Artikel 1. Artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, wordt vervangen als volgt :
" Zonder afbreuk te doen aan artikelen 5 en 6 betalen de op 1 januari in België gevestigde verzekeringsondernemingen, de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en de kapitalisatievennootschappen jaarlijks gezamenlijk een bijdrage van 25,75 % van het in artikel 1, § 1, eerste lid, bedoelde bedrag. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 MEI 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA.
Titre
23 MAI 2007. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 22 mai 2005 relatif à la couverture des frais de fonctionnement de la CBFA, pris en exécution de l'article 56 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, et en exécution de diverses dispositions légales relatives aux missions de la CBFA.
Dokumentinformationen
Numac: 2007003286
Datum: 2007-05-23
Info du document
Numac: 2007003286
Date: 2007-05-23
Tekst (27)
Texte (27)
Article 1. L'article 2, § 1er, de l'arrêté royal du 22 mai 2005 relatif à la couverture des frais de fonctionnement de la CBFA pris en exécution de l'article 56 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, et en exécution de diverses dispositions légales relatives aux missions de la CBFA, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, est remplacé par la disposition suivante :
" Sans préjudice des articles 5 et 6, les entreprises d'assurances, les institutions de retraite professionnelle et les sociétés de capitalisation établies en Belgique au 1er janvier acquittent annuellement, ensemble, une contribution égale à 25,75 % du montant prévu à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er. "
" Sans préjudice des articles 5 et 6, les entreprises d'assurances, les institutions de retraite professionnelle et les sociétés de capitalisation établies en Belgique au 1er janvier acquittent annuellement, ensemble, une contribution égale à 25,75 % du montant prévu à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er. "
Art.2. Artikel 2, § 2, tweede lid, 2°, van het hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" 2° voor de instellingen voor bedrijfspensioensvoorziening : de som van de aan het boekjaar aan te rekenen gestorte of nog te storten bijdragen van de aangeslotenen en/of de bijdragende ondernemingen, die overeenkomstig de toepasselijke regelgeving werden geboekt, vernietigingen afgetrokken, met uitzondering van de bijzondere stortingen in de zin van diezelfde regelgeving. "
" 2° voor de instellingen voor bedrijfspensioensvoorziening : de som van de aan het boekjaar aan te rekenen gestorte of nog te storten bijdragen van de aangeslotenen en/of de bijdragende ondernemingen, die overeenkomstig de toepasselijke regelgeving werden geboekt, vernietigingen afgetrokken, met uitzondering van de bijzondere stortingen in de zin van diezelfde regelgeving. "
Art.2. L'article 2, § 2, alinéa 2, 2°, du même arrêté est remplacé par le texte suivant :
" 2° pour les institutions de retraite professionnelle : la somme des cotisations des affiliés et/ou des entreprises d'affiliation, imputables à l'exercice, versées ou restant à verser, qui ont été comptabilisées conformément à la réglementation applicable, après déduction des annulations, à l'exception des versements spéciaux au sens de la même réglementation. ".
" 2° pour les institutions de retraite professionnelle : la somme des cotisations des affiliés et/ou des entreprises d'affiliation, imputables à l'exercice, versées ou restant à verser, qui ont été comptabilisées conformément à la réglementation applicable, après déduction des annulations, à l'exception des versements spéciaux au sens de la même réglementation. ".
Art.3. In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, worden de woorden " op 1 januari in België gevestigde " vervangen door de woorden " op 1 januari in België ingeschreven of geregistreerde ".
Art.3. A l'article 3, § 1er, du même arrêté, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, les mots " établies en Belgique au 1er janvier " sont remplacés par les mots " inscrites ou enregistrées en Belgique au 1er janvier ".
Art.4. In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt het woord " pensioenfondsen " vervangen door de woorden " instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ".
Art.4. A l'article 5 du même arrêté, les mots " fonds de pensions " sont remplacés par les mots " institutions de retraite professionnelle ".
Art.5. Artikel 6, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" 1° de in artikel 2 bedoelde verzekeringsondernemingen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en kapitalisatievennootschappen : 608 446 EUR; ".
" 1° de in artikel 2 bedoelde verzekeringsondernemingen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en kapitalisatievennootschappen : 608 446 EUR; ".
Art.5. L'article 6, alinéa 1er, 1°, du même arrêté est remplacé par le texte suivant :
" 1° pour les entreprises d'assurances, les institutions de retraite professionnelle et les sociétés de capitalisation visées à l'article 2 : 608.446 EUR; ".
" 1° pour les entreprises d'assurances, les institutions de retraite professionnelle et les sociétés de capitalisation visées à l'article 2 : 608.446 EUR; ".
Art.6. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, worden de woorden " gezamenlijk een bijdrage van 0,32 % van het in artikel 1, § 1, eerste lid, bedoelde bedrag " vervangen door de woorden " een bijdrage die wordt bepaald overeenkomstig het tweede lid ";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" De in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt bepaald als volgt :
1° voor de wisselkantoren die, op exclusieve wijze, verrichtingen van wissel van deviezen doen : 0,010 % van de omzet van het betrokken wisselkantoor van het voorafgaande jaar, met een minimum van 1 500 EUR en een maximum van 45 000 EUR;
2° voor de wisselkantoren die, al dan niet op exclusieve wijze, diensten van geldoverdracht uitvoeren : 0,015 % van de omzet van het betrokken wisselkantoor van het voorafgaande jaar zoals die blijkt uit de kwantitatieve gegevens die periodiek dienen overgemaakt aan de CBFA, met een minimum van 2 000 EUR en een maximum van 45 000 EUR. ";
1° in het eerste lid, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, worden de woorden " gezamenlijk een bijdrage van 0,32 % van het in artikel 1, § 1, eerste lid, bedoelde bedrag " vervangen door de woorden " een bijdrage die wordt bepaald overeenkomstig het tweede lid ";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" De in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt bepaald als volgt :
1° voor de wisselkantoren die, op exclusieve wijze, verrichtingen van wissel van deviezen doen : 0,010 % van de omzet van het betrokken wisselkantoor van het voorafgaande jaar, met een minimum van 1 500 EUR en een maximum van 45 000 EUR;
2° voor de wisselkantoren die, al dan niet op exclusieve wijze, diensten van geldoverdracht uitvoeren : 0,015 % van de omzet van het betrokken wisselkantoor van het voorafgaande jaar zoals die blijkt uit de kwantitatieve gegevens die periodiek dienen overgemaakt aan de CBFA, met een minimum van 2 000 EUR en een maximum van 45 000 EUR. ";
Art.6. A l'article 12 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, les mots ", ensemble, une contribution égale à 0,32 % du montant prévu à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " une contribution déterminée conformément à l'alinéa 2 ";
2° l'alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant :
" La contribution prévue à l'alinéa 1er est déterminée comme suit :
1° pour les bureaux de change qui effectuent exclusivement des opérations de change au comptant de devises : 0,010 % du chiffre d'affaires réalisé l'année précédente par le bureau de change concerné, avec un minimum de 1.500 EUR et un maximum de 45.000 EUR;
2° pour les bureaux de change qui fournissent, exclusivement ou non, des services de transferts de fonds : 0,015 % du chiffre d'affaires réalisé l'année précédente par le bureau de change concerné, tel qu'il s'établit sur la base des informations quantitatives à transmettre périodiquement à la CBFA, avec un minimum de 2.000 EUR et un maximum de 45.000 EUR. ";
1° à l'alinéa 1er, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, les mots ", ensemble, une contribution égale à 0,32 % du montant prévu à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " une contribution déterminée conformément à l'alinéa 2 ";
2° l'alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant :
" La contribution prévue à l'alinéa 1er est déterminée comme suit :
1° pour les bureaux de change qui effectuent exclusivement des opérations de change au comptant de devises : 0,010 % du chiffre d'affaires réalisé l'année précédente par le bureau de change concerné, avec un minimum de 1.500 EUR et un maximum de 45.000 EUR;
2° pour les bureaux de change qui fournissent, exclusivement ou non, des services de transferts de fonds : 0,015 % du chiffre d'affaires réalisé l'année précédente par le bureau de change concerné, tel qu'il s'établit sur la base des informations quantitatives à transmettre périodiquement à la CBFA, avec un minimum de 2.000 EUR et un maximum de 45.000 EUR. ";
Art.7. In artikel 13, § 2, laatste lid van hetzelfde besluit worden de woorden " 31 maart " vervangen door de woorden " 30 april ".
Art.7. A l'article 13, § 2, dernier alinéa, du même arrêté, les mots " 31 mars " sont remplacés par les mots " 30 avril ".
Art.8. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " of in de artikelen 18, § 1, c) en d), en § 2, c) en d), 32 en 52 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, of voor de aanvragen tot verklaring van geen bezwaar over bijzondere verslagen in de gevallen waarvan sprake in het Wetboek van vennootschappen, " ingevoegd tussen de woorden " effecten " en " zijn vastgesteld ";
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
" De bedragen vermeld in de lijst met barema's die als bijlage gaat, worden tot één vierde teruggebracht voor dossiers met betrekking tot vennootschappen of verenigingen waarvan het maatschappelijk doel in hoofdzaak bestaat in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. "
1° in het eerste lid worden de woorden " of in de artikelen 18, § 1, c) en d), en § 2, c) en d), 32 en 52 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, of voor de aanvragen tot verklaring van geen bezwaar over bijzondere verslagen in de gevallen waarvan sprake in het Wetboek van vennootschappen, " ingevoegd tussen de woorden " effecten " en " zijn vastgesteld ";
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
" De bedragen vermeld in de lijst met barema's die als bijlage gaat, worden tot één vierde teruggebracht voor dossiers met betrekking tot vennootschappen of verenigingen waarvan het maatschappelijk doel in hoofdzaak bestaat in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. "
Art.8. A l'article 14 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots " ou aux articles 18, § 1er, c) et d), et § 2, c) et d), 32 et 52 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, ou aux demandes de déclaration de non objection sur des rapports spéciaux dans le cas prévu par le Code des sociétés, " sont insérés entre les mots " titres " et " sont fixées ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" Les montants mentionnés dans le barème annexé sont réduits à un quart pour les dossiers relatifs aux sociétés ou associations dont l'objet social vise, à titre principal, la lutte contre la pauvreté et l'exclusion sociale. "
1° à l'alinéa 1er, les mots " ou aux articles 18, § 1er, c) et d), et § 2, c) et d), 32 et 52 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, ou aux demandes de déclaration de non objection sur des rapports spéciaux dans le cas prévu par le Code des sociétés, " sont insérés entre les mots " titres " et " sont fixées ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
" Les montants mentionnés dans le barème annexé sont réduits à un quart pour les dossiers relatifs aux sociétés ou associations dont l'objet social vise, à titre principal, la lutte contre la pauvreté et l'exclusion sociale. "
Art.9. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " voor de instellingen die een jaarverslag of een halfjaarverslag opstellen op 31 december " vervangen door de woorden " voor de instellingen waarvoor 31 december de datum van hun jaarlijkse of halfjaarlijkse boekhoudkundige afsluiting is ";
2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " 0,50 EUR per mille " vervangen door de woorden " 0,40 EUR per mille ";
3° in § 2, eerste lid, worden de woorden " op rechten van deelneming " ingevoegd tussen de woorden " inschrijvingen " en " in het voorafgaande jaar ";
4° in § 3, 3°, worden de woorden " waarvan sprake in artikel 16, § 6 " vervangen door de woorden " waarvan sprake in artikel 16, § 4 ".
1° in § 1 worden de woorden " voor de instellingen die een jaarverslag of een halfjaarverslag opstellen op 31 december " vervangen door de woorden " voor de instellingen waarvoor 31 december de datum van hun jaarlijkse of halfjaarlijkse boekhoudkundige afsluiting is ";
2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " 0,50 EUR per mille " vervangen door de woorden " 0,40 EUR per mille ";
3° in § 2, eerste lid, worden de woorden " op rechten van deelneming " ingevoegd tussen de woorden " inschrijvingen " en " in het voorafgaande jaar ";
4° in § 3, 3°, worden de woorden " waarvan sprake in artikel 16, § 6 " vervangen door de woorden " waarvan sprake in artikel 16, § 4 ".
Art.9. A l'article 15 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les mots " s'il s'agit d'organismes établissant un rapport annuel ou semestriel le 31 décembre " sont remplacés par les mots " s'il s'agit d'organismes pour lesquels le 31 décembre correspond à une clôture comptable annuelle ou semestrielle ";
2° au § 2, alinéa 1er, les mots " 0,50 EUR pour mille " sont remplacés par les mots " 0,40 EUR pour mille ";
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " de parts " sont insérés entre les mots " souscriptions " et " enregistrées ";
4° au § 3, 3°, les mots " visés à l'article 16, § 6 " sont remplacés par les mots " visés à l'article 16, § 4 ".
1° au § 1er, les mots " s'il s'agit d'organismes établissant un rapport annuel ou semestriel le 31 décembre " sont remplacés par les mots " s'il s'agit d'organismes pour lesquels le 31 décembre correspond à une clôture comptable annuelle ou semestrielle ";
2° au § 2, alinéa 1er, les mots " 0,50 EUR pour mille " sont remplacés par les mots " 0,40 EUR pour mille ";
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " de parts " sont insérés entre les mots " souscriptions " et " enregistrées ";
4° au § 3, 3°, les mots " visés à l'article 16, § 6 " sont remplacés par les mots " visés à l'article 16, § 4 ".
Art.10. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° §§ 1 en 4 worden geschrapt;
2° §§ 2, 3, 5, 6 en 7 worden hernummerd tot §§ 1, 2, 3, 4 en 5;
3° in § 6, eerste lid, die § 4 is geworden, worden de woorden " waarvan de resterende duurtijd lager is dan een jaar " vervangen door de woorden " met een resterende duurtijd van maximum 397 dagen ".
1° §§ 1 en 4 worden geschrapt;
2° §§ 2, 3, 5, 6 en 7 worden hernummerd tot §§ 1, 2, 3, 4 en 5;
3° in § 6, eerste lid, die § 4 is geworden, worden de woorden " waarvan de resterende duurtijd lager is dan een jaar " vervangen door de woorden " met een resterende duurtijd van maximum 397 dagen ".
Art.10. A l'article 16 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les §§ 1er et 4 sont supprimés;
2° les §§ 2, 3, 5, 6 et 7 sont renumérotés en §§ 1er, 2, 3, 4 et 5;
3° au § 6, alinéa 1er, devenu le § 4, les mots " dont la durée de vie résiduelle est inférieure à un an " sont remplacés par les mots " d'une durée de vie résiduelle de 397 jours maximum ".
1° les §§ 1er et 4 sont supprimés;
2° les §§ 2, 3, 5, 6 et 7 sont renumérotés en §§ 1er, 2, 3, 4 et 5;
3° au § 6, alinéa 1er, devenu le § 4, les mots " dont la durée de vie résiduelle est inférieure à un an " sont remplacés par les mots " d'une durée de vie résiduelle de 397 jours maximum ".
Art.11. Artikel 19, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
" Deze bijdrage is tevens verschuldigd per wettelijk vereiste kennisgeving door houders van belangrijke deelnemingen in een vennootschap die is toegelaten tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels. "
" Deze bijdrage is tevens verschuldigd per wettelijk vereiste kennisgeving door houders van belangrijke deelnemingen in een vennootschap die is toegelaten tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels. "
Art.11. L'article 19, alinéa 1er, du même arrêté est complété comme suit :
" Cette contribution est également due pour chaque déclaration, légalement requise, effectuée par les détenteurs de participations importantes dans une société admise aux négociations sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels. "
" Cette contribution est également due pour chaque déclaration, légalement requise, effectuée par les détenteurs de participations importantes dans une société admise aux négociations sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels. "
Art.12. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 3 wordt vervangen als volgt :
" Zonder afbreuk te doen aan artikelen 22 en 23 betalen de andere in België gevestigde marktondernemingen jaarlijks een bijdrage gelijk aan :
1° voor marktondernemingen die markten organiseren waarop uitsluitend financiële instrumenten zijn toegelaten die reeds tot een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit zijn toegelaten : 199 124 EUR; "
2° voor de andere marktondernemingen : 0.015 EUR pro mille van hun marktkapitalisatie, met een minimum van 199 124 EUR.
2° in § 4 worden de woorden " 31 maart " vervangen door de woorden " 30 april ".
1° § 3 wordt vervangen als volgt :
" Zonder afbreuk te doen aan artikelen 22 en 23 betalen de andere in België gevestigde marktondernemingen jaarlijks een bijdrage gelijk aan :
1° voor marktondernemingen die markten organiseren waarop uitsluitend financiële instrumenten zijn toegelaten die reeds tot een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit zijn toegelaten : 199 124 EUR; "
2° voor de andere marktondernemingen : 0.015 EUR pro mille van hun marktkapitalisatie, met een minimum van 199 124 EUR.
2° in § 4 worden de woorden " 31 maart " vervangen door de woorden " 30 april ".
Art.12. A l'article 20 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Sans préjudice des articles 22 et 23, les autres entreprises de marché établies en Belgique acquittent annuellement une contribution égale à :
1° pour les entreprises de marché qui organisent des marchés sur lesquels sont admis uniquement des instruments financiers qui ont déjà été admis sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation : 199.124 EUR;
2° pour les autres entreprises de marché : 0.015 EUR pour mille de la capitalisation de marché, avec un minimum de 199.124 EUR. ".
2° au § 4, les mots " 31 mars " sont remplacés par les mots " 30 avril ".
1° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Sans préjudice des articles 22 et 23, les autres entreprises de marché établies en Belgique acquittent annuellement une contribution égale à :
1° pour les entreprises de marché qui organisent des marchés sur lesquels sont admis uniquement des instruments financiers qui ont déjà été admis sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation : 199.124 EUR;
2° pour les autres entreprises de marché : 0.015 EUR pour mille de la capitalisation de marché, avec un minimum de 199.124 EUR. ".
2° au § 4, les mots " 31 mars " sont remplacés par les mots " 30 avril ".
Art.13. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden volgende wijzingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " jaarlijks ";
2° in § 1, tweede lid, 1°, worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " zijn toegelaten ";
3° in § 1, tweede lid, 2°, worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " zijn toegelaten ";
4° in § 1, derde lid, worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " is ";
5° In § 2 worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " 0,5 EUR ";
6° In § 4, eerste lid, worden de woorden " § 1, tweede lid " vervangen door de woorden " § 1, tweede lid, 3°, ".
7° In § 4, tweede lid, worden de woorden " § 1, tweede lid " vervangen door de woorden " § 1, tweede lid, 3°, ".
1° in § 1, eerste lid, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " jaarlijks ";
2° in § 1, tweede lid, 1°, worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " zijn toegelaten ";
3° in § 1, tweede lid, 2°, worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " zijn toegelaten ";
4° in § 1, derde lid, worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " is ";
5° In § 2 worden de woorden " of tot Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " 0,5 EUR ";
6° In § 4, eerste lid, worden de woorden " § 1, tweede lid " vervangen door de woorden " § 1, tweede lid, 3°, ".
7° In § 4, tweede lid, worden de woorden " § 1, tweede lid " vervangen door de woorden " § 1, tweede lid, 3°, ".
Art.13. A l'article 21 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, les mots " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels " sont insérés entre les mots " belge " et ", acquittent ";
2° le § 1er, alinéa 2, 1°, est complété comme suit : " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels ";
3° le § 1er, alinéa 2, 2°, est complété comme suit : " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels ";
4° au § 1er, alinéa 3, les mots " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels, " sont insérés entre les mots " marché réglementé " et " porte ";
5° au § 2, les mots " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels " sont insérés entre les mots " belge " et ", est égale ";
6° au § 4, alinéa 1er, les mots " § 1er, alinéa 2, " sont remplacés par les mots " § 1er, alinéa 2, 3°, ".
7° au § 4, alinéa 2, les mots " § 1er, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " § 1er, alinéa 2, 3° ".
1° au § 1er, alinéa 1er, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, les mots " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels " sont insérés entre les mots " belge " et ", acquittent ";
2° le § 1er, alinéa 2, 1°, est complété comme suit : " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels ";
3° le § 1er, alinéa 2, 2°, est complété comme suit : " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels ";
4° au § 1er, alinéa 3, les mots " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels, " sont insérés entre les mots " marché réglementé " et " porte ";
5° au § 2, les mots " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels " sont insérés entre les mots " belge " et ", est égale ";
6° au § 4, alinéa 1er, les mots " § 1er, alinéa 2, " sont remplacés par les mots " § 1er, alinéa 2, 3°, ".
7° au § 4, alinéa 2, les mots " § 1er, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " § 1er, alinéa 2, 3° ".
Art.14. In artikel 22 van hetzelfde besluit, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, worden de woorden " of op Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels " ingevoegd tussen de woorden " gereglementeerde markt " en " betalen jaarlijks ".
Art.14. A l'article 22 du même arrêté, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, les mots " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels " sont insérés entre les mots " belge " et ", tels que ".
Art.15. In artikel 23, eerste lid, van hetzelfde besluit, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, wordt het 6° aangevuld als volgt : " of op Alternext, georganiseerd door Euronext Brussels ".
Art.15. A l'article 23, alinéa 1er, du même arrêté, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, le 6° est complété comme suit : " ou sur le marché Alternext, organisé par Euronext Brussels ".
Art.16. In artikel 25 van hetzelfde besluit, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, worden de woorden " 20, §§ 2 en 3, " ingevoegd tussen de woorden " 17, §§ 2 en 3 " en " en 21 ".
Art.16. A l'article 25 du même arrêté, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, les mots " 20, §§ 2 et 3, " sont insérés entre les mots " 17, §§ 2 et 3, " et " et 21 ".
Art.17. In artikel 26 van hetzelfde besluit, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2006, worden de woorden " 20, §§ 2 en 3, " ingevoegd tussen de woorden " 17, §§ 2 en 3 " en " en 21 ".
Art.17. A l'article 26 du même arrêté, tel que modifié par l'arrêté royal du 20 décembre 2006, les mots " 20, §§ 2 et 3, " sont insérés entre les mots " 17, §§ 2 et 3, " et " et 21 ".
Art.18. In artikel 27 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, wordt het bedrag " 1 250 000 " vervangen door het bedrag " 3 000 000 ";
2° in § 2, eerste lid, wordt het bedrag " 625 000 " vervangen door het bedrag " 1 500 000 ".
1° in § 1, eerste lid, wordt het bedrag " 1 250 000 " vervangen door het bedrag " 3 000 000 ";
2° in § 2, eerste lid, wordt het bedrag " 625 000 " vervangen door het bedrag " 1 500 000 ".
Art.18. A l'article 27 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, le montant " 1.250.000 " est remplacé par le montant " 3.000.000 ";
2° au § 2, alinéa 1er, le montant " 625.000 " est remplacé par le montant " 1.500.000 ".
1° au § 1er, alinéa 1er, le montant " 1.250.000 " est remplacé par le montant " 3.000.000 ";
2° au § 2, alinéa 1er, le montant " 625.000 " est remplacé par le montant " 1.500.000 ".
Art.19. Artikel 33, eerste lid, van het hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van de artikelen 25 en 26 wordt het in artikel 1, § 1, eerste lid, bedoelde bedrag voor de jaren 2005, 2006 en 2007 respectievelijk met 1 600 000 EUR, 800 000 EUR en 400 000 EUR verminderd. "
" Voor de toepassing van de artikelen 25 en 26 wordt het in artikel 1, § 1, eerste lid, bedoelde bedrag voor de jaren 2005, 2006 en 2007 respectievelijk met 1 600 000 EUR, 800 000 EUR en 400 000 EUR verminderd. "
Art.19. L'article 33, alinéa 1er, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Pour l'application des articles 25 et 26, le montant prévu à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er, est, pour les années 2005, 2006 et 2007, réduit respectivement de 1.600.000 EUR, 800.000 EUR et 400.000 EUR. "
" Pour l'application des articles 25 et 26, le montant prévu à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er, est, pour les années 2005, 2006 et 2007, réduit respectivement de 1.600.000 EUR, 800.000 EUR et 400.000 EUR. "
Art.20. In artikel 35 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid worden de woorden " de artikelen 16, § 5 " vervangen door de woorden " de artikelen 16, § 3 ";
2° in het vierde lid worden de woorden " en 16, § 6, van dit besluit " vervangen door de woorden " en 16, § 4, van dit besluit ".
1° in het derde lid worden de woorden " de artikelen 16, § 5 " vervangen door de woorden " de artikelen 16, § 3 ";
2° in het vierde lid worden de woorden " en 16, § 6, van dit besluit " vervangen door de woorden " en 16, § 4, van dit besluit ".
Art.20. A l'article 35 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 3, les mots " aux articles 16, § 5, " sont remplacés par les mots " aux articles 16, § 3, ";
2° à l'alinéa 4, les mots " et 16, § 6, du présent arrêté " sont remplacés par les mots " et 16, § 4, du présent arrêté ".
1° à l'alinéa 3, les mots " aux articles 16, § 5, " sont remplacés par les mots " aux articles 16, § 3, ";
2° à l'alinéa 4, les mots " et 16, § 6, du présent arrêté " sont remplacés par les mots " et 16, § 4, du présent arrêté ".
Art.21. In artikel 36, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden " 16, § 1, " geschrapt.
Art.21. A l'article 36, alinéa 1er, 1°, du même arrêté, les mots " 16, § 1er, " sont supprimés.
Art.22. De bijlage bij hetzelfde besluit met de barema's van de bijdragen die moeten worden geïnd krachtens artikel 14 van datzelfde besluit, en de toelichting bij die barema's worden vervangen door de bijlage bij dit besluit.
Art.22. L'annexe du même arrêté, comportant le barème des contributions à percevoir en vertu de l'article 14 du même arrêté et la notice explicative sur le barème, est remplacée par l'annexe au présent arrêté.
Art.23. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007, met uitzondering van :
1° artikel 19 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2005;
2° de artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 8, 2°, 9, 1° en 3°, 10, 3° en 11 die in werking treden op de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;
3° de artikelen 8, 1°, 9, 4°, 10, 1° en 2°, 20, 21 en 22 die in werking treden op de eerste dag van de tweede maand na die waarin dit besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
1° artikel 19 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2005;
2° de artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 8, 2°, 9, 1° en 3°, 10, 3° en 11 die in werking treden op de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;
3° de artikelen 8, 1°, 9, 4°, 10, 1° en 2°, 20, 21 en 22 die in werking treden op de eerste dag van de tweede maand na die waarin dit besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art.23. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2007, à l'exception :
1° de l'article 19, qui produit ses effets le 1er janvier 2005;
2° des articles 1er, 2, 3, 4, 5, 8, 2°, 9, 1° et 3°, 910 3°, et 11, qui entrent en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge ;
3° des articles 8, 1°, 9, 4°, 10, 1° et 2°, 20, 21 et 22, qui entrent en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel le présent arrêté aura été publié au Moniteur belge.
1° de l'article 19, qui produit ses effets le 1er janvier 2005;
2° des articles 1er, 2, 3, 4, 5, 8, 2°, 9, 1° et 3°, 910 3°, et 11, qui entrent en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge ;
3° des articles 8, 1°, 9, 4°, 10, 1° et 2°, 20, 21 et 22, qui entrent en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel le présent arrêté aura été publié au Moniteur belge.
Art.24. Onze Ministers tot wiens bevoegdheden Financiën, Economie en Middenstand behoren, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Napels, 23 mei 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Middenstand en Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE
Gegeven te Napels, 23 mei 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Middenstand en Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE
Art.24. Nos Ministres qui ont les Finances, l'Economie et les Classes moyennes dans leurs attributions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Naples, le 23 mai 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture,
Mme S. LARUELLE
Donné à Naples, le 23 mai 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture,
Mme S. LARUELLE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N1. Tabel.
Art. N1. Tableau.
Code Beslissingen van de Commissie voor het Bedrag in EUR
Bank-, Financie- en Assurantiewezen
I. Beslissingen genomen op basis van
artikel 32 of artikel 52 van de wet
van 16 juni 2006 op de openbare
aanbieding van beleggingsinstrumenten
en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde
markt
a) aanvraag tot goedkeuring van een
prospectus over de toelating van
beleggingsinstrumenten tot een
gereglementeerde markt en over de
eventuele openbare aanbieding van die
beleggingsinstrumenten (1)
10 Eerste toelating van effecten met een 15 690 EUR
aandelenkarakter tot een gereglementeerde
markt
12 Bijkomende toelating van effecten met een 10 460 EUR
aandelenkarakter tot een gereglementeerde
markt
14 (Eerste of bijkomende) toelating van andere 8 368 EUR
beleggingsinstrumenten dan effecten met een
aandelenkarakter tot een gereglementeerde
markt
b) aanvraag tot goedkeuring van een
prospectus over de openbare aanbieding
van beleggingsinstrumenten (zonder
gelijktijdige toelating tot een
gereglementeerde markt) (2)
Openbare aanbieding van effecten met een
aandelenkarakter
20 als de waarde van de verrichting < 10 M EUR 5 230 EUR
22 als de waarde van de 10 460 EUR
verrichting > of = 10 M EUR
Openbare aanbieding van effecten zonder
aandelenkarakter
30 als de waarde van de verrichting < 10 M EUR 4 184 EUR
32 als de waarde van de 8 368 EUR
verrichting > of = 10 M EUR
Openbare aanbieding van andere
beleggingsinstrumenten dan effecten met een
aandelenkarakter en effecten zonder
aandelenkarakter
40 als de waarde van de verrichting < 10 M EUR 5 230 EUR
42 als de waarde van de 10 460 EUR
verrichting > of = 10 M EUR
50 c) aanvraag tot goedkeuring van een 8 000 EUR + 300 EUR
basisprospectus (3) per categorie of
type van
beleggings-
instrumenten
waarop het
basisprospectus
betrekking heeft
60 d) aanvraag tot goedkeuring van een 2 000 EUR
registratiedocument buiten het kader
van een verrichting
70 e) aanvraag tot goedkeuring van een x EUR = geldend
verrichtingsnota met gegevens over de barema voor de
beleggingsinstrumenten, zonder goedkeuring van
gelijktijdige goedkeuring van het een prospectus
registratiedocument voor dat type
van verrichtingen
op grond van
codes 10 tot
42 - 2 000 EUR
80 f) aanvraag tot goedkeuring van een x EUR = geldend
aanvulling op het prospectus in het barema voor de
vooruitzicht van een andere openbare goedkeuring van een
aanbieding en/of een andere toelating prospectus voor
tot de verhandeling op een dat type van
gereglementeerde markt dan die in het verrichtingen op
kader waarvan het prospectus grond van
oorspronkelijk werd goedgekeurd, of codes 10 tot
aanvraag tot goedkeuring van een 42 - 2 000 EUR
prospectus waarin door middel van
verwijzing een ander prospectus is
opgenomen dat nog geldig is en dat
eerder door de CBFA werd goedgekeurd,
met uitsluiting van de elementen die
eigen zijn aan de verrichting
90 g) aanvraag tot goedkeuring van een verkort 2 092 EUR
prospectus (inclusief de verlening van
een gedeeltelijke vrijstelling van de
prospectusverplichting)
100 h) aanvraag tot verlening van een volledige 1 569 EUR
vrijstelling van de
prospectusverplichting
II. Beslissingen genomen op basis van
artikel 20 van de wet van 22 april 2003
betreffende de openbare aanbiedingen
van effecten in het kader van aanvragen
tot goedkeuring van een prospectus over
een openbaar overnameaanbod (openbaar
koopaanbod, openbaar aanbod tot
omruiling, openbaar uitkoopaanbod,
openbaar aanbod tot inkoop van aandelen,
koershandhaving) (4)
112 als de waarde van de verrichting < 10 M EUR 5 230 EUR
114 als de waarde van de 15 690 EUR
verrichting > of = 10 M EUR en < 25 M EUR
116 als de waarde van de 26 150 EUR
verrichting > of = 25 M EUR en < 100 M EUR
118 als de waarde van de 52 300 EUR
verrichting > of = 100 M EUR
120 als het bod geen betrekking heeft op een 8 368 EUR
Belgische vennootschap en in hoofdzaak in
het buitenland loopt
130 III. Beslissingen genomen op basis van 8 368 EUR
artikel 18, # 1, c) of d), of
# 2, c) of d), van de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbieding
van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten
tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt in het kader
van aanvragen om informatie als
gelijkwaardig te erkennen aan de
informatie die in het prospectus
moet worden opgenomen (5)
140 IV. Beslissingen genomen op basis van het 523 EUR (per geval)
Wetboek van vennootschappen in het
kader van aanvragen tot verklaring van
geen bezwaar over bijzondere verslagen
Bank-, Financie- en Assurantiewezen
I. Beslissingen genomen op basis van
artikel 32 of artikel 52 van de wet
van 16 juni 2006 op de openbare
aanbieding van beleggingsinstrumenten
en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde
markt
a) aanvraag tot goedkeuring van een
prospectus over de toelating van
beleggingsinstrumenten tot een
gereglementeerde markt en over de
eventuele openbare aanbieding van die
beleggingsinstrumenten (1)
10 Eerste toelating van effecten met een 15 690 EUR
aandelenkarakter tot een gereglementeerde
markt
12 Bijkomende toelating van effecten met een 10 460 EUR
aandelenkarakter tot een gereglementeerde
markt
14 (Eerste of bijkomende) toelating van andere 8 368 EUR
beleggingsinstrumenten dan effecten met een
aandelenkarakter tot een gereglementeerde
markt
b) aanvraag tot goedkeuring van een
prospectus over de openbare aanbieding
van beleggingsinstrumenten (zonder
gelijktijdige toelating tot een
gereglementeerde markt) (2)
Openbare aanbieding van effecten met een
aandelenkarakter
20 als de waarde van de verrichting < 10 M EUR 5 230 EUR
22 als de waarde van de 10 460 EUR
verrichting > of = 10 M EUR
Openbare aanbieding van effecten zonder
aandelenkarakter
30 als de waarde van de verrichting < 10 M EUR 4 184 EUR
32 als de waarde van de 8 368 EUR
verrichting > of = 10 M EUR
Openbare aanbieding van andere
beleggingsinstrumenten dan effecten met een
aandelenkarakter en effecten zonder
aandelenkarakter
40 als de waarde van de verrichting < 10 M EUR 5 230 EUR
42 als de waarde van de 10 460 EUR
verrichting > of = 10 M EUR
50 c) aanvraag tot goedkeuring van een 8 000 EUR + 300 EUR
basisprospectus (3) per categorie of
type van
beleggings-
instrumenten
waarop het
basisprospectus
betrekking heeft
60 d) aanvraag tot goedkeuring van een 2 000 EUR
registratiedocument buiten het kader
van een verrichting
70 e) aanvraag tot goedkeuring van een x EUR = geldend
verrichtingsnota met gegevens over de barema voor de
beleggingsinstrumenten, zonder goedkeuring van
gelijktijdige goedkeuring van het een prospectus
registratiedocument voor dat type
van verrichtingen
op grond van
codes 10 tot
42 - 2 000 EUR
80 f) aanvraag tot goedkeuring van een x EUR = geldend
aanvulling op het prospectus in het barema voor de
vooruitzicht van een andere openbare goedkeuring van een
aanbieding en/of een andere toelating prospectus voor
tot de verhandeling op een dat type van
gereglementeerde markt dan die in het verrichtingen op
kader waarvan het prospectus grond van
oorspronkelijk werd goedgekeurd, of codes 10 tot
aanvraag tot goedkeuring van een 42 - 2 000 EUR
prospectus waarin door middel van
verwijzing een ander prospectus is
opgenomen dat nog geldig is en dat
eerder door de CBFA werd goedgekeurd,
met uitsluiting van de elementen die
eigen zijn aan de verrichting
90 g) aanvraag tot goedkeuring van een verkort 2 092 EUR
prospectus (inclusief de verlening van
een gedeeltelijke vrijstelling van de
prospectusverplichting)
100 h) aanvraag tot verlening van een volledige 1 569 EUR
vrijstelling van de
prospectusverplichting
II. Beslissingen genomen op basis van
artikel 20 van de wet van 22 april 2003
betreffende de openbare aanbiedingen
van effecten in het kader van aanvragen
tot goedkeuring van een prospectus over
een openbaar overnameaanbod (openbaar
koopaanbod, openbaar aanbod tot
omruiling, openbaar uitkoopaanbod,
openbaar aanbod tot inkoop van aandelen,
koershandhaving) (4)
112 als de waarde van de verrichting < 10 M EUR 5 230 EUR
114 als de waarde van de 15 690 EUR
verrichting > of = 10 M EUR en < 25 M EUR
116 als de waarde van de 26 150 EUR
verrichting > of = 25 M EUR en < 100 M EUR
118 als de waarde van de 52 300 EUR
verrichting > of = 100 M EUR
120 als het bod geen betrekking heeft op een 8 368 EUR
Belgische vennootschap en in hoofdzaak in
het buitenland loopt
130 III. Beslissingen genomen op basis van 8 368 EUR
artikel 18, # 1, c) of d), of
# 2, c) of d), van de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbieding
van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten
tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt in het kader
van aanvragen om informatie als
gelijkwaardig te erkennen aan de
informatie die in het prospectus
moet worden opgenomen (5)
140 IV. Beslissingen genomen op basis van het 523 EUR (per geval)
Wetboek van vennootschappen in het
kader van aanvragen tot verklaring van
geen bezwaar over bijzondere verslagen
Code Decisions de la Commission bancaire, Montant en euro
financiere et des assurances
- - -
I. Decisions prises sur base de l'article 32
ou de l'article 52 de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d'instruments
de placement et aux admissions d'instruments
de placement a la negociation sur des marches
reglementes
a) demande d'approbation d'un prospectus
relatif a l'admission d'instruments de
placement sur un marche reglemente ainsi qu'a
leur offre publique eventuelle (1)
10 Premiere admission de titres de capital sur un 15.690 euro
marche reglemente
12 Admission complementaire de titres de capital 10.460 euro
sur un marche reglemente
14 Admission (premiere ou complementaire) 8.368 euro
d'instruments de placement autres que des
titres de capital sur un marche reglemente
b) demande d'approbation d'un prospectus
relatif a l'offre publique d'instruments de
placement (sans admission concomitante sur un
marche reglemente) (2)
Offre publique de titres de capital
20 si valeur de l'operation < 10 M euro 5.230 euro
22 si valeur de l'operation > ou = 10 M euro 10.460 euro
Offre publique de titres autres que de capital
30 si valeur de l'operation < 10 M euro 4.184 euro
32 si valeur de l'operation > ou = 10 M euro 8.368 euro
Offre publique d'instruments de placement
autres que des titres de capital et des
titres autres que de capital
40 si valeur de l'operation < 10 M euro 5.230 euro
42 si valeur de l'operation > ou = 10 M euro 10.460 euro
50 c) demande d'approbation d'un prospectus de 8.000 euro + 300 euro
base (3) par catégorie ou
type d'instruments
de placement couvert
par le prospectus de
base
60 d) demande d'approbation d'un document 2.000 euro
d'enregistrement en dehors du cadre d'une
operation
70 e) demande d'approbation d'une note relative x euro = bareme
aux instruments de placement sans approbation applicable pour
concomitante du document d'enregistrement l'approbation d'un
prospectus pour ce
type d'operation en
vertu des codes
10 a 42 - 2.000 euro
80 f) demande d'approbation d'un supplement de x euro = bareme
prospectus en vue d'une autre offre publique applicable pour
et/ou d'une autre admission a la negociation l'approbation du
sur un marche reglemente que celle dans le prospectus pour ce
cadre de laquelle le prospectus a ete type d'operation en
approuve initialement ou demande vertu des codes
d'approbation d'un prospectus dans lequel un 10 a 42 - 2.000 euro
autre prospectus encore valide, prealablement
approuve par la CBFA, est inclus par
reference, a l'exclusion des elements
specifiques a l'operation
90 g) demande d'approbation d'un prospectus 2.092 euro
abrege (en ce compris l'octroi de la dispense
partielle de prospectus)
100 h) demande de dispense totale de prospectus 1.569 euro
financiere et des assurances
- - -
I. Decisions prises sur base de l'article 32
ou de l'article 52 de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d'instruments
de placement et aux admissions d'instruments
de placement a la negociation sur des marches
reglementes
a) demande d'approbation d'un prospectus
relatif a l'admission d'instruments de
placement sur un marche reglemente ainsi qu'a
leur offre publique eventuelle (1)
10 Premiere admission de titres de capital sur un 15.690 euro
marche reglemente
12 Admission complementaire de titres de capital 10.460 euro
sur un marche reglemente
14 Admission (premiere ou complementaire) 8.368 euro
d'instruments de placement autres que des
titres de capital sur un marche reglemente
b) demande d'approbation d'un prospectus
relatif a l'offre publique d'instruments de
placement (sans admission concomitante sur un
marche reglemente) (2)
Offre publique de titres de capital
20 si valeur de l'operation < 10 M euro 5.230 euro
22 si valeur de l'operation > ou = 10 M euro 10.460 euro
Offre publique de titres autres que de capital
30 si valeur de l'operation < 10 M euro 4.184 euro
32 si valeur de l'operation > ou = 10 M euro 8.368 euro
Offre publique d'instruments de placement
autres que des titres de capital et des
titres autres que de capital
40 si valeur de l'operation < 10 M euro 5.230 euro
42 si valeur de l'operation > ou = 10 M euro 10.460 euro
50 c) demande d'approbation d'un prospectus de 8.000 euro + 300 euro
base (3) par catégorie ou
type d'instruments
de placement couvert
par le prospectus de
base
60 d) demande d'approbation d'un document 2.000 euro
d'enregistrement en dehors du cadre d'une
operation
70 e) demande d'approbation d'une note relative x euro = bareme
aux instruments de placement sans approbation applicable pour
concomitante du document d'enregistrement l'approbation d'un
prospectus pour ce
type d'operation en
vertu des codes
10 a 42 - 2.000 euro
80 f) demande d'approbation d'un supplement de x euro = bareme
prospectus en vue d'une autre offre publique applicable pour
et/ou d'une autre admission a la negociation l'approbation du
sur un marche reglemente que celle dans le prospectus pour ce
cadre de laquelle le prospectus a ete type d'operation en
approuve initialement ou demande vertu des codes
d'approbation d'un prospectus dans lequel un 10 a 42 - 2.000 euro
autre prospectus encore valide, prealablement
approuve par la CBFA, est inclus par
reference, a l'exclusion des elements
specifiques a l'operation
90 g) demande d'approbation d'un prospectus 2.092 euro
abrege (en ce compris l'octroi de la dispense
partielle de prospectus)
100 h) demande de dispense totale de prospectus 1.569 euro
Nota's.
(1) Als een prospectus wordt goedgekeurd in het kader van een openbare aanbieding en/of de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van verschillende onderscheiden beleggingsinstrumenten, zal de verschuldigde bijdrage overeenstemmen met het hoogste barema dat van toepassing is op grond van codes 10 tot 42, met een toeslag van 300 euro per ander betrokken beleggingsinstrument.
(2) Als een prospectus wordt goedgekeurd in het kader van een openbare aanbieding en/of de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van verschillende onderscheiden beleggingsinstrumenten, zal de verschuldigde bijdrage overeenstemmen met het hoogste barema dat van toepassing is op grond van codes 10 tot 42, met een toeslag van 300 euro per ander betrokken beleggingsinstrument.
(3) Als het basisprospectus betrekking heeft op gedekte warrants die zijn uitgegeven door een andere partij dan de emittent van het onderliggende, bedraagt de basisbijdrage voor de uitgifte en/of toelating tot een gereglementeerde markt van die gedekte warrants 1 500 euro + 150 euro per noteringslijn waarop het prospectus betrekking heeft, met een totaal minimum van 2 500 euro.
(4) Als een prospectus dat de CBFA heeft goedgekeurd in het kader van een openbaar overnameaanbod dat uitsluitend betrekking heeft op andere beleggingsinstrumenten dan effecten, binnen twaalf maanden na de goedkeuring ervan opnieuw wordt gebruikt voor soortgelijke verrichtingen, wordt de verschuldigde bijdrage voor die soortgelijke verrichtingen teruggebracht tot 500 euro per prospectus.
(5) Als de betrokken informatie al werd goedgekeurd door de CBFA of door een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die één of meer bevoegdheden uitoefent die vergelijkbaar zijn met de bevoegdheden van de CBFA, wordt de verschuldigde bijdrage voor een beslissing die de CBFA neemt op basis van artikel 18, § 1, c) of d), van de wet van 16 juni 2006, teruggebracht tot 4 184 euro.
(1) Als een prospectus wordt goedgekeurd in het kader van een openbare aanbieding en/of de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van verschillende onderscheiden beleggingsinstrumenten, zal de verschuldigde bijdrage overeenstemmen met het hoogste barema dat van toepassing is op grond van codes 10 tot 42, met een toeslag van 300 euro per ander betrokken beleggingsinstrument.
(2) Als een prospectus wordt goedgekeurd in het kader van een openbare aanbieding en/of de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van verschillende onderscheiden beleggingsinstrumenten, zal de verschuldigde bijdrage overeenstemmen met het hoogste barema dat van toepassing is op grond van codes 10 tot 42, met een toeslag van 300 euro per ander betrokken beleggingsinstrument.
(3) Als het basisprospectus betrekking heeft op gedekte warrants die zijn uitgegeven door een andere partij dan de emittent van het onderliggende, bedraagt de basisbijdrage voor de uitgifte en/of toelating tot een gereglementeerde markt van die gedekte warrants 1 500 euro + 150 euro per noteringslijn waarop het prospectus betrekking heeft, met een totaal minimum van 2 500 euro.
(4) Als een prospectus dat de CBFA heeft goedgekeurd in het kader van een openbaar overnameaanbod dat uitsluitend betrekking heeft op andere beleggingsinstrumenten dan effecten, binnen twaalf maanden na de goedkeuring ervan opnieuw wordt gebruikt voor soortgelijke verrichtingen, wordt de verschuldigde bijdrage voor die soortgelijke verrichtingen teruggebracht tot 500 euro per prospectus.
(5) Als de betrokken informatie al werd goedgekeurd door de CBFA of door een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die één of meer bevoegdheden uitoefent die vergelijkbaar zijn met de bevoegdheden van de CBFA, wordt de verschuldigde bijdrage voor een beslissing die de CBFA neemt op basis van artikel 18, § 1, c) of d), van de wet van 16 juni 2006, teruggebracht tot 4 184 euro.
II. Decisions prises sur base de l'article 20
de la loi du 22 avril 2003 relative aux
offres publiques de titres dans le cadre de
demandes d'approbation d'un prospectus
d'offre publique d'acquisition (OPA, OPE,
OPR, OPRA, maintien de cours) (4)
112 si valeur de l'operation < 10 M euro 5 .230 euro
114 si valeur de l'operation > ou = 10 M euro et < 15.690 euro
25 M euro
116 si valeur de l'operation > ou = 25 M euro et < 26.150 euro
100 M euro
118 si valeur de l'operation > ou = 100 M euro 52.300 euro
120 si l'offre n'a pas trait a une societe belge 8.368 euro
et est menee principalement a l'etranger
de la loi du 22 avril 2003 relative aux
offres publiques de titres dans le cadre de
demandes d'approbation d'un prospectus
d'offre publique d'acquisition (OPA, OPE,
OPR, OPRA, maintien de cours) (4)
112 si valeur de l'operation < 10 M euro 5 .230 euro
114 si valeur de l'operation > ou = 10 M euro et < 15.690 euro
25 M euro
116 si valeur de l'operation > ou = 25 M euro et < 26.150 euro
100 M euro
118 si valeur de l'operation > ou = 100 M euro 52.300 euro
120 si l'offre n'a pas trait a une societe belge 8.368 euro
et est menee principalement a l'etranger
-
130 III. Decisions prises sur base de l'article 8.368 euro
18, # 1, c) ou d) ou # 2, c) ou d) de la loi
du 16 juin 2006 relative aux offres publiques
d'instruments de placement et aux admissions
d'instruments de placement a la negociation
sur des marches reglementes dans le cadre de
demandes de reconnaissance d'informations
comme etant equivalentes a celles que doit
contenir un prospectus (5)
18, # 1, c) ou d) ou # 2, c) ou d) de la loi
du 16 juin 2006 relative aux offres publiques
d'instruments de placement et aux admissions
d'instruments de placement a la negociation
sur des marches reglementes dans le cadre de
demandes de reconnaissance d'informations
comme etant equivalentes a celles que doit
contenir un prospectus (5)
-
140 IV. Decisions prises sur base du Code des 523 euro (par cas)
societes dans le cadre de demandes de
declaration de non-objection sur des rapports
speciaux
societes dans le cadre de demandes de
declaration de non-objection sur des rapports
speciaux
-
Notes.
(1) Si un prospectus est approuvé dans le cadre d'une offre publique et/ou dans le cadre de l'admission à la négociation sur un marché réglementé de plusieurs instruments de placement distincts, la contribution due sera équivalente au tarif le plus élevé applicable en vertu des codes 10 à 42, avec un supplément de 300 euro par autre instrument de placement concerné.
(2) Si un prospectus est approuvé dans le cadre d'une offre publique et/ou dans le cadre de l'admission à la négociation sur un marché réglementé de plusieurs instruments de placement distincts, la contribution due sera équivalente au tarif le plus élevé applicable en vertu des codes 10 à 42, avec un supplément de 300 euro par autre instrument de placement concerné.
(3) Si les instruments de placement couverts par le prospectus de base sont des warrants couverts émis par une autre partie que l'émetteur du sous-jacent, la contribution pour l'émission et/ou admission sur un marché réglementé de ces warrants, s'élève à : 1.500 euro de base + 150 euro par ligne de cotations couverte par le prospectus avec un minimum global de 2.500 euro.
(4) Si un prospectus approuvé par la CBFA dans le cadre d'une OPA portant exclusivement sur des instruments de placement autres que des valeurs mobilières est réutilisé pour des opérations similaires endéans les 12 mois de son approbation, la contribution due dans le cadre de ces opérations similaires est réduite à 500 euro par prospectus.
(5) Si les informations en question ont déjà fait l'objet d'une approbation par la CBFA ou par une autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen exerçant une ou plusieurs compétences comparables à celles de la CBFA, la contribution due pour la décision de la CBFA prise sur base de l'article 18, § 1, c) ou d), de la loi du 16 juin 2006 est réduite à 4.184 euro.
(1) Si un prospectus est approuvé dans le cadre d'une offre publique et/ou dans le cadre de l'admission à la négociation sur un marché réglementé de plusieurs instruments de placement distincts, la contribution due sera équivalente au tarif le plus élevé applicable en vertu des codes 10 à 42, avec un supplément de 300 euro par autre instrument de placement concerné.
(2) Si un prospectus est approuvé dans le cadre d'une offre publique et/ou dans le cadre de l'admission à la négociation sur un marché réglementé de plusieurs instruments de placement distincts, la contribution due sera équivalente au tarif le plus élevé applicable en vertu des codes 10 à 42, avec un supplément de 300 euro par autre instrument de placement concerné.
(3) Si les instruments de placement couverts par le prospectus de base sont des warrants couverts émis par une autre partie que l'émetteur du sous-jacent, la contribution pour l'émission et/ou admission sur un marché réglementé de ces warrants, s'élève à : 1.500 euro de base + 150 euro par ligne de cotations couverte par le prospectus avec un minimum global de 2.500 euro.
(4) Si un prospectus approuvé par la CBFA dans le cadre d'une OPA portant exclusivement sur des instruments de placement autres que des valeurs mobilières est réutilisé pour des opérations similaires endéans les 12 mois de son approbation, la contribution due dans le cadre de ces opérations similaires est réduite à 500 euro par prospectus.
(5) Si les informations en question ont déjà fait l'objet d'une approbation par la CBFA ou par une autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen exerçant une ou plusieurs compétences comparables à celles de la CBFA, la contribution due pour la décision de la CBFA prise sur base de l'article 18, § 1, c) ou d), de la loi du 16 juin 2006 est réduite à 4.184 euro.
Art. N2. Toelichting bij de barema's van de door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen te innen bijdragen.
In de lijst met barema's worden de verschillende beslissingen die de CBFA dient te nemen, onderscheiden naar wettelijke grondslag :
I. beslissingen op basis van artikel 32 (door Richtlijn 2003/71/EG geharmoniseerde verrichtingen) of artikel 52 (niet door Richtlijn 2003/71/EG geharmoniseerde verrichtingen) van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt,
II. beslissingen op basis van artikel 20 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten (openbaar overnameaanbod),
III. beslissingen op basis van artikel 18, § 1, c) of d), of § 2, c) of d), van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en
IV. beslissingen op basis van het Wetboek van vennootschappen.
I. Beslissingen genomen op basis van artikel 32 of artikel 52 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
Deze beslissingen worden genomen in het kader van aanvragen tot goedkeuring van een prospectus over openbare aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten of van de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 32 van de wet betreft de verrichtingen die door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, terwijl artikel 52 betrekking heeft op de verrichtingen die niet door die richtlijn worden geharmoniseerd.
Een bijdrage is verschuldigd voor beslissingen tot goedkeuring van zowel volledige prospectussen als basisprospectussen, registratiedocumenten, verrichtingsnota's over beleggingsinstrumenten, bepaalde aanvullingen op prospectussen en verkorte prospectussen (of voor beslissingen waarbij die goedkeuring wordt geweigerd), alsook voor beslissingen tot verlening van een gedeeltelijke of volledige vrijstelling van de prospectusverplichting (of voor beslissingen waarbij de verlening van die vrijstelling wordt geweigerd).
In beginsel moet voor elke openbare aanbieding en/of voor elke toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt een afzonderlijk prospectus worden opgesteld. Op dat beginsel bestaan echter verschillende uitzonderingen :
- eenzelfde prospectus kan tegelijkertijd betrekking hebben op de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten. De op grond van codes 10 tot 14 verschuldigde bijdrage met betrekking tot het toelatingsprospectus dekt bijgevolg ook het aspect " openbare aanbieding ",
- een basisprospectus kan worden opgesteld in het kader van aanbiedingsprogramma's die het mogelijk maken om gedurende een gespecificeerde periode doorlopend of herhaaldelijk beleggingsinstrumenten van verschillende types of categorieën uit te geven. De daarvoor verschuldigde bijdrage wordt vastgesteld op grond van code 50,
- een prospectus dat nog steeds geldig is, mag opnieuw worden gebruikt in het kader van andere verrichtingen, op voorwaarde weliswaar dat het wordt geactualiseerd in een aanvulling. In dat geval is een bijdrage verschuldigd voor de goedkeuring van die aanvulling (code 80).
Als buiten de voornoemde hypotheses een prospectus wordt goedgekeurd in het kader van een openbare aanbieding en/of in het kader van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van verschillende onderscheiden beleggingsinstrumenten, zal de verschuldigde bijdrage overeenstemmen met het hoogste barema dat van toepassing is op grond van codes 10 tot 42, met een toeslag van 300 euro per ander betrokken beleggingsinstrument, en dit conform de analogie tussen deze situatie en de goedkeuring van een basisprospectus dat ook betrekking heeft op verschillende onderscheiden instrumenten (code 50).
Codes 10 tot 14.
Deze lijnen van de lijst met barema's betreffen de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot een gereglementeerde markt, inclusief de gelijktijdige openbare aanbieding van die beleggingsinstrumenten.
Bij een aanvraag tot toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van beleggingsinstrumenten die al zijn toegelaten tot de verhandeling op een andere gereglementeerde markt, zal het dossier worden behandeld alsof het een bijkomende toelating betreft.
Codes 20 tot 42.
Deze lijnen betreffen de openbare aanbiedingen, zonder gelijktijdige toelating tot een gereglementeerde markt. De verschuldigde bijdrage schommelt in functie van het bedrag waarop de verrichting betrekking heeft, en het betrokken type van beleggingsinstrumenten.
Code 50.
Krachtens de artikelen 29 en 49 van de wet van 16 juni 2006 kan een basisprospectus worden opgesteld. Een basisprospectus kan aldus betrekking hebben op de uitgifte van verschillende categorieën of types van beleggingsinstrumenten die worden aangeboden in het kader van aanbiedingsprogramma's. Voor dergelijke basisprospectussen is een bijdrage van 8 000 euro verschuldigd, met een toeslag van 300 euro per betrokken categorie of type van beleggingsinstrumenten.
Codes 60 en 70.
Een emittent kan een prospectus opstellen in de vorm van één enkel document. Hij betaalt dan de bijdrage die codes 10 tot 42 vaststellen naar gelang het type verrichting. Hij kan dat prospectus echter ook in drie delen opstellen (registratiedocument, verrichtingsnota en samenvatting). Omwille van de vereiste neutraliteit zal de bijdrage in dat geval als volgt worden vastgesteld :
- de drie delen van het prospectus kunnen tegelijkertijd worden goedgekeurd naar aanleiding van de openbare aanbieding of de toelating. In dat geval zijn codes 10 tot 42 van toepassing en wordt de verschuldigde bijdrage in één keer betaald bij de goedkeuring van het prospectus in drie delen;
- de drie delen van het prospectus kunnen ook afzonderlijk worden goedgekeurd. Dan worden twee hypotheses onderscheiden :
- - ofwel wordt eerst het registratiedocument goedgekeurd buiten het kader van de goedkeuring van een prospectus : de verschuldigde bijdrage voor de goedkeuring van het registratiedocument bedraagt 2 000 euro (code 60). Later, bij de goedkeuring van de verrichtingsnota over de beleggingsinstrumenten, zal een bijdrage verschuldigd zijn die gelijk is aan het verschil tussen 2 000 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn voor de goedkeuring van een volledig prospectus voor een dergelijke verrichting, op grond van codes 10 tot 42 (code 70).
- - ofwel werd het registratiedocument eerder goedgekeurd in het kader van een vorige verrichting en wordt het vervolgens opnieuw gebruikt in het kader van een andere openbare aanbieding of een andere toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Bij de goedkeuring van de verrichtingsnota over de beleggingsinstrumenten, in het vooruitzicht van die andere openbare aanbieding of die andere toelating tot de verhandeling, zal een bijdrage verschuldigd zijn die ook hier gelijk zal zijn aan het verschil tussen 2 000 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn voor de goedkeuring van een volledig prospectus voor een dergelijke verrichting, op grond van codes 10 tot 42 (code 70).
Code 80.
Deze code viseert twee verschillende hypotheses. Enerzijds is zij van toepassing wanneer een prospectus dat minder dan twaalf maanden geleden werd goedgekeurd in het kader van een vorige verrichting, opnieuw wordt gebruikt in het kader van een andere openbare aanbieding of een andere toelating. Als dit prospectus moet worden aangepast en/of geactualiseerd via een aanvulling, is een bijdrage verschuldigd. Anderzijds is zij van toepassing wanneer in een prospectus een ander prospectus is opgenomen door middel van verwijzing dat eerder door de CBFA werd goedgekeurd en dat nog steeds geldig is (met uitsluiting van de elementen die eigen zijn aan de verrichting waarop dat prospectus oorspronkelijk betrekking had).
In beide hypotheses is de verschuldigde bijdrage gelijk aan het verschil tussen 2 000 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn op grond van codes 10 tot 42 indien een nieuw volledig prospectus zou worden opgesteld. Er bestaat dus een parallel tussen deze twee hypotheses en het geval waarin een registratiedocument dat eerder werd goedgekeurd in het kader van een bepaalde verrichting, opnieuw wordt gebruikt in het kader van een andere verrichting (code 70). Code 80 waarborgt zo de neutraliteit tussen de verschillende methodes voor de opstelling van prospectussen die, in bepaalde gevallen, alternatieven zijn.
Als een prospectus daarentegen wordt goedgekeurd in het kader van een verrichting en er tussen de goedkeuring van dat prospectus en de afsluiting van de verrichting nieuwe feiten opduiken of onjuistheden aan het licht komen die de goedkeuring van een aanvulling op het prospectus vereisen, zal laatstgenoemde goedkeuring geen aanleiding geven tot de betaling van een nieuwe bijdrage. Dit geldt ook wanneer de aanvulling op het prospectus bedoeld is om het basisprospectus te actualiseren.
Code 90.
Deze lijn heeft betrekking op de beslissingen over de aanvragen tot verlening van een gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusverplichting en tot goedkeuring van een verkort prospectus. Volledigheidshalve wordt eraan herinnerd dat enkel de verrichtingen die niet door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, nog in aanmerking komen voor een gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusverplichting.
Code 100.
Deze lijn heeft betrekking op de beslissingen over de aanvragen tot verlening van een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting. Enkel de verrichtingen die niet door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, komen nog in aanmerking voor een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting. Hier is een bijdrage verschuldigd omdat een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting niet automatisch wordt verleend, maar een beslissing van de CBFA vereist.
II. Beslissingen genomen op basis van artikel 20 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten.
Deze lijn heeft betrekking op de beslissingen tot goedkeuring of tot weigering van de goedkeuring van prospectussen in het kader van openbare overnameaanbiedingen in ruime zin (openbare koopaanbiedingen, openbare aanbiedingen tot omruiling, openbare uitkoopaanbiedingen, openbare aanbiedingen tot inkoop van aandelen, koershandhavingen). De verschuldigde bijdrage schommelt in functie van het bedrag waarop de verrichting betrekking heeft, dat op zijn beurt wordt berekend in functie van de geboden tegenprestatie.
Als eenzelfde bieder over een periode van 12 maanden verschillende openbare overnameaanbiedingen uitbrengt op andere beleggingsinstrumenten dan effecten (zoals opties) en de prospectussen die voor die verschillende verrichtingen worden opgesteld, sterk analoog zijn, moet de bieder bij de goedkeuring van het eerste prospectus de bijdrage betalen waarvan sprake is in codes 112 tot 120. De bijdrage die verschuldigd is voor de goedkeuring van de prospectussen over de latere verrichtingen, wordt echter teruggebracht tot 500 euro per prospectus omdat het onderzoek van die prospectussen de CBFA minder werk bezorgt.
III. Beslissingen genomen op basis van artikel 18, § 1, c) of d), of § 2, c) of d), van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
Deze lijn heeft betrekking op twee types van verrichtingen (openbare aanbiedingen tot omruiling en fusies) die worden vrijgesteld van de prospectusverplichting in het kader van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, op voorwaarde dat voor het publiek of de belanghebbenden, naar gelang het geval, informatie beschikbaar wordt gesteld die door de CBFA als gelijkwaardig wordt erkend aan de informatie die in het prospectus moet worden opgenomen. Deze vrijstellingen vereisen een beslissing van de CBFA en bijgevolg ook de betaling van een bijdrage.
Als de informatie die door de CBFA als gelijkwaardig dient te worden erkend aan de informatie die in een prospectus moet worden opgenomen, al is goedgekeurd door de CBFA zelf of door één van haar Europese collega-toezichthouders, wordt de bijdrage met de helft teruggebracht. In die hypothese is de controle die de CBFA op de betrokken informatie moet uitoefenen, immers beperkter. Dat zal vooral zo zijn bij openbare aanbiedingen tot omruiling, als de informatie die door de CBFA als gelijkwaardig dient te worden erkend, deel uitmaakt van het prospectus over dat openbaar bod tot omruiling dat door de ter zake bevoegde autoriteit is goedgekeurd.
Als de CBFA overigens gebruik maakt van de machtiging als bedoeld in artikel 18, § 3, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en zij in een reglement verduidelijkt welke informatie beschikbaar moet worden gesteld om aan die gelijkwaardigheidsvoorwaarde te voldoen, zal zij met betrekking tot voornoemde verrichtingen niet langer geval per geval een beslissing moeten nemen. Bijgevolg zal daarvoor ook geen bijdrage meer moeten worden betaald.
IV. Beslissingen genomen op basis van het Wetboek van vennootschappen in het kader van aanvragen tot verklaring van geen bezwaar over bijzondere verslagen.
Het Wetboek van vennootschappen bepaalt in verband met diverse verrichtingen dat bijzondere verslagen moeten worden bezorgd aan de CBFA die moet verklaren dat zij geen bezwaar heeft tegen de verspreiding ervan. Momenteel is dit, krachtens artikel 538 van het Wetboek van vennootschappen, het geval bij de uitgifte van converteerbare obligaties of warrants door vennootschappen die een openbaar beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 mei 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Middenstand en Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE.
In de lijst met barema's worden de verschillende beslissingen die de CBFA dient te nemen, onderscheiden naar wettelijke grondslag :
I. beslissingen op basis van artikel 32 (door Richtlijn 2003/71/EG geharmoniseerde verrichtingen) of artikel 52 (niet door Richtlijn 2003/71/EG geharmoniseerde verrichtingen) van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt,
II. beslissingen op basis van artikel 20 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten (openbaar overnameaanbod),
III. beslissingen op basis van artikel 18, § 1, c) of d), of § 2, c) of d), van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en
IV. beslissingen op basis van het Wetboek van vennootschappen.
I. Beslissingen genomen op basis van artikel 32 of artikel 52 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
Deze beslissingen worden genomen in het kader van aanvragen tot goedkeuring van een prospectus over openbare aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten of van de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 32 van de wet betreft de verrichtingen die door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, terwijl artikel 52 betrekking heeft op de verrichtingen die niet door die richtlijn worden geharmoniseerd.
Een bijdrage is verschuldigd voor beslissingen tot goedkeuring van zowel volledige prospectussen als basisprospectussen, registratiedocumenten, verrichtingsnota's over beleggingsinstrumenten, bepaalde aanvullingen op prospectussen en verkorte prospectussen (of voor beslissingen waarbij die goedkeuring wordt geweigerd), alsook voor beslissingen tot verlening van een gedeeltelijke of volledige vrijstelling van de prospectusverplichting (of voor beslissingen waarbij de verlening van die vrijstelling wordt geweigerd).
In beginsel moet voor elke openbare aanbieding en/of voor elke toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt een afzonderlijk prospectus worden opgesteld. Op dat beginsel bestaan echter verschillende uitzonderingen :
- eenzelfde prospectus kan tegelijkertijd betrekking hebben op de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten. De op grond van codes 10 tot 14 verschuldigde bijdrage met betrekking tot het toelatingsprospectus dekt bijgevolg ook het aspect " openbare aanbieding ",
- een basisprospectus kan worden opgesteld in het kader van aanbiedingsprogramma's die het mogelijk maken om gedurende een gespecificeerde periode doorlopend of herhaaldelijk beleggingsinstrumenten van verschillende types of categorieën uit te geven. De daarvoor verschuldigde bijdrage wordt vastgesteld op grond van code 50,
- een prospectus dat nog steeds geldig is, mag opnieuw worden gebruikt in het kader van andere verrichtingen, op voorwaarde weliswaar dat het wordt geactualiseerd in een aanvulling. In dat geval is een bijdrage verschuldigd voor de goedkeuring van die aanvulling (code 80).
Als buiten de voornoemde hypotheses een prospectus wordt goedgekeurd in het kader van een openbare aanbieding en/of in het kader van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van verschillende onderscheiden beleggingsinstrumenten, zal de verschuldigde bijdrage overeenstemmen met het hoogste barema dat van toepassing is op grond van codes 10 tot 42, met een toeslag van 300 euro per ander betrokken beleggingsinstrument, en dit conform de analogie tussen deze situatie en de goedkeuring van een basisprospectus dat ook betrekking heeft op verschillende onderscheiden instrumenten (code 50).
Codes 10 tot 14.
Deze lijnen van de lijst met barema's betreffen de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot een gereglementeerde markt, inclusief de gelijktijdige openbare aanbieding van die beleggingsinstrumenten.
Bij een aanvraag tot toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van beleggingsinstrumenten die al zijn toegelaten tot de verhandeling op een andere gereglementeerde markt, zal het dossier worden behandeld alsof het een bijkomende toelating betreft.
Codes 20 tot 42.
Deze lijnen betreffen de openbare aanbiedingen, zonder gelijktijdige toelating tot een gereglementeerde markt. De verschuldigde bijdrage schommelt in functie van het bedrag waarop de verrichting betrekking heeft, en het betrokken type van beleggingsinstrumenten.
Code 50.
Krachtens de artikelen 29 en 49 van de wet van 16 juni 2006 kan een basisprospectus worden opgesteld. Een basisprospectus kan aldus betrekking hebben op de uitgifte van verschillende categorieën of types van beleggingsinstrumenten die worden aangeboden in het kader van aanbiedingsprogramma's. Voor dergelijke basisprospectussen is een bijdrage van 8 000 euro verschuldigd, met een toeslag van 300 euro per betrokken categorie of type van beleggingsinstrumenten.
Codes 60 en 70.
Een emittent kan een prospectus opstellen in de vorm van één enkel document. Hij betaalt dan de bijdrage die codes 10 tot 42 vaststellen naar gelang het type verrichting. Hij kan dat prospectus echter ook in drie delen opstellen (registratiedocument, verrichtingsnota en samenvatting). Omwille van de vereiste neutraliteit zal de bijdrage in dat geval als volgt worden vastgesteld :
- de drie delen van het prospectus kunnen tegelijkertijd worden goedgekeurd naar aanleiding van de openbare aanbieding of de toelating. In dat geval zijn codes 10 tot 42 van toepassing en wordt de verschuldigde bijdrage in één keer betaald bij de goedkeuring van het prospectus in drie delen;
- de drie delen van het prospectus kunnen ook afzonderlijk worden goedgekeurd. Dan worden twee hypotheses onderscheiden :
- - ofwel wordt eerst het registratiedocument goedgekeurd buiten het kader van de goedkeuring van een prospectus : de verschuldigde bijdrage voor de goedkeuring van het registratiedocument bedraagt 2 000 euro (code 60). Later, bij de goedkeuring van de verrichtingsnota over de beleggingsinstrumenten, zal een bijdrage verschuldigd zijn die gelijk is aan het verschil tussen 2 000 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn voor de goedkeuring van een volledig prospectus voor een dergelijke verrichting, op grond van codes 10 tot 42 (code 70).
- - ofwel werd het registratiedocument eerder goedgekeurd in het kader van een vorige verrichting en wordt het vervolgens opnieuw gebruikt in het kader van een andere openbare aanbieding of een andere toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Bij de goedkeuring van de verrichtingsnota over de beleggingsinstrumenten, in het vooruitzicht van die andere openbare aanbieding of die andere toelating tot de verhandeling, zal een bijdrage verschuldigd zijn die ook hier gelijk zal zijn aan het verschil tussen 2 000 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn voor de goedkeuring van een volledig prospectus voor een dergelijke verrichting, op grond van codes 10 tot 42 (code 70).
Code 80.
Deze code viseert twee verschillende hypotheses. Enerzijds is zij van toepassing wanneer een prospectus dat minder dan twaalf maanden geleden werd goedgekeurd in het kader van een vorige verrichting, opnieuw wordt gebruikt in het kader van een andere openbare aanbieding of een andere toelating. Als dit prospectus moet worden aangepast en/of geactualiseerd via een aanvulling, is een bijdrage verschuldigd. Anderzijds is zij van toepassing wanneer in een prospectus een ander prospectus is opgenomen door middel van verwijzing dat eerder door de CBFA werd goedgekeurd en dat nog steeds geldig is (met uitsluiting van de elementen die eigen zijn aan de verrichting waarop dat prospectus oorspronkelijk betrekking had).
In beide hypotheses is de verschuldigde bijdrage gelijk aan het verschil tussen 2 000 euro en de bijdrage die verschuldigd zou zijn op grond van codes 10 tot 42 indien een nieuw volledig prospectus zou worden opgesteld. Er bestaat dus een parallel tussen deze twee hypotheses en het geval waarin een registratiedocument dat eerder werd goedgekeurd in het kader van een bepaalde verrichting, opnieuw wordt gebruikt in het kader van een andere verrichting (code 70). Code 80 waarborgt zo de neutraliteit tussen de verschillende methodes voor de opstelling van prospectussen die, in bepaalde gevallen, alternatieven zijn.
Als een prospectus daarentegen wordt goedgekeurd in het kader van een verrichting en er tussen de goedkeuring van dat prospectus en de afsluiting van de verrichting nieuwe feiten opduiken of onjuistheden aan het licht komen die de goedkeuring van een aanvulling op het prospectus vereisen, zal laatstgenoemde goedkeuring geen aanleiding geven tot de betaling van een nieuwe bijdrage. Dit geldt ook wanneer de aanvulling op het prospectus bedoeld is om het basisprospectus te actualiseren.
Code 90.
Deze lijn heeft betrekking op de beslissingen over de aanvragen tot verlening van een gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusverplichting en tot goedkeuring van een verkort prospectus. Volledigheidshalve wordt eraan herinnerd dat enkel de verrichtingen die niet door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, nog in aanmerking komen voor een gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusverplichting.
Code 100.
Deze lijn heeft betrekking op de beslissingen over de aanvragen tot verlening van een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting. Enkel de verrichtingen die niet door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd, komen nog in aanmerking voor een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting. Hier is een bijdrage verschuldigd omdat een volledige vrijstelling van de prospectusverplichting niet automatisch wordt verleend, maar een beslissing van de CBFA vereist.
II. Beslissingen genomen op basis van artikel 20 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten.
Deze lijn heeft betrekking op de beslissingen tot goedkeuring of tot weigering van de goedkeuring van prospectussen in het kader van openbare overnameaanbiedingen in ruime zin (openbare koopaanbiedingen, openbare aanbiedingen tot omruiling, openbare uitkoopaanbiedingen, openbare aanbiedingen tot inkoop van aandelen, koershandhavingen). De verschuldigde bijdrage schommelt in functie van het bedrag waarop de verrichting betrekking heeft, dat op zijn beurt wordt berekend in functie van de geboden tegenprestatie.
Als eenzelfde bieder over een periode van 12 maanden verschillende openbare overnameaanbiedingen uitbrengt op andere beleggingsinstrumenten dan effecten (zoals opties) en de prospectussen die voor die verschillende verrichtingen worden opgesteld, sterk analoog zijn, moet de bieder bij de goedkeuring van het eerste prospectus de bijdrage betalen waarvan sprake is in codes 112 tot 120. De bijdrage die verschuldigd is voor de goedkeuring van de prospectussen over de latere verrichtingen, wordt echter teruggebracht tot 500 euro per prospectus omdat het onderzoek van die prospectussen de CBFA minder werk bezorgt.
III. Beslissingen genomen op basis van artikel 18, § 1, c) of d), of § 2, c) of d), van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
Deze lijn heeft betrekking op twee types van verrichtingen (openbare aanbiedingen tot omruiling en fusies) die worden vrijgesteld van de prospectusverplichting in het kader van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, op voorwaarde dat voor het publiek of de belanghebbenden, naar gelang het geval, informatie beschikbaar wordt gesteld die door de CBFA als gelijkwaardig wordt erkend aan de informatie die in het prospectus moet worden opgenomen. Deze vrijstellingen vereisen een beslissing van de CBFA en bijgevolg ook de betaling van een bijdrage.
Als de informatie die door de CBFA als gelijkwaardig dient te worden erkend aan de informatie die in een prospectus moet worden opgenomen, al is goedgekeurd door de CBFA zelf of door één van haar Europese collega-toezichthouders, wordt de bijdrage met de helft teruggebracht. In die hypothese is de controle die de CBFA op de betrokken informatie moet uitoefenen, immers beperkter. Dat zal vooral zo zijn bij openbare aanbiedingen tot omruiling, als de informatie die door de CBFA als gelijkwaardig dient te worden erkend, deel uitmaakt van het prospectus over dat openbaar bod tot omruiling dat door de ter zake bevoegde autoriteit is goedgekeurd.
Als de CBFA overigens gebruik maakt van de machtiging als bedoeld in artikel 18, § 3, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en zij in een reglement verduidelijkt welke informatie beschikbaar moet worden gesteld om aan die gelijkwaardigheidsvoorwaarde te voldoen, zal zij met betrekking tot voornoemde verrichtingen niet langer geval per geval een beslissing moeten nemen. Bijgevolg zal daarvoor ook geen bijdrage meer moeten worden betaald.
IV. Beslissingen genomen op basis van het Wetboek van vennootschappen in het kader van aanvragen tot verklaring van geen bezwaar over bijzondere verslagen.
Het Wetboek van vennootschappen bepaalt in verband met diverse verrichtingen dat bijzondere verslagen moeten worden bezorgd aan de CBFA die moet verklaren dat zij geen bezwaar heeft tegen de verspreiding ervan. Momenteel is dit, krachtens artikel 538 van het Wetboek van vennootschappen, het geval bij de uitgifte van converteerbare obligaties of warrants door vennootschappen die een openbaar beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 mei 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Middenstand en Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE.
Art. N2. Note explicative sur le barème des contributions à percevoir par la Commission bancaire, financière et des Assurances.
Le barème opère une distinction entre différentes décisions que la CBFA est amenée à prendre, selon la base légale de ces décisions :
I. décisions prises sur base de l'article 32 (opérations harmonisées par la Directive 2003/71/CE) ou de l'article 52 (opérations non harmonisées par la Directive 2003/71/CE) de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la negociation sur des marchés réglementés,
II. décisions prises sur base de l'article 20 de la loi du 22 avril 2003 relative aux offres publiques de titres (OPA),
III. décisions prises sur base de l'article 18, § 1, c) ou d), ou § 2, c) ou d), de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, et
IV. décisions prises sur base du Code des sociétés.
I. Décisions prises sur base de l'article 32 ou de l'article 52 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés
Ces décisions sont prises dans le cadre de demandes d'approbation de prospectus pour des offres publiques en vente ou en souscription d'instruments de placement ou des admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés. L'article 32 de la loi vise les opérations harmonisées par la Directive 2003/71/CE, tandis que l'article 52 vise les opérations non harmonisées par cette directive.
Sont soumis à contribution les décisions d'approbation (ou de refus d'approbation) de prospectus complets, mais aussi de prospectus de base, de documents d'enregistrement, de notes relatives aux instruments de placement, de certains suppléments de prospectus et de prospectus abrégés, de même que les décisions d'octroi (ou de refus) de dispense partielle ou totale de prospectus.
En principe, chaque offre publique et/ou admission à la négociation sur un marché réglementé nécessite l'établissement d'un prospectus distinct. Il existe cependant plusieurs exceptions à ce principe :
-un même prospectus peut couvrir à la fois l'admission à la négociation sur un marché réglementé et l'offre publique d'instruments de placement. La contribution due en vertu des codes 10 à 14 pour le prospectus d'admission englobe dès lors également le volet " offre publique ",
- un prospectus de base peut être établi dans le cadre de programmes d'offre, permettant d'émettre plusieurs types ou catégories d'instruments de placement d'une manière continue ou répétée, pendant une période déterminée. La contribution est alors fixée conformément au code 50,
- un prospectus qui est toujours valide peut être réutilisé en vue d'autres opérations à condition d'être actualisé via un supplément. Une contribution est alors due pour l'approbation du supplément (code 80).
En dehors de ces hypothèses, si un prospectus est approuvé dans le cadre d'une offre publique et/ou dans le cadre de l'admission à la négociation sur un marché réglementé de plusieurs instruments de placement distincts, la contribution due sera équivalente au tarif le plus élevé applicable en vertu des codes 10 à 42, avec un supplément de 300 euro par autre instrument de placement concerné et ce, en vertu de l'analogie entre cette situation et l'approbation d'un prospectus de base couvrant également plusieurs instruments distincts (code 50).
Codes 10 à 14
Ces lignes du barème concernent les admissions d'instruments de placement sur un marché réglemente, en ce compris leur offre publique concomitante.
En cas de demande d'admission à la négociation sur un marché réglementé d'instruments de placement déjà admis à la négociation sur un autre marché réglementé, le dossier sera traité comme constituant une admission complémentaire.
Codes 20 à 42
Ces lignes concernent les offres publiques, sans admission concomitante sur un marché réglementé. La contribution due varie en fonction du montant de l'opération et en fonction du type d'instrument de placement concerné.
Code 50
Les articles 29 et 49 de la loi du 16 juin 2006 permettent l'établissement d'un prospectus de base. Un prospectus de base peut ainsi couvrir l'émission de plusieurs catégories ou types d'instruments de placement offerts dans le cadre de programmes d'offres. Pour ces prospectus de base, une contribution de 8.000 euro est due, à laquelle s'ajoutent 300 euro par type ou catégorie d'instruments de placement couverts.
Codes 60 et 70
Un émetteur peut établir un prospectus sous forme d'un document unique. Il payera alors la contribution fixée conformément aux codes 10 à 42 en fonction du type d'opération. Il peut également établir son prospectus en 3 parties (document d'enregistrement, note et résumé). Dans ce cas, dans un objectif de neutralité, la contribution sera établie comme suit :
- les trois parties du prospectus peuvent être approuvées simultanément à l'occasion de l'offre publique ou de l'admission. Dans ce cas, les codes 10 à 42 s'appliquent et la contribution est payée en une fois, à l'occasion de l'approbation du prospectus en trois parties.
- Les 3 parties du prospectus peuvent également être approuvées séparément. Dans ce cas, il faut distinguer deux hypothèses :
o soit le document d'enregistrement est d'abord approuvé, en dehors du cadre de l'approbation d'un prospectus : la contribution due lors de son approbation est de 2.000 euro (code 60). Ultérieurement, lors de l'approbation de la note relative aux instruments de placement, une contribution sera due, égale à la différence entre 2.000 euro et la contribution qui serait due pour l'approbation d'un prospectus complet pour une telle opération, en vertu des codes 10 à 42 (code 70).
o soit le document d'enregistrement a été approuvé antérieurement, dans le cadre d'une précédente opération et est ensuite réutilisé dans le cadre d'une autre offre publique ou d'une autre admission à la négociation sur un marché réglementé. Lors de l'approbation de la note relative aux instruments de placement, en vue de cette autre offre publique ou de cette autre admission à la négociation, une contribution sera due, qui sera ici aussi égale à la différence entre 2.000 euro et la contribution qui serait due pour l'approbation d'un prospectus complet pour une telle opération, en vertu des codes 10 à 42 (code 70).
Code 80
Ce code vise deux hypothèses distinctes. Il s'applique, d'une part, lorsqu'un prospectus approuvé dans le cadre d'une précédente opération, moins de 12 mois auparavant est réutilisé dans le cadre d'une autre offre publique ou d'une autre admission. Si ce prospectus doit être adapté et/ou actualisé via un supplément, une contribution est due. Ce code s'applique, d'autre part, lorsqu'un prospectus inclut par référence un prospectus préalablement approuvé par la CBFA et qui est toujours valide (à l'exclusion des éléments spécifiques à l'opération sur laquelle portait initialement ce prospectus).
Dans ces hypotheses, la contribution due est égale à la différence entre 2.000 euro et la contribution qui serait due en vertu des codes 10 à 42 si un nouveau prospectus complet avait été établi. Un parallèle existe ainsi entre ces deux hypothèses et le cas où un document d'enregistrement approuvé antérieurement dans le cadre d'une opération est ensuite réutilisé dans le cadre d'une autre opération (code 70). Le code 80 assure ainsi la neutralité entre plusieurs méthodes d'élaboration des prospectus qui constituent, dans certains cas, des alternatives.
Par contre, si un prospectus est approuvé lors d'une opération et qu'entre son approbation et la clôture de ladite opération, des faits nouveaux surviennent ou des inexactitudes sont révélées, nécessitant l'approbation d'un supplément, cette approbation ne donnera pas lieu au payement d'une nouvelle contribution. Ceci vaut également si le supplément de prospectus vise à actualiser un prospectus de base.
Code 90
Cette ligne concerne les décisions portant sur les demandes de dispense partielle de prospectus et d'approbation d'un prospectus abrégé. Pour rappel, seules les opérations non harmonisées par la Directive 2003/71/CE sont encore susceptibles de dispense partielle de prospectus.
Code 100
Cette ligne concerne les décisions prises dans le cadre des demandes de dispense totale de prospectus. Seules les opérations non harmonisées par la Directive 2003/71/CE sont encore susceptibles de dispense totale de prospectus. Une contribution est due car l'octroi d'une dispense totale de prospectus nécessite une décision de la CBFA et n'est donc pas automatique.
II. Décisions prises sur base de l'article 20 de la loi du 22 avril 2003 relative aux offres publiques de titres
Cette ligne concerne les décisions d'approbation ou de refus d'approbation de prospectus dans le cadre d'une OPA au sens large (OPA, OPE, OPR, OPRA ou maintien de cours). La contribution varie en fonction du montant de l'opération, calculé lui-même en fonction de la contrepartie offerte.
Si plusieurs OPA sont lancées par un même offrant sur des instruments de placement autres que des valeurs mobilières (telle des options) sur une période de 12 mois et que le prospectus établi dans le cadre de chacune de ces opérations est chaque fois similaire, l'offrant doit payer la contribution prévue aux codes 112 à 120 lors de l'approbation du 1er prospectus. La contribution due pour l'approbation des prospectus relatif aux opérations ultérieures est toutefois réduite a 500 euro par prospectus en raison de la charge de travail limitée qu'entraine leur examen.
III. Décisions prises sur base de l'article 18, § 1er c) ou d) ou 18, § 2, c) ou d), de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.
Cette ligne concerne deux types d'opérations (OPE et fusion) exemptées de prospectus dans le cadre de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés à condition que des informations considérées par la CBFA comme équivalentes à celles devant figurer dans un prospectus soit mises à disposition du public ou des intéressés, selon le cas. Ces exemptions requièrent une décision de la CBFA et, partant, le payement d'une contribution.
Cependant, si les informations que la CBFA est appelée à reconnaitre comme équivalentes à celles devant figurer dans un prospectus ont toutes déjà fait l'objet d'une approbation par la CBFA elle-même ou par un de ses homologues européens, la contribution est réduite de moitié. Dans une telle hypothèse, le contrôle que la CBFA est appelée à effectuer sur lesdites informations est en effet plus limité. Ce sera le cas, notamment, en cas d'OPE si les informations que la CBFA est appelée à reconnaître comme équivalentes font partie du prospectus d'OPE, dûment approuvé par l'autorité compétente en cette matière.
Par ailleurs, si la CBFA fait usage de l'habilitation prévue à l'article 18, § 3, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et précise dans un règlement quelles informations doivent être fournies pour satisfaire à cette condition d'équivalence, les opérations susmentionnées ne nécessiteront plus de décision au cas par cas de la CBFA. Dès lors, plus aucune contribution ne sera due.
IV. Décisions prises sur base du Code des sociétés dans le cadre d'une demande de déclaration de non-objection sur des rapports spéciaux.
Le Code des sociétés prévoit, dans le cadre de diverses opérations, que des rapports speciaux doivent être communiqués à la CBFA qui doit déclarer qu'elle ne s'oppose pas à leur diffusion. A l'heure actuelle, c'est le cas en vertu de l'article 583 du Code des sociétés en cas d'émission d'obligations convertibles ou de warrants par des sociétés faisant ou ayant fait appel public à l'épargne.
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 23 mai 2007 modifiant l'arrêté royal du 22 mai 2005 relatif à la couverture des frais de fonctionnement de la CBFA, pris en exécution de l'article 56 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, et en exécution de diverses dispositions légales relatives aux missions de la CBFA.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier et Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture,
Mme S. LARUELLE.
Le barème opère une distinction entre différentes décisions que la CBFA est amenée à prendre, selon la base légale de ces décisions :
I. décisions prises sur base de l'article 32 (opérations harmonisées par la Directive 2003/71/CE) ou de l'article 52 (opérations non harmonisées par la Directive 2003/71/CE) de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la negociation sur des marchés réglementés,
II. décisions prises sur base de l'article 20 de la loi du 22 avril 2003 relative aux offres publiques de titres (OPA),
III. décisions prises sur base de l'article 18, § 1, c) ou d), ou § 2, c) ou d), de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, et
IV. décisions prises sur base du Code des sociétés.
I. Décisions prises sur base de l'article 32 ou de l'article 52 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés
Ces décisions sont prises dans le cadre de demandes d'approbation de prospectus pour des offres publiques en vente ou en souscription d'instruments de placement ou des admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés. L'article 32 de la loi vise les opérations harmonisées par la Directive 2003/71/CE, tandis que l'article 52 vise les opérations non harmonisées par cette directive.
Sont soumis à contribution les décisions d'approbation (ou de refus d'approbation) de prospectus complets, mais aussi de prospectus de base, de documents d'enregistrement, de notes relatives aux instruments de placement, de certains suppléments de prospectus et de prospectus abrégés, de même que les décisions d'octroi (ou de refus) de dispense partielle ou totale de prospectus.
En principe, chaque offre publique et/ou admission à la négociation sur un marché réglementé nécessite l'établissement d'un prospectus distinct. Il existe cependant plusieurs exceptions à ce principe :
-un même prospectus peut couvrir à la fois l'admission à la négociation sur un marché réglementé et l'offre publique d'instruments de placement. La contribution due en vertu des codes 10 à 14 pour le prospectus d'admission englobe dès lors également le volet " offre publique ",
- un prospectus de base peut être établi dans le cadre de programmes d'offre, permettant d'émettre plusieurs types ou catégories d'instruments de placement d'une manière continue ou répétée, pendant une période déterminée. La contribution est alors fixée conformément au code 50,
- un prospectus qui est toujours valide peut être réutilisé en vue d'autres opérations à condition d'être actualisé via un supplément. Une contribution est alors due pour l'approbation du supplément (code 80).
En dehors de ces hypothèses, si un prospectus est approuvé dans le cadre d'une offre publique et/ou dans le cadre de l'admission à la négociation sur un marché réglementé de plusieurs instruments de placement distincts, la contribution due sera équivalente au tarif le plus élevé applicable en vertu des codes 10 à 42, avec un supplément de 300 euro par autre instrument de placement concerné et ce, en vertu de l'analogie entre cette situation et l'approbation d'un prospectus de base couvrant également plusieurs instruments distincts (code 50).
Codes 10 à 14
Ces lignes du barème concernent les admissions d'instruments de placement sur un marché réglemente, en ce compris leur offre publique concomitante.
En cas de demande d'admission à la négociation sur un marché réglementé d'instruments de placement déjà admis à la négociation sur un autre marché réglementé, le dossier sera traité comme constituant une admission complémentaire.
Codes 20 à 42
Ces lignes concernent les offres publiques, sans admission concomitante sur un marché réglementé. La contribution due varie en fonction du montant de l'opération et en fonction du type d'instrument de placement concerné.
Code 50
Les articles 29 et 49 de la loi du 16 juin 2006 permettent l'établissement d'un prospectus de base. Un prospectus de base peut ainsi couvrir l'émission de plusieurs catégories ou types d'instruments de placement offerts dans le cadre de programmes d'offres. Pour ces prospectus de base, une contribution de 8.000 euro est due, à laquelle s'ajoutent 300 euro par type ou catégorie d'instruments de placement couverts.
Codes 60 et 70
Un émetteur peut établir un prospectus sous forme d'un document unique. Il payera alors la contribution fixée conformément aux codes 10 à 42 en fonction du type d'opération. Il peut également établir son prospectus en 3 parties (document d'enregistrement, note et résumé). Dans ce cas, dans un objectif de neutralité, la contribution sera établie comme suit :
- les trois parties du prospectus peuvent être approuvées simultanément à l'occasion de l'offre publique ou de l'admission. Dans ce cas, les codes 10 à 42 s'appliquent et la contribution est payée en une fois, à l'occasion de l'approbation du prospectus en trois parties.
- Les 3 parties du prospectus peuvent également être approuvées séparément. Dans ce cas, il faut distinguer deux hypothèses :
o soit le document d'enregistrement est d'abord approuvé, en dehors du cadre de l'approbation d'un prospectus : la contribution due lors de son approbation est de 2.000 euro (code 60). Ultérieurement, lors de l'approbation de la note relative aux instruments de placement, une contribution sera due, égale à la différence entre 2.000 euro et la contribution qui serait due pour l'approbation d'un prospectus complet pour une telle opération, en vertu des codes 10 à 42 (code 70).
o soit le document d'enregistrement a été approuvé antérieurement, dans le cadre d'une précédente opération et est ensuite réutilisé dans le cadre d'une autre offre publique ou d'une autre admission à la négociation sur un marché réglementé. Lors de l'approbation de la note relative aux instruments de placement, en vue de cette autre offre publique ou de cette autre admission à la négociation, une contribution sera due, qui sera ici aussi égale à la différence entre 2.000 euro et la contribution qui serait due pour l'approbation d'un prospectus complet pour une telle opération, en vertu des codes 10 à 42 (code 70).
Code 80
Ce code vise deux hypothèses distinctes. Il s'applique, d'une part, lorsqu'un prospectus approuvé dans le cadre d'une précédente opération, moins de 12 mois auparavant est réutilisé dans le cadre d'une autre offre publique ou d'une autre admission. Si ce prospectus doit être adapté et/ou actualisé via un supplément, une contribution est due. Ce code s'applique, d'autre part, lorsqu'un prospectus inclut par référence un prospectus préalablement approuvé par la CBFA et qui est toujours valide (à l'exclusion des éléments spécifiques à l'opération sur laquelle portait initialement ce prospectus).
Dans ces hypotheses, la contribution due est égale à la différence entre 2.000 euro et la contribution qui serait due en vertu des codes 10 à 42 si un nouveau prospectus complet avait été établi. Un parallèle existe ainsi entre ces deux hypothèses et le cas où un document d'enregistrement approuvé antérieurement dans le cadre d'une opération est ensuite réutilisé dans le cadre d'une autre opération (code 70). Le code 80 assure ainsi la neutralité entre plusieurs méthodes d'élaboration des prospectus qui constituent, dans certains cas, des alternatives.
Par contre, si un prospectus est approuvé lors d'une opération et qu'entre son approbation et la clôture de ladite opération, des faits nouveaux surviennent ou des inexactitudes sont révélées, nécessitant l'approbation d'un supplément, cette approbation ne donnera pas lieu au payement d'une nouvelle contribution. Ceci vaut également si le supplément de prospectus vise à actualiser un prospectus de base.
Code 90
Cette ligne concerne les décisions portant sur les demandes de dispense partielle de prospectus et d'approbation d'un prospectus abrégé. Pour rappel, seules les opérations non harmonisées par la Directive 2003/71/CE sont encore susceptibles de dispense partielle de prospectus.
Code 100
Cette ligne concerne les décisions prises dans le cadre des demandes de dispense totale de prospectus. Seules les opérations non harmonisées par la Directive 2003/71/CE sont encore susceptibles de dispense totale de prospectus. Une contribution est due car l'octroi d'une dispense totale de prospectus nécessite une décision de la CBFA et n'est donc pas automatique.
II. Décisions prises sur base de l'article 20 de la loi du 22 avril 2003 relative aux offres publiques de titres
Cette ligne concerne les décisions d'approbation ou de refus d'approbation de prospectus dans le cadre d'une OPA au sens large (OPA, OPE, OPR, OPRA ou maintien de cours). La contribution varie en fonction du montant de l'opération, calculé lui-même en fonction de la contrepartie offerte.
Si plusieurs OPA sont lancées par un même offrant sur des instruments de placement autres que des valeurs mobilières (telle des options) sur une période de 12 mois et que le prospectus établi dans le cadre de chacune de ces opérations est chaque fois similaire, l'offrant doit payer la contribution prévue aux codes 112 à 120 lors de l'approbation du 1er prospectus. La contribution due pour l'approbation des prospectus relatif aux opérations ultérieures est toutefois réduite a 500 euro par prospectus en raison de la charge de travail limitée qu'entraine leur examen.
III. Décisions prises sur base de l'article 18, § 1er c) ou d) ou 18, § 2, c) ou d), de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.
Cette ligne concerne deux types d'opérations (OPE et fusion) exemptées de prospectus dans le cadre de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés à condition que des informations considérées par la CBFA comme équivalentes à celles devant figurer dans un prospectus soit mises à disposition du public ou des intéressés, selon le cas. Ces exemptions requièrent une décision de la CBFA et, partant, le payement d'une contribution.
Cependant, si les informations que la CBFA est appelée à reconnaitre comme équivalentes à celles devant figurer dans un prospectus ont toutes déjà fait l'objet d'une approbation par la CBFA elle-même ou par un de ses homologues européens, la contribution est réduite de moitié. Dans une telle hypothèse, le contrôle que la CBFA est appelée à effectuer sur lesdites informations est en effet plus limité. Ce sera le cas, notamment, en cas d'OPE si les informations que la CBFA est appelée à reconnaître comme équivalentes font partie du prospectus d'OPE, dûment approuvé par l'autorité compétente en cette matière.
Par ailleurs, si la CBFA fait usage de l'habilitation prévue à l'article 18, § 3, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et précise dans un règlement quelles informations doivent être fournies pour satisfaire à cette condition d'équivalence, les opérations susmentionnées ne nécessiteront plus de décision au cas par cas de la CBFA. Dès lors, plus aucune contribution ne sera due.
IV. Décisions prises sur base du Code des sociétés dans le cadre d'une demande de déclaration de non-objection sur des rapports spéciaux.
Le Code des sociétés prévoit, dans le cadre de diverses opérations, que des rapports speciaux doivent être communiqués à la CBFA qui doit déclarer qu'elle ne s'oppose pas à leur diffusion. A l'heure actuelle, c'est le cas en vertu de l'article 583 du Code des sociétés en cas d'émission d'obligations convertibles ou de warrants par des sociétés faisant ou ayant fait appel public à l'épargne.
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 23 mai 2007 modifiant l'arrêté royal du 22 mai 2005 relatif à la couverture des frais de fonctionnement de la CBFA, pris en exécution de l'article 56 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, et en exécution de diverses dispositions légales relatives aux missions de la CBFA.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier et Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture,
Mme S. LARUELLE.