Artikel 1. [1 Dit besluit regelt het statuut van de private privaks, bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 MEI 2007. - Koninklijk besluit met betrekking tot de private privak. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-06-2007 en tekstbijwerking tot 06-12-2022)
Titre
23 MAI 2007. - Arrêté royal relatif à la pricaf privée. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-06-2007 et mise à jour au 06-12-2022)
Dokumentinformationen
Numac: 2007003282
Datum: 2007-05-23
Info du document
Numac: 2007003282
Date: 2007-05-23
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Inschrijving.
HOOFDSTUK II. - Bedrijfsuitoefening.
HOOFDSTUK III. - Toezicht.
HOOFDSTUK IV. - Financiële instrumenten uitgege...
HOOFDSTUK V. - Beleggingsbeleid.
HOOFDSTUK VI. - Fiscale bepalingen.
HOOFDSTUK VII. - Opheffingsbepalingen.
HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen en inwerk...
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Inscription.
CHAPITRE II. - Exercice de l'activité.
CHAPITRE III. - Contrôle.
CHAPITRE IV. - Instruments financiers émis par ...
CHAPITRE V. - Politique d'investissement.
CHAPITRE VI. - Dispositions fiscales.
CHAPITRE VII. - Dispositions abrogatoires.
CHAPITRE VIII. - Dispositions transitoires et e...
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. [1 Le présent arrêté règle le statut applicable aux pricafs privées visées à l'article 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatif et à leurs gestionnaires.]1
Änderungen
Art.2. [1 In dit besluit wordt verstaan onder:
1° private beleggers: beleggers die, in het kader van een aanbieding die geen openbaar karakter heeft in de zin van de wet van 19 april 2014, voor eigen rekening ingaan of zijn ingegaan op de volgende aanbiedingen van effecten uitgegeven door een private privak:
a) aanbiedingen van effecten die een totale tegenwaarde van ten minste 25.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen;
b) aanbiedingen met een nominale waarde per eenheid van ten minste 25.000 euro;
2° de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 183, eerste lid, 5° van de wet van 19 april 2014:
a) aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waarden, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;
b) winstbewijzen en andere met winstbewijzen gelijk te stellen waarden, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;
c) obligaties en andere schuldinstrumenten, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;
d) rechten van deelneming uitgegeven door andere niet-genoteerde instellingen voor collectieve belegging voor zover zij, overeenkomstig hun beheersreglement of statuten, een beleggingsbeleid voeren dat nauw aansluit bij het statutair doel van de private privak en voor zover deze beleggingsinstellingen de nodige informatie verschaffen waaruit blijkt dat de beleggingen beantwoorden aan dit statutair beleggingsbeleid;
e) alle andere effecten en rechten, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen, waarmee de onder de litterae a) tot d) vermelde financiële instrumenten via inschrijving, aankoop of omruiling kunnen worden verworven;
f) eenvoudige leningen, al dan niet met financiële zekerheidstelling, toegestaan aan niet-genoteerde vennootschappen;
3° "FSMA": de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
4° "wet van 19 april 2014": wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;]1
[2 5° "UBO-register": het register zoals bedoeld in de artikelen 73 tot 75 van de wet van 18 september 2017 betreffende de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en de beperking van het gebruik van contanten en het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register;
6° "FOD Financiën": de Federale Overheidsdienst Financiën, zoals opgericht bij het koninklijk besluit van 17 februari 2002.]2
1° private beleggers: beleggers die, in het kader van een aanbieding die geen openbaar karakter heeft in de zin van de wet van 19 april 2014, voor eigen rekening ingaan of zijn ingegaan op de volgende aanbiedingen van effecten uitgegeven door een private privak:
a) aanbiedingen van effecten die een totale tegenwaarde van ten minste 25.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen;
b) aanbiedingen met een nominale waarde per eenheid van ten minste 25.000 euro;
2° de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 183, eerste lid, 5° van de wet van 19 april 2014:
a) aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waarden, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;
b) winstbewijzen en andere met winstbewijzen gelijk te stellen waarden, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;
c) obligaties en andere schuldinstrumenten, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;
d) rechten van deelneming uitgegeven door andere niet-genoteerde instellingen voor collectieve belegging voor zover zij, overeenkomstig hun beheersreglement of statuten, een beleggingsbeleid voeren dat nauw aansluit bij het statutair doel van de private privak en voor zover deze beleggingsinstellingen de nodige informatie verschaffen waaruit blijkt dat de beleggingen beantwoorden aan dit statutair beleggingsbeleid;
e) alle andere effecten en rechten, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen, waarmee de onder de litterae a) tot d) vermelde financiële instrumenten via inschrijving, aankoop of omruiling kunnen worden verworven;
f) eenvoudige leningen, al dan niet met financiële zekerheidstelling, toegestaan aan niet-genoteerde vennootschappen;
3° "FSMA": de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
4° "wet van 19 april 2014": wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;]1
[2 5° "UBO-register": het register zoals bedoeld in de artikelen 73 tot 75 van de wet van 18 september 2017 betreffende de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en de beperking van het gebruik van contanten en het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register;
6° "FOD Financiën": de Federale Overheidsdienst Financiën, zoals opgericht bij het koninklijk besluit van 17 februari 2002.]2
Art.2. [1 Dans le présent arrêté, on entend par :
1° investisseurs privés : des investisseurs qui, dans le cadre d'une offre qui n'a pas un caractère public au sens de la loi du 19 avril 2014, acceptent ou ont accepté pour leur compte propre les offres suivantes de titres émis par une pricaf privée :
a) les offres de titres qui requièrent une contrepartie d'au moins 25.000 euros par investisseur et par catégorie de titres ;
b) les offres de titres dont la valeur nominale unitaire s'élève à 25.000 euros au moins ;
2° la catégorie de placements autorisés visée à l'article 183, alinéa 1er, 5°, de la loi du 19 avril 2014 :
a) les actions et autres valeurs assimilables à des actions, émises par des sociétés non cotées ;
b) les parts bénéficiaires et autres valeurs assimilables à des parts bénéficiaires, émises par des sociétés non cotées ;
c) des obligations et autres titres de créance émises par des sociétés non cotées ;
d) des parts émises par d'autres organismes de placement collectif non cotés, pour autant que, conformément à leur règlement de gestion ou leurs statuts, ils mènent une politique d'investissement proche de l'objet statutaire de la pricaf privée et pour autant que ces organismes de placement fournissent les informations nécessaires faisant apparaître que les placements répondent à cette politique statutaire de placement ;
e) tous autres titres et droits émis par des sociétés non cotées permettant d'acquérir par voie de souscription, d'achat ou d'échange les instruments financiers visés aux litterae a) à c) ;
f) les simples prêts, avec ou sans sûreté financière, accordés à des sociétés non cotées ;
3° par "FSMA" : l'Autorité des services et marchés financiers visé à l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers ;
4° "la loi du 19 avril 2014" : la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;]1
[2 5° "registre UBO" : le registre tel que visé aux articles 73 à 75 de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, et à l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif aux modalités de fonctionnement du registre UBO ;
6° "SPF Finances" : le Service Public Fédéral Finances, tel que créé par l'arrêté royal du 17 février 2002.]2
1° investisseurs privés : des investisseurs qui, dans le cadre d'une offre qui n'a pas un caractère public au sens de la loi du 19 avril 2014, acceptent ou ont accepté pour leur compte propre les offres suivantes de titres émis par une pricaf privée :
a) les offres de titres qui requièrent une contrepartie d'au moins 25.000 euros par investisseur et par catégorie de titres ;
b) les offres de titres dont la valeur nominale unitaire s'élève à 25.000 euros au moins ;
2° la catégorie de placements autorisés visée à l'article 183, alinéa 1er, 5°, de la loi du 19 avril 2014 :
a) les actions et autres valeurs assimilables à des actions, émises par des sociétés non cotées ;
b) les parts bénéficiaires et autres valeurs assimilables à des parts bénéficiaires, émises par des sociétés non cotées ;
c) des obligations et autres titres de créance émises par des sociétés non cotées ;
d) des parts émises par d'autres organismes de placement collectif non cotés, pour autant que, conformément à leur règlement de gestion ou leurs statuts, ils mènent une politique d'investissement proche de l'objet statutaire de la pricaf privée et pour autant que ces organismes de placement fournissent les informations nécessaires faisant apparaître que les placements répondent à cette politique statutaire de placement ;
e) tous autres titres et droits émis par des sociétés non cotées permettant d'acquérir par voie de souscription, d'achat ou d'échange les instruments financiers visés aux litterae a) à c) ;
f) les simples prêts, avec ou sans sûreté financière, accordés à des sociétés non cotées ;
3° par "FSMA" : l'Autorité des services et marchés financiers visé à l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers ;
4° "la loi du 19 avril 2014" : la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;]1
[2 5° "registre UBO" : le registre tel que visé aux articles 73 à 75 de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, et à l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif aux modalités de fonctionnement du registre UBO ;
6° "SPF Finances" : le Service Public Fédéral Finances, tel que créé par l'arrêté royal du 17 février 2002.]2
Art.2/1. [1 De bevoegdheden toegekend aan de FOD Financiën, bij de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, en bij dit besluit, worden uitgeoefend door de Algemene Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën.]1
Art.2/1. [1 Les compétences attribuées au SPF Finances, par la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, et par le présent arrêté, sont exercées par l'Administration générale de la Trésorerie du SPF Finances.]1
HOOFDSTUK II. - Inschrijving.
CHAPITRE II. - Inscription.
Art.3. [1 § 1. Een vennootschap kan, alvorens beleggingen als bedoeld in artikel 183, eerste lid, 5°, van de wet van 19 april 2014 te hebben gedaan, bij de FOD Financiën haar inschrijving als private privak aanvragen in overeenstemming met de in dit besluit bepaalde modaliteiten.
De vennootschap wordt ingeschreven op de lijst van private privaks indien aan de vereisten van dit besluit is voldaan en na analyse van de statuten van de onderneming, die de volgende bepaling bevatten:
"Deze vennootschap verbindt zich ertoe de bepalingen van de wet van 19 april 2014 die betrekking hebben op het statuut van de private privak als bedoeld in artikel 298 van dezelfde wet, alsmede de bepalingen van ket koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak en alle gebeurlijke wijzigingen daarvan, na te leven."
De FOD Financiën stelt de FSMA in kennis van elke inschrijving.
§ 2. Een vennootschap verkrijgt slechts het aangevraagde statuut als private privak nadat ze de bevestiging van de FOD Financiën heeft ontvangen van haar inschrijving op de daartoe gehouden lijst. Ze zal slechts genieten van dit statuut, zolang ze ingeschreven blijft op deze lijst.
De FOD Financiën stelt elk jaar een lijst op van de private privaks die ingeschreven zijn. Deze lijst en alle wijzigingen die er in de loop van het jaar zijn aangebracht, zijn beschikbaar bij de FOD Financiën, desgevallend door ze beschikbaar te stellen op zijn website.
§ 3. Ten laatste de 30ste kalenderdag volgend op de dag waarop de aanvraag tot inschrijving geldig werd gedaan of waarop het dossier vervolledigd werd, bevestigt de FOD Financiën de inschrijving per elektronische weg aan de aanvrager.]1
De vennootschap wordt ingeschreven op de lijst van private privaks indien aan de vereisten van dit besluit is voldaan en na analyse van de statuten van de onderneming, die de volgende bepaling bevatten:
"Deze vennootschap verbindt zich ertoe de bepalingen van de wet van 19 april 2014 die betrekking hebben op het statuut van de private privak als bedoeld in artikel 298 van dezelfde wet, alsmede de bepalingen van ket koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak en alle gebeurlijke wijzigingen daarvan, na te leven."
De FOD Financiën stelt de FSMA in kennis van elke inschrijving.
§ 2. Een vennootschap verkrijgt slechts het aangevraagde statuut als private privak nadat ze de bevestiging van de FOD Financiën heeft ontvangen van haar inschrijving op de daartoe gehouden lijst. Ze zal slechts genieten van dit statuut, zolang ze ingeschreven blijft op deze lijst.
De FOD Financiën stelt elk jaar een lijst op van de private privaks die ingeschreven zijn. Deze lijst en alle wijzigingen die er in de loop van het jaar zijn aangebracht, zijn beschikbaar bij de FOD Financiën, desgevallend door ze beschikbaar te stellen op zijn website.
§ 3. Ten laatste de 30ste kalenderdag volgend op de dag waarop de aanvraag tot inschrijving geldig werd gedaan of waarop het dossier vervolledigd werd, bevestigt de FOD Financiën de inschrijving per elektronische weg aan de aanvrager.]1
Art.3. [1 § 1er. Une société peut, avant d'avoir effectué des investissements visés à l'article 183, alinéa 1er, 5° de la loi du 19 avril 2014, demander son inscription auprès du SPF Finances conformément aux modalités fixées dans le présent arrêté.
La société est inscrite sur la liste des pricaf privées si les exigences prévues par le présent arrêté sont remplies et après analyse des statuts de la société, lesquels contiennent la disposition suivante :
"Cette société s'engage à respecter les dispositions de la loi du 19 avril 2014 qui concernent le statut de la pricaf privée telle que visée à l'article 298 de la même loi, ainsi que les dispositions de l'arrêté royal du 23 mai 2007 relatif à la pricaf privée et toutes leurs modifications éventuelles."
Le SPF Finances notifie chaque inscription à la FSMA.
§ 2. Une société n'obtient le statut de pricaf privée demandé qu'après avoir reçu la confirmation par le SPF Finances de son inscription sur la liste tenue à cet effet. Elle ne bénéficiera de ce statut qu'aussi longtemps qu'elle reste inscrite sur cette liste.
Le SPF Finances établit chaque année une liste des pricaf privées qui sont inscrites. Cette liste et toutes les modifications qui y sont apportées en cours d'année, sont à disposition auprès du SPF Finances, le cas échéant par mise à disposition sur son site internet.
§ 3. Au plus tard le 30e jour calendrier suivant le jour où la demande d'inscription a été valablement faite ou suivant le jour où le dossier a été complété, le SPF Finances confirme l'inscription par voie électronique adressé au demandeur.]1
La société est inscrite sur la liste des pricaf privées si les exigences prévues par le présent arrêté sont remplies et après analyse des statuts de la société, lesquels contiennent la disposition suivante :
"Cette société s'engage à respecter les dispositions de la loi du 19 avril 2014 qui concernent le statut de la pricaf privée telle que visée à l'article 298 de la même loi, ainsi que les dispositions de l'arrêté royal du 23 mai 2007 relatif à la pricaf privée et toutes leurs modifications éventuelles."
Le SPF Finances notifie chaque inscription à la FSMA.
§ 2. Une société n'obtient le statut de pricaf privée demandé qu'après avoir reçu la confirmation par le SPF Finances de son inscription sur la liste tenue à cet effet. Elle ne bénéficiera de ce statut qu'aussi longtemps qu'elle reste inscrite sur cette liste.
Le SPF Finances établit chaque année une liste des pricaf privées qui sont inscrites. Cette liste et toutes les modifications qui y sont apportées en cours d'année, sont à disposition auprès du SPF Finances, le cas échéant par mise à disposition sur son site internet.
§ 3. Au plus tard le 30e jour calendrier suivant le jour où la demande d'inscription a été valablement faite ou suivant le jour où le dossier a été complété, le SPF Finances confirme l'inscription par voie électronique adressé au demandeur.]1
Art.3/1. [1 De private privak kan, onder de bij de wet bepaalde voorwaarden, verschillende categorieën van rechten van deelneming creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk deel, of compartiment, van haar vermogen. Deze moeten ook bij de FOD Financiën ingeschreven worden. De artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10, § 2, zijn van overeenkomstige toepassing op elk compartiment. De duur van de compartimenten mag niet meer bedragen dan die van de private privak. Wanneer de private privak verschillende compartimenten heeft, moet de boekhouding van elk compartiment afzonderlijk worden gevoerd.]1
Art.3/1. [1 La pricaf privée est habilitée, dans les conditions prévues par la loi, à créer des catégories différentes de parts correspondant chacune à une partie distincte, ou compartiment, de son patrimoine. Ceux-ci doivent également être inscrits auprès du SPF Finances. Les articles 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 et 10, § 2, sont applicables par analogie à chaque compartiment. La durée des compartiments ne peut excéder celle de la pricaf privée. Lorsque la pricaf privée comprend plusieurs compartiments, la comptabilité de chacun d'eux est tenue séparément.]1
HOOFDSTUK II. - Bedrijfsuitoefening.
CHAPITRE II. - Exercice de l'activité.
Art.3/2. [1 § 1. De private privak deelt aan de FOD Financiën, binnen een termijn van 30 kalenderdagen, elke wijziging met betrekking tot de gegevens die tijdens de inschrijving wordt meegedeeld.
De gegevens meegedeeld door de private privak moeten volledig en juist zijn. Indien de door haar verstrekte gegevens onvolledig en/of onjuist zijn, moet de private privak deze aanvullen en/of verbeteren. De aangevulde en/of verbeterde gegevens moeten binnen de in het eerste lid bedoelde termijn aan de FOD Financiën worden meegedeeld.
§ 2. In afwijking van de termijn bepaald in paragraaf 1, deelt de private privak onmiddellijk de sluiting van de vereffening mee.]1
De gegevens meegedeeld door de private privak moeten volledig en juist zijn. Indien de door haar verstrekte gegevens onvolledig en/of onjuist zijn, moet de private privak deze aanvullen en/of verbeteren. De aangevulde en/of verbeterde gegevens moeten binnen de in het eerste lid bedoelde termijn aan de FOD Financiën worden meegedeeld.
§ 2. In afwijking van de termijn bepaald in paragraaf 1, deelt de private privak onmiddellijk de sluiting van de vereffening mee.]1
Art.3/2. [1 § 1er. La pricaf privée communique au SPF Finances, dans un délai de 30 jours calendrier, toute modification relative aux renseignements communiqués lors de l'inscription.
Les renseignements communiqués par la pricaf privée doivent être complets et exacts. Lorsque les renseignements que la pricaf privée communique sont incomplets et/ou inexacts, l'organisme doit les compléter et/ou les corriger. Les renseignements complétés et/ou corrigés doivent être communiqués au SPF Finances dans le délai visé à l'alinéa 1er.
§ 2. Par dérogation au délai prévu au paragraphe 1er, la pricaf privée communique immédiatement la clôture de la liquidation.]1
Les renseignements communiqués par la pricaf privée doivent être complets et exacts. Lorsque les renseignements que la pricaf privée communique sont incomplets et/ou inexacts, l'organisme doit les compléter et/ou les corriger. Les renseignements complétés et/ou corrigés doivent être communiqués au SPF Finances dans le délai visé à l'alinéa 1er.
§ 2. Par dérogation au délai prévu au paragraphe 1er, la pricaf privée communique immédiatement la clôture de la liquidation.]1
Art.3/3. [1 Op grond van de artikelen 305/1 tot 305/6 van de wet van 19 april 2014, zijn de private privaks gehouden gebruik te maken van de elektronische diensten die door de FOD Financiën worden ter beschikking gesteld voor elke aanvraag tot inschrijving op de lijst van de private privaks, elke uitwisseling van informatie of documenten, of alle communicatie tussen de private privaks en de FOD Financiën.
De toepassingsmodaliteiten van de elektronische diensten, en die met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingsmethoden in geval van onbeschikbaarheid van het beveiligd elektronisch platform, worden door de FOD Financiën gepubliceerd op zijn website.]1
De toepassingsmodaliteiten van de elektronische diensten, en die met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingsmethoden in geval van onbeschikbaarheid van het beveiligd elektronisch platform, worden door de FOD Financiën gepubliceerd op zijn website.]1
Art.3/3. [1 En application des articles 305/1 à 305/6 de la loi du 19 avril 2014, les pricaf privées sont tenues d'utiliser les services électroniques mis à disposition par le SPF Finances pour toute demande d'inscription sur la liste des pricaf privées, tout échange d'informations ou de documents, ou toute communication entre les pricaf privées et le SPF Finances.
Les modalités d'application des services électroniques, et celles relatives à l'utilisation des méthodes d'envoi alternatives en cas d'indisponibilité de la plateforme électronique sécurisée, sont publiées par le SPF Finances sur son site internet.]1
Les modalités d'application des services électroniques, et celles relatives à l'utilisation des méthodes d'envoi alternatives en cas d'indisponibilité de la plateforme électronique sécurisée, sont publiées par le SPF Finances sur son site internet.]1
Art.4. Aandeelhouders of vennoten met stemrecht mogen niet met elkaar verbonden zijn in de zin van [2 artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2. Zij attesteren dit [1 op het moment dat zij aandeelhouder of vennoot van de private privak worden]1 middels gedagtekende en ondertekende inschrijving in het register van de effecten op naam. Zij moeten de private privak inlichten en binnen de zes maanden terugtreden als aandeelhouder of vennoot als daar na deze attestatie wijziging in komt. Aandeelhouders of vennoten die dit niet hebben geattesteerd in het register van de effecten op naam of die nog niet zijn teruggetreden, worden niet toegelaten tot een algemene vergadering.
In afwijking van het eerste lid, kunnen aandeelhouders of vennoten die met elkaar verbonden zijn in de zin van [2 artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 ervoor kiezen om, voor de toepassing van dit hoofdstuk, als één aandeelhouder of vennoot te worden beschouwd. Zij lichten de private privak daarover in.
Aandeelhouders of vennoten met stemrecht die door een familiale of aanverwante band tot in de vierde graad met elkaar verbonden zijn, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk samen beschouwd als één aandeelhouder of vennoot.
In afwijking van het eerste lid, kunnen aandeelhouders of vennoten die met elkaar verbonden zijn in de zin van [2 artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 ervoor kiezen om, voor de toepassing van dit hoofdstuk, als één aandeelhouder of vennoot te worden beschouwd. Zij lichten de private privak daarover in.
Aandeelhouders of vennoten met stemrecht die door een familiale of aanverwante band tot in de vierde graad met elkaar verbonden zijn, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk samen beschouwd als één aandeelhouder of vennoot.
Art.4. Des actionnaires ou des associés disposant du droit de vote ne peuvent avoir de lien entre eux au sens de [2 l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations]2. Ils l'attestent [1 au moment où ils deviennent actionnaires ou associés de la pricaf privée]1 moyennant inscription datée et signée au registre des titres nominatifs. Ils doivent informer la pricaf privée et se retirer dans les six mois en tant qu'actionnaire ou associé si des modifications devaient y intervenir après cette attestation. Des actionnaires ou des associés qui ne l'ont pas attesté dans le registre des titres nominatifs ou qui ne se sont pas encore retirés, ne sont pas admis à une assemblée générale.
Par dérogation à l'alinéa 1er, des actionnaires ou associés qui sont liés au sens de [2 l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations]2 peuvent choisir d'être considérés ensemble comme une personne pour l'application de ce chapitre. Ils en informent la pricaf privée.
Des actionnaires ou des associés disposant du droit de vote qui ont un lien familial ou de parenté entre eux, jusqu'au quatrième degré, sont considérés ensemble comme une personne pour l'application de ce chapitre.
Par dérogation à l'alinéa 1er, des actionnaires ou associés qui sont liés au sens de [2 l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations]2 peuvent choisir d'être considérés ensemble comme une personne pour l'application de ce chapitre. Ils en informent la pricaf privée.
Des actionnaires ou des associés disposant du droit de vote qui ont un lien familial ou de parenté entre eux, jusqu'au quatrième degré, sont considérés ensemble comme une personne pour l'application de ce chapitre.
Art.5. De vennootschap telt minstens zes aandeelhouders of vennoten.
Art.5. La société compte au moins six actionnaires ou associés.
Art.6. Benevens de bepalingen van het Wetboek vennootschappen, kunnen algemene vergaderingen slechts beslissen met meerderheden van minstens vier aandeelhouders of vennoten die samen meer dan 50% bezitten van de stemrechten verbonden aan alle stemrechtverlenende effecten.
Art.6. En sus des dispositions du Code des sociétés, des assemblées générales ne peuvent décider que moyennant des majorités d'au moins quatre actionnaires ou associés qui ensemble disposent de plus de 50% des droits de vote liés à tous les titres donnant droit au vote.
Art.7. De artikelen 5 en 6 gelden niet indien de private privak onder haar aandeelhouders of vennoten minstens één van volgende rechtspersonen of entiteiten telt :
1° [1 instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet van 19 april 2014;]1
2° [1 vennootschappen bedoeld in artikel 180, § 2, 1°, van de wet van 19 april 2014;]1
3° Belgische en buitenlandse pensioenfondsen en hun beheervennootschappen, bedoeld in artikel 6 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen;
4° vennootschappen die door het nemen van een deelneming in een private privak uitvoering geven aan bijzondere opdrachten die hen in het kader van de tenuitvoerlegging van de economische politiek van een overheid zijn toevertrouwd op grond van een door deze overheid uitgevaardigde reglementering;
en één of meerdere van deze rechtspersonen of entiteiten minstens 30% van de stemrechten verbonden aan alle stemrechtverlenende effecten bezitten en zij op grond van hun regulering of statuten dergelijke participaties mogen bezitten.
1° [1 instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet van 19 april 2014;]1
2° [1 vennootschappen bedoeld in artikel 180, § 2, 1°, van de wet van 19 april 2014;]1
3° Belgische en buitenlandse pensioenfondsen en hun beheervennootschappen, bedoeld in artikel 6 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen;
4° vennootschappen die door het nemen van een deelneming in een private privak uitvoering geven aan bijzondere opdrachten die hen in het kader van de tenuitvoerlegging van de economische politiek van een overheid zijn toevertrouwd op grond van een door deze overheid uitgevaardigde reglementering;
en één of meerdere van deze rechtspersonen of entiteiten minstens 30% van de stemrechten verbonden aan alle stemrechtverlenende effecten bezitten en zij op grond van hun regulering of statuten dergelijke participaties mogen bezitten.
Art.7. Les articles 5 et 6 ne s'appliquent pas si la pricaf privée compte parmi ses actionnaires ou associés au moins une des personnes morales ou entités suivantes :
1° [1 organismes de placement collectif visés à l'article 3, 1°, de la loi du 19 avril 2014 ;]1
2° [1 sociétés visées à l'article 180, § 2, 1°, de la loi du 19 avril 2014 ;"]1
3° fonds de pension et de retraite belges et étrangers et leurs sociétés de gestion, visés à l'article 6 de la loi du 27 octobre relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
4° sociétés qui, en prenant une participation dans une pricaf privée, donnent par ce biais exécution à des missions particulières qui leur sont confiées dans le cadre de la mise en oeuvre de la politique économique d'un pouvoir public sur la base d'une réglementation décrétée par ce pouvoir public.
et lorsqu'une ou plusieurs de ces personnes morales ou entites détiennent au moins 30% des droits de vote liés à l'ensemble des titres donnant droit au vote et peuvent détenir pareilles participations sur la base de leur règlement ou de leurs statuts.
1° [1 organismes de placement collectif visés à l'article 3, 1°, de la loi du 19 avril 2014 ;]1
2° [1 sociétés visées à l'article 180, § 2, 1°, de la loi du 19 avril 2014 ;"]1
3° fonds de pension et de retraite belges et étrangers et leurs sociétés de gestion, visés à l'article 6 de la loi du 27 octobre relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
4° sociétés qui, en prenant une participation dans une pricaf privée, donnent par ce biais exécution à des missions particulières qui leur sont confiées dans le cadre de la mise en oeuvre de la politique économique d'un pouvoir public sur la base d'une réglementation décrétée par ce pouvoir public.
et lorsqu'une ou plusieurs de ces personnes morales ou entites détiennent au moins 30% des droits de vote liés à l'ensemble des titres donnant droit au vote et peuvent détenir pareilles participations sur la base de leur règlement ou de leurs statuts.
Änderungen
Art.8. Artikel 6 geldt niet indien de private privak onder haar aandeelhouders of vennoten minstens één van volgende rechtspersonen of entiteiten telt :
1° de rechtspersonen of entiteiten bedoeld in artikel 7;
2° [1 Belgische en buitenlandse kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en beursvennootschappen;]1
3° [1 Belgische en buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;]1
en één of meerdere van deze rechtspersonen of entiteiten minstens 20% en maximaal 30% van de stemrechten verbonden aan alle stemrechtverlenende effecten bezitten en zij op grond van hun regulering of statuten dergelijke participaties mogen bezitten.
1° de rechtspersonen of entiteiten bedoeld in artikel 7;
2° [1 Belgische en buitenlandse kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en beursvennootschappen;]1
3° [1 Belgische en buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;]1
en één of meerdere van deze rechtspersonen of entiteiten minstens 20% en maximaal 30% van de stemrechten verbonden aan alle stemrechtverlenende effecten bezitten en zij op grond van hun regulering of statuten dergelijke participaties mogen bezitten.
Art.8. L'article 6 ne s'applique pas si la pricaf privée compte parmi ses actionnaires ou associés au moins une des personnes morales ou entités suivantes :
1° les personnes morales ou entités visées à l'article 7;
2° [1 établissements de crédit visés à l'article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et les sociétés de bourse ;]1
3° [1 entreprises d'investissement belges et étrangères dont l'activité habituelle consiste à fournir à titre professionnel des services d'investissement au sens de l'article 2, 1°, de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ;]1
et lorsqu'une ou plusieurs de ces personnes morales ou entités détiennent minimum 20% et maximum 30 % des droits de vote liés à l'ensemble des titres donnant droit au vote et peuvent détenir pareilles participations sur la base de leur régime ou des leurs statuts.
1° les personnes morales ou entités visées à l'article 7;
2° [1 établissements de crédit visés à l'article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et les sociétés de bourse ;]1
3° [1 entreprises d'investissement belges et étrangères dont l'activité habituelle consiste à fournir à titre professionnel des services d'investissement au sens de l'article 2, 1°, de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ;]1
et lorsqu'une ou plusieurs de ces personnes morales ou entités détiennent minimum 20% et maximum 30 % des droits de vote liés à l'ensemble des titres donnant droit au vote et peuvent détenir pareilles participations sur la base de leur régime ou des leurs statuts.
Änderungen
Art.9. In geval de artikelen 7 of 8 toepassing vinden, mag geen enkele aandeelhouder of vennoot die niet bedoeld wordt in die artikelen, een controle in de zin van [1 artikel 1:14 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1 over de private privak uitoefenen.
Art.9. Au cas où les articles 7 ou 8 s'appliquent, aucun actionnaire ou associé non visé par ces articles, ne peut exercer le contrôle de la pricaf privée au sens de [1 l'article 1:14 du Code des sociétés et des associations]1.
HOOFDSTUK III. - Toezicht.
CHAPITRE III. - Contrôle.
Art.10. [1 § 1. Met toepassing van artikel 300, § 5, van de wet van 19 april 2014, zendt (zenden) de commissaris(sen) een voor eensluidend verklaard afschrift van zijn(hun) verslag(en) aan de FSMA wanneer het melding maakt van een inbreuk op artikel 3, 7°, van de voormelde wet.
§ 2. [2 Met toepassing van artikel 185bis, § 3, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, schrapt de FOD Financiën de vennootschap van de lijst van de private privaks:
1° op verzoek van de private privak zelf;
2° op vraag van de FSMA, bij inbreuk op artikel 3, 7°, van de wet van 19 april 2014.
De FOD Financiën kan de vennootschap tevens schrappen van de lijst van de private privaks:
1° wanneer na een ingebrekestelling verzonden per elektronische weg, de private privak geen fiscale aangifte heeft gedaan of haar bijlagen bij de fiscale aangifte niet heeft vervolledigd met een voor eensluidend verklaard afschrift van het in artikel 300, § 5, van de wet van 19 april 2014 bedoeld verslag, binnen de bepaalde termijn van 30 kalenderdagen vanaf de kennisgeving van de ingebrekestelling;
2° wanneer na de inschrijving inbreuken worden vastgesteld op de bepalingen en verplichtingen betreffende de private privak, zoals opgenomen in de wet van 19 april 2014 of in de artikelen 1 tot 17 van dit besluit, die niet zijn verholpen binnen de bepaalde termijn van 30 kalenderdagen die volgt op de dag waarop de FOD Financiën de betreffende inbreuk ter kennis heeft gebracht.
De FOD Financiën stelt de FMSA in kennis van elke schrapping.]2]1
§ 2. [2 Met toepassing van artikel 185bis, § 3, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, schrapt de FOD Financiën de vennootschap van de lijst van de private privaks:
1° op verzoek van de private privak zelf;
2° op vraag van de FSMA, bij inbreuk op artikel 3, 7°, van de wet van 19 april 2014.
De FOD Financiën kan de vennootschap tevens schrappen van de lijst van de private privaks:
1° wanneer na een ingebrekestelling verzonden per elektronische weg, de private privak geen fiscale aangifte heeft gedaan of haar bijlagen bij de fiscale aangifte niet heeft vervolledigd met een voor eensluidend verklaard afschrift van het in artikel 300, § 5, van de wet van 19 april 2014 bedoeld verslag, binnen de bepaalde termijn van 30 kalenderdagen vanaf de kennisgeving van de ingebrekestelling;
2° wanneer na de inschrijving inbreuken worden vastgesteld op de bepalingen en verplichtingen betreffende de private privak, zoals opgenomen in de wet van 19 april 2014 of in de artikelen 1 tot 17 van dit besluit, die niet zijn verholpen binnen de bepaalde termijn van 30 kalenderdagen die volgt op de dag waarop de FOD Financiën de betreffende inbreuk ter kennis heeft gebracht.
De FOD Financiën stelt de FMSA in kennis van elke schrapping.]2]1
Art.10. [1 § 1er. En application de l'article 300, § 5, de la loi du 19 avril 2014, le(s) commissaire(s) envoie(nt) une copie certifiée conforme de son (leur) rapport(s) à la FSMA lorsque celui-ci mentionne une infraction à l'article 3, 7°, de la loi précitée.
§ 2. [2 En application de l'article 185bis, § 3, alinéa 4, du Code des impôts sur les revenus 1992, le SPF Finances radie la société de la liste des pricaf privées :
1° à la demande de la pricaf privée elle-même ;
2° à la demande de la FSMA, en cas d'infraction à l'article 3, 7°, de la loi du 19 avril 2014.
Le SPF Finances peut également radier la société de la liste des pricaf privées :
1° lorsque, après une mise en demeure adressée par voie électronique, la pricaf privée n'a pas effectué de déclaration fiscale ou n'a pas complété ses annexes à la déclaration fiscale par une copie certifiée conforme du rapport visé à l'article 300, § 5, de la loi du 19 avril 2014, endéans le délai imparti de 30 jours calendrier à dater de la notification de la mise en demeure ;
2° lorsque, postérieurement à l'inscription, des infractions sont constatées aux dispositions et obligations relatives à la pricaf privée, telles que reprises dans la loi du 19 avril 2014 ou dans les articles 1 à 17 du présent arrêté, auxquelles elle n'a pas été remédié endéans le délai imparti de 30 jours calendrier qui suit le jour où le SPF Finances notifie l'infraction concernée.
Le SPF Finances notifie chaque radiation à la FSMA.]2]1
§ 2. [2 En application de l'article 185bis, § 3, alinéa 4, du Code des impôts sur les revenus 1992, le SPF Finances radie la société de la liste des pricaf privées :
1° à la demande de la pricaf privée elle-même ;
2° à la demande de la FSMA, en cas d'infraction à l'article 3, 7°, de la loi du 19 avril 2014.
Le SPF Finances peut également radier la société de la liste des pricaf privées :
1° lorsque, après une mise en demeure adressée par voie électronique, la pricaf privée n'a pas effectué de déclaration fiscale ou n'a pas complété ses annexes à la déclaration fiscale par une copie certifiée conforme du rapport visé à l'article 300, § 5, de la loi du 19 avril 2014, endéans le délai imparti de 30 jours calendrier à dater de la notification de la mise en demeure ;
2° lorsque, postérieurement à l'inscription, des infractions sont constatées aux dispositions et obligations relatives à la pricaf privée, telles que reprises dans la loi du 19 avril 2014 ou dans les articles 1 à 17 du présent arrêté, auxquelles elle n'a pas été remédié endéans le délai imparti de 30 jours calendrier qui suit le jour où le SPF Finances notifie l'infraction concernée.
Le SPF Finances notifie chaque radiation à la FSMA.]2]1
Art.10/1. [1 § 1. In het kader van hun opdracht betreffende de controles van de private privaks bedoeld in artikel 305, § 2 van de wet van 19 april 2014, en overeenkomstig artikelen 3 en 10 van de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten, kunnen de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën de volgende gegevens raadplegen van de natuurlijke personen die in het UBO-register zijn geregistreerd als uiteindelijke begunstigde van de geraadpleegde vennootschap:
1° de naam;
2° de voornaam;
3° het identificatienummer van het Rijksregister of elk ander vergelijkbaar identificatiemiddel dat wordt afgeleverd door de staat waar hij verblijft of waarvan hij onderdaan is;
4° de datum waarop de natuurlijke persoon de uiteindelijke begunstigde is geworden van de instelling voor collectieve belegging;
5° de omvang van het uiteindelijke belang in de informatieplichtige.
§ 2. In de kader van deze raadpleging, de in paragraaf 1 vermelde gegevens mogen niet worden meegedeeld door de Algemene Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën aan iedere andere derde.]1
1° de naam;
2° de voornaam;
3° het identificatienummer van het Rijksregister of elk ander vergelijkbaar identificatiemiddel dat wordt afgeleverd door de staat waar hij verblijft of waarvan hij onderdaan is;
4° de datum waarop de natuurlijke persoon de uiteindelijke begunstigde is geworden van de instelling voor collectieve belegging;
5° de omvang van het uiteindelijke belang in de informatieplichtige.
§ 2. In de kader van deze raadpleging, de in paragraaf 1 vermelde gegevens mogen niet worden meegedeeld door de Algemene Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën aan iedere andere derde.]1
Art.10/1. [1 § 1er. Dans le cadre de leur mission relative aux contrôles des pricaf privées, visée à l'article 305, § 2, de la loi du 19 avril 2014, et conformément aux articles 3 et 10 de la loi du 3 août 2012 portant dispositions relatives aux traitements de données à caractère personnel réalisés par le Service public fédéral Finances dans le cadre de ses missions, les agents de l'Administration générale de la Trésorerie du SPF Finances peuvent consulter les données suivantes des personnes physiques enregistrées dans le registre UBO en tant que bénéficiaire effectif de la société consultée :
1° le nom ;
2° le prénom ;
3° le numéro d'identification au registre national ou tout autre identifiant similaire donné par l'Etat de résidence ou dont il est ressortissant ;
4° la date à laquelle la personne physique est devenue bénéficiaire effectif de l'organisme de placement collectif ;
5° l'étendue de l'intérêt effectif détenu dans le redevable d'informations.
§ 2. Dans le cadre de cette consultation, les données mentionnées au paragraphe 1er ne peuvent pas être communiquées par l'Administration générale de la Trésorerie du SPF Finances, à tout autre tiers.]1
1° le nom ;
2° le prénom ;
3° le numéro d'identification au registre national ou tout autre identifiant similaire donné par l'Etat de résidence ou dont il est ressortissant ;
4° la date à laquelle la personne physique est devenue bénéficiaire effectif de l'organisme de placement collectif ;
5° l'étendue de l'intérêt effectif détenu dans le redevable d'informations.
§ 2. Dans le cadre de cette consultation, les données mentionnées au paragraphe 1er ne peuvent pas être communiquées par l'Administration générale de la Trésorerie du SPF Finances, à tout autre tiers.]1
Art.10/2. [1 In het kader van haar opdracht betreffende de controles van de private privaks bedoeld in artikel 305, § 2 van de wet van 19 april 2014, kan de Algemene Administratie van de Thesaurie de lijst van de private privaks overmaken aan de Algemene Administratie van de Fiscaliteit teneinde te verifiëren of de instelling haar verplichting tot indiening van haar belastingaangifte bij de FOD Financiën naleeft.]1
Art.10/2. [1 Dans le cadre de sa mission relative aux contrôles des pricaf privées visée à l'article 305, § 2, de la loi du 19 avril 2014, l'Administration générale de la Trésorerie peut transmettre la liste des pricaf privées à l'Administration générale de la Fiscalité afin de vérifier que l'organisme respecte son obligation de communiquer sa déclaration fiscale au SPF Finances.]1
Art.10/3. [1 Elke private privak stelt een financieel jaarverslag op, dat moet worden meegedeeld aan de FOD Financiën, op diens verzoek.
Het financieel jaarverslag dat moet worden opgesteld door de private privak, bevat een balans, een uitgesplitste rekening met de inkomsten en uitgaven van het boekjaar, een verslag over de werkzaamheden tijdens het voorbije boekjaar evenals elke betekenisvolle informatie waardoor de houders van rechten van deelneming, kennis kunnen nemen van de evolutie van de werkzaamheden en de resultaten van de institutionele instelling voor collectieve belegging. Telkenmale het verslag ter beschikking wordt gesteld van de deelnemers, wordt hen tevens en onder dezelfde vorm het verslag van de commissaris bij dat verslag ter beschikking gesteld.]1
Het financieel jaarverslag dat moet worden opgesteld door de private privak, bevat een balans, een uitgesplitste rekening met de inkomsten en uitgaven van het boekjaar, een verslag over de werkzaamheden tijdens het voorbije boekjaar evenals elke betekenisvolle informatie waardoor de houders van rechten van deelneming, kennis kunnen nemen van de evolutie van de werkzaamheden en de resultaten van de institutionele instelling voor collectieve belegging. Telkenmale het verslag ter beschikking wordt gesteld van de deelnemers, wordt hen tevens en onder dezelfde vorm het verslag van de commissaris bij dat verslag ter beschikking gesteld.]1
Art.10/3. [1 Chaque pricaf privée rédige un rapport financier annuel, qui doit être communiqué au SPF Finances, à sa demande.
Le rapport financier annuel qui doit être établi par la pricaf privée contient un bilan, un compte réparti des revenus et dépenses de l'exercice social, un rapport sur les activités lors de l'année écoulée ainsi que toute information significative par laquelle les détenteurs de parts peuvent prendre connaissance de l'évolution des activités et des résultats de la pricaf privée. Chaque fois que le rapport est mis à disposition des participants, le rapport du commissaire sur ce rapport est également mis à leur disposition sous la même forme.]1
Le rapport financier annuel qui doit être établi par la pricaf privée contient un bilan, un compte réparti des revenus et dépenses de l'exercice social, un rapport sur les activités lors de l'année écoulée ainsi que toute information significative par laquelle les détenteurs de parts peuvent prendre connaissance de l'évolution des activités et des résultats de la pricaf privée. Chaque fois que le rapport est mis à disposition des participants, le rapport du commissaire sur ce rapport est également mis à leur disposition sous la même forme.]1
HOOFDSTUK IV. - Financiële instrumenten uitgegeven door de private privak en hun overdracht of verwerving.
CHAPITRE IV. - Instruments financiers émis par la pricaf privée et leur cession ou acquisition.
Art.11. De financiële instrumenten uitgegeven door de private privak zijn voor de duur van de private privak op naam.
Art.11. Les instruments financiers émis par la pricaf privée sont nominatifs pendant la durée de la pricaf privée.
Art.12. § 1. Bestaande effecten van een private privak kunnen worden verworven door :
a) een private belegger;
b) [2 een persoon die, in het kader van een private overeenkomst die niet resulteert uit een aanbieding die een openbaar karakter heeft in de zin van de wet van 19 april 2014, voor de verwerving van één of meerdere effecten van eenzelfde categorie van de private privak een tegenprestatie van ten minste 25.000 euro heeft betaald;]2
c) [2 een persoon die, via een verrichting op een georganiseerde markt die niet resulteert uit een aanbieding die een openbaar karakter heeft in de zin van de wet van 19 april 2014, voor de aankoop van één of meerdere effecten van eenzelfde categorie van de private privak een prijs van ten minste 25.000 euro heeft betaald;]2
d) erfgenamen van een effectenhouder.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, a) en b), maken de overdrager en de overnemer een ondertekende en gedagtekende verklaring over aan de private privak waarin zij de verrichting op afdoende wijze beschrijven en bevestigen dat het om een toepassing gaat van het eerste lid, a) of b). Zij maken stukken ter staving over aan de private privak.
In de gevallen bedoel in het eerste lid, c) en d), maakt de overnemer een ondertekende en gedagtekende verklaring over aan de private privak waarin hij bevestigt dat het om een toepassing gaat van het eerste lid, c) of d)
§ 2. De private privak gaat slechts over tot inschrijving in het register van de effecten op naam wanneer deze effecten :
a) door de private privak zelf werden aangeboden aan private beleggers;
b) werden verworven in overeenstemming met de bepalingen van de eerste paragraaf.
Wanneer de private privak er kennis van heeft of krijgt dat een verwerving van de effecten, ondanks de verklaring(en) zoals bedoeld in § 1, tweede of derde lid, onregelmatig is, weigert zij de inschrijving van desbetreffende effecten in het register of schorst zij de betaling van dividenden of interesten verbonden aan de desbetreffende effecten.
§ 3. Partijen bij een overeenkomst tot overdracht moeten deze overeenkomst afsluiten onder voorwaarden die de integrale inschrijving van de overgedragen effecten in het effectenregister in overeenstemming met § 2 mogelijk maken.
§ 4. De in §§ 1 tot 3 van dit artikel vastgestelde regeling wordt opgenomen in de uitgiftevoorwaarden van de effecten van de private privak, in de statuten, in voorkomend geval in het prospectus voor de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde en voor het publiek toegankelijke markt, alsook in elk stuk met betrekking tot een uitgifte of verrichting met betrekking tot de effecten van een private privak of waarin een dergelijke verrichting wordt aangekondigd of aanbevolen, dan wel met betrekking tot de toelating van dergelijke effecten tot de verhandeling op een georganiseerde en voor het publiek toegankelijke markt.
a) een private belegger;
b) [2 een persoon die, in het kader van een private overeenkomst die niet resulteert uit een aanbieding die een openbaar karakter heeft in de zin van de wet van 19 april 2014, voor de verwerving van één of meerdere effecten van eenzelfde categorie van de private privak een tegenprestatie van ten minste 25.000 euro heeft betaald;]2
c) [2 een persoon die, via een verrichting op een georganiseerde markt die niet resulteert uit een aanbieding die een openbaar karakter heeft in de zin van de wet van 19 april 2014, voor de aankoop van één of meerdere effecten van eenzelfde categorie van de private privak een prijs van ten minste 25.000 euro heeft betaald;]2
d) erfgenamen van een effectenhouder.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, a) en b), maken de overdrager en de overnemer een ondertekende en gedagtekende verklaring over aan de private privak waarin zij de verrichting op afdoende wijze beschrijven en bevestigen dat het om een toepassing gaat van het eerste lid, a) of b). Zij maken stukken ter staving over aan de private privak.
In de gevallen bedoel in het eerste lid, c) en d), maakt de overnemer een ondertekende en gedagtekende verklaring over aan de private privak waarin hij bevestigt dat het om een toepassing gaat van het eerste lid, c) of d)
§ 2. De private privak gaat slechts over tot inschrijving in het register van de effecten op naam wanneer deze effecten :
a) door de private privak zelf werden aangeboden aan private beleggers;
b) werden verworven in overeenstemming met de bepalingen van de eerste paragraaf.
Wanneer de private privak er kennis van heeft of krijgt dat een verwerving van de effecten, ondanks de verklaring(en) zoals bedoeld in § 1, tweede of derde lid, onregelmatig is, weigert zij de inschrijving van desbetreffende effecten in het register of schorst zij de betaling van dividenden of interesten verbonden aan de desbetreffende effecten.
§ 3. Partijen bij een overeenkomst tot overdracht moeten deze overeenkomst afsluiten onder voorwaarden die de integrale inschrijving van de overgedragen effecten in het effectenregister in overeenstemming met § 2 mogelijk maken.
§ 4. De in §§ 1 tot 3 van dit artikel vastgestelde regeling wordt opgenomen in de uitgiftevoorwaarden van de effecten van de private privak, in de statuten, in voorkomend geval in het prospectus voor de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde en voor het publiek toegankelijke markt, alsook in elk stuk met betrekking tot een uitgifte of verrichting met betrekking tot de effecten van een private privak of waarin een dergelijke verrichting wordt aangekondigd of aanbevolen, dan wel met betrekking tot de toelating van dergelijke effecten tot de verhandeling op een georganiseerde en voor het publiek toegankelijke markt.
Art.12. § 1er. Les titres existants d'une pricaf privée peuvent être acquis par :
a) un investisseur privé;
b) [2 une personne, qui dans le cadre d'un contrat privé, qui ne résulte pas d'une offre ayant un caractère public au sens de la loi du 19 avril 2014, a versé une contrepartie de 25.000 euros au moins, pour l'acquisition d'un ou de plusieurs titres d'une même catégorie de la pricaf privée ;]2
c) [2 une personne, qui par le biais d'une opération sur un marché organisé, qui ne résulte pas d'une offre ayant un caractère public au sens de la loi du 19 avril 2014, qui a payé un prix de 25.000 euros au moins, pour l'acquisition d'un ou de plusieurs titres d'une même catégorie de la pricaf privée ;]2
d) les héritiers du détenteur des titres.
Dans les cas visés au premier alinéa, a) et b), le cédant et le cessionnaire remettent une déclaration datee et signée à la pricaf privée, donnant une description suffisante de l'opération et confirmant qu'il s'agit d'une application du premier alinea, a) ou b). Ils remettent à la pricaf privée les documents à l'appui de cette déclaration.
Dans les cas visés au premier alinea, c) et d), le cessionnaire délivre à la pricaf privée une déclaration datée et signée, confirmant qu'il s'agit d'une application du premier alinéa, c) ou d).
§ 2. La pricaf privée ne procède à des nouvelles inscriptions au registre des titres nominatifs que lorsque ces titres :
a) ont été proposés par la pricaf privee elle-même à des investisseurs privés;
b) ont été acquis conformément aux dispositions du premier paragraphe.
Lorsque la pricaf privée a connaissance ou apprend qu'une acquisition de titres est irrégulière, en dépit de(des) la déclaration(s) visée(s) au § 1er, deuxième ou troisième alinéa, elle refuse l'inscription de ces titres au registre ou elle suspend le paiement des dividendes ou intérêts afférents aux titres concernés.
§ 3. Des parties à une convention de cession doivent conclure cette convention aux conditions qui en permettent l'inscription intégrale des titres cédés au registre des titres conformément aux dispositions du § 2.
§ 4. Le dispositif prévu au §§ 1er à 3 du présent article est mentionné dans les conditions d'émission des titres de la pricaf privée, dans les statuts, le cas échéant dans le prospectus d'admission aux négociations sur un marché organisé accessible au public ainsi que dans tout document qui se rapporte à, annonce ou recommande une opération portant sur des titres d'une pricaf privée ou l'admission de tels titres aux négociations sur un marché organisé ouvert au public.
a) un investisseur privé;
b) [2 une personne, qui dans le cadre d'un contrat privé, qui ne résulte pas d'une offre ayant un caractère public au sens de la loi du 19 avril 2014, a versé une contrepartie de 25.000 euros au moins, pour l'acquisition d'un ou de plusieurs titres d'une même catégorie de la pricaf privée ;]2
c) [2 une personne, qui par le biais d'une opération sur un marché organisé, qui ne résulte pas d'une offre ayant un caractère public au sens de la loi du 19 avril 2014, qui a payé un prix de 25.000 euros au moins, pour l'acquisition d'un ou de plusieurs titres d'une même catégorie de la pricaf privée ;]2
d) les héritiers du détenteur des titres.
Dans les cas visés au premier alinéa, a) et b), le cédant et le cessionnaire remettent une déclaration datee et signée à la pricaf privée, donnant une description suffisante de l'opération et confirmant qu'il s'agit d'une application du premier alinea, a) ou b). Ils remettent à la pricaf privée les documents à l'appui de cette déclaration.
Dans les cas visés au premier alinea, c) et d), le cessionnaire délivre à la pricaf privée une déclaration datée et signée, confirmant qu'il s'agit d'une application du premier alinéa, c) ou d).
§ 2. La pricaf privée ne procède à des nouvelles inscriptions au registre des titres nominatifs que lorsque ces titres :
a) ont été proposés par la pricaf privee elle-même à des investisseurs privés;
b) ont été acquis conformément aux dispositions du premier paragraphe.
Lorsque la pricaf privée a connaissance ou apprend qu'une acquisition de titres est irrégulière, en dépit de(des) la déclaration(s) visée(s) au § 1er, deuxième ou troisième alinéa, elle refuse l'inscription de ces titres au registre ou elle suspend le paiement des dividendes ou intérêts afférents aux titres concernés.
§ 3. Des parties à une convention de cession doivent conclure cette convention aux conditions qui en permettent l'inscription intégrale des titres cédés au registre des titres conformément aux dispositions du § 2.
§ 4. Le dispositif prévu au §§ 1er à 3 du présent article est mentionné dans les conditions d'émission des titres de la pricaf privée, dans les statuts, le cas échéant dans le prospectus d'admission aux négociations sur un marché organisé accessible au public ainsi que dans tout document qui se rapporte à, annonce ou recommande une opération portant sur des titres d'une pricaf privée ou l'admission de tels titres aux négociations sur un marché organisé ouvert au public.
HOOFDSTUK V. - Beleggingsbeleid.
CHAPITRE V. - Politique d'investissement.
Art.13. Met betrekking tot de vennootschappen waarin zij belegt, kan de private privak aandeelhoudersovereenkomsten sluiten die [1 onder meer]1 de uitoefening van het stemrecht regelen of die haar toelaten een invloed uit te oefenen op het bestuur of op de aanstelling van de leiders. Zij kan tevens toetreden tot overeenkomsten die de vrije overdraagbaarheid van effecten beperken.
Deze overeenkomsten moeten conform [2 de artikelen 7:56 en 7:78 tot 7:81 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 zijn en zij moeten door een eerstvolgende algemene vergadering worden bekrachtigd voor zover zij aanleiding geven tot een belangenconflict met de effectenhouders van de private privak.
Deze overeenkomsten moeten conform [2 de artikelen 7:56 en 7:78 tot 7:81 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 zijn en zij moeten door een eerstvolgende algemene vergadering worden bekrachtigd voor zover zij aanleiding geven tot een belangenconflict met de effectenhouders van de private privak.
Art.13. En ce qui concerne les sociétés dans lesquelles elle investit, la pricaf privée peut conclure des conventions d'actionnaires qui règlent [1 entre autres]1 l'exercice des droits de vote ou qui lui permettent d'exercer une influence sur la gestion ou sur la désignation des dirigeants. Elle peut également souscrire des restrictions conventionnelles à la négociabilité de titres.
Ces conventions doivent être conformes [2 aux articles 7:56 et 7:78 à 7:81 du Code des sociétés et des associations]2 et être ratifiees par une assemblée générale suivante dans la mesure où elle donnent lieu à un conflit d'intérêts avec les porteurs de titres de la pricaf privée.
Ces conventions doivent être conformes [2 aux articles 7:56 et 7:78 à 7:81 du Code des sociétés et des associations]2 et être ratifiees par une assemblée générale suivante dans la mesure où elle donnent lieu à un conflit d'intérêts avec les porteurs de titres de la pricaf privée.
Art.15. De private privak mag met betrekking tot haar activa geen overeenkomsten houdende eigendomsoverdracht sluiten met andere instellingen voor collectieve belegging indien eenzelfde persoon het beheer in de zin van [1 artikel 3, 41°, a), van de wet van 19 april 2014]1 waarneemt.
Art.15. La pricaf privée ne peut, en ce qui concerne ses actifs, conclure de conventions portant transfert de propriété avec d'autres organismes de placement collectif si une même personne assure la gestion au sens de l'[1 article 3, 41°, a), de la loi du 19 avril 2014]1.
Art.16. [1 Met toepassing van [2 artikel 304, § 3, tweede lid van de wet van 19 april 2014]2, dient onder "bijkomend of tijdelijk" verstaan te worden, het aanhouden, te rekenen vanaf het derde jaar volgend op het jaar van oprichting van de private privak, van de in het eerste lid van die paragraaf bedoelde termijnbeleggingen, liquide middelen, effecten of afgeleide financiële instrumenten, voor een globaal bedrag van maximaal 30 % van het balanstotaal, zoals blijkt uit de toepassing van de gemeenrechtelijke boekhoudregels, of voor een maximale duur van 2 jaar.
Het eerste lid is niet van toepassing tijdens de vereffeningsperiode. Bijgevolg kan een private privak tijdens de vereffeningsperiode de beleggingen vermeld [2 artikel 304, § 3, van de wet van 19 april 2014]2 onbeperkt aanhouden.]1
Het eerste lid is niet van toepassing tijdens de vereffeningsperiode. Bijgevolg kan een private privak tijdens de vereffeningsperiode de beleggingen vermeld [2 artikel 304, § 3, van de wet van 19 april 2014]2 onbeperkt aanhouden.]1
Art.16. [1 En application de [2 l'article 304, § 3, alinéa 2, de la loi du 19 avril 2014]2, il y a lieu d'entendre par "accessoirement ou temporairement" la détention, à compter de la troisième année suivant celle de la constitution de la pricaf privée, des placements à terme, liquidités, titres et instruments financiers dérivés visés à l'alinéa 1er de ce paragraphe à concurrence d'un montant global de 30 % maximum du total du bilan, tel qu'il apparaît en application des règles comptables de droit commun, ou pour une durée maximale de 2 ans.
Le premier alinéa ne s'applique pas durant la période de liquidation. Par conséquent, une pricaf privée peut détenir sans limitation les placements mentionnés à [2 l'article 304, § 3, de la loi du 19 avril 2014]2, durant la période de liquidation.]1
Le premier alinéa ne s'applique pas durant la période de liquidation. Par conséquent, une pricaf privée peut détenir sans limitation les placements mentionnés à [2 l'article 304, § 3, de la loi du 19 avril 2014]2, durant la période de liquidation.]1
HOOFDSTUK VI. - Fiscale bepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions fiscales.
Art.17. Artikel 106, § 9, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt vervangen als volgt :
" § 9 In de hierna aangegeven mate wordt afgezien van de inning van de roerende voorheffing op dividenden die worden uitgekeerd door een Belgische beleggingsvennootschap met vast kapitaal als bedoeld in artikel 2, 5°, van het koninklijk besluit van 18 april 1997 met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven of door een private privak als bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles :
a) de roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van het uitgekeerde inkomen dat afkomstig is van meerwaarden op aandelen verwezenlijkt door de beleggingsvennootschap;
b) wanneer de verkrijger een buitenlandse vennootschap is, is de roerende voorheffing daarnaast evenmin verschuldigd op het gedeelte van het uitgekeerde inkomen dat afkomstig is van dividenden uit aandelen die door buitenlandse vennootschappen zijn uitgegeven. "
" § 9 In de hierna aangegeven mate wordt afgezien van de inning van de roerende voorheffing op dividenden die worden uitgekeerd door een Belgische beleggingsvennootschap met vast kapitaal als bedoeld in artikel 2, 5°, van het koninklijk besluit van 18 april 1997 met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven of door een private privak als bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles :
a) de roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van het uitgekeerde inkomen dat afkomstig is van meerwaarden op aandelen verwezenlijkt door de beleggingsvennootschap;
b) wanneer de verkrijger een buitenlandse vennootschap is, is de roerende voorheffing daarnaast evenmin verschuldigd op het gedeelte van het uitgekeerde inkomen dat afkomstig is van dividenden uit aandelen die door buitenlandse vennootschappen zijn uitgegeven. "
Art.17. L'article 106, § 9, de l'arrêté royal d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992 est remplacé comme suit :
" § 9 Il est renonce dans la mesure définie ci-après a la perception du précompte mobilier sur les dividendes distribués par une société d'investissement belge à capital fixe visée à l'article 2, 5°, de l'arrêté royal du 18 avril 1997 relatif aux organismes de placement investissant dans des sociétés non cotées et dans des sociétés en croissance ou par une pricaf privée visée à l'article 119, alinéa 1er, de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement :
a) le précompte mobilier n'est pas dû sur la partie du revenu distribué qui provient de plus-values sur actions ou parts réalisées par la société d'investissement;
b) lorsque le bénéficiaire est une société étrangere, le précompte mobilier n'est pas dû en outre sur la partie du revenu distribué qui provient de dividendes d'actions ou parts émises par des sociétés étrangères. "
" § 9 Il est renonce dans la mesure définie ci-après a la perception du précompte mobilier sur les dividendes distribués par une société d'investissement belge à capital fixe visée à l'article 2, 5°, de l'arrêté royal du 18 avril 1997 relatif aux organismes de placement investissant dans des sociétés non cotées et dans des sociétés en croissance ou par une pricaf privée visée à l'article 119, alinéa 1er, de la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement :
a) le précompte mobilier n'est pas dû sur la partie du revenu distribué qui provient de plus-values sur actions ou parts réalisées par la société d'investissement;
b) lorsque le bénéficiaire est une société étrangere, le précompte mobilier n'est pas dû en outre sur la partie du revenu distribué qui provient de dividendes d'actions ou parts émises par des sociétés étrangères. "
HOOFDSTUK VII. - Opheffingsbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions abrogatoires.
Art.18. Het koninklijk besluit van 15 mei 2003 met betrekking tot de private privak en tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 april 1997 met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven wordt opgeheven op datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
Art.18. L'arrêté royal du 15 mai 2003 relatif à la pricaf privée et modifiant l'arrêté royal du 18 avril 1997 relatif aux organismes de placement investissant dans des sociétés non cotées et dans des sociétés en croissance est abrogé à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen en inwerkingtreding.
CHAPITRE VIII. - Dispositions transitoires et entree en vigueur.
Art.19. Een private privak die werd ingeschreven met toepassing van artikel 5 van 15 mei 2003 met betrekking tot de private privak en tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 april 1997 met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven behoudt zonder verdere formaliteit zijn inschrijving.
Art.19. Une pricaf privée qui a été inscrite en application de l'article 5 de l'arrêté royal du 15 mai 2003 relatif à la pricaf privée et modifiant l'arrêté royal du 18 avril 1997 relatif aux organismes de placement investissant dans des sociétés non cotées et dans des sociétés en croissance, conserve son inscription sans formalité complémentaire.
Art. 20. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Notre Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.