquidation visés à l'article 2, 17°, de la loi du 2 août 2002, ainsi que les organismes dont l'activité consiste à assurer, en tout ou en partie, la gestion opérationnelle de services fournis par de tels organismes de liquidation;
  30° par autorité de contrôle : la Commission bancaire, financière et des assurances;
  31° par entreprise de marché : une ou plusieurs personnes gérant et/ou exploitant l'activité d'un marché réglementé; l'entreprise de marché peut être le marché réglementé lui-même;
  32° par marché réglementé : un système multilatéral, exploité et/ou géré par une entreprise de marché, qui assure ou facilite la rencontre - en son sein même et selon ses règles non discrétionnaires - de multiples intérêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des instruments financiers, d'une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats portant sur des instruments financiers admis à la négociation dans le cadre de ses règles et/ou de ses systèmes, et qui est agréé et fonctionne régulièrement conformément aux dispositions de la loi du 2 août 2002 ou du titre III de la Directive 2004/39/CE;
  33° par Directive 64/225/CEE : la Directive 64/225/CEE du Conseil du 25 février 1964 visant à supprimer en matière de réassurance et de rétrocession les restrictions à la liberté d'établissement et à la libre prestation des services;
  34° par Directive 73/239/CEE : la Directive 73/239/CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant l'accès à l'activité de l'assurance directe autre que l'assurance sur la vie, et son exercice;
  35° par Directive 93/22/CEE : la Directive 93/22/CEE du Conseil du 10 mai 1993 concernant les services d'investissement dans le domaine des valeurs mobilières;
  36° par Directive 2002/83/CE : la Directive 2002/83/CE du Parlement européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concernant l'assurance directe sur la vie;
  37° par Directive 2004/39/CE : la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les Directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil;
  38° par Directive 2006/48/CE : la Directive 2006/48/CE du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant l'accès à l'activité des établissements de crédit et son exercice;
  39° par loi du 2 août 2002 : la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. ".
Art.38. Artikel 47 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 47. § 1. Iedere beleggingsonderneming naar Belgisch recht die haar werkzaamheden in België wenst uit te oefenen, moet, vooraleer die aan te vatten, één van de volgende vergunningen verkrijgen van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen :
  1° een vergunning als beursvennootschap;
  2° een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
  § 2. Onverminderd de voorschriften inzake kapitaal, mogen de beursvennootschappen alle in artikel 46 bedoelde beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten en nevendiensten verrichten.
  § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen de in artikel 46, 1°, 1, 2, 4, 5 en 7 bedoelde beleggingsdiensten verrichten, alsook de in artikel 46, 2°, 3, 5 en 7, bedoelde nevendiensten.
  Om hun eigen middelen te beleggen mogen zij posities houden in financiële instrumenten, buiten de handelsportefeuille.
  § 4. Er kan geen vergunning als beleggingsonderneming worden verstrekt voor het uitsluitend verrichten van nevendiensten. ".
Art.38. L'article 47 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 47. § 1er. Les entreprises d'investissement de droit belge qui entendent exercer leur activité en Belgique sont tenues, avant de commencer leurs opérations, d'obtenir auprès de la Commission bancaire, financière et des assurances l'un des agréments suivants :
  1° l'agrément en qualité de société de bourse;
  2° l'agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  § 2. Sans préjudice des dispositions prévues en matière de capital, les societés de bourse peuvent fournir l'ensemble des services d'investissement, activités d'investissement et services auxiliaires visés à l'article 46.
  § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peuvent fournir les services d'investissement visés à l'article 46, 1°, 1, 2, 4, 5 et 7, ainsi que les services auxiliaires visés à l'article 46, 2°, 3, 5 et 7.
  En vue d'investir leurs fonds propres, elles peuvent détenir des positions hors portefeuille de négociation relatives à des instruments financiers.
  § 4. Il ne peut être délivré d'agrément en qualité d'entreprise d'investissement pour la seule prestation de services auxiliaires. ".
Art.39. Artikel 48 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 48. De aanvragers duiden aan welke in artikel 47 bedoelde vergunning zij wensen te verkrijgen en welke in artikel 46 en andere in artikel 58, § 1, tweede en derde lid, bedoelde beleggingsdiensten en -activiteiten en nevendiensten zij voornemens zijn te verrichten of aan te bieden. Daarbij verduidelijken zij op welke financiële instrumenten deze diensten en activiteiten betrekking hebben. Bij de vergunningsaanvraag wordt een programma van werkzaamheden gevoegd dat beantwoordt aan de door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen gestelde voorwaarden en waarin met name de aard en de omvang van de voorgenomen verrichtingen alsook de organisatiestructuur van de onderneming worden vermeld en de nauwe banden die zij heeft met andere personen. De aanvragers moeten alle inlichtingen verstrekken die nodig zijn om hun aanvraag te kunnen beoordelen.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op de aanvragen van beleggingsondernemingen die reeds over een vergunning beschikken, die ertoe strekken bijkomende diensten en activiteiten bedoeld in artikel 46 waarvoor zij nog geen vergunning hebben te mogen verrichten. De artikelen 49 tot 53 zijn van toepassing. ".
Art.39. L'article 48 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 48. Les demandeurs indiquent celui des agréments visés à l'article 47 qu'ils souhaitent obtenir ainsi que les services et activités d'investissement et/ou les services auxiliaires visés à l'article 46 et les autres services visés à l'article 58, § 1er, alinéas 2 et 3, qu'ils envisagent de fournir. Ils précisent les instruments financiers sur lesquels portent ces services et activités. La demande d'agrément est accompagnée d'un programme d'activités répondant aux conditions fixées par la Commission bancaire, financière et des assurances dans lequel sont notamment indiques le volume des opérations envisagées ainsi que la structure de l'organisation de l'entreprise et ses liens étroits avec d'autres personnes. Les demandeurs doivent fournir tous renseignements nécessaires à l'appréciation de leur demande.
  L'alinéa 1er s'applique également aux demandes introduites par les entreprises d'investissement déjà agréées qui souhaitent fournir des services et activités supplémentaires vises à l'article 46, non couverts par leur agrément. Les articles 49 à 53 sont d'application. ".
Art.40. In artikel 50 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid, tweede zin, wordt vervangen als volgt :
  " Zij spreekt zich uit over de vergunning binnen de zes maanden na de indiening van een volledige aanvraag. "
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " De beslissingen inzake vergunning vermelden de beleggingsdiensten en -activiteiten evenals de nevendiensten die de onderneming mag verrichten. ".
Art.40. A l'article 50 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er, deuxième phrase, est remplacé par la disposition suivante :
  " Elle statue sur la demande dans les six mois de l'introduction d'un dossier complet. "
  2° l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " Les décisions en matière d'agrément mentionnent les services et activités d'investissement ainsi que les services auxiliaires que l'entreprise est autorisée à fournir. ".
Art.41. Artikel 51 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 51. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen de vergunning van de beleggingsonderneming beperken tot bepaalde diensten, activiteiten of tot bepaalde financiële instrumenten, alsook in haar vergunning voor het verrichten van bepaalde diensten of activiteiten met betrekking tot bepaalde financiële instrumenten voorwaarden stellen. ".
Art.41. L'article 51 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 51. En vue d'une gestion saine et prudente de l'entreprise, la Commission bancaire, financière et des assurances peut limiter l'agrément de l'entreprise d'investissement à certains services ou activités ou à certains instruments financiers, de même qu'elle peut assortir l'agrément de conditions relatives à la fourniture de certains services ou activités ou en rapport avec certains instruments financiers. ".
Art.42. Artikel 53, tweede lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
  " De lijst van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht bevat volgende rubrieken :
  a. beursvennootschappen;
  b. vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. ".
Art.42. L'article 53, alinéa 2, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " La liste des entreprises d'investissement de droit belge comprend les rubriques suivantes :
  a. les sociétés de bourse;
  b. les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. ".
Art.43. In artikel 54 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden " artikel 7,§§ 4 en 5, eerste lid van de Richtlijn 93/22/EEG " vervangen door de woorden " artikel 15, §§ 2 en 3, van de Richtlijn 2004/39/EG ";
  2° in het derde lid worden de woorden " artikel 7, § 5, tweede en vierde lid, van dezelfde Richtlijn " vervangen door de woorden " artikel 15, § 3, tweede en derde lid, van dezelfde Richtlijn ".
Art.43. A l'article 54 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 2, les mots " l'article 7, §§ 4 et 5, alinéa 1er, de la Directive 93/22/CEE " sont remplacés par les mots " l'article 15, §§ 2 et 3, de la Directive 2004/39/CE ";
  2° à l'alinéa 3, les mots " l'article 7, § 5, alinéas 2 et 4, de la même Directive " sont remplacés par les mots " l'article 15, § 3, alinéas 2 et 3, de la même Directive ".
Art.44. In artikel 55 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2 worden de woorden " artikel 46, 1°, 1, b) " vervangen door de woorden " artikel 46, 1°, 2 ";
  2° in § 3 worden de woorden " vennootschappen voor vermogensbeheer " vervangen door de woorden " vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingadvies ";
  3° in § 3 worden de woorden " artikel 46, 1°, 3 " vervangen door de woorden " artikel 46, 1°, 4 ";
  4° § 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. Alleen de volgende vennootschappen en instellingen mogen in België openbaar gebruik maken van de woorden " beleggingsadviseur ", " beleggingsadvies " of enig andere term die naar deze werkzaamheid verwijst, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame :
  a) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
  b) de beursvennootschappen;
  c) de kredietinstellingen;
  d) de in België krachtens titels III en IV werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 46, 1°, 5,bedoelde beleggingsdienst dekt;
  e) de makelaars in bank- en beleggingsdiensten als bedoeld in de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten. ";
  5° § 5 wordt opgeheven.
Art.44. A l'article 55 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 2, les mots " l'article 46, 1°, 1, b) " sont remplacés par les mots " l'article 46, 1°, 2 ";
  2° au § 3, les mots " sociétés de gestion de fortune " sont remplacés par les mots " sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ";
  3° au § 3, les mots " l'article 46, 1°, 3 " sont remplacés par les mots " l'article 46, 1°, 4 ";
  4° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Les sociétés et établissements suivants sont seuls autorisés à faire publiquement usage en Belgique des termes " conseiller en investissement ", " conseil en investissement ", ou de tout autre terme faisant référence à cette activité, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité.
  a) les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
  b) les sociétés de bourse;
  c) les établissements de crédit;
  d) les entreprises d'investissement étrangères opérant en Belgique en vertu des titres III et IV et dont l'agrément couvre le service d'investissement visé à l'article 46, 1°, 5;
  e) les courtiers en services bancaires et en services d'investissement visés par la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers. ";
  5° le § 5 est abrogé.
Art.45. Artikel 58 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 58. § 1. Om een vergunning als beleggingsonderneming te verkrijgen moet, het volstort gedeelte van het kapitaal voor beursvennootschappen 250.000 EUR bedragen en voor de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies 125.000 EUR.
  § 2. Beursvennootschappen dienen te beschikken over een volstort kapitaal van ten minste 730.000 EUR om :
  - transacties met financiële instrumenten voor eigen rekening te verrichten;
  - uitgiften van financiële instrumenten over te nemen;
  - borg te staan voor de plaatsing hiervan;
  - een MTF uit te baten;
  - als bewaarder op te treden voor financiële instrumenten van verzekeringsondernemingen, voor instellingen voor collectieve belegging evenals voor kredietinstellingen voor zover deze laatsten handelen voor rekening van hun cliënteel.
  Voor de toepassing van deze bepaling wordt niet beschouwd als het verrichten van transacties voor eigen rekening :
  a) het houden van posities in financiële instrumenten buiten de handelsportefeuille om eigen middelen te beleggen;
  b) het houden van financiële instrumenten voor eigen rekening, mits :
  1° dergelijke posities uitsluitend het resultaat zijn van het feit dat de beursvennootschap niet bij machte is een ontvangen order exact af te sluiten;
  2° de totale marktwaarde van deze posities niet meer dan 15 pct. van het aanvangskapitaal van de vennootschap vertegenwoordigt;
  3° de vennootschap de vereisten in acht neemt die bij een krachtens artikel 90 genomen reglement zijn opgelegd voor de controle van de solvabiliteit en de beperking van de risico's verbonden aan het bedrijf van de beleggingsondernemingen;
  4° deze posities een incidenteel en voorlopig karakter hebben en strikt beperkt blijven tot de tijd die voor de uitvoering van de bewuste transactie nodig is.
  § 3. Voor bestaande instellingen die een vergunning als beleggingsonderneming aanvragen, worden voor de toepassing van § 1 de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat gelijkgesteld met kapitaal. ".
Art.45. L'article 58 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 58. § 1er. L'agrément en qualité d'entreprise d'investissement est subordonné à l'existence d'un capital entièrement libéré à concurrence de 250.000 EUR pour les sociétés de bourse et de 125.000 EUR pour les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
  § 2. Les sociétés de bourse doivent avoir un capital entièrement libéré de 730.000 EUR au moins pour :
  - pouvoir effectuer des opérations sur instruments financiers pour leur propre compte;
  - prendre ferme des émissions d'instruments financiers;
  - garantir le placement de ces émissions;
  - exploiter un MTF;
  - pouvoir intervenir en qualité de dépositaire pour des instruments financiers d'entreprises d'assurances, pour des organismes de placement collectif ainsi que pour des établissements de crédit lorsque ces derniers agissent pour compte de leur clientèle.
  Pour l'application de la présente disposition, n'est pas considérée comme la réalisation d'opérations pour son propre compte :
  a) la détention de positions relatives à des instruments financiers, hors portefeuille de négociation, en vue d'investir des fonds propres;
  b) la détention d'instruments financiers en compte propre pour autant que les conditions suivantes soient remplies :
  1° de telles positions résultent uniquement du fait que la société de bourse n'est pas en mesure d'assurer une couverture exacte de l'ordre reçu;
  2° la valeur totale de marché de telles positions n'excède pas 15 p.c. du capital initial de la société;
  3° la société respecte les exigences qui sont imposées par un règlement pris en vertu de l'article 90 aux fins du contrôle de la solvabilité et de la limitation des risques liés à l'activité des entreprises d'investissement;
  4° de telles positions ont un caractère accidentel et provisoire et sont strictement limitées au temps nécessaire a l'accomplissement de la transaction en question.
  § 3. En cas de préexistence de la sociéte demanderesse de l'agrément comme entreprise d'investissement, les primes d'émission, les réserves et le resultat reporté sont, pour l'application du § 1er, assimilés au capital. ".
Art.46. Artikel 59 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 59. Een vergunning wordt pas verleend nadat de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen in kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming bezitten. De kennisgeving moet vermelden welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten. Wanneer verschillende personen de deelneming gezamenlijk of in onderling overleg bezitten, zijn de artikelen 2, § 2 en 3, tweede zin, van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen van toepassing alsmede de maatregelen die met toepassing van deze artikelen krachtens genoemde wet zijn genomen. Artikel 2, § 1, van dezelfde wet is van toepassing.
  De vergunning wordt geweigerd wanneer de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de beleggingsonderneming, niet overtuigd is van de geschiktheid van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtspersonen.
  Wanneer er nauwe banden bestaan tussen de beleggingsonderneming en andere natuurlijke of rechtspersonen, wordt de vergunning pas verleend indien deze banden de juiste uitoefening van de toezichthoudende taak van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen niet belemmeren.
  De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen weigert de vergunning indien de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land die van toepassing zijn op één of meer natuurlijke of rechtspersonen met wie de onderneming nauwe banden heeft, of moeilijkheden in verband met de toepassing van die bepalingen, een belemmering vormen voor de juiste uitoefening van haar toezichthoudende taken. ".
Art.46. L'article 59 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 59. L'agrément est subordonné à la communication à la Commission bancaire, financière et des assurances de l'identité des personnes physiques ou morales qui, directement ou indirectement, détiennent dans le capital de l'entreprise d'investissement une participation qualifiée. La communication doit comporter l'indication des quotités du capital et des droits de vote détenus par ces personnes. En cas de détention de concert ou conjointe de la participation par plusieurs personnes, sont applicables les articles 2, § 2, et 3, deuxième phrase, de la loi du 2 mars 1989 relative à la publicité des participations importantes dans les sociétés cotées en bourse et réglementant les offres publiques d'acquisition, ainsi que les dispositions d'application de ces articles prises en exécution de ladite loi. L'article 2, § 1er, de la même loi est applicable.
  L'agrément est refuse si la Commission bancaire, financière et des assurances a des raisons de considérer que les personnes physiques ou morales visées à l'alinéa 1er ne présentent pas les qualités nécessaires au regard du besoin de garantir une gestion saine et prudente de l'entreprise d'investissement.
  Lorsqu'il existe des liens étroits entre l'entreprise d'investissement et d'autres personnes physiques ou morales, l'agrément n'est délivré que si ces liens n'empechent pas la Commission bancaire, financière et des assurances d'exercer effectivement ses fonctions prudentielles.
  La Commission bancaire, financière et des assurances refuse l'agrément si les dispositions legislatives, réglementaires ou administratives d'un pays tiers applicables à une ou plusieurs personnes physiques ou morales avec lesquelles l'entreprise d'investissement a des liens étroits, ou des difficultés liées à l'application desdites dispositions, l'empêchent d'exercer effectivement ses fonctions prudentielles. ".
Art.47. Artikel 60 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  " Art. 60. § 1. De effectieve leiding van een beleggingsonderneming moet worden toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen; voor de uitoefening van deze functies moeten zij de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende ervaring bezitten teneinde het gezond en voorzichtig beleid van de beleggingsonderneming te verzekeren.
  De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen verleent geen vergunning indien zij er niet van overtuigd is dat de personen die het bedrijf van de beleggingsonderneming effectief zullen leiden, als voldoende betrouwbaar bekend staan en over voldoende ervaring beschikken, dan wel indien er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te nemen dat eventuele voorgenomen wijzigingen in het bestuur van de onderneming een bedreiging vormen voor het gezond en voorzichtig beleid ervan.
  § 2. Wanneer een marktonderneming de toelating tot exploitatie van een MTF aanvraagt en de personen die de MTF effectief leiden dezelfde personen zijn als degenen die feitelijk het bedrijf van de gereglementeerde markt leiden, worden die personen geacht te voldoen aan de vereisten van § 1. ".
Art.47. L'article 60 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 60. § 1er. La direction effective des entreprises d'investissement doit être confiée à deux personnes physiques au moins; celles-ci doivent posséder l'honorabilité professionnelle nécessaire et l'expérience adéquate pour exercer ces fonctions pour garantir la gestion saine et prudente de ces entreprises.
  La Commission bancaire, financière et des assurances refuse l'agrément si elle n'est pas convaincue que les personnes qui dirigeront effectivement l'activité de l'entreprise d'investissement jouissent d'une honorabilité et d'une expérience suffisantes ou s'il existe des raisons objectives et démontrables d'estimer que le changement proposé dans la direction proposé risquerait de compromettre la gestion saine et prudente de l'entreprise d'investissement.
  § 2. Lorsqu'une entreprise de marché demande l'autorisation d'exploiter un MTF et que les personnes dirigeant effectivement l'activite du MTF sont les mêmes que celles qui dirigent effectivement l'activité du marché réglementé, ces personnes sont réputées respecter les exigences définies au § 1er. ".
Art.48. In dezelfde wet wordt een artikel 62bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 62bis. § 1. Iedere beleggingsonderneming legt passende beleidslijnen en procedures vast om de naleving van de wettelijke voorschriften inzake beleggingsdiensten en -activiteiten door de onderneming, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers, verbonden agenten en gevolmachtigden te verzekeren.
  Zij werkt passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in financiële instrumenten die worden uitgevoerd door de in het eerste lid bedoelde personen.
  Op advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bepaalt de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op :
  - de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn;
  - de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet;
  - de modaliteiten waaronder de relevante personen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de beleggingsonderneming;
  - de wijze waarop de beleggingsondernemingen gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren.
  § 2. Iedere beleggingsonderneming neemt passende organisatorische en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconflicten inzake beleggingsdiensten en -activiteiten tussen de onderneming, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met haar verbonden onderneming, enerzijds, en haar cliënteel anderzijds, of tussen haar cliënten onderling, de belangen van deze laatsten zouden schaden.
  Op advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bepaalt de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op de organisatorische regels die in acht moeten worden genomen ter voorkoming van belangenconflicten en wanneer de beleggingsonderneming onderzoek op beleggingsgebied produceert en verspreidt.
  § 3. Iedere beleggingsonderneming neemt passende maatregelen om de continuïteit van haar beleggingsdiensten en -activiteiten te verzekeren.
  § 4. Wanneer een beleggingsonderneming operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening inzake beleggingsdiensten en -activiteiten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maatregelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken.
  De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de interne controleprocedures van de onderneming en aan het vermogen van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen om te controleren of de onderneming haar wettelijke verplichtingen nakomt.
  De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen publiceert een beleidsverklaring waarin zij haar beleid inzake uitbestedingen van diensten van beheer van vermogen van niet-professionele cliënten uiteenzet.
  § 5. Iedere beleggingsonderneming houdt de gegevens bij over alle door haar verrichte beleggingsdiensten en -activiteiten om de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen in staat te stellen na te gaan of de onderneming de bepalingen van deze wet naleeft, inzonderheid of de onderneming haar verplichtingen tegenover haar cliënteel of potentieel cliënteel nakomt.
  § 6. Wanneer een beleggingsonderneming financiële instrumenten aanhoudt die aan haar cliënteel toebehoren, neemt zij passende maatregelen om de rechten van haar cliënteel te vrijwaren in geval van haar insolventie. Zij neemt passende maatregelen om te voorkomen dat financiële instrumenten toebehorend aan een cliënt voor haar eigen rekening worden gebruikt, tenzij de cliënt hiermee uitdrukkelijk instemt.
  Wanneer een beleggingsonderneming gelden aanhoudt die aan een cliënt toebehoren, treft zij passende maatregelen om de rechten van haar cliënteel te vrijwaren en om te voorkomen dat de gelden die aan de cliënt toebehoren voor haar eigen rekening gebruikt worden.
  § 7. De personen belast met de effectieve leiding van de beleggingsonderneming, in voorkomend geval het directiecomité, nemen onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan van de onderneming de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 6. Het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, dient minstens jaarlijks te controleren of de beleggingsonderneming aan het bepaalde bij deze paragrafen beantwoordt, en neemt kennis van de genomen passende maatregelen.
  De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid en over de genomen passende maatregelen
  De informatieverstrekking aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de Commissie bepaalt.
  De erkende commissaris brengt bij het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, tijdig verslag uit over de belangrijke kwesties die bij de wettelijke controleopdracht aan het licht zijn gekomen.
  § 8. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. ".
Art.48. Un article 62bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 62bis. § 1er. Les entreprises d'investissement mettent en place des politiques et des procédures adéquates permettant d'assurer le respect, par l'entreprise, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés, ses agents liés et ses mandataires, des dispositions légales relatives aux services et activités d'investissement.
  Elles élaborent des règles appropriées applicables aux transactions personnelles, directes et indirectes, effectuées sur des instruments financiers par les personnes visées à l'alinéa 1er.
  Le Roi, sur avis de la Commission bancaire, financière et des assurances, précise les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur :
  - les personnes concernées auxquelles ces règles et obligations sont applicables;
  - les transactions personnelles qui sont réputées contraires à la loi;
  - les modalités selon lesquelles les personnes concernées sont tenues de notifier leurs transactions personnelles à l'entreprise d'investissement;
  - la manière dont les entreprises d'investissement doivent conserver un enregistrement des transactions personnelles.
  § 2. Les entreprises d'investissement prennent des mesures organisationnelles et administratives adequates pour empêcher que des conflits d'intérêts portant sur des services et activités d'investissement et survenant entre l'entreprise, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, ou toute entreprise qui lui est liée, d'une part, et sa clientèle, d'autre part, ou entre ses clients eux-mêmes, ne portent atteinte aux intérêts de ces derniers.
  Le Roi, sur avis de la Commission bancaire, financière et des assurances, précise les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur les règles organisationnelles à respecter afin d'empêcher la survenance de conflits d'intérêts, ainsi que lorsque l'entreprise d'investissement produit et diffuse des travaux de recherche en investissements.
  § 3. Les entreprises d'investissement prennent des mesures adéquates pour assurer la continuité de leurs services et activités d'investissement.
  § 4. Lorsqu'une entreprise d'investissement confie à un tiers l'exécution de tâches opérationnelles essentielles pour assurer la fourniture de ses services d'investissement et l'exercice de ses activités d'investissement de manière continue et satisfaisante, elle prend des mesures adéquates pour limiter le risque opérationnel y afférent.
  L'externalisation visée à l'alinéa 1er ne peut s'effectuer d'une manière qui nuise sensiblement au caractère adéquat des procédures de contrôle interne de l'entreprise et qui empêche la Commission bancaire, financière et des assurances de contrôler si l'entreprise respecte ses obligations légales.
  La Commission bancaire, financière et des assurances publie une communication dans laquelle elle expose la politique qu'elle suit en matière d'externalisation de services de gestion de portefeuille fournis à des clients de détail.
  § 5. Les entreprises d'investissement conservent un enregistrement de tout service d'investissement fourni et de toute activité d'investissement exercée, afin de permettre à la Commission bancaire, financière et des assurances de vérifier si l'entreprise se conforme aux dispositions de la présente loi et, en particulier, si elle respecte ses obligations à l'égard de ses clients ou clients potentiels.
  § 6. Lorsqu'une entreprise d'investissement détient des instruments financiers appartenant à des clients, elle prend des mesures adéquates pour sauvegarder les droits de ses clients en cas d'insolvabilité de l'entreprise. Elle prend également des mesures adéquates pour empêcher l'utilisation pour son propre compte des instruments financiers appartenant à des clients, sauf consentement exprès desdits clients.
  Lorsqu'une entreprise d'investissement détient des fonds appartenant à des clients, elle prend des mesures adéquates pour sauvegarder les droits de ses clients et pour empêcher l'utilisation pour son propre compte des fonds appartenant à des clients.
  § 7. Les personnes chargées de la direction effective de l'entreprise d'investissement, le cas échéant le comité de direction, prennent, sous la surveillance de l'organe légal d'administration de l'entreprise, les mesures nécessaires pour assurer le respect des dispositions des §§ 1er à 6. L'organe légal d'administration doit contrôler au moins une fois par an, le cas échéant par l'intermédiaire du comité d'audit, si l'entreprise d'investissement se conforme aux dispositions des paragraphes précités, et il prend connaissance des mesures adéquates prises.
  Les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant le comité de direction, font rapport au moins une fois par an à l'organe légal d'administration, à la Commission bancaire, financière et des assurances et au commissaire agréé sur le respect des dispositions de l'alinéa 1er et sur les mesures adéquates prises.
  Ces informations sont transmises à la Commission bancaire, financière et des assurances et au commissaire agréé selon les modalités que la Commission determine.
  Le commissaire agréé adresse en temps opportun à l'organe légal d'administration, le cas échéant par l'intermédiaire du comité d'audit, un rapport sur les questions importantes apparues dans l'exercice de sa mission légale de contrôle.
  § 8. La Commission bancaire, financière et des assurances peut préciser les dispositions du présent article par voie de règlement pris en exécution des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. ".
Art.49. Artikel 65 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  " Art. 65. De beleggingsondernemingen moeten aansluiten bij de beleggersbeschermingsregeling bedoeld in titel V. ".
Art.49. L'article 65 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 65. Les entreprises d'investissement doivent adherer au système de protection des investisseurs visé au titre V. ".
Art.50. In artikel 66 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° § 2 wordt opgeheven;
  2° § 3, dat § 2 wordt, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Wanneer het eigen vermogen niet meer het peil bereikt zoals vastgesteld bij § 1 kan de toezichthoudende overheid een termijn vaststellen waarbinnen dit opnieuw op het betrokken peil moet worden gebracht. ".
Art.50. A l'article 66 de la même loi sont apportees les modifications suivantes :
  1° le § 2 est abrogé;
  2° le § 3, qui devient le § 2, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Lorsque les fonds propres n'atteignent plus les montants fixés au § 1er, l'autorité de contrôle peut fixer un délai dans lequel ils doivent à nouveau atteindre ces montants. ".
Art.51. In artikel 67 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Onverminderd artikel 12 en de nationale bepalingen in uitvoering van de Richtlijn 2004/109/EG van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten moet iedere natuurlijke of rechtspersoon, die het voornemen heeft om rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming in een beleggingsonderneming te verwerven, de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen daarvan in kennis stellen onder vermelding van de resulterende deelneming. Tot kennisgeving aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen is eveneens gehouden iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die het voornemen heeft de omvang van zijn deelneming zodanig te vergroten dat het percentage van zijn stemrechten of aandelen 10%, 20%, 33% of 50% bereikt of overschrijdt, of dat de beleggingsonderneming zijn dochteronderneming wordt. ";
  2° § 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in een beleggingsonderneming bezit en die voornemens is zijn gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van zijn stemrechten of aandelen onder de 10%, 20%, 33% of 50% zou dalen of waardoor de beleggingsonderneming zijn dochteronderneming niet meer zou zijn, moet ten minste één maand vóór deze vervreemding aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen meedelen welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten enerzijds bij deze vervreemding zijn betrokken en anderzijds na afloop hiervan nog in zijn bezit zullen zijn; voor zover de identiteit van de verwerver(s) bekend is, deelt hij die mee aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen. ";
  3° § 6, tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " Tevens stellen beleggingsondernemingen de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen ten minste eens per jaar in kennis van de namen van de aandeelhouders en vennoten die gekwalificeerde deelnemingen bezitten, alsmede van de omvang van de deelnemingen. zoals deze met name blijken uit de gegevens die worden vastgelegd bij de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders of vennoten, of uit de informatie die is ontvangen met toepassing van de nationale bepalingen in uitvoering van de Richtlijn 2004/109/EG van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten. ";
  4° § 7, eerste lid, eerste zin, in limine, wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen grond heeft om aan te nemen dat de personen die overeenkomstig § 1 een kennisgeving dienen te doen, een gezond en voorzichtig beleid van de beleggingsonderneming zou kunnen belemmeren, kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen : ".
Art.51. A l'article 67 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
  " Sans préjudice de l'article 12 et des dispositions nationales en exécution de la Directive 2004/109/CE du 15 décembre 2004 concernant les obligations de transparence, toute personne physique ou morale qui envisage d'acquérir, directement ou indirectement, une participation qualifiée dans une entreprise d'investissement est tenue de notifier préalablement le montant de la participation résultante à la Commission bancaire, financière et des assurances. Toute personne physique ou morale est également tenue de notifier à la Commission bancaire, financière et des assurances son intention d'augmenter sa participation de telle sorte que le pourcentage des droits de vote ou du capital qu'elle détient atteigne ou dépasse respectivement les seuils de 10%, 20%, 33% ou 50%, ou de telle sorte que l'entreprise d'investissement devienne sa filiale. ";
  2° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Toute personne physique ou morale qui détient une participation qualifiée dans une entreprise d'investissement et qui envisage de réduire sa participation qualifiée de telle sorte que le pourcentage des droits de vote ou du capital qu'elle détient tombe au-dessous des seuils de 10%, 20%, 33% ou 50%, ou de telle sorte que l'entreprise d'investissement cesse d'être sa filiale, doit, un mois au moins avant cette aliénation, communiquer à la Commission bancaire, financière et des assurances la quotité du capital ainsi que celle des droits de vote sur lesquelles porte l'aliénation ainsi que celles qu'elle possédera après cette dernière; elle informe la Commission bancaire, financière et des assurances de l'identité du ou des acquéreur(s) lorsqu'elle la connaît. ";
  3° le § 6, alinéa 2, est remplacé par la disposition suivante :
  " Une fois par an au moins, les entreprises d'investissement transmettent également à la Commission bancaire, financière et des assurances le nom des actionnaires et des associés détenant des participations qualifiées, en indiquant le montant de ces participations qualifiées, tel qu'il résulte, par exemple, des informations communiquées à l'assemblée générale annuelle des actionnaires et des associés ou en application des dispositions nationales en exécution de la Directive 2004/109/CE du 15 décembre 2004 concernant les obligations de transparence, ";
  4° le § 7, alinéa 1er, première phrase, in limine, est remplacé par la disposition suivante :
  " Lorsque la Commission bancaire, financière et des assurances a des raisons de considérer que les personnes tenues conformément au § 1er de procéder à une notification sont de nature à compromettre la gestion saine et prudente de l'entreprise d'investissement, et sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Commission bancaire, financière et des assurances peut : ".
Art.52. Artikel 68 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 68. Op verzoek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen brengt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen haar in kennis van :
  - elke vergunningsaanvraag door een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming van een moederonderneming die ressorteert onder een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte;
  - elke op grond van artikel 67, § 1, door een dergelijke moederonderneming aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen voorgelegd voornemen tot verwerving van een deelneming in een beleggingsonderneming uit de Europese Economische Ruimte, waardoor deze instelling haar dochteronderneming zou worden.
  De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen beperkt of schorst de verwerving van een deelneming door rechtstreekse of onrechtstreekse moederondernemingen die ressorteren onder een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte in de gevallen en onder de voorwaarden en de duur die bepaald zijn in artikel 15, §§ 3 en 5 van de Richtlijn 2004/39/EG.
  Bij verwerving of vergroting van een deelneming, ondanks de maatregelen die de toezichthoudende overheid heeft genomen overeenkomstig het tweede lid, is artikel 67, § 5, van toepassing. ".
Art.52. L'article 68 de la même loi est remplace par la disposition suivante :
  " Art. 68. La Commission bancaire, financière et des assurances informe la Commission des Communautés européennes, a la demande de cette dernière :
  - de toute demande d'agrément d'une filiale directe ou indirecte d'une entreprise mère relevant du droit d'un Etat non membre de l'Espace économique européen;
  - de tout projet, dont la Commission bancaire, financière et des assurances est informée en vertu de l'article 67, § 1er, de prise de participation par une telle entreprise mère dans une entreprise d'investissement de l'Espace économique européen et qui ferait de celle-ci sa filiale.
  La Commission bancaire, financière et des assurances limite ou suspend la prise de participation d'entreprises mères, directes ou indirectes, relevant du droit d'un Etat non membre de l'Espace économique européen dans les cas et selon les conditions et la durée déterminées à l'article 15, §§ 3 et 5, de la Directive 2004/39/CE.
  En cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit des mesures prises par l'autorité de contrôle conformément à l'alinéa 2, l'article 67, § 5, est d'application. ".
Art.53. In artikel 69 van dezelfde wet worden de woorden " artikel 54, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen " en de woorden " dezelfde gecoördineerde wetten " respectievelijk vervangen door de woorden " artikel 522, § 1, eerste lid, van het wetboek van vennootschappen " en de woorden " hetzelfde wetboek van vennootschappen ".
Art.53. A l'article 69 de la même loi, les mots " l'article 54, alinéa 1er, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales " et les mots " des memes lois coordonnées " sont remplacés respectivement par les mots " l'article 522, § 1er, alinéa 1er, du Code des sociétés " et les mots " du Code des sociétés ".
Art.54. In artikel 70, paragraaf 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 3 mei 2002 en 20 juli 2004, worden de woorden " en artikel 62bis " ingevoegd tussen de woorden " 62 " en " mogen ".
Art.54. A l'article 70, § 1, de la même loi, modifié par les lois du 3 mai 2002 et du 20 juillet 2004, les mots " de l'article 62 " sont remplacés par les mots " des articles 62 et 62bis ".
Art.55. In artikel 75 van dezelfde wet worden tussen de woorden " Buiten de diensten " en de woorden " die zij " de woorden " en activiteiten " ingevoegd.
Art.55. A l'article 75 de la même loi, les mots " et activités " sont insérés entre les mots " la prestation des services " et les mots " autorisés par leur agrément ".
Art.56. In artikel 77 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De in § 1, tweede lid bedoelde deposito's dienen te worden gedeponeerd bij een of meer entiteiten die de hoedanigheid hebben van :
  1° centrale bank;
  2° kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  3° kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte;
  4° erkend geldmarktfonds.
  De in het vorige lid bedoelde deponeringsverplichting geldt niet voor onmiddellijk opeisbare gelden, noch voor binnen een maximumtermijn van drie werkdagen opeisbare gelden en ter dekking van verplichtingen van cliënten verstrekte gelden.
  De in het eerste lid bedoelde entiteiten mogen op de gelden die op een gezamenlijke of geïndividualiseerde cliëntenrekening zijn geplaatst, geen recht doen gelden ingevolge eigen vorderingen op de beursvennootschap die deze rekening heeft geopend. Beslag onder derden door de schuldeisers van de beursvennootschap op deze rekeningen en hun saldo is evenmin toegestaan. ";
  2° § 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Indien een insolventieprocedure wordt geopend tegen de beursvennootschap, worden de gelden die met toepassing van § 2 zijn gedeponeerd op een gezamenlijke cliëntenrekening of op een geïndividualiseerde rekening die de identificatie van de individuele cliënten toelaat, met uitzondering van de deposito's die door hun titularis konden worden teruggevorderd, bij bijzonder voorrecht aangewend voor de terugbetaling van de deposito's als bedoeld in § 1, tweede lid, met uitsluiting van de in § 2, tweede lid bedoelde deposito's. ";
  3° er wordt een § 4 toegevoegd, luidende :
  " § 4. De Koning kan, na advies van de CBFA, de voorwaarden en modaliteiten vaststellen waaraan de gelddeposito's door cliënten bij beursvennootschappen moeten voldoen, evenals de voorwaarden en modaliteiten voor de beleggingen die de beursvennootschappen met deze gelden mogen verrichten. Deze voorwaarden en modaliteiten hebben tevens betrekking op de organisatie, de bescherming van en informatieverstrekking aan de cliënten wat de inontvangstneming van deze gelden door de beursvennootschappen en hun belegging bij andere bemiddelaars betreft. ".
Art.56. A l'article 77 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Les dépôts visés au § 1er, alinéa 2, doivent être déposés auprès d'une ou plusieurs entités ayant la qualité
  1° de banque centrale;
  2° d'établissement de crédit relevant du droit d'Etat membre de l'Espace économique européen;
  3° d'établissement de crédit relevant du droit d'un Etat non membre de l'Espace économique européen;
  4° de fonds du marché monétaire qualifié.
  L'obligation de placement visée à l'alinéa précédent ne s'applique pas aux especes immédiatement exigibles ou exigibles dans un délai maximum de trois jours ouvrables ainsi qu'aux espèces données en couverture d'engagements de clients.
  Les entités visées à l'alinéa 1er ne peuvent, sur les fonds déposes sur un compte clients global ou individualisé, faire valoir de droit résultant de créances propres sur la société de bourse qui a ouvert ce compte. De même, ces comptes et leur solde ne peuvent faire l'objet d'aucune saisie-arrêt par les créanciers de la société de bourse. ";
  2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :" § 3. Les espèces déposées, en application du § 2, sur un compte clients global ou sur un compte individualisé permettant l'identification de clients individuels, sont, à l'exception des dépôts ayant pu être recouvrés par leurs titulaires, affectées par privilège spécial au remboursement des dépôts visés au § 1er, alinéa 2 autres que ceux visés au § 2, alinéa 2, en cas de procédure d'insolvabilité ouverte à l'encontre de la société de bourse. ";
  3° il est ajouté un § 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Le Roi peut définir, sur avis de la CBFA, les conditions et modalités auxquelles doivent répondre les dépôts de fonds effectués par des clients auprès de sociétés de bourse et les conditions et modalités des placements que peuvent effectuer les sociétés de bourse concernant ces fonds. Ces conditions et modalités couvrent également les règles d'organisation et les règles de protection et d'information des clients afférentes à la réception de ces fonds par les sociétés de bourse et à leur placement auprès d'autres intermédiaires. ".
Art.57. In dezelfde wet wordt een artikel 77bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 77bis. § 1. Een beursvennootschap of een kredietinstelling mag enkel op om het even welke wijze gebruik maken van financiële instrumenten die aan een cliënt toebehoren mits deze hier vooraf zijn uitdrukkelijke toestemming voor heeft verleend. De financiële instrumenten van de cliënt mogen uitsluitend worden gebruikt onder de voorwaarden waarmee de cliënt instemt.
  § 2. De Koning kan, na advies van de CBFA, nadere voorwaarden en regels vaststellen waaraan de door cliënten bij beursvennootschappen of kredietinstellingen verrichte deponeringen van financiële instrumenten moeten voldoen, evenals nadere voorwaarden en regels voor de handelingen die de beursvennootschappen of kredietinstellingen mogen verrichten met betrekking tot deze financiële instrumenten, inzonderheid wat de vereisten betreft inzake de in § 1 bedoelde toestemming. De Koning kan meer bepaald de regels vaststellen voor het verlenen van de in § 1 bedoelde toestemming. Daarnaast kan de Koning tevens regels uitwerken voor de organisatie, de bescherming van en informatieverstrekking aan de cliënten wat de inontvangstneming van deze financiële instrumenten door de beursvennootschappen en de kredietinstellingen en hun deponering bij andere bemiddelaars betreft. ".
Art.57. Un article 77bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 77bis. § 1er. Tout usage par une société de bourse ou un établissement de crédit d'instruments financiers appartenant à un client requiert l'autorisation expresse et préalable de celui-ci. L'utilisation est limitée aux conditions auxquelles il a consenti.
  § 2. Le Roi peut définir, sur avis de la CBFA, les conditions et modalités auxquelles doivent répondre les dépôts d'instruments financiers effectués par des clients auprès de sociétés de bourse ou d'établissements de crédit et les actes que peuvent poser les sociétés de bourse ou etablissements de crédit concernant ces instruments financiers, notamment au regard des exigences d'autorisation prévues par le § 1er. Plus particulièrement, le Roi peut définir les modalités selon lesquelles l'autorisation prévue par le § 1er doit être donnée. Le Roi peut encore déterminer les règles d'organisation et les règles de protection et d'information des clients afférentes à la réception d'instruments financiers par les sociétés de bourse et établissements de crédit et leur dépôt auprès d'autres intermédiaires. ".
Art.58. In dezelfde wet wordt een artikel 77ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 77ter. § 1. De beursvennootschappen en de kredietinstellingen moeten alle gegevens en rekeningen bijhouden die noodzakelijk zijn om hen op elk ogenblik in staat te stellen de tegoeden die voor een cliënt worden aangehouden onmiddellijk te onderscheiden van de tegoeden die voor andere cliënten worden aangehouden, en van hun eigen tegoeden.
  Deze gegevens en rekeningen moeten op zodanige wijze worden bijgehouden dat zij steeds accuraat zijn en inzonderheid de voor cliënten aangehouden financiële instrumenten en gelden weerspiegelen.
  De beursvennootschappen en de kredietinstellingen moeten op gezette tijden nagaan of hun interne rekeningen en gegevens overeenstemmen met die van eventuele derde bemiddelaars die deze tegoeden aanhouden.
  § 2. De Koning kan, na advies van de CBFA, nadere voorwaarden en regels vaststellen voor de in § 1 bedoelde vereisten, alsook, meer algemeen, vereisten aangaande de boekhoudkundige organisatie en de boekhoudregels voor het deponeren van gelden bij beursvennootschappen of van financiële instrumenten bij beursvennootschappen of kredietinstellingen. ".
Art.58. Un article 77ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi
  " Art. 77ter. § 1er. Les sociétés de bourse et établissements de crédit doivent établir toutes les données et tous les comptes nécessaires pour permettre de distinguer à tout moment et sans délai les avoirs détenus par un client déterminé de ceux détenus par d'autres clients ainsi que de leurs propres avoirs.
  Ces données et comptes doivent être établis d'une manière assurant leur fidélité, et en particulier leur correspondance avec les instruments financiers et les fonds détenus par les clients.
  Les sociétés de bourse et établissements de crédit doivent effectuer régulièrement des rapprochements entre leurs comptes et données internes et ceux de tout intermédiaire tiers auprès de qui ces avoirs seraient détenus.
  § 2. Le Roi peut définir, sur avis de la CBFA, les conditions et modalités des exigences prévues au § 1er ainsi que, plus généralement, les exigences en matière d'organisation comptable et de règles comptables afférentes aux dépôts de fonds effectués auprès de sociétés de bourse ou d'instruments financiers effectues auprès de sociétés de bourse ou d'établissements de crédit. ".
Art.59. Artikel 78, tweede lid, 1°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " 1° voor kredieten en leningen als bedoeld in artikel 46, 2°, 2; ".
Art.59. L'article 78, alinéa 2, 1°, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  1° aux crédits et prêts visés à l'article 46, 2°, 2; ".
Art.60. Artikel 79 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 79. § 1. De beleggingsondernemingen mogen geen beroep doen op in België gevestigde tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten die niet zijn ingeschreven overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006.
  Indien zij een beroep wensen te doen op een in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigde verbonden agent dienen zij zich ervan te vergewissen dat deze persoon in de betrokken lidstaat is ingeschreven in een daartoe bestemd openbaar register. Zij vergewissen zich van de beperkingen die in de betrokken lidstaat van toepassing zijn op de verbonden agenten.
  Indien de betrokken lidstaat waar de agent gevestigd is geen wettelijke regeling heeft die beleggingsondernemingen toelaat om verbonden agenten aan te wijzen, dient de beleggingsonderneming zich ervan te vergewissen dat de betrokken tussenpersoon als agent in bank- en beleggingsdiensten is ingeschreven in het Belgische register als bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006.
  § 2. Beleggingsondernemingen die samenwerken met een verbonden agent blijven volledig en onvoorwaardelijk verantwoordelijk voor elke handeling of elk verzuim van deze verbonden agent die voor hun rekening optreedt, in het bijzonder wanneer zij deze verbonden agent toelaten om te gaan met gelden en financiële instrumenten van cliënten.
  De beleggingsondernemingen zien erop toe dat de verbonden agenten waarmee zij samenwerken kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden voordat zij zaken doen met een cliënt.
  § 3. De beleggingsondernemingen dienen de werkzaamheden van de verbonden agenten te controleren. Zij treffen daarbij afdoende maatregelen ter voorkoming van eventuele negatieve gevolgen die de gebeurlijke bijkomende activiteiten van de verbonden agenten zouden hebben op de werkzaamheden die deze voor hun rekening verrichten.
  § 4. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen kan de bepalingen van dit artikel aanvullen met een reglement genomen met toepassing van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002. Dit reglement kan inzonderheid de verplichtingen bepalen die op de beleggingsondernemingen rusten die samenwerken met verbonden agenten. ".
Art.60. L'article 79 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 79. § 1er. Les entreprises d'investissement ne peuvent faire appel à des intermédiaires en services bancaires et en services d'investissement établis en Belgique qui ne sont pas inscrits conformément à l'article 5, § 1er, de la loi du 22 mars 2006.
  Si elles souhaitent faire appel à un agent lié établi dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen, elles doivent veiller à ce que cette personne soit inscrite, dans l'Etat membre concerné, à un registre prévu à cet effet. Elles s'assurent des limitations applicables aux agents liés dans l'Etat concerné.
  Si l'Etat membre concerné dans lequel est établi l'agent lié ne dispose pas d'un régime autorisant les entreprises d'investissement à faire appel à des agents liés, l'entreprise d'investissement doit veiller à ce que l'intermédiaire concerné soit inscrit en qualité d'agent en services bancaires et en services d'investissement au registre belge visé a l'article 5, § 1er, de la loi du 22 mars 2006.
  § 2. Les entreprises d'investissement qui collaborent avec un agent lié assument la responsabilité entière et inconditionnelle de toute action effectuee ou de toute omission commise par cet agent lié lorsqu'il agit pour leur compte, en particulier lorsqu'elles autorisent ces agents liés à manipuler des fonds et/ou des instruments financiers de clients.
  Les entreprises d'investissement veillent à ce que les agents liés avec lesquels elles collaborent indiquent en quelle qualité ils agissent avant de traiter avec un client.
  § 3. Les entreprises d'investissement sont tenues de contrôler les activités des agents liés. Elles prennent les mesures adéquates afin d'eviter que les éventuelles activités complémentaires des agents liés n'aient un impact négatif sur les activités exercées par ces agents pour le compte de l'entreprise d'investissement.
  § 4. La Commission bancaire, financière et des assurances peut compléter les dispositions du présent article par un règlement pris en application des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002. Ce règlement peut déterminer en particulier les obligations qui incombent aux entreprises d'investissement collaborant avec des agents liés. ".
Art.61. Artikel 80 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 80. De Koning kan, na advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, bepalen welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de beleggingsondernemingen die ten aanzien van professionele cliënten, actief zijn in het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten waarbij deze activiteit gericht is op het met elkaar in contact brengen van deze professionele cliënten waardoor er tussen hen een verrichting tot stand kan komen.
  Dit besluit kan inzonderheid de gedragsregels en onverenigbaarheidsregels bepalen die van toepassing zijn op deze ondernemingen evenals de regels voor de administratieve en boekhoudkundige verwerking van deze verrichtingen. ".
Art.61. L'article 80 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 80. Le Roi peut, sur avis de la Commission bancaire, financière et des assurances, déterminer les obligations et interdictions applicables aux entreprises d'investissement qui exercent pour des clients professionnels des activités de réception et transmission d'ordres portant sur un ou plusieurs instruments financiers lorsque cette activité porte sur la mise en rapport de ces clients professionnels permettant ainsi la réalisation entre eux d'une opération.
  Le présent arrêté peut déterminer notamment les règles de conduite et les règles d'incompatibilité applicables à ces entreprises, ainsi que les règles en matière de traitement administratif et comptable de ces opérations. ".
Art.62. Artikel 81 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 81. De beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend moeten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening.
  Ze dienen de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen op de hoogte te brengen van elke betekenisvolle wijziging met betrekking tot de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening. ".
Art.62. L'article 81 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 81. Les entreprises d'investissement agréées sont tenues de se conformer en permanence aux conditions de l'agrément initial.
  Elles sont tenues de signaler à la Commission bancaire, financière et des assurances toute modification importante concernant les conditions de l'agrément initial. ".
Art.63. Artikel 82 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 82. De beursvennootschappen dienen de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen onverwijld in te lichten wanneer zij de diensten van systematische interne afhandeling aanvatten of stopzetten. ".
Art.63. L'article 82 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 82. Les sociétés de bourse sont tenues d'informer sans délai la Commission bancaire, financière et des assurances lorsqu'elles entament des services d'internalisateur systématique ou qu'elles y mettent fin. ".
Art.64. Artikel 83 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 83. § 1. Iedere beleggingsonderneming die een bijkantoor op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte wenst te vestigen om er alle of een deel van de in artikel 46 opgesomde beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten of nevendiensten te verrichten die haar in België zijn toegestaan, stelt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen daarvan in kennis.
  Zij verstrekt hierbij de volgende gegevens :
  1° de lidstaten op het grondgebied waarvan zij voornemens is een bijkantoor te vestigen;
  2° een programma van werkzaamheden waarin onder meer de aangeboden financiële instrumenten, de aangeboden beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten alsmede nevendiensten en de organisatiestructuur van het bijkantoor worden vermeld en wordt aangegeven of het bijkantoor voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten;
  3° het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd;
  4° de namen van de leiders van het bijkantoor.
  § 2. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de nadelige gevolgen van de opening van een bijkantoor op de administratieve structuur of de financiële positie van de beleggingsonderneming.
  § 3. De beslissing van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen moet, uiterlijk drie maanden na ontvangst van het volledige dossier met alle in § 1, tweede lid, bedoelde gegevens, met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis worden gebracht van de beleggingsonderneming. Indien de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen haar beslissing niet binnen deze termijn ter kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te maken tegen het project van de beleggingsonderneming.
  § 4. Dit artikel geldt ook voor de opening van bijkantoren in een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, welke ook de geplande werkzaamheden voor deze bijkantoren zijn. ".
Art.64. L'article 83 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 83. 6 1er. Toute entreprise d'investissement souhaitant établir une succursale sur le territoire d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen pour y fournir ou y exercer tout ou partie des services et/ou activités d'investissement ou services auxiliaires énumérés à l'article 46 qu'elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique en informe la Commission bancaire, financière et des assurances.
  Elle communique à cette occasion les informations suivantes :
  1° l'Etat membre sur le territoire duquel elle envisage d'établir une succursale;
  2° un programme d'activité précisant notamment les instruments financiers, les services et/ou activités d'investissement ainsi que les services auxiliaires que fournira ou exercera la succursale de même que la structure organisationnelle de celle-ci et indiquant si la succursale prévoit de recourir à des agents liés;
  3° l'adresse à laquelle des documents peuvent être réclamés dans l'Etat membre d'accueil;
  4° le nom des dirigeants de la succursale.
  § 2. La Commission bancaire, financière et des assurances peut s'opposer à la réalisation du projet par décision motivée par les répercussions préjudiciables de l'ouverture de la succursale sur la structure administrative ou la sante financière de l'entreprise d'investissement.
  § 3. La décision de la Commission bancaire, financière et des assurances doit être notifiée à l'entreprise d'investissement par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception au plus tard trois mois après la réception du dossier complet comprenant les informations prévues au § 1er, alinéa 2. Si la Commission bancaire, financière et des assurances n'a pas notifié de décision dans ce délai, elle est réputée ne pas s'opposer au projet de l'entreprise d'investissement.
  § 4. Le présent article s'applique également à l'ouverture de succursales dans un Etat non membre de l'Espace économique européen et cela sans restriction quant aux activités projetées pour ces succursales. ".
Art.65. Artikel 84 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 84. Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor lid is van de Europese Economische Ruimte, doet de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, tenzij zij, gelet op de voorgenomen werkzaamheden, redenen heeft om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de administratieve structuur of van de financiële positie van een beleggingsonderneming, binnen drie maanden na ontvangst van alle gegevens, mededeling van deze gegevens aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst en stelt zij de betrokken beleggingsonderneming hiervan in kennis.
  De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen doet aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst mededeling van de gegevens over het erkende compensatiestelsel waarvan de beleggingsonderneming lid is overeenkomstig Richtlijn 97/9/EG. Eventuele wijzigingen in de gegevens worden door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst gemeld. ".
Art.65. L'article 84 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 84. Lorsque l'Etat d'implantation de la succursale est membre de l'Espace économique européen, la Commission bancaire, financière et des assurances communique, sauf si elle a des raisons de douter de l'adéquation de la structure administrative ou de la santé financière de l'entreprise d'investissement, compte tenu des activités envisagées, toutes ces informations, dans les trois mois suivant leur réception, à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil et en avise l'entreprise d'investissement concernée.
  La Commission bancaire, financière et des assurances communique à l'autorite compétente de l'Etat membre d'accueil des renseignements détaillés sur le système accrédité d'indemnisation des investisseurs auquel l'entreprise d'investissement est affiliee conformément à la Directive 97/9/CE. En cas de modification de ces informations, la Commission bancaire, financière et des assurances en avise l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil. ".
Art.66. Artikel 85 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 85. Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor geen lid is van de Europese Economische Ruimte, kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen met de toezichthoudende overheden voor de beleggingsondernemingen van dit land, regels overeenkomen voor de opening en het toezicht op het bijkantoor alsook voor de wenselijke informatie-uitwisseling met naleving van de artikelen 74 tot 77bis van de wet van 2 augustus 2002. ".
Art.66. L'article 85 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 85. Lorsque l'Etat d'implantation de la succursale n'est pas membre de l'Espace économique européen, la Commission bancaire, financiere et des assurances peut convenir avec l'autorité de contrôle des entreprises d'investissement de cet Etat des modalités d'ouverture et de contrôle de la succursale ainsi que des échanges d'informations souhaitables dans le respect des articles 74 à 77bis de la loi du 2 août 2002. ".
Art.67. Artikel 86 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 86. Iedere beleggingsonderneming die in het buitenland een bijkantoor heeft geopend stelt, in geval van wijziging van de overeenkomstig artikel 83, § 1, tweede lid, verstrekte gegevens, ten minste één maand vóór de doorvoering van de wijziging de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen schriftelijk van deze wijziging in kennis.
  Indien het een bijkantoor betreft geopend in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, stelt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van deze wijziging in kennis. Artikel 83, §§ 2 en 3, is in voorkomend geval van toepassing, alsook artikel 84, naar gelang van de wijzigingen in de in artikel 83 bedoelde gegevens of in de geldende beleggersbeschermingsregeling. ".
Art.67. L'article 86 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 86. En cas de modification de l'une quelconque des informations communiquees conformément à l'article 83, § 1er, alinéa 2, l'entreprise d'investissement qui a ouvert une succursale à l'étranger notifie cette modification par écrit à la Commission bancaire, financière et des assurances au moins un mois avant de mettre ladite modification en oeuvre.
  Si elle a ouvert une succursale dans un Etat membre de l'Espace économique européen, la Commission bancaire, financière et des assurances informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil de la modification.
  L'article 83, §§ 2 et 3, est applicable s'il y a lieu, de même que l'article 84, en fonction des modifications relatives aux informations visées à l'article 83, ou au système de protection des investisseurs applicable. ".
Art.68. Afdeling VII van Hoofdstuk II van titel II van boek II van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Afdeling VII - Vrij verrichten van diensten in een Lid-Staat van de Europese Economische Ruimte
  Art. 87. Elke beleggingsonderneming die voor de eerste maal alle of een deel van de in artikel 46 opgesomde beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten of nevendiensten op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte wil verrichten die haar in België zijn toegestaan of die de soort van al daar verrichte diensten of activiteiten wenst uit te breiden, verstrekt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen de volgende informatie:
  1° de lidstaat waarin zij voornemens is werkzaamheden uit te oefenen;
  2° een programma van werkzaamheden waarin met name wordt aangegeven welke beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten alsmede nevendiensten zij voornemens is te verrichten, in welke financiële instrumenten ze diensten wil verstrekken, alsook of zij van plan is om gebruik te maken van verbonden agenten op het grondgebied van de lidstaat waar zij voornemens is diensten te verrichten.
  Ingeval de beleggingsonderneming voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten deelt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, binnen een redelijke termijn de identiteitsgegevens mee van de verbonden agenten die de beleggingsonderneming voornemens is in die lidstaat te gebruiken. De lidstaat van ontvangst kan die informatie openbaar maken.
  Art. 88. In het in artikel 87 bedoelde geval doet de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen deze informatie binnen een maand na de ontvangst ervan toekomen aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, waarna de beleggingsonderneming kan aanvangen met het verrichten van de betrokken beleggingsdiensten in de lidstaat van ontvangst.
  Art. 89. In geval van wijziging van de overeenkomstig artikel 87 verstrekte gegevens stelt de beleggingsonderneming de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen schriftelijk van de desbetreffende wijziging in kennis, zulks ten minste een maand voordat de wijziging plaatsvindt.
  De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen doet de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst mededeling van die wijziging. ".
Art.68. La section VII du chapitre II du titre II du livre II de la même loi est remplacée par les dispositions suivantes :
  " Section VII - Exercice de la libre prestation de services dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen
  Art. 87. Toute entreprise d'investissement qui souhaite fournir ou exercer pour la première fois sur le territoire d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen tout ou partie des services et/ou activités d'investissement ou services auxiliaires énumérés à l'article 46 qu'elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique, ou qui souhaite étendre la gamme des services fournis ou des activités exercées communique les informations suivantes à la Commission bancaire, financière et des assurances :
  1° l'Etat membre dans lequel elle envisage d'opérer;
  2° un programme d'activité mentionnant, en particulier, les services et/ou les activités d'investissement ainsi que les services auxiliaires qu'elle entend fournir ou exercer, les instruments financiers sur lesquels doivent porter ses services, et si elle prévoit de recourir à des agents liés sur le territoire de l'Etat membre où elle envisage de fournir des services.
  Si l'entreprise d'investissement entend recourir a des agents liés, la Commission bancaire, financière et des assurances communique, à la demande de l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil et dans un délai raisonnable, l'identité des agents liés auxquels l'entreprise d'investissement entend recourir dans cet Etat membre. L'Etat membre d'accueil peut rendre ces informations publiques.
  Art. 88. Dans le cas visé à l'article 87, la Commission bancaire, financière et des assurances transmet ces informations, dans le mois suivant leur réception, à l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil; l'entreprise d'investissement peut alors commencer à fournir le ou les services d'investissement dans l'Etat membre d'accueil.
  Art. 89. En cas de modification de l'une quelconque des informations communiquées conformément à l'article 87, l'entreprise d'investissement en avise par écrit la Commission bancaire, financière et des assurances, au moins un mois avant de mettre ladite modification en oeuvre.
  La Commission bancaire, financiere et des assurances informe l'autorité compétente de l'Etat membre d'accueil de la modification. ".
Art.69. In artikel 101 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid, 4°, wordt aangevuld als volgt :
  " d) beslissingen of feiten met betrekking tot de beleggingsonderneming die van aard zijn de bedrijfscontinuïteit ervan aan te tasten;
  Met betrekking tot de gevallen bedoeld onder a) tot d) dienen zij tevens bij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen melding te maken van feiten en besluiten waarvan zij kennis hebben gekregen bij de uitvoering van één van de in dit artikel vermelde taken bij een onderneming die nauwe banden heeft met de beleggingsonderneming waar zij bovengenoemde taak uitvoeren. ";
  2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
  " 5° brengen zij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen minstens eens per jaar verslag uit over de deugdelijkheid van de regelingen die de beleggingsonderneming heeft getroffen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 77, 77bis en 77ter en van de op grond daarvan door de Koning genomen uitvoeringsmaatregelen. ".
Art.69. A l'article 101 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er, 4°, est complété comme suit :
  " d) des décisions ou des faits relatifs à l'entreprise d'investissement qui sont de nature à compromettre sa continuité;
  En ce qui concerne les cas visés aux a) à d), ils sont aussi tenus de signaler à la Commission bancaire, financière et des assurances tout fait ou toute décision dont ils auraient eu connaissance en accomplissant l'une des missions visées au présent article dans toute entreprise ayant un lien étroit avec l'entreprise d'investissement dans laquelle ils s'acquittent de la même mission. ";
  2° l'alinéa 1er est compléte comme suit :
  " 5° ils font rapport au moins tous les ans à la Commission bancaire, financière et des assurances sur l'adéquation des dispositions prises par les entreprises d'investissement pour préserver les avoirs des clients en application des articles 77, 77bis et 77ter et des mesures d'exécution prises par le Roi en vertu dudit article. ".
Art.70. Artikel 102, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " De regeling bepaald in de artikelen 96 tot 101 is niet van toepassing op de beleggingsondernemingen die een vergunning hebben als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. ".
Art.70. L'article 102, alinéa 1er, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Le régime défini aux articles 96 à 101 ne s'applique pas aux entreprises d'investissement agréées en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. ".
Art.71. In artikel 104 van dezelfde wet wordt § 1, eerste zin, in limine, vervangen als volgt :
  " § 1. Wanneer de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen vaststelt dat :
  - een beleggingsonderneming niet werkt overeenkomstig de bepalingen van dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  - het beleid of de financiële positie van een beleggingsonderneming de goede afloop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit;
  - de beleidsstructuren, administratieve of boekhoudkundige organisatie of interne controle van een beleggingsonderneming ernstige leemten vertonen;
  - een beleggingsonderneming de gedragsregels bedoeld bepaald door en krachtens de artikelen 26 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002, systematisch en op ernstige wijze overtreedt;
  - een beleggingsonderneming haar vergunning verworven heeft door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze,
  stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen. Indien na afloop van deze termijn de toestand niet is verholpen, kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen : ".
Art.71. L'article 104, § 1er, première phrase, in limine de la même loi est remplacé comme suit :
  " § 1er. Lorsque la Commission bancaire, financière et des assurances constate :
  - qu'une entreprise d'investissement ne fonctionne pas en conformité avec les dispositions du présent livre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution;
  - que la gestion ou la situation financière d'une entreprise d'investissement sont de nature à mettre en cause la bonne fin de ses engagements ou n'offrent pas des garanties suffisantes sur le plan de sa solvabilité, de sa liquidité ou de sa rentabilité;
  - que les structures de gestion, l'organisation administrative ou comptable ou le contrôle interne d'une entreprise d'investissement présentent des lacunes graves;
  - qu'une entreprise d'investissement enfreint systématiquement et gravement les règles de conduite déterminées par et en vertu des articles 26 à 28bis de la loi du 2 août 2002;
  - qu'une entreprise d'investissement a obtenu son agrément au moyen de fausses déclarations ou de toute autre manière irrégulière,
  elle fixe le délai dans lequel il doit être remédié à la situation constatée. Si au terme de ce délai, il n'a pas été remedié à la situation, la Commission bancaire, financière et des assurances peut : ".
Art.72. In artikel 105 van dezelfde wet wordt de verwijzing naar Richtlijn " 93/22/EEG" vervangen door de verwijzing naar Richtlijn " 2004/39/EG ".
Art.72. A l'article 105 de la même loi, la référence à la Directive " 93/22/CEE " est remplacée par la référence à la Directive " 2004/39/CE ".
Art.73. Het opschrift van boek III van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : " Boek III. De bemiddelaars inzake valutahandel ".
Art.73. L'intitulé du livre III de la même loi est remplacé par l'intitulé suivant : " Livre III. Des intermédiaires en matière de commerce des devises ".
Art.74. Boek III, Titels I en II, alsmede artikel 138 van dezelfde wet worden opgeheven.
Art.74. Les titres Ier et II du livre III, ainsi que l'article 138 de la même loi sont abrogés.
Art.75. In artikel 148, § 3, van dezelfde wet worden de woorden " en daarbij in het voordeel van de bemiddelaar, in zijn eigen voordeel of in het voordeel van derden, financiële instrumenten van een cliënt, zonder zijn schriftelijke toelating, in prolongatie geeft of op om het even welke wijze gebruikt " vervangen door de woorden " en daarbij in het voordeel van de bemiddelaar, in zijn eigen voordeel of in het voordeel van derden, financiële instrumenten van een cliënt zonder de krachtens artikel 77bis vereiste toestemming, op om het even welke wijze gebruikt ".
Art.75. A l'article 148, § 3, de la même loi, les mots " mettent en report ou utilisent d'une manière quelconque au profit de cet intermédiaire, à leur profit personnel ou au profit de tiers, des instruments financiers appartenant à un client, sans l'autorisation écrite de celui-ci " sont remplacés par les mots " utilisent d'une manière quelconque au profit de cet intermédiaire, à leur profit personnel ou au profit de tiers, des instruments financiers appartenant à un client sans l'autorisation requise en vertu de l'article 77bis ".
Art.76. Artikel 163 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art 163. § 1. De beursvennootschappen en de vennootschappen voor vermogensbeheer die op 31 oktober 2007 over een vergunning beschikken, behouden deze vergunning voor de met hun bestaande vergunning overeenstemmende beleggingsdiensten en -activiteiten en nevendiensten zoals opgenomen in artikel 46, 1° en 2°.
  Indien de beleggingsondernemingen vóór 1 november 2007 reeds de nevendiensten bedoeld in artikel 46, 2°, 5) en 7) verrichten, mogen zij deze diensten verderzetten mits zij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen hiervan op de hoogte brengen.
  § 2. De vennootschappen voor de plaatsing van orders in financiële instrumenten die voor 1 november 2007 over een vergunning beschikken, krijgen de vergunning van vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voor de met hun bestaande vergunning overeenstemmende beleggingsdiensten en -activiteiten en nevendiensten zoals opgenomen in artikel 46, 1° en 2°, mits zij hiervoor een verzoek bij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen indienen.
  § 3. De vennootschappen voor beleggingsadvies die op 31 oktober 2007 aan de vereisten van de artikelen 58, 60, 62, 62bis en 65 voldoen, worden per 1 november 2007 ingeschreven op de lijst van de beleggingsondernemingen, rubriek vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarbij hun vergunning betrekking heeft op de beleggingsdienst " beleggingsadvies ", bedoeld in artikel 46, 1°, 5), mits zij hiervoor een verzoek bij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen indienen.
  De vennootschappen voor beleggingsadvies die op 31 oktober 2007 niet beantwoorden aan de vereisten van artikel 58, 60, 62, 62bis en 65, worden niet ingeschreven op de lijst van de beleggingsondernemingen. Zij mogen hun bedrijf voortzetten mits zij vóór 31 maart 2008 het statuut hebben verworven van beleggingsonderneming met toepassing van artikel 47 en volgende.
  De bepalingen van boek II, met uitzondering van de artikelen 47, 53, 60 en 65, zijn van toepassing op deze ondernemingen zolang zij geen vergunning hebben verkregen. De ondernemingen bedoeld in dit lid worden door de toezichthoudende overheid opgenomen in een aparte lijst, overeenkomstig dezelfde regels als de lijst bedoeld in artikel 53. In afwijking van artikel 55 mogen zij gebruik maken van de benamingen die betrekking hebben op het door hen uitgeoefende bedrijf.
  § 4. De beleggingsondernemingen die op 31 oktober 2007 over een vergunning beschikken als vennootschap voor makelarij in financiële instrumenten behouden voorlopig deze vergunning voor de met hun bestaande vergunning overeenstemmende beleggingsdiensten en -activiteiten en nevendiensten zoals opgenomen in artikel 46, 1° en 2°. De vergunning van deze ondernemingen vervalt op 31 maart 2008, tenzij zij voor die datum een vergunning hebben bekomen als beursvennootschap, of als vennootschap voor vermogensbeheer of beleggingsadvies. Zolang dit niet is gebeurd blijven de bepalingen van boek II, met uitzondering van de artikelen 47, 53 en 58, van toepassing op deze ondernemingen. Het volstorte gedeelte van het kapitaal van deze vennootschappen dient ten minste 125.000 EUR te bedragen.
  § 5. De beleggingsondernemingen die op 31 oktober 2007 over een vergunning beschikken waarbij het uitbaten van een MTF deel uitmaakt van hun activiteiten, worden ingeschreven op de lijst van de beursvennootschappen met een vergunning voor het uitbaten van een MTF, mits zij hiervoor een verzoek bij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen indienen.
  § 6. De marktondernemingen van gereglementeerde markten verkrijgen, voor de door hen georganiseerde markten die op 31 oktober 2007 krachtens artikel 15 van de wet van 2 augustus 2002 waren erkend, van rechtswege de toelating waarvan sprake in artikel 44, derde lid, om een MTF uit te baten als bedoeld in artikel 46, 1°, 8, mits zij hiervoor een verzoek bij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen indienen.
  § 7. De beleggingsondernemingen die voor 1 november 2007 beleggingsdiensten, -activiteiten en nevendiensten verrichtten die betrekking hebben op de financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, e) tot j) van de wet van 2 augustus 2002, dienen met toepassing van artikel 81 van deze wet de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen hiervan in te lichten voor 31 januari 2008. Artikel 51 is op hen van toepassing. ".
Art.76. L'article 163 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art 163. § 1er. Les sociétés de bourse et les sociétés de gestion de portefeuille qui disposent d'un agrément au 31 octobre 2007 le conservent pour ceux des services et activités d'investissement et services auxiliaires visés à l'article 46, 1° et 2°, qui correspondent à leur agrément existant.
  Si les entreprises d'investissement fournissent déjà, avant le 1er novembre 2007, les services auxiliaires visés à l'article 46, 2°, 5) et 7), elles peuvent poursuivre ces services à condition d'en aviser la Commission bancaire, financière et des assurances.
  § 2. Les societés de placement d'ordres en instruments financiers qui disposent d'un agrément avant le 1er novembre 2007 reçoivent l'agrement en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement pour ceux des services et activités d'investissement et services auxiliaires visés à l'article 46, 1° et 2°, qui correspondent à leur agrément existant, à condition d'introduire préalablement une demande en ce sens à la Commission bancaire, financière et des assurances.
  § 3. Les sociétés de conseil en investissement qui, au 31 octobre 2007, répondent aux exigences des articles 58, 60, 62, 62bis et 65 sont inscrites au 1er novembre 2007 à la liste des entreprises d'investissement, rubrique " sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ", leur agrément portant sur le service d'investissement " conseil en investissement " visé à l'article 46, 1°, 5), à condition d'introduire préalablement une demande en ce sens à la Commission bancaire, financière et des assurances.
  Les sociétés de conseil en investissement qui, au 31 octobre 2007, ne repondent pas aux exigences des articles 58, 60, 62, 62bis et 65, ne sont pas inscrites à la liste des entreprises d'investissement. Elles peuvent poursuivre leurs activités à condition d'avoir pris avant le 31 mars 2008 le statut d'entreprise d'investissement en application des articles 47 et suivants.
  Les dispositions du livre II, à l'exception des articles 47, 53, 60 et 65, sont applicables à ces entreprises aussi longtemps qu'elles n'ont pas obtenu d'agrément. Les entreprises visées au présent alinéa sont inscrites, par l'autorité de contrôle, sur une liste distincte, établie selon les mêmes règles que la liste visée à l'article 53. Par dérogation à l'article 55, elles peuvent faire usage des dénominations relatives à l'activité qu'elles exercent.
  § 4. Les entreprises d'investissement qui disposent au 31 octobre 2007 d'un agrément en qualité de société de courtage en instruments financiers le conservent provisoirement pour ceux des services et activités d'investissement et services auxiliaires visés à l'article 46, 1° et 2°, qui correspondent à leur agrément existant, à condition d'introduire préalablement une demande en ce sens à la Commission bancaire, financière et des assurances. L'agrément de ces entreprises expire au 31 mars 2008, à moins qu'elles n'aient obtenu avant cette date un agrément en qualité de société de bourse ou de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Tant que cette condition n'est pas remplie, les dispositions du livre II, à l'exception des articles 47, 53 et 58, sont applicables à ces entreprises. Elles doivent avoir un capital entièrement libéré à concurrence de 125.000 EUR au moins.
  § 5. Les entreprises d'investissement disposant au 31 octobre 2007 d'un agrément en vertu duquel l'exploitation d'un MTF fait partie de leurs activités sont inscrites à la liste des sociétés de bourse disposant d'un agrément pour l'exploitation d'un MTF, à condition d'introduire préalablement une demande en ce sens à la Commission bancaire, financière et des assurances.
  § 6. Les entreprises de marché organisant des marchés réglementés obtiennent d'office, pour les marchés organisés par elles qui étaient agréés au 31 octobre 2007 en vertu de l'article 15 de la loi du 2 août 2002, l'autorisation visé à l'article 44, alinéa 3, pour exploiter un MTF tel que visé à l'article 46, 1°, 8, à condition d'introduire préalablement une demande en ce sens à la Commission bancaire, financière et des assurances.
  § 7. Les entreprises d'investissement qui exerçaient ou fournissaient avant le 1er novembre 2007 des services et activités d'investissement et services auxiliaires portant sur les instruments financiers visés à l'article 2, 1°, e) à j), de la loi du 2 août 2002 sont tenues, en application de l'article 81 de la présente loi, d'en informer la Commission bancaire, financière et des assurances avant le 31 janvier 2008. L'article 51 leur est applicable. ".
Art.77. De artikelen 164 tot 167 van dezelfde wet worden opgeheven.
Art.77. Les articles 164 à 167 de la même loi sont abrogés.
Art.78. Artikel 168 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 168. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die met toepassing van de artikelen 83 en 87 vóór 1 november 2007 in één of meer Lid-Staten van de Europese Economische Ruimte beleggingsdiensten of -activiteiten of nevendiensten bedoeld in artikel 46 uitvoerden, via een bijkantoor of via het verrichten van diensten, mogen deze diensten en activiteiten verder zetten voor de overeenstemmende diensten en activiteiten waarvoor zij een kennisgeving hebben gedaan.
  Indien deze ondernemingen vóór 1 november 2007 in één of meer Lid-Staten van de Europese Economische Ruimte reeds de beleggingsdiensten en -activiteiten geviseerd in artikel 46, 1°, 8) of de nevendiensten bedoeld in artikel 46, 2°, 5) en 7) verrichten, dienen zij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen hiervan in kennis te stellen vóór 31 januari 2008.
  Indien deze ondernemingen voor 1 november 2007 in één of meer Lid-Staten van de Europese Economische Ruimte reeds beleggingsdiensten, -activiteiten en nevendiensten hebben verricht die betrekking hebben op de financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, e) tot j) van de wet van 2 augustus 2002, dienen zij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen hiervan in kennis te stellen vóór 31 januari 2008. ".
Art.78. L'article 168 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 168. Les entreprises d'investissement de droit belge qui, en application des articles 83 et 87, fournissaient avant le 1er novembre 2007 dans un ou plusieurs Etats membres de l'Espace économique européen des services ou activités d'investissement ou des services auxiliaires visés à l'article 46, par voie de succursale ou de prestation de services, sont autorisées à poursuivre ces services et activités pour les services et activités pour lesquels elles ont procédé à une notification.
  Si ces entreprises fournissent déjà avant le 1er novembre 2007 dans un ou plusieurs Etats membres de l'Espace économique européen les services et activités d'investissement visés à l'article 46, 1°, 8), ou les services auxiliaires visés à l'article 46, 2°, 5) et 7), elles sont tenues d'en aviser la Commission bancaire, financière et des assurances avant le 31 janvier 2008.
  Si ces entreprises ont déjà exercé ou fourni avant le 1er novembre 2007 dans un ou plusieurs Etats membres de l'Espace économique européen des services et activités d'investissement et des services auxiliaires portant sur les instruments financiers visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, e) à j), de la loi du 2 août 2002, elles sont tenues d'en aviser la Commission bancaire, financière et des assurances avant le 31 janvier 2008. ".
Art.79. Artikel 169 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.79. L'article 169 de la même loi est abrogé.
Art.80. Artikel 172 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.80. L'article 172 de la même loi est abrogé.
Art.81. Artikel 174 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.81. L'article 174 de la même loi est abrogé.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen in de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
CHAPITRE IV. - Modifications de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit.
Art.82. In artikel 3 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld als volgt :
  " 14° " systematische internaliseerder " : een kredietinstelling die frequent op georganiseerde, regelmatige en systematische wijze voor eigen rekening cliëntenorders uitvoert buiten een gereglementeerde markt of een MTF. ".
  2° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Wanneer in het eerste lid wordt verwezen naar de financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, vallen de diensten en activiteiten vermeld in artikel 46, 1° en 2° van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, onder de wederzijdse erkenning van deze wet. ".
Art.82. A l'article 3 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est complété comme suit :
  " 14° " internalisateur systématique " : un établissement de crédit qui, de façon organisée, fréquente et systématique, négocie pour compte propre en exécutant les ordres des clients en dehors d'un marché réglementé ou d'un MTF. ".
  2° le § 2 est completé par l'alinéa suivant :
  " Lorsque l'alinéa 1er renvoie aux instruments financiers visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, les services et activités mentionnés à l'article 46, 1° et 2°, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement tombent dans le champ d'application du régime de reconnaissance mutuelle prévu par la présente loi. ".
Art.83. In dezelfde wet wordt een artikel 20bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 20bis. § 1. Iedere kredietinstelling legt passende beleidslijnen en procedures vast om de naleving van de wettelijke voorschriften inzake beleggingsdiensten en -activiteiten door de instelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers, verbonden agenten en gevolmachtigden te verzekeren.
  Zij werkt passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in financiële instrumenten die worden uitgevoerd door de in het eerste lid bedoelde personen.
  Op advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bepaalt de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op :
  - de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn;
  - de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet;
  - de modaliteiten waaronder de relevante personen hunpersoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de kredietinstelling;
  - de wijze waarop de kredietinstellingen gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren.
  § 2. Iedere kredietinstelling neemt passende organisatorische en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconflicten inzake beleggingsdiensten en -activiteiten tussen de instelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met haar verbonden onderneming, enerzijds, en haar cliënteel anderzijds, of tussen haar cliënten onderling, de belangen van deze laatsten zouden schaden.
  Op advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bepaalt de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op de organisatorische regels die in acht moeten worden genomen wanneer de kredietinstelling onderzoek op beleggingsgebied produceert en verspreidt.
  § 3. Iedere kredietinstelling neemt passende maatregelen om de continuïteit van haar beleggingsdiensten en -activiteiten te verzekeren.
  § 4. Wanneer een kredietinstelling operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening inzake beleggingsdiensten en -activiteiten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maatregelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken.
  De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de interne controleprocedures van de instelling en aan het vermogen van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen om te controleren of de instelling haar wettelijke verplichtingen nakomt.
  De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen publiceert een beleidsverklaring waarin zij het door haar gevoerde beleid inzake uitbestedingen van diensten van beheer van vermogen van niet-professionele cliënten uiteenzet.
  § 5. Iedere kredietinstelling houdt de gegevens bij over alle door haar verrichte beleggingsdiensten en -activiteiten om de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen in staat te stellen na te gaan of de instelling de bepalingen van deze wet naleeft, inzonderheid of de instelling haar verplichtingen tegenover haar cliënteel of potentieel cliënteel nakomt.
  § 6. Wanneer een kredietinstelling financiële instrumenten aanhoudt die aan haar cliënteel toebehoren, neemt zij passende maatregelen om de rechten van haar cliënteel te vrijwaren in geval van haar insolventie. Zij neemt passende maatregelen om te voorkomen dat financiële instrumenten toebehorend aan een cliënt voor haar eigen rekening worden gebruikt, tenzij de cliënt hiermee uitdrukkelijk instemt.
  § 7. De personen belast met de effectieve leiding van de kredietinstelling, in voorkomend geval het directiecomité, nemen onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan van de instelling de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 6. Het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, dient minstens jaarlijks te controleren of de kredietinstelling aan het bepaalde bij deze paragrafen beantwoordt, en neemt kennis van de genomen passende maatregelen.
  De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid en over de genomen passende maatregelen
  De informatieverstrekking aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de Commissie bepaalt.
  De erkende commissaris brengt bij het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, tijdig verslag uit over de belangrijke kwesties die bij de wettelijke controleopdracht aan het licht zijn gekomen.
  § 8. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. ".
Art.83. Un article 20bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 20bis. § 1er. Les établissements de crédit mettent en place des politiques et des procédures adéquates permettant d'assurer le respect, par l'établissement, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés, ses agents liés et ses mandataires, des dispositions légales relatives aux services et activités d'investissement.
  Ils élaborent des règles appropriées applicables aux transactions personnelles, directes et indirectes, effectuées sur des instruments financiers par les personnes visées à l'alinéa 1er.
  Le Roi, sur avis de la Commission bancaire, financière et des assurances, précise les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur :
  - les personnes concernées auxquelles ces règles et obligations sont applicables;
  - les transactions personnelles qui sont réputées contraires à la loi;
  - les modalités selon lesquelles les personnes concernées sont tenues de notifier leurs transactions personnelles à l'établissement de crédit;
  - la maniere dont les établissements de crédit doivent conserver un enregistrement des transactions personnelles.
  § 2. Les établissements de crédit prennent des mesures organisationnelles et administratives adéquates pour empêcher que des conflits d'intérêts portant sur des services et activités d'investissement et survenant entre l'établissement, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, ou toute entreprise qui lui est liée, d'une part, et sa clientèle, d'autre part, ou entre ses clients eux-mêmes, ne portent atteinte aux intérêts de ces derniers.
  Le Roi, sur avis de la Commission bancaire, financière et des assurances, précise les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur les règles organisationnelles à respecter afin d'empêcher la survenance de conflits d'intérêts, ainsi que lorsque l'établissement de crédit produit et diffuse des travaux de recherche en investissements.
  § 3. Les établissements de crédit prennent des mesures adéquates pour assurer la continuité de leurs services et activités d'investissement.
  § 4. Lorsqu'un établissement de crédit confie à un tiers l'exécution de tâches operationnelles essentielles pour assurer la fourniture de ses services d'investissement et l'exercice de ses activités d'investissement de manière continue et satisfaisante, il prend des mesures adéquates pour limiter le risque opérationnel y afférent.
  L'externalisation visée à l'alinéa 1er ne peut s'effectuer d'une manière qui nuise sensiblement au caractère adéquat des procédures de contrôle interne de l'établissement et qui empêche la Commission bancaire, financière et des assurances de contrôler si l'établissement respecte ses obligations légales.
  La Commission bancaire, financière et des assurances publie une communication dans laquelle elle expose la politique qu'elle suit en matière d'externalisation de services de gestion de portefeuille fournis à des clients de détail.
  § 5. Les établissements de crédit conservent un enregistrement de tout service d'investissement fourni et de toute activité d'investissement exercée, afin de permettre à la Commission bancaire, financière et des assurances de vérifier si l'établissement se conforme aux dispositions de la présente loi et, en particulier, s'il respecte ses obligations à l'égard de ses clients ou clients potentiels.
  § 6. Lorsqu'un établissement de crédit détient des instruments financiers appartenant à des clients, il prend des mesures adéquates pour sauvegarder les droits de ses clients en cas d'insolvabilité de l'établissement. Il prend également des mesures adéquates pour empêcher l'utilisation pour son propre compte des instruments financiers appartenant à des clients, sauf consentement exprès desdits clients.
  § 7. Les personnes chargées de la direction effective de l'établissement de crédit, le cas echéant le comité de direction, prennent, sous la surveillance de l'organe légal d'administration de l'établissement, les mesures nécessaires pour assurer le respect des dispositions des §§ 1er à 6. L'organe légal d'administration doit contrôler au moins une fois par an, le cas échéant par l'intermédiaire du comité d'audit, si l'établissement de crédit se conforme aux dispositions des paragraphes précités, et il prend connaissance des mesures adéquates prises.
  Les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant le comité de direction, font rapport au moins une fois par an à l'organe légal d'administration, à la Commission bancaire, financière et des assurances et au commissaire agréé sur le respect des dispositions de l'alinéa 1er et sur les mesures adéquates prises.
  Ces informations sont transmises à la Commission bancaire, financière et des assurances et au commissaire agréé selon les modalités que la Commission détermine.
  Le commissaire agréé adresse en temps opportun à l'organe légal d'administration, le cas échéant par l'intermédiaire du comité d'audit, un rapport sur les questions importantes apparues dans l'exercice de sa mission légale de contrôle.
  § 8. La Commission bancaire, financière et des assurances peut préciser les dispositions du présent article par voie de règlement pris en exécution des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. ".
Art.84. In dezelfde wet wordt een artikel 46bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 46bis. De kredietinstellingen dienen de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen onverwijld in te lichten wanneer zij de diensten van systematische interne afhandeling in de zin van artikel 3, § 1, 14°, aanvatten of stopzetten. ".
Art.84. Un article 46bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 46bis. Les établissements de crédit sont tenus d'informer sans délai la Commission bancaire, financière et des assurances lorsqu'ils entament des services d'internalisateur systématique au sens de l'article 3, § 1, 14°, ou qu'ils y mettent fin. ".
Art.85. Artikel 55, eerste lid van dezelfde wet wordt aangevuld met een 5°, luidende :
  " 5° brengen zij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen minstens eens per jaar verslag uit over de deugdelijkheid van de maatregelen die de kredietinstelling heeft getroffen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten in toepassing van de artikelen 77bis en 77ter van de wet van 6 april 1995 en van de op grond van deze bepalingen door de Koning genomen uitvoeringsmaatregelen. ".
Art.85. L'article 55, alinéa 1er, de la même loi est complété par le 5° suivant :
  " 5° ils font rapport au moins tous les ans à la Commission bancaire, financière et des assurances sur l'adéquation des dispositions prises par les établissements de crédit pour préserver les avoirs des clients en application des articles 77bis et 77ter de la loi du 6 avril 1995 et des mesures d'exécution prises par le Roi en vertu desdites dispositions. ".
Art.86. Artikel 57, § 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Paragrafen 1 en 2 zijn van toepassing op de kredietinstellingen die de gedragsregels bepaald door en krachtens de artikelen 26 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002, systematisch en op ernstige wijze overtreden. ".
Art.86. L'article 57, § 4, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Les paragraphes 1er et 2 s'appliquent aux établissements de crédit qui enfreignent systématiquement et gravement les règles de conduite déterminées par et en vertu des articles 26 à 28bis de la loi du 2 août 2002. ".
Art.87. Artikel 75 wordt vervangen als volgt :
  " Art. 75. § 1. Wanneer de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een kredietinstelling die op haar grondgebied door middel van het vrij verrichten van diensten werkzaamheden uitoefent, de verplichtingen schendt die uit de ter uitvoering van de Richtlijn 2004/39/EG vastgestelde bepalingen voortvloeien, of dat een kredietinstelling met een bijkantoor op haar grondgebied de verplichtingen schendt die voortvloeien uit de ter uitvoering van de voornoemde Richtlijn vastgestelde bepalingen waarbij aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen geen bevoegdheden worden verleend, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bevindingen in kennis.
  Indien de kredietinstelling, in weerwil van de door de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van beleggers in België of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt, kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, maatregelen treffen om de beleggers en de goede werking van de markten te beschermen. Ten aanzien van bijkantoren gaat het om de in artikel 57, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 3° en § 2 van de wet bedoelde maatregelen; ten aanzien van kredietinstellingen die bedrijvig zijn via het verrichten van diensten betreft het de in artikel 57, § 1, tweede lid, 2° en § 2 bedoelde maatregelen. De Europese Commissie wordt onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld.
  § 2. Wanneer de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen vaststelt dat een kredietinstelling die onder een andere Lid-Staat van de Europese Economische Ruimte ressorteert en in België werkzaam is via een bijkantoor of het verrichten van diensten, zich niet conformeert aan de in België geldende wettelijke en reglementaire bepalingen die tot de bevoegdheidssfeer van de Commissie behoren, maant zij de kredietinstelling aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen.
  Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen, brengt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen haar opmerkingen ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van de instelling.
  § 3. Wanneer de overtredingen, geviseerd in § 2, van een bijkantoor blijven aanhouden, kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, na de in § 2 bedoelde autoriteiten hiervan in kennis te hebben gesteld, de in artikel 57, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 3° bedoelde maatregelen treffen.
  Artikel 57, §§ 2 tot 4, is van toepassing.
  Wanneer de overtredingen, geviseerd in § 2, van een kredietinstelling die bedrijvig is via het verrichten van diensten, blijven aanhouden, kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, na de in § 2 bedoelde autoriteiten hiervan in kennis te hebben gesteld, deze instelling verbieden om nog nieuwe verrichtingen in het land uit te voeren. Zij kan de geldigheidsduur van dit verbod beperken en het opheffen. Artikel 57, § 1, tweede lid, 2°, en § 2 zijn van toepassing op deze beslissingen. Dit lid is eveneens van toepassing in de gevallen als bedoeld bij artikel 57, § 3.
  § 4. In spoedeisende gevallen waarin de termijnen van de bij de §§ 2 en 3 geregelde procedure niet kunnen worden toegepast, kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen alle nodige bewarende maatregelen treffen om de belangen van de spaarders en andere cliënten van de bijkantoren te beschermen. Zij stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van de instelling en van de vestigingslanden van andere bijkantoren, hiervan onmiddellijk in kennis. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen wijzigt deze maatregelen of trekt ze in, wanneer de Commissie van de Europese Gemeenschappen haar daartoe aanmaant in overeenstemming met de Europeesrechtelijke regels ter zake.
  § 5. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen kan, op verzoek van de ter zake bevoegde overheid, de §§ 2 tot 4 toepassen op een in artikel 65 of 66 bedoelde kredietinstelling, wanneer zij in België handelingen heeft gesteld die strijdig zijn met wettelijke of reglementaire bepalingen als bedoeld in artikel 69 of in de wettelijke of reglementaire bepalingen die, om redenen van algemeen belang, gelden op andere gebieden dan bedoeld in de artikelen 68 en 71, eerste en tweede lid.
  § 6. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen deelt aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, volgens de frequentie die laatstgenoemde bepaalt, mee hoeveel en welke soort maatregelen zijn getroffen overeenkomstig § 3. ".
Art.87. L'article 75 est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 75. § 1er. Lorsque la Commission bancaire, financière et des assurances a des raisons claires et démontrables d'estimer qu'un établissement de crédit opérant dans le cadre du régime de la libre prestation de services sur son territoire ou possédant une succursale sur son territoire viole des obligations découlant de dispositions arrêtées en application de la Directive 2004/39/CE et que lesdites dispositions ne confèrent pas de pouvoirs à la Commission bancaire, financière et des assurances, elle en fait part à l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine.
  Si, en dépit des mesures prises par l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine ou en raison du caractère inadéquat de ces mesures, l'établissement de crédit concerné continue d'agir d'une manière clairement préjudiciable aux intérêts des investisseurs en Belgique ou au fonctionnement ordonné des marchés, la Commission bancaire, financière et des assurances peut, après en avoir informé l'autorité compétente de l'Etat membre d'origine, prendre des mesures pour protéger les investisseurs ou pour préserver le bon fonctionnement des marchés. Il s'agit, à l'égard des succursales, des mesures visées à l'article 57, § 1er, alinéa 2, 1°, 2° et 3°, et § 2, de la loi; à l'égard des établissements de crédit opérant par voie de prestation de services, il s'agit des mesures visées à l'article 57, § 1er, alinéa 2, 2°, et § 2. La Commission européenne est informée sans délai de l'adoption de ces mesures.
  § 2. Lorsque la Commission bancaire, financière et des assurances constate qu'un établissement de crédit relevant d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen opérant en Belgique à l'intermédiaire d'une succursale ou par voie de prestation de services ne se conforme pas aux dispositions légales et réglementaires applicables en Belgique dans le domaine de compétence de la Commission, elle met l'établissement de crédit en demeure de remédier, dans le délai qu'elle détermine, à la situation constatée.
  Si, au terme de ce délai, il n'a pas été remédié à la situation, la Commission bancaire, financière et des assurances saisit de ses observations l'autorité de controle de l'Etat d'origine de l'établissement.
  § 3. En cas de persistance des manquements visés au § 2 dans le chef d'une succursale, la Commission bancaire, financière et des assurances peut, après en avoir avisé l'autorité de contrôle visée au § 2, prendre les mesures prévues par l'article 57, § 1er, alinéa 2, 1°, 2° et 3°.
  L'article 57, §§ 2 à 4, est d'application.
  En cas de persistance des manquements visés au § 2 dans le chef d'un établissement de crédit opérant par voie de prestation de services, la Commission bancaire, financière et des assurances peut, après en avoir avisé l'autorité de contrôle visée au § 2, faire interdiction à cet établissement d'effectuer de nouvelles opérations dans le pays. Elle peut limiter la durée de validite de cette interdiction et la révoquer. L'article 57, § 1er, alinéa 2, 2°, et § 2 sont applicables à ces décisions. Le présent alinéa est également applicable dans les cas visés à l'article 57, § 3.
  § 4. En cas d'urgence ne souffrant pas les délais de la procédure réglée aux §§ 2 et 3, la Commission bancaire, financière et des assurances peut prendre toutes mesures conservatoires propres à protéger les intérêts des déposants et autres clients de la succursale. Elle en informe, sans délai, la Commission des Communautés européennes et les autorités de contrôle de l'Etat d'origine de l'établissement et des Etats d'implantation d'autres succursales. La Commission bancaire, financière et des assurances modifie ou révoque ces mesures lorsque la Commission des Communautés européennes lui en fait l'injonction dans le respect des règles du droit de la Communauté européenne en la matière.
  § 5. La Commission bancaire, financière et des assurances peut, à la demande des autorités compétentes en ces matières, faire application des §§ 2 à 4 à l'égard d'un établissement de crédit visé à l'article 65 ou à l'article 66 lorsqu'il a accompli en Belgique des actes contraires aux dispositions législatives ou réglementaires visées à l'article 69 ou aux dispositions législatives ou réglementaires applicables pour des raisons d'intérêt général dans des domaines autres que ceux visés aux articles 68 et 71, alinéas 1er et 2.
  § 6. La Commission bancaire, financière et des assurances communique à la Commission des Communautés européennes, selon la périodicité fixée par celle-ci, le nombre et la nature des mesures prises conformément au § 3. ".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen in de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.
CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement.
Art.88. In artikel 3 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 1°, a), ii), worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ";
  2° het 6° wordt vervangen als volgt :
  " 6° " multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF) " : een door een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels - samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van de wet van 2 augustus 2002 of titel II van de Richtlijn 2004/39; ";
  3° het 24° wordt vervangen als volgt :
  " 24° " wet van 6 april 1995 " : de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen; ";
  4° er wordt een 32° ingevoegd, luidende :
  " 32° " Richtlijn 2004/39/EG " : de Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/ EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad; ";
  5° er wordt een 33° ingevoegd, luidende :
  " 33° " wet van 22 maart 2006 " : de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten; ".
Art.88. A l'article 3 de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1°, a), ii), les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ";
  2° le 6° est remplacé par la disposition suivante :
  " 6° " par système multilatéral de négociation (Multilateral trading facility - MTF) : un système multilatéral, exploité par une entreprise d'investissement, un établissement de crédit ou une entreprise de marché, qui assure la rencontre en son sein même et selon des règles non discrétionnaires de multiples interêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des instruments financiers, d'une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats conformément aux dispositions du chapitre II de la loi du 2 août 2002 ou du titre II de la Directive 2004/39/CE; ";
  3° le 24° est remplacé par la disposition suivante :
  " 24° " loi du 6 avril 1995 " : la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d'investissement; ";
  4° il est inséré un 32°, rédigé comme suit :
  " 32° par " Directive 2004/39/CE " : la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les Directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil; ";
  5° il est inséré un 33°, rédigé comme suit :
  " 33° par " loi du 22 mars 2006 " : la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers; ".
Art.89. In artikel 5, § 3, 3°, b), van dezelfde wet worden de woorden " beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten " vervangen door de woorden " beroepsmatig verrichten of aanbieden van een of meer beleggingsdiensten voor derden en/of het uitoefenen van een of meer beleggingsactiviteiten ".
Art.89. A l'article 5, § 3, 3°, b), de la même loi, les mots " à fournir à titre professionnel des services d'investissement " sont remplacés par les mots " à fournir ou offrir à des tiers un ou plusieurs services d'investissement à titre professionnel et/ou à exercer une ou plusieurs activités d'investissement ".
Art.90. In artikel 10, 3°, tweede lid van dezelfde wet worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ".
Art.90. A l'article 10, 3°, alinéa 2, de la même loi, les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ".
Art.91. In artikel 41, § 1, 5°, a), van dezelfde wet worden de woorden " artikel 46, 1°, 3 van de wet van 6 april 1995 " vervangen door de woorden " artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995 ".
Art.91. A l'article 41, § 1er, 5°, a), de la même loi, les mots " à l'article 46, 1°, 3, de la loi du 6 avril 1995 " sont remplacés par les mots " à l'article 46, 1°, 4, de la loi du 6 avril 1995 ".
Art.92. In artikel 43 van dezelfde wet worden de woorden " passende beheerstructuur, noch over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar voorgenomen werkzaamheden passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie " vervangen door de woorden " passende beleidsstructuur, noch over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar voorgenomen werkzaamheden passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie en interne controle ".
Art.92. A l'article 43 de la même loi, les mots " une organisation administrative, comptable, financière et technique qui lui soit propre et qui soit appropriée à l'activité qu'elle entend mener " sont remplacés par les mots " une organisation administrative, comptable, financière et technique et un contrôle interne qui lui soient propres et qui soient appropriés à l'activité qu'elle entend mener ".
Art.93. Artikel 62bis, eerste lid, f), van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
  " f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedoeld in Boek II, Titel II van de wet van 6 april 1995 ".
Art.93. L'article 62bis, alinéa 1er, f), de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " f) les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995 ".
Art.94. In dezelfde wet wordt artikel 69 vervangen als volgt :
  " Art. 69. De Koning kan, na advies van de CBFA en na open raadpleging, gedragsregels vaststellen die de instelling voor collectieve belegging moet naleven bij de uitoefening van haar beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°, desgevallend rekening houdend met de aard van de betrokken beheertaak. Daarbij kan Hij aan de instelling voor collectieve belegging onder meer de verplichting opleggen tot naleving van de artikelen 27 en 28bis van de wet van 2 augustus 2002, en de ter uitvoering genomen besluiten. ".
Art.94. Dans la même loi, l'article 69 est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 69. Le Roi peut, sur avis de la CBFA et après consultation ouverte, arrêter les règles de conduite que l'organisme de placement collectif est tenu de respecter dans l'exercice de ses fonctions de gestion visées à l'article 3, 9°, en tenant compte le cas échéant de la nature de la fonction de gestion concernée. Il peut à cet égard imposer notamment à l'organisme de placement collectif l'obligation de respect des articles 27 et 28bis de la loi du 2 août 2002 et des arrêtés pris pour son exécution. ".
Art.95. Artikel 70 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.95. L'article 70 de la même loi est abrogé.
Art.96. Artikel 71 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 71. De CBFA kan, in individuele gevallen en mits zij het gevolgde afwijkingsbeleid op passende wijze, op geregelde tijdstippen en op niet-nominatieve wijze bekendmaakt, afwijkingen verlenen van de bepalingen vastgesteld door of krachtens artikel 27 of 28bis van de wet van 2 augustus 2002, indien zij van oordeel is dat de betrokken bepalingen niet aangepast zijn aan de activiteiten of aan de situatie van een instelling voor collectieve belegging en op voorwaarde dat de instelling passende alternatieve maatregelen treft die een gelijkwaardige bescherming bieden voor de houders van effecten en voor de integriteit van de markt. ".
Art.96. L'article 71 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 71. La CBFA peut, dans des cas individuels et moyennant publicité adéquate, régulière et non nominative de la politique de dérogation suivie, accorder des dérogations aux dispositions arrêtées par ou en vertu de l'article 27 ou 28bis de la loi du 2 août 2002, si elle estime que les dispositions en question sont inadaptées aux activités ou à la situation d'un organisme de placement collectif et à condition que l'organisme mette en oeuvre des mesures alternatives adéquates qui assurent un niveau de protection équivalent des porteurs de titres et de l'intégrité du marché. ".
Art.97. In artikel 73, § 3, van dezelfde wet worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ".
Art.97. A l'article 73, § 3, de la même loi, les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ".
Art.98. In artikel 92, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " haar beheerstructuren " vervangen door de woorden " haar beleidsstructuren ".
Art.98. Dans le texte néerlandais de l'article 92, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, les mots " haar beheerstructuren " sont remplacés par les mots " haar beleidsstructuren ".
Art.99. In artikel 96, § 1, a) van dezelfde wet worden de woorden " haar beheerstructuur " vervangen door de woorden " haar beleidsstructuur ".
Art.99. Dans le texte néerlandais de l'article 96, § 1er, a), de la même loi, les mots " haar beheerstructuur " sont remplacés par les mots " haar beleidsstructuur ".
Art.100. In artikel 97, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ".
Art.100. A l'article 97, alinéa 2, de la même loi, les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ".
Art.101. In artikel 100, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ".
Art.101. A l'article 100, alinéa 2, de la même loi, les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ".
Art.102. In artikel 103, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ".
Art.102. A l'article 103, alinéa 2, de la même loi, les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ".
Art.103. In artikel 113, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ".
Art.103. A l'article 113, alinéa 2, de la même loi, les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ".
Art.104. In artikel 116, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ".
Art.104. A l'article 116, alinéa 2, de la même loi, les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ".
Art.105. In artikel 119, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " georganiseerde markt " vervangen door de woorden " MTF of gereglementeerde markt ".
Art.105. A l'article 119, alinéa 2, de la même loi, les mots " sur un marché organisé " sont remplacés par les mots " sur un MTF ou sur un marché réglementé ".
Art.106. In artikel 139 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 1° worden de woorden " de beleggingsdienst bedoeld in artikel 46, 1°, 3 van de wet van 6 april 1995 " vervangen door de woorden " de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4 ", en worden de woorden " voor deze ondernemingen gelden niettemin de artikelen 147, 153, § 1, vierde tot zesde leden, 153, § 2, 154, § 3, 168, 170 en 174 " vervangen door de woorden " voor deze ondernemingen gelden niettemin de artikelen 147, 153, § 3, derde lid, 153, § 4, derde lid, 153, § 5, 154, § 3, 168, 170 en 174 ";
  2° in het 2° worden de woorden " de beleggingsdienst bedoeld in artikel 46, 1°, 3 van de wet van 6 april 1995 " vervangen door de woorden " de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4 " en worden de woorden " de artikelen 147, 153, § 1, vierde tot zesde leden, 153, § 2, 154, § 3, 168, 170 en 174 zijn niettemin van toepassing " vervangen door de woorden " de artikelen 147, 153, § 3, derde lid, 153, § 4, derde lid, 153, § 5, 154, § 3, 168, 170 en 174 zijn niettemin van toepassing ".
Art.106. A l'article 139 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1°, les mots " le service d'investissement visé à l'article 46, 1°, 3,de la loi du 6 avril 1995 " sont remplacés par les mots " les services d'investissement visés à l'article 46, 1°, 4 ", et les mots " sont néanmoins applicables à ces entreprises les articles 147, 153, § 1er, alinéas 4 à 6, 153, § 2, 154, § 3, 168, 170 et 174 " sont remplacés par les mots " sont néanmoins applicables à ces entreprises les articles 147, 153, § 3, alinéa 3, 153, § 4, alinéa 3, 153, § 5, 154, § 3, 168, 170 et 174 ";
  2° au 2°, les mots " le service d'investissement visé à l'article 46, 1°, 3, de la loi du 6 avril 1995 " sont remplacés par les mots " les services d'investissement visés à l'article 46, 1°, 4 " et les mots " sont néanmoins applicables les articles 147, 153, § 1er, alinéas 4 à 6, 153, § 2, 154, § 3, 168, 170 et 174 " sont remplacés par les mots " sont néanmoins applicables les articles 147, 153, § 3, alinéa 3, 153, § 4, alinéa 3, 153, § 5, 154, § 3, 168, 170 et 174 ".
Art.107. In dezelfde wet wordt artikel 153 vervangen als volgt :
  " Art. 153. § 1. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet beschikken over een eigen en voor haar beheertaken en beleggingsdiensten of voorgenomen beheertaken en beleggingsdiensten passende beleidsstructuur.
  Onder passende beleidsstructuur dient inzonderheid te worden verstaan :
  - een coherente en transparante organisatiestructuur, met inbegrip van een passende functiescheiding;
  - een duidelijk omschreven, transparant en samenhangend geheel van verantwoordelijkheidstoewijzingen;
  - passende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van, en de interne verslaggeving over de belangrijke risico's die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging loopt ingevolge haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden.
  § 2. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet ook beschikken over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar voorgenomen beheertaken en beleggingsdiensten passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie. Zij moet met name beschikken over controle- en beveiligingsmechanismen met betrekking tot de elektronische informatieverwerking, en interne controle. Zij houdt daarbij rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden en de eraan verbonden risico's.
  § 3. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient een passende interne controle te organiseren, waarvan de werking minstens jaarlijks dient te worden beoordeeld.
  De interne controleprocedures omvatten met name een regeling voor het beheer van de beleggingen in financiële instrumenten met het oog op het beleggen van het eigen vermogen.
  Deze procedures moeten onder meer waarborgen dat elke transactie waarbij een beheerde instelling voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, één van haar compartimenten betrokken is, kan worden gereconstrueerd wat betreft de oorsprong en de aard van de transactie, de betrokken partijen, en het tijdstip en de plaats waar zij heeft plaatsgevonden, en dat de activa van de beheerde instellingen voor collectieve belegging worden belegd, naargelang het geval, overeenkomstig het reglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of de statuten van de instelling voor collectieve belegging en de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen.
  Wat haar administratieve en boekhoudkundige organisatie betreft, dient de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een systeem van interne controle te organiseren dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiële verslaggevingproces, zodat inzonderheid de jaarrekening in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering.
  Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke interne auditfunctie.
  § 4. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging werkt een passend integriteitsbeleid uit dat geregeld wordt geactualiseerd. Zij neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de vennootschap, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van haar bedrijf.
  Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient te beschikken over een passende onafhankelijke risicobeheerfunctie.
  Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging neemt passende organisatorische en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconflicten die zich voordoen :
  - tussen haarzelf, met inbegrip van haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met haar verbonden onderneming, enerzijds, en haar cliënteel anderzijds;
  - tussen haarzelf, met inbegrip van haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met haar verbonden onderneming, enerzijds, en de beheerde instellingen voor collectieve belegging anderzijds;
  - tussen haar cliënten onderling;
  - tussen de beheerde instellingen voor collectieve belegging onderling;
  - tussen haar cliënten en de beheerde instellingen voor collectieve belegging;
  - de belangen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of van haar cliënten zouden schaden.
  Op advies van de CBFA bepaalt de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op de organisatorische regels die in acht moeten worden genomen ter voorkoming van belangenconflicten en wanneer de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging onderzoek op beleggingsgebied produceert en verspreidt.
  § 5. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet een methode voor risicobeheer toepassen die specifiek is afgestemd op de categorie van toegelaten beleggingen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging en waarmee zij te allen tijde het risico van de posities kan controleren en meten en kan nagaan wat het aandeel daarvan is in het totale-risicoprofiel van de portefeuille van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, van de verschillende compartimenten van die instellingen voor collectieve belegging.
  De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet een methode hanteren die een accurate en onafhankelijke evaluatie moet toelaten van de waarde van de OTC-derivaten in de portefeuille of, in voorkomend geval, in de portefeuille van de verschillende compartimenten, van elke beheerde instelling voor collectieve belegging. Zij moet de CBFA volgens de gedetailleerde regels en de periodiciteit die de CBFA heeft vastgelegd bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, in kennis stellen van de soorten financiële derivaten, de onderliggende risico's, de kwantitatieve begrenzingen en de gekozen methodes voor de raming van de inherente risico's aan de derivaten voor elke beheerde instelling voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, voor de verschillende compartimenten van deze beheerde instellingen voor collectieve belegging.
  § 6. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet dusdanig georganiseerd zijn dat zij, naast de informatie die is bekendgemaakt in het prospectus en in de jaar- en halfjaarlijkse verslagen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging, op verzoek van de effectenhouders aanvullende inlichtingen kan verstrekken over de kwantitatieve begrenzingen die gelden voor het risicobeheer van de beheerde instellingen voor collectieve belegging, over de gehanteerde methoden om deze begrenzingen na te leven en over de recente ontwikkelingen op het vlak van risico's en rendement van de activa die de categorie van toegelaten beleggingen vormen waarvoor de beheerde instellingen voor collectieve belegging geopteerd hebben.
  § 7. De CBFA kan, in voorkomend geval bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke interne auditfunctie, een passende onafhankelijke compliancefunctie en een passende risicobeheerfunctie.
  § 8. Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging houdt de gegevens bij over de door haar verrichte beleggingsdiensten om de CBFA in staat te stellen na te gaan of de vennootschap de bepalingen van deze wet naleeft, inzonderheid of de vennootschap haar verplichtingen tegenover haar cliënteel nakomt.
  § 9. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging neemt passende maatregelen om de continuïteit van haar beheertaken en beleggingsdiensten te verzekeren.
  § 10. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het wetboek van vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot en met 6, 8 en 9, en het bepaalde bij artikel 154, § 5.
  Onverminderd de bepalingen van het wetboek van vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in voorkomend geval via het auditcomité, minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de paragrafen 1 tot en met 6 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen.
  De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de CBFA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
  De informatieverstrekking aan de CBFA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de CBFA bepaalt.
  § 11. De erkende commissaris brengt bij het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, tijdig verslag uit over de belangrijke kwesties die aan het licht zijn gekomen bij de wettelijke controleopdracht, in het bijzonder over ernstige tekortkomingen in het financiële verslaggevingproces.
  § 12. De CBFA kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3 en 64 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. ".
Art.107. L'article 153 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 153. § 1er. La société de gestion d'organismes de placement collectif doit disposer d'une structure de gestion qui lui soit propre et qui soit appropriée aux fonctions de gestion qu'elle exerce ou entend exercer et aux services d'investissement qu'elle preste ou entend prester.
  Par structure de gestion appropriée, il y a lieu d'entendre notamment :
  - une structure organisationnelle cohérente et transparente, prévoyant une séparation adéquate des fonctions;
  - un dispositif d'attribution des responsabilités qui est bien défini, transparent et cohérent;
  - des procédures adéquates d'identification, de mesure, de gestion, de suivi et de reporting interne des risques importants encourus par la société de gestion d'organismes de placement collectif en raison des activités qu'elle exerce ou entend exercer.
  § 2. La société de gestion d'organismes de placement collectif doit également disposer des moyens matériels, humains et techniques lui assurant une organisation administrative, comptable, financière et technique qui lui soit propre et qui soit appropriée aux fonctions de gestion qu'elle entend exercer et aux services d'investissement qu'elle entend prester. Elle doit disposer, notamment, de mécanismes de contrôle et de sécurité dans le domaine informatique et d'un contrôle interne. Elle tient compte à cet égard de la nature, du volume et de la complexité de ces activités, ainsi que des risques y afférents.
  § 3. La société de gestion d'organismes de placement collectif doit organiser un contrôle interne adéquat, dont le fonctionnement est évalué au moins une fois par an.
  Les procédures de contrôle interne incluent, notamment, un régime pour la gestion des placements dans des instruments financiers en vue d'investir des fonds propres.
  Ces procédures doivent garantir, entre autres, que chaque transaction concernant un organisme de placement collectif géré, ou, le cas échéant, un de ses compartiments, peut être reconstituée quant à son origine, aux parties concernées, à sa nature, ainsi qu'au moment et au lieu où elle a été effectuée, et que les actifs des organismes de placement collectif gérés sont investis conformément, selon le cas, au règlement du fonds commun de placement ou aux statuts de l'organisme de placement collectif et aux dispositions légales et réglementaires en vigueur.
  En ce qui concerne son organisation administrative et comptable, la société de gestion d'organismes de placement collectif doit organiser un système de contrôle interne qui procure un degré de certitude raisonnable quant à la fiabilité du processus de reporting financier, de maniere à ce que les comptes annuels, notamment, soient conformes à la réglementation comptable en vigueur.
  La société de gestion d'organismes de placement collectif prend les mesures nécessaires pour pouvoir disposer en permanence d'une fonction d'audit interne indépendante adéquate.
  § 4. La société de gestion d'organismes de placement collectif élabore une politique d'intégrité adéquate, qui est actualisée régulièrement. Elle prend les mesures nécessaires pour pouvoir disposer en permanence d'une fonction de compliance indépendante adéquate, destinée à assurer le respect, par la société, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, des règles de droit relatives à l'intégrité de l'activité de sociéte de gestion d'organismes de placement collectif.
  La société de gestion d'organismes de placement collectif doit disposer d'une fonction de gestion des risques indépendante adéquate.
  La société de gestion d'organismes de placement collectif prend des mesures organisationnelles et administratives adéquates pour empêcher que des conflits d'intérêts survenant :
  - entre elle-même, en ce compris ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, ou toute entreprise qui lui est liée, d'une part, et sa clientèle, d'autre part;
  - entre elle-meme, en ce compris ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, ou toute entreprise qui lui est liée, d'une part, et les organismes de placement collectif gérés, d'autre part;
  - entre ses clients eux-mêmes;
  - entre les organismes de placement collectif gérés eux-mêmes;
  - entre ses clients et les organismes de placement collectif gérés;
  - ne portent atteinte aux intérêts des organismes de placement collectif géres ou de ses clients.
  Le Roi, sur avis de la CBFA, précise les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur les règles organisationnelles à respecter afin d'empêcher la survenance de conflits d'intérêts, ainsi que lorsque la société de gestion d'organismes de placement collectif produit et diffuse des travaux de recherche en investissements.
  § 5. La société de gestion d'organismes de placement collectif doit employer une methode de gestion des risques, adaptée à la catégorie de placements autorisés des organismes de placement collectif gérés, qui lui permette de contrôler et de mesurer à tout moment le risque associé aux positions et la contribution de celles-ci au profil de risque général du portefeuille des organismes de placement collectif gérés, ou, le cas échéant, au profil de risque général des différents compartiments de ces organismes de placement collectif.
  La société de gestion d'organismes de placement collectif doit employer une méthode permettant une évaluation précise et indépendante de la valeur des instruments dérivés de gré à gré figurant dans le portefeuille ou, le cas échéant, dans le portefeuille des différents compartiments, de chaque organisme de placement collectif géré. Elle doit communiquer à la CBFA, selon les règles détaillées et la périodicité definies par celle-ci par voie de règlement pris conformément à l'article 64 de la loi du 2 août 2002, les types d'instruments dérivés, les risques sous-jacents, les limites quantitatives ainsi que les méthodes choisies pour estimer les risques associés aux transactions sur instruments dérivés pour chaque organisme de placement collectif géré ou, le cas échéant, pour les différents compartiments de chaque organisme de placement collectif géré.
  § 6. L'organisation de la société de gestion d'organismes de placement collectif doit permettre à celle-ci de fournir, à la demande de tout porteur de titres, des renseignements complémentaires à ceux rendus publics dans le prospectus et les rapports annuels et semestriels des organismes de placement collectif gérés, portant sur les limites quantitatives qui s'appliquent à la gestion des risques des organismes de placement collectif gérés, sur les méthodes choisies pour respecter ces limites et sur l'évolution récente des risques et des rendements des actifs composant la catégorie de placements autorisés pour laquelle les organismes de placement collectif gérés ont opté.
  § 7. La CBFA peut préciser, le cas échéant par voie de règlement pris conformément à l'article 64 de la loi du 2 août 2002, ce qu'il y a lieu d'entendre par structure de gestion adéquate, contrôle interne adéquat, fonction d'audit interne indépendante adéquate, fonction de compliance indépendante adéquate et fonction de gestion des risques adéquate.
  § 8. La société de gestion d'organismes de placement collectif conserve un enregistrement des services d'investissement qu'elle a fournis, afin de permettre à la CBFA de vérifier si la société se conforme aux dispositions de la présente loi et, en particulier, si elle respecte ses obligations à l'égard de ses clients.
  § 9. La société de gestion d'organismes de placement collectif prend des mesures adéquates pour assurer la continuité de ses fonctions de gestion et de ses services d'investissement.
  § 10. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l'organe légal d'administration en ce qui concerne la détermination de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direction effective de la société de gestion d'organismes de placement collectif, le cas échéant le comité de direction, prennent, sous la surveillance de l'organe légal d'administration, les mesures nécessaires pour assurer le respect des dispositions des §§ 1e r à 6, 8 et 9, et des dispositions de l'article 154, § 5.
  Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, l'organe légal d'administration de la société de gestion d'organismes de placement collectif doit contrôler au moins une fois par an, le cas échéant par l'intermédiaire du comité d'audit, si la société se conforme aux dispositions des §§ 1er à 6 et de l'alinéa 1er du présent paragraphe, et il prend connaissance des mesures adéquates prises.
  Les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant le comité de direction, font rapport au moins une fois par an à l'organe légal d'administration, à la CBFA et au commissaire agréé sur le respect des dispositions de l'alinéa 1er du présent paragraphe et sur les mesures adéquates prises.
  Ces informations sont transmises à la CBFA et au commissaire agréé selon les modalités que la CBFA détermine.
  § 11. Le commissaire agréé adresse en temps opportun à l'organe légal d'administration, le cas échéant par l'intermédiaire du comité d'audit, un rapport sur les questions importantes apparues dans l'exercice de sa mission légale de contrôle, et en particulier sur les lacunes graves constatées dans le processus de reporting financier.
  § 12. La CBFA peut préciser les dispositions du présent article par voie de règlement pris en exécution des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. ".
Art.108. In artikel 154 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 5°, a) worden de woorden " artikel 46, 1°, 3, van de wet van 6 april 1995 " vervangen door de woorden " artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995 ";
  2° het artikel wordt aangevuld met de volgende paragraaf :
  " § 5. Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening inzake beleggingsdiensten aan haar cliënten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maatregelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken.
  De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de interne controleprocedures van de vennootschap en aan het vermogen van de CBFA om te controleren of de vennootschap haar wettelijke verplichtingen nakomt.
  De CBFA kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3 en 64 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. ".
Art.108. A l'article 154 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, 5°, a), les mots " l'article 46, 1°, 3, de la loi du 6 avril 1995 " sont remplacés par les mots " l'article 46, 1°, 4, de la loi du 6 avril 1995 ";
  2° l'article est complété par le paragraphe suivant :
  " § 5. Lorsqu'une société de gestion d'organismes de placement collectif confie à un tiers l'exécution de tâches opérationnelles essentielles pour assurer la fourniture de ses services d'investissement de manière continue et satisfaisante à ses clients, elle prend des mesures adéquates pour limiter le risque opérationnel y afférent.
  L'externalisation visée à l'alinéa 1er ne peut s'effectuer d'une manière qui nuise sensiblement au caractère adéquat des procédures de contrôle interne de la société et qui empêche la CBFA de contrôler si la société respecte ses obligations légales.
  La CBFA peut préciser les dispositions du présent article par voie de règlement pris en exécution des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. ".
Art.109. Artikel 169 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 169. § 1. De Koning kan, na advies van de CBFA en na open raadpleging, gedragsregels vaststellen die beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten naleven bij de uitoefening van beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°, desgevallend rekening houdend met de aard van de betrokken beheertaak. Daarbij kan Hij aan de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging onder meer de verplichting opleggen tot naleving van de voorschriften bepaald door en krachtens artikelen 27 en 28bis van de wet van 2 augustus 2002.
  § 2. De artikelen 27 en 28bis van de wet van 2 augustus 2002, en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, zijn van toepassing op beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, wat de uitoefening van de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 10° betreft.
  § 3. Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging legt passende beleidslijnen en procedures vast om de naleving van §§ 1 en 2 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren.
  Zij werkt passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in financiële instrumenten die worden uitgevoerd door de in het eerste lid bedoelde personen.
  Op advies van de CBFA bepaalt de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op :
  - de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn;
  - de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet;
  - de modaliteiten waaronder de relevante personen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
  - de wijze waarop de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging de gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren. ".
Art.109. L'article 169 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 169. § 1er. Le Roi peut, sur avis de la CBFA et après consultation ouverte, arrêter les règles de conduite que les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif sont tenues de respecter dans l'exercice des fonctions de gestion visées à l'article 3, 9°, en tenant compte le cas échéant de la nature de la fonction de gestion concernée. Il peut a cet egard imposer notamment aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif l'obligation de respect des règles déterminés par et en vertu des articles 27 et 28bis de la loi du 2 août 2002.
  § 2. Les articles 27 et 28bis de la loi du 2 août 2002 et les arrêtés pris pour son exécution s'appliquent aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif pour ce qui concerne l'exercice des services d'investissement visés à l'article 3, 10°.
  § 3. Les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif mettent en place des politiques et des procédures adéquates permettant d'assurer le respect, par la société de gestion d'organismes de placement collectif, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, des dispositions des §§ 1er et 2, ainsi que des arrêtés pris en exécution des §§ 1er et 2.
  Elles élaborent des règles appropriées applicables aux transactions personnelles, directes et indirectes, effectuées sur des instruments financiers par les personnes visées à l'alinéa 1er.
  Le Roi, sur avis de la CBFA, précise les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur :
  - les personnes concernées auxquelles ces règles et obligations sont applicables;
  - les transactions personnelles qui sont réputées contraires à la loi;
  - les modalités selon lesquelles les personnes concernées sont tenues de notifier leurs transactions personnelles à la société de gestion d'organismes de placement collectif;
  - la manière dont les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif doivent conserver un enregistrement des transactions personnelles. ".
Art.110. In dezelfde wet wordt artikel 172 opgeheven.
Art.110. L'article 172 de la même loi est abrogé.
Art.111. Artikel 173 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 173. De CBFA kan, in individuele gevallen en mits zij het gevolgde afwijkingsbeleid op passende wijze, op geregelde tijdstippen en op niet-nominatieve wijze bekendmaakt, afwijkingen verlenen van de bepalingen vastgesteld door of krachtens artikel 27 of 28bis van de wet van 2 augustus 2002, indien zij van oordeel is dat de betrokken bepalingen niet aangepast zijn aan de activiteiten of aan de situatie van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en op voorwaarde dat deze beheervennootschap passende alternatieve maatregelen treft die een gelijkwaardige bescherming bieden voor de belangen van de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert, alsook voor de cliënten en voor de integriteit van de markt. ".
Art.111. L'article 173 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 173. La CBFA peut, dans des cas individuels et moyennant publicité adéquate, régulière et non nominative de la politique de dérogation suivie, accorder des dérogations aux dispositions arrêtées par ou en vertu de l'article 27 ou 28bis de la loi du 2 août 2002, si elle estime que les dispositions en question sont inadaptées aux activités ou à la situation d'une société de gestion d'organismes de placement collectif et a condition que ladite société de gestion mette en oeuvre des mesures alternatives adéquates qui assurent un niveau de protection équivalent des intérêts des organismes de placement collectif qu'elle gère, ainsi que des clients et de l'intégrité du marché. ".
Art.112. Artikel 197 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " § 9. Paragrafen 1 tot en met 5 zijn van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die bij de uitoefening van beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 10° de gedragsregels vervat in de artikelen 27 en 28bis van de wet van 2 augustus 2002 en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, systematisch en op ernstige wijze overtreden.
  Paragrafen 1 tot en met 5 zijn van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die bij de uitoefening van beheertaken bedoeld in artikel 3, 9° de door en krachtens artikel 169, § 1 vastgestelde gedragsregels, systematisch en op ernstige wijze overtreden. ".
Art.112. L'article 197 de la même loi est complété comme suit :
  " § 9. Les paragraphes 1 à 5 s'appliquent aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif qui, dans l'exercice de services d'investissement visés à l'article 3, 10°, enfreignent systématiquement et gravement les règles de conduite prévues par les articles 27 et 28bis de la loi du 2 août 2002 et les arrêtés pris pour son exécution.
  Les paragraphes 1 à 5 s'appliquent aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif qui dans l'exercice de fonctions de gestion visées à l'article 3, 9°, enfreignent systématiquement et gravement les règles de conduite arrêtées par et en vertu de l'article 169, § 1er. ".
Art.113. In artikel 202, § 1, a), van dezelfde wet wordt het woord " beheerstructuur " vervangen door het woord " beleidsstructuur ".
Art.113. Dans le texte néerlandais de l'article 202, § 1er, a), de la même loi, le mot " beheerstructuur " est remplacé par le mot " beleidsstructuur ".
Art.114. In artikel 204, § 2, b), eerste lid, van dezelfde wet wordt het woord " beheerstructuur " vervangen door het woord " beleidsstructuur ".
Art.114. Dans le texte néerlandais de l'article 204, § 2, b), alinéa 1er, de la même loi, le mot " beheerstructuur " est remplacé par le mot " beleidsstructuur ".
Art.115. In artikel 231, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden " de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 1, a) en b) en 3 van de wet van 6 april 1995 en de nevendiensten bedoeld in artikel 46, 2°, 6 van de wet van 6 april 1995 " vervangen door de woorden " de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 1, 2, 4 en 5 van de wet van 6 april 1995 ".
Art.115. A l'article 231, alinéa 1er, de la même loi, les mots " les seuls services d'investissement vises à l'article 46, 1°, 1, a) et b) et 3, de la loi du 6 avril 1995, ainsi que les services auxiliaires visés à l'article 46, 2°, 6, de la loi du 6 avril 1995 " sont remplacés par les mots " les seuls services d'investissement visés à l'article 46, 1°, 1, 2, 4 et 5, de la loi du 6 avril 1995 ".
Art.116. In dezelfde wet wordt artikel 241 opgeheven.
Art.116. L'article 241 de la même loi est abrogé.
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen in de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten.
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers.
Art.118. Artikel 5, § 1, vierde lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte ressorterende beleggingsondernemingen of kredietinstellingen mogen in België, overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2004/39/EG betreffende financiële instrumenten, beroep doen op met toepassing van het eerste lid ingeschreven tussenpersonen die in hun naam en voor hun rekening optreden.
  De onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte ressorterende in België gevestigde agenten in bank- en beleggingsdiensten die, overeenkomstig de voornoemde Richtlijn, handelen in naam en voor rekening van een beleggingsonderneming worden gelijkgesteld aan een bijkantoor in de zin van artikel 46, 23° van de wet op de beleggingsdiensten. De voorschriften bepaald door en krachtens artikel 110 van dezelfde wet zijn van toepassing.
  Een aanvraag tot inschrijving in het in het eerste lid bedoeld register kan worden verricht door in een andere lidstaat van de EER gevestigde verbonden agent waarop een Belgische beleggingsonderneming of kredietinstelling een beroep wil doen met toepassing van artikel 79 van de wet op de beleggingsdiensten, indien de betrokken lidstaat waar de agent gevestigd is geen wettelijke regeling heeft die beleggingsondernemingen of kredietinstellingen toelaat om verbonden agenten aan te wijzen. De Koning kan specifieke regels voor deze categorie van agenten bepalen. "
Art.118. L'article 5, § 1, alinéa 4, de la même loi est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Les entreprises d'investissement ou établissements de crédit relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen peuvent, conformément aux dispositions de la Directive 2004/39/CE relative aux instruments financiers, faire appel en Belgique à des intermédiaires inscrits en application de l'alinéa 1er qui agissent en leur nom et pour leur compte.
  Les agents en services bancaires et en services d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen qui sont établis en Belgique et qui, conformément à la Directive précitée, agissent au nom et pour le compte d'une entreprise d'investissement sont assimilés à une succursale au sens de l'article 46, 23°, de la loi sur les services d'investissement. Les dispositions prévues par et en vertu de l'article 110 de la même loi sont d'application.
  Une demande d'inscription au registre visé à l'alinéa 1er peut être faite par un agent lié établi dans un autre Etat membre de l'EEE auquel recourt une entreprise d'investissement belge ou un établissement de crédit belge en application de l'article 79 de la loi sur les services d'investissement, si l'Etat membre concerné dans lequel est établi l'agent lié ne dispose pas d'un régime autorisant les entreprises d'investissement ou établissement de crédit à faire appel à des agents liés. Le Roi peut déterminer des règles spécifiques pour cette catégorie d'agents. "
Art.120. [1 Artikel 12, § 1, 3° van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 oktober 2016, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
   "Een makelaar in bank- en beleggingsdiensten kan bovendien in afwijking van het eerste lid, voor eigen rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden bedoeld in artikel 2, 1°, 5) van de wet van ..., met betrekking tot effecten en rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging.
   De Koning kan specifieke organisatorische regels evenals gedragsregels opleggen aan de makelaars in bank- en beleggingsdiensten die voor eigen rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden.]1

  
Art.120. [1 L'article 12, § 1er, 3° de la même loi, modifié par la loi du 25 octobre 2016, est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
   "En outre, un courtier en services bancaires et en services d'investissement peut, par dérogation à l'alinéa 1er, offrir pour son propre compte des services de conseil en investissement visés à l'article 2, 1°, 5), de la loi du ..., concernant des valeurs mobilières et des parts d'organismes de placement collectif.
   Le Roi peut imposer des règles d'organisation spécifiques ainsi que des règles de conduite aux courtiers en services bancaires et en services d'investissement qui offrent pour leur propre compte des services de conseil en investissement.]1

  
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen in de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.
Art.121. Artikel 9 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt wordt aangevuld als volgt :
  " 8° " multilaterale handelsfaciliteit " : een Multilateral Trading Facility of MTF in de zin van artikel 2, eerste lid, 4° van de voormelde wet van 2 augustus 2002. ".
Art.121. L'article 9 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés est complété comme suit :
  " 8° " système multilatéral de négociation " : un MTF au sens de l'article 2, alinéa 1er, 4°, de la loi du 2 août 2002 précitée. ".
Art.122. In artikel 15 van dezelfde wet van 16 juni 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2 worden de woorden " markt(en) die Hij bepaalt en die voor het publiek toegankelijk, maar geen gereglementeerde markten zijn " vervangen door de woorden " multilaterale handelsfaciliteit(en) die Hij bepaalt ";
  2° in § 3 worden de woorden " op een buitenlandse markt die voor het publiek toegankelijk, maar geen gereglementeerde markt is " vervangen door de woorden " op een multilaterale handelsfaciliteit die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd of een handelsfaciliteit die buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd, die toegankelijk is voor het publiek en een vergelijkbare functie vervult als een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit ".
Art.122. A l'article 15 de la même loi du 16 juin 2006 sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 2, les mots " les marchés belges qu'Il détermine, qui sont accessibles au public et ne sont pas des marches réglementés " sont remplacés par les mots " les systèmes multilatéraux de négociation belges qu'Il détermine ";
  2° au § 3, les mots " aux admissions à la négociation sur un marché étranger accessible au public qui n'est pas un marché réglemente, d'instruments de placement émis par des sociétés ayant leur siège statutaire sur le territoire belge " sont remplacés par les mots " aux admissions à la négociation d'instruments de placement émis par des sociétés ayant leur siège statutaire sur le territoire belge sur un système multilatéral négociation situé en dehors de l'Espace économique européen, accessible au public, qui remplit une fonction analogue à celle d'un marché réglementé ou d'un système multilatéral de négociation ".
Art.123. In artikel 46 van dezelfde wet van 16 juni 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 2° worden de woorden " op bepaalde Belgische markten die toegankelijk zijn voor het publiek, maar geen gereglementeerde markten of compartimenten van dergelijke markten zijn, waarbij die beleggingsinstrumenten, markten of marktcompartimenten door Hem worden bepaald " vervangen door de woorden " op Belgische multilaterale handelsfaciliteiten of compartimenten van dergelijke faciliteiten, waarbij die beleggingsinstrumenten, multilaterale handelsfaciliteiten of compartimenten door Hem worden bepaald ";
  2° in het 3° worden de woorden " op bepaalde buitenlandse markten die toegankelijk zijn voor het publiek, maar geen gereglementeerde markten of compartimenten van dergelijke markten zijn, waarbij die beleggingsinstrumenten, markten of marktcompartimenten door Hem worden bepaald " vervangen door de woorden " op multilaterale handelsfaciliteiten die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd of op handelsfaciliteiten die buiten de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, die toegankelijk zijn voor het publiek en een vergelijkbare functie vervullen als een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, of op compartimenten van dergelijke faciliteiten, waarbij die beleggingsinstrumenten, handelsfaciliteiten of compartimenten door Hem worden bepaald ".
Art.123. A l'article 46 de la même loi du 16 juin 2006 sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 2°, les mots " sur certains marchés belges accessibles au public qui ne sont pas des marchés réglementé ou compartiments de tels marchés, ces instruments de placement, marchés ou compartiments de marché étant déterminés par Lui " sont remplacés par les mots " sur des systèmes multilatéraux de négociation belges ou compartiments de tels systèmes, ces instruments de placement, systèmes multilatéraux de négociation ou compartiments étant déterminés par Lui ";
  2° au 3°, les mots " sur certains marchés étrangers accessibles au public qui ne sont pas des marchés réglementé ou compartiments de tels marchés, ces instruments de placement, marchés ou compartiments de marché étant déterminés par Lui " sont remplacés par les mots " sur des systèmes multilatéraux de négociation situés dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou sur des systèmes de négociation situés en dehors de l'Espace économique européen, accessibles au public, qui remplissent une fonction analogue à celle d'un marché réglementé ou d'un système multilatéral de négociation ou sur des compartiments de tels systèmes, ces instruments de placement, systèmes de négociation ou compartiments étant déterminés par Lui ".
Art.124. In artikel 56, f), van dezelfde wet van 16 juni 2006 worden de woorden " vennootschappen voor plaatsing van orders in financiële instrumenten " vervangen door de woorden " vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ".
Art.124. _ A l'article 56, f), de la même loi du 16 juin 2006, les mots " societes de placement d'ordres en instruments investissement " sont remplacés par les mots " sociétés de gestion de portefeuilles et de conseil en investissement "
HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions transitoires et finales.
Art.125. De markten die op 31 oktober 2007 erkend waren als gereglementeerde markten met toepassing van artikel 3 van de wet van 2 augustus 2002, worden van rechtswege vergund voor de toepassing van artikel 3 van de wet van 2 augustus 2002, als gewijzigd door onderhavig besluit.
Art.125. Les marchés qui, au 31 octobre 2007, etaient reconnus comme marchés réglementés en application de l'article 3 de la loi du 2 août 2002 sont agréés d'office pour l'application de l'article 3 de la loi du 2 août 2002 tel que modifié par le présent arrêté.
Art.126. Artikel 51 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.126. L'article 51 de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art.127. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2007, behoudens artikelen 27 en 126 die in werking treden op de datum van bekendmaking van dit besluit.
  Evenwel, blijft artikel 15, vierde lid van de wet van 2 augustus 2002 van toepassing tot de inwerkingtreding van de op de financiële informatieverstrekking betrekking hebbende bepalingen tot omzetting van de Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG. Het artikel 15, zesde lid, van dezelfde wet blijft van overeenkomstige toepassing.
  Evenwel, blijft artikel 15, vijfde lid, van de wet van 2 augustus 2002 van toepassing tot de inwerkingtreding van de op de transparantie van het aandeelhouderschap betrekking hebbende bepalingen tot omzetting van de Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG. Het artikel 15, zesde lid, van dezelfde wet blijft van overeenkomstige toepassing.
  De Koning bepaalt de inwerkingtreding van artikelen 117, 119 en 120.
Art.127. Le présent arrêté en vigueur le 1er novembre 2007, à l'exception des articles 27 et 126, qui entrent en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
  Toutefois, l'article 15, alinéa 4, de la loi du 2 août 2002 demeure applicable jusqu'à l'entrée en vigueur des dispositions en matière d'information financière visant la transposition de la Directive 2004/109/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 2004 sur l'harmonisation des obligations de transparence concernant l'information sur les émetteurs dont les valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé et modifiant la Directive 2001/34/CE. L'article 15, alinéa 6, de cette même loi demeure applicable par analogie.
  Toutefois, l'article 15, alinéa 5, de la loi du 2 août 2002 demeure applicable jusqu'à l'entrée en vigueur des dispositions en matière de transparence de l'actionnariat visant la transposition de la Directive 2004/109/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 décembre 2004 sur l'harmonisation des obligations de transparence concernant l'information sur les émetteurs dont les valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé et modifiant la Directive 2001/34/CE. L'article 15, alinéa 6, de cette même loi demeure applicable par analogie.
  Le Roi détermine l'entrée en vigueur des articles 117, 119 et 120.
Art. 128. Onze Minister, bevoegd voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 128. Notre Ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.